Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2026(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0371/2007

Ingediende teksten :

A6-0371/2007

Debatten :

PV 24/10/2007 - 18
CRE 24/10/2007 - 18

Stemmingen :

PV 25/10/2007 - 7.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0486

Debatten
Waarschuwing
Woensdag 24 oktober 2007 - Straatsburg Uitgave PB

18. Groenboek over een efficiëntere tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie: beslag op bankrekeningen (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0371/2007) van de heer Lechner, namens de Commissie juridische zaken, over het Groenboek over een efficiëntere tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese unie: beslag op bankrekeningen(2007/2026(INI)).

 
  
MPphoto
 
 

  Kurt Lechner, rapporteur. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dat was een interessant debat. We gaan nu verder met een heel ander onderwerp. Hopelijk zullen we vroeger of later overeenstemming bereiken.

Er is een gezegde waarvan ik veronderstel dat het in heel Europa wordt begrepen, namelijk dat geld niet gelukkig maakt, maar wel bijdraagt aan de gemoedsrust. In die geest wil ik beginnen met al onze Europese burgers een goede gemoedsrust toe te wensen.

Als iemand anders je echter geld schuldig is, als je een betaling, schadevergoeding of iets dergelijks tegoed hebt van iemand, veroorzaakt dat vaak zorgen die ten koste gaan van de gemoedsrust. Zal de schuldenaar zijn verplichtingen ontwijken? Zal hij zijn geld of activa wegmoffelen, misschien zelfs nog op een later tijdstip dan ons debat van vanavond?

Alle lidstaten beschikken over procedures om dit te voorkomen, zoals beslaglegging, inbreuk en arrest; er bestaan veel verschillende termen. De procedures zijn zeer uiteenlopend en de situatie is uitermate ingewikkeld, en dan is er natuurlijk ook nog de taalkwestie. Iemand die gebruik wil maken van de verscheidene grensoverschrijdende procedures van de lidstaten heeft een grote kans dat de vogel reeds gevlogen is of, zoals wij in Duitsland zeggen, de haas al aan de andere kant van de heuvel is. Met andere woorden, dat de schuldenaar de tijd heeft gehad om zijn activa te verbergen.

Inmiddels is dit een veel voorkomend probleem aan de grenzen in Europa en het wordt steeds dringender omdat we allemaal streven naar een gemeenschappelijke betalingsruimte met contantloos betalingsverkeer. Hierdoor zijn er steeds meer mogelijkheden om activa aan de andere kant van de heuvel te verbergen. Daarom heeft de Commissie dit initiatief genomen en ik wil onderstrepen dat ik dat volkomen terecht vind. Zij heeft een erg goed Groenboek opgesteld, dat veelomvattend en gedetailleerd is, hoewel sommige punten ongetwijfeld verder moeten worden uitgewerkt. Dat staat ons nog te doen en daar is de hoorzitting voor bedoeld. Op dit moment kan het Europees Parlement niet alle aspecten gedetailleerd behandelen en ik evenmin, dus ik zal simpelweg ingaan op enkele van de belangrijkste punten.

Allereerst, hoewel dit eigenlijk voor zich spreekt, gaat het verslag alleen over het beslag op bankrekeningen en het tijdelijk bevriezen van banktegoeden. Het gaat niet over de uiteindelijke afhandeling. Ten tweede gaat het alleen over financiële activa die op bankrekeningen staan. Het behandelt inbreuk of beslaglegging op andere activa niet. Dat werpt de vraag op of het werkelijk in ons belang zou zijn om 27 verschillende stelsels te harmoniseren. Naar mijn mening zou dat een buitengewoon onhandige benadering zijn en bijna onmogelijk om te bewerkstelligen. Door het grote aantal gebieden dat hiermee gemoeid is, zou dat geen nut hebben. De Commissie heeft de juiste benadering voor ogen: een onafhankelijke en aanvullende Europese procedure, bij voorkeur in de vorm van een verordening naast de nationale bepalingen, die van kracht zouden blijven. Op dit punt wil ik ook de verordening “Brussel I” noemen. De reeds bestaande verordening volstaat niet. De schuldeiser moet niet alleen tijdens een kort geding aannemelijk kunnen maken dat zijn vordering gegrond is, maar ook dat er een risico bestaat.

Het gaat ons en mijzelf er met name om de schuldeiser te beschermen. Wat ik onder geen beding wil, is een situatie waarin schuldeisers of derden er juist onder lijden dat we een Europese verordening hebben. Europa zelf zou daar de dupe van worden. In sommige gevallen kan beslag zonder geldige reden iemands bestaan kapot maken. Ik zal de belangrijkste punten simpelweg noemen: de schuldeiser kan aansprakelijk zijn voor schade geleden door de schuldenaar, de schuldeiser zou verplicht moeten zijn de bodemprocedure binnen een bepaalde termijn in te stellen, de schuldeiser kan worden verplicht een veiligheid in te stellen, een schuldenaar zou beroep moeten kunnen instellen, er moet geen procedure worden gekozen die een eeuwigheid duurt maar die in grote lijnen overeenkomt met de voorgaande procedures, er moeten bepalingen zijn om bovenmatige zekerheid voor de schuldeiser te vermijden en de schuldenaar moet een bestaansminimum worden gegarandeerd.

Dan is er het probleem van derdenrekeningen. Als het mogelijk zou worden om daar beslag op te leggen – en ik zal daar nu geen uitspraak over doen – moeten ze in ieder geval bijzondere bescherming krijgen. Dat geldt ook voor gezamenlijke rekeningen, hoewel dat niet hetzelfde is; deze twee rekeningtypes staan niet eens in direct verband met elkaar. Het gaat erom dat het ook belangrijk is om derden te beschermen en dat er speciale beschermingsmaatregelen voor betrokken derden moeten komen.

Met betrekking tot bankberichten wil ik nog even zeggen dat gestandaardiseerde formele kennisgevingen nuttig zouden zijn en daarbij aanhakend zou ik willen afsluiten door te zeggen dat het nodig is onderzoeken naar de verschillende geldende wetgevingen en gedetailleerde analyses uit te voeren. Ik wil ook en in het bijzonder de Commissie bedanken voor deze uitgebreide analyses en onderzoeken en tevens al mijn collega’s bedanken. We hebben zeer goed samengewerkt. Ik ga ervan uit dat het verslag breed gesteund zal worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie. −(EN) Voorzitter, ik vind dit verslag een interessante bijdrage aan de aanpak van een uiterst complex vraagstuk: de problemen die zich voordoen bij beslaglegging op banktegoeden in geval van grensoverschrijdende schulden. Ik vind dat de rapporteur, de heer Lechner, een compliment verdient. Hij heeft de weg voorbereid voor een algemene Europese oplossing voor de huidige situatie, waarin sprake is van versnippering van de nationale regelgeving voor tenuitvoeringlegging van de wet, waardoor het innen van grensoverschrijdende schulden ernstig gehinderd wordt.

Deze situatie is erg zorgelijk voor een schuldeiser die de pech heeft, toe te moeten kijken hoe zijn schuldenaar zijn geld snel van een bekende rekening naar een andere rekening overhevelt, in hetzelfde land of in een andere lidstaat. Daarom is de Commissie blij met dit verslag van het Parlement.

Ik zal de belangrijkste zorgen die de rapporteur en het Parlement met betrekking tot het Groenboek naar voren hebben gebracht zorgvuldig bestuderen. Met name zijn de vorm en de reikwijdte van een mogelijk instrument van de Gemeenschap, de effecten van toekomstige procedures, de wettelijke voorwaarden waaronder beslaglegging op bankrekeningen kan worden toegestaan, de compensatie van kosten en de bescherming van schuldenaren belangrijke punten waar de rapporteur op gewezen heeft. Ik kan u verzekeren dat elk voorstel en elke informatie op dit gebied voorafgegaan zal worden door een grondige evaluatie en effectstudie, in nauwe samenwerking met dit Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Sharon Bowles (ALDE), rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken.(EN) Voorzitter, ik ben blij met het Groenboek en ik wacht met spanning een snelle follow-up af met concretere voorstellen.

Het is duidelijk dat een bloeiende grensoverschrijdende handel erbij gebaat is, als bedrijven erop kunnen vertrouwen dat ze hun schulden kunnen opeisen. Ook burgers moeten dat vertrouwen kunnen hebben op het individuele en privéniveau. Mijn standpunt heeft unanieme steun gekregen in de Commissie economische en monetaire zaken, niet omdat we hard gevochten hebben om een compromis te bereiken, maar omdat we er vanaf het begin hetzelfde tegenaan keken. Ik ben blij dat vrijwel alles wat we hebben aangenomen, verwerkt is in het eindverslag van de Commissie juridische zaken, waarvoor mijn dank aan de rapporteur.

Twee punten hebben het verslag niet gehaald, te weten de mogelijkheid om beslaglegging toe te kunnen passen op gezamenlijke rekeningen en het onderzoek naar de mogelijkheid om de provisie voor grensoverschrijdende gevallen ook nationaal te kunnen toepassen. Er is een amendement betreffende gezamenlijke rekeningen, minder voorschrijvend van karakter, dat elders steun heeft gevonden. Als beslaglegging ontlopen kan worden omdat het om een rekening gaat die slechts in naam een gezamenlijke rekening is, is er duidelijk sprake van een maas in de wet, maar als het echt gaat om middelen van derden, moeten deze beschermd worden.

Wat betreft de optie om de provisie voor grensoverschrijdende gevallen ook nationaal te mogen gebruiken, neem ik nota van wat collega’s in de Commissie juridische zaken gezegd hebben, namelijk dat de maatregel uitsluitend grensoverschrijdend toegepast kan worden, of dat nu op wettelijke gronden is of om praktische redenen, om binnen een redelijk tijdsbestek iets te kunnen bereiken. Echter, als er geen alternatieve maatregelen bestaan in die lidstaten waar beslaglegging niet mogelijk of extreem moeilijk is, kan er sprake zijn van een ongelijke concurrentiesituatie, in ieder geval in zakelijk opzicht. We hebben dan te maken met de nogal ongebruikelijke situatie dat een bedrijf dat grensoverschrijdend zaken doet beter af is dan één die lokaal zaken doet. Wellicht nemen lidstaten hier nota van en krijgt concurrentie dat voor elkaar wat we niet in wetgeving – kunnen – gieten.

 
  
MPphoto
 
 

  Panayotis Dimitriou (PPE-DE), rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. –(EL) Mevrouw de Voorzitter, ik ben verheugd over het initiatief van de Commissie tot de grensoverschrijdende regeling voor het beslag op en het bevriezen van bankrekeningen. In het bijzonder feliciteer ik u, mijnheer Frattini, als bevoegde commissaris voor dit initiatief.

In het Groenboek van de Commissie over deze kwestie zijn procedures vastgesteld voor de aanpak van het probleem dat ontstaat als de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen ontdoken wordt door het gebruiken of overzetten van bankrekeningen buiten de landsgrenzen.

De maatregel die besproken wordt, maakt deel uit van de strategie voor de ontwikkeling van gerechtelijke samenwerking tussen de EU-lidstaten. De maatregel is een stap in de goede richting; deze moet spoedig gecompleteerd worden door de indiening van een bijbehorend voorstel. De gerechtigheid wordt niet gediend als civiel of strafrechtelijke beslissingen niet kunnen worden uitgevoerd. Daarom vormt het huidige voorstel inzake het beslag op en de bevriezing van grensoverschrijdende bankrekeningen een daadwerkelijke bijdrage aan de ontwikkeling en de bestendiging van het recht. Het Europees Parlement is terecht positief gestemd over het initiatief van de Commissie en de gerechtelijke procedure die wordt ontwikkeld.

Het verslag Lechner en de adviezen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie economische en monetaire zaken functioneren als de grondslagen voor de opstelling van een evenwichtig voorstel voor een besluit van de Raad over deze kwestie.

Ik feliciteer de heer Lechner met zijn beknopte maar zeer informatieve en veelomvattende verslag. Als rapporteur voor de Commissie burgerlijke vrijheden ben ik het met in wezen met bijna al zijn standpunten eens.

De verwachting is dat het verslag met een overweldigende meerderheid aangenomen zal worden. Het benadrukt dat voor een grensoverschrijdend beslag op bankrekeningen aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan. Ook onderstreept het de gelijktijdige noodzaak van bescherming van de procedure tegen misbruik en van garanties voor de vermeende schuldenaar dat hij gecompenseerd wordt als de vordering van de schuldeiser nietig wordt verklaard.

Ik denk dat een opdracht tot bevriezing aan het eind van een gerechtelijke procedure als titel voor de tenuitvoerlegging van een uiteindelijke exequaturbeslissing kan dienen. Hier is de heer Lechner het niet mee eens, maar dit moet toch serieus overwogen worden wanneer de Commissie haar voorstel indient, teneinde de onnodige herhaling van procedures te voorkomen.

Ik roep de Commissie op om onmiddellijk te beginnen met het opstellen van een voorstel inzake deze kwestie.

 
  
MPphoto
 
 

  Tadeusz Zwiefka, namens de PPE-DE-Fractie.(PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, een onmiskenbare zwakte van de huidige tenuitvoerleggingswetgeving is het feit dat zelfs als is vastgesteld dat de handhaving van een rechterlijke beslissing in een andere lidstaat mogelijk is, de tenuitvoerlegging nog steeds tot de exclusieve bevoegdheid van de nationale wetgeving behoort. Krachtens de op dit moment geldende wetsteksten kan er niet worden besloten tot beslaglegging op bankrekeningen in andere lidstaten van de Europese Unie.

Dat is waarom een Europees stelstel voor beslissingen inzake het beslag op bankrekeningen een zeer gepaste en noodzakelijke oplossing zou zijn. Dit zou schuldeisers in staat stellen om de verschuldigde bedragen of een totale waarde die overeenkomt met hun vordering zeker te stellen, door te zorgen dat tegoeden op een of meerdere bankrekeningen op het grondgebied van de Europese Unie niet langer opgenomen of overgezet kunnen worden. Een dergelijk stelstel zou moeten worden opgezet nadat er een aanvullende onafhankelijke procedure is ontwikkeld die naast de nationale bepalingen kan bestaan, met de kanttekening dat deze alleen van toepassing is op grensoverschrijdende kwesties. Benadrukt moet worden dat een dergelijke beslissing een louter preventieve uitwerking zou hebben. Met andere woorden, de tegoeden op de bankrekening van de schuldenaar worden geblokkeerd, zonder dat deze naar de rekening van de schuldeiser worden overgezet.

De rechtbank moet natuurlijk niet de schuldenaar horen of in kennis stellen van de procedure voordat er beslag wordt gelegd op zijn rekening, hetgeen wel eens een averechts effect zou kunnen hebben.

Het bedrag waarop beslag wordt gelegd, zou moeten worden berekend op basis van de vordering van de schuldeiser. Het moet echter worden benadrukt dat de schuldenaar de mogelijkheid moet hebben om beroep in te stellen tegen de beslissing en dat dit beroep moet worden behandeld door dezelfde rechtbank die de beslissing heeft uitgesproken.

Ook moet vastgelegd worden dat er kan worden afgeweken van de tenuitvoerlegging om te zorgen dat de schuldenaar in de basisbehoeften van zichzelf en zijn familie kan voorzien. Op dat moment zou er natuurlijk een vergelijkende rechtsanalyse nodig zijn, zoals er veel aspecten zijn die nader moeten worden bestudeerd. Desalniettemin is het duidelijk dat de invoering van een communautaire gerechtelijke procedure zoals een Europese beslissing tot beslaglegging op bankrekeningen, met als doel de uitvoering van invorderingen te stroomlijnen en de doeltreffendheid te vergroten, een mijlpaal zou zijn langs de weg naar de instelling van een Europese economische en justitiële ruimte.

Als afsluiting wil ik de heer Lechner feliciteren met een uitstekend en doortimmerd verslag. Het Huis is zich ongetwijfeld bewust hoe moeilijk het is om de bepalingen van de Unie aan te passen, met name op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel Medina Ortega, namens de PSE-Fractie.(ES) Mevrouw de Voorzitter, ik wil beginnen met mijn collega, de heer Lechner, te feliciteren met het uitstekende verslag dat hij heeft uitgebracht: het is zowel evenwichtig als bescheiden.

Op dit nachtelijke tijdstip kan ik het niet laten de betekenis van beslaglegging te overdenken. In de alledaagse praktijk zijn schuldeisers doorgaans grote instellingen met veel economische macht en de schuldenaren mensen in een veel zwakkere economische positie. Een van de mooiste gedichten in de Spaanse taal is zelfs gewijd aan de beslaglegging waarmee een arme ongelukkige arbeider te maken krijgt.

Het is een feit dat als beslaglegging niet zou bestaan – als schuldeisers niet de mogelijkheid zouden hebben hun vorderingen te innen – degenen die krediet nodig hadden dit niet zouden kunnen krijgen. Omdat we ons, denk ik, allemaal een beetje vervelen, zal ik u een verhaal vertellen over een van de dictaturen die Spanje heeft gekend, die van generaal Primo de Rivera. Hij was van mening dat beslaglegging op de activa van militair personeel een belediging van het militaire ambacht vormde. Hij verbood daarom beslaglegging op de rekeningen van militair personeel. Als gevolg hiervan weigerden de banken om geld te lenen aan het leger en de militairen moesten toen aan de generaal vragen om hun rekeningen weer in aanmerking te laten komen voor beslaglegging.

Dat is echter maar een verhaal. Ik ben van mening dat de heer Lechner erin is geslaagd een evenwicht te bewerkstelligen als het gaat om de rechten van de schuldenaren, maar ik heb nog één vraag, en de heer Frattini zal waarschijnlijk wel zien aankomen wat ik ga zeggen.

Als het erop aankomt, hebben de grote schuldenaren, de mensen die betrokken zijn bij grote financiële operaties en die uiteindelijk miljarden schuldig zijn aan weerloze mensen, normaal gesproken niet hun rekeningen bij een bank in België, Brussel of Straatsburg. Zelfs niet in Londen. Doorgaans hebben zij die in belastingparadijzen.

Hierop heeft het Groenboek van de Commissie natuurlijk geen betrekking. Omdat ik echter weet dat commissaris Frattini in deze kwestie geïnteresseerd is, zal ik de vraag aan hem richten: zou het niet goed zijn om een manier te vinden om beslag te kunnen leggen op de activa van deze grote internationale misdadigers die de levens van duizenden families verwoesten?

Zoals ik al zei, voorziet het Groenboek niet in dit scenario en behoort het dus evenmin tot wat wij vanavond bespreken. Aangezien de belangrijkste thema’s echter al in zeer klare taal besproken zijn door de vorige sprekers en commissaris Frattini zelf, denk ik dat dit iets is wat we moeten onderzoeken. Ik weet zeker dat commissaris Frattini hier iets aan zal willen toevoegen.

Ten slotte wil ik mijn felicitaties aan de heer Lechner nogmaals kracht bijzetten: ik vind dat hij een evenwichtig verslag heeft uitgebracht en dat hij de positie van schuldenaren, van arme schuldenaren, oftewel de meeste burgers, heeft veiliggesteld. Ik hoop dat de Commissie ons heel spoedig een wetgevingstekst zal voorleggen die garant staat voor het blijven functioneren van de grensoverschrijdende kredietmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diana Wallis, namens de ALDE-Fractie.(EN) Voorzitter, ik wil de heer Lechner complimenteren met zijn verslag. Ik wil beginnen met een soort bekentenis. Voordat ik in dit Huis kwam was ik advocate. Ik was niet alleen advocate, ik was een advocate die zich bezig hield met het innen van schulden, vaak grensoverschrijdend.

Ik weet uit mijn ervaring op dit gebied dat de grootste schade wordt geleden door kleine bedrijven die de moed bijeengeraapt hebben om grensoverschrijdend zaken te doen en vervolgens ten gronde gaan door een schuld die niet wordt afbetaald en een professionele schuldenaar die zich in een ander land verstopt. Daarom beschouw ik dit initiatief, als we het goed aanpakken, als een manier om de Europese economie en grensoverschrijdende handel te stimuleren.

We moeten dit hard aanpakken. De betalingsopdracht was een stap in de goede richting. Dit is weer een stukje van de puzzel. Ik wil echter nog twee dingen zeggen. Ten eerste hebben we het alleen over grensoverschrijdende gevallen. We accepteren de realiteit van die beperking, maar wat ik niet wil zien is dat crediteuren twee keer een zaak moeten voorleggen aan verschillende rechtbanken: één met betrekking tot debiteuren in hun eigen land, gevolgd door nog een zaak in een ander land, grensoverschrijdend. De debiteur wordt daardoor gewaarschuwd en dit kan allerlei complicaties met zich meebrengen. We moeten er daarom voor zorgen dat het mogelijk is gelijktijdige procedures aan te spannen.

Ten tweede gaat het natuurlijk om een evenwicht tussen de belangen van crediteuren en debiteuren. In Engeland hebben we een goed systeem, waarbij de rechtbank je bij zo’n interimmaatregel een schadevergoeding kan opleggen, om de belangen van derden te beschermen. Dat kan de bank zijn die de beslaglegging moet organiseren, of een derde waarmee de schuldenaar bijvoorbeeld een gezamenlijke rekening heeft. Ik zou willen aanbevelen, een dergelijk systeem op te zetten.

Ik sta achter het verslag en de ideeën die erin staan. Ik denk dat dit, als we het goed aanpakken, de Europese economie sterk ten goede zou komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Aleksander Czarnecki, namens de UEN-Fractie.(PL) Mevrouw de Voorzitter, het Groenboek over een efficiëntere tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie vertegenwoordigt een volgende fase in de instelling van een Europese justitiële ruimte. Ik steun de opvatting die de rapporteur in dit verslag uitspreekt en ben voor de invoering van een snelle en doeltreffende procedure voor beslaglegging op bankrekeningen in de Europese Unie. In het kader van de voortdurende uitbreiding van de Single Euro Payments Area (gemeenschappelijke eurobetalingsruimte) lijkt een degelijk rechtsvoorschrift zowel gepast als wenselijk.

Gezien de vele moeilijkheden die komen kijken bij het onderzoeken van schuldvorderingen ben ik van mening dat de Europese Unie een onafhankelijke aanvullende procedure zou moeten invoeren die naast de nationale bepalingen kan bestaan. Een dergelijke procedure zou alleen betrekking moeten hebben op grensoverschrijdende zaken en tegoeden op bankrekeningen, niet op andere activa. Het gaat simpelweg om de voorlopige veiligstelling van de vordering van een schuldeiser, niet om de uiteindelijke afhandeling. Onrechtmatige beslaglegging kan ernstige gevolgen hebben voor de schuldenaar en het vertrouwen in het Europese rechtsstelsel schaden.

Daarom ben ik van mening dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan de bescherming van de schuldenaar. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een zekerheidsstelling door de schuldeiser, het recht om bezwaar te maken, maximale bedragen of zelfs een verplichting voor de schuldeiser om de bodemprocedure in te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE).(PL) Mevrouw de Voorzitter, de tenuitvoerleggingswetgeving wordt vaak beschouwd als de achilleshiel van het Europese civiel rechtsstelsel. Er is top op heden geen ontwerpwetgeving ingediend voor de werkelijke tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen. De tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing nadat is vastgesteld dat het mogelijk is om deze te handhaven in een ander land, behoort nog steeds tot de exclusieve bevoegdheid van de nationale wetgeving.

De huidige discrepanties tussen de beginselen voor schuldvordering in de verschillende lidstaten van de Europese Unie vormen een ernstige belemmering voor de grensoverschrijdende invordering van schulden. Schuldeisers die de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing in een ander land willen afdwingen, krijgen te maken met onbekende rechtsstelsels en wettelijke vereisten. Ook moeten ze de taalbarrière overwinnen, hetgeen extra kosten met zich meebrengt en de tenuitvoerleggingsprocedure vertraagt. Moeilijkheden omtrent de invordering van grensoverschrijdende schulden belemmeren het vrije verkeer van betalingsopdrachten in de Unie en tasten de werking van de interne markt aan. Laattijdig of niet betalen schaadt de belangen van zowel ondernemingen als consumenten.

Het voorstel van de Commissie om een gemeenschappelijk Europees rechtsinstrument in te voeren, onafhankelijk van en naast de nationale wetgeving, lijkt dan ook volkomen gepast, zo niet noodzakelijk. Artikel 65, onder c), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap zou als de rechtsgrondslag voor een dergelijk document kunnen dienen.

In dit opzicht zou de schuldeiser, overeenkomstig de bepalingen van het Groenboek, het recht moeten hebben om een verzoek tot een conservatoir beslagleggingsbevel in te dienen vóór de start van de bodemprocedure. Gezien het voorlopige karakter van de procedure moet de schuldeiser echter zijn of haar vordering wel aannemelijk maken, evenals de dringende noodzaak van een beslagleggingsbevel. Onrechtvaardige beslaglegging kan natuurlijk ernstige gevolgen hebben voor een schuldenaar en kan deze zelfs beroven van de mogelijkheid om in zijn of haar basisbehoeften te voorzien.

Andere belangrijke kwesties zijn het recht van de schuldenaar om bezwaar te maken tegen de beslissing en de bepaling van het te betalen bedrag. De vaststelling van een gemeenschappelijk maximumbedrag dat is uitgezonderd van grensoverschrijdende beslaglegging lijkt mij geen goed idee. Dergelijke beslissingen zouden moeten blijven behoren tot de bevoegdheid van het rechtsstelsel van het thuisland van de schuldenaar.

Met betrekking tot de betekening van beslissingen tot rekeningbeslag moet worden gezorgd voor gemeenschappelijke normen voor de communicatie tussen rechtbanken en banken binnen de Europese Unie. Het lijkt essentieel om de inning van grensoverschrijdende schulden te reguleren middels aanneming van een wetstekst. Het is echter belangrijk om te onderkennen dat het eerst nodig is om de bepalingen die reeds van kracht zijn in de afzonderlijke lidstaten grondig te onderzoeken en de doeltreffendheid van alternatieve oplossingen in samenhang met de Europese voorschriften te beoordelen.

Ik zou willen afsluiten door de heer Lechner te bedanken voor een weloverwogen en doortimmerd verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE).(PL) Mevrouw de Voorzitter, de doeltreffende tenuitvoerlegging van invorderingen is zeer belangrijk voor de juiste werking van de interne markt. Communautaire maatregelen op dit gebied zijn het overwegen waard. Toen ik advocaat in opleiding was, heb ik de belangrijke les geleerd dat als je iemand een gunst verleent, je bij deze persoon in het krijt komt te staan. Dit gaat soms op. Laattijdig of helemaal niet betalen vormt een gevaar voor de belangen van zowel ondernemingen als consumenten. De huidige verschillen met betrekking tot de doeltreffendheid van schuldinning in de Europese Unie kunnen een bedreiging vormen voor het concurrentievermogen van ondernemingen die zich bezighouden met grensoverschrijdende activiteiten.

Elke lidstaat heeft zijn eigen stelsel voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen. In sommige staten werkt dit beter dan in andere. Op dit moment kan een schuldenaar tegoeden bijna onmiddellijk overzetten van bij de schuldeiser bekende rekeningen naar andere rekeningen in hetzelfde land of een andere lidstaat. Dat maakt het bijna onmogelijk voor schuldeisers om die tegoeden te blokkeren. Daarnaast krijgen schuldeisers die de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing in een andere lidstaat willen afdwingen, te maken met een ander rechtsstelsel en andere procedurele vereisten. De taalbarrière en procedurekosten zijn eveneens belemmeringen.

Ik vind daarom dat we positief moeten reageren op het voorstel tot creatie van een Europees stelsel voor het beslag op bankrekeningen. Met het oog op de voortdurende uitbreiding van de Single Euro Payments Area is een dergelijke juridische regeling zowel gepast als noodzakelijk. Ik wil de heer Lechner bedanken voor dit verslag. Ik weet zeker dat het een kentering in het rechtsstelsel van de Europese Unie betekent.

 
  
MPphoto
 
 

  Franco Frattini, vicevoorzitter van de Commissie.(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, alleen een kleine opmerking over de commentaren van de heer Medina Ortega en een bedankje aan alle sprekers. Dit Europese instrument, dit Europees beslagleggingsbevel, zou de nationale wetgeving daadwerkelijk kunnen aanvullen door het aanpakken van de ernstige schendingen van de rechten van schuldeisers die op een grensoverschrijdende basis plaatsvinden.

Ik ben het volkomen eens met de heer Medina Ortega dat we beslaglegging moeten overwegen als bescherming, als het ware, tegen mensen die hun toevlucht nemen tot belastingparadijzen.

Zoals u allen weet, ontbreekt het Europa duidelijk aan unilaterale handelingsbevoegdheid. Waar we naar mijn mening naar moeten streven, is nauwere samenwerking tussen het rechtsapparaat, de financiële onderzoeksautoriteiten en de belangrijkste bankgroepen die in deze zogeheten belastingparadijzen opereren. We moeten de regeringen van die landen overtuigen dat het uiteindelijk in hun belang is om met de Europese Unie samen te werken.

Daarom moeten we, zelfs als we in de nabije toekomst niet de beschikking krijgen over een unilateraal instrument om het stelsel van belastingparadijzen te ondervangen, in staat zijn om enerzijds het instrument van democratie en anderzijds dat van justitiële en financiële samenwerking te gebruiken om dit echte probleem op te lossen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 10 november 2008Juridische mededeling