Kazalo 
 Prejšnje 
 Naslednje 
 Celotno besedilo 
Postopek : 2006/2505(RSP)
Potek postopka na zasedanju
Potek postopka za dokument :

Predložena besedila :

B6-0057/2006

Razprave :

PV 19/01/2006 - 17.3
CRE 19/01/2006 - 17.3

Glasovanja :

PV 19/01/2006 - 18.3
CRE 19/01/2006 - 18.3

Sprejeta besedila :

P6_TA(2006)0032

Razprave
Četrtek, 19. januar 2006 - Strasbourg Pregledana izdaja

17.3. Kambodža: politična represija
PV
MPphoto
 
 

  El Presidente. De conformidad con el orden del día, se procede al debate de seis propuestas de resolución sobre Camboya: represión política(1).

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE), autorka. – Panie Przewodniczący! Kambodża jest jednym z najbiedniejszych krajów na świecie dotkniętych dodatkowo brakiem niezawisłego systemu sądownictwa oraz powszechną korupcją. Handel ludźmi, dziecięca prostytucja, bezkarne prześladowanie i tortury opozycji politycznej to tylko niektóre z elementów kambodżańskiej rzeczywistości.

Represje oraz, w ostatnich tygodniach, liczne aresztowania przedstawicieli organizacji humanitarnych, związków zawodowych oraz dziennikarzy oskarżanych o rozpowszechnianie tzw. fałszywych informacji budzą uzasadniony niepokój społeczności międzynarodowej. Rząd kambodżański nagminnie bowiem wykorzystuje wymiar sprawiedliwości jako narzędzie represji wobec opozycji politycznej. Kambodża stale narusza porozumienia międzynarodowe, dotyczące respektowania praw człowieka, w tym Konwencję Genewską z 1951 r. dotyczącą statusu uchodźców, traktując w nieludzki sposób uciekinierów z Wietnamu oraz dokonując brutalnych deportacji.

Społeczność międzynarodowa powinna podjąć zdecydowane działania na rzecz uwolnienia wszystkich działaczy organizacji humanitarnych wraz z oczyszczeniem ich z zarzutów, a tym samym położyć kres akcjom zastraszania i prześladowania. Porozumienie z 1993 r. o współpracy Unii Europejskiej z Kambodżą obliguje Wspólnotę do podjęcia szczególnych kroków w celu zapewnienia w tym kraju realizacji wszystkich praw człowieka, włączając w to prawa ekonomiczne, socjalne i kulturalne.

 
  
MPphoto
 
 

  Jules Maaten (ALDE), Auteur. – Voorzitter, een rechtbank in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh heeft vorige maand oppositieleider Sam Rainsy bij verstek tot een gevangenisstraf van anderhalf jaar veroordeeld wegens het beledigen van premier Hun Sen en prins Norodom Ranariddh en ook moet de heer Sam boetes van 20 miljoen riel betalen, omgekeerd ruim 4.000 euro, zogenaamd wegens het zwartmaken van zijn politieke rivalen.

De Cambodjaanse regering arresteerde eveneens begin deze maand 2 mensenrechtenactivisten: Kem Sokha, voorzitter van het Cambodian Center for Human Rights and Yeng Virak, directeur van The Community Legal Education Center. Die zijn aangehouden in verband met het tonen van een spandoek tijdens de bijeenkomst in het kader van Internationale mensenrechtendag op 10 december.

Na een ontmoeting met Christopher Hill, een Amerikaans diplomaat, is de eerste minister dan toch akkoord gegaan met de vrijlating op borg van Kem Sokha en Pa Nguon Teang op 17 januari, maar de aanklachten wegens blaam worden tegen hen en ook een aantal anderen die zijn vrijgelaten, niet teruggetrokken.

De veroordeling van Sam Rainsy en de arrestatie van de mensenrechtenactivisten zijn slechts een paar gevallen uit een hele reeks van smaad en aanklachten tegen publieke figuren in de laatste twee jaar. Het opheffen van de parlementaire immuniteit en de veroordeling van Cheam Channy en bij verstek van Chea Poch. Het is een terugkeer, mijnheer de Voorzitter, naar de dagen waarin Hun Sen een eenpartijstaat leidde. De ontwikkelingen duiden op een nieuwe tegenslag en een kaakslag in het democratiseringsproces in Zuidoost-Azië.

Afwijkende meningen en uitlatingen zouden uitgedaagd moeten worden door middel van een publiek debat in plaats van rechtszaken en arrestatie van verschillend andersgezinden in Cambodja is een serieuze bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting en het politiek pluralisme in Cambodja. We moeten ingaan tegen deze nieuwe poging van de huidige machthebbers om de oppositie buiten spel te zetten en van Cambodja een veredelde dictatuur te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE), Verfasser. – Herr Präsident! Die kambodschanische Kultur war einmal weltweit als Symbol des Friedens bekannt. Inzwischen hat kaum ein Land so gelitten wie Kambodscha. Im Zweiten Weltkrieg unter fremder Besatzung, dann der Vietnamkrieg bzw. zweimal im Indochinakrieg; dann kam der Terror der Roten Khmer mit einer beispiellosen Ausrottungspolitik gegenüber Millionen von Menschen, dann eine andere Spielart des Kommunismus, nämlich die vietnamesische, verbunden mit Fremdherrschaft. Nach diesem Terror, den das Land erleiden musste, haben wir mit viel politischem Aufwand der Vereinten Nationen, der Europäischen Union und nicht zuletzt auch der Menschen dort einen Friedensprozess begonnen, der kompliziert war und viel Einsatz sowie auch große finanzielle Mittel erfordert hat.

Heute stehen wir in gewisser Weise vor einem Scherbenhaufen, denn wir erleben, dass sich dort erneut ein Unrechtsregime etabliert. Das dürfen wir auf keinen Fall akzeptieren! Deshalb möchte ich vor allem auf Ziffer 5 unserer Entschließung verweisen, die ganz klar sagt, dass das Abkommen, das wir mit Kambodscha geschlossen haben, auf Demokratie und Menschenrechten beruht. Das ist nicht eine diplomatische Floskel, mit der wir angenehme Geschäfte wie eine Höflichkeitsformel einleiten, sondern das ist die Geschäftsgrundlage. Es ist die Aufgabe von Rat, Kommission und Parlament, unseren kambodschanischen Partnern klarzumachen, dass sie, wenn sie diese Geschäftsgrundlage dauerhaft verletzen, mit uns auch keine Geschäfte machen können.

Wir müssen es – über auf Papier geschriebene Proteste hinausgehend – endlich schaffen, dass hier tatsächlich wirksamer Druck zur Durchsetzung der Menschenrechte ausgeübt wird. Deshalb möchte ich anregen, dass wir möglichst bald den Sonderbeauftragten der Vereinten Nationen für Kambodscha hierher ins Europäische Parlament einladen, um mit ihm einmal intensiv über die Lage in diesem geplagten Land zu diskutieren. Wir sind glücklich, dass nunmehr auf unseren Druck und den Druck der Amerikaner hin – es ist gut, dass wir hier zusammenarbeiten – Häftlinge freigelassen worden sind, und wir erkennen dies durchaus an. Dennoch wissen wir, dass diesen Häftlingen nach wie vor ein Prozess droht. Wir wissen, dass es viele andere Häftlinge sowie Verhandlungs- und Haftbefehle, und vor allem auch die Repression von Minderheiten gibt. Dagegen müssen wir uns nachhaltig wehren. Menschenrechtspolitik ist vor allem Nachhaltigkeit!

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), Auteur. – Voorzitter, Cambodja was een vreedzaam buurland van Vietnam, toen begin jaren '70 van buitenaf werd ingegrepen. In Vietnam woedde een oorlog over de hereniging tussen de noordelijke en zuidelijke sector van deze voormalige Franse kolonie, waar Amerika het zuiden als eigen invloedssfeer wilde behouden. De verdenking dat de Vietnamese guerrillabeweging voor de verbinding tussen het noorden en het zuiden gebruik maakte van aanvoerroutes, die liepen door onherbergzame delen van Cambodja, was reden voor Amerikaans ingrijpen en het aan de macht brengen van een bevriende regering.

Sindsdien zijn de verhoudingen in het vroeger vreedzame Cambodja sterk gepolariseerd. De met veel moeite verworven staatsmacht mag blijkbaar op geen enkele wijze in gevaar komen. Er is een traditie ontstaan van partijen die geen coalities met anderen willen vormen en die al evenmin oppositie willen toestaan. Eerst kwam er een Amerikaans gezind regime, vervolgens het pro-Chinese terreurregime van Pol Pot en daarna, met Vietnamese hulp, de regering van Hun Sen. Daarna hebben verkiezingen resultaten opgeleverd die het vrijwel onmogelijk maakten om regeringen met een breed draagvlak te vormen.

Verschillende partijen willen niet met elkaar samenwerken, maar uitsluitend alleen regeren. Inmiddels leidt die houding tot het arresteren en het tot gevangenisstraffen veroordelen van oppositionele parlementsleden. Ook journalisten, mensenrechtenactivisten en vakbondsmedewerkers worden gearresteerd, nadat ze zijn beschuldigd van smaad. Politie en rechterlijke macht worden zo gemaakt tot een instrument in de politieke strijd. Ik heb vooralsnog niet de indruk dat de oppositie veel democratischer is dan de regeringspartij. Alle politieke krachten in Cambodja zullen dit soort gedrag moeten afleren.

De buitenwereld heeft tot nu toe gefaald in het helpen van Cambodja bij het ontwikkelen van een tolerante democratie. Ik herinner me dat het verslagen, bloeddorstige regime van Pol Pot nog lang internationale erkenning behield. De enige reden daarvoor was dat de nieuwe regering van Hun Sen die het land had bevrijd van deze moordenaarsbende, werd verdacht van vriendschappelijke betrekkingen met het buurland Vietnam. Toekomstige signalen aan Cambodja zullen er heel anders uit moeten zien. Europa moet niet partij kiezen op grond van overwegingen die voor de Cambodjanen onbegrijpelijk zijn, maar het consequent opnemen voor mensenrechten en democratie, ongeacht wie er aan de macht is.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), author. – Mr President, I believe these urgency debates are important for this House and for the European Union. I believe they are worthy.

However, as we discuss Cambodia, I am struck by the fact that we have been here before, and that we have heard all this before. Specifically, we have been here before on 13 January 2005, 10 March 2005 and 1 December 2005. Will anybody take a bet with me that we will be here again in six months’ time?

I am not saying that we should not have these debates. But I am saying that we should have our concern matched by action from the other EU institutions and the Member States we serve.

I would refer you to paragraph 4 of the resolution in particular. We are not without arms; we are not without pressure that we can exert. The Cambodian Government relies on the donor community for 50% of its annual expenditure. We must use that pressure more forcefully to achieve change, as opposed to just using warm words.

This is not the West dictating to a developing nation how it should run itself; this is the European Union expecting Cambodia to honour the agreements it has already signed up to, and to live up to international standards of decency.

We are willing to play our part in that process. In paragraph 12, we reiterate our call for an ad hoc delegation from this House to go to Cambodia to see the problems for ourselves. Let us start there. This motion for a resolution has the enthusiastic backing of my group and indeed my own backing. It contains a welter of information and worthy aims, but without more overt economic pressure from us, I fear that it will remain a shopping list never to be fulfilled.

 
  
MPphoto
 
 

  Ari Vatanen, on behalf of the PPE-DE Group. – Mr President, I can only echo the statement made by the honourable Member, Mr Smith. We do seem to be going over the same subject again and again, with no real result. Is it because Cambodia is too far away? Human suffering, regardless of where it happens, is always the same when it comes to the individual.

I should cite what Human Rights Watch said about Cambodia in 2005: ‘The political opposition was effectively dismantled with the arrest or threat of arrest of opposition parliamentarians and the impunity of perpetrators of human rights abuses continued. Political trials demonstrated the Government’s ongoing control, interference and intimidation in the work of the courts.’ That is the bleak situation in Cambodia. I should remind you that in 1997 the only opposition politician, Sam Rainsy – who, paradoxically, is protected by this House’s Freedom-Passport Initiative – was giving a speech in the capital when several grenades were launched into the crowd in front of him and at least 16 people died. That is what happens when an opposition leader makes a speech in the capital of that country.

We cannot continue just paying lip service; we must put our money where our mouth is. As Mr Smith said, one of the most effective penalties would be to stop giving money to Cambodia as long as the criteria of democracy and human rights are not fulfilled. Also, a travel visa ban on officials would be very effective, because the elite of that country come to the capitals of Europe to shop and so forth.

In contrast, however, free trade has to be retained. Trade sanctions will only increase the poverty and misery of the people. The sympathy of this House is with those people in Cambodia who are fighting for democracy and human rights.

 
  
MPphoto
 
 

  Luis Yáñez-Barnuevo García, en nombre del Grupo PSE. – Señor Presidente, me sumo a las palabras de los colegas que han intervenido con anterioridad, pero especialmente a las de la compañera Geringer de Oedenberg, miembro de mi Grupo y autora de una de estas resoluciones que vamos a votar seguidamente.

Efectivamente, el caso de Camboya es un caso de una historia reciente, trágica, de violaciones flagrantes de los derechos humanos y, en el pasado, de guerras tremendamente violentas. Se comprende el desánimo de muchos colegas al ver que las cosas no mejoran y que nosotros tratamos una y otra vez aquí esta cuestión, pero no por ello debemos dejar de traerla a colación cuando se producen hechos como los recientes, de represión de defensores de derechos humanos, de empresas de radio, de sindicatos de maestros, de activistas, de periodistas, de sindicalistas de distintas áreas, de antiguos parlamentarios, etc. Solamente con una acción enérgica y decidida por parte de la Unión Europea, de la Comisión y de este Parlamento hacia Camboya se puede conseguir que ese tipo de acciones disminuyan o desaparezcan.

Hay cinco puntos que no voy a recordar, pero, especialmente quisiera recordar a Camboya la acción que puede ejercer y ejerce la comunidad de donantes y la cláusula de derechos humanos en el Acuerdo de Cooperación Unión Europea-Camboya. También es importante el envío de una delegación a Camboya para evaluar la situación. Y, por último, quiero hacer hincapié en el reconocimiento del estatus de refugiado a los jemeres que vienen de Vietnam.

Por falta de tiempo, señor Presidente, no me alargo en la argumentación, pero, insisto, me sumo a lo que han dicho los colegas con anterioridad.

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček, za skupinu GUE/NGL. – Milé kolegyně, vážení kolegové, lidská práva, to je soubor ideálů, kterému se i nejdemokratičtější státy blíží jen v určitých oblastech. V každém případě Kambodža ještě nedávno měla problémy se zbytky vojsk Polpotovců, s negramotností, chybějící inteligencí, neexistujícím průmyslem. V porovnání s tímto stavem je situace nesporně výrazně lepší. Co ovšem nelze tolerovat, to je nedodržování základních procedur při odsouzení členů Parlamentu k několikaletému žaláři. Je nesporně nutné zajistit podmínky pro plnění úkolů zástupců mezinárodních organizací a podpořit rozvoj svobody tisku a dodržování odborových práv.

Fact-finding mission je jistě velmi žádoucí a doporučuji po dohodě s vládou země zástupce Evropského parlamentu na cestu vyslat co nejdříve. Co mne obzvlášť znepokojuje, to je možnost zneužití justice pro řešení tzv. pomluvy. Jestliže připustíme podobný přístup, potom se sami můžeme považovat za spoluviníky podobných praktik, proto návrh rezoluce vřele podporuji.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (NI). – Panie Przewodniczący! Trzy rezolucje Parlamentu Europejskiego w zeszłym roku, w tej samej sprawie - w sprawie Kambodży, i w tym kontekście chciałbym się wypowiedzieć. Władze tego kraju mają za świstek papieru zarówno Deklarację ONZ o Obrońcach Praw Człowieka, jak i nasze unijne wytyczne w tej samej sprawie, które zostały uchwalone dwa lata temu.

Bardzo się cieszę, że prezydencja austriacka przed sześcioma dniami bardzo mocno i stanowczo zaprotestowała przeciwko pogorszeniu się sytuacji w tym kraju. Aresztowania dziennikarzy, działaczy niezależnych, związkowców, są przykładem tego, że reżim w tym kraju jest coraz bardziej ostry.

Ja się zgadzam z wypowiedzią pana posła Smitha i pana posła Vatanena, którzy mówili, że musimy nacisnąć na władze Kambodży poprzez presję ekonomiczną. Pięćdziesiąt procent budżetu Kambodży to jest pomoc zagraniczna, to jest nasz instrument. Delegacja „ad hoc”, co jest proponowane w rezolucji, jak najbardziej - tak. Musimy naocznie przekonać się jak ta sytuacja wygląda.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel, Member of the Commission. Mr President, the current political situation in Cambodia remains of serious concern. Since the lifting of parliamentary immunity for Mr Sam Rainsy, the leader of the Cambodian opposition Sam Rainsy Party, and two other members of the National Assembly in February last year, the political situation has deteriorated considerably. The recent arrest of Mr Kem Sokha, Director of the Cambodian Centre for Human Rights, and other human rights defenders constitutes the latest chapter in this depressing story. It is sadly ironic that these latest arrests relate to events which took place on Human Rights Day, when a number of organisations were peacefully celebrating and trying to uphold the principles of human rights and democracy. The Commission strongly welcomes the recent release on bail of Mr Sokha and four other individuals but would have wished the Cambodian authorities to have gone a step further and dropped the charges altogether.

The Commission believes that the weakening of the opposition through the politicised use of the judiciary threatens to disrupt the still-developing democratic process in Cambodia. Moreover, the targeting of human rights organisations through a series of arrests on criminal – not civil – charges which are out of proportion with the alleged crimes is creating a climate of fear for human rights defenders in the country.

The Commission and EU Member States have agreed to a number of measures to respond to the situation. Following the issuing of a strong EU declaration on the subject, the EU intends to raise these issues directly with the Prime Minister at the first opportunity. At the same time, the Commission and Member States will work even more closely with the human rights organisations which have been targeted in order to support their work. As recommended by Parliament in its last resolution on Cambodia, the Commission is currently considering whether to propose the establishment of a working group on cooperation in the areas of institution-building, administrative reform, governance and human rights in order constructively to engage the Cambodian authorities on these issues.

Finally, in the forthcoming donor meeting in Phnom Penh in March, a strong message will be passed to the Cambodian authorities by the EU and the donor community as a whole that freedom of expression and other basic human rights must be upheld in the interest of all Cambodia’s citizens.

I would like to assure this House that the Commission, through its delegation in Phnom Penh, and together with the missions of EU Member States in Cambodia, will continue to monitor the situation very closely. The international community, especially the EU which had such a vital role in the establishment of the new Cambodia, should ensure that the political situation does not deteriorate further and should support the strengthening and deepening of Cambodia’s democracy.

I agree, of course, with the honourable Members of the European Parliament that the events in question are very serious and deserve our full attention. The Commission, together with the EU Member States, is exploring the possibility of undertaking further measures beyond the ones I have just mentioned. However, I do not believe that at this point the EC-Cambodia Cooperation Agreement should be suspended. This would put our political dialogue on hold and interrupt our development programmes to the detriment of the poor people in Cambodia.

 
  
MPphoto
 
 

  El Presidente. El debate queda cerrado.

La votación tendrá lugar dentro de unos momentos.

 
  

(1) Cf. Acta.

Zadnja posodobitev: 21. april 2006Pravno obvestilo