Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2149(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0478/2006

Ingediende teksten :

A6-0478/2006

Debatten :

PV 18/01/2007 - 3
CRE 18/01/2007 - 3

Stemmingen :

PV 18/01/2007 - 9.10
CRE 18/01/2007 - 9.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0010

Debatten
Donderdag 18 januari 2007 - Straatsburg Uitgave PB

3. Geïntegreerde benadering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in werkzaamheden van de commissies (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0478/2006) van Anna Záborská, namens de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, over de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de werkzaamheden van de commissies (2005/2149(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), rapporteur. – (SK) De laatste jaren heeft het vraagstuk van de waardigheid en de roeping van de vrouw een nieuwe dimensie gekregen. Dit is met name duidelijk te zien binnen het transversale beleid van de Europese Unie waaraan vorm is gegeven door de Lissabonstrategie, bijvoorbeeld het beleid inzake de demografische uitdaging en de combinatie van gezins- en beroepsleven, en het beleid ter bestrijding van geweld tegen vrouwen.

Het erkennen van de verschillen tussen vrouwen en mannen enerzijds en het koesteren van de manieren waarop zij elkaar aanvullen anderzijds, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het versterken van de democratie en het parlementarisme, wat de burgers van de EU ten goede komt. Vrijheid is meer dan alleen maar de vrijheid om te concurreren, zoals de Bondskanselier, mijn favoriete politica, gisteren zei. Vrouwen zijn van bijzondere waarde in een brede en specifieke context, die hoofdzakelijk is geïnspireerd op de bescherming van de mensenrechten. Enerzijds heeft dit te maken met de waarde van vrouwen die als mens het onvervreemdbare recht hebben op respect voor hun fundamentele waardigheid. Anderzijds hangt dit samen met hun vrouwelijkheid, los van de culturele context of hun spirituele, psychologische of fysieke vrouwelijke kenmerken, zoals leeftijd, gezondheid, opleiding, werk of burgerlijke staat.

Het verslag over de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de werkzaamheden van de commissies van het Europees Parlement is het resultaat van samenwerking in de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid tijdens de eerste helft van de huidige zittingsperiode. Het verslag is met algemene stemmen aangenomen in de commissie, en daar ben ik buitengewoon dankbaar voor. Zulke gedeelde triomfen komen niet zo vaak voor in de parlementaire commissies, en de voordelen van een zo doelgerichte aanpak ervaren we ook niet dagelijks. Op dit moment is de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid het belangrijkste instrument waarmee de inspanningen worden ondersteund die nog verricht moeten worden in andere commissies om een daadwerkelijke gelijkheid tussen vrouwen en mannen te bewerkstelligen.

Mijn commissie is met het eerste methodologische model gekomen dat kan worden gebruikt om het functioneren van alle parlementaire commissies te beoordelen. Het model wordt in de toelichting beschreven. De vragenlijsten die waren ingevuld door de commissies die aan onze enquête meededen, zijn zorgvuldig verwerkt door het secretariaat van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Als alle commissies hadden meegedaan, zou de evaluatie veel uitgebreider zijn geweest. Alle commissies zouden onze aanbevelingen ter harte moeten nemen. Naar aanleiding van discussies binnen de Commissie rechten van de vrouw zijn een aantal amendementen aangenomen die de inhoud van het verslag versterken. Ik zou echter willen stilstaan bij de drie amendementen die betrekking hebben op de paragrafen 8, 21 en 22. Naar mijn mening zouden deze amendementen een ondermijning betekenen van de bevoegdheden van de Commissie rechten van de vrouw en zijn ze niet helemaal in overeenstemming met het Reglement van het Europees Parlement.

Ik vind het bijzonder waardevol dat het opstellen van dit verslag aanleiding heeft gegeven tot een veelzijdig parlementair debat, waarin het belang van het onderliggende probleem goed uit de verf kwam. Ik wil mijn dank betuigen aan alle collega’s, zowel vrouwen als mannen, die actief bij dit werk betrokken waren en die mij geholpen hebben bij het opstellen van het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka, namens de PPE-DE-Fractie. – (HU) Mevrouw de Voorzitter, het verslag van de voorzitter van onze commissie, mevrouw Záborská, vormt een pleidooi voor het steeds verder verwezenlijken van een oplossing voor het meest fundamentele vraagstuk van Europa, ons gemeenschappelijke doel om, hier binnen de muren van het Europees Parlement, gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bewerkstelligen wat betreft de verdeling van verantwoordelijkheden en taken binnen de huidige parlementaire commissies. Het probleem en de wijze waarop dat geformuleerd wordt, is allesbehalve ondubbelzinnig, zelfs hier in het Parlement, zoals uit eerdere en zelfs ook de meest recente benoemingsronden duidelijk is geworden. Misschien is dit de reden dat het probleem nog niet is opgelost, ondanks de grote moeite die de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid zich getroost heeft om de situatie te beoordelen en verandering teweeg te brengen.

Het integreren van het beginsel van gendergelijkheid in het alledaags maatschappelijk leven, het communiceren van dit beginsel naar alle mensen, de strijd tegen hardnekkige stereotypen, het steeds vruchtbaarder gebruik maken van de capaciteiten en kennis van vrouwen, en werkelijke gelijkheid van kansen – we blijven in Europa ver verwijderd van deze doelen. Deze situatie wordt door de rapporteur scherp bekritiseerd.

Naar mijn ervaring is de scepsis in dit Parlement tegenover het probleem van gendergelijkheid in veel gevallen het gevolg van het feit dat de strijd voor gelijke kansen door de meeste mensen nog steeds ten onrechte wordt beschouwd als een strijd waarin de ene groep – in dit geval mannen – macht en voorrechten afstaan ten gunste van een andere groep – in dit geval vrouwen.

Het Europees Parlement is een instelling die het goede voorbeeld geeft en het kan deze positie alleen behouden en versterken als wij in onze dagelijkse parlementaire werkzaamheden in alle opzichten de belichaming zijn van die beginselen en richtlijnen die wij met zoveel moeite proberen te realiseren op Europees niveau en die wij tot norm voor de lidstaten stellen.

Wij zouden graag zien dat vrouwen zoveel mogelijk functies bekleden in commissies. De Europese politieke partijen moeten zich inspannen om de participatie van vrouwen in het openbare leven te bevorderen, meer vrouwen op een verkiesbare plaats te zetten, en hier in het Parlement moeten ze een eerlijker en meer gelijke vertegenwoordiging stimuleren en ook daadwerkelijk tot stand brengen. Het Europees Parlement moet het goede voorbeeld geven. Op ieder beleidsterrein, van planning tot evaluatie en voor alle praktische vraagstukken waarmee het Parlement te maken krijgt, moet onze aandacht nadrukkelijk gericht zijn op de bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen. De strijd om commissiefuncties en het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen bieden op dit moment mijns inziens een uitstekend kader om dit in praktijk te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Britta Thomsen, namens de PSE-Fractie. – (DA) Mevrouw de Voorzitter, mijn excuses dat ik zo laat ben, maar ik moest ergens anders spreken. Ik wil graag beginnen met de rapporteur te bedanken voor dit zeer belangrijke rapport en ik wil graag zeggen dat wij het rapport absoluut serieus moeten nemen. We zijn zojuist getuige geweest van de verkiezing van 14 vicevoorzitters, waaronder slechts drie vrouwen. We zijn bezig voorzitters en vicevoorzitters te kiezen voor alle parlementaire commissies en ik ben van mening dat we een beleid van “gentlemanstreaming” zouden moeten voeren als het gaat om onze eigen politieke benoemingen. Mijn grote dank voor het werk dat gemoeid was met het opstellen van het rapport. Ik hoop dat er gevolg aan wordt gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir, namens de ALDE-Fractie. – (ET) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik u geluk en succes wensen in uw nieuwe en belangrijke baan. Dit jaar is het Europees jaar van gelijke kansen voor iedereen en daarom is het een jaar voor ons allemaal: mannen en vrouwen.

Vandaag spreken wij over de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de werkzaamheden van onze eigen commissies. En ik wil erop wijzen dat dit het eerste document van het Parlement is dat gewijd is aan de concrete beoordeling van de geïntegreerde benadering van gelijkheid in het politieke werk van de parlementaire commissies.

Hierbij wil ik de rapporteur, mevrouw Anna Záborská, bedanken voor haar deskundige werk.

Over enkele maanden vieren wij de vijftigste verjaardag van de ondertekening van het Verdrag van Rome. Overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is de gelijkheid van mannen en vrouwen een fundamenteel beginsel van de communautaire regelgeving. Ik wil benadrukken dat dit fundamentele beginsel, en daarmee ook het bevorderen ervan, een onbetwistbare taak van de Gemeenschap is.

Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is ondertekend door alle lidstaten van de Europese Unie. Ik vraag u: waarom voeren wij het niet uit? Waarom beschikken wij niet over een goed functionerend controlemechanisme en doeltreffende maatregelen om de besluiten uit te voeren en te waarborgen?

Deze besluiten werden een halve eeuw geleden genomen. Het Parlement neemt nog steeds elk jaar nieuwe documenten over hetzelfde onderwerp aan, waarin het benadrukt, verplicht en eist. In het onderhavige document moeten wij echter erkennen dat vandaag de dag, in 2007, vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in onze eigen parlementaire administratie in de organen die politieke besluiten nemen.

Tot slot wil ik iedereen van ons, die door het volk op het hoogste niveau van de Europese politiek is gekozen, vragen om besluitvaardig te zijn en een eind te maken aan het verkwanselen van het toch al karige menselijke potentieel. Laten wij in onze werkzaamheden accepteren dat vrouwen gelijk zijn aan mannen, zowel bij het nemen van politieke besluiten als bij het uitbetalen van de salarissen.

Gelijke rechten moeten niet alleen op papier de regel zijn, maar ook in het dagelijks leven. Dit is ook de sleutel tot een geslaagde uitvoering van de strategie van Lissabon.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – U hebt mij gefeliciteerd, en ik feliciteer op mijn beurt die paar mannen die hier aanwezig zijn voor dit debat over gendergelijkheid, want ik ben ervan overtuigd dat hun aanwezigheid van cruciaal belang is wanneer het erop aankomt de discriminatie die nog altijd bestaat, te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie. (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s. Mevrouw de Voorzitter, ik wens u veel succes toe bij uw eerste dag in de voorzittersstoel.

Er is echter nog een lange weg te gaan voordat vrouwen volledig gelijke rechten hebben. In het Parlement hebben we al veel werk verricht met betrekking tot de rechten van de vrouw. Daarom weten we dat het steeds belangrijker is om op efficiënte en praktische wijze te zorgen voor echte integratie van de genderdimensie in de werkzaamheden van de commissies. Als we naar de praktijk kijken, zien we dat er nog heel veel problemen moeten worden opgelost. Daarbij spreken de cijfers voor zich: de belemmeringen voor vrouwen bij de toegang tot en de deelname aan het politieke en institutionele leven zijn nog te groot, om het maar niet te hebben over de talloze problemen die nog op een oplossing wachten om beroeps- en gezinsleven op concrete wijze met elkaar te kunnen verenigen. Juist om die ongelijkheden op te heffen dienen we dit vraagstuk een duidelijke plaats te geven bij elk optreden en beleid van de Unie.

Bovendien heeft de rapporteur – die ik dank voor haar uitstekende werk – er goed aan gedaan te onderstrepen dat er nog geen gepaste cultuur bestaat om vrouwen aan te moedigen deel te nemen aan het politieke leven. Ik kan u daarvan het volgende voorbeeld geven: in Italië is er geen wet die speciale quota voor vrouwen regelt en persoonlijk ben ik er niet van overtuigd dat dergelijke quota het beste systeem zijn. De partijen die in Italië vrijwillig besloten hebben meer vrouwen op de kandidatenlijst te plaatsen – waaronder mijn partij – hebben nu evenwel meer vrouwelijke parlementsleden dan voorheen. Dat is een positieve ontwikkeling en een voorbeeld van een goede praktijk die geëxporteerd dient te worden en verplicht moet zijn op communautair niveau. Tot slot verwacht ik van alle communautaire instellingen, en met name van het Duits voorzitterschap, hernieuwde aandacht voor de vrouw en de goedkeuring van een waar Europees pact voor het gezin.

 
  
MPphoto
 
 

  Satu Hassi, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FI) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil de rapporteur, mevrouw Záborská, bedanken voor het uitstekende werk dat zij heeft verricht. Ik wil ook de Voorzitter feliciteren met haar uitverkiezing.

Het is een goede zaak dat het Europees Parlement de commissies heeft verplicht de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van mannen en vrouwen te implementeren. Dit is een proces dat waarschijnlijk lang zal duren, en het is belangrijk dat de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid dit proces leidt. Ik weet dat er in het Parlement ook collega’s zijn die hun twijfels hierover hebben en ik denk dat in de meeste gevallen juist zij moeten worden opgevoed in zaken van gelijkheid.

Toen ik werd benoemd tot verantwoordelijke voor deze zaak in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, vroeg ik de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid de taken te concretiseren die voor de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van mannen en vrouwen moeten worden uitgevoerd. De commissie produceerde dit enquêteformulier in een vorm die zeer verhelderend en welkom was. Op basis van dit enquêteformulier stelde ik een voorlopig voorstel op voor de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. Daarover zijn nog geen besluiten genomen, maar ik stel in mijn commissie bijvoorbeeld voor dat de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid elk jaar statistieken moet opstellen over de verdeling van mannen en vrouwen onder coördinatoren en rapporteurs en in het secretariaat. Ik stel ook voor om een proefproject op te zetten om mainstreaming tot stand te brengen en gebieden te identificeren waarop zeer nauw moet worden samengewerkt met de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Naar mijn mening zou de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid voor de plenaire vergaderingen concretere ontwerpbesluiten kunnen opstellen over wat de commissies moeten doen. Ik denk dat deze zaak op de doeltreffendste wijze wordt bevorderd wanneer de plenaire vergadering verplichtende besluiten zou nemen en aanbevelingen zou doen over zaken die in de commissie moeten worden gedaan.

Tot slot wil ik zeggen dat ook de fracties aandacht moeten schenken aan gendergelijkheid. De fracties bepalen in grote mate hoe gelijkheid wordt gerealiseerd wanneer zij hun voorzitters kiezen en de posten van voorzitters en vicevoorzitters van de commissies opvullen in onderhandelingen tussen de fracties.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-fractie. – (SV) Dank u wel, mevrouw de Voorzitter. Ik feliciteer u van harte met uw nieuwe benoeming als ondervoorzitter. Ik ben daar buitengewoon verheugd over!

In het onderhavige verslag wordt terecht gesteld dat er op alle terreinen in de samenleving nog steeds een gebrek aan evenwicht is tussen mannen en vrouwen. De evaluatie van de manieren waarop de commissies tot nu gehoor hebben gegeven aan het besluit van het Parlement dat het gendergelijkheidsperspectief altijd tot uiting moet komen in ons werk, toont aan dat er nog ongelofelijk veel te doen is voordat wij kunnen zeggen dat het gelijkheidsperspectief werkelijk in ons werk is geïntegreerd. Dit is geen nieuws. Velen van ons ervaren in ons dagelijks werk aan den lijve de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en de ongelijke omstandigheden waarin wij werken. Dat geldt overigens bepaald niet alleen voor het Europees Parlement. Of we het nu hebben over het parlementaire werk of over de manier waarop de maatschappij in het algemeen functioneert, wij moeten constateren dat de economische en politieke macht in de praktijk nog altijd het terrein is van het ene geslacht, namelijk dat van mannen. Ondanks al onze mooie woorden over het grote belang van gelijkheid tussen mannen en vrouw is het duidelijk gemakkelijker om daarover te praten dan om het in de praktijk uit te voeren.

Wij hebben verschillende instrumenten nodig om vraagstukken betreffende gendergelijkheid aan te pakken en stappen te zetten om zulke gelijkheid tot stand te brengen. Tot die instrumenten behoren bijvoorbeeld scholing en kennis. Als wij dingen willen veranderen, moeten wij de machtsstructuren zichtbaar maken. Daarom zien wij uit naar het werk van het instituut voor gendergelijkheid. Dit instituut kan ons instrumenten in handen geven zoals ruimere uitwisseling van kennis en naar sekse uitgesplitste statistieken. Een ander belangrijk instrument als het gaat om gendergelijkheid is scholing. Het is belangrijk dat wij ervoor zorgen dat ambtenaren hun training op het gebied van de integratie van het gendergelijkheidsperspectief kunnen voortzetten. Het is echter even belangrijk dat ook de leden van het Europees Parlement gelijkheidstraining krijgen. Het is niet zo dat wij als gekozen politici automatisch voldoende kennis hebben over gendergelijkheid en de integratie van het gendergelijkheidsperspectief. Aan deze situatie kunnen wij echter wel iets doen. Wij kunnen onze stem uitbrengen voor het voorstel in het verslag dat voor de volgende zittingsperiode alle Parlementsleden gelijkheidstraining krijgen. Stemt u dus vooral voor dit voorstel in het verslag. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de vorige spreker beweerde zojuist – kennelijk met spijt – dat er veel banen in de politiek naar de sterken gaan – de mannen. Het moge duidelijk zijn dat zij mevrouw Thatcher nooit heeft ontmoet!

Waarom kunnen dit soort verslagen niet in normale taal worden geschreven? De term “gendermainstreaming” duikt overal in het verslag op; wat is dat? Gaat het om een soort politieke correctheid? In paragraaf 16, die volledig gaat over het vervullen van vacatures bij de EU-instellingen, wordt erop aangedrongen dat er “rekening wordt gehouden met het mainstreamingaspect”. Betekent dat specifieke banen voor mannen en specifieke banen voor vrouwen?

In paragraaf 1 staat dat ervoor moet worden gezorgd dat “gelijkheid tussen vrouwen en mannen […] mannen en vrouwen niet verdeelt”. Betekent dit dat vrouwen en mannen niet kunnen solliciteren naar dezelfde baan omdat mannen en vrouwen anders verdeeld zouden raken?

In overweging A staat dat een bepaald deel van de commissies zich “nooit interesseert” voor gendermainstreaming. Mijn hemel, wat doen we daaraan? Maar, wacht eens even, er zijn ook nog feiten en cijfers die bij het jargon horen. In overweging F staat “dat het percentage vrouwelijke leden van het Europees Parlement constant is gestegen van 17,5 procent in 1979 tot 30,33 procent in 2004”. Maar vervolgens wordt in overweging G opgemerkt dat “op bestuurlijk niveau binnen het Europees Parlement vrouwen ondervertegenwoordigd zijn op verantwoordelijke functies in de politieke besluitvormingsorganen”. We zorgen kennelijk voor omgekeerde discriminatie. Iedere vorm van discriminatie is niet alleen volstrekt verwerpelijk, maar druist ook in tegen alles waarvoor de EU staat.

Onvermijdelijk komen dan de quota om de hoek kijken, maar in het verslag wordt ook aangedrongen op de waardigheid van vrouwen. In Groot-Brittannië hebben andere partijen kandidatenlijsten waarop alleen vrouwen staan. Wat voor een waardigheid is dat? Onze partij doet dat niet. Wat gebeurt er in de onderhavige situatie als er niet genoeg vrouwen solliciteren om de quota te halen? Worden de vacatures dan niet ingevuld?

Ik vermoed dat een aantal mensen nu denkt dat ze opgescheept zitten met een of andere raaskallende vrouwenhater – geenszins. Ik ben leraar, ik heb 39 jaar lesgegeven en deed dat tot volle tevredenheid, samen met veel vrouwen. Ik heb voor vrouwen gewerkt in het onderwijs, zonder morren – geen probleem. Ik respecteerde ze allemaal. Ik denk alleen dat vrouwen niet ontmoedigd moeten worden om hun kwalificaties te halen, en derhalve op volstrekt gelijkwaardige basis dienen te solliciteren naar een post. Iets anders is, net als dit verslag, denigrerend voor vrouwen, en iedere zichzelf respecterende vrouw zou aanstoot moeten nemen aan dit verslag. Ik verzoek de afgevaardigden het af te wijzen door ertegen te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Irena Belohorská (NI).(SK) In 1993 verklaarde de Algemene Vergadering van de VN in Wenen voor het eerst dat mensenrechten ook de rechten van vrouwen inhouden en dat de bescherming van die rechten een prioritaire doelstelling was.

Het Actieplatform van Peking stelde later dat gendergelijkheid een belangrijke doelstelling was en wees twaalf kritische aandachtsgebieden aan. Ik zal slechts een paar daarvan noemen: vrouwen en armoede; onderwijs; vrouwen en gezondheid; geweld tegen vrouwen; gewapende conflicten; vrouwen en de massamedia; de deelname van vrouwen aan besluitvormingsprocessen en aan politieke en sociale structuren.

Ondanks de veelheid aan instellingen die zich bezighoudt met het toezicht op de naleving van deze instrumenten, zoals de VN, de Raad van Europa, de OVSE en de Europese Unie, kan geconcludeerd worden dat gendergelijkheid op dit ogenblik slechts de jure ten uitvoer wordt gelegd, niet de facto.

Vaak gebruiken we het percentage vrouwen dat in allerlei organisaties werkzaam is als excuus. Wat we echter verzuimen op te merken is dat die percentages voornamelijk de aanwezigheid van vrouwen in de lagere of laagste regionen van een instelling weerspiegelen. Hoe hoger we de managementladder beklimmen, hoe minder vrouwen we tegenkomen. Ik ben van mening dat ook in dit geval het beproefde beginsel van toepassing is: als we verandering willen teweegbrengen, laten we dan bij onszelf beginnen. Dit is misschien de reden waarom het verslag van collega Záborská zo belangrijk is.

In het Europees Parlement kunnen we ook zeggen dat de vertegenwoordiging van vrouwen er procentueel op vooruit is gegaan in vergelijking met het verleden. We moeten ons echter realiseren dat vrouwen doorgaans lagere functies bekleden, of het nu in het Europees Parlement is of in de secretariaten. Daarnaast denk ik dat we binnen de secretariaten het gendergelijkheidsbeginsel volledig hebben verwezenlijkt, aangezien vrouwen daar in de meerderheid zijn. Maar is het zo dat de oude vooroordelen in het Europees Parlement nog steeds overheersen, namelijk dat vrouwen wel geschikt zijn als echtgenote, moeder, lerares, secretaresse, kokkin of zelfs schoonmaakster, maar niet als directeur? De enige interventie tot nu toe van een mannelijk Parlementslid is helaas een interventie van het soort dat we allemaal wel eens eerder gehoord hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Bauer (PPE-DE).(SK) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil u feliciteren met uw verkiezing tot Ondervoorzitter. Het feit dat u juist dit debat voorzit, zou wel eens heel symbolisch kunnen zijn.

Ik wil mijn bewondering uitspreken voor de helderheid waarmee de rapporteur in haar verslag beschrijft hoe gelijke kansen in dit Parlement in praktijk worden gebracht. Ze beweert niet dat er in dit Parlement niets meer gedaan hoeft te worden om gelijke kansen te bevorderen. Integendeel. Ze zegt duidelijk dat in resoluties die het Parlement heeft aangenomen, en ook in richtlijnen van de Europese Gemeenschap, goed is verwoord wat gendermainstreaming inhoudt en dat het beginsel ook geïnstitutionaliseerd is in de werkgroepen en commissies. Maar als het op de praktijk aankomt, is de belangstelling in het onderwerp beperkt tot commissies die beloven hun secretariaten te scholen op het gebied van gendermainstreaming. Zo te zien kan een aantal van mijn collega’s dergelijke scholing ook wel gebruiken.

Ik wil u erop wijzen dat wij in dit Parlement vaak geneigd zijn te gemakkelijk te denken over de implicaties van het probleem die onopgelost blijven. De vergrijzing van Europa zal een onoplosbaar probleem zijn, tenzij we onze benadering van gendermainstreaming herzien. Het staat buiten kijf dat het grondig wijzigen en moderniseren van pensioenregelingen op zich niet toereikend zal zijn. Op dit moment lijken de onderliggende problemen zich op twee niveaus tegelijkertijd voor te doen. Ten eerste resulteert de filosofische aanpak van politieke elites indirect in discriminatie als gevolg van de toepassing van het zogeheten burgerschapsbeginsel, dat duidelijk tot discriminatie en een gebrek aan gelijke kansen leidt. Ten tweede worden er hoegenaamd geen praktische initiatieven ontplooid om de eisen van beroeps- en gezinsleven met elkaar in overeenstemming te brengen, waardoor dramatische verschillen ontstaan in de kansen voor mannen en vrouwen, als gevolg van de bestaande, moeilijk uit te roeien stereotypen.

Gezien de ernst van de uitdaging waarmee Europa zich door demografische veranderingen geconfronteerd ziet, ben ik er stellig van overtuigd dat het Europees Parlement veel nauwer zou moeten samenwerken met nationale parlementen als het om gendermainstreaming gaat. Naar mijn mening vormt het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen daarvoor een geschikt kader.

 
  
MPphoto
 
 

  Lissy Gröner (PSE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ook mij doet het deugd dat u vandaag Voorzitter bent, en ik wens u van harte geluk met uw verkiezing. Tot nog toe hebben wij het debat gevoerd zonder Commissie en Raad, en dat was ook goed en juist. Het gaat om de tenuitvoerlegging van de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van vrouwen en mannen, oftewel gendermainstreaming, in de commissies en, meer in het bijzonder, om het eerste tussentijdse verslag na het verslag dat ik heb geschreven en dat in 2003 is aangenomen.

In dit verslag komt heel goed naar voren hoe de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van vrouwen en mannen in het Parlement ten uitvoer dient te worden gelegd. Het was juist om ons ermee bezig te houden, maar ik vrees nu een beetje dat we een kans hebben gemist omdat we het allemaal over van alles en nog wat hebben, maar niet over wat we hier in ons eigen Parlement kunnen doen.

Wat is er terechtgekomen van punt 1 van het verslag, namelijk van het actieplan voor een beleid voor gendermainstreaming, dus de gelijkheid in iedere beoordeling en analyse en de nieuwe ontwikkeling van concepten voor de gelijkheid van vrouwen en mannen in het Parlement? Er moet nog heel veel gebeuren, en het ontbreekt aan een concreet actieplan.

En wat te denken van punt 2, waarin gendergelijkheid en een Groep op hoog niveau als prioriteit worden gesteld. Deze Groep heeft zijn werk voortreffelijk gedaan en de procedure is op de juiste wijze gevolgd, daar alle commissie verslagen hebben gemaakt. Zoals we hebben gehoord van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, hebben ook de vicevoorzitsters en vicevoorzitters van de commissies deels goed werk afgeleverd, maar soms was hun werk ook het mikpunt van spot.

Hoe is het gesteld met onze eis dat vrouwen beter vertegenwoordigd dienen te zijn in besluitvormingsorganen? Er is geen concrete actie ondernomen om dit te verwezenlijken. De fracties en nationale delegaties hebben deze eis in verschillende gradaties serieus genomen, maar daar is geen behoorlijke strategie uit voortgevloeid.

Hoe is het verder gesteld met de analyse van de begrotingsprocedure? Ook op dat terrein is er niet daadwerkelijk actie ondernomen, hoewel het beleid van gender budgetting concreet zou moeten worden ingevuld. Welke vorderingen zijn er gemaakt bij het tot stand brengen van een doeltreffende media- en informatiestrategie – waartoe wij in 2003 eveneens hebben opgeroepen –, een terrein waarop er nog sprake is van een aanzienlijke achterstand?

Als wij nu een goede analyse en beoordeling uitvoeren, hoop ik van harte dat wij bij de beoordeling in de commissies zullen worden bijgestaan door het Europees instituut voor gendergelijkheid, tot de oprichting waarvan wij onlangs hebben besloten.

Helaas echter zegt het verslag veel te weinig over de stand van zaken in de fracties, delegaties en beleidsinhoud. Daarom zou ik graag een ambitieuzere aanpak zien zodat wij in 2009 – het verkiezingsjaar – daadwerkelijk akkoorden kunnen sluiten die gendermainstreaming mogelijk maken, waardoor vrouwen op leidinggevende posities komen.

Weliswaar ben ik dankbaar voor al het werk dat is gedaan, maar we moeten nog zeer veel inspanningen verrichten om in de buurt te komen van de doelstelling die wij onszelf hebben gesteld in het verslag van 2003.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). (LT) Gendergelijkheid in de EU is een van de belangrijkste democratische waarden, die een vrije zelfexpressie en interpersoonlijke relaties op basis van volledige gelijkwaardigheid mogelijk maakt. Deze waarde wordt echter nog niet volledig verwezenlijkt: vrouwen worden gediscrimineerd bij het werven van personeel en ze krijgen beduidend minder salaris dan mannen voor hetzelfde werk. De problemen op het vlak van gendergelijkheid en een geïntegreerde benadering daarvan zijn wijdverbreid en actueel, zowel op het niveau van de lidstaten als van de Europese Unie. Ik complimenteer de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid met het feit dat zij het initiatief heeft genomen tot dit onderzoek en dat zij een verslag heeft opgesteld over de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van mannen en vrouwen in de werkzaamheden van de commissies van het Europees Parlement. De commissies zijn beoordeeld aan de hand van een ingevulde vragenlijst; deze bood inzicht in de positie van elke commissie wat betreft de visie op en activiteiten ten behoeve van een genderstrategie, de tenuitvoerlegging van een geïntegreerde benadering van gendergelijkheid, en de uitvoering van raadplegings- en samenwerkingsactiviteiten op gendergebied. In de Commissie ontwikkelingssamenwerking, waar ik verantwoordelijk ben voor vraagstukken op het gebied van gendermainstreaming, zijn geen speciale discussies gehouden. De commissie werkt meer aan deskundigheid op gendergebied en raadplegingsvraagstukken met ngo’s en ontwikkelingslanden.

Zoals ik het zie, vormt het systeem-D’Hondt dat in het Europees wordt gehanteerd het grootste obstakel voor de gendermainstreaming binnen de commissie. Wanneer dit systeem wordt toegepast, zullen, zelfs als 30 procent van de Parlementsleden vrouw is, de vrouwen van de kleinere partijen realistisch beschouwd uiterst zelden de kans krijgen om een verslag of advies op te stellen. Dit ontneemt vrouwen ook de gelegenheid te laten zien wat ze kunnen en uiting te geven aan hun standpunten over zaken die van vitaal belang zijn voor hun eigen land, de Europese Unie en de wereld. Al wordt het systeem op zich geacht kleine partijen in de gelegenheid te stellen wetgevingsdocumenten in te dienen, de realiteit is dat dit moeilijk in praktijk te brengen valt. Bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van vrouwen en mannen, zou dit probleem bekeken moeten worden in een bredere context – de context van het Reglement van het Europees Parlement, dat verbeterd moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Tadeusz Masiel (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, hoewel ze gelijkwaardig en even belangrijk zijn, heeft de natuur bepaald dat er twee soorten mensen bestaan, de man en de vrouw. Of we dat nu leuk vinden of niet, elke cultuur die hoofdzakelijk gebaseerd is op religie, ongeacht of het om de islam, het joden- of christendom gaat, heeft een eigen kijk op de verhouding tussen mannen en vrouwen. Deze verhoudingen evolueren voortdurend en verbeteren in de loop der tijd. Het bestaan van een Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid in het Europees Parlement en het verslag dat we vandaag behandelen, zijn hoogtepunten in dit evolutieproces.

We mogen echter niet toelaten dat deze evolutie uitmondt in een revolutie. We mogen in geen geval trachten met geweld een artificiële verhouding tussen mannen en vrouwen op te leggen. Hoewel het van cruciaal belang is dat we beide geslachten dezelfde ontwikkelingskansen garanderen, lijkt het me niet aangewezen om artificiële quota voor te schrijven, waarvoor dan ook. Ik denk bijvoorbeeld aan quota voor een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in het openbare leven. Ik ben van mening dat de in het verslag voorgestelde gelijkheidstraining en bewustmaking nuttig kunnen zijn. De invoering van quota zou daarentegen gelijk staan met het discrimineren van betere tegenover minder goede kandidaten. Een dergelijk quotastelsel zou zich vroeg of laat zelfs tegen de vrouw kunnen keren.

Er bestaat niets mooiers dan de diversiteit van de natuur en de cultuur die ons omringt. Diversiteit is de grootste inspiratiebron van het menselijk bestaan. Ik ben ervan overtuigd dat de verschillen tussen mannen en vrouwen net de rijkdom van het leven zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvia-Yvonne Kaufmann (GUE/NGL).(DE) Mevrouw de Voorzitter, hartelijk gefeliciteerd met uw verkiezing. Ik wil dit verslag uitdrukkelijk steunen. Naar mijn mening bevat het niets dat indruist tegen het Reglement. Voorts wil ik de rapporteur, mevrouw Záborská, bedanken voor de voortreffelijke samenwerking in de afgelopen tweeënhalf jaar. In het vorige Bureau was ik verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende gendergelijkheid, en in de Groep op hoog niveau van het Bureau hebben we samen met de afgevaardigden mevrouw Roth-Behrendt, mevrouw Lulling en mevrouw Gröner, alsmede de heren Friedrich en Daul gewerkt aan de bevordering van gendermainstreaming in het werk van onze commissies. Ik wil mijn dank uitspreken aan u allen, en vanzelfsprekend gaat mijn dank eveneens uit naar het administratief personeel, met name naar de Eenheid Gelijke Kansen van het DG Personeel.

Ik ben ervan overtuigd dat het pas gekozen Bureau het werk van de Groep op hoog niveau zonder onderbreking en met dezelfde toewijding zal voortzetten. Het heeft een goede basis voor zijn werk, want het oude Bureau heeft onlangs mijn verslag over de ontwikkeling van de gendergelijkheid van 2002-2006 unaniem goedgekeurd. Daarin zijn ambitieuze doelstellingen geformuleerd die in 2009 moeten zijn verwezenlijkt, waaronder een aanmerkelijke verhoging van het aantal vrouwen in leidinggevende functies bij het Europees Parlement, met name op middelbaar en hoog niveau. We zullen verdere stappen ondernemen om ons personeel beter in staat te stellen werk en gezin te combineren. Ook zullen wij voortaan beter letten op het gebruik van genderneutrale taal in het werk van dit Parlement.

Het Bureau heeft als eerst actie ondernomen op het terrein van gender budgetting, en dat is een taak die wij in dit Parlement in 2008 allemaal moeten vervullen. Ik hoop dat wij de noodzakelijke opleiding en bijscholing voor alle afgevaardigden in dit Parlement van de grond kunnen krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (NI). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik zou u van harte willen gelukwensen met het aanvaarden van deze zeer belangrijke functie.

Geen enkele wettelijke regeling kan de gelijkheid tussen mannen en vrouwen garanderen. Het spreekt voor zich dat we in geen enkel geval mogen toelaten dat vrouwen op grond van hun geslacht worden gediscrimineerd. Dat geldt niet alleen voor de werkzaamheden van de commissies, maar in om het even welke context. Linkse en liberale groeperingen grijpen gretig iedere gelegenheid aan om dergelijke kwesties uitvoerig onder de aandacht te brengen. We mogen echter niet uit het oog verliezen dat respect voor de vrouw niet met wettelijke bepalingen wordt bereikt. Dat respect komt enkel en alleen tot stand door een gepaste opvoeding in het gezin.

De Liga van Poolse Gezinnen, de partij waartoe ik behoor, is zich bewust van het probleem van de discriminatie van de vrouw. Wij hebben op nationaal niveau een reeks wettelijke bepalingen voorgesteld ten voordele van vrouwen en moeders. Wij ondersteunen en bevorderen de rol van de vrouw in het politieke en maatschappelijke leven. Ook in dit Parlement is er voor vrouwen een belangrijke rol weggelegd. Wij staan eveneens achter de inspanningen die worden geleverd om alle gevallen van schending van de waardigheid en van de vrijheid van vrouwen te bestrijden.

Het debat over gendergelijkheid is uiteraard belangrijk. We moeten er echter op toezien dat het niet uitloopt op een ideologisch conflict waarbij mannen en vrouwen het tegen elkaar opnemen in plaats van samen te werken. Dat zou tot een nieuw soort dogma leiden. Nu en dan duikt er een fundamentele vraag op. Gaat het werkelijk om gelijkheid, gelijke rechten en menselijke waardigheid of veeleer om de creatie van een nieuwe ideologie? Is dat wat we ook hier, in het Europees Parlement, van plan zijn? De Liga van Poolse Gezinnen en ikzelf zijn van mening dat speciale wettelijke bepalingen noodzakelijk zijn, niet alleen om een gelijke behandeling van de geslachten te garanderen, maar ook om de vrouw te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) Mevrouw de Voorzitter, proficiat met uw verkiezing en met het feit dat het eerste debat dat u voorzit toevallig een debat over vrouwen is. Dames en heren, mijn complimenten aan de rapporteur, mevrouw Záborská, voor haar evenwichtige verslag. Ik wil haar tevens bedanken voor haar uitmuntende werk als voorzitter van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid.

Ik ben het ermee eens dat het noodzakelijk is dat vrouwen vertegenwoordigd zijn in de uitvoerende organen van het Europees Parlement die politieke besluiten nemen. Ik ben ook verheugd over de inspanningen om gendermainstreaming onderdeel te maken van de praktische werkzaamheden van alle parlementaire commissies. Het is zaak de belangstelling voor het onderwerp in de commissies te stimuleren en erop toe te zien dat zij voldoende aandacht besteden aan gendermainstreaming.

Gendermainstreaming is niet een strategie die in één keer ten uitvoer moet worden gelegd, maar moet als een draad door het hele politieke proces geweven worden, zodat in alle communautaire beleidsmaatregelen op alle niveaus een element van gendergelijkheid verwerkt wordt.

De eis inzake gelijkheid tussen vrouwen en mannen dient te worden vertaald in een praktische benadering die mannen en vrouwen niet verdeelt. Een grotere nadruk op het belang van de actieve betrokkenheid van mannen bij gendermainstreaming zal ertoe bijdragen dat vraagstukken waarvan men voorheen vond dat zij uitsluitend vrouwen aangingen, aan betekenis winnen. De fracties in het Europees Parlement zouden een zeer belangrijke rol in het proces kunnen spelen door de deelname van vrouwen aan het openbare leven te bevorderen, bijvoorbeeld door vrouwen aan te moedigen zich kandidaat te stellen in verkiezingen voor het Europees Parlement en nationale parlementen.

Het is mijn vaste overtuiging dat het Europees Parlement in 2007, het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen, met zijn eigen organisatiestructuren moet laten zien hoe gendergelijkheid een wezenlijk onderdeel is van de politieke werkzaamheden die hier verricht worden ten behoeve van de samenleving, op basis van het non-discriminatiebeginsel, verdraagzaamheid, gelijkheid en solidariteit. Ik vertrouw erop dat de lidstaten gehoor zullen geven aan deze oproep en deze in de tenuitvoerlegging van hun eigen gelijkekansenbeleid zullen laten doorklinken.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE).(HU) Het spreekt toch vanzelf, nietwaar, dat voortplanting, de opvoeding van kinderen, de zorg voor zieken en bejaarden, het bijeenhouden van de familie, evenals gezondheidszorg, onderwijs en sociale diensten onvoorstelbaar zijn zonder de rol die vrouwen daarin spelen? Dit geldt voor bijna elk onderdeel van het leven. Hoe kunnen we dan besluiten nemen over welk vraagstuk dan ook of wetgeving aannemen zonder rekening te houden met hun specifieke gezichtspunten?

Een belangrijke langetermijndoelstelling van het beleid voor gendergelijkheid is dat dit geïntegreerd wordt in alle beleidsterreinen en op alle niveaus. Het verslag van mevrouw Záborská is het eerste waarin een geïntegreerde benadering van gelijke kansen aan de orde wordt gesteld – hartelijk dank daarvoor.

Hoewel de commissies in hun werk meer aandacht besteden aan gendergelijkheid, is er tot op de dag van vandaag niet één orgaan dat gelijke kansen heeft opgenomen in de fundamentele beginselen van zijn werkzaamheden. De strategische basis ontbreekt: meer vrouwen, maar niet meer belangrijke functies? Wij moeten in onze parlementaire commissie de noodzaak serieuzer nemen te voldoen aan de eisen van gelijke kansen voor mannen en vrouwen, en als we dit voor elkaar willen krijgen, dan moeten we zorgen voor adequate scholing en informatie. We mogen niet toestaan dat mannen en vrouwen hierdoor verdeeld raken; in plaats daarvan moeten we ernaar streven dat iedereen inziet dat het ook in het belang van mannen is als uitdrukking wordt gegeven aan de gezichtspunten van vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Piia-Noora Kauppi (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben er bijzonder trots op dat we in u nu de eerste vrouwelijke eerste-ondervoorzitter hebben. Ik wil u feliciteren, omdat we nu enkele vrouwen in het hoogste orgaan van het Europees Parlement hebben.

Ik ben ingenomen met dit verslag over gendermainstreaming in de commissies. Is het uniek? Het is in ieder geval uniek in zijn soort. Ik wil vooral de rapporteur bedanken voor haar uitstekende werk.

Het is van het grootste belang dat het Europees Parlement zijn invloedrijke positie in de Gemeenschap gebruikt ter ondersteuning en bevordering van gendergelijkheid door middel van een gezonde evaluatie van zijn eigen werkmethoden. Het recht op non-discriminatie wordt met diverse Europese Verdragen beschermd, in het bijzonder het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Desalniettemin, moeten we wettelijke instrumenten blijven ontwikkelen om iedereen – man of vrouw – te beschermen tegen discriminatie op grond van geslacht.

Aangezien ik afkomstig ben uit een land, Finland, dat een lange geschiedenis kent op het gebied van de bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen, was ik bijzonder tevreden met de bevindingen in het verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Het verslag laat zien dat een meerderheid van de commissies ten minste enig belang hecht aan gendermainstreaming.

Wel wil ik onderstrepen dat we er nog lang niet zijn. Ik sta achter de ideeën van mevrouw Járóka, bijvoorbeeld dat alle commissies vrouwelijke leden moeten hebben.

Ook al stijgt het aantal vrouwen in het Europees Parlement gestaag, er blijft sprake van ongelijkheid als het gaat om de echt belangrijke posities in de politieke organen, zoals het voorzitterschap van commissies, enzovoorts. Ik dring er derhalve bij alle commissies op aan gendermainstreaming in hun eigen werkzaamheden in de praktijk te brengen. Dit is immers een manier om vrouwen de mogelijkheid te geven volledig deel te nemen aan het besluitvormingsproces van de EU.

Tot slot wil benadrukken dat er behoefte is aan specifieke gegevens die zijn uitgesplitst naar geslacht. Dat is uiteindelijk de enige manier om echt te evalueren hoe we presteren en wat er nog gedaan moet worden. Zulke statistieken op basis van geslacht zijn zeer belangrijk voor onze toekomstige werkzaamheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (PSE). (ES) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wil ik u feliciteren met uw uitverkiezing, en daarnaast feliciteer ik ook mevrouw Záborská met haar verslag, dat helaas eens te meer duidelijk maakt dat er ondanks alle inspanningen ook in de publieke instellingen nog steeds geen gelijkheid bestaat tussen mannen en vrouwen als het gaat om de verdeling van hoge functies.

Als het ons doel is om volledige gelijkheid te bereiken in de samenleving, moeten wij in de Europese instellingen, en in het bijzonder in het Europees Parlement, laten zien dat het ons ernst is en het goede voorbeeld geven. Een geïntegreerde benadering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in onze werkzaamheden en meer vrouwen op verantwoordelijke functies zijn daarom twee zaken die door alle organen van ons Parlement heel serieus moeten worden genomen.

Dit verslag heeft als verdienste dat het een document van onze instelling is dat een stap in de goede richting zet, maar het zou een duidelijker vervolg moeten hebben, en dat kan door heldere doelstellingen vast te stellen, door te bepalen welke methodologie gebruikt moet worden om die doelstellingen te bereiken, door aan te geven wie verantwoordelijk zijn voor het verwezenlijken van die doelstellingen en door periodieke evaluaties uit te voeren waarmee we kunnen vaststellen wat er bereikt is, en als de doelstellingen niet zijn gehaald, wat daar de oorzaken van zijn.

Alleen als iedereen in deze instelling zich voortdurend en volledig inzet voor de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, zullen we die kunnen verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wilde u en alle mannelijke en vrouwelijke collega’s van harte gelukwensen met de nieuwe functies.

Overeenkomstig het fundamentele gelijkheidsbeginsel van het communautair recht, dat is verankerd in artikel 2 van het Verdrag, en het streven naar opheffing van elke vorm van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen via de toepassing van het in artikel 3, lid 2 opgenomen beginsel van een geïntegreerde benadering van het gelijkheidsvraagstuk, is het Europees Parlement met zijn resolutie van 2003 een politieke verbintenis aangegaan en heeft het besloten een institutioneel kader voor dit doel te verwerven.

De aanzet hiertoe is in 2005 gegeven door de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid en met de werkzaamheden van de Groep op hoog niveau voor gelijkheid. Dankzij de geïnspireerde leiding van onze voorzitter, mevrouw Záborská, en de essentiële bijdrage van de vertegenwoordigers van de andere eenentwintig Parlementaire commissies die zich bezighouden met gelijkheidsvraagstukken en de medewerking van hun secretariaten, zijn wij in staat om vandaag, in het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen, een eerste document aan te nemen en als Europees Parlement concrete invulling te geven aan de politieke verbintenis tot zelfkritiek wat de toepassing van de geïntegreerde benadering betreft.

Om tot de noodzakelijke bevindingen te komen is een voor het Europees Parlement ongekende methode gevolgd. Wij moesten innovatief te werk gaan en blijk gegeven van veel vindingrijkheid om de huidige situatie in kaart te kunnen brengen. Positief is dat de meeste commissies zich hebben uitgesproken voor mainstreaming van de gelijkheidsvraagstukken, ofschoon zij bij de vaststelling van hun prioriteiten geen strategie hebben gevolgd voor het onderhavig vraagstuk.

In het verslag staat hoe deze mainstreaming in zijn werk moet gaan. Er moet een plan worden opgesteld, en daartoe geven wij vandaag met onze stemming de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid opdracht. Dit plan moet voor het einde van de huidige zittingsperiode klaar zijn. Natuurlijk moeten wij allen – ambtenaren en afgevaardigden – eerst bijlessen gaan volgen, als wij in staat willen zijn om de juiste evaluatiemechanismen uit te werken, rekening te houden met de bijzonderheden van elke Parlementaire commissie, complementariteit en compatibiliteit van de beleidsvormen te garanderen, en om de bevoegdheden en de belangen van de afgevaardigden met elkaar te kunnen combineren.

Het besluit om twee keer per mandaat de toepassing van de geïntegreerde benadering te toetsen, geeft ons de mogelijkheid om een kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling te maken. Het gaat hierbij om rechtvaardigheid, en het verheugt mij dan ook dat de commissaris die bevoegd is voor rechtvaardigheid, vandaag onder ons is. Wij moeten geen kritiek uiten op de afwezigheid van vrouwen in besluitvormingsfuncties, maar op het feit dat waardevolle vrouwen niet in gelegenheid worden gesteld om te wedijveren met waardevolle mannen. Wij vragen, mijnheer de commissaris, om herstel van de rechten en om invoering van meritocratie voor mannen en vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, het Europees Parlement vertegenwoordigt de Europese samenleving die uit 492 miljoen burgers en 27 landen bestaat. Dit Parlement is echter geen correcte weerspiegeling van de sociale structuur van de maatschappij die het vertegenwoordigt, aangezien het aandeel vrouwelijke Parlementsleden amper 30 procent bedraagt. Dat is veel te weinig. Slechts 13 procent van de Poolse afgevaardigden is vrouw en een aantal landen als Malta en Cyprus hebben geen enkele vrouwelijke vertegenwoordiger in dit Huis.

Met de verdeling van de verantwoordelijke functies op bestuurlijk niveau in de politieke besluitvormingsorganen van het Europees Parlement is het niet veel beter gesteld. Hoewel de meerderheid van de commissies voorstander is van de integratie van vraagstukken betreffende de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, wordt daar in de praktijk, bij het vaststellen van de politieke prioriteiten, nauwelijks rekening mee gehouden. Met het oog hierop dient onderstreept te worden dat het van wezenlijk belang is om een Groep op hoog niveau inzake gendergelijkheid in te stellen. Die groep moet ook buiten het Europees Parlement optreden en de lidstaten ertoe aanzetten om hun beleid inzake gendergelijkheid doeltreffend ten uitvoer te leggen.

Politieke partijen en groeperingen dienen een cruciale rol te spelen om vrouwen in staat te stellen volledig deel te nemen aan het politieke leven. Een aantal groeperingen en partijen heeft reeds met succes een quotastelsel ingevoerd voor de opstelling van de kieslijsten voor collectieve organen. Alle overige betrokkenen zouden hun voorbeeld moeten volgen. Alleen op die manier zullen we ervoor zorgen dat gendergelijkheid in de toekomst werkelijkheid wordt in de Europese Unie en geen ijdele hoop blijft.

Tot slot zou ik mevrouw Záborská willen gelukwensen met dit erg grondig voorbereide document. Voorts wil ik u, mevrouw de Voorzitter, feliciteren met uw belangrijke taak. Als vrouw ben ik er bijzonder trots op dat u deze functie bekleedt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ljudmila Novak (PPE-DE). – (SL) Een maatschappij waarin beide geslachten een gelijkwaardige rol spelen, ontwikkelt zich succesvoller dan een maatschappij die door mensen van eenzelfde geslacht geleid wordt. Er bestaan ook beroepen die omwille van natuurlijke omstandigheden eenvoudiger of beter door mannen of net door vrouwen uitgeoefend worden.

Reeds geruime tijd weten we echter dat zowel mannen als vrouwen zich in leidinggevende jobs of in politieke functies kunnen waarmaken. Waarom moeten we dan onze goedkeuring geven aan verslagen over de gelijkheid van geslachten, aangezien we toch in de Europese Unie leven, in de meest democratische gemeenschap ter wereld, die de hoogste democratische normen vooropstelt?

Ik heb mezelf ervan overtuigd dat daar zelfs in het Europees Parlement dringend behoefte aan is. In verschillende documenten overladen we de burgers met nieuwe verplichtingen, maar wanneer mandaten en prestigieuze politieke functies in ons Parlement moeten verdeeld worden, breekt een onverbiddelijke strijd om een positie uit.

De gelijkheid van geslachten en de gelijkwaardigheid van kleine en grote landen is eenvoudigweg toe te schrijven aan de methode-d’Hondt. Ik ben graag lid van de politieke Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, maar ik ben niet tevreden met de verdeling van de functies. Wanneer een vrouw haar moed verzamelt en zich kandidaat stelt voor een leidinggevende functie, moet ze haar kandidatuur laten varen ten voordele van een andere kandidate voor dezelfde functie, opdat er in de massa mannen ten minste één vrouw verkozen wordt.

Vrouwen moeten zich geen kandidaat stellen enkel omdat ze vrouw zijn, maar omdat er zich onder ons veel bekwame vrouwen bevinden die zich bij hun werkzaamheden reeds vaak bewezen hebben. Ik wil niet alle schuld in de schoenen van de mannen schuiven. Ook wij, vrouwen, moeten ambitieuzer worden en niet enkel de ons opgelegde taken uitvoeren. Laten we, voordat we onze burgers bedelven onder wettelijke verplichtingen en aanbevelingen, eerst eens kijken hoe we die zelf vervullen.

 
  
MPphoto
 
 

  Inger Segelström (PSE). – (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, en ook mevrouw Záborská, bedanken voor hun voortreffelijke initiatief en hun uitstekende verslag. Na dit debat moet ik echter helaas constateren dat de mannen die eraan hebben deelgenomen een aantal wel heel prehistorische opvattingen naar voren hebben gebracht. Dat is werkelijk heel triest.

Er is in dit debat al veel gezegd, en ik wil mijn spreektijd gebruiken om enkele principiële vragen aan de orde te stellen. Het Parlement zal nooit geïntegreerde commissies krijgen waarvan de commissiewoordvoerders of voorzitters voor de helft uit vrouwen bestaan, zolang het Europees Parlement niet voor de helft uit vrouwen bestaat. Ik spreek uit eigen ervaring. In Zweden konden wij pas in 1994, toen de helft van de politici en de leden van het Zweedse parlement vrouwen waren, belangrijke veranderingen doorvoeren. Veel vrouwen in de commissies van het Europees Parlement vinden het lastig om hun parlementaire taken en hun verantwoordelijkheden voor hun gezin te combineren. Zolang het Parlement ouders niet de mogelijkheid biedt thuis te blijven met een ouderschapsverzekering en een uitkering te krijgen en een vervanger op hun werk, zullen wij een probleem houden met de gendergelijkheid. Een van de sterke punten van het verslag is dat daarin maatregelen worden besproken en worden voorgesteld voor ambtenaren en onszelf als Parlementsleden, maar in het volgende verslag zou ik graag meer streefcijfers en maatregelen voor werknemers willen zien. Ik zie ook uit naar een debat over de vraag hoe en wanneer ons Parlement voor de helft uit vrouwen zal bestaan.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Ik wil u allen hartelijk danken voor uw gelukwensen. Ik vind het zeer symbolisch dat het eerste debat dat ik heb voorgezeten het verslag over gelijke kansen betrof.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag om 12.00 uur plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 23 maart 2007Juridische mededeling