Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2584(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0338/2006

Debatten :

PV 13/06/2006 - 14
CRE 13/06/2006 - 14

Stemmingen :

PV 15/06/2006 - 9.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0270

Debatten
Dinsdag 13 juni 2006 - Straatsburg Uitgave PB

14. 17e Top EU/Rusland (26 mei 2006) (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de 17e Top EU-Rusland (26 mei 2006).

 
  
MPphoto
 
 

  Hans Winkler, fungerend voorzitter van de Raad. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, onze relaties met Rusland zijn van groot strategisch belang, dat is hier al gezegd door de bondskanselier zelf, door de minister van Buitenlandse Zaken en ook door mij. Daarom is het vanzelfsprekend dat het Oostenrijkse voorzitterschap een hoge prioriteit heeft gegeven aan deze 17e Europees-Russische Top op 25 mei in Sochi aan de Zwarte Zee. Tijdens deze Top zijn we hoofdzakelijk ingegaan op de hoofdpunten in onze relaties met Rusland, zoals de omzetting van de gemeenschappelijke routekaart, de situatie in de EU en in de Russische Federatie en de verdragen die we met elkaar zullen sluiten. We zijn ook op internationale vraagstukken ingegaan. Om voor de hand liggende redenen hebben we het grootste deel van de discussie echter gewijd aan het belangrijke onderwerp energie.

U weet allemaal wel dat een paar uur na het begin van ons voorzitterschap een “wekker is afgegaan”, zoals de bondskanselier het heeft genoemd, en dat heeft er toe geleid dat de Europese Unie zich intensiever met deze kwestie bezig is gaan houden. Ik wil ook herinneren aan de conclusies van de Europese Raad in maart. Daar is uitgebreid ingegaan op de betrekkingen op energiegebied, met name met Rusland. De Top was dus een goede eerste gelegenheid om met president Poetin te spreken over het Russisch-Oekraïnse gasconflict, dat in januari het startpunt van deze crisis was. President Poetin heeft het Russische beleid met nadruk verdedigd en geprobeerd om het uit te leggen. Hij was echter wel degelijk onder de indruk van de heftige reactie van de Europese Unie op deze gebeurtenissen.

De gesprekken in Rusland waren ook beïnvloed door de vergadering van de Europese Raad in maart, waar de eerste steen werd gelegd voor een Europees energiebeleid. De Europese Raad aan het eind van deze week zal een voorstel van de Hoge Vertegenwoordiger en van de Commissie over de externe dimensie van het energiebeleid van de Europese Unie behandelen. Daarbij zal ook rekening worden gehouden met de standpunten die Rusland tijdens de Top naar voren heeft gebracht.

Ook bij de beraadslagingen van de G8 die in juli in Sint-Petersburg bijeenkomen, zal rekening worden gehouden met de gesprekken over energie tijdens de Top. U weet ongetwijfeld dat het Russische voorzitterschap van de G8 van de continuïteit van de energievoorziening een hoofdpunt heeft gemaakt.

We hebben gebruik gemaakt van deze gelegenheid om een uitvoerige, eerlijke en openhartige energiedialoog te voeren. De Europese Unie heeft erop gewezen dat Rusland een betrouwbare partner in ons energiebeleid moet zijn, en dat ook was en is. Desondanks hebben we duidelijk gemaakt dat we ons zorgen maken over de gevolgen voor de EU van het Russisch-Oekraïnse gasconflict in januari jongstleden. We hebben er met nadruk op gewezen dat onze relaties in dit verband gebaseerd moeten zijn op het principe van wederkerigheid, dat moet zowel voor de toegang tot de markten gelden als voor de infrastructuur en de investeringen. We hebben ook duidelijk gemaakt dat het principe van de transparantie heel belangrijk is, evenals het openstellen van de markten voor de concurrentie, en Rusland met nadruk verzocht om het Verdrag inzake het energiehandvest te ratificeren.

Als reactie daarop heeft president Poetin ons verzekerd dat Rusland een betrouwbare energieleverancier zal blijven, en tegelijkertijd heeft hij niet uitgesloten dat Rusland het Verdrag inzake het energiehandvest op de lange termijn eventueel zou kunnen ratificeren. Tot het zover is moet onze samenwerking volgens hem ieder geval op haar merites worden beoordeeld. Hij heeft ook gezegd dat er al heel veel buitenlands geld in de Russische energiesector is geïnvesteerd, veel meer dan in heel wat andere landen die energie produceren. Volgens hem is wederkerigheid alleen maar zinvol wanneer de Europese Unie ook bereid zou zijn om Rusland toegang te geven tot grondstoffen die voor de EU ongeveer even belangrijk zijn als de energie voor Rusland.

Er is gebleken dat de Europese Unie en Rusland wel degelijk ook verschillende ideeën hebben over de invulling van de samenwerking op energiegebied. Het is echter goed nieuws dat tijdens de Europees-Russische Top een openhartige, positieve en productieve discussie over dit onderwerp kon worden gevoerd. Beide partijen waren het erover eens dat ze de energiedialoog, die al op gang is gekomen, willen voortzetten en uitbreiden. President Poetin heeft vooral duidelijk gemaakt dat hij, ondanks de verschillen, bruggen wil bouwen en streeft naar een akkoord met de EU. De EU en Rusland hebben er tijdens de Top met nadruk op gewezen dat ze van elkaar afhankelijk zijn op het gebied van de energievoorziening en dat ze samen moeten bepalen hoe hun relaties op dit cruciale gebied eruit moeten zien.

Tijdens de Top is natuurlijk ook over andere onderwerpen gesproken, bijvoorbeeld over de toetreding van Rusland tot de WTO. Rusland is vastberaden om de onderhandelingen nog dit jaar af te sluiten, zodat de toetreding nog in 2007 plaats kan vinden. We hebben bevestigd dat we daar achter staan, en herhaald dat we bereid zijn om daarna met Rusland een “vrijhandelsovereenkomst plus” uit te werken. Dat zou dan deel uitmaken van een nieuw en alomvattend verdrag, dat de bestaande partnerschaps- en samenwerkingovereenkomst, die afloopt, moet vervangen.

Ook Rusland heeft zijn wens bekrachtigd om in een vlot tempo te onderhandelen over een dergelijk nieuw verdrag met de EU. We zijn het er ook over eens geworden dat het een zeer volledig verdrag met een lange looptijd moet worden, met inachtneming van de behoeften en dynamiek van onze relaties en dat het bestaande akkoord geldig moet blijven zolang dit nieuwe verdrag niet in werking is getreden, zodat er geen vacuüm ontstaat.

We waren ook zeer verheugd dat er tijdens de Top op basis van het akkoord dat eind vorig jaar onder het Britse voorzitterschap was bereikt een overeenkomst kon worden gesloten over de visumfacilitering en de terugkeer. Deze overeenkomsten zullen niet alleen de handelsrelaties vereenvoudigen, maar ook de contacten tussen de burgers. De terugkeerovereenkomst met Rusland is voor de Europese Unie een groot succes en van enorm belang. Ook hieruit blijkt dat de relaties tussen de EU en Rusland productief zijn, en dat de burgers hier ook echt van kunnen profiteren. In dit verband hebben we Rusland nogmaals verzocht om de nodige stappen te zetten om ervoor te zorgen dat de grensovereenkomsten met Estland en Letland kunnen worden geratificeerd.

Tijdens deze Top is natuurlijk ook gesproken over de rechten van de mens, en over de situatie in Tsjetsjenië. We hebben onze vreugde tot uitdrukking gebracht over het feit dat Rusland het met de Commissie eens is geworden over de modaliteiten voor de uitvoering van een programma met een begroting van twintig miljoen euro ter ondersteuning van het socio-economisch herstel in de Noordelijke Kaukasus. We hebben ook het overleg over de mensenrechten genoemd, de derde ronde daarvan heeft in maart in Wenen plaatsgevonden. Dat overleg is intussen een essentieel onderdeel van onze relaties geworden.

Tot slot wil ik er nog op wijzen dat we ook over internationale vraagstukken hebben gesproken, met name over de situatie in Iran. We hebben ook de situatie in Wit-Rusland aangekaart, en herhaald dat we bereid zijn om met Rusland samen te werken om de zogenaamde “bevroren conflicten” in Moldavië en Georgië op te lossen.

Bovendien zijn we het tijdens de Top eens geworden over een Instituut voor Europese Studies in Moskou, dat de EU en Rusland samen zullen financieren.

Al met al is deze Top goed verlopen, de gesprekken waren openhartig en oprecht, de sfeer was vriendschappelijk, en beide partijen waren bereid om de verschillen te overbruggen en oplossingen te vinden voor gemeenschappelijke problemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik ben dankbaar dat ik deze gelegenheid krijg om namens de Commissie, voorzitter Barroso en mijn collega mevrouw Ferrero-Waldner, verslag uit te brengen over de Top EU/Rusland, die op 25 mei in Sochi plaatsvond, een jaar na de goedkeuring van de vier routekaarten voor de gemeenschappelijke ruimten, en die daarmee een goede gelegenheid bood om de vooruitgang te beoordelen die sindsdien is geboekt.

De Top was tevens de gelegenheid voor de ondertekening van de akkoorden inzake visumfacilitering en terugkeer. De visumvereenvoudigingsovereenkomst zal contacten tussen de volkeren van de EU en Rusland helpen bevorderen. De terugkeerovereenkomst zal de illegale immigratie helpen bestrijden, een bron van toenemende zorg voor zowel de EU als Rusland.

Tijdens de Top vond er een zeer open, eerlijke en inhoudelijke discussie over energie plaats met president Poetin. We zijn er nooit van uitgegaan dat we volledige overeenstemming zouden bereiken in Sochi, maar de Top heeft onze respectievelijke standpunten verhelderd. Dat was zeer nuttig, aangezien we ons voorbereiden op de besprekingen in de Europese Raad over de externe aspecten van het EU-energiebeleid op basis van het gezamenlijke document van de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger. De EU en Rusland zijn in de energiesector afhankelijk van elkaar en zullen dat zeker blijven, en we hebben nu een echte kans om de energiemarkten van de EU en Rusland te integreren op een tot wederzijds voordeel strekkende, wederkerige, transparante en niet-discriminerende manier. Wat dat betreft kijken we uit naar de voortzetting van onze dialoog met Rusland, bilateraal én multilateraal, tijdens de G8-Top komende maand.

Wat het toekomstige kader voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland betreft is tijdens de Top afgesproken dat we moeten streven naar de vervanging van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) door een nieuwe, langjarige, alomvattende en bindende overeenkomst, die de verdere ontwikkeling van de Europees-Russische betrekkingen moet kunnen bevorderen. De PSO blijft gelden totdat een nieuwe overeenkomst in werking treedt. Met het oog hierop werkt de Commissie momenteel aan het concept voor de onderhandelingsrichtsnoeren. Als de Raad in de positie verkeert die richtsnoeren tegen de tijd van de volgende Top EU/Rusland goed te keuren, zouden de onderhandelingen eind dit jaar kunnen beginnen. Voor zowel de EU als Rusland blijft de toetreding van Rusland tot de WTO een topprioriteit. Deze toetreding zal de grondslag zijn waarop de economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Rusland naar een kwalitatief nieuw niveau kunnen worden getild in de context van de overeenkomst die de PSO opvolgt, waarbij rekening zal worden gehouden met de bestaande PSO-doelstelling van een vrijhandelszone.

In dit verband kan ik het Parlement melden dat we behoorlijke vooruitgang boeken bij de besprekingen over een nieuw kaderdocument voor het hernieuwde noordse-dimensiebeleid. De Commissie onderhandelt over de tekst met Rusland, Noorwegen en IJsland. Ik ben blij dat ik kan zeggen dat Rusland veel belang stelt in het bevestigen van zijn eigen inbreng in het noordse-dimensiebeleid. We hopen tijdig een overeenkomst te sluiten voor de bijeenkomst van topambtenaren in Finland in september. We zullen het Parlement op de hoogte houden en ervoor proberen te zorgen dat de parlementaire dimensie in het nieuwe beleid wordt opgenomen.

Tijdens de Top is diepgaand gesproken over internationale kwesties. De dialoog die in de afgelopen maanden met Rusland tot stand is gekomen, met name over Iran en het Midden-Oosten, is een goed voorbeeld van de activiteiten van de EU en Rusland om het concept van effectief multilateralisme in de praktijk te brengen.

De EU heeft tevens benadrukt dat er met Rusland moet worden samengewerkt in kwesties die onze gemeenschappelijke nabuuromgeving raken. We houden vast aan ons standpunt dat de oplossing van de bevroren conflicten en de ontwikkeling van de democratie en de markteconomie in de landen van de regio de beste manier zijn om een stabiele, vreedzame en welvarende nabuuromgeving voor de EU én Rusland te creëren.

Tijdens de Top is ook op constructieve wijze gesproken over een aantal andere gevoelige onderwerpen. De EU onderstreepte het belang van de ratificatie door Rusland van de grensovereenkomst met Estland, en van de ondertekening en ratificatie van de grensovereenkomst met Letland. In dit verband juich ik de recente ontmoeting tussen de premiers Kalvitis en Fradkov toe, en hoop ik dat dit het begin is van een intensievere bilaterale dialoog.

Verder heeft de EU te kennen gegeven dat zij bezorgd blijft over de situatie in Tsjetsjenië, met name in het licht van het meest recente bezoek van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN, Louise Arbour. Het reguliere mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland blijft een nuttig forum voor het bespreken van deze onderwerpen.

De conclusie is dat tijdens de Top is gebleken hoe breed en diep onze gemeenschappelijke politieke agenda met Rusland is. Naarmate het Europees-Russische strategische partnerschap zich ontwikkelt, doet de noodzaak van samenhang binnen de EU zich steeds sterker voelen. De dialoog die de Commissie met het Europees Parlement over Rusland voert, is in dit opzicht dan ook een zeer belangrijk element voor de versterking van samenhang en coëxistentie en van de doeltreffendheid van het EU-beleid ten aanzien van de Russische Federatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Camiel Eurlings, namens de PPE-DE-Fractie. Voorzitter, er is geen twijfel over het belang van de samenwerking tussen de Europese Unie en Rusland. Wij moeten meer dan ooit proberen gezamenlijk voordelen uit die relatie te halen, maar ook de moed hebben om elkaar op moeilijke punten aan te spreken. Daarvoor is nodig dat Europa meer dan ooit met één stem spreekt. Dus geen bondskanselier meer, die zegt dat Rusland een fantastische democratie is, terwijl andere landen proberen de situatie van de mensenrechten aldaar te verbeteren. Er is in dit verband nu hoop op een nieuwe start.

Onze samenwerking is gebaseerd op de vier gemeenschappelijke ruimten. Toch kun je niet anders dan constateren dat die samenwerking te weinig strategisch en te pragmatisch is. Economisch zijn er barrières naar beneden gebracht en hebben wij voordelen behaald, maar ten aanzien van de overige drie gemeenschappelijke ruimten is er nog te weinig echte vooruitgang geboekt. Die balans is wel belangrijk. We moeten voorkomen dat het beeld ontstaat dat we om economische belangen of gasbelangen de mensenrechten even wat minder behandelen. Het moet gewoon in open discussie in balans zijn.

Wat de energie betreft moeten we inderdaad, zoals zojuist werd gezegd, niet alleen een duurzame relatie van leverancier en klant nastreven, maar ook voorkomen dat Rusland in de toekomst het gas als politiek drukmiddel gebruikt. Mensenrechten moet ook in de nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst na 2007 nadrukkelijk zijn verankerd, met niet alleen overleg tussen politici, maar nu ook, vast verankerd, met bijdrages van internationale en nationale onafhankelijke NGO's.

Tenslotte, als Rusland inderdaad tot de Wereldhandelsorganisatie wil toetreden, dan zal het zich nu ook in overeenstemming met de WTO-normen moeten gedragen. Dan moeten wij dus de economische sancties tegen Georgië en Moldavië, maar ook het voortslepende handelsconflict met Polen hard bekritiseren. Commissaris, dit sleept nu al maanden voort en het is nu ook een Europese verantwoordelijkheid. Kunt u aangeven hoe we dit voortslepende conflict zo snel als mogelijk uit de weg kunnen ruimen?

Hoe dan ook, Voorzitter, de gezamenlijke aanpak gaat boven alles en daarvan moeten we nu meer dan ooit werk maken. Ik denk dat de gezamenlijke resolutie zoals die er nu ligt, een goed startschot voor het Parlement is en ik zou deze als delegatievoorzitter graag volgende week in Rusland aan onze tegenhangers overhandigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. Voorzitter, ik kan me aansluiten bij de opmerkingen die collega Eurlings aan het eind van zijn betoog maakte. We hebben een hele goede gezamenlijke resolutie opgesteld waarin allerlei zaken aan de orde komen die ik niet kan herhalen in de twee minuten die ik heb gekregen. Ik deel ook de kritiek van de heer Eurlings op de wat pragmatische manier waarop de samenwerking met de Russische Federatie wordt ingevuld door te werken in die vier ruimten.

Praktische stappen zetten, dat is op zich goed, zoals recentelijk de visa-vergemakkelijking die tussen de EU en Rusland tot stand is gekomen, maar dit neemt een beetje het zicht weg op de balans die er zou moeten zijn tussen de verschillende terreinen die wij belangrijk vinden. Het beleid mag niet gefragmenteerd raken en dat gevaar bestaat met het systeem van die vier ruimten en de stappen die daarbinnen gezet worden. Wij moeten blijven zoeken naar een breed fundament van die samenwerking. Drie elementen zijn hierbij essentieel.

Energie, daarover is al iets gezegd. Er moet een transparante manier van samenwerken komen waarbij inderdaad het politieke drukmiddel, dat soms in de energiesfeer wordt gebruikt, wordt uitgeschakeld.

Ten tweede, een kritische mensenrechtendialoog met Rusland over de situatie binnen Rusland zelf, over de Tsjetsjenen, over de NGO's, over de autoritaire trekken die de regering daar meer en meer aanneemt, maar ook over de democratie in de directe omgeving, zoals met name in Wit-Rusland.

Ten derde moeten worden gezocht naar oplossingen voor een aantal veiligheidsproblemen in de regio waaraan Rusland tot nog toe niet echt heeft meegewerkt. Hierbij denk ik dan aan Moldavië, Georgië en Azerbeidzjan.

Alle drie de elementen moeten volgens ons tot hun recht komen. We moeten niet het ene element voortrekken boven het andere. Dus geen gas in plaats van democratie of omgekeerd. Alle drie de elementen die ik noemde, moeten centraal op de gezamenlijke agenda terechtkomen. Dit jaar is hiervoor een mooi moment. We kunnen Rusland aanspreken omdat het de G8 voorzit. We kunnen Rusland aanspreken omdat het voorzitter is, nota bene van de Raad van Europa.

Er bestaat een zekere spanning als je op al die drie velden wilt spelen, maar die spanning is normaal als het gaat om buitenlandse politiek, normaal als het gaat om Rusland en in die zin moeten we ook proberen helder te zijn in ons beleid door alle drie de elementen te benadrukken en niet weg te lopen voor een kritische dialoog over zaken in Rusland die ons niet bevallen.

 
  
MPphoto
 
 

  Henrik Lax, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het alleen over de visumovereenkomst hebben. Wij zeggen dat we de visumprocedures willen vereenvoudigen, maar bij nadere bestudering van de bilaterale overeenkomst tussen de EU en Rusland blijkt dat de overeenkomst eigenlijk zeer weinig veranderingen met zich meebrengt. De overeenkomst zal slechts gevolgen hebben voor een paar procent van de reizigers. Hoewel het om belangrijke groepen gaat, zoals studenten, deelnemers aan georganiseerde programma’s en zakenlieden, moet men zich afvragen hoe het staat met de andere groepen, dat wil zeggen de grote meerderheid die er werkelijk van zou profiteren om iets van de wereld te zien.

Is het in een moderne wereld wenselijk om mensen in categorieën onder te verdelen? Voor de gewone reiziger, dat wil zeggen voor meer dan 90 procent van alle mensen die op reis willen, bevat de overeenkomst geen enkele vereenvoudiging. Het zal bijvoorbeeld nog steeds onmogelijk zijn om een privé-autoreis naar Rusland te maken. Dat komt doordat de jungle van eisen inzake uitnodigingen en verplichte registratie niet zal worden herzien. Het blijft ook onduidelijk hoe de invoering van zogeheten biometrische gegevens aan de visumprocedure zal worden gekoppeld. Voor mij is het een mysterie dat de overeenkomst niet is gekoppeld aan de internationale Conventie van Den Haag over de ontvoering van kinderen. In mijn land Finland bijvoorbeeld worden elk jaar een paar kinderen naar Rusland ontvoerd door de Russische ouder. Juridische middelen om die kinderen terug te brengen naar de andere ouder ontbreken.

Dit alles is duidelijk. Wij van de liberale fractie hopen dat we met deze gedachten gehoor krijgen bij de andere fracties. Deze overeenkomst is en blijft een spookovereenkomst – dat moet helder en klaar gezegd kunnen worden. De overeenkomst maakt maar voor heel weinig mensen verschil en maakt de feitelijke visumprocedure niet eenvoudiger. Dit probleem geldt zowel voor degenen die naar Rusland willen reizen als degenen die naar het Schengengebied willen. Het zwakke resultaat alleen aan de Russische zijde wijten is niet onze taak in dit Parlement. We moeten het geheel kunnen beoordelen, en doelen formuleren voor de omgang met onze buurlanden. Dát is onze taak als gekozen Parlementsleden.

 
  
MPphoto
 
 

  Milan Horáček, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de vereenvoudigde afgifte van visa voor studenten en sporters is een eerste stap. De terugkeer van illegale immigranten is daarentegen zeer bedenkelijk. De Top in mei heeft allerlei andere vragen niet beantwoord. Het moderniseren van de staat, de economie en het leger kan niet slagen wanneer de regering er niet toe bereid is, en wanneer het kapitalistische roofdier, dat altijd op zoek is naar winst met corrupt geld, daar geen belang bij heeft.

De rechtsstaat en de democratisering van het land worden onmogelijk gemaakt, de schending van de mensenrechten in Tsjetsjenië is tragisch. De nieuwe wet over NGO’s leidt tot beperkingen van de rechten van de maatschappelijke organisaties en van de vrijheid van meningsuiting. Wie het regime bekritiseert wordt behandeld op een manier die haaks staat op de normen van de Raad van Europa. Politieke gevangenen zoals Mikhail Khodorkovsky en Platon Lebedjev, die ernstig ziek is, zijn lichamelijk mishandeld, en worden ook psychisch bedreigd. De rechtsspraak wordt gestuurd door de politiek, en het blijft de vraag of Rusland een betrouwbare energieleverancier is. Europa speelt met vuur als het zich te afhankelijk laat worden. Het conflict met Oekraïne aan het begin van dit jaar over het leveren van gas heeft duidelijk aangetoond dat de kraan ook naar aanleiding van een conflict met Europa zou kunnen worden dichtgedraaid. Openheid en good governance worden slechts genoemd, maar er wordt onvoldoende op ingegaan. Het geval Yukos bewijst dat de regering openbaar moet maken welke relaties er bestaan tussen de staat en de energieconcerns, en hoe die twee van elkaar afhankelijk zijn. Na de verkiezingen in Wit-Rusland heeft de EU Loekasjenko ervan beschuldigd dat hij heeft gefraudeerd, en dat hij een corrupte dictator is. Poetin heeft zijn bondgenoot echter gefeliciteerd met diens overwinning. Democratie, mensenrechten en de rechtsstaat zijn voor ons kernwaarden, dus moeten we daar ook in een strategisch partnerschap met Rusland de hand aan houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen, namens de GUE/NGL-Fractie. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de fungerend voorzitter van de Raad zei in zijn toespraak dat wij bij de aanvang van het voorzitterschap zijn ontwaakt. Waar ontwaakten wij door? Wij waren ons allang bewust van onze afhankelijkheid van energie. De volledige groei van de energiebehoeften van de Europese Unie wordt in de toekomst gedekt door toenemende gasimporten. In dit verband ontwaakten wij hopelijk door de problemen van de vrije doorvoer van energie, die door de gebeurtenissen in Oekraïne en Rusland aan den dag kwamen.

Wat gebeurde er vóór de eerste vorstdagen van het jaar? Eerst had Oekraïne geëist dat er voor de doorvoer marktprijzen werden betaald. Dat vond Rusland goed, als Rusland ook voor zijn gas marktprijzen zou krijgen en niet alleen voor de doorvoer. Daarna kwam aan het licht dat Oekraïne gas had gestolen uit de gasreserves die het Russische Gazprom in Oekraïne had opgeslagen. Begin dit jaar werd duidelijk dat Oekraïne voor eigen gebruik gas stal uit voorraden die voor Europa waren bedoeld. In dit verband ontwaakten wij dus hopelijk door het feit dat deze doorvoerproblemen ernstig zijn en dat er voor de levering van gas ook stabiliteit nodig is in de doorvoerlanden en niet alleen in Rusland.

De levering van gas wordt waarschijnlijk zekerder door de gaspijpleiding door de Oostzee, wat begrijpelijk is, omdat wij hierdoor geen last meer hebben van doorvoerlanden die de kranen dicht kunnen draaien en voor zichzelf gas uit de pijpleiding kunnen stelen. Verwijzend naar de toespraak van commissaris Rehn kan ik zeggen dat het goed is de noordse dimensie bij de toekomstige programma's van de Europese Unie te betrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Inese Vaidere, namens de UEN-Fractie.(LV) Dames en heren, de Europese Unie is geïnteresseerd in het ontwikkelen van goede betrekkingen met Rusland, en er is een aantal gebieden waarop dit al met succes is gerealiseerd. Dat bleek heel duidelijk uit sommige resultaten van de Top van mei. Eén voorbeeld van succesvolle samenwerking is het sluiten van de overeenkomst over de terugkeer van illegalen. De situatie zoals zij tot nu toe was, waarbij illegale immigranten uit Rusland niet konden worden teruggestuurd naar dat land, was onaanvaardbaar. De Europese Unie moet ook het sluiten van zo’n zelfde overeenkomst tussen Rusland en Oekraïne bevorderen, want anders zullen illegale immigranten uit Rusland die de Europese Unie via dat land binnenkomen teruggestuurd worden naar Oekraïne, waar ze dan moeten blijven.

Het aanknopen van goede betrekkingen is een kwestie van tweerichtingsverkeer. Het is paradoxaal dat de Europese Unie en Rusland juist nu de overeenkomst over visumfacilitering hebben gesloten. Zoals we allemaal weten, zijn visa documenten die het recht geven om nationale grenzen over te steken; Rusland weigert echter om overeenkomsten te sluiten over de grenzen met Letland en Estland, en daardoor ook met de Europese Unie. Om te kunnen doorgaan met het ontwikkelen van constructieve betrekkingen moet Rusland deze overeenkomsten met Letland en Estland ondertekenen en ratificeren, zonder enige druk op de wettelijk gekozen parlementen en regeringen van deze lidstaten. De overeenkomst over visa tussen de Europese Unie en Rusland kan niet van kracht worden totdat Rusland grensovereenkomsten heeft gesloten met alle lidstaten van de Europese Unie.

Met betrekking tot visumfacilitering is het ook belangrijk om te waarborgen dat de inwoners van de grensstreken van de Europese Unie een speciale regeling krijgen om Rusland binnen te komen. Dat zou zowel de economische ontwikkeling als de grensoverschrijdende contacten tussen de mensen bevorderen.

Het wordt zeer gewaardeerd dat er tijdens de Top een oplossing is gevonden voor een zaak van algemeen belang als de energieveiligheid. Desondanks hopen wij dat in de toekomst meer aandacht zal worden geschonken aan de inperking van de democratische vrijheden en de mensenrechten in Rusland, waar in de afgelopen jaren een duidelijk waarneembare achteruitgang heeft plaatsgevonden op het gebied van de vrijheid van de massamedia en de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties, en ook op andere gebieden. Versterking van de democratie in Rusland is in het belang van de Europese Unie, maar vooral in het belang van Rusland zelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. Voorzitter, de relatie tussen de Europese Unie en Rusland kent sinds mei 2004 gemeenschappelijke ruimten. Gisterenavond las ik bij een Nederlandse analist, een Rusland-expert, dat volgens de Russen, grosso modo, deze ruimten ofwel samenwerkingsgebieden zich vooral kenmerken door leegte. Deze zelfspot mogen de Europese instellingen zich terdege aantrekken. Met gemeenschappelijke grote woorden schiet Moskou immers tot nu toe meer op dan Brussel.

Een pragmatische aanpak van werkelijke gemeenschappelijke problemen slaat beter aan. Zie de toegang tot Kaliningrad of visaregelingen. Laten we echter de illusie van een gemeenschappelijk nabuurschapsbeleid met het Kremlin snel laten varen. Neem bijvoorbeeld Wit-Rusland. De idee van een gemeenschappelijke benadering hier is gewoon absurd. Ik heb mijn ogen uitgewreven toen ik dat zag in een ontwerpresolutie. Twee concrete pragmatische vragen zou ik Commissie en Raad willen stellen.

Is de leveringszekerheid van gasaanbieder Rusland aan Europese afnemers inmiddels wettelijk en transparant geregeld? Mijn tweede vraag luidt - het Oostenrijkse voorzitterschap stipt dat al aan - hoe staat het met de definitieve grensregeling tussen de Russische Federatie en twee EU-lidstaten, Estland en Letland? Per slot van rekening gaat het hier om een gemeenschappelijke buitengrens van de Unie. Positieve antwoorden op deze twee concrete vragen zouden de relatie met Rusland stellig meer glans verlenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Aleksander Czarnecki (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, op 25 mei heeft de zeventiende top van de Europese Unie met Rusland plaatsgevonden in Sochi. Het hoogtepunt van deze ontmoeting was de al maanden geleden aangekondigde ondertekening van de terugkeerovereenkomst en de overeenkomst inzake visumfacilitering voor burgers van de Europese Unie en Rusland.

Verder zijn er geen andere documenten ondertekend en ook een gemeenschappelijke verklaring bleef achterwege. De Top in Sochi heeft aangetoond dat de lijst met meningsverschillen tussen Rusland en de Europese Unie almaar langer wordt. Zo zijn het beleid ten aanzien van Wit-Rusland, Moldavië en Oekraïne, de situatie in Rusland zelf en met name dan de eerbiediging van de mensenrechten en vooral ook het energiebeleid, voorbeelden van omstreden punten.

Het wordt steeds moeilijker om punten te vinden waarover concrete afspraken gemaakt kunnen worden die ook worden nageleefd. Tegelijkertijd doen beide partijen hun uiterste best om hun samenwerking een vriendschappelijk en constructief tintje te geven. Zo worden gevoelige onderwerpen nooit in het openbaar besproken, maar als er ergens een akkoord over wordt bereikt – al gaat het daarbij vaak om een punt van ondergeschikt belang - dan wordt dat meteen flink in de verf gezet.

Ik denk dat dit de juiste aanpak is en hoop dat we zo kunnen vermijden om in de contacten met onze Oosterbuur in dezelfde fouten te vervallen als Polen.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE).(LT) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de laatste bijeenkomst op hoog niveau tussen de Europese Unie en Rusland kwamen bepaalde aspecten van de betrekkingen tussen de EU en Rusland naar voren die daarvoor al duidelijk waren, maar die nooit openlijk waren besproken. Donderdag zal het Europees Parlement over een resolutie stemmen waarin het bij zijn beoordeling van de resultaten van de laatste Top zal aangeven dat, en ik citeer, “het huidige samenwerkingsverband met Rusland veeleer pragmatisch dan strategisch is, daar hierin voornamelijk gemeenschappelijke economische belangen doorklinken zonder dat er op het gebied van mensenrechten en rechtsstaat resultaten van betekenis worden geboekt”. Ik wil uw aandacht vestigen op het feit dat dit een kwalitatief nieuwe evaluatie is, omdat het verhaal tot nu toe was dat Rusland en de Europese Unie strategische partners zijn, en dat dat partnerschap gebaseerd was op gemeenschappelijke waarden, respect voor de mensenrechten en vrijheden, democratische beginselen, enzovoort. Tot nu toe waren alle resoluties waar ik in dit Parlement over heb mogen stemmen, gebaseerd op dit begrip - strategisch partnerschap.

Aan de andere kant was het duidelijk dat het bij deze verklaringen zou blijven, want de EU en het Rusland van na Jeltsin kunnen nauwelijks prat gaan op successen op het gebied van de mensenrechten of de persvrijheid, eerder het tegenovergestelde. Ik ben van mening dat wanneer de huidige partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland afloopt en er een nieuwe overeenkomst moet worden gesloten, deze aspecten daarin betrokken moeten worden. In mijn optiek moeten de prioriteiten van de Europese Unie anders worden geformuleerd.

Het tweede aspect waar ik op wil wijzen is de dialoog met Rusland op het gebied van energie. Helaas heeft er op de Top van Sochi, waar veel tijd besteed is aan energie, geen doorbraak plaatsgevonden, en de vertegenwoordigers van Rusland blijven volhouden dat ze volgens marktprincipes te werk gaan. Op een of andere manier past alleen Rusland die principes in de eerste plaats toe als straf voor de pro-Westerse, pro-Europese oriëntatie van sommige buurstaten. Ondertussen blijven de voorstellen van de EU met betrekking tot de ratificatie door Rusland van het Verdrag inzake het energiehandvest en de deelname van bedrijven uit de EU in het bestuur van Russische energiebedrijven een probleem waarvoor we een oplossing moeten vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Reino Paasilinna (PSE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, de meest brandende kwestie in de betrekkingen tussen de Europese Unie en Rusland is momenteel energie. Energie is de barometer van het beleid en de economie van de Europese Unie en Rusland. Energie is ook een mogelijke veroorzaker van een conflict tussen de Europese Unie en Rusland. Storingen in de levering van elektriciteit, gas en olie leiden direct tot interne crises in veel lidstaten. De onderbrekingen in januari zorgden voor een gedeeltelijke noodsituatie in Europa.

Wat zou hieraan gedaan moeten worden? Men kan beginnen het probleem op te lossen met leveringscontracten. Rusland wil leveringscontracten voor de lange termijn, zodat het doelgericht kan investeren in uitrusting om de eigen energievoorziening zeker te stellen. In de Europese Unie zijn velen van mening dat langetermijncontracten de concurrentie verstoren. Maar in deze situatie, waarin altijd een gebrek is aan energie, zijn langetermijncontracten niet het allergrootste probleem. Zij kunnen beide partners juist een gezamenlijk doel bieden. Contracten waarborgen de positie van de koper en de verkoper en scheppen stabiliteit bij de levering van energie. Tegelijkertijd kan de Europese Unie ervoor zorgen dat er meer wordt geïnvesteerd in de Russische energiesector, die op zijn beurt voor continuïteit van de voorziening kan zorgen. Het doel is natuurlijk het op zeker moment openstellen van beide energiemarkten voor concurrentie, zowel die van de Europese Unie als die van Rusland.

Tijdens het Finse voorzitterschap kan er actie worden ondernomen, aangezien wij in Finland op het gebied van energie al langdurig met Rusland samenwerken, wij zeer langlopende overeenkomsten met dat land hebben en nooit zorgen hebben over de continuïteit van de voorziening, ook al zijn er in de afgelopen vijftien jaar enkele revoluties in Rusland geweest. De hele tijd hebben wij de afgesproken hoeveelheid elektriciteit, olie en gas gekregen. Dit maakt het dus makkelijker voor beide partners en schept voorspelbaarheid, die het juiste uitgangspunt tussen buurlanden moet zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Cecilia Malmström (ALDE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, het is natuurlijk fantastisch dat we reguliere fora en mechanismen hebben om ons partnerschap met Rusland te ontwikkelen en te verdiepen. Toch is het soort topontmoetingen zoals die in Sochi misschien niet optimaal. Die topontmoetingen neigen enorm te worden opgehemeld en leiden tot grote verwachtingen en bijzonder weinig resultaten. Deze specifieke Top heeft niet veel resultaten opgeleverd. Het zou veel beter zijn als we langzame stappen vooruit zetten en proberen om kwaliteit in onze bestaande relaties te bereiken.

Zoals bekend hebben we veel raakpunten met Rusland op het gebied van handel, milieu en energie. Dat wordt meer dan ooit duidelijk in verband met de meer dan schandalige chantage die Rusland met zijn energiewapen pleegt. Wat betreft de strijd tegen het terrorisme, de georganiseerde misdaad en een aantal conflicten is er behoefte aan uitgebreider samenwerking tussen Rusland en Europa. Het is verheugend dat Rusland aan dezelfde zijde staat als wij en de Verenigde Staten waar het gaat om de onderhandelingen met Iran, maar het is minder verheugend dat Rusland een solorol speelt inzake Wit-Rusland, Hamas, enzovoort.

Zoals zovele collega’s al hebben benadrukt, moeten we ontzettend duidelijk zijn als we onze betrekkingen met Rusland evalueren. De ontwikkeling die we de laatste tijd hebben gezien op het gebied van mensenrechten en democratie is zeer verontrustend. De ontwikkeling gaat achteruit. Een maand geleden hadden we minister van Buitenlandse Zaken Lavrov op bezoek in de Commissie buitenlandse zaken. Hij zei toen dat Europa en het Europees Parlement een zeer emotionele kijk hebben op het onderwerp mensenrechten. Hij vond dat we enigszins gefixeerd waren en ons op één enkel punt toespitsten. Dat was een goed compliment, vind ik, maar het was niet zo bedoeld. Het is ontzettend belangrijk dat we duidelijk zijn als we de situatie van vrijwilligersorganisaties, de steeds verder krimpende vrijheid van de media en de concentratie van de macht rond Poetin aan de orde stellen. De situatie is zeer, zeer ernstig en daar moeten we permanent op wijzen.

In onze resolutie over Rusland, waar we precies een jaar geleden over hebben gestemd, wezen we op de behoefte aan een zeer duidelijke, weldoordachte en op waarden gebaseerde strategie jegens Rusland. De hoop die wij toen uitspraken, is helaas nog steeds niet meer dan hoop.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). – Voorzitter, het behoeft geen betoog dat de relaties tussen de Europese Unie en de Russische Federatie van groot belang zijn. Men heeft hier juist al gewezen op de energieaspecten, op de nood aan verdere democratisering in Rusland en ook op de aspecten van de internationale politiek. Het is ook duidelijk dat de Europese Unie, Rusland en de Verenigde Staten steeds meer samen optreden op internationaal vlak.

Rusland is ook na de ineenstorting van de Sovjet-Unie een belangrijke speler op wereldvlak. Dat geldt ook op regionaal vlak, maar we stellen vast dat er nog altijd grote spanningen blijven bestaan tussen Rusland enerzijds en de staten die zich hebben losgewerkt uit het keurslijf van het Sovjetregime. Ik verwijs naar de nog altijd moeizame relatie met de Oostzeelanden, ik verwijs naar de situatie in Tsjetsjenië en ik verwijs naar de bemoeienissen in de Oekraïne die erop gericht waren om de oranje revolutie in de kiem te smoren.

De democratie in Rusland zelf is op zijn minst precair te noemen, denk maar aan de problemen die NGO's ondervinden. In de dialoog tussen de Europese Unie en Rusland moet er dus permanent worden gewezen op de noodzaak van een betere naleving van de mensenrechten, op transparantie in de energiepolitiek, op de strijd tegen corruptie en op de noodzaak van minder centralisme in het algemeen.

Een ander probleem dat veel meer aandacht verdient, is dat van de gesloten kernfaciliteiten die nauwelijks nog bewaakt worden en waar terreurgroepen wel eens hun voordeel mee zouden kunnen doen. Dit is een punt dat permanent op de agenda zou moeten staan wanneer we spreken over de relaties tussen de Europese Unie en Rusland.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, Rusland blijft, geografisch gezien natuurlijk, het grootste land ter wereld en onderhoudt een strategisch partnerschap met de EU via de “vier gemeenschappelijke ruimten”. Met al zijn gebreken blijft Rusland toch een democratie, zij het een die steeds autoritairder wordt. Er woeden nog steeds hevige debatten in de vele media en bij de vele krantenkiosken, hoewel de controle door het Kremlin in de vorm van zelfcensuur de laatste jaren zichtbaarder wordt.

Zoals in veel voormalige sovjetlanden is het gerechtelijk apparaat nog altijd niet onafhankelijk in de mate die we in de EU gewoon zijn, en is het geneigd te buigen onder politieke druk. Maar dat is niet altijd zo. Ik blijf een enorm bewonderaar van Rusland’s bijdrage aan de Europese cultuur, en ben er heilig van overtuigd dat we dit gigantische Euraziatische land niet moeten destabiliseren, nu het weer aan vertrouwen wint met de recente massale toevloed van oliedollars.

Het lijdt geen twijfel dat Russische militairen zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van de mensenrechten in de noordelijke Kaukasus. Maar we moeten ook de dreiging van de Tsjetsjeense militante islamitische groeperingen onderkennen, die maar al te graag de moslimbevolking in Rusland willen inpalmen, die op dit moment goed is voor circa 17 procent van de bevolking en snel groeit. al-Qaeda wil maar al te graag voet aan de grond krijgen in de regio. Het is duidelijk dat ook Gazprom, het ‘”gaswapen” – ingezet als verlengstuk van het Russisch buitenlands beleid – altijd mijn vriend lijkt dwars te zitten, en begrijpelijk, met name in Oekraïne, Moldavië en de Kaukasus.

Rusland moet het aanzien van een betrouwbare energiehandelspartner krijgen, niet van een handelsbullebak ten opzichte van zijn buren en nabije landen, zoals we onlangs zagen bij het tegen Georgië en Moldavië ingestelde verbod op de invoer van hun wijnen en mineraalwaters, of, nog meer bizar, bij de “bilaterale kwestie” met Poolse landbouwproducten - ik heb toch altijd gedacht dat dit een bevoegdheid van de Commissie was – die onder het monopolie op de buitenlandse handel zouden vallen.

Ik wil Rusland ook oproepen het voorbeeld van Oekraïne te volgen en alle EU-burgers visumvrij verkeer toe te staan om het toerisme te stimuleren en het publiek beter bekend te maken met deze gigantische oostelijke buur van ons.

Tot slot doe ik een beroep op Rusland om de EU en de VS te steunen bij de preventie van nucleaire proliferatie door Iran.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, volgens de fungerend voorzitter van de Raad heeft president Poetin gezegd dat de ratificatie van het Energiehandvest op de lange termijn niet uitgesloten is. Dat betekent volgens mij dus dat het er nooit van zal komen. Dat had de Russische minister van Buitenlandse zaken eigenlijk al gezegd in de Commissie buitenlandse zaken, en de Russische ambassadeur heeft het onlangs ook gezegd tijdens een discussie over het energiebeleid.

Als dat juist is, dan moeten we natuurlijk accepteren – want is er een alternatief? – dat we de relatie in het Verdrag tussen Rusland en de Europese Unie dienovereenkomstig vorm geven. We moeten eisen dat de markten symmetrisch worden geopend. Ik zou niet weten waarom wij onze markten zouden openen en de andere partij niet. Maar ook wij openen ze eigenlijk niet helemaal. Beide partijen moeten waarschijnlijk nog meer doen op het gebied van gezamenlijke projecten, niet alleen voor de winning van olie en aardgas, maar ook voor de doorvoertrajecten, dat zijn dus onder andere de pijpleidingen.

Het tweede punt dat Rusland heeft genoemd is natuurlijk de kwestie van de nucleaire technologie en de handel daarin. Ook daarover moeten we waarschijnlijk een overeenkomst sluiten, om duidelijkheid te scheppen. Ten derde moeten we Rusland natuurlijk zeggen dat we willen diversificeren, en we moeten ook heel duidelijk zeggen dat we andere pijpleidingen willen bouwen, nieuwe verbindingen, om onszelf minder afhankelijk te maken en alternatieve mogelijkheden te creëren.

Juist in het energiebeleid moeten we volgens mij heel duidelijk zeggen: “jawel, we willen samenwerken met Rusland, maar we willen niet afhankelijk worden van Rusland.”

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in ’t Veld (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het alleen over de mensenrechten hebben. Ik zie dat er tijdens de Top van 25 mei 2006 nota is genomen van het mensenrechtenoverleg. Op 27 mei 2006 had ik het twijfelachtige genoegen aanwezig te zijn bij het door Gay Pride georganiseerde, verboden evenement, en zag met mijn eigen ogen hoe de Russen denken over vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering en bescherming van de mensenrechten van homo’s. Ik ben eerlijk gezegd niet onder de indruk en roep onze EU-leiders op tot een veel krachtiger leiderschap waar het gaat om mensenrechten.

Ik heb de volgende specifieke vragen voor de commissaris. Heeft u de kwestie van de Gay Pride-mars bij de heer Poetin aangekaart twee dagen voor het evenement, toen al duidelijk was dat er problemen zouden komen? Heeft u druk op de Russen uitgeoefend? Waarom is de kwestie twee dagen later niet ter sprake gebracht tijdens de ontmoeting van voorzitter Barroso met de heer Schüssel en religieuze leiders? Zult u de kwestie aan de orde stellen bij de volgende gelegenheid, volgens mij de vergadering van de G8? Gaat u de voorzitter van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van repliek dienen, die op de gebeurtenissen in Moskou reageerde met de woorden dat we, in plaats van de Russen erop te wijzen dat mensenrechten universeel zijn, onze westerse, liberale waarden niet aan Rusland moeten opleggen?

Feit is dat we de mensenrechten in al onze externe betrekkingen moeten bevorderen. Ik wil graag van u horen hoe u dat denkt te gaan doen, commissaris.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik spreek namens de Nieuwe Italiaanse Socialistische Partij. De tijdens de laatste Topontmoeting EU-Rusland gemaakte vooruitgang en de open houding voor dialoog, waar beide partijen blijk van hebben gegeven, moeten toegejuicht worden. Het is belangrijk dat men zich strikt aan die lijn houdt tijdens de onderhandelingen over de aanstaande partnerschapsovereenkomst.

Het energiebeleid is voor Europa een prioriteit, maar het is eveneens onontbeerlijk dat zorgvuldig wordt toegezien op de verwezenlijking van een volledige democratische ruimte, die gebaseerd is op de eerbiediging van de mensenrechten en de rechten van de etnische en religieuze minderheden. Een goede samenwerking in de strijd tegen het terrorisme en in de talloze andere conflicten die nog aan onze grenzen, en in het bijzonder in de zuidelijke Kaukasus, woeden, is namelijk onmogelijk als zij niet gebaseerd is op gemeenschappelijk aanvaarde waarden. Wij vragen Rusland derhalve om zich in die zin steeds opener te stellen.

Bij meer dan één gelegenheid heeft de Europese Unie uitdrukkelijk gevraagd om een grotere synergie bij het bevorderen van de transparantie in de gezagsuitoefening en de strijd tegen misbruik op het gebied van de burgerlijke rechten en de mensenrechten in moeilijke gebieden als Tsjetsjenië, dat ook nu nog in onvoldoende mate toegankelijk is voor internationale hulp en een ontwikkelingsachterstand heeft.

 
  
  

VOORZITTER: SYLVIA-YVONNE KAUFMANN
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat de essentie van het debat van vandaag is dat onze aanpak van Rusland te pragmatisch is geweest. Aangezien we een duidelijke trend kunnen waarnemen in de richting van de inperking van het maatschappelijk middenveld en de democratische vrijheden, is het van het allerhoogste belang om een overtuigende balans te vinden tussen economische en strategische belangen als kernwaarden waarop ons partnerschap met Rusland officieel is gebaseerd.

In de ontwerpresolutie van het Europees Parlement worden diverse belangrijke kwesties genoemd die opgelost moeten worden: het probleem Trans-Dnjestrië, het conflict in de Kaukasus en de noodzaak om vooruitgang te boeken bij de drie andere gemeenschappelijke ruimten, naast de gemeenschappelijke economische ruimte.

We juichen de hulp van de Commissie voor het herstel in de noordelijke Kaukasus toe. Het is echter wel belangrijk om ons ervan te vergewissen dat die hulp ook echt terechtkomt bij de mensen die hem nodig hebben. Ik denk dat dit Parlement het standpunt huldigt dat de mensenrechtendialoog in de toekomst een centrale plaats in het partnerschap moet krijgen. Het is niet genoeg om mensenrechtenkwesties ter sprake te brengen en intussen nog steeds te geloven, of net te doen alsof, dat Rusland, ondanks alle alarmerende feiten, vorderingen maakt op de weg naar democratie, dat Rusland zich houdt aan zijn beloften aan de Raad van Europa die het tien jaar geleden heeft gedaan, door werkelijke vooruitgang te laten zien bij de opbouw van de rechtsstaat en door uitvoering te geven aan de uitspraken van het Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg – uitspraken die de Russische regering tot nu toe naast zich heeft neergelegd. Dat moet een voorwaarde vooraf zijn voor een nieuwe PSO, die volgend jaar gesloten zal worden.

Commissaris Rehn heeft het gehad over onderlinge afhankelijkheid. Ik ben het er helemaal mee eens dat die er is, maar wij zijn niet meer afhankelijk van Russisch gas dan Rusland van de inkomsten uit dat gas.

 
  
MPphoto
 
 

  Panagiotis Beglitis (PSE). (EL) Mevrouw de Voorzitter, de internationale en regionale ontwikkelingen bevestigen de behoefte aan een nieuwe, integrale strategie voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en Rusland.

Niemand betwijfelt dat het verdragskader uit 1994 niet meer beantwoordt aan de nieuwe geostrategische en geo-economische omstandigheden. Vanuit die optiek moeten de Europese Unie en meer specifiek de Europese Commissie concrete initiatieven nemen, zodat we niet wachten tot het verstrijken van de overeenkomst van 1994 in december 2007, maar nu al initiatieven ontplooien ter versterking van de strategische betrekkingen met Rusland.

Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie heeft haar eigen autonome strategie jegens Rusland nodig. Vanuit die premisse moeten we elke poging verijdelen om het pad te effenen voor een nieuwe koude oorlog, zoals sommige strekkingen in de Amerikaanse politiek willen. De recente verklaringen van de Amerikaanse vice-president Dick Cheney dienen misschien wel de belangen van de VS, maar ze mogen niet worden gerelateerd aan de belangen van de Europese Unie en haar lidstaten. Daarom is het absoluut onontbeerlijk dat wordt geijverd voor wederzijds vertrouwen en onderlinge afhankelijkheid tussen de twee Europese strategische partners, wat ook de nieuwe landen in Midden- en Oost-Europa over hun angst en onzekerheid uit het recente verleden heen zal helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok (PPE-DE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, dames en heren, het is geen loze kreet wanneer ik zeg dat Rusland een belangrijke partner is. Dat land is op dit moment voorzitter van de Raad van Europa en van de G8, maar het heeft ook een intrinsiek gewicht door zijn voorraden aan energie en andere grondstoffen. Het heeft ook een bijzondere geografische ligging. Daarom hebben wij er alle belang bij om een strategisch partnerschap met Rusland aan te gaan. Rusland is niet meer de Sovjet-Unie, hoewel het land problemen heeft bij de overschakeling, en soms een vreemd gedrag aan den dag legt.

We zien echter wel hoe belangrijk Rusland kan zijn waar het Iran betreft. Als dit land aan onze kant staat en Iran aan de onderhandelingstafel kan krijgen om op die manier misschien te verhinderen dat er in Iran een atoombom wordt gebouwd, is dat een heel goed argument voor goede relaties met Rusland.

Volgens mij is het resultaat van de Top ook op het gebied van de visumfacilitering en de terugkeerregeling een goed uitgangspunt voor de verdere behandeling van deze kwesties. Zo kunnen we volgend jaar verdere vooruitgang boeken bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst. Dat is ook nodig, het partnerschap moet tot stand komen, we moeten de strategie van de vier ruimtes uitbreiden, en vooral ook resultaten boeken op het gebied van de veiligheid van de energievoorziening. Ook de Russen moeten namelijk weten dat dit partnerschap alleen maar mogelijk is wanneer Rusland de vrijheid van alle naties in de directe omgeving en daarbuiten erkent, en ook bevestigt dat hun belangen niet om andere redenen mogen worden opgeofferd.

We maken ons natuurlijk vaak zorgen over de binnenlandse ontwikkelingen in Rusland, ook op het gebied van de persvrijheid. De staat krijgt weer veel grote ondernemingen in handen, die nu veel geld opleveren, omdat de energieprijzen hoog zijn, maar is het verstandig? Kan dat tot een duurzame economische ontwikkeling leiden? Ik betwijfel dat, en maak me ook zorgen over de mensenrechten, een kwestie die moet worden opgelost.

Er moeten kritische vragen worden gesteld, maar we moeten die in een dialoog met elkaar behandelen, op die basis kunnen we dit partnerschap leven inblazen.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE).(HU) Mevrouw de Voorzitter, degenen die bekend zijn met de Russische stijl van politiek bedrijven zijn zich zeer goed bewust van het feit dat we meer resultaten kunnen bereiken met een realistischer, pragmatisch beleid dat meer gericht is op het sluiten van compromissen dan op het uitoefenen van druk. Hongarije is er in de afgelopen vier jaar in geslaagd om een volledige ommekeer te bewerkstelligen, met wederzijdse verontschuldigingen en concrete, pragmatische stappen.

Rusland heeft er verkeerd aan gedaan om Oekraïne te straffen door de gaskraan dicht te draaien, ook al werden de West-Europese consumenten niet getroffen. Het is belangrijk dat Rusland in de toekomst niet zulke dubbelhartige maatregelen neemt en de Europese Unie moet niet hysterisch worden. De angst dat de Russen misschien een te groot aandeel aan het uiteinde van de energiesector van de Europese Unie krijgt, is overdreven, want hun aandeel haalt op dit moment niet eens de 10 procent. Joint ventures in Duitsland werken buitengewoon goed. Het is niet genoeg om Rusland tegen te houden, om Rusland te overreden om geen druk uit te oefenen door energieleveranties stop te zetten of door de invoer van Moldavische en Georgische wijn en Pools vlees aan banden te leggen; de Europese Unie moet helpen door als bemiddelaar op te treden, door ervoor te zorgen dat de buurlanden van Rusland rekening houden met de geopolitieke realiteit en met de geografische nabijheid van Rusland.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans Winkler, fungerend voorzitter van de Raad. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik zie dat de tijd bijna om is, maar ik kan het kort houden.

Ik bevind me eigenlijk in een bijzonder aangename positie. Na dit interessante debat kan ik wel zeggen dat ik het eens ben met heel veel van de opmerkingen die hier zijn gemaakt, met slechts een paar uitzonderingen. Dat geldt ook voor de Raad. Ik zou de heren Eurlings en Wiersma willen bedanken. Ook de heer Brok heeft heel wat punten genoemd die me bijzonder belangrijk lijken te zijn, vooral over het belang van een partnerschap voor internationale kwesties. Ook Iran is genoemd, en ik wil er graag aan herinneren, zoals de heren Kelam en Andrejevs dat al hebben gedaan, dat Rusland op dit moment de voorzitter van de Raad van Europa is, en zich dus moet houden aan alle verbintenissen die daar gelden, dat is vanzelfsprekend. We kennen allemaal het geval-Ilaşcu, en verwachten van Rusland dat het juist tijdens zijn voorzitterschap van de Raad van Europa verdere vooruitgang zal boeken.

Met de laatste spreker ben ik het volledig eens, uiteindelijk moeten we voor een pragmatische aanpak kiezen, gebaseerd op partnerschap, waarbij we onze principes natuurlijk niet mogen laten varen. Natuurlijk moeten we de mensenrechten aan de orde stellen, in alle duidelijkheid, maar we moeten daarbij een concreet doel voor ogen hebben. We mogen dat niet doen om de relaties af te breken, we moeten dat doen om concrete en positieve resultaten te bereiken, zodat aan weerskanten beter wordt begrepen wat mensenrechten precies zijn. Dat is wat de Raad en de Commissie willen bereiken. Ik ben blij dat ik na dit debat vast kan stellen dat ook dit Huis deze doelstelling deelt. Ik geloof dat, als we met elkaar samenwerken, we van dit strategische partnerschap met Rusland iets heel positiefs kunnen maken, waarvan ook wij zeker zullen profiteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie.(EN) Mevrouw de Voorzitter, dank u voor het zeer serieuze en substantiële debat. Ik ben het wat dat betreft helemaal met de heer Winkler eens. De heer Eurlings en verschillende andere afgevaardigden hebben erop gewezen dat we mensenrechten niet moeten inruilen tegen energie; ook daar ben ik het helemaal mee eens. We willen mensenrechten én energie. Hoe kunnen we dat bereiken? Door een combinatie van principes, pragmatisme en partnerschap.

Ik wil erop wijzen dat we op het vlak van de mensenrechten een formeel overleg hebben ingesteld en sinds de start van dat overleg in 2005 driemaal bijeen zijn geweest. Bij de laatste bijeenkomst bijvoorbeeld stonden de volgende vier onderwerpen centraal: de Russische wetgeving inzake non-gouvernementele organisaties, mensenrechten in het leger, de noordelijke Kaukasus en racisme en vreemdelingenhaat. We hadden ook een voorbereidende bijeenkomst met non-gouvernementele organisaties op mensenrechtengebied, die we bijzonder nuttig vonden.

Ik wil u mededelen dat de volgende bijeenkomst in het kader van dit overleg in november in Moskou zal plaatsvinden, en dat we ons sterk zullen maken voor een nauwere betrokkenheid van NGO’s. We willen het overleg in de toekomst meer resultaatgericht maken.

Ik kan u verzekeren dat de Commissie de mensenrechten in het middelpunt van de aandacht zal blijven stellen in onze betrekkingen met Rusland, niet in de laatste plaats omdat we het hier wel hebben over het land dat momenteel het voorzitterschap van de Raad van Europa bekleedt.

Op energiegebied had de heer Kelam het over de onderlinge afhankelijkheid tussen de EU en Rusland. We kunnen ook zeggen dat er niet alleen onderlinge afhankelijkheid is, maar ook importafhankelijkheid, aangezien de EU tegen 2020 circa 70 procent van het gas dat zij verbruikt, zal moeten invoeren. Volgens de huidige prognoses zal de Russische productie- en exportcapaciteit tekortschieten voor de vraag van de EU, tenzij er massale investeringen plaatsvinden in Rusland.

We werken dan ook aan de aanvoer van voldoende extra hoeveelheden gas naar de EU en zullen naar alle mogelijke bronnen en routes, waaronder Turkije, moeten kijken voor incidentele gevallen. Dit vereist een intensievere samenwerking en meer invoer vanuit Rusland en andere landen.

Tegelijkertijd moeten we het grotere geheel in het oog houden. Het verminderen van de afhankelijkheid van energie-invoer en fossiele brandstoffen zal een van de grootste uitdagingen voor Europa worden. Het is dan ook van het grootste belang dat ons energiebeleid en de externe aspecten van Europa’s gemeenschappelijk energiebeleid zeer hoog op de agenda van het Finse voorzitterschap en, daar vertrouw ik op, alle toekomstige voorzitterschappen komen te staan.

Gazprom is genoemd, en zijn ambities om in de EU overnames te doen. Op dit punt is het de grootste zorg in de EU dat er duidelijk geen sprake is van gelijke, eerlijke omstandigheden. Bedrijven uit de EU die in Rusland in activa aan het begin van de keten zouden willen investeren, hebben niet het recht om zich onafhankelijk toegang te verschaffen tot de Russische gastransportinfrastructuur. Binnen de EU is het recht om toegang te verkrijgen tot de gastransportinfrastructuur verankerd in de EU-wetgeving.

Daarom zouden de regels die voor Gazprom gelden, met name de mededingingsregels van de EU, niet anders zijn dan voor enig ander bedrijf. Het feit dat Gazprom de exclusieve leverancier van gas uit Rusland naar de EU is, moet bij elke objectieve analyse in aanmerking worden genomen.

Ook genoemd zijn de vrijhandel en de PSO. Ik wil dit dossier afronden, omdat dit een zeer belangrijke strategische kwestie is in de betrekkingen tussen de EU en Rusland. De doelstelling van een vrijhandelsovereenkomst was al opgenomen in de PSO toen die in 1994 werd gesloten.

De toetreding van Rusland tot de WTO is een voorwaarde vooraf voor een vrijhandelsovereenkomst. In dit verband moet worden opgemerkt dat het WTO-toetredingsproces nu de laatste fase ingaat, en we verwachten dat Rusland spoedig aan deze voorwaarde zal voldoen.

Tijdens de Top in Sochi is de vrijhandelsovereenkomst genoemd als een kwestie die nog nader moet worden onderzocht. Ons uitgangspunt is dat handelsintegratie en economische integratie centraal zullen staan binnen de post-PSO-overeenkomst, en het is onze bedoeling een bredere en diepere vrijhandelsovereenkomst tot stand te brengen, een soort “FTA-plus”, waarbij de vrijhandel verder gaat dan bij normale, eenvoudige vrijhandelsovereenkomsten.

Hiermee wil ik afronden, want ik weet dat veel collega’s belangrijker dingen te doen hebben. Allez les Bleus!

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Tot besluit van het debat zijn zes ontwerpresoluties ingediend(1), overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag plaats.

Ik zie dat mevrouw In’t Veld een beroep wil doen op het Reglement. Op welk artikel van het Reglement beroept u zich?

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in ’t Veld (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, beide heren hadden niet genoeg tijd om mijn zeer duidelijke vragen te beantwoorden, en ik zou hen willen verzoeken dit Parlement indien mogelijk schriftelijk te antwoorden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. We zullen uw vragen en verzoeken doorsturen in de hoop dat u er een antwoord op zult krijgen.

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 9 augustus 2006Juridische mededeling