Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2676(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0029/2007

Debatten :

PV 17/01/2007 - 7
CRE 17/01/2007 - 7

Stemmingen :

PV 18/01/2007 - 9.7
CRE 18/01/2007 - 9.7

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0007

Debatten
Woensdag 17 januari 2007 - Straatsburg Uitgave PB

7. Terdoodveroordeling van het in Libië vastgehouden medisch personeel (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de terdoodveroordeling van het in Libië vastgehouden medisch personeel.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, namens de Raad kan ik u mededelen dat we ons ernstige zorgen maken over het feit dat op 19 december 2006 het doodvonnis tegen vijf Bulgaarse verpleegkundigen en een Palestijnse arts is bevestigd.

Ik zou erop willen wijzen dat het voorzitterschap van de Raad dit vonnis in zijn verklaring van 19 december 2006 heeft veroordeeld, en tegelijkertijd ook de hoop heeft geuit dat het hooggerechtshof, dat zich opnieuw over deze kwestie uit moet spreken, dit arrest snel zal toetsen.

Deze zaak sleept al sinds 1999 aan. Het medisch personeel is nu al zeven jaar in hechtenis. Het eerste doodvonnis is op 6 mei 2004 geveld. Daarna is het op 25 december 2005 door het hooggerechtshof, dat de zaak nogmaals volledig heeft behandeld, opgeheven.

Ik wil er ook op wijzen dat de Raad tijdens het hele proces bij de Libische autoriteiten erop heeft aangedrongen om alles in het werk te stellen voor een rechtvaardige procedure.

Tegelijkertijd heeft de Raad er op gewezen dat hij ernstige twijfels heeft over de gegrondheid van de strafrechtelijke beschuldigingen tegen het medisch personeel, en dat hij ook ernstige twijfels heeft over de omstandigheden van de hechtenis en de onrechtmatige vertraging van het proces.

In dit verband wil ik ook graag duidelijk zeggen dat de Raad zeer ontsteld was door de Aids-tragedie in Benghazi. We hebben de slachtoffers en hun familie meerdere malen ons oprechte medeleven uitgesproken. Bovendien heeft de Raad omwille van de solidariteit en de humanitaire hulp het HIV-actieplan en het internationale Benghazi-fonds met alle middelen gesteund, en daarbij altijd nauw samengewerkt met de Commissie en de internationale partners.

Ik wil ook wijzen op het standpunt van de Raad ten aanzien van de relaties met Libië, dat al in de conclusies van de Raad van oktober 2004 is verwoord. Daarin heeft de Raad een beroep op Libië gedaan om positief te reageren op de actieve rol van de Europese Unie, en erop gewezen dat hij Libië al eerder had gevraagd in te gaan op de bedenkingen van de EU, en vooral de belangen van het medische personeel te respecteren.

We nemen met belangstelling nota van de punten in de resolutie van het Parlement. We delen uw twijfels en verzekeren u dat de Raad en het voorzitterschap deze kwestie nog steeds met prioriteit behandelen.

We willen u nogmaals verzekeren dat de Raad alles in het werk zal stellen om op basis van humanitaire criteria een optimale oplossing voor dit probleem te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacques Barrot , vice-voorzitter van de Commissie. - (FR) Mevrouw de Voorzitter - die ik feliciteer met haar glansrijke verkiezing -, geachte afgevaardigden, na hetgeen ons zojuist is medegedeeld door de vertegenwoordiger van de Raad, de heer Gloser, zal ik proberen het Parlement te informeren over de laatste ontwikkelingen met betrekking tot het probleem dat is ontstaan door de terdoodveroordeling van het Bulgaarse en Palestijnse medische personeel in Libië, op 19 december jongstleden. Ik zal u namens de Commissie wat achtergrondinformatie geven.

Zoals u zojuist al zei, mijnheer Gloser, heeft het Libische hooggerechtshof het eerste doodvonnis op 25 december 2005 vernietigd en een nieuw proces gelast. Dit nieuwe proces is op 19 december 2006 afgesloten met de bevestiging van de terdoodveroordeling van de vijf Bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts. Volgens de Libische autoriteiten zal de zaak in de komende weken opnieuw worden voorgelegd aan het hooggerechtshof. De gerechtelijke procedure is dan ook niet ten einde. Op 30 december jongstleden heeft de Libische president in het openbaar echter enkele verklaringen afgelegd die de theorie van een internationale samenzwering tegen Libië nieuw leven inblazen, hetgeen alom tot bezorgdheid heeft geleid.

Tegelijkertijd met de gerechtelijke procedure vindt momenteel politiek overleg plaats over een oplossing van dit probleem op basis van humanitaire principes, rekening houdende met het leed van de besmette kinderen en van het medisch personeel. Welk resultaat beogen we daarmee? Enerzijds willen wij dat de kinderen en hun families adequate medische behandeling en financiële steun worden gegarandeerd en anderzijds willen wij de vrijlating van het medisch personeel bewerkstelligen.

In dit verband is een internationaal fonds voor Benghazi opgericht. Dit fonds ontvangt bijdragen in de vorm van geld of verstrekkingen, diensten of apparatuur, afkomstig van publieke en particuliere donateurs. Het fonds dient een drieledig doel: het verbeteren van de medische zorg voor het behandelen van Aids in Libië, de behandeling in het buitenland van zieke kinderen, en financiële steun voor elke familie. Ik wil tevens benadrukken dat de zorg voor de kinderen reeds gewaarborgd is dankzij enerzijds de solidariteit van meerdere lidstaten en van de Europese Commissie en anderzijds dankzij de financiële middelen die door de Libische regering ter beschikking zijn gesteld aan de families.

De Commissie kent uiteraard een hoge prioriteit toe aan deze kwestie. Ze stelt alles in het werk om tot een oplossing te komen. Wij hebben technische en medische bijstand geboden aan het ziekenhuis van Benghazi, waar de kinderen de besmetting opliepen. Dit werk ging van start in september 2005 en duurt nog altijd voort. Hierdoor is de kwaliteit van de behandelingen en van de binnen het ziekenhuis gehanteerde praktijken verbeterd.

Tegelijkertijd neemt de Commissie actief deel aan het reeds genoemde politieke overleg. Uiteraard waren wij bijzonder teleurgesteld dat het doodvonnis een tweede keer opgelegd is. Dat is weliswaar de verantwoordelijkheid van de Libische gerechtelijke autoriteiten, maar wij hebben een dialoog op gang gebracht tussen de betrokken partijen en zijn van mening dat de strategie om uit deze crisis te geraken moet passen in het kader van deze dialoog. De Commissie blijft volledig betrokken bij dit proces.

Tot slot - en daarbij sluit ik me aan bij de woorden van de vertegenwoordiger van het Duitse voorzitterschap - is de dialoog nog altijd gaande. Dat neemt niet weg dat het een zeer gevoelige zaak betreft, waarbij de Europese Unie discreet te werk moet gaan, zonder evenwel concessies te doen met betrekking tot de vrijlating van het Bulgaarse en Palestijnse medische personeel. Wij vinden overigens dat de Europese instellingen duidelijk blijk moeten geven van hun solidariteit met het medisch personeel, waarbij we ervoor waken de op gang gebrachte dialoog niet in gevaar te brengen en het klimaat van de gesprekken met Libië niet aan te tasten door geïmproviseerde acties op touw te zetten.

In navolging van het Duitse voorzitterschap kan ik u verzekeren, geachte afgevaardigden, dat de Commissie alles in het werk zal blijven stellen om een oplossing te vinden voor dit probleem dat, het moet echt gezegd, een uitermate tragische dimensie heeft voor de betrokken partijen en voor onze Bulgaarse vrienden.

 
  
MPphoto
 
 

  Филип Димитров Димитров, от името на групата PPE-DE. – Поздравявам Ви с Вашия избор. Уважаеми дами и господа, благодаря Ви, че сте готови да разгледате тази резолюция, засягаща съдбата на петте български медицински сестри и палестинския лекар, които се намират от осем години в либийски затвор. Вносителите на тази резолюция представяме на Вашето внимание един текст, който с всичкото съчувствие, което изразяваме към трагедията на либийските деца, станали жертва на епидемията от HIV/AIDS, едновременно с това отхвърля категорично смъртните присъди, предлага ясно ангажиране на Европейския парламент със съдбата на българските сестри и палестинския лекар и призовава към извършването на конкретни действия от другите европейски институции в тази посока.

(EN) Een resolutie van het Europees Parlement is een politieke handeling. Deze handeling is noodzakelijk omdat het Libische leiderschap zich, zoals de vertegenwoordiger van de Commissie zei, al een aantal malen in uitsluitend politieke termen heeft uitgelaten over dit proces.

De acht lange jaren van detentie, die begon met marteling, mondden langzaam uit in een proces, dat niet transparant is verlopen, waarbij de algemene procesregels werden geschonden en de bevindingen van vooraanstaande medische deskundigen op dit gebied volledig in de wind werden geslagen.

Het politieke karakter van dit proces blijkt uit de hernieuwde tenlastelegging, waarbij werd beweerd dat dit een samenzwering was waar de CIA en de Mossad achter zaten. Daaruit blijkt de retoriek van haat, die typerend is voor totalitaire regimes of een staaltje is van de samenzweringstheorie en een antisystematische benadering.

Het is inmiddels duidelijk dat de epidemie in Libië geruime tijd voor de Bulgaarse verpleegkundigen voet op Libische bodem zetten, is begonnen. Dat is bewezen door vooraanstaande deskundigen op dit gebied, wier bevindingen, zoals ik al zei, zijn veronachtzaamd.

Last but not least is de heiligste taak van de staatsinstellingen om hun burgers te verdedigen. De Bulgaarse verpleegsters zijn EU-burgers, dus komt u alstublieft voor hen op.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Евгени Кирилов, от името на групата PSE. – Благодаря Ви, госпожо председател, и поздравления за Вашия избор. Към г-н Баро бих желал да кажа, че не съм особено възхитен от тона на неговото изявление. Тези деликатни, чувствителни теми, за които Вие говорихте, г-н Баро, не ни помагат в случая и струва ми се, че трябва да помислим сериозно по този въпрос.

(EN) Mevrouw de Voorzitter, beste collega’s, ik wil graag iedereen bedanken die het initiatief heeft gesteund voor een debat over deze brandende kwestie tijdens de eerste vergaderperiode van dit jaar. Ik weet zeker dat een aantal sprekers het vandaag zal hebben over de grove schendingen van de mensenrechten van onze verpleegkundigen, de zware martelingen en de gedwongen ondertekening van bekentenissen in het Arabisch zonder tolken of vertalers. Wij hebben het hier over een acht jaar durende farce, waarbij het Libische rechtssysteem is betrokken en over de politieke aard van deze menselijke kwelling.

Ik vind nu echter dat het tijd is om de balans op te maken van dit alles en duidelijk te verklaren dat de resultaten zeer teleurstellend zijn, ondanks alle inspanningen van de Raad en de Commissie en ondanks de langdurige onderhandelingen, waar ik zeer dankbaar voor ben. Het Libische regime is, net als elk ander dictatoriaal regime, bang voor zijn bevolking. Het is bang om toe te geven dat de HIV-epidemie en de tragische dood van zoveel kinderen zijn veroorzaakt door zijn eigen gezondheidszorgsysteem. Zoals al naar voren is gebracht, hebben Libische functionarissen en zelfs kolonel Khaddafi zelf onlangs opnieuw enkele westerse landen en hun geheime diensten beschuldigd van een complot, hoewel de aanklachten dat er sprake was van een complot enige tijd geleden zijn ingetrokken. Hij zegt dat hij niet geïnteresseerd is in het lot van de verpleegkundigen; hij is geïnteresseerd in de landen die achter het complot zaten. Hij probeert vakkundig compensatie los te krijgen, waardoor zijn bevolking overtuigd zal worden van de schuld van Europa en de VS. Hij zegt dat er geen geld is in het speciaal ingestelde humanitaire fonds en hij laat zich niets gelegen liggen aan de aanzienlijke middelen die de Europese Unie reeds heeft uitgegeven of aan de behandeling van geïnfecteerde Libische kinderen.

Als men volhardt in deze absurde en monsterlijke aanklacht van een samenzwering om honderden kinderen te infecteren en te doden - wat een misdaad tegen de menselijkheid is - waarom dagen wij de Libische autoriteiten dan niet uit om een internationaal strafhof in te stellen voor deze zaak? Waarom dagen wij hen niet uit om de VN-Veiligheidsraad in te schakelen? Wij zijn niet bang voor gerechtigheid.

De druk op Libië heeft tot op heden niets opgeleverd. Ik sta volledig achter de resolutie waarin staat dat herziening van het beleid ten aanzien van Libië absoluut noodzakelijk is, als er geen positieve ontwikkelingen zijn in deze zaak. Libië moet zeer snel inzien dat er geen sprake meer kan zijn van business as usual. Anders zullen cynische stemmen beweren dat de regeringen geneigd zijn om de mensenrechten te vergeten zodra ze olie of gas ruiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie. - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is mij een genoegen u in de voorzitterstoel te zien. Gefeliciteerd!

Om duidelijk te laten zien dat dit niet louter een Bulgaarse kwestie is, hebben de Bulgaarse Parlementsleden van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa hun collega’s van andere nationaliteiten gevraagd om hierover te spreken, hetgeen wij natuurlijk allemaal graag doen.

Zoals u weet kwijnen vijf EU-burgers - en ik benadruk dit - weg in een Libische gevangenis. Sinds 1999 worden vijf Bulgaarse verpleegkundigen, een Palestijnse arts en negen Libiërs vastgehouden op grond van beschuldigingen die nu welbekend zijn. Op 19 december 2006 werden de gedetineerden opnieuw ter dood veroordeeld. Wij willen laten weten dat wij faliekant tegen de doodstraf zijn. Wij protesteren krachtig tegen deze onrechtmatige veroordeling. Wij benadrukken dat geen acht is geslagen op de bevindingen van vooraanstaande internationale HIV- en Aids-deskundigen, die hebben verklaard dat de HIV-infecties te wijten waren aan een ziekenhuisinfectie die lang voor de Bulgaarse verpleegkundigen arriveerden al was begonnen. Wij uiten ook onze bezorgdheid over de aantijgingen in verband met marteling.

De Europese Unie en met name het Europees Parlement moeten deze zaak zeer nauw volgen. De Commissie en de Raad moeten het Europees Parlement voortdurend op de hoogte houden van alle mogelijke ontwikkelingen en volgende week moeten de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten deze zaak zeer hoog op hun agenda plaatsen.

Tot slot moet Libië zich realiseren dat zijn positie in de wereld en zijn betrekkingen met de Europese Unie en haar lidstaten op het spel staan. Libië mag deze gelegenheid niet missen en moet aantonen dat het zich houdt aan de basisbeginselen van het internationale recht en de mensenrechten. Libië moet echter bovenal goed beseffen dat wij allemaal volledig solidair zij met de Bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Flautre , namens de Verts/ALE-Fractie. - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil u graag feliciteren met uw verkiezing. In dit debat wil ik allereerst wijzen op het standpunt van de Europese Unie tegen de doodstraf, en wel onder alle omstandigheden, of het nu gaat om het geval van het medisch personeel van Benghazi, Saddam Hussein, de politieke tegenstanders in China of ook alle anonieme personen die minder vaak ter sprake komen, met name in de Verenigde Staten. Het recht op leven is een fundamenteel en essentieel recht voor de menselijke waardigheid, en daarom behoort de afschaffing van de doodstraf tot de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie en is het een prioriteit in het buitenlands beleid van de Unie, die overigens specifieke richtsnoeren heeft opgesteld van deze strekking.

De situatie van het medisch personeel van Benghazi is tragisch. Het is een tragedie die families en met het AIDS-virus besmette kinderen treft. Het is dan ook van cruciaal belang dat de Europese Unie een bijdrage blijft leveren aan de uitvoering van haar actieplan, zodat ze de slachtoffers en hun families te hulp kan komen.

Moeten we de tragedie echter nog gruwelijker maken? De Palestijnse arts en de Bulgaarse verpleegkundigen, die al meer dan zeven jaar vastzitten en die sinds hun arrestatie door een hel gaan, hebben deze misdaad niet gepleegd. Talloze onafhankelijke onderzoeken hebben het onweerlegbare bewijs geleverd dat ze het niet hebben gedaan, en hun zogenaamde bekentenissen zijn verkregen door marteling. Dat weet iedereen.

Het medische team van Benghazi wordt dus in gijzeling gehouden door een schandelijke vorm van koehandel, en het is tijd dat er een einde komt aan deze parodie van rechtspraak. De Europese Unie is er tot op heden niet in geslaagd alle leden van het medische team uit deze hel te halen en we moeten nu wellicht vraagtekens plaatsen bij de betrekkingen van de Europese Unie met de Libische autoriteiten.

Zodra we het namelijk over de zaak-Benghazi hebben, is iedereen het erover eens dat Libië geen democratisch land is, dat de rechterlijke macht er niet onafhankelijk is, dat marteling er aan de orde van de dag is en dat de rechten er met voeten worden getreden, maar zodra we het hebben over het beheer van de migratiestromen, dan is het alsof dat allemaal niet meer waar is. Dan slaan we een stroperige toon aan, roepen we Libië op verder te gaan op de weg naar democratie en wekken wij de indruk dat de mensenrechten er mogelijk gerespecteerd worden.

Denkt u niet dat, als wij deze zaak tot een goed einde willen brengen, er een beleid nodig is voor de bevordering van de mensenrechten en de verwezenlijking van een geloofwaardige en coherente democratie, waarin niet met twee maten wordt gemeten en dat op alle niveaus nageleefd wordt? Dat is naar mijn idee de voorwaarde voor succes.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Dames en heren, staat u mij toe de heer Borrell Fontelles, voormalig Voorzitter van het Parlement, welkom te heten.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey van Orden (PPE-DE) . - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wilde u ook graag feliciteren met uw verkiezing.

Vandaag spreken wij over een tragedie in drie delen. Er zijn vijf Bulgaarse verpleegkundigen en een Palestijnse arts die niets hebben misdaan maar nu al ongeveer acht jaar in een Libische gevangenis zitten, waarvan een groot deel met een doodvonnis. Deze vreselijke situatie is een enorme tragedie voor hen en voor hun families.

Er zijn honderden Libische kinderen die HIV hebben opgelopen, waarschijnlijk vanwege fouten in het Libische bloedtransfusiesysteem. Wij weten uit onberispelijke internationale deskundigenanalyses dat de HIV-stam die de kinderen heeft besmet, al aanwezig was en jaren voor de buitenlandse medici in Libië aankwamen, lokaal verspreid werd in Benghazi. Er zij ook op gewezen dat er veel andere gevallen van HIV- en BSE-besmetting via geïnfecteerde bloedtransfusies zijn geweest in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en andere landen. In geen van deze gevallen kreeg daarbij het medisch personeel dat de transfusies gaf, de schuld in de schoenen geschoven.

Het is een enorme tragedie voor de kinderen en hun families, en in antwoord daarop heeft de Europese Commissie in november 2004 haar Aids-actieplan voor Benghazi gelanceerd. In maart vorig jaar was er 2 miljoen euro gereserveerd voor dit programma en NGO’s doen nog meer.

Het derde element van de tragedie is de impact die deze kwestie heeft op de betrekkingen tussen Libië en de internationale gemeenschap. In de afgelopen vijf jaar was Libië uit de kou geraakt, sinds het land de verantwoordelijkheid had genomen voor enkele terroristische daden in het verleden en sinds het zijn WMD-programma had opgegeven. Het ontdooien van de betrekkingen heeft enorme potentiële voordelen voor Libië, dat toegang tot westerse technologie en hulp nodig heeft om zijn olie-industrie te verbeteren en de economie te diversifiëren. Wij juichen nauwe betrekkingen met Libië toe. Er staat dus heel veel op het spel voor heel veel mensen vanwege een kwestie die heel snel zou kunnen worden opgelost.

Ik verzoek president Khaddafi en het hooggerechtshof in Libië nogmaals dringend om hun macht aan te wenden en te zorgen voor een snelle vrijlating van het gevangen medisch personeel. Ik ben ervan overtuigd dat president Khaddafi een dusdanige status heeft dat hij geen moment van zijn stuk zal worden gebracht door een triviale beschuldiging van gezichtsverlies. Ik ben er ook van overtuigd dat hij alle vooruitgang van de afgelopen jaren niet teniet wil doen door toe te geven aan degenen die proberen om de verpleegkundigen als een soort politieke gijzelaars te gebruiken.

Ik weet dat commissaris Ferrero-Waldner persoonlijk sterk betrokken is bij de verpleegsters en dat ze hen heeft bezocht en heeft gesproken met president Khaddafi. Uit recente gesprekken met haar weet ik dat zij onze teleurstelling deelt over het gebrek aan vooruitgang en hoopt op een snelle oplossing voor deze kwestie.

Ik erken dat er enige gevoeligheid en discretie nodig is. Maandag zal de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen bijeenkomen. Wij hopen dat de parallelle processen van diplomatieke dialoog en actie door het hooggerechtshof in Libië snel tot resultaten zullen leiden. Tegelijkertijd roep ik de Raad en de Commissie op om mogelijke maatregelen uit te werken: een aantal positieve en aantrekkelijke stappen om Libië te helpen als het gewenste resultaat er is, en een reeks andere maatregelen als er geen vooruitgang wordt geboekt. Laat deze kwestie niet opnieuw een voorbeeld worden van een EU die verklaringen aflegt maar er niet in slaagt om een bruikbare uitweg te vinden. Zowel het Bulgaarse als het Libische volk verdient beter.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Атанас Папаризов (PSE). – Нека и аз на свой ред да Ви поздравя с Вашия избор. Бих искал да започна с благодарност към колегите от Европейския парламент, които и преди нашето присъединяване, от 2004 г. насам следят внимателно този въпрос. Заедно с г-жа Катрин Ги Kен (Catherine Guy-Quint), в Съвместния парламентарен комитет, ние неведнъж поставяхме въпроса. Г-н Ван Орден (Van Orden) като докладчик за България го поставя на няколко пъти пред Вас.

Сега ние имаме изключителната възможност, с пълно единодушие, надявам се, тъй като проектът за резолюция е подкрепен от всички политически сили, да покажем на либийската страна, че Европейският парламент стои зад петте европейски гражданки и зад палестинския лекар, че Европейският парламент отстоява ценностите на хуманността, на човешките права и ще кажа ясно и точно, независимо от дипломатическите процедури, преговорите, че ние сме за това, българските сестри и палестинският лекар да бъдат освободени незабавно.

Мисля, че силата на една резолюция на Европейския парламент, силата на това, което правят неправителствените организации, ще могат действително да повлияят на това отношение към българските медицински сестри и палестинския лекар, които нямат нищо общо със законността и хуманността. Надявам се, че нашият общ глас ще има реално значение за свободата на българските медицински сестри и палестинския лекар. Благодаря Ви, госпожо председател.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Lambsdorff (ALDE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ook ik zou u van harte willen feliciteren met uw verkiezing!

Niet alleen in Bulgarije, maar in heel Europa, ook bij ons in Duitsland, zijn de burgers geschokt door de ongegronde veroordeling door Libië van de Bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts. Daarbij kunnen we ons allemaal nog heel goed herinneren dat de vorige voorzitter van de Commissie, Romano Prodi, tijdens een bijna historisch moment de Libische president Gaddafi de hand drukte. Dat was eind april 2004. Libië had het toen over een strategie van een werkelijke toenadering tot Europa. Daarvan heeft het land zich nooit officieel gedistantieerd.

Drie jaar later worden we echter geconfronteerd met een vonnis dat ons grotesk lijkt te zijn, en volkomen haaks staat op de principes die aan de EU ten grondslag liggen. Vijf Bulgaarse verpleegsters en een Palestijnse arts worden ter dood veroordeeld, omdat ze in het ziekenhuis Al-Fatih bewust kinderen met aids zouden hebben besmet. Daarvoor bestaat geen bewijs. Het proces was niet fair. Deze kinderen zijn het slachtoffer van aids, niet van verpleegsters.

De waarden en principes van de EU zijn absoluut. Twee van die principes zijn het afwijzen van de doodstraf en de handhaving van de rechtsstaat. Het proces dat we nu bespreken is een bedreiging voor beide principes. Het is een feit dat burgers van de Europese Unie in een unfair en juridisch uiterst dubieus proces ter dood veroordeeld zijn. Kolonel Gaddafi en Romano Prodi hadden het in april 2004 over het vertrouwen tussen beide partijen. Dat is echter alleen maar mogelijk als het op daden gebaseerd is.

Het moet Libië duidelijk zijn dat dit proces een ernstige hinderpaal is voor de wens met betrekking tot een nauwer partnerschap met de Europese Unie. President Gaddafi moet weten dat wij Europeanen solidair zijn met de arrestanten en hun familie. We hopen voor hen dat ze elkaar zo snel mogelijk in eigen land weer kunnen omarmen. Daarom zeggen wij: wanneer deze resolutie wordt uitgevoerd, wanneer de Europese burgers uit Bulgarije en de Palestijnse arts worden vrijgelaten, dan zal dat voor Libië grote voordelen met zich meebrengen voor de toenadering tot de Europese Unie, een toenadering waar beide partijen enorm van kunnen profiteren.

Overigens ben ik van mening dat we ook dit debat in Brussel zouden moeten voeren, en niet in Straatsburg.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Borghezio (UEN). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, gefeliciteerd! In 2004 deed de toenmalige voorzitter van de Commissie Prodi zijn uiterste best om Libië in het euromediterrane proces te betrekken. Thans is Prodi in zijn hoedanigheid van Italiaanse premier op staatsbezoek in Sofia, waar hij een hoop woorden verspilt en krokodillentranen plengt. Maar tegenover dat regime, tegenover die despoot had men al een hele tijd geleden een standpunt moeten innemen, heel lang geleden, in plaats van te protesteren tegen het T-shirt van minister Calderoli!

Wij staan hier tegenover een gebeurtenis die zijn weerga niet heeft, als we even geen rekening houden met de stalinistische processen tegen artsen, en dergelijke. Dit is een schande, een belediging voor de beginselen van het internationaal recht en de mensenrechten! Wat met deze verpleegsters en de Palestijnse arts is gebeurd, is een schoolvoorbeeld van arrogante schending van de mensenrechten door een staat die aan de Europese Unie grenst. Wij Italianen wonen ertegenover en in onze oren weergalmen nog de woorden van chantage die deze satraap zo vaak uitspreekt ten koste van de Afrikaanse emigranten. Europa moet met hem onderhand uit een ander vaatje gaan tappen. Wij kunnen ons niet zomaar laten beledigen en wij kunnen niet langer dulden dat dergelijk ernstige schendingen, dit soort arrogante en ontoelaatbare schendingen, tegen Europese burgers en tegen wie dan ook, begaan worden!

 
  
MPphoto
 
 

  Eoin Ryan (UEN) . - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil me graag aansluiten bij de anderen door u geluk te wensen met uw verkiezing.

De zeer droevige en tragische situatie van 462 kinderen die in de jaren negentig in Benghazi zijn geïnfecteerd met het HIV/aids-virus mag niet worden vergolden met het opleggen van de doodstraf aan zes mensen wegens misdaden die zij niet hebben begaan. Tweemaal fout is niet goed.

Het besluit van het Libische hof van 19 december 2006 om de doodvonnissen van vijf Bulgaarse verpleegkundigen en een Palestijnse arts te bekrachtigen, is gewoon onacceptabel. Deze vonnissen werden opgelegd ondanks het degelijke internationale deskundigenadvies dat het Libische hof had gekregen van de International Council of Nurses (ICN) en van Luc Montagnier, de Franse arts die het HIV/aids-virus heeft ontdekt.

Ik heb president Gaddaffi, die ik eerder heb ontmoet, geschreven en hem verzocht om op humanitaire gronden tot een oplossing te komen met de internationale gemeenschap.

Vorige week had ik in Brussel een persoonlijke ontmoeting met de Libische vertegenwoordiger bij de EU, Sifaw Hafiani, en heb ik de Libische regering opgeroepen om deze kwestie humaan en diplomatiek op te lossen. Ik geloof in dit geval niet dat confrontatie zal werken.

De Libische regering heeft ook ingestemd met een korte ontmoeting met een delegatie van de Ierse Organisatie van Verpleegkundigen in Brussel om deze zaak te bespreken. Verpleegkundigen en medisch personeel uit Ierland en uit Europa werken in ziekenhuizen in het hele Midden-Oosten en daarbij stuiten ze op bepaalde moeilijkheden. Ik denk dat deze kwestie en deze situatie deze moeilijkheden enkel verergeren. Zij zijn, evenals de ICN, uitermate bezorgd over deze zaken en over het precedent die deze scheppen voor hun leden.

Ik wil iedereen graag vragen om te trachten deze situatie via de diplomatieke weg op te lossen met de Libische regering. Ik ben ervan overtuigd dat wij dit tot een goed einde kunnen brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathalijne Maria Buitenweg (Verts/ALE). - Voorzitter, het is goed om vandaag uitgebreid stil te staan bij de nachtmerrie waarin de vijf Bulgaarse verpleegkundigen en een Palestijnse arts al sinds 1998 vastzitten. Een nachtmerrie, zoals al gezegd, van gevangenschap, van marteling en een dreiging van de doodstraf. Er is ook al eerder gezegd dat er ook een nachtmerrie is voor de ouders en de kinderen van Benghazi, de 426 kinderen die met HIV zijn besmet. Het is goed dat de Europese Unie zich ook daarom bekommert.

Ik wil niet blijven stilstaan alleen in het uitspreken van onze afschuw met hoe het nu is, en onze hoop op een goede afloop voor de zes onschuldige gevangenen in de nabije toekomst. Ik wil ook stilstaan bij wat het betekent voor onze relaties met Libië. Want het is natuurlijk niet zo dat, wanneer dit tot een goed einde is gebracht, alles weer helemaal top is. Libië is overduidelijk geen rechtsstaat. Onweerlegbaar bewijs voor onschuld werd door de rechtbank toch gewoon terzijde geschoven. De rechten van mensen zijn met voeten getreden. Er is gemarteld.

En wat betreft de regering, die offert onschuldigen op voor het eigen falen van de gezondheidszorg en speelt een spel met de internationale gemeenschap door Lockerbee erbij te betrekken. Een soort compensatie voor de compensatie die Kadhafi heeft betaald. Het is toch alleen een zieke geest die dat kan bedenken.

En wat moeten wij dan met die constatering over dat land? De Europese Raad wil nauwere samenwerking met Libië op het gebied van illegale migratie. De EU wil gezamenlijke patrouilles op de Middellandse Zee. De EU wil een akkoord met Libië voor het terugnemen van migranten die vanuit Libië naar de Europese Unie komen. Ik ben niet voor een isolement, laten we daar duidelijk over zijn. Het is goed een positieve ontwikkeling in Libië te ondersteunen en te stimuleren. Maar het is wat anders om zo vergaand te gaan samenwerken.

Het zou toch hypocriet zijn om vandaag te constateren dat in Libië vijf Bulgaarse en een Palestijnse migrant onmenselijk onrecht wordt aangedaan, en morgen een akkoord te gaan bereiken over het overdragen van meer migranten in de handen van de Libische autoriteiten. Dat is samenwerking die tot mensenrechtenschendingen leidt en daarom is het belangrijk om, zoals ook in de resolutie staat, ons te bezinnen op hoe het nu verder moet.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Busuttil (PPE-DE). - (MT) Mevrouw de Voorzitter, zoals commissaris Barrot op correcte wijze tot uitdrukking bracht, is dit een delicate en gevoelige zaak, een zaak waarmee veel emoties gepaard gaan. Bij alle partijen ligt dit gevoelig, want aan de ene kant zijn er honderden kinderen die geïnfecteerd zijn en aids hebben gekregen - en veel van deze kinderen zijn inmiddels gestorven - en aan de andere kant zijn er ook slachtoffers, want de Bulgaarse verpleegsters en de Palestijnse arts zijn eveneens slachtoffers. Zij zijn slachtoffers omdat ze te lang in de gevangenis in Libië wegkwijnen, en ze zijn slachtoffers omdat hun de doodsstraf boven het hoofd hangt. Een zwaardere straf bestaat niet. De gerechtelijke procedure heeft veel te lang geduurd en bij de veroordeling zijn duidelijke bewijzen afkomstig van gerenommeerde internationale deskundigen, die hun onschuld aantonen, niet in aanmerking genomen. Wij kunnen niet anders dan ons tegen de doodsstraf verzetten; die kunnen we nooit accepteren. Wat is er gebeurd? Het moet gezegd dat er veel is gedaan, vooral door de Europese Commissie, die het Benghazi-actieplan heeft gelanceerd. Dit plan is bedoeld om de kinderen te helpen, om hun families te helpen, en ook om de Libische autoriteiten te helpen de sanitaire omstandigheden in ziekenhuizen te verbeteren, met name in Benghazi. Ook zij erop gewezen dat in januari van vorig jaar het Internationale Fonds voor Benghazi is opgericht. Dat zijn allemaal positieve ontwikkelingen.

De bevestiging van de terdoodveroordeling enkele dagen geleden heeft de situatie echter verslechterd. Wat kunnen we dan doen? We hebben een meer humanitaire benadering nodig. We moeten meer solidariteit met de kinderen, met de ouders en met de Bulgaarse en Palestijnse slachtoffers van deze situatie tonen. We moeten er nu bij de Palestijnse autoriteiten op aandringen de spanning te verminderen door onmiddellijk te verklaren dat de doodsstraf niet zal worden uitgevoerd. Deze resolutie stuurt niet aan op confrontatie en is ook geen dreigement. De resolutie is evenwichtig, maar wel duidelijk over deze zaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Кристиан Вигенин (PSE). – Уважаема г-жо председател, уважаеми колеги -членове на Европейския парламент, има нещо символично в това, че на първата сесия на Европейския парламент след приемането на България в Европейския съюз ние обсъждаме един въпрос, който поставя на изпитание готовността на европейските институции, на европейските правителства, на европейските народи изобщо, да се борят за ценностите, върху които е изграден нашият Съюз. Защото потвърдените смъртни присъди на пет българки и на един палестинец са предизвикателство към демократичния свят. Тези смъртни присъди са основани на измислени доказателства и на изтръгнати с нечовешки мъчения фалшиви самопризнания. Те са опит за бягство от политическа отговорност на либийските ръководители и лично на Кадафи, за тежкото състояние на либийското здравеопазване. Те са опит една смърт да бъде възмездена с друга смърт, невинни хора да платят с живота си за трагедията на други невинни хора.

Ние не можем да приемем това. Трябва да спрем произвола. Днес гласът на Европейския съюз трябва да бъде силен и ясен, за да бъде чут и в Триполи. Времето тече все по-бързо и става все по-важно недвусмислените декларации да бъдат последвани от недвусмислени действия. В последните години много политически лидери обещаваха подкрепа за медиците в Либия. Паралелно с това, Либия беше извадена от изолацията и една след друга европейски компании и правителства сключват милиардни сделки с нея. Има нещо лицемерно в това.

Аз моля днешната дискусия да не остане само упражнение, с което да успокоим съвестта си, че сме направили всичко, което е в правомощията ни. Аз моля да пренесете тази дискусия в националните парламенти и правителства, защото животът на шест невинни човека трябва да бъде незаобиколим фактор в отношенията с Либия. Не искам дори да си представя ужаса този парламент да започне своя сесия с минута мълчание. Благодаря Ви.

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE) . - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil u graag gelukwensen met uw verkiezing.

Commissaris Barrot riep op tot discretie en geen van ons wil iets doen of zeggen wat de kansen op een rechtvaardige oplossing voor deze verschrikkelijke situatie, die onze Europese medeburgers en een Palestijnse arts treft, kan schaden.

De commissaris heeft echter terecht ook opgeroepen tot vastberadenheid. Het streven naar een oplossing mag niet worden beïnvloed door de meer algemene belangen die zich ontwikkelen tussen Libië en de EU. Ik denk aan de nauwe samenwerking die is ontstaan met betrekking tot de terugkeer van illegale immigranten - met name tussen Italië en Libië - waarvan Libië er nu meer dan een miljoen heeft opgevangen.

Het Europees Parlement heeft grote bezorgdheid geuit over het gebrek aan mogelijkheden voor veel van deze mensen, zowel in de EU als in Libië, om toegang te krijgen tot een procedure voor het verkrijgen van de vluchtelingstatus. Wat onze motieven ook mogen zijn om die toestroom te beheersen of te voorkomen - en het ontbreken van een alomvattend Europees migratiebeleid verhindert een goede aanpak -, wij mogen deze motieven nooit laten prevaleren boven de eis op rechtvaardigheid en de naleving van de mensenrechten. De plannen voor een actieplan van de EU en Libië inzake migratie zijn zeer terecht bevroren - hoewel dat de zaak niet verder helpt - vanwege de Benghazi-zaak, en zij mogen niet weer uit de ijskast worden gehaald voor er een geschikte oplossing is.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Hanna Foltyn-Kubicka (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de situatie waar we nu getuige van zijn, is niets anders dan chantage, met het oog op economisch en politiek gewin, chantage, die de Unie niet mag tolereren en waartegen doortastend moet worden opgetreden.

Economische belangen mogen nooit primeren boven respect voor de mensenrechten. Dat is de kern van het Europees bewustzijn en het erfgoed van onze geschiedenis. Het feit, dat Libië een van de belangrijkste leveranciers van olie en aardgas is, mag er niet toe doen, nu hier het leven van onschuldige mensen op het spel staat. De Europese Unie moet als ééen man achter Bulgarije staan in de strijd voor het intrekken van het onrechtvaardige en politieke vonnis van de Libische rechtbank, en daarbij gebruik maken van alle drukmiddelen waarover de EU beschikt, inclusief sancties. De bevolking van Bulgarije moet vanuit de Gemeenschap een duidelijk signaal krijgen, een signaal dat hen sterkt in de overtuiging dat toetreding tot de Unie een goede stap is geweest en dat de Unie geen van haar lidstaten in de kou laat staan. Dat is tenslotte de ware betekenis van het gemeenschappelijke Europa waartoe wij allemaal behoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Luisa Fernanda Rudi Ubeda (PPE-DE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, allereerst van harte gelukgewenst met uw verkiezing tot ondervoorzitter en met het feit dat u gisteren tijdens de verkiezingen het hoogste aantal stemmen hebt behaald.

We hebben het vandaag in dit Parlement opnieuw over het geval van de Bulgaarse verpleegsters en de Palestijnse arts, die in Libië tot de doodstraf zijn veroordeeld. Ik wil in de eerste plaats de solidariteit van het hele Parlement betuigen met de besmette kinderen - sommigen van hen zijn inmiddels overleden - en met hun families.

Ik wil me echter tegelijkertijd sterk maken voor onze beginselen en me uitspreken tegen de doodstraf. In de Europese landen zijn we - goddank - al jaren geleden tot de conclusie gekomen dat geen enkel mens het recht heeft om een ander het leven te ontnemen, noch om die mogelijkheid goed te praten.

In april 2005 heb ik, samen met de overige leden van de delegatie voor de betrekkingen met de Maghreblanden en de Unie van de Arabische Maghreb, Libië bezocht. Bij die gelegenheid hebben wij met de autoriteiten gesproken over deze kwestie. Op dat moment leek er sprake te zijn van een lichtpuntje, want het naderhand goedgekeurde plan voor samenwerking tussen de Europese Unie en de kinderen en het ziekenhuis van Benghazi was in gang gezet.

Kijken we nu naar het herziene proces en het nieuwe vonnis, dan kunnen we vaststellen dat de technische rapporten waaruit de onschuld van de Bulgaarse verpleegsters is gebleken - sommige daarvan zijn zelfs ondertekend door degene die het HIV/Aids-virus heeft ontdekt of door wetenschappers van de universiteit van Oxford -, aan de hand van fylogenetisch onderzoek van het virus van de kinderen hebben aangetoond dat dit virus Libië al had bereikt ver voordat de Bulgaarse verpleegsters voet op Libische bodem zetten.

We hebben evenwel kunnen zien dat deze rapporten niet zijn toegelaten als bewijslast, waardoor de verpleegsters en de arts niet verzekerd waren van een juiste rechtsgang.

Ten slotte nog dit, mevrouw de Voorzitter: de commissaris, de heer Barrot, heeft ons verzocht deze kwestie discreet en behoedzaam te benaderen. Dat heeft men denk ik inderdaad ruim acht jaar lang gedaan, met het tot nu toe behaalde resultaat als gevolg. Misschien moet de Europese Unie nu niet alleen de beginselen van discretie en behoedzaamheid volgen, maar de klemtoon leggen op standvastigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Valenciano Martínez-Orozco (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik feliciteer u met uw plaats aan de Voorzitterstafel.

De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement acht het een buitengewoon ernstige zaak dat opnieuw de doodstraf is uitgesproken voor de Bulgaarse verpleegsters en de Palestijnse arts, die ten onrechte zijn beschuldigd van de besmetting van honderden kinderen met het HIV/Aids-virus. Deze voor alle Europese democraten volstrekt onaanvaardbare veroordeling in Libië betekent een veroordeling van niet alleen de verdachten maar ook de geneeskunde en de humanitaire hulpverlening.

Wij staan volstrekt afwijzend tegenover de doodstraf, ongeacht de omstandigheden, en wijzen nogmaals op het streven van de Europese Unie naar afschaffing ervan of naar de instelling van een wereldwijd moratorium op de uitvoering ervan.

In dit geval is de doodstraf extra onrechtvaardig. Ten eerste omdat het proces niet voldeed aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtbank - een vrij algemeen probleem in het geval van Libië - en ten tweede, omdat het vonnis niet strookt met het tastbare bewijsmateriaal dat is ingebracht door onafhankelijke deskundigen en dat de onschuld van de verdachten aantoont.

Bovendien is dit, zoals gezegd, een veroordeling van de geneeskunde en de volksgezondheid, omdat de werkelijke oorzaken van de HIV/Aids-besmetting van de kinderen worden achtergehouden. Wij wijzen op het drama van de veroordeelden, die al acht jaar opgesloten zijn in Libische gevangenissen onder onmenselijke omstandigheden en zich beklagen over mishandeling. Wij wijzen ook op het drama van de besmette kinderen en hun familie, met wie mijn fractie zich volledig solidair verklaart, evenals op de steun aan de programma’s van de Europese Commissie in Libië voor de strijd tegen HIV/Aids.

Wij vragen om de onmiddellijke invrijheidstelling van de verpleegsters en de arts, want zij zijn onschuldig. En wij eisen van de Libische autoriteiten dat zij zich richten op de besmette kinderen.

Laten we ons daarom gezamenlijk inzetten voor een mensenrechtenbeleid dat daadwerkelijk coherent, geloofwaardig en standvastig is.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE). – A Uachtaráin agus ba mhaith comhghairdeas a dhéanamh leat as a bheith tofa. Is ábhar áthais dom, ar an ócáid seo, mo chéad chomhrá i 2007 a thabhairt daoibh i mo theanga dhúchasach, an Ghaeilge. Tá áthas orm chomh maith gurb é aidhm an chéad chomhrá sin ná comhpháirtíocht a thairiscint do cheann de na Ballstáit nua, an Bhulgáir. Níl a lán ama agam, mar sin déanfaidh mé dhá phointe ghearra.

Tá nath cainte againne in Éirinn, 'ní neart go cur le chéile', agus sin atá i gceist againne inniu. Táimid ag tabhairt tacaíochta don Bhulgáir ina h-iarrachtaí ar shaoirse a bhaint amach do sheisear daoine neamhchiontacha: cúigear banaltraí agus dochtúir as an Phalaistín agus iad faoi bhagairt píonós an bháis sa Libia.

Ar an dara dul síos, áfach, tá nios mó ná tacaíocht na Parlaiminte ón Bhulgáir. Tá ról lárnach ag an nGearmáin ina hUachtaránacht, agus ag an gComhairle chomh maith, chun dul i ngleic leis an gceist phráinneach seo. Caithfidh siad úsáid a bhaint as a gcuid tionchair ar an leibhéal idirnáisiúinta chomh maith.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Coveney (PPE-DE). – A Uachtaráin, nuair a bhí an Pharlaimint ar athló i rith na Nollag agus na hAthbhliana, fuair cúig bhanaltraí ón mBulgáir cathróireacht ón Aontas Eorpach. Ag an am céanna, áfach, dúirt Cúirt sa Libia go raibh siad daortha chun báis. Tá siad cúisithe toisc go raibh baint acu le galrú 426 paistí le HIV in ionad Benghazi sa Libia.

Is é seo an dara triail sa chás seo, tar éis rialú ón gCúirt Uachtarach, ach tá a lán imní ann ó thaobh cóir agus neamhchaontacht na trialach.

(EN) Er wordt nu gezegd dat de heer Gadaffi deze zaak als een politieke onderhandelingstroef wil gebruiken. Hij lijkt besprekingen over de herziening van de doodstraf voor de Bulgaarse verpleegkundigen te willen voeren, op voorwaarde dat een Libiër wordt vrijgelaten, die voor de bomaanslag boven Lockerbie in 1988 is veroordeeld. Op deze wijze worden mensenlevens als politiek kapitaal ingezet. De verpleegkundigen zitten al acht jaar in de gevangenis en het enige doel van deze resolutie moet zijn om opnieuw een oproep tot hun onvoorwaardelijke vrijlating te doen.

De beklaagden hebben nu het recht om hoger beroep tegen het vonnis in te stellen. In dit laatste stadium van het proces moet opnieuw gekeken worden naar het wetenschappelijke bewijs met betrekking tot de oorsprong en het tijdstip van de infectie in Benghazi zonder dat een bevooroordeeld of politiek gemotiveerd panel van Libische deskundigen de aangevoerde beweringen kan tegenspreken. Ik ben er een hartstochtelijk voorstander van om voor deze zaak een speciale rapporteur van de EU te benoemen, die het beroep van de beklaagden volgt en nauwkeurig onderzoekt.

Het gemelde gebruik van martelingen om bekentenissen van de beklaagden af te dwingen terwijl zij in hechtenis zaten, en de schandalige vertragingen die deze rechtszaak kenmerken, blijven voor de EU een punt van grote zorg. Libië beweert dat het een positieve relatie en goede betrekkingen met de EU wil ontwikkelen. Laten wij echter duidelijk maken dat wij in dit Parlement groot belang hechten aan een eerlijke behandeling van onze burgers in Libië en dat hun onvoorwaardelijke vrijlating onze hoogste prioriteit heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het doet mij deugd u op de voorzittersstoel te zien zitten.

Wij zijn tegen de doodstraf, waar die ook plaatsvindt. Daarom zijn we verbijsterd over de uitspraak van 19 december 2006, waarmee de vijf Bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts ter dood werden veroordeeld, zeer zeker omdat zij geen eerlijk proces konden krijgen in een land waar marteling gemeengoed is en waar de bevolking nog steeds lijdt onder het regime van een waanzinnige en terroristische dictator. De Libische bevolking heeft bovendien vele jaren geleden onder VN-sancties, als gevolg van de terroristische avonturen van deze dictator.

Nog verbijsterender is evenwel het feit dat de regeringen van de EU en de Commissie de massale moordaanslagen boven Lockerbie en op het UTA-toestel blijkbaar wel heel snel zijn vergeten en dat zij nu in de gunst van die moordenaar en dictator proberen te komen. Dat hebben de EU-ministers immers onlangs in Tripoli gedaan. Komt dat doordat velen van hen meer om de olie en de transacties geven dan om de mensenrechten van Europese en Palestijnse burgers? Komt dat doordat verscheidene leden van Europese regeringen zich door het regime van Gadaffi laten gezeggen, uit angst dat hij zal uit de school zal klappen en vertellen dat zij samen met zijn regime betrokken zijn geweest bij de outsourcing van martelingen door de regering-Bush in het kader van het programma voor extraordinary rendition? Waarom vertellen regeringen als de Britse regering, of mijn eigen Portugese regering, niet wat het doel en de inhoud waren van de frequente vluchten van en naar Libië sinds juni 2003, die wij in onze Tijdelijke Commissie verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen hebben geïdentificeerd? Waarom komen de regeringen van de EU en de Commissie niet eindelijk vastberaden en hoorbaar in actie om deze vijf Bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts vrij te krijgen?

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil me graag aansluiten bij alle felicitaties voor het uitstekende resultaat dat u gisteren hebt bereikt.

Een aantal jaar geleden heeft Libië onder internationale druk de officiële steun aan het internationale terrorisme afgezworen. Ook heeft Libië zijn betrokkenheid bij de aanslag van Lockerbie toegegeven. Niettemin respecteert het land nog altijd de mensenrechten en burgerlijke vrijheden niet. Ik heb met veel belangstelling gevolgd hoe het land betrokken is geraakt bij de internationale samenwerking op veel gebieden, zoals de handel in olie, maar ook de strijd tegen illegale immigratie, omdat via Libië veel immigranten Europa trachten te bereiken.

Libië is een mooi land met enorm veel, maar weinig bekend erfgoed uit de tijd van het Romeinse rijk. Libië heeft steun nodig voor het ontwikkelen van de infrastructuur voor het toerisme. Met andere woorden, Libië heeft Europa nodig en Europa heeft Libië nodig. We moeten betrekkingen ontwikkelen voor wederzijdse samenwerking, maar niet tegen elke prijs, niet tegen de prijs van de levens van de Bulgaarse verpleegsters en Palestijnse arts. Uit het verleden blijkt dat kolonel Khaddafi en zijn land alleen zwichten onder sterke, niet-aflatende en consequente internationale druk.

Vandaag moeten we dat middel inzetten. De Europese Unie moet pal staan en zich solidair tonen in de strijd voor de vrijlating van deze onschuldige gevangenen. Mijnheer de commissaris, de tijd voor overleg achter de schermen, in de hoop zo een oplossing zonder gezichtsverlies te vinden, is voorbij. We moeten aanvaarden dat dit overleg niets heeft opgeleverd. De Commissie en de Europese Raad moeten zich harder opstellen en alle mogelijke middelen inzetten om Libië te belemmeren in haar contacten met Europa en dreigen het land opnieuw buitenspel te zetten en te isoleren. Als gevolg van de opstelling van Libië dienen alle banden met het land verbroken te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pierre Schapira (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de situatie is schokkend, schandalig en onaanvaardbaar. Dit is de tweede keer dat de Bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts ter dood veroordeeld worden. Eens te meer blijkt dat de Libische rechtspraak buitengewoon onrechtvaardig is en dat de rechterlijke macht zich voor het karretje van de politiek laat spannen. De Aids-affaire is slechts een zwak excuus.

Nu alle interventiepogingen op niets uitgelopen zijn moeten wij krachtig reageren op de ernstige schendingen van de grondrechten door de Libische autoriteiten. Ik zou graag zien dat de lidstaten van de Unie hun krachten bundelden tegen het regime van Khaddafi, met één stem spraken en niet zwichtten voor welke vorm van chantage dan ook.

Zo zouden de lidstaten de geplande Europese tournee van kolonel Khaddafi kunnen aangrijpen om hem de toegang tot het grondgebied van de Europese Unie te weigeren zolang het medisch personeel niet vrijgelaten is. Wij moeten het Libische bewind duidelijk maken dat de lidstaten van de Unie stuk voor stuk solidair zullen zijn met Bulgarije, en stuk voor stuk zullen optreden met dezelfde vastberadenheid als wanneer hierbij hun eigen onderdanen betrokken zouden zijn.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS ROCA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). - (SK) Als lid van het Europees Parlement en ook als arts geloof ik niet dat een Palestijnse dokter en vijf Bulgaarse verpleegkundigen, die de absolute plicht hebben om zieken te helpen en te genezen, weloverwogen en doelbewust kinderen met HIV hebben besmet toen ze in Libië hun werk deden.

Ik ben eerder geneigd me af te vragen of Libië en zijn dubieuze leider, kolonel Khaddafi, wel te vertrouwen zijn. Dit land wordt nog steeds geleid door iemand die met voorbedachten rade en doelbewust onschuldige mensen door terroristen liet vermoorden, toen deze een passagiersvliegtuig boven de stad Lockerbie opbliezen. Afgezien van het feit dat dit land deze schanddaad heeft toegegeven, is het enige 'positieve' aan Libië dat het beschikt over grote voorraden olie en aardgas.

Dat de doodstraf is uitgesproken tegen beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg is een afzichtelijke en cynische daad, en geen uiting van rechtsstaat en rechtvaardigheid. Ik vraag me trouwens af of dit geen deel uitmaakt van een smerig spel dat Libië speelt door te proberen grote geldbedragen te innen als compensatie voor de dood van de kinderen. Misschien probeert Libië het Westen en de Europese Unie te chanteren, nu Bulgarije lid is geworden, en te bewerkstelligen dat de Libische terroristen, die terecht zijn veroordeeld en opgesloten voor hun daden, weer worden vrijgelaten.

Ik roep daarom de Europese Commissie en Duitsland als fungerend voorzitter van de Europese Raad op alle middelen in te zetten voor het uitoefenen van politieke en economische druk op Libië om het leven van de Bulgaarse verpleegsters en de Palestijnse arts te redden. Het zou een ernstige en fatale vergissing zijn politieke concessies te doen aan Khaddafi en zijn autoritaire beleid. Politici met een terroristisch verleden accepteren, om van samenwerken niet te spreken, is immoreel en kan de beginselen waarop Europa is gebouwd - vertrouwen, rechtsstaat, mensenrechten en eerbiediging van de menselijke waardigheid - ondermijnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Gloser, fungerend voorzitter van de Raad. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou u willen bedanken voor uw bijdragen, en ook voor uw inzet voor de vijf Bulgaarse verpleegkundigen en de Palestijnse arts.

We moeten duidelijk laten zien dat de Europese Unie solidair blijft met Bulgarije, met de verpleegkundigen en met de Palestijnse arts, en dat we blijven strijden voor hun belangen.

Ik kan u verzekeren dat het voorzitterschap - natuurlijk vanwege dit debat, maar ook vanwege eerdere besluiten - de dialoog met de Libische instanties onvermoeid voort zal zetten, en klare taal zal blijven spreken.

We kunnen noch het proces noch het vonnis aanvaarden. Meerdere sprekers hebben het al gezegd: de Europese Unie wijst de doodstraf af, niet alleen bij ons, maar ook elders. Het is juist - en ook dat is door meerdere sprekers gezegd - dat er een paar jaar geleden een toenadering van Libië tot Europa heeft plaatsgevonden. Deze ommezwaai in het vroegere standpunt van Libië was juist en ook belangrijk, maar ondanks deze toenadering moeten we heel duidelijk maken dat we niet kunnen aanvaarden wat er tijdens dit proces in Libië tot nu toe is gebeurd.

Daarom zal het Duitse voorzitterschap van de Raad samen met de Commissie proberen om de druk op Libië op te voeren, zodat er een einde komt aan de onzekerheid voor deze mensen, die al jaren leven met de dreiging van een mogelijk doodsvonnis. We hebben altijd duidelijk gemaakt - en dat blijven we doen - dat we natuurlijk ook de andere kant van de tragedie zien en de besmette kinderen en volwassenen zullen blijven steunen, waar onze hulp ook maar nodig is, maar aangezien dit niet voor andere doeleinden mag worden misbruikt, is het belangrijk dat het voorzitterschap ook de steun van het Europees Parlement krijgt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacques Barrot , vice-voorzitter van de Commissie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, na u gefeliciteerd te hebben met uw herverkiezing, wil ik zeggen dat ik samen met mijn collega, mevrouw Kuneva, zeer aandachtig heb geluisterd naar alle bijdragen aan dit debat. Deze illustreren hoe diep verontrust het hele Europees Parlement is over de onaanvaardbare situatie van deze mensen, die sinds 1999 gevangen zitten - die datum mag u niet uit het oog verliezen. Wij zijn er als Commissie van overtuigd dat de Europese instellingen de absolute plicht hebben om hun solidariteit te betuigen in deze zaak en dat we onwrikbaar moeten zijn in onze steun.

Ik bevestig dan ook - net als het voorzitterschap zojuist - dat alle Europese instellingen zich solidair zullen opstellen tegenover deze tragedie. Ook wil ik u er graag op wijzen dat onze collega, mevrouw Ferrero-Waldner, vastberaden is om via de diplomatieke weg tot een oplossing te komen. Mevrouw Ferrero-Waldner is volledig betrokken bij de dialoog, die weliswaar moeilijk is, maar die we absoluut tot een goed einde moeten brengen. Tot slot sprak ik daarnet weliswaar over geïmproviseerde of ongelegen initiatieven, die deze noodzakelijke onderhandelingen en deze onontbeerlijke dialoog mogelijk zouden ondermijnen, maar de Libische autoriteiten mogen niet vergeten dat de toekomstige betrekkingen tussen Libië en de Europese Unie afhangen van de oplossing die zal worden gevonden voor dit probleem.

Voorzitter, mevrouw Ferrero-Waldner zal het Parlement op de hoogte houden van elke nieuwe ontwikkeling in deze zaak, met name nadat de Raad Algemene Zaken heeft plaatsgevonden.

Ik wil het Parlement graag bedanken voor het feit dat het zich op ronduit waardige en passende wijze heeft uitgesproken over deze ernstige zaak.

 
  
MPphoto
 
 

  Voorzitter. - Hartelijk dank, commissaris.

Tot besluit van het debat zijn zes ontwerpresoluties(1) ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2/Artikel 108, lid 5, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 22 maart 2007Juridische mededeling