Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2554(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0265/2006

Debatten :

PV 06/04/2006 - 12.2
CRE 06/04/2006 - 12.2

Stemmingen :

PV 06/04/2006 - 13.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0143

Debatten
Donderdag 6 april 2006 - Straatsburg Uitgave PB

12.2. Irak: Assyrische gemeenschap, situatie in de gevangenissen (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van zes ontwerpresoluties over Irak: Assyrische gemeenschap, situatie in de gevangenissen(1).

 
  
MPphoto
 
 

  Nicholson of Winterbourne (ALDE), auteur.(EN) Mijnheer de Voorzitter, de resolutie die we nu bespreken heeft betrekking op twee mensenrechtenkwesties. In het huidige Irak zijn er namelijk twee zeer kwetsbare groepen die ernstige risico’s lopen. De eerste groep wordt gevormd door religieuze minderheden; gevangenen vormen de tweede groep.

Ik begin met de religieuze minderheden. Er zijn de laatste tijd veel aanvallen uitgevoerd op christenen. Voor de mensen die naar de buurlanden Syrië en Jordanië gevlucht zijn – dat zijn Assyrische christenen – is geen hulp beschikbaar.

Laat ik om te beginnen duidelijk maken dat religieuze vervolging niet islamitisch is. De profeet Mohammed – vrede zij met hem – heeft verklaard dat christenen de beste vrienden van zijn volgelingen, de moslims, behoorden te zijn. De koran bevat een aantal duidelijke bepalingen aangaande het respect dat tegenover andere geloofsovertuigingen verschuldigd is. De mensen die de zojuist genoemde aanvallen uitvoeren zijn anarchisten. Ze misbruiken de naam van de islam voor hun eigen anarchistische doeleinden – het wederom instellen van een dictatuur waarin ze het zelf voor het zeggen krijgen.

Wat kunnen we doen? We kunnen er bij de huidige overheid op alle niveaus op aandringen – en dat doen we ook in onze krachtige resolutie – om religieuze minderheden te beschermen, inzonderheid de Assyrische christenen, de groep waar het in deze resolutie in de eerste plaats om gaat. Vanuit de Europese Unie roepen we de internationale gemeenschap op om steun te verlenen aan vluchtelingen. In buurlanden als Syrië en Jordanië zijn dat er als ik het goed begrepen heb reeds enige honderdduizenden. Ik vraag u daarom deze resolutie te steunen.

Met betrekking tot het tweede onderwerp – rechten van gevangenen – dienen we iedereen erop te wijzen dat een rechtsstaat ook inhoudt dat de rechten van gevangenen gerespecteerd worden. De internationale gemeenschap weet dat, en de nieuwe regering van Irak weet dat ook. Laten er daarom op aandringen dat de rechten van politieke en andere gevangenen volledig worden gerespecteerd. De Europese Unie moet haar steun uitspreken voor de instelling van een rechtsstaat op alle niveaus en het opzetten van een gerechtelijk systeem dat de door het Iraakse volk gekozen regering kan assisteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), auteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, sinds de invasie van Irak in maart 2003 zijn duizenden mensen door buitenlandse troepen gearresteerd, voornamelijk door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

In vele gevallen is er niet eens sprake van een concrete beschuldiging en zijn deze mensen zelfs verstoken gebleven van de rechtswaarborgen die een rechtsstaat eigen zijn.

Volgens meerdere bronnen bevinden zich nog 15 000 mensen in Noord-Amerikaanse detentiecentra in Irak, terwijl een onbekend aantal mensen op onbekende plaatsen wordt vastgehouden zonder enige vorm van contact met de buitenwereld, zelfs niet met het Rode Kruis, wat een onmiskenbare en flagrante schending is van de internationale rechtsnormen.Dat zijn de zogenaamde “spookgevangenen”. Duizenden van deze mensen verkeren bovendien al langer dan een jaar in die omstandigheden.

De beschuldigingen en bewijzen van martelingen, vernederingen en mishandelingen nemen niet alleen toe, maar ze komen veel vaker voor en zijn steeds verontrustender.

Daarbij komt de vervolging van bepaalde groepen om redenen van hun geloof, waarop hier al gewezen is, en zoals in deze resolutie terecht wordt benadrukt.

Behalve de Assyrische gemeenschap die met name wordt genoemd in de resolutie, vind ik dat we ook andere minderheidsgroepen in aanmerking moeten nemen die geen moslim zijn, zoals de Yazidi en de Turkmenen.

In elk geval zou ik nu twee voorstellen willen doen die van fundamenteel belang zijn, ook al zijn ze niet als zodanig in de compromisresolutie opgenomen.

In de eerste plaats wil ik de multinationale troepenmacht en de Iraakse overheden oproepen om de namen van de gearresteerden openbaar te maken, om hun de vereiste rechtsbijstand te verschaffen en hen toe te staan om familiebezoek te ontvangen, zoals wij dat onlangs ook voor Guantánamo hebben bepleit.

In de tweede plaats denk ik dat dit Parlement met luide en krachtige stem ertoe moet oproepen eenieder te berechten die op grond van internationale rechtsnormen van misdrijven zoals marteling en onwettige arrestatie en opsluiting wordt beschuldigd.

Dames en heren, dit staat in nauw verband met de kwestie waarmee wij ons bezighouden in de tijdelijke commissie voor het vermeende gebruik van Europese landen door de CIA voor de doorvoer en onwettige arrestatie van gevangenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), auteur.(EN) Mijnheer de Voorzitter, namens de PSE-Fractie wil ik graag zeggen dat we allemaal weten hoe verschrikkelijk de situatie in Iraakse gevangenissen is. We weten allemaal wat er in Abu Ghraib en elders is gebeurd. Daarom steunen we deze resolutie: om er op aan te dringen dat de omstandigheden in deze gevangenissen aansluiten bij de internationaal aanvaarde normen. We zullen stemmen voor het amendement waarin wordt gepleit voor het bekend maken van de namen van degenen die in gevangenissen worden vastgehouden en het toelaten van bezoek van familieleden. Daarnaast roepen we de regering van Irak op om het Verdrag tegen foltering te ratificeren.

Ik wil het vooral hebben over de Assyriërs. Ik steun – en heb zelf de steun van – de Save-the-Assyrian-campagne, waarvan Lord Carey, de voormalig Aartsbisschop van Canterbury, honorair voorzitter is. Ik weet dus van het bestaan van dit vergeten volk van Irak. We horen steeds praten over de Soennieten, de Sjiieten en de Koerden, maar wie heeft het ooit over de 800 000 Assyriërs die in Irak wonen? Ze vormen 8 procent van de bevolking, en dat percentage zou nog veel hoger liggen als er niet zo veel van hen om aan vervolging te ontkomen hun toevlucht hadden gezocht in Jordanië en Syrië, waar ze in erbarmelijke omstandigheden leven.

We dringen er bij de Iraakse autoriteiten op aan om alle geweld tegen de Assyriërs, Chaldeeën, Syrische christenen en andere christelijke minderheden te veroordelen. We roepen de autoriteiten en de multinationale troepen ook op om degenen die misdaden tegen deze groepen bedrijven op te sporen. Ze moeten het de Assyriërs mogelijk maken terug te keren en zich te vestigen op veilige plaatsen waar hun gewoonten en levenswijze worden gerespecteerd. We roepen de constitutionele commissie van de Iraakse Raad van Afgevaardigden op om bij de voorstellen voor amendementen op de Grondwet rekening te houden met de culturele en religieuze rechten van alle minderheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL), auteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, volgens de laatste informatie worden in Irak minstens 14 000 gevangenen vastgehouden zonder concrete aanklacht. Amnesty International windt er geen doekjes om en zegt dat de bezettingsmachten – de Verenigde Staten en Groot-Brittannië – het internationale recht flagrant schenden door hen gevangen te houden en dat zij geen lessen hebben getrokken uit Abu Ghraib.

Het staat als een paal boven water dat die gevangenissen in Irak deel uitmaken van het bezettingsbeleid. De bezetting van Irak is het ware politieke probleem, en dat moeten we klip en klaar zeggen.

Helaas is een groot aantal EU-lidstaten rechtstreeks betrokken bij deze bezetting, onder andere Groot-Brittannië en Polen. De EU zelf heeft een aandeel in de gebeurtenissen in Irak, bijvoorbeeld met het EUJUST LEX-programma. Ik vind dat dit programma herzien moet worden, want als we het huidige rechtsstelsel moeten beoordelen naar het grote aantal gevangenen, dan kan dat programma eigenlijk nauwelijks doeltreffend zijn.

Wij moeten derhalve op een duidelijke wijze eisen dat er een eind wordt gemaakt aan de bezetting van Irak en aan de schendingen van de mensenrechten in de gevangenissen. Die eis moet het Europees Parlement in zeer, zeer duidelijke bewoordingen stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE), auteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen moet ik zeggen dat ik het schandalig vind dat de heer Pflüger met geen woord heeft gerept van de situatie van de christenen in Irak, hoewel dat misschien begrijpelijk is wanneer men bedenkt dat zijn partij nog steeds teert op het geld van een andere staat waar christenen massaal werden vervolgd, namelijk de DDR.

Ik moet hem echter wel zeggen dat ik het in veel opzichten met hem eens ben. Ik was en ben nog steeds een scherp criticus van de interventie in Irak en ik vind dat wij de resultaten ervan zeer objectief moeten beoordelen. De belangrijkste reden die de pleitbezorgers ter rechtvaardiging van deze interventie aanvoerden, was dat de situatie van de mensenrechten onder het wrede regime van Saddam Hussein verbeterd moest worden. Er is inderdaad sprake van een aantal verbeteringen, maar wij moeten helaas ook constateren dat een aantal zaken ten kwade zijn gekeerd.

De eerste – belangrijke – negatieve ontwikkeling is dat de interventie het zeer complexe etnische evenwicht heeft verstoord in deze kunstmatige staat die na de Eerste Wereldoorlog in het leven is geroepen door de koloniale mogendheden, en dat niemand weet hoe in Irak een echte staat gesticht moet worden.

Het hardst getroffen worden hierdoor de kleinere volkeren en met name de kleine minderheden, zoals de Assyriërs en andere kleine etnische groepen. Het bevreemdt mij zeer hoeveel moeite velen hier in het Parlement ermee hebben om op te komen voor de rechten van christenen en zich sterk voor hen te maken. Deze minderheid wordt vervolgd vanwege haar christelijke geloof. Wie moet voor haar opkomen anders dan ons Europa, waarvan 85 procent van de inwoners christen is?

Wij in dit Parlement moeten solidair zijn met iedereen die vervolgd wordt, met iedereen wiens mensenrechten worden geschonden. Er zou echter een soort natuurlijke band moeten bestaan tussen het grotendeels christelijke Europa en de oude christelijke minderheden in deze regio, die een zeer bewogen verleden met zich mee torsen en die zeer zwaar lijden onder de huidige instabiele omstandigheden. Ze worden vervolgd omdat ze christen zijn, en wel door extremistische elementen die – zoals Lady Nicholson het zo mooi onder woorden heeft gebracht – om politieke redenen misbruik maken van de islam om de hun onwelgevallige minderheden te onderwerpen en te knechten. Deze minderheden worden vervolgd door een gepolitiseerd islamisme.

We zijn terecht kritisch ten aanzien van de situatie in de gevangenissen. Wij moeten duidelijk inzien dat wij, nu we een dictatuur ten val hebben gebracht en betrokken zijn bij de opbouw van een democratie en een rechtsstaat – een doel dat ik toejuich en dat de EU sterk moet ondersteunen – bereid moeten zijn beoordeeld te worden aan de hand van adequate maatstaven. De omstandigheden waaronder gevangenen worden vastgehouden en de rechtspraak zijn de eerste stappen op weg naar een functionerende rechtsstaat. Dit geldt met name voor gevangenissen die beheerd worden door anderen dan de Irakezen zelf.

Al met al moeten we stellen dat mensenrechten ondeelbaar zijn en dat we niet effectief kunnen opkomen voor de mensenrechten wanneer we een oogje dichtknijpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Michał Tomasz Kamiński (UEN), auteur. (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijn partij en ik hebben altijd onze steun verleend aan het ingrijpen door de westerse democratieën in Irak ter verdediging van de fundamentele waarden en van de mensenrechten, en wij steunen het nog steeds. Als voorstander van ingrijpen in Irak door de Verenigde Naties en andere democratische krachten, moet ik zeggen dat ik met grote bezorgdheid en tot mijn leedwezen het nieuws ontvang dat er aanwijzingen zijn dat de mensenrechten worden geschonden door een regering die werd geacht democratisch te zijn en die Irak democratie had moeten brengen.

We bevinden ons in de ongelukkige omstandigheid dat we getuige blijven van schendingen van de mensenrechten in Irak nadat wij de dictatuur van Saddam Hussein ten val hebben gebracht. Hoewel ik het niet eens ben met vele vorige sprekers en ik de term ‘invasie’ niet zou willen gebruiken om te beschrijven wat er in Irak is gebeurd, is dat precies de reden waarom ik in dit geval moet toegeven dat we gezamenlijk dienen te handelen in dit Parlement en duidelijk moeten eisen dat zowel de westerse democratieën als de nieuwe democratische regering in Irak de mensenrechten dienen te eerbiedigen. Want alleen eerbied voor de mensenrechten kan de acties rechtvaardigen die ook werden gesteund door mijn land, om het even welke regering er op dat moment ook aan de macht was.

Ik zou ook met kracht willen onderstrepen dat het prijzenswaardig is dat dit Parlement de kracht heeft gevonden om op te komen voor een christelijke minderheid. We moeten ook erkennen dat christenen niet alleen in Irak worden vervolgd, maar mondiaal. En wij als Europeanen zouden de gemeenschap moeten verdedigen die werd genoemd door de vorige spreker.

In het huidige Europa, en met name in de Europese Unie, worden de rechten van minderheden gewaarborgd. Eveneens gewaarborgd zijn de rechten van de religieuze minderheden, van moslims en van alle denkbare minderheden in Europa. Dat is de norm en dat is een van de grote verworvenheden van de Europese Unie. Dit geeft ook aan op welk niveau de Europese beschaving zich op dit moment bevindt.

Juist daarom hebben wij het recht om mensenrechten te eisen voor christenen. De gebeurtenissen in Irak raken, en dat is van bijzonder belang, een oude bevolkingsgroep in die regio. Het is een bevolkingsgroep wiens christelijk geloof en etnische wortels, die onlosmakelijk verbonden zijn met de Iraakse grond, diep verankerd zijn in de geschiedenis van het land. Het zijn geen immigranten en het zijn geen bezetters. Het zijn de autochtone bewoners van die gebieden.

Zoals vaak het geval is in dit Parlement, vormt deze resolutie de weerslag van een compromis dat fractieoverschrijdende steun geniet. Ik hoop dat wij met deze resolutie de nieuwe Iraakse democratische regering ondubbelzinnig duidelijk maken dat zij de mensenrechten dient te eerbiedigen en de godsdienstvrijheid dient te waarborgen van alle inwoners van Irak.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior, namens de PSE-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, de afgelopen paar maanden hebben we in Irak een toename gezien van het geweld tegen religieuze minderheden. Op 29 januari bijvoorbeeld zijn er aanslagen gepleegd op vier kerken, op de Vaticaanse ambassade in Bagdad en op twee kerken in Kirkuk. Daarbij kwamen drie mensen om het leven, onder wie een 14-jarige jongen, en vielen er nog veel meer gewonden. Dit geweld is gericht tegen de Assyrische gemeenschap in het bijzonder, maar ook tegen andere christelijke minderheden. De Assyrische gemeenschap stamt af van een oud volk dat deze gebieden bewoonde, en zij wordt bedreigd met deportatie. Zodoende wordt de wereldcultuur geconfronteerd met de dreigende verdwijning van de Assyrische cultuur in Irak.

De belangrijkste kwestie met betrekking tot de wederopbouw van Irak blijft het waarborgen van de rechtsstaat. De politieke situatie draagt de kenmerken van een naderende burgeroorlog, en zij mag niet afglijden naar een smerige oorlog waarin de handhavers van recht en orde voortdurend folteren, waarin er gijzelaars worden genomen en waarin wetteloosheid kenmerkend is voor de strijd tegen de rebellen. Irak heeft meer rechters nodig, een professionele politiemacht en een strafsysteem dat voldoet aan internationale normen.

Het Iraakse ministerie voor de Mensenrechten en de geïntegreerde rechtsstaatmissie van de Europese Unie voor Irak, EUJUST LEX, dienen een buitengewoon belangrijke rol te spelen bij het beheersen van dit probleem. De Europese Unie dient nu te besluiten tot uitbreiding van het mandaat van deze missie met betrekking tot de opleiding van de Iraakse politieautoriteiten en forensisch geneeskundigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, “De mensenrechtensituatie in Irak is nu, drie jaar na de invasie door de Verenigde Staten en de geallieerden en de val van het regime van Saddam Hoessein, nog steeds erbarmelijk”. Zo begint het meest recente verslag van Amnesty International over gevangenissen en martelingen in Irak. Dit rapport en andere goed gedocumenteerde verslagen zijn niet prettig om te lezen. Er wordt melding gemaakt van willekeurige gevangennemingen, terwijl foltering een alledaagse praktijk blijkt te zijn – gevangenen worden geslagen, botten worden gebroken, er worden elektrische schokken toegediend, nagels worden uitgetrokken, mensen worden met kettingen aan het plafond opgehangen, er worden brandwonden veroorzaakt, er is sprake van verkrachtingen en seksuele vernederingen, aanvallen door honden, buitengerechtelijke executies en ga zo maar door.

Beste collega’s, deze verschrikkelijke dingen gebeuren niet in duistere gevangenissen zoals die van Saddam Hoessein, maar in gevangenissen die door de VS en Groot-Brittannië worden gerund. We wezen Saddam Hoessein aan als schuldige voor al hetgeen er drie jaar geleden gebeurde – en terecht. Dan moeten we nu Bush en Blair toch dezelfde verwijten maken en hen verantwoordelijk houden voor het gebrek aan eerbied voor het menselijk leven en de menselijke waardigheid zoals dat thans in gevangenissen in Irak tentoongespreid wordt? Wij in het Westen moeten immers garanderen dat we de strengst denkbare normen aanhouden en dat we ons niet schuldig maken aan de mishandeling van mensen die aan ons zijn overgeleverd.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer, namens de GUE/NGL-Fractie. Voorzitter, Irak had lange tijd een verschrikkelijk regime, verschrikkelijk voor opposanten, verschrikkelijk voor gevangenen, verschrikkelijk voor minderheden en zelfs verschrikkelijk voor de grote meerderheid. Wij hebben inmiddels praktijkervaring met de vraag of je zo'n situatie echt kunt verbeteren door middel van interventie van buitenaf. Misschien is dat het geval voor enkele groepen. Dat geldt voor de Koerden in het noorden, die zich feitelijk reeds lang van Irak hadden afgescheiden, en ook voor de politieke opposanten die naar het buitenland waren gevlucht.

Voor de meeste mensen is Irak niet hun gezamenlijke staat, maar een strijdterrein tussen buitenlandse belangen en de zeer uiteenlopende groepsbelangen en opvattingen van sjiieten, soennieten, Koerden en ook de uit de periode van vóór de islam overlevende christelijke minderheden, die anders dan de andere groepen niet beschikken over een eigen grondgebied als mogelijke deelstaat in een federatie.

Wij delen de zorgen van de heer Posselt over deze groep volledig. Toch kan niemand onder de huidige omstandigheden een echte oplossing bieden. De buitenlandse bezetter heeft het gevangeniswezen verder laten verloederen en het opnieuw invoeren van doodstraffen toegestaan, en kan de overgrote meerderheid van de bevolking geen toekomstperspectief bieden. Hoewel de voorgestelde resolutie een aantal foute zaken terecht constateert, is zij nog veel te optimistisch en draagt zij niet echt bij aan een oplossing van de problemen. Het is belangrijk om de les te trekken dat militaire interventies niets oplossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Urszula Krupa, namens de IND/DEM-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, het debat van vandaag gaat over de Assyrische gemeenschap in Irak en het probleem van foltering in Iraakse gevangenissen. Terwijl individuele soldaten die behoren tot de internationale bezettingsmacht van Irak worden veroordeeld wegens schendingen van de mensenrechten van gedetineerden, is het toegenomen geweld jegens christenen afkomstig van islamitische extremisten. Zij maken gebruik van chantage en afpersing, plegen aanslagen op kerken en plegen andere wandaden die het bestaan bedreigen van de oudste Assyrische gemeenschap in deze gebieden, een gemeenschap die Chaldeeuws Aramees spreekt.

Pogingen om het Assyrische volk uit te roeien, zijn niets nieuws. Dat is sinds de derde eeuw al 33 keer geregistreerd, maar het doet zich steeds vaker voor in het recente verleden. Maar agressie en geweld vormen geen oplossing voor de complexe problemen in deze regio. Geweld voedt geweld, agressie voedt agressie. De situatie vergt een nationale dialoog, aanvaarding van religieuze verschillen en, zoals in de resolutie staat, vergt dat de identiteit van de geweldplegers wordt vastgesteld en dat ze worden berecht. Het moet vluchtelingen gemakkelijker worden gemaakt om terug te keren, en de Irakezen moeten echte hulp krijgen bij de wederopbouw van hun land.

Geweld is geen goede en langdurige oplossing voor problemen waar ook ter wereld. Daarom roepen wij op tot eerbied voor de rechten van de mensen en voor de menselijke waardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Aleksander Czarnecki (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, in het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten staat dat niemand zonder vorm van proces mag worden gevangen gehouden en dat detentie in overeenstemming moet zijn met de letter van de wet. Dat staat in de wet, maar hoe is de werkelijkheid?

Het is algemeen bekend dat de omstandigheden in de Iraakse gevangenissen spotten met alle humanitaire en hygiënische normen. Foltering en ander wreed, onmenselijk of vernederend gedrag komen voor. De Amerikaanse autoriteiten laten zich erop voorstaan dat zij alle berichten onderzoeken van ongepaste behandeling van gedetineerden. Het Pentagon verklaart dat er de afgelopen paar jaar disciplinaire maatregelen zijn getroffen tegen tweehonderd soldaten die waren beschuldigd van ongepaste behandeling van gedetineerden. Als wij democratie willen zaaien in dit land, dan zullen we daar zeker niet in slagen als onze vertegenwoordigers aldaar geweld plegen in plaats van hulp bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček (GUE/NGL).(CS) De humanitaire ramp in Irak is het gevolg van de agressie van de Verenigde Staten en de ‘coalitie van de bereidwilligen’. Mochten sommigen van u niet weten welke landen hiermee worden bedoeld, vooraan in die rij staan het Verenigd Koninkrijk en Polen, gevolgd door een aantal andere landen. Vertegenwoordigers uit deze landen hebben zich onder meer beziggehouden met het trainen van Iraakse politieagenten, en ik weet zeker dat ze van deze gelegenheid gebruik zullen hebben gemaakt om er bij die politiemannen op aan te dringen zich aan de internationale normen voor de behandeling van gevangenen te houden. Ik weet ook zeker dat de gevangenen uit hoofde van paragraaf 9 ter van deze resolutie duidelijk zal zijn gemaakt hoe ze op effectieve wijze bezwaar kunnen maken voor de rechter. Ik denk dat de andere procedures waar de ontwerpresolutie correct naar verwijst, ook met hen besproken zullen zijn. Jammer genoeg heb ik nog geen politieagenten in Irak zien protesteren tegen de situatie van gevangenen of de mishandeling van minderheden. Daarom moeten we een krachtig standpunt in dezen innemen en deze ontwerpresolutie in haar geamendeerde vorm aannemen. Het zou dan ook goed zijn om de in de resolutie vervatte criteria als uitgangspunt te nemen voor de richtsnoeren voor toekomstige onderhandelingen over hulp aan de huidige bezettingsmacht en het marionettenregime. Ik steun de resolutie.

 
  
MPphoto
 
 

  Markos Kyprianou, lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, we maken ons steeds meer zorgen over het etnische en religieuze geweld in Irak en de mogelijkheid dat dit geweld escaleert. Het in Irak heersende gebrek aan respect voor de mensenrechten en de rechtstaat is voor de internationale gemeenschap aanleiding tot ernstige bezorgdheid. Alle etnische en religieuze gemeenschappen in Irak – de Assyriërs inbegrepen – hebben recht op bescherming. Ze moeten in staat worden gesteld hun etnische, religieuze, politieke, administratieve en culturele rechten uit te oefenen.

De Europese Unie steunt de ontwikkeling van een veilig, stabiel en democratisch Irak, met een parlement en een regering gekozen op basis van een grondwet die garandeert dat iedereen in Irak aanspraak kan maken op de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Dat is voor de Europese Unie één van de centrale doelstellingen zoals vervat in de strategie voor de middellange termijn die in juni 2004 is geformuleerd.

De Commissie benadrukt het belang van de bevordering en doeltreffende bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. We roepen de regering van Irak op om hiervoor de nodige actie te ondernemen. Dat betekent ook dat de doodstraf moet worden afgeschaft. Die is door de Iraakse autoriteiten in 2004 namelijk opnieuw ingevoerd, tot grote teleurstelling van de Europese Unie.

We sluiten ons aan bij de internationale gemeenschap als wij zeggen dat we heel bezorgd zijn over berichten dat gevangenen in Irak gemarteld en mishandeld zouden worden. We veroordelen elke mishandeling van gevangenen in Irak, wie daarvoor ook verantwoordelijk mogen zijn – de leden van de multinationale troepenmacht of Iraakse soldaten zelf. Mishandeling is in strijd met het internationale humanitaire recht. We dringen er dus op aan dat de schuldigen voor de rechter worden gebracht. We weten dat het VK, de VS en de Iraakse autoriteiten een onderzoek hebben ingesteld naar berichten over mishandelingen. Een aantal mensen dat zich aan foltering of mishandeling schuldig heeft gemaakt is reeds veroordeeld. We wijzen daarbij op de uit de Geneefse verdragen voortvloeiende plichten: het martelen of onmenselijk behandelen van gevangenen is een ernstige schending van deze verdragen.

Het is heel belangrijk dat Irak en de internationale gemeenschap samenwerken om te verzekeren dat het internationale recht – en dus ook de bepalingen betreffende mensenrechten en humanitaire normen – volledig wordt nageleefd.

De Europese Unie heeft zicht ertoe verbonden actief mee te werken aan de stabilisering van Irak. De Europese Commissie en de lidstaten werken samen om de rechtsstaat te consolideren, en wel via EUJUST LEX, een operatie binnen de context van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB). Het gaat hier om een geïntegreerde rechtsstaatmissie in het kader waarvan 770 hoge officieren en kaderpersoneel werkzaam bij de magistratuur, de politie of het gevangeniswezen in Irak in de lidstaten bijscholing krijgen op het gebied van bestuur en strafrechtelijk onderzoek. Een belangrijk deel van deze operatie is gewijd aan de mensenrechten.

Wij steunen de bevordering van de mensenrechten; het bestrijden van marteling en het rehabiliteren van de slachtoffers zijn daarvan een belangrijk onderdeel. Verder steunen we verkiezingen en het grondwetgevende proces. Voor dat doel werken we met de VN samen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt na afloop van de debatten plaats.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 22 juni 2006Juridische mededeling