De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0164/2008) van de heer Berlato, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 wat de overdracht van steun voor tabak naar het Communautair Fonds voor tabak voor de jaren 2008 en 2009 betreft en van Verordening (EG) nr. 1234/2007 wat de financiering van het Communautair Fonds voor tabak betreft (COM(2008)0051 - C6-0062/2008 - 2008/0020(CNS)).
Sergio Berlato, rapporteur. − (IT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, het voorstel van de Commissie beoogt in wezen vijf procent van de voor de kalenderjaren 2008 en 2009 toegekende steun voor tabak te blijven inhouden en deze middelen te gebruiken om de financiering voort te zetten van het Communautair Fonds voor tabak, waarvan het enige doel is initiatieven op het gebied van voorlichting te financieren om de kennis van de Europese burgers over de schadelijke gevolgen van tabaksverbruik te verbeteren.
Op de eerste plaats lijkt het me goed om een paar objectieve bevoegdheden aan te stippen. De overdracht van GLB-steun naar het Fonds is een zeldzaam en positief voorbeeld van integratie en van samenwerking tussen het landbouw- en het gezondheidsbeleid van de Europese Unie. Aangezien de activiteiten van het Fonds van belang zijn voor de burgers van de Unie en – zoals de Commissie heeft onderstreept – dat ook in de toekomst zullen zijn, zien we voortzetting van de financiële steun als een noodzaak voor 2007 en voor 2009.
De inhouding van aan boeren toegekende gekoppelde steun is altijd de enige financieringsbron geweest van het Communautair Fonds voor tabak. De financiële grondslag voor deze inhouding is aanzienlijk ingekrompen sinds de hervorming van de GMO tabak en het besluit van sommige lidstaten om te kiezen voor een volledige ontkoppeling, waardoor ze het Fonds geheel beroven van de inkomsten uit deze inhoudingen. Het is noodzakelijk om door middel van een verlenging van de toepassingstermijn van de inhouding en een verhoging van het percentage, voldoende middelen uit het Fonds beschikbaar te maken om programma’s te financieren zonder de begroting van de EU verder te belasten, en dit in ieder geval tot het einde van de lopende ramingen, en tegelijkertijd te zoeken naar andere manieren om het Fonds te financieren.
Een van de positieve aspecten van het financieringsmechanisme van het Fonds is de bepaling dat ten minste 25 procent van het totaalbedrag voor de goedgekeurde projecten moet worden medegefinancierd door erkende bedrijven, waardoor de beschikbaarheid van extra middelen wordt gewaarborgd. De Commissie landbouw heeft deze kwesties regelmatig besproken en houdt vast aan de eigen lijn: rookbeperkingen aanscherpen en ieders bewustzijn van de schadelijke gevolgen van roken voor de menselijke gezondheid verbeteren.
Anderzijds beseffen we ons terdege, zoals reeds tot uiting kwam in de wetgevingsresolutie van het Parlement van 10 maart 2004, dat de omvang van de Europese productie van ruwe tabak, die inmiddels beperkt is tot enkele specifieke gebieden in de EU, minder dan vier procent van de wereldproductie uitmaakt en geen enkel effect heeft op het lokale verbruik van rookwaren.
Hoewel dit onderwerp niet centraal staat in het debat van vandaag, moeten we toch niet vergeten dat de Europese Unie de grootste importeur van ruwe tabak ter wereld is en zeventig procent van haar behoefte betrekt uit derde landen als Brazilië, Malawi, Argentinië, Indonesië, Zimbabwe, India en China, waar de tabaksteelt veelal aan minder scherpe controles onderhevig is dan in Europa. Dit heeft tevens een tekort op de handelsbalans van ruim 1,2 miljard euro per jaar tot gevolg.
Anderzijds is in de lidstaten waar de tabakssteun volledig ontkoppeld is en waar geen overdracht meer naar het fonds plaatsheeft, de productie helemaal gestaakt, zonder dat er vervangende bedrijvigheid en werkgelegenheid is ontstaan. Dit heeft uiterst negatieve gevolgen gehad voor het gehele plattelandsgebied in kwestie, terwijl het plaatselijke verbruik van rookwaren niet is veranderd.
Wat de voorgestelde inhouding op de steunbedragen voor het kalenderjaar 2008 betreft, denkt de Commissie landbouw – aangezien de tabaksteeltcontracten voor het oogstjaar 2008 al enige tijd geleden gesloten zijn – dat goedkeuring van het voorstel tot een hele reeks rechtszaken zou kunnen leiden, hetgeen uiteindelijk alleen maar zeer nadelig voor de landbouwers zou uitpakken.
Tot slot denkt de Commissie landbouw dat er, als de inhouding ten gunste van het Fonds tot het oogstjaar 2012 wordt verlengd en tot zes procent wordt verhoogd, voldoende geld beschikbaar komt om de activiteiten van het Communautair Fonds voor tabak tot het jaar 2013 te financieren. Zij roept de Commissie daarom op een meerjarig programma te formuleren dat, mits adequaat gewijzigd aan de hand van de hier voorgestelde amendementen, kan beschikken over een budget van 81 miljoen euro zonder de begroting van de Unie verder te belasten.
Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil allereerst de rapporteur, de heer Berlato, bedanken. Ik vind het enthousiasme waarmee u vanavond uw toespraak hebt gehouden, zeer stimulerend. Ik wil ook de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling bedanken voor het verslag over het Communautair Fonds voor tabak.
In 2004 heeft de Raad de tabakshervorming vastgesteld die de gedeeltelijk gekoppelde en gedeeltelijk losgekoppelde betalingen aan tabaksproducenten in de periode van 2006 tot 2009 beperkte. De hervorming kent een relatief lange overgangsperiode, omdat de gedeeltelijk gekoppelde steun tot 2009 mag doorlopen. Zoals u terecht hebt opgemerkt, hebben we echter gezien dat enkele lidstaten ervoor hebben gekozen volledig te ontkoppelen vanaf 2006, toen de hervorming van kracht werd.
De hervorming van 2004 omvatte ook de overdracht van een percentage van de tabakssteun voor de jaren 2006 en 2007 van de tabaksproducenten naar het Communautair Fonds voor tabak. Het voorstel van de Commissie verlengt deze overdracht van een percentage van de tabakssteun naar het Fonds voor tabak tot het kalenderjaar 2009.
Ik ben heel blij met de steun voor de overdracht van een deel van de tabakssteun naar het Communautair Fonds voor tabak. Uw verslag benadrukt terecht het grote belang die de maatregelen die dit fonds uitvoert, voor het Europese publiek hebben. Dit zijn maatregelen die zijn gericht op de bevordering van informatie-initiatieven over de schade die tabak kan veroorzaken.
Uw verzoek om de overgangsperiode te verlengen tot 2012 levert echter een groot probleem op. Zo’n verlenging van het gedeeltelijk gekoppelde overgangsregime gaat volledig in tegen de filosofie van wat de Commissie morgen zal voorstellen in haar mededeling over de “gezondheidscontrole”, die juist in de richting gaat van meer ontkoppelde betaling, om de boeren de vrijheid te geven te produceren wat de markt wenst.
Voor zover ik heb vernomen, hebben de lidstaten die hebben besloten de betaling aan tabaksproducenten vanaf het begin volledig te ontkoppelen, dit gedaan omdat het voor de boeren winstgevender was de sector te verlaten; het was, misschien vanwege de kwaliteit van de tabak, moeilijker een fatsoenlijke prijs te krijgen.
In 2004 is ook overeengekomen dat vijftig procent van de steun van de Gemeenschap aan de tabakssector naar de maatregelen voor plattelandsontwikkeling zou gaan. Hiermee zal een begin worden gemaakt in het begrotingsjaar 2011 en deze steun zal als extra communautaire steun naar de tabaksproducerende regio’s gaan. Het is belangrijk op te merken dat deze steun is geoormerkt voor de tabaksproducerende regio’s. Op basis hiervan is in de programma’s voor plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 al een jaarlijks bedrag van 484 miljoen euro opgenomen voor de lidstaten die onder de tabakshervorming vallen.
Het kan dus niet als een verrassing komen dat ik geen verlenging van het gedeeltelijk gekoppelde overgangsregime kan voorstellen, vanwege de overeenkomst die door alle tabaksproducerende lidstaten werd ondersteund toen dit pakket over mediterrane producten in 2004 werd overeengekomen. Ik kijk echter uit naar een zeer geanimeerde, interessante discussie vanavond.
Wiesław Stefan Kuc, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. − (PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, de subsidiëring van de tabaksproductie terwijl tegelijkertijd het roken van tabaksproducten wordt bestreden, is al vele jaren onderwerp van controverse. Het Communautair Fonds voor tabak, dat momenteel vijf procent van de tabakssteun ontvangt, dient echter om onderzoek te financieren naar het tegengaan van de effecten van roken, propagandacampagnes en het scholen van tabaksproducenten met het oog op hun overschakeling op andere productie.
Ik ben de rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie inzake het verslag Berlato. Voortzetting van de financiering van het Communautair Fonds voor tabak gedurende de komende twee jaar is volledig terecht. Het is echter maar de vraag of de redenen voor het bestaan van het fonds na die tijd zullen verdwijnen. We weten immers dat mensen roken en zullen blijven roken. Ze zullen blijven roken, of we in Europa nu tabak produceren of niet. Het probleem verdwijnt niet, zelfs niet als we stoppen met de subsidiëring van tabaksproducenten. Het fonds moet daarom blijven bestaan. Het enige dat kan worden gewijzigd, is de manier waarop het wordt gefinancierd.
Ioannis Gklavakis, namens de PPE-DE-Fractie. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat de commissaris vandaag hier aanwezig is, want ik denk dat zij een rechtvaardig iemand is. Ik zal dit toelichten.
Laat ik mijn collega in de Begrotingscommissie er allereerst op wijzen dat we tegen roken en voor een grootschalige antirookcampagne zijn. Als mensen echter blijven roken en er een bijbehorende vraag naar tabak is, hoeven we die tabak niet uit derde landen in te voeren. Laten we die tabak in Europa produceren.
Ik feliciteer de heer Berlato met zijn verslag en sta er volledig achter. Ik verzoek de financiering vanuit het Communautair Fonds voor tabak voort te zetten. Commissaris, wij boeren hebben de 1 procent verhoging van de inhouding die naar het fonds voor publieksinformatie tegen het roken gaat, vlot geaccepteerd, ook al gaat het om geld dat van ons wordt afgenomen. We aanvaarden dit graag. We vragen u echter wel de status-quo met betrekking tot tabak tot 2013 te handhaven.
Commissaris, u bent een rechtvaardig iemand. Waarom zouden alleen tabakstelers worden gediscrimineerd? We verzoeken u daarom dit te herroepen en de status-quo tot 2013 te handhaven. Tabakstelers behoren voorts, zoals u weet, in alle landen tot de armste boeren, vooral in mijn eigen land; ze komen vaak uit de armste, meest aangetaste regio’s, waar in veel gevallen niets anders kan worden geteeld. Als we dit regime beëindigen en de steun stopzetten, zullen deze regio’s ten prooi vallen aan woestijnvorming en achteruitgang van het milieu.
Ik verzoek daarom de status-quo te handhaven overeenkomstig het verslag Berlato, zijn aanbevelingen en mijn eigen aanbevelingen. Commissaris, ik weet dat u een rechtvaardig iemand bent, dus ik denk dat we op uw steun voor ons voorstel kunnen rekenen.
Alejandro Cercas, namens de PSE-Fractie. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, dank u wel, commissaris, dat u hier aanwezig bent. Ik sprak de president van mijn regio, die een hoge dunk van u heeft, en ik kan dat hier vandaag bevestigen.
Ik spreek namens mijzelf en namens de schaduwrapporteur van mijn fractie, mevrouw Miguélez, onze steun uit voor de heer Berlato, omdat zijn standpunt het redelijkst lijkt.
Het verslag Berlato gaat uitsluitend over het Communautair Fonds voor tabak, het communautair fonds voor de bestrijding van roken. Het vraagt meer tijd en geld voor deze campagne. Zelfs leden van dit Huis die tegen premies voor tabak zijn, zouden daarom voor dit verslag moeten stemmen, want het beoogt de tijd en de reikwijdte van de strijd tegen tabak te verruimen.
Het woord tabak roept bij veel leden van dit Parlement echter zulke sterke gevoelens op dat ze in de war raken. Ze verwarren het Communautair Fonds voor tabak met de communautaire premies en zeggen dat we vragen de premies voort te zetten. Dat is niet zo. We hebben het over de situatie van het fonds tot 2013.
Ze verwarren productie met verbruik. Het probleem in Europa is niet de productie. Europa produceert maar heel weinig tabak. Het probleem van Europa is het verbruik van tabak die van buiten Europa wordt ingevoerd.
Ze verwarren tabak met roken. Dat is vergelijkbaar met het verwarren van alcohol en alcoholisme. De plant, die een landbouwgewas is, heeft veel toepassingen, onder meer medicinale, terwijl roken een ziekte is.
Als ze het verbruik willen uitroeien, moeten ze hun aanvallen veel meer richten op de import, de verwerking, reclame en de reusachtige tabaksindustrie als geheel, in plaats van op de arme arbeiders in mijn land, die slechts vijf procent van de in Europa gerookte tabak telen.
Tot slot, commissaris, financieren we tabak niet voor de lol. We financieren tabak omdat de tabaksteelt veel banen schept, niet alleen onder tabaksproducenten, maar ook daarbuiten in de betrokken districten als geheel. Veel tabaksproducenten willen eigenlijk stoppen met produceren, omdat ze meer verdienen als ze niet werken. De districten in kwestie gaan echter ten onder als deze duizenden banen voor vrouwen en immigranten er verloren gaan, zoals is gebeurd in andere gebieden in Europa.
Ze vragen alleen maar om meer tijd om hun boerenbedrijven te reorganiseren.
Commissaris, dank u wel voor uw geduld. Ik hoop dat u niet de heer Berlato de hand zult reiken, maar de arbeiders die naar dit Parlement kijken in de hoop dat het niet met twee maten zal meten. Ik hoop dat niemand hier datgene dat hij of zij graag wil zien, zal verwarren met de werkelijke situatie. Ik hoop ook dat niemand hier eigen belangen boven de belangen van deze eenvoudige mensen zal stellen.
Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik heb de indruk dat, zoals ze dat in Westfalen zeggen, het hier “een worst naar een zijde spek wordt gegooid”, waarmee wordt bedoeld dat een spiering wordt uitgeworpen om een kabeljauw te vangen. In andere woorden, het Communautair Fonds voor tabak wordt hier gebruikt in een poging de koppeling van de tabakspremie tot 2013 te waarborgen. Zoals we allemaal weten, wordt het fonds ook gebruikt om voorlichting over de schadelijke gevolgen van roken te financieren. Het fonds is hier in dit Parlement geïntroduceerd om de eigenlijke tabakspremies te steunen, omdat bij een meerderheid van de leden van dit Huis grote weerstand bestond tegen roken en veel leden zich afvroegen hoe we de tabaksteelt konden steunen, gezien de gevaren van roken.
Ik ben altijd voorstander geweest van de tabakspremie, omdat ik van mening ben dat de twee dingen geen verband met elkaar houden. We moeten dan ook niet hypocriet doen en proberen iets te doen om roken te bestrijden als we eigenlijk een ander doel nastreven, namelijk het behoud van de premie. Waar het hier om gaat, is niet het behoud van de premie. Het gaat in wezen om de gekoppelde premie, en het doel is ontkoppeling te voorkomen. We doen altijd alsof ontkoppeling tabakstelers zou beroven van hun premie. We weten dat dit niet waar is. We hebben deze hele kwestie zelfs al eerder besproken in verband met katoen. Bedrijven zullen betalingen blijven ontvangen. Het enige verschil is dat ze niet langer verplicht zullen zijn tabak te telen, en ik denk dat dit hout snijdt.
Ik herinner me een reis naar het noorden van Griekenland met de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, waarop we de allerarmsten hebben bezocht. We hebben toen de verarmde regio’s gezien. Deze waren echter niet arm door de ontkoppeling, die toen nog niet was ingevoerd, maar doordat de tabaksindustrie de telers in deze regio’s geen redelijke prijs voor hun tabak betaalde en de premies die indertijd werden betaald, zelfs gebruikte om de prijzen zover naar beneden te drukken dat tabakstelers helemaal niets overhielden van hun premie. We vonden dat indertijd ongelofelijk en vroegen ons af waarom de telers in die regio, die kruidige tabakssoorten teelden, die in de hele wereld worden gebruikt als speciale tabak in blends voor sigaretten, niet voldoende betaald kregen om in hun onderhoud te kunnen voorzien met tabaksteelt alleen, ongeacht de premies.
Als tabak in sommige regio’s als gevolg van de ontkoppeling niet meer wordt geteeld of in sommige landen waar de tabakssteun al volledig is ontkoppeld, betekent dit niet dat er in deze regio’s geen alternatieven zijn, maar dat de telers de kosten van de tabaksteelt niet kunnen betalen. Wat hier dus nodig is, is een directe krachtmeting met de tabaksindustrie, zodat deze de telers eindelijk eens een fatsoenlijke prijs gaat betalen.
Commissaris, in de Europese Unie hebben we genoeg aan voorlichting over roken gedaan. Ik denk dat het beter zou zijn deze voorlichting aan anderen over te laten en deze middelen in plaats daarvan naar plattelandsontwikkeling en diversificatiemaatregelen voor deze arme regio’s te sluizen. Deze middelen moeten bovendien worden aangevuld om in deze regio’s andere banen te scheppen, naast die in de tabaksproductie.
Janusz Wojciechowski, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, besluiten waarover in dit Huis wordt gedebatteerd, hebben maar zelden voor zoveel mensen zulke grote gevolgen. We praten vandaag over het al dan niet voortbestaan van tabaksproducenten in Europa. De tabaksproductie is het middel van bestaan van circa twaalfduizend boeren en biedt, met inbegrip van seizoensarbeiders, werk aan bijna vierhonderdduizend mensen in zowel de oude als de nieuwe lidstaten. Het geval van Griekenland heeft al laten zien dat de zogenoemde hervorming van de tabakssector in feite neerkomt op liquidatie van de sector. De hervorming is een doodsvonnis voor 120 000 boerenbedrijven, voor het grootste deel kleine familiebedrijven. Ik ken zulke tabaksboerderijen in Polen, maar we vinden ze ook hier, aan de rand van Straatsburg. We hebben het over een ramp voor mensen die hun hele leven hebben gewijd aan de productie van tabak. Waarom zou hen hun middel van bestaan moeten worden ontnomen? De liquidatie van de tabaksproductie weerhoudt mensen er niet van te roken. Ze zullen gewoon sigaretten roken die zijn gemaakt van geïmporteerde tabak. Deze hervorming helpt niemand en schaadt velen.
Ik steun daarom volledig het verslag Berlato, dat terecht opkomt voor de tabaksproducenten, en ik sluit me aan bij de heer Gklavakis en de heer Cercas.
Diamanto Manolakou, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, de tabakstelers worden wreed vervolgd, want de antirookcampagne komt neer op een antitabaksbeleid. Als gevolg hiervan wordt tabaksteelt in de EU gezien als ongezond, terwijl ingevoerde tabak dat niet wordt. Dit is inconsequent, onwetenschappelijk en oneerlijk. De gevolgen van dit beleid zijn welbekend: ondanks de campagnes stijgt het percentage rokenden, terwijl de tabaksproductie in de EU scherp afneemt. Er gaan banen verloren, tienduizenden kleine en middelgrote tabakstelers gaan failliet, terwijl de tabaksinvoer is gestegen tot meer dan 1,2 miljard euro per jaar.
De tabaksteelt is in Griekenland afgenomen met 73 procent. Steeds meer tabakstelers zijn werkloos. Hele gebieden worden verlaten omdat er geen andere gewassen worden geteeld.
We vinden het van essentieel belang dat het voorstel voor de verordening die vanaf 2010 vijftig procent van de directe steun overdraagt naar de tweede pijler, wordt ingetrokken. Alle inhoudingen op subsidies moeten onmiddellijk worden afgeschaft om de tabaksteelt te laten voortbestaan, aangezien in zeventig procent van de vraag wordt voorzien door invoer. Subsidies moeten worden gekoppeld aan de productie; ze moeten een integraal deel uitmaken van gegarandeerde minimumprijzen die aansluiten bij de productiekosten van elke variëteit.
Aangezien het verslag Berlato positieve elementen bevat die dit alles steunen, zullen wij, de leden van de Communistische Partij Griekenland (KKE) in dit Huis, onze goedkeuring geven aan het verslag.
Hélène Goudin, namens de IND/DEM-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, de gesubsidieerde tabaksteelt is een duidelijk voorbeeld van de twee maten waarmee de EU en het Europees Parlement meten. De EU heeft trots verklaard dat prioriteit moet worden gegeven aan de strijd tegen ziekten, en zij besteedt elk jaar een paar miljoen Zweedse kronen aan informatiecampagnes, terwijl de EU via de achterdeur verlieslijdende tabakstelers subsidieert voor het lieve bedrag van meerdere miljarden kronen per jaar.
Volgens het verslag zal de regeling voor de geleidelijke verlaging van deze steun worden verlengd tot 2013. De rapporteur probeert zijn handen af te trekken van de negatieve gevolgen van tabaksverbruik. Het simplistische argument is dat er in de EU zo weinig tabak wordt geproduceerd, slechts vier procent, dat het effect op het uiteindelijke verbruik verwaarloosbaar is. Wat is dat voor een redenering? Moet deze redenering voortzetting van de subsidies rechtvaardigen? Ik vind dat de tabaksproductie in de EU vier procent te hoog is. De Europese tabak is bovendien zo slecht, dat slechts een fractie ervan op de Europese markt wordt verkocht. Eenderde wordt verbrand. De speciale belangen van de tabaksindustrie hebben lang genoeg geprevaleerd. Onze mensen willen dat wij onze politieke verantwoordelijkheden nemen.
Dames en heren, het laatste trekje heeft een nare smaak. Het is tijd een einde te maken aan de dubbele maatstaven. Ik verzoek u daarom morgen tegen het verslag te stemmen.
Esther Herranz García (PPE-DE). − (ES) Mevrouw de Voorzitter, de steun aan de tabakssector zal door de laatste hervorming in 2010 met vijftig procent worden verlaagd. Ik vind dit een ongekende maatregel die tabaksproducenten duidelijk achterstelt bij de rest van de landbouwers in de Gemeenschap. Geen andere agrarische sector heeft te maken gehad met zo’n sterke verlaging, en deze verlaging komt boven op de kortingen die het gevolg zijn van de wijzigingen in de directe steun die de Raad van Ministers morgen zal vaststellen.
Het lijkt me niet ongepast hier enkele cijfers over deze sector te noemen. Ten minste tachtig procent van de Europese tabak wordt geproduceerd in minder ontwikkelde regio’s. In Extremadura, in Spanje, waar het grootste deel van de Spaanse productie is geconcentreerd, treft de hervorming twintigduizend gezinnen, die een jaarlijkse omzet hebben die 26 procent van de totale waarde van de landbouwproductie van de regio vertegenwoordigt.
De tabaksteelt is in Spanje bovendien geconcentreerd in kleine eenheden, met zowel op de boerderijen als in de industrie als geheel een hoog percentage vrouwelijke werknemers. We mogen ook niet vergeten dat de Europese Unie slechts vijf procent van de tabak in de wereld produceert en zeventig procent van de tabak die zij verbruikt, invoert. Het verdwijnen van de tabaksproductie in de Gemeenschap zal daarom op geen enkele wijze leiden tot een daling van het verbruik.
De zogenoemde gezondheidscontrole van het gemeenschappelijk landbouwbeleid is een ideaal moment om na te denken over de gevolgen die dit besluit kan hebben voor regio’s zoals Extremadura. Daar heeft zich rond dit gewas een aanzienlijke sociale en economische gemeenschap ontwikkeld en is overschakeling op een ander gewas amper mogelijk.
De hervorming van deze sector botst bovendien met de verwachtingen van de landbouwsector van de Gemeenschap als geheel, omdat de Gemeenschap de sector stabiliteit heeft beloofd tot het einde van de periode die wordt bestreken door de huidige financiële planning, in 2013.
Het ontwerpverslag dat de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling heeft goedgekeurd en dat voor verlenging van het Communautair Fonds voor tabak is, houdt rekening met de belangen van de consumenten. Het vraagt zich tegelijkertijd af of het besluit de steun aan de boeren te verlagen wel geldig is, omdat het fonds zelf wordt gefinancierd door inhoudingen op de directe steun aan de boeren.
VOORZITTER: MAREK SIWIEC Ondervoorzitter
Lily Jacobs (PSE). - (NL) Tabak kost jaarlijks aan ongeveer een half miljoen Europese burgers het leven. Zelfs onder niet-rokers vallen ieder jaar 19 000 doden door de gevolgen van passief roken.
Hoe weet ik dat? Dat is de boodschap in de televisiespotjes die de Europese Unie zelf in alle 27 lidstaten laat uitzenden als onderdeel van een grootscheepse antirookcampagne. En daar hebben wij met zijn allen 18 miljoen euro voor uitgetrokken. Maar dat bedrag is een schijntje in vergelijking met de subsidies die de Europese Unie jaarlijks aan tabakstelers verstrekt. Dit jaar nog geeft Brussel daar 320 miljoen euro aan uit. Drie jaar geleden was dat nog bijna 1 miljard euro.
Is het niet heel erg vreemd dat wij roken proberen te bestrijden en tegelijkertijd de productie van tabak met Europees belastinggeld financieren? Bovendien druist de voortzetting van de financiering in tegen het hele idee achter de hervormingen van ons landbouwbeleid, namelijk dat wij af moeten van de productiesubsidies. Voorzitter, het voorstel van de Europese Commissie om de steun aan het tabaksfonds ook in 2008 en 2009 voort te zetten, heeft mijn volledige steun, maar dit fonds mag niet gebruikt worden als excuus om subsidies aan tabak in 2013 voort te zetten. Hoewel ik enorm respect heb voor de argumenten van mijn collega’s, geloof ik in dit geval dat de volksgezondheid vóór moet gaan.
Roberta Angelilli (UEN). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil in het bijzonder de rapporteur complimenteren met zijn uitstekende werk. Dit verslag bereikt twee doelstellingen: het versterkt maatregelen tot bestrijding van het roken door de financiering van het Europees Fonds voor tabak te verlengen, en het brengt tegelijkertijd de tabakssector in overeenstemming met de andere GMO’s die natuurlijk aflopen met het financieel jaar 2012.
De strijd tegen het roken mag echter niet het einde van de tabaksteelt in Europa betekenen, want Europa is de grootste importeur van ruwe tabak in de wereld en is voor meer dan 75 procent van zijn behoeften afhankelijk van derde landen. Dit is in het voordeel van tabakssoorten die vaak worden geproduceerd zonder gegarandeerde gezondheidscontroles. Elke inhouding van steun zou slechts leiden tot het einde van de productie en een stijging van de invoer, maar zou geen invloed hebben op het rookgedrag.
Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL). - (NL) Het is moeilijk te zeggen wat absurder is, dat de Europese Unie subsidie geeft voor het verbouwen van tabak of dat Europa een klein deel van die subsidies weer gebruikt voor een fonds dat roken van tabak moet ontmoedigen. Dit soort volstrekt hypocriete maatregelen zijn precies de reden waarom de EU zo weinig geloofwaardigheid heeft onder de burgers. Het argument dat de EU relatief weinig tabak produceert, doet niet terzake. In elk pakje zit immers nog steeds één door de EU gesubsidieerde sigaret. Die sigaret is dan trouwens ook nog eens van zo’n inferieure kwaliteit dat wij haar in Europa niet eens willen roken en wij haar elders dumpen.
De subsidie voor tabak moet niet worden verlengd, zoals dit Parlement wil. Een deel van de subsidies moet ook niet worden gebruikt voor antirookcampagnes als schaamlap, zoals de Commissie wil. Ik heb tabak van die subsidies, zij moeten gewoon onmiddellijk worden afgeschaft.
Bogdan Golik (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, het verslag Berlato gaat in op een combinatie van gezondheids- en landbouwvraagstukken. Wanneer de financiering wordt verhoogd van vijf procent naar zes procent en de voorgestelde verlenging van de regeling tot de jaren 2009-2012 wordt goedgekeurd, zal dit de middelen die aan het fonds worden toegewezen, aanzienlijk verhogen, met wel 81 miljoen euro. Veel boeren en organisaties staan volledig achter de voorgestelde verordening. Zowel de Poolse als de Europese tabaksproducenten verwachten dat aanname van het ontwerpverslag ertoe zal leiden dat de activiteiten van het Communautair Fonds voor tabak worden verlengd, wat essentieel is voor de volksgezondheid, en dat de tabaksteeltsector wordt behouden voor de honderdduizend tabakstelers van Europa.
De voorgestelde verordening maakt het mogelijk zonder extra begrotingsuitgaven een subsidiestelsel in stand te houden dat gedeeltelijk ten goede komt aan de tabaksproductie, en dus discriminatie van tabakstelers ten opzichte van andere landbouwsectoren voorkomt.
Commissaris, het is van essentieel belang dat we het uiterst belangrijke debat over de toekomst van de tabaksproductie in Europa morgen voortzetten in de context van de presentatie van de gezondheidscontrole.
Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, het debat van vandaag is er een waarin de argumenten van de landbouwproducenten botsen met die van de groeperingen die strijden voor de gezondheid van de Europese samenleving. Maar wordt de Europese samenleving gezonder wanneer zij tabak rookt die duidelijk van mindere kwaliteit is en wordt ingevoerd uit derde landen? Als we onze eigen productie vernietigen, importeren we straks geen zeventig procent, maar honderd procent. We moeten ons ook afvragen of discriminatie van boeren die tabak telen, in plaats van hulp om onze plattelandsgebieden te ontwikkelen, niet tot een nog grotere economische instorting en toename van de werkloosheid zal leiden in bepaalde regio’s van de Europese Unie. Wan dan kunnen we daarna natuurlijk financiële steun voor de werklozen in deze regio’s pompen. We zijn tenslotte zo rijk, dat we het ons kunnen veroorloven onze eigen landbouw te vernietigen ten gunste van de landbouw in het Verre Oosten, die we moeten steunen om de werkloosheid daar te bestrijden.
Ik steun het verslag Berlato volledig.
Thijs Berman (PSE). - (NL) Europese boeren die tabak verbouwen zouden daarvoor geen cent van de EU moeten ontvangen. Natuurlijk waren subsidies voor tabak jarenlang een vaste bron van inkomsten voor boeren, een soort sociaal beleid dat die naam niet verdiende. Maar belastinggeld hoort uit principe niet te worden uitgegeven aan ziekmakende producten. Er is daarom maar één keuze voor die subsidies: afschaffen.
Wat in het verslag-Berlato wordt voorgesteld, is een absurde poging om de subsidies voor tabak nog minstens tot 2012 te laten voortduren. Dat mag niet gebeuren, en daar is nog een andere reden voor. Het is vanuit de ontwikkelingslanden gezien puur onrecht om Europese tabak te subsidiëren. Dat is oneerlijke concurrentie met arme boeren en het gaat recht in tegen het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie, een schoolvoorbeeld van de manier waarop het ene beleidsterrein kan snijden in het andere.
Stimuleer de Europese boeren om gewassen te telen die nú een hoge prijs opbrengen, bijvoorbeeld graan, en dat is hard nodig. Maar wees solidair en laat de subsidies voor tabak in rook opgaan, uit naam van de volksgezondheid en uit naam van de samenhang van het Europese beleid voor de ontwikkeling van de armste landen in de wereld. Dat is solidariteit.
Armando Veneto (PPE-DE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, bepaalde feiten zijn onomstreden. Op de eerste plaats staat vast dat volledige ontkoppeling de productie verlaagt. Op de tweede plaats is het zo dat zelfs als we in Europa ophouden tabak te produceren, dit niet betekent dat de lagere Europese tabaksproductie zal leiden tot een afname van het aantal rokenden. Op de derde plaats veroordelen we mogelijk honderdduizenden mensen tot honger, zonder dat we concrete resultaten boeken.
Ik vind daarom dat enerzijds de steun aan de tabakstelers moet worden gebruikt om de consumenten de schadelijke gevolgen van roken uit te leggen – en vanuit dit gezichtspunt moet het geld natuurlijk uit de steun komen – en we anderzijds tabakstelers in een positie moeten plaatsen dat ze de tabaksteelt geleidelijk opgeven, waarbij we hen de benodigde tijd moeten geven om zich uit de hele sector terug te trekken. Ik ben daarom van mening dat we voor het verslag Berlato moeten stemmen.
Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN). – (PL) Ik wil drie opmerkingen maken in deze discussie. Ten eerste is de Europese Commissie al vaker met het idee van ontkoppeling van de betalingen voor de productie gekomen. Het is een aanpak die de landbouwproductie van Europa duidelijk verlaagt. Commissaris Fischer Boel heeft het idee vandaag opnieuw herhaald, deze keer met betrekking tot de tabaksproductie.
Ten tweede mogen we niet vergeten dat de tabaksteelt zowel in de oude als in de nieuwe lidstaten plaatsvindt op kleine familieboerderijen in de allerslechtst ontwikkelde regio’s. Liquidatie van deze productie zal de mogelijkheden voor ontwikkeling van deze regio’s verkleinen en het voortbestaan van kleine boerenbedrijven bedreigen.
Ten derde en laatste is de tabaksteelt weliswaar omstreden, maar betekent beperking van de tabaksteelt in Europa een toename van de tabaksexport vanuit derde landen. De heer Berlato heeft ons verteld dat de tabaksimport het afgelopen jaar een waarde van 1,2 miljard euro heeft bereikt.
Ik hoop dat de Europese Commissie bij het vaststellen van haar standpunt rekening zal houden met deze waarschuwingen.
Ioannis Gklavakis (PPE-DE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik prijs mijn collega’s in dit Huis die zich gevoelig hebben getoond voor de kwestie van het roken. Ik denk dat we allemaal zonder uitzondering tegen roken zijn, maar, beste vrienden, ik wil graag wijzen op een essentieel verschil: roken en tabaksteelt zijn twee totaal verschillende dingen. Laten we zo veel mogelijk geld geven, zo veel mogelijk over dit onderwerp praten en alle mogelijke maatregelen nemen om onze collega’s in dit Huis en onze medeburgers over te halen niet te roken. Mensen zullen echter toch roken, dus ik begrijp niet waarom we tabak zouden invoeren in plaats van deze hier zelf te telen. Laat ik een beroep op de milieuactivist in u doen. Tabak is een gewas dat weinig water, weinig kunstmest en weinig bestrijdingsmiddelen nodig heeft; het wordt door arme boeren geteeld op onvruchtbare bodems. Ik weet zeker dat de milieuactivist in u en ook uw menselijkheid, zelfs bij degenen onder u die zich uitspreken tegen roken en een verband leggen tussen roken en tabaksteelt, u van gedachten zullen doen veranderen. Roken associëren met tabaksteelt is als onze beroemde wijnproductie verwarren met alcoholisme. Moeten we stoppen met wijnen produceren vanwege het bestaan van alcoholisme?
Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank iedereen hartelijk die aan dit debat een bijdrage heeft geleverd, en ik bedank u nogmaals voor de steun voor de verlenging van de overdracht naar het Communautair Fonds voor tabak.
Ik ben me er natuurlijk van bewust dat discussies over het tabaksbeleid heel gevoelig liggen, en ik kan u vertellen dat ik dit onlangs in april tijdens mijn bezoek aan Griekenland zelf heb ervaren. Ik wil ook duidelijk zeggen dat de verlenging van het Fonds voor tabak geen uitnodiging is om de tabakshervorming van 2004 weer open te breken. U moet beseffen dat deze hervorming een gedane zaak is. Ik vind dat u ook rekening moet houden met het feit dat deze hervorming werd gesteund door alle tabaksproducerende lidstaten. Het is dus een beetje moeilijk de discussie opnieuw te beginnen.
Ik denk dat het ook belangrijk is in gedachten te houden dat we de subsidies aan de tabaksproducenten niet stopzetten. We blijven zelfs de hoogste directe betaling of de hoogste subsidies betalen, meer dan aan wie dan ook in de landbouwsector. Geen ander gewas krijgt in feite zo’n hoge directe betaling.
We blijven dus bij het feit dat we in 2009 zullen ontkoppelen en vanaf 2011 middelen zullen overdragen naar het beleid voor plattelandsontwikkeling.
In plaats van veel tijd en energie te verspillen of te gebruiken tegen datgene dat de Raad in 2004 heeft vastgesteld, denk ik dat de lidstaten en de tabaksproducenten, en de hele tabakssector, naar het beleid inzake plattelandsontwikkeling zouden moeten kijken en zouden moeten bekijken wat de mogelijkheden zijn. Er zal namelijk veel geld beschikbaar zijn voor herstructurering, voor het opzetten van een ander soort bedrijf in de landbouwsector.
Ik weet dat je in deze gebieden niet alles kunt produceren, maar ik ben er zeker van dat met een beetje vindingrijkheid een oplossing te vinden is als de lidstaten, de tabakssector en de tabaksproducenten samen proberen uitvoerbare oplossingen voor deze gebieden te vinden, ook voor de periode na 2011.
Sergio Berlato, rapporteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik bedank de commissaris en alle leden van dit Huis die hebben gesproken. Ik wil erop wijzen dat de Commissie, wat de toekomst van de Europese tabakssector betreft, onlangs formeel is verzocht met een voorstel te komen voor een verordening die het huidige steunstelsel voor de tabaksproductie verlengt tot het jaar 2013. Dit verzoek is ondertekend door de ministers van bijna alle tabaksproducerende lidstaten, met inbegrip van de landen die hebben gekozen voor volledige ontkoppeling, en de nieuwe lidstaten. Deze kwestie moet worden behandeld in het kader van de discussies die momenteel worden gevoerd over de “gezondheidscontrole” van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Mijnheer de Voorzitter, mijn collega’s in dit Huis lijken op het eerste gezicht misschien minder geïnteresseerd in een maatregel die slechts een inhouding van steun betreft aan telers in vijf oude lidstaten, die de steun gedeeltelijk gekoppeld hebben gehouden. Ik sluit af met hen uit te nodigen na te denken over het feit dat het gebruik van deze middelen en de informatie-initiatieven van het fonds gericht zullen blijven op bevordering van de gezondheid van alle burgers van de Unie.
Ik wil er ook op wijzen dat er hier misschien sprake is van een fundamentele misvatting: dit verslag gaat niet en neemt geen besluit over voortzetting van de steunbetalingen aan tabaksproducenten; het is slechts een kwestie van stemmen over een verslag dat pleit voor verlenging van de financiering van het Communautair Fonds voor tabak. Over voortzetting van de steunbetalingen zal later een besluit moeten worden genomen. Dat is echter niet het onderwerp van dit verslag, dat, zoals ik heb gezegd, gaat over verlenging van de financiering van het Communautair Fonds voor tabak en niet over voortzetting van de steunbetalingen aan tabaksproducenten in de onmiddellijke en voorzienbare toekomst.