Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0805(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0187/2006

Ingediende teksten :

A6-0187/2006

Debatten :

PV 13/06/2006 - 18
CRE 13/06/2006 - 18

Stemmingen :

PV 14/06/2006 - 4.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0256

Debatten
Dinsdag 13 juni 2006 - Straatsburg Uitgave PB

18. Europees tenuitvoerleggingsbevel en overbrenging van gevonniste personen (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0187/2006) van Ioannis Varvitsiotis, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het initiatief van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden met het oog op de aanneming van een kaderbesluit van de Raad inzake het Europees tenuitvoerleggingsbevel en de overbrenging van gevonniste personen tussen de lidstaten van de Europese Unie (07307/2005 – C6-0139/2005 - 2005/0805(CNS)).

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vice-voorzitter van de Commissie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst de rapporteur, de heer Varvitsiotis, bedanken. Ik ben heel blij met dit initiatief van Oostenrijk, Finland en Zweden gericht op de wederzijdse erkenning van strafrechtelijke vonnissen houdende vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen, met het oog op de tenuitvoerlegging daarvan in de Europese Unie. Dat zal de heropname van gevonniste personen in de maatschappij vergemakkelijken, aangezien er in het land waarvan de gevonniste onderdaan is of in het land waar de betrokkene rechtmatig permanent verblijft rehabilitatiemaatregelen kunnen worden genomen.

Bij de discussie die in het Parlement en de Raad over dit voorstel is gevoerd, is de instemming van de gevonniste zelf één van de meest controversiële punten gebleken. Ik ben het in grote lijnen eens met het standpunt van de rapporteur. Concreet komt het erop neer dat ik niet geloof dat instemming van de gevonniste vereist is, noch voor overbrenging naar de lidstaat waaraan de gevonniste wordt overgedragen, noch voor overbrenging naar de lidstaat waar de betrokkene zijn of haar rechtmatige verblijfplaats heeft. Instemming is alleen nodig bij overbrenging naar het land waarvan de gevonniste onderdaan is indien dat niet de lidstaat is waar deze zijn of haar rechtmatige verblijfplaats heeft.

Tot slot ben ik het geheel eens met uw amendement om een bepaling toe te voegen waarin gesteld wordt dat het slachtoffer van het delict geïnformeerd dient te worden. Ook de Commissie meent dat de slachtoffers aangaande overbrenging van gevonniste personen geïnformeerd behoren te worden, maar alleen als het slachtoffer daarom heeft verzocht. Schadevergoedingsclaims worden na overbrenging immers alleen maar gecompliceerder.

Ik bedank de rapporteur opnieuw en ik kan u verzekeren dat ik de meeste van uw amendementen bij het debat in de Raad zal verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioannis Varvitsiotis (PPE-DE), rapporteur. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het vraagstuk dat wij vanavond bespreken is niet nieuw. Het dook voor het eerst op met het Verdrag van de Raad van Europa van maart 1983, dat door alle lidstaten is geratificeerd. In dat verdrag stond dat gevonniste personen voor het ondergaan van hun resterende straf alleen mogen worden overgebracht naar het land waar zij onderdaan van zijn en alleen indien zij zelf en de betrokken landen daarmee instemmen. Wegens deze bureaucratische bepalingen heeft dit systeem echter nooit resultaten kunnen opleveren, en daarom was het noodzakelijk om het Aanvullend Protocol van 18 december 1997 uit te vaardigen, op grond waarvan de instemming van de gevonniste persoon niet meer vereist was. Dit protocol is echter niet door alle lidstaten geratificeerd. Op die manier ontstond het initiatief van Oostenrijk, Finland en Zweden, dat tot doel heeft de procedure in de lidstaat waarvan de gevonniste onderdaan is of in de lidstaat van de permanente verblijfplaats te versnellen.

Het overbrengen van gevangenen naar een ander land opdat zij daar hun straf kunnen ondergaan, heeft vooral tot doel om hun leven in de gevangenis te vergemakkelijken, maar ook om, na invrijheidstelling, hun maatschappelijke herintegratie te bevorderen. Het ligt immers voor de hand dat iemand die in de gevangenis zit van het land waar hij onderdaan van is, gemakkelijker in contact kan komen met zijn medegevangenen en zijn eigen taal kan spreken. Dat is echter niet het enige: hij kan eveneens opleidingsprogramma’s volgen die een soepele maatschappelijke herintegratie bevorderen en veel gemakkelijker contacten onderhouden met zijn familie en vrienden. De steun van de familie zal voor hem belangrijk zijn.

Ons hoofddoel was de procedures te vereenvoudigen, zodat de overbrenging van gevonniste personen soepeler en met minder bureaucratische rompslomp kan geschieden. Zo hebben wij kunnen bereiken dat de criteria voor overbrenging zijn verduidelijkt, dat het beginsel ne bis in idem en het specialiteitsbeginsel zijn versterkt en dat er ook meer ondersteuning is gekomen voor de rechten van de slachtoffers, die over de hele procedure, met inbegrip van het bevel tot overbrenging van de gevonniste persoon, moeten worden geïnformeerd

Ik ben het met de commissaris eens als hij zegt dat de slachtoffers alleen moeten worden geïnformeerd als zij daartoe een verzoek hebben ingediend, maar om dat te weten te komen moeten de slachtoffers eerst en vooral worden geïnformeerd over het feit dat een dergelijke procedure gaande is.

Het voorstel van de lidstaten betreft slechts 32 ernstige strafbare feiten en is gegrondvest op het omzetten van de sancties in een andere straf die verenigbaar is met het recht van de tenuitvoerleggingsstaat. Deze standpunten zijn unaniem goedgekeurd in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en zorgen ervoor dat het voorstel van Oostenrijk, Finland en Zweden eenvoudiger en flexibeler wordt; daarin stond namelijk dat de lidstaten de doortocht van een gevonniste persoon moeten toestaan na ontvangst van een hele reeks documenten.

Wij hebben eveneens de termijnen die waren vastgesteld voor de verschillende stadia van de procedure gewijzigd om ze realistischer te maken en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de gevonniste persoon een belangrijk deel van zijn straf ondergaat in de tenuitvoerleggingsstaat, zodat het proces van maatschappelijke herintegratie vollediger en efficiënter is.

Ook hebben wij een regeling gevonden voor de kwestie van amnestie en gratie; die kunnen worden verleend na overleg tussen de beslissingsstaat en de tenuitvoerleggingsstaat. Mijns inziens is dit voorstel een nieuwe belangrijke stap in de richting van convergentie van het strafrecht van de lidstaten van de Europese Unie. Dat is een ambitieus doel, maar wel een doel dat wij voor ogen moeten houden. Op enig moment moeten wij namelijk zien te komen tot één Europees strafrecht.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, wil ik mijn dank betuigen aan de schaduwrapporteurs van alle fracties, maar ook aan de auteurs van de amendementen voor hun uitstekende samenwerking. Ik geloof dat de Commissie burgerlijke vrijheden met dit voorstel een grote stap heeft gezet in de richting van eenmaking van het strafrecht.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, namens de PPE-DE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, mijn land van herkomst, Zweden, is een van de landen die het initiatief tot dit voorstel hebben genomen. Mijn partij heeft hier tijdens de verkiezingsstrijd zeer veel nadruk op gelegd. We zijn dan ook heel blij en dankbaar dat het nu zover gekomen is. Ik wil speciaal mijn hartelijke dank betuigen aan de rapporteur, de heer Varvitsiotis, voor zijn goede werk.

In Zweden worden heel wat misdrijven begaan door personen van de overkant van de Oostzee. Ons lijkt het heel redelijk dat veel van deze misdadigers hun straf in hun land van herkomst kunnen uitzitten. Verder kan men vaststellen dat het soms misschien afschrikwekkender is om dat beginsel toe te passen. We hebben in ons land ontdekt dat onze gevangenissen een zeer sterke internationale “aantrekkingskracht” schijnen te hebben. Ik vind het redelijk dat misdadigers kunnen worden overgebracht naar de landen waarmee ze de nauwste band hebben en dat ze hun straf daar uitzitten. De rapporteur heeft dit heel goed uitgewerkt en heeft ook de belangrijke sociale kant aan de orde gesteld, dat wil zeggen de familie en de sociale contacten, wat een sterk en belangrijk argument is.

Aangezien we nu het hele strafrechtelijke en politiële terrein ontwikkelen, moeten we er natuurlijk voor zorgen dat we veroordeelde personen op een eenvoudige en minder bureaucratische manier kunnen overbrengen. We hebben gewoon een soepel mechanisme nodig voor de uitvoering, en het kaderbesluit draagt daar zeker toe bij. In het onderhavige kaderbesluit wordt ook vastgesteld dat de veroordeelden het recht hebben om hun mening te geven, wat natuurlijk belangrijk is, terwijl tegelijkertijd de criteria voor de overbrenging bijzonder solide zijn.

Ter afsluiting wil ik erop wijzen hoe absurd ik het vind dat de Raad hier vanavond niet aanwezig is. Het negeren van het debat in het Parlement, dat de belangen van de burgers vertegenwoordigt, als we discussiëren over zulke belangrijke kwesties, die zelfs op een initiatief van de Raad zelf gebaseerd zijn, vind ik een institutionele belediging, speciaal wanneer we discussiëren over vraagstukken rond gegevensbescherming, die in heel Europa zo actueel zijn. Ik betreur het zeer dat het voorzitterschap niet aanwezig is.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna, namens de PSE-fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, in ons streven alle vormen van criminaliteit in de Europese Unie te bestrijden moeten we wederzijds vertrouwen tussen de nationale gerechtelijke instanties bevorderen en de wederzijdse erkenning van vonnissen in strafzaken versterken.

Dit initiatief van enkele lidstaten is gericht op de bespoediging van de procedure voor de overbrenging van personen die in een lidstaat zijn veroordeeld naar een andere lidstaat van de Europese Unie waarmee die personen een band hebben. De persoon in kwestie is bijvoorbeeld ingezetene van dat land, of heeft een verblijfsvergunning van onbeperkte duur in dat land. Het is ook mogelijk dat personen met een land verbonden zijn doordat daar gevangenisstraffen of andere veiligheidsmaatregelen aan hen zijn opgelegd. Bovendien is het besluit om een gevonniste persoon naar een ander land over te brengen afhankelijk van de vraag in hoeverre het aannemelijk is dat daar de omstandigheden voor sociale rehabilitatie beter zijn. Dit aspect wil ik benadrukken.

We moeten natuurlijk wel oog hebben voor de verschillen in de straffen die in de lidstaten worden uitgesproken. We moeten garanderen dat bij het bepalen van de strafmaat in een lidstaat rekening wordt gehouden met het rechtsstelsel dat het vonnis zal uitvoeren. Het slachtoffer of de benadeelde partij in kwestie moet op de hoogte worden gebracht van de overbrenging van de gevonniste persoon naar een andere lidstaat. Dat was het standpunt van de Raad in het kaderbesluit betreffende de status van het slachtoffer in de strafprocedure. Slachtoffers moeten een gelijke behandeling krijgen, en hun waardigheid en recht om deel te nemen aan het proces moeten worden gegarandeerd, en bij een eventuele schadevergoedingsclaim moet rekening worden gehouden met hun positie.

We moeten al het mogelijke doen om te zorgen voor een efficiënte overdrachtsprocedure voor gevonniste personen door alle onnodige bureaucratie weg te nemen en een duidelijk gedefinieerd, bindend wettelijk kader te creëren.

 
  
MPphoto
 
 

  Bill Newton Dunn, namens de ALDE-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur graag gelukwensen met de wijze waarop hij de samenwerking heeft georganiseerd. Dat heeft onze commissie in staat gesteld tot deze conclusies te komen.

Mijnheer de commissaris, ik wil u graag een verhaaltje voorleggen. Stelt u zich twee gevangenen voor. Ze zijn allebei onderdaan van dezelfde lidstaat, en ze zitten allebei in een gevangenis in een andere lidstaat. Ze hebben hetzelfde delict gepleegd, en ze hebben allebei dezelfde straf opgelegd gekregen. Na een aantal jaar komen ze in aanmerking voor overbrenging naar de lidstaat waar ze vandaan komen. De ene gevangene heeft zich voorbeeldig gedragen – hij heeft berouw en is een ander mens geworden. De tweede gevangene heeft zich heel slecht gedragen – hij is niet veranderd en zal begeleiding nodig hebben.

Dan komt nu het probleem waar ik uw aandacht op wil vestigen, en dat is dat de informatie over deze twee gevangenen niet samen met de gevangenen zelf over de grenzen kan worden gebracht, aangezien volgens de huidige wetgeving op het gebied van bescherming van persoonsgebonden gegevens een dergelijke grensoverschrijdende overdracht van gegevens niet is toegestaan. Het komt er dus op neer dat de ontvangende lidstaat niet weet welke van de twee gevangenen nog steeds een gevaar vertegenwoordigt en welke zonder problemen in de maatschappij kan worden heropgenomen.

Mijnheer de commissaris, kunt u er alstublieft voor zorgen dat de gegevens met de gevangenen kunnen meereizen tegen de tijd dat dit plan voor het overbrengen van gevangenen concrete uitvoering krijgt?

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Frattini, dames en heren, we zouden de kwaliteit en de doeltreffendheid van de rechtspleging graag verbeteren. Dit is een heel gevoelig onderwerp – de rechtspraktijk varieert immer sterk per lidstaat. Daarom is het van belang dat we het wederzijds vertrouwen versterken, en wel door rechterlijke uitspraken wederzijds te erkennen. Vertrouwen in de kwaliteit en de doeltreffendheid van het rechtssysteem van de andere partners in de Unie zal bijdragen tot de geleidelijke ontwikkeling van een Europese juridische cultuur.

Dit kaderbesluit is een volgende stap in die richting en zal zo ook bijdragen tot het consolideren van het principe van wederzijdse erkenning van strafrechterlijke vonnissen houdende vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen. Als je het overbrengen van gevonniste personen naar de lidstaat waarvan ze onderdaan zijn – of naar een lidstaat waarmee de betrokkene op de een of andere wijze een band heeft – sneller kunt later verlopen, zal dat de kansen op maatschappelijke rehabilitatie van de gevonniste vergroten.

Ik wil de heer Varvitsiotis graag bedanken voor zijn verslag en de uiterst nuttige voorstellen die hij ons heeft voorgelegd. Ik steun die voorstellen van ganser harte; ze zijn de unanieme steun van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken beslist waard. Zoals mevrouw Cederschiöld heeft aangegeven, moet de gevonniste persoon adequate garanties krijgen. Voordat er een uitvoeringsbevel kan worden gegeven, moet de gevonniste gehoord worden. Ook het specialiteitsbeginsel moet worden gewaarborgd om ervoor te zorgen dat de gevonniste persoon, buiten de sanctie die hij ondergaat, niet wordt berecht voor enig ander strafbaar feit.

De slachtoffers van het misdrijf moeten eveneens in kennis worden gesteld van het bestaan van de aanvraag tot erkenning en overdracht van de tenuitvoerlegging van het vonnis, alsook van het resultaat van de procedure en het bevel tot overbrenging. Ik het er ook mee eens dat de straf onder geen beding in een geldboete mag worden omgezet en dat de in de beslissingsstaat opgelegde sanctie niet mag worden verzwaard.

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, krachtens het Verdrag van de Raad van Europa van 21 maart 1983 betreffende de overbrenging van veroordeelden, dat door alle lidstaten is geratificeerd, kunnen gevonniste personen voor het ondergaan van het resterend deel van hun straf alleen worden overgebracht naar de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, op voorwaarde dat zij zelf en de betrokken staten daarmee instemmen.

Dit initiatief wijkt daarvan af. Het gaat hier om een snel mechanisme voor de erkenning en tenuitvoerlegging van door een lidstaat opgelegde vonnissen houdende vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen in een andere lidstaat. Volgens deze tekst moet de betrokken persoon afkomstig zijn uit die andere lidstaat, daar rechtmatig verblijven of er een nauwe band mee onderhouden.

Er moet nog het een en ander worden opgehelderd en de criteria moeten duidelijker worden geformuleerd. In de tekst is namelijk niet altijd duidelijk welk begrip achter de criteria nationaliteit, rechtmatige verblijfplaats en nauwe banden schuil gaat. Het concept “nauwe banden” moet hoe dan ook verder worden uitgewerkt.

Tot slot wil ik graag verwijzen naar een geval waarin het overbrengen van een gevonnist persoon om humanitaire redenen – verband houdende met de familie van de gevonniste – kan worden aanbevolen. Mij is onlangs gevraagd om te beoordelen of Abdelbaset Ali Mohmed al-Megrahi, die op dit moment in Schotland gevangen zit vanwege betrokkenheid bij het Lockerbie-drama, zijn straf in Malta zou kunnen uitzitten. Dat zou alleen kunnen als er andere criteria zouden worden aangehouden dan die welke in dit verslag zijn opgenomen, en het begrip “nauwe banden” heel ruim zou worden geïnterpreteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 12.30 uur plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 9 augustus 2006Juridische mededeling