Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0328/2006

Debatten :

PV 14/06/2006 - 9
CRE 14/06/2006 - 9

Stemmingen :

PV 15/06/2006 - 9.10
CRE 15/06/2006 - 9.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


Debatten
Donderdag 15 juni 2006 - Straatsburg Uitgave PB

10. Stemverklaringen
PV
  

- Verslag-Morillon (A6-0169/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Het doel van dit verslag is degenen die werkzaam zijn in deze sector te steunen en de mogelijkheid te bieden op een betere bedrijfsvoering zodat ze zich kunnen concentreren op het leiden van hun onderneming. Dit geldt met name voor middelgrote en kleine ondernemingen.

Dit zal de wetgeving beduidend vereenvoudigen en een einde maken aan onnodige bureaucratie.

Ik ben ervan overtuigd dat ook de lidstaten verheugd zullen zijn over dit voorstel, aangezien hun werkdruk hierdoor aanzienlijk wordt verlicht.

In dit voorstel wordt erkend dat alle landen met een bloeiende visserijsector op eigen wijze georganiseerd zijn en als gevolg daarvan verschillende behoeften hebben. Wij zullen de gelegenheid krijgen ervoor te zorgen dat de gegevens gecoördineerd worden verzameld. Bovendien zullen deze gegevens gemakkelijk beschikbaar kunnen worden gesteld aan alle betrokken partijen.

Ik ben het met de rapporteur eens dat er een kosten-batenanalyse van het systeem moet worden gemaakt, met verslagen over de beste praktijken voor het verlichten van de werkdruk voor de nationale instanties, waarbij de bruikbaarheid en de kwaliteit van de gegevens moet worden vergroot.

 
  
  

- Verslag-Buzek (A6-0202/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) Dames en heren, ik ben zeer teleurgesteld over de opstelling van het Europees Parlement in ethische kwesties. Ik ben met name tegen het verlenen van financiële steun aan onderzoek waarbij menselijke embryo’s voor reproductie worden gebruikt. Dit is verboden in een aantal lidstaten en druist in tegen de bescherming van het leven en de waardigheid van de mens vanaf het moment van conceptie tot de natuurlijke dood. Ondanks deze bedenkingen heb ik vóór het verslag-Buzek over het zevende kaderprogramma gestemd, omdat ik me realiseer hoe belangrijk dit is voor de toekomst van Europa en voor zijn streven de meest concurrerende internationale economie te worden.

Ik zie dit programma als een soort handleiding voor de Lissabon-strategie. Het geeft mij de hoop dat het toewijzen van middelen voor onderzoek en ontwikkeling ervoor zorgt dat Europa zijn onderzoekskennis behoudt en gebruikt voor de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige projecten waarmee de kwaliteit van het leven van de Europese burger op het gebied van milieu, vervoer, energie en in de gezondheidssector wordt verbeterd. Staat u mij toe mijn eigen land als voorbeeld te nemen. Slowakije is onder andere van het zevende kaderprogramma afhankelijk om de bouw van het Cyclotron behandelingscentrum te kunnen afronden en in gebruik te kunnen nemen. Hier zullen verschillende vormen van kanker worden behandeld met inwendige protonenbestraling, een vorm van therapie die veel minder ingrijpend is dan conventionele radiotherapie. Tot op heden zijn veertigduizend patiënten behandeld met deze uiterst effectieve moderne behandeltechniek.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristina Gutiérrez-Cortines (PPE-DE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de Europese burgers en onderzoekers feliciteren met de goedkeuring van het verslag Buzek over het zevende kaderprogramma.

Ik denk dat dit een hoopgevende zaak is voor degenen die geloven in fundamenteel onderzoek, met de instelling van een Europese Onderzoeksraad, en in het meest geavanceerde grensverleggende onderzoek, ondanks alle risico's die dat soort onderzoek met zich meebrengt.

Ik denk ook dat dit een steun betekent voor het midden- en kleinbedrijf en perspectieven biedt aan al diegenen die afhankelijk zijn van onderzoek op gezondheidsgebied, iets waarop sterk is gehamerd en waarvoor de begroting van dit programma is verruimd, en bovendien met steun van alle fracties.

Ik denk dat de situatie hoopgevend is. Nu moeten we onderzoekers stimuleren deel te nemen aan het project, universiteiten en regio's de ondersteuning bieden om ervoor te zorgen dat zij meedoen aan deze gemeenschappelijke taak, zodat wij allen kunnen samenwerken voor iedereen.

Ten slotte is het een programma dat veel flexibeler en opener is dan vorige programma's, en dat enthousiast put uit humaniora, historisch erfgoed en andere culturele aspecten. Mijn felicitaties aan iedereen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lapo Pistelli (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, het zevende kaderprogramma heeft vanmorgen in dit Parlement grote, vrijwel unanieme bijval geoogst. Zoals wij weten, gaat het hier om een aanzienlijke economische krachtsinspanning die Europa onderneemt in overeenstemming met de strategie van Lissabon.

Het zal u niet ontgaan zijn dat er een uitgebreide discussie is ontstaan rond artikel 6 over bio-ethiek; het zogenaamde compromis daarover van de Commissie industrie, onderzoek en energie is aangenomen met een marge van net iets meer dan veertig stemmen. Dat is zonder meer een ruime marge, maar een ruime meerderheid is het niet. Tegelijkertijd zijn strengere amendementen over dit onderwerp, bijvoorbeeld het amendement van collega Niebler over stamcellen, die volgens sommigen van ons verstandiger waren, verworpen met minder dan twintig stemmen.

De delegatie van de Italiaanse partij La Margherita heeft deze amendementen gesteund. Met deze verklaring wil ik onderstrepen dat het Parlement en de Commissie, gezien het hevige debat dat is ontstaan naar aanleiding van een vraagstuk waarmee uiteindelijk minder dan 1 procent van de middelen gemoeid is, het voorzorgsbeginsel in acht zouden moeten nemen. We moeten immers niet onderschatten welke impact dit onderwerp heeft op diezelfde publieke opinie waarop wij een beroep doen wanneer we vragen om steun voor Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil zonder enig voorbehoud zeggen dat de leden van de Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP) achter de duidelijke houding van de Bondsregering staan in verband met de kwestie-Euratom. Ons stemgedrag was in overeenstemming met het resultaat van het referendum in Oostenrijk. Ik vind het ook jammer dat het amendement van mevrouw Niebler over de ethische vraagstukken is verworpen. De ÖVP-delegatie is absoluut tegen onderzoek waarbij embryo’s worden vernietigd.

 
  
  

- Verslag-Buzek (A6-0203/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, volgens mij probeert de atoomlobby telkens nieuwe miljarden te ontfutselen voor kernenergieprojecten door ons schone, veilige en milieuvriendelijke energie te beloven, zonder werkelijk alle kosten te noemen, en zonder die belofte te kunnen houden.

De begroting voor onderzoek naar kernenergie is zeven tot acht keer hoger dan de bedragen die worden uitgegeven voor hernieuwbare energiebronnen. Als we de eigenlijk kosten zouden meetellen, bijvoorbeeld voor de definitieve opslag van het kernafval, en de indirecte kosten van een mogelijke nucleaire besmetting, dan zou duidelijk worden dat kernenergie niet alleen heel gevaarlijk is, maar ook niet rendabel.

Volgens mij mag er zeker geen nieuw geld worden uitgegeven aan de kernenergie. Dat geld moet worden gebruikt om hernieuwbare energiebronnen te bevorderen, en de energie-efficiëntie te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben absoluut tegen de atoomtechnologie en tegen het gebruik van deze technologie voor het opwekken van energie. Daarom is het voor mij vanzelfsprekend dat ik bij de eindstemming tegen het verslag-Buzek heb gestemd. Ik wilde ook tegen amendement 24 stemmen, maar heb de indruk dat de apparatuur het niet deed. Daarom herhaal ik het voor alle duidelijkheid: ik heb tegen amendement 24 gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  James Hugh Allister (NI), schriftelijk. (EN) Ik heb mijn stem gebruikt om als protest tegen het financieren van onderzoeksactiviteiten die zijn gericht op het klonen van menselijke embryo’s de amendementen 354 en 352 te steunen. Het voorstel van de commissie heeft de maatregelen in het originele voorstel van de Commissie afgezwakt door de financiering van onderzoek naar zogenaamde overschotembryo’s toe te staan en daarbij geen verbod in te stellen op het verkrijgen van financiële steun die in strijd is met het Verdrag van Oviedo (het klonen voor onderzoeksdoeleinden en ingrepen in de kiemlijn). Ik blijf er bovendien bij dat nationale normen en wetgeving niet ondergeschikt mogen worden gemaakt of verwaterd mogen raken door activiteiten vanuit de EU, waaronder door de EU gefinancierd onderzoek.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer (Verts/ALE), schriftelijk. (DE) Het besluit van het Europees Parlement in eerste lezing is een ramp. Het Parlement is er niet in geslaagd om duidelijke, ethische grenzen te stellen voor de Europese Commissie met betrekking tot het onderzoeksbeleid. Het krappe resultaat van de stemming is echter hoopgevend, en misschien kunnen we dit resultaat in de Raad en in de tweede lezing corrigeren.

Het is een bewijs van onvermogen dat het Parlement de kans om ethisch onbedenkelijke en veelbelovende alternatieven te bevorderen niet heeft benut. Het is onaanvaardbaar om menselijke embryo’s als grondstof te misbruiken. Dat zou het gevaar met zich mee kunnen brengen dat het menselijk leven tot handelswaar wordt, en dat vrouwen worden misbruikt als donor van eicellen. Bovendien zou het vertrouwen in de EU er wel eens onder kunnen lijden wanneer er subsidies worden gegeven voor onderzoek met embryonale stamcellen, waarbij glashelder is dat de menselijke waardigheid en de mensenrechten ondergeschikt worden gemaakt aan financiële belangen.

Het zou ongehoord zijn als we van de Duitse belastingbetaler zouden verwachten dat hij opnieuw betaalt voor projecten die volgens de Duitse wet verboden zijn. In het huidige zesde kaderprogramma voor onderzoek worden nu al zes projecten gesubsidieerd die niet in overeenstemming zijn met het Duitse recht, hoewel het Europees Parlement was beloofd dat dit niet zou gebeuren.

Nu is de Raad aan zet. Hij moet deze ethische wantoestand corrigeren. De Duitse Bondsregering moet duidelijk maken dat dit indruist tegen het subsidiariteitsbeginsel, en het bovendien zeer problematisch is om onderzoek te subsidiëren dat ethisch dermate omstreden is, en bovendien niet verenigbaar is met het Duitse recht.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE), schriftelijk. (EN) Ik onderschrijf de noodzaak die in het verslag-Buzek wordt geschetst om het Intas-programma voort te zetten en de activiteiten die onder dit programma vallen te financieren uit de programma’s “Samenwerking”, “Mensen” en “Capaciteiten”. Intas is het enige pan-Europese door de EU gefinancierde programma ten behoeve van wetenschappelijke samenwerking met de NIS-landen, waaronder de wetenschappelijke gemeenschap in Ierland en Noord Ierland. Het programma moet blijven bestaan.

De onderzoeks- en opleidingsnetwerken moeten eveneens worden voortgezet, met name de flexibele steun uit hoofde van KP5 en KP6 die een positieve combinatie van zowel beginnende als ervaren onderzoekers tot stand heeft gebracht. Beginnende onderzoekers profiteren zeer van de praktische steun en het advies van meer ervaren onderzoekers. De combinatie van beide draagt bij aan een toename van de mobiliteit van onderzoekers. Deze aanpak moet blijven bestaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Brigitte Douay (PSE), schriftelijk. – (FR) De groei en het concurrentievermogen van de Unie hangen voor een groot deel samen met haar vermogen om onderzoek en innovatie te ontwikkelen. In 2000 hebben de staatshoofden en regeringsleiders in Lissabon toegezegd dat zij de Europese kenniseconomie zouden bevorderen door hieraan vanaf 2010 3 procent van het bruto nationaal inkomen te besteden.

In het verslag van de heer Buzek, waar ik donderdag vóór gestemd heb, wordt het accent gelegd op de doelstellingen en uitdagingen van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling. Er zijn twee onderdelen die mij in het bijzonder voor de geest staan en die betrekking hebben op regionale ontwikkeling: de kennisregio’s en de steun aan KMO’s. Het is noodzakelijk het onderzoekspotentieel van de regio’s van de Unie te versterken door het bevorderen van regionale onderzoeksclusters, waaraan universiteiten, onderzoekscentra, ondernemingen en regionale autoriteiten deelnemen. In het verslag wordt tevens aanbevolen de innovatiecapaciteit van de KMO’s te versterken door hen aan te moedigen zich bij netwerken aan te sluiten en door de toegang van KMO’s tot het kaderprogramma te vergemakkelijken.

Op deze manier wordt met het verslag beoogd van onderzoek een echt instrument voor regionale ontwikkeling te maken, hoewel het te betreuren valt dat de aan deze belangrijke Europese ambitie toegewezen middelen verminderd zijn, vanwege de vermageringskuur die de financiële vooruitzichten hebben ondergaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk.(PT) Ik heb gestemd vóór het verslag-Buzek over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007 tot 2013). Ik geloof namelijk dat het voor het slagen van de Strategie van Lissabon van fundamenteel belang is dat we investeren in onderzoek en technologische ontwikkeling.

Er moet meer worden geïnvesteerd in het onderzoek naar klimaatverandering en de samenhang tussen klimaatverandering en natuurrampen. Er zullen ook extra investeringen moeten worden gedaan in het onderzoek naar energiebronnen die als alternatief voor fossiele brandstoffen kunnen dienen.

Ik geloof dat onderzoek naar embryonale stamcellen – een uiterst veelbelovend onderzoeksterrein dat heel bemoedigende resultaten heeft opgeleverd voor de behandeling van, onder andere, de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer – gefinancierd moet worden via dit kaderprogramma. De ethische comités dienen daarbij per geval zeer strikt te beoordelen of middelen kunnen worden toegewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór dit verslag gestemd. De toekomst van Europa hangt af van de mogelijkheden hightech banen te scheppen die een hoog kennisniveau vereisen en een grote toegevoegde waarde hebben. Die werkgelegenheid wordt gecreëerd door te investeren in marktgericht onderzoek en ontwikkeling. Er is inmiddels meer geld beschikbaar maar het is nog niet genoeg, met name gezien de ongelofelijke verkwisting van gelden ten gunste van het gemeenschappelijk landbouwbeleid; Europese koeien hebben met twee dollar per dag meer te besteden dan 700 miljoen Chinezen.

Verder ben ik verheugd over het goedkeuren van het door de commissie ingediende amendement 66. Volgens dit amendement mogen fondsgelden voor stamcelonderzoek worden aangewend wanneer het onderzoek op grond van nationale wetgeving is toegestaan en nauwkeurig wordt gecontroleerd. We weten allemaal dat stamcelonderzoek het leven van mensen drastisch kan veranderen. Ik wil hun dat politieke voordeel niet onthouden, noch het verplaatsen van stamcelonderzoek van Europa naar het verre Oosten stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Ik geloof dat dit één van de belangrijkste documenten van deze zittingsperiode is. Het gaat immers over een cruciaal onderwerp: het financieren van projecten voor technologische ontwikkeling op een aantal verschillende gebieden.

In het hoofdstuk over de visserij zijn amendementen opgenomen gericht op een onafhankelijker benadering van deze sector. De voorstellen zijn volgens mij heel zinvol. Gelet op de crisis die de visserijsector doormaakt, vertegenwoordigen ze een stap in de juiste richting.

De Europese visserijsector kan alleen met meer en betere technologie weer rendabel en concurrerend worden.

Ik geef derhalve mijn onvoorwaardelijke steun aan de suggestie om in het zevende kaderprogramma een apart hoofdstuk te wijden aan de visserij en de duurzame exploitatie van de oceanen. Ook de overige in dit verslag voorgestelde maatregelen kunnen op mijn steun rekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Om ethische redenen die voor de hand liggen, moet het klonen van mensen volledig verboden worden. Wij mogen hierover geen twijfel laten bestaan. Helaas werken het zevende kaderprogramma en bepaalde amendementen die ons vandaag worden voorgelegd, twijfel hierover in de hand, doordat uitsluitend het klonen voor reproductieve doeleinden van communautaire financiering wordt uitgesloten, en niet het klonen voor therapeutische doeleinden. Deze semi-legitimering is gevaarlijk. Hierbij wordt uitgegaan van het idee dat een menselijk wezen, als dit nog in ontwikkeling is, simpelweg als materiaal kan worden beschouwd, en dat is onaanvaardbaar.

Bovendien voorziet dit programma ook in de mogelijkheid om onderzoek naar embryonale stamcellen te financieren. Ik weet – hoewel ik het niet goedkeur – dat bepaalde lidstaten van de Europese Unie dit toestaan. Het is ongepast dat wij ons, in het kader van een stemming over de financiering van onderzoek, uitspreken over de wetgeving van lidstaten. Aan de andere kant zouden landen die deze praktijken verbieden, niet verplicht moeten worden ze met Gemeenschapsgelden te financieren, en daarom zou voor dit onderzoek dus geen gebruik mogen worden gemaakt van de financiële middelen van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling.

Daarom hebben wij tegen deze bepalingen gestemd, en hebben wij onze goedkeuring voorbehouden aan andere onderzoeksprogramma’s uit dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Als we ons standpunt over diverse kwesties bepalen, moeten we altijd nadenken of besluiten over deze vraagstukken werkelijk op EU-niveau moeten worden genomen, en niet zoals in dit geval, over de vraag hoe de EU het door een bepaald establishment gewenst wetenschappelijk onderzoek erdoor kan drukken.

Er komt niet méér geld voor onderzoek beschikbaar doordat lidstaten dat geld via autoriteiten van de EU ter beschikking stellen. Wel komt er meer bureaucratie en stijgen de kosten. Institutionele concurrentie tussen landen om goede oplossingen te vinden leidt tot snellere vooruitgang dan een centrale sturing op hogere niveaus.

De vraag die in plaats daarvan had moeten worden gesteld, is: wat kan de EU voor het wetenschappelijk onderzoek doen wat de landen zelf niet kunnen? In beginsel kan dat onderzoek worden beperkt tot het vrije verkeer van onderzoekers in de EU, netwerken van onderzoekers en grootschalig onderzoek op terreinen als energie uit kernfusie. Dat zijn de gebieden waartoe het onderzoeksbeleid van de EU moet worden beperkt, conform het subsidiariteitsbeginsel.

We kunnen dus geen steun geven aan stamcelonderzoek op communautair niveau, omdat dat ertoe kan leiden dat lidstaten worden gedwongen om deel te nemen aan de financiering van onderzoek dat strijdig is met nationale wetten op dat gebied. We willen er echter op wijzen dat wij warme aanhangers zijn van de Zweedse wetten en regels voor dit soort onderzoek.

Aangezien hier duidelijk niet in termen van subsidiariteit is gedacht, heeft de Zweedse partij Junilistan tegen het verslag in zijn geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het standpunt van het Parlement met betrekking tot het zevende kaderprogramma voor de periode 2007-2013 bevat een contradictie als je de retoriek afzet tegen de omvang van de middelen. De EU beweert een maatschappij te zijn die gericht is op “kennis, onderzoek en technologie”, maar toch blijkt dat er in de EU-begroting voor het verwezenlijken van deze doelstelling 21 miljoen euro minder beschikbaar wordt gesteld dan de Commissie aanvankelijk had voorgesteld.

Ik wil er ook graag op wijzen dat er in de context van de prioriteiten voor dit zevende kaderprogramma pogingen zijn ondernomen om ook onderzoek als een op de markt verhandelbaar “product” te beschouwen. Een heel winstgevend product, overigens. Het komt er dus op neer dat men via dit zevende kaderprogramma probeert onderzoek te commercialiseren, met alle negatieve gevolgen van dien voor publiek onderzoek.

Dit voorstel bevat een aantal positieve punten, maar wij geloven wel dat publiek onderzoek op het gebied van het milieu, onderwijs en gezondheidszorg ook tot de prioriteiten van een dergelijk belangrijk instrument zouden moeten behoren. We zijn daarom ernstig teleurgesteld dat een aantal voorstellen met betrekking tot veiligheid op het werk, de preventie van met het werk samenhangende aandoeningen en het gebruik van ICT voor duurzame ontwikkeling en economische en sociale insluiting is verworpen.

We hebben daarom tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Gay Mitchell (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik ben een groot tegenstander van onderzoek naar menselijke embryo’s. Ik heb vóór de Gargani/Záborská-amendementen gestemd. Deze amendementen zijn verworpen. Omdat ik van mening was dat dit in het belang was van het grote geheel, heb ik vervolgens – zoals werd aanbevolen door de heer Gargani (en vooraanstaande christelijke organisaties) – vóór de amendementen van mevrouw Niebler gestemd. Ik heb dit gedaan in de overtuiging dat hiermee het stamcelonderzoek met menselijke embryo's van vóór 31 december 2003 (reeds vernietigde embryo's dus) aan banden zou worden gelegd en dat er geen nieuwe menselijke embryo’s gecreëerd zouden worden om vervolgens voor onderzoeksdoeleinden vernietigd te worden.

Ik heb dit met name gedaan omdat de twee reeksen amendementen (van de commissie en de heer Purvis) als volgende aan de beurt waren en het er in dat stadium op leek dat ze aangenomen zouden worden. Dat is voor mij de slechtst denkbare situatie. Terwijl de amendementen van zowel de heer Gargani als mevrouw Niebler werden verworpen, werd het volgende amendement (commissie) zoals ik al vreesde, aangenomen. Ik heb hiertegen gestemd. Ik voel me niet prettig bij het stemmen voor het amendement-Niebler, maar ethisch gezien is het een beter standpunt dan het creëren van nieuwe embryo’s voor vernietiging. Iemand doden omdat je zijn lever wilt hebben voor onderzoek is moord. Het gebruiken van een lever van een overledene voor onderzoek is een ander verhaal, maar werpt evengoed belangrijke morele en ethische vragen op.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL), schriftelijk. (DE) In het zevende kaderprogramma voor onderzoek van de EU wordt voor het eerst een eigen begrotingslijn vastgesteld voor het zogenaamde veiligheids- en defensieonderzoek. Vanaf 2007 zal de EU enorme bedragen investeren in dit onderzoek, waaraan heel wat problemen kleven. Bovendien zal er bij het verdelen van dit geld voor onderzoek ten dele worden samengewerkt met het Europees Defensieagentschap (EDA). Defensiebedrijven als EADS en BAE Systems zullen in hoge mate kunnen meebepalen hoe het geld wordt gebruikt.

Ten eerste is het de bedoeling om in het kader van de zogenaamde Lissabon-strategie van de wapentechnologie een toonaangevende technologie te maken. Ten tweede bereikt de EU door de enorme steun voor het wapenonderzoek weer een mijlpaal op weg naar het oprichten van een snelle interventiemacht en gevechtsgroepen.

Ten derde wordt er geprobeerd om een militaire dimensie te geven aan het ruimtevaartonderzoek. Het is bijvoorbeeld de bedoeling om subsidies te geven voor GMES (wereldwijde monitoring van milieu en veiligheid), terwijl officieel is aangekondigd dat dit systeem bedoeld is om de Europese Unie in staat te stellen om haar strategische rol te spelen.

Uit de geschiedenis is gebleken dat toenemende defensie-uitgaven, en dus ook voor het onderzoek op dat gebied, altijd een teken zijn dat er meer oorlogen en conflicten op komst zijn. Ondanks alle beweringen dat de wapens met een “chirurgische precisie” worden ingezet, is het aantal oorlogsslachtoffers, vooral onder de burgerbevolking, parallel met de technische ontwikkeling van de wapens gestegen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Het communautaire kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling is bijzonder belangrijk, al was het alleen maar omdat het een van de programma’s is waarvoor de EU het meeste geld vrijmaakt.

Het kaderprogramma is in vier specifieke programma’s onderverdeeld – Samenwerking, Mensen, Ideeën en Capaciteiten. Het zal aanzetten tot innovatie en bijdragen tot het bevorderen van het concurrentievermogen van Europa.

Van deze vier specifieke programma’s noem ik met name “Samenwerking”. Dit onderdeel heeft de ruimste begroting en is gericht op de deelname van de industrie aan onderzoek, de ontwikkeling van nieuwe projecten, en het bevorderen van de samenwerking met onderzoekscentra en universiteiten.

In het verslag wordt ook de nodige aandacht geschonken aan de KMO’s. De deelname van deze categorie ondernemingen wordt in dit nieuwe kaderprogramma vergemakkelijkt door de technologieplatforms een ondersteunende rol te geven.

Dit programma speelt ook een belangrijke rol in de context van de regionale ontwikkeling, omdat er een verband wordt gelegd met de structuurfondsen. Er wordt gewezen op de noodzaak om bij het toekennen van middelen rekening te houden met de convergentieregio’s. Vrijwel het gehele Portugese grondgebied valt onder die noemer. Het programma stelt tot slot dat lokale en regionale autoriteiten betrokken moeten worden bij de besluitvorming aangaande de toekenning van fondsen voor de aanleg van nieuwe infrastructuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór de amendementen 352, 353, 354, 355, 356 en 357 van Gargani, Záborská en anderen gestemd omdat het volgens deze amendementen niet is toegestaan dat de EU embryonaal stamcelonderzoek financiert, maar dat het aan de lidstaten zelf is om vanuit de nationale begroting subsidies te verstrekken als ze dat willen. In deze amendementen wordt erkend dat het verwerven van embryonaal materiaal voor onderzoek uitbuitend en ethisch onverantwoord is en dat EU-middelen bovendien niet kunnen worden aangewend voor onderzoek dat illegaal is in verschillende lidstaten omdat dit is strijd is met het subsidiariteitsbeginsel. Desalniettemin wordt in deze amendementen ander veelbelovend en niet controversieel stamcelonderzoek aangemoedigd – zoals volwassen- en navelstrengstamcelonderzoek. Deze amendementen zijn reeds goedgekeurd door de Commissie juridische zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid.

Op het moment dat de Gargani-amendementen werden verworpen heb ik in een poging de schade te beperken vóór de amendementen 319 en 358 van Niebler en anderen gestemd. In deze amendementen wordt het met EU-gelden financieren van onethisch stamcelonderzoek bij bestaande embryo's van vóór 31 december 2003 toegestaan. Dit amendement is een compromis. Hiermee wordt een poging gedaan de schade te beperken door het creëren van nieuwe embryo's voor onderzoek tegen te houden en elke ontwikkeling op het gebied van klonen te verhinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben verheugd dat ik onder andere vóór het opnemen van stamcelonderzoek in dit verslag heb gestemd. Wetenschappelijk onderzoek kan leiden tot verbetering van de behandelmethoden voor chronische ziekten die met de traditionele wetenschappelijke benaderingen niet kunnen worden behandeld.

Iedereen die in zijn omgeving patiënten heeft meegemaakt die leden aan slopende, chronische ziekten hoopt op nieuwe behandelmethoden. Ik weet uit eigen ervaringen met familieleden dat de stemming van vandaag het leven van honderden burgers in de EU kan veranderen.

Er is, op een ander terrein, een toenemende noodzaak om een aantal bedrijfstakken te betrekken bij de onderzoeksprogramma's. Er wordt nog te weinig gedaan om die bedrijfstakken hiervoor gereed te maken. Er moet meer gebeuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (PSE), schriftelijk. – (FR) Afgezien van de teleurstelling die de vermindering van de financiële middelen heeft teweeggebracht, is de stemming over dit verslag van essentieel belang en biedt deze hoop voor de onderzoekswereld, maar ook voor al diegenen die lijden en die er verlangend naar uitzien dat er met dit onderzoek vooruitgang wordt geboekt.

Ik wil hier het obscurantisme van bepaalde conservatieve afgevaardigden aan de kaak stellen, die het embryo-onderzoek verwerpen, terwijl dit juist een bron van zo veel hoop is. Geavanceerd onderzoek in deze sector heeft namelijk al tot enorme vooruitgang geleid in onze kennis van ziekten als de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer. Gelukkig zijn de amendementen 352, 354, 319, 356, 357 en 358 van de heer Gargani, mevrouw Niebler en mevrouw Záborská verworpen. Het spreekt niettemin vanzelf dat dit embryonaal stamcelonderzoek onder zeer strikte ethische voorwaarden dient plaats te vinden.

Ten slotte wil ik behalve de rapporteur, de heer Buzek, in het bijzonder ook mijn collega en leider van de Belgische socialistische delegatie, de heer Busquin, prijzen, die zich in aansluiting op zijn indrukkende werk als Europees commissaris voor Onderzoek, onvermoeibaar blijft inzetten om onderzoek te promoten binnen onze parlementaire gelederen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Vlasto (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór dit nieuwe kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling gestemd, omdat wij het voorstel van de Commissie wezenlijk verbeteren en omdat wij ambitieuzer zijn dan de Raad.

Met een budget dat past bij onze ambities – ruim 50 miljard euro, oftewel drie keer zoveel als hiervoor – verschaffen wij voldoende middelen om onze onderzoekers in Europa te houden en om onderzoekers uit derde landen aan te trekken.

Met het zevende kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, en zijn vier specifieke programma’s, zal het mogelijk zijn de Europese onderzoeksruimte rond tien hoofdthema’s op te bouwen. Ik heb ook mijn steun gegeven aan de instelling van een specifieke rubriek voor veiligheid, aangezien deze kwestie een speerpunt blijft voor onze burgers. Daarnaast verheugt het mij dat mijn amendementen met betrekking tot het thema “gezondheid” voor het merendeel zijn aangenomen.

Dit programma omvat tevens een aantal nieuwe aspecten, zoals de gezamenlijke technologie-initiatieven, die ondernemingen, en met name de kleinste ondernemingen, in staat zullen stellen zich aan te sluiten bij onderzoekscentra in een specifieke sector. Wij streven er dus ook naar om de innovatie in Europa weer op gang te brengen, en daarmee onze ondernemingen en onze werkgelegenheid te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik eerbiedig de nationale wetgeving van mijn land, Slowakije, de wens van mijn kiezers en mijn eigen geweten. Daarom heb ik de wetgevingsresolutie niet gesteund.

Eerbiediging van het menselijk leven en van de integriteit van vrouwen is heilig. Het is onverantwoord om projecten uit hoofde van het kaderprogramma voor onderzoek te financieren waarbij eicellen van vrouwen worden geëxploiteerd of het menselijk embryo wordt vernietigd.

Uit het kaderprogramma wordt onderzoek gefinancierd dat in verschillende lidstaten verboden is, waaronder mijn eigen land, Slowakije, met geld van de Slowaakse belastingbetalers. Is het dan geen leugen om te beweren dat de Europese Unie, en met name de Commissie, de diversiteit en soevereiniteit van de lidstaten eerbiedigt, als zij bereid is illegale projecten te financieren?

Als de communautaire begroting al tekortschiet om aan onze alledaagse behoeften te voldoen, waarom zou men dan het geld van de belastingbetalers over de balk gooien voor onderzoek dat geen enkel tastbaar voordeel oplevert?

Daarom hebben de Commissie juridische zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, waarvan ik lid ben, zich uitgesproken voor een verbod op de financiering of medefinanciering van onderzoek dat in sommige lidstaten illegaal is of dat de vernietiging van menselijke embryo’s, het klonen van mensen, het uitbuiten van vrouwen voor het verkrijgen van hun eicellen, het ingrijpen in de menselijke kiemlijn voor eugenetische doeleinden of het creëren van hybride cellen zoals chimaeren met zich meebrengt.

 
  
  

- Verslag-Costa (A6-0194/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bradbourn (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse Conservatieven steunen de gemeenschappelijke regels voor de beveiliging van de burgerluchtvaart in de EU. Wij zijn echter tegen het uitbreiden van de bevoegdheden van de Commissie. Deze uitbreiding zou de lidstaten namelijk kunnen belemmeren bij hun zware taak vast te stellen of er op hun grondgebied meer beveiligingsmaatregelen genomen moeten worden. Wij kunnen bovendien geen steun geven aan het uitbreiden van de regelgeving met betrekking tot de veiligheid tijdens de vlucht, noch aan het uitbreiden van de bevoegdheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart – in ieder geval totdat het agentschap heeft bewezen dat het in staat is zijn huidige veiligheidstaken naar behoren en op efficiënte wijze uit te voeren.

Derhalve hebben de Conservatieven zich bij de eindstemming van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb gestemd vóór deze amendementen, die zijn opgesteld om de belangen van kiezers in Gibraltar te beschermen. Het is een schandaal dat de gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart niet automatisch op Gibraltar van toepassing zijn omdat Spanje weigert Gibraltar als volwaardig onderdeel van de Europese Unie te zien. Deze voortdurende pesterij roept in Gibraltar uiteraard felle reacties op. Naar mijn menig is het beter goedschiks naar een langetermijnoplossing te zoeken dan kwaadschiks.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik zou in deze stemverklaring willen toelichten waarom ik me van stemming heb onthouden over de amendementen 90 en 91. Het is toch onaanvaardbaar dat we regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart voor alle luchthavens op het grondgebied van de lidstaten vastleggen, en dat we in een speciale clausule bepalen dat deze verordening niet geldt voor het vliegveld van Gibraltar? Hoe kunnen we het woord Unie in de mond nemen als algemeen geldige wetten plotseling niet meer gelden voor bepaalde gebieden?

Zowel Spanje als het Verenigd Koninkrijk maken deel uit van de Europese Unie. Ik ben van mening dat hun conflicten niet ten koste van de Europese Unie mogen gaan, en vooral niet ten koste van de beveiliging van de burgerluchtvaart, het onderwerp van dit verslag. De maatregelen en regels die in dit verslag worden behandeld hebben betrekking op het verhinderen van wederrechtelijke daden in de burgerluchtvaart, en zouden in het belang van het welzijn van alle passagiers op alle luchthavens van de EU moeten gelden.

 
  
MPphoto
 
 

  Seán Ó Neachtain (UEN), schriftelijk. (EN) Ik juich het voorstel voor gemeenschappelijke regels op het gebied van de burgerluchtvaart dat vandaag op tafel ligt, van harte toe. Na de ervaring die in de nasleep van 11 september op het gebied van beveiliging is opgedaan, denk ik dat nu de tijd is aangebroken om basisbeginselen in de wetgeving te verankeren om te bepalen wat er gedaan moet worden om de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke daden.

Alle lidstaten moeten één lijn trekken met betrekking tot gemeenschappelijke regels over veiligheidscontroles, doorzoekingen, bewaking, verboden voorwerpen en veiligheidspatrouilles, om maar een paar zaken te noemen.

Ik ondersteun de innovatieve aanpak van de Commissie, die regels voorstelt over veiligheidsmaatregelen tijdens vluchten. Een minder warm voorstander ben ik echter van de amendementen op dit voorstel die het gebruik van gewapende meereizende beveiligingsagenten of sky marshals verplicht te stellen. Ik denk dat het belangrijk is dat lidstaten niet wettelijk verplicht worden om gewapende meereizende beveiligingsagenten op binnenlandse of buitenlandse vluchten in te zetten of te aanvaarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. – (FR) Vanmorgen heeft het Parlement het verslag-Costa over gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart aangenomen. Nu het vakantieseizoen nadert en miljoenen passagiers zich opmaken voor een vlucht naar hun droombestemming – ongeveer 16 miljoen per jaar vanaf de Luchthaven Brussel-Nationaal –, lijkt het mij niet overbodig nog eens te wijzen op bepaalde essentiële veiligheidsvoorschriften aan boord van vliegtuigen. Hoewel sommige mensen wellicht zullen mopperen omdat ze zich aan strenge controles moeten onderwerpen, denk ik dat dit de prijs is die wij moeten betalen. De doorstroming zal er misschien onder lijden, maar uiteindelijk zal iedereen er baat bij hebben wat de veiligheid betreft.

Dit verslag omvat een reeks herzieningen van een verordening die in 2002 werd aangenomen naar aanleiding van de aanslagen van 11 september 2001. In de discussies over veiligheid zou de nadruk moeten worden gelegd op de basisnormen voor controles, bewaking, verboden voorwerpen en veiligheidsagenten aan boord van vliegtuigen. Er is maar één doelstelling, namelijk een grotere samenhang in het gevoerde beleid, gericht op “one-stop security” in alle lidstaten van de Europese Unie.

 
  
  

- Verslag-Langen (A6-0200/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Slovenië voldoet aan de criteria van Maastricht, die de heer Prodi zelf onlangs nog als “stom” betitelde. Daarom kan dit land de eenheidsmunt aannemen, waar het om heeft verzocht. Overigens zal Slovenië het enige land in de eurozone zijn dat aan deze fameuze criteria voldoet.

Het feit dat wij ons met betrekking tot deze kwestie van stemming onthouden, betekent niet dat wij het verzoek van Slovenië verwerpen. Wij zullen niet tegen het Sloveense verzoek stemmen, als dat werkelijk is wat dit land, en vooral zijn bevolking, wil. Wij kunnen echter niet toestaan dat een nieuw land toetreedt tot de minst dynamische economische ruimte ter wereld, die opgezadeld is met een monetair beleid dat onze toch al geringe groei om zeep helpt, en met een ongunstig – want niet-bestaand – wisselkoersbeleid.

De euro aannemen is geen goed idee. Wij Fransen weten dit. Frankrijk heeft het gedaan en betaalt er een hoge prijs voor.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Wij hebben besloten om ons bij de eindstemming over dit verslag van stemming te onthouden. Het is aan de burgers van Slovenië om, liefst door middel van een referendum, te beslissen of ze willen dat hun land zich bij de EMU aansluit.

Wij vinden dat Zweden buiten de EMU moet blijven, en we bevelen andere landen ook niet aan om zich erbij aan te sluiten, maar het is zoals gezegd aan de burgers van elk land om daarover te beslissen.

 
  
  

Situatie van de mensenrechten in Tunesië (B6-0340/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, in verband met mijn stemgedrag bij de resoluties over Tunesië zou ik op willen merken dat ik uit loyaliteit met mijn partij heb gestemd. Ik ben echter van mening dat we niet met twee maten moeten meten. Dat houdt in dat wanneer er in een korte periode gestemd wordt over een aantal resoluties die gericht zijn tegen een specifiek land, men of het tempo van die resoluties en veroordelingen moet terugschroeven of dezelfde maatstaf als voor andere landen moet hanteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Busuttil (PPE-DE).(MT) Onze PPE-DE-Fractie heeft zich van stemming onthouden, omdat zij vindt dat deze resolutie overbodig is en Tunesië geen recht doet.

Ik zou erop willen wijzen dat dit de vierde keer is in een tijdsbestek van enkele maanden dat wij Tunesië in de kijker zetten, terwijl er diverse andere landen zijn waar de situatie veel erger is en waarover wij niets gezegd hebben. Wij hebben ons dus van stemming onthouden, omdat wij, hoewel we het ermee eens zijn dat Tunesië nog heel wat moet doen om zijn staat van dienst op het gebied van de mensenrechten te verbeteren, vinden dat onze boodschap aan dit land constructief moet zijn en niet op een heksenjacht moet lijken.

Even belangrijk is het feit dat, al is de resolutie aangenomen, er een meerderheid in de zaal was die ofwel zich van stemming onthield ofwel tegen de ontwerpresolutie stemde. Het valt dus in hoge mate te betwijfelen of deze resolutie veel effect zal sorteren.

 
  
  

17e Top EU-Rusland (B6-0338/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Wij steunen de gemeenschappelijke ontwerpresolutie van de centrumlinkse fracties, ook al is het eigenlijk aan de Raad van Europa en het Europees Hof voor de rechten van de mens om te controleren, zowel politiek als juridisch, of alle staten van Europa zich aan de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de VN houden. De Raad van Europa en het Europees Hof voor de rechten van de mens zijn de instellingen die in dit geval moeten worden ingeschakeld, in het bijzonder om bijvoorbeeld te zorgen dat de democratische vrijheid van Gay Pride in Rusland kan worden gehandhaafd.

Het is moeilijk om een volledige lijst samen te stellen van verschillende geweldsincidenten met racistische of homofobe achtergronden in heel Europa. Er zijn echter sterke redenen om van deze gelegenheid gebruik te maken om alle bekende uitspraken en uitingen van geweld met achterliggende racistische of homofobe motieven te veroordelen.

 
  
  

Strategie voor duurzame ontwikkeling (B6-0335/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij zijn ervan overtuigd dat het milieubeleid belangrijke economische mogelijkheden biedt voor het scheppen van banen, hetzij direct, hetzij indirect. Van belang is dan wel dat het innovatie- en industriebeleid vooral gericht worden op het bevorderen van duurzame ontwikkeling. Er moet dus een macro-economisch kader worden opgezet dat de duurzame ontwikkeling in elk land onderbouwt, werkgelegenheid schept, de sociale cohesie versterkt en het milieu beschermt.

Het nu gevoerde neoliberale beleid staat de verwezenlijking van die doelstellingen in de weg. De “Strategie van Lissabon” en het fiscale en monetaire beleid van de EU hebben negatieve gevolgen gehad voor de economische groei, de werkgelegenheid en het milieu.

We willen er graag op wijzen dat er in de EU nog steeds sprake is van veel werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting, en een zeer ongelijke inkomensverdeling. Daarom geloven wij dat echte convergentie en de bestrijding van inkomensongelijkheid bovenaan de economische en sociale agenda zouden moeten staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Jackson (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse Conservatieven steunen de doelstellingen achter de strategie voor duurzame ontwikkeling, maar zijn van mening dat deze resolutie uitermate negatief is over de vooruitgang die wordt geboekt.

Het Europees Parlement moet erkennen dat duurzame economische groei in plaats van een bedreiging of een alternatief een noodzakelijke voorwaarde en een katalysator is voor duurzame ontwikkeling.

Wij juichen het toe dat men zich toelegt op het nakomen van onze internationale verplichtingen, maar zijn van mening dat de tijd is aangebroken om ons te concentreren op het uitvoeren en controleren van bestaande doelstellingen en regels, in plaats van dat we een niet-aflatende stroom wetgeving genereren die op zijn best inconsistent uitgevoerd wordt.

Als we er niet in zouden slagen de reeds afgesproken milieudoelstellingen te halen, zou dat de geloofwaardigheid van Europa op het gebied van duurzame ontwikkeling fundamenteel ondermijnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik juich de zeer positieve stemming van vandaag toe en hoop dat de inhoud ervan niet vergeten zal worden, wanneer we in de toekomst naar ons groeibeleid zullen kijken: de nadruk op kwaliteit en de ontkoppeling van groei en gebruik van hulpbronnen zijn erg belangrijke punten. Ook stel ik op prijs dat het Oostenrijkse voorzitterschap bereid was te luisteren naar de punten die zijn aangehaald in ons overleg ter voorbereiding van deze resolutie.

In hun voorstel aan de Raad hebben zij een historische stap gezet door te erkennen dat er een betere opleidingsstrategie ontwikkeld moet worden, zij het momenteel alleen in bepaalde sectoren, om de bouw, architecten enz. de nodige vaardigheden te verschaffen om milieuvriendelijk te werken. Sinds enige tijd heb ik er bij de Europese Commissie op aangedrongen om dit over te nemen en ik hoop op een positief antwoord.

We kunnen onze klimaatdoelstellingen niet halen als we geen beroepsbevolking hebben met de nodige vaardigheden om vooruitgang te boeken. Ook ben ik ingenomen met de erkenning dat sociale samenhang een noodzakelijk onderdeel van duurzame ontwikkeling vormt: de armste mensen leven en werken vaak in de slechtste milieuomstandigheden, of dat nu in de EU is of in Afrika. Ons beleid moet voor iedereen vruchten afwerpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. – (FR) Milieubescherming is niet alleen een ecologische noodzaak, maar ook een economische noodzaak. Belangrijke beschavingen, zoals de Maya’s in Midden-Amerika, zijn verdwenen omdat zij hun natuurlijke hulpbronnen hadden vernield.

In de twintigste eeuw was het meest destructieve systeem het communisme, dat niet alleen verantwoordelijk was voor de dood van tientallen miljoenen mensen, maar ook voor de aantasting van het milieu. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de kerncentrales naar het model van Tsjernobyl en het droogvallen van het Aralmeer. Het land dat op dit moment het meest vervuilend is, is communistisch China.

In Europa zijn er twee overheersende ideologieën in Brussel die een bedreiging vormen voor de ontwikkeling van onze landen. De ene is de vrijhandelsdoctrine, die onze industriële structuur vernietigt en in 2000 tot de Lissabon-strategie heeft geleid, en de andere is het malthusianisme, dat enerzijds heeft geleid tot de ondergang van onze wijngaarden en de braaklegging van onze meest vruchtbare gronden, en anderzijds tot de afname van onze bevolkingsgroei.

Het is geen oplossing om dit gebrek aan aanwas te compenseren door een oproep tot immigratie, en om onze fabrieken naar het buitenland te verplaatsen. De echt noodzakelijke voorwaarden voor een waarachtige duurzame ontwikkeling van onze naties worden gevormd door het opnieuw instellen van onze grenzen en door een substantieel gezinsbeleid.

 
  
  

Toename van racistisch en homofoob geweld in Europa (B6-0328/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Casini (PPE-DE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen de ontwerpresolutie gestemd omdat ik het onacceptabel vond dat geprobeerd werd racisme en homofobie op één lijn te stellen.

Het is niet nodig te herinneren aan de gruwelen van rassendiscriminatie, die, lang voordat zij in de praktijk wordt gebracht, in de gedachten van mensen wordt voorbereid. Het is goed dat iedere uiting van minachting en geweld jegens mensen met een andere seksuele geaardheid wordt veroordeeld, maar je kunt de visie van de instellingen en van de kerk toch niet als onmenselijk beschouwen wanneer ze opkomen voor het gezin als een structuur die van groot belang is voor het gemeenschappelijk welzijn en daarbij uitgaan van het verschil tussen de geslachten en de gemeenschap tussen man en vrouw, met andere woorden: heteroseksualiteit.

De doctrine van de mensenrechten schrijft die bescherming zelfs voor. Laten we artikel 16 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens niet vergeten – een document waarvan de seculiere aard toch zeker buiten kijf staat – waarin gesteld wordt dat het gezin de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij is en recht heeft op erkenning en bescherming door de maatschappij en de staat.

We moeten dus niet alleen zowel racisme als homofobie veroordelen, maar ook het feit dat zij op één lijn worden gesteld, want welbeschouwd is dat een poging om een essentieel onderdeel van de mensenrechten teniet te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (NI). – Voorzitter, ik heb gisteren in het debat reeds gezegd waarom deze resolutie mij dwaas en ondemocratisch lijkt zodat ik vandaag niet meer daarop moet terugkomen en ik sluit mij trouwens reeds bij voorbaat aan bij al het kwade wat mijn collega Philip Claeys daarover straks gaat zeggen. Ik wil daaraan vandaag nog enkel toevoegen dat er ook een andere, hele grote categorie zeer reële slachtoffers van zeer reëel racisme bestaat waar blijkbaar niemand om bekommerd is en waarover deze instelling ook nooit resoluties neerpent.

Dat is de categorie van de zeer vele autochtone mensen die zich niet meer thuis mogen voelen in hun eigen straat of in hun eigen stad, die slachtoffer worden van racistisch, anti-autochtoon geweld. Dat zijn oudere mensen en vrouwen die na zonsondergang niet meer de straat op kunnen en die geterroriseerd worden in het openbaar vervoer. Maar ja, deze mensen staan nu eenmaal niet in de gunst van de politiek correcte, linkse, modieuze meningsmaffia, die jammer genoeg ook in deze instellingen veel te veel het hoge woord voert.

 
  
MPphoto
 
 

  Piia-Noora Kauppi (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor de gezamenlijke resoluties van de andere fracties gestemd. Helaas heeft de PPE-DE-Fractie de resolutie als fractie niet ondertekend. Als individuen hebben echter vele collega’s ervoor gestemd.

Ik denk dat het bestrijden van elke vorm van discriminatie een erg belangrijk deel van het werk van een Europees parlementslid is. Hoewel de gezamenlijke resolutie soms wat dubbelzinnig en niet 100 procent perfect was, kan ik ze steunen, aangezien ze voor dit Parlement tamelijk evenwichtig was.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen maar zeggen dat ik precies hetzelfde standpunt heb als mevrouw Kauppi.

Wat mij betreft, ging het hier om een ontwerpresolutie tegen racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en homofobie. Ik heb voorgestemd, omdat ik het een zeer belangrijke ontwerpresolutie vind. De vorige keer hadden wij een gezamenlijke ontwerpresolutie tegen homofobie, waarover alle fracties het eens waren. Ik denk dat het voorbereidende werk dit keer helaas niet goed is uitgevoerd. Misschien dat wij er de volgende keer in zullen slagen om homofobie in dit Parlement unaniem te veroordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ivo Strejček (PPE-DE). (CS) Mijnheer de Voorzitter, ook ik heb in dit geval tegen de ontwerpresolutie gestemd. Graag zou ik daar enige toelichting op willen geven. Hoewel vreemdelingenhaat en discriminatie afkeurenswaardige fenomenen zijn, denk ik toch dat dit een typisch modieuze ontwerpresolutie is, van het soort dat regelmatig in verschillende vormen in dit Parlement wordt behandeld. Verder heb ik tegengestemd, omdat ik niet denk dat in een soortgelijk document individuele lidstaten en hun regeringen bij naam dienen te worden genoemd of te worden opgeroepen om anders te werk te gaan. Alles is immers in handen van de kiezers van deze regeringen. We moeten die dan ook geen cijfers gaan geven.

In paragraaf twee gaat het inderdaad om zeer afkeurenswaardige handelingen, maar ik denk niet dat het hier gaat om de dominante opinie in Europa, hetgeen nog een reden is om tegen te stemmen. Het is verder niet juist, en ik herhaal het nog eens, dat het Europees Parlement in de paragrafen 4 en 5 zich op een voor mij enigszins ongepaste wijze mengt in de binnenlandse aangelegenheden van soevereine staten als Polen en Rusland. In paragraaf 11 wordt Polen opnieuw expliciet bij naam genoemd, en ook daarom heb ik tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). – Voorzitter, ik heb tegen de resolutie over racistisch en homofoob geweld gestemd omdat ik niet kan aanvaarden dat een op zich legitiem doel wordt bezoedeld door partijpolitieke overwegingen. Ik denk aan overweging E waar politieke partijen op de korrel worden genomen die de mislukking van het multiculturele model aan de orde stellen en die opkomen voor de vrijwaring van de nationale identiteiten in Europa.

Paragraaf 11 is geïnspireerd door het onvermogen van de linkerzijde om te aanvaarden dat rechtse partijen democratische verkiezingen winnen en een regering vormen. Paragraaf 12 wil dan weer het typisch Belgische systeem veralgemenen waarbij partijen van hun financiering worden beroofd wanneer ze het falende immigratiebeleid aan de kaak stellen. Dit is een bedreiging voor het recht van vrije meningsuiting, net zoals trouwens overweging K die censuur wil invoeren op het internet.

Bijna alle fracties die deze resolutie indienden, zijn voor de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Misschien kunnen ze eens kijken hoe het dáár gesteld is met de discriminatie van minderheden en de homofobie.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil van de gelegenheid gebruik maken om hier te verklaren waarom ik tegen deze ontwerpresolutie tegen racistisch en homofoob geweld gestemd heb. Uiteraard is geen weldenkend mens voorstander van racistisch en homofoob geweld, en zal eenieder dergelijke vormen van geweld veroordelen waar die zich daadwerkelijk voordoen. Het komt mij echter voor dat in de onderhavige ontwerpresolutie iedereen die zich sterk maakt voor de eigen cultuur en de eigen nationale identiteit, al te gemakkelijk beticht wordt van racisme. Evenzo komt het mij voor dat degenen die opkomen voor het traditioneel-christelijke, Europese beeld van het gezin, er al te snel van worden verdacht homofoob geweld zelfs toe te juichen. Als een en ander dan ook nog met individuele lidstaten van de EU wordt geassocieerd, is dat naar mijn mening volstrekt ontoelaatbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  James Hugh Allister (NI), schriftelijk. (EN) Racistisch geweld is op dit moment helaas wijdverspreid in Europa en moet krachtig aangepakt worden. Ik betreur het echter dat de resolutie over dit belangrijke onderwerp is misbruikt als instrument om zware kritiek te uiten op de interne regeringssamenstelling in bepaalde lidstaten. Die samenstelling vloeit namelijk voort uit een democratisch proces en valt eerlijk gezegd buiten het mandaat van het Europees Parlement. Daarom heb ik tegen de resolutie gestemd. Ten aanzien van de normen en ethische regels die verwacht worden van democratische partijen betreur ik het ten zeerste dat de Ulster Unionist Party in Noord-Ierland het gepast heeft geacht in hun parlementaire vertegenwoordiging in het Noord-Iers parlement de politieke vertegenwoordiger van de UVF op te nemen, een illegale organisatie die zich heeft ingelaten met racistisch, sektarisch en ander geweld. Deze schandelijke samenwerking doet niet alleen afbreuk aan diegenen die zich daardoor laten bezoedelen, maar ondermijnt wat een gezamenlijke stellingname zou moeten zijn van alle democratische partijen tegen de misdaad, of die nu van racistische of andere aard is.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten en Thomas Wise (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Bij het overwegen van de onderwerpen die in dit verslag aan de orde worden gesteld, moet duidelijk gemaakt worden dat hoewel we tegen onverdraagzaamheid zijn, we denken dat kritiek op de nieuw Poolse regering contraproductief is en dat de Polen deze zaken zelf op democratische wijze moeten oplossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel António dos Santos (PSE), schriftelijk.(PT) Ik heb niet vóór deze ontwerpresolutie tegen racisme en homofobie gestemd, terwijl ik het met de algemene strekking van de resolutie roerend eens ben en geloof dat deze resolutie politiek gezien opportuun is.

Mijn bezwaar – ik heb me van stemming onthouden – heeft uitsluitend betrekking op een “zaak” die zich in Portugal heeft voorgedaan en dat symptomatisch zou zijn voor een sterk homofobe cultuur in Portugal.

De zaak-Gisberta, die in Porto heeft plaatsgevonden, was uiteindelijk niets meer dan een daad van jeugddelinquentie. Zo heeft de Portugese maatschappij het voorval ook opgevat. De zaak is door de gerechtelijke autoriteiten correct afgehandeld.

Er is dus geen enkele reden waarom dit geval in een zo’n belangrijke resolutie met deze strekking zou moeten worden opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Als nationaal penningmeester van de Anti-Nazi League in Groot-Brittannië en lid van het stuurcomité van Unite Against Fascism had ik het voorrecht onlangs te mogen spreken op de manifestatie Love Music, Hate Racism op Trafalgar Square om erop aan te dringen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in het geweer te komen tegen Engelands eigen fascistische partij, de BNP.

In mijn toespraak heb ik er opnieuw voor gewaarschuwd dat racisme in Europa de wind in de zeilen heeft. Maar al te snel werd mijn gelijk aangetoond. We hebben racistische en fascistische partijen in Frankrijk, Italië, België en Denemarken die nu al een tijdje meegaan. Het meest verontrustend is de plotse heropleving van racisme, homofobie en antisemitisme in Polen, die wordt gesteund en geschraagd door meelopende collega’s in de huidige Poolse regering en het Europees Parlement. Al diegenen die gekant zijn tegen racisme in Europa moeten hun krachten bundelen tegen deze nieuwe golf van haat en onverdraagzaamheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) De Europese Unie is gegrondvest op een gemeenschap die zich baseert op de ondeelbare en universele waarden van menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Toen zij zich verenigden, hebben de 25 lidstaten besloten deze waarden te handhaven en te bevorderen.

De talrijke racistische, xenofobe, antisemitische en homofobe aanslagen die de laatste tijd in Europa hebben plaatsgevonden, zijn dus onacceptabel en niet te tolereren. Het is van het grootste belang dit geweld publiekelijk te veroordelen.

Daarom heb ik namens mijn fractie een resolutie opgesteld. Daarin heb ik de instellingen van de Europese Unie, de lidstaten en alle Europese democratische politieke partijen verzocht elke daad van onverdraagzaamheid en aanzetten tot haat te veroordelen.

Waakzaamheid blijft geboden, maar we moeten niet alles op één hoop gooien door individuele gevallen van geweld in staten die tegen racisme en homofobie strijden, in één adem te noemen met de extreme standpunten die openlijk door bepaalde regeringen worden ingenomen. Bovendien is de lijst van tragische voorbeelden die in de gezamenlijke resolutie van de Verts/ALE-Fractie, de ALDE-Fractie, de PSE-Fractie en de GUE/NGL-Fractie worden vermeld, niet volledig.

Ik wil echter duidelijk stellen dat de bestrijding van elke vorm van racisme niet het monopolie van rechts of van links is. Daarom heb ik vóór de resolutie van de PPE-DE-Fractie en voor de gezamenlijke resolutie van de andere fracties gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lissy Gröner (PSE), schriftelijk. – (DE) Homofobie en racisme horen niet thuis in Europa. Artikel 13 van het EG-Verdrag verbiedt elke vorm van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

Met name na de schandelijke en schokkende gebeurtenissen rondom de Gay Pride-parade in mei 2006 in Moskou, is het zaak om een sterk signaal af te geven met betrekking tot tolerantie in Europa. Ik heb afgelopen zaterdag in Warschau in de mars voor gelijkheid gedemonstreerd tegen de toenemende homofobe tendensen, met name in EU-lidstaat Polen. Het recht van de Europese burger op seksuele zelfbeschikking is een mensenrecht, en dat recht wordt door ons, Sociaal-democraten, in het Europees Parlement verdedigd, of dat nu in Warschau, in Riga of in Frankfurt is. Daarom heb ik vóór de ontwerpresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Het is niet goed in eenzelfde tekst racisme en homofobie aan elkaar gelijk te stellen.

Deze resolutie bevat paragrafen die ik niet kan steunen, zoals de paragraaf over beschuldigingen van politiegeweld, en ik spreek hierbij nog eens uit dat ik tegen elke vorm van adoptie door homoseksuelen ben.

Hoe zouden we echter tegen een tekst kunnen zijn waarin bewezen racistische daden in Europa krachtig worden veroordeeld?

Laten we onze normen en waarden niet vergeten, laten we niet vergeten waarom we Europa hebben gecreëerd. Vooral de toename van vreemdelingenhaat die wij de laatste tijd in Europa waarnemen, baart mij grote zorgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór de resolutie gestemd. Schaamteloos racisme is nog steeds wijdverspreid in de Europese Unie en geen groep lijdt daar meer onder dan de Roma. Er zijn veel gevallen gemeld waarin Roma verbaal, emotioneel en lichamelijk werden belaagd, soms door de politie. Hoewel de Roma als specifiek onderwerp onvoldoende aan bod komen in deze resolutie, is het van essentieel belang dat het Parlement ervoor ijvert om racisme in heel Europa te verslaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik en mijn collega’s van de Britse Conservatieven verafschuwen elke actie van individuen, regeringen of politieke partijen die aanzet tot racisme, antisemitisme of homofobie. Iedereen of iedere organisatie die zich schuldig maakt aan of aanzet tot een dergelijke vorm van discriminatie zou zonder pardon wettelijk vervolgd moeten worden. Wij geloven in vrijheid en het recht van individuen om te leven zonder de angst voor vervolging of vooroordelen.

We kunnen de gezamenlijke ontwerpresolutie echter niet steunen, omdat deze het pleidooi voor verdraagzaamheid ondermijnt door willekeurig een aantal specifieke incidenten, specifieke gebeurtenissen en organisaties op te sommen. De ontwerpresolutie lijkt te zijn ingegeven door nodeloze confrontatiezucht, in plaats van dat ze een echte poging doet verdraagzaamheid en non-discriminatie te bevorderen. Bij de eindstemming hebben we ons dan ook van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Klamt (PPE-DE), schriftelijk. – (DE) Wij van de PPE-DE-Fractie veroordelen alle vormen van geweld en discriminatie die voortkomen uit racistische motieven, en wijzen racistische tendensen scherp af. Dat hebben we klip en klaar tot uitdrukking gebracht in de in januari aangenomen resolutie over homofobie, en ook nu weer in onze huidige resolutietekst. We roepen de EU-instellingen, de lidstaten en alle politieke partijen in de EU op om dat voorbeeld te volgen.

De gezamenlijke ontwerpresolutie van de PSE-Fractie, de Verts/ALE-Fractie en de ALDE-Fractie kunnen wij niet steunen, aangezien de desbetreffende tekst willekeurige lidstaten aan de schandpaal nagelt en een parlementair instrument, de resolutie, aanwendt voor het uiten van onwaarheden en insinuaties.

Ik noem er slechts twee.

In paragraaf 2 wordt het volgende vastgesteld: "de gewelddadige aanval op (…) een Duits burger van Ethiopische afkomst (...) in het bijzonder vanwege de racistische achtergrond". De Duitse procureur-generaal, die bevoegd is inzake strafzaken van groot belang die de binnenlandse vrede van Duitsland bedreigen, heeft deze zaak naar het desbetreffende gerechtshof terugverwezen als zijnde niet voornamelijk racistisch geïnspireerd.

De tekst van de ontwerpresolutie bevat algemene beweringen over de politiekorpsen in de lidstaten: "… dat de lidstaten zich in dit opzicht zouden moeten bezinnen over de vraag of hun politiële en justitiële bestel niet gebukt gaat onder 'institutioneel racisme' ….". Ik ben niet bereid om mensen die dag in, dag uit hun gezondheid en hun leven op het spel zetten voor ons aller veiligheid, als racisten over één kam te scheren.

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Knapman, Michael Henry Nattrass en John Whittaker (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Bij het overwegen van de onderwerpen die in dit verslag aan de orde worden gesteld, moet duidelijk gemaakt worden dat hoewel we tegen onverdraagzaamheid zijn, we denken dat kritiek op de nieuw Poolse regering contraproductief is en dat de Polen deze zaken zelf op democratische wijze moeten oplossen. Bovendien moet men inzien dat Polen een door en door katholiek land is en zijn inwoners derhalve hun katholieke overtuiging op precies dezelfde manier zullen uiten als moslims het islamitisch standpunt over homoseksualiteit uiten. Het komt zelden, zo niet nooit, voor dat het Parlement moslims om dergelijke standpunten bekritiseert en als katholieken anders behandeld worden, getuigt dit van meten met twee maten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik juich deze resolutie toe en heb er met trots mee ingestemd. Uit het debat van gisteren bleek duidelijk welke weg er nog afgelegd moet worden om ervoor te zorgen dat iedereen in de EU in gelijke mate gerespecteerd wordt. Velen hebben hun bezorgdheid geuit over de homofobe geluiden die in dit Parlement werden geventileerd. Gelukkig heeft een overgrote meerderheid van dit Parlement deze uitingen verworpen en heeft zware kritiek uitgeoefend op ten minste twee lidstaten en op racistische daden in andere lidstaten. Dat is een welkome stap. Politici spelen een cruciale rol in het creëren van een klimaat waarin geweld en haatdragende taal verworpen wordt: dat is onderdeel van het creëren van een inclusieve samenleving. Als we de confrontatie aangaan met politici die vooroordelen in de hand werken, dan moeten we hetzelfde doen wanneer de media en onze instellingen dat doen. We moet de mensenrechtenschendingen in de EU onder ogen zien. De positieve stemming van vandaag is onderdeel van dat proces.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE), schriftelijk. – (DE) De delegatie van de Oostenrijkse Volkspartij heeft zich, evenals de PPE-DE-Fractie, dit jaar en de voorgaande jaren in alle resoluties ter zake sterk gemaakt tegen racistisch geïnspireerd geweld en vreemdelingenhaat, tegen discriminatie van homoseksuelen en voor het streven naar de hoogst bereikbare normen inzake de mensenrechten en het verbieden van discriminatie. Zij steunt daarom ook de ontwerpresolutie van Patrick Gaubert, die namens de PPE-DE-Fractie is ingediend.

De delegatie van de Oostenrijkse Volkspartij stemt echter tegen de gezamenlijke ontwerpresolutie van de fracties van de GUE/NGL, ALDE, Verts/ALE en PSE, omdat zij geen enkele poging hebben ondernomen om met de PPE-DE-Fractie tot een gezamenlijke tekst te komen. Andere overwegingen die een rol spelen, zijn dat dergelijke ontwerpresoluties sterk aan inflatie onderhevig zijn, dat deze ontwerpresolutie een zuiver politiek document boordevol fouten en generalisaties is, en dat de thema's racisme en intolerantie louter worden aangewend voor het uitzenden van ideologische boodschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Elke vorm van menselijk geweld moet worden veroordeeld. Het onontvreemdbare recht op leven, het recht op vrijheid en veiligheid en de eerbiediging van de menselijke waardigheid gelden voor alle mensen. Deze rechten worden door nationale wetten gewaarborgd.

Door uitspraken over homoseksuelen en over racisme aan elkaar gelijk te stellen, wordt de verdediging van de mensenrechten in diskrediet gebracht. Bestraffing van schendingen van deze rechten is de verantwoordelijkheid van iedere lidstaat afzonderlijk en valt onder de werkingssfeer van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens van de Raad van Europa, dat alle lidstaten van de Unie hebben ondertekend. Daarom moeten zij in voorkomend geval verantwoording afleggen aan het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg.

Is het waar dat er een nieuwe vorm van totalitarisme in opkomst is die zich tegen democratisch gekozen regeringen keert? Zowel ter linkerzijde als ter rechterzijde groeit het extremisme, omdat de gevestigde partijen coalities vormen waardoor zij de geloofwaardigheid en politieke visie ontberen die voor gezinnen in de lidstaten acceptabel is. Wanneer we nee zeggen tegen de manipulatie en de desinformatie in deze resolutie, strijden we tegen de opkomst van extremisme en geweld en weigeren we de haat aan te wakkeren tegen de sociale groepen die in de resolutie worden genoemd.

Daarom heeft mijn fractie besloten deze ontwerpresolutie niet te steunen.

 
  
  

- Verslag-Cramer (A6-0183/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij zijn voorstander van technologische en vooral digitale oplossingen voor het verbeteren van de signalerings- en controlesystemen voor spoorwegen. Die dragen bij tot meer veiligheid en helpen bovendien bij het oplossen van de knelpunten in het spoornetwerk.

Als de treinen veel sneller gaan rijden en de capaciteit van de spoorlijnen aanzienlijk wordt verhoogd is veiligheid des te belangrijker.

We twijfelen er echter aan of het voorgestelde systeem (ERTMS) inderdaad beter is dan de bestaande nationale systemen. De grensoverschrijdende interoperabiliteit zal met ERTMS verbeteren, maar we mogen niet vergeten dat dit voorstel deel uitmaakt van de strategie om het spoorvervoer te liberaliseren en van de filosofie van de interne markt.

De kernvraag luidt uiteindelijk als volgt: hoe zullen de extra kosten die dit systeem voor de spoorwegmaatschappijen met zich zal meebrengen worden opgebracht? Wie gaat die extra kosten betalen en hoeveel zal elke lidstaat moeten bijdragen? De omvang van de communautaire begroting is immers beperkt.

We zien eenzelfde situatie bij de trans-Europese netwerken en de Europese programma’s voor het vervoersbeleid. Voor deze programma’s zijn in het volgende financieel kader minder middelen gereserveerd.

We hebben ook onze twijfels over het idee om de structuurfondsen in het kader van het vervoer uitsluitend voor de implementatie van dit systeem te gebruiken.

We hebben ons daarom van stemming onthouden.

 
  
  

- Verslag-Ó Neachtain (A6-0141/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk.(PT) De traditionele kustvisserij speelt binnen de plaatselijke economie van een hele reeks vissergemeenschappen een cruciale rol.

Het feit dat er voor de kustvisserij geen apart rechtskader bestaat heeft ernstige consequenties, zowel voor deze sector als voor de industrie die ervan afhankelijk is.

Er moeten manieren worden gevonden om deze trend te keren, zeker nu: de vloot moet immers worden gemoderniseerd, terwijl de sector meer jongeren zal moeten aantrekken.

Ik geloof dat de goedkeuring van dit verslag een stap in de juiste richting is voor de bescherming van de belangen van de visserijgemeenschappen, en dan met name die in Portugal en de Azoren.

Ik heb daarom vóór dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij betreuren het dat enkele voorstellen die we hadden ingediend het uiteindelijk niet hebben gehaald, ook al konden ze rekenen op de steun van ongeveer tweehonderd afgevaardigden. Het gaat om de volgende voorstellen:

- het opzetten van een communautair programma voor kleinschalige traditionele visserij;

- het instellen van een overgangsuitkering ter compensatie van de stijgende brandstofprijzen;

Andere voorstellen zijn echter wel aangenomen en in het oorspronkelijke verslag opgenomen en vandaag bekrachtigd. Ik vestig hier de aandacht op de volgende voorstellen. Daarin dringen we erop aan:

- het specifieke karakter van kust- en traditionele visserij in het gemeenschappelijk visserijbeleid te erkennen en na te gaan in hoeverre de bestaande instrumenten volstaan om aan de behoeften van deze sector tegemoet te komen;

- dat het nieuwe Europese visserijbeleid moet blijven voorzien in de financiering van vernieuwingsmaatregelen voor de kustvisserijvloot;

- specifieke onderwijs- en opleidingsprogramma's voor de kustvisserij voor te stellen, vooral om jonge vakmensen voor deze sector aan te trekken;

- dat kustvissers aan het handelsproces deelnemen, dat de mechanismen voor de afzet van hun producten worden verbeterd en dat een herziening van de COM inzake visserijproducten wordt nagestreefd, zodat de eersteverkoopprijzen eerlijker worden en de toegevoegde waarde beter over de hele waardeketen wordt verdeeld;

- dat kustvissers en hun vertegenwoordigende organisaties deelnemen aan het besluitvormingsproces binnen het gemeenschappelijk visserijbeleid, de bescherming van het mariene milieu en het herstel van visbestanden en dat hiertoe het beginsel van gezamenlijk beheer en decentralisatie van het GVB moeten worden nagestreefd.

 
  
MPphoto
 
 

  Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. – (FR) Het verslag over kustvisserij is een uitstekend verslag waarin op een adequate manier de problemen worden benoemd waarmee de vissers die deze vorm van visserij beoefenen, worden geconfronteerd. In het verslag worden realistische en doeltreffende oplossingen aangedragen.

Als wij niet willen dat de visserij verdwijnt, zoals met zo veel andere economische sectoren is gebeurd, wordt het hoog tijd een aantal maatregelen te treffen, zoals de versterking van de visserij door de oprichting van een bedrijfschap om visserijproducten te exploiteren en te promoten, vanaf het moment van aan land brengen tot de rechtstreekse verkoop, de opneming van een rubriek “kustvisserij” in het toekomstige Europees Visserijfonds of de versterking van de controles en sancties om oneerlijke concurrentie tegen te gaan van schepen uit derde landen die minder kosten hebben en zich niet aan dezelfde veiligheidsnormen houden.

Paradoxaal genoeg stijgt de consumptie van vis in alle EU-lidstaten. Het is onverstandig de waakzaamheid nu te laten verslappen, omdat de kustvisserij een zeer milieuvriendelijke vorm van visserij is die heel weinig energie verbruikt en erg veel banen oplevert.

De sector moet met voorrang worden gesteund zodat hij zijn economische evenwicht hervindt en de werkgelegenheid op zee wordt veiliggesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. – (SV) De EU geeft op dit moment te veel geld aan grote visserijondernemingen en vissersvaartuigen. Dat geld moet worden herverdeeld ten behoeve van kleinschalige visserij. Daarom stem ik vóór de amendementen 7 en 9. Deze investering in kleinschalige visserij moet plaatsvinden binnen het bestaande begrotingskader. Ik wil onder geen beding dat voorgestelde maatregelen tot een stijging van de begroting leiden.

 
Laatst bijgewerkt op: 10 augustus 2006Juridische mededeling