Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2011(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0212/2007

Ingediende teksten :

A6-0212/2007

Debatten :

PV 20/06/2007 - 12
CRE 20/06/2007 - 12

Stemmingen :

PV 21/06/2007 - 8.7
CRE 21/06/2007 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0283

Debatten
Woensdag 20 juni 2007 - Straatsburg Uitgave PB

12. Jeugddelinquentie: de rol van de vrouw, het gezin en de samenleving (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag (A6-0212/2007) van Katerina Batzeli, namens de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, over jeugddelinquentie: de rol van de vrouw, het gezin en de samenleving (2007/2011(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Katerina Batzeli (PSE), rapporteur. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het Europees Parlement opent vandaag het dossier “jeugddelinquentie”. Dit dossier wordt steeds groter en het aantal onopgeloste zaken neemt toe, met kinderen als daders en slachtoffers. De samenleving maakt zich zorgen, stigmatiseert vaak en reageert wanordelijk. Ofwel beschouwt zij deze jongeren als uitschot, dat voorbeeldig gestraft moet worden, ofwel interesseert haar het lot van deze jongeren niet, ofwel wijst zij op de oorzaken en onderstreept zij het belang van herintegratie van deze jongeren in de samenleving.

Het is heel moeilijk de nauwkeurige oorzaken van misdadig gedrag door minderjarigen aan te wijzen. Wat een minderjarige doet, komt voort uit een ingewikkeld proces van socialisering en sociale controle. Desalniettemin kunnen wij met zekerheid twee vaststellingen doen. Ten eerste is de minderjarige delinquent geen zieke wiens gedrag veroorzaakt wordt door lichamelijke, mentale of psychische stoornissen, en ten tweede moeten wij om het al dan niet misdadig gedrag van minderjarigen te bestuderen teruggaan naar het milieu waarin de persoonlijkheid van de minderjarige zich ontwikkelt, naar het gezin, de schoolomgeving, de vriendenkring en het maatschappelijk milieu. Bovendien zijn er in deze tijd ook externe factoren die een invloed uitoefenen, zoals de media, de technologie en met name het internet, die een waarachtige invasie zijn in het leven van de minderjarige en hem of haar in de wereld van de volwassenen stort, waarop de minderjarige niet zelden gewelddadig reageert.

Mijnheer de commissaris, met ons verslag willen wij niet ingrijpen in de nationale, gerechtelijke en strafrechtelijke systemen. Onze commissie heeft op dat gebied geen bevoegdheid, en de rol van het Europees Parlement is uitermate beperkt. Ons doel is veeleer de beste praktijken op te sporen die op nationaal vlak worden toegepast, de uitwisseling van informatie en ervaring te versterken, netwerken tot stand te brengen tussen de bevoegde instanties en deze institutioneel, organisatorisch en financieel bij te staan. De in elke lidstaat opgedane ervaringen zijn een belangrijke indicator voor de andere lidstaten en kunnen aantonen dat innoverende en alternatieve maatregelen efficiënter zijn dan de traditionele maatregelen van opsluiting en strafrechtelijke behandeling van minderjarige delinquenten.

Er is een geïntegreerde strategie nodig op nationaal en Europees vlak, een strategie met een combinatie van maatregelen rondom drie pijlers: preventie, sociale integratie en buitengerechtelijk en gerechtelijk optreden. Het is van doorslaggevend belang dat bij de opstelling en verwezenlijking van een geïntegreerd nationaal en communautair beleid gezorgd wordt voor de betrokkenheid van alle bevoegde instanties: de regionale en lokale overheden, de schoolgemeenschappen en gezinnen, de niet-gouvernementele organisaties en de media. De Europese Commissie moet de volgende maatregelen - die uitgebreid in het verslag worden genoemd - tot een onmiddellijke prioriteit uitroepen.

Ten eerste moet er een Europese waarnemingspost voor jeugddelinquentie worden ingesteld, die onder meer ook voortbouwt op de activiteiten van de nationale waarnemingsposten.

Ten tweede moet er een Europese telefonische hulpdienst voor kinderen worden ingevoerd.

Ten derde moeten voorstellen worden gedaan voor fundamentele beleidsmaatregelen met als onmiddellijke focus enerzijds de verbetering van de voorlichting en de opneming van preventie- en integratiemaatregelen in de reeds bestaande communautaire programma’s, en anderzijds de publicatie van een studie in samenwerking met de nationale deskundigennetwerken. Het uiteindelijk doel moet zijn de publicatie van een mededeling van de Commissie en de opstelling van een geïntegreerd programma voor de bestrijding van delinquentie, waarvoor kredieten uit de nieuwe communautaire begrotingspost beschikbaar moeten worden gesteld.

Onder de hoofdactiviteiten van het programma kunnen maatregelen vallen als de verspreiding van goede praktijken op het gebied van preventie, het meten en analyseren van geavanceerde systemen voor de behandeling van minderjarige delinquenten - zoals het restorative justice-systeem -, de ontwikkeling van een Europees model voor integratie van en sociale zorg voor jonge, minderjarige delinquenten en met name netwerkvorming tussen de bevoegde diensten van de lokale en regionale overheden.

Mijnheer de commissaris, ik ken uw politieke gevoeligheid en uw voorstellen voor de rechten van het kind. Mijns inziens zou het wenselijk zijn indien u rekening hield met de door het Europees Parlement geuite zorgen en een Europees programma voor jongeren opstelde. Men pleegt te zeggen dat stoute kinderen treurige kinderen zijn. Laten wij hun vandaag een glimlach geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik juich dit verslag toe en geef steun aan de belangrijkste aanbevelingen van de rapporteur, mevrouw Batzeli. Jeugddelinquentie is inderdaad een van de uitdagingen die wij in onze moderne samenleving moeten aanpakken. Ik zal u een voorbeeld geven. Een recente, door het Europees netwerk inzake misdaadpreventie verrichte studie naar pesterijen op school heeft aangetoond dat pesterijen op school nog steeds een groot probleem in Europa zijn, waarbij tussen een op de zeven en een op de drie scholieren binnen een willekeurig schooljaar betrokken zijn.

Als eerste stap moeten wij onze kennis van het verschijnsel zien te verbeteren door gegevens hierover te vergaren. Op nationaal niveau vergaarde statistieken zijn niet gemakkelijk vergelijkbaar, wegens de uiteenlopende wetgevingen in de lidstaten en de uiteenlopende manier waarop officiële misdaadstatistieken worden opgesteld. Er is de afgelopen vijf jaar door het Europees netwerk inzake misdaadpreventie veel werk verricht om de kwaliteit en de vergelijkbaarheid van de statistieken van de lidstaten op het gebied van de strafrechtspraak te verbeteren. Bovendien is de website van het netwerk een effectief instrument geworden om zowel de mensen in de praktijk als het algemene publiek informatie te verschaffen over het preventiebeleid van de lidstaten.

Afgezien daarvan zullen in het vijfjarenactieplan inzake statistieken, dat de Commissie in augustus jongstleden heeft aangenomen, ook jeugddelinquentie en jeugdrechtspraak worden opgenomen en gemeten. Dan zullen wij een beter beeld hebben van dit verschijnsel op Europees niveau, en dan zullen wij bijgevolg ook de beleidsbehoeften beter kunnen vaststellen en indicatoren kunnen ontwikkelen, rekening houdend met het huidige werk van de internationale organisaties. Ook zullen wij dan mogelijk beter in staat zijn om een Europese strategie voor preventie van jeugddelinquentie te ontwikkelen.

Preventie is duidelijk een sleutelfactor op dit gebied, en ik ben het met de rapporteur eens dat wij niet alleen repressieve maatregelen mogen toepassen om dit probleem aan te pakken. Wij moeten ons werk op een interdisciplinaire en multi-institutionele leest schoeien. Met name beleidsvormen als ruimtelijke ordening, sociale huisvesting, sociale inclusie, onderwijs en scholing, maatregelen ter bestrijding van discriminatie en racisme, en integratie van migranten spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van delinquentie en met name jeugddelinquentie.

Bovendien hebben de ervaringen van de netwerken die zich bezig houden met preventie van jeugd- en stadsdelinquentie aangetoond dat alle sociale activiteiten voor milieuverbetering, zoals verbetering van openbare ruimten, renovatie van pleinen, verlichting, schone straten, faciliteiten en sociale dienstverlening bijdragen aan een actief en duurzaam beleid voor misdaadpreventie onder jongeren.

Misdaadpreventie moet ook een effectieve bijdrage leveren aan het communautair veiligheidsbeleid, dat tot doel heeft het ontstaan van misdaadrisico’s te voorkomen, met name door de bevordering van een gezonde en zorgzame samenleving, van een samenleving die jongeren de sociale omgeving biedt die noodzakelijk is om een gevoel van identiteit, integratie en zinvol leven te geven. Wij moeten wel beseffen dat de lidstaten en de lokale autoriteiten de hoofdverantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van een effectief beleid voor misdaadpreventie. Dit geldt zeer zeker voor het vraagstuk van de jeugddelinquentie, dat zich typisch op lokaal vlak voltrekt. De hoofdverantwoordelijkheid voor de aanpak van het probleem ligt dus bij de lokale autoriteiten, idealiter bijgestaan door nationale autoriteiten.

Samenwerking en ondersteuning op Europees vlak kunnen een belangrijke rol spelen, maar kunnen niet in de plaats treden van de nationale beleidsvormen van de lidstaten. Zoals ik reeds heb vermeld, verricht het Europees netwerk inzake misdaadpreventie belangrijk werk voor de vergaring en uitwisseling tussen de lidstaten van ervaringen en beste praktijken op het gebied van effectief preventiebeleid. Er is vorig jaar tevens een begin gemaakt met een alomvattende, vergelijkende studie van jeugddelinquentie in alle EU-lidstaten, toetredingslanden en kandidaat-landen. Deze studie zal voor het einde van dit jaar zijn voltooid en een stevige grondslag vormen voor toekomstige Europese beleidsontwikkelingen op dit gebied. Ik zal deze studie natuurlijk voor u beschikbaar maken.

Gedurende de afgelopen paar jaar is aanzienlijke financiële steun gegeven aan beleidsinitiatieven op het gebied van misdaadpreventie via de diverse, met communautaire middelen gefinancierde programma’s. Met het Hippocrates- en het Agis-programma heeft de Commissie in de afgelopen vijf jaar meer dan 120 grensoverschrijdende projecten gecofinancierd. Daarbij ging het om het ontwerpen van een veilig stadsmilieu, de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van jeugd- en stadsdelinquentie en de ontwikkeling van goede praktijken in de jeugdrechtspraak.

Om verder tegemoet te kunnen komen aan de behoefte aan standvastig optreden tegen geweld onder kinderen en jongeren, met inbegrip van pesterijen op school, zal de Commissie diverse projecten blijven financieren op het gebied van geweld en pesterijen onder leeftijdgenoten via het Daphne II-programma, dat zal worden opgevolgd door het Daphne III-programma. Zoals reeds werd gezegd, is de laatste jaren de klemtoon sterker komen te liggen op pesterijen op school, en er worden momenteel verschillende interessante projecten uitgevoerd. De nieuwe generatie van financiële programma’s op grond van de nieuwe financiële vooruitzichten op het gebied van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, en in het bijzonder het programma “misdaadbestrijding en misdaadpreventie” zal samen met Daphne III een aanzienlijke financiële steun kunnen geven aan nationale en transnationale projecten op dit gebied.

Tot slot zullen deze programma’s in dezelfde periode 2007-2013 aanzienlijke aanvullende middelen krijgen via het gebied “onderwijs en opleiding, jeugd, cultuur en burgerschap”. Ik ben er van overtuigd dat u bekend bent met het nieuwe programma “Jeugd in actie”. Zoals ik reeds zei, is onderwijs een van de kernfactoren bij het voorkomen van jeugddelinquentie, en dus wordt ook met deze programma’s een belangrijke bijdrage geleverd aan het preventiebeleid op de lange termijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Esther Herranz García, namens de PPE-DE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, in de eerste plaats wil ik mijn erkenning uitspreken voor het werk van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, evenals voor het werk van de deskundigen die naar de openbare hoorzitting zijn gekomen die we hebben georganiseerd, omdat ze ons door middel van hun bijdragen kennis hebben overgedragen die zeer nuttig is bij het aanpakken van de jeugddelinquentie in Europa. Ook wil ik mevrouw Batzeli feliciteren met dit verslag, en de collega’s met hun inspanningen en hun werk.

De toename van de jeugddelinquentie in Europa is een verschijnsel dat we niet kunnen negeren. De minderjarigen die delicten plegen worden steeds jonger, wat uitermate zorgwekkend is. Daarom moeten we vanuit het Europees Parlement de lidstaten oproepen om onderling ervaringen uit te wisselen en oplossingen aan te dragen om dit verschijnsel terug te dringen.

Daarvoor is het belangrijk om niet alleen een samenhangende en doelmatige strategie te ontwikkelen, maar ook om rekening te houden met de speciale rol die het gezin, de school en de samenleving spelen bij de overdracht van waarden op de jeugd. Ik wil speciaal de rol noemen die wij als politici in deze kwestie moeten vervullen, en daarom verwelkom ik het initiatief dat is genomen in La Rioja, waar de figuur van buitenschoolse jongerenwerker in het leven is geroepen, iemand die dicht bij de jongeren staat en hen begeleidt in hun vrije tijd, hun ontwikkeling stimuleert en hun integratie in de samenleving bevordert. Nu kunnen we dat initiatief vervolgen met ambitieuzere programma’s, zoals de programma’s die de commissaris heeft genoemd.

Maar als we spreken over het gebruik van geweld door minderjarigen, mogen we de huidige maatschappelijke werkelijkheid niet vergeten. Dames en heren, op 17 mei 2003 werd Sandra Palo, een Spaanse jonge vrouw van 22 jaar met een psychische stoornis, ontvoerd, verkracht, verschillende malen overreden en levend verbrand door minderjarigen van tussen de veertien en achttien jaar. Na een verblijf van vier jaar in een jeugdinrichting is een van hen dezer dagen weer op vrije voeten gekomen.

Dames en heren, vrijheid brengt verantwoordelijkheid met zich mee en onze samenlevingen, die vrij zijn, moeten verantwoordelijk zijn. Als we willen dat gevallen als die van Sandra Palo zich in de toekomst niet meer zullen herhalen, moeten we afzien van iedere boodschap die bij minderjarigen een gevoel van straffeloosheid teweeg kan brengen en moeten we effectieve maatregelen nemen die ertoe leiden dat de burgers weer vertrouwen krijgen in het systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Lissy Gröner, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris, ik wil vooral mevrouw Batzeli bedanken voor dit initiatiefverslag van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement. De fractie was erg blij om vandaag dit rijkgeschakeerde en bijzonder uitgebreide voorstel tot maatregelen tegen de jeugdcriminaliteit te mogen ontvangen. De tenuitvoerlegging is natuurlijk in de eerste plaats een zaak van de lidstaten, maar ook wij als Europese Unie dragen de verantwoordelijkheid om dit groeiende verschijnsel tegen te gaan. De commissaris heeft immers ook de strategie voor de rechten van kinderen gepresenteerd. Dat is een uiterst belangrijke bijdrage aan de gezamenlijke ontwikkeling van maatregelen. Wij mogen niet wachten tot de voorsteden opnieuw in brand staan voordat we iets doen.

Wij hebben vooral ook een geïntegreerde aanpak nodig voor de oplossing van maatschappelijke problemen. Wij moeten ervoor zorgen dat de jeugdwerkloosheid en de armoede onder jongeren vermindert en dat maatschappelijke scheefgroei wordt tegengegaan. Uiteraard hebben wij ook de structuurfondsen die wij kunnen blijven gebruiken; wat dat betreft hebben de lidstaten vele mogelijkheden. Commissaris, u hebt dat heel duidelijk gemaakt: Het Daphne-programma biedt een groot aantal echt goede mogelijkheden om het geweldfenomeen grensoverschrijdend te kunnen bestrijden en het programma „Jeugd in Actie“ biedt ook positieve maatregelen.

Ik geloof echter dat de lidstaten nog veel uitgebreider doeltreffende psychosociale hulp voor probleemgezinnen dienen aan te bieden. Wij moeten de rol van de school versterken in de strijd tegen geweld en jeugdcriminaliteit. Het is onze verantwoordelijkheid om te helpen met ons programma “Levenslang Leren”. Ik vind dat de verantwoordelijkheid van de media nog sterker moet worden benadrukt. Ook op dat terrein hebben wij een verantwoordelijkheid om paal en perk te stellen aan gewelddadige scènes. Een verbod op gewelddadige video’s en gewelddadige spelletjes voor jongeren acht ik noodzakelijk.

Tot slot wil ik de commissaris bedanken. Met de telefonische hotline voor kinderen en jongeren dragen wij er in belangrijke mate toe bij dat kinderen en jongeren steun krijgen en dat hun stem wordt gehoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur graag feliciteren met haar uitstekende rapport over dit uiterst belangrijke onderwerp waarmee alle burgers direct of indirect te maken krijgen.

Uit talrijke onderzoeken is gebleken dat jeugddelinquentie binnen Europa een groeiend probleem is. En dit is een zeer deprimerend en zorgwekkend modern fenomeen, dat een ernstige bedreiging vormt voor de toekomst van onze samenleving. We moeten deze trend een halt toeroepen en indien mogelijk terugdraaien.

Mevrouw Batzeli heeft het probleem gedetailleerd behandeld, waarbij ook etiologie, preventie en behandeling van delinquent gedrag aan te orde zijn gekomen. Naar mijn mening is de preventieve aanpak bijzonder belangrijk en binnen dit kader zijn de rollen van de moeder, de vader, het gezin, de school en de maatschappij uiterst relevant. Hierbij wil ik opmerken dat het binnen deze context niet om de rol van vrouwen, maar om die van moeders gaat. Ook wil ik opmerken dat de rol van de vader even belangrijk is en dat zou wellicht in de titel van het verslag moeten worden opgenomen.

Ook vind ik het spijtig te moeten opmerken dat dit verslag op commissieniveau is goedgekeurd door louter vrouwen, in een commissie die, en corrigeert u mij als ik het fout heb, volledig uit vrouwen bestaat. Waarom dit om institutionele en praktische redenen zo is, is mij niet geheel duidelijk. Desalniettemin had ik toch meer input van mannen in de beraadslagingen van de commissie over dit verslag verwacht. Het is mij niet bekend waarom dit niet is gebeurd.

Het lijkt erop dat jeugddelinquentie op zijn minst een bijverschijnsel is van de zogenaamde moderne levensstijl en van de eisen die als gevolg van complexe sociaal-economische eisen aan ouders worden gesteld. Wellicht zijn wij als ouders minder prioriteit aan onze kinderen gaan geven, door de zucht naar welvaart en het streven om carrière te maken, waardoor in de meeste gevallen zowel vader als moeder veel – te veel - uren van huis weg zijn.

Ter gelegenheid van het debat over dit verslag, is het wellicht goed om ouders aan te sporen om even stil te staan bij de vraag wat zij diep in hun hart het belangrijkste vinden in hun leven: een hoger inkomen of meer tijd met hun kinderen? Ouders kennen het antwoord op deze vraag wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, jeugddelinquentie is een wijdverbreid verschijnsel dat helaas alleen maar toeneemt. We vragen ons allemaal af waarom dat zo is. Waar is het mis gegaan? Welke methoden moeten we aanwenden in de strijd tegen jeugddelinquentie?

Sommigen pleiten ervoor om helemaal af te zien van een restrictieve aanpak en over te gaan tot preventieve acties en het opbouwen van maatschappelijke solidariteit. Anderen willen de rol van het gezin en de school vergroot zien. Evenmin ontbreken de meer extreme meningen, die het isoleren van minderjarige criminelen bepleiten.

Helaas gaan de analyses en ideeën meestal voorbij aan de belangrijkste redenen waarom de opvoeding faalt, zoals globalisering. Naast de verslechtering van de economische positie van gezinnen veroorzaakt globalisering massale economische migratie en dus ook het doorsnijden van familiebanden en contacten tussen ouders en kinderen, die cruciaal zijn in het opvoedingsproces.

Ten tweede speelt de demoralisering van de jeugd een rol, door de massale verspreiding van onethisch en immoreel materiaal, waarin agressie en geweld heel gewoon zijn geworden. Er is minder samenwerking tussen ouders, en sociaal-educatieve instellingen en de school. De culturele traditie gaat verloren, de rol die de Kerk in de opvoeding van de jeugd speelt wordt zwakker, en daar worden geen andere positieve oplossingen tegenover gesteld.

Het ziet ernaar uit dat rijke en machtige mensen hun gevoel en hun verstand door klinkende munt het zwijgen hebben laten opleggen. Geld is belangrijker geworden dan humaniteit en heeft de humanitaire moraal en het geloof in het algemeen welzijn teniet gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijn dank gaat uit naar de rapporteur. Het is een belangrijke stap dat de jeugdcriminaliteit eindelijk op de agenda van de EU is gezet. En van het communautair kaderprogramma gaat ook werkelijk een positief signaal uit.

Het is juist dat wij preventieve actie moeten ondernemen om te zorgen dat kinderen en jongeren niet gewelddadig worden en er geen sociale brandhaarden ontstaan. Ik vind het echter betreurenswaardig dat veel afgevaardigden instemmend zitten te knikken als wordt beweerd dat het feit dat de ouders werken de boosdoener is, terwijl zij tegelijkertijd werkeloos toezien of ertoe bijdragen dat voorzieningen voor jongeren en kinderen worden gesloten en de kinderen als het ware de straat op worden gestuurd en de maatschappij hun de kans ontzegt om deel te nemen aan een aantal activiteiten.

Er is een centraal onderwerp dat ik van bijzonder groot belang acht, namelijk het geweld in de media. Het stelde mij teleur dat u, commissaris Frattini, er zo weinig over zei en dat er ook in uw kinderbeschermingsverslag zo weinig over wordt gezegd. Wij weten dat kinderen op zeer jonge leeftijd al worden geconfronteerd met horror-, porno- en geweldscènes. In Duitsland zitten om 10 uur ’s avonds nog 800 000 kinderen voor de televisie, en ons is bekend dat in de Verenigde Staten een jongere op z’n achttiende al 200 000 gewelddadige scènes heeft gezien. Daaruit blijkt wel hoe belangrijk het is dat wij dit onderwerp aanpakken. Moordspelen die via mobieltjes of in het echt worden gespeeld, waarbij jonge mensen door simulatie worden getraind in het vermoorden van mensen, leiden bij hen tot een verlies aan invoelingsvermogen. Op dit punt zou ik graag zien dat de Commissie meer onderneemt.

Wij zullen ook nog meer amendementen indienen op het verslag over de rechten van het kind. De amendementen komen erop neer dat er een verbod moet worden ingesteld. De lidstaten moeten veel grondiger nagaan of de kinder- en jeugdbescherming op het gebied van de media niet moet worden verbeterd. Wij mogen dit punt niet negeren, niet bagatelliseren en niet goedpraten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Mijnheer de Voorzitter, je kunt niet over jeugddelinquentie spreken zonder de onderliggende oorzaken daarvan te onderzoeken. Pas dan kunnen we de nodige preventieve maatregelen formuleren. Want dat is waar we onze aandacht vooral op zullen moeten richten.

We mogen niet vergeten dat de belangrijkste oorzaak van dit probleem gelegen is in het steeds sterker neoliberaal gekleurde beleid. Dat beleid heeft geleid tot een toename van de territoriale en sociale ongelijkheid, tot meer werkloosheid onder de jeugd – de jeugdwerkloosheid ligt twee keer zo hoog als de gemiddelde werkloosheid – en wijd verbreide armoede en sociale uitsluiting, als gevolg van de lage lonen en de uitholling van de sociale uitkeringen. Daar komt bij dat de openbare diensten steeds verder worden ontmanteld. Tot slot heeft ook het feit dat banen onzeker zijn gevolgen voor het gezinsleven en de opvoeding van kinderen en pubers.

Het is dus zaak dat we het beleid dat deze toestand heeft veroorzaakt in omgekeerde richting bijstellen en niet volharden in steeds maar weer dezelfde strategieën. De levensomstandigheden van gezinnen moeten worden verbeterd, zodat er binnen die gezinnen meer aandacht kan worden besteed aan kinderen en jongeren. Werknemers moeten dus meer rechten krijgen, met hogere lonen en minder werkuren zonder verlies van inkomsten. Er moeten betere openbare diensten komen, onder andere op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en sociale bescherming. Dat betekent natuurlijk wel – zoals we allemaal beseffen – dat we een andere richting moeten inslaan bij het bepalen van het nationale en communautaire beleid. Het moet een beleid zijn dat mensen voorop stelt, boven mededinging en de winsten van de grote financiële concerns.

We moeten ons inzetten voor het bevorderen van de waarden zoals die in het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind van 29 november 1989 zijn vastgelegd. Dat hebben we in de door ons ingediende voorstellen dan ook geprobeerd. We wijzen er verder op dat er een speciale opleiding moet komen voor leden van de magistratuur die met minderjarigen werken en al degenen die binnen de kinderrechtbanken werken. We moeten ons op preventie richten, voor het te laat is.

 
  
MPphoto
 
 

  Urszula Krupa, namens de IND/DEM-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, de groei van de jeugddelinquentie is onlosmakelijk verbonden met de toenemende desintegratie van het gezin en het propageren van de feministische visie op de rol van de vrouw, die stelt dat het moederschap een belasting en een obstakel is op de weg naar zelfontplooiing.

Minderjarige delinquenten komen overwegend uit gebroken, marginale gezinnen en worden dikwijls opgevoed door alleenstaande moeders die niet alleen met materiële problemen te kampen hebben. Deze kinderen voelen zich dikwijls afgewezen en bedreigd door een verstoorde relatie tussen de ouders, onethische en immorele opvoedingsmethodes, criminele voorbeelden, slechte woonomstandigheden, een gebrekkige scholing en te weinig aandacht. Dit heeft tot gevolg dat deze kinderen een vijandige houding tegenover andere mensen ontwikkelen. Een kind dat zich voor zijn vijfde levensjaar niet kan hechten aan zijn ouders, vertoont later een neiging tot afwijkend gedrag en criminaliteit en ontwikkelt zich tot een asociale persoonlijkheid. Het gemis van de liefde van betekenisvolle personen is immers het grootste kwaad dat de mens kan treffen.

Een apart probleem vormt de destructieve uitwerking van vooruitstrevend onderwijs, waarbij geboden en verboden niet worden geaccepteerd, media die een hedonistische levensstijl propageren en toenemende agressie en geweld waar zelfs de politiek niet van verschoond blijft. Om nog maar te zwijgen van alcohol- en nicotineverslavingen of de verwoestende invloed van drugsverslavingen, en sociale stratificatie die allemaal ernstige repercussies hebben. De remedie is boven alles het herstellen van morele en ethische principes in alle levenssferen. Wij hebben ook duidelijke wetgeving en preventie met juridische en niet-juridische middelen nodig. Ook moet de vrouw zich weer bewust worden van haar vooraanstaande rol. Als zij alleen als nuttig wordt beschouwd in het kader van het vervullen van de Lissabonstrategie, zal zij haar eigen kind niet goed kunnen opvoeden.

De groeiende aantasting van de maatschappij, die zich niet alleen uit in criminaliteit, vereist dat wij opnieuw het belang gaan beseffen van menselijke waardigheid, de rol van het moederschap en het gezin. Alleen kinderen die liefdevol en moreel verantwoord worden opgevoed, hebben de kans om niet in conflict te raken met de wet en ethische principes.

 
  
MPphoto
 
 

  Viorica-Pompilia-Georgeta Moisuc, în numele grupului ITS. Raportul doamnei Bazeli tratează o gamă foarte largă de aspecte privind delicvenţa în rândul tineretului, prezentând în mod corect cauzele acestui fenomen extrem de grav, aflat în plină expansiune pe diverse paliere, atât în statele Uniunii Europene, cât şi în afara ei. Mă voi referi la două aspecte pe care nu le-am găsit semnalate în raport, şi anume:

1. Biserica - indiferent cărui cult îi aparţine, poate şi trebuie să aibă un rol din ce în ce mai important în sistemul educaţional al copiilor şi tineretului, în şcoală şi înafara şcolii. Cooperarea bisericii cu şcoala şi familia este benefică în prevenirea unor alunecări nedorite a tinerilor pe panta infracţională, în formarea unei mentalităţi sănătoase şi corecte despre viaţă, dar şi pentru recuperarea unor tineri aflaţi în situaţii critice. Educaţia religioasă în şcolile de toate gradele este cvasi-absentă. Ea ar trebui să-şi recapete locul pe care l-a avut în urmă cu mulţi ani.

2. Spiritul de disciplină şi de responsabilitate al tinerilor faţă de familie şi societate, faţă de chiar viaţa lor, lasă mult de dorit ca urmare a unor multiple cauze analizate, de altfel, în raport. În plus, în statele foste comuniste, constrângerile exagerate la care au fost supuşi tinerii generaţii după generaţii, au fost înlocuite acum, în ultimii şaptesprezece ani, într-o măsură mult prea mare, cu un libertinaj deschizător al unor periculoase alunecări, spre negarea valorilor naţionale şi europene şi copierea unor aşa-zise modele extrem de dăunătoare pentru formarea civică şi profesională a tinerilor.

Ca profesor şi ca pedagog, apreciez în mod deosebit efortul doamnei Bazeli pentru analizarea acestei problematici atât de complexe şi o rog să se aplece cu bunăvoinţă asupra celor mai sus amintite.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) In essentie is jeugddelinquentie gevaarlijker dan criminaliteit door volwassenen, omdat het gaat om een buitengewoon kwetsbaar deel van de bevolking dat in de leeftijd is waarop iemands persoonlijkheid wordt gevormd, en jeugdige delinquenten snel het risico lopen van sociale uitsluiting. Tegenwoordig is jeugddelinquentie nog verontrustender dan het al was omdat het verschijnsel zo’n massaal karakter heeft gekregen als gevolg van de jongere leeftijd waarop het delinquent gedrag begint en de toename van het aantal delicten dat gepleegd wordt door kinderen die jonger zijn dan dertien jaar.

Ik verwelkom het verslag van mevrouw Batzeli, waarin de oorzaken van de jeugddelinquentie helder onder woorden worden gebracht en onderzocht wordt hoe de jeugddelinquentie geleidelijk kan worden teruggedrongen. Uit de meest recente psychologische studies komt naar voren dat het gezin de eerste en enige plek is waar een kind leert lief te hebben, te respecteren en gerespecteerd te worden. De meeste jonge delinquenten zijn afkomstig uit disfunctionele gezinnen, waarin de ouders niet voor hun kinderen zorgen en het kind niet de liefde, het begrip en de steun ontvangt die het nodig heeft. Al heel lang geleden beschouwde Plato het gezin als de meest essentiële eenheid van het sociale leven en de belangrijkste plaats waar de opvoeding plaatsvindt. Auguste Comte beschreef het gezin als een brug tussen het individu en de samenleving en benadrukte de fundamentele rol van het gezin in de samenleving.

De opvoeding van een kind begint in de eerste jaren van het leven van dat kind binnen het gezin, dat wil zeggen lang voordat het kind voor het eerst naar school gaat. Alles wat een kind wordt geleerd op school of buiten school is, in goede of in slechte zin, vormend voor het gedrag en de persoonlijkheid van dat kind. De adolescentie is een periode waarin het geestelijk leven intenser wordt ervaren, een periode waarin iemands houding tegenover de problemen van het persoonlijk leven in de samenleving vorm krijgt, een periode waarin heel veel steun van het gezin nodig is. De rol van het gezin als opvoedkundige omgeving beperkt zich niet tot de eerste jaren van het leven van een kind, maar blijft van kracht tot het kind onafhankelijk wordt, dat wil zeggen een baan vindt.

Collega’s, het populaire gezegde dat thuis is waar de handen zijn die je vasthouden als je moet huilen, bevat een kern van waarheid. Ik geloof sterk dat we de jeugddelinquentie in de samenleving alleen kunnen terugdringen als we een duurzame omgeving kunnen scheppen waarin elk gezin de verantwoordelijke rol die het heeft in de samenleving, naar behoren kan vervullen. Het gezin moet onze veilige haven zijn, het gezin moet onze leraar zijn, en het gezin moet onze steun zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen mevrouw Batzeli gelukwensen met haar verslag, dat verstandige en opportune voorstellen bevat, waaronder ook een voorstel om een Europees waarnemingspunt voor jeugddelinquentie op te zetten.

De toename van de jeugddelinquentie is een gegeven dat ons verplicht tot het formuleren van een geïntegreerd en doeltreffend beleid, binnen de gezinssfeer, op school en in de maatschappij als geheel. Dat beleid moet bijdragen tot het overbrengen van sociale en beschavingsnormen; jongeren moeten sociaal gedrag aanleren. Er zullen verder maatregelen moeten worden genomen voor het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting. Een maatschappij met scherpe sociale tegenstellingen kan geen sociale cohesie realiseren en jeugddelinquentie niet voorkomen.

De beelden van bepaalde uitingen van jongerengeweld in een aantal ontwikkelde landen binnen en buiten de Europese Unie zetten aan tot alarm. Wat beweegt honderden jongeren geweld te gebruiken om de aandacht op hun problemen te vestigen? Families, bestuurders en de maatschappij als geheel moeten zich afvragen waar ze gefaald hebben en waarom.

De toename van de jeugddelinquentie is een heel ernstig probleem. We moeten ons afvragen waarom jongeren tussen de dertien en zeventien jaar bij wijze van vermaak weerloze mensen kwellen en doden. Dat is schokkend. Het is echter niet voldoende te veroordelen en af te wijzen. We moeten ook handelen, zodat we het later niet hoeven te betreuren dat het te laat is om iets te doen en, net als een van de vaders van zulke kinderen, met spijt moeten zeggen: “ik ben als ouder tekortgeschoten”.

De experts geven aan wat de oorzaken zijn – in de eerste plaats gebrek aan begeleiding en ledigheid. Zonder bezigheden, zonder school en zonder werk gaan jongeren zich onverantwoordelijk gedragen. Daar komt bij dat we in een permissive society leven, waarin iedereen alle rechten heeft en maar weinig of zelfs geen plichten. Er worden geen eisen gesteld en er wordt niet aangedrongen op gedegenheid; werk en verdienste hebben geen waarde.

Een aantal van deze jongeren is zelf het slachtoffer van geweld geweest of opgegroeid in een huishouden waar geweld gewoon was. Anderen voelen zich ontheemd of gemarginaliseerd; weer andere imiteren het geweld op de televisie. Zelfs spelletjes voor kinderen en tekenfilms verheerlijken geweld.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit verslag is geen opwekkende leeskost. Een toenemend aantal tieners raakt op steeds jongere leeftijd betrokken bij criminaliteit en wordt daarbij steeds gewelddadiger. Deze ontwikkeling is dermate ernstig voor de betrokken jongeren en voor de maatschappij als geheel dat we oplossingen moeten zoeken, maar we moeten het probleem dan wel accuraat analyseren.

Het verslag bevat een opsomming van de cruciale vormende invloeden op kinderen: gezin, school, vrienden en sociaal-economische omstandigheden. Voor de volledigheid zou ik aan deze lijst de massamedia en telecommunicatie willen toevoegen, en daarmee bedoel ik films, televisie, computerspellen en het internet – en de moderne mobiele telefoontechnologie.

Onderzoek toont aan dat kinderen meer tijd doorbrengen met de massamedia dan met alle overige invloeden bij elkaar. De artikelen 13 en 17 van het Verdrag inzake de rechten van het kind van de Verenigde Naties, die in dit verslag als belangrijkste informatiebron wordt genoemd, lijken kinderen het absolute recht op toegang tot massamedia en telecommunicatie te geven en de massamedia en telecommunicatie onbeperkte toegang tot kinderen te geven. Moeten we met de huidige inhoud van geweld, haat, racisme en pornografie, en het misbruik ervan door pedofielen – alle factoren die kunnen bijdragen aan delinquentie – vinden dat de massamedia dit absolute recht hebben en dat kinderen een dergelijk absoluut recht hebben?

Als een kind door een van de andere invloedsfactoren, zoals binnen het gezin of op school, misbruikt of beschadigd wordt, dan halen wij het voor zijn eigen veiligheid uit deze situatie weg. Bij het implementeren van het Verdrag inzake de rechten van het kind van de Verenigde Naties in de EU en in de lidstaten, zullen we de artikelen 13 en 17 in heroverweging moeten nemen. Deze zijn opgesteld in 1989, toen nog niet duidelijk was hoe het internet er in 2007 zou gaan uitzien.

Voorts moeten we ook naar de rol van vaders kijken. Psychologen vertellen ons dat moeders hun kind een gevoel van eigen identiteit en van hun plaats binnen het gezin geven, terwijl vaders het kind socialiseren en het leren wat acceptabel gedrag is.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Amalia Sartori (PPE-DE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik dank collega Batzeli voor het werk dat zij heeft verricht en de commissie voor het voorstel dat ons is voorgelegd.

Wij staan tegenover een verschijnsel dat zich overal ter wereld uitbreidt en ook in Europa ernstige vormen aanneemt, zowel kwantitatief gezien als wat betreft het soort misdrijf dat wordt gepleegd. Daarom is het volgens mij heel terecht dat wij ons gaan bezinnen over de vraag wat wij kunnen doen aan het probleem van jeugddelinquentie. Naast de verspreiding van beste praktijken is het zeker zinvol te zoeken naar geschikte minimumvoorschriften voor alle landen van de Unie, om zodoende een problematiek aan te pakken die, nogmaals, steeds meer om zich heen grijpt. Ik schaar me dus achter degenen die zeggen dat de Commissie zich hiermee moet bezighouden.

Wat strikt de inhoud van de tekst aangaat, geloof ik dat het belangrijk is de nadruk te leggen op een aantal punten. Ten eerste, wij moeten blijven herhalen tegen onszelf en tegen iedereen dat pasgeboren baby’s voor de gehele Gemeenschap waardevol zijn en onze toekomst vormen. Daarom is het in het ieders belang dat kinderen vanaf hun geboorte alles hebben wat nodig is om burgers van de Europese Unie te worden. Met andere woorden, begeleiding in de opvoeding van het kind in het gezin, op school en op het werk, armoedebestrijding, huisvestings- en werkgelegenheidsbeleid, openbare diensten, strikte naleving van rechten en plichten op het gebied van scholing en culturele vorming tot het moment van betreding van de arbeidsmarkt, strijd tegen de verspreiding van geweld, en nultolerantie in geval van uitbuiting en geweld tegen kinderen, ook als dat binnen het gezin gebeurt. Er moet niet alleen duidelijkheid zijn over rechten, maar ook over plichten en sancties.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE). – Doresc să o felicit pe colega Bazeli pentru acest raport. Delicvenţa juvenilă şi violenţa în şcoli sunt fenomene care există în toate statele membre şi pe care avem responsabilitatea de a le combate prin strategii şi măsuri la nivel naţional şi european. Este nevoie de prevenire, de includerea socială şi reabilitarea delicvenţilor minori, precum şi de măsuri judiciare corespunzătoare. Pentru că anumite grupuri de minori sunt mai vulnerabile - fete între 14 şi 18 ani, grupuri de imigranţi, persoane fără domiciliu fix - şi pentru că există riscul ca organizaţii criminale să utilizeze minori pentru traficul de stupefiante, prostituţie şi furt, este important ca incitarea minorilor la delicte să se constituie în circumstanţe agravante pentru infractorii adulţi. Măsurile educative trebuie să devină prioritare şi este important să existe acorduri de parteneriat între diferite instituţii precum şcoală, poliţie, instituţie şi autorităţile locale pentru dezvoltarea de centre de recreere pentru tineri şi incluziunea socială a acestora. Instruirea părinţilor privind importanţa supervizării copiilor şi îndrumarea acestora, precum şi conştientizarea pericolelor, le va permite acestora să intervină de la primele semne ale apariţiei unor probleme de comportament.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil mevrouw Batzeli feliciteren met haar verslag. De titel van het verslag geeft aan dat het een taak van de vrouw, het gezin en de gehele samenleving is om jeugddelinquentie het hoofd te bieden. Ik had graag gezien dat in de titel ook mannen en vaders werden genoemd. Iedereen weet hoe belangrijk ze zijn en ik zou willen dat we in de toekomst de rol van vaders openlijk durven te benoemen in de diverse Europese beleidsterreinen.

Zeer gedetailleerde statistieken, met name die van de Ierse onderzoeker Patrick Fagan van de Heritage Foundation in Washington, leveren het onweerlegbare bewijs dat de affectieve band tussen ouders en hun kinderen in de vroege jeugd gevormd wordt. Uitgaande van politiecijfers inzake criminaliteit toont hij aan dat hoe sterker de affectieve band is binnen het gezin, des te kleiner het risico van jeugddelinquentie.

De strategie van Lissabon bepaalt dat 60 procent van de kleuters een plaats moet krijgen op een crèche. Ik plaats geen vraagtekens bij de wens van jonge ouders om carrière te maken, maar gezien de cijfers en de ervaring als ouders die we allemaal hebben, dames en heren, moeten we het allerbeste eisen voor de opvang van onze kinderen. Dichtbij de plaats waar een van de ouders werkt moeten zich goed bereikbare en betaalbare kinderopvangcentra bevinden.

Ik bedank de rapporteur dat ze de nadruk heeft gelegd op het belang van kwalitatief hoogwaardige kinderopvang.

Geweld onder jongeren een halt toeroepen, dat is een gezamenlijke taak van gezin en samenleving. De samenleving moet het kader vormen waarbinnen de overheid maatregelen neemt. Ik weiger gewelddaden begaan door jonge volwassenen te gedogen en ik stel voor dat de Europese Unie een waarnemingscentrum inzake geweld onder jongeren opricht om de opvoeding van jongeren te institutionaliseren.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik feliciteer de rapporteur met haar uitstekende werk, met de goede samenwerking die wij tijdens de behandeling van de amendementen konden opbouwen en met haar geïntegreerde aanpak van de bestrijding van jeugddelinquentie.

Alle bevoegde instanties die zich bezighouden met kinderen moeten samenwerken om dit probleem het hoofd te bieden. Dit is geen nieuw probleem voor de menselijke samenleving. Het heeft altijd bestaan. Staat u mij toe om gewag te maken van iets dat diepe indruk op mij heeft gemaakt toen ik nog een kind was. Toen werd het verhaal verteld van iemand die was veroordeeld en die op de vraag wiens schuld het was dat hij een zware misdadiger was geworden en in de gevangenis zat, antwoordde dat, toen hij drie jaar oud was en zijn moeder voor het eerst een gestolen ei bracht, zij dat ei aannam. De schuld ligt dus niet bij de ouders omdat zij werken - ouders hebben altijd gewerkt - maar omdat zij de fundamentele ethische waarden en beginselen niet eerbiedigen. De schuld ligt ook bij de leraren die het kind niet de eerste grote waarde: de eerbiediging van de waardigheid van de mens, helpen erkennen. Dat is het begin van alles, en daarom moeten wij maatregelen treffen. Natuurlijk moeten wij de jongeren straffen, of - als u niet van dit woord houdt - berispen, opdat zij zelfbeheersing leren.

Natuurlijk kun je kinderen - zoals reeds gezegd - zelfbeheersing leren, en wel van jongs af aan, en dus hebben ook de onderwijzers en de inrichtingen waaraan wij onze kinderen vanaf heel jonge leeftijd toevertrouwen, een grote verantwoordelijkheid. De jongeren moeten leren hoe zij goede, verantwoorde burgers worden, burgers die met hun persoonlijkheid en talenten kunnen bijdragen aan het economisch en sociaal leven op de plek waar zij actief zijn.

Ik ben niet voor een waarnemingspost. De lidstaten moeten maatregelen nemen en speciale, met de noodzakelijke financieringsmechanismen uitgeruste activiteiten ontplooien om het probleem het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Tadeusz Zwiefka (PPE-DE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil mevrouw Batzeli bedanken voor haar uitstekende verslag. De meerderheid van ons is het natuurlijk eens met de stelling dat het verschijnsel jeugddelinquentie steeds omvangrijker en gevaarlijker wordt.

De aanpak en preventie van jeugddelinquentie in de afzonderlijke lidstaten verschillen hemelsbreed. Sterker nog, sommige politici proberen dit probleem uit te buiten voor hun eigen politieke doeleinden. Het probleem wordt zeker niet opgelost door straffen radicaal te verhogen en kadaverdiscipline in te voeren op scholen. Integendeel, soms verergeren deze maatregelen de situatie alleen maar.

Ik ben het volledig eens met de stelling van de rapporteur dat preventie het speerpunt moet zijn in de strijd tegen jeugddelinquentie. Preventiebeleid is natuurlijk beleid van lange adem, wat concreet betekent dat het gewoonlijk de zittingstermijnen van parlementen en kabinetten overschrijdt. Tevens gaat dit beleid op korte termijn gepaard met hogere kosten en zijn snelle politieke voordelen niet gegarandeerd. Daardoor hebben politici een voorkeur voor repressieve middelen die een snel en makkelijk effect sorteren, wat helaas vooral een media-effect is. De sleutel moet echter worden gezocht in het volledig depolitiseren van het probleem van jeugddelinquentie en het ontwikkelen van gemeenschappelijke kaders op maatschappelijk, en niet op strafrechtelijk gebied, dat onder de bevoegdheid van de afzonderlijke lidstaten blijft vallen.

Ik sluit mij aan bij het standpunt dat het een belangrijke stap voorwaarts zou zijn wanneer we een preventieve en solidaire code voor jongeren zouden aannemen. De rapporteur heeft benadrukt dat we vier factoren in ogenschouw moeten nemen bij het onderzoeken van jeugddelinquentie: gezin, school, leeftijdsgenoten en omgeving. Alleen zo’n complexe benadering biedt hoop op succes. Daarom mag het gezinsbeleid dat sommige lidstaten voeren niet uitsluitend bestaan uit een financiële stimulans voor het krijgen van kinderen. Voor alles moeten ouders na de geboorte van hun kind zo breed mogelijk geholpen en ondersteund worden. Ik twijfel er namelijk geen seconde aan dat het gezin de belangrijkste schakel in dit geheel is.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de rapporteur bedanken voor dit uitstekende verslag. Ik wil graag een nieuw onderzoeksrapport over jeugddelinquentie onder uw aandacht brengen dat een paar weken geleden in Ierland gepubliceerd is. Uit dit rapport blijkt dat vier van de vijf jongeren in Ierse tuchtscholen psychiatrische problemen hebben. Het Onderzoeksrapport emotionele intelligentie, geestelijke gezondheid en jeugddelinquentie is opgesteld door twee academici van University College Dublin. Het is voor het eerst dat een dergelijk onderzoek waar dan ook ter wereld is uitgevoerd en derhalve is het belangwekkend binnen het kader van dit debat. Het onderzoek toont aan dat tweederde van alle criminele jongeren lijdt aan gedragsstoornissen als ADHD. Meer dan de helft misbruikt alcohol en drugs; sommigen begonnen al op de leeftijd van negen jaar met het gebruiken van cannabis en alcohol en gebruikten voor het eerst cocaïne op hun dertiende.

Uit het onderzoek blijkt dat deze jonge mensen veel psychiatrische problemen hebben, zich met ernstig crimineel gedrag inlaten en een significante achterstand hebben op het vlak van emotionele intelligentie en cognitieve vaardigheden. Het rapport is zoals gezegd belangwekkend, omdat het de eerste keer is dat een dergelijk onderzoek is uitgevoerd. Acht van de tien jongens uit dit onderzoek voldeed aan de diagnostische criteria voor ten minste één ernstige psychiatrische aandoening.

De onderzoekers hebben vastgesteld dat deze jongeren gemiddeld aan drie psychiatrische aandoeningen lijden. Dit zijn bijna drie maal zoveel aandoeningen als bij jongeren die vanwege hun problemen naar een instantie voor psychiatrische dienstverlening werden doorverwezen.

Helaas wordt er in de huidige dienstverleningsvoorziening voor deze jonge mensen geen rekening gehouden met de problemen die uit dit onderzoek naar voren komen. De overgrote meerderheid wordt niet behandeld voor haar problemen, en het rapport geeft aan – en ik denk dat dit ook binnen heel Europa zo is – dat het belangrijk is om deze aan te pakken. Naast het verminderen van de gevolgen van problemen op het vlak van de geestelijke gezondheid op het functioneren en de ontwikkeling van kinderen, zal behandeling leiden tot een significante verlaging van het aantal overtredingen en van het criminele gedrag. Dit biedt significante voordelen op het maatschappelijke en rechtmatige vlak – in Ierland en zeker ook binnen de EU – en derhalve wil ik dit onderzoek aan de vergadering aanbevelen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag 21 juni 2007, plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 3 september 2007Juridische mededeling