Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2054(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0263/2006

Ingediende teksten :

A6-0263/2006

Debatten :

PV 27/09/2006 - 15
CRE 27/09/2006 - 15

Stemmingen :

PV 28/09/2006 - 7.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0391

Debatten
Woensdag 27 september 2006 - Straatsburg Uitgave PB

15. Het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0263/2006) van Rosa Miguélez Ramos, namens de Commissie visserij, over de toepassing van Verordening (EG) nr. 1185/2003 van de Raad betreffende het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen (2006/2054(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Rosa Miguélez Ramos (PSE), rapporteur. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, buiten mijn spreektijd om – daar deze opmerking niets te maken heeft met de onderhavige kwestie, maar veeleer met een beroep op het Reglement - zou ik het Voorzitterschap van dit Parlement een verzoek willen doen naar aanleiding van een voorval dat mij zojuist overkomen is.

Amper een kwartier geleden verliet ik even de vergaderzaal om naar de gang hierachter te gaan, en ik stond rustig te kijken naar het water van het kanaal toen ik letterlijk opzij werd geschoven door een gezelschap waarin zich – naar ik later vernam – de president van Libanon bevond. Tot zover niets nieuws, we hebben dit hier in dit Huis al zo vaak gezien. Wat mij schokte, Voorzitter Borrell, was de houding van de twee mensen, parlementaire medewerkers, die voorop liepen.

Eerst maakten ze gebaren naar me. Toen schreeuwden ze me in het Frans toe:“Ga aan de kant staan!” zeiden ze en ik weet niet of u het weet, maar die “kant” hierachter bestaat uit planken met gaatjes waarin de hakken van een damesschoen blijven vastzitten, zodat je makkelijk valt. Ik probeerde om niet naar die kant te gaan. Ik attendeerde hen erop - ik moet het wel zo zeggen – dat ik lid ben van het Parlement, maar ik kan u verzekeren dat dat weinig effect had. Ze sleurden me zowat mee naar waar ze me hebben wilden: “ogenblikkelijk aan de kant!”

Mevrouw de Voorzitter, omdat we het hebben over personeel van dit Huis, en gezien het meedogenloze tijdschema van deze avondvergaderingen, zou ik u willen verzoeken na te gaan of het misschien mogelijk is parlementsleden op een andere manier te behandelen of andere wegen te vinden om bezoekers uitgeleide te doen.

Na deze opmerking zou ik nu willen overgaan op de onderhavige kwestie, mevrouw de Voorzitter. Ik wil het dan ook hebben over de vissen van de subklasse Eslamobranchii, die in het algemeen, als gevolg van de kenmerken van hun levenscyclus, bijzonder gevoelig zijn voor overbevissing.

Het zogenaamde vinnenvan haaien, de praktijk dat de vinnen worden afgesneden en de rest van de haai wordt teruggegooid in zee, is verboden op communautaire vaartuigen, zowel in de wateren die onder de soevereiniteit van de lidstaten vallen als in internationale wateren en in wateren van derde landen. Daar deze soorten echter tot de bijvangsten behoren, heeft de Europese Unie op 26 juni 2003 een verordening aangenomen betreffende het afsnijden van haaienvinnen.

Op grond van deze verordening is het toegestaan om haaien aan boord van het vaartuig van hun vinnen te ontdoen als zo een efficiënter gebruik wordt gemaakt van alle delen en naast de vinnen ook de rest van het dier aan boord apart wordt opgeslagen. Om te controleren of de praktijk van het “vinnen” niet wordt toegepast, dient het gewicht van de vinnen overeen te komen met dat van het lichaam, en daartoe is een percentage of verhouding van het totale levende gewicht vastgesteld, een percentage dat in 2003 werd vastgesteld op 5 procent voor de vinnen als deel van het levend gewicht. Die 5 procent is vastgesteld aan de hand van de wetgeving in de VS, die betrekking heeft op een andere situatie en op soorten haaien die aan de kust voorkomen en andere verwerkingsmethoden.

In de wetenschappelijke verslagen van de ICES en de ICCAT wordt ervoor gepleit dit percentage niet toe te passen op de pelagische soorten die door de communautaire vloot gevangen worden, die veel grotere vinnen hebben dan die van haaien die aan de kust voorkomen.

Ik wil erop wijzen dat die huidige 5 procent in de van kracht zijnde verordening en de door mijn voorgestelde 6,5 procent voor een enkele soort – in dit geval de blauwe haai – in overeenstemming zijn met de meest recente wetenschappelijke verslagen. Hoe dan ook – en daarop wil ik de commissaris wijzen – dient de communautaire wetgeving zich allereerst ten doel te stellen het verbod op de praktijk van het vinnenaan te scherpen, maar – ook daarop wil ik u wijzen – als een regel doeltreffend en voor alle partijen acceptabel wil zijn, dan moeten de kenmerken van de vloten, de morfologie van de verschillende vissoorten en de omrekeningsmethoden hierin vervat zijn, met inbegrip van de gebruikte technieken voor het afsnijden van de vinnen en de gebruikte verwerkingsmethoden.

Bovendien, commissaris, gaat het hier om een zeer specifieke en goed herkenbare vorm van visserij, en door erkenning van deze punten zou de vloot van drijvende beugvissers van de Europese Unie overtredingen kunnen vermijden, want op het ogenblik zien deze vissers zich gedwongen zich van een deel van de vinnen te ontdoen om aan de norm te voldoen, omdat meer dan 80 procent van hun vangsten tot de reeds genoemde soort Prionacea ofwel de blauwe haai behoren, waarvan de verhouding zoals gezegd op 6,5 procent ligt.

Ik moet de Commissie zeggen dat het voor de Europese Unie een risico inhoudt als er geen realistische omrekeningsfactoren worden gebruikt, omdat dit leidt tot fouten in de vangstramingen, ramingen die indirect worden verkregen van de wereldmarkt voor haaienvinnen in de Aziatische landen, waarin zij voorkomen als afkomstig uit Europa. Tegelijkertijd – dit zeg ik ook aan de commissaris – zou de aanpassing van dit percentage – ik herhaal - op grond van de gegevens en de wetenschappelijke verslagen, de Gemeenschap de gelegenheid geven om meteen voorop te lopen bij de herziening die, op aanbeveling van het Wetenschappelijk Comité van de EU zelf, zal plaatsvinden binnen de ICCAT, waarna andere RVO’s waarschijnlijk zullen volgen.

Ik wijs er met klem op dat de voorgestelde verhoging op geen enkele manier een stijging van de haaienvangst inhoudt, noch een afzwakking van de maatregelen om de praktijk van het vinnen” te voorkomen.

 
  
  

VOORZITTER: JOSEP BORRELL FONTELLES
Voorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Hartelijk dank, mevrouw Miguélez. Ik heb kennis genomen van uw opmerkingen. Ik zal het hoofd van de veiligheidsdienst van het Parlement op de hoogte brengen van deze kwestie zodat hij de nodige maatregelen kan treffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank mevrouw Miguélez Ramos en de Visserijcommissie voor hun advies inzake het Commissieverslag over de werking van de verordening inzake het afsnijden van haaienvinnen. Ik ben blij met de lovende woorden van de rapporteur over de duidelijkheid en beknoptheid van het verslag van de Commissie en ook van mening is dat deze verordening aan haar doel beantwoordt. Ik kan u verzekeren dat de Commissie nauwgezet zal toezien op de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de verplichtingen van de lidstaten op het punt van controle en verslaglegging, teneinde ervoor te zorgen dat die op de juiste wijze worden uitgevoerd.

Ook in internationale fora zal de Commissie zich blijven inspannen voor het verbod op het afsnijden van haaienvinnen. Daarnaast zal de Commissie zich binnen de regionale visserijorganisaties blijven inspannen voor de invoering van maatregelen die zijn gebaseerd op wetenschappelijke informatie en andere overwegingen.

Ik wil u er ook op wijzen dat het verbod op het afsnijden van haaienvinnen niet de enige manier is om duurzame visserijpraktijken voor deze soorten te bewerkstelligen. Daarvoor is een veelomvattender pakket beheersmaatregelen nodig. Wij hebben in dat verband al enkele maatregelen getroffen. Ik wijs in het bijzonder op de speciale inspanningen om de wetenschappelijke kennis en de gegevensverzameling te verbeteren, vangst- of inspanningsbeperkingen voor bepaalde soorten, waaronder diepzeesoorten, in te stellen, drijfnetten waarmee een aantal grote pelagische haaien gevangen kunnen worden, te verbieden, en de visserijcapaciteit te controleren en te beperken.

Zoals in de ontwerpresolutie van het Parlement terecht wordt opgemerkt, heeft de Commissie talloze acties ontwikkeld om het biodiversiteitverlies tegen 2010 - en daarna - een halt toe te roepen, waaronder ook communautaire actieplannen voor haaien en zeevogels.

Mijn departement bestudeert momenteel het verzoek om halverwege 2007 met een EU-actieplan te komen. Het is nog te vroeg om een duidelijk overzicht te hebben van het uitgewerkte werkprogramma voor 2007, maar het is duidelijk dat voor een formeel, compleet en gedetailleerd actieplan een alomvattende evaluatie van de situatie en van de mogelijke maatregelen nodig is. Ook moeten alle belanghebbenden in een vroeg stadium worden geraadpleegd. Dit alles kost tijd en geld. Het gewenste tijdsbestek lijkt te ambitieus, en als wij te weinig tijd uittrekken voor voorbereiding en raadpleging, kan dat wel eens een averechts effect hebben. Ik voel er meer voor om de termijnen wat ruimer te nemen. Ik kan de geachte afgevaardigden echter verzekeren dat mijn departement zijn uiterste best zal doen om het actieplan zo snel mogelijk af te ronden.

Ik kom nu terug op de kernpunten van het verslag. Ik heb goede nota genomen van de voorgestelde verzoeken aan de Commissie om een voorstel tot wijziging van de verordening betreffende het afsnijden van haaienvinnen voor te leggen, in het bijzonder met het oog op herziening van het percentage van 5 procent voor het gewicht dat de vinnen mogen uitmaken van het levende gewicht op basis van een soortspecifieke aanpak, om de mogelijkheden voor het apart aan land brengen van vinnen en lichamen te herzien, en om binnen twee jaar opnieuw verslag uit te brengen over de werking van deze verordening.

Bij zijn besluit over deze verordening achtte de Raad het niet passend om met betrekking tot het gewichtspercentage vinnen/levend gewicht voor een soortspecifieke benadering te kiezen. Mijns inziens zijn de redenen die in dat debat werden aangevoerd nu nog steeds van toepassing. Eén percentage van 5 procent vinnen ten opzichte van het levend gewicht, dat geldt voor de totale haaienvangst van een vaartuig, is een realistische, praktisch haalbare, controleerbare, eenvoudige en evenredige manier om een toename van de praktijk van het afsnijden van haaienvinnen te voorkomen. Het Commissieverslag bevestigt dit ook.

Ik ben daarom van mening dat wij op dit moment geen wijzigingsvoorstellen moeten voorleggen. In de eerste plaats omdat de verordening nog maar kortgeleden is aangenomen en over het algemeen goed werkt. In de tweede plaats omdat de Commissie van mening is dat het onpraktisch zou zijn om het percentage vinnen ten opzichte van het levend gewicht te gaan wijzigen of een soortspecifieke benadering in de verordening haaienvinnen op te nemen zonder dat nieuwe maatregelen worden getroffen om een duurzame haaienvisserij te garanderen.

In het kader van de veel uitgebreidere operatie van de voorbereiding van een communautair actieplan voor haaien zullen uiteraard de ontwikkelingen als gevolg van de verordening haaienvinnen opnieuw worden geëvalueerd. Daarbij zal ook worden gekeken of een herziening noodzakelijk is, in het bijzonder op basis van de nationale jaarlijkse verslagen, die voor alle belangstellenden beschikbaar zullen zijn. Op dat moment kunnen wij de situatie met betrekking tot het percentage vinnen/lichaam dan ook opnieuw bekijken en al naargelang de bevindingen aanbevelingen doen.

Het Parlement moet uiteraard volledig bij een voorstel voor een actieplan worden betrokken, Dat biedt het Parlement ook weer een kans om te worden geïnformeerd over en een rol te spelen bij de ontwikkelingen op het gebied van het vinnen van haaien. De Commissie zal de situatie op de voet blijven volgen. U kunt ervan op aan dat ik altijd bereid ben actie te ondernemen en alle bewijsmateriaal te overleggen indien er nieuwe informatie beschikbaar komt die op belangrijke veranderingen in de situatie wijst. Ik hecht veel belang aan positieve ontwikkelingen op het gebied van de instandhouding van de haaien en andere aspecten van de biodiversiteit van de zee, en ik zal u te zijner tijd informeren over de vorderingen op dat gebied.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas, namens de PPE-DE-Fractie.(PT) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren, ook mijn dank gaat uit naar mevrouw Miguélez Ramos. Allereerst wil ik onderstrepen dat op het zogeheten “vinnen” sinds 2003 een EU-verordening van toepassing is die voorschrijft dat haaien niet meer uitsluitend vanwege hun vinnen mogen worden gevangen.

Dit type visvangst richt zich op één soort, net als dat voor alle andere typen visvangst geldt, wat betekent dat duurzaamheid voor deze soort net zo belangrijk is als voor alle andere. De kwestie van het aanmoedigen van meer vangsten valt daarom niet onder de doelstelling van dit verslag, maar valt onder de quotering of wellicht onder de plannen tot herstel van visbestanden op basis van de gebruikelijke wetenschappelijke rapporten.

Wij debatteren hier over het feit dat de Commissie in haar mededeling heeft erkend dat de verordening van 2003 een positieve uitwerking heeft en wordt nageleefd. Een controversiëler onderwerp in dit debat is echter het percentage dat vinnen mogen uitmaken van het totale gewicht van de haai. Volgens rapporten van de ICCAT maakt de visserijvloot van de Gemeenschap gebruik van alle delen van de vis, en dat verschilt bijvoorbeeld van de visserijvloot van de VS, die er slechts gedeeltelijk gebruik van maakt. Daarom dienen we de mogelijkheid in overweging te nemen om het percentage te wijzigen op basis van deze rapporten, die een stijging hebben aanbevolen van 5 naar 6,5 procent. Dat is van wezenlijk belang.

Als we deze kwestie negeren, halen we twee zaken door elkaar: het gebruik van alle delen van de vis en het behoud van een visbestand. Dat bestand moet zeker behouden blijven, maar dat dient op een andere manier te gebeuren. In dit debat gaat het er in wezen om dat we alle mazen kunnen dichten door ons ervan te verzekeren dat de mate waarin de vis wordt gebruikt strookt met de realiteit en wetenschappelijke rapporten. Uit het compromis tussen de drie grootste fracties blijkt dat het Parlement beseft dat we op deze manier te werk moeten gaan, in overeenstemming met de bestaande studies die zijn uitgevoerd door erkende organen, waartoe de EU behoort, en in overeenstemming met de wet, waarmee we bijdragen aan een waarlijk duurzame en gereguleerde visserij.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler, namens de PSE-Fractie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben bijzonder verheugd dat de Britse regering een van de grootste voorstanders was van Verordening (EG) nr. 1185/2003 van de Raad betreffende de weerzinwekkende praktijk van het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen. De verordening heeft tot doel het afsnijden van haaienvinnen te voorkomen, een praktijk waarbij de karkassen van haaien overboord worden gegooid nadat de waardevolle haaienvinnen zijn afgesneden. Je kunt het “snijden en dumpen” noemen. Zonder hun vinnen sterven de haaien door verstikking.

Het is bekend dat de praktijk van het haaienvinnen een bedreiging vormt voor het voortbestaan van verschillende haaiensoorten. Juist vandaag hebben Amerikaanse onderzoekers op grond van visafslagverslagen uit Hongkong berekend dat de handel in haaienvinnen jaarlijks verantwoordelijk is voor de dood van 26 tot 73 miljoen haaien. Tegen die achtergrond vind ik het ronduit verbijsterend en teleurstellend dat door dit verslag het afsnijden van haaienvinnen juist dreigt toe te nemen.

In paragraaf 5 van het verslag wordt verzocht het percentage vinnen/levend gewicht van 5 procent te verhogen tot 6,5 procent, in het bijzonder voor de blauwe haai. Paragraaf 3 van het verslag wekt ten onrechte de indruk dat de ICES en de ICCAT voor een verhoging van het percentage vinnen/levend gewicht van de blauwe haai zijn. In 2005 is een rapport naar de ICES gestuurd, maar de ICES heeft dit rapport niet behandeld en heeft ook geen advies uitgebracht. Hetzelfde geldt voor de ICCAT, waar onderzoekers de gewichtspercentages van vinnen ten opzichte van karkassen hebben geëvalueerd, maar geen verhoging daarvan hebben aanbevolen.

Amendement 1 staat als eerste op de stemlijst, en ik vraag u dat te steunen. Ik vrees dat het Europees Parlement zijn steun aan al deze amendementen wel eens zou kunnen onthouden. Dat zou een stap terug betekenen, en ik vraag de collega’s dan ook nee te zeggen tegen het “snijden en dumpen”.

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij kunnen erover twisten of een percentage vinnen ten opzichte van het lichaamsgewicht van 5 procent passend is of dat dat percentage moet worden verhoogd. Ikzelf twijfel er niet aan dat zo’n verhoging slecht is, maar de Spaanse en Portugese visserijorganisaties zullen ongetwijfeld het tegendeel beweren. Mijn voorstel is dat wij, voordat wij een besluit nemen, een onderzoek instellen op basis van het beste wetenschappelijke bewijsmateriaal. Ik hoop dat het Parlement dat voorstel zal steunen, niet alleen omdat het een compromis is tussen de beide standpunten, maar vooral ook omdat het de beste aanpak is.

Wat mij betreft is de hele verordening inzake het afsnijden van haaienvinnen altijd al te slap geweest. Zij was al veel te slap toen wij haar invoerden. De handhaving ervan is op zijn zachtst gezegd problematisch en verschilt, net op zoveel andere punten bij de visserij, van de ene lidstaat tot andere. De verordening moet in ieder geval regelmatig worden herzien. Het idee dat wij haar maar één keer hoeven te herzien en dat daarmee dan de kous af is, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, is gewoon onzin. Ik hoop dat de commissaris het idee van meer periodieke herzieningen zal steunen, zoals ik hem ook steun in zijn verzet tegen het idee om quota voor lange periodes vast te stellen.

Het werkelijke probleem hier is zoveel groter. Wij worden geconfronteerd met het vooruitzicht dat veel haaiensoorten, langzaam ademende dieren die al vele duizenden jaren langer op deze planeet leven dan de mens zelf, zullen uitsterven. Wij lopen met deze verordening het risico dat wij iets onherroepelijks doen.

Wij doden teveel haaien. Daar moet een eind aan komen. De Commissie moet met een actieplan voor het beheer van haaien komen. Wij hebben van de commissaris gehoord waarom dat tijd zal kosten, maar ik meen mij te herinneren dat ik een jaar of drie geleden samen met andere leden van dit Parlement ditzelfde verzoek heb gedaan. Ik hoop dat de commissaris dit debat zal kunnen afsluiten door ons precies te vertellen hoeveel werk er in de afgelopen drie jaar al is verzet met betrekking tot de voorbereidingen voor de publicatie van het actieplan voor het beheer van haaien. Mijn indruk is dat er helemaal niets is gedaan. Ik hoop dat de commissaris die indruk kan corrigeren.

 
  
MPphoto
 
 

  David Hammerstein Mintz, namens de Verts/ALE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik hoop dat de Commissie zal volharden in haar standpunt, ondanks de pogingen om de eisen voor het afsnijden van haaienvinnen af te zwakken. Met dit voorstel zouden de haaien wel eens nog meer bedreigd kunnen worden dan ze nu al zijn.

Volgens wetenschappelijke studies is het nog helemaal niet duidelijk in hoeverre het percentage zou moeten worden verhoogd; er is zelfs een studie van de Internationale Unie voor het behoud van de natuur die het percentage beperkt tot 2 procent. We moeten alle wetenschappelijke informatie tot onze beschikking krijgen, want dit amendement beoogt de normen te verleggen om het percentage van het gewicht van de vinnen ten opzichte van het lichaamsgewicht van de haai te verhogen, maar op die manier zou er steeds meer vangst overboord worden gegooid.

Haaien worden afgemaakt op de oceaan omwille van de gril van vele Aziaten die soep willen maken van haaienvinnen, en dat is geen goede zaak. Het is moeilijk te controleren wat er op volle zee gebeurt, en er bestaan voldoende aanwijzingen dat vele lidstaten niet toezien op de naleving van de communautaire wetgeving.

Het net nog strakker aan te trekken om een dier waarvan twee derde van de soorten in Europa al op de rode lijst staan van de Internationale Unie voor het behoud van de natuur, dat is geen goed idee.

 
  
MPphoto
 
 

  Struan Stevenson (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België hebben in 2003 heel hard gevochten voor de invoering van een verbod op het afsnijden van haaienvinnen. Zij kregen daarbij brede steun van de Raad. Spanje en Portugal lijken nu de enige lidstaten te zijn die aandringen op een wijziging van de verordening op het punt van het percentage van 5 procent van het gewicht van vinnen ten opzichte van het levende gewicht van gevangen haaien. Zij zeggen dat de huidige verordening onrealistisch is, in het bijzonder voor de blauwe haai, die voor hun vissers de belangrijkste vissoort is en die naar zij beweren zeer talrijk is in de EU-wateren. Ik denk dat vooral de sterke internationale vraag naar haaienvinnen - vooral voor de Aziatische haaienvinnensoep zoals wij zojuist hebben gehoord - in combinatie met de relatief lage prijs van haaienvlees Spanje en Portugal ertoe hebben gebracht dit ingrijpende amendement te steunen.

Zoals de heer Davies al zei, is de verhouding haaienvinnen tot levend gewicht van 5 procent in de EU-wetgeving de slapste norm ter wereld. Het voorstel in dit verslag om die verhouding te verhogen tot 6,5 procent zou domweg betekenen dat er meer haaien worden gedood. Dat zou een heel verkeerd en ongewenst signaal afgeven naar de internationale gemeenschap. Hoe hoger het percentage, des te groter de kans dat de illegale praktijk van het “vinnen” van haaien weer terugkeert. Daarom heb ik een amendement ingediend waarin ik voorstel de verhouding te verlagen tot 2 procent van het levende gewicht. Dat zou de bescherming van de haaien in de Europese wateren garanderen en versterken, en het zou in overeenstemming zijn met internationale normen.

De IUCN (Internationale Unie voor het behoud van de natuur) heeft bevestigd dat de blauwe haai in zijn bestaan wordt bedreigd en als kwetsbare soort op de rode lijst zal worden geplaatst als die lijst later dit jaar wordt geactualiseerd. In die situatie zou het toch van de gekke zijn als wij nu toestaan dat meer van deze haaien worden gedood. Wij moeten er juist naar streven een streng beleid van TAC’s en quota voor blauwe haaien in te voeren teneinde deze soort extra te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mevrouw Miguélez Ramos bedanken voor al het werk dat ze heeft gedaan ter voorbereiding van dit initiatiefverslag. Het bijbehorende Commissieverslag benadrukt nogmaals dat vinnen in de Gemeenschap verboden is. Bovendien staat in de conclusie dat de verhouding tussen het gewicht van de haaivin en het lichaam niet hoeft te worden gewijzigd. De rapporteur is het niet eens met het niveau van deze verhouding en is van mening dat het zou moeten worden verhoogd van 5 tot 6,5 procent. Dit is het belangrijkste meningsverschil met het Commissieverslag en met enkelen onder ons.

Mevrouw Miguélez Ramos voert wetenschappelijke gegevens aan die zouden pleiten voor haar verhouding van 6,5 procent. Ik zou echter met alle respect willen tegenwerpen dat andere wetenschappelijke gegevens, uit minstens even betrouwbare bronnen, het standpunt ondersteunen dat 5 procent ruim voldoende is. Bovendien staven deze gegevens de opvatting dat een verhoging van het percentage zal leiden tot een uitbreiding van de praktijken die we nu juist een halt willen toeroepen, namelijk het vinnen. Ik ben van mening dat dergelijke praktijken, gecombineerd met de volledig mislukte toepassing van de betreffende Gemeenschapsverordening, op niet zeer lange termijn onvermijdelijk een bedreiging zullen vormen voor het voortbestaan van bepaalde haaiensoorten. In dit opzicht lijkt een verhoging van 5 tot 6,5 procent op het eerste gezicht misschien weinig, maar in werkelijkheid is dit niet zo. Dit komt namelijk neer op een verhoging van 30 procent. Dit betekent met andere woorden dat 30 procent van de haaivangst mogelijk zou worden gevind.

Hoezeer we onze vissers ook willen helpen om meer winst te maken, onze eerste zorg en plicht is te vermijden dat er haaiensoorten uitsterven. Ik druk u dan ook op het hart om het amendement van de heer Davies te steunen. Dit is ingediend namens de ALDE-Fractie en heeft tot doel het percentage van 5 procent te behouden. Dit is ook wat de Commissie voorstelt en de commissaris heeft dit hier vanavond in zijn toespraak nog eens gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Carmen Fraga Estévez (PPE-DE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben verbaasd over de uitlatingen van commissaris Borg waarin hij zegt dat wetgeving die recent is, niet kan worden gewijzigd. Ik denk dat wetgeving die niet goed is, moet worden aangepast.

Dat is precies wat er staat in het rapport van 2005 van de ICCAT over de gewichtspercentages voor de haai. Volgens dat rapport is het percentage dat gehanteerd wordt voor de blauwe haai of de Prionacea glauca, fout. Sterker nog: de wetenschappers van de ICCAT pleiten ervoor dit percentage te corrigeren. En wel om twee redenen: de eerste is dat gegevens over de aanvoer op grond van een onjuiste coëfficiënt ertoe zouden kunnen leiden dat zij verkeerde ramingen maken; de tweede reden is dat de inconsistentie van de percentages een belemmering vormt voor het controleren van de vloot, want omdat de regel onmogelijk kan worden nageleefd, heeft controle geen zin.

Dat is wat blijkt uit het verslag, commissaris, dat u dit Parlement heeft toegezonden.

Commissaris, mijnheer de Voorzitter, ik zou u willen verzoeken deze wetgeving nu eindelijk aan te passen en goed te regelen, want anders loopt het vertrouwen van de branche een ernstige deuk op omdat zij met regels wordt opgescheept die onmogelijk kunnen worden nageleefd.

Verder zou ik willen dat sommige sprekers die hier hebben beweerd dat er wetenschappelijke verslagen bestaan, mij er op zijn minst één noemen dat door de internationale wetenschap ondersteund wordt en waarin weerlegd wordt wat de ICCAT op de laatste plenaire bijeenkomst van de Regionale Visserijorganisatie gezegd heeft die juist de normen voor al deze soorten geeft.

Ik pleit ervoor dat we rationeel optreden, dat de coëfficiënten worden herzien en dat er percentages worden vastgesteld waaraan de vloot zich houden kan. Ik kan u namelijk ook zeggen dat het probleem van de overbevissing niet met percentages is op te lossen. Het kan worden opgelost met quota voor haaien.

 
  
MPphoto
 
 

  Neil Parish (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik waardeer het dat de commissaris aan het begin van dit debat heeft aangegeven dat hij het niveau van 5 procent voor vinnen op dit moment in elk geval wil handhaven. Samen met de heer Stevenson ben ik van mening dat we het niveau van de verhouding niet moeten behouden, maar moeten verlagen tot 2 procent. We hebben hiertoe dan ook een amendement ingediend. Een verhoging tot 6,5 procent zou de vangst en het vinnen van haaien alleen maar verder bevorderen. Jaarlijks worden er meer dan 70 miljoen haaien gevangen en dat aantal moet echt omlaag. Een verhoging tot 6,5 procent zou waanzinnig zijn.

We willen in Europa erg graag een duurzaam visserijbeleid. Daarnaast willen we ook hoge welvaart. Door het percentage haaienvinnen dat aan wal mag worden gebracht te verhogen, neemt ook het risico toe dat er meer haaien worden gevangen en gevind. We moeten de wereld het goede voorbeeld geven. In de meeste delen van de wereld ligt het percentage vinnen dat aan wal mag worden gebracht, lager. Ik doe dan ook een beroep op de commissaris om verder te gaan en dit percentage te verlagen.

Weliswaar zijn haaienvinnen veel meer waard dan de rest van de haai, maar dit neemt niet weg dat absoluut de hele haai aan wal moet worden gebracht en moet worden gebruikt. Het is gekkenwerk om zo door te gaan, want bijna 50 procent van de 130 haaiensoorten is inmiddels bedreigd. We moeten actie ondernemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg, lid van de Commissie . - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de afgevaardigden bedanken voor hun bijdragen. Het enige probleem dat uitgebreid aan de orde is geweest, gaat over de 5 of 6,5 procent. Laat ik in dit verband zeggen dat de verhouding tussen het gewicht van de vin en het lichaamsgewicht aanzienlijk verschilt per haaiensoort. Toen de verordening werd aangenomen was er al wetenschappelijke informatie voorhanden, met name over de blauwe haai. De Raad vond een soortenspecifieke benadering echter niet wenselijk. Bovendien is het in de verordening vastgelegde maximum van 5 procent voor de verhouding tussen vin- en lichaamsgewicht zeker niet alleen voorgesteld op basis van wetenschappelijke overwegingen.

De vijfprocentsvereiste voor de verhouding tussen vin- en lichaamsgewicht is op dit moment de enige beperking voor een aantal beviste haaiensoorten, met name de blauwe haai. Deze moet niet worden gewijzigd zolang er geen andere beheersmaatregelen van kracht zijn om de visserijsterfte onder haaien te verlagen. Ik heb geen probleem met nader onderzoek, maar dit moet dan wel worden gedaan voordat er andere amendementen worden voorgesteld. Nogmaals, ik heb geen probleem met regelmatige herzieningen. Zoals ik heb gezegd, moeten we in algemene termen nadenken over een EU-actieplan voor haaien, wanneer we voldoende tijd hebben om hierover en over andere onderwerpen in verband met het behoud van haaien te discussiëren.

De heer Davies heeft gesproken over het actieplan. Hoewel de EU nog geen officieel actieplan voor haaien heeft, zijn veel acties waaruit een dergelijk plan zou bestaan al opgenomen in Gemeenschapswetgeving of in andere initiatieven onder het GVB. De EU heeft met betrekking tot haaien stevige beheersmaatregelen getroffen. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de verbeterde gegevensverzameling voor grote pelagische haaiensoorten, het vastleggen van vangstlimieten voor bepaalde haaien- en roggensoorten in de Noordzee en voor diepzeehaaien in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, het verbod op sleepnetten in kustgebieden van de Middellandse Zee en op drijfnetten waarin grote pelagische haaien verstrikt kunnen raken, het verbod op het vinnen van haaien en het vastleggen van specifieke voorwaarden voor het uitsluitend verwijderen van haaienvinnen – waar we het vandaag over hebben – en de beheersing en beperking van de vangstcapaciteit.

Het is belangrijk om op te merken dat veel van deze maatregelen van toepassing zijn op EG-schepen, los van het feit of ze actief zijn in EG-wateren. Ook op internationaal vlak zouden dergelijke maatregelen moeten worden bevorderd, met name in het kader van andere FMO’s waar we maatregelen ondersteunen voor goed beheer van visserij in open zee.

De Commissiediensten overwegen momenteel of er op zeer korte termijn een officieel actieplan voor haaien moet worden ontwikkeld. Mij lijkt dit een goed idee. Met het oog op het vele werk dat moet worden gedaan, de informatie die moet worden verzameld en de eventuele maatregelen waarover moet worden overlegd en advies moet worden ingewonnen, zou het echter niet realistisch zijn om een streefdatum vast te leggen voor een alomvattend Commissievoorstel voor een actieplan voor haaien binnen de termijn die is opgenomen in amendement 8.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Hartelijk dank. Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 28 november 2006Juridische mededeling