Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2210(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0090/2008

Debatten :

PV 21/04/2008 - 18
CRE 21/04/2008 - 18

Stemmingen :

PV 22/04/2008 - 5.6
CRE 22/04/2008 - 5.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0130

Debatten
Dinsdag 22 april 2008 - Straatsburg Uitgave PB

8. Stemverklaringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Bárbara Dührkop Dührkop (A6-0099/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, nieuwe vormen van criminaliteit en gespecialiseerde internationale criminele groepen vormen een enorme uitdaging voor de wetshandhavingsinstanties in de lidstaten.

Een effectieve vervolging van criminelen en de strijd tegen de meest verontrustende vormen van wetsovertreding zijn niet mogelijk zonder dat de politie over de juiste instrumenten kan beschikken om de wet te handhaven. In het geval van grensoverschrijdende criminaliteit is een snelle uitwisseling van informatie tussen diensten in afzonderlijke landen van essentieel belang om de daders te kunnen identificeren en om acties te coördineren. DNA-databanken en bestanden met digitale vingerafdrukken zijn voor de criminaliteitsbestrijding uitermate belangrijke instrumenten. Daarmee kan een dader worden geïdentificeerd ongeacht de plaats waar het delict is gepleegd.

Het verslag-Dührkop Dührkop over de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking tussen wetshandhavingsinstanties ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit is een waardevol initiatief, dat een versterking vormt van de maatregelen ten behoeve van een grotere veiligheid voor burgers van de Verenigde Staten die in 2005 in gang zijn gezet door het Prüm-Verdrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals we weten wordt in dit verslag opgeroepen tot een uitbreiding van het Prüm-Verdrag naar de bestrijding van grensoverschrijdend terrorisme. We zijn het er allemaal over eens dat het terrorisme moet worden bestreden. Dat spreekt voor zich. We zijn allemaal voor grensoverschrijdende samenwerking. Het Prüm-Verdrag gaat echter over het verplicht delen van gegevens, zonder de zorgen over de bescherming en de veiligheid van die gegevens in acht te nemen. Te oordelen naar de verhalen in de kranten over de integriteit van de politie in bepaalde lidstaten moeten we ons allemaal zorgen maken over dat delen van informatie.

De inhoud van het verslag vormt in feite een ernstige inbreuk op de burgerlijke vrijheden van de EU-burgers, omdat het verzamelen en doorgeven van DNA-gegevens aan andere lidstaten voor het eerst verplicht wordt gesteld.

We zijn slaapwandelend op weg naar een “Big Brother”-Europa, terwijl onze politici passief toekijken. Dat is de reden waarom we tegen dit verslag hebben gestemd.

 
  
  

- Verslag: Anneli Jäätteenmäki (A6-0076/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de rol van de Ombudsman wordt steeds belangrijker, vooral in de context van de oplossingen en uitdagingen van het Verdrag van Lissabon en het Handvest van de grondrechten. We willen een Europa van de burgers bouwen, een Europa dat dicht bij de burgers staat, een Europa dat een model van eerbiediging van de mensenrechten en van onderling respect is, en daarom moeten de procedures voor het opnemen van contact met de Ombudsman en de procedures voor samenwerking tussen burgers en de Ombudsman vereenvoudigd worden. De tijd die het kost om kwesties op het niveau van de Ombudsman te onderzoeken moet tot een absoluut minimum worden beperkt.

Ik wil ook wijzen op de samenwerking tussen nationale ombudsmannen en de Europese Ombudsman in relatie tot het subsidiariteitsbeginsel. Een verdeling van de rollen en taken zal de efficiëntie van beide instellingen vergroten.

 
  
  

- Verslag: Adamos Adamou (A6-0090/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Milan Gaľa (PPE-DE). - (SK) Ik heb voor het verslag van mijn collega Adamou over orgaandonatie en -transplantatie gestemd. We moeten iets doen aan het tekort aan organen voor transplantatie dat we in Europa hebben en dat de belangrijkste beperkende factor in transplantatieprogramma’s is.

In Europa staan ongeveer zestigduizend patiënten op wachtlijsten voor donororganen. De sterfte onder patiënten die op een hart-, lever- of longtransplantatie wachten ligt over het algemeen op tussen de vijftien en dertig procent. Volgens een Eurobarometerenquête uit 2006 wil 56 procent van alle Europeanen na zijn of haar dood organen doneren. Mensen moeten worden aangemoedigd om over orgaandonatie te praten en om hun wensen kenbaar te maken aan hun verwanten. Ook moet de opleiding van medische deskundigen worden verbeterd.

Uit de statistieken blijkt dat niet minder dan 81 procent van de burgers van de Europese Unie voor het gebruik van een donorcodicil is, dat het gemakkelijker maakt om een donor te identificeren. Toch heeft op dit moment slechts twaalf procent van de Europeanen zo’n donorcodicil. Ik steun het initiatief van de Commissie voor een Europees donorcodicil.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het menselijk leven en de gezondheid van mensen zijn de hoogste waarden voor de gezondheidsdiensten van de lidstaten. Elke stap die leidt tot een betere bescherming van deze waarden moet door het Europees Parlement uitdrukkelijk worden goedgekeurd.

Transplantologie is een van de snelst groeiende takken van de medische wetenschap. Duizenden mensen krijgen de kans op een nieuw leven, een tweede kans als het ware. Het aantal transplantaties dat in de Europese Unie wordt uitgevoerd is in verhouding met het aantal mensen dat op een transplantatie wacht nog steeds niet adequaat, en veel patiënten die op een transplantatie wachten overlijden voordat er een operatie kan worden uitgevoerd, omdat er geen orgaan beschikbaar is.

Vooral maatregelen die gericht zijn op het vergroten van het aantal uitgevoerde transplantaties zijn belangrijk. Een van de belangrijkste methoden hiervoor is het bevorderen van transplantologie bij het publiek en het aanmoedigen van potentiële donoren om toestemming te geven voor het gebruik van hun organen na hun dood. Ook is het belangrijk om een uitgebreid monitoringsysteem voor de controle op transplantaties op te zetten teneinde de afschuwelijke illegale handel in organen te bestrijden, die niet alleen plaatsvindt in de arme regio’s van de wereld.

In mijn visie is het verslag-Adamou een belangrijk signaal voor de lidstaten die de ernst van het probleem benadrukken.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag gestemd omdat dit een buitengewoon belangrijk en moeilijk probleem is. Het ondertekenen van een verklaring dat je bereid bent om na je dood je organen af te staan voor transplantatie is als het geven van leven. Daarmee worden de levens van andere mensen gered, en dat is van uitzonderlijke waarde voor de mensheid.

Het moet echter gezegd worden dat er een verband bestaat tussen het tekort aan organen en de illegale handel in organen. Het uitvallen van een orgaan brengt sommige mensen ertoe de wet te overtreden en illegaal organen te kopen om een leven te redden. Dit is zowel een ethisch en moreel als een juridisch probleem.

Over het feit dat er strenge eisen moeten worden gehanteerd op het gebied van de kwaliteit en de veiligheid van donaties en het uit het lichaam verwijderen, testen, opslaan en vervoeren van organen bestaat geen discussie, omdat het welslagen van een transplantatie ervan afhangt.

Tot slot moeten we niet vergeten dat er een effectief voorlichtingsbeleid op EU-niveau nodig is om de burgers meer bewust te maken van dit probleem, dat een fundamentele uitdaging voor de lidstaten zou moeten zijn en dat grondig debat, verder onderzoek en morele en ethische oplossingen vereist.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Ik wil mijn collega-afgevaardigden bedanken voor het steunen van de voorstellen van de Europese Volkspartij inzake Europol en onderzoek. Wij vinden het teleurstellend dat Europol het belang van het monitoren van de internationale handel in menselijke organen heeft onderschat. Zelfs in Europa verdwijnen er kinderen vanwege de handel in organen. Dus niet alleen in China, maar ook in Moldavië worden menselijke organen gekocht en vervolgens voor een hoge prijs op de zwarte markt aan Europeanen verkocht. Dat is de reden waarom Europol de zwarte markt natuurlijk moet monitoren. We kunnen het internationale transplantatietoerisme niet voorkomen als we de transplantatieprogramma’s in de Unie niet beter coördineren. Daartoe moeten we allereerst overeenstemming bereiken over een gemeenschappelijke aanpak met betrekking tot een geïnformeerde toestemming voor orgaandonatie. Ik persoonlijk ben van mening dat experimenten op het gebied van de overdracht van menselijke embryo’s onethisch en onverantwoordelijk zijn. Aan de andere kant levert klinisch onderzoek met stamcellen van volwassenen uitstekende resultaten op op het gebied van weefseltransplantaties, bijvoorbeeld voor hartpatiënten. Bovendien schendt deze procedure het respect voor de uniekheid van de mens niet. Ons verslag geeft een krachtig signaal af aan de Commissie, die spoedig met een voorstel voor een bindende tekst zal komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, nu we het verslag over orgaandonatie bespreken, wil ik eer bewijzen aan mijn voormalige assistent, James Sullivan, die, zoals velen van u zullen weten, op 10 februari tragisch is gestorven.

Op 8 februari spraken James en Aoife, een andere assistent, in ons kantoor over het geven van toestemming voor orgaandonatie. Ze kwamen daarbij overeen dat als een van hen beiden – allebei jonge mensen – iets zou overkomen, ze hun organen zouden doneren. We konden niet weten dat James die avond een ongeluk zou krijgen en dat de machine die hem in leven hield op zondag zou worden uitgeschakeld. Het is een eerbewijs aan James dat er nu mensen in de Europese Unie zijn die in leven zijn vanwege zijn generositeit. Voor zijn ouders, Edna en Tom, in Cork in Ierland, die rouwen om zijn dood en die dit verlies nooit meer te boven zullen komen, is de enige troost dat James weliswaar niet meer bij ons is, maar dat anderen dankzij zijn generositeit kunnen leven.

Dit is uiteraard een zeer persoonlijk verslag voor ons kantoor, en ik steun het volledig.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, orgaandonatie en -transplantatie is een van de fundamentele problemen waarvoor zowel binnen als buiten de Europese Unie aandacht en consensus nodig zijn. Aan de ene kant zijn er tienduizenden mensen die op een transplantatie wachten, en aan de andere kant hebben we een serieus medisch, juridisch en ethisch/moreel probleem.

We zijn het er allemaal over eens dat er een doelmatig transplantatiesysteem moet worden ontwikkeld. Een transplantatiesysteem mag geen economische categorie worden en ertoe leiden dat organen als goederen op de interne markt worden verhandeld. In dat geval zouden criminele groepen hun kans schoon zien en misbruik maken van armoede en verdriet en daarmee de uitbuiting van mensen verdiepen, vooral in regio’s die te kampen hebben met grootschalige werkloosheid, armoede en honger.

 
  
  

- Verslag: Dan Jørgensen (A6-0109/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Heaton-Harris, wat betreft de betekenis van “GNSS”, we hebben inmiddels twee opties: de eerste is “Galileo Navigation Satellite System”, en de andere is “Global Navigation Satellite System”. Welke van de twee prefereert u, mijnheer Heaton-Harris?

 
  
MPphoto
 
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, weet u, ik heb hier nog nooit zo veel macht gehad! Ik denk dat ik het liefst zou kiezen voor “Great British” – maar nee, doe de tweede maar. Ik weet bijna zeker dat het “Global” is. Ik wilde dat noemen in mijn stemverklaring.

Ik wil nu heel kort iets zeggen over de kwijting van de Commissie. Zoals ik elke keer sinds ik hier afgevaardigde ben heb gedaan, heb ik tegen de kwijting van de Europese Commissie gestemd. Ik erken dat er binnen de Commissie hard is gewerkt aan het op orde brengen van haar rekeningen. Maar er is vooral veel gedaan op het gebied van de systemen, en de cultuur die in de Europese Commissie heerst is niet aangepakt. De cultuur die in de Europese Commissie heerst is er tot op de dag van vandaag een van “laten we het maar onder de pet houden”. Soms komen we mensen tegen die bij de Commissie werken en die ons off-the-record dingen kunnen vertellen die daar niet zouden moeten gebeuren, maar die die dingen niet officieel aan de hoofden van hun directoraat-generaal willen rapporteren.

Ik weet dat dit Huis er niet van houdt om geen kwijting te verlenen. Dat is erg jammer, want er zijn geen politieke gevolgen. Daar hebben we zeven jaar geleden al een juridisch advies over ontvangen. Zoals ik al gezegd heb, heb ik tegen gestemd, en dat zal ik blijven doen zolang ik hier werk.

 
  
  

- Verslag: José Javier Pomés Ruiz (A6-0091/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor de kwijting van het Europees Parlement over het jaar 2006 gestemd, maar tegen de bijbehorende marathonresolutie, omdat daar opmerkingen en vragen in staan die ofwel erg voor de hand liggend zijn (paragraaf 58), ofwel geen waarden verdedigen die ik belangrijk vind (paragraaf 65). Een meerderheid van dit Parlement heeft er zojuist voor gestemd dat leden van de instelling geen familieleden in dienst mogen nemen, maar wel hun echtgenoot/echtgenote of minnaar/minnares! Persoonlijk heb ik die allemaal niet, maar ik wil er wel op wijzen hoe absurd dit is.

In mijn eerdere interventie heb ik de inaccurate beweringen over het vrijwillig pensioenfonds proberen te corrigeren, zoals de voorzitter van het fonds dat tijdens de hele procedure heeft proberen te doen. Helaas is dat nutteloos gebleken.

In paragraaf 71 bekritiseren de auteurs het feit dat het fonds het bestaande actuariële tekort niet voor 15 maart 2008 heeft geactualiseerd tot aan december 2007. Behalve dat het absurd is om in een verslag over 2006 naar de rekeningen over 2007 te vragen, kan ik de auteurs ook geruststellen. De actualisering is gereed, maar zal eerst worden voorgelegd aan de raad van bestuur van het fonds, een in Luxemburg gevestigde non-profitorganisatie. Mijnheer de Voorzitter, vergissen is menselijk, maar in die vergissing volharden is duivels. Aangezien ik dat niet ben, heb ik tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Titus Corlăţean (PSE). - (RO) In het verslag-Pomés Ruiz, Afdeling I – Europees Parlement, heb ik voor het amendement gestemd waarin het leden van het Europees Parlement wordt verboden om familieleden in dienst te nemen. Ik denk dat dit een goede tekst is en ik verwelkom het feit dat de plenaire vergadering van het Parlement deze tekst heeft aangenomen.

De reden is heel simpel: in enkele lidstaten van de Europese Unie, waaronder het land waar ik vandaan kom, Roemenië, is er een debat gaande over de geloofwaardigheid van parlementaire instellingen en zelfs van parlementen.

Ik denk dat dit een goed standpunt is, omdat – en ik zal een voorbeeld geven – ook in mijn land, Roemenië, het staatshoofd zelf vaak het politieke doel heeft om de geloofwaardigheid van parlementaire actie en van het instituut parlement aan te tasten, en dat begint met fouten of kwetsbare punten met betrekking tot het handelen van de leden van het parlement.

Daarom verwelkom ik – nogmaals – de aanneming van deze tekst, die kan leiden, samen met andere acties, tot een toename van het prestige en de geloofwaardigheid van de parlementaire instellingen in de lidstaten en op Europees niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). - (EN) Ik heb tegen de kwijting van het Parlement gestemd vanwege de vele berichten die in de pers zijn verschenen naar aanleiding van een intern controleverslag van de diensten van het Parlement. Dit verslag moet nog worden gepubliceerd en in het publieke domein worden gebracht. Er staat in dat er enkele problemen zijn met de manier waarop de leden van dit Parlement de verschillende toelagen die ze hier ontvangen besteden.

Ik denk, net als andere leden, dat we zo open en transparant mogelijk moeten zijn. De beste manier om met dit interne verslag om te gaan zou zijn geweest om het binnen het publieke domein te brengen, omdat de mensen dan zouden hebben beseft dat het hier niet om miljoenen gaat, maar om kleine bedragen – die echter nog wel zo hoog zijn dat het de moeite waard is om de onderste steen boven te halen, en gelet op het feit dat er leden zijn die misbruik maken van het systeem ook om het deze zo moeilijk mogelijk te maken en ze voor de rechter te brengen, maar niet zo hoog dat het algemene publiek moet denken, zoals het dat nu denkt, dat het hier bij iedereen zo’n bende is.

Ik heb dus tegengestemd, omdat ik vind dat we dat verslag moeten publiceren. Ik hoop dat de diensten van het Parlement in de toekomst, wanneer ze het voorzitterschap van het Parlement weer van advies voorzien over verslagen, voor maximale transparantie zullen kiezen en zo veel mogelijk zullen publiceren.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0111/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik had een stemverklaring bij elk agentschap kunnen geven, maar u hebt mijn punt vanochtend tijdens de stemming al voor mij gemaakt. Er zijn inmiddels zo veel agentschappen dat niet iedereen meer weet welke dat zijn en wat ze doen. Sterker nog, het verbaast me dat er nog mensen zijn, behalve degenen die in de desbetreffende commissie zitten, die weten wat de GNSS-toezichtsautoriteit doet, of zelfs wat de begroting van die autoriteit is. Ik vind het zeer zorgwekkend dat enkele van deze agentschappen waaraan we kwijting hebben verleend niet eens een rechtsgrondslag hebben totdat het Verdrag van Lissabon door alle lidstaten is geratificeerd. Ik vraag me bijvoorbeeld af welke rechtsgrondslag het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten heeft.

Dus nu stemmen we in met de rekeningen van agentschappen die hier geen rechtsgrondslag hebben, en niemand die daar echt mee zit. Ik vind dat nogal verontrustend. Ik denk dat de Europese belastingbetaler dit verbijsterend vindt en ik stem met genoegen tegen deze agentschappen, omdat ik van mening ben dat ze ondemocratisch zijn. Ik denk dat als we onze verantwoordelijkheid willen nemen, we dat hier in het Parlement moeten doen en dat we geen macht moeten overhevelen naar semi-overheidsinstellingen die we niet goed controleren.

 
  
  

- Verslag: Marian Harkin (A6-0070/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mijn gezicht is duidelijk niet meer zo bekend sinds ik niet meer tijdens elke vergadering stemverklaringen afleg, want ik vroeg of ik een verklaring kon afleggen over mijn stem voor het verslag van Marian Harkin, en daar werd wel een aantekening van gemaakt, maar ik ben niet opgeroepen. Mijnheer de Voorzitter, u bent de beste ondervoorzitter van allemaal en ik wil u bedanken voor het feit dat u me de gelegenheid geeft om mijn grote steun uit te spreken voor het verslag van Marian Harkin, waarin het belang van vrijwilligerswerk in de Europese Unie wordt beklemtoond.

U weet dat ouderen – gepensioneerden – veel vrije tijd hebben en dat velen van hen die tijd gebruiken om hun buren en andere burgers te helpen, zowel in Europa als elders. Het doet me zeer veel genoegen dat de Commissie wordt verzocht om als aanvulling op het programma “Jeugd in actie” een programma “Senioren in actie” te ontwikkelen, iets waar ik jarenlang in dit Parlement voor heb gepleit. Ik ben ingenomen met feit dat er eindelijk iets goeds wordt gedaan voor de vrijwilligers en senioren in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dank u zeer, mijnheer Fatuzzo. Wilt u dat uw opmerking dat ik de beste ondervoorzitter ben in de notulen wordt opgenomen? Goed, omdat u zo aandringt zal uw opmerking in de notulen worden opgenomen.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Bárbara Dührkop Dührkop (A6-0099/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. (SV) Wij hebben voor dit verslag gestemd, omdat het van het grootste belang is om de efficiëntie van de samenwerking tussen de lidstaten bij de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit te versterken en te verbeteren. In het verslag van het Parlement wordt de tekst van het Duitse initiatief over de rechten van burgers en een hoog niveau van gegevensbescherming verbeterd. Dat is goed. Helaas bevat het verslag echter ook amendementen over de verwerking van specifieke gegevens over ras, etnische herkomst, enzovoorts, en over de bevoegdheden van buitenlandse opsporingsambtenaren met betrekking tot het arresteren en verhoren van verdachten tijdens gezamenlijke operaties. We hebben er in de commissie alles aan gedaan om dit uit het verslag te krijgen, maar dat is helaas niet gelukt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb mijn steun gegeven aan het verslag van mevrouw Dührkop Dührkop, die haar goedkeuring heeft gehecht, afhankelijk van de aanneming van enkele amendementen, aan het initiatief van de Bondsrepubliek Duitsland met betrekking tot de aanneming van een besluit van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit.

Ik wil Duitsland feliciteren met dit initiatief, dat ervoor moet zorgen dat alle lidstaten dezelfde technieken gebruiken met betrekking tot bevragingen en vergelijkingen van DNA-profielen, dactyloscopische gegevens (vingerafdrukken, handpalmafdrukken) en registratiegegevens van voertuigen.

Ik steun de eis die in het verslag wordt gesteld dat bijzondere categorieën gegevens betreffende ras of etnische herkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, lidmaatschap van partijen of vakbonden, seksuele geaardheid of gezondheid uitsluitend mogen worden verwerkt indien dit absoluut noodzakelijk is en evenredig met het oog op een bepaalde zaak en indien specifieke waarborgen worden geboden.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bradbourn (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De conservatieven hebben tegen dit verslag gestemd omdat het de beginselen van het Prüm-initiatief uitstrekt naar gebieden waar intergouvernementele samenwerking een betere oplossing is dan harmonisatie. In het verslag wordt gevraagd om uniforme juridische praktijken op Europees niveau die volkomen ingaan tegen de gevestigde praktijken in het Verenigd Koninkrijk. Ook wordt in het verslag gevraagd om praktijken als de verplichte overdracht van DNA-gegevens aan andere lidstaten, ongeacht of de desbetreffende persoon is veroordeeld voor een delict of daarvan wordt verdacht, en achtervolgingen door buitenlandse politie-eenheden, die de bevoegdheid krijgen om observatieactiviteiten te ontplooien en personen te arresteren en verhoren, wat een schending van de burgerrechten inhoudt.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. (SV) De Gematigde Partij heeft vandaag gestemd voor het verslag (A6-99/2008) van mevrouw Dührkop Dührkop (PSE) over de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit. We zijn het in grote lijnen eens met de inhoud van dit verslag.

Amendement 3 van de rapporteur kunnen we echter niet steunen. Onze reden hiervoor is dat we sterk gekant zijn tegen elke vorm van registratie van of verwerking van gegevens over ras en etnische herkomst. Zelfs als deze overweging bedoeld is om het gebruik van de gegevens in kwestie te beperken, kunnen we de tekst niet steunen omdat hiermee toch de mogelijkheid wordt gecreëerd om dit soort gegevens te registreren en te verwerken.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Politiële en justitiële samenwerking valt onder de derde pijler is dus een exclusief intergouvernementele zaak. De Junilijst is voorstander van intensivering van de samenwerking ter bestrijding van terrorisme en andere ernstige grensoverschrijdende criminaliteit tússen de lidstaten. Besluiten op dit gebied moeten daarom niet worden genomen door het Europees Parlement of enige andere supragouvernementele instantie.

Minimumvoorschriften inzake de toegang van personen tot rechtsbijstand en gegevensbescherming zijn in de wetgeving van de lidstaten neergelegd. Een fundamentele en uitgebreide bescherming is al geregeld door middel van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, dat door alle lidstaten is ondertekend. En DNA wordt al uitgewisseld via Interpol.

Het is ook belangrijk om te wijzen op het privacyaspect van het gebruik van DNA. Op dit punt zijn we het eens met wat in het verslag wordt gezegd over verzoeken om DNA van mensen die zijn vrijgesproken of van rechtsvervolging zijn ontslagen.

Het verslag gaat echter in veel opzichten te ver met het voorstel om op veel gebieden kaderbesluiten in te voeren, zoals over procedurele garanties, en om een algemeen rechtsinstrument aan te nemen om het gehele terrein van de politiële en justitiële samenwerking te bestrijken. Er wordt zelfs gesproken van de oprichting van gezamenlijke politieteams. De militaire middelen van een land vormen een strikt nationale aangelegenheid en moeten daarom niet op EU-niveau worden geregeld. De Junilijst heeft er daarom voor gekozen om tegen het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Het verslag maakt deel uit van het proces van omzetting van het Prüm-Verdrag in het communautair acquis. Dit Verdrag is een integraal onderdeel van de veiligheidsideologie die onder het mom van de “strijd tegen het terrorisme” ten uitvoer wordt gelegd met als doel de grensoverschrijdende samenwerking op EU-niveau op het gebied van “terrorismebestrijding”, grensoverschrijdende criminaliteit en immigratie te versterken.

Ondanks dat het enkele amendementen bevat die een verbetering van het oorspronkelijke voorstel inhouden, wordt in het verslag geen afstand genomen van of stelling genomen tegen het in het leven roepen van een zorgwekkend kader voor politiesamenwerking (met inbegrip van de oprichting van “gezamenlijke politieteams”, waardoor de politie van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat kan opereren), de oprichting van een “databank van persoonsgegevens” (met onder andere DNA-informatie, en indien “dit noodzakelijk is” informatie over iemands politieke opvattingen) en gemakkelijkere toegang tot deze databanken voor inlichtingendiensten, allemaal elementen die echte schendingen van de rechten, vrijheden en garanties van de burgers van de verschillende lidstaten vormen.

Voor de inherente gevaren van een dergelijk proces is overigens al gewaarschuwd door de “Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming” zelf, die er met klem op wijst dat dit soort instrumenten (al enige tijd) worden gebruikt zonder dat de bescherming van persoonsgegevens van burgers naar behoren is gewaarborgd.

Dat is de reden waarom wij tegen dit verslag hebben gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Hedh (PSE), schriftelijk. (SV) Ik ben absoluut van mening dat de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit een van de gebieden is waarop de EU moet samenwerken. Het verslag bevat echter een groot aantal punten dat ik niet kan steunen en daarom heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Gelet op de stijgende criminaliteit en de toenemende bedreigingen van haar veiligheid moet de Europese Unie twee hoofddoelstellingen formuleren. De eerste doelstelling is dat de strijd tegen het terrorisme moet worden opgevoerd. Het terrorisme stopt niet aan de grenzen en kent geen beperkingen als het gaat om het gebruik van geweld en de dreiging die er vanuit gaat. De tweede doelstelling blijft de bescherming van de fundamentele rechten waarop Europa is gebouwd.

De aanneming van het Prüm-Verdrag door alle lidstaten, zoals Duitsland in 2007 heeft voorgesteld, is onderdeel van de verbetering van de politiële samenwerking in de EU, die hard nodig is. De uitwisseling van DNA-profielen en waardevolle informatie als vingerafdrukken en kentekens van voertuigen tussen de verschillende systemen heeft al in vele onderzoeken bijgedragen aan een positief resultaat. Van ontvoeringen tot internationaal terrorisme, en niet te vergeten de organisatie van transnationale evenementen: deze maatregelen zijn essentieel.

Maar het Europees beleid moet de criminaliteit bestrijden zonder dat er een systeem wordt opgebouwd dat de rechtsstaat ondergraaft en de democratie destabiliseert. De toegankelijkheid en het gebruik van persoonsgegevens moeten worden onderworpen aan Europese wetgeving, waarvan we alleen maar kunnen hopen dat die snel wordt aangenomen.

Dit verslag is een goede illustratie van het belang van evenwicht tussen het gebruik en de bescherming van gegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN), schriftelijk. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag over grensoverschrijdende samenwerking bij de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit gestemd omdat dit een immens groot probleem is dat al bestaat sinds het ontstaan van de nationale staten.

Tot dusverre hebben criminelen die in grensstreken actief zijn altijd geprofiteerd van het feit dat landen niet bereid waren vertrouwelijk gegevens uit te wisselen, waaronder persoonsgegevens, en van het recht op privacy. Naast de georganiseerde criminelen en de criminelen die op eigen initiatief handelen hebben we er de laatste jaren nog een ander groot probleem bij gekregen, en dat is het internationale terrorisme.

Nu kunnen we eindelijk, onder auspiciën van de Europese Unie, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel en met behulp van geavanceerde en veilige telecommunicatiemiddelen, op effectieve wijze de criminaliteit bestrijden en terroristische acties voorkomen. Dankzij de uitwisseling van informatie als DNA-profielen, dactyloscopische gegevens en nationale voertuigregistraties, en ook dankzij de bredere politiële en justitiële samenwerking, kunnen we ervoor zorgen dat criminelen en terroristen zich in geen enkele EU-lidstaat veilig kunnen voelen, en zelfs niet daarbuiten. Ik ben van mening dat dit een van de prioriteiten is waarmee de EU onverwijld aan de slag moet.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren ik heb mijn steun gegeven aan het verslag van Bárbara Dührkop Dührkop over het initiatief van de Bondsrepubliek Duitsland met betrekking tot de aanneming van een besluit van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/.../JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit.

De nieuwe vormen van criminaliteit, die zijn opgekomen na het openstellen van de grenzen en de uitbreiding van de EU, vereisen een intensievere samenwerking tussen de lidstaten teneinde de criminaliteit en de illegale immigratie in te dammen. Het is belangrijk dat deze samenwerking niet beperkt blijft tot de landen die het Prüm-Verdrag hebben ondertekend, maar dat er, zoals in het eerste amendement in het verslag wordt gesteld, een uniform samenstel van procedurele garanties op EU-niveau wordt aangenomen. Ik denk dat het van fundamenteel belang is dat de Europese Unie zichzelf uitrust met niveau van gegevensbescherming dat hoog en geharmoniseerd is en zichzelf daardoor in staat stelt om een adequate rechtshandhaving en een effectieve bescherming van de burgers te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Strož (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) Het verslag van mevrouw Bárbara Dührkop Dührkop over grensoverschrijdende samenwerking bij de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (A6-0099/2008) is om twee redenen belangrijk. In de eerste plaats moeten bovenvermelde fenomenen efficiënt worden bestreden en in de tweede plaats moeten burgerlijke rechten en vrijheden worden beschermd. De problemen moeten dus zorgvuldig worden aangepakt. Amendement 3 van het ontwerpbesluit van de Raad moet worden herbekeken. Hierin staat: “bijzondere categorieën gegevens betreffende ras of etnische herkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, lidmaatschap van partijen of vakbonden, seksuele geaardheid of gezondheid mogen uitsluitend worden verwerkt indien dit absoluut noodzakelijk is en evenredig met het oog op een bepaalde zaak, en indien specifieke waarborgen kunnen worden geboden.” Ik beschouw dit als een ernstig potentieel probleem. Wie zal beslissen wat noodzakelijk en evenredig is en hoe zal men tot die beslissing komen? Wordt het een soort “Big Brother”? Of een anonieme politiefunctionaris die de bescherming van de mensenrechten maar als iets kleins ziet? Op welke manier zijn seksuele geaardheid en gezondheid relevant voor de bestrijding van terrorisme? Dit zijn enkele van de redenen waarom ik aanraad het huidige ontwerpbesluit te verwerpen. Wij hebben als basis een nauwkeurigere tekst nodig.

 
  
  

- Verslag: Anneli Jäätteenmäki (A6-0076/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor het initiatiefverslag gestemd van mevrouw Jäätteenmäki over een voorstel voor een besluit van het Europees Parlement tot wijziging van zijn besluit inzake het Statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt. De Ombudsman heeft tevens gevraagd deze aspecten te ontwikkelen.

Ik ben zeer blij met het voorstel in het verslag om het Statuut van de Ombudsman in die zin aan te passen dat elke mogelijke onduidelijkheid wordt weggewerkt met betrekking tot de bevoegdheid van de Ombudsman om grondig en onpartijdig onderzoek te voeren naar vermeende gevallen van wanbeheer. Op voorwaarde dat het beroepsgeheim van toepassing is, ben ik er blij mee dat ambtenaren moeten getuigen. Ik ga er ook mee akkoord dat de Ombudsman de regels met betrekking tot de toegang van gerubriceerde informatie of documenten, met name gevoelige documenten, die in betrokken instelling of orgaan van kracht zijn, ook moet naleven.

Ik wil de rapporteur feliciteren met het benadrukken dat de Ombudsman en zijn personeel geen gevoelige informatie of documenten openbaar moeten maken die binnen het bereik van de Europese wetgeving vallen inzake de bescherming van persoonlijke gegevens. Hoewel dit niet gemakkelijk zal zijn, zal de toepassing van deze regels moeten worden gemonitord.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Wij hebben voor het verslag gestemd dat de voorstellen van de Europese Commissie verbetert, hoewel het nog niet duidelijk is wat zal worden aanvaard. Maar, zoals de rapporteur het ziet, zal tot een stemming worden overgegaan als het duidelijk is wat zal worden aanvaard.

Op 11 juli 2006 vroeg de heer Diamandouros, de Europese Ombudsman, per brief, die aan Voorzitter Pöttering was gericht, dat het Europees Parlement de wijzigingsprocedure zou opstarten voor het Statuut van de Ombudsman met betrekking tot enkele bepalingen die hij niet echt relevant acht, namelijk: de macht om te interveniëren in zaken voor het Hof van Justitie van de Europese Unie; toegang tot documenten van de instelling; de getuigenissen van beambten; de informatie over mogelijke criminele activiteiten; samenwerking met internationale instellingen op het vlak van Mensenrechten/Grondrechten.

Op initiatief van de voormalige Ombudsman de heer Söderman, werden sommige van deze zaken in 2001 reeds door het Parlement opgenomen. Op basis van een verslag van de Commissie constitutionele zaken, dat verschillende amendementen naar voor schoof die op de voorstellen die nu worden gedaan leken, nam het Parlement op 6 september 2001 een resolutie aan. Op dat ogenblik leek een akkoord met de Raad, gesteund door de Commissie, een haalbare kaart, maar de onderhandelingen werden niet afgerond omdat het mandaat van de heer Söderman verviel.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb het verslag van mevrouw Jäätteenmäki over de uitoefening van het ambt van de Ombudsman gesteund. Ik ben vooral zeer blij dat de Instellingen ervoor zouden moeten zorgen dat de Ombudsman de informatie ontvangt die hij vereist om zijn werk uit te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik deel de mening van mevrouw Anneli Jäätteenmäki dat het Statuut van de Europese Ombudsman moet worden herzien. De in dit verslag voorgestelde maatregelen zullen de transparantie van de EU verhogen en zouden met open armen moeten worden ontvangen. Ik heb gestemd voor de aanbevelingen in dit verslag.

 
  
  

- Verslag: Adamos Adamou (A6-0090/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb gestemd voor het initiatiefverslag van de heer Adamou, verheugd over de mededeling van de Commissie “Orgaandonatie en transplantatie: Beleidsmaatregelen op EU-niveau”. Hierin wordt een geïntegreerde aanpak voorgesteld voor de waarborging van de kwaliteit en veiligheid van organen, de vergroting van de beschikbaarheid van organen en de bestrijding van de orgaanhandel.

Ik ben verheugd over de bepaalde actieterreinen, namelijk: kwaliteit en veiligheid verbeteren, de beschikbaarheid van organen vergroten, transplantatiesystemen efficiënter en toegankelijker maken, een mechanisme in het leven roepen om de samenwerking tussen de lidstaten te versterken en een Europees rechtsinstrument aannemen dat zal zorgen voor kwaliteits- en veiligheidseisen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren, vervoeren en distribueren van organen binnen de EU en de middelen om aan deze eisen te kunnen voldoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. (SV) Wij staan positief tegenover het verslag omdat internationale samenwerking om belangrijke organen voor transplantatie te gebruiken een goede zaak is. Wij willen de meerwaarde van verdere coördinatie promoten. Harmonisering daarentegen willen wij niet steunen.

Daarom vinden wij dat het verslag niet als een voorwendsel mag worden gebruikt om een afzonderlijk centraal coördinerend EU-orgaan in het leven te roepen. Wij willen echter de reeds bestaande samenwerkingsverbanden, die het verslag vermeldt, benadrukken.

Bovendien staan wij niet achter het voorstel om een Europese donorkaart in te voeren. Beslissingen met betrekking tot toestemmingsregels voor donatie en transplantatie moeten tot de bevoegdheden van de lidstaten blijven behoren, omdat deze grotendeels gebaseerd zijn op de morele waarden die vaak plaats- en/of cultuurgebonden zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd voor het verslag van de heer Adamou over orgaandonatie en -transplantatie: beleidsmaatregelen op EU-niveau, omdat ik van mening ben dat het publieksbewustzijn inzake orgaandonatie en –transplantatie moet worden vergroot. Bovendien moet de niet-commerciële aard van donaties worden gevrijwaard en de internationale orgaanhandel bestreden. Dit zijn allemaal belangrijke maatregelen om de kwaliteit en veiligheid van donaties in Europa te waarborgen.

Gezien de toenemende vraag naar orgaantransplantaties, de groeiende wachtlijsten voor transplantatie en het daardoor stijgend aantal doden, dat te wijten is aan een tekort aan orgaandonaties, is de promotie van het beste transplantatiebeleid in de EU van cruciaal belang om levens te redden en Europese burgers een betere levenskwaliteit te kunnen bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Therapeutisch gebruik van menselijke organen voor de vervanging van een niet-functioneel orgaan door een donororgaan kan, indien succesvol, een volledig gezond leven schenken aan mensen die anders intensieve verzorging zouden vereisen.

Hoewel in EU-landen het gebruik van menselijke organen voor transplantatie de afgelopen decennia voortdurend is toegenomen, is het aantal mensen dat een transplantatie nodig heeft groter dan het aantal organen dat voor transplantatie beschikbaar is. Officiële studies wijzen uit dat er momenteel bijna 40 000 personen op wachtlijsten staan in West-Europa. Het sterftecijfer van mensen, die op een hart-, lever- of longtransplantatie wachten, schommelt tussen vijftien en dertig procent.

Donortesten zijn belangrijk om de risico’s voor de ontvanger te minimaliseren. Zoals het verslag vermeldt, is het van essentieel belang om donoren door te lichten en de aan- of afwezigheid van een risico om een ziekte of ziektes over te dragen na te gaan. Hiervoor zijn een reeks onderzoeken vereist. Onder de lidstaten bestaat er momenteel echter geen consensus over deze tests. Vandaar het belang van dit verslag om meer samenwerking aan te moedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Ik wil deze stem gebruiken om de voortdurende discrepantie tussen de woorden en daden van de Europese Unie op bepaalde vlakken te benadrukken.

Het is één zaak om lidstaten te vragen orgaanhandel te bestrijden en zich te bewapenen met een arsenaal aan strafrechtelijke afschrikmiddelen, maar wat te denken als de Commissie en verschillende van diezelfde lidstaten Kosovo en haar leiders erkennen? Als we mevrouw del Ponte, voormalig voorzitster van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië, mogen geloven, zijn enkelen van deze leiders persoonlijk betrokken bij de handel in organen afkomstig van Servische gevangenen die voor dit doel worden terechtgesteld.

Wat worden wij verondersteld te denken als geen enkele lidstaat sancties oplegt aan China of zelfs niet protesteert terwijl getuigenverslagen en studies erop wijzen dat terechtstellingen afhankelijk van orgaanvereisten, soms van buitenlandse patiënten, worden ingepland? Wat zal er gebeuren met deze rijke Europeanen, die het orgaantekort omzeilen door hun aandeel in deze morbide vorm van toerisme dat deze praktijken aanmoedigt?

Het verslag van de heer Adamou is zeer onduidelijk over deze zaken. IJdele hoop vanbinnen, oorverdovende stilte vanbuiten. Wij hebben dit wat sommige landen betreft allemaal al eens gezien.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor dit verslag gestemd. Orgaandonaties redden levens; het is een geschenk, een laatste solidariteitsactie. Jammer genoeg is er momenteel een aanhoudend tekort aan organen; in Europa sterven er dagelijks bijna tien mensen die op de transplantatiewachtlijsten staan.

De EU moet nationale transplantatieorganisaties samenbrengen. Meer samenwerking biedt patiënten, die organen doneren of krijgen van buiten hun lidstaat, meer garanties. Sommige nieuwe lidstaten, waarvan de gezondheidszorgsystemen minder fortuinlijk zijn, zouden hierbij kunnen baten

Het orgaantekort houdt maar al te vaak verband met orgaanhandel. Wij zien de opkomst van verschillende vormen van transplantatietoerisme die armoede buiten de grenzen van de EU uitbuit. Deze “handel” in mensen zet het vertrouwen van burgers op het spel en verergert het tekort aan vrijwillige orgaan- en weefseldonaties.

Het principe van vrije donatie is fundamenteel, hoewel een compensatie voor de kosten van orgaanverwijdering aan levende donoren zou moeten worden betaald.

Ten slotte moeten wij biotechnologisch onderzoek aanmoedigen dat onderzoekers een middel zal bezorgen om organen aan te maken uit bestaand weefsel van patiënten zelf of van andere weefseldonoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag van de heer Adamou gestemd. Dit verslag handelt over iets dat iedere Europeaan aanbelangt en dat de samenwerking tussen lidstaten inzake orgaantransplantatiegerelateerde zaken bevordert. Mijn eigen land, Schotland, heeft een van de laagste orgaandonatiecijfers in de EU. Om deze situatie te verbeteren werkt de Schotse regering momenteel samen met andere ministeries van Volksgezondheid in het Verenigd Koninkrijk.

Ik geloof sterk in Europese samenwerking om de huidige transplantatiesystemen in de verschillende landen aan te vullen. Bovendien zou dergelijke samenwerking hogere kwaliteitsstandaarden en betere veiligheidsvoorschriften aanmoedigen en de transplantatiediensten in Europa verbeteren waardoor er op niet-commerciële basis betere toegang ontstaat tot gedoneerde organen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Wij zijn blij met de standpunten van de rapporteur inzake de ontwikkeling van orgaandonatie en -transplantatie in de EU; het verbod op elke vorm van financiële transactie tussen donor en ontvanger en op de commercialisering van transplantaten; de bestrijding van transplantatietoerisme in landen waar orgaanhandel wordt gedreven en de erkenning dat orgaanhandel verband houdt met sociale ongelijkheid.

Transplantaten moeten worden ontwikkeld; ze redden levens en verbeteren de levenskwaliteit van veel mensen die chronisch ziek zijn, zoals nierpatiënten.

Als transplantaten worden ontwikkeld, moet een sterk humanitair bewustzijn van orgaandonatie aangemoedigd worden. Hiervoor is een bepaalde sociale omgeving vereist.

Daarom is het goed dat desbetreffende resolutie erkent dat orgaanhandel zelf orgaandonatie ondermijnt en ervoor zorgt dat transplantaties niet vaker plaatsvinden.

Opdat het publieksbewustzijn met betrekking tot orgaandonatie vergroot, geven de omstandigheden blijkbaar aan dat EU-beleid en de commercialisering van gezondheid, welzijn en menselijke behoeftes tegengewerkt moeten worden.

Om de omzet van multinationals te maximaliseren, zorgt dit beleid ervoor dat miljoenen Europeanen, zelfs in ons land, onder de armoedegrens of in de werkloosheid terechtkomen of lijden onder een gebrek aan tewerkstelling. Zij worden ertoe gedwongen alles dat zij hebben te verkopen zodat hun geliefden beter kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik sta volledig achter de eis van de heer Adamos Adamou om beleidsmaatregelen op EU-niveau te treffen inzake orgaandonatie en -transplantatie. In het Verenigd Koninkrijk werden vorig jaar 2 400 mensen geholpen met een orgaantransplantatie. Meer dan duizend mensen, die op een wachtlijst staan voor een geschikte donor, sterven echter jaarlijks. Lidstaten moeten met andere woorden maatregelen treffen om hun donorpool uit te breiden, door beste praktijken te delen en door mensen bewuster te maken van het zeer ernstige probleem waar we wat orgaandonatie betreft tegenoverstaan. Europese overheden en instellingen moeten ook meer actie ondernemen om de schandelijke handel in menselijke organen te voorkomen. Dit verslag roept op tot maatregelen die van essentieel belang zijn om transplantatietoerisme en de meer algemene problemen, waarmee we op dit vlak te maken hebben, tegen te gaan. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE-DE), schriftelijk. − (FR) In de komende jaren zal orgaandonatie in de Europese Unie voor de drie volgende belangrijke uitdagingen komen te staan.

In de eerste plaats zijn er in de EU te weinig organen beschikbaar. Dagelijks leidt dit tekort tot de dood van bijna tien patiënten die op een transplantatie wachten.

In de twee plaats blijven de aan orgaantransplantatie verbonden risico’s een belangrijk probleem. De overdraagbaarheid van ziektes, zoals HIV, sommige soorten hepatitis of zelfs kanker, blijft een realiteit die op Europese burgers een impact heeft.

Ten slotte moeten de EU-lidstaten het probleem van orgaanhandel op efficiënte en gecoördineerde wijze aanpakken. Hoewel dit binnen de Gemeenschap nog steeds relatief zelden gebeurt, leidt dit nog altijd tot politieke en, nog belangrijker, ethische bekommernissen.

De aanbevelingen in het verslag van de heer Adamou zijn een stap in de goede richting: uitwisseling van beste praktijken, meer samenwerking, uitwisseling van meer organen tussen de lidstaten, een vergroot publieksbewustzijn en de noodzakelijkheid om de vrijwillige niet-commerciële aard van orgaandonatie te behouden.

Als deze aanbevelingen worden aangenomen, zullen ze de omstandigheden, die aan orgaandonatie en -transplantatie gerelateerd zijn, aanzienlijk en snel helpen verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Veilige, geslaagde en toegankelijke orgaandonatie en -transplantatie zijn belangrijk binnen het hedendaagse Europa.

Meer dan 60 000 patiënten wachten op een hart-, lever-, long- of niertransplantatie. Sterftecijfers van mensen, die op een transplantatie wachten, liggen tussen de vijftien tot dertig procent.

Ik heb vandaag voor het verslag van mijn collega de heer Adamou gestemd.

Ik ben verheugd over het initiatief om een juridisch raamwerk op te zetten dat een gemeenschappelijke methodologie en gemeenschappelijke criteria voor de geschiktheid van donoren en orgaantransplantatie introduceert. Ik denk dat een consensus tussen de lidstaten de belangrijkste voorwaarde is om de veiligheid en kwaliteit van het volledige transplantatieproces te verbeteren, van de voorafgaande beoordeling van potentiële donoren en de keuze van een geschikte donor tot de tijdige operatie en complexe opvolging van de patiënten. Als arts wil ik ook het belang benadrukken van nauwe samenwerking en de uitwisseling van beste praktijken en informatie tussen gezondheidswerkers in de lidstaten.

Het orgaantekort wegwerken is voor Europa een grote uitdaging. Ik sta volledig achter de vraag van de rapporteur om een efficiënt Europees systeem op te starten voor de identificatie van personen die orgaandonoren kunnen zijn als ze sterven. Dergelijk systeem zou voor efficiënte communicatie- en informatiemethodes kunnen zorgen waardoor de organen, afkomstig van mensen die ze werkelijk willen afstaan, toegankelijk zijn.

Een andere belangrijke stap om de toegankelijkheid tot donoren te verbeteren, is het beter informeren van het publiek. Ik ben ervan overtuigd dat als op nationaal niveau dit debat verstandig wordt gevoerd, het publieksbewustzijn zeker zal worden vergroot.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) In Europa leven honderdduizenden mensen hun leven op een wachtlijst, wachtend op een tweede kans. Het zou zeker nuttig zijn om de gemeenschappelijke structuren en samenwerking te verbeteren door middel van een Europese orgaandonorkaart, een gemeenschappelijke pool voor orgaandonoren en een transplantatie-“hotline”.

Zoals bepaalde andere landen is Oostenrijk op dit vlak een voorbeeld: elke Oostenrijker, die tijdens zijn leven geen bezwaar indient tegen het gebruik van zijn organen, wordt na zijn dood automatisch orgaandonor. In de landen waar dit niet het geval is, moet het publieksbewustzijn worden vergroot. Het spectaculaire tekort aan orgaandonoren is immers nauw verbonden met het gebrek aan kennis van zowel de man in de straat als de gezondheidswerkers. Enkel als wij dit probleem aanpakken, structuren verbeteren en bevorderingsacties opstarten, kunnen wij het aantal orgaandonaties en -transplantaties verhogen en de illegale orgaanhandel een halt toeroepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vincent Peillon (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor het verslag gestemd van de heer Adamou over “Orgaandonatie en -transplantatie: Beleidsmaatregelen op EU-niveau.”

Zoals wij allemaal weten, kan orgaantransplantatie levens redden en het dagelijks leven van velen van onze medeburgers verbeteren. Toch is er in de EU momenteel een chronisch tekort aan organen: 40 000 patiënten wachten op een transplantatie en naar schatting sterven er daar dagelijks tien van.

Wij hebben dit probleem vooral aangepakt door bepaalde maatregelen in overweging te nemen, zoals de introductie van een Europese donorkaart, de verbetering van de samenwerking tussen de lidstaten, de vergroting van het publiekbewustzijn, het opstarten van een transplantatie-“hotline” en de promotie van biotechnologisch onderzoek waardoor in de toekomst organen misschien kunnen worden aangemaakt in plaats van gedoneerd.

De noodzaak om dit tekort aan organen op te lossen mag niet de opoffering van onze waarden tot gevolg hebben. Ik ben verheugd over het feit dat deze tekst aandringt op vrijwillige, onbetaalde en, waar mogelijk, anonieme donatie en aan lidstaten vraagt orgaanhandel en transplantatietoerisme op meer efficiënte wijze te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. − (FR) Op 23 april ratificeren we een verslag over orgaandonatie en -transplantatie en de maatregelen die moeten worden genomen om het aantal beschikbare organen te verhogen. Dit is een uiterst belangrijk onderwerp: door een tekort aan organen sterven in Europa dagelijks tien personen; meer dan 15 000 Europese patiënten staan op een wachtlijst; de gemiddelde wachttijd voor een nier, het meest getransplanteerde orgaan, is in België langer dan 24 maanden. Deze statistieken zijn moeilijk te aanvaarden.

Ik heb me geschaard achter het initiatief om een Europese donorkaart te lanceren. Gezien de dringende aard van orgaanafname, zou het zeer nuttig zijn, eenmaal een potentiële donor is geïdentificeerd, een Europese donorkaart te hebben. Iedereen kan deze kaart lezen en begrijpen. Dit initiatief wordt gesteund door de meerderheid van de Belgische bevolking, waarvan de grote meerderheid voorstander van orgaandonatie is. Dit, in combinatie met het systeem van veronderstelde toestemming en een goede coördinatie tussen transplantatiecentra, verklaart waarom ons land op het vlak van transplantaties zo succesvol is.

Het enige dat wij betreuren is dat wij niet ambitieuzer zijn geweest en de implementatie van het systeem van veronderstelde toestemming in heel Europa niet hebben aanbevolen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb gestemd voor het verslag van de heer Adamou over “Orgaandonatie en -transplantatie: Beleidsmaatregelen op EU-niveau” voor therapeutische doeleinden, wat het belang benadrukt van de gezondheidszorg voor burgers in de EU en de wereld.

Ik geloof dus dat blijvende inspanningen op het vlak van onderzoek nodig zijn om nieuwe behandelingsmethoden en betere technische en organisatorische transplantatieprocedures te ontwikkelen, door projecten en programma’s te coördineren, ook op het niveau van de lidstaten.

Bovendien denk ik dat het van fundamenteel belang is een cultuur van orgaandonatie te promoten door bewustmakingscampagnes op poten te zetten om het aantal donaties te verhogen. Bovendien moet het publiek eraan worden herinnerd dat de kans dat ze ooit een orgaan zullen ontvangen, vier keer groter is dan de kans dat ze er ooit een zullen moeten doneren.

Ten slotte wil ik, door de erkenning dat deze illegale handeling steeds synoniem staat voor armoede en wanhoop, het uitzonderlijk belang benadrukken van de strijd tegen orgaanhandel binnen en buiten de EU-grenzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Meer samenwerking tussen de lidstaten is van essentieel belang als wij EU-burgers, die een orgaantransplantatie nodig hebben, willen helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. − (PL) Ik heb het verslag van de heer Adamou over orgaandonatie en -transplantatie geruggensteund omdat ik denk dat orgaantransplantatie een belangrijke stap betekent in de diensten van de wetenschap aan de mens. Veel mensen danken hun leven aan een getransplanteerd orgaan en krijgen zo een kwaliteitsvoller leven.

Het publieksbewustzijn moet worden verbeterd. Tevens moet het aantal belangeloze donoren naar boven. Ik denk dat het voornaamste aspect in de bestrijding van het tekort aan orgaandonaties de ontwikkeling is van een efficiënt systeem dat mensen identificeert die na hun dood orgaandonor kunnen worden als alle vereisten met betrekking tot toestemming, die in de lidstaten van kracht zijn, worden vervuld. Publieksbewustzijn en publieke meningsvorming spelen eveneens een belangrijke rol, waardoor voortdurende voorlichting ook een voorname factor is.

 
  
  

- Verslag: Marian Harkin (A6-0070/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor het initiatiefverslag gestemd over de rol van vrijwilligerswerk als bijdrage aan de economische en sociale samenhang van mevrouw Harkin.

Ik bewonder haar uitstekend onderzoek naar vrijwilligerswerk als een belangrijke stuwende kracht achter het voeden van de maatschappij en het versterken van solidariteit, één van de kernwaarden van de EU. De erkenning van het nut van vrijwilligerswerk in zowel de publieke als privésfeer is van essentieel belang voor de ontwikkeling ervan en om een balans te vinden tussen economische, sociale en omgevingsaspecten, i.e. de duurzame ontwikkeling die centraal staat in de Europese aanpak.

Ik vind het jammer dat het verslag de waarde van vrijwilligerswerk bespreekt zonder rekening te houden met het soort vrijwilligerswerk dat kan worden geklasseerd als betaald vrijwilligerswerk omdat de rapporteur vrijwilligerswerk als onbetaald heeft gedefinieerd. Dit verslag is een belangrijke stap in de richting van de cruciale erkenning van instellingen zonder winstoogmerk (IZW’s).

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, vrijwilligerswerk levert een onbetaalbare bijdrage aan de opbouw van een civiele maatschappij en de democratie door burgers op lokaal en regionaal niveau bij activiteiten te betrekken. Het potentieel om dergelijke activiteiten te ontwikkelen is vooral heel belangrijk in landen waar een actieve civiele maatschappij op mogelijke vervolging stuit door elites die de macht in handen hebben. Ik heb het verslag van mevrouw Harkin gesteund omdat ik ermee akkoord ga dat de Europese Commissie grensoverschrijdende projecten met betrekking tot vrijwilligerswerk moet stimuleren waar het onze dichtste buur, Wit-Rusland, betreft. Vooral voor Wit-Russen zou dit duidelijk blijk geven van steun aan hun inspanningen om het regime van Lukashenko te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Er kan geen twijfel over bestaan dat vrijwilligerswerk een zeer belangrijke sociale rol speelt bij het oplossen van problemen van burgers en bij het vervullen van hun behoeften, namelijk door ware solidariteit en wederzijdse hulp te stimuleren.

Daarom gaan wij er niet mee akkoord dat vrijwilligersactiviteiten gezien zouden kunnen worden als een manier om binnen de openbare diensten aanzienlijk te kunnen besparen. Integendeel, wij denken dat des te meer lidstaten de gewaarborgde en aangeboden openbare diensten voor burgers verbeteren, des te belangrijker de rol van vrijwilligerswerk wordt.

Zoals vermeld is het van vitaal belang ervoor te zorgen dat vrijwilligersactiviteiten aanvullend zijn op openbare diensten, maar deze niet vervangen. Vrijwilligerswerk kan niet worden gebruikt als een voorwendsel of middel om de lidstaten aan te moedigen hun verantwoordelijkheden, vooral hun sociale taken, te verwaarlozen, door ze te overhandigen aan pseudoliefdadigheidsorganisaties.

Het is met deze achtergrond in gedachten dat wij vechten voor de efficiënte en adequate ondersteuning van non-profitorganisaties, waaronder, de coöperatieve beweging, plaatselijke organisaties en ondernemingen, buurtcomités en sportbonden, recreatiestichtingen, culturele, jeugd- en kinderverenigingen.

Ten slotte benadrukken wij het feit dat vrijwilligersactiviteiten ook afhangen van de vrije tijd van de werkers. Daarom is het nodig om misbruik van vrijwilligers te vermijden, op het vlak van werkuren, lage salarissen of onzekerheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Een democratisch systeem kan niet efficiënt functioneren zonder een civiele maatschappij. Ik ben echt blij met alle initiatieven die positief staan tegenover de opbouw van sociale verbanden en participatieve democratie. Ik twijfel er niet aan dat vrijwilligerswerk zo een initiatief is.

Ik weet ook hoe betrokkenheid en het werken voor anderen als bijkomend effect een positieve levenshouding met zich kan meebrengen. De bijdrage van de vrijwilligerssector aan de stimulatie van interculturele dialoog en sociale integratie, heropbouw van sociaal vertrouwen en herintegratie van mensen, die voordien uit de samenleving werden gesloten, is eveneens van onschatbare waarde.

Ik wil jullie aandacht tevens vestigen op wat in mijn ogen een zeer belangrijk economisch aspect van vrijwilligerswerk is. Vrijwilligerswerk is een uitstekend middel om nieuwe ervaringen op te doen en nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Hierdoor vergroten iemands kansen op de arbeidsmarkt en kan de overgang van studeren naar werken worden vergemakkelijkt. Dit is vooral voor jongeren van onschatbare waarde. Bovendien speelt vrijwilligerswerk, zoals de rapporteur van het verslag opmerkt, een aanzienlijke rol bij de bepaling van het bruto binnenlands product. Dit mag zeker niet over het hoofd worden gezien.

Ik hoop dat de voorstellen in dit verslag de Europese Commissie en de lidstaten zullen overhalen met meer oplossingen voor de dag te komen die de vrijwilligerssector promoten en institutioneel versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb gestemd voor het verslag van mevrouw Harkin dat de immense bijdrage van de vrijwilligerssector aan de sociale en economische samenhang erkent. Aan de autoriteiten op het niveau van de lidstaten en op regionaal en lokaal niveau vraagt dit verslag expliciet de waarde van vrijwilligerswerk te erkennen en om samen te werken met vrijwilligersorganisaties. Volgens mij is dergelijke samenwerking van cruciaal belang. In die context ben ik er dan ook zeer blij mee dat mijn eigen overheid onlangs substantieel meer middelen heeft vrijgemaakt voor de vrijwilligerssector in Schotland.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor de resolutie over de bijdrage van vrijwilligerswerk aan de Europese sociale samenhang, maar ik wil enkele opmerkingen van financieel-budgettaire aard maken.

In het programma Jeugd in Actie heeft de Europese Unie de Europese dienst voor vrijwilligers gelanceerd. Deze dienst geeft jonge mensen de kans om verschillende beroepsopleidingen te volgen of om met niet-gouvernementele organisaties in een andere lidstaat te werken. Ondernemingen en NGO’s maken gebruik van deze dienst en worden in elke lidstaat door de Europese Commissie erkend.

Maar het probleem is het budget van deze Europese dienst voor vrijwilligers. Dit bedraagt jaarlijks niet meer dan 42 miljoen euro, een bedrag dat de reis zou moeten financieren van enkele tienduizenden Europese vrijwilligers, alsook de minimumonkosten. Jonge mensen zijn zeer geïnteresseerd en er zijn veel organisaties die dit programma willen implementeren. In Roemenië, een nieuwe lidstaat, alleen al zijn er meer dan zestig organisaties die erkend zijn voor de uitwisseling van vrijwilligers en meer dan 5 000 aanvragen voor deze opleiding.

Hoewel intussen bewezen is dat het een uiterst aantrekkelijk programma is, wordt de Europese dienst voor vrijwilligers spijtig genoeg nog steeds onvoldoende gefinancierd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sérgio Marques (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Ik heb gestemd voor dit verslag dat de rol van vrijwilligerswerk belicht in de bijdrage aan de economische en sociale samenhang in de EU. Er zijn meer dan honderd miljoen Europese burgers betrokken bij vrijwilligerswerk, wat overeenstemt met een gemiddelde economische bijdrage van vijf procent van het BBP. Vrijwilligerswerk leidt tot de directe betrokkenheid van burgers in plaatselijke ontwikkeling en speelt een belangrijke rol bij de verwerving van vaardigheden. Bovendien wordt de inzetbaarheid van vrijwilligers erdoor verbeterd omdat ze een zeer ruime waaier aan vaardigheden en kennis verwerven.

Ik steun dit verslag dat benadrukt dat de lidstaten en regionale en plaatselijke autoriteiten het aandeel van vrijwilligerswerk in het stimuleren van de sociale en economische samenhang moeten erkennen. Ze zouden tevens strategieën moeten ontwikkelen om vrijwilligerswerk aan te moedigen. De Commissie zou moeten werken aan een systeem voor alle gemeenschapsfondsen waardoor vrijwilligersactiviteiten kunnen worden erkend als een bijdrage aan gecofinancierde projecten.

De Commissie, de lidstaten en regionale en plaatselijke autoriteiten zouden door middel van opleiding op alle niveaus vrijwilligerswerk moeten stimuleren zodat dit als een normale bijdrage aan het gemeenschapsleven wordt beschouwd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben blij met het verslag van mevrouw Marian Harkin over de rol van vrijwilligerswerk in de bijdrage aan de sociale en economische samenhang. De bijdrage die vrijwilligerswerk maakt is van onschatbare waarde. Het feit dat honderd miljoen burgers in onze 27 lidstaten reeds vrijwilligerswerk verrichten is bemoedigend. Maar dit cijfer moet omhoog. Ik heb gestemd voor de aanbevelingen in het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Onbetaald werk door vrijwilligers is van cruciaal belang voor het publieke goed. Rampen, zoals overstromingen of grote branden, aanpakken zou zonder onbetaalde werkers onbegonnen werk zijn. Wij moeten ook beseffen dat een groot deel zonder vrijwilligerswerk eenvoudig niet zou functioneren en ook niet door de overheid gefinancierd zou kunnen worden.

Het aantal actieve leden van vele vrijwilligersorganisaties daalt voortdurend. De redenen hiervoor zijn onder meer de kortere periode van gemeenschapsdienst in plaats van militaire dienst, families die zich elders vestigen en stress op het werk of op school. Bijvoorbeeld, als resultaat van een personeelstekort mogen vrijwillige brandweerlui hun werkplek niet meer verlaten, zelfs als het land het loon aan de werkgever terugbetaalt. Ondernemingen hebben een sterke boodschap nodig dat ook zij bij vrijwilligerswerk baten en dat wij beste praktijken moeten vergelijken met betrekking tot hoe vrijwilligerswerk aantrekkelijk kan worden gemaakt zodat wij onze doelstellingen kunnen bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Vrijwilligerswerk krijgt in de Europese Unie niet de verdiende steun en aandacht. Daarom heb ik gestemd voor het verslag van de rapporteur, mevrouw Marian Harkin, over de bijdrage van vrijwilligerswerk aan de economische en sociale samenhang. Ik ga akkoord met de rapporteur dat de Europese instellingen moeten zorgen voor een flexibel en onbureaucratisch ondersteuningssysteem.

Vrijwilligerswerk mag niet worden onderschat omdat het een belangrijk deel van het democratische leven in Europa vertegenwoordigt. Bovendien zijn meer dan honderd miljoen Europeanen van verschillende leeftijden, geloofsovertuigingen en nationaliteiten betrokken. Het weerspiegelt de enorme vastberadenheid van individuen en versterkt de band tussen burgers en de EU.

Vrijwilligerswerk heeft in landen van West-Europa en in de Verenigde Staten een lange traditie. In postcommunistische landen introduceerden niet-gouvernementele en non-profitorganisaties vrijwilligerswerk pas nadat de democratie geïnstalleerd was. De Wereldorganisatie van de Scoutsbeweging werd door het totalitaire communistische regime volledig verboden. Op dit moment trekken haar activiteiten meer en meer enthousiastelingen aan: mensen van verschillende leeftijden en uit verschillende delen van de EU. Wij kunnen ons vandaag geen evenement voorstellen zonder de aanwezigheid van kerk- en liefdadigheidsorganisaties, zonder de aanwezigheid van het Rode Kruis. Vrijwilligers kunnen burgers uit benadeelde gemeenschappen stimuleren en mobiliseren, bijvoorbeeld in het European Volunteer Centre en het Europees Jeugdforum, door de ontwikkeling, instandhouding en promotie van tradities, originaliteit en diversiteit van de regio’s.

Ik beschouw vrijwilligerswerk als een vorm van hernieuwbare energie en steun dus de aanbeveling van de rapporteur om 2011 uit te roepen tot Europees jaar van de vrijwilligers.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Ik sta borg voor de maatschappelijke waarde van vrijwilligerswerk en ik ben voorstander van de ontwikkeling ervan en van de erkenning van zijn waarde voor onze samenlevingen. Ik wil graag duidelijk maken dat de realiteit van vrijwilligerswerk misschien nog wat vaag is in de statistieke gegevens, in definities en in hun gebruik.

De verhelderingen die in het verslag zijn opgenomen, lijken mij belangrijk en de maatregelen die worden voorgesteld om licht op de bestaande gegevens over dit type activiteit te werpen zijn noodzakelijk, omdat dit een onbetaalde activiteit is, die derhalve duidelijk moet worden onderscheiden van de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties. De toegevoegde waarde van deze vrijwillige activiteiten is heel belangrijk voor onze samenlevingen en daarom is het gerechtvaardigd ze te erkennen en te onderscheiden. We moeten echter geen misbruik maken van hun altruïstische aard om de inspanningen te vervangen die samenlevingen, verantwoordelijke overheden of de particuliere sector behoren te leveren om de kansen te vergroten die op het niveau van de Gemeenschap worden geboden.

De verschillende Gemeenschapsfondsen zijn bedoeld om de Europese economie te stimuleren en de sociaal-economische cohesie en groei en duurzame ontwikkeling van Europese samenlevingen te bevorderen. Vrijwilligerswerk is een bonus die wij als burgers aan anderen aanbieden. We dienen het aan te moedigen en erkenning te geven, maar nooit te beschouwen als een excuus om ons minder in te spannen voor het scheppen van een voortdurend beter wordende kwaliteit van leven in Europese samenlevingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. Het vrijwilligerswerk in de EU heeft meer erkenning nodig. Het verslag-Harkin zet uiteen op welke manieren de Commissie en de lidstaten het vrijwilligerswerk kunnen helpen. Ik hoop dat de Commissie haar steun zal geven aan het uitroepen van het jaar 2011 tot Europees jaar van de vrijwilligers. Ik zou graag willen dat volgend jaar, 2009, in Schotland het Schotse jaar van de vrijwilliger wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Ten eerste is er het probleem van de subsidie voor niet-gouvernementele organisaties uit Gemeenschapsfondsen. Kleine organisaties die op lokaal en regionaal niveau zeer nuttige activiteiten verrichten, hebben speciale hulp nodig om aanvragen op te stellen. De stapel papieren die moet worden ingevuld, is bijna net zo dik als het telefoonboek van Bratislava. De bureaucratie is zo ingewikkeld geworden dat ze het enthousiasme van de vrijwilligers dempt. We moeten de Gemeenschapsprogramma’s beschermen tegen misbruik, maar voorzichtigheid en preventie moeten ze niet minder toegankelijk maken voor burgers.

Ten tweede kan ik, op basis van mijn persoonlijke ervaring als bestuurslid van het Forum for Life, getuigen dat vrijwilligerswerk bijdraagt aan de sociale cohesie door menselijk kapitaal te creëren, ongeacht de leeftijd van de vrijwilliger. In het Forum for Life leren jonge mensen verantwoordelijkheid en vrijgevigheid en doen ze ervaring op in het opbouwen van relaties met andere mensen. Menselijk kapitaal is de grootste bijdrage van vrijwilligerswerk aan de sociale cohesie. Daarom wordt aan de lidstaten en de regio’s gevraagd werk te maken van deze onovertroffen vorm van investering in onze toekomst.

Ten derde moet vrijwilligerswerk voldoende erkenning krijgen. De mannen en vrouwen die hun tijd aan vrijwillig werk wijden terwijl ze geconfronteerd worden met veranderingen in de arbeidsmarkt en in het belang van solidariteit tussen generaties in gezinnen en de samenleving, moeten officiële erkenning krijgen. In de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid ben ik de rapporteur voor het verslag over dit probleem – dat betekent dat we dit debat in de herfst kunnen voortzetten.

 
  
  

- Verslag: Jean-Pierre Audy (A6-0079/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Vanuit de overweging dat de EIB een publieke instelling is die het beheer voert over aanzienlijke sommen gelds behoort zij gedetailleerde informatie ter beschikking te stellen over de gefinancierde projecten en operaties. De EIB geeft op dit moment wat algemene informatie over de gefinancierde projecten, inclusief het land dat het geld ontvangt. Niettemin is zulke informatie onvoldoende. Daarom betreuren wij de verwerping van een amendement dat door onze fractie is voorgesteld, waarin de EIB werd gevraagd haar streven naar transparantie uit te breiden tot het openbaar maken van de financiële begunstigden van globale kredieten die zijn verstrekt via financiële tussenpersonen.

Voorts – naast andere belangrijke aspecten – zijn wij het er niet mee eens dat de EIB het doel heeft de interne markt te completeren door het financieren van infrastructuren die erop gericht zijn markten te liberaliseren – zoals het geval is met energie – of dat de nadruk dient te worden gelegd op het financieren van “publiek-private partnerschappen” op grond van een beleid om publieke gelden te gebruiken voor het financieren van groot privékapitaal.

Integendeel, de EIB zou haar financiële middelen moeten aanwenden als een instrument om effectief “economische en sociale cohesie” te bewerkstelligen door maatregelen om regionale ongelijkheid te verminderen te bevorderen, echte convergentie aan te moedigen en groei en werkgelegenheid te stimuleren, in het bijzonder in de economisch het minst ontwikkelde regio’s van de EU, evenals met het oog op een effectief samenwerkingsbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Diamanto Manolakou (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Er wordt een beroep op de EIB gedaan om krachtiger steun te geven aan het financieren van privékapitaal, om de concurrentie te versterken, de privatisering van de infrastructuur van energie, vervoer en ruimtelijke ordening te bevorderen en grote projecten te financieren in een partnerschap met privéorganisaties. Deze infrastructuur is nuttig voor het kapitaal en brengt gelijktijdige privatisering met zich mee, wat op hetzelfde neerkomt als speculatie. De EIB is gericht op de regels van de concurrentie en de vrije markt; in plaats van tegemoet te komen aan de behoeften van mensen, stelt ze nieuwe winsten veilig.

De monopolies putten de Gemeenschaps- en nationale gelden, geëxploiteerde infrastructuur en grote projecten uit, naast de middelen die hun door de EIB worden gegeven. De monopolies verminderen op deze manier de toch al geringe hoeveelheid privékapitaal die ze gebruiken door aan projecten te beginnen die de gemeenschap als geheel schade berokkenen.

Belastingopbrengsten en de verlaging van uitkeringen en subsidies voor huurders, gepensioneerden, boeren en de werkende klassen als geheel zijn aangewend voor het financieren van de monopolies.

Windmolens die het milieu vernietigen, zoals op de eilanden van de Egeïsche Zee, sterk verhoogde tolgelden op grote openbare wegen, samenwerking tussen de particuliere en de publieke sector enzovoorts – deze dingen gaan allemaal om de winst die gemaakt wordt door overeenkomsten met individuen, en natuurlijk worden ze gesteund door staatsgaranties. Soortgelijke projecten zonder sociale controle worden ook bevorderd in derde landen om grotere winsten voor bedrijven zeker te stellen in naam van de groei – de groei van het kapitaal, natuurlijk.

 
  
  

- Verslag: Dan Jørgensen (A6-0109/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2006 gestemd en vóór het verslag van de heer Jørgensen, dat het verlenen van kwijting aan de Commissie aanbeveelt.

Het verslag wijst erop dat tachtig procent van de uitgaven van de Gemeenschap door de lidstaten onder de noemer “gedeeld beheer” wordt gedaan en dat elke lidstaat in staat moet zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het beheren van de EU-gelden die hij ontvangt. Op dit moment wordt hiervan rekenschap afgelegd hetzij door middel van een enkele nationale beheersverklaring, hetzij in de vorm van verschillende verklaringen binnen een nationaal kader. Het is dringend nodig dat er overeenstemming komt tussen de Commissie en de lidstaten over de verslagprocedures voor gedeeld beheer in de toekomst, aangezien het betreurenswaardig is dat voor structurele maatregelen, intern beleid en externe operaties, betalingen nog steeds te lijden hebben onder significante fouten op het niveau van de uitvoerende organisaties.

Ik betreur de stilzwijgende acceptatie door de Commissie van het collectieve gebrek aan verantwoordelijkheid van de meerderheid van de lidstaten inzake het financiële beheer van de EU. Tot slot steun ik het idee van een Europese autoriteit voor onroerend goed.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder (IND/DEM), schriftelijk. (NL) De Commissie begrotingscontrole wil de Europese Commissie kwijting verlenen voor het financieel beheer over het begrotingsjaar 2006. Daarin steun ik haar niet omdat uitstel van de kwijtingbeslissing tot de herfst beter zou zijn.

De Europese Commissie probeert het grote aantal fouten bij de structuurfondsen te herstellen. Daarnaast wil het Europees Parlement in een werkgroep een vervolg geven aan de voorgenomen actiepunten. Het is echter nog de vraag of de acties het gewenste effect zullen sorteren. Het aantal fouten bij de structuurfondsen is immers al jaren te hoog.

Juist bij de structuurfondsen is de praktijk weerbarstig: Fouten ontstaan door te veel en te zeer verschillende regels voor de subsidieontvangers. Die regels zijn onderdeel van de wetgeving die geldt tot 2013. Gerichte en verscherpte controles moeten daar de problemen aanpakken. Door het uitstellen van kwijting zou het EP grondiger de resultaten kunnen bezien en de druk op de ketel houden.

Daarnaast kan het de lidstaten aanzetten om meer werk te maken van de nationale beheersverklaringen, waarbij de minister instaat voor de besteding van de EU-gelden in de lidstaat.

Tot slot roep ik op tot een goede oplossing voor de positie van medewerkers zodat er geen problemen zijn met hun sociale verplichtingen en belastingbetaling.

 
  
MPphoto
 
 

  James Elles (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Rekenkamer heeft de boeken van de EU voor het dertiende achtereenvolgende jaar niet kunnen goedkeuren. Hoewel er enige vooruitgang is geboekt, moeten we doorgaan dit probleem met urgentie en daadkracht te bestrijden. De Conservatieve leden van het EP zijn vastberaden de Commissie te blijven pressen in de richting van de substantiële hervormingen waartoe we al lange tijd oproepen.

Er moet geen enkele verspilling, fraude en wanbeheer gedoogd worden. De Commissie draagt de politieke verantwoordelijkheid en wij zullen het proces van de begrotingscontrole grondig tegen het licht houden.

Maar het is niet alleen de Commissie die de verantwoordelijkheid voor de financiële verslaglegging draagt. Rond de tachtig procent van het EU-geld wordt feitelijk in de lidstaten uitgegeven. Het verslag van het Parlement over de Commissiebegroting beklemtoont de noodzaak van meer controlemiddelen en coördinatie op landelijk niveau.

De lidstaten dienen hun verantwoordelijkheid voor deze gelden te nemen door middel van nationale beheersverklaringen. Gelukkig wordt er op dit terrein vooruitgang geboekt, maar tot nu toe te weinig om voor een gunstige betrouwbaarheidsverklaring te zorgen. Het is om deze fundamentele reden dat de Conservatieven opnieuw tegen het verlenen van kwijting aan de Europese Commissie en andere instellingen voor 2006 zullen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Onder andere belangrijke aspecten benadrukken wij de volgende punten:

- Het is opmerkelijk dat er opnieuw “twijfels” zijn gerezen met betrekking tot het gebruik van Gemeenschapsgelden in het kader van de “externe actie” van de EU. Twijfels met betrekking tot uiteindelijke ontvangers, de feitelijk uitgegeven bedragen, de gefinancierde projecten, kortom aan welk doel de bedragen eigenlijk zijn besteed (we zouden kunnen toevoegen: in Irak, in Afghanistan of in Kosovo, om maar een paar voorbeelden te noemen). Eigenaardig genoeg is de meerderheid van het EP – gewoonlijk zo indrukwekkend in het eisen van maatregelen – in dit geval voorzichtig. Wat is hiervan de reden?

- Verder blijven, opnieuw, de uitstaande verplichtingen met betrekking tot structureel beleid en het Cohesiefonds groeien en bedragen ze nu 131,6 miljard euro.

- We roepen in herinnering dat dit bedrag, overeenkomstig de “n+2-regel”, zal “vervallen” als het niet gebruikt wordt voor het eind van 2008.

- We merken ook op dat de Rekenkamer erop gewezen heeft dat de bedrijfstoeslagregeling onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft geleid tot een significante toename van het aantal hectares en begunstigden die directe steun ontvangen. De Rekenkamer heeft vastgesteld dat hieronder spoorwegbedrijven vallen, paardrijclubs en paardenfokkerijen, golf- en recreatieverenigingen en gemeenteraden, en heeft erkend dat er rechten zijn toegekend aan landeigenaren die nooit enige landbouwactiviteit hebben ondernomen…

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik steun het verslag van de heer Jørgensen over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2006, afdeling III – Commissie. Samenwerking tussen het Parlement en de Commissie over zulke kwesties, vooral waar het gaat om de uitvoering van het actieplan voor de Structuurfondsen, is zeer welkom. Daarom heb ik vóór dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik ben ontevreden over het feit dat de Commissie niet heel precies verslag heeft gedaan van waar geld heen is gegaan en waar het aan is besteed, vooral op het gebied van buitenlandse operaties. Nu de EU het terrein van haar buitenlandse operaties probeert uit te breiden, is het onaanvaardbaar dat de financiële verslaglegging op zo’n nonchalante manier wordt afgehandeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. (PL) Op 22 april 2008 werd er een belangrijk debat gehouden in verband met het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting voor 2006.

Ondanks een reeks kritische conclusies met betrekking tot de evaluatie van de begrotingsuitvoering voor 2006 is er een positieve aanvraag bij het Parlement neergelegd om de kwijting te verlenen.

Ik zou verschillende belangrijke problemen van commentaar willen voorzien.

Ten eerste: de bureaucratie van de EU is overontwikkeld en daarom moeten we een passende evaluatie houden in agentschappen en dergelijke instellingen overal in de directoraten-generaal van de Commissie.

Ten tweede: de procedures voor en het hele systeem van openbare aanbestedingen moeten worden vereenvoudigd om ervoor te zorgen dat EU-gelden benut kunnen worden.

Ten derde: begunstigden zijn op zoek naar een groter aantal kleinere projecten en projecten waartoe de gemiddelde burger gemakkelijker toegang heeft.

Ten vierde: de vooruitgang die wordt geboekt in de manier waarop EU-gelden worden gebruikt op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is opmerkelijk. Intussen zou er een onderzoek moeten worden gehouden naar de reden dat er in de nieuwe lidstaten weinig gebruikt wordt gemaakt van de EFRO- en ESF-cohesiefondsen.

Ten vijfde: sommige lidstaten hebben certificaten overlegd die zijn opgesteld door nationale controle-agentschappen voor het beheren van EU-gelden. Deze vorm van financieel beheer in de EU dient naar andere landen van de Gemeenschap te worden uitgebreid.

Tot slot: het is de moeite waard te benadrukken dat 2006 het laatste jaar is van de Berlijnagenda (financieel perspectief 2000-2006), dus dit zou een begrotingsjaar moeten zijn dat een goed gebruik van EU-geld vertoont.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriele Stauner (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen het verlenen van kwijting aan de Commissie gestemd, omdat de begrotingsgelden in 2006 op veel terreinen niet spaarzaam en efficiënt zijn gebruikt. Dit geldt in het bijzonder voor geld uit de structuurfondsen, de corruptie op veel gebieden die in 2007 aan de kaak is gesteld, en contracten voor de veiligheid van gebouwen. Ik heb met betrekking tot dit laatste verscheidene schriftelijke vragen ingediend die door de Commissie niet bevredigend zijn beantwoord.

 
  
  

- Verslag: José Javier Pomés Ruiz (A6-0091/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE) , schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de Voorzitter van het Europees Parlement voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd en vóór het verslag van de heer Pomés Ruiz dat het Parlement aanbeveelt vóór het verlenen van kwijting te stemmen. Ik verwelkom het idee dat het statuut van de assistenten tegelijk met het statuut van de leden in werking zal treden.

Wat betreft de vergoeding voor parlementaire bijstand, ben ik van mening dat de contractuele vrijheid van de leden van het EP moet worden gehandhaafd omdat die een voorwaarde is voor hun onafhankelijkheid, onder de supervisie van nationale autoriteiten, overeenkomstig het subsidiariteitsprincipe. Daarom ben ik tegen elke maatregel die de vrijheid van de Parlementsleden beknot om hun assistenten te werven, uiteraard vooropgesteld dat er feitelijk werk wordt gedaan en dienovereenkomstig wordt betaald.

Wat betreft het vrijwillige pensioenfonds, dat een aanvullende pensioenregeling is die door het Parlementslid en de werkgever gezamenlijk wordt bekostigd, ben ik het eens met de publicatie van de namen van begunstigden en met het feit dat de hervorming van deze pensioenregeling naast de hervorming van het statuut van de leden plaats dient te vinden. Tot slot steun ik de evaluatie van de behoefte aan personeel om te besluiten hoeveel functionarissen nodig zullen zijn om de Parlementsleden bij te staan wanneer het Verdrag van Lissabon in werking is getreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. − (FR) Het dertigtal verslagen waarover vandaag gestemd wordt inzake de kwijting van het beheer van de financiën van de Gemeenschap door de verschillende EU-instellingen en -agentschappen laat zien dat er begrotingscontrole is. Het laat ook zien dat het juist deze controle is die helpt om de vinger te leggen op de tekortkomingen, verspilling en misbruik in het beheer van structuurfondsen en externe steun, of althans van een aantal. Niettemin laten deze verslagen ook zien dat het Parlement ondanks alles heeft besloten het beheer van de Europese financiën goed te keuren.

Dit is geen oefening van kritiek; het is een politiek vertoon van steun voor de Brusselse machine waar het Parlement deel van uitmaakt. Toegegeven, het is bezorgd over de tekortkomingen die het controleverslag over de vergoeding voor parlementaire bijstand aan het licht brengt. Het is ook opvallend dat de transparantie die het Parlement zo gemakkelijk van ieder ander eist – de Raad, de Commissie, lidstaten en agentschappen – duidelijk niet van toepassing is op het Parlement zelf. Dit verslag, dat de reputatie van dit huis ernstig zou kunnen ondermijnen, is niet beschikbaar voor het publiek en zelfs niet voor alle Parlementsleden. Het nemen van corrigerende maatregelen na afloop is niet genoeg om deze serieuze beschuldigingen af te doen, en ze geheim houden zal ze niet doen verdwijnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) De kwijting voor de begroting van het Europees Parlement van 2006 is besmet door verdenking en alle Parlementsleden zijn hier op onaanvaardbare wijze mee besmeurd, door het besluit het interne controleverslag over 2006 als “vertrouwelijk” te bestempelen, wat, naar men zegt, zou gaan over onregelmatigheden in het gebruik van de vergoeding voor parlementaire bijstand.

Een beslissing van deze aard plaatst alle gekozen leden van het EP onder verdenking en dat kunnen we niet accepteren. Daarom heeft onze fractie een amendement voorgesteld dat erop aandringt dat “de interne accountantsverklaring onmiddellijk beschikbaar wordt gesteld aan alle Parlementsleden en aan het publiek”. Helaas is dit voorstel door de meerderheid van het Parlement verworpen.

Wat betreft de meertaligheid: het is zorgwekkend dat het gebruik van de officiële talen van de EU in toenemende mate wordt beoordeeld vanuit een “economische” invalshoek – dat wil zeggen: door te kijken naar de kosten die het meebrengt – en dat er met geregelde tussenpozen nieuwe bepalingen opduiken die bedoeld zijn om het gebruik van de talen te beperken. Dit brengt het recht van de verschillende sprekers in gevaar om tijdens vergaderingen of op officiële bezoeken in het kader van de activiteiten van het Europees Parlement in hun moedertaal te spreken en te luisteren.

Verder betreuren wij het dat het Parlement het door onze fractie voorgestelde amendement niet heeft goedgekeurd waarin werd gevraagd om het gebruik van open source-software in het EP.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), schriftelijk. (FI) Ik kon niet vóór punt 65 in verslag A6-0091/2008 van de heer Pomés Ruiz stemmen, omdat het geen preciezere definitie van “familieleden” geeft. Als de tekst over het verbieden van het in dienst nemen van een “gezinslid” was gegaan, zou punt 65 naar mijn mening beter verdedigbaar en acceptabel zijn geweest.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. − (PL) De rapporteur, de heer Pomés Ruiz, heeft een goed verslag geschreven.

Ik ben verheugd dat de Voorzitter van het Europees Parlement het principe van politieke dialoog in de context van de kwijtingsprocedure heeft aanvaard.

Ook ben ik blij met het aanbod dat de secretaris-generaal heeft gedaan om geregelde vergaderingen met de Commissie begrotingscontrole te houden over de uitvoering van de begroting van het Parlement, buiten het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb tegen de ontwerpresolutie over dit verslag gestemd, omdat ik het het toppunt van hypocrisie vind dat Parlementsleden aan de ene kant vóór het uitsluiten van familieleden van legitiem werk stemmen en aan de andere kant vervolgens weigeren details openbaar te maken over het door de belastingbetaler bekostigde privépensioenfonds waarvan zij zelf profiteren.

Hieronder valt uiteraard ook de kwestie of afgevaardigden hun eigen bijdragen terugbetalen die uit hun algemene onkostenvergoeding komen – naar verluidt, geloven wij dat velen dat niet doen. Dit is op zijn best niet transparant en op zijn slechtst schaamteloze hypocrisie.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Het spijt mij te moeten zeggen dat ik tegen dit verslag heb gestemd. Ik kon de verwijzing naar het Verdrag van Lissabon in paragraaf 10 niet verdragen, waarin rekening wordt gehouden met de nieuwe begrotingsprocedure die uit het Verdrag van Lissabon voortvloeit.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Het is teleurstellend dat de afgevaardigden niet hebben gestemd voor meer openheid en de duidelijke publicatie van het interne controleverslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott (PSE), schriftelijk. (EN) Alle amendementen over de kwijting van de begroting van het Europees Parlement over 2006 die de PSE vandaag in de plenaire vergadering heeft gesteund, waren gericht op het vergroten van de transparantie in zaken waarin het Parlement verantwoordelijk is voor het besteden van openbare gelden.

Amendement 16: na de openbaarmaking van een aantal details uit het verslag van leden van de Commissie begrotingscontrole is de PSE van mening dat de publicatie van dit verslag in het openbaar belang is, vooropgesteld dat er geen lopende onderzoeken door in gevaar komen.

Amendement 4: de PSE is van mening dat dit amendement kracht bijzet aan de noodzaak in actie te komen als vervolg op maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van het interne controleverslag.

Amendement 7: de PSE heeft vóór dit amendement gestemd, omdat het belangrijk is dat de Commissie begrotingscontrole onderzoeksrecht heeft inzake de plannen voor allebei deze statuten.

Amendement 11: de PSE is van mening dat de lijst van leden van het vrijwillige pensioenfonds openbaar moet worden gemaakt, aangezien het deels wordt bekostigd uit openbare gelden.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Wise (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Ik heb hiertegen gestemd, eenvoudig omdat ik niet wil dat de EU me vertelt wie ik wel en wie ik niet in dienst kan nemen of werk kan laten verrichten.

 
  
  

- Verslag: Nils Lundgren (A6-0096/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de Raadsbegroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Lundgren dat het Europees Parlement aanbeveelt de secretaris-generaal van de Raad kwijting te verlenen. Ik betreur het dat de Raad, in tegenstelling tot andere instellingen, geen jaarlijks verslag van zijn activiteiten publiceert, onder verwijzing naar het herenakkoord van 1970. Het lijkt evenwel essentieel dit wel te doen, zodat de Raad beter door de Europese burgers ter verantwoording kan worden geroepen. Onder dit herenakkoord belooft de Raad geen veranderingen aan te brengen in de schatting van de uitgaven van het Europees Parlement. Deze belofte is alleen bindend voor zover deze schatting van de uitgaven niet strijdig is met bepalingen van de Gemeenschap, in het bijzonder met betrekking tot het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, en tot de zetel van de instellingen.

Op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) steun ik de oproep tot maximale transparantie en om ervoor te zorgen dat er overeenkomstig punt 42 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei geen beleidsuitgave voor het GBVB in de begroting van de Raad hoort te verschijnen. Niettemin ben ik van mening dat de Raad over een discretionaire begroting voor het GBVB dient te beschikken.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Het woord “transparantie” wordt te pas en te onpas gebruikt en er worden op dit gebied op het niveau van begroting en economisch beleid veel eisen gesteld aan (sommige) lidstaten.

Niettemin lijkt het erop dat de Raad, het supranationale, beslissingen nemende orgaan dat uit vertegenwoordigers van de regeringen van de verschillende lidstaten bestaat – en dat zijn bevoegdheden zal zien toenemen als het Verdrag van Lissabon wordt aangenomen – immuun is voor dergelijke “eisen”, aangezien hij geen jaarlijks activiteitenverslag heeft ingeleverd.

“Doe wat ik zeg, niet wat ik doe”... Dat zou het motto van de Raad kunnen zijn voor de kwijtingsprocedure over 2006.

Hoewel het vandaag in stemming gebrachte verslag van het Europees Parlement geen harder, kritisch standpunt over de opstelling van de Raad inneemt, roept het in elk geval op tot heroverweging van dit besluit en vraagt het bovendien om meer informatie, namelijk betreffende de bedragen die gebruikt zijn onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB). Het vraagt om een aanduiding van de precieze aard van de uitgaven, post voor post, en een beoordeling ex post van “missies” van het Europees buitenlands en veiligheidsbeleid en van de daden van speciale vertegenwoordigers van de EU – wat ons betreft opheldering van de bedragen die worden gebruikt in het inmengings- en militarisatiebeleid van de EU.

 
  
  

- Verslag: Nils Lundgren (A6-0097/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Hof van Justitie (EHvJ) voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Lundgren dat het Parlement aanbeveelt de griffier van het Hof van Justitie kwijting te verlenen. Ik ben zeer verheugd over het aannemen door het EHvJ van een gedragscode voor leden en voormalige leden van het Hof van Justitie, het Gerecht van eerste aanleg en het Gerecht voor ambtenarenzaken, inclusief de verplichting een verklaring van financiële belangen over te leggen, al is het te betreuren dat deze informatie niet op de website van het EHvJ wordt gepubliceerd.

Ik merk op dat de problemen rond gebouwen (het probleem met de aanstelling van een onafhankelijke deskundige voor de uitbreiding van het hoofdgebouw; het ondertekenen van een huurkoopovereenkomst tussen het Groothertogdom Luxemburg en het EHvJ waarin de bepalingen staan die nodig zijn om de kaderovereenkomst van 2001 aan te vullen en waarin wordt voorzien in de verkoop aan het EHvJ van de grond waarop het complex ligt voor het symbolische bedrag van 1 euro wanneer het EHvJ de eigenaar van de gebouwen wordt; gebrek aan geschikte concurrentie) bevestigen dat het nodig is een Europese autoriteit te creëren die alle aan gebouwen gerelateerde zaken voor onze instellingen regelt.

 
  
  

- Verslag: Nils Lundgren (A6-0093/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Lundgren, dat het Europees Parlement aanbeveelt de secretaris-generaal van de Rekenkamer kwijting te verlenen.

Ik feliciteer de Rekenkamer met de kwaliteit van de boeken, die door een extern bedrijf en door de interne controleur zijn gecontroleerd met een gunstige conclusie. Wat betreft de verklaring van financiële belangen van leden, merk ik evenals mijn collega’s op dat de leden van de Rekenkamer overeenkomstig de gedragscode van de Rekenkamer een verklaring van hun financiële belangen en andere activa afgeven (inclusief aandelen, converteerbare obligaties en beleggingscertificaten, evenals grond en onroerend goed, tezamen met de professionele activiteiten van hun echtgenoten).

Ik ben het met mijn collega’s eens dat leden van alle instellingen van de EU verplicht zouden moeten worden een verklaring van financiële belangen over te leggen, die via een openbaar register op het Internet toegankelijk zou moeten zijn. Er moet echter onderscheid worden gemaakt tussen verrijking, waarvoor bedragen moeten worden vermeld, en de kwestie van conflicterende belangen, waarvoor de aard bekend moet worden gemaakt van de activa die men direct of indirect bezit en de persoonlijke relaties die erbij betrokken zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Deze stemverklaring dient alleen maar om te illustreren dat een van de in de kwijting van de Rekenkamer voor 2006 geanalyseerde aspecten het tekort aan personeel was, gezien de hoeveelheid werk die deze EU-instelling moet verzetten.

In de voorgaande jaren was al opgemerkt dat de Rekenkamer te weinig functionarissen telde om volledig werkzaam te zijn en haar controlerende taken uit te voeren.

Hoewel er op dit gebied enige vordering is gemaakt, bestaat het tekort tot op de dag van vandaag. Het verslag van het Europees Parlement zelf onthult dat dit deels te wijten is aan de kloof tussen het geboden salaris en de hoge kosten van het levensonderhoud in Luxemburg, waar de Rekenkamer zetelt.

Wij weten zeker dat ook hier de gevolgen te merken zijn van het beleid van “prijsstabiliteit”, dat wil zeggen loonmatiging: meer exploitatie.

 
  
  

- Verslag: Nils Lundgren (A6-0098/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Lundgren dat het Parlement aanbeveelt de secretaris-generaal van het EESC kwijting te verlenen.

Zoals veel afgevaardigden verwelkom ik de ondertekening in december 2007 van een nieuwe overeenkomst voor administratieve samenwerking tussen het EESC en het Comité van de Regio’s (CvdR) voor de periode 2008–2014, omdat ik me ervan bewust ben dat een dergelijke samenwerking financieel gunstig zal zijn voor de Europese belastingbetaler. Op het gebied van controles achtte het EESC in zijn jaarlijkse activiteitenverslag het aantal in 2006 uitgevoerde controles ex post onvoldoende. Deze situatie lijkt echter te zijn verbeterd. Het is van cruciaal belang dat de uitgevoerde controles rigoureus zijn. We zouden blij moeten zijn met de persoonlijke garantie van de secretaris-generaal van het EESC inzake de efficiëntie en regelmaat van de controles ex ante en ex post.

Tegelijkertijd feliciteer ik, net als veel andere afgevaardigden, het EESC met het invoeren van een controlecommissie die uit drie EESC-leden bestaat, wier taken het nagaan van de onafhankelijkheid van de interne controledienst omvatten, alsmede de beoordeling van maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van in de controleverslagen gedane aanbevelingen.

 
  
  

- Verslag: Nils Lundgren (A6-0095/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Comité van de Regio’s voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Lundgren dat het Parlement aanbeveelt de secretaris-generaal van het Comité van de Regio’s kwijting te verlenen. Zoals veel afgevaardigden verwelkom ik de ondertekening in december 2007 van een nieuwe overeenkomst voor administratieve samenwerking tussen het EESC en het Comité van de Regio’s (CvdR) voor de periode 2008–2014, omdat ik me ervan bewust ben dat een dergelijke samenwerking financieel gunstig zal zijn voor de Europese belastingbetaler. De nieuwe overeenkomst houdt de belangrijkste terreinen (infrastructuren, IT en telecommunicatie, evenals vertaling, inclusief de productie van documenten) binnen de opdracht van de Gemeenschappelijke diensten, terwijl een beperkt aantal diensten wordt ontkoppeld (interne diensten, sociaal-medische dienst, de bibliotheek en prepress). Ik ben zeer verheugd over de uitkomst van de ongelukkige zaak van de reiskosten voor leden van het CvdR en de salarisovermakingen voor sommige functionarissen. Tot slot ben ik zeer verheugd over de toegenomen onafhankelijkheid en middelen van de financiële controledienst.

 
  
  

- Verslag: Nils Lundgren (A6-0092/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de Europese Ombudsman voor de uitvoering van de begroting van het budget voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Lundgren. Evenals veel afgevaardigden ben ik verbaasd dat de vastleggingskredieten van de Ombudsman gestaag zijn toegenomen van 4 438 653 euro naar 7 682 538 euro (+73 procent) en het aantal posten is gestegen van 31 tot 57 (+84 procent), terwijl het aantal klachten met 57 procent is toegenomen en het aantal geopende nieuwe onderzoeken van 253 naar 258 (+2 procent). Op het operationele niveau verwelkom ik de ondertekening van de nieuwe kadersamenwerkingsovereenkomst met het Parlement voor het verlenen van administratieve diensten en de aanstelling van de eerste secretaris-generaal van de Ombudsman op 1 augustus 2006. Het lijkt erop dat de efficiëntie van de controles op bepaalde terreinen zou kunnen worden verbeterd. Ik ben ook verbaasd over de wervingsproblemen die worden genoemd in het jaarrapport van de Ombudsman over 2006, vooral waar het gaat om gekwalificeerde advocaten, te wijten aan de twee achtereenvolgende uitbreidingsgolven (2004 en 2007), aan personeelsverloop en aan de moeite om kandidaten in Straatsburg op een tijdelijk contract aan te trekken en te behouden.

 
  
  

- Verslag: Nils Lundgren (A6-0094/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming (ETGB) voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Lundgren dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. Net als veel andere afgevaardigden verwelkom ik het initiatief van de ETGB en de adjunct-toezichthouder om een jaarlijkse verklaring van hun financiële belangen te publiceren in een vorm die vergelijkbaar is met die van de leden van het Europees Parlement. Het is een goede zaak dat de overeenkomst over administratieve samenwerking tussen de secretarissen-generaal van de Commissie, het Parlement en de Raad, samen met de ETGB getekend op 7 december 2006, met ingang van 16 januari 2007 voor een periode van drie jaar is verlengd. Tot slot moeten we opmerken dat de procedures voor ex post-controle en het uitbrengen van definitieve adviezen door de ETGB goed gevorderd zijn en dat de ETGB besloten heeft een interne controlestructuur op te zetten die past bij zijn activiteiten en behoeften.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0111/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Martin dat het Parlement aanbeveelt de directeur kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gerationaliseerd voor satellietagentschappen, die in aantal zijn toegenomen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die nu een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun de oproep aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten in geval van een negatieve beoordeling van zijn toegevoegde waarde. Op vergelijkbare wijze zijn er dringend verbeteringen nodig in de interne controleprocedures van agentschappen; ik verwelkom de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad van de agentschappen. Ik ben verbaasd over het feit dat de Rekenkamer opnieuw hoge overdrachtspercentages in de uitvoering van de begroting van de Stichting heeft geconstateerd (43 procent voor huishoudelijke uitgaven en 45 procent voor beleidsuitgaven) en over de twijfels die de Rekenkamer heeft over de vraag of de Stichting aan de regel van de jaarperiodiciteit van de begroting voldoet.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0114/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding voor de uitvoering van haar begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun de oproep aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Ik ben verbaasd dat de Rekenkamer er geen melding van heeft gemaakt dat bij de betrouwbaarheidsverklaring van de directeur van de Stichting kanttekeningen zijn geplaatst.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0110/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (CEDEFOP) voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Ik verwelkom het creëren van een kader voor samenwerking tussen het CEDEFOP en de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden teneinde ervoor te zorgen dat het beschikbare onderzoeksgeld op terreinen van gemeenschappelijk belang wordt besteed.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0124/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Het is verbazend het door het Vertaalbureau vergaarde begrotingsoverschot van 16,9 miljoen euro in 2006 te zien en vast te stellen dat het Bureau in 2007 9,3 miljoen euro aan zijn opdrachtgevers moet terugbetalen. Een overschot van een dergelijke omvang laat zien dat de methode die het Bureau gebruikt om de prijzen van zijn vertalingen te bepalen niet nauwkeurig genoeg is.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Europa heeft meertaligheid nodig om te overleven. De eerste Richtlijn van de Europese Gemeenschap in 1958 verwijst naar meertaligheid. De Unie gebruikt niet slechts één of een paar talen naar keuze die de meerderheid van haar burgers mogelijk niet verstaan=t.

Vertalingen van wetgevende, politieke en bestuurlijke documenten stellen de Unie in staat haar wettelijke verplichtingen na te komen. Meertaligheid draagt bij aan het verbeteren van de transparantie, legitimiteit en efficiëntie van de Unie. De door het regime van meertaligheid opgelegde beperkingen hebben een positieve invloed op documenten, die conciezer zijn en binnen een gegeven tijdskader worden geproduceerd. Namens de Slowaakse taal (en degenen die haar gebruiken) roep ik op tot het nemen van de maatregelen die nodig zijn om het probleem op te lossen van het gebrek aan banen voor vertalers in de EU-instellingen die in de begroting voor 2009 moeten worden opgenomen.

Ik vraag het Europees Parlement zonder uitstel alle wetgevende, politieke en bestuurlijke documenten van deze zittingsperiode te vertalen en te blijven vertalen naar het Slowaaks en alle andere officiële talen van de Unie, zodat de burgers de politieke activiteiten van alle instellingen kunnen volgen, waarbij de woordelijke verslagen van de parlementaire debatten het belangrijkste zijn. Ik laat vastleggen dat ik een geschreven verklaring afleg ten gunste van het in stand houden van het regime van meertaligheid en ik doe een beroep op de Slowaakse vertalers en tolken om via hun talenkennis een bijdrage te leveren aan de meertaligheid van Europa.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0117/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Centrum voor ziektepreventie en bestrijding voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Het is zorgwekkend dat het Centrum opnieuw wettelijke vastleggingen is aangegaan zonder voorafgaande begrotingsvastleggingen, wat tegen de financiële regelgeving indruist. Het Centrum dient de noodzakelijke maatregelen te nemen, inclusief maatregelen op het gebied van financieel management, om de vastleggings- en betalingsprocedures te verbeteren.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0116/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. In het algemeen verwelkomen de leden van het Europees Parlement de inspanningen van het Waarnemingscentrum om de uitvoering van zijn begroting te verbeteren, ook al blijft het aantal kredietoverdrachten groot. Ik ben verheugd over de wens van het Waarnemingscentrum een evaluatie van zijn werkzaamheden in 2007 uit te voeren en over het feit dat er voor 2008 en 2009 een beheersplan wordt verwacht.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0113/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (voorheen het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat) voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. De jaarlijkse verslagen en rekeningen van het werkprogramma van het Bureau over 2006 en 2007 bevatten relatief weinig informatie over de uitvoering van de begroting, financiële informatie, risico’s, evaluatie en controle van het Bureau, dat de kwaliteit van de verstrekte informatie dient te verbeteren en zijn jaarlijkse activiteitenverslag op zijn website dient te publiceren.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0112/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Bureau voor wederopbouw voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Ik ben verheugd over de rol van het Bureau bij het ontwikkelen en consolideren van de stabiliteit in de Balkanregio en bij het verstandige beheer van het programma CARDS. Het Bureau heeft zijn mandaat geheel vervuld en kan zijn activiteiten nu gaan afbouwen; dit is gepland voor het eind van 2008, met het doel het beheren van de bijstand aan Servië, Kosovo, Montenegro en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over te dragen aan de vertegenwoordigingen van de Commissie in die landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Dit bureau is opgezet na de aanval van de NAVO op het voormalige Joegoslavië en beheert de voornaamste “bijstandsprogramma’s” van de EU in de Balkan.

De doelstellingen van het Bureau zijn duidelijk en omvatten, zoals alleen maar te verwachten was, “hulp” bij “hervormingsprocessen” die leiden tot het creëren van instellingen en een “rechtsorde” naar het beeld van de EU zelf en overeenkomstig de ambities van de EU, namelijk door middel van het opzetten van een “markteconomie”, dat wil zeggen een kapitalistische economie.

Misschien stelt het EP, verwikkeld in de uitbreiding van de NAVO en de EU, “zich op het standpunt dat de Commissie, van zodra zij het beheer overneemt van het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun (...), uiteindelijk bij de Raad een nieuwe taakomschrijving voor het Bureau moet indienen, daar dit – zoals overeengekomen – zijn werkzaamheden op de Balkan tegen eind 2008 moet beëindigen en moet worden omgevormd tot een echt Europees bureau voor buitenlandse operaties”. Het maakt verder duidelijk dat “de toekenning van een nieuwe taakomschrijving aan dit succesvolle bureau de meest doeltreffende manier zou zijn om bij externe operaties de nieuwe taken te kunnen uitvoeren” (…) “in gebieden die niet voor traditionele ontwikkelingshulp in aanmerking komen”.

Met andere woorden: de onaanvaardbare omvorming van dit bureau tot alweer een instrument ter ondersteuning van het EU-beleid van inmenging in andere regio’s van de wereld.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0122/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Milieuagentschap voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Het is verbazingwekkend dat een aanzienlijke hoeveelheid begrotingskredieten voor beleidsactiviteiten volgens het verslag van het Europees Milieuagentschap is overgedragen naar het begrotingsjaar; dit veronderstelt dat het Agentschap zich niet aan het principe van jaarperiodiciteit van de begroting houdt. Er dient ook kritiek te worden geoefend op bepaalde tekortkomingen in het controlesysteem van het Agentschap, dat geen duidelijke scheiding heeft aangebracht tussen de functies van gesubdelegeerd ordonnateur en boekhouding.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0128/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Ik feliciteer het Agentschap met zijn werk voor het verspreiden van preventiemethoden op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk in de EU. Niettemin betreur ik het feit dat het onvoldoende communiceert met de sociale autoriteiten van de lidstaten die zijn gespecialiseerd in gezondheid en veiligheid op het werk.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0125/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Ik kan niet begrijpen dat het bestuur van het Europees Geneesmiddelenbureau bezorgd is dat de nieuwe taken die het krijgt toegewezen, onvoldoende worden gefinancierd. Sterker nog, de financiële situatie van het Agentschap lijkt uitstekend te zijn, met een laag gebruik van gelden (minder dan 60 procent) en aanzienlijke overschotten die met accumulaties te maken hebben, vergezeld van een subsidie van de Gemeenschap en de vergoedingen die ondernemingen betalen voor het handhaven van communautaire verkoopvergunningen voor medicijnen (met andere woorden, inkomsten van 119 miljoen euro in 2006 plus een subsidie van de Gemeenschap van 31 miljoen euro).

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0120/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor de uitvoering van haar begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Ik vind het eigenaardig dat er onderbesteding van de begroting van de Autoriteit plaatsvindt, wat blijkbaar vooral komt door de problemen in verband met het beleid om in Parma hooggekwalificeerde wetenschappers te werven (slechts tweederde van de 250 banen waarin de Autoriteit voorziet, was aan het eind van 2006 vervuld), evenals gebrek aan samenhang in de boeken.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0115/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Wat het Agentschap betreft, betreur ik het dat het gebruik van betalingskredieten voor maatregelen tegen verontreiniging op zee te laag is (67,7 procent), terwijl het Parlement dit type maatregelen in de context van de begrotingsprocedure in hoge mate heeft gesteund. Tot slot is het zorgwekkend dat het aantal kredietoverschrijvingen te hoog is, dat de planning van de personeelswerving onvoldoende is en de presentatie van de begroting incorrect.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Het aantal agentschappen en andere organen van de Gemeenschap is de laatste jaren vermenigvuldigd – van het Verdrag van Nice tot wat bekend staat als het ontwerp-Verdrag van “Lissabon”. Gebaseerd op de meest uiteenlopende doelstellingen is hun doel voor het merendeel als een katalysator te fungeren voor het versterken van de in toenemende mate supranationale aard van de instellingen en beleidslijnen van de Europese Unie.

Over het algemeen worden ze opgezet om te “coördineren” of lidstaten te “helpen” op verschillende terreinen. Het aantal van deze agentschappen en lichamen is geleidelijk toegenomen: met betrekking tot de kwijtingsprocedure waren er acht in het jaar 2000 en meer dan twintig in 2006!

Hoewel niet uitputtend, geef ik hier een paar voorbeelden: het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex), het Europees Spoorwegbureau, het Europees Milieuagentschap, het Europees Bureau voor wederopbouw (de Balkan), de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, …

Wat betreft de kwijting van deze agentschappen, heeft de Rekenkamer een algemene opmerking gemaakt over het feit dat zij nalaten zich bij hun activiteiten aan maatregelen te houden die zijn vastgelegd in het Financieel Reglement, de personeelsstatuten en de regels inzake openbare aanbestedingen, om maar een paar voorbeelden te noemen.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0118/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Het is nodig dat we de vergoedingsstructuur van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart herzien om de kosten en inkomsten voor certificeringsactiviteiten in balans te brengen (inkomsten van 35 miljoen euro tegen kosten van 48 miljoen euro).

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0123/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Spoorwegbureau voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Met betrekking tot het functioneren van het Europees Spoorwegbureau is het betreurenswaardig zeer significante kredietoverdrachten te constateren (85 procent van de beleidsuitgaven) en wij dienen het feit te verwelkomen dat het Bureau heeft besloten de 24 internecontrolenormen in te voeren die de Commissie voor 2008 heeft vastgesteld, evenals zijn besluit een aanbestedingsmedewerker aan te stellen om deze functie te versnellen en betrouwbaar te maken, naast een interne auditor.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0119/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. Met betrekking tot het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging zou ik willen zeggen dat ik het niet eens ben met het Europees Parlement, dat het voorstel van de Commissie verwerpt om de verantwoordelijkheden van het Agentschap over te dragen aan een nieuwe Europese Autoriteit voor telecom-marketing, wier taken er vanaf 2010 uit zouden bestaan ervoor te zorgen dat de nationale regelgevers als een efficiënt team werken op basis van gemeenschappelijke uitgangspunten, adviezen uit te brengen en medewerking te verlenen bij het opstellen van de internemarktmaatregelen van de Commissie voor de telecommunicatiesector.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0126/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex) voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Wat Frontex betreft, is het niet correct dat het Agentschap pas vanaf 1 oktober 2006 volledige financiële autonomie kreeg en dat vóór die datum voor alle huishoudelijke uitgaven de goedkeuring van de Commissie in Brussel nodig was. Ik feliciteer het Agentschap met zijn werk, ondanks onvoldoende middelen, en ik hoop dat deze in de toekomst aanzienlijk zullen toenemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Onder andere mogelijke relevante overwegingen over de kwijting voor de begroting van dit Agentschap zou opgemerkt moeten worden dat er aan het eind van 2006 aanzienlijke bedragen over zijn, en wat meer is, dat er in datzelfde jaar twee corrigerende begrotingen zijn goedgekeurd die tot doel hadden de begroting van het Agentschap te verhogen.

Na deze corrigerende begrotingen nam het budget van het Agentschap toe tot 19,2 miljoen euro. Maar aan het eind van 2006 had het, volgens de boeken van het Agentschap zelf, 14,3 miljoen euro aan kasmiddelen!

Er zijn ook wat onregelmatigheden met betrekking tot het personeelsbeheer opgemerkt, namelijk op het gebied van wervingscriteria en -procedures die niet overeenstemden met de algemene bepalingen van het statuut van de ambtenaren van de EU-instellingen (in feite is dit een steeds terugkerende situatie in de kwijting voor de begroting van de verschillende agentschappen van de Gemeenschap, waarin verschillende kritische opmerkingen zijn gemaakt over het niet voldoen aan de statuten van de ambtenaren).

De politieke wens om voortgang te maken met de communautarisering van het “grensbeheer” op EU-niveau en Frontex op te zetten – waar wij uiteraard tegen zijn – is zo groot, dat er voor financiële middelen is gezorgd die de bewezen capaciteit te boven gaan. Wat voor mij aanleiding is op te merken dat het in 2006 beslist een geval was van het paard achter de wagen spannen…

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Al sinds het begin van de EU hebben we geworsteld om de verspilling en het misbruik van geld onder controle te krijgen. Het is tijd dat het gevecht tegen corruptie op het hoogste niveau eindelijk begint, op zo’n manier dat er daadwerkelijk wordt geëist dat ten onrechte uitbetaalde bedragen worden terugbetaald, en we moeten kansen om geld te besparen optimaal benutten. Dit zou bijvoorbeeld ook betekenen dat we onszelf beperken tot één locatie voor het Parlement en dat de EU-agentschappen hun financiële middelen verstandiger gebruiken. We keuren de verdubbeling van sommige dingen goed, zoals het Bureau voor de grondrechten, terwijl er tegelijkertijd belangrijke agentschappen zoals Frontex worden uitgehongerd. We kunnen niet goedvinden dat dit doorgaat.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0129/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van Eurojust voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. De interne controleprocedures van de agentschappen moeten ook dringend worden verbeterd en ik steun de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad voor alle agentschappen. Wat betreft Eurojust, ben ik verbaasd over de problemen in verband met het negeren van het beginsel van de scheiding van taken van de ordonnateur en de financiële controleur en over het feit dat de samenwerking met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) nog zo veel te wensen overlaat.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0121/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van de Europese Politieacademie (EPA) voor de uitvoering van haar begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van mijn Oostenrijkse collega de heer Hans-Peter Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gestroomlijnd voor de gedecentraliseerde agentschappen, die in aantal toenemen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun het verzoek aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten als de conclusie van de analyse is dat het niet nuttig is. Op vergelijkbare wijze zijn er dringend verbeteringen nodig in de interne controleprocedures van agentschappen; ik verwelkom de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad van de agentschappen. Rekening houdend met de redenen die de Academie opgeeft, met name dat het voor dit nieuwe lichaam van de Gemeenschap moeilijk was direct te voldoen aan de beginselen van het Financieel Reglement en dat er sindsdien controlesystemen zijn aangebracht, zou het normaal zijn dat dit lichaam uiterlijk in juni 2008 geheel aan de bepalingen van het Financieel Reglement voldoet.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0106/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting van het 6e, 7e, 8e en 9e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen dat is opgesteld door de heer Fjellner, die het zeer goede werk heeft overgenomen van de heer Stubb, die tot minister is benoemd in de Finse regering.

Zoals veel Parlementsleden betreur ik het dat het EOF niet is opgenomen in de begroting onder het financieel perspectief 2007–2013; het opnemen van de begroting dient met voorrang te worden nagestreefd voor het financiële meerjarenkader na 2013. Intussen moeten de procedures voor het beheer van het EOF worden vereenvoudigd, in het bijzonder door het mogelijk te maken eerdere EOF’s zo snel mogelijk af te sluiten en door hun financiële regels te standaardiseren. Met het begin van een tiende EOF in 2008 zijn er niet minder dan vier EOF’s die de Commissie tegelijkertijd moet beheren.

Ten slotte ben ik verbaasd over het bedrag van 10,3 miljard euro aan “nog betaalbaar te stellen verplichtingen”, dat 25 procent bedraagt van het totaal aan verplichtingen, en het is van groot belang dat de Commissie deze bedragen nog drastischer terugdringt, met name oude en slapende verplichtingen.

 
  
  

- Verslag: Hans-Peter Martin (A6-0127/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verlenen van kwijting aan de directeur van de Europese GNSS-toezichtautoriteit voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2006 gestemd, op basis van het verslag van de heer Martin, dat het Parlement aanbeveelt kwijting te verlenen. De kwijtingsprocedure dient te worden vereenvoudigd en gerationaliseerd voor satellietagentschappen, die in aantal zijn toegenomen (van acht in 2000 tot twintig in 2006) en die nu een totale begroting van ongeveer 1 miljard euro vertegenwoordigen. Ik steun de oproep aan de Commissie om elke vijf jaar een studie te presenteren naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap en om niet te aarzelen een agentschap te sluiten in geval van een negatieve beoordeling van zijn toegevoegde waarde. Op vergelijkbare wijze zijn er dringend verbeteringen nodig in de interne controleprocedures van agentschappen; ik verwelkom de mogelijkheid van een gemeenschappelijke tuchtraad van de agentschappen. Aangaande de Europese GNSS-toezichtautoriteit (wereldwijd satellietnavigatiesysteem) dient te worden opgemerkt dat de Autoriteit sinds 1 januari 2007 de eigenaar is van de tastbare en niet-tastbare activa van het Galileoprogramma, dat voor honderd procent openbaar zal worden gefinancierd en derhalve aan bijzonder nauwkeurig onderzoek moet worden onderworpen.

 
Laatst bijgewerkt op: 21 oktober 2008Juridische mededeling