De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over de mondelinge vraag aan de Raad van Miroslav Ouzký, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over de voortgang in de Raad over de kaderrichtlijn inzake bodembescherming (O-0070/2008 - B6-0455/2008).
Miroslav Ouzký, auteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil even benadrukken dat in september 2006 de Commissie een voorstel heeft aangenomen voor een kaderrichtlijn inzake bodembescherming met als doel de bodem in de hele Europese Unie te beschermen. Dit voorstel heeft geleid tot een zeer levendige en interessante discussie in mijn commissie – de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. De rapporteur, mevrouw Gutiérrez-Cortines, heeft hard aan een compromis gewerkt.
Een eerste lezing is op 14 november 2007 door het Europees Parlement aangenomen. Sindsdien is het onduidelijk wanneer de Raad in staat zal zijn met een gemeenschappelijk standpunt te komen en wanneer dit zal worden medegedeeld aan het Europees Parlement.
Begin juni stelde mijn commissie daarom een mondelinge vraag aan de Raad om meer te weten te komen over de vooruitgang die hierover in de Raad is geboekt sinds de aanvaarding van het standpunt van het Parlement. Namens mijn commissie wil ik de Raad vragen met nadere mededelingen te komen over de geboekte vooruitgang. Bovendien zou mijn commissie graag willen weten wanneer de Raad, volgens de huidige planning, het Europees Parlement zijn gemeenschappelijk standpunt over de kaderrichtlijn inzake bodembescherming denkt te kunnen mededelen.
Nathalie Kosciusko-Morizet, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, mijnheer Ouzký, het zesde Milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap erkent dat de bodem een eindige hulpbron is die onderworpen is aan milieueisen. Het programma beoogt in absolute en ondubbelzinnige bewoordingen een specifieke strategie voor bodembescherming te definiëren die, zoals iedereen zal begrijpen, rekening houdt met de beginselen van subsidiariteit en regionale diversiteit.
In februari 2007 – en ook ik ga nu terug in de geschiedenis – hield de Raad een oriënterend debat over de mededeling van de Commissie over een thematische strategie en over het voorstel voor een richtlijn. In december 2007 bekeek de Raad suggesties voor een compromis over de richtlijnen die waren opgesteld door het Portugese voorzitterschap, dat met betrekking tot dit voorstel een enorme hoeveelheid werk had verzet, en deze voorstellen hielden rekening met het advies van het Europees Parlement in eerste lezing. Helaas, en ondanks de aanzienlijke inspanningen van het Portugese voorzitterschap, was het niet mogelijk op dat moment een politiek akkoord te bereiken. Er was onenigheid over verschillende zaken: sommige lidstaten trokken de geldigheid van het initiatief zelf in twijfel, met andere woorden de noodzaak tot invoering van communautaire regelgeving voor bodembescherming; anderen dachten dat een kaderrichtlijn meer flexibiliteit zou bieden en vooral zou helpen rekening te houden met al gevoerd nationaal beleid, beleid dat nog niet voldoende werd erkend door het voorstel voor een richtlijn, zoals ingediend. Sindsdien hebben diverse lidstaten de tijd gehad om zich te bezinnen en Frankrijk wil dit debat binnen de Raad heropenen. De standpunten van het Europees Parlement zullen uiteraard een centrale plek innemen in onze besprekingen en in de hervatting van het debat dat we nu tot het eind toe willen voeren. We zijn ons ervan bewust dat u een evenwicht moest vinden tussen degenen die niet wilden dat er inbreuk zou worden gemaakt op de legitieme bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van bodembescherming, en degenen die een ambitieus geharmoniseerd systeem van communautaire regels wilden. We zijn van mening dat het advies van het Parlement een goede basis vormt om een evenwichtig pakket samen te stellen waar we allemaal aan kunnen werken.
Dit initiatief is daarom vandaag opnieuw gelanceerd, al is het nog te vroeg om te zeggen of het al dan niet mogelijk zal zijn om in de Raad een akkoord te bereiken, en zo ja, wanneer dit zal gebeuren en op welke basis. Het zou niet eerlijk zijn van mijn kant om daar nadere uitspraken over te doen. Het enige wat ik u kan beloven is dat het Franse voorzitterschap zijn best zal doen – en dat herhaal ik nogmaals – terwijl het tegelijkertijd rekening zal houden met het advies van het Parlement, dat erin is geslaagd een eigen evenwichtig standpunt in te nemen, een standpunt dat daarom uiterst waardevol is in deze moeilijke discussie. Tegelijkertijd zijn we realistisch, want dit is een zeer gevoelig dossier – zoals iedereen in de loop van eerdere discussies heeft kunnen constateren – en zelfs in het gunstigste geval kan een tweede lezing in elk geval pas plaatsvinden na de verkiezingen voor het Europees Parlement van volgend jaar. We hebben dan ook geen haast en zullen de tijd nemen die nodig is om een zo groot mogelijke consensus te bereiken over een onderwerp dat, zoals in het verleden is gebleken, uiterst complex is.
Cristina Gutiérrez-Cortines, namens de PPE-DE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijn opmerkingen zijn vooral bedoeld voor de minister, omdat ik denk dat ze door haar intellectuele capaciteiten in staat is te begrijpen dat dit een geheel nieuw onderwerp is.
De Commissie is volgens de gangbare praktijk gekomen met een bindende en tot op zekere hoogte reductionistische richtlijn. Maar hier in het Parlement realiseerden we ons dat zo’n complex systeem als de bodem alleen benaderd kan worden vanuit een alomvattende en theoretische basis. Dit komt omdat de bodem van invloed is op de opname van CO2, de plek vormt waar het menselijk leven zich afspeelt en van invloed is op het productieve systeem, de landbouw, natuurrampen en de aanleg van infrastructuur. Kortom, de bodem is van invloed op alles en we begrepen dat, met 27 landen die een zeer lange ervaring met wetgeving hebben, veel landen geen richtlijn konden toepassen die op simplistische criteria en comitologie is gebaseerd. Als gevolg daarvan ontwikkelden we voor het eerst in de geschiedenis van dit Parlement een richtlijn die open en flexibel was, gebaseerd op systematische criteria van zelforganisatie en gericht op een nieuwe ontwikkeling van artikel 249 van het Verdrag, dat bepaalt dat de lidstaten dezelfde doelstellingen moeten hebben en deze doelstellingen moeten verwezenlijken, maar hun vrijheid geeft in de uitvoering daarvan.
In deze richtlijn worden bestaande wetgeving, bestaande catalogi en de bureaucratieën van elk land gerespecteerd. De landen zijn niet verplicht iets nieuws te doen als ze kunnen aantonen dat aan de doelstellingen van de richtlijn is voldaan. Veel van deze landen hebben al volledig voldaan aan al deze doelstellingen. Maar veel collega’s hebben deze interactie tussen vrijheid en complexiteit niet begrepen: dat orde mogelijk is binnen een open systeem en dat open en flexibele systemen kunnen bestaan binnen zelforganisatie. Ze wilden niets weten van deze wetgeving die gevolgen heeft voor het leven en de aarde.
Ik begrijp niet hoe regeringen die bezorgd zijn over de klimaatverandering zich kunnen verzetten tegen een richtlijn die de problemen van de bodem, de aarde en de klimaatverandering aanpakt en die rampenpreventie stimuleert, steun geeft aan herbebossing, landbouw en productiviteit, en alle voorgaande overeenkomsten eerbiedigt.
Ik herhaal dat we moeten begrijpen wat vrijheid is, omdat velen niet weten hoe ermee om te gaan.
Inés Ayala Sender, namens de PSE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, minister, commissaris, dames en heren, voor alle belangrijke natuurlijke rijkdommen en omgevingen, zoals water, lucht en soorten en habitats van flora en fauna, geldt specifieke communautaire wetgeving, terwijl de bodem, een niet hernieuwbare en schaarse hulpbron zoals de minister zojuist heeft gezegd, deze bescherming moet ontberen.
Aan dit verzuim moet dringend iets worden gedaan omdat we daar allemaal de negatieve gevolgen van ondervinden, vooral in tijden van voedselpaniek of wanneer er debatten worden gevoerd over fundamentele economische en energie-alternatieven die voornamelijk te maken hebben met de bodem.
Het vullen van dit gat in de communautaire wetgeving zou de aandacht vestigen op de maatregelen die we bepleiten in de strijd tegen de klimaatverandering, waaronder zaken als de bestrijding van de toename van de erosie en woestijnvorming, en niet te vergeten het ernstige probleem van de verontreiniging van bodems of afdekking van deze bodems als gevolg van snelle en niet-duurzame ontwikkeling die niet alleen aan de basis van de huidige economische crisis ligt, maar ook een vernietigende uitwerking heeft op zo’n fundamentele hulpbron als de bodem.
Bovendien zou insluiting van deze kwestie in het Europese institutionele wetgevend systeem een stimulans zijn om het wetgevingsproces dat plaatsvindt te verbeteren, doordat de kwestie dan geplaatst wordt binnen een samenhangend kader dat steunt op regelgeving en eventueel op Europese fondsen, die we ook zouden kunnen koppelen aan de middelen die bedoeld zijn om de klimaatverandering tegen te gaan.
We mogen niet vergeten dat de risico’s die deze eindige en niet-hernieuwbare hulpbron bedreigen, in meer of mindere mate gevolgen zullen hebben voor het hele grondgebied van alle lidstaten van de Europese Unie, waaronder ook aanzienlijke grensoverschrijdende gevolgen.
Er zijn verschillende lidstaten – zoals mijn collega zojuist heeft gezegd – die niet erg geneigd zijn om op Europees niveau de bodembescherming te standaardiseren. Zij moeten beseffen dat wat dit Parlement eerder heeft aangenomen een flexibel, aanpasbaar en ambitieus juridisch instrument is, dat bovendien niet buitensporig prescriptief is. Het is een instrument dat de strijd tegen de klimaatverandering krachtiger en doeltreffender kan maken.
Bodems hebben ook een zeer belangrijke functie als opslagplaats van grondstoffen en koolstof, nog los van de voorstellen voor CO2-opslag die momenteel worden besproken of de gevolgen die wellicht aangegeven zullen worden in de wetgeving over waterschaarste.
Dit voorstel voor een richtlijn is sinds november 2007 in de Raad geblokkeerd. Dit is onaanvaardbaar. Bijna een jaar is verstreken sinds deze vergadering met zijn advies is gekomen en daarom ben ik van mening dat alles in het werk moet worden gesteld om deze situatie te veranderen.
Op deze manier zouden de lidstaten beschikken over een specifieke regelgeving ter bescherming van de bodem, niet alleen om het milieu te beschermen, maar ook om de klimaatverandering en de ontbossing en woestijnvorming die optreden tegen te gaan. Het zou ook nieuwe gebieden voor onderzoek, innovatie en de toepassing van technologieën creëren, banen scheppen en sociale kansen bieden, en vooral bijdragen aan de kwaliteit van leven van de Europese burgers.
Ik wil tot slot het voorzitterschap van de Raad aanmoedigen om zich ervoor te blijven inzetten dat deze essentiële richtlijn wordt aangenomen. Wees niet ontmoedigd, mevrouw Kosciusko-Morizet. We weten allemaal dat er sprake is van bemoedigende veranderingen in de standpunten binnen de Raad, maar u dient te weten dat we niet zullen toestaan dat deze richtlijn inhoudsloos wordt.
Mevrouw Kosciusko-Morizet, uw voorzitter geeft vaak blijk van grote moed en grote ambitie ten aanzien van bepaalde vraagstukken en uitdagingen die belangrijk zijn: bodembescherming moet daar ook toe behoren.
Jan Mulder, namens de ALDE-Fractie. – (NL) Voorzitter, een van de punten die werd genoemd in de toespraak van de voorzitter van de Raad over dit onderwerp, was dat het een zeer gevoelig dossier is. Ik ben het daar helemaal mee eens. Sterker nog, ik ben, geloof ik, tot nu toe de eerste spreker die duidelijk kan stellen dat ik de noodzaak van een dergelijke richtlijn niet inzie. Ik zie niet in waarom Europa nog een extra richtlijn zou moeten hebben. Waarom denk ik dat?
In de eerste plaats hebben we op het gebied van de bodem al een heleboel richtlijnen die de gezondheid en het milieu van de bodem beïnvloeden. Denk aan de waterrichtlijn, de grondwaterrichtlijn, de nitratenrichtlijn, de 18 richtlijnen die te maken hebben met cross compliance. Allemaal beïnvloeden ze de bodemgezondheid. In Europa - en dat is in Frankrijk en overal het geval - zuchten wij onder te veel administratieve regelgeving. Een gemiddelde boer heeft meer tijd nodig om formulieren in te vullen over allerlei dingen dan gewoon zijn boerenwerk te doen. Mocht er nog een andere richtlijn bovenop komen, dan is dat te veel van het goede.
We moeten eerst afwachten wat het resultaat is tot nu toe van de huidige richtlijnen, of deze niet voldoende zijn, en of zij niet voldoende bijdragen tot een gezondmaking van de bodem. De grondwaterrichtlijn zal pas in werking treden in 2009, en het is daaraan voorafgaand volkomen overbodig om een nieuwe richtlijn in te voeren. De Commissie heeft een voorstel gedaan en heeft berekend wat de voordelen zouden zijn. Wat ik in die hele berekening heb gemist, is wat het kost aan administratieve lasten voor de belanghebbenden om het allemaal uit te voeren. Nogmaals, te veel tijd gaat verloren aan administratieve verrichtingen, aan het invullen van formulieren, aan vergaderingen en ik weet niet allemaal wat.
Wat zou er wél kunnen gebeuren op dit moment? De Commissie kan een heel belangrijke rol spelen in het uitwisselen van ervaringen. Er zijn bepaalde landen die al heel ver zijn met het gezond maken van de bodem en er zijn andere landen waar dat niet het geval is. De landen die het tot nu toe gedaan hebben, hebben het gedaan zonder enige hulp uit Europa. Waarom die goede voorbeelden niet gebruiken voor de landen die op het ogenblik nog een probleem hebben?
Nogmaals, ik denk dat wij te veel administratieve lasten hebben op dit ogenblik en dat Europa en de Europese Unie in het algemeen zich bepaald niet populairder maken bij de burgers door de ene regeling op de andere te stapelen en te zeggen: u zoekt het maar uit. Nee, laten we het zo veel mogelijk beperken en een voorbeeld nemen aan de resultaten in de lidstaten die als voorbeeld zouden kunnen dienen voor de andere landen.
Janusz Wojciechowski, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, graag wil ik de heer Ouzký bedanken voor de vraag die hij heeft gesteld, omdat ook ik bezorgd ben over de tijd die het kost om ons wetgevende werk betreffende bodembescherming te voltooien. De voedselcrisis laat zich steeds meer voelen en de wereldbevolking groeit, terwijl steeds minder grond wordt gebruikt voor landbouw en de mogelijkheden voor intensivering van de landbouwproductie uitgeput raken. Gezien deze stand van zaken is verstandige bodembescherming zeer nodig.
De allerbeste manier om de bodem te beschermen is door middel van gezonde landbouw en gezonde boerenbedrijven. Grond die niet voor agrarische doeleinden wordt gebruikt gaat snel achteruit. We weten allemaal dat een aanzienlijke hoeveelheid landbouwgrond niet wordt bebouwd en achteruit gaat. Dit dient te veranderen. Het landbouwbeleid van de Europese Unie moet ervoor zorgen dat het rendabel is landbouwgrond te bebouwen en wetgeving dient het bebouwen van land te stimuleren. Deze gedachten wil ik graag met u delen in de loop van dit debat.
Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de vertegenwoordiger van de Raad heeft gezegd dat er aanzienlijke meningsverschillen in de Raad zijn over deze kwestie. Dat geldt ook voor het Europees Parlement.
De achtergrond van deze controverse is: hoe moeten we een bodem beschouwen? Is het een bron van vruchtbaarheid die de planten voeding geeft en de basis van het leven vormt binnen een ecologisch gezond landbouwsysteem, met een hoge CO2-binding? Of is het gewoon een substantie die als steun dient voor planten in een systeem van agro-industriële productie, waarbij olie-, chemische en genetische technologie nodig is en die buitengewoon gevaarlijke klimaatgevolgen heeft? Dat zijn de twee bestaande opvattingen, ook in de Europese Unie. We hebben ook grond die aan de landbouwproductie is onttrokken.
De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling heeft een advies uitgebracht dat tot een zekere controverse heeft geleid omdat de rapporteur die was benoemd tegen een richtlijn was. De meerderheid in de commissie heeft vervolgens een advies uitgebracht dat uitgaat van een verstandige aanpak van bodembeheer, en dit is overgenomen in het verslag. Vanuit agrarisch perspectief zou het zeer nuttig zijn als deze richtlijn zou worden aangenomen.
Ik kan de oppositie van de traditionele landbouwcentrales niet begrijpen, laat staan steunen. In mijn ogen gooien ze hun eigen glazen in, want de landbouw schiep in de loop van de geschiedenis onze cultuurlandschappen en is in staat om ze nu in stand te houden.
Ik kan het niet eens zijn met de opvatting dat dit tot te veel bureaucratie zou leiden. Mijnheer Mulder, u zei dat dit al het geval is in sommige landen, waaronder Duitsland. Wij willen geen buitensporige bureaucratie. Waarom zouden deze voorbeelden die u hebt aangehaald niet worden opgenomen in een kaderrichtlijn met een duidelijk subsidiariteitsbeginsel, waarbij rekening wordt gehouden met regionale, culturele, sociale en klimatologische omstandigheden, zodat besluiten over wat nodig is en wat niet aan de basis kunnen worden genomen?
Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, we weten dat dit een zeer gevoelige kwestie is, omdat bescherming van de bodem, een schaarse en niet-hernieuwbare hulpbron, van vitaal belang is omdat de landbouw en de bescherming van de biodiversiteit ervan afhankelijk zijn en omdat het een basis vormt voor menselijke activiteiten, niet alleen voor steden en infrastructuur, maar ook voor de natuur en het landschap. Daarom is bescherming ervan van cruciaal belang voor het behoud van ons erfgoed en onze natuurlijke hulpbronnen, voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater en voor onze gezondheid en het menselijk leven.
Omdat het een zeer dynamisch systeem is dat vele functies vervult en hulpmiddelen verschaft die van vitaal belang zijn voor menselijke activiteiten en voor het voortbestaan van ecosystemen, is de bescherming van de bodem een absolute noodzaak voor zowel ons eigen leven als voor dat van toekomstige generaties. Dit betekent dat hier geen mededingingsregels dienen te gelden. Van de bodem wordt echter ook veel misbruik gemaakt, met grond wordt gespeculeerd, de bodem wordt aangetast en verontreinigd, ook in grensgebieden, wat betekent dat er een betere samenwerking tussen de lidstaten moet komen en gemeenschappelijke doelstellingen moeten worden vastgesteld in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel en met de sociale functie van de grond.
Er zijn verschillende communautaire beleidsmaatregelen die gevolgen hebben voor de bodem en die de bescherming ervan in gevaar kunnen brengen. Daarom moeten we verder onderzoek doen naar de risico’s en de verschillende perspectieven om de juiste maatregelen te kunnen nemen die de bodem kunnen beschermen. Een zeer belangrijke bijdrage zou zijn een verandering van het gemeenschappelijke landbouwbeleid ten gunste van meer steun aan agrarische familiebedrijven en kleine en middelgrote boerenbedrijven.
In deze context is het belangrijk dat we het standpunt van de Raad weten en tevens de ontwikkeling ervan volgen.
Françoise Grossetête (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijn eerste reactie op de discussie over dit voorstel voor een kaderrichtlijn was dat ik me afvroeg of we een dergelijke tekst echt nodig hebben en of een dergelijke oplossing echt de juiste is. We hebben al een reeks regels voor bodembescherming, afval, pesticiden, de bescherming van het natuurlijk milieu, grondwater, enzovoort. Bovendien besefte ik, in het kader van “betere regelgeving” waar we in het Parlement al enige tijd mee bezig zijn, dat het belangrijk is dat we niet de indruk wekken dat we weer zomaar van alles door de molen van de Commissie heen jagen en de ene verordening op de andere stapelen. Ik denk hierbij ook aan onze lokale vertegenwoordigers en onze burgemeesters die met deze kaderrichtlijn nog meer op hun bord krijgen.
Er is echter ook nog een andere werkelijkheid. De realiteit is dat het bij de mensen praktijk is geweest om de bodem zonder enig respect te behandelen en men systematisch zijn toevlucht heeft genomen tot intensieve productiemethoden die de bodem hebben verarmd en tot stedelijke praktijken die tot een sterke achteruitgang hebben geleid. Ik denk dat mevrouw Gutiérrez, wier werk ik opmerkelijk acht, ons zeer aanvaardbare voorstellen heeft voorgelegd in een poging de verschillende partijen dichter bij elkaar te brengen – want we zien inderdaad net als in de Raad ook in het Parlement aanzienlijke oppositie hiertegen – en dat ze door te luisteren naar het Parlement er uiteindelijk in is geslaagd met voorstellen te komen die op een zo groot mogelijke consensus lijken te kunnen rekenen. Ze is gekomen met een evenwichtig geheel van standpunten die het subsidiariteitsbeginsel in acht nemen, met name ten aanzien van de keuze van de methoden die de lidstaten verplicht zijn te volgen bij het in de praktijk brengen van de bodemregelgeving. Ze heeft elke verzwaring van de administratieve last vermeden door ons aan te sporen de fouten uit het verleden te herstellen door middel van onze agrarische, industriële en stedelijke praktijken die tot nu toe geen rekening hebben gehouden met de bodem.
Ik richt me nu tot de Raad: wanneer het voorzitterschap van de Raad ons zegt dat we geen haast hoeven te maken, betekent dit dat ze voorlopig niets gaan doen met het dossier. Ze gaan er voorlopig niets mee doen terwijl het juist nodig is, gezien de verschillen tussen de lidstaten, om standpunten in te nemen, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, die duidelijk gericht zijn op het behoud en de bescherming van de bodem.
Edite Estrela (PSE). – (PT) Mijnheer de Voorzitter, zoals de minister al zei is dit een gevoelige en zeer complexe kwestie, waarover het voor de 27 lidstaten niet gemakkelijk is om overeenstemming te bereiken of zelfs voor dit Parlement, zoals we hebben kunnen zien. Zoals mijn collega Inés Ayala zei, is de bodem een niet- hernieuwbare hulpbron, die zowel verbonden is met natuurrampen als met de landbouwproductie, en waarbij zulke gevoelige en veeleisende kwesties als bodemgebruik, ontwikkeling en natuurbehoud in het geding zijn.
Er spelen veel belangen mee en veel collega’s vragen zich af of deze richtlijn noodzakelijk is. Andere zetten vraagtekens bij de flexibiliteit ervan. Een zeer rigide wettelijk kader is niet altijd de beste manier om doelstellingen te verwezenlijken, gezien de verschillende situaties. Naar mijn mening is deze richtlijn belangrijk en noodzakelijk om de balans in de ecosystemen te handhaven.
Neil Parish (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, mag ik tegen de fungerend voorzitter zeggen dat het heel aardig van haar is om de bal het speelveld op te laten rollen, maar mag ik voorstellen dat ze hem weer oppakt en terug in de doos stopt? Want naar mijn mening hebben we echt geen behoefte aan deze richtlijn. Ik denk dat de vorige Raad volkomen gelijk had toen ze zeiden dat ze hem niet wilden. Ik sluit me van harte aan bij de woorden van Jan Mulder dat we al de nitraatrichtlijn en de grondwaterrichtlijn hebben. Al deze maatregelen beginnen hun effect te hebben op de bodem en zorgen ervoor dat we onze bodems in de hele Europese Unie schoonmaken.
Ik ben het eens met Graefe zu Baringdorf dat de boeren inderdaad de bewakers van de bodem zijn en dat de bodem heel belangrijk is voor alles wat we verbouwen, maar hebben we eigenlijk behoefte aan een bodemrichtlijn? Het probleem met deze bodemrichtlijn is dat hij over veel te veel kwesties gaat. We willen industriële terreinen en industriële vervuiling aanpakken, we praten over stedelijke ontwikkeling en vervolgens over landbouwgrond en landbouwbodems.
Het is gewoon onzin om in dit stadium daadwerkelijk met dergelijke wetgeving te komen. Ik denk dat een van de problemen die we hier in de Europese Unie hebben – en ik denk dat we dit met de allerbeste bedoelingen doen – is dat als we iets moeten doen, we meteen wetgeving uitvaardigen. Ik denk dat dit niet juist is. Ik denk dat we even moeten pauzeren en nadenken. Ik denk dat de Raad gelijk had. Naar mijn mening is het niet het moment om hier opnieuw over te beginnen. Ik zou willen voorstellen dat een nieuwe Commissie en een nieuwe Raad zich hier tijdens de volgende parlementaire zitting opnieuw over buigen. Zij kunnen opnieuw naar de situatie kijken.
Ik zou de lidstaten die niet over de middelen beschikken om het gebruik van industriële terreinen en de vervuiling door de industrie te controleren willen aanmoedigen hier op nationaal niveau voor te zorgen. Laten we ons daar vanuit Europa niet mee bemoeien, want ik geloof niet dat dit nodig is. Ik denk dat we ervoor willen zorgen dat er minder bureaucratie komt dan we nu hebben. Werkelijk het allerlaatste wat de mensen willen is nog meer bureaucratie. Daarom zou ik tegen de fungerend voorzitter willen zeggen: breng de bal alstublieft niet aan het rollen, haal hem weer weg.
Glenis Willmott (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik collega’s en het Franse voorzitterschap eraan herinneren dat tijdens de eerste lezing van het Parlement op 14 november 2007 een aanzienlijk aantal leden, 295 om precies te zijn, tegen deze richtlijn stemden.
Het lijdt geen twijfel dat er grote bezorgdheid bestaat over de kosten van de voorgestelde richtlijn, vooral ten aanzien van de paragrafen over verontreinigde grond en nationale inventarissen.
Subsidiariteit speelt hier een centrale rol, gezien het feit dat de bodem beperkte grensoverschrijdende effecten kent, in tegenstelling tot lucht en water, die uiteraard beweeglijk zijn. De voorgestelde richtlijn zou te veel lidstaten die al effectieve binnenlandse maatregelen hebben genomen dwingen deze ongedaan te maken, omdat ze onverenigbaar zouden zijn met de richtlijn.
Het punt is niet dat we helemaal geen behoefte hebben aan EU-actie ter bescherming van de bodem – en wat dat betreft bevat de thematische strategie veel goede suggesties – maar dat elke nieuwe EU-strategie ten aanzien van bodembescherming aan het bestaande nationale beleid van de lidstaten een meerwaarde moet geven en dit dient aan te vullen, en niet te vervangen.
Hartmut Nassauer (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, bodembescherming is uiterst belangrijk voor een gezond landbouwmilieu voor toekomstige generaties. Ik wil alles wat daarover tot dusver in dit verband is gezegd onderstrepen. Echter, geen van deze argumenten toont aan dat bodembescherming een Europese taak moet zijn. Niet elk probleem in Europa is noodzakelijk een probleem voor Europa. De bodem is een lokaal, een plaatselijk medium. Als regel heeft bodemverontreiniging geen grensoverschrijdende effecten, dus is er geen enkele reden waarom bodembescherming een taak voor de Europese Unie zou zijn of zelfs een Europese meerwaarde zou toevoegen. Veel Europese landen hebben al goed functionerende bodembeschermingsregelingen, en er is geen enkele reden om de landen die daarover niet beschikken een Europese verordening op te leggen. Of denkt u, commissaris, nou echt dat overal waar lidstaten binnen hun eigen sfeer van bevoegdheden geen actie ondernemen, de Commissie dit moet doen? Dat zou absurd zijn.
Om redenen van subsidiariteit is bodembescherming een taak voor de lidstaten, en ze zijn heel goed in staat zich hiervan te kwijten. Daarom heeft de Raad – waaronder uw eigen land, mevrouw de staatssecretaris – dit initiatief voorlopig stopgezet. Ik hoop van harte dat de Franse Republiek bij dit standpunt zal blijven. Ik twijfel er niet aan dat het nuttig zou kunnen zijn een Europese strategie voor bodembescherming op te stellen, en ik zou er ook geen enkel probleem mee hebben als Europa een financiële bijdrage zou leveren overal waar het nog ontbreekt aan een optimale bodembescherming. Ik ben er echter fel tegen gekant dat ieder van ons een door de Gemeenschap gefinancierde, geharmoniseerde bodembeschermingswetgeving wordt opgelegd, simpelweg omdat sommige landen geen bodembeschermingswetgeving hebben. Dat is niet waar Europa over dient te gaan. Het zou bijdragen aan het soort volledig overbodige bureaucratie waar burgers voor op de vlucht slaan. En dat uiten ze bij verkiezingen en referenda. En dat moet worden gestopt.
Csaba Sándor Tabajdi (PSE). - (HU) Hoezeer ook de heer Graefe zu Baringdorf gelijk heeft als hij zegt dat de boeren de bodem beschermen, toch is er in de afgelopen decennia een zeer aanzienlijke bodemvervuiling opgetreden als gevolg van intensieve landbouw en grootschalig gebruik van meststoffen en chemicaliën. Voorheen gold dit zowel voor de oude als de nieuwe lidstaten. De afgelopen twintig jaar hebben de nieuwe lidstaten nog niet echt het geld gehad voor kunstmest of chemicaliën en daarom wordt er bijvoorbeeld in Hongarije vier keer zo weinig kunstmest per hectare gebruikt als in Nederland. De echte oplossing van het probleem ligt dus bij de landbouw, namelijk dat we in de toekomst methodes dienen te gebruiken die de biosfeer en de bodem beschermen en deze druk op de bodem verminderen, dus zijn er geheel nieuwe methoden en nieuwe benaderingen nodig om de bodem te beschermen, omdat dit in het belang is van alle Europese boeren. Een groot aantal zaken in het huidige systeem zijn niet goed doordacht, zo worden er bijvoorbeeld geen gewassen geplant na de oogst en gaat er energie verloren. Composteerbare gewassen zouden kunnen worden geplant en daardoor zouden er bijvoorbeeld minder meststoffen hoeven te worden gebruikt. Dank voor uw aandacht.
Ioannis Gklavakis (PPE-DE). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, fungerend voorzitter van de Raad, we zijn het hier allemaal over eens, en we willen allemaal de bodem beschermen. Het is het land dat de bevolking voedt, en we willen dat het ons voedsel blijft geven, bovenal gezond voedsel. Het land, daar zijn we het allemaal over eens, is ons leefmilieu, en we willen dat beschermen, maar ik ben echt bang dat we bezig zijn het te vernietigen.
De bodembeschermingsrichtlijn maakt een duidelijk onderscheid tussen vervuiling door de landbouw en vervuiling door de industrie. Wat betreft vervuiling door de landbouw zien we dat er veel wordt ondernomen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en in het kader van de “gezondheidscheck” en onlangs was er het verslag over een aanzienlijke terugdringing van het gebruik van landbouwchemicaliën. Al deze inspanningen worden gedaan op het gebied van de landbouw.
Echter, de grote zorg is wat er wordt gedaan aan de industriële vervuiling. Wij van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling zijn bezorgd over de gevolgen van de toenemende bodemverontreiniging voor onze landbouwproductie en het milieu.
Deze vervuiling blijkt uit de kwaliteit van de bodem en het water, en het is daarom raadzaam indicatoren en beoordelingsdrempels vast te leggen voordat de situatie onomkeerbaar is geworden. Daarom wil ik er vooral op aandringen dat we met grote regelmaat kijken hoe het met de luchtvervuiling is gesteld – we plegen dit al grondig te doen – en we ook toezien op de bodemverontreiniging. We dienen dit met name in sterk geïndustrialiseerde gebieden te doen.
Ik ben optimistisch dat het Franse voorzitterschap rekening zal houden met de standpunten van de lidstaten en een wederzijds aanvaardbare oplossing voor deze kwestie zal vinden.
Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, een jaar is verstreken sinds we ons standpunt in eerste lezing hebben ingenomen over de richtlijn inzake bodembescherming. Toch is de Raad er tot dusver niet in geslaagd tot overeenstemming te komen. Een minderheid van lidstaten blokkeert de zaak nog steeds. Er is nu hoop dat we onder het Franse voorzitterschap tot een compromis kunnen komen. Dat die hoop er is bleek uit wat de vertegenwoordiger van Frankrijk zei.
We hebben veel kritiek op het project gehoord, dat het zou leiden tot meer bureaucratie of bestaande nationale en communautaire wetgeving zou dupliceren. Naar mijn mening is het tegenovergestelde het geval. Een dergelijke richtlijn is nodig, want het zal leiden tot uniforme wetgeving op dit gebied en zal alle inspanningen die worden gedaan ter bescherming van de bodem op EU-niveau bijeenbrengen. Naast lokale en regionale inspanningen zijn acties op EU-niveau vereist als we een halt willen toeroepen aan de aantasting van de bodem. De bodem is voor ons allen een kostbaar bezit. Daarom moeten er gemeenschappelijke beginselen en doelstellingen worden vastgesteld, en moeten de maatregelen die nodig zijn worden genomen. Het is voor alle burgers van de Unie van belang dat ze zich bewust worden van de belangrijke rol van de bodem in het ecosysteem en ook in ons dagelijks leven en in de economie.
Helaas bevinden zich op het grondgebied van veel lidstaten nog steeds gevaarlijke stoffen. Ik verwijs naar stortplaatsen en chemische wapens die zijn achtergelaten door het Sovjetleger dat daar vroeger aanwezig was. Sommige landen kunnen deze problemen niet zelf oplossen. De juiste aanmoediging van en steun voor lidstaten om dergelijke landen te helpen met de verwijdering van dergelijk materiaal is daarom nodig. Er is dringend behoefte aan relevante bepalingen die het mogelijk maken aangetast land weer in gebruik te nemen, de bodemaantasting beperken en ervoor zorgen dat de bodem op een duurzame manier wordt geëxploiteerd. Dit alles zou zeker een stap in de goede richting zijn wat betreft de bescherming van het natuurlijk milieu en wat betreft het behoud van de bodem die zo’n waardevolle natuurlijke hulpbron is. In dit opzicht zou de richtlijn zeer nuttig voor ons kunnen blijken. Het wetgevende werk moet dus worden voortgezet. Bovendien moeten onafhankelijke deskundigen worden geraadpleegd en dienen we rekening te houden met hun oordeel.
Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik sprak vanmorgen een boerin, helaas een boerin die zit te kijken naar doorweekte velden want zeker in Ierland en in andere delen van Noord-Europa hebben we te maken met een heel slechte oogst. Ik denk dat we dit vanmorgen in gedachten moeten houden. Deze jonge boerin – en ze heeft een opleiding genoten – heeft de bodemrichtlijn gelezen en is echt heel bezorgd dat iemand als zij, die de grond minimaal bewerkt en doet wat goed is voor de bodem, door deze richtlijn gestraft zal worden, vooral als de weersomstandigheden tegen zitten. Ze weet waar ze over praat. Ik denk dat we geen richtlijn nodig hebben voor goede bodems: we moeten de lidstaten hun verantwoordelijkheid laten nemen en bovenal hebben we goede landbouwadviezen nodig, ondersteund door goed nationaal onderzoek naar wat het beste is voor de bodem.
Ik denk dat een van de grote problemen waar we voor staan, en dat geldt zeker voor Ierland, de zeer slechte planning is, die heeft geleid tot enorme problemen ten gevolge van overstromingen en andere bijkomende problemen. Laten we dit aan de lidstaten overlaten. Laten we hen leiding geven, maar niet nog een richtlijn toevoegen aan de 18 waar de boeren al aan moeten voldoen.
James Nicholson (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de Commissie en de Raad willen zeggen alle tijd te nemen die ze nodig hebben voor deze richtlijn. Wat mij betreft kunnen ze hem wel in de prullenbak gooien. Volgens mij is er geen noodzaak voor deze richtlijn en is er ook geen behoefte aan.
De boeren lijden op dit moment al genoeg onder de administratieve rompslomp en de bureaucratie die ze allemaal uit Brussel zien komen. Dit kan echt de druppel zijn die de emmer doet overlopen.
Het is waar dat de bodem zeer belangrijk is en beschermd moet worden, maar ik moet de boer nog ontmoeten die de bodem van zijn land niet beschermt – hun toekomst hangt ervan af. De behoeften in de verschillende delen van Europa zijn zeer verschillend. De steun die voor de bodem nodig is verschilt van noord tot zuid, van oost tot west.
Dit is een gevoelige kwestie. Stop ermee en begraaf deze richtlijn. Zoals de heer Mulder zei hebben we al voldoende richtlijnen. De bedoeling is misschien goed, maar we hebben geen behoefte aan deze goede bedoeling.
Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de Europese Unie moet handelen binnen het kader van haar bevoegdheden op die gebieden waar ze met haar eigen regels daadwerkelijk kan zorgen voor Europese meerwaarde. In dit specifieke geval is er volgens mij geen sprake van enige meerwaarde. Wat ik wel zie is dat bepaalde landen hun verantwoordelijkheid in eigen land niet serieus nemen of dat in ieder geval tot nu toe niet hebben gedaan, of simpelweg van mening zijn dat ze op deze manier geld van Europa kunnen krijgen. Ik zie geen enkele meerwaarde, alleen maar extra kosten en meer administratieve rompslomp, vooral voor de landen die aan hun verplichtingen in eigen land hebben voldaan en verstandige bodembeschermingsmaatregelen hebben genomen.
Jim Allister (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, bodembescherming is natuurlijk nodig, maar wat niet nodig is, is weer een EU-richtlijn. Zoals de heer Mulder al zei, hebben we al een overvloed aan richtlijnen en massa’s regels betreffende randvoorwaarden. Dit is een aangelegenheid van de lidstaten zelf. Welk land zal zijn bodem laten wegeroderen en laten aantasten? Ja, welke boer heeft Brussel nodig om hem te vertellen dat hij zijn bezit niet moet laten aantasten? Dat is belachelijk. Meer bemoeizucht uit Brussel zal alleen maar bijdragen aan de nu al onaanvaardbare administratieve last voor de boeren, die steeds minder tijd voor hun land hebben omdat ze die domme formulieren moeten invullen. Het Parlement en de Commissie moeten nu eens breken met hun aloude gewoonte en hiermee ophouden.
Robert Sturdy (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het helemaal eens met wat mijn collega’s in de “catch the eye”-procedure naar voren hebben gebracht.
Laat de Commissie maar eens op mijn boerderij komen kijken waar al 3000 jaar, al ver voor de geboorte van Christus, het land wordt bewerkt, en waar dit ook nu nog gebeurt. De kwaliteit van de bodem is uitstekend. Dit jaar produceren we maar liefst vierenhalve ton tarwe per acre, dat wil zeggen meer dan tien ton tarwe per hectare, mits we het natuurlijk kunnen maaidorsen.
Wij zorgen voor de grond en beheren die. Laat dit over aan de mensen die er verstand van hebben. Houd op met nog meer administratieve rompslomp vanuit Brussel, want dat levert iedereen hier alleen maar een slechte naam op, terwijl we ook goede dingen doen. Blijf die goede dingen doen, maar laat dit over aan de lidstaten.
Nathalie Kosciusko-Morizet, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, allereerst wil ik zeggen dat ik op dit punt geen enkele onzekerheid meer wil. Het voorzitterschap wil zich zeer inzetten voor deze richtlijn en is overtuigd van de noodzaak van een dergelijke richtlijn over dit onderwerp. Ik wil ook herhalen dat dit steeds het standpunt is geweest en niet alleen van het huidige voorzitterschap, en ik wil stelling nemen tegen een aantal insinuaties die in dit verband zijn gedaan. In december 2007, toen het eerste debat in de Raad plaatsvond, waren een aantal lidstaten – en daar klinkt iets van door in het debat van vandaag – formeel gekant tegen het principe van een richtlijn. Andere lidstaten waren al bezig met de ontwikkeling van nationaal beleid op dit gebied en waren van mening dat een richtlijn weliswaar een goed idee was maar dat het ingediende voorstel niet voldoende het subsidiariteitsbeginsel respecteerde en niet voldoende rekening hield met de reeds gedane inspanningen, waaronder een aantal zaken van zeer technische aard. Frankrijk behoorde destijds tot deze groep landen. Ook nu, terwijl we het voorzitterschap bekleden en, nogmaals, ook nu weer trouw blijven aan dit standpunt, zijn we zeer gemotiveerd en erop gespitst overeenstemming te bereiken over een richtlijn inzake bodembescherming. Niettemin hebben we vandaag allemaal kunnen zien dat er scherpe meningsverschillen zijn en dat deze een vrij getrouwe weergave zijn van wat er binnen de Europese Raad is gebeurd. Wij streven naar een akkoord dat misschien, naar we hopen, tijdens het huidige Franse voorzitterschap kan worden bereikt. Maar zoals we allemaal kunnen zien, zal dit verre van eenvoudig zijn.
Stavros Dimas, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u voor de gelegenheid een bijdrage te kunnen leveren aan dit debat naar aanleiding van de mondelinge vraag van het Parlement aan de Raad. Ik kan u verzekeren dat de Commissie zich wil blijven inzetten voor het bereiken van een akkoord over de richtlijn inzake bodembescherming, en haar uiterste best zal doen om dat doel te bereiken.
De Commissie heeft haar voorstel gedaan op basis van resoluties van het Parlement en de Raad die opriepen tot een alomvattende EU-benadering van bodembescherming. Ik herinner me heel goed, mijnheer Nassauer, dat ik eind voorjaar 2006 een brief kreeg van de Duitse regering waarin de meeste – zo niet alle – Duitse deelstaten pleitten voor een bodemrichtlijn. Wij zijn verheugd over de krachtige steun van het Parlement voor een bodemrichtlijn, zij het dat het wijzigingen in het voorstel van de Commissie wil aanbrengen. Ik hoop dat we in voldoende mate recht kunnen doen aan de complexiteit ervan, zoals aangegeven door mevrouw Gutiérrez-Cortines.
Wij betreuren het dat de Raad in december niet in staat was een politiek akkoord te bereiken, ondanks het enorme werk dat het Portugese voorzitterschap heeft verricht, en ondanks de steun van 22 lidstaten en de flexibele opstelling van de Commissie. Ik wil benadrukken dat zolang deze politieke impasse voortduurt, de aantasting van de bodem blijft doorgaan, zoals zeer duidelijk is gemaakt door wetenschappers, bijvoorbeeld tijdens een onlangs door de Commissie georganiseerde conferentie op hoog niveau over de bodem en klimaatverandering.
Daarom ben ik blij dat Frankrijk zich wil inzetten voor het opnieuw opstarten van het werk, en wil ik graag constructief samenwerken met Frankrijk en de andere lidstaten om ervoor te zorgen dat we zo snel mogelijk een politiek akkoord in de Raad bereiken dat zorgt voor een hoog niveau van bodembescherming.
Wel moet de Commissie ervoor zorgen dat de uiteindelijke tekst kan worden uitgevoerd en dat deze een meerwaarde heeft ten opzichte van het huidige niveau van bodembescherming. Ik verzeker u dat ik me daarvoor zal blijven inzetten.