Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0260(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0399/2006

Debatten :

PV 12/12/2006 - 18
CRE 12/12/2006 - 18

Stemmingen :

PV 13/12/2006 - 8.8
CRE 13/12/2006 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0559

Debatten
Woensdag 13 december 2006 - Straatsburg Uitgave PB

10. Stemverklaringen
PV
  

Verslag-Sacconi (A6-0352/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Anna Hedh, Ewa Hedkvist Petersen, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij kiezen voor steun aan het ingediende compromis, aangezien dit een duidelijke verbetering inhoudt van de bestaande wetgeving inzake chemische stoffen.

Verder zijn wij van mening dat bemiddeling riskant zou zijn geweest. Volgens ons zou die uitgemond zijn in een zwakker REACH.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), schriftelijk. - (SV) Ik heb mij vandaag tijdens de stemming over de tweede lezing van REACH onthouden, omdat ik niet akkoord kan gaan met de verwatering van het standpunt van het Parlement, zoals dit in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid in oktober werd goedgekeurd, en door de Raad werd geforceerd.

Mijn kritiek op het akkoord is geconcentreerd op drie hoofdpunten, en wel als volgt:

- Het vervangingsbeginsel is niet van toepassing op alle chemische stoffen. Talrijke chemische stoffen, met inbegrip van kankerverwekkende stoffen, zullen uitgezonderd blijven van de vervangingsvereiste, mits zij ‘adequaat worden gecontroleerd’.

- Het recht op informatie is verwaterd, met dien verstande dat dit recht slaat op een kleiner aantal chemische stoffen en op hogere concentraties dan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid voor wenselijk houdt.

- Het aansprakelijkheidsbeginsel is niet opgenomen in de artikelen van de wetgevingstekst. Het is daaruit verwijderd en staat nu in de preambule. Dit is een ernstige zaak, vooral omdat er talloze chemische stoffen zijn waaraan nauwelijks of geen informatievereisten verbonden zijn.

Mijn onthouding betekent niet dat ik het laat afweten maar is eerder een uiting van mijn ontevredenheid over het standpunt van de Raad. Het is echter niet mijn bedoeling om kritiek te uiten aan het adres van de rapporteur, de heer Sacconi. Integendeel, ik wil hem oprecht gelukwensen met het prachtige werk dat hij gedurende zulke lange tijd heeft verricht voor een dermate moeilijk thema.

Met de stemming van vandaag wordt het pad geëffend voor de inwerkingtreding van REACH aan het begin van de tweede helft van 2007. Mijn werk en dat van anderen voor de verdere verbetering van deze wetgeving begint nu echter pas.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Ferreira (PSE), schriftelijk. - (FR) Door de stemming van vandaag heeft de Europese Unie zichzelf een tekst gegeven waarvan de draagwijdte zelfs niet in de buurt komt van de gewenste doelstellingen. Het was een ambitieus project: een wetgeving aannemen die de registratie en de beoordeling van chemische stoffen toelaat met een vervangingsplicht voor de gevaarlijke stoffen wanneer een minder schadelijk alternatief voorhanden is.

Dat project heeft geen weerstand kunnen bieden aan de druk van bepaalde lobby’s van de chemie-industrie, die sterke steun vonden in het Europees Parlement en liever economische vereisten inriepen dan de bescherming van het milieu en van de volksgezondheid, teneinde vooral bij de vervanging een minder dwingende wetgeving te verkrijgen. Ik betreur ook de schrapping van hormoonontregelaars uit de vervangingsprocedure en vind het jammer dat het chemische veiligheidsrapport niet verplicht is voor stoffen waarvan tussen één en tien ton geproduceerd wordt.

Het gesloten akkoord is onvoldoende, maar verwerping had het risico met zich meegebracht dat er een bemiddelingsprocedure zou worden geopend en er uiteindelijk een volledig zinloze tekst uit de bus zou zijn gekomen.

Deze wetgeving is weliswaar onvoldoende, maar bestaat, en alleen al daarom moeten we vanaf nu ons inzetten voor de nodige financiële middelen en het nodige personeel voor de toepassing van deze regelgeving, de verdere ontwikkeling ervan bevorderen en heel geleidelijk de vervanging verzekeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Wij hebben ons van stemming onthouden omdat in dit compromis, dat berust op een akkoord tussen de twee voornaamste fracties in het Europees Parlement - de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten en de sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement -, ons inziens geen rekening wordt gehouden met de legitieme rechten en de zorgpunten van de consument en het midden- en kleinbedrijf voor wat betreft de bescherming van de werknemers en het milieu.

Wij zijn van oordeel dat het broodnodige evenwicht tussen de bescherming van de gezondheid van de werknemers, de bescherming van het milieu en de industriële ontwikkeling niet ten volle is bereikt.

De beperking van het recht van informatie heeft tot gevolg dat de rechten van de consument onvoldoende gewaarborgd zijn. Ook het recht op gezondheid van de werknemers wordt met voeten getreden, aangezien zij niet in kennis worden gesteld van de schadelijke gevolgen die de gehanteerde stoffen kunnen hebben voor de menselijke gezondheid. Verder wordt onvoldoende aandacht besteed aan de zeer kleine, kleine en middelgrote ondernemingen en zelfs aan de grote bedrijven die hun wens hebben uitgesproken om gevaarlijke chemische stoffen te vervangen, aangezien zij nauwelijks kunnen rekenen op steun voor de toenemende registratiekosten.

Wij vinden het echter een goede zaak dat de bewijslast bij de industrie wordt gelegd. Daarmee wordt een van de basisdoelstellingen van REACH verwezenlijkt. Anderzijds betreuren wij dat niet alle amendementen van onze fractie zijn aangenomen. Ik denk dan met name aan het voorstel om de lidstaten die dat wensen in de gelegenheid te stellen striktere maatregelen in te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Fruteau (PSE), schriftelijk. - (FR) De tekst die vandaag ter stemming voorligt, zet een punt achter zeven lange jaren van werk en felle debatten tussen enerzijds de verdedigers van de chemische industrie, die onophoudelijk en overdreven de argumenten van het concurrentievermogen en de werkgelegenheid aanhaalden om de status quo te verdedigen en hun eigen financiële belangen te waarborgen, en anderzijds de Europese verantwoordelijken, die ijverden voor een verantwoorde regelgeving om de burgers te beschermen tegen de risico’s van gevaarlijke chemische stoffen die aanwezig zijn in op grote schaal geconsumeerde producten.

Uiteraard voldoet - zoals vaak het geval is -het resultaat niet helemaal aan onze verwachtingen: slechts 30 000 producten in plaats van de gewenste 100 000 vallen onder de regelgeving van REACH. De vooruitgang is echter opmerkelijk, met name gelet op het feit dat vandaag slechts 3 000 stoffen onderzocht zijn, of op het feit dat vanaf nu de bewijslast inzake de toxiciteit van producten bij de chemische industrie ligt, die dus moet aantonen dat haar producten niet schadelijk zijn voor de mens.

Ten slotte zal de Europese Unie dankzij de strijdvaardigheid van de socialistische rapporteur Guido Sacconi terzake beschikken over de meest dwingende wetgeving ter wereld. Om die reden heb ik deze tekst in tweede lezing uitdrukkelijk goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb het compromis van Guido Sacconi inzake REACH gesteund omdat het een grote vooruitgang betekent voor de consumenten, voor de werknemers in de sector en zelfs voor de industrie die, door zich aan te passen, wereldleider zal worden voor veiligere chemische stoffen.

REACH blijft echter wat te bureaucratisch en houdt niet altijd rekening met de belangen van de middelgrote en vooral kleine bedrijven, die de kracht zijn van Europa. We moeten erover waken dat noch de Commissie, noch het Agentschap toegeven aan een voorzorgsbeginsel waarmee elk risico en elke beslissing vermeden wordt, en dat REACH - een proces dat zich over elf jaar uitstrekt - op een intelligente wijze uitgevoerd wordt, met andere woorden, dat we de onderzoeken die uiteindelijk nutteloos zijn en de hinderlijke procedures moeten beperken.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De Junilijst ijvert ervoor dat de EU-samenwerking wordt beperkt tot de echt grensoverschrijdende vraagstukken. Daaronder vallen de interne markt en diverse milieuvraagstukken. Wij zijn ervan overtuigd dat een sterke richtlijn voor chemische stoffen op de lange termijn een concurrentievoordeel zal zijn voor de Zweedse en Europese industrie.

Daarom staan wij kritisch tegenover het verwaterde compromis van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement en de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie. Met dit compromis is het vervangingsbeginsel zo goed als afgeschaft. Er is ook geen enkele juridisch bindend aansprakelijkheidsbeginsel, waarmee duidelijk zou worden gemaakt dat de bewijslast bij de ondernemingen ligt, en niet bij de autoriteiten van de lidstaten. Evenmin is het verzoek van de lidstaten om een verdergaande wetgeving voor chemische stoffen te mogen uitvaardigen ingewilligd. Dit compromis is misschien een overwinning voor degenen in de chemische industrie die achter de tijd aanlopen, maar is een nederlaag voor de moderne en progressieve ondernemingen, voor de volksgezondheid en ons gemeenschappelijke milieu.

Om al deze redenen hebben wij tegen het compromis van de meerderheid gestemd. Wij hebben steun gegeven aan het milieuvriendelijker alternatief, dat wil zeggen aan het compromispakket van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links en de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie.

 
  
MPphoto
 
 

  Mathieu Grosch (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) REACH is een uiterst belangrijke stap voor het Europese chemiebeleid. Het overhevelen van het verantwoordelijkheidsbeginsel van de overheid naar de industrie en de producenten is een buitengewone revolutie voor de hele sector. We mogen ook het enorme kennisvoordeel dat zal voortvloeien uit het registratie-, beoordelings- en autorisatieproces, niet onderschatten. Dat kennisvoordeel zal gevolgen hebben voor de hele industrie en voor onze mogelijkheden om de mens en de natuur te beschermen.

Het is enkel heel jammer dat het vervangingsbeginsel voor “zeer gevaarlijke” chemische stoffen niet zo dwingend wordt als we gewenst hadden. Laten we hopen dat dat beginsel in de nabije toekomst herzien en goedgekeurd wordt door de twee Europese medewetgevers, en dat we er geen twintig jaar op hoeven te wachten, zoals met de huidige richtlijn het geval was.

Om die reden de volledige REACH-wetgeving afkeuren zou betekenen dat we het kind met het badwater weggooien. Dat zou op korte of op middellange termijn zeker niet leiden tot een betere wetgeving.

Ik roep het toekomstige Agentschap op om pragmatisch te blijven in zijn houding ten opzichte van bepaalde welgekende stoffen waarvan het gebruik eigenlijk geen probleem vormt, zoals bijvoorbeeld kalk.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Dit akkoord inzake REACH maakt een betere bescherming van de gezondheid en het milieu mogelijk. Onze Europese industrie zal meer blijk moeten geven van verantwoordelijkheid en tegelijkertijd competitief moeten blijven op de wereldmarkt.

De aangenomen tekst bevat enkele belangrijke verbeteringen: minder bureaucratie, minder onnodige proeven, een betere bescherming van vertrouwelijke informatie van bedrijven en invoering van een plan voor verplichte vervanging.

Deze verordening zal voor een duidelijkere wetgeving zorgen: de chemiesector is momenteel onderhevig aan een veertigtal Europese richtlijnen. Door deze verordening kunnen in de komende elf jaar meer dan 30 000 chemische stoffen worden geregistreerd door het Europees Agentschap voor chemische stoffen.

Ik vind het echter spijtig dat er geen duurzame oplossing gevonden kon worden voor het probleem betreffende de invoer vanuit derde landen. De Europese importeurs van chemische stoffen moeten die registreren volgens de REACH-procedure. Het probleem ligt echter bij de invoer van eindproducten, waarvan de stoffen enkel meegedeeld worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ambroise Guellec (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Het is erg belangrijk dat de Europese Unie beschikt over een geharmoniseerd systeem voor registratie, autorisatie en controle van chemische stoffen. Een lidstaat kan in zijn eentje geen efficiënt systeem invoeren. Dat systeem moet enerzijds de risico’s voor onze gezondheid en ons milieu beperken en anderzijds de vernieuwing van en de steun aan niet-vervuilende economische activiteiten stimuleren.

Het compromis dat vandaag werd aangenomen, biedt een antwoord op de uitdaging van een ambitieuze wetgeving die als belangrijkste streefdoel heeft de uitwerking van een efficiënt systeem ter bescherming van de mensen, zonder daarbij de economische ontwikkeling te belemmeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. - (EN) Ik heb altijd steun gegeven aan het initiatief van mijn fractie en van andere afgevaardigden. Dat bestond uit een compromis waarin het beste van het REACH-voorstel behouden zou blijven en tegelijk tegemoet zou worden gekomen aan allerlei economische belangen.

In haar huidige vorm zit de nieuwe wetgeving vol mazen en uitzonderingen en ik vrees dat die het mogelijk zullen maken om giftige chemicaliën in het productieproces te blijven gebruiken, zelfs als er veiliger alternatieven voorhanden zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik ben niet opgetogen en had liever een andere versie gezien van deze tekst, die een echt bureaucratisch gedrocht blijft, vooral voor het klein- en middenbedrijf.

Ik krijg harde kritiek van de groenen en van links, die zelfs beweren dat ik de chemische industrie verdedig ten nadele van de volksgezondheid. De chemische industrie en vooral het klein- en middenbedrijf in deze sector beschuldigen ons er echter van hun een dure en moeilijk te handhaven wetgeving op te leggen, die zou kunnen leiden tot delokalisatie van grote bedrijven naar regio’s buiten Europa en die vooral het overleven van het KMB in gevaar zou brengen.

Bepaalde chemische stoffen, waaronder enkele van de 130 stoffen die gebruikt worden bij het vervaardigen van banden, zullen in Europa niet meer gebruikt mogen worden. Het gevolg daarvan is dat ze geïntegreerd zullen worden in eindproducten die vanuit derde landen ingevoerd worden en aan alle controle ontsnappen.

Een REACH dat te perfectionistisch is, is dus even gevaarlijk als een extreem REACH, aangezien dat het risico zou inhouden dat duizenden banen in Europa verloren gingen, zonder evenwel bij te dragen tot een betere volksgezondheid.

Een voordeel van REACH is dat deze verordening veertig bestaande richtlijnen samenvoegt. Die verbetering brengt de bevordering van de gemeenschappelijke markt een stap dichterbij.

 
  
MPphoto
 
 

  Jules Maaten (ALDE), schriftelijk. - Het REACH dossier is een van de meest besproken en belobbyde dossiers in de geschiedenis van de EU. Zowel de industrie als milieuorganisaties hebben zich reeds kritisch uitgelaten over het resultaat. Toch acht ik het compromis tussen de Raad en het Parlement werkbaar en gebalanceerd. Er is bij het bereikte akkoord een goede balans gevonden tussen economische belangen en de zorg voor het milieu.

Waar mogelijk moeten schadelijke stoffen worden gebannen en hiervoor mogen best gelden ter beschikking worden gesteld door het bedrijfsleven, zolang de last op voornamelijk het midden en klein bedrijf maar niet te zwaar wordt. De richtlijn voorziet hierin door vervanging van gevaarlijke stoffen door alternatieven aan te moedigen en het MKB te ondersteunen bij de aanpassing aan de vernieuwde regelgeving. Ook de vermindering van dierproeven en de verbeterde informatie aan consumenten maken de richtlijn tot de juiste stap voorwaarts.

Als het stof eenmaal is opgetrokken, ben ik ervan overtuigd dat ook vele tegenstanders zich geleidelijk achter de richtlijn zullen scharen.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) De KMO's en hun werknemers kunnen niet met alle resultaten van het REACH-compromis tevreden zijn. Het voorstel van het EP om de testlast bij geringe hoeveelheden te verlichten, noch het concept ter verbetering van de definitie van de blootstellings- en gebruikscriteria is in aanmerking genomen. Daarmee zadelt de EU de ondernemingen op met aanzienlijke kosten en tast zij hun concurrentievermogen aan.

Ondanks deze ernstige tekortkomingen heb ik met het compromis ingestemd omdat het ook het stempel draagt van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, waarin ik rapporteur voor advies was. Mijn redenen: de nieuwe richtlijn vervangt veertig aparte regelingen en zorgt daarmee in heel Europa voor rechtszekerheid. De kennis over meer dan 30 000 stoffen is aanmerkelijk verbeterd, veiligheidsrisico's voor consumenten en werknemers in de chemie worden zoveel mogelijk beperkt. Er is afgezien van de invoering van het veiligheidsrapport voor stoffen waarvan per jaar minder dan 10 ton wordt geproduceerd. Dat scheelt bij KMO's enorm in de administratieve last en kosten. De bescherming van bedrijfsgeheimen is sterk verbeterd. Bij zeer gevaarlijke stoffen is het mogelijk een vergunning voor onbepaalde duur af te geven; knelpunten in de levering kunnen vermeden worden. Ook de verlenging van de registratietermijn voor de eerste fase naar drieëneenhalf jaar is een merkbare verlichting voor de chemische Industrie.

Of de omzetting van de richtlijn, die al in 2007 in werking treedt, een succes wordt, staat of valt met de kwaliteit van de samenwerking tussen het centrale chemicaliënagentschap, de nationale instanties en de ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini (UEN), schriftelijk. - (IT) Ik wijs met voldoening naar het succes van de trialoog, die ondanks zijn barbaarse naam een eervolle uitweg heeft weten te vinden voor de kwestie van de registratie van chemische stoffen. Daarmee wordt de gezondheid van de consumenten beschermd, maar ook rekening gehouden met de belangen van het midden- en kleinbedrijf. Ik hoopte dan ook dat het compromis dat de afgelopen week was bereikt, door onze Vergadering werd aangenomen. Nu kan er een punt worden gezet achter een dossier waaraan drie jaar lang is gewerkt en waarbij de veertig bestaande wetsteksten in één verordening zijn gebundeld. Ik dank de collega’s die akkoord zijn gegaan met enkele van de amendementen die mijn fractie had ingediend ter bescherming van het midden- en kleinbedrijf en het dierenwelzijn. Gezien de complexiteit van de regeling moet onder meer de veiligheid beoordeeld worden van ongeveer 30 000 stoffen die vóór 1981 zijn verhandeld en voor meer dan 1 ton per jaar zijn geproduceerd of ingevoerd. Een dergelijk perspectief biedt nog meer garanties voor de bescherming van de menselijke gezondheid.

Ondanks het grote aantal nieuwe voorschriften blijven er nog veel toepassingseffecten over die nader bepaald moeten worden, wil men tot een haalbare en correcte uitvoering van het REACH-systeem binnen specifieke sectoren komen. Ik denk bijvoorbeeld aan de cosmeticasector. Er zijn heel veel punten aan de orde gekomen, en daarvan getuigen de honderden amendementen die onder de loep zijn genomen, maar het behaalde resultaat lijkt me uiterst evenwichtig. Ook met het oog daarop geef ik uiting aan mijn steun voor het slotcompromis.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Na vijf jaar lijkt de Europese Unie eindelijk klaar te zijn om op dit belangrijke terrein wetgeving aan te nemen. Er is inmiddels zoveel tijd verstreken dat wij niet anders kunnen dan onze goedkeuring hechten aan een compromis, ook al kunnen wij niet met alle details akkoord gaan. Zaak is dat hier in essentie een complex maar onontbeerlijk evenwicht is gevonden tussen de bescherming van de consument en zijn belangen, de behoeften van de Europese industrie, die niet alleen werk verschaft aan duizenden Europeanen, maar tevens een beslissende rol speelt in het concurrentievermogen van onze economie, en de bescherming van het milieu. Uiteindelijk moeten wij in geval van twijfel de belangen van de consument dienen. Die heeft baat bij zowel de instandhouding van een concurrerende industrie als de bescherming van het milieu. Daarom hebben wij voor het verslag gestemd.

Tot slot nog een laatste opmerking: vijf jaar is een eeuwigheid. Soms verspillen wij tijd aan zaken die minder belangrijk en relevant zij dan deze kwestie en soms beschikken wij over onvoldoende tijd om ons toe te leggen op hetgeen werkelijk doorslaggevend is voor onze economie. Dat is mijns inziens een punt waarmee wij in de debatten over de problemen van de Europese Unie rekening moeten houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Tokia Saïfi (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb gestemd voor het op 30 november 2006 met de Raad gesloten compromis betreffende REACH. Daarbij volg ik de drie grote fracties (Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement en Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa Fractie), en hoop dat onze burgers heel snel - de inwerkingtreding is voorzien voor 1 april 2007 - een kaderwetgeving krijgen voor het gebruik van chemische stoffen in onze dagelijkse producten.

Dit compromis is echter minder ambitieus dan wat ik voor ogen had toen ik me bij de eerste lezing uitsprak voor een verplichte vervanging van “zeer gevaarlijke” chemische stoffen als er veiligere alternatieven voorhanden zijn. Dit compromis is echter het resultaat van drie jaar voorbereiding en moeilijke onderhandelingen. Het bevat een wankel, maar noodzakelijk evenwicht tussen de noodzakelijke bescherming van de gezondheid en het milieu en het concurrentievermogen van ondernemingen.

Ik hoop evenwel dat het kader dat met REACH wordt gegeven er, ondanks alles, voor kan zorgen dat de vervanging echt erkend wordt, zelfs wanneer in de praktijk heel wat toxische stoffen eraan zullen ontsnappen. Het toezicht en de controle op de tenuitvoerlegging van deze regelgeving zullen bijdragen tot een sterker REACH.

 
  
MPphoto
 
 

  Lydia Schenardi (NI), schriftelijk. - (FR) In eerste lezing hebben we tegen de REACH-verordening inzake chemische stoffen gestemd omdat we van mening waren dat de aangenomen amendementen het aangekondigde evenwicht tussen de drie doelstellingen van deze verordening niet konden respecteren: bescherming van gezondheid en milieu, concurrentievermogen en innovatie en vervanging van gevaarlijke stoffen door minder gevaarlijke of ongevaarlijke alternatieven.

Het compromis dat ons vandaag voorgesteld werd, is niet veel evenwichtiger. Het bevat inderdaad een niet te verwaarlozen vooruitgang, zoals vele sprekers tijdens het debat hebben beklemtoond, zoals: vereenvoudigde registratie, betere haalbaarheid, wat verbeteringen - maar onvoldoende - voor het KMB. Het bevat echter ook lacunes en onduidelijkheden, met name bij de verplichtingen inzake import en de nadelen die daaruit kunnen voortvloeien voor de Europese industrie, maar ook bij het vervangingsbeginsel dat enkel van toepassing is op gevaarlijke stoffen, wat weliswaar reeds een vooruitgang is maar geen garantie kan bieden voor de doeltreffendheid, zelfs wanneer technisch en economisch leefbare alternatieven voorhanden zijn.

Het ene gebrek aan evenwicht vervangen door een ander is geen oplossing van het probleem. Geen enkele van de drie oorspronkelijke doelstellingen van de richtlijn zal echt bereikt worden. Evenmin zal gezorgd worden voor een eenvoudigere wetgeving of voor verenigbaarheid met andere communautaire wetgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik ben blij met de aanneming van een verbeterd voorstel voor de aanpak van een aantal cruciale zaken die in het REACH-verslag ter sprake zijn gekomen. Iets wat veel van mijn kiezers bezighoudt, is de omgang met dierproeven en daar hoort door deze wetswijziging nu een afweging van de alternatieven aan vooraf te gaan. Daarnaast is er een evaluatie na drie jaar, waarbij de Europese Commissie kan beoordelen of wetgevingsvoorstellen op dit terrein nodig zijn om de noodzaak voor dergelijke proeven nog verder in te perken.

Een ander punt waarop de verbeterde tekst - waar ik vandaag voor gestemd heb - beter aansluit bij de meningen van duizenden burgers en belangengroepen, is de aandacht voor de cumulatieve effecten van giftige chemicaliën die in honderden huishoudelijke productenvoorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), schriftelijk. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een pakket waar zo lang en zo hard aan gewerkt moest worden, rechtvaardigt geenszins de uitbundige zelfingenomenheid die vandaag tentoongespreid is. Het alternatieve pakket dat mijn fractie voorgesteld heeft, had kunnen werken. Het beoogde de invoering van een nieuw regime, dat de consument bescherming zou bieden, maar ook recht zou doen aan de behoeften van de handel en de economie, die natuurlijk in onze plannen meegenomen moeten worden. Het vandaag aangenomen pakket brengt niet wat op het etiket staat en het is een schande dat de leden van de sociaal-democratische en conservatieve fracties ons niet geholpen hebben om een beter pakket voor te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. - Ik kan onmogelijk opgetogen zijn over het voorstel REACH dat nu door het Parlement is gejaagd. Commissie, Raad én Parlement hebben zich laten rollen door economische verblinding en gemakzucht. Voor het eerst sinds lang had de Unie de mogelijkheid om met een regelgeving voor de dag te komen waarvan alle burgers het nut zouden hebben ingezien: streng, complex, maar wél concreet en steeds met het oog op de gezondheid van al haar inwoners.

Met de halfslachtige aanpak van schadelijke chemische stoffen zijn industrie noch burger tevreden. Sommigen leiden juist daaruit af dat het een ‘goed compromis’ is. Dat is het niet. Het is als zeggen dat de halvering van de dikte van de Berlijnse muur een goede oplossing zou zijn geweest. Met gezondheid van mensen speel je niet. Er is geen tussenweg. Zelfs een beetje gezonder is nog altijd ziek.

In Vlaanderen staat het nu zo ver dat er geen enkele plaats meer is waar géén schadelijke stoffen voorkomen. Vaak weten we dat ze ongezond zijn, maar niet precies waarom. Een goed REACH zou dat hebben opgelost en zou bijvoorbeeld Vlaanderen op middellange termijn gezond maken. Wat nu gestemd is doet dat niet. Half gezonder is immers geen optie.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. - (EN) REACH - ‘Registration, Evaluation and Authorisation of Chemicals’ - is van het grootste belang voor de bescherming van de volksgezondheid. Deze wetgeving is vooral belangrijk voor de gezondheid van zuigelingen via borstvoeding. Moedermelk is de beste bron van essentiële voedingsstoffen voor een baby, maar heeft tegenwoordig te lijden onder gevaarlijke chemicaliën die via het lichaam van de moeder uit het milieu worden opgenomen. Dankzij REACH worden zulke schadelijke chemicaliën waar mogelijk door veiligere vervangen. De fabrikanten krijgen een zorgplicht voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Daar komt bij dat REACH in het geval van dierproeven zowel grotere transparantie als het zoeken naar alternatieven stimuleert. Meer dan het vandaag bezegelde compromis kon niemand verlangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (PSE), schriftelijk. - (FR) Allereerst zou ik het uitstekende werk van rapporteur Sacconi willen onderstrepen.

Ik heb besloten om voor het compromisamendement van Raad en het Parlement te stemmen, vooral omdat dat amendement zorgt voor een betere controle op bepaalde gevaarlijke producten, terwijl ook het mededingingsvermogen van de chemie-industrie versterkt wordt.

Het klopt weliswaar dat dit compromis niet perfect is, maar ik denk toch dat de situatie ingewikkelder zou zijn wanneer het niet aangenomen was. Het compromis voorziet in de verplichting om de gevaarlijkste stoffen te vervangen wanneer alternatieven bestaan, in een zorgplicht voor producenten en bevordert alternatieve methodes voor proeven met dieren.

Deze tekstversie is weliswaar een achteruitgang ten opzichte van de tekst in eerste lezing, maar wanneer de tekst verworpen was, hadden we de bemiddelingsprocedure moeten volgen, wat tot andere, minder voordelige conclusies had geleid.

Om die reden vond ik het wijzer om voor deze tekstversie te stemmen, die weliswaar niet perfect is maar toch zorgt voor vooruitgang en een grotere controle op chemische stoffen die we in het dagelijkse leven aantreffen.

 
  
  

Verslag-Sacconi (A6-0345/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti (PSE), schriftelijk. - (FR) Dit fonds is een ongekend middel: voor de eerste keer komt de Europese Unie niet enkel bedrijven of groepen te hulp, maar helpt ze ook veel gerichter werknemers die hun baan verloren hebben door delokalisatie. Het Europees Parlement had trouwens aangedrongen op uitbreiding van de steun van dat fonds tot de “kleine arbeidsmarkten” wanneer ontslagen een ernstige weerslag zouden hebben op de werkgelegenheid en de plaatselijke economie. Die mogelijkheid biedt veelbelovende perspectieven aan de meest kwetsbare zones van mijn regio en ik ben er tevreden mee.

Ik ben eveneens tevreden met het eensgezinde engagement van de Europese socialistische partij, die krachtig en volhardend de oprichting van dat instrument heeft verdedigd en verschillende amendementen heeft ingediend om de aanwending, het bedrag en het aantal begunstigden te verruimen.

Het is een eerste stap naar een socialer en meer solidair Europa. De Europese Unie kan zich echter niet tevreden stellen door doekjes op de wonde van de globalisering te leggen. De burgers verwachten vandaag van Europa dat het bijdraagt tot de zekerheid van hun werkgelegenheid en levenswijze, zoals het ook gedurende bijna vijftig jaar voor vrede en stabiliteit wist te zorgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. - (EN) De aanneming van deze wetgeving is een grote stap voorwaarts voor de bescherming van de mens en het milieu tegen gevaarlijke chemicaliën. Volgens sommigen is zij niet goed genoeg en inderdaad kan met enig recht gezegd worden dat een compromis als dit niet perfect is. Echter, een gemeenschappelijk regelwerk op zo’n belangrijk terrein is beter dan een lappendeken van perfecte, maar onderling afwijkende regelingen in een aantal landen, halve maatregelen hier en helemaal geen regels daar. En dat geldt eens te meer voor wat een gemeenschappelijke markt heet te zijn, waar gemeenschappelijke regels gelden. Het alternatief zou minder bescherming tegen een hogere prijs zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Deze nieuwe verordening inzake chemische stoffen moet leiden tot de oprichting van een systeem voor registratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffen waarmee wij dagelijks in contact komen.

Dit nieuwe voorstel zal belangrijke leemten vullen in onze kennis van de chemische stoffen die op de markt beschikbaar zijn. Tegelijkertijd zal het de Europese industrie nieuw leven inblazen en de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu in de hand werken.

Ofschoon dierproeven onvermijdelijk zijn, worden er maatregelen voorgesteld om het gebruik van dieren aan banden te leggen, met name door toepassing van het OSOR-systeem (One Substance One Registration). Doel is om onnodige duplicatie van proeven te voorkomen.

De voorgestelde benadering, die gebaseerd is op geproduceerde/geïmporteerde hoeveelheden, zal de administratieve en financiële lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen verlichten. Bij de indiening van een vervangingsplan moeten de ondernemingen die afstappen van de gevaarlijkste chemische stoffen voldoende tijd krijgen om zich aan te passen en voor te bereiden op de verandering. De intellectuele eigendom wordt thans op bevredigende wijze beschermd.

Door het vervangingsbeginsel te hanteren, al zij het via de indiening van een plan, kunnen wij op relatief korte termijn garanties bieden voor een wereld, of althans een Europa, met een beperkter aantal gevaarlijke chemische stoffen.

De Europese afgevaardigden van de Portugese Sociaal-democratische Partij onderschrijven het verslag-Sacconi...

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 163, lid 1, van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Marie Coûteaux, Patrick Louis en Philippe de Villiers (IND/DEM), schriftelijk. - (FR) De Europese afgevaardigden van de Beweging voor Frankrijk hebben geweigerd om voor het compromis in tweede lezing betreffende de ontwerprichtlijn inzake gevaarlijke stoffen, REACH genaamd, te stemmen.

Na de behandeling ervan door de verschillende Europese instellingen blijft er van de oorspronkelijke goede bedoelingen niet veel meer over.

De compromistekst waarover vanmorgen gestemd werd, krijgt een ruim onvoldoende voor de milieu- en consumentenbescherming.

Bovendien is er geen compensatie voor de nieuwe lasten die de Europese bedrijven opgelegd krijgen door gelijkaardige verplichtingen voor de import van eindproducten, met als gevolg een concurrentieverstoring die de Europese industrie in gevaar brengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. - (PT) Ik heb in tweede lezing een positieve stem uitgebracht op het verslag-Sacconi over de wijziging van Richtlijn 67/548/EEG inzake gevaarlijke stoffen (REACH) omdat ik van oordeel ben dat het gemeenschappelijk standpunt van de Raad een goed akkoord is waarbij de burgers van de Europese Unie baat hebben.

Mijns inziens hebben wij hier te maken met een uitgebalanceerd wetgevingsvoorstel waarin een evenwicht is bereikt tussen enerzijds de behartiging van de legitieme belangen van de industrie - met name die van het midden- en kleinbedrijf - en anderzijds de bescherming van het milieu en de volksgezondheid.

Met de REACH-verordening wordt vanaf juni 2007 gewaarborgd dat stoffen die uitermate gevaarlijk zijn voor het milieu en de volksgezondheid waar mogelijk vervangen worden door veilige alternatieve stoffen of technologieën.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb voor de compromisamendementen en tegen alle andere gestemd. Dat deed ik om te voorkomen dat de REACH-richtijn in de bemiddelingsprocedure zou belanden. Voor mij was het zeer de vraag of die in wetgeving zou resulteren. Voor een groot deel van de amendementen was veel te zeggen, maar ze zouden de richtlijn als geheel in gevaar gebracht hebben en daarmee zou - zoals zo vaak in de politiek het geval is -met de beste bedoelingen het goede geschaad worden.

 
  
  

Verslagen-Sacconi (A6-0352/2006 en A6-0345/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is principieel goed te overwegen om in bepaalde gevallen de vervanging van zeer zorgwekkende stoffen door minder gevaarlijke stoffen te verzekeren, indien economisch passende en technisch haalbare alternatieven beschikbaar zijn. Daarbij moet in het bijzonder gelet worden op de eventuele effecten van deze verordening op kleine en middelgrote ondernemingen en in dit verband op arbeidsplaatsen. Er kon evenwel een compromis worden bereikt dat deze gevaren afwendt en daarom kon met dit verslag worden ingestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, wat ik van belang vond in het verslag is dat aan alle mogelijkheden en alternatieven om het aantal dierproeven tot een minimum te beperken aandacht wordt geschonken.

Het lijden van proefdieren, en van zoogdieren in het bijzonder, baart veel Europese burgers zorgen. Waar mogelijk moet het gebruik van proefdieren absoluut vermeden worden.

Er lijkt een belangrijke rol weggelegd voor het Europees Centrum voor de validering van alternatieve methoden. Deze instelling zal met meer middelen voldoende gevalideerde alternatieven moeten opleveren om een einde te maken aan de langetermijndierproeven. We pleiten ook voor transparantie en duidelijkheid over de aantallen dieren en soorten proeven die door de onderzoekslaboratoria worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, het is natuurlijk moeilijk om enthousiast te doen over een tekst en over een stemming die zeer ingewikkeld is en waarover wij eigenlijk pas zullen kunnen oordelen, wanneer wij die straks op ons gemak nog eens helemaal nalezen; ik heb in elk geval de indruk dat wij erin geslaagd zijn een evenwicht te vinden tussen enerzijds het respecteren van het streven naar competiviteit van onze chemische nijverheid en anderzijds de zorg en aandacht die zo noodzakelijk is voor onze volksgezondheid. We moeten in elk geval tot onze tevredenheid vaststellen dat in de afgelopen jaren duidelijk is geworden dat onze scheikundige nijverheid zich duidelijk van haar verantwoordelijkheden bewust is en dat ze de bewijslast op zich heeft genomen en het principe van de zorgplicht heeft aanvaard.

Nog één opmerking: in het geval van substanties waarvoor geen alternatief bestaat, waarvan het gebruik volledig beheersbaar en controleerbaar is en waarvan de substitutieplicht substantieel economische schade zou veroorzaken, daar - denk ik - zou het bijzonder te betreuren zijn, als onze nijverheid zich verplicht zou moeten verplaatsen naar concurrerende regio's omwille van een overdreven regelzucht.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). - (SK) Na de discussies over deze uitgebreide en veeleisende wetgevingstekst, die in drie jaar tot stand is gekomen, verkeerden velen in dit Parlement in dubio over wat te doen met REACH. Moesten we het compromispakket, het gemeenschappelijk standpunt, steunen of het voorstel van de hand wijzen?

Niet alleen wordt het compromispakket door milieubeschermers als te zwak gekwalificeerd, maar het vormt ook een bedreiging voor de chemische industrie, met name voor het midden- en kleinbedrijf, omdat de concurrentiepositie en de werkgelegenheid in de waagschaal worden gesteld. Ik heb alle argumenten van de belanghebbenden zorgvuldig in overweging genomen en voor het compromispakket gestemd, waarop het Europees Parlement een duidelijk stempel heeft weten te drukken. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we regels nodig hebben teneinde meer kennis te krijgen over de 30 000 chemische stoffen die in de producten zitten waar we dagelijks mee in aanraking komen.

We moeten veertig verouderde normen vervangen door een enkele verordening voor chemicaliën waarin registratie, beoordeling, autorisatie en niet in de laatste plaats beperkingen geregeld zijn. Het Europese onderzoek heeft een krachtige impuls nodig teneinde te komen tot een geleidelijke en natuurlijk verlopende uitbanning van schadelijke stoffen waarvoor in deze verordening geen vervangende stof is vastgesteld. Ik ben ervan overtuigd dat deze wetgevingstekst een goede stap is op weg naar een betere levenskwaliteit voor de Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil onderstrepen dat het compromis beter had gekund, met name als het gaat om vervanging. Hiervoor konden wij helaas niet verder komen dan onduidelijke regelingen. Bij de tenuitvoerlegging zal blijken of deze regelingen in de praktijk al dan niet bruikbaar zijn. Van de lidstaten, de Europese Commissie maar ook van het chemicaliënagentschap in wording wordt verlangd dat zij praktische regelingen op dit vlak voor het bedrijfsleven scheppen. Wij van het Europees Parlement zullen erop toe moeten zien dat een en ander op passende wijze geschiedt.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb gestemd voor de richtlijn inzake gevaarlijke stoffen (REACH), maar betwijfel nog steeds in hoge mate of het compromis dat na lange en moeilijke onderhandelingen tot stand is gekomen, enerzijds bijdraagt aan een betere bescherming van volksgezondheid en milieu en anderzijds de concurrentiepositie van en de innovatie binnen de Europese chemische industrie ten goede kan komen.

Ik ben ervan overtuigd dat we geleidelijk het gebruik van onveilige chemische stoffen moeten terugdringen en deze moeten vervangen door minder schadelijke stoffen, maar we moeten ons er tevens van bewust zijn dat nieuwe restrictieve eisen een negatief effect hebben op de Europese industrie, vooral op kleine en middelgrote bedrijven. Voor deze bedrijven is aanpassing het duurst, waardoor ondersteuning in dit aanpassingsproces overwogen zou moeten worden. De regelgeving moet ook bindend zijn voor import uit derde landen en zal daarnaast aan bod moeten komen op WTO-niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Christoph Konrad (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, dames en heren, REACH is een voorbeeld van hoe het niet moet.

REACH is geen voorbeeld van betere wetgeving in de EU. Daarom heb ik niet ingestemd met het nieuwe chemicaliënrecht. Veel zal nu afhangen van het beheer van het nieuwe chemicaliënagentschap, maar het belooft in ieder geval een bureaucratische instelling te worden. De middenstand in Europa wordt de dupe van de meer dan 5 000 bladzijden met voorschriften. De EU-mantra dat de wetgeving beter en eenvoudiger moet, heeft geen vat gehad op REACH. De effecten van REACH op de consumentenbescherming zijn twijfelachtig, terwijl vaststaat dat REACH een groeiende last voor de Europese bedrijfsleven met zich meebrengt. Dat is een kernprobleem en we doen er goed aan wetgeving van dit kaliber in het vervolg achterwege te laten.

 
  
MPphoto
 
 

  Kurt Joachim Lauk (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, er is niets mis met het streven dat aan REACH ten grondslag ligt: beschermen van mensen, veilig maken van de werkplek, milieubescherming. De wijze waarop de bescherming van mens en milieu is ingericht, pakt over het geheel genomen echter slecht uit voor Europa. De regeling leidt tot het grootschalig optuigen van bureaucratie, gaat gepaard met overregulering neergelegd in duizenden bladzijden en leidt tot een duurzame verplaatsing van banen en daarmee tot afbraak van de werkgelegenheid. Ik denk niet dat wij daar hier in Europa mee moeten instemmen. Afbraak van werkgelegenheid en opbouw van bureaucratie - zie hier een Europa dat we niet willen.

Daar het onderhavige compromis 191 beter was dan het alternatief dat ter tafel lag, was het besluit uiteindelijk toch moeilijk. Tegen die achtergrond heb ik niet met dit slechte compromis ingestemd, maar ik heb het thema als geheel ook niet verworpen. Ik heb mij dus van stemming onthouden.

 
  
  

Verslag-Hennicot-Schoepges (A6-0435/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) De interculturele dialoog is nauw verbonden met de ambitie om een Europese Unie op te bouwen die de volkeren bij elkaar brengt, en vormt vandaag een belangrijke dimensie van verschillende communautaire beleidsdomeinen en instrumenten. Daarom ben ik blij met de aanneming in tweede lezing van het besluit om 2008 uit te roepen tot het Europees Jaar van de interculturele dialoog.

Als rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken in eerste lezing hoop ik dat dankzij dit Europees Jaar alle burgers, vooral jongeren, zich bewust worden van de noodzaak van een interculturele dialoog in hun dagdagelijkse leven. De beste praktijken op dat vlak moeten voor het voetlicht worden gebracht, met name als het gaat om integratie van migranten, waarbij dient te worden ingehaakt op de activiteiten die in 2007 tijdens het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen, zijn ontplooid. Op die manier moet de bevordering van de interculturele dialoog ook na 2008 duurzaam voortgezet worden binnen de Europese Unie, waartoe de aangenomen tekst ook oproept.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De Junilijst is van mening dat het hele idee van Europese jaren voor dit of dat onderwerp niet nodig is en niet door de EU-belastingbetalers zou mogen worden gesteund.

Het besluit om 10 miljoen euro te investeren in een Europees Jaar van de interculturele dialoog is uitermate laakbaar. Het is moeilijk zo niet onmogelijk te begrijpen wat dit jaar zou moeten opleveren.

Uitgaande van de zojuist tot uiting gebrachte mening stemmen wij tegen de amendementen op het verslag na in eerste lezing tegen het verslag gestemd te hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Katalin Lévai (PSE), schriftelijk. - (HU) Graag wil ik wijzen op het door het Parlement voorgestelde amendement, waarin de culturele en onderwijskundige effecten van de vernieuwde Lissabon-strategie worden benadrukt, evenals de noodzaak van voorlichting over gelijke kansen en gelijke behandeling binnen de Europese Unie.

Hierbij aansluitend breng ik graag een verschijnsel in herinnering waarin het nijpende belang van een interculturele dialoog zeer sterk naar voren komt: de situatie van migranten en dan met name die van vrouwelijke migranten.

Volgens Eurostat groeit het aantal vrouwelijke migranten gestaag. Ongeveer 54 procent van alle migranten bestaat inmiddels uit vrouwen. Het probleem wordt verergerd door het feit dat een groot gedeelte van hen werkloos is. Hun ondergeschikte positie verslechtert verder, aangezien een aanzienlijk deel van de migranten zich aan de rand van de samenleving bevindt en hun mogelijkheden om deel te nemen aan het openbare leven, de politiek en de economie uitermate beperkt zijn. Van migranten hebben vrouwen de grootste kans om slachtoffer te worden van dubbele discriminatie, zowel op grond van geslacht als etniciteit.

De meest schrijnende problemen waarmee migranten kampen, werkloosheid, uitsluiting van onderwijs en een gebrek aan rechtszekerheid, treffen voornamelijk vrouwen en kinderen. Het is tragisch dat elk jaar ongeveer 5 000 vrouwen het slachtoffer worden van lichamelijke en geestelijke mishandeling, dwanghuwelijken, genitale verminking en eredelicten.

Naar mijn mening is dit extra belangrijk aangezien de Europese Commissie 2007 heeft uitgeroepen tot Europees Jaar van gelijke kansen en 2008 tot het Jaar van de interculturele dialoog. Ik hoop dat deze programma’s ons de gelegenheid bieden ons met al deze problemen bezig te houden en ze naar vermogen op te lossen. Om die reden heb ik in Hongarije samen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een programmaserie aangekondigd die aansluit bij het Jaar van gelijke kansen.

 
  
  

Verslag-Pittella (A6-0444/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Het beperkte uitvoeringspercentage van de structuurfondsen en het Cohesiefonds is een van de redenen waarom dit ontwerp van gewijzigde begroting voor 2006 is ingediend.

Wegens het hoge aantal niet-uitgevoerde betalingen wordt voorgesteld om 2,5 biljoen euro aan betalingskredieten te schrappen in de volgende begrotingsonderdelen: 1,5 biljoen euro in het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, 500 miljoen euro in het Europees Sociaal Fonds en 500 miljoen euro in het Cohesiefonds.

Los van de redenen waarom de Commissie in dit concrete geval voorstelt te snoeien in de betalingskredieten voor het cohesiebeleid kunnen wij alleen maar vaststellen dat het hier om een algemeen gangbare praktijk gaat.

Daarom is het van essentieel belang te onderzoeken welke motieven ten grondslag liggen aan de lage uitvoeringsgraad van de begroting. Zo moet bijvoorbeeld onderzocht worden wat het effect is van de nominale criteria van het Stabiliteitspact op de overheidsinvesteringen in de lidstaten en wat de gevolgen zijn van de vermindering van de bijdragen van de lidstaten aan de communautaire begroting. Deze evaluatie mag evenwel geen voorwendsel zijn om te snoeien in de geldbedragen die jaarlijks worden uitgetrokken voor de structuurfondsen en het Cohesiefonds.

 
  
  

Verslag-Hieronymi (A6-0399/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik dank de Voorzitter die mij het woord heeft gegeven zodat ik een verklaring kan afleggen over de redenen waarom ik voor het verslag van mevrouw Hieronymi over de televisie-omroepactiviteiten heb gestemd. Ik vind dit verslag heel belangrijk en ook goed opgezet.

Door voor dit verslag te stemmen heb ik uiting gegeven aan de hoop die ik persoonlijk koester maar die ook leeft bij alle gepensioneerden in Italië en Europa: dat men in de toekomst in de televisieprogrammering meer aandacht zal besteden aan de waardigheid en aanwezigheid van ouderen bij culturele evenementen.

Het is natuurlijk heel fijn om te kunnen kijken naar jonge mensen in televisieprogramma’s. Ook ouderen vinden het prettig om zoveel aantrekkelijke jonge mannen en vrouwen te zien, maar het is ook heel belangrijk dat oudere mensen hun kwaliteiten via de televisie kunnen laten zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Anna Hedh, Ewa Hedkvist Petersen, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij hebben tegen het verslag over de ontwerprichtlijn betreffende de audiovisuele mediadiensten gestemd. In een Europa met steeds minder grenzen is een gemeenschappelijke EU-wetgeving voor televisie-uitzendingen en andere audiovisuele media absoluut noodzakelijk. Wij zijn echter van mening dat een dergelijke richtlijn een hoog niveau van bescherming moet bieden aan de consumenten, met name als het gaat om voor kinderen bestemde reclame of reclame voor alcoholhoudende dranken.

Verder moet het ontvangende land de mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen op de inhoud van de programma’s die specifiek voor dat land bedoeld zijn. De uitslag van de stemming betekent veel te veel liberalisatie van de reclamevoorschriften. Daar komt nog bij dat het Zweeds verbod op voor kinderen bestemde reclame en op reclame voor alcohol wordt ondermijnd, en dat is onaanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Christopher Beazley (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) De Britse conservatieven in de PPE-DE-Fractie steunen het verslag-Hieronymi (COM(2005)0646 - C6-0443/2005 - 2005/0260(COD)) vooral omdat het zich uitspreekt voor co- and zelfregulering en een 30-minuten-regel voor reclameblokken.

Andere belangrijke aspecten, zoals het beginsel van het land van oorsprong, sluikreclame en korte nieuwsfragmenten, zijn substantieel gewijzigd door de rapporteur sinds de publicatie van de oorspronkelijke tekst door de Commissie.

Verder wil ik hier onze lof uitspreken voor de ijver van Ruth Hieronymi, die tal van hoorzittingen heeft bezocht, waaronder ook die waarop de gerechtvaardigde legislatieve en commerciële verlangens van het Verenigd Koninkrijk ter sprake zijn gebracht, en die een uitgebalanceerd, bruikbaar en blijvend stuk werk heeft afgeleverd, waarin tal van verbeteringsvoorstellen van collega’s zijn opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dorette Corbey (PSE), schriftelijk. - Anders dan de overige Nederlandse leden van de PSE-Fractie ben ik vóór de amendementen 170, 156 en 177. Deze amendementen beogen reclame voor ongezond voedsel gericht op kinderen te beperken. Daarvoor heb ik de volgende argumenten:

1. Binnen de EU zijn 1 op de 4 kinderen te dik. De oorzaak is een combinatie van verkeerde voeding en te weinig beweging. Te dikke kinderen maken een slechte start, zowel voor hun sociale als hun lichamelijke ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat reclames een grote invloed hebben op het consumptie- en koopgedrag.

2. Er is brede maatschappelijke steun voor de beperking van reclame voor ongezond voedsel. Het Voedingscentrum, de Hartstichting en de Consumentbond pleiten allemaal voor een verbod op televisiereclame voor ongezond voedsel gericht op jonge kinderen; uit enquêtes (Voedingscentrum) en peilingen (het AD - zaterdag 2 december) blijkt dat bijna de helft van de ouders voor een beperking of een verbod op agressieve reclame is.

3. Uiteraard is de vraag of er een wettelijk verbod moet komen dan wel zelfregulering. Mijn voorkeur gaat uit naar zelfregulering, tenzij blijkt dat gedragscodes niet effectief zijn. Bovendien is het de vraag of een beperking of een verbod nationaal of Europees geregeld moet worden. In ieder geval pleit ik voor het recht dit op nationaal niveau te doen. We moeten met deze televisierichtlijn niet in de situatie terechtkomen dat lidstaten hierover geen zeggenschap meer hebben.

De televisierichtlijn ligt in eerste lezing voor. Het is in deze fase nog geen definitieve wetstekst. Daarom is het beter om in deze fase de amendementen te steunen die de goede richting opgaan en die ook de meeste kans bieden om voor Nederland het recht te behouden reclameboodschappen te beperken. Een politieke uitspraak die de gezondheid van kinderen boven de commerciële belangen van de voedingsindustrie stelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Doel is zogezegd om de bestaande richtlijn aan te passen aan de recente ontwikkelingen in de televisiewereld, maar in werkelijkheid wil men alleen maar waarborgen dat de particuliere televisiemaatschappijen winst blijven maken. Uit studies is gebleken dat de mensen minder naar reclamespots kijken. Zij geven er de voorkeur aan van zender te veranderen. Daarom wordt de reclame op de verschillende televisiekanalen steeds vaker op hetzelfde tijdstip uitgezonden. De inkomsten uit reclame dalen omdat de tv-zenders aan de reclameverkopers geen groot kijkerspubliek kunnen garanderen en in de televisiewereld draait alles om kijkcijfers.

Gevolg hiervan is dat de reclame op zodanige wijze moet worden aangepast dat er toch winst kan worden gemaakt, bijvoorbeeld door sluikreclame, split screen, promoties, virtuele en interactieve reclame. Hetzelfde geldt voor de programmatijd die aan reclame mag worden besteed. Er waren ook tal van voorstellen ingediend over reclame voor calorierijke voedingsproducten en drankjes tijdens kinderprogramma’s.

Aangezien de aangenomen standpunten de burgers niet ten goede komen en onvoldoende bescherming bieden aan de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, hebben wij tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De Junilijst verwerpt het voorstel van de Commissie. De Raad heeft dit in november behandeld, dus nog voor de eerste lezing van het Europees Parlement die nu in december heeft plaatsgevonden. Er was een compromis afgesproken maar dit werd door zeven landen, waaronder Zweden, niet gesteund.

Zweden - en de Junilijst - zetten vraagtekens bij wat bekend staat als het oorsprongslandbeginsel, op grond waarvan een televisiemaatschappij de wetgeving moet eerbiedigen van het land van waaruit zij uitzendt. Daarbij doet het er niet toe naar welke de landen die programma’s worden uitgezonden. Daardoor ontstaan echter problemen, bijvoorbeeld wanneer TV 3 en Kanaal 5 uitzenden vanuit het Verenigd Koninkrijk, waar zij vallen onder de Britse wetgeving, en niet de Zweedse wetgeving. Zweden heeft in de Raad gevochten voor het recht van het ontvangende land om maatregelen te nemen tegen televisiemaatschappijen die opzettelijk van een ander EU-land uitzenden om zich aan de nationale regels te kunnen onttrekken.

De Commissie cultuur en onderwijs heeft een amendement ingediend dat gaat over de gevallen waarin een audiovisuele dienstverlener zich vestigt in de lidstaat die jurisdictie heeft, ‘teneinde strengere regels ter plekke’, die door de richtlijn worden gecoördineerd, te kunnen omzeilen. Wij hadden echter graag gezien dat het debat over dit onderwerp was voortgezet en er een krachtigere formulering was bereikt.

Zweden en de Junilijst zijn van mening dat zowel voor kinderen bestemde reclame als reclame voor alcohol geheel verboden zou moeten worden.

Wij hebben in de mate van het mogelijke zo gestemd dat de richtlijn overeenkomstig bovenstaande richtsnoeren zou worden verbeterd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. - (EN) Bij de definitieve stemming over de televisie-omroepactiviteiten heb ik tegen gestemd, omdat ik denk dat dit verslag ertoe zal leiden dat programma’s bedolven raken onder reclame.

Ik betreur het dat het Parlement de pogingen heeft afgewezen om reclame voor junk food tijdens kinderprogramma’s te verbieden.

De stemuitslag van vandaag zal stellig leiden tot een kwaliteitsvermindering van de tv-programma’s in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor de richtlijn over audiovisuele diensten gestemd zoals deze is gewijzigd met de amendementen uit het compromis van de rapporteur, omdat deze amendementen de richtlijn uitvoerbaar en redelijk maken.

Het beginsel van het land van oorsprong, dat is opgenomen in deze richtlijn, is van wezenlijk belang. Op die manier kunnen televisiezenders hun zetel hebben in bepaalde een lidstaat en van daaruit hun programma’s naar alle lidstaten van de Europese Unie uitzenden.

Bovendien vind ik het compromis over sluikreclame uitvoerbaar, aangezien het onafhankelijke Europese producenten een inkomen waarborgt terwijl het de consumenten beschermt tegen een overdaad en niet raakt aan uitzendingen voor kinderen.

Wat reclameonderbrekingen betreft heb ik voor een spreiding van dertig minuten gestemd, aangezien dat realistisch is met het oog op de gemiddelde duur van televisie-uitzendingen in Europa. Een dergelijke spreiding waarborgt private zenders een gepast inkomen, waardoor ze de productie van programma’s kunnen blijven financieren. Om dezelfde redenen ben ik voorstander van de goedkeuring van afzonderlijke spots. Een strengere beperking van reclame, zoals de linkervleugel in dit Parlement voorgesteld heeft, zou nefaste gevolgen hebben voor de Europese televisieproducties en zou voor de private zenders een aanzienlijk inkomensverlies betekenen, naar schatting zo’n 200 miljoen euro per jaar.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd en voor de amendementen die de lidstaten maatregelen toestaan om minderjarigen te beschermen en om uitzendtijden voor alcoholreclames en de reclame voor ongezonde voeding in te perken. Ik heb ook voor een amendement gestemd dat een lidstaat toestaat om stappen te ondernemen tegen een omroeporganisatie die alleen een buitenlandse vestiging opent om de nationale wetgeving te omzeilen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinnes (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Ik heb tegen amendement 226, dat handelt over een gedragscode voor tot kinderen gerichte voedingsmiddelenreclame gestemd, aangezien de bewoordingen van het amendement mij niet krachtig genoeg lijken om de lidstaten ertoe aan te zetten het nijpende probleem van toenemend overgewicht onder kinderen aan te pakken.

Amendement 170 heb ik gesteund om duidelijk te maken dat de verkoop van ongezonde voedingsmiddelen aan kinderen aan banden gelegd moet worden.

Wat amendement 169 betreft, dat gaat over alcohol, heb ik steun gegeven aan de oproep om het uitzenden van alcoholreclames voor 21.00 uur te verbieden, ondanks het feit dat we in Ierland al een vergaande zelfreguleringscode hebben. In maart 2007 zal het eerste jaar dat deze code van kracht is, geëvalueerd worden. Dat kan ons helpen bij het nemen van beslissingen met betrekking tot de effectiviteit die dergelijke gedragscodes al dan niet hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Het Parlement is niet in de verleiding gekomen om alles tot in het kleinste detail te reglementeren en alles te willen dirigeren en controleren. Daarom juist is het erin geslaagd een positieve bijdrage te leveren aan dit voorstel voor een richtlijn. In de zoektocht naar evenwicht en compromisvorming zijn bepaalde relevante aspecten achterwege gebleven of minder goed geregeld, maar dat is nu eenmaal onvermijdelijk. Ik ben van oordeel dat wij voor wat betreft de niet-lineaire diensten verder zijn gegaan dan in de huidige omstandigheden nodig is, met name gelet op de kennis en ervaring die thans beschikbaar zijn. Ondanks de buitensporige reguleringsdrift van sommigen leden van dit Parlement zijn er al met al evenwichtige oplossingen uit de bus gekomen. Met betrekking tot de radio-omroepactiviteiten neemt de macht van de consument gestaag toe. Dat is een goede zaak waarmee meer rekening zou moeten worden gehouden. Wij moeten waarborgen dat de consument terdege wordt ingelicht en dienovereenkomstig kan handelen.

Ik ben dan ook van oordeel dat de belangen van zowel de consument als de industrie op bevredigende wijze behartigd worden. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. - (FR) Ik heb gestemd voor het uitstekende verslag van mevrouw Hieronymi over de herziening van de Europese richtlijn “Televisie zonder grenzen” om er de razendsnelle technologische vernieuwingen in op te nemen.

Ik ben tevreden aangezien de richtlijn het plafond behoudt met betrekking tot de productiequota’s van Europese werken en de minderjarigen blijft beschermen tegen wangebruik. Bevordering van de culturele diversiteit en de Europese waarden van verdraagzaamheid, betekent ook dat we een dam moeten opwerpen tegen de aanzetting tot haat, op welke wijze dat ook geschiedt: via satelliettelevisie of internet. Daarom heb ik ingestemd met de amendementen aangaande de uitbreiding van “filtering” tot niet-lineaire diensten. Dat is de beste manier om te vermijden dat er morgen uitzendingen, die het terrorisme lof toezwaaien, uitgezonden kunnen worden op Europees grondgebied!

Tenslotte juich ik de stemming toe waarin het Europees Parlement zich uiterst modern heeft getoond en waaruit blijkt hoezeer reclame bijdraagt aan de verwezenlijking van onafhankelijke werken van hoge kwaliteit en aan een vermakelijke televisie die voldoet aan de verwachtingen van de burgers. Bovendien wijs ik u erop dat de commerciële omroepen de toon aangeven: meer dan dertig procent van hun programma-aanvragen gaat naar onafhankelijke producenten en daarmee voldoen ze niet enkel ruimschoots aan de quota van tien procent die de richtlijn oplegt, maar geven ze vooral twee keer zoveel uit als hun concurrenten van de publieke omroepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. - (EN) Deze richtlijn komt deels voort uit zorgen om tv-reclames voor alcoholische en tabaksproducten. Dan is het wel vreemd dat sluikreclame voor dergelijke producten in de stemming van vandaag verschillend behandeld is. Ik heb gestemd voor het weren van tabaksreclame op tv en voor een beperking van de alcoholreclame. En dan wordt tabak verboden, maar haalt alcohol niet voldoende stemmen. Gezien het leed dat alcohol in vele gezinnen overal in de EU aanricht, alsmede de gezondheidsproblemen die ermee samenhangen, vind ik deze uitkomst onbevredigend. Vooral jongeren mogen we niet laten aanzetten tot drinken.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. - De ontwikkelingen in de audiovisuele sector zijn gigantisch. In die zin is het een goede zaak dat de "Televisie zonder grenzen"-richtlijn herzien wordt. Het onderscheid tussen lineaire (traditionele TV, internet, mobiele telefonie) en niet-lineaire diensten (on demand)) noopt ons tot het formuleren van basisbeschermingsregels voor de jeugd tegen het aanzetten tot rassenhaat of ter voorkoming van sluikreclame. De goedgekeurde tekst heeft goede en slechte elementen. De goede bestaan onder meer uit een regeling voor het overnemen van korte fragmenten van voetbalwedstrijden of andere evenementen. Ook het voorstel van de minimumtijdsspanne waarin programma's door reclame mogen worden onderbroken (45 minuten) is te verdedigen.

De Europese Groenen betreuren dat het voorstel om reclameonderbrekingen tot maximaal drie per uur te beperken het niet haalde. En er hangt een waas van onduidelijkheid over productplacement. We laten het aan de lidstaten om hierover te beslissen. De lijn tussen 'product placement' en 'production aid' is erg dun, wat voor twijfel en redetwist zal zorgen. De Groenen betreuren verder dat het voorstel ter beteugeling van reclame voor ongezonde voeding tijdens kinderprogramma's fel is afgezwakt. Jammer ook dat de verwijzing naar pluralisme en het voorkomen van mediaconcentratie enkel in de overwegingen is opgenomen en niet in de artikelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. - (EN) De gezondheid van de kinderen in Europa dient een van onze voornaamste zorgen te zijn. Zo bezien ondermijnt de verkoop van suiker-, vet- en zoutrijke voedingsmiddelen de pogingen om overgewicht onder kinderen te bestrijden, een aandoening waar een op de vijf kinderen in de Europese Unie aan lijdt. Verkoopbevordering van deze producten maakt het ouders steeds lastiger om hun kinderen gezonde eetgewoonten bij te brengen. Daarom is een inperking van de afzetmogelijkheden een absolute noodzaak om dit probleem onder controle te krijgen.

Daarnaast was er bijval voor de roep van de Wereldgezondheidsorganisatie om met strikte wetgeving op dit vlak te komen. Deze bijval kwam in november van de Europese ministers en vorige week van de parlementaire Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. Als wetgever moeten wij alles in het werk stellen om de gezondheid van kinderen te beschermen en reclame voor dit soort ongezonde producten onder kinderen uit te bannen.

Daarnaast sta ik volledig achter het amendement dat alcoholreclame beperkt zou hebben en alleen na negen uur ’s avonds zou hebben toegestaan.

Het is dan ook een zware teleurstelling om te moeten vaststellen dat ons besluit van vandaag niet ver genoeg gaat in de bescherming van de gezondheid van kinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (PSE), schriftelijk. - (FR) Ik heb besloten om voor het geamendeerde verslag van mevrouw Hieronymi te stemmen omdat het op verschillende vlakken een vooruitgang betekent voor de televisiesector.

Ik ben onder andere tevreden met de goedkeuring van amendement 227, dat sluikreclame verbiedt in televisiejournaals, politieke informatieprogramma’s, kinderprogramma’s, documentaires en adviesprogramma’s en onder strikte voorwaarden toelaat in cinematografische werken, in films, televisieseries en sportuitzendingen.

Toch heb ik twee belangrijke punten van kritiek aangaande dit verslag. Ik vind het jammer dat het Parlement met één stem verschil heeft gestemd voor reclameonderbrekingen om de 30 minuten, in plaats van om de 45 minuten, zoals goedgekeurd in de Commissie cultuur en onderwijs, tijdens de uitzending van televisiefilms, cinematografische werken, kinderprogramma’s en televisiejournaals.

Bovendien betreur ik de stemming over amendement 221 inzake afwijkingen van het oorsprongslandbeginsel, waardoor lidstaten meer gedetailleerde of striktere regels kunnen toepassen. Dat amendement brengt de culturele diversiteit in gevaar, een principe dat het Europees Parlement moet beschermen.

 
  
  

Verslag-Bachelot-Narquin (A6-0385/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de globalisering waarover wij hier spreken, is een feit, of we dat nu willen of niet. En die globalisering gaat gepaard met openstelling van markten, internationale concurrentie, economische dynamiek, het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen maar helaas ook het verlies van arbeidsplaatsen in sectoren met minder concurrentievermogen.

De globalisering moet als een kans worden beschouwd en de werknemers die er de nadelige consequenties van ondervinden, verdienen ondersteuning. In dat licht bezien is de oprichting van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering een uitstekende stap. De ÖVP-delegatie heeft met het oog op de structuur en de omvang van de Oostenrijkse ondernemingen verzocht om een wijziging die ertoe strekt dat er reeds bij vijfhonderd in plaats van duizend ontslagen een beroep op het fonds en de middelen hieruit kan worden gedaan.

Alle overige maatregelen, variërend van microkredieten tot opleidingen, zijn positief beoordeeld en daarom wordt het verslag in zijn geheel ondersteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik dank de Voorzitter die mij voor de tweede keer het woord geeft, ditmaal om te spreken over dit belangrijke verslag van mevrouw Roseline Bachelot, die terecht probeert ons, Europese burgers, te beschermen tegen de problemen van de globalisering.

Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik hoop dat men bij globalisering niet alleen denkt aan economische en financiële hulp, maar ook aan culturele bijstand. Volgens mij is het van belang dat wij allen beseffen dat die globalisering ook neerkomt op één wereld. Dus zeg ik tegen de ouderen dat zij niet alleen moeten weten dat zij in een nationale staat wonen, maar ze moeten ook beseffen dat zij in de wereld leven: en in de wereld hebben alle ouderen, maar ook alle jongeren, behoefte aan iets.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. - (SV) De toegenomen concurrentie tussen bedrijven en de toegenomen kansen voor nieuwe, goedkopere en betere producten voor de consumenten, die het gevolg zijn van de globalisering, brengen nieuwe vereisten met zich mee met betrekking tot soepelheid, mentaliteit en aanpasbaarheid.

Door te proberen beter, efficiënter en sneller te zijn zullen wij aan de nieuwe vereisten en kansen van de globalisering kunnen beantwoorden. Het pas opgezette Fonds voor de globalisering zal het tegenovergestelde effect sorteren. Het zal een rem zetten op regeneratie en aanpassing uitstellen, zonder dat profijt wordt getrokken trekken van de door de globalisering geboden kansen.

 
  
MPphoto
 
 

  Emanuel Jardim Fernandes (PSE), schriftelijk. - (PT) Het lijdt geen twijfel dat het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) een nuttig financieel instrument zal zijn om op Europees niveau het hoofd te bieden aan het verlies van arbeidsplaatsen dat veroorzaakt wordt door de opening van de markten en de toenemende internationale concurrentiedruk. De golf van ontslagen is een van de belangrijkste negatieve gevolgen van de (economische) globalisering die anderzijds tal van erkende voordelen heeft.

Het stelt mij evenwel zeer teleur dat de oprichting van het EFG, overeenkomstig de bepalingen van het Commissievoorstel, slechts bedoeld is om de Gemeenschap in staat te stellen steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte, grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Uit dit standpunt blijkt een verkeerde interpretatie van het verschijnsel van globalisering. Er wordt immers geen rekening gehouden met het feit dat, behalve de liberalisering van de wereldhandel, ook andere drijvende krachten achter de globalisering, met name het vrije kapitaalverkeer en de deregulering van de markt, ten grondslag kunnen liggen aan het verlies van arbeidsplaatsen dat aan de globalisering wordt toegekend. Daarom heb ik in dit verband enkele amendementen op het voorstel ingediend in het kader van het advies van de Commissie regionale ontwikkeling waarvoor mevrouw Madeira verantwoordelijk is.

Ofschoon de essentie van het EFG intact blijft, worden in het verslag dat wij hier vandaag bespreken tal van amendementen aangedragen die het Commissievoorstel aanzienlijk verbeteren, vervolledigen en verduidelijken. Daarom heb ik voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Helaas is geen rekening gehouden met de amendementen die wij hebben ingediend ter verbetering van de selectiecriteria, met name in verband met de mogelijkheid tot het ontvangen van steun bij verplaatsing van bedrijven naar landen buiten de Europese Unie. Dit criterium kan een gevoel van onrechtvaardigheid teweegbrengen onder de werknemers die ontslagen zijn ten gevolge van verplaatsing of herstructurering van bedrijven binnen de Europese Unie.

Uit de verwerping van onze amendementen blijkt des te duidelijker dat de Europese Unie dit fonds opricht om werknemers de indruk te geven dat zij zich inzet om de negatieve gevolgen van de globalisering te bestrijden, terwijl het in feite slechts gaat om een symbolische maatregel waarmee geen oplossingen worden aangereikt. Daarvoor is de begroting te beperkt en zijn de selectiecriteria te strikt.

De Europese Commissie schat dat 35 000 à 50 000 werknemers steun uit het fonds zullen ontvangen, maar alleen al tot 2005 bedroeg het aantal werknemers dat zonder baan kwam te zitten ten gevolge van herstructureringsmaatregelen meer dan 570 000. Het ging daarbij overwegend om ontslagen ten gevolge van herstructureringen binnen de Europese Unie, een omstandigheid die niet voor steun uit het fonds in aanmerking komt.

Daarom hebben wij ons in de eindfase van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. - (FR) Ik ben op zoek naar een woord om het verslag van mevrouw Bachelot-Narquin over het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering te beschrijven.

Demagogisch? Ja, want onder de verleidelijke titel die doet geloven dat Brussel de economische en sociale slachtoffers van de wilde globalisering te hulp snelt, bevindt zich een ontnuchterende realiteit: de criteria en de toewijzingsvoorwaarden van dat Fonds wekken de vrees dat het noch naar de werknemers gaat, noch naar de werkgelegenheidsgebieden die er behoefte aan hebben. Het kan zelfs bedrijven ertoe aanzetten op zoek te gaan naar strategieën voor omzeiling of naar buitenkansjes.

Overtollig? Vast en zeker, gezien het Europees Sociaal Fonds.

Cynisch? Absoluut, aangezien de Commissie doet alsof ze een bijdrage levert om de gevolgen van haar eigen mondiaal economisch en handelsbeleid te verbloemen. Het zou minder kosten wanneer ze dat in vraag zou stellen, met alle voordelen van dien voor de Europese bedrijven en werknemers.

Maar niet nutteloos voor iedereen, en vooral heel nuttig voor de promotie van Brussel. Artikel 9 van het besluit - dat nog is versterkt met amendement 38 van mevrouw Bachelot - voorziet namelijk dat de lidstaten duidelijk moeten laten weten dat de Commissie betaalt. Alsof dat geld niet uit de begroting van de lidstaten komt, dus uit de zakken van de Europeanen zelf!

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij staan uitermate kritisch tegenover de redenering die ten grondslag ligt aan de oprichting van een fonds voor de globalisering. Om te beginnen is het voorstel gestoeld op het idee dat globalisering als dusdanig een probleem is. Ons inziens is de globalisering veeleer een kans, vooral voor de arme ontwikkelingslanden, op voorwaarde dat belangrijke economische actoren, zoals de EU en de VS, hun protectionistische standpunten inzake het handelsbeleid in de Wereldhandelsorganisatie herzien.

De lidstaten van de EU kunnen nationale maatregelen uitvoeren om de sectoren te ondersteunen die volgens hen financiële steun nodig hebben. Een speciaal EU-fonds leidt gegarandeerd tot willekeur, inefficiëntie, bureaucratie en ongerechtvaardigde uitgaven. Hoe kan de Commissie nu op relevante wijze besluiten of de globalisering al dan niet een negatief effect heeft op een bepaalde sector? Wij hebben om bovengenoemde redenen tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ambroise Guellec (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Dit Europees Fonds van maximaal 500 miljoen euro per jaar is bedoeld om de schokken van de globalisering op te vangen voor de werknemers die getroffen worden door herstructureringen.

Het is geen nieuwe steun aan bedrijven, maar een bijkomende hulp om de herintegratie op de arbeidsmarkt van ontslagen werknemers ten gevolge van veranderingen van de wereldhandel te ondersteunen.

Het fonds geeft steun onder drie voorwaarden: minstens 1 000 ontslagen, die ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de plaatselijke economie en verbonden zijn aan een verstoring van de wereldhandel. Het Fonds kan dus niet aangewend worden in geval van “belangrijke wijzigingen in de structuur van de wereldhandel die leiden tot een ernstige economische verstoring”, zoals een sterke stijging van de import, een progressieve achteruitgang van het Europese marktaandeel in een sector, of delokalisatie naar een derde land.

Ik ben tevreden met de goedkeuring van het Fonds voor aanpassing aan de globalisering, dat een antwoord zal geven op de bekommernissen van burgers betreffende de negatieve gevolgen van de globalisering, en dat zal bijdragen tot een betere economische en sociale cohesie binnen de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. - (FR) In tegenstelling tot de rapporteur ben ik niet van mening dat de globalisering een kans is voor Frankrijk en Europa. De financiële voordelen voor de multinationals zijn een ding, maar de economische en sociale voordelen met betrekking tot werkgelegenheid en verdediging van het Europees bedrijfsleven zijn iets anders.

De oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is zogenaamd bedoeld om de gevolgen van delokalisering op te vangen, maar zal slechts leiden tot een bureaucratisch en bovendien demagogisch instrument. Als de Europees gezinde krachten efficiënter en minder met zichzelf in tegenspraak hadden willen zijn, hadden zij eerder moeten nadenken over een verbetering en versterking van het Europees Sociaal Fonds.

Ik ben van mening dat enkel met de toepassing van de nationale en communautaire preferentie en bescherming onze werkgelegenheid kan worden gered. Daarbij moeten de regels van de wereldhandel worden herzien in de richting van meer billijkheid.

Dit fonds voor aanpassing is trouwens onaanvaardbaar, met name omdat men daarmee het nationaal optreden op de helling wil zetten. Men is namelijk van mening dat de inspanningen op solidariteitsgebied alleen mogen worden gedaan op het niveau van de Europese Unie en niet meer op nationaal of regionaal niveau.

Dergelijke economische pijnstillers zullen het sociale leed van onze volkeren niet kunnen lenigen. De dag nadert waarop zij om rekenschap zullen vragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik behoor tot degenen die van mening zijn dat het fonds voor aanpassing aan de globalisering geheel overbodig en zelfs contraproductief is. Dat is het prototype van een ‘slecht idee’. Als een dergelijk idee echter eenmaal gelanceerd is, is ze moeilijk tegen te houden.

Wij hebben structuurfondsen, wij hebben een Europees Sociaal Fonds en andere fondsen die goed werken en die alle instrumenten in huis hebben om het hoofd te bieden aan de uitdagingen en gevolgen van de herstructureringen die verband houden met delokalisering, die zelf al dan niet verbonden is met de globalisering.

Het toppunt is evenwel dat met bepaalde amendementen wordt voorgesteld om dit fonds doelstellingen te geven die niet bijdragen aan de verbetering van de concurrentiekracht van Europa via structurele hervormingen en die in het kader van dit fonds ook niet verwezenlijkt kunnen worden.

Ik weet dat elk verzet tegen het fonds kan worden geïnterpreteerd als ongevoeligheid voor de negatieve gevolgen van met de globalisering verbonden delokalisering. Deze interpretatie is niet gerechtvaardigd, aangezien wij wel degelijk grote aandacht schenken aan de vrees van de Europeanen ten aanzien van de globalisering. Wij willen de gevolgen daarvan echter opvangen met opbouwende structurele hervormingen en niet met een fonds, dat een uitstekende smoes is voor ondernemingen en hun geweten sust. Het fonds zet hen namelijk impliciet aan tot delokaliseren, omdat zij zich geen zorgen meer hoeven te maken over de negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) Ik heb zojuist tegen het fonds voor aanpassing aan de globalisering gestemd. De achterliggende gedachte dat door bedrijfsverplaatsingen naar het buitenland werkloos geworden werknemers geholpen moeten worden bij omscholing en herintegratie op de arbeidsmarkt, is goed. De uitvoering in de praktijk laat echter te wensen over.

Met dit fonds wordt een verkeerde beleidskeuze gedaan, omdat niet de oorzaken van de ontslagen maar de symptomen worden aangepakt. De procedures voor het toekennen van steun zijn te ingewikkeld. De bureaucratie is te omvangrijk en leidt tot aanzienlijke kosten.

Bovenal is het fonds slecht voor de KMO's. De voorgestelde verlaging van de drempel van 1 000 naar 500 ontslagen is verworpen. Bovendien mag bij minder dan 1 000 ontslagen slechts 15 procent in plaats van de nagestreefde 20 procent van de kredieten worden uitbetaald. Als een lidstaat melding maakt van 1 000 ontslagen in zijn KMO's binnen een tijdsbestek van negen maanden kan er een beroep op het fonds worden gedaan. De Commissie werkgelegenheid had om twaalf maanden gevraagd.

De begroting van ten hoogste 500 miljoen euro per jaar kan zorgen voor bittere teleurstelling bij gedupeerden, omdat de bodem van het fonds snel bereikt zal zijn. Als de EU veel hoop wekt, maar haar beloftes niet gestand doet zal dat leiden tot frustratie onder de burgers. Dit standpunt wordt door mijn collega's in de CDU/CSU-delegatie in het EP gedeeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL), schriftelijk. - (EN) Wij zijn groot voorstander van maatregelen ter verlichting van het lot van werknemers die door delokalisering van bedrijven werkloos geworden zijn, maar we denken toch dat het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) daar niet aan bijdraagt.

De vrijgemaakte bedragen zijn volstrekt onvoldoende en bereiken slechts 10 procent van de werknemers die door herstructureringsmaatregelen hun baan verliezen. Van de EFG zal nauwelijks een positieve werking uitgaan op de herstructurering in het MKB van de kleinere lidstaten, ondanks de grote invloed van die herstructurering op de nationale, regionale en plaatselijke economie.

We zijn blij met het feit dat ontslagen werknemers van grote bedrijven toegang krijgen tot het fonds, en doen een beroep op de concerns in kwestie om serieus met vertegenwoordigers van de werknemers te onderhandelen en het bestaan van het fonds niet te misbruiken om zich aan de sociale verplichtingen te onttrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Het “Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering” is een aalmoesfonds, een fonds dat een eenmalige betaling doet en op die manier de werknemers met een kluitje in het riet stuurt en van de wijs brengt.

Het doel is zogenaamd hulp- en solidariteitsverlening aan de ontslagen werknemers van een bepaald gebied, dat getroffen wordt door delokalisering van bedrijven en waar dus het kapitaal een zo groot mogelijke winst probeert te maken door zich te verplaatsen naar landen met lagere loonkosten.

De criteria die in de verordening worden vastgesteld voor de toepassing van het Fonds, zijn zo eng dat slechts een heel klein aantal werknemers daarvoor in aanmerking kan komen. De steun wordt immers toegekend aan gebieden waar tenminste 1000 mensen in één bedrijf wegens delokalisering zijn ontslagen of waar tenminste 1000 mensen zijn ontslagen in een periode van zes maanden (of twaalf maanden zoals in het verslag van de commissie wordt voorgesteld) indien daarmee 1 procent van de werkgelegenheid in het betrokken gebied is gemoeid.

De steunaanvraag kan alleen komen van de regering van een lidstaat en niet van werknemers of vakbondsvertegenwoordigingen. De steun wordt alleen uitbetaald aan regeringen. Op die manier zijn de werknemers overgeleverd aan de genade van de regering, die deze steun op selectieve wijze kan gebruiken, daarmee druk kan uitoefenen op de werknemers en hen kan chanteren. Ook is deze steun een middel om de gewetens van de werknemers te manipuleren en de druk van de ketel te halen in de verontwaardigde protesten van de werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. - (FR) Europa gaat de slachtoffers van bedrijfsverplaatsing helpen. Vanaf 1 januari zal het met het fonds voor aanpassing aan de globalisering mogelijk worden om de werknemers die het slachtoffer zijn van internationale herstructureringen te helpen met een bedrag dat jaarlijks kan oplopen tot 500 miljoen euro. De werknemers kunnen op de Unie rekenen als het erom gaat hun omscholing te vergemakkelijken of, liever gezegd, minder moeilijk te maken. Individuele opleidingen, microkredieten, steun aan mobiliteit: dit zijn duidelijk maatregelen ter ondersteuning van de loontrekkers en niet de bedrijven.

In eenieders hoofd leeft er echter een vraag: kunnen de werknemers van VW Vorst rekenen op deze Europese solidariteit?

De criteria voor toegang tot het Fonds zijn strikt: er moeten tenminste 1000 mensen zijn ontslagen, met inbegrip van onderaannemers, en er moeten serieuze gevolgen zijn voor de lokale economie. Vooral echter moeten de Belgische autoriteiten aantonen dat de herstructurering het gevolg is van “een structurele verandering in de mondiale handelstrends” en dat pleit is niet zo maar gewonnen! De Unie is hier geconfronteerd met een duidelijk geval van sociale concurrentie op haar eigen grondgebied. Het zal de taak van de Commissie zijn om blijk te geven van soepelheid bij de toetsing van de criteria.

Het imago van Europa en onze opvattingen over solidariteit op het vlak van de Unie zijn hier in het geding!

 
  
MPphoto
 
 

  Tokia Saïfi (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Ik heb voor het compromis betreffende de oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) gestemd. De globalisering is een realiteit die weldadig kan zijn, als ze eerlijk en billijk is.

Als de globalisering echter een negatieve weerslag heeft op de werknemers, moet de Europese Unie uit solidariteitsoverwegingen proberen de gevolgen van de structuurwijzigingen op wereldniveau op te vangen. Dit fonds van 500 miljoen euro is echter niet bedoeld om bedrijfsherstructureringen te financieren maar om ontslagen werknemers te helpen, met name als deze opnieuw een plaats op de arbeidsmarkt proberen te krijgen

Het EFG is een belangrijk instrument, omdat daarmee kan worden aangetoond dat de Europese Unie volledig rekening houdt met de sociale gevolgen van de globalisering en zich het lot van de werknemers wel degelijk aantrekt. Het idee van een dergelijk fonds werd geboren in 2005, toen de gevolgen, en met name de gevolgen voor de loontrekkers, zichtbaar begonnen te worden van de liberalisatie en de concurrentie in de textiel- en kledingssector. Twee jaar later, in 2007, wordt dit fonds nu werkelijkheid en wordt op concrete wijze gereageerd op de verwachtingen van de ontslagen werknemers. Ja, Europa kan dicht bij de burgers staan: dat heeft het vandaag bewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. - (SV) Ik geloof dat de gevolgen van de globalisering voor de mondiale ontwikkeling goed zijn en dat wij daar veel baat bij hebben gehad. Vandaag hebben wij gestemd over het verslag over het Europees fonds voor aanpassing aan de gevolgen van de globalisering. In dit verslag wordt ook een hele reeks raft kritische standpunten verkondigd over deze gevolgen. De hervormde wereldhandelspatronen hebben niet de negatieve impact geproduceerd die ze, als wij het verslag moeten geloven, gehad hebben.

Mijn mening over de globalisering en de daarmee gepaard gaande toename van de handel tussen mensen, producten, diensten en kapitaal is positief. Ik geloof dat een wereld met open grenzen, waarin democratie en mensenrechten de waarden zijn die de betrekkingen tussen de volkeren en de landen regelen, een wereld is waarnaar het de moeite waard is te streven. De globalisering heeft grote kansen gecreërd en blijft grote kansen creëren om volkeren te helpen zich te bevrijden van tirannie en extreme armoede, om de welvaart te verhogen en betere voorwaarden voor democratie te scheppen. Daarom heb ik ervoor gekozen om vandaag tegen dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. - Massale afdankingen ten gevolge van sluitingen, zware herstructureringen binnen de sectoren die gevoelig zijn voor de globalisering, minder grootschalige collectieve afvloeiingen als gevolg van structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ... Ze hebben allen een groot effect op de lokale arbeidsmarkt. Vandaar dat de oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering een goede zaak is. Anders dan bij de andere structuurfondsen, stelt het globaliseringsfonds de lidstaten in staat op een snelle en directe wijze in te spelen op acute sociaal-economische noodsituaties, zodat getroffen werknemers zich na ontslag opnieuw kunnen integreren in de arbeidsmarkt. Dat lidstaten dit voor 50% mee financieren en dat steun uit dit fonds alleen een aanvulling op en geen vervanging van die acties betekent is positief.

Ik ben ook blij dat de Raad en de Commissie het idee van microkredieten als actieve arbeidsmarktmaatregel ondersteunen. Positief is ook dat oudere werknemers niet verplicht worden langer te gaan werken voor minder loon, maar financiële prikkels krijgen om op de arbeidsmarkt te blijven.

Dat het fonds tot slot zo is geconstrueerd dat de tussenkomsten niet onderschept kunnen worden door 'andere spelers', maar rechtstreeks de werknemers ten goede komen, kan alleen maar tot voorbeeld strekken van andere structurele fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernadette Vergnaud (PSE), schriftelijk. - (FR) De globalisering heeft negatieve gevolgen voor de meest kwetsbare en laagst geschoolde werknemers in bepaalde bedrijfstakken. Door de bedrijfsverplaatsingen ontstaat een klimaat van sociale onzekerheid, dat nefast is voor de sociale vooruitgang. De ondernemingen genieten een nieuwe vorm van vrijheid, die zich niets aantrekt van grenzen en ervoor zorgt dat hele legers van vaak laag geschoolde loontrekkers, die de grootste moeilijkheden hebben om een nieuwe baan te vinden, op straat komen te staan. In de afgelopen twaalf maanden zijn in Frankrijk 11 000 banen verdwenen door delokalisering. De angst voor delokalisering slaat van de ene regio over naar de andere. Per maand worden er ongeveer 1 000 banen geschrapt, een cijfer dat meer dan voldoende is om een maatschappelijke malaise te voeden.

Ik heb voor het verslag van mevrouw Bachelot-Narquin gestemd omdat daarmee een eerste antwoord wordt gegeven op de legitieme zorgen van de Europese werknemers. Met de oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) zal jaarlijks 500 miljoen euro steun beschikbaar worden voor de werknemers die het slachtoffer zijn van internationale herstructureringen en opnieuw een plaats op de arbeidsmarkt moeten zien te vinden. Het EFG is aldus een uiting van solidariteit en geeft steun aan werknemers die wegens de structurele veranderingen van de wereldhandel zonder werk zijn komen te zitten, ofschoon het waarschijnlijk onvoldoende zal blijken te zijn.

 
  
  

Verslag-Groote (A6-0301/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het uitgangspunt dat werd gekozen voor dit wetgevingsinstrument, te weten een emissiegericht luchtbeschermingsbeleid, is goed. Wel ben ik van mening dat met name ten aanzien van de grenswaarden voor stikstofoxiden het ambitieniveau hoger had moeten liggen. Wij weten dat deze schadelijke stoffen met name in de nauwe dalen van de Alpen voor grote problemen zorgen.

Desondanks neem ik met voldoening kennis van dit voorstel. Ik heb voorgestemd omdat met name wat de fijnstofdeeltjes betreft voor een op hoeveelheden berustende aanpak is gekozen. Het is thans aan de Commissie om een en ander op passende wijzende om te zetten. Voorts ben ik ingenomen met de herstelinformatie die aan alle onafhankelijke werkplaatsen moet worden verstrekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik dank u, Voorzitter, dat ik voor de derde maal het woord mag voeren, thans over het verslag van de heer Groote inzake de bescherming van de Europese burgers tegen schadelijke uitlaatgassen van auto’s.

Ik heb voor dit document gestemd in de hoop dat er in de nabije toekomst ook een richtlijn komt tegen luchtverontreiniging die door de regeringen wordt veroorzaakt. Helaas zorgen ook de regeringen soms voor luchtverontreiniging, wat ten koste gaat van de gezondheid van de burgers en het milieu waarin zij leven.

Ik doel met name, maar niet uitsluitend, op de wetten die luchtverontreiniging in de hand werken. Het gevolg daarvan is dat vele ouderen en gepensioneerden ademhalingsproblemen krijgen, terwijl ze ook al moeten zien rond te komen met een klein pensioentje.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Anna Hedh, Ewa Hedkvist Petersen, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij hadden graag een strakker tijdschema gehad voor de invoering van Euro 5-en lagere grenswaarden voor stikstofdioxide-emissies in Euro 6.

Toch hebben wij voor het compromis van de Raad gestemd, omdat wij van mening zijn dat dit een goed compromis is, en dat een verlenging van het proces niet noodzakelijkerwijs een betere wetgeving zou opleveren maar enkel de invoeringsdatum zou uitstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE), schriftelijk. - (FR) Het vervoer is verantwoordelijk voor een groot deel van de milieuverontreiniging en heeft een enorme impact op de klimaatverandering. De nieuwe zogenaamde Euro 5-norm is vooral gericht op door voertuigen met dieselmotoren uitgestoten fijnstofdeeltjes en NOx (stikstofoxiden).

Deze extra verscherping van de grenswaarden voor de uitstoot van fijnstofdeeltjes en stikstofoxiden door voertuigen is een aanzienlijke stap vooruit wat de volksgezondheid betreft.

De aanneming van dit verslag zal het handelspotentieel van de Europese Unie op het gebied van de ontwikkeling en bouw van schone voertuigen versterken.

De toekomstige Euro 6-norm bevat lage emissiegrenswaarden, met name voor stikstofoxiden, en zal tegelijkertijd het technologisch onderzoek in de automobielindustrie stimuleren.

In de aangenomen tekst wordt voor deze normen eveneens een veeleisend, maar voor de automobielsector haalbaar tijdschema met het oog op de toepassing voorgesteld.

Desalniettemin ben ik van mening dat men bijzondere aandacht moet blijven besteden aan de vernieuwing van het autopark en op die manier de meest recente Euro-normen moet toepassen, in de hoop aldus belangrijke resultaten te kunnen bereiken voor de luchtkwaliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. - (EN) Ik heb dit compromis gesteund, dat de automobielindustrie dwingt groenere en schonere auto’s te fabriceren om de milieuvervuiling terug te dringen. Dit pakket amendementen impliceert dat auto’s op de lange termijn moeten voldoen aan de vastgestelde emissiegrenswaarden. Dit zal de automobielindustrie stimuleren om te investeren in technologieën voor milieuvriendelijkere auto’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT)

Wij mogen in deze tijd de milieu-uitdagingen waarmee wij geconfronteerd zijn, niet uit het oog verliezen. Evenmin mogen wij het feit negeren dat er zich een nieuwe markt ontwikkelt voor schone brandstoffen. Bijgevolg is informatieverstrekking aan de consument over minder vervuilende auto’s, autoreparaties en nieuwe producten die door de fabrikanten op de markt worden gebracht, een belangrijke maatregel om de maatschappij van de toekomst te beschermen en daarin te investeren.

Nogmaals, de werking van de interne markt, de bevordering van een in milieu opzicht duurzame ontwikkeling en de verbetering van de leefomstandigheden van de burgers komen in het gedrang.

Daarom heb ik voor het verslag-Groote gestemd.

 
  
  

Verslag-Higgins (A6-0432/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen uitleggen waarom ik gekant ben tegen amendement 1 op het verslag-Higgins , met andere woorden tegen de verandering van de rechtsgrondslag artikel 308 van het Verdrag in artikel 159.

Ik begrijp waarom veel Parlementsleden dit zouden steunen. Daarmee zou immers de macht van het Parlement worden vergroot, omdat het fonds economische en sociale doelstellingen heeft. Het Parlement staat hier natuurlijk in zijn recht. Ik maak mij echter zorgen over de ongewenste gevolgen ervan, omdat het onwaarschijnlijk is dat de Raad ermee zal instemmen, wat verder uitstel zou betekenen. Deze vertraging zou dan leiden tot vertraging van de financiering van reeds in gang gezette projecten.

Ik denk dat de gevolgen ernstig zullen zijn, omdat met name Noord-Ierland een politiek bijzonder gevoelige periode doormaakt. Wij staan op het punt om de laatste stap te zetten, en ik denk echt niet dat we nu behoefte hebben aan negatieve signalen vanuit de EU. Eigenlijk is het ook een loze overwinning voor het Parlement, omdat dit de laatste keer is dat het zijn goedkeuring moet hechten aan de financiering van dit programma, dat immers in 2010 eindigt.

Voorts heb ik verkeerd gestemd over Amendement 169 op het verslag-Hieronymi. Ik heb op de verkeerde knop gedrukt. Ik had op de ‘plus’ moeten drukken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - In de notulen zal vermeld worden dat u ten aanzien van dat punt een ander standpunt wilde innemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Ofschoon de Republiek Ierland en het Verenigd Koninkrijk twee van de rijkste landen ter wereld zijn, zijn er goede redenen om het Internationaal Fonds voor Ierland te ondersteunen. De lidstaten die aan dit Fonds willen bijdragen, kunnen dat doen met een beslissing van hun nationale parlementen. Een dergelijk proces is niet alleen democratischer maar voorkomt tevens dat de financiële middelen van de lidstaten moeten worden omgeleid via de EU-begroting, wat onnodig is. Daarom hebben wij tegen het bewuste verslag gestemd.

 
  
  

Verslag-Fruteau (A6-0422/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de banaan is een onderwerp dat sinds de jaren negentig een waarachtige soap opera is geworden. In Europa consumeren wij bananen afkomstig uit drie gebieden: Europese bananen uit de Franse Antillen, de Canarische Eilanden en de Azoren voor een hoeveelheid van ongeveer 850 000 ton, bananen uit de ACS-landen en tot slot in Latijns-Amerika geproduceerde “dollar”-bananen, waar Chiquita en Dole de vruchten van plukken.

Tien jaar geleden bedroegen de op 2,5 miljoen ton Amerikaanse bananen geheven douanerechten bijna 850 euro per ton; nu is dat 176 euro. Met andere woorden, Europa geeft een cadeautje van 2 miljard euro aan de Amerikaanse multinationals. Deze bananen worden trouwens geproduceerd in Equador door kinderen van tien jaar die 2 dollar per dag verdienen, pesticiden inhaleren, astma en evenwichtsstoornissen hebben, en onder cerebellaire ataxie lijden. Degenen die in kassen werken waar rozen worden geproduceerd hebben trouwens soortgelijke arbeidsomstandigheden.

Op die manier kan een karton met 18 kilo bananen in Duitsland worden verkocht tegen 3 dollar. Dat noemt men slavernij. Het klopt evenwel dat ook ons Parlement toevlucht neemt tot slavernij als het hulpkrachten inhuurt voor zijn zittingen. Maar wie kijkt er nu in hemelsnaam op een slaaf meer of minder?

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Anna Hedh, Ewa Hedkvist Petersen, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij hebben tegen amendement 10 gestemd. Als Zweedse sociaal-democraten in het Europees Parlement leggen wij het bewuste amendement uit als een instrument dat de lidstaten die dat willen, de mogelijkheid biedt om een deel van de productiesteun voor bananen achter te houden. Aangezien wij steevast streven naar ontkoppeling van de landbouwsteun, is dit voor ons onaanvaardbaar. Door de productiesteun is het voor bananenproducenten uit landen buiten de EU onmogelijk om tegen eerlijke voorwaarden te concurreren.

Wij staan ook kritisch tegenover het voorstel in zijn geheel, aangezien het zal leiden tot hogere uitgaven. Een hervorming van de gemeenschappelijke marktordening voor bananen zou ons inziens moeten leiden tot begrotingsbesparingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Emanuel Jardim Fernandes (PSE), schriftelijk. - (PT) Het met dit verslag geamendeerd Commissievoorstel geniet mijn volmondige steun. De doelstellingen van de tekst, die nog versterkt worden door de aangenomen amendementen, kunnen als volgt worden samengevat:

- het instandhouden van de communautaire bananenproductie in regio’s, met name ultraperifere regio’s, waar zij de voornaamste landbouwactiviteit is en in gebieden waar zij een beslissende sociaal-economische rol speelt;

- het waarborgen van de inkomsten van de bananentelers en het voorkomen van een achteruitgang in de economische situatie van de bananensector;

- het belasten van de bananenproducerende lidstaten met de controle op de toekenning van de steun, teneinde de procedure zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en rekening te kunnen houden met de specifieke prioriteiten van de betrokken regio’s.

Daarom heb ik voor het verslag gestemd.

Ik kan evenwel niet instemmen met het voorstel tot handhaving van de verplichting voor de telers om zich aan te sluiten bij een erkende producentenvereniging als zij in aanmerking willen komen voor steun, in lijn met de wensen van de Europese bananentelers (leden van de Europese Vereniging van bananentelers), de autoriteiten van de ultraperifere regio’s en de bananenproducerende lidstaten. Dit is namelijk contradictoir en staat haaks op de laatstgenoemde doelstelling. Daarom heb ik een amendement ingediend waarin de beslissing over het al dan niet verplichtende karakter van deze eis aan de lidstaten wordt overgelaten, zoals overigens ook de Commissie suggereert.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Wij hebben tegen het verslag gestemd omdat het doorregen is van de speciale belangen van de bananentelers van de EU.

Wij zijn absoluut tegen amendement 10 van het verslag, waarin een speciale behandeling en steun wordt voorgesteld voor katoen, olijfolie, ruwe tabak, hop en bananen.

Als de individuele lidstaten omwille van hun regionaal beleid steun willen geven aan de bananenteelt op hun grondgebied, is dat hun beslissing, mits zij natuurlijk rekening houden met de internationale handelsovereenkomsten en de EU-regels. In dat geval moet de individuele lidstaat ook zorgen voor de financiering van de steun, zonder de Europese Unie erbij te betrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Wij zijn tegen de ontkoppeling van de productiesteun die wordt bepleit in het Commissievoorstel voor de hervorming van de bananensector. De Commissie wenst de compenserende steun voor telers af te schaffen en de liberalisering van de sector te bevorderen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie.

Wij hebben liever dat het huidige systeem, ondanks zijn beperkingen, gehandhaafd blijft of dat een hervorming ten uitvoer wordt gelegd waarmee de problemen van de bananentelers op doortastende wijze worden aangepakt en waarin bijzondere aandacht wordt besteed aan de ultraperifere gebieden en de minst begunstigde regio’s van de Europese Unie.

Wij stellen met voldoening vast dat rekening is gehouden met onze amendementen over enerzijds de instandhouding van het systeem van jaarlijkse voorschotten over de gehele periode en anderzijds de indiening van een evaluatieverslag over de gevolgen van de verordening voor de inkomsten van de communautaire telers.

Het stelt ons evenwel teleur dat twee andere amendementen verworpen zijn: het eerste had betrekking op de invoering van een overgangsperiode van één jaar voor de inwerkingtreding van de verordening en het tweede op de vervroeging met één jaar van de referentieperiode voor steunberekening, van 2005 naar 2004.

Wij zijn van oordeel dat het verslag op tal van essentiële punten een verbetering van het Commissievoorstel inhoudt. Met name de gedeeltelijke ontkoppeling van de steun en de instandhouding van de steun voor telersverenigingen dragen onze goedkeuring weg.

Wij kunnen ons echter niet vinden in het voorstel om het systeem van ontkoppelde steun in te voeren in alle ‘niet-hervormde’ sectoren.

 
  
  

Ontwerpresolutie (B6-0630/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Michael Cashman (PSE), schriftelijk. - De Britse socialistische delegatie (EPLP) is zeer tevreden met de aanneming van de resolutie over het wetgevende- en werkprogramma voor 2007. Het werkprogramma is uitgebreid en ambitieus. Hoewel er helaas een aantal zaken buiten beschouwing is gelaten, heeft het toch onze steun. Met betrekking tot de specifieke kwestie van de veiligheid van burgers, justitie en migratie, schaart de EPLP zich achter het standpunt van het EP en de andere beleidsmakende instellingen. Dat gezegd hebbende, benadrukken wij in het kader van effectieve besluitvorming dat de besluiten over het maximaliseren van de effectiviteit van het besluitvormingsproces volledig bij de lidstaten in de Raad ligt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Wij hebben tegen de resolutie over het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2007 gestemd, omdat daarin alleen maar meer neoliberale beleidsacties worden voorgesteld. De desastreuze gevolgen daarvan zijn ons allen bekend. Ik denk dan met name aan de toename van armoede en maatschappelijke ongelijkheid. Wij moeten juist breken met dat beleid en radicaal van koers veranderen, zoals in verschillende punten van de resolutie van onze fractie werd gesuggereerd.

Van de voorstellen die wij hebben ingediend - en die helaas verworpen zijn - verdienen de volgende eisen bijzondere aandacht. Wij dringen aan op een onmiddellijke stopzetting van het huidige liberaliseringsproces van de overheidsdiensten en wensen dat er een serieuze poging wordt ondernomen om de arbeidstijd te verkorten, zonder dat de lonen in het gedrang komen, zodat er nieuwe banen kunnen worden gecreëerd.

Wij betreuren ook dat het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie geen gewag maakt van de situatie in het Midden -Oosten en wij vinden het onaanvaardbaar dat er geen financiële samenwerking bestaat tussen de Europese Unie en de Palestijnse Autoriteit.

Wij hebben tevens kritiek op het feit dat de Commissie geen initiatieven lanceert om het sociale beleid te verbeteren en dat zij in tal van sectoren naar liberalisering streeft, met inbegrip van de dienstensector en de energiemarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Ik en mijn Britse conservatieve collega’s ondersteunen de oproep van de Voorzitter tot hernieuwde aandacht voor effectieve economische hervormingen op grond van de herziene agenda van Lissabon. Wij vinden dat deze gericht moet zijn op het stimuleren van de groei en het concurrentievermogen in Europa, teneinde meer werkgelegenheid te creëren.

Ook steunen wij de voltooiing van de interne markt. De effectieve implementatie van de dienstenrichtlijn zal hiervan een belangrijk onderdeel zijn. Liberalisering en het streven naar vrijhandelsbeleid zullen het concurrentievermogen en de dynamiek binnen Europa verbeteren. Wij steunen ook de aandacht van deze Commissie voor deregulering en het rigoureus nastreven van effectbeoordelingen, iets waar de Britse conservatieven lang voor hebben gepleit. Wij staan ook achter alle zinnige maatregelen op het vlak van milieu en de strijd tegen wereldwijde armoede, en wij kunnen ons vinden in de nadruk die wordt gelegd op de strijd tegen fraude en wanbestuur.

Wij kunnen ons, wat deze resolutie betreft, echter niet vinden in het invoeren van een Europese grondwet, van gemeenschappelijk beleid op het vlak van immigratie, visa en asiel en in de bewering dat de EU onvoldoende fondsen heeft om toekomstige uitdagingen aan te kunnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Uit het wetgevingsprogramma van de Commissie voor 2007 blijkt duidelijk hoezeer het gebrek aan politiek leiderschap in tal van lidstaten het reilen en zeilen van de Europese Unie bemoeilijkt. Het is waar dat de Commissie de drijvende kracht achter de communautaire instellingen is, maar dat neemt niet weg dat er veel energie verloren gaat wanneer de lidstaten, zoals thans het geval is, door interne problemen worden opgeslorpt.

Toch moet worden toegegeven dat de Commissie aangeeft te hebben begrepen wat de prioriteiten zijn. Zij legt de nadruk op de economische dimensie - met name op technologische vraagstukken en de al even belangrijke energiekwesties - en hecht geen overdreven belang aan institutionele zaken. Bovendien valt uit haar onvermoeibare streven naar een betere regelgeving af te leiden dat zij zich bewust is van de noodzaak om het wetgevingskader te vereenvoudigen. Wij hopen dat het politieke kluwen waarin Europa gevangenzit in het jaar 2007 ontward zal worden zodat men niet de indruk krijgt dat wij geen levensvatbaar project voor Europa hebben en al evenmin over de politieke wil beschikken om een dergelijk project ten uitvoer te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Rusland verdient de nodige aandacht, niet alleen om commerciële en economische redenen maar ook vanwege de onmiskenbare historische en culturele banden die het land met de lidstaten van de Europese Unie onderhoudt.

De val van de sovjetdictatuur deed de hoop rijzen dat het land de weg van de democratie en de vrijheid in zou slaan. Helaas is de tragische dood van zowel Anna Politkovskaya als Alexander Litvinenko een duidelijk bewijs dat Rusland op het gebied van de meest elementaire grondvrijheden nog lang geen aanvaardbare norm heeft bereikt.

Mijn kritiek blijft niet beperkt tot de gewapende interventies in de geopolitieke invloedssfeer van het land, maar strekt zich uit tot de handels- en energiemechanismen die Rusland als pressiemiddel tegen zijn buurlanden gebruikt en naar eigen goeddunken als sancties hanteert.

Ofschoon de Europese Unie mijns inziens nauw met Rusland moet blijven samenwerken op zowel internationaal vlak als in het kader van het nabuurschap ben ik van oordeel dat wij waakzaam moeten zijn en dit partnerschap onverminderd met een kritisch oog moeten bekijken.

De Europese Unie heeft een welvarend, vrij en democratisch Rusland nodig om haar eigen stabiliteit en veiligheid te waarborgen. Ik hoop dat de Russische bevolking erin zal slagen een veilige weg te vinden om die doelstelling waar te maken.

 
  
  

Ontwerpresolutie (B6-0631/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, sinds ons debat, dat helaas in het kader van een minizitting is gehouden, is de situatie in Rusland dramatisch achteruit gegaan. Ik kan enkel een appel doen op de heer Poetin om goed op de gevangenen te letten - ik bedoel de managers van Joekos en alle andere politieke gevangenen -, om te voorkomen dat ook zij op schimmige wijze om het leven worden gebracht. Daarnaast is het dringend zaak dat de criteria van de rechtsstaat, die ook in Rusland althans op papier gelden, worden nageleefd. De wereld zal het beleid van Poetin op dit vlak van zeer nabij blijven volgen.

Mijn dank gaat uit naar collega Horáček, omdat hij in deze uitstekende resolutie de belangrijke zinsnede over de managers van Joekos heeft opgenomen, waarin hij erop aandringt dat deze personen eindelijk worden vrijgelaten of in ieder geval op grond van het Russische recht worden bejegend en in de buurt van hun geboorteplaats onder worden gebracht.

Ik wil deze stemverklaring benutten om een persoonlijke noot achter te laten. Ik weet niet of ik nog eens de eer zal hebben om onder uw voorzitterschap het woord te mogen voeren, maar ik wil u alvast bedanken voor de uitmuntende wijze waarop u hier het ambt van ondervoorzitter hebt uitgeoefend.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Bedankt mijnheer Posselt, voor uw vriendelijke woorden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Er zij op gewezen dat in de resolutie die door een meerderheid van het Parlement is aangenomen, bewust geen gewag wordt gemaakt van zaken zoals de opmars van de NAVO in Oost-Europa en de strategische inrichting van nieuwe militaire basissen waarmee Rusland belaagd en bedreigd wordt. Dergelijke acties blazen de militarisering van de internationale betrekkingen en de bewapeningswedloop nieuw leven in.

In de resolutie wordt ook geen aandacht besteed aan de pogingen van NAVO-gezinde strijdkrachten om de Kaukasus te destabiliseren. Georgië wordt daarbij gebruikt als steunpunt voor de Tsjetsjeense rebellen.

Er wordt evenmin gerefereerd aan de duizenden mensen van Russische origine die het slachtoffer zijn van discriminatie en geen burgerrechten krijgen in de Baltische landen, ofschoon die deel uitmaken van de Europese Unie.

Erger nog, het is het verhaal van de wortel en de stok. Anders gezegd, terwijl de resolutie bol staat van interventionisme en politieke druk op Rusland - en op andere landen van Oost-Europa en de Kaukasus, waaronder Belarus -, stelt het grootkapitaal van de Europese Unie alles in het werk om toegang te krijgen tot de immense Russische energievoorraden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. - (DE) Ik stem voor de resolutie omdat ik van mening ben dat de tekst die we samen opgesteld hebben een evenwichtige tekst is en omdat de tekst ingaat op mijn twee grootste zorgen, namelijk de structurele tekortkomingen van de Europese Unie op het gebied van het energiebeleid en de kwaliteit van de Europese betrekkingen met Rusland.

We mogen niet ontkennen dat we momenteel afhankelijk zijn van buitenlandse energiebedrijven die in handen zijn van de staat, zoals we ook economische belangen niet boven de Europese waarden mogen stellen. Economische en politieke belangen mogen niet met elkaar vervlochten raken, en we mogen ook niet zwijgen over schendingen van de mensenrechten en de persvrijheid, in de hoop dan meer succes te boeken in de energiegesprekken. Nu moeten we het gemeenschappelijk Europees energiebeleid prioriteit geven, opdat de belangrijke Europese waarden van onze gemeenschap - en daarbij hoort ook de eerbiediging van de mensenrechten - niet ondergraven worden door economische afhankelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. - (EN) Het onvermogen om onderhandelingen te starten voor een nieuwe raamovereenkomst tussen de EU en Rusland is zeer zorgwekkend. Er zijn vele kwesties, inclusief de recente moord op een voormalige Russische spion, waarover opheldering nodig is. Ik hoop dat de volgende Voorzitter van de EU ook prioriteit zal geven aan de relatie met Rusland.

 
  
  

Verslag-Brok (A6-0436/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd, wat u niet zal verbazen, omdat het een zeer realistische kijk en zeer duidelijke doestellingen biedt voor de verdere ontwikkeling van het Europese project.

Nu moeten we de integratie stimuleren, opdat echt alle kansen benut worden en de Europese Unie stabiel blijft. Daarom hebben we nieuwe regels nodig voor het werk, de samenwerking tussen de instellingen en de financiering. We hopen dat dit regelgevend kader voor 2008 klaar zal zijn.

Met het oog op de vele landen die willen toetreden tot de Europese Unie, hebben we een nieuwe strategie nodig. De doelstelling om volwaardig lid te worden kan niet de enige doelstelling zijn. Het is noodzakelijk om hier andere mogelijkheden van samenwerking te bespreken met de ons omringende landen. De regeringsleiders moeten hierover ook in het kader van Turkije nadenken, vooral in de zin van een bevoorrecht partnerschap. Een volwaardig lidmaatschap van Turkije is niet realistisch, omdat 71 unanieme stemmingen in de Europese Unie onmogelijk zijn, en ook omdat niet alle nationale referenda of de stemming in het Europese Parlement een positief resultaat zullen opleveren. Daarom is het nog belangrijker dat nu al wordt begonnen met onderhandelingen voor de verdere ontwikkeling van een positief klimaat, onderhandelingen die uiteindelijk waarschijnlijk zullen uitmonden in een bevoorrecht partnerschap met deze belangrijke partner voor de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, mijn excellente collega Philip Claeys heeft vanmorgen tijdens het debat reeds de aandacht gevestigd op de wijze waarop de onderhandelingen worden gevoerd met een problematische kandidaat-lidstaat als Turkije. Het is nu inderdaad wel duidelijk dat de Europese Unie niet is opgewassen tegen de brutale wijze van onderhandelen van Turkije, door mijn collega een beetje sarcastisch, maar zeer terecht, als bazaaronderhandelingen betiteld. De wijze waarop de Europese onderhandelaars elk eigen ultimatum telkens opnieuw en straffeloos laten verstrijken is hemeltergend en stuurt Turkije een totaal verkeerd beeld. Het beeld namelijk van een Europese Unie dat tot alles bereid is om de Turkse toetreding toch tot stand te doen komen en dát absoluut tegen de democratische wil van de meerderheid van de Europese burgers in. Misschien zullen wij nog moeten besluiten dat de Europese Unie even ondemocratisch is als de kandidaat-lidstaat Turkije.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb voor de uitbreiding van de Europese Unie gestemd, zoals is voorgesteld door de heer Brok, omdat ik persoonlijk, maar ook als leider van de Italiaanse Partij van Gepensioneerden, geloof dat de uitbreiding van Europa de hele wereld moet omvatten.

Europa moet uitgebreid worden tot de hele wereld, omdat Europa de vrede weet te handhaven onder de landen die er deel van uitmaken. Hoe groter het aantal landen dat erin slaagt toe te treden tot Europa, des te meer vrede zullen wij tot stand brengen, niet alleen in Europa, maar in de gehele wereld. Dus, mijnheer de Voorzitter: “De Europese Unie in de hele wereld!”.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. - (FR) Nee, de aanneming van de Grondwet en de oprichting van een gecentraliseerde Europese superstaat zullen in geen geval een absolute voorwaarde zijn voor de uitbreiding van de Europese Unie. Daarom hebben wij vanzelfsprekend tegen het verslag van de heer Stubb gestemd. Daarmee wordt immers geprobeerd deze Grondwet, die door twee volkeren buiten de deur is gezet, via de achterdeur alsnog binnen te laten.

Wij moeten onszelf tevens de vraag stellen of het niet de hoogste tijd is om even te pauzeren. En dan heb ik het niet over de zogenaamde “institutionele” aspecten, die eerder van ideologische aard zijn. De Europese Unie is binnen heel korte tijd uitgebreid van vijftien tot vijfentwintig, en binnenkort achtentwintig lidstaten. Niemand in dit halfrond is - tenzij in gelegenheidstoespraken - in staat om nu te zeggen wat de kosten en baten zijn van deze weergaloze uitbreiding, noch voor de EU noch voor elk van haar lidstaten.

Uitbreiding omwille van uitbreiding heeft geen enkele zin. De enige - door ons aan de kaak gestelde - ‘zin’ is misschien dat de Brusselse Levithian nationale landen wil opslorpen om ze uiteindelijk geheel in duigen te laten vallen.

Geen van deze problemen zou zich daadwerkelijk stellen, als wij bouwden aan een waarachtig Europa van soevereine nationale landen, die op de door henzelf uitgekozen gebieden in wederzijds belang samenwerken.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De Junilijst staat in principe positief tegenover de uitbreiding van de EU. Het is echter absoluut noodzakelijk dat de landen die lid willen worden, vóór toetreding aan de hun gestelde eisen voldoen. De landen die in aanmerking komen voor toekomstige toetreding hebben nog een lange weg te gaan. Het is niet in het belang van de huidige lidstaten, noch in dat van de kandidaat-landen, dat er nu een datum van toetreding tot de EU wordt vastgesteld. Dit is een proces dat men langzaam moet laten rijpen.

In het verslag staat onder meer dat het Verdrag van Nice geen adequate grondslag bevat voor verdere uitbreidingen. Als men echter tussen de regels doorleest, ziet men een pleidooi voor een nieuwe Grondwet, ofschoon de bevolking in Frankrijk en Nederland dat idee met referenda hebben verworpen.

De rapporteur heeft het ook over het “integratievermogen” van de EU. Volgens hem moet duidelijk worden gemaakt dat dit begrip absoluut niet verward mag worden met de perceptie van de publieke opinie met betrekking tot de impact van verdere uitbreidingen. Hier klinkt een duidelijke ondertoon door van minachting voor de democratische grondbeginselen. Als de meerderheid van de Europeanen van mening is dat de EU niet verder moet uitbreiden, dan moeten de gekozen vertegenwoordigers van deze Europeanen deze mening in ogenschouw nemen. Dit is een duidelijk voorbeeld van de in het Parlement endemische minachting voor de burgers.

Wij hebben tegen dit verslag gestemd, aangezien daarmee de in het vooruitzicht gestelde uitbreidingen worden gebruikt als een argument voor een toekomstige Grondwet.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Het verslag bevat enkele standpunten betreffende de uitbreiding van de Europese Unie waarmee ik onmogelijk akkoord kan gaan. Zo wordt bijvoorbeeld aangedrongen op de - verzonnen - ‘noodzaak’ om het zogeheten ‘constitutionele proces’ af te ronden als (valse) voorwaarde voor verdere uitbreiding.

Ook met betrekking tot de onderhandelingen met Turkije is er een punt dat onaanvaardbaar is en onderstreept dient te worden. In het verslag wordt ‘betreurd’ dat de inspanningen van het Finse voorzitterschap ‘om enerzijds een oplossing te vinden voor de huidige impasse en te waarborgen dat het Aanvullend Protocol volledig ten uitvoer wordt gelegd en anderzijds het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap in het noorden van het eiland te verlichten mislukt zijn’. In het verslag wordt met andere woorden een poging ondernomen om:

- te verdoezelen dat het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap uitsluitend veroorzaakt wordt door de illegale Turkse militaire bezetting van 37 procent van de Republiek Cyprus;

- de tenuitvoerlegging van het Aanvullend Protocol afhankelijk te stellen van de erkenning van de (illegale) Turkse militaire bezetting en van het gebied dat zichzelf heeft uitgeroepen tot de ‘Turkse Republiek Noord-Cyprus’. Dat is precies ook de wens van de Turkse autoriteiten, die daarbij op de steun kunnen rekenen van tal van landen, met inbegrip van sommige lidstaten van de Unie.

- de Cypriotische kwestie te manipuleren, in de context van de contradicties rond de toetreding van Turkije, en de VN-resoluties over Cyprus te omzeilen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. - (FR) De huidige uitbreidingsstrategie houdt in dat een veertigtal landen in een groot geheel wordt ondergebracht. Daardoor zal het Europa van Brussel het lot beschoren zijn van de kikker van Jean La Fontaine die zich net zo wilde opdikken als de koe en daardoor plofte. Daar zijn twee redenen voor.

De eerste reden houdt verband met het feit dat Europa zichzelf geen enkele geografische grens heeft gegeven. Dat Europa zal na de opname van Turkije geen enkele reden hebben om de toetreding van andere Aziatische en Afrikaanse landen te weigeren.

De tweede reden is gelegen in de ideologische aard van het Europees-Brussels project. Het doel daarvan is de identiteit en soevereiniteit van de Europese naties te vernietigen en op de ruïnes daarvan een gecentraliseerde Europese superstaat op te richten, waarvan de administratie nog zwaarder zal zijn dan die van de nationale landen.

Wij zouden er beter aan doen om, in plaats van onze volkeren in dit grote supranationale geheel te doen opgaan - dat net als de Sovjet-Unie en Joegoslavië gedoemd is te verdwijnen - een groot Europa op te bouwen van vrije en soevereine naties, die zich verenigen op grond van de humanistische en christelijke waarden die onze beschaving groot hebben gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Als wij willen tegemoetkomen aan de behoeften die voortvloeien uit het buitengewone uitbreidingsproces van 2005 en toekomstige uitbreidingsronden, dan dient het woord ‘aanpassen’ in de communautaire woordenschat te worden opgenomen.

Na anderhalf jaar moeten wij vaststellen dat onze samenlevingen, onze economie, onze instellingen en onze mentaliteiten zich nog niet helemaal hebben aangepast aan de uitbreiding. Dat is begrijpelijk, aangezien onze flexibiliteit niet onbeperkt is. Het belang van 1 mei 2005 is zo groot dat het initiële effect ervan niet in achttien maanden is opgelost. ‘Moeilijk’ mag echter niet verward worden met ‘onmogelijk’, en zeker niet met ‘onvermijdelijk’. Wij kunnen meer en betere maatregelen nemen om het proces in goede banen te leiden en tot een goed einde te brengen. Tegelijkertijd moeten wij ons voorbereiden op de volgende fase, uitgaande van de logica dat de uitbreiding van de Europese Unie bevorderlijk is voor zowel de nieuwe leden als de huidige lidstaten. Het is op die manier dat de uitbreiding moet worden geïnterpreteerd. Dat is mijns inziens een van de belangrijkste punten.

Het is dan ook van essentieel belang dat de institutionele context wordt aangepast aan de realiteit van de Europese Unie, al is dat zeker niet de grootste uitdaging die ons de komende jaren te wachten staat. Meer dan op institutioneel niveau moet de aanpassing plaatsvinden op sociaal, politiek en economisch vlak.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) De Britse conservatieven hebben zich in het verleden altijd sterk gemaakt voor de uitbreiding van de EU. Zij zullen dit ook blijven doen, omdat dit zal leiden tot een grotere interne markt en een flexibeler Europa dat uit nationale staten bestaat. Toch vinden wij niet dat er voor de voortgang van dit proces een volledige Europese grondwet nodig is, uit hoofde waarvan de lidstaten meer macht aan de EU moeten overdragen. Daarom hebben wij ons bij dit verslag van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Ik ben ervan overtuigd dat de uitbreiding een van de weinige positieve aspecten van de EU is, mits het verkeer van mensen onder controle kan worden gehouden. Uitbreiding van de EU vermindert de kans dat er een sterk geïntegreerde Europese superstaat ontstaat. Daarnaast helpt uitbreiding ook om de ruimte van stabiliteit en welvaart binnen Europa uit te breiden. Zoals we hebben gezien, is het uitbreidingsproces en het uitbreidingsperspectief belangrijke katalysators voor verandering. De federalisten reageren hierop met pogingen om meer grip op de EU als politiek project te krijgen. Daarom proberen zij om de Grondwet nieuw leven in te blazen en toekomstige uitbreiding af te remmen. Dit vindt zijn weerslag in het verslag-Brok. Dit rapport geeft ook een zeer eenzijdige en niet-productieve visie op de kwestie-Cyprus. Ik heb mij onthouden van stemming om aan te geven dat ik de uitbreiding steun, maar sterk en consequent oppositie voer tegen de agenda van de federalisten, tegen de Grondwet en tegen het vooroordeel jegens Noord-Cyprus.

 
  
  

Verslag-Stubb (A6-0393/2006)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat het Europese Parlement vanaf nu het integratievermogen beschouwt als het kernpunt van het debat over de uitbreiding. Het integratievermogen is een voorwaarde voor een succesvolle uitbreiding en voor de uitdieping van het Europese integratieproces.

Voordat we kunnen gaan nadenken over een verdere uitbreiding, moet de integratie voltooid zijn. Dat betekent dat de instellingen goed moeten kunnen werken en op efficiënte en democratische wijze beslissingen moeten kunnen nemen, en dat er een financiële ommezwaai moeten komen. De uitbreiding was tot nu toe een gedeeltelijk succes. Met het stimuleren van het integratieproces zullen we echter alle kansen benutten, in het belang van de stabiliteit van de Europese Unie.

Ik zou mijn laatste speekbeurt van vandaag willen gebruiken om de Voorzitter, voor wie ik zeer veel respect heb, hartelijk te bedanken voor zijn uitstekende voorzitterschap, dat hij met zijn typische charme heeft vormgegeven. Ik wens hem het allerbeste voor een succesvolle toekomst in het Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. - (EN) De sociaal-democratische fractie heeft het verslag gesteund en feliciteert de rapporteur met het bereiken van een brede consensus.

De Labour-afgevaardigden van het Verenigd Koninkrijk hebben zich echter, samen met anderen, van stemming onthouden over het verslag en een aantal paragrafen daarin. Reden hiervoor is het feit dat niet alle maatregelen - waarvan wij de meeste overigens ondersteunen - een voorwaarde voor uitbreiding zijn. Als men niet alle hervormingen in dit verslag als voorwaarde voor verdere uitbreiding had bestempeld, dan was zonder twijfel een grotere meerderheid behaald.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. - (PT) Dit voorstel, dat hier aan een tweede lezing wordt onderworpen, verschilt op drie belangrijke punten van de wetgeving die thans van kracht is.

Een van de doelstellingen van het voorstel is dat de gegevens niet maandelijks maar jaarlijks worden voorgelegd. Uit recente studies is gebleken dat maandelijkse gegevens tot zes maanden na de feiten weinig nut hebben voor het dagelijkse beheer van de markt, terwijl een compilatie van jaargegevens interessant is voor markstudies op de middellange en de lange termijn en de werklast van de nationale overheden die gepaard gaat met het maandelijks opsturen van de gegevens, kan verlichten.

Een andere doelstelling is dat de gegevens worden voorgelegd per vlag (of nationaliteit) van de betrokken schepen. In tegenstelling tot de huidige presentatie van de gegevens door de schepen van de Europese Unie en de EVA, evenals door andere schepen, zal deze voorwaarde een meer gedetailleerde analyse waarborgen en geen noemenswaardige verhoging van de werklast inhouden voor de nationale overheden die de gegevens reeds in detail verzamelen.

Ten slotte voorziet de ontwerpverordening ook in een meer flexibele benadering door bij de berekening van het totale aantal ontschepingen het gebruik van steekproeftechnieken toe te laten. Nationale overheden mogen in zekere mate gebruik maken van steekproefmethoden voor het verzamelen van gegevens, op voorwaarde dat zij het gebruik van deze technieken rechtvaardigen en de kwaliteit van de voorgelegde gegevens analyseren in een methodologisch verslag...

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 163, lid 1, van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. - (FR) Er wordt alsmaar gesproken over “integratievermogen” in het verslag van de heer Brok over de uitbreidingsstrategie. Dit vermogen wordt bekeken door de bril van de belangen en de machtshonger van Brussel, die bevredigd moeten worden.

Volgens dit verslag mag men dit “vermogen” niet verwarren met, en ik citeer: “de manier waarop de uitbreiding nu en in de toekomst door de burgers wordt ervaren”. U hebt ongelijk, ten eerste omdat het de burgers van de lidstaten zijn die als eersten de economische en sociale gevolgen van de uitbreidingen moeten ondergaan en die het dus verdienen dat naar hen geluisterd wordt, en ten tweede omdat zij het zijn die uiteindelijk de beslissing nemen over deze toetredingen. In Frankrijk zal het bijvoorbeeld verplicht zijn een referendum te houden voor elke toetreding na die van Kroatië. Dat is het cadeau dat een falende Chirac ons heeft gedaan in een vergeefse poging om een ‘nee’ tegen de Europese Grondwet tegen te houden.

Ik betreur het tevens dat nooit de vraag is gesteld naar de geografische grenzen van Europa en naar de definitie van zijn gemeenschappelijke identiteit. Dat zou ons echter in staat hebben gesteld om duidelijk te zeggen dat Turkije een groot land is, maar in wezen, in geografisch, cultureel, historisch en demografisch opzicht, een Aziatisch is. Dat zou ons ook in staat hebben gesteld om een einde te maken aan de vernederende farce, waarin deze toetredingsonderhandelingen zijn uitgemond.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) De Junilijst deelt niet de mening van de rapporteur dat er een sterker federaal Europa moet komen om het uitbreidingsproces te kunnen voortzetten.

Veeleer zijn wij van mening dat het van het allergrootste belang is dat de op heel de EU van toepassing zijnde, politieke besluiten stevig geworteld worden in de Raad. Daarom zijn wij tegen elke verhoging van het aantal terreinen waarop met gekwalificeerde meerderheid mag worden besloten.

Wij zijn tevens van mening dat het van het allergrootste belang is dat elke lidstaat vertegenwoordigd is in de Commissie. Het werk van de Commissie moet namelijk geloofwaardig overkomen in elke lidstaat.

Wij zien verder niet in welk nut de in te stellen functie van een minister van Buitenlandse Zaken zou hebben voor het uitbreidingsproces.

De Europese afgevaardigden van de Junilijst hebben daarom tegen het verslag in zijn geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. - (PT) Zoals gewoonlijk heeft een meerderheid van dit Parlement een verslag aangenomen dat gebaseerd is op de overtuiging dat uitbreiding van de Europese Unie slechts kan plaatsvinden op voorwaarde dat het federalisme gewaarborgd is en nog versterkt wordt, of beter gezegd, op voorwaarde dat het communautaire besluitvormingsproces gedomineerd wordt door de grootmachten en de belangen van hun invloedrijke economische en financiële groepen.

Het verslag opent met de populistische premisse dat de instellingen hervormd moeten worden om de ‘doeltreffendheid’ en het ‘doelmatig functioneren’ van de Europese instellingen te waarborgen. Na een lange lijst van hervormingen volgt de voorspelbare conclusie: een pleidooi voor hetgeen onterecht als ‘Europese Grondwet’ wordt aangemerkt.

Door te blijven hameren op de inhoud van het ontwerpverdrag, dat reeds verworpen is, legt de rapporteur in dit verslag de ware bedoelingen bloot van de beoogde hervatting van het zogenaamde ‘constitutionele proces’.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat wij overstelpt worden met het gebruikelijke arsenaal van maatregelen die tot doel hebben de macht te centraliseren in de supranationale organen waar de grote landen het voor het zeggen hebben: invoering van een nieuw systeem voor stemmenweging, afschaffing van het roulatiesysteem van het voorzitterschap van de Raad, uitbreiding van de gekwalificeerde ‘meerderheid’, instelling van het ambt van ‘minister van Buitenlandse Zaken’, afschaffing van het beginsel van één commissaris per land en afschaffing van de unanimiteitsregel bij de wijziging van de Verdragen.

Dit is onaanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Ik en mijn conservatieve collega’s uit het Verenigd Koninkrijk hebben de uitbreiding van de Europese Unie altijd gesteund en zullen dat ook in de toekomst blijven doen. Wij zijn het echter fundamenteel oneens met de veronderstelling in dit verslag dat verdere uitbreiding alleen succesvol kan zijn als een Europese grondwet van kracht wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) Het verslag over de “institutionele aspecten van het vermogen van de Europese Unie om nieuwe leden te integreren” bevestigt dat de politieke spreekbuizen van het Europees kapitaal in het Europees Parlement verwoede pogingen blijven doen om de reactionaire Europese Grondwet, die door de Europese volkeren is veroordeeld,uit den dode te doen opstaan.

Omdat zij er met hart en ziel naar verlangen steeds weer nieuwe landen op te nemen in de EU, plaatsen zij de meest reactionaire kanten van de Europese Grondwet op de voorgrond (zoals de volledige afschaffing van eenparigheid, de versterking van de rol van de voorzitter van de Commissie, de instelling van de functie van minister van Buitenlandse Zaken van de EU, de vereenvoudiging van verdragswijzigingen), en doen zij alsof deze hervormingen noodzakelijk zijn voor een doeltreffendere werking van de Unie, waarmee ze evenwel bedoelen dat het monopolistisch kapitaal de onbeperkte mogelijkheid moet krijgen om in alle vrijheid werk te maken van de kapitalistische herstructureringen en het volksvijandige, imperialistische beleid dat ten koste gaat van de volkeren van Europa en van heel de wereld.

Zij negeren op provocerende wijze de manifeste wil van de volkeren, die de Europese Grondwet hebben verworpen, en roepen op tot een intensivering van de ‘hersenspoelings’-campagne onder de volkeren, opdat de volkeren uiteindelijk wel moeten instemmen met de Grondwet, waarbij zij als streefdoel eind 2008 voor aanneming hebben vastgesteld.

De druk, de chantage en de grootscheepse pogingen om gewetens te manipuleren weerspiegelen de grote ongerustheid die is ontstaan onder de politieke krachten van het “Europees eenrichtingverkeer” wegens de steeds omvangrijker en sterker wordende betwisting van het reactionaire bouwwerk door de volkeren. Daarom hebben wij tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Om gasten te kunnen ontvangen moet je over voldoende plaats beschikken. Als het dat is wat bedoeld wordt met ‘opnamevermogen, ga ik volledig akkoord, zoals ik overigens al zo vaak heb gezegd. Bij elke uitbreiding moet de Unie in staat zijn de nieuwe leden te integreren en de bijbehorende veranderingen te assimileren. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd. Erger nog dan niet beantwoorden aan de verwachtingen van degenen die graag tot de Unie willen toetreden, zou zijn de verwachtingen van de toetredingslanden en de huidige lidstaten niet in te willigen. Laten wij dan ook inderdaad ons vermogen om nieuwe lidstaten te integreren onder de loep nemen, alvorens nieuwe uitbreidingsronden op gang te brengen. Wij zijn evenwel niet bereid om dit concept te vervormen en te veranderen in iets wat het niet is: een eufemisme om toetreding tegen te gaan.

In dit verband wil ik tot slot nog een punt onderstrepen dat ik al eerder heb verwoord: het uitbreidingsvermogen van de Europese Unie heeft uiteraard haar grenzen, maar het zou een goede zaak zijn als het vermogen van de Europese Unie om ook elders hetzelfde effect te bereiken - te beginnen met onze buren in het Middellandse-Zeegebied - onbeperkt zou blijken. Ofschoon wij deze landen logischerwijs niet in ons midden kunnen opnemen, moeten wij de uitdaging aangaan om ze te ‘integreren’ in onze ruimte, een term waaraan een nieuwe, bredere definitie moet worden gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. - (EN) Hoewel in dit verslag veel zaken staan die bijval verdienen, ligt de nadruk niet op wat er nodig is voor uitbreiding maar op wat de EU misloopt als gevolg van het niet goedkeuren van het Grondwettelijke Verdrag. Hoewel ik hier niet tegen ben, geloof ik niet dat dit een voorwaarde voor toekomstige uitbreiding zou moeten zijn. Daarom onthoud ik mij van stemming.

 
Laatst bijgewerkt op: 6 maart 2007Juridische mededeling