Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2020(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0128/2007

Debatten :

PV 25/04/2007 - 15
CRE 25/04/2007 - 15

Stemmingen :

PV 26/04/2007 - 8.9
CRE 26/04/2007 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0165

Debatten
Donderdag 26 april 2007 - Straatsburg Uitgave PB

9. Stemverklaringen
PV
  

– Verslag-Figueiredo (A6-0059/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS).(DE) Mijnheer de Voorzitter, de toenemende angst voor baanverlies veroorzaakt niet alleen een grotere verspreiding van verschillende ziektes en jaagt bij gevolg bedrijven en verzekeringsmaatschappijen op kosten, maar deze angst ontneemt in combinatie met de vergrote kans op armoede veel Europese vrouwen ook de mogelijkheid en de lust tot het krijgen van kinderen. Kinderen mogen echter niet langer als armoedeval werken en de bewuste keuze voor huishouden en kind mag gezinnen niet tot de bedelstaf brengen. En als we daarnaast nog het aantal voltijdbanen opvoeren en de bescherming van arbeidsplaatsen vergroten, dringen we niet alleen het ziekteverzuim terug, maar kunnen we misschien ook ons geboortecijfer weer omhoog brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Aan thema’s zoals de gezondheid van de werknemers, arbeidsomstandigheden, de organisatie van de diensten voor gezondheid, hygiëne en veiligheid op het werk en de lijst van beroepsziekten, is in 1989 op communautair niveau aandacht besteed. In dat jaar is kaderrichtlijn 83/391 gepubliceerd. Sindsdien zijn er andere richtlijnen aangenomen aangaande uiteenlopende aspecten van de hygiëne en veiligheid op het werk.

De goedkeuring van dit verslag zal er hopelijk toe leiden dat er meer aandacht wordt besteed aan de concrete tenuitvoerlegging van deze richtlijnen en de arbeidsomstandigheden, om zo het aantal arbeidsongevallen terug te brengen (het gaat hier in de gehele EU om 4 miljoen ongevallen per jaar, met meer dan 4 500 dodelijke slachtoffers en permanent arbeidsongeschikten).

Wij geloven daarom stellig dat er een beleid moet worden geformuleerd om de prestaties van de lidstaten te verbeteren. De Commissie dient daarom zo spoedig mogelijk een verslag in te dienen over de huidige situatie op het gebied van de veiligheid en gezondheid van werknemers. De Verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie en de overige wetgevingsteksten op dit gebied dienen te worden gerespecteerd.

 
  
  

– Verslag-Freitas (A6-0083/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Fruteau (PSE), schriftelijk. – (FR) Het verslag Freitas waarover we vandaag gaan stemmen heeft betrekking op de ultraperifere gebieden, en met name Réunion. De ultraperifere gebieden gaan gebukt onder geografische en geopolitieke beperkingen die hun isolement versterken en afbreuk doen aan hun capaciteit om hun goederen te exporteren naar het Europese continent.

Deze regeling ter compensatie van de extra kosten steunt de lokale visserij bij de verwerking, het transport en de afzet van visserijproducten naar het Europese continent. De regeling bevordert daarnaast het concurrentievermogen van lokale bedrijven en de visserijsector op Europees niveau. Hoe doeltreffend de regeling is blijkt uit het feit dat Réunion dankzij deze compensaties het volume en de waarde van haar export vanaf 2000 heeft weten te vergroten.

Door deze compensatieregeling te verlengen kunnen we de industriële visserij, langelijnvisserij en kustvisserij in de ultraperifere gebieden verder integreren in de interne markt. Deze inspanningen moeten ondersteund worden door andere factoren zoals de inachtneming van de schommeling van de olieprijzen, want we moeten niet vergeten dat de ultraperifere gebieden sterk afhankelijk zijn van olie en dat transportkosten de export van lokale producten afremmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij zijn zeer tevreden dat de voorstellen die de Portugese Communistische Partij (PCP) heeft gedaan allemaal zijn overgenomen in het vandaag goedgekeurde verslag. Deze voorstellen waren reeds opgenomen in het door ons opgestelde advies van de commissie regionale ontwikkeling.

Gelet op het belang van deze voorstellen verwijzen we graag naar de volgende voorstellen die de PCP aan het Parlement heeft voorgelegd met de bedoeling de algemene begroting te verhogen.

- een uitbreiding van de jaarlijkse financiële envelop voor de bestaande regeling met 2 miljoen euro, waardoor de algemene begroting wordt verhoogd van 15 miljoen euro tot 17 miljoen euro, waarvan 570 000 euro voor de Azoren en Madeira;

- de afschaffing van het plafond van 75 procent voor vervoerskosten en daarmee samenhangende uitgaven, zodat de vervoerskosten naar het Europese continent en de lokale markten in de ultraperifere regio's zelf nu voor 100 procent gegarandeerd zijn;

- de afschaffing van de verloopclausule, als gevolg waarvan de regeling nu permanent wordt, met om de vijf jaar een herziening;

- de handhaving van de mogelijkheid voor de lokale verwerkende industrie om door communautaire vaartuigen gevangen vis te gebruiken, indien de vangsten van de lokale vloten niet volstaan om die industrie in genoegzame mate te voorzien;

- positieve discriminatie ten gunste van traditionele kleinschalige kustvisserij;

- de mogelijkheid om kosten voor het vervoer binnen elke ultraperifere regio te dekken, om zo een antwoord te formuleren op de problemen die worden veroorzaakt door de geografische spreiding van sommige regio’s (bijvoorbeeld de Azoren).

 
  
MPphoto
 
 

  Sérgio Marques (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Ik heb om de volgende redenen voor het verslag-Freitas gestemd:

1. In het verslag wordt rekening gehouden met de bijzondere karakteristieken van de visserijsector in de ultraperifere regio’s, door compensatie te garanderen voor de extra kosten die de in deze sector werkzame ondernemers moeten maken.

2. In het verslag wordt voorgesteld deze compensatieregeling permanent te maken, aangezien de problemen waar de visserijsector in de ultraperifere regio’s mee te kampen heeft ook van permanente aard zijn.

3. In het verslag wordt de mogelijkheid geopperd om de communautaire compensatie aan te vullen met nationale steun.

4. Er wordt voorgesteld meer flexibiliteit te betrachten bij het financieel beheer van de regeling, door toe te staan dat de verschillende lidstaten en regio's uiteenlopende bedragen toebedeeld krijgen (waarbij het algemeen geldende plafond wel gerespecteerd dient te worden).

5. Omdat voorgesteld wordt de financiële middelen te verhogen van 15 tot 17 miljoen euro jaarlijks. Met dit geld zal de compensatieregeling gedurende de periode 2007-2013 worden betaald.

Met andere woorden: terwijl het oorspronkelijke voorstel van de Commissie al heel goed was, is het door de voorstellen van het Parlement aanzienlijk verbeterd, omdat de extra kosten voor de visserij rond de Azoren en Madeira nu volledig gecompenseerd kunnen worden. Deze eilandengroepen krijgen voor dit doel nu een jaarlijkse begroting van 5 miljoen euro.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) De voltooiing van de interne markt en de geleidelijke verwijdering van handelsbarrières heeft in een belangrijke mate bijgedragen tot de verbetering van de schaaleconomie in de ultraperifere regio’s. Toch blijven natuurlijke obstakels de handel bemoeilijken, hetgeen tot gevolg heeft dat de aldaar gevestigde ondernemingen vergeleken bij ondernemingen die gemakkelijk toegang tot de communautaire markt hebben in een zwakkere positie verkeren. Onze regelingen voor het compenseren van de extra kosten die de ultraperifere regio's moeten maken om hun producten (inzonderheid visproducten) op de communautaire continentale markten te brengen worden dus gerechtvaardigd door structurele en geografische omstandigheden.

De voortzetting van de compensatieregeling voor de Azoren, Madeira, de Canarische Eilanden en de Franse departementen Guyana en Réunion gedurende de periode 2007-2013 noopt ons om nu eindelijk een specifieke ontwikkelingsstrategie voor deze regio's te ontwikkelen, en dan vooral voor de visserijsector. We doen dat door het partnerschap te versterken. Dit moet daarom een permanente regeling worden. Om die regeling zo goed mogelijk te laten functioneren moeten we een zekere mate van flexibiliteit betrachten, waarbij we rekening dienen te houden met de specifieke omstandigheden van deze regio's.

Het is dus van groot belang dat we ons vóór deze maatregelen uitspreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik ben erg tevreden met het verslag van de heer Duarte Freitas, waarin voluit rekening wordt gehouden met de extra kosten waarmee bepaalde Franse overzeese gebiedsdelen geconfronteerd worden bij de export van visserijproducten. De belangen van Frans Guyana en Réunion, die dit type producten exporteren, zijn goed behartigd. Het Europees Parlement heeft met name de volgende vier verzoeken geformuleerd.

Ten eerste dat het oorspronkelijke plafond voor de compensatie van de extra kosten, willekeurig vastgesteld op 75 procent, wordt afgeschaft. Enerzijds is dit percentage op geen enkel logisch criterium gebaseerd en anderzijds is er geen enkele reden dat visserijproducten niet in aanmerking zouden komen voor een net zo gunstige regeling als landbouwproducten.

Ten tweede dat staatssteun mogelijk is voor de productie, verwerking en afzet van visserijproducten afkomstig uit deze gebieden, en dat een compensatie wordt toegekend voor geïmporteerde producten, zoals zout en olie, die gebruikt worden bij de verwerking van visserijproducten.

Ten derde, dat intracommunautaire invoer toegestaan wordt wanneer de vangsten van de vloten van de ultraperifere gebieden ontoereikend zijn om de visverwerkende industrie in die gebieden rendabel te houden.

Ten slottte dat de financiële steun voor Frans Guyana en Réunion wordt verhoogd tot 5.518.000 euro.

 
  
  

– Verslag-Attwooll (A6-0078/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk.(PT) De Regionale Adviesraden (RAR's) zijn na de in 2002 doorgevoerde hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid opgezet. Beschikking 2004/585/EG van de Raad legt een algemeen kader vast voor het beheer van deze raden om zo te garanderen dat deze op een samenhangende en afgewogen wijze kunnen functioneren. Het voorstel van de Commissie, dat door de rapporteur van het Parlement wordt gesteund, is erop gericht de RAR's een sterkere operationele basis te verschaffen door hun financiële omstandigheden te verbeteren. De amendementen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de communautaire bijdrage niet degressief is, zoals aanvankelijk voorzien.

Ik zal voor dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij steunen dit verslag, waardoor de werkomstandigheden van de regionale adviesraden (RAR’s) worden verbeterd. Het feit dat ze nu zijn opgenomen in de begroting betekent dat de communautaire bijdrage niet langer degressief is en dat voor alle raden nu één boekhoudkundige methode zal gelden.

Er zal echter ook aandacht moeten worden besteed aan één centrale kwestie – of de RAR’s op de lange termijn voldoende middelen zullen ontvangen. Ze vallen nu onder het gemeenschappelijk visserijbeleid en daarom zal de communautaire financiering van het functioneren van deze raden op een permanente basis moeten worden gerealiseerd.

Dit verslag gaat uitsluitend over financiering en dus niet over andere aspecten van het besluit van de Raad, zoals het aantal, de samenstelling en de wijze van functioneren van de RAR’s. Dat zal in een volgende herziening van besluit 2004/585/EG aan de orde komen. Het is niet goed mogelijk op dit moment al een beoordeling van de RAR’s uit te voeren, aangezien slechts vier van de zeven raden operationeel zijn.

Wij steunen dit voorstel omdat we geloven dat de RAR's een middel vormen om het gemeenschappelijk visserijbeleid te decentraliseren. Op deze wijze wordt immers verzekerd dat de vissers en de hen vertegenwoordigende organisaties betrokken worden in het besluitvormingsproces van het gemeenschappelijk visserijbeleid (wat volgens ons op dit moment nog niet werkelijk het geval is). Dit systeem zal er verder voor zorgen dat de visserijbelangen van alle lidstaten op een billijke wijze tot uitdrukking kunnen worden gebracht.

 
  
  

– Verslag-Herranz García (A6-0075/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). (SK) Ik heb voor het verslag van Esther Herranz García gestemd, omdat het een belangrijk signaal afgeeft naar personen met een handicap, in het bijzonder naar vrouwen die in hun dagelijkse leven allerlei problemen ervaren en hun rechten niet volledig kunnen uitoefenen. Naar mijn mening valt er aan de hulp aan gehandicapten nog wel wat te verbeteren, en ik juich de inspanningen van het Europees Parlement om de sociale voorzieningen voor mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen en afhankelijk zijn van hulp, dan ook toe.

Wij mogen niet de belangrijke bijdrage vergeten van de families van personen met een handicap en organisaties voor gehandicapten. Zij kunnen ons precies vertellen tegen welke problemen en barrières – met inbegrip van die van bouwkundige aard – zij aanlopen, en zij komen met voorstellen voor oplossingen om de kwaliteit van het leven van mensen met een handicap te verbeteren en hen te helpen volledig in de maatschappij te integreren. Ik geloof heilig in de waarde van het bieden van hulp aan mensen van wie iets is afgenomen, maar die wel de gave hebben gekregen om de wereld op een andere manier te zien en te ervaren. Zij zien de wereld met andere ogen en zien daardoor dingen die de rest van ons vaak niet eens opmerkt, of waarvan de schoonheid ons vaak ontgaat. En het geweldige is dat zij ons dubbel en dwars kunnen terugbetalen met hun grenzeloze toewijding en dankbaarheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Dit verslag behandelt de communautaire strategie ter bevordering van het zeer belangrijke doel om de situatie van vrouwen met een handicap in de Europese Unie te verbeteren.

Wij hebben tegen dit verslag gestemd omdat wij het vertrouwen hebben dat de afzonderlijke nationale parlementen van de lidstaten dit belangrijke vraagstuk op gepaste wijze hebben aangepakt. Wij zijn principieel tegen de algemene trend waarbij de instellingen van de EU ernaar streven om op steeds meer gebieden invloed en bevoegdheid te verwerven.

 
  
  

– Verslag-Deprez (A6-0135/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen (ITS). – Mijnheer de Voorzitter, 31.000 illegale vluchtelingen probeerden in 2006 via de Canarische Eilanden naar het vasteland uit te wijken. Zes keer meer dan het jaar daarvoor. Ook in Zuid-Italië en Lampedusa kennen we gelijkaardige toestanden.

De menselijke tragedie van de vluchtelingen moet worden aangepakt door de uitzichtloze situatie in de herkomstlanden aan te pakken, niet door voorbijkomende sociale spanningen te importeren.

Onze fractie juicht Frontex en de oprichting van interventiebrigades in de landen die met het probleem van massa-immigratie geconfronteerd worden, dan ook toe. Op voorwaarde dat dit nieuwe instrument efficiënt wordt ingezet en niet slechts als mediaspektakel dient.

De controle van de buitengrenzen valt onder de bevoegdheid van de lidstaten, maar de vluchtelingenstromen die we vandaag kennen, tonen aan dat die buitengrenzen te poreus zijn geworden. De exponentiële toevloed van illegalen kan daarom alleen aangepakt worden door bijkomende, maar geen vervangende middelen in te zetten ter ondersteuning van de lidstaten. Hopelijk kan Frontex aan dit doel beantwoorden.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (ITS). – Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór het verslag Deprez gestemd omdat de amendementen op de tekst van de Commissie doorgaans technische verbeteringen bevatten. De snelle interventieploegen van Frontex zijn een bittere noodzaak, zeker in het licht van de grote tekortkomingen van verschillende lidstaten wat het beschermen van de buitengrenzen betreft.

Het valt nu wel af te wachten hoe efficiënt deze ploegen in de praktijk zullen zijn. Het hele concept staat of valt met de bereidheid van alle lidstaten om hun Schengen-verplichtingen na te komen. Er is nu te veel laksheid, er wordt te veel gedoogd, de massale regularisaties van illegalen brengen het hele concept van Schengen in gevaar. Zelfs indien de snelle interventieteams van Frontex goed en efficiënt werk zullen leveren, zal dat allemaal een maat voor niets zijn, als sommige lidstaten hun politieke verantwoordelijkheid weigeren op te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb ook voor het Verslag-Deprez gestemd, omdat het volgens mij op dit moment ongetwijfeld zinvol is de zuidelijke grens te versterken met de geplande interventiemacht om de dreigende vluchtelingenstromen de baas te worden.

We mogen daarbij echter de andere hoofdroutes niet vergeten, met name onze buitengrenzen in Oost-Europa niet. Zo bezien zouden de middelen voor Frontex in mijn ogen aanzienlijk verhoogd moeten worden. Tegelijk moeten we in de landen waar de illegale migranten vandaan komen de Europese werkelijkheid onder de aandacht brengen, zodat de droom van luilekkerland de mensen daar niet langer tot zulke wanhoopsdaden aanzet. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat er meer rendement komt uit de samenwerking die we met deze, merendeels door ons ook financieel ondersteunde, landen op het gebied van de repatriëring hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij zijn ertegen om op EU-niveau langs de grenzen van de onderscheidene lidstaten zogenaamde snelle grensinterventieteams op te zetten. Dit initiatief is tekenend voor de repressieve en militaristische aard van de EU.

Deze maatregelen maken deel uit van de huidige overdreven veiligheidstrend en een beleid dat immigratie criminaliseert, wat neerkomt op een gebrek aan respect voor de menselijke waardigheid en de grondrechten. De snelle grensinterventieteams, de muren, de detentiecentra voor immigranten – het zijn allemaal instrumenten voor het verwezenlijken van een vesting-Europa-beleid. Wij zijn daar fel tegen gekant.

Deze maatregel wordt gerechtvaardigd met een verwijzing naar de bestrijding van illegale immigratie. Ik moet er echter op wijzen dat repressie één van de belangrijkste elementen van het voorgestelde beleid is, en dat men vergeet aandacht te besteden aan de werkelijke oorzaken van immigratie, namelijk honger, oorlog, het feit dan miljoenen en miljoenen mensen – waaronder Portugezen – geen enkel perspectief op een waardig bestaan hebben, en dat allemaal vanwege kapitalistische exploitatie en de niets ontziende concentratie van rijkdom.

Verder is het zo dat grensbewaking onder de bevoegdheden van de staat valt. Wij menen daarom dat dit voorstel – ook al bevat het enige veiligheidsmechanismen – een volgende stap vertegenwoordigt in de richting van een Europese kustwacht. Als er inderdaad zo’n kustwacht komt zou dat een aanslag zijn op de nationale soevereiniteit.

Vandaar onze stem tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Hedh (PSE), schriftelijk. – (SV) Ik heb voor het verslag gestemd, omdat het mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams volgens mij nodig is voor de aanpak van de buitengewone migratiedruk waaraan bepaalde lidstaten van de EU af en toe worden blootgesteld. Het mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams is gebaseerd op vrijwilligheid en is geen poging om muren op te trekken tegen de buitenwereld. Ik geloof eerder dat het belangrijk is dat de lidstaten samenwerken voor een effectieve bestrijding van mensenhandel en illegale mensensmokkel, die vaak levensgevaarlijk zijn voor degenen die in wanhoop gedwongen zijn om hun land van herkomst te verlaten. Elk jaar komen duizenden mensen om als ze op onveilige wijze naar Europa proberen te komen. Het mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams maakt deel uit van de activiteiten om te voorkomen dat mensen omkomen in de handen van cynische mensensmokkelaars. Als sociaaldemocraat span ik me in voor een genereus en menselijk vluchtelingenbeleid en ik wil de mensen meer kansen bieden om op legale Europa binnen te komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (ITS), schriftelijk. – (FR) De verordening die ons wordt voorgelegd brengt een mechanisme tot stand om een lidstaat die gedurende een beperkte periode te maken krijgt met een massale toestroom van illegale immigranten bijstand te verlenen in de vorm van snelle-grensinterventieteams. Deze reserve, bestaande uit 250 à 500 grenswachters die deel uitmaken van het Europees grensagentschap (Frontex), zal ter beschikking worden gesteld aan de lidstaten die er behoefte aan hebben om hun buitengrenzen te bewaken.

Ofschoon de controle van de buitengrenzen een taak is van de lidstaten en tot het intergouvernementele domein behoort, heeft de massale toestroom van illegale immigranten met name tussen 15 augustus en 15 december 2006 voor de kust van West-Afrika naar de Canarische Eilanden aangetoond hoe kwetsbaar de buitengrenzen van de Unie waren voor een hand over hand toenemende immigratie. De samenwerking tussen lidstaten op dit gebied lijkt dan ook onontbeerlijk. In 2006 zijn meer dan 31 000 illegale immigranten zijn aangekomen op de kust van de Canarische Eilanden, oftewel zes keer zoveel als het jaar daarvoor.

Wij onderschrijven weliswaar het principe dat lidstaten samenwerken om de buitengrenzen van de Europese Unie te bewaken, maar zullen er nauwlettend op blijven toezien dat Frontex niet voor elk wissewasje wordt ingezet met als voornaamste doel de krantenkoppen te halen en dat dit agentschap niet uitgroeit tot een federalistisch en supranationaal instrument.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk.(DE) Ik stem voor de vorming van snelle grensinterventieteams voor de grensbewaking, zolang die slechts bij uitzondering en in noodgevallen ingezet worden. Daaronder versta ik een situatie waarin een lidstaat te maken krijgt met een massale toestroom van illegalen die afkomstig zijn uit derde landen. Ik leg er in dit verband de nadruk op dat de menselijke waardigheid van migranten te allen tijde gerespecteerd dient te worden en dat personen niet wegens hun geslacht, ras of etniciteit, godsdienst, levensovertuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid gediscrimineerd mogen worden. Ook mag de verordening de rechten van personen die toevlucht zoeken niet negatief beïnvloeden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Er kunnen verschillende – onveranderlijk geldige – beginselen en motieven worden aangevoerd om het toezicht op, de bescherming van en interventie aan de grenzen te rechtvaardigen.

De EU als entiteit wordt ook door haar grenzen gedefinieerd. Aan de ene kant is het natuurlijk zo dat de buitengrenzen behoren tot grondgebieden die onder de exclusieve soevereiniteit van de lidstaten vallen, maar het is ook waar dat dit grondgebieden zijn waarvan de integriteit en bescherming iedereen aangaat, en datzelfde geldt voor het toezicht daarop. De problemen die zich aan die grenzen voordoen móeten immers wel een weerslag hebben op de overige lidstaten. Men denke hierbij in de eerste plaats aan illegale immigratie. Maar men kan ook denken aan smokkel of – binnen een andere context waarvoor toch dezelfde argumenten gelden – milieubedreigingen.

De lidstaten die vanwege hun geografische ligging de meest kwetsbare grenzen hebben dragen de zwaarste lasten. Het is volkomen terecht en heel belangrijk dat we die ongelijk verdeelde lasten eerlijk verdelen. Dat is om te beginnen een uitdrukking van solidariteit tussen de EU-lidstaten, maar dit soort samenwerking wordt ook – en vooral – ingegeven door de noodzaak de grensbescherming zo doeltreffend mogelijk te organiseren.

Verdediging van de grenzen mag niet verward worden met protectionisme of isolationisme; het gaat hier alleen maar om het naleven van de regels.

 
  
MPphoto
 
 

  Martine Roure (PSE), schriftelijk. – (FR) Nu meerdere lidstaten geconfronteerd zijn met kritieke situaties door de massale toestroom van illegale immigranten over zee, heeft de Europese Unie het noodzakelijk geacht snellegrensinterventieteams op te richten. De solidariteit tussen lidstaten ligt aan dit initiatief ten grondslag.

Deze teams zijn niet bedoeld om deze personen terug te sturen. Het gaat er veeleer om Europese bijstand te verlenen aan lidstaten die een te grote toestroom van illegale immigranten te verwerken krijgen. De gebeurtenissen van afgelopen zomer hebben namelijk laten zien hoe dringend noodzakelijk het is te anticiperen op moeilijke situaties, zowel voor de lidstaten van bestemming en doorvoer als voor de immigranten zelf.

Deze teams krijgen dus tot taak te patrouilleren aan de buitengrenzen van de Europese Unie onder bevel van de nationale grenswachters van de ontvangende lidstaat.

De leden van de snelle interventieteams mogen alle bevoegdheden uitoefenen die nodig zijn voor grenscontroles en grensbewaking. Ze dienen echter de menselijke waardigheid ten volle te eerbiedigen bij het verrichten van hun taken; evenzeer dienen ze de door de Europese Unie erkende grondrechten te eerbiedigen.

Tot slot, de hier en daar kenbaar gemaakte bezorgdheid over de inzet van deze snelle-grensinterventieteams mag achteraf niet gegrond blijken.

 
  
  

Verslag-Gklavakis (A6-0085/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. – (SV) Wij hebben besloten tegen dit verslag te stemmen, omdat wij de door de Commissie voorgestelde niveaus voor de herverdeling van tonnages voldoende vinden. Bovendien plaatsen wij vraagtekens bij meer steun voor een reeds zeer gevestigde sector. De EU heeft al een grote overcapaciteit in haar vissersvloot, en beperkte visbestanden. De in de Raad besproken moeilijkheden om te controleren of de vangstcapaciteit niet toeneemt, vormen voor ons dan ook een van de redenen voor ons besluit om een verhoging van de betrokken niveaus niet te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk.(PT) In juni 2006, na het politieke akkoord dat de Raad bij de instelling van het Europees Visserijfonds had bereikt, is besloten twee bepalingen van de basisverordening betreffende het herziene gemeenschappelijke visserijbeleid (Verordening (EG) nr. 2371/2002) te wijzigen die van toepassing zijn op de vangstcapaciteit van de vloot. Deze wijzigingen hebben tot doel sommige aanpassingen van de vloot toe te staan om de veiligheid, de arbeidsomstandigheden, de hygiëne en de productkwaliteit aan boord en de energie-efficiëntie te verbeteren.

Deze wijziging zal de lidstaten de mogelijkheid bieden de capaciteit van hun vloot in beperkte mate te verhogen, waardoor de veiligheid, de arbeidsomstandigheden, de hygiëne en de productkwaliteit aan boord en de energie-efficiëntie zullen verbeteren.

Ik zal voor dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit verslag gaat over het amendement op de artikelen 11 en 13 van Verordening 2371/2002, het belangrijkste instrument bij de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid in 2002.

Een van de problemen met het Europees Visserijfonds (EVF) was dat het de communautaire steun voor het moderniseren en renoveren van de vloten zoals die in het vorige instrument was vastgelegd, in de weg stond.

Volgens dit voorstel (van juni 2006 – ná het EVF) zou er beperkte steun mogen worden gegeven voor het moderniseren van de vloot om zo de veiligheid, de arbeidsomstandigheden, de hygiëne en de energie-efficiëntie te verbeteren. Verder wordt voorzien in de mogelijkheid 4 procent van de tonnage die met overheidssteun is onttrokken opnieuw toe te wijzen, waarbij wel geldt dat de vermindering van het motorvermogen door een vervanging van de motor met overheidssteun onomkeerbaar is.

Het voorstel van de Commissie roept bij ons enige reserves op, maar we stemmen toch vóór, en wel omdat de volgende twee voorstellen van de rapporteur garanderen dat:

- 10 procent van het met overheidssteun onttrokken tonnage gebruikt kan worden voor modernisering. Dat is niet zo heel veel, maar het maakt de modernisering van vaartuigen voor kleinschalige kustvisserij (vaartuigen met een totale lengte van minder dan 12 meter) mogelijk – als daar tenminste prioriteit aan wordt gegeven;

- er bij het verlenen van steun voor het vervangen van motoren om de energie-efficiëntie te verbeteren meer flexibiliteit wordt betracht.

 
  
  

Ontwerpresolutie: B6-0155/2007

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het Galileo-programma (het Europees programma voor radionavigatie per satelliet) kan een heel belangrijk instrument worden. Het kan een openbare dienst verlenen en zo mogelijkheden scheppen voor samenwerking, wetenschappelijke vooruitgang, en het toegankelijk maken en uitwisselen van informatie.

Dit project zou gebaseerd moeten worden op een strategie van openbare investering en openbaar toezicht. Oplossingen voor de financiering van dit project zullen moeten worden gevonden binnen de context van internationale samenwerking.

Landen als China en India zijn geïnteresseerd in het Galileo-systeem. Deze landen zouden dus belangrijke partners bij dit project kunnen worden. Op die wijze kunnen we een einde maken aan het GPS-monopolie en een project opzetten dat is gebaseerd op brede internationale samenwerking.

Wij geloven dat alle gebruikers universele toegang zouden moeten krijgen en dat alle burgers de beschikbare informatie gratis moeten kunnen opvragen.

We moeten ervoor zorgen dat bij dit project de rechten, vrijheden en garanties van de burgers zijn verzekerd, en dat Galileo niet voor militaire of overdreven veiligheidsdoeleinden wordt gebruikt. We wijzen de militarisering van de ruimte en het gebruik van die ruimte voor militaire doeleinden immers af en verzetten ons dus tegen de huidige plannen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Het Galileo-programma is vanwege zijn technologische reikwijdte en de verwachte meerwaarde (niet alleen banen, maar ook technologische ontwikkeling) beslist een van de hoekstenen van de Strategie van Lissabon. De economische groei die dit programma kan genereren is voor de Europese economie een belangrijk gegeven. Wij moeten ervoor zorgen dat we snel de nodige duidelijke en doeltreffende voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van dit programma scheppen. Net als mijn collega's vind ook ik het dus zorgwekkend dat de onderhandelingen over de concessieovereenkomst in een impasse zijn geraakt. Deze vertragingen zullen ernstige gevolgen hebben voor de totale kosten van het project.

Ik meen dat we er nu al het mogelijke aan moeten doen om ervoor te zorgen dat de Commissie in juni een duidelijk en geloofwaardig tijdsschema voorlegt, met oplossingen voor toekomstige financiële verplichtingen en alternatieve scenario’s voor de tenuitvoerlegging van het programma. De Raad beschikt dan over al de nodige gegevens om de continuïteit van het proces te verzekeren en te compenseren voor de vertragingen. Deze resolutie geniet daarom mijn onvoorwaardelijke steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Lydia Schenardi (ITS), schriftelijk. – (FR) Wij hebben vóór de resolutie over het satellietnavigatieprogramma Galileo gestemd.

Wij hebben in dit Parlement meermaals de gelegenheid gehad onze steun te betuigen aan een ambitieus industrieel programma, waarvoor de Europese dimensie voor een keertje volledig op zijn plaats was, ofschoon we ook de tekortkomingen en de gebreken van het programma hebben onderstreept, zoals de louter civiele dimensie of de technologieoverdracht naar niet-Europese landen zoals China, die communistische dictatuur en exponent van oneerlijke handelsconcurrentie.

De onderhandelingen over de inzet en exploitatie van het systeem verkeren momenteel in een impasse. Ook bedenk ik me dat dankzij de politieke bereidheid van lidstaten die op uiterst pragmatische wijze samenwerkten alle technische, menselijke en financiële middelen bijeen konden worden gebracht voor de bouw van een Europese ruimtevaartindustrie, en Airbus het licht zag. Omdat de eurocratie zijn greep heeft versterkt, voert in het geval van Galileo de in Brussel geconcentreerde Commissie stroeve onderhandelingen met partners uit het bedrijfsleven, en de besprekingen lopen vast omdat men het niet eens kan worden over geldzaken.

Het moge duidelijk zijn dat de eerste methode verreweg de beste was.

 
  
  

Verslag-Coveney (A6-0128/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Wij beschouwen mensenrechten als universeel en onschendbaar, en we vinden dat ze tot het fundament van alle samenlevingen moeten behoren. Helaas komen op veel plaatsen in de wereld schendingen van deze rechten voor, ook in de lidstaten van de EU.

Een groot deel van het Europees Parlement en zijn leden beschouwt zich als degenen die garant staan voor de mensenrechten in de wereld. Dat mag niet worden onderschat, want ze hebben zeker goede bedoelingen en het is een verplichting om te strijden voor deze grondrechten. Het probleem ontstaat wanneer mensenrechten worden gebruikt als middel om de macht van de EU te vergroten, bijvoorbeeld waar het gaat om de ontwikkeling van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Wij hebben tegen diverse amendementen gestemd die we op zichzelf logisch, redelijk en zelfs wenselijk vinden, maar waarover in deze vergadering onder geen beding uitspraken dienen te worden gedaan of besluiten dienen te worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De meerderheid in dit Parlement heeft wederom een verslag opgesteld over de mensenrechten in de wereld, dat weliswaar een aantal punten bevat waar we het mee eens kunnen zijn, maar dat toch vooral gekenmerkt wordt door een manipulatieve en beperkte visie op de mensenrechten, of nu gaat om politieke, sociale, economische of culturele rechten. De mensenrechten worden hier gebruikt als instrument voor inmenging en het uitoefenen van politieke druk op een aantal staten, en altijd om de conjuncturele belangen en behoeften van de EU te dienen.

De mensenrechten worden in deze strategie ook gebruikt om de VN-Raad voor de Mensenrechten te manipuleren en om landen die weigeren te buigen voor de bevelen van het imperialisme te isoleren.

Zoals we eerder al hebben aangegeven gaat het hier om verregaande hypocrisie. Landen die in de categorie “vrienden” vallen, worden gespaard terwijl andere landen, die door de VS en de EU in het vizier worden gehouden, worden bekritiseerd. Met dat soort praktijken weigeren we mee te werken. Ook dit verslag verzuimt melding te maken van Israël en het feit dat dit land in Palestina een meedogenloos agressie- en bezettingsbeleid voert, het internationaal recht op een systematische wijze schendt en het Palestijnse volk het onvervreemdbaar recht op een eigen onafhankelijk en soevereine, economisch haalbare staat ontzegt.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (ITS), schriftelijk. – (FR) Ofschoon het beweert compleet te zijn gaat het verslag over de mensenrechten in 2006 voorbij aan één van de voornaamste oorzaken dat deze rechten geschonden worden: het communisme, dat nog altijd ruim anderhalf miljard mensen onderdrukt, in China, Noord-Korea, Vietnam, Laos, Cuba, Zimbabwe, en zo kan ik nog een tijdje doorgaan. In alle landen waar ze aan de macht zijn schenden communisten fundamentele mensenrechten en voeren ze een hetze tegen hun tegenstanders, waarvan er miljoenen in concentratiekampen belanden.

Op ons continent heeft het communisme 300 miljoen Europeanen onderworpen. Vandaag de dag oefent het nog altijd zijn intellectueel terrorisme uit, ondanks de val van de Berlijnse muur. Het feit dat de heer Coveney het woord niet durft te gebruiken in zijn verslag getuigt hiervan. Sommige van onze collega’s, zoals de heer Cohn-Bendit, gaan zelfs zover dat ze de Polen willen verbieden hun land te ontdoen van het communisme. Dat is een belediging voor de arbeiders van Gdansk, de opstandelingen van Berlijn in 1953, van Boedapest in 1956, van Praag in 1968 en van alle vrijheidsstrijders.

Sinds 1917 heeft het communisme meer dan honderd miljoen mensen gedood. Ons Parlement, dat zoveel te zeggen heeft over mensenrechten, zou moeten eisen dat het communisme voor de rechter wordt gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL), schriftelijk. – (EN) Waarom ik niet voor de resolutie over het mensenrechtenverslag kan stemmen:

1. In het rapport wordt geen melding gemaakt van de maatschappelijke, economische en culturele rechten en niet opgeroepen om deze rechten als prioriteit van de EU te behandelen. Terwijl miljoenen mensen wereldwijd sterven van de honger, geen dak boven hun hoofd of werk hebben en in de grootste armoede leven, wordt er in het EU-rapport niets gezegd over deze schendingen. Het reduceert mensenrechten puur tot burgerrechten, waarbij geen acht wordt geslagen op het principe van de ondeelbaarheid van mensenrechten zoals beschreven in het VN-Verdrag.

2. Het rapport maakt geen melding van de mensenrechtenschendingen die worden begaan of gesteund door EU-lidstaten. Om hypocrisie te vermijden moet de EU echter mensenrechtenschendingen in derde landen of tegen de inwoners van derde landen waarbij EU-lidstaten betrokken waren of die gesteund werden door EU-lidstaten, onderzoeken en aanpakken.

3. De resolutie bevat een oproep tot militaire interventie in Soedan. Dat is verkeerd, want de bescherming van mensenrechten moet gebeuren via civiele en niet via militaire actie. Oorlog blijft de zwaarste schending van de mensenrechten, maar wordt niet genoemd in het rapport. Er wordt geen melding gemaakt van het doden van burgers door de strijdkrachten van EU-lidstaten in Afghanistan en Irak.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Van de verschillende punten die in dit verslag aan de orde worden gebracht is er één dat volgens mij steeds weer moet worden herhaald. Ik heb het nu over punt 10: “herhaalt dat de Raad en de Commissie in toekomstige jaarverslagen over de mensenrechten altijd zouden moeten analyseren op welke manieren, in het bijzonder in de werkgroepen van de Raad en in bijzondere mechanismen die in het kader van samenwerkingsovereenkomsten zijn ingesteld, wordt omgegaan met mensenrechten in overige beleidsgebieden van de EU (…)”

Of de EU in de wereld – en dan vooral in haar onmiddellijke nabijheid – een rol kan spelen hangt af van haar vermogen haar soft power in te zetten om bij te dragen tot het universele respect voor de mensenrechten.

Daar komt bij dat het nu tijd wordt om serieus te gaan nadenken over de enorme bedreiging voor de mensenrechten die voortvloeit uit China’s strategie voor samenwerking en internationale steun. China is op dit gebied een opkomende mogendheid. We moeten onze strategie dus herzien om te verzekeren dat we de meest doeltreffende aanpak kiezen en één die aansluit bij de waarden die we verdedigen en propageren.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. (EN) – De Britse conservatieven erkennen de belangrijke rol van de EU bij het bevorderen van de mensenrechten en de democratie in de wereld, zoals wordt benadrukt in het verslag van Coveney. Er zijn echter een aantal paragrafen waarmee wij het fundamenteel oneens zij, bijvoorbeeld de paragrafen 4, 16 , 28, 31, 47 en 132.

Om deze reden hebben de Britse Conservatieven zich van stemming onthouden bij de laatste stemming over dit verslag.

 
  
  

Ontwerpresolutie: B6-0164/2007

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Zoals we al eerder hebben aangegeven zijn we ingenomen met het idee om de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een ontwerpresolutie voor te leggen waarin wordt opgeroepen tot een universeel moratorium op de doodstraf. Deze resolutie zou de steun van 88 landen genieten.

De afschaffing van de doodstraf is iets waar miljoenen mannen en vrouwen over de gehele wereld naar uitkijken. Het aantal landen waar deze straf uit de nationale wetgeving is geschrapt of waar een moratorium op de uitvoering ervan is afgekondigd blijft dan ook toenemen.

We geloven dat de beschaving daarmee gediend is. Nu is het van belang dat andere landen volgen. Dit initiatief kan daartoe bijdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) – Ik heb voor deze resolutie gestemd aangezien ik geloof in de waardigheid van de mens, die nooit mag worden afgenomen door een doodvonnis.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Als er één zaak is waar we ons zonder te twijfelen of te aarzelen voor moeten inzetten, dan is deze het wel. Het is niet eens nodig dat toe te lichten. Een maatschappij die het leven niet als hoogste goed – de norm, het criterium, het belangrijkste – aanmerkt, is een maatschappij die tot de ergste wreedheden in staat is. Ik ben dan ook niet verbaasd dat bloeddorstige landen hun tegenstanders zonder enige terughoudendheid ter dood veroordelen. Ik geloof dat het onze plicht is die landen te stoppen, en misschien hebben we daartoe ook het vermogen. Wat me verbaast is nu juist dat er democratische landen zijn die de doodstraf opleggen. Het is alsof ze opeens alle normen en waarden uit het oog hebben verloren.

Ik wil hier niet een andere discussie entameren, maar ik moet wel zeggen dat ik het vreemd vind dat men niet aanvaardt dat een volwassen burger, ook al is die schuldig aan de meest weerzinwekkende misdaden, ter dood wordt gebracht, terwijl het leven van een ongeboren baby kennelijk geen bescherming verdient.

Ik sluit af met te verklaren dat ik me aansluit bij dit initiatief van de EU. Ik spreek verder de wens uit dat de lidstaten en de EU als geheel op deze woorden ook daden laten volgen.

 
  
  

Ontwerpresolutie: RC-B6-0167/2007

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE).(FI) Mijnheer de Voorzitter, ik ben absoluut tegen de discriminatie van homoseksuelen, maar ik hoop dat dit Parlement ooit een resolutie over dit onderwerp opstelt waarin het onbevredigende begrip homofobie niet wordt genoemd. Ik heb hier eerder over gesproken en ik wil dat nog een keer doen.

Als wij hier over het echte probleem spreken, namelijk discriminatie, waar wij beslist tegen op moeten treden, waarom gebruiken wij in dit verband dan in hemelsnaam het irrelevante woord “fobie”? Fobieën zijn verschillende soorten angststoornissen, het zijn angstsituaties die als neurotische stoornissen worden beschouwd. Voor de genezing ervan is therapie nodig. Ze kunnen niet door politieke maatregelen worden behandeld, net zo min als claustrofobie, de vrees voor gesloten ruimten, of arachnofobie, de vrees voor spinnen.

Ik vind het spijtig als mensen op grond van hun gevoelens of fobieën worden beschuldigd. Daaruit ontstaat slechts een nieuwe vorm van discriminatie of manipulatie. Ik vind het ook spijtig dat deze resolutie Polen discrimineert door een verkeerd beeld te geven van de gebeurtenissen en standpunten. Vanwege de punten met betrekking tot Polen heb ik na lang wikken en wegen besloten blanco te stemmen. Ik wil echter ook mijn sympathie uitspreken voor alle homoseksuelen die last hebben gehad van echte discriminatie en onrecht.

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen (ITS). – Mijnheer de Voorzitter, het spreekt vanzelf – en ik ken niemand in dit Parlement die het daar niet mee eens is – dat discriminatie van homoseksuelen omwille van hun geaardheid onaanvaardbaar is in onze lidstaten. Maar dat houdt niet in dat de vrije meningsuiting van diepgelovige mensen door de verstikkende sfeer van politieke correctheid en intellectueel terrorisme die zich van dit Parlement meester maakt, op de helling mag worden gezet. Zoals mijn collega Philip Claeys gisteren al heeft aangestipt, begint er zich hier ook een freedom of speech-fobie te ontwikkelen, een irrationele angst om mensen vrij hun mening te laten verkondigen. Ook die fobie moeten we met alle middelen bestrijden, want deze resolutie schiet aan haar doel voorbij. In het verleden werd hier al meermaals een debat over homofobie gehouden, vandaag gaat het meer om een rondje Polen-bashen. Want zoals in de kwestie Geremek waar gisteren niemand met enige kennis van zaken sprak, zo is de linkse inquisitie ook in de kwestie van de zogenaamde homofobie in Polen op de kansel gesprongen zonder enige dossierkennis of intellectuele eerlijkheid. Daarom heb ik tegen deze resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Albert Deß (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, bij deze wil ik als toelichting op mijn stemgedrag geven dat ik niet tegen gestemd heb omdat ik voor het discrimineren van minderheden zou zijn. Ook ik veroordeel de uitlating van de Poolse minister. Ik heb tegen gestemd omdat ik van mening ben dat er wel belangrijkere kwesties zijn die we deze week hadden kunnen aansnijden, ook in de vorm van een resolutie, namelijk de moord op christenen in Turkije. We hadden het kunnen hebben over het thema van de gedwongen huwelijken van Turkse vrouwen, ook in Europa. Of de volkerenmoord die islamitische ruitermilitie in Darfur begaan, de schendingen van de mensenrechten in Venezuela. Daarom heb ik tegen gestemd, omdat ik van mening ben dat we vandaag belangrijker zaken hadden kunnen behandelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Manfred Weber (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil namens de gehele fractie van de Europese Volkspartij een verklaring afleggen. De PPE-DE-Fractie heeft zich vandaag van stemming onthouden omdat zij het op dit moment niet eens is met de procedure. De PPE-DE-Fractie onderschrijft de besluiten van het Europees Parlement aangaande homofobie en met name het besluit van 16 januari 2006. In de geest daarvan wijst de PPE-DE-Fractie uitdrukkelijk elke vorm van homofobie af, evenals elke andere vorm van discriminatie.

Tegelijkertijd heeft de PPE-DE-Fractie het volste vertrouwen in de instellingen van de Europese Unie, met name in de Commissie als hoedster van de Verdragen. Als de lidstaten van de Europese Unie daar aanleiding toe zien, zal de Commissie, op basis van het bestaande recht – trefwoord “antidiscriminatierichtlijn” – de noodzakelijke stappen ondernemen om deze in elk opzicht afkeurenswaardige initiatieven een halt toe te roepen.

Bovendien heeft de PPE-DE-Fractie zich uit volle overtuiging achter het besluit geschaard om het Bureau voor de grondrechten in te schakelen voor het onderzoek naar homofobie in Europa. We willen de uitkomst daarvan afwachten om dan verdere stappen te ondernemen.

De PPE-DE-Fractie heeft er het volste vertrouwen in dat de Poolse samenleving een gepast antwoord zal vinden op de opkomende homofobe stromingen in het land.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb me onthouden van stemming over de ontwerpresolutie inzake homofobie in Europa. Allereerst is dit document niet van toepassing op heel Europa doordat het zich richt op Polen, en de titel van de resolutie is in mijn ogen dan ook te algemeen. Verder vind ik het kort door de bocht om de strijd tegen homofobie hoofdzakelijk aan te merken als een strijd tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Deze verwarring tussen homofobie, dat gedefinieerd wordt als “angst voor de medemens”, en de afkeer van homoseksualiteit is een bron van misverstanden.

Ik ben uiteraard voor de strijd tegen alle vormen van discriminatie op grond van seksuele geaardheid, afgezien van vraagstukken die betrekking hebben op homohuwelijken en het adopteren van kinderen door homoseksuelen; dat zijn kwesties de politieke gedachtevorming verder uitgekristalliseerd moet worden, rekening houdende met de publieke opinie. Ik vind echter dat de ongelijke behandeling van mensen en de angst voor onze medemens beter verdienen dan deze resolutie, ook al ben ik het eens met talloze in dit document gedane voorstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, John Whittaker en Thomas Wise (IND/DEM), schriftelijk. – (EN) De UK Independence Party zal deze resolutie niet steunen omdat wij vinden dat het niet de taak is van het Europees Parlement om morele normen op te leggen aan de verschillende lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens-Peter Bonde (IND/DEM), schriftelijk. – (DA) Bij de stemming van vandaag over homofobie in Europa heb ik besloten noch voor, noch tegen het verslag in zijn geheel te stemmen, ook al ben ik het zeer eens met de inhoud van dat verslag. Ik heb noch voor, noch tegen gestemd omdat Polen niet moet worden veroordeeld door een “volksrechtbank”, maar door een echte rechtbank. Het Europees Parlement is in dezen niet bevoegd.

Bij overtreding van de mensenrechten moet de zaak worden voorgelegd aan het Europese Hof voor de rechten van de mens.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij hebben voor deze resolutie gestemd omdat ze de mensenrechten in de EU-lidstaten verdedigt, al hebben we op de redactie van één van de punten wel enige kritiek.

Het is onaanvaardbaar dat homofobe praktijken nog steeds worden bevorderd en dat mensen nog steeds worden gediscrimineerd vanwege hun seksuele oriëntatie. Daarom steunen wij de oproep aan de Commissie om een antidiscriminatiepakket op te stellen op basis van artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie om zo een einde te maken aan discriminatie op grond van de meest uiteenlopende redenen, waaronder inbegrepen seksuele oriëntatie. We geloven dat er een hele reeks maatregelen moet worden genomen om gelijke kansen en rechten voor iedereen te bevorderen. Formele verklaringen, zonder concrete uitwerking in wetgeving en zonder begroting, volstaan hier niet.

We steunen ook de oproep om meer te doen teneinde de bestaande wetgeving op dit gebied af te dwingen en zo de mensenrechten te verdedigen en te bevorderen. Wij tekenen bezwaar aan tegen politici die discriminerende opmerkingen over homoseksuelen maken, aangezien zulke opmerkingen vaak aanzetten tot haat en geweld.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, Esko Seppänen, Søren Bo Søndergaard en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. – (SV) Wij hebben voor deze resolutie gestemd, omdat daarin wordt benadrukt hoe belangrijk het is om discriminatie op grond van seksuele geaardheid te verhinderen.

Wij geven geen steun aan de conclusies van de resolutie voor zover daarin wordt voorgesteld om de EU meer macht en beslissingsbevoegdheid te geven.

Onze steun aan deze resolutie is enkel een stem tegen de afschuwelijke discriminatie van mensen op grond van hun seksuele geaardheid.

Wij zijn echter tegen alle conclusies van de resolutie om de EU op diverse gebieden meer macht te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) Ik en mijn Conservatieve Britse collega’s hebben ons van stemming onthouden over deze gezamenlijke ontwerpresolutie. Hoewel wij elke discriminatie van homo’s en alle aspecten van homofobie verafschuwen, vinden wij dat deze motie is opgesteld op basis van politieke speculaties en met een ernstig gebrek aan feitelijke informatie.

Het lijkt ons verstandig om de ontwikkelingen met betrekking tot Polen zoals genoemd in de motie af te wachten in plaats van te reageren op vage beschuldigingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) Ik ben trots dat ik voor deze resolutie heb gestemd en betreur de vijandige houding van sommige collega’s die er bezwaar tegen maken dat het wordt ingediend. Dit is het Europees Jaar van gelijke kansen in een Unie die prat gaat op haar naleving van de mensenrechten. Er zijn echter nog steeds lidstaten, zoals Polen, waar de regering nog niet beseft wat naleving van de mensenrechten werkelijk inhoudt. Het betekent het nastreven van gelijkheid op de werkvloer; het betekent dat je geen taal gebruikt die haat zaait en mensen aanvalt puur om wie ze zijn; het betekent respect voor de mensenrechten van anderen, met inbegrip van hun recht op vergadering en op bescherming tegen geweld, met inbegrip van staatsgeweld. Ik hoop van harte dat dit de laatste keer is dat dit Parlement deze kwestie moet aankaarten aangezien ik erop vertrouw dat de lidstaten hun wettelijke plichten en de plichten die voortvloeien uit de Internationale Conventie zullen nakomen. Ik wil graag mijn dank betuigen aan de leden van de betrokken landen die ook voor deze resolutie hebben gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Siwiec (PSE) , schriftelijk. – (PL) De Resolutie van het Europees Parlement had duidelijker kunnen zijn. De zorg om het imago van ons land mag echter geen reden zijn om te zwijgen over discriminatie van mensen met homoseksuele geaardheid. Homoseksualiteit is geen ziekte, zoals sommige van de Poolse deelnemers aan het debat van vandaag menen. Homofobie is wel een ziekte, en daaraan lijden veel samenlevingen, waaronder ook de Poolse. De resolutie behandelt een fundamentele kwestie – het drama van vele duizenden mensen in Europa, waaronder duizenden van mijn medeburgers.

In Polen heerst net als in andere lidstaten van de Unie een onwil tegenover homoseksuelen, maar in geen enkel ander land spreken regeringsleden en publieke persoonlijkheden boodschappen uit die een bedreiging vormen voor elementaire burgerrechten en aldus een aantasting zijn van principes en waarden die aan de basis van het democratisch bestel liggen.

In Polen, moet ik tot mijn spijt vaststellen, worden homoseksuelen gediscrimineerd en beledigd. Als ze openlijk voor hun geaardheid uitkomen krijgen ze te maken met mondelinge en zelfs fysieke agressie. Dit gebeurt allemaal zonder tegenwerking van de machthebbers.

Zoals er in een democratie van de eenentwintigste eeuw geen plaats is voor racisme of antisemitisme, zo ook kan discriminatie wat betreft seksuele geaardheid niet getolereerd worden! Ik volg dus mijn geweten en stem voor de resolutie over homofobie in Europa. Deze resolutie herinnert ons immers aan de rechten van deze mensen, die velen hen, vooral in Polen, zouden willen ontnemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. – (PL) Ik stem tegen de resolutie over homofobie in Europa.

Ik ben het niet helemaal eens met sommige paragrafen van de resolutie van het Europees Parlement. Een tekst die zich alleen baseert op gebeurtenissen die in Polen hebben plaatsgevonden verwoordt niet de bedoeling en de titel van de resolutie (“Resolutie over homofobie in Europa”). Met homofobie hebben we in de EU helaas voortdurend te maken. Het niet vermelden van gevallen van inbreuk op de rechten van homoseksuelen in andere landen maakt dit document onvolledig.

Uitspraken van politici zoals Maciej Giertych, Jaroslaw Kaczyński of Ewa Sowinska worden gelukkig niet vertaald naar concrete wetgevingshandelingen. Er zijn geen wetsontwerpen gekomen die inbreuk maken op de rechten van homoseksuelen. Ik vrees echter dat dat gaat veranderen. Er is geen overeenstemming over de verklaringen dat leraren die homoseksualiteit propageren, ontslagen zullen worden. Dergelijke onverantwoorde uitspraken zijn een belediging voor diegenen die willen leven in een vrij, tolerant en open Polen. Deze uitspraken vormen een bedreiging voor de democratie en ze weerspiegelen niet de opvattingen van de meerderheid van de Poolse samenleving.

 
  
MPphoto
 
 

  Manfred Weber (PPE-DE), schriftelijk.(DE) De PPE-DE-Fractie onthoudt zich van stemming over de resolutie tegen homofobie in Europa, omdat zij het op dit moment niet eens is met de procedure.

De PPE-DE-Fractie onderschrijft de besluiten van het Europees Parlement aangaande homofobie (met name dat van 16 januari 2006). In de geest daarvan wijst de PPE-DE-Fractie uitdrukkelijk elke vorm van homofobie, evenals elke andere vorm van discriminatie af.

Tegelijkertijd heeft de PPE-DE-Fractie het volste vertrouwen in de instellingen van de Europese Unie, met name in de Commissie als “hoedster van de Verdragen”. Als daartoe aanleiding is in de lidstaten van de Europese Unie zal de Commissie, op basis van het bestaande recht (antidiscriminatierichtlijn) de noodzakelijke stappen ondernemen om deze in elk opzicht afkeurenswaardige initiatieven een halt toe te roepen.

Bovendien heeft de PPE-DE-Fractie zich uit volle overtuiging achter het besluit geschaard om het Bureau voor de grondrechten in te schakelen voor het onderzoek naar de stand van homofobie in Europa. Zolang de resultaten daarvan nog niet bekend zijn, willen wij geen verdere stappen ondernemen.

De Poolse samenleving geniet het volste vertrouwen van de PPE-DE-Fractie als het erom gaat een gepast antwoord te vinden op de opkomende homofobe stromingen in het land.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Zabórska (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Alle mensen zijn gelijk als het gaat om hun waardigheid, die moet worden gerespecteerd en bevorderd. Deze benadering moet steeds als leidraad dienen bij alles was we doen.

De procedure van artikel 103, lid 2, van het reglement stelt dat “Indien een verklaring met debat op de agenda wordt opgenomen, besluit het Parlement al dan niet een resolutie aan te nemen tot besluit van het debat.” Wat is het nut van de exercitie als vóór het debat alle ontwerpresoluties reeds moeten zijn ingediend en de termijn voor het indienen van de amendement reeds is verstreken? Een dialoog tussen doven dus.

Deze resolutie is geen afspiegeling van het interinstitutionele debat waar bovendien alleen de ingewijden hun zegje mochten doen. De procedure is des te laakbaarder, omdat de diensten van het Parlement, die reeds geraadpleegd zijn, de aangenomen aantijgingen weerleggen. Op 5 maart had Polen zelf, op de officiële website van de premier, al gereageerd op de nieuwe beschuldigingen van het Parlement.

Ofschoon de titel beweert te gaan over homofobie in Europa, hebben we ten onrechte een soevereine lidstaat en zijn democratisch gekozen regering beschuldigd. Deze resolutie zal beslist voor andere doeleinden worden gebruikt dan om ons streven kenbaar te maken solidair te zijn met elk mens tegen alle vormen van discriminatie.

 
  
  

Verslag-Lauk (A6-0076/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Jonathan Evans (PPE/DE), schriftelijk. – (EN) De PPE-DE-Fractie heeft zich consequent verzet (en blijft zich verzetten) tegen de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de eurozone, en dientengevolge onthoudt zij zich gewoonlijk van stemming als er verslagen worden behandeld met betrekking tot de werking van de Economische en Monetaire Unie aangezien dat zaken zijn van de landen die deel uitmaken van de eurozone.

Wij begrijpen echter dat een gezonde economie van de landen die gekozen hebben voor deelname aan de EMU ook van belang is voor het VK en wij staan achter alle maatregelen die de economische stabiliteit van onze grote handelspartners moeten verzekeren.

We onthouden ons in dit geval van stemming, maar willen wel graag onze steun betuigen aan de sterke inzet van de rapporteur op gezonde overheidsfinanciën en de juiste toepassing van het Stabiliteits- en groeipact. Dergelijke uitgangspunten zijn van groot belang voor gezonde economische en handelscondities en een goede verhouding tussen de economie van het Verenigd Koninkrijk en de economieën van de eurozone.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De jaarverslagen van het Europees Parlement over de openbare financiën bevatten steeds weer hetzelfde recept, ongeacht de economische omstandigheden. Er wordt altijd aangedrongen op de toepassing van het Stabiliteits- en groeipact, één van de belangrijkste obstakels voor de economische en sociale ontwikkeling van de Europese Unie en de minder ontwikkelde lidstaten met economische problemen, zoals Portugal.

Het verslag is heel duidelijk als het gaat om de doelstelling: “de economische opleving gebruiken om hun begrotingstekorten terug te snoeien en de arbeidsmarkt meer concurrerend te maken”. Dat komt erop neer dat de sociale functies van de staat moeten worden teruggesnoeid en de arbeidsmarkt moet worden gedereguleerd, vooral als het gaat om de salarissen en de werkzekerheid van de werknemers in overheidsdienst.

In dit verslag is een nultekort niet langer de hoogste prioriteit; nu gaat het om een begrotingsoverschot. De rapporteur is natuurlijk ontevreden over de pseudo-herziening van het pact in 2005, toen overduidelijk begon te worden dat het pact in de context van de recessie die de EU doormaakte volstrekt irrationeel was. Zoals we echter weten is het een politiek pact dat voorspruit uit de heersende neoliberale ideologie. De economische rechtvaardiging is niet meer dan een alibi. Wij hebben ons sinds 1997 steeds op dat standpunt gesteld en al die tijd aangedrongen op de herroeping van het stabiliteitspact.

Vandaar onze stem tegen dit verslag.

 
Laatst bijgewerkt op: 6 juli 2007Juridische mededeling