De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (2007/2156(INI)) van mevrouw Castex, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken over de demografische toekomst van Europa.
Françoise Castex, rapporteur. − (FR) Mijnheer de voorzitter, commissaris, dames en heren, het debat dat we deze avond voortzetten begon meerdere jaren geleden binnen deze muren. Het debat is niet afgelopen als dit verslag wordt aangenomen. Het verslag laat nog enkele vragen onbeantwoord en we zullen daar ongetwijfeld in de toekomst op terug moeten komen. Ik zou in elk geval de Commissie willen bedanken voor de kwaliteit van haar mededeling die het debat heeft verrijkt en in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken hebben we ervan geprofiteerd.
In mijn verslag zet ik de gevolgen van demografische verandering uiteen, d.w.z. de afname van de actieve bevolking, het groeiende aantal oudere mensen en de demografische onevenwichtigheid tussen verschillende regio's in Europa. Wil dit zeggen dat het onmogelijk is om op de oorzaken te reageren? Ik zou u er eerst aan willen herinneren dat we in de 20e eeuw twee enorm grote veranderingen hebben gezien.
Ten eerste kregen vrouwen op gelijke voet met mannen toegang tot onderwijs en training. Ten tweede kregen vrouwen zeggenschap over hun voortplanting middels contraceptie. Dit zijn twee factoren van vrouwelijke emancipatie. Ze geven grote en hoop ik onomkeerbare vooruitgang voor de mensheid weer.
Om echter alle informatie bij de hand te hebben voor analyse, moeten er ook twee andere dingen worden bijgevoegd. Alle onderzoeken tonen aan dat Europese burgers meer kinderen zouden willen hebben dan ze in feite hebben en ten tweede dat in lidstaten waar de arbeidsparticipatiegraad van vrouwen hoog is, het geboortecijfer ook hoog is. Een actief arbeidsleven weerhoudt mensen er dus niet van om kinderen te krijgen, als het arbeidsleven en gezinsleven maar verenigbaar is voor iedereen, zowel mannen als vrouwen. Er valt in alle lidstaten nog steeds een hoop vooruitgang te boeken op dit gebied.
Tijdens onze discussies kwam een ander punt naar boven, een punt waar niemand het mee oneens is. Economische onzekerheid en angst voor de toekomst zijn belangrijke factoren in de daling van het geboortecijfer. Als het moeilijk is om de toekomst te voorzien, aarzelen mensen om kinderen te krijgen. Dit is een belangrijk punt en ik denk dat de daling in geboortecijfers die in de Europese Unie te zien is vanuit dit oogpunt een serieuze waarschuwing is. Om vertrouwen in de toekomst weer terug te krijgen, moeten de werkzekerheid en de leefomstandigheden van onze burgers worden hersteld. Genoeg over de oorzaken, wat valt er over de gevolgen te zeggen?
Het belangrijkste gevolg is een afname van de actieve bevolking, deze neemt af van 331 miljoen in 2010 naar ongeveer 268 miljoen in 2050. Hoe kunnen we de groei en concurrentiepositie van Europa behouden met een uiterst kleine actieve bevolking? Dit, commissaris, is waar de ondertitel van de mededeling "probleem of uitdaging" werkelijk betekenis en werkelijke kracht krijgt. Europa heeft op dit moment nog steeds zeer hoge werkeloosheid en de marge voor vooruitgang bij werk voor vrouwen, jongeren en ouderen, voor wie de arbeidsparticipatie vanaf de leeftijd van 52-55 jaar dramatisch daalt, blijft groot.
Is de werkelijke mogelijkheid van deze demografische uitdaging niet dat het nu eindelijk realistisch, haalbaar en nodig is om geen werkeloosheid te hebben? Om dit te bereiken moeten we een oprechte beheersvisie voor human resources en een echt beleid voor levenslange training invoeren. Ik zeg expres levenslang, omdat dit ook geldt voor werknemers van over de 50 die naast andere soorten discriminatie op het werk ook te maken hebben met discriminatie op gebied van training en promotie.
In mijn verslag breng ik het concept van de actieve levenscyclus naar voren om het belang te benadrukken van een actief leven van ongeveer 40 jaar (hoewel het aan de lidstaten is om hierover te beslissen). Een actief leven van een persoon met voortdurend werken, trainen, opnieuw kwalificeren en potentiële pormotie van het begin tot het einde. Voordat we overwegen om de leeftijd voor pensioen te verhogen, is het nodig om te zorgen dat iedereen onder die leeftijd kan werken, hun talenten en professionele ervaring kan benutten.
Omdat er een wettelijke pensioensleeftijd is, is het mogelijk dat mensen kunnen overwegen om daar overheen te gaan, afhankelijk van de regelingen die in elke lidstaat zijn bepaald in overeenstemming met de gewoonten op het gebied van dialoog en raadpleging. Wat dit betreft blijft het debat open.
Het laatste punt dat ik snel wil noemen is natuurlijk het gebruik van immigratie. Er wordt veel gesproken over immigratie als oplossing van de daling in de actieve bevolking, maar immigratie zorgt, zoals u weet, ook voor veel spanningen. Daarom raad ik een heldere en weloverwogen benadering voor deze kwestie aan. Immigratie is geen nieuw fenomeen in de Europese Unie. Met een positieve balans van twee miljoen immigranten per jaar – een cijfer dat al jaren stabiel is - draagt legale immigratie bij aan de samenstelling van de actieve bevolking van de Europese Unie. Op dezelfde manier draag immigratie bij aan de samenstelling van de Europese samenleving.
We moeten deze stroom van immigranten houden en een legale status garanderen in onze lidstaten voor diegenen die we verwelkomen, in het bijzonder door illegale immigratie en exploitatie van illegale werknemers te bestrijden. Ons beleid moet geleid worden door het menselijk aspect van immigratie. Gezinshereniging zou dus niet moeten verdwijnen uit onze richtlijnen.
In een voorlopige conclusie op deze presentatie zou ik in herinnering willen brengen dat achter deze zaken (de gemiddelde geboortecijfers, de leeftijdspiramides en de ratio's), de kwesties liggen van geboorte, moederschap, de plek van vrouwen in de samenleving, de zorg die we geven aan onze ouderen en de manier waarop we onze levens willen afsluiten. Daarom is dit debat zeer interessant en bezield en ik wil ook alle schaduwrapporteurs bedanken dat ze hier net zo veel interesse in hebben getoond als ik.
Vladimír Špidla, lid van de Commissie. – (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil de leden van het Europees Parlement en bovenal de rapporteur Françoise Castex bedanken voor haar informatieve verslag over de mededeling van de Commissie over de demografische toekomst van Europa. Ik ben vooral tevreden dat naast de Commissie werkgelegenheid er vier andere parlementaire commissies bij dit verslag betrokken waren: de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie regionale ontwikkeling. Dit geeft de lidstaten duidelijk een krachtiger politiek signaal en geeft het belang aan van de huidige demografische kwesties in Europa.
De analyse van de belangrijkste demografische kwesties van het Europees Parlement komt voor een groot deel overeen met de conclusies van het verslag van de Commissie uit 2007. Beiden komen tot de conclusies dat vergrijzing en afnemende geboortecijfers het resultaat zijn van sociale en economische ontwikkelingen. Het Parlement en de Commissie delen bovendien de mening dat het mogelijk is om constructief en succesvol op deze fenomenen te reageren. Demografische veranderingen bieden niet alleen serieuze uitdagingen, maar ook nieuwe kansen. Dit verslag maakt echter duidelijk dat het belangrijk is om nu zowel op de uitdagingen als de kansen te reageren.
Het is bemoedigend om te zien dat de politieke reactie en de maatregelen die in het verslag worden weergegeven min of meer overeenkomen met de voorstellen van de Commissie. Het gezinsbeleid is de verantwoordelijkheid van de individuele lidstaten. Zoals het verslag echter terecht opmerkt, speelt de Europese Unie ook een rol. De herziene Lissabonstrategie biedt een kader voor het moderniseren van gezinsbeleid door ondersteuning voor gelijke kansen en vooral door ondersteuning voor initiatieven die een betere balans tussen werk en leven tot doel hebben. Wat dit betreft zijn we verheugd over de nieuwe Europese alliantie voor het Gezin. Deze werd bij de vergadering van de Europese Raad in de lente van 2007 opgericht. Deze alliantie biedt een extra platform op EU-niveau voor het uitwisselen van ervaringen tussen lidstaten.
Het verslag benadrukt ook terecht de veranderende relatie tussen de werkende en niet werkende sectoren en benadrukt dat de lidstaten alle mogelijke maatregelen moeten nemen om met toekomstige tekorten van werknemers op de arbeidsmarkt om te gaan. Ze moeten allereerst de participatie van jongeren, vrouwen en ouderen op de arbeidsmarkt vergroten. Er zijn een aantal specifieke stappen die kunnen en moeten worden genomen.
Dames en heren, ik wil migratie nogmaals kort noemen omdat het zo'n belangrijk en gevoelig onderwerp is. Het is vrij duidelijk dat emigratie en immigratie deel uitmaken van de Europese geschiedenis en de Europese levenswijze. Het is essentieel om integratie vanaf het begin te ondersteunen in plaats van migratie slechts te zien als een kwestie van veiligheid of toezicht. Migratie is onderdeel van onze Europese levenswijze en heeft voor het grootste deel voor ons allemaal positieve en noodzakelijke effecten.
Tot slot zou ik iets willen zeggen over de kwestie van onvruchtbaarheid. Het verslag van het Europees Parlement richt de aandacht op de toename in onvruchtbaarheid bij stellen. We weten dat er puur medische fenomenen of oorzaken voor dit probleem zijn, maar het houdt ook duidelijk verband met sociale omstandigheden, in het bijzonder stellen die het starten van een gezin uitstellen. Ik wil slechts herhalen dat we deze kwestie op een samenhangende en allesomvattende manier moeten benaderen, niet slechts vanuit een medisch oogpunt.
Dames en heren er is een lange lijst van mensen die wachten om aan het debat deel te nemen, ik rond mijn bijdrage dus af en ik kijk uit naar de discussie die zal volgen.
Bilyana Ilieva Raeva, rapporteur voor advies van de Commissie van de Commissie economische en monetaire zaken − (BG) Beste commissaris, beste Voorzitter, het algemene demografische beeld van Europa is zeer alarmerend. Volgens de voorspellingen van Eurostat zal de bevolking in het leeftijdssegment van 15 tot 64 jaar na 2010 met een miljoen personen per jaar afnemen. Deze trend wordt door twee factoren veroorzaakt.
De levensverwachting in alle lidstaten van de EU blijft toenemen, dit is een zeer positieve ontwikkeling die het resultaat is van de goede levenskwaliteit in de Gemeenschap. Het is echter een alarmerend gegeven dat tegelijkertijd de geboortecijfers zeer laag zijn wat leidt tot een toenemende vergrijzing.
Deze situatie zorgt voor de vermindering van het aandeel mensen in het actieve leeftijdssegment en de vermindering in arbeidsproductiviteit. Het demografische probleem bedreigt de stabiliteit van de Europese economie, het Europees sociaal model en ook de solidariteit tussen generaties.
In deze context beveel ik het initiatief van de Europese Commissie voor ontwikkeling van een algemene Europese demografische strategie aan als de enige adequate manier om deze mondiale uitdaging te beantwoorden.
De Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement legt de nadruk op de economische middelen die mogelijkheden geven om de demografische situatie in de Europese Unie te verbeteren.
De voorgestelde teksten wijzen op verschillende belangrijke actiemogelijkheden, waaronder: ontwikkeling van duurzame en evenwichtige openbare financiën; bevordering van financiële instrumenten met gegarandeerde transparantie en veiligheid; gebruik van belastingconcessies voor bedrijven die oudere werknemers aannemen; versnelling van de het liberaliseringsproces van de arbeidsmarkt of versnelling van interne migratie (ik citeer commissaris Spidla) in de vergrote EU zelfs nog voor 2014; stimuleren van werk voor jonge mensen en diegenen met gezinsverantwoordelijkheid door innovatieve werkschema’s zoals ploegendienst, parttime werken en levenslang leren.
De nadruk ligt erop dat de lidstaten aan hun verplichtingen onder het Stabiliteits- en groeipact moeten voldoen als een manier om demografische uitdagingen op te lossen. De tekst bevat ook enkele flexibelere mechanismen voor vrijwillige retentie van mensen die ouder zijn dan de minimale pensioensleeftijd volgens de formule "salaris en pensioen".
Het hoofdpunt is dat als we de demografische uitdagingen aan willen gaan, we ondersteuning moeten bieden aan het instellen van mechanismen die flexibele arbeidsvormen mogelijk maken en we de vrijwillige voortzetting van actief leven na de minimale pensioensleeftijd moeten aanmoedigen.
Elisabeth Schroedter, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de gevolgen van demografische veranderingen zijn zeer uiteenlopend. Terwijl de buitenwijken van Parijs steeds weer worden opgeschud door de sociale onrust die wordt veroorzaakt door het hoge migratieniveau, slinken de regio’s rondom Brandenburg waar ik vandaan kom. Daar verhuizen mensen en vergrijst de bevolking veel sneller.
De vergrijzende samenleving legt een last op overheidsbegrotingen, met te betalen sociale uitkeringen. De strategie van Lissabon heeft tot doel om deze te verminderen. Als we echter kijken naar de werkelijke oorzaken van demografische veranderingen, vraag ik me af of deze vermindering niet tegengesteld zal werken aan de strategie van Lissabon. De Commissie maakt het vrij gemakkelijk om vrouwen de schuld te geven van de vergrijzing van de samenleving omdat zij niet genoeg kinderen krijgen, maar de werkelijke reden zijn politieke factoren van nu en uit het verleden.
Ik zou slechts drie van de punten die deze onevenwichtigheid in de samenleving hebben veroorzaakt aan de orde willen stellen. Het eerste punt is dat analyses laten zien dat mensen in feite wel kinderen willen hebben, maar dat ouders – niet slechts vrouwen – geen kinderen hebben omdat niet aan de randvoorwaarden wordt voldaan; omdat ze geen sociale zekerheid hebben, omdat het – zoals al is gezegd - moeilijker is voor ouders om werk te vinden en omdat carrière en gezin niet zijn te combineren.
De oplossing hiervoor zou een volledig nieuw model zijn wat betreft het evenwicht tussen werk en leven. De oplossing zou zijn om de tijd voor gezin en carrière gelijk te verdelen tussen de seksen, de Europese Stichting ter verbetering van de leef- en arbeidsomstandigheden in Dublin heeft hierover uitstekend onderzoek uitgevoerd. Het is ook essentieel dat kinderen niet worden gezien als kleine veroorzakers van armoede, zoals het geval is in veel lidstaten.
Kinderen leveren voor het beleid van lidstaten duurzaamheid op voor het systeem van sociale zekerheid. Hoewel dit een impopulaire kostenpost is, zou het demografische verandering weer op gelijke voet brengen.
Een interessant onderzoek dat werd uitgevoerd in de regio waar ik vandaan kom illustreert het tweede aspect. In dit onderzoek werd vastgesteld dat jonge vrouwen niet uit het gebied vertrokken vanwege de problemen met het combineren van werk en gezin, maar vanwege de enorme discriminatie die begon zodra ze school verlieten. Ze zijn de beste mensen, de beste in de klas, de afgestudeerden met de hoogste cijfers, toch krijgen ze plekken aangeboden op cursussen van lagere kwaliteit en krijgen ze minder mogelijkheden om promotie te maken. Dit betekent dus dat de Europese Unie werkelijk effectief kan zijn op het gebied waar zij echt expertise heeft; op het gebied van gender mainstreaming (gelijke kansen voor mannen en vrouwen) om discriminatie te bestrijden door verbeteringen te introduceren aan de wetgeving en in het bijzonder door druk uit te oefenen op lidstaten om wetgeving te implementeren zodat alles eindelijk in gang wordt gezet.
Ten derde zou ik als rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling terug willen komen op het onderwerp van regio’s met een krimpend aantal inwoners. In ons advies staan wij kritisch tegenover de manier waarop de overheidsdiensten van staten nog steeds grote barrières opwerpen voor effectieve betrokkenheid van burgers en voor de ontwikkeling van innovatie en creativiteit. Hierdoor staan ze plannen voor succesvolle regionale ontwikkeling in de weg.
Tegelijkertijd is er een trend waarbij politieke leiders regio’s afschrijven, om zich ervan af te trekken en te stellen dat de staat de verantwoordelijkheid heeft voor de basisbehoeften. Ze worden gewoonweg opgegeven. Dit is voor Europa geen oplossing omdat de geschiedenis leert het op de lange termijn en generaties later zeer duur zal worden. Het is in feite de taak van de autoriteiten om de stimulans vanuit de burgermaatschappij op te pakken en daarmee samen te werken om de regio’s uit dit dilemma te helpen.
In dit verband roep ik de Europese Commissie vooral op om inbreng vanuit de burgermaatschappij mee te nemen en om de burgermaatschappij te stimuleren leiding te geven aan uitwisseling van ervaring tussen regio's waar dingen goed gaan en het onderstrepen van goede voorbeelden van beproefde praktijken. Dit zijn concrete oplossingen waarbij de Europese Commissie actief kan zijn zonder steeds vrouwen verantwoordelijk te houden voor demografische verandering.
Magda Kósáné Kovács, rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. − (HU) Dank u, mijnheer de Voorzitter. We zijn al decennnia lang aan het leren dat klimaatverandering en milieuvervuiling onze toekomst bedreigen. De top van Hampton Court heeft nog een proces onder onze aandacht gebracht dat riskant wordt: Europa wordt oud.
Uitgaand van de verantwoordelijkheid die zij voelt op dit gebied, heeft de Commissie burgerlijke vrijheden drie aanbevelingen gedaan aan de rapporteur en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over zaken die met burgerrechten te maken hebben. Ik wil hen graag danken voor het bestuderen en in acht nemen van onze aanbevelingen.
Het eerste gebied betreft steun voor gezinnen en kinderen. Wetgeving betreffende stelsels om het gezin te steunen valt onder de nationale jurisdictie; toch is het op zich nemen van verplichtingen ten opzichte van gezinnen met kinderen ook een morele kwestie en een belangrijk deel van de Europese waarden. Gelijke kansen voor gezinnen met en zonder kinderen zijn buitengewoon belangrijk voor de Gemeenschap. De basis voor het veiligstellen van de rechten van kinderen is echter de verantwoordelijkheid die toekomstige generaties zouden moeten nemen voor de wereld buiten het gezin.
Na een analyse van legale en illegale vormen van migratie heeft de Commissie burgerlijke vrijheden de aandacht gevestigd op het feit dat de noden van een verouderende maatschappij en van de arbeidsmarkt een consequent, complex migratiebeleid vereisen. We zijn zeer verheugd dat het verslag hier in detail op in gaat.
In het jaar van de culturele verscheidenheid zou ik willen toevoegen dat er volgens experts en de wetenschap een direct verband zou kunnen zijn tussen migratie en het tempo van de bevolkingsgroei, aangezien het grote aantal kinderen in immigrantengezinnen van de tweede generatie aan het dalen is, terwijl de aanwezigheid van immigranten de wens van de oorspronkelijke bevolking kinderen te krijgen kan doen veranderen.
In laatste instantie kan discriminatie van ouderen en oudere werknemers mensen die niet jong zijn ervan weerhouden op de arbeidsmarkt te blijven. Ik zou willen benadrukken dat zij niet gedwongen kunnen worden langer door te werken; ze moeten een echte keuzemogelijkheid hebben en daarvoor is een leven lang leren noodzakelijk. Vertrouwdheid met moderne communicatietechnologie vergroot hun kansen op het vinden van werk en opent vensters op de wereld van oudere mensen wereldwijd.
In haar advies heeft de Commissie burgerlijke vrijheden de Commissie herhaaldelijk gevraagd een aanbeveling te doen inzake een algemene antidiscriminatierichtlijn en wij hopen dat dit verslag het proces zal versnellen. Dank u, mijnheer de Voorzitter.
Karin Resetarits, rapporteur voor advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, ja, waarom krijgen wij vrouwen eigenlijk minder kinderen? De veelheid aan redenen en voorgestelde politieke oplossingen is te vinden in het advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Mijn collega mevrouw Castex heeft het bijna allemaal al met succes in haar verslag verwerkt. Dank u wel, mevrouw Castex.
Hoe kunnen we vrouwen dus helpen bij het vervullen van hun kinderwens? Ten eerste: gelijk salaris voor gelijke arbeid! Dat is de enige manier om ervoor te zorgen dat beide ouders evenveel inspraak hebben wanneer ze besluiten wie er ouderschapsverlof neemt na de geboorte van een kind.
Ten tweede: beide ouders zijn even verantwoordelijk voor het opvoeden van hun kinderen. We hebben de hulp van de vaders nodig. Zonder de steun van de vader van mijn vier kinderen zou ik hier niet kunnen werken.
Ten derde: werkgevers moeten hun werknemers de mogelijkheid bieden ouderschapsverlof te nemen, zo nodig met steun van de staat. Een land dat kinderen wil, moet kinderen tot het middelpunt van zijn beleid maken.
Ten vierde hebben we eersteklas kinderopvang en een kindvriendelijke omgeving nodig, ongeacht het inkomen van de ouders. Iedereen die het daar niet mee eens is, verdient het niet kinderen te horen lachen.
De Voorzitter. − Hartelijk dank. Mag ik u ook namens alle vaders bedanken voor deze toespraak?
Wij zullen de discussie voortzetten; in dit onderdeel zal de discussie namens de fracties geopend worden door de heer Fatuzzo namens de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese democraten. Drie minuten, als u zo vriendelijk wilt zijn.
Carlo Fatuzzo, namens de PPE-DE-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het doet mij veel genoegen bij deze gelegenheid het woord te voeren, om te beginnen om de voorzitter van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, Jan Andersson, te complimenteren met het presenteren van dit initiatiefverslag van de commissie, zo briljant en hartstochtelijk door mevrouw Castex opgesteld in een reeks raadplegingen, met deelname van alle commissieleden – sommigen op een bijzondere manier. Na negen jaar als lid van het EP zou ik ook willen zeggen: eindelijk hebben we een verslag in het Parlement dat het over gepensioneerden en ouderen heeft! Het gaat zelfs uitgebreid over ze. Morgenochtend zal ik u in mijn stemverklaring vertellen hoe vaak de woorden “gepensioneerde” en “oudere” in dit verslag voorkomen.
Het gaat natuurlijk ook over andere dingen, over het geboortecijfer, over kinderen en over bevordering van vaardigheden, maar ik wil dit benadrukken, mijnheer de Voorzitter: waarom praten we nu eindelijk over ouderen? Ik ben ervan overtuigd dat dat komt doordat alle regeringen zeer bezorgd zijn omdat het hebben van zo veel ouderen tegenover zo weinig werknemers betekent dat de kosten voor pensioenen, de kosten voor gezondheidszorg veel hoger zullen worden dan voorheen.
Kijk maar eens terug naar hoe het was, twintig jaar geleden, tien jaar, dertig jaar, vijftig jaar: niemand vond het nodig te bedenken dat ouderen hulp nodig hadden, dat ouderen steun nodig hadden, dat mensen met bejaarde ouders meer verlof nodig hadden dan voorheen. We beginnen nu te praten over pensioenregelingen en we beginnen te zeggen dat er meer kinderen moeten komen en dat moeders meer hulp moeten krijgen. Was eerst dit cataclysme nodig, dat door een van de voorgaande sprekers met de klimaatverandering werd vergeleken?
Uit het slechte, mijnheer de Voorzitter, komt naar mijn overtuiging het goede voort, want wat ik in dit verslag zie, juich ik van harte toe. Eindelijk toont Europa, in de persoon van het Europees Parlement, ons hoe we echt een staat kunnen zijn. Ik hoop dat de lidstaten dit voorbeeld volgen.
Jan Andersson, namens de PSE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik wil beginnen met een dankwoord aan de rapporteur, die een ontzettend goed fundament heeft gelegd, maar er ook in geslaagd is uitstekend leiding te geven aan de onderhandelingen tussen de verschillende fracties.
Zoals iemand eerder zei, is dit een grote uitdaging. Geen bedreiging, maar een uitdaging voor de Europese Unie. Ik zal me proberen te houden aan de drie hoofdgebieden die de structuur vormen van het verslag van de rapporteur.
Ten eerste het geboortecijfer. We hebben te lage geboortecijfers in Europa en ik deel de mening dat dit voor een groot deel te wijten is aan inadequate politieke besluitvorming. Het houdt verband met mannen en vrouwen nu die aan de arbeidsmarkt willen deelnemen en daar nodig zijn, maar tegelijkertijd ouders willen worden. We moeten deze combinatie aanmoedigen in de lidstaten, zodat ouders, zowel mannen als vrouwen – ik zeg het met klem – hun werkende leven en ouderschap kunnen combineren. Het houdt verband met compensatie voor het ouderschap, gebaseerd op het principe van inkomstenderving, gerelateerd aan de loopbaan, op hoog niveau, zodat mensen thuis kunnen blijven zonder daar financieel onder te lijden.
Ten tweede moeten we goede kinderopvang uitbreiden. We hebben nog een lange weg te gaan. We hebben doelen, maar weinig lidstaten halen op dit moment de doelen voor de uitbreiding van kinderopvang.
Vervolgens gaat het om oudere mensen op de arbeidsmarkt. Het is een paradox dat we later beginnen aan het werkende leven en het eerder verlaten. We moeten omstandigheden scheppen met uiteenlopende maatregelen betreffende gezondheid en veiligheid op het werk, de mogelijkheid van verdere opleiding en flexibele oplossingen in het grijze gebied tussen carrière en pensioen, teneinde het ouderen mogelijk te maken te blijven werken.
Tot slot: migratie. We hebben in onze samenleving mensen nodig die uit andere delen van de wereld komen, als we onze welvaartssamenleving willen ontwikkelen en handhaven. Daarom moeten we een integratiebeleid ontwikkelen waardoor ze in onze samenleving worden geïntegreerd en niet buitengesloten. Dat beleid moeten we steunen, want er is geen conflict met onze welvaartssamenleving. Integendeel, het is een voorwaarde om haar te ontwikkelen.
Elizabeth Lynne, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een moeilijk verslag geweest. Er was helaas heel weinig tijd om compromissen te sluiten of voor een echt debat over sommige onderwerpen – vandaar het grote aantal amendementen.
Niettemin ben ik blij met veel elementen van wat we wel hebben, zoals de noodzaak om de kwestie van misbruik van ouderen aan te pakken. Er moet meer worden gedaan, dringend, om een eind te maken aan de fysieke, financiële, emotionele en andere vormen van misbruik waar oudere mensen regelmatig onder lijden. Volgens de recentste schatting ligt het aantal oudere mensen dat slachtoffer is geweest van misbruik boven de 10 procent – een verbijsterend aantal. Daarom verwelkom ik de intentie van de Commissie een mededeling over dit onderwerp naar voren te brengen. Maar we moeten meer doen. Lidstaten moeten zich ook inspannen voor het garanderen van onafhankelijkheid, gratis persoonlijke zorg, levenslang leren en vrijwaring van discriminatie op de werkvloer voor alle oudere mensen. Dat houdt uiteraard een complete implementatie in van de Werkgelegenheidsrichtlijn uit 2000, waarop daarna wordt voortgebouwd.
We moeten ons inspannen om een eind te maken aan het op de arbeidsvuilnisbelt gooien van werknemers, of dat nu met 50, 55 of 65 jaar is. Een willekeurige leeftijd van wettelijk pensioen moet worden afgeschaft en er moet een wettelijke pensioenleeftijd komen die wordt ingesteld op het niveau van de lidstaten. Er is een heel duidelijk verschil tussen die twee dingen. Individuen hebben de keuze te stoppen met werken en hun pensioen te ontvangen, of door te gaan met werken en ofwel hun pensioen te ontvangen ofwel het uit te stellen totdat ze willen stoppen met werken. Helaas is het me niet gelukt hierover consensus tot stand te brengen en daardoor staat het niet in het verslag, maar ik ben van mening dat de lidstaten moeten worden aangemoedigd hiernaar te kijken voor de toekomst.
Ik heb namens mijn fractie een aantal amendementen voorgesteld, waarvan ik hoop dat andere Parlementsleden ze zullen willen steunen; maar de meeste onderwerpen die in dit verslag aan de orde komen, horen thuis in het domein van de lidstaten. Er is natuurlijk nog wel heel veel wat we kunnen doen waar het om uitwisseling van de beste aanpak gaat.
Jan Tadeusz Masiel, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, zoals de rapporteur terecht opmerkt, hangt de demografische situatie af van de natuurlijk bevolkingsgroei, de gemiddelde levensduur en migratiestromen. Ik zou een vierde consoliderend element in deze dynamiek willen toevoegen in de vorm van relaties tussen mensen en de politieke wil die deze beïnvloedt.
De mens is een bijzonder veeleisend en lastig dier, dat zich niet gewoon voortplant wanneer het goede moment daar is, maar daarnaast geschikte omstandigheden vereist om zich voort te planten. De twintigste eeuw en in het bijzonder de jaren na de Tweede Wereldoorlog vervulden de mensheid niet bepaald met optimisme en de wens zich voort te planten. Het leek erop dat de wereld de mens niet voldoende interessant scheen om hem aan te zetten tot het voortbrengen van kinderen.
Nu is de tijd gekomen, nu we de oorzaken begrijpen van het pessimistische demografische beeld van Europa’s toekomst, om te beginnen met het rechtzetten van de situatie. Immigratie, zoals blijkt uit het verslag, is geen adequate oplossing voor het probleem. Bovenal moeten we aantrekkelijke omstandigheden voor Europeanen scheppen, die een stimulans bieden om de natuurlijke groei nieuw leven in te blazen. Ik steun alle oplossingen die in het verslag worden voorgesteld en ik zou er twee willen benadrukken.
Er moet royale zorg zoals we die nooit eerder hebben gegeven, naar het gezin gaan en vooral naar vrouwen, die niet alleen hun tijd aan het moederschap wijden maar ook voor zieke en bejaarde familieleden zorgen. Dit werk vraagt om een speciale beroepsstatus, gekoppeld aan beloning. Verder moet ieder kind een gegarandeerde plaats in een kinderdagverblijf en peuterspeelzaal krijgen nadat de moeder weer aan het werk is gegaan.
Ten slotte: demografie is een probleem dat onder andere politiek is, en wij zijn politici: wij verkeren in de positie om deze slechte stand van zaken te verbeteren.
Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie. – (PT) Het is waar dat er demografische veranderingen in de bevolking van de EU-lidstaten zijn die belangrijk zijn om rekening mee te houden. Maar in de gemaakte analyse is het niet voldoende te zeggen dat er een dalend geboortecijfer is en dat de bevolking vergrijst. De analyse moet verder gevoerd worden door naar oorzaken te zoeken en maatregelen aan te wijzen die de voortgang van de mensheid en alles wat de beschaving tot zover heeft bereikt, niet in gevaar brengen.
We moeten dus geen afbreuk doen aan de vooruitgang die is bereikt door het toepassen van de vorderingen in de wetenschap om de leefomstandigheden van de mensen te verbeteren als het gaat om preventieve geneeskunde, betere gezondheidszorg, voeding en huisvesting, kortere arbeidstijd en steun voor moeders, vaders en kinderen – dit alles heeft geleid tot regelmatige toename van de levensverwachting.
Het bestaan van overheidsbeleid op fundamentele sociale terreinen, met name algemeen toegankelijke publieke voorzieningen, vooral op het gebied van gezondheid en onderwijs, heeft een doorslaggevende bijdrage geleverd. Het feit dat de door werknemers behaalde resultaten op het gebied van organisatie en arbeidstijd, verbeterde gezondheids- en veiligheidsomstandigheden op de werkvloer en vooruitgang wat betreft pauzes en vakanties, adequate lonen en baanzekerheid in de wetgeving zijn verankerd, is ook van groot belang geweest.
Het steeds neoliberalere beleid echter, wiens voornaamste instrumenten de strategie van Lissabon, het Stabiliteitspact en de richtsnoeren van de Europese Centrale Bank zijn, heeft geleid tot de liberalisering en privatisering van publieke voorzieningen en een toenemende arbeidsonzekerheid waar vooral vrouwen onder lijden. Het omhooggaan van de pensioenleeftijd maakt het nog moeilijker voor jonge mensen om werk te vinden waar rechten aan verbonden zijn, en algemene toegang tot publieke voorzieningen en goede huisvesting is ook moeilijker geworden.
Al deze factoren hebben de neiging het geboortecijfer omlaag te brengen. Daarom moeten we dringend het beleid veranderen. Daarom moeten we de strategie van Lissabon vervangen door een Europese strategie voor solidariteit en duurzame ontwikkeling die nieuwe horizonten voor Europa opent van behoorlijke banen met rechten, met name voor vrouwen en jonge mensen, verkorte werktijd zonder dat het loon verlaagd wordt, betere salarissen, een eind aan discriminatie, vooral de loondiscriminatie van vrouwen, meer economische en sociale cohesie, adequate bescherming en publieke en universele sociale zekerheid, om een betere kwaliteit van leven en meer sociale rechtvaardigheid te garanderen.
Vandaar dat het dringend is meer, betere en betaalbare faciliteiten voor opvang van kinderen en hulpbehoevenden te scheppen en publiek voorschools onderwijs algemeen kostenloos beschikbaar te stellen, zodat goede werkomstandigheden worden bevorderd die het mogelijk maken werk en gezinsleven met elkaar te verzoenen. Dit vereist op zijn beurt een stabiele baan en werktijden en respect voor de maatschappelijke rol van moeders en vaders.
Daarom is het ook noodzakelijk een ruimer budget toe te wijzen aan minder ontwikkelde landen en daarom moeten alle lidstaten ook dringend het VN-verdrag inzake gezinshereniging van arbeidsmigranten ratificeren en toepassen.
Kathy Sinnott, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een verslag over voorbereiding op demografische verandering. Betekent dat dat we de moed opgeven en ons neerleggen bij de onheilsvoorspelling in het Groenboek van 2005?
Toen dat Groenboek uitkwam, zagen we het als een uitdaging om te veranderen. We wilden onder andere een manier vinden om vrouwen in staat te stellen het aantal kinderen te krijgen dat ze zeiden te willen. Gooien we nu de handdoek in de ring?
Onze wens het geboortecijfer te doen stijgen wordt ondermijnd door ons beleid. Onze concurrentiestrategie is gebaseerd op toenemend consumentisme. Maar consumentisme kan mensen ervan weerhouden kinderen te nemen. Het consumentisme leert ons zelfzuchtig te zijn. Kijk maar naar de advertenties: verwen uzelf, u kunt alles hebben, koop!
Voor de meeste mensen is het krijgen van kinderen en het stichten van een gezin het tegendeel daarvan. Het vereist een onbaatzuchtige instelling, delen en anderen voor laten gaan. Terwijl we consument worden, vragen we in toenemende mate: kunnen we ons een kind veroorloven? En we wegen de kosten van een kind af tegen de kosten van hogerop komen of een sociaal leven of een auto of een huis of een vakantie. Het kind legt het vaak af doordat de ouders ofwel “Nee, bedankt” zeggen ofwel “Nog niet”.
En uiteraard moeten we onvruchtbaarheid bestrijden. Maar met meer dan 4 miljoen abortussen per jaar in Europa kunnen we niet echt zeggen dat ons dalende geboortecijfer in eerste instantie over onvruchtbaarheid gaat.
Ik vroeg mijn stagiair dit verslag te lezen en zij maakte een interessante opmerking: waar zijn de mannen? Als we het willen hebben over gendergelijkheid en demografie, moeten we het hebben over gelijke en complete verantwoordelijkheid van beide genders voor het grootbrengen van kinderen. Om vele geldige redenen was het noodzakelijk de vrouwenzaak te benadrukken. Maar zijn we zo ver gegaan dat we de mannen aan de zijlijn hebben gezet? Een kind opvoeden is een enorme taak. Hoewel we alle mogelijke hulp aan single moeders en hun kinderen moeten geven, is de staat op zijn best een armzalig surrogaat voor een liefhebbende, ondersteunende en – als ik het mag zeggen – beschermende vader.
Veel vrouwen willen niet aan het moederschap beginnen zonder een betrokken vader. Zekerheid is belangrijk bij het moederschap, maar financiële zekerheid is niet het hele verhaal. We moeten een emotionele omgeving stimuleren die het krijgen van kinderen aanmoedigt. Onze cultuur moet mannen aanmoedigen hun verantwoordelijkheid te nemen.
Bovenal gaat het krijgen van kinderen over onze intiemste relaties; daarom zal meer en meer kinderopvang – ook al is het nuttig om vrouwen de werkvloer op te krijgen – niet helpen om het geboortecijfer te doen stijgen. Om onze demografische crisis te bezweren moeten we de fundamentele integriteit van menselijke relaties herstellen. We moeten vertrouwen, geduld, trouw en liefde koesteren. Alleen in zo’n sfeer kunnen mannen en vrouwen zich gelukkig en veilig genoeg voelen om een gezin te stichten en met echte steun voor dat gezin en het gezinsleven zullen we een toename van het aantal geboorten zien, en nieuwe vitaliteit in Europa bovendien.
Thomas Mann (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie staat voor ongekende demografische veranderingen. In 2030 zullen we meer dan 20 miljoen mensen in de werkende leeftijd moeten missen. Twee werkende mensen zullen moeten betalen voor één gepensioneerde. Het goede nieuws is dat mensen langer zullen leven; de ouderen van nu zijn gezonder dan voorgaande generaties. Het slechte nieuws is dat de jongere generatie te gering in aantal is en dit zal dramatische gevolgen hebben voor stadsplanning, het bouwen van huizen, het onderwijssysteem en de manier waarop het werk wordt georganiseerd.
We hebben een gezinsvriendelijker omgeving in onze lidstaten nodig, meer keuze in kinderopvang, meer kinderdagverblijven op het werk, betere mogelijkheden om gezin en werk te combineren, grotere participatie van vrouwen aan de werkende wereld, meer deeltijdwerk voor ouders en zekerheid dat men na het opvoeden van het kind weer aan het werk kan. Bovenal hebben we stabiele loopbaanontwikkelingsmogelijkheden en voldoende inkomen nodig, omdat deze dingen het mensen gemakkelijker maken kinderen te willen.
We hebben ook een beduidend grotere investering in mensen nodig om het algemene opleidingsniveau en het niveau van specialistische training te verhogen. Van programma’s voor een leven lang leren horen niet alleen jongeren, maar ook ouderen te profiteren, die veel langer zullen willen blijven werken en die een stevige werklast aankunnen, veel vaardigheden hebben en zeer gemotiveerd zijn.
We moeten niet te veel verwachten van het initiatiefverslag van mevrouw Castex. De wettelijke status van sociale voorzieningen in het algemeen belang blijft controversieel. Wij zijn tegen een kaderrichtlijn of bindende voorschriften voor de hele EU. Bovendien moeten bedrijfspensioenen die op vrijwillige basis zijn ingesteld, niet belast worden met extra verplichtingen, zoals criteria die verband houden met gezinsbeleid. Dit is een kwestie van sociale zekerheid, een kwestie van belastingen en derhalve een typische zaak voor de lidstaten.
Met deze overwegingen en de amendementen die de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese democraten heeft voorgesteld, is het verslag substantiëler geworden. Met dit verslag in de hand kunnen we een voldoende brede discussie houden over de gevolgen van de dramatische demografische veranderingen.
Alejandro Cercas (PSE). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dank u wel dat u dit zeer belangwekkende debat bijwoont. Ik zou ook mevrouw Castex willen danken dat zij dit verslag heeft gemaakt en ons in staat stelt dieper op de materie in te gaan in een discussie die ons veel verder helpt.
In een land als het mijne, Spanje, dat een demografische crisis doormaakt die zo mogelijk erger is dan het gemiddelde in de Europese Unie, zijn een dergelijke mededeling van de Commissie en een dergelijk debat erg nuttig, omdat dit een diepgeworteld, structureel probleem is en geen kortetermijnsituatie en deze dingen het probleem boven het nationale politieke debat uit tillen en veel breder maken, met meer mogelijkheden voor analyse en respons.
Zoals de commissaris al zei, staan we inderdaad voor een probleem, maar we hebben ook een kans. Die kans zou zich moeten voordoen bij het aanpakken van dit probleem, niet alleen in zijn gevolgen – dat er meer ouderen in Europa zijn, dat Europa vergrijst – maar ook in zijn oorzaken.
We moeten voorkomen dat Europa vergrijst, want we zullen niet kunnen voorkomen dat er meer oude mensen komen: wetenschap en geneeskunde hebben ons op dit punt gebracht en men zal vooruitgang blijven boeken. Het probleem is, zoals andere Parlementsleden al hebben gezegd, dat we geboortepolitiek, bevolkingspolitiek en kinderen nodig hebben in Europa – dat is wat we nodig hebben. We moeten ons op alle terreinen inspannen, maar wel in de wetenschap dat dit een serieus en ingewikkeld probleem is dat we aan volgende generaties zullen doorgeven als we nu niet de fundamenten voor de oplossing leggen.
Ik behoor tot degenen die vinden dat Europa’s sociale model niet het probleem is, maar dat het juist de oplossing zou kunnen zijn.
De vergrijzing van Europa en het lage geboortecijfer in Europa zouden nog ernstiger zijn zonder ons sociale systeem. Andere samenlevingen, zoals China, waar ze iets zeer vergelijkbaars gaan meemaken, zullen een nog hogere prijs dan wij betalen voor het gebrek aan efficiënte, intelligente en rationele sociale modellen.
Want het probleem, kort gezegd, zal zijn dat verandering onvermijdelijk is en we zullen moeten veranderen. Ons sociale systeem kan zijn technieken veranderen zonder zijn waarden te veranderen. Ik denk dat dit de fundamentele kwesties zijn: solidariteit, het verzoenen van het gezinsleven en het werkende leven (om gezinnen nieuwe kansen te geven om nieuwe generaties voort te brengen), het verwelkomen van immigranten, niet als een last, niet als iets negatiefs voor onze samenlevingen, maar als een fenomeen dat, als we het kunnen integreren, ons opnieuw zal helpen dit probleem aan te pakken. Ten slotte moet er een serieuze discussie komen over de rol van vrouwen in onze samenleving, een discussie die zoals altijd gevoerd moet worden in het licht van de solidariteit.
(Applaus)
Siiri Oviir (ALDE). – (ET) Commissaris, mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het gemiddelde geboortecijfer in Europa is op het moment 1,5, maar dit betekent dat er geen bevolkingsgroei is. De lidstaten hebben de situatie bestudeerd en hun onderzoeken tonen aan dat mensen gemiddeld twee of drie kinderen zouden willen. Het is duidelijk dat de wensen van mensen en de werkelijkheid niet met elkaar overeenkomen.
Dit is de 21e eeuw en vrouwen nemen al heel lang geen genoegen meer met de rol van huisvrouw en kinderverzorgster. Ze hebben een opleiding, ze willen werken en carrière maken, het inkomen uit werk dat ze krijgen zorgt voor een betere levensstandaard voor hun gezin. Maar we moeten het geboortecijfer kunnen beïnvloeden en een situatie kunnen creëren waarin het aantal kinderen dat een gezin wil, werkelijkheid wordt. Onze gezinnen hebben een gevoel van zekerheid nodig dat de geboorte van een kind geen loopbaan zal verwoesten; met andere woorden, er moet een betere balans komen tussen werk en gezinsleven, zowel voor moeders als voor vaders.
Ouders willen een gevoel van zekerheid hebben dat ze ervoor kunnen zorgen dat hun kinderen goed onderwijs krijgen en de vaardigheden om te gaan doen wat ze willen doen, met materiële steun van de staat indien nodig. Zonder dit gevoel van zekerheid krijgen mensen geen kinderen. Immigratie als middel om de bevolking te doen groeien is een naïeve weg om in te slaan. Het is maar een partiële aanpak op de korte termijn. We moeten meer aandacht besteden aan vernieuwing, niet aan immigratie.
De tijd is te kort om nu over alle factoren te spreken, maar ik zou willen beklemtonen dat de demografische situatie grotendeels afhangt van een spectrum aan besluiten en wettelijke regels op gebieden die zich uitstrekken van arbeids- en gezinsrecht tot milieurecht en nationale veiligheid. Tot slot zou ik mevrouw Castex willen danken voor haar belangrijke verslag, dat blijk geeft van veel vrouwelijk inlevingsvermogen.
Ewa Tomaszewska (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de ontwerpresolutie vestigt opnieuw de aandacht op de demografische dreiging waar Europa het hoofd aan moet bieden. Verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons continent en voor zijn sociale en economische ontwikkeling vereist dat deze kwestie speciale aandacht krijgt. Een geboortecijfer van 1,5 gemiddeld is te laag. Om alleen maar vervanging van generaties te garanderen moet dit cijfer hoger zijn dan 2,15.
Het bevorderen van modelgezinnen met weinig of geen kinderen, omstandigheden van het gezinsleven die geen behoorlijke en stabiele economische situatie garanderen (ten gevolge van het effect van de werkloosheid en de ongunstigere arbeidsvoorwaarden, vooral waar het gaat om de duur van de arbeidsbetrekking) en het straffen van vrouwen voor het moederschap door middel van pensioenstelsels hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de dreigingen die zich nu voordoen. De vergrijzing van de maatschappij – die in belangrijke mate voortkomt uit het overigens positieve verschijnsel van de langere menselijke levensduur, maar ook uit de verslechterende verhouding tussen het aantal mensen dat betaald werk heeft en het aantal gepensioneerden – brengt pensioenstelsels in grote financiële problemen. Onder deze omstandigheden moet er actie ondernomen worden om verandering tot stand te brengen.
Ik deel echter niet de mening die in het verslag naar voren komt, dat dit probleem voor ons zal worden opgelost door migratiestromen. Onderzoeken die in Polen zijn uitgevoerd door het Instituut voor Markteconomie geven aan dat de stijging van bevolkingsaantallen die met deze methode wordt bereikt, slechts 2 tot 3 procent zal bedragen, met andere woorden: veel te klein zal zijn. Ook geeft deze methode aanleiding tot sociale problemen, zoals we op het moment zien in Denemarken, Frankrijk en Duitsland. Integratieprocessen hebben veel tijd nodig.
Ik zou uw aandacht op dit punt ook willen vestigen op de suggesties die het verslag doet met betrekking tot rechten voor gezinnen van economische migranten. De amendementen die ik heb voorgesteld, zijn het resultaat van gebrek aan precisie over de vraag of hier het gezin wordt bedoeld in de zin van de wet van het geboorteland van de emigrant, of van het land dat de emigrant opneemt. Ik maak me vooral zorgen om potentiële polygamie en de wettelijke en economische consequenties die daaruit voortkomen als aan deze gezinnen sociale voorzieningen ter beschikking worden gesteld. Ik zou ook graag...
(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Bernard Wojciechowski (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het woord “integratie” komt in dit verslag 24 keer voor. Bij de voorgestelde integratie van immigranten op kosten van de nationale belastingbetaler is vergeten met één belangrijk aspect rekening te houden, namelijk godsdienst en beschaving. Militante secularisten van socialistische origine vermijden dit onderwerp, hoewel de moslimpopulatie welig tiert.
In 2025 kan of zal één van de drie mensen in West-Europa moslim zijn. De aartsbisschop van Canterbury heeft onlangs gesuggereerd dat Europa de sharia zou moeten invoeren – de Voorzitter en het establishment van dit Parlement zouden dat waarschijnlijk “multiculturalisme” noemen. Dit haalt een verward debat naar de voorgrond dat zich de laatste tijd heeft ontwikkeld over de manieren en mogelijkheid om de nieuwe immigranten die het continent in stromen, te integreren en assimileren.
Betekent assimilatie dat immigranten de Europese beschaving moeten opnemen en erin opgenomen worden, of betekent het dat ze zich bij de afstammelingen van oude Europese naties moeten voegen om een soort nieuwe Europese mens te creëren? Of is het scheppen van een gemeenschappelijke beschaving hetzij onwenselijk, hetzij onmogelijk?
Hoewel Europa altijd het volle pond heeft gekregen aan uiteenlopende culturen, had het ook altijd een hoofdstroom van christelijke cultuur of beschaving, om het zo te zeggen, waaraan de meeste van zijn inwoners deel hadden, wat hun identiteit ook was. Al bijna twintig eeuwen lang is deze beschaving het centrale en het duurzame bestanddeel van het Europese erfgoed. We moeten vragen: Zou Europa het Europa zijn dat het nu is, als de as van het oude Rome in de zevende en de achtste eeuw niet door christelijke samenlevingen maar door moslims en wie dan ook was veroverd en gekoloniseerd? Het antwoord is simpel: nee. Het zou niet Europa zijn. Het zou Egypte of Libië zijn.
Gelukkig zijn er mensen die culturele rechten als dekmantel voor de sharia niet zullen accepteren. Godsdienst moet tegen de staat in bescherming worden genomen – met name tegen de Europese staat. Alleen het christendom is in staat andere godsdiensten te integreren in een gedeeld Europees project, door te erkennen wat seculiere ideologieën niet kunnen erkennen. Ik geloof dat Europa daartoe in staat is en Europeanen zouden zich weer moeten verbinden aan de christelijke cultuur en de tradities en waarden van vrijheid, gelijkheid, wetgeving en individuele rechten die al meer dan twintig eeuwen door Europeanen van alle naties omarmd zijn en die de bron zijn van voorspoed en moreel leiderschap in de wereld.
Dit verslag kan niets of niemand integreren. Het is een symbool van levende doden. Het kan een continent van zombies creëren, zich niet bewust van hun nationale identiteit.
José Albino Silva Peneda (PPE-DE). – (PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de toegenomen levensverwachting en een gestaag dalend geboortecijfer betekenen dat de Europese demografische afhankelijkheidsindex zal stijgen van de huidige 49 procent naar 59 procent in 2025 en 77 procent in 2050.
Zodoende staat de Europese Unie voor een niet eerder voorgekomen probleem, aangezien Europese steden in de toekomst een zeer hoge proportie oude mensen zullen herbergen en de maatschappij daardoor heel anders zal zijn dan wat we nu kennen.
Deze trend betekent dat er ingrijpende veranderingen zullen moeten komen in belangrijke aspecten van overheidsbeleid. Naast de sociale zekerheid zullen er veranderingen moeten komen in de gezondheidszorg, belastingbeleid, ruimtelijke ordening, immigratie, veiligheid, cultuur, toerisme, recreatie enzovoort.
De financiering van pensioenstelsels zal ook opnieuw doordacht moeten worden, zodat ze niet langer vooral op de staat gebaseerd is; en zelfs als dat wel zo is, zullen contributies niet bijna uitsluitend uit loon komen.
Gegeven de verregaande consequenties van demografische verandering moet zij bekeken worden vanuit het gezichtspunt van de overheid en de sociale structuur, waarbij de mobilisatie vereist is van alle economische, culturele en maatschappelijke partijen in een structurele analyse en debat over de verschillende opties waar het gaat om de maatregelen die genomen moeten worden. Vandaar de waarde van dit verslag.
Opnieuw staan we voor een terrein waar het essentieel en dringend is de maatschappelijke dialoog op te voeren; sterker nog, dat is de enige manier om deze kwestie aan te pakken.
Ik ben het eens met de stelling van de Commissie dat het verhogen van het geboortecijfer, gezien de urgentie en de schaal van de zaak, het opstellen van een langetermijnstrategie met zich mee zal brengen. Dat is de enige manier waarop we preventieve actie kunnen ondernemen en tegelijkertijd de Europese Unie kunnen helpen de kansen aan te grijpen die horen bij een beleid om het geboortecijfer te doen stijgen.
Harald Ettl (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, vandaag, op dit late uur, discussiëren wij over een verslag dat handelt over de demografische toekomst van Europa, waarbij het publiek praktisch is buitengesloten. De rapporteur verdient de hoogste lof voor dit verslag, want zij behandelt hierin onze existentiële maatschappelijke, politieke en sociale vragen. Het resultaat moet verplichte lectuur worden voor alle leden van het Europees Parlement die zich verstoppen achter de dagelijkse praktijk van de politiek en onwetendheid van de werkelijkheid.
Het verslag onthult hoe en waar de kilte van de economie en de rat race kunnen worden bestreden met sociale warmte. Er staan ook voorspellingen in van de manier waarop dingen zich zullen ontwikkelen, om onze ogen te openen en een politieke filosofie van een omvattende maatschappij te ontwikkelen. Dat houdt verband met de steeds veranderende vraag naar wat een gezin is, die herzien moet worden, en met het feit dat in de welvarende maatschappij van vandaag het krijgen van kinderen in verband staat met de vrees voor armoede.
In industriële bedrijven wordt – precies zoals te verwachten viel – ouderschapsverlof geweigerd door macho managers die nooit een sociaal leven hebben gehad. Bovendien zijn er ontelbare arbeidsrelaties en werkvloeren die maken dat mensen zich afvragen of ze zich kinderen kunnen “veroorloven”.
De extra maatregelen die in het verslag worden opgenoemd, zijn nodig om een demografische ontwikkeling in een “win-winsituatie” te veranderen. Eén ding staat vast: de samenleving van morgen zal er anders uitzien. Of het generatieconflict zal uitgroeien tot een sociaal-politieke apocalyps en de mogelijkheid van conflict tussen arm en rijk zal versterken, hangt af van het hier en nu en of politici bereid zijn politiek te denken en sociaal-politiek te werken.
Dit verslag is meer dan een sombere weersvoorspelling waar we vandaag wel mee kunnen leven omdat het er morgen misschien beter uitziet. Dit verslag is een duidelijke roep om het veranderen en ontwikkelen van onze samenleving en heel in het bijzonder is het een kans om ons persoonlijke begrip van de maatschappij te verbeteren. Wederom mijn dank aan de rapporteur.
Jean Marie Beaupuy (ALDE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, zoals de heer Ettl zei, staan we voor een grote uitdaging. Al onze medeburgers realiseren zich nu dat het klimaat een uitdaging is. Weinigen realiseren zich nog dat democratie een uitdaging is.
Maar, dat gezegd hebbende: waar bevindt zich het demografische probleem in Europa? In de steden natuurlijk, aangezien 80 procent van de bevolking in steden geconcentreerd is. Wat is de kwestie voor burgers van nu die in steden leven, en voor burgemeesters, aangezien ik collega-leden van het EP ken die, net als ik, ook burgemeester of locoburgemeester van hun stad zijn?
Ik zal twee series voorbeelden nemen. Een serie economische voorbeelden aan de ene kant. Daar waar steden ofwel een grote bevolking moeten herbergen ofwel, zoals in sommige steden in Oost-Duitsland, veel van hun inwoners zien vertrekken, betekent dit in het tweede geval leegstaande huizen, ongebruikte wegen, nodeloos verwarmde districten, lege scholen; in het eerste geval betekent het het bouwen van een school voor 5 miljoen euro, zoals ik net in mijn stad heb gedaan, of een nieuw buurtcentrum voor 7 miljoen euro. Dit zijn voorbeelden van economische besteding die gedragen moet worden door de steden en door de belastingbetalers van de steden.
Maar dit is niet alleen een economische uitdaging, het is ook een menselijke; want als je in deze buurten mensen ziet die geïsoleerd zijn, als de hele buurt vergrijst, als je het vrolijke geroep van op straat spelende kinderen niet meer hoort, dan is dat een probleem van menselijke relaties. Er zijn banen die niemand wil, zoals u weet. In sommige kleine steden is geen loodgieter meer te vinden. We hebben in mijn stad niet genoeg verpleegsters meer. We hebben niet langer genoeg mensen in de thuiszorg, zodat mensen moeten wachten. In plaats van twee uur hulp per dag krijgen we er maar één. Dit is een serieus menselijk probleem.
Commissaris, ik zou graag verder willen gaan dan het verslag van mijn collega mevrouw Castex – waar ik morgen met veel genoegen vóór zal stemmen – en u willen vragen, in mijn hoedanigheid van voorzitter van de Interfractiewerkgroep “Stedelijke huisvesting”, een voorstel over steden voor ons te schrijven, zodat er in de nabije toekomst een schema kan worden opgesteld voor elke stad, dat ons in staat stelt de demografische situatie in onze steden op de middellange en lange termijn beter te begrijpen en te beheersen; zodat er besluiten kunnen worden genomen over huisvesting, vervoer, scholen enzovoorts.
Wojciech Roszkowski (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het verslag waarover we debatteren is een bewijs van de machteloosheid van de EU om de situatie zelfs maar te evalueren. We zijn aan boord van een demografische Titanic en niemand heeft zelfs de band gevraagd te gaan spelen; maar hier zitten we dan en houden debatten van zulk cruciaal belang in de avonduren, wanneer er een minimum aan toehoorders is.
We hebben een demografische crisis in de EU. Terwijl het verslag het over veranderingen heeft, is de strekking van overweging F duidelijk in tegenspraak met die van paragraaf 1. Er wordt gepraat over onvruchtbaarheid van vrouwen, maar hoe zit het met die van mannen? Er wordt gepraat over onvruchtbaarheid van stellen, alsof homoseksuele stellen vruchtbaar zouden kunnen zijn. Er wordt gepraat over onvruchtbaarheid, maar er wordt niets gezegd over abortus als hoofdoorzaak van de dalende bevolkingsaantallen in Europa. In de laatste vijftig jaar zijn er ongeveer 75 miljoen abortussen uitgevoerd in de 27 lidstaten. Als dat niet was gebeurd, zou de bevolking van de Europese Unie nu 15 procent groter zijn en zouden we geen crisis hebben.
In de EU hebben we het altijd over rechten en nooit over plichten, of over plichten met betrekking tot de toekomst. Dit kan alleen maar worden omschreven als volwassenen die aan een tweede kindertijd beginnen. Daarom hebben we een crisis: kinderen kunnen geen nakomelingen krijgen en oude mensen ook niet, maar zonder nakomelingen is er geen toekomst.
Csaba Őry (PPE-DE). – (HU) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Het verslag over de demografische toekomst van Europa is een belangrijk verslag, aangezien het over het oplossen van cruciale problemen gaat: de vergrijzing van de maatschappij een halt toeroepen, het verlangen kinderen te krijgen doen toenemen, de balans tussen werk en gezinsleven verbeteren, werkgelegenheid voor vrouwen, zorg voor ouderen, voorzieningen voor de behoeftigen – naast werk –, en niet in de laatste plaats de kwestie van duurzaamheid op de lange termijn en de financiële levensvatbaarheid van de grote socialezekerheidsstelsels.
In het middelpunt van deze vragen bevinden zich het gezin, de vraag naar de werkverdeling binnen het gezin, man en vrouw die tegelijkertijd werken, kostwinning en onderwijs voor meer en meer kinderen, en doorgaan met kostwinning en zorg voor afhankelijke ouderen. Hoe kunnen volwassen gezinsleden worden aangemoedigd om te werken en tegelijk kinderen te krijgen? En we moeten er ook op letten dat we tegelijkertijd een actieve oude dag willen aanmoedigen op het niveau van Uniebeleid, dat wil zeggen: door werk naast het pensioen aantrekkelijk te maken, de leeftijdslimiet een beetje op te schuiven binnen de grenzen van het mogelijke, en vervroegde uittreding terug te dringen door indirecte prikkels.
Deze doelstellingen, die van elkaar afhankelijk zijn, kunnen we alleen bereiken als we bijzondere aandacht besteden aan twee overwegingen: het steunen van gezinnen en het verbeteren van de gezondheid van mensen. Het is duidelijk dat we de wens van ouderen om te werken alleen kunnen doen toenemen als ze voldoende gezond zijn en in staat zijn zonder evidente problemen door te werken.
Het is betreurenswaardig dat veel lidstaten om budgettaire redenen gezondheidsuitkeringen stopzetten en verlagen en dat er meer en meer lasten terechtkomen op de schouders van werkenden, inclusief de ouderen en behoeftigen. Dit is de verkeerde richting. Het helpt niet bij het implementeren van de strategie van Lissabon en het helpt ook niet om demografische problemen op te lossen. Er is een vergelijkbare situatie met stelsels voor gezinssteun en ook hier geldt dat we ze moeten vergroten in plaats van ze stop te zetten en te verminderen. Dank u wel, mijnheer de Voorzitter.
Rovana Plumb (PSE). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega’s, het verslag-Castex is heel belangrijk voor de toekomst van Europa en ik zou mevrouw de rapporteur graag willen gelukwensen met de inhoud.
Een correcte bevolkingspolitiek brengt een fundamentele zaak met zich mee: we moeten de toekomstige generaties geen taken stellen die bijna onmogelijk zijn, als we de omstandigheden in ogenschouw nemen die voor de komende decennia worden voorspeld. Om kort te gaan, we moeten oplossingen vinden die zijn aangepast aan het heden, maar vooral aan de toekomst.
De Europese demografische gegevens zijn in de hele Unie een probleem en ik zou de aandacht willen vestigen op het feit dat de regio die ik de eer heb te vertegenwoordigen, op dit terrein acute problemen heeft. Sterker nog, de sociaal-culturele realiteit die het resultaat is van de lange communistische periode heeft de demografische processen in de Oost-Europese landen direct beïnvloed; Roemenië is een specifiek geval.
Het antwoord op de demografische uitdaging lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: de lidstaten moeten hun bevolkingspolitiek snel herzien om de negatieve gevolgen van de bevolkingsdaling en de vergrijzing uit te bannen. Hoewel de oplossingen niet altijd zo eenvoudig zijn als de vragen, zou ik het belang willen beklemtonen van paragraaf 10 van het verslag, waarin de lidstaten wordt verzocht maatregelen te nemen om goede en betaalbare kinderopvangvoorzieningen te scheppen, in overeenstemming met de doelstellingen van Barcelona, zodat de lidstaten in 2010 voorzieningen moeten hebben gecreëerd die voldoende zijn voor opvang van ten minste 90 procent van de kinderen tussen drie jaar en de schoolgaande leeftijd en ten minste 33 procent van de kinderen onder de drie jaar oud. Dit is tegelijkertijd een royale en een noodzakelijke doelstelling.
Ik meen dat het verschaffen van directe financiële ondersteuning in de vorm van geld een oplossing is, maar alleen voor het moment; daarom moet de nadruk worden gelegd op het ondersteunen van de ouder in relatie tot de werkgever en op kwaliteit en betaalbare dienstverlening in kinderopvang en onderwijs, met het doel de balans tussen gezin en beroepsleven veilig te stellen. De Europese instellingen en de lidstaten beginnen zich bewust te worden van het belang van bevolkingspolitiek, maar dat is niet genoeg. We hebben een eerste stap nodig, een precieze weergave van de demografische situatie in de Europese Unie.
(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Marian Harkin (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste zou ik tegen de rapporteur willen zeggen: goed gedaan! Dit is een veelomvattend verslag over een belangrijk vraagstuk voor de EU: het tegemoettreden van de demografische uitdaging.
Ik wil slechts twee gebieden noemen die dit verslag bestrijkt: de situatie van verzorgers, in het bijzonder gezinsverzorgers, en de pensioenenkwestie. Waar het over verzorgers gaat, herinnert het verslag de lidstaten aan de meervoudige nadelen die zij ondervinden en vraagt het ook om meer steun voor verzorgers, in het bijzonder om het recht op toegang tot flexibel of deeltijdwerk. Dit zal het voor verzorgers gemakkelijker maken keuzes te maken en een redelijke balans tussen werk en leven te vinden.
Sterker nog, de recente prejudiciële uitspraak van het Gerechtshof ten gunste van de zaak voor constructief ontslag die was voorgelegd door een verzorger in het Verenigd Koninkrijk, lijkt aan te geven dat het Gerechtshof in dezelfde richting denkt.
Dit verslag benadrukt ook dat toegang tot adequate dienstverlening voor diegenen die zorg nodig hebben, een belangrijke rol speelt bij het veiligstellen van complete en gelijke arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen. Dit zal ons helpen bij het bereiken van de doelstellingen van Lissabon. Maar in adequate dienstverlening hoort natuurlijk hoe dan ook te worden voorzien.
Het verslag onderstreept ook de enorme ongelijkheid in gemiddelde bedrijfspensioenen tussen mannen en vrouwen. Deze wordt vaak veroorzaakt door loopbaanonderbrekingen om voor kinderen of bejaarde familieleden te zorgen. En het verslag doet een beroep op lidstaten om in actie te komen en ervoor te zorgen dat zwangerschaps-, vaderschaps- en ouderschapsverlof geen minpunten opleveren wanneer de pensioenaanspraak wordt berekend.
Het is cruciaal dat de verzorgers van vandaag, van wie velen “24/7” beschikbaar zijn, niet de volgende generatie oudere arme mensen worden. Om er echt voor te zorgen dat dit niet gebeurt, moeten lidstaten actie ondernemen om de kwestie van pensioenen voor verzorgers aan te pakken. Het zou volstrekt onacceptabel zijn als aan hen die de last van de verzorging dragen, een adequaat pensioen werd ontzegd.
Ryszard Czarnecki (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, toen ik op de basisschool zat, waren er 100 miljoen Europeanen van veertien jaar of jonger zoals ik. Wanneer ik een stokoude 87-jarige ben, zullen er nog maar net 66 miljoen kinderen van die leeftijd in Europa zijn. Op het moment is één op de vier Europese burgers boven de 65 en over veertig jaar zal één op de twee Europeanen in de pensioenleeftijd vallen.
Laten we ons herinneren dat deze getallen meer zijn dan alleen maar droge statistieken. Dit alleen al zal een enorme stijging van overheidsuitgaven en uitkeringen veroorzaken. We hebben in Europa, mijn land inbegrepen, een demografische crisis. Honderd jaar geleden was één op de zes of zeven wereldburgers Europeaan, maar over veertig jaar zal één op de twintig mensen op ons continent wonen.
Dus wat staat ons te doen? Het moederschap bevorderen, economische prikkels creëren om kinderen te krijgen – inclusief belastingverlaging –, grote gezinnen steunen – maar één ding dat we zeker moeten doen is onvruchtbaarheid behandelen. Nu klagen we en hebben we het uiteindelijk over het immigrantenprobleem, maar de oorsprong van deze moeilijkheden ligt in de demografische achteruitgang van de Europese volkeren.
Miroslav Mikolášik (PPE-DE). – (SK) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik vind het verontrustend dat het geboortecijfer nu al een aantal jaren daalt en dat de voorspellingen zijn dat er in 2050 een verandering in de bevolkingsopbouw van de Europese Unie zal zijn. Niet alleen zal de bevolking van de Europese Unie in het algemeen oud worden; er zal ook een tekort komen aan mensen van een productieve leeftijd. Dientengevolge zal de Unie geconfronteerd worden met een verlies aan concurrentievermogen in vergelijking met regio’s die aanmerkelijke demografische groei laten zien.
Het gebrek aan demografisch evenwicht zou dan de financiering van de socialezekerheids- en pensioenstelsels in gevaar kunnen brengen. Maar deze situatie is niets nieuws en de huidige ongunstige demografische veranderingen dwingen ons belangrijke vragen te stellen; bij het zoeken naar oplossingen voor de veranderingen moeten we hun oorzaken en gevolgen analyseren. Naar mijn mening wordt een van de hoofdoorzaken van deze demografische winter gevormd door de ongunstige omstandigheden en ontwikkelingen die de traditionele gezinseenheid van een man en een vrouw, de rol van het moederschap in het leven van vrouwen, de rol van mannen als vaders van kinderen, de economische en sociale voordelen voor gezinnen met meer kinderen, enzovoorts, proberen te ondermijnen.
Als vader en als dokter verwelkom ik die delen van het verslag die het hebben over het beschermen van het moederschap en het geven van sociaal-economische steun aan gezinnen en activiteiten die mannen en vrouwen in staat zullen stellen hun gezins- en werkende leven beter met elkaar te verenigen. Ik ben het ook eens met de pragmatische en rationele benadering van immigratiebeleid. Ik wil alleen vermelden dat een rationeel immigratiebeleid wat mij betreft betekent dat die posten bemand worden die in de EU-lidstaten al zo lang onbemand zijn. Het is juist op dit terrein dat we een weloverwogen en goed voorbereid Europees beleid nodig hebben. Bij het toepassen van het zogenoemde blauwekaartsysteem moet Europa als onderdeel van het immigratieproces alleen mensen uitkiezen die gekwalificeerd zijn en die kunnen werken in die beroepen waarin onze markt mankracht tekortkomt.
Nog een positief aspect is naar mijn mening de mogelijkheid van adoptie voor onvruchtbare paren en het scheppen van goede omstandigheden voor pleeggezinnen. (Ik ben bijna klaar.) Ik ben het echter niet eens met het bevorderen van medisch begeleide voortplanting als mogelijkheid voor het behandelen van onvruchtbaarheid, omdat…
Joel Hasse Ferreira (PSE). – (PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de kwestie van Europa’s demografische toekomst heeft aanmerkelijke aandacht van dit Parlement verdiend. In Lissabon heb ik samen met mijn collega Edite Estrela gepleit voor een publieke hoorzitting over demografie en solidariteit tussen de generaties tijdens het debat over het verslag-Bushill-Matthews. Het verslag van mevrouw Castex, waarmeer ik haar gelukwens, valt in een breder perspectief: dat van de demografische toekomst van Europa.
Niet alleen generaties worden uitgedaagd solidair te zijn, maar ook gebieden; het gaat dan om de integratie van migranten, personeelsbeleid en, uiteraard, de uitdaging van demografische vernieuwing.
Dergelijke demografische vernieuwing, dames en heren, brengt met zich mee dat men rekening houdt met het belang van kinderopvangfaciliteiten, die het voor ouders gemakkelijker maken de arbeidsmarkt op te gaan en die armoede helpen bestrijden, in het bijzonder voor gezinnen met één ouder.
Het is echter ook belangrijk er rekening mee te houden dat sommige van de doelstellingen die in Barcelona terecht zijn vastgelegd op dit en andere terreinen, in verscheidene landen nog niet zijn behaald; ik zou de klemtoon willen leggen op grotere participatie van vrouwen aan het werkende leven en steun voor werkgelegenheid voor mensen van boven de 55.
Ook vanuit het gezichtspunt van belastingen is het belangrijk dat lidstaten nadenken over de mogelijkheid effectieve maatregelen te bevorderen om het geboortecijfer te doen stijgen, zodat de financiële beperkingen bij het nemen van meer kinderen worden verminderd.
Laat ons er duidelijk over zijn: het is nog steeds belangrijk dat werknemers hun werkende leven kunnen verlengen als ze dat willen, binnen het bestaande wettelijk kader van elke lidstaat, maar het recht op pensioen op de wettelijke leeftijd moet worden bewaakt. Het is uiteraard essentieel ons in te spannen voor grotere duurzaamheid van socialezekerheidsstelsels.
De toekomst van Europa als het om bevolking gaat, heeft veel te maken met immigratie uit het zuiden; daarom moeten de onderwijssystemen rekening houden met de behoeften van immigranten en hun gezinnen, zodat zij zich in de verschillende EU-lidstaten gelukkig en tevreden kunnen voelen.
Ik concludeer: de demografische toekomst van Europa hangt ook af van ons, het Europees Parlement. Ik weet zeker dat we tegen onze verantwoordelijkheid zijn opgewassen.
Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). – (PL) De demografische toekomst van Europa is een langetermijnprobleem. Europa is snel aan het vergrijzen. We worden bedreigd door een vermindering van de bevolking in de werkende leeftijd, een terugval in economisch concurrentievermogen en een afname van de bedragen voor sociale zorg en het in evenwicht houden van de pensioenstelsels.
De grote uitbreiding van de Europese Unie en de migratie van mensen vanuit de nieuwe lidstaten naar de oude lidstaten op zoek naar salaris hebben dit probleem in West-Europa verlicht, maar niet opgelost. Europa’s vergrijzingsproces gaat door en er is onder andere op de volgende terreinen kordaat optreden nodig: bescherming van mensenrechten en werknemersrechten, bevordering van een pro-gezinsbeleid, medische zorg en sociale voorzieningen, en verbeteringen in personeelsbeleid – en immigranten moeten hierbij betrokken worden. Deze stappen zullen alleen het gewenste resultaat opleveren zo lang globaliseringsprocessen de mensheid en het gezin niet vernietigen en zo lang de hoogste waarde inderdaad de mens is en niet het kapitaal.
Anna Záborská (PPE-DE). – (SK) Europa staat voor een duidelijk negatieve trend die aangeeft dat er in de Unie de komende vijftig jaar enorme demografische veranderingen zullen plaatsgrijpen. Een dalend geboortecijfer, geleidelijk vergrijzen en uitsterven van bevolking zijn vandaag de grootste problemen. Onder bepaalde omstandigheden dreigt zelfs het einde van de Europese beschaving. We moeten de waarheid onder ogen zien wanneer we het over de oorzaken van deze situatie hebben.
Gedurende de laatste vijftig jaar ongeveer zijn tientallen miljoenen inwoners van Europa niet geboren doordat zwangerschappen eindigden met abortus provocatus. Jonge mensen zijn niet opgevoed om zich in seksuele aangelegenheden verantwoordelijk te gedragen; seksuele vrijheid is een typische eigenschap van de maatschappij van nu. Er is ook in de laatste vijftig jaar een stijging geweest van het aantal stukgelopen huwelijken, echtscheiding, incomplete gezinnen, en meer en meer kinderen die buiten het huwelijk worden geboren. Voeg hieraan toe de enorme daling van de waarde van een kind: welk percentage, bijvoorbeeld, van de kosten van één of twee auto’s kan een ondernemer jaarlijks van de belasting aftrekken, en hoeveel van de kosten van een kind kan een ouder aftrekken? Ons sociale beleid beloont degenen die weinig of helemaal geen kinderen hebben en zich in de eerste plaats op hun carrière concentreren. We hebben een sociaal beleid dat gezinnen met meer kinderen tot armoede en afhankelijkheid van uitkeringen dwingt. De staat is het voornaamste, doorslaggevende lichaam dat is betrokken bij beoordeling en herverdeling en bij het nastreven van solidariteit tussen de generaties door middel van belasting- en sociale wetgeving. De media en de samenleving zetten vrouwen onder enorme druk en laten ze geloven dat alleen het werk dat ze als onderdeel van hun baan doen, enige waarde en doel heeft. Het baren en grootbrengen van een kind wordt nog steeds als een noodzakelijk kwaad gezien. Het moederschap heeft praktisch geen waarde. In termen van geld wordt zijn waarde niet eens uitgedrukt in een minimumloon.
Er zijn zeker andere oorzaken, maar het zijn de bovengenoemde die de demografie van Europa hebben vernietigd. Alleen door deze oorzaken te elimineren kunnen we van Europa weer het continent van de toekomst en de hoop maken, want een continent zonder kinderen is een continent zonder toekomst.
Edite Estrela (PSE). – (PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, om te beginnen zou ik mevrouw Castex willen danken voor haar uitstekende werk.
Demografische verandering is een grote uitdaging voor Europa. Honderd jaar geleden vertegenwoordigde de Europese bevolking 15 procent van de wereldbevolking. In 2050 zal ze waarschijnlijk nog maar 5 procent voor haar rekening nemen. Elke vrouw in de Europese Unie krijgt gemiddeld 1,5 kinderen, wat onder het aantal van 2,1 kinderen ligt dat vereist is om de bevolking op peil te houden.
De situatie is ernstig en zal negatieve gevolgen hebben voor de economie, socialezekerheidsstelsels en de samenstelling van de maatschappij zelf.
Het is daarom nodig maatregelen te nemen zoals die onlangs in Portugal zijn aangenomen met een investering van meer dan 100 miljoen euro om in het hele land in kinderdagverblijven en kleuterscholen te voorzien, wat verder gaat dan de doelen van de strategie van Lissabon. Het toekennen van een zwangerschapsuitkering aan de behoeftigste zwangere vrouwen, kinderbijslag voor immigrantenkinderen, uitbreiding van het moederschapsverlof, 20 procent meer kinderbijslag voor eenoudergezinnen, belastingvoordeel voor bedrijven die kinderdagverblijven voor hun werknemers oprichten of subsidiëren, het opzetten van een moederschapsuitkering, publieke steun voor medisch ondersteunde voortplanting – allemaal goede voorbeelden die andere landen zouden moeten volgen.
Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). – (EL) Commissaris, ongetwijfeld zal alles wat mijn collega’s tegen u aan het herhalen zijn ertoe leiden dat u het demografische probleem opneemt onder de fundamenteelste kwesties op de nieuwe sociale agenda – en we verwachten die als uw voorstel te ontvangen voor 2008.
Met de geplande levensloopbenadering is aan demografische ontwikkeling de noodzaak verbonden de behoefte aan toekomstige vaardigheden in de gaten te houden en te voorspellen om dynamisch menselijk kapitaal op de arbeidsmarkt te creëren. Dit is nodig om de hoop te doen toenemen dat we het relatieve voordeel van de ontwikkelingsmogelijkheden van de EU kunnen handhaven.
Ik feliciteer mevrouw Castex met haar geduld bij het uitvoeren van zo’n lastige inschatting van de situatie. We kunnen in haar verslag in het kort uiteengezet de ononderbroken keten van problemen zien. Horizontaal ingrijpen zal de oplossing bieden.
In de geest van de mededeling van de Commissie zijn de problemen gepresenteerd die een correcte aanpak vergen op nationaal, regionaal en locaal niveau en in een reeks sectoren. De eerste noodzaak is hier, zoals we al zo vaak hebben gehoord, het versterken van de solidariteit tussen generaties door middel van veelzijdige materiële en morele steun voor het gezin. Dit behoort het geval te zijn ongeacht waar het gezin zich bevindt – in een stad of in een afgelegen dorp; zijn leden, wat ook hun leeftijd of afkomst is en of ze nu oorspronkelijke inwoners of immigranten zijn, horen er allemaal van te profiteren.
Het feit dat gezinnen in een lidstaat leven moet het hun mogelijk maken hun mogelijkheden als bron van rijkdom te ontplooien. Gezinnen zijn het hart van ontwikkeling: ze leveren werk, verbruiken goederen en brengen nieuwe dynamische leden voort. Wat we nodig hebben om nieuwe gezinnen te creëren is de garantie van wettelijke veiligheid, het bewaken van de beleidscontinuïteit en bovenal eerlijke dialoog in de publieke en de private sector.
Corina Creţu (PSE). – (RO) Geachte collega’s, allereerst zou ik de kwaliteit van het verslag van mevrouw Castex willen benoemen, een verslag over een doorslaggevend thema voor de toekomst van het Europese sociale model en voor de economische groei in het gebied van de Europese Unie. Ik zou ook commissaris Špidla willen verwelkomen, evenals zijn belangstelling voor sociale zaken. Ik dank mevrouw Castex, in het bijzonder voor de aandacht die wordt besteed aan de status en waardigheid van de vrouw en respect voor haar burgerrechten en –vrijheden.
Ik hoef hier niet te herinneren aan de drama’s die de vrouwen in Roemenië meemaakten tijdens de communistische periode, toen abortus illegaal was – de menselijke tragedies, veroorzaakt door de abortussen die de Roemeense vrouwen met primitieve middelen zelf teweegbrachten. De film die in 2007 een Gouden Palm won in Cannes, geregisseerd door de Roemeen Cristian Mungiu, gaf een realistisch beeld van dit werkelijk nationale trauma waar Roemenië mee te maken kreeg – een situatie die moeilijk te begrijpen is in een normale wereld, dat weet ik.
Oost-Europese landen kregen een ware demografische schok na de val van het communisme. Meer dan anderhalf decennium lang was er een negatieve demografische groei en we zijn nu schuchter getuige van een langzame verandering in deze toestand. Niettemin moet er in het algemeen veel gedaan worden om deze toestand te veranderen in de landen van de Europese Unie, en de maatregelen die in het verslag worden voorgesteld, lijken mij afdoende; ze zouden moeten worden overgenomen door de nationale regeringen en ondersteund door de Commissie.
Een tweede aspect dat ik zou willen noemen, gaat over het pensioenstelsel. In heel Europa is de leeftijd waarop jonge mensen de arbeidsmarkt betreden, alarmerend gestegen, tegelijk met de daling van de pensioenleeftijd. Verscheidene landen klagen over het feit dat ze aan de ene kant een tekort aan arbeidskrachten hebben en aan de andere kant mensen van rond de vijftig met pensioen gaan of geen werk meer kunnen vinden. Ik waardeer ook de maatregelen die in het verslag worden voorgesteld in verband met dit probleem.
Rumiana Jeleva (PPE-DE). – (BG) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, Europa is de eerste regio in de wereld waar het effect van demografische uitdagingen wordt gevoeld.
De demografische ontwikkeling is het resultaat van drie factoren: geboortecijfer, levensverwachting en migratiestromen. De geboortecijfers in de Europese Unie zijn de laatste drie decennia gedaald en er is geen omkering van deze trend te zien. In sommige lidstaten gaat het omlaag, terwijl in mijn land, Bulgarije, gesproken kan worden van “demografische instorting”, met het laagste geboortecijfer en het hoogste sterftecijfer in Europa.
Tegelijkertijd is de levensverwachting stijgende. Dit is een stabiele trend die gevolgen zal hebben voor alle aspecten van de economische en sociale ontwikkeling van Europese burgers in de toekomst.
Neem bijvoorbeeld de ouderdomsafhankelijkheidsverhouding. Op dit moment is die 1 op 4, zoals eerder is gezegd. Men verwacht dat ze 1 op 2 zal zijn in 2050. Maar zelfs op dit moment is deze delicate verhouding al een feit. Ik haal opnieuw het voorbeeld van Bulgarije aan, waar de verhouding tussen gepensioneerden en werkende mensen al 1 op 1,2 bedraagt.
Wat migratiestromen betreft, zou onze benadering zich moeten richten op hun effectieve management en niet zozeer op excessieve beheersing. Wat we nodig hebben is een flexibeler beleid van de Gemeenschap en de lidstaten ten opzichte van immigranten, in het bijzonder diegenen die uit derde landen komen. Immigratie zou een positief element kunnen zijn, maar is niet de panacee voor elk aspect van de bestaande demografische problemen.
Al deze voorbeelden tonen aan dat demografische uitdagingen een feit zijn en dat we ze nu tegemoet moeten treden. We moeten het perspectief veranderen van uitdagingen naar kansen. Het lijkt alsof er te veel wordt gepraat en te weinig gedaan met betrekking tot demografische veranderingen. Daarom steun ik van harte het begrip dat de demografische ontwikkeling een kwestie van horizontaal beleid moet zijn die wordt opgenomen in de hoofdstroom van de verschillende soorten beleid van de Gemeenschap en de nationale, regionale en locale autoriteiten.
Gabriela Creţu (PSE). – (RO) We hebben hier een heel goed verslag, waarin alles gezegd lijkt te zijn. We danken diegenen die eraan gewerkt hebben. Staat u mij niettemin een herformulering toe die geen stijlfiguur is. Ons algemene doel, als politici, is het schikken van de verhoudingen tussen mensen in de maatschappij, zodat we allemaal zo lang mogelijk kunnen leven met harmonie tussen ons en de natuur. Als we dit doel accepteren, hebben we geen demografisch probleem.
Eigenlijk worden we slechts aan een demografisch onderzoek onderworpen door ongerechtvaardigde versimpeling en onwetendheid van wat we zijn. Er zijn andere indicatoren die de situatie van mensen als bevolking meten en die zijn ons bekend. Ze heten menselijke-ontwikkelingsindices. Vanuit dit gezichtspunt staan de landen van de Europese Unie boven aan de lijst van meest ontwikkelde landen, wat een goede zaak is. De uitdaging is niet het demografische gedrag te veranderen, maar te accepteren dat we ons economische en sociale model moeten veranderen. Het is superieur aan andere modellen, maar inadequaat. Het bleef achter bij onze eigen ontwikkeling als mensen. Er gaapt een kloof tussen ons algemene doel en de organisatie van de sociale omgeving en de economische verhoudingen, tussen stellingname en feiten.
We zeggen dat het noodzakelijk is dat er meer kinderen geboren worden. Intussen leven 30 procent van Europa’s kinderen onder de armoedegrens. We vragen vrouwen kinderen te baren, maar single moeders lopen het grootste risico te worden buitengesloten. De arbeidsparticipatie moet stijgen, maar sociale voorzieningen moeten niet worden gefinancierd. We exporteren problemen en we willen oplossingen importeren, maar burgers zijn geen markt. We moeten de economische en sociale relaties menselijk maken als we dit probleem willen oplossen. Dit is de grote uitdaging.
VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS Ondervoorzitter
Péter Olajos (PPE-DE). – (HU) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek nu tot u namens een gebied in demografische crisis en een van de ziekste landen in dat gebied. Als Parlementslid dat verantwoordelijk is voor volksgezondheid kan ik niet sterk genoeg benadrukken hoe nauw onze demografische problemen verband houden met volksgezondheidsproblemen. In mijn thuisland, Hongarije, sterven meer mensen aan kanker dan waar dan ook in Europa en dit draagt ook bij aan het feit dat er ieder jaar 50 procent meer mensen sterven dan er geboren worden.
Het verslag-Castex over de demografische toekomst van Europa wijst er terecht op dat er in het belang van vernieuwing een nieuw beleid moet worden vastgesteld. Staat u mij toe maar één voorbeeld te noemen: terwijl de bevolking van de islamitische landen zal toenemen tot 1300 miljoen in 2050, zal Europa dalen van 495 naar 400 miljoen.
Deze nieuwe bevolkingspolitiek moet op twee pijlers worden gebouwd: het gezin als de belangrijkste basiseenheid van de maatschappij en gezonde mensen. Gezinnen moeten zeker kunnen zijn van een systeem dat hen effectief aanmoedigt, en van bescherming. Tegenwoordig staat in veel lidstaten het krijgen van kinderen gelijk aan het krijgen van armoede. Maar er zijn ook veel goede voorbeelden. Er zijn een paar landen waar de staat grote gezinnen een extra last van de schouders neemt. Dit goede voorbeeld moet overal worden nagevolgd.
Gezondheid is een voorwaarde voor kwaliteit van leven. De interesse van burgers in het bewaken van hun eigen gezondheid moet worden gewekt. Ze zullen van de staat de hiertoe noodzakelijke steun krijgen op ieder materieel gebied, zoals verplichte onderzoeken en gratis sportgelegenheid, en langs intellectuele lijnen, dat wil zeggen: met voorlichting op het gebied van gezondheid en demografie.
Het is in het fundamentele belang van iedere lidstaat zijn demografische en gezondheidssituatie te verbeteren. Dit is in het bijzonder belangrijk in Hongarije, waar de bevolkingsgrootte in de toekomst tot onder de 10 miljoen zou kunnen dalen en waar de gemiddelde levensverwachting tien jaar lager is dan het Europese gemiddelde. De toekomst van Europa hangt af van de demografische prestatie van de generaties die nu leven. Wat een regering nu met een slecht beleid nalaat, zal later moeilijk te herstellen zijn.
Vladimír Maňka (PSE). – (SK) Dames en heren, mensen in de Europese Unie leven langer en langer. Dat is een positief verschijnsel. Aan de andere kant is er een gestage daling van het aantal jonge mensen. Het aantal mensen in de productieve leeftijdsgroep zal in slechts drie of vier jaar beginnen te slinken. Nu is de verhouding drie mensen in de werkende leeftijd op één persoon van de pensioenleeftijd; in 2050 zal het maar anderhalve persoon van werkende leeftijd zijn. Hoe lossen we de economische effecten van de vergrijzing van de bevolking op?
Ten eerste: we moeten banen voor meer mensen vinden. Het traditionele beleid waarbij mannen werken en vrouwen gezinstaken uitvoeren, is niet langer geloofwaardig. De meeste vrouwen willen zowel moeder worden als carrière maken. Het overheidsbeleid moet beide wensen steunen. De Scandinavische landen zijn een goed voorbeeld. Hun actieve arbeidsmarktbeleid in combinatie met betere zorg voor vrouwen met kinderen biedt de beste levenskwaliteit.
Ten tweede moeten we de maatschappelijkwelzijnsstelsels hervormen die zijn bedoeld om te zorgen voor oudere mensen en mensen die de pensioenleeftijd hebben bereikt. Als we dit niet doen op basis van sociale gelijkheid en solidariteit, zullen de verliezers voor het grootste deel ouderen zijn. Om verbetering op de lange termijn te bereiken hebben we hervormingen van pensioen- en medische zorgstelsels en investeringen in een goede gezondheid nodig. Oudere mensen hebben veel kennis en ervaring vergaard en we moeten hen motiveren om langer te blijven werken.
Dames en heren, de strategie van Lissabon begint aan een nieuwe cyclus, wat ons de gelegenheid biedt hervormingen te introduceren die de arbeidsproductiviteit zullen verhogen en helpen banen te scheppen, wat zal helpen de economische gevolgen van de bevolkingsvergrijzing te verminderen.
Roberta Alma Anastase (PPE-DE). – (RO) Dames en heren, op dit moment heeft Europa te maken met substantiële demografische uitdagingen die effect zullen hebben op de lange termijn. Daarom is het debat van vandaag niet alleen welkom, maar ook noodzakelijk om een goede toekomst en een duurzame ontwikkeling veilig te stellen.
Van alle aanbevelingen in het verslag ben ik van mening dat drie ideeën de kern moeten vormen van de Europese bevolkingspolitiek. In de context van de vergrijzingstrend moet de Europese Unie bovenal bijzondere aandacht besteden aan kinderen en jongeren. Kinderbescherming en het voorzien in echte gelegenheid voor persoonlijke en professionele ontplooiing voor jonge mensen zijn strategisch belangrijk voor de toekomst en de ontwikkeling van deze doelstellingen zou moeten worden geïntegreerd in een veelomvattend beleid voor gezinsbescherming en steun aan vrouwen.
Het tweede element, onderwijs, is nauw verbonden met het bovengenoemde principe. Een concurrerend Europa heeft arbeidskrachten nodig die in staat zijn de nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden, naast wetenschappelijke vooruitgang, volksgezondheid en een adequate levensstandaard. Het halen van deze doelen hangt zonder twijfel af van het opleidingsniveau en het levenslang leren van alle generaties.
Ten slotte vormen immigratiestromen de derde doorslaggevende factor, aangezien immigratie een belangrijke voorwaarde is voor het veiligstellen van demografisch evenwicht en economische groei. Daarom verwelkom ik de oproep van de rapporteur om immigratie te zien als een positief element in de Europese bevolking, maar vooral om het Europese beleid op het terrein van maatschappelijk integratie van immigranten en het gevecht tegen discriminate en xenofobie te verstevigen.
Concluderend zou ik de noodzaak willen benadrukken van het mobiliseren van overheidsbeleid op alle noodzakelijke niveaus teneinde de genoemde doelstellingen te bereiken. Locale en regionale overheden spelen in deze richting een doorslaggevende rol en zij moeten er voortdurend bij betrokken worden.
Justas Vincas Paleckis (PSE). – (LT) Gelukwensen aan de rapporteur met het opstellen van zo’n uitstekend document. Ik zou erop willen wijzen dat zowel ons succes als ons falen in het uitvoeren ervan van enorm belang zullen zijn voor de toekomst van de Europese Unie. Er is een mogelijkheid dat verschillende kleinere EU-naties over honderd jaar bijna uitgestorven zijn. De vergrijzende bevolking weerspiegelt een toename van de kwaliteit van leven en sociale solidariteit, naast een devaluatie van het gezin. De vergrijzing zou de vooruitgang in Europa kunnen hinderen, maar met de nodige voorzorgsmaatregelen zouden zich ook nieuwe mogelijkheden kunnen voordoen.
In het bijzonder de landen die in het nieuwe millennium bij de EU zijn gekomen, voelen de last van deze problemen heel sterk. Hun burgers worden geplaagd door armzalige pensioenen, geboortecijfers die lager zijn dan het EU-gemiddelde, alcohol- en drugsmisbruik… Dit gebied profiteerde van een voldoende groot aantal kinderdagverblijven en peuterspeelzalen vóór de overgang naar de markteconomie, toen de meeste gesloten werden. Er vindt massale emigratie plaats vanuit de nieuw toegetreden landen, met name de Baltische staten, Polen, Bulgarije en Roemenië, naar de rijkere lidstaten. Dit betekent een immens verlies aan hardwerkende handen en opgeleide geesten, mensen die in hun eigen land een kostbare opleiding hebben genoten.
Ik steun het voorstel structurele fondsen toe te wijzen om deze schade te compenseren, maar dat is niet genoeg. Er moet extra financiële steun komen voor recent toegetreden landen, die helaas ernstig lijden onder brain drain, doordat ze hun beste wetenschappers, dokters, ingenieurs en kunstenaars zijn kwijtgeraakt aan de rijkere lidstaten. Ik steun het voorstel oudere mensen in staat te stellen in deeltijd te werken, omdat ze dan in staat zouden zijn hun ervaring door te geven aan de jongere generatie.
Mairead McGuinness (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, mag ik suggereren dat dit een zeer deprimerend debat is, hoewel het is gebaseerd op een zeer informatief en degelijk verslag, waarmee ik de rapporteur gelukwens? Misschien wordt het te laat op de avond gehouden, want je zou nachtmerries kunnen krijgen gebaseerd op de demografische trends die het bevat.
Als we niets doen, kan het zeker gebeuren dat de voorspellingen in het verslag uitkomen, hoewel sommige lidstaten bezig zijn te maatregelen in te voeren om mannen, vrouwen en kinderen te steunen en dat is positief.
Ironisch genoeg ben ik opgegroeid in een tijd waarin ze ons vertelden dat we te veel kinderen kregen; als een van de acht kinderen kom ik waarschijnlijk in Europese context uit een groot gezin, hoewel ik gelukkig kan zeggen dat mijn moeder het op haar 85e nog goed maakt.
De simpele waarheid is dat vrouwen niet alles kunnen. We kunnen niet kinderen krijgen en een baan buitenshuis houden, voor bejaarde ouders zorgen en aan de bredere samenleving deelnemen. Er moet iets worden opgegeven. Ik denk dat het probleem is dat het geboortecijfer datgene is wat is opgegeven, om het zo te zeggen, van dit alles. Maar ironisch genoeg heb ik er veel vertrouwen in dat de mensheid zich realiseert op welk punt we zijn aangekomen en zich aanpast aan een evenwichtiger kijk op wat nodig is voor een levendige maatschappij en weer grotere waarde hecht aan kinderen. Misschien zal dit debat vanavond daaraan bijdragen.
Marusya Ivanova Lyubcheva (PSE). – (BG) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de belangrijkste eigenschap van dit verslag is zijn connectie met het echte leven. Demografische problemen bestaan echt in Europa en in sommige landen nemen ze de proporties van een crisis aan. Ze hebben hun eigen oorzaken en specifieke nationale eigenschappen, maar ze hebben ook wat elementen gemeen.
De gevolgen die op ons af komen zijn zeer belangrijk: de onmacht grote sociale en economische vraagstukken van lidstaten op te lossen met onze eigen arbeidskrachten, die zich in de nabije toekomst zal voordoen; de diepgaand veranderende structuur van migratiestromen die op haar beurt nieuwe uitdagingen voortbrengt. Een beleid georiënteerd op jonge generaties, het moederschap, sociale bescherming en economische steun voor jonge vrouwen en mannen en hun gezinnen en verantwoordelijk ouderschap zijn essentieel voor het overwinnen van demografische problemen. Het moederschap moet worden erkend bij het berekenen van de lengte van het arbeidsverleden.
Demografische problemen moeten ook worden opgenomen in het onderwijs aan elke komende generatie. Anders zal het probleem van generatie op generatie worden uitgesteld, toenemen en nieuwe crises veroorzaken. Laten we de seksuele voorlichting, het onderwijs in goed ouderschap en de solidariteit tussen generaties niet vergeten. Regeringen zouden zich meer moeten wijden aan de opvoeding van en het onderwijs aan kinderen en hun opvang in kinderdagverblijven en kleuterscholen.
Avril Doyle (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur graag bedanken voor een uitstekend verslag.
Verbetering van de levensverwachting in een statische of afnemende bevolking van werkende leeftijd zal in heel Europa een toenemende afhankelijkheid met zich meebrengen, met ernstige gevolgen voor ons concurrentievermogen met andere economische regio’s, voor de pensioenen, de gezondheid en zelfs de kosten van de gezondheidszorg op de lange termijn.
Interessant genoeg is de leeftijdssamenstelling van de Ierse bevolking anders dan die van de meeste andere landen in de EU; eigenlijk is onze demografische situatie op de middellange termijn heel gunstig.
De grootste leeftijdsgroep in onze bevolking is nu ongeveer tien tot vijftien jaar jonger dan in de EU-25 in het algemeen. Maar in 2050 zal onze bevolkingssamenstelling erg lijken op de rest van Europa: er wordt een stijging voorspeld van de ouderenafhankelijkheidsindex naar 45 procent in 2050, vergeleken met een EU-gemiddelde van 53 procent op dat moment.
Interessant genoeg telde de Ierse bevolking in 1845 meer dan 8 miljoen mensen. Twintig jaar geleden waren het er 3,5 miljoen. Vandaag zijn het er 4,25 miljoen. Onze relatief grote vruchtbaarheid is de laatste jaren versterkt door toenemende immigratie en de terugkeer van economische ballingen. Als dat wordt gehandhaafd, zal het de balans tussen de generaties helpen ondersteunen.
Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, nu ik opsta om in dit debat te spreken, wil ik graag de aandacht vestigen op de volgende problemen: onder de belangrijkste oorzaken van een laag geboortecijfer in Europa zien we in de eerste plaats moeilijkheden bij het combineren van gezin en werk, dat wil zeggen het ontoereikende aantal plaatsen in peuterspeelzalen en het gebrek aan sociaal-economische steun voor gezinnen en voor werkende vrouwen.
In de tweede plaats zien we onzekerheid die voortkomt uit de materiële en werksituatie waarmee jonge mensen worden geconfronteerd, met een gebrek aan continuïteit van werk, een late toegang tot werk voor jongeren en tot slot dure huisvesting, die daardoor voor jongeren ontoegankelijk is. Wat we nodig hebben is steun voor gezinnen door middel van het belastingstelsel, met name de structuur van inkomensbelasting voor natuurlijke personen en BTW; in het eerste geval is de beste oplossing van het type dat in Frankrijk is ingevoerd, bijvoorbeeld een gezinsquotiënt dat een aanzienlijke belastingverlaging voor gezinnen met kinderen mogelijk maakt. In het tweede geval hebben we een gunstig belastingtarief voor goederen voor kinderen nodig.
Ten derde moeten we in de sociale zekerheid de toepassing handhaven van het principe van de solidariteit tussen de generaties, met andere woorden het principe dat de werkende bevolking de kosten draagt van uitkeringen, pensioenen en gezondheidszorg voor diegenen die niet werken – dat wil zeggen kinderen, jongeren, mensen die het in hun eentje niet redden en ten slotte oude mensen.
Gerard Batten (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, binnen de Europese Unie is Groot-Brittannië de controle over zijn grenzen kwijt. De immigratie naar Groot-Brittannië is nu onbeheerst, onbegrensd en zonder onderscheid. Voor zover we weten, bedraagt de immigratie naar Groot-Brittannië nu ongeveer een half miljoen mensen per jaar. Rekening houdend met degenen die vertrekken is de netto toename van de bevolking ongeveer 200 000 per jaar, ofwel elke vijf jaar 1 miljoen.
De geboortecijfers van de immigrantenbevolking liggen veel hoger dan die van de oorspronkelijke bevolking. De dramatische bevolkingsgroei in Engeland in het bijzonder wordt uitsluitend aangejaagd door volstrekt overbodige immigratie. Demografen hebben berekend dat bij de huidige trends de oorspronkelijke Britten, in het bijzonder de Engelsen, binnen twee generaties in hun eigen land een etnische minderheid zullen vormen. Groot-Brittannië kan eenvoudigweg zijn immigratiebeleid binnen de Europese Unie niet onder controle houden en dat is alweer een goede reden waarom we zouden moeten vertrekken.
Vladimír Špidla, lid van de commissie. − (CS) Dames en heren, ik wil graag de hoge kwaliteit van mevrouw Castex’ verslag nogmaals benadrukken, aangezien het duidelijk het platform heeft geboden voor een wijdvertakt debat waarin bijna alle fundamentele kwesties zijn besproken.
Het zou heel moeilijk zijn te proberen te antwoorden op alle vraagstukken die aan de orde zijn gesteld, dus staat u mij toe alleen in het kort te verklaren dat het fundamentele uitgangspunt van de Europese Commissie dat in al onze stukken wordt weerspiegeld, gebaseerd is op gelijke kansen; in geen van onze stukken kunt u het idee tegenkomen dat demografische ontwikkeling een probleem is voor slechts één gender. Het is heel duidelijk dat het een kwestie is van gelijke kansen en gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Het is ook evident dat een van de antwoorden op dit probleem bestaat in het scheppen van een actieve samenleving, dat wil zeggen een samenleving met het hoogst mogelijke niveau van opname in de samenleving, een samenleving die aan zo veel mogelijk individuele leden kansen op actief werk kan bieden.
Laat ik ook zeggen dat ten gevolge van eerdere debatten een stabieler en duurzamer platform is gevormd, inclusief het Demografisch Forum en de Alliantie voor het Gezin. Ik zou er ook op willen wijzen dat de Commissie de laatste tijd met de sociale partners werkt aan het in kaart brengen van de mogelijkheden voor wetgevingsinitiatieven op het gebied van evenwicht tussen werk en leven. De Commissie richt zich ook op immigratie met het oog op de geleidelijke ontwikkeling van een samenhangender Europees beleid, inclusief bijvoorbeeld het voorstel voor een blauwe kaart.
Dames en heren, ik zou ook willen zeggen dat ondanks het feit dat – zoals in elk debat – in dit debat een paar extreme meningen naar voren zijn gekomen, we het begin van een algemene consensus zien en naar mijn mening sluit deze consensus heel goed aan bij de basale aanbevelingen die de Commissie aan het begin van dit demografische debat heeft gepresenteerd.
Zoals ik al zei, is er een stabiel platform gecreëerd en ik verwacht daarom dat dit debat zal worden voortgezet, omdat ik geloof, net als bijna iedereen van u, dat Europa’s demografische ontwikkeling een van de hoofdbestanddelen is die onze toekomst zullen bepalen, zowel op de middellange als op de lange termijn.
Françoise Castex, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal kort zijn, want er is al veel gezegd.
Ik zou de heer Špidla willen danken dat hij erop gewezen heeft dat de bevolkingskwestie niet alleen over vrouwen gaat en dat zij vrouwen, mannen en stellen aangaat. Ik zou mijn collega’s die de kritiek uitten dat mannen waren vergeten, erop willen wijzen dat ik in mijn verslag een paragraaf heb gewijd aan het bevorderen van vaderschapswetgeving en het ontwikkelen van de betrokkenheid van vaders bij het gezinsleven.
In elk geval, om te proberen een beetje samen te vatten wat er gezegd is en de voornaamste strekking van het verslag op te sommen, zou ik de uitdrukkelijke vraag willen onderstrepen die er is naar vormen van effectief overheidsbeleid. Het gaat om vormen van beleid, meervoud, met betrekking tot steun, zorg en opleiding, wat misschien een tikje paradoxaal lijkt voor een vraagstuk dat eigenlijk verband houdt met de intimiteit van paren en het gezin. Maar ik geloof dat er een appel wordt gedaan aan overheden op Europees niveau en in de lidstaten dat gehoord en overwogen moet worden.
Ik zou ook die kwestie van een luide roep om solidariteit willen onderstrepen, niet alleen solidariteit tussen de generaties, die we in dit Huis herhaaldelijk hebben besproken, maar ook solidariteit tussen verschillende gebieden. Mevrouw Schroedter en de heer Beaupuy hebben vanavond benadrukt en in herinnering geroepen hoe belangrijk het is rekening te houden met de regionale scheefgroei die de demografische kwestie zal veroorzaken tussen vergrijzende gebieden, die meer zorg en dus meer uitgaven nodig hebben, en jongere gebieden, die rijkdom zullen voortbrengen omdat de productieve bevolking zich daar zal bevinden. Dit is iets waar de Europese Commissie rekening mee moet houden bij het beheren van de EU-Structuurfondsen en Cohesiefondsen.
Ten slotte is het arbeidsmarktvraagstuk, zoals de heer Andersson, voorzitter van de Commissie voor werkgelegenheid en sociale zaken, vermeldde, een belangrijke kwestie in het bevolkingsvraagstuk. Het is niet perifeer, want het zal noodzakelijk zijn meer te doen met een kleinere, geslonken actieve bevolking. Vanuit dit gezichtspunt is de roep om beter management van arbeidskrachten en om investering in een leven lang leren en opleiding buitengewoon belangrijk en moet die roep niet alleen door de overheden in deze specifieke gevallen gehoord worden, maar ook door alle sociale partners, in het bijzonder bedrijven, want zij dragen op dit terrein een grote verantwoordelijkheid.
Daarom is dit debat nog niet voorbij.
De Voorzitter. − Het debat is gesloten.
De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Zita Gurmai (PSE), schriftelijk. – (HU) Het vergrijzen van de bevolking brengt enige aanzienlijke economische, financiële en sociale uitdagingen met zich mee. Het zal een duidelijk effect hebben op de groei en de sociale uitkeringen ernstig onder druk zetten, dus het is van cruciaal belang dat we ons erop voorbereiden.
Zodoende is het tegemoettreden van de demografische problemen een veelzijdige uitdaging die complexe strategische analyse, planning en sociale dialoog vereist. Het gaat niet alleen om de geleidelijke afname van de bevolking, maar ook om de duurzaamheid van het Europese sociale model voor het welzijn van de Europese burgers, het veiligstellen van de Europese economische ontwikkeling en wereldwijd concurrentievermogen op internationaal niveau, dat wil zeggen: het gaat om de toekomst van Europa, onze toekomst, en dus is het zoeken naar een oplossing een gemeenschappelijk belang.
De lidstaten van de Europese Unie moeten alle mogelijke instrumenten gebruiken om demografische vernieuwing te ondersteunen, vernieuwing die gebaseerd moet zijn op de duurzaamheid van nauwere solidariteit tussen de generaties dan voorheen, op het garanderen van de invoering van gelijke kansen in de praktijk, op het verzoenen van professioneel en privéleven, op volledige implementering van de doelstellingen van Barcelona, op het scheppen van omstandigheden voor een actieve oude dag en op specifieke maatregelen om de sociale integratie van immigranten en etnische minderheden te bevorderen. De door ons gewenste resultaten kunnen alleen worden behaald door gemeenschappelijke doelen, gemeenschappelijke belangen, gemeenschappelijke samenwerking en dwang om doelen te halen.
Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) De demografische strategie van de Europese Unie heeft betrekking op vele aspecten van sociale en economische aard. Niettemin zou ik het belang willen benadrukken van een samenhangend jeugdbeleid, vooral wat betreft toegang tot de arbeidsmarkt.
Het is een bekend feit dat het leeftijdssegment van 25 tot 30 vergeleken met andere leeftijdscategorieën een relatief klein percentage van de Europese arbeidsmarkt vormt. De Europese Commissie en de lidstaten moeten het aantal wetgevingsinitiatieven en proefprogramma’s vergroten om de werkgelegenheid voor jonge mensen te verbeteren. Voorbeelden van dergelijke initiatieven zouden kunnen zijn: het voorzien in belastingprikkels voor de bedrijven die jonge mensen in dienst hebben of het uitbreiden van de mogelijkheden van flexibele arbeidscontracten.
Ten tweede hebben we vooral in de nieuwe lidstaten te maken met het probleem van de gebieden waar de jonge mensen collectief uit weg trekken. Het cohesiebeleid van de Europese Unie zou door middel van de structurele fondsen die het aan de lidstaten ter beschikking stelt, gunstige omstandigheden voor jonge mensen moeten creëren, zodat zij hun professionele en zakelijke projecten kunnen ontwikkelen in de gemeenschappen waaruit ze voortkomen. Lidstaten moeten de financiële steun van de Europese Unie aanvullen met acties als voorrang voor jonge mensen bij de toegang tot land en woningen, belastingprikkels voor ondernemende jonge mensen of toegang tot gesubsidieerde leningen voor projecten van jonge mensen.
Marianne Mikko (PSE), schriftelijk. – (EN) Europa is niet klaar voor de uitdagingen waar onze demografie ons voor stelt.
Al zestig jaar stelt Europa zijn vertrouwen in een piramidefonds. Het werkt, zo lang iedere generatie veel groter is dan de vorige. Maar tegenwoordig brengen Europese gezinnen minder kinderen groot dan hun ouders.
Ik zou erop willen wijzen dat de lage geboortecijfers in de 21e eeuw minder economisch gevaar opleveren dan zestig jaar geleden het geval was. Technologische vooruitgang maakt het ons mogelijk meer en meer goederen te produceren met veel minder arbeidskracht. Globalisering betekent dat landen met een jonge bevolking ons zullen helpen de pensioenlast te dragen, als onze politiek dat toestaat. Mijn land, Estland, is een uitstekend voorbeeld van een succesvolle overgang naar een pensioenstelsel met kapitaaldekking.
Tegelijkertijd is Estland van mening dat de lage geboortecijfers de duurzaamheid van onze cultuur en misschien zelfs onze natie in gevaar brengen. Dit is het probleem van veel kleinere landen.
Als we Europa willen behouden zoals het is, moeten we onze culturen ook beschermen door onze gezinnen te beschermen. Wij, de beleidsmakers, moeten ervoor zorgen dat technologie en globalisering onze dienaren zijn en niet onze meesters. Dit verslag is een goed begin.
Bogusław Rogalski (UEN), schriftelijk. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, volgens demografische voorspellingen zal de gemiddelde leeftijd in Europa in 2050 gestegen zijn van 39 (dat was het in 2004) naar 49, wat gevolgen zal hebben voor de bevolkingssamenstelling en de leeftijdspiramide.
Dit zal onder andere een daling van het aantal jonge mensen veroorzaken, een afname van de bevolking in de werkende leeftijd en een stijging van de gemiddelde levensduur. Deze veranderingen veroorzaken een toename van de kosten die de samenleving draagt in verband met het onderhouden van de beroepsmatig passieve bevolking. Ze zullen ook de verschillen versterken tussen gebieden die worden gekenmerkt door het uitstromen van jonge mensen, wat het vergrijzingsproces van de samenleving versterkt, of door een positieve migratiebalans, die dit proces vertraagt.
Immigratie is echter slechts een kortetermijn- en partiële oplossing, dus lidstaten moeten stappen ondernemen in de richting van respect voor gendergelijkheid, sociale en financiële steun voor gezinnen en bescherming van het moederschap. Alleen samenlevingen die kinderen prioriteit in het beleid geven en die een pro-gezinsomgeving bevorderen, zullen de gelegenheid hebben de strijd aan te binden met ongunstige demografische veranderingen.
Ik wil beklemtonen dat een toename van de gemiddelde levensduur iets positiefs is, dus er moeten voorzorgsmaatregelen worden genomen om armoede onder gepensioneerden te bestrijden en hen in staat te stellen hun laatste jaren in waardigheid door te brengen. Lidstaten zouden moeten verzoeken om het creëren van betaalbare zorgsystemen voor mensen die het in hun eentje niet redden en voor kinderen. Lidstaten zouden ook de aandacht moeten vestigen op het probleem van onvruchtbaarheid, omdat dat een enorm effect heeft op een proces dat de demografische scheefgroei versterkt, en op samenwerking bij het overwinnen van moeilijkheden.