De Voorzitter. Aan de orde is het debat over de zes ontwerpresoluties over de humanitaire situatie van Iraakse vluchtelingen.
Marios Matsakis (ALDE), auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, Irak is vandaag de dag een ware hel en de Irakese bevolking leeft in een toestand van totale ontreddering en ontzetting. De onderbouwde statistieken die door internationale vertegenwoordigingen, zoals de UNAMI en andere VN-organisaties, worden geleverd, zijn wreed en hartverscheurend. Dagelijks vallen er gemiddeld honderd doden en tweehonderd gewonden; de helft van de bevolking moet leven van minder dan een dollar per dag en de werkloosheid treft meer dan tachtig procent van de bevolking. Slechts een minderheid heeft toegang tot een toereikende watervoorziening en tot werkende sanitaire voorzieningen. De elektriciteitsvoorziening is uiterst beperkt en valt om de haverklap uit. In de ziekenhuizen is nog maar een op de vijf artsen overgebleven en driekwart van de kinderen gaat niet naar school.
Er zijn bijna drie miljoen ontheemden in eigen land, dat wil zeggen vluchtelingen die het land niet hebben verlaten, en er komen er dagelijks zo'n tweeduizend bij. Nog eens twee miljoen Irakezen zijn naar buurlanden – Syrië, Jordanië, de Golfregio, Egypte en Iran – gevlucht. Deze mensen hebben geen van allen een officiële beschermde vluchtelingenstatus.
De EU en de internationale gemeenschap in het algemeen hebben de morele plicht om mededogen met en begrip voor deze Irakese vluchtelingen te tonen, die in ellendige omstandigheden zijn terechtgekomen. Bovendien, en belangrijker nog, moeten zij veel doeltreffender maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat deze arme mensen de hulp en de steun krijgen die ze zo dringend nodig hebben om de vernedering en het onheil waardoor ze worden getroffen, te overleven.
In deze gezamenlijke ontwerpresolutie wordt een aantal maatregelen opgesomd die van belang zijn om de Irakese vluchtelingen aan een menswaardiger bestaan te helpen.
Tot hier toe heb ik als vertegenwoordiger van mijn fractie gesproken; staat u mij toe om ook nog enkele woorden op persoonlijke titel te zeggen. Irak is een betrekkelijk nieuw land: het werd pas in 1932 onafhankelijk van de Britten. Na een aantal roerige decennia kwam Saddam Hoessein aan het bewind, een tiran en een misdadiger, die zijn macht evenwel deels te danken had aan steun uit het Westen, waaronder spijtig genoeg ook sommige Europese landen.
Helaas vallen zelfs de zwartste dagen van de dictatuur van Saddam Hoessein in het niet bij de dood, de verwoesting en het lijden dat de Irakese bevolking treft sinds de invasie onder leiding van het duo Bush-Blair en de aanhoudende bezetting van het land. Deze twee "vredestichters" gaven opdracht tot een aanval op Irak en beloofden de Irakese bevolking geluk en welvaart te zullen brengen. In plaats daarvan zijn ze erin geslaagd een catastrofe van immense omvang teweeg te brengen. Toch blijft men in sommige EU-kringen deze invasie prijzen. Onlangs is men zelfs overeengekomen om de heer Blair voor zijn vredesinspanningen voor de Arabische wereld te belonen door hem te benoemen tot speciale gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten. Moge God deze mensen enig verstand bijbrengen en moge God ons behoeden voor de Bushen en de Blairs van deze wereld!
Esko Seppänen (GUE/NGL), ter vervanging van de auteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik zal de toespraak van de heer Pflüger voorlezen. “Helaas wordt het debat over de hulp aan de Iraakse vluchtelingen pas vandaag gehouden. Dat betreur ik ten zeerste. Waarom hebben de liberale, de rechts-nationalistische en conservatieve fracties dit onderwerp geschrapt uit de agenda van de vorige plenaire vergadering? In plaats daarvan werden hier in het Parlement ideologische debatten over Cuba gevoerd.
De situatie in Irak is dramatisch. Sinds de inval van de VS en de zogenaamde ‘coalitie van bereidwilligen’ zijn meer dan 600 000 mensen gedood. Meer dan 2 miljoen Irakezen zijn naar het buitenland gevlucht. Bovendien zijn 2 miljoen burgers uit hun huizen verdreven en zijn er meer dan 40 000 niet-Iraakse vluchtelingen. Ook het aantal slachtoffers binnen het Amerikaanse leger neemt dagelijks toe en is inmiddels opgelopen tot 3 600 doden. Helaas is ook de EU voor een groot deel verantwoordelijk voor de situatie in Irak door haar deelname en steun aan de oorlog – waarbij Duitsland een van de belangrijkste daders is.
De vluchtelingen moeten nu eindelijk worden geholpen. Dat kan echter niet alleen een taak van de buurlanden zijn. Ook de EU moet financiële middelen ter beschikking stellen. Uitzettingen naar Irak moeten onmiddellijk worden stopgezet. De Amerikaanse troepen en de zogenaamde 'coalitie van de bereidwilligen' moeten worden teruggetrokken. EU-lidstaten moeten hun steun aan de oorlog stopzetten. Er moet een einde worden gemaakt aan deze illegale oorlog en de bezetting van Irak.”
Charles Tannock (PPE-DE), auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik was een van die politici die de Irak-oorlog in 2003 steunden in de overtuiging dat Saddam Hoessein een ernstig gevaar vormde voor de regionale stabiliteit op de lange termijn, maar ik deed dat ook vanwege de vreselijke wreedheid van het regime van zijn Baath-partij. Ik dacht dat er in plaats van dit regime in Irak democratie en eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat zouden komen.
Maar ik heb, zoals velen met mij, helaas de felheid onderschat van de op de oorlog volgende opstand, alsmede het ernstige gebrek aan vredesplanning voor na de invasie aan de kant van onze Amerikaanse bondgenoten. Ik denk daarbij met name aan hun rampzalige beslissing om het Iraakse leger als de-Baathificatiemaatregel te ontmantelen, waardoor ontevreden soennitische officieren hun expertise gingen inzetten ten behoeve van de opstand. Ook werd verzuimd de grenzen met Jordanië en Syrië af te grendelen om te voorkomen dat jihadistische extremisten het land binnen konden stromen om de bondgenoten het leven zuur te maken. Om nog maar te zwijgen van het feit dat Saddam voor zijn val zijn gevangenissen opende, waardoor er een scheut georganiseerde misdaad aan deze dodelijke cocktail werd toegevoegd, en dat Iran zich aan de zijde van de sjiieten voortdurend mengt in wat inmiddels praktisch is uitgegroeid tot een burgeroorlog.
Merkwaardigerwijs was er onmiddellijk na de invasie nauwelijks sprake van binnenlands ontheemden of vluchtelingen in vergelijking met de eerdere exodus van Koerden ten tijde van Saddam. Paradoxaal genoeg is de stroom Koerden nu gestopt, omdat zij in een van de weinig overgebleven vreedzame gebieden van het land wonen.
Helaas hebben in de afgelopen twee jaar enorme aantallen Irakezen – wellicht meer dan 2 miljoen – het land verlaten. Het gaat dan met name om de veelgeplaagde en vervolgde christelijke Assyrische minderheden die van alle kanten onder druk worden gezet, door islamisten, die hen ervan beschuldigen te collaboreren met de kruisvaarders, en door de Koerden, die op hun land uit zijn. Kanunnik Andrew White, die de enige anglicaanse kerk in Irak leidde, heeft Bagdad gisteren verlaten omdat hij vreesde voor zijn leven en zijn veiligheid nadat hij had geprobeerd de vrijlating te bewerkstelligen van vijf ontvoerde Britten.
De EU moet nu echter meer doen om de crisis te bezweren door een impuls te geven aan de financiële hulp aan de omringende Arabische landen, met name Jordanië en Syrië, die het gros van de vluchtelingen hebben opgenomen en vooral ook de Assyriërs hebben opgevangen. Ook de EU-lidstaten moeten, binnen redelijke grenzen, tijdelijk meer vluchtelingen toelaten.
Paulo Casaca (PSE), auteur. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, broeders en zusters uit Irak, om te beginnen een woord ter nagedachtenis aan allen die van het meest waardevolle beroofd zijn vanwege hun etnische of religieuze afkomst, hun werkelijke of hun veronderstelde overtuigingen, of vanwege het feit dat ze een symbool waren van democratische moed en burgerzin. Staat u mij toe de aandacht te vestigen op mijn kameraad en vriend, parlementslid Mohammad Hossein Ahwad, de belichaming van de strijd tegen theocratisch fascisme, die op 12 april in het Iraakse parlement is vermoord.
Opdat de tranen van pijn ons niet blind maken voor de vrouwen die nog steeds vechten om hun kinderen in leven te houden terwijl etnische zuiveringen om hen heen plaatsvinden, voor de talloze duizenden Irakezen die in de oneindigheid staren in de straten van Amman, Damascus en Caïro, voor de diep geraakte slachtoffers van posttraumatische stress, voor de kampementen op pleinen en in de ruïnes van kerken en moskees, wil ik iedereen graag een boodschap van solidariteit, liefde, genegenheid en hoop geven.
We kunnen ons geen voorstelling maken van, en deze woorden kunnen ook geen uitdrukking geven aan de barbaarsheid van de duistere krachten die op de oevers van de Eufraat en de Tigris hebben gerepeteerd wat ze voor het gehele Midden-Oosten in petto hadden. De gezamenlijke resolutie die we nu presenteren is een eerste onontbeerlijke stap om de situatie ten goede te keren.
Jean Lambert (Verts/ALE), auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verheug mij over de resolutie en maak mij, net als anderen, grote zorgen over de werkelijk rampzalige situatie die we in Irak en aan zijn grenzen momenteel zien. Dit is een volk dat al heeft geleden onder oorlog, etnische zuivering, een wrede dictatuur, een illegale invasie en geweld tussen gemeenschappen, en dat nu ziet hoe zowel buiten- als binnengrenzen gesloten worden, dat er weinig kans bestaat op herhuisvesting, en dat te maken krijgt met een bijzonder gemengde ontvangst als zij de Europese Unie al weten te bereiken.
We hoeven ons er niet over te verbazen dat een oorlog tot vluchtelingen leidt – dat is altijd zo – en zoals al is gezegd zijn enkele van onze lidstaten inderdaad in zeer hoge mate verantwoordelijk voor die situatie. Ik ben het voor één keer eens met de heer Tannock, zeker wat betreft het gebrek aan planning voor de periode na de oorlog.
Ik juich met name de verklaring in deze resolutie toe dat er geen sprake mag zijn van de gedwongen terugkeer van Iraakse vluchtelingen, of van degenen die momenteel in de Europese Unie verblijven maar van wie de asielaanvraag is afgewezen. We moeten nu echt een status toekennen aan dergelijke mensen, en kunnen hen niet berooid in onze eigen lidstaten aan hun lot overlaten, zoals op bepaalde plaatsen gebeurt.
Ik zou zeggen dat momenteel geen enkel deel van Irak veilig is. Zelfs in Koerdistan zien we nu dat er zich Turkse troepen samentrekken, waardoor de mogelijkheid om terug te keren naar verwoeste dorpen en pogingen om de economische stabiliteit in dat gebied te verbeteren worden ondermijnd. Het is zelfs zo dat mensen die moesten terugkeren, zijn teruggestuurd met kogelvrije vesten en helmen, hetgeen voor mij al aangeeft dat het niet bepaald een veilig gebied is. Daarnaast heeft Human Rights Watch vorige week nog gemeld dat, ondanks de pogingen van de autoriteiten in Koerdistan, partijgebonden veiligheidstroepen zich schuldig blijven maken aan het ontvoeren en martelen van mensen. Er zijn in Irak dus geen echt veilige gebieden.
We weten dat we onze steun aan landen die te maken hebben met vluchtelingen aan hun grenzen, en aan de UNHCR, moeten vergroten, omdat we weten wat er gebeurt als men de situatie van vluchtelingen aan de grens negeert. We hoeven alleen maar te kijken naar wat er is gebeurd sinds we 2 miljoen Afghaanse vluchtelingen aan de Pakistaanse grens min of meer de rug toekeerden en zonder toereikende steun aan hun lot overlieten – dat vacuüm wordt opgevuld, en we zijn niet altijd blij met het resultaat.
Ik verheug mij over de oproep die in de resolutie aan de Commissie wordt gedaan om gedetailleerder aan de Begrotingscommissie van het Parlement toe te lichten hoe we in Irak precies helpen en hoe we van plan zijn de omringende landen te ondersteunen. In denk echter dat we net zo goed moeten kijken naar ons eigen beleid op het terrein van herhuisvesting en in ieder geval steun moeten bieden aan een aantal van die mensen wier levens wederom volledig overhoop zijn gegooid.
Bogusław Rogalski (UEN), auteur. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het gaat steeds slechter met de humanitaire situatie en de eerbiediging van de mensenrechten in Irak. Dit blijkt uit de rapporten van de VN-hulpmissie voor Irak.
De gegevens zijn huiveringwekkend: gemiddeld komen er per dag ongeveer honderd mensen om en meer dan tweehonderd mensen raken gewond, meer dan 50 procent van de bevolking leeft van minder dan één dollar per dag, het werkloosheidspercentage ligt op 80 procent. Een goede watervoorziening ontbreekt en rioleringssystemen functioneren slecht, wat de verspreiding van ziekten in de hand werkt. Drie vierde van de kinderen gaat niet naar school. Misdaad, gewapende overvallen, ontvoeringen, moorden op mensen die actief zijn in de politiek of bij de wederopbouw van het land zijn aan de orde van de dag. Om deze reden ontvluchten veel Irakezen hun land en meer dan twee miljoen mensen zijn binnenlands ontheemd geraakt. Ook dient aangetekend te worden dat er op het grondgebied van Irak meer dan veertigduizend vluchtelingen uit andere landen verblijven, waaronder vijftienduizend Palestijnen. Dat is het beeld van Irak vandaag.
Het is dus nodig om onmiddellijk politieke en humanitaire actie te ondernemen om het tragische lot van de vluchtelingen te verlichten. Laten we niet vergeten dat een half miljoen vluchtelingen kinderen zijn. Er dient voor gezorgd te worden dat de binnenlands ontheemden geregistreerd worden, wat hun recht geeft op voedselrantsoenen. Momenteel wordt hun dat recht ontzegd. Er moet ook invloed op de buurlanden uitgeoefend worden, opdat deze niet langer de toegang voor vluchtelingen beperken, waardoor velen gedwongen worden aan de grens te blijven wachten.
De Unie dient er voor te zorgen dat onze hulp aan Irak en de Irakezen alomvattend en duurzaam is en gecoördineerd wordt met de maatregelen van de Verenigde Staten. De Unie dient voor eens en altijd de anti-Amerikaanse vooroordelen opzij te zetten. Alleen op die manier kunnen we het zware lot van miljoenen vluchtelingen verlichten, wat tot gevolg zal hebben dat we een humanitaire crisis op grote schaal zullen kunnen vermijden.
We moeten ook de Iraakse regering oproepen tot directe actie om de veiligheid van binnenlands ontheemden te garanderen en mensen niet langer op grond van hun afkomst te discrimineren. De Europese Commissie dient ondertussen de humanitaire hulp voor alle ontheemden in Irak uit te breiden en buurlanden te steunen die dergelijke hulp al bieden.
Eija-Riitta Korhola, namens de PPE-DE-Fractie. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, de situatie van de Iraakse vluchtelingen blijft ernstig, met uitzondering van één stap in de goede richting. De aanbeveling van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN om een vluchtelingenstatus te verlenen aan de asielzoekers uit Zuid- en Midden-Irak, overeenkomstig het Verdrag van Genève van 1951, was een goede oplossing, net als het bieden van aanvullende vormen van bescherming in gevallen waar de vluchtelingenstatus niet wordt verleend.
Ik wil vooral twee zaken naar voren brengen die binnen de grenzen van Irak aan de orde zijn. Ten eerste wordt de positie van religieuze minderheden steeds ondraaglijker. Assyrische, Armeense, orthodoxe en andere christelijke groepen alsmede mandaeërs en joden worden ernstig gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en elders. In sommige regio’s zijn de autoriteiten totaal niet in staat minderheden te beschermen tegen het geweld van moslimstrijders. Godsdienstvrijheid bestaat in feite niet meer.
Ten tweede vind ik de dreigementen van de Iraakse autoriteiten om de levering van eerste levensbehoeften aan Iraanse vluchtelingen stop te zetten, onbegrijpelijk. Deze oppositieleden hebben een vluchtelingenstatus volgens het internationaal recht en het onvervreemdbare recht op bescherming.
John Attard-Montalto, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, we moeten toegeven dat wat er gebeurt en wat er is gebeurd in Irak veel erger is dan een burgeroorlog. De vraag of men daarvan kan spreken wordt vaak gesteld, maar natuurlijk woedt er geen burgeroorlog. Het is nog veel erger. Er heerst totale chaos. Niemand heeft ook maar enig idee of enig plan voor het oplossen van de problemen waarin we Irak hebben gestort. Ik gebruik het woord "gestort", omdat wat er is gebeurd niet nodig en niet geboden was, en ook niet werd gewild. Het was een invasie die een vreselijke nachtmerrie is gebleken voor degenen die eraan hebben deelgenomen.
Als je een fout maakt, moet je daarvoor de verantwoordelijkheid nemen. Het is hoog tijd dat de mensen die hieraan hebben deelgenomen, zowel de landen die de coalitie vormden als de bereidwillige partners, zich verantwoordelijk tonen voor wat er is gebeurd tegenover het Iraakse volk, en met name tegenover de vluchtelingen die om hulp vragen – want zelfs als zij al hulp vinden, krijgen ze slechts het minimale.
Het is hoog tijd dat de mensen die de eerste fout hebben gemaakt en die verantwoordelijk zijn voor de chaotische situatie, een dergelijke verantwoordelijkheid tonen. De mensen die allereerst moeten worden geholpen zijn de vluchtelingen.
Kathy Sinnott, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ergens weggestopt in de constante nieuwsstroom over het geweld in Irak is de haast onhoorbare stem van de christelijke minderheid van Irak. Deze kleine bevolkingsgroep heeft geen bescherming en is grotendeels onbekend bij de internationale gemeenschap. Zij lijdt onder intense golven van gewelddadige vervolging. Christelijke Irakezen worden voor de volgende keuze gesteld: ballingschap – als zij erin slagen te ontsnappen – bekering of vervolging.
Deze vervolging neemt vele vormen aan: geweld, discriminatie op het werk, inbeslagneming van eigendommen, enzovoorts. In het geval van een Chaldeeuwse christelijke priester, Ragheed Aziz Ganni, heeft deze vervolging zelfs geleid tot zijn dood.
Wat gaat de Europese Gemeenschap doen om de Chaldeeuwse, Assyrische en orthodox-christelijke gemeenschappen te helpen? De Iraakse regering verklaart vastbesloten te zijn het geweld een halt toe te roepen, maar het gebrek aan veiligheid maakt het onmogelijk om de vrede ter plaatse te handhaven en kwetsbare bevolkingsgroepen te beschermen. Ze hebben onze hulp nodig.
Jean-Claude Martinez, namens de ITS-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, het is een goede zaak om een resolutie op te stellen over Irak, die oog heeft voor de humanitaire factor, vluchtelingen, internationale hulp, enz... Wie kan het nou niet eens zijn met overweging A, en wie zou nou voorbij kunnen gaan aan de balans die daar wordt opgemaakt: dagelijks 100 doden en 200 gewonden, 70 procent van de bevolking zonder water, 3 miljoen ondervoeden en 2 miljoen vluchtelingen, waaronder 500 000 kinderen in Syrië, Jordanië, Egypte, enzovoort!
Maar wie heeft daarvoor gezorgd? Wie is verantwoordelijk? Wie heeft deze chaos veroorzaakt? Saddam Hoessein, of de Baath-partij? De chaos is ontstaan uit de oorlog, een onrechtvaardige oorlog volgens middeleeuwse theologen, een illegale oorlog in de zin van het VN-Handvest, een oorlog die ontketend is als gevolg van een leugen van een Amerikaans staatshoofd en een Britse regeringsleider. En wie heeft die oorlog gesteund, hier in het Europees Parlement? De interventie waar die chaos uit voortgekomen is, wie heeft die gerechtvaardigd, wie heeft daarom gevraagd, wie heeft die goedgekeurd? Eén van hen was de huidige Franse minister van Buitenlandse Zaken, de heer Kouchner, naast enkelen van de ondertekenaars van deze resolutie.
Wat wil ik hiermee zeggen? Dat het goed is om humanitaire bijstand te verlenen ter bestrijding van gevolgen, maar dat het nog beter is om aan preventie te doen ter voorkoming van oorzaken. En dat is het probleem van politiek Europa! Wij houden in Europa zozeer van de mensenrechten dat wij overal, in Palestina, in Irak, in Afrika, bij de economische globalisering, beleid ondersteunen dat, terwijl het deze mensenrechten schendt, ons de gelegenheid biedt om steeds weer te getuigen van onze grenzeloze liefde voor deze mensenrechten, die geschonden worden ná onze steun in een eerder stadium. Het is dus een goede zaak om in paragraaf 16 een voorstel te doen voor posttraumatische centra voor vluchtelingen, maar er zouden ook centra voor politieke preventie moeten komen, hier, voor onze leiders, om hun het volgende bij te brengen: wijsheid, scherpzinnigheid, de moed om "nee" te zeggen en de weigering om voor wraakengel te spelen.
Justas Vincas Paleckis (PSE). – (LT) Ik steun de resolutie en betuig mijn medeleven met de meer dan vier miljoen Irakezen die gedwongen werden hun geboorteplaats te ontvluchten. Dat zijn meer mensen dan er in mijn eigen land, Litouwen, wonen. Het aantal vluchtelingen neemt toe en de helft daarvan is gedwongen naar het buitenland te vluchten. De situatie in Irak wordt er niet beter op. De vluchtelingen zijn veroordeeld tot een leven in armoede. Ze hebben meestal geen werk en hun kinderen groeien zonder scholing op. Die omstandigheden vormen een vruchtbare bodem voor het rekruteren van terroristen.
De humanitaire bijstand voor vluchtelingen is beschamend laag vergeleken met de bedragen die de VS en het VK, de landen die de oorlog tegen Irak begonnen, aan wapens besteden. De 60 miljoen dollar die donoren in de VS hebben bijgedragen, zijn slechts een druppel op de gloeiende plaat.
Dit jaar zullen ongeveer 40 000 vluchtelingen aankomen in landen van de Europese Unie – tweemaal zo veel als vorig jaar – terwijl de VS dit jaar slechts enkele tientallen Irakezen heeft toegelaten.
Het zou goed zijn als de leiders van de VS en het VK eens een bezoek zouden brengen aan Irak en zijn buurlanden om met hun eigen ogen het lijden van de vluchtelingen te aanschouwen. Misschien dat ze zich dan anders gaan gedragen.
Janez Potočnik, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de verslechtering van de veiligheidssituatie in Irak heeft geleid tot grootschalige ontheemding: naar schatting 2 miljoen Irakezen zijn binnen de grenzen van Irak op de vlucht en nog eens ongeveer 2 miljoen zijn naar de buurlanden gevlucht, waarvan 750 000 mensen zich bevinden in Jordanië en 1,4 miljoen in Syrië. Deze ontheemding kan uitmonden in een humanitaire crisis en een bedreiging vormen voor de regionale stabiliteit. De Commissie is dan ook zeer bezorgd over de omvang die dit menselijk lijden aanneemt.
We volgen de situatie ter plaatse op de voet en eventuele ontwikkelingen worden voortdurend geëvalueerd. We onderhouden nauwe contacten met andere belangrijke spelers binnen de internationale gemeenschap, zoals de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties. In dit verband heeft de Commissie actief deelgenomen aan de internationale conferentie van de UNHCR die afgelopen april in Genève heeft plaatsgevonden.
Wat de bestaande hulpverlening betreft, heeft de Commissie in 2006 ter ondersteuning van binnenlands ontheemde personen via EuropeAid 10 miljoen euro toegewezen om de problemen van deze ontheemden te verlichten. In februari 2007 heeft de Commissie, als snelle reactie op de verslechterende situatie en naar aanleiding van de oproep van de UNHCR van januari, via ECHO, een extra toewijzing aangekondigd van 10,2 miljoen euro, waarvan 4 miljoen euro was bestemd voor binnenlands ontheemden en 6,2 miljoen voor ontheemde Irakezen in het buitenland. Daarnaast blijft de Commissie steun geven aan de verlening van basisdiensten in Irak.
We begrijpen dat deze steun maar beperkt is, als hij wordt afgezet tegen de omvang van het menselijk lijden. Niettemin is dit pas een eerste, onmiddellijke reactie op de humanitaire situatie. De Commissie bekijkt momenteel verschillende mogelijkheden om de Iraakse vluchtelingen in de toekomst beter te kunnen helpen. De hulpverlening in Irak wordt echter ernstig bemoeilijkt door de veiligheidssituatie. Veel van onze partners, met inbegrip van de UNHCR, zijn slechts uiterst minimaal vertegenwoordigd in Irak.
Via diverse technische en politieke missies probeert de Commissie de situatie beter in kaart te brengen en tegelijkertijd haar bereidheid uit te dragen om de Iraakse vluchtelingen verder te ondersteunen. Commissaris Michel heeft de regio eind april zelf bezocht. Daarna hebben ook nog diverse technische missies naar Jordanië en Syrië plaatsgevonden.
We blijven ons dan ook inzetten voor samenwerking met de landen die Iraakse vluchtelingen opvangen. De Commissie heeft de situatie al regelmatig besproken met de Syrische en Jordaanse autoriteiten en zal dat ook blijven doen.
We kijken vooral uit naar de deelname aan de in Sharm El-Sheikh overeengekomen bijeenkomst van de Werkgroep inzake vluchtelingen, die, volgens de meest recente berichten, gepland staat voor 22 juli in Amman. Commissaris Ferrero-Waldner heeft al verklaard dat de Commissie bereid is technische ondersteuning te verlenen aan de werkgroep teneinde het proces te vergemakkelijken.
We zijn van mening dat de enige duurzame oplossing voor de vluchtelingen bestaat in vrede en verzoening in Irak. Daarom zullen we onze steun aan de Iraakse vluchtelingen blijven voortzetten. Ik ben het met u eens dat het onze morele plicht is hen te helpen.