Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0127(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0073/2007

Ingediende teksten :

A6-0073/2007

Debatten :

PV 23/04/2007 - 18
CRE 23/04/2007 - 18

Stemmingen :

PV 25/04/2007 - 11.2
CRE 25/04/2007 - 11.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0145

Debatten
Maandag 23 april 2007 - Straatsburg Uitgave PB

18. Strafrechtelijke maatregelen ter waarborging van de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0073/2007) van Nicola Zingaretti, namens de Commissie juridische zaken, over het gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen (COM(2006)0168 – C6-0233/2005 – 2005/0127(COD)).

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, intellectuele-eigendomsrechten worden al vaker geschonden, en dat is intussen een groot gevaar voor de economie en de samenleving in Europa.

De sancties variëren van land tot land, en dat gaat niet alleen ten koste van een soepel verloop van de interne markt, maar ook van een efficiënte bestrijding van namaak en piraterij. Het is belangrijk dat de houders van intellectuele-eigendomsrechten overal in de Gemeenschap een gelijkwaardige bescherming genieten.

Dit leidt ook tot problemen in verband met de consumentenbescherming, het gaat om de gezondheid en de veiligheid. Namakers profiteren van het internet, omdat ze vervalste of nagemaakte producten overal ter wereld meteen aan de man kunnen brengen. Deze kwalijke praktijken komen blijkbaar al vaker uit de hoek van de georganiseerde criminaliteit, en ik moet erop wijzen dat het aantal producten dat we van de interne markt moeten halen, in de afgelopen tijd zorgbarend is gestegen. Meestal betreft het namaakartikelen. Daarom is de bestrijding van het namaken van goederen voor de Gemeenschap van het allergrootste belang, en deze stemming in het Europees Parlement is een grote stap in die richting.

De Commissie is blij dat het Europees Parlement achter het algemene principe staat dat aan dit gewijzigde voorstel voor een richtlijn ten gronde ligt, en het ook steunt. Ik zou van deze gelegenheid gebruik willen maken om de rapporteur, de heer Zingaretti, heel hartelijk te bedanken.

Het Parlement heeft de Commissie in zijn resolutie van 7 september 2006 al gesteund, daarin wordt bevestigd dat we meteen iets moeten doen tegen nagemaakte geneesmiddelen, en dat we de strafrechtelijke sancties zo snel mogelijk moeten harmoniseren. De Commissie is ook blij dat het slotverslag over deze delicten dezelfde strafmaat voorziet als voor zware misdrijven.

De Commissie is echter niet zo gelukkig met een aantal overwegingen die tijdens de discussie aan de orde zijn gekomen. Er is gezegd dat het Parlement wil dat de richtlijn alleen maar geldt voor onderwerpen waarvoor de Gemeenschap verantwoordelijk is. Ik moet erop wijzen dat dit tot grote problemen zal leiden bij de praktische omzetting van de richtlijn. Bovendien lijkt het erop dat de definitie van het concept “intellectuele eigendom” niet voldoende is, omdat heel wat aspecten nog steeds niet zijn opgehelderd. De definitie van “inbreuk op commerciële schaal” en “opzettelijke inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht" hebben geen eigenlijk nut. Die definities kunnen tot misverstanden leiden, en ten kosten van de rechtszekerheid gaan.

In het belang van de veiligheid van de consument en van het concurrentievermogen van ons bedrijfsleven doe ik een dringend beroep op u om in te stemmen met het voorstel van de Commissie

 
  
MPphoto
 
 

  Nicola Zingaretti (PSE), rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik dank de commissaris voor hetgeen hij heeft gezegd over dit verslag.

Voor deze belangrijke richtlijn is eindelijk de eindstreep in zicht. Ik zou in de eerste plaats al degenen willen bedanken die de afgelopen maanden hebben deelgenomen aan een debat dat de nodige hartstochten heeft opgewekt, maar dat volgens mij tegelijkertijd erg nuttig was. Op de eerste plaats gaat mijn dank uit naar de schaduwrapporteurs en naar alle medewerkers. Zonder hen zou het niet mogelijk zijn geweest deze complexe vraagstukken te behandelen.

Er is veel gesproken over deze richtlijn; sommige reacties waren gegrond, terwijl andere de plank missloegen, niet in het minst vanwege de complexe aard van de materie. Het is daarom geloof ik belangrijk duidelijk te maken waar we het hier over hebben. Het is een richtlijn tegen de georganiseerde misdaad, zowel in zijn traditionele vorm als in de vorm die deze bedrijfstak de laatste tijd aanneemt. Het is met andere woorden een richtlijn tegen de schade die de misdaad Europa berokkent door goederen na te maken en inbreuk te maken op intellectuele-eigendomsrechten.

Veel collega’s hebben mij de afgelopen maanden gevraagd waarom we dienen te harmoniseren. Ik heb hun geantwoord dat de georganiseerde criminaliteit al sinds lange tijd een ongeoorloofde activiteit is die op mondiale schaal wordt uitgeoefend, geen grenzen kent en beschikt over geweldig veel middelen. Daarentegen is het recht versnipperd over verschillende rechtsstelsels, die soms met elkaar in tegenspraak verkeren, en daardoor aan slagkracht inboeten. Volgens berekeningen is de hoeveelheid nagemaakte goederen de afgelopen tien jaar met 1 600 procent toegenomen. Ik denk dan ook dat Europa wat moet ondernemen, want we hebben het hier over een enorme markt en over zeer concrete dingen en materialen: speelgoed, kleding, schoeisel, levensmiddelen, cosmetica, chemische stoffen, gastronomische producten met valse oorsprongsbenamingen, brillen, cd’s, dvd’s enzovoort. Kortom, alle artikelen die de Europese burgers dagelijks kopen.

Zoals gezegd richt dit verschijnsel enorm veel schade aan. De Europese nijverheid lijdt er schade door, omdat het namaken van producten alle elementaire regels voor de markt en de concurrentie verandert. Maar ook de werknemers en -neemsters ondervinden er nadeel van, want de producenten van nagemaakte producten hebben volledig lak aan wetten ter bescherming van de werknemers en het planmatig namaken van producten leidt tot recessie en werkloosheid.

Er is opgemerkt dat dit verschijnsel de afgelopen tien jaar in Europa 125 000 extra werklozen heeft gecreëerd. Vanwege de belastingontduiking is dat schadelijk voor de economie, maar ook de consumenten lijden er schade door. In dit Parlement besteden we namelijk vele uren aan het opstellen van verordeningen om de Europese burgers te beschermen, maar als we de namaak van goederen niet doeltreffend bestrijden, hebben we geen enkel middel in handen om die verordeningen te doen naleven.

Het namaken van generieke merkgeneesmiddelen is mijns inziens buitengewoon ernstig. Dergelijke geneesmiddelen worden veelal afgezet in ontwikkelingslanden. Het doet mij dan ook veel genoegen dat de uitvoerend secretaris van de task force namaakbestrijding van de Wereldgezondheidsorganisatie zich positief heeft uitgelaten over het verslag, omdat het specifiek melding maakt van de gezondheidsrisico’s en de namaak van geneesmiddelen als zeer ernstig beoordeelt.

Daarom vind ik dat we verder moeten gaan. De ontwerprichtlijn bevat ook in vergelijking met de tekst van de Commissie belangrijke nieuwe voorstellen en het bereikte compromis is positief. Mijns inziens is het belangrijk dat we meer duidelijkheid hebben geschapen en het toepassingsgebied van de richtlijn hebben versmald, bijvoorbeeld door octrooien uit te sluiten, daar het burgerlijk wetboek het meest geschikte instrument blijft om geschillen daarover op te lossen.

Hoewel dit een zeer omstreden tekst is, meen ik dat we geen pas op de plaats moeten maken en dat we ons niet kunnen onttrekken aan deze concrete argumenten. Door de strijd tegen de misdaad te harmoniseren maken we een sprong voorwaarts bij de totstandbrenging van een echte Europese interne markt. Die markt heeft natuurlijk baat bij regels maar ook bij maatregelen die voorkomen dat de regelgeving nooit wordt nageleefd. Hiermee schragen en versterken wij de Europese identiteit van het politieke Europa en bevorderen we vooral het idee dat Europa nuttig is voor de Europese burgers.

Gesterkt door de brede steun voor de richtlijn in de Commissie juridische zaken gaan wij nu over dit voorstel stemmen. Daarom hoop ik dat ook in de plenaire vergadering een grote meerderheid dit compromis steunt. Op dit moment hopen machtige belangen en lobby’s dat het Europees Parlement niets doet. Dat zou volgens mij schadelijk zijn voor ons imago, maar het Europees Parlement zou ook politieke averij oplopen als het de handen ten hemel zou heffen en zou zeggen dat Europa tegen dit misdrijf niets kan uitrichten. In het verleden liep het Europees Parlement voorop bij het werken aan de interne markt en het politieke Europa. Ik ben ervan overtuigd dat het ook deze keer het geval zal zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  David Hammerstein Mintz (Verts/ALE), rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. – (ES) Er bestaat geen verband tussen de tekst waarover we gaan stemmen, de tekst van de Commissie dus, en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie, en er bestaat ook geen verband tussen deze tekst en de legitieme bestrijding van namaak en piraterij die van invloed is op de gezondheid en veiligheid van de mensen. Daarover zijn wij het allemaal eens.

Met dit gewijzigde voorstel inzake intellectuele-eigendomsrechten wordt echter beoogd de uitwisseling van informatie en cultuur in een crimineel daglicht te stellen. Als het Parlement het gewijzigde voorstel inzake de intellectuele-eigendomsrechten in zijn huidige vorm aanneemt, behandelt het een maffioso op dezelfde manier als een gewone burger. Evenmin wordt de kwestie verduidelijkt van het winstoogmerk of de criminele schaal. Het toepassingsgebied van deze richtlijn wordt niet gedifferentieerd, alles wordt in de zak van het strafrecht gestopt, terwijl het civielrechtelijke over het algemeen goed functioneert.

Verder wordt er een situatie van ernstige rechtsonzekerheid gecreëerd die leidt tot een hysterische klopjacht die aan alle kanten slachtoffers maakt, burgers afschrikt, en de innovatie van duizenden KMO’s stillegt, die niet bang zouden moeten zijn voor de gevangenis. Het massale protest tegen deze richtlijn is nu al zichtbaar op internet.

Het mag niet zo zijn dat we met ons optreden de stroom van informatie en cultuur afremmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rainer Wieland (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.(DE) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie juridische zaken, waar ik eigenlijk thuis ben, is ten principale bevoegd voor dit verslag en voor intellectuele-eigendomsrechten. Nu ben ik voor dit onderwerp rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, en ik zal de kwestie dus uitsluitend vanuit die invalshoek belichten.

De heer Verheugen heeft gezegd dat we deze wetstekst nodig hebben. Dat klopt! Het is echter niet voldoende wanneer we telkens weer de minimumstraf of de maximumstraf met een half jaar of een jaar verhogen of verlagen. Dat levert uiteindelijk niets op. Ik ben er stellig van overtuigd – en ook de Commissie juridische zaken is uiteindelijk op die lijn terecht gekomen – dat we eerst eens moeten uitgaan van het principe van eenduidigheid. We hebben geprobeerd om ervoor te zorgen dat in deze richtlijn uiteindelijk een catalogus terechtkomt waarin staat op welke gevallen de tekst van toepassing is, los van de vraag of octrooien hier wel of niet onder vallen, dat is tot nader order niet van belang. Op die manier wordt degene die zich aan deze wet moet houden – de burger – niet met een vaag concept geconfronteerd, maar met een catalogus, waarin hij kan opzoeken hoe hij zich strafbaar zou kunnen maken.

Zo komen we bij de definities terecht, en die hebt u met zoveel woorden genoemd, mijnheer de commissaris. Voor het burgerlijk recht beginnen we nu met het verstrekken van een zogenaamde toolbox, een gereedschapskist. Nu is het zover dat we dergelijke definities ook gaan leveren voor het strafrecht. Het levert niets op wanneer we wat prutsen aan de strafmaat, we moeten ook de definities uitwerken. Deze richtlijn is een eerste stap! Daarom begrijp ik de kritiek van bepaalde leden niet helemaal. Het is een eerste stap dat we definiëren wat “op commerciële schaal” betekent, of “opzettelijk”. We mogen ons echter niet beperken tot dit toepassingsgebied, we moeten …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Hans-Peter Mayer, namens de PPE-DE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, als schaduwrapporteur voor de Commissie juridische zaken zou ik de heer Zingaretti willen bedanken voor zijn geslaagde verslag, en vooral voor de uitstekende samenwerking.

We willen de burgers van de EU met dit verslag niet in de criminele hoek duwen. We willen de bendes, de georganiseerde misdaad en de professionele vervalsers bestraffen. Ik vind het zelf heel belangrijk dat we deze tekst niet toepassen op particuliere gebruikers, die een product voor persoonlijk gebruik in bezit hebben, zonder winstoogmerk.

Het compromis van de Commissie juridische zaken over de definities is gewoon ook een bruikbare oplossing. Net als mijn collega Wieland ben ik daarom blij dat we nu weten wat inbreuk op commerciële schaal is, of een opzettelijke inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht. Ik ben blij dat er ook een positieve lijst is, en dat die niet geldt voor octrooien.

Ook bij de kwalificatie in artikel 3 van strafbare feiten hebben we een bevredigende oplossing kunnen vinden. Strafbare feiten zijn ten eerste elke op commerciële schaal gepleegde opzettelijke inbreuk, ten tweede de poging tot een dergelijke inbreuk, en ten derde de medeplichtigheid aan en het uitlokken van een strafbaar feit. Het mondelinge amendement over de het uitlokken van een strafbaar feit komt van mij, en daarom zou ik er nogmaals op willen wijzen dat de vertaling niet makkelijk is, en ten dele ook goed fout.

Bij de boetes moeten we vermijden dat de toepassing van het strafrecht van de lidstaten op de rechtspersonen wordt verstoord. De lidstaten moeten zelf beslissen of ze rechtspersonen strafrechtelijke sancties willen opleggen, of alleen maar geldboetes.

De lidstaten kunnen verder gaan dan deze Europese richtlijn, dat is nu al zo, en wij willen dat dit hun verantwoordelijkheid blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Medina Ortega, namens de PSE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de heer Zingaretti over het gewijzigde voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen voor het waarborgen van de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten is een bijzonder evenwichtig voorstel dat de brede steun heeft gekregen van de Commissie juridische zaken en in zekere mate ook van de overige commissies die zich met dit onderwerp hebben beziggehouden.

Zoals de heer Zingaretti heeft opgemerkt, dient de intellectuele eigendom te worden beschermd, en wat de Commissie juridische zaken met haar amendementen heeft gedaan is dat zij een aantal formuleringen heeft afgezwakt waarop de heer Mayer gewezen heeft, die zojuist gesproken heeft namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten.

Zo heeft het bijvoorbeeld geen zin de strafrechtelijke bescherming uit te breiden naar de octrooien – naar de industriële eigendom – die al beschermd worden met civiele middelen, vanwege de complicaties die dat met zich mee zou brengen.

Evenmin heeft het zin om een hele reeks activiteiten in de criminele sfeer te trekken – van critici, verslaggevers, intellectuelen of professoren, die vanwege een enkel citaat achter de tralies kunnen belanden – noch die van onschuldige gebruikers van de media waartoe wij nu toegang hebben dankzij de internettechnologie, en waardoor we door op een bepaald moment een bepaalde toets in te drukken, het risico lopen een strafrechtelijke overtreding te begaan.

Ik denk dat het belangrijk is de strafrechtelijke bescherming van de intellectuele eigendom te versterken, maar dat dient wel te gebeuren met inachtneming van bepaalde principes, zodat die strafrechtelijke bescherming niet verder wordt gevoerd dan strikt noodzakelijk is. Strafrechtelijke bescherming is altijd een bescherming van buitengewone aard, daar het rechtsstelsel immers andere middelen kent om die bescherming te bieden.

Ik denk dat de voorstellen van de heer Zingaretti – het voorstel dat is opgenomen in het verslag van de Commissie juridische zaken en de amendementen die hij tenslotte samen met de heer Mayer heeft ingediend – het mogelijk maken om het toepassingsgebied van die strafrechtelijke bescherming af te bakenen,en daarom zou deze plenaire vergadering haar goedkeuring moeten geven aan dit verslag en de juiste amendementen moeten ondersteunen bij de stemming hierover.

 
  
MPphoto
 
 

  Toine Manders, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, ik wil de heer Zingaretti danken voor zijn samenwerking. We hebben veel tijd doorgebracht om dit onderwerp te bespreken, want het is een gevoelig onderwerp.

Volgens de OECD gaat het, als we het hebben over namaakartikelen wereldwijd, over een bedrag van ongeveer 600 miljard euro per jaar. Vooral criminele organisaties houden zich wereldwijd daarmee bezig. Dat betekent dus ook dat de belastingdiensten van de overheden een forse aderlating moeten doen, als het gaat over belastinginkomsten, want een legitiem bedrijf betaalt belasting, heeft werknemers in dienst en ga zo maar door. Met die belasting doen de overheden een hoop goede zaken. Werkgelegenheid is goed en wij durven blijkbaar onvoldoende in te grijpen om criminele sancties écht door te voeren en de zaken aan te pakken. Het gaat natuurlijk niet alleen om het aanpakken middels criminele sancties, maar ook om een bewustwordingsproces. De douane zou beter en effectiever moeten kunnen controleren, waardoor het in de toekomst onmogelijk wordt dat een zeeschip, zoals in Hamburg, met drie miljoen paar schoenen door de douane heen glipt en niemand heeft het gezien; het gaat hier om allemaal namaakproducten uit China. Ik denk dat we daar iets aan moeten doen.

Aan de andere kant moet het ook zo zijn dat de consument een stuk bewuster is en daarom heb ik een amendement ingediend om opzetheling in te voeren. Dat betekent dat, als een consument opzettelijk te goedkope producten koopt, hij zou moeten weten dat hij een namaakproduct koopt en daarmee onze maatschappij hindert in het functioneren, en ook onze economie.

Het is jammer dat wij de consumenten te veel willen besparen, want het grappige is dat in Frankrijk en Italië de heling van het kopen van namaakproducten wèl strafbaar wordt gesteld; het kopen van namaakproducten is daar wel strafbaar en daar word je gewaarschuwd door heel grote plakkaten. Helaas hebben wij dat niet aangedurfd. Ik vind het ook jammer dat wat dat betreft de intellectuele eigendom in Europa nog steeds onvoldoende wordt beschermd, dat er sprake is van een onvoldoende bewustwordingsproces, want we zullen zó de Lissabon-doelstellingen om de meest concurrerende op kennis gebaseerde economie ter wereld te worden nooit halen; ik hoop dat we doorgaan met zowel het ondersteunen van de douane, als het verbeteren van de wetgeving; ik denk dan ook aan identieke definities op wereldwijde basis.

Als dat gebeurt, Voorzitter, ben ik tevreden. Als dat niet gebeurt, dan zonderen wij ons als Europa af en dat is niet goed voor onze economie en voor onze werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is waar, de massale invoer van nagemaakte producten berokkent het Europese bedrijfsleven, en vooral de producenten van hoogwaardige producten, heel wat schade. Ja, ik ben er voor dat we daar iets tegen doen. We moeten er vooral voor zorgen dat we de grote criminele organisaties, die al zijn genoemd, met het Europese recht beter kunnen aanpakken en bestraffen. Daarover zijn we het allemaal wel met elkaar eens. Er bestaan echter verschillende opvattingen over hoe dat moet gebeuren.

Ik zou de heer Zingaretti heel hartelijk willen bedanken. Hij heeft werkelijk alles in het werk gesteld om een akkoord te bereiken. We moeten deze kwestie allemaal echter heel nauwkeurig aanpakken, ook al omdat we ons juridisch gezien op tamelijk glad ijs wagen. Er is een bepaling inzake de milieubescherming uit het strafrecht gebruikt om dit resultaat te bereiken, maar dat betekent ook dat we verplicht zijn om heel voorzichtig en precies te werk te gaan. Met het Europese recht moeten we regelen wat de lidstaten alleen niet kunnen regelen, vooral als het gaat om het strafrecht, en in dit geval gaat het om het aanpakken van de grote criminele organisaties. We moeten het toepassingsgebied van deze regeling echter heel nauwkeurig definiëren.

Wanneer we dat open laten, wat sommigen willen, of wanneer we de consumenten hier ook onder willen laten vallen, dan schieten we met een kanon op een mug. Dan raken we de grote organisaties, die het Europese bedrijfsleven zoveel schade berokkenen, niet echt. Wanneer we geen nauwkeurige definitie hebben is het namelijk denkbaar dat we strafrechtelijke sancties opleggen aan de kleine bedrijven, die vaak niet weten wiens producten ze verkopen, of waar die producten vandaan komen.

Daarmee pakken we vooral jongeren. De meeste jongeren in Europa weten niet wat je op internet mag downloaden, en wat niet. We willen de uiteindelijke gebruikers zeker niet criminaliseren. We willen het Europese recht hoofdzakelijk gebruiken in gevallen waar dat zinvol is. De rest is al geregeld door het nationale recht.

De heer Manders wil de consument voorlichten, maar ik zou hem toch één ding willen zeggen: een consument die voor tien euro een tas van Gucci koopt weet misschien nog wat hij doet, maar voor veel andere producten ligt dat anders. Het lijkt me verkeerd om het zware instrument van het Europese recht te gebruiken voor gevallen waarin dat niet zinvol is. We moeten het toepassingsgebied met name in de commerciële sector …

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Umberto Guidoni, namens de GUE/NGL-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik wil op de eerste plaats de rapporteur, de heer Zingaretti, danken voor zijn samenwerking en voor het feit dat hij in ieder geval een zekere poging tot bemiddeling heeft gedaan bij deze richtlijn, die strafrechtelijke maatregelen voorschrijft in geval van namaak zonder dat er een referentiekader is met regels voor de definitie van namaak. De ontwerprichtlijn scheert zelfs inbreuken op merken, octrooien en auteursrechten over één kam.

Het verwarren van bestrijding en namaak met inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten houdt het risico in de strijd tegen de criminele namaak van producten minder efficiënt te maken. Het zou daarentegen nuttiger geweest zijn de toepassing van de richtlijn louter te beperken tot inbreuken op auteursrechten bij de namaak van commerciële multimediaproducten. Dat is het terrein waarop de georganiseerde misdaad zich beweegt.

Daarentegen kan de oneigenlijke verbreding naar de auteursrechten serieuze risico’s inhouden voor de persoonlijke levenssfeer van de consument. Bovendien ziet de richtlijn bij auteursrechten af van het begrip op commerciële schaal, waardoor het particulier gebruik zonder winstoogmerk door degenen die via peer-to-peer en streaming video’s en andere producten van het internet downloaden, strafrechtelijk vervolgd kan worden.

De richtlijn schrijft de lidstaten voor ook strafrechtelijk op te treden als er geen aangifte is gedaan door de belanghebbende en geeft particulieren een directe rol bij het onderzoek, die verder gaat dan technische bijstand aan de autoriteiten en uiteindelijk een sturend karakter verkrijgt. Tot slot zijn economische en sociale analyses in de richtlijn afwezig. Zwaardere sancties hebben in Italië op dit vlak geen enkel effect gesorteerd. Daarom stelt onze fractie voor de richtlijn te verwerpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek mij uit tegen de bemoeienis van de EU met het strafrecht van lidstaten, die zelfs zo ver gaat dat de Unie nieuwe delicten wil formuleren en de hoogte van de straffen wil bepalen die in het Verenigd Koninkrijk en andere staten zouden moeten worden opgelegd. Het schandalige besluit van het Hof van Justitie van september 2005 maakt deze onduldbare schending van de nationale soevereiniteit mogelijk. We zien nu dan ook dat de Commissie op buitensporige wijze zijn machtsbereik aan het uitbreiden is.

Deze richtlijn is met name vanuit het gezichtspunt van het Verenigd Koninkrijk ongewenst, omdat schending van het patentrecht voor het eerst zou worden beschouwd als een delict dat bestraft kan worden met een gevangenisstraf van vier jaar of langer, niet omdat de gekozen leden van het Lagerhuis dit noodzakelijk of verstandig achten, maar omdat de niet-gekozen leden van de Commissie dit dicteren. Ik maak hiertegen bezwaar, ik keer mij tegen deze onduldbare bemoeizucht van de EU en verwerp daarom de richtlijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacques Toubon (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, wij willen allemaal dat er effectief tegen namaak wordt opgetreden, omdat namaak economisch, maatschappelijk en cultureel ontoelaatbaar is. De heer Zingaretti heeft zich veel inspanningen getroost om tot dit compromisvoorstel te komen.

In dit debat verbaast het mij echter dat er bij sommige collega’s sprake is van grote verwarring. Ik doel op degenen die de consument verdedigen en de rechten van makers en vertolkers van ondergeschikt belang achten, en op degenen die de bevoegdheid van de Gemeenschap veilig willen stellen en tegelijkertijd de soevereiniteit van de nationale rechterlijke instanties willen waarborgen. Volgens mij liggen hier grote problemen die verder moeten worden uitgediept.

Op één punt is mijn visie helder: het betreft de culturele impact van deze tekst. Ik wil graag iets zeggen over de amendementen die de Commissie juridische zaken op de artikelen 2 en 3 heeft aangebracht. Daarin worden definities van de intellectuele-eigendomsrechten voorgesteld. Dat is niet het doel van de richtlijn. In deze amendementen wordt de reikwijdte van de begrippen “opzettelijke inbreuk” en “inbreuk op commerciële schaal” beperkt. Dat strookt niet met de interpretatievrijheid van de nationale rechterlijke instanties en heeft vooral tot gevolg dat het rechtstreeks uitwisselen van bestanden niet strafbaar wordt gesteld.

Het gevolg is dat deze amendementen in strijd zijn met de Europese wetgeving, vooral de richtlijn van 2001 over het auteursrecht, en dat zij een aanzienlijk risico vormen voor het scheppingsproces en de culturele diversiteit. Gedrag dat in tegenspraak is met de rechten van auteurs en vertolkers wordt in nationale wetten verboden en die wetten komen door de bepalingen van deze amendementen op losse schroeven te staan.

Daarom steun ik de formulering van het oorspronkelijke Commissievoorstel en in ons debat in ieder geval amendement 30 van mevrouw Sharon Bowles. Het gaat hier om een zeer ernstige zaak: de culturele verscheidenheid staat op het spel.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de richtlijn inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen symboliseert een ommekeer in de mening die de Commissie tot dusver inzake strafrecht huldigde.

Het voorgestelde document weerspiegelt de interpretatie van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 12 september 2005, dat door de Europese Commissie werd aangenomen, en dat het mogelijk maakt om op Gemeenschapsniveau strafrechtelijke maatregelen te nemen, wanneer dat noodzakelijk blijkt voor de succesvolle tenuitvoerlegging van de communautaire bepalingen. Met het oog op het wereldwijd toenemende probleem van schendingen van de intellectuele-eigendomsrechten, lijkt de door de Commissie voorgestelde benadering niet alleen gepast, maar ook hoognodig. Het bbp van de Europese Unie verliest door namaakartikelen elk jaar ongeveer 8 miljard euro. Europese bedrijven lopen jaarlijks om dezelfde reden tussen 45 en 65 miljard euro mis. Het probleem doet zich op zo’n grote schaal voor dat naar schatting ongeveer 40 procent van alle computersoftware in de wereld uit illegale bronnen afkomstig is, evenals 36 procent van alle muziekcassettes en cd’s.

In dit licht zouden we ons moeten verheugen over het feit dat de maximumstraf voor ernstige strafbare feiten, die in het kader van criminele organisaties worden gepleegd, tot 300 000 euro en/of vier jaar gevangenisstraf kan oplopen. Daarbij dient echter onderstreept te worden dat, overeenkomstig het voorstel van het Parlement, dergelijke strafrechtelijke maatregelen enkel van toepassing zullen zijn op individuen en entiteiten die de wet doelbewust voor commerciële doeleinden overtreden. Van cruciaal belang is de uitzondering die stelt dat de richtlijn niet geldt voor schendingen van de bovengenoemde intellectuele-eigendomsrechten door particuliere gebruikers die niet uit zijn op commercieel voordeel. Daarenboven lijkt het gerechtvaardigd om octrooirechten uit te sluiten van de werkingssfeer van de voorgestelde richtlijn. Op die manier kan worden vermeden dat de inhoud van toekomstige voorschriften inzake octrooien in een bepaalde richting wordt geduwd. Bovendien wordt zo het toepassingsgebied van de richtlijn beperkt tot de intellectuele-eigendomsrechten.

Ten slotte wil ik de rapporteur, de heer Zingaretti, van harte bedanken voor dit zeer grondig voorbereide document.

 
  
  

VOORZITTER: LUIGI COCILOVO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Sharon Bowles (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik begrijp wat het doel van deze richtlijn is en welk signaal u aan andere landen wilt geven. Maar door de strafbaarheid verder uit te breiden dan in de TRIP's-overeenkomst is vastgelegd, een uitbreiding die meer omvat dan namaak en piraterij, gaat u, althans in dit stadium, een stap te ver en neemt u een standpunt in dat geen enkele spreker heeft verdedigd.

Veel collega’s achten de schending van een als ongeldig beoordeeld octrooi een gewone commerciële activiteit. Dit beperkt zich echter niet tot octrooien, het strekt zich ook uit tot ontwerpen en handelsmerken. Ik zeg dit als iemand die ruim 25 jaar lang als jurist heeft gewerkt op het gebied van het octrooi- en merkenrecht alvorens lid van dit Parlement te worden.

In een aantal amendementen wordt getracht dit probleem te verhelpen. In mijn eigen amendement 31 beperk ik de reikwijdte tot de criteria zoals genoemd in de TRIP's-overeenkomst – namaak en piraterij – of tot die delicten waarbij sprake is van georganiseerde misdaad of waarbij de volksgezondheid en de veiligheid in het geding zijn. In amendement 33 wordt ingegaan op als ongeldig beoordeelde octrooien. Ik kan de heer Toubon zeggen dat er afzonderlijk gestemd zal worden over de individuele gedeelten van amendement 30, dat een ander doel dient dan misschien op het eerste gezicht lijkt.

Tegen de Commissie zeg ik dat deze zaak te belangrijk is om fouten te maken en te belangrijk om er vage compromissen over te sluiten. Daarom kan ik niet voor het voorstel stemmen zonder de restricties die ik heb genoemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, er is een parallel voorstel betreffende ernstige milieumisdrijven, duidelijk gedefinieerde misdrijven, die tot ernstig lichamelijk letsel en de dood leiden. Ondanks het duidelijke doel is het voorstel controversieel, omdat de EU het terrein van het strafrecht betreedt. Hier ligt een wetgevingsvoorstel dat ten doel heeft om commerciële belangen te beschermen zonder gevaar voor de consumenten en het milieu. Desondanks is deze definitie veel breder en leidt ze tot rechtsonzekerheid. In zijn huidige vorm gaat het voorstel niet over het bestrijden van de georganiseerde misdaad. Integendeel, deze wet is zelf georganiseerde misdaad. Het is een misdaad tegen de menselijke vrijheden en rechten en een aanval op natuurlijke communicatie tussen consumenten en ondernemingen.

Neem het geval-Betamax. Mp3-spelers kunnen tegenwoordig worden gebruikt voor kopiëren. Moet men dan bewijzen dat die niet crimineel gebruikt kunnen worden voordat men ze verkoopt? En als men ze verkoopt, zullen de consumenten dan worden getroffen door technische restricties en problemen als ze hun zelfgekochte producten, muziek en films willen gebruiken? Het voorstel is een absurde aanval op de consumentenrechten, en dient in zijn geheel te worden verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Strož (GUE/NGL). (CS) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s. Ik ben een van die afgevaardigden die eenvoudigweg níet achter de inhoud van het verslag over het voorstel voor een richtlijn inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen kunnen staan.

Ikzelf heb daar drie zeer gegronde redenen voor. En wel ten eerste het feit dat de rechtsgrond voor deze richtlijn alles behalve eenduidig is. Het ontbreekt hier – en dat is toch wel algemeen bekend – aan het standpunt van het Hof van Justitie waarmee naar verwachting meer duidelijkheid zal worden verschaft over het vonnis van het Hof van 13 september.

Een volgend groot bezwaar betreft het feit dat er in de definitie van intellectuele eigendom ten behoeve van de richtlijn die in het verslag wordt gebezigd, geen plaats is ingeruimd voor octrooien en gebruiksmodellen, en dat terwijl deze een onlosmakelijk onderdeel vormen van het fenomeen intellectuele eigendom. Zonder deze twee elementen in de richtlijn zal de hoognodige systematische benadering van deze problematiek nooit van de grond kunnen komen.

Mijn derde beweegreden om tegen te stemmen hangt nauw samen met de voorgaande. Het was toch juist de bedoeling om de richtlijn met betrekking tot de strafrechtelijke aspecten vorm te geven als een aanvulling op de reeds bestaande Richtlijn 2004/48/EG inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, waarmee nu al de civielrechtelijke en bestuursrechtelijke aspecten worden bestreken? En deze richtlijn heeft toch juist betrekking op het allesomvattende geheel aan intellectuele-eigendomsrechten, dus met inbegrip van octrooien en gebruiksmodellen? We kunnen slechts gissen naar de beweegredenen achter het voorstel om de technische oplossingen uit de strafrechtelijke bescherming te weren. Ik vrees echter dat de nodige druk van de kant van invloedrijke belangengroepen hier debet aan is. Dank u wel voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Tadeusz Zwiefka (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, in tegenstelling tot wat sommige afgevaardigden in dit Huis beweren, is de voorgestelde richtlijn tot stand gekomen om het hoofd te kunnen bieden aan de wijdverbreide diefstal van intellectuele eigendom. We weten allemaal erg goed dat de huidige communautaire wetgeving niet voorziet in een gemeenschappelijk strafbeleid om piraterij en namaakartikelen te bestrijden. Daarenboven zijn er, zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt, belangrijke verschillen tussen de systemen die door de afzonderlijke lidstaten worden toegepast. Het spreekt vanzelf dat dit de doeltreffende bescherming van intellectuele eigendom bemoeilijkt, wat op zijn beurt een directe negatieve invloed heeft op de waarde van de investeringen in innovatie.

Ik ben er rotsvast van overtuigd dat het van fundamenteel belang is om deze praktijken op communautair niveau te bestrijden. Als we daarenboven in aanmerking nemen dat het namaken van volledig nieuwe producten, zoals geneesmiddelen of speelgoed, ook een gevaar kan betekenen voor leven en gezondheid, wordt het probleem nog veel ernstiger. Het spreekt voor zich dat het namaken van om het even welk product gepaard gaat met het produceren van verpakkingen en het in dienst nemen van personeel als grafici en verdelers. Er komt veel meer bij kijken dan één enkele persoon kan afhandelen. Dit is het werk van goed georganiseerde misdaadbendes. Het zijn juist de activiteiten van dit soort groeperingen die de richtlijn onderuit wil halen.

Naar mijn mening zijn de in de ontwerprichtlijn voorgestelde maatregelen nuttig. Elke inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten is een misdaad die bestraft moet worden. Er is uiteraard ruimte om te debatteren over de grenzen van de verantwoordelijkheid en vooral over wie verantwoordelijk moet worden gesteld. Zij die namaakartikelen produceren en ze op de markt brengen, moeten in elk geval gestraft worden. Het zou daarentegen onaanvaardbaar zijn om personen te straffen die de producten of diensten gekocht of gebruikt hebben zonder dat ze zich bewust waren van hun illegale oorsprong. Het opzettelijk handelen in het kader van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten wordt in het voorstel van de Commissie niet duidelijk genoeg gedefinieerd. Dat aspect moet verbeterd worden.

Kortom, de goedkeuring van de tekst van deze richtlijn is van cruciaal belang. We kunnen alleen maar betreuren dat we vandaag niet in staat zijn om nog een belangrijke stap verder te gaan. Het is nochtans mogelijk om de soorten misdaden te identificeren, die in de huidige geglobaliseerde wereld bijzonder moeilijk op een efficiënte manier te bestrijden zijn, zeker op basis van een heleboel verschillende rechtssystemen. Ik ben van mening dat een grotere harmonisatie van het strafrecht in de Europese Unie ons een heel eind op weg zou helpen om deze effectiviteit te verbeteren. Het debat van vandaag bevestigt overigens die stelling.

 
  
MPphoto
 
 

  Edith Mastenbroek (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het is 2007, dus u mag mij aanspreken als ‘mejuffrouw’!

Ik wil ook mijn collega de heer Zingaretti feliciteren, hoewel hij weet dat wij het erover eens zijn dat we het over deze zaak oneens zijn. De wettelijke grondslag van het voorstel is door het Hof van Justitie gelegd. De Commissie acht de uitspraak van het Hof ook toepasbaar op delicten die niet tot de zaak in kwestie behoren en beschouwt de uitspraak als een wettelijke grondslag voor het harmoniseren van bepaalde strafrechtelijke sancties bij maatregelen die gericht zijn op het beschermen van de interne markt.

Als ik overweeg om tegen deze richtlijn als geheel te stemmen, doe ik dat niet omdat ik niet geloof in het uitbreiden van de machtsmiddelen van de EU met strafrechtelijke sancties. Daar geloof ik namelijk wel in. Ik heb echter ernstige twijfels over het proces dat tot deze machtstoename leidt, aangezien een wettelijke grondslag niet hetzelfde is als een politiek mandaat. Fundamentele stappen zoals deze vragen om een grondig politiek debat en een duidelijke keuze over de zaak in kwestie. In plaats daarvan is de grote sprong voorwaarts die we gaan doen het nevenproduct van één enkele beleidsmaatregel op een zeer gespecialiseerd en beperkt terrein. Dat lijkt me niet de beste manier om de integratie te bevorderen. Bovendien is het weer koren op de molen van al die mensen die de Europese Unie als een organisatie zien die vooral de belangen van de grote bedrijven dient, wat niet het geval is.

 
  
MPphoto
 
 

  Ignasi Guardans Cambó (ALDE).(ES) Commissaris, het strafrecht is geen spelletje. De Europese Unie kan nu een nieuwe bevoegdheid uitoefenen – en het is goed dat zij die uitoefent – die haar is toegekend door het Hof van Justitie: het op zich nemen van de strafrechtelijke dimensie van bevoegdheden die zij mag uitoefenen. Ik denk dat dit bijzonder zinvol is en dat we dit allemaal moeten ondersteunen.

Het moet echter wel op behoedzame, verstandige en juridisch bekwame wijze gedaan worden. Aan deze drie vereisten voldoet de onderhavige tekst in geen opzicht: het ontbreekt hem aan behoedzaamheid, wijsheid en juridische kwaliteiten. Ik zeg dat met alle respect voor degenen die hebben meegewerkt aan het opstellen van de tekst.

In het onderhavige verslag is hiervan weinig te vinden. De werkingssfeer is buitensporig. Op zo’n essentieel terrein als het strafrecht is de werkingssfeer volkomen verwarrend. Er worden begrippen gebruikt van werkingssferen die niet eens geharmoniseerd zijn in de Europese Unie.

Bestrijding van piraterij, ja, natuurlijk, ook langs strafrechtelijke weg; daarmee gaan wij akkoord: bestrijding van piraterij op strafrechtelijk gebied. Maar dat uitbreiden tot kwesties die in de lidstaten altijd met civiele middelen bestreden zijn, dat heeft geen zin, en nog minder als de begrippen niet geharmoniseerd zijn en de termen niet hetzelfde betekenen, zelfs niet op het gebied van de piraterij. Het is volstrekt zinloos te verkondigen dat de misdadiger de burger is ook al is hij anders dan voor handelsdoeleinden actief en ook al zijn zijn activiteiten niet op een schaal te vinden.

We moeten hierop doorgaan, anders hebben we enkel veel geschreeuw en weinig wol, mijnheer de commissaris.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Badia i Cutchet (PSE).(ES) Na een lange weg zal het Europees Parlement eindelijk zijn standpunt geven inzake het nemen van strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen, maatregelen die volgens mij absoluut noodzakelijk zijn.

Ik wil een aantal opmerkingen maken vanuit cultureel oogpunt.

Om de ontwikkeling van kennis in het algemeen en van de cultuur in het bijzonder te bevorderen, moeten we de dubbele economische en culturele waarde van de scheppende kracht erkennen als motor achter de ontwikkeling van de kunsten en de wetenschap, de culturele diversiteit en het onderzoek.

In dit tijdperk van digitalisering en toenemende liberalisering van de handel – ook van cultuurgoederen en culturele diensten – is het verder belangrijk dat er een goed en redelijk evenwicht wordt bereikt tussen de eigenaren van auteursrechten en de gebruikers of consumenten, teneinde deze vooruitgang van kennis en cultuur op doeltreffende wijze toegankelijk te maken, waarbij tegelijkertijd piraterij en vervalsingen moeten worden bestreden in een context van een groeiende communautaire harmonisering.

In dit verband wil ik de rapporteur gelukwensen met zijn werk, met name met het compromis dat bereikt is om schendingen voor persoonlijk gebruik zonder winstoogmerk uit te sluiten van de werkingssfeer van de richtlijn, daar zij niet eenzelfde behandeling verdienen als de weloverwogen inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht op commerciële schaal, waarop de betreffende straf naar mijn idee wel van toepassing dient te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou u willen bedanken voor dit debat en voor uw waardevolle en belangrijke opmerkingen en voorstellen. Ik zou in willen gaan op een aantal punten die tijdens het debat aan de orde zijn gekomen.

De richtlijn zal alleen maar gelden voor zaken die vallen onder de bevoegdheid van de Gemeenschap. Dat is volgens de Commissie een heel belangrijk punt, op die manier kunnen alle gevallen worden geregeld, ofwel door het gemeenschapsrecht, of door het nationale recht. Als we dat anders zouden doen zouden er grote problemen kunnen ontstaan bij de omzetting van de richtlijn. Het gemeenschapsrecht en het nationale recht hebben namelijk heel wat raakvlakken. Dan zou het gevaar bestaan dat de burgers helemaal niet begrijpen welk recht nu eigenlijk van toepassing is, en dat zou ten koste van de rechtszekerheid kunnen gaan.

De Commissie is ook van mening dat alle vormen van intellectuele-eigendomsrechten door het strafrecht moeten worden beschermd. Daarom vinden wij dat ook de octrooien hieronder zouden moeten vallen. We willen echter niet dat dit een politiek struikelblok voor de omzetting van de richtlijn wordt. De Commissie kan aanvaarden dat octrooien niet onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen. We wijzen echter alle amendementen van de hand waarin wordt voorgesteld – zoals in amendement 1 – om de bevoegdheid van de Gemeenschap voor strafrechtelijke maatregelen in verband met octrooien weer ter discussie te stellen.

De Commissie heeft alleen voor de rechtspersoon een definitie voorgesteld, we hebben afgezien van alle andere definities, omdat ze niet nodig zijn, of omdat ze ten koste van de rechtszekerheid zouden kunnen gaan. De Commissie geeft er dus de voorkeur aan om de lidstaten de vrije hand te geven, zodat ze op basis van hun eigen recht en in het licht van de al genomen maatregelen hun keuzes kunnen maken.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Tokia Saïfi (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Gezien het groeiend aantal gevallen van piraterij en namaak moeten we doeltreffend werken aan de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten. Deze bescherming dient gepaard te gaan met sancties, want namaak is uit economisch, maatschappelijk en cultureel oogpunt onaanvaardbaar.

Het voorstel van de Europese Commissie, waarin strafrechtelijke sancties worden opgelegd voor elke op commerciële schaal gepleegde opzettelijke inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht, is daarom in lijn met de aanbevelingen voor de toekomst van de textiel- en kledingindustrie na 2005, die in datzelfde jaar zijn goedgekeurd.

De bereidheid die wordt getoond om te strijden voor de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten die garant staan voor het concurrentievermogen van onze economieën en de dynamiek van het bedrijfsleven en die de drijvende kracht van de creatieve wereld vormen, kunnen we alleen maar toejuichen.

Door definities van de intellectuele-eigendomsrechten voor te stellen en een beperkende omschrijving van “commerciële schaal” en “opzettelijke inbreuk” te introduceren, handelt de Commissie juridische zaken evenwel op strafrechtelijk gebied in strijd met het subsidiariteitsbeginsel en tornt zij aan de Europese wetgeving op dit terrein. De versterking van de intellectuele-eigendomsrechten in de Europese Unie moet garanderen dat de nationale rechterlijke instanties hun interpretatievrijheid wat betreft de twee bovengenoemde punten behouden.

Daarom behoren we steun te geven aan de formulering zoals die is voorgesteld door de Europese Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Katalin Lévai (PSE). (HU) De bescherming van intellectuele-eigendomsrechten is een uitermate belangrijk doel, met name omdat 5 à 7 procent van het Europese bbp uit deze sector komt.

Namaak, piraterij en schendingen van de intellectuele-eigendomsrechten in het algemeen maken deel uit van een verschijnsel dat steeds omvangrijker wordt, een internationale dimensie begint te krijgen en een ernstige bedreiging vormt voor de landen en de nationale economieën. Door de verschillen in het strafrecht van de landen wordt de strijd tegen namaak en piraterij alleen maar moeilijker. Afgezien van de economische en sociale gevolgen veroorzaken namaak en piraterij ook problemen in verband met consumentenbescherming, zeer zeker als het gaat om gezondheid en veiligheid.

Door het toenemend gebruik van internet kunnen namaakartikelen onmiddellijk en over de hele wereld worden verspreid. Tot slot wordt de band tussen dit verschijnsel en de georganiseerde misdaad steeds sterker.

De strijd tegen deze schendingen is daarom van cruciaal belang voor de Gemeenschap. Er schijnen dan ook goede redenen te zijn voor een gezamenlijk Europees optreden op het gebied van het strafrecht, zodat degenen die zich schuldig maken aan dergelijke schendingen geen profijt kunnen trekken van de verschillen tussen de nationale rechtstelsels.

Ik ben het er in het algemeen en fundamenteel mee eens dat in de strijd tegen de steeds omvangrijkere en ernstigere schendingen van intellectuele-eigendomsrechten gebruik wordt gemaakt van strafrechtelijke instrumenten.

Ik ben het er ook mee eens dat een mogelijke harmonisatie van deze strafrechtelijke instrumenten, die alleen in laatste instantie mogen worden ingezet, een buitengewoon belangrijke toepassing is van het subsidiariteitsbeginsel.

Het is voor mij echter ook uitermate belangrijk dat de harmonisatie op communautair vlak van de strafrechtelijke maatregelen die in allerlaatste instantie toegepast mogen worden, onderbouwd wordt door grondige impactstudies van de Commissie.

 
Laatst bijgewerkt op: 6 juli 2007Juridische mededeling