Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb er wel plezier aan beleefd. Qua inhoud is het een belangrijk verslag, maar ik wilde er nu eigenlijk niet op ingaan.
Omdat er geen discussie is geweest, is afgesproken dat ik een korte toelichting zal geven. Dit verslag betreft de medebeslissingsprocedure. We hebben met de Raad getwist over de comitologieprocedure. In de medebeslissingsprocedure wilden we natuurlijk controlemechanismen in de regelgevingsprocedure – zoals we met u waren overeengekomen – omdat we vinden dat het Parlement in het geval van een wijziging van de administratieve procedures moet kunnen interveniëren. De Raad wilde ons dat weigeren. We hebben daar enige onenigheid over gehad met de Raad maar we hebben voet bij stuk gehouden. Als het Verdrag, dat we ooit de Grondwet noemden, van kracht wordt, zal de comitologieprocedure verder moeten worden herzien. We zullen er dan voor moeten zorgen dat de Raad niet meer kan handelen zoals nu het geval was en dat we in principe niet aan invloed inboeten.
Ik zeg dat omdat de fracties zich dan ook over deze kwestie kunnen buigen.