De Voorzitter . − Aan de orde is het debat over vijf ontwerpresoluties met betrekking tot Armenië(1).
Marie Anne Isler Béguin, auteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, Commissaris, dames en heren, zullen de tragische gebeurtenissen die in Armenië hebben plaats gevonden sinds de presidentsverkiezing op 19 februari 2008, de boodschap afgeven dat Europa niet in staat is fragiele kleine democratieën van de zuidelijke Kaukasus te steunen in hun strijd om gevestigd te worden?
Na de crisis in Georgië is het nu de beurt aan Armenië te lijden onder belangrijke politieke onrust. Ondanks het hoge niveau van aandacht dat tijdens de verkiezingscampagne op het land gericht was, is de internationale gemeenschap er niet in geslaagd de dialoog te bevorderen die de botsingen op 1 maart misschien had kunnen voorkomen. Na 11 dagen van protest tegen de verkiezingsuitslag van de oppositiebeweging onder het voormalige staatshoofd Levon Ter-Petrosian, probeerde de politie de demonstranten uiteen te drijven. De situatie verslechterde en leidde tot de dood van acht mensen, vele gewonden en het uitroepen van de noodtoestand met beperkingen van de vrijheid van informatie en vrijheid van vergadering, en ook beperkingen met betrekking tot politieke partijen. Sindsdien zijn er vierhonderd mensen gearresteerd. Er heerst een duidelijke angststemming onder de bevolking die vreest dat er een beleid van repressie zal worden opgelegd. We hebben vandaag de plicht, in onze contacten met alle partijen die betrokken zijn bij het conflict in Armenië, uitdrukking te geven aan die vrees.
De vraag is echter wat me moeten voorstellen als methode om alle partijen bij zinnen te brengen en ze aan de onderhandelingstafel te krijgen tegen de huidige achtergrond van verhoogde spanning. Dat is de uitdaging. We moeten het vertrouwen van de gewone Armeense mannen en vrouwen in hun prille democratie herstellen. Essentiële eerste vereisten voor het herstellen van vertrouwen zijn het instellen van een onderzoek naar de recente gebeurtenissen en de vrijlating van degenen die in de gevangenis zijn gezet. De volgende stap – in samenwerking met de internationale gemeenschap, onze speciale vertegenwoordiger voor de zuidelijke Kaukasus en onze partners in de Raad van Europa en de OVSE – moet zijn een tijdpad opstellen voor de terugkeer van onze Armeense vrienden naar de onderhandelingstafel en we moeten alle strijdende partijen naar die tafel brengen, zowel van officiële zijde als van de zijde van de oppositie. De regels van de democratie berusten op dialoog en geweldloosheid en het is onze taak zo’n benadering mogelijk te maken.
Met uw toestemming, Mijnheer de Voorzitter, zou ik een mondeling amendement willen voorstellen. Ik weet niet zeker hoe ik te werk moet gaan want het feit ligt er dat we een fout gemaakt hebben in de resolutie. In overweging H refereerden wij aan het gebied van Nagorno-Karabakh waar we hadden moeten zeggen de status van Nagorno-Karabakh. Het lijkt erop dat mijn collega’s het eens zijn met het mondelinge amendement.
Alexandra Dobolyi, auteur. − Mijnheer de Voorzitter, ik was een van de vier leden van de verkiezingswaarnemingsmissie van het Europees Parlement in Armenië en ik ben het volledig eens met en onderschrijf haar bevindingen betreffende de presidentsverkiezingen, namelijk dat de verkiezing voor het grootste deel verliep volgens de verplichtingen en normen van de OVSE en de Raad van Europa. De staatsautoriteiten deden echte pogingen om de tekortkomingen die waargenomen waren bij de vorige verkiezingen, aan te pakken. Sta mij toe deze gelegenheid te gebruiken om de delegatie van de Commissie in Yerevan te bedanken voor alle hulp die ons geboden is.
De verkiezing verliep voor het grootste deel volgens onze normen, zoals ik heb gezegd, maar verdere verbetering en politieke wil zijn nodig om de resterende uitdagingen aan te pakken. Ik druk mijn diepe spijt en bezorgdheid uit over de recente ontwikkelingen die in Armenië hebben plaats gevonden, met gewelddadige botsingen tussen politie en demonstranten van de oppositie die geleid hebben tot de dood van acht burgers en meer dan honderd gewonden. Het spreekt vanzelf dat wij een transparant en onafhankelijk onderzoek verwachten van de gebeurtenissen die hebben plaats gevonden en de gedeeltelijke opheffing van de noodtoestand die na de gebeurtenis werd ingesteld.
Ook al is het een stap in de goede richting, het is niet genoeg. Ik doe een beroep op de Armeense autoriteiten de noodtoestand volledig op te heffen. Namens mijn fractie doe ik een beroep op alle betrokken partijen om openheid en kalmte te betrachten, uitspraken te temperen en onmiddellijk te beginnen aan een constructieve dialoog.
Last but not least, wij betreuren en zijn bezorgd over de recente ongekende schending van het staakt-het-vuren op de grenslijn met Nagorno-Karabakh en wij verzoeken de partijen dringend zich te onthouden van enige acties die het onderhandelingsproces zouden kunnen ondermijnen. We verzoeken hen dringend zich verre te houden van de luide en catastrofale macht van wapens en doen een beroep op hen de stille en vreedzame kracht van de dialoog te gebruiken.
Urszula Gacek, auteur. − Mijnheer de Voorzitter, recente gebeurtenissen in Armenië tonen aan hoe moeilijk het is voor prille democratieën in de voormalige Sovjet Unie om het electorale proces te vertrouwen. Degenen die de macht in handen hebben, zijn geneigd de kaarten in hun voordeel te steken, vooral in de aanloop naar de verkiezingen, terwijl degenen die verliezen, het moeilijk vinden de uitslag te accepteren.
De problemen die we in Armenië hebben gezien na de verkiezingen, zijn nog verergerd door gewelddadige botsingen die geleid hebben tot acht dodelijke slachtoffers en door het opleggen van een buitengewone maatregel in de vorm van een noodtoestand. Verboden op alle politieke activiteiten en strikte censuur van de media werden op 1 maart 2008 opgelegd voor een periode van 20 dagen. Het verbod op politieke activiteiten is vervolgens opgeheven. Mediavrijheid, waaronder onbeperkte Internettoegang, zal volgen. In feite moeten alle normale constitutionele vrijheden volgende week hersteld zijn.
Helaas kan niet worden uitgesloten dat de noodtoestand wordt verlengd. Vooralsnog is er een deksel op de hogedrukketel gedaan. Ik maak me zorgen over wat er gedaan wordt om de bron van de druk te laten ontsnappen.
Democratie opbouwen is een complex proces. Het moet beschermd worden door instellingen waarin alle partijen hun vertrouwen stellen. Het is daarom te betreuren dat de vertrekkende president de mensenrechten-ombudsman van het land heeft aangevallen, die kritiek had op de acties van de regering. Alleen versterking van de rol van de ombudsman en verzekering van de onpartijdigheid van het constitutionele hof, dat aantijgingen van verkiezingsfraude onderzoekt, kunnen de democratie beschermen.
Tot er vertrouwen is in de eigen bewakers van de democratie in Armenië, doe ik een dringend beroep op alle partijen in het geschil gebruik te maken van de bemiddeling die wordt aangeboden door de EU en de vertegenwoordigers van de OVSE en dat onmiddellijk te doen.
Erik Meijer, auteur. − (NL) Voorzitter, bij presidentsverkiezingen zien wij in toenemende mate dat onzeker blijft of de kandidaat die de voorkeur heeft van de zittende regering niet alleen véél stemmen heeft gekregen, maar ook een echte meerderheid van de kiezers. Zelfs als die kandidaat wél een echte meerderheid heeft, blijft twijfel bestaan over de omvang van die meerderheid, zeker als er opvallende pogingen zijn gedaan om die meerderheid kunstmatig te vergroten.
Als daar nog bij komt dat kandidaten worden uitgesloten, dat alleen de voorkeurskandidaat van de regering gebruik kan maken van pers, radio en televisie, dat de oppositie of buitenlandse waarnemers de tellingen niet goed kunnen controleren, dat vreedzame protestmanifestaties tegen de officiële uitslag door leger en politie worden uiteengeslagen en dat oppositieleiders worden gearresteerd, is er veel reden voor ernstige twijfel over het respecteren van de kiezerswil.
Zulke omstreden presidentsverkiezingen hebben wij buiten Europa gezien in Mexico en Kenia, en binnen Europa in Wit-Rusland, Rusland, Georgië en Armenië. Armenië verkeerde ook al zonder die verkiezingen in een uiterst moeilijke situatie. Het is traditioneel sterk verbonden met Rusland, maar daarvan afgesneden door buurland Georgië, dat een ernstig conflict heeft met Rusland, en buurland Azerbeidzjan, dat al vele jaren een grensconflict heeft met Armenië.
De door Armeniërs bewoonde enclave Nagorno Karabach werd na het etnisch opdelen van de Russische provincie Transkaukasië in de jaren twintig bij wijze van compromis toegewezen aan Azerbeidzjan met gegarandeerd regionaal Armeens zelfbestuur. Die oplossing kan niet meer functioneren sinds hier na het uiteenvallen van de Sovjetunie twee vijandige staten zijn ontstaan. In feite is het gebied nu ingelijfd bij Armenië, dat daardoor een langdurig bevroren conflict heeft met de Oosterbuur. In zo'n situatie van permanent dreigende oorlog en blokkades krijgt autoritair bestuur alle ruimte en wordt het functioneren van de binnenlandse democratie permanent bedreigd.
De gebeurtenissen sinds de verkiezingen op 19 februari zijn geen verrassing. Desondanks moeten wij alles doen dat kan bijdragen tot herstel van democratische verhoudingen en de rechten van de oppositie. Wensen vanuit de Europese Unie, of haar lidstaten, om goede betrekkingen te onderhouden met de feitelijke regeerders van landen als Rusland, Wit-Rusland, Georgië of Armenië behoren daaraan ondergeschikt te zijn.
Marios Matsakis, auteur. − Mijnheer de Voorzitter, relatief gezien is Armenië in wezen een pas herboren land, dat worstelt om zijn democratische instellingen te versterken en het welzijn van zijn burgers te beschermen, terwijl het platgedrukt wordt tussen twee niet-zo-democratische maar nogal vijandige buren, namelijk Rusland en Turkije en terwijl het op verontrustende en oneerlijke wijze verwikkeld is in een territoriaal conflict met het totalitaire regime of Azerbeidjan.
Tegen deze achtergrond waren de recente presidentsverkiezingen niet perfect, maar in de woorden van de internationale waarnemingsmissie “verliepen ze voor het grootste deel volgens de verplichtingen en normen van de OVSE en de Raad van Europa”.
Helaas lijkt het erop dat de politie bij de protestmanifestaties na de verkiezingen overmatig geweld gebruikte, wat leidde tot de dood van acht personen, waaronder één politieman.
Een grondig en eerlijk onderzoek is nodig naar de gebeurtenissen die hebben geleid tot deze dodelijke slachtoffers. Een onderzoek is ook gerechtvaardigd naar beweringen dat externe krachten aanzetten tot geweld in Armenië om het land te destabiliseren.
Ik vraag om volledige steun voor deze resolutie.
Marcin Libicki, auteur. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, het is vanzelfsprekend dat wij zouden willen dat er vrede heerste in Armenië, dat het land veilige grenzen had en dat het zijn externe zaken met succes kon regelen. Mag ik u eraan herinneren dat de verkiezingen in Armenië geen aanleiding gaven tot ernstige protesten. Wat daar op het ogenblik gebeurt, moet gezien worden in de specifieke context van de Kaukasus, een uiterst ontvlambare regio.
Nu ik aan het woord ben, Mijnheer de Voorzitter, zou ik, met uw toestemming, van deze gelegenheid gebruik willen maken om mijn verontwaardiging uit te spreken over het nieuws dat ik zojuist ontvangen heb over de moord op Faraj Rahho, de Chaldeeuwse aartsbisschop van Mosul. He werd op 29 februari ontvoerd en drie van zijn lijfwachten werden doodgeschoten.
Dit is weer een aanval, weer een misdaad, van mannen die niet de moed hebben om hun gezicht aan de wereld te laten zien, die onschuldige slachtoffers kidnappen, gewone mensen die bezig zijn met godsdienstige activiteiten – voor het grootste deel christenen, voor het grootste deel katholieke christenen. Vandaag zijn we weer getuige van zo’n misdaad en het lijkt mij toe dat deze zaak als speciaal punt op de agenda moet worden geplaatst van onze volgende vergadering in Brussel. Moge de Heer deze heldhaftige martelaar, die vandaag is Mosul gestorven is, de eeuwige rust schenken.
Marian-Jean Marinescu, namens de PPE-DE-Fractie. – (RO) Wat in Armenië gebeurd is, moet fel worden veroordeeld maar helaas was het geen verrassing. Er zijn andere heel vergelijkbare gebeurtenissen in een ander land in dat gebied en die betekenen een voortzetting van de situatie die ontstond na 1990.
We hebben te maken met de gevolgen van verschillende factoren die vanaf toen tot aan vandaag nog steeds een rol spelen: onvoldoende economische ontwikkelingen, latente conflicten en de invloed van de Russische Federatie. Bij dat alles komt nog de situatie in Kosovo die, ondanks alle aanzienlijke maar vruchteloze inspanningen van de auteurs, voor alle belanghebbenden een precedent zal worden. Voor de bevolking in de regio kan het slechts leiden tot onveiligheid, gebrek aan vertrouwen in de autoriteiten en kwetsbaarheid voor manipulatie.
Er is maar één oplossing om de situatie te normaliseren: economische ontwikkeling die een hogere levensstandaard zal voortbrengen. Er zijn energiebronnen. De ontwikkeling van zulke bronnen en het transport ervan zullen het probleem van de economische ontwikkeling oplossen evenals dat van onafhankelijkheid van de Russische Federatie en zal ook het probleem van Europa in het algemeen oplossen.
De Europese Unie heeft niet echt een positie ingenomen en als we oplossingen willen vinden voor de problemen in de zuidelijke Kaukasus, moet de Unie actieve stappen ondernemen in de ontwikkeling van energieroutes in de Zwarte Zee regio.
Justas Vincas Paleckis, namens de PSE-Fractie. – (LT) Wanneer een land dat deel neemt aan het Europees nabuurschapsbeleid en welwillend staat ten opzichte van de EU een succesvolle democratische verkiezing houdt, is het voor ons ook een overwinning. Als het fout gaat, is het een geval van een gemeenschappelijke nederlaag.
De presidentsverkiezing in Armenië is volgens de internationale waarnemingsmissie gehouden in overeenstemming met internationale normen. Helaas maken de daarop volgende ontwikkelingen deze onzekere stap voorwaarts ongedaan. Bloedvergieten en het uitroepen van de noodtoestand hebben Armenië weggeslagen van de weg naar democratie en belemmeren daarmee zijn betrekkingen met de Europese Unie. In Armenië worden de mensenrechten onderdrukt en er is geen vrijheid van meningsuiting.
Yerevan moet de noodtoestand geheel opheffen en de OVSE-vertegenwoordiger moet helpen een oplossing te vinden voor de crisis. Hopelijk zullen beide onderhandelende partijen gematigdheid tonen en hun werk baseren op Europese waarden.
Janusz Onyszkiewicz, namens de ALDE-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de huidige politieke crisis in Armenië is niet de eerste.
Tijdens het presidentschap van Levon Ter-Petrosian begon het land sterk afstand te nemen van liberale en democratische normen. De belangrijkste oppositiepartijen werden verboden, de persvrijheid werd beperkt en algemeen werd erkend dat de parlementaire verkiezingen niet voldeden aan alle democratische criteria. Onder druk van demonstraties nam de heer Ter-Petrosian ontslag als president. Dat gaf het land enige stabiliteit, maar daar kwam een eind aan door de dramatische moord in het parlement van negen leidende Armeense politici, waaronder de premier, door onbekende moordenaars.
We zien nu een herhaling van wat er zo'n tien jaar geleden gebeurd is. De huidige crisis kan wellicht echter ook komen door het feit dat de Armeense samenleving genoeg heeft van de regeringen van de zogenaamde Karabakh Clan, waartoe zowel de vorige als de huidige president behoren. De regering wordt er sterk van beschuldigd weer een autoritair regime in te voeren onder het mom van democratie, met een maffia-achtige controle van bedrijfsactiviteiten en een verslechterende economie.
Er is ook een groeiende vrees dat het isolement van Armenië toeneemt en dat zijn positie in het onopgeloste conflict over Nagorno-Karabakh geleidelijk zwakker wordt. Toen de heer Ter-Petrosian besloot naar de politiek terug te keren en zich kandidaat te stellen, kreeg hij met zijn belofte van grotere flexibiliteit in het buitenlands beleid aanzienlijk steun.
De huidige crisis is echter zeer diep. Laten we hopen dat die met politieke middelen wordt opgelost, ofschoon dat helemaal niet zeker is. Zo niet, dan kan het conflict in Nagorno-Karabakh opgevoerd worden in een poging de samenleving rond de regering verenigen. Een recent incident in Karabakh, waarbij elf personen de dood vonden, bevestigt deze vrees. Een ander resultaat kan zijn een verdere versterking van de toenemende afhankelijkheid van Armenië van Rusland. De recente openingsplechtigheid van de Armeens-Iraanse pijplijn zal die afhankelijkheid niet verzwakken, aangezien het gas en de pijplijn zelf natuurlijk zullen worden gecontroleerd door Gazprom.
Onze houding ten opzichte van de ernstige situatie in Armenië zou een vriendelijke moeten zijn, maar we moeten ons niet onthouden van kritiek of uitingen van bezorgdheid waar dat nodig is. Ik geloof dat de positie die in deze resolutie wordt voorgesteld aan die criteria beantwoordt.
Ewa Tomaszewska, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de uitslag van de presidentsverkiezing op 19 februari 2008 was een factor in de politieke destabilisering van Armenië, ofschoon moet worden benadrukt dat de OVSE erkende dat de uitvoering van de verkiezing voldeed aan democratische normen.
De demonstraties naar aanleiding van Levon Ter-Petrosians plaatsing in huisarrest en hun brute onderdrukking op 1 maart eindigden met de dood van acht personen, vele gewonden en het uitroepen van de noodtoestand. Beperkingen op de media en de arrestatie van steeds meer leden van de oppositie veroorzaken ernstige bezorgdheid.
We doen een beroep op de Armeense autoriteiten om onverwijld de burgerrechten te herstellen, een eind te maken aan de noodtoestand, de mensenrechten te respecteren en vast te stellen wie er verantwoordelijk is geweest voor de tragische gebeurtenissen op 1 maart 2008. Het onderzoek van deze zaak mag geen voorwendsel zijn voor verdere vervolging van de oppositie. De situatie in Armenië is inderdaad zeer moeilijk en onze vertegenwoordigers moeten er grote aandacht aan besteden.
Evgeni Kirilov (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou hieraan willen toevoegen dat de democratische normen in Armenië niet zijn zoals we ze graag zouden willen zien. De sociaaleconomische situatie maakt de toestand nog complexer en dat brengt logischerwijze nog meer mensen op straat.
Ik zou een beroep willen doen op de autoriteiten van Armenië en uiteraard ook op die van Azerbeidzjan zich voor een oplossing van dit langdurige conflict in te zetten. Er zijn gebieden bezet door Armenië die bevrijd zouden moeten worden, omdat er daar geen Armeniërs wonen. Echt verontrustend is het feit dat beide landen zich in een proces van herbewapening bevinden, hetgeen uiteraard een afspiegeling vormt van de werkelijke sociale problemen waar beide landen, met name Armenië, voor staan.
Daarom ondersteun ik deze gezamenlijke ontwerpresolutie, maar ik denk dat we de situatie vanwege het zorgwekkende karakter op de voet zullen moeten blijven volgen.
Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Armenië is één van een reeks van landen die steun van de Europese Unie ontvangen om politieke en economische hervormingen door te voeren en zo de door de rechtsorde gestuurde staatsinstellingen op te zetten, alsmede om corruptie en georganiseerde misdaad te verslaan. En dus hebben we gelijk dat we het politieke proces en het respect voor democratische principes in dat land nauwgezet volgen. Dat is vooral van belang met het oog op de veranderingen die sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie in Armenië plaatsvinden.
Regeringen proberen dikwijls de media te beïnvloeden, maar als zij hun toevlucht nemen tot geweld en het gebruik van dwangmiddelen, moeten zij met buitengewone vastberadenheid tegemoet worden getreden. De situatie is buitengewoon lastig als er dodelijke slachtoffers vallen. Wij vragen categorisch om het herstel van vrijheid, respect voor andere opvattingen en het behoud van democratie en burgerrechten. Wij veroordelen het gebruik van geweld en het op gewelddadige wijze uiteenjagen van democratische bijeenkomsten, protesten en demonstraties.
Louis Michel, lid van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Commissie volgt de situatie met betrekking tot democratie en mensenrechten in Armenië nauwlettend. Dit land is, zoals u weet, een van onze partners in het kader van het Europees Nabuurschap Beleid.
Via onze delegatie in Erevan en in nauwe samenwerking met Peter Semneby, de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie volgen wij, met de lidstaten, de ontwikkelingen daar met belangstelling. Als onderdeel van het proces staan we tevens in regelmatig contact met plaatselijke en internationale NGO’s die werkzaam zijn op het terrein van democratie en mensenrechten.
Met betrekking tot de tragische gebeurtenissen die in de nasleep van de verkiezingen op 1 maart in Erevan hebben plaatsgevonden, deelt de Commissie de algemene zorg over de gewelddadige botsingen tussen politie en demonstranten van de oppositie, die tot een aantal dodelijke slachtoffers hebben geleid. De Commissie heeft daarom opgeroepen onmiddellijk een grondig onderzoek in te stellen en om mensen die de wet hebben overtreden te vervolgen. Wij hebben daarnaast de Armeense regering verzocht de noodtoestand onmiddellijk op te heffen. De Commissie is van mening dat het belangrijk is dat alle partijen zich onthouden van het gebruik van geweld. Wij verwachten van alle partijen in Armenië dat zij zich verplichten tot een politieke dialoog om hun verschillen te overwinnen.
Tegelijkertijd betreurt de Commissie de schaduw die door de recente gebeurtenissen op de in toenemende mate positieve ontwikkeling van Armenië in de richting van de implementatie van zijn ENP-actieplan, met name op de terreinen mensenrechten en democratie, wordt geworpen. Het appel door te gaan met politieke hervormingen en de mensenrechten te respecteren vormt een integraal element van het partnerschap tussen de Europese Unie en Armenië en de Commissie zal daarom alle middelen die tot haar beschikking staan inzetten om de Armeense autoriteiten aan te moedigen op deze terreinen vorderingen te maken.
Met de aanvaarding in 2006 van het gezamenlijke EU-Armenië ENP-actieplan beschikken we over een beleidstool ter naleving van de principes die op onze gezamenlijke waarden zijn gebaseerd. Wij zijn er vast van overtuigd dat een permanente dialoog met Armenië conform de beleidsbepalingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en het ENP-actieplan inderdaad een van de meest doeltreffende middelen is om de boodschap van de Europese Unie over het respecteren van mensenrechten en het internationaal recht over te brengen. De jaarlijkse bijeenkomsten van het samenwerkingscomité en de samenwerkingsraad en van het Parlementair Samenwerkingscomité zijn dus bijzonder belangrijk.
De Commissie is daarnaast vastbesloten aan de voortgang van het hervormingsproces te blijven bijdragen door Armenië financiële en technische hulp te bieden. Het ondersteunen van de politieke hervormingen op de terreinen mensenrechten en democratie blijft een prioriteit in het nationale indicatieve programma voor 2007-2010. Circa een derde van onze bilaterale hulp – die over de betreffende periode EUR 98,4 miljoen zal bedragen – zal worden gebruikt ter ondersteuning van relevante projecten. Meer specifiek, het bilaterale hulpprogramma 2007 voor Armenië concentreert met een bijdrage van EUR 18 miljoen zijn financiële steun op het terrein van gerechtelijke hervormingen. Ik ben ervan overtuigd dat het Europees Parlement ons bij deze inspanningen zal steunen en daadwerkelijk onze meest loyale bondgenoot zal zijn.
Voorzitter. − Het debat is gesloten.
De stemming zal plaatsvinden aan het eind van het debat.