– de mondelinge vraag aan de Commissie van Jan Marinus Wiersma, Hannes Swoboda, Katalin Lévai, Adrian Severin, Jan Andersson, namens de PSE-Fractie, over een Europese strategie voor de Roma (O-0081/2007/Riv. 1 – B6-0389/2007),
– de mondelinge vraag aan de Commissie van Viktória Mohácsi, namens de ALDE-Fractie, over een Europese strategie voor de Roma (O-0002/2008 – B6-0003/2008)
– de mondelinge vraag aan de Commissie van Lívia Járóka, namens de PPE-DE-Fractie, over een gemeenschappelijk Europees actieplan inzake de Romagemeenschap (O-0003/2008 – B6-0004/2008)
– de mondelinge vraag aan de Commissie van Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie, over een Europese strategie voor de Romagemeenschap (O-0004/2008 – B6-0005/2008)
Lívia Járóka, auteur. – (HU) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter. Dames en heren, fungerend voorzitter, veel documenten, waaronder het Besluit van het Europees Parlement over de Roma uit 2005, de studie van de Europese Commissie uit 2004, het verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid van het Europees Parlement en het actieplan EUROSTAT uit 2003, werden duidelijk opgesteld om de onhoudbare situatie van de Europese Roma op te lossen.
Desondanks hebben noch de lidstaten, noch de Europese instellingen serieuze stappen ondernomen om acceptatie van de Roma te bevorderen, hoewel het in het belang is van zowel de Europese arbeidsmarkt als de Europese samenleving om de grootste en snelstgroeiende Europese minderheid succesvol te laten integreren.
In het verslag dat vorig jaar december werd uitgebracht door de door commissaris Špidla opgezette adviesgroep op hoog niveau, stond de aanbeveling dat er een Gemeenschappelijk actieplan moest worden opgezet. Dit actieplan moet er ook daadwerkelijk komen, maar er is wel een veel krachtigere en geloofwaardigere inspanning van de kant van de Raad voor nodig teneinde effectieve en onmiddellijke maatregelen te kunnen nemen. Hetzelfde is van toepassing op het Europees Parlement en de burgerbevolking in de vele gebieden waar de Roma wonen.
De Europese Commissie en de lidstaten dienen voor de meest kansarme groepen directe communautaire hulpmiddelen te initiëren, te financieren, te controleren en te implementeren. Indien de financiële middelen van de Europese Unie verminderen, zal dit als belangrijk en toerekenbaar criterium effect hebben op de gelijke kansen van de desbetreffende investering, met andere woorden, indien de ontwikkeling door Europese bronnen wordt gefinancierd, zouden mededingers verplicht een analyse van de gelijke kansen moeten uitvoeren en een plan met maatregelen moeten realiseren.
Mocht het plan met maatregelen een verplicht onderdeel worden van de aanvraag voor verschillende ontwikkelingssectoren en bepaalde regio’s, dan zou dit een grote bijdrage zijn aan het veilig stellen van de gelijke kansen voor kansarme en achtergestelde sociale groepen.
Verder is het cruciaal een kaart op te stellen van alle crisisgebieden in heel Europa, op basis waarvan kan worden vastgesteld in welke gebieden van de Europese Unie de Roma en niet-Romabevolking het meest te lijden hebben van extreme armoede en sociale uitsluiting en waarmee de Europese Commissie ter ondersteuning van de lidstaten een begin kan maken met het desegregatieproces, dat door de regeringen al decennia lang is uitgesteld vanwege andere politieke verplichtingen.
Het is belangrijk dat de commissarissen die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor de integratie en acceptatie van minderheden, hun activiteiten coördineren aan de hand van hun politieke portefeuilles voor onderwijs, werkgelegenheid, gelijke kansen, regionaal beleid en ontwikkeling, dat zij een technische werkgroep vormen en dat zij het actieplan van 2008 voor Roma-aangelegenheden in samenwerking met het Parlement en de burgermaatschappij gaan voorbereiden. Zij zouden zo snel mogelijk met de implementatie van het plan moeten beginnen.
Afgezien van het feit dat wij in 2005 een resolutie hebben aangenomen, waarvan de effecten eigenlijk miniem zijn geweest, vind ik het ook belangrijk dat er zo snel mogelijk een dialoog tussen de partijen op gang moet komen, waarbij de Commissie en de burgermaatschappij moeten worden betrokken.
Ik ben ook van mening dat het in 2008 in ieder geval tijd is voor maatregelen en gesprekken met betrekking tot de Roma die door alle partijen worden georganiseerd. Ik vind het erg belangrijk en ik neem de verantwoordelijkheid op mij in naam van de Volkspartij om hiervoor in 2008 het initiatief te nemen. Hartelijk dank.
Roberta Angelilli, auteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, vanochtend is het verslag over de Europese strategie voor de kinderrechten aangenomen. Een van de prioriteiten is de bestrijding van armoede en discriminatie. Daarom hebben wij besloten om een speciale paragraaf aan de Romakinderen te wijden. Zij zijn vaak uitgesloten van medische zorg, verstoken van onderwijs en leven in sociaal isolement.
Zoals bekend is, gaat een zeer hoog percentage Romakinderen niet of zelden naar school. Veel Romakinderen zijn zelfs gedwongen om bijzonder onderwijs te volgen of naar instellingen voor gehandicapten te gaan.. De gegevens die wij hebben laten zien dat het schoolverzuim van Romakinderen in sommige Lidstaten oploopt tot meer dan zestig procent. Het is duidelijk dat er voor een kind dat niet naar school gaat, analfabeet is of in ieder geval een te laag werk- en denkniveau heeft, geen toekomst is en dat hij misschien zelfs zal moeten bedelen of zwart werk moet aannemen. In ieder geval is hij voor het leven getekend; in het beste geval is hij gedoemd tot armoede en sociale uitsluiting, in het slechtste geval wordt hij het slachtoffer van de georganiseerde misdaad.
Overigens is het de moeite waard om te vermelden dat het Romavolk heel jong is. Ongeveer 45 procent is jonger dan 16 jaar; juist daarom is nuttig en belangrijk als de Commissie specifieke en vooral concrete maatregelen neemt voor de minderjarige Roma, met speciale aandacht voor de bestrijding van schoolverzuim en de bevordering van een adequate scholing van goede kwaliteit. Zonder recht op onderwijs is er geen garantie voor gelijke behandeling en zijn er vooral geen toekomstmogelijkheden.
Jan Marinus Wiersma, auteur. − (NL) Voorzitter, ook wij hebben vragen gesteld aan de Commissie en ik verwacht ook dat de commissaris daarop zal antwoorden. Het gaat vanavond vooral over de inzet van de Europese Unie, van de Europese Commissie, als het gaat om het aanpakken van de problemen van de Roma, waarvan een grote groep zich sinds een aantal jaren en ook weer sinds vorig jaar, kan rekenen tot de groep van EU-burgers. Het zijn burgers die in omstandigheden leven die in de meeste gevallen onacceptabel zijn. Wij zijn blij dat de Europese Commissie hier vandaag op zal reageren.
We zijn ook blij dat de Europese Raad tijdens de Top in Brussel aandacht heeft geschonken aan de situatie van de Roma, de Commissie heeft gevraagd om met meer concrete voorstellen te komen voor wat de Europese Unie zelf kan doen in aanvulling op het beleid van de lidstaten die grote Romabevolkingsgroepen hebben, wat wij kunnen doen aan coördinatie, het uitwisselen van best practices, en hoe we beter de beschikbare middelen van de Europese Unie in die landen via de fondsen kunnen inzetten om wat aan de situatie van de Roma te doen.
Ik zeg dat met name, omdat we bij de toetreding van een aantal landen – vorig jaar, maar ook in 2004 – gezegd hebben: “Oké, kom maar binnen, een van de dingen die we samen moeten doen is het aanpakken van de problemen van de Roma”. Ik was zelf rapporteur voor Slowakije en ik herinner me dat de Slowaakse regering allerlei toezeggingen heeft gedaan, maar ik zet tot enige vraagtekens bij de effectiviteit van de uitvoering van die toezeggingen. Dat is en blijft een belangrijk punt.
Wij zeggen ook dat je de Roma niet kunt zien als een klassieke nationale minderheid, zoals de Hongaren in Slowakije of de Russen in de Baltische staten; het is een typische Europese minderheid waarvoor je ook een speciaal Europees beleid zou kunnen ontwikkelen, samen met de betrokken lidstaten, met een eigen verantwoordelijkheid voor de Europese Unie, zoals dat ook erkend is door de uitspraken van de Europese Raad van Brussel.
Wij vragen met name de Commissie om te zorgen voor meer coördinatie in de Commissie zelf. Hoe kunnen we beter samenwerken? Hoe kunnen we ook binnen het College iemand centraal verantwoordelijk maken voor het Romabeleid? Misschien moeten we ook bekijken of de Roma erkend kunnen worden als een soort Europese minderheid om enigszins om het subsidiariteitsbeginsel heen te kunnen, dat op dit moment voor het minderhedenbeleid van de lidstaten geldt.
Tenslotte denk ik dat de intenties van iedereen goed zijn, maar dat betere coördinatie is vereist en ook meer actie nodig is.
Viktória Mohácsi, auteur. – (HU) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter, collega’s. Ik zou u erop willen wijzen, dat dit Parlement in 1983 al de aandacht vroeg voor het gebrek aan integratie van de Romabevolking. Verder verzocht het Parlement de Commissie, de Raad en de regeringen van de lidstaten in een resolutie van 1984 om alles in het werk te stellen om sociale, economische en politieke integratie van de Roma te bevorderen.
Zoals u zich wel zult herinneren, verzochten wij de Commissie in een door het Parlement in april 2005 aangenomen resolutie om een actieplan te aanvaarden waarin duidelijke aanbevelingen stonden over de economische, sociale en politieke integratie van de Roma bestemd voor de lidstaten en kandidaat-lidstaten.
En opnieuw in november 2007 werd de kwestie van de sociale integratie van de Roma opgenomen in de resolutie van het Parlement over vrij verkeer, op mijn verzoek als Romastrategie op Europees niveau. We verzochten de Commissie toen weer om terstond een Europese strategie te ontwikkelen voor de sociale acceptatie van de Roma door van het integratiefonds en het structuurfonds gebruik te maken.
We weten in de tussentijd zeker dat Romakinderen in tenminste tien EU-lidstaten nog steeds worden gedwongen in gescheiden klassen en in gescheiden instituten onderwijs te volgen, en wij Roma worden ten onrechte als gehandicapt geclassificeerd, met een bepaald beroep geassocieerd en krijgen voor het leven een stempel opgedrukt.
Het is helaas in elke lidstaat maar al te bekend, in welke krottenwijken en onder welke afschuwelijke omstandigheden de Roma leven. Ik moet helaas meedelen, dat ook precies bekend is, dat in iedere lidstaat de gemiddelde levensverwachting van de Roma vijftien korter is dan de levensverwachting van EU-burgers. Hierbij herhalen we nog eens dat de Roma onder de werkelozen in iedere lidstaat oververtegenwoordigd zijn.
Tijdens dit alles gaat er helaas geen maand voorbij zonder dat er in een lidstaat op Roma’s een racistische aanslag wordt gepleegd. We weten dankzij het nieuws – anders zouden we er niet speciaal over gehoord hebben – dat in de nacht van 4 januari 2008 de wijk Marconi in Rome, waar ongeveer 250 Roma wonen, in brand werd gezet. Drie dagen later werd in Aprilia, eveneens in Italië, in een plaatselijke zigeunerbuurt met Molotovcocktails gegooid, waardoor de levens van enkele honderden mensen direct gevaar liepen. In beide gevallen was er sprake van racistische motieven bij het plegen van deze aanvallen.
Het valt niet te betwijfelen, deze roep om verantwoording is gerechtvaardigd, er moet een voorstel voor een resolutie komen, er moet een Europese strategie komen, en iedere lidstaat moet een actieplan opstellen voor de integratie van de Roma. Niemand vormt een uitzondering, niemand kan doen alsof er geen Roma in zijn land zijn – of ze nou worden erkend of niet – anders zou alles wat net is gezegd voor geen enkele lidstaat in de EU waar zijn, zonder uitzondering. Hartelijk dank.
Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen wil ik mevrouw Járóka, mevrouw Angelilli, de heer Wiersma en mevrouw Mohácsi bedanken voor het aankaarten van deze kwesties die ik namens mijn collega, Vladimír Špidla, behandel, omdat hij momenteel in China is, en dit geeft ons de gelegenheid om van gedachten te wisselen over dit zeer belangrijke onderwerp.
Het afgelopen jaar heeft echt laten zien dat zowel de organen van de Europese Unie als de lidstaten zelf zich meer inspannen om de situatie van de Roma in de Europese Unie permanent te verbeteren. We hebben gehoord dat dit nodig is en ik ben het daarmee eens. Een paar belangrijke stappen zijn in dit verband al gezet. Deze reiken van het besluit van het Europees Parlement in 2005 om het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen in te voeren tot de werkzaamheden van de deskundigengroep op hoog niveau voor de integratie van etnische minderheden en het Europees Economisch en Sociaal Comité alsmede de pas onlangs in december aangenomen conclusies van de Europese Raad waarnaar zojuist werd verwezen.
Ik moet zeggen dat we onze schouders echt niet mogen ophalen voor de moeilijke kwestie van discriminatie zoals de Roma deze ondervinden, en hun uitsluiting van de maatschappij en de arbeidsmarkt. We zijn dan ook vastbesloten om alle ons beschikbare instrumenten te gebruiken, zoals wetgeving, structuurfondsen en informatie- en bewustwordingscampagnes, om deze situatie te verbeteren. Het is zonneklaar dat de programma’s en maatregelen op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid niet voldoende worden ingezet voor de bevordering van de sociale integratie van de Roma. We moeten dus al onze inspanningen vooral concentreren op verbetering van de toegang tot deze maatregelen door middel van een doelgericht plan. Vanzelfsprekend moet een dergelijk plan gebaseerd moet zijn op een autoritatieve en langdurige betrokkenheid van de lidstaten en een efficiënt gebruik van Gemeenschapsinstrumenten en -beleid.
Ik zou nu graag kort en concreet willen ingaan op uw vragen en onze voorstellen voor 2008 willen uiteenzetten. De Commissie zal deze zomer een mededeling aannemen over een herziene strategie voor de bestrijding van discriminatie – een follow-upmaatregel zogezegd van het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen. Overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van december 2007 zal deze mededeling grotendeels ingaan op de Romaproblematiek en de adviezen van de deskundigengroep op hoog niveau voor de integratie van etnische minderheden. Deze mededeling zal worden aangevuld met een werkdocument van het ambtelijk Commissie-apparaat dat de vooruitgang en de effectiviteit van deze maatregelen analyseert die ten gunste van de Roma worden bereikt, zowel op politiek als wetgevend niveau, en ook bij het plannen van programma’s voor de structuurfondsen.
Tegelijkertijd stellen wij voor om een Romaforum op hoog niveau op te zetten met het doel om vertegenwoordigers samen te brengen van nationale regeringen en parlementen, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio’s alsmede vooraanstaande personen uit de Romamaatschappij en andere belangrijke spelers. Wij zijn ervan overtuigd dat de rechten van de Roma versterkt kunnen worden door een open discussie op hoog niveau en dat middelen veel doeltreffender kunnen worden gebruikt in hun voordeel.
De staf van mijn collega Vladimír Špidla zal de genoemde initiatieven voorbereiden en zich dan concentreren op de Romaproblematiek op het gebied van non-discriminatie, het Europees Sociaal Fonds, werkgelegenheid en sociale integratie. Aangezien de situatie van de Roma diverse werkterreinen van de Commissie betreft, zoals regionaal beleid, onderwijs, volksgezondheid en justitie, zal de gespecialiseerde overkoepelende groep voor Romavraagstukken, die in 2004 werd opgericht, zich bezighouden met de uitwisseling van informatie. Tot slot heeft de Commissie enkele weken geleden een partnerschapsovereenkomst gesloten met het Europees Informatiebureau voor Roma, het ERIO. Met dit partnerschap zal een permanent, rechtstreeks contact worden gelegd tussen de Europese organen en de Romaburgers.
Verder wil ik eraan herinneren dat diverse initiatieven worden uitgevoerd, zowel op nationaal als Europees niveau in het kader van het Europees Jaar van de interculturele dialoog dat net is begonnen. Het doel hiervan is om het belang van de dialoog tussen culturen en vooral de voordelen die culturele verscheidenheid aan onze maatschappij toevoegt, te benadrukken en de bevolking zich er nog meer bewust van te maken.
In het voorjaar van 2008 zal de Commissie een Groenboek uitgeven over onderwijs aan leerlingen die een migratieachtergrond hebben of deel uitmaken van een achtergestelde minderheid. Het zal ook centrale, de Roma betreffende aspecten behandelen, zoals segregatie van scholen. Dit Groenboek moet een breed debat over dit onderwerp starten en zo mogelijk leiden tot een actieplan op Europees niveau.
Ik wil hieraan nog toevoegen – om direct antwoord te geven op een vraag van mevrouw Mohácsi – dat de Commissie voornemens is om in 2008 het voorstel voor een richtlijn betreffende gelijke behandeling buiten arbeid en beroep te presenteren, een horizontale richtlijn dus, zoals wij hebben aangekondigd in ons werkprogramma.
Dit zijn momenteel de belangrijkste zaken die wij voorbereiden en ik kijk nu met belangstelling uit naar het debat, waaraan ik na afloop wellicht nog een paar opmerkingen heb toe te voegen.
Roberta Alma Anastase, namens de PPE-DE-Fractie. – (RO) Ik denk dat de organisatie van dit debat in plenaire zitting uiterst belangrijk is omdat we de balans moeten opmaken van de Europese acties betreffende de Romabevolking en de methoden voor het verbeteren van de efficiëntie ervan te analyseren.
Uit verschillende recente gebeurtenissen is ons gebleken dat er nog steeds aanzienlijke kloven bestaan wat betreft het Europees beleid op dit gebied en een update en heraanpassing hiervan noodzakelijk is voor de huidige problemen.
Wederzijdse tolerantie en multi-etnische integratie zijn fundamentele principes van de Europese Unie en Roma vormen een belangrijke gemeenschap op Europees niveau, die een aanzienlijke invloed heeft op het sociale, politieke en economische leven in diverse lidstaten van de Europese Unie. Daarom moet op Europees niveau een coherente visie ontwikkeld worden met betrekking tot de Roma, die gericht is op hun integratie en zorgt voor een gemeenschappelijke basis van rechten en verantwoordelijkheden.
Hoewel ik in november de Europese Commissie een vraag heb gesteld over deze kwestie en het antwoord luidde dat er nieuwe voorstellen gelanceerd zouden worden die als doel hadden Roma te integreren, vraag ik de Commissie hierbij met uitleg te komen over deze bedoelingen. Ten eerste zou ik geïnteresseerd zijn in de manier waarop de Commissie deze kwestie zou benaderen vanuit institutioneel oogpunt, om een efficiënte coördinatie en bewaking van de Europese actie voor bescherming en integratie van de Roma te garanderen.
De rol van onderwijs, en ik zou zeggen het onderwijs voor tolerantie, is niet minder belangrijk, waar door mijn collega’s al op gewezen is. Van dit onderwijs zouden alle EU-burgers profiteren, het onderwijs voor tolerantie zou een stimulerende factor voor de integratie van Roma, interactie en sociale betrekkingen in de Europese Unie zijn. De ontwikkeling hiervan zou de sociale integratie van Roma vergemakkelijken en zou aan de andere kant de stigmatisering en de discriminatie van Roma verminderen. Als gevolg daarvan vraag ik de Commissie ons te informeren over het bestaan van dergelijke programma’s en de implementatie ervan, maar vooral over de vraag of zij van plan is rekening te houden met deze kwestie wanneer verder Europees beleid met betrekking tot Roma wordt uitgestippeld.
Bedankt en ik hoop dat dit debat resulteert in krachtige en concrete besluiten om het Europees beleid met betrekking tot Roma te verbeteren.
Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, hartelijk dank voor uw antwoord dat ons toch in elk geval in een punten tegemoetkomt. U moet begrijpen dat wij ongeduldig zijn over deze kwesties, omdat de laatste incidenten weer hebben laten zien hoe dringend het probleem is.
Ten eerste het Romaforum: instemming van onze kant. Ik geloof dat het een goed idee is, vooral omdat de Roma er zelf bij betrokken worden. Belangrijk is echter om snel te handelen, omdat ik bang ben dat, nu het voorstel er ligt, het doodgepraat zal worden en er te veel getouwtrek zal zijn. Ik geloof dat het Romaforum zo snel mogelijk, nog dit jaar, moet worden opgericht. Het Parlement zal daar zeker bij helpen.
Ten tweede is het natuurlijk ook belangrijk om de plaatselijke overheidsinstellingen erbij te betrekken, omdat regeringen vaak van goede wil zijn en beloften doen, maar het probleem dan bij de burgemeester belandt of ergens anders in de regio en niet echt wordt behandeld.
Ten derde hartelijk dank voor uw toezegging over de voorstellen voor gelijke behandeling buiten arbeid en beroep. Dit is in het algemeen een belangrijk thema dat mijn fractie van harte steunt.
Toch wil ik, mevrouw de commissaris, namens mijn fractie zeggen dat deze interdisciplinaire groepen – we kennen ze allemaal uit onze eigen administraties – allemaal heel moeilijk en nuttig zijn. Wij vinden het belangrijk dat er één commissaris verantwoordelijk is voor het coördineren van het themagebied, of dat er op zijn minst een geautoriseerde vertegenwoordiger bij de commissarissen is wiens taak het is om dit uit te voeren.
Ik weet nog altijd niet waarom de Roemeense commissaris de taak heeft die hij heeft. Als hij dit er op zijn minst bij zou kunnen doen, zou dat helpen. Ik weet het niet.
Maar wij willen dat deze zaken meer prioriteit krijgen. Het gaat in de goede richting. Dank u, commissaris, voor uw verslag, maar een beetje meer kracht en een beetje meer vaart zouden in het belang van de Roma heel belangrijk zijn.
Alfonso Andria, namens de ALDE-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, collega’s, hoewel dit debat is ontstaan naar aanleiding van mondelinge vragen aan de Commissie, is het in wezen de natuurlijke voortzetting van een initiatief dat het Parlement al enige tijd geleden heeft aangenomen en waarover het recent nog heeft gesproken. Er is zeker een actieplan gericht op verbetering van de situatie van de Roma nodig, gezien de slechte integratie van deze minderheid in de maatschappijen van de landen van de Europese Unie.
Het transnationale karakter dat kenmerkend is voor de Roma vereist een Europese strategie, waar ik mij bij aansluit, zodat zij uit hun zorgwekkende toestand kunnen komen. Zij leven nu dikwijls in een bijna onmenselijke situatie die zeker bijdraagt aan hun sociale uitsluiting met verschillende gevolgen: van desinteresse voor het gastland tot ontaarding in geweld; als dader of slachtoffer.
Naast de richtsnoeren die de locale en nationale autoriteiten kunnen helpen om de sociale onvrede waarin de minderheden van een Lidstaat verkeren in te perken, zijn er voldoende fondsen nodig om actie te kunnen ondernemen. Maar het is niet alleen een financieringprobleem. Het uiteindelijke doel is gelijke toegang tot werk, onderwijs, onderdak, gezondheidszorg, sociale diensten en het benodigde kader om de burgerrechten uit te kunnen oefenen, te beginnen bij besluitvormingsprocessen. Om dit doel te bereiken is een integrale benadering van de problematiek en de verschillende acties nodig. Dat is dan ook de reden dat ik het er niet mee eens ben om de verantwoordelijkheid voor de Romakwestie bij één Europese commissaris te leggen.
Twee jaar na aanvang van het decennium voor de insluiting van de Roma (2005-2015) zijn er nog veel taken die de deelnemende regeringen nog moeten nakomen en opstarten. Welke initiatieven wil de Commissie nog nemen? Ik hoop dat deze dan zo snel mogelijk van start gaan; meteen na het Europese Jaar van de gelijke kansen en in het Jaar van de interculturele Dialoog.
Elly de Groen-Kouwenhoven, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de huidige situatie van de Roma dwingt mij te beginnen met de kritiek dat de Europese Commissie traag en lui is geweest bij de aanpak de problemen van de Roma in Europa.
Kijk naar de Raad van Europa en de OVSE, die in de voorbije twintig jaar volledig aan Romakwesties gewijde diensten hadden. De Raad van Europa heeft vele specifieke aanbevelingen met betrekking tot de Roma geproduceerd. De OVSE heeft een actieplan ontwikkeld om de situatie van de Roma te verbeteren. Ik vraag mij af hoeveel aandacht de Commissie en de EU-lidstaten aan deze documenten hebben besteed en of zij de gezamenlijke resolutie van het EP over de Roma of de actieplannen voor het decennium inzake de inclusie van de Roma ernstig hebben genomen.
Kritiek zonder meer is echter niet mijn politieke stijl. Mevrouw Ferrero-Waldner heeft mij reden gegeven tot optimisme. Ik verzoek haar daarom Commissievoorzitter Barroso en het college de volgende boodschap mede te delen.
In de eerste plaats moet zo snel mogelijk een Europese strategie voor de Roma worden uitgestippeld die in de eerste plaats gericht is op de verbetering van de leefomstandigheden van de Roma in Europa, het scheppen van werkgelegenheid voor de bijna negentig procent van de Roma die geen baan hebben, de bestrijding van anti-zigeunergevoelens, de ondersteuning van de opleiding van de Roma en de bevordering van de gezondheid en de politieke inclusie van de Roma.
In de tweede plaats heeft de Europese Commissie met het oog op zulke strategie een permanente, met Romapersoneel bevolkte Romaeenheid nodig. Ik hoop werkelijk dat de Commissie Romapersoneel in dienst zal nemen op grond van hun vaardigheden in plaats van op grond van hun huid, zoals bepaalde lidstaten in het verleden hebben gedaan.
In de derde plaats moet een bijzonder Europees fonds voor Romaprojecten voor de Europese Commissie een prioriteit zijn. Het Europees Parlement moet natuurlijk ook een bijdrage leveren aan de gemeenschappelijke Europese ‘Unie van werk’ om de situatie van de Roma te verbeteren. Ik wil hier opnieuw een permanente rapporteur voor Romakwesties voorstellen, die een goed overzicht kan geven en het Parlement, andere EU-instellingen en de lidstaten aanbevelingen kan doen.
Bovendien zou ik de stem van de Roma in het Parlement luider willen horen. Hun belangen moeten door hun leden van het Europees Parlement worden vertegenwoordigd.
Ten slotte wil ik benadrukken dat de Europese Romastrategie gemeenschappelijke politieke waarden met betrekking tot het toekomstige uitbreidingsproces en de bestrijding van ultranationalisme en extreemrechts in Europa dient te weerspiegelen.
Vittorio Agnoletto, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, ik bedank de commissaris voor wat zij gezegd heeft en voor de taken die zij op zich heeft genomen en die mij ook in lijn lijken met de inhoud van de resoluties die zijn aangenomen door het Europees Parlement. Maar deze beloften alleen zijn niet voldoende.
Ik wil vragen van welke middelen de Commissie gebruik maakt en wat zij ons kan zeggen over het gebruik van fondsen die onder diverse uitgavenposten ter beschikking zijn gesteld aan de Lidstaten voor integratie van de Roma. Ten tweede: welke controle voert zij uit op de concrete toepassing van de goedgekeurde richtlijnen op nationaal niveau? Ten derde: ik ben het eens met degenen die vragen om één gesprekspartner binnen de Commissie om alle thematiek over de Roma te behandelen.
Als we het vervolgens over mijn land hebben, kan ik niet genoeg beklemtonen dat wij te maken hebben met een sterke golf van racisme en stigmatisering, vooral van de Roma. Bovendien heeft Italië niet volledig gehoor gegeven aan richtlijn nr. 43 uit 2000 tegen etnische discriminatie. Daarom vraag ik de Commissie welke maatregelen zij hiertegen gaat nemen. Het begrip molest op basis van ras, de kwestie van de deling van de bewijslast en de bescherming tegen misbruik veroorzaakt door rassendiscriminatie zijn niet in de Italiaanse wetgeving opgenomen.
En ik vraag de Commissie nogmaals of zij weet dat in een grote Italiaanse gemeente, te weten Milaan, migratiekinderen, in dit geval voor het merendeel Roma, met ouders die niet de juiste papieren of verblijfsvergunning hebben geen basis- en middelbaar onderwijs mogen volgen. Dat lijkt mij absoluut in tegenspraak met alle documenten van de Europese Unie, met het Handvest van de fundamentele rechten van de Europese Unie en ook met de resolutie over de kinderrechten die wij vanochtend hebben aangenomen.
Als laatste wil ik u erop wijzen dat de Italiaanse regering debatteert over het zoveelste wetdecreet over de Roma kwestie; nu doet zich de vraag voor of er een verwijzing naar economische redenen kan worden opgenomen waardoor het mogelijk wordt om een burger van een andere Lidstaat uit het land, in dit geval Italië, te zetten. Naast de algemene immigratiekwestie richt dit decreet zich specifiek op de Roma. Ik wil graag uw mening horen.
Desislav Chukolov (NI) . – (BG) Geachte collega’s, ik neem ook het woord zodat in deze Kamer eindelijk te horen is hoe de zaken er echt voor staan zodat de hypocriete verklaringen kunnen ophouden, ook al is het maar even.
Wat hebben we tot nu toe bereikt met de discussies? We hebben bereikt dat u zich druk maakt om de zigeunerbevolking in Europa, die ook mijn vaderland, Bulgarije, omvat. Ik durf me niet eens voor te stellen dat u zich nu druk zou maken over de extreem lage pensioenen van gepensioneerden in Bulgarije of voor die eerlijke, hardwerkende Bulgaren die dagelijks het slachtoffer worden van misdaden door zigeuners.
Geachte parlementsleden, toont u zich eens wat bezorgd over het feit dat de Bulgaarse Socialistische Partij regelmatig stemmen van zigeuners koopt tijdens verkiezingen in Bulgarije. Het zou u zorgen moeten baren dat de coalitiepartner van de Bulgaarse socialisten, de Beweging voor Rechten en Vrijheden, hier vertegenwoordigd in de ALDE-Fractie, alle resterende stemmen koopt. Ook uitgebracht door zigeuners. Laat het u zorgen baren dat de voorzitter van de Beweging voor Rechten en Vrijheden, Ahmed Doghan, het kopen van stemmen, stemmen van zigeuners, een ‘normale Europese praktijk’ noemt.
Toont u zich eens wat bezorgd over het feit dat in Bulgarije de zigeunerbevolking 3 tot 4 procent bedraagt, terwijl de misdaden die door hen worden gepleegd goed zijn voor dertig tot veertig procent van alle strafbare feiten. En dit zijn niet alleen armoedemisdaden, die begaan zijn uit armoede. Dit zijn extreem schaamteloze en brute misdaden. Omdat de verkrachting en de moord op een 79-jarige vrouw geen armoedemisdaad is. Daar bent u het toch mee eens, of niet?
Het is duidelijk dat de enorme geldbedragen die hieraan besteed worden, niet werken. Deze financiering werkt niet omdat dit geld verdwijnt in dubieuze stichtingen en niet-gouvernementele organisaties. Naar onze mening, die van de patriotten van Ataka, is de oplossing van dit probleem gelegen in de naleving van alle wetten in elk afzonderlijk land. Naleving van de wet, zonder tolerantie voor een specifieke minderheid, zal tot succes leiden. Omdat in Bulgarije misdaden die worden gepleegd door zigeuners niet in detail worden onderzocht. Dat is een feit. Een feit, dat kunt u zelf zien.
De moord op de tienerzusjes Belneyski werd niet onderzocht. Deze werd in de doofpot gestopt. Deze kwesties zouden ons zorgen moeten baren. Want het tolereren van een bepaalde minderheid ten koste van de meerderheid zal geen enkel succes opleveren, maar het tegenovergestelde van succes. Bedankt voor uw aandacht.
Katalin Lévai (PSE) . – (HU) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, ik luisterde met vreugde naar de woorden van mevrouw de commissaris Ferrero-Waldner, en ik verheugde mij over de initiatieven die naar verwachting in de toekomst zullen plaatsvinden. Ik ben van mening dat de situatie van de Roma hier ook daadwerkelijk mee geholpen is, al ben ik het eens met mijn Nederlandse collega, die haar ongeduld heeft geuit. Ikzelf ben ook ongeduldig, net als vele anderen, omdat de situatie inderdaad veel te langzaam verandert.
In Europa wonen tussen de zeven en negen miljoen Roma, de meeste van hen in armoedige sociale omstandigheden, en zij kampen met dezelfde problemen, als waarmee ze al jaren kampen: het probleem van uitsluiting en acceptatie, gebrek aan werkgelegenheid, de kwestie van de gescheiden scholen en meervoudige discriminatie van Romavrouwen.
De meerderheid van de lidstaten erkent de Roma niet als een minderheid in hun land, ze willen geen grondige wijzigingen in hun situatie aanbrengen, en de ervaring van de afgelopen jaren leert ons zelfs dat het radicalisme en de vijandigheid tegenover zigeuners in de nieuwe, maar ook in de oude lidstaten, juist is toegenomen.
Ik ben daarom van mening dat er geen tijd meer valt te verliezen, wij hebben echte veranderingen en een geharmoniseerd Europees Romabeleid nodig. Zonder Europese Romapolitiek bestaat er ook geen nationale Romapolitiek. Dit moeten we begrijpen en onder ogen zien. Het zou goed zijn als wij stappen zouden ondernemen om de transnationale minderheidsstatus van de Roma te erkennen, omdat dit ook echt een speciale status is.
Het Europees Parlement, en hierbinnen de socialistische fractie, is al begonnen met het actieplan, en in maart zullen we in Europa gaan rondreizen om conferenties, workshops te organiseren en bezoeken af te leggen in samenwerking met plaatselijke Roma, NGO’s en regeringen met als doel gevallen van discriminatie bloot te leggen. We zullen de ongelukkige situatie van de Roma onder de aandacht brengen van de Europese publieke opinie en proberen deze te verhelpen. Hartelijk dank.
Adrian Severin (PSE) . – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Roma zijn de erfgenamen van het oude Romeinse Rijk noch de huidige inwoners van Rome. Ze zijn geen natie zonder staat of nationale minderheid. Ze zijn een etnisch-culturele gemeenschap die haar tribale traditie koestert en een pan-Europese gemeenschap die in pre-modern en vroeg-modern Europa tot slavernij veroordeeld was, door de fascistische regimes naar uitroeiingskampen werd gestuurd en onder de communistische dictatuur in tot gevangenis omgevormde landen werd opgesloten. Ze werden vrije Europese burgers na het einde van de koude oorlog en de eerste post-bipolaire uitbreiding van de Europese Unie.
De Romagemeenschap werd gedurende eeuwen gemarginaliseerd en uitgesloten. Ze werd uitgesloten van de Europese welvaart en trachtte zich te beschermen door de Europese orde op de proef te stellen. Nu Europa zich met zichzelf heeft verzoend, moet het zich ook met de Romabevolking verzoenen. Moeten wij de Roma anders als tweederangsburgers benoemen en behandelen, die in bepaalde, tot Romagetto’s omgevormde lidstaten dienen te worden geconcentreerd? Op deze vragen is er één antwoord: de Romakwestie is een Europese kwestie. Het is geen eenvoudige kwestie, maar een enorme uitdaging, een gemeenschappelijke uitdaging die wij gezamenlijk moeten aanpakken. Het zal anders onmogelijk zijn de Romagemeenschap in de Europese maatschappij en de Europese orde te integreren.
Het is een culturele en sociale kwestie. De Europese Unie moet fondsen mobiliseren, programma’s ontwikkelen en specifieke institutionele structuren ontwikkelen om de nationale autoriteiten van de landen waar de Roma zich willen vestigen, te ondersteunen om deze gemeenschap een behoorlijk materieel leven te geven, een goede opleiding, een eerlijke kans om met anderen te concurreren zonder discriminatie en een bindend gevoel van een bestaan binnen de Europese beschaving. Wij verwachten dat de Europese Commissie daartoe de juiste maatregelen neemt en het Europees Parlement van de bereikte vooruitgang volledig op de hoogte houdt.
Jan Andersson (PSE) . – (SV) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, wanneer wij in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken over de strategie van Lissabon praten, hebben wij het over economische groei, een hoge graad van werkgelegenheid, goede sociale voorzieningen, goede gezondheids- en welzijnszorg, en wij zeggen onder andere ook dat het onderwijssysteem en degelijke opleidingen de sleutel zijn om dit alles te kunnen behouden. Als wij deze doelstellingen willen toepassen op de Romaminderheid in Europa, worden wij geconfronteerd met een hoge werkloosheid. De sociale voorzieningen, de gezondheidszorg en woningen zijn niet echt goed te noemen, en de Roma leven in een maatschappij van segregatie, wat zelfs in het onderwijs tot uiting komt. Er zijn speciale onderwijsprogramma’s voor Roma waardoor zijn geen recht op een geschikte opleiding krijgen. Nochtans moet de strategie van Lissabon voor iedereen gelden.
U hebt een aantal goede voorstellen gedaan, die wij steunen, maar het is belangrijk dat de strategie gevolgd wordt door een actieplan. Het is belangrijk dat er mainstreaming is, maar de Commissie moet intern coördineren. Het is belangrijk dat wij onze fondsen herbekijken en dat er voldoende middelen voor de Roma worden uitgetrokken. Als wij op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs of op andere gebieden strategieën opstellen, moeten wij altijd rekening houden met de situatie van de Roma, zodat zij in de verschillende strategieën worden geïntegreerd.
Csaba Sándor Tabajdi (PSE) . – (HU) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie heeft geen minderheidsbeleid voor de Roma, noch voor traditionele nationale minderheden, noch voor migrantenminderheden. Ik beschouw de Roma als een traditionele nationale minderheid, maar tegelijkertijd dienen zij vanwege hun kansarme sociale situatie als een aparte groep te worden behandeld.
Ik verheug me erover, dat de twee Hongaarse leden, mevrouw Járóka en mevrouw Mohácsi, die zelf Roma zijn, als levende vertegenwoordigers van het geweten van het Europees Parlement deze kwestie samen met anderen naar voren hebben gebracht, omdat wij allen terecht de gebeurtenissen van afgelopen november in Italië hebben afgekeurd. Het is niet meer dan terecht dat wij constant op deze kwestie terugkomen.
Welke plicht heeft de Europese Unie? Ik verheug me over wat mevrouw de commissaris Ferrero-Waldner heeft gezegd. De Europese Unie heeft ook een plicht, maar er moet eerst worden vastgesteld, waar de bevoegdheid van de lidstaten ligt, en waar de bevoegdheid van de Europese Unie ligt. Ik ben het ook volledig eens met de heer Swoboda, die niet meer hier is, niet vanwege de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, maar omdat hij gelijk heeft, als hij zegt dat plaatselijke omstandigheden bepalen of iets succes zal hebben of niet. Een lidstaat moet specifiek een nationaal actieplan gegeven worden. Ik ben er trots op dat onder mijn regeringsafdeling het eerste middellange Romaprogramma tot stand is gekomen. De lidstaat dient geld te ontvangen, maar alles dient op lokaal niveau te worden besloten.
Wat kan de EU doen? Zij zou moeten controleren wat de lidstaten doen, en een oplossing kunnen aandragen op basis van de methode van “best practice”. Het is niet alleen een kwestie van geld, maar ook of er wel gekwalificeerde deskundigen zijn onder de meerderheid en de Romabevolking, die deze kwestie tot een oplossing willen brengen. De toekomst van Europa hangt af van de minderheden.
Paul Rübig (PPE-DE) . – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, om te beginnen wil ik de kritiek van de hand wijzen dat commissaris Špidla te lui is om zich met dit probleem bezig te houden. Ik geloof niet dat dit de juiste manier is om discussies te voeren in dit Parlement.
Het is belangrijk dat wij ons concentreren op verbetering van het onderwijsaanbod voor jonge Roma. We kennen allemaal het systeem van de schoolplicht en ik geloof dat taal- en leesontwikkeling, en bedrevenheid in rekenen – gewoon zaken die nodig zijn voor een goed leven – verplicht moeten worden.
Anderzijds heb ik er begrip voor dat natuurlijk niet iedereen wil integreren. We moeten natuurlijk initiatieven aanbieden aan iedereen die niet in onze maatschappij wil integreren. Ik geloof dat het plan voor een open benadering van deze problemen de centrale oplossing voor de toekomst is.
Christopher Beazley (PPE-DE) . – (EN) Mijnheer de Voorzitter, in dit debat zijn een aantal problemen met betrekking tot dit onderwerp naar voren gekomen. Mijnheer de commissaris, het lijkt mij wijs in plaats van een strategie te ontwerpen en anderen te zeggen wat ze moeten doen, vertegenwoordigers van de Romagemeenschap te vragen.
Op dit ogenblik zijn twee Roma lid van het Europees Parlement. Ik herinner mij ook een in 1989 verkozen, beroemd Spaans socialistisch parlementslid, dat bijzonder innemend en informatief was met betrekking tot de hele kwestie van de Romacultuur. Die cultuur is deel van onze cultuur en deel van de Europese beschaving. Ze weerspiegelt welk soort mensen wij zijn.
Het zou misschien verstandig zijn de geschiedenis van de Roma te bestuderen, met vertegenwoordigers van de Romacultuur te spreken en hen te vragen hoe wij hun mogelijkheden het beste kunnen bevorderen in plaats van hen te vertellen hoe zij zich in onze maatschappij kunnen integreren, en hoe wij het best aan hun sociale behoeften kunnen voldoen.
Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mag ik een en ander nog eens samenvatten: het was een zeer interessant debat en we zijn allemaal overtuigd van de noodzaak om hierop te reageren. Ik begrijp natuurlijk dat u allemaal zo snel mogelijk een reactie wilt.
Ik moet u zeggen dat er ook een richtlijn is, richtlijn 2000/43/EG, die de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen al garandeert, ongeacht ras of etnische afstamming op het gebied van arbeid, sociale zaken, onderwijs en toegang tot en aanbod van goederen en diensten, die ook voor de Roma geldt. Ik geloof dat dit ook van belang is. Deze richtlijn maakt ook positieve maatregelen in de lidstaten mogelijk. Het is echter wel waar dat de lidstaten niet verplicht zijn om deze maatregelen in hun nationale wetgeving op te nemen.
De Europese wetgeving moet echter wel worden geïmplementeerd, en ik kan zeggen dat wij in de Commissie vastbesloten zijn ervoor te zorgen dat dit ook gebeurt. De Commissie heeft het afgelopen jaar inderdaad inbreukprocedures ingeleid tegen 22 lidstaten die de Europese wetgeving niet juist hebben geïmplementeerd, waaronder Italië, mijnheer Agnoletto.
Wat betreft de integratie van mensen op de arbeidsmarkt is het Europees Sociaal Fonds ook hiervoor ons belangrijkste instrument. Een substantieel deel van de maatregelen die gericht zijn op verbetering van de arbeidsparticipatie van de Roma, kan mede uit het Europees Sociaal Fonds worden gefinancierd. Tussen 2000 en 2006 ging er bijvoorbeeld ongeveer 275 miljoen euro naar speciaal op de integratie van Roma gerichte projecten.
De deskundigengroep op hoog niveau voor de integratie van etnische minderheden heeft benadrukt dat bepaalde door het ESF gesteunde projecten, zoals het Acceder-programma in Spanje, een uitstekend voorbeeld zijn van actieve integratie van de Roma. Ik wil daarom opnieuw een dringend beroep doen op de nationale overheden om van deze mogelijkheid gebruik te maken. Ik ben het eens met de heer Swoboda dat het natuurlijk niet alleen de nationale organen zijn die hier een belangrijke rol spelen, maar natuurlijk ook vaak plaatselijke organisaties.
Zoals we allemaal weten is de sociale uitsluiting van de Roma een complex fenomeen en daarom is er een consistente benadering nodig die alle belangrijke aspecten van hun leven omvat, om dit op te lossen. Hiertoe behoren onderwijs, werkgelegenheid, gezondheid, huisvesting en infrastructuur. Deze benadering vereist efficiënte coördinatie op het niveau van de Europese instellingen. Ik ben ervan overtuigd dat komend jaar echte vooruitgang zal worden geboekt met behulp van deze maatregelen.
Ik heb natuurlijk gehoord dat sommigen van u – niet iedereen – graag een eigen commissaris willen die zich met dit thema bezighoudt en ik zal dit uiteraard doorgeven aan mijn collega, de heer Špidla. Het gaat hier echter wel om zeer uiteenlopende onderwerpen en het allerbelangrijkste is daarom een goede coördinatie. U kunt het zeker nog een keer met de heer Špidla hebben over de andere kwestie.
Ik wil nog heel kort ingaan op een paar punten die in het debat bijzonder veel aandacht kregen. Onder andere was er de vraag hoe het gaat met de dialoog met de burgers en ook met de Roma zelf. Ik geloof dat een dergelijke dialoog – en vooral ook gezien de aanpak voor de Roma en hun kinderen – heel belangrijk is om enerzijds het beginsel van non-discriminatie te garanderen, aan anderzijds werkloosheid te bestrijden en de sociale ontwikkeling van de regio’s waarin Roma wonen, te stimuleren, alsmede om de barrières te overwinnen die vooral ook in de hoofden van de meerderheid bestaan, zodat de Roma als een echt deel van deze Europese cultuur worden erkend.
Ik ben het eens met iedereen die deze kwestie ter sprake heeft gebracht.
Ik persoonlijk – en iedereen die mij kent, weet dat dit misschien een soort hobby van mij is buiten de politiek – ben altijd een voorstander geweest van opvoeding in mensenrechten. Het is een opvoeding in tolerantie. Ik kan alleen zeggen dat ik zeker de kwestie van opvoeding in mensenrechten, die ik heel erg belangrijk vind, zal opnemen in deze mededeling.
Mevrouw De Groen-Kouwenhoven, ik moet zeggen dat de Commissie misschien langzaam is, maar zeker niet lui. Wanneer u ziet dat de Europese Raad en in het bijzonder de OVSE veel programma’s hebben opgesteld, hoofdzakelijk met steun van de Europese Commissie, dan weet u dat hier in feite een paar zeer positieve uitgangspunten aanwezig zijn.
Tot slot wil ik ingaan op de kwestie van de transnationale minderheid. Hierover wil ik alleen zeggen dat er rekening mee moet worden gehouden dat de Europese Unie niet de bevoegdheid heeft om de minderheden in de lidstaten zelf te definiëren. U weet ook dat u in dit verband moet bedenken dat sociale beleidsmaatregelen niet gericht zijn op etnische afstamming, maar altijd op individuele behoeften. Zoals u echter weet, verschillen vooral de lidstaten zeer van mening over wat een minderheid is en hoe een minderheid wordt gedefinieerd. Deze kwestie kan daarom nog steeds niet snel worden opgelost. Voor het overige geef ik uw opmerkingen graag door. U zult hierover zeker snel een mededeling ontvangen.
De Voorzitter . − Het debat is gesloten.
De stemming vindt donderdag 31 januari 2008 plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Het is duidelijk dat de Roma in de Europese Unie een verwaarloosde minderheid zijn. Wij mogen dat niet langer dulden. Ik ondersteun volledig het verzoek van mijn collega’s aan de Commissie om op dit terrein meer te doen. De Roma worden als de grootste etnische minderheid in de EU beschouwd. Ze leven in zeer slechte omstandigheden. Het is moeilijk hen te helpen en te beschermen. Concrete en spoedige actie van de Commissie is zeer dringend nodig om de integratie van de Romagemeenschap in de economische, sociale, politieke en alle andere aspecten van de maatschappij te bevorderen. De EU moet in deze zaak het voortouw nemen.