Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2146(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0518/2007

Ingediende teksten :

A6-0518/2007

Debatten :

PV 15/01/2008 - 5
CRE 15/01/2008 - 5

Stemmingen :

PV 15/01/2008 - 10.2
CRE 15/01/2008 - 10.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0009

Debatten
Dinsdag 15 januari 2008 - Straatsburg Uitgave PB

5. Communautaire strategie 2007-2012 voor gezondheid en veiligheid op het werk (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter .(EL) Aan de orde is het debat over het verslag van Glenis Willmott, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over de communautaire strategie 2007-2012 voor gezondheid en veiligheid op het werk (2007/2146(ΙΝΙ)) (A6-0518/2007).

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott , rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, veiligheid en gezondheid op de werkvloer omvat een hele waaier aan aspecten. Op een zeer eenvoudig niveau komt het neer op het verminderen van het aantal werkongevallen en werkgerelateerde gezondheidsproblemen. Voor het individu telt echter vooral de integriteit, de waardigheid en het welzijn van zijn of haar lichaam. Vanuit een zakelijk oogpunt is het dan weer vooral van belang om de kosten van het absenteïsme, het ziekteverzuim en het productiviteitsverlies te drukken. Voor de maatschappij als geheel bedraagt het kostenplaatje van onvoldoende veiligheid en gezondheid op het werk maar liefst 3,8 procent van het bruto nationaal product.

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat hier vorige maand ter plaatse werd ondertekend, – ondanks het schandalige gedrag van bepaalde conservatieve Parlementsleden en bepaalde leden van de UK Independence Party – bepaalt in artikel 31 dat iedere werknemer recht heeft op gezonde, veilige en waardige arbeidsomstandigheden en een beperking van de maximumarbeidsduur.

Volgens het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk overlijden in de EU jaarlijks meer dan 140 000 mensen aan beroepsziekten en bijna 9000 door een werkgerelateerd ongeval. Dat betekent dat in de Europese Unie elke drie en een halve minuut iemand overlijdt ten gevolge van een arbeidsgebonden oorzaak. Met andere woorden, tijdens de korte periode dat ik aan het woord ben kan er al een persoon gestorven zijn, en tegen het einde van dit debat zouden dat waarschijnlijk al twintig personen zijn.

Hoewel sommige collega’s misschien geen voorstander zijn van het grondrecht op veiligheid en gezondheid op het werk, ben ik ervan overtuigd dat niemand bezwaar kan hebben tegen het recht op leven. Bij het ontwikkelen van een Europese strategie voor veiligheid en gezondheid op het werk moeten we vooral aandacht hebben voor de grondige naleving en uitvoering van het bestaande wettelijk kader. De huidige wetgeving is over het algemeen zeer goed, maar we moeten erop toezien dat ze ook daadwerkelijk in de hele Unie consequent wordt toegepast. Dat betekent echter niet dat de wetgeving niet mag worden verbeterd wanneer deze ergens duidelijk tekortschiet. In dat geval moeten de nodige wijzigingen aangebracht worden om een goede werking en de hoogste graad van bescherming te kunnen garanderen. Het betekent evenmin dat we – als een vampier bij de aanblik van knoflook – mogen terugdeinzen van nieuwe wetsinitiatieven, zoals sommigen hier wel eens doen.

Natuurlijk beweert niemand dat meer wetgeving altijd de beste oplossing is, maar in sommige gevallen zijn er wel bindende regels nodig om te garanderen dat men in alle lidstaten op een afdoende en consequente wijze omgaat met nieuwe of opkomende risico’s. De mededeling van de Commissie, die de doelstelling bevat om het aantal werkgerelateerde ongevallen terug te dringen, en die bijzondere aandacht heeft voor kleine en middelgrote ondernemingen, verdient onze onverdeelde steun en aanmoediging. Maar we mogen ook beroepsziekten niet uit het oog verliezen. Zij ondermijnen niet alleen de gezondheid en de productiviteit van de werknemers, maar betekenen bovendien een enorme kostenpost voor de bedrijfswereld en de maatschappij als geheel omwille van de daaraan verbonden kosten voor de sociale zekerheid en gezondheidszorg.

In het verslag, dat een weergave is van het bovenstaande, vragen we de Commissie ervoor te zorgen dat beroepsziekten, en dan vooral werkgerelateerde vormen van kanker, op een correcte manier vastgesteld en behandeld worden en dat er doelstellingen geformuleerd worden om het aantal gevallen terug te dringen. Daarnaast vragen we ook gedetailleerde actieplannen die een engagement inhouden op het vlak van tijd en financiële middelen.

Behalve het voornemen om het aantal ongevallen met 25 procent terug te dringen, lijken er mij weinig opvolgbare en meetbare doelstellingen te zijn geformuleerd. De belangrijkste actievoorstellen die geformuleerd worden in mijn verslag zijn onder andere het belonen en bestraffen van het al dan niet naleven van de huidige wetgeving. Zo zouden de lidstaten een goed beleid inzake veiligheid en gezondheid op het werk kunnen belonen door bepaalde bedrijven financieel te stimuleren met bijvoorbeeld een belastingvermindering of voorrang bij aanbestedingen. Er zou ook een bonus-malussysteem kunnen worden ingebouwd bij verzekeringen. Maar daarnaast wil ik ook strengere sancties opgelegd zien aan werkgevers van slechte wil die de gezondheid en veiligheid van hun werknemers naast zich neerleggen. Ook lidstaten die de huidige wetgeving inzake veiligheid en gezondheid aan hun laars lappen, moeten vaker geconfronteerd worden met een inbreukprocedure.

Een veiligheids- en gezondheidsstrategie moet natuurlijk in de eerste plaats aandacht hebben voor de personen die het hoogste risico lopen. Dan heb ik het onder andere over migrerende werknemers, die vaak uitgebuit worden, maar ook over jonge en oudere werknemers, die bijzondere aandacht nodig hebben, en ook over mindervalide werknemers. Het is van het grootste belang dat de kaderrichtlijn van 1989 zeer strikt wordt toegepast op deze groepen en ook op andere werknemers die vaak worden vergeten, zoals werknemers in de landbouw en de gezondheidszorg. Het is essentieel dat de lidstaten rekening houden met deze mensen bij het opstellen van hun strategie. We hebben een kaderrichtlijn nodig over spier-pees-botaandoeningen om een antwoord te kunnen bieden op problemen zoals lage rugpijn en andere aandoeningen aan de onderrug, die uiteindelijk ook een vorm zijn van RSI – overbelasting door herhaalde bewegingen.

Er zijn nog heel wat andere kwesties die ik zou willen aankaarten, maar aangezien we in tijdnood komen luister ik nu met plezier naar de meningen van andere collega’s en de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas , lid van de Commissie. (EL) Mevrouw de Voorzitter, geachte leden van het Europees Parlement, allereerst wil ik mevrouw Willmott danken voor het uitstekende verslag dat zij heeft opgesteld over de communautaire strategie voor gezondheid en veiligheid op het werk.

De Commissie geeft in haar beleid hoge prioriteit aan gezondheid en veiligheid op het werk en kan zich vinden in een groot aantal van de door u gedane aanbevelingen.

Ik zou dan ook willen benadrukken dat dit een communautaire strategie moet worden, en niet slechts een strategie van de Commissie. Dit is werkelijk de enige manier om deze fundamentele en ambitieuze doelstelling te verwezenlijken, namelijk een voortdurende en blijvende vermindering van beroepsongevallen en –ziekten. We zullen er daarom ook vooral op letten dat zoveel mogelijk partijen op politiek, operationeel en institutioneel niveau bij onze strategie worden betrokken.

Om het strategische doel van de Commissie te kunnen bereiken om het aantal beroepsongevallen in de Europese Unie in de periode 2007-2012 met 25 procent te verminderen, is inderdaad een actieve participatie en inzet nodig van zowel de overheidsinstanties als de sociale partners, die op de werkplek verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van ongevallen.

Het is van groot belang om te onderstrepen dat de lidstaten met de goedkeuring van de verordening van de Raad van 25 juni 2007 de verplichting zijn aangegaan om, in samenwerking met de sociale partners, strategieën voor gezondheid en veiligheid op het werk te ontwikkelen en toe te passen die aangepast zijn aan de nationale situaties, en om daarnaast nationale, meetbare streefdoelen vast te stellen voor het terugdringen van ongevallen op het werk en het voorkomen van beroepsziekten, met name in sectoren waar de cijfers boven het gemiddelde liggen.

De Commissie is bijzonder verheugd over de reactie van het Europees Parlement op haar mededeling en over de steun die zij krijgt voor de algemene prioriteiten en actielijnen van die mededeling.

Ik heb kennis genomen van de zorgen van het Parlement wat betreft de noodzaak van een adequate planning en middelenverdeling en wat betreft de evaluatie van de vorderingen en het indienen van voortgangsverslagen met betrekking tot de doelstellingen van de strategie.

De Commissie zal op het scorebord voor de communautaire agenda nadere gegevens verstrekken en een overzicht geven over de exacte planning van de specifieke maatregelen die op communautair niveau zullen worden genomen. We zullen ons ook verzekeren van de medewerking van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats, in het kader van een tripartiete uitwisseling van informatie over de inhoud van de nationale strategieën, de streefdoelen, de genomen maatregelen en de controle op de geboekte vooruitgang. Het Parlement zal tijdig op de hoogte worden gesteld van de resultaten van deze procedure.

Wat betreft uw verzoek om een herziening van Richtlijn 91/383/EG van de Raad zou ik de geachte leden van het Europees Parlement willen meedelen dat de diensten van de Commissie momenteel bezig zijn de situatie in verschillende lidstaten te analyseren op basis van een door een externe adviseur uitgevoerde studie. In 2008 zal een hierover een verslag worden opgesteld, en de Commissie zal in haar beslissing over verdere maatregelen op dit gebied rekening houden met de conclusies van dat verslag.

Wat betreft uw verzoek om een herziening van Richtlijn 92/85/EG van de Raad zou ik u willen meedelen dat de diensten van de Commissie, na raadpleging van de Europese sociale partners over mogelijke wijzigingen van deze richtlijn, inmiddels een effectbeoordeling uitvoeren om te bekijken welke gevolgen bepaalde wijzigingen in de richtlijn zullen hebben. Mocht de Commissie na afronding van de effectbeoordeling besluiten een herzieningsvoorstel in te dienen, zal de Commissie zo’n voorstel naar alle waarschijnlijkheid in 2008 goedkeuren.

Ik ben het met u eens dat het noodzakelijk is om in de komende periode voor een betere handhaving van de communautaire wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk te zorgen, met name in het midden- en kleinbedrijf. Hiertoe moeten we gebruik maken van een combinatie van maatregelen waarbij op evenwichtige wijze de nadruk wordt gelegd op zowel de verantwoordelijkheid van de werkgevers als de participatie van werknemers.

Wat betreft gezondheid op het werk verwacht ik dat met de nieuwe strategie een verdere stap zal worden gezet in de richting van de totstandbrenging van een gezondere werkomgeving in de hele EU, waarin aan de behoeften van een ouder wordende beroepsbevolking tegemoet wordt gekomen en kwetsbare groepen volledige bescherming genieten. De Commissie zal haar inspanningen ten behoeve van een adequate definitie van gezondheidsindices en andere statistische maatregelen versterken om ervoor te zorgen dat er een afdoende controle plaatsvindt op gezondheidsrisico’s op de werkplek.

Wij zijn ervan overtuigd dat de in de communautaire strategie 2007-2012 vastgestelde prioriteiten en de prioriteiten van het verslag waaraan u vandaag uw goedkeuring zult hechten, de weg zullen vrijmaken voor veiligere en gezondere werkplekken in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Bauer, rapporteur voor advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. (EN) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid wil ten eerste benadrukken dat de belangrijkste werkgerelateerde gezondheidsproblemen bij vrouwen spier-pees-botaandoeningen en psychologische problemen zijn. Anderzijds benadrukt de commissie dat, hoewel het belangrijk is om de risico’s voor mannen en vrouwen te onderzoeken en daarvoor gepaste maatregelen te treffen, het niet de bedoeling kan zijn om terug te grijpen naar een beleid dat vrouwen uitsluit met het oog op hun bescherming. Het is evenmin de bedoeling om banen te creëren die specifiek zijn gericht op mannen of vrouwen.

Hoewel de communautaire richtlijnen voor veiligheid en gezondheid op de werkplek genderneutraal zijn, wil ik toch benadrukken dat dit geen reden mag zijn om op het vlak van preventie en onderzoek de risico’s voor de gezondheid en veiligheid van vrouwen op het werk te onderschatten en te verwaarlozen in vergelijking met de risico’s voor de gezondheid en veiligheid van mannen.

Werkende mannen en vrouwen in de Europese Unie worden blootgesteld aan uiteenlopende risico’s op het werk: chemische, fysische en biologische agentia, slechte ergonomische omstandigheden, een verscheidenheid aan mogelijke ongevallen en risico’s voor de veiligheid, in combinatie met een aantal psychosociale factoren. Mannen en vrouwen vormen dus geen homogene groep. Daarom moeten de maatregelen en strategieën om de veiligheid en gezondheid op het werk te verbeteren specifiek afgestemd zijn op de werkplek in kwestie, rekening houdend met het feit dat sommige factoren niet dezelfde invloed hebben op vrouwen als op mannen.

Ook willen we de aandacht vragen voor nieuwe risicofactoren op het werk, zoals ongewenst gedrag, geweld en pestgedrag van klanten. Dat komt vaak voor in de openbare sector, waar vooral vrouwen werken. Om af te sluiten, wil de commissie voorstellen om het concept van gevaar, risico’s en preventie op te nemen in het leerplan van scholen en het onderwijssysteem als geheel, om op een doeltreffende manier een sterke en duurzame cultuur van veiligheid en gezondheid op te bouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren collega’s, ik wil mevrouw Willmott mijn dank uitspreken voor de faire en goede samenwerking in de Commissie. Het verslag weerspiegelt de hoge prioriteit die in de 27 lidstaten van de Europese Unie aan het thema gezondheid en veiligheid op het werk wordt toegekend. De essentiële voorzorgsmaatregelen worden benadrukt en op hun waarde getoetst. De kosten voor de ongevallenpreventie en de veiligheid zijn hoog, maar ik wil er hier nog eens duidelijk op wijzen: gezondheid is onbetaalbaar. Het is belangrijk dat de voorschriften in alle lidstaten worden omgezet en toegepast, en dat de Europese Unie, liever dan straffen uit te delen, de lidstaten bij de omzetting van deze richtlijn helpt en hun advies aanbiedt.

Ik ben van mening dat we bijzondere aandacht aan het midden- en kleinbedrijf moeten besteden, dat op dit gebied ondersteuning nodig heeft om concurrerend te kunnen blijven. We verzoeken de Commissie in dit verband om, waar nog niet aanwezig, de passende randvoorwaarden voor het midden- en kleinbedrijf tot stand te brengen, en om deze voorwaarden daar te verbeteren waar ze al aanwezig zijn. De bescherming van de werknemers mag niet afhankelijk zijn van het land waarin ze werken of de omvang van hun bedrijf.

In de korte tijd die mij blijft wil ik slechts een paar punten opsommen die van bijzonder belang zijn, zoals de betere bescherming tegen hepatitis en AIDS en de voortzetting van de systematische verwijdering van asbest op de werkplek, hoe omslachtig en duur dit ook mag zijn. Hier moeten we vooral aandacht aan hepatitis B besteden, in het bijzonder bij personen die van beroepswege een hoger risico hebben om besmet te raken met hepatitisvirussen, dus personeel in de gezondheidszorg, in de verpleging en EHBO’ers.

In het kader van de EHBO moeten we in veel lidstaten ook rekening houden met vrijwilligers die naast hun dagelijks beroep onbezoldigd bij rampendiensten, ambulancediensten en brandweren werkzaam zijn. Ik geloof dat het zeer belangrijk was dat het verslag zich sterk op het gestelde thema heeft geconcentreerd en niet is ingegaan op allerlei voorbeelden die wellicht op veel gebieden tot een voorbarig oordeel hadden geleid.

Dank u wel voor de vruchtbare samenwerking! De PPE-DE-Fractie onderschrijft het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Pier Antonio Panzeri, namens de PSE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, op 6 december 2007 zijn bij een ongeval in de ThyssenKrupp-fabriek in Turijn zeven werknemers om het leven gekomen. Dit uiterst ernstige incident toont eens te meer aan dat het veiligheidsprobleem bij lange na niet is opgelost.

De tragedie van Turijn werpt nog een kwestie op die in dit Parlement aan de orde dient te worden gesteld. Men zou verwachten dat deze multinational zich behoorlijk gedraagt, maar dat blijkt niet zo te zijn. Berichten in de Italiaanse pers van gisteren maken gewag van een vertrouwelijk document dat na de tragische brand in de staalfabriek door een senior manager van ThyssenKrupp is opgesteld. In dit document, dat door de rechtbank in beslag is genomen, worden de na het ongeluk geïnterviewde overlevenden afgeschilderd als werknemers die in de media de held en de ster uithangen. Deze beschuldiging is ronduit een schande.

Het is van belang dat het Parlement, en ook de commissaris, zonder allerlei formaliteiten uiting geven aan hun verontwaardiging over ThyssenKrupp. Wat er in Turijn is gebeurd, gebeurt in zekere zin overal en getuigt, evenals het uitstekende verslag-Willmott, van de noodzaak zich in te zetten voor een daadwerkelijke vermindering van het aantal ongelukken en sterfgevallen op het werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Elizabeth Lynne, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is een zeer goed verslag en ik dank de rapporteur voor de goede samenwerking.

Met tevredenheid stel ik vast dat het verslag pleit voor een betere naleving van de huidige richtlijnen en bovendien aandringt op een beter toezicht. Het heeft namelijk geen zin dat de lidstaten vol vuur spreken over een betere naleving, en dan, zoals het vaak gebeurt wanneer het gaat over veiligheid en gezondheid, aandringen op nog meer wetgeving terwijl wetenschappelijk en medisch bewijs aantoont dat er niet in die mate een risico aanwezig is.

Een kwestie waar wel wetgeving voor nodig is − die we al gevraagd hebben in 2005 − is het voorkomen van de meer dan een miljoen prikaccidenten die zich elk jaar voordoen bij gezondheidswerkers in de hele EU. Hoe verschrikkelijk moet het niet zijn om na een prikaccident te moeten wachten op uitsluitsel of je een ernstige infectie zoals HIV of hepatitis B hebt opgelopen!

De Commissie moet onze oproep beantwoorden en werk maken van een wijziging van de richtlijn biologische agentia 2000. In sommige gevallen is het uitwisselen van goede praktijken en ervaringen waarschijnlijk al voldoende. Daarom ben ik blij dat mijn amendementen over infecties in de sector van de gezondheidszorg werden aangenomen. Infecties zoals MRSA bedreigen niet alleen patiënten in ziekenhuizen, maar ook het ziekenhuispersoneel. Het aantal infecties verschilt bovendien van lidstaat tot lidstaat. In het Verenigd Koninkrijk komen bijvoorbeeld tien keer zo veel infecties voor als in Nederland. We moeten zien te achterhalen hoe dat komt, en hoe we van elkaar kunnen leren. Daarom heb ik in een van mijn aangenomen amendementen gezegd dat er in de hele Europese Unie een uitwisseling van goede werkwijzen en ervaringen op het vlak van infecties in de gezondheidszorg moet komen en dat het regelmatig onderzoeken van gezondheidswerkers aangemoedigd moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sepp Kusstatscher, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik ook de rapporteur, mevrouw Willmott, voor haar uitstekende werk bedanken, maar vooral ook voor haar grote bereidheid tot compromissen. Meer dan 160 000 doden en ongeveer 300 000 arbeidsongeschikten per jaar in de EU door arbeidsongevallen en door beroepsziektes. Dat is teveel! In onze maatschappij, waar de mens vaak alleen als productiefactor wordt beschouwd, wordt de menselijke kant van dit probleem veel te weinig benadrukt. De staat – dat wil zeggen de wetgevers en regeringen – moet ervoor zorgen dat de economische actoren die zich uitsluitend door winstbejag laten leiden, ook voor de sociale kosten van deze uitbuiting opkomen. Alleen zo kan ervoor worden gezorgd dat veiligheid en gezondheid op het werk de nodige prioriteit krijgen.

In de publieke opinie wordt meer aandacht besteed aan arbeidsongevallen dan aan de grote verscheidenheid aan beroepsziektes. Hier moeten we ons meer en sterker inspannen om het evenwicht te herstellen. Verbeteringen kunnen alleen worden bereikt wanneer we beter opletten, d.w.z. door middel van inspecties en analyses, evenals door het vastleggen van exacte doelstellingen ter voorkoming van beroepsziektes, met inbegrip van nieuwe ziektes die een risico vormen voor degenen die op het gebied van de nanotechnologie werkzaam zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, als we dit verslag over gezondheid en veiligheid op het werk aannemen, dan komt er nog meer bureaucratische rompslomp bij, net nu ik dacht dat de Commissie dit trachtte te verminderen!

Zieke of geblesseerde werknemers kosten bedrijven veel tijd en geld, daarom moeten die bedrijven hun prijzen opdrijven. In een Europese Unie met vrij verkeer van goederen en diensten is er meer concurrentie. Bedrijven die niet goed zorgen voor hun werknemers, zullen bijgevolg minder goede zaken doen. Aan werknemers die thuis blijven door ziekte moeten er ook sociale uitkeringen betaald worden, wat leidt tot een nog grotere prijsstijging. Een bedrijf heeft er dus alle belang bij om zijn werknemers gezond te houden.

Goede ideeën verkopen zichzelf, dus daar moeten we ons geen zorgen over maken. Dan moet er natuurlijk wel een vrije markt zijn. Maar ja, als u, zoals bepaalde leden van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, denkt dat deze situatie zal leiden tot de wet van de jungle, dan is er nog een andere ziekte waar u rekening mee moet houden. Want blijkbaar zijn lidstaten die voorstander zijn van een vrije markt dan klaar voor de psychiatrie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (NI) . (FR) Mevrouw de Voorzitter, na de zelfmoord van de werknemers van Renault en Peugeot in Frankrijk en de duizenden gevallen van longkanker bij werknemers die in aanraking gekomen zijn met asbest, is het duidelijk dat er een probleem is met de gezondheid op het werk.

De Europese Commissie wil handelen en presenteert nu een mededeling met een strategie voor de gezondheid, maar als je de tekst leest, krijg je de indruk dat het gaat om een resolutie van Walt Disney, opgesteld door Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Alles is inderdaad heel klein uitgevallen. In paragraaf 35 van de resolutie staat dat we een gezonde levensstijl op het werk moeten aanhouden; in paragraaf 29 staat dat bezoeken aan de arts vermeden moeten worden; paragraaf 54 zegt dat er brandblusapparaten aanwezig moeten zijn; in paragraaf 49 staat dat stress niet goed is voor de gezondheid en in overweging d) ontdekt men dat in de bouwsector meer dodelijke ongevallen voorkomen dan in de algemene bestuursfuncties van de Europese Unie.

Gelukkig geeft de rapporteur van de Commissie industrie, onderzoek en energie nog enkele oplossingen, in de vorm van een psycholoog en een aalmoezenier voor elke vijfhonderd werknemers.

Eigenlijk wordt er niets gezegd over de oorzaken van ziekte op het werk. Er zijn drie oorzaken. Ten eerste, de ideologie van het verminderen van de bescherming aan de grenzen, waardoor onze werknemers in oneerlijke concurrentie moeten treden met de slaven uit Azië. Om de concurrentie aan te gaan, volgt een race naar de productiviteit, ten koste van de gezondheid.

Vervolgens zorgt het dwaze beleid van de sterke euro voor een verminderde monetaire concurrentiekracht. De enige oplossing is om nog meer productiviteit na te streven, nogmaals ten koste van de gezondheid.

Tot slot is er de neurotische concurrentiefilosofie, de economische oorlog tussen Europa, Azië of Latijns-Amerika. En tijdens deze oorlog vallen er gewonden en doden, naast slachtoffers van ziekte of ongevallen op het werk. Met andere woorden, de Europese werknemer bevindt zich in een economische, wereldwijde arena zoals een opgejaagde en bloedende gevechtstier die tot het uiterste van zijn gezondheid gaat. De oplossing is dus om onze werknemers uit deze oneerlijke wereldwijde arena weg te halen, en daarvoor is een nieuwe douanetechnologie nodig met aftrekbare douanerechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Romano Maria La Russa, rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik zou graag een overzicht van de belangrijkste punten van deze strategie willen geven en de aanbevelingen van mijn advies willen bespreken. Het waarborgen van een gelijke mate van sociale zekerheid voor alle werknemers ongeacht de contractvorm, de bespoediging van bureaucratische procedures voor kleine en middelgrote ondernemingen en het bieden van prikkels, waaronder ook financiële prikkels, voor scholingen zijn aspecten van prioritair belang.

Het zou allesbehalve netjes zijn om het alleen over deze aspecten te hebben nu er hier terecht om uitleg en gerechtigheid wordt gevraagd naar aanleiding van verschrikkelijke tragedies zoals het ongeluk van enkele dagen geleden in Turijn waar de heer Panzeri zo-even op heeft gewezen. In de nacht van 6 op 7 december zijn zeven werknemers omgekomen tijdens een brand in de fabriek van ThyssenKrupp; de brandblussers werkten niet. Naderhand bleek dat de fabriek niet aan de veiligheidsvoorschriften voldeed! Het Europees Parlement en ik zelf kunnen er dan ook alleen maar schande van spreken.

Ik wil het gedrag van de Duitse multinational niet in algemene termen veroordelen of me zelfs ook maar voorstellen dat de fabriek, ook al is zij schuldig, de veiligheidsvoorschriften met opzet in de wind heeft geslagen om geld te sparen. Ik wil niet de ideologische argumenten onderschrijven die door sommige linkse Italiaanse vakbondsleden naar voren zijn gebracht en die, nadat zij afgelopen juni hadden gehoord dat de fabriek zou worden gesloten, zich als voorvechters van de veiligheid hebben opgeworpen en hebben verklaard dat zij verantwoordelijk waren voor en zouden toezien op de veiligheid van de fabriek. Het zou voorbarig zijn om nu al een oordeel te vellen.

Met alle respect voor de nationale bevoegdheden op dit gebied acht ik het dringend noodzakelijk dat de Europese Unie ervoor zorgt dat de wetgeving volledig worden nageleefd, in de eerste plaats door een intensivering van de werkzaamheden van het Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, en dat de coördinatie tussen de verschillende nationale agentschappen wordt versterkt door het functioneren van het Comité van hoge functionarissen van de arbeidsinspectie te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE) . (EL) Mevrouw de Voorzitter, het lijdt geen twijfel dat gezondheid en veiligheid op het werk bijdragen tot het kwaliteitsbeheer, de economische prestatie en het concurrentievermogen en dat zij een ondersteunende rol spelen bij de ontwikkeling van de economie en bij de verwezenlijking van begrotingsdoelstellingen, ook wat betreft de begroting van de socialezekerheidsstelsels. Naast al deze technische kwesties is het ook om humanitaire redenen niet alleen noodzakelijk maar van prioritair belang om de gezondheid van werknemers te beschermen en ervoor te zorgen dat de werkomgeving veilig is.

De strategie voor de periode 2002-2006 heeft positieve resultaten opgeleverd, en de vooruitzichten voor 2007 en daarna zijn eveneens positief indien wij allen – niet alleen in de zin van Europese planning, maar ook op nationaal niveau bijdragen – tot de controle op en regeling van gezondheid en veiligheid, met name voor kwetsbare categorieën werknemers, zoals jongeren, ouderen – die wij verzoeken langer aan het arbeidsleven deel te nemen – en vrouwen, die eveneens worden opgeroepen op de arbeidsmarkt te participeren. Het arbeidsleven is heden ten dage gekenmerkt door nieuwe eisen, een breed scala aan contractvormen en toenemende zelfstandigheid, terwijl kleine en middelgrote bedrijven veelal niet de mogelijkheden van grote ondernemingen hebben om voor de nodige arbeids- en veiligheidsomstandigheden te zorgen. Daarom moeten wij allen er zorg voor dragen dat, zoals in het verslag-Willmott wordt voorgesteld, de nationale en communautaire middelen goed worden beheerd, teneinde de gewenste resultaten te kunnen bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Matsouka (PSE) . (EL) Mevrouw de Voorzitter, allereerst zou ik collega Willmott willen feliciteren, aangezien haar verslag de ernstige lacunes in het voorstel van de Commissie grotendeels heeft opgevuld.

Waardigheid op het werk betekent gezondheid en veiligheid op het werk. Daarvoor zijn studies nodig over de preventie van beroepsrisico’s en moeten werkgevers voor preventieve medische onderzoeken zorgen. Daarvoor zijn beroepsonderwijs, opleidingen en levenslang leren nodig. Daarvoor is het nodig om gezondheid en veiligheid als centrale criteria te hanteren bij het sluiten van handelsovereenkomsten met derde landen. Maar natuurlijk is het voeren van een doorlopende sociale dialoog er een voorwaarde voor dat deze voorstellen gewicht in de schaal kunnen leggen, en we moeten vooral de fundamentele problemen aanpakken die zich op het gebied van arbeidsovereenkomsten voordoen.

Ik doel hierbij specifiek op de stijgende armoede onder werknemers, de snelle toename van inofficiële arbeidsverhoudingen en langere werktijden. Indien deze terugkeer naar “middeleeuwse” toestanden op werkgelegenheidsgebied niet met behulp van mensgerichte maatregelen kunnen worden teruggedraaid, zijn sociale conflicten onvermijdelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Adamos Adamou (GUE/NGL) . (EL) Mevrouw de Voorzitter, de maatregelen die de Commissie voor de strategie tot het jaar 2012 heeft voorgesteld zijn over het algemeen van oppervlakkige aard en zijn er vooral op gericht geen afbreuk te doen aan het concurrentievermogen.

De doelstelling om het aantal ongelukken tegen het eind van de looptijd van de strategie met 25 procent te verminderen ziet erop het eerste gezicht indrukwekkend uit, maar is in werkelijkheid totaal ontoereikend. Het doel moet zijn om de basis te leggen voor een versterking van de interventies door overheidsinstellingen, zodat het aantal tragische ongelukken met dodelijke afloop, dat jaarlijks in de duizenden loopt, nog veel sterker wordt teruggedrongen – dit geldt ook voor het niet minder grote aantal werknemers die vanwege slechte werkomstandigheden ernstige gezondheidsproblemen oplopen. De rapporteur concentreert zich meer op gevallen van uitbuiting, waarvan bijvoorbeeld werknemers in gevaarlijke beroepstakken, vrouwen, tijdelijk personeel, immigranten en ouderen de dupe worden, en stelt strengere maatregelen tegen werkgevers voor, evenals nauwlettend toezicht.

Een van de belangrijkste bijdragen van het verslag is wellicht de bevinding dat een vast dienstverband een voorwaarde is voor de bestrijding van ongevallen op het werk en beroepsgerelateerde ziekten.

Bovendien moet, naast ongevallen, meer aandacht worden besteed aan de oorzaken achter het optreden van psychische aandoeningen, verslaving en psychologische gevaren op de werkplek.

Er is kortom vooral een veelzijdige benadering nodig waarbij rekening wordt gehouden met alle factoren die van invloed zijn op de gezondheid en de veiligheid op het werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Dames en heren, ik moet toegeven dat ik in vele opzichten teleurgesteld was toen ik het voorstel las voor de communautaire strategie 2007-2012 voor gezondheid en veiligheid op het werk zoals dat door de Europese Commissie in februari is ingediend. Hoewel de Commissie in deze strategie de redelijk ambitieuze doelstelling heeft geformuleerd om het aantal ongevallen op het werk met 25 procent te verminderen, omvat de strategie slechts een zeer kleine hoeveelheid concrete initiatieven en aanbevelingen om dit doel te bereiken. Bovendien is de strategie voornamelijk op ongevallen op het werk, die natuurlijk maar één aspect vormen van beroepsgerelateerde gezondheidsproblemen. Beroepsziekten worden enigszins verwaarloosd. Mijns inziens betekent dit een stap terug.

Aan de andere kant spreek ik mijn dank en felicitaties uit aan het adres van mevrouw Willmott voor haar verslag over deze strategie. Anders dan het document van de Commissie bevat dit verslag vele concrete voorstellen en aanbevelingen over de vraag hoe op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk betere resultaten kunnen worden geboekt. Ik ben verheugd dat de rapporteur tevens benadrukt dat kanker als een beroepsziekte moet worden gedefinieerd en als zodanig in de statistieken moet worden opgenomen om streefdoelen te kunnen opstellen voor het terugdringen van deze ernstige ziekte. Tot dusver wordt slechts vijf procent van de gevallen van kanker die het gevolg zijn van beroepsomstandigheden als beroepsziekten geclassificeerd.

Mijn amendement over de noodzaak van gratis toegang tot technische documenten en normen, dat ik in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heb ingediend, is tot mijn grote vreugde aangenomen. De toegang tot dergelijke normen en documenten is een probleem waar werknemers in vele lidstaten mee te kampen hebben en dat behoort te worden opgelost.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM) .(EN) Mevrouw de Voorzitter, als we ongevallen op het werk willen voorkomen, dan moeten we weten hoe ze veroorzaakt worden. We kunnen uiteraard niet alle ongevallen en bijna-ongevallen analyseren, maar neem nu dit voorbeeld: een 19-jarige Ier kwam om het leven tijdens bouwwerken omdat er zware Europese schepbladen gemonteerd waren op zijn veel lichtere Japanse bulldozer. Zijn dood werd geregistreerd als een dodelijk werkongeval en de Ierse autoriteit voor veiligheid en gezondheid ging niet dieper op de zaak in. Hoe redden we de volgende persoon die rijdt met een tractor voorzien van het verkeerde materiaal als we niet van dit soort voorvallen op de hoogte zijn?

We kunnen niet alles onderzoeken, maar we kunnen wel alle ongevallen met fatale afloop of blijvend letsel onder de loep nemen en dan vooral in de meest gevaarlijke sectoren zoals de landbouw, de visserij en de bouw- en transportsector. We moeten de zaak herleiden tot de essentie zodat we praktische maatregelen kunnen treffen. Naast risicoberoepen zijn er trouwens ook extra kwetsbare groepen van werknemers, zoals ouderen, mindervaliden en mensen die de taal van hun huidige werkgever niet beheersen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI) . (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, in de eerste plaats wil ik mijn medeleven betuigen met de werknemers die zijn getroffen door de tragedie in Turijn. Ik ben van mening dat het als een paal boven water staat dat er in Italië teveel doden vallen door ongevallen op het werk, omdat niet genoeg wordt ondernomen om dergelijke ongevallen te voorkomen en de geldende regels na te leven.

De ondernemingen, de vakbonden en de inspectieorganen zijn hiervoor in gelijke mate verantwoordelijk. Zo zijn er ondernemingen die illegale werknemers, met name uit landen buiten de EU, in dienst nemen, of fabrieken zoals ThyssenKrupp die gekenmerkt zijn door een arrogantie die we uit het klassieke industriële tijdperk kennen; voorts zijn er diegenen die voor de belangen van de werknemers zouden moeten opkomen, maar die dergelijke situaties vaak toelaten of door de vingers zien, in plaats van waakzaam te zijn en tekortkomingen van het veiligheidssysteem aan de bedrijfsleiding te melden; en tenslotte zijn er de arbeidsinspectie en andere organen die met controle en toezicht zijn belast en vaak weinig initiatief ontplooien.

We moeten de veiligheid op het werk in de EU bevorderen, en wat dat betreft is het verslag-Willmott veel bevredigender dan het voorstel van de Commissie. Wanneer we het over werk en de industrie hebben moeten we ons mijns inziens niet beperken tot het waarborgen van mededinging en concurrentievermogen.

 
  
MPphoto
 
 

  Iles Braghetto (PPE-DE) . (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, nog steeds vallen er doden op het werk. In een omgeving waarin de mens eigenlijk blijk zou moeten kunnen geven van zijn vermogen om de materie met kracht en creativiteit naar zijn hand te zetten, zijn kennis uit te breiden en in zijn levensonderhoud te voorzien, hebben we maar al te vaak te maken met dodelijke ongevallen en gevaren voor lijf en leden.

Daarom heerst er in de publieke opinie in Italië woede en verontwaardiging over de dood van zeven werknemers als gevolg van de brand in de fabriek van ThyssenKrupp in Turijn in december vorig jaar. En daarom moeten we ons afvragen wat er in die fabriek mis was, zodat we in de toekomst dergelijke ongelukken kunnen voorkomen. Wij zijn verantwoordelijk voor tekortkomingen op welke werkplek dan ook.

Heden ten dage bestaat er sterk ontwikkelde wetgeving om in Europa een passend preventief beleid te ondersteunen, de verplichtingen van ondernemingen te definiëren en nieuwe beroepsziekten aan te pakken. Maar het ontbreekt aan adequate controles, aan inspecties ter waarborging van de naleving van die wetgeving en aan personeel en financiële middelen. Er is nog steeds geen cultuur waarin het belang van rigoureuze preventiediensten wordt erkend, waarin preventie als continu proces in plaats van als eenmalige actie wordt gezien, waarin een doorlopende dialoog tussen de betrokkenen tot stand wordt gebracht om hoge veiligheidsnormen te ontwikkelen en waarin het optreden van nieuwe psychosociale aandoeningen kan worden vastgesteld.

Afsluitend ben ik tevens van mening dat we opnieuw moeten buigen over het thema van het groenboek over de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven, die een logisch en innoverend onderdeel zou moeten vormen van de inspanningen ter vermindering van beroepsongevallen en beroepsziekten.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Falbr (PSE) . – (CS) Allereerst zou ik mevrouw Willmott willen danken voor haar zeer zorgvuldig opgestelde verslag. De Commissie heeft verklaard het aantal ongevallen op het werk met 25 procent te willen verlagen. Ik denk niet dat dit mogelijk zal zijn. Er zijn niet genoeg arbeidsinspecteurs, en zij beschikken niet over voldoende middelen om iets te veranderen. De invloed van de vakbonden wordt constant ingeperkt; in vele landen zijn zij niet meer bij onderzoeken naar ongevallen op het werk en de bestrijding van de gevolgen daarvan betrokken. Daarnaast is de tewerkstelling van werknemers via uitzendbureaus een ware jungle, en bovendien worden werknemers gedwongen tot een steeds grotere flexibiliteit wat betreft hun werktijden. Langere werktijden leiden tot een hoger risico op ongelukken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska (UEN) . (PL) Mevrouw de Voorzitter, de ontwerpresolutie vestigt de nadruk op de sociale verantwoordelijkheid van ondernemingen voor de gezondheid en veiligheid op het werk en besteedt tegelijkertijd voldoende aandacht aan de kwestie van de eerlijke concurrentie. In de tekst wordt ook veel belang gehecht aan de dialoog tussen de sociale partners, in het bijzonder aan de rol van de vakbonden met het oog op het verbeteren van de veiligheid in de werkomgeving.

De ontwerpresolutie wijst tevens op de nood aan een specifieke behandeling voor kleine en middelgrote ondernemingen in de strategie ter bevordering van de gezondheid en veiligheid op het werk, evenals op de noodzaak om werknemers permanent bij te scholen. De meeste arbeidsongevallen gebeuren met beginnende werknemers zonder ervaring en met personen die na het werk te weinig tijd hebben om uit te rusten.

De tekst bevat een aantal belangrijke opmerkingen over de rehabilitatie en integratie in de werkomgeving van personen die na een ongeval terug aan het werk gaan. Hij roept daarnaast op om personen die aan kanker lijden niet te discrimineren wat betreft de toegang tot arbeidsvoorzieningen. Ik zou de rapporteur van harte willen feliciteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Protasiewicz (PPE-DE) . (PL) Mevrouw de Voorzitter, we voeren in dit Parlement al jaren een debat over de Europese strategie voor de arbeidsmarkt. Over welke richting onze werkzaamheden moeten uitgaan, lopen de meningen sterk uiteen. Sommige Parlementsleden zijn voorstander van een verregaande harmonisatie van het arbeidsrecht, terwijl anderen de stelling verdedigen dat de natuurlijke diversiteit van de Europese arbeidsmarkten van voordeel is voor de economie van de Europese Unie.

Zoals u weet, kan ik me eerder in dit tweede standpunt vinden, maar met één fundamentele uitzondering, namelijk de regelgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk. Naar mijn mening is een actief optreden van de communautaire instellingen op dit gebied zowel gerechtvaardigd als noodzakelijk.

Sinds de laatste uitbreidingen van de Europese Unie zijn de verschillen in arbeidsomstandigheden tussen de lidstaten nog verder toegenomen. Deze verschillen zijn zowel plaats- als omgevingsgebonden, aangezien het aantal arbeidsongevallen en werkgerelateerde ziekten in alle landen opmerkelijk hoger ligt voor bepaalde categorieën werknemers, zoals arbeidsmigranten, jonge en oudere werknemers. Ik wil hiermee niet suggereren dat deze groepen opzettelijk en bewust gediscrimineerd worden. Dit probleem is veeleer het gevolg van een gebrek aan opleiding en ervaring. Daarom is het des te belangrijker dat we net voor deze werknemers passende arbeids- en veiligheidsvoorwaarden in het leven roepen.

Ik zou tevens willen benadrukken dat we vaststellen dat het, ongeacht de lidstaat, in bepaalde sectoren als de bouw, de landbouw en het transport moeilijker is om aan de strengste veiligheidsnormen voor de werkomgeving te voldoen. Het is zo dat in deze sectoren vooral kleine en middelgrote ondernemingen actief zijn. Door hun financiële, organisatorische en wettelijke mogelijkheden is het voor deze bedrijven moeilijker om zich aan te passen aan de hoge gezondheids- en veiligheidsnormen. Het zijn net deze bedrijven die dringend nood hebben aan ondersteuning, zowel van de Europese Unie en de communautaire instellingen als van de regeringen van de lidstaten. Het gaat hierbij niet alleen om sancties en een verscherpt toezicht. Deze instrumenten, die uiteraard noodzakelijk zijn, zouden moeten worden aangevuld met investeringen in opleidingen voor zowel werknemers als werkgevers en met financiële steun voor een betere en veiligere uitrusting op de werkplek.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriela Creţu (PSE) . (RO) Wij zijn verheugd over de goede voornemens van de Commissie, maar wij twijfelen eraan of die ook om te zetten zijn.

Er zijn nauwkeurige statistieken inzake beroepsziekten nodig om het effect van het beleid te maximaliseren en de werknemers te beschermen. De beschikbare gegevens zijn onvolledig: ofwel worden bepaalde fenomenen fout ingeschat of er wordt voorbijgegaan aan de feiten. Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van deze tekortkomingen, voornamelijk omdat zij vaker in een informele, “grijze” economie werkzaam zijn.

In deze sector worden de effecten van de werkomstandigheden op de gezondheid helemaal niet geregistreerd. Het bestaande wetgevingskader gaat uit van een benadering die de nadruk legt op ongelukken en risico’s in de zogenaamde “zware”, door mannen gedomineerde bedrijfstakken.

Wij verzoeken de Commissie meer aandacht te besteden aan de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers en een evaluatie uit te voeren van de beschikbaarheid van naar geslacht uitgesplitste gegevens en van gegevens betreffende de langetermijneffecten en psychologische gevolgen van werk.

Om ons verzoek te concretiseren zouden wij u willen uitnodigen om eens een textielfabriek te bezichtigen. Het gezichtsvermogen en het gehoor kunnen aanzienlijke schade oplopen, en hart- en vaatziekten komen er veelvuldig voor. De statistieken gaan voorbij aan deze situatie. Dit is de “lichte” industrie, waar de meeste werknemers vrouwen zijn en de lonen onder andere laag zijn omdat er zogenaamd geen risico’s aan zulk werk zijn verbonden. De huidige statistieken bevestigen op die manier de van oudsher bestaande verschillen tussen mannen en vrouwen, met inbegrip van de genderkloof inzake beloning.

 
  
MPphoto
 
 

  Harald Ettl (PSE) . (DE) Mevrouw de Voorzitter, een communautaire strategie voor gezondheid en veiligheid op het werk is absoluut noodzakelijk. Terwijl met betrekking tot de bescherming van werknemers op technisch gebied duidelijke successen worden geboekt, brengt de razendsnelle verandering van de arbeidswereld nieuwe risico’s met zich mee. Dat aan het werk met nieuwe chemische stoffen nieuwe problemen en gevaren van verbonden, spreekt vanzelf.

Maar vooral de stijgende prestatiedruk waardoor het werk heden ten dage steeds meer is gekenmerkt, veroorzaakt niet alleen lichamelijke maar ook psychische klachten. Onzekere betrekkingen en angst voor werkloosheid leiden tot psychosociale problemen. Daardoor ontstaat agressiepotentieel, terwijl bijkomende stressfactoren tot psychisch geweld leiden en pesterijen op het werk aan de orde van de dag zijn.

Vooral het midden- en kleinbedrijf is gevoelig voor dit soort tijdverschijnselen, wanneer er niets aan wordt gedaan in de vorm van voorlichting, toezicht en scholing. Daarom is deze resolutie van groter belang dan veelal wordt gedacht. Ik feliciteer de rapporteur met haar verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE) . (DE) Mevrouw de Voorzitter, aan gezondheid op het werk moet prioriteit worden gegeven. De gebouwen van het Parlement in Brussel en Straatsburg zijn werkplekken waar in dit opzicht nog veel te doen is. Als ik alleen al de omgevingstemperatuur in deze zaal neem, kunnen we al bijna praten over een gevaar voor de gezondheid. Bovendien geloof dat het zinvol is om een goed voorbeeld te geven.

Ik zat een paar maanden geleden opgesloten in een hotel in Griekenland, waar rondom het hotel een bosbrand woedde. En ik moet zeggen dat dit hotel – een klassiek voorbeeld voor het midden- en kleinbedrijf – zich op uiterst voorbeeldige wijze had voorbereid op deze situatie. Wanneer niet alle veiligheidsmaatregelen in dit hotel perfect gepland, goed geregeld en dienovereenkomstig ook goed getraind waren geweest, dan zouden waarschijnlijk veel mensen in dit hotel het niet hebben overleefd. Daarom geloof ik dat juist zulke scholingen – die collega Ettl heeft genoemd –, zulke opleidingen en voorbereidingen op noodsituaties, van zeer groot belang zijn. Hier zouden ook stimuleringssystemen op hun plaats zijn. Zo zouden bijvoorbeeld verzekeringen de premies voor bedrijven met goed opgeleide medewerkers navenant kunnen verlagen, en van de kant van de sociale verzekeringen zouden passende scholingen kunnen worden aangeboden.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE) . – (SK) Als lid van het Europees Parlement en als arts juich ik het plan van de Commissie toe om ongevallen op het werk in de Europese Unie met gemiddeld 25 procent te verminderen, en ik besef dat het noodzakelijk is om in alle lidstaten, die sterk van elkaar verschillen, doeltreffendere maatregelen in te voeren.

Naast sectoren als metaal, de bouw, elektro en de bosbouw zou ik ook het gevaarlijke werk van artsen en verpleegkundigen willen benadrukken, die in hun beroep zijn blootgesteld aan grote infectierisico’s met betrekking tot ziekten als AIS, tuberculose hepatitis en andere. Tevens betreur ik het dat de vermindering van het aantal ongevallen op het werk, en met name van beroepziekten, zich niet uitstrekt tot migrerende werknemers, werknemers met tijdelijke contracten, laaggeschoolden en vrouwen in bepaalde bedrijven, zoals kleine en middelgrote ondernemingen.

Ik zou de aandacht willen vestigen op succesvolle regelingen in sommige landen die in een uitvoerige revalidatie na een ongeluk voorzien, als voorwaarde om terug te kunnen keren op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE) – (RO) Als rapporteur van de Commissie industrie, onderzoek en energie voor dit document heb ik verzocht om een actieve bevordering van de participatie van de Europese vakbonden, en ik heb de Commissie opgeroepen een wetgevingskader voor te stellen dat de sociale partners aanmoedigt om grensoverschrijdende CAO-onderhandelingen te voeren.

De Europese Commissie en de lidstaten zouden middelen ter beschikking kunnen stellen voor de opleiding van vakbondsvertegenwoordigers die speciaal worden belast met de bescherming en bevordering van de rechten van werknemers op veiligheid en gezondheid op het werk.

Tevens hebben we alle lidstaten verzocht het VN-Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden te ondertekenen en te ratificeren en de hun inspanningen te coördineren ter verbetering van de toegang tot opleiding, met name voor deeltijdwerknemers en tijdelijke werknemers, opdat deze in het genot kunnen komen van duurzamere arbeidsverhoudingen.

Ik ben van mening dat de lidstaten de nodige maatregelen dienen te treffen zodat moeilijk of gevaarlijk werk als zodanig wordt erkend en zijn weerslag vindt in de sociale bescherming van werknemers tijdens het arbeidsleven en na de pensionering.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE) . (RO) De Europese strategie voor gezondheid en veiligheid op het werk is een goed initiatief van de Europese Commissie. Ik ben echter van mening dat ook verdere aspecten moeten worden onderzocht. Zoals een van de vorige sprekers reeds treffend heeft opgemerkt moeten we er rekening mee houden dat er met betrekking tot immigranten sprake is van een bijzondere situatie op de arbeidsmarkt.

Uit een recente studie van de Europese Commissie blijkt dat migranten een veel hoger risico lopen wat betreft gevaren voor de gezondheid en de veiligheid op het werk. Dit ligt zowel aan de prevalentie van zwartwerk als aan andere factoren, waaronder het gebrek aan kennis inzake sociale voorzieningen en pensioenen in de lidstaten en problemen bij het grensoverschrijdend gebruik van ziektekostenverzekeringen.

Dergelijke zaken vallen onder communautaire bevoegdheid, en de Commissie dient nauwlettend toe te zien op de toepassing van de Europese wetgeving om de onzekere situatie van migranten te verbeteren.

Bovendien zouden communautaire middelen kunnen worden gebruikt voor de opleiding van meer arbeidsinspecteurs die inbreuken op de voorschriften inzake gezondheid en veiligheid op het werk opsporen.

 
  
MPphoto
 
 

  Stephen Hughes (PSE) .(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou het willen hebben over prikaccidenten. Ik was namelijk in 2006 verantwoordelijk voor het verslag over dit onderwerp. Wanneer er zich een risico voordoet dat vraagt om een aanpak op Europees niveau, dan vind ik dat de Commissie daar zo snel mogelijk op moet reageren.

Ik vraag me af of de commissaris het daar mee eens is. Want als hij me gelijk geeft, dan vraag ik mij af of hij kan verklaren waarom de Commissie op het vlak van prikaccidenten een volledig jaar heeft gedaan over de eerste raadplegingsronde met de sociale partners, terwijl er tijdens de raadpleging toch maar tien antwoorden zijn geformuleerd.

Ik vraag me bovendien af of hij ons kan verzekeren dat er volgend jaar sneller gewerkt zal worden aan deze kwestie. Prikaccidenten treffen een miljoen werknemers per jaar. Dat betekent dat er ongeveer anderhalf miljoen gevallen zijn bijgekomen sinds het afwerken van het verslag in het Parlement. Kan de Commissie in de toekomst misschien iets sneller werken?

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik dank alle sprekers voor hun positieve opmerkingen.

Inderdaad herinnert ons elk ongeluk, elke verwonding, elk sterfgeval op het werk, zoals die in december in Turijn zijn voorgevallen, aan het feit dat er meer moet worden ondernomen ter bescherming van de werkende mannen en vrouwen in Europa. Dergelijke voorvallen herinneren ons eraan dat er meer moet worden ondernomen om ons uiteindelijke doel te kunnen bereiken: om van Europa een veiligere werkomgeving te maken.

De nieuwe strategie is er helemaal op gericht het bestaande onaanvaardbaar hoge niveau van ongelukken op het werk en beroepsziekten te verminderen.

Ik zou willen benadrukken dat, gezien de beschikbare personele middelen, kan worden gezegd dat de huidige toewijzing van personeel de Commissiediensten in staat zal stellen zich op dit gebied naar behoren van hun taken te kwijten. In het kader van de algehele inzet van personeel op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken zal de Commissie de werklast op de verschillende gespecialiseerde gebieden aan een constante evaluatie onderwerpen en zal zij de toewijzing van personeel hierop afstemmen.

Met betrekking tot de kwestie van prikaccidenten zou ik willen zeggen dat wij thans een desbetreffend voorstel voor een wijziging van de richtlijn voorbereiden, dat wij in 2008 zullen indienen.

Ik wil dit Huis nog eens danken voor de discussie en voor de goedkeuring van het verslag van mevrouw Willmott.

Het Europees Parlement heeft opnieuw bewezen dat het het beginsel van gezondheid en veiligheid hoog in het vaandel heeft staan – ten behoeve van de economie, en tevens om te garanderen dat werknemers na het werk veilig en wel terugkeren bij hun dierbaren.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik dank mijn collega’s voor hun bijdragen en wil graag nog enkele zaken opmerken.

Ten eerste wil ik iets zeggen over kanker. De richtlijn betreffende carcinogene agentia moet opnieuw bekeken worden en in overeenstemming worden gebracht met de technische vooruitgang en huidige wetenschappelijke kennis op het vlak van werk. We moeten effectieve bindende grenswaarden bepalen voor stoffen die als kankerverwekkend, mutageen of schadelijk voor de voortplanting zijn ingedeeld. De grenswaarden moeten gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijsmateriaal, en ik vraag dan ook met aandrang aan het Europees Wetenschappelijk Comité om kristallijn silica met prioriteit te onderzoeken. Aan mijn collega’s vraag ik om deze verwijzing te behouden en amendement 6 dus te verwerpen.

Ten tweede, bevat het verslag een oproep om nanotechnologie op te volgen en te onderzoeken of er gezondheidsrisico’s aan verbonden zijn. Ik vraag mijn collega’s om amendement 5, dat voorstelt om het bovenstaande te schrappen, niet aan te nemen. Ik erken wel degelijk de mogelijke voordelen van nanotechnologie, maar dergelijke technologieën nemen in die mate toe dat we de mogelijke werkgerelateerde gezondheidsrisico’s niet meer kunnen bevatten. Werknemers kunnen nanopartikels inademen of inslikken en de huid kan ermee in aanraking komen, en we mogen dus ons hoofd niet in het zand steken en weigeren te onderzoeken of er mogelijke risico’s aan verbonden zijn.

Ten derde, wil ik de Commissie er nogmaals aan herinneren dat er een aanpassing moet komen van de richtlijn betreffende de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk om de problematiek van prikaccidenten het hoofd te kunnen bieden. Dit moet als zeer dringend beschouwd worden.

Zoals eerder gezegd, is het recht op veiligheid en gezondheid een grondrecht dat deel uitmaakt van het Handvest. Er is behoefte aan een daadkrachtige Europese strategie die dit grondrecht kan waarborgen zodat alle werknemers in de hele Europese Unie voldoende beschermd zijn. Elk ongeval en elk geval van werkgerelateerde ziekte is een overtreding van de fundamentele rechten van de werknemer.

We weten allemaal dat er goede economische en zakelijke argumenten zijn voor veiligheid en gezondheid op het werk, maar nog doorslaggevender zijn de gevolgen voor de gezondheid en de levens die gered kunnen worden. Eén leven per drie en een halve minuut. Wie kan daar nu wat tegen inbrengen?

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter . – (EL) Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag, dinsdag 15 januari 2008, om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Eerst zou ik graag de Europese Commissie feliciteren met haar communautaire strategie 2007-2012 op het vlak van gezondheid en veiligheid op het werk en met het werk dat onze parlementaire commissie heeft geleverd. Bijna 500 000 mensen per jaar sterven of worden blijvend invalide omwille van redenen die verband houden met het werk. We moeten blij zijn met de doelstelling van de Europese Commissie om de ongevallen op het werk gemiddeld met 25 procent terug te dringen in de Unie. Ik ben voorstander van betere acties van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk, gevestigd in Bilbao (Spanje). In dit dossier, en ruimer gezien in de Europese sociale constructie, vind ik het jammer dat noch in het verslag, noch in de mededeling van de Europese Commissie, de essentiële vereiste genoemd wordt van het steunen van de sociale partners. We moeten er op blijven wijzen dat zij, binnen het kader van de huidige verdragen, via artikel 137 en volgende van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG) – en ook bevestigd in het verdrag van Lissabon dat momenteel wordt geratificeerd – juridische instrumenten in handen hebben gekregen voor het opzetten van een Europees sociaal recht.

 
Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2008Juridische mededeling