Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2094(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0152/2007

Ingediende teksten :

A6-0152/2007

Debatten :

PV 23/05/2007 - 15
CRE 23/05/2007 - 15

Stemmingen :

PV 24/05/2007 - 9.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0213

Debatten
Woensdag 23 mei 2007 - Straatsburg Uitgave PB

15. Ontwikkeling van een strategisch concept inzake de bestrijding van georganiseerde criminaliteit (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0152/2007) van Bill Newton Dunn, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de ontwikkeling van een strategisch concept inzake de bestrijding van georganiseerde criminaliteit [2006/2094(INI)].

 
  
MPphoto
 
 

  Bill Newton Dunn (ALDE), rapporteur. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik moet u tot mijn spijt zeggen dat dit een somber verhaal gaat worden, een verhaal over ellende en over problemen voor Europa, omdat de georganiseerde criminaliteit op alle gebieden toeneemt, en omdat ze in het verborgene werkt en wij er geen volledig beeld van hebben. Ze opereert grotendeels vanuit buiten de EU gelegen staten die een zwakke overheid hebben en waar dus zeer weinig gebeurt om een halt toe te roepen aan de bendes en de criminelen die in een georganiseerd verband te werk gaan.

Ik heb het hier over drugs zoals heroïne en cocaïne, die vanuit verschillende delen van de wereld naar Europa worden gebracht; over XTC, dat vanuit Europa naar verschillende delen van de wereld wordt uitgevoerd; over illegale immigranten, die hierheen worden gebracht vanuit Azië en Afrika zonder dat er behoorlijke controles plaatsvinden; over namaakgoederen in alle kleuren en maten, variërend van simpel speelgoed of muziek-cd’s tot artikelen als geneesmiddelen – wat een uitermate ernstige en levensbedreigende zaak is – en over criminaliteit op het internet: het stelen van geld en identiteiten. Op alle gebieden neemt de criminaliteit toe en op alle gebieden heeft ieder van ons misschien wel enige ervaring.

Elke bedrijfstak is zich bewust van de problemen in zijn eigen sector, maar houdt de statistieken geheim uit vrees het vertrouwen van het publiek te beschadigen. Als een fabrikant van tassen zegt: “Let goed op voordat je mijn prachtige leren tas koopt, want misschien is het wel namaak uit het Verre Oosten of ergens anders vandaan”, dan bederft hij zijn vooruitzichten. Dus vertelt niemand de burgers wat er werkelijk aan de hand is.

Sommige georganiseerde bendes bestaan uit etnische families die zeer effectief en nauw samenwerken, andere worden tegenwoordig georganiseerd als uitermate efficiënte, zeer grote multinationals – ik heb deze week zelfs een organigram van een criminele organisatie gekregen! Ze steken met het grootste gemak en zonder ook maar enig probleem de grenzen binnen onze Unie over. En hier wringt de schoen: onze politie kan geen grenzen oversteken. De criminelen gaan dus waar ze maar willen en doen ondertussen wat ze doen, maar onze politie moet binnen haar eigen regio of lidstaat blijven, waardoor zij ernstig belemmerd wordt en de criminelen niet op gelijke voet kan bestrijden. Wat doen individuele politiefunctionarissen als er een probleem aan de andere kant van de grens is? Gaan ze naar een centraal punt waar ze contactgegevens uit het telefoonboek halen? Er is geen telefoonboek. Er is geen voorziening voor een politiefunctionaris uit een lidstaat die een telefoonnummer of e-mailadres wil vinden van een geschikte contactpersoon in een andere lidstaat. Het is niet te geloven – een volkomen gebrek aan samenwerking.

De reden hiervoor is het gebrek aan wederzijds vertrouwen en begrip, wat wil zeggen dat we van oudsher niet onze informatie aan buitenlanders willen geven of hun de bron van onze informatie willen onthullen, omdat we daarmee te veel geheimen zouden prijsgeven. We hebben binnen Europa geen vertrouwen in elkaar. De bendes daarentegen hebben een bewonderenswaardig vertrouwen in elkaar en dus winnen ze op hun sloffen.

Het is echter niet alleen maar kommer en kwel. De Amerikanen, met hun open grenzen tussen de staten, stuitten in de jaren dertig van de vorig eeuw op precies hetzelfde probleem. U heeft waarschijnlijk de film ‘Bonnie and Clyde’ wel gezien. Bonnie en Clyde beroofden banken, namen het geld mee de staatsgrens over en de politie kon hen daar niet volgen. De Amerikanen riepen de FBI in het leven en gaven daaraan grensoverschrijdende bevoegdheden, en ik vermoed dat dit het stadium is dat wij nu in Europa hebben bereikt. Wij hebben een orgaan voor wetshandhaving nodig dat criminelen over grenzen heen kan achtervolgen. Het publiek zal uiterst sceptisch zijn, de nationale leiders doen er het zwijgen toe, maar ik denk dat wij dat punt bereikt hebben en dat we tot maatregelen moeten overgaan.

Vandaag de dag, aan deze kant van de Atlantische Oceaan, in de Europese Unie, zijn er echter geen statistieken die het publiek de omvang van het probleem laten zien. Elk van de 27 lidstaten verzamelt statistieken op zijn eigen manier. Er zijn geen vergelijkende EU-statistieken, en we hopen dus dat de Commissie daaraan werkt zodat we binnen een paar jaar over zulke statistieken kunnen beschikken. We hebben geen idee, geen helder beeld, geen informatie voor het publiek, geen democratische controle, omdat dit onder de derde pijler valt en dus onder de bevoegdheid van de nationale regeringen, die erg weinig doen omdat ze geen druk vanuit het publiek voelen om actie te ondernemen.

Het enige dat een verandering teweeg zal brengen, is, vrees ik, een dramatische schok, zoiets als 11 september in Europa. Iets dat zó erg is dat het publiek zegt: “Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Hoe is het mogelijk dat de criminele bendes zo lang hun gang hebben kunnen gaan en er in de 27 nationale hoofdsteden zo weinig gedaan werd?” Maar als de criminelen slim zijn – en ze zijn heel slim – dan zullen ze altijd op de achtergrond blijven. Ze zullen nooit een aanslag zoals die van 11 september plegen en ze zullen gewoon blijven knagen aan onze samenleving, ons blijven leegzuigen, ons blijven verzwakken, banen blijven wegkapen en eigenlijk de hele Unie blijven verzwakken. We moeten echt in actie komen en ik hoop dat het Parlement dit verslag zal steunen en de ministers zal dwingen een paar besluiten te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik feliciteer de rapporteur, de heer Newton Dunn, met dit verslag. Ik geloof dat iedereen nu duidelijk inziet hoe belangrijk het is om alle middelen te gebruiken die ons ter beschikking staan in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Volgens mij kan niemand daar nog enige twijfels over koesteren. In dit bestek zal ik een paar korte indicaties geven over de recente vooruitgang die de Europese Unie op dit terrein heeft geboekt en ik zal een paar initiatieven uitschetsen die de Europese Commissie op zeer korte termijn zal opstarten.

In de eerste plaats ben ik het volkomen eens met de rapporteur, juist waar het erom gaat de kennis inzake het verschijnsel van georganiseerde criminaliteit te verbeteren. Wij hebben geen precies beeld van de afmetingen van criminaliteit en de bewegingen van de georganiseerde misdaad. Op dit gebied is de ontwikkeling van de activiteiten van Europol bijzonder welkom. Zoals u weet, heeft Europol voorgesteld om met ingang van dit jaar, 2007, zijn traditionele informatierapport over de stand van zaken van de criminaliteit in Europa aan te vullen met een jaarlijkse evaluatie van de dreiging die daarvan uitgaat. Het verslag van Europol wordt dus nu een proactief verslag en zal niet meer louter een informatief verslag zijn. Het zal jaar voor jaar aangeven in welke sectoren de dreiging van de georganiseerde misdaad gegroeid is en waar die dreiging - zoals wij allemaal natuurlijk hopen - juist verminderd is. Helaas moeten wij constateren dat er een stijgende lijn is in alle grote actiegebieden van de georganiseerde misdaad.

Een ander belangrijk resultaat, waar de rapporteur zojuist op wees, is de Europese actie op het gebied van misdaadstatistieken. Tot nu toe hebben wij statistisch niets in kaart gebracht. Daarom had ik, zoals u zich nog wel zult herinneren, in een vorig jaar aangenomen mededeling een systeem van misdaadstatistieken op Europees niveau voorgesteld. Inmiddels is er een groep deskundigen opgericht en ik kan tot mijn voldoening zeggen dat Eurostat al de eerste statistische gegevens over misdrijven op Europese schaal heeft gepubliceerd. Wij beginnen nu concrete resultaten binnen te halen.

Op het vlak van de broodnodige preventie hebben wij besloten om ons bijvoorbeeld te concentreren op de strijd tegen corruptie, die dikwijls gekoppeld is aan de netwerken van georganiseerde misdaad. Wij hebben besloten om een Europees netwerk van nationale deskundigen op te zetten die in constante verbinding met elkaar staan, juist met het oog op corruptiepreventie. Ik vond het zinvol om in het programma van het volgende jaar, 2008, een actie in te lassen waarbij nagegaan moet worden welke banden er zijn tussen corruptie, witwassen van misdaadgeld en dus ook de netwerken van de georganiseerde misdaad. Dit is een sector waar Europa fors aan de slag moet.

Voorts is er een grootschalige actie op het gebied van mensenhandel. Er is een actieplan aangenomen, dat thans in ontwikkeling is en voor de concrete uitvoering moet zorgen. Onder meer hebben wij, zoals u waarschijnlijk bekend is, het initiatief genomen om elk jaar een Europese dag tegen mensenhandel te houden. Dat moet het concrete signaal worden dat er iets op gang is gekomen, dat de Europese bewustwording die tot nu toe ondermaats was, nu goed van de grond is gekomen.

Bovendien hebben wij bedacht dat wij ons moeten concentreren op de bescherming van getuigen. Die vormen namelijk een onontbeerlijke schakel in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Ik zal dit Parlement nog vóór eind juli dit jaar, dus binnen de komende twee maanden, een werkdocument ter beschikking stellen met een paar concrete voorstellen. Dit werkdocument zal de neerslag vormen van een onderzoek dat wij met de politie en de rechtsorganen van de lidstaten hebben uitgevoerd, om te begrijpen hoe de getuigen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad het best beschermd kunnen worden. Want als er geen bescherming van getuigen is, valt een sleutelelement in de strijd tegen de georganiseerde misdaad weg.

Wat betreft de politie- en justitiële samenwerking, er moet een betere coördinatie komen, in de eerste plaats tussen Europol en Eurojust. Uiteraard moet er een multidisciplinaire aanpak worden ingevoerd. In ieder geval hebben wij veel voor Europol gedaan. Ik heb een nieuw statuut voorgesteld om de bevoegdheden van Europol te verruimen, om het mandaat ervan uit te breiden en het orgaan meer flexibiliteit te geven. Helaas heeft de georganiseerde misdaad een uiterst groot aanpassingsvermogen en dus moet Europol ook veel flexibeler worden. Ik hoop dat de Raad in verband met Europol akkoord gaat met ons voorstel voor communautaire financiering. Dit kan een onmiddellijk voordeel opleveren, namelijk een democratische controle van het Parlement op het gebruik van het budget van Europol: dat komt dan onder de democratische controle van een volksvertegenwoordiging, wat de transparantie ten goede komt.

Zoals u weet, stribbelt de Raad nog enigszins tegen wat dat voorstel van mij betreft. Op het operationele vlak is Europol al bezig zich te versterken. Maar waar wringt nu juist de schoen? Het heikele punt is dat de lidstaten niet de hoeveelheid operationele informatie verstrekken die Europol nodig heeft om zijn activiteiten te coördineren. U weet waarschijnlijk dat het centrale informatiesysteem van Europol voor 70 procent gevoed wordt door slechts vijf lidstaten en voor 30 procent door alle anderen. Hieruit blijkt wat voor potentieel Europol kan hebben als alle lidstaten een betere bijdrage zouden leveren. Het wordt tijd dat men daarmee begint, omdat alle drie protocols van Europol inmiddels in werking zijn getreden. De samenwerking zou dan veel beter worden.

Ook voor Eurojust moeten er meer zoden aan de dijk gezet worden. In ieder geval zal ik met betrekking tot Eurojust nog dit najaar, ik denk ergens tussen oktober en november, een voorstel indienen. Dat wordt een voorstel om de initiatiefbevoegdheden van Eurojust te versterken. Het punt dat centraal zal staan in mijn initiatief, wordt de betrokkenheid van Eurojust, dat wil zeggen een normale en systematische betrokkenheid, bij gemeenschappelijke onderzoeksteams. Deze joint investigation teams vormen een basisinstrument in de strijd tegen criminaliteit. Van Eurojust wordt wel gevraagd om mee te doen aan die gemeenschappelijke onderzoeksteams maar tot nu toe gebeurt dat in onvoldoende mate, op ongestructureerde en soms incidentele wijze. Dat gaat niet langer zo! Eurojust moet een reguliere hoofdrol gaan vervullen in deze gemeenschappelijke onderzoeksteams, om de pakkans te verhogen.

Uiteraard moeten al die activiteiten die wij thans ontplooien, voortdurend een tegenwicht krijgen in de vorm van veiligheidseisen, want naar mijn persoonlijke overtuiging is dat een basisrecht van de burgers. De burgers hebben recht op veiligheid, maar naast de veiligheid zijn er andere rechten, die even fundamenteel zijn. Ik denk dan ook dat de kwestie van gegevensbescherming op het vlak van politiesamenwerking – waar de Raad nog steeds niet positief op heeft geantwoord, ondanks dat mijn voorstel al anderhalf jaar geleden is ingediend – eindelijk een structurele oplossing zal moeten vinden, dat wil zeggen een Europees wetgevingsinitiatief over gegevensbescherming in de zogeheten derde pijler. Hiermee krijgt ook de burger een tastbaar teken dat wij naast een sterke actie tegen de georganiseerde misdaad ook pleiten voor volledig respect van andere basisrechten, zoals het recht op behandeling van persoonsgegevens.

Op al deze terreinen hoop ik dat de Raad in juni het besluit neemt om de voorspellingen van het Verdrag van Prüm in de Europese wetgeving op te nemen, dus dat men overstapt van wat momenteel gewoon een nauwere samenwerking was tussen een aantal lidstaten, naar een structurele voorziening die ingebed wordt in de context van de communautaire wetgeving. Als de Raad, zoals ik hoop, het licht op groen zet voor dit voorstel, zijn wij in ieder geval een stap vooruit.

Ten slotte wil ik nog twee vraagstukken aanstippen. Ten eerste: de concrete toepassing van het nieuwe Agentschap voor de fundamentele rechten, dat in maart officieel is geopend. Naar het zich laat aanzien, wordt dit agentschap een belangrijk instrument om - ook op verzoek van het Parlement of de Commissie - eerbiediging van de fundamentele rechten af te dwingen op het vlak van de samenwerking en activiteiten van de opsporingsautoriteiten.

En dan is er nog het belangrijke thema van de strijd tegen de georganiseerde misdaad op computergebied. Zoals u weet, heb ik gisteren een mededeling over de zogeheten cyber crimes gepresenteerd. Daarin worden verschillende segmenten van de georganiseerde computermisdaad aangepakt, van pedofilie tot bankinbraak door computerhackers. Ik geloof dat de computercriminaliteit één van de nieuwe grenzen is waar dit Parlement natuurlijk de handen aan de ploeg zal moeten slaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Giuseppe Castiglione, namens de PPE-DE-Fractie. - (IT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, allereerst wil ik de rapporteur danken voor het uitstekende werk dat hij heeft verricht. Ook de commissaris verdient alle lof, omdat hij concrete stappen vooruit heeft gezet en dit Parlement hedenavond de nodige informatie heeft verstrekt.

Dit verslag is zeker een belangrijk signaal van de politieke bereidheid om energiek strijd te leveren tegen het verschijnsel van georganiseerde criminaliteit, dat helaas steeds meer om zich heen grijpt en ondanks onze inspanningen al een heel netwerk heeft opgezet over de nationale grenzen heen. Tot op heden is het ons niet gelukt de politiediensten genoeg middelen te verschaffen om daar de strijd tegen aan te binden.

Het gaat er dus om dat wij een sterk, gezaghebbend en geloofwaardig antwoord geven, door alle middelen van samenwerking te versterken, zoals de commissaris zei: dat reikt van inzichten in het verschijnsel misdaad tot verzameling van statistische gegevens, van verbetering en vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie tot verbetering van onderzoeksmethodes en versterking van de coördinatie van onderzoeks- en bestraffingsactiviteiten.

Persoonlijk ben ik van mening dat de totstandbrenging van meer ingrijpende samenwerkingsinstrumenten en contactmiddelen op Europees niveau, zoals Europol dat kan zijn, de sleutel is om het onderlinge vertrouwen tussen de lidstaten te versterken, om de noodzakelijke synergie tussen nationale politieautoriteiten te kweken en een echt Europees beleid in deze materie van de grond te tillen. In de afgelopen jaren hebben de criminele organisaties steeds meer de vorm van ondernemingen aangenomen. De economisch-financiële markten vormen voor hen de ideale plek om illegale inkomsten wit te wassen. En er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken hoeveel schade de nationale en communautaire economieën daarmee oplopen. Wij moeten de georganiseerde misdaad dus ook op economisch vlak bestrijden. We moeten systematische aanvallen uitvoeren op hun financiële inkomsten, op de roerende en onroerende goederen die zij op illegale wijze verworven hebben. Overigens, als de criminaliteit beroofd wordt van haar bronnen van inkomsten, komen ook de relaties en banden tussen de onderwereld en terreurorganisaties aan het wankelen.

Ik hoop bovendien – en ik neem nota van de mededeling van de commissaris – dat er een snelle ratificatie komt en vooral een snelle toepassing van de Conventie van de Verenigde Naties over de transnationale georganiseerde misdaad, alsook van de twee protocols over mensenhandel en handel in immigranten.

Ik ben er zeker van dat de Commissie op grond van deze indicaties op korte termijn concrete voorstellen zal doen. Dat verheugt mij ten zeerste. Ik hoop dat de commissaris, die zich niet alleen gevoelig heeft betoond voor deze vraagstukken maar ook concrete toepassing heeft gegeven aan een aantal initiatieven die hij vanavond heeft toegelicht, fors aan de slag gaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Magda Kósáné Kovács, namens de PSE-Fractie. (HU) Het uitstekende verslag van de heer Dunn vormt een voortreffelijke bijdrage aan de mededeling van de commissie. Als co-rapporteur vind ik het zelf ook van uitermate groot belang dat de Unie een bijdrage kan leveren aan de verbetering van de dagelijkse veiligheid van haar burgers en de bestrijding van de corruptie in de politiek en het bestuur kan aanpakken.

Wij, de sociaaldemocratische leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken dringen in de eerste plaats aan op de vooruitgang en de implementatie van enkele onderwerpen die in het verslag worden genoemd. De samenwerking tussen politie en justitie in de lidstaten moet worden versterkt, met name omdat in een Europa zonder grenzen de criminaliteit en met name de georganiseerde misdaad zonder de effectievere samenwerking van deze organen alleen maar kan toenemen.

De onafhankelijkheid en de bevoegdheden van Europol en Eurojust moeten stap voor stap verder worden versterkt om op Europees niveau een overkoepelend politie- en justitieorgaan te verkrijgen dat zich uitgebreid bezighoudt met criminaliteit, waarmee ook de nationale organen worden gestimuleerd zorgvuldig werk te leveren dat vrij is van corruptie. De lidstaten moeten worden aangemoedigd de bevoegde overheidsinstanties in zaken op het gebied van georganiseerde misdaad alsmede trainings- en samenwerkingsprogramma’s te steunen en te financieren met het oog op betere en effectievere samenwerking.

Wij zijn van mening dat het programma voor de bescherming van getuigen alleen op Europees niveau verder kan worden ontwikkeld, aangezien de meeste landen zelf niet in staat zijn op hun eigen grondgebied de mensen te verbergen die als getuigen optreden tegen georganiseerde misdaad, terwijl hun wel de nodige bescherming moet worden geboden. Een van de belangrijkste taken is dat we de bezorgde burgers in Europa op de juiste wijze informeren over de maatregelen die op Europees niveau worden genomen en over de successen van goede samenwerking en zodoende het nut van Europese samenwerking, ook op het gebied van communicatie, benadrukken.

En dan zit me nog iets dwars. In de amendementen die ik bij de Commissie heb ingediend, heb ik geprobeerd de aandacht te vestigen op het feit dat de lidstaten een zeer uiteenlopend historisch verleden hebben en dat de inwoners van deze landen een heel afwijkend niveau van socialisering vertonen. In sommige lidstaten hebben bepaalde begrippen in het strafrecht een volstrekt andere betekenis dan in andere lidstaten. Zo kan het voorkomen dat over iets in de ene lidstaat een zwaar moreel vonnis wordt uitgesproken, terwijl het in een ander land als civiele deugd geldt. Een Hongaarse politicoloog zei eens dat een land corrupt is als het niet eens in het hoofd van de mensen opkomt om een treinkaartje te kopen. En we vragen ons ook niet af waar ze treinkaartjes kopen.

Ik ben ervan overtuigd dat er op geopolitiek en economisch terrein zekere beleidselementen bestaan die het doelwit zullen worden van georganiseerde misdaad en dat we gevaar lopen als we hier geen aandacht aan besteden en we geen actie ondernemen in naam van de nationale veiligheid.

Tevens hoop ik dat het tussen ons ontstane misverstand niet principieel maar taalkundig van aard was en dat de steun voor dit verslag gebaseerd zal zijn op principiële overeenstemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik feliciteer de heer Newton Dunn met zijn uitmuntende verslag. Om dit verslag en het ermee samenhangende debat nog praktischer en misschien ook polemischer te maken, zou ik graag van de gelegenheid gebruik willen maken om in te gaan op één onderwerp dat, hoewel het in het verslag aan de orde wordt gesteld en de commissaris er ook al naar verwees, mijns inziens nadere uitwerking behoeft.

Ik doel hier op het witwassen van geld. Witwasoperaties vormen de zuurstoftoevoer voor georganiseerde criminaliteit. Om te kunnen overleven en hun illegale activiteiten uit te breiden, moeten topcriminelen de inkomsten uit hun criminele activiteiten kunnen witwassen. Ik betwijfel of de EU, ondanks haar veelvuldige kritiek op witwaspraktijken, feitelijk wel zoveel doet om die praktijken te bestrijden.

Ter illustratie van mijn stelling geef ik u het volgende voorbeeld. Er vindt een enorme hoeveelheid witwasoperaties plaats via instellingen die gevestigd zijn en opereren in gebieden zoals de Kanaaleilanden, met name Guernsey en Jersey. Deze eilanden staan in een tamelijk ongewone relatie tot de EU. De Britse regering, die zich volledig bewust is van het probleem van witwaspraktijken op deze eilanden, knijpt gemakshalve een oogje dicht voor zulke activiteiten met als excuus dat deze gebieden tot op zekere hoogte onafhankelijk zijn van het Britse gezag. Hetzelfde geldt voor instellingen die gevestigd zijn in andere overzeese gebieden van het Verenigd Koninkrijk of gebieden van de Britse kroon. Dat zijn bijvoorbeeld het eiland Man en de Britse Maagdeneilanden. Ik wijs erop dat KPMG in 2000 meldde dat 41 procent van de offshorebedrijven die een belastingparadijs zoeken, gevestigd is op de Britse Maagdeneilanden.

Ik verzoek de Commissie een verklaring af te leggen over de voornoemde witwaspraktijken in Britse gebieden en aan ons bekend te maken welke maatregelen zij van plan is te treffen, in het bijzonder ten aanzien van de Britse regering, om er een einde aan te maken dat in de gebieden die ik genoemd heb witwaspraktijken toegedekt worden onder het mom van legitimiteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie. - (IT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, het is een ironische speling van het lot dat wij vandaag, op 23 mei, in dit Huis spreken over de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Precies vijftien jaar geleden, op 23 mei, is er iets gebeurd wat heel ernstig was voor de geschiedenis van Italië en zelfs voor de geschiedenis van Europa: een vooraanstaande rechter, Giovanni Falcone, werd op gruwelijke wijze om het leven gebracht door de maffia, die daarvoor een stuk autostrada tussen de luchthaven en de stad Palermo in de lucht had geblazen. Bij die aanslag kwamen samen met de rechter en zijn vrouw drie agenten van de beveiliging om. Het was een verschrikkelijk jaar, 1992, want kort na Falcone werd nog een rechter, Paolo Borsellino, door de georganiseerde misdaad, door de maffia, vermoord.

Beide rechters hadden begrepen hoe belangrijk het is om politie en justitie op internationaal niveau te laten samenwerken, en zij hadden dus heel goed door hoe noodzakelijk het is dat de misdaadorganisaties op een hoger niveau, op internationaal niveau, bestreden worden. Vooral bleek het een goede strategie te zijn om te proberen de kapitalen van de misdaadorganisaties en de maffia te onderscheppen. Falcone en Borsellino waren de zoveelste slachtoffers in een lange reeks van bloedige aanslagen in het republikeinse Italië, een reeks die begon met het bloedbad in Portella della Ginestra op 1 mei 1947.

In de laatste jaren zijn er heel veel zaken veranderd. De misdaadorganisaties zijn transnationaal geworden: reeds aan het eind van de tachtiger jaren werd dat een feit, toen in het beleid van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank het liberale dogma opgeld begon te doen. De globalisatie van de economie en de financiële wereld heeft haar beslag gekregen in de deregulation van de financiële en handelsmarkten, in de privatisering van de dienstensector en de versterking van fiscale paradijzen.

De huidige situatie is die van de GlobalFix, zoals het gezaghebbende onderzoeksinstituut Transnational Institute van Amsterdam dat noemt, dat wil zeggen een compromis tussen de theoretisch witte economie en de misdaadeconomie die zich in de hele wereld manifesteert. De internationale wapenhandel, de handel in verdovende middelen, het witwassen van misdaadgeld: in zekere zin heeft de neiging van de liberale globalisatie om tot misdaad aan te zetten, de overhand gekregen.

Als wij de analyses van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds doorploegen, ontdekken we dat vanaf de jaren tachtig tot heden de zwarte economie verviervoudigd is. In 2001 schommelden de illegale transacties tussen de 6 500 en 9 000 miljard dollar per jaar, dat wil zeggen 20 à 25 procent van het mondiale bruto binnenlands product. Dit is een huiveringwekkende som maar een prachtig bedrag om de armoede in de wereld terug te dringen.

In deze context hebben zich belangrijke verschijnselen voorgedaan. Allereerst de instorting van de Sovjet-Unie, waardoor veel staatsgoederen rechtstreeks en in contanten werden overgeheveld naar misdaadkartels en -organisaties. Het is geen toeval dat de Russische maffia vandaag de dag zo sterk is, zowel in economisch als politiek opzicht. Veel van dat geld is tijdelijk ondergebracht op grote aantallen Zwitserse bankrekeningen, rekeningen op de Kaaimaneilanden, de eilanden waar collega Matsakis het over had, en Gibraltar.

Het andere grote verschijnsel dat in de jaren negentig is opgekomen, was de Amerikaanse en Britse pressie om de financiële en internationale markten te ontregelen. De globalisatie van de financiële markten draagt de kiemen in zich van de herorganisatie van criminele groeperingen.

Nog een grote gebeurtenis die de georganiseerde misdaad bepaald geen windeieren heeft gelegd, was de hervatting van de oorlogsactiviteiten. De oorlog gecombineerd met de liberale globalisatie heeft geleid tot een angstwekkende winstverhoging voor de internationale maffia, in de eerste plaats dankzij de toename van drugsverdiensten.

In het Andesgebied, in Colombia, heeft de logica van de War on Drugs gezorgd voor een exponentiële groei van de cocaproductie en de verwerking van cocaplanten tot cocaïne. De oorlog in de Balkan heeft dat gebied veranderd in een vrijhandelsgebied waar het misdaadgeld momenteel wordt witgewassen en heroïne wordt geraffineerd voor de Europese markt. En denkt u eens aan wat er in Afghanistan is gebeurd! In 2001, vóór de militaire bezetting, bedroeg de opiumproductie 74 ton per jaar. In 2006 is volgens het Amerikaanse State Department de productie van opium boven de 6 000 ton uitgekomen. Deze toename houdt sterk verband met de militaire bezetting. Vandaag de dag produceert Afghanistan 93 procent van de totale wereldproductie van opium.

Hoeveel is de productie van verdovende middelen op de globale markt waard? De VN die in deze materie helaas niet al te geloofwaardig is, zegt dat 1 procent van het mondiale bnp uit de drugshandel voortkomt. Het Amerikaanse State Department houdt het op 2,5 procent en het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs zegt dat tussen de 2 en 5 procent van het mondiale bnp uit de internationale handel in verdovende middelen komt. En dat is dan nog maar één gegeven. Hier moet dan bij worden geteld: de mensenhandel, de wapenhandel, de handel in afval, de namaak van producten. Al die winsten worden onmiddellijk witgewassen en op de legale markt ingevoerd.

Het is dus noodzakelijk om de misdaad aan te pakken op het vlak van kapitaal, goederen en financiële transacties. Daarom denken wij dat de confiscatie van goederen van maffiosi en van de georganiseerde criminaliteit op transnationale schaal een sleutelrol vervult in de strijd die wij tegen de maffia moeten leveren. Dat had Pio La Torre destijds al ingezien, toen hij in het Italiaanse parlement een wet voorstelde waarin hij suggereerde dat men vooral greep moest krijgen op het kapitaal. Om die reden steun ik dan ook het verslag van collega Newton Dunn, omdat het ingaat op dit punt en benadrukt dat men de criminele en maffiaorganisaties moet aanpakken door te mikken op hun kapitaal.

Een deel van mijn fractie zal dit verslag niet steunen, misschien ook om redenen waarvoor begrip kan worden opgebracht. Die leden vinden namelijk dat het verslag te weinig garanties biedt, met name op het vlak van behandeling van persoonsgegevens. Dit geldt in de eerste plaats voor collega Adamou, die de schaduwrapporteur van onze fractie is. Hij zal dit verslag niet steunen en er niet voor stemmen. Ikzelf ben van mening dat de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit een prioriteit is, maar het is geen kwestie die alleen de politie aangaat.

Ook op cultureel vlak moet er ingegrepen worden. Er moet een echte sociale antimaffia-structuur worden opgebouwd, die zich gaat bekommeren om grote bevolkingsgroepen die gebukt gaan onder sociaal onbehagen en werkloosheid, en er moet ook op politiek vlak worden ingegrepen. In de afgelopen jaren is het de maffia en transnationale criminele organisaties gelukt om te infiltreren in overheidsinstanties en de politiek. Het is geen toeval - en hiermee beëindig ik mijn betoog - dat er bijvoorbeeld een onderzoek gaande is naar de gouverneur van mijn regio vanwege relaties met de georganiseerde misdaad en de maffia.

Ik sluit af door mijn steun te betuigen aan de paragraaf van het verslag van Newton Dunn waarin gevraagd wordt om de activiteiten van overheidsinstanties waar de maffia en misdaadorganisaties geïnfiltreerd zijn, in het oog te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Petre Popeangă, în numele grupului ITS. – Demersul deputatului Newton Dunn privind recomandarea pe care Parlamentul European urmează să o adreseze Consiliului în legătură cu elaborarea unui concept strategic privind lupta împotriva criminalităţii organizate este unul deosebit prin necesitatea şi utilitatea unui astfel de instrument în această perioadă în care criminalitatea organizată, în special criminalitatea economico-financiară, a căpătat valenţe noi, din ce în ce mai rafinate. Pornind de la această stare de fapt, în prezent lupta împotriva criminalităţii organizate nu mai poate fi continuată utilizând instrumente clasice, fiind necesară, aşa cum se remarca şi în motivaţia raportului, citez, „o schimbare radicală de perspectivă, care să permită soluţionarea constrângerilor interne din ce în ce mai complexe şi, în acelaşi timp, rezolvarea dificultăţilor aferente constrângerilor externe aflate în creştere exponenţială.” La aceste obiective consider, însă, că trebuie adăugat şi faptul că numai o schimbare de optică sau de program, oricât de judicios ar fi elaborată, nu va da rezultate dacă nu se asigură un mediu de stabilitate care să confere voinţa politică necesară realizării practice a acestora. Aceasta, voinţa, ar trebui canalizată în primul rând spre asigurarea funcţionalităţii independente şi eficiente a structurilor statului, desemnate să realizeze controlul modului de derulare a activităţilor susceptibile de a face obiectul operaţiunilor care intră sub incidenţa legilor criminalităţii organizate. În sfârşit, consider că un capitol separat din conceptul strategic ar trebui să fie consacrat acelor state, membre mai noi sau mai vechi ale Uniunii Europene, în care stabilitatea politică este deseori perturbată de acţiuni mai mult sau mai puţin democratice, stare de care structurile crimei organizate nu ezită să profite din plin. În ceea ce mă priveşte, voi vota propunerea de rezoluţie cu toată convingerea.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil even stilstaan bij iets wat wij misschien allemaal voor vanzelfsprekend houden, namelijk dat je in de EU zou verwachten dat elk lid van welk soort overheid in de EU dan ook vol overtuiging de Europabrede strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en het terrorisme steunt. Het welkome verzoek aan de Raad van ministers de activiteiten te onderzoeken van instellingen op regionaal niveau waar politieke figuren lid van zijn die banden hebben met criminaliteit, is een oproep waarvan de ironie mij niet ontgaat, gezien de antecedenten van sommige personen die onlangs zijn toegetreden tot de nieuwe regering in mijn land, Noord-Ierland. Des te meer omdat deze week de vicepremier van mijn land, Martin McGuinness, protest heeft aangetekend tegen het gebruik van het Europees arrestatiebevel met het doel een persoon die gezocht wordt in verband met een bomaanslag van de IRA uit te leveren aan Duitsland. Ook heeft zijn woordvoerder over politiezaken deze week de arrestaties veroordeeld die in Noord-Ierland zijn verricht in het kader van een onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, een onderzoek dat inmiddels heeft geleid tot een aanklacht tegen een vooraanstaande Ierse republikein.

Als je oprecht de rechtsstaat steunt, dan heb je geen kritiek op of bezwaar tegen de middelen waarmee het internationale recht wordt gewaarborgd en dan protesteer je niet tegen operaties waarmee de georganiseerde criminaliteit wordt bestreden. Maar als je schandalig genoeg, zoals in Noord-Ierland, een minister van Sinn Féin bent, dan is trouw aan de rechtsstaat nog altijd niet je leidende beginsel, maar gaat bescherming van de belangen van de republikeinse beweging vóór alles. Het is niet zo gek dat sommigen van ons nog steeds vinden dat Sinn Féin niet geschikt is om te regeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE). – (PT) Mevrouw de vicevoorzitter van de Commissie, dames en heren, om te beginnen wil ik de heer Newton Dunn feliciteren met zijn uitstekende verslag. Ik ben lang niet zo kritisch als hij. Mijns inziens is er de laatste dertig jaar wel degelijk vooruitgang geboekt op het gebied van de politiële en justitiële samenwerking in Europa.

Desalniettemin ben ik het met hem eens dat er een hemelsbreed verschil bestaat tussen enerzijds de mobiliteit van de criminele netwerken, die voordeel halen uit het Europa zonder grenzen, en anderzijds het interventieniveau van de gerechtelijke instanties, die onder de jurisdictie van de betrokken lidstaat vallen.

In tegenstelling tot wat sommigen onterecht bepleiten, wordt deze contradictie niet verholpen door de vrijheid en het vrije verkeer aan banden te leggen en de nationale grenzen te herstellen. Integendeel, wij moeten voorzien in meer en betere samenwerking op basis van gemeenschappelijke procedures en een basisharmonisatie van de juridische normen.

Zoals de heer Frattini terecht onderstreept, moeten wij onze kennis van het verschijnsel georganiseerde criminaliteit vergroten, aangezien de criminele praktijken steeds verfijnder worden. Wij moeten het preventiebeleid versterken teneinde het dreigingsniveau voor georganiseerde criminaliteit in onze samenlevingen te beperken. Wij moeten voordeel halen uit de bestaande wetgeving en vaker onze toevlucht nemen tot gezamenlijke onderzoeksteams, speciale onderzoekstechnieken, stelselmatige opsporing van op onrechtmatige wijze verkregen economische en financiële middelen en het doeltreffende gebruik van zowel het Europees arrestatiebevel als de Europese bewijsverkrijging. Ik ben het met de heer Frattini eens dat wij beter gebruik moeten maken van de instrumenten die reeds tot onze beschikking staan, met name van Europol en Eurojust.

Mevrouw de Voorzitter, om te eindigen onderschrijf ik de oproep aan de lidstaten die het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en van de daarbij gevoegde protocollen betreffende de bestrijding van mensenhandel en het smokkelen van immigranten nog niet geratificeerd hebben. Het is van fundamenteel belang dat zij dit zo spoedig mogelijk doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Adina-Ioana Vălean (ALDE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, we hebben ons ingezet voor een Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid zonder interne grenzen. We worden er echter vaak aan herinnerd dat criminelen en terroristen zich niets van grenzen aantrekken. Zij profiteren van de afwezigheid van grenzen en maken optimaal gebruik van de nieuwe reis- en communicatiemiddelen.

Tegelijk hebben onze rechtshandhavingsorganen nog steeds te maken met een enorme administratieve last die hen hindert in hun efficiency. Het is nu aan ons om alle nodige stappen te zetten om middelen en methoden aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. We moeten het gebrek aan onderling vertrouwen tussen rechtshandhavingsorganen bestrijden, grensoverschrijdende samenwerking vergroten, meer aan gezamenlijke training doen en samenwerken.

Ik denk echter dat de Unie meer aandacht moet besteden aan de buitengrenzen en aan haar nabuurschapsbeleid. Met de recente uitbreidingen is het handhaven van sterke buitengrenzen een grotere uitdaging geworden. Enkele van de nieuwe EU-grenslanden beschikken niet over voldoende middelen om de georganiseerde misdaad aan te pakken. Corruptie moet even energiek worden aan aangepakt als georganiseerde misdaad en terrorisme.

De EU moet de ernst van de situatie inzien en zorgen voor extra mensen en geld, maar daarnaast ook haar knowhow delen. We moeten een brede, maar specifieke aanpak hanteren, die transparant is en steunt op anti-corruptiemaatregelen. Onze burgers verdienen een veiliger wereld en meer zekerheid, maar dit moet niet ten koste gaan van onze openbare vrijheden. We hebben meer waarborgen nodig voor een goede balans van de rechten in onze democratieën, oftewel meer parlementair toezicht op veiligheidsactiviteiten en een hoog niveau van privacy-bescherming. Het is hierom dat ik, opnieuw, de Raad dringend verzoek zo spoedig mogelijk het kaderbesluit gegevensbescherming in de derde pijler aan te nemen. We hebben al te lang gewacht.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Commissaris Frattini heeft ons laten weten dat hij niet nogmaals het woord zal voeren.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag, om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Mikko (PSE), schriftelijk. - (ET) Dames en heren, de nieuwste dreigingsanalyse van Europol spreekt van criminele markten. De criminele wereld is inderdaad niet minder dynamisch, complex en flexibel dan welke andere sector van de markteconomie dan ook. De middelen gaan daar naartoe waar hun productiviteit het grootst is. Er bestaat internationale concurrentie voor markten waar buitenlandse criminele bendes in sommige gevallen lokale bendes hebben verdrongen.

De nieuwste technologieën, de groei in de transport- en financiële sector en het verdwijnen van de interne grenzen worden tegen ons gebruikt. Ook onze traagheid wordt tegen de rechtsorde gebruikt.

Steeds minder criminaliteit blijft alleen binnen de grenzen van één land, terwijl de samenwerking in de Europese Unie op het gebied van de interne veiligheid nog steeds beperkt is tot het kader van de derde pijler.

Het vrij verkeer van personen binnen de Europese Unie is een groot geschenk voor criminelen. Fysieke grenzen zijn verdwenen, maar administratieve belemmeringen zijn gebleven.

Europol en Eurojust hebben autonomie en fatsoenlijke budgetten nodig. Hierover zou niet langer onderhandeld moeten worden en hetzelfde geldt voor het recht van het Parlement om controle uit te oefenen.

Ik ben het met de rapporteur en Europol eens wat betreft de noodzaak onderzoek en analytische activiteiten aanzienlijk te verbeteren en de noodzaak te herfocussen. Naast traditioneel toezicht hebben wij meer analyse ‘van boven’ nodig, wat het mogelijk maakt illegale activiteiten in kwetsbare sectoren als financiën, belastingen en de overheid te ontdekken.

Onze grootste onbenutte hulpbron is echter de samenwerking tussen burgers. Alleen onverschilligheid maakt gedwongen prostitutie en drugshandel mogelijk. Alleen democratische moeheid maakt het mogelijk dat corrupte politici weer aan de macht komen.

Het vertrouwen van de burgers in de doeltreffendheid van de politie en de objectiviteit van rechtbanken kan alleen gebaseerd zijn op resultaten, die alleen beter worden door communicatie. Ik wil de rapporteur bedanken en iedereen aansporen om woorden in daden om te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastiano (Nello) Musumeci (UEN), schriftelijk. - (IT) Het verschijnsel van georganiseerde criminaliteit in Europa, van maffia en soortgelijke organisaties, neemt hand over hand toe in het “Oude Continent”.

Dit is een zorgwekkend verschijnsel. De georganiseerde misdaad profiteert van het vrije verkeer van personen en van de economische en financiële stromen binnen de Europese Unie om steeds meer illegale activiteiten te ontwikkelen, ook in de landen buiten de Unie.

Tot die activiteiten behoren wapensmokkel en handel in afval (ook radioactief afval), handel in verdovende middelen, seksuele uitbuiting van vrouwen en kinderen, handel in menselijk weefsel (dramatisch zijn de gevallen die een paar dagen geleden in Oekraïne zijn ontdekt en in de publiciteit gebracht), de handel in dieren en kunstwerken.

Het verslag van de heer Newton Dunn gaat op vele punten in, onder meer op de rol die Europol en Eurojust tot nu toe hebben gespeeld: dat zijn de enige communautaire instrumenten die momenteel beschikbaar zijn in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Het verslag beklemtoont dat deze twee instellingen een aantal resultaten bereikt hebben maar betreurt hun gebrek aan autonomie.

In dit verband wil ik opnieuw mijn voorstel opperen, dat ik al in februari 2004 tot de Commissie en de Raad had gericht, om namelijk een Europees Waarnemingscentrum voor georganiseerde criminaliteit op te richten, met het doel de verschillen in strafrechtelijke vervolging die de afzonderlijke lidstaten erop nahouden, te verminderen. Dat wordt ook goed aangegeven door collega Newton Dunn.

 
Laatst bijgewerkt op: 3 augustus 2007Juridische mededeling