Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2091(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0280/2006

Ingediende teksten :

A6-0280/2006

Debatten :

PV 25/09/2006 - 15
CRE 25/09/2006 - 15

Stemmingen :

PV 26/09/2006 - 7.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0363

Debatten
Maandag 25 september 2006 - Straatsburg Uitgave PB

15. Kwijting 2004: Afdeling I, Europees Parlement (debat)
PV
MPphoto
 
 

  Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0280/2006) van de heer Ferber, namens de Commissie begrotingscontrole, over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2004: Afdeling I – Europees Parlement [N6-0027/2005 C6-0357/2002 2005/2091 (DEC)].

 
  
MPphoto
 
 

  Markus Ferber (PPE-DE), rapporteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, misschien mag ik er om te beginnen op wijzen dat in het verslag waarover we vandaag debatteren en waarover we morgen zullen stemmen, staat dat wij de Voorzitter van het Parlement kwijting verlenen. Ik betreur het daarom in hoge mate dat de Voorzitter van het Parlement niet aan de beraadslagingen deelneemt. Ik wil erop wijzen dat hij in dezen een bijzondere verplichting heeft.

We hadden de kwijtingsprocedure voor de Parlementsbegroting voor 2004 eigenlijk in april al afgerond. Zorgvuldige lezing van een plaatselijke krant hier in Straatsburg vestigde echter onze aandacht op een voorval waarvan het dramatische karakter niet snel zal worden overtroffen.

Hoewel de Administratie van het Parlement al in november 2005 van de stad Straatsburg te horen had gekregen dat de stad nog met een Nederlands pensioenfonds moest onderhandelen over de twee gebouwen die bekendstaan als IPE 1 en IPE 2, zetten de Administratie en het Bureau de onderhandelingen over de koop door en kon de koop alleen dankzij ons initiatief worden verhinderd. Ik vind dat onaanvaardbaar. Wat we vervolgens in ons onderzoek hebben vastgesteld, is niet mis. In de paar minuten die mij ter beschikking staan, wil ik me op de belangrijkste aspecten concentreren.

Het Europees Parlement zei in 1979, toen de leden voor het eerst direct werden gekozen, dat het kantoorruimten nodig had. Daartegen is niets in te brengen. Het Parlement vroeg aan de stad Straatsburg om die kantoorruimten beschikbaar te stellen. Ook daar valt niets tegen in te brengen. Straatsburg zei toen dat het zelf niet aan dat verzoek kon voldoen. Daarom gaf het een derde partij, namelijk het genoemde Nederlandse pensioenfonds, opdracht om een kantoorgebouw neer te zetten. Zo ontstond een huurverbintenis waarbij drie partijen waren betrokken. Dat heeft ertoe geleid dat wij dertig tot zestig miljoen euro meer huur – de studies daarover lopen uiteen – aan de stad Straatsburg hebben betaald dan het bedrag dat Straatsburg vervolgens aan het pensioenfonds heeft doorgegeven. Dit gebeurde ondanks het feit dat de Begrotingscommissie van het Parlement en de quaestoren in 1980 hadden bepaald dat er aan Straatsburg niet meer mocht worden betaald dan wat de stad zelf aan het pensioenfonds doorbetaalde.

Het Bureau ging in 1983 na of de huurprijzen acceptabel waren en ontwikkelde op basis van vergelijkbare huurberekeningen een nieuw calculatiesysteem. Op grond daarvan werden de huurprijzen opnieuw vastgesteld. De inflatie van de jaren tachtig was in Frankrijk op haar hoogtepunt. De stad Straatsburg stelde daarom voor de huurovereenkomst te indexeren zonder daaraan een termijn te verbinden.

Daarom mondt het verslag dat ik vandaag aan u mag voorleggen, in feite uit in twee conclusies. In de eerste plaats heeft de Administratie van dit fantastische gebouw, het Europees Parlement, in ieder geval sinds 1983 nooit meer omgekeken naar de huurovereenkomsten die zij met de stad Straatsburg had gesloten. Dat is onaanvaardbaar! Door de invoering van de euro heeft de indexering haar betekenis immers verloren, om maar eens een heel concreet voorbeeld te noemen. In de tweede plaats was de handelwijze van Straatsburg, de stad die het Europees Parlement onderdak verleent, niet bepaald een voorbeeld van de goede samenwerking en de vertrouwensrelatie tussen de instelling en de stad. Laat ik ook dat duidelijk vaststellen.

We hebben na alle onderzoek geconstateerd dat er geen sprake is geweest van corruptie, fraude, wanbeheer of misbruik van gelden. Ik vind het erg jammer dat de afgevaardigde die hier van tijd tot tijd met een zuurstofmasker op zat, omdat hier zogenaamd een geur van corruptie zou hangen, vandaag niet aanwezig is.

Het was niet onze taak om een oordeel uit te spreken over de vraag of het verstandig is dat in de Europese Verdragen is vastgelegd waar het Europees Parlement zijn zetel heeft. Het is jammer dat de afgevaardigde die in Brussel woont en haar dagen in Straatsburg in miserabele omstandigheden in een jeugdherberg doorbrengt, vandaag eveneens niet aanwezig is en ook geen bijdrage aan dit verslag heeft geleverd. Wij moesten onderzoeken wat zich in het verleden heeft afgespeeld. Dat hebben we gedaan. Ik wil alle afgevaardigden die daaraan hebben meegewerkt, hartelijk bedanken. Het was echter niet aan ons om te bepalen waar het Europees Parlement zijn zetel moet hebben. Daarover moeten de staatshoofden en regeringsleiders in hun oneindige wijsheid besluiten. Zoals iedereen weet, is deze kwestie bij hen in goede handen.

Ik dank dus nogmaals iedereen die hieraan heeft meegewerkt en het spijt me voor degenen die er een mediaspektakel van heeft geprobeerd te maken, maar nooit hebben meegedaan aan het echte werk in de werkgroep of de Begrotingscommissie.

Ondanks al deze opmerkingen verlenen wij kwijting voor het jaar 2004, waarbij we een aantal aanbevelingen voor de toekomst meegeven. Indien nodig zullen we echter in toekomstige verslagen op de verdere ontwikkelingen ingaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Busuttil, namens de PPE-DE-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn dank gaat uit naar de rapporteur, de heer Ferber. De voornaamste conclusie van het onderzoek in verband met de beweringen over de twee gebouwen in Straatsburg is dat er geen aantoonbare strafbare feiten zijn gepleegd. In die zin waren de beweringen dus ongegrond. Maar er zijn wel zaken boven water gekomen die weliswaar niet strafbaar zijn maar vandaag wel aan de orde moeten worden gesteld.

Ten eerste was er inderdaad sprake van te veel betaalde huur in de orde van grootte van een bedrag tussen 32 en wel 60 miljoen euro.

Ten tweede heeft de stad Straatsburg de vertrouwensrelatie met het Parlement geschaad door dingen te doen die het Parlement, naar men wist, nooit zou accepteren, zoals een deel van de huurbetalingen achterhouden en een bedrag van 29 miljoen euro van de koopprijs afdingen.

Ten derde bleek de administratie van het Europees Parlement ontoereikend te zijn, want men heeft gedurende een lange periode van dertig jaar nagelaten om er met gepaste zorgvuldigheid op toe te zien dat de huur die aan Straatsburg werd betaald voor de gebouwen, niet buiten proporties was.

Tot slot was het Europees Parlement zelf niet eensgezind over de kwestie, want hoe kan het anders dat de Commissie begrotingscontrole pas meer dan een maand later dan het Bureau van het Parlement van de beweringen op de hoogte werd gesteld? Hoe kan het anders dat ons Bureau, terwijl ons onderzoek gaande was, de onderhandelingen over de aankoop van de gebouwen gewoon voortzette en daarmee het politieke gezag van het onderzoek ondermijnde?

Hoewel dit geen van alle strafbare feiten zijn, mogen deze zaken niet worden goedgepraat, laat staan herhaald.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Edith Mastenbroek (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik sta hier vandaag niet in mijn hoedanigheid van officiële schaduwrapporteur van de PSE-Fractie, dus ik zal geen gebruik maken van mijn drie minuten spreektijd. Ik wil alleen maar zeggen dat ik de conclusies van het verslag-Ferber steun.

In het verslag wordt gesteld dat er een vertrouwensbreuk is ontstaan tussen de stad Straatsburg en het Parlement. Ik onderschrijf dat van harte. De handelwijze van openbare instellingen die afhankelijk zijn van publieke middelen, dient niet alleen legaal te zijn maar ook ethisch en moreel aanvaardbaar. Sinds mijn deelname aan deze werkgroep weet ik dat in de tripartiete onderhandelingen een van beide partijen consequent volgens deze ethisch juiste beginselen heeft gehandeld en de andere, dat wil zeggen de stad Straatsburg, niet.

In de korte tijd dat ik in dit Parlement zitting heb, is men mij gaan zien als een van de leiders van de campagne tegen Straatsburg. Ik gebruik niet gauw woorden als “anti”, omdat ik daar niet van houd. Ik heb er alles aan gedaan om de discussies over de zetel van het Parlement niet te vermengen met de discussies over de vraag of belastinggeld wel goed wordt besteed. Ik wil het Parlement er vandaag op wijzen dat de burgemeester van Straatsburg een van de weinigen was die deze twee debatten consequent met elkaar hebben vermengd, door ons er tijdens haar hoorzitting aan te herinneren dat we ons aan een gevaarlijk debat waagden, omdat de Elzasstreek een zeer symbolische betekenis heeft. Met dat laatste ben ik het volkomen eens. Ik ben er stellig van overtuigd dat dit inderdaad zo is.

Daarom vraag ik de stad Straatsburg tijdens mijn korte spreektijd vandaag waarom ze – als ze inderdaad van mening is dat we deze regio in ere moeten houden – sinds 1979 consequent een handelwijze heeft gehanteerd die strijdig is met die doelstelling?

Het gaat hier om twee openbare instellingen die het beste met hun burgers voor hebben. Ik sta hier omdat ik wil dat het geld dat Nederlandse burgers aan de Europese Unie betalen, goed wordt besteed.

Ik kan zeggen dat dit geld, volgens het verslag van de Rekenkamer, niet goed is besteed en dat het, om het voorzichtig uit te drukken, ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Mulder, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, de kwijting over het jaar 2004 voor het Europees Parlement heeft zeker een ongewone gang van zaken gekend. Ware het niet zo dat een krantenartikel net voor de kwijtingsdatum de aandacht erop trok dat in de aankoop van twee nieuwe gebouwen in Straatsburg een compensatiebedrag was ingehouden, dan hadden wij waarschijnlijk gewoon in april kwijting verleend. Een keer dat dat bericht er was, reageerde de administratie volkomen terecht door de aankoop van die twee gebouwen te annuleren. Ik moet ook zeggen dat de Begrotingscommissie zeer adequaat gereageerd heeft door onmiddellijk intern een onderzoekscommissie in te stellen om alle aspecten van die zaak te onderzoeken. Ik kan alleen maar zeggen dat de heer Ferber in dit proces en in die onderzoekscommissie een glansrol heeft gespeeld. Alle lof komt hem hiervoor toe. De onderzoekscommissie zelf heeft ook goed en snel werk verricht.

De conclusie is voor mij ook – en het is al gezegd, dus het begint een beetje vervelend te worden – : er was een vertrouwensrelatie tussen twee publieke instituties, tussen de gemeente Straatsburg en het Europees Parlement en die heeft onder deze affaire buitengewoon ernstig geleden. Het is niet goed te praten dat twee publieke instellingen winst op elkaar maken want het gaat altijd om belastinggeld.

Juridisch gezien echter is alles waterdicht en kunnen wij er dus ook weinig meer op verhalen. In mijn ogen concludeert het verslag-Ferber terecht dat de aankoop van gebouwen onder een aantal voorwaarden ( als de prijs goed is en als we tegelijkertijd land en gebouwen kopen) toch de beste optie voor de belastingbetaler is. Ik onderschrijf dat en ik denk dat dat ook binnenkort zal gaan gebeuren. Ik wil er ook op wijzen dat deze aankoop van de gebouwen absoluut niets te maken heeft met de zetelkwestie. De heer Ferber heeft al gezegd dat een besluit van de regeringsleiders dat zou kunnen veranderen. Het Parlement op zichzelf kan er een opinie over hebben, maar het kan er weinig aan veranderen. Het gaat er maar om wat er in het belang is van de belastingbetaler. Ik denk dat als de prijs juist is dan is het op de lange duur, en zelfs ook op een vrij korte duur, goedkoper dan door te gaan met het betalen van huur.

Een kwijting gaat altijd over het verleden. Behalve over de gebouwen staan er in het verslag ook een heleboel nuttige dingen met aanbevelingen voor de toekomst. Er staan nuttige aanbevelingen in over de contracten die gegeven moeten worden aan parlementaire assistenten. Er zijn ook allerlei nuttige aanbevelingen over de nieuwe mogelijkheden van de communicatietechnieken. Ik probeer ze iedere dag zelf te beheersen.

Wat betreft de algemene conclusies: ik kan bevestigen dat mijn fractie in grote lijnen de lijn van de heer Ferber ondersteunt.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, ik wil twee onderdelen van het uitstekende verslag Ferber behandelen: het gebouwenbeleid en het vrijwillig pensioenfonds. Vooreerst het gebouwenbeleid, waarover alle sprekers het al hebben gehad. We staan hier met een tweede verslag omdat er dat persartikel was. Er was een speciale werkgroep. Ik denk dat we daar collegiaal zeer hard hebben samengewerkt en dat we daar de heer Ferber maximaal hebben proberen te ondersteunen.

De conclusies zijn dan ook eensluidend en ze zijn ook door de meeste collega’s al aangehaald. We hebben geen onwettige handelingen kunnen vaststellen, we hebben geen corruptie kunnen vaststellen, maar wel staat vast dat het Europees Parlement over de voorbije twintig jaar een behoorlijke som, minstens 32 miljoen euro en wellicht meer, tussen de 42 miljoen en de 60 miljoen euro, teveel aan huur heeft betaald aan de stad Straatsburg. Onaanvaardbaar mijns inziens is ook dat de stad Straatsburg op een bepaald ogenblik eenzijdig ervoor gezorgd heeft dat het over die periode 11 miljoen euro kon opzij zetten voor, wat zij noemde, het dekken van het risico dat het Parlement ooit deze stad als zetel zou verlaten.

De relatie tussen de stad Straatsburg en het Europees Parlement is door deze handelingen ernstige schade toegebracht en het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat het hele debat over de zetel van het Parlement daardoor werd aangezwengeld. Ik weet dat dit niet het voorwerp is van dit kwijtingsverslag maar ik denk dat het Parlement in een aanbeveling aan de Raad eindelijk eens zou moeten zeggen wat het wil, of het hier in deze stad wil blijven zetelen.

Tenslotte, het vrijwillig pensioenfonds, dat een ander belangrijk aspect is van het verslag van collega Ferber. Eind 2004 was daar een verzekeringstechnisch tekort van zowat 43 miljoen euro. Dat was gelukkig genoeg tot 28 miljoen euro gedaald eind 2005. Ik wil aandacht vragen voor mijn amendement 5, dat uitdrukkelijk stelt dat het Parlement zelf nooit verantwoordelijk kan worden gesteld voor dit tekort. Het is een vrijwillig pensioenfonds, het is een pensioenfonds dat beheerd wordt door beheerders. Het zijn dan ook zij die voor een eventueel tekort moeten opdraaien, niet het Parlement zelf, niet de belastingbetaler. Het zijn de beheerders die verantwoordelijk zijn voor onethisch of onjuist beheer van massale middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Wojciechowski, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de heer Ferber willen bedanken voor het geleverde werk. Hij is er op basis van een geringe hoeveelheid informatie in geslaagd om een deskundig en zakelijk verslag op te stellen.

Het is logisch dat er in de loop van een kwijtingsdebat een aantal algemene opmerkingen te berde worden gebracht over het controlesysteem en de wijze van controle op de uitvoering van de begroting van de Europese Unie. Tot mijn spijt moet ik vaststellen dat het controlesysteem redelijk algemeen en oppervlakkig is. Er is uitvoerig gedebatteerd over de geloofwaardigheid van de boekhouding, het aantal fouten en de gebreken van het controlesysteem. We herhalen echter voortdurend dezelfde algemeenheden zonder precies te weten hoe de Europese begroting ten uitvoer wordt gelegd.

Zaken zoals de gebouwenkwestie in Straatsburg, de problemen rond Eurostat en andere dergelijke onregelmatigheden, worden gewoonlijk door de pers aan het licht gebracht. Het controlesysteem is hier van geen enkel nut. We moeten ons in alle ernst over dat probleem buigen en er niet alleen voor zorgen dat het controlesysteem doelgerichter en efficiënter wordt, maar het misschien ook sterker afstemmen op de modellen die door de nationale controleorganen worden gebruikt, aangezien die doeltreffender zijn dan het door de Unie toegepaste systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeffrey Titford, namens de IND/DEM-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben dit waardige Parlement eeuwig dankbaar dat ik in een schamele anderhalve minuut mag reageren op de kwijting van de begroting voor 2004. In het verslag wordt dit Parlement dan wel aangeduid als “democratisch orgaan van de Europese Unie”, maar het mag duidelijk zijn dat het die aanduiding niet verdient. We hebben in deze instelling geen debatten, maar strak gecontroleerde en georkestreerde spreektijd zonder de gelegenheid om te reageren. Vandaar deze lege zaal vanavond. Als een slap aftreksel van een parlement verrichten we voor de vorm alle benodigde handelingen. We zijn een façade van democratisch fatsoen, bedoeld om de bevolking van Europa het idee te geven dat ze enige zeggenschap hebben over het bestuur van het zogenaamde Europese project.

Hoe kunnen we dit beter illustreren dan met de één miljoen handtekeningen die zijn ingezameld tegen de volkomen zinloze en schandalig kostbare maandelijkse volksverhuizing naar Straatsburg? Dit Parlement legt deze smeekbede van een bevolking die we geacht worden te vertegenwoordigen, naast zich neer en overweegt serieus om deze gebouwen te kopen, zodat deze bizarre constructie permanent wordt. Het is allemaal goed en wel dat in dit verslag de goede trouw van de stad Straatsburg in twijfel wordt getrokken, maar de realiteit is dat de stad ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
  

VOORZITTER: PIERRE MOSCOVICI
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil er graag op wijzen dat de heer Titford van de UK Independence Party zojuist een geestdriftig pleidooi heeft gehouden voor een Europese Grondwet: hij steunde het initiatief van een miljoen Europeanen en zo’n initiatief kan alleen juridisch bindend zijn als we een Grondwet hebben.

Ik heb drie punten. Allereerst feliciteer ik de heer Ferber met zijn voortreffelijke verslag. Het was een goed idee om de publicatie van het kwijtingsverslag uit te stellen omdat er onduidelijkheid heerste over de relatie tussen de stad Straatsburg en het Europees Parlement. Ik sta volledig achter de inhoud van het verslag en de manier waarop de zaken zijn geformuleerd. We hebben ons er in de Commissie begrotingscontrole over gebogen en het verslag aangenomen met 25 stemmen vóór en slechts één stem tegen.

Het tweede punt betreft het zwartepietenspel. Het is waar dat beide partijen schuld hebben: de administratie van het Parlement, waar wellicht sprake was van enige naïviteit, en de stad Straatsburg. Dat valt niet te ontkennen. Ik ben het eens met mevrouw Mastenbroek en de heer Busuttil, die zeiden dat de stad Straatsburg te slechter trouw heeft gehandeld. Mijn vertrouwen in het functioneren van deze stad is beschadigd.

Mijn laatste punt betreft het vermeende verband tussen dit verslag en de zetel van het Europees Parlement. Dat verband is er niet, maar het punt is wel hoe we ons geld besteden. Net als in een huwelijk is het belangrijk dat gevoelige kwesties worden besproken. Ik realiseer me terdege dat dit een gevoelige kwestie is, maar we moeten niet vergeten dat het niet alleen over de huur gaat. Het is een feit dat de vergaderingen hier in Straatsburg de belastingbetaler jaarlijks 209 miljoen euro kosten. Dat is geldverkwisting en ik steun het idee van de campagne oneseat.eu om terug te gaan naar één zetel. Laten we er open over praten en een oplossing proberen te vinden, maar laten we dat doen los van dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Herbert Bösch (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, graag wil ik onze rapporteur en de door de Begrotingscommissie ingestelde werkgroep complimenteren met de ernst waarmee ze dit onderwerp hebben behandeld. Het is al vaker gebleken – en ook de vergadering van vandaag wekt die indruk – dat dezelfden die altijd roepen om transparantie, uiteindelijk eigenlijk niets willen weten van de feiten. Die feiten zijn soms niet zo schandelijk en spectaculair zoals men die misschien graag in de kranten zou willen zien. De rapporteur wees daar al op. De stukken zijn echter serieus tegen het licht gehouden. Daarvoor kunnen de Begrotingscommissie, de rapporteur en de werkgroep instaan. Ik feliciteer u met de resultaten die het onderzoek heeft opgeleverd.

Ik wil niet nog eens herhalen welke zaken er in dit debat allemaal meespeelden. Iedereen heeft een mening over Straatsburg, over Brussel en over van alles en nog wat. Het is dan niet eenvoudig om het werk naar behoren te doen. Ik geloof dat het toch wel redelijk is gelukt. Het verslag van de heer Ferber verdient onze steun.

Welke lessen kunnen we hieruit trekken? Ten eerste beschikten onze eigen Administratie en ons eigen Bureau – mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat u daarvan ook deel uitmaakt – over informatie die zij ons niet hebben doen toekomen, ook niet toen de heer Ferber al met zijn verslag bezig was. Dat is onacceptabel. Daarin moet verandering komen. Dat moet in de toekomst anders gaan. Anders moeten wij nog gaan uitkijken voor onszelf.

Ten tweede leert het verslag van de heer Ferber ons dat de Administratie van het Parlement ertoe moet worden verplicht oude overeenkomsten te herzien en niet gewoon maar moet afwachten tot er over duizend jaar weer iets opduikt. Dat mag niet gebeuren.

Ten derde vind ik dat iedereen die denkt dat de huidige discussie over het gebouwenbeleid in Straatsburg kan worden gekoppeld aan het one seat-debat, eerst zeker moet weten – ik weet dat niet – hoe het staat met het gebouwenbeleid in de andere plaatsen waar het Parlement vergadert.

 
  
MPphoto
 
 

  Bill Newton Dunn (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil tijdens mijn minuut stilstaan bij paragraaf 88 over de pensioenregeling voor leden van het Europees Parlement en de betalingswijze van de pensioenbijdragen.

Allereerst betreur ik het ten zeerste dat enkele parlementsleden verdachtmakingen hebben geuit aan het adres van collega’s. Degenen van wie deze verdachtmakingen afkomstig zijn, zijn niet bij dit debat aanwezig en ze beschikken over geen enkel bewijs. Het is een schande dat ze gewoon naar de pers toe stappen en hun naam proberen te vestigen door geachte afgevaardigden van dit Parlement verdacht te maken. Laat ze eerst met bewijzen komen voordat ze zulke zaken rondbazuinen.

Ik heb geen bezwaar – en ook geen bezwaren gehoord – tegen het rechtstreeks, per automatische incasso, van onze bankrekening betalen van onze pensioenbijdrage. Dat is prima. Maar we moeten wel bedenken dat het Parlement naar het schijnt dan vijf extra voltijdse arbeidskrachten zal moet aantrekken, waarmee jaarlijks een bedrag van 400 000 euro gemoeid zal zijn, om te kunnen controleren of de juiste bedragen van alle nationale bankrekeningen naar de centrale kas zijn overgemaakt. Dat is nodig omdat sommige banken kosten in rekening brengen voor het overmaken van geld en andere niet, waardoor de bedragen variëren. Aangezien dertien lidstaten niet de euro hebben, zullen de maandelijkse betalingen ook variëren afhankelijk van de fluctuerende wisselkoers van de nationale valuta ten opzichte van de euro. Dit brengt aanzienlijke kosten met zich mee. Verder moeten we het hoofd koel houden en ons onthouden van beledigingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens-Peter Bonde (IND/DEM). – (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het langstzittende lid van dit Parlement en degene die het vaakst naar Straatsburg is gereisd. Ik was lid van de Begrotingscommissie en van de Conferentie van voorzitters toen de meerderheid besloot dat het secretariaat in Luxemburg zou worden gevestigd en dat de vergaderingen beurtelings in Straatsburg en Brussel zouden worden gehouden. Toen we moesten kiezen tussen Straatsburg en Brussel, heb ik voor Straatsburg gestemd, dus ik spreek hier vandaag niet vanuit een anti-Frans standpunt tot u.

Er is nu een miljoen handtekeningen verzameld ten gunste van één toekomstige vergaderplek. Dat is een duidelijk signaal van de bevolking. We wensen niet langer akkoord te gaan met verspilling van het geld van de belastingbetalers en met verspilling van de tijd van de Parlementsleden en het personeel. Daarom moeten we al het mogelijke doen om tegemoet te komen aan de kritiek van de bevolking. Bij het vaststellen van het vergaderrooster van 2008 zouden we kunnen besluiten om elke dinsdag bijeen te komen in de stad waar de Commissie vergadert. We zouden dan verslag kunnen krijgen van de besluiten van die dag en alle stemmingen houden waarvoor een absolute meerderheid vereist is. Op die manier zou de behoefte aan heen en weer reizen drastisch worden gereduceerd. De bal zou dan aan de regeringsleiders zijn, zodat die worden gedwongen om één werkplek vast te stellen. Dat kunnen we zelf doen zonder inbreuk te maken op het Verdrag.

We kunnen ook een signaal afgeven door nu geen nieuwe gebouwen te kopen. Ik heb amendement 9 ingediend teneinde die koop te verhinderen of uit te stellen. Niemand heeft toch ooit kunnen denken dat de stad Straatsburg het Europees Parlement en de Europese belastingbetalers zou willen oplichten. Die gedachte is voor zover ik me kan herinneren op geen enkele vergadering geuit, en ik wil de opeenvolgende secretarissen-generaal er niet van beschuldigen dat ze onoplettend zijn geweest. Men moet kunnen uitgaan van de redelijkheid en wederzijdse loyaliteit van overheden. Ik heb bovendien begrepen dat Straatsburg niet in strijd met de wet heeft gehandeld. Welnu, dan moet de wet worden gewijzigd, zodat de overheden worden verplicht tot het verstrekken van informatie wanneer ze met elkaar te maken hebben. Hier in het Parlement zijn wij echter niet verplicht om de gebouwen te kopen van de stad Straatsburg. We hebben gebouwen genoeg en nu moeten we ons scharen achter de eis dat we één werkplek krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Albert Jan Maat (PPE-DE). – Voorzitter, ik wil Markus Ferber complimenteren met de wijze waarop hij de kwijting en het verslag heeft gepresenteerd en ook gewerkt heeft. Ik wil ook mijn fractiegenoten – want ik ben slechts plaatsvervangend lid van de Commissie begrotingscontrole – Busuttil, Stubb en Grässle hartelijk danken voor de uitstekende samenwerking die wij met Markus Ferber hadden, ook in de voorbereiding van de EVP-werkgroep.

Collega Ferber heeft een verslag voorgelegd dat kritisch is (kritisch over de gebouwen, kritisch over een aantal diensten) maar fair. Het geeft een aantal goede aanbevelingen voor de manier waarop een en ander verbeterd kan worden. Zo moet een kwijtingsverslag gebruikt worden, namelijk om tot een betere beheersing te komen van de huishouding en de begroting van het Parlement zelf. Natuurlijk heeft hij aandacht geschonken aan de kwestie van de gebouwen, het probleem dat wij hadden met de gemeente Straatsburg. Hij heeft het soms duidelijk hard maar ook wel fair weergegeven dat ook het Parlement op dat punt wat te verwijten valt en niet alleen de andere partijen in het conflict.

Het CDA onderschrijft dan ook de hoofdconclusies van het verslag Ferber over de besteding van de Parlementsbegroting in het jaar 2004, zoals voorbereid en ook aangenomen in de begrotingscontrolecommissie. Toch moet ik nog een aantal opmerkingen maken maar ik zie dat los van het verslag Ferber, ook omdat hij uitstekend werk heeft verricht met betrekking tot Straatsburg.

Morgen spreken wij in de begrotingscommissie over mogelijke aankoop. Het is duidelijk dat mijn partij daar op zich bezwaren tegen heeft, ook vanwege het feit dat de discussie die rond dit thema gevoerd wordt – ik hoef maar te wijzen op de woorden van collega Stubb die ik op dat punt ook wil onderschrijven – in feite eerst gevoerd moet worden voordat je tot aankoop van gebouwen overgaat. Bovendien kan het Parlement eigenlijk pas over twee jaar bij de kwijting over 2006 daarover spreken en dat lijkt mij niet de juiste gang van zaken.

Ik heb ook een inhoudelijke opmerking over die aankoop en dat betreft mogelijke aanwezigheid van asbest. Er is geen afdoende antwoord gegeven over de milieuaspecten daarvan. Nogmaals hulde voor het verslag van collega Ferber, maar we kunnen niet instemmen met de aankoop van het gebouw op dit moment vanwege de kwesties die ik al genoemd heb.

 
  
MPphoto
 
 

  Inés Ayala Sender (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur, de heer Ferber, bedanken voor zijn werk en voor de dynamiek waarmee hij de werkgroep, de Commissie begrotingscontrole en ook de Begrotingscommissie bezield heeft, ook al waren wij het niet helemaal eens met sommige van zijn conclusies in de commissie en met zijn besluit om andere kwesties te heropenen, waaraan het naar mijn idee voor een deel te wijten is dat de conclusies die in het oorspronkelijke mandaat heel helder waren, nu onduidelijker zijn.

Dit zou voor het Parlement meer een oefening worden in het goedkeuren van het bestuur, maar de inlichtingen die de gemeente Straatsburg blijkbaar aan de pers heeft verstrekt over bepaalde voordelen die zij genoten heeft door de prijs die het Parlement heeft betaald, en wel via een soort contract met een tussenpersoon, waarover zij nooit duidelijkheid heeft verschaft, heeft deze oefening een stuk interessanter gemaakt, en we hebben hieruit belangrijke lessen getrokken.

De werkgroep heeft vastgesteld dat het om een legale praktijk ging, die gebruikelijk was in deze onroerendgoedcontracten voor financiële instrumentering, net zoals dat geval was met het naar mijn idee oneigenlijke gebruik van effectieve tussenpersonen. We kunnen concluderen dat die tussenpersonen er goed garen bij hebben gesponnen.

Welnu, er mag dan sprake zijn geweest van teveel vertrouwen aan de ene kant en een gebrek aan vertrouwen aan de andere kant, ik denk we als Parlement hebben geleerd om minder te vertrouwen op de goede wil van overige instellingen. Deze hele oefening is dus heel welkom als zij het bewustzijn kan vergroten van de risico’s en gevaren van onroerendgoedtransacties, als zij ons ervoor behoedt – en dat is toch wat we willen – dat we in de toekomst voor dit soort onaangename verrassingen komen te staan, omdat die het vertrouwen op de proef stellen dat het Parlement in zijn eigen zetel dient te hebben.

Wat de andere twee kwesties betreft die opnieuw door de achterdeur naar binnen zijn geglipt, de pensioenen en de zetel van het Parlement, onderschrijf ik nogmaals het standpunt dat deze Vergadering al meerdere malen gegeven heeft, dat dit niet de oplossing is waar de meerderheid voorstander van is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil Markus Ferber bedanken omdat hij zich uitstekend heeft gekweten van zijn extra taak in een context waarin het er nogal eens geagiteerd aan toeging, afgezien van het feit dat die ook juridisch gezien al complex was. Een woord van dank aan het adres van de Commissie begrotingscontrole is zeker ook op zijn plaats, omdat die haar naspeuringen om ons debat wat te verhelderen, tot een goed einde heeft gebracht.

Hoewel ook ik de onbeholpen manier waarop de stad Straatsburg met dit dossier is omgegaan, hevig betreur, trek ik hier in twee opzichten lering uit. De eerste les heeft te maken met het functioneren van ons Parlement: zoals de rapporteur stelt, zullen we de juridische stand van zaken rond onze contracten, hoe complex die ook mogen zijn, voortaan beter moeten volgen.

Hoewel inhoudelijker en politiek van aard, gaat het ook bij de tweede les om de kwijting. Ik hoop namelijk dat er met het verlenen daarvan definitief een einde komt aan de voortdurende pogingen tot samenvoeging waarbij de kosten van de zetel in Straatsburg keer op keer ter discussie worden gesteld, een zetel die voortvloeit uit de Verdragen en uit de wijsheid van de staatshoofden, zoals Markus Ferber stelt. Als dit niet lukt, stel ik twee oplossingen voor: ofwel alle instellingen worden ondergebracht bij het Europees Parlement, democratisch orgaan bij uitstek, in welk geval we dus nog maar één zetel hebben, om het in de woorden van een van onze collega’s te zeggen, ofwel we openen in ieder geval een audit om na te gaan hoeveel het nu kost, de situatie waarin alle Europese instellingen over het hele Europese grondgebied verspreid zijn, en trekken daar lering uit.

 
  
MPphoto
 
 

  Ingeborg Gräßle (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ook ik zou graag 25 procent extra spreektijd willen hebben.

De hele geschiedenis met de huurovereenkomst inzake de gebouwen in Straatsburg die na 28 jaar boven water is gehaald, stemt tot nadenken.

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

Ik blijf daarom mijn twijfels houden over de professionaliteit van degenen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de gebouwen van het Parlement. Ook vraag ik me af in hoeverre de financieel managers besef hebben van de value for money. Door de Administratie van het Parlement is 28 jaar lang niet gecontroleerd of de overeenkomsten vanuit financieel oogpunt nog wel verantwoord waren, zelfs niet toen de oorspronkelijk ingecalculeerde kapitaalkosten waren afgeschreven en ook niet in 1997, toen in het Verdrag van Amsterdam werd vastgelegd dat Straatsburg onze zetel was en op zijn laatst vanaf dat moment de reden voor dekking van het risico kwam te vervallen.

Gedurende een groot aantal jaren zijn er veel te hoge huren betaald. De schade voor het Europees Parlement en voor de Europese belastingbetaler is aanzienlijk, zoals zelfs de expert die in opdracht van Frankrijk optrad, moest toegeven: minstens 28 à 32 miljoen euro. Wie is daarvoor eigenlijk verantwoordelijk? Waarom heeft de interne controle van het Parlement zo gefaald? Op die vragen wordt geen antwoord gegeven. Dat maakt me boos. Wij zullen er als Parlementsleden samen voor moeten zorgen dat deze vragen niet onder het tapijt worden geveegd, maar verder worden uitgezocht.

Morgen zullen we tachtig miljoen euro beschikbaar stellen voor de aankoop van gebouwen die we eigenlijk allang hebben betaald. Eén gebouw krijgen we zelfs cadeau, maar we weten niet welke lasten het met zich meebrengt. Er is onder grote tijdsdruk een overeenkomst in elkaar geflanst zonder dat de geschiedenis met de huurovereenkomsten aanleiding was om opnieuw over de koopprijs te onderhandelen. Als die koopovereenkomst van dezelfde kwaliteit is als de oude overeenkomsten, zullen we hierover binnen afzienbare tijd weer een debat voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Markus Ferber (PPE-DE), rapporteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil slechts refereren aan de opmerking waarmee ik mijn toespraak begon, toen u er nog niet was: ik verwacht dat de Voorzitter van het Parlement de volgende keer aanwezig is wanneer kwijting wordt verleend voor de Parlementsbegroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Voorzitter. – We zullen hem van dit verzoek in kennis stellen. Ik wil alleen maar aangeven dat het Bureau, terwijl wij hier vergaderen, ook aan het vergaderen is onder voorzitterschap van de Voorzitter van het Parlement. Dit is de verklaring die ik u kan geven. De Voorzitter van het Parlement heeft niet de gave dat hij overal tegelijk kan zijn; hij is niet alomtegenwoordig, zoals Fregoli.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 29 november 2006Juridische mededeling