De Voorzitter. Aan de orde is de gecombineerde behandeling van zes ontwerpresoluties over Darfour(1).
Bernd Posselt (PPE-DE), auteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben herhaalde malen gesproken over de situatie in Darfour, sinds enige tijd echter niet meer, hoewel de situatie daar helaas dramatisch is verslechterd. Alleen al in de weinige maanden sinds het begin van dit jaar zijn volgens de heer Egeland, de voor Darfour verantwoordelijke adjunct-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, meer dan 200 000 mensen verdreven uit hun geboortestreek en meer dan 96 dorpen platgebrand – meer dan een jaar na een internationaal initiatief om hieraan een eind te maken. Hieruit blijkt hoe ongelooflijk zwak de internationale gemeenschap is als het gaat om Darfour, en het feit dat de adjunct-secretaris-generaal van de Verenigde Naties zelfs werd belet naar het crisisgebied te reizen, toont aan dat het regime in Khartoem de internationale gemeenschap schaamteloos uitdaagt, negeert en belachelijk maakt.
Daarom is het hoog tijd dat wij ophouden alleen maar af en toe stilletjes te protesteren. De Verenigde Naties, de NAVO, de Verenigde Staten, de Europese Unie en de Afrikaanse Unie moeten veeleer samen aan één tafel gaan zitten om eindelijk een gezamenlijk beleid ten aanzien van Darfour te voeren, dat meer omvat dan papieren resoluties. Wij moeten aanzienlijk massaler interveniëren dan we tot nu toe hebben gedaan.
Het spreekt vanzelf dat hier in de eerste plaats een taak is weggelegd voor de Afrikaanse Unie, maar wij kunnen ons niet afzijdig houden terwijl openlijk volkerenmoord wordt gepleegd – zoals de Verenigde Staten openlijk hebben gezegd, hoewel ze hieruit niet de nodige conclusies hebben getrokken. We hebben hier gewoonweg te maken met genocide. Wij organiseren momenteel droevige bijeenkomsten waarop we het begin herdenken van de genocide in Rwanda en Burundi – toen hebben we ook de andere kant op gekeken. Nu zegt iedereen dat we toen hadden moeten ingrijpen. Wij bevinden ons thans in een vergelijkbare situatie: wij kijken de andere kant op, wij handelen niet, wij maken geen gebruik van de toch al schaarse middelen die ons ter beschikking staan, maar laten het bij verbale protesten.
Hierdoor wordt Darfour niet alleen een schandvlek voor het Soedanese regime, maar ook voor de internationale en Europese instellingen. Daarom verheugt het mij dat wij in dit Parlement weer spreken over dit onderwerp. Wij moeten gewoonweg inzien dat normale of ook maar enigszins normale betrekkingen met Soedan alleen maar mogelijk zijn wanneer dit land zich voor één keer houdt aan zijn toezeggingen en de internationale instellingen toestaat hun werk te doen.
Fiona Hall (ALDE), auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, toen we in september 2004 in het kader van een missie van de Commissie ontwikkelingssamenwerking een bezoek aan Darfour brachten, waren we geschokt toen we daar met eigen ogen konden zien dat mensen in het kreupelhout schuilden omdat hun dorp was gebombardeerd. We hebben destijds aangedrongen op een sterkere rol van de waarnemersmissie van de Afrikaanse Unie. En die missie heeft in oktober 2004 inderdaad opdracht gekregen burgers die rechtstreeks gevaar liepen te beschermen.
We zijn nu achttien maanden verder en de bombardementen, aanvallen en verkrachtingen gaan helaas gewoon door, ondanks de inspanningen van de Afrikaanse Unie, die in Abuja vredesonderhandelingen voert en in Darfour fysiek aanwezig is. Er zijn eenvoudigweg niet voldoende troepen van de Afrikaanse Unie om het geweld onder controle te houden. Vooral bij de grens met Tsjaad en in de corridor tussen Tawila en Graida is het geweld intens. Daarom moet de VN zo spoedig mogelijk in Darfour worden ingezet.
De Verenigde Naties moeten de Afrikaanse Unie gedurende de laatste fase van haar mandaat steunen en bereid zijn de vredesmissie in oktober 2006 over te nemen.
De regering van Soedan beweert dat dit kolonialisme is. Dat is het niet. Het is de treurige erkenning dat eerdere initiatieven om het geweld in te tomen zijn mislukt. Zelfs de humanitaire hulp in Darfour wordt nu bedreigd, aangezien de toegang tot de humanitaire organisaties wordt geblokkeerd. Meer dan 3,5 miljoen mensen zijn afhankelijk van voedselhulp en medische assistentie. We moeten iets ondernemen – het geweld moet ophouden.
Carl Schlyter (Verts/ALE), auteur. – Mijnheer de Voorzitter, sinds ik voor het eerst in het Parlement werd verkozen, discussiëren wij over de situatie in Soedan. Wat gebeurt daar? Stel je voor dat een van je vrienden wordt gedood en wat voor een tragedie en ellende dat is. Stel je dan voor dat er in dit conflict nu al 180 000 vrienden zijn gedood. Stel je voor dat het huis van een vriend in brand wordt gestoken en dat hij uit zijn huis wordt verdreven, wat voor een gevoel is dat? Stel je dan voor dat zijn tranen op dit moment in Darfour met twee miljoen worden vermenigvuldigd. Stel je voor dat een familielid wordt verkracht, en dat dat tienduizenden keren wordt herhaald. Dat is de omvang van de humanitaire ramp die Soedan heeft getroffen
Wat doet de regering daar nu aan? In de ene resolutie na de andere eisen wij dat ze de Janjaweed-guerrilla ontwapent, maar er gebeurt niets. In de ene na de andere resolutie eisen we dat ze samenwerkt met de internationale gemeenschap om haar eigen bevolking te helpen, maar er gebeurt heel weinig. De zaak wordt er niet beter op doordat men weigert om de afgezant van de Verenigde Naties, Jan Egeland naar Darfour te laten reizen als hij dat passend acht. De Commissie geeft reeds op dit moment 160 miljoen euro aan hulp, en mijn eigen land 330 miljoen Zweedse kroon. Wil dit geld enig nut hebben, dan is het vereist dat de regering samenwerkt, en niet dat ze onze inspanningen tegenwerkt. Ik vind dat we een wapenembargo moeten invoeren, ongeacht wat Rusland en China zeggen, en dat alle landen die zich achter dat wapenembargo scharen elkaar moeten helpen en eraan moeten bijdragen dat een schending van het embargo wordt voorkomen.
Verder is het absurd dat vrouwen die zich tegen verkrachting verzetten gevangen worden gezet, en de betrokken vier vrouwen moeten natuurlijk onmiddellijk worden vrijgelaten.
Margrietus van den Berg (PSE), auteur. – Voorzitter, commissaris, in Darfour zijn miljoenen mensen op de vlucht. De vluchtelingenkampen zitten bomvol als gevolg van massale en chaotische vluchtbewegingen van mensen in nood, aangevallen door de rebellen en door de Janjaweed, vaak met afgrijselijke verhalen van plundering en verkrachting. Een uitzichtloze situatie met een Afrikaanse Unie die te zwak is en een Soedanese regering die de Janjaweed lijkt te steunen en aan de internationale rechtsorde, vertegenwoordigd door de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties, geen kans lijkt te willen geven. Daarin lijkt ze nog gesteund te worden door China en Rusland.
Gisteren werd bekend dat Jan Pronk, speciaal gezant van de VN in Darfour, zijn functie opheeft. Als zelfs Jan Pronk, die ik ken als een onverbeterlijke doorzetter en optimist, geen kans meer ziet voor het vredesproces, dan is het echt tijd om de noodklok te luiden. In Darfour woedt een ongekend wreed conflict waarin de Europese Unie de mogelijkheid heeft te tonen wat haar rol buiten Europa kan zijn. Deze week worden de honderd dagen van de genocide in Rwanda hier in een fototentoonstelling getoond. Die gebeurtenis is het symbool voor het falen van de hele internationale gemeenschap.
Nu worden we opnieuw op de proef gesteld. China en Rusland blokkeren iedere actie. De Afrikaanse Unie probeert de Soedanese regering alsnog mee te trekken, maar het is te weinig, te laat en het duurt te lang. Nu is het aan de Europese trojka om met geld en ondersteuning van de vredesmacht van de Afrikaanse Unie daadwerkelijk aanwezig te zijn met logistieke steun, toegang tot voedselhulp en bescherming van burgers. Deze chaotische moordpartij, gekenmerkt door een ongekend wrede belangenstrijd, moet nu eindelijk eens stoppen. De oproep, vandaag van ons parlement, in een uitstekende gezamenlijke resolutie geeft daartoe een duidelijke richting en impuls aan Solana, de Raad, de Commissie en onze regeringen. De geloofwaardigheid van Europa's rol in de wereld staat op het spel.
Jaromír Kohlíček (GUE/NGL), auteur. – (CS) Het is vreemd dat er niet veel over Darfour werd gesproken, totdat er olie in zuidelijk Sudan werd gevonden. Landbouwers onderhielden hun akkers, veetelers hoedden hun vee. Het is duidelijk dat de regio Darfour op sommigen een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent. Afscheidingspogingen van potentieel rijke regio’s in Afrika zijn niets nieuws. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan Biafra, Katanga en andere problematische delen van een continent dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen. Daar waar die rijkdom ontbreekt, doen zich niet van die omvangrijke problemen voor. Hoe dan ook zullen we zeker niet alleen Russische en Chinese wapens in de regio aantreffen, en ook in de buitenlandse militaire bases in Tsjaad zullen we wapens uit andere landen aantreffen.
Interessant is dat we ons zorgen maken over het feit dat de secretaris-generaal van de VN niet tot Darfour is toegelaten. Toen zich soortgelijke gebeurtenissen in Eritrea voordeden, keurde het Parlement humanitaire hulp voor de regering goed. Waarom zou onze resolutie in paragraaf 7 de EU, de VS en anderen niet oproepen om ook aan de situatie in Eritrea een eind te helpen maken? Hoewel het Sudanese regime zeker geen toonbeeld van democratie is, zou het verkeerd zijn om het conflict met geweld op te lossen. Ik stem in met de resolutie, zij het onder dit voorbehoud.
Ari Vatanen, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn collega’s hebben er al op gewezen dat we dit onderwerp al vele malen besproken hebben. Als het gaat om mensenrechten en de waarde van menselijke waardigheid is er altijd sprake van een variabele geometrie: een mensenleven doet ertoe, als het maar dicht in de buurt is – is het ver weg, dan slagen we er niet in iets concreets te ondernemen.
Ik heb vaak in dat deel van de wereld rondgereden. Ik ken het kale land. Ik weet hoe de mensen in zulke omstandigheden leven (of liever: overleven), ook als er geen conflict is. Ze hebben te maken met voedselgebrek of hongersnood en er is gebrek aan drinkwater. U kunt zich niet voorstellen hoe moeilijk hun leven is. Nu worden er honderdduizenden gemarteld en vermoord – de overblijvers zijn hun huizen ontvlucht. En wij stellen wederom een resolutie op. Dat toont aan hoe machteloos de internationale gemeenschap is ten aanzien van menselijk lijden. Want daar komt het toch op neer.
Hoeveel conflicten moeten er nog komen? Ook in de Balkan hebben we pas doeltreffend ingegrepen toen het eigenlijk al veel te laat was. En Darfour is veel te ver weg. China en Rusland zijn heel cynisch en dwarsbomen ons bij onze pogingen via de Verenigde Naties iets te bereiken. Dat smerige regime van Soedan – het spijt me dat ik zulke ondiplomatieke taal moet gebruiken – dwarsboomt de acties van de VN. En wij staan machteloos.
Als er zich internationale conflicten of problemen voordoen, hebben we behoefte aan internationale governance. Anders zullen toekomstige generaties zeggen: “Je wist dat er een probleem was waar je iets aan kon doen. Je zag de donkere wolken aan de einder en je deed niets.”
Ana Maria Gomes, namens de PSE-Fractie. – (PT) Ik heb Darfour in september 2004 als lid van een delegatie van het Parlement bezocht en daar met eigen ogen de omvang van de tragedie – zoals mevrouw Hall het zojuist genoemd heeft – kunnen vaststellen. Het Parlement en de EU hebben daarna hun steun gegeven aan de pogingen van de Afrikaanse Unie om dit geschil op te lossen. Het conflict duurt nu al drie jaar, het heeft 200 000 mensen het leven gekost en er zijn twee miljoen vluchtelingen en ontheemden.
De VN-Missie in Soedan – UNMIS – heeft al het mogelijke reeds ondernomen en bij de onderhandelingen in Abuja worden geen vorderingen gemaakt. De situatie is verslechterd en het conflict dreigt nu ook naar het buurland Tsjaad over te slaan. Jan Egeland heeft geen toestemming gekregen Darfour te bezoeken en dat moet gezien worden als wederom een belediging van de VN door het Soedanese bewind. En dan hebben we het nog niet eens over de verschrikkelijke oorlogsmisdaden en de misdaden tegen de menselijkheid die door de troepen, waaronder ook de Janjaweed-milities, worden begaan. We mogen ons niet laten intimideren door de in Khartoem geuite provocerende bedreigingen om Darfour te veranderen in een kerkhof voor VN-troepen.
De internationale gemeenschap mag zich niet onttrekken aan haar plicht om bescherming te bieden. We moeten dus zo snel mogelijk op basis van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties een sterke en goed uitgeruste troepenmacht sturen en zo de weg bereiden voor een VN-vredesmissie van de juiste omvang. Europa dient zowel in eerstgenoemde troepenmacht als in de vredesmissie sterk vertegenwoordigd te zijn.
Alle leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moeten hun verantwoordelijkheid aanvaarden, en dus ook leden als China. Dat land heeft het corrupte, criminele en dictatoriale regime in Khartoem steeds gesteund. Een duurzame vrede kan echter alleen worden bereikt als de daders van misdaden in Darfour bestraft worden. Het is daarom van groot belang dat we het onderzoek van het Internationaal Strafhof steunen en de sancties tegen Khartoem opvoeren. Het wapenembargo moet strikt worden nageleefd en er moet een embargo komen op de uitvoer van olie uit Soedan.
Kathy Sinnott, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn informanten die contact onderhouden met de mensen die zich in het zuiden van Soedan bevinden vertellen me dat daar een nieuw probleem is ontstaan waar we dringend aandacht aan moeten besteden. De regering in Khartoem beweert dat ze de vredesakkoorden naleeft, maar we weten dat ze dat niet doet: ze verschaft middelen aan de uit Oeganda afkomstige LRA – het Verzetsleger van de Heer – om voor haar de genocide voort te zetten.
De LRA overvalt dorpen in het zuiden van Soedan: de volwassenen worden vermoord, de kinderen worden meegenomen. Jonge meisjes worden weggevoerd om als slaven – voor seks en werk – te dienen. Ze worden ook verhandeld en bij wijze van geschenk aan wapenhandelaren van de LRA gegeven. Jonge jongens worden met geweld tot slavernij gedwongen: ze worden als bewakers en soldaten gebruikt. De LRA is een betrekkelijk kleine militie, maar ze wordt steeds groter omdat de meegevoerde jongens als strijders worden ingezet.
In Soedan is het nu tijd om te zaaien. Burgers moeten zaaien, maar dat kan niet vanwege de dreiging van de LRA. En die LRA wordt door de regering gesteund. Als er niet gezaaid wordt zal er een hongersnood uitbreken. De situatie is dus kritiek. Deze mensen hebben nu onze bescherming nodig. We moeten ons daarom afvragen: als Rusland en China deze regering kunnen steunen, waarom kunnen wij de lijdende bevolking van Soedan dan niet steunen?
Ryszard Czarnecki (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, opnieuw komt Darfour hier in het Europees Parlement aan de orde. Het lijkt wel een gebed zonder eind.
Tot ons leedwezen moeten wij toegeven dat de Soedanese regering de volledige verantwoordelijkheid draagt voor het feit dat er nog steeds wordt gevochten in deze regio. De regering in Khartoem eerbiedigt noch de internationale overeenkomsten, noch de autoriteit van de Verenigde Naties; zij beschouwt de meest recente VN-vredesoperatie immers als een terugkeer naar het kolonialisme. Maar let wel: de Soedanese regering durft zich alleen zo op te stellen omdat zij niet is geïsoleerd door de internationale gemeenschap. Zoals de geachte sprekers voor mij al zeiden, waarborgen landen als Rusland wapenleveranties aan dit land.
Laten we er niet omheen draaien. In Darfour hebben we te maken met volkenmoord, die ondubbelzinnig zou moeten worden veroordeeld door de Verenigde Naties. Het is uiterst ongepast dat sommige landen, zoals Rusland, het werk van de Veiligheidsraad van de VN blokkeren met betrekking tot deze zaak. Het Europees Parlement zou druk moeten uitoefenen op de internationale gemeenschap om te zorgen dat Darfour straks geen symbool meer is van geweld en misstanden.
Karin Scheele (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de oorlog in Darfour, het westelijke deel van Soedan, is reeds sinds 2003 aan de gang. 200 000 doden en drie miljoen vluchtelingen zijn het schokkende resultaat van deze verwoestende burgeroorlog, die door waarnemers wordt omschreven als “Rwanda in slow motion”.
De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben hun steun uitgesproken voor de overdracht van de missie van de Afrikaanse Unie – waarvan de 7 000 soldaten niet opgewassen zijn tegen hun taak - aan troepen van de Verenigde Naties. De speciale VN-afgezant voor Soedan, Jan Pronk, vat de situatie in bittere woorden samen door te zeggen dat de vredespogingen van de Verenigde Naties in Darfour zijn mislukt en dat er te weinig te laat is gedaan. Soedan wordt door sommige landen met fluwelen handschoenen aangepakt. Hoewel die landen zelf verschillen, is de reden bijna altijd dezelfde: grondstoffen en aardolie.
Met onze resolutie roepen wij de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties met klem op in vergadering bijeen te komen om te spreken over het geweld in Darfour en om zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de bescherming van de burgers.
John Attard-Montalto (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat we ons moeten schamen. We leven in wat we een diplomatieke maatschappij en beschaving noemen. Het zou zelfs één van de meest geavanceerde beschavingen in de wereldgeschiedenis zijn. En toch zien we werkloos toe terwijl mensen – vrouwen, kinderen, onschuldige burgers – worden afgeslacht. We praten erover, we voeren een debat, en dan proberen we onszelf wijs te maken dat de Verenigde Naties iets ondernemen.
De Verenigde Naties kunnen echter niets doen. We beginnen nu te begrijpen dat de Verenigde Naties, als ze geconfronteerd worden met een regime dat overal toe bereid is – of het nu gaat om een land dat kernwapens ontwikkelt of een land dat onschuldige mensen en masse vermoordt – , niet eens toegang kunnen krijgen tot de plaats waar de wreedheden worden begaan. We hebben echter ook gezien dat het leger van een land onafhankelijk kan ingrijpen. Dat is in Irak gebeurd. En nu roepen we de Amerikanen en de Europeanen op om de onschuldige mensen in Darfour te redden. Maar we veroordelen diezelfde Amerikanen voor wat ze in Irak gedaan hebben, terwijl het regime dat daar zat nu ook niet zo geweldig was.
Tot slot wil ik erop wijzen dat de toestand zo ernstig is dat in mijn land, Malta, eenderde van alle vluchtelingen – we hebben over deze kwestie tijdens deze zitting al een debat en een stemming gehad – uit Darfour afkomstig is. Dat toont wel aan hoe hopeloos de situatie is.
Markos Kyprianou, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie maakt zich ernstige zorgen over de toestand in Darfour. Dit is het laatste open conflict op het Afrikaanse continent. Er blijven regelmatig gevechten uitbreken tussen oorlogszuchtige groeperingen en de burgerbevolking. Het voortdurende geweld en gebrek aan veiligheid maakt veel slachtoffers, vooral vrouwen en kinderen.
De Afrikaanse Unie heeft er via snelle interventie voor gezorgd dat het worst case scenario niet bewaarheid is geworden, maar de bereikte status quo is erg fragiel en kan niet veel langer voortduren. Bijna drie miljoen mensen zijn afhankelijk van humanitaire hulp, terwijl de toegang tot de humanitaire organisaties en de veiligheidsomstandigheden waarin deze organisaties opereren als gevolg van het voortdurende geweld verre van optimaal zijn. Er zijn zelfs rechtstreekse aanvallen op hulporganisaties uitgevoerd.
Het conflict verspreidt zich snel en slaat nu over naar buurland Tsjaad. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor het moeizame vredesproces in Soedan, dat is ingezet met de ondertekening van het vredesakkoord tussen Khartoem en de SPLM op 9 januari 2005. Er is een internationale consensus dat alleen een politieke oplossing een uitweg kan bieden bij de crisis in Darfour. De Commissie, de lidstaten en de internationale gemeenschap steunen de Afrikaanse Unie in haar opzet om bij de onderhandelingen in Abuja snel tot een vredesakkoord te komen. Dan kunnen de militaire verantwoordelijkheden die de Afrikaanse Unie in deze regio heeft gemakkelijker worden overgedragen op de Verenigde Naties. De Afrikaanse Unie is daar voorstander van en het moet ook gebeuren, maar Soedan blijft zich ertegen verzetten.
De Commissie gelooft dat het hoog tijd is dat de partijen onder voorzitterschap van de Afrikaanse Unie en met de steun van de internationale gemeenschap een stappenplan opzetten voor vrede in Darfour en de overname van de taken van de AU door de VN. Er moeten in dat plan specifieke benchmarks worden opgenomen en de verdeling van de verantwoordelijkheden moet heel duidelijk zijn. Dan kan de internationale gemeenschap alle diplomatieke pressiemiddelen inzetten – waaronder sancties – om te garanderen dat er bij dit proces vorderingen worden gemaakt.
Een politieke oplossing voor Darfour kan echter alleen duurzaam zijn als er rekening wordt gehouden met de justitiële aspecten van deze kwestie en de internationale gemeenschap laat zien dat ze hulp wil verlenen bij de wederopbouw van de regio. Het is heel belangrijk dat Khartoem en de rebellen samenwerken met het Internationaal Strafhof voor Darfour. Bovendien moet de donorgemeenschap gereed en bereid zijn om direct een vredesdividend uit te keren, zodra blijkt dat Abuja positieve resultaten begint op te leveren.
VOORZITTER: GÉRARD ONESTA Ondervoorzitter
De Voorzitter. – Het debat is gesloten. De stemming vindt na afloop van de debatten plaats.