Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2516(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0348/2006

Debatten :

PV 14/06/2006 - 2
CRE 14/06/2006 - 2

Stemmingen :

PV 14/06/2006 - 4.7
CRE 14/06/2006 - 4.7

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0262

Debatten
Woensdag 14 juni 2006 - Straatsburg Uitgave PB

2. Europese Raad (Brussel, 15/16 juni 2006) (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het debat over de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereiding van de Europese Raad, die op 15 en 16 juni aanstaande zal plaatsvinden in Brussel, met inbegrip van de volgende stappen tijdens de denkpauze, evenals de mondelinge vraag aan de Commissie over de volgende stappen tijdens de denkpauze, van Jo Leinen, namens de Commissie constitutionele zaken (O-0033/2006 – B6-0208/2006).

Daartoe zijn hier aanwezig de heer Winkler, namens de Raad, en de heer Barroso, voorzitter van de Commissie, die vergezeld wordt door mevrouw Wallström, vice-voorzitter van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans Winkler, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mevrouw de vice-voorzitter, dames en heren, over een paar dagen - ik zou bijna zeggen: over een paar uur - zal het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad een hoogtepunt bereiken. De Europese Raad zal plaatsvinden, en dat zal ons de kans geven om een hele serie onderwerpen te behandelen die we op de agenda hadden geplaatst. We zullen hopelijk resultaten bereiken. Het gaat daarbij om heel wat onderwerpen die we aan de orde hebben gesteld, en om heel wat problemen en kwesties die onder ons voorzitterschap zijn opgelost, heel vaak samen met u, met het Europees Parlement.

Op de agenda van de Europese Raad staat deze keer dus een groot aantal uiteenlopende onderwerpen. Daarom kan ik veel ervan slechts kort aanstippen en niet echt behandelen, want ik wil natuurlijk niet teveel spreektijd in beslag nemen en nog genoeg overlaten voor de leden.

De Europese Raad die binnenkort begint, wordt een werktop. Er staan ons geen historische beslissingen te wachten, maar het Oostenrijkse voorzitterschap heeft gezaaid, en het Oostenrijkse voorzitterschap wil oogsten. Wat nog niet geoogst is, staat vlak voor de schuur, en de deur van de schuur staat wagenwijd open.

Het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad heeft de afgelopen weken en maanden een dubbele aanpak gekozen om verder te komen met Europa. Dat geldt ook voor de komende Europese Raad. Aan de ene kant moesten we concrete onderwerpen aan de orde stellen en vooruitgang boeken bij de zaken die de burger na aan het hart liggen: welvaart, economische groei, werkzekerheid, binnenlandse en buitenlandse veiligheid, sociale zekerheid, continue energievoorziening, en nog veel meer.

Aan de andere kant moesten we ook het debat over de toekomst van Europa, dat onderbroken was, weer op gang brengen. Deze dubbele aanpak - concrete onderwerpen en de toekomst van Europa - zal ook terug te vinden zijn op de agenda van de Europese Raad. Daarop zullen natuurlijk allerlei vraagstukken staan waarvan alle deelnemers weten dat ze op Europees niveau moeten worden aangepakt, vraagstukken waar de samenleving en de burgers moeite mee hebben, vraagstukken die in dit tijdperk van de mondialisering alleen maar op een zinvolle manier kunnen worden aangepakt door alle lidstaten van de Europese Unie samen, en door alle instellingen van de Europese Unie.

De eerste serie onderwerpen houdt verband met de ruimte van veiligheid, vrijheid en rechtvaardigheid. Uit alle enquêtes - ook die van de Commissie, dat heeft ondervoorzitter Wallström telkens weer gezegd - blijkt dat de burgers vooral op dat vlak meer Europa wensen en meer van Europa verwachten. In de afgelopen zes maanden hebben we daarbij in allerlei opzichten heel wat concrete vooruitgang geboekt. Ik noem alleen de strategie voor de bestrijding van het terrorisme, de uitbreiding van het Schengengebied en de sluiting van visumfaciliterings- en overnameovereenkomsten met verschillende derde landen.

In de afgelopen maanden hebben we ook heel veel tijd en energie gestopt in een strategie voor een externe dimensie van ons beleid voor justitie en binnenlandse zaken. Daarbij zijn we eigenlijk begonnen met het aanleggen van een veiligheidsgordel om de Europese Unie, en we hebben het initiatief genomen tot een partnerschap voor veiligheid tussen de Europese Unie, onze buurlanden, Rusland en de Verenigde Staten. Dit initiatief van Wenen, dat werd besloten tijdens een topbijeenkomst van de EU, Rusland en de VS, zal ook terug te vinden zijn in de conclusies van de Europese Raad.

Heel belangrijk is en blijft de kwestie van de migratie, die de Raad eveneens, naar aanleiding van een aantal concrete gebeurtenissen, zal behandelen. Ik heb geen tijd om al te zeer op de details in te gaan. Dit onderwerp is zo belangrijk dat we er een apart debat aan zouden kunnen wijden. We zouden het vanuit allerlei hoeken moeten belichten, niet alleen vanuit het oogpunt van de bestrijding van de illegale immigratie en de politiële en justitiële samenwerking, maar ook vanuit het oogpunt van de ontwikkelingssamenwerking. Ik ben in de afgelopen zes maanden onder andere voor ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk geweest, en daarom kan ik u wel vertellen dat we ons in het kader van de ontwikkelingsstrategie van de Europese Unie zeker ook intensief bezig hebben gehouden met migratie. Dit is een belangrijke invalshoek, die we ook in het openbare debat over dit probleem niet uit het oog mogen verliezen. Met individuele maatregelen kunnen wij hier zeker niets bereiken. Alleen een bundel gerichte maatregelen kan helpen.

Alles wat ik tot nu toe heb genoemd, is natuurlijk work in progress. Daarom zal de Europese Raad waarschijnlijk een mandaat geven om de werkzaamheden op al deze gebieden consequent voort te zetten.

We willen de veiligheid ook verhogen door ervoor te zorgen dat Europa doelmatiger kan reageren op rampen en crisissituaties. Oostenrijk heeft hiervoor tijdens de maanden van zijn voorzitterschap hard gestreden. De Europese Raad krijgt hierover een verslag met de vooruitgang die tot nu toe geboekt is, en met aanbevelingen voor de verdere gang van zaken. Michel Barnier, voormalig commissaris en minister van Buitenlandse Zaken, heeft een zeer volledig, boeiend en voor de toekomst zeer relevant verslag voorgelegd, dat alle instellingen van de Europese Unie in de komende weken en maanden ongetwijfeld goed zullen bestuderen. Daarin staan heel wat goede ideeën over hoe we dit probleem op kunnen lossen en de veiligheid van de burger kunnen verhogen.

Een ander belangrijk onderwerp dat ook alléén op Europees niveau verstandig kan worden aangepakt, is duurzame ontwikkeling. U weet ongetwijfeld dat de Europese Unie sinds 2001 - sinds de vergadering van de Europese Raad in Götenborg - beschikt over een strategie daarvoor, die als doel heeft om bij alle besluiten op een verantwoorde manier om te gaan met de grondstoffen. Deze leidraad is onder het Oostenrijkse voorzitterschap volledig herschreven. We hebben die verder uitgewerkt en er een ambitieuze en volledige strategie van gemaakt voor allerlei sleutelkwesties, zoals klimaatverandering, schone energie, vervoer, duurzame consumptie- en productiepatronen. De klimaatverandering staat trouwens ook op de agenda.

De Lissabon-strategie zal ongetwijfeld ook aan de orde komen tijdens de Europese Raad, die deze keer in Brussel plaatsvindt. Bondskanselier Schüssel heeft hier al verteld dat deze strategie tijdens de Top in maart uitgebreid is behandeld en er heel wat bakens zijn uitgezet. Sindsdien hebben we twee grote beslissingen genomen. Ten eerste hebben we een compromis gesloten over de vrijheid van dienstverlening, en ik wil in alle duidelijkheid zeggen dat de Raad het Parlement veel te danken heeft. Ten tweede zijn we het in principe eens geworden over het Zevende Kaderprogramma voor onderzoek. Bij het besluit over de dienstenrichtlijn heeft de Raad zich in hoge mate gehouden aan het compromis van het Europees Parlement. Dat is een goed voorbeeld van hoe de instellingen van de Europese Unie in het belang van de burgers concrete vooruitgang kunnen boeken als ze goed en efficiënt samenwerken. Het Oostenrijkse voorzitterschap is het Parlement hiervoor veel dank verschuldigd.

Het energiebeleid zal natuurlijk ook een hoge plaats op de agenda van de Europese Raad krijgen. Dit onderwerp is ook elders al meerdere malen aan de orde gekomen, bijvoorbeeld in gesprekken met derde landen, en gisteren heb ik verslag uitgebracht over de top met de Russische Federatie. In de Raad zelf is tijdens de gesprekken vooral de nadruk gelegd op de nodige maatregelen binnen de Unie, zoals het verhogen van de energie-efficiëntie en het overschakelen op alternatieve energiebronnen. Nu moeten we ook kijken naar de maatregelen die betrekking hebben op de samenwerking met derde landen. Daarvoor moeten we een gezamenlijke, werkelijk actieve en geostrategisch doordachte aanpak kiezen. De Europese Raad heeft de Commissie en secretaris-generaal Solana gevraagd om een strategiedocument op te stellen, en dat zal tijdens de top beschikbaar zijn.

Een ander onderwerp waarvoor de burgers ook meer Europa verwachten - en dat blijkt ook uit de enquêtes - is het buitenlands beleid, de betrekkingen van de Europese Unie met de rest van de wereld. De grote meerderheid van de Europese burgers verwacht van de Europese Unie dat ze een belangrijke rol speelt op het internationale toneel. We hebben in de afgelopen jaren weliswaar vooruitgang geboekt - en ik mag wel zeggen: heel wat vooruitgang - maar we hebben internationaal nog steeds niet het gewicht dat we gezien onze economische kracht en onze bijdrage aan de wereldhandel verdienen. We moeten nog heel wat hindernissen overwinnen, en ik ben de Europese Commissie dankbaar voor het concept dat zij heeft voorgelegd en voor de serie voorstellen die zijn daarin doet. Ik ben ervan overtuigd dat de voorzitter van de Commissie daar nader op in zal gaan.

De Raad zal natuurlijk ook spreken over het beter functioneren van de Unie. Dat klinkt nogal groots, maar het betekent alleen maar dat de Europese Raad wil proberen om concrete vooruitgang te boeken, die voor de individuele burger ook meetbaar is. In dat verband zal er een aantal initiatieven worden genomen, waarop ik even in willen gaan. Een initiatief dat het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad zeer dierbaar is - en mij persoonlijk ook, als ik dat mag zeggen - is de transparantie in de Raad. Dat is geen nieuwe wens, en er is in dat opzicht ook al vooruitgang geboekt. Het Oostenrijkse voorzitterschap heeft nu geprobeerd een alomvattende aanpak te vinden om de burger als het ware een "transparantiegeweten" mee te geven. Dit voorstel komt er eigenlijk op neer dat we de hele medebeslissingsprocedure openbaar willen maken, in iedere fase. Volgens ons kunnen we het vertrouwen van de burger ook daardoor versterken. Nog niet alle bezwaren zijn uit de weg geruimd, maar het voorzitterschap is vastberaden om er tot de laatste minuut voor te strijden.

Subsidiariteit was ook een belangrijk onderwerp. Naast het "transparantiegeweten" is een beter ontwikkeld "subsidiariteitsgeweten" ongetwijfeld ook belangrijk. Ik hoor vooral in het Parlement telkens weer sceptische geluiden, en daarom zou ik heel duidelijk willen zeggen dat het niet gaat om het renationaliseren van het beleid. Er mag geen twijfel over bestaan dat ons voorzitterschap een ander doel voor ogen had. We wilden ertoe bijdragen dat het beleid van de Unie geconcentreerd werd op de onderwerpen waar het een toegevoegde waarde oplevert.

Het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad heeft midden april in St. Pölten een conferentie over dat onderwerp georganiseerd onder de titel "Europa begint thuis", en daar was het Parlement op hoog niveau vertegenwoordigd, zoals u weet. U kent de interessante voorstellen die daar zijn gedaan. Nu willen we er graag voor zorgen dat dit onderwerp een vaste plaats op de agenda krijgt. We moeten dit meer dan tot nu toe in de gaten houden.

Terloops wil ik er nog op wijzen dat we veel vooruitgang hebben geboekt op het gebied van de comitologie. Hier staan controlerechten op het spel, en daarom moet er efficiënt worden samengewerkt tussen de Commissie, het Parlement en de Raad. Als het voorstel dat de onderhandelaars gisteren hebben gedaan daadwerkelijk steun krijgt in de Raad, maar ook in het Parlement, dan hebben we toch vooruitgang geboekt. Het is een taaie materie, maar ze is wel belangrijk voor onze samenwerking.

Dan komt nu het laatste deel van mijn betoog: de toekomst van Europa, het grondwettelijk proces, de denkpauze. De Raad had in juni vorig jaar besloten om een denkpauze in te lassen, en dat heeft ertoe geleid dat er in heel wat lidstaten initiatieven zijn genomen om een echt debat over de opbouw van Europa te voeren, en in sommige landen is dat heel intensief gebeurd. Ook de kwestie van de Europese identiteit is vanuit verschillende invalshoeken belicht. Ik zou willen herinneren aan het evenement Sound of Europe aan het begin van het Oostenrijkse voorzitterschap. Een ander initiatief, dat volgens mij zeer geslaagd was, was het Café d'Europe, dat op de dag van Europa in alle hoofdsteden tegelijk open was.

Ook de Commissie heeft niet stil gezeten, ze heeft een plan D ontwikkeld. Ik zou in het bijzonder vice-voorzitter Wallström van harte willen bedanken voor de goede samenwerking. Daardoor hebben we gezorgd voor meer openheid; we hebben een open oor voor de wensen en verwachtingen van de burgers. Langzamerhand wordt duidelijk dat de lidstaten deze denkpauze op de een of andere manier graag met minstens een jaar zouden willen verlengen. De Europese Raad zal intensief bespreken hoe dat precies kan gebeuren en hoe het daarna verder moet, en zal ook voorstellen doen.

We zijn erin geslaagd om de stilte te doorbreken die aanvankelijk heerste rondom het Grondwettelijk Verdrag. Het was niet gemakkelijk om dat debat weer op gang te brengen. We hebben daar hard aan gewerkt, en eind mei zijn we erin geslaagd om voor het eerst in meer dan een jaar een discussie hierover te voeren met de ministers van Buitenlandse Zaken. Ik heb daaraan deelgenomen, en kan u wel vertellen dat het een zeer openhartige, uitvoerige en nuttige discussie is geweest. We hebben weliswaar geen concrete besluiten genomen, maar in allerlei opzichten hebben we toch gezorgd voor helderheid over de verdere manier van werken. Het is ons allemaal duidelijk geworden dat de problemen die we met het Grondwettelijk Verdrag wilden en willen oplossen, nog steeds op de agenda van de Europese Unie staan, en dat we het werk aan deze Grondwet als gezamenlijk Europees project moeten voortzetten.

Tijdens de gesprekken van de ministers van Buitenlandse Zaken in Klosterneuburg is ook duidelijk geworden dat de tijd nog niet rijp is voor een definitief antwoord op de juridische vragen in verband met het Grondwettelijk Verdrag. Daartoe zijn namelijk nog niet alle lidstaten bereid. Daarom zal het een taak van alle leden van de Unie zijn, en vooral ook van de komende voorzitterschappen, om er voor te zorgen dat we voor 2009 precies weten wat de rechtsgrondslag van de toekomstige Unie zal zijn. 2009 zal om verschillende redenen een sleuteljaar zijn: dan wordt er niet alleen een nieuw Europees Parlement gekozen, maar zullen wij ook met andere institutionele uitdagingen worden geconfronteerd, zoals de samenstelling van de nieuwe Commissie.

Ik kan vandaag nog niet zeggen welk mandaat de Europese Raad hiervoor precies zal geven, of er een tijdsschema zal komen, en zo ja, hoe dat eruit zal uitzien en zal worden gehanteerd. De staatshoofden en regeringsleiders zullen erover spreken en de nodige besluiten nemen. Ik ben ervan overtuigd dat dit een van de hoofdonderwerpen van de top zal zijn. Voor het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad is één ding echter duidelijk: we moeten samen met alle lidstaten en met alle instellingen vooruitgang boeken, we moeten antwoorden geven op de grote vragen over de toekomst van de Europese Unie.

Tot slot wil ik nog ingaan op de uitbreiding van de EU, ook een onderwerp dat tijdens de Europese Raad hoog op de agenda zal staan. Ik zou niet op individuele landen in willen gaan. U weet hoever we zijn gekomen in de onderhandelingen met Bulgarije en Roemenië, en wij hopen dat die twee landen op 1 januari 2007 kunnen toetreden. U zult wel hebben gevolgd hoe de toetredingsconferenties met Turkije en Kroatië eergisteren zijn verlopen, en welke vooruitgang er is geboekt, ondanks alle problemen die we vooral met Turkije hebben. De ministers van Buitenlandse Zaken zijn er in Klosterneuburg in geslaagd om toch enige toenadering te bereiken over de verdere gezamenlijke aanpak. De staatshoofden en regeringsleiders zullen deze discussie voortzetten, en bepalen hoe we in de komende maanden verder moeten. Het wordt wel duidelijk dat de Commissie in de tweede helft van dit jaar onder andere een bijdrage zal leveren aan het debat over de opnamecapaciteit van de Europese Unie. Dat had het Europees Parlement ook gevraagd.

Ook de kwestie van de westelijke Balkan zal in de conclusies van de Europese Raad worden genoemd. U weet dat het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad daar een hoge prioriteit aan heeft gegeven. Dit houdt verband met ons beleid voor vrede en stabiliteit op de Balkan. We zullen nogmaals verwijzen naar de Verklaring van de ministers van Buitenlands Zaken van Salzburg en naar het toetredingsperspectief dat de landen van de Westelijke Balkan daarin wordt geboden. De Europese Raad zal ook een aantal onderwerpen in verband met het buitenlands beleid behandelen, en er verklaringen over afgeven. Ik noem de Westelijke Balkan, Iran, Irak, Libanon en het Midden-Oosten. Ook de Strategie voor Afrika zal op de agenda staan.

U ziet het: er staat heel wat op het menu van onze staatshoofden en regeringsleiders en van de voorzitter van de Commissie. Ik hoop dat u het met me eens bent dat we in de afgelopen maanden hard hebben gewerkt om bij al deze belangrijke dossiers enige vooruitgang te boeken, en we hopen dat de Europese Raad in staat zal zijn om een aantal onderwerpen af te sluiten, en in de komende maanden over andere onderwerpen een verdere discussie op gang te brengen. Daartoe zijn we in het belang van Europa en van onze burgers verplicht.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de minister, geachte afgevaardigden, een jaar na het begin van de denkpauze is het nu tijd om de balans op te maken. Hoe ver zijn we? Wat kunnen we doen om Europa verder op weg te helpen? Wat mogen we verwachten van de Europese Raad?

Om te beginnen wil ik u zeggen dat een spook door Europa waart: dat van het europessimisme. Wij hadden al de traditionele euroscepsis van degenen die nooit iets van Europa als politiek project hebben willen weten, maar daar komt nu nog het pessimisme bij van degenen die zeggen voorstander van Europa te zijn maar die heel vaak vervallen in een staat van “crisisfilie”, waarbij eenieder probeert aan te tonen de oorzaken van de diepe crisis van Europa beter te kennen dan de ander.

Wat is de oorzaak van dit europessimisme? Voor een groot deel is het de nasleep van de negatief uitgevallen referenda in twee van onze lidstaten. Deze nasleep heeft twijfels opgeroepen over Europa en over ons vermogen om als Europeanen samen te leven. Dat is een van de redenen waarom we een oplossing moeten vinden voor het constitutionele vraagstuk. Laat ik het heel duidelijk zeggen: binnen de Europese Commissie zijn wij voorstander van de principes, de waarden en de essentie van de Europese Grondwet.

De vraag is allereerst waarom we deze Grondwet nodig hebben. Wat zullen we missen als wij de Grondwet niet krijgen? Wat wij zullen missen is een duidelijke verdeling van de bevoegdheden over de verschillende niveaus, een uitbreiding van de medebeslissingsprocedure, een stemming met gekwalificeerde meerderheid en een juridisch bindend Handvest van de grondrechten. Wij zullen geen Europese minister van Buitenlandse Zaken hebben, die tegelijkertijd vice-voorzitter van de Commissie zou zijn en wij zullen doeltreffendere maatregelen op terreinen als volksgezondheid, voedselveiligheid en zelfs energie moeten missen, omdat de Grondwet de communautaire bevoegdheden op dit gebied wilde verruimen. We zullen ook een stuk extra coherentie missen als het gaat om externe aangelegenheden.

En op dit punt leert mijn anderhalf jaar ervaring als voorzitter van de Commissie mij dat we in Europa absoluut behoefte hebben aan wat de Grondwet te bieden heeft op extern gebied: meer effectiviteit, meer democratie, meer samenhang.

Met de huidige Verdragen kunnen we al deze doelstellingen niet volledig verwezenlijken, want laten we wel zijn: Nice gaat niet ver genoeg.

(Applaus)

De vraag is hoe we uit deze impasse kunnen geraken. Kunnen we dit probleem oplossen door elke dag over de Grondwet te praten? Kunnen we dit probleem oplossen door ons te beperken tot een pragmatische benadering? Ik zou zeggen van niet. Ik zou zeggen dat we twee valkuilen moeten vermijden. De eerste valkuil is te zeggen dat - zoals sommigen beweren - de Grondwet dood en begraven is en dat we ons alleen moeten bezighouden met praktische zaken. Dat zou een gevaar zijn voor Europa. Het zou overigens ook een gevaar zijn voor Europa als we nu verzandden in een puur institutioneel of constitutioneel debat, als we deden alsof we geen enkele kant op kunnen zolang er geen oplossing is voor de Grondwet.

Daarom moeten we vooruitgang boeken op twee niveaus, zoals we stellen in ons document van 10 mei over de tweesporenbenadering. Het eerste niveau is dat van een Europa van resultaten, van een Europa van concrete projecten, maar - en daarmee komen we op het tweede niveau - van een Europa van resultaten dat niet in tegenspraak is met en geen alternatief is voor het politieke Europa, maar juist een voorwaarde is om de steun van de burger te krijgen voor Europa als groot politiek project. Het is dan ook geen kwestie van kiezen tussen het Europa van de resultaten en het institutionele Europa: wij moeten beide kiezen. Wij hebben behoefte aan een Europa van projecten en resultaten om van Europa een groot project te maken.

Wat is het Europa van de resultaten dat wij voorstellen? We hebben wel degelijk het een en ander bereikt. Daarom kan ik het niet eens zijn met al degenen die zeggen dat Europa helemaal aan diggelen ligt. Ik denk dat ze onbedoeld deze crisissituatie versterken. Ik begrijp dat de analisten het moeten zeggen, maar als politieke bestuurders hebben we een verantwoordelijkheid. Denkt u echt dat we de burgers weer vertrouwen gaan geven met alleen maar negatieve boodschappen? Nee! Om Europa verder op weg te helpen, moeten we weer hoop en vertrouwen krijgen en laten zien waar we vooruitgang hebben geboekt.

De waarheid is dat we zelfs na de twee negatieve referenda het begrotingsvraagstuk voor de komende zevende jaar hebben kunnen regelen, en wel voor zevenentwintig landen. We zijn er toch maar mooi in geslaagd om, dankzij de samenwerking met het Europees Parlement, een politieke oplossing te vinden voor de dienstenrichtlijn, die zoveel stof deed opwaaien. We zijn er toch maar mooi in geslaagd om de Strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid nieuw leven in te blazen. We hebben een gemeenschappelijke strategie opgesteld voor de energievoorziening in Europa, iets wat twee jaar geleden ondenkbaar was. Dus laten we verder gaan op basis van concrete projecten. Laten we resultaten blijven boeken zodat we het juiste moment kunnen creëren om ons over het institutionele vraagstuk buigen.

In ons document van 10 mei doen we concrete voorstellen. Ik wil niet opnieuw in detail treden wat deze voorstellen betreft, maar er slechts enkele kort noemen. Wij moeten kijken naar wat niet goed werkt op de interne markt, om de consument in Europa te beschermen. Wij moeten kijken naar wat de verwezenlijking van de grote Europese markt nog in de weg staat. Wij moeten de balans opmaken van ons sociaal beleid en ons afvragen welke obstakels een Europa met meer solidariteit in de weg staan. Wij moeten ervoor zorgen dat vooruitgang bij het marktvraagstuk gepaard gaat met vooruitgang bij het sociale vraagstuk. Wij moeten aan de hand van de bestaande Verdragen vooruitgang maken op het gebied van de rechtspraak, de samenwerking, de bestrijding van het terrorisme en de criminaliteit. Het is mogelijk om op basis van de huidige Verdragen meer te doen op het gebied van de immigratie, om illegale immigratie tegen te gaan en tegelijkertijd legale immigratie in goede banen te leiden. Dit is een cruciaal vraagstuk. Als de lidstaten meer willen doen, leggen de Verdragen hen geen strobreed in de weg. Het is dan ook niet alleen een institutioneel vraagstuk, maar ook een kwestie van politieke wil. Laten we dus vooruitgang boeken op het gebied van de rechtspraak en de veiligheid. Dat zijn de terreinen waarop de Europese burgers de lidstaten vragen meer te doen, want inmiddels is wel duidelijk geworden dat we het terrorisme niet op nationaal niveau kunnen bestrijden en dat we de uitdagingen van de illegale migratie niet op nationaal niveau het hoofd kunnen bieden: we moeten samenwerken.

We kunnen ook veel meer doen wat de externe dimensie betreft. De juiste oplossing is te vinden in de Grondwet: een minister van Buitenlandse Zaken, die tevens vice-voorzitter is van de Commissie. In ons externe beleid moeten we onze krachten bundelen, maar aangezien we nog geen Grondwet hebben, heeft de Commissie enkele dagen geleden een document gepresenteerd met concrete voorstellen voor de versterking van de doeltreffendheid, de samenhang en de zichtbaarheid van de Europese Unie bij externe aangelegenheden. Overigens hebben we belangrijke voorstellen gedaan om te komen tot meer subsidiariteit, meer transparantie en better regulation in Europa.

Dat zijn allemaal concrete projecten, om nog maar te zwijgen van twee terreinen die naar mijn idee van groot belang zijn voor de toekomst van Europa: energie, naar aanleiding van het Groenboek dat we hebben gepresenteerd, en onderzoek. Dat zijn twee essentiële prioriteiten.

De waarheid is dat we in de komende zeven jaar 60 procent meer middelen gaan uittrekken voor onderzoek dan in de voorgaande periode. Daarom hebben wij voorgesteld een netwerkgebaseerd Europees instituut voor technologie op te zetten, teneinde onze onderzoeksinspanningen een Europese signatuur te geven en de beste onderzoekers ter wereld aan te trekken. Waarom zitten de beste Europese onderzoekers vandaag de dag in de Verenigde Staten? Waarom zijn we niet in staat de beste Chinese, Indiase, Latijns-Amerikaanse of Amerikaanse onderzoekers naar Europa te halen? We hebben eveneens een project nodig dat als uithangbord kan dienen voor onze onderzoekscapaciteiten.

Dus laten we in het geweer komen met concrete projecten die ons weer vertrouwen in Europa kunnen geven: dat is het Europa van de projecten. Het Europa van de projecten is echter niet genoeg; we moeten ook het institutionele vraagstuk regelen. Wat stellen we op dat punt voor? Wij stellen voor om nu over te gaan van de denkpauze naar een engagementperiode.

De eerste belangrijke stap is volgend jaar, wanneer we de vijftigste verjaardag van de Europese Gemeenschap vieren, de vijftigste verjaardag van het Verdrag van Rome. Ik geloof niet dat de staatshoofden en regeringsleiders de vijftigste verjaardag van onze Unie voorbij kunnen laten gaan zonder zich in te zetten voor dit samenlevingsproject. Er zijn twee mogelijkheden: of we stellen een verklaring op die alleen gericht is op het verleden, met andere woorden we maken er een gewone herdenking van, of we stellen een verklaring op die gericht is op de toekomst, waarbij we opnieuw steun toezeggen aan ons gemeenschappelijke project.

In mijn hoedanigheid van voorzitter van de Commissie zie ik het als mijn plicht om de staatshoofden en regeringsleiders, de aandeelhouders van onze projecten, te vragen hun engagement te hernieuwen. Ik denk dat ook u, als leden van het Europees Parlement, het recht hebt om onze staatshoofden en regeringsleiders te vragen of ze zich willen inzetten voor dit samenlevingsproject, waaraan meer dan ooit behoefte bestaat in deze gemondialiseerde wereld. Dat gaan we doen.

Daarom heb ik een verklaring voorgesteld die meer is dan een nieuwe verklaring van Messina. U herinnert zich ongetwijfeld de verklaring van Messina: die werd opgesteld nadat het plan voor een Europese defensiegemeenschap spaak liep. Die verklaring blies Europa nieuw leven in, en vervolgens werd de Europese Economische Gemeenschap opgericht. Ze werd ondertekend door de ministers van Buitenlandse Zaken. Nu is dat niet meer mogelijk. Zoals ik al zei, zal Europa niet bureaucratisch, technocratisch of louter diplomatiek zijn: Europa moet democratisch zijn. Daarom moeten we alle Europese instellingen mobiliseren, en daarom stel ik voor dat deze verklaring niet alleen wordt ondertekend door de staatshoofden en regeringsleiders, maar ook door de Commissie en het Europees Parlement, dat een centrale rol vervult in het proces van de Europese opbouw.

(Applaus)

Als we daarin slagen, door er samen de schouders onder te zetten, hebben we volgend jaar de kans om de Europese Grondwet weer op de rails te zetten, om een Europa tot stand te brengen dat een uitgebreid Europa is, en dat gaat gepaard met een debat over de uitbreiding.

Ik geloof niet in een miniatuur-Europa, noch in een verdeeld Europa met meerdere snelheden; ik geloof niet dat we de huidige situatie, de moeilijkheden waar Europa mee te maken heeft, kunnen oplossen door te zeggen “Laten we ons opsplitsen”. Zullen we toestaan dat enkele lidstaten een Europese voorhoede gaan vormen terwijl de rest er achteraan bungelt? Ik denk het niet.

(Applaus)

Ik geloof dat het onze plicht is al het mogelijke te doen om van het uitgebreide Europa een succes te maken. En ik spreek uit ervaring. Als ik bijvoorbeeld vergelijk met wat er in 1992 gebeurde, toen we met onze Amerikaanse, Chinese, Russische en andere partners aan de onderhandelingstafel zaten, dan kan ik u zeggen dat Europa buiten zijn grenzen nu meer respect afdwingt dan voorheen. Het uitgebreide Europa is een voorwaarde voor een krachtig Europa.

Laten we een debat voeren over de uitbreiding. Wij beseffen dat een deel van de publieke opinie bedenkingen heeft bij het tempo en het belang van de uitbreiding. Laten we een debat voeren over de opnamecapaciteit, en daarin de nadruk leggen op de toegevoegde waarde die de uitbreiding al heeft gehad voor Europa.

Dat is het Europa dat ik voor ogen heb: een uitgebreid Europa, een open Europa, een concurrerender Europa, een Europa dat meer is dan een markt, een Europa dat een politiek project heeft, een politiek project dat gebaseerd is op het idee van solidariteit, want zonder solidariteit bestaat het idee van een Unie niet. Dat is het grote project voor het Europa van de eenentwintigste eeuw. Dat is geen gesloten Europa, geen beperkt Europa, geen miniatuur, maar een groot en uitgebreid Europa dat in staat is de mondialisering vorm te geven, in plaats van de gevolgen ervan te ondergaan.

Dat is het grote project voor Europa. Om dit te verwezenlijken is het essentieel dat de degenen die de politieke verantwoordelijkheid dragen de vicieuze cirkel van het europessimisme doorbreken en gaan bouwen aan een heilzame cirkel van vertrouwen, met concrete resultaten maar ook met deze grote visie van ons grote Europa.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jo Leinen (PSE), auteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, uit de toespraken van de voorzitter van de Raad en de voorzitter van de Commissie blijkt gelukkig dat de Europese Grondwet niet dood is, maar springlevend, en dat we samen de wens hebben om dit belangrijke Europese project tot een goed einde te brengen. Ik denk dat het Parlement van ganser harte steunt wat we gehoord hebben.

Het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad heeft het debat over de Grondwet nieuw leven ingeblazen. Dat is een goede zaak. Het was hard werk, maar nu zien we toch dat iedereen weer aan tafel zit en samen nadenkt over hoe het verder moet. Ik denk dat voor de oplossing van veel van de problemen die op de agenda van de top staan, de nieuwe Grondwet een veel betere basis zou zijn dan het oude Verdrag van Nice. Ik denk daarbij onder andere aan het energiebeleid, het ontwikkelingsbeleid, maar ook aan het gemeenschappelijk buitenlands beleid. Daarom is het debat over de Grondwet geen institutioneel debat, maar een bij uitstek politiek debat, en dat debat moeten we voeren. We moeten de burgers ook vertellen wat een niet-Grondwet kost. In onze resolutie vragen we u, mijnheer de voorzitter van de Commissie, om de bevolking een onderzoek voor te leggen waaruit blijkt wat we allemaal mislopen omdat we dit nieuwe Verdrag niet hebben.

Om twaalf uur zullen we in de plenaire vergadering stemmen over een resolutie waarin een aantal eisen staat, maar ook een aantal ideeën voor de volgende fase van de denkpauze en voor het verdere verloop van het constitutionele proces. De allerbelangrijkste boodschap aan het adres van de top is dat we nogmaals, in alle duidelijkheid, van alle vijfentwintig lidstaten moeten horen dat ze achter dit gezamenlijke proces staan, en ook bereid zijn om het ratificatieproces voort te zetten. We hebben die verzekering nodig, want door andersluidende verklaringen in het openbaar is wel eens de indruk ontstaan dat bepaalde lidstaten zich distantiëren van hun verplichtingen. Dat zou dan werkelijk tot een vertrouwenscrisis leiden, en afbreuk doen aan de loyaliteit tussen de lidstaten. Ik hoop dat de top een duidelijke boodschap zal laten horen.

Ten tweede lijkt het ons gevaarlijk om dit compromis weer ter discussie te stellen en de krenten uit de pap te halen, of het Verdrag uit elkaar te halen. Dat zou het project van een politiek Europa en ook de cohesie in gevaar brengen.

Ten derde is het heugelijk nieuws te horen dat de top van plan is om een tijdschema vast te leggen. De EU heeft altijd succes wanneer ze een duidelijk doel voor ogen heeft en een vaste datum. Dat was het geval bij de interne markt en bij de euro, en nu moet het bij de Grondwet ook zo gaan. Als datum zijn de jaren 2007 en 2009 genoemd, en dat stemt ook overeen met wat wij hebben uitgewerkt. Voor de volgende Europese verkiezingen moeten we dit Verdrag hebben. Het lijkt me riskant om met een dergelijke crisis Europese verkiezingen te organiseren; dat zou koren op de molen van de tegenstanders van Europa zijn en de scepsis tegenover dit Europa nog groter maken. Misschien zou de opkomst daardoor nog lager worden. Voor 2009 moet dit in kannen en kruiken zijn.

Wij zijn van mening dat we met de twee landen die in een referendum ‘nee’ hebben gezegd, een heel gerichte dialoog moeten voeren. Het is de vraag hoe en onder welke omstandigheden deze twee landen het ratificatieproces kunnen voortzetten. Die vraag moeten we beantwoorden. Het uur van de waarheid komt op zijn laatst na de verkiezingen in Nederland en in Frankrijk, en de partners moeten weten wat het concrete probleem is met dit Verdrag. Het ‘nee’ was heel diffuus, en daarmee kunnen we niet veel beginnen. Nu moet er een concreet voorstel komen: hoe kunnen wij helpen? Wat kunnen wij doen? Zo langzamerhand moeten deze landen aan de slag. Ze moeten zich nader met deze kwestie bezighouden. Deze beslissing kan niet door een ander worden genomen. Wij kunnen die discussie niet voeren in de plaats van de burgers. Dat moet uit de betrokken landen zelf komen, maar we moeten ze daar ook toe aanmoedigen.

Een tweede punt: de denkpauze wordt verlengd. Iedereen zou mee moeten denken. Sommige landen zwijgen nog en nemen niet deel aan de discussie. Dat is slecht voor iedereen, want ook in deze landen moet de tekst nog worden geratificeerd, en als de burgers niet weten waar ze aan beginnen, en wat ze te wachten staat, is dat slecht voor alle anderen.

Wij vinden dat we de burger hier meer bij moeten betrekken. Het plan D van mevrouw Wallström is goed. Ook wij moeten meehelpen om ervoor te zorgen dat er meer geld ter beschikking wordt gesteld. We hebben de middelen gewoon nodig, ook voor grensoverschrijdende projecten, niet alleen maar voor nationale debatten. Er moet een debat komen tussen de burgers, tussen de burgers van de Unie.

We hebben een zeer geslaagd interparlementair forum georganiseerd. We mogen dit proces niet overlaten aan de uitvoerende macht. Ook de wetgevende macht, de parlementen, moet bij dit proces worden betrokken, en wij als Parlement zijn bereid om deze interparlementaire dialoog voort te zetten.

Aan het einde van dit debat moet één ding duidelijk zijn: Europa is niet alleen maar Brussel. Europa, dat zijn wij allemaal, waar we ook wonen, in de verschillende landen, regio’s en gemeentes. Als we dat over kunnen brengen, hebben we echt vooruitgang geboekt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Margot Wallström, vice-voorzitter van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u dat u mij, een jaar na het Franse en Nederlandse ‘nee’ en slechts één dag voor de Europese Raad, de gelegenheid geeft om de vraag van de heer Leinen te beantwoorden. Dit geeft mij tevens de gelegenheid om het standpunt van de Commissie ten aanzien van de denkpauze en het constitutionele proces in grote trekken weer te geven. Ik heb die vraag vorige maand deels al beantwoord, toen ik de twee mededelingen van de Commissie aan de Europese Raad - de beoordeling van de reflectieperiode en Plan D - en de Agenda van de Burger voorlegde aan dit Parlement, om met resultaten voor Europa te komen. Zoals voorzitter Barroso reeds uiteenzette, hebben we een Agenda voor de Burger opgesteld, met deze concrete projecten en met de zaken die we willen bereiken.

Voordat ik overga tot het bespreken van de volgende stappen, wil ik graag het volgende zeggen over de eerste stappen. Zoals u reeds gehoord heeft, blijft de Commissie volledig achter de principes, de waarden en de extra doeltreffendheid staan die het Grondwettelijk Verdrag zou opleveren. Tevens juichen wij verdere ratificaties toe, zoals de recente ratificatie door het Estse parlement, en de door het komende Finse voorzitterschap aangekondigde ratificatie.

Tevens wil ik graag reageren op de vraag en het voorstel van de heer Leinen om de gevolgen van een ‘nee’ op de Grondwet of het ontbreken van een Grondwettelijk Verdrag te onderzoeken. Wij zijn volledig bereid dat te doen. Naar mijn mening dienen we te bekijken wat de consequenties en kosten zijn als we helemaal geen Grondwet hebben. We kunnen niet voorbij gaan aan het feit dat er op dit moment geen consensus is, dat er geen gemeenschappelijk standpunt is onder de lidstaten met betrekking tot het lot van de Grondwet en de institutionele hervorming die zo hard nodig is. We kunnen het niet ons permitteren daardoor lamgeslagen te worden, en wij zijn ook niet lamgeslagen, zoals u reeds gehoord hebt.

Op de eerste plaats is de Commissie voornemens de ambitieuze, beleidsgerichte agenda ten uitvoer te leggen om aan de verwachtingen van de burgers tegemoet te komen en het vertrouwen van het publiek in het Europese project te herstellen. Nu voorzitter Barroso het plan heeft geschetst, kan er geen twijfel bestaan over onze vastberadenheid. Wij zullen onze woorden waarmaken, en dat zullen we moeten doen op basis van de huidige Verdragen. We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten op wat binnenkort zevenentwintig lidstaten zijn om een consensus te bereiken over de constitutionele kwestie.

Tegelijkertijd blijft de Commissie zich volledig inzetten voor een debat en een dialoog met de burgers op Europees, nationaal en regionaal niveau. De methoden die we zullen gebruiken, staan beschreven in Plan D: de D van debat, dialoog en democratie. Dat dienen we te gebruiken om de meerwaarde van het Europese project uit te leggen. Dat dienen we te gebruiken om te betogen waarom we een nieuwe Grondwet nodig hebben. Dat dienen we te gebruiken om met de burgers te praten over de politieke prioriteiten.

Onze twee instellingen zijn het misschien niet altijd over elk detail met elkaar eens, maar we delen een fundamentele overtuiging: dat wij ons moeten inzetten voor een Europese Unie met meer democratie, meer transparantie en meer efficiëntie. En dat gaat verder dan ongeacht welke reflectieperiode.

Voorts ben ik van mening dat de Europese zaken lijden onder een gebrek aan betrokkenheid. Toch hebben burgers hooggespannen verwachtingen als het gaat om resultaten en beleidsinhoud, en dit stelt belangrijke eisen aan de lidstaten en onze instellingen. We dienen de burgers op alle niveaus nauwer bij het beleidsproces te betrekken, in het bijzonder jongeren en vrouwen. Zulke initiatieven dienen concreet te zijn en gezien te worden als een duurzame taak bij de ontwikkeling van de Europese zaken, en zij dienen ervoor te zorgen dat het feedbackproces serieus genomen wordt - wat doen we met hetgeen we in de debatten en ontmoetingen met de burgers horen? - en dat luisteren gevolgd wordt door concrete daden.

Ik heb het al eerder gezegd en ik zeg het nogmaals: Plan D is geen reddingsoperatie voor de Grondwet. Het is niet beperkt tot de reflectieperiode, of deze nu een jaar, twee jaar of zelfs nog langer duurt. Het is een beginpunt van een langdurig democratisch hervormingsproces. We willen het EU-beleid tot het bezit van de burgers maken, zodat het begrijpelijk en betekenisvol wordt en de EU-instellingen verklaarbaar en betrouwbaar worden voor degenen die zij dienen.

Ik zie en hoor dat er in grote mate nostalgisch wordt teruggeblikt op de goede oude tijd van de Europese Unie, maar tegenwoordig heeft het weinig zin om een paar man ergens in een torentje op te sluiten en de problemen van de Europese Unie op te laten lossen. Vandaag de dag dienen we de burgers erbij te betrekken. We hebben de steun en het vertrouwen van de burgers nodig om een toekomst te kunnen bouwen voor de Europese Unie. We dienen de dialoog aan te gaan en te zorgen voor een participatieve werking van de EU-instellingen.

Zoals ook in uw ontwerpresolutie staat, is er in Plan D speciale aandacht nodig voor het komende jaar, tot de top van juni 2007. Ik heb de Commissie reeds beloofd om na deze top terug te zullen komen met een soort tussentijds verslag. Ik zal in dat overzicht nauwgezet rekening houden met de conclusies van de top, evenals met de resolutie van dit Parlement.

Als wij met concrete resultaten komen en hernieuwd contact leggen met de Europese burgers, zullen wij het gewenste klimaat creëren, het klimaat dat noodzakelijk is voor succesvolle institutionele hervormingen - zo motiveren we het. Tot op heden is Plan D succesvol geweest in het stimuleren van een brede reeks activiteiten, en naar mijn mening zijn we enigszins anders beginnen te denken en te redeneren. We richten ons op de hedendaagse en toekomstige realiteit, op de vraag hoe de wisselwerking tussen ons en de huidige en toekomstige burgers dient te zijn. Er hebben ruim 660 activiteiten plaatsgehad in de lidstaten; honderdduizenden burgers hebben de debatwebsite over Europa bezocht.

Met betrekking tot de toekomst ben ik net als de heer Leinen van mening dat we een meer burger-tot-burger gerichte benadering moeten gebruiken, zodat de burgers elkaar over de grenzen heen kunnen ontmoeten om te praten over de Europese agenda. We dienen ons in het bijzonder te richten op de jongeren, op de Europeanen van morgen, en dienen meer vrouwen te betrekken bij het besluitvormingsproces. Er dienen meer mensen mee te doen aan het gehele Europese project, en het dient transparanter en efficiënter te zijn. Deze ambitie gaat veel verder dan ongeacht welke reflectieperiode: dat is de enige manier om de Europese Unie de weg naar de toekomst te wijzen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Gert Poettering, namens de PPE-DE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, de voorzitter van de Raad heeft het gehad over een werktop. Dat bevalt me! In Europa kunnen we alleen vooruitgang boeken als we dag in dag uit hard werken om concrete resultaten te bereiken. Voor retorische hoogtepunten kopen we niets; er wordt al genoeg gepreekt in Europa! Ik wens u veel succes voor de top!

Ik zou echter vooral de voorzitter van de Commissie willen bedanken, niet alleen voor het feit dat hij hier vandaag aanwezig is - hij had uiteindelijk ook kunnen zeggen dat hij alleen maar komt als de voorzitter van de Europese Raad komt - maar ook voor wat hij vandaag gezegd heeft. We hebben onlangs van onze zeer gewaardeerde collega Schulz zeer kritische woorden over u gehoord, en aangezien Martin Schulz bekend is wegens zijn objectiviteit ga ik ervan uit dat hij straks zal zeggen hoe ingenomen hij is de met toespraak van de voorzitter van de Commissie.

Wij staan volledig achter uw dubbele aanpak. Aan de ene kant wilt u de hoofdprincipes van de Europese Grondwet verdedigen, maar aan de andere kant wilt u ook concrete projecten uitvoeren om in Europa vooruitgang te boeken. Wij staan daar absoluut achter. Ik zeg dat met nadruk namens onze fractie, en het zou mooi zijn als de andere fractievoorzitters dat met evenveel nadruk zouden zeggen. Volgend jaar, op 25 maart 2007, herdenken we de gebeurtenissen van 25 maart 1957, en onze fractie staat erop dat het geen plechtig evenement wordt voor staatshoofden en regeringsleiders, die elkaar voor of achter prachtige vlaggen lof toezwaaien. Wij willen dat de Europese democratie gevierd wordt, en dat het Europees Parlement betrokken wordt bij een verklaring over onze koers voor de eenentwintigste eeuw. Dat zeg ik tegen de secretaris-generaal van de Raad, want het zijn meestal niet de regeringsleiders die de dingen blokkeren. Ik vraag het secretariaat-generaal van de Raad om het Europees Parlement van meet af aan op gepaste wijze hierbij te betrekken. Dat heeft de voorzitter van de Commissie voorgesteld, en ik zou hem daarvoor willen bedanken. Ik waardeer dat zeer!

(Applaus)

Mijn tweede opmerking gaat over de veiligheid in Europa. Dat is een delicate kwestie. Aan de ene kant hebben de burgers behoefte aan bescherming tegen de georganiseerde misdaad, tegen terrorisme en illegale immigratie, en wij verwachten dat daartegen concrete maatregelen worden genomen. In verband met de immigratie verwachten we echter ook dat de menselijke waardigheid wordt gerespecteerd, en dat wordt geprobeerd om dit probleem op een menselijke manier aan te pakken. We mogen niet aanvaarden dat op de Middellandse Zee en op andere zeeën duizenden mensen creperen. We moeten ook in dat verband concrete maatregelen nemen om deze menselijke tragedies te verhinderen.

Een ander punt is de Lissabon-strategie. We hebben tijdens de behandeling van de dienstenrichtlijn bewezen dat we van goede wil zijn, en dat we in staat zijn om resultaten te boeken. Ik zou het Oostenrijkse voorzitterschap willen feliciteren, omdat het ons op deze weg is gevolgd. We zijn voor een Europees Instituut voor technologie, als daardoor een netwerk ontstaat en geen bureaucratie. We zijn voor de diversificatie van de energievoorziening. Dat geldt voor de energiebronnen - we mogen niet op één enkele energiebron vertrouwen en we mogen ook geen enkele energiebron uitsluiten - maar dat geldt ook voor de herkomst van de energie. We mogen ons niet afhankelijk maken van één land, of van een paar landen. Ook in dat verband moeten we zorgen voor diversificatie. Het principe van de solidariteit geldt voor alle lidstaten van de Europese Unie. We mogen niemand in de steek laten.

Nu we het toch over de solidariteit hebben: ik zie de heer Ioannis Kasoulides, en moet zeggen: het is goed dat we nu met Turkije onderhandelen, want we hebben dat besloten, en moeten ook woord houden, maar ik vind het onaanvaardbaar dat Turkije tegelijkertijd een lidstaat van de Europese Unie niet erkent door het douaneakkoord met het protocol van Ankara niet te laten gelden voor Cyprus. Dat druist in tegen de solidariteit die we elkaar in de Europese Unie verschuldigd zijn, en daarom moeten we eisen dat dit douaneakkoord wordt toegepast.

(Applaus)

Mijn laatste opmerking gaat over het debat over het agentschap voor de grondrechten. Ik heb mijn twijfels of dit wel de juiste weg is, en ik zou het Europees Parlement willen vragen om hier nog eens over na te denken. Jean-Claude Juncker heeft de Raad van Europa een verslag hierover gepresenteerd. We moeten overwegen hoe wij als Europees Parlement een goede samenwerking tot stand kunnen brengen met de Raad van Europa, en ook met de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa. We mogen het goede werk dat de Raad van Europa nu verricht niet zomaar overhevelen naar de instellingen van de Europese Unie. We moeten ons afvragen hoe we elkaar kunnen aanvullen. De Raad van Europa is een Europese gemeenschap van zesenveertig landen; wij hebben vijfentwintig leden, binnenkort worden het er meer, en we moeten elkaar goed aanvullen. Als de Oostenrijkers hiermee tijdens de top rekening houden, zou ik nog meer vriendelijke woorden kunnen vinden voor het succes van hun voorzitterschap van de Raad. Daarom wens ik u morgen en overmorgen veel succes tijdens de top in Brussel!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst zou ik iets willen zeggen tegen de fungerend voorzitter van de Raad. Het Parlement heeft eergisteren een interim-verslag over de CIA-commissie goedgekeurd. Mijn fractie heeft tamelijk homogeen gestemd, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten tamelijk heterogeen, maar de meerderheid stelt toch vast dat we een rechtsgemeenschap zijn, en ik zou u willen verzoeken om dat in de Raad ter voorbereiding van de ontmoeting met de heer Bush te noemen. De Europese Unie en haar lidstaten zijn gebaseerd op de filosofie van de overheersing van het recht. Wij zijn een rechtsgemeenschap, dat is de grondslag. Guantanamo is een rechteloos oord. De CIA-vluchten, en wat daarmee verband houdt, zijn niet rechtmatig. Een rechtsgemeenschap als de Europese Unie, die haar waarden verdedigt, moet duidelijk ‘nee’ zeggen tegen misbruik van onze instellingen door de geheime dienst van de VS, en vooral ook tegen het bestaan van een juridisch vacuüm, zoals in Guantanamo. Denkt u daar ook aan tijdens de top.

De heer Poettering heeft mijn legendarische objectiviteit genoemd. Ik ben hem daarvoor zeer dankbaar. Hij is echter vergeten om daaraan toe te voegen dat hij zich snel bij mijn kritiek op de voorzitter van de Commissie heeft aangesloten. Hij heeft namelijk samen met de heer Martens een brief met dezelfde inhoud aan de voorzitter van de Commissie gestuurd.

(Interruptie van de heer Poettering)

Goed, ook aan de heer Schüssel - ook hij is lid van de EVP. Het is niet ons probleem dat u zulke problemen heeft in uw eigen familie, mijnheer Poettering.

U verdient vandaag dus lof, mijnheer de voorzitter van de Commissie. Als u iets zegt wat juist is, staan wij achter u. Tenslotte zeggen wij: ja, deze Grondwet is nodig; ja, de hervormingen die deze Grondwet mogelijk moet maken zijn nodig om het verdrag van Nice te vervangen, dat niet meer voldoet! Dat u dit nu in het openbaar zegt, en het mevrouw Wallström niet alleen op laat knappen, dat u hier in het Parlement kleur bekent, dat is vooruitgang. Bravo, dat is een knap stukje werk, mijnheer de voorzitter van de Commissie!

Het is echter niet voldoende. Er moet nog iets aan worden toegevoegd, en ook dat heeft u vandaag genoemd. We moeten degenen die deze Grondwet tijdens hun referenda hebben getorpedeerd, vragen wat zij nu eigenlijk voorstellen. Hoe kunnen we deze blokkade uit de weg ruimen? De Franse en de Nederlandse regering zijn eigenlijk ook verplicht om de Europese Unie voorstellen te doen over hoe we uit het slop kunnen komen. Voor Frankrijk heb ik wel een voorstel. Ik weet vrijwel zeker dat de overgrote meerderheid van de Fransen voor de Grondwet zal stemmen, als de heer Chirac aankondigt meteen te zullen aftreden als het volk ‘ja’ zegt. Een ding is toch wel duidelijk: de crisis van de Europese Unie is ook een crisis van bepaalde regeringen, en dat leidt er telkens weer toe dat de Europese Raad over de meeste onderwerpen geen beslissingen kan nemen. Sommige regeringen willen dit Grondwettelijk Verdrag niet, en anderen kunnen zich dan meteen achter die regeringen verstoppen. Dat geldt trouwens voor Denemarken, voor Portugal, en voor alle landen die de zaken niet zo zien als het huidige voorzitterschap van de Raad en de twee die erna komen. Wat minister-president Vanhanen doet is moedig: hij ratificeert de Grondwet tijdens het Finse voorzitterschap van de Raad. Dat is een symbool, en hij bekent kleur.

(Applaus)

Het is volgens mij een goede zaak dat bondskanselier Schüssel ‘ja’ heeft gezegd tegen deze Grondwet. Het voorstel dat hij heeft gedaan voor dit referendum, is weliswaar niet nieuw - het was ook al door de Conventie besproken - maar er blijkt toch wel uit dat Oostenrijk deze Grondwet wil. De Duitse regering, de volgende voorzitter van de Raad, zegt met nadruk ‘ja’ tegen deze Grondwet. Dat is een goed teken. Wie dus zegt dat deze Grondwet dood is, die vergist zich.

U stelt voor om het vijftigjarig jubileum te herdenken. U wilt van iedereen een plechtige verklaring horen of ze dit geïntegreerde Europa verder willen ontwikkelen, of ze werkelijk achter de principes van de integratie en de verdieping van Europa staan, of ze ook vijftig jaar later nog achter de geest van de Verdragen van Rome staan. Dat is een goed idee. Het gaat om de inhoud, en een plechtige verklaring mag niet beperkt blijven tot plechtige woorden - er moeten daden op volgen. Daarin kan bijvoorbeeld staan: ja, we willen dat deze Grondwet er komt, ook inhoudelijk. Een ding is namelijk glashelder, en dat zeg ik namens onze hele fractie: we willen dat de uitbreiding van de Europese Unie plaatsvindt. We zijn blij met de ontwerpconclusies over Roemenië en Bulgarije. We weten dat het perspectief van een mogelijke toetreding voor de Balkanlanden de vrede daar kan bevorderen. Daarom zeggen wij dat de uitbreiding werkelijk nodig is. We zeggen echter ook: zonder constitutionele hervormingen, en de verdeling van de bevoegdheden die daarmee gepaard gaat, zonder een helder beleid, en zonder de kans op democratisering, zoals beschreven in de Grondwet, komt die uitbreiding er nooit! Wie dat niet wil, die wil Europa vernietigen. Wij zien dat anders. Daarom hebben we allemaal de plicht om te blijven strijden voor deze Grondwet. Daardoor blijft Europa een rechtsgemeenschap, en verkrijgt het de economische kracht die we nodig hebben om de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw aan te kunnen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het succes van de top van deze week hangt vooral af van de verwezenlijking van één concept: democratisering.

Democratie, transparantie en verantwoordelijkheid dienen de bouwstenen te zijn van de toekomst van de Europese Unie. Zonder een duidelijke inzet voor deze drie stenen, zullen we blijven zitten met de versnipperde oplossingen die de hervormingsinspanningen tot dusver hebben geblokkeerd en het publieke wantrouwen in de Europese Unie hebben versterkt.

Europa kan alleen opgebouwd worden met de steun van de burgers. Het democratische tekort aan democratie het hoofd bieden betekent een einde maken aan het afstempelen van verordeningen achter gesloten deuren. Daarom wenst mijn fractie het Oostenrijkse voorzitterschap geluk met het feit dat het voortbouwt op het streven om van transparantie in de beleidsvorming van de EU een regel te maken in plaats van een uitzondering, en juicht de bereidheid van de voorzitter van de Commissie toe om de namen te publiceren van de leden van de duizenden raadgevende comités van de Europese Unie. Wij zien de ontvangst daarvan nog steeds met belangstelling tegemoet, mijnheer Barroso.

Wij vragen de Raad aan te kondigen dat alle besprekingen over aan de medebeslissingsprocedure onderworpen wetgeving openbaar worden gemaakt voor het publiek. We weten - zoals journalist Meg Greenfield schreef - dat iedereen in principe vóór democratie is, maar dat het pas in de praktijk tot grote bezwaren leidt. We zien dat, wat zij in het openbaar ook zeggen, die twee oude heimelijke intriganten, Groot-Brittannië en Frankrijk - de twee landen die democratie op nationaal niveau hebben gekoesterd maar die, nu het om de vruchten ervan gaat, aan geheugenverlies lijden - zich nog altijd verzetten tegen openheid in de Raad. De andere landen moeten hen razend en tierend de eenentwintigste eeuw in slepen.

Op de korte termijn dient de Raad vertrouwen te hebben in het Parlement en ons een groter wetgevende controle te geven. Belangrijke initiatieven, in het bijzonder op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, worden vaak verhinderd door een gebrek aan een gekwalificeerde meerderheid en eindigen in een impasse.

De tijd is rijp om de passerelle-clausule van artikel 42 toe te passen en het beleid te verschuiven van de derde naar de eerste pijler, zoals de Commissie heeft voorgesteld in haar mededeling van 10 mei. Onze reputatie - ja zelfs onze invloed - hangt immers af van het hooghouden van waarden als democratie, vrijheid en respect voor de mensenrechten.

Databescherming in de derde pijler is noodzakelijk om de bescherming van persoonlijke gegevens te garanderen. De minimale procedurele waarborgen voor het Europees aanhoudingsbevel - die ik tot mijn eer door dit Parlement mocht loodsen - worden eveneens sinds 2001 opgehouden in de Raad.

We willen vooruitgang zien op al deze terreinen om de Europese Unie democratischer en effectiever te maken. Europa eist niet minder dan een duidelijk streven naar democratisering van de besluitvorming.

Op de lange termijn kan alleen een Grondwettelijk Verdrag - dat even praktisch als ideologisch is - in het institutionele kader voorzien voor de democratisering van Europa. Het is echter ook tijd om in te zien dat de zestiende en laatste lidstaat die waarschijnlijk de Grondwet in zijn huidige vorm zal goedkeuren, Finland is. We moeten onderkennen dat Frankrijk, Nederland en Groot-Brittannië de tekst uit 2004 nooit zullen goedkeuren. Denemarken, Ierland en Zweden kunnen onder de huidige omstandigheden geen goedkeuring geven. Tsjechië en Polen kiezen ervoor het niet goed te keuren, en voor Portugal zal het bijna onmogelijk zijn, aangezien dit land gebonden is aan een referendum.

Er zijn dus twee opties: opnieuw onderhandelen of de vergetelheid. Hoe eerder we stappen ondernemen om structurele en wezenlijke verbeteringen aan te brengen in die tekst en ons toeleggen op de publieke betrokkenheid, hoe beter.

Voorzitter Barroso, ik juich de visie en vastberadenheid die u vandaag aan de dag legt, toe. Ik wil u dat echter luider en vaker horen zeggen tegen de lidstaten. U heeft gelijk: zij zijn allemaal aandeelhouders in de onderneming, maar zij zijn gegrepen door een bevlieging van kortetermijndenken, en de markten storten hoe dan ook in. We moeten het er bij de lidstaten inhameren hoezeer zij de Europese Unie nodig hebben.

Mijn fractie dankt het Oostenrijkse voorzitterschap voor het goede werk dat het tot dusver heeft verricht. Wij wensen u succes met andere belangrijke punten op uw agenda: migratie en andere aspecten van het Haags programma, het sociaal-economisch beleid, en het agentschap voor de grondrechten dat we zo hard nodig hebben. Zorgt u er tevens voor dat onze ministers van Buitenlandse Zaken hulp aan Palestina en CIA-renditions op hun agenda hebben staan. De heerlijke wijnen die u hen in Klosterneuburg hebt geschonken, waren een uitstekend aperitief. Nu dienen zij hun tanden te zetten in het vlees.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Frassoni, namens de Verts/ALE-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, voorzitter Barroso, het verheugt me dat u sinds vorig jaar van gedachten bent veranderd over de Grondwet. Ik hoop alleen dat u niet opnieuw van gedachten zult veranderen en dat u ook tegenover de lidstaten dezelfde vasthoudendheid zult tonen.

Als de verklaring in maart klaar moet zijn, en als het Europees Parlement er op de een of andere manier aan wil meewerken, moeten we hier om te beginnen iets anders zeggen dan hetgeen we morgen waarschijnlijk gaan goedkeuren. Dan moeten wij gewoon zeggen dat deze tekst gehandhaafd moet worden en dat dit Grondwettelijk Verdrag het enige is dat het Europees Parlement kan aanvaarden.

Mijnheer Leinen, deze resolutie is absoluut geen stap vooruit voor het debat over Europa dat wij ons wensen. Als we resultaten willen boeken, moeten we ook ervoor zorgen dat de inhoud van ons voorstel duidelijker wordt. Daarin zijn de lidstaten niet geslaagd, maar wij helaas ook niet.

In de tweede plaats hebben we in de door ons ontvangen slotverklaringen over de kwestie van duurzame groei enkele heel interessante beweringen gevonden. Niettemin denken wij dat er concrete maatregelen moeten worden genomen, en die worden niet eens genoemd. Er moet overtuigender worden opgetreden tegen klimaatverandering, op het gebied van vervoer en biodiversiteit, en we moeten de middelen van de Europese Unie op een milieubewustere manier inzetten. In plaats daarvan constateren we op dit moment dat er een stap achteruit wordt gezet met een serie voorstellen over lucht, afval en allerlei andere thema’s waar we ons een beetje over verbazen.

We zijn tevreden over de zoveelste bevestiging van het belang van transparantie, ook al is het volgens ons veel belangrijker op een doeltreffende manier te controleren of het gemeenschapsrecht wordt toegepast, in plaats van ons te verliezen in gecompliceerde en peperdure effectbeoordelingsprocedures. Die zijn heel erg in de mode, maar volgens ons vormen deze ingewikkelde en niet bepaald doorzichtige procedures een risico voor onze democratie.

Daarnaast stuiten wij, voorzitter Barroso, nog steeds op heel veel problemen met transparantie en bij de toegang tot documenten. Daarvoor doet de Commissie volgens ons niet genoeg. We staan dus achter de Raad, ook al zijn we ons ervan bewust dat woorden nog geen daden zijn en hebben we al verschillende voorstellen gedaan en vragen gesteld waarop nog niet is ingegaan.

In de derde plaats wilde ik vragen naar de externe dimensie. Voorzitter Winkler, wat het energievraagstuk betreft, maken we ons een beetje zorgen over het feit dat in de conclusies alleen de verwerving van grondstoffen en het vervoer ervan door de transitlanden als prioriteit wordt genoemd, terwijl eco-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen helemaal niet worden genoemd. Deze elementen hebben echter een externe dimensie, want de impact van de vijftien mondiale automobielfabrikanten op de olieprijs is misschien wel gelijk aan die van de OPEC. Deze stilte van Europese zijde is een slecht teken.

Daarnaast zegt u in de slotverklaring dat u hoopt dat een onderhandelingsmandaat voor de Balkan zal worden aangenomen. Maar wie anders dan het voorzitterschap van de Raad moet dat mandaat toekennen? U moet daar niet alleen op hopen, maar ook iets concreters ondernemen.

Tot slot richt ik me tot u, voorzitter Winkler, want gisteren, toen u over Tunesië sprak, waren we verrast en heel erg teleurgesteld. U heeft gezegd dat er fondsen zijn vrijgemaakt voor de NGO’s. Dat is niet waar en de Commissie kan dat bevestigen. Het bedrag van 900 000 euro voor de Liga voor de verdediging van de mensenrechten is niet vrijgemaakt en ik vind het zeer ernstig dat het voorzitterschap hier het tegendeel beweert. Ik verzoek u uw bronnen te verifiëren en ons te laten weten of dat waar is of niet, want hier is de geloofwaardigheid van Europa in het geding.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, de voornaamste agendapunten van de volgende Europese Raad doen, ieder op zijn eigen manier, de vraag naar de zin van de Europese eenwording rijzen. Dat geldt voor de resultaten van de fameuze denkpauze, voor het gemeenschappelijke energiebeleid, maar ook voor de rol van Europa in de wereld, die niet aan de aandacht ontsnapt.

Laat ik allereerst iets zeggen over de denkpauze en het verlengen daarvan. Het eerste deel van de ontwerpconclusies van de top van Brussel is hieraan gewijd en draagt de fraaie titel ”Europa luistert”. Dat is allemaal mooi en wel, maar waar luistert Europa naar? Het document wijdt uit over de maatregelen tegen illegale immigratie, die overigens op zeer ongelukkige wijze in één adem wordt genoemd met mensenhandel, terrorisme en georganiseerde misdaad. Het gaat in op de interventiemechanismen waarover de Unie beschikt in crisissituaties. Het benadrukt de noodzaak om in de toekomst nadrukkelijker rekening te houden met de opnamecapaciteit van de Europese Unie, alvorens nieuwe lidstaten toe te laten, enzovoorts. Allemaal vragen, die, dat geef ik toe, in het debat met onze medeburgers aan de orde komen. Maar vreemd genoeg wordt het vraagstuk dat centraal staat in de vertrouwenscrisis waarmee de Unie te maken heeft, het sociale vraagstuk, geheel naar de achtergrond gedrongen in de ontwerpconclusies van de Europese Raad, waarin de Commissie slechts wordt verzocht om vóór volgend voorjaar een verslag op te stellen over de situatie. Dat zeggen, meneer Barroso, is niet hetzelfde als zich overgeven aan crisisfilie. Ik herinner u eraan dat het Oostenrijkse voorzitterschap zelf al in januari van dit jaar de vinger op de zere plek had gelegd. Dat moeten we eerst bespreken, teneinde er de conclusies uit te kunnen trekken. Het vertrouwen van de burger is geen vanzelfsprekend gegeven. Dat moet je winnen.

Dan het Europese energiebeleid. Voldoen aan de vraag naar energie in de eenentwintigste eeuw is inderdaad een Europese verantwoordelijkheid bij uitstek. Maar dat gaat niet samen met winstbejag of ongebreidelde concurrentie. Het naoliese tijdperk voorbereiden, veel meer vooruitgang boeken bij het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, onderzoek stimuleren om de energie-efficiëntie en -diversiteit te bevorderen, de organisatie van het transport veranderen, het recht op energie voor iedereen afdwingen: dat zijn bij uitstek politieke taken die niet mogen worden gedwarsboomd door kortzichtige marktcalculaties.

Hetzelfde debat kunnen we voeren over de Europese ambities ten aanzien van het extern beleid. Wie kan erop tegen zijn dat we onszelf operationele instrumenten en regels verschaffen, zoals de Commissie voorstelt, om de samenhang, doelmatigheid en zichtbaarheid van ons externe beleid te vergroten? Ik ben er echter van overtuigd dat de werkelijke reden voor het zwakke optreden van Europa in de wereld niet technisch of institutioneel is. Deze is gelegen in het schrijnende gebrek aan politieke wil en gemeenschappelijke visie binnen de Europese Raad. Hoe valt anders te verklaren dat de vijfentwintig lidstaten met de handen over elkaar blijven zitten, nu het initiatief van de Palestijnse president op onverantwoorde wijze de grond ingeboord wordt door de Israëlische regering, hetgeen een flagrante en permanente schending van de VN-resoluties en de routekaart van het Kwartet vormt? Dat alles sterkt ons in onze overtuiging dat de fameuze denkpauze en het plan D slechts zinvol zijn wanneer ze de kans bieden frank en vrij te debatteren over de structurele veranderingen die moeten worden nagestreefd om de Europeanen weer een goed gevoel te geven over Europa in de wereld van nu.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley, namens de UEN-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn dank aan de voorzitter van de Commissie, de fungerend voorzitter van de Raad en de vice-voorzitter van de Raad voor hun presentaties en bijdragen. Voordat ik terugkom op de kwestie van de reflectieperiode met betrekking tot de Grondwet, zou ik graag kort enkele kwesties willen behandelen die we naar mijn mening in Europa dienen aan te pakken.

Het Oostenrijke voorzitterschap heeft de afgelopen maanden bewezen dat wanneer je op een bepaalde manier omgaat met bepaalde kwesties, dit succesvol kan zijn. Als het lukt de verschillende spelers bij elkaar te brengen, kun je een resultaat bereiken dat geen mens tot dan toe voor mogelijk hield. We hebben dit reeds gezien op een aantal verschillende wetgevingsfronten, zowel in de samenwerking met het Parlement als in het werk met de Commissie. Naar mijn mening is dit wat Europa vandaag de dag nodig heeft: een beter begrip van het feit dat investeringen in tijd en moeite renderen en zichzelf terugverdienen. Dat rendement draait niet alleen om esoterische idealen, maar om het bieden van echte oplossingen voor de problemen die de mensen in het dagelijks leven tegenkomen.

Helaas wordt een groot deel van het debat nu bepaald door wat verslaggevers in de media zeggen, in plaats van door wat de burgers van de EU zeggen. Als je immers met de mensen praat en hen vraagt wat hun behoeften zijn en wat voor soort Europa zij willen, antwoorden ze stuk voor stuk dat ze een interne markt, grotere werkzekerheid, grotere energiezekerheid en een betere personele veiligheid willen. Voor hun kinderen willen ze een veiligere en schonere leefomgeving, en ze willen dat Europa een verantwoordelijke speler op het wereldtoneel is. Waarom spreken we, als wij dit alles samennemen, dan in dit Parlement over een vertrouwenscrisis in Europa, als de crisis, angst en afkeer waarvan sommigen u het bestaan willen doen geloven, er simpelweg niet zijn onder het grote publiek?

We kunnen een aantal belangrijke dingen doen tijdens de komende bijeenkomst van de Raad om vooruitgang te boeken. Ten eerste moet er een herformulering komen van de betrokkenheid bij de Lissabon-agenda en van het daaraan ten grondslag liggend idealisme. Daarmee worden immers de daadwerkelijke doelen en doelstellingen vastgesteld: tegen 2010 de meest dynamische economie ter wereld zijn. Daarnaast dient het de investeringen, het onderzoek en de ontwikkeling in het leven te roepen die nodig zijn om nieuwe banen en nieuwe kansen te creëren. Bovendien moeten we de bestaande dossiers afhandelen, of het nu de dienstenrichtlijn is, de bescherming van openbare dienstverlening of het recht op universele diensten, en deze gaan uivoeren.

Met betrekking tot energie is de voorzitter van de Commissie met een goed beleid gekomen voor een gemeenschappelijk energiebeleid in Europa, maar we dienen ook naar de alternatieven te kijken, waaronder de gelegenheid om biobrandstofgewassen te gebruiken voor het produceren van energie.

Wat ten slotte de reflectieperiode met betrekking tot de Grondwet betreft, acht ik het onjuist om het een grondwet te noemen, en het deed mij deugd dat de ministers van Buitenlandse Zaken in Oostenrijk zeiden dat het onjuist was het zo te noemen. Het bevat echter enkele goede punten en ik juich het vooruitzicht toe dat de voorzitter van de Commissie, en meer in het bijzonder de vice-voorzitter, schetsten. Zij zeiden dat we ons moeten inspannen voor het idee van een Plan D, de goede punten ter hand nemen en daarmee verder gaan. Mijn enige waarschuwing bij dit alles is dat we niet vooruit mogen lopen op hetgeen de regeringen bereid zijn te aanvaarden, aangezien de regeringen uiteindelijk de belangrijkste vertegenwoordigers van hun volk en van de nationale belangen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens-Peter Bonde, namens de IND/DEM-Fractie. - (DA) Mijnheer de Voorzitter, laten we liever opnieuw beginnen en een nieuwe, direct gekozen conventie instellen om voorstellen uit te werken waarover in alle landen tegelijk bij referendum kan worden gestemd. Dan krijgen we de spelregels die de kiezers willen. Dan kunnen we de EU een democratie en een Unie van democratieën noemen.

De tekst van de topontmoeting over transparantie is een schaamlap. Vorig jaar heeft de EU meer dan 3000 wetgevingsdocumenten aangenomen. Slechts 57 hiervan zijn aangenomen in een gemeenschappelijk besluitvormingsproces. Tot volledige transparantie en gemeenschappelijke besluitvorming is ook besloten op de Top van Sevilla in 2002 en opnieuw bij de afsluiting van het voorzitterschap van Tony Blair. Nu is het Blairs eigen minister van Buitenlandse Zaken die de vooruitgang op het allerlaatste moment probeert te blokkeren. Als de maatregelen toch worden aangenomen, kunnen alle journalisten het jubelende verhaal schrijven over de manier waarop deze top aan de verwachtingen van de burgers tegemoet komt en stappen vooruit zet op de weg naar transparantie.

Maar het grootste deel van de Europese wetgeving zal nog steeds worden aangenomen door ambtenaren in 300 geheime werkgroepen in de Raad, nadat ze zijn voorbereid in 3000 andere geheime werkgroepen in de Commissie. Transparantie en democratie blijven nog steeds uitzonderingen. De echte vooruitgang die de top heeft geboekt, is de steun voor het Commissievoorstel om alle voorstellen voortaan dicht bij de burgers te laten behandelen, dat wil zeggen in de nationale parlementen. Dat is een goed voorstel, en nu ligt de bal bij de nationale parlementen. Ik hoop dat die van die mogelijkheid gebruik maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag een aantal constructieve adviezen willen geven. U beschikt over allerlei instrumenten en hebt een goed gevoel voor wat de burgers van Europa werkelijk willen. Als u het ze vraagt zal het antwoord waarschijnlijk luiden: veiligheid, rechtvaardigheid, het afleggen van verantwoording en democratie.

Op het gebied van de veiligheid loopt het niet slecht. Op het gebied van de rechtvaardigheid, die altijd het resultaat is van de laatste twee factoren, de democratie en de controle, is de situatie rampzalig. Ik ben ervan overtuigd dat u alleen een doorbraak kunt bereiken als u afstapt van concepten die tot nu toe niets hebben opgeleverd, als u een punt zet achter wat tot nu toe niet heeft gewerkt: we moeten afstappen van de Grondwet en overstappen naar een basisverdrag met subsidiariteit, transparantie en controle. Daarvan zijn we echter mijlenver verwijderd.

U moet begrijpen dat veel Europeanen de elite die nu in Brussel en Straatsburg vergadert, evenzeer waarderen als kauwgum op een mooie kasjmiertrui. Dat moet anders worden, en als dat lukt, heeft u kansen!

 
  
MPphoto
 
 

  Othmar Karas (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, naar aanleiding van de verlening van de Karel de Grote-prijs heeft Jean-Claude Juncker onder andere gezegd: “God zij dank kijken ook anderen naar ons, die geen Europeanen zijn. De Afrikanen, de Aziaten, en zelfs de Amerikanen vallen van de ene verbazing in de andere als ze zien wat voor successen Europa boekt. De enigen die klagen over de Europese successen zijn de Europeanen zelf. Ik begrijp het eigenlijk niet.” Ik ook niet! We moeten eindelijk eens stoppen met het veroorzaken van een crisis door er over te praten. We moeten nu samen zorgen voor de nodige projecten en oplossingen.

Mijnheer de voorzitter van de Commissie, u heeft gelijk: Nice is te weinig. Maar omdat Nice te weinig is, hebben we Laken gekregen, en Laken heeft geleid tot de Conventie. Daarom hebben we een nieuw Verdrag uitgewerkt, dat wij nu moeten omzetten. U heeft gelijk, de twee referenda die niet goed afgelopen zijn, hebben een crisis veroorzaakt, en die hebben we ook zelf opgeroepen. Maar daarom hebben we nu al een jaar lang de denkpauze. Daarom willen we de Grondwet als politiek project redden. En binnenkort zullen zestien landen de tekst geratificeerd hebben.

Mijnheer de voorzitter van de Raad, ik verwacht absoluut dat na deze top niemand meer spreekt over de dood van dit nieuwe Verdrag als politiek project. Ik verwacht dat iedereen zich in het openbaar voorneemt om erover te besluiten, dat we het nog in deze legislatuur afsluiten en het ratificatieproces voortzetten. Ik verwacht dat niemand meer spreekt over de crisis van de Europese Unie, maar dat we allemaal spreken over onze politieke ambities, dat we niet alleen maar analyseren, maar ook data vastleggen, afspraken maken over projecten, taken verdelen, tijdschema’s vastleggen, en de burger hierbij betrekken.

Maakt u gebruik van de parlementaire fora, en creëert u ook nieuwe fora in de nationale en regionale parlementen! Zorgt u voor meer openheid en geeft u invulling aan het plan D! Dan kunnen we van de politieke projecten een succes maken, en kunnen we een einde maken aan de fase van de analyses!

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma (PSE). - Voorzitter, op de agenda van de Raad staat een belangrijk onderwerp als het gaat om de uitbreiding van de Europese Unie. Ik wil een paar dingen zeggen over Roemenië en Bulgarije die vandaag speciaal aandacht krijgen door een resolutie, die het Parlement later deze dag gaat aannemen. Vorige maand hebben we hier met commissaris Rehn gedebatteerd over de toetreding van Roemenië en Bulgarije naar aanleiding van het voortgangsrapport van de Europese Commissie over de voorbereidingen van deze twee landen. Deze week zullen ook de regeringsleiders zich tijdens hun bijeenkomst daarover buigen.

Onze fractie is van mening dat de Europese Commissie tot een evenwichtig oordeel is gekomen. De Commissie deelt onze ambitie om vast te houden aan de toetreding van beide landen op 1 januari 2007 mits zij de uitstaande hervormingen met voortvarendheid aanpakken. Net als de Commissie zijn we ervan overtuigd dat dit zonder meer mogelijk moet zijn. Onze fractie is altijd consistent geweest in haar steun voor toetreding van Roemenië en Bulgarije op de voorziene datum van 1 januari 2007. Nu moeten die twee landen zich concentreren op de laatste zaken die zij nog moeten verwezenlijken om op tijd klaar te zijn voor de toetreding. Ik denk dat de politiek impuls daarvoor in beide landen aanwezig is.

In beide landen - dat waren ook de reacties aldaar op het verslag van commissaris Rehn - is de les goed begrepen. De reacties uit Sofia en Boekarest op zijn verslag waren zeer zakelijk. De strekking was: wij hebben de opgave genoteerd en gaan ermee aan de slag. Deze opstelling versterkt nog mijn optimisme dat Roemenië en Bulgarije hun huiswerk serieus ter hand zullen nemen. Bovendien is er in beide landen aanzienlijke vooruitgang geboekt in het afgelopen jaar en dat is bemoedigend. Speculeren over uitstel van toetreding is dan ook niet aan de orde. De afgelopen periode hebben beide kandidaat-lidstaten getoond met daadkracht te kunnen opereren en dat geeft mij en mijn fractie het vertrouwen dat de voorbereidingen tijdig zullen worden afgerond.

Wij hebben op dit moment dan ook geen fundamentele bezwaren tegen het voorstel van de Commissie om pas bij de volgende rapportage in oktober tot een definitieve afronding van ons oordeel te komen. Wij zouden het verwelkomen wanneer de Raad de benadering van de Commissie overneemt. In deze benadering heeft iedereen zijn eigen rol te spelen. De rol van Roemenië en Bulgarije is duidelijk. Eerder hebben we de Commissie gevraagd ook een extra inspanning te doen om Roemenië en Bulgarije te ondersteunen bij hun voorbereidingen en helder te zijn over hetgeen ze nog verwachten van de kandidaat-lidstaten. Die vraag herhalen we ook nu.

Ook de Raad heeft de verantwoordelijkheid tot een afgewogen oordeel te komen, maar ook de verantwoordelijkheid om zeker te stellen dat de EU-landen de ratificatie van het toetredingsverdrag op tijd afronden. Zoals vorig jaar is afgesproken met de Europese Commissie, zal ook het Parlement tot het einde betrokken blijven bij de monitoring van het toetredingsproces en ik ben ervan overtuigd dat dit tot een positieve afronding zal leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvana Koch-Mehrin (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, aan het einde van het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad krijgt uw regering nog één keer de kans om de radeloosheid van de Raad te beëindigen, want de voorlopige balans van uw voorzitterschap is werkelijk niet alleen maar positief.

Ik ben heel blij met het initiatief voor meer transparantie in het besluitvormingsproces. Graham Watson heeft het al gezegd: wij als liberalen staan als één persoon achter u. Aan de andere kant is het toch wel een ironie van de geschiedenis dat we uitgerekend in 2006, het jaar van de mobiliteit van de Europese werknemers, een dienstenrichtlijn hebben goedgekeurd die deze mobiliteit juist bemoeilijkt.

Wat de Europese Grondwet betreft moet de Raad echter begrijpen dat dit Verdrag in zijn huidige vorm schipbreuk heeft geleden. Overal wordt verkondigd dat de burger in het centrum van de Europese politiek zou moeten staan. Als we dat werkelijk serieus bedoelen, kunnen we niet zomaar doof zijn voor het Franse en het Nederlandse ‘nee’. We kunnen echter ook niet over het hoofd zien dat andere landen ook al hebben aangekondigd dat ze dit ontwerp voor een Grondwet zullen ratificeren. Europa heeft een Grondwet nodig, dat is glashelder. De inhoud van dit Grondwettelijk Verdrag is ook goed, maar er moeten wel concrete voorstellen komen voor wat we kunnen veranderen.

Daarom heb ik met veel plezier in de Bild am Sonntag het interview gelezen met uw baas, met de heer Wolfgang Schüssel, en wel om maar liefst twee redenen. Ten eerste heeft hij gezegd dat hij tijdens het Wereldkampioenschap voor Duitsland is. Dat vind ik geweldig, dan worden we zeker wereldkampioen. Ten tweede is hij ingegaan op het voorstel om in alle lidstaten op dezelfde dag een referendum over het Europees Grondwettelijk Verdrag te houden. Dat vind ik schitterend, want dat is werkelijk een manier om de burger en de Europese instellingen dichter bij elkaar te brengen. Het zou ook een historisch evenement zijn. Een grondwet waarmee de burgers zelf hebben ingestemd, dat is pas een belangrijk verdrag!

Mijnheer de voorzitter van de Raad, u bent zo bescheiden geweest om te zeggen dat er in de Raad geen historische beslissingen op de agenda staan. Als u er echter in slaagt om deze idee - een referendum over het Grondwettelijk Verdrag in heel Europa op dezelfde dag - te verkopen aan de andere regeringsleiders, dan zeg ik dat u met al uw bescheidenheid voor een historische beslissing heeft gezorgd. Ik wens u daarbij heel veel succes!

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Voggenhuber (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, morgen vergaderen de staatshoofden en regeringsleiders om hun fase van passiviteit en radeloosheid plechtig te verlengen. Guy Verhofstadt heeft het een “oorverdovend zwijgen” genoemd, de ketelmuziek van cherry picking, subsidiariteit en proportionaliteit, van emergency brakes en core groups. De meeste woorden zijn zelfs onvertaalbaar; ze komen uit de zandbak van de technocraten. We zullen nog een jaar naar deze ketelmuziek moeten luisteren.

Mijnheer de voorzitter van de Raad, aan het einde van uw voorzitterschap in juni moet u een interim-verslag uitbrengen over het debat over de toekomst van Europa. Het debat vindt echter helemaal niet plaats. U heeft ons een roadmap beloofd om de crisis in Europa op te lossen. U heeft echter geen roadmap. U heeft beloofd dat Europa zal luisteren. U heeft echter in besloten kring vergaderd, met een select publiek, met deskundigen, achter gesloten deuren. U heeft alleen maar gehoord wat u wilde horen. Dat is niet wat de burgers bedoelen.

Mijnheer de voorzitter van de Commissie, na een jaar nadenken komt u hier naartoe en beantwoordt de vraag wat de oorzaak is van het europessimisme van de burgers. En dan luidt uw antwoord: de mislukte referenda. Mijnheer de voorzitter: u verwisselt oorzaak en gevolg. De mislukte referenda zijn een gevolg van het europessimisme, en niet de oorzaak ervan. De oorzaak is het echec van het intergouvernementele Europa, het enorme democratisch deficit, zijn zwakke legitimatie en zijn blokkades vanwege de eenparigheid en de rivaliteit tussen de lidstaten. De regeringen staan Europa in de weg, en dat doen ze bewust. Ze willen naast hun eigen werk ook Europa regeren. Ze zijn niet in staat om een sociaal antwoord te geven op de mondialisering. Dat zijn de oorzaken van het pessimisme van de Europese burgers. Europa stelt ze teleur. Daarom moeten we zorgen voor een Europese democratie. Ik hoop dat ook de Raad dit in zal zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriele Zimmer (GUE/NGL). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het afgelopen jaar was gekenmerkt door talloze protesten van burgers tegen de dienstenrichtlijn, maar ook door protesten tegen de sociale afbraak en de demontage van de democratie. Ik hoef alleen maar te wijzen op de protesten in Frankrijk, Griekenland en Duitsland. Daar wordt nu al maanden gestaakt door de artsen in de academische ziekenhuizen, en dat heeft allemaal iets te maken met het beleid dat wij op het nationale en Europese niveau voeren. Het is tijd dat de regeringen, maar ook de Commissie en het Parlement, eindelijk eens nota nemen van het feit dat buiten de Europese instellingen de burgers van de EU al lang zijn begonnen met het ontwikkelen van hun eigen ideeën over een ander Europa, over een andere EU.

Toch blijkt uit wat we tot nu toe hebben gehoord over de planning en de voorbereidingen voor de komende top wel dat de Raad de burgers de indruk wil geven dat hij het ‘nee’ tegen de Europese Grondwet alleen maar beschouwt als kritiek op zijn politieke stijl, en niet als kritiek op het officiële beleid en de prioriteiten. Met het plan D, een witboek voor directe communicatie met de burger, met stapels papier en nieuwe websites, kunnen de prioriteiten van dit beleid in ieder geval niet worden veranderd. Dat kan alleen maar gebeuren, mevrouw Wallström, als u stopt met dat luisteren, dat u net heeft genoemd, en eindelijk begint met de nodige correcties. Als u dat bedoelt met de nodige maatregelen, waar u het net over had, zouden we volledig achter u staan.

Uit de reacties dit jaar krijg ik echter de indruk dat men niet veel heeft geleerd. Dat blijkt volgens mij ook uit het voorstel dat het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad onlangs heeft gedaan om het oude voorstel voor een Grondwet zonder veranderingen ter stemming voor te leggen aan de lidstaten van de EU. Dat kan het niet wezen. Er moet een correctie komen. Dan is het volkomen legitiem om te overwegen om een referendum te houden. Er moet nu eens een einde komen aan de tot nu toe gevolgde procedure, waarbij de tekst in de verschillende landen alleen maar werd verheerlijkt en geratificeerd. Daarom moeten we het vijftigjarig jubileum, dat net is genoemd, daadwerkelijk gebruiken om een democratisch debat te voeren over de plannen die de EU tot nu toe heeft bedacht, zodat we op die manier een nieuwe start voor de Europese Unie mogelijk maken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het spijt me. Als uw fractie u twee minuten spreektijd geeft, dan houdt u zich aan die twee minuten. Dit is niet het begin van het einde van uw toespraak, maar het einde. Ik vraag iedereen om zich aan de spreektijd te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, op zijn aanstaande vergadering in Brussel zal de Europese Raad opnieuw de toekomst van het Grondwettelijk Verdrag bespreken. Er bestaat echter een uitdrukking die zegt dat men geen boter aan de galg moet smeren. Welnu, het Grondwettelijk Verdrag is door de Fransen en de Nederlanders per referendum aan de galg gehangen, ongeacht hoeveel parlementen van lidstaten het ratificeren. Het is moeilijk voorstelbaar dat een Franse of Nederlandse leider bereid zou zijn ditzelfde document nogmaals aan het volk voor te leggen.

Bovendien is het Verdrag een onmiskenbare poging om een Europese superstaat dichterbij te brengen, terwijl zich in Europa de laatste tijd juist ontwikkelingen in de tegenovergestelde richting vertonen. Wij hebben zelf gezien hoe uit Joegoslavië acht onafhankelijke staten zijn voortgekomen. Een van die landen hoort nu tot de Europese Unie; de rest klopt aan de deur. In Spanje zijn de separatistische tendensen in Catalonië moeilijk over het hoofd te zien, terwijl het in België allengs moeilijker wordt om de eenheid te bewaren tussen Wallonië en Vlaanderen. Het is dan ook onmogelijk om een tekst goed te keuren die kennelijk tegen deze overduidelijke processen in gaat.

Laten we stoppen boter aan de galg te smeren en ons bezighouden met onderwerpen die echt van belang zijn voor Europa en zijn burgers. We moeten ondernemerschap bevorderen en nieuwe banen scheppen. We hebben hervormingen nodig om de economische groei aan te zwengelen, en we moeten de belastinginkomsten verhogen om meer geld te kunnen besteden aan sociale programma's, onderwijs, gezondheidszorg en pensioenen.

Als de Europese Unie effectief kan bijdragen tot het oplossen van deze problemen, zal Europa ook goed functioneren zonder het Grondwettelijk Verdrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Mirosław Mariusz Piotrowski (IND/DEM). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Raad komt opnieuw terug op de ontwerp-Grondwet voor Europa, in weerwil van het feit dat de tekst die hij zo hardnekkig probeert te reanimeren, dood is. Sommige commentatoren hebben dit optreden al "politieke necrofilie" genoemd.

De burgers van de Europese Unie willen de Grondwet niet en hun wensen moeten worden geëerbiedigd. Commissaris Wallström, onder andere, lijkt dit niet in de gaten te hebben, daar zij onlangs op een bijeenkomst in Krakau heeft verklaard dat het van levensbelang is de Europese Grondwet te ratificeren. Ze zei er echter niet bij hoe de Grondwet de concrete problemen van de burgers van de lidstaten zal oplossen en wat er zal gebeuren met de burgers van de landen die deze Grondwet al via democratische referenda hebben verworpen.

Het Grondwettelijk Verdrag is een bedreiging voor de democratie en staat haaks op het recht van de burgers om zelf te beschikken over het lot van hun landen, of op de plicht van politici om verantwoording af te leggen tegenover hun kiezers.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Marie Le Pen (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Fransen en de Nederlanders houden voet bij stuk. Volgens een Britse opiniepeiling is 74 procent van de Fransen en 75 procent van de Nederlanders van mening dat geen enkel onderdeel van de Europese Grondwet ten uitvoer moet worden gelegd, tenzij een nieuw referendum wordt georganiseerd. Dat is een motie van wantrouwen aan het adres van Nicolas Sarkozy die voorbij gaat aan de door het Franse volk uitgebrachte stem en het congres opnieuw wil laten stemmen over de delen I en II van de Grondwet. Het is tevens een motie van wantrouwen aan het adres van degenen die het Franse en Nederlandse volk opnieuw wilden laten stemmen over de Grondwet, een Grondwet waaraan een sociaal protocol zou worden toegevoegd om de Fransen gerust te stellen en een protocol inzake de subsidiariteit om de Nederlanders gerust te stellen.

De eurofederalisten zitten sowieso in de hoek waar de klappen vallen, want volgens dezelfde enquête wil 63 procent van de Fransen en 68 procent van de Nederlanders een aantal bevoegdheden terug van de Europese Unie of anders uit de Unie stappen. Daarmee wraakt het Europese volk zich op de ideologische en onverantwoordelijke eurocraten uit Brussel. Het is ook de terugkeer van het recht van volken en naties om over hun lot te beschikken en om hun soevereiniteit en hun identiteit te beschermen.

Laten we terugkeren naar het Europa van de realiteit en naar het Europa van de naties, dat de Engelsen en Denen zo goed hebben weten te bewaren. Ze hebben ‘nee’ gezegd tegen Schengen en tegen een Europa dat overspoeld wordt door de massale legalisering van immigranten op initiatief van Zapatero en Berlusconi. Ze hebben ‘nee’ gezegd tegen de euro en het budgettaire bezuinigingspact dat de groei afremt. Ze hebben ‘nee’ gezegd tegen een Europese superstaat, die de Europese landen van de kaart wil vegen.

Het besluit van de komende Europese Raad van Brussel om de denkpauze met nog een jaar te verlengen laat zien - voorzover dat nog nodig was - dat er een kloof bestaat tussen de Europese volken en de zelfgeproclameerde elites, die niets hebben geleerd en doen alsof er niets gebeurd is. Ze hebben niet begrepen dat de Europeanen zich verraden voelden door dit ultraliberale Europa dat zo lek is als een zeef, dat zich tevredenstelt met mooie woorden en slogans en dat de laagste groei en de hoogste werkloosheid ter wereld heeft. Ze hebben niet begrepen dat het Europese volk er niets voor voelde Turkije toe te laten tot Europa en dat de door Brussel opgelegde avances richting Turkije zouden leiden tot een onherstelbare breuk.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, deze top is, deels tenminste, bedoeld om de balans op te maken van de Europese Grondwet. De Commissie is echter, hoe je het ook bekijkt, grotendeels in diskrediet gebracht. Men zou Frankrijk en Nederland niet mogen vragen er opnieuw over te stemmen en de opmerkingen van de Nederlandse minister-president zeer serieus moeten nemen. Hoe langer deze kwestie zicht voortsleept, hoe meer de Europese Unie het contact met haar burgers lijkt te verliezen.

We dienen de eindeloze debatten over constitutionele mechanismen achter ons te laten en met resultaten te komen. Als we dat niet doen, zullen de burgers concluderen dat hun leiders niets geleerd hebben. Het zou, op dit moment althans, weinig opleveren om de krenten uit de constitutionele tekst te vissen.

We hebben echter, zoals voorzitter Barroso terecht suggereerde, een resultaatgericht Europa nodig. Daarnaast wil ik persoonlijk een Europa van daadwerkelijke hervorming zien, omdat er zonder hervormingen geen resultaten kunnen worden behaald. Op het gebied van de economische hervorming is vooruitgang geboekt, en ik wens voorzitter Barroso en zijn collega’s geluk met het werk dat zij op dat gebied verricht hebben. Er moet echter nog veel meer gebeuren en we dienen, zoals mevrouw Wallström zei, nog doelbewuster naar concrete resultaten toe te werken.

Dan is er aan ander punt dat ik kort wil bespreken. De Britse minister van Buitenlandse Zaken zei dat ze besluiten over openstelling van Raadsvergaderingen voor het publiek zal proberen te verijdelen. Dit is zeer verbazingwekkend en zorgwekkend en een complete ommezwaai in het Britse regeringsbeleid. De heer Blair heeft tijdens zijn voorzitterschap voortdurend de verdiensten van een grotere openheid bepleit en er is specifiek afgesproken dat we openheid zouden krijgen met betrekking tot Raadsvergaderingen en -processen. Het is absoluut essentieel dat de andere regeringen de Britse minister van Buitenlandse Zaken tijdens haar eerste top een korte, krachtige schok geven en haar pogingen om geheimhouding te bewaren op deze oneerlijke en onacceptabele manier negeren.

(Applaus)

Wat heeft ze te verbergen? Het is een beschamende zet van de Britse regering en ik hoop dat deze de grond in wordt geboord!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, er is al gezegd dat de komende vergadering van de Raad geen dramatische beslissingen hoeft te nemen. Toch zou er een belangrijk dubbel signaal kunnen worden afgegeven: we zeggen ‘ja’ tegen de uitbreiding, maar ook ‘ja’ tegen een sterkere positie voor de instellingen van de Europese Unie, zeker ook in verband met de opnamecapaciteit.

Het verbaast me telkens weer dat sommige Britse collega’s zeggen: we hebben geen grondwet nodig, maar we willen wel veel nieuwe leden toelaten. Sommige Poolse collega’s, vooral aan de rechterkant, zijn tegen de Grondwet, maar Oekraïne moet wel zo snel mogelijk lid worden. Die vlieger gaat echter niet op. Er is onder de burgers en in dit Parlement geen meerderheid die ‘ja’ kan zeggen tegen een verdere uitbreiding, zolang de nodige veranderingen niet hebben plaatsgevonden. De Europese Unie moet in staat worden gesteld om deze uitbreiding te verwerken. Dat moet men goed beseffen.

Wie, zoals ik, er voor is dat we beginnen met verdere uitbreiding, zal heus wel nadenken over de vraag hoe we in de Europese Unie plaats kunnen maken voor Oekraïne. Die moet echter ook in alle duidelijkheid zeggen dat we de Europese Unie eerst sterk genoeg moeten maken.

Het doet er niets toe of het precies deze Grondwet is, of een veranderde versie, zolang de belangrijkste elementen van deze Grondwet er maar in staan. Als we het daarover eens zijn en de Raad dat ook duidelijk zegt, is dat een duidelijk signaal, en ook het juiste signaal.

Als rapporteur voor Kroatië ben ik ook heel blij dat we dit land een duidelijk signaal hebben gegeven. Kroatië heeft het ruimschoots verdiend dat de onderhandelingen op gang komen. Ik ben ook zeer verheugd dat we duidelijk zullen zeggen: we hebben een verplichting tegenover de Balkan, niet alleen in het belang van die landen, maar ook in ons eigen belang. Dat heeft ook alles te maken met Thessaloniki, en misschien zullen we het nog wat scherper formuleren dan in Salzburg. Wanneer we echter tegelijkertijd klip en klaar zeggen - en de mensen zullen dat begrijpen - dat we eerst onze instellingen moeten versterken en hervormen, dan zou dat een belangrijk signaal zijn. Dan zou deze Raad dus toch een historisch geluid kunnen laten horen.

Dan het partnerschap met de VS. Na de Raad vindt een top met de VS plaats, en u zult zich daarop ook moeten voorbereiden. We hebben telkens weer gezegd: we willen dit partnerschap, en hebben het nodig. Het moet gebaseerd zijn op gemeenschappelijke waarden. Een van die waarden is het respecteren van de mensenrechten. Daarom zijn Guantanamo en de activiteiten van de CIA voor ons zo belangrijk. Die onderwerpen moeten op de agenda komen te staan, niet omdat wij niet achter de VS of achter de strijd tegen het terrorisme zouden staan, maar omdat we de strijd tegen het terrorisme samen met de VS willen voeren, op basis van gemeenschappelijk waarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Riis-Jørgensen (ALDE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb een dringend verzoek aan de staatshoofden en regeringsleiders van de EU, als die morgen en vrijdag in Brussel bijeenkomen. Allereerst moeten ze de EU in de nationale debatten betrekken. Als er in de lidstaten wordt gediscussieerd over hervormingen, wordt de EU nooit met ook maar één woord genoemd. Ja, eigenlijk is de EU een volstrekt onbekend begrip bij de hervorming van de verzorgingsstaat. In onder andere Duitsland, Frankrijk en mijn eigen land onderhandelen we op dit moment over de vraag welke economische hervormingen nodig zijn om de welvaart van de toekomst te garanderen. Alle nationale politici, zowel ministers als gewone parlementsleden, moeten zich echter realiseren dat een sterke en effectieve EU absoluut noodzakelijk is en een voorwaarde voor elke verzorgingsstaat. Waarom dan deze oorverdovende stilte? Wat helpt het dat de Commissie en wij, in het Parlement, veel middelen uittrekken voor een dialoog met de burgers, als de nationale politici het zo dodelijk laten afweten?

In de liberale fractie hebben we ons constant beijverd voor openheid in de Raad. Waarom aarzelt Groot-Brittannië nu plotseling, nadat Tony Blair hier in het Parlement had beloofd om de Raadsvergaderingen open te stellen? Dat is gewoon niet goed genoeg! Openheid over de werkzaamheden binnen de EU is een absolute noodzaak als wij dichter bij de burgers willen komen. Daarom wil ik alle staatshoofden en regeringsleiders oproepen om de Raadsvergaderingen openbaar te maken. Dan kan iedereen zien hoe men daar werkt en - hopelijk - tot de conclusie komen dat er niets te verbergen is, en dan kan men ook nagaan of de ministers überhaupt wel aanwezig waren. Daarmee vermijden we ook 25 verschillende persconferenties waar iedereen de held uithangt. En verder kijk ik uit naar de positieve reactie van het voorzitterschap op de oproep van Voorzitter Borell inzake de actie “één zetel voor de EU”.

 
  
MPphoto
 
 

  Pierre Jonckheer (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer Barroso, ik wil terugkomen op een onderdeel van uw betoog. U hebt terecht gezegd: “Wij moeten met beide benen lopen: enerzijds moeten wij de interne markt uitdiepen en anderzijds moeten wij zorgen voor sociale solidariteit”. Ik zou daaraan sociale rechtvaardigheid en billijkheid willen toevoegen. Volgens mij worden, mijnheer de voorzitter van de Commissie, de afwijzende houding en het europessimisme juist aangewakkerd door het besef van de mensen dat wij niet met beide benen lopen en dat door het optreden van uw Commissie - evenals door het optreden van de Raad overigens - het eerste been wordt voorgetrokken. Ik wil u erop wijzen, of u eraan herinneren, dat onder uw voorzitterschap - evenals onder het voorzitterschap van de heer Prodi overigens - er geen enkel nieuw stuk sociale wetgeving is uitgevaardigd door de Europese instellingen. Er is ook geen enkele nieuwe collectieve overeenkomst gesloten tussen de sociale partners. Er is een groot gebrek aan evenwicht en juist dat wordt - mijns inziens - steeds sterker ondervonden door een deel van de bevolking, door juist dat deel dat door de mondialisering in de grootste onzekerheid is komen te verkeren. Het lijkt mij dat de Raad, het Parlement en de Commissie een antwoord moeten geven op die situatie.

Dat brengt mij bij mijn tweede opmerking over de instrumenten waarmee de solidariteit of de sociale rechtvaardigheid hard moeten worden gemaakt. Mijnheer de voorzitter van de Commissie, wij kunnen morgen geen billijk model opbouwen als wij geen belastingbeleid hebben op Europees niveau. Dat is de tegenstelling tussen degenen die huiverig zijn voor verdere uitbreiding en degenen die meer sociale rechtvaardigheid willen. De handhaving van unanimiteit voor alle belastingzaken komt in feite erop neer dat een Europees belastingbeleid wordt gedwarsboomd. Het heeft vijftien jaar geduurd voordat wij een richtlijn betreffende inkomsten uit spaartegoeden hadden, en die richtlijn staat bovendien bol van de afwijkingen. Ook komen wij geen stap verder bij de gemeenschappelijke regels voor vennootschapsbelasting.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, komt het politieke project van de Europese Unie niet neer op de verwezenlijking van een interne markt - die wij inderdaad nodig hebben - maar op concurrentie tussen nationale modellen. Wij hebben behoefte aan een pro-actievere benadering en aan gemeenschappelijke beleidsvormen op Europees niveau, teneinde billijkheid en een Europees maatschappelijk model te kunnen waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL). - Voorzitter, als er nog geen Europese Unie zou bestaan, zou er zeker behoefte blijken aan een breed samenwerkingsverband van alle Europese staten, dat bijdraagt aan een betere leefsituatie voor bewoners van grensgebieden, aan grensoverschrijdende aspecten van milieu, energievoorziening en consumentenbescherming en aan bescherming van de gezondheid tegen internationaal verhandelbare gevaarlijke stoffen. De mensen willen een Europa dat belemmeringen voor vrede, bestaanszekerheid, publieke diensten en internationale solidariteit helpt wegnemen. Dat is iets anders dan het optuigen van een wereldmacht of het vergroten van de vrijheid voor internationale bedrijven.

De mensen willen een Europa dat hun problemen helpt oplossen, niet een Europa dat overlast veroorzaakt. Zo'n Europa herkennen de mensen niet meer in de huidige fase van de Unie. De kiezers in twee landen hebben het signaal afgegeven dat het anders moet. Als we met de Europese Unie willen doorgaan, zal die gevoed moeten worden van onderop, door onze burgers en hun organisaties. Doorgaan met constructies van bovenaf, die van bovenaf bedacht zijn, lost niets op. We zullen de uitbreiding en de toegenomen betrokkenheid van onze burgers creatief moeten gebruiken om een nieuwe en betere start mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het merendeel van de benodigde hervormingen kan worden doorgevoerd zonder het nieuwe Verdrag. Neem bijvoorbeeld de komende bijeenkomst van de Europese Raad, waar de uitbreiding van het Schengengebied op de agenda staat, de vraag hoe de debatten van de Raad transparanter kunnen worden gemaakt, de onderhandelingen over de uitbreiding van de Europese Unie en de hervorming van het buitenlands beleid.

Laten we ervoor waken de Europeanen afkerig te maken van het Verdrag van Nice, want dat is al wat we op dit moment hebben. We moeten ons niet alleen beraden op een nieuw verdrag, maar ook op de politieke wil van de lidstaten en hun burgers met betrekking tot het uitvoeren van gemeenschappelijke taken. Het probleem is niet het ontbreken van een nieuw verdrag maar het ontbreken van gedeelde ideeën over de toekomst. We kondigen aan dat er betere wetgeving komt, maar ondertussen nemen we een dienstenrichtlijn aan die zo vaag is dat het Europees Hof van Justitie zich vergenoegd in de handen wrijft, in het vooruitzicht op de eruit voortvloeiende rechtszaken waar het nog meer macht aan zal ontlenen.

We kondigen aan dat we gezamenlijke belangen hebben op energiegebied, maar ondertussen voeren we in de dagelijkse praktijk een volstrekt zelfzuchtig energiebeleid. We kondigen investeringen in onderzoek aan, maar ondertussen zien we het geplande Europees instituut voor technologie schipbreuk lijden als gevolg van nationaal eigenbelang. We beweren het subsidiariteitsbeginsel te huldigen, maar ondertussen financieren we een kaderprogramma voor onderzoek waar alle Europese belastingbetalers aan zullen meebetalen, ook al is een deel van het betreffende onderzoek in veel lidstaten niet toegestaan.

Dit zijn reële tegenspraken die, als we het beste voor Europa wensen, betreurenswaardig zijn. Dit zijn tegenspraken die de zekerheid van het Europees project sterker ondermijnen dan het ter ziele gaan van een of ander verdrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder (IND/DEM). - Voorzitter, de Europese Raad moet een resoluut einde maken aan de verwarring over de status van de Europese Grondwet. Terwijl de ene lidstaat het document dood verklaart, ratificeert een andere lidstaat de Grondwet alsof er niets aan de hand is. Ik roep de regeringsleiders op aan deze verwarring een einde te maken. Anders zal het vertrouwen van de burger in de Unie nog verder afnemen. Ik ondersteun de verlenging van een denkpauze met één jaar, onder de voorwaarde dat we gaan werken aan een geheel nieuwe verdragstekst - een verdragstekst, geen grondwet. Een handzaam verdrag dat de voorgaande Verdragen bundelt, een verdrag waarin de Unie binnen een afgebakend terrein haar meerwaarde toont op het stuk van grensoverschrijdende beleidsuitdagingen.

Ik roep het Oostenrijkse voorzitterschap met name op leiderschap te tonen door de onstaande verwarring definitief weg te nemen en een krachtige impuls te geven aan het ontstaan van een nieuw verdragskader. In dit programma klinkt de Sound of Austria door, waarop ik al zes maanden heb gewacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Helmer (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, we beweren maar al te graag dat de EU een Unie van waarden is, gebaseerd op democratie en rechtsstaat. Toen Denemarken echter in 1992 tegen het Verdrag van Maastricht stemde, en toen Ierland in 2000 tegen het Verdrag van Nice stemde, werd hun gezegd dat ze het nogmaals moesten proberen. En dat heet dan democratie! Toen Frankrijk en Nederland vorig jaar tegen de Grondwet stemden, legden we hun oordeel naast ons neer. We proberen een Grondwet nieuw leven in te blazen die op zich al dood is. We leggen grote delen ervan ten uitvoer zonder rechtsgrondslag. En dat heet dan rechtsstaat!

Met onze koppige vastberadenheid om de publieke opinie te trotseren en door te gaan met het Europese project geven wij blijk van onze schaamteloze minachting voor het kiezerspubliek en de democratische waarden. Het kiezerspubliek begint dat in de gaten te krijgen. Ik bespeur onder mijn kiezers in de East Midlands een groeiende bezorgdheid, ja zelfs woede als het gaat om het Europese project. Druk de EU-Grondwet er maar door als het moet, maar neem deze waarschuwing ter harte: u voedt publieke verontwaardiging, en dat zal de Europese constructie opblazen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerardo Galeote (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, illegale immigratie is een van de grootste uitdagingen voor de Europese Unie geworden. In Spanje bijvoorbeeld geven alle peilingen aan dat illegale immigratie als het op één na grootste nationale probleem beschouwd wordt.

Ik had dan ook graag gehad dat het Oostenrijkse voorzitterschap zich vastbeslotener, ambitieuzer en concreter had uitgedrukt over de vooruitgang die het op dit gebied van de volgende Europese Raad verwacht.

Naast hetgeen is voorzien in de ontwerp-Grondwet zouden we verdere vooruitgang kunnen - en mijns inziens moeten - maken bij de communautarisering van de maatregelen voor de strijd tegen de illegale immigratie.

Ik weet heel goed dat sommigen zullen zeggen dat bepaalde regeringen beslissingen nemen die indruisen tegen de standpunten van hun Europese partners en de Commissie negeren, terwijl zij, als zij zelf problemen hebben, willen dat die gezamenlijk worden opgelost. Ik zou hun echter willen zeggen dat we met een communautair immigratiebeleid nooit zouden overgaan tot een massale, ongecontroleerde legalisering, en daarom zou er geen sprake zijn van het zogenaamde pulleffect, waarvoor we nu zo bang zijn.

Legale immigranten moeten de zekerheid krijgen dat ze kunnen integreren en gelijke rechten en plichten hebben. Wij zouden trouwens ook kunnen nadenken over overgangsmaatregelen voor de burgers van Roemenië en Bulgarije, die - daar vertrouw ik op - spoedig communautaire burgers zullen zijn.

Dan een andere kwestie: het voorzitterschap is vandaag terloops ingegaan op het document waarmee Michel Barnier belast was. Het Parlement heeft zich sinds vorige zomer intensief beziggehouden met natuurrampen. We hebben de getroffen gebieden bezocht en - zoals wij in een bijna unaniem aangenomen resolutie hebben gezegd - tot onze grote ontevredenheid moeten vaststellen dat er in brede kringen van de samenleving onvrede heerst en er sprake is van een ernstig gebrek aan coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten.

Tenslotte wil ik nog opmerken dat u niets gezegd heeft over de verordening voor de fondsen. Er moet nog een detailkwestie worden opgelost, mijnheer de voorzitter, voordat het Parlement in de eerste week van juli het groene licht kan geven. Uw medewerkers kunnen u hierover informatie verschaffen, maar ik verzoek u nog een laatste inspanning te leveren en ik wens u veel geluk.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie en de wereld hebben behoefte aan zekere, betaalbare en duurzame energiestromen: dit is een citaat van Javier Solana. Het interessante document dat hij tot de Europese Raad heeft gericht, onderscheidt zich door enkele oorverdovende stiltes: hij zegt weliswaar dat Europa een energiebeleid en een actieplan met prioriteiten nodig heeft, maar hij vermijdt angstvallig om concepten te noemen als ‘gemeenschappelijke energiemarkt’ en ‘interne markt’. Kortom, het Europa van de noodzakelijke energiesolidariteit blijft in sluiers gehuld.

Feit is evenwel dat de energiekwestie een centraal element zal worden van alle Europese beleidsvormen. De energie zal onze politiek op het gebied van de internationale betrekkingen bepalen. Zij zal een stempel drukken op het beleid van onze landen op economische, sociaal en milieugebied. Het energievraagstuk zal een steeds grotere invloed uitoefenen op alle beleidsvormen van de Unie, van landbouw tot structuurbeleid, via habitat, vervoer en onderzoek.

Desalniettemin geeft Europa op de verschillende energie-uitdagingen een zwak, weinig energiek antwoord. Wat moeten wij daaraan doen? Om de energievoorziening van buitenaf te kunnen beïnvloeden moet Europa allereerst blijk geven van interne solidariteit, van zijn wil om een echte gemeenschappelijke markt op te bouwen. De heer Solana zegt dat de beste manier om een continue energievoorziening tegen betaalbare prijzen te waarborgen goed functionerende wereldmarkten zijn. Welnu, de wereldmarkten worden gedomineerd door kartels en oligopolies. Waar is de vrije en transparante markt die de liberalen zo koesteren? Gazprom heeft een dialoog op gang gebracht met de Algerijnse onderneming Sonatrach, en het is daarbij zeker niet de bedoeling om de Unie cadeautjes te geven. Is het niet hoog tijd dat de grote consumentenlanden zich op hun beurt organiseren?

In zijn resolutie over de Strategie van Lissabon vraagt het Parlement de Unie om te overleggen met de Amerikanen, de Japanners, de Chinezen en de Indiërs, om een concurrentie te vermijden die iedereen duur zou komen te staan. Europa moet investeren in energie-efficiëntie, in nieuwe technologieën, in hernieuwbare energie. Iedereen weet dat de energietoekomst van Europa noch honderd procent kernenergie, noch honderd procent hernieuwbare energie zal zijn. Wij hebben een net zo intelligente als haalbare energiemix nodig, waarin rekening wordt gehouden met de geografische en klimatologische verschillen van de landen, met hun primaire energiehulpbronnen, hun biomassabronnen, enzovoort.

De Unie mag geen enkele mogelijkheid veronachtzamen. Onderzoek in elke vorm moet worden aangemoedigd. En verder moet Europa vooral meer blijk geven van solidariteit en energieker optreden als het gaat om de verdediging van onze gemeenschappelijke belangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Duff (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het doel van dit debat is om voorzitter Barroso iets interessants mee te geven als hij morgen spreekt op de Europese Raad. Ik vrees dat als het Parlement simpelweg instemt met de door de PPE-DE-Fractie en de PSE-Fractie voorgestelde lijn, wij dezelfde verlammingsverschijnselen zullen krijgen als de Raad.

Voorzitter Barroso zegt heel terecht dat we vooruitgang moeten boeken op beleidsgebied, en een ‘Messina 50’ is ongetwijfeld een positief voorstel. Welk nut heeft het echter de denkpauze te verlengen als er geen streefdoel en plan worden vastgesteld voor die reflectie? Uitstel is geen geloofwaardig beleid. Het is een krankzinnige illusie te denken dat de opvolgers van Chirac, Balkenende en Blair overtuigde federalisten zullen zijn.

We verlangen dat de Europese Raad met zichzelf een afspraak maakt voor de herfst van 2007 en dan met een besluit komt voor de instelling van een gloednieuwe conferentie, die opnieuw moet onderhandelen over deel III van de Grondwet. Fungerend voorzitter, dit zijn niet slechts juridische problemen; dit is een ernstige politieke crisis die aangepakt moet worden. Ik verwacht dat het mogelijk zal zijn de klassieke grondwettelijke bepalingen binnen te houden, die we in het eerste en tweede deel van de Grondwet vinden, en waarover nog steeds consensus heerst. Maar het is deel III, waarin het gemeenschappelijk beleid aan de orde komt, dat de publieke opinie in Frankrijk, Nederland en verscheidene andere landen zo tegengevallen is, met name wat betreft het sociaal-economisch beleid en de grenzenkwestie.

We hebben in feite weinig keus. Ofwel we proberen het product te verbeteren en brengen het effectief aan de man, onder de publieke opinie, ofwel we laten het hele project over aan de vergetelheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernat Joan I Marí (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een van de belangrijkste mechanismen om Europa te integreren is de uitbreiding van de Europese Unie. Bulgarije en Roemenië staan op de stoep van de EU, Turkije is aan het onderhandelen over zijn toetredingsvoorwaarden, het nieuwe land Montenegro heeft de hoop op lidmaatschap van de Europese Unie geuit en andere Balkanlanden zullen misschien volgen.

In deze context wil ik mij concentreren op het vraagstuk van de criteria van Kopenhagen en het minderheidsbeleid. Veel landen volgen nog steeds het ouderwets Frans model en proberen de mensen met een andere taal en cultuur dan die van de staat, te assimileren. In Roemenië bijvoorbeeld is er een grote Hongaars sprekende minderheid waarvan de rechten volledig erkend moeten worden voordat Roemenië lid wordt van de Europese Unie. Dat is een manier om de interne diversiteit te erkennen, dat wil zeggen om de mensenrechten te eerbiedigen, omdat het naleven van de minderheidsrechten van essentieel belang is voor de eerbiediging van de mensenrechten. De Europese Unie geeft de minderheden hoop. Stelt u hen alstublieft niet teleur.

 
  
MPphoto
 
 

  Jonas Sjöstedt (GUE/NGL). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, de ontwerpconclusies van de Raad openen met de kop Europe listens. De vraag is of dat waar is. Als de EU luistert, trekt de EU zich dan wat aan van wat de mensen werkelijk zeggen?

Een jaar geleden gaven de referenda in Nederland en in Frankrijk een duidelijk signaal af aan de EU. De ontwerp-Grondwet werd twee keer met een grote meerderheid afgewezen. Als de EU had geluisterd, zou dit besluit gerespecteerd zijn. In plaats daarvan is er echter een zogeheten reflectieperiode ingevoerd, met de onuitgesproken maar duidelijke bedoeling om dezelfde Grondwet er later via een truc alsnog door te krijgen, tegen de volkswil in. Nu zijn een debat en een reflectieperiode aangekondigd, maar een debat dat alleen tot doel heeft om dezelfde Grondwet later onder het stof vandaan te halen, is zinloos. Alle antwoorden in een dergelijke discussie staan bij voorbaat vast. Een dergelijke reflectieperiode dreigt tot manipulatie te verworden, en is geen werkelijk democratisch debat. Wil men een open debat over de toekomst van de EU, dan moet men de democratische spelregels respecteren en duidelijk maken dat de Grondwet eens en voor altijd is afgewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Knapman (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij krijgen nu een verlengde denkpauze, nietwaar?

Van sommige mensen die een denkpauze doormaken wordt gezegd dat ze ‘in retraite’ zijn en sommige retraites zijn beter opgezet dan andere. Sommige mensen, mijnheer Barroso, hebben misschien geleerd van de huidige reflectie, en zeggen nu dat het toch niet helemaal zo was, of dat zij het nu misschien anders hadden gedaan, of zij onderdrukken misschien zelfs de gedachte dat ze het bij het verkeerde eind hadden. Het enige wat wij vanmorgen echter hebben gehoord was: “Wij hadden gelijk; de mensen in Frankrijk en Nederland hadden ongelijk. De Grondwet moet terug worden gebracht”. U hebt nieuwe architecten aangesteld om op precies dezelfde fundamenten van integratie, overregulering en empirische ambitie voort te bouwen. Gelukkig gelooft slechts drie op de tien Britten nog in die rotzooi, dus laat er gerust een referendum komen, ongeacht de vraag!

(Applaus van de IND/DEM-Fractie)

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Borghezio (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik wil hier twee punten aan de orde stellen, namelijk de uitbreiding en de bestrijding van terrorisme.

Met betrekking tot de uitbreiding wil ik het belang van het criterium van verenigbaarheid en opnamecapaciteit benadrukken. Ik ben bang dat ons land daaraan tijdens het debat in de Raad niet voldoende aandacht heeft besteed.

Wat terrorisme betreft stelt zich een eclatante vraag: hoe is dit engagement van de Europese Unie te rijmen met het feit dat recentelijk in Italië een terrorist van Prima Linea, de heer D’Elia, die medeplichtig is aan de moord op een Italiaanse politieagent, is benoemd?

De keten van solidariteit van de Europese linkse partijen met de nieuwe Italiaanse regering heeft tot nog toe verhinderd dat deze eclatante kwestie op Europees niveau werd bekendgemaakt en besproken. Dat is een beschamende zaak als we bedenken dat in Italië niet alleen politieagenten, rechters, politici en ondernemers het slachtoffer zijn geworden van het terrorisme van de Rode Brigades en van Prima Linea, maar ook vakbondswerkers en vertegenwoordigers van de beste socialistische traditie als professor Biagi.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacques Toubon (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de minister, uw voorzitter kan nu al bogen op een positieve balans. Wij feliciteren u daarmee. Wat de op til zijnde Europese Raad betreft: deze kan geen grote besluiten nemen maar wel een beslissende invloed uitoefenen op het toekomstige lot van de Europese Unie.

De heropleving voorbereiden of in het slop blijven: dat is de uitdaging die u moet aangaan. U moet een strategie vaststellen voor toekomstige uitbreidingen. Ik verzoek u een einde te maken aan de blinde vlucht naar voren, waar ons een nieuw staaltje van werd gegeven met de opening van gedetailleerde onderhandelingen met Turkije, dat niet aan de politieke voorwaarden voldoet en geen vorderingen meer maakt bij de overname van het communautair acquis. Wij moeten de opnamecapaciteit van de Europese Unie nu als een onontkoombare parameter beschouwen. Geen nieuwe uitbreiding zonder betere besluitvormingsmechanismen, zonder een toereikende begroting, zonder nieuwe middelen, en zonder een echt akkoord over de aard van het Europese project.

Daar gaat het in feite om: de opbouw van het politiek Europa moet worden voortgezet en tegelijkertijd moet er een tijdschema komen voor de tenuitvoerlegging van de belangrijkste hervormingen die in het Grondwettelijk Verdrag zijn vermeld, die wij weigeren ten grave te dragen. De Conventie heeft een resultaat bewerkstelligd dat niet op losse schroeven kan worden gezet. Wij moeten verder gaan dan Nice.

Welke inhoud moeten de Europese beleidsvormen hebben? Wij willen niet dat Europa het merendeel van zijn besluiten wijdt aan de perfectionering van de interne markt, en daarvoor alles op alles zet. Wij willen een bouwlustig Europa. Wij willen dat de regeringen en ons Parlement de beleidsvormen opzetten die wij nodig hebben: immigratie, energie, economische coördinatie, onderzoek, veiligheid, buitenlands beleid.

De Europeanen willen, in tegenstelling tot hetgeen wordt beweerd, meer Europa, maar zij willen een Europa dat nieuwe vormen van solidariteit uitvindt, dat veiligheid garandeert, dat zijn wil doorzet in de wereld en niet alleen voor marktpolitie speelt. Zij willen eveneens een Europa dat zijn meest verheven verplichtingen nakomt: Straatsburg als zetel van het Europees Parlement. Er zal heel wat helder verstand en moed voor nodig zijn. Wij hopen daarom vol vertrouwen dat u daar, aan het eind van de maand juni, een bewijs van levert.

 
  
MPphoto
 
 

  Magda Kósáné Kovács (PSE). - (HU) Mijnheer de Voorzitter, wij zeiden dat Europa een Europa van de burgers is, omdat de Europese Unie door en voor de burgers bestaat. Tegelijkertijd voelen wij echter de onzekerheid en wij geven uiting aan onze vragen. Wij weten immers dat in de besluitvorming de burgers buiten spel staan, die op hun beurt ertoe neigen de resultaten van de Gemeenschap als vanzelfsprekend te beschouwen. Solidariteit komt echter niet iedereen zomaar aanwaaien. Misschien had u dat graag gewild, mijnheer de voorzitter, en ik voel sterk met u mee bij al hetgeen u hierover hebt gezegd. Het politieke effect van de uitbreiding komt nu tot uiting in de wil van degenen die tegen hebben gestemd, en solidariteit is geen tweede natuur geworden in onze werking. Ik heb echter, net als u, goede hoop voor de toekomst. Wij willen meer solidariteit en een zich continue consoliderende democratie. Daarom hebben wij de Grondwet nodig. Enerzijds begrijpen wij soms niet waarom de oude lidstaten tijdens de Raadsvergadering hun eerdere initiatieven in verband met de oprichting van een agentschap voor de grondrechten hebben opgegeven, als wij, nieuwe lidstaten, ons continu bewijzen als het gaat om democratie en eerbiediging van de mensenrechten. Zelfs vandaag heeft niemand het belang van democratie, van openheid en transparantie betwist. Maar waarom geven wij, als het om de mensenrechten gaat, er de voorkeur aan naar de anderen te kijken in plaats van naar onszelf, naar de lidstaten van de Europese Unie? Wij zullen niet aan Gemeenschapscontrole op de handhaving van de mensenrechten ontkomen.

Dan nog enkele gedachten over de sociale dimensie van de Europese Unie. De Europese Unie heeft rekening gehouden met de uitdagingen waarmee de nieuwe lidstaten geconfronteerd zijn. Wij geloven dat het aangeven van preferenties voor het Europees Sociaal Fonds van groot belang is bij de vaststelling van de doelstellingen van het sociaal beleid. Als wij echter willen dat het sociaal Europa een daadwerkelijk sociaal Europa is, volstaat het niet de klemtoon te leggen op de doelstellingen van het mededingingsvermogen versus de doelstellingen van de werkgelegenheid. Dan moeten wij ook de klemtoon leggen op de sociale cohesie, omdat bij een gebrek aan sociale cohesie niet alleen de landen verdeeld zullen raken maar ook de Europese Unie zelf. Ik wil hier nog aan toevoegen dat wij dankbaar zijn voor het feit dat het probleem van de Roma recentelijk met zoveel aandrang voor het voetlicht is gebracht.

Als het tot slot erom gaat de achterstand in te halen, nemen sommigen een supersnelle lift naar de vastgestelde verdieping, maar moeten anderen via de trap omhoog klauteren. Laten wij aan degenen denken die begonnen zijn met het moeizame proces van het trappen klimmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bronisław Geremek (ALDE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, Polen steunt het Grondwettelijk Verdrag. Luistert u niet naar de Poolse politici; luistert u liever naar de publieke opinie in Polen. Meer dan 60 procent van de Polen steunt het Grondwettelijk Verdrag. Als dat het geval is, hoe kunnen we er dan voor zorgen dat het van kracht wordt? De denkpauze is bedoeld voor de burgers en niet voor de Europese instellingen. Voor laatstgenoemde is het tijd om aan de slag te gaan. Het Oostenrijks voorzitterschap mag trots zijn op het vele dat zij bereikt heeft, waarvan ik er vandaag drie punten uit wil lichten.

Eerste punt, Straatsburg. Het optimisme van de muziek van Mozart heeft de Europese politici aangespoord tot optimisme over de Grondwet, en dat is van belang. Tweede punt: er is gehoor gegeven aan de oproep van het Parlement om de debatten van de Raad transparanter te maken, hetgeen ik beschouw als een heel belangrijke stap, en ik wil het Oostenrijks voorzitterschap dan ook hiermee feliciteren. Derde punt: het verslag-Barnier, een van de interessantste documenten die de laatste tijd uit de Europese koker zijn gekomen en een tekst die eveneens het debat zal stimuleren.

Maar wat moeten we nu doen? Er zijn twee ernstige sociale problemen waarover we ons op dit moment, samen met de Commissie, moeten buigen en waar ook de volgende voorzitterschappen zich mee bezig zullen moeten houden. Wij moeten het probleem aanpakken van ten eerste de immigranten in Europa en ten tweede de sociale dimensie van Europa. Op deze twee problemen moet het gemeenschappelijk Europese beleid zich toespitsten. Tot slot stelt zich met aandrang de vraag wat er gedaan kan worden om de Grondwetstekst mogelijk te maken. Dat is in handen van de Europese Commissie. Het derde deel van het Grondwettelijk Verdrag is in ruime mate een overlapping met eerdere Verdragen die al zijn geratificeerd. De Europese Commissie moet een juridische analyse uitvoeren. Alleen de ongeveer 25 reeds ingediende amendementen zouden moeten worden opgenomen in het eerste deel van het verdrag en onderworpen worden aan onmiddellijke besluitvorming.

Dit is een grote opdracht voor de Europese instellingen en ik zou graag mijn vertrouwen willen uitspreken in de Commissie en in het voorzitterschap van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Karatzaferis (IND/DEM). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, twee onderwerpen: kennen we democratie in Europa? Hoe gaan we ermee om en wie heeft uiteindelijk de touwtjes in handen? Als we echt geloven in de democratie en menen dat de Grondwet het leven van de Europeanen zal veranderen, laten we dan via een referendum luisteren naar de Europese burgers. We mogen niet bang zijn van de Europeanen. Wie heeft de touwtjes in handen? U, mijnheer de Commissievoorzitter? Als u het echt voor het zeggen heeft, zegt u me dan wat de zuidoostgrens is van Europa. U weet het niet, want dat mag u niet weten van Turkije. Bravo! Nu een vraag over het zeerecht. Dat wordt overal in Europa toegepast, behalve in de Egeïsche Zee. Bravo! Welk land bedreigt Europa? Alleen Turkije in de Egeïsche Zee met zijn casus belli. Bravo! Welk land schendt Europa? Rusland? Nee. Turkije, elke dag in de Egeïsche Zee. Bravo! Welk land erkent de Republiek Cyprus niet? Turkije. Welk land bezet 40% van een Europese lidstaat? Turkije. Bravo! Waar wordt de beeltenis van de Oecumenische Patriarch bespot en opgehangen? In Turkije en u laat dat toe. Bravo!

Dat is de realiteit, mijnheer de Commissievoorzitter, en ik stel voor uw volgende vergadering met de heer Bush niet op de Azoren, maar in Guantanamo te houden. Daar moet u hem ontmoeten, om eindelijk te begrijpen wat er gebeurt in deze wereld en hoe medeplichtig u bent aan de misdaden van de Amerikanen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Bobošíková (NI). - (CS) Dames en heren, kanselier Schüssel heeft aan het begin van het Oostenrijkse voorzitterschap vooruitgang beloofd in de onderhandelingen over de Grondwet. Van de Raad verwacht ik dan ook de duidelijke uitspraak dat deze Grondwet - die zij aan de burgers opdringt - onbegrijpelijk, onrechtvaardig, maar vooral dood is, en dat het nodig is een nieuwe op te stellen.

Indien de heer Schüssel een politicus is die zijn woord nakomt, dan kan hij de manipulatieve vertragingstactiek van bondskanselier Merkel en president Chirac niet accepteren. Zij willen namelijk de Grondwet nog een jaartje “denkpauzerig” laten uitrijpen en er vervolgens onder het Duitse en Franse voorzitterschap over beslissen.

Oostenrijk is historisch gezien het best toegerust om dit proces ten goede te keren. Want het heeft al eerder de weg van pogingen tot Europese integratie afgelegd. Nog geen eeuw geleden omvatte Oostenrijk-Hongarije 21 Europese landen, maar het bestond slechts 51 jaar. Waarom? Omdat problemen „denkpauzerig“ op de plank bleven liggen, in plaats van dat ze werden opgelost. Een verlenging van de denkpauze over de huidige Grondwet beschouw ik als een grove belediging voor de burger, en campagnes om de Grondwet weer tot leven te roepen slechts als het over de balk smijten van hun geld.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio Tajani (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, voorzitter Barroso, ik richt me tot u omdat ik waardering heb voor uw toespraak van vanmorgen, waarin u het grote project van Europa weer aanzwengelt.

Eindelijk hebben we de Commissie in dit Parlement haar stem horen verheffen om het beleid nieuw leven in te blazen, om ervoor te zorgen dat de Unie de rol verovert die haar toekomt op het internationale toneel. Dat is de Commissie die wij willen en die ook de burgers willen. Dat is een Commissie die de last van de bureaucratie van zich afschudt, want die bureaucratie is de voornaamste verantwoordelijke voor de vervreemding tussen de Europeanen en de instellingen.

Voorzitter Barroso, ik ben het met u eens. Als we buigen voor de moeilijkheden en ons overgeven aan pessimisme, bereiken we niets. De politiek mag niet opgeven bij de opbouw van een Europa dat zich bewust is van zijn rol op het internationale toneel, dat vrede verbreidt, dat in staat is een hoofdrol te spelen in het Middellandse-Zeegebied, in het Midden-Oosten, op de Balkan, in de strijd tegen terrorisme en tegen namaak, en dat sterke transatlantische betrekkingen onderhoudt.

Daarom moet het constitutionele proces worden afgerond. De eerste zes maanden van het volgende jaar zullen van fundamenteel belang zijn. We ondersteunen het Duitse voorzitterschap bij de voorbereiding van een reeks politieke initiatieven voor 2007, waarbij de 450 miljoen te vaak vergeten Europeanen worden betrokken - zoals het Oostenrijkse voorzitterschap al heeft gedaan en Finland ook zeker zal doen. Het Parlement moet daarbij een hoofdrol spelen, en ik ben ervan overtuigd dat het dat ook zal doen.

De Romeinen zeiden al nihil difficile volenti, niets is te moeilijk voor wie werkelijk wil. Wij willen het politieke Europa, het Europa van waarden, het Europa van de burgers, het Europa van de subsidiariteit, het Europa van de solidariteit en het Europa van de vrijheid. Voorzitter, we kunnen het ons niet veroorloven het onderspit te delven.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, afgezien van het europessimisme is er een ander spook dat door Europa waart: het spook van het autisme met zijn nasleep van hypocrisie en hersenschimmen. Dat spook voedt dat wat u al noemde. Ook ik begrijp dat de lidstaten die geratificeerd hebben en de meeste leden van het Parlement gehecht zijn aan het Grondwettelijk Verdrag. Evenals alle anderen die campagne hebben gevoerd voor de ratificatie - en ik was een van hen in Frankrijk - blijf ik ervan overtuigd dat met de Grondwet essentiële stappen vooruit worden gezet in de werking en het democratische leven van de Unie.

Met moet korte metten maken met de hersenschimmen. Men mag niet denken dat men na een zekere tijd weer met dezelfde tekst op de proppen kan komen, vergezeld van een bijlage in de landen die de tekst hebben verworpen. Men moet zich ontdoen van de hypocrisie van de landen die tot nu toe niet in staat waren om de tekst te ratificeren, die in feite gewoon geen meerderheid kunnen verkrijgen, vooral als ze de bevolking een referendum hebben beloofd.

Ik geloof dat het beter is dat te erkennen, en vooruit te kijken, zoals u trouwens zojuist hebt voorgesteld, mijnheer Barroso. Het leven van Europa kan niet alleen bestaan uit spijt. Wij hebben een nieuwe start nodig; wij moeten verder en vooruitgang zien te boeken. Die nieuwe start - en ook ten aanzien daarvan ben ik het met u eens - mag niet beperkt blijven tot een debat over de instellingen. Een nieuwe start is alleen mogelijk met beleid, met een Europa van projecten, met een Europa van groei en kennis, met een Europa van onderzoek, energie en samenwerking met het Middellandse-Zeegebied. Wat de instellingen betreft, lijkt mij dat het ongewijzigd willen behouden van het Verdrag en het zich daarin vastbijten niet per se de beste manier zijn om de inhoud ervan te redden. Ik geloof dat men met een denkpauze - waarin de Raad de tijd voorbij zou laten gaan met verlengen - eerder het risico loopt om het Verdrag op sterkwater te zetten.

Ik geloof namelijk dat deze exercitie spoedig haar grenzen zal hebben bereikt, en dat men zich gereed moet maken voor de beëindiging daarvan met een voorstel voor een nieuwe routekaart. Om deze exercitie af te sluiten, moet men - zoals ook uw voorganger, de huidige premier van Italië, gisteren in Parijs heeft gezegd - een nieuwe, eenvoudigere tekst opstellen, die beperkte, maar essentiële hervormingen mogelijk maakt. De hervormingen zelf moeten duidelijk en begrijpelijk zijn voor de burgers en voornamelijk gericht zijn op een verbetering van de democratische werking van de Unie en op een duidelijkere verdeling van de verantwoordelijkheden over de instellingen.

Welke hervormingen? Ik zal er zes noemen, en ik geloof dat men het daar min of meer bij moet houden. Ten eerste moet men de bevoegdheden van het Europees Parlement versterken, waarvan de legitimiteit steeds meer door de burgers wordt erkend. Ten tweede moet men zorgen voor meer transparantie in de werkzaamheden van de Raad als hij bijeen is als wetgevingsorgaan. Het is namelijk onaanvaardbaar dat Frankrijk en Groot-Brittannië deze transparantie dwarsbomen. Ten derde moet men ervoor zorgen dat bij de benoeming van de voorzitter van de Commissie rekening wordt gehouden met de stem van de burgers tijdens de Europese verkiezingen. Ten vierde moet men de nationale parlementen de bevoegdheid geven om de subsidiariteit te toetsen. Ten vijfde moet men de regels van de gekwalificeerde meerderheid herzien uitgaande van hetgeen in het Verdrag van 2004 was neergelegd, zodat de grondslag voor deze regels de bevolking is. En tot slot moet men een echt ministerie van buitenlandse zaken instellen. Al deze ideeën zijn reeds door de lidstaten goedgekeurd. Ik ben ervan overtuigd dat in al onze landen de meerderheid van de burgers bereid zou zijn steun te geven aan deze hervormingen. Wij hebben initiatieven nodig. Laten wij ons richten op de inhoud en niet op de vorm.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Resetarits (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is tijd dat Zeus ervoor uitkomt dat Europa zijn minnares is. Dat heb ik zes maanden geleden gezegd aan het begin van het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad. De echtgenote van Zeus zou wel blind moeten zijn om niet te merken dat er zich buiten de knusse woning toch wel heel wat afspeelt. Veel pronk en praal, veel zwaailichten, veel zilver en porselein, hoge gasten, de ene top na de andere, en nu zelfs een ontmoeting met George W. Bush. Met Europa maakt een mens nog eens iets mee.

Maar hoe komt Europa voor de dag op het internationale toneel? Is ze een sterke, zelfbewuste vrouw, die gewaardeerd wordt, een vrouw die wij in staat achten om ons veilig door de woelige baren te loodsen? Geloven wij in Europa, of staat daar misschien een vrouw die vreselijk aan zichzelf twijfelt, die niet weet welke rol ze speelt in dit netwerk van relaties tussen de individuele staten? Wat verwachten we dan van Europa? We weten het eigenlijk heel goed. Europa moet ons beschermen tegen armoede, ons zekerheid bieden, ervoor zorgen dat we niet van de hand in de tand hoeven te leven, dat we ook in de toekomst nog een beetje kunnen sparen. Europa mag in het globale dorp niet aan de leiband van een ander lopen; ze moet een voorbeeld zijn. We verwachten veel van Europa, maar we denken niet dat ze tot deze dingen in staat is. Daarom zijn de burgers zo sceptisch, volgens de eurobarometer.

Op dit moment kan Europa helemaal niet waarmaken wat de burgers van haar verwachten. De Raad geeft haar daarvoor te weinig ruimte, en de Commissie geeft haar taken die ertoe leiden dat ze al meer vervreemd raakt van de Europese burgers. Niemand begrijpt Europa meer. Wat doet ze eigenlijk de hele dag? Het werk blijft liggen, dat zegt ze in ieder geval. Daarom worden de mensen al wreveliger. Europa heeft dringend een nieuw masterplan nodig, met projecten waarin de burgers zich kunnen vinden. Europa moet flexibeler worden, een nieuw profiel ontwikkelen. Dat is volkomen onmogelijk met een voorzitterschap van de Raad dat om de zes maanden wisselt. De een komt, de ander gaat. Dit is een doorgangshuis, en geen veilig thuis.

Ik weet dat het er met de Grondwet anders uit zal zien. In 2007 zullen we die echter niet hebben. Daarom doe ik een beroep op u: zorgt u tijdens de top voor een duidelijke verdeling van de bevoegdheden en voor meer efficiëntie in Europa. Dan maken ook de burgers de weg vrij voor de Grondwet.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, in de ontwerpconclusies van het voorzitterschap vindt men beweringen van het type “De EU moet naar de burgers luisteren” en “De EU moet een dialoog met de burgers voeren”. Deze beweringen hebben beide betrekking op een situatie met twee partijen. Welke partijen zijn dat dan die in zekere zin tegenover elkaar staan? Eigenaardig genoeg zijn dat de gewone Europese bevolking en het establishment. Dat betekent dat de politieke vertegenwoordigers zich in de praktijk niet als vertegenwoordigers van het volk beschouwen, maar als een groep, een establishment, in tegenstelling tot het volk. Dat is een zeer ongelukkige situatie. Dat verklaart waarom we altijd weer even verbaasd en geschokt zijn over het resultaat als er af en toe referenda in Europa worden gehouden. De Europese partijstructuur is totaal verouderd. De Europeanen kunnen niet op hun eigen partijen stemmen en tegelijkertijd hun diepe euroscepsis meedelen. Dat is een situatie waar we in de toekomst wat aan moeten doen, zodat we niet blijven doorgaan met dit onwaardige spel. Een establishment moet luisteren naar het volk en bereid zijn om een dialoog met het volk te voeren. Het establishment moet het volk vertegenwoordigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Paweł Bartłomiej Piskorski (NI). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb steeds meer de indruk dat de discussie over de toekomst van Europa op een dood punt is aanbeland. Het is te vergelijken met de verstopping van een bloedvat dat het hart van bloed voorziet. Als deze situatie voortduurt, bestaat het risico op een ernstige en zware hartaanval. Ik heb de indruk dat het debat over het Grondwettelijk Verdrag precies zo'n verstopping is.

Ik ben een van degenen die het Grondwettelijk Verdrag steunden, en die het nog altijd steunen. Niettemin betreurde ik het dat, als gevolg van de ambities van bepaalde politici, dit Verdrag bekend werd onder de naam Europese Grondwet, hetgeen van een pragmatische discussie over wat er in het Verdrag moest worden opgenomen leidde tot een referendum voor of tegen de Europese Unie. Hoewel ik dit etiket en deze ambities betreurde, erkende ik ook dat een dergelijke verdrag noodzakelijk was.

Vandaag moet heel duidelijk worden gesteld dat deze situatie onhoudbaar is. Het is niet mogelijk in deze landen hetzelfde document opnieuw aan de kiezers voor te leggen. Ik roep u op deze verstopping weg te nemen, zodat weer vers bloed naar het hart kan stromen, zodat we ernstige problemen kunnen aanpakken, zoals de werkelijke liberalisering van de Europese economie, hetgeen nog altijd niet verwezenlijkt is.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, een van de onderwerpen voor de komende top betreft de poging om de precieze opnamecapaciteit van de Europese Unie voor potentiële nieuwe leden te definiëren.

De verdere uitbreiding van de Europese Unie hangt af van deze definiëring. Het wordt een belangrijk debat, want deze definiëring mag niet de sleutel worden waarmee voor de belangrijkste buren van de Europese Unie de deur naar een toekomstig lidmaatschap op slot gaat. Angst voor uitbreiding is een slechte raadgever. We moeten natuurlijk proberen de geografische grenzen van de Europese Gemeenschap vast te stellen, maar we mogen niet vergeten dat wij gehouden zijn aan vastomlijnde criteria waaraan potentiële kandidaten voor het EU-lidmaatschap moeten voldoen.

We moeten beseffen dat de Unie een aantrekkelijk project is waaruit miljoenen mensen in onze buurlanden Wit-Rusland en Oekraïne hoop putten. Op dit moment steunen we het maatschappelijk middenveld in Wit-Rusland. De huidige, door Rusland gesteunde, dictatuur maakt een ander beleid onmogelijk. De Unie moet er evenwel goed op bedacht zijn dat zij Oekraïne een duidelijke Europees perspectief biedt. Uit de opstelling van de regering in Kiev, toen in december pogingen werden gedaan om energie als chantagemiddel te gebruiken, uit haar solidariteit met Moldavië, bijvoorbeeld door de regio Transnistrië nauwlettend in het oog te houden, en uit haar goede betrekkingen met Georgië blijkt dat Oekraïne een heuse stabiliserende factor kan zijn in de regio en voor meer democratie kan zorgen. Oekraïne is een onschatbare bondgenoot voor de Europese Unie.

Het tweede onderwerp in verband met de Europese top waar ik het over wil hebben, betreft de oprichting van een agentschap voor de grondrechten. Dit moet een belangrijke instelling worden met als taak de eerbiediging van de mensenrechten te ondersteunen. Ik wil echter mijn bezorgdheid uitspreken over het feit dat er pogingen worden gedaan om de reikwijdte van de activiteiten van het agentschap te beperken tot de lidstaten van de Europese Unie. De historische missie van de Unie is het ondersteunen en bevorderen van democratische ideeën en regeringen. Deze worden nog op veel manieren bedreigd in de wereld buiten de Europese Unie.

Daarom moet de oprichting van een agentschap voor de grondrechten worden aangegrepen om de mensen in de hele wereld de niet mis te verstane boodschap te sturen dat de EU over een effectief instrument beschikt om steun te geven aan al degenen die voor de mensenrechten en de fundamentele democratische vrijheden strijden. Daarom roep ik op de activiteiten van het agentschap niet te beperken tot het grondgebied van de vijfentwintig lidstaten. Het moet ook in andere landen optreden, met name in die landen die onder het nabuurschapsbeleid van de Europese Unie vallen of partnerschapsovereenkomsten hebben, zoals Rusland.

 
  
MPphoto
 
 

  Poul Nyrup Rasmussen (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is een oud gezegde: als je niet vecht, tel je niet. Mijnheer Barroso, ik zie u graag vechten. Ik erken dat u vecht voor een nieuw verdrag. Ik zie ook commissaris Wallström graag vechten - samen bent u bent een leuk paar als u vecht.

(Gelach)

Laat mij duidelijk maken dat wij nu echt moeten vechten. Wat gebeurt er in de Raad? Ik weet wat daar gebeurt: misschien krijgen wij via informele contacten achter gesloten deuren een nieuw verdrag, zoals mevrouw Wallström vandaag zei, maar dat is de oude manier van handelen. Nu moeten wij handelen samen met de mensen. Als wij de mensen niet achter ons hebben, krijgen wij geen nieuw verdrag. Daarom ben ik dolgelukkig te kunnen vaststellen dat wij samen - Parlement, de Europese partijen en de Commissie - een echt Europees debat kunnen hebben met normale mensen.

Neemt u mij niet kwalijk als ik zeg dat dat een hels karwei is, omdat daar tijd en energie voor nodig is en je vaak nauwelijks een woord van dank krijgt. Uiteindelijk maak je echter, als het op de geschiedenis aankomt, het verschil. Het resultaat zal dan immers een nieuw verdrag zijn.

Daarom kan ik u slechts twee goede adviezen geven. Ten eerste hebben wij samen met de fractievoorzitter onze aandacht toegespitst op de volgende punten. Wij kunnen niet meer doen voor de oplossing van internationale conflicten, met name in het Midden-Oosten, als wij geen nieuw verdrag krijgen. Wij kunnen niet meer en betere banen creëren en een betere economische samenwerking verzekeren als wij geen nieuw verdrag krijgen. Wij kunnen terrorisme, mensenhandel en grensoverschrijdende misdaad niet bestrijden als wij geen nieuw verdrag krijgen. Wij hebben een nieuw verdrag nodig voor lage energieprijzen. Wij hebben een nieuw verdrag nodig voor meer transparantie.

Daarom adviseer ik u, mijnheer Barroso, om, zoals u zelf al zei, hard te werken aan deze verklaring van volgend jaar. U moet me echter wel beloven dat een van de belangrijkste boodschappen van deze verklaring van volgend jaar zal zijn dat deze Europese Unie geen wedijver betekent tussen lidstaten, want dat vrezen de mensen steeds meer. Zij zijn bang voor onzekerheid en financiële wedijver bij het verlagen van de belastingen. Zij zijn bang voor een soort sociale dumping, waardoor de verzorgingsstaat zou worden ondermijnd. Deze Europese Unie is een transparante en eerlijke mededinging in de interne markt tussen bedrijven, diensten en projecten, en dat kan bijdragen aan onze welvaart. Dat is de uitermate belangrijke boodschap die wij moeten geven. De Europese Unie is een kwestie van mensen. Zij zet de mensen op de eerste plaats en combineert dit met een nieuwe verzorgingsstaat, met een modernere versie ervan, ten behoeve van de welvaart van deze regio.

Mijn laatste opmerking is dat wij Bulgarije en Roemenië nodig hebben. Wij moeten een duidelijk signaal krijgen, mijnheer de fungerend voorzitter, als u overmorgen bijeenkomt. Wij zullen in Brussel vergaderen met onze leiders en premiers en onze boodschap zal duidelijk zijn: wij hebben Bulgarije en Roemenië nodig vanaf 1 januari 2007. Zij verdienen het, en Europa heeft hen nodig.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Markus Ferber (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, geachte collega’s, ik zou slechts drie korte opmerkingen willen maken. Ten eerste: we debatteren hier in Straatsburg, en ik vraag me af of we echt een agentschap voor de grondrechten in Wenen moeten oprichten, dat dan in concurrentie staat met de Raad van Europa, een gerenommeerde instelling, die in staat is om dit werk niet alleen voor de lidstaten van de EU te doen, maar voor heel veel meer landen. Ik zou werkelijk een beroep op u willen doen, en dat heb ik tijdens een debat ook tegen de bondskanselier gezegd: u kunt er actief toe bijdragen om de ziekte van Europa, de “agentschapswaanzin”, doelmatig te bestrijden. Ook in eigen land zou u daarvoor een duidelijk signaal af kunnen geven.

Ten tweede - en dat ligt bijna in het verlengde van wat de heer Rasmussen voor mij heeft gezegd - moeten we natuurlijk ook in verband met de onderhandelingen over de uitbreiding onze eigen waarden verdedigen. Ik vind het toch wel schokkend dat we weer terugvallen op het automatisme dat we hier nu al tien jaar vaststellen, en dat we ook telkens weer hebben bekritiseerd. Was het nu echt nodig om op maandag met Turkije over een hoofdstuk te onderhandelen, hoewel nog helemaal niet was voldaan aan de minimale voorwaarden, namelijk de erkenning van het Protocol van Ankara? Ik vraag me of we niet alweer het verkeerde signaal afgeven. Nu zetten we het licht op groen voor een trein die we over tien of twaalf jaar, of wanneer dan ook, niet meer kunnen afremmen. Hier had het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad een duidelijker geluid kunnen laten horen.

Ten derde is de Europese Unie een Unie van lidstaten. Het Europese volk bestaat niet, er zijn vijfentwintig volkeren van vijfentwintig landen, en dat zeg ik ook tegen mevrouw Wallström, die nu niet luistert. Dat blijkt op dit moment ook wel uit het verloop van de het voetbalkampioenschap. De Europese Unie bestaat wel, maar ze is gebaseerd op de lidstaten, en niet op een meerderheid van de bevolking, die zich in referenda uitspreekt. Dat mogen we beslist niet uit het oog verliezen. Anders wordt dit project uiteindelijk een mislukking.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, we beklagen ons over het feit dat, ondanks wat er in vijftig jaar Europese integratie is bereikt en tot stand gebracht, de Europese Unie op een dood spoor is beland. We klagen dat ze een duidelijke visie ontbeert, dat er geen overeenstemming is over de te volgen koers en over het toekomstige beleid. We moeten evenwel toegeven dat deze aanmerkingen en bedenkingen die door de burgers worden geuit, eerder verband houden met het huidige functioneren van het EU-beleid dan met het Grondwettelijk Verdrag, waarvan het belang niet voldoende aan het publiek is uitgelegd. De Europese Grondwet is per slot van rekening een fundamenteel document waarmee de Unie nieuwe uitdagingen zal kunnen aangaan.

We beseffen allemaal dat op basis van de bestaande Verdragen een verdere ontwikkeling van de Unie niet mogelijk is, en dat is niet omdat de Verdragen "te beperkend" zijn voor vijfentwintig of meer lidstaten. Deze Verdragen hebben een fundamenteel gebrek: zij voorzien niet in de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij zowel de vormgeving van het communautair beleid als het besluitvormingsproces.

Mijnheer Barroso, ik zou u willen vragen hoeveel miljoen handtekeningen we vandaag in het kader van een burgerinitiatief moeten verzamelen om de Commissie te laten horen wat de burgers te zeggen hebben. Vooralsnog bent u niet verplicht om rekening te houden met wat zij zeggen, maar het Grondwettelijk Verdrag zou de burgers de mogelijkheid geven om een dergelijk initiatief op het touw te zetten, waarbij één miljoen handtekeningen voldoende zou zijn. Ik herhaal: er zouden een miljoen van de 457 miljoen burgers van de Europese Unie nodig zijn om een dergelijk initiatief te nemen. Betekent dat dan niets voor de tegenstanders van het Grondwettelijk Verdrag, die zo enthousiast schermen met slogans over democratie?

Mijnheer Barroso, met plezier heb ik vandaag uw verklaring over de Grondwet aangehoord. Die woorden moeten echter gepaard gaan met daden, en de belangrijkste opdracht op dit moment is ervoor te zorgen dat de Europese burgers weer vertrouwen krijgen in het Europees project. Dit is hard nodig in de oude Unie, waar Europa volkomen vanzelfsprekend is geworden, doordat de burgers er al te lang mee te maken hebben gehad. Daarom moeten we ook ons voordeel doen met de pro-Europese stemming, ja het enthousiasme in de nieuwe lidstaten.

In mijn land, Polen, wil 80 procent van de burgers meer Europa en wil 60 procent een Grondwettelijk Verdrag. Dat is een goed teken en ik hoop dat deze landen tijdens de Europese top de juiste beslissingen zullen nemen, en duidelijk zullen maken welke koers Europa moet volgen en wat er met het Grondwettelijk Verdrag moet gebeuren, zodat we uit deze impasse kunnen geraken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Íñigo Méndez de Vigo (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Europese Commissie, u heeft een goed betoog gehouden, en ik wil u daarmee gelukwensen. Uw betoog was goed omdat u daarmee naar mijn mening een gevoelige snaar heeft weten te raken bij de mensen, bij ons hier en bij degenen die hier buiten naar ons luisteren. U heeft ervoor gepleit dat wij ons niet laten meeslepen door het europessimisme, en ik vind dat u gelijk heeft.

U heeft ook iets heel belangrijks gezegd: dat Europa niet in een crisis verkeert. Dat is waar, Europa verkeert niet in een crisis. Daar mogen we niet in trappen, in dat idee. Maar het is ook waar dat we moeten proberen uit te leggen om welke redenen het Grondwettelijk Verdrag voor het leven van de mensen van belang is, want heel veel mensen denken dat het Grondwettelijk Verdrag niet van kracht is geworden - wat ook zo is - en natuurlijk heeft er zich geen ramp voltrokken; Europa is niet ten onder gegaan.

Heel wat mensen neigen ertoe om te zeggen dat het Grondwettelijk Verdrag nou ook weer niet zo belangrijk is; er is immers niets ernstigs gebeurd nu het niet van kracht is geworden.

In geen van de campagnes waaraan ik heb deelgenomen, heb ik ook maar één keer horen zeggen wat alle leiders hier gezegd hebben, namelijk dat het Grondwettelijk Verdrag noodzakelijk is om Europa beter te laten functioneren en de mensen meerwaarde te bieden. We moeten een enorme pedagogische inspanning leveren om de mensen uit te leggen wat ik ooit “de kosten van het ontbreken van de Europese Grondwet” genoemd heb; wij moeten ze uitleggen waarom het ontbreken van een Grondwettelijk Verdrag hun dagelijks leven negatief beïnvloedt.

Zoals de heer Rasmussen al zei, is het inderdaad een ondankbare taak om dergelijke zaken uit te leggen. Het is een taak die een zware intellectuele inspanning vergt. Wij moeten onze grijze massa gebruiken om de mensen dit met duidelijke, concrete voorbeelden duidelijk te maken, maar het is beslist noodzakelijk dat we dat doen.

Ik denk dat Europa op het ogenblik een flinke dosis pedagogische vaardigheden nodig heeft, maar ook een zekere kalmte en een zekere politieke reikwijdte, en ik denk dat dit Parlement - dat al vaak het voortouw genomen heeft - met de resolutie van de Commissie constitutionele zaken die we vandaag zullen aannemen, die koers heeft uitgezet die wij moeten volgen om met veel pedagogisch vernuft het schip van de Grondwet te kunnen redden, het vlot te kunnen trekken en ervoor te kunnen zorgen dat het Grondwettelijk Verdrag een meerwaarde betekent voor het leven van de mensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Achille Occhetto (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, voorzitter Barroso, volgens mij moet u, in tegenstelling tot hetgeen in Klosterneuburg is gebeurd, tijdens de top van aanstaande vrijdag naar voren brengen dat het er niet zozeer om gaat de periode van reflectie over de institutionele aangelegenheid te verlengen, maar dat veeleer in vlot tempo de weg moet worden voortgezet van de verbetering en de ratificatie van de Europese Grondwet, evenals van het beleid waarmee het imago van Europa onder de burgers kan worden verbeterd.

Als de twee landen die de Grondwet niet hebben geratificeerd, daartoe werden bewogen door redenen die weinig met de tekst ervan te maken hebben, moet meer vaart worden gemaakt met het nemen van concrete maatregelen om het imago van Europa in positieve zin bij te stellen: daar gaat het in werkelijkheid om en daarvoor moeten we in elk geval zo snel mogelijk de fase van de institutionele reflectie achter ons laten.

De hinderpalen waar we op stuiten bij de verwezenlijking van de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld worden immers voornamelijk veroorzaakt doordat de intergouvernementele in plaats van communautaire methode wordt toegepast. Een gemeenschappelijke munt is niet mogelijk zonder een gemeenschappelijk economisch of sociaal beleid, zonder een echte sociaal-economische governance.

We moeten dus duidelijk zeggen dat de sociale en economische problemen moeten worden opgelost door institutionele versterking, dat wil zeggen met behulp van de communautaire methode. Als we Europa niet de nek willen omdraaien, moeten we zeggen dat Europa de Grondwet nu meteen nodig heeft, zoals Martin Schulz heeft gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het europessimisme waar voorzitter Barroso over sprak, lijkt een veel groter besmettingsgevaar met zich mee te brengen dan de vogelgriep. Dit is een serieuze zaak, aangezien ze een goede smoes is voor veel politieke leiders om de uitdagingen die de verandering van Europa met zich meebrengt, uit de weg te gaan. Als het zo doorgaat, zal deze situatie mij steeds meer doen denken aan de oude sovjetmop uit de jaren zeventig van de vorige eeuw: de sovjeteconomie zat in het slop en de trein bewoog niet, en daarom werd het bevel gegeven om de gordijnen dicht te doen, de wagon heen en weer te schudden en te doen alsof de trein op volle vaart reed.

Wij hebben duidelijk een politieke oplossing nodig, niet in de vorm van een Europa met een eerste en een tweede divisie, maar een Europa met een kwalitatief ander politiek leiderschap, een leiderschap dat de oprichters van vijftig jaar geleden waardig zou zijn. Kunnen wij het vertrouwen echt herstellen en de kiezers inspireren als wij het beleid in het teken plaatsen van de volgende verkiezingen en als wij de verkiezingen aangrijpen als een excuus om de gemeenschappelijke beleidsvormen niet toe te passen?

Ik denk dat de mensen gemakkelijk kunnen onderscheiden tussen een moedig, meelevend leiderschap dat blijk geeft van een verre blik en de kleinzielige, paternalistische benadering van degenen wier belangrijkste doel is de controle over de situatie te behouden. Als de naam van de Grondwet een beletsel is, ben ik bereid die naam te veranderen. Wij zouden het formaat kunnen stroomlijnen, maar wij moeten de inhoud van de Grondwet behouden. Anders kunnen wij de gemeenschappelijke beleidsvormen van het uitgebreid Europa niet met succes uitvoeren, en kunnen wij de solidariteit, die een van de belangrijkste beginselen is van al onze inspanningen, niet hard maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Lambrinidis (PSE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik ga spreken over de PNR-overeenkomst met de Verenigde Staten, die het Europees Hof van Justitie heeft verworpen, en over het kaderbesluit inzake gegevensbescherming, dat de Raad jammer genoeg elke dag verwerpt door niets te doen.

Concreet stel ik het volgende voor: ten eerste, dat een verlenging van de PNR-overeenkomst op basis van de derde pijler enkel zou gelden tot 2007; ten tweede, dat u daarna gaat onderhandelen met het Europees Parlement over wijzigingen in de overeenkomst, zodat de grondrechten worden gewaarborgd en dat u daarvoor eindelijk de passerelle gaat gebruiken; ten derde, dat u dit alles onderneemt in samenwerking met het Europees Parlement en via een ernstige trialoog, en ten vierde, dat u onverwijld het kaderbesluit inzake gegevensbescherming in de derde pijler aanneemt.

Vandaag stemmen we over het voorstel van het Parlement. Dit is een erg serieus voorstel. Doet u er eindelijk iets mee. Komt u de beloften van het Deense voorzitterschap in het Europees Parlement na en maakt u er werk van. Anders vrees ik dat het Europees Parlement zich gedwongen zal zien andere belangrijke activiteiten stil te leggen, hoewel die allereerst een Europese wet vereisen ter bescherming van de rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het Parlement is steevast voorstander geweest van uitbreiding en van met name een tijdige toetreding van Bulgarije en Roemenië. Ik ga er derhalve van uit dat de Europese Raad deze week zijn toezegging aan beide landen dat zij op 1 januari 2007 kunnen toetreden, zal bevestigen.

In mijn hoedanigheid van rapporteur voor Bulgarije gedurende de afgelopen zes jaar, heb ik in eigen persoon kunnen waarnemen welke vooruitgang is geboekt bij de hervorming van de economie, het politiek bestel en de administratieve structuren van dat land. Bovenal is er een verandering ontstaan in de houding en verwachtingen. De mensen willen een beter leven en geloven nu dat dit haalbaar is. Het is uitermate belangrijk dat wij alles achterwege laten waardoor dat vertrouwen en de plichten die wij samen met de Bulgaarse autoriteiten jegens de mensen in Bulgarije hebben, worden ondermijnd.

De resolutie van het Parlement maakt duidelijk dat er concrete resultaten nodig zijn in de komende maanden. Daarvoor is in eerste instantie de Bulgaarse regering verantwoordelijk, maar de Commissie en de lidstaten moeten alles in het werk stellen om haar daarbij te helpen. Ik weet dat het Verenigd Koninkrijk en een aantal andere landen reeds steun hebben gegeven in de strijd tegen criminaliteit. Ik zou echter willen aandringen op een versterking van die inspanning in de komende vier maanden.

Dan ga ik nu over op iets anders. De Europese Unie is heel goed als ze anderen de les kan leren, maar laat vaak na om zelf een les te leren. Wij hebben veel gehoord over de denkpauze na het mislukken van de Grondwet, maar kennelijk zijn wij niet in staat om daar de juiste conclusies uit te trekken. Het antwoord dat wij vanmorgen horen is: meer Europa. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Dat is niet wat ik van de mensen in East Anglia, die ik hier vertegenwoordig, hoor. Zij willen minder inmenging vanuit Brussel; zij willen dat de Europese Unie orde op zaken stelt in haar eigen huis en minder taken met meer efficiëntie gaat vervullen.

De mensen willen meer controle over hun eigen leven. Zij willen een nationale en lokale regering die verantwoording aflegt; zij willen veiligheid en welvaart, en zij willen een Europa dat anders is dan het ouderwetse project dat helaas nog steeds op tafel ligt.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, degenen die - vooral aan één kant van dit Parlement - beweren dat de Fransen en Nederlanders ‘nee’ hebben gezegd en dat wij dit hele debat daarom moeten beëindigen en er nooit meer over mogen peinzen om de Verdragen te wijzigen, maken zich schuldig aan een te groot simplisme en aan het feit dat zij maar één antwoord willen horen. Als zij vragen, zoals één van hen deed: “Welk deel van het woord ‘nee’ in de Franse en Nederlandse resultaten begrijp je niet?”, kunnen wij met net zoveel gemak de zaak omdraaien en vragen: ‘welk deel van het woord ‘ja’ begrijp jij niet in het antwoord van de zestien of achttien andere landen - met inbegrip van Roemenië en Bulgarije - die ‘ja’ hebben gezegd tegen de Grondwet?”.

Wij zijn niet geconfronteerd met verwerping of aanvaarding met een overgrote meerderheid, maar met een divergentieprobleem. En wat doen wij in de Unie als wij een divergentieprobleem hebben? Dan gaan wij rond de tafel zitten en praten erover. Dan proberen wij een voor iedereen aanvaardbare oplossing te vinden. Op die manier maken wij vooruitgang. Daarom is het juist dat wij de tijd te nemen voor een denkpauze, dat wij deze verlengen en onderzoeken welke mogelijkheden er zijn.

Het is ook juist dat wij niet alleen de kwestie van de tekst onderzoeken maar ook de context - het Europa van de projecten, de agenda van Hampton Court, de vraagstukken die de mensen na aan het hart liggen - en dan kunnen wij te zijner tijd, in een nieuwe context, besluiten wat wij met de tekst doen. Begrijpt u het niet verkeerd: wij zullen moeten besluiten over wat wij met de tekst gaan doen. De problemen die met het Verdrag moesten worden aangepakt, zijn niet voorbij; ze zijn niet plots verdwenen, maar moeten worden opgelost. Wij zullen hierop terug moeten komen, en het is volkomen juist om zich in de denkpauze daarnaar te oriënteren.

Het kan best zijn dat het over een jaar en in een nieuwe context mogelijk zal zijn de tekst te behouden zoals deze nu is, of met een aantal toevoegingen voor de verduidelijking daarvan, of met interpretaties, of met aanvullende protocollen, of door Deel III te herschrijven, zoals sommigen hebben gesuggereerd. Het kan ook zijn dat dit niet mogelijk is en de tekst moet worden opengebroken. De conclusie zou dan kunnen zijn dat wij moeten blijven leven met de bestaande Verdragen omdat het onmogelijk is om deze nu te wijzigen. Maar dat zal te zijner tijd allemaal blijken. Dit is niet het tijdstip om die keuze te maken. Het is nu niet de tijd om te zeggen dat wij de tekst moeten herschrijven. Wij zullen die beslissing nemen aan het einde van de denkpauze, en terecht.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, geachte collega’s, een jaar na het Franse en Nederlandse ‘nee’ is het hoog tijd dat Europa weer bij zijn positieven komt en oplossingen voorstelt die het mogelijk maken om profijt te trekken van de inhoud van zijn ontwerp van Europese Grondwet.

Onze staatshoofden en regeringsleiders zullen enkele sleutelproblemen voor onze toekomst moeten bespreken: onafhankelijkheid op energiegebied, migratie, de toekomst van het Grondwettelijk Verdrag en uitbreiding. Op al deze vraagstukken verwachten de Europeanen van hun leiders dat zij echte antwoorden geven en dat zij de moed hebben om de politieke, maar ook financiële consequenties te trekken uit hun antwoorden. De humanitaire situatie van de emigranten die naar de zuidkust van de Unie toestromen, moet een van de grote prioriteiten zijn van de Europeanen. Daarop moet een gemeenschappelijk antwoord worden gegeven wat de opvang van de immigranten en het asielbeleid betreft. Deze situatie toont ook aan dat het noodzakelijk is ons ontwikkelingsbeleid grondig te herzien. Kennelijk beantwoordt dat niet aan de schreeuwende behoeften van de mensen in de landen die wij willen helpen, zonder daarin evenwel te slagen.

Wat de uitbreiding betreft ben ik blij met de wijze houding van de Europese Commissie, die ervoor heeft gekozen om tot oktober aanstaande te wachten voordat zij, uitgaande van de door elk land gemaakte vooruitgang, een besluit neemt over de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Unie. De Commissie zou echter blijk moeten geven van een even verziende blik bij de toetreding van Turkije. Het feit dat men dit land de laatste tijd zulk positieve signalen heeft gegeven in het kader van de onderhandelingen met het oog op toetreding, lijkt mij voor grote kritiek vatbaar. Turkije erkent nog steeds Cyprus niet, ofschoon Cyprus een lidstaat is van de Unie, waarin Turkije een plaats zegt te willen innemen. Europa zal pas sterk zijn als het gerespecteerd wordt, en het zal pas gerespecteerd worden als het op iedereen dezelfde rechtsvoorschriften van toepassing laat zijn.

Tot slot wil ik nogmaals erop wijzen dat het criterium van de opnamecapaciteit geen uitvinding is van bepaalde lidstaten, maar wel degelijk één van de criteria van Kopenhagen is. Als men de kandidaat-landen laat geloven dat men hun een dienst bewijst door ze op te nemen in een Unie die niet geheel slagvaardig is, houdt men hen voor de gek. Dan bedriegt men zowel de volkeren van de huidige lidstaten als de volkeren van de landen die aanzienlijke inspanningen ondernemen om tot de Europese Unie toe te kunnen treden.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Carnero González (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, het onderwerp van ons debat is de denkpauze en de toekomst van Europa, maar als ik hoor waar we het vanochtend over hebben, dan denk ik dat het debat de huidige situatie van de Europese Unie tot onderwerp heeft.

De toekomst en het heden lopen door elkaar heen, vooral omdat het dringend noodzakelijk is een Grondwet van kracht te laten worden om de huidige problemen op te lossen. Hiertoe is het naar mijn idee onontbeerlijk dat de Commissie gehoor geeft aan het verzoek in onze resolutie om een verslag op te stellen over de kosten van het ontbreken van de Grondwet. Dat is absoluut noodzakelijk.

Ik vraag zelfs meer, namelijk dat de Commissie, mijnheer Barroso, belooft om dat verslag meteen na de zomer, in september of oktober, aan dit Parlement en aan de Raad voor te leggen, zodat we juist met de burgers een debat kunnen voeren over de wijzen waarop we problemen zoals de hier aan de orde gestelde illegale immigratie, kunnen oplossen zonder een van kracht zijnde Grondwet.

Het lijdt geen twijfel dat we het ratificatieproces moeten voortzetten, en uiteindelijk een oplossing moeten vinden om de situatie te deblokkeren. Dat moet dan wel gebeuren op basis van deze tekst, van deze goede tekst die tot stand is gekomen door een consensus. Ik denk dat de resolutie van het Europees Parlement daarop gericht is.

Ik heb maar één verzoek, mijnheer Barroso: ik heb vandaag met plezier voor u geapplaudisseerd. Het was ongetwijfeld de eerste keer dat ik dat gedaan heb, ik wind daar geen doekjes om. Als u ook buiten dit Parlement achter het betoog blijft staan dat u hier gehouden heeft, zal ik voor u blijven applaudisseren.

 
  
MPphoto
 
 

  Francisco José Millán Mon (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ook ik ben het er mee eens dat er maatregelen moeten worden genomen om de Europese Unie dichter bij de burgers te brengen. Ik sta dan ook achter dat Europa van de resultaten dat de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, vandaag genoemd heeft.

Het mislukken van de referenda in Frankrijk en Nederland was niet alleen te wijten aan hun binnenlands beleid maar ook aan het feit dat sommige burgers het Europese integratieproces niet begrijpen of onvoldoende op waarde schatten.

We moeten het vertrouwen van de burgers in de Unie versterken, hun de meerwaarde ervan laten zien door middel van een doeltreffender beleid op gebieden als veiligheid, een adequatere beheersing van migratiestromen, het creëren van werkgelegenheid, enzovoorts. Dat zijn kwesties waaraan de Europese Raad alle aandacht moet schenken.

Verder dienen wij de werkwijze en de doelstellingen van de Unie beter uit te leggen. Een paar dagen geleden opperde premier Juncker in Aken dat de jongeren van Europa de oorlogskerkhoven zouden moeten bezoeken, zodat de nieuwe generaties inzicht krijgen in de bijdrage van de Unie aan de vrede op een continent dat zo doordrenkt is van het bloed van voorbije oorlogen.

Daarom vind ik dat er ook op scholen ruimte moet komen voor de Unie. Zoals de voorzitter van mijn partij, Mariano Rajoy, een paar maanden geleden in Parijs heeft voorgesteld, dient er op alle scholen van de lidstaten een speciaal en verplicht vak te worden ingevoerd, waarin de oorsprong, de doelstellingen en de werkwijze van de instellingen van de Europese Unie worden behandeld. Die pedagogische benadering van jongeren is bijzonder belangrijk.

Ook een ander groot succes moet worden toegelicht: de uitbreidingsprocessen. We moeten benadrukken dat het toetredingsperspectief voor vele landen een krachtige motor is geweest voor belangrijke politieke, economische en sociale veranderingen, veranderingen die henzelf en de Unie ten goede komen.

Staat u mij tenslotte toe om een opmerking te maken over de toetreding van Roemenië en Bulgarije, waarover we vandaag een resolutie zullen aannemen. Deze landen hebben de afgelopen tijd spectaculaire vorderingen gemaakt op tal van gebieden. Zij ondergaan die grote veranderingen die ik net noemde, en ik zou in het bijzonder willen wijzen op de vooruitgang in Roemenië op gebieden zoals de hervorming van het rechtsstelsel of de bestrijding van corruptie.

Ik ben ervan overtuigd dat deze twee landen, als zij blijven vasthouden aan deze lijn van hervormingen, op 1 januari 2007 tot de Unie zullen behoren, en ik juich het bijzonder toe dat de komende Europese Raad hen ertoe zal aanzetten om hun inspanningen op dit gemeenschappelijke doel te concentreren.

 
  
MPphoto
 
 

  Riitta Myller (PSE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben de Grondwet nodig om de uitdagingen aan te gaan die het nieuwe millennium met zich meebrengt voor de samenwerking. Een Europese Unie van bijna dertig landen kan niet succesvol worden geleid met regels die in het vorige millennium zijn opgesteld voor een Gemeenschap van aanvankelijk zes landen.

Het Grondwettelijk Verdrag is een goed antwoord op de uitdagingen die de burgers voor de Europese samenwerking hebben gesteld. Zij roepen op tot transparantie in de besluitvorming, duidelijkheid in overeenkomsten en verdragen en bevoegdheden in zaken die gezamenlijk moeten worden behandeld, zodat de maatregelen doeltreffend genoeg zullen zijn. Een gelijke behandeling van de burgers vereist dat elke lidstaat het recht en de plicht heeft om een onafhankelijk besluit te nemen over de ratificatie van de Grondwet. Pas dan is het tijd om conclusies te trekken ten aanzien van de toekomst van het Grondwettelijk Verdrag. Als het volgende land dat het voorzitterschap bekleedt, verdient Finland onze waardering vanwege het feit dat het dit beginsel in praktijk brengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde drie punten aan de orde stellen. Ten eerste vind ik dat de heer Barroso een uitstekende speech heeft gehouden. Wij raken nu steeds meer verwikkeld in de vicieuze cirkel van het europessimisme en hebben daarom behoefte aan een stevige injectie euro-optimisme. Wij moeten kijken naar hetgeen wij in de afgelopen tien of twaalf jaar hebben bereikt, en dan zijn de resultaten overweldigend - alles, van uitbreiding tot justitie en binnenlandse zaken, het GBVB en natuurlijk de eenheidsmunt. Soms neigen wij ertoe door de bomen het bos niet meer te zien. Wij moeten wel beseffen dat de Europese Unie een zaak is van continu crisisbeheer. Wij gaan van de ene kleine crisis naar de ander, maar het totaalbeeld is mijns inziens een succesverhaal.

Ten tweede wil ik erop wijzen dat wij nu geconfronteerd zijn met een nieuwe generatie van wat ik EU-zanikpotten, of EU-zeurpieten zou willen noemen. Er zijn mensen - meestal ministers - die zich opsluiten in een zaal, een discussie voeren, elkaar dan op de schouders kloppen en zeggen: een groots besluit! Vijf minuten later schuiven zij de anderen de schuld in de schoenen. Dan verschijnen ze voor de media van hun eigen land en zeggen: ach, wat een verschrikkelijk besluit heeft de EU zojuist genomen. Je kunt niet zes dagen per week negatief spreken over de Europese Unie en dan op zondag naar de kerk gaan en zeggen dat de EU iets geweldigs is. Dat zou misschien ook de reden kunnen zijn waarom de minister van Buitenlandse Zaken van het VK, mevrouw Margaret Beckett, niet zoveel transparantie wil, omdat de mensen dan kunnen zien dat een aantal van de Britse standpunten pro-Europees is.

Tot slot wil ik nog zeggen dat wij een Grondwettelijk Verdrag nodig hebben. De problemen zullen niet vanzelf verdwijnen, en dat hebben wij vandaag ook gehoord in dit debat. Wij hebben het Handvest van de grondrechten nodig; wij hebben een rechtspersoonlijkheid nodig; wij hebben een minister van Buitenlandse Zaken nodig; wij hebben stemming bij gekwalificeerde meerderheid nodig en wij hebben meer medebeslissing nodig. Dat moeten wij regelen, en hopelijk kunnen wij dat regelen voor 2009. Uitbreiding en uitdieping gaan hand in hand. Nice is niet genoeg.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Zsolt László Becsey (PPE-DE). - (HU) Mijnheer de Voorzitter, ik wil drie cruciale vraagstukken aan de orde stellen in verband met de uitbreiding van de Europese Unie.

Het eerste vraagstuk betreft de consolidering van de huidige uitbreidingsronde en werpt de volgende vragen op. Leggen wij altijd dezelfde maatstaf aan als wij besluiten nieuwe lidstaten toe te laten treden tot de eurozone? Zal de Europese Unie ervoor zorgen dat, wat de Europese Unie betreft, de voorwaarden voor de uitbreiding van het Schengengebied voor eind volgend jaar geschapen zijn? Gaan wij het agentschap van de grondrechten instellen, dat reeds door het Europees Parlement is goedgekeurd, of gaan wij het dwarsbomen? Dit zijn belangrijke vragen nu, zoals wij hebben kunnen vaststellen, voor het eerst in de geschiedenis een sanctie is opgelegd tegen de wil van een lidstaat - Litouwen - die kandidaat is voor toetreding tot de eurozone. Is een beleid van prijsstabiliteit echt wenselijk voor een land dat met een inhaalproces bezig is? Of zou deflatie misschien een referentie moeten zijn in dat geval? “Was verder in 1999 het vooruitzicht met betrekking tot het criterium van Maastricht, toen Italië tot aan zijn nek in de schulden stak, beter dan nu in Vilnius? Waarom krijgen de tien nieuwe lidstaten, als het om inflatie gaat, via Litouwen de les gelezen door landen waarvan de situatie steeds verder achteruitgaat? Ik noem bijvoorbeeld Spanje, het land van de heer Almunia, of Luxemburg, het land van de heer Juncker. Deze aanpak wordt terecht gebrandmerkt als schandalig door niemand anders dan een van de vaders van de euro, professor Lamfalussy. En kunnen de geachte Raad en Commissie de strategische, politieke beslissing nemen tot het niet aanbevelen van toetreding, zonder de betrokkenheid van het Parlement, dat meestal zo trots is op zijn voorrechten? Wordt in dit geval met dezelfde maat gemeten?

Ten tweede, gaan wij echt tot de herfst wachten op de evaluatie van de Commissie met betrekking tot de datum en voorwaarden voor toetreding van Roemenië en Bulgarije, als wij daarover al uitsluitsel hebben gekregen via een briefwisseling? Gaan wij de toetreding van landen erdoor jagen die rampzalig ver achterblijven bij de huidig lidstaten en zelfs bij de tien nieuwe lidstaten wat hun economische en sociale indicatoren en corruptieniveau betreft? Wat voor soort Europa gaat dit worden? Welke visie heeft men? Zal deze samenleving de wet naleven en toepassen als ze deel uitmaakt van de Europese Unie? In landen bijvoorbeeld waar er geen registratie is van de Roma en van grondbezit, of waar tienduizenden baby’s in de steek worden gelaten? En hoe is het gesteld met de grootste inheemse nationale minderheid, de miljoenen Hongaars sprekende burgers? Waarom kijken wij, wat dat vraagstuk betreft, niet naar onze eigen verklaringen van Kopenhagen van 1993 over de minderheden, of naar eerdere besluiten van het Parlement en de Commissie waarin minderheidsrechten en democratie op voet van gelijkheid plachten te staan.

Ten derde moeten wij ook kijken naar de maatstaven voor en de snelheid van andere onderhandelingen. Wanneer gaan wij tijdens de uitbreidingsonderhandelingen toegeven dat Kroatië een uitmuntend niveau heeft bereikt bij de voorbereiding op toetreding en bij de Europese integratie, en dat het minder opnameproblemen zal veroorzaken dan bijvoorbeeld Turkije? Als de Europese Unie niet consequent is en met dezelfde maat meet, zal haar prestige gering blijven. Het is overduidelijk dat zij in het langzame proces van de integratie in twee fasen alles terugneemt wat zij uit te geven had voor de uitbreiding van de EU. Zo zit de vork in de steel, en dit is negatief.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou deze speech veel liever in een Parlement met Brussel als zetel hebben gehouden dan hier in deze zaal, aangezien het heen en weer reizend Straatsburg-circus, dat nu nog verergert wordt door een financieel schandaal, ons Parlement in diskrediet brengt.

Ik juich natuurlijk het feit toe dat Bulgarije en Roemenië op schema zijn om in 2007 tot de Europese Unie toe te kunnen treden, ofschoon er nog enkele problemen opgelost moeten worden, zoals het systeem - of het gebrek aan een systeem - voor kinderbescherming in Roemenië en de omvang van de georganiseerde misdaad in Bulgarije. Hun toetreding met een jaar uitstellen haalt echter niets uit en zal enkel de volkeren en regeringen van beide landen een verkeerd signaal geven.

Met betrekking tot de veelbesproken vraag wat wij met de EU-Grondwet moeten doen, ben ik het eens met degenen die zeggen dat de Grondwet in zijn huidige vorm dood is. Toch aanvaarden zelfs degenen onder ons die in principe tegen een grondwet zijn - met een minister van Buitenlandse Zaken, een vaste voorzitter en een juridisch bindend Handvest van de grondrechten - dat het Verdrag moet worden aangepast en verder moet gaan dan de Nice-formule, om toekomstige uitbreidingen aan te kunnen en een oplossing te vinden voor het steeds groter gebrek aan evenwicht tussen kleine en grote lidstaten als het gaat om hun stemrecht in de instellingen. Dat probleem kan alleen maar erger worden met de proliferatie van ministaten in de Westelijke Balkan - zoals wij recentelijk hebben gezien met de onafhankelijkheid van Montenegro - die in de komende tien jaar waarschijnlijk allemaal volledig lid zullen worden.

Ik ben er ook voor dat wij opnieuw het voorstel ter hand nemen om de nationale parlementen meer bevoegdheden en invloed te geven en voor meer transparantie te zorgen in het medewetgevingsproces met de Raad, waarin de ministers zich veel te geheimzinnig gedragen. Daarom betreur ik het ook bijzonder dat de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Margaret Beckett, rechtsomkeer heeft gemaakt. Haar houding staat volledig haaks op de mening van haar premier en op de algemene drang naar hervorming en transparantie in de Europese Unie. Het is zeer betreurenswaardig dat de Britse regering, in tegenstelling tot haar Deense tegenhanger, niet naar het Lagerhuis hoeft en gevraagd wordt voordat zij een besluit neemt over haar stemgedrag in de Raad. Het hele proces waarmee de wetgeving in zowel het Lagerhuis als voor de Britten wordt ingekaderd, zou versterkt worden als de ministers van het VK naar het Lagerhuis moesten om daar de vraag te beantwoorden hoe zij gaan stemmen in de Raad, en daar dan op een volledig transparante en open manier zouden stemmen. Daarom zou ik ‘nee’ tegen mevrouw Beckett willen zeggen wat haar ideeën over transparantie in de Raad betreft.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, we hebben in veel lidstaten van de Europese Unie intussen problemen met de integratie. We hebben problemen met de ontwikkeling van de bevolking. We hebben enorme problemen met de illegale immigratie, die gepaard gaat met georganiseerde criminaliteit en een schandalige vorm van mensensmokkel. Om al die redenen ben ik blij dat u tijdens de komende Europese Raad veel aandacht wilt besteden aan de migratie. Een ding moet duidelijk zijn: als we conflicten in de Europese Unie op de lange termijn willen vermijden, moeten we de immigratie van werknemers bevorderen, en daarbij in hoge mate uitgaan van de absorptie- en integratiecapaciteit van onze lidstaten. Het is de hoogste tijd voor een Europees asielbeleid. In dat verband zou ik het voorzitterschap van de Raad willen feliciteren. U heeft goed voorbereidend werk geleverd om de vluchtelingen snel te helpen, maar om tegelijkertijd te verhinderen dat asielzoekers op de arbeidsmarkt terechtkomen, en dat misbruik wordt gemaakt van het asielrecht.

We moeten ook veel aandacht besteden aan de bestrijding van illegale migratie en mensensmokkel, die een onderdeel zijn van de georganiseerde misdaad, zoals ik al zei. Dit kunnen we door legalisering niet oplossen, wat nu weer eens in Spanje gebeurt. Wie legaliseert, creëert een vluchtelingenstroom, met alle dramatische en tragische gevolgen van dien. We moeten een totale strategie ontwikkelen, met de volgende elementen: steun in de landen van herkomst, informatiecampagnes via de massamedia, voorlichting - ook in de landen van herkomst - over de gevolgen van illegale immigratie. Bovendien moeten we een gemeenschappelijk systeem voor de bescherming van de buitengrenzen opbouwen, en daarbij moeten we gebruik maken van het visum-informatiesysteem, van het Schengen-informatiesysteem en van EURODAC. Op die manier kunnen we de stabiliteit en de veiligheid van onze Europese Unie op de lange duur handhaven.

 
  
MPphoto
 
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, eerst wil ik het Oostenrijkse voorzitterschap van harte gelukwensen met het geleverde werk en met het feit dat het in de afgelopen zes maanden de Europese Grondwet opnieuw voor het voetlicht heeft gebracht.

Ik wil de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, van harte gelukwensen met de historische toespraak die hij vandaag heeft gehouden in het Europees Parlement. De heer Barroso heeft de Europese droom opnieuw geformuleerd en ons nieuwe hoop gegeven voor de toekomst van Europa. Bravo, mijnheer Barroso!

Beste collega's, de globalisering heeft vele uitdagingen, vele problemen en veel druk in de Europese Unie teweeggebracht: economische druk, politieke druk, demografische druk en allerhande uitdagingen. Om de uitdagingen van de globalisering het hoofd te kunnen bieden, bestaat geen andere oplossing dan een "constitutionalisering" van de Europese Unie. De Unie kan in haar huidige staat niet blijven functioneren en de problemen aanpakken. Geen enkele lidstaat kan eigenhandig de problemen van de globalisering aan. Al degenen die met leedvermaak spreken van een dode Grondwet, moeten maar eens uitleggen hoe de problemen in de huidige omstandigheden moeten worden opgelost.

Europa moet zijn geloofwaardigheid vergroten en de problemen zo goed mogelijk aanpakken: dat kan de basis vormen voor steun aan de Grondwet en de aanvaarding daarvan door de burger. Dat is ons werk, het werk van alle instellingen. De verschillende lidstaten moeten ermee ophouden de Europese Unie met alle zonden van Israël te beladen en zelf de eer op te strijken wanneer iets goed gaat.

Wat onze geloofwaardigheid betreft, is het niet in het belang van Europa om te onderhandelen met Turkije, dat een van de vijfentwintig lidstaten niet erkent en dat Europees grondgebied bezet houdt. We dienen de geloofwaardigheid van Europa geenszins door hierop al te onderkoeld te reageren, terwijl Roemenië en Bulgarije op snoeiharde kritiek konden rekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hans Winkler, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dames en heren, aan het begin van dit debat heb ik van de heer Schulz gehoord dat de heer Leinen naast de voorzitter van de Commissie een van de belangrijkste personen in Europa is. Wanneer we de voorzitter van de Raad er nog bij nemen, kan ik me daar wel in vinden. Dan klopt dat.

(Interrupties)

De heer Corbett wilde dit openbare debat, en nu vindt het plaats. Bovendien wordt er in dit Parlement al sinds een paar maanden gedebatteerd - ik hoef alleen maar te herinneren aan het bijzonder constructieve verslag-Voggenhuber, aan de discussies in de Commissie constitutionele zaken. De heer Corbett heeft gezegd: “we must talk it through“, en ik kan hem alleen maar gelijk geven.

Vandaag heeft hier een heel belangrijk debat plaatsgevonden, en dat zal ook gevolgen hebben voor de gesprekken van de staatshoofden en regeringsleiders, want dit is belangrijk voor Europa. De voorzitter van de Commissie heeft vandaag, net als ik en velen van u, heel duidelijk gezegd dat we met beide benen moeten lopen, dat we op twee sporen moeten rijden. Aan de ene kant moeten we de burgers concrete resultaten en acties laten zien, en aan de andere kant moeten we een discussie voeren over de toekomst van Europa en van het Grondwettelijk Verdrag. Dat lijkt me heel belangrijk, en ik zal de voorzitter van de Raad daarover verslag uitbrengen.

De heer Poettering en anderen hebben onder andere gesproken over het agentschap voor de grondrechten. Ik wil daar graag even op ingaan, want dit onderwerp is ook mij persoonlijk heel dierbaar. Ik heb de indruk dat er misverstanden zijn ontstaan. Het is werkelijk heel belangrijk dat de Europese Unie als gemeenschap van waarden, als Unie, de mensenrechten verdedigt, ook naar buiten toe, en dus moeten we ook een instelling hebben die deze waarden verdedigt, en kan verdedigen. Wij zijn van mening dat dit agentschap voor de mensenrechten een goede instelling zou zijn, en het is natuurlijk helemaal niet de bedoeling om een concurrent voor de Raad van Europa of voor andere instellingen op te richten. Ik zou u willen verzoeken om eens heel goed te kijken naar de voorstellen die op tafel liggen, want die concurrentie is nu net wat we niet willen.

De heer Schulz heeft het gehad over de mensenrechten, over Guantanamo, over gemeenschappelijke waarden, over de CIA-affaire. Natuurlijk moeten we die gemeenschappelijke waarden ook hooghouden tegenover onze partners, en ook tegenover onze vrienden. Dat heeft de Raad heel duidelijk gezegd, en veel ministers, ook de Oostenrijkse minister, hebben dat bevestigd. Natuurlijk zal dit ook tijdens de komende top met de Verenigde Staten een belangrijk onderwerp zijn.

Mevrouw Frassoni heeft, net als veel anderen, gesproken over de openheid. Ik ben haar daarvoor heel dankbaar, want dit was ook een belangrijk punt voor het Oostenrijkse voorzitterschap. We hopen dat we daarover tijdens de Europese Raad goede afspraken kunnen maken. Er zijn inderdaad nog wel wat moeilijkheden, maar we hopen dat we ze kunnen overwinnen. Dat is namelijk een onderwerp waarvan wij samen met het Parlement zeggen dat het voor de burgers heel belangrijk is.

Mevrouw Frassoni heeft ook gezegd dat we niet nauwkeurig genoeg zijn wat de visumfacilitering voor de Balkanlanden betreft. Ik zou er nogmaals op willen wijzen dat er natuurlijk een heel nauwkeurig plan bestaat voor het verlenen van een mandaat, en dat in de conclusies van de Europese Raad ook zal worden gezegd dat deze onderhandelingen volgend jaar moeten worden afgesloten. We weten dat dit voor de landen in de Balkanregio van het allergrootste belang is.

Mijnheer Voggenhuber, ik ben het niet met u eens. Ik vind niet dat het Oostenrijkse voorzitterschap dit debat in de afgelopen maanden met deskundigen, met elites en achter gesloten deuren heeft gevoerd. We hebben alles gedaan wat we konden. We hebben misschien niet altijd bereikt wat we wilden, maar we hebben alles geprobeerd, we hebben met scholieren gesproken, met studenten, met de mensen op straat. We hebben dat op allerlei manieren en in allerlei hoedanigheden gedaan. Dat is belangrijk. We hebben het echt geprobeerd, en ik ben ervan overtuigd dat komende voorzitterschappen dat ook zullen doen.

De heer Galeote heeft de migratie genoemd. Ook in dit verband proberen we heel concrete resultaten te bereiken. Een lijst van veilige derde landen blijft relevant. Dat geldt natuurlijk ook voor een gemeenschappelijk asielbeleid. Er is van alles aan de orde, en we moeten, in ons gemeenschappelijk belang, met onze partners in Europa een beleid uitwerken.

Er is ook over de minderheden gesproken. Daarover zou ik graag willen zeggen dat dit voor ons een heel belangrijk punt was, en dat het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad ook heeft geprobeerd om het aan de orde te stellen.

Mevrouw Resetarits heeft de familie Zeus-Europa weer laten opdraven. Europa was niet alleen de minnares van Zeus, ze waren samen ook een gezin. Ze hebben drie kinderen gekregen. Onder het dak van de familie Zeus-Europa was er natuurlijk wel eens ruzie, maar voor zover we weten waren ze gelukkig met elkaar, en ik denk dat we daar een voorbeeld aan kunnen nemen.

Als ik de heer Ferber goed heb begrepen heeft hij gezegd dat er vijfentwintig volkeren zijn, en hij heeft dat in verband gebracht met het wereldkampioenschap voetbal. Als hij bedoelt dat van nu af aan alle vijfentwintig of zevenentwintig leden mee mogen doen aan het Europees voetbalkampioenschap zou ik dat als Oostenrijker een goede voorzet vinden, want dan zouden we eindelijk ook weer eens mee mogen spelen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte afgevaardigden, ik geloof echt dat dit een van de interessantste debatten is geweest waaraan ik tot nu toe in het Europees Parlement heb deelgenomen. Er zijn weliswaar meningsverschillen geuit, maar ik heb ook kunnen vaststellen dat er een echte wil is om ons project voor Europa te doen vorderen, dat men eendracht wil bewerkstelligen en wil verenigen. De instellingen verenigen betekent ook de lidstaten en de Europese burgers verenigen, want wij hebben hun steun nodig.

Wij moeten de instellingen verenigen omdat wij - laat dit duidelijk zijn - de drie instellingen nodig hebben: Parlement, Commissie en Raad. Als alleen het Europees Parlement en de Commissie het voor het zeggen hadden gehad, dan was het Grondwettelijk Verdrag er allang geweest. De Commissie heeft het immers unaniem goedgekeurd en het Europees Parlement heeft het met grote meerderheid gesteund. Wij moeten echter ook op de lidstaten kunnen rekenen en momenteel hebben wij niet alle lidstaten achter ons. Daarom moeten wij, als wij echt een oplossing willen vinden, ambitie en realisme met elkaar verzoenen en alle lidstaten meekrijgen.

Als dit zo is - zoals onder andere de heer Rasmussen zo voortreffelijk zei en ook mevrouw Wallström in herinnering bracht - en als wij Europa vooruit willen helpen, is het niet voldoende onze diplomaten te vragen ergens in een mooie omgeving bij elkaar te komen en een oplossing te vinden. Een oplossing kan tegenwoordig alleen met de burgers gevonden worden. Als ik aan het verleden denk, vraag ik mij soms af of de interne markt, de euro, de talrijke stappen vooruit, of dit alles wel het daglicht had aanschouwd als wij bij elke stap een referendum hadden gehad.

Als wij in deze tijd Europa vooruitgang willen laten boeken, moeten wij dat samen met de burgers doen, en daarom is het tegenwoordig inderdaad allemaal veel ingewikkelder. Het is veel moeilijker geworden, en daarom vergt het een zekere tijd, dat klopt, maar het is wel een absolute voorwaarde: als wij Europa vooruitgang willen laten boeken, moeten wij ons uiterste best doen om alle Europeanen daarbij te betrekken, en daarvoor is het nodig het Europees kamp een te maken. Daarom ook heb ik in mijn inleiding gezegd dat men aan het traditionele euroscepticisme van degenen die Europa nooit hebben gewild, niet het euroscepticisme mag toevoegen van degenen die ons Europa vooruit willen laten gaan.

(Applaus)

De diverse grote politieke families van Europa hebben misschien uiteenlopende standpunten, maar zodra wij het met elkaar eens zijn dat er schot moet komen in ons Europees project, moeten wij onze gelederen kunnen sluiten en een positieve boodschap, een boodschap van vertrouwen de wereld in sturen. De taak van degenen die hier vandaag in deze zaal bijeen zijn, beperkt zich niet slechts tot het geven van commentaar! Wij kunnen natuurlijk analyses maken, en die moeten wij ook maken, maar de taak van een leider, van een politieke vertegenwoordiger, is vertrouwen en hoop te wekken. Daarom is het mijns inziens van essentieel belang dat er een programma komt dat ons in staat stelt onze burgers te verenigen achter resultaten, achter projecten, teneinde het grootse Europese project te kunnen consolideren.

Van die resultaten kunnen wij er verschillende noemen, en het verheugt mij dat het Oostenrijks voorzitterschap met zoveel energie werkt aan concrete resultaten. Een ding moet namelijk duidelijk gezegd worden: als de lidstaten doelstellingen willen, als zij doelstellingen willen bereiken, moeten ze ons ook de middelen geven.

(Applaus)

Meestal zijn alle lidstaten het ermee eens dat op Europees vlak meer gedaan moet worden aan veiligheid en justitie. Alle lidstaten zeggen ons dat er meer gedaan moet worden om illegale immigratie te bestrijden en legale migratie te beheren. Alle lidstaten zeggen dat er meer samenwerking moet komen. Als de Commissie dan echter voorstelt om bepaalde bevoegdheden op justitieel en politieel gebied over te hevelen van de derde naar de eerste pijler, is er niet altijd unanimiteit onder de lidstaten ten aanzien van dat project en ten aanzien van de middelen die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering.

(Applaus)

Hetzelfde geldt voor energie. Iedereen is het er mee eens dat er een gemeenschappelijk energiebeleid, een gemeenschappelijke strategie nodig is. Om die gemeenschappelijke strategie te ontwikkelen hebben wij echter middelen nodig. Daarom is het - zoals onder anderen de heer Goebbels en mevrouw Frassoni zeiden - belangrijk dat er concrete resultaten worden bereikt op het gebied van energie-efficiëntie, dat er programma’s komen voor hernieuwbare energiebronnen. Pas dan kunnen wij de doelstellingen van het Groenboek voor een duurzame, concurrerende en continu geleverde energie in de praktijk nastreven.

Hetzelfde geldt voor onderzoek. Een van de grote verworvenheden van Hampton Court is dat men heeft afgesproken dat er op Europees vlak meer gedaan moet worden aan onderzoek en ontwikkeling. Daarom hebben wij het idee geopperd om een Europees instituut voor technologie op te richten, dat een baken kan zijn bij het mobiliseren van al onze energie. Ik hoop dat de lidstaten, als zij het eens zijn over de doelstellingen, ook in staat zullen zijn om ons de middelen te geven voor het verwezenlijken van die doelstellingen.

(Applaus)

Daarom geloof ik, mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, dat de Europese Raad overeenstemming moet bereiken over de te volgen weg. Het gaat er niet alleen om de denkpauze eenvoudigweg te verlengen. Er moet ook een begin worden gemaakt met een engagementsperiode, met een periode waarin concrete resultaten worden vastgesteld die in de nabije toekomst moeten worden bereikt om onze burgers de toegevoegde waarde van Europa te tonen en tegelijkertijd te laten zien - zoals de heren Leinen, Méndez de Vigo en anderen hebben gezegd - dat het ontbreken van een institutionele oplossing enorme kosten veroorzaakt.

Wij hebben een institutionele oplossing nodig, en daarbij raakt men tegelijkertijd aan de kwestie van de uitbreiding. Vaak zet men in het Europese debat degenen die voor uitbreiding zijn aan de ene kant en degenen die voor uitdieping zijn aan de andere. Ik blijf echter geloven dat - zoals de heer Juncker en anderen hebben gezegd - wij beide nodig hebben. De uitbreiding is een van de fundamentele redenen waarom wij moeten uitdiepen, een van de fundamentele redenen waarom de institutionele hervorming gerechtvaardigd is. Het uitgebreid Europa vraagt met steeds grotere aandrang om een institutionele hervorming.

(Applaus)

Europa verdelen in landen van de eerste divisie en landen van de tweede divisie is geen antwoord op de huidige moeilijkheden. Als wij een antwoord willen op de huidige moeilijkheden moeten wij veeleer proberen alle lidstaten van de Unie achter ons te krijgen, zowel degenen die nu deel uitmaken van het uitgebreid Europa als degenen die zich zeer spoedig bij ons zullen voegen. Wat dat betreft wilde ik u ook zeggen dat wij van de komende Europese Raad verwachten dat hij een duidelijk teken geeft, dat hij de toezegging doet dat Roemenië en Bulgarije op 1 januari 2007 kunnen toetreden als deze landen aan alle voorwaarden voldoen. Daaraan werken deze landen nu al maandenlang, en ik hoop dan ook dat de Raad deze toezegging zal doen.

Tot slot moeten wij - zoals de heer Stubb en anderen zeiden - blijk geven van een verre blik. Ik weet dat negatieve nostalgie tegenwoordig in de mode is: Oh, hoe geweldig was Europa tien, twintig jaar geleden! Maar laten wij eerlijk zijn: over welk Europa spreken wij dan? Was het twintig jaar geleden zoveel beter, toen een groot deel van ons continent geen vrijheid had, toen een groot deel van ons continent verdeeld was door regimes die niet voor vrijheid en democratie waren?

(Applaus)

Was het tien jaar geleden zoveel beter, toen de Balkan het toneel was van bloedbaden? Maakt de Balkan niet eveneens deel uit van Europa? Willen wij de ruimte van vrijheid en democratie niet uitbreiden tot de Europeanen van de Balkan? Daarom houd ik mij buiten deze depressies en dit pessimisme. Ik geloof dat als wij een perspectief hebben, wij zullen inzien dat het noodzakelijk is Europa te laten vorderen. Europa heeft ongetwijfeld moeilijkheden, en de institutionele kwestie is geen geringe moeilijkheid, maar laten wij niet ondergaan in dit negativisme, in dit scepticisme, in dit cynisme, dat tegenwoordig zo in is. Laten wij ons verenigen en ons scharen achter de waarden, zoals bijvoorbeeld - en ik vind het belangrijk dit te onderstrepen - de waarden van het recht. Enkelen onder u hebben Guantanamo genoemd. Wel, laten wij het duidelijk zeggen: niets ter wereld rechtvaardigt dat er door de strijd tegen het terrorisme een vacuüm ontstaat in de eerbiediging van de mensenrechten. In een dergelijk geval moet Europa zijn waarden en overtuigingen hoog houden!

(Applaus)

Laten wij dus trots zijn op Europa! Onze partners in Latijns-Amerika vragen ons: “Hoe zijn jullie daarin geslaagd? Ook wij willen vooruitgang boeken bij onze regionale integratie, maar hoe heeft Europa dat voor elkaar gekregen?”. Als wij met onze Russische, Chinese, Indiase en andere partners spreken, ontvangen wij blijken van groot respect voor Europa, voor het uitgebreid Europa, dat een mogendheid is. Laten wij trots zijn op Europa! Laten wij trots zijn op onze waarden! Als wij dit vertrouwen en deze geest van eendracht uitstralen zullen degenen onder ons die werkelijk in de Europese waarden geloven, de huidige moeilijkheden kunnen oplossen en vooruitgang mogelijk maken in ons Europees project, in het project van een concurrend Europa, een open Europa, maar ook een Europa dat is gegrondvest op de idee van solidariteit, een Europa dat de mondialisering aan kan en niet ondergaat. Dat is ons groot project voor Europa!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Tot besluit van het debat zijn zeven ontwerpresoluties ingediend(1), overeenkomstig artikel 103, lid 2, en 108, lid 5, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag om 12.30 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Uit de verklaringen van de Commissie en de Raad blijkt duidelijk dat de volgende Europese Raad er weer niet in zal slagen de hoognodige maatregelen te nemen om verandering te brengen in wat Commissievoorzitter Barroso Europa’s “crisiscultuur” noemt: ze weigeren in te zien wat de aanleiding is voor de kritiek van de burgers.

Ze gaan zo voorbij aan het feit dat de mensen vooral ontevreden zijn vanwege de huidige maatschappelijke crisis. De Raad houdt zich daar in zijn ontwerpconclusies nauwelijks mee bezig. De hele kwestie is uitgesteld tot maart 2007, wanneer er een verslag over dit onderwerp zal worden uitgebracht. De Raad is er alleen maar op uit om de liberaliseringen voort te zetten en de richtlijn voor het voltooien van de interne dienstenmarkt en het gemeenschappelijk energiebeleid er door te drukken.

De eerste prioriteit is de Grondwetskwestie. In de conclusies wordt daarover niets gezegd, maar het was wel het belangrijkste - eigenlijk enige - onderwerp van de speech die de voorzitter van de Commissie heeft gehouden. Hij wees er met nadruk op dat de Commissie gelooft dat we niets te verliezen hebben als we op dit punt proberen vooruit te komen. Hij vergat daarbij wel te vermelden dat het democratische proces heeft geleid tot het verwerpen van de Europese Grondwet door de burgers van Frankrijk en Nederland. De Europese instellingen moeten het oordeel van deze burgers respecteren.

De Raad heeft nieuwe vormen van propaganda aangekondigd, waaronder een voorstel om volgend jaar een Verklaring over het Politiek Europa uit te brengen. Die verklaring zou door alle instellingen ondertekend moeten worden. Daaruit blijkt wel dat de Raad een benadering blijft volgen die niet volstaat om de bestaande problemen op te lossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE). - (PL) De toekomst van Europa is een hoogst belangrijk onderwerp. Het is niet waar dat een goede Europeaan per se een federalist moet zijn. We kunnen wel degelijk goede Europeanen zijn zonder laaiend enthousiast te zijn over het Grondwettelijk Verdrag. Moet de denkpauze worden verlengd? Dat moet ze zeker, al moeten we er wel voor zorgen dat deze periode ook echt wordt gebruikt om na te denken, en niet voor pleidooien, wensdenken of voor het wekken van de schijn dat er geen alternatief is voor de Grondwet.

We moeten een verlengde denkpauze gebruiken om na te gaan wat de Europeanen echt willen, hoe we een evenwicht kunnen vinden tussen grote en kleine lidstaten, tussen nieuwe en oude lidstaten, tussen de rijkere en armere gebieden, tussen het streven naar concurrentievermogen en het dogma van het Europese sociale model. Dat is geen sinecure. Ik vrees dat we niet in staat zullen zijn deze problemen op te lossen als we in ons denken blijven vasthouden aan de bestaande tekst van het Grondwettelijk Verdrag. Het is ook van belang om open kaart te spelen tegen de Europeanen. Weten we wel zeker dat ze akkoord zullen gaan met de uitbreiding van de Europese Unie als de prijs daarvoor de versterking van het politieke overwicht van de grootste lidstaten is? Zijn alle huidige EU-lidstaten op voet van gelijkheid betrokken geweest bij het opstellen van het Grondwettelijk Verdrag?

Er is al veel gezegd over de noodzaak om Europa dichter bij de burger te brengen, om het voor hen gemakkelijker te begrijpen te maken. Ik hoop dat deze wens ook van toepassing is op het debat over de Europese Grondwet.

 
  
MPphoto
 
 

  Jules Maaten (ALDE). - Het Grondwetsverdrag van de Europese Unie straalde ambities uit die de Unie verder niet waarmaakt. De EU faalt bij de strategie die Europa de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld moet bezorgen, bij de samenwerking bij het bestrijden van de vogelgriep en bij het uitvoeren van een gemeenschappelijk buitenlands beleid. Waarom de ambitie van een heuse Grondwet, als we op al die andere terreinen al geen goede afspraken kunnen maken, of de afspraken schenden die er wel zijn, zoals het stabiliteitspact, zo vragen de Europeanen zich begrijpelijkerwijs af.

We moeten bescheidener zijn. Laten we eerst de werkelijk noodzakelijke institutionele hervormingen doorvoeren. Deze veranderingen, beschreven in hoofdstuk 1 van het grondwettelijk verdrag van 2004, hebben dan het karakter van een gewoon verdrag en vereisen niet per se een referendum in elke lidstaat.

Op termijn dient ook het Handvest van de Europese grondrechten een verdragstekst te worden. Nu geeft het precies de grondwettelijke lading aan het huidige ontwerpverdrag, waar de Unie niet klaar voor is. Ik had zelf graag de rechtstreekse verkiezing van de voorzitter van de Europese Commissie zien opgenomen. Zo lossen we echter in ieder geval de urgentste problemen op en versterken zowel het Europese Parlement als de nationale parlementen.

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 10 augustus 2006Juridische mededeling