Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2082(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0131/2006

Debatten :

PV 31/05/2006 - 13
CRE 31/05/2006 - 13

Stemmingen :

PV 01/06/2006 - 7.12
CRE 01/06/2006 - 7.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0239

Debatten
Woensdag 31 mei 2006 - Brussel Uitgave PB

13. Transatlantische partnerschapsovereenkomst EU/Verenigde Staten van Amerika - Transatlantische economische betrekkingen EU/VS (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de gecombineerde behandeling van

- het verslag (A6-0173/2006) van Elmar Brok, namens de Commissie buitenlandse zaken, over de verbetering van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten in het kader van een transatlantische partnerschapsovereenkomst (2005/2056(INI)), en

- het verslag (A6-0131/2006) van Erika Mann, namens de Commissie internationale handel, over de transatlantische economische betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten (2005/2082(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE-DE), rapporteur. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, geachte commissarissen, mede op basis van de eerder besproken argumenten ben ik van mening dat de transatlantische betrekkingen van buitengewoon groot belang zijn.

Deze kwestie houdt verband met de werking van de NAVO, een organisatie die nog steeds onvervangbaar is voor de collectieve veiligheid in Europa. De belangrijkste economische en handelskwesties worden niet alleen gekenmerkt door tegenstellingen maar ook door overeenkomsten. Ondanks al onze discussies over de afzonderlijke punten is deze transatlantische gemeenschap ook een waardengemeenschap. Dat gezegd hebbende, moeten wij echter concluderen dat wij nog steeds niet op één lijn zitten.

Veertien dagen geleden was de Russische minister van Buitenlandse Zaken, de heer Lavrov, op eigen verzoek aanwezig in de Commissie buitenlandse zaken. Opmerkelijk genoeg heeft hij toen voorgesteld om de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Rusland volgend jaar uit te breiden en intensievere betrekkingen tot stand te brengen tussen de Russische en EU-instellingen, inclusief de parlementen.

De Europese Unie heeft, net als de Verenigde Staten, met vrijwel iedereen ter wereld overeenkomsten gesloten. Alleen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie zijn er nog geen overeenkomsten. Dat moet ooit gevolgen hebben. Als ik naar de voorbereidingen voor de top kijk dan wordt het - ondanks alle goede bedoelingen en inspanningen van de Raad en de Commissie - wederom een discussie over heel veel afzonderlijke punten. Over die punten wordt dan uiteindelijk wel of geen overeenstemming bereikt, maar een compleet beeld, een algemeen kader voor dit alles ontbreekt. Met een dergelijk kader zouden wij echter ook in staat zijn om het Amerikaans Congres bij dit proces te betrekken. Iemand die op de hoogte is van het Amerikaanse beleid op het gebied van de handel, de economie en de buitenlandse politiek weet dat praten met de regering maar één kant van de medaille is.

Daarom dienen wij oplossingen van contractuele aard te zoeken, op basis waarvan de Transatlantische Verklaring tot een transatlantische partnerschapsovereenkomst uitgebreid kan worden. Met een dergelijke overeenkomst krijgen wij een kader waarin het - ook in geval van spanningen en belangenconflicten - mogelijk is om sneller tot overeenstemming te komen. Mevrouw Mann zal daar dadelijk wat het economisch beleid betreft nog uitvoeriger op ingaan. Op basis van de eerder genoemde argumenten vind ik een dergelijke overeenkomst dan ook van groot belang.

Feit is dat de NAVO niet langer alles alleen aankan, en de burgers zijn zich daarvan bewust. Wij streven ernaar om uiterlijk in 2015 over een transatlantic market te beschikken die ook berekend is op alle daarmee samenhangende problemen in verband met het sociaal beleid en de noodzaak om de multilaterale dimensie te waarborgen. Om misverstanden te voorkomen, zeg ik duidelijk dat de bilaterale betrekkingen geen negatief effect mogen hebben op de multilaterale aanpak van bijvoorbeeld de Wereldhandelsorganisatie.

Door een partnerschapsovereenkomst wordt een community of actions gecreëerd die gericht is op een mondiale en regionale samenwerking op basis van gemeenschappelijke waarden. Die overeenkomst dient dus gebaseerd te zijn op een gezamenlijk waardenstelsel en op de gemeenschappelijke belangen.

De kwestie-Iran is ook een vraagstuk waarvoor wij uitsluitend iets kunnen bereiken als wij gezamenlijk trachten om op vreedzame wijze te verhinderen dat dit land kernbommen ontwikkelt. Wij zullen voor vreedzame oplossingen in het Nabije en Midden-Oosten moeten zorgen, omdat daar eveneens gemeenschappelijke belangen en waarden in het geding zijn. Dat lukt ons alleen in het kader van de onderhavige dialoog omdat deze verder reikt dan de NAVO-dialoog. De huidige, nog steeds uiterst trage Transatlantic Legislators Dialogue zou tot een Transatlantic Assembly uitgebreid kunnen worden. Op dit moment lijkt dat wellicht nog een sprookje of een droom, maar ik vind het noodzakelijk dat wij dat op deze manier proberen te bewerkstelligen.

Om een dergelijke regeling in gang te zetten, dient het Europees Parlement als eerste stap een early warning system in Washington op te zetten, en omgekeerd geldt hetzelfde. Zo kunnen wij al in een vroeg stadium op wetgeving attent worden gemaakt. De rapporteurs van het Europees Parlement dienen met de betreffende Amerikaanse collega’s te overleggen hoe wij op dit gebied vooruitgang kunnen boeken. Daardoor wordt al in de aanloopfasen van de besluitvorming overeenstemming bereikt en ontstaan er achteraf geen ergernissen, zoals nu bijvoorbeeld het geval is met het arrest van het Hof van gisteren over daden uit het verleden.

Ik vind dat wij onze kritische standpunten naar voren moeten brengen. Ten aanzien van het Internationaal Strafhof, de klimaatverandering, de kwestie-Irak en veel andere zaken hebben de Verenigde Staten namelijk een houding waarover wij een kritische dialoog moeten voeren met de huidige regering. Die kritiek op individuele kwesties, op bepaalde punten of op een bepaalde regering mag echter niet tot een verbreding van de transatlantische kloof leiden. Daarom dienen de Raad, de Commissie en de Amerikaanse regering eindelijk de moed op te brengen om van deze grillige aanpak af te stappen en voor een bredere en meer solide basis voor deze alliantie te zorgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Erika Mann (PSE), rapporteur. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik heet al mijn collega’s en uiteraard ook de Commissie en de Raad welkom. Zoals zo vaak heb ik het grote genoegen gehad om het begeleidende verslag namens de Commissie internationale handel op te mogen stellen, en dat betekent dat ik mij met name op de buitenlandse handel en op economische kwesties zal richten.

Net als in het verleden sluit ik mij aan bij de standpunten van mijn collega, de heer Brok. Wij werken al vele jaren samen - zoals ook met veel andere collega’s in dit Parlement - en hebben steeds op grote steun van dit Parlement mogen rekenen. Daarvoor wil ik uitdrukkelijk danken.

Vanuit het perspectief van de economische en handelsbetrekkingen bevat mijn verslag in wezen één kernidee. De Commissie is immers ook van mening dat wij de realiteit als uitgangpunt moeten nemen. Wij beschikken al over een transatlantische markt; die bestaat al. Alleen zijn wij ons daar maar al te vaak niet bewust van. Wij praten voortdurend over dingen die wij nog moeten doen en richten ons volledig op de bestaande handelsbelemmeringen. Ook in de media gaat de aandacht voortdurend alleen maar naar die handelsbelemmeringen uit, maar de positieve resultaten worden vaak uit het oog verloren. Daarom is de boodschap van dit verslag dat wij nu eindelijk eens een keer naar de realiteit moeten kijken. Hoe groot is het handelsvolume eigenlijk tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten? Welke investeringen vinden er plaats? En ook: hoe groot is het handelsvolume van de bedrijven die zowel vestigingen in de Europese Unie als in de Verenigde Staten hebben? Dan blijkt dat het om gigantische bedragen gaat. Ik wil u daarmee niet verder vervelen, maar het gaat echt om gigantische bedragen.

Het aantal arbeidsplaatsen dat van die handel afhankelijk is, is ook uitermate hoog. Als wij alleen maar kijken naar het cijfer dat aan beide zijden van de Atlantische Oceaan bekend is, gaat het om zeven miljoen arbeidsplaatsen. In werkelijkheid gaat het om veel meer arbeidsplaatsen omdat wij veel gegevens nog niet eens hebben verzameld. Staat u mij toe om een voorbeeld aan te halen, waar ik altijd weer naar verwijs: ons beroemde vlaggenschip Airbus aan Europese kant en Boeing aan de Amerikaanse kant. Iedereen is daar trots op, maar aan deze kant denken wij dat Airbus een puur Europese onderneming is, terwijl ze er in Amerika vanuit gaan dat Boeing voor honderd procent Amerikaans is. Dat is echter niet het geval. Beide ondernemingen zijn namelijk voor ongeveer veertig procent van elkaar afhankelijk. Daar kan ik u een goed voorbeeld van geven. Brengt u eens een bezoek aan MTU! Ik heb zelf het geluk gehad een en ander in mijn eigen kiesdistrict te kunnen aanschouwen. Zo werken bij de reparaties van vliegtuigen de lopende banden als het ware parallel: de ene keer Airbus, de andere keer Boeing. Maar goed, dit is slechts een voorbeeld.

Op basis van onze kennis van de realiteit en voortbouwend op de Nieuwe Transatlantische Agenda van 1995 en de economische agenda die wij sinds 1998 hanteren - en waaraan is vastgehouden op alle topontmoetingen, in alle resoluties van het Europees Parlement en in het werkprogramma van de Commissie, en die ook bevestigd werd in de legislatieve dialoog van enkele weken geleden in Wenen tussen onze collega’s van het Parlement en de Amerikanen - moeten wij nu een stap, een klein stapje verder zetten. Wij mogen de wereld niet op zijn kop te zetten maar wij moeten wel zeggen: laten wij de handelsbelemmeringen die zoveel problemen veroorzaken, nu eindelijk eens een keer uit de weg ruimen!

Het gaat daarbij niet om het creëren van een vrijhandelszone zoals veel mensen daarbuiten denken. De ATTAC heeft wat dat betreft het vuur een beetje aangewakkerd. Het gaat om het verwijderen van technische belemmeringen, zoals wij dat al vele jaren doen. Daarbij houden wij vast aan onze eigen normen, wij houden vast aan het voorzorgsbeginsel en aan de regels van de interne markt.

De soevereiniteit van de EU en van de lidstaten wordt niet aangetast. Er is ook geen sprake van een naïef voorstel, omdat wij beseffen dat er ook in de toekomst nog handelsgeschillen zullen zijn. Dat is normaal en daar kijkt niemand vreemd van op. Het gaat immers om de twee grootste handelsblokken ter wereld, en dan zijn er altijd wel tegenstrijdige belangen. Dat hoort ook zo. Er doen zich ook handelsgeschillen binnen de EU voor, maar wij raken niet elke keer in paniek wanneer dat gebeurt. Dergelijke geschillen zijn normaal. Sommige geschillen kunnen in het kader van de Wereldhandelsronde opgelost worden, maar er zijn ook veel geschillen die onoplosbaar zijn. Het lukt ons bijvoorbeeld al vele jaren niet om een oplossing voor Hamon te vinden, en daar moeten wij dan ook een prijs voor betalen.

Aan Amerikaanse kant zijn er ook problemen. Zo hebben de Amerikanen moeite om niet-gepasteuriseerde melk te erkennen omdat zij dergelijke melk als een gezondheidsrisico beschouwen. En hun voorzorgsbeginsel? Afin, zo is dat nu eenmaal. Daar moeten wij mee leren leven! Er zijn echter veel andere belemmeringen die wel uit de weg geruimd moeten worden. Daar vraag ik dan ook om in mijn verslag.

Er is nog één punt dat ik zo dadelijk aan de orde zal stellen. Ik wil echter eerst een woord van dank richten aan mijn collega’s in de Commissie internationale handel, aan alle schaduwrapporteurs en aan de Commissie, die zoals altijd weer uitstekend met mij en met alle andere collega’s heeft samengewerkt. Die dank gaat uiteraard ook in de richting van de Raad, de NGO’s, de think tanks, de vakbonden, de bedrijven en iedereen die bij dit verslag betrokken is geweest, waarbij ik mijn eigen fractie natuurlijk niet ongenoemd wil laten. Mijn eigen fractie heeft op bepaalde punten - en ik verwijs nu naar de fractie van de groenen - problemen met betrekking tot de uitdrukking “obstakelvrije handel” omdat daardoor de indruk gewekt wordt dat het om een vrijhandelszone gaat. Daarom stel ik voor dat wij morgen in onderdelen stemmen! Ik stel voor dat wij de concepten en cijfers die daarmee verband houden gewoon eruit halen. Ik hoop dat ik daarvoor op de steun van dit Parlement kan rekenen. Dan kan iedereen opgelucht ademhalen, en hebben wij een solide basis. Ik hoop dat wij vervolgens ook voor het verslag als geheel de steun van dit Parlement zullen krijgen.

Mevrouw de Voorzitter, ik weet dat u haast heeft. Desalniettemin heb ik nog twee punten waar ik niet omheen kan. Met betrekking tot bio-ethanol zal ik mondeling een aanvulling voorstellen. Ik ben namelijk vergeten om bio-ethanol en biodiesel in het verslag op te nemen. Dus zal ik morgen zeggen: en diesel. Ook op dit vlak hoop ik dat ik op uw steun kan rekenen. En dan ben ik in eigenlijk aan het eind van mijn betoog. Ik dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Ursula Plassnik, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte dames en heren, er is waarschijnlijk geen andere partner op de wereld waarmee de Europese Unie dermate nauwe en intensieve betrekkingen onderhoudt als met de Verenigde Staten van Amerika. Een goed functionerend, draagkrachtig netwerk van betrekkingen is dan ook voor elk voorzitterschap een belangrijke, om niet te zeggen centrale doelstelling.

Terugkijkend kan het jaar 2005 over het geheel als een jaar van positieve ontwikkelingen in die betrekkingen aangemerkt worden. Wij hebben bij een aantal onderwerpen aanzienlijke vooruitgang kunnen bewerkstelligen. Wij voeren nu ook al vaak in de aanloopfase van de politieke besluitvorming een dialoog om de standpunten dichter bij elkaar te brengen.

Kijkt u bijvoorbeeld eens naar het bevorderen van de democratie. Op dat gebied staat een zeer nauwe samenwerking in het kader van de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland op de creditzijde van onze balans. In de aanloop naar die verkiezingen hebben wij ons voortdurend sterk gemaakt voor eerlijke en vrije verkiezingen. Wij hebben een oproep gedaan tot bescherming van de oppositie, en wij hebben onze strategieën voor de ondersteuning van democratische krachten met en op elkaar afgestemd. Ook na de verkiezingen - die overigens noch eerlijk noch vrij zijn verlopen - hebben wij in overleg onze standpunten bepaald met betrekking tot het opleggen van reisbeperkingen en gerichte financiële sancties tegen leden van de regering en andere vooraanstaande personen.

Op het vlak van het bevorderen van de democratie geldt eigenlijk hetzelfde voor Oekraïne. Ook met betrekking tot dat land werken wij nauw met de VS samen aan het verstevigen van democratische en markteconomische structuren.

De West-Balkan is een ander voorbeeld van de voortzetting van onze nauwe en succesvolle samenwerking. Op dit punt zijn wij het bijvoorbeeld eens over de Europese, respectievelijk Euro-Atlantische perspectieven die de landen op de West-Balkan nodig hebben. Wij streven daarnaast naar een gemeenschappelijk standpunt in verband met de definitieve statusgesprekken die wij in het kader van contactgroep over Kosovo voeren. Wij kiezen voor een voortzetting van de internationale aanwezigheid, en wij zijn ervan overtuigd dat een nauwe samenwerking tussen de EU en de NAVO, die gebaseerd is op gelijkwaardigheid, absoluut noodzakelijk is.

Een ander voorbeeld is het vredesproces in het Midden-Oosten. Op dit punt coördineren wij voortdurend en zeer intensief onze standpunten in het kader van de Kwartetbesprekingen en op basis van de routekaart. Het Midden-Oosten is natuurlijk een thema dat, juist met het oog op de verkiezingen en de nieuwe regeringen, zowel voor de Israëliërs als voor de Palestijnen van bijzondere betekenis is.

Staat u mij toe om even een korte toelichting op Iran te geven. Morgen vindt in Wenen een bijeenkomst plaats op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken. Daaraan wordt deelgenomen door de EU-3, Javier Solana, China, Rusland en de Verenigde Staten. Het is de bedoeling dat er tijdens deze bijeenkomst overeenstemming wordt bereikt over een voorstel aan Iran op basis waarvan dat land zich verplicht kernenergie uitsluitend voor vreedzame doeleinden te gebruiken. Daarbij moet echter wel de absolute garantie verkregen worden dat Iran die kernenergie niet voor andere doelen gebruikt, respectievelijk ontwikkelt.

Met belangstelling hebben wij vandaag vernomen dat mijn Amerikaanse collega Condoleezza Rice heeft gesproken over de mogelijkheid van - en ik citeer – ‘nieuwe en positieve betrekkingen tussen de VS en Iran’. Wij vinden dat een belangrijk signaal, en wij hopen dat wij erin zullen slagen om middels een actieve participatie van Amerika coöperatieve betrekkingen met Iran te ontwikkelen. Een rechtstreekse dialoog tussen Washington en Teheran zou in dat verband ongetwijfeld van essentiële invloed zijn.

Ook met betrekking tot Irak, Afghanistan, Haïti, Soedan en de Democratische Republiek Congo zijn stabiliteit, veiligheid, vrede en welvaart de belangrijkste gemeenschappelijke doelstellingen van de transatlantische samenwerking. Op het gebied van justitie en binnenlandse zaken zijn wij er tijdens het Oostenrijkse voorzitterschap in geslaagd om de Verenigde Staten te betrekken bij de omzetting van de strategie voor het buitenlands beleid.

Daarnaast zijn er nog diverse andere aspecten met een overkoepelend politiek karakter die grote uitdagingen voor ons met zich meebrengen en waar wij dus onze speciale aandacht op moeten blijven richten. Ik denk daarbij aan het internationaal humanitair recht, de bestrijding van het terrorisme en de samenwerking bij het crisisbeheer. Wij mogen niet onvermeld laten dat er ook gebieden zijn waarop de meningen duidelijk uiteen lopen. Die zullen ook in deze brede dialoog nader aan de orde worden gesteld.

Een van die punten is Guantanamo, waarover wij net gediscussieerd hebben. Desalniettemin is het van belang om te vermelden dat de dialoog tussen volkenrechtdeskundigen, die tijdens ons voorzitterschap in gang is gezet, bedoeld is om tot gemeenschappelijke standpunten te komen die in overeenstemming zijn met ons gezamenlijke waardenstelsel.

Andere controversiële thema’s die elke keer weer op de agenda van formele bijeenkomsten tussen de EU en de VS staan, zijn het visa-waiver-programma en het Internationaal Strafhof. Bij veel multilaterale kwesties hebben wij dezelfde mening en werken wij nauw samen, maar wat het Internationaal Strafhof betreft lopen onze meningen nog steeds uiteen.

Wij staan ook kritisch ten opzichte van de pogingen van de Verenigde Staten om overeenkomsten te sluiten met derde landen op basis van artikel 98 van het Statuut van Rome. Dergelijke pogingen zijn namelijk in strijd met de doelstelling van een universele jurisdictie van het Internationaal Strafhof.

Staat u mij toe om in dit verband ook een positief aspect te noemen, namelijk het feit dat de Verenigde Staten toestemming hebben gegeven voor de vervolging van oorlogsmisdaden in Soedan.

Er is al eerder gezegd dat de economische betrekkingen een belangrijk onderdeel vormen van de relatie tussen de VS en de EU. Gezien de omvang van de economische vervlechtingen en de wederzijdse afhankelijkheid dient het bevorderen van de economische betrekkingen absolute prioriteit te krijgen. Wij zijn ten slotte elkaars belangrijkste handelspartner.

Tweederde deel van de directe investeringen in de Europese Unie is uit de Verenigde Staten afkomstig, en de wederzijdse investeringen zijn opgelopen tot een bedrag van 1 500 miljard euro. De wederzijdse handel heeft een omvang van ongeveer 1 miljard euro per dag. Met het oog op ons gemeenschappelijke aandeel aan de wereldproductie rust op de schouders van de VS en de EU een speciale wereldwijde verantwoordelijkheid. Daarom is het noodzakelijk dat wij ook bij economische kwesties nauw samenwerken en ons gezamenlijk inspannen om de handelsbelemmeringen stap voor stap uit de weg te ruimen. Ik ben ervan overtuigd dat de Europese Commissie hier nog nader op in zal gaan.

Sinds de Voorjaarstop hebben wij bij de omzetting van het gemeenschappelijke werkprogramma veel bereikt. Zo is er inmiddels al een eerste bijeenkomst geweest van het Regulatory Cooperation Forum waarbij onder andere is gesproken over de vermindering, respectievelijk het uit de weg ruimen van handelsbelemmeringen als gevolg van de uiteenlopende veiligheidsvoorschriften voor auto’s en andere producten.

Daarnaast zijn wij bezig met het ontwikkelen van een gemeenschappelijke strategie voor de bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Wij zijn verheugd over de voorstellen en aanbevelingen van het Europees Parlement zoals die in de verslagen van de heer Brok en mevrouw Mann zijn verwoord. Uit die verslagen blijkt heel duidelijk dat wij op dezelfde lijn zitten en dat het Parlement net zo veel belang hecht aan het verbeteren van de transatlantische betrekkingen als de Raad en de Commissie.

In dat verband wil ik er ook graag op wijzen dat onlangs in Wenen een bijeenkomst in het kader van de Transatlantic Legislators Dialogue heeft plaatsgevonden. Die dialoog vormt een belangrijk onderdeel binnen onze betrekkingen. Wat de specifieke kwestie van de transatlantische partnerschapsovereenkomst betreft, zoals die in een van de verslagen aan de orde wordt gesteld, kan ik meedelen dat de tijd naar ons idee daar nog niet rijp voor is. Het voorzitterschap beveelt dan ook aan om vooralsnog de bestaande concrete samenwerking verder uit te bouwen. De Nieuwe Transatlantische Agenda van 1995 blijft in dat verband het kader waarbinnen de huidige betrekkingen zich verder zullen afspelen.

Van de kant van de Verenigde Staten hebben wij duidelijke signalen ontvangen dat zij bedenkingen hebben bij een verdergaande formalisering van de betrekkingen. Daarom richten wij ons nu meer op de inhoud en op concrete resultaten en streven wij naar een beter gebruik van de huidige structuren.

Er vinden overigens regelmatig formele bijeenkomsten plaats van ambtenaren op hoog niveau. Die bijeenkomsten worden op effectieve wijze aangevuld door talloze andere contacten en afspraken op alle gebieden waarop wij een gemeenschappelijk belang hebben. Dat heeft ertoe geleid dat de politieke dialoog strategischer en tegelijkertijd ook inhoudelijker is geworden. Op veel van de terreinen die in de verslagen van het Europees Parlement worden genoemd, werken wij al nauw samen. Die community of actions bestaat dus al.

Op dit moment zijn de Raad en de Commissie bezig met de voorbereidingen voor de volgende top in juni 2006 in Wenen. Wij streven in dat verband naar het in stand houden van de recente dynamische ontwikkelingen in de transatlantische betrekkingen. Wij willen echter ook nieuwe impulsen geven tot een nog nauwere samenwerking tot aan de volgende Top. Wij hechten er bijzonder veel waarde aan dat de Europese burgers beter geïnformeerd worden over de intensiteit, het belang en het nut van het transatlantische partnerschap. Daarom hebben wij besloten dat er naar aanleiding van die topontmoeting een verklaring moet worden afgelegd die toekomstgericht en zo bondig en principieel mogelijk is. Die verklaring zal daarnaast aangevuld worden met een voortgangsverslag op zowel beleidsmatig als economisch gebied.

Wij zullen in het kader van die top echter ook onze prioriteiten voor de toekomst kenbaar maken. Daartoe behoren onder andere een intensievere samenwerking bij het bevorderen van de vrede, democratie en mensenrechten overal ter wereld, een nieuwe dialoog over de continuïteit van de energievoorziening, het sluiten van een overeenkomst over het luchtverkeer en een nadruk op het eerbiedigen van de intellectuele eigendomsrechten in derde landen. Europa en de Verenigde Staten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, niet alleen historisch gezien, maar ook vanwege onze gemeenschappelijke normen en waarden. Alleen door een nauwe samenwerking kunnen wij de mondiale uitdagingen met succes tegemoet treden.

De talloze gemeenschappelijke economische, politieke en veiligheidsbelangen wegen vele malen zwaarder dan de meningsverschillen die er tussen partners kunnen en moeten bestaan. Uiteindelijk blijven wij partners die tot elkaar veroordeeld zijn en die een gemeenschappelijke en wereldwijde verantwoordelijkheid hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil eerst uiteenzetten hoe ik vanuit het gezichtspunt van de externe betrekkingen aankijk tegen de betrekkingen tussen de VS en de EU. Commissaris Mandelson zal vervolgens de economische en handelsaspecten van die betrekkingen belichten. Ik zal me derhalve meer op het verslag van de heer Brok richten.

Zoals dit uitstekende verslag duidelijk maakt, is de situatie rond de betrekkingen tussen de VS en de EU het afgelopen jaar ingrijpend gewijzigd. Na het bezoek van president Bush aan Brussel en de top in 2005 is er een nieuwe geest van constructief engagement ontstaan, die de spanningen die we in 2003 en 2004 moesten ervaren, naar de achtergrond heeft verdrongen.

We sloten de top van 2005 af met acht verklaringen over een hele reeks onderwerpen, die centraal staan in onze samenwerking. Uit de verklaring over de bevordering van de democratie blijkt hoezeer onze samenwerking op het gebied van het buitenlands beleid zich heeft ontwikkeld. Hoewel er af en toe verschillen zijn - zoals we zojuist hebben gezien, en zoals de fungerend voorzitter van de Raad zojuist heeft aangegeven - nemen we nu initiatief en volgen we een meer proactieve aanpak, in plaats van alleen maar brandjes te blussen.

Onze inspanningen om de democratische beginselen en de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat uit te dragen - waar de heer Brok de nadruk op legt in zijn ontwerpresolutie - kunnen niet verder gaan dan dat. Zonder de volledige inzet van het land in kwestie houdt de democratie geen stand. Als die inzet er echter wel is, kan ons gecoördineerd optreden het verschil maken, bijvoorbeeld - zoals al gezegd is - in Oekraïne, waar we het hervormingsproces hebben ondersteund, in Wit-Rusland, waar van ons gezamenlijk standpunt inzake het achterwege blijven van hervormingen een duidelijk signaal is uitgegaan naar het regime, en in het vredesproces in het Midden-Oosten, waar de coördinatie van essentieel belang is en zeer goed functioneert.

Zelf ben ik zeer nauw betrokken geweest bij de afstemming van ons standpunt met dat van de Verenigde Staten. In de ontwerpresolutie wordt gesteld dat de hulp beter gecoördineerd moet worden. Ik ben zeer verheugd dat het Kwartet het EU-voorstel heeft overgenomen voor een tijdelijk internationaal mechanisme voor het kanaliseren van hulpgelden om de basisnoden van het Palestijnse volk op het gebied van gezondheid en maatschappelijke voorzieningen te lenigen. We gaan op die basis te werk en ik hoop dat we daar eind deze maand mee klaar zullen zijn.

Voordat de heer Mandelson het stokje van mij overneemt, wil ik nog ingaan op vier punten die een prominente plaats innemen in de resolutie.

Ten eerste energie. Zowel de EU als de VS worden geconfronteerd met ongekend hoge olieprijzen en een toenemende afhankelijkheid van buitenlandse leveringen van fossiele brandstoffen. Als de huidige trend doorzet, zal de Europese Unie in 2030 70 procent van haar energie moeten invoeren, tegen 50 procent nu. De VS kampen met een soortgelijk probleem. Daarom moeten we bij dit probleem een holistische aanpak volgen, en onze belangrijkste partners daarbij betrekken. Op de VS-EU-top volgende maand willen we een strategische samenwerking op energiegebied aangaan, waarin continue energievoorziening centraal zal staan. Daarbij zullen wij ons buigen over de diversificatie van aanvoerroutes en leveranciers, de handhaving van de marktregels, de bescherming van de infrastructuur, de bevordering van alternatieve energiebronnen en, tot slot, de verzekering van de aanvoer van voldoende hoeveelheden energie. Het belangrijkste is dat er meer voorspelbaarheid komt door de juiste marktomstandigheden en rechtskaders te creëren in zowel de producerende als de doorvoerlanden. Dit is de boodschap aan de VS-EU-top, maar ook aan de G8 en andere internationale partners.

Ten tweede visa. Een van de topprioriteiten van de Commissie is het oplossen van de kwestie van de niet-wederkerige toepassing van visa-vereisten door de VS. Het ziet er helaas niet naar uit dat we snel een oplossing zullen vinden, maar we zullen op vooruitgang blijven aandringen en de kwestie tijdens de top opnieuw bij president Bush aankaarten. Vorige keer is er veel aandacht aan dit thema geschonken, en we hoopten dat er meer schot in de zaak zou komen. In juli 2006 zullen we een tweede verslag over wederkerigheid op visumgebied uitbrengen, dat zich mogelijk ook zal buigen over de vraag of er wellicht specifieke maatregelen getroffen moeten worden als vooruitgang op dit terrein uitblijft.

Het derde punt is China. Zoals de heer Brok terecht stelt in zijn resolutie, moeten we onze aanpak ten opzichte van derde landen, en China in het bijzonder, op efficiënte wijze coördineren. We zijn voorstander van dezelfde aanpak: China bijstaan op de weg naar democratie en volledige integratie in de wereldeconomie en wereldmarkt. Twee jaar geleden hebben we stappen gezet om tot een betere afstemming te komen, via het instellen van de Oost-Azië-dialoog tussen de VS en de EU. Deze is een zeer nuttig forum gebleken voor het bespreken van de betrekkingen met China.

Ik wil ook wat zeggen over de transatlantische partnerschapsovereenkomst. Ik weet dat die de commissie van de heer Brok zeer na aan het hart ligt, en ook ik zie heel graag dat de transatlantische betrekkingen het ene na het andere succes behalen. Zoals u weet, heb ik altijd opengestaan voor onderzoek naar de voor- en nadelen van een overeenkomst met de VS. Het is inderdaad vreemd dat we geen officiëlere betrekkingen onderhouden met onze belangrijkste partner. Zoals de fungerend voorzitter van de Raad al zei, is het echter de vraag of een officiële overeenkomst wel zoveel toevoegt aan onze betrekkingen. Het belangrijkste is dat de EU en de VS samenwerken ten behoeve van ons gezamenlijk strategisch belang. Hiervoor is met name politieke wil nodig, maar ook begrip voor elkaar. Volgens mij zou bijvoorbeeld een verdrag ons niet hebben geholpen om de verschillen te overbruggen die in 2003 en 2004 een schaduw wierpen over onze betrekkingen; die verschillen waren namelijk politiek van aard. Op dit moment ontbreekt zowel bij de Amerikaanse regering als bij de lidstaten de politieke gretigheid om zo’n overeenkomst te sluiten. Dit kan echter veranderen in de toekomst. Mochten de standpunten zich wijzigen, of mocht het duidelijk worden dat institutionele belemmeringen nauwere samenwerking uiteindelijk in de weg staan, dan zou het moment daar kunnen zijn om verder te gaan.

Ik wil afsluiten met een opmerking over de belangrijke rol die het Parlement speelt in de transatlantische betrekkingen. Zoals u weet, ben ik altijd een vurig voorstander geweest van interparlementaire uitwisselingen. Ik ben ervan overtuigd dat de banden tussen het Europees Parlement en het Amerikaanse Congres deze betrekkingen zeer ten goede komen. Ik moedig u ten zeerste aan deze banden verder te versterken. Ik dank u voor wat al tot stand is gekomen in de wetgeversdialoog en voor wat nog gedaan kan worden vóór de top.

 
  
  

VOORZITTER: MIROSLAV OUZKÝ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Mandelson, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Erika Mann ervoor bedanken dat zij dit zeer indrukwekkende verslag met de van haar bekende efficiency, toewijding en aandacht voor details door het Parlement heeft geloodst; het komt precies op tijd.

Alleen uit het feit dat wij in dit zeer uitvoerige verslag over de transatlantische economische betrekkingen de inbreng van een half dozijn Parlementaire commissies terugzien, en dat tenminste hetzelfde aantal commissarissen nodig zou zijn om alle onderwerpen die erin aan bod komen, te bespreken, blijkt al hoe diep en complex de economische relatie tussen de VS en de EU is.

Die relatie speelt op twee niveaus: op het ene is stabiel leiderschap vereist om de verdere convergentie van onze gezamenlijke economische regels en wettelijke kaders te bevorderen - ons bedrijfsleven, onze werkgelegenheid en ons concurrentievermogen vragen daarom - en op het andere is wat in de rest van de wereld gebeurt, mede afhankelijk van de vraag of, en zo ja hoe, de EU en de VS in staat zijn samen op de gebeurtenissen te reageren.

In deze tijd is geen enkele politieke band van groter belang voor de wereldeconomie dan het transatlantisch partnerschap. De reactie op de opkomst van China en India, de druk van de globalisering, de huidige uitdagingen op energiegebied, de manier waarop multilaterale instellingen functioneren, de klimaatverandering: dit alles hangt af van de vraag of Europa en de Verenigde Staten tot effectieve samenwerking in staat zijn.

Dit komt nergens duidelijker naar voren dan in de lopende WTO-onderhandelingen. Ik ben blij dat ik op één lijn zat met mijn collega Rob Portman, en ik zie ernaar uit om op dezelfde voet verder te gaan met Susan Schwab, de nieuwe handelsvertegenwoordiger van de VS - ik hoop dat haar benoeming snel bekrachtigd zal worden door de Senaat.

Ik verklap geen geheim als ik zeg dat volgens mij de Europese Unie en de Verenigde Staten hun standpunten in de Doha-ronde dichter bij elkaar moeten brengen. De alarmbel rinkelt voor de ontwikkelingsagenda van Doha. De alarmlichten knipperen, omdat we ernstige institutionele, wettelijke en politieke belemmeringen bij het afronden van deze ronde gaan ondervinden als de kloof de komende weken niet wordt gedicht.

De verkiezingstijd in de Verenigde Staten is niet zo ver weg meer, het handelsmandaat is bijna verstreken, ook elders in de wereld zijn er verkiezingsperikelen - een ophanden zijnde verkiezing in Brazilië bijvoorbeeld. Het venster van de Doha-ronde gaat snel dicht. Europa is bereid om verder te onderhandelen. We hebben aangegeven dat wij flexibel zijn en dat elke sector voor ons bespreekbaar is. We verwachten van onze partners dezelfde doelgerichtheid en openheid.

Ik wil nu kort ingaan op het verslag van Erika Mann zelf. Ik ben blij dat in dit verslag krachtige steun wordt uitgesproken voor de werkprogramma’s die vorig jaar november werden aangenomen ter uitvoering van het Europees-Amerikaanse economisch initiatief. In het voortgangsverslag, dat we op 21 juni tijdens de volgende top zullen presenteren, zullen we een aantal goede resultaten kunnen melden. De actiestrategie van de VS en de EU voor de handhaving van intellectuele eigendomsrechten in derde landen zal worden goedgekeurd. Deze zal een aantal concrete maatregelen voor samenwerking omvatten, met name samenwerking tussen onze douanediensten en ambassades in geselecteerde derde landen.

Wat het samenwerkingsforum op hoog niveau inzake regelgeving betreft, ben ik eveneens tevreden dat we na twee bijeenkomsten in Brussel en Washington, in een zeer kort tijdsbestek, nu duidelijk hebben vastgesteld dat het forum de aangewezen plaats is voor de wetgevers van de EU en de VS om beste praktijken uit te wisselen. We hopen van ganser harte dat de voordelen van intensievere samenwerking weldra door het bedrijfsleven aan weerszijden van de Atlantische Oceaan ervaren zullen worden.

De ondertekening van de langverwachte overeenkomst inzake luchtvervoer, evenals de overeenkomst inzake luchtvaartveiligheid, wordt voor de tweede helft van dit jaar verwacht. Wat de overeenkomst inzake luchtvervoer betreft, moeten we de Amerikaanse regering achter de vodden blijven zitten om ervoor te zorgen dat zij doorgaat met de aanpassing van de regelgeving en protectionistische druk vanuit het Congres weerstaat. Uw hulp in dit Parlement is voor ons van grote waarde bij het nastreven van dit doel.

Ik juich uw niet-aflatende belangstelling voor een meer visionaire en strategische aanpak toe. Toevallig vind ik dat er in de politiek ruimte is voor visie. Uw oproep aan de VS-EU-top van 2006 om een nieuwe transatlantische partnerschapsovereenkomst op te stellen, die leidt tot een obstakelvrije transatlantische markt tegen 2015, is niet ongemerkt aan mij voorbijgegaan. Naar mijn mening heeft het Europees-Amerikaanse economisch initiatief aangetoond dat we stapje voor stapje die kant opgaan.

Het is waarschijnlijk de juiste aanpak om geleidelijk vooruitgang te boeken in de dossiers van wederzijds belang en onze burgers tastbare resultaten te laten zien, bijvoorbeeld op het gebied van intellectuele eigendomsrechten en samenwerking bij regelgeving. We zullen geleidelijk aan moeten toewerken naar een draagvlak voor de aanpak die, naar mij bekend is, in het verslag wordt ondersteund. Ik denk dat deze pragmatische aanpak op steun kan rekenen, omdat de realiteit wil dat er in de regering noch in het Congres in de VS enig enthousiasme bestaat voor een significante versnelling van het Europees-Amerikaanse proces. Op terreinen als investeringen en openbare aanbestedingen - door u terecht als terreinen met een enorm potentieel aangemerkt, en dat hebben ze ook - heeft de VS tot dusver geen enkele belangstelling getoond voor het slechten van de bilaterale barrières.

Aan de investeringskant moet er behoedzaam worden gereageerd op de naweeën van Dubai Ports. We hebben nu in elk geval een contactgroep opgericht om oude en nieuwe problemen aan te pakken, en hebben de Amerikaanse regering voorgesteld een investeringsparagraaf in de verklaring van de top op te nemen over het belang van een open transatlantisch investeringsklimaat. Hier moet een sterk signaal van uitgaan naar het Amerikaanse Congres, dat op dit moment het wetsvoorstel-Shilby over de verscherping van het amendement-Exon/Florio behandelt. Ook op dit vlak zou het zeer op prijs worden gesteld als u, en ook het Amerikaanse Congres, blijft helpen.

Tot slot zou ik onder uw aandacht willen brengen dat we een uitstekend eerste semester hebben gehad, waarin een oplossing is gevonden voor enkele belangrijke handelsgeschillen tussen de EU en de VS, zoals over de Foreign Sales Corporations, het amendement-Byrd en de telecomsancties - ik hoop dat we het momentum ook op andere gebieden kunnen vasthouden. Ik kijk op dit moment met name naar twee andere geschillen, om te bezien of die in een vroegtijdig stadium kunnen worden opgelost. FSC en Byrd tonen aan dat de geschillenregeling van de WTO functioneert, en dat het feit dat er WTO-compatibele sancties voorhanden zijn, een efficiënte manier kan zijn om de VS ertoe te bewegen uitvoering te geven aan de uitspraken van de WTO. Gezien de goede resultaten van het WTO-systeem zie ik in dit stadium nog geen aanleiding voor een formeel bilateraal mechanisme voor de beslechting van handelsgeschillen, zoals dat u in uw verslag wordt voorgesteld, maar ik sta niet volledig afwijzend tegenover dit idee. U kunt er zeker van zijn dat we al onze informele kanalen met de Verenigde Staten zullen benutten en al het mogelijke zullen doen om, waar mogelijk, de kostbare en tijdrovende weg naar Genève te voorkomen.

Ter afronding zeg ik dat de transatlantische relatie maar al te vaak als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Zeker in deze tijd hebben we behoefte aan een nieuw engagement om ervoor te zorgen dat alles beter werkt. Ik ben dankbaar voor uw verslag, waarin dit, precies op het juiste moment, nog eens nadrukkelijk onder de aandacht wordt gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. - (SV) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil mevrouw Mann gelukwensen met haar voortreffelijke verslag.

Het verslag noemt een doel waarop ik met nadruk de aandacht wil vestigen, te weten de totstandkoming van een gemeenschappelijke transatlantische kapitaalmarkt in 2010. Dat doel kan namelijk zelf weer dienen als uitgangspunt op andere terreinen. We zien nu al dat de transatlantische economie wordt bepaald door, en werkt dankzij, directe investeringen en de voortdurende samenwerking tussen industrie en handel ondersteunend onderzoek. De omvang van de handel tussen de economieën aan weerszijden van de Atlantische Oceaan hangt af van de hoogte van die investeringen en het aantal overnames over en weer, maar het is eveneens belangrijk om een hoog niveau van onderzoek en innovatie te bereiken. Dat is de aangewezen weg om de mondialisering het hoofd te bieden en daaraan bij te dragen, en om mee te werken aan een sterke wereldeconomie, niet alleen voor onszelf maar ook voor de rest van de wereld.

Het verslag gaat op nog enkele kwesties in. Zo staat hierin dat het belangrijk is om het bedrijven aan weerszijden van de Atlantische Oceaan eenvoudiger te maken om op de verschillende beurzen een notering te krijgen, om in beide richtingen de weg vrij te maken voor bedrijfsinvesteringen van gelijke omvang, om ervoor te zorgen dat herverzekeraars dezelfde kansen krijgen en om ervoor te zorgen dat er een gemeenschappelijke transatlantische kapitaalmarkt in de ware zin des woords komt. Als ons dat lukt, kunnen we ook andere samenwerkingsdoelen bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van Erika Mann getuigt niet alleen van haar kundigheid als rapporteur, maar ook van de onderliggende kracht van transatlantische economische betrekkingen. Namens de Commissie industrie wil ik drie heel belangrijke punten naar voren brengen.

Ten eerste moeten we op het gebied van energie samenwerken als het gaat om efficiënter energiegebruik, toereikendheid en duurzaamheid, zoals de commissaris al zei.

Het tweede punt betreft onderzoek, wat zeer belangrijk is. Onze commissie werkt nu met het zevende kaderprogramma. Van even groot belang is de samenwerking met de instellingen in de VS en met de industrie. Er zijn talrijke mogelijkheden om meer samenwerking op dit terrein te bevorderen.

Ten derde hebben we gesproken over de oprichting van een orgaan dat de discussie tussen industrieën moet verbeteren. We willen graag iets vergelijkbaars opzetten als het zeer succesvolle Iran-US Claims Tribunal, dat, op eenvoudige en elegante wijze, duizenden geschillen oplost. Iets dergelijks willen wij ook in de toekomst.

Tot slot onderstreep ik het belang van parlementaire uitwisselingen om de discussie op gang te brengen en deze drie uiterst belangrijke onderwerpen te doen welslagen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Hélène Descamps (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, als het gaat om de transatlantische economische betrekkingen is het belangrijk de rol en de specifieke kenmerken van de sectoren cultuur en onderwijs te erkennen. Het doet ons dan ook deugd te kunnen vaststellen dat de rapporteur het advies van de Commissie cultuur en onderwijs integraal overgenomen heeft.

De "culturele sleutel" kan bijdragen tot versterking van onze betrekkingen en het wederzijds begrip tussen Europeanen en Amerikanen bevorderen. Vandaar de noodzaak een dialoog in te stellen op het gebied van cultuur en onderwijs, waarmee de regelmatige uitwisseling van goede praktijken en ervaringen wordt gestimuleerd op terreinen als bestrijding van piraterij, mobiliteit van culturele actoren en ontwikkeling van cultuurtoerisme.

Wat onderwijs betreft, zou deze dialoog zich met name moeten richten op het bevorderen van de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties, maar ook op het stimuleren van uitwisselingen van onderzoekers, universiteitsdocenten en studenten. In dit verband zou ik willen wijzen op de komende verlenging van het programma voor samenwerking tussen onze beide continenten op het gebied van hoger onderwijs en beroepsopleiding - ook dat is een heel goede zaak. Anders ligt het bij de audiovisuele sector. Gezien de specifieke aard van deze sector zijn wij van mening dat de transatlantische handel op dit terrein de culturele en taalkundige diversiteit van Europa moet respecteren.

Wat dit laatste punt betreft, valt het te betreuren - en daarmee sluit ik af - dat de Verenigde Staten de Unie niet hebben willen volgen in haar optreden ten gunste van het UNESCO-verdrag.

Tot slot zou ik Erika Mann willen complimenteren met het uitstekende werk dat ze geleverd heeft en met haar grote bereidheid tot luisteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland (IND/DEM), rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. - Voorzitter, het onderlinge vertrouwen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie is de afgelopen jaren onder druk komen te staan. Daarom wil ik twee zaken noemen die opgelost moeten worden om dat vertrouwen te doen groeien.

Wij mogen niet berusten in de visa-vereisten die de Verenigde Staten aan sommige EU-burgers stellen. Commissievoorzitter Barroso heeft terecht de Verenigde Staten opgeroepen om de vereisten voor visa voor burgers uit de tien nieuwe lidstaten op te heffen. Het is principieel onjuist om een dergelijke tweedeling voor EU-burgers te hanteren.

Deze weken bespreekt de tijdelijke commissie voor onderzoek naar de vermeende CIA-kampen haar ontwerpinterimrapport. Er zijn aanwijzingen voor onregelmatigheden in de behandeling van verdachten. Er zijn tot op heden geen harde bewijzen. Deze tijdelijke commissie zal haar werkzaamheden voortzetten om zo mogelijk tot een overtuigend bewijs te komen. Het Parlement zal in de aanloop naar de top dan ook moeten aandringen op substantiële medewerking. Paragraaf 11 uit het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden is als amendement 34 ingediend en ik vraag uw steun daarvoor.

 
  
MPphoto
 
 

  Christofer Fjellner, namens de PPE-DE-Fractie. - (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik dank mevrouw Mann voor haar uitstekende verslag en voor de buitengewoon nauwe en opbouwende samenwerking gedurende de tijd die wij eraan hebben gewerkt.

De Verenigde Staten van Amerika is een klasse apart als handelspartner van Europa, iets wat we nog wel eens vergeten. Het publiek debat is overwegend gericht op de enkele problemen die zich in onze handelsbetrekkingen voordoen. Er wordt gesproken over crisis en conflicten tussen Europa en de VS. In politiek verband is daar soms ook sprake van, maar economisch gezien geldt in feite juist het tegenovergestelde.

Ik zou zelfs voorzichtig durven zeggen dat de onderlinge handel een revolutie heeft ondergaan. De handelsstroom bedraagt momenteel niet minder dan 1 miljard euro per dag. De diepste vorm van grensoverschrijdende economische integratie is directe buitenlandse investering over en weer. Die is sterk toegenomen: tot 1,5 triljoen euro. Het gaat hier niet slechts om cijfers, want ook al staan we er niet bij stil, het levert elke dag weer nieuwe kansen. Zo heeft de huidige markt voor bijna zeven miljoen banen gezorgd in Europa. Dankzij diezelfde markt krijgen we steeds meer diensten en betere producten.

De transatlantische handel neemt een groot deel van de wereldeconomie voor zijn rekening. Tekenen van zwakte in onze betrekkingen hebben repercussies op de rest van de wereld. De handel met de VS is derhalve geen alternatief voor handel met armere landen, maar juist een allereerste voorwaarde voor meer welvaart voor iedereen, wereldwijd. Dat mogen we niet als iets vanzelfsprekends beschouwen. We moeten verder werken aan de integratie van onze economieën. Ik hoop daarom dat we er samen met de VS in slagen om in 2015 de beoogde transatlantische markt zonder belemmeringen tot stand te hebben gebracht.

Gisteren ontving ik een e-mail van de linkse antiglobalisatiebeweging. De schrijvers spoorden mij en ieder ander lid van het Europees Parlement aan om tegen dit verslag te stemmen. Het argument dat zij daarvoor aanvoerden was dat goedkeuring van dit verslag in het Parlement de weg zou vrijmaken voor een snellere toename van de vrije handel tussen de VS en Europa. Ik hoop dat ze gelijk hebben, en juist daarom ben ik samen met de Zweedse conservatieven voornemens om niet tegen maar vóór het verslag en vóór een transatlantische vrijhandelszone te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. - Dank u, mijnheer de Voorzitter, voor de recordtijd die u mij heeft toebedeeld. Laat ik daarom heel kort zijn en eerst zeggen dat mijn fractie het rapport van de heer Brok steunt evenals de compromissen die we bereikt hebben in de Commissie buitenlandse zaken; mijn waardering voor het werk dat hij gedaan heeft; het is denk ik van belang dat twee grote fracties over zo'n belangrijk onderwerp als de relatie met de Verenigde Staten min of meer op één lijn staan. Voorop moet staan, wat ons betreft, dat Amerika en de Europese Unie veel gedeelde belangen hebben, niet in de laatste plaats economische, en we kunnen niet genoeg benadrukken hoe belangrijk die economische belangen zijn. Óók de risico's die eraan verbonden zijn, als je kijkt naar het verschil in het financiële beleid van de landen van de Europese Unie en het financiële beleid van de Amerikanen. We moeten zeker op dit terrein ook proberen onze samenwerking te versterken en het verslag van mijn collega Erika Mann geeft daarvoor heel veel aanzetten, die mijns inziens zeer waardevol zijn.

We hoeven ook niet te ontkennen dat we op bepaalde terreinen van inzicht verschillen. Ook dat wordt in het verslag van de heer Brok zeer goed aangegeven. We zijn beiden zelfstandige partners in de samenwerking. Ik ondersteun ook de gedachte van het creëren van een meer contractuele relatie en partnerschap, hetgeen de mogelijkheid biedt om, als er problemen zijn, daar eerlijk en open over te praten, ook op parlementair niveau. De vraag is alleen van mijn kant of de Amerikanen bereid zijn de Europese Unie als zodanig te erkennen dat ze bereid zijn zo'n contractuele relatie aan te gaan.

Ik zou willen zeggen dat we moeten proberen de komende jaren op een aantal terreinen een nieuw beleid te ontwikkelen, de energiepolitiek, de energieproblemen die we hebben en waar de Amerikanen en de Europeanen een aantal gemeenschappelijke belangen hebben. Ik vraag ook om een diepere relatie en federale uitwerking van onze samenwerking.

Daar moet ik het bij laten. Ik zou nog uren kunnen doorpraten over dit belangrijke thema.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Lambsdorff, namens de ALDE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ieder partnerschap kent zijn hoogte- en dieptepunten, zijn sterke en zijn zwakke punten. Het belangrijkste is dat de basis solide is, en ondanks alle meningsverschillen en alle frustratie van de vrienden van Amerika over sommige beleidslijnen van de huidige regering, is de basis solide. Zoals de fungerend voorzitter van de Raad zei, is de economische uitwisseling sterk; er lopen persoonlijke contacten en ook op politiek niveau is er groot aantal netwerken van intensieve contacten ontstaan uit verschillende dialoogvormen en ad hoc samenwerking.

Toch kan de wederzijdse samenwerking nog worden verbeterd: de Nieuwe Transatlantische Agenda was goed gestructureerd, maar is niet uitgegroeid tot een werkelijk fundament en moet nu nieuw leven worden ingeblazen. Daarom steunt de Fractie van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa het voorstel dat de heer Brok doet in zijn verslag voor een transatlantische partnerschapsovereenkomst en eveneens de visie van mevrouw Mann op een transatlantische markt.

Uiteraard zal een overeenkomst alleen toegevoegde waarde hebben als zij met leven is gevuld. Dat wil zeggen dat ook de Amerikaanse zijde - met name het Congres - zich er werkelijk voor dient in te zetten. Gezien de uitdagingen waarmee wij ons op dit moment en op de lange termijn geconfronteerd zien, is vooruitgang op dit terrein absoluut noodzakelijk. Als grote democratieën kunnen wij het ons niet permitteren om ons potentieel niet volledig te benutten, en daarom kan een partnerschapsovereenkomst een stap in de juiste richting zijn. Laten wij die stap dus zetten! Overigens wil ik opmerken dat ik blij ben dat wij dit debat in Brussel voeren en niet in Straatsburg.

 
  
MPphoto
 
 

  Cem Özdemir, namens de Verts/ALE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, ik zal me concentreren op het verslag van de heer Brok. In zoverre het verslag gaat over het Internationaal Strafhof of het vraagstuk van de voedselveiligheid wensen we dat er duidelijke taal wordt gesproken. Naar mijn mening is het belangrijk om te waarborgen dat met het Europese standpunt op passende wijze rekening wordt gehouden.

In verband met het transatlantische partnerschap, dat van kracht dient te worden in 2007, is echter het feit van belang dat de huidige Amerikaanse regering een soort lame duck is geworden. Dus is het de vraag of het zinvol is om een dergelijke overeenkomst te sluiten met de huidige regering.

Tot slot wil ik een punt aansnijden in verband met het milieubeleid, waaraan mijn fractie bijzonder grote waarde hecht. Ik wil bij alle afgevaardigden Al Gore’s nieuwe documentaire van harte aanbevelen; met zijn film An Inconvenient Truth maakt hij onze vrienden in de VS attent op het buitengewoon belangrijke probleem van de algemene temperatuurstijging, een probleem dat ook een grotere rol dient te spelen in dit verslag. Ik wil Al Gore citeren, die heeft gezegd:

(EN) ‘Ik geloof zelfs dat de kans aanwezig is dat Bush en Cheney zich binnen twee jaar genoodzaakt zullen zien om hun standpunt over deze crisis te wijzigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Helmuth Markov, namens de GUE/NGL-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie is voorstander van versterking van de handelsactiviteit met de Verenigde Staten, alsmede van uitbreiding van de goederenhandel met Afrika, Zuid-Amerika of Australië. Echter, mevrouw Mann eist in haar verslag, zoals zij het zelf uitdrukt, een ‘obstakelvrije transatlantische markt’, en dat is een vrijhandelszone.

Handel mag geen doel op zich zijn, om hoge rendementen te behalen, maar is een van de instrumenten om te waarborgen dat de bevolking wordt voorzien van goederen en diensten, om werkgelegenheid te scheppen en sociale ontwikkeling en welvaart te bevorderen. Daarom dienen wij eerst te onderzoeken of de mogelijke partner voldoet aan internationaal overeengekomen normen voor de bescherming van sociale zekerheid, werkgelegenheid, milieu en de rechten van de mens, en of de partner de instellingen al dan niet aanvaardt die in het leven zijn geroepen om dit alles te beschermen.

Drie korte voorbeelden. Ten eerste: er zijn fundamenteel verschillende meningen over genetisch gemodificeerde organismen of met hormonen behandeld vlees. De burgers van de Europese Unie zijn hier tegen. In de Verenigde Staten echter is het volstrekt legaal om hierin te handelen.

Ten tweede: terwijl openbare diensten en omvangrijke socialezekerheidsstelsels een elementair bestanddeel vormen van de politieke cultuur in de Europese Unie, kijkt men daar in de Verenigde Staten anders tegenaan. Mijn vraag aan u luidt: hoe kunnen in een geïntegreerde economische ruimte dermate grote belangen van de burgers en de Europese Unie gevrijwaard worden?

Ten derde: wordt de concurrentie wel of niet verstoord als de Verenigde Staten niet overgaan tot ondertekening van het Kyoto-protocol? Natuurlijk wel, want zij kunnen dan goedkoper produceren, ten koste van het milieu. En de uitspraken van het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO over zaken als de katoenexportsubsidies leggen de Verenigde Staten simpelweg naast zich neer.

Tot slot: het Parlement heeft pas geleden het verslag-Agnoletto aangenomen, waarin duidelijk wordt gesteld dat de Europese Unie in alle overeenkomsten met derde landen een mensenrechtenclausule dient op te nemen. De Verenigde Staten handelen in Irak in strijd met het internationaal recht. Ze erkennen het Internationaal Strafhof niet en houden krijgsgevangenen onder mensonterende omstandigheden vast in gevangenissen zoals die in Guantanamo Bay.

Ik geloof dat dit Parlement iedere geloofwaardigheid zal verliezen als het de weg naar een vrijhandelszone met de Verenigde Staten inslaat zonder dat de Verenigde Staten eerst hebben voldaan aan de internationaal overeengekomen standaards en normen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. - Voorzitter, als rapporteur van dit Parlement voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Volksrepubliek China verwelkom ik in mijn ontwerptekst het Amerikaanse initiatief om met de Unie tot een strategische dialoog over China's vreedzame opkomst te komen. Peking's mondiale peaceful rise bezorgt immers Europeanen en Amerikanen gelijkelijk genoeg hoofdbrekens. En dat beperkt zich bepaalt niet tot handelsconflicten of de handhaving van de mensenrechten in China.

Als een welkome steun in de rug ervaar ik derhalve de paragrafen 8, 9 en 21 van het voorliggend verslag van collega Brok. Daarin is telkens sprake van de bevordering van een transatlantische benadering van de relatie met China. Ik denk met name aan het afbouwen van de gevaarvolle spanning rond Taiwan alsmede progressie in de kwestie Tibet. Vanmorgen nog verzekerde de Dalai Lama mij persoonlijk dat een transatlantische aanpak van het Chinese probleem Tibet dringend geboden is.

Voorzitter, mijns inziens kan juist het combineren van de transatlantische krachten China nopen een werkelijke stakeholder te zijn van het internationale systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-fractie. - (PL) Mijnheer de Voorzitter, in de verslagen van Elmar Brok en Erika Mann wordt het plan om de beoogde samenwerking met de Verenigde Staten te versterken heel evenwichtig uiteengezet. De vrije handel, de wetgevingsdialoog en het versterken van de samenwerking op het gebied van defensie en veiligheid zijn vanzelfsprekend de hoofdlijnen van deze aanpak. Ik wil beide rapporteurs feliciteren.

En dan een kort politiek commentaar. Als wij in Europa niet de rol van het kleine broertje willen spelen, dan mogen we niet nog meer achterstand oplopen op economisch en militair gebied. Ik moet zeggen dat het geklaag over het Amerikaans unilateralisme me verbaast aangezien onze defensie-uitgaven maar tweederde van het Amerikaanse defensiebudget bedragen. Het baart me zorgen dat Europa slechts 25 procent van het mobiele defensiepotentieel van Amerika heeft, dat de structuur van onze NAVO-bases in Europa verouderd is en bovendien nog eens verzwakt kan worden ten gunste van onduidelijke Europese projecten.

Europa kan op wereldniveau niet meetellen, als wij niet langer in staat zijn om een strategisch politiek partnerschap met de VS te sluiten. In dat partnerschap kunnen we Amerika niet ruilen voor een andere, betere partner. Europa, met haar zwakke economie, kwijnende overheidsfinanciering en tragische demografische ontwikkeling heeft maar een alternatief, en dat is marginalisering, eenzaam langs de kant staan toekijken hoe de wereld verder draait, soms roekeloos, soms zelfs vijandig.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (NI). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, vandaag bespreken we een van de belangrijkste partners van de Unie, maar ook de uitdaging, die de betrekkingen met deze partner voor ons betekenen. In dit Parlement wordt vaak scherpe kritiek geuit op de VS, en ook - veel minder vaak - opgeroepen om onze grootste bondgenoot helemaal niet te bekritiseren. Laten we beide extreme standpunten verwerpen. Europa heeft de VS nodig, de VS heeft Europa nodig. Ik zeg dit met de dynamische groei van de rol van Azië in gedachten, maar ook de steeds grotere demografische en politieke rol van Latijns-Amerika en Afrika.

Obsessief anti-amerikanisme is rampzalig, maar het is net zo slecht om afstand te doen van het recht om onze vrienden kritische vragen te stellen, bijvoorbeeld over Guantanamo Bay. Bovendien moeten we Washington geduldig uitleggen dat wanneer wij, weliswaar langzaam, ons interventionisme en handelsprotectionisme afbouwen, Amerika dat ook moet doen om het evenwicht te bewaren.

Een echt partnerschap en strategisch bondgenootschap - want zo moeten de betrekkingen tussen Europa en Amerika eruit zien in de komende jaren - kan er alleen komen als Europa ophoudt het vingertje te heffen, maar ook niet al te afhankelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil zowel de heer Brok als mevrouw Mann van harte gelukwensen met de creatieve dialoogbijdragen die zij vandaag hebben gepresenteerd.

Zoals ook uit de relevante statistische gegevens blijkt - die ik wegens tijdgebrek niet verder zal noemen - worden de economische betrekkingen tussen de Europese Unie en de VS gekenmerkt door symmetrie en grote onderlinge afhankelijkheid. De crises die bij tijd en wijlen ontstaan, vloeien mijns inziens voort uit het feit dat men geen oplossing heeft weten te vinden voor het probleem van het beheer van deze onderlinge afhankelijkheid. Deze onderlinge afhankelijkheid geldt niet alleen voor in het verleden, maar ook voor de nieuwe, economische en sociale uitdagingen op wereldvlak, met inbegrip van de zogenaamde millenniumdoelstellingen.

De aanpak van de mondiale uitdagingen veronderstelt dat men in de bilaterale betrekkingen overstapt van het huidig declaratoir niveau naar een coherent, transparant en stabiel institutioneel kader, naar een sterker geharmoniseerde, bilaterale reguleringsomgeving. Een transatlantische markt zonder belemmeringen is een haalbaar doel, op voorwaarde dat deze wordt gegrondvest op een nieuwe en gemeenschappelijke reguleringsarchitectuur.

De uitbreiding en intensivering van de terreinen van nauwe samenwerking tussen de Europese Unie en de VS zal, naar men verwacht, een positief spillover-effect hebben op alle problemen die zich stellen binnen de uitdagingen van de hedendaagse mondiale agenda.

Ik noem onder andere de bevordering van gemeenschappelijke beginselen en waarden, zoals democratie, rechtsstaat, bescherming van de grondrechten en -vrijheden, een bredere visie op de mondiale handelsorde, efficiënte milieubescherming op wereldschaal, bestrijding van terrorisme en georganiseerde misdaad en vestiging van een nieuwe financiële architectuur.

De vernietiging van de samenhang in de betrekkingen tussen de Europese Unie en de VS zal daarentegen de internationale onzekerheid vergroten en een ongunstige weerslag hebben op de samenwerking in de wereld en op de vrede, de stabiliteit en de veiligheid in zowel politiek als economisch opzicht.

De voltooiing van de onderhandelingen van de Doharonde is, zoals commissaris Mandelson al zei, een regelrechte test voor de nauwe betrekkingen tussen de Europese Unie en de VS.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de economische en politieke betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten moeten worden geïntensiveerd, en we moeten een nieuw transatlantisch partnerschap opstellen, dat vanaf 2007 kan worden toegepast.

Ik wil met name de rol van de politieke dialoog tussen het Europees Parlement en het Amerikaans Congres benadrukken. Elke Europees-Amerikaanse top moet worden voorafgegaan door een ontmoeting in het kader van de transatlantische dialoog van beide wetgevende instellingen. Die dialoog moet gaan over politieke, economische en cultureel-maatschappelijke kwesties. We moeten ervoor zorgen dat de Transatlantische Dialoog tussen de Wetgevers een van de belangrijkste fora wordt voor het formuleren van het buitenlands beleid van de Europese Unie.

De hegemonie van de Verenigde Staten aan het begin van de eenentwintigste eeuw vereist van de Europese Unie autonomie en een waar partnerschap in de transatlantische betrekkingen, maar ook openheid met betrekking tot de problemen en inspanningen voor een gemeenschappelijk politiek forum. Op dit moment moeten we allereerst de VS ervan overtuigen dat ze deelnemen aan de hervormingen van de VN en pleiten voor eerbiediging van de mensenrechten en burgerlijke vrijheden in de strijd tegen het terrorisme. Die kwesties moeten op de volgende Europees-Amerikaanse top besproken worden.

Dan wil ik nog de aandacht vragen voor de visumkwestie. De Europese Unie mag niet aanvaarden dat er voor burgers uit sommige van haar lidstaten een visumplicht geldt voor een verblijf in de VS. De bevoegde instellingen in de Europese Unie moeten in hun overleg met de Amerikaanse overheid bepleiten dat de visumplicht wordt ingetrokken voor alle burgers van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Ignasi Guardans Cambó (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, uit beide verslagen, maar vooral uit dat van Erika Mann, komt naar voren hoe intens de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten zijn en ook dat zich op vele terreinen moeilijkheden en misverstanden kunnen voordoen. Dit is een goed moment om te onderstrepen hoe krachtig deze betrekkingen zijn, en in hoeverre ze de huidige regering en de problemen met deze regering en dit leiderschap overstijgen, wat sommigen van ons niet leuk zullen vinden. De betrekkingen gaan veel dieper en reiken veel verder dan dat. Ze gaan verder dan het krachtige politieke debat dat gevoerd zou kunnen worden. Maar juist omdat de betrekkingen zo krachtig zijn, is het mogelijk om de ander de waarheid zeggen.

Wat de betrekkingen echter ontberen, is een echt nieuwe structuur, een echt nieuwe architectuur. Zoals in de verslagen staat, hebben we een nieuwe architectuur nodig om deze betrekkingen te beschermen tegen de externe stormen en om ze solider te maken dan ze thans zijn. Daarvoor is de betrokkenheid van de Commissie nodig. We zien deze betrokkenheid niet bij de zoektocht naar deze nieuwe architectuur en ik denk dat het de rol van de Commissie is om daar aan te werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank Erika Mann voor al haar werk met betrekking tot dit verslag en voor haar bereidwilligheid en openheid om andere invalshoeken en standpunten in ieder geval in overweging te nemen. Ik heb echter nog wel een paar punten van zorg.

Om te beginnen is het nog maar de vraag of dit politiek het juiste moment is om een beleid na te streven voor wat in feite een bilateraal vrijhandelsgebied is. We leven in een tijd waarin het multilaterale systeem onder druk staat. Daarom moeten we goed nadenken over de politieke boodschap die we hiermee afgeven.

Ten tweede vrees ik dat we door het nastreven van zeer controversiële kwesties, zoals de liberalisering van investeringen, openbare aanbestedingen en diensten in een toekomstig transatlantisch vrijhandelsgebied, andere landen wel eens het idee zou kunnen geven dat de EU en de VS zich opmaken om de onderhandelingen naar een mondiaal niveau te verplaatsen. Zoals u weet, is daar heel veel weerstand tegen geweest binnen de WTO.

Tot slot een opmerking over regelgeving en harmonisatie. Ondanks de nodige amendementen en retoriek bestaat het risico dat de hard bevochten milieu-, gezondheids- en consumentennormen omlaag zullen worden bijgesteld in plaats van omhoog.

 
  
MPphoto
 
 

  Mirosław Mariusz Piotrowski (IND/DEM). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, in de context van de nieuwe overeenkomst over het transatlantisch partnerschap moet gekeken worden naar de huidige controverse tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten betreffende de strategie en methode van de strijd tegen het terrorisme in de wereld.

Deze onenigheid heeft de slagkracht van beide partners verminderd. Het terrorisme op wereldschaal is een nieuw fenomeen waar we het fijne nog niet van weten. Wel weten we dat dit terrorisme een enorm bereik heeft en grote operationele mogelijkheden. Dit terrorisme wordt zelfs wel eens vergeleken met het communisme, omdat het een bedreiging is voor ons allemaal. In plaats van een of andere onderzoekscommissie zonder echte bevoegdheden in te stellen moeten we een goede samenwerking tot stand brengen tussen de Verenigde Staten en de Europese landen, en daartoe reken ik ook een betere samenwerking tussen de inlichtingendiensten.

Voor een goede bestrijding van het terrorisme, en daardoor een echte bescherming van de mensenrechten in de wereld van nu, moeten we beschikken over duidelijke principes, operationele coördinatie en wederzijds vertrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, terecht wordt in de ontwerpresolutie gewezen op de noodzaak van een stabiel institutioneel kader voor de transatlantische betrekkingen. Maar ik denk dat dit debat niet alleen in termen van structuren moet worden gevoerd. Het is in de eerste plaats belangrijk dat er langs beide kanten van de oceaan de bereidheid bestaat om samen te werken, om samen de problemen aan te pakken waarmee wij geconfronteerd worden.

Wat de strijd tegen het terrorisme betreft, is het zo dat we in het Europees Parlement al veel aandacht hebben besteed aan Guantanamo Bay en de vermeende illegale activiteiten van de CIA in Europa. En het is terecht dat die aandacht er is geweest. Natuurlijk moet de strijd tegen het terrorisme binnen een strikt wettelijk kader worden gevoerd.

Maar het mag ook wel eens gezegd worden dat sommige fracties hier in het Parlement niet zozeer geïnteresseerd zijn in de rechten van terroristen of vermeende terroristen, maar dat zij in de eerste plaats geïnteresseerd zijn om aan primair anti-Amerikanisme te doen. Mochten diezelfde groepen even actief zijn in het aanklagen van de schending van de mensenrechten in Cuba, bijvoorbeeld, dan zouden we al een heel eind verder zijn. Het gaat dan niet alleen om mensen die beschuldigd worden van terrorisme, maar mensen die omwille van hun politieke mening in de gevangenis zitten.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio López-Istúriz White (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, de transatlantische betrekkingen zijn van essentieel belang als de Verenigde Staten en de Europese Unie hun gemeenschappelijke uitdagingen het hoofd willen bieden.

Wij willen ons beiden met groot engagement inzetten voor een veilige internationale orde en derhalve moet een effectieve strijd tegen het terrorisme onze prioriteit zijn. Tegenover totalitarisme en een gebrek aan vrijheid is er geen alternatief dan een sterk en solide bondgenootschap met onze natuurlijke partners, de Verenigde Staten. Dat is het enige bondgenootschap dat vruchten heeft afgeworpen en dat ook zal blijven doen.

Ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om de aankondiging van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken te verwelkomen dat Washington zal deelnemen aan de multilaterale onderhandelingen over het Iraanse nucleaire programma. Als Teheran afstand doet van activiteiten met betrekking tot de verrijking van uranium, dan moet Iran al zijn activiteiten met betrekking tot de verrijking en het hergebruik van uranium stopzetten, en wel zodanig dat dit gecontroleerd kan worden.

Wij hebben een volledige samenwerking nodig zonder hypocriete demagogie in de vorm van makkelijk anti-Amerikanisme. De noodzaak tot het intensiveren van de betrekkingen met de Verenigde Staten en het sluiten van een partnerschapsovereenkomst, zoals in het verslag-Brok wordt voorgesteld, is van cruciaal belang.

Wij moeten onze betrekkingen verstevigen, zij het met een kritische houding, en nieuwe mogelijkheden onderzoeken tot een grotere gemeenschappelijke en gecoördineerde actie op internationaal niveau en een betere integratie van onze markten, waar onze burgers van kunnen profiteren.

De Europese Unie stevent af op een mislukking als deze zich tegen de Verenigde Staten keert en ze niet als haar natuurlijke bondgenoten beschouwt. Dit is echter noodzakelijk op grond van de waarden die wij delen - democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de individuele vrijheid en het bevorderen van de vrede en collectieve veiligheid.

Laten wij verder hopen dat de volgende top tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie die in juni in Wenen wordt gehouden, eveneens een duidelijke impuls geeft aan een intensivering van onze economische betrekkingen.

Het creëren van een Atlantische zone van welvaart is absoluut noodzakelijk om te kunnen garanderen dat onze burgers kunnen blijven profiteren van het economisch welzijn dat Europa en de Verenigde Staten hun bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het partnerschap tussen de Verenigde Staten en Europa is moeilijk, maar noodzakelijk. Zoals de voorzitter van de Europese Commissie, de heer Barroso, ooit zei, is het noodzakelijk om op gelijke ooghoogte met de Verenigde Staten te spreken. Nu heeft het weinig zin om van de VS te eisen dat zij op de knieën gaan opdat wij op gelijke ooghoogte kunnen praten. We moeten sterker worden, we moeten ons potentieel volledig uitbuiten - economisch, maar uiteraard ook op het terrein van het buitenlands beleid.

Wat betreft het buitenlands beleid wil ik twee gebieden noemen waarop zich enkele zeer positieve ontwikkelingen voordoen. Het eerste is het Midden-Oostenvraagstuk en de financiële steun. Ik weet, commissaris, dat u achter de schermen erg actief bent geweest om te komen tot een verstandige en pragmatische oplossing. Het doet mij veel plezier dat Europa en de Verenigde Staten op dit punt een oplossing hebben gevonden.

Het tweede onderwerp is Iran. Ik wens u niet alleen veel geluk, mevrouw Plassnik, maar ik hoop ook dat u op dit punt sterk weet te overtuigen. In deze zaak dienen wij voet bij stuk te houden, maar de Verenigde Staten dienen ook rechtstreekse gesprekken met Iran te voeren, zoals zojuist is aangekondigd. Het belangrijkste is evenwel dat er geen plaats is voor militaire avonturen. Dit zijn twee gebieden waarover wij, naar ik hoop, als werkelijk zelfstandige, zelfverzekerde partners kunnen spreken met de Verenigde Staten

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis (IND/DEM). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het is zeker dat als de sympathieke mijnheer Brok de laatste conferentie had gehoord van Chomsky, de momenteel grootste filosoof op aarde, hij andere dingen had geschreven. Chomsky zei dat Amerika sterft aan een gebrek aan democratie. Er is inderdaad een gebrek aan democratie en relaties, en ik zal dat aantonen. Elke Amerikaanse burger kan zonder visum naar ongeacht welk land in Europa reizen; kan echter ook elke Europese burger zonder visum naar Amerika reizen? In mijn antwoord wil ik u eraan te herinneren dat, toen leden van het Europees Parlement naar Amerika gingen in het kader van het onderzoek naar de CIA-vluchten, de Amerikaanse Congresleden weigerden hen te ontvangen. Amerika ondertekent het Verdrag van Kyoto niet en vergiftigt de atmosfeer. Zij is niet onderworpen aan het Internationaal Strafhof in Den Haag maar stuurt daar alleen rechters naartoe.

Wel, ik aanvaard niet dat Europa een trein is met een Amerikaanse locomotief en een Amerikaanse machinist. Dat is een grote fout. Wij willen gelijkwaardige betrekkingen. Wij mogen van de Amerikanen geen Europees leger hebben. Wij hebben de NAVO met een Amerikaanse opperbevelhebber. Zelfs onze beurzen volgen Dow Jones. Wij hebben geen eigen beleid. Amerika is ons de baas. Wij willen gelijkwaardige betrekkingen en niet overheerst worden door de Amerikanen. Die overheersing is slecht voor de ontwikkeling van Europa in de richting van meer democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Ashley Mote (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, nog niemand heeft Galileo genoemd - de directe tegenhanger van het Amerikaanse GPS-systeem - waarin de Chinezen een belang van 20 procent hebben. Die beslissing zou de wapenproductie in de toekomst wel eens kunnen destabiliseren en de vrede in gevaar kunnen brengen.

Galileo is een zeer ambitieuze en kostbare poging van de EU om de VS de loef af te steken als volwaardige wereld- en ruimtevaartmogendheid. Waarom zouden we GPS anders willen kopiëren? De EU heeft juridisch niet het recht om haar eigen ruimtevaartprogramma op te zetten, omdat eerst de mislukte Grondwet moet worden geratificeerd. Maar op dat soort details wordt niet gelet.

De EU wil dat haar eigen satellieten in de toekomst deel uitmaken van militaire operaties en heeft geen zin om te wachten. Aangezien alle gevechtswapens in de toekomst per satelliet zullen worden bestuurd, is het duidelijk dat Europa China helpt zich opnieuw te bewapenen. Het is evident dat de Verenigde Staten met zijn verplichtingen tegenover Japan, Taiwan en Zuidoost-Azië op zijn hoede zijn als iemand bijdraagt aan de herbewapening van China.

 
  
MPphoto
 
 

  Benoît Hamon (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dat de Verenigde Staten en de Europese Unie hun dialoog en samenwerking moeten versterken op economisch en handelsgebied, op het gebied van regelgeving en zelfs op sociaal vlak - via het bevorderen van fatsoenlijke banen, zoals de vakbonden aan weerszijden van de Atlantische Oceaan graag zouden zien - staat buiten kijf.

De vraag is dan ook niet óf maar hóe de transatlantische betrekkingen verbeterd moeten worden. Vanuit die optiek vraag ik me af of de totstandbrenging van een transatlantische markt zonder obstakels tegen 2015 wel het juiste antwoord is. Moeten we alle belemmeringen die er op dit moment zijn voor de transatlantische markt als ongewenst beschouwen? Nee. Of willen wij onze markt openstellen voor GGO's of voor rundvlees van met hormonen behandelde runderen? Nee dus. Daarom zou ik graag zien dat een op het algemeen Europees belang gerichte, pragmatische benadering gehanteerd werd bij de transatlantische agenda en dat niet onvoorwaardelijk gekozen werd voor de vrijhandelsdoctrine als doel op zich.

Er is nog iets: ik betwijfel of dit wel het goede moment is om zo'n grootschalig bilateraal initiatief voor te stellen, gezien het feit dat onze Amerikaanse partner de macro-economische stabiliteit in de wereld bedreigt door zijn handels- en begrotingstekort te laten oplopen, de merites en principes van het multilateralisme in het openbaar in twijfel trekt en zich keert tegen initiatieven als het Kyoto-protocol en het Internationaal Strafhof. Ik zou dan ook graag zien dat het uitstekende verslag van mevrouw Mann in die zin gewijzigd wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ursula Plassnik, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik voel mij gesterkt in mijn voornemen om op de naderende top een aantal onderwerpen aan te snijden die onze gemeenschappelijke toekomst betreffen, zoals samenwerking om de democratie, de mensenrechten, de vrijheid en de welstand te bevorderen, maar ook onderwerpen die in verband staan met de mondiale problemen waarmee wij ons geconfronteerd zien, zoals klimaatverandering, de strijd tegen het terrorisme, de non-proliferatie van massavernietigingswapens en ook het onderwerp energiezekerheid, dat ons in toenemende mate bezighoudt aan beide zijden van de Atlantische Oceaan en waaraan ook de Raad intensief heeft gewerkt in dit halfjaar. In mijn inleiding verwees ik al naar de luchtvaartovereenkomst. Met betrekking tot de internationale vraagstukken heb ik gezegd dat er de afgelopen maanden vooruitgang kon worden geboekt op een aantal punten. Op dit terrein is het zaak om langzaam en stap voor stap vorderingen te maken. Tevens wil ik de Commissie bedanken voor de nauwe samenwerking.

Ik wil afsluiten met een woord van dank aan de rapporteurs en aan al degenen die aan dit verslag hebben meegewerkt, en die regelmatig deelnemen aan het debat over onze transatlantische betrekkingen. Deze betrekkingen zijn van cruciaal belang voor de Europese Unie en voor ons allemaal, en dus moeten we eenzijdige standpunten zien te vermijden. Het is juist nodig om bestaande irritaties en onopgeloste vraagstukken te bespreken als partners in een dialoog. Deze punten mogen echter niet overschaduwen wat ons bindt, hoe diep en sterk onze waardegemeenschap is, en wat het grote werk is dat ons wacht ten behoeve van de voor ons belangrijke wereldproblemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de geachte afgevaardigden voor dit voortreffelijke debat over deze centrale en essentiële betrekkingen, die inderdaad gericht zijn op de enorme ruimte voor ontwikkeling die nog bestaat in onze samenwerking op het gebied van het buitenlands beleid, het bevorderen van de democratie, de energie en het bevorderen van de groei en het concurrentievermogen van onze economieën. Ik wil heel kort op een paar vragen reageren.

We zijn inderdaad van plan om een nieuwe overeenkomst te sluiten over hoger onderwijs en beroepsonderwijs, die onder meer de lancering van een innovatief transatlantisch gradenprogramma omvat.

Wat betreft toerisme, dat ook is genoemd: uitwisselingen kunnen worden gestimuleerd door het visumvrijstellingsprogramma uit te breiden tot alle lidstaten.

Wat betreft milieu: we willen een hernieuwde dialoog met de VS, met name een dialoog op hoog niveau over het milieu, waarin ook de kwestie klimaatverandering aan de orde kan komen. Onze samenwerking op energiegebied omvat ook kwesties van klimaatverandering vanuit het oogpunt van energie-efficiëntie. Onze dialoog moet echter breder zijn dan dat.

Voor degenen die het begin hebben gemist, wil ik nog even terugkomen op de kwesties van visumvrijstelling en visumwederkerigheid. Die kwesties worden niet alleen regelmatig door ons genoemd, maar ze komen ook terug in de dialoog en zullen zeker opnieuw ter sprake worden gebracht met president Bush.

Dan de passagierslijsten en het recente arrest van het Europese Hof van Justitie in de zaken die het Europees Parlement had aangespannen. We respecteren het arrest en de analyse van het Hof van Justitie en zullen ernaar handelen. We zullen er samen met het Parlement, de Raad en de nationale autoriteiten voor gegevensbescherming op toezien dat het arrest volledig wordt gerespecteerd. We hebben slechts vier maanden om een nieuwe rechtsgrond te vinden, maar ik hoop dat we op zo’n manier zullen samenwerken dat de beschermingsnormen niet omlaag gaan, het transatlantische luchtvervoer niet wordt ontregeld en er een hoge mate van veiligheid kan worden gegarandeerd.

Tot slot zien we uit naar de geslaagde invoering van het Galileo-satellietnavigatiesysteem, waarbij samenwerking met derde landen noodzakelijk en zinvol is en waarbij we hopen dat samenwerking met de VS een bijkomend voordeel voor ons bedrijfsleven en onze burgers oplevert.

We zijn beide rapporteurs zeer erkentelijk en danken het Parlement voor zijn engagement en inzet. Daar putten we zeker kracht uit.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Mandelson, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik dank de rapporteurs voor de twee uitstekende verslagen. Ik wil twee punten naar voren brengen.

Ten eerste: er wordt zo nu en dan nogal wat aandacht geschonken aan de handelsdisputen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie. Laten wij echter niet vergeten dat 98 procent van onze handel vrij van geschillen is. Als er sprake is van een geschil, doen beide partijen er alles aan om dat zo snel mogelijk op vriendschappelijke wijze op te lossen, al is het niet altijd meteen met succes. Dat mogen we niet vergeten en dat moeten we ook zonder enige zelfgenoegzaamheid waarderen.

Het tweede punt dat ik naar voren wil brengen is dat Erika Mann in haar verslag feitelijk niet voor een vrijhandelsgebied pleit. Dus degenen die daar tegen zijn, richten hun pijlen op het verkeerde doelwit. Waar in het verslag voor wordt gepleit, is een obstakelvrij gebied, een obstakelvrije transatlantische markt bestaande uit Europa en de Verenigde Staten. Dat is iets wat we kunnen toejuichen en aanmoedigen. Zoals ik al eerder zei, denk ik niet dat dit een aardverschuiving tot gevolg zal hebben. Het punt is echter dat deze handels- en investeringsbetrekkingen tussen de EU en de VS onnoemelijk veel opleveren in de vorm van werkgelegenheid, bestaansmiddelen en een toekomst voor mensen. Het zijn niet zozeer de tarieven meer die de groei van deze betrekkingen in de weg staan, maar de niet-tarifaire belemmeringen, de uit de regelgeving voortvloeiende belemmeringen, de verschillen wat betreft de normen en de toekenning van vergunningen, enzovoorts. Er is een hele brandstapel van belemmeringen waar wij de lucifer onder kunnen houden. Dit zijn zeer nobele en goede economische doelstellingen voor ons om de schouders onder te zetten. Daarom beveel ik dit verslag van harte aan, en zal ik mij samen met mijn diensten inzetten voor de verwezenlijking ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Hiermee is de gecombineerde behandeling beëindigd.

De stemming vindt donderdag om 11.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Golik (PSE). - (PL) Met de komende EU/VS-top in gedachten wil ik de rapporteurs feliciteren en onderstrepen dat de betrekkingen tussen beide gemeenschappen verbeterd moeten worden.

We moeten nu gezamenlijk optreden op alle domeinen van gemeenschappelijk belang, we delen dezelfde waarden en we staan bloot aan dezelfde bedreigingen. Zo kunnen we ons gemeenschappelijk beleid en onze economische betrekkingen een nieuwe, doeltreffende en representatieve dimensie verlenen. Zo kunnen we onze krachten bundelen om het terrorisme het hoofd te bieden.

Mondiale problemen vragen om snelle, mondiale acties. De prioriteiten van de VN-top in 2005 en een actieplan tegen terrorisme moeten ons doel zijn en onze reden om samen te werken en de structurele hervormingen van de NAVO en de VN te versnellen, waarbij we de nadruk moeten leggen op de hervorming van de VN-Veiligheidsraad.

Door het instorten van de „vijand van de Westerse wereld” in Oost-Europa en de onenigheid tussen de lidstaten over de interventie in Irak vraagt men zich in Europa en in de VS regelmatig af of het voortbestaan van de NAVO nog enig nut heeft. De bedreiging van het terrorisme kan een basis vormen voor het voortbestaan van het bondgenootschap, maar deze uitdaging vereist nieuwe politieke en militaire structuren en samenwerking met betrekking tot het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU.

We moeten een gemeenschappelijke strategie uitstippelen voor energiezekerheid en gegarandeerde toelevering van grondstoffen door het diversifiëren van ons bevoorradingsbronnen, productie en transport, en we moeten de politieke dialoog over hernieuwbare energiebronnen intensiveren.

 
Laatst bijgewerkt op: 26 juli 2006Juridische mededeling