De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0325/2007) van de heer Kacin, namens de Commissie buitenlandse zaken, over de betrekkingen tussen de EU en Servië, met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de betrekkingen tussen de Europese Unie en Servië [2007/2126(INI)].
Jelko Kacin (ALDE), rapporteur.–(SL) Vandaag spreek ik als rapporteur, maar tegelijkertijd ook als liberaal-democraat, als Sloveen, als voormalig Joegoslaaf en als Europeaan. Slechts vijftien jaar geleden viel mijn geboorteland uiteen door een aantal bloedige oorlogen die bijna een decennium lang duurden.
Vandaag ondervinden veel landen in die regio, waaronder Servië, nog steeds de vernietigende gevolgen van dat conflict. Voor deze broze en jonge democratieën is het lidmaatschap van de Europese Unie een krachtige stimulans voor verdere democratisering. De Europese Unie, waar deze landen zo snel mogelijk tot willen gaan behoren, is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en normen, waarvan de rechtsstaat een van de belangrijkste is.
In het geval van de Balkanlanden is echter niet alleen de hervorming van het rechtsstelsel van belang, maar ook volledige medewerking met het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.
(EN) Servië heeft tot dusverre niet voldaan aan haar nationale en internationale verplichting om de vier nog voortvluchtige van oorlogsmisdaden beschuldigde personen te arresteren, waaronder Mladić en Karadžić, die verantwoordelijk worden geacht voor de moord op bijna 8000 burgers in Srebrenica. Iedereen die een mens doodt, pleegt een misdaad, maar mensen die genocide plegen vormen een internationaal en politiek probleem.
Ik heb, alvorens dit verslag voor te bereiden, Srebrenica bezocht. Ik geloof in zelfrespect voor Servië. Daarom dring ik erop aan, dat de Servische staat moet aantonen dat men samenwerkt met het ICTY. In mei is een nieuwe pro-Europese regering aangetreden, die samenwerking met het ICTY hoog in het vaandel heeft staan. Dat is een ontwikkeling die ik van harte toejuich. Ik juich ook het feit toe dat de regering actie heeft ondernomen tegen twee van de zes meest gezochte vluchtelingen, Tolimir en Djordjevic, en beide heeft gearresteerd en uitgeleverd.
Deze arrestaties laten zien dat Servië in staat is de overige nog voortvluchtige oorlogsmisdadigers te traceren en te arresteren. Zoals hoofdaanklager Del Ponte verklaard heeft, is het belangrijkste obstakel niet gelegen in de vraag of men het kán, maar in hoe dit te vertalen in tastbare resultaten. Daarom kan de EU het zich op dit cruciale moment niet permitteren af te zien van de door haar gestelde voorwaarden.
Nu de spanningen rondom de toekomstige status van Kosovo toenemen, zou het verkeerd zijn te denken dat het afzwakken van de voorwaarden van de EU en zich in allerlei bochten wringen om concessies te doen aan Belgrado op de lange termijn in het belang zou zijn van de EU of van Servië. De ogen sluiten voor oorlogsmisdadigers kan wellicht aansluiten op de huidige Realpolitik, maar het zal op geen enkele manier bijdragen aan duurzame vrede of stabiliteit in de regio.
Herhaaldelijk wordt gezegd dat Servië een centrale rol speelt in de stabiliteit in de regio, maar als politici in Belgrado denken dat dat betekent dat Servië een voorkeursbehandeling krijgt, vergissen ze zich. Servië zou er verstandig aan doen, zijn overvloedige talenten en potentieel in te zetten om een voorbeeldfunctie te hebben voor zijn buurlanden in de regio, in plaats van deze onbenut te laten uit een soort Servische recalcitrantie.
Het klopt dat de EU niet compleet is zolang de Balkanlanden geen lid van de Unie zijn, maar dit kan niet tegen elke prijs nagestreefd worden, en zeker niet als de prijs die we moeten betalen de ondermijning van het internationaal recht en het negeren van de fundamentele Europese waarden is.
De burgers van Servië hebben er recht op, dat de waarheid aan het licht komt over de recente oorlogspolitiek die in hun naam gevoerd is. Dat is ook de reden dat ik het recente initiatief van de Speciale Aanklagerondersteun, om de politieke motieven te achterhalen achter de moord op premier Djindjić. Om diezelfde reden betreur ik het, dat het Servische gerechtshof voor oorlogsmisdaden zulke lichte straffen heeft opgelegd aan vier leden van de “Schorpioenen”, voor de executie van zes moslims uit Srebrenica.
Servië heeft een enorm economisch en cultureel potentieel en een enorm aantal getalenteerde mensen op alle terreinen. De nieuwe regering heeft laten zien, dat er een aantal dynamische en ambitieuze ministers in zit. Er bestaat geen twijfel over dat Servië over de administratieve en institutionele capaciteit beschikt om op een professionele manier om te gaan met de onderhandelingen over een toekomstig lidmaatschap van de EU.
In de afgelopen maanden is op een aantal terreinen vooruitgang geboekt, onder andere als het gaat om de afronding van de technische besprekingen over de SAO-onderhandelingen, de ratificatie van het Protocol van Kyoto, CEFTA en de verkiezing van een Ombudsman, een gouverneur van de Servische centrale bank, een commissaris voor publieksvoorlichting en de leden van de Controle-instantie van de Raad van de State.
Het is echter teleurstellend, dat er weinig tastbaar resultaat geboekt is als het gaat om de benoeming van de rechters van het Constitutionele Hof. Daarnaast duurt het publiekelijk kleineren voort van mensen uit de civiele samenleving die de regering bekritiseren of de aandacht vragen voor gevoelige kwesties, zoals oorlogsmisdaden. Ik veroordeel in dat opzicht de recente gebeurtenissen in Novi Sad, waarbij een organisatie van neo-nazi’s een vreedzame bijenkomst aanviel van mensen die waren samengekomen voor een antifascistische demonstratie. De betreffende autoriteiten dienen zonder mankeren de daders op te sporen en deze misdaad grondig te onderzoeken.
Tegelijkertijd onderken ik dat het strenge visumbeleid van de EU, dat tot effect heeft dat gewone Serviërs hun medeburgers binnen de Europese Unie niet kunnen ontmoeten, een remmende werking heeft op de ontwikkeling van de democratie in Servië en bijdraagt aan vreemdelingenhaat en nationalisme.
Ik ben blij met de overeenkomsten die tot stand gekomen zijn door onderhandeling. Hoewel hiermee een belangrijke eerste stap gezet is, moet het uiteindelijke doel het vrije verkeer van alle burgers in de regio zijn. Weet u dat slechts een tiende deel van de Serviërs een paspoort heeft? We moeten de rest van de bevolking iets concreets geven. Ik dring er bij de Raad op aan, dat de overeenkomsten aan het begin van het komende jaar van kracht worden en ik vraag de Raas ook een concrete routekaart op te stellen voor de liberalisatie van visa.
Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om mijn dank uit te spreken aan mijn assistenten, mijn medeleden, het secretariaat van de Commissie buitenlandse zaken, de politieke groeperingen, de Commissie, de Servische missie in de EU en het Servische Office for European Integration (bureau voor Europese integratie).
Ter afronding van mijn betoog wil ik graag een korte persoonlijke opmerking toevoegen. Als een van de weinige EP-leden die in de westelijke Balkan geboren zijn, ben ik er erg trots op als rapporteur te hebben opgetreden. Mijn land, Slovenië, is niet lid van de EU geworden omdat dat makkelijk was, maar omdat het moeilijk was. Het is ons gelukt, en het zal Servische politici, intellectuelen en zakenmensen ook lukken, als ze daartoe besluiten. Ik roep Servië en het Servische volk op, nu wakker te worden en te beginnen zichzelf te helpen, hun buren te helpen en de hele regio te helpen door zich bij ons aan te sluiten. Doe het. U bent sterk genoeg. Samen lukt het ons.
De Voorzitter. − Ik bedank het Huis voor het getoonde geduld. Ik verontschuldig mij aan het Huis namens de rapporteur. Dank u.
Manuel Lobo Antunes,fungerend voorzitter van de Raad. −(PT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, Servië heeft een natuurlijke plaats in de Europese ruimte en we zijn het er allemaal over eens dat het land in de laatste jaren voor grote uitdagingen heeft gestaan. Sterker nog, het land heeft voor buitengewoon zware uitdagingen gestaan vanwege de belangrijke rol die het speelt voor de stabiliteit en ontwikkeling van de westelijke Balkanlanden. De Europese Unie heeft geprobeerd Servië te helpen deze uitdagingen tot een goed einde te brengen door de voordelen van het Europees perspectief te versterken en tastbaar en zichtbaar te maken.
Derhalve hebben we de Servische bevolking en overheid geprobeerd te bewijzen dat we ernaar streven Servië dichterbij de Europese Unie te brengen. We hebben ook geprobeerd om te laten zien dat er een alternatief is, door ondersteuning te bieden aan de pro-Europese politieke en maatschappelijke krachten die strijden voor de doorvoering van de noodzakelijke hervormingen om de democratie en ontwikkeling van het land te bestendigen.
De stabilisatie- en associatieovereenkomsten zijn een wezenlijk onderdeel van de toenadering van de westelijke Balkanlanden tot de Unie. Ook vormen zij een essentieel instrument voor het verhelderen van het Europese perspectief. In dit kader zijn we zeer verheugd dat de Commissie de onderhandelingen met Servië over de sluiting van een stabilisatie- en associatieovereenkomst heeft afgerond. We hopen van harte dat er snel aan de voorwaarden voor ondertekening door de Commissie zal worden voldaan.
In de Raad is er stevige politieke steun voor de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, zodra er aan de noodzakelijke voorwaarden is voldaan. Voordat de Raad de overeenkomst echter kan implementeren, moet Servië zijn volledige medewerking verlenen aan het Joegoslaviëtribunaal.
De mogelijkheid voor de bevolking van Servië om makkelijker naar de Europese Unie te reizen, zou onze banden eveneens verstevigen en ongetwijfeld bijdragen aan het democratiseringsproces en het draagvlak van de Europese Unie in de Servische maatschappij.
De overeenkomsten betreffende de vereenvoudiging van visumprocedures en de overname van personen die in september zijn ondertekend en in januari 2008 in werking treden, zijn naar onze mening van levensbelang.
De Commissie is met Servië overeengekomen na de inwerkingtreding van deze overeenkomsten een dialoog te starten over de liberalisering van het visumbeleid. De EU heeft Servië eveneens duidelijk gemaakt dat zijn integratieproces niets van doen heeft met de bepaling van de toekomstige status van Kosovo. Bij het streven naar toetreding tot de EU wordt elk land namelijk op basis van zijn eigen verdiensten beoordeeld en op basis van de voorwaarden van het stabilisatie- en associatieproces en de criteria van Kopenhagen.
Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ter afsluiting moet ik nogmaals de nadruk leggen op de waarde die het voorzitterschap van de Europese Unie hecht aan de mogelijkheid om met het Europees Parlement te spreken over het belang, zowel voor Servië zelf als de gehele regio, van veiligstelling van een Europese toekomst voor Servië. Er kan geen twijfel over bestaan dat de westelijke Balkan nog steeds een van de prioriteiten van de Europese Unie is en dat onze uiteindelijke doelstelling is om in deze regio een toestand van vrede, stabiliteit, democratie en welvaart te bewerkstelligen.
Dat is waarom we graag willen dat deze landen in de EU worden opgenomen, waarbij het stabilisatie- en associatieproces als kader voor de voorbereiding van deze potentiële toetreding blijft dienen. Servië is een land met een groot geostrategisch belang voor de stabiliteit van de gehele regio en daarom is vooruitgang in dit proces essentieel bij de verwezenlijking van de uiteindelijke doelstelling van de EU met betrekking tot de westelijke Balkan, die luidt dat dit een regio van stabiliteit, vrede en vooruitgang moet worden.
Olli Rehn,lid van de Commissie. −(EN)Voorzitter, ik wil graag de heer Kacin complimenteren met zijn gedegen verslag, waarin de belangrijkste aspecten van de huidige stand van zaken in de EU-Servische betrekkingen goed zijn weergegeven.Ik heb mijn diensten gevraagd de aanbevelingen uit het verslag op te volgen, hetgeen zijn nut al heeft bewezen bij de voorbereiding van het jaarlijkse voortgangsverslag van de Commissie, dat op 6 november aangenomen zal worden.
In uw verslag wordt een aantal terreinen belicht, waarop zowel de Europese Unie als Servië hun inspanningen dienen te versterken en ik ondersteun dit volledig. Ik ben het in het bijzonder eens met het belang dat u hecht aan het vereenvoudigen van visumaanvragen en met de roep om voortgang die nu ten aanzien van de liberalisatie van visa gemaakt moet worden.
Dat is ook precies de reden, dat de Commissie heeft aangegeven dat ze voornemens is, begin volgend jaar een dialoog te starten met elk van de westelijke Balkanstaten over een routekaart voor de liberalisering van visa, door het vaststellen van de vereisten en de voorwaarden daarvoor. Dit is een uiterst belangrijke kwestie, niet in de laatste plaats omdat dit aan de jonge generatie uit de regio een concreet bewijs geeft van wat Europa echt betekent.
We staan in onze relaties met Servië op een uiterst belangrijk kruispunt. Ik heb de afgelopen twee weken intensief overleg gevoerd met het voorzitterschap van de Raad, lidstaten en de Servische autoriteiten over de stand van zaken. Het zal geen verrassing zijn, dat het proces van de status van Kosovo en de stabilisatie- en associatieovereenkomst, inclusief devoorwaarde om mee te werken met het ICTY (Joegoslaviëtribunaal), de belangrijkste discussiepunten waren.
De deadline voor het Kosovo-overleg van 10 december nadert snel en het werk van de internationale troika is een belangrijke fase ingegaan. We staan volledig achter het werk van de vertegenwoordiger van de EU, ambassadeur Wolfgang Ischinger, en we zullen niets nalaten om tot een onderhandelingsresultaat te komen.
Het is nu van groot belang dat beide partijen - Belgrado en Priština – hun verantwoordelijkheid nemen en daadwerkelijk met serieuze en creatieve voorstellen komen, die kunnen leiden tot een duurzaam onderhandelingsresultaat. Ik heb ook intensief overleg gevoerd met de lidstaten en de Servische autoriteiten over de stabilisatie- en associatieovereenkomst. Die overeenkomst zal een politieke mijlpaal zijn in onze betrekkingen met Servië. Het zal de deur openzetten naar de status van kandidaatlid van de Europese Unie.
De Commissie heeft eerst onderhandeld over de technische uitwerking van de concepttekst van deze overeenkomst en deze vervolgens afgerond. De concepttekst wordt momenteel door de lidstaten bestudeerd in de werkgroep van de Raad.
Deze werkt intensief met het voorzitterschapen de lidstaten aan een juridisch-linguïstische revisie van de tekst zodat we, als Europese Unie, technisch klaar zijn om de overeenkomst op korte termijn te ondertekenen, mits aan de politieke voorwaarden is voldaan – namelijk volledige samenwerking met het ICTY – hetgeen zou moeten leiden tot de arrestatie van de nog voortvluchtige beklaagden. Dit komt volgens mij overeen met de aanbeveling die u in uw verslag aan de Raad doet.
Wat het ICTY betreft zie ik, zoals ik al eerder zei, Servië’s glas momenteel als halfvol en niet als halfleeg. Ik heb de Servische regering duidelijk gemaakt dat ondertekening van de SAO (stabilisatie- en associatieovereenkomst) binnen handbereik is. Het hangt nu af van de politieke wil en van het vermogen om mogelijkheid in resultaat te vertalen. Wij zijn er klaar voor, op het moment dat Servië er klaar voor is om aan de voorwaarden te voldoen. Servië aan nu duidelijk aan zet.
Tegelijkertijd moeten we ook waardering opbrengen voor de inspanningen die Servië tot dusverre geleverd heeft. Maar al te vaak neigen deze vergeten te worden tijdens onze debatten. Servië heeft sinds 2004 meegewerkt aan het opsporen en uitleveren van ruim 20 van de 24 personen die door het ICTY in staat van beschuldiging zijn gesteld. Dat toont aan dat ons beleid van conditionaliteit werkt.
Samenwerking met het ICTY kan echter geen proces van hollen en stilstaan zijn en er dient nog meer gedaan te worden om tot volledige medewerking te komen, waaronder geïntensiveerde zoekacties en het toegang verschaffen tot archieven en documenten.
De Hoofdaanklager gaat morgen weer twee dagen naar Belgrado en de Commissie zal haar bevindingen sterk laten meewegen wanneer we de evaluatie maken ten behoeve van het tekenen van de SAO-overeenkomst.
Die ondertekening zal dan afhangen van de volledige samenwerking met het ICTY en we zullen die evaluatie samen met de Raad maken. Servië dient dan ook alles te doen wat in zijn vermogen ligt om de voortvluchtigen op te sporen en te arresteren en het ICTY alle informatie ter beschikking te stellen die kan leiden tot hun arrestatie en overdracht aan het tribunaal in Den Haag.
Ter afsluiting, Servië beschikt onderdaad over een enorm economisch, cultureel en intellectueel potentieel dat er gewoon op ligt te wachten ingezet te worden om de Europese toekomst van het land zeker te stellen.
De Commissie staat volledig achter het Europese perspectief voor Servië. Ik ben ervan overtuigd dat het land relatief snel vooruitgang kan boeken op de weg naar Europa als het eenmaal voldoet aan de essentiële voorwaarden.
Dat is van cruciaal belang, niet alleen voor Servië’s Europese aspiraties, maar voor de stabiliteit en vooruitgang in de hele westelijkeBalkan. Het wordt daarom hoog tijd, dat Servië dit pijnlijke hoofdstuk van zijn verleden afsluit en zich volledig richt op zijn Europese toekomst.
György Schöpflin, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Voorzitter, iedereen in dit Huis is het er waarschijnlijk over eens dat Servië een Europese toekomst heeft en dat die Europese toekomst hoogst wenselijk is voor zowel Servië als Europa. De vraag is dan hoe van hier naar daar te komen.
De kern van het probleem is dat Servië, ondanks het feit dat het wel enige kenmerken van een democratie heeft, nog geen stabiele, democratische infrastructuur heeft. De erfenis van het communisme en van de oorlogen die volgden op het uiteenvallen van Joegoslavië, hebben diepe wonden geslagen in de Servische samenleving, waardoor het des te moeilijker is betrouwbare, neutrale instellingen in standte houden. De zwakke rechtsstaat, de corruptie en de vriendjespolitiek, en het zorgwekkend hoge geweldscijfer zijn allemaal indicatoren van een samenleving die een grondige verandering moet ondergaan voordat ze een democratie is die voldoet aan de criteria van Kopenhagen.
Het meest giftige deel van de erfenis is misschien wel de wijze waarop het nationalisme aantrekkingskracht blijft uitoefenen op een politiek belangrijk deel van de samenleving, waaronder een deel van de elite. Voorstanders van een Servisch etnisch nationalisme zien het staatsburgerschap van Servië als samenvallend met de Servische natie. Dit drukt zwaar op het niet-Servische deel van de Servische samenleving. De politieke elite van het land heeft nog veel werk te doen op dat terrein. Alleen Servië – de politieke elites van het land en de Servische samenleving – kunnen de benodigde ommezwaai mogelijk maken naar democratie, mensenrechten en staatsburgerschap.
De conclusies van dit weloverwogen verslag bieden anderzijds krachtige aanwijzingen voor hoe die transformatie kan plaatsvinden en hoe Servië zijn plaats in Europa weer kan gaan innemen.
Justas Vincas Paleckis, namens de PSE-Fractie.–(EN) Voorzitter, met de winter voor de deur raakt de politieke sfeer in Servië meer en meer verhit. Daarom probeert de PSE-fractie, door haar deelname aan de voorbereiding van dit verslag, met name de situatie in beeld te krijgen van een natie die een bevoorrechte positie in het voormalige Joegoslavische Federatie is kwijtgeraakt, een natie waar uitbarstingen van nationalisme zijn opgelaaid die de hele regio hebben beschadigd, vele levens hebben ontwricht en verschillende slachtoffers geëist en die in antwoord hierop bommen en raketten kreeg.
Ondanks alles wil de meerderheid van de bevolking niets anders dan de weg naar Europavolgen en daarmee de eigen wonden en de wonden van de buren helen. Dit verslag wil een bijdrage leveren - op een vriendelijk manier, maar wel eisen stellend - aan het aanbrengen van de bewegwijzering op deze belangrijke weg. Ik wil met name onze collega de heer Kacin bedanken, die niet alleen veel werk in dit verslag heeft gestoken, maar ook veel gezond verstand en veel gevoel.
Ik wil wijzen op het succesvolle werk van de pro-Europese Servische regering in deze niet zo gemakkelijke situatie. Dankzij haar activiteiten heeft het Europees Parlement kunnen voorstellen de stabilisatie- en associatieovereenkomst wellicht nog eind van dit jaar te ondertekenen. De vraag of het land een nieuwe bladzijde kan omslaan in zijn betrekkingen met de EU hangt echter hoofdzakelijk af van de Serviërs zelf. Van onze kant blijven we achter onze mening staan dat de overeenkomst alleen getekend kan worden als Servië resultaten laat zien bij het oppakken van de nog voortvluchtige oorlogsmisdadigers.
De PSE-Fractie heeft enkele amendementen op het verslag voorgesteld, met de bedoeling de formulering van enkele voor de Serviërs gevoelig liggende zaken wat te verzachten. Onder andere wordt voorgesteld de formulering van Overweging M te wijzigen, om te onderstrepen dat interetnische verzoening van het allergrootste belang is voor de stabiliteit in de regio.
Wij zijn van mening dat Kosovo een probleem op zich is en daarom wordt hier in dit verslag nauwelijks op ingegaan. De oplossing van dat probleem moet Servië niet afleiden van de weg naar Europa, waarop het op een gegeven moment Kosovo en voormalige Joegoslavische republieken zal tegenkomen, evenals de rest van Europa.
István Szent-Iványi, namens de ALDE-Fractie.–(HU) Mijnheer de voorzitter, minister, commissaris, allereerst wil ik de rapporteur, de heer Kacin, feliciteren met zijn constructieve en evenwichtige verslag. In 2003 ging de Europese Unie een verbintenis aan om Servië in de EU te integreren, vanuit haar overtuiging dat Servië een belangrijke rol speelt voor de regionale stabiliteit en dat de toekomst van Servië in Europa ligt. Vanaf dit moment hangt de snelheid van de integratie volledig van Servië af.
Volledige medewerking met het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag is een belangrijke vereiste. Er is vooruitgang geboekt; twee van de zes meest gezochte oorlogsmisdadigers zijn uitgeleverd, maar de ergste oorlogsmisdadigers, Mladić en Karadžić, zijn nog steeds op vrije voeten. Er zijn meer inspanningen nodig. De grootste krachtproef voor zowel Servië als Europa is de bepaling van de status van Kosovo. De huidige situatie is de ernstigste hinderpaal voor zowel de regionale stabiliteit als de integratie van Servië in de EU. We verwachten van Servië dat zij op een constructieve manier te werk gaat om deze situatie zo snel en goed mogelijk op te lossen.
Op het gebied van mensenrechten zijn vorderingen gemaakt: het aantal geweldplegingen is terug gelopen en minderheden hebben nieuwe rechten verworven dankzij de grondwet. Er is echter nog niet genoeg vooruitgang geboekt: er is nog geen regelgeving voor de Nationale raden van kracht en het ontbreekt aan wetgeving die de zelfbeschikking van minderheden garandeert. Daarnaast zijn er Europese taken die Servië op zich moet nemen, aangezien het constitutioneel hof in de praktijk niet functioneert, het rechtsstelsel traag en politiek beïnvloedbaar is, en corruptie en georganiseerde misdaad tot in alle economische en sociale lagen doorgedrongen zijn. Als Servië daadwerkelijk wil integreren, is het van levensbelang dat het zijn inspanningen op dit gebied verhoogt. Europa zal Servië alle mogelijke ondersteuning bieden om deze taken succesvol uit te voeren, maar het is aan Servië om ze op zich te nemen. We moeten benadrukken dat onze Servische vrienden zelf de verantwoordelijkheid en de plicht hebben om alles wat in hun macht ligt te doen om de succesvolle integratie van Servië in de EU te verzekeren. Dank u, mijnheer de Voorzitter.
Brian Crowley,namens de UEN-Fractie. – (GA) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie zal spoedig een beslissing nemen over de stabilisatie- en associatieovereenkomst die door de EU en Servië gesloten zal worden. Ik steun deze overeenkomst. Het zal een duidelijk signaal afgeven op internationaal niveau dat Servisch lidmaatschap van de EU deel uitmaakt van de huidige politieke agenda. Dit is de eerste echte stap van het land op weg naar EU-lidmaatschap.
(EN) Veel collega’s hebben het gehad over de moeilijkheden die Servië in het verleden gekend heeft en over de problemen die nog steeds bestaan met de Servische toetreding en de stabilisatieovereenkomst. We moeten echter ook waardering hebben voor het enorme parcours dat is afgelegd, ondanks de problemen die zich hebben voorgedaan.
Zoals geldt voor alle betrekkingen tussen naburige landen zullen er ook in de toekomst problemen zijn, wat betreft de vraag hoe Servië zal omgaan met de kwestie Kosovo en hun blijvende samenwerking met het Joegoslaviëtribunaal en vooral wat betreft de betrekkingen van Servië met andere buurlanden die deel uitmaakten van voormalig Joegoslavië.
De boodschap die echter duidelijk wordt afgegeven door de Servische autoriteiten is die van een voortdurende wil van hun kant om voortgang te boeken. Ze zijn bereid te luisteren naar de modellen van best practices die we hen adviseren te volgen. En kijk eens naar wat de Europese Unie in het verleden geleverd heeft: meer dan 165 miljoen euro aan wederopbouwmiddelen. Wat we allemaal goed voor ogen moeten houden, is dat de Balkanoorlog nog steeds een groot psychologisch lidteken vormt op de ontwikkeling van Servië én van andere landen. Als we naar het recente verleden van onze eigen landen kijken, zien we vergelijkbare psychologische breuken die we niet een twee drie te boven zijn gekomen.
We moeten Servië enige tijd en ruimte geven om die transitie te maken en die voortgang te boeken. Onze rol en onze plicht is, ervoor te zorgen dat we ons gedragen als een goede nabuur en als een gedreven leraar, die laat zien hoe dingen het beste gedaan kunnen worden, maar ook de goede dingen die al gebeurd zijn te belonen.
Gisela Kallenbach, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik de rapporteur hartelijk willen bedanken voor zijn goede en veelomvattende werk. Wij zijn erg verheugd dat het Europees Parlement regelmatige en heldere bijdragen levert aan de politieke discussie over de situatie in Zuidoost- Europa. Servië speelde en speelt nog steeds een prominente rol in deze regio.
Dat is waarom het cruciaal is om, steeds weer, te benadrukken dat de toekomst van Servië binnen de EU ligt en dat we goede en betrouwbare partners zijn. Er zijn echter wel minstens twee partijen nodig om een partnerschap op te bouwen en daarom doe ik een beroep op Servië om de koers richting toetreding tot de EU te blijven varen en een constructieve rol te spelen in de oplossing van de kwestie Kosovo.
We verwachten dat er nu eindelijk onvoorwaardelijke medewerking zal worden verleend aan het Joegoslaviëtribunaal – iets wat al meerdere malen is aangegeven – en dat de Europese normen zullen worden nageleefd. Ik hoop van harte dat de verbeterde reismogelijkheden hier ook aan bij zullen dragen en tot verbeteringen in de toekomst zullen leiden.
Waar ik echter niet achter kan staan, zijn de voorstellen die af en toe gedaan zijn om verschillende normen te hanteren voor toetreding tot de EU. Ik ben blij dat de rapporteur, de commissaris en de vertegenwoordiger van de Raad het met mij eens zijn, vooral omdat we hier kortgeleden nog onze handen aan hebben gebrand.
Ik het volste begrip voor de moeilijke en pijnlijke positie waarin Servië zich bevindt, maar ik herhaal: er zijn ten minste twee partijen nodig om een partnerschap op te bouwen.
Erik Meijer, namens de GUE/NGL-Fractie.– (NL)Voorzitter, zoals in elk land dat recent oorlogen heeft verloren en daarmee grondgebied en invloed, bestaat ook in Servië een sterke aanhang voor een nationalistisch superioriteitsgevoel. In plaats van Servië te isoleren of te straffen voor de onvindbaarheid van oorlogsmisdadiger Ratko Mladic, moet er een toekomstperspectief worden geboden waarbij ook garanties worden geschapen voor de etnische minderheden in Vojvodina, Sandjak en Presevo.
Mijn fractie steunt het streven van het verslag-Kacin naar toenadering, met het perspectief van een Servisch lidmaatschap van de Europese Unie. Helaas loopt de in de Commissie AFET daaraan toegevoegde paragraaf 8 vooruit op de besluitvorming over Kosovo. Waarschijnlijk wordt Kosovo na 10 december eenzijdig door Amerika en een aantal lidstaten van de Europese Unie erkend als staat, en neemt vervolgens Servië eveneens eenzijdig het noordelijk deel van Kosovo terug. Daarom delen wij allerminst de zekerheid dat de toekomstige status van Kosovo alleen maar kan bijdragen tot stabiliteit en integratie.
Bij handhaving van dit ongefundeerde optimisme in paragraaf 8, trekt mijn fractie haar steun voor dit verslag in.
Gerard Batten, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Voorzitter, in de openingszin van dit verslag staat dat de toekomst van Servië in de Europese Unie is gelegen. Het vervolgt met te zeggen dat de toekomst van alle landen in de regio in de EU is gelegen. De landen uit de regio zijn uiteraard Kroatië, Kosovo, Bosnië-Herzegovina, Macedonië, Montenegro en Albanië. Tussen sommige van deze landen bestaat een historisch gegroeide vijandschap, die in de afgelopen jaren tot uiting gekomen zijn in tragische oorlogen.
De EU denkt natuurlijk dat, als ze lid zouden worden, alles vanzelf opgelost zou worden in pais en vree. Maar laten we eens even doorredeneren over een van de gevolgen die hun toetreding echt zou hebben. Deze staten hebben samen een bevolking van ruim 24 miljoen mensen. Veel van deze mensen zouden gebruik maken van hun recht om naar andere delen van de EU te verhuizen. De ervaring uit het verleden leert dat vele van hen naar Groot-Brittannië zouden komen. Groot-Brittannië wordt al overspoeld door immigranten en asielzoekers uit de EU en daarbuiten. Het officieuze beleid van het Britse ministerie van binnenlandse zaken is om verschillende etnische en religieuze groepen asielzoekers in verschillende delen van het VK te plaatsen, uit angst voor het geweld en de conflicten die tussen hen zouden kunnen oplaaien. Als Servië en andere Balkanlanden op een gegeven moment inderdaad lid van de EU worden, zou Groot-Brittannië nog meer van hun historische haat en vetes naar Brits grondgebied importeren.
De weg vooruit voor Servië en zijn buurlanden is die van democratische, onafhankelijke staten, die hun problemen op vreedzame manier oplossen, en niet het lidmaatschap van de Europese Unie.
Carl Lang, namens de ITS-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Europese autoriteiten, en het verslag Kacin in het bijzonder, lijken Servië over het algemeen te behandelen als een ondeugende leerling, een nietsnut, iemand aan wie de Europese Unie hoge en lage cijfers mag uitdelen.
Servië krijgt hoge cijfers wanneer het een regering krijgt die als pro-Europees wordt omschreven. Dit pro-Europese element betekent natuurlijk vatbaarheid voor en onderworpenheid aan het heersende dogma in Brussel. Het land krijgt lage cijfers als de Serviërs zich niet bepaald enthousiast tonen over medewerking met het Joegoslaviëtribunaal. Het is nuttig om ons op dit punt even te herinneren dat dit tribunaal twee beginselen heeft genegeerd die in feite de kern van ons rechtsstelsel raken: de rechtsmacht van de staat en de vrijheid van meningsuiting. Dientengevolge is Vojislav Seselj, de leider van de Servische radicale partij die 28 procent van de kiesgerechtigden vertegenwoordigt, sinds februari 2003 al in hechtenis in Den Haag en wacht hij nog altijd op een uitspraak, ook al heeft hij zichzelf vrijwillig aangegeven. Dit tribunaal pleegt dus een openlijke schending van de beginselen waar de Europese Unie zich nu juist op voorstaat, namelijk eerbiediging van fundamentele vrijheden en mensenrechten. De waarheid is dat de enige misdaad van de heer Seselj is dat hij een Servische patriot is.
De heersers van de Europese Unie, die de Europese naties willen opsplitsen, kunnen de Serviërs eigenlijk niet vergeven voor hun verzet tegen de vernietiging van hun staat, en met name tegen de afscheiding van Kosovo, het historische hart van Servië. De behandeling van de Serviërs in Kosovo is een waarschuwing aan het adres van alle Europese bevolkingen. De huidige roep van de Albanezen om een Kosovaarse staat komt voort uit het feit dat zij door immigratie vanuit Albanië en een dalend geboortecijfer onder de Serviërs nu in de meerderheid zijn in een provincie waar ze ongeveer vijftig jaar geleden nog een minderheid waren. Het voorbeeld van Kosovo zou ons meer dan ooit moeten aanzetten tot een herbevestiging van het recht van de bevolkingen van Europa om zichzelf te zijn en hun eigen beslissingen te nemen, oftewel hun identiteit en soevereiniteit te behouden, en in een uitgebreid Europees Europa van naties en thuislanden zou er een rechtmatige plek voor de Servische bevolking moeten zijn.
Doris Pack (PPE-DE). – (DE)Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de heer Kacin heeft een verslag uitgebracht dat zeer brede steun heeft gevonden in het Huis. Een aantal van ons hebben aan die inspanning bijgedragen. Ik zou daarom niet op de kleinste bijzonderheden willen ingaan, maar simpelweg op persoonlijke titel een aantal opmerkingen willen plaatsen.
De democratische krachten in Servië hebben te lang, veel te lang, gewacht met het radicaal breken met het tijdperk Milošević. Hierdoor is er geen serieuze en geloofwaardige medewerking verleend aan het Joegoslaviëtribunaal, wat weer heeft gezorgd dat de samenwerking binnen het kader van de stabilisatie- en associatieovereenkomst eerst werd uitgesteld, toen weer werd opgepakt en we nu weer moeten wachten. Met andere woorden, de koers van Servië richting de EU is al uitgestippeld en Servië heeft de potentie maar weigert zelf inspanningen te doen.
De slepende kwestie Kosovo hangt als een donkere wolk over de Servische politiek en heeft een verlammend effect. En wie leidt hieronder? Dat lijdt geen twijfel: de jonge generatie. Na het embargo en de NAVO-bombardementen – die de Serviërs beide aan de heer Milošević te danken hebben en niet aan de democratische krachten die nu aan de macht zijn – worden jongeren nu geconfronteerd met een ander onoplosbaar probleem, namelijk Kosovo. Dit staat doeltreffend politiek werk ook in de weg, hetgeen de radicalen en hun vriendjes aan de top in de kaart speelt.
Gelukkig zal de vereenvoudiging van visumprocedures eindelijk voor wat lucht zorgen en dit is iets waar we ons in het Parlement lang voor hebben ingezet. We willen dat Servische jongeren snel deel gaan nemen aan onze onderwijs- en jongerenprogramma’s, die we vanaf 2007 hebben opengesteld. Ik wil ook mijn waardering uitspreken voor het zeer positieve werk dat het regionale parlement van Vojvodina doet op het gebied van tolerantie en samenwerking met jongere en dat veel effect sorteert. Een groot aantal jongeren zijn dit jaar in de Donau-regio samengekomen en dit is een magnifiek voorbeeld van het streven naar tolerantie en vreedzame sociale verhoudingen.
In Servië bestaat er een groot verlangen naar normaliteit. Politici zouden zich meer voor het heden en de toekomst moeten inspannen en het verleden achter zich laten. Ze moeten ook veel meer doen aan de verbetering van de dagelijkse levens van normale mensen, om te zorgen dat ze de steun van de bevolking niet kwijtraken.
Hannes Swoboda (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, in mijn optiek ontbraken er twee dingen aan de redevoering van onze gewaardeerde collega Kacin. Ten eerste een dankwoord aan het adres van onze milde Voorzitter en ten tweede en belangrijker, het evenwicht dat wel aanwezig is in het verslag.
We hebben goed samengewerkt en ik wil hem daarvoor hartelijk bedanken. Ik denk dat het een zeer goed ontwerpverslag is geworden. Ik ben het dus eens met de woorden van commissaris Rehn. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt, maar bij de beoordeling van een land moeten zowel de positieve als negatieve punten worden genoemd. Er is ook aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van medewerking met het ICTY. We zijn het er echter over eens dat deze vooruitgang niet voldoende is. Ik hoop dat er in de komende dagen een overeenkomst zal worden bereikt met Carla del Ponte en ik heb bij mijn bespreking met minister Ljajić namens mijn fractie duidelijk gemaakt dat al deze kwesties moeten worden opgelost. We kunnen niet halverwege ophouden en ook niet op driekwart. Er moet volledige medewerking komen. Dat is het gemeenschappelijke standpunt van het Parlement en de gehele Europese Unie.
Naar mijn mening is het cruciale probleem van dit land – en hier haak ik aan bij Doris Pack – dat de nationalisten vaak nog de agenda bepalen. Je kunt zelfs de rechts-extremistische nationalisten nog meer aan de rechterkant van het spectrum niet buitensluiten, wat sommige mensen proberen. Dit leidt simpelweg tot chaos. Het feit dat de heer Nikolić de functie van voorzitter van het parlement heeft bekleed, zelfs al was dat maar gedurende vier dagen, is schandalig. Hoe kan er, gezien de moeilijkheden en sentimenten die zoiets met zich meebrengt, zelfs maar overwogen worden om de leider van extreemrechts als parlementsvoorzitter aan te stellen? Het is schandalig. Dit is niet hoe politiek bedreven moet worden om Servië vooruit te helpen. Zo wordt juist eens te meer aangetoond dat Servië zich actief voor een nationalistische koers inzet. Ik hoop dat alle krachten in het centrum een moment zullen nemen om na te denken en zullen beseffen dat er een duidelijk onderscheid moet zijn tussen enerzijds de nationalisten en anderzijds de rest, of dat nu conservatieven of socialisten zijn. Het centrum is de enige kracht die het land vooruit kan helpen, op voorwaarde dat het niet in de verleiding komt om zich met de nationalisten in te laten.
Ja, we moeten meer doen aan visumvrij reizen. Er is een stap gezet richting vereenvoudiging van visumprocedures en nu zouden we richting visumvrij reizen moeten gaan zodat jongeren naar Europa kunnen komen en zien hoe het hier is. Dat is wat jonge Serviërs nodig hebben en dat is ook wat Servië nodig heeft.
Samuli Pohjamo (ALDE).-(FI) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ten eerste wil ik de rapporteur, de heer Kacin, bedanken voor een uitstekend en grondig verslag. Het verslag gaat in op de moeilijke problemen waar de betrekkingen tussen de EU en Servië onder te lijden hebben, maar geeft ook aan op welke punten Servië zich positief ontwikkeld heeft.
Ik zou ook het belang van de natuurlijke betrekkingen voor de ontwikkeling van de samenwerking tussen de EU en Servië willen benadrukken. Het is belangrijk dat jonge Servische burgers meer mogelijkheden krijgen om naar het buitenland te gaan voor studie-uitwisselingen of culturele programma’s. Bij veel landen heeft dit positieve resultaten opgeleverd, bijvoorbeeld via de Erasmus Mundus- en Leonardo da Vinci-programma’s.
De natuurlijke betrekkingen met Servië zullen ook een impuls krijgen door de sluiting van de visumovereenkomst. We moeten zorgen dat deze overeenkomst voor het eind van het jaar van kracht wordt en tegelijkertijd de behandeling van de visumaanvragen versnellen en ondersteunende maatregelen nemen om de reismogelijkheden voor met name jongeren en beroepsbeoefenaren te vergroten.
Ten slotte wil ik zeggen dat het Europees Bureau voor wederopbouw ook zijn aandeel heeft gehad in Servië. Het werk van het Bureau loopt nu op zijn eind en zijn taken kunnen worden overgedragen aan de eenheden van de Commissie, met bijzondere aandacht voor de ondersteuning van de bestuurlijke en administratieve ontwikkeling. Op deze manier kunnen we Servië en andere landen in de regio aansporen om nauwere betrekkingen met de Europese Unie te onderhouden.
Hanna Foltyn-Kubicka (UEN). – (PL) Het verslag verwijst naar recente veranderingen in Servië. Er is echter nog veel te doen, met name op het gebied van samenwerking tussen de regering en het Joegoslaviëtribunaal. Ondanks gedane toezeggingen is Radko Mladić niet gearresteerd en uitgeleverd aan Den Haag. Het gebrek van vooruitgang op dit samenwerkingsgebied is zorgwekkend en heeft negatieve gevolgen voor de beeldvorming over de maatregelen die de Servische overheid neemt om de rechtsstaat te versterken.
De nieuwe grondwet en de bepalingen inzake de bescherming van de mensenrechten en de rechten van nationale minderheden, de veiligheidsdiensten, justitie en het leger en ook de inspanningen om corruptie uit te roeien vertegenwoordigen wel stappen in de goede richting. De hervormingen vertonen echter ook bepaalde tekortkomingen, zoals het uitblijven van de benoeming van een constitutioneel hof dat als waakhond van de democratie kan dienen. Het is essentieel dat er toezicht wordt gehouden op de maatregelen die Servië neemt en de verbintenissen die het aangaat. Ondanks de geboekte vooruitgang is er in Servië nog veel te bereiken.
Joost Lagendijk (Verts/ALE). –(NL)Voorzitter, Parlement, collega’s, wij doen vandaag een poging om de positieve ontwikkelingen in Servië te onderstrepen. En laat er geen misverstand over bestaan, daar is niets mis mee.
Het is belangrijk voor de Europese Unie dat Servië zich ontwikkelt in een democratische richting en het is het belangrijk dat wij, de Europese Unie, dat proces erkennen en, waar mogelijk, ondersteunen. Het is dezelfde poging die op dit moment ondernomen wordt in andere EU-instellingen, met name in de Raad.
Maar, collega’s, we moeten niet overdrijven. Ook al doet Servië alles wat in dit verslag gevraagd wordt, maar speelt het tegelijkertijd een destructieve en negatieve rol bij de onderhandelingen over de toekomst van Kosovo, dan zal dat zonder meer negatieve consequenties hebben voor het tempo van Servië richting Europese Unie. En dat is, collega’s, terecht. Daarom vind ik het onbegrijpelijk en ook niet goed dat tot nu toe de link - die volgens mij echt bestaat, dat weet iedereen - tussen de Servische opstelling in de onderhandelingen over Kosovo én Servië’s weg richting Europa niet is gelegd.
Ik doe dan ook een beroep op de collega’s om het amendement waarin die link wél gelegd wordt, te ondersteunen. Er is een verband tussen de Servische opstelling over Kosovo én de snelheid én de inhoud van de verhoudingen tussen Servië en de Europese Unie. De weigering om dat tot nu toe te doen, wordt gemotiveerd met het argument dat wij - de Europese Unie - het de democraten in Servië, president Tadic, niet nog moeilijker moeten maken. Dus we moeten zwijgen over de lastige punten.
Collega’s, ik ben het met die inschatting fundamenteel oneens. Ik ben het eens met de voorganger van de huidige commissaris, Chris Patten, die pas geschreven heeft dat het een foute inschatting is dat we door soft te zijn, door niet eerlijk en oprecht te zijn tegenover Servië, de democraten in de kaart spelen. Door niet open en eerlijk te zijn, versterken wij Kostunica die dan kan zeggen: door hard optreden kunnen wij dingen afdwingen bij de Europese Unie. Dat is niet de weg voorwaarts. Nogmaals, wees positief, maar wees ook eerlijk en duidelijk. Daar hebben de EU-burgers en Servië recht op.
Athanasios Pafilis (GUE/NGL). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, de EU is deels verantwoordelijk voor de onrechtvaardige en vuile oorlog die de NAVO tegen Joegoslavië heeft gevoerd. Zij deelt in de verantwoordelijkheid voor de moord op duizenden Joegoslaven, voor de grootschalige vernietiging van de infrastructuur, de fabrieken en het land in het algemeen, en voor het gebruik van verrijkt uranium. Degenen die moeten worden gearresteerd, berecht en veroordeeld voor oorlogsmisdaden zijn Bill Clinton, Tony Blair en Javier Solana (de voormalige secretaris-generaal van de NAVO) en de andere leiders van de landen die Joegoslavië aangevallen hebben. Niets van dit alles. Joegoslavië is ontmanteld, u hebt protectoraten gecreëerd en nu probeert u Servië annexeren. U vraagt een spijtbetuiging van een bevolking die deed wat van haar verwacht mag worden: de onafhankelijkheid van haar land verdedigen. Een dergelijke verklaring zult u wellicht wel loskrijgen van de regering, maar de jongeren zullen de misdaden van de NAVO en de EU niet vergeten noch vergeven.
Met de onafhankelijkheid van Kosovo en de creatie van een nieuw protectoraat zet u nu hetzelfde beleid voort. Onder andere kan gezegd worden dat de maatregelen die worden voorgesteld in het verslag een poging zijn om afslachting en vernietiging goed te maken middels het geld van de Europese werknemers. De maatregelen zijn bedoeld om de moordenaars van de Joegoslavische volkeren als bevrijders te bestempelen om zo gunstige omstandigheden te scheppen om Servië aan de imperialistische zegekar te binden en het Europees kapitaal toe te staan het land over te nemen.
De Communistische Partij van Griekenland veroordeelt dit verslag en is van mening dat het in het belang van de Balkanvolkeren is als we de EU en de door u bevorderde onmenselijkheid niet vergeten maar bestrijden.
Bastiaan Belder (IND/DEM). –(NL)Voorzitter, het solide brede verslag van collega Kacin staat op evenwichtige wijze stil bij de sociaal-economische ontwikkeling van Servië. Licht- en schaduwzijde komen naar voren: fraaie groeicijfers tegenover een hoog werkloosheidspercentage bijvoorbeeld, ofwel in concreto 7,2 procent gedurende de laatste drie jaren versus boven de 20 procent.
Voor de Servische ontwikkeling zijn directe buitenlandse investeringen onmisbaar en daar schort het juist aan op dit moment. De oorzaken zijn evident. Zij zijn vooral terug te voeren op imagoproblemen van Belgrado. Wat buitenlandse investeerders bovenal afschrikt, zijn aanhoudende politieke onzekerheden - steekwoord Kosovo -, alsmede sterk afgenomen markteconomische hervormingsdynamiek aan de kant van Belgrado.
Dat brengt me bij een cruciale vraag. Staat Servië zichzelf in de weg? Het verslag-Kacin opent met de stelling dat de toekomst van Servië in de Europese Unie ligt; de Europese condities op die weg zijn Belgrado genoegzaam bekend. Zo ook Europese betrokken medewerking op die weg. Uiteindelijk dienen de Servische autoriteiten zelf de prangende vraag te beantwoorden: staat Servië zichzelf in de weg?
Zsolt László Becsey (PPE-DE).-(HU)Dank u, mijnheer de Voorzitter. Het verslag vande heer Kacin is uitstekend en getuigt van professionaliteit. Het is duidelijk dat hij in de regio geboren is en deze goed kent. Ik heb de volgende opmerkingen:
1. Fundamentele waarden. Het is van levensbelang dat niemand tot de Europese Unie mag toetreden die het soort gedachtegoed huldigt waarbij collectieve misdrijven en massamoorden niet alleen niet worden onderzocht, maar waarbij het niet eens toegestaan is om ze te herdenken, om de doden te herdenken. Sinds Antigonus is dit al een elementair mensenrecht, het recht op menselijke waardigheid. Het zou geen verbazing moeten wekken dat er op een plek waar dit recht nog niet geldt en hiertoe niet eens opgeroepen wordt, radicale groepen de straten onveilig maken en aan kracht winnen en dat er neo-fascisten in Vojvodina demonstreren. Dit moeten we oplossen want als we dat nalaten, moeten we ons niet alleen zorgen maken over Servië maar ook over Europa.
2. Ik vind dat we op zijn minst aan de slag moeten gaan met wat we ons in dit verslag ten doel hebben gesteld. Met andere woorden, laten we het niet verzwakken met amendementen en laten we onze resoluties en de hierin opgenomen punten niet censureren, maar ze integraal overnemen. Hetzelfde geldt voor territoriale afspraken, die in het verslag van de heer Kacin terecht van de Commissie zijn overgenomen, omdat niemand zal begrijpen wat we willen als we dat nodeloos verdunnen.
3. We moeten Servië echt helpen, niet alleen zeggen dat we dat zullen doen. Na de versoepeling van de visumeisen moeten we ze geheel afschaffen zodat gewone Serviërs Europa binnen kunnen gaan wanneer ze willen. Tot het zover is, heeft het geen nut om ons op de toetredingsperspectieven van Servië blind te staren, aangezien we de derde stap niet kunnen zetten voor we de eerste hebben gezet. Hetzelfde geldt voor het CEFTA-lidmaatschap van Servië, implementatie van het associatieproces en de toekomst van het land in de WHO.
Ten slotte wil ik opmerken dat we een bottom-upmaatschappij nodig hebben waarin evenredigheid een vereiste is, zowel voor de vertegenwoordiging van etnische minderheden in het openbaar bestuur, hetgeen van levensbelang is, als voor het garanderen van een gepaste mate van zelfbestuur. Een gebrek aan evenredigheid betekent een gebrek aan vertrouwen en als er geen vertrouwen is, zullen we geen daadwerkelijke vooruitgang kunnen boeken op weg naar nieuwe en langverwachte samenwerking in de Balkan. Dank u.
Véronique De Keyser (PSE). – (FR)Mijnheer de Voorzitter, in het verslag Kacin wordt ingegaan op Servië, niet op Kosovo en niet op wat er na december zal gebeuren. Het is ook een feit dat het verslag de eventuele toetreding tot de Europese Unie niet laat afhangen van de reactie van Servië op de kwestie Kosovo. De heer Lagendijk is hier kwaad over, terwijl mijn fractie hier juist verheugd over is en van mening is dat het Parlement zo politiek handjeklap en dubbele diplomatie kan voorkomen.
Het is een feit dat één kwestie telkens weer wordt opgeworpen, namelijk de medewerking van Servië met het Joegoslaviëtribunaal. Nu heeft mevrouw Del Ponte zojuist alarm geslagen, of iets wat daar op zijn minst sterk op lijkt, door te wijzen op de tentoongespreide onverzoenlijkheid en het gebruiken van de Europese Unie als lapmiddel voor alles wat van doen heeft met mensenrechten, oftewel voorwaardelijkheid, en ik denk dat ze gelijk heeft.
Ik ben het niet met de heer Lang eens dat het hier simpelweg gaat om het uitdelen van hoge en lage cijfers. Ik ben van mening dat dit nationalisme, deze cultuur van straffeloosheid, waarbij vier gezochte criminelen – en bepaald niet de minsten – nog steeds vrij rondlopen in Servië, onaanvaardbaar is. Daarnaast wil ik zeggen dat de ervaring ons leert dat een land veel profijt kan trekken uit het erkennen van zijn verleden en het toegeven van zijn misdaden. We hebben Kroatië opgeroepen om gigantische inspanningen te doen en van Bosnië hebben we hetzelfde gevraagd; en dit is precies het soort inspanningen dat ons in staat heeft gesteld om Europa na de Tweede Wereldoorlog opnieuw op te bouwen.
Dit alles raakt de kern van onze waarden. Het gaat niet om het uitdelen van cijfers, het gaat om onze belangrijkste waarden en de sleutel tot verzoening in de Balkan. Ondanks dat we Kosovo nu niet bespreken, zou ik willen afsluiten door mede te delen dat de Servische vice-premier Bozidar Djelic, die het Europees Parlement enkele weken geleden bezocht, ons nogmaals heeft bevestigd dat wat er ook zou gebeuren met betrekking tot Kosovo, zijn land niet van plan was de wapens op te pakken. Ik herinner mij die woorden en zonder dit in verband te brengen met het verslag Kacin, hoop ik dat deze oproep tot zijn eigen bevolking is doorgedrongen.
Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb opgemerkt dat bepaalde Europese landen de laatste jaren negatief tegenover Servië staan. Servië wordt gezien als het land dat het beleid van Rusland inzake de Balkan in de praktijk brengt. Er is echter nauwelijks oog voor een ander aspect. Servië heeft een strategische ligging voor de uitbreiding van de islam in Europa. Persoonlijk ben ik voorstander van het onderhouden van zo goed mogelijke betrekkingen met Turkije en andere moslimlanden, maar het is niet in het belang van Europa om de voortdurende vernedering van een christelijk land toe te staan en tegelijkertijd moslimlanden een voorkeursbehandeling te geven. In de toekomst kan dit verreikende gevolgen hebben voor ons continent. Wat de regio in kwestie nodig heeft, is stabilisering, niet de aanwakkering van raciale en religieuze spanningen. Iedereen zal ongetwijfeld blij zijn met de huidige democratisering van het politieke leven in Servië.
Onze betrekkingen met Servië moeten de trots en traditie van het land eerbiedigen. Alleen dan zal Servië zich wenden tot de Unie en niet tot andere machten, en de regio zodoende stabiliseren.
Michael Gahler (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de toekomst van de Voormalige Joegoslavische Republiek Servië ligt in Europa. Dat geldt voor alle republieken van voormalig Joegoslavië. Zoals voor elke kandidaat-lidstaat gelden er voorwaarden voor de toetreding tot deze gemeenschap van waarden en ik zou de rapporteur derhalve willen bedanken, niet alleen voor zijn verslag maar ook voor het duidelijk maken van deze voorwaarden in zijn redevoering. Volledige medewerking met het Joegoslaviëtribunaal is inderdaad een vereiste voor de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst. Ik vind het moeilijk te aanvaarden dat oorlogsmisdadigers als Mladić en Karadžić nog zo veel sympathisanten hebben, niet alleen onder het grote publiek maar ook onder de politie, het leger en bekleders van openbare ambten: met andere woorden, precies die mensen waarmee we spoedig in onderhandeling zullen gaan over het aantrekken van de betrekkingen tussen Servië en de EU.
Het erkennen van het verleden is geen formele voorwaarde voor nauwere betrekkingen met de EU, maar het zou de Serviërs, hun naaste buren en de gehele EU wel ten goede komen.
Ook de kwestie Kosovo staat officieel los van dit alles, maar ik vind deze nationalistische oogkleppen erg storend. Ik vind het evenmin juist om een Russisch veto in de Veiligheidsraad te ruilen voor de verkoop van een aantal belangrijke ondernemingen aan Rusland tegen een vriendenprijsje. Aan het eind van het proces – volgens de berekeningen van Belgrado – zal van de EU, via de stabilisatie- en associatieovereenkomst, volledige compensatie worden verwacht voor de zogenaamde inschikkelijkheid in de kwestie Kosovo. Dat zal na 10 december duidelijk worden.
Ik ben het daarom helemaal eens met het standpunt van de heer Lagendijk. De mate van medewerking in de kwestie Kosovo zal dus een van de factoren worden die de nauwere betrekkingen tussen Servië en de EU zullen vergemakkelijken dan wel belemmeren, en Belgrado zal daar rekening mee moeten houden.
Libor Rouček (PSE). – (CS) Dames en heren, vorig jaar heeft Servië enkele belangrijke veranderingen ondergaan, die naar mijn overtuiging ook het resultaat waren van succesvolle onderhandelingen.
Het moeizame en pijnlijke proces van ontbinding van de statenunie van Servië en Montenegro werd succesvol afgerond. Er werden eerlijke en vrije democratische parlementaire verkiezingen gehouden en een nieuwe pro-Europese regering aangesteld. Hierop volgde een aanzienlijke en broodnodige economische groei.
Na een onderbreking van dertien maanden zijn de onderhandelingen tussen de Servische regering en de EU over de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) weer opgepakt. Er bestaat een reële verwachting dat de SAO binnen afzienbare tijd ondertekend zal worden. Dit zou een belangrijke stap op weg naar Servisch lidmaatschap van de EU betekenen. Zoals vandaag al meermaals gezegd is, is een voorwaarde hiervoor dat Servië meewerkt met het ICTY. Ik vertrouw erop dat op zijn minst een aantal van de obstakels zullen worden overwonnen tijdens het bezoek van Carla del Ponte aan Belgrado dat morgen en overmorgen plaatsvindt, zoals volledige toegang tot archiefdocumenten in ministeriële departementen.
Tijdens mijn korte bijdrage van vandaag zal ik niets zeggen over Kosovo omdat we het verslag over Servië bespreken. Wat ik echter wel wil doen, is Servië prijzen vanwege zijn verantwoordelijke en proactieve opstelling en zijn medewerking in het kader van regionale initiatieven zoals het Stabiliteitspact en CEFTA (Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst). Deze medewerking getuigt van de belangstelling van Servië voor het ontwikkelen en onderhouden van goede betrekkingen met zijn regionale buurlanden.
Ryszard Czarnecki (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Servië is een Europees land dat de laatste jaren aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt richting integratie in de Europese Unie. Natuurlijk kunnen er een aantal problemen worden genoemd die in Servië wellicht niet groter zijn dan in Albanië of Bosnië-Herzegovina, hoewel het erop lijkt dat we voor die laatste twee de problemen wel door de vingers willen zien.
Ik ben van mening dat we een beloningsstelsel voor Servië moeten instellen om het land aan te moedigen nog beter zijn best te doen om aan de Europese normen te voldoen. Desalniettemin moet het doel, namelijk toetreding tot de Europese Unie, helder blijven. Er zit zeker iets in de woorden van de heer Gahler over de betrekkingen tussen Rusland en Servië. We moeten Servië echter onomstotelijk duidelijk maken dat zij binnen de Europee Unie hoort en dat wij makkelijker met Servië kunnen samenwerken wanneer het tot de Unie behoort dan wanneer het erbuiten blijft. Zoveel lijkt mij duidelijk.
Marcello Vernola (PPE-DE).-(IT)Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben van mening dat de Servische overheid zich meer moet inzetten voor de samenwerking met de aanklager, Carla del Ponte, om te zorgen dat de oorlogsmisdadigers worden gepakt. We zijn het allemaal eens dat dit een vereiste is voor de veiligheid van het gehele Balkangebied en de gehele Europese Unie, alsmede een juridische en morele verplichting.
We moeten er ook op toezien dat de Servische regering weer gaat streven naar een klimaat van vreedzame coëxistentie van alle etnische groepen in het land. De minister van Binnenlandse Zaken heeft sinds 2004 al initiatieven ontplooid om interetnische incidenten in Vojvodina te voorkomen en in de hand te houden, maar de deelname van minderheden aan het sociale leven en hun eigen institutionele vertegenwoordiging moeten worden bevorderd.
We zijn er allemaal voor om de status van Kosovo in december onmiddellijk vast te stellen. Desalniettemin zullen veel problemen onopgelost blijven, om te beginnen de noodzaak om de Albanese georganiseerde misdaad aan te pakken, die de hele geografische regio destabiliseert, met inbegrip van de gebieden die grenzen aan Macedonië en Albanië, en daarmee de algehele veiligheid van de Balkan in gevaar brengt.
Kosovo moet niet aan zijn lot overgelaten worden. We moeten eisen dat de veiligheid in het gehele Balkangebied wordt gegarandeerd door de onafgebroken aanwezigheid van de Europese Unie. In dit opzicht zou een versnelde toetreding van Servië tot de EU de regio stabiliseren, niet op de laatste plaats met betrekking tot de illegale handel op alle mogelijke en denkbare gebieden: de illegale handel floreert in de gehele Balkan, met name in de milieusector.
We moeten bij Servië aandringen op de snelle invoering van een echt milieubeleid inzake energie, alsmede waterbehandeling en een geïntegreerde afvalcyclus, om te voorkomen dat de georganiseerde misdaad ook in deze sector voet aan de grond krijgt.
Csaba Sándor Tabajdi (PSE).-(HU)Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de heer Kacin staat voor een kentering in de houding van het Europees Parlement. Lange tijd heeft het Europees Parlement niets anders gedaan dan in elke verklaring over Kosovo de Albaniërs te belonen en de Serviërs af te straffen. Nu hebben we eindelijk een geloofwaardige, objectieve beschrijving van Servië en dit is van cruciaal belang omdat we moeten zorgen dat Servië niet langer de rol van boksbal of zondebok krijgt toebedeeld. Dit betekent echter niet dat de Serviërs niet op een bepaald moment de misdaden van het tijdperk Milošević onder ogen zullen moeten zien, zoals de Kosovaarse Albanezen, en ieder volk, hun misdaden uit het verleden onder ogen moeten zien.
Het is goed en gepast dat we Servië dichterbij de Europese Unie brengen en ik ben het ermee eens dat de vereenvoudiging van visumprocedures niet voldoende is; we moeten een visumvrij stelsel voor alle Servische burgers invoeren en het is minstens net zo belangrijk om de toekenning van de kandidaat-lidstaatstatus aan Servië te bespoedigen. We zitten met Kosovo, dat een enorm risico vertegenwoordigt: volgens schattingen van de inlichtingendiensten van de Raad van Europa zullen ongeveer 100 000 vluchtelingen, Servische vluchtelingen, Kosovo verlaten en met name Vojvodina zal deze situatie moeten opvangen.
We moeten de heer Kacin bedanken dat zijn voorgestelde amendementen een objectief beeld geven van de interetnische processen in Vojvodina, van de wreedheden die nog altijd plaatsvinden en van de noodzaak van regelgeving met betrekking tot de wettelijke status van de nationale raden, de noodzaak voor evenredige vertegenwoordiging van minderheden in het politieapparaat en het rechtsstelsel en de noodzaak om de radio-uitzendingen door minderheden te handhaven en te financieren. Al met al feliciteer ik de heer Kacin: Servië dichterbij de Europese Unie brengen, is een belangrijke stap. Dank u voor uw aandacht.
Kinga Gál (PPE-DE).-(HU)Dank u voor deze gelegenheid, mevrouw de Voorzitter. Dames en heren, ik ben verheugd over dit verslag en denk dat de door de Commissie goedgekeurde versie bijzonder goed en evenwichtig is. De vooruitzichten van Servië op lidmaatschap van de Europese Unie zijn bijzonder belangrijk voor Hongarije. Wij hebben er wezenlijk belang bij dat ons buurland zo spoedig mogelijk tot deze Gemeenschap wordt toegelaten. Dit is de enige weg die naar verzoening leidt in plaats van naar interetnische strijd, oorlog en discriminatie of vernedering van mensen omdat hun moedertaal toevallig een andere is.
Natuurlijk houdt het lot van de Hongaarse etnische minderheid in Servië ons bezig en we hebben ons dan ook ingezet voor de handhaving van de kwestie Vojvodina op de Europese agenda. Het is zeer belangrijk, en ik ben blij om dat in het verslag terug te zien, dat er aandacht wordt besteed aan de noodzaak van behoud van het multi-etnische karakter van Vojvodina dat zich gedurende vele eeuwen ontwikkeld heeft. De basis voor deze multi-etniciteit is de coëxistentie van verschillende etnische groepen, het soort coëxistentie dat niet stoelt op stilzwijgen en vernedering, maar op daadwerkelijke gelijkheid voor de wet en gelijke kansen. Helaas maakt dit alles op dit moment geen deel uit van de realiteit aldaar.
Ik ben van mening dat het bijzonder belangrijk is om het etnische evenwicht van de regio en haar speciale kenmerken te handhaven en ik denk dat de terugkeer van Servische vluchtelingen naar deze regio dit wankele evenwicht in gevaar zou brengen en het interetnische conflict zou kunnen aanwakkeren. In het verleden hebben we al flink wat akelige voorbeelden van dergelijke conflicten gezien. In dit opzicht wil ik uw aandacht vragen voor een overduidelijk voorbeeld van etnische discriminatie in Temerin waar tot op heden nog niets aan gedaan is: het lot van de etnisch-Hongaarse jongeren die een onevenredig zware straf kregen opgelegd. Al met al heeft de Balkan de Europese Unie dus nodig, omdat de geest, de beginselen en het institutionele stelsel van de Europese Unie, en haar consistentie – waar ik met name de nadruk op wil leggen – in staat zullen zijn om een leefbaar bestaan teweeg te brengen. Dank u zeer.
Manuel Lobo Antunes,fungerend voorzitter van de Raad. −(PT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, vanzelfsprekend heb ik dit debat met grote interesse gevolgd en heb ik nota genomen van de suggesties en zorgen die veel van de leden hebben uitgesproken.
De uitkomst van dit debat lijkt mij overigens duidelijk: het wijst erop dat er alleen vrede, stabiliteit en vooruitgang kan worden verwezenlijkt in Servië, en de gehele westelijke Balkanregio, door het land een echt Europees perspectief te geven. Deze uitkomst is volkomen aanvaardbaar aangezien de Raad herhaaldelijk heeft aangegeven dat de natuurlijke toekomst van Servië in zijn toekomstige lidmaatschap van de Europese Unie ligt.
We weten allemaal dat hierbij voorwaarden moeten worden gesteld. Er moet natuurlijk sprake zijn van voorwaarden die een effect hebben op het binnenlandse politieke proces in Servië zelf en de eerbiediging van de waarden die horen bij de rechtsstaat. Anderzijds hebben deze voorwaarden natuurlijk te maken met de cruciale medewerking van Servië met het Joegoslaviëtribunaal. Servië heeft in dit opzicht al veel gedaan. We weten allemaal dat er nog meer maatregelen en stappen nodig zijn. Staat u mij echter toe om de Servische overheid aan te moedigen en mijn vertrouwen uit te spreken dat zij tegen het eind van dit proces de noodzakelijke stappen zal kunnen zetten om van deze medewerking volledige medewerking te maken.
Wij binnen de Europese Unie moeten Servië helpen. Wij zijn van mening dat het een strategische fout zou zijn om Servië en zijn bevolking tussen wal en schip te laten vallen zonder aanwijzingen, perspectieven of plannen. Dat is een strategische fout die we niet mogen maken en die we dus koste wat kost moeten vermijden.
Ik ben natuurlijk ook verheugd over de geboekte vooruitgang op het gebied van het vrije verkeer van Servische burgers binnen de Europese ruimte. We moeten verder gaan op de ingeslagen weg. Er is een inspanning geleverd en deze en andere initiatieven die worden ondernomen, moeten we toejuichen.
Tevens moeten we de Servische jeugd toekomstperspectieven bieden, aangezien door en met hen een democratisch Servië kan worden gebouwd, dat onze waarden en beginselen volledig deelt en dat een integraal onderdeel van de Europese Unie wenst te zijn.
Olli Rehn,commissaris.−(FI) Mevrouw de commissaris, dames en heren, ik wil iedereen bedanken voor een objectief en verantwoordelijk debat en de rapporteur voor een zeer nauwkeurig verslag. Uit deze bespreking blijkt het bestaan van een brede consensus in het Parlement en de Unie in het algemeen dat de toekomst van Servië in de Europese Unie ligt, dat de deur van de Europese Unie open zal gaan voor Servië als het land aan de voorwaarden voldoet en dat zijn regering beschikt over de mogelijkheden om Servië Europa binnen te loodsen. De meerderheid van de Servische bevolking verleent haar steun en goedkeuring aan deze ontwikkeling.
De rol van de Servische regering lijkt nu sterk op die van een poortwachter: zij heeft de sleutel in handen. Ik hoop dat de Servische regering haar sleutels nu zal gebruiken en gevolg zal geven aan de wens van de Servische bevolking – de wens van de Serviërs om toenadering te zoeken tot de Europese Unie. U kunt erop rekenen dat wij nota zullen nemen van de opvattingen die worden weergegeven in het verslag en dat we deze ook zullen opnemen in ons voortgangsverslag.
De Voorzitter. - (EL) Het debat is gesloten.
De stemming vindt morgen, donderdag 25 oktober 2007,plaats.