Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2533(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0086/2008

Debatten :

PV 21/02/2008 - 9.1
CRE 21/02/2008 - 9.1

Stemmingen :

PV 21/02/2008 - 10.1

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0070

Debatten
Donderdag 21 februari 2008 - Straatsburg Uitgave PB

9.1. Oost-Timor
PV
MPphoto
 
 

  Voorzitter. – Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties betreffende Oost-Timor(1).

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Onyszkiewicz, auteur. ? (PL) Mijnheer de Voorzitter, we zijn weer getuige van een crisis in Oost-Timor. Deze crisis kan niet opgelost worden zonder de betrokkenheid van en de samenwerking met de Oost-Timorese autoriteiten. Zij moeten ervoor zorgen dat alle paramilitaire groeperingen ontbonden worden en dat burgers ontwapend worden. Gewapende criminele groeperingen moeten ook ontbonden worden. Diegenen die verantwoordelijk zijn voor de aanslagen op de belangrijkste mensen in het land, moeten berecht worden. Alle politieke krachten, zowel zij die de macht hebben als de oppositie, dienen af te zien van het onwettige gebruik van geweld.

De recente gebeurtenissen maken het zeer waarschijnlijk dat Oost-Timor het zoveelste land wordt waarvan de cruciale instellingen niet meer functioneren. Het kan eigenlijk wel beschouwd worden als een staat in ontbinding. We zijn ons allemaal bewust van de dreiging die zo’n staat vormt. Ik ben er zeker van dat ik geen voorbeelden hoef aan te halen, maar laat ik alleen maar Somalië noemen.

Met het oog op de rol die zij gespeeld heeft bij het oprichten van de staat Oost-Timor en haar voortdurende betrokkenheid bij het land, kan de internationale gemeenschap niet toestaan dat een dergelijk slecht perspectief werkelijkheid wordt. De toezegging van de Europese Unie democratische krachten en instellingen te zullen steunen, blijft essentieel. Het zou de missie van het Parlement moeten zijn de doeltreffendheid van die steun te beoordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro, auteur. – (PT) Zoals wij in de ontwerpresolutie van onze fractie onderstreept hebben, is het nu van groot belang uitdrukking te geven aan onze solidariteit met de Oost-Timorezen en de aanslagen op de president van de republiek en de minister-president van Oost-Timor te veroordelen. We willen beklemtonen dat deze aanslagen alleen maar de instabiliteit in de Oost-Timorese politieke situatie, die ontstaan is door de gebeurtenissen van 2006 en 2007 en in stand gehouden door het politieke proces dat volgde op de recente parlementsverkiezingen, kunnen vergroten. Wij wensen een grondig onderzoek binnen het constitutionele en justitiële raamwerk van Oost-Timor om de belangrijkste daders van deze aanslagen te kunnen identificeren en berechten. We moeten op onze hoede zijn voor manoeuvres die, in het licht van deze gebeurtenissen, tot doel kunnen hebben verdere bemoeienissen van buitenaf te rechtvaardigen en die de onafhankelijkheid en soevereiniteit van Oost-Timor kunnen bedreigen.

Wij verwerpen daarom de gemeenschappelijke resolutie van het Europees Parlement, omdat daarin onder andere geprobeerd wordt alle bemoeienis van buitenaf, waarmee men getracht heeft de vrije keuzes van de Oost-Timorezen te conditioneren en te beïnvloeden, te negeren. Door iedereen op één hoop te vegen wordt bovendien geprobeerd de verantwoordelijkheid uit te sluiten van de belangrijkste uitvoerders van de gewelddaden en veroorzakers van de destabilisatie in Oost-Timor en van hun adviseurs. In de resolutie wordt ook het feit genegeerd dat het essentieel is voor het begrijpen van de huidige situatie in Oost-Timor om niet te vergeten dat de Oost-Timorezen slachtoffer zijn geweest van kolonialisme, brute onderdrukking en de vernietiging van hun land en dat zij pas in een betrekkelijk recent verleden hun onafhankelijkheid en soevereiniteit hebben bevochten, met name over hun natuurlijke hulpbronnen, zelfs nadat ze op fundamentele punten in hun strijd door de internationale gemeenschap in de steek waren gelaten.

Ondanks de verwijzing in de resolutie naar respect voor de soevereiniteit van de Oost-Timorezen, vormt de resolutie een basis voor ingrijpen in de binnenlandse aangelegenheden van het land. In feite wordt een poging gedaan Oost-Timor te presenteren als een staat in ontbinding. Ten slotte, in deze resolutie wordt genegeerd dat de oplossing politiek is en uitsluitend in de handen ligt van het volk van Oost-Timor. De Oost-Timorezen hebben in het verleden hun waardigheid en moed ruimschoots bewezen en wij spreken ons vertrouwen uit in hun vermogen zelf aan te tonen dat Oost-Timor een soevereine en onafhankelijke staat is.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes, auteur. − (PT) Namens de socialistische fractie in het Europees Parlement wil ik uitdrukking geven aan onze solidariteit met het volk van Oost-Timor en een zware veroordeling uitspreken over de barbaarse aanslagen op de democratisch gekozen president en minister-president van Oost-Timor.

Ik roep ook op tot een onafhankelijk onderzoek, zoals geëist wordt in de voorliggende, door ons gesteunde, ontwerpresolutie, om er achter te komen wie de aanslagen uitgevoerd heeft, waar deze mensen voor stonden en wat er mis is gegaan met het veiligheidssysteem van Oost-Timor, zowel binnen Oost-Timor als, vooral, internationaal.

Ik ben van mening dat dit voorval aangeeft dat de internationale gemeenschap zich meer moet inspannen om de staatsinstellingen van Oost-Timor te versterken en vooral om het veiligheidssysteem te hervormen, dat bij de crisis van 2006 ook al in twijfel werd getrokken.

Bovendien moet er nagedacht worden over de problemen die te maken hebben met de rechtspraak, de naleving van de wet en de openbare orde. In dit verband moet ik zeggen dat de pogingen die gedaan zijn om tot een nationale verzoening met de rebellengroepen te komen, misschien het negatieve en contraproductieve signaal hebben afgegeven dat er vrijstelling verleend zou worden, wat de rebellen tot deze ellendige aanslag gebracht kan hebben.

Oost-Timor is geen staat in ontbinding en vertoont geen gelijkenis met Somalië, waarmee de heer Onyszkiewicz het land in verband heeft trachten te brengen. Oost-Timor heeft zijn onafhankelijkheid op heroïsche wijze veroverd, ondanks de afzijdigheid van de internationale gemeenschap, en het Oost-Timorese volk heeft al verscheidene keren aangetoond dat het de democratie is toegedaan. Op voorbeeldige wijze heeft het dit nog weer eens aangetoond bij de presidents- en parlementsverkiezingen van vorig jaar, toen ik de eer had de parlementaire missie te leiden.

De internationale gemeenschap heeft nu de verplichting haar steun voor Oost-Timor te demonstreren, deze steun te coördineren – wat met betrekking tot het veiligheidssysteem duidelijk niet gelukt is – en de basisproblemen van de Oost-Timorese staat op te lossen. De Oost-Timorezen hebben ondubbelzinnig aangegeven wat ze willen: democratie en een rechtsstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Marcin Libicki, auteur. ? (PL) Mijnheer de Voorzitter, vechtend voor zijn katholieke identiteit heeft Oost-Timor kortgeleden zijn onafhankelijkheid verworven. De onafhankelijkheidsstrijd was bloederig en kostte veel levens. De president van Oost-Timor heeft de Nobelprijs gekregen. Dit is een extra reden voor de internationale gemeenschap hulp te verlenen bij het herstellen van de orde in het land. Ik ben het helemaal met mevrouw Gomes eens dat het land zich op een goede manier ontwikkelde en aan alle normen voldeed om correct te functioneren. De oorlog vernietigt nu die normen en de interne orde in het land.

Ik ben van mening dat het de moeite waard is terug te keren naar de voorstellen die enige tijd geleden gedaan zijn door de heer Kaczyński, de Poolse president, en onlangs herhaald door president Sarkozy. Ze hebben betrekking op een Europese legermacht die kan interveniëren als dat nodig is. Als we niet de mogelijkheid hebben tussenbeide te komen, zullen we hier donderdags altijd voor debatten bijeen blijven komen en niets bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ribeiro e Castro, auteur. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, er is een gedicht van Ruy Cinatti dat ik uit mijn hoofd geleerd heb. Er staat in: “Misschien worden we gedwarsboomd of moeten we ons op de strijd voorbereiden, maar alleen samen”.

Helaas werd Oost-Timor op 11 februari opnieuw door een crisis getroffen, door toedoen van dezelfde mensen die verantwoordelijk waren voor de crisis twee jaar geleden. Dit geeft ons aanleiding vragen te stellen over de terugkeer van die mensen die de stabiliteit van dit land willen aantasten en over de ernst van de aanslag waardoor de president van de republiek, José Ramos-Horta, zwaargewond raakte en zelfs het leven had kunnen verliezen; een aanslag die ook de minister-president, Xanana Gusmão, trof – gelukkig zonder persoonlijke gevolgen.

Dit geweld en de verstoring van het normaal functioneren van de instellingen in Oost-Timor hebben de zwaktes van dit land, met zijn specifieke geschiedenis en omstandigheden, een land dat moedig heeft gevochten en nog steeds vecht voor onafhankelijkheid, democratie en vooruitgang, weer eens blootgelegd.

Iedereen die vanaf het begin achter Oost-Timor heeft gestaan moet zich wel opnieuw treurig voelen over deze aanslag, die wij zeer scherp afkeuren. Hopelijk herstelt president Ramos-Horta volledig. Wij roepen op tot een diepgaand onderzoek naar wat er voorgevallen is en naar hoe we hierop moeten reageren.

Helaas hebben de internationale strijdkrachten traag gehandeld, met uitzondering van de Portugese GNR (Nationale Republikeinse Garde). Ook de rechtstaat in Oost-Timor vertoont duidelijke tekortkomingen; de rechtstaat functioneert er niet volledig en heeft dat ook nog nooit gedaan. Het hart van het veiligheidssysteem in Oost-Timor moet opnieuw opgebouwd worden om het gezag te kunnen herstellen.

De internationale gemeenschap moet het Oost-Timorese volk daarbij helpen. Dit is geen staat in ontbinding, maar een staat met tekortkomingen die wij moeten helpen opheffen.

De voornaamste verantwoordelijkheid ligt echter bij het Oost-Timorese volk, dat moet proberen met alle partijen een compromis te bereiken, zodat er blijvende vrede komt en de rechtstaat en de beslissingen van de rechterlijke macht geëerbiedigd worden. Dit moet gebeuren zonder aarzeling, zonder uitvluchten en zonder zelfgenoegzaamheid. De Oost-
Timorezen zijn er al in geslaagd overeenstemming te bereiken over wat wij zouden willen noemen ‘nationale consensus met betrekking tot het hart van de werking van de staat’.

Naar deze consensus verwijst Ruy Cinatti in zijn gedicht, en het is deze consensus waaraan Oost-Timor het meest behoefte heeft. Daarom moeten wij, lieve vrienden, het volk van Oost-Timor helpen zichzelf te helpen en hun land sterker te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda, auteur.(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat Oost-Timor een voorbeeld is van een land waar zelfbeschikkingsprocessen uitgevoerd kunnen worden, en góed uitgevoerd kunnen worden. Het zou in feite een goed idee zijn als sommige van onze vrienden, Spanje bijvoorbeeld ook, in het voetspoor van Portugal zouden treden en hun verantwoordelijkheid zouden nemen waar het gaat om de erfenissen van vroegere koloniën, zoals in de Westelijke Sahara.

Het is echter duidelijk dat geen van deze zaken eenvoudig is en ook geen onmiddellijk resultaat zal opleveren. Er moet melding gemaakt worden van de problemen die er in Oost-Timor geweest zijn. Er zijn daar nog steeds veel ordeverstoringen na de vreedzame verkiezingen een paar maanden geleden, inclusief een moordaanslag op president Ramos Horta. Ik wil hier graag mijn beste wensen voor een snel herstel toevoegen aan de wensen die dit Huis al gestuurd heeft, ook aan minister-president Xanana Gusmão.

Ik denk niet dat iemand de bereidheid van president Ramos Horta en vele anderen om tot een overeenkomst te komen, zal betwisten, en ik ben er zeker van dat president Ramos Horta zelfs na deze aanslag leiding zal geven aan alle werkzaamheden die nodig zijn voor het bereiken van een politiek akkoord tussen de verschillende kampen om de geschillen op een democratische, niet-gewelddadige manier te slechten.

Daarvoor is het echter nodig dat de internationale gemeenschap zich volledig inzet en dat het VN-mandaat verlengd wordt, zoals sommige landen hebben voorgesteld. Het mandaat moet in ieder geval tot 2012 verlengd worden en te allen tijde een antwoord bieden op de behoeften en eisen van de Timorese regering en de democratische krachten.

De aanwezigheid van de VN ter plaatse moet ook in overeenstemming zijn met wat het land nodig heeft en zou niet alleen beoordeeld moeten worden op het vermogen tot reconstructie en het vervullen van basisbehoeften, maar ook op het vermogen preventief te handelen en op ongeregeldheden te reageren.

Ten slotte: de EU moet zo spoedig mogelijk een delegatie oprichten in Dili en het Parlement moet ook regelingen treffen voor een delegatie van waarnemers om de democratische krachten in het land te ondersteunen en de scherpte en doeltreffendheid van de EU-steun op dit moment te beoordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam, namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, Oost-Timor is zeker geen staat in ontbinding. Dat op 11 februari 2008 zowel de democratisch gekozen president als de minister-president slachtoffer werden van een gewapende aanslag op hun leven, bewijst echter wel hoe breekbaar een jonge democratie kan zijn.

Ik wil graag drie zaken aanstippen. In de eerste plaats maken wij ons echt zorgen over het uitblijven van een tijdige en efficiënte reactie van UNPOL en andere internationale strijdkrachten op deze aanslagen.

In de tweede plaats heeft de EU de verantwoordelijkheid de democratische instellingen op Oost-Timor bij te staan en de rechtsstaat daar te verstevigen. In de ontwerpresolutie wordt terecht de nadruk gelegd op de dwingende noodzaak nationaal overeenstemming te bereiken over democratische kernwaarden.

In de derde plaats moet de EU, in volledige samenwerking met de VN, bijdragen aan de hervorming van de veiligheidssector in Oost-Timor. Oost-Timor ligt tenslotte niet zover van ons vandaan als het misschien lijkt, mevrouw Gomes is daar het bewijs van.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Scheele, namens de PSE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag mijn stem voegen bij de uitingen van solidariteit met de zwaargewonde president van Oost-Timor, maar ook bij de uitingen van solidariteit met het volk van Oost-Timor, dat gedurende zeer lange tijd heeft moeten vechten voor zijn onafhankelijkheid en zijn rechten. Het Europees Parlement veroordeelt de poging tot moord op president Ramos-Horta in de scherpste bewoordingen. De aanslagen werden uitgevoerd nadat de president geprobeerd had via onderhandelingen met de rebellen tot een oplossing te komen.

Omdat het nog niet duidelijk is wat de precieze volgorde van de gebeurtenissen is geweest, roepen wij op tot een diepgaand en grondig onderzoek naar de aanslag op zijn leven en tot een onderzoek naar het falen van het veiligheidssysteem. We juichen het onderzoek dat de Verenigde Naties en de Oost-Timorese politie samen al hebben opgestart, toe. We willen een verbod op alle paramilitaire groepen en gewapende bendes en meer geld voor ondersteuning van de noodzakelijke hervormingen van de veiligheidssector in Oost-Timor.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański, namens de UEN-Fractie. (PL) Deze ontwerpresolutie over Oost-Timor is zeer terecht. Zij maakt de tragische situatie van de bewoners van dat land en de machteloosheid van de landelijke overheid, internationale instellingen en de vredeshandhavingstroepen duidelijk. Het binnenlandse conflict is nog steeds gaande, ondanks grote inspanningen en aanzienlijke internationale hulp. Mensen verliezen hun leven, middelen van bestaan worden vernietigd en cultureel erfgoed wordt beschadigd. Er is sprake van wijdverbreide armoede onder bijna tachtig procent van de bevolking, werkloosheid, ontgoocheling en analfabetisme. Dit alles heeft een negatief effect op de bevolking, wat leidt tot wanhoop en rebellie.

De inwoners van Oost-Timor willen in vrede en harmonie leven. Ze willen werken, leren en de economie van hun land ontwikkelen. Om dit te laten gebeuren moet de democratische overheid in het land versterkt worden en moeten internationale instellingen meer hulp bieden. De auteurs van deze resolutie roepen daarom terecht op tot gegarandeerde politieke, technische en financiële steun voor Oost-Timor. Ze brengen ook in de herinnering dat zowel de Europese Unie als de Verenigde Naties zich in het openbaar hebben verplicht onafhankelijkheid, democratie en de rechtsstaat te steunen. De Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten zal deze resolutie steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen (NI). – (NL) Voorzitter, het is hier al door enkele collega's aangestipt, het is zeker niet overdreven te stellen dat na de aanslagen op president Ramos-Horta Oost-Timor alweer een kritieke fase ingaat. Ik zeg alweer, want wie herinnert zich niet de beelden van vorig jaar toen na de benoeming van Guzmao honderden huizen en enkele overheidsgebouwen in lichterlaaie stonden?

Inderdaad, allicht is een internationale troepenmacht noodzakelijk om de huidige noodtoestand te handhaven. Maar het mag daarbij zeker niet de indruk wekken dat de regering buitenlandse militairen nodig heeft om zich te beschermen tegen de eigen bevolking. Een buitenlandse troepenmacht kan dan wel manu militari de stabiliteit op korte termijn handhaven, op lange termijn zullen de Oost-Timorezen zelf moeten zorgen voor hun eigen toekomst. Om de politieke stabiliteit, de democratie en het respect voor de mensenrechten op termijn te waarborgen, moeten er in de eerste plaats onafhankelijke en degelijke media komen, moet de politiemacht hervormd worden en moet een degelijk gerechtelijk systeem uitgebouwd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Oost-Timor wordt over het algemeen beschouwd als het best geslaagde voorbeeld van een transformatieproces in de geschiedenis van de Verenigde Naties. Het lijkt er echter op dat Oost-Timor de opofferingen heeft vergeten die het zich heeft getroost tijdens de onafhankelijkheidsoorlog die het heeft gevoerd om een eind te maken aan de 24 jaar lange brutale onderdrukking door Indonesië, en ook de vreugde waarmee het zijn eigen onafhankelijkheid vierde. Minder dan zes jaar nadat het opnieuw onafhankelijk werd, staat Oost-Timor op de rand van de chaos. De overgang naar democratie en onafhankelijkheid is nooit gemakkelijk. Onafhankelijkheid is niet het einde van de reis, maar slechts het begin. Een ding is echter zeker, namelijk dat geweld nooit de oplossing kan zijn of is geweest voor problemen. Dat moet heel duidelijk gemaakt worden. Problemen moeten opgelost worden door middel van een dialoog, politiek pluralisme, versterking van democratische instellingen als het parlement, een onafhankelijk rechtssysteem en regeringen die geleid worden door democratisch gekozen leiders.

Ik roep de Raad en de Europese Commissie op ervoor te zorgen dat een zo groot mogelijk deel van de hulp die in het kader van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds aan Oost-Timor is toegewezen, gebruikt wordt voor versterking van de democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE) . (PL) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Er is nu anderhalf jaar verstreken sinds de laatste resolutie van het Europees Parlement over Oost-Timor. Het land werd officieel onafhankelijk in 2002. Vier jaar later brak er een burgeroorlog uit, die in gang gezet werd door een groep gedemobiliseerde soldaten. Na de aanslag op president Ramos Horta op 11 februari dit jaar, beleefde Oost-Timor weer een politieke crisis. De noodtoestand werd uitgeroepen en er werd een verzoek gedaan de op dat moment 1600 man sterke vredesmacht te versterken.

De politieke crisis in Oost-Timor gaat gepaard met een economische crisis. De werkloosheid bedraagt ongeveer tachtig procent en veertig procent van de werklozen leeft onder de armoedegrens.

Het land kan niet stabiel worden als niet alle politieke krachten overeenstemming bereiken over de basisfuncties van de staat. We moeten de brutale aanslag op de president en de minister-president veroordelen en de regering van Oost-Timor oproepen een eind te maken aan het geweld, inclusief dat van bendes. De internationale gemeenschap, met name de VN en de Veiligheidsraad, moeten de versterking van de democratie steunen. We moeten ook niet vergeten dat Oost-Timor dringend economische hulp nodig heeft om de armoede te bestrijden en het bestuurssysteem en de infrastructuur verder te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE) . – (PT) Mijnheer de Voorzitter, Commissielid, dames en heren, ik wil mijn steun uitspreken voor de gemeenschappelijke ontwerpresolutie waarin de aanslagen veroordeeld worden. Ik wil ook de Oost-Timorese instellingen feliciteren met hun kalme reactie op deze tragedie en ik onderstreep, net als mevrouw Gomes en de heer Ribeiro e Castro, dat Oost-Timor geen staat in ontbinding is.

Het is een staat die internationale bijstand nodig heeft, een delegatie van de Europese Commissie, uitbreiding van de VN-missie en steun van ons allemaal voor alle initiatieven die kunnen bijdragen aan eenheid onder het Oost-Timorese volk, met respect voor de wet en met uitsluiting van alle geweld.

 
  
MPphoto
 
 

  Meglena Kuneva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie heeft de aanslagen op president Ramos-Horta en minister-president Xanana Gusmao in de zwaarste bewoordingen veroordeeld.

Met betrekking tot instellingen op het gebied van politiek, rechtspraak en veiligheid is de jonge democratie Oost-Timor nog zeer kwetsbaar. Het land ziet zich geconfronteerd met armoede en hoge werkloosheid, vooral onder de jonge mensen. Zij hebben tot nu toe niet veel hoop op een welvarende toekomst en zijn daardoor vatbaar voor de aantrekkingskracht van gewelddadige groeperingen.

In vergaderingen met de leiders van het land heeft de Commissie zich voorstander getoond van een vreedzame oplossing voor het conflict, met daarbij inbegrepen de uiteindelijke ontbinding en ontwapening van alle paramilitaire groeperingen.

Na de uitbarsting van geweld in 2006 heeft de Europese Commissie snel gereageerd. In de eerste plaats is humanitaire hulp verleend aan de intern ontheemden, in de tweede plaats is de dialoog tussen de leiders bevorderd en ten slotte is er een ‘cash-for-work’-programma opgezet voor werkloze jongeren.

De Europese Commissie besloot verder een volledige delegatie in Dili te openen; het nieuwe hoofd van de delegatie zal waarschijnlijk in maart 2008 met het werk beginnen. De delegatie wordt tegen het tweede halfjaar van 2008 volledig operationeel. Daardoor wordt het mogelijk een formele politieke dialoog met de regering te voeren en de steun aan het land sneller te evalueren.

De strategie van de Europese Commissie met betrekking tot Oost-Timor in het kader van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds is onlangs goedgekeurd. Het doel ervan is ondersteuning van het nog zwakke rechtssysteem, het parlement en andere instellingen, zodat hulp geboden kan worden bij de opbouw van een democratische cultuur.

Hulp bij de ontwikkeling van het platteland zal bijdragen aan vermindering van de armoede en verbetering van de infrastructuur. Activiteiten op het gebied van de gezondheidszorg zullen bijdragen aan de bestrijding van armoedegebonden ziektes en aan terugdringing van de alarmerend hoge sterftecijfers van moeders en kinderen rond de geboorte.

Aandacht voor de werkelijke oorzaken van het huidige conflict en hulp bij de oplossing ervan zijn net zo belangrijk als de programma’s voor de langere termijn.

De Oost-Timorese regering heeft een uitgebreid Governance Action Plan gepresenteerd, waarover de delegatie en de regering met steun van de Commissie een politieke dialoog zullen voeren.

In het kader van een missie zal de Commissie de komende weken de situatie beoordelen en bekijken of het mogelijk is nog andere steunmaatregelen te treffen om de wortels van het conflict aan te pakken. Verzoeken van de regering om enkele arbeidsintensieve programma’s ter bestrijding van werkloosheid te ondersteunen, kunnen hierbij onder andere aan de orde komen.

In een gemeenschappelijk document van de Commissie en de Raad van December 2007 hebben zowel de Commissie als de EU-lidstaten de centrale rol van de Verenigde Naties bij de coördinatie van de steun voor de veiligheidssector bevestigd.

Samenvattend, de voorgenomen steun krachtens het Commissieprogramma – meer dan EUR 80 miljoen – is veelomvattend en zal veel van de huidige problemen in het land helpen bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Voorzitter . Het debat is gesloten.

De stemming vindt aan het eind van de debatten plaats.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 8 oktober 2008Juridische mededeling