De Voorzitter. - Aan de orde is de gecombineerde behandeling van
- mondelinge vraag (O-0063/2006) van Doris Pack, namens de PPE-DE-Fractie, Gisela Kallenbach, namens de Verts/ALE-Fractie, Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie, Erik Meijer, Ignasi Guardans Cambó, Jelko Kacin en Henrik Lax, aan de Raad: Visumbeleid ten aanzien van de landen van de Westelijke Balkan (B6-0315/2006),
- mondelinge vraag (O-0077/2006) van Sarah Ludford, Jelko Kacin, Henrik Lax en Ignasi Guardans Cambó, namens de ALDE-Fractie, aan de Raad: Versoepeling van de afgifte van visa voor de landen van de Westelijke Balkan (B6-0320/2006), en
- mondelinge vraag (O-0078/2006) van Sarah Ludford, Jelko Kacin, Henrik Lax en Ignasi Guardans Cambó, namens de ALDE-Fractie, aan de Commissie: Versoepeling van de afgifte van visa voor de landen van de Westelijke Balkan (B6-0321/2006).
Doris Pack (PPE-DE), auteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, de landen in Zuidoost-Europa moeten op hun weg naar de Europese Unie hervormingen doorvoeren. Ze moeten normen overnemen, ze moeten regionaal samenwerken, wat ook betekent dat ze zich echt praktisch met elkaar moeten verzoenen. Dat weten ze, dat doen ze, al gaat het niet altijd even snel. Maar al hun inspanningen ten spijt wordt hun datgene ontzegd wat de Joegoslaven vroeger tenminste nog hadden, namelijk ongehinderde toegang tot de Europese Gemeenschap.
De ministers van Binnenlandse Zaken en ook de nationale politici zouden zich eens moeten inbeelden dat zij of hun gezinnen van circa 200 euro zouden moeten leven en dat bedrag bijna helemaal zouden moeten uitgeven voor een visum, een Schengenvisum of een doorreisvisum. Om dat te betalen, zouden ze ook nog in de rij moeten gaan staan, soms wel dagen- of wekenlang.
Zelfs collega’s van de nationale parlementen uit Zuidoost-Europa moeten elke keer een visum aanvragen om aan de zittingen van de Raad van Europa deel te nemen. Meer dan 70 procent van de jongeren in Servië, Bosnië, Macedonië, Montenegro, Kosovo of Albanië heeft nog nooit een stap buiten hun regio of hun land gezet. Momenteel stellen we in de Europese Unie onze opleidingsprogramma’s open. Hoe moet dat gaan met zo’n moeilijke visumregeling?
Hoe moeten bedrijven zich vestigen, wanneer lokale werknemers slechts onder verscherpte voorwaarden naar het moederbedrijf kunnen reizen, bijvoorbeeld naar Frankrijk of naar Engeland? Zo ligt het misdaadcijfer van Bosnië-Herzegovina onder het gemiddelde van de Europese Unie. En waarom bieden we de mensen daar desondanks niet de mogelijkheid makkelijker naar ons toe te komen? Rusland krijgt betere visumvoorwaarden dan deze landen. Je vraagt je af waarom!
Deze landen liggen midden in de EU en wij hebben echt zelf belang bij hun welzijn en hun voorspoedige ontwikkeling. Dat is in ons eigen belang.
Met de hulp van onze Europese Unie heeft Bosnië-Herzegovina zijn grenzen veiliggesteld. De buurlanden doen hetzelfde. Laten we onze oogkleppen afzetten en deze nodeloze en ook vernederende barrières helpen slechten!
Hannes Swoboda (PSE), auteur. – (DE) Mevrouw de voorzitter van de Raad, mijnheer de vicevoorzitter van de Commissie, de collega’s die hier vandaag het woord nemen, komen uit verschillende landen en verschillende politieke groeperingen. We zijn het er echter allemaal over eens dat deze regio, die het gevaar loopt een zwart gat in dit Europees eenmakingsproject te worden, meer met de Europese Unie in contact gebracht moet worden.
We kennen de problematiek daar heel goed. We kennen het nationalisme en de bekrompenheid, maar we kennen ook de drang van vooral de jongeren om deel uit te maken van dit Europa en aansluiting te vinden bij de Europese normen. Het is niet alleen in het belang van deze mensen, maar ook in ons eigen belang, dat zij die aansluiting kunnen maken.
Daarom vestigen wij er ook nadrukkelijk onze hoop op dat het Finse voorzitterschap verder gaat met datgene wat het Oostenrijk weliswaar niet begonnen is, maar wel sterk geïntensiveerd heeft. En we hopen ook op u, commissaris Frattini, die heel veel kunde en bereidwilligheid aan de dag heeft gelegd. Uit onze reizen naar deze landen weten we hoeveel van datgene wat u gezegd hebt, positief ontvangen is. U hebt namelijk gezegd dat u vooruitgang boekt in deze visumkwestie.
Ik weet het, vooral de ministers van Binnenlandse Zaken blokkeren dit dossier. Maar datgene wat mevrouw Pack zojuist heeft gezegd, klopt: kwaadwilligen komen de Europese Unie toch wel in. Laten we eerlijk zijn: ze versieren een visum of komen op andere manieren zonder visum de Europese Unie in. Maar de welwillenden, die willen studeren, die zich verder willen ontwikkelen, die willen investeren, die economische contacten aan willen knoppen, die politiek actief zijn, moeten zich de schande laten welgevallen dat ze dagen-, weken- of zelfs maandenlang moeten proberen een visum te bemachtigen.
Ik weet dat men zich moet houden aan bepaalde voorwaarden. De landen moeten er ook voor zorgen dat ze zich houden aan de terugnameverplichtingen en andere criteria. Maar ik wil u beiden met klem verzoeken er gericht aan te werken om die landen en vooral de jeugd de kans te geven Europa te leren kennen, Europese normen te leren kennen. Dan zal ook dit proces van aansluiting bij de Europese Unie gemakkelijker verlopen.
Ik hoop dat u beiden zeer hard in die richting zult werken, niet alleen om die landen te helpen, maar ook om onszelf te helpen om met de jeugd uit de Balkan en Zuidoost-Europa een gezamenlijk Europa op te bouwen.
Jelko Kacin (ALDE), auteur. – (SL) Burgers uit de westelijke Balkanlanden ondervinden aanzienlijke problemen om door Europa te reizen. Het meest extreme van alle voorbeelden is Kosovo, waar ze paspoorten hebben die door veel Europese landen niet erkend worden. Mijnheer de commissaris, Kosovaarse Albanezen ruilen hun UNMIK-paspoorten in voor andere paspoorten en wij, lidstaten van de Europese Unie, dwingen hen letterlijk de criminaliteit in om andere, parallelle paspoorten te gaan zoeken. Dit voorbeeld illustreert namelijk de hopeloze ellende die onze huidige visumregeling met zich meebrengt. Mijnheer de commissaris, als leden van de Europese Unie kunnen we toch zeker wel meer doen om meer waarde te hechten aan UNMIK-paspoorten.
Om het proces van Europeanisering van de westelijke Balkan te versnellen, hebben we een veel flexibelere aanpak nodig, behalve als het om criminelen gaat, natuurlijk – die zijn erg vindingrijk en zullen overal hun weg wel vinden. Ik heb het over de gewone mensen die Europa en de Europese waarden graag in de praktijk willen beleven en het liefst wanneer ze nog opgroeien, onderwijs krijgen en een waardepatroon aan het opbouwen zijn.
Daarom lijkt het mij, mijnheer de commissaris, dat we meer moeten doen om een oplossing te vinden voor de mensen in de verschillende landen van de westelijke Balkan. Op die manier hoeven ze niet uren achter elkaar te wachten op een visum om uiteindelijk van een ambassademedewerker te horen te krijgen dat ze geen visum kunnen krijgen en terug moeten gaan.
Visa worden uitgegeven in hoofdsteden. Hier gaat het om de minst ontwikkelde delen van Europa, en de mensen daar moeten enorm veel tijd en geld investeren – en dan hebben we het nog niet over trots – om een visum aan te vragen. Daarom is het alleen maar billijk dat we de huidige visumregeling aanpassen.
Gisela Kallenbach (Verts/ALE), auteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben de afgelopen jaren erg vaak in de westelijke Balkanstaten geweest. Steeds weer staat er een punt boven aan de agenda: het restrictieve visumbeleid van de EU-lidstaten.
In deze regio groeien generaties op die West-Europa alleen kennen als tijdelijke vluchteling of via de televisie. Geen van deze beide methoden is erg geschikt om in de praktijk kennis te maken met goede voorbeelden van democratische samenlevingen met een rechtsstaat. Deze ervaring blijft buiten het bereik van de meeste Zuid-Europese burgers of wordt hun erg moeilijk gemaakt en dat moet veranderen. Dat ben ik volledig eens met mijn collega’s.
Het is ons ook bekend dat u, commissaris Frattini, en uw collega Rehn dit proces sterk ondersteunen, maar het is een moeizaam proces dat door ettelijke lidstaten geblokkeerd wordt. In ons eigen belang moet wij als EU-25 eindelijk in actie komen. Iedere verdere vertraging bij de invoering van vrij personenverkeer speelt de anti-Europese, nationalistische en ook antidemocratische groeperingen in deze landen namelijk in de kaart. Elke vertraging isoleert die mensen wier hoop op Europese integratie is gevestigd. En de collega’s hebben het al gezegd: ze staat de hoognodige economische ontwikkeling in de weg.
Oostenrijk had van de westelijke Balkan een topprioriteit gemaakt, maar nieuwe beslissingen blijven uit. Vandaar ons dringend verzoek aan het Finse voorzitterschap: pak dit thema op en doe een beroep op uw ambtgenoten om opener met deze kwestie om te gaan! Volg niet de schijnargumentatie dat een restrictief visumbeleid georganiseerde of andere misdaad tegenhoudt, integendeel!
Ik heb nog een laatste verzoek aan u: zegt u de lidstaten alstublieft dat ze de visumaanvragers in hun buitenlandse ambassades met waardigheid en respect moeten behandelen, net zoals u in het buitenland ook behandeld wilt worden.
Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zoals wij heel goed weten, hebben momenteel alle onderdanen van de landen in de Westelijke Balkan, behalve Kroatië, een visum nodig als zij naar de Europese Unie reizen. Zoals in dit debat naar voren kwam, maakt de visumplicht het reizen natuurlijk moeilijker en de kosten hoger. Wij mogen echter niet vergeten dat dit een cruciaal onderdeel is van de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie.
Ik begrijp goed dat het visumbeleid van de Europese Unie in de Westelijke Balkan als lastig wordt gezien en zelfs als een factor die de toenadering tot de Europese Unie vertraagt. In voormalig Joegoslavië kan men zich de tijd nog herinneren waarin geen visa nodig waren.
Het is duidelijk dat bijvoorbeeld de mobiliteit van jongeren en studenten vergemakkelijkt moet worden. Dit is een manier om vrije toegang tot informatie, open democratie en sociale ontwikkeling te bevorderen. Een belangrijk doel van de toekomstige versoepeling van de visumplicht is het stimuleren en vergemakkelijken van contacten tussen jongeren in de Westelijke Balkan en de rest van Europa.
De Europese Unie beschouwt de landen van de Westelijke Balkan als mogelijke kandidaat-landen. Zij hebben een duidelijk EU-perspectief, wat uiteindelijk ook de afschaffing van de visumplicht betekent. Er is echter nog enige tijd te gaan, voordat wij over de afschaffing van de visumplicht kunnen gaan onderhandelen. Dit vereist van de landen van de Westelijke Balkan aanzienlijke administratieve hervormingen, bijvoorbeeld bij het verbeteren van de beveiliging van documenten en de bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie.
Op de Top van Thessaloniki in de zomer van 2003 verklaarde de Europese Raad al dat de visumkwestie belangrijk is voor de landen van de Westelijke Balkan. Hierna heeft de Commissie met elk land van de Westelijke Balkan gesproken over de noodzakelijke administratieve voorbereidingen om het visumbeleid te versoepelen en op de lange termijn de visumplicht af te schaffen. In januari 2006 kwam de Commissie met een mededeling over de Westelijke Balkan waarin zij een groot aantal voorstellen deed over onder andere het versoepelen van het visumbeleid overeenkomstig het Programma van Den Haag. De Raad is verplicht de voorstellen van de agenda van Thessaloniki ten uitvoer te brengen en heeft ook verklaard dat het de voorstellen van de Commissie steunt.
Een belangrijke stap in de richting van meer mobiliteit is de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende lokaal grensverkeer, die spoedig van kracht wordt. Dit maakt het voor grensbewoners gemakkelijker om de buitengrenzen van de Europese Unie over te steken. Dit is vooral van belang voor de Westelijke Balkan wanneer Bulgarije en Roemenië lid worden van de Europese Unie.
Op verzoek van de Raad treft de Commissie ook voorbereidingen voor onderhandelingen met alle landen van de Westelijke Balkan over het versoepelen van het visumbeleid. Er zouden specifieke maatregelen moeten worden genomen om de uitwisseling van onderzoekers en studenten te bevorderen en de mobiliteit van andere apart te identificeren groepen te vergroten.
Overeenkomsten inzake de versoepeling van de afgifte van visa worden apart onderhandelbare communautaire overeenkomsten binnen het kader van het Schenenverdrag. Ze zullen nauw verbonden zijn aan de overnameovereenkomsten die het Programma van Den Haag als voorwaarde stelt voor het versoepelen van de visumplicht. Op deze manier zal ook de Europese Unie van deze regeling profiteren, omdat de landen van de Westelijke Balkan zich dan ook verplichten onderdanen van derde landen terug te nemen die via hun landen illegaal naar de Europese Unie zijn gegaan. Momenteel heeft alleen Albanië zo'n overnameovereenkomst met de Europese Unie. De landen van de Westelijke Balkan hebben bilaterale overnameovereenkomsten met veel lidstaten van de Europese Unie, dus gaan wij ervan uit dat onderhandelingen op communautair niveau ook soepel zullen verlopen.
De Commissie heeft al voorstellen gedaan voor onderhandelingen over een visumversoepelingsovereenkomst en een overnameovereenkomst met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Deze onderhandelingsmandaten worden nu op werkgroepniveau in de Raad besproken. Wanneer de Raad ze heeft aangenomen, kan de Commissie onderhandelingen beginnen. Verwacht wordt dat de Commissie in juli met voorstellen komt voor mandaten voor andere landen van de Westelijke Balkan. De werkgroepen zullen proberen de voorstellen zo snel mogelijk te behandelen, zodat de Raad er een besluit over kan nemen.
De Raad Algemene Zaken sprak in zijn conclusies van afgelopen juni de hoop uit dat de mandaten voor visumversoepelingsovereenkomsten en overnameovereenkomsten dit jaar worden goedgekeurd, zodat de onderhandelingen over de versoepeling van de afgifte van visa eind volgend jaar kunnen worden afgerond met alle landen van de Westelijke Balkan. Wij hopen dat de eerste overeenkomsten dit jaar al worden gesloten. Het Finse voorzitterschap is van plan dit tijdschema voor de doelen te steunen, waardoor het ook mogelijk wordt dat de verhogingen van de visumkosten, die volgend jaar worden ingevoerd, niet van toepassing zijn op de landen van de Westelijke Balkan.
Franco Frattini, vice-voorzitter van de Commissie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik geloof dat de meningen van de geachte afgevaardigden alle de juiste richting uit gaan, en dat is ook de richting die de Europese Commissie wil volgen. De woorden van de fungerend voorzitter van de Raad hebben mij werkelijk een hart onder de riem gestoken.
De Commissie is het eens met de Europese roeping van de landen van de Westelijke Balkan, omdat dit gebied volgens haar van strategisch belang is voor Europa. Wij hebben in de afgelopen maanden intensief gewerkt met het Oostenrijks voorzitterschap en hopen dat er spoedig maatregelen kunnen worden getroffen. Deze urgente maatregelen zullen deel uitmaken van een allesomvattend pakket en daarover zal een politiek akkoord worden gesloten met alle betrokken landen van de Westelijke Balkan.
Ten eerste gaat het daarbij om maatregelen ter vergemakkelijking van het visumstelsel - ik noem enkele categorieën: studenten, onderzoekers en ondernemers, die wij ertoe willen aanmoedigen zich vrijer te bewegen om investeringen aan te trekken en om zelf te investeren. Dat zal een vereenvoudigd systeem zijn, niet wat betreft de procedure, maar wat betreft de bereidheid tot het verstrekken van visa, een bereidheid die – en wat dat betreft ben ik het eens met de geachte afgevaardigden – momenteel veel te wensen overlaat.
In hetzelfde systeem van een politiek akkoord zullen wij ook overeenkomsten inzake terugname van illegale immigranten opnemen. In een aantal gevallen hebben wij dat reeds gedaan. Zo is bijvoorbeeld de overeenkomst met Albanië reeds ondertekend en in werking getreden. Dit is een overeenkomst tussen de EU en Albanië inzake de repatriëring van illegale immigranten afkomstig uit Albanië. Het is wel duidelijk dat wij, zoals ook de fungerend voorzitter van de Raad zojuist zei, snel soortgelijke overeenkomsten willen ondertekenen met de andere landen.
Het is eveneens duidelijk dat rekening moet worden gehouden met de zorgen van de lidstaten. Deze zorgen betreffen vooral het veiligheidsniveau: preventie van corruptie, preventie en bestrijding van georganiseerde misdaad en allerlei soorten handel, met inbegrip helaas van de mensenhandel in dit gebied. Wij zullen deze landen vragen meer met Europa samen te werken om betere voorwaarden te creëren voor de bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie.
In dit kader is voor ons één maatregel erg nuttig, als wij de lidstaten willen overtuigen die de afgelopen maanden bezwaren naar voren hebben gebracht: het verzoek aan deze landen om zo snel mogelijk paspoorten in te voeren die beantwoorden aan de Europese normen, met andere woorden aan de veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de bestrijding van vervalsing van paspoorten en identiteitsdocumenten. Op die manier kunnen wij voorkomen dat er mensen rondlopen met een valse identiteit.
Ik geloof dat de landen in dit gebied de politieke bereidheid daartoe hebben. Ik heb persoonlijk alle ministers van Binnenlandse Zaken en ook de premiers van deze landen ontmoet en kan u mededelen dat ik vóór 15 juli bij de Commissie een verzoek zal indienen met betrekking tot een mandaat voor onderhandelingen over visumfaciliteringsovereenkomsten met alle landen van de Westelijke Balkan. Ik zal een dergelijk verzoek doen voor Albanië – voor Macedonië is dat al gedaan, omdat de Commissie reeds enkele weken geleden mijn voorstel heeft goedgekeurd – voor Bosnië-Herzegovina, Servië en Montenegro. Alle landen van de Westelijke Balkan zullen uiterlijk op 15 juli ons formele voorstel aan de Raad zien verschijnen. Ik dacht dat het voorstel precies op 15 juli zou worden aangekondigd, tijdens de eerste Raad Buitenlandse Zaken onder Fins voorzitterschap.
Ik ben van plan om, als de Raad dat opportuun acht, op 24 juli tijdens de Raad Binnenlandse Zaken eerste informatie te verstrekken over de details van de voorstellen, en natuurlijk zal ik de Raad ook een kopie geven van de door de Commissie goedgekeurde documenten.
Ik hoop van ganser harte, of liever gezegd: ik weet zeker – want ik heb gesproken met de ministers die het voorzitterschap vertegenwoordigen – dat het vóór het einde van het jaar concreet mogelijk zal zijn om een zo groot mogelijk aantal mandaten voor onderhandelingen over visumfaciliteringsovereenkomsten goed te keuren.
Dit zal twee onmiddellijke gevolgen hebben. Ten eerste zullen wij voor eind 2007, dus op korte termijn, de visumfaciliteringsovereenkomsten in werking kunnen doen treden, met daarnaast de terugnameovereenkomsten. Ik hoop namelijk dat de onderhandelingen kort kunnen zijn, als de politieke wil er is. Dat betekent niet alleen dat vanaf 2007 de landen van de Westelijke Balkan in het genot zullen zijn van een visumfaciliteringsovereenkomst maar eveneens dat deze landen niet verplicht zullen zijn om de reeds door de Raad besloten verhoging van de visumkosten tot 60 euro te betalen.
Ik ben er zeker van dat alle landen van de Westelijke Balkan onder deze categorie zullen vallen en dat zij dus een administratief, bureaucratisch maar ook preferentieel stelsel zullen hebben voor visumverstrekking en dat zij de kostenverhoging niet hoeven te betalen.
Dat is het precieze tijdschema dat ik van plan ben te volgen. Daarover is reeds binnen de Europese Commissie overeenstemming bereikt met collega Rehn, die verantwoordelijk is voor de uitbreiding, en dus zal binnen enkele dagen een onderhandelingsvoorstel op de tafel van de Raad liggen.
Panagiotis Beglitis, namens de PSE-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de minister, de vertegenwoordigster van het Fins voorzitterschap, en commissaris Frattini van harte bedanken voor deze informatie. Ik wil echter ook duidelijk maken dat wij ons grote zorgen maken. In de drie jaar die zijn verstreken sinds de besluiten van de Europese Raad van Thessaloniki is er totaal geen vooruitgang geboekt bij de verandering van het systeem voor visumverstrekking.
Wat de vertegenwoordigster van het Fins voorzitterschap en commissaris Frattini ons vandaag hebben gezegd, is natuurlijk positief maar, mijnheer de commissaris, wij kunnen niet wachten tot eind 2007, tot het moment waarop de procedure voor de verandering van het systeem voor visumverstrekking zal zijn afgerond. Eind 2007 zal vrees ik veel te laat zijn.
Het gaat hierbij niet om een procedureel maar bij uitstek politiek probleem. Het gaat hierbij om de strategische geloofwaardigheid van de Europese Unie, om onze bijdrage aan de vrede, de stabiliteit, de samenwerking en de versterking van de Europese integratie van de landen van de Westelijke Balkan.
Niemand begrijpt waarom er wel onderhandelingen op gang zijn gebracht met Rusland, China en Oekraïne maar niet met de landen van de Westelijke Balkan. Niemand begrijpt waarom het systeem voor het verstrekken van visa voor binnenkomst in de Europese Unie vanuit Pakistan en Iran, aan jonge Pakistani en Iraniërs, veel eenvoudiger is dan voor jongeren uit de landen van de Westelijke Balkan.
Waarom zijn de visumkosten verhoogd tot 60 euro, mijnheer de commissaris? Ik heb begrepen wat u nu zei, dat namelijk deze verhoging niet zal gelden als de overeenkomsten worden ondertekend. Ik vrees echter dat 2007 veel te laat zal zijn. Ik ben van mening dat deze verhoging nu al niet voor deze landen mag gelden. Tot slot geloof ik dat de Europese Unie een krachtige boodschap moet sturen en ‘nee’ moet zeggen tegen gettovorming….
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Henrik Lax, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Lehtomäki, mijnheer Frattini, het feit dat men bezig is de westelijke Balkan te omringen met een visummuur is een tragedie voor de betrokken landen, waarvan de burgers al twintig jaar vrij kunnen rondreizen in West-Europa. Voor ons, die vrij kunnen reizen, is het bijna onmogelijk te begrijpen wat het betekent om plotseling achter een visumgrens te worden geplaatst. Die grens hindert de mensen niet alleen in hun bewegingen; op dezelfde manier wordt het gedachteverkeer over de grenzen belemmerd. Voor de huidige kenniseconomie is mobiliteit een even belangrijke voorwaarde als de toegang tot moderne informatietechnologie. Daarom kan het visumbeleid in de geglobaliseerde wereld van vandaag er ook niet uitzien zoals in de jaren vijftig of zelfs de in jaren tachtig. Dat moet ons uitgangspunt zijn wanneer de EU haar visumbeleid formuleert.
Zoals mevrouw Lehtomäki ook al zei, heeft de EU een duidelijk plan nodig voor de vereenvoudiging van de visumprocedure en de uiteindelijke afschaffing van de visumeis. Aan onze buurlanden moet duidelijk worden gemaakt aan welke eisen ze moeten voldoen, ten eerste met het oog op werkelijke vereenvoudigingen in visumprocedures, en ten tweede met het oog op definitieve afschaffing van de visumplicht. We moeten ze kunnen beloven dat de visumeis wordt afgeschaft als minder dan 2 procent van de visumaanvragen wordt afgewezen.
Ik verwelkom de doelstellingen van commissaris Frattini, die uitstekend zijn. Het moet echter een vanzelfsprekende doelstelling van de bilaterale visumovereenkomsten van de EU zijn om de vrijheid van verkeer van allen te vereenvoudigen en niet alleen voor bepaalde categorieën mensen. We geven een verkeerd signaal af als we mensen in verschillende categorieën plaatsen, zoals studenten en cultuurdragers tegenover landbouwers en ouders van kleine kinderen. Nee, iedereen moet het recht hebben om de Europese atmosfeer in te ademen.
Het is een probleem dat bijvoorbeeld de overeenkomst met Rusland zo beperkt is. Die geldt slechts voor weinig mensen, minder dan een tiende deel van de reizigers, en maakt de visumprocedures in de praktijk niet eenvoudiger. Zelfs de visumkosten gaan niet omlaag. Namens de liberale fractie verzoek ik om een ambitieuzer visumbeleid, echte vereenvoudigingen voor de Balkanlanden, echte vereenvoudigingen voor alle inwoners en een duidelijke doelstelling om de visumplicht af te schaffen. Het moet sneller gaan en goedkoper en eenvoudiger worden om een visum te krijgen, en het Europees Parlement moet zich kunnen uitspreken over de onderhandelingsvolmachten die op dit moment worden opgesteld.
Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, in dit debat is duidelijk naar voren gekomen dat het Parlement wil dat de Raad en de Commissie deze zaak ter harte nemen en dat is gebeurd. Dit is voor ons een zeer belangrijke zaak. Hoewel de heer Lax naar voren bracht dat mensen niet in categorieën moeten worden ingedeeld, is het misschien toch van groot belang de mobiliteit van jonge Europeanen in dit werelddeel zo snel mogelijk te vergroten. Het is ons doel dat de eerste overeenkomsten al in de loop van dit jaar worden gesloten.
Versoepeling van de afgifte van visa is een zeer concrete zaak, die betrekking heeft op gewone mensen en die de toenadering tot de Europese Unie in de landen van de Westelijke Balkan kan bevorderen. Ze is ook een manier om de stabiliteit en de ontwikkeling in deze regio te vergroten en daarom is het van belang dat wij hierbij vooruitgang boeken. Wij moeten echter beseffen dat het hierbij ook gaat om het bewaken van de buitengrenzen van de Europese Unie en niet alleen om het tonen van politieke wil. Maar wij zullen deze kwestie met veel enthousiasme afhandelen.