Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2025(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0338/2007

Debatten :

PV 10/10/2007 - 20
CRE 10/10/2007 - 20

Stemmingen :

PV 11/10/2007 - 8.2
CRE 11/10/2007 - 8.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0431

Debatten
Donderdag 11 oktober 2007 - Brussel Uitgave PB

9. Stemverklaringen
PV
  

– Verslag: Paulo Casaca (A6-0317/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk.(PT) De harmonisatie en betrouwbaarheid van de bij mariene activiteiten verzamelde gegevens en informatie is van cruciaal belang voor de visserijsector, en alle ondernomen inspanningen om de kwaliteit van die gegevens te verbeteren moeten worden ondersteund.

Met het oog op de huidige behoeften van de sector en de zorgen over het ecosysteem heeft de Commissie voorgesteld Verordening van de Raad (EG) nr. 1543/2000 te wijzigen terwijl het Europees Parlement bezig is met de evaluatie van een voorstel voor een verordening van de Raad inzake een nieuw kader van de gemeenschap voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector.

Daarom is het noodzakelijk om Verordening van de Raad (EG) nr. 1543/2000 te wijzigen om een overlapping tussen de oude en de nieuwe verordeningen te verhinderen.

Deze noodzakelijke en logische wijzigingen zijn in het huidige voorstel van de Commissie opgenomen, dat unaniem is aangenomen door de Commissie visserij. Het verdient nu ook mijn steun in de plenaire vergadering.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik heb voor het verslag gestemd. In onderhavig verslag wordt goedkeuring uitgesproken voor het Commissievoorstel ter wijziging (en als voorbereiding op de intrekking van) Verordening 1543/2000 (een communautair kader voor de verzameling en het beheer van gegevens benodigd voor het gemeenschappelijk visserijbeleid). De Commissie is van plan om een nieuwe, uitgebreidere verordeningen inzake de gegevensvergaring in 2008 uit te vaardigen. Met dit amendement kan worden zorggedragen voor een betere overgang, door de huidige verplichting tot het inleveren van zesjarige nationale programma’s voor de vergaring en het beheer van gegevens van 2007 tot 2012 af te schaffen. Daarvoor in de plaats worden overgangsprogramma’s opgesteld voor de jaren 2007 en 2008.

 
  
  

– Verslag: Jorgo Chatzimarkakis (A6-0321/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, Godfrey Bloom, Derek Roland Clark, Roger Knapman, Michael Henry Nattrass (IND/DEM), schriftelijk. – (EN) UKIP wenst afschaffing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daarom kunnen we onder geen enkel beding onze stem geven aan een verslag waarmee de Commissie, wier legitimiteit wij niet erkennen, nog meer bevoegdheden wordt toegekend.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk. (FR) Ik heb voor het verslag van Chatzimarkakis gestemd dat erop is gericht de budgettaire uitvoering en transparantie van het GLB te verbeteren, met andere woorden om de begunstigden van de landbouwsteun vast te stellen.

Ik heb het gevoel dat de legitimiteit van het GLB, een van de grootste uitgavenposten van de EU, al te vaak in twijfel wordt getrokken vanwege de ondoorgrondelijkheid waarmee de landbouwsteun wordt beheerd. Het verdienstelijke aan dit verslag is dat het helderheid de situatie brengt.

Ik ben zeer verheugd over het feit dat alle nationale lijsten van directe begunstigden van EU-steun op internet beschikbaar worden gemaakt en dat links worden opgezet tussen de webpagina’s van de Commissie en de betaalorganen van de lidstaten.

Het monitoren van de financiering van het GLB moet echter plaatsvinden onder strenge naleving van de verordeningen inzake gegevensbescherming. Dat is de reden waarom ik tegen de amendementen heb gestemd die de registratie vereisen van de gebruikers die de gegevens raadplegen, aangezien transparantie van beide kanten moet worden gegarandeerd.

Ik geloof ook dat de gegevens over de betalingen van het Europees landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling moeten worden geanalyseerd om de meest begunstigden te kunnen identificeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij achten de in het voorstel van de Commissie en in het parlementaire verslag geëiste transparantie met betrekking tot zowel de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid als de boekhouding over de uitgaven van de EU-instellingen van essentieel belang. Ook de begrotingscontrole moet worden verbeterd. We zijn echter teleurgesteld over de geringe reikwijdte en over het feit dat het Europees Parlement zich noch in zijn verslag, noch in zijn amendementen ambitieus genoeg heeft getoond.

Wij zijn van mening dat er nog steeds voorstellen zijn die geen praktisch nut hebben, en in feite alleen de vrijheden en waarborgen van de burgers beperken, zoals de eis “dat degenen die de gegevens [in het internet] gebruiken of bekijken zich moeten aanmelden of laten registreren”. Bovendien bestaan er zowel in het voorstel van de Commissie als ook in het verslag van het Europees Parlement onduidelijkheden met betrekking tot de voortgezette publicatie van de informatie. Er wordt voorgesteld om van begin af aan een onderzoek uit te voeren naar “de voordelen van of de andere ervaringen die zijn opgedaan met de bekendmaking van deze informatie” in de toekomst. Een ander aanvechtbare zaak is de versterking van de controlebevoegdheid van de Commissie ten opzichte van de lidstaten.

Ten slotte zijn we van mening dat de beste manier om een verbetering van de “transparantie en kennis van het publiek over het gemeenschappelijk landbouwbeleid” te bereiken – een uitdrukkelijke doelstelling van het voorstel – een volledige revisie van het landbouwbeleid is.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Het voorstel van de Commissie om bepaalde wijzigingen aan te brengen in de Verordening van de Raad (EG) Nr 1290/2005 inzake de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is noodzakelijk om dit proces transparanter te maken.

Ik geloof dat een verbeterde transparantie, gepaard aan een beter gebruik van de middelen landbouw, ertoe zou bijdragen het wantrouwen van de bevolking ten opzichte van het GLB en de Europese instellingen uit de weg te ruimen.

Ik stem daarom voor het verslag van de heer Chatzimarkakis, dat het standpunt van de Commissie bekrachtigt en bepaalde amendementen voorstel die ik belangrijk acht.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk.(EN) Ik heb voor dit verslag gestemd. Er worden daarin een hele reeks voorstellen ter verbetering van de transparantie van het GLB voorgesteld. In het verslag wordt de oproep gedaan om op Internet nationale overzichten te publiceren van ontvangers van directe EU-landbouwsteun. Het Verenigd Koninkrijk doet dit reeds en zou graag zien dat andere lidstaten dat ook doen. Ook wordt in dit verslag opgeroepen tot het instellen van betere maatregelen ingeval niet wordt voldaan aan de in de Commissieverordening zelf opgenomen publicatieregels en regels voor gegevensbescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS), schriftelijk. – (DE) Overal worden de kleine fatsoenlijke boeren bedolven onder onnodige bureaucratie, worden ze door satellieten in de gaten gehouden, en wee je gebeente als het hekwerk een beetje teveel naar rechts of links staat. Het wordt tijd dat het hier weer een beetje menselijker toegaat, in plaats van met de bureaucratische knuppel tegen onze hardwerkende kleine boeren ten strijde te trekken. De zwarte schapen die complete fantasievelden en -boerderijen creëren en BSE en anderen schandalen veroorzaken dienen te worden opgespoord.

Het is echter belachelijk om te zeggen dat de prijzen stijgen en dat dit wellicht een goede reden is om op de subsidies te besnoeien. Een Oostenrijkse bioboer kreeg vóór de toetreding ongeveer 7 schilling, dat zijn ongeveer 95 cent, voor een liter melk. Vandaag de dag krijgen ze maar 30 cent, wat betekent dat zij duizenden euro’s verliezen, en dat terwijl hun het leven zuur wordt gemaakt met steeds weer nieuwe bureaucratische voorschriften!

De overwogen “Health Check” mag er daarom alleen toe dienen om langdurige en betrouwbare randvoorwaarden te scheppen, en mag niet ontaarden in een brute hervorming die tot gevolg heeft dat ook de laatste boer het bijltje er bij neer gooit. Het idee om niet ten volle benutte gelden uit de landbouw voor prestigeprojecten als Galileo te gebruiken, is ten aanzien van de vele boeren die het opgeven, ten zeerste te veroordelen. We moeten ons vermogen tot zelfverzorging koste wat het kost behouden en mogen ons niet compleet afhankelijk maken van de gentechnologische bedrijven

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk.(SV) Onder meer door een aantal wijzigingen versterkt het verslag van Jorgo Chatzimarkaki het initiatief van de Commissie om de legitimiteit van het beleid van de EU te vergroten door bekendmaking van de volledige details van de uitgavenpraktijken en verbeterde boekhoudings- en begrotingscontrole in de landbouwsector.

Ik heb de delen van het verslag ondersteund die de verbetering van de publieke transparantie ten aanzien van het gebruik van de Gemeenschapsmiddelen en de bekendmaking van informatie over de begunstigden betreffen. Ook heb ik de bepaling ondersteund volgens welke de lidstaten verplicht worden om in het internet te zorgen voor een jaarlijkse bekendmaking achteraf van de begunstigden van het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en van de geldbedragen die elke begunstigde uit elk van deze fondsen heeft ontvangen.

Ik ben echter tegen de bepalingen volgens welke degenen die de gegevens gebruiken of bekijken zich moeten aanmelden of laten registreren, omdat dit tegen het Zweedse beginsel indruist van het recht op anonimiteit in verband met het gebruik van dergelijke openbare informatie.

Mijn voornemen om indachtig het sterke Zweedse beginsel van publieke toegang tot officiële documenten tegen amendement 20 te stemmen is in de notulen opgenomen, nadat een stemming in mijn naam niet correct werd uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeffrey Titford (IND/DEM), schriftelijk. – (EN) UKIP onthoudt zich van stemming over het verslag aangezien wij de legitimiteit van dit Parlement niet erkennen. Hiermee geven wij op generlei wijze ons standpunt weer met betrekking tot de inhoud van het verslag.

UKIP wenst afschaffing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daarom kunnen we onder geen enkel beding onze stem geven aan een verslag waarmee de Commissie, wier legitimiteit wij niet erkennen, nog meer bevoegdheden worden verleend.

 
  
  

– Verslag: Saïd El Khadraoui (A6-0320/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) De onderhandelingen die de Europese Commissie onder een van de Raad ontvangen mandaat heeft gevoerd hebben de centrale doelstelling om een Open Luchtvaartruimte (OAA) tussen de EU en de VS op te richten die meer mogelijkheden biedt dan de op het moment bestaande bilaterale overeenkomsten tussen de afzonderlijke lidstaten en de VS. Het is het doel om één enkele geliberaliseerde markt voor luchtvervoer tussen de EU en de VS te scheppen, “waarop vrij kan worden geïnvesteerd, en waarop Europese en Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen zonder enige beperking ook op de thuismarkten van beide partijen luchtvaartdiensten zullen kunnen leveren”.

De doelstelling van de EU is om bij de liberalisering van het luchtvervoer voor wederkerigheid tussen de EU en de VS te zorgen, met name met betrekking tot de opheffing van “de bestaande wettelijke beperkingen inzake buitenlands eigendom van en zeggenschap over Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen en inzake cabotage” en ook met betrekking tot het “recht van vestiging” en “staatsondersteuning”.

Daarom hameren wij er nogmaals op dat de lidstaten, in plaats van de Gemeenschap, dit soort overeenkomsten moeten afsluiten, des te meer omdat het om een kwestie van enorm strategisch belang gaat en omdat een dergelijke overeenkomst “als model zou kunnen dienen voor verdere liberalisering en convergentie van de regelgeving over de gehele wereld”. We zeggen daarom nog eens dat we tegen dit streven naar liberalisering van deze belangrijke publieke dienst in elk land zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. – (PL) Ik heb mijn stem uitgebracht voor het verslag over het voorstel voor een besluit van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, inzake de sluiting van de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds en de Verenigde Staten van Amerika anderzijds (8044/3/2007 – COM(2006)0169 – C6-0210/2007 – 2006/0058(CNS)).

De heer El Khadraoui heeft terecht gewezen op het belang van de creatie van een Open Luchtvaartruimte tussen de EU en de VS, die ervoor zorgt dat er één enkele markt voor luchtvervoer tussen de EU en de VS zal ontstaan. Ik deel de mening dat dit ertoe leidt dat er vrij kan worden geïnvesteerd, en dat Europese en Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen zonder enige beperking ook over en weer op elkaars thuismarkten luchtdiensten zullen kunnen leveren. Dit betekent een grote stap voorwaarts.

Het was volledig terecht om in dit verband de kwestie van de milieubescherming aan te kaarten. De luchtvaartsector heeft een aantal negatieve uitwerkingen op het milieu, vooral als bron van geluidshinder en als bijdrager aan de klimaatverandering. Ik ben daarom voor de bepaling waarin zowel de EU als ook de VS worden opgeroepen doeltreffende maatregelen te nemen om de negatieve gevolgen van de luchtvaart voor het milieu te verminderen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd. De plannen om de afspraken inzake luchtvervoer tussen de EU en de Verenigde Staten van Amerika te liberaliseren worden in dit verslag onderschreven. Met deze afspraken gelden wat betreft het vliegen op de VS voor alle Europese luchtvaartmaatschappijen dezelfde omstandigheden en genieten zij allemaal dezelfde kansen. Tevens zou dit moeten leiden tot logischere vliegroutes, met als resultaat betere dienstverlening en efficiëntere vluchten. En met het groter worden van het aantal mogelijke trans-Atlantische routes kan dit bovendien mogelijk zorgen voor lagere tarieven voor de passagier.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Deze overeenkomst is erop gericht aan reeds lang bestaande behoeften aan beide kanten van de Atlantische Oceaan te voldoen, en zij zal voor de gebruikers duidelijke voordelen opleveren die uit de verdere liberalisering en wereldwijde convergentie op regelgevend gebied voortvloeien. Voor de EU dient deze overeenkomst er ook toe de naleving van de wetgeving van de Gemeenschap te waarborgen.

Het voor de totstandkoming van deze overeenkomst verrichte werk moet daarom worden geprezen, aangezien het nieuwe wettelijk kader voor verstrekkende overeenstemming zorgt met betrekking tot de schepping van een geïntegreerde trans-Atlantische luchtvaartmarkt, die zowel in het voordeel van de consumenten als ook van de bedrijven is.

Bij het doorlezen van deze overeenkomst wordt echter duidelijk dat de opheffing van de beperkingen inzake het buitenlands beheer van luchtvaartmaatschappijen nogal onevenredig is en dat bovendien het recht op cabotage niet is opgenomen. Het voorstel van het Europees Parlement om volgende fases, tijdslimieten voor totstandkoming en consequenties in het geval van niet-naleving in deze gefaseerde aanpak van de overeenkomst op te nemen, is daarom van wezenlijk belang en moet worden toegejuicht. Verder zijn de voorwaarden vastgelegd voor het herstellen van volledige wederkerigheid in de luchtvaartmarkt tussen de EU en de VS, wanneer er bij de onderhandelingen niet het door beide partijen gewenste evenwicht wordt bereikt.

Kortom, dit is een goede eerste stap op weg in de richting van doelen die op het ogenblik nog niet zijn bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijke overeenkomst nodig is, maar deze moet wel zodanig worden vormgegeven dat beide zijden er evenveel aan hebben. Luchthavens in Zuidoost-Engeland hebben luchthavenslots open moeten stellen voor partnerluchtvaartmaatschappijen uit de VS, mogelijk gevolgd door nog vele andere. In de VS echter, is absoluut geen sprake van het omgekeerde. Er worden dus geen zogeheten vrijheidsrechten toegekend aan luchtvaartmaatschappijen uit de EU voor vluchten binnen de VS. Dit betekent dat vliegtuigen die van Gatwick naar New York vliegen niet verder mogen vliegen naar Los Angeles, maar dat vliegtuigen uit de VS na een tussenlanding in Gatwick verder vliegen mogen naar alle mogelijke bestemmingen in de EU. Ook is er geen versoepeling van de regels met betrekking tot buitenlands eigendom van Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen.

Deze eerste-fase-overeenkomst is zeer onevenwichtig. In de onderhandelingen voor de tweede fase dient de EU dit met spoed recht te trekken. Ik zal proberen om binnen de trans-Atlantische wetgeversdialoog (TLD: Transatlantic Legislators’ Dialogue) dit mede gestalte te geven.

 
  
  

– Verslag: Alain Lamassoure, Adrian Severin (A6-0351/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (ITS). (NL) Voorzitter, ik ga niet het debat van gisteren overdoen. Ik heb daar al uitgelegd dat voor ons dit verslag-Lamassoure eigenlijk erop neerkomt dat men de kar voor het paard spant, aangezien wij nog geen geldig overgangsverdrag, geen nieuw verdrag hebben. Het probleem met dit verslag is dat men opnieuw een typisch monster van Loch Ness van de Eurofederalisten loslaat, namelijk het spook van de transnationale lijsten op basis waarvan men een deel van het Europees Parlement zou willen laten verkiezen. Welnu, ik ga er nog steeds vanuit dat wij hier vertegenwoordigers zijn van onze kiezers in de lidstaten, van onze volkeren in de lidstaten en niet zomaar van abstracte burgers in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik ben van mening dat een huis vanaf het fundament moet worden opgebouwd, en niet andersom, ook al is dit wat er in het verslag van de heren Lamassoure en Severin feitelijk gebeurt. Het Verdrag over de Europese Unie vormt het fundament. Het Verdrag moet eerst worden geratificeerd, en ik geloof dat de ratificatie binnen de komende paar weken moet plaatsvinden. Dat is één reden waarom ik tegen dit verslag heb gestemd, ook al bevat het veel goede punten. Een andere reden waarom ik er tegen heb gestemd, is dat ik er tegen ben dat mijn land door drie leden minder wordt vertegenwoordigd dan heden het geval is. Het aantal Poolse leden zou worden verminderd van 54 naar 51. Dit zijn mijn redenen waarom ik tegen het verslag heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mikel Irujo Amezaga (Verts/ALE). – (ES) Ik heb gisteren mijn stemverklaring schriftelijk ingediend en kreeg een antwoord met de strekking dat het nog steeds in behandeling was, enzovoorts. Dat is het ene punt. Bovendien, mijn naam is Irujo Amezaga. “Amenaza” betekent in het Spaans iets heel anders: het betekent “bedreiging” en ik ben van mening dat ik dat op het ogenblik nog niet ben.

In ieder geval ging mijn stemverklaring over het verslag van Lamassoure. Ik heb tegen dit verslag gestemd en erken dat de samenstelling van het Europees Parlement een moeilijk vraagstuk is. Mijn amendement over supranationale kiesdistricten die politieke en culturele realiteiten erkennen en die de grenzen van de huidige lidstaten overschrijden, werd door de Commissie verworpen. Wanneer we werkelijk een Unie van Europese mensen willen hebben, zoals in het EG-Verdrag wordt gesteld, dan moet dit Parlement openstaan voor andere realiteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. Mijn excuses voor mijn uitspraak, ik volg al een tijdje Spaanse lessen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI), schriftelijk. – (EN) Ik heb tegen de ongerechtvaardigde poging (amendement 26) gestemd om wat betreft de toekomstige samenstelling van het Europees Parlement de vertegenwoordiging van de Ierse republiek op te blazen tot 13 afgevaardigden. Noord-Ierland heeft op een bevolking van 1,7 miljoen zielen een drietal afgevaardigden, en de Republiek Ierland zou krachtens amendement 26 met zijn 4,3 miljoen inwoners 13 afgevaardigden krijgen. Dat staat gelijk aan één afgevaardigde per 330 000 inwoners, tegenover één afgevaardigde per 630 000 inwoners voor Noord-Ierland. Het moge duidelijk zijn dat Ierland reeds rijkelijk bedeeld is en dat het zich gelukkig zou moeten prijzen met 12 zetels.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm en Inger Segelström (PSE), schriftelijk. – (SV) Wij, Zweedse sociaal-democraten, hebben voor het verslag gestemd. We geloven dat het beginsel van degressieve proportionaliteit verstandig is en een goede kans maakt om door de staatshoofden en regeringen van de EU te worden ondersteund. De andere geopperde voorstellen hebben geen werkelijke kans van slagen op de top. Het verslag voorziet in 20 zetels voor Zweden, meer dan de 18 die we zouden krijgen wanneer het Verdrag van Nice van toepassing zou zijn. Het is daarom belangrijk dat het verdrag wordt aangenomen. Anders zal het Verdrag van Nice van toepassing zijn, wat zou betekenen dat alle lidstaten behalve Duitsland zetels zouden verliezen.

Het vraagstuk van de definitie van het begrip “burger” en de vraag hoe we een bevolkingsgrondslag kunnen vastleggen die de verdeling van de zetels regelt, moeten worden onderzocht.

We hebben zeer sterke twijfels over de transnationale lijsten voor de verkiezingen van het Europees Parlement. Het zou echter kunnen zijn dat we de zaak, na deze te hebben onderzocht, zullen aanvaarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb voor het verslag van mijn collega’s Alain Lamassoure en Adrian Severin over de samenstelling van het Europees Parlement gestemd. Ze wisten beiden dat de huidige samenstelling van het Europees Parlement, tot stand gekomen door de Toetredingsakte van Bulgarije en Roemenië in 2005, moet worden gewijzigd, ook al betekent dit een terugkeer tot de bepalingen van het Verdrag van Nice.

Ik prijs de inspanningen die Alain Lamassoure zich heeft getroost om zijn politieke familie achter zich te scharen en betreur het dat een aantal nationale standpunten die afweken van de besluiten van de Raad de aanleiding gaven tot nogal zware debatten, en zelfs tot arbitrage in de plenaire vergadering. Dit debat heeft in sommige gevallen de kracht van de nationale egoïsmen belicht.

Ook al heb ik mijn bedenkingen tegen een onderzoek naar de mogelijkheid om een aantal leden via transnationale lijsten te kiezen, ben ik verheugd over bijlage 2 bij de resolutie, waarin de Intergouvernementele Conferentie wordt verzocht dat zij het Parlement om een ontwerp vraagt voor de verkiezing van de leden door rechtstreekse algemene verkiezingen dat op een accuratere definitie van het begrip “burgers” in artikel 9 bis, lid 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie berust. Het is absoluut noodzakelijk dat het begrip “Europese burger” wordt gedefinieerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, Godfrey Bloom, Derek Roland Clark, Michael Henry Nattrass, Jeffrey Titford (IND/DEM), schriftelijk. – (EN) Ik heb tegen amendement 25 gestemd, omdat zolang het Verenigd Koninkrijk lid is van de EU het aantal parlementsleden dat het land vertegenwoordigt onder geen beding mag worden verminderd. Als wij dus gestemd hadden voor 74 parlementsleden, dan hadden wij gestemd voor een vermindering met vier afgevaardigden. Krachtens het voorgestelde principe van “degressieve proportionaliteit”, dat nog moet worden gedefinieerd, zouden kleine lidstaten en mini-lidstaten disproportioneel sterk vertegenwoordigd zijn, terwijl landen als het Verenigd Koninkrijk juist ondervertegenwoordigd zijn zouden. Gezien het grote aantal mensen dat sinds 2004 vanuit Oost-Europa naar het Verenigd Koninkrijk is verhuisd, in combinatie met het feit dat zij de mogelijkheid hebben om te stemmen bij de Europese parlementsverkiezingen, dient voor het Verenigd Koninkrijk op zijn minst het huidige aantal van 78 afgevaardigden te worden gehandhaafd, of wellicht zelfs met een aantal te worden verhoogd.

 
  
MPphoto
 
 

  Colm Burke, Avril Doyle, Jim Higgins, Mairead McGuinness en Gay Mitchell (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) We hebben tijdens de stemming over het verslag van de heer Lamassoure consistent gestemd voor een eerlijke verdeling van de zetels tussen lidstaten, en in het bijzonder voor 13 zetels voor Ierland. Tijdens dit hele proces hebben wij ons ingezet voor 13 zetels voor ons land.

De argumenten hiertoe zijn welbekend. De bevolking van Ierland groeit snel, het is de snelst groeiende bevolking van Europa, zowel in termen van natuurlijke bevolkingsgroei als algehele groei. Proportioneel gezien waren wij uit hoofde van het Nice-verdrag ook altijd een van de grootste verliezers wat het aantal zetels in het Europees Parlement betreft.

Helaas heeft de Ierse regering zich maar weinig ingezet voor onze campagne om ons huidige aantal van 13 zetels te behouden.

Met onze stem van vandaag kunnen we er dan tenminste voor zorgen dat Ierland tijdens het volgende mandaat niet minder dan 12 zetels krijgt, en zal vóór 2014 de knoop worden doorgehakt in de netelige kwestie of het aantal zetels dient te worden berekend op basis van de bevolkingsomvang of het aantal burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk. (FR) Ik heb voor het verslag van Lamassoure inzake de zetelverdeling van het Europees Parlement na de verkiezingen in 2009 gestemd. Bij de nieuwe verdeling wordt het aantal zetels aangepast aan de bevolkingstrends in de lidstaten. Ik ben erover verheugd dat Frankrijk twee leden van het Europees Parlement meer heeft dan in het herziene Verdrag van Nice waren voorzien.

Ik ondersteun ook het idee dat de nieuwe verdeling ver voor de parlementaire zittingsperiode 2014-2019 dient te worden herzien om voor een eerlijk en objectief zetelverdelingssysteem te zorgen waarbij rekening wordt gehouden met bevolkingsveranderingen, wat het gebruikelijke gesjacher tussen de lidstaten zou voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Hoewel ze van mening zijn dat dit geen perfecte oplossing is en dat het verslag voor het geval van toekomstige uitbreidingen niet in verdere onderhandelingen voorziet, ondersteunen de door de Sociaal-democratische Partij gekozen leden, het verslag van de heer Lamassoure inzake de samenstelling van het Europees Parlement om drie redenen:

1. Sommige lidstaten zijn het er niet mee eens dat eenvoudigweg algemene beginselen worden gedefinieerd en eisen als voorwaarde voor toestemming dat de samenstelling van het Europees Parlement en tot in de puntjes wordt gedefinieerd, omdat ze het Hervormingsverdrag anders niet kunnen accepteren. Hierdoor zou de hoofdprioriteit van het Portugese voorzitterschap van de Raad in gevaar kunnen komen.

2. De heer Lamassoure heeft een evenwichtige compromisoplossing voorgesteld, waarbij een ondergrens wordt vastgelegd die een pluralistische vertegenwoordiging van de kleinere landen waarborgt en rekening houdt met de bevolkingsgrootte van andere staten door middel van een beginsel van degressieve proportionaliteit, dat voor een eerlijke verhouding tussen de staten zorgt.

3. De Sociaal-democraten zijn daarom gekant tegen de onaanvaardbare pogingen van de Duitse, Poolse, Spaanse en Italiaanse leden om het gewicht staten met een grotere bevolking te versterken door een vermindering van de vertegenwoordiging van de middelgrote staten zoals Portugal.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik wil hierbij mijn verontrusting uitspreken over het principe dat schuilt in het blote feit dat dit verslag uit de doeken gedaan wordt aan de voltallige vergadering. Het feit dat het Parlement zelf moet beslissen over de grondslag van de eigen samenstelling lijkt mij fundamenteel onjuist. Zoals een van mijn Ierse collega’s tijdens het debat zei, is het nu eenmaal zo dat “kalkoenen niet voor het kerstfeest stemmen”.

Al sinds 1984 ben ik afgevaardigde in dit Parlement. In mijn eerste jaar hadden we 424 leden, en nu hebben we er 785. Bij elke stijging van het aantal parlementsleden zijn de werkgroepen, commissies, en de voltallige vergaderingen almaar logger en ondoeltreffender geworden. Nu is het de bedoeling om dit te institutionaliseren met een zogeheten “beperking” van het aantal zetels tot 750, wat nog altijd dertig tot veertig procent te veel is om daadwerkelijk doeltreffend te kunnen functioneren, of we moeten onszelf willen vormgeven naar het model van het 3 000 leden tellende Chinese volkscongres dat er eigenlijk alleen maar voor de sier is.

Een ander raar iets dat me opvalt, is dat we ons wél mogen uitspreken over onze eigen samenstelling – een voor alle Europese instellingen en de Europese Unie zelf cruciale institutionele beslissing - maar dat we niet zelf mogen beslissen waar we vergaderen, alleen maar omdat één enkele lidstaat dwarsligt, en ons een kat in de zak verkocht wordt door de stad Straatsburg, een stad die ook nog eens vergeven is van de asbest.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE), schriftelijk.(PL) Ik betreur het dat het niet gelukt is om een nieuwe en blijvende oplossing te vinden voor de verdeling van de zetels in het Europees Parlement tussen de verschillende lidstaten van de Unie. De huidige verdelingsmethode is van tijdelijke aard, en geldt alleen voor de komende zittingsperiode van het Parlement.

De toegepaste methode voor de zetelverdeling is niet duidelijk en niet begrijpelijk voor de burgers van de EU. Naast de toepassing van het beginsel van degressieve proportionaliteit waren ook politieke criteria van grote invloed op de zetelverdeling in het Parlement. Dit ging ten koste van de vertegenwoordiging van de burgers, die hierbij eigenlijk het leidend beginsel had moeten vormen. Verder is de voorgestelde zetelverdeling gebaseerd op het aantal inwoners van een gegeven lidstaat, en niet op het aantal burgers van de desbetreffende staat. Mijn land, Polen, zou daarom bijvoorbeeld verliezen vanwege de tijdelijke economische migratie van ongeveer twee miljoen van zijn burgers die op het ogenblik in andere lidstaten van de Unie werken. Er moet overigens ook op worden gewezen dat dit niet logisch is, aangezien de EU de mobiliteit van de werknemers aanmoedigt.

Ik zou mijn waarschuwing willen herhalen dat de beginselen waardoor de Unie zich laat leiden, voor haar burgers te ingewikkeld schijnen te zijn. De burgers hebben daarom ernstige twijfels ten aanzien van de instellingen van de Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. – (SV) Wij zijn sterk gekant tegen het idee van één kiesdistrict voor de gehele EU met misschien 10 procent van de zetels van het Europees Parlement. Het scheppen van een apart kiesdistrict van de EU is een kunstmatige weg om een Europese demos te scheppen. Er is geen gemeenschappelijke politieke arena in Europa met media of debatten die zich over alle lidstaten uitstrekken. Ieder land heeft zijn eigen politieke agenda. Een poging om de taalbarrières en tradities te doorbreken door middel van de schepping van Europese partijen, die volledig afhankelijk van EU-bijdrages zijn, is gedoemd te mislukken.

We herinneren eraan dat 54,4 procent van de kiezers in 2004 bij de verkiezingen voor het Europees Parlement thuis is gebleven. De “partij van de thuisblijvers” is de grootste partij bij de verkiezingen van het Europees Parlement. Ook in de nieuwe lidstaten is geen geestdrift voor verkiezingen van het Europees Parlement te bespeuren. In Slowakije lag de opkomst in 2004 bij 16,96 procent.

Na iedere uitbreiding van de EU met landen als de Oekraïne of Turkije zullen de huidige lidstaten hun afvaardigingen moeten verminderen. Dit gaat ten koste van de kleinere fracties en vermindert de politieke diversiteit. Er zal op die manier in het Europees Parlement geen plaats zijn voor regionale partijen of partijen van minderheden.

Zowel de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten (PPE-DE) en de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement (PSE) schijnen er een geheime agenda op na te houden waarin gepoogd wordt om een tweepartijensysteem in het Europees Parlement te scheppen.

We stemmen voor het verslag, niet omdat het zo geweldig is, maar omdat het een verbetering betekent.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) We moeten hier duidelijk over zijn, aangezien het hier om veel rekenwerk gaat:

1. Dit voorstel betekent dat Portugal sinds 1999 eerst van 25 naar 24 leden is gegaan en nu tot 22 zal worden gereduceerd, terwijl Duitsland zijn 99 leden heeft behouden, die nu tot 96 zullen worden gereduceerd. Met andere woorden Portugal heeft 12 procent verloren, Duitsland 3 procent.

2. De zes meest bevolkte landen hebben in het Europees Parlement op het ogenblik ongeveer 56 procent van de zetels. Volgens dit voorstel blijft hun zeggenschap met 56 procent volledig behouden. Met andere woorden, ze hebben niets moeten inleveren.

Hierdoor kunnen de grote machten, door de huidige hervorming van de Verdragen, hun gezag in de Raad verder handhaven, door het toepassen van een demografisch criterium zonder afweging, en kunnen ze tevens hun volledige controle over het Europees Parlement handhaven. Portugal heeft het nakijken! Wanneer sommigen de lakens uitdelen, dan moeten de anderen...

Om hun stilzwijgende instemming met zo’n onaanvaardbare situatie te verbergen, zeggen sommigen dat het allemaal erger had kunnen zijn. Anderen vinden het natuurlijk dat slechts een paar landen de dienst uitmaken – ten koste van de belangen van anderen.

Zonder andere belangrijke aspecten uit het oog te verliezen – zoals de verwerping van de oprichting van een supranationaal kiesorgaan of het feit dat de politieke verscheidenheid in ons land in onvoldoende mate kan worden vertegenwoordigd naarmate Portugal minder leden heeft – wijzen wij er ten slotte nogmaals op dat er op institutioneel niveau beslist alleen een eerlijke oplossing mogelijk is wanneer het beginsel van samenwerking tussen soevereine staten met gelijke rechten wordt gerespecteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. – (EN) Ik stem voor amendement 26, waarin wordt gepleit voor het behoud van de huidige 13 zetels voor Ierland. Uit hoofde van het Verdrag van Nice kreeg Ierland 12 zetels toebedeeld, maar sinds dat verdrag is de bevolking van Ierland met 12 procent gegroeid. Het is de snelst groeiende bevolking in de Europese Unie, zowel een nationale toename als in algehele zin. In dit verslag wordt Ierland 12 zetels toebedeeld. Dat zijn er drie minder dan de 15 waarover Ierland tijdens het mandaat van 1999 tot 2004 beschikte, ofwel een vermindering van 20 procent ten opzichte van ons aantal zetels in 2004.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) De Britse Conservatieven zijn tegen de EU-grondwet en het voorstel voor het Hervormingsverdrag van de EU. We zijn het niet eens met het door de Europese Raad aan de IGC verstrekte ontwerpmandaat, en ook niet met de inhoud van het op vijf oktober uitgebrachte ontwerp-Hervormingsverdrag.

De Britse Conservatieve zich onthouden van stemming over het verslag van de heren Lamassoure en Severin, opgesteld naar aanleiding van het verzoek van de Raad aan het Europees Parlement om een advies met betrekking tot de toekomstige samenstelling van het Europees Parlement. Dit om reden van het feit dat wij het oneens zijn met het door de co-rapporteurs voorgestelde model en methodologie. Deze zijn wat ons betreft op de lange termijn onhoudbaar. Ook zijn we het niet eens met de oproep tot verkiezing van Europese parlementsleden op basis van transnationale kieslijsten.

Tevens zijn wij zeer ontstemd over het feit dat de zo belangrijke historische pariteit op dit vlak tussen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië terzijde is geschoven. Desalniettemin zijn we vastberaden om de belangen van het Britse volk te verdedigen, een volk dat naar onze mening in het Europees Parlement getalsgewijs ondervertegenwoordigd is. Dit alles heeft ons ertoe gebracht om tegen dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (ITS), schriftelijk. (FR) Hoe is het mogelijk dat er een verslag aan de afgevaardigden van de lidstaten wordt voorgelegd dat juridische en institutionele begrippen hanteert die tegelijkertijd vaag, nieuw, gevaarlijk en utopisch zijn?

Degressieve proportionaliteit, het hoofdkenmerk van het verslag, betekent niets anders dan dat grotere staten weer eens zetels zullen verliezen aan kleinere staten. Het is een feit dat op de vergadering van de Europese Raad in Nice de heer Chirac het proces oorspronkelijk inluidde door er, in volledige tegenspraak met de geest van de Verdragen, mee in te stemmen om Frankrijk en Duitsland voor het eerst te ontkoppelen.

Wat betreft de verkiezing van leden via transnationale lijsten is het duidelijk welk doel hier wordt nagestreefd: om de politiek incorrecte partijen kwijt te raken die de zoetsappige sociaaldemocratische consensus niet aanvaarden, en om iedere verwijzing naar iets dat nog altijd binnen het heerschappelijk recht van de naties valt te schrappen. Het is duidelijk dat we dit niet kunnen accepteren.

Het door de rapporteurs naar voren gebracht begrip van de “Europese burger” is zowel gevaarlijk en utopisch, en in feite is het totalitair. Het suggereert dat nationaliteit iets van het verleden is en dat de brave new world uit de nieuwe “gedenationaliseerde” mens bestaat, beroofd van zijn wortels, zijn geschiedenis en zijn cultuur.

Om al deze redenen heb ik het gevoel dat het verslag van Lamassoure een onaanvaardbare juridische, politieke en institutionele stap terug betekent.

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard en Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. (NL) De zetelverdeling in het Europees Parlement over de lidstaten berust niet op objectieve bevolkingscijfers maar op toezeggingen uit het verleden en op het winnen of verliezen van onderhandelingen. Daardoor kregen de grote landen Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië ondanks verschillende inwonertallen altijd een gelijk zeteltal, evenals Spanje en Polen. Dat geldt ook voor Griekenland, Portugal, België, Tsjechië en Hongarije. Sommige landen zijn onderbedeeld, zoals Nederland dat in 2000 zo dom was om genoegen te nemen met minder parlementszetels in ruil voor meer stemmen in de Raad. Wij ondersteunen het voorstel van de rapporteurs omdat dit dichter tegen een eerlijke verdeling aan ligt dan vroegere voorstellen. Alle wijzigingsvoorstellen die ten gunste van wie dan ook een minder eerlijke verdeling willen, of die voor de berekening per land onderscheid maken tussen “burgers” en andere inwoners, wijzen wij af. Wij ondersteunen amendementen die de toedeling in de toekomst automatisch koppelen aan het inwonertal van de lidstaten. Toekomstige verminderingen van het aantal zetels per lidstaat wijzen wij af als die geen gevolg zijn van bevolkingsdaling maar van het maximum van 750 zetels of van het zoeken naar ruimte voor verkiezing van een deel van dit parlement op transnationale lijsten. Met dat voorbehoud stemmen wij voor.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik heb voor het verslag over de samenstelling van het Europees Parlement van de heren Lamassoure en Severin gestemd en ben er ook buitengewoon ingenomen mee. Ik vind het echter vreemd dat het Parlement het recht heeft om te beslissen over de verdeling van de zetels, maar niet over waar het zitting houdt. Het is wel gebleken dat de Raad niet in staat is iets te doen aan de onzinnige situatie waarin het Parlement drie locaties heeft. Ik zou graag willen oproepen te handelen overeenkomstig de logica waarin het Parlement het recht krijgt om de eigen zetelverdeling te bepalen, gekoppeld aan het recht te beslissen waar het bijeenkomt.

In dit verslag worden aanbeveling gedaan ten behoeve van een nieuwe en eerlijkere samenstelling van het Europees Parlement tijdens het mandaat van 2009-2014. Het operationele principe van degressieve proportionaliteit dat in het verslag uit de doeken wordt gedaan, en dat een oproep inhoudt aan de grote lidstaten om minder afgevaardigden te accepteren dan zij hebben zouden ingeval van een strikt proportionele verdeling, heeft mijn volledige steun. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat kleinere lidstaten over een voldoende grote afvaardiging beschikken om ook maar enigszins naar behoren te kunnen functioneren, en dat het aantal leden van het Parlement kan worden teruggebracht tot iets een redelijker aantal van 750.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. – (PT) Gezien de behoefte om de samenstelling op grond van vroegere en toekomstige uitbreidingen van het Europees Parlement te wijzigen, geloof ik dat de in dit verslag aangenomen oplossing het voordeel heeft dat zij overeenkomt met hetgeen al was besloten (Nice), dat zij vanwege een evenwichtig en goed te begrijpen verdeelsleutel tussen de staten niet de machtspositie van de staten met de grootste bevolking versterkt, en zij ertoe bijdraagt de problemen in verband met de goedkeuring van het Hervormingsverdrag te verminderen.

Daarom heb ik voor dit verslag gestemd, ondanks het feit dat ik -- zoals ook uit mijn stemgedrag naar voren komt – de voorkeur zou hebben gegeven, aan een op burgerschap en niet op inwonerschap gebaseerd model, aangezien ik van mening ben dat de verbinding tussen de burgers en de Europese Unie op het burgerschap en niet op de vestigingsplaats moet berusten.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Siwiec (PSE), schriftelijk. – (EN) De stemming van vandaag was van cruciaal belang voor het toekomstige functioneren van het Europees Parlement. Bij een dergelijke gevoelige kwestie als deze was echt een ondubbelzinnig politiek teken nodig richting de

Europese Raad dat het mogelijk is nationale belangen te overstijgen om te komen tot een beter systeem dan in het Verdrag van Nice is neergelegd. Ook al is het voorstel van vandaag allesbehalve perfect, toch is het eerlijker dan de zetelverdeling krachtens het Verdrag van Nice. Na de unanieme oproep van het Europees Parlement aan de Raad om het in artikel 9a(2) gehanteerde begrip “burger” ruim op tijd voor te volgende verkiezingen in 2014 te voorzien van een betere definitie, heb ik besloten om in het belang van mijn land en het functioneren van het Europees Parlement voor dit verslag te stemmen. Want dit is een vooruitgang ten opzichte van datgene eerder was overeengekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. – (SV) Het belang van de kwestie mag niet worden overschat. Een nieuwe zetelverdeling tussen de lidstaten zal geen verandering brengen in de huidige ontwikkelingen in de EU. De meerderheid in het Parlement zal bij de voorstanders van het economisch liberalisme en bij de federalisten blijven liggen. Het verslag formuleert echter duidelijk beginselen die voor een verdeling zorgen die uiteindelijk juist zal blijken te zijn. De verdeling zal zelfs beter dan de huidige situatie zijn, aangezien het grootste land minder leden krijgt, terwijl de kleine landen meer leden krijgen. Ik heb daarom voor het verslag gestemd, hoewel er ook specifieke paragrafen zijn die ik niet ondersteun, met name de bepalingen over transnationale lijsten en Europese partijen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De Griekse Communistische Partij in het Europees Parlement heeft tegen het verslag van Lamassoure-Severin gestemd omdat het de politiek van de confrontatie in het Europees Parlement verder versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Wise (IND/DEM), schriftelijk. – (EN) Ik heb tegen amendement 25 gestemd, omdat zolang het Verenigd Koninkrijk lid is van de EU het aantal parlementsleden dat het land vertegenwoordigt onder geen beding mag worden verminderd. Als wij dus gestemd hadden voor 74 parlementsleden, dan hadden wij gestemd voor een vermindering met vier afgevaardigden. Krachtens het voorgestelde principe van “degressieve proportionaliteit”, dat nog moet worden gedefinieerd, zullen kleine lidstaten en mini-lidstaten disproportioneel sterk vertegenwoordigd zijn, terwijl landen als het Verenigd Koninkrijk ondervertegenwoordigd zouden zijn. Gezien het grote aantal mensen dat sinds 2004 vanuit Oost-Europa naar het Verenigd Koninkrijk is verhuisd, in combinatie met het feit dat zij de mogelijkheid hebben om te stemmen bij de Europese parlementsverkiezingen, dient voor het Verenigd Koninkrijk op zijn minst het huidige aantal van 78 afgevaardigden te worden gehandhaafd, of wellicht zelfs met een aantal te worden verhoogd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lars Wohlin (PPE-DE), schriftelijk.(SV) Zweden zou een referendum over de nieuwe grondwet moeten houden om vrijstellingen te krijgen en een “opt in”- clausule (zoals het Verenigd Koninkrijk). Met een dergelijke “opt in”-clausule zou Zweden bijvoorbeeld het recht hebben om zelf te beslissen of en wanneer het de euro invoert en het Sociaal Handvest ondertekent. Dit betekent echter niet dat ik geen duidelijk basisdocument voor Europese Unie wil hebben waarin de bevoegdheidsgebieden van de EU uitdrukkelijk worden vastgelegd. Zo’n document moet onder andere regels voor de zetelverdeling in het Parlement bevatten. Ik ben daarom bereid om dit deel van het voorstel voor een nieuwe grondwet van de EU, dat zich specifiek met de zetelverdeling bezighoudt, te ondersteunen.

Wanneer het voorstel inzake de zetelverdeling niet overeenkomstig het voorstel voor een nieuwe grondwet van de EU wordt omgezet, lopen we het gevaar dat we terug moeten vallen op het Verdrag van Nice. Volgens het Verdrag van Nice krijgt Zweden slechts 18 zetels, twee minder dan Zweden volgens het voorstel voor een nieuwe grondwet van de EU zou krijgen, en twee minder dan waar Zweden gezien de relatieve grootte van de lidstaten van de EU recht op zou hebben.

 
  
  

Humanitaire situatie in de Gazastrook (B6-0375/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (PSE), schriftelijk. (FR) Ik heb voor de resolutie inzake de humanitaire situatie in de Gazastrook gestemd. Ik ben bezorgd over de achteruitgang van de gezondheidsindicatoren in Palestina en over de door de sluiting van de grenscontroleposten veroorzaakte moeilijkheden, waardoor de economische activiteiten en het vrije verkeer van goederen worden belemmerd. Ik verzoek erom dat humanitaire hulp en noodhulp ongehinderd doorgang kunnen vinden.

Ik veroordeel de alsmaar moeilijker wordende levensomstandigheden die in Gaza heersen: de blokkade, die het verkeer van mensen en goederen verhindert, de gedeeltelijke privatisering van de toegang tot water, voedsel en elektriciteit, de vernietiging van landbouwgrond en basisdiensten als afvalverwerking, die niet langer naar behoren functioneren en op het punt van instorting staan.

Mijns inziens is het dringend nodig dat de rechten van de mens in Gaza volledig worden gerespecteerd, en ik zou ertoe willen oproepen dat er een internationale vredesconferentie wordt georganiseerd op weg naar een eerlijke en blijvende vrede tussen de Israëli’s en de Palestijnen, een vrede op basis van de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad van de VN inzake het recht van de Israëli’s om binnen veilige, erkende grenzen te leven en het recht van de Palestijnen op een levensvatbare staat.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. – (EN) Deze resolutie heeft mijn steun. De huidige humanitaire situatie in de Gazastrook is werkelijk ongelooflijk zorgelijk. De Israëlische blokkade van de Gazastrook dient te worden opgeheven, en ook dient er elektriciteit en brandstof te worden geleverd. Bovendien dient het sinds september 2007 geblokkeerde financiële verkeer met de Gazastrook opnieuw door Israël te worden hersteld, want het geldgebrek aldaar heeft nu reeds buitengewoon veel schade aangericht aan het economische, sociale en dagelijkse leven van het Palestijnse volk.

De Raad en de Commissie dienen gebruik te maken van alle pressiemiddelen waarover ze beschikken om de Israëlische regering ertoe te brengen een gebaar te maken en in te staan voor de onontbeerlijke humanitaire hulp voor het Palestijnse volk.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Gezien de vreselijke situatie waaronder de Palestijnse bevolking te lijden heeft, heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen, waarin weliswaar de uiterst ernstige toestand wordt erkend, niet alleen in de Gazastrook, maar ook in de andere Palestijnse bezette gebieden, maar waarin Israël noch aansprakelijk wordt gesteld of veroordeeld voor zijn verregaande verantwoordelijkheid voor met name de verwoesting van de Palestijnse Nationale Autoriteit en zijn ondersteunende instellingen en infrastructuren, waaronder zulke die aan de meest algemene behoeften van de bevolking voldoen, noch voor het belemmeren van het ontstaan van een soevereine, onafhankelijke en levensvatbare Palestijnse staat te verhinderen.

Israël heeft de Gazastrook aan een meedogenloze blokkade onderworpen en op die manier een gigantische gevangenis voor de Palestijnse bevolking geschapen, iets wat reeds lang door functionarissen van de VN wordt gehekeld. Bovendien heeft het de Palestijnen zelfs van de meest fundamentele mensenrechten beroofd en de humanitaire hulpvoorziening door de organisaties van de VN verhinderd.

Deze onmenselijke blokkade moet worden opgeheven en Israël moet worden gelast zijn agressie jegens de Palestijnse bevolking te staken en zich volledig aan de internationale wetgeving en de resoluties van de VN te houden en deze te respecteren. Het is ook van wezenlijk belang dat er humanitaire noodhulp aan de Palestijnse bevolking wordt verleend.

Een eerlijke en blijvende oplossing voor het Midden-Oosten zal alleen te bereiken zijn wanneer het onvervreemdbaar recht van de Palestijnse bevolking op haar eigen onafhankelijke en soevereine staat en wanneer de grenzen van 1967, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, worden gerespecteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) In deze resolutie wordt de aandacht gevestigd op het lot van de bevolking van de Gazastrook. Ik heb hier vóór gestemd. Israël wordt in de resolutie opgeroepen te voldoen aan de internationale verplichtingen krachtens de verdragen van Genève en ervoor te zorgen dat de mensen in de Gazastrook humanitaire hulp en bijstand kan worden verleend, en dat essentiële diensten zoals etniciteit en brandstof aan de Gazastrook geleverd worden. Met de oproep tot een internationale vredesconferentie, opheffing van de blokkade, en de nodige inzet van de Commissie en Raad hiertoe, sluit ik mij aan bij de meeste andere afgevaardigden in hun steun voor ideeën waarmee degenen die lijden onder de gevolgen van de huidige status quo enigszins geholpen kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pierre Schapira (PSE), schriftelijk. (FR) Ik juich de resolutie van het Europees Parlement inzake de Gazastrook toe. De door de Israëlische regering genomen maatregel om de Gazastrook tot “vijandige entiteit” te verklaren maakt de weg vrij voor economische sancties. Deze maatregel komt op een tijdstip waarop de Gazastrook met een humanitaire crisis te maken heeft, die nog verergerd wordt door de opschorting van de directe internationale hulp aan de Palestijnse Nationale Autoriteit en het uitblijven van belastingterugbetalingen aan de Palestijnse Autoriteit door Israël.

Ofschoon de Israëlische overheden vrachtwagens met levensmiddelen naar Gaza hebben toegelaten, bericht de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Midden Oosten (UNRWA) over tekorten aan de eerste levensbehoeften die veroorzaakt worden door frequente sluitingen van de grensovergang Karni.

Er was nooit een humanitaire crisis van zulke dimensies ontstaan wanneer we niet eerst onze hulp aan de Palestijnse bevolking hadden opgeschort. Vele andere organisaties hebben hun samenwerking met Palestina gehandhaafd, met name een groot aantal Europese lokale overheden. Is het niet de hoogste tijd dat we ons sanctiebeleid ten opzichte van Palestina herzien, zodat het weer mogelijk wordt om cruciale humanitaire hulp te verlenen aan de plaatselijke bevolking?

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik wil met klem wijzen op de ernst van de humanitaire situatie in de Gazastrook.

De politieke stand van zaken is inderdaad allesbepalend voor het lot van de bevolking van de Gazastrook, maar men dient zich wel te realiseren dat het de bevolking is – mannen, vrouwen en kinderen – die lijdt, wat op de lange termijn weet ik wel niet wat voor een grote gevolgen zal hebben.

Israël moet zich inderdaad veilig kunnen voelen binnen de eigen grenzen, maar Israël heeft ook de plicht om te zorgen voor humanitaire hulp en bijstand aan de Gazastrook.

Bij de mensen in de Gazastrook ligt dan weer de verantwoordelijkheid om een einde te maken aan de aanvallen op Israël, en bij ons allen hier ligt de verantwoordelijkheid voor steun aan een levensvatbare Palestijnse staat, waarin het Palestijnse volk veilig en in vrede leven kan.

Ik steun het verslag omdat het nu van cruciaal belang is dat wij hier in de EU onze stem laten horen namens het volk van de Gazastrook. Zij hebben hulp nodig, en daar moeten wij voor zorgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik wil mij aansluiten bij degenen in het Parlement die er zich voor ijveren om de enorme problemen in met name de Gazastrook, maar ook in de staat Israël en de Palestijnse gebieden, onder onze aandacht te brengen.

De enige manier waarop hier iets aan gedaan kan worden, is door op te treden binnen de door de resoluties van de VN-Veiligheidsraad geboden speelruimte en aldus een internationale vredesconferentie te organiseren.

 
  
  

– Verslag: Raül Romeva i Rueda (A6-0338/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Bernadette Vergnaud (PSE). (FR) Mevrouw de Voorzitter, ze worden vermoord omdat ze vrouwen zijn. Deze moorden, die ook als feminicide bekendstaan, worden veroorzaakt door een sociale context die uitgaat van een patriarchale mentaliteit die vrouwen belet om sociaal onafhankelijk te worden.

Het uiterst evenwichtige verslag van de heer Romeva, ofschoon het specifieker op de vrouwenmoorden in Latijns-Amerika en Mexico ingaat, maakt deel uit van een globale strategie om gewelddadige sterfgevallen van vrouwen overal ter wereld uit te bannen en te voorkomen. Daarom heb ik ervoor gestemd: De EU moet de waarden van de gendergelijkheid bevorderen en verdedigen.

Mijn amendementen, die overigens door de rapporteur zijn overgenomen, waren gericht op de ondersteuning van de gezinnen van de slachtoffers, die vaak geheel hulpeloos achterblijven en, wat nog erger is, tot hun verdriet vaak moeten aanzien dat de moordenaars er ongestraft vanaf komen. Ik roep daarom tot bewustmakings- en opleidingsprogramma’s die op genderproblematiek gericht zijn, en pleit voor maatregelen ter bevordering van de totstandkoming van doeltreffende beschermingssystemen voor getuigen, slachtoffers en hun gezinnen, het geven van psychologische hulp en gratis juridische bijstand.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb mijn stem uitgebracht voor het verslag van onze Spaanse collega Raül Romeva i Rueda over de vrouwenmoorden in Midden-Amerika en Mexico en over de vraag welke rol de Europese Unie in de strijd tegen dit fenomeen kan spelen.

Ik vind het jammer dat we ons hier alleen op Midden-Amerika en Mexico richten, omdat er overal ter wereld zo veel plaatsen zijn waar het probleem van de vrouwenmoorden nog niet is opgelost. Ik ondersteun iedere globale strategie die erop is gericht geweld tegen vrouwen wereldwijd uit te bannen. Het leed van de vrouwen mag ons niet koud laten. We moeten de vrouwen ondersteunen, omdat hun revolte de grondslag zal leggen voor vele geopolitieke trends waardoor de idealen van de Europese Unie, met name gendergelijkheid, worden bevorderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, Godfrey Bloom, Derek Roland Clark, Michael Henry Nattrass, Jeffrey Titford (IND/DEM), schriftelijk. – (EN) UKIP heeft zich onthouden van stemming over dit verslag omdat het de legitimiteit van het Parlement niet erkent. Op generlei wijze geven wij hiermee echter ons standpunt over de inhoud van het verslag te kennen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) We hebben voor dit verslag gestemd dat uiting geeft aan de solidariteit van het Europees Parlement met de vrouwen die waar dan ook ter wereld geweld ondervinden, ook die in onze eigen landen van de Europese Unie, maar met bijzondere aandacht voor de ernstige situatie in Mexico en enkele Midden-Amerikaanse landen, waar er een echte cultuur van vrouwenmoorden bestaat, met duizenden van ,moorden op vrouwen in de afgelopen jaren, die niet enkel kunnen worden toegeschreven aan een wijdverbreid geweldklimaat.

Deze situatie heeft culturele oorzaken en is te wijten aan sociaaleconomische omstandigheden die ongunstig voor vrouwen zijn, met name voor de vrouwen van inheemse afkomst, aangezien zij in nog veel grotere mate economisch afhankelijk zijn. De situatie wordt evenwel ook verergerd door het optreden van criminele bendes.

We hopen dat dit verslag de schijnwerper op deze ernstige situatie zal richten en er zo toe zal bijdragen dat in de betrokken landen de noodzakelijke stappen worden ondernomen om een eind te maken aan vrouwenmoorden en geweld tegen vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk.(SV) De Junilistan is van mening dat de rechten van de mens in alle samenlevingen overal ter wereld hoog moeten worden gehouden, zowel in de lidstaten als ook in de andere landen.

Het verslag is een ontwerpresolutie die de lidstaten en de desbetreffende staten oproept om de rechten van de vrouw te handhaven. Dat is loffelijk, maar het is niet het juiste forum om een dergelijk probleem aan te pakken. Zoals gebruikelijk bevat het verslag paragrafen waarin de EU poogt om in haar buitenlands beleid met één stem te spreken. Via de voorstellen van het verslag voor nieuwe begrotingslijnen, campagnes en grotere bevoegdheden probeert de EU meer macht naar zich toe te trekken. Zij gebruikt dit soort kwesties om dat doel te bereiken.

De misdaden tegen vrouwen zijn onaanvaardbaar. Het is daarom toe te juichen wanneer soevereine staten overleg voeren om hieraan een eind te maken, omdat het belangrijk is om de kwetsbare positie die vrouwen in grote delen van de wereld hebben, te verbeteren. De EU dient zich echter te onthouden van een gemeenschappelijk buitenlands beleid, en daarom hebben we ervoor gekozen om tegen dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) Dit verslag heeft mijn volmondige steun. Als er geen rekening wordt gehouden met gendergelijkheid en het recht op waardigheid en een vreedzaam bestaan, dan is duurzame ontwikkeling een onhaalbare kaart. Dergelijke misdaden mogen niet simpelweg worden gezien als de uiting van een bepaalde cultuur, noch mogen deze niet niet-ontvankelijk worden verklaard als ze worden begaan tegen mensen die misschien door middel van prostitutie in hun inkomen voorzien. Als niet consistent en oprecht wordt gepoogd om in dergelijke zaken onderzoek in te stellen en vervolgens de daders te vervolgen en te straffen, dan wordt daarmee gezegd dat geweld aanvaardbaar is, en dan is helemaal niemand meer veilig. De voorstellen in het verslag verdienen onze volle steun, en ik heb er alle vertrouwen in dat het Parlement erop zal blijven toezien dat er vooruitgang wordt geboekt op dit vlak. De mensenrechten vormen een buitengemeen belangrijk onderdeel van ons buitenlandsbeleid: we moeten ons inzetten voor het recht van mensen om veilig te kunnen leven, zodat zij op alle niveaus in de maatschappij, en ongeacht het beroep en hun status, hun democratische rechten en vrijheden kunnen uitoefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Erika Mann (PSE), schriftelijk. – (EN) Het verslag van de heer Raül Romeva i Rueda inzake de vrouwenmoorden in Midden-Amerika en Mexico en de rol van de Europese Unie in het voorkomen ervan is zeer uitgewogen. Ik zou de rapporteur willen bedanken voor zijn uitmuntende werk en zijn inzet. Hij heeft de onderhandelingen zeer fijngevoelige en met een positieve politieke stijl gevoerd. Tevens zou ik hem willen bedanken voor de aandacht die hij aan dit onderwerp besteed heeft.

In de Europese Unie wordt zeer veel belang gehecht aan mensenrechten. Gelukkig is het zo dat in de betrekkingen tussen de Europese Unie en Mexico dit onderwerp een belangrijke rol speelt. Als onderdeel van het vrijhandelsverdrag hebben de mensenrechten een zeker formeel karakter en tevens speelt het onderwerp een cruciale rol in onze gezamenlijke parlementaire delegatie, waarvan ik het genoegen heb voorzitter te zijn, en die van Mexicaanse zijde onder voorzitterschap staat van senator José Guadarrama Márquez.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik ben zeer ingenomen met dit verslag en heb er dan ook voor gestemd. Het maakt onderdeel uit van een wereldwijde strategie ter uitroeiing en preventie van feminicide, en er worden EU-initiatieven in voorgesteld die kunnen worden ontplooid in het kader van de partnerschapovereenkomsten. Ik hoop dan ook dat de regeringen van de lidstaten dit onderwerp in het kader van de bilaterale betrekkingen met de landen in Latijns-Amerika oppikken zullen, en dat de Europese instellingen in het kader van een strategisch partnerschap steun zullen verlenen aan het nodige beleid ter preventie van en bescherming tegen geweld.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL), schriftelijk.(DE) Ik heb het verslag van de heer Raül Romeva i Rueda ondersteund, omdat hij duidelijk in een paar punten de hoofdoorzaken van de vrouwenmoorden in Mexico en Midden-Amerika vaststelt: de moordenaars kunnen ongestoord hun gang gaan in een sociaal en economisch kader dat enkel en alleen door economische belangen wordt aangedreven. De moorden worden voor een groot deel in de zogenaamde vrijhandelszones met hun maquiladora industrie (onderaannemingsbedrijven die voor de exportmarkt produceren) gepleegd, waar een niet aanwezige sociale infrastructuur en hoge armoedecijfers hand in hand gaan met straffeloosheid voor semi-legale veiligheidsdiensten.

Deze structuren worden ook versterkt door de betrekkingen van de EU met Mexico en Midden-Amerika, door hun concentratie op de vereenvoudiging van het handelsverkeer. De associatieovereenkomst van de EU met Midden-Amerika, die naar verwachting aan het eind van dit jaar wordt gesloten, laat in zijn huidige opzet zien dat de EU hoofdzakelijk geïnteresseerd is in een liberalisering van de markt en deregulering. Het scheppen van “een gunstig klimaat [...] voor handel en investeringen”, waarvan de Commissie een groot voorstander is, leidt echter juist tot de structuren die volgens het verslag verantwoordelijk zijn voor de nadelige sociale en economische context die bevorderlijk is voor de vele vrouwenmoorden.

Het verslag is ook een belangrijk signaal dat eindelijk naar de in de globale overeenkomst tussen de EU en Mexico overeengekomen sociale clausule moet worden gehandeld. De werkzaamheden van de verenigingen van nabestaanden en slachtoffers moeten ook worden gesteund.

 
  
  

– Verslag: Bart Staes (A6-0337/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd. Het bevat de aanbeveling om de transitobewegingen te computeriseren als preventie tegen fraude, om het wettelijk kader te herzien, alsook om de fysieke controles te verbeteren aan de hand van een gemeenschappelijke risicoanalyse door de Commissie en de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (ITS), schriftelijk.(DE) Karakteristiek voor het verdwijnen van de grenzen is een enorme daling van de omzet aan sigaretten, niet alleen in grensregio’s, maar ook in het binnenland. Troosteloze omstandigheden op de arbeidsmarkt verleiden talloze particulieren ertoe om tabaksproducten in kleine hoeveelheden te voet over de grens te smokkelen om op die manier voor inkomen te zorgen.

Fantastische winstmarges, ondanks de hoge vervoerskosten, dragen eveneens bij tot de enorme toename van de tabaksmokkel in de afgelopen jaren. Wat voor de één een overtreding is, daarmee verdienen criminele bendes de kost, en goed ook: het is per slot van rekening eenvoudig om deze smokkelwaar in de EU aan de rokende man te brengen. Voorlichtingscampagnes – die de handelaars graag zouden zien – zullen hier bijna niets aan veranderen, omdat de gebruikers volgens onderzoeken zich ter dege bewust zijn van het hogere gehalte aan schadelijk stoffen in deze producten, evenals van het feit dat het om illegale praktijken gaat.

Vooral de rol van Montenegro is weinig roemrijk te noemen: het is de belangrijkste overslagplaats voor tabakssmokkel in Europa geworden, waarbij de staat er ook nog behoorlijk aan verdient. Hier moet meer druk worden uitgeoefend bij de onderhandelingen die op het ogenblik aan de gang zijn. Natuurlijk moeten ook de straffen veel harder worden en moet er een uniform stelsel voor accijnszegels worden ingevoerd om een eind te maken aan de huidige praktijken waarbij de lucratieve exporten van de tabaksproducenten in illegale herinvoer uitmonden.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott (PSE), schriftelijk. – (EN) De EPLP is voorstander van de overeenkomst met Philip Morris ter bestrijding van fraude en illegale sigarettenhandel in de EU. Deze overeenkomst is echter niet door de Britse regering ondertekend, omdat deze strijdig zou kunnen zijn met de vigerende Britse wetgeving inzake sigarettensmokkel. Deze wetgeving is namelijk van toepassing op alle sigarettenproducenten, en dat is een groot goed. Want zo kan ervoor worden gezorgd dat smokkelaars zich niet eenvoudigweg gaan richten op producten die geproduceerd zijn door bedrijven die niet een dergelijke overeenkomst hebben willen sluiten, of die op enig moment hebben besloten zich uit een dergelijke overeenkomst terug te trekken. In de genoemde wetgeving is er tevens geen sprake van verregaande uitzonderingen. Het Verenigd Koninkrijk is hierdoor beter in staat de specifieke problemen waarmee het in verband met de sigarettensmokkel te maken krijgt te lijf te gaan.

 
  
  

– Verslag: Anne E. Jensen (A6-0349/2007)

 
  
MPphoto
 
 

  Nina Škottová (PPE-DE). – (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik juich het doortastende verslag van de rapporteur, Mevrouw Jensen, toe, omdat de afnemende kwaliteit van de grondafhandelingsdiensten in de laatste tijd een steeds urgenter probleem is geworden en inmiddels de achilleshiel van de luchtvaartindustrie vormt.

Hiervoor zijn vele oorzaken aan te wijzen. Ik wil het graag over de oorzaken hebben die verband houden met de toegenomen veiligheidsmaatregelen die op sommige luchthavens in verschillende delen van de EU worden toegepast. Door dergelijke maatregelen komt de menselijke waardigheid vaak in gedrang en neemt het risico van de verspreiding van besmettelijke ziektes toe, zonder enig concreet effect voor de veiligheid. Neemt u bijvoorbeeld de maatregel volgens welke vrouwen verplicht zijn jassen of andere kledingsstukken die daar op lijken, uit te trekken, ook al hebben ze buiten hun ondergoed niets anders aan. Ook moeten we vaak met blote voeten op ijskoude vloeren staan nadat we onze schoenen hebben uitgetrokken om door de veiligheidsdetector te gaan. Bovendien houdt het personeel zich bij het controleren van de bagage van de passagiers vaak niet de eenvoudigste hygiënemaatregelen.

Als we geen aandacht aan deze problemen besteden en niet een betere reiscultuur en respect en beleefdheid tijdens de veiligheidscontroles door het grondafhandelingspersoneel eisen, zou de burgerluchtvaart wat de grondafhandeling betreft wel eens een schandalige en nare ervaring kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) De Commissie heeft met het oog op de snelle groei van het luchtvervoer van goederen en passagiers besloten om een “Actieplan inzake de capaciteit, efficiëntie en veiligheid van de Europese luchthavens” te ontwerpen waarin zij een reeks maatregelen voorstelt.

Deze resolutie van het Europees Parlement bevat weliswaar aspecten die wij kunnen onderschrijven – bijvoorbeeld verwijzingen naar de noodzaak van de naleving van sociale wetten en collectieve overeenkomsten, opleidingen en de behoeften van de ultraperifere regio’s –, maar zij is geheel gebaseerd op het concept van de liberalisering van de sector en de schepping van het zogenaamde “interne Europese luchtruim”.

Hoewel in de resolutie wordt benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor de planning van luchthaveninfrastructuur bij de lidstaten moet liggen, wordt daarin ook gepleit voor een “globale EU-benadering wat betreft de behoefte aan extra capaciteit, de restricties voor toekomstige investeringen in aanvullende capaciteit en de strategische assen”.

De resolutie bevestigt het primaat van de “communautaire mededingingsregels”, vooral met betrekking tot het verrichten van grondafhandelingsdiensten, waarbij een verdere liberalisering van deze diensten niet wordt uitgesloten. Daarom wordt in de resolutie voorgesteld het minimumaantal van op de luchthavens toegelaten dienstenaanbieders te vergroten, een einde te maken aan de kunstmatig beperking van het aantal derden waaraan afhandelingsdiensten worden toevertrouwd en het belemmeringen weg te nemen die aanbieders van grondafhandelingsdiensten ervan weerhouden de markt te betreden.

Dit is ons kritische standpunt in dezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. – (PL) Mijnheer de voorzitter, ik heb voor het verslag van mevrouw Jensen “over luchthavencapaciteit en inchecken: naar een efficiënter beleid” (2007/2092(INI)) gestemd.

Het verslag schenkt voldoende aandacht aan de noodzaak om ervoor te zorgen dat de luchthavens over de vereiste capaciteit beschikken. De luchtvervoersbewegingen nemen jaarlijks met 5,2 procent toe. De ramingen zijn dat in 2025 meer dan 60 luchthavens niet meer in staat zullen zijn om aan de vraag naar vluchten te voldoen. Het verslag stelt vast dat de groei van het luchtvervoer gepaard moet gaan met technische en regelgevende programma’s om de externe gevolgen van het vliegverkeer te beperken.

De rapporteur wijst er terecht op dat de Europese Unie alleen aan haar verplichtingen op dit gebied kan voldoen wanneer zij in een ander soort luchthavens voorziet en aan de speciale behoeften van elk land beantwoordt.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik heb gestemd vóór dit verslag. De Commissie wordt daarin opgeroepen om vóór het jaar 2009 een masterplan te presenteren voor meer luchthavencapaciteit in Europa, dit ter bevordering en een betere coördinatie van Europese initiatieven wat betreft de bouw van nieuwe luchthavencapacitiet voor het internationale vliegverkeer, alsook om te komen tot een betere benutting van de reeds bestaande capaciteit. De EU zal alleen in de behoefte op dit vlak kunnen voorzien als er gezorgd wordt voor een samenhangend geheel aan onderscheiden soorten luchthavens, uitgaande van specifieke nationale omstandigheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. – (SK) Ik heb voor het verslag-Jensen “over luchthavencapaciteit en inchecken: naar een efficiënter beleid” gestemd, omdat ik het van essentieel belang acht voor de veiligstelling van een duurzame regionale ontwikkeling. De vervoersinfrastructuur is vaak van doorslaggevende betekenis voor regionale investeringen, toeristische ontwikkeling en het snelle vervoer van goederen. Luchtvervoer biedt hier belangrijke toegevoegde waarde, vooral voor de minder ontwikkelde, perifere- en eilandregio’s.

De globalisering en de snelle economische ontwikkeling zorgen in de EU voor een grotere vraag naar vluchten. Voor de huidige en toekomstige ontwikkeling van het luchtvervoer in Europa is het dringend nodig om met de nodige vooruitziendheid op EU-niveau de noodzakelijke stappen te ondernemen ten behoeve van de burgers van de Unie en de economie van de EU in haar totaliteit.

Naar mijn mening kan het imago van alle Europese regio’s worden verbeterd door de bouw van nieuwe luchthavens, de modernisering van de bestaande luchthavens en de transformatie van voormalige militaire luchthavens in luchthavens voor de burgerluchtvaart. Voor de bouw en uitbreiding van de luchthavens en de logistieke infrastructuur is gepaste ondersteuning nodig door de nationale en regionale overheden. De luchthavens moeten worden opgenomen in de regionale bestemmingsplannen, ze moeten een onderdeel van de regionale ontwikkelingsstrategieën vormen en aan een territoriale effectbeoordeling worden onderworpen, waarvan eveneens een strenge milieueffectbeoordeling deel uitmaakt.

Ik acht het van het hoogste belang dat de luchthaveninfrastructuur uit nationale en regionale fondsen wordt gefinancierd, met de nodige financiële ondersteuning uit middelen voor het trans-Europese vervoersnetwerk, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Als een van de oplossingen voor congesties op luchthavens, zoals die in Lissabon aan de orde van de dag zijn, noemt het Europees Parlement “de aanleg van luchthavens in de nabijheid van de bestaande vliegvelden, zodat kan worden uitgeweken als deze met congestie te kampen hebben”. Bovendien merkt het op dat “de vereisten in termen van luchthavendiensten en toekenning van slots verschillen voor traditionele luchtvaartmaatschappijen, low-cost luchtvaartmaatschappijen, chartermaatschappijen, vrachtmaatschappijen en businessvluchten”. Hiermee pleit het Europees Parlement voor minder dure oplossingen die evenwel beantwoorden aan de groei van het luchtverkeer en rekening houden met de specifieke vereisten die met die groei verband houden.

Ik heb daarom voor dit verslag gestemd, de strekking ervan is namelijk precies tegenovergesteld aan de oplossing die de Democratische en Sociale Centrum/Volkspartij (CDS-PP) voor Lissabon bepleiten en die op de “Portela +1”-optie berust.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. – (SV) Het verslag van Anne Jensen behandelt een probleem dat in hoge mate transnationaal van aard is. Met andere woorden: dat ik tegen de meeste amendementen heb gestemd en me uiteindelijk van stemming over het verslag als geheel heb onthouden, ligt er niet aan dat het niet een relevant zou zijn voor de EU. Het grootste probleem met het verslag was dat het in zijn definitieve versie veel te gedetailleerd geworden is. Ik vind het moeilijk om de noodzaak in te zien van een masterplan op het niveau van de EU dat regelt op welke manier de grondafhandelingsdiensten op de luchthavens moeten worden georganiseerd. Nog minder zie ik in waarom Brussel extra regels en heffingen moet scheppen in verband met de opleiding van het personeel of met de locatie van de luchthavens. Ik wil het hier niet verder over de locatie van de luchthaven van Bromma hebben, maar ik tot de slotsom dat het redelijkerwijs zo moet zijn dat een Stockholm en Zweden over die locatie beslissen, en niet het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Lars Wohlin (PPE-DE), schriftelijk. – (SV) Het initiatiefverslag over luchthavencapaciteit bevat hoogvliegende plannen over wat er door centralistische planning van de kant van de EU kan worden bereikt. Volgens het verslag krijgt Europa te maken met een wezenlijke toename van het luchthavengebruik en is het noodzakelijk om de bestaande infrastructuur te verbeteren. Er wordt verkondigd dat de toekomstige ontwikkelingen het noodzakelijk maken om op het niveau van de EU te interveniëren “ten behoeve van de burgers van de Unie en de economie van de EU in haar totaliteit”. Het verslag houdt zich zelfs bezig met de infrastructuur voor de verbindingen naar luchthavens.

In de allermeeste gevallen bestaat er nationale concurrentie tussen landen en luchthavens, en strategische beslissingen moeten op nationaal niveau worden genomen. In sommige landen zijn de luchthavens in particulier bezit en worden investeringsbesluiten genomen op basis van rentabiliteitsbeoordelingen, terwijl ze in andere landen door de overheid worden beheerd. Het voorstel dat de EU op dit gebied de planning dient over te nemen is daarom absoluut onrealistisch. We kennen de toekomstige vraag niet, en de vraag verandert permanent en wisselt voortdurend van het ene gebied of land naar het andere. Noch kunnen we voorspellen welke invloed de technische ontwikkelingen op de groei zullen hebben. We weten ook niet welke kosten hiermee verbonden zijn. Bovendien vallen de feitelijke kosten voor infrastructuur veelal twee tot drie keer hoger uit dan de ramingen. Juist daarom moeten de grondafhandelingsdiensten per luchthaven en niet op het niveau van de EU worden geregeld.

Het verslag berust op planeconomische opvattingen. Ik kan dit verslag niet ondersteunen – het wekt herinneringen aan systemen die in de voormalige socialistische landen te vinden waren, daarom heb ik tegen het verslag gestemd.

 
Laatst bijgewerkt op: 30 september 2008Juridische mededeling