Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2627(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0508/2006

Debatten :

PV 27/09/2006 - 3
CRE 27/09/2006 - 3

Stemmingen :

PV 28/09/2006 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0386

Debatten
Woensdag 27 september 2006 - Straatsburg Uitgave PB

3. Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid - Gemeenschappelijke immigratiepolitiek (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is de gecombineerde behandeling van: (i) vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid en (ii) immigratie. Dit zijn hoogst actuele thema's, met name in het licht van de besprekingen die dit weekeinde in Tampere hebben plaatsgevonden.

We behandelen:

- de mondelinge vraag (O-0086/2006) van Jean-Marie Cavada, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, aan de Raad in verband met het jaarlijks debat over de vooruitgang op het terrein van de Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (artikelen 2 en 39 VEU) (B6-0428/2006), en

- de verklaringen van de Raad en de Commissie over het gemeenschappelijk immigratiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Marie Cavada (ALDE), auteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Rajamäki, mijnheer Frattini, collega-afgevaardigden, voordat ik antwoord geef op de mondelinge vraag wil ik u, mijnheer Rajamäki, nog even in het openbaar bedanken voor de organisatie van de ministeriële bijeenkomst in Tampere, die onder werkelijk uitstekende omstandigheden heeft plaatsgevonden.

Als voorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken wil ik zeer graag duidelijk stellen dat het Europees Parlement vierkant achter het voorstel van het voorzitterschap en van de Commissie staat om de in artikel 42 van het Verdrag voorziene overbruggingsclausule te activeren. Ik wil erop wijzen dat deze overbruggingsclausule in het leven is geroepen toen de Europese Unie de opdracht kreeg om de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van de veiligheid te bevorderen, dat wil zeggen toen het Verdrag van Maastricht werd opgesteld in 1992. In deze clausule is geen termijn vastgelegd voor de activering ervan. Om deze beslissing te kunnen nemen, is het grof gezegd voldoende dat wederzijds vertrouwen en de juiste politieke voorwaarden voorhanden zijn.

Vreemd genoeg hebben wij deze overbruggingsclausule tot nu toe niet geactiveerd omdat de verplaatsing naar de normale wetgevingsprocedure rechtstreeks is vastgelegd in het Verdrag van Amsterdam ten aanzien van het asiel- en het immigratiebeleid en de justitiële samenwerking in civielrechtelijke zaken en later in het Verdrag van Nice, dat de verplaatsing naar de medebeslissingsprocedure heeft vergemakkelijkt ten aanzien van die beleidsterreinen die gecommunautariseerd waren. De politiële en justitiële samenwerking op strafrechtelijk gebied bleef echter uitgesloten van deze communautarisering.

Op basis hiervan rijst de vraag of de politieke voorwaarden - in de vorm van wederzijds vertrouwen - veertien jaar na het Verdrag van Maastricht eindelijk voorhanden zijn zodat de lidstaten ermee kunnen instemmen dat de sinds Maastricht voorziene normale beslissingsprocedure wordt toegepast op dit zeer gevoelige gebied van samenwerking.

Wat het Europees Parlement betreft, is het antwoord duidelijk bevestigend, en wel om drie redenen. Wanneer we de overbruggingsclausule activeren, kunnen we het democratisch tekort verminderen, ten tweede de rechtsstaat versterken en ten slotte de besluitvorming efficiënter maken.

Laten we deze drie punten snel de revue passeren. Wat het democratisch tekort betreft, is het volgens mij absoluut noodzakelijk om het democratische beginsel te versterken dat alle EU-wetgeving, met name wanneer deze gevolgen heeft voor de rechten en de vrijheden van de mensen, goedgekeurd moet worden in overleg met de volksvertegenwoordigers. Er is sprake van een ernstig tekort wanneer dit niet gebeurt.

Tegen de voorstanders van de status-quo, die stellen dat dit democratische beginsel niet ontbreekt in de derde pijler omdat regeringen nu eenmaal handelen onder controle van hun nationale parlementen, zou ik klip en klaar het volgende willen zeggen: kan iemand serieus volhouden dat controle van het nationale parlement voldoende is om het democratische evenwicht te waarborgen wanneer besluiten worden goedgekeurd op EU-niveau, en niet op nationaal niveau? Hoe gaat het trouwens in die gevallen waarin geen sprake is van deze parlementaire controle, zoals bij de heronderhandelingen over de overeenkomsten met de Verenigde Staten, met name die inzake het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (Passenger Name Records – PNR), een zeer ernstige zaak waarover beraadslaagd zal worden zonder enige democratische controle.

De tweede reden heeft te maken met de versterking van de rechtsstaat. Op grond van dit beginsel moet een rechter kunnen controleren of regelgeving wettig is. Wat de EU-regelgeving betreft, zou die rechter logischerwijze deel moeten uitmaken van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Maar artikel 67 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en artikel 35 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie beperken de bevoegdheid van deze rechtbank dermate dat de rechters zelf twijfels hebben geuit of bepaalde regelgeving ten aanzien van de tweede en de derde pijler in overeenstemming is met het beginsel van de rechtsstaat. Wij moeten deze kwestie derhalve oplossen.

Tot slot het derde punt, dat betrekking heeft op een efficiënte besluitvorming. Zoals wij allen weten, wordt een snelle en efficiënte besluitvorming belemmerd doordat we de unanimiteit in stand moeten houden, terwijl de ernstige dreigingen waarmee de EU sinds de aanslagen van 11 september en die van Madrid en Londen wordt geconfronteerd, zouden moeten nopen tot een veel sneller besluitvormingsproces.

Hoe kunnen wij, nu we deze drie zwakke punten eenmaal hebben vastgesteld – die we overigens objectief gezien moeilijk kunnen ontkennen – nog rechtvaardigen dat een beslissing die we reeds tien jaren geleden hadden kunnen nemen, wordt uitgesteld? Sommigen, mijnheer de Voorzitter, stellen dat deze kwestie geregeld zou moeten worden in het kader van de onderhandelingen over een nieuwe Grondwet. Dat is te hopen, maar kunnen wij het ons veroorloven om te wachten op het resultaat van dit proces, dat minstens twee tot drie jaar in beslag zal nemen, terwijl onze veiligheid voortdurend wordt bedreigd en onze vrijheden permanent op de tocht staan? De nationale parlementen moeten de overbruggingsclausule natuurlijk ratificeren, en hierdoor zouden de grootste weifelaars een beetje tijd kunnen winnen. Wij kunnen dit probleem echter overwinnen door middel van een intensievere dialoog met de nationale parlementen, die wij als Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken op 3 en 4 oktober 2006, dat wil zeggen volgende week, zullen ontvangen in het kader van een grote interparlementaire bijeenkomst waarop wij hen hopen te overtuigen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Kari Rajamäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst breng ik de groeten over uit Tampere en van mijn collega Leena Luhtanen. Ik wil ook de heer Cavada en de heer Gargani bedanken voor hun grote bijdrage in Tampere. Wij voerden daar zeer open en concrete debatten over de ontwikkeling van vrijheid, veiligheid en recht. In verband hiermee leerden wij er ook meer over fietsen en commissaris Frattini zei dat we moeten blijven trappen om niet om te vallen. Voor de Europese Unie geldt ongeveer hetzelfde. Sommige kritische collega's zeiden dat je een fiets veilig kunt stoppen en dat je zelfs je voeten stevig op de grond kunt zetten. Ik moest op het eind echter constateren dat als de ketting er af is, het zeer moeilijk is om weer verder te gaan. We moeten misschien de filosofie overnemen die de heer Cavada in zijn uitstekende toespraak tot de zijne heeft gemaakt.

Samenwerking in de Europese Unie is belangrijk voor het vergroten van de veiligheid van onze burgers en tegelijkertijd moeten wij ervoor zorgen dat de fundamentele rechten en vrijheden worden gerespecteerd. In dit verband is het vermogen van de Europese Unie om goed te functioneren, snel besluiten te nemen en te reageren op veranderingen in de werkomgeving van doorslaggevend belang.

De beleidslijn die in 1999 op de Europese Raad van Tampere uiteen werd gezet houdt in dat er voortdurend goed moet worden samengewerkt tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad. Het Finse voorzitterschap wil de nieuwe geest van Tampere promoten.

De bescherming van de fundamentele rechten is een prioriteit. Alle lidstaten zijn partijen bij het Europees Verdrag voor de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en in het werk van de Raad is voordurend het belang terug te zien van het waarborgen van de beginselen ervan. Dit geldt natuurlijk ook voor gevoelige zaken als terrorismebestrijding. Ik wil benadrukken dat deze waarden in alle beleidssectoren zijn opgenomen, zowel bij interne acties als bij de betrekkingen met derde landen. Er wordt specifieke aandacht besteed aan de oprichting van het Europees Agentschap voor fundamentele rechten. Er is begonnen met de behandeling van het voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van het Europees Agentschap voor fundamentele rechten en het werk bevindt zich momenteel in een belangrijke fase. Het Finse voorzitterschap zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat dit agentschap begin volgend jaar wordt opgericht.

Een belangrijke vraag die werd gesteld is of het Europees Agentschap voor fundamentele rechten ook op moet treden op terreinen die nu onder titel VI van het EU-Verdrag vallen. Het Finse voorzitterschap wil zich vooral richten op het bepalen van de bevoegdheden van het agentschap die onder de derde pijler vallen. Hiervoor verwachten wij flexibiliteit van de lidstaten, zodat wij een oplossing kunnen vinden waar iedereen tevreden mee is.

Vorig najaar voerden wij constructieve gesprekken over de richtlijn betreffende de bewaring van gegevens en bekeken wij in een moeilijke situatie de technische, juridische en financiële aspecten ervan. Wij hielden al snel rekening met de belangrijkste zorgen van de lidstaten en het Europees Parlement. Volgens mij is dit een uitstekend voorbeeld van hoe besluiten met een gekwalificeerde meerderheid kunnen worden genomen, terwijl men tegelijkertijd consensus wil bereiken. Hierdoor bemoedigd, willen wij zo snel mogelijk het kaderbesluit over de bescherming van persoonsgegevens in het kader van de derde pijler aannemen. Wij streven ernaar de eerste lezing van het voorstel dit halfjaar af te ronden. De Raad bekijkt momenteel zorgvuldig de verklaring van het Europees Parlement over dit voorstel.

Het afschaffen van de controles aan de binnengrenzen, ofwel de uitbreiding van het Schengen-gebied, is een belangrijk politiek doel bij het creëren van een op vrijheid gebaseerde zone in de Europese Unie. Dankzij de evaluatieprocedure van Schengen, die begin dit jaar is begonnen, is het al mogelijk geworden alomvattende evaluaties uit te voeren naar de samenwerking op het gebied van politie en visa in de nieuwe lidstaten alsmede gegevensbescherming aan land- en zeegrenzen en op luchthavens.

De nieuwe lidstaten moeten voldoen aan alle criteria voor de toepassing van het Schengen-acquis. Dit vereist ook een goed functionerend Schengen-informatiesysteem.

De voor dit jaar vastgestelde inspecties zijn nu in volle gang. In december bekijken we de resultaten van de inspecties en nemen we een besluit over verdere maatregelen. Enige tijd geleden hebben wij van de Commissie een verslag gekregen over de vertraagde technische voorbereiding van het SIS II-systeem. Maatregelen en tijdschema's die hierop betrekking hebben moeten in alle openheid en eerlijkheid worden bestudeerd in het licht van de nieuwste gegevens.

Het is het beleid van de Europese Raad dat wij de plicht en de wil hebben te onderzoeken wat wij kunnen doen om het afschaffen van controles aan de binnengrenzen te versnellen. Het Finse voorzitterschap heeft samen met het Europees Parlement het opstellen van wetgeving in het kader van SIS II bevorderd en hopelijk bereiken wij hier in oktober overeenstemming over. Ik wil de parlementair rapporteur, de heer Coelho, bedanken voor zijn resolute aanpak voor het vinden van een gezamenlijke oplossing.

In een werkgroep op hoog niveau in de Raad zijn wij het bovendien eens geworden over praktische maatregelen om verbetering aan te brengen in de coördinatie van het SIS II-project en de samenwerking tussen nationale projecten en de voorbereiding op het centrale systeem, dat onder verantwoordelijkheid van de Commissie valt.

Het Finse voorzitterschap bracht dit heikele onderwerp meteen in juli ter sprake en het werd vorige week ook in Tampere behandeld. In de Raad van volgende week behandelen wij het nieuwe technische tijdschema voor de voorbereiding van het SIS II-project en de realistische, alternatieve technische oplossingen die mogelijk tot onze beschikking staan. Op basis hiervan wordt in de Raad van december en in de Europese Raad een streefdatum vastgesteld voor het afschaffen van controles aan de binnengrenzen. In de Raad van december kan ook de gehele situatie van de Schengen-inspecties worden bekeken. Wij doen ons best om het Schengen-gebied zo snel mogelijk uit te breiden, zonder de veiligheid in gevaar te brengen.

Het Verdrag bevat al bepalingen over procedures om interpretaties van zaken die onder titel IV van het Verdrag vallen of de wettigheid of interpretatie van regels die door de communautaire instellingen zijn aangenomen, te kunnen beoordelen.

Overeenkomstig artikel 67 van het Verdrag kan de Raad, met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement, de bepalingen betreffende de bevoegdheden van het Hof van Justitie aanpassen. Aanstaande vrijdag zal deze kwestie voor de eerste keer worden behandeld in de werkgroep ‘Hof van Justitie’ van de Raad en de verdere behandeling hangt af van de standpunten die de lidstaten daar uiten. Het voorzitterschap vindt dit een belangrijke zaak.

Zoals wij weten, verwachten de burgers van de Europese Unie terecht dat de Europese Unie doeltreffender gaat samenwerken in de strijd tegen terrorisme en de georganiseerde criminaliteit. Tegelijkertijd moeten wij waarborgen dat de fundamentele rechten en vrijheden worden geëerbiedigd.

Op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie kan de Raad, met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement, gebruik maken van de in artikel 42 van het EU-Verdrag vastgelegde brugclausule en de politiële en justitiële samenwerking geheel of gedeeltelijk communautariseren. Vorige week vond in Tampere een belangrijk debat hierover plaats tussen vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie en het Europees Parlement en ik wil vooral wijzen op het standpunt dat de heer Cavada in de Raad van Ministers nadrukkelijk naar voren bracht en dat niet alleen mijn standpunt maar ook dat van het Europees Parlement weerspiegelt. Het was een zeer belangrijke aanvulling op ons debat. Er was ook grote steun voor het doeltreffender maken van de besluitvorming. In overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad gaan wij vastberaden door met dit werk. Ik wil benadrukken dat dit debat niet in strijd is met het Grondwettelijk Verdrag en dat wij juist het belang van het Verdrag willen onderstrepen bij de ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

Om ervoor te zorgen dat de vooruitgang in justitiële en interne zaken ook merkbaar is in de openbare veiligheid, moeten wij waarborgen dat deze regels volledig in de rechtsstelsels van de lidstaten worden opgenomen. Tijdens ons voorzitterschap proberen wij op basis van de mededeling van de Commissie systemen voor de evaluatie van justitiële en interne zaken te ontwikkelen. Voor zaken met betrekking tot georganiseerde criminaliteit en terrorisme zijn er ook verscheidene vergelijkbare evaluatiemethodes in het leven geroepen.

Niet alle lidstaten hebben de protocollen bij het Europol-Verdrag al geratificeerd. De Raad heeft de lidstaten regelmatig op het belang ervan gewezen. Finland vertrouwt erop dat de protocollen eind dit jaar van kracht worden.

Nauwere samenwerking tussen rechtshandhavingsautoriteiten is een manier om meerwaarde te bereiken in de interne veiligheid in de uitgebreide Europese Unie. Het voorzitterschap kondigt aan dat Finland in de nabije toekomst nationale maatregelen neemt om toetreding tot het Verdrag van Prüm mogelijk te maken. Binnenkort hebben ten minste acht lidstaten dit Verdrag ondertekend. Hiermee wordt voldaan aan de minimumeis voor nauwere onderlinge samenwerking overeenkomstig artikel 43 van het EU-Verdrag. Het Finse voorzitterschap streeft ernaar dat het Verdrag van Prüm onderdeel wordt van de rechtsorde van de Europese Unie.

De Raad gaat door met het debat over het kaderbesluit over procedurele rechten op basis van het initiatief van de Commissie. Afgelopen juni besloot de Raad zijn werk voort te zetten op basis van het compromisvoorstel van het voorzitterschap. In vergelijking met het gemeenschappelijke voorstel worden hierin het aantal rechten en de omvang ervan beperkt en is er meer aandacht voor algemene criteria. Wij streven ernaar de eerste lezing van het voorstel wat de belangrijkste onderdelen ervan betreft ook in het huidige halfjaar af te ronden.

Wat racisme en vreemdelingenhaat betreft heeft de Raad zich laten vertellen dat de lidstaten die algemene bedenkingen tegen het ontwerpinstrument hadden die nu niet meer hebben. De onderhandelingen kunnen derhalve zo snel mogelijk worden hervat.

De Europese Unie heeft op basis van de Europese Raad van Tampere en het Haags Programma een gemeenschappelijk immigratie-, grenscontrole- en asielbeleid ontwikkeld. Dit is gebaseerd op solidariteit van de lidstaten, het onderling vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid. Hierin wordt volledig rekening gehouden met de mensenrechten en de fundamentele rechten, met inbegrip van het Vluchtelingenverdrag van Genève en het recht om asiel aan te vragen in de Europese Unie. De lidstaten en hun autoriteiten zijn verantwoordelijk voor het controleren van hun buitengrenzen en immigratie alsmede het uitvoeren van asielprocedures.

Tijdens het Finse voorzitterschap heeft de Raad geprobeerd een alomvattend debat over immigratievraagstukken te voeren. Dit was het geval in de Raad van juli en op de afgelopen week gehouden informele bijeenkomst van ministers in Tampere. De recente gebeurtenissen op de Canarische eilanden en in het Middellandse Zeegebied onderstrepen het gezamenlijke lot van de Europese landen en de noodzaak van verbondenheid van alle lidstaten. Het is van wezenlijk belang dat de lidstaten en de communautaire instellingen - het Europees Parlement, de Commissie, het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex) en andere bevoegde instellingen - in goede samenwerking en op gecoördineerde wijze optreden.

De Europese Unie moet meer doen om praktische steun te geven aan lidstaten die de grootste last dragen als het gaat om het aantal illegale immigranten. In verband hiermee presenteerde het voorzitterschap op de bijeenkomst in Tampere een initiatief voor meer Europese solidariteit. In het initiatief worden, tegen een financiële vergoeding van de Europese Unie, procedures gecreëerd om te waarborgen dat de lidstaten zich houden aan gezamenlijk overeengekomen regels en hun verantwoordelijkheid nemen voor illegale immigranten en asielzoekers op hun grondgebied. De behandeling van het initiatief van het voorzitterschap wordt voortgezet op basis van de zeer positieve debatten in Tampere.

Ontwikkelingshulp van de Europese Unie en haar lidstaten is van cruciaal belang voor het wegnemen van de oorzaken van illegale migratie. De crisis in het Middellandse Zeegebied laat ons nu eindelijk zien wat het belang van buitenlandse betrekkingen is in de strijd tegen illegale migratie. Een algemene benadering van migratie en de prioritaire maatregelen met betrekking tot Afrika en het Middellandse Zeegebied, die de Europese Raad afgelopen december aannam, bieden een algemeen kader voor het optreden van de Europese Unie. Dit vergroot de samenwerking tussen de lidstaten en de dialoog met de Afrikaanse landen en de samenwerking in het hele Middellandse Zeegebied. De Europese Raad heeft de Commissie gevraagd verslag uit te brengen over de vorderingen die eind dit jaar zijn gemaakt.

In het kader van de alomvattende benadering zijn al enkele belangrijke initiatieven genomen, zoals de ministerbijeenkomst in Rabat in juli, de initiatieven van Frontex om een kustwacht in het Middellandse Zeegebied te ontwikkelen en de specifieke operationele initiatieven ter ondersteuning van Spanje en Malta. Het voorzitterschap bevordert deze initiatieven en ook het zeer belangrijke voorstel van de Commissie voor een verordening tot instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams, de zogeheten Rabit-verordening.

Een van de prioriteiten van het Finse voorzitterschap is het ontwikkelen van een systeem voor geïntegreerde controle van de buitengrenzen en het aannemen van een strategie hiervoor. Ook de Commissie behandelt op coherente en grondige wijze de relevante vraagstukken in haar mededeling van afgelopen juli over illegale immigratie.

Om de in Tampere gestelde doelen inzake legale immigratie te kunnen bereiken is al een aantal bepalingen goedgekeurd die betrekking hebben op de positie van personen die lang in een land verblijven, gezinshereniging, het verlenen van een verblijfsvergunning aan slachtoffers van mensenhandel alsmede de toegang tot een land voor studie, beroepopleiding, vrijwilligerswerk en wetenschappelijk onderzoek. In overeenstemming met het mandaat van het Haags Programma nam de Commissie afgelopen januari een beleidsplan met betrekking tot legale immigratie aan. Daarin wordt ook rekening gehouden met het Lissabon-Programma dat vorig jaar juli werd aangenomen.

Een andere belangrijke vooruitgang is het kaderprogramma Solidariteit en beheer van de migratiestromen voor de periode 2007-2013 en de vier fondsen die in het kader daarvan worden opgericht: het Europees Vluchtelingenfonds, het Europees Buitengrenzenfonds, het Europees Terugkeerfonds en het Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen. De Raad streeft naar een overeenkomst in eerste lezing met het Europees Parlement over deze belangrijke bepalingen.

Het voorzitterschap is zich ervan bewust dat het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor het terugsturen van onderdanen van derde landen die illegaal in het land verblijven van groot belang is voor een gemeenschappelijk terugkeerbeleid, maar wij zijn ons ook bewust van de kwesties die moeten worden opgelost om binnen redelijke tijd een compromis over het voorstel te bereiken. De Raad heeft in samenwerking met het Europees Parlement en de Commissie al besloten het debat te intensiveren om de behandeling van het voorstel af te kunnen ronden.

Wat het asielvraagstuk betreft wordt naar verwachting begonnen met een debat over hoe de huidige asielregels van de Europese Unie kunnen worden verbeterd. De Commissie moet een Groenboek opstellen over de toekomst van het gemeenschappelijk Europees asielsysteem. Hierover werd ook in Tampere gesproken. Het is het doel van het voorzitterschap te waarborgen dat de huidige minimumnormen worden omgezet in echte gemeenschappelijke regels voor asiel en secundaire bescherming. De praktische samenwerking tussen lidstaten in asielzaken moet ook beter worden. De Raad verwacht dat de Commissie een voorstel hierover indient. De Raad verwacht ook dat de Commissie binnenkort met een wetgevingsvoorstel komt dat betrekking heeft op het uitbreiden van de status van personen die lang in een land verblijven naar vluchtelingen en personen die een subsidiaire beschermingsstatus hebben gekregen.

Meer transparantie in het werk van de Europese Unie is een belangrijk doel. De Europese Raad maakte afgelopen juni afspraken over maatregelen voor meer transparantie. Het Finse voorzitterschap benadrukt het belang van transparantie en is van plan het debat over transparantie actief te bevorderen op basis van het komende Groenboek van de Commissie. Ook in Tampere werd de transparantie nadrukkelijk gepropageerd.

Wat betreft de geheime detentiekampen die de Amerikaanse president begin september in een toespraak noemde, wil ik het Parlement verzekeren dat de Raad zich bewust is van de mogelijke effecten ervan. Op een bijeenkomst van de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen in september beloofden de ministers om terrorisme te bestrijden met alle beschikbare legale middelen en instrumenten. Terrorisme is een gevaar voor een waardensysteem gebaseerd op het rechtstaatbeginsel.

In de strijd tegen het terrorisme moeten de mensenrechten en de humanitaire normen worden geëerbiedigd. Zoals ik in augustus op een bijeenkomst in Londen zei, mag het terrorisme geen enkele overwinning worden gegund, ook niet bij pogingen om onze fundamentele rechten en waarden te verzwakken. Op de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zei ik dat ik het noodzakelijk vond dat de lidstaten ook moeten bevorderen dat er een verslag over CIA-vluchten met gevangenen wordt opgesteld om het fundament te versterken voor een betrouwbaardere en beter functionerende samenwerking op het gebied van veiligheid.

Dames en heren, het spijt mij dat mijn toespraak zo lang is geworden, maar ik ben nu al 24 jaar betrokken bij parlementair werk. Als je dan de kans krijgt om voor zo'n aangenaam publiek te spreken, dan wil je al snel iets te veel zeggen, maar ik wil u tot slot zeggen dat de burgers verwachten dat de Europese Unie zal zorgen voor veiligheid, doeltreffender besluitvorming en het vermogen om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Zij eisen ook dat wij in staat zijn georganiseerde criminaliteit en terrorisme te bestrijden, migratiestromen te beheersen en onze gemeenschappelijke buitengrenzen effectief te beschermen. Het is onze verantwoordelijkheid en een uitdaging voor de parlementaire slagvaardigheid, zowel in het Europees Parlement als in de nationale parlementen, om samen een antwoord te vinden op de gerechtvaardigde eis die de burgers stellen dat Europa een rechtvaardige en voor iedereen veilige plaats moet zijn om in te leven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Hartelijk dank, mijnheer Rajamäki. De Raad en de Commissie zijn niet gebonden aan een maximale spreektijd. Zij kunnen zo lang spreken als ze nodig achten, met dien verstande dat een dag maar vierentwintig uur telt.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik kenbaar maken dat ik bijzonder tevreden ben over de uitstekende samenwerking met het Finse voorzitterschap, met name met de heer Rajamäki en mevrouw Luhtanen, en met het Europees Parlement, in het bijzonder met de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de heer Cavada.

Het is onze gezamenlijke doelstelling om het Haags programma ten uitvoer te leggen en verder te ontwikkelen. Om op dit vlak echt iets te bereiken zijn duidelijke politieke prioriteiten en een effectieve besluitvorming echter onontbeerlijk. Onze strategische politieke doelstelling blijft erop gericht om het juiste evenwicht tussen het verbeteren van de veiligheid van de burgers en het bevorderen en beschermen van de individuele rechten van mensen te creëren. Zoals u weet, hebben wij vorige week in Tampere de belangrijkste uitdagingen besproken op het gebied van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid waarbij wij ook aandacht hebben besteed aan de wijze waarop wij die uitdagingen het beste het hoofd kunnen bieden.

Het is duidelijk dat het bestrijden van het terrorisme en het in de hand houden van de immigratiestromen op dit moment de belangrijkste prioriteiten voor de Europese Unie zijn. Zoals ik ook al in Tampere heb benadrukt, ben ik van mening dat onze inspanningen in de strijd tegen het terrorisme op Europees niveau op een aantal essentiële punten gericht moeten worden, zoals het tegengaan van radicalisering en werving van potentiële plegers van aanslagen, het misbruik van internet door terroristen, de preventie en het opsporen van het misbruik van explosieven, de beveiliging van cruciale infrastructuur, het treffen van maatregelen in verband met eventueel bioterrorisme en het waarborgen van de vervoerszekerheid.

Ik ben er ook van overtuigd dat alle nieuwe veiligheidsmaatregelen, met name met betrekking tot het luchtvervoer, niet tot buitenproportionele reacties mogen leiden omdat dit volgens mij een overwinning voor het terrorisme zou betekenen. Veiligheid staat in mijn doen en laten centraal en wij zullen de effecten en proportionaliteit van alle maatregelen op dat gebied zorgvuldig evalueren. De strijd tegen het terrorisme en de bescherming van de individuele rechten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Wat de migratie betreft, heeft de Commissie besloten om onder verantwoordelijkheid van een commissaris een groep voor migratiekwesties op te richten. Ik heb het voorrecht om die groep te mogen coördineren, een groep waarin alle beleidsterreinen zijn samengebracht die voor migratiebeheer relevant zijn: van justitie en binnenlandse zaken tot ontwikkeling, werkgelegenheid, onderwijs en opleiding, regionaal beleid, economische kwesties, externe betrekkingen en het Europese nabuurschapsbeleid. Deze uitgebreide aanpak omvat zowel legale en illegale immigratie als integratie. Solidariteit is ook een essentieel onderdeel van deze aanpak en wel in de vorm van financiële steun en de inzet van deskundigen en materieel aan onze gedeelde grenzen. Hoewel de nadruk duidelijk op migratie vanuit Afrika ligt, dient ook rekening te worden gehouden met migratiestromen vanuit andere regio’s in de wereld, met name vanuit onze oostelijke buurlanden aangezien deze ook verantwoordelijk zijn voor veel illegaal migratieverkeer.

Zoals u weet, hebben wij op het gebied van de illegale immigratie onlangs veel praktische maatregelen genomen, met name met betrekking tot migratiestromen naar de zuidelijke lidstaten van de Europese Unie. Vooral Frontex is bijzonder actief geweest in het coördineren van de steun voor de betrokken lidstaten, zoals op de Canarische eilanden, en op korte termijn zijn er vervolgacties gepland in het centrale Middellandse Zeegebied.

Solidariteit betekent praktische hulp voor lidstaten die onder druk staan. Zij hebben behoefte aan financiële middelen, materieel, boten, helikopters en vliegtuigen. In de periode 2007-2013 heeft het Frontex-agentschap de beschikking over 272 miljoen euro en dat acht ik ontoereikend om dit groeiende migratieverschijnsel adequaat aan te kunnen pakken. Volgend jaar zal de begroting van het agentschap ongeveer 21 miljoen euro bedragen. Ik hoop dat het Parlement zijn goedkeuring zal geven aan een aanvullende verhoging van de toegekende financiële middelen.

Via het Argo-programma is er al extra financiële steun gegeven aan de lidstaten die de meeste problemen van die migratie ondervinden, met name Spanje, Malta en Italië. Wat dat betreft, wil ik er graag op wijzen dat de Commissie vorige week heeft besloten om zes noodhulpprojecten in die landen te financieren.

De Commissie heeft ook uit hoofde van het snellereactiemechanisme een pakket maatregelen goedgekeurd om Mauritanië te helpen bij zijn pogingen om de illegale migrantenstroom naar de Canarische eilanden in te dammen. Met betrekking tot andere belangrijke partners in het gedeelte van Afrika ten zuiden van de Sahara, zoals Senegal, zullen wij eenzelfde actie ondernemen.

Wat het beheer van de zuidelijke maritieme buitengrenzen betreft, heb ik de informele Raad van Tampere een aantal aanbevelingen voorgelegd voor operationele maatregelen op korte termijn, dat wil zeggen vóór de zomer van 2007. Tot deze aanbevelingen behoren: in de eerste plaats het opzetten van een operationeel commandocentrum in de betrokken regio’s met het oog op de coördinatie van een mediterraan netwerk voor kustpatrouilles; ten tweede het bestuderen van de mogelijkheden voor het oprichten van een Europees surveillancesysteem om een koppeling tot stand te brengen met de bestaande nationale surveillancesystemen; ten derde het in praktijk brengen van de “pooling of assets” zodat het materiaal dat door lidstaten wordt ingebracht ook op korte termijn ter beschikking gesteld kan worden aan de lidstaten die onze hulp inroepen; ten vierde het onderzoeken van de mogelijkheden voor het oprichten van een team van deskundigen op asielgebied dat in nauwe samenwerking met internationale organisaties dient te opereren, met name met de Verenigde Naties; ten vijfde een optimaal en maximaal gebruik van de huidige en toekomstige financiële instrumenten.

Bovengenoemde maatregelen zijn bedoeld om de capaciteit van de Commissie te vergroten om het soort situaties waarmee wij dit jaar zijn geconfronteerd te beheersen en te voorkomen. Die maatregelen dienen parallel te lopen met de tenuitvoerlegging van de wereldwijde aanpak van migratie zoals die afgelopen december door de Europese Raad is aangenomen. Het gaat erom dat wij een directe politieke reactie kunnen waarborgen op basis van een concrete Europese solidariteit - en ik benadruk het woord “concrete” - en van gedeelde verantwoordelijkheden en lasten. Zoals onlangs ook nog eens door voorzitter Barroso en mijzelf in Tampere is onderstreept, is het hierbij van het allergrootste belang dat alle lidstaten in een sfeer van solidariteit blijven samenwerken, niet in de laatste plaats om die lidstaten te ondersteunen die tegenwoordig het meest door illegale immigratie vanuit Afrika worden getroffen. Er mag geen enkel misverstand over bestaan dat het de taak van de lidstaten is om de middelen ter beschikking te stellen die nodig zijn om de gezamenlijke acties tot een succes te maken. Het begin is er, maar het is nog maar pas een begin. Het probleem is namelijk zodanig van omvang dat er nog veel werk verzet dient te worden.

In dat opzicht hoop ik dat de Europese Unie vanaf volgend voorjaar gebruik kan maken van snelle grensinterventieteams; dat zijn teams van nationale deskundigen, gecoördineerd door Frontex, die snelle technische en operationele steun kunnen verlenen aan lidstaten in nood.

Het op uitgebreide schaal aanpakken van het migratieprobleem brengt ook met zich mee dat er een gestructureerde methode van aanpak ontwikkeld dient te worden en dat de integratie van migratie binnen het externe Europese beleid verbeterd moet worden. Dat houdt ook in dat er aandacht besteed zal moeten worden aan de achterliggende oorzaken van die migratie en aan ontwikkelingskwesties.

De Commissies stelt alles in het werk om migratie in haar ontwikkelingsbeleid te integreren en voert met name met Afrikaanse landen overleg over deze kwestie. Wij moeten in dit verband vooral prioriteit geven aan de tenuitvoerlegging van het actieplan zoals dat in juli in Rabat is overeengekomen en aan de voorbereidingen voor een succesvolle Euro-Afrikaanse conferentie met de Afrikaanse Unie over migratie. Ik hoop dat die conferentie in november in Tripoli, Libië, kan plaatsvinden.

Wat de migratiekwesties betreft - inclusief de internationale bescherming die een regionale respons vereist - moeten wij ook de samenwerking met Noord-Afrikaanse landen versterken, met name met Algerije, Marokko en Libië. In dat opzicht moeten zowel de lidstaten van de EU als de Noord-Afrikaanse landen de verantwoordelijkheid nemen voor de mensen die die internationale bescherming nodig hebben, inclusief asielzoekers.

De bescherming van vluchtelingen is een ander belangrijk aspect in mijn portefeuille. Ik ben dan ook blij dat ik kan aankondigen dat er in de komende weken met twee specifieke regionale programma’s begonnen zal worden. Daarnaast dienen wij ervoor te zorgen dat illegale migranten naar hun landen van oorsprong terugkeren. Wat dat betreft, is de Commissie bereid om maatregelen van de lidstaten op politiek, diplomatiek en financieel niveau te ondersteunen waarbij de individuele waardigheid van de betrokken mensen te allen tijde gerespecteerd dient te worden.

Wij mogen ook een ander belangrijk element in de strijd tegen de illegale immigratie niet uit het oog verliezen, te weten de noodzaak om de strijd tegen illegale arbeid te intensiveren. Die illegale arbeidsmogelijkheden zijn namelijk een van de drijvende factoren achter de immigratie. Zoals ook in de mededeling van de Commissie van juli over illegale immigratie wordt gememoreerd, zijn wij op dit moment bezig met het opstellen van een wetgevingsinstrument om de sancties tegen werkgevers van immigranten die illegaal in een land verblijven, te harmoniseren. Uiteraard dienen de lidstaten dan ook onverwijld maatregelen te nemen om het probleem van die illegale arbeid aan te pakken.

Met betrekking tot de legale economische migratie, moet ik benadrukken dat de tenuitvoerlegging van het beleidsplan inzake legale migratie zowel prioriteit voor de Commissie als voor mijzelf heeft. Door het uitbannen van illegale arbeid en het opstellen van toelatingsprocedures voor legale migranten wordt een effectieve cyclus gecreëerd, of beter gezegd, een positieve structuur van prikkels.

De Commissie is ervan overtuigd dat er een gemeenschappelijke aanpak nodig is om de economische migratie te controleren zodat wij niet alleen over een aanvullend instrument beschikken om de doelstellingen van Lissabon te verwezenlijken, maar ook de negatieve effecten van de vergrijzing tegen kunnen gaan; dit alles met het oog op het bevorderen van de Europese economie en ons concurrentievermogen. Om die economische groei te stimuleren, is het van fundamenteel belang dat Europa een grotere aantrekkingskracht uitoefent op hoogopgeleide migranten. Het voorstel voor een richtlijn betreffende de voorwaarden voor het toelaten van hoogopgeleide arbeidskrachten tot de Europese Unie, inclusief de mogelijkheid van een Europese werkvergunning (“green card”), kan gezien worden als een reactie op die economische noodzaak.

Naar Europa komen alleen maar laaggeschoolde of ongeschoolde arbeidskrachten, terwijl de Verenigde Staten, Canada en Australië bijvoorbeeld in staat zijn om getalenteerde migranten aan te trekken. Tegelijkertijd denk ik echter dat wij adequate maatregelen moeten nemen om het almaar groter wordende risico op een braindrain van de armere landen te vermijden. Een andere pijler van het beleid van de Commissie in het komende jaar op dit gebied is het voorstel voor een richtlijn betreffende de rechten van legale, werkende migranten. Beide voorstellen zullen in de tweede helft van 2007 onder het Portugese voorzitterschap worden gepresenteerd.

Tot slot, en zeker niet in de laatste plaats, wil ik een andere belangrijk onderdeel van het Europese immigratiebeleid onder de aandacht brengen. Ik doel daarmee op het feit dat grotere inspanningen op integratiegebied essentieel zijn voor een succesvol gemeenschappelijk Europees immigratiebeleid. Dat is ook al benadrukt in de gemeenschappelijke agenda voor integratie die ik in september 2005 heb gepresenteerd. Ik hoop van ganser harte dat, na goedkeuring van deze overkoepelende Europese aanpak van de migratie door de Raad in Luxemburg, eenzelfde gemeenschappelijke Europese benadering ook zal worden onderschreven op het hoogste politieke niveau tijdens de Europese Raad in Lahti.

Sta mij toe om dan nu aandacht te besteden aan de “passerelle-clausule”. Zoals minister Rajamäki en de heer Cavada zojuist ook al hebben gezegd, hebben wij eveneens besproken hoe wij de besluitvorming op het gebied van veiligheid en justitie kunnen verbeteren, met name via de “passerelle-” of “overbruggingsclausule”. Zoals u weet, hebben de standpunten van de Commissie en van het Parlement op dit punt altijd zeer dicht bij elkaar gelegen. Beide instellingen zijn namelijk van mening dat die overbruggingsclausule een adequaat en belangrijk instrument voor de Unie en de lidstaten is om een betere efficiëntie, transparantie en verantwoordingsplicht in het besluitvormingsproces tot stand te brengen. Daarnaast wordt de democratische legitimiteit vergroot doordat de rol van het Parlement uitgebreid wordt.

Het debat in Tampere had een zeer open en constructief karakter. Alle lidstaten waren het erover eens dat het noodzakelijk was om op de ingeslagen weg voort te gaan, óók de lidstaten die nog steeds twijfels hadden. Sommige lidstaten waren bijvoorbeeld bang dat een besluit over de “passerelle-clausule” op dit moment het opnieuw in gang zetten van het constitutionele proces zou bemoeilijken. Ik ben echter van mening dat dit niet het geval is.

Wij zullen een van de eersten zijn die een positief resultaat verwelkomen van het onderzoek dat het Duitse voorzitterschap in 2007 wil uitvoeren. Dat voorzitterschap kan daarbij op onze volledige steun rekenen. Desalniettemin moeten wij erop voorbereid zijn dat de “passerelle-clausule” wel eens de enige oplossing zou kunnen zijn voor de nijpende problemen waarmee wij worden geconfronteerd. Ook ik vind dat wij een grondwet nodig hebben, maar als wij blijven afwachten, zitten wij straks misschien in een situatie waarin wij volledig verlamd zijn. Zoals u overigens weet, wordt die “passerelle-clausule” sowieso in de grondwet geïntegreerd wanneer deze van kracht wordt.

Ik sluit mij bij de opmerking aan die minister Rajamäki in Tampere maakte dat Europa te vergelijken is met een fiets: het is een kwestie van doorrijden of omvallen. Dat mijn landgenoot Bettini een paar dagen geleden wereldkampioen wielrennen is geworden, komt overigens enkel doordat hij gewoon sneller was dan alle anderen.

Wij moeten dan ook doorgaan met deze zeer belangrijke discussie. Daarbij moeten wij voortbouwen op de goede wil die alle lidstaten in Tampere hebben laten blijken. Wij hebben over een paar dagen al de kans om tijdens de volgende Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in Luxemburg een beslissing te nemen over de vraag hoe wij met dit belangrijke dossier verder gaan.

Ik eindig met de opmerking dat de burgers daadwerkelijk meer Europa willen, maar dan wel een Europa met een effectievere besluitvorming. Ook de mensen in het veld, rechters, officieren van justitie en politieautoriteiten willen meer effectieve instrumenten om de georganiseerde misdaad en het terrorisme te bestrijden. Eerlijk gezegd, mogen wij niet toestaan dat de publieke opinie meer verlangt dan onze politieke strategieën en beleidsmaatregelen kunnen bieden. Als wij geloofwaardig willen zijn, moeten wij nú maatregelen nemen en niet pas na tragische gebeurtenissen zoals in het verleden vaker het geval is geweest.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Wij danken de vicevoorzitter van de Commissie voor zijn toelichting op de besprekingen in Tampere en voor zijn optimistische kijk op wat zich daar heeft afgespeeld.

Wij gaan nu luisteren naar de standpunten van de fracties. Houdt u er alstublieft rekening mee dat de spreektijd van afgevaardigden aan een limiet gebonden is.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Klamt, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, het beheersen van migratiestromen, en daarmee de regulering van de immigratie naar de Europese Unie, is een van de belangrijkste problemen die wij moeten oplossen, en uiteraard moeten we voor een oplossing van dit probleem verder kijken dan onze landsgrenzen. Daarbij kunnen wij ons echter niet slechts beperken tot een Europese analyse en tot een Europese aanpak. Samenwerking met de transitlanden en de landen van herkomst, alsmede steun aan die landen is een deel van de oplossing, maar er is ook een geïntegreerde aanpak nodig. Want de immigratie dient te worden gereguleerd, en dat kan niet alleen via het binnenlands beleid. Oplossingen kunnen alleen worden gevonden via gemeenschappelijke inspanningen op verschillende beleidsterreinen.

De Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten eist al heel lang dat lidstaten in hun immigratiebeleid rekening houden met de rechten en behoeften van andere lidstaten. Een voorbeeld: je kunt niet zonder andere lidstaten op de hoogte te stellen of te raadplegen tot massale legalisering overgaan, om vervolgens bij de EU aan te kloppen voor hulp zodra een dergelijke maatregel andere migranten begint aan te trekken. Het is van fundamenteel belang dat er in het nationaal immigratiebeleid rekening wordt gehouden met de uitwerking op andere lidstaten.

Een beleidsterrein – in dit geval dat van de economische migratie – overbrengen naar het communautair beleid is echter geen panacee. Zeker, er zijn veel gemeenschappelijke problemen, maar minstens net zoveel zijn van specifiek nationale, regionale of zelfs plaatselijke aard. Velen zijn ook zo voor een communautair beleid op het terrein van economische migratie omdat daarmee niet alleen de eigen bevoegdheden worden uitgebreid, maar ook omdat zo de invoering van een immigratiebeleid zou kunnen worden vergemakkelijkt waarvoor op nationaal niveau geen meerderheid is. Een dergelijke motivatie helpt echter niet om adequate oplossingen in de lidstaten tot stand te brengen. Een beleid kan alleen slagen als de burgers van onze lidstaten het mede vorm kunnen geven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, onze fractie heeft er lang over gedaan om haar positie te bepalen in het debat van vandaag. Ik heb in dit Parlement voor het laatst het woord gevraagd in een debat over het binnenlands beleid en veiligheidsbeleid toen het ging over het Europees arrestatiebevel en de Europees openbaar aanklager, waarop ik een enorme aanvaring kreeg met de fungerend voorzitter van de Raad. Daar zit ik vandaag niet op te wachten, maar toch zal ik geen blad voor de mond nemen, geachte fungerend voorzitter van de Raad en geachte commissaris.

Als ik om me heen kijk in de zaal, zie ik de heer Kirkhope, de heer Pirker, mevrouw Klamt, de heer Watson, mevrouw Lambert en mevrouw Roure. Zes jaar geleden zaten wij hier ook al en zeiden we precies hetzelfde. De heer Watson was destijds commissievoorzitter. De commissaris was een zekere heer Vitorino, die na de top van Tampere met het zogeheten ‘scorebord’ kwam, dat alle maatregelen bevatte die u, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, en u, mijnheer de commissaris, beschreven. Dit scorebord dankte zijn naam aan het feit dat het expliciet gespecificeerde termijnen aangaf: maatregel A dient ten uitvoer gelegd te worden in de lidstaten binnen periode B, het verslag van de Commissie dient te worden voorgelegd aan de Raad binnen periode C, et cetera.

Waarom zitten we hier nu eigenlijk zes jaar later weer bij elkaar om over dezelfde vraagstukken te discussiëren, bijvoorbeeld over de passerelleclausule? Zes jaar geleden hadden wij er alle vertrouwen in dat er recht zou worden gedaan aan het Verdrag van Nice, waarin staat dat vijf jaar nadat het in 1999 van kracht is geworden, in 2004 dus, op de beleidsterreinen die hier ter sprake zijn, de medebeslissingsprocedure van toepassing dient te zijn, mits de Raad unaniem voorstemt. Maar twee jaar later is er nog niets gebeurd.

Mevrouw Klamt maakte een belangrijke opmerking, namelijk dat we niet de bevoegdheid van de nationale, plaatselijke of regionale autoriteiten moeten overnemen op het terrein van immigratie of de tenuitvoerlegging van het asielbeleid. Maar we mogen ook niet tolereren dat er geen gemeenschappelijke regelingen zijn als deze wel degelijk noodzakelijk zijn. De migratiestromen naar de zuidkusten van Europa die wij vandaag bespreken, zijn niet alleen te beheersen met beperkende maatregelen. Daarvoor is een aanpak nodig waarin de bestrijding van de georganiseerde misdaad, de legalisering van immigratie en een gecoördineerd integratiebeleid met elkaar worden gecombineerd. Dat is voor ons allemaal oud nieuws. Waarom weigeren de lidstaten dan de voorstellen ten uitvoer te leggen die commissaris Frattini zojuist beschreef? Daarop denk ik het antwoord te hebben. Ze weigeren omdat ze met deze beleidsterreinen – beveiliging van de buitengrenzen, asielbeleid, staatsburgerschapsrecht, vrijheid van vestiging en van verkeer, politie- en justitiebeleid – aan de burgers laten zien dat zij de macht in het land hebben en niemand anders. Als ze dergelijke rechten zouden overdragen aan de Europese Unie, zouden ze afstand doen van een deel van hun soevereiniteit, iets waar de lidstaten al vijftien jaar huiverig voor zijn. Ik begrijp dat wel, want daarmee wordt de nationale macht tot op zekere hoogte opgegeven. Men dient echter te kiezen tussen het opgeven van dit stukje macht en het voortduren van de migratie, de mensenhandel, de ongeordende immigratie en de daaruit voortvloeiende problemen. Wat dit betreft falen de ministers van Binnenlandse Zaken van de Europese Unie sinds tien jaar. En daar moet een eind aan komen.

Daarom zijn de aanpak waarnaar onze vraag verwijst en de antwoorden die wij vandaag – vooral van commissaris Frattini – hebben gekregen ook goed. Maar het is zaak dat er eindelijk actie wordt ondernomen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst de heer Cavada bedanken, niet alleen voor zijn mondelinge vraag die aanleiding is geweest voor dit debat, maar ook voor het uitstekende werk dat hij en zijn collega’s verrichten in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

Ik had de eer om voorzitter van die commissie te mogen zijn ten tijde van de bijeenkomst van de Raad in 1999 in Tampere. Ik heb het proces van Tampere tot Tampere nauwlettend gevolgd, maar het waren zeven magere jaren. Het doet denken aan de opmerking die een criticus ooit maakte over Waiting for Godot van Samuel Beckett: Het is een toneelstuk in twee akten waarin niets gebeurt; twee keer.

Ik juich de inspanningen van commissaris Frattini en van het Finse voorzitterschap toe om de lidstaten met gevlei en zachte hand aan te zetten om de draad weer op te pakken. De heer Rajamäki had het erover dat de geest van Tampere nieuw leven wordt ingeblazen. Dat is ook zeer hard nodig. Feit is echter dat het land dat ik het beste ken een spaak in het wiel heeft gestoken door aan drie pijlers vast te blijven houden. Andere landen houden op hun beurt nu weer de benodigde herstelwerkzaamheden tegen. Als wij er niet in slagen om de overbruggingsclausule - de “passerelle-clausule” - door te voeren, zullen wij op het gebied van justitie en binnenlandse zaken nooit een geloofwaardig beleid kunnen voeren. We geven dan voortzetting aan een beleid met de dynamiek van een trapfiets, maar wat we nodig hebben is een Ducati.

De lidstaten zitten nog steeds in hun middeleeuwse bastions en hebben de ophaalbrug nog niet eens op een kiertje gezet. Onder het mom van nationale soevereiniteit bevorderen zij de algemene anarchie. Onze burgers verlangen echter meer.

In de eerste fasen van de opbouw van de Europese Unie liepen de politieke leiders voor op de publieke opinie. Zij zagen leiderschap als het uitdragen van de visie van het Europa dat hen voor ogen stond en waren van mening dat zij de burgers daarheen moesten leiden. Dat kan een gevaarlijke strategie zijn, maar in ieder geval veel minder gevaarlijk dan de huidige situatie waarin wij achterlopen op die publieke opinie, u gaf dat zojuist ook al aan, commissaris. Onze burgers vragen: waarom hebben wij geen immigratiebeleid om de menselijke tragedies te voorkomen die zich aan onze zuidelijke kusten voltrekken? Waarom delen wij geen informatie en inlichtingen in de strijd tegen terrorisme of drugs? Waarom kunnen slachtoffers van grensoverschrijdende criminaliteit of grensoverschrijdende echtelijke scheidingen hun recht niet halen? Of, zoals Abba Eban ooit in een andere context zei: als ministers bij elkaar komen, missen zij nooit een kans om een kans te missen.

Wij willen dat er meer nadruk op de Europese waarden wordt gelegd. Wij hebben dan weliswaar nog geen grondwet, maar wél een Handvest van de grondrechten. U zei dat de mensenrechten bovenaan de agenda van de Raad staan, mijnheer Rajamäki, en dat daarmee op alle fronten rekening wordt gehouden. Weet u dat wel zeker? Hoe zit het dan met het verhaal van de geheime gevangenissen van de CIA? In dat verband heeft dit Parlement terecht een Comité voor uitleveringen ingesteld om te bezien of wij artikel 7 moeten gebruiken. En hoe zit het met de persoonsgegevens in de bestanden van vliegtuigpassagiers (PNR)? Moet de overeenkomst van 2007 ter vervanging van uw provisorische oplossing van vorige maand niet in overeenstemming zijn met het kaderbesluit over de bescherming van persoonsgegevens? En hoe zit het met minimale procedurele garanties voor verdachten in strafzaken: Waarom staat dat nog steeds onderaan de lijst van te behandelen onderwerpen?

Uiteraard is er enige vooruitgang geboekt. Te vaak vertoont de Unie echter nog steeds overeenkomsten met de mimespeler Marcel Marceau: het lijkt weliswaar alsof hij tegen een muur opklimt, maar in feite gaat hij nergens naartoe. Ik verzoek de heer Frattini en het voorzitterschap dan ook om de Raad op 6 oktober de boodschap over te brengen dat Europa méér verlangt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Frassoni, namens de Verts/ALE-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie is er altijd voor geweest dat deze vraagstukken onder de communautaire procedure werden gebracht, en wel sinds met het Verdrag van Maastricht het pijlersysteem werd uitgevonden, dat in theorie tijdelijk had moeten zijn maar in de praktijk vrij definitief is gebleken.

Procedures zijn echter niet alles, en ik vraag mij af welk beleid het Parlement, de Raad en de Commissie nu gaan voeren voor deze zaken. Verminderen, afwijzen, beperken en wegwerken: dat is volgens mij de prioriteit, en vreemd genoeg is dit debat op gang gebracht door een commissaris die over terrorisme sprak en veiligheid de absolute prioriteit noemde. Mijns inziens zegt dit ook heel veel over de opvattingen van veel van onze leiders over prioriteiten.

Ondanks de grenzen, ondanks de verschrikkelijke risico’s en ondanks het feit dat volkenrechtschendingen steeds vaker door de vingers worden gezien, slagen wij er niet in om de immigratie een halt toe te roepen, en dat is iets dat wij allen goed voor ogen moeten houden! Eerlijk gezegd bevalt het mij absoluut niet, mijnheer de commissaris, dat u zo vaak - te vaak - het woord ‘solidariteit’ in de mond neemt, vooral als u daarmee wilt zeggen dat men ‘de lidstaten moet helpen om aan de grens wanhopige en rechtenloze mensen tegen te houden’.

Bovendien wil ik erop wijzen dat wij op die manier absoluut geen einde hebben gemaakt aan het risico dat als we de mensen in de boten aan de grens tegenhouden en ze meteen terugsturen naar hun plaats van herkomst wij het recht van velen van hen op asiel schenden.

De door mevrouw Klamt maar ook commissaris Frattini veroordeelde massale legalisering is het rechtstreekse gevolg van het beleid dat weliswaar zegt: ‘nulimmigratie is mogelijk’, maar eigenlijk iets verbergt, namelijk het feit dat wij immigranten nodig hebben.

Mijnheer de commissaris, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, ik weet niet of het waar is dat de meeste illegale immigranten die bij ons aankomen, ongeschoold zijn. Ik ken zelf geschiedenisleraren, elektriciens, mensen die hier geschoold aankomen maar geen geschoold werk vinden, omdat zij klaarblijkelijk terechtkomen in allesbehalve geschoolde kringen. Als men zegt dat het erom gaat uit de ontwikkelingslanden geschoolde mensen te halen - mensen die echter hun eigen land zouden kunnen helpen bij het wegwerken van hun ontwikkelingsachterstand - geeft men mijns inziens een verkeerde boodschap, een boodschap die de Europese Unie niet mag geven!

Tot slot wil ik, mijnheer Rajamäki, commissaris Frattini, graag iets horen over het vraagstuk van de overeenkomsten met derde landen. Mijn fractie en ik zijn zeer bezorgd over deze zaak. Wij weten dat enkele lidstaten, zoals Frankrijk, Spanje en Italië, stiekem en enkel op politieniveau aan het onderhandelen zijn over overeenkomsten met derde landen die geen enkele garantie bieden dat de rechten van mensen worden geëerbiedigd. Wij weten heel goed dat die derde landen vaak, en doelbewust, de rechten schenden, niet alleen van hun eigen burgers maar ook van migranten. Dat geldt met name voor Libië, waaraan de commissaris, zoals hij zojuist zei, grote sommen geld wil geven. Persoonlijk zou ik graag willen dat met enkele woorden werd uitgelegd hoe het met de democratie en de openbaarheid is gesteld bij dergelijke overeenkomsten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik heb de indruk dat men na de mislukking van de informele top van Tampere, die vorige week plaatsvond, besloten heeft om niet alleen op te houden met fietsen maar zelfs de fiets aan de haak te hangen. Ook het debat van vandaag toont een dergelijk trekje: men gooit terrorismebestrijding, CIA-vluchten, PNR’s en politiesamenwerking op één hoop met immigratie.

Pas als men inziet dat het immigratievraagstuk losgekoppeld moet worden van de repressieve beleidsvormen, van de acties om migranten te criminaliseren en van bepaalde praktijken in de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde criminaliteit, zal het mogelijk worden serieus te discussiëren over een gemeenschappelijk immigratiebeleid van de Europese Unie.

Wij moeten ook het woord ‘invasie’ uit ons debat bannen: spreken over invasie is verkeerd en ongegrond, aangezien wij allen weten dat slechts vijftien procent van de illegale immigranten via zee, uit Afrika, komt en dat alle anderen over land of met het vliegtuig komen. Dat gaat ook op voor Spanje en Italië, zelfs als wij het aantal migranten dat op de Canarische eilanden of op Lampedusa aankomt meerekenen.

Wij moeten opnieuw beginnen, uitgaande van de legale kanalen. In het Groenboek van de Commissie staat dat wij tot 2030 20 miljoen migrerende werknemers nodig hebben. Daarom moeten wij in actie komen om ze binnen te laten, in plaats van dat wij de mensen op zee laten omkomen. Wat heeft Frontex deze zomer gedaan om te voorkomen dat zoveel mensen omkwamen? Dat hebben wij niet begrepen.

Wij mogen geen Europa zijn dat mensen massaal tegenhoudt. Evenmin mogen wij dulden dat de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee openluchtkerkhoven worden.

Ik wil commissaris Frattini een voorstel doen: laten we een monument oprichten, als blijvende herinnering aan de op zee omgekomen immigranten. Over enkele maanden is het tien jaar geleden dat de eerste erkende ramp plaatsvond met migranten op zee: de ondergang van een schip op open zee, met bijna 400 emigranten aan boort, in de buurt van Porto Palo, tussen Malta en Sicilië. Laten wij een gebaar van menselijkheid maken! Laten wij zorgen voor een monument, voor een symbolisch collectief graf van de naamloze mannen en vrouwen die op zee de dood vonden omdat zij een betere toekomst zochten.

Een groot Latijns dichter zou gezegd hebben: “Laten wij een collectieve herinnering opbouwen die duurzamer is dan brons”. Waarschijnlijk zal dat de krachtigste en meest concrete daad zijn die Europa vandaag kan verrichten om een serieuze discussie op gang te brengen over immigratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Romano Maria La Russa, namens de UEN-Fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik heb hier al eerder het woord gevoerd en benadrukt hoe noodzakelijk en urgent een gemeenschappelijk immigratiebeleid is. Tot mijn voldoening kan ik nu nota nemen van de recente initiatieven op communautair niveau en van de recente doorbraak bij het vraagstuk van de financiële middelen voor de landen die geconfronteerd zijn met noodsituaties.

Er heeft zich een niet te verwaarlozen bewustwordingproces voltrokken onder de lidstaten. Door de talrijke tragedies op de Middellandse Zee is het - misschien te elfder ure - tot hen doorgedrongen dat de migratieverschijnselen niet uitsluitend de perifere landen van de EU aangaan, maar dat de algemene doelstellingen van economische groei alleen verwezenlijkt kunnen worden in een klimaat van algemene veiligheid. Deze bewustwording zal hen er eindelijk toe kunnen aanzetten om de verantwoordelijkheden en de financiële lasten voor het grensbeheer billijk te verdelen. Dit daadwerkelijke engagement komt ook tot uiting in de verhoogde financiële middelen die de EU voor de komende zeven jaar, in het kader van de consolidering van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, beschikbaar stelt.

Een andere zaak die als positief moet worden beschouwd, is de invoering van een specifiek programma voor het regelen van de migratiestromen, waarmee op ad-hocbasis middelen beschikbaar worden gesteld voor terugkeer, vluchtelingen en integratie. Net zo belangrijk is de instelling van het Agentschap voor het beheer van de buitengrenzen. Ofschoon dit Agentschap helaas nog niet beschikt over adequaat personeel, hoop ik toch dat het geleidelijk aan meer aandacht en middelen zal krijgen.

Ik hoop eveneens dat wij langs deze weg kunnen komen tot de invoering van gemeenschappelijke minimumnormen voor de strijd tegen illegale immigratie en voor het reglementeren van legale immigratie, en dat een geloofwaardig beleid, een beleid dat de individuele rechten eerbiedigt, op poten wordt gezet. Alleen een strikt beleid kan echter geloofwaardig zijn. Een Europees beleid voor grootscheepse legalisering, een beleid dat zonder enig onderscheid burgerschapsrechten uitdeelt, is uit den boze.

Het is tegenwoordig algemeen bekend dat legalisering geen oplossing is als de situatie van de immigranten niet wordt verbeterd; sterker nog, legalisering brengt immigranten bijna altijd in een nog lastiger parket, dat marginalisatie en wijdverspreide - en vaak in terrorisme uitmondende - misdaadverschijnselen bevordert.

Geloofwaardig zijn betekent tot slot dat men de idealen van solidariteit en bescherming van de vrijheden, die de EU eigen zijn, herbevestigt en dat men zich verplicht tot naleving van het recht. De EU zal nooit hulp weigeren aan degenen die hulp nodig hebben en aan degenen die echt willen integreren. Indien iemand echter geweld, cultuur, waarden en religies wil uitvoeren, moet hij of zij erop rekenen dat het beginsel van nultolerantie wordt toegepast; dit is niet wenselijk maar soms wel noodzakelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. Voorzitter, de informele top afgelopen weken in Tampere heeft één ding duidelijk gemaakt: de lidstaten zijn het fundamenteel oneens over de aanpak van illegale immigratie. Dat er een oplossing moet komen, is duidelijk maar over de middelen verschilt men van mening. Het immigratieprobleem wordt door de lidstaten dan ook graag doorgeschoven naar de Europese vergadertafels. Daarmee herhaalt de geschiedenis zich.

Eind jaren negentig hadden Nederland en Duitsland grote problemen met het toestromen van asielzoekers. Zij drongen aan op solidariteit en lastenverdeling. Frankrijk, Spanje, Italië en Portugal blokkeerden echter elke oplossing op Europees niveau. Nu geven noordelijke lidstaten niet thuis bij het verzoek om hulp. De oplossing moet echter wel op Europees niveau gevonden worden. Een gemeenschappelijke markt met een gedeelde ruimte waarin burgers zich vrij mogen bewegen, vraagt om een consequente beveiliging van de buitengrenzen en een gereguleerde toegang tot die ruimte.

Het Europees beleid voor illegale immigratie is noodzakelijk maar dan wel zo dat landen niet zelfstandig blijven handelen. Het legaliseren van 700.000 illegalen door de Spaanse autoriteiten zonder daarin andere lidstaten te kennen, kan niet samengaan met de wens om hulp van andere lidstaten.

Tenslotte, president Bush heeft toegegeven dat er geheime gevangenissen van de CIA waren. In welke landen deze gevangenissen waren en of er in de Europese Unie gevangenissen waren, is tot op vandaag onduidelijk. Ik hoor graag wat de Raad en Commissie doen om een einde te maken aan deze onduidelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Marie Le Pen (NI). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, door in 2005 anderhalf miljoen illegale immigranten te legaliseren, hebben Spanje en Italië een gigantische stroom mensen uit Afrika op gang gebracht, het werelddeel dat het dichtst bij West-Europa ligt en als het ware een voorstad is van Parijs.

Spanje, dat terecht beschuldigd wordt van onverantwoord gedrag door illegale immigranten massaal te legaliseren, stelt in reactie hierop dat de meeste Afrikanen die op de Canarische eilanden aankomen – 25 000 sinds het begin van dit jaar – Franstaligen zijn die naar andere landen willen gaan. Gezien deze omstandigheden is het begrijpelijk dat we het werkelijk rampzalige Akkoord van Schengen, dat sinds 1985 wordt toegepast, moeten afschaffen omdat op grond hiervan iedere illegale immigrant die in Spanje, Italië of ergens anders aankomt en gelegaliseerd wordt, naar Frankrijk kan gaan en daar van alle sociale voorzieningen kan profiteren.

Aangezien hij acht van de tien laatste bijeenkomsten van de Raad van ministers van Binnenlandse Zaken heeft gemist, is de heer Sarkozy niet de aangewezen persoon om kritiek te uiten op Spanje, temeer daar Frankrijk positief staat tegenover de opheffing van de voorwaarde van unanimiteit ten aanzien van de justitiële en politiële samenwerking, dat wil zeggen positief staat tegenover het opgeven van een van zijn soevereine rechten. Het is van cruciaal belang dat wij onze eigen grenzen kunnen bewaken nu immigratie een wereldwijd verschijnsel vormt. We kunnen de bewaking van duizenden kilometers kust en landsgrenzen die gemakkelijk overschreden kunnen worden, niet toevertrouwen aan anderen, en de tekortkomingen van de lidstaten op dit gebied kunnen niet worden goedgemaakt door Frontex, de Europese organisatie die geacht wordt de grenzen van Europa te bewaken.

Tenzij we het immigratieprobleem bij de bron aanpakken en een grootschalig ontwikkelingsbeleid uitstippelen, blijven we miljoenen immigranten opvangen die het Europa zoals wij het kennen stap voor stap zullen destabiliseren en uiteindelijk zullen overstromen. De Europese instellingen versnellen deze neerwaartse spiraal slechts door een immigratiebeleid voor te staan dat de heer Sarkozy hypocriet bestempelt als "selectieve immigratie". De Europese landen moeten de zaak weer in eigen hand nemen, zoals Zwitserland onlangs heeft gedaan, en zich beschermen tegen de invasie van migranten, die nog maar net is begonnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jaime Mayor Oreja (PPE-DE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik de heer Frattini feliciteren met het feit dat hij heel terecht opnieuw een woord heeft gebruikt dat van essentieel belang is in deze fase van de constructie van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid: het woord prioriteiten.

In dit verband wil ik zeggen dat het nog ontbreekt aan een groot debat en aan grote resultaten, want daar hebben we in dit stadium van de opbouw van de Europese Unie dringend behoefte aan, omdat we het heel vaak over concrete maatregelen hebben, terwijl de belangrijkste vraag ondertussen niet wordt beantwoord. Hoe ziet over tien jaar de definitieve horizon van de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten eruit als het gaat om twee vraagstukken, zoals de heer Frattini heeft gezegd: de immigratie en het radicale islamistische terrorisme?

Dat debat is dringend noodzakelijk en zolang het niet plaatsvindt, zolang er nog geen resultaat is, valt er op deze terreinen onmogelijk op een correcte en adequate wijze vooruitgang te boeken. Het gaat om een preconstitutioneel debat. Het betreft hier zonder enige twijfel datgene wat op dit moment de Europeanen de meeste angst voor de toekomst inboezemt. Daarom is het een preconstitutioneel debat en daarom, mijnheer Frattini en geachte leden van de Commissie, moet dit debat nu dringend gevoerd worden.

Het is ondenkbaar dat er over tien jaar een Europese Unie bestaat zonder dat we een immigratiebeleid hebben. Het is ondenkbaar dat in de Verenigde Staten van Amerika alle staten hun eigen immigratiebeleid hebben. Het is toch eigenlijk ondenkbaar dat in het licht van een opkomend fenomeen als het islamistische terrorisme - dat eerst bommen in een autobus en daarna in een vliegtuig durfde te plaatsen, dat eerst de aanval opende op cartoons en daarna op de paus, kortom, een opkomend fenomeen - wij, de Europese Unie en haar instellingen, nog steeds geen politieke rol hebben die herkenbaar is voor de burgers.

Misschien is het weinig, misschien is het genoeg of misschien is het wel te veel; het grote probleem is echter dat de Europese burgers op dit moment niet weten wat de Europese Unie precies doet, noch op het gebied van immigratie, noch op het gebied van terrorisme. Daarom moet dit debat nu gevoerd worden. Dit is het preconstitutioneel debat dat nog gevoerd moet worden en dit is het grote debat dat in de komende maanden gevoerd zal worden door de Europeanen.

 
  
MPphoto
 
 

  Martine Roure (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dit debat vindt plaats vlak na de ministeriële bijeenkomst Tampere II, waarop de lidstaten fundamentele kwesties hebben besproken om een echte Europese Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid in te voeren.

Het verheugt mij dan ook dat de overbruggingsclausule eindelijk op het bordje van de Raad ligt. Het spreekt vanzelf dat wij voor communautarisering van de gehele derde pijler zijn, met name wat betreft de legale immigratie; hierdoor komt eindelijk een einde aan de blokkade door sommige lidstaten. Ik roep de Raad derhalve op de discussies voort te zetten, zodat we deze overbruggingsclausule hopelijk ten langen leste kunnen activeren.

Ik wil tevens de overeenkomst inzake de overdracht van persoonsgegevens van passagiers, ook bekend als de Passenger Names Records-overeenkomst (PNR), ter sprake brengen. Er zijn gesprekken gaande met de Amerikaanse autoriteiten, maar ik heb vernomen dat die autoriteiten het onderste uit de kan willen halen. Zou vicevoorzitter Frattini ons kunnen zeggen of deze onderhandelingen zullen leiden tot een gemeenschappelijk akkoord vóór het einde van de maand, dat niet meer ver weg is? Wij zijn het eens geworden over een tweefaseprocedure, waarbij we in 2007 weer over de inhoud zouden spreken. Zullen de Amerikanen werkelijk ook handelen op deze basis? Ik wil me in dit verband wenden tot de Raad en erop wijzen dat het Europees Parlement thans een duidelijke toezegging van de Raad verwacht ten aanzien van het kaderbesluit over de bescherming van gegevens.

De Raad schijnt tijdens de ministeriële bijeenkomst in Tampere teruggekomen te zijn van de concrete verplichtingen betreffende de immigratie die de Europese Unie zeven jaar geleden is aangegaan, met name ten aanzien van de tenuitvoerlegging in 2010 van een gemeenschappelijk immigratiebeleid en van een gemeenschappelijke asielregeling. Ook hier begint de tijd te dringen. Mijn fractie wil er de nadruk op leggen dat een beter beheer van de buitengrenzen slechts één aspect kan zijn van ons gemeenschappelijke immigratiebeleid. De problemen en de humanitaire noodsituatie bij onze grenzen, met name in het zuiden van Europa, en de massale toestroom van migranten en asielzoekers kunnen niemand koud laten.

Wij pleiten derhalve voor een versterking van de Europese solidariteit. Wij eisen dat Europa de lasten en de verantwoordelijkheden van zijn immigratiebeleid verdeelt. Wij willen tevens dat er partnerschappen worden gesloten met de herkomst- en doorgangslanden, die vóór alles gebaseerd moeten zijn op eerbiediging van zowel de grondrechten als het recht op asiel.

Wij mogen echter in geen geval toestaan dat onze grenzen extern worden beheerd. Wij pleiten voor een alomvattende en brede benadering van de immigratieproblemen. De bestrijding van de illegale immigratie moet gepaard gaan met concrete voorstellen, bijvoorbeeld ten aanzien van het openen van kanalen voor legale immigratie of van een echte en efficiënte gezamenlijke ontwikkeling. Wij moeten de onderliggende oorzaken van de migratie, armoede en conflicten, bestrijden.

Wij dienen derde landen die te kampen hebben met problemen, in staat te stellen zich te ontwikkelen, en we moeten migratie ook zien als een positieve factor voor ontwikkeling, die een bijdrage levert aan de vermindering van de armoede. Wij stellen bijvoorbeeld voor immigranten financieel te steunen in hun landen van herkomst. Tot slot pleiten wij voor een actieve uitwisseling tussen landen uit het noorden en die uit het zuiden, en wij willen weten hoe de voorstellen die op dit gebied zijn gedaan in Rabat, geconcretiseerd zullen worden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert (ALDE). – Voorzitter, de immigratieproblematiek is anno 2006 een van de grootste uitdagingen en je zou denken dat de urgentie van dit probleem inmiddels wel tot alle lidstaten is doorgedrongen, maar niets lijkt minder waar! De berichtgeving over de bijeenkomst in Tampere van vorige week was tenenkrommend. Het gebrek aan daadkracht vierde hoog tij. Aan de buitengrenzen van de Unie vindt een ware humanitaire tragedie plaats, mede dankzij het falend beleid van de Europese lidstaten en ik moet u zeggen, ik schaam me oprecht kapot.

Als er al sprake is van enige focus, dan ligt die voor de Raad met name op het versterken van de buitengrenzen. Frontex is het sleutelwoord. Maar Frontex is afhankelijk van de middelen en mankracht die door de lidstaten worden aangeleverd en die middelen blijven tot op de dag van vandaag buitengewoon beperkt. Overigens is het een illusie om te denken dat de migrantenstromen zijn in te dammen met het versterken van de buitengrenzen alleen. Dat moeten we ook vooral niet willen. Gekeken moet worden naar de redenen waarom de migranten massaal hun land verlaten. De link tussen migratie en ontwikkeling is van het grootste belang. Grootse en strategische investeringen in de landen van herkomst zijn noodzakelijk. Noem het zo je wil een modern Marshallplan.

Geachte Raadsvoorzitter, neem een voorbeeld aan Commissaris Frattini, die al ettelijke malen uw aandacht heeft gevraagd voor een totaalpakket van maatregelen. Alleen dan zal de Unie enig effect kunnen sorteren. Maak uw ambities waar, zoals vastgelegd in het programma van Tampere en herbevestigd in het Haags programma. Maak onverkort werk van die zo belangrijke link tussen migratie en ontwikkeling. Zorg voor die samenwerkingsovereenkomsten met de landen van herkomst en transit. Zorg voor een spoedige totstandkoming van een Europees terugkeerbeleid waarbij eenieder recht heeft op een respectvolle behandeling. Maak werk van die informatiecampagnes. Zorg voor die Europese green card. Pak uw eigen zwarte arbeidsmarkt aan. Raad, om in uw beeldspraak te blijven, zou ik u willen vragen, fiets zo hard als u kan.

 
  
  

VOORZITTER: INGO FRIEDRICH
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, precies een jaar geleden zijn meer dan elf, misschien wel zestien migranten doodgeschoten in Ceuta en Melilla. Waren het Spaanse of Marokkaanse kogels? Wij weten het niet, er is geen onderzoek ingesteld. Het enige wat we nu weten, is dat één van de doden uit Kameroen kwam. Wat de anderen betreft, heeft niemand enig idee wie ze waren.

Hebben wij lering getrokken uit deze tragedie? Helemaal niet. In juli zijn namelijk nog eens drie migranten overleden - ik geloof in Melilla - en wij blijven druk uitoefenen op Marokko om een overeenkomst inzake terugname te ondertekenen, hoewel wij sindsdien dagelijks bewijzen ontvangen dat in dit land razzia’s door de politie en deportaties naar de woestijn blijven plaatsvinden, evenals schendingen van de grondrechten van migranten, met inbegrip van degenen die papieren hebben van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen.

Welke lering hebben wij getrokken uit deze tragedie? Door de druk wie wij blijven uitoefenen op Marokko, zijn migranten gedwongen nog gevaarlijkere routes verder naar het zuiden te nemen. Enkele jaren geleden zou het volkomen ondenkbaar zijn geweest dat mensen de Canarische eilanden zouden kunnen bereiken met motorbootjes. Tegenwoordig wordt deze werkelijkheid door velen aan den lijve ondervonden. Wij weten hoeveel van deze mensen op de Canarische eilanden aankomen. Wij weten niet hoeveel er Afrika hebben verlaten. Misschien wel duizenden. Wie zijn ze, en hoe heten ze? Hoeveel mensen zijn op deze wijze omgekomen in de territoriale wateren van Mauritanië of Senegal?

Welk beleid wordt er op dit gebied gevoerd en wat hoor ik u, mijnheer Frattini, zeggen tijdens de interviews die u geeft? Ik hoor u zeggen dat u een Europese armada wilt, met patrouilles, vliegtuigen, schepen en militaire helikopters; dat u inderdaad onze grenzen wilt beschermen. Dat lees en hoor ik van u, mijnheer Frattini.

Vanwaar deze oorlogszuchtige taal? Zijn we een oorlog begonnen tegen migranten? Het beleid van de Europese Unie is in een werkelijk vicieuze cirkel terechtgekomen. Wij kopen de samenwerking van derde landen zodat we toezicht kunnen houden op hun eigen grenzen, dat wil zeggen wij sluiten migranten op in hun eigen land.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer Pleite (GUE/NGL). (ES) Mijnheer de Voorzitter, Mijnheer Frattini, mijnheer Rajamäki, de duizenden personen die zijn omgekomen op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee hebben een vergissing gemaakt en die vergissing is dat ze geboren zijn als mensen. Als ze waren geboren als goederen of als geld, het liefst als ponden, dollars of euro’s, zou de Europese Unie heel anders gereageerd hebben, veel gastvrijer. Maar, vrienden, ze zijn geboren als mensen. En ze hebben een verschrikkelijke misdaad begaan door hun land te verlaten, op de vlucht voor honger of oorlog en op zoek naar een plaats om in vrede te leven. Dat is de misdaad die ze hebben begaan.

Ik verzoek, ik smeek de Commissie en de Raad om het terrorisme en de immigratie niet meer als één agendapunt te behandelen. Dat is een belediging voor de beschaving. Ik verzoek u en smeek u om dat niet meer te doen. Want dan geeft u aanleiding tot interventies zoals die van de heer Le Pen - fascistisch, racistisch, xenofoob - of tot een handelwijze van landen die Europees zijn, maar geen lid van de Europese Unie, zoals Zwitserland, die heel gastvrij zijn voor geldstromen, voor geld dat bij hun banken binnenkomt maar die als het om mensen gaat zelfs het recht op het aanvragen van asiel in twijfel trekken. Dat is niet de boodschap die de Europese Unie moet uitzenden. Daarom denk ik dat we een geheel andere benadering moeten kiezen. Het zijn mensen en we moeten ze een beschaafd antwoord geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Wojciechowski (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag de kwestie van de zogeheten dwangarbeidkampen ter sprake brengen. Een paar maanden geleden kwam een van die kampen in de openbaarheid. Dit kamp in het zuiden van Italië werd bestierd door een internationale criminele bende, die buitenlandse werknemers, merendeels Polen, tot werken dwong en zelfs zover ging enkelen van hen die probeerden te ontsnappen, te vermoorden.

Ik wil deze gelegenheid ook aangrijpen om hulde te brengen aan een Italiaanse vrouw, die uit eigener beweging de zorg voor het graf van een onbekende arbeider die daar werd vermoord, op zich heeft genomen. Dit is een oude vrouw met een laag inkomen. Dit gebaar heeft de Italiaanse en Poolse pers gehaald, en ik wil haar bij dezen mijn diepe dankbaarheid betuigen.

Dit is echt een zeer ernstig probleem. Waarschijnlijk is het ontdekte kamp niet het enige. Tal van berichten in de pers wijzen erop dat er in andere landen waarschijnlijk ook van dit soort kampen bestaan. We moeten dit onderwerp dan ook bovenaan de agenda plaatsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nigel Farage (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de mogelijkheid om de eigen grenzen te controleren en om te besluiten wie er tot burger van jouw land genaturaliseerd mag worden, is een van de meest fundamentele kenmerken van een nationale staat. Wat dat betreft, mag het Verenigd Koninkrijk zich zeer gelukkig prijzen dat wij geen deel uitmaken van het Europese vasteland. Wij zijn een eiland en wij beschikken over eigen, natuurlijke grenzen. Dat is ook de reden dat ikzelf, samen met een overgrote meerderheid van de Britse bevolking, niet wil dat immigratie op Europees niveau wordt geregeld. Wij zijn van mening dat wij daar veel beter zelf voor kunnen zorgen. Als ik vandaag naar dit debat luister, valt het mij op dat er heel vaak gesproken wordt over immigratie vanuit derde landen, van mensen van buiten de Europese Unie. Er wordt echter niet gesproken over de dingen die zich tussen de lidstaten onderling afspelen.

Gisteren nog werd aangekondigd dat twee zeer arme Oost-Europese landen - Roemenië en Bulgarije - tot de EU zullen toetreden. Het is toch zonneklaar dat, als er sprake is van een vrij verkeer van personen tussen landen met zeer uiteenlopende welvaartsniveaus er een enorme migratiestroom op gang komt. Dat gezegd hebbende, vraag ik mij af hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat Commissievoorzitter Barroso besloten heeft om een Roemeen tot nieuwe commissaris voor de immigratie te benoemen!

Dit debat raakt precies de kern van wat de EU nu in wezen is. Het is in ieder geval kristalhelder geworden dat een land dat zijn eigen grenzen wil controleren en een eigen immigratiebeleid wenst te voeren, niet tegelijkertijd ook deel van de Europese Unie kan blijven uitmaken. Als de burgers in Europa daar lucht van krijgen, kunnen wij met een zeer explosieve situatie geconfronteerd worden. Wij zitten dan immers wederom in de situatie dat de politieke besluitvormers in de instellingen van Brussel en Straatsburg een bepaalde richting in willen slaan terwijl de publieke opinie verlangt dat wij precies de tegenovergestelde kant opgaan. Op andere beleidsterreinen is u dat wellicht gelukt, maar met betrekking tot de immigratie kunt u dat vergeten. U bent gewaarschuwd!

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Borghezio (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, als in Italië de nieuwe regering-Prodi met het eerste besluit dat zij neemt 500 000 illegale immigranten legaliseert - en dat aantal zal met het beleid voor gezinshereniging gemakkelijk kunnen oplopen tot een miljoen - en als in het Spanje van Zapatero met eenzelfde besluit 700 000 illegale immigranten worden gelegaliseerd, wel, dan hebben de andere landen van de Europese Unie het volste recht om zich af te vragen waar die maatregelen toe dienen, als het geen pure politieke demagogie is.

Men moet zich afvragen waarom de Europese instellingen niet de moed hebben om deze regeringen op hun verantwoordelijkheid te wijzen. In Italië is de regering-Prodi zelfs nog verder gegaan en heeft zij de communautaire wet gewijzigd door de mogelijkheid om politiek asiel aan te vragen ook te geven in omstandigheden die niets te maken hebben met de door ons allen aanvaarde, serieuze redenen die de juridische voorwaarden vormen voor toekenning van politiek asiel - een fundamentele instelling van de met de mensenrechten verbonden vrijheden. Ook aan immigranten die niet afkomstig zijn uit een risicoland, uit een land waar de mensenrechten niet worden geëerbiedigd of uit een land dat zich in een oorlogsgebied bevindt, worden de met politiek asiel verbonden voorrechten toegekend! Men hoeft enkel een aanvraag te doen en te wachten op de behandeling, en als de aanvraag dan na behandeling wordt afgewezen, kan men wachten op de ellenlange beroepsprocedure.

Dit beleid druist in tegen hetgeen de Europese instellingen omschrijven als een serieus immigratiebeleid, temeer daar we juist praten over een aanscherping van het asielbeginsel. Men mag echter nooit aanvaarden dat dit een achterdeurtje wordt om zich aan de voorschriften te onttrekken, die juist tot doel hebben dit verschijnsel te regelen. Daarom zeg ik: dankjewel, Zwitserland! Dankjewel Blocker! Leve Zwitserland! Laat het afgelopen zijn met de demagogie in Europa ten aanzien van de immigratie!

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris Frattini, dames en heren, opnieuw maken wij hier in dit Parlement een balans op van hetgeen verwezenlijkt is bij de opbouw van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Hoewel er al veel verwezenlijkt is, moeten wij erkennen dat er nog heel wat werk voor de boeg is. Ik verwijs daarbij naar de positieve opmerkingen van de heer Rajamäki over de afsluiting van het dossier inzake het Schengen Informatiesysteem (SIS). Ik hoop dat wij snel kunnen gaan stemmen over een compromis in eerste lezing, want dan krijgen wij het juridische instrument dat wij nodig hebben om het SIS van de tweede generatie toe te passen.

Ik wil ook het Fins voorzitterschap gelukwensen met het feit dat het immigratievraagstuk een van de prioriteiten is geworden van de aanstaande Europese Raad. Hopelijk zal de Raad akkoord gaan met ons verzoek om het medebeslissingsproces uit te breiden en daarin ook legale immigratie en integratie op te nemen. Wij willen dat de democratische legitimiteit hiervan wordt vergroot en er een gemeenschappelijke Europese aanpak komt voor migratie, een aanpak die is gegrondvest op de beginselen van samenhang en solidariteit en ook integratie van legaal in Europa verblijvende immigranten omvat.

Mijnheer Rajamäki, ik was blij u te horen spreken over de recente gebeurtenissen op de Canarische eilanden en de Middellandse Zee. Er is een urgente behoefte aan praktische maatregelen op het gebied van de operationele samenwerking op zee om een adequate surveillancecapaciteit te kunnen opbouwen aan onze zeegrenzen en snelle-interventieteams voor de grenzen in het leven te kunnen roepen. Ik ben vooral blij met de opmerkingen van de heer Frattini over de noodzaak om passende middelen beschikbaar te stellen voor de communautaire instrumenten. Men mag bijvoorbeeld bij Frontex geen middelen wegnemen die het echt nodig heeft om te kunnen werken.

Tot slot moet het immigratiebeleid ook de niet-aflatende strijd tegen illegale immigratie en mensenhandel, de terugkeer van illegale immigranten naar hun oorsprongslanden, de openstelling van kanalen voor legale immigratie, evenals samenwerking met en ontwikkelingssteun voor de oorsprongslanden omvatten. Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, wij moeten de buitengewone, grootscheepse legalisering van immigranten, waartoe men afgelopen mei in Spanje is overgegaan, veroordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Enrique Barón Crespo (PSE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik voorzitter Cavada bedanken voor het initiëren van een debat over een onderwerp dat van essentieel belang is: de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Ik wil me hier beperken tot het onderwerp immigratie.

Mijnheer de minister, er zijn zeven jaar verstreken sinds Tampere. Ikzelf had toen andere verantwoordelijkheden. Daar is het werk met betrekking tot immigratie en een gemeenschappelijk immigratiebeleid in gang gezet, en vandaag heeft de vicevoorzitter van de Commissie, de heer Frattini, een gepassioneerde, goed onderbouwde redevoering gehouden waarin hij voor zo’n beleid heeft gepleit.

Ik denk dat de Commissie dit jaar begonnen is om serieus te reageren en dat de hulp van een aantal landen daaraan heeft bijgedragen, met name die van de meest getroffen landen: de zuidelijke landen.

U heeft allerlei beloften voor de toekomst gedaan. Maar vicevoorzitter Frattini vindt het vast niet erg – hoewel ik het met hem eens ben dat er behoefte is aan een gemeenschappelijk beleid, evenals aan een verenigd leiderschap en een eendrachtige coördinatie, waarvoor hij een lans heeft gebroken in de Commissie – dat ik hem herinner aan de uitdrukking: “praatjes vullen geen gaatjes”.

In de begroting van vorig jaar, waarvan de afsluiting eraan zit te komen, is 80 procent van de kredieten voor het begrotingsonderdeel immigratie niet uitgegeven.

Ik herinner me dat toen de gebeurtenissen op de Canarische eilanden plaatsvonden, de woordvoerder van de commissaris zei dat er geen geld was. Er is nog iets anders en dat is dat de benodigde middelen niet mogen worden weggehaald bij ontwikkelingssamenwerking, want dat zou een geval van vestzak-broekzak zijn. Ik denk dat dit ook een belangrijk punt is.

U heeft ons een actief investeringsbeleid beloofd; ik denk dat met betrekking tot Afrika de stimulerende werking die daarvan uitgaat - en dat is wat echt belangrijk is, want het is absurd om te denken dat de Afrikanen de hele dag het Publicatieblad van de Europese Unie of alle Staatsbladen van de lidstaten aan het lezen zijn - ons dichterbij een gemeenschappelijk beleid moet brengen, dichterbij gemeenschappelijke immigratiecriteria en dichterbij een actief beleid dat rekening houdt met onze behoeften.

Dat is wat we moeten doen, mijnheer de Voorzitter, vanuit een constructieve houding. Ik verwelkom de stap die is gezet, maar ik hoop dat deze serieuze gevolgen zal hebben voor de toekomst.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Alvaro (ALDE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zeg het niet graag, maar de heer Schulz heeft absoluut gelijk in alles wat hij heeft gezegd. Volgens mij heb ik dat in dit Parlement nog nooit gezegd, en het zal vermoedelijk ook nooit meer voorkomen. Maar hij heeft duidelijk gemaakt waar de schoen wringt, namelijk in de afweging tussen de soevereiniteit van de lidstaten en de handelingsbevoegdheid van de Europese Unie. Hoeveel van hun soevereiniteit zijn de lidstaten bereid op te geven en hoeveel handelingsbevoegdheid willen zij de Unie toebedelen?

De uitdrukking "De geest is gewillig, maar het vlees is zwak" geeft dit dilemma treffend weer. Het Duitse Raadsvoorzitterschap kan wat dit betreft wellicht een signaal afgeven om de Europese Unie verder te helpen. Wel moet ik zeggen dat ik graag zou zien dat Finland en Portugal daarbij als deeltjesversnellers optreden, want Duitsland mag dan een groot land zijn, het is ook traag. Duitsland is, net als Frankrijk, weliswaar een land met grote tradities, maar snelheid behoort daar niet toe. Net als een olietanker is het land langzaam en log, en het is minder innovatief dan een land als Finland. Daarom vraag ik u om het het Duitse Raadsvoorzitterschap gemakkelijker te maken af te wegen wat de fundamentele, cruciale punten zijn. Op het vlak van de immigratie heeft de Beierse minister van Binnenlandse Zaken Beckstein een kapitale blunder gemaakt door te zeggen dat Spanje het best aankon om 25 000 mensen op te nemen. Het gaat er niet om of een land het aankan, het gaat om het lot van mensen – mensen in grote nood – die voor de kust wachten.

Wat betreft de arbeidsmigratie heeft de Duitse federale minister van Binnenlandse Zaken Schäuble klip en klaar gezegd dat de legale migratie niet los kan worden gezien van de arbeidsmarkt, dus we weten dat er op dat front ook niets gebeurt. Over het Bureau voor de grondrechten, waar u zoveel belang aan hecht, heeft bondskanselier Merkel in feite gezegd: "Nou vooruit, als het dan per se moet. Maar waarom hebben we eigenlijk een bureau nodig voor de bewaking van onze eigen grondrechten?" U weet dus waar het probleem ligt, dus maak gebruik van uw capaciteiten als deeltjesversneller. U kunt ervoor zorgen dat Duitsland er een goed voorzitterschap van gaat maken. Op dit moment zie ik het nog somber in.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik constateer met veel genoegen dat er een hoge mate van consensus bestaat over het uitgangspunt: dat het verschijnsel immigratie een verschijnsel is dat actueel is en groeiende is en dat niet meer weggaat, ondanks de bereidheid van sommigen om hekken of muren in zee te plaatsen.

Vanaf nu gaat het erom, zoals al is gezegd, dat we die migratiestromen reguleren, maar dan wel op basis van beleid, en meer specifiek op basis van Europees beleid. Want laten we er geen doekjes om winden, de mensen die naar de Canarische eilanden komen, komen niet voor de Canarische eilanden; de Canarische eilanden zijn een tussenstation, een toegangspoort tot Europa; het lijkt erop dat sommige collega’s uit andere landen dat nog steeds niet hebben begrepen. Ze komen geen vakantie vieren op de Canarische eilanden, maar het is een manier om de Europese Unie binnen te komen. En daar moeten we onze aandacht op richten. We mogen de verantwoordelijkheid voor het vinden van een oplossing van dit probleem niet uitsluitend bij de Canarische of Spaanse autoriteiten leggen.

Ik kan dan ook geen begrip, en nog minder steun, opbrengen voor alle onwil om de overbruggingsprocedure toe te passen, om deze kwestie tot een gemeenschappelijke kwestie te maken en vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid te bezien. Ik begrijp die angst en die terughoudendheid niet om een Europese lezing te geven aan een kwestie die geen andere lezing toelaat.

Ik wil daar ook nog een ander punt van zorg aan toevoegen, namelijk de struisvogelpolitiek waarin de verantwoordelijkheid voor het in goede banen leiden van die stromen wordt afgewenteld op landen die bekend staan om hun gebrek aan respect voor de mensenrechten, zoals bijvoorbeeld Marokko of Libië.

 
  
MPphoto
 
 

  Ole Krarup (GUE/NGL). – (DA) Mijnheer de Voorzitter, velen van ons hebben jarenlang gevochten voor de fundamentele beginselen van de rechtsstaat. We hebben vooral gevochten voor de rechtszekerheid, dat wil zeggen de bescherming tegen de politie en andere vormen van staatsmacht, speciaal voor de minder bevoorrechten in de maatschappij. Die strijd is in grote lijnen vergeefs geweest. Nooit is de rechtszekerheid aan zulke ernstige bedreigingen blootgesteld geweest als op dit moment. De “ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid” uit het EU-Verdrag is in het gunstigste geval een mythe of misschien liever een rechtspolitiek bedrog, bedoeld om de systematische vernietiging van de rechtsstaat te verdoezelen. Bovendien is geen enkele instelling van de EU in staat gebleken om de zeer noodzakelijke koerswijziging tot stand te brengen. Er is slechts plaats voor twee boodschappen. De eerste is dat de EU en de lidstaten, zonder misdaden te hebben begaan van de omvang van die van de Verenigde Staten – zoals Guantánamo en andere martelcentra over de hele wereld – elke dag gewelddaden plegen jegens rechteloze vluchtelingen en jegens verdachten van terreurdaden. De politiestaat “Fort Europa” is gevaarlijk dichtbij. Verder wensen de instellingen van de Unie geen verklaring te vinden voor de twee fundamentele problemen, die ten grondslag liggen aan alle kwaad. De meest essentiële oorzaak is in beide gevallen eenvoudigweg de financiële en sociale ongelijkheid in de wereld. Een ongelijkheid die met de dag groter wordt ten gevolge van het onderdrukkende EU-beleid jegens de armste landen van de wereld. Dat is de wortel van het kwaad. Slechts als we dat beseffen, krijgt het noodzakelijke mensenrechtenbeleid enige zin.

 
  
MPphoto
 
 

  Guntars Krasts (UEN).(LV) Als zeven jaar na het aannemen van een programma voor de versterking van de buitengrenzen van de Europese Unie teneinde de ongecontroleerde immigratie een halt toe te roepen deze taak nog altijd niet is uitgevoerd, is het duidelijk dat een gemeenschappelijk immigratiebeleid van de Europese Unie nog steeds toekomstmuziek is. De argumenten die worden gebruikt ter verdediging van de ongecontroleerde immigratie zijn niet bestand tegen kritiek. Immigranten dragen weinig bij aan het stabiliseren van ongunstige demografische trends in Europa, omdat het werkloosheidscijfer onder immigranten aanzienlijk hoger ligt dan het gemiddelde. Het feit dat de werkloosheidscijfers onder immigranten uit tweedewereldlanden dezelfde trend laten zien, toont aan dat integratie van immigranten geen onderdeel is van het immigratiebeleid in de lidstaten. In werkelijkheid is de arbeidsmarkt vaak gesloten voor immigranten, met als gevolg dat de lidstaten de socialezekerheidsstelsels openstellen. En dit wordt door immigranten in ‘donorlanden’ weer gezien als een uitnodiging.

Ik wil iets zeggen over het gemeenschappelijk immigratiebeleid van Europa. Op de korte termijn moeten we niet alleen het toezicht op de buitengrenzen van de Europese Unie aanzienlijk verbeteren, maar ook overeenstemming bereiken over een alomvattend en gestructureerd immigratiebeleid. Dat beleid zou gebaseerd moeten zijn op een beoordeling van de arbeidsmarkten van de lidstaten en het vermogen van de lidstaten om immigranten te laten integreren. Op de middellange termijn moeten de lidstaten niet alleen de kwaliteit van hun programma’s in het kader van de hulp aan ontwikkelingslanden aanzienlijk verbeteren, maar ook overeenstemming kunnen bereiken over een belangrijke herziening van het bestaande invoer- en uitvoerbeleid van de Europese Unie, met name in de sfeer van landbouwproducten. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Louis (IND/DEM). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, collega-afgevaardigden, wij hebben de heer Frattini horen klagen dat wij niet in staat zijn om de grenzen in het zuiden van Europa te beschermen, waarbij hij er terecht op wees dat een illegaal die erin slaagt Spanje of Italië te bereiken, binnen een dag in Rijssel of Hamburg kan zijn. In navolging van de heer Sarkozy hoorde ik hem voorstellen het vetorecht helemaal af te schaffen. Uit dit voorbeeld blijkt eens te meer hoe de Europese integratie wordt gebruikt als oplossing voor de problemen die zij oplevert. Hebben de meeste partijen die in dit Parlement vertegenwoordigd zijn, niet de sluizen van de ongebreidelde immigratie geopend met de Akkoorden van Schengen en het Verdrag van Amsterdam, waarmee ze de lidstaten beroofden van hun bevoegdheid op dit gebied?

De Commissie bevriest nu de overeenkomsten inzake terugname tussen lidstaten, bemoeit zich met het beleid ten aanzien van familiehereniging en wil zelfs 25 miljoen extra immigranten toelaten om de afname van de bevolking een halt toe te roepen. Nee, dames en heren, het geeft geen pas om dertig jaar lang de macht van elkaar over te nemen en aan de vooravond van de verkiezingen te verkondigen dat je niet verantwoordelijk bent voor de huidige situatie. We worden zelfs geacht verder te gaan in de vlucht naar voren, richting federalisme. Eerlijk gezegd, als u de Europese beschaving wilt vernietigen, moet u vooral zo doorgaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Bobošíková (NI). - (CS) We hebben het vandaag over de vooruitgang die geboekt is op het gebied van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Wat voor een vooruitgang eigenlijk, als de Europese Commissie hetgeen zij heeft toegezegd - de uitbreiding van de Schengenruimte in 2007 - niet kan of wil nakomen. Het is voor mij absoluut onaanvaardbaar dat de burgers van de tien nieuwe lidstaten niet op het beloofde moment, volgend jaar, vrij binnen de EU kunnen reizen. En ik beschouw het als onverkoopbaar dat zij de komende twee a drie jaar aan de grenzen nog hun pas zullen moeten laten zien. De Commissie dient zich te realiseren dat zij niet zomaar kan doen wat haar goeddunkt, dat zij een door dit Parlement gekozen orgaan is, duur betaald met het belastinggeld van de burger. Indien zij technisch niet in staat is om de voorwaarden voor de Schengenruimte te scheppen, dan is zij incompetent. Maar als zij onder het mom van technische problemen het vrije verkeer nog even wil uitstellen, dan is zij ongeloofwaardig. Op dit moment vormen de heer Barroso en zijn commissarissen een obstakel voor het vrije verkeer van personen, een van de pijlers van de Europese Unie. Zij dienen zich te realiseren dat ze spelen met het vertrouwen van de burger in het Europese project an sich.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij zijn weer terug bij af. De heer Schulz heeft helemaal gelijk. Ik heb mijn oude speech uit 1999 afgestoft, de heer Schulz heeft de zaal na zijn betoog verlaten en verschillende andere dingen zijn nog precies hetzelfde als zeven jaar geleden. Er zijn veel grijze haren bijgekomen in dit Parlement - uiteraard niet bij mij.

Het klopt dat het weer over dezelfde onderwerpen gaat. Ik ben zelf van mening dat wij ons niet altijd zorgen hoeven te maken over die pragmatische inactiviteit. Op dit specifieke gebied en in een periode met een grote terroristische dreiging - en ook in 1999 was er overigens al sprake van terroristische dreiging - wordt de zeer onzekere boodschap gestuurd dat het voorzitterschap, de Commissie en helaas ook te veel afgevaardigden in het huidige en toenmalige Parlement van mening lijken te zijn dat de meest urgente zaak die er op dit moment speelt, het in werking stellen van de “passerelle-clausule” van artikel 42 is.

Ik heb altijd mijn twijfels gehad over het opleggen van één enkel justitieel model aan landen met verschillende rechtsstelsels die zich ook op verschillende manieren ontwikkelen. Het geschreven recht in het Verenigd Koninkrijk is de belangrijkste erfenis die de grote Angevijnse koning Henry II ons heeft nagelaten. Dat recht heeft zich vervolgens gedurende 800 jaar op succesvolle wijze verder ontwikkeld. Wij hebben geen ervaring met de Napoleontische code, die 200 jaar geleden aan veel landen in Europa werd opgelegd. Hoewel wij dat systeem zelf dus niet toepassen, hebben wij ook nooit de wens gehad om anderen te weerhouden om die code toe te passen in situaties waarin dat gepast was.

Zelfs op de eigen merites bekeken, is de drang naar meer harmonisatie niet te rechtvaardigen. Het vonnis in de Cassis de Dijon-zaak was een van de belangrijkste momenten in de ontwikkeling van de interne markt, omdat hierin voorrang werd gegeven aan het beginsel van de wederzijdse erkenning boven een allesomvattende harmonisatie.

De Raad dient eind van dit jaar zijn tussentijdse evaluatie van het Haags programma te overleggen. Het belangrijkste uitgangspunt volgens Piet Hein Donner, de man die aan de wieg van het programma stond, is dat de tenuitvoerlegging van de wederzijdse erkenning als het fundament voor justitiële samenwerking wordt beschouwd. Dat programma is gebaseerd op een samenwerkingsmodel. De dynamiek en ontwikkeling van de gemeenschappelijke Europese activiteiten dient op die samenwerking gebaseerd te zijn. Naar mijn idee is dat een praktische en verstandige methode die ook al op de eerste successen kan bogen. Ik dring er daarom ook bij het voorzitterschap en de Commissie op aan om die lijn te blijven volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicola Zingaretti (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, het is belangrijk te vermijden dat wij over een dergelijk delicaat thema een dovemansgesprek voeren, maar het kan geen kwaad om een aantal uitgangspunten vast te stellen.

Het eerste uitgangspunt is het immigratievraagstuk, dat voor ons allen een uitdaging is. Denkt u maar eens aan de gebeurtenissen van de afgelopen zomer, toen nog eens tienduizenden mensen op Lampedusa en de Canarische eilanden aan land gingen, of liever gezegd Europa binnenkwamen. Spanje, Italië, soms Cyprus en Griekenland waren meestal enkel de voordeur, want deze mensen komen binnen maar blijven niet bij de voordeur staan.

Daarom gaat het - zoals voorzitter Borrell, commissaris Frattini en nu ook de fungerend voorzitter van de Raad al zeiden - niet alleen om een humanitaire noodsituatie of om een uitzonderlijke gebeurtenis. Veeleer is dit een structureel verschijnsel, een verschijnsel dat heel de Europese Unie aangaat en haar vermogen om eindelijk een immigratiebeleid uit te vaardigen in het geding brengt. Dat beleid is nodig, niet omdat een bepaalde lidstaat een dienst moet worden bewezen, maar omdat heel de Unie hierbij betrokken is.

Ten tweede mogen wij evenmin - want wij hebben verantwoordelijkheden - de fout maken immigratie te verwarren met terrorisme. Juist daardoor ontstaan er immers angst en terughoudendheid onder de Europese bevolking. Eventueel moeten wij een ander paradigma invoeren, het paradigma immigratie - slavernij, omdat in bepaalde lidstaten een ontwikkeling is begonnen waarbij talrijke immigranten daarmee geassocieerd worden.

Dan is er nog een derde en dit keer een positief uitgangspunt: wij moeten erkennen dat onze beschaving zich gesteld ziet voor een nieuwe uitdaging die wij moeten aangaan. Dit besef is de kern van de culturele en politieke sprong die de Unie moet maken ten aanzien van het immigratievraagstuk. Dit is geen probleem voor een beperkt aantal mensen of een marginaal probleem. Dit is een probleem dat een nieuwe inspanning van de Unie vraagt, en die inspanning moet worden beschouwd als een van de nieuwe opgaven in het millennium. Wat dat betekent hebben wij reeds aangegeven.

Wij weten echter, mijnheer de commissaris, mijnheer de voorzitter, op hoeveel verzet dit alles stuit bij een groot aantal regeringen, maar als er voor dit Parlement een rol is weggelegd dan is het wel dat het druk kan uitoefenen, engagement kan tonen, en een boodschap kan sturen, de boodschap: “laten wij wat doen”. Wij moeten tegen regeringen die bang zijn vertellen dat het ook een manier is om het vertrouwen tussen de Unie en de burgers te herstellen, door te tonen dat de Unie bestaat, een entiteit die haar aanwezigheid doet voelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de bewering dat effectieve maatregelen van de EU op het gebied van criminaliteit, terrorisme en burgerlijke vrijheden onmogelijk zijn zonder een nieuwe grondwet, is een afleidingsmanoeuvre. Uw verontwaardiging was net zo onderhoudend als altijd, mijnheer Schulz, maar het is wel úw regering en die van mevrouw Klamt die dit excuus vanuit Berlijn aanvoert. Wij horen tijdens oeverloze speeches en conferenties dat terrorisme, racisme en immigratie de grootste uitdagingen van deze tijd zijn en dat klopt ook. De Commissie kan ons echter nog steeds niet vertellen of landen de vijf jaar oude wet op het antiterrorisme inmiddels al ten uitvoer hebben gelegd. De lidstaten beginnen ook nu pas langzaam vorderingen te maken met betrekking tot een voorstel van vier jaar oud over de aanpak van door haat geïnspireerde racistische misdrijven. Er bestaat geen gemeenschappelijk beleid met betrekking tot integratie.

Wij hebben vandaag van de Raad mogen vernemen dat het waarborgen van de mensenrechten prioriteit heeft voor de regeringen van de EU. Als dat zo is, hoe is het dan mogelijk dat de ministers van Buitenlandse Zaken onlangs niet in staat waren een officiële reactie te geven op de bekentenis van president Bush dat de CIA gebruik maakt van geheime gevangenissen - net zoals zij vier jaar lang niet bij machte waren om iets tegen Guantánamo te ondernemen? Dit systeem is disfunctioneel en ineffectief voor het bestrijden van terrorisme en het waarborgen van de mensenrechten. Het is verraad ten opzichte van de veiligheidsbehoeften in de 21e eeuw van een Europese bevolking die zeer binnenkort uit een half miljard mensen zal bestaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Sepp Kusstatscher (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, er blijft immigratie plaatsvinden, of we dat nu willen of niet. Het gaat er alleen om hoe we ermee omgaan. Een Vesting Europa met rijkdom binnen zijn grenzen en armoede daarbuiten is onhoudbaar, en bovendien heeft Europa immigranten nodig.

Het gepresenteerde voorstel is goed bedoeld, maar helaas ís het niet goed. Het is een partijpolitiek compromis dat te weinig visie bevat. De huidige praktijk van het terugsturen van buitenlanders in het zuiden van Europa en in het noorden van Afrika is wreed, onmenselijk en ethisch onverantwoord. We zijn vergeten te handelen in overeenstemming met de beginselen van vrijheid, gelijkheid en broederschap. We gaan erg tweeslachtig om met de rechten van de mens en houden geen rekening met de Geneefse Conventie voor de vluchtelingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL). - (PT) Ik wil van deze twee minuten spreektijd gebruik maken om iets te zeggen over het belangrijke immigratievraagstuk, ofschoon dit zo veelzijdig is dat er eigenlijk veel meer tijd voor nodig was. Ik wil aandringen op:

- de beëindiging van het repressieve, enkel op beveiliging gerichte beleid, dat de immigranten criminaliseert, alhoewel zij gewone mensen zijn die een baan en een fatsoenlijk leven willen;

- de sluiting van de detentiecentra voor immigranten en de stopzetting van het onmenselijk deportatiebeleid;

- de versterking van de strijd tegen de mensenhandelaars en hun medeplichtigen;

- de versterking van de strijd tegen vreemdelingenhaat en racisme, maar ook tegen alle beleidsvormen en verwrongen meningen waardoor dergelijke gedragingen worden gevoed;

- de regularisatie van geïmmigreerde werknemers, om ervoor te zorgen dat hun arbeids- en sociale rechten worden gegarandeerd, hetgeen een cruciale voorwaarde is voor het beëindigen van het verschrikkelijke uitbuitingsverschijnsel;

- een effectief immigratiebeleid waarin gezinshereniging specifiek is opgenomen;

- een beleid dat een ommekeer bewerkstelligt in de huidige tendens van rijkdomconcentratie in de handen van een klein aantal mensen en uitbuiting en armoede van miljoenen en miljoenen mensen. Ik wil eveneens enkele van de Verenigde Naties afkomstige statistieken noemen: de 691 rijkste mensen ter wereld hebben een netto vermogen van 2,2 miljard dollar, hetgeen net zoveel is als de rijkdom van de 145 armste landen ter wereld bij elkaar. Daar komt nog bij dat de 500 rijkste mensen samen een hoger inkomen hebben dan de 416 miljoen armste mensen bij elkaar. De 8 miljoen rijkste mensen in de wereld hebben een netto vermogen dat gelijk is aan 80 procent van het BBP van alle landen in de wereld bij elkaar.

- Met andere woorden, er is een beleid nodig dat de overvloedige hulpbronnen en middelen en de wetenschappelijke en technologische vooruitgang van het menselijke ras gebruikt om de problemen van de wereldvolken effectief op te lossen. Dit beleid moet de tegenovergestelde richting uitgaan van het neoliberalisme, het militarisme en de niet-naleving van de soevereiniteit van de volken en de landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mirosław Mariusz Piotrowski (IND/DEM). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, een van de problemen op het gebied van het immigratieproces dat in de vraag van vandaag aan de orde is gesteld, is het gebrek aan onderling vertrouwen tussen de lidstaten van de Europese Unie. Dit wantrouwen en deze achterdocht zijn vrijwel automatisch van invloed op de betrekkingen met derde landen, zoals de Verenigde Staten, die de facto Europa’s natuurlijke bondgenoot zijn in de oorlog tegen het terrorisme. Deze houding belemmert de vaststelling van heldere wetgeving op deze gebieden. Zij beperkt de mogelijkheden tot nuttige samenwerking of verhindert die zelfs.

Het kost moeite om in te stemmen met het standpunt dat commissaris Frattini vandaag naar voren heeft gebracht, namelijk dat de bescherming van grondrechten en de bestrijding van terrorisme hand in hand zouden moeten gaan. Ik denk dat het de meeste Europese burgers ten goede zou komen als er serieus wordt nagedacht over de herdefiniëring van de grondrechten met als doel het aantal rechten dat onder die definitie valt, te beperken. Op die manier zouden we terroristische acties snel en efficiënt kunnen tegengaan. Het is duidelijk dat we in het belang van de veiligheid die kant op moeten.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Tadeusz Masiel (NI). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, afgelopen zondag stemde het kleine land Zwitserland vóór een vorm van immigratiebeleid die het best aansluit bij de behoeften van dit land en zijn burgers. Zoals commissaris Frattini zei, zou het ook de moeite waard kunnen zijn om het immigratiebeleid van Australië en de Verenigde Staten als voorbeeld te nemen. De Europese Unie voert echter al jaren een al te ambitieus immigratiebeleid, dat ten koste gaat van de belangen van haar eigen burgers.

Ons veiligheids-, justitie- en immigratiebeleid zou de ontwikkelingshulp voor Afrika moeten versterken. Het zou een eind moeten maken aan de instroom van moslims en, als de demografische omstandigheden of de situatie op de arbeidsmarkt daarom vragen, de deur open moeten zetten voor christenen uit Oost-Europese landen als Wit-Rusland, Oekraïne, Georgië, Armenië en Rusland, die geen bedreiging zouden vormen voor de identiteit van onze christelijke beschaving.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld (PPE-DE). – (SV) Op den duur redden wij het niet zonder een gemeenschappelijk immigratiebeleid en gemeenschappelijke strategieën. Voor de integratie ligt de hoofdverantwoordelijkheid bij de lidstaten. De huidige uitsluiting en hulp in plaats van werk moeten radicaal veranderen en het integratiebeleid moet worden geactiveerd. Werk moet de regel worden en hulp de uitzondering. In Zweden zal de nieuwe regering de werklozen aantrekkelijker maken op de arbeidsmarkt. Het integratiebeleid moet ook worden gecombineerd met maatregelen tegen mensenhandel en met in partnerschap ontwikkelde overeenkomsten met de buurlanden. Ik wil de heer Frattini loven voor de pogingen die hij op dit gebied heeft ondernomen. Samen moeten we ook de menselijke waarden verdedigen waarop de EU gebaseerd is. Een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid vereist een aangescherpte rechtszekerheid en versterkte individuele grondrechten, die kunnen en moeten worden toegepast door het Hof van Justitie. Hoewel deze grondrechten en gegevensbescherming ontbreken in de derde pijler, zijn er maatregelen gekomen die diep ingrijpen in ons privéleven. Hoeveel verder kan men volgens de Raad gaan zonder grondrechten en zonder een toetsingsgerecht op EU-niveau? Rechtszekerheid en grondrechten moeten nu alle aandacht krijgen. Dat zou op de lange termijn een effectievere misdaadbestrijding mogelijk maken. Rechtszekerheid en misdaadbestrijding gaan hand in hand.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (PSE). - (MT) Enkele maanden geleden zei commissaris Frattini in dit Parlement dat hij niet zo snel vooruit kan gaan als hij wel zou willen. Wij weten en begrijpen dat er bureaucratische problemen zijn, maar deze mogen niet als voorwendsel worden gebruikt om een alarmerende situatie te laten ontaarden in een explosieve en uit de hand gelopen situatie. Het vervelende is dat de Unie uitermate passief overkomt wanneer zij geconfronteerd wordt met een op menselijk vlak zo gevoelige, en voor veel mensen en landen - waaronder ook lidstaten - zo tragische situatie. Malta is evenals Italië, Spanje en andere landen, geconfronteerd met een last die geen enkel land in zijn eentje kan dragen. Dit is een crisis die tot ver over de grenzen reikt, en daarom moet de oplossing daarvan een Europese, mediterrane en Afrikaanse oplossing zijn, en daarbij moeten indien noodzakelijk ook de Verenigde Naties worden betrokken.

Lange tijd hebben wij woorden gehoord als mobilisatie, solidariteit en financiële hulp. Laten wij de belofte eens nemen die Malta werd gedaan, namelijk dat er tijdens de zomer in onze wateren een begin zou worden gemaakt met Europese patrouilles. De zomer kwam en ging, net zoals de immigranten kwamen, maar de patrouilles waren in geen velden of wegen te bekennen. Het tot nu toe gevoerde beleid ziet eruit als een lappendeken. De getroffen maatregelen hangen als los zand aan elkaar, en zo nu en dan wordt dan aangekondigd dat er nog eens een half miljoen euro bij elkaar is gesprokkeld. Deze situatie is zo kritisch dat daarvoor een Europees noodplan moet worden opgesteld, en in deze context geloof ik dat het Europees Parlement meer bevoegdheden en een sterkere rol moet krijgen. Er zijn veel initiatieven mogelijk. Een daarvan is de instelling van een waarnemingspost in een mediterraan land als Malta, zodat de activiteiten in verband met illegale immigratie in het gebied kunnen worden gecoördineerd.

De Raad en de Commissie moeten een duidelijk en concreet signaal sturen en duidelijk maken dat zij dit probleem echt als een prioriteit zien, dat zij klaar zijn om in actie te komen en een allesomvattend beleid ten uitvoer te leggen waarmee tegemoet kan worden gekomen aan de onmiddellijke behoeften van niet alleen de betrokken lidstaten maar ook de immigranten. Vaak zijn deze immigranten het slachtoffer van politieke onderdrukking, van georganiseerde misdaad of zijn ze arm. Dit plan moet de landen van herkomst van immigranten erbij betrekken en moet de problemen en met name de economische problemen van de oorsprongslanden van immigranten aanpakken. Hoe ernstiger de situatie, hoe meer ook de burgers hun vertrouwen in de Europese instellingen verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophia in ’t Veld (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben dringend behoefte aan de overbruggingsclausule met het oog op een efficiëntere en democratische besluitvorming. De EU moet met één stem spreken en mag niet toestaan dat de Verenigde Staten unilateraal de voorwaarden voor onze gezamenlijke bestrijding van het terrorisme bepalen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de onderhandelingen van de PNR-overeenkomst voor de periode na 2007, maar ook voor de activiteiten van de CIA. Afgelopen week hebben de lidstaten de geheime gevangenissen van de CIA wel zeer zwak veroordeeld. Ik wil echter weten of de Europeanen doorgaan met het gebruik van de informatie die in deze geheime en illegale gevangenissen is verkregen.

De grondrechten schitteren door afwezigheid in dit debat. In 2004 heeft de Commissie op dat punt de goedkeuring van het Europees Parlement gekregen op voorwaarde dat zij de grootste voorvechter van die grondrechten zou worden, maar tot nu toe is daar nog niet veel van te merken geweest. Zo veroordeelt u homofobie in woorden, commissaris Frattini, maar waar blijven de daden die bijvoorbeeld op basis van artikel 7 mogelijk zijn tegen homofobische acties en verklaringen van regeringen en ministers van de EU? En wanneer maakt u eindelijk eens een einde aan de onaanvaardbare discriminatie tegen gehuwde homostellen? Zult u, commissaris, samen met de Raad in de toekomst kortom niet alleen hard optreden tegen het terrorisme, maar ook tegen de intolerantie in Europa?

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, sinds het begin van dit jaar zijn meer dan 20 000 illegale immigranten met gevaar voor eigen leven met hun bootjes beland op de stranden van de Canarische eilanden, van Lampedusa en Malta. Wij weten niet hoeveel anderen verdronken zijn. Wat de heer Le Pen zojuist heeft gezegd over deze mannen en vrouwen, is weerzinwekkend.

Wat deze immigranten betreft, hebben wij als enig doel tegemoet te kunnen komen aan de essentiële behoeften van hun gezinnen. Deze mannen – in veel gevallen kostwinner – zijn tot alles bereid om hun kinderen te eten te kunnen geven, en niets zal hen tegenhouden. Wij moeten hen niet stigmatiseren, maar een einde maken aan deze menselijke tragedies. Laten we dus woorden omzetten in daden en snel een echt immigratiebeleid ten uitvoer leggen.

Toen mijn collega’s en ik de detentiecentra bezochten aan de zuidelijke grenzen van Europa, hebben wij de alarmklok geluid. Deze zomer hebben medewerkers van het Frontex-agentschap gepatrouilleerd langs de Spaanse en Afrikaanse kusten. Dat is een eerste positieve stap. Helaas is er nog steeds een nijpend tekort aan middelen.

Ik wil enkele voorstellen noemen uit de resolutie van mijn fractie. Ten eerste moeten we de veiligheid aan de buitengrenzen verbeteren. Ik wil erop wijzen dat de verdeling van de verantwoordelijkheden en van de financiële lasten van fundamenteel belang is in ons Schengen-gebied. Laten we daarom nadenken over het instellen van effectieve gemeenschappelijke patrouilles langs de zeegrenzen, van een Europese grenspolitie of van een netwerk van verbindingsofficieren voor de immigratie.

Ten tweede moeten we mensenhandelaren en zwart werk effectiever aanpakken in alle lidstaten.

Ten derde moeten wij echte partnerschappen en overeenkomsten inzake terugname aangaan met landen van herkomst. Om te beginnen willen wij dat de Europese richtlijn betreffende terugkeer zo snel mogelijk wordt aangenomen.

Wat de gezamenlijke ontwikkeling betreft, moeten we effectievere systemen voor toezicht instellen. Het geld voor de gezamenlijke ontwikkeling moet rechtstreeks naar de mensen gaan, en er moet niets aan de strijkstok blijven hangen. De ontwikkelingshulp die we geven, moet in verhouding staan tot de inspanningen die landen van herkomst zich getroosten om te voorkomen dat hun inwoners illegaal immigreren. Tot slot, hebben de lidstaten die de afgelopen jaren grote groepen illegale immigranten hebben gelegaliseerd, de illegale immigratie in hun landen beteugeld? Het antwoord luidt helaas nee. In tegenstelling tot wat sommigen denken, is massale legalisatie niet de oplossing.

Ten slotte wil ik u rechtuit vragen hoeveel tijd en hoeveel vergaderingen er nog nodig zijn voordat de 25 ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Lambrinidis (PSE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, wij hadden geen commissie voor geheime diensten in de VS nodig om te ontdekken dat de oorlog in Irak het terroristisch gevaar in Europa en de wereld zou doen toenemen in plaats van afnemen. Laat ook niemand in de toekomst verbazing voorwenden, als onthuld wordt dat de geheime gevangenissen, de ruime interpretaties van het Verdrag van Genève, het afluisteren van duizenden telefoons, de achterdocht jegens elke Europese reiziger, en de behandeling van de miljoenen immigranten die onder ons verblijven - niet met integratiemaatregelen maar met repressieve maatregelen -, niet alleen koren op de molen zijn van degenen die terroristen rekruteren maar vooral ook het gevoel van veiligheid en democratie in het hart van Europa ondermijnen.

Het Europees Parlement is naïef noch romantisch, als het om terrorismebestrijding gaat. Wij hebben herhaaldelijk geëist dat deze moordenaars met harde maatregelen worden aangepakt, maar wij hebben er ook altijd op aangedrongen dat het Europees recht wordt toegepast en de grondrechten worden beschermd. Met zijn evenwichtige en ferme houding lijkt het Parlement echter bepaalde ministers van de EU tegen de haren in te strijken. De vorige week in Tampere stonden bepaalde ministers van Justitie erop dat het Parlement bij deze vraagstukken niet meer dan een figurantenrol wordt toegekend. Onder hen bevindt zich helaas ook de Griekse minister van Justitie, die toch heel voorzichtig zou moeten zijn nu gisteren werd onthuld dat de Griekse regering in 2004 een geheim akkoord heeft gesloten met de VS om de doorgifte van duizenden gegevens - niet alleen van Griekse maar ook Europese burgers - tijdens de Olympische Spelen van Athene te vergemakkelijken.

Geachte vrienden, in onze landen zou niemand zelfs op het idee komen om het nationale parlement een beslissende stem en controlebevoegdheden op het gebied van politie en justitie te ontzeggen. In Europa zijn er kennelijk mensen die een lijn willen trekken en zeggen dat vanaf die lijn de democratie er niet meer toe doet.

 
  
MPphoto
 
 

  Lapo Pistelli (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, een minuut is wel heel kort en daarom zal ik mij beperken tot slechts één punt.

Wij hebben te maken met beleidsmaatregelen die zonder meer aantonen wat Europa zou kunnen en moeten doen: de ontwikkeling van een gemeenschappelijk asielstelsel, gemeenschappelijke regels voor legale immigratie, een gemeenschappelijk beheer van de buitengrenzen.

Het is wel duidelijk dat nationale maatregelen niet meer volstaan, omdat ze gewoon niet werken. Het is wel duidelijk dat de publieke opinie steun zou geven aan dit andere idee van een efficiënte soevereiniteit, ofschoon ik moet zeggen dat wij vanmorgen te veel Italiaanse of mediterrane afgevaardigden hebben gehoord, waardoor je de indruk kreeg dat dit bijna uitsluitend ons probleem was, dat wil zeggen het probleem van de landen in het Middellandse Zeegebied.

Verder is de titel van het perscommuniqué ter afsluiting van de Top van Tampere: “De ministers vragen om meer solidariteit en samenwerking” nogal onduidelijk. Neemt u mij niet kwalijk, mijnheer de voorzitter, maar aan wie vraagt u dat? Moet u dat niet aan uzelf vragen? Ik wil graag een Europese Grondwet - die er nog niet is - maar is er iemand in de Raad die een andere oplossing heeft dan een snelle toepassing van de passerelle-clausule? Wie heeft baat bij deze institutionele surplace? Het lijkt mij dat vandaag tenminste een grote meerderheid van het Parlement een duidelijke mening hieromtrent naar voren heeft gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Jas Gawronski (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, er zijn veel nieuwe ontwikkelingen die onze veiligheid en onze vrijheid bedreigen: de ongecontroleerde immigratie is er ongetwijfeld één van.

Het grootste en meest recente gevaar is evenwel - en vicevoorzitter Frattini sprak daar zojuist al over - het terrorisme. Als coördinator van mijn fractie in de Tijdelijke Commissie CIA-vluchten heb ik mij met mijn collega’s over dit probleem gebogen, en allen tezamen hebben wij naar oplossingen gezocht. Persoonlijk ben ik tot de conclusie gekomen dat wij maar weinig kunnen doen, en helaas hebben wij ook heel weinig gedaan om nieuwe feiten inzake de situatie, de oorzaken en de schuldigen op te sporen. Daarom is het noodzakelijk dat wij ons concentreren op de toekomst, op de middelen en instrumenten, om te voorkomen dat zich opnieuw situaties van illegaliteit voordoen die onze vrijheid en onze veiligheid aan nog grotere risico’s blootstellen.

Wat kunnen wij doen? Een element van het antwoord vind ik terug in de mondelinge vraag die ten grondslag ligt aan dit debat van vanmorgen. Daarin wordt namelijk gesproken over initiatieven om het gebrek aan vertrouwen tussen de lidstaten te verhelpen. Dit is een belangrijk punt, een essentieel punt. Er moeten meer inlichtingen worden uitgewisseld om het terrorisme in de Unie te bestrijden, maar er moeten ook meer inlichtingen worden uitgewisseld met onze belangrijkste bondgenoten, en eerst en vooral met de Verenigde Staten, waar wij recentelijk een aantal problemen mee hadden. Er moet uitwisseling zijn op voet van gelijkheid en in wederzijds vertrouwen.

Er is ook meer controle nodig op de activiteiten van geheime diensten als zij op het grondgebied van een ander land opereren. Geheime diensten moeten geheim blijven om efficiënt te kunnen opereren, maar binnen bepaalde grenzen. Onze CIA-commissie heeft geen onderzoeksbevoegdheden en daarom moeten wij de nationale parlementen - die in bepaalde landen geëigende instrumenten hebben - vragen een onderzoek in te stellen naar eventuele schendingen van de mensenrechten en naar de bedreigingen van onze veiligheid en vrijheid.

Dan zal het onze taak zijn om het onderzoek te coördineren en tot op Europees vlak compatibele oplossingen te komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, Europa is een continent dat immigranten aantrekt, al willen sommigen dat niet inzien. Veel Europeanen zouden dat kunnen accepteren en daarmee kunnen leven als zij het gevoel hadden dat deze immigratie enigszins werd beheerst en binnen de perken werd gehouden. Wat zij niet kunnen accepteren, en vooral extreem rechts maakt daar uiteraard gebruik van, is het gevoel onder de voet te worden gelopen en daar machteloos tegenover te staan.

Daarom is het heel goed dat de Raad en met name commissaris Frattini ertoe oproepen om maatregelen te nemen die de burgers het gevoel geven dat er sprake is van een gemeenschappelijk Europees migratiebeleid met bepaalde hoekstenen die waarborgen dat alles in goede banen wordt geleid. Daartoe behoort natuurlijk ook de solidariteit in Europa. Wellicht zijn sommige landen, zoals Duitsland en Oostenrijk, wat verbitterd dat zij weinig solidariteit kregen in de tijd dat zij werden getroffen door sterke migratiestromen, met name vanuit Zuidoost-Europa. Maar dat is geen reden om anderen nu de solidariteit te ontzeggen. Verre van. Wat dit betreft moeten wij elkaar steunen.

Immigratiebeleid dient echter ook hand in hand te gaan met een integratiebeleid. Ik ben erg blij dat commissaris Frattini ook het vraagstuk van de illegale arbeid heeft aangesneden, want vaak dulden politieke krachten die zich erg opwinden over de migratie tegelijk ook dat er in Europa massaal illegaal wordt gewerkt, dat er als het ware een reserveleger bestaat van illegale werknemers die bovendien het loonniveau drukken. Dat is onaanvaardbaar. U hebt groot gelijk met uw eis dat de individuele regeringen hier duidelijke maatregelen tegen moeten nemen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Deprez (ALDE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, collega-afgevaardigden, eind augustus was ik in Spanje, en ik moet zeggen dat ik diep geschokt was door de vreselijke beelden die ik heb gezien van die arme sloebers die op de kust van de Canarische eilanden belandden.

Ik moet echter ook bekennen dat ik me schaamde, niet voor datgene wat de Spanjaarden deden – ze deden hun best –, maar voor het gebrek aan solidariteit van de Europese landen die beloofd hadden om Spanje te helpen, maar dat niet deden. Ook schaamde ik me – ik hoop, commissaris, dat u de Spaanse pers hebt gevolgd – voor de karige middelen waarover Frontex beschikte. Het was te weinig en te laat.

Mijnheer Rajamäki, in Europese kringen is het gebruikelijk om in bloemrijke bewoordingen te zeggen dat wij samen een gemeenschappelijke ruimte van veiligheid creëren binnen gemeenschappelijke grenzen. U moet uw collega’s er echter op wijzen dat een gemeenschappelijke grens samen beheerd en beschermd dient te worden. Het is schandalig dat enkele lidstaten solidariteit veinzen en het is beschamend dat een lidstaat de andere om hulp moet smeken om een taak te vervullen die in ieders belang is.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE-DE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, door het verkeerde beleid van de Spaanse regering wordt de Europese Unie overspoeld door illegalen zonder papieren. Spanje is nu een bestemmingsland en een doorreisland. Nooit meer een generaal pardon. We moeten kunnen zeggen hoeveel en welke mensen op een fatsoenlijke manier bij ons kunnen komen wonen. Wat kunnen we doen? Er zijn nationale oplossingen en communautaire oplossingen.

In de communautaire sfeer moeten we het doel van een gemeenschappelijk immigratiebeleid dichterbij brengen. In dit verband is het van cruciaal belang dat we gebruikmaken van de mogelijkheden die het Verdrag betreffende de Europese Gemeenschap biedt, meer bepaald artikel 67, lid 2, en dat we de medebeslissingsprocedure toepassen op de legale immigratie.

We zullen, mijnheer de Voorzitter, een beleid in de praktijk moeten brengen dat er als volgt uitziet: betere samenwerking tussen de lidstaten, gelijke rechten en plichten voor alle immigranten, een beleid van voorwaardelijke associatie en samenwerking, bilaterale akkoorden tussen de Unie en de landen van oorsprong, met inbegrip van clausules over verplichte terugname.

Ik ben tegen, ik herhaal, tegen het generaal pardon in de lidstaten en voor de permanente verbetering van de instrumenten en de versterking van de capaciteit van Frontex, voor de coördinatie van de zeegrenscontroles, voor de vorming van patrouilles en gemengde teams bij het bewaken van de grenzen, voor het bewaken van de buitengrenzen van de Unie en voor de externe acties van de Unie. Solana en Ferrero-Waldner moeten naar Afrika en het Middellandse Zeegebied gaan.

Dit alles met de humane behandeling die nodig is bij illegale immigratie en die wij onverkort steunen. Eerste hulp, humanitaire steun, en terugsturen. Er zou niemand buiten de wet op het grondgebied van de Europese Unie moeten verblijven.

Mijnheer de Voorzitter, om niet te breken met mijn eigen traditie een protest. Dit is een goed debat, maar het is ook een samenraapsel van verschillende onderwerpen, waardoor op geen enkel onderwerp al te diep kan worden ingegaan. Daar protesteer ik tegen. Er wordt hier gesproken over immigratie, over terrorisme, over de overbruggingsclausule, over de georganiseerde misdaad. Mijnheer de Voorzitter, laten we hieruit lering trekken en laten wij ons bij onze debatten beperken tot één enkel onderwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Dank u, uw opmerkingen zijn genoteerd. Aan de orde zijn echter de vorderingen die gemaakt zijn op het terrein van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Het is een jaarlijks debat, dus ligt het voor de hand dat het debat tamelijk breed van karakter is.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Line Reynaud (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, het Parlement moet zich uiterlijk aan het eind van dit jaar uitspreken over het kaderprogramma Solidariteit en beheer van de migrantenstromen. Ik zou graag hebben gezien dat meer middelen ter beschikking werden gesteld voor dit belangrijke instrument, maar wij hebben te kampen met de nadelige gevolgen van draconische financiële vooruitzichten. Ik hoop in ieder geval dat de Commissie niet accepteert dat haar laatste voorstel wordt uitgekleed.

Wij moeten als doel hebben te garanderen dat in de verdeling tussen de vier fondsen – het Vluchtelingenfonds, het Buitengrenzenfonds, het Integratiefonds en het Terugkeerfonds – eerder een evenwichtige dan een overwegend repressieve aanpak van de immigratie tot uitdrukking komt. Daarom moeten we ons sterk maken voor het Integratiefonds. Als de Raad stelt dat de integratie gefinancierd kan worden uit het Europees Sociaal Fonds (ESF), is het Integratiefonds namelijk het enige echte instrument waarmee wij maatregelen ten behoeve van nieuwkomers kunnen financieren.

Wanneer wij ten slotte solidair moeten zijn met lidstaten die in dit opzicht bijzonder kwetsbaar zijn, moeten we niet vergeten dat het hier gaat om structuurfondsen, die niet bestemd zijn om als noodfondsen gebruikt te worden, temeer daar de verdeelsleutels van elk fonds het mogelijk maken rekening te houden met verschillende situaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Ignasi Guardans Cambó (ALDE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie zet haar geloofwaardigheid op het spel bij miljoenen burgers. Als de Europese Unie haar eigen grenzen niet eens kan beschermen als Gemeenschap, wat kan zij dan wel? Er is maar één buitengrens in Europa en daar zijn we allemaal verantwoordelijk voor.

De Afrikaanse immigranten komen niet via de Noordpool naar binnen, mijnheer de minister, en ook niet via de kusten van de Oostzee, maar ze komen Europa binnen, dat van ons allemaal is. Alleen heeft elk land de geografische kenmerken die het heeft, en die het van God heeft gekregen, zoals sommigen zouden zeggen.

Het is geen liefdadigheid waar enkele lidstaten hier om vragen, het is samenhang met het Europese project waar iedereen zo de mond vol van heeft en dat zo gemakkelijk gepredikt wordt als het om de interne markt voor financiële diensten of de gemeenschappelijke markt voor goederen gaat. Maar wanneer het over de grenzen gaat, lijkt het wel alsof iedere lidstaat alleen zijn eigen grenzen heeft en geen verantwoordelijkheid hoeft te dragen voor die van andere landen. Het gaat niet om liefdadigheid maar om samenhang en om het nemen van verantwoordelijkheid voor het Europese project. De geloofwaardigheid van de Europese Unie staat op het spel.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Kudrycka (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de heer Rajamäki zei dat eind dit jaar een aangepast tijdschema voor de toetreding van de nieuwe lidstaten tot SIS II bekend zal worden gemaakt. Het logisch gevolg hiervan is dat ook een aangepast tijdschema voor de opheffing van de binnengrenzen zal worden vastgesteld. Het is nog niet bekend wanneer dit zijn beslag zal krijgen, maar het uitstel is niet te wijten aan vertragingen van de kant van de nieuwe lidstaten. Polen zal in maart 2007 zover zijn dat het een begin kan maken met de invoering van SIS II. Dit geldt ook voor de andere nieuwe lidstaten.

Commissaris, mijnheer Rajamäki, wat is het effect van deze situatie op de geloofwaardigheid van de Commissie waar het gaat om het aan de burgers verlenen van een zo fundamenteel recht als volledig vrij verkeer op het gehele grondgebied van de Europese Unie? De Commissie doet niets anders dan hameren op het Europa van de burgers en hameren op het feit dat Europa resultaten aan de burgers opdringt. Hoe durft zij dan ook, om zogenaamd technische redenen, het proces van de volledige uitbreiding van het Schengengebied op te houden en die uitbreiding tot na volgend jaar uit te stellen, anders dan was afgesproken tijdens de Europese Raad ? Moeten we misschien deskundigen uit de nieuwe lidstaten verzoeken om er zorg voor te dragen dat de centrale unit op tijd klaar is? Hiervoor moeten de beste IT-mensen en -programmeurs worden geworven. Als het karwei niet op tijd af is, dan zullen de Commissie en uzelf, commissaris, ter verantwoording worden geroepen wegens een gebrek aan professionalisme. Ik heb het nog niet eens over de financiële, technische, politieke en sociale gevolgen van dit besluit. Het Europees Parlement ziet toe op de vooruitgang die de Commissie op dit terrein boekt, alsmede op de kosten die mogelijk uit de vertraging voortvloeien, en zal dit blijven doen. Ik doe dan ook een dringend beroep op alle betrokkenen om een kosten-batenanalyse te maken alvorens een definitief besluit over deze kwestie te nemen.

Ik feliciteer de Raad met het compromis over het SIS II-wetgevingspakket. Dit neemt niet weg dat de Raad nog steeds krachtig leiderschap moet tonen en de ware gedaante van de zogenaamde technische problemen moet laten zien, die namelijk fungeren als rookgordijn ter camouflage van het gebrek aan politieke wil bij sommige lidstaten. Het is toch SIS II dat bepaalde technische mogelijkheden schept, waarmee het tevens een van de voorwaarden is die ervoor moeten zorgen dat het gemeenschappelijk immigratiebeleid een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle lidstaten wordt, en niet alleen van de landen die het meest met illegale immigratie en terrorisme te maken hebben. Gebeurt dit niet, dan zullen we het terrorisme en de toevloed van migranten nooit effectief kunnen aanpakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Wolfgang Kreissl-Dörfler (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het beleid ten aanzien van migratie naar Europa, legaal of illegaal, is een gemeenschappelijke taak bij uitstek. In een tijd van open grenzen kunnen immigratieproblemen niet meer alleen op nationaal niveau worden opgelost. Aan deze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zal geen enkele lidstaat zich kunnen onttrekken, zelfs Duitsland niet. In het licht van het naderende Duitse voorzitterschap wordt nog iets anders duidelijk, namelijk dat we niet kunnen doen alsof legale en illegale migratie niets met elkaar te maken hebben. Het tegendeel is het geval, het één is voorwaarde voor het ander. Migratie is een complex verschijnsel dat zo oud is als de mensheid zelf. Het valt niet op te lossen met uitwijzingen en grensposten.

Daarom dient de Raad van de Europese Unie dit probleem eindelijk onder ogen te zien, niet alleen in het belang van Europa, maar met name in het belang van de mensen die in hun wanhoop een hun voorgespiegelde betere toekomst najagen, wat ze helaas vaak met hun leven moeten bekopen. De opmerkingen van de heer Beckstein van de Beierse CSU in Tampere over solidariteit met Spanje zijn uiterst beschamend. Hieruit blijkt eens te meer wat de werkelijke opvattingen zijn van deze man en grote delen van zijn partij.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, de vorderingen op het gebied van de ruimte van veiligheid en vrijheid zijn tot nu toe gering en volstaan niet voor een dermate fundamenteel probleem.

Wat het vraagstuk van de vrijheid betreft heeft de Raad jaren geleden al besloten om op te treden op basis van wederzijdse erkenning, alsof wederzijdse erkenning voldoende is om de justitiële en politiële systemen en de geheime diensten van de Europese landen te laten samenwerken. De feiten tonen aan dat dit beginsel niet volstaat, en dat men de moed moet hebben om ook een aantal beleidsvormen te harmoniseren en daarvan Europese beleidsvormen te maken, vooral als het gaat om de vrijheid.

Wij zitten nog vast bij een aantal vraagstukken: de antidiscriminatierichtlijn, de waarnemingspost voor het racisme, het kaderbesluit inzake procedurele rechten, de waarborgen met betrekking tot de eerbiediging van het privéleven bij de overdracht van persoonlijke gegevens van vliegtuigpassagiers.

Juist op het gebied van de vrijheid is er een gebrek aan gemeenschappelijke waarborgen, aan waarborgen van de Europese Unie. Daar volstaat een samenwerking tussen de lidstaten niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris, geachte voorzitter van de Raad, de bestrijding van illegale immigratie is de grootste uitdaging van nu. Laat daarbij duidelijk zijn dat 99 procent van de migranten geen vluchtelingen zijn, maar economische migranten. De Europese Unie en elke lidstaat dienen te beslissen welke migranten en hoeveel van hen er uiteindelijk worden opgenomen; dit staat geheel los van asiel. Hier zijn oplossingen voor nodig die enkel op communautaire basis kunnen worden gevonden.

Ik vind het positief dat er na veel debatten nu duidelijke initiatieven worden genomen voor concrete maatregelen. Complimenten voor commissaris Frattini voor Frontex en andere maatregelen. We moeten echter meer investeren in de preventie. Ook op dat vlak zien we eerste initiatieven. Ik stel echter voor dat wij nadenken over intensievere ontwikkelingshulp die gericht wordt verstrekt en goed wordt gecontroleerd, over informatiecampagnes in de massamedia die moeten worden ontwikkeld in samenwerking met de landen van herkomst en waarin informatie wordt gegeven over de gevaren en de gevolgen van illegale immigratie, en de realiteit wordt getoond van gestrande bootvluchtelingen en van illegale arbeidsmigratie. En er moet informatie worden gegeven over de mogelijkheid van legale immigratie. Dat zou echt helpen om veel nood en ellende te voorkomen.

Ten derde moeten we illegaal werken binnen de Europese Unie intensiever bestrijden en krachtige maatregelen nemen. Ik verwacht dat het Raadsvoorzitterschap ervoor zorgt dat de massale legaliseringen, die een grote aanzuigende werking hebben, niet meer zullen voorkomen.

Tot slot wil ik een beroep doen op de lidstaten om eindelijk hun nationale animositeiten te laten varen op de deelterreinen asielbeleid, arbeidsmigratie en binnenlandse veiligheid, dan wel deze op de achtergrond te plaatsen ten bate van gemeenschappelijke oplossingen. Want nieuwe uitdagingen verdienen nieuwe Europese oplossingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Inger Segelström (PSE). – (SV) Het onderhavige debat heeft hoge prioriteit bij de burgers van de EU. De acute problemen hadden we allang moeten oplossen, precies zoals diverse sprekers hier hebben gezegd. Ik denk hierbij aan de vluchtelingenstromen naar de Canarische eilanden en Malta, aan uitsluitsel voor degenen die op een verblijfsvergunning voor de EU wachten, en aan betere steun voor degenen die vechten om als nieuwe burgers tot de EU te worden toegelaten. We hadden de publieke opinie in onze samenleving meer moeten beïnvloeden en we hadden segregatie op het werk, thuis en op school moeten tegengaan.

In Zweden hadden we twee weken geleden verkiezingen en daarbij won een anti-vreemdelingenpartij zetels in één op de drie gemeenten. Ik ben verontrust over hun boodschap dat er te veel immigranten zijn toegelaten. Daar hebben ze het over, maar niet over de verantwoordelijkheid en de solidariteit van ons allen. De bevolking van de EU vergrijst snel en we zullen behoefte krijgen aan meer mensen. We moeten daar een vruchtbaar debat over voeren. Wij in dit Parlement moeten meer bevoegdheden en verantwoordelijkheid krijgen en we moeten toegang krijgen tot een snellere besluitvorming. Alleen met een gemeenschappelijk EU-beleid op dit gebied kunnen we resultaten voor de burgers van de EU bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Stefano Zappalà (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ook deze zomer zijn wij elke dag weer getuige geweest van de aankomst van boten en van schipbreuken waardoor honderden mensen de dood vonden in de Europese wateren.

De stroom boten die de kusten van de Unie probeert te bereiken lijkt niet af te nemen. Integendeel, hij wordt steeds groter. Er is een noodsituatie ontstaan, ook objectief gezien, en die moeten wij serieus aanpakken. Ook nu nog zijn er drie of vier lidstaten die er bij de aanpak van de bootladingen vluchtelingen in hun eentje voor staan. Wij hebben het zo vaak in deze zaal gezegd en horen zeggen: Malta, Italië en Spanje doen hun uiterste best, ten behoeve van heel de Europese Unie, maar worden aan hun lot overgelaten.

De Europese Unie bestaat echter uit vijfentwintig - en binnenkort zevenentwintig - lidstaten en moet de zeer ernstige situatie eens en voor altijd het hoofd bieden. Men moet elk nationaal egoïsme overboord gooien, want het is hoog tijd dat het dringende immigratieprobleem wordt gezien als een probleem van de vijfentwintig lidstaten en niet alleen van de lidstaten die wegens hun ligging dagelijks gedwongen worden stoffelijke overschotten uit zee te bergen.

De Commissie is momenteel - in de persoon van commissaris Frattini, die objectief gezien, en niet alleen omdat hij een vriend is, onze bijval verdient - bezig met de uitwerking van concrete voorstellen voor maatregelen en voor de uitvoering van de reeds bestaande programma’s. Het is evenwel de taak van de Raad om besluiten te nemen en datgene wat reeds geruime tijd geleden een menselijke tragedie is geworden het hoofd te bieden. De Raad, mijnheer de minister, blijft Europa echter voor de gek houden. Het is de Raad die de verantwoordelijkheid moet nemen. Hij moet een krachtig, efficiënt signaal geven en hiervan een communautair probleem maken.

Daarom wil ik, mijnheer de minister, van deze gelegenheid gebruik maken om nogmaals aan te dringen op de bijeenroeping van een buitengewone Raad Binnenlandse Zaken op het eiland Malta, dat wil zeggen in het land dat gezien zijn omvang het sterkst te lijden heeft en met de meeste problemen te kampen heeft. Ik wil bovendien nogmaals dringend verzoeken om een debat over de Dublin 2-overeenkomst.

Mijnheer de minister, maakt u een einde aan het geklets! De Europese Unie moet via de Raad aantonen dat zij concreet bestaat!

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Lampedusa is niet alleen een Italiaans probleem. Op dit moment is immigratie in mijn land, Polen, een minder groot probleem dan in Spanje, Italië, Malta, Griekenland of Cyprus, maar wij allen kunnen te maken krijgen met een golf van illegale immigratie. Immigratie is dan ook geen plaatselijke of regionale kwestie. Omdat heel Europa ermee te maken heeft, moet de kwestie ook op dat niveau worden aangepakt. Een doeltreffend, gemeenschappelijk Europees immigratiebeleid moet steunen op besluiten die bij meerderheid worden genomen. Het wordt tijd om de eenparigheid van stemmen in de Raad achter ons te laten en van immigratie een beleidsterrein van de eerste pijler te maken.

Ik wil ook nog wat zeggen over Frontex. Frontex is in mijn land gevestigd, in Warschau. Polen heeft de langste buitengrens van de Europese Unie, maar zijn eigen burgers kunnen zich op dit moment ironisch genoeg niet vrijelijk over het gehele grondgebied van de Unie verplaatsen, omdat SIS II nog niet gereed is. Commissaris, ik vraag me af of u tegen de tijd dat we de vijftigste verjaardag van de Unie gaan vieren, in maart 2007, zover zult zijn dat u kunt aangeven wanneer de burgers van de nieuwe lidstaten het genoegen van het vrije verkeer over het gehele grondgebied van de Unie kunnen gaan smaken?

 
  
MPphoto
 
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe om het belang van de samenwerking op politieel en juridisch gebied te benadrukken en op te merken dat een uitbreiding en intensivering van die samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie echt cruciaal is. Gezien het huidige niveau van de samenwerking in de politiële en juridische sector kan er geen sprake zijn van een effectieve pan-Europese strijd tegen criminaliteit en terrorisme. Het is tijd dat wij laten zien dat onze verklaringen en toezeggingen voor het verbeteren en ontwikkelen van die samenwerking geen loze woorden zijn.

Dat is de grootste uitdaging voor de Europese Raad, die binnenkort weer bijeenkomt om het programma te evalueren. Indien de Raad echt de wil heeft om deze incompetentie in de Europese besluitvorming te verhelpen, kan er slechts één besluit worden genomen: deze onderwerpen moeten uit de derde pijler verdwijnen en in de eerste pijler ondergebracht worden. De Raad heeft uit hoofde van artikel 42 van het Europees Verdrag en de passerelle-clausule de wettelijke bevoegdheid om dit te doen. Daar moet nu eindelijk eens een keer gebruik van worden gemaakt.

Vorige week heeft het Finse voorzitterschap onder andere toegegeven dat uit ervaringen in de praktijk is gebleken dat de problemen met de huidige besluitvorming op Europees niveau tot minder initiatieven leiden op het gebied van de politiële samenwerking. Dat was tenminste eens een eerlijke en openhartige opmerking. De gestage afname van de politiële samenwerking is een gevolg van een gebrek aan kaderbesluiten die bedoeld zijn om een dergelijke samenwerking tot stand te brengen en verder te ontwikkelen.

Er moet iets aan deze tekortkomingen worden gedaan. De lage geloofwaardigheid van de Europese Unie ten aanzien van de veiligheid van de burgers is slecht voor ons prestige. Wij wachten al lange tijd op de goedkeuring van het kaderbesluit betreffende de minimale procedurele rechten in strafzaken en op de herziening van het Europese arrestatiebevel. Wat is de oorzaak van deze vertraging? Waarom is de Raad zo passief en is hij niet in staat om besluiten te nemen? Wij moeten af van die loze woorden en nu eindelijk eens een keer actie ondernemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edith Mastenbroek (PSE). – Voorzitter, Europa is een fiets. Deze quote daagt natuurlijk uit tot allerlei flauwe vergelijkingen want met het Schengeninformatiesysteem, een instrument waar we onder andere illegalen mee kunnen opsporen, zijn we bezig met een soort politieke Tour de France. We racen met zijn allen met een rotgang dezelfde kant op. Bij andere uitdagingen, het voorkomen van migratie is er slechts één, doet mijnheer Frattini een eenzame poging de zaak vooruit te helpen op een driewielertje. De green card, een mooi idee, maar tot nu toe helaas luchtfietserij. Is de Raad bereid, Commissaris Frattini, ook op deze dossiers een snelle mountainbike te geven?

Wat ook blijft hangen is de opmerking van het Voorzitterschap dat meerderheidsbesluitvorming werkt. Dat klopt maar het verbaast me daarom des te meer dat de Raad de medebeslissingsrechten van dit Parlement wil inperken als het om biometrie gaat. Fietsen we rond het Schengeninformatiesysteem soms nog niet snel genoeg? En wat vindt u eigenlijk ervan, Mijnheer Frattini? Ik verheug mij op de antwoorden.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Busuttil (PPE-DE). - (MT) Kortgeleden verschenen tegenstrijdige verslagen over het soort samenwerking dat wij met Libië hebben op het gebied van illegale immigratie. Aanvankelijk zei u, mijnheer de commissaris, dat Libië geïnteresseerd was in deelneming aan de mediterrane patrouilles, maar uiteindelijk hoorden wij Libië dit ontkennen. Later kondigde de Corriere della Sera aan dat Italië en Libië tot een akkoord waren gekomen over gezamenlijke patrouilles maar ook dat bericht werd uiteindelijk tegengesproken. Daarna zei u, mijnheer de commissaris, dat de Europese Unie bereid was om Libië te helpen en financiële bijstand te geven om het aan te moedigen tot samenwerking. Kan de commissaris en de Raad verduidelijken in welk stadium de contacten met Libië zich bevinden en hoe de huidige stand van zaken is? Een ding is zeker: in de strijd tegen illegale immigratie hebben wij de medewerking van Libië nodig. Op soortgelijke wijze is het ook belangrijk dat wij Libië helpen bij het beschermen van zijn zuidgrens. Wij mogen niet van Libië verwachten dat het ons helpt de Middellandse Zee te beschermen als wij van onze kant Libië niet helpen bij het beschermen van zijn woestijngrenzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Javier Moreno Sánchez (PSE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, het is overduidelijk dat er een groot pact over de immigratie tussen de Europeanen moet worden gesloten. Dat pact tussen de Europeanen loopt via een pact tussen de Spanjaarden. De regering heeft zo’n pact al meerdere malen voorgesteld, en de Partido Popular heeft het van de hand gewezen, want deze partij ging liever te laat naar Brussel om maatregelen voor te stellen die al worden uitgevoerd in ons land, met steun van de Europese Unie.

Dames en heren, ik wil graag in het kort herinneren aan de drie uitgangspunten van het immigratiebeleid van de Spaanse regering.

In de eerste plaats, ordening en efficiënt beheer van de legale immigratie, rekening houdend met de werkelijkheid van de arbeidsmarkt. Dames en heren, de “aanzuigende werking” wordt veroorzaakt door de onzichtbare economie; wij willen werknemers met rechten en plichten, geen slaven. De buitengewone normalisatie was een noodzakelijke maatregel die op dat moment genomen moest worden om orde op zaken te stellen in de puinhopen die we geërfd hadden van de regering Aznar op het gebied van migratie.

In de tweede plaats, volledige sociale integratie van de legale immigranten in de Spaanse samenleving.

Tot slot, streng optreden tegen clandestiene immigratie: iedere immigrant die illegaal Spanje binnenkomt, wordt op een fatsoenlijke manier geholpen, maar moet weer terug naar zijn of haar eigen land. Dit jaar zijn in Spanje 54 000 illegale immigranten gerepatrieerd.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Protasiewicz (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Rajamäki, het is al sinds de Top van Tampere in 1999 duidelijk dat de Unie behoefte heeft aan een gemeenschappelijke aanpak van het probleem van de migratie in het algemeen en dat van de economische migratie in het bijzonder. Als gevolg van de alsmaar toenemende stroom immigranten en de alarmerende beelden van de Canarische eilanden zijn we ons er nu meer dan ooit bewust van dat er een gemeenschappelijk Europees migratiebeleid nodig is voor de effectieve aanpak van dit probleem.

Immigratie moet echter niet alleen als een bedreiging worden gezien. Het is duidelijk dat Europa een demografische crisis doormaakt. Mits in goede banen geleid kan migratie de nadelige gevolgen van de vergrijzing ondervangen. Ik wil het Parlement erop wijzen dat er volgens de prognoses, bij de huidige omvang van de migratie, in de periode 2010-2030 ongeveer 20 miljoen mensen minder zullen deelnemen aan het arbeidsproces in de Unie. De toonaangevende regio’s in de wereld zijn al geruime tijd met elkaar in de slag om voldoende gekwalificeerde immigranten aan te trekken, en de Unie moet niet aan de zijlijn blijven staan.

Het ontbreken van een gemeenschappelijk migratiebeleid vergroot de kans dat immigranten de nationale regels omzeilen. We hebben gezien hoe individuele landen hierop hebben gereageerd met grootscheepse maatregelen om illegale immigranten te legaliseren, zoals de socialistische regering in Spanje onlangs deed. Stappen als deze zijn niet de oplossing van het probleem. Eigenlijk verergeren ze het probleem alleen maar, omdat ze een stimulans zijn voor lieden die meer immigranten Europa willen binnensmokkelen.

Ik grijp deze gelegenheid aan om kenbaar te maken dat ik het niet eens ben met het aan het begin van dit debat verwoorde standpunt van de heer Rajamäki over het positieve effect van ontwikkelingsbeleid op het terugdringen van de immigrantenstroom, met name vanuit Afrika. Ik denk niet dat het zinvol is om in die richting te denken, mijnheer Rajamäki. Ik ben het ermee eens dat het ontwikkelingsbeleid moet worden versterkt, maar neig meer naar de ondersteuning van de aanpak van commissaris Frattini, dat wil zeggen een krachtige aanpak van illegale immigranten en voorrang geven aan het gezamenlijke beheer van economische migratie. Ik zou ook graag zien dat er meer vaart wordt gezet achter de ontwerprichtlijn over de toelating en de richtlijn waarin de procedures voor de terugkeer van immigranten naar hun landen van herkomst worden vastgelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lilli Gruber (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, de mogelijkheid bieden om legaal het land binnen te komen, rekening houdend met de markt van de verschillende lidstaten: dat is, samen met de strijd tegen zwartwerk, een van de prioriteiten die wij moeten nastreven als wij het ingewikkelde immigratieverschijnsel pragmatisch willen aanpakken, met gemeenschappelijk Europees optreden, met gezamenlijk engagement en collectieve inspanningen.

Om echter te voorkomen dat dit loze woorden blijven, is het noodzakelijk de hypocrisie van de grote, maar theoretische principeverklaringen van de topbijeenkomsten van de Raad overboord te gooien. Dan moet men ophouden om, met het oog op de binnenlandse situatie, politieke munt te slaan uit het immigratieprobleem, wat bovendien een absoluut onaanvaardbare en onverantwoorde praktijk is. Daarom is het van cruciaal belang dat de passerelle-clausule eindelijk wordt toegepast. Pas dan zullen wij in staat zijn om efficiënt op te treden in een situatie waarin zich sowieso al teveel vertragingen hebben opgehoopt.

Ik ben het eens met degene die zei dat wij "moeten doortrappen", waar ik aan toe wil voegen: "anders vallen we van de fiets". Alleen vallen we dan in dit geval allemaal tegelijk. Misschien is het nog niet tot iedereen doorgedrongen, maar wij zitten allemaal op dezelfde fiets.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioannis Varvitsiotis (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het is tot ons allen doorgedrongen dat wij nu onmiddellijk, met vereende krachten, de strijd moeten aanbinden tegen het terrorisme, de georganiseerde misdaad en de illegale immigratie. Wat meer in het bijzonder de immigratie betreft, is het noodzakelijk de instanties te coördineren die betrokken zijn bij het beheer van de migratiestromen en de besluitvormingsprocedures te vereenvoudigen door gekwalificeerde meerderheid in te voeren. Ook moet nadrukkelijk worden onderstreept dat het noodzakelijk is solidariteit te betuigen en de lasten eerlijk te verdelen over alle lidstaten, ook over de landen die niet onder druk van immigratiestromen staan.

Wij moeten er tevens op wijzen dat ons aller samenwerking nodig is als wij de buitengrenzen efficiënt willen bewaken. De nadruk moet vooral komen te liggen op een beter beheer van de zeegrenzen van Europa. Er moet een mediterrane kustwacht worden opgericht om nog meer menselijke tragedies te voorkomen en controle mogelijk te maken op de immigratiestromen.

Tot slot moet men gaan inzien dat de eenzijdige, massale legalisering van illegale immigranten geen enkele oplossing biedt, maar integendeel zal leiden tot nog grotere immigrantenstromen en onvoorspelbare ontwikkelingen. Eenzijdig optreden in een gemeenschap met open interne grenzen - waar onderlinge afhankelijkheid en wederzijdse beïnvloeding onvermijdelijk zijn - is een zaak waar wij ons serieus mee bezig moeten houden.

Dat zijn enkele maatregelen waarover wij gemeenschappelijk moeten beslissen, of liever gezegd, we moeten er niet alleen over beslissen, maar ze ook uitvoeren, met religieuze toewijding.

 
  
MPphoto
 
 

  Adeline Hazan (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we op dit moment een beslissende fase doormaken voor wat betreft de toekomst van het Europees immigratiebeleid, een soort uur van de waarheid waarvan wij allen de uitdagingen helder onder ogen moeten zien.

Hoe gaat Europa precies op deze uitdagingen reageren? Het moet gezegd dat de huidige reactie een mengeling is van medelijden en repressie, die op geen enkele manier werkelijk soelaas biedt voor de behoefte aan bescherming. Ik wil nog eens wijzen op de gevaren van een wegwerpimmigratie, waarbij migranten slechts worden getolereerd voor zover en zolang zij nuttig zijn. Hypocrisie voert nog steeds de boventoon sinds de eerste Europese Top van Tampere, die moest leiden tot een gezamenlijk Europees asiel- en immigratiebeleid.

We zijn momenteel getuige van het afschuiven van onze verantwoordelijkheden naar onze buren aan de zuidelijke kusten van de Middellandse Zee, die nauwelijks in staat zijn deze loodzware taak op zich te nemen. Hoe kunnen we trouwens ook maar één moment serieus denken dat we deze migratiestromen kunnen indammen, als we nu al zien aankomen dat er ook een stroom vluchtelingen in verband met de klimaatverandering op ons af gaat komen?

We moeten eens ophouden met dat kortzichtig beleid. We moeten actieve beleidsmaatregelen ondersteunen…

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, het wordt met de dag duidelijker, we kunnen niet meer zonder een gemeenschappelijk Europees immigratiebeleid. Tot degenen die daar nog aan mochten twijfelen, zeg ik dat inmiddels wel gebleken is dat het op grote schaal verlenen van verblijfsvergunningen aan illegale vreemdelingen in bepaalde Europese landen leidt tot de komst van grote groepen nieuwe illegale immigranten in ons werelddeel. Deze situatie heeft gevolgen voor alle EU-landen, want zoals we weten kan een migrant met een verblijfsvergunning zich vrijelijk over een groot deel van het grondgebied van de Unie bewegen.

Zo hebben we aan de hand van het Spaanse voorbeeld kunnen zien dat een regering in de ruimte zonder grenzen waarin wij leven, niet meer op eigen houtje, zonder overleg met haar partners, kan overgaan tot het legaliseren van alle illegale immigranten op haar grondgebied. We kunnen niet meer zonder een gemeenschappelijk, in onderling overleg vastgesteld beleid, waar het ontwerp van de Europese Grondwet overigens in voorzag door de besluitvorming over de voornaamste onderdelen van deze materie voortaan te laten verlopen via de procedure van de gekwalificeerde meerderheid.

Ik merk op dat sommige lidstaten, alle inspanningen van de Commissie ten spijt, niet eens stilstaan maar zelfs achteruit lijken te gaan door vandaag te weigeren waar ze gisteren nog mee akkoord gingen. Dat is jammer. Het behouden van de eenparigheid van stemmen op dit terrein werkt verlammend en is inefficiënt. Tijdens de informele top van de Europese Unie van 20 oktober aanstaande moeten krachtige en concrete maatregelen worden getroffen om de illegale immigratie aan banden te leggen. De top moet het niet laten bij hoogdravende intentieverklaringen, zoals maar al te vaak gebeurt.

Illegale immigratie aan banden leggen oké, maar het probleem moet wel bij de wortel worden aangepakt. We moeten ons daar samen met de Afrikaanse landen over buigen, in het kader van een echte ontwikkelingssamenwerkingsstrategie en via een echte uitwisseling van competenties tussen immigratie- en emigratielanden. Bovenal moet de Europese Unie echter haar ontwikkelingshulpbeleid versterken en beter controleren, weten waar het geld naartoe gaat en hoe het wordt besteed.

Tot slot wil ik niet voorbijgaan aan de zeer korte termijn en de acute problemen, en betreur ik net zoals Gérard Deprez de houding van de lidstaten die de mond vol hebben van onderlinge hulp en solidariteit, maar nooit de daad bij het woord voegen. Gezien de stroom van illegale immigranten naar de Canarische eilanden is het onze plicht Spanje te hulp te schieten, en is het aan de lidstaten om in actie te komen en blijk te geven van solidariteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Kinga Gál (PPE-DE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, het is van fundamenteel belang dat de basisbeginselen en -waarden waarop de Europese Unie is gebouwd in alle omstandigheden worden toegepast, ook als onderdeel van het beleid van de lidstaten en de Gemeenschap. Als onze aspiraties op dit gebied worden vervuld, zal dat het waarborgen van de democratische legitimiteit van de Europese Unie en het behoud van onze geloofwaardigheid dichterbij brengen.

Dat betekent ook dat de bescherming en bevordering van de fundamentele rechten voldoende steun van de instellingen moeten krijgen. Daarom is het naar mijn mening belangrijk dat geen enkele lidstaat de oprichting van een Europees Agentschap voor de fundamentele rechten verhindert, dat op een werkelijk verantwoordelijke, onafhankelijke en effectieve wijze moet gaan opereren.

Het mag geen enkele lidstaat worden toegestaan om de fundamentele beginselen en waarden van Europa te negeren. Maar dat geldt met name voor de nieuwe lidstaten en voor de landen die nu bij de Unie komen, waar de rechtsstaat in veel gevallen pas op de proef wordt gesteld nadat het lidmaatschap al is verworven.

Daarom kan de openlijke of bedekte steun aan intolerantie en extremisme door de overheid en politici in Slowakije niet worden geaccepteerd en kunnen we ook het directe resultaat niet tolereren: dat er wordt weggekeken bij het geweld tegen minderheden en de Hongaarse bevolking. Dit kan niet worden beschouwd als een binnenlandse aangelegenheid. Het heeft directe gevolgen voor de vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid binnen de Europese Unie, wat het tot een Europese zaak maakt.

Op dezelfde wijze hebben we gezien dat obsceniteiten, leugens en een gebrek aan principes openlijk en cynisch worden verdedigd, in strijd met de fundamentele beginselen van Europa en het idee van verantwoordelijkheid en het afleggen van verantwoording aan burgers, wat wordt gepresenteerd, zonder dat er sprake is van ook maar de minste verontschuldiging, als een moedige en heroïsche daad. Ik heb het natuurlijk over de gebeurtenissen rond de Hongaarse eerste minister, Ferenc Gyurcsány. Ook dit ondermijnt de fundamenten van de rechtsstaat en de geloofwaardigheid. En daarom vernietigt het alles wat we samen in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid hebben opgebouwd.

De wijze waarop de Raad en de Commissie de uitbreiding van de Schengen-ruimte aanpakken, heeft de geloofwaardigheid van de instellingen van de Gemeenschap en het vertrouwen van de nieuwe lidstaten in de Unie bepaald geen goed gedaan, vooral nu onlangs is aangekondigd dat de uitbreiding misschien wordt uitgesteld tot de tweede helft van 2008. We begrijpen dit eenvoudigweg niet, en het is onaanvaardbaar voor de nieuwe lidstaten dat zij niet kunnen toe…

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE-DE). - (MT) Dames en heren, ik wil graag commentaar leveren op een probleem waar heel Europa maar vooral de mediterrane landen mee te kampen hebben. Iedereen heeft zijn zegje gedaan en iedereen heeft duidelijk gemaakt dat er een oplossing moet worden gevonden. Dames en heren, de oplossing ligt hier voor ons: wij moeten mechanismen invoeren om ervoor te zorgen dat iedereen in de verantwoordelijkheden deelt. Loze woorden hebben geen zin. Het heeft geen zin te zeggen dat wij elkaar in deze Unie moeten helpen als dan, wanneer het erop aankomt, bijna niemand een vinger uitsteekt. Het heeft geen zin welluidende woorden in de mond te nemen als solidariteit, als dan de daad niet bij het woord wordt gevoegd. Laten wij niet toestaan dat deze Unie, die juist is opgericht om iedereen gelijke rechten te waarborgen, gereduceerd wordt tot een Europa van documenten, een Europa van resoluties, een Europa van beloftes en een Europa van dromen. Ik weet dat pogingen worden gedaan maar ze volstaan niet. Dit is het moment van de waarheid; dit is het moment om wat wij preken ook in de praktijk te brengen, om hardop te zeggen waarin wij echt geloven. Ik ben ervan overtuigd dat met enige goede wil van alle kanten, er een compromis gevonden kan worden dat zal leiden tot een blijvende oplossing van dit probleem: die oplossing is het broodnodige, gemeenschappelijk, Europees beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Atkins (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het spijt mij dat ik dit nu weer aan de orde moet stellen, maar het lijkt erop alsof geen enkel lid van de Conferentie van voorzitters wil luisteren. Wij kregen te horen dat wij hier om 12.00 uur voor de stemming aanwezig moesten zijn. Die stemming is nu eerst uitgesteld tot 12.05 uur en vervolgens tot 12.10 uur. Ik weet dat u erg efficiënt bent in de afhandeling van zaken in dit Parlement, maar ik zou u dringend willen verzoeken om de Conferentie van voorzitters op de hoogte te stellen van de heersende onvrede van de afgevaardigden in dit Parlement over de arbitraire verschuivingen van het tijdstip van de stemmingen. Dat is bijzonder storend voor het functioneren van dit Parlement.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Wij hebben over slechts één onderwerp een zeer uitgebreid debat gevoerd dat de hele ochtend heeft geduurd. 63 Personen hebben het woord gevoerd. Ik wil niet onbeleefd zijn tegen de Raad of de Commissie, maar de betogen van de minister en de commissaris duurden respectievelijk 23 minuten en 49 seconden en 21 minuten en 19 seconden. Ik ben genoopt beiden het woord te geven. Ik hoop dat zij het kort zullen houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Kari Rajamäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het Parlement bedanken voor het uitstekende debat. Ik betreur het echter dat er onvoldoende tijd was. Helaas kan ik bijvoorbeeld in twee minuten geen toespraak van vijf minuten houden, terwijl er in het Finse parlement wel tijd voor zou zijn.

Het voorzitterschap is zich bewust van de aard van het ontwerpkaderbesluit over de bescherming van persoonsgegevens in het kader van de derde pijler - ik refereer nu aan het voorstel van mevrouw Roure - en het belang ervan voor de Europese burgers en het feit dat het Europees Parlement zich verbonden heeft aan de voorstellen met betrekking tot de informatiesystemen VIS en SIS II van het kaderbesluit. In dit verband wil ik namens het voorzitterschap het Europees Parlement bedanken voor zijn werk en zeggen dat wij er alles aan doen om aan het eind van ons voorzitterschap overeenstemming over het ontwerpkaderbesluit te bereiken. Waar mogelijk houden wij rekening met de verklaring en standpunten van het Europees Parlement bij toekomstig werk in het kader van de bepalingen van het Verdrag, zodat wij een aanvaardbaar wetgevingsinstrument kunnen gebruiken om een hoge mate van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen door het creëren van gemeenschappelijke regels voor gegevensbescherming in het kader van de derde pijler.

De kwesties van immigratie en migratie vereisen een gerichter debat en ik hoop dat wij de gelegenheid krijgen hier op terug te komen. Direct in de eerste Raad van Ministers van Binnenlandse Zaken heb ik de situatie in het Middellandse Zeegebied ter sprake gebracht. Het stond daarna op de agenda en werd bediscussieerd op elke bijeenkomst van deze Raad van Ministers en dat zal ook in de toekomst het geval zijn.

Het is van wezenlijk belang dat wij een grotere invloed kunnen uitoefenen op de sociale en economische ontwikkeling en de algemene omstandigheden in derde landen waar de migranten vandaan komen. In het algemeen willen wij, de ministers van Binnenlandse Zaken, ons bezig houden met het verzorgen van de puur humane en negatieve effecten, met andere woorden: wij plakken de pleister op de wond. Het is daarom heel belangrijk om de buitenlandse betrekkingen en binnenlandse zaken van de Europese Unie beter te coördineren in de samenwerking met derde landen en de Commissie. Dit wordt in het werk van de Raad van Ministers ook voortdurend benadrukt.

Het is ook van belang dat wij steun geven aan landen die een grote last dragen als het gaat om illegale immigratie. Het initiatief voor meer solidariteit, dat in Tampere werd voorgesteld, is daarom belangrijk. Daarmee kunnen wij vooruitgang boeken en niet alleen door het verdelen van geld. Als compensatie voor deze last hebben wij grote financiële investeringen nodig. Bovendien hebben wij garanties nodig van een procedure waarmee wordt gewaarborgd dat de lidstaten zich aan de gemeenschappelijk afgesproken regels houden en hun verantwoordelijkheid nemen voor de illegale immigranten en asielzoekers die op hun grondgebied komen, met andere woorden dat ze hen registreren en hun een verblijfsvergunning geven of regelingen treffen voor hun terugkeer. Het is zeer belangrijk om hiervoor nieuwe informatiesystemen te creëren en de huidige te verbeteren.

De Raad steunt samen met de Commissie de beschikbare vormen van bijstand die noodzakelijk zijn voor de kustwacht in de Middellandse Zee en andere terreinen van samenwerking, maar ik wil benadrukken dat in de Europese Unie de verantwoordelijkheid voor operationele acties bij de lidstaten ligt, die moeten beschikken over toereikende competentie, planningsvaardigheden en leiderschap voor continue acties en gezamenlijke operaties. De landen aan de buitengrenzen van Schengen zijn ook verantwoordelijk voor het voorkomen van illegale migratie naar het Schengen-gebied. Wij willen onze steun hieraan geven en ook aan het nieuwe Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex).

Het is zeer belangrijk dat, wanneer wij het belang benadrukken van het waarborgen van bescherming en de uitvoering van de Conventie van Genève, wij onderscheid maken tussen illegale en legale immigratie. In dit opzicht is het zeer belangrijk dat er een proactief Europees immigratiebeleid wordt ontwikkeld, dat het kwantitatieve en kwalitatieve beheer ervan wordt verbeterd en dat wij tegelijkertijd de stabiliteit van onze arbeidsmarkten in acht houden. Een proactief Europees immigratiebeleid is echter niet hetzelfde als illegale immigratie die door de georganiseerde criminaliteit wordt georganiseerd. Zoals commissaris Frattini zei, moeten wij ons ook ernstig rekenschap geven van het feit dat de illegale arbeidsmarkt en de grijze economie een humane en economische chaos veroorzaken. De verschillende lidstaten van de Europese Unie moeten nu open en eerlijk over dit feit kunnen praten. Hiervoor moeten de autoriteiten het fenomeen van mensensmokkel en mensenhandel beter onderkennen en hun activiteiten verbeteren om de slachtoffers van mensenhandel te beschermen. De vreselijkste vorm van georganiseerde criminaliteit, mensenhandel, is een Europees verschijnsel, hoewel wij hier nauwelijks over spreken. Finland wil dit debat zowel in eigen land als in de Europese Unie nieuw leven inblazen.

Het is van groot belang te volgen hoe de uitgebreide Europese Unie reageert op enerzijds de eisen van onze burgers en wat zij aanvaardbaar vinden en anderzijds de eisen van de interne veiligheid. In dit verband vind ik het zeer belangrijk dat de besluitvorming wordt verbeterd. Het is onmogelijk te accepteren dat wij meer dan een jaar doen over de keuze van de directeur van Europol. Het is ook onaanvaardbaar dat, terwijl wij controles aan de buitengrenzen en een grensstrategie eisen, wij ons blijven bezighouden met de vraag waar het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen moet worden gevestigd. Wij moeten zorgen voor een geloofwaardiger besluitvorming die gericht is op meer veiligheid.

Wat de mountainbike betreft die in eerdere toespraken werd genoemd, wil ik zeggen dat Finland, net als Duitsland en de andere voorzitterschappen en ook commissaris Franco Frattini, deze mountainbike in een hogere versnelling wil zetten en dat wij deze ook willen gebruiken voor de gemeenschappelijke veiligheid en een veiliger Europa.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Dank u, minister. Ik meen dat het de Amerikaanse president Jackson was, die zei "I like the noise of democracy". Dat is wat u hoort.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik besef maar al te goed hoe moeilijk het is om kort, in enkele minuten, te antwoorden op alle suggesties en opmerkingen van de sprekers die in dit belangrijke debat van ongeveer tweeëneenhalf uur het woord hebben gevoerd.

Mijnheer de Voorzitter, ik heb zo straks eraan herinnerd dat het debat van vandaag over een aantal prioriteiten van de Europese Unie gaat, en dat daaronder zeker ook de strijd tegen het terrorisme valt. Daar is vandaag niet veel over gezegd, maar u weet allen heel goed dat de veiligheidsautoriteiten van drie Europese landen - het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Duitsland - afgelopen zomer erin geslaagd zijn om terroristische aanslagen te verijdelen die verschrikkelijk hadden kunnen aflopen. Het terrorisme is nog steeds de grootste bedreiging voor onze democratie.

Mijns inziens is er geen band tussen terrorisme en immigratie, en ik ben het eens met degenen die daarop hebben gewezen. Immigratie is ongetwijfeld een andere prioriteit, en een uitdaging voor de Europese Unie, maar geen gevaar. Velen onder u hebben gesproken over beleidsvormen voor gezamenlijke ontwikkeling, vooral met betrekking tot de Afrikaanse landen. Ik kan u zeggen dat de Commissie, die altijd vrij ambitieus is als het om het formuleren van voorstellen gaat, heeft besloten om de niet onaanzienlijke som van 17 miljard euro uit te trekken voor het nieuwe Europese Ontwikkelingsfonds, waarvan bijvoorbeeld de Afrikaanse landen profijt trekken, en bijgevolg zullen de beleidsvormen voor gezamenlijke ontwikkeling, waar zovelen op hebben aangedrongen, aanzienlijk worden geïntensiveerd.

Er zal beleid komen voor gezamenlijke ontwikkeling met het oog op de stabilisering van de instellingen, de strijd tegen corruptie en goed bestuur. Dat zijn allemaal initiatieven die ons kunnen helpen om dat te doen wat velen onder u willen dat wij doen, namelijk ons vermogen versterken om migratiestromen te voorkomen.

Dan is er nog het probleem dat de heer Barón Crespo aan de orde stelde, namelijk het gebruik van de beschikbare Europese middelen. Ik ben het volledig met de heer Barón Crespo eens, en ik wil nogmaals de lidstaten vragen om met projecten te komen. De Europese middelen kunnen alleen worden uitgegeven als de lidstaten met projecten komen. Helaas is een gedeelte van de door de Commissie ter beschikking gestelde middelen niet uitgegeven omdat er geen projecten waren. Daarom wil ik de lidstaten vragen om meer projecten in te dienen, zodat meer initiatieven kunnen worden gefinancierd.

Er is ook veel gesproken over preventie, bescherming, en over de zeegrens in het Middellandse Zeegebied. Wij zullen de ministers in Luxemburg een voorstel voor een geïntegreerd beheer van de Middellandse Zeegrens ter goedkeuring voorleggen. Ik wil nog iets zeggen tegen degenen die op uiterst harde toon - die ik niet deel - hebben gesproken over een soort Europese armada, om oorlog te kunnen voeren tegen de immigranten. Staat u mij toe eraan te herinneren - en ik richt mij met name tot mevrouw Flautre, voor wie ik alle respect heb - dat als er deze zomer niet was gepatrouilleerd in de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan en er geen duizenden kustwachters, politieagenten en veiligheidsagenten, waren geweest, er misschien duizenden immigranten op zee zouden zijn omgekomen.

Het eerste doel van het patrouilleren op zee is mensenlevens te redden en niet oorlog te voeren tegen de immigranten. Dit is dus precies het omgekeerde. Wij denken aan preventie als wij een voorstel doen voor het mechanisme waar alle regeringen ons om gevraagd hebben.

Het vraagstuk van de landen aan de zuidkust van de Middellandse Zee verdient zeer zeker een diepgaande discussie. Wat Libië betreft wil ik enkel zeggen dat dit land heeft ingestemd met onderhandelingen met de Europese Unie, en die onderhandelingen zullen wij concreet op gang brengen als wordt gewaarborgd dat de regels inzake de waardigheid en de individuele rechten van elke persoon volledig worden nageleefd. Daar hebben wij Libië om gevraagd, en daar vragen wij al onze niet-Europese gesprekspartners om. Libië heeft ons verzocht om bijstand bij het controleren van de zuidelijke grens: Libië heeft een 2000 kilometer lange grens door de woestijn die zich praktisch aan elke controle onttrekt, en een van de verzoeken van Libië aan ons is: “Helpt u ons bij het verbeteren van de controle op die grens, en dan kunnen wij u helpen bij het controleren van de mensen die het land verlaten en vooral bij het uitroeien van de mensenhandel”. De mensenhandel gaat immers helaas heel vaak via de Middellandse Zee.

Wij hebben de plicht om onderhandelingen te beginnen met Libië. Dergelijke onderhandelingen moeten wij voeren op grond van wederzijds respect tussen de Europese Unie en de niet-Europese partners. De conferentie die de Afrikaanse Unie en de Europese Unie over immigratie zullen houden in Tripoli is eveneens een signaal waarmee wij Libië duidelijk maken dat wij niet alleen dit land maar alle Noord-Afrikaanse landen serieus willen betrekken bij onze inspanningen.

Dan tot slot nog twee overwegingen. Ten eerste solidariteit. Velen hebben gesproken over solidariteit. Ik ben evenwel van mening dat men solidariteit, net als immigratie, allesomvattend moet aanpakken, omdat solidariteit in eerste instantie gericht moet zijn op de slachtoffers van de mensenhandel. Dat is de eerste vorm van solidariteit waar wij voor moeten zorgen.

Dan is er een andere vorm van solidariteit, die gericht is op de oorsprongslanden in Afrika maar ook op de transitlanden, die zelf soms te kampen hebben met ongecontroleerde migratiestromen. Dan is er verder nog de solidariteit tussen de lidstaten van de Europese Unie. Men mag niet ontkennen hoe belangrijk wederzijdse solidariteit is tussen de landen die deel uitmaken van de Europese Unie. Die solidariteit moet een van de verschijningsvormen zijn van het woord ‘solidariteit’. Wij mogen namelijk niet vergeten dat landen als Malta, of de kleine Canarische eilanden, of Lampedusa, niet in staat zijn de huidige illegale immigratiestroom in hun eentje het hoofd te bieden! Ook daar hebben wij te maken met een vorm van solidariteit.

Tevens is er de menselijke solidariteit, de solidariteit met de mensen die op onze kusten aankomen, en de solidariteit die ver van de Middellandse Zee afgelegen landen moeten betuigen met de landen die zich in het Middellandse Zeegebied bevinden en aan de Middellandse Zee grenzen.

Een ander vraagstuk betreft de eerbiediging van het recht. Geachte afgevaardigden, ik geloof niet dat men de Europese Unie mag vragen iets wat illegaal is te veranderen in legaal. Een overtreding van de wet is een overtreding van de wet! Als iemand in mensen handelt, moet die streng en meedogenloos worden gestraft. Als iemand een medemens illegaal aan het werk zet en illegale immigranten uitbuit, moet die worden gestraft. Als iemand de Europese Unie binnenkomt door alle wetten met voeten te treden en in de Unie verblijft en daar alle wetten overtreedt, moet er een geloofwaardig Europees beleid zijn dat met inachtneming van de waardigheid van de persoon, degenen die de wetten overtreden, terugstuurt naar het land van oorsprong. Anders wekken wij de indruk dat men de wet gerust kan overtreden en daar niets tegen wordt gedaan.

Dan nog een laatste overweging in verband met het institutioneel en constitutioneel beleid. Wij hebben daar lang en breed over gesproken. Er is visie nodig - zoals de heer Schulz en vele anderen al zeiden - om de politieke processen te activeren en in goede banen te leiden. Het zou onvoorstelbaar zien indien wij ons op sleeptouw zouden laten nemen door het maatschappelijk middenveld. Het zou onvoorstelbaar zijn indien wij, als instellingen, zouden wachten totdat wij onder druk komen te staan van het maatschappelijk middenveld of indien het maatschappelijk middenveld zou beginnen te klagen over het gebrek aan politiek leiderschap.

Velen hebben gezegd dat het nationale egoïsme overboord moet worden gegooid. Dat is mijns inziens een centraal punt: als wij inzien, en als de regeringen van de lidstaten inzien dat het zelfs voor hen niet goed is om zich te verschansen in nationaal egoïsme, dan zullen die regeringen ook begrijpen dat de nationale trots, waar velen zo gehecht aan zijn, veel beter verdedigd kan worden als men beleidsvormen die van nature gemeenschappelijk zijn ook daadwerkelijk gemeenschappelijk maakt.

Als men denkt de nationale trots te verdedigen door te zeggen dat immigratie en terrorisme enkel het hoofd kan worden geboden met nationale beleidsmaatregelen, verdedigt men de nationale trots niet. Dan verdedigt men de grote beginselen die ten grondslag liggen aan de traditie in talrijke landen niet, maar dan weigert men enkel om te antwoorden op de vraag van de burgers. Daarom is er een moedige politieke visie nodig, een visie die een andere richting uitgaat.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Ik wil alle 63 sprekers bedanken voor hun bijdragen aan het debat. Verder wil ik de minister bedanken voor zijn bondigheid en de commissaris voor zijn passie.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE). - (EN) “Voorkomen is beter dan genezen” is een populair spreekwoord. Het onderwerp dat nu aan de orde is, heeft echter zowel met voorkomen als met genezen te maken.

Er bestaat inmiddels geen twijfel meer over dat de Europese Unie nu inziet dat de problemen waarmee Malta en andere mediterrane landen worden geconfronteerd als gevolg van de immigratie, uiteindelijk een probleem voor geheel Europa zal worden. Dat is het Europa waarbij Malta zich wilde aansluiten. Er is geen nobeler beginsel dan dat van de solidariteit. Sommige mensen uiten echter kritiek op de Unie omdat deze te laat en te weinig steun biedt. Misschien hebben ze wel gelijk, maar laat is in ieder geval altijd nog beter dan nooit. Uiteraard zijn twee boten niet afdoende om toezicht te houden op het traject tussen Gibraltar en Alexandra. Aan de andere kant is het met name voor Malta bijzonder goed nieuws dat Libië om steun verzocht heeft bij de controle van zijn 2000 kilometer lange perifere grenzen. Dat vormt onderdeel van het beleid om immigratieproblemen te voorkomen.

Het proces om het verschijnsel te genezen, is echter veel ingewikkelder. Tenzij de endemische Afrikaanse problemen op het gebied van armoede, burgeroorlogen, ziekte, honger, werkloosheid, corruptie en internationale schulden worden aangepakt en ondersteund door een adequate wet- en regelgeving en rechtspleging, blijft het probleem van de illegale immigratie onoplosbaar.

Ik kan alleen maar kritiek uiten op een aantal Europese landen dat kibbelt over hulp aan zijn partners - Malta, Italië, Spanje en Griekenland - die hun best doen om de situatie voor die illegale immigranten zo draaglijk mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (NI). – (IT) Het tot stand brengen van een gemeenschappelijk Europees beleid op het gebied van immigratie en asiel is zonder meer een prioriteit, al hebben de lidstaten tot nu toe laten zien dat zij dit vraagstuk verschillend benaderen.

Nog dringender lijkt mij echter de noodzaak het probleem van de illegale immigratie aan te pakken. Dit is een probleem waarvan de landen die aan de geografische grenzen van de EU liggen tot nu toe de meeste last ondervinden, de herhaalde oproepen van de instellingen tot samenwerking ten spijt. Het is dan ook zaak met spoed praktische oplossingen te vinden om het verschijnsel in te dammen en te reguleren. Het is zinvol de grensbewaking van de diverse lidstaten te coördineren, maar het is niet genoeg.

De voorgestelde oprichting van een gemeenschappelijk interventieteam dat bij de bewaking van de grenzen kan worden ingezet, is zonder meer de meest aangewezen oplossing, en ik bedank het Finse voorzitterschap voor het noemen daarvan. Niet in de laatste plaats moet er een dialoog worden gevoerd met en ondersteuning worden geboden aan de landen waar de immigrantenstromen vandaan komen en de landen die een brug naar Europa vormen. Als we een oplossing willen die duurzaam en doeltreffend is, moet dat absoluut de basis zijn.

Ik hoop dat de komende voorzitterschappen – in de eerste plaats Duitsland, dat een groot deel te verwerken krijgt van de immigratiestromen die doorsijpelen vanuit het zuiden van Italië – dit vraagstuk vastberaden bij de kop zullen vatten en een consensus bereiken over dit onderwerp, dat alle Europese burgers rechtstreeks aangaat en van invloed is op het delicate sociale evenwicht van de Unie.

 
Laatst bijgewerkt op: 28 november 2006Juridische mededeling