Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2169(INL)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0351/2007

Ingediende teksten :

A6-0351/2007

Debatten :

PV 10/10/2007 - 17
CRE 10/10/2007 - 17

Stemmingen :

PV 11/10/2007 - 6.6
CRE 11/10/2007 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0429

Debatten
Woensdag 10 oktober 2007 - Brussel Uitgave PB

17. Voorstel tot wijziging van de verdragsbepalingen betreffende de samenstelling van het Europees Parlement (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag van Alain Lamassoure en Adrian Severin, namens de Commissie constitutionele zaken over de samenstelling van het Europees Parlement ((2007/2169(INI))) (A6-0351/2007).

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Lamassoure (PPE-DE), rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de ontwerpresolutie is een antwoord op het verzoek door de Europese Raad van juni. Artikel 9 A van het ontwerp van het Verdrag verklaart dat de samenstelling van het Parlement in de toekomst een kwestie van afgeleide wetgeving zal zijn. Dit zal een besluit van de Europese Raad zijn, unaniem aangenomen, op initiatief van het Europees Parlement en met zijn toestemming. De Raad verzoekt ons om uit te leggen hoe deze procedure moet werken. Zij wil zien hoe wij met dit hete hangijzer omgaan.

Dit is voor ons Parlement werkelijk een politieke uitdaging. Zijn we in staat om met een hervorming op de proppen te komen die op onszelf van toepassing is? De laatste keer dat ons dit werd gevraagd was in 2000, en het Parlement was niet in staat om de klus te klaren. Daarom is de behaalde stemuitslag in de Commissie constitutionele zaken op zich al een opmerkelijk politiek resultaat. We hebben een grote meerderheid behaald: twee derde in de eindstemming en driekwart over de hoofdzaak, de verdeling van de zetels, waarbij het om de daadwerkelijke aantallen tussen de lidstaten gaat.

Wat is het probleem waar we mee te maken hebben? We moeten ons er eerst aan herinneren dat het huidige Parlement van 736 leden van het Europees Parlement niet meer voldoet aan het nieuwe juridische standpunt dat samenhangt met het Verdrag van Nice. Dit is het systeem dat in werking zou zijn, gebaseerd op 736 leden van het Europees Parlement, bij afwezigheid van een nieuw besluit. Tot nu toe zijn de lidstaten in de Raad en in het Parlement verdeeld in categorieën: een supergrote staat, enkele grote staten, enkele middelgrote, enkele kleine enzovoorts. Iedere categorie heeft dezelfde stemrechten in de Raad en hetzelfde aantal zetels in het Parlement.

Hiermee is het nu voorbij! Het toekomstig Verdrag voert in verband met dit systeem twee soorten van vernieuwingen door. Aan de ene kant zijn er feitelijke cijfers: een maximum van 750 leden van het Europees Parlement, een plafond van 96 en een minimum van 6 zetels per lidstaat. Aan de andere kant is er het beginsel: tussen het maximum en minimum moeten de staten volgens de degressieve proportionaliteit worden vertegenwoordigd, en het is onze taak in het Parlement om dit beginsel vandaag te definiëren, namelijk om vast te leggen hoeveel proportionaliteit en hoeveel degressiviteit er is, of hoe oververtegenwoordigd de minst bevolkte landen zijn en hoe ondervertegenwoordigd de meest bevolkte landen zijn.

Uw commissie stelt voor dat dit beginsel op de volgende wijze moet worden begrepen: ten eerste moeten de door het Verdrag vastgelegde minimum- en maximumcijfers volledig worden benut. Met name zal de regel van het plafond van 750 zetels ons als het ware een kleine reserve van zetels opleveren, zodat de degressieve proportionaliteit kan worden toegepast zonder het aantal zetels van een land te reduceren. Dit is in wezen een politieke keuze, en het is absoluut noodzakelijk om hierover eenstemmigheid in de Europese Raad te behalen.

Ten tweede, des te groter de bevolking van een land, des te groter natuurlijk zijn recht op een groot aantal zetels. Ten derde, des te groter de bevolking van een land, des te meer inwoners worden door elk van zijn leden in het Europees Parlement vertegenwoordigd. Dus vertegenwoordigt een Spaans lid van het Europees Parlement op het ogenblik meer dan 875 000 mensen, mijnheer de Voorzitter, terwijl een Duits lid van het Europees Parlement slechts 832 000 mensen vertegenwoordigt. Tot nu toe heeft Duitsland het tweevoudige aan bevolking van Spanje gehad. In totaal zijn de voorgestelde verhogingen op tien landen van toepassing.

We zijn er ons volledig van bewust dat dit slechts een tijdelijke oplossing is. Het zou zeer te wensen zijn om zich een wiskundige formule uit te denken die automatisch ook op alle toekomstige uitbreidingen zou kunnen worden toegepast, maar het gegeven nauwe tijdschema stond dit niet toe. De resolutie doet over dit onderwerp echter enkele aanbevelingen. Tevens hebben we gebruik moeten maken van de enig beschikbare bevolkingscijfers, die van Eurostat, omdat we geen cijfers van de burgers zelf hebben. Adrian Severin zal hier meer over zeggen.

Ten slotte wil ik onze collega’s voor amendementen waarschuwen die in tegenstelling staan tot de fundamentele beginselen van het verslag en er afhankelijk van het geval voor zullen zorgen dat grote landen een abnormaal voordeel boven de kleinere landen of kleine landen boven de grote landen zullen krijgen. Dan zou ons werk tevergeefs zijn geweest, want zonder unanimiteit in de Raad zullen we ons moeten houden aan de 736 zetels van het Verdrag van Nice.

Dus, dames en heren, houdt u alstublieft op met het omhoogbieden van uw landen. We hebben vanmiddag telkens weer verkondigd dat we de enige democratische instelling zijn die de belangen van de Europeanen tegen de andere instellingen beschermt, boven alle nationale egotismen uit. Nu, vandaag, hebben we een perfecte gelegenheid om aan te tonen dat onze daden met onze woorden overeenstemmen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Severin (PSE), rapporteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Lamassoure en ikzelf beogen met de door de Commissie constitutionele zaken bekrachtigde voorstellen een aantal verbeteringen aan te brengen aan de huidige gang van zaken met betrekking tot de samenstelling van het Europees Parlement. Als de voorstellen worden goedgekeurd en op de juiste wijze ten uitvoer gelegd, dan betekent dat het einde van de kunstmatige groeperingen, de onnodige onderhandelingen, en een halt aan verdere uitbreiding van het Europees Parlement dat bij elke uitbreiding met nieuwe lidstaten ten koste van de doeltreffendheid groeit. De representativiteit zal worden vergroot, gebaseerd op de werkelijke demografische situatie en niet op allerlei overwegingen van nominale of symbolische juridische aard. Ook zal er dankzij de degressieve evenredigheid bij de vertegenwoordiging meer solidariteit ontstaan tussen de grote en de kleine lidstaten, alsook een volwaardige legitimiteit op basis van het feit dat het Europees Parlement verkozen wordt door de Europese burger.

Er dient een onderscheid te worden aangebracht tussen de democratische legitimiteit van het Europees Parlement, die gebaseerd is op de stem van de Europese burger, en de nationale representativiteit binnen het Europees Parlement, die gebaseerd is op de bevolkingsaantallen in de Europese lidstaten. Wij zijn hier als Europees Parlement tegelijkertijd vertegenwoordigers van zowel burgers als van lidstaten.

(Rumoer)

Ziet u wel, meteen roepen sommigen “alleen burgers”, en anderen “de lidstaten”. Feit is dat we tegelijkertijd zowel Bundestag als Bundesrat zijn. Misschien moeten we in de toekomst maar eens gaan nadenken over scheiding van deze twee dimensies. Feit blijft dat we - als we onder ogen willen zien dat burgers hun stem uitbrengen en dat via de degressieve evenredigheid rekening dient te worden gehouden met de omvang van de in de lidstaten wonende bevolking - sorry dat ik het zeg - met allebei van doen hebben.

Natuurlijk dient binnen dit kader het concept van Europees burgerschap verder te worden uitgewerkt, iets waarvan ik hoop dat dat in de nabije toekomst gestalte kan krijgen. Ons verslag is echter niet voorlopig, maar bedoeld ter facilitering van een overgang. Ik denk namelijk dat de principes die wij erin gedefinieerd hebben een zekere eeuwigheidswaarde hebben, maar dat er tegelijkertijd vooruitgang nodig is. Ik twijfel er niet aan dat we in de toekomst verder zullen kunnen gaan dan wat wij nu reeds aan u hebben voorgesteld. Om die reden hebben we een aantal herzieningsclausules opgenomen die naar de mening van de heer Lamassoure en mijzelf voor de nodige flexibiliteit, aanpassingsvermogen, en toekomstige vooruitgang kunnen zorgen als het gaat om de wijze van samenstelling van het Parlement.

Niemand gaat er met dit verslag op achteruit. Misschien dat de landen met een beter bevolkingsbeleid er iets op vooruit gaan, iets dat overigens wel degelijk mag worden gezien als een aansporing tot beter demografisch beleid, met inbegrip van migratiebeleid. Maar ik denk dus dat in termen van een nulsomspel niemand hierbij verliest - en misschien ook wel dat er niemand wint. Zolang het Parlement een grotere democratische legitimatie geniet, wint iedereen erbij.

Er is een aantal amendementen. Een aantal collega’s zou minder degressiviteit willen zien en meer proportionaliteit. Meer proportionaliteit betekent meer zetels voor de grote landen. Andere collega’s op hun beurt willen juist weer meer degressiviteit. Meer degressiviteit betekent meer zetels voor de kleine landen. Om die reden ben ik van mening dat we beide extremen moeten afwijzen en gaan moeten voor de optie die - ik ben de laatste om dat te ontkennen - verre van perfect is, maar vooralsnog wel de beste. Ik heb het over de optie die is voorgesteld door de heer Lamassoure en mijzelf. Een aantal afgevaardigden zou willen kijken naar de referentiebasis. Sommige zouden alle staatsburgers van hun land willen laten meenemen in de berekening, ongeacht het land waarin deze verblijven. En anderen zouden graag weer zien dat het geheel aan inwoners van een land de berekeningsbasis vormt. Anderen willen enkel en alleen uitgaan van de in een bepaald land gevestigde Europese burgers. We verschillen dus nogal van mening hierover. De enige oplossing is dus om de huidige methodiek te handhaven en gebruik te maken van de huidige Eurostatcijfers.

Tot slot nog zijn er mensen die vechten voor politiek prestige en die denken dat als we niet gelijkelijk in het Parlement vertegenwoordigd zijn, we dan ook niet van gelijk politiek gewicht zijn. Ik denk dat als we eenmaal het principe van degressiviteit - en proportionele degressiviteit - hebben omarmd, al die kunstmatige groeperingen niet langer meer zullen kunnen overleven. Als we deze resolutie niet goedkeuren, vrees ik dat het Europees Parlement het signaal de wereld in stuurt dat het niet in staat is een belangrijke hervorming van de grond te krijgen en dat het altijd weer de uitvoerende instelling is die voor haar de knoop moet doorhakken. Als dat gebeurt, dan is dat een eerste grote echec voor de IGC, nog voordat überhaupt naar de andere punten op de agenda kan worden gekeken. Zo’n echec zou wel eens een voorbode kunnen zijn van een totale mislukking. Ik denk dat iedereen dan weer met Nice in de maag zit, allerlei illusoire dromen armer. Als het zover komt dan zeggen wij daarmee tegen de wereld dat er een waterscheiding bestaat tussen grote en kleine landen, hetgeen elke mogelijke droom van eenheid, billijkheid en samenhorigheid van tevoren om zeep brengt. Daarom eindig ik met een dringende oproep aan alle collega’s hier. Ik wil een beroep doen op ons gevoel van Europese verantwoordelijkheid en Europese solidariteit. Hic Rhodus, hic salta! Hier is Rhodes en laten we hier bewijzen dat we ware Europeanen zijn, en niet alleen maar als we de Commissie en de Raad de les lezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ingo Friedrich, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, het verslag biedt opheldering waarvoor ik mijn oprechte dank aan de beide rapporteurs, de heren Lamassoure en Severin, wil uitspreken. Het maakt duidelijk dat we permanent bezig zijn met het overschrijden van de beneden- en bovengrenzen. Vooral hiervoor wil ik mijn dank uitspreken. Deze opheldering is voor ons allen van belang.

Ten tweede biedt dit verslag twee uitkomsten. Ten eerste hoe minder degressief de schaal is waarvan we uitgaan, des te meer hebben we zelf te maken met proportionaliteit, des te meer autoriteit en legitimiteit het Parlement heeft. Het vraagstuk over de hoeveelheid aan degressiviteit die we nodig hebben – hoeveel meer, hoeveel minder – moet voortdurend worden beheerd en het is logisch voor ons om te zeggen dat hoe minder degressiviteit, des te groter de legitimiteit zal zijn. Als Duitser zou ik ook willen toevoegen dat het natuurlijk nogal problematisch is, dat wij, als Duitsers, de enigen zijn die minder krijgen dan hetgeen we op de grondslag van Nice hadden gekregen. Ik zou hier graag een beetje meer ondersteuning willen krijgen, omdat het debat in de Duitse pers in dit opzicht zeer duidelijk uitviel. We zullen dit accepteren, omdat we geloven dat het Europese aspect belangrijker is dan de andere aspecten.

Ten slotte twee inzichten die we ook in de toekomst kunnen gebruiken. Ten eerste moeten we er werkelijk voor zorgen dat we op de lange termijn een logisch systeem behalen, waarover we niet voortdurend opnieuw moeten onderhandelen. Ten tweede zijn er twee controversiële amendementen, de nummers 2 en 3. Onze fractie heeft besloten dat zij ongeacht hoe de stemming over de twee controversiële onderwerpen uitgaat, voor het verslag van Lamassoure/Severin zal stemmen. De Raad heeft geen uitvlucht. Bij amendement 2 dat slechts minimaal van de getallen in het verslag van Lamassoure afwijkt, zou het resultaat zijn dat de Raad een boodschap van het Parlement voor de periode 2009-2014 krijgt. Dus heeft ons Parlement, naar mijn oordeel, na rijp beraad zijn plichten gedaan en kan de Raad besluiten, wanneer zij daartoe gewild is.

Hartelijk dank voor een eerlijk debat over zo’n moeilijk onderwerp!

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett, namens de PSE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, namens de PSE-Fractie zou ik mij aan willen sluiten bij dit verslag. Tevens is onze fractie voornemens voor dit verslag te stemmen. Het werd met een meerderheid van zeventig procent in de commissie goedgekeurd, dus laten we nu hopen dat het met een soortgelijke indrukwekkende meerderheid kan worden goedgekeurd door het Parlement in zijn geheel.

De rapporteurs hebben zich gezien de uit het nieuwe Verdrag voortvloeiende juridische beperkingen, alsook gezien de tijdsbeperkingen zo vlak voor de afsluiting van de IGC heel verstandig geconcentreerd op het wegwerken van de allergrootste anomalieën bij de huidige zetelverdeling, en hebben dus afgezien van een radicale herziening van het systeem. Dat zou alleen maar hebben geleid tot een impasse binnen de IGC en de goedkeuring en ratificatie van het nieuwe Verdrag in gevaar hebben gebracht.

Geen enkele lidstaat krijgt te maken met een verminderd aantal zetels ten opzichte van het aantal waarop zij krachtens de bepalingen van de huidige Verdragen met betrekking tot de zetelverdeling vanaf 2009 recht hebben. Enige uitzondering daarop vormt natuurlijk de specifieke bepaling in het Verdrag zelf betreffende de bondsrepubliek Duitsland. Op deze enige uitzondering na, krijgt geen enkel land te maken met een vermindering van het aantal zetels ten opzichte van datgene reeds in het Verdrag voor 2009 was vastgelegd.

Natuurlijk probeert een aantal collega’s hier om meer zetels voor hun eigen lidstaat in de wacht te slepen door bijvoorbeeld te zeggen dat de bevolking van hun land plotsklaps veel groter is dan we allemaal eerder dachten, omvangrijker dan uit de door iedereen, met inbegrip van de Raad, gehanteerde Eurostatcijfers blijkt.

Anderen zeggen weer om redenen van nationale prestige dat zij hetzelfde aantal zetels zouden moeten hebben als een specifieke andere lidstaat. Ik moet zeggen dat ik nogal verrast ben over de houding van de Italiaanse regering. Ik besef dat de heer Prodi, alsook een aantal Italiaanse Parlementsleden hier, betoogd hebben dat het van essentieel belang is voor Italië dat het land hetzelfde aantal zetels krijgt als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Maar dat neemt niet weg dat zij - en wij allemaal - hebben ingestemd met het principe van proportionele regressie: proportioneel ten opzichte van de bevolkingsomvang. Ik aanvaard dan ook dat mijn land één zetel minder zal hebben dan Frankrijk, ook al hadden wij tot op heden altijd hetzelfde aantal afgevaardigden. Ik zie niet in waarom het zo moeilijk zou moeten zijn voor Italië om evenzo te aanvaarden dat het om precies dezelfde redenen minder zetels krijgt dan Frankrijk. En ik ben ook verbaasd dat een regering van een land dat zo vaak herhaald heeft een lichtend voorbeeld te zijn voor ons allen omdat het zo communautaire is, sterk pro-Europees, niet nationalistisch, een land dat altijd de Europese belangen voor de eigen nationale belangen plaatst, dat zo’n land, Italië, onder meer bij monde van de heer Prodi, om redenen van nationale prestige evenveel zetels zou moeten hebben als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, ook al is er wel degelijk sprake van een kleinere bevolking.

Tot slot zou ik graag het Parlement willen oproepen dit verslag te steunen, de amendementen af te keuren en een krachtig boodschap te doen uitgaan naar de Europese Raad.

 
  
  

VOORZITTER: MECHTILD ROTHE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Duff, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, de ALDE-Fractie is eveneens van plan om voor het voorstel van de heren Lamassoure en Severin te stemmen. The IGC vraagt ons wijzigingen aan te brengen in onze samenstelling om zo te voldoen aan de voorwaarden van het Hervormingsverdrag. Dat is een buitengewoon gerechtvaardigd verzoek. Wij dienen als Parlement een duidelijk en krachtig signaal af te geven aan het IGC dat wij in staat zijn een dergelijke vooruitstevende en moedige beslissing te nemen.

Er bestaat niet zoiets als een perfecte, definitieve formule. In paragraaf zes wordt een praktisch uitvoerbare en redelijke definitie gegeven van degressieve proportionaliteit. Natuurlijk zie ik ook wel dat sommige nationale delegaties pogen hun positie op het scorebord te verbeteren, maar al hun voorstellen zijn uiteindelijk met elkaar in tegenspraak. Al degenen die proberen het systeem te wijzigen krijgen het lid op hun neus. Met het voorstel van D’Hondt zouden de grotere lidstaten teveel invloed krijgen, en tegen de heer Friedrich zou ik willen zeggen dat zijn voorstel een inbreuk is op het verdragsbeginsel van degressieve proportionaliteit. Het systeem van de tweedemachtswortel op zijn beurt geeft de kleinere lidstaten een te grote vinger in de pap.

Wat betreft de statistische grondslag hebben de Italianen wél een interessant punt te pakken. Wij als Parlement dienen ons te buigen over het onderscheid tussen staatsburgers, burgers, inwoners en stemgerechtigden. Deze kwestie is echter buitengewoon gecompliceerd en trekt een zware wissel op de nationale soevereiniteit op het gebied van stemrecht en burgerschap. Het is onmogelijk om een dergelijk probleem binnen een week, voor het einde van de IGC, op te lossen.

Na afronding van de IGC zal er een verslag van de Commissie constitutionele zaken worden uitgebracht, waarvoor ik de eer heb aangewezen te zijn als rapporteur. Daarin kan op al deze kwesties worden ingegaan en een voorstel worden gedaan voor hervorming van het primair recht uit 1976. Maar dat is allemaal voor volgend jaar en niet echt voor nu.

Laten we ons nu dan massaal achter het voorstel scharen en de IGC een oplossing aanreiken en niet met een probleem opzadelen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley, namens de UEN-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou evenals mijn collega’s de beide rapporteurs willen bedanken voor hun inzet met betrekking tot dit buitengewoon moeilijke en complexe onderwerp.

Per slot van rekening is het zo dat in tegenstelling tot wat sommige collega’s beweren kalkoenen niet voor kerstfeest stemmen. Dus waarom zou een lid van het Europees Parlement toekijken hoe zijn plaats wordt afgepakt? De wens van degenen die trachten een zo groot mogelijk aantal zetels in elk van de nationale categorieën binnen te halen heeft op zich een legitieme achterliggende redenering. Ik heb daar in zekere zin wel begrip voor. Als we terugkijken naar de veranderingen die hebben plaatsgevonden sinds de eerste directe verkiezingen voor het Europees Parlement in 1979, dan zien wij in de hele Europese Unie enorme demografische veranderingen, niet in het minst als gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie tot Oost-Europa in 2004, waardoor het vrije verkeer van grote aantallen mensen naar andere landen mogelijk werd, waardoor de bevolkingssamenstelling overal sterk veranderd is.

Ik denk dat een van de elementen waar we heel zorgvuldig over moeten spreken (en we kunnen over degressieve proportionaliteit blijven spreken tot we een ons wegen) is het feit dat er altijd sprake is geweest van een zeker evenwicht tussen zowel de verschillende instellingen als tussen de grotere en kleinere lidstaten. Dat had tot doel ervoor te zorgen dat geen van de instellingen de overhand zou krijgen over een andere, of dat grotere lidstaten de middelgrote en kleinere lidstaten zouden kunnen overrulen. Daarom is het van zo groot belang dit evenwicht zoveel mogelijk intact te laten.

Ik ben ingenomen met het feit dat de rapporteurs deze kwestie van handhaving van het interinstitutionele evenwicht hebben opgenomen in een compromisamendement. Maar als we bovendien kijken naar de cijfers die worden gehanteerd - en er is al veel gesproken door andere collega’s over de cijfers van de Eurostat - dan zien we dat Eurostat op een totaal van 27 lidstaten bij 15 van de lidstaten gebruik maakt van voorlopige gegevens, afkomstig van de nationale bureaus voor de statistiek van de landen in kwestie. Er worden nu dus besluiten genomen op basis van niet meer dan voorlopige gegevens, en dat terwijl dat wel eens van blijvende invloed zou kunnen zijn op de toekomstige verdeling van de Parlementszetels.

Tevens dienen we rekening te houden met de toekomstige uitbreiding met Kroatië, waarvan eveneens een negatieve invloed zou kunnen uitgaan. Daarom zou ik graag willen oproepen tot terughoudendheid bij de stemming over dit onderwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Voggenhuber, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijn fractie zal niet voor dit verslag stemmen omdat het voorgestelde vertegenwoordigingsstelsel, en de zetelverdeling fundamentele democratische beginselen negeert, historisch gegroeide ongelijkheden handhaaft en strijdig is met de aard van dit Huis als vertegenwoordiger van de burgers en van zijn kiezers.

Het zijn niet de dromen die niet worden vervuld. Ja, mijnheer Severin, veel mensen wensen zich veel zaken, maar wat wij ons allen zouden moeten wensen is een beetje meer besef erover wat een Parlement eigenlijk is. Een Parlement is niet – zoals ons de rapporteurs in hun brief van gisternacht mededeelden – de vertegenwoordiging van het sociaaleconomisch vermogen van de staten. Nee, het is niets anders dan de vertegenwoordiging van de kiezers. Het is een vertegenwoordiging van de burgers of het is geen Parlement! Het is geen Parlement wanneer er geen demos is, die eraan ten grondslag ligt, en het is onjuist dat de Engelse term “citizenship” in Europa niets van doen heeft met de volkenrechtelijke term of de term in de Verenigde Staten. Het is precies hetzelfde, en ik zou u aanraden om een blik in de bestaande Verdragen te werpen. Ik zou u aanraden om een blik in het Handvest van de grondrechten te werpen, waarin de rechten van deze burgers zijn vastgelegd. Ik zou u aanraden om een blik op de bepalingen betreffende de toegang tot het Europees Hof van Justitie te werpen. Ik zou u aanraden om een blik in de bepalingen te werpen die verklaren hoe men kiezer wordt. Dan zult u herkennen dat het zo simpel als wat is om vast te stellen wie burger van deze Unie is, en wie voor dit Parlement kiesgerechtigd is. Dat wordt namelijk om de vijf jaar vastgesteld.

De inwoners, de bevolking, dat is een symbolische uitdrukking voor een sociaaleconomisch vermogen. Maar we hebben al een keer verstek laten gaan, we werden ook in Nice gevraagd: best Parlement, zeg ons toch even zelf hoe je samenstelling eruit moet zien. Hierbij hebben we toen gefaald. Jammer genoeg hebben we deze zeven jaar niet gebruikt om duidelijk te maken wat dit Parlement is. Daarom gaan we verder met de historische gegroeide nonsens en de praktische beperkingen die op grond van de geschiedenis tot op heden zijn ontstaan. Dit heeft met democratie en grondwettelijk denken niets van doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvia-Yvonne Kaufmann, namens de GUE/NGL-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijn fractie houdt er verschillende meningen op na. Ik ondersteun echter het verslag van de heren Lamassoure en Severin. Met het verslag houdt het Parlement zijn initiatiefrecht om zelf een voorstel over zijn toekomstige samenstelling voor te leggen. Het houdt dit recht dankzij het noeste werk dat door beide rapporteurs in een werkelijk Europese geest is verricht. Het voorstel is zeer evenwichtig, het is gebaseerd op een begrijpelijk en transparant stelsel en we kunnen er ook bij toekomstige uitbreidingen mee uit de voeten.

Het voorstel richt zich naar het beginsel van de verscheidenheid. Door het gebruiken van alle 750 mogelijke zetels, zorgt het er ook voor dat in het toekomstige parlement de hele verscheidenheid van de belangrijkste politieke overtuigingen van elk land zich zal afspiegelen. Het voorstel is ook gebaseerd op het solidariteitsbeginsel, waarbij de grotere, meer bevolkte lidstaten ermee akkoord gaan dat ze minder invloed hebben om de kleinere minder bevolkte lidstaten een kans te geven om beter vertegenwoordigd te zijn. Al dit helpt erbij om de cohesie van de Unie te versterken. Ik hoop daarom dat de Raad het voorstel van het Parlement snel en zonder voorbehouden voor de verkiezingen van 2009 ten uitvoer zal leggen.

Nog een opmerking tot slot. Alle mensen die in de desbetreffende lidstaat leven vormen de basis voor de berekening van de zetels van een lidstaat – net zoals bij de Raad – Waartoe ook de daar wonende staatsburgers uit derde landen behoren, omdat ze een onderdeel van deze maatschappij zijn. Dit is echter slechts één kant van de medaille. De staatsburgers uit derde landen die hun woonplaats in onze lidstaten hebben moeten ook het stemrecht voor het Europees Parlement krijgen. Ik heb hiervoor altijd gestreden en ik zal dit ook verder doen!

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, als er een dergelijk verslag voor ons ligt draait dat meestal op uit op gekissebis over welk land meer zou moeten krijgen en welk land minder. Dat bewijst alleen maar dat Europese solidariteit een mythe is en nationaal egoïsme altijd weer zegeviert.

Laten we in het licht van de recente Duitse aanval van de heer Schulz tegen de voorzitter van de Europese Commissie nu eens kijken hoe we op een goede manier dit nulsomspel winnen kunnen.

In paragraaf acht zien we geweeklaag dat Duitsland zetels verliezen zal. We horen steeds meer van dit soort geweeklaag, namelijk dat er meer EU-documenten zouden moeten worden vertaald in het Duits, dat Duitsland de grootste nettobijdrage levert aan de EU-begroting, dat het een eigen zetel in de VN-Veiligheidsraad verdient, enzovoort. Er kan een hele waslijst worden opgesteld van dit soort klachten.

Tegelijkertijd probeert de heer Severin ons met de hulp van zijn ongedefinieerde degressieve proportionaliteit – die, hoe toevallig, zijn eigen land Roemenië ongemoeid laat - ervan te overtuigen dat wanneer Polen drie zetels verliest, het er eigenlijk eentje bij krijgt. Ik wou maar dat zijn concept ook zo goed werken zou in het casino.

Maar laten we wel zijn, alleen een socialist uit Yorkshire laat zich wijsmaken dat twee plus twee vijf is.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli, namens de ITS-Fractie. (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het verslag van Lamassoure-Severin moet met minachting worden verworpen, vanwege zijn ideologische anti-Italiaanse ondertonen en de oppervlakkige aard van de technische argumenten ten opzichte van de politieke argumenten waarop het stoelt. Ik wil niet ingaan op de discussie over de verdiensten van hoe sterk het ius sanguinis weegt in vergelijking met het jakobinisme van het ius loci, omdat dit duidelijk niet aanwezig was in het denken van de rapporteurs en degenen die het initiatief in opdracht hebben gegeven.

Ik ben geen juridisch expert, noch heb ik grote faam zoals Professor Manzella, de voorzitter van de Commissie Europese Zaken van de Italiaanse senaat, noch kan ik zoals andere collega’s de wettelijke inconsistenties van de in dit verslag gemaakte beweringen met soortgelijke precisie aanvechten. Ik geloof echter dat het dient te worden benadrukt dat onbetwistbare feiten voor de rapporteurs niet meetellen: in de politiek is het de beoordeling en de rol die Italië in het verleden had en heden nog steeds heeft bij de institutie Europa.

Het zeer slecht geïtalianiseerde beginsel van degressieve proportionaliteit, dat de toewijzing van de in het Grondwettelijke Verdrag – dat een halt werd toegeroepen – vastgestelde zetels opnieuw vastlegt, is met duidelijke discriminatie ten opzichte van Italië toegepast. Voor sommige landen staan er bij dit systeem nog een paar zaken tussen haakjes, en er zijn een paar schandelijke gevallen van verdraaiing van feiten, zoals de toewijzing van hetzelfde aantal zetels aan Estland als aan Malta, alhoewel het een drie keer zo grote bevolking heeft.

We kunnen aanvaarden dat in het Verenigd Koninkrijk ook mensen die geen Europese burgers zijn tot de kiesgerechtigde bevolking behoren, en dat op deze grondslag de rapporteurs het Verenigd Koninkrijk één zetel meer geven dan Italië, ook wanneer van degenen met stemrecht slechts weinig meer dan één derde bij de verkiezingen van 2004 heeft gestemd. We kunnen aanvaarden dat Frankrijk, dat zijn electoraat verzameld en zijn bevolkingsprofiel met dezelfde verscheidenheid aan geboorteplaatsen opvult als in het nationale elftal te zien zijn, twee zetels meer toegewezen krijgt dan Italië. We kunnen de traagheid van de Italiaanse regering aanvaarden en we zagen de tekenen van de tijd bij de voorbereidingen van het debat in de Raad.

Er is echter iets dat onaanvaardbaar is. De rapporteurs houden vast aan hun aanvechtbaar begrip van burgerschap. Ze beweren dat iedereen die in Europa woont, ook wanneer ze paspoorten en nationaliteiten van buiten Europa bezitten, een kiezer is. Ze laten bij deze rekening de burgers die buiten Europa leven niet tot de rekening toe. Dit is het bewijs voor de enorme, manipulatieve en onaanvaardbare anti-Italiaanse discriminatie die wij ten zeerste verwerpen!

 
  
MPphoto
 
 

  Irena Belohorská (NI). – (SK) Allereerst wil ik de rapporteurs, de heren Lamassoure en Severin, zeggen dat ik voor hun verslag zal stemmen. We moeten ons ermee verzoenen dat Slowakije als gevolg van het overeengekomen beginsel van degressieve proportionaliteit een lid zal verliezen. In verband met de evenredige toewijzing van zetels in het Parlement moet dit beginsel worden uitgestrekt naar alle gebieden van het werkgelegenheidsbeleid van de EU. Ik vraag daarom om een toename van het aantal afgevaardigden en werknemers uit de twaalf nieuwe lidstaten in alle instellingen van de EU. Ik denk dat iedere lidstaat een voldoende aantal gekwalificeerde mensen heeft die een waardevolle bijdrage aan de EU zouden kunnen leveren.

Gelijkheid is een van de beginselen die ten grondslag aan de EU liggen. Zelfs de originele lidstaten hebben zich verplicht om zich aan dit beginsel te houden toen ze de 12 nieuwe lidstaten hebben verwelkomd. Het moet op alle gebieden van toepassing zijn, en niet alleen op de posities van de leden van het Europees Parlement of de commissaris. Ik verzoek erom dat het gelijkheidsbeginsel wordt nageleefd en geacht. Toen de nieuwe lidstaten tot de EU wilden toetreden moesten ze aan veel criteria voldoen. Nu roep ik de EU in zijn geheel op om haar verplichtingen ten opzichte van de nieuwe landen na te komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). – (SV) Mevrouw de Voorzitter, door het ondersteunen van het verslag van de heer Lamassoure kan de Europese Unie een stap van historische betekenis nemen. Met dit verslag kunnen we de tijd achter ons laten waarin het aantal zetels in het Europees Parlement werd verdeeld op de grondslag van een stelsel waar verschillende landen in verschillende groepen werden ingedeeld, op basis van de onderhandelingsvaardigheden van de verschillende regeringsleiders, en waarbij ervan uitgegaan werd dat de lidstaten van de EU tegenstrijdige belangen hebben. Wanneer het Parlement voor het verslag van de heer Lamassoure zal stemmen, zullen we dit stelsel achter ons laten en verdergaan op de grondslag van het proportionaliteitsbeginsel, waar de grootte van een land van invloed is op zijn vertegenwoordiging in het Parlement.

Het stelsel dat we tot nu toe hebben gehad is erg moeilijk om uit te leggen, maar het stelsel dat we op grond van het verslag van Lamassoure kunnen krijgen is mogelijk om uit te leggen. Het is op een maximum- en minimumniveau gebaseerd en verder wordt er rekening gehouden met het bevolkingscijfer in de verschillende landen. Dit is ook een geschikt beginsel voor de toekomst. Het betekent dat de belangen van het ene of andere land niet worden bevorderd, maar dat er rekening wordt gehouden met het aantal burgers. Dit betekent in het democratische proces van de Europese Unie een stap naar voren.

Ik wil zeer duidelijk zijn over het alternatief waarmee we van doen hebben. We ondersteunen of de in het verslag van Lamassoure vastgelegde voorstellen of we vallen terug op het Verdrag van Nice met zijn willekeurigheid en onderhandelingen die door tegenstrijdige nationale belangen worden gekenmerkt. Toen ik de laatste sprekers van de rijen daarboven hoorde, en hun opwinding, kon ik ook de nationale belangen horen die bij deze conflicten behoren.

Het verslag van Lamassoure moet worden ondersteund, omdat het van een beginsel uitgaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Sérgio Sousa Pinto (PSE).(PT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het door Alain Lamassoure en Adrian Severin opgestelde verslag namens de Commissie constitutionele zaken over de toekomstige samenstelling van het Europees Parlement is een belangrijke bijdrage die een evenwichtige en objectieve oplossing op tafel legt voor een zaak die politiek gesproken zeer gevoelig ligt. Ik wil daarom de twee co-rapporteurs hiermee feliciteren.

We moeten ons eraan herinneren dat het de Europese Raad van jongstleden juni was die het Europees Parlement tot oktober 2007 een oplossing voor het probleem van zijn toekomstige samenstelling beloofde, zodat deze oplossing op tijd voor de Europese verkiezingen van 2009 zou kunnen worden toegepast. Voor degenen die het vermoeden hadden dat het Parlement op grond van de wijdverspreide nationalistische ideologieën niet in staat zou zijn om dit vraagstuk op te lossen is dit verslag een passend antwoord en toont het aan dat deze instelling kundig is om binnen de nationale dynamiek die ertoe neigt om intergouvernementele zaken moeilijker te maken uiterst nauwkeurig het gemeenschappelijke Europese belang aan te duiden en tot uitdrukking te brengen.

Het is belangrijk om de houding van het Europees Parlement vast te leggen, zodat het werk van de IGC, dat op 18 en 19 oktober in Lissabon beëindigd moet worden, soepel kan verlopen. Het is daarom van wezenlijk belang om de politieke verbinding te herkennen tussen dit nieuwe voorstel over de zetelverdeling volgens het beginsel van degressieve proportionaliteit en het hervormingspakket voor de instellingen van de Unie, met name het beginsel van dubbele meerderheid ter vastlegging van een meerderheid in de Raad.

Ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om erop te wijzen dat het institutionele aspect van het Hervormingsverdrag samenhangend moet zijn, en dat ten aanzien van het vraagstuk van de dubbele meerderheid, die ogenschijnlijk pas in 2014-2017 van kracht zal worden, de Verdragen geen herenakkoorden mogen bevatten zoals het compromis van Ioannina, dat in werking zal blijven, maar – hoewel ze in het huidige kader juridisch worden erkend – er slechts toe zullen dienen om het besluitvormingsproces in de Raad te blokkeren.

We wisten van begin af aan dat de samenstelling van het Europees Parlement niet slechts een wiskundig probleem zou zijn. Binnen de grenzen van de huidige factoren, zou de te ontwerpen oplossing aan drie beginselen moeten voldoen: het solidariteitsbeginsel volgens welke de lidstaten met de grootste bevolking het accepteren dat ze ondervertegenwoordigd blijven, het pluraliteitsbeginsel om het mogelijk te maken dat het gehele spectrum van de belangrijkste politieke overtuigingen in elk land vertegenwoordigd is, en het doelmatigheidsbeginsel dat ervoor zorgt dat het maximum aantal afgevaardigden op een niveau wordt gehouden dat verenigbaar is met de rol van de wetgevende vergadering. Met de toepassing van het beginsel van degressieve proportionaliteit, zal het verslag een redelijk consensueel voorstel bereiken.

Tot slot, mevrouw de Voorzitter, zou ik willen zeggen dat het Europees Parlement de behaalde overeenkomst niet als perfect moet beschouwen, voordat het zijn politieke goedkeuring eraan kan geven. Ondanks zijn zwakheden verhoogt de tekst van vandaag de geloofwaardigheid van het Europees Parlement en is oneindig veel beter dan de onverantwoordelijke machtspelletjes tussen de nationale egotismen, die de Unie en zijn burgers duur zouden komen te staan.

Aan de vooravond van een belangrijke Europese Raad zet dit Huis, dat onze burgers vertegenwoordigt, alhoewel ik het idee moeilijk vatbaar vind dat dit Huis ook de lidstaten vertegenwoordigt; het Europees belang op de eerste plaats, erop vertrouwend dat de staatshoofden hetzelfde zullen doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Henrik Lax (ALDE). – (SV) Er is een grote groep burgers die bij het debat over de samenstelling van het Europees Parlement zijn geïgnoreerd. Ik praat hier over de bijna 50 miljoen Europeanen die tot een regionale of nationale taalminderheid behoren. Op het ogenblik is er slechts een handjevol leden van het Europees Parlement dat deze groepen vertegenwoordigt. Dit is onaanvaardbaar en geeft jammer genoeg een fout beeld van het Europees Parlement. Het ziet ernaar uit alsof we niet de kwetsbare positie inzien waaronder bepaalde taalminderheden nog steeds leven. Het verslag van de heren Lamassoure en Severin, dat op het beginsel van “degressieve proportionaliteit” is gebaseerd, is een uitstekend vertoon van statistisch werk en ook ik zal er voor stemmen, maar we moeten het ook aandurven om met het debat over andere wezenlijke zaken te beginnen. Hoe kunnen we het vertrouwen van de burgers in de Europese Unie versterken? Hoe kunnen we waarborgen dat de EU en het Europees Parlement hun doelstellingen waar maken waarvan ze willen dat anderen ze naleven, dat wil zeggen hoe kunnen we ervoor zorgen dat de stemmen van de minderheden ook worden gehoord?

Dames en heren, kunnen wij, de leden van het Europees Parlement, het toelaten dat de regionale en nationale taalminderheden aan de genade en de goede wil van de nationale regeringen worden overgelaten die hun een zetel kunnen geven, of willen we niet dat deze minderheden in het Europees Parlement worden vertegenwoordigd? Het antwoord moet een klinkend nee zijn! Dus moet om de verscheidenheid te waarborgen een aantal zetels in het Europees Parlement voor taalminderheden worden gereserveerd. Ik vertegenwoordig zelf de Zweedstalige bevolking van Finland en de provincie Åland.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini (UEN). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het verslag over de samenstelling van de zetels in het Parlement bevat enkele duidelijke tegenstrijdigheden, die nog bekrachtigd worden door de brief die gisteren door de rapporteurs is verzonden, alsof ze hun positie ten opzichte van politiek zo gevoelige kwesties wilden rechtvaardigen, en het verdraait het wettelijke begrip van staatsburgerschap zoals het altijd gecodificeerd is geweest.

Het door het verslag naar voren gebrachte beginsel gaat zowel boven naties en de verdragen uit. Uit juridisch oogpunt is het Europees burgerschap de juridische status die degenen genieten, en alleen diegenen, die het staatsburgerschap van een lidstaat hebben en die als gevolg daarvan in het bezit van alle rechten en plichten zijn die met deze status verband houden. Het is het staatsburgerschap en niet de plaats van vestiging dat van doorslaggevende betekenis moet zijn. Dit voorstel verdraait ook de in het komende Verdrag aangenomen werkwijze, die duidelijk vastlegt dat het begrip staatsburgerschap niets van doen heeft met de plaats van vestiging.

Het Europees Parlement heeft een grote gelegenheid voorbij laten gaan om aan de andere instellingen te laten zien dat het in staat is om zelf oplossingen te vinden op de grondslag van wettelijke beginselen die algemeen worden aanvaard en gedeeld. Ik zou de rapporteurs willen vragen waarom zij de mogelijkheid niet in overweging hebben genomen om voor de doeleinden tot toewijzing van zetels, eerder het aantal burgers in de lidstaten dan de inwonende bevolking te nemen.

Gebeurde dit misschien om sommige staten meer te bevoordelen dan andere? Kijk naar het geval van het Verenigd Koninkrijk, dat het stemrecht voor de Europese verkiezingen zelfs aan hen verleent die geen burgers van de EU zijn. Mijnheer Lamassoure en mijnheer Severin: wanneer u beweert, wat u heeft gedaan, dat niemand erop achteruit zal gaan in vergelijking met het Verdrag van Nice, dan is dit een duidelijke verdraaiing van de feiten, die anderen weer zullen moeten oplossen.

Daarom kunnen we dit verslag niet ondersteunen. Niet alleen omdat het, maar het is ook nadelig, niet alleen voor ons land – mijn land – maar ook voor de andere landen van de Unie. Het is ook nadelig voor de representatieve democratie en het toekomstig verdrag dat zoals u zelf toegeeft enkele richtsnoeren en beginselen bevat, waarvan de zetelverdeling dient uit te gaan. We mogen het begrip Europees burgerschap niet negeren als de grondslag voor de democratische legitimiteit van ons Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberto Musacchio (GUE/NGL). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik ben voor een beslissende rol van het Europees Parlement, waar zoveel tegen wordt gezegd, maar het schijnt dat de regeringen dit voorstel willen gebruiken om ons Huis te manipuleren.

Dit voorstel over de samenstelling van de zetels is naar onze mening een slecht advies. Italië wordt gestraft, en dat baart mij zorgen, maar wat het belangrijkst is, is dat de redenen voor deze bestraffing een slechte grondslag hebben.

Een historische gelijkheid wordt vernietigd, en nog erger, de toewijzing van de zetels wordt veranderd in naam van de inwonende bevolking die niet het recht van staatsburgerschap bezitten. Degenen, die zoals Italië het stemrecht aan burgers hebben gegeven die niet in het land wonen, worden gestraft. Wat we nodig hebben is iets totaal anders: ik ben van mening dat we werkelijk een burgerschap moeten hebben dat op vestiging baseert, maar een burgerschap dat niet alleen zou tellen bij het aantal leden van het Parlement, maar ook voor het recht om te kiezen en gekozen te worden.

We moeten de vertegenwoordiging van politieke minderheden en kleine staten waarborgen, deze vastleggen in de criteria die in de nationale kieswetgeving moeten worden aangenomen, en we moeten nadenken over nieuwe regelingen die ervoor zorgen dat de Europese partijen zich beter kunnen opstellen en over betere presentatiemogelijkheden bij zulke verkiezingen beschikken. Niets van dit alles is in het verslag terug te vinden, en daarom zal ik tegen dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens-Peter Bonde (IND/DEM). (DA) Mevrouw de Voorzitter, het verslag dat het Parlement morgen zal aannemen zal daadwerkelijk de toetreding van Turkije en andere veel bevolkte Europese staten een halt toeroepen. Duitsland zal zijn gewicht in de Raad zien verdubbelen, terwijl kleinere landen hun gewicht gehalveerd zien. Tezelfdertijd zullen enkele van de grotere landen meer zetels in het Parlement krijgen. In het geheel zal Duitsland verder ervoor schadeloos worden gesteld dat ze hetzelfde aantal stemmen in de Raad had als Italië, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, ook wanneer het op het ogenblik de volledige waarde van elke Duitser in de Raad eruit sleept. Ik geloof niet dat de grotere landen nog eens zo’n groei zullen meemaken, en dat de kleinere landen geen groei meer zullen bewerkstelligen wanneer het electoraat de besluiten als legitiem beschouwt: luister naar de heer Lax.

Ik zou de grootste landen willen oproepen om in te houden en na te denken. Er kan niet zowel stemming op de grondslag van de bevolkingscijfers in de Raad plaatsvinden en een benadering van hetzelfde stembeginsel in het Parlement. In de Verenigde Staten bestaat er een gelijkheid tussen de staten in de Senaat. In Duitsland heeft het Saarland, met één miljoen inwoners, drie stemmen in de Bundesrat, terwijl Rheinland-Pfalz, met een bevolking van 18 miljoen zes stemmen heeft; dus is het Duitse systeem niet echt eerlijk te noemen. Toen mijn land tot de EG toetrad, had Duitsland drie keer zoveel stemmen in de Raad dan Denemarken; nu zal het 15 keer zoveel stemmen hebben. Vroeger had Duitsland drie en een half keer zoveel zetels in het Parlement als Denemarken; nu heeft het acht keer zoveel zetels. Dat is ook ongelijk, en zal door het kiesvolk nooit worden begrepen. Het zal de EU vernietigen – dat is het probleem.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (ITS). (NL) Voorzitter, sta mij toe om eerst en vooral mijn twijfels te uiten over de timing van de resolutie die we nu bespreken. Het is wel zo dat de Europese Raad in juni het Parlement vroeg om een ontwerp in te dienen over de toekomstige samenstelling van het Parlement, maar nu stellen we vast dat het hele voorstel gebaseerd is op het hervormingsverdrag, een tekst die nog niet eens geratificeerd is, laat staan dat hij van kracht is. Met andere woorden, we zijn de kar voor het paard aan het spannen. Het is trouwens niet de eerste keer dat dit gebeurt, en het begint echt stuitend te worden.

Ik spreek hier nu niet als woordvoerder van de ITS-Fractie, maar als vertegenwoordiger van een kleinere lidstaat. Of, beter gezegd, van een toekomstige lidstaat, want de vraag is niet meer of België wordt opgesplitst en Vlaanderen een onafhankelijke staat wordt. De vraag is wannéer het zal gebeuren. Maar dit terzijde.

Ik denk dat het beginsel van de degressieve proportionaliteit dat in dit verslag wordt verdedigd het meest werkbare en ook het meest rechtvaardige uitgangspunt is, indien men tenminste van oordeel is dat de kleinere lidstaten en hun vertegenwoordigers in dit Parlement een rol van betekenis moeten kunnen blijven spelen.

Ik ben in elk geval voorstander van een ruimte interpretatie van dit beginsel van de degressieve proportionaliteit en ben dan ook van plan om het amendement ter zake van de heer Bonde te steunen. Ik denk dat het in het belang is van de Europese Unie dat de kleinere lidstaten op een zo goed mogelijke manier vertegenwoordigd zijn in het Europees Parlement. Zo niet, dan verdwijnt weer een deel van de steun bij de bevolking voor de Europese instellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (NI). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, vandaag hebben we hier in het Europees Parlement twee opeenvolgende debatten die ons duidelijk maken hoe de rangorde in de Europese Unie zal zijn, en hoe de macht zal worden verdeeld. Voor mij, als afgevaardigde van Polen en de Liga van Poolse Families, is dit een erg droevig debat.

Ik neem een zeer kritisch standpunt in ten opzichte van deze nieuwe poging om het Grondwettelijke Verdrag onder de nieuwe naam Hervormingsverdrag in te voeren, evenals ten opzichte van de nieuwe zetelverdeling in het Europees Parlement, dat mijn land discrimineert. Het verslag dat op zeer twijfelachtige en vergezochte argumenten baseert, en dat in de Commissie constitutionele zaken van het Europees Parlement werd aangenomen, treft sommige landen negatief en bevoordeelt andere landen, en dit ook niet voor het eerst. Hieraan kan ik niet mijn toestemming geven.

Ik roep ook de President van Polen op om dit verdrag in Lissabon over een week te verwerpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Stubb (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit is voor mij een van de meest trieste dagen van onze plenaire werkzaamheden in de afgelopen vijf jaar. Want het is voor het eerst dat ik, in ieder geval ikzelf, het gevoel heb dat dit een intergouvernementeel orgaan is geworden. Dit doet me denken aan de nachten in Amsterdam in 1997, en aan de nachten in Nice in 2000. Binnen de fractie en ook hier in de zitting vandaag kunnen we zien wat er allemaal aan de hand is.

Ik heb altijd gedacht dat het Europees Parlement er was om de van de belangen van alle Europese volkeren te behartigen, en niet allerlei bekrompen nationale belangen.

Er zijn nu drie opties: allereerst het voorstel van de heren Severin en Lamassoure - naar mijn mening een echt Europees voorstel. Het is een uitmuntend voorstel en ze hebben fantastisch werk geleverd waarvoor zij alle lof verdienen.

(Applaus)

De tweede optie is dat we teruggaan tot Nice. Misschien wil een aantal van ons dat, ik weet het niet. Is dat echt wat we willen? Is dat de reden waarom we überhaupt dit hele debat voeren? Willen we echt terug naar Nice? Wil Spanje zetels verliezen? Wil Polen minder zetels? Ik weet het niet.

Dan de derde optie is wat ik zou willen noemen een provocatieve optie, en dan wel meteen twee. Een: de grote landen een hele hoop meer geven en de kleine landen een hele berg minder, en twee - precies het omgekeerde - de kleine een heleboel geven en de grote helemaal niks. Is dat wat we willen? Zijn we daarvoor hier? Ik denk van niet, tenminste, ik hoop van niet.

Het debat van morgen heeft alles te maken met de geloofwaardigheid van het Europees Parlement en met de vraag of wij in staat zijn een rationeel, logisch, en eerlijk besluit te nemen. Zijn we in staat met een voorstel op de proppen te komen, of zijn wij niks beter dan de lidstaten?

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jo Leinen (PSE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, collega’s, het Parlement legt met het verslag van Lamassoure en Severin ons iets voor. We zullen de zetelverdeling al in 2009 kunnen voltrekken, terwijl de nieuwe stemverdeling in de Raad van Ministers pas in 2014 van toepassing is. Maar wij zijn klaar om deze operatie nu al voor de komende periode in te voeren. Alleen geldt het gehele voorstel alleen wanneer er een nieuw Verdrag is. Wanneer het nieuwe Verdrag niet ten uitvoer wordt gelegd, dan blijven het Verdrag van Nice en de toetredingsverdragen van kracht, wat betekent dat alle landen minder zetels zullen hebben. Er moet derhalve een groot interesse voor bestaan om morgen in de plenaire vergadering dit voorstel te ondersteunen.

Ik dank de beide rapporteurs Lamassoure en Severin voor het door hun verrichte werk. Iedereen kun je niet tevreden stellen, dat zou gelijk staan aan een wonder. Maar ik moet protesteren tegen hetgeen van Poolse kant werd gezegd: hier wordt niemand gediscrimineerd. In tegendeel, er is hier een voorstel ingebracht dat plausibel is, en zich aan objectieve criteria houdt, op grond waarvan de zetels die we hebben, kunnen worden verdeeld.

We moeten echter met de discussie verdergaan die onze Italiaanse collega’s hebben aangekaart, namelijk het debat over de vraag in hoeverre het staatsburgerschapsbegrip van de Europese Unie hetzelfde is als het staatsburgerschapsbegrip op nationaal niveau. De staat heeft zijn grenzen gesloten en alle anderen uitgesloten. De EU is op een geheel ander concept gebaseerd en we verbreden dit debat om ervoor te zorgen dat alle inwoners van de EU door ons worden vertegenwoordigd en niet alleen degenen die in het bezit zijn van een paspoort van de lidstaten. Er zijn 30 miljoen mensen in de EU die geen paspoort van een lidstaat hebben, maar die zich aan onze wetten houden.

We zullen hier de volgende keer nog eens op terugkomen. Dank u voor uw voorstel, dat ons weer op de rails zet naar een succesvolle afsluiting van de intergouvernementele conferentie en naar een nieuw Europees Verdrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Margarita Starkevičiūtė (ALDE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wilde alleen maar even tegen de heer Stubb zeggen dat Litouwen in geen van de door hem geschetste situaties er ook maar iets op vooruit gaat.

(LT) Ik zou tegen de heer Alexander willen zeggen dat Litouwen in alle drie gevallen hetzelfde aantal zetels zal hebben, omdat het in het eerste geval besloten is, omdat het in het tweede geval besloten is, en in het derde geval... Wanneer we hier als Parlement een debat voeren (aangezien de Voorzitter van het Parlement niet de Voorzitter bij deze belangrijke zaak is), wanneer we een debat voeren over het Parlement en ik de heer Lamassoure niet zie. Is hij in de zaal aanwezig? Waarom moeten we spreken? De mensen waarom het gaat zijn weggegaan. Er valt niets meer te zeggen. Ik spreek hierover, omdat we werkelijk over een gemeenschappelijk huis, een gemeenschappelijk Europa moeten spreken, en iedere stem uit ieder land moeten horen.

Het probleem van mijn land is dat we sinds vele eeuwen om ons overleven hebben gestreden. We zijn een kleine natie. Nu leven veel mensen in andere landen, ze werken in uw ondernemingen en, praktisch gezegd, zullen ze niet in staat zijn om de problemen van Europa op te lossen. We proberen om een betrekking te onderhouden, om samen te zijn, om een natie te zijn en niet van de landkaart te verdwijnen, maar deze mensen zullen niet in staat zijn om te stemmen, omdat het aantal leden van het Europees Parlement zal worden vastgelegd op grond van het aantal burgers. Toch leven ze in uw land, Alexander, evenals in Groot-Brittannië en Ierland en ze werken daar op eerlijke manier. Natuurlijk kunnen ze de afgevaardigden van Zweden, Finland, Brittannië of Italië kiezen, maar op deze manier worden we als natie eenvoudigweg kleiner. Dus is dit het belangrijkste onderwerp dat mij zorgen baart en ik vind het werkelijk jammer dat er in dit Huis zo weinig over waarden wordt gesproken, zoals ook de heer Lamassoure zei. Het debat van vandaag is hier een prima voorbeeld van. Terwijl ik naar de achternamen kijk, weet ik wie hoeveel zetels heeft, en ik kan van tevoren zeggen welke meningen zullen worden verkondigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Pęk (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, Ik vind de schandelijke hypocrisie die in dit Huis heerst allang normaal. Maar vandaag zou ik één vraag willen stellen. Goed, zoals u wilt, aangezien ik uit de meeste toespraken die zijn gehouden meende te vernemen dat er een kans op verandering van de stembeginselen en de toewijzing van zetels in het Parlement bestaat, zodat het burgerschap van een gegeven land niet doorslaggevend is. Met andere woorden zegt u dat we al aan het kijken zijn naar een geïntegreerde Europese bevolking met een verenigde norm en verenigde belangen. Dit is dan de Europese bevolking.

Ik zou jullie hypocrieten ook willen vragen hoe het kan zijn dat het arme oude Polen slecht één derde van de landbouwsubsidies krijgt, dat de Duitsers, het rijkst van allen, ondanks het gemeenschappelijk energiebeleid, over de hoofden van andere staten weg met Rusland willen onderhandelen en een onderzeese pijpleiding willen exploiteren, met gevaar voor de milieubescherming? Kunnen deze twee zaken met elkaar worden verzoend? En wanneer wat ik zeg de waarheid is, is het dan niet te vroeg om de mythe van een Europese staat te scheppen? We moeten hiernaar toe werken, maar langzaam en systematisch, terwijl dit soort snelle acties alleen tot het tegendeel kan leiden van wat er eigenlijk was bedoeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerardo Galeote (PPE-DE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik begrijp de moeilijkheid van de onderneming, en ik erken en prijs het door de rapporteurs verrichte werk.

Bij sommige onderwerpen is het voorstel dat zij ter verdeling van de zetels maken echter naar mijn mening te zeer naar eigen goeddunken en houdt het ook niet voldoende rekening met het noodzakelijke evenwicht van de instellingen dat we van het huidige Verdrag van Nice hebben overgenomen.

Sommige leden van het Europees Parlement hebben daarom amendementen ondertekend die morgen aan de plenaire vergadering worden voorgelegd en die, zou ik willen benadrukken, het beginsel van degressieve proportionaliteit volledig respecteren; en ook naar onze mening de toewijzing van de zetels voor de toekomst objectiever maken, en haar met duidelijke en transparante criteria verbinden.

Één van deze amendementen, waarop ik graag de aandacht zou willen richten, dat bij de verkiezingen van 2009 van kracht zou worden, staat in verband met de meest voorzichtige onderzoeken die door de Spaanse regering naar voren zijn gebracht en aan het Parlement en de Raad zijn gestuurd.

Zoals u begrijpt, dames en heren, maak ik mij niet om redenen van partijpolitieke aard schuldig aan het verdedigen van de voorstellen van de huidige Spaanse regering, maar het is een feit dat er in dit geval sterker rekening met de demografische factor is gehouden, en dat het als wezenlijk moet worden beschouwd bij de vorming van een instelling die de belangen van de bevolking vertegenwoordigt.

Daarom, mevrouw de Voorzitter, zou ik de rapporteurs willen vragen om deze amendementen in overweging te nemen, en aan mijn collega’s om voor ze te stemmen, en ik hoop in ieder geval dat ze zullen worden voorgelegd aan, verdedigd voor en er rekening mee zal worden gehouden door de Europese Raad, wanneer hij er volgende week over besluit.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Carnero González (PSE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, dit was geen gemakkelijke onderneming en ik ben van mening dat de heer Lamassoure, van de Fractie Europese Volkspartij, en de heer Severin, van de Socialistische Fractie, ons een uitstekend verslag hebben voorgesteld waarvan een werkelijke Europese en pro-Europese geest uitgaat.

De heer Stubb heeft gelijk: dit is een van de droevigste debatten die ik in dit Huis heb bijgewoond, maar ik hoop dat morgen de uitkomst van de stemming over dit verslag een van de beste momenten zal zijn die we meemaken, omdat dit verslag, dat niet alleen van hun, maar ook van de Commissie constitutionele zaken is, met zeventig procent ondersteuning, ten eerste overeenkomt aan hetgeen waarom de Raad dit Huis heeft verzocht. Ten tweede het beginsel van degressieve proportionaliteit toepast. Ten derde een parlementaire vertegenwoordiging waarborgt, iets dat met het Verdrag van Nice onmogelijk zou zijn geweest; gedeeltelijk omdat sommige landen, zoals Spanje onder dit Verdrag, op een niet te verantwoorden en ongerechtvaardigde manier in het geheel niet over een evenredige verhouding voor de vertegenwoordiging konden beschikken.

Gelukkig lost het voorstel van de heren Lamassoure en Severin van de Commissie constitutionele zaken dit probleem op.

Dat is de hamvraag: of dit verslag of Nice. Of dit verslag met een representatief Parlement, of Nice met een Parlement dat niet volledig representatief is. We kunnen van alles en nog wat hierover beloven, maar wat we nodig hebben is natuurlijk een realistische ondersteuning zodat het Parlement op de Top van Lissabon zijn inspanningen bekroond zal zien, en tevens door het aannemen van het nieuwe Hervormingsverdrag ondersteund zal zien. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Lambsdorff (ALDE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, met uw permissie wil ik beginnen met de mededeling dat de leden van de Freie Demokratische Partei (FDP) voor morgen een vrije stemming hebben toegestaan. Er zal daarom geen stemafspraak van de partij zijn. Waarom is dit het geval? Er is een dilemma. De toestand wordt natuurlijk voor Duitsland slechter. In plaats van 832 000 kiezers per lid van het Europees Parlement tot op heden, zullen dit nu 858 000 kiezers zijn. Het Parlement wil dat dit vanaf 2009 doorgang zal vinden. Dit zal in de Raad niet voor 2014 gebeuren. Hier wordt onder andere ook op verwezen.

Zelfs goede Duitse kranten zoals de Berlijnse Tagesspiegel schrijven dat de zetels morgen worden herverdeeld. Er zijn hier in het Parlement collega’s die zeggen: Duitsland zal morgen drie zetels verliezen. Het probleem is – en hier kom ik aan bij het standpunt waarop ik persoonlijk sta – dat dit onjuist is. Het verslag van Lamassoure/Severin stelt het hoogst mogelijke aantal zetels veilig dat Duitsland volgens het Verdrag mag hebben. Het Verdrag van Nice bepaalt al dat er een maximum van 96 zetels is. Dit verslag bevestigt dit nog eens duidelijk.

Waarom voeren we dan dit debat? Waarom de provocatie door middel van de methode d’Hondt, waar alleen de grotere landen baat bij hebben en de kleinere enorm verliezen? Het is een voorstel dat tot mijn grote verbazing wordt ondersteund, ja zelfs werd ingediend, door medeleden van de Christlich Demokratische Union (CDU). Wat heeft dit eigenlijk te betekenen? Ik geloof dat het een on-Europees voorstel is. Het evenwicht, het rechtvaardige en eerlijke evenwicht tussen de grote, middelgrote en kleine landen raakt hier verloren. En nog erger, het is een voorstel dat in de Raad geen schijn van kans zal hebben. Geloven wij en onze medeleden van de CDU werkelijk dat ze in België, Ierland, Zweden en Estland geen onderzoeken kunnen doorvoeren en dat ze voor dit voorstel in de Raad zullen stemmen? Nee! Dit voorstel is een zeepbel die zonder consequenties uiteen zal barsten. – met een uitzondering. Deze consequentie zal een verdere verslechtering van de sfeer ten aanzien van het Europees beleid bij ons in Duitsland zijn.

We dienen het verslag van Lamassoure/Severin te ondersteunen. We moeten ervoor zorgen dat het Parlement een sterk politiek signaal aan de Raad zendt dat we in staat zijn om zelf voor onze zaakjes te zorgen. Wanneer dit signaal, een Europees signaal, sterk is dan is het goed voor ons allen, waarbij ik hierbij Duitsland uitdrukkelijk insluit.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Dehaene (PPE-DE). (NL) Voorzitter, het is hier al herhaalde malen gezegd, maar uiteindelijk gaat het in dit debat om de geloofwaardigheid van het Parlement. Het komt gaat erom of het Parlement in staat is om de hem opgedragen taak van het indienen van een voorstel met een ruime meerderheid te vervullen, zodat het voor de Raad moeilijk is om dit voorstel naast zich neer te leggen.

De verdienste van het verslag-Lamassoure/Severin is dat hierin op een pragmatische manier een voorstel wordt gedaan dat beantwoordt aan alle vereisten van het Verdrag. Er zijn geen vier alternatieven, er zijn eigenlijk maar twee alternatieven, te weten het verslag-Lamassoure/Severin of Nice. Want indien wij niet in staat zijn met een ruime meerderheid een voorstel te doen, dan zal de Raad daarin evenmin slagen en dan zal men terugvallen op Nice.

Nu begrijp ik een aantal van de ingediende amendementen niet goed. Het is duidelijk dat het kwadraatamendement inderdaad de kleinere landen sterk verdedigt, maar eigenlijk een karikatuur is van wat proportionaliteit moet zijn. Maar ik begrijp evenmin het amendement dat vooral onder Duitse stimulans is ingediend, want daarin wordt geen rekening gehouden met de positie van de kleinere landen, terwijl men vraagt dat zij in de Raad meer mogelijkheden aan de grote lidstaten zullen geven.

Of moet ik begrijpen dat dit een vicieuze manier is om terug te komen tot Nice en Duitsland te laten terugkeren naar 99 zetels? Als het dat is, dan vind ik dat zeer ondermijnend voor dit Parlement. Ik hoop dat het Parlement morgen zal inzien dat het om zijn geloofwaardigheid gaat, en deze kan het alleen maar behouden door met een ruime meerderheid het verslag-Lamassoure/Severin te steunen, want dat is het enige realistische amendement.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik vind het moeilijk om een verslag te accepteren waardoor mijn land – ik moet zeggen en zal zeggen, het Poolse volk, aangezien zij het zijn die hun vertegenwoordigers kiezen – de mogelijkheid verliest om drie leden extra van het Europees Parlement te kiezen. Dat is het aantal waarmee de Poolse vertegenwoordiging in het Europees Parlement zou afnemen volgens het vandaag op tafel gebrachte voorstel.

Waarom ik van mening ben dat dit onredelijk is en waarom ik van mening ben dat de in dit verslag gebruikte criteria geen rekening hebben gehouden met duidelijke feiten, zoals ook al door mijn medelid uit Litouwen naar voren werd gebracht? Het gaat om arbeiders, om werknemers, om Polen die tijdelijk in het buitenland leven – drie miljoen Polen in het buitenland. Goed, gaan we ervan uit dat ze een stemrecht in Groot-Brittannië of Ierland hebben, maar ze komen naar huis. Mijn vraag is: wie zal ze vertegenwoordigen? Hen wordt het recht ontnomen om vertegenwoordigd te worden zelfs wanneer ze een stemrecht zouden hebben.

Dit verslag en hierbij gaat het om mijn tweede onderwerp, verzwakt het evenwicht dat tot op heden tussen de instellingen bestond, hoe fragiel het ook mocht zijn, tussen de positie van de staten in de Raad en in het Parlement. Polen verliest het meest in de Raad met de overgang naar de stemming met dubbele meerderheid, en het verliest ook in het Parlement.

Mijn laatste onderwerp gaat over een zekere onevenwichtigheid ,waarover hier vandaag al werd gesproken, bij de werkgelegenheid van functionarissen bij de instellingen van de EU, en voornamelijk in het Parlement. Deze onevenwichtigheid, die alle nieuwe lidstaten treft, zou hier in het Parlement uit de wereld kunnen worden geholpen. Ik verzoek om een wijziging van dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfonso Andria (ALDE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik ben me er natuurlijk van bewust dat de taak van mijn medeleden de heren Lamassoure en Severin geen gemakkelijk te dragen last was, maar ik moet zeggen dat het resultaat, ondanks de verrichte inspanningen, me vrij verbijsterd achterlaat, zowel vanuit juridisch oogpunt en ook waar het om puur politieke begrippen gaat.

Het voorstel verwijst voor het eerst op een verrekeningscriterium dat op de woonbevolking in elke lidstaat baseert, dat het criterium van het burgerschap vervangt. Hier hebben we met een probleem van juridische en politieke consistentie te maken met betrekking tot de bepalingen van het toekomstige Hervormingsverdrag, en vooral ten opzichte van artikel 9A dat uitdrukkelijk het beginsel van de vertegenwoordiging van de Europese burgers vastlegt. Ik zie de zaak ook als politiek aan, gedeeltelijk omdat het Parlement de functie van de stem en het zich tot uitdrukking brengen van de burgers nogal vaag maakt – en wat nog erger is, dit in een tijd waarop de Unie bezig is de cultuur van het Europees burgerschap, de identiteit en de rechten van de Europese burgers te verspreiden.

En leidt u dit onderwerp alstublieft niet terug op het niveau van nationale eisen of nog erger, reduceert het tot een kwantitatieve kwestie. Dat zou een totaal reducerende en vulgaire aanpak zijn, en zou in feite onvriendelijk ten opzichte van Italië zijn. Ik merk ook een verschil in behandeling op; er is een gebrek aan homogeniteit tussen het ene haakje en het andere: in vele gevallen bieden de parameters waarop verwezen wordt geen rechtvaardiging voor het verschil in het aantal zetels tussen het ene en het andere land.

Tot slot, mevrouw de Voorzitter, wil ik mijn medeleden oproepen om op een wijze te stemmen die consistent is met hetgeen in de Verdragen is vastgelegd en met hetgeen uw rol als leden van het Parlement tot nu toe is geweest en verder dient te zijn: de uitdrukking van burgerschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Riccardo Ventre (PPE-DE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de heer Stubb die jammer genoeg weggegaan is, benoemde vanavond de treurigheid en andere leden hebben dezelfde gevoelens tot uitdrukking gebracht. Ik geloof echter dat het droevig is om de discriminatie tussen landen en leden van het Europees Parlement te zien, vooral degenen die pogen om ervoor te zorgen dat de fundamentele beginselen goed worden nageleefd, zoals de heer Voggenhuber en mevrouw Muscardini terecht hebben gezegd.

Wat hier belangrijk is, is om geen twijfel over het verslag van Lamassoure-Severin te laten opkomen; het zit waarschijnlijk goed in elkaar, alhoewel het op een wankel fundament is gebouwd. In feite is er een wettelijk beginsel dat volledig overboord wordt gegooid, en dat is het beginsel van het burgerschap. Dit punt wordt ook door degenen naar voren gebracht die het verslag hebben ondersteund, en komt ook voor in de compromisvoorstellen van de heren Lamassoure en Severin; de heer Leinen heeft het benoemd, en de heer Duff heeft het ook uitstekend geformuleerd: hier weten we niet welk electoraat we hebben!

En toch proberen we op de grondslag van deze volledige onzekerheid betreffende het electoraat een criterium op te zetten of een kasteel te bouwen dat zijn eigen innerlijke samenhang heeft – naast de grondslag of het fundament – en dat ooit een bouwwerk zal scheppen dat op geen enkele manier de nu bestaande werkelijkheden of de burgers respecteert. Het zal ons als verdere consequentie – en let op wat ik zeg, en ik wil geen doemdenker zijn – voor het Hof van Justitie brengen. Het is natuurlijk, en waarschijnlijk een plicht voor degenen die zichzelf gekwetst voelen om als extrema ratio naar het gerecht te stappen, als het hoogste besluitvormingsorgaan voor zo’n belangrijke beslissing.

Ik roep mijn regering op, de regering van mijn land, die bij dit proces zich tot nu toe zeer zwak heeft opgesteld, vanaf het begin in Berlijn, om haar trots terug te vinden en gebruik te maken van het vetorecht ten opzichte van dit voorstel.

 
  
MPphoto
 
 

  Libor Rouček (PSE). – (CS) Dames en heren, vandaag en morgen hebben we de historische kans invloed uit te oefenen op het besluit met betrekking tot de toekomstige samenstelling van het Europees Parlement. Het verslag dat de rapporteurs, de heren Lamassoure en Severin, hiertoe hebben opgesteld, is gedegen, evenwichtig en doorwrocht van verantwoordelijkheidsgevoel. Het biedt ons pragmatische oplossingen aan. Het zou geen probleem moeten zijn ze goedgekeurd te krijgen door het IGC. Ook werpen deze oplossingen geen barrières op voor de goedkeuring van het Hervormingsverdrag.

De voorgestelde zetelverdeling in het Europees Parlement is gebaseerd op het principe van de degressieve proportionaliteit. Dit is een rechtvaardig en solidair principe, een uitdrukking van solidariteit tussen de grote, middelgrote en kleinere lidstaten. Verder is de voorgestelde oplossing gebaseerd op het principe van de demografische omvang van de verschillende lidstaten. Ook dat is een rechtvaardig en eerlijk principe. Desalniettemin heeft een aantal afgevaardigden zich uitgesproken tegen deze oplossing. Zij zijn van mening dat hun landen zogeheten gediscrimineerd worden. Maar ik ze hier helemaal geen enkele vorm van discriminatie. Er zou inderdaad sprake van discriminatie zijn indien een land dat bijvoorbeeld vijf miljoen inwoners meer heeft hetzelfde aantal zetels zou krijgen als een land dat er vijf miljoen minder heeft. Ik vertrouw erop dat het Parlement morgen gebruik maakt van zijn historische kans, en met een overgrote meerderheid het verslag van de heren Lamassoure en Severin goedkeurt.

Wordt het niet goedgekeurd, dan zijn we weer bij Nice. Dan komen we uit bij een alternatief waar ook de collega’s die hier net nog “Niets of de dood!” uitriepen, bij verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Protasiewicz (PPE-DE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, we debatteren vandaag over een zeer belangrijk verslag op grond waarvan de zetelverdeling bij de volgende zittingsperiode van het Parlement zal worden vastgelegd.

De rapporteurs hebben een voorstel op tafel gelegd dat zeer interessant is en waarin zeker een heleboel werk is gestoken, zowel op analytisch als op conceptioneel gebied. Ik wil hun hiervoor mijn oprechte dank betuigen. Maar wat mij betreft heeft het verslag twee ernstige zwakke punten. Ten eerste stellen onze medeleden een oplossing voor die ad hoc van aard, tijdelijk en slechts voor de volgende zittingsperiode is. Ik kan mij echter herinneren dat toen we met het werk aan dit verslag in de Commissie constitutionele zaken waren begonnen, we overeengekomen waren dat we naar een systemische oplossing zouden zoeken die ons in staat tot automatische verandering van de samenstelling van het Parlement zou stellen, wanneer nieuwe staten tot de EU toetreden.

Het alternatieve door tachtig leden van het Europees Parlement aangekondigde voorstel, waartoe ik ook behoor, voldoet aan deze voorwaarde. Het gebruik van de methode d’Hondt om het aantal stemmen uit de individuele staten te tellen is een objectief instrument dat de politieke koehandel overbodig maakt. Door dit amendement te accepteren zou het Europees Parlement de eerste instelling kunnen worden die boven de politieke en nationale disputen uitgaat. Ik accepteer een neutrale, wiskundige methode om de sterkte van de afzonderlijke landen af te wegen. Dit zou een stap in de juiste richting zijn en een model om te volgen voor de andere multinationale Europese instellingen.

Een ander zwak punt in het voorgestelde ontwerp is het gebrek aan samenhang in de aanpak van de Europese burgerrechten. Hiertoe behoort ook het recht om in dit forum vertegenwoordigd te zijn. Naar mijn mening verzwakt het criterium om de grootte van de parlementaire vertegenwoordiging uit de bevolkingscijfers te berekenen dit recht. Hoe moeten bijvoorbeeld de burgers van Polen die in Ierland of Groot-Brittannië werken zich voelen? Verscheidene schattingen gaan ervan uit dat het hier om 2 tot 3 miljoen van zulke mensen gaat.

Volgens de in Polen geldige kiesverordeningen, kunnen stemmen worden afgegeven voor kandidaten die in Polen verkiesbaar staan. Maar wanneer we, zoals in dit verslag voorgeslagen, het criterium van de bevolking nemen dan neemt het aantal in Polen gekozen leden van het Europees Parlement af, omdat zoveel mensen het land verlaten, terwijl het aantal leden op de eilanden toeneemt. Dus wie zal ze hier vertegenwoordigen in dit forum? De Ierse leden van het Europees Parlement, of de Britse, of de Poolse, van wie er minder zullen zijn? Het verslag geeft geen antwoord op deze vragen. In verband hiermee heb ik het gevoel dat het wezenlijk is dat er wijzigingen in de tekst van het verslag komen en samen met vele medeleden zullen we voor bepaalde amendementen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Lambrinidis (PSE). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, het wordt algemeen aanvaard dat de huidige zetelverdeling de demografische werkelijkheden in de lidstaten niet fatsoenlijk weergeeft, en dat de correlaties nadelig zijn voor bepaalde middelgrote en kleinere landen.

Het feit dat het verslag het in het Verdrag van Nice vastgelegde aantal zetels niet vermindert is zeker positief te noemen. Ik moet echter ook benadrukken dat in het geval van Griekenland een toename van het aantal voorziene zetels van 22 naar 23 absoluut redelijk zou zijn, aangezien de bevolking van het land met meer dan tien procent die van landen met hetzelfde aantal parlementszetels overtreft.

Ik zou het vandaag voornamelijk willen hebben over de verscheidene amendementen die zijn ingediend en die de berekeningsmethode van het aantal leden van het Europees Parlement tot onderwerp hebben. Één kwestie is dat men niet in staat was om de gehele bevolking van een land te bepalen, maar alleen zijn burgers. Ik ben een voorstander van het idee van de Europese burger, maar ik ben het volledig oneens met de wijze waarop het hier wordt toegepast. Als lid van het Europees Parlement heb ik het gevoel dat ik degenen vertegenwoordig die de bevolking van het grondgebied van mijn land vormen: zonder dat ze noodzakelijk burgers van Griekenland of van Europa moeten zijn, ze voeden onze kinderen op, ze zorgen voor onze bejaarde mensen, ze bouwen onze huizen, ze geven les op onze universiteiten, ze leveren hun bijdrage aan het verzekeringssysteem en sturen hun kinderen op onze scholen. Onze beslissingen inzake het milieu, de diensten, immigratie en over verzekeringskwesties en tientallen andere zaken betreffen in werkelijkheid ook het leven van deze medeburgers van ons, die natuurlijk vaak tot de minst geprivilegieerde behoren. Ik geloof daarom dat het democratisch vereist is dat het aantal leden van het Europees Parlement dient te worden gebaseerd op het totale aantal inwoners van een land.

 
  
MPphoto
 
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, het debat van vandaag over de toekomstige samenstelling van het Europees Parlement is jammer genoeg geen hoogtepunt in de geschiedenis van de Europese democratie geweest. Het is misschien goed dat noch de Commissie noch de Raad de tijd hebben gevonden om ernaar te luisteren.

We moesten naar sprekers luisteren die met erg veel pathos beginselen naar voren hebben gebracht, beginselen die ons praktisch niet veel verder hebben gebracht en die daarom niets anders te bieden hebben dan pathos. We hebben uiteindelijk veel redenaars gehoord die het over hun eigen nationale belangen hebben gehad. Dit is met zekerheid geen weg die naar het doel van een Europese oplossing voert, en als zodanig ons waarschijnlijk ook niet dichterbij een oplossing zal brengen.

Godzijdank hebben we ook enkele sprekers gehoord die pragmatisch te werk gingen en die naar begrijpelijke oplossingen hebben gezocht en hiervoor in het voorstel van onze beide rapporteurs – Alain Lamassoure en Adrian Severin – een passende grondslag hebben gevonden. Ik geloof dat we onze oprechte dank aan beide rapporteurs onder woorden moeten brengen voor het werk dat ze in de commissie en in het verdere verloop hebben verricht. Dit is iets wat volgens de Mediterrane beleefdheid altijd vereist is, maar in dit geval hebben de rapporteurs hun dank werkelijk verdiend. Van iemand die niet uit het Middellandse Zeegebied komt, daarom: hartelijk dank!

Ik hoop en ik kijk er ook naar uit dat we misschien morgen bij de stemming een historisch moment voor dit Parlement zullen beleven. Dat wil zeggen, wanneer we duidelijke en ondubbelzinnige meerderheden voor het voorstel van de heren Lamassoure en Severin vinden en zo in staat zullen zijn om een duidelijk signaal aan de Raad te geven. Het Europees Parlement heeft in ieder geval een verstandige uitgangspunt voor de verkiezingen van 2009 naar voren gebracht.

 
  
  

VOORZITTER: MAREK SIWIEC
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, om het verslag van de twee rapporteurs, de heren Severin en Lamassoure correct te kunnen beoordelen, moeten we rekening houden met bepaalde feiten en bepaalde regels toepassen.

Allereerst moeten we het verslag op een Europese manier benaderen, niet op een nationalistische. Wanneer we hiertoe niet in staat zijn, krijgen we met een wedstrijd te maken over welk land meer zetels krijgt en welk land minder. Ten tweede moeten we rekening met bepaalde feiten houden, bijvoorbeeld dat het Europees Parlement vandaag geen beslissing neemt over de samenstelling van het Parlement, maar een voorstel doet aan de Raad. De Raad heeft een zekere speelruimte en beginselen waarop hij kan bouwen, zelfs wanneer deze op het verleden stoelen, waarbij we van mening zijn dat dit niet bijzonder evenwichtig was.

Daarnaast moeten we de rekenkundige feiten toepassen die we hebben gekregen. Er zijn 750 leden van het Europees Parlement, ten hoogste 96 per land en ten minste 6 per land. We kunnen niet ook nog gaan sjacheren over de delen van de bevolking die binnen en buiten het land zijn. We dienen een compromis te bereiken op de grondslag van de bestaande situatie overeenkomstig de bevolking en wat van toepassing is op de andere sectoren. We zijn hier niet om de EU opnieuw op te richten. Wanneer we dit doen, dan laat ons andere berekeningen gebruiken. Wat er daarom vandaag van belang is, is dat we een resultaat bereiken met de breedst mogelijke ondersteuning van het Europees Parlement, zodat we onze geloofwaardigheid behouden en tezelfdertijd de weg open zetten voor Europese en niet voor nationalistische bewegingen. Daarom wil ik een oproep aan de hooggeachte Duitsers doen, die altijd gul zijn geweest – wanneer ze overigens in het verleden de neiging hadden gehad die ze vandaag hebben, dan zouden we geen EU hebben. Ik roep ook mijn medeleden van de andere staten op, zodat we morgen het verslag van Lamassoure en Severin met de grootst mogelijke meerderheid kunnen aannemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, op het moment dat we bij verkiezingen het principe van strikte proportionaliteit terzijde schuiven, komen we, in plaats van bij een rekenkundige exercitie, onvermijdelijk uit bij een politiek compromis. Het democratisch principe dat elke stem hetzelfde gewicht heeft kan eigenlijk pas worden toegepast op het moment dat de Europese Unie een volwaardig federaal systeem is.

Het politieke compromis van de heren Severin en Lamassoure is een redelijke en uitgewogen poging tot fair play en solidariteit voor alle volkeren van de Europese Unie binnen de door de Raad gestelde voorwaarden. Ik ben dan ook voor dit compromis en tegen de minder eerlijke en uitgewogen alternatieve systemen die zijn voorgesteld.

Maar aangezien een aantal van ons deze kwestie ziet als een nationale egotrip, dient erop te worden gewezen dat het er hier om gaat dat de burger op basis van zijn politieke voorkeur vertegenwoordigers kiest in het Parlement met als doel om zij aan zij met de Raad op te treden als medewetgever. En deze Raad is degene die de lidstaten vertegenwoordigt, en niet dit Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Simon Busuttil (PPE-DE). – (MT) Net zoals de Europese Grondwet zal het Hervormingsverdrag het beginsel invoeren dat iedere lidstaat, het maakt niet uit hoe klein, een passende vertegenwoordiging moet hebben en niet minder dan zes zetels in het Europees Parlement mag hebben. Malta, mijn land, dat op het moment vijf zetels heeft, zal toenemen tot zes zetels. Deze aanwinst zal als het ware de wonde doen genezen die ons minder dan zeven jaar geleden werd toegevoegd, toen Malta in het Verdrag van Nice vijf zetels kreeg in plaats van zes, zoals Luxemburg, dat hetzelfde bevolkingsaantal heeft.

Zes zetels in plaats van vijf betekent een toename van twintig procent bij de vertegenwoordiging en het betekent ook dat de Maltese leden in dit Huis in een betere positie verkeren om hun parlementaire plichten te vervullen die alsmaar meer worden. Het zij voldoende te zeggen dat we in dit Huis meer dan twintig parlementaire commissies hebben waaraan we, met zes leden van het Europees Parlement, onze handen vol hebben. Met vijf is het onmogelijk. Deze commissies zijn nu wetten aan het voorbereiden die voor alle burgers, ook voor de Maltese burgers, geldig zijn, en het is passend dat de burgers van elk land, zelfs van de kleinste landen, in een adequate positie verkeren, in een goede en redelijke positie om vertegenwoordigd te worden en in elke commissie te worden gehoord. Zelfs nog meer wanneer men in overweging neemt dat de bevoegdheden van het Europees Parlement volgens het nieuwe Verdrag zullen toenemen en dat het met de Commissie samen werkelijk op alle sectoren medewetgever zal zijn.

De minimumdrempel van zes zetels is dus een positieve stap die het geloof van de kleine landen in de Europese Unie zal doen toenemen en daarom ben ik van mening dat we het verslag van Lamassoure-Severin dienen te ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Severin (PSE), rapporteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het begrijpen van een uitleg is het allermoeilijkst als het al dan niet verwezenlijken van belangen afhankelijk is van het niet-begrijpen van die uitleg. Ik vrees dat veel van onze collega’s verdwenen zijn omdat zij niet zozeer op zoek zijn naar uitleg, maar gewoon hun zegje wilden doen, punt.

Maar goed, ik zou graag heel kort de zaken in een perspectief willen plaatsen. Allereerst, als dit verslag er niet doorkomt, dan gaan we niet alleen terug naar Nice, maar naar nog minder dan dat. Want overeenkomstig het mandaat van de IGC, zal er in het Verdrag een maximum van 96 zetels per land komen te staan, dus dan wordt het Nice en krijgt Duitsland er 96. Als Duitsland zich tegen dit verslag keert, dan zal het sowieso niet de huidige 99 zetels veilig kunnen stellen, iets waar zij zich terdege bewust van moeten zijn.

Mevrouw Grabowska vroeg wat te doen met de Poolse staatsburgers die gedeeltelijk in Polen en gedeeltelijk in het buitenland wonen. Dat hangt af van hun woonplaats. Of zij nu toeristen zijn in het buitenland of voor een kortere periode in het buitenland verblijven maakt niet uit. Maar als zij in het buitenland gevestigd zijn en alleen naar Polen gaan om familie te bezoeken, dan zal worden gekeken naar waar zij gevestigd zijn, hetgeen natuurlijk niet wegneemt dat zij net zoals elke Europese burger zullen kunnen stemmen. Mevrouw Grabowska vroeg ook wie hen dan zal vertegenwoordigen. Het antwoord is eenvoudig: de parlementsleden die zij verkozen hebben. Alle Europese burgers hebben het recht om te stemmen, en elke Europese burger wordt vertegenwoordigd door het parlementslid dat hij of zij verkozen heeft.

Een aantal collega’s zei, en ik haal hier even een Italiaanse collega aan: “Voor de eerste keer in de geschiedenis van de Unie baseren we ons op het aantal inwoners en niet op het aantal staatsburgers.” Fout! Al sinds het Verdrag van Rome kijken we naar het aantal inwoners, de bevolking. Als het de bedoeling is om dit gebruik te wijzigen, dan kan dat natuurlijk, maar ga geen dingen zitten roepen die gewoon niet waar zijn.

Om het af te sluiten het volgende: als er al een probleem is, dan heeft dat te maken met een gebrek aan harmonisering van de verschillende nationale verkiezingswetgevingen. Uiteraard valt elke toenadering op dit vlak toe te juichen, maar dat is weer een andere zaak. Dat heeft tijd nodig en dient als een aparte kwestie te worden behandeld. Ik zou graag de rapporteurs die zich met een dergelijke toenadering tussen de verschillende nationale verkiezingswetgeving zullen bezighouden alle succes willen toewensen, en hoop dat zij het tot een goed einde zullen weten te brengen. Maar om bij het hier en nu te blijven, rest mij alleen maar de hoop uit te spreken dat wij morgen na een nachtje slapen getuigen zullen mogen zijn van een stemming die de geloofwaardigheid van deze instelling zal vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Mijn medelid heeft als rapporteur extra tijd gekregen. Ik zou de heer Severin ervan willen verzekeren dat dit geen verband houdt met zijn verslag of zijn persoon. Mijn ervaring leert mij dat parlementariërs mensen zijn die beter spreken dan ze luisteren. En dat is maar weer eens gebleken tijdens dit debat.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, 11 oktober 2007, plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Dit voorstel ligt in de invloedssfeer van de “Europese Grondwet” die in verband met het nieuwe Verdrag weer zal worden opgenomen bij de Top van Lissabon, waarbij weer eens net zoals vroeger dreigingen worden geuit en druk zal worden uitgeoefend, voordat het in 2005 door de referenda in Frankrijk en Nederland werd verworpen.

In plaats van het hooghouden van het principe van soevereine staten met gelijke rechten, dat ten minste de veelgeroemde solidariteit van de kant van de meer bevolkte landen zou vereisen en het respecteren van het evenwicht tussen de verschillende instellingen (Raad, Commissie en Europees Parlement), is men van plan om minimum- en maximumcijfers vast te stellen en om degressieve proportionaliteit op de grondslag van de bevolking toe te passen, waardoor de landen functioneel aan hun bevolking ondergeschikt worden gemaakt en daardoor voortdurend de aandacht van het representatieve karakter van de democratie afleidt. Er wordt zelfs geen rekening gehouden met de onevenwichtigheid die voor het Verdrag van Nice bestond.

Dus verliest Portugal bijvoorbeeld twee leden en houdt slechts 22 over, terwijl Spanje er vier bij krijgt; het is duidelijk dat Duitsland er drie zal verliezen, waardoor het 96 overhoudt, bovendien zal Frankrijk 74 leden krijgen, het Verenigd Koninkrijk 73, Italië 72, Spanje 72 en Polen 51. De zes Europese machten nemen alleen 420 leden voor hun rekening, veel meer dan de meerderheid van een Europees Parlement met 750 leden die 27 lidstaten vertegenwoordigen.

Dat is de reden waarom we tegen het verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), schriftelijk. (FI) Mijnheer de Voorzitter,

Ik vertegenwoordig een kleine lidstaat aan de rand van de Unie. Dit betekent voor mij dat ik begrijp hoe belangrijk het soms is om de nationale belangen energiek te verdedigen en om op onze uiteenlopende omstandigheden te wijzen. In het algemeen hebben de leden van de grote lidstaten dit begrepen, ten minste die uit mijn fractie. Ze passen ervoor op om onze meningen niet eenvoudigweg te verwerpen, om te verhinderen dat de grote landen over de kleinere in de Unie heen walsen.

Toen het verslag van de heer Lamassoure werd opgesteld, werd de stem van een klein land dusdanig gehoord, dat ik samen met de andere Finse leden van het Europees Parlement de 14 zetels van Finland in het Parlement gewaar werd.

Het is volledig gerechtvaardigd om het op te nemen voor de geboekte winst. Nu zijn de door de Finse leden van het Europees Parlement voorgestelde amendementen echter niet door de Commissiefase gekomen, en ze zouden ook geen kans hebben gehad om door de plenaire vergadering te worden aangenomen. De hoofdreden hiervoor is waarschijnlijk dat men in zekere mate al afstand van de geboekte winst heeft genomen: bij het overleg in Nice is Finland akkoord gegaan met 13 leden.

Door het verslag van de heer Lamassoure wordt veel meer bedreigd. De door de Duitse, Spaanse en Poolse gedelegeerden van mijn fractie voorgestelde amendementen vormen een ernstige bedreiging voor de mogelijkheden van de kleine lidstaten om invloed uit te oefenen in het Europees Parlement. Het amendement volgens welk vanaf 2014 iedere lidstaat zes zetels zal hebben en dat de rest van de zetels in het Parlement zal worden toegewezen overeenkomstig de methode van d’Hondt zal het huidige systeem van degressieve proportionaliteit – dat de beste manier is om objectieve besluitvorming in de Unie te waarborgen – volledig torpederen. Het amendement zou in de praktijk erop uitlopen dat het aantal Finse zetels bijvoorbeeld tot tien zou teruglopen, wanneer de uitbreiding doorgaat. Dit is onaanvaardbaar.

Ik doe daarom een beroep op u allen om zich eraan te herinneren en te waarderen hoe belangrijk het is dat de kleine landen invloed kunnen uitoefenen in onze Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) De zetelverdeling tussen de lidstaten in het Europees Parlement mag in geen geval willekeurig gebeuren. Bij de nachtonderhandelingen op de Top in Nice vertrouwden de lidstaten er in het algemeen op hoe wakker een enkeling, een staatshoofd of regeringsleider, tijdens de nachtelijke uren nog was.

Voor Zweden was het resultaat uiterst slecht. Ofschoon onze bevolking slechts ongeveer een miljoen kleiner is dan Hongarije en Tsjechië, kregen we vijf zetels minder in het Europees Parlement, 19 zetels in plaats van 24.

Het is belangrijk om een beginsel voor de zetelverdeling te hebben dat tijdelijk is vastgelegd met het oog op de verdere uitbreiding van het lidmaatschap van de Unie. Het is ook belangrijk om het principe van oververtegenwoordiging van kleinere staten overeenkomstig de degressieve verdeling vast te leggen.

Dit verslag stelt verbeteringen ten opzichte van de huidige zetelverdeling in het Europees Parlement voor. We zullen het daarom ondersteunen. We zijn echter faliekant tegen het idee om een kiesdistrict over de gehele EU te scheppen. Dat zou betekenen dat de omvang van de nationale afvaardigingen nog verder zal afnemen. Het scheppen van een apart kiesdistrict van de EU is een kunstmatige manier om een Europees demos te scheppen. Er bestaat geen gemeenschappelijke politieke arena in Europa. Een poging om taalgrenzen en tradities te doorbreken door het scheppen van een EU-kiesdistrict is gedoemd om te mislukken.

 
Laatst bijgewerkt op: 1 oktober 2008Juridische mededeling