Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2138(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0042/2008

Ingediende teksten :

A6-0042/2008

Debatten :

PV 22/04/2008 - 17
CRE 22/04/2008 - 17

Stemmingen :

PV 23/04/2008 - 4.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0171

Debatten
Dinsdag 22 april 2008 - Straatsburg Uitgave PB

17. De uitvoering van het programma van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het volgende onderwerp is het verslag (A6-0042/2008) door mevrouw Carlotti, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking, over de uitvoering van het programma van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds [2007/2138(INI)].

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, ontwikkelingshulp heeft de afgelopen dagen vooropgestaan in het nieuws, maar jammer genoeg om totaal verkeerde redenen.

In 2007 nam de ontwikkelingshulp van de EU voor het eerst sinds 2000 af. Dit is een ontstellende politieke boodschap die we uitdragen naar de landen en volkeren van het Zuiden, in een tijd waarin de meest kwetsbare van deze landen getroffen zijn door een voedselcrisis.

Het Parlement steunt de Commissie en steunt u, commissaris, door op de Europese top in Brussel de betrokkenheid van de EU nogmaals te herhalen, en aan te dringen op een strak tijdsschema. Wij hebben een tweevoudige verantwoordelijkheid inzake internationale solidariteit: allereerst moeten we ons houden aan onze beloften, en ten tweede moeten we garanderen dat onze hulp een concrete en effectieve bijdrage zal leveren aan de bestrijding van armoede. Dit is wat er op het spel staat bij de uitvoering van het tiende EOF en de circa 22,7 miljard euro die gedurende de komende zes jaar te besteden zijn. Ik ben van mening dat de EU hiermee beschikt over een belangrijk wapen voor het bestrijden van armoede en het werken aan een eerlijkere wereld.

Dit is de reden van onze extreme bezorgdheid over de vertragingen in het ratificatieproces. Wij moeten toegeven dat de Commissie zich heeft verplicht tot een continuïteit van de financiering, ten minste voor enige tijd, maar de situatie kan zeer snel onhoudbaar worden voor de meest kwetsbare Afrikaanse landen.

Onze eerste prioriteit voor het tiende EOF is democratische controle. Eerst de democratische controle van het Europees Parlement, door de opname van het EOF in de begroting – en ditmaal hoop ik dat we de uiterste termijn voor de herziening van de financiële vooruitzichten in 2010 niet zullen overschrijden – en vervolgens de democratische controle van nationale parlementen, met een krachtiger programma voor het versterken van de capaciteiten.

We willen ook graag dat onderwijs en gezondheidszorg prioritaire actieterreinen zijn, die twintig procent van de EOF-fondsen toegewezen krijgen. Er bestaan echter plannen om slechts 6,1 procent steun toe te wijzen aan deze terreinen, en dit cijfer is zelfs nog gedaald ten opzichte van het negende EOF. De Commissie zegt dat het de doelstelling van twintig procent zal behalen door middel van begrotingssteun, en wij houden haar aan haar woord.

Het verslag onderstreept ook tekortkomingen met betrekking tot gendervraagstukken, die op dit moment geen individueel actiegebied vormen. We moeten het debat hierover in overleg met onze ACS-partners, en hun parlementen en samenlevingen, heropenen tijdens de tussentijdse herziening in 2010.

Wat betreft begrotingssteun heb ik persoonlijk altijd geloofd dat dit een goed instrument is, er natuurlijk van uitgaande dat hiermee de democratie, goed bestuur en de coördinatie tussen donateurs/donerende landen worden gerespecteerd. Aangezien we van mening zijn dat begrotingssteun ten goede moet komen aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, moedigen we de Commissie aan deze weg te volgen bij het behalen van die doelstellingen door middel van haar MDG-contracten.

Met betrekking tot de nieuwe prestatiegerelateerde tranche, die is voorgesteld in het tiende EOF: natuurlijk zeggen we ja tegen een “premie” voor goed bestuur, maar nee tegen een bestuursprofiel, dat voornamelijk de belangen van het Noorden zou weerspiegelen. Ik zou willen praten over de strijd tegen terrorisme, immigratie, enzovoort.

We zullen ook oplettend zijn wanneer er sprake is van financiering door middel van economische partnerschapsovereenkomsten. Hierover hebben de EU en de lidstaten ook een toezegging gedaan: een extra bedrag van twee miljard euro voor hulp voor handel tussen nu en 2010. Het schijnt echter dat deze twee miljard euro is opgelost en dat de Commissie al plannen heeft om EPO’s van geïntegreerde regionale programma’s te financieren. Zij moet haar bedoelingen aangaande dit onderwerp verhelderen, aangezien EOF-fondsen volgens ons niet gebruikt mogen worden als een beloning voor het tekenen van een economische partnerschapsovereenkomst.

In het verslag worden nog een aantal andere zaken aangehaald, en hoewel ik geen tijd heb om op al deze zaken in te gaan, zal ik er nog een tweetal noemen voordat ik een einde maak aan mijn betoog. Als eerste, de steunfaciliteit voor vrede in Afrika. We moeten vanzelfsprekend de inspanningen van de steunfaciliteit voor vrede in Afrika ondersteunen en het voorkomen van conflicten op het continent bevorderen, maar ik vind dat dit instrument onder het GVBV valt, en derhalve gefinancierd moet worden uit de fondsen van het GVBV.

Als het gaat om cofinanciering vraagt het verslag eerst om een concrete toepassing, dat wil zeggen de oprichting van een “pan-Afrikaans ontwikkelingsfonds”, dat door het EOF en het nabuurschapsinstrument gezamenlijk wordt gefinancierd.

Dit is in het kort de inhoud van mijn verslag, in voor- en tegenspoed.

Mijnheer Michel, u zei onlangs dat wij de eerste generatie zijn die de strijd aan kunnen binden met extreme armoede, en met volle overtuiging kunnen zeggen: we hebben het geld, de geneesmiddelen en de wetenschappelijke kennis om een einde te maken aan armoede. De vraag is, hebben we ook de wil? Welnu, mijnheer Michel, wat dit aangaat staat het Parlement volledig achter u.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel, lid van de Commissie. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, rapporteur, dames en heren, allereerst zou ik u willen bedanken voor en gelukwensen met dit uitstekende verslag, dat mij de mogelijkheid heeft geboden mijn mening aan u te verkondigen over zaken die van wederzijds belang zijn.

Tevens zou ik willen vermelden dat ik verheugd ben over de overeenkomsten in de standpunten van onze instellingen, wat tot uiting komt in dit verslag. Het is duidelijk dat met name de strijd tegen armoede de overkoepelende doelstelling van onze acties is in het kader van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

In die zin is het tiende Europees Ontwikkelingsfonds, dat bijna van start gaat, de eerste echte mogelijkheid voor de Europese Unie om een Europese consensus en agenda op te stellen over de doeltreffendheid van hulp. Allereerst, het bedrag. Het budget is aanzienlijk gestegen: van 17,9 miljard euro voor het negende EOF tot 22,6 miljard euro voor het tiende EOF.

Ik ben ook zeer verheugd dat ik, voor het eerst in de geschiedenis van het EOF en bijgevolg sinds het begin van de Europese samenwerking, aan u kan meedelen dat de Commissie erin is geslaagd om op 31 januari 2007 alle overgebleven overschotten van voorgaande Europese Ontwikkelingsfondsen beschikbaar te stellen, zonder dat ook maar één euro is verspild, dankzij de vervalclausule die door de lidstaten voor het negende EOF is vastgesteld, zoals gevraagd in het verslag.

In de tussentijd zijn bijna alle landenstrategieën van het tiende EOF afgerond. Tot dusver zijn er 58 strategiedocumenten verzonden naar het Comité van het EOF, 14 worden er verwacht tussen nu en aanstaande juni, en plannen voor de uitvoering van deze documenten zijn al in de maak.

Na de ratificatie door het ACS kan de tenuitvoerlegging van het tiende EOF onmiddellijk van start gaan, zonder terug te kijken op teleurstellingen uit het verleden, en de uitvoeringscyclus kan op één lijn gebracht worden met de voorgaande begrotingscyclus. Dit is slechts stap één, en net als u zal ik me vervolgens inzetten voor de volledige opname van het EOF in de begroting.

Uw steun is voor ons ook van essentieel belang om voor eens en voor altijd het accent van de samenwerking met ACS-landen te verschuiven van een intergouvernementele benadering naar een volledige integratie in de communautaire begroting en de medebeslissingsprocedures.

Een opname in de begroting zal ook beantwoorden aan uw eisen voor volledige democratische controle van het EOF, die ik volledig onderschrijf.

We zijn het al eens over het beginsel dat strategiedocumenten automatisch verstuurd moeten worden naar de Paritaire Parlementaire Vergadering. Dit is duidelijk niet genoeg; ik heb onze afgevaardigden al opdracht gegeven landenstrategiedocumenten op te sturen naar leden van nationale parlementen, en heb ook persoonlijk op me genomen te zorgen dat onze partnerlanden beter op de hoogte zijn, zodat ze hun nationale parlementen kunnen betrekken bij het toezicht op de communautaire samenwerking. Het lijkt alsof een eerste bijeenkomst met de Ghanese regering vaststaat, hoewel, zoals u weet, de wijzigingen die op het laatste moment plaatsvonden in mijn agenda – met andere woorden de SADEC-top over Zimbabwe, waar ik zojuist van ben teruggekeerd – mij gedwongen hebben tot uitstel.

Ik ben ervan overtuigd dat het belangrijkste voordeel van de landenstrategieën die door ACS-landen voorbereid worden bij de planning van hun nationale begrotingen voor het tiende EOF, erin ligt dat in deze strategieën bestuur tot speciaal aandachtsgebied is gemaakt van onze wederzijdse betrekkingen. Om die reden hebben wij, na de toewijzing van de tiende EOF-fondsen, besloten tot de introductie van een prestatiegerelateerde tranche van bijna drie miljard euro met betrekking tot bestuur. Dit is niet, zoals iemand verkeerd opmerkte, een nieuwe vorm van conditionaliteit, maar een premie die wordt toegewezen op basis van relevantie, realisme en ambitie van de regeringsplannen die door onze partners worden opgesteld.

In het belang van de autonomie en transparantie worden regeringsplannen als bijlagen toegevoegd aan de strategiedocumenten, en zijn derhalve voor iedereen toegankelijk. Daarbij hebben criteria zoals kredieten, doeltreffendheid en gerichtheid op resultaten mij ertoe gebracht op te roepen tot een intensiever gebruik van begrotingssteun dan bij conventionele projecten.

45 procent van onze steun voor ACS-landen zal worden toegewezen uit onze nationale begrotingen, zowel in de vorm van begrotingssteun voor specifieke sectoren als in de vorm van algemene begrotingssteun. Ik zou graag deze mogelijkheid ter hand willen nemen om een aantal punten van dit verslag te verduidelijken, die schijnbaar uit een misverstand zijn ontstaan.

In het verslag wordt het gebrek aan financiering voor de gezondheidszorg en het onderwijs bekritiseerd. Ik weet dat dit een reeds lang bestaand twistpunt is tussen het Europees Parlement en de Commissie. Ik kan enkel herhalen dat het uitroeien van armoede en het behalen van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling niet alleen kunnen plaatsvinden door middel van rechtstreekse steun aan gezondheidszorg en onderwijs. Vanzelfsprekend zal een aanzienlijk deel van de algemene of sectorale begrotingssteun na toewijzing gebruikt worden voor de betaling van lonen van bijvoorbeeld leraren, voor de bouw van gezondheidsklinieken en voor de sociale dienstverlening. Ik ben ervan overtuigd dat minstens twintig procent, of zes procent in totaal, is gekwalificeerd en direct wordt toegewezen. Hoewel ik beloof dat ik dit zal trachten te preciseren en te bewijzen, ligt het voor de hand dat de rest afkomstig zal zijn van rechtstreekse of sectorale steun.

Overigens hebben wij niet het recht om sectoren uit te kiezen voor onze partners; deze keuze bepalen zij natuurlijk zelf. Er worden ook keuzes gemaakt op basis van bilaterale hulp. Veel landen kiezen bijvoorbeeld voor gezondheidszorg en onderwijs, maar omdat het een goede vraag is zal ik proberen het concreet te maken en de resultaten daarvan aan u te overhandigen.

Ten slotte hebt u gelijk met betrekking tot gendervraagstukken. Ik ben de eerste die de rol van vrouwen in ontwikkelingssamenwerking, en de noodzaak om die rol te bevorderen, erkent. In het belang van de doeltreffendheid zijn het Parlement, de Raad en de Commissie echter opnieuw gedwongen om, door het aannemen van de Europese consensus, te erkennen dat gendervraagstukken, wanneer rekening wordt gehouden met de gevolgen, een multidisciplinaire dimensie hebben en om die reden geïntegreerd moeten worden in alle relevante hulpprogramma’s, bij voorkeur binnen het afgebakende kader van een bepaalde sector.

Ik ben het volledig eens met uw opmerkingen over de financiering uit het EOF voor de steunfaciliteit voor vrede in Afrika; niemand kan het evidente verband tussen ontwikkeling en veiligheid ontkennen. Desalniettemin moet de financiering van acties voor handhaving van de vrede niet geclassificeerd worden als ontwikkeling of onttrokken worden aan middelen voor ontwikkeling.

U hebt het daarom, in beginsel, bij het rechte eind. Helaas weet u hoe die dingen gaan. Ik denk dat het absoluut cruciaal is om, zoals u doet, de nadruk te leggen op nationale parlementen om de raadpleging van regeringen te structureren en te institutionaliseren en de rol van de civiele samenleving te vergroten, en tegelijkertijd de capaciteiten en de representativiteit van de samenleving te ontwikkelen, zodat deze een drijvende kracht kan worden van ontwikkeling en democratische openheid.

Bedankt voor dit verslag, en ik beloof dat ik het goed zal benutten en er ongetwijfeld inspiratie uit zal halen.

 
  
MPphoto
 
 

  Romana Jordan Cizelj, namens de PPE-DE-Fractie. (SL) Het uitbannen van armoede binnen het millenniumontwikkelingskader is een enorme en veeleisende opgave. Het omvat niet alleen doelstellingen op sociaal gebied, maar ook een breder spectrum van onderwerpen die het menselijke ras in staat stellen zich duurzaam te ontwikkelen. Een efficiënt gebruik van het tiende Europese Ontwikkelingsfonds kan wezenlijk bijdragen aan de realisatie van deze doelstelling.

Ik ben het eens met de rapporteur dat onderwijs en gezondheidszorg twee basisgebieden zijn die betrokken zijn bij de verbetering van de levensstandaard van de armste bevolkingsgroepen. We moeten het aandeel van de fondsen, waaronder ook het tiende Europees Ontwikkelingsfonds, die binnen het kader van de ontwikkelingshulp van de Europese Unie aan deze twee gebieden worden toegekend, op gepaste wijze verhogen.

Echter, in een tijd van mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering is dit niet voldoende. Parallel met de economische groei en de groei van het BBP groeit tegenwoordig ook de uitstoot van broeikasgassen. Dit is de reden dat het welzijn van de bevolking op sommige gebieden afneemt, ondanks de economische vooruitgang op andere gebieden. Bij het vormgeven van ons hele ontwikkelingsbeleid, moeten we welzijn definiëren binnen het kader van duurzame ontwikkeling. Daarom is het belangrijk dat het tiende Europees Ontwikkelingsfonds het evenwicht tussen de economische, sociale en ecologische componenten weerspiegelt.

Een ander gebied dat ik zou willen aanhalen is gendergelijkheid. Vrouwen hebben binnen de samenleving verschillende rollen, van zorg en verantwoordelijkheid voor het primaire levensonderhoud van hun gezin tot het doorgeven van kennis en levenspatronen aan hun kinderen. Vaak is het echter zo dat vrouwen geen speciale rechten hebben, niet de mogelijkheid hebben om zelfstandig te worden en hun eigen beslissingen te nemen en geen gelijkwaardige toegang hebben tot diensten. Daarom ben ik van mening dat zorg dragen voor gelijke mogelijkheden een van de fundamentele horizontale – ik herhaal, horizontale – bouwstenen is van elk willekeurig ontwikkelingsbeleid.

Tot slot zou ik willen zeggen dat een beleid alleen succesvol kan zijn als het passende steun van de bevolking krijgt, wat wordt uitgedrukt in democratische en eerlijke verkiezingen. In de toekomst moeten parlementen een veel belangrijkere rol spelen in het opstellen, controleren en uitvoeren van ontwikkelingshulp – niet alleen het Europese Parlement, maar ook de parlementen van de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Hutchinson, namens de PSE-Fractie. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, mevrouw Carlotti, ik zou u allereerst willen gelukwensen met het uitstekende werk dat is verricht met het opstellen van dit verslag, dat op deskundige wijze is gedaan.

Buiten dat ik eraan wil herinneren dat we nu dringend onze partners moeten stimuleren het tiende EOF te ratificeren, zou ik willen terugkomen op een aantal onderwerpen die voor ons als Europese Socialisten essentieel zijn met het oog op de huidige uitdagingen waar de volkeren van het Zuiden zich voor zien gesteld; uitdagingen die op tragische wijze benadrukt worden door de huidige voedselcrisis.

Ten eerste moeten we een beter begrip krijgen van de landbouw, dat een onevenredig aandeel heeft in het Europees Ontwikkelingsfonds. Als een geheugensteuntje, 9 van de 78 landen in het negende EOF, en slechts 8 procent van de bedragen die in het tiende EOF werden toegekend, hadden betrekking op de landbouw en initiatieven op het gebied van plattelandsontwikkeling.

Daarbij is er de vertraagde uitvoering van de aangekondigde verhoging door de Commissie als onderdeel van haar steun voor de ontwikkeling van de landbouw in zuidelijke landen.

Het is absoluut noodzakelijk dat we toezicht houden op de samenhang van ons beleid en het beleid van de lidstaten in verband met de prioriteiten die zijn gesteld in het tiende EOF, met name in verband met het gemeenschappelijk landbouwbeleid, aangezien geen enkel ontwikkelingsbeleid zin heeft als we doorgaan met de ene hand te geven wat we met de andere nemen.

Een andere kwestie die voor ons van belang is zijn natuurlijk de gendervraagstukken, aangezien we ons terdege bewust zijn van de centrale rol die vrouwen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking innemen in het merendeel van deze landen.

Ten slotte de noodzaak van de opname van het EOF in de begroting, zoals genoemd tijdens het debat van vanmorgen over de kwijting van de begroting. Het EOF heeft tot nu toe elk parlementair toezicht gemeden, hoewel het gaat om een budget van 22,6 miljard euro – zoals u ons herinnerde, commissaris – en het EOF het overgrote deel van onze middelen voor ontwikkeling voor zijn rekening neemt. Deze oproep is meer gericht aan de Raad dan aan de Commissie, waarmee we een overeenstemming hebben bereikt over dit onderwerp.

Excuseer, maar ik wil nogmaals onderstrepen wat door mijn collega, mevrouw Carlotti, is gezegd over de oplettendheid die is vereist, zodat het tiende EOF niet wordt gebruikt als hefboom of als hulpmiddel voor economische partnerschapsovereenkomsten. Dit zou natuurlijk niet verantwoordelijk zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Danutė Budreikaitė, namens de ALDE-Fractie.(LT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het Europees Ontwikkelingsfonds viert zijn vijftigste verjaardag sinds de dag van oprichting. Gedurende deze periode is het veranderd in een belangrijk middel voor ontwikkelingssamenwerking met ACS-landen, waardoor hun economische en sociale ontwikkeling is toegenomen. Tijdens onderhandelingen over het tiende EOF zijn de EU-lidstaten het eens geworden over het belang van het fonds en de noodzaak om de ontwikkeling van ACS-landen verder te stimuleren, gecombineerd met een verhoging van het fonds met tien miljard euro in vergelijking met het negende EOF. Het moet de strijd tegen armoede efficiënter maken en ons de mogelijkheid bieden door te gaan met de uitvoering van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

Ik zou willen benadrukken dat de nieuwe EU-lidstaten sinds 2008 zijn begonnen met hun bijdrage aan de tiende EOF-begroting. Ze zijn verplicht om bijna 820 miljoen euro te betalen. De uitvoering van het tiende EOF is echter nog niet begonnen, hoofdzakelijk omdat de helft van de ACS-landen de herziene overeenkomst van Cotonou nog niet heeft geratificeerd. Ik zou de ACS-landen daarom willen aanmoedigen de herziene overeenkomst van Cotonou zo spoedig mogelijk te ratificeren.

Vóór de ratificatie van het huidige financiële initiatief vonden er discussies plaats over de opname van het EOF in de EU-begroting, met als belangrijkste motief dat het de doeltreffendheid van de uitvoering zou vergroten. We wachten nog altijd op een beslissing in deze zaak. Ik zou de EU daarnaast dringend willen verzoeken om een wezenlijker deel van de EOF-fondsen toe te wijzen aan gezondheidszorg en onderwijs. Sinds 2001 is twintig procent van het EU-budget beschikbaar gesteld voor steun aan primaire gezondheidszorg en onderwijs, en dit zou ook op het EOF van toepassing moeten zijn. Met het oog op innovatie binnen het EOF zou ik de bevordering van behoorlijk bestuur willen onderstrepen. Alhoewel nog niet geheel duidelijk is hoe dat op dit moment moet plaatsvinden, ondersteun ik de opname van aanvullende criteria: de liberalisering van markten, de strijd tegen terrorisme, verplichtingen inzake massavernietigingswapens en het opnieuw toelaten van migranten. De uitvoering van deze criteria zal bijdragen aan een vergrote stabiliteit in ACS-landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Leopold Józef Rutowicz, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, de uitvoering van de programmering van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds voor de termijn 2008-2013 is van wezenlijk humanistisch en politiek belang. Het doel van deze programma’s is het uitbannen van armoede en het tot stand brengen van sociale stabiliteit in partnerlanden en -regio’s in het kader van blijvende ontwikkeling, met name in Afrika. De doeltreffendheid van deze hulp die door het Europees Parlement, lidstaten en andere donateurs tot stand is gebracht, en die wordt geraamd op vele miljarden euro’s, zal afhankelijk zijn van een juiste vaststelling van doelstellingen, de vereenvoudiging van formele barrières, de harmonisatie van acties en voortdurend toezicht, dat gedeeltelijk zal worden uitgevoerd door Europese instellingen.

Hulp in economische zin moet worden gekoppeld aan partnerschapsovereenkomsten, en moet de ontwikkeling van de vereiste infrastructuur waarborgen, waardoor banen kunnen worden gecreëerd in de mijn- en verwerkingsindustrieën en in de landbouw. De Europese Unie zou moeten fungeren als afzetmarkt, met haar blijvende tekort aan grondstoffen en bepaalde producten. Fondsen moeten logistieke ondersteuning krijgen, zodat ze op effectieve wijze worden gebruikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mikel Irujo Amezaga, namens de Verts/ALE-Fractie. (ES) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, allereerst zou ik mevrouw Carlotti willen gelukwensen met dit uitstekende verslag en willen zeggen dat, als we het hebben over de uitvoering van de agenda, we ieder land stuk voor stuk moeten beoordelen met betrekking tot de werkelijke kosten die zij moeten dragen en hun bestuur.

We moeten niet vergeten dat het EOF niet binnen de algemene financiële hulpprogramma’s van de Commissie valt, en om die reden kunnen we helderheid en transparantie vereisen, alsmede specifieke doelstellingen waarvoor dit geld zal worden gebruikt.

Aangezien 23 miljard euro voor vijf jaar en 78 landen niet genoeg is om alles te bekostigen, moeten bilaterale overeenkomsten, in overeenstemming met wat is overeengekomen in de Verklaring van Parijs van 2005, altijd gesloten worden over projecten, plannen en strategieën die moeten worden nageleefd, met de nadruk op “bilaterale overeenkomsten”.

Hoewel we weten dat de algemene financiële steun die wordt verleend aan ACS-landen voornamelijk gericht is op strategieën voor het uitbannen van armoede, zou het tot slot niet overbodig zijn ons ervan te vergewissen dat de uiteindelijke doelstelling van het EOF identiek is.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de periode voor de uitvoering van dit tiende Europees Ontwikkelingsfonds, van 2008 tot 2013, valt samen met een periode van buitengewoon belangrijke uitdagingen voor de agenda van de Europese en internationale ontwikkelingshulp. We kunnen ten minste een aantal van deze uitdagingen vaststellen: de tenuitvoerlegging van de nieuw aangenomen gezamenlijke EU-Afrika-strategie; de uitvoering van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, die zoals we allen weten voor 2015 verwezenlijkt moeten zijn; de tenuitvoerlegging van de nieuwe economische partnerschapsovereenkomsten, oftewel “EPO’s”; en de tussentijdse herziening van de financiële vooruitzichten die is vastgesteld voor 2009. Er staan ons derhalve een aantal bijzonder zware uitdagingen te wachten met betrekking tot programmering, de introductie van nieuwe oplossingen en de tenuitvoerlegging van het tiende EOF.

Naar mijn mening heeft de rapporteur, mevrouw Carlotti, deze taak op uitstekende wijze ter hand genomen; zij heeft de meest belangrijke doelstellingen en moeilijke kwesties die een uitdaging zullen vormen bij de uitvoering van het Europees Ontwikkelingsfonds adequaat vastgesteld en opgesomd. Ik wil graag de aandacht vestigen op twee zaken die naar mijn inzicht van essentieel belang zijn.

Het tiende Europees Ontwikkelingsfonds voorziet in de uitbetaling van bijna 23 miljard euro, die bedoeld is voor samenwerking met de armste landen van de wereld. Indien het op de juiste wijze wordt benut, kan het EOF een grote bijdrage leveren aan het succesvol behalen van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Om die reden zou de absolute prioriteit voor ons Europees vooruitzicht de eerste van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling moeten zijn: het uitbannen van extreme armoede en honger. We moeten er daarom voor zorgen dat de regelgeving omtrent de uitvoering zich concentreert op de uitvoering van deze doelstelling, en deze prioriteit geeft boven de andere sociale doelstellingen. De andere doelstellingen zijn belangrijk, maar we moeten voortdurend aandacht blijven houden voor de prioriteit van het uitbannen van extreme armoede.

Ten behoeve van een grotere samenhang, transparantie en doeltreffendheid van de Europese ontwikkelingssamenwerking zou het EOF vervolgens moeten worden opgenomen in de EU-begroting. De kwestie van het opnemen van het EOF in de begroting moet worden besproken tijdens een herziening van het financieel vooruitzicht. Ik ben me ervan bewust dat enkele lidstaten bevreesd zijn voor deze oplossing, maar vanuit het oogpunt van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, en waarschijnlijk van het Europees Parlement als geheel, bestaat er geen twijfel over dat dit gunstig is voor het Europees ontwikkelingsbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). - (SK) Dames en heren, de bijeenkomst in het Europees Parlement met de voorzitter van het pan-Afrikaans parlement, mevrouw Gertrude Mongella, heeft een bijzonder sterke indruk op me gemaakt.

Tijdens de bijeenkomst in het Europees Parlement zei mevrouw Gertrude Mongella het volgende: Europa speelt een belangrijke rol in Afrika. De aanwezigheid van Europa in Afrika heeft een lange geschiedenis, zowel in positieve als negatieve zin. Europa heeft de technologie; Europa heeft de middelen; Europa ontwikkelt haar wetenschappelijke kennis. Europa kan een belangrijke rol spelen. Sterker nog, Europa kan zich niet veroorloven te bestaan zonder Afrika.

Ik ben van mening dat het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (2008-2013) een belangrijk instrument is voor het waarmaken van de politieke verplichtingen van de EU en haar lidstaten om ontwikkelingshulp te bieden. Daarom verzoek ik de EU-lidstaten en ACS-landen die tot op heden het interne akkoord en de herziene overeenkomst van Cotonou nog niet hebben geratificeerd, dit te doen, in de hoop dat het tiende EOF zo spoedig mogelijk van start kan gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel, lid van de Commissie. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zal het kort houden, want ik realiseerde me niet dat ik een aantal vragen die ik in mijn eerste toespraak stelde reeds min of meer beantwoord heb.

Ik wil even terugkomen op een punt van kritiek door mevrouw Carlotti, vanzelfsprekend een zeer redelijk punt van kritiek, namelijk dat in een tijd waarin we geconfronteerd worden met meer uitdagingen op het gebied van ontwikkeling dan ooit tevoren, de eerlijkheid ons gebiedt te zeggen dat onze lidstaten hun ontwikkelingshulp reduceren. Dit houdt in feite in dat we, voor het eerst dat er sprake is van een vermindering, 1 700 000 000 euro zullen verliezen. Dit is een enorme som. Stelt u voor waar dit aan zou kunnen worden besteed, in de zin van ziekenhuizen, doktoren en leraren voor ontwikkelingslanden. Het voorstel van de Europese Raad houdt daarom in, mevrouw Carlotti, dat elke lidstaat de verplichting die deze, als u zich dat kan herrinneren, in 2005 is aangegaan ten minste moet bekrachtigen en moet instemmen met het opstellen van een overgangsplan waarmee wordt aangetoond hoe de doelstellingen voor 2010 en 2015 kunnen worden behaald. Ik geloof dat ze dan vast zullen zitten aan de verplichtingen die ze publiekelijk zijn aangegaan.

Het tweede punt, mijnheer Hutchinson, is dat u gelijk hebt over de percentages. Ik zou alleen willen vermelden dat er voor landbouw en plattelandsontwikkeling in het negende EOF 650 miljoen euro was opgenomen, en in het tiende EOF 1 miljard en 250 miljoen euro. Het is een stijging in absolute zin in plaats van in relatieve zin, daarin hebt u gelijk. Ten tweede waren er oorspronkelijk slechts vier landen die kozen voor landbouw, en nu 25. Dit is echter niet genoeg, het is nog steeds niet ambitieus genoeg, en we hebben echt flink moeten lobbyen om een aantal landen te laten instemmen met deze benadering.

Als het gaat om Europese Partnerschapsovereenkomsten vindt er altijd een uitwisseling van meningen plaats over dit onderwerp wanneer we een bijeenkomst hebben. Het is nu echter wel erg laat, en dit heeft mijn enthousiasme voor deze zaak behoorlijk getemperd. Desondanks wil ik simpelweg iets bevestigen wat jullie graag zullen horen. Ik heb altijd gezegd dat die landen die geen EPO tekenen vanzelfsprekend niet gestraft worden vanuit financieel oogpunt, en dat er natuurlijk geen verband bestaat tussen deze twee zaken. Op geen enkele wijze zullen we de begroting of de uitvoering daarvan als pressiemiddel gebruiken of als een vorm van afpersing, om te zorgen dat ze een EPO tekenen. Dit hebben we altijd gezegd, en dat zal ook niet veranderen.

Met betrekking tot de ratificatie geloof ik dat het mevrouw Budreikaité was die dit punt naar voren bracht. Op dit moment hebben alle EU-listaten geratificeerd. Er zijn vijf partnerlanden die nog moeten ratificeren. Ik hoop dat dit voor het eind van de maand zal gebeuren, zodat het hele proces in juni van start kan gaan.

Ik zou opnieuw mijn overtuiging kenbaar willen maken dat de opname van het Europees Ontwikkelingsfonds in de begroting ons zonder twijfel in staat zou stellen veel efficiënter te werk te gaan, te beschikken over democratische controle, ons betrokken te voelen bij en te beschikken over dit ontwikkelingsbeleid, zoals wij doen bij andere vormen van beleid. Naar mijn mening zou dit een veel grotere reikwijdte bieden voor actie, ontvankelijkheid, legitimiteit en geloofwaardigheid. Ik hoop dat we de lidstaten die hier nog steeds tegen zijn kunnen laten inzien hoe zinvol dit is.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti, rapporteur. − (FR) Dank aan u allen voor dit debat, en voor uw late aanwezigheid. Bedankt, commissaris. Ik zou willen zeggen dat het Parlement wat betreft officiële ontwikkelingshulp geheel achter u staat. Ik heb uw commentaar in de pers gelezen; ik weet dat er moed voor nodig was om bepaalde dingen te zeggen.

Desalniettemin zou ik willen terugkomen op twee punten. Allereerst, de prestatiegerelateerde tranche. Zoals u weet wordt dit instrument omgeven door een heleboel onzekerheid. Het besluitvormingsproces is niet bijzonder helder. Toezicht en informatie voor het Europees Parlement en de Paritaire Parlementaire Vergadering (PPV) ontbreken, evenals voor nationale parlementen, en zoals ik al eerder zei zijn er zekere criteria in de bestuursprofielen die ons voor problemen stellen. Ik zal mijn woorden niet herhalen, maar ik ben van mening dat deze dubbelzinnigheid enkel kan worden weggehaald door alleen externe controle van buiten de Commissie toe te laten, dat wil zeggen toezicht door het Europees Parlement, nationale parlementen en de PPV over hoe en onder welke voorwaarden de prestatiegerelateerde tranche wordt besteed. Ik ben ook van mening dat dit toezicht expliciet deel moet uitmaken van de tenuitvoerlegging van het EOF.

Wat betreft regionale integratie en de EPO’s, persoonlijk ben ik van mening dat de financiering van EPO’s een aanvulling moet zijn van de financiering van het EOF. Ik heb gehoord wat u hierover heeft gezegd. We hebben echter behoefte aan duidelijkheid over de verdeling van de financiering en geïntegreerde regionale programma’s tussen regio’s en ACS-landen. Wij geloven u als u zegt dat er geen sprake is van nieuwe conditionaliteit, maar een dergelijke vorm van geruststelling en zorgvuldigheid is voor ons noodzakelijk. In elk geval, heel erg bedankt dat u zo laat hier bent gebleven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 11.30 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Tokia Saïfi (PPE-DE), schriftelijk. − (FR) Het tiende EOF biedt een kader voor de lange termijn voor samenwerking en ontwikkelingssamenwerking van de EU met ACS-landen. Voor de periode van 2008-2013 betekent dat 22,7 miljard euro, dat is bedoeld als steun om enkele van de armste en meest kwetsbare landen ter wereld te helpen. Teneinde de doeltreffendheid van dit fonds te waarborgen, dat de financiële arm is van het Europees ontwikkelingsbeleid, moeten we verder gaan dan de onevenredige bijdrage van de lidstaten, en het fonds integreren in de Gemeenschapsbegroting. De opname van Europese ontwikkelingshulp in de begroting biedt in feite bepaalde voordelen, aangezien de hulp aan ACS-landen onderworpen zou zijn aan dezelfde programmerings- en beleidsvoorschriften als de andere instrumenten voor extern optreden, waadoor de samenhang, transparantie, doeltreffendheid en democratische controle van ontwikkelingssamenwerking wordt versterkt. We moeten het idee van “historische banden” tussen bepaalde lidstaten en overzeese landen en gebieden loslaten, en Afrika en ontwikkelingssamenwerking een prioriteit maken van de EU als geheel. Als de EU wil dat deze beleidsmaatregelen en programma’s doeltreffend zijn, moet zij haar buitenlandse hulp voortdurend moderniseren en het EOF opnemen in de Gemeenschapsbegroting van 2009.

 
Laatst bijgewerkt op: 21 oktober 2008Juridische mededeling