Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2625(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0512/2006

Debatten :

PV 27/09/2006 - 9
CRE 27/09/2006 - 9

Stemmingen :

PV 28/09/2006 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0387

Debatten
Woensdag 27 september 2006 - Straatsburg Uitgave PB

9. Situatie in Darfoer (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in Darfoer.

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Europese Unie is bezorgd over de recente ontwikkelingen in Soedan, vooral over de zwakker wordende veiligheids- en humanitaire situatie in Darfoer. Het Finse voorzitterschap en de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, de heer Solana, werken nauw samen met de EU-partners en de internationale gemeenschap om gemeenschappelijke doelen te stellen voor samenwerking om duurzame vrede in Darfoer tot stand te brengen. Bovendien gaat de heer Pekka Haavisto, die in de zomer van 2005 werd benoemd tot speciale afgezant van de Europese Unie voor Soedan, door met het monitoren van de algemene situatie in Soedan en de coördinatie van acties van de Europese Unie en neemt als afgezant van de Europese Unie deel aan gesprekken met Soedan.

Het Vredesakkoord van Darfoer, dat in mei werd ondertekend door de Soedanese regering en de rebellen van Minni Minnawi, de Soedanese Bevrijdingsbeweging (SLM), werd gezien als mogelijkheid voor vrede. Er werd verwacht dat het Vredesakkoord een eind zou maken aan het drie jaar durende conflict, dat bijna 300 000 dodelijke slachtoffers heeft geëist en meer dan twee miljoen mensen op de vlucht heeft gedreven. Vier maanden later verslechtert de veiligheids- en humanitaire situatie echter in hoog tempo. Vooral de laatste maanden is het aantal gewelddadige aanvallen op dorpen en vluchtelingenkampen, zowel in als buiten het land, toegenomen. De Soedanese regering heeft haar militaire aanwezigheid in Darfoer versterkt. Zowel de troepen van de Soedanese regering als de rebellen schenden de afspraken over een wapenstilstand. Door de verslechterde veiligheidssituatie is het aantal vluchtelingen en mensen die humanitaire hulp nodig hebben, gestegen. Tegelijkertijd wordt het steeds moeilijker humanitaire hulp op de plaats van bestemming te krijgen: de hulp bereikt slechts 50 procent van de mensen die hulp nodig hebben.

De tenuitvoerlegging van het Vredesakkoord van Darfoer, waarin vrijwel geen vooruitgang is geboekt, heeft directe gevolgen voor het leven van ongeveer zes miljoen mensen uit Darfoer. De tenuitvoerlegging van het Vredesakkoord zou het voor vluchtelingen mogelijk maken terug te keren naar hun huizen en een normaal leven. Zij zou het mogelijk maken om landbouw te bedrijven, wat de voedselvoorziening zou verbeteren, om scholen en gezondheidszorg op te zetten en om de basisvoorwaarden voor het leven te waarborgen, om maar enkele voordelen te noemen. Dit is allemaal afhankelijk van een verbeterde veiligheidssituatie.

Om te waarborgen dat het Vredesakkoord van Darfoer levensvatbaar is en wordt uitgevoerd, moeten de groeperingen die het akkoord niet hebben ondertekend bij het vredesproces worden betrokken. Om de veiligheidssituatie te kunnen verbeteren is het noodzakelijk dat de partijen in het conflict zich houden aan de afspraken over een wapenstilstand en dat die wapenstilstand wordt gecontroleerd. De Europese Unie heeft de partijen in het conflict herhaaldelijk opgeroepen zich te houden aan hun verplichtingen overeenkomstig het Vredesakkoord en het humanitaire wapenstilstandakkoord dat in 2004 in N'djamena is ondertekend. De Europese Unie en vooral haar speciale afgezant, de heer Haavisto, hebben zich ingezet om degenen die geen partij zijn bij het Vredesakkoord bij het vredesproces te betrekken en het Vredesakkoord van Darfoer te laten ondertekenen.

De Europese Unie maakt zich zorgen om de effecten van het conflict van Darfoer op het vredesproces in Soedan als geheel. Het conflict in Darfoer heeft ernstige gevolgen voor de regionale stabiliteit in Oost-Afrika en de Hoorn van Afrika, vooral in Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Om het vredesproces in Darfoer te bevorderen, werd in 2004 de vredesondersteuningsmissie van de Afrikaanse Unie (AMIS) opgericht. De Europese Unie heeft AMIS van meet af aan gesteund via de Afrikaanse Vredesfaciliteit (APF). Al met al bedraagt de financiële steun van de Europese Unie aan de AMIS-operatie ongeveer 242 miljoen euro. Daarnaast geeft de Europese Unie steun in de vorm van materieel, logistiek, planning en personeel. De lidstaten hebben de operatie ook gesteund met grote bilaterale contributies.

AMIS, de eerste vredesmissie in de geschiedenis van de Afrikaanse Unie, heeft goed werk verricht in uiterst moeilijke omstandigheden. Haar capaciteit en middelen zijn echter ontoereikend voor de enorme uitdagingen in Darfoer. Ondanks de grote financiële steun van de Europese Unie heeft de operatie ook met ernstige financiële problemen te kampen. Wat dit betreft is het duidelijk dat de enige mogelijke en realistische oplossing voor vredeshandhaving in Darfoer een VN-operatie is.

De Europese Unie staat volledig achter resolutie 1706 die de VN-Veiligheidsraad op 31 augustus aannam. Deze resolutie breidt het mandaat van de UNMIS-vredesoperatie in Zuid-Soedan uit naar Darfoer om daar het werk voort te zetten dat door AMIS is begonnen. De hoofdtaak van de VN-vredesoperatie is het ondersteunen van de uitvoering van het Vredesakkoord van Darfoer. De bescherming van burgers en het houden van toezicht op de wapenstilstand zullen wezenlijke elementen zijn in het mandaat van de operatie. Als grootste ondersteuner van AMIS is de Europese Unie zeer bezorgd over het feit dat de Soedanese regering de VN-operatie in Darfoer niet aanvaardt.

De VN-operatie is noodzakelijk voor het verbeteren van de veiligheidssituatie in Darfoer en een duurzame tenuitvoerlegging van het Vredesakkoord. Darfoer kan echter niet in een veiligheidsvacuüm worden achtergelaten. Daarom staat de Europese Unie achter het besluit dat de Afrikaanse Unie op 20 september in New York heeft genomen om het mandaat van AMIS tot eind dit jaar te verlengen. De Europese Unie heeft zich verplicht AMIS ook na deze zogeheten overgangsfase te steunen. De Europese Unie eist nog steeds dat de Soedanese regering aanvaardt dat AMIS conform VN-resolutie 1706 onder toezicht van de Verenigde Naties komt te staan.

Meer dan eens heeft de Europese Unie haar zorg hierover geuit en de kwestie met de Soedanese regering besproken. Bovendien heeft de Europese Unie andere internationale actoren aangespoord actie te ondernemen om de Soedanese regering te overtuigen van het nut en de noodzaak van de VN-operatie voor het vredesproces in Darfoer en heel Soedan. Dit in ogenschouw genomen, brachten het Finse voorzitterschap, Hoge Vertegenwoordiger Solana, speciale afgezant Haavisto en de lidstaten deze zaak uitgebreid ter sprake op hun bijeenkomst tijdens de ministerweek op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York.

De Europese Unie maakt zich grote zorgen over de schendingen van de mensenrechten in Darfoer. Vooral vrouwen en kinderen zijn het slachtoffer van verkrachtingen en andere fysiek geweld. De Europese Unie steunt het werk van de Speciale Rapporteur voor de mensenrechten van de Verenigde Naties om verbetering te brengen in de mensenrechtensituatie. De Europese Unie heeft de Soedanese regering herhaaldelijk gewezen op haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van haar burgers tegen alle vormen van geweld en voor de eerbiediging van de mensenrechten.

De Europese Unie is een van de belangrijkste hulpverleners bij de wederopbouw die na de burgeroorlog in Soedan moet plaatsvinden. Op de donorconferentie die in april 2005 in Oslo werd gehouden beloofden de Commissie en de lidstaten samen aanzienlijke steun voor het dekken van de directe behoeften en het beginnen met de wederopbouw. Wanneer het vredesproces in Darfoer serieus op gang is gekomen, is de Europese Unie ook bereid de wederopbouw van Darfoer te blijven steunen. De Europese Unie geeft ook aanzienlijke hoeveelheden humanitaire hulp aan Soedan en Darfoer.

Het is belangrijk dat de Europese Unie een zichtbare en actieve rol speelt in Soedan en Darfoer. De situatie in Soedan en Darfoer is een van de meest cruciale kwesties met betrekking tot Afrika en het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en zal tijdens het Finse voorzitterschap hoog op de agenda blijven staan. De situatie in Soedan en Darfoer zal op alle belangrijke conferenties en bijeenkomsten met derde partijen aan de orde worden gebracht, met inbegrip van ontmoetingen op hoog niveau.

Als er geen actie wordt ondernomen, bestaat het gevaar dat Darfoer in een nieuwe spiraal van geweld terechtkomt en dat kunnen wij ons niet veroorloven.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de minister, zoals iedereen weet verkeren we wat Darfoer betreft op dit moment in een kritieke fase.

De menselijke tragedie duurt onverminderd voort en verergert zelfs, met nog meer slachtoffers en lijden. Darfoer kan elk moment terugvallen in een totale oorlog, met onvoorzienbare en onberekenbare gevolgen voor de stabiliteit van het land en die van de regio. De vrede in het zuiden van Soedan kan in gevaar komen. Diverse buurlanden, zoals Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Oeganda, maar ook landen die wat verder weg liggen, zoals Somalië en de Republiek Congo, zouden hier de gevolgen van kunnen gaan ondervinden. Hoewel de crisis eigenlijk nu al niet meer erger kan, zien we toch nog kans om het ergste te voorkomen en vrede en stabiliteit terug te brengen.

De Commissie vindt het besluit van de Afrikaanse Unie om haar mandaat tot en met 31 december te verlengen, positief. Hiermee kan een veiligheidsvacuüm in Darfoer worden voorkomen op een moment dat het geweld opnieuw losbarst en het door de vredesakkoorden van Abuja in gang gezette proces tot stilstand is gekomen.

Wel betreuren wij dat de Soedanese regering nog niet akkoord is gegaan met resolutie 1706 van de Veiligheidsraad, waarin het kader voor de overdracht van militaire verantwoordelijkheden van de Afrikaanse Unie naar de Verenigde Naties is vastgelegd. Let wel, tot deze overdracht was al in maart van dit jaar besloten door de Afrikaanse Unie zelf. De overdracht wordt door de Commissie als essentieel beschouwd voor het herstellen van de vrede in Darfoer. Khartoem moet dan ook worden overtuigd van de noodzaak om hiermee akkoord te gaan. Vrede in Darfoer is alleen mogelijk met instemming van Khartoem, en zeker niet tegen de zin van Khartoem. Khartoem heeft deze overdracht van de hand gewezen als zijnde een westers complot. Ook de woorden zionistisch complot zijn gebezigd.

Dit is nergens op gebaseerd. De internationale gemeenschap heeft geen agenda om inbreuk te maken op de soevereiniteit van Soedan of, erger nog, het regime in Soedan omver te werpen. Hieruit blijkt hoe urgent het is dat alle partijen weer snel met elkaar om de tafel gaan zitten en een zakelijke dialoog voeren over Darfoer en deze overdracht om de eventuele misverstanden op dit vlak uit de weg te ruimen. Dit alles is onderwerp van het lopende intensieve diplomatieke overleg waaraan de Commissie deelneemt.

Ik wil er nogmaals op wijzen dat de doelstelling van de overdracht van verantwoordelijkheden van de Afrikaanse Unie naar de Verenigde Naties is om de veiligheid en stabiliteit in Darfoer te herstellen, de burgers te beschermen en humanitaire organisaties in staat te stellen hun werk te doen. We mogen niet vergeten dat er de afgelopen maanden dertien medewerkers van deze organisaties om het leven zijn gekomen. Deze overdracht is van essentieel belang om het vertrouwen tussen de strijdende partijen te herstellen en de weg vrij te maken voor een serieuze doorstart van het vredesakkoord van Abuja voor Darfoer, om partijen die dit akkoord nog niet hebben getekend hiertoe over te halen, om de concrete uitvoering van het akkoord te ondersteunen en om te voorkomen dat de structuur die is voortgekomen uit het Noord-Zuid-vredesakkoord, weer op de helling wordt gezet. Dit alles is ook in het belang van Khartoem.

De gespierde taal die op dit moment wordt gebezigd en de verheviging van de strijd leiden nergens toe. De extremisten die denken dat ze iets te winnen hebben bij een logica van rampspoed en radicalisering, hebben het mis. Sterker nog, ze zitten er volledig naast. Die aanpak kan zich alleen maar tegen hen keren. De conclusies van de laatste Raad Algemene Zaken geven zowel aan de rebellen als Khartoem een even helder als krachtig signaal af dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Volgens de Commissie is de-escalatie nog steeds mogelijk en is er nog steeds ruimte om weer tot een echte dialoog te komen. Er moet dan wel snel actie worden ondernomen voordat die ruimte weer weg is. Met die instelling en met de bereidheid om te luisteren zullen voorzitter Barroso van de Europese Commissie en mijn collega commissaris Louis Michel binnenkort naar Khartoem afreizen voor een ontmoeting met president Bashir om het proces van overgang van de Afrikaanse Unie naar de Verenigde Naties vlot te trekken en het vredesproces van Abuja weer op gang te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Michael Gahler, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, de toestand van de mensen die erin zijn geslaagd om in Darfoer te overleven is wanhopig. Janjaweed-milities vallen nog steeds dorpen aan en verwoesten ze. Foltering, verkrachtingen en gedwongen rekrutering zijn aan de orde van de dag. Internationale hulporganisaties kunnen delen van Darfoer niet meer bereiken.

De Soedanese regering zou verplicht moeten zijn om haar eigen bevolking te beschermen, maar haar bedoelingen zijn daaraan tegengesteld, en met haar jongste militair offensief schendt zij ook de vredesovereenkomst voor Darfoer. Ik vrees dan ook ten zeerste dat de regering haar vernietigings- en verdrijvingsstrategie vermoedelijk tot het bittere einde wil doorzetten

In deze situatie is het absoluut noodzakelijk dat de internationale gemeenschap resolutie 1706 van de VN-Veiligheidsraad ten uitvoer legt, waardoor een missie van 25 000 VN-soldaten kan worden gestuurd. De Afrikaanse Unie, die binnen haar mogelijkheden haar uiterste best heeft gedaan, is eveneens voorstander van de aflossing door de VN-troepen, maar het is natuurlijk van belang om de Afrikaanse Unie tot die tijd alle mogelijke steun te verlenen, zoals dat tot nu toe ook is gebeurd. Eerlijk gezegd is dit naar mijn mening niet meer dan de op één na beste oplossing, want de VN-troepen zouden er nu al moeten zijn.

Een bijzondere verantwoordelijkheid rust niet alleen op de schouders van de leden van de Veiligheidsraad, maar ook, en vooral, op de schouders van de mogendheden met vetorecht. Zij dragen namelijk een wereldwijde verantwoordelijkheid en mogen zich niet alleen laten leiden door hun eigen nationale belangen.

Wat dit betreft doe ik vooral een beroep op China, dat op 11 september samen met de EU heeft verklaard – en ik citeer nu in het Engels:

(EN) “Leaders emphasised that transition from EU to United Nation operations would be conducive to peace in Darfur.” (De leiders benadrukten dat het uitvoeren van de operaties onder VN-vlag in plaats van onder EU-vlag bevorderlijk zou zijn voor de vrede in Darfoer.)

(DE) Wij roepen China daarom op om zijn invloed op Soedan te doen gelden, opdat onmiddellijk wordt toegestemd in stationering van VN-troepen in Darfoer.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenys Kinnock, namens de PSE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet helaas constateren dat zowel uit de verklaring van de Raad als uit die van de Commissie een zorgwekkende passiviteit spreekt. Er kan dan wel gezegd worden dat wij met generaal Bashir moeten samenwerken en hopen dat wij hem in de toekomst kunnen overtuigen, maar ik volg de situatie in Soedan nu al jaren en ik kan u zeggen dat dit zeker op dit moment geen reële optie is.

De toekomst van de mensen in Darfoer staat nu nog steeds net zo veel onder druk als vóór de overeenkomst om de AU-troepenmacht tot 30 september 2006 aldaar gestationeerd te houden. De regering in Khartoem legt tegenover niemand verantwoording af. De regering blijft hardnekkig weigeren om humanitaire hulp toe te staan voor ongeveer drie miljoen mensen in Darfoer. Wat gaat de internationale gemeenschap daaraan doen? U heeft niet gezegd wat u gaat doen om de regering in Khartoem ter verantwoording te roepen.

Over drie maanden en wellicht zelfs nog eerder dient de troepenmacht van de VN inzetbaar te zijn omdat de AU zich dan zal terugtrekken. De verwarring over de toekomst van de Afrikaanse Unie is zeer ernstig: de Unie beschikt over te weinig geld, is overbelast en heeft grote moeite met het uitvoeren van haar taken. Daarom dient er zo snel mogelijk een VN-troepenmacht in dat land gestationeerd te worden. Die troepenmacht dient dan wel een uitgebreider mandaat te krijgen dan nu het geval is zodat de kwetsbare en getraumatiseerde mensen van Darfoer die op dit moment in een afschuwelijke situatie verkeren, ook daadwerkelijk beschermd kunnen worden.

De Soedanezen hebben tot nu toe aan geen enkele deadline voldaan. Zij gaan gewoon door met hun genocidestrategie. Er is geen staakt-het-vuren meer zodat toezicht op de situatie onmogelijk is. Het is zinloos om over een vredesakkoord te praten: dat is verleden tijd. In 1994 na Rwanda hebben wij gezegd “dit mag nooit meer gebeuren”. Tenzij wij onze passiviteit laten varen en actie ondernemen, worden wij geconfronteerd met de eerste genocide van de 21e eeuw.

U had het over de hoofdrolspelers. Er zijn inderdaad hoofdrolspelers, maar China, Rusland en de Arabische Liga dienen hierbij ook een rol te spelen.

Dan mijn laatste belangrijke punt: u heeft niet gerefereerd aan de noodzaak van het opleggen van een no-fly zone. Wij hebben tot nu toe dertien VN-resoluties gehad en in elke resolutie werd om een no-fly zone gevraagd. Op geen enkel moment is er in uw verklaringen echter sprake geweest van een dergelijke zone. Wat gaat u doen, geachte Raad en geachte Commissie, om te zorgen dat de Antonov-vliegtuigen niet langer over de dorpen van Darfoer vliegen om hun bommen op de onschuldige burgers neer te laten dalen? Ik verzoek u dringend om serieus te overwegen om een dergelijk no-fly zone op te leggen. Is het geen optie om de Franse straaljagers die op dit moment in het naburige Tsjaad gestationeerd zijn, in te zetten voor de controle van het luchtruim om een einde te maken aan het terroriseren van de mensen in Darfoer door de Soedanezen?

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, Darfoer is nu al drie jaar slachtoffer van een vreselijke tragedie, die zich afspeelt onder de ogen van een onmachtige internationale gemeenschap.

Zoals u zei heeft het conflict aan 300 000 burgers het leven gekost. Binnen Darfoer zijn twee miljoen mensen op de vlucht geslagen, oftewel een derde van de bevolking; 200 000 zijn er naar Tsjaad gevlucht. Drie miljoen mensen zijn voor hun voeding volledig aangewezen op internationale hulp. Dagelijks worden er kinderen en gezinnen aangevallen, verjaagd en vermoord. De humanitaire crisis verergert. In het grootste deel van Darfoer wordt het humanitaire organisaties onmogelijk gemaakt om hulp te bieden aan circa 350 000 mensen die medicijnen en voedsel nodig hebben.

Vanwege ondervoeding en het tekort aan water breidt de cholera- en hepatitis E-epidemie zich steeds verder uit in de kampen. Ook medewerkers van NGO’s worden het slachtoffer van dit conflict: de afgelopen twee maanden zijn twaalf van hen om het leven gekomen.

Omdat het op 5 mei in Abuja ondertekende vredesakkoord tekortschiet, is er geen eind gekomen aan het geweld en zijn de gewelddadigheden juist weer opgelaaid. De gevechten en de slachtingen onder de bevolking zijn opnieuw begonnen. Sinds mei zijn er 100 000 mensen voor het geweld gevlucht. Er zijn weer duizenden soldaten van het Soedanese leger neergestreken in de regio, en de luchtbombardementen zijn hervat. Intussen proberen er meer dan twee miljoen mensen te overleven in kampen, omsingeld en regelmatig belaagd door hun vijanden. Elke maand worden er honderden vrouwen verkracht zodra ze maar een paar meter het kamp uitgaan om hout te zoeken voor een vuur waaraan ze zich kunnen warmen of waar ze wat te eten op kunnen bereiden.

Het enige dat deze miljoenen mensen deden, was het land bewerken; dit elementaire recht wordt hun momenteel onthouden en ze moeten het doen met het bebouwen, voor zover mogelijk, van zo’n dertig, veertig vierkante meter rond de kampen, waarbij ze het risico lopen te worden aangevallen door dezelfde mensen die hun dorpen hebben verwoest.

Allen zijn voor 100 procent aangewezen op internationale hulp, die niet echt overdadig is. Er zijn maanden waarin de voedselhulp de helft lager is, omdat er te weinig of geen subsidies zijn of omdat de donateurs verstek laten gaan. Beste collega’s, deze kampen zijn ware openluchtgevangenissen. Wij hebben niet het recht om nog langer onverschillig te blijven ten opzichte van wat er in Darfoer gebeurt.

Europa heeft een humanitaire, politieke, morele verplichting: vrede brengen in dit deel van de wereld. De crisis in Darfoer kan niet met militaire middelen worden opgelost. Er moet zo spoedig mogelijk weer ruimte voor onderhandelingen komen en gewerkt worden aan een politiek akkoord dat kan rekenen op de volledige steun van alle betrokken partijen. Alleen als voldaan wordt aan deze conditio sine qua non, kan de bevolking van Darfoer het vredesproces steunen. Dit akkoord moet voorzien in de vertegenwoordiging van de inwoners van Darfoer op de verschillende overheidsniveaus, een echte garantie voor de ontwapening van de Janjaweed en een garantie voor de veilige terugkeer van twee miljoen ontheemden en 200 000 vluchtelingen naar hun land en dorpen.

Wij eisen ook dat medewerkers van humanitaire organisaties een vrije en veilige toegang tot alle conflictgebieden wordt gegarandeerd, en roepen de Commissie en de Raad op de humanitaire hulp van de Europese Unie substantieel te verhogen.

Verder eisen wij dat de Soedanese regering een eind maakt aan haar gewapend offensief en onmiddellijk akkoord gaat met het besluit van de Veiligheidsraad om een begin te maken met een VN-vredeshandhavingsoperatie die een eind moet maken aan het geweld.

Darfoer heeft Europa nu nodig. Wij hier in het Europees Parlement hebben niet het recht om hierbij verstek te laten gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Hélène Aubert, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, jammer genoeg zien we nu al een paar jaar een aaneenschakeling van resoluties en verklaringen over Darfoer, tevergeefs naar het zich laat aanzien.

Zoals reeds gezegd duurt het machtsmisbruik voort, neemt het geweld weer hand over hand toe en zijn vrouwen en kinderen de voornaamste slachtoffers van deze misdaden en wreedheden. Deze situatie is volkomen onacceptabel. Een gevoel van onmacht of fatalisme lijkt post te vatten, maar het is onze plicht nu in actie te komen om daadwerkelijke vooruitgang ter plekke te boeken. Hoe langer het duurt, hoe meer de regering in Khartoem zich straffeloos waant en zichzelf kan voorhouden dat zij uiteindelijk haar doel zal bereiken door een hoge rug op te zetten en tijd te winnen.

Als we tot actie willen overgaan, moeten we ons daarbij door drie prioriteiten laten leiden. Het allerurgentste is de toegang tot de vluchtelingen, omdat er op het moment dat ik dit zeg, inderdaad duizenden mensen honger lijden en gebukt gaan onder het geweld, en niemand deze mensen kan bereiken: aan deze situatie moet in de allereerste plaats een eind komen.

Daarna is het de beurt aan de strijd tegen de straffeloosheid. Het is onverdraaglijk dat er uiteindelijk niets is gebeurd, alle verklaringen en het halfslachtig gedreig met sancties ten spijt. De criminelen en degenen die zich aanzienlijk verrijken, gaan verder alsof er niets aan de hand is en hier is nauwelijks iets aan gedaan.

Verder moet uiteraard zo snel mogelijk een VN-vredesmacht worden ingezet ter versterking van die van de Afrikaanse Unie, die ondanks alles een belangrijke rol speelt die behouden moet blijven.

Ook is nu echt het moment daar om China en Rusland te vragen een positieve rol in dit geheel te spelen, hoewel algemeen bekend is dat China en Rusland misschien niet de ideale voorbeelden zijn waar het gaat om de eerbiediging van mensenrechten of van bevolkingsgroepen die in dergelijke conflicten verzeild raken. Bovendien moet tegelijkertijd worden opgeroepen tot een algemene dialoog, zoals de vorige spreekster al aangaf.

Tot slot nog in het kort iets over de rol van olie in dit geheel. Laten we elkaar niet voor de gek houden. We weten heel goed dat olie conflicten aanwakkert, hebzucht losmaakt, wapenaankopen mogelijk maakt en ook blokkades meebrengt, met name van de kant van China, dat daar zeer grote belangen heeft, en van al diegenen, de grootmachten in het bijzonder, die op dit moment op steeds koortsachtiger wijze op zoek gaan naar oliebronnen die gemakkelijk toegankelijk zijn.

We zullen deze problematiek van de toegang tot olie dan ook moeten inbedden in een veel breder kader, zowel Europees als internationaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Vittorio Agnoletto, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de humanitaire en politieke situatie in Darfoer verergert met de dag. Ook volgens de VN-coördinator voor humanitaire hulp, Jan Egeland, is de humanitaire situatie slechter dan in 2004: hele regio’s in Darfoer moeten het stellen zonder humanitair personeel, omdat de regering in Khartoem de internationale organisaties de toegang belet.

De onderdrukking van de burgerbevolking door gewapende bendes die door de centrale regering van Soedan gefinancierd en gesteund worden, de beruchte Janjaweed, neemt zo langzamerhand de vormen aan van genocide. De internationale gemeenschap mag niet werkloos blijven toezien; de troepen die de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid gestuurd heeft om de burgerbevolking te beschermen, hebben feitelijk gefaald. Over het gebrek aan politieke en militaire geloofwaardigheid van deze missie is iedereen het inmiddels wel eens. Daarom zijn wij er voorstander van dat de Verenigde Naties ingrijpen conform resolutie 1706 van de VN-Veiligheidsraad, die de Soedanese regering halsstarrig blijft negeren.

Het is noodzakelijk dat de vredestroepen die in resolutie 1706 worden voorgesteld, nu worden ingezet om honderdduizenden vrouwen, mannen en kinderen te beschermen die al te lang het slachtoffer zijn van de aanvallen van de Janjaweed – in eerdere VN-resoluties is al terecht opgeroepen tot ontmanteling van deze milities.

Natuurlijk zou het nog beter zijn als de Soedanese regering de inzet van die VN-macht zou goedkeuren; ik vind ook dat de landen van de Arabische Liga Khartoem effectiever onder druk zouden moeten zetten – en ik hoop ook dat zij dat zullen doen – om gehoor te geven aan de VN-resolutie. Tegelijkertijd is ieder Soedanees veto in de Verenigde Naties onaanvaardbaar: er staan honderdduizenden onschuldige levens op het spel en wij moeten iets voor hen doen.

Zo niet, dan zal de hele geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap ter discussie staan. Het is daarom noodzakelijk dat het humanitaire personeel van de VN in heel de regio Darfoer wordt toegelaten, anders kan niet op de vereiste manier humanitaire hulp worden geboden.

Soedan moet weten dat zijn integratie in de internationale gemeenschap volledig afhangt van de mate waarin het samenwerkt met de Verenigde Naties.

 
  
MPphoto
 
 

  Eoin Ryan, namens de UEN-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is in dit Parlement vanmiddag zeker sprake van overeenstemming over wat er met betrekking tot Darfoer zou moeten gebeuren.

Er zijn al 300 000 mensen gedood en 2½ miljoen mensen hebben huis en haard moeten ontvluchten. Alleen al in de afgelopen maand zijn 50 000 mensen uit hun huizen verdreven. Dit is echt een humanitaire ramp van een kolossale omvang. De enige oplossing is het stationeren van een adequate VN-troepenmacht met een zeer duidelijk mandaat. Er is maar één manier waarop dat kan lukken en dat is middels een agressieve diplomatie. Hoe is het mogelijk dat wij er wel in slagen om in dertig dagen VN-troepen in Libanon in te zetten - en zelfs toen was er nog kritiek dat die periode te lang was - maar dat er nu in het geval van Darfoer sprake is van een periode van drie jaar? De reden is dat we ons minder betrokken voelen bij dit probleem dan zou moeten.

Mensen leggen de schuld bij de Soedanese regering, en terecht. De misdaden van die regering zijn door eerdere sprekers al beschreven dus ik zal daar niet verder op ingaan. Die regering verstopt zich - uit handelsmotieven - achter de regeringen van China, Rusland, India en Maleisië, die toegezegd hebben dat zij de Soedanese regering zullen beschermen en hun veto over eventuele sancties zullen uitspreken. Wij moeten druk op deze regeringen uitoefenen om te voorkomen dat dit gaat gebeuren. Zij en alle andere partijen moeten een bijdrage leveren om een eind te maken aan de afschuwelijke gebeurtenissen in Darfoer.

Wij hebben in Darfoer een vredesmacht van minimaal 20 000 militairen nodig als wij hier een eind aan willen maken. De huidige troepenmacht van de Afrikaanse Unie bestaat maar uit 7 000 man en is slecht uitgerust. Als men bedenkt dat het gebied dat zij moeten bestrijken, ongeveer net zo groot is als Frankrijk, moge duidelijk zijn dat het voor hen onmogelijk is om dit effectief te controleren. Er is dan ook op zo kort mogelijke termijn een adequate VN-troepenmacht nodig met een duidelijk mandaat.

Soedan heeft heel snel een politieke oplossing nodig. De VN en de EU moeten handelend optreden. Wij moeten een einde maken aan die genocide en alles in het werk stellen om de vrede in deze regio te bevorderen. Wij hebben de situatie te lang op zijn beloop gelaten en dat is een absolute schande. Wij mogen niet toestaan dat de regering in Khartoem op deze manier straffeloos door kan blijven gaan. Die regering mag ook niet langer de mogelijkheid krijgen om zich te verbergen achter landen die toegezegd hebben dat zij een veto uit zullen spreken tegen acties tegen Soedan. Wij moeten nu handelend optreden en zorgen dat er een einde komt aan deze afschuwelijke situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, er bestaat geen twijfel over dat de Darfoer-crisis het gevolg is van de arabisering die de regering doorvoert en van het feit dat zij bereid was de milities te bewapenen die deelnemen aan de burgeroorlog in Zuid-Soedan.

Dit beleid had tot gevolg dat hele streken ontvolkt zijn en dat er, zoals in dit debat al is onderstreept, talloze doden zijn gevallen en miljoenen mensen zijn verdreven. Niettemin doet president Omar al-Bashir het af als een leugen dat Soedanese Arabieren aanvallen zouden hebben uitgevoerd op Soedanese zwarte Afrikanen. En mensenrechtenorganisaties die klagen over de toestand zouden er volgens Bashir alleen op uit zijn om meer donaties in de wacht te slepen.

Soedan wil zijn burgeroorlog dus kennelijk liever ongestoord blijven voeren. Men is hooguit te porren voor een uitbreiding van het mandaat voor een vredesmissie van de Afrikaanse Unie. Ingewijden kenschetsen deze echter niet alleen als slecht uitgerust en weinig gemotiveerd, maar ook simpelweg als volledig overbelast.

Een missie van VN-blauwhelmen, die veel succesvoller belooft te zijn, wordt van de hand gewezen als zijnde neokolonialistisch. Wellicht kan deze volkenmoord dus worden beëindigd als men het eens wordt over een islamitisch-Afrikaanse vredesmacht, een gemeenschappelijke interventie dus van de Afrikaanse Unie en de VN-troepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Coveney (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in Darfoer is er nog steeds sprake van een humanitaire crisis. Sinds 2003 zijn hier meer dan een kwart miljoen onschuldige mensen vermoord en daarnaast zijn nog eens 2½ miljoen mensen ontheemd. Afgelopen maand heeft de Veiligheidsraad resolutie nr. 1706 aangenomen waarin opgeroepen wordt om een vredesmacht van 22 000 man in de regio te stationeren. De regering van Soedan blijft zich echter tegen een dergelijke troepenmacht verzetten en beschuldigt de VN van neo-kolonialistische maatregelen die genomen zijn onder invloed van Washington. Dat is natuurlijk onzin; de Soedanese regering bedrijft op deze manier alleen maar een politiek die ten koste gaat van mensenlevens.

Het mandaat van de missie van de Afrikaanse Unie in Soedan is verlengd. Daardoor heeft de VN drie extra maanden om tot overeenstemming met de Soedanese regering te komen over de noodzaak van een multilaterale troepenmacht om de burgers te beschermen. In het voor de hand liggende scenario dat de Soedanese regering zich tegen VN-maatregelen blijft verzetten, dient de VN echter een harder standpunt in te nemen. Zo zou de VN bijvoorbeeld een militaire interventie kunnen overwegen op basis van hoofdstuk 7, dat de VN de bevoegdheid geeft om burgers te beschermen indien nationale autoriteiten zelf niet in staat zijn om hun bevolking te behoeden voor genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuiveringen en/of misdaden tegen de menselijkheid.

De Soedanese regering heeft geen enkele bereidheid getoond om mensen die in eigen land ontheemd zijn, te beschermen. Er zijn zelfs sterke aanwijzingen dat die regering aanvallen op vluchtelingenkampen ondersteunt en financiert. Op dit moment is de ondersteuning van de 7 000 man tellende troepenmacht van de AU van essentieel belang. De VN heeft inmiddels overeenstemming bereikt over steun qua logistiek en materiaal. Ook de Arabische Liga heeft nu eindelijk enige economische steun toegezegd en de EU dient op dit vlak eveneens een genereus gebaar te maken.

De EU heeft de verantwoordelijkheid om te zorgen dat Darfoer een permanente prioriteit voor de VN wordt. Er dient meer druk op China en Rusland uitgeoefend te worden om een positievere rol in Soedan te spelen. Er zijn in Darfoer inmiddels meer burgers gedood dan in Irak en Afghanistan samen. Wij hebben allemaal bloed aan onze handen gezien de trage internationale reactie op de gebeurtenissen tot op heden. Dit is de hardste resolutie over Darfoer tot nu toe, maar wat wij echt nodig hebben, is actie. Ik hoop dat wij, als wij over één jaar terugkijken, niet nog eens 100 000 doden moeten betreuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Valenciano Martínez-Orozco (PSE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, op ditzelfde moment, terwijl we onze hoop nog steeds gevestigd willen houden, al weet ik niet of dat nog wel kan, op het vredesakkoord dat afgelopen mei is ondertekend, zijn we getuige van een verslechtering van de humanitaire situatie in de regio, die al door vele collega’s is beschreven.

Het Europees Parlement spreekt zich opnieuw uit over de situatie in Darfoer, en wat mij persoonlijk betreft, ik voeg mijn stem bij die van de slachtoffers: de burgerbevolking, de vrouwen en kinderen van Darfoer.

Sinds het gewapende conflict drie jaar geleden uitbrak, volgen de steeds wanhopiger klinkende oproepen van de internationale hulpverleningsorganisaties elkaar op. Het is volkomen tevergeefs geweest. De meer dan 50 000 doden, tweeënhalf miljoen binnenlandse ontheemden en 500 000 vluchtelingen vertellen beter dan wie ook het tragische verhaal van een regio in conflict.

Mijn fractie heeft in haar ontwerpresolutie blijk gegeven van ernstige bezorgdheid over de schending van de rechten van kinderen en de algemeen voorkomende verkrachtingen van vrouwen als wapen in de oorlog. Helaas is dit niet overgenomen in de compromisresolutie, alsof het niet belangrijk is.

De honderdduizenden gedode, verdwenen, seksueel misbruikte, ontvoerde, ontheemde, als soldaat gebruikte en vervolgens in de steek gelaten kinderen, die bovendien verstoken zijn van toegang tot humanitaire hulp, hebben allemaal een voor- en een achternaam.

Wij hebben allemaal schuld, niet alleen de regering in Khartoem en de militairen en guerrillastrijders. De straffeloosheid is totaal, ondanks het feit dat Soedan het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Facultatief Protocol inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten heeft geratificeerd.

We beschikken ook over concrete gegevens waaruit blijkt dat in de afgelopen maand augustus meer dan tweehonderd vrouwen slachtoffer van seksueel geweld zijn geworden in één enkel kamp, iets waarvoor hulpverleningsorganisaties al hadden gewaarschuwd. Deze gegevens wijzen eens te meer op de helse neerwaartse spiraal waarin Darfoer is terechtgekomen en waarin de lichamen van vrouwen en kinderen weer eens het slagveld vormen dat door de soldaten en guerrillastrijders wordt uitgekozen om de strijd uit te vechten.

In een ander vluchtelingenkamp, als we het toch hebben over zaken die op dit moment gebeuren, zijn vrouwen verkracht in plaats van beschermd en wordt het ze verboden om naar…

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Fiona Hall (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de situatie in Darfoer is bijzonder ernstig. De regering van Soedan stuurt massaal troepen naar deze regio en de verlenging van het mandaat van de Afrikaanse Unie met drie maanden creëert slechts een adempauze.

De mensen in Darfoer zijn voor hun zogeheten veiligheid op dit moment nog steeds uitsluitend afhankelijk van de Soedanese regering; er is geen enkele internationale bescherming. De afgevaardigden van dit Parlement die in 2004 Darfoer hebben bezocht, hebben met eigen ogen de volledig verwoeste huizen en de lege granaathulzen gezien. Dat was het enige wat er nog over was van een dorp dat in naam van de veiligheid door de Soedanese regering is gebombardeerd.

Zelfs vorige week nog heeft een Antonov-vliegtuig van de Soedanese regering dorpen in het noorden van Darfoer gebombardeerd. Zonder een internationale troepenmacht in Darfoer loopt dit uit op een massaal bloedbad, ondanks alle beloften en toezeggingen van “dit nooit meer” na Rwanda.

Daarom is de aanwezigheid van VN-troepen, die nu op basis van resolutie nr. 1706 mogelijk is, van cruciaal belang. Daarnaast dient de internationale diplomatie de hoogste prioriteit te geven aan het overtuigen van Rusland en China dat Soedan geïsoleerd moet worden en dat de aanwezigheid van de VN in Darfoer onontbeerlijk is.

De gezamenlijke verklaring van de EU en China van 11 september was bemoedigend, maar dient wel nog verder uitgewerkt te worden. Ik zou graag van de Raad willen weten hoe hij dat denkt te bewerkstelligen. De Afrikaanse Unie heeft al laten weten dat een overwegend Afrikaanse VN-troepenmacht in Darfoer een absolute noodzaak is.

De humanitaire situatie verslechtert voortdurend en steeds meer locaties worden onbereikbaar voor ngo’s vanwege de huidige gevechten. Tegelijkertijd is het aantal mensen dat afhankelijk is van humanitaire hulp, opgelopen tot bijna drie miljoen. Deze maand zijn er meer dan dertig nieuwe gevallen van cholera gemeld. Zonder een echte vrede zijn de humanitaire inspanningen tot mislukken gedoemd en worden honderdduizenden mensen die hun huizen zijn ontvlucht, opnieuw met de dood geconfronteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Beer (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, ik hoef niet te herhalen wat zojuist is uiteengezet over de situatie in Darfoer met al haar huiveringwekkende wreedheid.

Ik wil echter zeggen dat het voorzitterschap, de minister en ook commissaris Frattini mij met hun bijdragen allerminst hebben overtuigd. Als de dragers van de verantwoordelijkheid in de Europese Unie – en dat bent u namens de Raad en het voorzitterschap – niet eens vaststellen dat er op dit moment een volkenmoord plaatsvindt, en als u alleen praat over hoe wij aan de wederopbouw deelnemen als er eenmaal vrede is, enzovoorts, enzovoorts, dan vraag ik me af waarom u niet zegt waar het werkelijk om gaat. Allereerst gaat het erom dat de volkenmoord die op dit moment plaatsvindt, wordt beëindigd. Daarna kunnen we aan de gang met de wederopbouw.

Wij dienen duidelijkheid te scheppen, ook binnen de Europese Unie. In de Veiligheidsraad zitten we met het dilemma dat China en Rusland dwarsliggen Daarom moet het vetorecht in de Veiligheidsraad ook worden afgeschaft. Geen land ter wereld mag het recht hebben om een veto uit te spreken zodat een volkenmoord kan voortduren.

In de tweede plaats, en dat kunnen wij Europeanen doen, moeten wij duidelijk maken dat de zogenaamde soevereiniteit van de staat Soedan onder dergelijke tragische omstandigheden zonder meer onderhandelbaar is. De bescherming van het menselijk leven is het grootste goed, niet de vermeende soevereiniteit van een ondemocratische, wrede, falende staat.

Laten we eens terugdenken aan de debatten over het sturen van troepen naar Congo en daarna naar Libanon. Deze keer gaat het om 22 000 soldaten. Dan kan je niet gewoon zeggen: goed dat er een verlenging tot december is, en dan maar hopen dat er voor die tijd 22 000 soldaten zijn gevonden voor een VN-vredesmissie. Dat gaat niet werken. Dat zou betekenen dat wij tot december werkeloos toekijken bij de volkenmoord en er ons er dan pas weer mee bezighouden, zonder er al iets aan te hebben gedaan. Zo mag Europa zich niet opstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de situatie in de Soedanese provincie Darfoer is zonder meer verschrikkelijk. Mensen worden daar op wrede wijze verdreven. Jean Ziegler omschrijft het als een "gruwelijke tragedie", maar het is nogal makkelijk om te zeggen dat er dan gewoon, zoals in de VN-resolutie staat, een vredesmacht moet worden gestuurd. U weet allemaal wat er in die VN-resolutie staat. Er staat namelijk dat de Soedanese regering er, zoals dat gebruikelijk is, toestemming voor moet geven. En dat doet de Soedanese regering niet. Dat wil zeggen dat er een politieke oplossing moet komen en niet moet worden geroepen om het sturen van troepen of om de voorbereiding daarvan, zoals dat binnen de NAVO gebeurt.

De rol van de Europese Unie is werkelijk zoals Raad en Commissie deze beschreven. Het is erg goedkoop om te zeggen dat wij de troepen willen. Het probleem is dat er eenvoudigweg bepaalde basisregels zijn waaraan we ons hebben te houden. Deze basisregels houden in dat er toestemming van deze regering moet worden verkregen, en die toestemming is er niet. Ik wil nog eens naar voren halen wat de collega van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zei, namelijk dat er met name in Zuid-Soedan heel concrete economische belangen op het spel staan die in dit conflict een wezenlijke rol spelen het trefwoord olie is al gevallen. Niet alleen China heeft er economische belangen, maar ook Europese landen, zoals mijn eigen land, Duitsland, dat betrokken is bij de plannen om er een grote spoorlijn aan te leggen. De oproep om mensen te helpen klinkt prachtig. Daar sta ik ook achter, maar we moeten wel realistisch zijn en ook daadwerkelijk meer humanitaire hulp bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jana Hybášková (PPE-DE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, meneer de commissaris. Uit protest tegen uw en ons onvermogen zou ik het liefst helemaal niet het woord willen voeren. Maar goed, China heeft minerale grondstoffen nodig, olie, een afzetgebied, water en grond. Met lede ogen zijn we getuige van de Chinese kolonisering van Afrika. De Soedanese regering, partner of onderdeel van Al-Qaida, jarenlang beschermer van Osama, loyaal bondgenoot van Al-Tourabi, voert letterlijk een etnische zuivering door, en ze verkracht en bevrucht tienduizenden vrouwen, dit alles in het kader van het arabier-zijn en het lidmaatschap van de Liga van Arabische Staten. De Russen leveren de wapens. De missie van de Afrikaanse Unie is aan het eind van haar Latijn. Onze glorieuze Afrikaanse interventie kon twee miljoen vluchtelingen en een half miljoen doden niet voorkomen.

Ik vraag de Raad en de Commissie welke maatregelen zij eigenlijk nemen voor onmiddellijke steunverlening aan een stevige VN-missie overeenkomstig hoofdstuk VII? Wat bent u van plan te doen om eindelijk eens een no-fly zone af te dwingen, iets waartoe al in dertien vruchteloze resoluties is opgeroepen? Wat gaat u doen om eindelijk een halt toe te roepen aan de straffeloosheid van al die verkrachters en moordenaars van een absoluut onschuldige burgerbevolking? Ik schaam me er diep voor dat ik als lid van de onderzoekscommissie van dit Parlement met een bezoek aan Darfoer en Abéché een deel van de verantwoordelijkheid op me heb genomen. Ik kan hier vandaag alleen maar wat uit m'n nek staan kletsen, sorry dat ik het zeg. Mijnheer de commissaris, kijkt u zelf eens in de ogen van een jonge vrouw met een baby'tje op haar arm, en vraag haar hoe dat kindje heet, en zij heeft daar dan geen antwoord op en zegt: "Ik weet het niet", omdat dat baby'tje de wrange vrucht is van een verkrachting. Hoe zou ú zich dan eigenlijk voelen?

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Gomes (PSE). - (PT) De regering van al-Bashir was de drijvende kracht achter de genocidestrategie tegen de bevolking van Darfoer. De EU mag wat dat betreft geen enkele illusie koesteren. De Commissie, de Raad en de Europese leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moeten zich stevig opstellen tegenover Soedan en VN-troepen naar het gebied van Darfoer sturen met een stevig mandaat op grond van Hoofdstuk VII van het Handvest. Dit is urgent en er is geen enkel excuus om nog langer te wachten. De Soedanese regering moet gestraft worden als zij de inspanningen van de internationale gemeenschap in Darfoer blijft dwarsbomen. Het is urgent dat bankrekeningen worden bevroren en een reisverbod wordt uitgevaardigd tegen leden van de Soedanese regering en tegen degenen die door het Internationaal Strafhof zijn geïdentificeerd als zijnde de aanstichters tot de wreedheden.

Als China en Rusland tijd blijven rekken met betrekking tot het embargo tegen Khartoem, moet de EU samen met de Verenigde Staten een handelsembargo afkondigen, met name op wapens en aardolie, en alle financiële transacties van de Soedanese regering bevriezen. Militaire maatregelen zijn eveneens hoogst noodzakelijk. Een overvliegverbod boven het gebied van Darfoer kan gehandhaafd worden vanuit oostelijk Tsjaad en zal de Soedanese luchtmacht ervan moeten weerhouden de bevolking in Darfoer aan te vallen, wat, naar ik en andere leden van dit Parlement, met eigen ogen hebben kunnen zien, in de buurt van Al Fashir, in september 2004, is gebeurd.

Er moet onmiddellijk een multinationale macht worden gestuurd naar oostelijk Tsjaad om de vluchtelingen te beschermen, de VN-macht in Darfoer voor te bereiden, de grens tussen Tsjaad en Soedan te controleren en de stabiliteit enigszins te herstellen in het gebied. De stabiliteit wordt ook bedreigd door de toegenomen spanning in Somalië wegens de Ethiopische interventie, die plaatsvond op instigatie van de regering-Bush en het rampzalige resultaat had dat de islamitische rechtbanken in Mogadishu werden versterkt.

Tot slot mag de EU niet stilzwijgen over de rol van China, Rusland en de Arabische Liga, die steun geven aan de genocidestrategie van Khartoem. Sedert de VN het beginsel van de verantwoordelijkheid voor bescherming hebben verankerd, hebben Moskou, Beijing en de Arabische hoofdsteden schande over zichzelf uitgeroepen door te proberen de lessen van Rwanda, Bosnië en Congo onder het tapijt te vegen in het geval van Darfoer waar een moslimbevolking wordt afgeslacht door moslims.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, toen in augustus de VN-coördinator voor humanitaire hulp, Jan Egeland, ons eraan herinnerde dat de situatie in Darfoer slechter was dan in 2004, herinnerde hij ons er ook aan, eens te meer, dat het allang tijd was om een oplossing te vinden voor deze situatie.

De Verenigde Naties dringen er al tijden op aan dat er een VN-missie naar het gebied wordt gestuurd, dat is waar, maar het is ook waar, zoals is gezegd, dat het verzet van de Soedanese regering daartegen het sturen van zo’n missie een stuk moeilijker maakt. Het is echter onze plicht, zoals de International Crisis Group zo vaak gezegd heeft, om onze verantwoordelijkheid voor de bescherming van burgers te aanvaarden. We hebben een verantwoordelijkheid voor de bescherming van burgers en die mogen we niet verzaken.

Er zijn drie zaken die gedaan kunnen worden met betrekking tot Darfoer: ten eerste het direct toepassen van sancties die rechtstreeks zijn gericht tegen iedere partij die op dat moment het staakt-het-vuren schendt of rechtstreeks humanitaire operaties aanvalt, en zoals ook specifiek gezegd is, en ik onderstreep dat, de burgerbevolking aanvalt, met name vrouwen.

Ten tweede kan en moet de Afrikaanse Unie zich nog meer inzetten om te bereiken dat de verschillende partijen in ieder geval een deel van het vredesakkoord van Darfoer aanvaarden, maar daarvoor is ook de steun van de internationale partners nodig, waartoe ook de Europese Unie behoort.

Als laatste, en dit is het allerbelangrijkste, moet de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties voortmaken met de besprekingen over het sturen van een VN-macht naar het gebied overeenkomstig het duidelijke mandaat van hoofdstuk 7 van het Handvest van de Verenigde Naties. Anders zal deze massaslachting moeilijk te stoppen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Darfoer is een humanitaire ramp. Omdat de crisis in deze tragische regio haar toppunt heeft bereikt, verdient die onze volledige aandacht en moeten we snel actie ondernemen, zoals de heer Annan, secretaris-generaal van de VN, een paar dagen terug zei. Je kunt het hier moeilijk mee oneens zijn. De hele wereld weet dat er al sinds 2003 onophoudelijk een oorlog woedt in de regio, waarbij 300 000 mensen zijn omgekomen en meer dan 2,5 miljoen mensen zijn verjaagd.

De afgelopen weken hebben hulpverleningsorganisaties in Soedan groot alarm geslagen. Drie miljoen mensen in Darfoer zijn aangewezen op internationale humanitaire hulp, die onder meer bestaat uit voedselhulp, medische hulp en onderdak. Door de escalatie van het conflict in de regio wordt het met de dag moeilijker om deze hulp te bieden. Sinds begin mei zijn er al twaalf medewerkers van internationale hulporganisaties om het leven gekomen in Darfoer, meer dan in de afgelopen twee jaar samen.

Hoewel het de bedoeling is dat de Afrikaanse Unie tot eind dit jaar in het gebied blijft, is het duidelijk dat zij niet in haar eentje een eind aan de oorlog kan maken. We mogen niet vergeten dat de troepenmacht van de Afrikaanse Unie slechts 7 000 manschappen telt, slecht uitgerust is, te weinig geld heeft en een gebied moet bestrijken dat zo groot als Frankrijk is. Zelfs als er 4 000 soldaten zouden bijkomen, zou die troepenmacht nog niet in staat zijn de miljoenen burgers die in de regio worden aangevallen, bij te staan, de veiligheid van internationale organisaties te garanderen en vluchtelingen te beschermen.

Er wordt momenteel nagedacht over meerdere oplossingen van het probleem, die uiteenlopen van het inzetten van VN-troepen in het gebied tot substantiële, logistieke en materiële VN-steun voor de Afrikaanse Unie en betrokkenheid van de NAVO om het conflict op te lossen. Eén ding staat voor mij als een paal boven water. De Afrikaanse landen en hun leiders moeten veel sterker bij het vinden van een oplossing voor dit nijpende probleem worden betrokken. Ze hebben ervaring met het gebied, zijn ermee vertrouwd en hebben daar intensieve contacten opgebouwd. We zouden onze Afrikaanse partners dan ook moeten aanmoedigen om nadrukkelijker mee te denken over een oplossing van dit conflict.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, iedereen zegt: "Darfoer staat aan de rand van de afgrond". De partijen in het conflict gaan door met moorden en verkrachten. De burgerbevolking fungeert dag in dag uit als hun schietschijf. Hulpverleningsorganisaties worden tot vertrek gedwongen onder druk van intimidaties en zelfs moordpartijen, gezien de dertien doden van de afgelopen weken. Omdat het zich uitbreidt naar Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek, vormt het conflict een bedreiging voor de hele subregio. Alles lijkt klaar voor de definitieve klap. Alles is klaar voor de slachting. De regering speelt een kat-en-muisspel met de internationale gemeenschap. Een tamelijk wreed spel, dat dagelijks zijn tol eist in de vorm van honderden mensenlevens.

De EU heeft sinds 2004 niet bepaald de hand op de knip gehouden, wat zeker heeft bijgedragen tot het voorkomen van een algeheel bloedbad. Op dit moment moet echter ook politiek gezien krachtiger stelling worden genomen. De prioriteit ligt bij het zo snel mogelijk sturen van een VN-vredesmacht op basis van resolutie 1706, die een mandaat krijgt om zo nodig geweld te gebruiken ter bescherming van de burgers.

De bevolking moet echter snel, dat wil zeggen hier en nu, worden beschermd door de Soedanese autoriteiten te dwingen hun huidige offensief te staken en het vredesakkoord uit te voeren in Darfoer; door het mandaat te versterken van en de materiële middelen te verschaffen aan de troepenmacht van de Afrikaanse Unie ter plaatse, die op dit moment inderdaad geen voldoende stevige buffer vormt ter bescherming van de burgerbevolking; door het onverwijld instellen, zoals al door mijn collega’s is opgemerkt, van het overvliegverbod op basis van VN-resolutie 1591. En, als het beroep op het gezond verstand geen soelaas biedt, door sancties: olie-embargo, internationaal arrestatiebevel, gerichte individuele sancties tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor de wreedheden, met name de 51 personen die voorkomen op de lijst die is doorgegeven aan het Internationaal Strafhof. Beste collega’s, dit Parlement zal niet toestaan dat zich in stilte en vrijwel onder zijn ogen de eerste genocide van de 21e eeuw voltrekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Mauro (PPE-DE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mijn interventie heeft tot doel de hypocrisie van de regering in Khartoem definitief te ontmaskeren.

In 2000 heb ik samen met de leden van dit Parlement die zitting hebben in de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU een bezoek gebracht aan Soedan. Samen met mevrouw Kinnock was ik in de gelegenheid een gesprek te voeren met Ibn Al-Tourabi, die op dat moment in de gevangenis zat. Hij is een oude wapenbroeder van Omar al Bashir, een van de leidende figuren van het moslimfundamentalisme in Soedan en een van de mannen die ervoor zorgde dat Osama Bin Laden in Soedan een gastvrij onthaal kreeg.

En hij is het die ons toen, in 2000, in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk heeft gemaakt wat de arabiseringsstrategie van de regering in Khartoem inhield: een strategie voor het arabiseren – en dit zeg ik met opzet zo, want het is geen strategie van islamisering, maar van arabisering – van een regio waarin volgens vele officiële documenten van de Soedanese regering de zogenaamde “apen van Darfoer” wonen, met andere woorden, de bevolking van Darfoer.

Welnu, als Europa zich daarvan rekenschap geeft, houdt dat vandaag opnieuw in dat we niet het spel van de regering in Khartoem moeten meespelen door te vragen of we mogen bemiddelen tussen hypothetische partijen in deze kwestie: er zijn namelijk geen partijen, er wordt geen burgeroorlog gevoerd in Darfoer, er zijn alleen maar moordenaars en slachtoffers. Er zijn slechts moordenaars die onder één hoedje spelen met degenen in Khartoem die orders aan hen geven en hen gebruiken om een krankzinnige ideologie te verwezenlijken die niet meer zozeer dreigt te leiden tot genocide, als wel tot het bekrachtigen van een genocide die al sinds zeer lange tijd aan de gang is.

Om die reden is het absoluut noodzakelijk dat de Europese instellingen zich, door urgente maatregelen te nemen zoals die welke mevrouw Carlotti zojuist beschreef, scharen aan de zijde van hen die begaan zijn met de levens van een hele generatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Scheele (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de vredesovereenkomst voor Darfoer is in mei 2006 gesloten, en sindsdien is er geen enkele deadline in deze overeenkomst gehaald. Er wordt niet minder gevochten en de gewelddadigheden tegen de burgerbevolking gaan onverminderd voort of worden zelfs nog ernstiger. Systematisch verkrachten wordt nog steeds ingezet als oorlogswapen; de afgelopen drie maanden is het aantal verkrachtingen drastisch gestegen. De Soedanese regering blijft gekant tegen een VN-missie, die aanzienlijk meer middelen, troepen en bevoegdheden zou hebben dan de weinig effectieve vredesmissie van de Afrikaanse Unie. Dat de Afrikaanse vredesmissie is vergroot tot 11 000 politiekrachten en soldaten in West-Soedan valt toe te juichen, maar uit de aanhoudende collectieve steun van de Afrikaanse Unie voor een VN-vredesmissie blijkt ook dat dit niet meer dan overgangsmaatregelen kunnen zijn.

De Soedanese regering is blijkbaar al van plan om eigen troepen te sturen om de regio te beschermen. "Het vooruitzicht om binnenkort te worden 'beschermd' door dezelfde troepen die de mensen hebben mishandeld en uit hun huizen hebben verdreven, zorgt voor paniek onder de bevolking", zo waarschuwt Amnesty International. Hulporganisaties die actief zijn in deze regio vrezen dat zij hun activiteiten volledig moeten staken als het tot een confrontatie komt tussen de regeringstroepen en de afgescheiden rebellengroeperingen die het vredesverdrag van Abuja nog niet hebben ondertekend.

Daarom roepen wij de Soedanese regering op zich te houden aan hoofdstuk 7 van het Handvest van de Verenigde Naties en de aanwezigheid te aanvaarden van een VN-vredesmissie in Darfoer, waartoe in resolutie 1706 van de Veiligheidsraad is besloten.

Soedan staat aan de rand van een catastrofe. Alles dient in het werk te worden gesteld om een nieuwe volkenmoord op het Afrikaanse continent te voorkomen.

 
  
  

VOORZITTER: ANTONIOS TRAKATELLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, zoals twee Soedanese overlevenden mij zeiden moeten we het stilzwijgen zoals dat wordt beleefd door de slachtoffers van de genocide, doorbreken.

Het is namens deze slachtoffers van de genocide in Darfoer, die zelf geen stem hebben, dat ik vandaag een smeekbede, een kreet van wanhoop tot u richt. Ik richt mij tot u als afgevaardigde, maar ook als voorzitter van een internationale NGO die zeer nauw betrokken is bij Darfoer.

Ik behoor tot een generatie die heeft gezworen dat zich nooit meer een tweede Shoah zou voordoen. Ik herhaal "Nooit meer" en nu moeten we het er toch weer over hebben. Moeten bevolkingsgroepen eerst uitgeroeid zijn voordat we ze betreuren? Vanaf hoeveel doden gaan we ingrijpen? Is er een onderdrempel voor gedeporteerden die gehaald moet worden voordat er wordt ingegrepen? Eigenlijk geloof ik dat er slachtoffers zijn die het referentiegetal nooit zullen halen. Darfoer hoort daarbij. Kofi Annan heeft verklaard dat Darfoer de hel is. Maar het is de hel in een onvoorstelbaar kwadraat voor bevolkingsgroepen die worden gegeseld door moordzuchtige milities die betaald worden door een onwettige regering.

Gaan wij wat een misdrijf op zich is, nog verergeren met het misdrijf van de onverschilligheid? Nee! De beulen moeten weten dat wij hen niet zullen loslaten, want we kunnen niet zeggen dat we het niet wisten. We weten het, maar doen niets. Europa heeft een grote rol te vervullen. Europa moet zijn ware gewicht in de schaal leggen, meer de aanval kiezen om de stopzetting van de gewelddadigheden en de slachtingen te eisen, om de inzet van blauwhelmen te eisen ter bescherming van de burgerbevolking in Darfoer. Dat is alleen haalbaar via een diplomatieke inspanning, een uiterst krachtige internationale mobilisatie. Het leger kan voor één keer op een positieve manier tussenbeide komen door tussen de moordenaars en de slachtoffers te gaan staan. We moeten de ontbinding van de milities eisen, we moeten eisen dat de humanitaire hulp zijn weg naar de mensen kan vinden.

Laten we vaart maken, zoals een aantal collega’s vóór mij al heeft gezegd, want het gaat hier echt om de eerste genocide van de XXIe eeuw.

 
  
MPphoto
 
 

  Panagiotis Beglitis (PSE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, collega’s, de oorlog in Libanon en het conflict in het Midden-Oosten hebben helaas alle aandacht van de wereld opgeëist en stonden in het middelpunt van het internationale nieuws, waardoor de tragische ontwikkelingen in Darfoer, met de humanitaire crisis, de genocide, de etnische zuivering en de oorlogsmisdaden in de schaduw kwamen te staan.

Wij hebben weliswaar resolutie 1706 van de Veiligheidsraad van de VN, en wij vragen natuurlijk allen om de toepassing daarvan, maar, geachte collega’s, voor de volledige toepassing van resolutie 1701 inzake Libanon kwam heel de internationale gemeenschap in het geweer. Vijf cijfers verderop, bij resolutie 1706, stuiten wij, als het om de toepassing gaat, helaas op internationale onverschilligheid en internationale schijnheiligheid. Bij deze grote humanitaire crisis wordt met twee maten gemeten, en dat ondermijnt uiteindelijk onze eigen gemeenschappelijke Europese waarden en beginselen.

Ik geloof, mijnheer de commissaris, dat de Europese unie de morele, en niet alleen politieke en strategische verantwoordelijkheid heeft om initiatieven te ontplooien. Bureaucratische besluiten van de Raad volstaan niet. Op 20 oktober vindt er een topconferentie plaats: zorgt u ervoor dat de Europese Unie een initiatief neemt in de Veiligheidsraad en dat alle leden van de Veiligheidsraad een gemeenschappelijk standpunt innemen met betrekking tot de oplossing van het probleem en de toepassing van resolutie 1706. De oprechtheid gebiedt ons bovendien om te zeggen dat er ook initiatieven moeten worden ontplooid in de richting van China. China is een van de landen die verantwoordelijk zijn voor het voortduren van de impasse, van deze crisis. Eenzelfde verantwoordelijkheid komt de Arabische Liga toe. Neemt u daarom initiatieven in de richting van de Arabische Liga, de Islamitische Conferentie, China, Rusland en ook in de richting van de Verenigde Staten. De halfhartige verklaringen van de heer Bush of het Congres van de Verenigde Staten volstaan niet. En, mijnheer de Voorzitter, het acquis van het volkenrecht met betrekking tot het recht op interventie in de wereld als mensenrechten worden geschonden, moet eindelijk worden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, wij allen zijn getuige geweest van de misdaden tegen de menselijkheid die de afgelopen drie jaar op Soedanese bodem zijn begaan, misdaden als genocide, oorlogsmisdaden en etnische zuivering. Terwijl we machteloos toekijken vanuit onze ivoren torens, verzuimt de Soedanese regering de basistaak van elke staat te vervullen, namelijk de veiligheid van de bevolking van een bepaald gebied garanderen. Al wat wij doen vanuit Brussel en Straatsburg is staren naar de gebeurtenissen in Soedan, en dat terwijl de Europese Unie is voortgekomen uit een politiek en moreel protest tegen dit soort misdaden. Bij elke nieuwe uitbreiding klonk hetzelfde klaroengeschal: nooit, nooit meer zullen we deze misdaden tegen de menselijkheid laten gebeuren, nooit meer zullen we etnische zuivering toestaan, nooit meer zullen we genocide tolereren!

In de verklaringen die vertegenwoordigers van de Europese Unie vandaag hebben afgelegd, heb ik niet een zodanige mate van betrokkenheid bespeurd dat overduidelijk is dat de Europese Unie nu wèl alles doet wat in haar vermogen ligt om een eind te maken aan de wijdverbreide slachtpartijen in Soedan. Welke stappen zouden gezet moeten worden? In de komende weken zou de Unie met name effectief druk op de regering in Khartoem moeten uitoefenen om ervoor te zorgen dat zij akkoord gaat met de inzet van een VN-vredesmacht op Soedanees grondgebied. Mocht dit niet lukken, en mocht de regering in Khartoem vasthouden aan haar weigering om de aanwezigheid van een VN-vredesmacht op haar grondgebied te dulden, dan is de versterking van de logistieke en materiële ondersteuning van de missie van de Afrikaanse Unie in Soedan de eerst aangewezen weg. Mocht ook dat geen enkel soelaas bieden, dan moet wellicht de hulp van NAVO-troepen worden ingeroepen om te bewerkstelligen dat de militaire missie van de Afrikaanse Unie de vrede en veiligheid in heel Soedan kan waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Paula Lehtomäki, fungerend voorzitter van de Raad. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dit is een zeer levendig en uitstekend debat. Ik kan u verzekeren dat de Raad absoluut niet onverschillig staat tegenover de situatie in Soedan en Darfoer. Wij zijn het er allemaal over eens dat de ontwikkeling van de situatie zeer zorgwekkend is en wij moeten nu en in de toekomst al het mogelijke doen om de veiligheids- en humanitaire situatie in Darfoer te verbeteren. Wij doen voortdurend al het mogelijke of in ieder geval zeer veel. Wij onderhouden actieve diplomatieke contacten met de verschillende partijen en derde landen om zo groot mogelijke steun te verkrijgen voor de VN-resolutie en de uitvoering ervan en om de druk op de Soedanese regering te kunnen vergroten. Speciale afgezant Haavisto speelt in Soedan een belangrijke rol bij het waarborgen dat alle partijen ter plaatse zich aan dit vredesproces verbinden, want anders kan er geen duurzame vrede worden bereikt.

Het is heel belangrijk en een positief teken dat de Afrikaanse Unie met haar eigen AMIS-operatie heeft aangetoond zich nauw betrokken te voelen bij het oplossen van deze crisis. Die betrokkenheid heeft de steun van de Europese Unie en zal die behouden. De Europese Unie verleent concrete steun aan de AMIS-operatie in de vorm van logistiek, materieel, planning en gelijksoortige activiteiten. De Afrikaanse Unie heeft besloten haar vredesondersteuningsmissie (AMIS) aan te vullen met 4 000 personen, wat betekent dat er in totaal 11 000 soldaten in de regio gelegerd zullen zijn.

De makkelijkste manier om de VN-missie in de regio bij de Soedanese regering aanvaard te krijgen, is de missie samen te stellen uit Afrikaanse en Aziatische troepen. Wij moeten ook beseffen dat de buurlanden in de regio een belangrijke rol spelen bij grenskwesties en vluchtelingenproblemen.

De mensenrechtensituatie in de regio is zeer zorgwekkend, zoals in dit debat is gezegd. De Europese Unie heeft de mensenrechtenkwesties naar voren gebracht door ze op de agenda te zetten van de VN-Raad voor de rechten van de mens die deze nu behandelt. Wat de genocide betreft, en vooral het gebruik van dit woord, moeten wij beseffen dat het Internationaal Strafhof dit momenteel onderzoekt en dat de Europese Unie zijn werk steunt.

Er is niet slechts één oplossing voor Darfoer en Soedan. Het is echter zeer belangrijk dat wij alle mogelijkheden benutten om op doeltreffende, uitvoerige en gecoördineerde wijze en in goede samenwerking vooruitgang te boeken.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben het volkomen eens met de conclusies van minister Lehtomäki, die het voorzitterschap vertegenwoordigt.

Ik denk dat niemand in deze vergaderzaal twijfelt aan de rampzalige omvang van de tragedie die zich in Darfoer afspeelt en dat het zelfs geen twijfel kan lijden dat het hier in essentie om een echte genocide gaat. Het debat van vandaag raakt echter aan een politiek probleem van veel meer algemene aard dat voor dit Parlement en de instellingen van de Europese Unie van buitengewoon belang is, namelijk de rol van de Europese Unie als partij die de grondrechten buiten haar eigen grenzen bevordert en verdedigt.

Wij hebben ons al vele malen afgevraagd of de Europese Unie degene moet en kan zijn die in de wereld opkomt voor de grondrechten, allereerst op het gebied van de menselijke waardigheid, en de menselijke waardigheid wordt volledig met voeten getreden in de tragedie in Darfoer. Ik denk dat de EU die rol op zich kan en moet nemen. Willen we dat doen, dan moet echter het grote politieke debat gevoerd worden hoe Europa deze waarden buiten haar eigen grenzen kan bevorderen en verdedigen wanneer het te maken heeft met gesprekspartners als de Soedanese regering, die het fundamentalisme en de steeds hardere en steeds gruwelijkere excessen van de milities gedoogt en zelfs aanmoedigt. Welnu, velen van u hebben ronduit gezegd: “Laten we erheen gaan met soldaten en wapens, laten we artikel 7 toepassen, laten we een militaire macht sturen die met geweld een einde maakt aan deze rampzalige situatie.”

Ik ben mij er zeer wel van bewust dat dit een van de mogelijkheden is waarin de internationale verdragen voorzien, maar ik vraag mij het volgende af. Wij Europeanen hebben het er vaak over dat juist bij het bevorderen van de mensenrechten in de wereld het beginsel van toe-eigening van de eigen ontwikkeling, gewaarborgd moet worden, het zogeheten ownership-beginsel. Met andere woorden: wij mogen niet hier in Straatsburg of in Brussel voor een ander land of continent bepalen welke koers de juiste is en die koers vervolgens aan dat land of continent opleggen. We moeten samenwerken met de lokale instellingen en naar mijn mening is de eerst aangewezen partij waarmee we moeten samenwerken de Afrikaanse Unie; haar rol moet versterkt worden en we moeten ervoor zorgen dat zij concrete hulp ontvangt. Het moet niet zo zijn dat zij geconfronteerd wordt met een Europa dat zich het ene moment afzijdig houdt en het volgende moment plotseling met soldaten en wapens aan komt zetten en een rol op zich neemt waaraan juist de Afrikaanse Unie sterker invulling moet geven en die zij verder moet uitbouwen.

Dat is de eerste stap, zoals de fungerend voorzitter van de Raad zojuist al gezegd heeft, en de volgende stap op die weg zal bestaan uit logistieke hulp ter plaatse: dat is iets wat wij, de Europese Unie en haar instellingen, kunnen doen, en de Europese Commissie kan ook in economisch opzicht hulp bieden. Hoe kan gegarandeerd worden dat de humanitaire hulpgoederen ook echt hun bestemming bereiken, namelijk de bevolking die ontbering lijdt en de medewerkers van ngo’s ter plaatse die met gevaar voor eigen leven hun werk doen? Logistieke hulp ter plaatse is dus een ander terrein waarop wij als Europese Unie het verschil kunnen maken.

De derde stap, en deze wordt door sommigen echt te weinig in aanmerking genomen, is de vraag op welke manier we kunnen samenwerken met de Arabische Liga. Geachte afgevaardigden, in veel delen van de wereld worden we geconfronteerd met de gevoeligheden van islamitische of Arabische landen. In sommige gevallen zijn deze landen onze solide bondgenoten, bijvoorbeeld in de strijd tegen het terrorisme, en in andere gevallen leggen ze een zo nadrukkelijke gevoeligheid aan de dag dat het raadzaam is overeenstemming met hen te bereiken alvorens in te grijpen.

Wat is het verschil tussen Darfoer en Libanon? Het verschil is dat in Libanon een overeenkomst gesloten is en dat de soldaten daarheen gegaan zijn als vredestroepen omdat de Libanese regering en de Israëlische regering daar allebei mee akkoord zijn gegaan. De regering van Soedan, daarentegen, blijft haar toestemming weigeren. Denkt u dat het mogelijk is unilateraal in te grijpen als er geen beslissende rol voor de Arabische Liga is weggelegd? Denkt u niet dat we met een dergelijk optreden, zonder een krachtige rol voor de Arabische Liga, een uiterst negatief signaal zouden afgeven aan die enorme bevolking, die helaas de meest fundamentalistische denkbeelden koesteren, en dat we daarmee de extremisten en fundamentalisten in de kaart zouden spelen? Die zouden we zo immers nóg een argument geven dat ze in hun propaganda kunnen gebruiken.

De derde stap is dus samenwerking met de Arabische Liga. Wij moedigen de Arabische Liga momenteel aan zich te distantiëren van de regering van Soedan en zijn steun en instemming in te trekken. Dit gebeurt zoals u weet al ten dele, maar wij moeten nog meer inspanningen in die richting verrichten.

Er is nog een ander onderwerp dat iemand heeft aangesneden: wat als de regering in Khartoem geen gehoor geeft aan de oproepen van de internationale gemeenschap? Ik ben altijd van mening geweest dat militair ingrijpen een laatste redmiddel is, zelfs als ingrijpen op humanitaire gronden gerechtvaardigd is volgens artikel 7 van het Verdrag.

Er zijn enkele middenwegen die we kunnen bewandelen en ik heb in dit verband iemand de no-fly zone horen noemen: dat is een maatregel die we zouden kunnen onderzoeken, aannemen en voorstellen. U weet dat als wij de VN-Veiligheidsraad een maatregel op grond van artikel 7 zouden voorstellen, China waarschijnlijk, of we het nu leuk vinden of niet, zijn veto zou uitspreken en er dus niets zou gebeuren. Ik vraag mij dan ook af of het niet beter is te werken aan een initiatief dat het probleem dan misschien wel niet oplost, maar wel nuttig is, zoals het verhinderen dat er vliegtuigen over het gebied kunnen vliegen. Het zijn immers die vliegtuigen die de dood met zich meebrengen, waarmee bombardementen worden uitgevoerd en slachtoffers worden gemaakt. Dat is een andere concrete mogelijkheid.

Tot slot nog twee opmerkingen. Ten eerste: voorzitter Barroso en mijn collega Louis Michel gaan naar Khartoem. Zij zullen de hoogste autoriteiten van de Soedanese regering de krachtige boodschap overbrengen dat de Europese Unie van plan is stevige maatregelen te nemen in diplomatieke zin, maar ook ter plaatse hulp te bieden aan de mensen die in nood zijn. Er zal ook gewezen worden op het isolement waarin Soedan terecht zou komen als het de oren blijft sluiten voor de internationale gemeenschap, en dat isolement zou vooral desastreus zijn voor Soedan zelf. Het is niet in het belang van Khartoem geïsoleerd te zijn van de rest van de internationale gemeenschap en daarmee, dames en heren, valt het excuus weg dat president Bashir gebruikt voor zijn negatieve opstelling.

Een ander zeer belangrijk punt dat de Commissie aan de orde zal stellen, is de rol van vrouwen en kinderen. Hier in Europa hebben we het daar vaak over. We maken ons zorgen over de slachtoffers van mensenhandel en gedwongen prostitutie. We hebben zelfs een Europese routekaart voor de rechten van kinderen opgesteld. Het behoeft geen betoog dat we niet de ogen mogen sluiten voor de rechten van vrouwen en kinderen buiten Europa in een zo dramatisch geval als Darfoer.

Persoonlijk hoop ik daarom dat dit Parlement een vastberaden standpunt zal innemen met zijn maatregelen inzake Darfoer, juist om vrouwen en kinderen, die zoals altijd de meest kwetsbare slachtoffers zijn, speciale bescherming te bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Tot besluit van het debat zijn zes ontwerpresoluties ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement(1).

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag, om 12.00 uur plaats.

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 28 november 2006Juridische mededeling