Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2268(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0059/2008

Debatten :

PV 09/04/2008 - 19
CRE 09/04/2008 - 19

Stemmingen :

PV 10/04/2008 - 9.13
CRE 10/04/2008 - 9.13
PV 23/04/2008 - 4.9
CRE 23/04/2008 - 4.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0172

Debatten
Woensdag 23 april 2008 - Straatsburg Uitgave PB

6. Stemverklaringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Etelka Barsi-Pataky (A6-0144/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). – (CS) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe nog enkele woorden toe te voegen aan mijn toespraak van gisteren tijdens het debat over de lancering van een van de grootste gezamenlijke Europese projecten, het Galileo-navigatiesysteem. Ik spreek mijn grote waardering uit voor het werk van de rapporteurs die erin zijn geslaagd een compromisoplossing te bereiken binnen het Parlement, maar ook met de Raad en de Commissie en dankzij hen kunnen wij de langdurige discussies vandaag afronden. Nu moeten wij beslissen over de vestigingsplaats van Toezichtautoriteit Galileo. Ik wil nogmaals onderstrepen dat de Republiek Tsjechië hier klaar voor is en een ideale kandidaat is. Ik vertrouw erop dat de belofte om nieuwe instellingen van de Unie in nieuwe lidstaten te vestigen uiteindelijk wordt nagekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen dit verslag gestemd. Ik heb naar het debat geluisterd waar de vorige spreker gisteren naar heeft geluisterd en ik kan niet anders zeggen dan dat ik ontsteld ben door wat ik heb gehoord: een bizarre biedingsoorlog om een instelling die niet meer nodig is. Wij werken aan een nieuw satellietsysteem, omdat de Europese Unie een soort modeartikel, een sieraad, nodig heeft. Dit Galileo-project is bling voor de Europese Unie. Het is duur; het is niet absoluut noodzakelijk; het is mededingingsbeperkend. Wij hadden een overeenkomst met China en daarnaast bestaan er al een Russisch systeem en een GPS-systeem. Europa heeft dit systeem niet nodig, maar we gaan er toch voor betalen. Zoals uit de stemming van gisteren inzake kwijting is gebleken, zullen wij geen toezicht uitoefenen op de uitgaven voor dit specifieke systeem en daarom zullen we vele miljoenen euro en pond aan Europees belastinggeld verkwisten. Het is niet te geloven dat we puur vanwege een soort ijdelheid aan dit bizarre systeem werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb gisteren naar het debat geluisterd en ik dacht aan het nummer Bohemian Rhapsody van Queen en deze onsterfelijke woorden “Galileo, Galileo”. En ik dacht aan de tekst van dat lied: “Is this the real life? Is it just fantasy? Caught in a landslide, With no escape from reality, Open your eyes, Look up to the sky and see”. De Chinezen kwamen en zij zagen. Ze gingen weg en bouwden hun eigen systeem. De Russen moderniseren hun eigen systeem Glonas en ten slotte wordt het Amerikaanse GPS-systeem, waar we nu al gratis gebruik van maken, geüpgraded naar een nog nauwkeuriger en gebruiksvriendelijker systeem.

We zouden het zuurverdiende geld van de belastingbetaler niet moeten verkwisten aan een vierde satellietsysteem dat geen extra voordelen ten opzichte van de andere systemen biedt. Laten we dit overbodige luxeartikel gauw van de baan vegen. Ik heb tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Roger Helmer (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb ook tegen het verslag Barsi-Pataky gestemd. Dit is eenvoudigweg een project van politieke ijdelheid, zoals de euro dat een beetje is en net zoals de euro zijn er geen economische of technische argumenten voor. Het is onnodig; het is overbodig; het raakt al verouderd.

Zoals mijn collega reeds heeft onderstreept, heeft de particuliere sector hier al naar gekeken en besloten dat hij hier geen deel van hoeft, omdat het zinloos is. De Chinezen hebben hiernaar gekeken, er de beste ideeën uitgehaald en besloten dat zij een beter resultaat konden bereiken door zelf een satellietsysteem te bouwen. Gezien de mogelijke militaire toepassingen van een wereldwijd navigatiesatellietsysteem en het feit dat de Chinezen hiervan hebben afgezien en zelf een systeem hebben gemaakt, zou dit alles ons tot nadenken moeten stemmen en grote zorg moeten baren.

Wij zouden niet nog meer belastinggeld mogen verspillen aan dit zinloze politieke gebaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, toen het Galileo-project werd ontwikkeld, heeft president Chirac gezegd dat het project noodzakelijk is om het technisch imperialisme van Amerika te verslaan. Dat is in werkelijkheid het enige mogelijke argument hiervoor. Ik ben niet van plan om de argumenten die we zojuist van onze drie collega’s hebben gehoord te herhalen: economisch gezien is dit zinloos; technisch gezien is dit zinloos; wij kunnen gratis gebruik maken van het Amerikaanse GPS-systeem.

Wat ik hier echt wil zeggen – en ik doe een oproep aan mijn collega-voorstanders van integratie in dit Huis, omdat ik denk dat je geen euroscepticus hoeft te zijn om je hierover zorgen te maken – is: “kijk naar wat er gisteren in het debat gebeurde toen onze collega Christopher Heaton-Harris ons vroeg waarover wij stemden en niemand in het Huis in staat was om de instelling te noemen waarvoor wij net een budget hadden goedgekeurd”.

U doet uzelf geen plezier, zelfs niet als voorstander van het Europese project, door hier belastinggeld aan te spenderen met een “Europa is goed of slecht”-houding zonder er ook maar bij stil te staan of dit geld efficiënt wordt besteed of dat het simpelweg verloren gaat. Ik roep al mijn collega’s op om te proberen de belastingbetalers waarde voor hun geld te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dank u. Er zijn verder geen verzoeken om het woord te voeren of een stemverklaring af te leggen over dit verslag. Voordat wij naar het volgende verslag gaan, wil ik deze gelegenheid aangrijpen om afscheid te nemen van de heer Lombardo en hem het allerbeste toe te wensen in zijn nieuwe functie.

 
  
  

- Verslag: Erik Meijer (A6-0059/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Árpád Duka-Zólyomi (PPE-DE). – (HU) Dank u, mijnheer de Voorzitter, ik steun het verslag inzake de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, aangezien dit een belangrijk signaal afgeeft aan de Macedonische bevolking. Het land heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt sinds het verslag van 2007. De economische resultaten zijn goed en er is succes geboekt op juridisch vlak. In de binnenlandse politiek ontstaat consensus; de verschillende nationale en etnische gemeenschappen kunnen naast elkaar bestaan. Met de consistente onderschrijving van de kaderovereenkomst van Ohrid en het Badinter-beginsel zijn politieke vraagstukken doordrongen van een nieuwe geest die evenredige vertegenwoordiging en het behoud van de identiteit van minderheden steunt. De economische en sociale ontwikkeling van de Voormalige Joegoslavische Republiek is complex en 2005 stond in het teken van haar kandidaatstelling voor het EU-lidmaatschap. Het verkeerde signaal tijdens de NAVO-top van Boekarest, waarbij het bekrompen en tegenstrijdige gedrag van Griekenland een grote rol speelde, was onfortuinlijk. Ik ben er zeker van dat nomenclatuur voor de EU geen obstakel voor het lidmaatschap vormt en ik ben blij dat het Parlement op dat punt tot een akkoord is gekomen. Onze beslissing zal een positief signaal zijn, aangezien het land ontgoocheld is door de afwijzing en door de vertragingen in het toetredingsproces tot de EU. Het wordt nu tijd om echte toetredingsonderhandelingen met het land aan te gaan. Ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi (PSE). – (HU) Ik heb met enige twijfel over het Macedonische verslag gestemd. Het klopt dat wij steeds meer eisen hebben gesteld voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, maar doen wij alles echt in het belang van de euro-Atlantische integratie? Op de weg naar onafhankelijkheid van Kosovo en het veto tegen het NAVO-lidmaatschap van Macedonië kunnen mogelijke gevaren op de loer liggen. Als een minderheid voorstander is van onafhankelijkheid en een meerderheid hier tegenstander van is, kan zulks gemakkelijk de kwetsbare balans in Macedonië verstoren. De Europese Unie en de Verenigde Staten mengen zich vaak in de Macedonische politiek. Wij verwachten en eisen vaak onpopulaire maatregelen van de Macedonische leiders. Dit impliceert verantwoordelijkheid. Wij hebben de verantwoordelijkheid voor de stabiliteit van het kleine land en voor de euro-Atlantische integratie. Het is wenselijk dat iedereen die verantwoordelijkheid serieus neemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de stemming van vandaag is een doorbraak voor een vroege toetreding van Macedonië tot de Europese Unie. Dit succes is toe te schrijven aan de inspanningen van wijlen president Boris Trajkovski, die een persoonlijke en pan-Europese vriend was en deze koers had uitgezet, maar is tevens een groot succes voor de huidige Macedonische regering onder leiding van premier Gruevski en minister van Buitenlandse Zaken Milososki, die in heel Europa sympathie voor dit Europese land hebben gekweekt: een land dat een uitstekend minderheidsbeleid kent, dat zich goed weet te ontwikkelen en waaraan wij onze volledige steun willen geven.

Ik wil een duidelijke boodschap afgeven: ik roep onze collega’s van Griekenland op om eindelijk concessies te doen in de naamskwestie. Dit Huis heeft vandaag heel duidelijk gezegd dat het elke belemmering inzake de naamskwestie verwerpt en dat bilaterale kwesties geen obstakel zouden mogen zijn voor toetreding. Dat is de boodschap die wij vandaag in het Huis met een grote meerderheid van stemmen hebben afgegeven en dit is een zeer duidelijk teken aan de wand voor de regeringen die de voortgang belemmeren. Ik roep iedereen op deze belemmering in het belang van Europa weg te nemen.

Macedonië is een Europees land en wij hopen dat voor het einde van het jaar kan worden begonnen met de toetredingsonderhandelingen.

 
  
  

- Verslag: Ana Maria Gomes (A6-0080/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). – (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een reactie geven op het debat van gisteren. De meesten van ons hebben ervoor gewaarschuwd dat de Chinese honger naar Afrikaanse olie in ruil voor wapens corruptie en dictatoriale regimes in de hand werken en de armoede verergeren. Bovendien wordt Afrika overspoeld met Chinese producten, waardoor Afrikaanse producten totaal niet concurrerend meer zijn. Dit zogenaamde onvoorwaardelijke beleid wordt een steeds groter obstakel voor het behalen van de millenniumdoelstellingen betreffende de uitroeiing van honger en armoede in ontwikkelingslanden. Ik was verrast door de ietwat emotionele verklaring van commissaris Michel dat als de Commissie de politieke macht had, zij zich bij China zou voegen en ook door het feit dat hij China’s recht op de tenuitvoerlegging van een eigen onvoorwaardelijk buitenlands beleid verdedigt, ondanks dat China lid van de VN-Veiligheidsraad is en in deze hoedanigheid net zoals de Unie verantwoordelijk is voor ontwikkelingen op wereldniveau. Ik protesteer tegen dergelijke verklaringen van een lid van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de rol van China in de ontwikkeling van de wereldeconomie is zeer belangrijk. China is ook een symbool van succes voor de bevolking van Afrika.

In de loop van de afgelopen 25 jaar heeft China mogelijkheden gecreëerd voor 400 miljoen inwoners door hen uit extreme armoede te halen. Daarnaast is de middenklasse met 200 miljoen Chinezen toegenomen. China heeft derhalve een schat aan ervaring in het genereren van economische ontwikkeling. Naar verwachting zal dit ook een positieve invloed hebben op Afrikaanse landen. De handel tussen Afrika en China is naar schatting toegenomen van 4 miljoen dollar in 1995 naar 55 miljoen dollar in 2006. Afrika vormt voor China een belangrijke bron van grondstoffen. De Chinese economie vereist een toenemende levering van energie en grondstoffen. China stelt daarom alles in het werk om permanent in Afrika aanwezig te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben bijzonder geïnteresseerd in dit verslag, omdat ik in mijn vorige beroep als hoogleraar zowel de Chinese in- en uitgaande buitenlandse directe investeringen als de Afrikaanse investeringen en ontwikkeling heb onderzocht.

Naar het verslag kijkende, en het is eigenlijk een bijzonder goed verslag, denk ik dat wij als EU en als lidstaten van de EU Chinese investeringen in Afrika en vooral investeringen in de infrastructuur zouden moeten verwelkomen, omdat investeringen in de infrastructuur plaatselijke ondernemers en burgers de kans bieden om voor zichzelf welvaart te scheppen en zichzelf door handel te drijven een weg te banen uit de armoede.

Tegelijkertijd moeten wij ons bewust zijn van de Chinese honger naar natuurlijke hulpbronnen – hun zoektocht naar bronnen. Wij moeten ernaar streven om met China samen te werken en deze problemen op te lossen, vooral waar we te maken hebben met laag-bij-de-grondse regeringen.

Een van de zaken met betrekking tot het Chinese beleid die mij zorgen baren, is het feit dat hiermee de pogingen van de EU en de pogingen van andere hulpdonoren om voorwaardelijke hulp te bieden of hulp onder voorwaarden te stellen. Wij kunnen allerlei voorwaarden voorstellen voor hulp om het bestuur op dit vlak te verbeteren, maar dan komen de Chinezen die alles teniet doen.

Over het algemeen is dit een goed verslag en ik heb dan ook voor gestemd.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Geringer de Oedenberg (A6-0089/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor het verslag van mevrouw Geringer de Oedenberg gestemd, waarin zij pleit om het voorstel voor een gecodificeerde versie van de verordening van de Raad betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen lijnvaartondernemingen (consortia) in een medebeslissingsprocedure in eerste lezing goed te keuren.

Aangezien dit betrekking heeft op een codificatieproces, hoefde dit voorstel niet “formeel” te worden gewijzigd door een parlementaire commissie en laatstgenoemde heeft dit dan ook niet gedaan. Desondanks maak ik gebruik van deze stemverklaring om mijn verbazing uit te spreken over de vertraging binnen de EU bij de codificatie van teksten die herhaaldelijk zijn gewijzigd en hierdoor na verloop van tijd steeds moeilijker te lezen en toe te passen zijn. Het codificatieproces is bij Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 bepaald naar aanleiding van een politiek besluit van de Europese Raad van december 1992 voor een versnelde procedure voor een snelle goedkeuring van gecodificeerde documenten.

Ik onderschrijf de noodzaak om de normen te codificeren met kracht. Dit is absoluut noodzakelijk voor de democratie, de rechtsstaat, de opleiding van studenten, de correcte toepassing van de wetgeving door burgers en beoefenaars van juridische beroepen, enzovoorts.

 
  
  

- Verslag: Arlene McCarthy (A6-0150/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Ik ben verheugd over de goedkeuring van het gemeenschappelijke standpunt om een zeer langdurig probleem betreffende de bemiddeling in burgerlijke en handelszaken op te lossen, ook al wordt de werkingssfeer van deze richtlijn alleen beperkt tot grensoverschrijdende geschillen op grond van een restrictieve uitlegging van artikel 65 van het EG-Verdrag, maar met een bredere definitie van de geschillen.

Desondanks betreur ik dat het gemeenschappelijke standpunt niet toestaat dat de richtlijn wordt uitgevoerd via vrijwillige overeenkomsten tussen de partijen, hoewel inderdaad de regels van de lidstaten voor rechtsvorderingen niet altijd via overeenkomsten tussen de partijen gewijzigd kunnen worden. Over het algemeen mogen we ons echter verheugen over dit gemeenschappelijke standpunt. Het standpunt houdt vast aan het oorspronkelijke doel dat bestond uit het vergemakkelijken van de toegang tot procedures ter beslechting van geschillen en het bevorderen van minnelijke schikkingen in geschillen door het gebruik van bemiddeling te bevorderen en een bevredigend verband tussen bemiddeling en rechtsvorderingen te garanderen.

 
  
  

- Verslag: Etelka Barsi-Pataky (A6-0144/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor het verslag van mevrouw Barsi-Pataky gestemd dat onder voorbehoud van wijzigingen pleit voor de goedkeuring van het gewijzigd voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma’s voor radionavigatie per satelliet (Egnos en Galileo).

Ik feliciteer Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie en commissaris van Vervoer, met zijn krachtige optreden, doorzichtige aanpak en zijn inzicht en politieke overtuiging in deze moeilijke kwestie. De overheid heeft de fabrikanten gered die in een impasse waren geraakt over de te hanteren strategie, inzonderheid met betrekking tot financiële risico’s. Dankzij de vastberadenheid van iedereen, maar in het bijzonder van het Europees Parlement, was het mogelijk om de middelen die geheel door de publieke sector worden gefinancierd te verhogen naar 3,4 miljard euro. Derhalve zijn vertegenwoordigers van de burgers verantwoordelijk voor de oplossing voor deze crisis. De satellieten moeten uiterlijk in 2013 de lucht in gaan en in 2014 in gebruik worden genomen. Hieruit blijkt de noodzaak om snel na te denken over de Europese middelen die ingezet moeten worden om publieke investeringen te financieren wanneer de particuliere markt tekort schiet.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld en Gunnar Hökmark (PPE-DE), schriftelijk. (SV) Wij hebben het tussen de Raad en het Parlement overeengekomen voorstel betreffende de Europese programma’s voor radionavigatie per satelliet Egnos en Galileo goedgekeurd, waarin het Parlement tegen onze mening in al had besloten over de begrotingsproblematiek. Wij willen erop wijzen dat wij tegen de inzet van middelen uit de begroting voor onderzoek voor deze projecten waren. Daarnaast hebben wij een verklaring van de Commissie gevraagd om uitleg over hoe zij van plan is om commerciële financiering voor deze projecten te creëren.

Wij zijn echter verheugd over het feit dat het overeengekomen voorstel het Europees Parlement in staat stelt om de projecten te beoordelen en hier invloed op uit te oefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het Europese wereldwijde satellietnavigatiesysteem (GNSS) kan, als eerste communautaire infrastructuur en vanwege het technologische en ruimtegerelateerde karakter alleen slagen via een gemeenschappelijke wil. Het Europese GNSS bestaat uit twee programma’s: Egnos en Galileo.

Het belang van het GNNS ligt voornamelijk in het feit dat dit systeem een alternatief is voor en een aanvulling vormt op de Amerikaanse en Russische systemen. Deze doelstelling omvat elementen op het stuk van strategie, economie, industrie en veiligheid en nog veel meer belangen en kan door geen enkele lidstaat afzonderlijk worden bereikt.

Aangezien dit het eerste programma is dat via communautaire financiering en infrastructuur wordt uitgevoerd, zullen het Parlement en de Raad derhalve een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid dragen voor de regelgeving betreffende de stationering en exploitatie van de programma’s.

Om bovenstaande redenen en omdat de uitvoering van dit project een historische en strategische mijlpaal op het gebied van technologische vooruitgang en de onafhankelijkheid van de Europese Unie vertegenwoordigt en daarmee een toekomstige oplossing biedt, verdienen het GNNS en het hiervoor genoemde verslag mijn volledige steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Galileo is een voorbeeld van een grootschalig technisch project dat geen enkele lidstaat afzonderlijk kan uitvoeren. Aanvankelijk was ik positief over de financiering van het project uit de EU-begroting. Jammer genoeg is het duidelijk geworden dat de EU niet in staat is gebleken om deze enorme opgave op een bevredigende manier te kunnen klaren. De rapporteur geeft “interne onenigheid” als reden aan. Naar mijn mening is dit zeer betreurenswaardig en ik vind het begrijpelijk dat de Raad geen grote verhoging van de voorziene middelen heeft kunnen aanvaarden. Het is aan de Commissie om met een meer bevredigende financiële oplossing voor dit belangrijke project te komen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben verheugd over het vooruitzicht dat Galileo eindelijk wordt gelanceerd. Het verslag van mevrouw Barsi-Pataky over de verdere uitvoering van de Europese programma’s voor radionavigatie per satelliet signaleert een ontwikkeling, waarvan de vruchten worden geplukt op gebieden variërend van het Europees ruimtevaartbeleid, onderzoek en innovatie tot het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het Europees veiligheids- en defensiebeleid. Ik heb voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) GPS biedt momenteel al veel van de diensten die het Europese programma voor radionavigatie per satelliet Galileo straks biedt. Wij kunnen echter niet toestaan dat wij afhankelijk worden van een monopolie in radionavigatie per satelliet dat in handen is van de VS en door het Amerikaanse leger is opgezet. Zelfs de banen van de GPS-satellieten zijn zodanig afgesteld dat in de eerste plaats de gebieden waarin de VS militaire operaties leidt verreweg het beste zijn gedekt. Ons eigen systeem stelt ons in staat om de beste constellatie van de banen voor Europa te bepalen.

Met het oog op het strategische belang van dit project, heb ik voor het verslag gestemd, ondanks dat de financieringsproblematiek nog niet volledig is opgelost.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (PSE), schriftelijk. (ES) Aangezien mijn toespraak onderbroken werd door de Voorzitter, die veel strikter op mijn spreektijd heeft toegezien dan op die van de collega’s die voor mij hebben gesproken, wil ik nog een aantal opmerkingen toevoegen. Wij zouden zeker verheugd moeten zijn over de vastberadenheid van de instellingen om alle ups en downs van het project te doorstaan. Wij zijn eindelijk op een punt aanbeland waarop wij kunnen beginnen met het plannen van de stationeringsfase van Galileo. Wij zijn tevens uitermate tevreden met het werk dat is verzet om de deelname in het programma zo breed mogelijk te maken.

Dit gezegd zijnde, wil ik een vitaal punt noemen: het burgerlijke karakter van het project is een essentiële voorwaarde voor het waarborgen van de transparantie in de uitvoering van het project. Door de onafhankelijkheid van het Europese systeem kan certificering voor de aan gebruikers geleverde diensten worden toegekend en een goede kwaliteit worden verzekerd. Deze voorwaarden zijn essentieel voor de ontwikkeling van nieuwe commerciële toepassingen die leiden tot een fantastische kans voor onze KMO’s met een enorm sociaal en milieupotentieel. Navigatie voor blinden, de meest toegankelijke routes uitstippelen voor invaliden, hulp voor degenen die aan de ziekte van Alzheimer lijden of het snel kunnen lokaliseren van mensen in noodsituaties zijn voorbeelden van toepassingen voor een betere levenskwaliteit

Het EP heeft altijd via wetgevende en budgettaire verbintenissen zijn volledige steun gegeven aan Galileo en heeft dit duidelijk als een strategisch project erkend.

 
  
MPphoto
 
 

  Lydia Schenardi (NI), schriftelijk.(FR) Er zullen elf jaar van pijnlijke besluiteloosheid voorbij zijn gegaan voordat er een oplossing is gevonden voor het opzetten van een Europees satellietnavigatiesysteem. De opgelopen vertraging bij het kiezen van de methode – met inbegrip van het publiek-private partnerschap, de internationale samenwerking buiten de Europese Unie, de noodzakelijke deelname van alle lidstaten, de voorgeschreven rol van de Europese Commissie – wordt geschat op vijf jaar. Als deze beginselen en methoden waren toegepast op technologische en industriële ondernemingen zoals Airbus en Ariane, dan had Europa waarschijnlijk nu geen eigen vliegtuigbouwer of ruimtevaartorganisatie gehad.

Hoewel het eindresultaat niet helemaal bevredigend is, kunnen wij hier nog veel uit leren. Indien de particuliere sector geen risico’s wil nemen of hier niet toe in staat is en de overheden de enige besluitvormers en financiers zijn, dan kunnen grote strategische projecten alleen nog op nieuwe gebieden worden gelanceerd, omdat dit projecten zijn die politieke visie vereisen en niet louter economische logica. Verder blijken dergelijke projecten een belemmering en een negatieve factor te vormen vanwege het ideologische keurslijf en vanwege het feit dat zij via de communautaire instellingen en procedures moesten lopen. Intergouvernementele samenwerking is hierbij doeltreffend gebleken. Laten wij hopen dat deze lessen ter harte worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag betreffende de wijziging van de verordening betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma’s voor radionavigatie per satelliet gestemd. Het Galileo-project, dat een onderdeel is van deze programma’s, zal meervoudige toepassingen kennen en zal worden ingezet voor verkeersregeling, transportlogistiek, het voorkomen van en optreden bij natuurrampen, alsmede commerciële en overheidsdiensten.

Vanaf het eerste debat over de communautaire begroting voor het jaar 2008 heeft het Europees Parlement dit project als een prioriteit beschouwd en om de toekenning van de noodzakelijke fondsen en herziening van het Interinstitutioneel Akkoord gevraagd om dit mogelijk te maken. Vanaf maart 2009 zal het Egnos-programma operationeel worden en het Galileo-programma moet voor eind 2013 ook operationeel zijn.

De noodzakelijke middelen om het Galileo- project uit te kunnen voeren, worden op 3,105 miljard euro geschat voor de periode 2007-2013. Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie erkennen het strategische belang van dit project en steunen de uitvoering hiervan. Bijgevolg moet de Europese Commissie het Parlement en de Raad regelmatig van de voortgang van de tenuitvoerlegging van het project op de hoogte stellen.

Ik feliciteer rapporteur Barsi-Pataky voor de manier waarop zij met het oog op deze verordening met collega’s van alle fracties heeft samengewerkt.

 
  
  

- Verslag: Martine Roure (A6-0148/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De richtlijn in kwestie heeft als doel een uniforme status te creëren voor onderdanen van derde landen die legaal op EU-grondgebied verblijven na een legaal en ononderbroken verblijf van vijf jaar in een lidstaat.

Het doel van het onderhavige initiatief is om de werkingssfeer van de richtlijn uit te breiden tot personen die internationale bescherming genieten om hun rechtszekerheid te bieden omtrent hun verblijf en rechten die vergelijkbaar zijn met die van onderdanen van de EU.

Er is echter nog steeds een kloof aangezien de richtlijn niet voorziet in wederzijdse erkenning en overdracht van de verantwoordelijkheid met betrekking tot internationale bescherming aan een andere lidstaat. Dit betekent dat het niet mogelijk is om onderdanen van derde landen het recht van vrij verkeer en vestiging binnen de EU toe te kennen zodra hun status wordt erkend. De beoordeling van deze overdrachtsaanvragen blijft derhalve vallen onder het Verdrag van Genève van 1951 en de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid voor vluchtelingen, die gesloten is in het kader van de Raad van Europa.

Gezien deze situatie is het ook van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de tweede lidstaat in kwestie het beginsel van non-refoulement eerbiedigt, zodat de betreffende persoon niet naar een land wordt teruggestuurd waar hij of zij in gevaar zou verkeren. Deze persoon zou hooguit moeten worden teruggestuurd naar de lidstaat die de bescherming heeft toegekend.

Ik ben van mening dat met betrekking tot alle overige aspecten aan dezelfde eisen moet worden voldaan en dat op deze personen de in deze richtlijn beschreven voorwaarden van toepassing zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk.(FR) Het verslag van mevrouw Roure, evenals de richtlijn die het voornemens is te wijzigen, is niet aanvaardbaar. Om personen die internationale bescherming genieten de status van langdurig ingezetene toe te kennen, zelfs al is dit tijdelijk, zonder hieraan voorwaarden van middelen of minimale integratie te verbinden en ook al kan deze status pas na een verblijf van vijf jaar worden toegekend, is absurd.

Bovendien zouden de voorgestelde bepalingen gelijk staan aan de bescherming van deze personen tegen uitzetting, met inbegrip van uitzetting naar een andere lidstaat, tenzij zij een ernstige overtreding hebben begaan. Derhalve is het onmogelijk om deze personen het recht te ontzeggen om in de lidstaat van hun keuze te blijven, ongeacht hun omstandigheden en hun sociale houding. Dit voorrecht prevaleert dan boven het soeverein recht van staten te kiezen wie met welke status en onder welke voorwaarden ter zake van de openbare orde en de veiligheid op hun grondgebied mogen leven.

Ten slotte weet u allemaal dat aanvragen voor internationale bescherming worden aangewend om, in feite om puur economische redenen, de al zwakke controle op en beperkingen van immigratie te omzeilen. U bent zich ervan bewust dat in deze omstandigheden vaak de voorkeur wordt gegeven aan de subsidiaire beschermingsstatus boven de vluchtelingenstatus, omdat dit korter duurt en flexibeler is. Indien begunstigden langdurige ingezetene kunnen worden dan wordt immigratie hiermee verder aangemoedigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Het verslag bevat veel voorstellen voor de integratie van mensen aan wie internationale bescherming is toegekend. Wij zouden deze voorstellen hebben gesteund indien de stemming in het Zweedse parlement had plaatsgevonden.

In dit kader maken de voorstellen echter deel uit van de vorming van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel. Het verslag zelf neigt naar een mild asielbeleid. Tegelijkertijd maakt het verslag deel uit van het creëren van de “vesting Europa”. De bescherming van het Verdrag van Genève wordt ondermijnd door de EU die zelf de verantwoordelijkheid neemt voor de beslissing aan wie bescherming kan worden toegekend en welke vorm deze bescherming heeft.

Wij zien geen ander alternatief dan “nee” te stemmen tegen alle vormen van een gemeenschappelijk vluchtelingenbeleid op EU-niveau, aangezien de lidstaten dan geen controle meer hebben op de richting waarin dit beleid gaat. De verdragen van de Verenigde Naties zouden de leidende instrumenten moeten zijn voor het waarborgen van de rechten van asielzoekers in de internationale maatschappij.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, Esko Seppänen, Søren Bo Søndergaard en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Wij hebben ons vandaag van stemming over het verslag-Roure onthouden, hoewel we in grote lijnen het idee achter het verslag steunen om ervoor te zorgen dat vluchtelingen en personen die toestemming hebben om op basis van een tijdelijke of subsidiaire vorm van bescherming in een land te blijven dezelfde rechten genieten als langdurig ingezetenen van dat land binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2003/109/EG. Wij zijn echter van mening dat het aan de lidstaten zelf is om over deze kwestie te beslissen en niet aan de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik steun het verslag van mevrouw Roure over de uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 2003/109/EG tot personen die internationale bescherming genieten. Wat het verslag wil bereiken is te garanderen dat personen die internationale bescherming genieten na een legaal verblijf van vijf jaar in de EU dezelfde rechten krijgen als de rechten die wij als onderdanen van de EU hebben. Ik vind dit een logisch amendement op de vorige richtlijn en ik heb dan ook voor het verslag gestemd.

 
  
  

- Verslag: Giusto Catania (A6-0073/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Dankzij de drugsstrategie voor 2005-2012 heeft de Europese Unie de basis gelegd voor de strijd tegen een verontrustend fenomeen dat met name onder de meest kwetsbare groepen zoals jongeren en vrouwen gestaag toeneemt, namelijk de verspreiding van drugs in Europa.

Desondanks moeten de beoogde doelen worden bereikt en om deze reden heeft de EU de toezegging van het maatschappelijk middenveld nodig, dat een fundamentele rol speelt bij het voorkomen dat drugsmisbruik zich verder uitbreidt.

Psychologische stabiliteit, het volgen van patiënten na een ontwenningskuur, de vorming van een alternatieve leefwijze op het gebied van sociale samenhang en werkgelegenheid. Dit zijn slechts een aantal voordelen van het werk van de afkickcentra, organisaties zonder winstoogmerk en niet-gouvernementele organisaties die in die sector actief zijn.

Om deze reden hoop ik – net als de rapporteur – dat er behalve directe financiële steun aan gemeenschappen die met het probleem te kampen hebben, plannen worden gemaakt voor een geschikt fiscaal beleid voor organisaties die zogenaamde “ergotherapie”, of met andere woorden rehabilitatie door middel van werk, bieden. Ik verwacht in het bijzonder dat de lidstaten specifieke belastingvrijstellingen bieden en de organisaties verlossen van de overdreven hoeveelheid administratieve rompslomp.

Wij moeten een situatie vermijden waarin nationale begrotingsimperatieven of bureaucratie deze organisaties die onvervangbaar werk leveren door drugsverslaafden te helpen om een normale levenswijze terug te krijgen, tot sluiting dwingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Slavi Binev (NI), schriftelijk. (BG) Ik heb het verslag van de heer Catania gesteund en ik zou hieraan toe willen voegen dat er geen eenvoudige oplossing bestaat voor het drugsprobleem. Drugsmisbruik en drugshandel vernietigen de maatschappij door de misdaad en corruptie die hiermee gepaard gaan en drugsgerelateerde overdraagbare ziekten (AIDS, hepatitis) vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid.

Daarom geloof ik dat doeltreffend optreden bestaat in een inspanning, waarbij niet alleen de instellingen, het maatschappelijk middenveld en de media betrokken moeten zijn, maar dat ook berust op een breed programma, waarbij onderwijs, religie en sport ook een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van dit probleem en als barrière kunnen dienen om onze kinderen op het rechte pad te houden. Het stimuleren van sport en godsdienstonderwijs op school en na schooltijd kan aanzienlijk bijdragen aan de bewustmaking van kinderen met betrekking tot de dodelijke invloed van drugs. Door de krachten van wetshandhaving en het maatschappelijk middenveld, inzonderheid op lokaal gemeenschapsniveau, te bundelen, is het mogelijk om betere resultaten te bereiken bij de invoering en de verdere ontwikkeling van de EU-drugsstrategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Volgens de rapporteur zou een organisatie van actoren uit het maatschappelijk middenveld op Europees niveau een duidelijke toegevoegde waarde hebben ten opzichte van nationale, regionale en plaatselijke uit het maatschappelijk middenveld afkomstige organisaties. Volgens onze mening is dit absoluut onaanvaardbaar, aangezien het drugsbeleid direct verband houdt met het strafrecht en de opvattingen ten aanzien van misdaad en straf in de afzonderlijke landen. Bovendien moet het drugsbeleid worden opgezet in overeenstemming met de culturele en maatschappelijke aspecten van elk land om mensen die behoefte hebben aan de hulp van de maatschappij om weer een functioneel leven te krijgen, doeltreffend te kunnen helpen.

Daarom hebben wij ervoor gekozen om tegen het verslag in zijn geheel te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk.(FR) Hoewel informatie, preventie en bewustwording in de strijd tegen drugsgebruik inderdaad van essentieel belang zijn om het risico van drugsverslaving omwille van de fysieke en mentale gezondheid van gebruikers af te wenden, is dit helaas niet voldoende.

Volgens het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving hebben meer dan 70 miljoen Europeanen cannabis gerookt en zestig procent van de mensen die disco’s in Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk bezoeken, hebben cocaïne tot zich genomen. Hieruit moet worden geconcludeerd dat de Europese informatie- en communicatiestrategieën volledig ineffectief zijn, aangezien de levering van en de vraag naar drugs helaas in heel Frankrijk en in Europa toenemen.

Een compromis is niet aanvaardbaar als het gaat om het gebruik en om de verkoop van drugs. Alleen nultolerantie werkt hier.

De schade die aan duizenden slachtoffers is toegebracht door experimenteel beleid voor de liberalisering van drugsgebruik vormen het bewijs hiervoor.

 
  
MPphoto
 
 

  Roselyne Lefrançois (PSE), schriftelijk.(FR) Als schaduwrapporteur van de socialistische fractie heb ik veel tijd en energie in dit onderwerp gestoken met het doel om, wat de inhoud betreft, de noodzaak uit te leggen van meer dialoog met het maatschappelijk middenveld over de strijd tegen drugs en voor wat de vorm betreft een tekst voor te stellen die voor iedereen leesbaar en gemakkelijk te begrijpen is.

Ik denk dat actoren in het maatschappelijk middenveld met hun ervaring uit eerste hand en het vermogen om te vernieuwen een nuttige bijdrage kunnen leveren aan nationaal en Europees beleid inzake de preventie van en informatievoorziening over drugs en mensen kunnen helpen om van hun afhankelijkheid van drugs af te komen en hen opnieuw in de maatschappij te integreren.

Er zijn zoveel maatregelen op verschillende niveaus nodig: op het werk, op school, op straat en in gevangenissen.

Ik ben daarom verheugd over de goedkeuring van dit verslag dat de vorming van het drugsforum van het maatschappelijk middenveld verwelkomt en het belang van grotere samenwerking tussen het maatschappelijk middenveld en alle instellingen en agentschappen van de Unie onderstreept.

De strijd tegen drugs is in het belang van ons allemaal en degenen die zich in de voorhoede van de strijd bevinden en zich iedere dag inzetten om drugsverslaafden te helpen en te voorkomen dat nog meer mensen van drugs afhankelijk worden, zijn bijzonder belangrijke partners.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Drugsmisbruik is een vooraanstaand probleem in gemeenschappen door heel Europa en Schotland vormt hier ook geen uitzondering op. De aanbevelingen van de heer Catania met betrekking tot de rol van het maatschappelijk middenveld in het drugsbeleid in de EU vragen om de ontwikkeling van een meer gecoördineerde Europese aanpak van dit probleem, dat geen grenzen kent. Het maatschappelijk middenveld is een centrale speler bij het aanpakken van alle facetten van dit probleem en zijn initiatieven moeten door de EU worden gesteund. Er moet aandacht worden besteed aan de aanbevelingen van de rapporteur voor een effectief beleid dat drugsmisbruik op alle fronten tegengaat. Ik heb voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het is de vraag of de illegale papaverteelt kan worden omgezet in de industriële productie van geneesmiddelen, maar het valt te proberen. Dat het VS-beleid tegenover Afghanistan en het gebrek aan maatregelen van de EU met betrekking tot de toegenomen opiumproductie het probleem hebben verergerd, is iets wat zeker is.

Een vooruitziend drugsbeleid moet worden gebaseerd op het doeltreffend oprollen van drugsbendes, de onmiddellijke uitzetting van buitenlandse drugsdealers en de goedkeuring van gerichte prioritaire maatregelen en betere behandelingsdiensten voor drugsgebruikers. Er gaan steeds meer stemmen op voor de legalisatie of liberalisatie van drugs, maar zelfs Zwitserland, na bijna vijftien jaar heroïne te hebben uitgedeeld in de hoop dat dit verslaafden zou helpen om hun verslaving te overwinnen, heeft dit uiteindelijk opgegeven. Het verslag neigt sterk naar liberalisering en daarom heb ik tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN), schriftelijk. (PL) Ik juich de discussie over verdovende middelen ten zeerste toe. Zij vormen een ernstig probleem, maar helaas hebben ambtelijke inspanningen nog niet geleid tot het terugdringen van de activiteiten van drugsdealers rond scholen, instellingen voor hoger onderwijs, woonwijken en andere openbare plekken, en het is niet waarschijnlijk dat dat in de toekomst wel het geval zal zijn.

In 1998 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties tijdens een speciale zitting zichzelf ten doel gesteld binnen tien jaar een drugsvrije wereld te scheppen. In de jaren daarop zijn vele aanbevelingen, regelingen, beslissingen en verslagen gepubliceerd, en daarnaast tevens een groenboek. Vandaag hebben we opnieuw gestemd over een ontwerpresolutie. Wij zouden er verstandig aan doen om eens goed na te denken wat wij met dit alles hebben bereikt. Tot mijn grote spijt moet ik constateren dat drugs in de hele geschiedenis van de mensheid nog niet zo makkelijk verkrijgbaar zijn geweest als nu. Het wachten is alleen nog op de mogelijkheid ze via het Internet te bestellen.

Ik heb voor de resolutie gestemd omdat ik achter elke maatregel sta om drugs te bestrijden. Dat neemt niet weg dat ik erop wil wijzen dat dit probleem niet zal verminderen zolang wij de producenten niet scheiden van de distributeurs en zolang wij geen ingrijpende veranderingen aanbrengen in het wetboek van strafrecht om een effectief afschrikwekkend middel te creëren voor mensen die een bestaan aan drugs ontlenen. Tot die tijd zal het probleem slechts in omvang toenemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk.(IT) Naar mijn mening is het niet alleen op Europees, maar ook op landelijk en plaatselijk niveau noodzakelijk een dialoog te stimuleren met en tussen de diverse betrokkenen uit het maatschappelijk middenveld om de gruwelijke gevaren die verdovende middelen vertegenwoordigen af te wenden.

Het maatschappelijk middenveld moet beschouwd worden als een cruciale bondgenoot van de Unie en de lidstaten bij het bereiken van de doelstellingen als geformuleerd in de drugsstrategie van de EU.

Zo kunnen therapeutische gemeenschappen dankzij hun expertise op dit gebied ondersteuning verlenen aan bewustwordingscampagnes, door meer en betere informatie te verschaffen over de risico’s die verbonden zijn aan drugsmisbruik en over mogelijke preventieprogramma’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. (SV) Niemand twijfelt aan het belang van het omvangrijke en vaak succesvolle werk dat verricht wordt door maatschappelijke organisaties om mensen te helpen die afhankelijk van drugs zijn geraakt. Wij moeten alle krachten ten goede gezamenlijk inzetten in de strijd tegen schadelijke, verslavende middelen. Daarom was het mij ook een genoegen om een verslag onder ogen te krijgen waarin de initiatieven worden belicht die binnen Europa worden ontplooid.

De reden waarom ik mij vandaag van stemming heb onthouden heeft niets te maken met het feitelijke onderwerp van dit verslag, maar staat te lezen onder het kopje “Maatschappelijk middenveld – de interne dimensie”. Enige tijd geleden heb ik – na lang wikken en wegen, dat geef ik toe – voor een verslag gestemd waarin steun werd uitgesproken voor de overschakeling naar legale papaverteelt in Afghanistan, voor verwerking in pijnstillende medicijnen. Een van de redenen daarvoor was het grote aantal verslagen dat is verschenen over de negatieve gevolgen van het vanuit vliegtuigen met gif besproeien van de bestaande aanplant, en over de diepe armoede waarin het Afghaanse volk verkeert. In het verslag wordt zowel het apart verbouwen als het met gif besproeien aangemoedigd, wat zeer tegenstrijdig is. In het verslag wordt ook steun betuigd aan organisaties in Europa die zich bezighouden met de productie van stoffen uit cocabladeren, onder andere voor therapeutisch en ander “wettig gebruik”. Ik ben hier nadrukkelijk op tegen. Maar aangezien de intentie van het verslag over het geheel genomen goed is, heb ik er uiteindelijk voor gekozen mij van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) De ontwerpresolutie over orgaandonatie en -transplantatie is onderdeel van een wereldwijde discussie betreffende de veiligheid van kinderen. Om kinderen effectief te helpen ben ik bezig met de ontwikkeling van een Europese campagne met de titel “Weet u waar uw kind nu is?”. Het hoofdstuk in deze resolutie betreffende de handel in organen heeft hier rechtstreeks mee te maken. De oproep aan de lidstaten en de Raad om effectieve maatregelen te treffen zodat het gebrek aan organen wordt losgekoppeld van de handel in organen, is dan ook zeer terecht.

Om de handel in organen te kunnen bestrijden is een lange-termijnstrategie nodig die gericht is op het wegnemen van de sociale ongelijkheid die aan dit soort praktijken ten grondslag ligt. Wij moeten de strijd aanbinden met de handel in organen en weefsels, die wereldwijd moet worden verboden, met name als het gaat om de handel in organen en weefsels van minderjarigen. Ik ben diep teleurgesteld dat Europol geen onderzoek heeft verricht naar de verkoop van en handel in organen en zich daarbij beroept op het ontbreken van gedocumenteerde gevallen.

Het tegendeel is echter waar: verslagen van de Raad van Europa en de Wereldgezondheidsorganisatie tonen duidelijk aan dat de orgaanhandel ook in lidstaten van de Unie een probleem is. Wij vragen de Europese Commissie en Europol zorg te dragen voor een verbeterde controle op orgaanhandel en daaruit de noodzakelijke conclusies te trekken. Ik hoop dat Slowakije gebruik zal maken van zijn voorzitterschap van de EU om dit uitermate belangrijke agendapunt naar voren te schuiven.

 
  
  

- Verslag: Reimer Böge (A6-0157/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd voor het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer met betrekking tot de bijstelling van het meerjarig financieel kader, op basis van het verslag van de heer Böge.

Deze aanpassing was onvermijdelijk geworden vanwege de vertraging die was opgelopen bij de goedkeuring van bepaalde operationele programma’s onder de rubrieken 1B en 2, waarbij 2 034 miljoen euro in huidige prijzen van de kredieten apart waren gezet voor de structuurfondsen, het Cohesiefonds, plattelandsontwikkeling en het Europees Visserijfonds die niet in 2007 konden worden toegewezen dan wel naar 2008 konden worden overgeboekt. Daarom was het zinnig om dat bedrag over te boeken naar de jaren daarna, in overeenstemming met paragraaf 48 van het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer, en de betreffende uitgavenplafonds voor vastleggingskredieten te verhogen.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag gestemd betreffende de bijstelling van het meerjarig financieel kader zoals voorgelegd door onze collega de heer Böge. De bedragen uit de vastleggingskredieten voor de structuurfondsen, het Cohesiefonds, het fonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Visserijfonds die in 2007 niet zijn gebruikt, moeten naar de komende jaren worden overgeboekt. Zo zal volgens paragraaf 48 van het Interinstitutioneel Akkoord 2 034 miljoen euro worden overgeheveld naar 2008-2013. Deze bedragen zullen grotendeels voor 2008 worden gereserveerd (ongeveer 56 procent) en gedurende de periode 2008-2013 zal de invloed van deze overschrijving verwaarloosbaar zijn.

Wij zullen de redenen moeten analyseren waarom deze fondsen niet voldoende zijn gebruikt. Om te beginnen zijn er 45 operationele programma’s te laat ter goedkeuring aan de Europese Commissie voorgelegd. 72 procent van de noodzakelijke herprogrammering is het gevolg van vertragingen die zijn opgelopen in programma’s voor plattelandsontwikkeling. Sommige werden de Commissie in december toegestuurd, waarmee het onmogelijk werd om deze programma’s nog in 2007 aan te nemen. Enkele oorzaken van deze vertragingen zijn nationale institutionele restricties en een gebrek aan ervaring op het gebied van het opstellen van programma’s. De meeste van de 45 te laat binnengekomen operationele programma’s zijn afkomstig uit de nieuwe lidstaten. Ik verzoek de Commissie hen beter terzijde te staan bij het zich vertrouwd maken met de nieuwe procedure en het opleiden van personeel dat het beheer van deze fondsen toegewezen heeft gekregen.

 
  
  

Verslag: Marie-Arlette Carlotti (A6-0042/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE) , schriftelijk.(FR) Ik heb gestemd voor het initiatiefverslag van mevrouw Carlotti over de uitvoering van de programmering van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds en zoals het verslag al aangeeft, betreur ik het ten zeerste dat het fonds niet is opgenomen in de begroting van de Unie, omdat dan democratische controle mogelijk zou zijn.

Laten we hopen dat de opname van het Europees Ontwikkelingsfonds in de EU-begroting opnieuw aan de orde zal komen tijdens de tussentijdse evaluatie van de financiële vooruitzichten voor 2009. Wat betreft het Europees Ontwikkelingsfonds en de rol van dit fonds bij het uitbannen van armoede en het bereiken van de millenniumdoelstellingen, is het inmiddels zeer dringend geworden om het fonds te programmeren en dus om politieke overeenstemming te bereiken voor zijn inwerkingtreding. Gezondheidszorg en basisonderwijs dienen voorrang te krijgen, en ik zou daar de zelfvoorzienende landbouw aan willen toevoegen.

In een periode dat de Doha-agenda van de Wereldhandelsorganisatie vrijwel tot stilstand is gekomen, wordt het allengs dringender dat de Europese Unie haar ontwikkelingsinstrumenten gebruikt om deel te nemen aan dit ambitieuze, rechtvaardige en lovenswaardige plan om een eind te maken aan de armoede op de wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Mikel Irujo Amezaga (Verts/ALE) , schriftelijk. (ES) Ik heb voor het verslag gestemd, aangezien ik van mening ben dat het van groot belang is te benadrukken dat er in ACS-landen grote behoefte bestaat aan Europese Ontwikkelingsfondsen. Het is van essentieel belang dat documenten als de Verklaring van Parijs uit maart 2005 serieus worden genomen en periodiek worden bijgesteld, zodat duidelijk blijft wat er aan deze hulp netto kan worden uitgegeven. Niettemin is het waar dat een gruwelijk gebrek aan coördinatie tussen de lidstaten heeft geleid tot inkrimping van hun officiële ontwikkelingshulp van 0,4 procent van het BBP in 2006 tot nog geen 0,38 procent in 2007. Dit minieme verschil in percentage staat voor een teruggang van 1700 miljoen euro. Het ergste van alles is nog dat de partnerlanden voortdurend in de startblokken staan zonder dat zij in staat zijn plannen voor op de lange termijn te maken, aangezien ze geen idee hebben of ze over voldoende middelen zullen beschikken om dat te doen, ook al is het geld toegezegd door de lidstaten. En het allertreurigste is dat wij van hen eisen dat ze zich aan hun beloften houden terwijl wij onze beloften eenvoudig vergeten. Op deze manier kunnen wij niet samenwerken.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE) , schriftelijk. (EN) Ik verwelkom het verslag-Carlotti over de uitvoering van de programmering van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds. Om ervoor zorg te dragen dat de doelstellingen van het Europees Ontwikkelingsfonds om de armoede in partnerlanden en regio’s uit te bannen en de Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling worden nagestreefd, is een strengere parlementaire controle nodig op de uitvoeringsinstrumenten. Verder ben ik het er geheel mee eens dat er bij het programmeren van het fonds met name aandacht moet worden besteed aan aan Millenniumdoelstellingen gerelateerde gebieden als gezondheidszorg, onderwijs, het ontzien van het milieu en het aanmoedigen van behoorlijk bestuur. De huidige problemen met de goedkeuring van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds moeten worden opgelost om tot een snelle uitvoering van het Fonds te kunnen komen. Ik heb voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vincent Peillon (PSE) , schriftelijk. – (FR) Ik heb voor dit verslag van mevrouw Carlotti gestemd over de uitvoering van de programmering van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds.

Het Europees Ontwikkelingsfonds is het belangrijkste instrument binnen de Gemeenschap op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking met betrekking tot de ACS-landen (Afrika, Caribisch gebied, Stille Oceaan). Het fonds is met name gericht op het realiseren van de millenniumdoelstellingen die in 2000 door de Verenigde Naties zijn geformuleerd.

Helaas is het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (2008-2013) echter voorlopig stil komen liggen. Sommige ACS-landen hebben de herziene Overeenkomst van Cotonou niet goedgekeurd, reden waarom de 22,7 miljoen euro die sinds 1 januari 2008 beschikbaar zijn nog steeds niet worden gebruikt.

In de door het Parlement aangenomen tekst wordt daarom dringend opgeroepen tot het doorbreken van de impasse en wordt een aantal kwesties samengevat: prioriteit wordt gegeven aan het terugdringen van de armoede (met speciale aandacht voor gezondheid en onderwijs), en speciale aandacht gaat tevens uit naar de genderdimensie en een strategie voor duurzame ontwikkeling in de betrokken landen.

Ten slotte zou het Parlement graag zien dat het Europees Ontwikkelingsfonds werd opgenomen in de algemene begroting van de Unie, om zo ervoor te zorgen dat het Europese beleid samenhangender wordt en de democratische controle op het bestuur verbetert.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) De uitvoering van de begroting van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds moet niet in zuiver boekhoudkundige termen worden beoordeeld. Zoals in het onderhavige verslag ook al vermeld staat is dit niet de taak van het Parlement. Wij zouden ons niet zozeer moeten bezighouden met het opnemen van het Europees Ontwikkelingsfonds in de algemene begroting van de Commissie of met de regels omtrent de manier waarop het overschot van elk financieel jaar moet worden gebruikt, maar met de samenhang tussen de manier waarop deze fondsen worden gebruikt en de politieke doelen die de Europese Unie zich heeft gesteld aangaande de ACS-landen.

Het is in dit opzicht opmerkelijk dat de huidige situatie ter plaatse aanzienlijk anders is dan de situatie zoals die bestond toen deze instrumenten en hun kader werden geschapen. Naast de China-factor waarmee in veel van deze landen rekening dient te worden gehouden, moet tevens in de overwegingen worden meegenomen wat voor effect veranderingen hebben op de markten voor landbouwproducten en voedsel, klimaatveranderingen en de veranderde houding van de Verenigde Staten ten aanzien van Afrika. In het licht van dit alles bestaat de indruk dat de weg die wij tot nu toe hebben gevolgd niet langer volledig geschikt is en ik hecht eraan te benadrukken dat dit onze grootste zorg is.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE) , schriftelijk. (SV) Wanneer de EU als grootste donor in de ontwikkelingslanden actief is, moeten onze normen en waarden duidelijk zijn. Mensenrechten dienen niet slechts in theorie maar ook in de praktijk ons parool te zijn. Daarom is het ook strijdig met ons verlangen om concrete resultaten te bereiken als men beweert dat de EU het Europees Ontwikkelingsfonds niet mag gebruiken om democratie en mensenrechten te bevorderen doordat wij in de gelegenheid zijn verdere ontwikkelingen op dat gebied te eisen. Steun heeft alleen zin als het ten goede komt aan de burgers, en dus moeten wij als donoren in staat zijn criteria op te stellen om de ontwikkeling van democratie, mensenrechten en een goed functionerend maatschappelijk middenveld aan te moedigen. En soms vraagt het scheppen van bepaalde ontwikkelingen rechtstreekse hulp in de vorm van vredesoperaties. Deze operaties zouden ook betaald moeten kunnen worden uit het Europees Investeringsfonds, aangezien zij er op uitgesproken tastbare wijze toe bijdragen dat menselijk lijden wordt teruggedrongen en rampen worden voorkomen.

Uiteraard moeten wij als bewoners van de rijke wereld andere mensen niet een bepaalde levenswijze opdringen. Dat neemt niet weg dat wij de verantwoordelijkheid hebben om keuzes mogelijk te maken die er nu niet zijn. Daarom ben ik ook teleurgesteld dat er in dit anderszins zo goede en belangrijke verslag vraagtekens worden geplaatst achter iets wat in mijn ogen een fundamenteel principe is, namelijk dat er in termen van vrijheid en mensenrechten iets tegenover de verleende steun wordt gesteld, en de mogelijkheid om vredesoperaties in het Europees Investeringsfonds op te nemen.

 
  
  

Verslag: Erik Meijer (A6-0059/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Beer (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) De Fractie van de Groenen zal niet voor het verslag-Meijer over Macedonië stemmen. Het verslag omvat weliswaar vele delen waarin de vooruitgang die Macedonië heeft geboekt duidelijk wordt beschreven, maar de manier waarop Griekse politici op het allerlaatste moment nog hebben gelobbyd tegen de paragraaf over de kwestie van de naamgeving is volkomen onacceptabel. Dit kwam nog het duidelijkst tot uitdrukking in hun wens om de verwijzing naar de Interim-overeenkomst te laten schrappen waarin Griekenland verzekerde dat de kwestie van de naamgeving op geen enkele manier een beletsel zou zijn voor het lidmaatschap van Macedonië van internationale instellingen. Griekenland stelt daarmee niet alleen zijn verplichtingen aan de internationale wetgeving op losse schroeven, maar grijpt zo ook op ongehoorde wijze in in de soevereiniteit van een ander land. Dit gedrag is geheel onacceptabel voor een lidstaat van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček (GUE/NGL) , schriftelijk. (CS) FYROM is een van de weinige landen ter wereld waarvan de naam niet door alle andere landen officieel wordt erkend. Deze republiek heeft weliswaar diverse etnische en religieuze feestdagen ingesteld, maar er bestaat nog steeds een abnormale bilaterale overeenkomst over de status van Amerikaanse staatsburgers. Tot de successen behoren de maatregelen die zijn ondernomen tegen de georganiseerde misdaad en de corruptie, successen die de regering heeft geboekt ondanks het onvermogen van de bezettingsmacht in Kosovo om iets aan deze problemen te doen. Ik vind het onbegrijpelijk dat er tot op heden geen gemeenschappelijk standpunt is bereikt om burgers in het buitenland de kans te geven hun stem uit te brengen. Bij het in Montenegro gehouden referendum werden deze burgers gediscrimineerd; in het geval van de verkiezingen in Macedonië stelt de EU zich aarzelend op.

In paragraaf 31 wordt de politieoperatie bij een wapenopslagplaats toegejuicht. Ik beschouw de informatie in het tweede deel van de paragraaf, over terroristen die bij hun arrestatie werden mishandeld, als een weinig geslaagde grap. Voor zover ik weet komt het zelden voor dat politieagenten terroristen keurig vragen zichzelf over te geven. Nog afgezien van de ongebruikelijke situatie betreffende de naam van het land en de overeenkomst met de VS gaat dit in tegen de internationale afspraken. Een van de ongebruikelijke facetten van de kwestie FYROM vormen de meningsverschillen met zijn buurlanden. Naar mijn mening moeten wij erop staan dat deze meningsverschillen worden opgelost voordat het land lid wordt van de EU. Onze stem voor het uiteindelijke “product” hangt af van de vraag of de amendementen al dan niet worden aanvaard, aangezien sommige van deze amendementen de betekenis van het verslag zullen veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Het voortgangsverslag van de heer Meijer over de weg van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië naar toelating, is een evenwichtig verslag over een kwestie waarover veel verdeeldheid bestaat. FYROM zal zich onverminderd moeten inzetten voor een op hervormingen gerichte agenda zodat men zo vlug mogelijk met de toetredingsonderhandelingen kan starten. Om een onderhandelingspositie over de kwestie van de naam te behouden moeten wij elke verleiding weerstaan om de naamgeving van FYROM aan te wenden als hinderpaal voor zijn betrokkenheid bij internationale instellingen. Daarom juich ik het verslag ten zeerste toe en tevens de inspanningen van de rapporteur om er zorg voor te dragen dat de kwestie van de naam niet het gehele document zou domineren.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE) , schriftelijk.(EN) Britse sociaaldemocratische leden van het Europese Parlement hebben met genoegen voor deze resolutie gestemd die staat voor een oprechte poging om de vooruitgang in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) in de richting van het lidmaatschap van de EU in stand te houden, de positieve ontwikkelingen onderstreept bij het bestrijden van de corruptie en het beschermen van de persvrijheid, en daarnaast aandringt op verdere acties die noodzakelijk zijn om de toetredingsonderhandelingen in gang te kunnen zetten. Wij merken op dat aanzienlijke vooruitgang is geboekt en zien zeer uit naar de mogelijkheid om toelatingsgesprekken met FYROM te openen.

Wat betreft amendement 13 aangaande de onderhandelingen over de naamkwestie: wij hebben tegen dit amendement gestemd. Wij staan weliswaar achter al het werk dat wordt verzet om een oplossing voor de naamkwestie te vinden, maar wij geloven niet dat deze kwestie op enigerlei wijze in verband moet worden gebracht met het lidmaatschap van FYROM van internationale organisaties. Elke kwestie moet op grond van zijn eigen merites worden opgelost.

Ten tweede hebben wij ons van stemming onthouden over amendement 7 met betrekking tot de kwestie van de versoepeling van het visumbeleid. Het is niet aan ons om dit amendement te steunen, aangezien het Verenigd Koninkrijk geen partij is bij het Schengenakkoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL) , schriftelijk. (EL) Het vandaag behaalde succes is te danken aan de gezamenlijke, effectieve inspanningen die wij hebben verricht tezamen met vele andere leden uit het hele politieke spectrum van het Europees Parlement.

Deze onderneming is mede geslaagd dankzij het feit dat het officiële Griekse standpunt uiteindelijk verschoof ten gunste van het zoeken naar een oplossing die werkelijk een compromis is in de vorm van een samengestelde naam die voor eenieder acceptabel is.

Wij moeten ons ten zeerste inzetten om de geboekte vooruitgang uit te buiten en een oplossing te vinden die het resultaat is van een echt compromis. Dit moet voor eind 2008 worden bereikt onder auspiciën van de Verenigde Naties.

Het is in het belang van Griekenland en van de betrokken volkeren om de vrede en de stabiliteit in de regio te bewaren, dus moet voorkomen worden dat zich opnieuw een jarenlange impasse voordoet. Het openbare leven moet ontdaan worden van het “Skopje-syndroom”.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL) , schriftelijk. – (EL) De parlementsleden van de communistische partij van Griekenland (de KKE) hebben tegen het verslag gestemd. Wij zijn tegen een kapitalistische, oorlogszuchtige EU, en daarom ook tegen een uitbreiding van diezelfde EU. De wortel van alle problemen in de Balkan ligt bij de imperialistische plannen, de interventies van de EU, de VS en de NATO, en bij de grenswijzigingen.

Bij de toetreding van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) en andere Balkanlanden tot de EU en de NATO, raken deze volkeren betrokken bij de imperialistische impasses tussen de VS, de EU en Rusland betreffende de zeggenschap over energiebronnen en transportkanalen. Daarmee worden diegenen die in de ruimere regio wonen ernstig in gevaar gebracht.

De communistische partij van Griekenland houdt zich niet met namen bezig. Zij steunt een voor beide partijen acceptabele oplossing voor deze naam, die een zuiver geografische definitie behoort te vertegenwoordigen, ontdaan van enige vorm van nationalisme en slavernij.

Diegenen die het nodig hebben gevonden zich tegenover het Griekse volk te verontschuldigen voor hun radicale verandering van standpunt op het laatste moment ten aanzien van de kwestie van de naamgeving van Macedonië, dus degenen die bij de EU, de Nieuwe Democratie, de PASOK, de Linkse Coalitie (SYN) en het Orthodox Volksalarm (LAOS) horen, wrijven zich nu in de handen. Zij hebben gestemd voor het aannemen van de zogenaamde positieve amendementen op deze naam, in een poging het volk af te leiden van waar het in werkelijkheid om gaat, namelijk een imperialistische interventie en imperialistische plannen voor de Balkan. Hiermee hebben zij willen verhullen dat zij zich ondergeschikt hebben gemaakt aan imperialistische doelstellingen en het als scheidsrechter aanwijzen van de EU, de VS en de NATO. Hiermee wordt ons land blootgesteld aan dreigementen die bedoeld zijn om ons geld af te persen in ruil voor volledige deelname aan deze imperialistische plannen die sinds de NATO-top in Boekarest alleen maar erger zijn geworden.

 
  
  

Verslag: Ana Maria Gomes (A6-0080/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor het uitstekende initiatiefverslag van mevrouw Gomes gestemd over het beleid van China en de gevolgen ervan voor Afrika. Het feit dat China bereid is op concrete, pragmatische wijze met Afrikaanse landen samen te werken moet weliswaar worden toegejuicht, maar er zijn nog steeds enkele punten van zorg, zoals de samenwerking tussen China en onderdrukkende regimes in Afrika, het feit dat men er niet in slaagt sociale en milieuregels te eerbiedigen, en het feit dat men onderdrukkende, niet-democratische regimes van wapens voorziet. Ik steun het voorstel dat de Afrikaanse Unie, China en de EU een permanent raadgevend orgaan instellen om de samenhang en de effectiviteit van hun respectieve samenwerkingsactiviteiten te verbeteren, en dat zij een wereldwijd netwerk opzetten voor concrete operationele projecten betreffende gemeenschappelijke opgaven zoals het aanpassen aan klimaatveranderingen, duurzame energie, landbouw, water en gezondheid.

Tevens steun ik het plan voor een dialoog tussen het Nationaal Volkscongres van China, het Pan-Afrikaanse Parlement, de nationale parlementen van Afrika en ons Europees Parlement met het oog op het aanmoedigen van duurzame ontwikkelingen en het versterken van hun vermogen om in vrede en democratie hun regering te controleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI), schriftelijk. (NL) Het verslag-Gomes wijst terecht op verschillende onaanvaardbare Chinese praktijken in Afrika, en slaat soms nagels met koppen. De etnocide in Tibet mag nu wel volop in de belangstelling staan, de Chinese politiek in Afrika getuigt minstens evenzeer van een regime dat geen barst geeft om mensenrechten en andere spelregels.

De Chinezen doen zaken met iedereen, als de dorst naar olie maar gelest wordt. Chinese bedrijven en zakenlui vormen extraterritoriale Chinese eilanden die afgeschermd worden door corrupte potentaten, die op hun beurt worden beschermd door Chinese veto’s in de Veiligheidsraad. Europa is geen partij voor de Chinezen, en langzaam maar zeker worden we uit Afrika verdreven. Europa moet eindelijk eens beseffen dat naarmate de Chinezen de overhand halen in Afrika, onze voortdurend herhaalde boodschap van democratie, vrijheid, goed bestuur en niet te vergeten, duurzaamheid, totaal maar dan ook totaal zinledig wordt. Het is tijd voor een andere strategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE) , schriftelijk. – (PT) Ik heb voor het verslag-Gomes gestemd over het beleid van China en de gevolgen ervan voor Afrika omdat ik de mening ben toegedaan dat de Europese Unie in het licht van de toenemende aanwezigheid van China in Afrika met het innemen van een gezamenlijk standpunt aangaande de dialoog moet proberen China aan te moedigen zijn politieke en economische ondernemingen in Afrika te baseren op criteria die geen belemmering vormen voor de bevordering van vrede, veiligheid, de rechtsstaat en een duurzame ontwikkeling.

Daarnaast steun ik ook de oproep aan de Europese Unie om, ongeacht het succes van haar initiatieven op het gebied van de dialoog, voort te gaan met het bevorderen van de eerbiediging van de beginselen waaraan zij onderworpen is.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, Erik Meijer, Esko Seppänen, Søren Bo Søndergaard en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL) , schriftelijk. (EN) In het verslag van Ana Maria Gomes komen vele belangrijke aspecten aan de orde, waaronder niet in de laatste plaats het feit dat de betrokkenheid van de EU en China in het belang behoort te zijn van de Afrikaanse landen en volkeren, en dat de externe investeerders die in Afrika actief zijn de sociale en milieuregels behoren te eerbiedigen. Om die reden hebben wij besloten het verslag te steunen. Wij steunen echter niet de formulering in de eerste paragraaf waarin het belang van het Verdrag van Lissabon wordt onderstreept bij het vergroten van effectiviteit en samenhang in de externe betrekkingen van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE) , schriftelijk. (FR) De Commissie ontwikkelingssamenwerking heeft een zeer evenwichtig verslag opgesteld over het beleid van China en de gevolgen ervan voor Afrika.

Ik vind het des te bevredigender om voor dit verslag te stemmen omdat ik tijdens de Paritaire Parlementaire Vergadering van de ACP-landen en de EU een buitengewoon onfortuinlijke ervaring heb gehad. In mijn verslag over de invloed van buitenlandse directe investeringen had ik een paar kritische opmerkingen gemaakt over Chinese investeringen in Afrika. De gedelegeerden van de ACS-landen zagen kans om met stilzwijgende instemming van de Socialisten, de Communisten en de Groenen al deze kritische opmerkingen uit het verslag te verwijderen.

Waarom waren zij niet bereid te verklaren dat de buitenlandse directe investeringen van China vooral gericht zijn op winningsindustrieën en vaak regeringen ondersteunen bij beleidskoersen die niet in het belang zijn van de democratie, de rechtsstaat en het uitroeien van armoede in die landen?

Waarom hebben zij de conclusie geschrapt dat Chinese buitenlandse directe investeringen in bepaalde multinationals worden gestoken die de Afrikaanse markten overstromen met goederen van slechte kwaliteit, met name textiel?

Ik juich ten zeerste toe dat in de motivatie van het verslag wordt verwezen naar het feit dat China in Afrika erop uit is winst te maken op de Afrikaanse nationale hulpbronnen en de duurzame ontwikkeling te ondermijnen. Tevens bestaat het zorgwekkende risico dat China wellicht sommige van zijn slechtste praktijken op het thuisfront naar Afrika zal exporteren…

(Stemverklaring wordt onderbroken overeenkomstig regel 163 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Erika Mann (PSE) , schriftelijk.(DE) Graag wil ik de kans die mij door deze stemverklaring wordt geboden aangrijpen om mijn hartelijke dank uit te spreken jegens rapporteur Ana Maria Gomes. Het verslag waarover wij stemmen is buitengewoon geslaagd. Ik wil graag mijn dank uitspreken voor het feit dat in dit verslag talrijke aspecten zijn opgenomen van het advies van de Commissie internationale handel.

Naar mijn mening is het van het grootste belang het beleid van China in Afrika eerlijk te beoordelen, zonder zijn bezigheden aldaar in het algemeen te veroordelen. De EU zou daarentegen zijn eigen bezigheden in Afrika moeten opvoeren via een aanpak die gericht is op “meer Europa in Afrika”. Daarmee zou de zichtbaarheid van Europa gediend zijn en het zou leiden tot een krachtigere Europese aanwezigheid, waardoor de contacten tussen de EU en Afrika zouden worden versterkt. Beide zijden zouden duidelijk baat hebben bij nauwere economische banden tussen deze twee continenten.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE) , schriftelijk. (EN) In het verslag van Ana Gomes over het beleid van China en de gevolgen ervan voor Afrika wordt de positieve stap die Beijing heeft gezet door zich met Afrika te gaan bezighouden onderstreept, maar daarnaast wordt erin naar voren gebracht dat het beleid van China verbetering behoeft. Enerzijds moet de EU China’s rol op het gebied van de ontwikkelingshulp zeer toejuichen, al exporteert China via deze steun wel een aantal van zijn slechtste praktijken op het thuisfront, waaronder corruptie en het negeren van de rechten van arbeiders en milieunormen. Willen wij met China tot afspraken komen over deze kwesties en zijn betrekkingen met onderdrukkende regimes als die in Sudan en Zimbabwe, dan vraagt dat om een gezamenlijke aanpak van de EU. In het licht van die denkbeelden heb ik voor de aanbevelingen in dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL) , schriftelijk. (EN) In het verslag van mevrouw Ana Maria Gomes komen vele belangrijke aspecten aan de orde. Daaronder niet in de laatste plaats het feit dat de betrokkenheid van de EU en China in het belang behoort te zijn van de Afrikaanse landen en volkeren en dat de externe investeerders die in Afrika actief zijn de sociale en milieuregels behoren te eerbiedigen. Om die reden hebben wij besloten het verslag te steunen.

Wij steunen echter niet de formulering in de eerste paragraaf waarin het belang van het Verdrag van Lissabon wordt onderstreept bij het vergroten van effectiviteit en samenhang in de externe betrekkingen van de EU.

Wat betreft herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is Sinn Féin voorstander van werkelijke herzieningen waardoor een duurzame landbouw en een duurzaam plattelandsleven in Ierland, Europa en de rest van de wereld mogelijk worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lydie Polfer (ALDE) , schriftelijk. (FR) Ik heb voor het verslag-Gomes gestemd omdat daarin zowel vanuit economisch als vanuit politiek oogpunt een gedetailleerde analyse wordt gegeven van de oorzaken en gevolgen van China’s oppermachtigheid in Afrika.

China’s indrukwekkende economische opkomst in de afgelopen twintig jaar heeft tot een toegenomen vraag naar olie en andere ruwe grondstoffen geleid. Tegenwoordig importeert China dertig procent van zijn olie uit Afrika; dat zal in 2010 gestegen zijn tot vijfenveertig procent.

China investeert tevens enorme bedragen in de infrastructuur van Afrika.

Aan deze steun zijn geen voorwaarden verbonden op het gebied van mensenrechten of sociale en milieuomstandigheden.

Europa moet zich zeer bewust zijn van deze situatie en proberen zowel met Afrika als met China een strategisch partnerschap te definiëren om zorg te dragen voor een duurzame ontwikkeling op het Afrikaanse continent.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE) , schriftelijk. (PT) In het betreffende verslag wordt de huidige toestand van het Chinese beleid in Afrika correct weergegeven, aan de hand van een gedetailleerde beschrijving van de investeringen, de financieringen en de politieke gevolgen van dit alles. Helaas zijn de voorstellen die in het verslag worden gedaan nogal onrealistisch, zoals de herhaalde suggestie dat de EU China zou moeten aanmanen zich volmaakt te gedragen op het gebied van de mensenrechten, de rechten van arbeiders en eerbied voor het milieu en ten slotte om zich in zijn externe beleid anders op te stellen dan bij zijn binnenlandse beleid. In het hoofdstuk over wat er gedaan dient te worden ten aanzien van de juiste weergave van het Chinese beleid in Afrika en de gevolgen daarvan worden geen aanbevelingen gedaan voor een mogelijke strategie van de EU in haar partnerschap met landen als India, Brazilië en de Verenigde Staten (die hier geheel ten onrechte zijn weggelaten).

De huidige toestand in de wereld lijkt in het geheel niet op de modellen die in de afgelopen decennia ons geostrategisch denken hebben vormgegeven. De opkomst van sterk uiteenlopende nieuwe economieën, de wereldwijd toegenomen consumptie, de strijd om de eerste levensbehoeften en ruwe grondstoffen, de dreiging van sociale onrust, het risico dat men de voorkeur zal gaan geven aan gespierde politieke regimes: het zijn stuk voor stuk nieuwe realiteiten die geanalyseerd dienen te worden en vooral om een strategischer voorstel vragen met een andere kijk op de toekomst. Om die reden heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI) , schriftelijk.(IT) In het verslag van Ana Maria Gomes over het beleid van China en de gevolgen ervan voor Afrika wordt onderstreept welk een voorname rol Beijing inmiddels speelt in het diplomatieke, economische en politieke evenwicht in Afrika.

Ondanks het feit dan China zoveel aandacht besteedt aan het tot nu toe altijd zo veronachtzaamde continent Afrika, is het naar mijn mening van cruciaal belang ervoor te zorgen dat het gedrag van China binnen bepaalde grenzen blijft zodat het land niet wegglijdt naar een mogelijk nieuwe vorm van kolonialisme die ten slotte menige zwarte bladzijde in onze eigen Europese geschiedenis heeft nagelaten.

Om dat te bereiken hoop ik dat de EU een samenhangende strategie opstelt om ervoor te zorgen dat kwesties als behoorlijk bestuur, de bestrijding van corruptie, de bescherming van de mensenrechten, werkgelegenheid en het milieu door China worden gerespecteerd en om duidelijke, transparante overeenkomsten tussen beide landen te garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk.(SV) Als continent heeft Afrika behoefte aan steun, krachtiger handelsbetrekkingen en een toenemende deelname aan de globalisering die een grotere welvaart voor iedereen schept. China is in korte tijd een belangrijke partner op het Afrikaanse continent geworden, met een enorme behoefte aan grondstoffen, en met name aan de olie waarover diverse Afrikaanse landen beschikken. De ontwikkeling van Afrika wordt zeer versterkt door het feit dat steeds meer landen in dit continent geïnteresseerd zijn. Helaas moet gezegd worden dat de weinig kritische houding van China wanneer het erop aankomt toegang te krijgen tot deze grondstoffen en het feit dat het land zich niet bijzonder druk maakt om mensenrechten, corruptie en ondemocratische regimes een groot probleem vormen voor de EU, die er sinds jaar en dag op aandringt dat handel en hulp hand in hand moeten gaan met democratische ontwikkelingen waarbij ook de mensenrechten moeten worden meegenomen. Het zou een belangrijk signaal zijn als het Europees Parlement er bij China op aandringt rekening te houden met de mensenrechten en de ontwikkeling van de volkeren van Afrika. Daarbij is ontwikkeling een breder concept dan alleen economische vooruitgang, en daarom sta ik onverdeeld achter het standpunt dat mensenrechten en democratie een belangrijk onderdeel dienen te zijn van de internationale betrekkingen, waaronder die tussen China en Afrika.

 
Laatst bijgewerkt op: 21 oktober 2008Juridische mededeling