Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2568(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0181/2008

Debatten :

PV 24/04/2008 - 12.3
CRE 24/04/2008 - 12.3

Stemmingen :

PV 24/04/2008 - 13.3

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0186

Debatten
Donderdag 24 april 2008 - Straatsburg Uitgave PB

12.3. Tsjaad
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties over Tsjaad (1).

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer, auteur. (NL) Voorzitter, de voormalige koloniale gebieden Frans West-Afrika en Frans Centraal-Afrika zijn in de jaren 1958-1960 gedekoloniseerd. Dat was niet de uitkomst van een langdurige strijd en een daarin ontstaan gezamenlijk nationaal bewustzijn, maar eerder een middel om het ontstaan van bevrijdingsbewegingen te voorkomen. Het gebeurde van bovenaf in plaats van onderop. Van Franse overzeese departementen werden ze eerst zelfbesturende gebieden en daarna zelfstandige staten.

Desondanks is in deze staten, op Guinee-Conakry na, de Franse invloed daarna altijd veel groter gebleven dan het geval was in andere voormalige koloniën. In de grote woestijnachtige staat Tsjaad is Frankrijk militair aanwezig gebleven en dat heeft zeker invloed gehad op wie dat land mag regeren en wie niet. Die grote invloed vanuit Europa heeft er niet toe geleid dat in deze landen Europese normen van democratie en mensenrechten zijn ontwikkeld. De staatsgrenzen en de staten zijn daar niet het resultaat van binnenlandse bewegingen die vorm hebben gegeven aan een eigen staat, maar alleen van een koloniaal verleden.

Dit betekent dat etnische verschillen er kunnen leiden tot etnische tegenstellingen. In zulke landen leidt dat tot een voortdurende strijd om de macht, om de vraag wie er de eersterangs burgers mogen zijn en wie de tweederangs burgers. De etnische en geografische verscheidenheid is er vaak onvoldoende of zelfs niet terug te vinden in de samenstelling van de regering. De problemen die daaruit voortvloeien, kunnen naar de mening van mijn fractie, niet simpel worden opgelost door er een nieuwe Europese legermacht te stationeren. Zo’n militaire macht is er altijd geweest en heeft de huidige situatie eerder bevorderd dan verhinderd. De oplossing begint niet bij een stabilisatie van de huidige verhoudingen, die alleen in het voordeel is van de huidige regeerders, maar bij het scheppen van ruimte voor verandering van onderop.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek, auteur. (PL) Mijnheer de Voorzitter, in de ontwerpresolutie verwijzen we naar de Overeenkomst van Cotonou, en in het bijzonder naar het gedeelte over humanitaire hulp.

Ik moet u echter herinneren aan een ongelukkige gebeurtenis tijdens de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU in Ljubljana die een maand geleden plaatsvond. De compromisresolutie over Tsjaad van de Vergadering werd door de ACS-landen verworpen. En daar komt nog bij dat degenen die de verwerping van deze resolutie steunden, afgevaardigden waren uit buurlanden van Tsjaad, terwijl er in de tekst van het compromis toch rekening was gehouden met hun bezwaren. We konden moeilijk begrijpen waarom onze Afrikaanse partners besloten deze resolutie te verwerpen.

Ik hoop dat de resolutie van het Europees Parlement, die we over een paar minuten zullen aannemen, de kloof zal dichten die is ontstaan door het ontbreken van de langverwachte resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU. Ik denk dat we het allemaal eens kunnen zijn met de constatering van president Idriss Deby van Tsjaad dat de zorg voor 300 000 Sudanese vluchtelingen en 170 000 binnenlandse vluchtelingen in Tsjaad een zware last is. De Europese samenleving is zich dat bewust, en dat is de reden waarom veertien landen van de Europese Unie hebben besloten het mandaat van de VN-Veiligheidsraad ten uitvoer te leggen en te beginnen met het sturen van 4 000 soldaten naar Tsjaad.

We zijn blij dat de Europese Unie haar verantwoordelijkheid heeft genomen en zich op deze manier solidair heeft getoond, ook al mocht deze solidariteit zich wel wat verder uitstrekken. Veel van de veertien landen die hebben besloten deel te nemen aan de missie, waaronder, om er maar eens enkele te noemen, Ierland, Finland, Roemenië en Polen, hebben geen historische of economische banden met Tsjaad. Deze landen hebben door hulp te sturen naar Tsjaad niet alleen blijk gegeven van solidariteit, maar ook van onbaatzuchtigheid in hun verlangen hulp te bieden aan weerloze burgers, aan slachtoffers van het conflict in Darfur en van de binnenlandse strijd in Tsjaad, aan vluchtelingen in kampen aan de grens tussen Sudan en Tsjaad en aan personeel in humanitaire missies die in de regio werkzaam zijn.

Ik hoop dat deze missie effectief zal zijn bij het vinden van een oplossing voor het conflict en de mensen van Tsjaad en Sudan zal helpen, en wij wensen de mensen van Tsjaad succesvolle, vrije, democratische en transparante verkiezingen toe in 2009.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska , auteur. (PL) Mijnheer de Voorzitter, sinds 3 februari 2008 hebben we geen enkele informatie meer gekregen omtrent het lot van Ibni Oumar Mahamat Saleh, de woordvoerder voor het Verbond van politieke partijen voor de verdediging van de grondwet.

Marteling, gevangenneming en verschillende soorten onderdrukking worden systematisch ingezet tegen de oppositie. Er zijn beperkingen ten aanzien van de vrije meningsuiting en het recht op een vrij proces is ook beperkt. De ordestrijdkrachten alsmede gewapende groepen uit Sudan bedreigen burgers en vallen humanitaire organisaties aan, vooral in het oostelijk deel van Tsjaad.

In Tsjaad zijn meer dan 250 000 vluchtelingen uit Sudan en zo’n 57 000 vluchtelingen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek, naast vluchtelingen uit Darfur. Het conflict in Darfur is overgewaaid naar Tsjadische bodem. Het gewapend conflict gaat gepaard met een humanitaire catastrofe: er is niet voldoende voedsel voor de vluchtelingen, de prijs van voedsel gaat plotseling omhoog, nauwelijks 20 procent van de kinderen gaat naar school, kinderen worden gedwongen dienst te nemen bij de strijdkrachten en geweld tegen kinderen komt steeds meer voor, vooral seksueel gemotiveerde aanvallen op meisjes.

Het is van vitaal belang de vluchtelingen in staat te stellen naar huis terug te keren. Het is van vitaal belang niet alleen het gewapende conflict in Tsjaad, maar ook de gevolgen van de crisis in Darfur te stoppen. Alleen een resolutie over de gewapende conflicten kan mogelijk een kans bieden de 4,5 miljoen mensen in Darfur en het oosten van Tsjaad te helpen. Alleen een eind aan de oorlog kan het mogelijk maken de schendingen van de mensenrechten te verminderen.

Beelden van uitgemergelde vrouwen die buiten voor hun uitgebrande huizen zitten met hongerige kinderen op hun arm, beelden die tijdens de Tweede Wereldoorlog algemeen waren in Polen en in andere Europese landen, zijn nu een dagelijkse realiteit in Tsjaad en Sudan. Europa is in staat gebleken deze tragische omstandigheden te boven te komen. Laten wij de mensen van Tsjaad en Sudan helpen hoop te herwinnen. Laten we verdere gewapende strijd stoppen met een vredesmissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis, auteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, Tsjaad, de op vier na grootste staat in Afrika, kent een zeer moeilijke postkoloniale geschiedenis. Burgeroorlog, guerrillaoorlogen, militaire staatsgrepen, religieuze en etnische geschillen, in combinatie met een vijandige, halfwoestijnachtige omgeving en een problematische regio, hebben geleid tot bijna voortdurende onrust in het land. Dientengevolge – en ondanks het feit dat Tsjaad rijk is aan goud, uranium en olie – is het een land dat gebukt gaat onder extreme armoede en de daaruit voortvloeiende slechte gezondheidssituatie en sociale omstandigheden.

Het huidige regeringsregime, onder leiding van president Deby, die aan de macht kwam na een coup in 1990 en dankzij een aantal dubieuze electorale overwinningen sindsdien aan de macht bleef, is naar verluidt betrokken bij talrijke gevallen van ernstige onderdrukking en vervolging jegens politici van de oppositie, mensenrechtenactivisten en journalisten. Er zijn gevallen bekend van willekeurige arrestaties, marteling en buitengerechtelijke executies.

Laten we hopen dat deze ontwerpresolutie de heer Deby en alle andere betrokken partijen in dat moeilijke deel van de wereld een duidelijke boodschap zal sturen dat de tijd is aangebroken voor een nationale verzoening, voor het versterken van democratische processen en respect voor mensenrechten. Tegelijkertijd wil deze resolutie de mensen van Tsjaad ervan proberen te verzekeren dat de Europese Unie aan hun kant staat in hun uur van nood en haar uiterste best zal blijven doen om te helpen vrede en voorspoed te realiseren voor alle burgers in hun land.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Anne Isler Béguin, auteur. (FR) Mijnheer de commissaris, dames en heren, volgens consistente getuigenverklaringen werd Omar Mohamed Saleh op 3 februari 2008 thuis gearresteerd door gewapende mannen in uniform.

Sindsdien is er van officiële zijde niets meer vernomen en zijn familie is bang dat hij na zijn arrestatie koelbloedig werd geëxecuteerd. We mogen niet toestaan dat we nog langer in het ongewisse blijven en president Idriss Deby dient de informatie door te geven die hij heeft.

We doen daarom met name een beroep op de Franse regering, die zoals we weten de president van Tsjaad te hulp is geschoten, alle mogelijke informatie te verwerven over het verdwijnen van Mohamed Saleh, over wie we ons uitermate veel zorgen maken, en over het lot van alle andere politieke gevangenen. Dat kan in geen geval de tragische situatie verhullen van meer dan een miljoen mensen die tussen twee vuren zijn terechtgekomen.

Daarom is het zaak de dialoog te openen tussen alle partijen: de regering van Tsjaad, de oppositie en de rebellen waarmee de regering is overeengekomen in 2009 vrije verkiezingen te houden volgens internationale normen. Het doel van de EUFOR-missie is de vrede te bewaren tussen Tsjaad en Sudan en de veiligheid te waarborgen van de humanitaire operaties die erop zijn gericht vluchtelingen van alle partijen te helpen. Deze missie kan niet slagen zonder de actieve deelname van alle Europese landen.

Omdat EUROFOR een groot contingent Franse strijdkrachten omvat, is het daarnaast essentieel een onderscheid te maken tussen het plan-Epervier en de Europese strijdkrachten. Ook is het voor de miljoenen vluchtelingen noodzakelijk, als een eerste noodmaatregel, maar ook op de lange termijn voor de landen in Centraal Afrika, de politieke stabiliteit te herstellen door een staakt-het-vuren, het heropenen van de dialoog en respect voor de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola , namens de PPE-DE-Fractie. (FI) Mijnheer de Voorzitter, de resolutie legt de nadruk op de twee terreinen van de crisis waarop de regering en de internationale agentschappen hun aandacht dienen te vestigen. Ten eerste is de humanitaire crisis wijdverspreid en de hulporganisaties rapporteren nu al lange tijd over het groeiende aantal binnenlandse vluchtelingen. De lage veiligheidsniveaus in de vluchtelingenkampen, het wijdverbreide seksuele geweld, en de moeite die het kost voedselhulp te bieden, hebben de situatie zelfs nog kritieker gemaakt. Ten tweede zijn er ernstige beperkingen voor wat betreft de vrijheid van meningsuiting en veel journalisten moesten Tsjaad verlaten uit angst gearresteerd te worden. Aanhangers van de politieke oppositie zijn bedreigd en zijn verdwenen. Dit feit blijft vaak onderbelicht in vergelijking tot de humanitaire crisis, maar als er op dit terrein verbetering zou komen, zou dat een belangrijke stap op weg naar een stabieler regime zijn.

Een echte oplossing vereist natuurlijk een sterke politieke wil en concrete actie op grote schaal. Net zo belangrijk echter is het tijd en moeite te investeren in de kinderen van Tsjaad en hun toekomst door met kracht te proberen te voorkomen dat ze in de gewapende bendes van de opstandelingen worden opgenomen en te investeren in hun basisscholing, waar bijvoorbeeld ook de studie van de mensenrechten deel van kan uitmaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Katrin Saks, namens de PSE-Fractie. (ET) Ook mijn toespraak sluit aan bij die van de vorige spreker. Ik wilde ook een uiterst belangrijk punt op de agenda van vandaag zetten en dat is nu net de situatie van kinderen in crisisgebieden. Een groot aantal, zo niet het leeuwendeel van de honderdduizenden mensen die dakloos achterbleven, zijn kinderen. En hoe ziet hun dagelijks leven eruit? We hebben allemaal de ontmoedigende beelden gezien op onze televisieschermen.

De Europese Unie heeft natuurlijk een verplichting solidariteit te betonen met de hele natie, maar we moeten proberen onze aandacht op de kinderen te focussen omdat die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Het is deprimerend dat slechts een op de vijf kinderen in Tsjaad naar school gaat en dat duizenden en duizenden van hen wapens dragen.

Ik steun het plan om de mensenrechten tot een integraal onderdeel van het onderwijspakket te maken dan ook volledig. Het is belangrijk voor de regering van Tsjaad om alles te doen wat ze kan om te voorkomen dat kinderen worden gerekruteerd door groepen rebellen; het belang van de rol van EUFOR zal hierbij doorslaggevend blijken te zijn, bijvoorbeeld als het erom gaat te communiceren met gemeenschapsleiders en ervoor te zorgen dat ze hun aandacht richten op de situatie van de kinderen in dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Urszula Krupa, namens de IND/DEM-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, dit debat van vandaag gaat over schendingen van de mensenrechten in Tsjaad. De situatie hier is net zo dramatisch als in Darfur, Sudan of de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar naast de conflicten die worden ingegeven door verschillen in afkomst, taal of religie, ook sprake is van andere belangenconflicten, die vooral te maken hebben met politiek en olie.

Afrikaanse landen die economisch arm en slecht ontwikkeld zijn, ook al zijn ze rijk aan grondstoffen, zoals ruwe olie, kostbare edelstenen en metalen, worden niet alleen een toneel voor de handel in deze bronnen of in drugs, maar ook een levendige markt voor de verkoop van wapens, een van de voornaamste redenen voor de schending van mensenrechten. In een sfeer van toenemende conflicten en strijd buiten veel gewetenloze plaatselijke en buitenlandse handelaren deze situatie uit, en verrijken zichzelf ten koste van chaos, vluchtelingen en het lijden van miljoenen onschuldige mensen en zelfs genocide, verkrachting en de uitbuiting van vrouwen en kinderen.

De situatie verergert door de passiviteit van de internationale gemeenschap, die wordt geleid en uitgebuit door de grote mogendheden die hun belangen op het wereldtoneel uitspelen. Humanitaire missies van verschillende soort kunnen weinig doen om te helpen, en gaan soms zelfs in tegen hun oorspronkelijke doelstellingen en roeping. Zo’n situatie lijkt hopeloos zolang leven en menselijke waardigheid het afleggen tegen praktisch materialisme, liberalisme en de groeiende beschaving van de dood die soms zelfs wordt gepropageerd door zogenaamde humanitaire organisaties onder het mom van voorlichting over gezonde seksuele praktijken en voortplanting.

Daarom kunnen verschillende resoluties en rapporten misschien helpen het geweten van hun auteurs te sussen, maar zullen ze de situatie in Afrika niet verbeteren totdat de Afrikaanse leiders en de grootmachten van zowel oost als west ophouden te profiteren van de oorlog en de groeiende haat op het Afrikaanse continent.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ondanks de ondertekening een jaar geleden van een overeenkomst tussen alle politieke partijen in Tsjaad om het democratische proces te versterken, en ondanks het latere niet-aanvalsverdrag met de Sudanese autoriteiten, is de situatie nog steeds erg gespannen. Regeringstroepen botsen geregeld met rebellen uit de gewapende groeperingen uit Darfur, die transporten met humanitaire hulp aanvallen. De noodtoestand wordt gebruikt om de oppositie ongestraft vast te zetten en om strenge beperkingen op de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting op te leggen.

Vooral een reden tot zorg is de verslechterende humanitaire situatie in het land waar zich, ten gevolge van het conflict in Darfur en de gevolgen daarvan over de grens, meer dan 300 000 vluchtelingen in twaalf kampen langs de oostgrens tussen Tsjaad en Sudan bevinden. Als gevolg van de voortdurende gevechten worden voedselleveranties aan de kampen belemmerd en worden vluchtelingen gedwongen om onder erbarmelijke omstandigheden te vegeteren. Als gevolg van massaverplaatsingen is de burgerbevolking ten prooi aan agressie en schendingen van fundamentele mensenrechten.

In het licht van de duidelijke impasse in het stabiliseren van de situatie in Tsjaad zouden internationale instellingen hun inspanningen om de dialoog tussen alle partijen in het conflict te bevorderen, kracht bij moeten zetten. Slechts een wereldwijde overeenkomst biedt de kans om een humanitaire ramp in het land af te wenden. Het is van vitaal belang de missie van de Europese strijdkrachten zo snel mogelijk te beginnen teneinde de humanitaire activiteiten in de regio op te voeren en te zorgen voor een betere bescherming voor de burgerbevolking en voor de vluchtelingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag nogmaals willen verwijzen naar de resolutie van Ljubljana, waar onze Afrikaanse collega’s tegenstemden. Ik was echt teleurgesteld en bedroefd. Ik denk en hoop dat de waarden voor Afrika niet uit China komen met de agressieve economische invasie van dat land, waarvan we momenteel getuige zijn.

We weten niet hoe we onze Afrikaanse partners moeten benaderen als zij Tsjaad op deze manier behandelen, maar één ding is wel duidelijk: we moeten ze overtuigen van het belang van de mensenrechten. Dat is de enige keuze die we hebben. Het lijkt erop dat dit een lang en kostbaar proces zal worden, maar we hebben geen andere keuze.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). – (SK) Ook ik wil dat mijn stem wordt gehoord in het debat over de complexe situatie waarin de mensen in Tsjaad zich bevinden. Zoals we uit het laatste nieuws hebben begrepen, zijn er naast de 300 000 vluchtelingen in de oostelijk delen van het land 200 000 binnenlandse ontheemden die onder voor de mens nauwelijks geschikte omstandigheden in deze kampen leven en die met een humanitaire crisis worden geconfronteerd.

Als we rekening houden met het gebrek aan voedsel en geneesmiddelen, met het dramatische misbruik van het feit dat deze mensen hun vrijheid hebben verloren, met de verspreiding van drugsgebruik en ziekten onder de mensen die onder deze omstandigheden worden vastgehouden, hebben we geen andere optie dan steun voor het democratisch proces te vragen en met hulp van de Europese strijdkrachten de nederlaag van de rebellen te verlangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Armando Veneto (PPE-DE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hoewel er overeenstemming werd bereikt over een gezamenlijke ontwerpresolutie, werd deze op de Paritaire Vergadering in Ljubljana van Afrikaanse zijde verworpen.

Het drama ligt in de motivering die daarvoor werd aangedragen, namelijk dat de delegatie van Tsjaad ontbrak, zo werd althans gesteld. Dat was duidelijk een smoes en die smoes werkte, maar moest de realiteit van de feiten verhullen, te weten waarom men van Afrikaanse kant de resolutie afwees. Wat dat in concreto betekent, is dat het politiek opportunisme zegevierde over de fundamentele mensenrechten en de bescherming en het garanderen van de fundamentele vrijheden.

Ik denk dat de waarde van Europa, en van de nieuwe geschiedenis die Europa schrijft, erin gelegen is dat het niet alleen toekijkt, maar er ook voor strijdt dat niet eigenbelang maar de mensenrechten zegevieren over alle trucjes van de politiek. In mijn opinie moeten we dat steunen en bekrachtigen en moet dat weer een blauwdruk worden voor de levenskracht van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bowis (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, enkele jaren geleden nog maar was ik met een delegatie in Tsjaad, in de nasleep van de burgeroorlog en het geweld daar en zag ik het optimisme dat voortkwam uit de komst van olie en van de pijpleiding. Tot dan toe bestond de rijkdom van dat land uit de mangobomen van een dorp, niks meer, en olie gaf dit land een kans. De internationale gemeenschap hield er op een zodanige manier toezicht op, dat we hoopten dat dit stabiliteit en welvaart zou brengen en een toekomst voor dit land. Nu is het een puinhoop, en het is een puinhoop deels door externe factoren - Darfur en dergelijke -, en, laat ik eerlijk zijn, deels door binnenlandse factoren, zoals de corruptie, het slechte bestuur en het geweld.

Als gevolg daarvan zijn het de mensen in Tsjaad die lijden, en we moeten iedereen, internationaal, nationaal en lokaal, aansporen samen te werken om deze crisis te stoppen, en dan een nieuwe toekomst op te bouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). – (CS) Dames en heren, deze week hebben we de Chinees-Afrikaanse relaties besproken. De situatie in Tsjaad is maar één voorbeeld van de manier waarop olie een reden kan worden om wapens te kopen. Tenzij we China, dat een lid is van de VN-Veiligheidsraad, aan kunnen sporen zijn buitenlands en handelsbeleid om te vormen van een zogenaamd beleid zonder voorwaarden tot een beleid met voorwaarden en zich aan ons aan te passen, zullen we ons gebrek aan middelen om voldoende hulp te bieden aan honderdduizenden vluchtelingen en gewonden zwaar betreuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Androula Vassiliou, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij steunen de oproep van de leden tot een herstel van het politieke proces in Tsjaad en tot een diplomatieke oplossing voor de spanningen tussen Tsjaad en Sudan volledig.

Wat betreft het binnenlandse politieke proces verwelkomen we de benoeming van een nieuwe minister-president, de heer Abbas. Naar onze mening was zijn verklaring op 18 april een eerste veelbelovend signaal dat zou kunnen leiden tot een normalisatie van de betrekkingen tussen de regering en de ongewapende oppositie.

We zijn derhalve hoopvol gestemd dat de grondwet van de nieuwe eenheidsregering van 23 april, waar vier belangrijke ministersposten aan onbewapende oppositiepartijen uit de het Verbond van politieke partijen voor de verdediging van de grondwet (la Coordination des partis politiques pour la défense de la Constitution (CPDC)) werden gegeven, de weg zullen effenen voor het opnieuw aangaan van een uitvoerigere dialoog op basis van de politieke overeenkomst van 13 augustus 2007.

Commissaris Michel behoorde tot de eersten die hun bezorgdheid uitspraken over de verdwijning van bij de couppoging van begin februari betrokken leden van de oppositie en ertoe opriepen oppositieleiders die werden vastgehouden door de Tsjadische autoriteiten, onmiddellijk vrij te laten. Net als vele sprekers vandaag blijven wij om opheldering vragen over de situatie van de heer Ibni Saleh, woordvoerder van het CPDC.

In dit opzicht streeft de Europese Commissie ernaar om in haar rol van internationaal waarnemer van de Nationale onderzoekscommissie duidelijkheid te verschaffen omtrent deze verdwijningen, hetgeen vertrouwen in het politieke proces zal helpen wekken.

Wat betreft het politieke proces zorgen we er via ons tiende Europees Ontwikkelingsfonds en Stabiliteitsinstrument voor dat Tsjaad de mogelijkheid krijgt eind 2009 parlementsverkiezingen te houden, zoals voorzien in de overeenkomst van 13 augustus 2007. Die omvat steun voor verkiezingsvoorbereidingen en het houden van een nationale volkstelling. Tsjaad is ook opgenomen als land waar vervolgens een mogelijke Europese verkiezingswaarnemersmissie in 2009 naartoe moet worden gestuurd, als aan alle voorwaarden voor zo’n inzet wordt voldaan.

Wat betreft de betrekkingen tussen Tsjaad en Sudan, zij opgemerkt dat de kwestie van de rebellengroeperingen alleen kan worden beschouwd als onderdeel van de bredere situatie, en we zijn bemoedigd door de recente vergadering in Libreville van de contactgroep, die in het leven werd geroepen op grond van het Akkoord van Dakar, tussen Tsjaad en Sudan. Wij geloven dat dergelijke aanhoudende diplomatieke inspanningen van wezenlijk belang zijn om de twee landen te kalmeren.

Onze humanitaire hulp in Oost-Tsjaad gaat door (elk jaar met gemiddeld 30 miljoen euro) en de behoeften worden adequaat gedekt. De humanitaire hulp en de beveiliging van de kampen voor de vluchtelingen en de binnenlandse ontheemden zal dankzij de inzet van EUFOR/MINURCAT stijgen. Als aanvulling hierop zal ons Programme d’Accompagnement à la Stabililisation de l’Est du Tchad toch de situatie steunen in gebieden in het oosten van Tsjaad en het noorden van de Centraal-Afrikaanse Republiek, vooral waar het gaat om toegang tot drinkwater en voedselzekerheid. Het kan namelijk zijn dat binnenlandse ontheemden en vluchtelingen hierheen willen terugkeren. De activiteiten in het kader van dit programma zullen beginnen voordat het regenseizoen begint.

Gezien het succes van de MINURCAT-missie als zijnde cruciaal voor het beschermen van de stabiliteit en de ontwikkeling van Tsjaad op de lange termijn, zoals af te leiden valt uit onze bijdrage van 10 miljoen euro aan de MINURCAT-operatie, zijn we bemoedigd door het feit dat de opleiding voor de eerste 77 bevelhebbers van het Détachement intégré de sécurité van start is gegaan..

Om de voortgang te helpen vastleggen, zal ons tiende Europees Ontwikkelingsfonds 25 miljoen euro ter ondersteuning van de hervorming van de justitiële sector omvatten, inclusief de ontwikkeling van de politiemacht, alsmede een extra 25 miljoen euro voor de hervorming van de beveiligingssector.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt na de debatten plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE) , schriftelijk. (IT) De situatie in Tsjaad is nu kritiek geworden. Gewapende groepen uit Sudan voeren aanvallen uit in het oosten van het land en maken zich schuldig aan lukrake moord, geweld en verkrachting, vooral onder de zwakkere groepen van de bevolking, terwijl de regering daar op generlei wijze op reageert. Van de andere kant heeft de zichtbare moeite die men heeft om het groeiend aantal vluchtelingenkampen te beheren dat vluchtelingen opvangt uit de regio Darfur de autoriteiten aldaar ertoe gebracht een nationale noodtoestand uit te roepen. Deze regio wordt bedreigd door het conflict dat in het land is gerezen tussen de regering en de krachten van de oppositie aangaande de geldigheid van de verkiezingen.

Het eerste resultaat van die maatregel, zo rapporteert Amnesty International, is geweest dat er een ad-hoccomité in het leven werd geroepen om kranten en radiostations te censureren. Behalve dat dit leidde tot een reeks arrestaties van journalisten en politieke opponenten, heeft dit geleid tot het verdwijnen van de woordvoerder voor de Partij ter verdediging van de grondwet.

Deze escalatie van geweld dient absoluut te worden gestopt. De Europese instellingen hebben de taak, de middelen en de verantwoordelijkheid overal ter wereld de mensenrechten te garanderen en te verdedigen, met name in bepaalde regio’s als Tsjaad, waar burgers al lijden onder humanitaire crises en aanvallen van buiten.

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 21 oktober 2008Juridische mededeling