Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0247(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0321/2008

Debatten :

PV 02/09/2008 - 10
CRE 02/09/2008 - 10

Stemmingen :

PV 24/09/2008 - 6.10
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0449

Debatten
Dinsdag 2 september 2008 - Brussel Uitgave PB

10. Elektronische-communicatienetwerken en -diensten - Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt - Ten volle profijt trekken van het digitale dividend in Europa: Een gemeenschappelijke aanpak voor het gebruik van het spectrum dat vrijkomt door de digitale omschakeling - Elektronische-communicatienetwerken en -diensten, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en consumentenbescherming (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van

– verslag (A6-0321/2008) van Catherine Trautmann, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten en 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten [COM(2007)0697 – C6-0427/2007 – 2007/0247(COD)],

– verslag (A6-0316/2008) van Pilar del Castillo Vera, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt [COM(2007)0699 – C6-0428/2007 – 2007/0249(COD)],

– verslag (A6-0305/2008) van Patrizia Toia, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het ten volle profijt trekken van het digitale dividend in Europa: Een gemeenschappelijke aanpak voor het gebruik van het spectrum dat vrijkomt door de digitale omschakeling [2008/2099(INI)], en

– verslag (A6-0318/2008) van Malcolm Harbour, namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming [COM(2007)0698 – C6-0420/2007 – 2007/0248(COD)].

 
  
MPphoto
 

  Luc Chatel, fungerend voorzitter van de Raad.(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, een vluchtige blik op de cijfers volstaat om te begrijpen hoe groot het strategische belang van telecommunicatie en nieuwe informatietechnologieën in Europa wel niet is. Telecommunicatietechnologieën zijn in hun eentje goed voor een kwart van de Europese economische groei en voor 40 procent van de productiviteitsgroei. Uit een aantal onderzoeken komt naar voren dat in de afgelopen twaalf jaar 50 procent van het verschil in economische groei tussen de Verenigde Staten en Europa te maken heeft met verschillen in de ontwikkeling van onze informatie- en communicatietechnologieën. Europa dient dan ook voor de lange termijn in deze sector te investeren. Ook is het van cruciaal belang om snel over te gaan tot herziening van het regelgevend kader van de EU inzake elektronische communicatie, ten behoeve van het concurrentievermogen en de groei van de Europese economie.

Zoals ik al tijdens mijn hoorzitting ten overstaan van de Commissie industrie, onderzoek en energie gezegd heb, wil het Franse voorzitterschap tijdens de Raad Telecommunicatie op 7 november aanstaande een politieke overeenkomst sluiten die qua inhoud uiteraard zoveel mogelijk aansluit op de standpunten van het Europees Parlement. De Raad heeft met het oog hierop voor de tweede helft van 2008 zo’n vijftien werkvergaderingen gepland. Ik zou u daarom nu graag even willen informeren over de in de Raad overheersende standpunten inzake de belangrijkste door de drie rapporteurs, mevrouw Trautmann, mevrouw del Castillo en de heer Harbour aangedragen kwesties. Mijn collega Éric Besson zal ingaan op het verslag van mevrouw Toia inzake het digitale dividend.

Ik zou graag mijn complimenten willen uitspreken voor de grote hoeveelheid werk die de drie rapporteurs verzet hebben over de onderwerpen die ik zo dadelijk bespreken zal. Hun werkzaamheden helpen de situatie te verduidelijken en leveren een nieuwe basis op voor gesprekken met de Raad. Ik zou in verband hiermee willen benadrukken dat er een brede consensus bestaat tussen onze twee instellingen, het Parlement en de Raad.

Allereerst zou ik graag Catherine Trautmann willen bedanken voor het werk dat zij tot op heden als rapporteur verzet heeft met betrekking tot de richtlijn tot wijziging van de kaderrichtlijnen inzake “toegang” en “machtiging”. Ik ben zeer ingenomen met haar bereidheid om rekening te houden met de uitdagingen die gepaard gaan met de toepassing van de nieuwegeneratienetwerken, een zorg die gedeeld wordt door alle betrokkenen in deze sector alsook door de lidstaten.

Mevrouw Trautmann, in uw verslag benadrukt u het belang van een verdere bevordering van de concurrentie en dan met name concurrentie op het vlak van de infrastructuur. De Raad sluit zich hier geheel bij aan. In uw verslag stelt u voor om meer gebruik te maken van de geografische segmentering van de markt om zo - daar waar concurrentie doeltreffend is -over te gaan tot verwijdering van regelgevende verplichtingen ex ante. Dit voorstel is nog onderwerp van discussie in de Raad.

Dan nu de regulering van de markten, met name de voorgestelde uitbreiding van het recht van de Commissie om door toezichthoudende instanties voorgestelde rechtsmiddelen te vetoën. Mevrouw Trautmann benadrukt in haar verslag dat de Commissie de rol van scheidsrechter zou moeten innemen en niet die van rechter. Om die reden stelt zij voor een coreguleringsmechanisme in te stellen in het kader waarvan een zaak verwezen kan worden naar de hervormde groep van regelgevende instanties, bijvoorbeeld wanneer een door een toezichthoudende instantie voorgestelde maatregel door de Commissie betwist wordt. In het verslag van de rapporteur wordt daarom getracht een compromis te vinden tussen de status-quo en het oorspronkelijk door de Commissie voorgestelde vetorecht dat, zoals u wel weet, enige weerstand ondervonden heeft van de lidstaten. Dit is echt een flinke vooruitgang ten opzichte van de oorspronkelijke tekst inzake een voor de Raad uitermate gevoelige kwestie; de Raad lijkt er op dit moment niet bepaald toe genegen de Commissie zoveel macht te verlenen.

Dan nog een ander onderwerp dat tot verhitte debatten heeft geleid, namelijk de functionele scheiding. In het verslag van mevrouw Trautmann wordt voorgesteld om de oplegging van functionele scheiding door nationale regelgevende instanties te handhaven als uiterst redmiddel. Er zouden dan grotere beperkingen worden aangebracht aan de mogelijke inzet ervan, door voorafgaande toestemming te vereisen van de Commissie alsook een gunstig advies van het Europees Telecomregelgeversorgaan (BERT). De algemene lijn van de door de rapporteur gekozen benadering lijkt in overeenstemming met het compromis dat nu langzamerhand in de Raad uitkristalliseert, namelijk het behoud van de mogelijkheid dit middel in te zetten, echter zonder dat hier wijd en zijd gebruik van mag worden gemaakt.

Dan hebben we nog een ander belangrijk onderwerp in deze onderhandelingen, namelijk de radiofrequenties. Net zoals de Raad is uw rapporteur voorstander van een geleidelijke benadering als het gaat om veranderingen in het beheer van het spectrum, waarmee dan een evenwicht wordt gevonden tussen de neutraliteitsbeginselen zoals nagestreefd door de Commissie en de inherente complexiteit van het beheer van dit schaarse middel. In het uiteindelijk door de Commissie industrie goedgekeurde verslag wordt tevens een nieuw element geïntroduceerd, namelijk een pleidooi voor de oprichting van een comité van hoge ambtenaren voor het radiospectrumbeleid dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van advies dient te voorzien inzake beleidskwesties met betrekking tot het radiospectrum. Dit comité zou dan een strategisch wetgevingsprogramma dienen op te stellen over het gebruik van het radiospectrum. Ik denk dat wat dit betreft de Raad rekening heeft gehouden met het legitieme verzoek van het Europees Parlement nauwer betrokken te worden bij het opstellen van de brede richtsnoeren voor het beheer van radiofrequenties, maar zoals u weet wil de Raad tevens vermijden dat er te veel organen bij betrokken raken. Want indien te veel partijen hun zegje mogen doen, wordt het moeilijk de huidige door deze markten en - gezien het strategisch belang van het radiospectrum - voor innovatie vereiste reactiesnelheid en soepelheid te handhaven.

Tevens wil ik mijn lof uitspreken voor de hoge kwaliteit van het verslag van mevrouw Pilar del Castillo over de oprichting van een Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt. Ik moet zeggen dat dit een uiterst gevoelig onderwerp betreft, maar waarbij tevens sprake is van een brede consensus tussen het Parlement en de Raad. Mevrouw del Castillo, in uw verslag komt u tot de slotsom dat de Europese Autoriteit zoals die oorspronkelijk werd beoogd, niet de juiste oplossing was om te komen tot een versterkte samenwerking tussen regelgevende instanties en om de harmonisering van procedures te bevorderen. Zo denkt de Raad er ook over. Verder bent u tegenstander van de oprichting van een Europese supertoezichthouder en stelt u voor een orgaan op te richten, het Europees Telecomregelgeversorgaan (BERT), dat dichter bij de regelgevende instanties staat en onafhankelijker is van de Europese Commissie en bovendien is voorzien van een eenvoudigere structuur en bestuur dan oorspronkelijk werd voorgesteld. De Raad heeft ten volste kennis genomen van deze argumenten, maar zoals u weet heeft het leeuwendeel van de lidstaten nog de nodige bedenkingen tegen de oprichting van een communautair orgaan. In de komende weken dient er door de Raad dan ook een goed evenwicht te worden gevonden tussen de twee openstaande mogelijkheden: de institutionalisering van een orgaan naar privaatrecht bestaande uit Europese regelgevende instanties, of de oprichting van een communautair orgaan dat gegarandeerd onafhankelijk is.

Mijn laatste opmerkingen hebben betrekking op het verslag van de heer Malcolm Harbour die ik zou willen bedanken voor zijn uitstekende werk. In ben met name ingenomen met het feit dat hij rekening heeft gehouden met de fundamentele consumentenrechten. Het Parlement is evenals de Raad voorstander van de door de Commissie voorgestelde maatregelen ten behoeve van grotere consumentenbescherming, een onderwerp dat de laatste tijd steeds belangrijker wordt als gevolg van de almaar groeiende invloed van communicatiediensten op het dagelijks leven van de burger.

Zo stelt de heer Harbour in zijn verslag voor de in overeenkomsten op te nemen informatie te specificeren, dat de door de lidstaten getroffen maatregelen ten behoeve van gehandicapte gebruikers versterkt dienen te worden en dat de met de nummerportabiliteit gemoeide tijdsduur dient te worden ingekort ter vergroting van de concurrentie. De Raad kan zich volledig vinden in al deze maatregelen.

Ik denk ook dat privacybescherming, een onderwerp dat krachtens de procedure voor nauwere samenwerking met de heer Alvaro behandeld is in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, van zodanig groot belang is dat we er even grondig bij zullen moeten stilstaan, en zo ben ik onder meer verheugd dat ongewenste sms-berichten in het geheel opgenomen zijn.

Dan nog wat betreft de specifieke kwestie van auteursrechten het volgende. In het verslag van de heer Harbour wordt voorgesteld de verplichting voor leveranciers van elektronische communicatiediensten om abonnees nuttige informatie te verstrekken inzake mogelijke onwettige vormen van gebruik van netwerken en diensten, te handhaven. Ook wordt er het voorstel gedaan om de samenwerking tussen alle betrokken partijen aan te moedigen, ter bevordering van de verspreiding van legale aanbiedingen. Het lijken mij allemaal evenwichtige maatregelen toe, maar we dienen er rekening mee te houden dat dit een buitengewoon gevoelige kwestie is, zowel voor u als Parlement als voor de Raad.

Mijnheer de Voorzitter, helemaal tot slot van wat ik te zeggen heb over de beleidsgebieden waarvoor ik verantwoordelijk ben, zou ik graag - alvorens ik het woord geef aan mijn collega Éric Besson die het zal hebben over het digitale dividend - nog willen zeggen dat we het idee hebben dat het Parlement en de Raad het over deze kwesties verregaand eens zijn, afgezien dan van enige meningsverschillen over de gewenste mate van detail in deze richtlijn. We zullen uiteraard ons uiterste best doen om nauw samen te blijven werken met het Parlement en de Commissie, zodat we zo snel mogelijk tot de nodige compromissen tussen de drie instellingen kunnen komen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u zeer, mijnheer Chatel. De heer Luc Chatel is staatssecretaris van Industrie en Consumentenzaken.

We hebben vandaag een novum; we krijgen namelijk een tweede vertegenwoordiger van de Raad te horen, de heer Éric Besson, staatssecretaris toegevoegd aan de premier.

 
  
MPphoto
 

  Éric Besson, fungerend voorzitter van de Raad.(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren. Zoals mijn collega Luc Chatel zojuist zei, heb ik de eer om u toe te spreken over een buitengewoon belangrijk onderwerp, namelijk het digitale dividend.

Op 12 juni 2008 heeft de Raad conclusies goedgekeurd over de Commissiemededeling “Het ten volle profijt trekken van het digitale dividend in Europa: Een gemeenschappelijke aanpak voor het gebruik van het spectrum dat vrijkomt door de digitale omschakeling.” Door het afschaffen van de analoge radiotechniek komt er UHF-bandbreedte vrij. Dat is uitermate interessant gezien de kracht waarmee UHF-radiogolven zich voortplanten. De overgang naar digitale radio biedt dus ongeziene mogelijkheden die we volledig moeten zien uit te buiten. Dat is ook het doel van het verslag van mevrouw Toia waarover u uw licht zult laten schijnen. Ik wil nu alvast zeggen dat ik ingenomen ben met de kwaliteit van haar werk.

Zoals mevrouw Toia in haar verslag aantoont, bedraagt de gecombineerde waarde van alle elektronische communicatiediensten die afhankelijk zijn van het radiospectrum in de EU meer dan 250 miljard euro, oftewel 2,2 procent van het jaarlijkse bruto binnenlands product van de EU. Een goed spectrumbeheer kan dus een grote bijdrage leveren aan de Lissabondoelstellingen betreffende concurrentiekracht en economische groei en voorzien in een breed scala aan sociale, culturele en economische behoeften van de Europese burger. Met andere woorden, praktisch gezien, indien op een wijze en oordeelkundige manier wordt omgegaan met het digitale dividend, zal de digitale kloof kunnen worden verkleind, vooral in onderbedeelde en afgelegen gebieden of het platteland. Uw rapporteur heeft met recht gezegd dat het radiospectrum dat vrijkomt door de digitale omschakeling zo snel mogelijk opnieuw dient te worden ingezet.

Ik kan u nu vertellen dat de Raad het in essentie eens is met het standpunt van de rapporteur dat met een gecoördineerd gebruik van het spectrum op Europees niveau kan worden gezorgd voor een optimaal gebruik van het digitale dividend. Met de vaststelling van een geharmoniseerde subband voor nieuwe elektronische communicatiediensten zullen exploitanten en fabrikanten van apparatuur ten volste profijt kunnen trekken van een markt van voldoende omvang. Voor de industriële en politieke ontwikkeling van Europa is dit dus een uitermate strategische kwestie.

Indien Europa er bij het digitale dividend net zoals bij de gsm-standaard in slaagt om gecoördineerd op te treden, dan zal het over een historische kans beschikken om de komende twintig jaar het bedrijfsleven en de consumenten in Europa opnieuw een belangrijk concurrentieel voordeel te geven. De Raad is, zoals de ministers in juni al benadrukten, desalniettemin van mening dat het digitale dividend op soepele wijze dient te worden ingezet, uiteraard met de nodige beperkingen ter voorkoming van schadelijke interferentie of ter bevordering van doelstellingen van algemeen belang, zoals brede beschikbaarheid van een dienst, pluralisme in de media en culturele en linguïstieke diversiteit. Alle nationale besprekingen over de toewijzing van het spectrum dienen op voortvarende wijze te worden voortgezet, maar om ervoor te zorgen dat het communautair beleid een succes wordt, dient te worden voortgeborduurd op beslissingen met betrekking tot het hergebruik van frequenties die thans op nationaal niveau gemaakt worden.

Tot slot wil ik nog zeggen dat de Raad de Commissie daarom oproept - en ik ben me ervan bewust dat dit al eerder gebeurd is - om alle nodige studies uit te voeren en raadplegingen te verrichten die nodig zijn voor het vaststellen van een coherente grondslag voor het gecoördineerde gebruik van het spectrum. Tevens wordt de Commissie opgeroepen de lidstaten te ondersteunen en te helpen bij dit doel. De Raad kijkt verder met veel belangstelling uit naar het verslag dat de Commissie in december 2008 zal uitbrengen over de uitkomsten van dit proces en hoe ermee verder te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou allereerst graag de rapporteurs, Catherine Trautmann, Pilar del Castillo Vera, Patrizia Toia en Malcolm Harbour hartelijk willen bedanken voor hen uitermate gecompliceerde werk en voor hun buitengewoon constructieve voorstellen. Ook wil ik het Parlement in het algemeen bedanken, want dit is hard werken geweest en ik weet dat er diepgravende en uitgebreide voorbereidingen voor nodig zijn geweest, zoals hoorzittingen met de betrokken partijen alsook beraadslagingen over letterlijk honderden amendementen. Ook weet ik dat u een race tegen de klok gevoerd heeft, maar het is dan ook vaak weer zo dat dan het beste werk geleverd wordt. Wat dit onderwerp betreft in ieder geval wel.

Ook al is het huidige regelgevend kader door de bank genomen afdoende, toch zal iedereen het met me eens zijn dat het nodig dient te worden verbeterd. Waarom? Wel, we moeten de consumentenbescherming zien te verhogen door ervoor te zorgen dat de consument een goed geïnformeerde keuze kan maken tussen een breed scala aan concurrerende producten en diensten. We dienen ervoor te zorgen dat de lidstaten bij het beheer van hun nationale spectrum, wat zoals al eerder is gezegd een uitermate kostbaar goed is, dienen te zorgen voor optimale sociale en economische opbrengsten, en wel middels een doeltreffend, transparant en flexibel beheer, alsook middels betere coördinatie op EU-niveau. We dienen ervoor te zorgen dat ons regelgevend systeem de investeringen in de nieuwegeneratienetwerken bevordert en niet afremt en we zo Europa’s concurrentiekracht voor de 21e eeuw veilig stellen.

Tot slot dienen we - en dat is überhaupt de drijfveer achter onze inspanningen - de interne markt te versterken. Het gaat er niet om lippendienst te verlenen aan die doelstelling maar om de EU daadwerkelijk uit te rusten met een doeltreffende concurrerende interne markt waarmee niet alleen de elektronische-communicatiesector de nodige schaalvoordelen kan genieten, maar ook de burger en de economie meer in het algemeen. Daar gaat het om, om de economie in het algemeen, deze dient er voordeel bij te hebben en te worden versterkt. Laten we eens en vooral voordeel putten uit ons Europees continent en laten we de obstakels die leiden tot fragmentering en verminderde economische en sociale doeltreffendheid nu eindelijk eens achter ons laten.

Alle vier genoemde fundamentele onderwerpen, namelijk consumentenbescherming, spectrum, investeringen en de interne markt, zijn van cruciaal belang, iets wat het Parlement goed begrepen heeft. Ik wil het Parlement complimenteren met het feit dat het de onderliggende problemen heeft weten te identificeren en de juiste diagnoses heeft gesteld en op basis daarvan steekhoudende oplossingen heeft aangedragen.

Dan wil ik nu graag overgaan tot de interne-marktmechanismen. Hier staat het meest op het spel en zullen de komende discussies met de Raad waarschijnlijk het moeizaamst zijn. Ik zeg dit ondanks de erkenning van de ministers zelf aan het einde van het Sloveense voorzitterschap dat het nodig is de samenhang van de interne markt voor elektronische communicatie te verbeteren.

Dat is heel mooi, die erkenning, maar wat zijn de oplossingen daartoe? Het Parlement heeft terecht opgemerkt dat er in plaats van twee debatten slechts één is wat betreft het orgaan en de mechanismen ter verbetering van de werking van de interne markt, en dan met name de mechanismen van artikel 7 voor de inkennisstelling van nationale marktanalyses. Dit zijn twee zijden van dezelfde interne-marktmunt; ze horen bij elkaar.

We weten allemaal dat de bestaande regelingen voor samenwerking tussen de nationale regelgevende instanties binnen het communautaire kader, oftewel de Europese Groep van regelgevende instanties (ERG), verbeterd dienen te worden om überhaupt van nut te kunnen zijn. Om die reden is de Commissie ingenomen met het amendement dat inhaakt op het Commissievoorstel voor een meer transparante, verantwoordelijke en doeltreffende vorm van samenwerking.

De Commissie is bovenal ingenomen met het voorstel van het Parlement voor een communautair orgaan. Een dergelijk communautair orgaan, met alles wat dat met zich meebrengt, dient goed voorbereid te zijn op zijn taak. Het dient doeltreffend, eerlijk en betrouwbaar te werk te gaan en dient boven elke verdenking te staan dat het misschien wat betere maatjes is met deze of gene regelgevende instantie. Dat dient zijn weerslag te krijgen in de manier van financiering. Nationale financiering is daarom geen optie, want hoe klein ook het aandeel, de geloofwaardigheid van het orgaan wordt er onherroepelijk door in twijfel getrokken en zal leiden tot administratieve en juridische onzekerheid.

Uit ervaring weten we dat hybride financiering tot problemen leidt. We dienen deze problemen dan ook te vermijden. Wat dat betreft zou ik het Parlement ertoe willen oproepen zich te hoeden voor wat ik noem de Belgische-voetbalclubbenadering. Dat behoeft enige uitleg. U weet dat de ERG door de Commissie is opgericht, als haar adviseur. Recentelijk hebben nationale regelgevende instanties een privaat orgaan opgericht volgens Belgisch recht om de rol te vervullen van secretariaat voor de groep van onafhankelijke regelgevende instanties, de IRG. Deze IRG opereert buiten het communautaire kader, want er zijn meer landen lid van dan de 27 lidstaten alleen, en in de praktijk weet niemand eigenlijk waar de IRG begint en waar de ERG eindigt. De Commissie wilde met de oprichting van een duidelijk omlijnde en op haar verantwoordelijkheid aanspreekbare instantie een einde maken aan deze verwarring. Wat we in ieder geval niet willen is dat een privaat orgaan naar Belgisch recht, niet bekend met de communautaire methodes en de garanties die deze bieden, betrokken raakt bij de Europese besluitvorming.

Om die reden dient verder te worden nagedacht over een aantal juridische en institutionele kwesties met betrekking tot de oprichting van het orgaan en dan met name met betrekking tot het bestuurlijk model. We dienen de juiste middelen te vinden waarbij zowel de onafhankelijkheid van de nationale regelgevende instanties is gewaarborgd als een communautaire benaderingswijze.

Maar bovenal wil ik benadrukken dat het orgaan slechts een middel is en niet een doel op zich. Het orgaan is niets meer dan een instrument ter verbetering van de samenhang op regelgevend gebied. Om die reden is de andere kant van de interne-marktmunt zo belangrijk en heeft het Europees Parlement absoluut gelijk dat de consistentieprocedure voor de melding van nationale marktanalyses uit hoofde van artikel 7 dient te worden versterkt, waarin het orgaan overigens ook zijn aandeel zal hebben.

Uit het nieuwe arbitragemechanisme van het Parlement in artikel 7a blijkt dat de Commissie en het Parlement beide overtuigd zijn van de noodzaak van operationele consistentiemechanismen die echt iets om het lijf hebben.

De oplossing van het Parlement bestaat erin de Commissie de mogelijkheid te bieden tussenbeide te komen en van een nationale regelgevende instantie te eisen dat zij haar toezichthoudend werk wijzigt indien het orgaan middels collegiale toetsing een probleem heeft vastgesteld. We zullen de details van de door het Parlement voorgestelde benadering nader moeten bestuderen voor wat betreft de inachtneming van het in het Verdrag vastgelegde institutionele evenwicht. Maar ik kan me in ieder geval volledig vinden in de hele logica van deze benadering die erop gericht is een evenwicht te vinden tussen subsidiariteit en het belang van de interne markt, om vervolgens duidelijke operationele gevolgtrekkingen te maken.

Middels door het orgaan uitgevoerde collegiale toetsing kan profijt worden getrokken uit de binnen de nationale regelgevende instanties opgebouwde ervaring, alsook van hun fijne neus voor de legitieme lokale verschillen. Indien het orgaan aangeeft dat er een interne-marktprobleem is en de Commissie als hoedster van het Verdrag eveneens haar zorg uit, dan lijkt het me logisch dat daaruit de nodige consequenties worden getrokken.

In het belang van de interne markt en van de juridische (en ”juridische” betekent ook “bedrijfseconomische”) zekerheid dient de Commissie over de bevoegdheid te beschikken om in een dergelijk geval op enige manier aan de nationale regelgevende instantie op te dragen haar werkwijze te veranderen. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat na het doorlopen van het langdurige artikel 7-proces de desbetreffende nationale regelgevende instantie zegt: “Dank u wel voor uw mening, maar ik doe het liever op mijn eigen manier”, en dat deze dan gewoon op de oude voet verder gaat.

Daarom ook mijn felicitaties aan het Parlement dat terecht stelt dat het hele proces niet zonder gevolgen mag blijven. Het bedrijfsleven, de consument en de belastingbetaler zouden niet erg blij zijn indien we geavanceerde en tijdsverslindende toezichthoudende stelsels opzetten die geen concrete resultaten opleveren. Daarom dient dit systeem iets achter de hand te hebben, en wel dat de Commissie indien nodig een bindend besluit kan nemen.

Ik heb eerder al gewezen op het belang van een investeringsvriendelijk regelgevend kader. Om die reden heeft de Commissie er in haar voorstel voor gekozen haar op concurrentie gebaseerde benadering van regelgeving niet alleen te handhaven, maar zelfs uit te breiden. Want concurrerende markten trekken nieuwe investeringen aan. Om die reden is de Commissie dankbaar voor de pogingen van de Commissie industrie, onderzoek en energie om de telecommunicatieregels investeringsvriendelijker te maken, vooral wat betreft de grote investeringen die nodig zijn voor het moderniseren van het oude netwerk middels vervanging van de koperen kabels door snelle glasvezelkabels.

Deze verouderde lokale netwerken - waar echter het overgrote deel van de Europese huishoudens en kleine ondernemingen voor hun internetverbinding afhankelijk van is - zijn de flessenhals van snel internet, het punt waar de informatiesupersnelweg tot een slakkengang afremt. Daarom ben ik zeer ingenomen met het besluit van het Parlement om de infrastructuurconcurrentie op deze toegangsnetwerken van de nieuwe generatie te bevorderen door middel van een proactieve stimulans gericht op deling van de leidinggoten waar deze glasvezelkabels doorheen lopen alsook op risicodeling voor de nieuwe faciliteiten. Dit zijn zeer welkome stappen en ook volledig in lijn met de aanbeveling die ik op dit moment in voorbereiding heb als leidraad voor de nationale regelgevende instanties in deze kwestie.

Maar de modernisering van deze flessenhalzen om ze geschikt te maken voor snel internet mag niet een nieuw en langdurig obstakel opwerpen voor toekomstige concurrentie. In verband hiermee wil ik erop wijzen dat er een heleboel aanwijzingen bestaan dat met de overgang naar glasvezel het voor alternatieve investeerders veel moeilijker wordt tot de sector toe te treden. Dat hangt samen met het feit dat de ontbundeling van glasvezel tot op heden noch technisch, noch economisch mogelijk is, waardoor alternatieve exploitanten ofwel in een eigen glasvezelnetwerk moeten investeren ofwel gebruik moeten maken van een bitstroomdienst van de desbetreffende concurrent.

We zullen de feiten onder ogen moeten zien: in veel gebieden waar infrastructuurconcurrentie geen haalbare kaart is, zal gedegen regulering de enige manier zijn om de concurrentie in stand te houden. Concurrentie leidt tot lagere prijzen, diensten van hogere kwaliteit en meer keuze, waardoor dus de consument degene is die aan het rechte eind trekt.

Maar ik maak mezelf niets wijs, ik zie dat het Parlement hier ook oog voor heeft. Er dient sprake te zijn van echte keuzemogelijkheden; consumenten dienen de handvaten te worden aangereikt om zoveel mogelijk voordeel te putten uit concurrentie en dienen dus goed geïnformeerd te zijn. Daarom is het feit dat het nu eenvoudiger is geworden van exploitant te wisselen van zo groot belang. Ik ben ingenomen met het feit dat ook het Parlement onomwonden van mening is dat de nummerportabiliteit binnen een dag geregeld dient te worden. Als dat in Australië binnen twee uur kan, dan moet het toch geen probleem zijn om dat in Europa binnen een dag te regelen.

Tevens ben ik ingenomen met de duidelijkheid die het Parlement heeft gebracht met de wijzigingen met betrekking tot verdergaande informatieverstrekking aan de consument. Consumenten zullen zich zo een werkelijk goed beeld kunnen vormen van de door hun leverancier geleverde diensten en zo ter zake doende vergelijkingen kunnen maken. Met deze grotere transparantie wordt ook beoogd de open architectuur van het internet te bevorderen, iets dat wij van cruciaal belang achten en dat wij resoluut willen en zullen verdedigen. Ingeval van beperkingen op de toegang tot het internet hebben de consumenten het absolute recht om te worden geïnformeerd over wat dat precies inhoudt. Ik ben blij dat wat dit alles betreft de Commissie en het Parlement het zo roerend met elkaar eens zijn.

Wat ik echter minder goed begrijp, is waarom het Parlement de tekst zodanig heeft gewijzigd dat abonnees niet op een soortgelijke manier in hun recht staan en geïnformeerd worden met betrekking tot de privacy van hun persoonlijke gegevens. Ik weet dat het Parlement de bescherming van de consument en de fundamentele rechten van de burger zeer hoog in het vaandel heeft staan en ben daarom des te meer verbaasd dat met de ingediende voorstellen wordt beoogd de vereisten met betrekking tot het melden van inbreuken op de privacy zoals die in de voorstellen van de Commissie waren neergelegd, af te zwakken.

Abonnees dienen standaard op de hoogte te worden gebracht van een mogelijke inbreuk op de veiligheid van hun persoonlijke gegevens zodat zij de gelegenheid hebben de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen. Het kan niet zo zijn dat aan de dienstverlener wordt overgelaten te bepalen of een dergelijke inbreuk de abonnee schade berokkenen zal. Neen, de abonnee en diens gegevens dienen domweg te worden beschermd. Want hoe kan de leverancier van de internettoegang nu van geval tot geval bepalen in welke mate bepaalde informatie gevoelig is? Ik zou het Parlement dan ook met klem willen verzoeken zijn standpunt in deze kwestie te heroverwegen.

Dan nog wat het spectrum betreft: ik hoefde het Parlement absoluut niet te overtuigen van het belang van het onderwerp. Dat is dan ook de reden waarom de Commissie ingenomen is met de politisering van het debat over dit onderwerp. Want het gaat veel verder dan puur technische kwesties. Ook al zal het ook in de toekomst nog sterk leunen op de noeste arbeid van het Radiospectrumcomité en de door dit orgaan aangedragen oplossingen, toch is er in ieder geval al veel bereikt met het radiospectrumbesluit. Dat moeten we zo zien te houden. Maar het Parlement heeft gelijk: alleen door aan het proces een politieke dimensie toe te voegen waardoor er een grondig debat kan worden gevoerd over de in het spel zijnde belangen, is het mogelijk grotere vooruitgang te boeken. Met een doeltreffendere, oftewel een beter tussen de lidstaten gecoördineerde werkwijze, komt er een win-winsituatie binnen handbereik waarin zowel de sociale en culturele doelen als het grote potentieel voor de Europese economie bewerkstelligd kunnen worden.

Verregaande vooruitgang bij de maximalisering van het digitale dividend en andere hieraan verbonden kwesties kan slechts worden gerealiseerd met gezamenlijk door het Parlement en de Raad goedgekeurde strategieën en verregaande politieke besluiten. De Commissie is dan ook voorstander van het legitieme streven van het Parlement nauwer te worden betrokken bij de bepaling van het spectrumbeleid en is het in principe eens met de door het Parlement voorgestelde wijzigingen.

Uiteraard heeft de Raad een vinger in de pap. Wat dat betreft wil ik u hier verzekeren dat de Commissie het Parlement in dit debat zal bijstaan en de Raad zal helpen om tot een overeenkomst te komen met het Parlement.

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Catherine Trautmann, rapporteur.(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, excellenties, dames en heren, de hervorming van het regelgevend kader waarover we nu in debat zijn, is alleen rechtvaardigbaar indien zij leidt tot tastbare verbeteringen, zowel voor de consument als het gaat om prijzen, toegang en verbindingssnelheid, als voor het bedrijfsleven wat betreft de kansen op eerlijke concurrentie, nieuwe investeringen en concurrentiekracht.

Als gevolg van het grote aantal betrokken partijen is er automatisch sprake van uiteenlopende en zelfs tegenovergestelde belangen. Ik heb er vanaf het allereerste begin voor gekozen te luisteren naar de standpunten van alle partijen en om een tijdig en ook betrouwbaar signaal te doen uitgaan naar het bedrijfsleven en de consument om vertrouwen te wekken of te herstellen.

De wereld van elektronische communicatie biedt Europa werkelijk enorme kansen op economische groei. De sector is goed voor drie procent van het Europese BBP. Wat betreft investeringen en de ontwikkeling van diensten valt er hier in de EU nog een hele wereld te winnen. Daar is concurrentie voor nodig en dat niet alleen: er dient tevens het nodige te worden gedaan om juiste omstandigheden te creëren voor verantwoordelijke en duurzame ontwikkeling, met andere woorden: we moeten een soort ecosysteem zien op te bouwen voor de soort kenniseconomie die we allemaal zo graag willen.

Vanaf nu af aan dienen we ICT te beschouwen als een economische hulpbron. We dienen daarom zowel om publieke als private redenen ervoor te zorgen dat we flexibele regels krijgen en dat alle betrokken partijen zich verantwoordelijk gedragen. Dat kan worden bewerkstelligd door middel van samenwerking tussen toezichthoudende instanties en de Commissie, op een soortgelijke manier als exploitanten en klanten samenwerken op basis van een juridische verbintenis.

Er zijn vier hoofdthema’s waarbij naar mijn mening nog het nodige werk verzet dient te worden. Allereerst de dienstverlening aan de klant, zowel wat internettoegang betreft - middels een grotere territoriale spreiding van de netwerken - als eerlijke prijzen en kwaliteit. Ten tweede hebben we het over voortdurende inspanningen van het bedrijfsleven ten behoeve van nieuwe banen en innovatie, aangezien technologische vooruitgang tevens prijsdrukkend werkt. Ten derde dient er te worden gewerkt aan de concurrentiekracht van kleine en grote ondernemingen, ten behoeve van duurzame concurrentie in de lidstaten en de noodzakelijke investeringen, voornamelijk in glasvezel, om zo beter in staat te zijn te concurreren op de wereldmarkt. En dan ten slotte nog de kwestie van de rechtszekerheid. Er dient te worden gezorgd voor een betrouwbaar systeem, door de betrokken partijen de nodige verantwoordelijkheid voor het geheel te geven en door de stimulering van wederzijdse samenwerking, en dan met name tussen regelgevende instanties onderling, maar ook tussen regelgevende instanties en de Commissie.

Het was mij dan ook een genoegen te kunnen constateren dat de Commissie industrie, onderzoek en energie instemde met mijn compromisvoorstellen - veelal met ruime meerderheid - en ik zou graag mijn collega’s willen bedanken voor het feit dat zij zo bereidwillig tijd vrijgemaakt hebben, ondanks deadlines die soms behoorlijk krap waren. Aan de andere kant zijn we er hierdoor juist in geslaagd de oorspronkelijke planning aan te houden die erop gericht was deze verordening voor het einde van de huidige zittingsperiode te amenderen. Bravo dus voor dit sterke staaltje samenwerking.

Ik heb zelf het gevoel dat de bedrijfstak over het algemeen positief gereageerd heeft op deze richtsnoeren en ik hoop dat onze partners in de Raad dat ook doen zullen. Ik heb met grote aandacht geluisterd naar de heer Chatel en de heer Besson, naar hun standpunten, alsook naar commissaris Reding. Ik zou hen graag willen bedanken voor hun goed onderbouwde en over het algemeen positieve oordeel.

Terugkomend op de kwesties waarover nog gedebatteerd wordt, zou ik nu graag willen spreken over de kwestie van de rechtsmiddelen.

Er is, zonder afbreuk te willen doen aan de bevoegdheden van de nationale regelgevende instanties, een consensus ontstaan voor wat betreft de noodzaak van een meer consistente toepassing van rechtsmiddelen op EU-niveau. Er was echter sprake van een unanieme, of bijna unanieme, afwijzing van het Commissievoorstel waarin de Commissie het vetorecht zou krijgen op rechtsmiddelen. In het mechanisme zoals voorgesteld in mijn verslag heeft elk orgaan zijn rechtmatige plaats: de Commissie mag dan de nodige vraagtekens zetten bij een rechtsmiddel, zij kan dit niet volledig desavoueren, tenzij er tevens een negatief advies wordt uitgebracht door BERT. En andersom is er voor het opleggen van functionele scheiding als rechtsmiddel de instemming nodig van zowel de Commissie als BERT. Met een dergelijke beperking blijft scheiding een tastbare dreiging, zonder dat deze al te lichtzinnig kan worden opgelegd.

Wat het radiospectrum betreft, is het in onze voorstellen te doen om een flexibeler beheer van dit schaarse middel, maar dan op een gematigde en proportionele wijze, waarbij er tegelijkertijd maatregelen worden getroffen ter optimalisering van het spectrumbeheer. Voor ons bestaat de eerste stap hiertoe uit een volwaardig Europees spectrumbeleid dat, zodra het pakket is goedgekeurd, voorgesteld kan worden tijdens een grote conferentie ergens in het begin van de volgende zittingsperiode.

Dan nog wat de nieuwe netwerken betreft, wel, daarover werd niet of nauwelijks gerept in het Commissievoorstel en dat terwijl Europa reeds volop betrokken is bij deze technologische revolutie. We waren van mening dat het van cruciaal belang was om de lidstaten en de regelgevende instanties per direct de nodige richtsnoeren en instrumenten te verschaffen die ze nodig hebben om investeringen te bevorderen en waar nodig de uitrol van deze netwerken te begeleiden. Om die redenen kregen onze voorstellen nog vlak voor de zomervakantie de volledige goedkeuring van een groep erkende deskundigen.

Nogal laat in het proces kwam er nog een andere onderwerp aan bod, namelijk de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten. Het is jammer dat dit debat in deze fase van de behandeling van het telecompakket is opgedoken. Het lijkt me misplaatst om nu manieren te bespreken om de volledige eerbiediging van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen.

Ik wil alleen maar zeggen dat ik hoop dat we de behandeling van het pakket zullen weten af te ronden zonder al te veel onnodige druk en zonder door dit onderwerp te worden opgehouden, ook al ben ik me er volledig van bewust dat het hier om een belangrijk onderwerp gaat, aangezien er aan het onderwerp creatieve inhoud een aparte Commissiemededeling gewijd is. Ik zal de overige punten nog behandelen in de twee minuten ter afsluiting die ik straks nog heb.

 
  
MPphoto
 

  Pilar del Castillo Vera, rapporteur. (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik zou me graag allereerst willen aansluiten bij wat de heer Chatel zojuist zei: de elektronische-communicatiesector is goed voor 25 procent van de Europese groei en 40 procent van de productiviteit. Deze cijfers vormen dus een bevestiging van uitspraken in de Lissabonagenda dat het noodzakelijk is een Europese kenniseconomie te ontwikkelen waarvan elektronische communicatie inderdaad de grote aanjager is.

De Commissie heeft door een aantal maatregelen ter wijziging van het regelgevend kader uit 2002 voor te stellen, laten zien zich hiervan terdege bewust te zijn. Een aantal markten is gedereguleerd en ook is er een aantal belangrijke stukken regelgeving op komst die tot doel hebben met hernieuwde kracht te werken aan het concurrentievermogen van de interne markt.

Maar hier wil ik me uiteraard vooral richten op het standpunt van het Parlement. Mijnheer Chatel, vertegenwoordiger van de Raad, mevrouw Viviane Reding, vertegenwoordiger van de Commissie, dames en heren, dit standpunt heeft een gemene deler, een factor waardoor het standpunt van het Parlement naar mijn mening uitzonderlijk consistent, coherent en ook krachtig is. De gemene deler in de verslagen van het Parlement, goedgekeurd door de desbetreffende commissies, is het concept van gedeelde verantwoordelijkheid.

Het verslag van mevrouw Trautmann is gebaseerd op gedeelde verantwoordelijkheid. Het voorstel om een orgaan van nationale regelgevende instanties op te richten is gebaseerd op het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid. We hebben in beide gevallen gehoord dat gedeelde verantwoordelijkheid het middel bij uitstek is dat de Europese elektronische-telecommunicatiemarkt nog altijd nodig heeft. Alle voorstellen zijn gebaseerd op het concept van gedeelde verantwoordelijkheid, of het nu gaat om interactie tussen de Commissie en het Europees Telecomregelgeversorgaan, BERT, bij de gezamenlijke regulering door deze lichamen, of om de opzet en de financiering van BERT.

Aangezien de tijd dringt en er al uitgebreid gedebatteerd is en er ongetwijfeld ook in de toekomst nog veel over gedebatteerd worden zal, wil ik nu alleen ingaan op BERT. Het voorstel hieromtrent past uitstekend in het concept van gedeelde verantwoordelijkheid en de ontwikkeling van een succesvolle markt die in het begin nog de nodige ondersteuning behoeft om volledig in overeenstemming te kunnen worden gebracht met mededingingsregels. Het is een orgaan dat is gebaseerd op samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten middels hun regelgevende organen. Tegen die achtergrond en gezien de huidige situatie zijn de taken van het orgaan nu beter gedefinieerd, hetgeen ook geldt voor de structuur, de verantwoordelijkheid, de verantwoordingsplicht alsook de financiering ervan.

Met het oog hierop zou ik graag willen zeggen, commissaris, dames en heren, mijnheer Chatel, dat het van cruciaal belang is te zorgen voor het behoud van zowel coherentie als consistentie. De door mij voorgestelde en bepleite medefinanciering voor het orgaan is eveneens in overeenstemming met het concept van gedeelde verantwoordelijkheid dat aan de basis ligt van elk door het Parlement ingediende voorstel, zowel in het verslag van mevrouw Trautmann als in dat van mij.

Wat echter niet coherent en consistent zou zijn, is een ergens via een achterdeurtje naar binnen gesmokkeld financieringsmechanisme dat uitsluitend en alleen gebaseerd zou zijn op Gemeenschapsgeld. Dat zou een grote dissonant vormen met de rest van het voorstel en daarmee volledig strijdig zijn met het wezen en de achterliggende logica van de door het Parlement voorgestelde hervorming.

Ik ben ervan overtuigd dat zowel het Parlement en de Commissie, als de Raad dezelfde doelen nastreven. Dat lijkt me toch wel afdoende aangetoond. Ik zou dan ook willen pleiten voor het behoud van de goede verstandhouding inzake dit onderwerp, zodat we de zaak met vereende krachten kunnen aanpakken. De bedrijfstak waar het hier over hebben, is dat dubbel en dwars waard.

 
  
MPphoto
 

  Patrizia Toia, rapporteur. (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, in de wereld van de telecommunicatie is elk medium waarmee geluid, gegevens en beelden kunnen worden overgedragen een kostbaar goed. Om die reden opent het feit dat er over een aantal jaren een grote, zoniet enorme hoeveelheid radiospectrum beschikbaar komt - met andere woorden nieuwe frequenties voor nieuwe toepassingen - brede sociale en culturele horizonten alsook enorme kansen voor het bedrijfsleven en de economie als geheel. Er is zelfs al iemand geweest die een berekening heeft gemaakt van de commerciële waarde van het digitale dividend.

Dit vraagt dus om een gedegen Europees beleid waarmee deze kans tot een maximum kan worden uitgebuit en waarmee Europa de drijvende kracht wordt achter het nationale beleid, en niet slechts een instantie die nationaal beleid samenbindt. Zoals we allemaal wel weten wordt het vrijgekomen radiospectrum in andere delen van de wereld, zoals Japan en de VS al met succes ingezet. Het bedrijfsleven aldaar beschikt hiermee over een concurrentieel voordeel.

We hebben dus het een en ander in te halen, en wel zo snel mogelijk. En ook al is de digitale omschakeling pas in 2012 volledig een feit - een datum overigens die absoluut en volledig dient te worden nageleefd - dienen we nu al, zonder dralen, onze tanden te zetten in de hervorming van het radiospectrum en in het digitale dividend.

Het radiospectrum is een natuurlijke en om die reden publieke economische hulpbron. De waarde ervan dient te gelde te worden gemaakt, dat zeker, maar moet ook sociale doelen dienen ten behoeve van de bevolking. Denkt u daarbij aan zaken als het waarborgen van snelle internettoegang voor elke burger, inclusief de minderbedeelden, door ook in de meest afgelegen delen van onze landen breedbandinternet aan te leggen, waarmee de digitale kloof die nog in grote delen van Europa aanwezig is, gedicht kan worden. Ik denk daarbij niet alleen aan plattelandsgebieden, maar ook aan stedelijke en industriële gebieden.

Ik zei al dat de tijd dringt voor het digitale dividend. We dienen dit laatste deel van onze zittingsperiode dan ook te benutten om als lidstaten en als Europa eendrachtig te werken aan vooruitgang op dit vlak. Ik zou de Commissie en de Raad het volgende willen zeggen: zet een aantal stappen in de richting van een positievere reactie op de behoefte aan harmonisering, omdat met harmonisering zoals al gezegd een optimaal en doeltreffender gebruik kan worden gemaakt van het digitale dividend. Wij hopen dat zal worden gekozen voor verregaande coördinatie op Europees niveau en dat we als Europa in staat zullen zijn om met één stem te spreken tijdens de internationale onderhandelingen, die naar ik meen reeds in Genève begonnen zijn.

In ons verslag wordt gepleit voor een aantal zaken. Ik zou hier in willen gaan op een of twee daarvan. Ik heb het over de noodzaak van een win-winstrategie, zoals de commissaris dat noemde. Het gaat er daarbij om de middelen zodanig in te zetten dat dit tegemoet komt aan de behoeften van zowel de audiovisuele en media-exploitanten - die al op dit gebied aanwezig zijn om te zorgen voor cultureel pluralisme en om de culturele identiteit te verdedigen – als de telecommunicatiesector. Deze laatste dient passende ruimte te worden geboden en zal nieuwe diensten moeten ontwikkelen, alsook een hele reeks technologieën om in te kunnen spelen op de nieuwe behoeften van de moderne consument. Dat betekent dat de media en de telecommunicatiesector samen kunnen werken, als collega’s en op een gelijk speelveld.

Maar er is nog een derde partij die ik graag als winnaar uit de bus zou willen zien komen, tezamen met de andere twee, namelijk de gebruikers, en dan zelfs de gebruikers zonder licentie zoals liefdadigheidsinstellingen, lokale overheden, netwerken voor kleine lokale gemeenschappen en verenigingen van algemeen belang. Een ander punt waarmee ik nog zou willen afsluiten, mevrouw de Voorzitter, is met de constateringen dat, zoals de vertegenwoordigers van de Raad al zeiden, er met betrekking tot de mate van samenwerking tussen de verschillende autoriteiten op dit vlak verschillende standpunten bestaan, zowel in het Parlement als onder de lidstaten.

Ik denk aan de ene kant - en het Parlement is het daarin met mij eens - dat als het gaat om toewijzing van de frequenties, wij de eigen verantwoordelijkheid van de lidstaten moeten respecteren. Aan de andere kant echter dienen we tevens gezamenlijk de cruciale noodzaak tot harmonisering onder de loep te nemen. Want als we niet harmoniseren, als we niet in staat zijn zaken te coördineren en tot gezamenlijke besluiten te komen, dan zal de economische en sociale waarde van het spectrum dalen. Ik heb daarbij altijd het beeld van de succesvolle gsm-standaard voor ogen.

Ik ben ervan overtuigd dat we op basis van kosten-batenanalyses met betrekking tot het in ons verslag nagestreefde dividend - in verschillende lidstaten uit te voeren als onderdeel van nationale projecten - alsook op basis van het breedst haalbare debat in de lidstaten met deelname van exploitanten en het algemene publiek, uiteindelijk zullen inzien, ook nog eens met een grote dosis politieke wil op Europees niveau, dat een Europees beheer van het spectrum Europa grote sociale en economische voordelen zal opleveren en daarom dus de beste optie is.

 
  
MPphoto
 

  Malcolm Harbour, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is mij een ware eer dat ik hier nu voor de tweede keer als rapporteur het woord mag voeren over dit onderwerp; eerder in 2001 was ik rapporteur voor deze richtlijn. Het was ook een waar voorrecht om samen te werken met mijn collega’s, mevrouw Trautmann en mevrouw del Castillo, want het was echt teamwerk. Het vormt een samenhangend pakket.

Zoals de commissaris al zei, is het een hele prestatie. Daarom willen wij de rechten van de consumenten hervormen en verbeteren, zodat zij goed geïnformeerd zijn, hun voordeel weten te halen uit de beschikbare aanbiedingen en in staat zijn innovaties aan te moedigen.

Dat vraagt uiteraard om een werkbare structuur. Ik zou de commissaris er dan ook graag aan willen herinneren dat het uitgerekend dit Parlement was dat gepleit heeft voor een rol voor de Commissie krachtens artikel 7. Daarmee vonden we toentertijd de Raad tegenover ons. Er is niemand zo bewust van het belang van een juist evenwicht als het Parlement, maar als ik kijk naar het standpunt van het team, dan zou men haast zeggen dat het de hoogste tijd is dat de regelgevende instanties niet alleen op nationaal niveau hun verantwoordelijkheid nemen en zorgen voor een consistente tenuitvoerlegging van de regelgeving, maar ook dat zij een deel voor hun rekening nemen van de beleidsontwikkeling op Europees niveau. Ik denk dat ongeacht hoe alles uiteindelijk uitpakt, het geheel pas kan werken als de lidstaten een aandeel hebben in het orgaan en ik laat aan u over om te bepalen wat ik daarmee bedoel!

Ik zou graag alle leden van het team willen complimenteren die met mij samengewerkt hebben aan de verbetering van deze richtlijn. Ook dank ik de minister en de commissaris voor hun vriendelijke opmerkingen over de door ons voorgestelde verbeteringen. Het is een combinatie van werkzaamheden met betrekking tot gebruikersrechten en de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie.

In dit Parlement ligt de verantwoordelijkheid voor gegevensbescherming en de overige expertise bij de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Het was naar mijn mening fout om deze twee zaken met elkaar te combineren, maar desalniettemin denk ik dat we het tot een goed eind hebben gebracht. Mijn collega Alexander Alvaro zal op deze aspecten ingaan en de commissaris zou hem moeten bedanken voor het feit dat hij gedetailleerde informatie aangeleverd heeft over hoe de meldingsplicht bij inbreuken op datagebied precies werkt. Het was toch te gek voor woorden dat de Commissie ons een voorstel stuurde waarin alle uitvoeringsdetails gedelegeerd waren aan een parlementaire commissie. We hebben het hier over zwaarwegende politieke besluiten. Ik ben het met u eens dat we nog heel wat werk te verzetten hebben, wat niet wegneemt dat u hem toch wel een bedankje schuldig bent voor het feit dat hij uw huiswerk heeft zitten doen.

Dan wat mijzelf betreft: ik ben nogal teleurgesteld over het feit dat de kwestie van de universele dienst pas later aan bod komt. We hakken het dus in twee stukjes. We zijn in afwachting van uw verslag dat we volgens planning binnenkort tegemoet mogen zien. Ik heb al zoveel mogelijk werk verricht wat betreft de gebruikersrechten, maar er is nog genoeg werk aan de winkel. Ik wil daarmee zeggen dat wij graag zouden willen zien dat die goed geïnformeerde en daardoor dus sterker in zijn schoenen staande consument zijn eigen keuzes maakt op basis van zo duidelijk mogelijke informatie over de prijs van de dienst, over wat de dienst precies inhoudt en over mogelijke beperkingen op de dienstverlening, en over de vraag of de kosten van een toestel al dan niet in de prijs zijn inbegrepen wanneer hij een langer durende overeenkomst afsluit. We willen graag dat de consument gemakkelijk kan winkelen en gemakkelijk zijn telefoonnummer kan overdragen. Ik ben dan ook ingenomen met de steun wat dat betreft. Ook willen we de consument in staat stellen de duur van de overeenkomst goed af te wegen en ervoor zorgen dat de duur van de overeenkomst niet gebruikt wordt als een beperkende bepaling in geval van een overstap.

Ook willen we ons nader buigen over de rechten van de consument. Hij of zij heeft recht op een veilige gegevensopslag en -verwerking, op veilige netwerken die overal voorhanden zijn en op netwerken waar dienstverleners niet een specifiek deel van de inhoud of dienst blokkeren op een met het beginsel van vrije mededinging strijdige manier. We zijn het eens met uw idee voor nieuwe kwaliteitsvereisten wat betreft de dienstverlening en hebben het idee dat we hier vooruitgang hebben geboekt. En ik heb het hier over echt een heel erg belangrijk recht. Consumenten hebben recht op universele nooddiensten van goede kwaliteit, alsook op locatie-informatiediensten. Met name gebruikers met een handicap hebben recht op dergelijke diensten, alsook ook op betere dienstverlening.

Tevens vind ik dat de consument recht heeft op informatie over een aantal problemen die hij of zij zou kunnen tegenkomen. Denk daarbij aan mogelijke inbreuken op het auteursrecht, mogelijk ongeautoriseerd gebruik, of bijvoorbeeld de mogelijkheid dat men zaken koopt die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid, zoals nepmedicijnen. Waarom zouden we niet van elektronische dienstverleners verlangen dat ze boodschappen weergeven zoals dat nu al bij diensten van algemeen belang het geval is? Want daar gaat het om, waarde collega’s. Het gaat niet om toezicht op de naleving van het auteursrecht - dat is de verantwoordelijkheid van de nationale overheden - maar het gaat erom het leven van de consumenten makkelijker en beter te maken.

Er is nogal wat werk te verzetten, commissaris, maar het doet mij genoegen te kunnen vertellen dat er overeenstemming bestaat over een groot aantal compromissen, en ik heb er alle vertrouwen in dat ze zullen worden goedgekeurd. Ik verheug me op de samenwerking met het Franse voorzitterschap bij de uitvoering van deze ambitieuze planning, want het is belangrijk voor Europa dat deze inderdaad gehaald wordt.

 
  
MPphoto
 

  Jutta Haug, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, de belangstelling van de Begrotingscommissie gaat bij de wetgeving over elektronische communicatie, het zogeheten telecompakket, uiteraard uit naar dat deel waarvoor uitgaven uit de Europese begroting nodig zijn. We zijn dus met andere woorden geïnteresseerd in het agentschap, de door de Commissie voorgestelde Europese autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt, later door uw collega’s van de vakcommissie omgedoopt tot het Europees Telecomregelgeversorgaan (BERT).

Maar om maar meteen met de waarheid voor de dag te komen: zoals de zaken er nu voor staan is er uit hoofde van subcategorie 1a niet genoeg geld beschikbaar voor dit agentschap, ongeacht hoe het eruit ziet. Om die reden zijn we zeer ingenomen met het feit dat de commissie ten principale onze amendementen opgenomen heeft in haar verslag en een structuur voorstelt die minder belastend is voor onze begroting. Dit alles neemt niet weg dat we er samen voor dienen te zorgen dat BERT een Europese orgaan wordt en dat wij er hier in het Europees Parlement de controle over behouden. Tevens wil ik u erop wijzen dat het Parlement en de Raad krachtens artikel 47 van het Interinstitutioneel Akkoord tot overeenstemming zullen moeten zien te komen over de financiering van BERT.

 
  
MPphoto
 

  Karsten Friedrich Hoppenstedt, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. (DE) Mevrouw de Voorzitter, als rapporteur voor advies voor het eerste deel - beter wetgeven - van de Commissie economische en monetaire zaken, zou ik mijn waarde collega’s graag willen verwijzen naar mijn schriftelijk advies, maar daarnaast tevens stil willen staan bij drie punten uit het verslag die ik van buitengewoon belang acht. Allereerst het stimuleren van de ontwikkeling en aanleg van glasvezelnetwerken, ook wel bekend als next-generation networks. Ter bevordering van deze netwerken dient te worden gekeken naar de mogelijkheid tot risicodeling bij de financiering van nieuwe faciliteiten en het delen van de leidinggoten. Niet alleen dienen telecommunicatieondernemingen betrokken te worden bij dit delen van de leidinggoten, maar ook andersoortige ondernemingen.

Dan mijn tweede punt, iets waar zojuist al over is gesproken, namelijk dat de centralisering die de Commissie met behulp van de Europese autoriteit, het vetorecht en de comitéprocedure probeert door te voeren, ten stelligste bestreden dient te worden. En dan ten derde: de precieze verdeling van de frequenties mag pas worden vastgelegd na beantwoording van een hele reeks voorafgaande vragen. Ligt de verantwoordelijkheid bij de EU? Voor welke aspecten is zij bevoegd? Hoe groot is het digitaal dividend eigenlijk precies? En wat is de precieze invloed van de concrete distributiemodellen?

Secundaire diensten zoals draadloze microfoonsystemen mogen niet in de verdrukking komen, aangezien dergelijke systemen verantwoordelijk zijn voor uitzendingen van grote evenementen als de Olympische Spelen. Om die reden dienen de resultaten van de onderzoeken die op dit moment door gespecialiseerde organen uitgevoerd worden, te worden meegenomen in het politieke besluitvormingsproces inzake de verdeling van het frequentiespectrum.

Ik hoop dat we op die manier gezamenlijk Europese toegevoegde waarde zullen weten te creëren voor alle betrokken partijen.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. (EN)

Mevrouw de Voorzitter, het hangt helemaal af van ons vermogen om nieuwe innovaties en diensten te ontsluiten of wij als Europa in staat zullen zijn de koppositie te bezetten in de wereld van telecommunicatie en mobiel internet.

Wat dat betreft is het buitengewoon schadelijk te proberen oude structuren en oude marktpartijen in bescherming te nemen. We moeten de zaak opengooien, en daarom is het zo belangrijk om het digitale dividend zodanig in te zetten dat het volledige spectrum aan nieuwe diensten en nieuwe kansen benut kan worden, waarbij tegelijkertijd de oude radiozenders en de huidige diensten kunnen worden gewaarborgd.

We dienen ervoor te zorgen dat in alle delen van het spectrum allerhande diensten kunnen worden ontwikkeld. En daar waar er nog geen concurrentie is op het niveau van de infrastructuur, dienen we te zorgen voor een ware concurrentie middels functionele scheiding.

 
  
MPphoto
 

  Robert Goebbels, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag in de zestig seconden die mij ter beschikking staan een aantal korte opmerkingen willen plaatsen namens mijn collega Bernard Rapkay. Voor ons socialisten is de inrichting van een soepel functionerende interne markt op het vlak van telecommunicatiediensten van bijzonder hoge prioriteit. We zijn ingenomen met de actieve rol van de Commissie op dit vlak. Het is met name van belang de consument te beschermen tegen het onmiskenbare misbruik dat de grote exploitanten maken van hun machtspositie. Er is nog meer dan genoeg ruimte voor verlaging van de tarieven. Uit de Commissie-initiatieven op het vlak van roaming blijkt dat zelfs in een markteconomie interventies op het vlak van de prijsvorming meer dan nodig zijn. Wij geven de voorkeur aan de zichtbare hand van de Commissie boven de onzichtbare hand van de markt, die vaak de hand is van de zakkenroller in de portemonnee van de consument.

rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. – (FR)

Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag af willen sluiten met een woord van dank aan alle rapporteurs, met name aan mevrouw Catherine Trautmann die uitmuntend werk verricht heeft waardoor we morgen een zeer grote meerderheid tegemoet kunnen zien.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. (NL) Voorzitter, dit pakket bevat op zich goede voorstellen voor de bescherming van de rechten en de privacy van consumenten, maar het is helaas onsamenhangend en schept daardoor juridische onzekerheid voor zowel bedrijven als gebruikers want de reikwijdte is volstrekt onduidelijk.

Ik heb het gevoel dat de Commissie zich meer heeft laten leiden door de interne institutionele structuren en de juridische grondslag dan dat ze de werkelijkheid als uitgangspunt heeft genomen. Want waar hebben we het eigenlijk precies over? Gaat het over telefonie? Dat is toch volstrekt achterhaald! Of gaat het over mobiele telefonie? En wat is Skype dan? Wat zijn betaaldiensten per telefoon? Is dat ook telecom? En RFID-netwerken? Dat blijft onduidelijk. Waarom komen er regels inzake de melding van inbreuken voor telecom- en internetaanbieders, maar niet bijvoorbeeld voor banken, verzekeraars of de sociale dienst, die vaak gebruik maken van dezelfde gegevens? En wat als die door een bedrijf verzamelde persoonsgegevens door een ander worden gebruikt, bijvoorbeeld overheidsdiensten, politie, justitie, zoals is vastgelegd in de richtlijn betreffende de bewaring van gegevens? Wie is er dan verantwoordelijk voor die gegevens? Wat heeft de burger daaraan? Waar kan ik terecht als burger?

Ten slotte denk ik dat we dringend moeten beginnen met de Verenigde Staten te overleggen over transatlantische en wereldwijde standaarden op dit gebied.

 
  
MPphoto
 

  Reino Paasilinna, rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. (FI) Mevrouw de Voorzitter, excellenties, geachte commissarissen en mevrouw Trautmann in het bijzonder, het is nu tijd geworden om in tastbare bewoordingen na te denken over de mensenrechten in de informatiemaatschappij die we nu trachten te verbeteren en waarbij democratie en behoorlijke handelspraktijken het belangrijkste oogmerk zijn. Verdere verbeteringen zijn daarom vereist. Zo werken we aan verbetering van de privacy en de veiligheid, zoals bij spam. Wij vinden het van groot belang dat het recht-van-toegangsbeginsel bij dit alles een prominente rol speelt. Ook zijn we bezig met wetgeving over toegang tot diensten, een uitermate belangrijk iets: tarieven dienen toegankelijk te zijn en breedband voor iedereen bijvoorbeeld, is een burgerrecht. We hebben nu gezorgd voor een versteviging van de positie van ouderen en met name gehandicapten, iets dat naar mijn idee menselijk is en niet meer dan terecht.

Ten tweede dienen netwerken concurrentieel te zijn en dienen we ervoor te zorgen dat internetexploitanten niet langer obstakels opwerpen tegen de vrije mededinging. Integendeel, de concurrentie dient te worden versterkt en het zou verboden moeten worden om dataterminalapparatuur te maken waarmee je slechts naar een bepaalde exploitant luisteren kunt.

Radiostations vormen een stevige basis voor de informatiemaatschappij. We dienen ze te koesteren, nu en in de toekomst. Daarom moeten ze altijd verzekerd zijn van een eigen frequentie, omdat ze nooit genoeg geld zullen hebben om deel te nemen aan veilingen. Desalniettemin is er ruimte nodig voor 3G, iets waar hard aan gewerkt wordt. Ook moeten we zorgen voor de nodige ruimte voor nieuwe technologieën en innovatie.

Er is nog één ding dat ik zeggen wil. Hoe rechtvaardiger en hoe technisch geavanceerder Europa is, des te beter zullen we ons kunnen doen gelden als democratische kracht in de informatiemaatschappij en als gemeenschap die de Lissabondoelstellingen weet te realiseren, die overigens op dit moment wel erg ver weg lijken te liggen. Het is aan ons om de handschoen op te pakken: dit pakket wetgevende maatregelen is een stap in de goede richting.

 
  
MPphoto
 

  Marian Zlotea, rapporteur voor advies van de Commissie IMCO. (RO) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, mevrouw de commissaris, excellenties, ik zou graag de betrokken rapporteurs willen complimenteren met hun werk aan het telecompakket.

Het verslag van mevrouw Trautmann vertegenwoordigt een uitgewogen standpunt en ik ben voorstander van de compromisamendementen die erin worden voorgesteld. Ook ben ik blij met de goedkeuring van een aantal amendementen, met name die met betrekking tot de harmonisering van het spectrum, alsook een aantal maatregelen met betrekking tot de wereldwijde telecommunicatiediensten.

De Europese economische groei, alsook het consumentenwelzijn, hangt af van een dynamische en concurrerende telecommunicatiesector. In markten met veel concurrentie is breedband ruim voorhanden; de nieuwkomers op de markt hebben gezorgd voor hoge snelheid en innoverende diensten.

De kaderrichtlijn in het telecommunicatiepakket dient zich te richten op vergroting van de investeringen. Ook dienen we rekening te houden met de nieuwegeneratienetwerken en verder dienen de consumenten over gediversifieerde keuzemogelijkheden te beschikken, zodat zij kunnen genieten van lagere kosten en betere diensten.

Tot slot zou ik willen zeggen dat ik het volste vertrouwen heb in de wijzigingen die we van plan zijn aan te brengen aan het telecompakket, wijzigingen die de consument tot voordeel zullen strekken doordat ze hem een breed scala aan goedkopere en gediversifieerdere diensten zullen opleveren.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. (HU) Dank u wel mevrouw de Voorzitter. We kunnen gerust zeggen dat de successen in de elektronische-communicatiesector van de afgelopen tien jaar toe te schrijven zijn aan de Europese Unie. Dat neemt echter niet weg dat er nog een aantal grensoverschrijdende problemen en ongelijkheden bestaan met betrekking tot de toegang tot breedbandinternet, de spreiding van de digitale samenleving en digitale diensten. Als we echt een “gemeenschappelijke” markt wensen, dan dienen we daar de omstandigheden naar te maken.

Op basis van de debatten van de afgelopen maanden hebben we voor de oprichting van BERT gestemd. BERT zou moeten zorgen voor vereenvoudigde samenwerking tussen de nationale regelgevende instanties en garanderen dat zij effectief deelnemen. We zijn nog altijd de mening toegedaan dat BERT rekenschap dient af te leggen aan, en transparant dient te zijn jegens de Europese instellingen. De voorwaarde hiertoe is communautaire financiering. Ogenschijnlijk zou medefinanciering door de lidstaten leiden tot grotere onafhankelijkheid en grotere doeltreffendheid, maar dat is niet zo. De organisatie zou op deze manier onder het toezicht van de Europese Unie en het Europees Parlement vandaan gehaald worden. Daar willen wij niet aan bijdragen. We dienen zij aan zij met de Commissie verder te blijven vechten voor de bescherming van de belangen van de consument, zodat deze slechts waar noodzakelijk zal moeten delen in de kosten van de zich steeds verder uitbreidende nieuwe technologieën en hij net als bij roaming niet ook nog via de factuur bedot kan worden. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Manolis Mavrommatis, rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs. (EL) Mevrouw de Voorzitter, als auteur van het advies van de Commissie cultuur en onderwijs, wil ik u erop wijzen dat het van extreem belang is de intellectuele rechten van auteurs in de breedste zin van het woord te bezien als fundamentele rechten.

Iedereen, vooral de wetgever, dient zich ervan bewust te zijn dat indien intellectuele creativiteit niet wordt beschermd en indien, in naam van de bescherming van persoonsgegevens, inbreuk wordt gepleegd op de rechten van de opsteller, de gebruiker uiteindelijk ook minder artistieke inhoud aangeboden krijgt.

Piraterij en illegale distributie van muziek en films op het internet zijn schering en inslag. De keerzijde van de technologie is dus dat de opsteller aan het kortste eind trekt. En of we het nu fijn vinden of niet, deze is wel de bron van het aangeboden materiaal.

Namens de Commissie cultuur wil ik de Parlementsleden en alle commissies en politieke fracties dan ook oproepen om de Europese creativiteit te beschermen, zodat artistieke inhoud via nieuwe media verspreid wordt en blijft.

 
  
MPphoto
 

  Cornelis Visser, rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs. (NL) Voorzitter, commissaris Reding heeft met het telecompakket opnieuw haar daadkracht laten zien. Met betrekking tot het Commissievoorstel over het digitaal dividend heb ik vanuit de Commissie cultuur en onderwijs, constructief samengewerkt met mevrouw Toia. Ook wil ik hierbij de voorzitter van de Commissie industrie, onderzoek en energie, mevrouw Niebler, vanwege de Commissie cultuur en onderwijs bedanken voor de goede samenwerking.

Voor de Commissie cultuur en onderwijs vormen radio en televisie cruciale middelen voor de verspreiding van cultuur en taal. Door de omschakeling van analoge naar digitale televisie komt er op dit moment ruimte in het spectrum vrij. Er is voor deze frequenties grote belangstelling van de aanbieders van mobiele telefonie en breedbandinternet. De Commissie cultuur en onderwijs is niet tegen technologische vernieuwing, maar ze wil bescherming van de rechten van de huidige gebruikers, namelijk de publieke en commerciële omroepen. De culturele en taalkundige diversiteit van de uitzendingen moet voldoende gewaarborgd blijven en ook moeten de belangen van de consument en diens investeringen in televisieapparatuur gewaarborgd zijn.

 
  
MPphoto
 

  Gyula Hegyi, rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs. (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is van belang te onderstrepen dat de telecommunicatie-evolutie niet alleen een technologisch en economisch proces is, maar ook een sociale en culturele gebeurtenis van formaat. We moeten zorgen dat Europa zijn leidende positie in dit proces handhaaft.

Er dient daarbij op twee zaken te worden gelet: algemene en democratische toegang tot elektronische communicatiediensten, hetgeen betekent dat iedereen het recht op toegang heeft tot dergelijke diensten, en verder het beginsel dat cultuur en educatief erfgoed doorgegeven dienen te worden en gerespecteerd. De Commissie cultuur heeft getracht een evenwicht aan te brengen tussen deze twee belangen.

Als rapporteur voor advies van de Commissie cultuur over het Europees Telecomregelgeversorgaan (BERT) heb ik mij beperkt tot aspecten die vallen onder de verantwoordelijkheid van mijn commissie. BERT dient niet alleen open te staan voor contacten met het bedrijfsleven en consumentengroepen, maar ook met culturele belangengroepen, aangezien deze nuttige en betrouwbare informatie kunnen leveren over de culturele aspecten van het geheel.

Ik ben van mening dat indien wij op de juiste wijze gebruik maken van de telecomevolutie, het hele proces ertoe kan bijdragen dat Europa de leidende kenniseconomie van de wereld wordt, hetgeen het belangrijkste doel is dat we met zijn allen voor ogen hebben.

 
  
MPphoto
 

  Ignasi Guardans Cambó, rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag allereerst de rapporteurs willen complimenteren met hun werk.

De Commissie cultuur en onderwijs heeft vanaf het allereerste begin deze hele kwestie uitermate serieus genomen, omdat het niet langer mogelijk is wetgeving te creëren voor het elektronisch netwerk of het radiospectrum zonder zich te bekommeren om de ware aard van de verspreide inhoud. Wetgeven puur en alleen op basis van technische of zelfs economische criteria zonder inachtneming van de doelstellingen van het cultuurbeleid of zonder waarborgen voor diversiteit, is een doodlopende weg. De werkelijkheid van de digitale wereld dwingt ons ertoe samen te werken met televisiezenders en de verleners van elektronische diensten en om wetgeving op te stellen voor een interne markt waarin telecommunicatie en de audiovisuele markt ondeelbaar bij elkaar zijn gaan horen.

Tevens dienen we op een uitgewogen manier op te treden tegen de verspreiding van illegale inhoud op het internet. Dat houdt in dat ieder van ons zijn of haar verantwoordelijkheid dient te nemen in een strijd die ons allen aangaat, als wij in ieder geval willen dat onze kinderen en de cultuur zoals we die nu kennen, beschermd worden.

Om deze redenen ben ik voorstander van alle ingediende voorstellen in hun huidige vorm en ik hoop dat ons debat en de uiteindelijke stemming niet bedorven zullen worden door slecht geïnformeerde externe druk.

 
  
MPphoto
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. (PL) Mevrouw de Voorzitter, de Europese kaderwetgeving voor telecommunicatie ontstond in de jaren negentig en heeft de nationale markten inderdaad bevrijd van staatsmonopolies. Daardoor zijn de door elkaar beconcurrerende aanbieders aangeboden telefoontarieven sterk gedaald. In de afgelopen jaren zijn we getuige geweest van revolutionaire veranderingen in de communicatietechnologie: mobiele telefoons, de ontwikkeling van het internet en draadloze netwerken hebben de wereld van de telecommunicatie compleet veranderd. De EU-wetgeving dient deze veranderingen te volgen, met inbegrip van de sociale gevolgen van de veranderingen.

Zo’n 15 procent van de Europeanen heeft een handicap en tegen 2020 vertegenwoordigen ouderen 25 procent van de totale bevolking. Juist deze mensen met speciale behoeften dient eenvoudigere toegang tot communicatiediensten geboden te worden. Het is van belang dat er een kosteloos toegankelijk gemeenschappelijk alarmnummer komt, 112, voor mensen in de hele Unie, inclusief voor gebruikers van telefonie via het internet, alsook andere kostenloze elektronische spraakdiensten. Bovendien dienen consumenten te beschikken over het recht om volledig te worden geïnformeerd over zowel de juridische verplichtingen die voortvloeien uit het gebruik van bepaalde diensten - zoals bijvoorbeeld met betrekking tot auteursrechten - alsook van bij wet bepaalde beperkingen. Het allerbelangrijkste echter voor consumentenbescherming is een precieze definiëring van de verantwoordelijkheden van de nationale toezichthoudende instanties met betrekking tot de dagelijkse uitoefening van consumentenrechten.

 
  
MPphoto
 

  Manuel Medina Ortega, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. (ES) Mevrouw de Voorzitter, de rapporteur, mevrouw Trautmann, heeft gezegd dat de kwestie van de intellectuele eigendom geen onderdeel zou mogen uitmaken van dit debat. Ik ben het volledig met haar eens, omdat ik vind dat de bescherming van de intellectuele eigendom, net zoals privacybescherming en andere juridische concepten, reeds afdoende behandeld is in andere juridische kaders.

Er dient desalniettemin te worden opgemerkt dat de bescherming van de intellectuele eigendom relevant blijft als het gaat om de actualisering van inhoud. Telecommunicatie werd hier beschreven als een stelsel van supersnelwegen waarover men zich vrij bewegen kan. Maar als iemand een misdrijf begaat op de snelweg dan komt de politie in actie. Je kunt geen auto stelen, daarmee de snelweg oprijden, en als de politie je dan staande houdt, tegenwerpen dat er op de snelweg sprake is van vrijheid van verkeer.

Ik denk dat het voor het Parlement belangrijk is dat we hier opnieuw weer benadrukken hoe belangrijk de bescherming van de intellectuele eigendom en het privéleven wel niet is, en zelfs om hier nog weer eens te herhalen dat de mensen recht hebben op privacy, een recht dat op dit moment door grote telecommunicatiemaatschappijen met voeten getreden wordt.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Alvaro, rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. (DE) Mevrouw de Voorzitter, als u mij evenveel spreektijd geeft als de vorige drie sprekers, dan zou dat helemaal niet zo verkeerd zijn. Ik dacht overigens dat ik tweeënhalve minuut spreektijd zou hebben.

Maar om die tijd niet te verdoen zou ik graag Malcolm Harbour, Catherine Trautmann en Pilar del Castillo Vera hartelijk willen bedanken voor de werkelijk uitmuntende samenwerking waar ook Malcolm het al over had. We hebben zonder een onvertogen woord uitermate nauw en in wederzijds vertrouwen aan het onderwerp samengewerkt. Het is nu echter te laat om nog iets te doen aan de structurele tekortkoming van de koppeling van de twee richtlijnen.

Desalniettemin wil ik in de korte tijd die mij ter beschikking staat zeggen dat ik erg ingenomen ben met het feit dat de Commissie ingegaan is op het onderwerp gegevensbescherming, zij het wat stiefmoederlijk. Feit is, commissaris, dat u mij waarschijnlijk niet zomaar uw kredietkaartgegevens, uw telefoonnummer en adres geven zou, zelfs als ik u dat aardig vraag. Het punt is echter dat als u op het internet bent, het heel goed zijn kan dat veel van die informatie daar allang aanwezig is op plaatsen waar u dat niet zou verwachten en waar u het ook niet zou willen hebben. Wat dat betreft was ik verheugd dat ik in samenwerking met andere fracties en Parlementsleden er mede voor heb kunnen zorgen dat het recht van consumenten op een vertrouwelijke behandeling van hun persoonlijke gegevens en op bescherming van hun persoonlijke systemen in dit pakket zal worden opgenomen.

Ik zie dat ik tegen het einde van mijn tijd zit, maar ik hoop dat er nog meer gelegenheden zullen zijn om deze of gene kwestie nog eens nader tegen het licht te houden. Hartelijk dank nogmaals voor de constructieve samenwerking. Laten we hopen dat het ons lukt om ten behoeve van de consumenten de gegevensbescherming in Europa op een hoger plan te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Niebler, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, fungerend voorzitter, dames en heren, ook ik zou willen beginnen met een woord van dank aan onze rapporteurs, mevrouw Trautmann, de heer Harbour, mevrouw del Castillo en mevrouw Toia en alle schaduwrapporteurs, zowel voor hun inzet als voor de goede samenwerking met degenen die minder goed ingevoerd waren in dit onderwerp.

Het meest recente rechtskader voor marktliberalisering stamt uit 2002. Er is hier vandaag al gesproken over het belang van de markt. Als ik u even wat cijfers noemen mag: de telecommunicatiesector heeft alleen al in Europa een omzet weten te bereiken van 300 miljard euro en er zijn duizenden banen mee gemoeid. Het is dan ook belangrijk dat we werken aan de verdere ontwikkeling van het rechtskader dat sinds 2002 zijn diensten zodanig goed bewezen heeft dat nu een aantal nieuwe hoofdstukken toegevoegd kan worden aan dit Europese succesverhaal. Hiertoe dient uiteraard eerst en vooral het juridisch kader te worden aangepast aan de nieuwe technologische ontwikkelingen.

In de ook voor mij korte tijd die ik heb om te spreken zou ik graag in het bijzonder in willen gaan op drie punten die voor mij persoonlijk van specifiek belang zijn. Allereerst is er de investering in geavanceerde infrastructuur in Europa. We staan hier in Europa voor de enorme uitdaging om zoveel en zo snel mogelijk te investeren in deze nieuwe snelle breedbandnetwerken. Dat is een van de krachtigste manieren om Europa concurrerend te maken. We dienen de juridische omgeving te creëren waarin investeringen het best gedijen. Aan de andere kant mogen we geen nieuwe monopolies en gesloten markten in het leven roepen.

In de commissie hebben we er op toegezien dat het risico dat gepaard gaat met de aanleg van nieuwe netwerken eerlijk verdeeld wordt en dat de regelgevende instanties in de toekomst met de verdeling van risico’s rekening dienen te houden.

Verder hebben we nog veel aandacht besteed aan het frequentiebeleid. We zijn voorstanders van een flexibeler Europees frequentiebeleid. Ik denk dat het goed mogelijk moet zijn om op enige manier het digitale dividend zodanig te verdelen dat rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van omroepinstellingen en er tegelijkertijd gezorgd wordt voor zoveel mogelijk flexibiliteit voor nieuwe diensten.

 
  
MPphoto
 

  Erika Mann, namens de PSE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag op twee punten in willen gaan. Allereerst een onderwerp met betrekking waartoe ik graag twee thema’s nader toegelicht zou willen zien door mevrouw Pilar del Castillo Vera. Mijn eerste vraag is hoe de onafhankelijkheid en autonomie van het toekomstige kleine agentschap kan worden gewaarborgd en wat de meest optimale manier van financiering van het agentschap is. De meningen hierover lopen mijlenver uiteen. Ik zou graag van de Raad willen weten in welke richting de besprekingen binnen de Raad momenteel wijzen en hoe de Raad denkt dat de oprichting van het secretariaat van BERT, of hoe dat dan ook zal heten, kan worden gegarandeerd en hoe hij denkt over de financiering. Wat dat betreft denk ik dat de commissaris volkomen gelijk had met te zeggen dat we een Europese structuur willen en dat wij in geen geval structuren nastreven die niet aansluiten op het Europees rechtsstelsel.

Zoals u weet liggen er twee financieringsopties op tafel. Allereerst de door de rapporteur voorgestelde gemengde financiering en ten tweede het door mij met steun van mijn fractie ingediende voorstel om de financiering niet ten laste te laten komen van de communautaire begroting. Hoe dan ook, ik zou het zeer interessant vinden te vernemen hoe de Raad, die ongetwijfeld verhitte discussies gevoerd heeft over dit onderwerp, alsook de nationale regelgevende instanties nu tegen deze financieringskwestie aankijken.

Dan mijn tweede vraag, eveneens gericht aan de Raad, betreft de financiering van het nieuwe netwerk. Ook hier is een hele reeks amendementen aangenomen, inclusief een door mij in de Commissie industrie, onderzoek en energie ingediend amendement dat iets dieper inging op de mogelijke vorm van een systeem ter verdeling van de risico’s wanneer bedrijven de benodigde investeringen doen in een netwerk en concurrenten er vanaf het allereerste begin toegang toe dienen te hebben. Voor zover ik weet is de Raad een andere mening toegedaan en wil hij niet in een dergelijke mate in detail treden noch bedrijven een garantie geven dat er überhaupt een vorm van risicodeling mogelijk is. Ik zou u zeer dankbaar zijn voor uw reactie op deze twee punten.

 
  
MPphoto
 

  Patrizia Toia, namens de ALDE-Fractie. (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de neergang van de productie en de economische groei wordt ook gevoeld door de telecommunicatiesector die op dit moment verschillende crises doormaakt. Dit is een sector die vraagt om investeringen, die drijft op onderzoek en innovatie en die ook een redelijke hoeveelheid tijd nodig heeft om zijn eigen keuzes te maken. Ik denk dan ook dat wij de sector alle mogelijke steun dienen te verlenen en dat ons herzieningspakket met betrekking tot het regelgevend kader kan zorgen voor de revitalisering van de sector door deze een stabiel, degelijk en doeltreffend juridisch kader te bieden.

Dat is denk ik het doel van ons werk hier in het Parlement en in de Commissie ITRE. Met dit doel voor ogen zijn we aan de slag gegaan: een kader creëren dat, zoals mevrouw Trautmann al zei, minder complex is en duidelijker en doeltreffender dan het voorgaande kader, in de overtuiging dat we soms niet meer regels of meer wetten nodig hebben, maar in plaats daarvan betrouwbare en doeltreffende instrumenten om de bestaande regels ten uitvoer te leggen en soms zelfs het bestaande kader te ontmantelen.

We hebben hard gewerkt om een open en concurrerende markt tot stand te brengen. Daarbij hebben we geprobeerd de eeuwige tweestrijd te beslechten tussen oude, zeg maar historische en voormalig monopolistische, aanbieders enerzijds en nieuwe aanbieders anderzijds. We hebben dat gedaan door te zeggen dat er in een uitgebalanceerd kader plaats is voor iedereen, zolang het gezond verstand maar wordt gebruikt, er goed wordt gepland en er voldoende middelen beschikbaar zijn.

Dan tot slot nog het volgende: ik denk dat wij benadrukt hebben - en ik beschouw dit echt als een cruciaal punt -, dat in een flexibeler en gedereguleerd kader de rol van regulering, van de verschillende verantwoordelijkheden, van de verantwoordelijkheidsketen, cruciaal is. Ik ben het dan ook met de commissaris eens dat het belangrijk is dat de verschillende, bij deze essentiële taak betrokken instanties beschikken over een duidelijk gedefinieerde rol en duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden.

Dan nog een laatste, door een aantal collega’s in navolging van de rapporteur - wiens werk we allemaal hoog aanslaan - genoemd punt, namelijk de rol van de consument. De consument wordt vaak naar de achtergrond verdrongen, maar wij willen deze juist naar de voorgrond brengen en in de schijnwerpers plaatsen, omdat de consument in mijn opinie samen met het bedrijfsleven de ware drijvende kracht is in de markt.

 
  
MPphoto
 

  Roberts Zīle, namens de UEN-Fractie.(LV) Dank u wel, mevrouw de Voorzitter, ik zou graag allereerst de rapporteurs die aan het elektronische-communicatiepakket gewerkt hebben willen bedanken voor al hun werkzaamheden die zijn begonnen met het beleggen van hoorzittingen en geëindigd met het eigenlijke schrijven van de verslagen. Tevens zou ik graag commissaris Reding willen bedanken voor haar betrouwbare en actieve inzet op het gebied van de elektronische communicatie, zowel wat roaming als wat dit pakket betreft. Als het echter om de verschillende amendementen van de commissies op de door de Commissie ingediende ontwerpteksten gaat, ben ik er niet helemaal van overtuigd dat ze zullen leiden tot een beter gebruik van de middelen, tot concurrentie binnen de interne EU-markt of tot doeltreffendheid ten behoeve van de consument. Ik zal u zeggen waarom.

Allereerst: het is niet uitgesloten dat het gezamenlijke uit de nationale regelgevende instanties bestaande orgaan, BERT, een democratischer regulerend orgaan zijn zal dan de door de Commissie voorgestelde autoriteit. Maar het zou aan de andere kant echter wel eens kunnen gebeuren dat BERT blijkt te functioneren volgens de slechtste samenwerkingsprincipes, hetgeen het vermogen van de Commissie om regelgevende besluiten te nemen danig zou verzwakken. Nog een tweede voorbeeld: de functionele scheiding van het hele telecommunicatiewezen, waarbij de toegang tot de netwerken wordt gescheiden van andere producten voor de consument, was een voorstel van de Commissie. Het lijkt er echter op dat in veel markten in de praktijk nooit gebruik zal worden gemaakt van deze mogelijke, als uitzonderlijke maatregel door de nationale regelgevende instantie op te leggen gedwongen scheiding. Het is geen geheim dat in de kleinere EU-lidstaten de macht van regelgevende instanties om grote bedrijven dergelijke buitengewone maatregelen op te leggen, zeer beperkt is. Ik ben er dus niet bepaald zeker van dat het Parlement in dit geval meer helpt de Europese interne markt te versterken dan het voorstel van de Europese Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, aan de vele dankbetuigingen zou ik er nog één zeer speciale willen toevoegen. Ik was in de Commissie industrie, onderzoek en energie belast met de kaderrichtlijn en dankzij het politieke instinct van Catherine Trautmann op het vlak van de media en haar vermogen om op een uitermate gestructureerde en systematische wijze tewerk te gaan, hebben we met het verslag over de kaderrichtlijn als Parlement misschien een dwaling weten te voorkomen op het gebied van het mediabeleid. We zullen zien.

Commissaris, het Parlement heeft naar mijn mening een aantal cruciale wijzigingen aangebracht aan de kaderrichtlijn voor wat betreft het mededingingsrecht, maar meer in de bijzonder tevens wat betreft de frequentiehandel. Ik vond dat uw eerste voorstellen voor de kaderrichtlijn puur en alleen op de markt gefocust waren en dat u het digitale dividend enorm overschatte. Gelukkig waren deze voorstellen niet naar de zin van de leden van de Commissie cultuur en onderwijs, noch daaropvolgend van de Commissie industrie, onderzoek en energie. Mijn collega’s hebben de publieke culturele en politieke belangen alsook het algemeen publiek belang tot kern van de zaak gemaakt, iets dat het duidelijkst zijn weerslag heeft gekregen in de volgende onderdelen van het verslag van mevrouw Trautmann:

Radiofrequenties worden gedefinieerd als een publiek goed en blijven ook in de toekomst onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen. Er zal voorrang worden gegeven aan met name omroepdiensten, maar tevens aan opiniërende diensten. Uw poging om de omroepdiensten in de verdediging te drukken heeft dus gefaald, commissaris. Het wordt makkelijker om pan-Europese diensten op de markt te brengen. Dat is een goede zaak, daarover zult u het vast wel met mij eens zijn. De lidstaten krijgen ook de primaire verantwoordelijkheid voor de verdere harmonisering van frequenties. Ingeval van moeilijkheden zullen de knopen niet door de Commissie alleen worden doorgehakt, maar samen met het Parlement. Er is een belangrijke rol weggelegd voor BERT. Voor mij is het niet meer dan vanzelfsprekend dat dit orgaan wordt gefinancierd uit Europese middelen. Ik hoop dat we daar met zijn allen voor zullen kunnen zorgen.

Nog afgezien van de kaderrichtlijn en mijn punt met betrekking tot de frequenties, wil ik ook nog even stilstaan bij de andere verslagen, om te beginnen bij dat van de heer Harbour. In uw verslag, mijnheer Harbour, staat een aantal voor de consument en de consumentenbelangen zeer positieve punten. Zo zal er in de toekomst meer rekening worden gehouden met de belangen van personen met een handicap. Ook denk ik dat u met uw voorstellen voor regels met betrekking tot verplichte diensten zelfs een bijdrage levert aan de pluraliteit van de media.

Mijn fractie is het echter niet eens met de poging in het verslag om ook nog dingen te regelen voor auteursrechten. Dat bevalt ons helemaal niet. Noch het Franse model - en ik spreek dus nu ook uitdrukkelijk tot het voorzitterschap van de Raad - noch het “three strikes”-model kan onze goedkeuring wegdragen, integendeel. Alles in ogenschouw nemend blijven we ons zorgen maken over zowel de auteursrechten als de privacybescherming op het internet.

Dan nog tot slot een aantal opmerkingen over het verslag van mijnheer Alvaro. Ook vandaag hebt u weer met zeer veel overtuiging gesproken over gegevensbescherming, mijnheer Alvaro. Zoals u al in uw bijdragen zei, bestaat er nog geen consistente beleidslijn met betrekking tot de bescherming van IP-adressen. Maar uit het telecomschandaal en de handel in adressen via callcenters blijkt eens temeer dat IP-adressen maximaal beschermd dienen te worden. Ik hoop dan ook dat we ergens in de komende twee weken een overeenkomst zullen weten te bereiken met die strekking.

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson namens de GUE/NGL-Fractie. (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik hoop dat dit debat door veel burgers gevolgd wordt en dat zij reeds voorafgaand aan de stemming bij het geheel betrokken worden, want het gaat hier echt om enorme veranderingen, voornamelijk wat betreft internetdiensten.

De Fractie Europees Unitair Links wil graag nader ingaan op drie hoofdthema’s:

Om te beginnen is de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links tegen het voorstel tot oprichting van een nieuwe Europese autoriteit op dit gebied. Het is niet nodige een zoveelste Europese autoriteit op te richten; dat is onnodig duur en gecompliceerd.

Verder dient er als het om elektronische diensten gaat meer oog te zijn voor geografische verschillen en verschillen in infrastructuur. We dienen te streven naar gelijke toegang voor alle consumenten, zodat er niet nog meer kloven in onze samenleving ingebouwd worden. Er mag geen enkel verschil bestaan in de toegang tot elektronische diensten tussen steden en gebieden met een sterke economie enerzijds en regio’s met een zwakke economie en dunbevolkte gebieden anderzijds. Indien private partijen het voortouw nemen hierin en niet de samenleving of de staat, dan bestaat er een flink risico dat niet alle burgers dezelfde toegangsmogelijkheden krijgen tegen gelijke prijzen.

Ten derde is de GUE/NGL-Fractie ontstemd over de grote invloed die uitgeoefend wordt door lobbygroepen uit de bedrijfstak. Het telecompakket zou geen invloed mogen hebben op auteursrechten, maar toch hebben lobbyisten precies over dit onderwerp een speciale hoorzitting weten te bewerkstelligen. De voorstellen van de lobbygroepen die door alle fracties behalve Europees Unitair Links goedgekeurd zijn (Europees Unitair Links was de enige fractie die er in de Commissie interne markt en consumentenbescherming tegen gestemd heeft) openen de weg voor ingrijpen in het downloaden van en de vrije toegang tot websites zoals MySpace en YouTube.

De amendementen zijn op het laatste moment via een achterdeurtje naar binnen gesmokkeld zonder dat er enig noemenswaardig debat tussen de burgers plaatsgevonden heeft over deze ingrijpende wijzigingen. In Zweden is er bijvoorbeeld een veelomvattend debat geweest over het delen van bestanden. Ik werk op nationaal niveau tegen het besluit om het delen van bestanden te verbieden en ook op EU-niveau voer ik dit gevecht. Een nu te nemen besluit op EU-niveau draagt een veel groter risico in zich dan bij nationale besluiten, gezien de grote invloed van lobbygroepen op de hele EU-machinerie en omdat het veel burgers ontbreekt aan voldoende informatie wanneer op EU-niveau over dit soort onderwerpen gesproken wordt. Ik hoop dat de burger zich flink zal roeren om te strijden voor de vrijheid van meningsuiting en toegang tot internetdiensten.

 
  
MPphoto
 

  Nils Lundgren, namens de IND/DEM-Fractie. (SV) Mevrouw de Voorzitter, mijn tweede naam is Sisyfus en ik ben door 15 procent van de Zweden gekozen om hier in het Europees Parlement te vechten tegen de toe-eigening door de EU van steeds meer nieuwe beleidsgebieden en dus tegen de centralisering en bureaucratisering van de Europese samenleving. Ware Sisyfusarbeid, mag ik wel zeggen.

Telecommunicatie is een van de aandachtsgebieden waarop de EU een belangrijke rol te spelen heeft. Het telecompakket zoals dat nu voor ons ligt, stemt mij dan ook tot grote tevredenheid, want het gaat over meer concurrentie en een grotere bescherming van de privacy. Er wordt echter gedaan alsof het onvermijdelijk is dat we tevens met nog meer centralisering en bureaucratisering komen te zitten. Wat dit betreft ben ik tegen twee zaken. Allereerst wordt voorgesteld om het dankzij de digitalisering vrijkomende spectrum te onderwerpen aan Europese regels. Ten tweede wordt voorgesteld een nieuwe Europese elektronische-communicatiemarktautoriteit op te richten.

Ik zou het Parlement willen oproepen tegen beide voorstellen te stemmen. De toewijzing van vrijgekomen spectrum dient een zaak te zijn van de lidstaten en het is niet meer dan logisch dan te kiezen voor uitbouw van de reeds bestaande Europese toezichthoudende organen op telecommunicatiegebied.

 
  
MPphoto
 

  Desislav Chukolov (NI). - (BG) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s. Zo nadenkend over wat er hier vandaag allemaal gezegd is, kom ik tot de slotsom dat niemand ook maar iets gezegd heeft over de vertrouwelijkheid van informatie. Ik vraag u om bij besprekingen over een dergelijk belangrijk onderwerp niet het voorbeeld van de Verenigde Staten te volgen.

Zoals u weet, probeert de supranationale oligarchie onder het mom van “de strijd tegen het terrorisme” zoveel mogelijk burgers onder een totaal, onvoorwaardelijk en voor de burgermaatschappij oncontroleerbaar toezicht te plaatsen. De vertrouwelijkheid van onze persoonlijke gegevens dient koste wat het kost te worden gewaarborgd. Ik herhaal: koste wat het kost!

Momenteel staan alle telefoongesprekken in Bulgarije onder toezicht. De machthebbers in mijn land willen bovendien vanaf volgend jaar onvoorwaardelijke toegang tot alle logbestanden en alle vanuit iedere computer in het land verstuurde elektronische berichten. Dat wordt echt niet gedaan omdat het niet anders kan. In Bulgarije zijn er net als in Europa als geheel genoeg goed opgeleide en kundige specialisten te vinden die de strijd kunnen aanbinden tegen cybermisdaad. Dus wat er nu gebeurt, wordt, en ik herhaal, gedaan om totale controle te verkrijgen over de burger.

Het recht op vrijheid vormt ook een waarborg voor het recht op menselijke waardigheid. Eenieder die probeert ons onze waardigheid af te nemen dient aan de schandpaal te worden genageld en zeker geen goede pers te krijgen waardoor hij veel te makkelijk met dit soort snode plannen wegkomt.

Enige tijd geleden werd er in Bulgarije een apathisch debat georganiseerd over burgerrechten in de elektronische wereld. De enige conclusie van dat evenement was dat het niet uitmaakt wat de burger eigenlijk wil, hij schikt zich toch wel naar datgene wat hem opgelegd wordt. Ik verzeker alle Bulgaarse burgers dat ze erop kunnen vertrouwen dat de Aanvalspartij, zelfs aan het begin van haar regeringsperiode volgend jaar, elke inbreuk op elektronische correspondentie en toezicht op het internet ongedaan zal maken.

Tot slot wil ik nog zeggen dat zodra ons recht op privécorrespondentie eenmaal aan banden is gelegd, dit voor altijd zo zal blijven, zelfs indien terroristen duiven zouden beginnen te gebruiken voor hun correspondentie. Iedereen die vrijheid inruilt voor veiligheid verdient noch vrijheid, noch veiligheid. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris Reding, dames en heren, ik zou graag allereerst de Commissie willen complimenteren met haar werk. We zijn nu aanbeland in de tweede ronde van de verlaging van de roamingtarieven voor mobiele telefonie. Ik vind dat deze regelgeving zijn nut in het veld dubbel en dwars heeft aangetoond. Desalniettemin zal de consument aan het einde van de zomerperiode weer schrikbarend hoge mobiele-telefoonrekeningen voor zijn kiezen krijgen, omdat er, als we eerlijk zijn, gewoon te weinig vooruitgang geboekt is op sms-gebied, om nog te zwijgen over dataroaming.

Ik wil de Commissie dan ook oproepen onverwijld hiertegen op te treden en een interne Europese markt voor Europese consumenten te creëren. We kunnen niets anders dan vaststellen dat dit deel van de interne Europese markt nog altijd niet werkt en dat er dringend iets gedaan moet worden om op dit gebied een ware interne markt tot stand te brengen. Daarvoor is met name een geleidelijke invoering van een gemeenschappelijk flexibel frequentietoewijzingsplan nodig. Een doeltreffend beheer van dit schaarse hulpmiddel is daarvoor van groot belang.

Het digitale dividend is een historische kans en het zal ook van belang zijn dat televisiemaatschappijen hun programma’s kunnen uitzenden via derde-generatie mobiele telefoons zodat we kunnen komen tot een gemeenschappelijke Europese mediaruimte. Het digitale dividend creëert tevens nieuwe kansen op het gebied van Europese communicatie.

Ook zou ik willen benadrukken hoe belangrijk het wel niet is de besluiten van de World Radio Conference dienovereenkomstig ten uitvoer te leggen. Ik zou de Commissie dan ook willen oproepen - omdat er geen basis is waarop BERT deze zaken zou kunnen aanpakken - om haar eigen autoriteit of groep op te richten om deze kwesties te bestuderen en dwingende richtsnoeren uit te vaardigen inzake samenwerking.

Tevens ben ik van mening dat BERT volledig gefinancierd dient te worden met communautaire middelen, eenvoudigweg omdat we een autoriteit of instelling nodig hebben die zich voor de Europese interne markt wil inzetten en omdat de nationale toezichthoudende instanties meer rechten in andere lidstaten zouden moeten genieten.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) Geachte collega’s, de ontwikkeling van de informatiemaatschappij is afhankelijk van de elektronische-communicatienetwerken en -diensten.

Met de overgang van analoge naar digitale televisie in 2012 komt er in heel Europa een groot aantal frequenties vrij. Dat creëert ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën en innovatieve diensten waarmee de Europese concurrentiekracht in deze sector een belangrijke impuls kan krijgen. Om ervoor te zorgen dat volledig profijt getrokken wordt uit het digitaal dividend in Europa, heeft het Europees Parlement gekozen voor een communautaire, flexibele en uitgewogen benadering. Aan de ene kant kunnen omroeporganisaties daarmee ook in de toekomst hun diensten blijven leveren en zelfs uitbreiden, en aan de andere kant kunnen de leveranciers van elektronische-communicatiediensten deze hulpbron gebruiken om nieuwe diensten te leveren op het gebied van sociaal en economische gezien belangrijke toepassingen. Ook is het Parlement van mening dat het digitale dividend dient te worden toegewezen overeenkomstig het beginsel van technologische neutraliteit.

Met de inzet van het digitale dividend kan worden bijgedragen aan het behalen van de doelstellingen van de Lissabonstrategie en wel doordat hiermee verbeterde interoperationele sociale diensten zullen kunnen worden geleverd zoals e-overheid , e-gezondheid, en e-leren, en dan met name voor mensen die leven in achtergestelde en geïsoleerde gebieden en plattelandsgebieden.

Vanuit het besef dat de lidstaten het recht hebben om zelf te bepalen hoe zij het digitale dividend inzetten, zijn we van mening dat een gemeenschappelijke EU-benadering de waarde van het digitale dividend beduidend kan vergroten en tevens de meest doeltreffende manier is om schadelijke interferenties tussen lidstaten onderling en tussen lidstaten en derde landen te vermijden, alsook om ervoor te zorgen dat gebruikers van het spectrum de volle vruchten kunnen plukken van al hetgeen de interne markt te bieden heeft.

Het vertrouwen van de consument in de diensten van de informatiemaatschappij hangt af van de kwaliteit van de elektronische-communicatiediensten, de veiligheid ervan en de bescherming van persoonlijke gegevens. Het is van cruciaal belang dat nationale toezichthoudende instanties alle leveranciers van elektronische-communicatiediensten raadplegen alvorens specifieke maatregelen op het gebied van de veiligheid en integriteit van elektronische-communicatienetwerken af te kondigen. Tevens ben ik van mening dat de lidstaten maatregelen dienen te treffen ter bevordering van de inrichting van een markt voor op grote schaal beschikbare producten en diensten, met inbegrip van diensten voor gebruikers met een handicap.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Alvaro (ALDE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, dit geeft mij onverwacht de kans om in te gaan op de bijdrage van mevrouw Harms, hetgeen ik met het grootste genoegen zal doen, aangezien het onderscheid tussen suggesties en feiten mooi duidelijk uit het verslag naar voren komt. We hebben nu in feite een vonnis van het Federale Constitutionele Hof omgezet waarmee een nieuw fundamenteel recht gecreëerd werd. Het recht op de vertrouwelijkheid en integriteit van IT-systemen was het eerste dat in deze wetgeving werd neergelegd. Hiermee lopen we dus ver vooruit op alle lidstaten, met name op mijn eigen land. Publiekelijk toegankelijke private netwerken zijn er ook in opgenomen, dat wil zeggen diensten als Facebook, Bebo en dergelijke, die tot nog toe volledig buiten de werking van de richtlijn vielen. Maar hoe zit het met cookies en andere soortgelijke software en toepassingen waarmee gebruikersgegevens zeg maar terug naar de thuisbasis gestuurd worden, zonder voorafgaande toestemming van de consument? Zijn die straks verleden tijd? Consumenten hebben in principe voorafgaande toestemming verleend met betrekking tot zo’n beetje alles in hun computers, mobiele telefoons en andere toepassingen die toebehoren aan of toegankelijk zijn voor derde partijen. In de toekomst zal informatie over de locatie van de gebruiker alleen anoniem verkregen kunnen worden of met voorafgaande toestemming van de consument. Ongevraagde reclame, irritante sms-berichten, stompzinnige e-mails en dergelijke, daar zal met deze richtlijn allemaal een eind aan komen. Wanneer overheidsinstanties persoonlijke gegevens van iemand proberen te verwerven, wordt melding aan de gegevensbeschermingsinstanties verplicht.

En dan tot slot nog dit: we hebben een duidelijker kader gecreëerd voor de meldingsplicht bij inbreuken op de geheimhouding van persoonlijke gegevens en het verlies ervan dan we tot nog toe hadden. Aangezien we het eerder over suggesties hadden, wil ik even melding maken van het feit dat we erover nadenken hoe om te gaan met IP-adressen, aangezien IP-adressen - we mogen al deze zaken niet door elkaar halen - niet de gegevens zijn die verhandeld worden, want dat zijn de persoonlijke gegevens zoals bijvoorbeeld kredietkaartgegevens, en zelfs al zouden ze verhandeld worden - om dit even kort uit te leggen - een IP-adres is niet noodzakelijkerwijze een kenmerkend persoonlijk gegeven, tenminste niet wanneer uw koelkast een bericht stuurt naar uw computer.

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Seán Ó Neachtain (UEN). (GA) Mevrouw de Voorzitter, het is absoluut noodzakelijk dat mensen, waar ze ook wonen, in een klein of in een groot dorp, op het platteland of in een gemeente of een stad, toegang hebben tot een breedbandverbinding en moderne technologie. Bedrijven die zich op bepaalde locaties vestigen, moeten kunnen rekenen op een snelle internetverbinding. Als er in bepaalde gebieden geen breedbandverbinding wordt aangeboden, zullen bedrijven en investeerders niet geneigd zijn zich daar te vestigen.

Het is absoluut noodzakelijk dat de overheden iets doen aan de ongelijkheid tussen de landelijke en de stedelijke gebieden op het vlak van digitale diensten en breedband om het concurrentievermogen en de investeringen in die gebieden te garanderen. Dat is vooral opvallend in Ierland waar er ongelijkheid heerst omwille van het bestaan van een privébedrijf, Eircom, dat de internetdiensten in zijn macht heeft, waardoor er een ontzettende ongelijkheid bestaat tussen de landelijke en de stedelijke gebieden. Ik zou willen dat de commissaris deze situatie onderzoekt, want blijkbaar zijn noch de nationale regelgevende instantie, noch de regering daartoe in staat.

 
  
MPphoto
 

  David Hammerstein (Verts/ALE). - (ES) Het is duidelijk dat het ambitieuze project dat de Europese Commissie een jaar geleden heeft voorgesteld, slechts tot een vage schaduw ervan is herleid. Dat is jammer, om vele redenen. De consumenten hebben namelijk een onafhankelijk Europees beheer nodig, geen club van nationale regelgevers die sterk worden beïnvloed door nationale voorvechters.

De Groenen willen niet dat de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt gewoon een club wordt van regelgevers, gefinancierd door regelgevers, zonder transparantie en zonder voldoende controle of vetorechten voor de Europese Commissie. We kunnen ons vragen stellen bij de onafhankelijkheid van dit nieuwe orgaan.

Het is eveneens jammer dat nieuwe, innovatieve ondernemingen omwille van de druk van grote telecommunicatiebedrijven geen toegang hebben tot de belangrijke telecommunicatie-infrastructuur waardoor er een verdubbeling van de infrastructuur ontstaat.

De Groenen zijn voorstander van technologieneutraliteit en van functionele ontvlechting. Zo kan er een einde gemaakt worden aan de dominante positie van de overheidsbedrijven in de telecommunicatiesector. Het Europees Parlement is echter te timide geweest, heeft zich laten beïnvloeden door lobbygroepen en heeft geen aandacht geschonken aan de belangen van nieuwe, meer innovatieve ondernemingen die nu al een groot deel van de draadloze verbindingen in Europa verzorgen en voordelen bieden aan de consumenten.

Het spijt me te moeten zeggen dat we de kans om een veel grotere Europese toegevoegde waarde te geven aan de telecommunicatiemarkt aan ons voorbij hebben laten gaan. We zijn in het bijzonder bezorgd over enkele gevaarlijke voorstellen in het verslag Harbour die duidelijk een schending zijn van het beginsel van neutraliteit van het internet als communicatiemiddel. Ze vormen een inbreuk op de privacy van de gebruikers, een bedreiging van de vrijheid op het internet en, wat het belangrijkste is, ze gaan duidelijk verder dan de wettelijke werkingssfeer die voorzien was in het telecompakket, wat de inhoud betreft, wat betreft wat er wettelijk is en wat niet, wat legaal is en wat illegaal op het vlak van intellectuele eigendomsrechten, maar ook wat betreft het gebruik van informatiefilters.

Dit pakket gaat over de infrastructuur van de markt. Het gaat over de consumenten, en niet over hoe we van aanbieders van internetdiensten digitale politieagenten kunnen maken.

 
  
MPphoto
 

  Hanne Dahl (IND/DEM).(DA) Mevrouw de Voorzitter, het telecompakket bevat in zijn huidige vorm veel goede maatregelen. De gewone consument zal gemakkelijker toegang krijgen tot diensten en ze zullen goedkoper worden naarmate de transparantie van de markt toeneemt. Maar het pakket omvat ook enkele zeer ongelukkige aspecten die al door de vorige spreker zijn aangehaald. Door te bepalen wat wettelijke en onwettelijke inhoud van een website is, zet men de deur open voor toezicht, registratie en controle van alle communicatie en transacties via het internet, in een mate die we eerder zouden verwachten van niet-democratische landen!

We kunnen registratie niet goedkeuren, net zoals we niet kunnen toestaan dat aanbieders van internetdiensten willekeurig het internetverkeer afsluiten omdat iemand het schadelijk vindt. Dat zou zijn alsof we een leger van inspecteurs afsturen op de Europese postkantoren om de brieven te verwijderen waarvan de inhoud schade zou kunnen berokkenen aan de ontvanger. Wie zal er de bevoegdheid hebben om mijn liefdesbrieven te lezen? We moeten ervoor zorgen dat toekomstige wetgeving geen digitaal keurslijf wordt, maar een kader waarbinnen de cultuur, het maatschappelijk debat en het interactieve leven van de toekomst zich kan ontplooien.

 
  
MPphoto
 

  Jerzy Buzek (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, sta me toe eerst en vooral commissaris Reding te feliciteren. Een jaar na de regelgeving in verband met roaming hebben we het volgende pakket, dat vooral voor de consument zeer belangrijk is. Ik zou eveneens de rapporteurs willen feliciteren. Niet minder dan vier verslagen moesten er gecoördineerd worden, en de coördinatie is blijkbaar zeer goed verlopen.

De bescherming van de consumenten waarnaar verwezen wordt in de verordeningen in het verslag van de heer Harbour is zeer nauw verbonden aan de gepaste toewijzing van het digitale dividend, iets waar de consumenten naar uitkijken. Het zal belangrijk zijn om, zoals commissaris Reding heeft voorgesteld, het gebruik van het spectrum te optimaliseren door middel van een coördinatie op Europees niveau. Televisie en mobiele telefonie worden beschouwd als de belangrijkste begunstigden van het digitale dividend, maar ik zou het belang willen benadrukken van draadloos internet. In een groot aantal delen van Europa is dat voor miljoenen burgers de enige vorm van internet, vooral in landelijke en afgelegen gebieden. Als de economische groei van de sector die we momenteel bespreken dus uitzonderlijk sterk is, dan zal een aanzienlijk deel van het dividend besteed moeten worden aan draadloos breedband internet.

Een andere belangrijke kwestie is het onderzoek naar de optimalisatie en de toewijzing van het dividend. Dat zou gevoerd kunnen worden door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek. Ik zou de commissaris willen vragen of dit momenteel wordt overwogen. Dat zijn dus de drie belangrijkste vereisten: de consumenten moeten kunnen kiezen, de regelgeving moet bevorderlijk zijn voor investeringen en het concurrentievermogen en de interne markt moet versterkt worden. Naar mijn mening, moet er hiervoor gelobbyd worden, niet alleen in het Parlement, maar ook in de Raad en dus in elke lidstaat.

 
  
MPphoto
 

  Éric Besson, fungerend voorzitter van de Raad. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, bedankt dat u me toestaat om op dit moment het woord te nemen. Ik moet me verontschuldigen voor het feit ik zo meteen moet terugkeren naar Parijs.

Mijn collega, Luc Chatel, zal antwoorden op een groot deel van de vragen die vandaag gesteld zijn tijdens dit debat. Sta me toe om gewoon even in te gaan op wat de heer Harbour heeft gezegd over het gebrek aan debat over wat er is inbegrepen in de universele dienst. Eerst en vooral sluit ik mij aan bij de stelling van de rapporteur dat de toegang tot een breedbandverbinding zeer belangrijk is in de huidige maatschappij, zowel voor de vergaring van kennis als voor de toegang tot bepaalde basisdiensten. Zoals de heer Harbour al zei, maakt toegang tot een breedbandverbinding momenteel geen deel uit van de huidige universele dienst. Het Franse voorzitterschap wil gewoon een debat opstarten over hoe we in heel Europa de toegang tot een breedbandverbinding kunnen garanderen.

Uit de meningen van de lidstaten die we vandaag hebben gehoord, blijkt duidelijk dat er verschillende mogelijke scenario’s zijn. De eerste optie is om de reikwijdte van de Richtlijn inzake de universele dienst uit te breiden en ook breedbanddiensten er in op te nemen. De tweede optie geeft meer keuzevrijheid en zou het overlaten aan de lidstaten om te beslissen of ze breedband willen opnemen in hun universele dienst of niet. De laatste optie is een tussenoplossing waarbij het opnemen van de breedbanddiensten in de universele dienst alleen verplicht zou zijn in de lidstaten waar de breedbanddiensten al voldoende ontwikkeld zijn. We hebben dus de gelegenheid gekregen om tijdens het Franse voorzitterschap samen deze kwestie te bespreken en te trachten onze meningen met elkaar te verzoenen. Dat is dan ook wat de Commissie hoopt te realiseren.

Dan zou ik me nog even willen richten tot mevrouw Harms om haar te zeggen dat er volgens mij niet noodzakelijk een tegenstelling hoeft te bestaan tussen de ontwikkeling van het internet en de bescherming van de auteursrechten. In dit tijdperk van convergentie, is het noodzakelijk om zowel het kanaal als de inhoud te ontwikkelen door enerzijds het netwerk te verbeteren en anderzijds op hetzelfde moment de ontwikkeling van inhoud te bevorderen, en ondersteuning te bieden aan de auteurs. Zoals u al opmerkte, hecht Frankrijk zeer veel belang aan auteursrechten. Het Franse voorzitterschap heeft echter niet de intentie om het model op te leggen dat we in Frankrijk gaan ontwikkelen en dat gebaseerd is op preventieve actie en een graduated response, in Frankrijk beter gekend als de Wet op Auteursrechten en internet.

We beseffen maar al te goed dat het belangrijk is om, zoals u zei, de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens te beschermen. Toch vinden we dat dit niet in tegenspraak is met de andere kwesties waar we belang aan hechten.

 
  
MPphoto
 

  Bernadette Vergnaud (PSE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, geachte staatssecretarissen, dames en heren, na maanden van besprekingen, die trouwens nog steeds niet zijn afgerond, denk ik dat ik wel mag stellen dat we dankzij de inspanningen van de heer Harbour en de schaduwrapporteur compromissen hebben kunnen vinden die gericht zijn op het belang zijn van de consument. Het is dan ook belangrijk om het concurrentievermogen aan te wakkeren aan de hand van maatregelen die de telecommunicatiebedrijven opleggen om contracten van een aanvaardbare duur aan te bieden en abonnees de mogelijkheid te geven om, binnen de termijn van een dag, over te stappen naar een andere dienstverlener met behoud van het eigen telefoonnummer.

Wat de bescherming betreft, moeten de huidige regels op de consumentenbescherming ook toegepast worden op de telecommunicatiesector en wordt er zowel gekeken naar kostenbeheersingmechanismen als naar manieren om eventuele geschillen op te lossen met een minnelijke schikking.

Nog een belangrijke kwestie is de toegang tot hulpdiensten en de lokalisatie van de beller, voorzieningen die op een betrouwbare manier beschikbaar moeten worden gemaakt, ongeacht de technologie die daarbij gebruikt wordt.

De bescherming van de persoonlijke levenssfeer stond eveneens hoog op de lijst van prioriteiten, net zoals de bescherming van kinderen. De dienstverleners moeten hun klanten voorzien van gratis software voor ouderlijk toezicht.

De bedoeling was dat deze ontwikkelingen zo veel mogelijk mensen ten goede zouden komen. Daarom zijn er ook heel wat maatregelen genomen om gebruikers met een handicap en personen met een laag inkomen gelijke toegang te garanderen. Er is eveneens rekening gehouden met de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen. In het verslag wordt ook benadrukt dat het belangrijk is om het toepassingsgebied van de universele dienst uit te breiden en zeker ook breedband er aan toe te voegen. Het is zeer positief dat het Franse voorzitterschap van deze kwestie een prioriteit heeft gemaakt.

Dan zou ik nu willen overgaan tot de inhoud en de auteursrechten, een kwestie die de andere verbeteringen in de tekst enigszins heeft overschaduwd. Het is altijd onze bedoeling geweest om de consumenten algemene informatie te verschaffen over het respecteren van de auteursrechten, zoals werd bepaald in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. Tot aan de definitieve stemming zullen we dan ook blijven werken aan de bewoordingen van de compromissen om ervoor te zorgen dat het beginsel van neutraliteit gewaarborgd wordt bij het verschaffen van de toegang tot inhoud. Sommige amendementen die zijn aangenomen bij de privacyrichtlijn veroorzaken echter problemen en we zullen er dan ook voor zorgen dat ze geschrapt worden.

Ik zou nog eens mijn collega’s willen bedanken en ik wacht op meer concrete voorstellen van het voorzitterschap om tegen de volgende plenaire zitting verdere verbeteringen te kunnen aanbrengen aan deze tekst.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het telecompakket is een belangrijke stap vooruit in de modernisering en de harmonisering van de telecommunicatie in Europa. Ik heb gewerkt aan de burgerrechtenrichtlijn, en rapporteur Harbour en ik hebben samen heel wat werk verzet. We zijn erin geslaagd om op veel vlakken een compromis te bereiken.

Deze richtlijn zal de rechten van de consumenten beter kunnen beschermen op het vlak van elektronische communicatie. De nummeroverdraagbaarheid, de bescherming van de privacy en de beveiliging van telecommunicatie zijn nog andere voorbeelden van verbeteringen die er zijn gekomen dankzij deze richtlijn.

We hebben het gehad over de zeer delicate kwestie van netneutraliteit. Ik denk dat een extreme vorm van netneutraliteit, zoals we die zien in enkele amendementen, de netwerken zou overbelasten en ze trager, minder efficiënt en duurder zou maken. Netwerkbeheer is nodig om efficiënte en intelligente netwerken uit te bouwen en een maximale ervaring en waarde te bieden aan de gebruiker. Ik ben zeer tevreden dat we het eens zijn geraakt over de amendementen over het noodnummer 112 en dat de lidstaten nadat de richtlijn is aangenomen verdere inspanningen zullen doen om de bevolking te informeren over het gebruik van 112. Het nummer 112 zal op het volledige grondgebied van de EU bereikbaar zijn en de lidstaten zullen moeten garanderen dat er een oproeplokalisatie kan worden uitgevoerd.

Bovendien kan de toegang tot het nummer 112 geblokkeerd worden in geval van herhaaldelijk misbruik en zal het nummer 112 beter beschikbaar worden gemaakt voor mensen met een handicap.

Ik hoop eveneens dat het amendement over de oprichting van een Europees vroegtijdig waarschuwingssysteem zal worden aangenomen. Dit amendement vereist niet dat er een agentschap wordt opgericht in Brussel maar wel dat de gemeenschappelijke normen voor het waarschuwingssysteem gezamenlijk worden vastgelegd door de relevante autoriteiten van de lidstaten. De waarschuwing zelf wordt natuurlijk lokaal gelanceerd, maar wel in overeenstemming met gemeenschappelijke normen die ervoor zorgen dat alle potentiële slachtoffers van de EU deze boodschap kunnen ontvangen en begrijpen en kunnen reageren op een manier die hen het leven kan redden.

Ik ben ervan overtuigd dat het telecompakket enerzijds bedrijven zal helpen bij het verbeteren van hun prestaties en het investeren in nieuwe technologieën en anderzijds de consumentenrechten van de Europese burgers zal consolideren.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Leopold Józef Rutowicz (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, in Europa en in de rest van de wereld is de maatschappij in toenemende mate afhankelijk van elektronische communicatie. Die communicatie vormt het zenuwstelsel van de economie. Er wordt gebruik van gemaakt in het onderwijs, in de administratieve sector, in de gezondheidszorg, in de media en als een onderdeel van levenslang leren. Naast de enorme voordelen, zijn er aan elektronische communicatie ook een aantal rechtstreekse risico’s verbonden voor burgers, instellingen en bedrijven.

De verwachtingen van burgers die minder intensief gebruik maken van het systeem zijn onder andere dat ze toegang krijgen tot een breed aanbod van diensten aan de laagst mogelijke prijs, zoals voor roaming gesprekken tussen de EU-lidstaten, en dat de gebruikers beschermd worden tegen de risico’s die in het verslag van de heer Harbour al aan bod zijn gekomen. We moeten deze verwachtingen inlossen aan de hand van de moderne technologie en het concurrentievermogen en met de financiële steun van de Europese Unie, in het bijzonder in landelijke en bergachtige gebieden. Met het oog op de wisselwerking en de onderlinge verbondenheid van deze vereisten en regelgevingmechanismen en ook omwille van de transparantie, moeten we overwegen of het niet aangewezen zou zijn om de voorzieningen die we momenteel bespreken samen te brengen tot één enkele richtlijn. Ik wil alle rapporteurs bedanken voor hun inzet.

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, tegenwoordig kunnen we ons geen leven meer indenken zonder communicatiekanalen. De toegang tot breedband moet gegarandeerd worden, en zeker voor personen die in afgelegen gebieden wonen of die met een beperking moeten leven, zoals blinden en slechtzienden. Terwijl we genieten van de vrijheid van het internet, moeten we erkennen dat er aan die vrijheid verantwoordelijkheden verbonden zijn.

Ik ben een overtuigd voorstander van netneutraliteit. Naarmate de wereld steeds meer een dorp wordt, is het van het allergrootste belang dat mensen de mogelijkheid hebben om vrijuit te communiceren. Maar bij het toepassen van deze vrijheid, die zeer waardevol is, moeten we een zeker respect aan de dag leggen. We moeten erkennen dat, zonder dit respect, het internet een potentiële bron van misbruik kan zijn.

Tegen sommige van de ergste vormen van misbruik op het internet, zoals pedofilie, hebben we al actie ondernomen. Maar er bestaan nog andere vormen van misbruik waartegen we moeten optreden. Aanbieders van internetdiensten moeten hun steentje bijdragen om te voorkomen dat het platform dat zij aanbieden gebruikt wordt voor destructieve krachten als smaad, haat en uitbuiting. Ik zou tegen de commissaris willen zeggen dat we ons uiterste best moeten doen om zowel de vrijheid te beschermen als een verantwoord gebruik van het internet te promoten.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Toubon (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, dit is een voortreffelijk staaltje werk. Het resultaat dat onze commissies hebben behaald is evenwichtig en, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, u hebt gelijk dat u er ten volle rekening mee wenste te houden. Ik zou graag mijn collega’s Catherine Trautmann, Pilar del Castillo en Malcolm Harbour willen feliciteren met het resultaat.

Nu kan ik met een geruster hart tegen mevrouw Trautmann zeggen dat ik het niet eens ben met haar overtuiging dat we elke verwijzing naar auteursrechten volledig moeten schrappen. Nog belangrijker dan de platformen en de kanalen die hier − en voornamelijk in haar verslag − besproken worden, zijn de zaken waartoe deze platformen en kanalen ons toegang verschaffen, met andere woorden: de inhoud. De heer Guardans, de heer Medina en de heer Mavrommatis hebben dat zeer goed beargumenteerd en ik sluit me daarbij aan.

In de tekst van de Commissie waren er twee verwijzingen naar deze kwestie opgenomen en die hadden we beter behouden. Nu is het debat toegespitst op een verwijzing naar de richtlijnen van 2001 en 2004 betreffende het auteursrecht en de samenwerking tussen de verschillende betrokken partijen. En met welk doel? Het promoten van een wettelijk aanbod − met andere woorden, inhoud die onze industrie en onze culturele diversiteit ten goede komt. De kritiek die op deze teksten geleverd werd en die ik zelfs hier in de Kamer heb horen herhalen, bevatte onder andere verwijzingen naar het schrikbeeld van het Olivennes-akkoord. Maar het model dat we zouden moeten volgen is de gemeenschappelijke intentieverklaring die op 24 juli werd goedgekeurd door de Britse regering, het OFCOM en de verschillende betrokken partijen. Zover ik weet, zijn zij geen voorstander van bureaucratie of een internetdictatuur.

Het komt erop neer de handhaving van de wetten in de lidstaten niet in de weg te staan, ervoor te zorgen dat de mensenrechten gerespecteerd worden en zeker de nieuwe technologieën en de nieuwe economische ontwikkelingen niet te belemmeren wanneer ze in het voordeel werken van de culturele diversiteit, de toonaangevende industrie, de intelligentie en de talenten van de Europese burgers, want dat zijn onze belangrijkste wapens en ons belangrijkste goed in de wereldwijde concurrentiestrijd.

 
  
MPphoto
 

  Evelyne Gebhardt (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, net zoals mevrouw Vergnaud, ben ik tevreden over het onderdeel van het verslag van de heer Harbour dat verwijst naar de bescherming van de consument. Het bevat heel wat goede beslissingen. De universele toegang tot deze diensten is een zeer belangrijk beginsel dat niet genoeg benadrukt kan worden. Ik bevestig u nog eens, mijnheer Harbour, dat dit onderdeel van het verslag de volledige steun krijgt van mijn fractie.

Er zijn echter ook stukken die herbekeken moeten worden. Dat staat vast. Mevrouw Reding, u zei in uw inleiding dat het u verbaast dat de bescherming van persoonsgegevens is afgezwakt door het Parlement. Mag ik u erop attent maken dat dit niet de mening van het Parlement is. Het Parlement stemt hier namelijk pas binnen twee weken over. Dan zullen we pas weten wat het standpunt van het Parlement hierover is. Tot die datum zullen we klaarheid proberen te scheppen in die zaken die nu nog onduidelijk zijn. Ik beloof u dat er vanuit onze fractie geen afzwakking zal zijn van de bescherming van de persoonlijke gegevens. Indien er geen aanvaardbare akkoorden worden bereikt in het Parlement over gegevensbescherming, netwerktoegang en netneutraliteit, dan zal mijn fractie dit pakket niet kunnen steunen en dan zullen we moeten zien hoe we dan verder moeten.

 
  
MPphoto
 

  Erna Hennicot-Schoepges (PPE-DE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik wil u feliciteren met uw toewijding. Uiteraard gaan mijn felicitaties ook uit naar de rapporteurs, en in het bijzonder naar mevrouw Trautmann. Zij heeft bijzonder hard gewerkt aan deze consensus, die in haar ogen neutraal moest zijn en vrij van enig sectoraal onderscheid. Maar wat de rechten op het gebruik van het spectrum betreft, moet er gezegd worden dat cycli van investeringen en afschrijvingen verschillen van sector tot sector. Door de bepalingen van de tekst over de toewijzing en de harmonisatie van de frequenties en de licenties komen de satellietoperatoren in een situatie van juridische onzekerheid terecht, gezien de aard van hun bedrijfsactiviteiten. Het nieuwe artikel 8a, dat wordt voorgesteld door de rapporteur, biedt wel enige garanties maar de bewoordingen van deze clausule moeten duidelijker worden geformuleerd in navolging van het subsidiariteitsbeginsel en de regels van de ITU. Er blijven ook enkele vragen onbeantwoord in verband met de aard en omvang van het onderhandelingsmandaat van de Commissie.

Wat het verslag van de heer Harbour betreft, wil ik de aandacht vragen voor de definitie van een “openbare telefoondienst”, zoals die wordt beschreven in Artikel 1, punt 2, letter b. Deze definitie zou uitsluitend van toepassing mogen zijn op tweerichtingsdiensten, in overeenstemming met de definitie die daarvoor gegeven wordt in de privacyrichtlijn. Voice over internet Protocol (VoIP) en spelconsoles zijn in geen enkel opzicht te vergelijken met de traditionele telefoondiensten. Hun assimilatie als zodanig zou leiden tot een regelgevend kader dat innovatie belemmert en niet-geïnformeerde gebruikers functionaliteiten aanbiedt waarvan zij niet beseffen dat ze voor bepaalde doeleinden bedoeld zijn, zoals de mogelijkheid om een noodoproep te lanceren van op een spelconsole, waarbij eenrichtingscommunicatie tot stand kan komen. Daarom is het belangrijk om de definitie te beperken tot tweerichtingsdiensten.

Wat het auteursrecht betreft, steun ik de opmerkingen die mijn collega’s over deze kwestie hebben gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Francisca Pleguezuelos Aguilar (PSE). - (ES) Ik wil beginnen met de rapporteurs te feliciteren, want ze hebben goed werk geleverd. Deze hervorming is geslaagd in haar opzet en is aangepast aan de nieuwe omstandigheden en de nieuwe uitdagingen, zowel voor bedrijven als voor consumenten.

Toch zou ik even willen stilstaan bij een bepaald onderdeel van het verslag van de heer Harbour. Het is een feit dat de rapporteur uitstekend werk heeft geleverd, maar ik vind niet dat we de definitieve amendementen die handelen over de inhoud van het internet hier in deze richtlijn mogen aanvallen, want wat die amendementen uiteindelijk doen is toestaan dat de dienstverleners de inhoud op het internet kunnen filteren en blokkeren en uiteindelijk zijn het de consumenten die daardoor hun anonimiteit verliezen.

Dames en heren, die houding is in tegenspraak met artikel 12 van de richtlijn inzake elektronische handel, die bepaalt dat dienstverleners die als tussenpersoon optreden zich neutraal moeten opstellen wanneer ze elektronische informatie doorgeven.

In een rechtsstaat is het niet toegelaten dingen te doen op het internet die we niet zouden doen met andere communicatiemiddelen. Daarom vraag ik de heer Harbour om die amendementen in te trekken om zo het evenwicht te herstellen tussen het auteursrecht en de rechten van internetgebruikers.

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) Eerst en vooral zou ik de rapporteur willen bedanken voor dit uitstekende verslag. Een wetgevend pakket opstellen is nooit eenvoudig en ik waardeer de overtuigingskracht die ervan uitgaat.

Ik zou eveneens willen onderstrepen dat het de belangrijkste doelstelling van dit pakket is om betere communicatiediensten aan te bieden aan de consument bij het gebruik van mobiele telefoons, breedbandinternet en kabeltelevisie. Ik denk dat de consumenten, dankzij onze rapporteur, Malcolm Harbour, beter en sneller geïnformeerd zullen worden.

Wanneer consumenten beslissen om van provider te veranderen, zijn gelijkaardige aanbiedingen meestal niet beschikbaar en duurt het vaak nog veel te lang om het nummer over te dragen. Daarom steun ik het verslag van de heer Harbour, omdat het providers verplicht hun consumenten transparante en vooral vergelijkbare prijzen aan te bieden en het mogelijk maakt om binnen de dag van provider te veranderen met behoud van het eigen nummer.

Ik wens niemand een situatie toe waarbij het noodnummer 112 gebruikt moet worden, maar ik wil wel benadrukken dat door deze richtlijn, de hulpdiensten de locatie van de beller zullen kunnen achterhalen, en daardoor sneller en efficiënter hulp zullen kunnen bieden.

Bij de overschakeling naar digitale uitzendingen zal er een spectrum vrijkomen dat het in de toekomst mogelijk moet maken om zelfs in de meest afgelegen gebieden van de Europese Unie gebruik te maken breedband internetverbindingen. Commissaris, ik ben ervan overtuigd dat de Commissie erover zal waken dat het digitale dividend op de meest doeltreffende manier gebruikt wordt, in het belang van elke consument.

 
  
MPphoto
 

  Stavros Lambrinidis (PSE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, we leven in een wereld waar iedereen − regeringen, bedrijven en criminelen − zo veel mogelijk toegang proberen te verwerven tot onze elektronische gegevens, bij voorkeur zonder enige beperkingen.

Daarom moet elke wijziging van de richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie doen wat de naam zelf al zegt: onze persoonlijke gegevens en ons privéleven zo goed mogelijk beschermen.

Ik ben dan ook gekant tegen elke poging om de definitie af te zwakken van wat persoonlijke gegevens van onze Europese burgers zijn. Want aangezien ze persoonlijk zijn, zijn ze wettelijk beschermd. De uitzonderingen die men zoekt, en dan vooral wat betreft IP adressen, zijn in strijd met de bestaande Europese wetgeving.

Bovendien vind ik niet dat de aanbieders van internetdiensten over de mogelijkheid moeten kunnen beschikken om zelf te bepalen welke inbreuken op de veiligheid van het netwerk schadelijk zijn voor de gebruikers en welke niet. We mogen het niet aan hen overlaten om te beslissen wanneer ze de gebruikers en de autoriteiten op de hoogte brengen van flagrante nalatigheden.

Ik respecteer de rol en de bijdrage van privébedrijven, maar de economische belangen van internetgiganten mogen niet in de weg staan van de wetten die Europa heeft opgelegd om de grondrechten van de burgers te beschermen.

 
  
MPphoto
 

  Ruth Hieronymi (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dank aan alle rapporteurs voor hun werkelijk uitstekend werk. Ik wil echter twee welbepaalde aspecten aanstippen. De Europese Unie is niet alleen een economische gemeenschap maar ook een gemeenschap die zich heeft voorgenomen gemeenschappelijke waarden te respecteren, en daarom is de bescherming van persoonlijke gegevens zo belangrijk. Op hetzelfde moment, mogen we niet veronderstellen dat technische vooruitgang en de bescherming van culturele en creatieve werken in tegenspraak zijn met elkaar. Ze zijn allebei essentieel voor ons toekomstig concurrentievermogen. Daarom wil ik, samen met heel wat andere collega’s die het Parlement vandaag hebben toegesproken, een oproep lanceren om de positie van de rechthebbenden te verstevigen. Met andere woorden, zij die hun auteursrecht beschermd willen zien. Niemand anders heeft die bescherming nodig, vandaar de introductie van samenwerkingsmodellen met internetaanbieders. Een stap in deze richting weerspiegelt de convergentie van de technologie, en de convergentie van de versterking van het auteursrecht.

 
  
MPphoto
 

  Katerina Batzeli (PSE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, bij het beheren en het toewijzen van het radiospectrum moeten we garanderen dat alle burgers volledige en effectieve toegang hebben tot dit openbaar goed.

De voorstellen in de verslagen van mevrouw Trautmann en mevrouw Toia over het radiospectrum en het digitale dividend vormen alvast een goede basis. Ze verwijzen in de eerste plaats naar het sociale, culturele en democratische belang van het digitale dividend, en de nieuwe mogelijkheden die we aan de Europese burgers moeten aanbieden.

Het debat over het digitale dividend mag niet gereduceerd worden tot een zwart-wit keuze tussen commercialisering enerzijds en sociale voordelen anderzijds. We moeten een belangrijke nationale strategie uitdenken. We moeten elke lidstaat de mogelijkheid verschaffen om doelstellingen in het belang van de bevolking te formuleren, te realiseren, en te coördineren. Dat zijn de acties die we op het communautaire niveau kunnen ondernemen, en die zijn beslist haalbaar.

Maar de nieuwe aanpak van de Commissie streeft naar meer harmonisatie op EU-niveau, waarbij het beheer van het radiospectrum wordt toegewezen op basis van criteria zoals de neutraliteit van de dienstverlening en de uitbreiding van het beginsel van de algemene vergunning, en dat lijkt me voorbij te gaan aan de openbare aard van het radiospectrum en in het voordeel te zijn van het commerciële aspect.

Om die reden vind ik dat we hier niet mee akkoord kunnen gaan en dat we verder moeten werken aan de voorstellen die onze rapporteurs hebben ingediend.

 
  
MPphoto
 

  Dumitru Oprea (PPE-DE).(RO) Dankzij het verslag dat vandaag besproken wordt, bestaat er een mogelijkheid om, door het digitale dividend optimaal te benutten, het gebruik van breedbandtechnologie op grotere schaal te stimuleren in landelijke, afgelegen of benadeelde gebieden. Er zijn namelijk nog veel plaatsen waar er een totaal gebrek is aan digitale technologie of waar de toegang tot digitale diensten onmogelijk is omdat de infrastructuur ontbreekt.

Ik ben er een voorstander van dat de lidstaten die nog achterblijven, zoals Roemenië, zo spoedig mogelijk een nationale strategie voor het digitale dividend opstellen, met inbegrip van maatregelen die de burgers in staat stellen sneller en eenvoudiger toegang krijgen tot inter-operabele sociale diensten, in het bijzonder die diensten die te maken hebben met onderwijs, opleiding en gezondheid.

We willen benadrukken hoe belangrijk het is om te streven naar de grootst mogelijke transparantie in het toewijzen van de vrijgekomen frequenties en bij de investeringen in de toekomstige infrastructuur om ervoor te zorgen dat alle landen van de Europese Unie er gebruik van kunnen maken.

 
  
MPphoto
 

  Arlene McCarthy (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, als voorzitter van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (IMCO) wil ik van deze gelegenheid gebruik maken om de heer Harbour en de schaduwrapporteurs te bedanken voor hun voorstel over de universele dienstverlening. Ik hoop dat het Parlement het een evenwichtig en bruikbaar voorstel zal vinden.

Ik wil de aandacht van dit Huis vragen voor een voorziening, een amendement dat ik heb opgesteld en dat de steun heeft gekregen van de commissie. Wij vragen om het telefoonnummer 116000 voor het melden van informatie over vermiste kinderen verplicht te maken in alle lidstaten. De commissaris weet ongetwijfeld dat uit een recent verslag is gebleken dat nog maar zeven lidstaten het telefoonnummer voor vermiste kinderen hebben toegewezen, terwijl het al anderhalf jaar geleden werd geïntroduceerd. De vrijwillige aanpak werkt duidelijk niet. Elk jaar worden er in Europa naar schatting 130 000 kinderen als vermist opgegeven.

Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat dit een kwestie is waarbij Europa kan helpen en dat het moet optreden om vermiste kinderen te identificeren, op te sporen en terug te halen. Daarom vraag ik met aandrang aan de Europese Commissie en de lidstaten om deze bepaling te steunen, om het telefoonnummer voor vermiste kinderen sneller in gebruik te laten nemen en de inspanningen van Europa op te voeren om een eigen “AMBER alert”-systeem te introduceren voor het opsporen van vermiste kinderen in heel de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Pierre Pribetich (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijn felicitaties aan mevrouw Trautmann, mevrouw del Castillo, mevrouw Toia en de heer Harbour voor hun uitstekende werk.

Hoe kunnen we het digitale dividend ten volle benutten? Dat is de vraag. Het staat vast dat door de omschakeling naar digitale uitzendingen er − nu en in de toekomst − bepaalde frequenties zullen vrijkomen. Ik verwijs daarbij bewust naar zowel het heden als de toekomst, om te benadrukken dat deze verandering niet in een oogwenk, van de ene dag op de andere, zal plaatsvinden. Dat leken heel wat betrokkenen niet te beseffen bij het bepleiten van hun zaak. Bovendien zullen heel wat investeerders afgeschrikt worden door de omvang van de investering die ze moeten doen vooraleer ze nog maar kunnen denken aan het recupereren van die meevaller van 250 miljard euro.

Bij het opstellen van ons beleid moeten we dus rekening houden met deze beperkingen.

Ik zou deze eerder korte spreektijd willen benutten om te benadrukken dat we dringend nood hebben aan een Europees frequentiebeleid waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor het Europees Parlement. Dat Parlement moet zich bewust zijn van de fysische beperkingen van elektromagnetische golven, moet het belang inzien van het beheer van het frequentiespectrum, moet rekening houden met de rol van normalisatie-instellingen bij het garanderen van het optimale gebruik van dit schaarse goed, en moet streven naar het algemene belang van onze Europese medeburgers.

Ik zou de commissaris er eveneens aan willen herinneren dat het uitrollen van een glasvezelnetwerk, om het te zeggen met de woorden van Jean Cocteau, naast grote liefdesverklaringen ook tastbare daden van liefde nodig heeft. Die daden moeten vergezeld worden van de nodige Europese middelen uit de begroting. Deze middelen zijn nodig om de uitvoering te kunnen realiseren, om deze breedbandnetwerken te kunnen aanleggen en om te voorkomen dat er een digitale kloof ontstaat in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Luc Chatel, fungerend voorzitter van de Raad. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, aan het einde van dit debat zou ik u, dames en heren, willen bedanken. Ik vind dat zowel de kwaliteit van uw bijdragen als uw inzet voor dit onderwerp aantoont hoe belangrijk telecommunicatie is in het huidige Europese debat. Tegenwoordig zijn we in Europa op zoek naar economische kwesties die van strategisch belang zijn maar die ook relevant zijn voor onze medeburgers. De telecommunicatie vormt duidelijk een grote strategische uitdaging. Dat is ook gebleken uit de potentiële invloed die ze heeft op de Europese groei. Maar, op hetzelfde moment bevat telecommunicatie ook aspecten die gevolgen hebben voor het dagelijkse leven van onze burgers. En dat is het soort kwestie dat Europa nodig heeft, want uiteindelijk is het de telecommunicatie die Europa in zekere zin een menselijk gezicht geeft.

Ik was bovendien verheugd vast te stellen hoe gelijkgestemd het Parlement en de Raad zich tijdens dit debat hebben getoond, in het bijzonder wat betreft een beter beheer van het spectrum, een grotere bescherming van de consument en een beperkter gebruik van de functionele scheiding om te voorkomen dat ze gebagatelliseerd wordt. Die laatste kwestie is al meermaals aan bod gekomen. Ik merk echter dat er nog een aantal kwesties zijn waaraan onze instellingen nog verder zullen moeten werken om tot een compromis te komen. Ik heb het uiteraard over het veto van de Commissie op rechtsmiddelen en over de juridische vorm en de financiering van het alternatief voor de Europese Regelgevende Autoriteit, aangezien diens rol en bevoegdheden gedeeld lijken te worden door het Parlement en de Raad.

Ik zou nog snel willen terugkomen op drie onderwerpen: de eerste kwestie is hoe we die nieuwe entiteit, die door verscheidene sprekers is aangehaald, gaan financieren. Zoals u weet, dames en heren, hebben de lidstaten nog geen duidelijke houding aangenomen tegenover deze kwestie en ik hoef u niet te vertellen dat de financieringsmethode in de eerste plaats zal afhangen van de juridische vorm en de bevoegdheden van dat orgaan. Zoals u weet − en ik heb dit al eerder gezegd − staat een meerderheid van de lidstaten nog terughoudend tegenover het idee een bijkomend orgaan op te richten. De Raad zal dus een evenwicht moeten vinden tussen de verschillende mogelijkheden die hier deze namiddag werden vernoemd.

Wat de netwerken van de volgende generatie betreft, die ook al aan bod zijn geweest, sluit ik me aan bij de mening van mevrouw Trautmann. Om de nieuwe netwerken te promoten, de netwerken van de nieuwe generatie, moeten we in de eerste plaats de concurrentie blijven aanwakkeren, en in het bijzonder de concurrentie op het gebied van de infrastructuur. Dat biedt een stimulans aan investeerders en moedigt de verschillende operators aan om de risico’s te delen. Zoals u weet, zijn er momenteel gesprekken aan de gang in de Raad. Het is echter dringend nodig om die kwesties te bespreken die verdere actie en maatregelen op korte termijn vereisen. Zoals u weet, heeft de Commissie een ontwerpaanbeveling vrijgegeven over deze kwestie. Misschien wil de commissaris zo goed zijn ons hierover meer informatie te verschaffen.

De derde kwestie die ik wil bespreken en die eveneens door enkele sprekers werd aangehaald, is uiteraard de kwestie van de bescherming van de persoonlijke gegevens en, meer in het algemeen, de kwestie van de inhoud, in tegenstelling tot het kanaal. Éric Besson heeft over dit onderwerp al het een en het ander gezegd. Ik denk dat het niet de bedoeling van het Franse voorzitterschap is om het ene tegen het andere uit te spelen of een specifiek model op te leggen. Ik waardeer echter wel de opmerking van enkele sprekers deze namiddag dat we bouwen aan deze economie van de toekomst, aan deze toekomstige bron van groei, omdat het in het belang is van de Europese economie, maar dat we het evenzeer moeten doen om onze cultuur en onze culturele spelers in staat te stellen hun aanwezigheid op het wereldtoneel te vergroten. Daarom denk ik dat we de twee zaken niet van elkaar kunnen scheiden, hoewel ik weet dat in er ook andere kringen belangrijke debatten aan de gang zijn over dit onderwerp. We moeten in ons achterhoofd houden dat elke inspanning om de infrastructuur te moderniseren eveneens gericht moet zijn op het bevorderen van de verspreiding van onze inhoud en de bescherming van de auteursrechten om het creatieve proces in de Europese Unie te handhaven.

Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, tot zover de afsluitende opmerkingen die ik wilde maken bij dit debat.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, wat willen we eigenlijk bereiken? We willen dat al onze burgers, waar zo ook wonen en waarheen ze ook reizen, gebruik kunnen maken van snelle, veilige, betaalbare en meervoudige diensten. We willen dat alle burgers toegang hebben tot een waaier aan inhoud die de Europese culturele diversiteit weerspiegelt.

We willen dat strategisch belangrijke bedrijven een bijdrage leveren tot de economische groei en de werkgelegenheid door de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur en een groot aanbod aan inhoud. We willen dat er een onbelemmerde eenheidsmarkt komt die van Europa het continent maakt van de connectiviteit, de communicatie en de nieuwe technologie. Maar we hopen eveneens dat Europa het continent zal zijn van de bescherming van de consumentenrechten en de persoonlijke levenssfeer van de burgers. Dat willen we hier allemaal verwezenlijkt zien, en ik denk dat de talrijke en verschillende meningen die we in het Parlement gehoord hebben allemaal hierop neerkomen. We willen dat er evenwichtige besluiten worden genomen zodat we tot een consensus kunnen komen.

Natuurlijk was dit alles niet mogelijk zonder het werk van de rapporteurs. Ik wil hulde brengen aan hen omdat ze meermaals het onmogelijke hebben weten te realiseren. De rapporteurs, maar ook de parlementaire commissies en de coördinators hebben een uitzonderlijke prestatie neergezet.

In de komende weken moet we allemaal proberen − in de Commissie, de Raad en het Parlement − om dit project leven in te blazen, want het is een project dat de ontwikkeling van ons continent kan bevorderen en dat een consensus teweeg kan brengen tussen de Raad en het Parlement. Wat mijzelf en mijn collega’s van de Commissie betreft, wij zullen ons als neutrale tussenpersonen opstellen om dit mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Trautmann, rapporteur. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, aan het einde van dit debat wil ik de Raad en de commissaris bedanken omdat ze zo aandachtig geluisterd hebben naar wat we te zeggen hadden. Ze hebben ongetwijfeld gemerkt dat er in het Parlement over dit telecompakket een vrij grote consensus bestaat en dat er een aanzienlijke eensgezindheid heerst.

Er is niets alledaagser in ons leven dan een mobiele telefoon, een televisie of de mogelijkheid om met elkaar te communiceren. Dankzij de Europese Akte is het vrije verkeer van goederen en personen een grondrecht, een fundamentele vrijheid. Zoals de heer Paasilinna al gezegd heeft, is communicatie ook een grondrecht. Het geeft Europa een ziel, betekenis en een band met de burgers. Daarom moeten we de nodige ambitie aan de dag leggen om van dit telecompakket een succes te maken.

Ik vraag de Raad dan ook met aandrang om niet te kiezen voor een compromis of een intentie voor een compromis dat afbreuk zou kunnen doen aan de verschillende punten waarover we al een akkoord hebben bereikt. Samen, met de hulp van mijn collega’s Malcolm Harbour, Pilar del Castillo, Alexander Alvaro en anderen − het is onmogelijk om ze allemaal te vernoemen − hebben we naar onze mening al heel wat kunnen realiseren op basis van ons gezond verstand en onze gedeelde vastberadenheid.

Wat betreft de eerdere opmerkingen van de heer Toubon aan mijn adres, zou ik willen antwoorden dat men mij niet kan verwijten dat ik geen rekening heb gehouden met de noodzaak om het creatieve proces in Europa te steunen. Ik vind creativiteit een motor voor innovatie, een bron van diversiteit en intellectuele rijkdom, en dat is vandaag de dag absoluut noodzakelijk.

Maar we moeten ook rekening houden met de vrijheid die gegarandeerd moet worden in onze teksten. We hebben zeer belangrijke teksten aangenomen over de bescherming van de persoonlijke gegevens. Dat heeft niemand in de wereld ons ooit voorgedaan. Die twee aspecten moeten we verzoenen. Ze zijn niet tegenstrijdig: de doelstelling is dezelfde, namelijk bescherming bieden aan de creatieve vrijheid en bescherming bieden aan elk individu. Het is in die geest dat we verder zullen werken om onze voorstellen te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Pilar del Castillo Vera, rapporteur. (ES) Mevrouw de Voorzitter, in deze laatste tussenkomst wil ik de Raad bedanken voor de begripvolle aanpak, waarvan hij ook vandaag weer blijk heeft gegeven. Ik zou ook de Commissie van harte willen bedanken, en in het bijzonder de commissaris, voor het bewustzijn dat ze heeft tentoongespreid bij het (naar mijn mening) onvermoeibaar ijveren voor een meer concurrentiële elektronische-communicatiemarkt en voor de bescherming van de consument. Ik zou eveneens en boven alles mijn collega’s willen bedanken die, hier vandaag maar ook herhaaldelijk in het verleden, hebben laten zien hoezeer zij zich bewust zijn van het belang van deze sector voor de economische groei in Europa en bij uitbreiding ook voor de werkgelegenheid en de welvaart van alle Europese burgers.

Nu zou ik alleen nog de Raad willen vragen om dit telecompakket, in deze laatste fase en tot op het einde van het huidige voorzitterschap, met minstens evenveel prioriteit te behandelen als het thema energie. Ik weet dat energie belangrijk is maar dat is dit pakket evenzeer. Op die manier kunnen we dat punt van evenwicht dat we hebben bereikt en waarnaar mijn collega, mevrouw Trautmann verwees, gebruiken als basis om van daaruit verder te evolueren.

Het Parlement heeft een aantal voorstellen gedaan die ik persoonlijk vrij evenwichtig vind en die bij de onderhandelingen met de Raad en de Commissie tot een positief resultaat kunnen leiden. Bedankt. In dat opzicht verwachten wij zeer veel van het huidige voorzitterschap.

 
  
MPphoto
 

  Patrizia Toia, rapporteur. (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik bedank ook alle schaduwrapporteurs. Ik zou nog kort twee punten willen bespreken. Sommigen in dit Huis hebben gezegd dat we een positieve houding hebben aangenomen en dat is volgens mij een eigenschap die kenmerkend is voor al het werk dat we gedaan hebben en al de akkoorden die we hebben bereikt en die we nog zullen bereiken.

Die positieve houding houdt in dat we een realistische kijk hadden op de belangen die hier op het spel staan, de waarde van de industrie, het werk dat wordt verricht door de werknemers in deze sector en het gewicht van deze sector in de Europese economie als geheel. Maar we hebben ook gekeken naar de rol van de burger, de consument, en in de eerste plaats de zwakkere burgers, die ongetwijfeld wel zullen varen bij de digitale omschakeling als we hen helpen tijdens de overgang. Ik weet dat sommige landen, waaronder Frankrijk, hierover al voorlichtingscampagnes en ondersteunings-programma’s hebben geïntroduceerd, maar als dit niet wordt opgevolgd, kunnen die burgers alsnog in moeilijkheden terecht komen.

Daarom hebben we de kwestie benaderd vanuit het standpunt van de consument, de gebruiker. We hebben de mogelijkheid bekeken om nieuwe diensten te hebben, ook telecommunicatiediensten, die beter zijn afgestemd om de nieuwe vereisten, zoals de vereiste om beter geïnformeerd te zijn, en die beter geïntegreerd zijn in het grotere geheel van het informatienetwerk. Ik denk dat, wanneer Europa deze houding aanneemt en de markt bekijkt vanuit het standpunt van de consument, dat Europa dan dichter bij de burgers komt te staan. Ik denk dat het initiatief inzake de roaming-kosten Europa in een positief daglicht heeft geplaatst bij heel wat burgers en jongeren die misschien niet ten volle beseften welke rol Europa kan spelen bij bepaalde beslissingen die hun leven, hun financiën en zelfs hun persoonlijk budget kunnen beïnvloeden.

Een tweede opmerking die ik wil maken, gaat over de evenwichtige benadering. Ik denk dat we met deze benadering een evenwicht hebben gevonden tussen de verschillende belangen die op het spel staan − zelfs de tegenstrijdige belangen, die werden aangehaald door mevrouw Trautmann − en tussen de verschillende betrokken sectoren. Hierbij denk ik in het bijzonder aan het digitale dividend. Er is ruimte gemaakt voor alle operatoren, van de telecommunicatie tot de audiovisuele sector, en er zijn ontmoetingen geweest tussen vertegenwoordigers van de Commissie cultuur en de Commissie industrie, onderzoek en energie. We mogen dus wel zeggen, denk ik, dat we getracht hebben een evenwichtige benadering te hanteren, en hopelijk zijn we daarin geslaagd.

Tot slot, wil ik een sterke Europese aanpak zien. Ik zou het absoluut onbegrijpelijk vinden als de legitieme eisen van subsidiariteit, die een onvervreemdbaar recht zijn van de lidstaten, in de weg zouden staan van de toegevoegde waarde die Europa hier kan en moet bieden. Ik vraag de Raad en de Commissie met aandrang om hun mogelijkheid om te coördineren en te harmoniseren te gebruiken om te doen wat ik beschouw als richting geven aan het Europese beleid.

 
  
MPphoto
 

  Malcolm Harbour, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben het niet gewend om het laatste woord te hebben, dus ik zal om dit belangrijke debat af te ronden misschien nog enkele algemene opmerkingen toevoegen.

Maar eerst wil ik, voor wat betreft mijn eigen verslag, al de collega’s bedanken die hebben geholpen en die ertoe hebben bijgedragen dat onze Commissie des te vastberadener was om de nodige verbeteringen op te stellen en uit te voeren. Ik wil al mijn collega’s geruststellen dat we de komende weken nog verder zullen werken aan bijkomende verbeteringen, in het bijzonder wat betreft de kwestie van gegevensbescherming. Over dat onderwerp hebben we deze ochtend een zeer geslaagde vergadering gehad. Ik denk dat we daarover tot een akkoord zullen kunnen komen. Wat betreft de kwestie van melding bij inbreuken is het misschien niet zo verwonderlijk dat er nog meer werk nodig is. Het onderwerp was dan ook volledig nieuw. Ik nodig de Commissie, die al betrokken is geweest bij deze zaak, van harte uit om ons bij te staan bij het afwerken van het ontwerp, want uiteindelijk maakte dit geen deel uit van haar oorspronkelijke voorstel.

Nog een opmerking die ik wou maken is gericht aan mevrouw Harms, aangezien zij hier de enige aanwezige vertegenwoordiger is van de Groenen. Ik was met stomheid geslagen toen haar collega, de heer David Hammerstein Mintz, waarmee ik een goede band heb, liet weten dat hij mijn verslag gevaarlijk vindt voor de netneutraliteit. We hebben zeer veel tijd gestoken in het opstellen van een nieuw voorstel, om de regelgevers de kans te geven om op te treden indien ze vonden dat de netneutraliteit werd geschonden. Maar de heer Hammerstein Mintz komt naar deze Kamer, zonder voordien met mij te praten en zonder enig alternatief aan te bieden, en zegt me dat mijn verslag gevaarlijk is. Het enige dat ik tegen mevrouw Harms zou willen zeggen is dat, als de Groenen niet ophouden met deze bangmakerij en met het demoniseren van ons verslag, het gevaarlijk zal zijn voor de consumenten, want zo brengen ze al de rest in gevaar. Ik nodig hen van harte uit om mee rond de tafel te komen zitten en uit te leggen wat er zo gevaarlijk is aan ons verslag. Dan kunnen we zien of we iets kunnen doen aan hun bezorgdheid. Sommigen onder u ontvangen misschien wel elke dag e-mails. Ik heb een mail gekregen waarin stond dat dit verslag een gevaar betekent voor de netneutraliteit. Het enige dat ik hierop kan zeggen is dat we exact het tegenovergestelde proberen te bereiken.

Om af te ronden, wil ik nog toevoegen dat wij allemaal de grote verantwoordelijkheid hebben om het Franse voorzitterschap te helpen tot een akkoord te komen. Dat wil ik toch benadrukken. Er heerst veel onzekerheid onder de mensen in de echte wereld die op het punt staan om op grote schaal te investeren in de netwerken van de volgende generatie. Zij willen dit pakket zo snel mogelijk goedgekeurd zien. Wij kunnen dat voor elkaar krijgen door samen te werken, zoals we dat tot nu toe succesvol gedaan hebben. Het is een grote verantwoordelijkheid. Ik, van mijn kant, beloof plechtig − en ik weet dat mijn collega’s me daarin zullen steunen − dat we ons uiterste best zullen doen tijdens deze samenwerking met het Franse voorzitterschap. Ik wil in het bijzonder hulde brengen aan de heer Chatel en de heer Besson voor hun volledige inzet tijdens dit hele proces en voor hun grondige kennis van de kwesties. Ik ben ervan overtuigd dat we samen dit pakket zo snel mogelijk goedgekeurd kunnen krijgen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt plaats tijdens de volgende vergaderperiode.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Ivo Belet (PPE-DE), schriftelijk. (NL) De nieuwe telecomwet die we vandaag bespreken, heeft verreikende gevolgen voor ons allen als internet- en telecom-gebruikers.

Er komt een betere bescherming van onze privacy op het internet.

Persoonlijke informatie die op de computer bewaard wordt of die via het internet doorgestuurd wordt (ook je surfprofiel!), mag niet gebruikt (misbruikt) worden tenzij je daarvoor vooraf uitdrukkelijk toestemming gegeven hebt.

Samenwerking tussen inhoudindustrie (vnl. muziek en film) en telecomoperatoren wordt aangemoedigd om het probleem van piraterij (illegaal downloaden) aan te pakken. Het is belangrijk dat consumenten goed geïnformeerd worden over wat kan en niet kan op het net, maar in geen geval mag de toegang tot het internet ontzegd worden.

Telefoonnummers zullen gemakkelijker meegenomen kunnen worden als je van operator verandert. Het overdragen van een nummer mag maximum 1 dag duren, behalve bij maatregelen om kwaad opzet te beletten.

Hopelijk kunnen we hierover snel een akkoord bereiken en kunnen abonnees zo snel mogelijk de vruchten plukken van deze verbeteringen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL), schriftelijk. – (GA) In de geglobaliseerde wereld van vandaag waarin alles en iedereen met elkaar verbonden is, moet de bescherming van de persoonlijke gegevens en de privacy voor ons allemaal een prioriteit zijn. De persoonlijke levenssfeer mag niet aangetast worden zoals dat gedaan wordt in het verslag van de heer Harbour. Het is niet de taak van een nationaal of Europees orgaan om op een opdringerige manier het internetgebruik van de mensen te controleren.

Het Europees Parlement moet optreden om enkele meer regressieve elementen van deze Richtlijn ongedaan te maken. Zoals het er nu voorstaat, zou deze Richtlijn de toegang die bedrijven en overheidsinstellingen hebben tot het persoonlijke internetgebruik van mensen kunnen vergroten. De bescherming van de intellectuele eigendomsrechten mag niet als een excuus gebruikt worden om onverantwoordelijke instellingen toegang te verschaffen tot onze persoonlijke gegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  András Gyürk (PPE-DE), schriftelijk. (HU) Het goedkeuren van het pakket wetgevingsmaatregelen dat vandaag op de agenda staat, vormt een belangrijke stap in de verspreiding van breedband communicatietechnologie. Het is belangrijk dat deze technologie aan terrein wint, omdat Europa op die manier, in overeenstemming met onze betrachtingen, echt een van de meest concurrentiekrachtige regio’s kan worden. Nu moeten we alleen nog de inspanningen voor een doeltreffende telecommunicatieverordening opvoeren, aangezien de ontwikkeling van deze sector een positieve invloed kan hebben op de werkgelegenheid.

De openstelling van de telecommunicatiemarkt is in de tweede helft van de jaren negentig in een stroomversnelling terechtgekomen, waarbij het niveau van de dienstverlening aanzienlijk is verbeterd. Maar toch hebben we het gevoel dat er nog veel ruimte voor verbetering is wat betreft het stimuleren van de concurrentie en, wat daarmee samenhangt, het verlagen van de prijzen voor de consument. Bovendien dringt een herziening van de huidige wetgeving zich wel op, als we kijken naar de opkomst van nieuwe technologieën.

Wij zijn zeer verheugd dat een belangrijke pijler van de nieuwe kaderregeling bestaat uit het herzien van de manier waarop de frequenties tot nu toe werden verdeeld. Naar onze mening, moet daarbij in de eerste plaats het beginsel van technologieneutraliteit gehanteerd worden, in het belang van het verhogen van de concurrentie. Het is eveneens een belangrijke verwezenlijking dat er een nieuw kader komt voor de samenwerking van de nationale regelgevende instanties in de toekomst.

We moeten ook tevreden zijn over het feit dat de nieuwe verordening een niet te verwaarlozen invloed heeft op de wetgeving rond consumentenbescherming. De prijsbepaling wordt aan meer transparante voorwaarden onderworpen en men krijgt meer vrijheid om van leverancier te veranderen. Het belang van deze nog goed te keuren kaderregeling ligt hem volgens ons in het feit dat ze de mededinging op de markt zal verhogen zonder daarbij de nodige consumentenbescherming uit het oog te verliezen.

 
Laatst bijgewerkt op: 11 december 2008Juridische mededeling