Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2519(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0052/2007

Debatten :

PV 15/02/2007 - 10.2
CRE 15/02/2007 - 10.2

Stemmingen :

PV 15/02/2007 - 11.2
CRE 15/02/2007 - 11.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0056

Debatten
Donderdag 15 februari 2007 - Straatsburg Uitgave PB

10.2. Humanitaire situatie van Iraakse vluchtelingen (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde zijn zes ontwerpresoluties over de humanitaire situatie van vluchtelingen uit Irak(1).

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL), auteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dit is een zeer goede resolutie over de situatie van Iraakse vluchtelingen in hun eigen land en in het buitenland. Er wordt in de resolutie echter met geen woord gerept over de kern van de zaak, namelijk de reden waarom deze mensen op de vlucht zijn geslagen. De belangrijkste reden is de bezetting van Irak door troepen uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en andere EU-lidstaten, en met name de aard van die bezetting. Met een dergelijk bezettingsbeleid hoeft niemand er vreemd van op te kijken dat er een vluchtelingenprobleem ontstaat.

Ondanks het restrictieve Duitse asielbeleid vormen mensen uit Irak inmiddels de grootste groep asielzoekers in Duitsland. In Irak zelf zijn volgens gegevens van de UNHCR 1,7 miljoen mensen op de vlucht, terwijl daarnaast 2 miljoen mensen naar de buurlanden zijn gevlucht. Deze mensen zijn op de vlucht geslagen omdat er een oorlogssituatie in hun land heerst. De Bloomberg School of Public Health en de John Hopkins Universiteit hebben een onderzoek in de New York Times en de Washington Post gepubliceerd, waarin het aantal doden vanwege de invasie en de gevolgen daarvan tussen maart 2003 en juli 2006, bovenop het normale sterftecijfer, via extrapolatie wordt geschat op 650 000, waarvan 600 000 als direct gevolg van geweld, en 50 000 ten gevolge van ziekten en andere oorzaken. In het onderzoek wordt verder gesteld dat 31 procent van de slachtoffers die zijn gevallen na het beëindigen van de invasie, te wijten is aan het optreden van de coalitietroepen of aan luchtaanvallen. Het risico van een gewelddadige dood is daarmee volgens de gegevens van de John Hopkins Universiteit 58 maal groter dan vóór de invasie.

Geachte collega's, deze cijfers tonen aan dat de bezetting van Irak verkeerd is en nu eindelijk moet worden beëindigd. Ook aan de gezamenlijke ondersteuning van deze oorlog door een aantal EU-landen, waaronder Duitsland, moet een eind komen. Dat zou er inderdaad toe leiden dat er minder mensen moeten vluchten dan nu het geval is, zoals ook terecht wordt gesteld in deze resolutie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicholson of Winterbourne (ALDE), auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn collega's bedanken voor het nemen van het initiatief tot dit belangrijke debat. Ik ben het niet eens met wat de vorige spreker zei, want dit punt stond niet ter discussie toen we dit verslag opstelden. Wat wij in de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement kunnen doen, is iets heel anders.

Er bevinden zich enorme aantallen Iraakse vluchtelingen in Jordanië, Syrië en andere buurlanden. Toch mogen deze vluchtelingen in vrijwel geen van deze landen werken. Hun kinderen mogen niet naar school. Ouders en kinderen wordt de toegang tot de gezondheidszorg ontzegd. Zij verkeren in een wanhopige positie en zij krijgen geen overheidssteun, zoals dat wel het geval zou zijn als zij vluchteling waren in een lidstaat van de Europese Unie.

In Irak zelf zijn er grote aantallen in eigen land ontheemden die, ver van huis, eveneens zonder werk en voedsel zitten. Zij zijn voornamelijk ontheemd geraakt vanwege religieuze en etnische zuiveringen, een van de afschuwelijkste oorlogen die in een land kan plaatsvinden, zoals ons maar al te goed bekend is uit onze eigen Europese geschiedenis. De sjiieten slaan op de vlucht voor de soennieten, de soennieten slaan op de vlucht voor de sjiieten, en vele anderen vluchten op hun beurt voor de verschillende oproeren die er woeden.

Daarom wil ik voorstellen dat de Europese Commissie, die zich heel intensief met dit probleem heeft beziggehouden, de toestand in Irak tot een noodsituatie verklaart. Ik wil de Raad van ministers, die ook ongelooflijk intensief heeft gewerkt met de Iraakse regering, verzoeken om dit te bespreken met de Commissie en bijvoorbeeld met andere G8-donorlanden.

Irak is in zekere zin terzijde gelegd. Men was onduidelijk over wat men precies wilde doen, maar op dit moment bevindt het Iraakse volk zich opnieuw in een crisis die vergelijkbaar is met die tijdens de langdurige dictatuur van Saddam Hoessein, onder wiens bewind er veel meer mensen zijn gevlucht en veel meer mensen zijn gedood. Maar hoe het ook zij: de Irakezen hebben onze hulp nodig.

Ik doe een dringend beroep op de Commissie en de Raad van ministers om de toestand in Irak te bestempelen als noodsituatie, om bij donoren middelen los te krijgen en deze te besteden aan huisvesting in het land zelf en hulp in den vreemde. We kunnen veel doen, maar we moeten de situatie met andere ogen gaan bekijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alyn Smith (Verts/ALE), auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit ongelukkige debat gaat over de o zo voorspelbare humanitaire catastrofe die het volk van Irak heeft geteisterd sinds de coalitie het land illegaal is binnengevallen. Het brengt ook aan het licht hoe de regeringen van onze eigen lidstaten met twee maten meten, en dat geldt met name, naar ik vrees, voor mijn eigen regering in Londen, waarbij ik moet aantekenen dat ik die liever in Edinburgh had gezien.

Op de vraag hoeveel geld er zou worden uitgetrokken voor de militaire actie antwoordde minister van Financiën Gordon Brown: "Zoveel als nodig is". Ik ben bang dat de financiële bijdrage aan de humanitaire hulpmaatregelen beschamend laag is.

Zoals we hebben gehoord, schatten de Verenigde Naties dat Irak 1,8 miljoen in eigen land ontheemden telt en dat 2 miljoen mensen dat ongelukkige land zijn ontvlucht. Dat is meer dan de gehele bevolking van sommige van onze lidstaten.

Premier Blair maakt zich zorgen om het internationaal terrorisme. Hij praat er vaak genoeg over, en hij moet wel! Het directe gevolg van zijn beleid is immers dat er een voedingsbodem voor nieuwe aanhang van Al-Qaeda is ontstaan waarvan deze organisatie alleen maar kon dromen.

Wat staat ons dus te doen? Laten we vanavond, als we door de beveiliging op het vliegveld gaan voordat we naar huis vliegen, bedenken dit dat hetgeen is dat premier Blair heeft nagelaten aan Europa en aan de wereldpolitiek. Zoals we al hebben gehoord, kunnen we het beter doen, namelijk door vast te houden aan onze beginselen en door diep in de buidel te tasten.

Voor de inspanningen van de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties en het Internationale Rode Kruis wordt veel en veel te weinig geld uitgetrokken. De buurlanden van Irak zitten ernstig in het nauw en hebben onmiddellijk hulp nodig. Deze ontwerpresolutie bevat een aantal punten die ik bij het Parlement wil aanbevelen.

Wij hebben deze ramp niet veroorzaakt, maar we hebben wel de mogelijkheid om de gevolgen ervan te verzachten. Ik hoop dat we het goede voorbeeld kunnen geven op een punt waar veel van onze lidstaten zwaar de fout zijn ingegaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Casaca (PSE), auteur. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, uit de tekst die wij hier vandaag ter goedkeuring aan het Parlement voorleggen, blijkt overduidelijk dat deze situatie slechts beschreven kan worden als een humanitaire tragedie van onmetelijke proporties. Ik bedank de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen, de heer António Guterres, omdat hij de aandacht heeft gevestigd op de ramp die op 7 februari heeft plaatsgevonden.

Met name de Zweedse autoriteiten verdienen een woord van lof voor de enorme inspanningen die zij op communautair niveau verrichten om een antwoord te bieden op deze menselijke tragedie. Lof ook voor Egypte, het niet-aangrenzende land dat veruit het grootste aantal vluchtelingen heeft opgevangen. Ik zou de Egyptische overheid dan ook nadrukkelijk willen vragen de binnenkomst en opvang van deze vluchtelingen niet te staken.

Maar bovenal wil ik de Commissie en de Raad verzoeken – zoals ook de heer Posselt, die hier vandaag aanwezig is, terecht heeft onderstreept – de ogen te openen, naar Irak te gaan en de gebeurtenissen ter plekke gade te slaan. Een dergelijke tragedie zou onmogelijk zijn als zij niet van buitenaf georganiseerd werd, zoals ook vroeger al in Rwanda en op de Balkan is gebeurd. Wij mogen onze blik niet langer afwenden, wij moeten naar Irak gaan en begrijpen wat daar aan de hand is. In dit opzicht ben ik trots dat ik onlangs in Irak ben geweest. Ik heb een verslag opgesteld en ik nodig alle afgevaardigden uit om het te raadplegen via internet.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (UEN), auteur. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het liever niet hebben over politiek. De heer Casaca heeft daarnet verwezen naar de politieke context van de inval in Irak en de gevolgen daarvan. Hij heeft het allicht bij het rechte eind.

Ik concentreer me liever op een aantal kwesties die voor journalisten of voor ons, politici, misschien minder belangrijk zijn. Ze zijn echter wel cruciaal voor mensen die het op dit moment zwaar te verduren hebben in Irak. Ik doel op de vele vluchtelingen. Voor mij persoonlijk zijn de achterliggende oorzaken van de gebeurtenissen op het politieke wereldtoneel van ondergeschikt belang. Waar het echt om draait, is wat wij kunnen doen. Ik ben ervan overtuigd dat de rest van de wereld ons op dit moment als hulpeloos beschouwt. Ik ben er eveneens diep van overtuigd dat de Europese Unie niet in staat is om deze mensen daadwerkelijk te helpen. De Verenigde Staten zijn dat volgens mij nog veel minder en dat is werkelijk dramatisch.

De situatie in Irak lijkt twee aspecten te hebben. Aan de ene kant zijn er de slachtoffers van de aanslagen, de honderden en duizenden Irakezen die we telkens weer op televisie zien. Zij vormen het nieuws waarmee we dagelijks om de oren worden geslagen. Er wordt echter bitter weinig aandacht besteed aan het andere aspect van de situatie in Irak, dat van de tienduizenden vluchtelingen. Op dat vlak mag de Europese Unie zeker niet bij de pakken blijven neerzitten. Ik ben het dan ook eens met de vorige sprekers die verwezen naar de initiatieven van de Scandinavische landen en naar de rol van Egypte. Het klopt allemaal.

Het Europees Parlement moet een duidelijke en overtuigende verklaring afleggen waaruit blijkt dat we niet enkel geïnteresseerd zijn in het eerste aspect van het conflict, dat van de slachtoffers van de aanvallen die we dagelijks op televisie zien. We moeten duidelijk maken dat wij, als Europeanen, als Europese politici, net zo begaan zijn met het lot van de Iraakse vluchtelingen. Het vluchtelingenvraagstuk is misschien wel de voornaamste reden tot schaamte voor hen die deze oorlog hebben ontketend en voor hen die hem voortzetten, zelfs als ze dat met de beste bedoelingen doen. Wij moeten bijgevolg actie ondernemen en daar is het Europees Parlement op dit moment ook mee bezig. Ik zou tot slot de andere sprekers willen bedanken voor de wijze uitspraken die zij vandaag hebben gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), auteur. (FI) Mijnheer de Voorzitter, achter het Iraakse vluchtelingenprobleem gaan omstandigheden schuil die, zo voorspelt men, in verschillende toekomstige conflicten alleen maar algemener zullen worden. De situatie heeft nu het niveau van een burgeroorlog bereikt. Vooral de christelijke minderheid is een zondebok geworden en er zijn veel christenen vermoord. De Iraakse veiligheidstroepen zijn niet in staat christenen te beschermen, wat de houding van de regering ook is.

Onder andere Turkije, Jordanië en Libanon hebben de verantwoordelijkheid op zich genomen om tijdelijk vluchtelingen toe te laten. In deze landen heeft de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) geen vluchtelingenstatus kunnen geven aan Irakezen die tijdens het huidige conflict zijn binnengekomen, omdat de situatie niet voldoet aan de criteria van het Verdrag van Genève. De huidige regering van Irak vervolgt de christenen niet, maar het probleem is dat er groeperingen in het land zijn die dit wel doen en de regering kan hiertegen niets ondernemen.

Op basis van internationale overeenkomsten kunnen Iraakse christenen geen vluchtelingenstatus krijgen, maar er bestaat geen twijfel over dat zij tijdelijke bescherming nodig hebben. Om de asielzoekers te beschermen, heeft de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de VN ook geen negatief besluit genomen met betrekking tot hen, omdat het gastland hen anders terug kan sturen naar Irak, wat de UNHCR wil zien te voorkomen. Het is dus van wezenlijk belang dat de internationale gemeenschap de oproep van de vluchtelingenorganisatie om meer internationale hulp te bieden beantwoordt. Om de vluchtelingen te helpen, is internationale hulp nodig waarmee wordt voorkomen dat de buurlanden van Irak, die met grote aantallen vluchtelingen te kampen hebben, hun grenzen voor Irakezen sluiten. Het recente nieuws dat de Verenigde Staten van Amerika meer vluchtelingen zullen opnemen, is een stap in de goede richting en ook noodzakelijk, omdat de Verenigde Staten voorheen hun verantwoordelijkheid in dezen uit de weg ging. Wij hebben meer nieuws als dit nodig. Van de EU-landen verdient Zweden een speciale vermelding.

De situatie van de Iraakse vluchtelingen is volstrekt hopeloos. Er is gebrek aan alles: voedsel, medicijnen, gezondheidszorg en brandstof. Ik heb hier concrete voorbeelden van gekregen toen de mensenrechtenorganisatie die ik leid afgelopen najaar in Turkije een ontmoeting had met een groep christelijke vluchtelingen uit Irak.

Het allerbelangrijkste bij de hulp aan de Irakezen is echter het doorvoeren van alomvattende hervormingen om recht en rechtvaardigheid in heel Irak te bevorderen. Ook moet de Iraakse regering er alles aan doen om degenen die zich schuldig maken aan misdaden en mensenrechtenschendingen voor de rechter te brengen. Dit is van wezenlijk belang om de onlusten en het geweld tegen minderheden te stoppen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik steun deze resolutie, niet in de laatste plaats omdat deze, althans in enkele subclausules, het grote belang onderstreept van de rechten van de vervolgde en bedreigde christenen in Irak.

We moeten bedenken dat de christelijke gemeenschappen in het huidige Irak wellicht tot de oudste ter wereld behoren. Ze hebben dertienhonderd jaar weten te overleven te midden van een in meerderheid uit moslims bestaande bevolking – waarvoor ook deze moslims overigens onze lof verdienen. Nu worden de christenen echter bedreigd, en dat terwijl er sprake is van een massale westerse aanwezigheid in Irak. Dat hangt samen met het feit dat Irak, dat na de Eerste Wereldoorlog werd gecreëerd als een kunstmatige staat, op het punt staat uiteen te vallen, waarbij de verschillende delen door het aanwakkeren van nationalistische gevoelens trachten een homogene bevolking samen te stellen, hetgeen uiteraard met name bedreigend is voor de minderheden.

Er is één lovenswaardige uitzondering, namelijk het Koerdische deel. Het is de moeite waard dat te benadrukken. Ik roep evenwel de sjiieten en soennieten op om de traditie van tolerantie van hun voorouders voort te zetten, en de christelijke gemeenschappen in Irak weer de bescherming te bieden die zij daar al meer dan duizend jaar genieten. Ik doe ook een dringend beroep op de Commissie om zich sterk te maken voor de rechten van de christenen. Als wij het niet voor ze opnemen, wie dan wel?

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Scheele, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties heeft op 8 januari een dringende oproep aan de donorlanden gedaan om een nieuw hulpprogramma ter waarde van 60 miljoen dollar te financieren.

Dat programma moet ten goede komen aan de honderdduizenden mensen die ontheemd zijn geraakt ten gevolge van het conflict in Irak, ongeacht hun geloof. Deze massale vluchtelingenstroom is het gevolg van een oorlog die is begonnen tegen de wil van de internationale gemeenschap, die nu moet opdraaien voor de verschrikkelijke gevolgen van deze oorlog.

We zijn momenteel getuige van de grootste langdurige exodus sinds de verdrijving van de Palestijnen in 1948. Eén op de acht Irakezen is op de vlucht. Alleen al in 2006 is een half miljoen mensen het eigen land ontvlucht, en elke maand komen daar vijftigduizend vluchtelingen bij. Het aantal ontheemden in Irak bedraagt momenteel mogelijk 1,7 miljoen mensen; de UNHCR schat dat dit aantal eind 2007 zal zijn opgelopen tot 2,3 miljoen. Hoe langer het conflict duurt, hoe neteliger de positie wordt van de ontheemden en de gemeenschappen die hen helpen en willen helpen.

Wij roepen de lidstaten en de Commissie op om de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties financieel en politiek te ondersteunen bij zijn initiatieven ter bescherming van alle vluchtelingen, ongeacht hun geloof.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato, namens de ALDE-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de genoemde cijfers komen min of meer overeen: we gaan nu richting de 4 miljoen vluchtelingen, waarvan de helft zich buiten Irak bevindt en de andere helft in eigen land ontheemd is.

Dit is op alle fronten een haast ongekende humanitaire ramp en daarom mag de mogelijkheid die de Conferentie van Genève op 17 april 2007 biedt, niet worden verspild: de Europese Unie moet zich voorbereiden en in vol ornaat aantreden, met een politieke vertegenwoordiging op de hoogste niveaus, en al vooraf besluiten welk bedrag er beschikbaar wordt gesteld. Zo niet, dan stevenen we af op een totale mislukking. Over dit punt moeten we het allemaal eens zijn, ongeacht de politieke oorzaken van het conflict: om het vraagstuk, dat in onze handen kan ontploffen en desastreuze gevolgen kan hebben, op te lossen, is dus een zo groot mogelijke eensgezindheid vereist.

Ik denk dat het met betrekking tot de oorzaken wellicht nuttig kan zijn – hoewel dit natuurlijk niet het onderwerp is van onze resolutie, maar ik noem dit slechts voor de vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie – om, gezien de dagelijkse bloedbaden in Irak, de mogelijkheid in overweging te nemen de kwestie te verwijzen naar het Internationaal Strafhof. Het gaat immers om misdaden tegen de menselijkheid die stelselmatig en dagelijks gepleegd worden. Wellicht dat dit ook nuttig kan zijn met betrekking tot de oorzaken van deze humanitaire ramp.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn aandacht richten op het lot van de Assyrische christenen die momenteel vluchten naar voornamelijk Syrië en Jordanië. De christelijke gemeenschappen van Irak behoren tot de oudste ter wereld, en ze spreken Aramees, de taal van Jezus Christus. Gedurende de Armeense genocide van 1915 hebben ze verschrikkelijk geleden, en daarna werden ze onder de Iraakse hasjemitische monarchie vervolgd omdat ze in de Eerste Wereldoorlog hadden samengewerkt met de Britten. Vervolgens moesten ze het onder Saddam Hoessein opnieuw ontgelden toen hij oorlog voerde tegen de Koerden. Op dit moment zijn er nog maar 6 000 à 8 000 Assyrische christenen over, die voornamelijk in de vlakte van Ninive leven.

Er zijn maar liefst 60 000 Assyrische christenen, wellicht zelfs meer, gevlucht sinds het begin van de opstand die volgde op de invasie onder leiding van de VS in 2003. Hun uittocht werd in augustus 2004 versneld toen islamistische terroristen bomaanslagen begonnen te plegen tegen christelijke kerken. De islamisten beschuldigden hen van collaboratie met de geallieerden, enkel en alleen vanwege het feit dat zij het christelijk geloof beleden.

In april 2006 stemde het Europees Parlement ervoor om de Assyriërs toe te staan een federale regio te stichten waar zij hun eigen, unieke levenswijze in vrijheid kunnen praktiseren zonder daarbij van buitenaf te worden bedreigd. Ik doe nogmaals een beroep op dit Parlement, op de Commissie en op de speciale waarnemer voor de mensenrechten van het Duitse voorzitterschap om dit als mogelijke oplossing te overwegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE).(LT) Elke dag weer bereikt ons het nieuws van bloedige bomaanslagen in Irak, en het aantal slachtoffers blijft toenemen. Over een andere tragedie bereikt ons echter veel te weinig informatie: 4 miljoen Irakezen zijn getroffen door het wrange lot een vluchteling te worden. Bijna één op de zes inwoners van dat land heeft zich genoodzaakt gevoeld zijn of haar woning achter te laten, het aantal vluchtelingen stijgt en hun levensomstandigheden zijn afschuwelijk. De VN-vluchtelingenorganisatie probeert te helpen, maar zonder succes, want de internationale gemeenschap is nog altijd niet doordrongen van de ernst van de situatie. Het initiatief van Zweden, dat erin heeft toegestemd om aan 9 000 Irakezen de vluchtelingenstatus toe te kennen, verdient te worden toegejuicht. Tot nu toe hebben nog niet veel EU-landen, met name onder de nieuwe lidstaten, de vastberadenheid gehad om dit voorbeeld te volgen. Een belangrijke verantwoordelijkheid ligt evenwel bij de Verenigde Staten, die nolens volens de huidige situatie hebben gecreëerd, waarbij Irak steeds dieper wegzakt in het moeras van een natie in de greep van tweedracht zaaiende interne en externe conflicten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de opkomst van Saddam Hoessein in de roerige postkoloniale periode in Irak heeft het land een bewind bezorgd van intimidatie, vervolging en moorden op burgers. De illegale militaire invasie en bezetting van Irak die de heer Bush en zijn Britse buldog, de heer Blair, in 2003 ondernamen hebben het volk van Irak ongekende rampspoed gebracht.

Het duo Bush-Blair is erin geslaagd om in een tijdsbestek van drie jaar te bereiken wat Saddam en consorten in dertig jaar niet is gelukt. Zij hebben het land namelijk compleet op de knieën gekregen, waardoor honderdduizenden onschuldige burgers de dood hebben gevonden, waardoor er volstrekte rechteloosheid heerst, waardoor de infrastructuur van het land vergaand is vernield en waardoor er miljoenen mensen ontheemd zijn geraakt in Irak zelf, dan wel naar het buitenland zijn gevlucht. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk konden samen jaarlijks meer dan duizend miljard dollar besteden aan de instandhouding van hun oorlogsmachines in Irak, waardoor het probleem nota bene grotendeels zelf werd veroorzaakt, maar nu verwachten zij van de internationale gemeenschap dat zij iets doet aan het gigantische humanitaire probleem van de Iraakse vluchtelingen. In plaats van zich over de Iraakse vluchtelingen te ontfermen en alle kosten daarvan voor hun rekening nemen, verwachten de VS en het Verenigd Koninkrijk dat de buurlanden en de landen van Europa dit probleem oplossen. En logisch ook: we moeten vooral niet afwijken van de regel dat degenen die een ramp veroorzaken daar maar zelden voor opdraaien.

 
  
MPphoto
 
 

  Józef Pinior (PSE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik zou allereerst het Duitse Voorzitterschap willen feliciteren en zijn vertegenwoordiger van harte welkom willen heten bij dit debat. Het doet me bijzonder veel plezier dat de Duitse Ombudsman hier vandaag aanwezig is.

Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn de voorbije jaren bijna twee miljoen Irakezen hun land ontvlucht wegens de levensgevaarlijke toestand, de chaos en de moeilijke economische omstandigheden. We zijn getuige van het dramatische lot van de Iraakse burgers die hun land verlaten en naar de buurlanden vluchten. Op dit moment gaat het om een miljoen vluchtelingen in Syrië, ongeveer 750 000 personen in Jordanië, meer dan 100 000 in Egypte en 40 000 in Libanon. Daarnaast leven er grote groepen Irakezen verspreid over verschillende landen. De Palestijnen in Irak bevinden zich eveneens in een uiterst benarde situatie. In een verklaring van 2 februari 2007 heeft Human Rights Watch Syrië opgeroepen om onmiddellijk zijn grenzen te openen voor de Palestijnen die ernstig gevaar lopen in Irak.

De Verenigde Naties verzoeken om een bijdrage van 60 miljoen dollar aan financiële hulp om de Iraakse vluchtelingen te helpen. De wereld mag niet onverschillig blijven voor hun lot. Vandaag hebben de Verenigde Staten bekendgemaakt dat ze volgend jaar aan 7 000 Irakezen asiel zullen verlenen in de Verenigde Staten. Deze beslissing is een stap in de goede richting, net als de belofte van de Verenigde Staten om 18 miljoen dollar te schenken aan het hulpprogramma van de Verenigde Naties voor Iraakse vluchtelingen.

Ondanks alles zijn dit slechts druppels op een gloeiende plaat. Er zou nog zo veel meer moeten gebeuren. De Europese Unie zou tijdens de komende conferentie in Genève op 17 april 2007 het voortouw moeten nemen. Zij moet met financiële steun over de brug komen om de uitzichtloze situatie van de Iraakse vluchtelingen te verbeteren en deze crisis een halt toe te roepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ján Figeľ, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de auteurs van deze resolutie bedanken, en dat geldt ook voor de fracties en de afgevaardigden die hun standpunt hierover hebben kenbaar gemaakt. De nadruk lag sterk op de enorme behoefte aan solidariteit met de mensen in grote nood. Ook de Commissie maakt zich ernstige zorgen over de humanitaire situatie in Irak en het enorme menselijk lijden dat wordt veroorzaakt door het voortdurende geweld in dat land, over het grote aantal ontheemden binnen en buiten Irak en over het effect dat dit op de hele regio heeft.

De afgelopen maanden heeft de Commissie de situatie op de voet gevolgd, waarbij zij in nauw contact staat met andere belangrijke internationale partijen, met name met het Rode Kruis en de Verenigde Naties.

Zoals u al opmerkte, hebben wij dezelfde cijfers van de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de VN, namelijk dat 1,8 miljoen mensen momenteel in eigen land ontheemd zijn en dat er al 2 miljoen Irakezen naar buurlanden zijn gevlucht. Dat komt neer op bijna 4 miljoen mensen, zoals de heer Smith opmerkte.

Tot dusver was het echter onmogelijk om een exacte inschatting te maken van de behoeften van de mensen in Irak doordat het vanwege de veiligheidssituatie moeilijk was om toegang te krijgen tot de getroffen bevolkingsgroepen.

De conferentie die de Verenigde Naties in april in Genève houden, en die hier ook vermelding verdient, zal naar verwachting meer helderheid verschaffen over de situatie van de in eigen land ontheemden en van degenen die naar het buitenland zijn gevlucht, alsmede over het effect en de behoeften. De Commissie zal actief deelnemen aan die conferentie. In mijn ogen is de oproep van de heer Cappato om daar de handen ineen te slaan met de Raad en de lidstaten van groot belang.

Op basis van informatie van internationale humanitaire agentschappen met wie zij een partnerschap heeft, heeft de Commissie via haar directoraat-generaal Humanitaire hulp (ECHO) besloten om 10,2 miljoen euro uit te trekken voor humanitaire hulp aan de slachtoffers van de crisis in Irak.

Zoals mijn collega, de heer Michel, vanochtend aankondigde, zal er een eerste financieringspakket van 6,2 miljoen euro worden voorgesteld dat is gericht op de kwetsbaarste groepen, teneinde de humanitaire nood te lenigen van vluchtelingen die zijn vertrokken naar landen zoals Syrië, Libanon en Jordanië. Deze hulp zal bestaan uit basisgezondheidszorg en -onderwijs, alsmede uit gerichte distributie van voedsel en essentiële huishoudspullen. Ook zijn er beschermingsmaatregelen voorzien, met name steun aan het vluchtelingenregistratiesysteem van de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties. Dit is van belang om de kwetsbaarste groepen te herkennen en hun specifieke behoeften in kaart te brengen.

Er is nog een financieringspakket ter waarde van 4 miljoen euro in voorbereiding voor Irakezen die in eigen land in ellende verkeren. Dit is gebaseerd op een zorgvuldig onderzoek naar de voornaamste behoeften en de wijzen waarop hulp kan worden verleend in wat, zoals u zich kunt voorstellen, een uiterst grillige veiligheidssituatie is.

Humanitaire hulp zal onpartijdig en zonder onderscheid worden verleend, en gericht zijn op degenen die het meeste gevaar lopen. De Commissie zal overwegen verdere middelen ter beschikking te stellen indien er nieuwe behoeften ontstaan of als er toegang kan worden verkregen tot groepen die nu buiten ons bereik liggen.

Ook zal de Commissie de situatie op de voet blijven volgen en specifieke kwesties ter sprake brengen tijdens haar regelmatige besprekingen met derde landen en de regering van Irak, waaronder ook het ministerie van Verplaatsing en Migratie.

Indien de situatie de komende maanden verder verslechtert, zal de Commissie de situatie bezien in het licht van de criteria van de richtlijn betreffende de tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden. Aan de hand hiervan kan worden besloten om bij de Raad een verzoek in te dienen om het mechanisme voor tijdelijke bescherming van Iraakse asielzoekers in werking te stellen. Hiermee kan onmiddellijk bescherming worden geboden, en tegelijkertijd worden voorzien in de financiële steun voor hun daadwerkelijke komst en kunnen er ook regelingen worden getroffen voor een uiteindelijke herverdeling van asielzoekers over de lidstaten.

Ook zal de Commissie in nauwe samenwerking met de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties de mogelijkheid nagaan van een gecoördineerde inspanning van de lidstaten van de EU met betrekking tot hervestiging van vluchtelingen uit de regio. Een dergelijke inspanning kan met name gericht zijn op bijzonder kwetsbare categorieën vluchtelingen, zoals vrouwen die gevaar lopen en niet-begeleide minderjarigen.

Ik wil de geachte afgevaardigden danken voor hun resolutie en voor hun steun.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt aansluitend op de debatten plaats.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 18 april 2007Juridische mededeling