Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2007(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0308/2008

Debatten :

PV 03/09/2008 - 19
CRE 03/09/2008 - 19

Stemmingen :

PV 04/09/2008 - 7.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0408

Debatten
Donderdag 4 september 2008 - Brussel Uitgave PB

9. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

− Ontwerpresolutie: Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen (RC-B6-0343/2008)

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). - (SK) Ik wil naar voren brengen dat de resolutie van het Europees Parlement over Israël en Palestina op een wat ongelukkig moment komt gezien de nieuwste ontwikkelingen, nu Israël vorige week nog eens 198 Palestijnse gevangenen heeft vrijgelaten. Uit dit gebaar blijkt Israëls bereidheid om mee te werken aan de opbouw van wederzijds vertrouwen in het vredesproces, ondanks ernstige kritiek van de Israëlische bevolking.

Dit blijkt ook uit de recente uitwisseling van gevangenen aan de Libanese grens. Het is ongetwijfeld heel triest dat in Israëlische gevangenissen ook Palestijnse jongeren zitten. De belangrijkste reden daarvan is echter het feit dat terroristische organisaties misbruik van ze maken en hen aanzetten tot haat en een vastberadenheid om te doden. In de afgelopen acht jaar was maar liefst zestien procent van hen die zelfmoordaanslagen pleegden of dit van plan waren minderjarig, en er is een duidelijke neerwaartse trend in de leeftijd. De opvoeding van en het onderwijs aan kinderen zijn belangrijke factoren die van grote invloed kunnen zijn op hoe de coëxistentie tussen Israëliërs en Palestijnen zich in de toekomst zal ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). – (NL) Voorzitter, met deze resolutie laat het Parlement eens te meer zien dat het zich in dat zeer complexe Midden-Oostenconflict niet neutraal opstelt, geen neutrale speler is. Integendeel, dit Parlement kiest altijd systematisch partij voor de Palestijnen en tegen de Israëliërs.

Het is voor dit Parlement blijkbaar niet genoeg dat elk jaar tientallen miljoenen euro’s Europees belastinggeld verdwijnen in de bodemloze, corrupte en anti-westerse putten van de Palestijnse gebieden. Het is niet genoeg blijkbaar voor dit Parlement dat NGO’s die openlijk – ik leg daar de nadruk op – openlijk terreurdaden goedkeuren en vergoelijken opnieuw met miljoenen Europees belastinggeld gesponsord worden. Nu vraagt dit Parlement ook letterlijk in een resolutie de vrijlating van veroordeelde terroristen. Deze houding zal dan wel politiek correct zijn. Ik denk dat ze ons nog eens zuur zal opbreken.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). – (NL) Voorzitter, ik heb ook tegen de resolutie over de Palestijnse gevangenen in Israël gestemd, omdat die resolutie op zijn minst de schijn wekt – en ik druk mij nog vriendelijk uit – dat wij het als Europees Parlement eigenlijk niet ernstig menen als wij het terrorisme veroordelen. In de resolutie wordt gepleit voor de vrijlating van mensen die zich ingelaten hebben met terroristische activiteiten. Minstens één van hen heeft de dood van meerdere Israëlische burgers op zijn actief. De goedkeuring van de resolutie is dus geen goede zaak voor de geloofwaardigheid van het Parlement, maar veel erger nog, ze ondermijnt de strijd tegen het terrorisme in het algemeen.

 
  
  

− Verslag: Hélène Flautre (A6-309/2008)

 
  
MPphoto
 

  Véronique De Keyser (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, in het Flautre-verslag heb ik gestemd voor de amendementen 4 en 5, die niet zijn overgenomen en betrekking hebben op Israël. Ik wil graag uitleggen waarom ik dit heb gedaan: deze amendementen hadden niets van doen met sancties tegen Israël; ze hadden veeleer – en vooral amendement 5 – betrekking op schendingen door Israël van het internationale recht, waarover uitgebreide documentatie bestaat.

Ik wil benadrukken dat ik in het algemeen tegen sancties ben, of ze nu tegen de Palestijnen of tegen Israël worden ingesteld. Wat ik echter betreur is dat dit amendement, dat ging over initiatieven, en niet over sancties, die met betrekking tot Israël konden worden genomen, niet is overgenomen. Als we afstappen van het idee dat wij in de Europese Unie initiatieven moeten nemen om schendingen van de mensenrechten te voorkomen, dan plegen we verraad aan ons democratische systeem.

Ook wil ik opmerken dat we met deze zienswijze het Joodse volk niet bekritiseren, want het is ons dierbaar en we veroordelen elke vorm van antisemitisme. We leveren geen kritiek op de staat Israël, want we steunen zijn bestaan en we willen zijn veiligheid, maar we zijn tegen degenen in Israël die de democratie in dat land ondermijnen, en dat is iets heel anders. Bovendien ondersteunen we alle Israëlische NGO’s die werken voor de mensenrechten en het internationale recht.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). – (NL) Voorzitter, ik heb gisteren in het debat reeds de gelegenheid gehad om aan te stippen dat het verslag-Flautre over de mensenrechtenpolitiek van de Europese Unie eigenlijk een vrij evenwichtig en goed document is. Maar wat ik mis in het verslag, is een duidelijke verwijzing naar het probleem en het gevaar van de islamisering in Europa en in de wereld. Die islamisering is onmiskenbaar en zet een aantal zeer fundamentele Europese en westerse waarden en grondrechten en mensenrechten op de helling. Ik denk dan in de eerste plaats aan de belangrijke scheiding van kerk en staat en vooral aan de gelijkwaardigheid van man en vrouw.

Ook de islamitische landen zelf worden eigenlijk veel te veel gespaard in dit verslag, hoewel in een aantal van die zogenaamd ontwikkelde en in een aantal van die dikwijls zeer rijke landen, oliestaten zoals Saoedi-Arabië, toestanden heersen die onaanvaardbaar zijn, van werkelijke slavenhandel en slavenarbeid tot een bijzonder vergaande en vernederende discriminatie van vrouwen. Dat zou zeker in een volgend verslag verbeterd moeten worden.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van mevrouw Flautre zou wel eens een van de belangrijkste verslagen kunnen blijken te zijn die tijdens deze vergaderperiode zijn aangenomen. Dit verslag heeft betrekking op sancties, een instrument waar wij, de Europese Gemeenschap, niet zonder kunnen. We moeten echter altijd heel zorgvuldig en op een heel flexibele manier met dit instrument omgaan en het bij voorkeur zelden gebruiken, om te voorkomen dat het zijn kracht en zijn bijzondere karakter verliest.

Niettemin wil ik waarschuwen tegen het meten met twee maten bij het gebruik van dit instrument. Sancties moeten niet alleen dienen als een dreigement aan kleine en arme landen die de mensenrechten schenden. Ook tegen rijkere en grotere landen die goede zakelijke partners van de Europese Unie zijn moet met sancties gedreigd kunnen worden en ze moeten beseffen dat de Europese Unie haar toevlucht tot dit instrument kan nemen.

 
  
  

− Ontwerpresolutie: Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling - Doelstelling 5: verbetering van de gezondheid van moeders (RC-B6-0377/2008)

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). - (SK) Ik vind de gezamenlijke ontwerpresolutie ter evaluatie van millenniumdoelstelling 5 over moedersterfte evenwichtig.

Ik ben het eens met de constatering van de resolutie dat van alle millenniumontwikkelingsdoelstellingen de gezondheid van moeders het gebied is waarop de minste vooruitgang is geboekt. Omdat het nog allerminst waarschijnlijk is dat er dat op dit gebied in 2015 vooruitgang zal zijn geboekt, en dat geldt vooral voor Afrika bezuiden de Sahara en Zuid-Azië, ben ik het ermee eens dat we stappen moeten nemen.

Wat me vooral zorgen baart zijn de vier voorgestelde amendementen namens de ALDE-Fractie en de GUE/NGL-Fractie, die het Europees Parlement opnieuw dwingen om beslissingen te nemen over kwesties die vallen onder de soevereiniteit van de lidstaten. Dit betreft onder andere goedkeuring van veilige en legale abortus. Helaas werden deze amendementen in de stemming van vandaag aangenomen.

Iedere EU-lidstaat heeft een andere kijk op de kunstmatige beëindiging van zwangerschap en zij beslissen derhalve over dit probleem in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Zelfs het referendum over het Verdrag van Lissabon leed in het katholieke Ierland schipbreuk op het punt van abortus; abortus is verboden in Polen, en Slowakije heeft een andere visie op abortus. Dit is de reden waarom ik tegen deze ontwerpresolutie heb gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). – (NL) Voorzitter, ik heb tegen deze resolutie gestemd, niet alleen omdat ik eigenlijk vierkant tegen de zoveelste propaganda voor abortus ben die in deze resolutie vervat ligt, maar minstens evenzeer omdat ik de houding van het Parlement in het algemeen in dit dossier eigenlijk nogal hypocriet vind. Enerzijds zegt het Parlement, terecht natuurlijk, dat alles moet worden gedaan om tot een grote vermindering van de moedersterfte in ontwikkelingslanden te komen, maar anderzijds blijft het Parlement ook elders pleiten voor steeds grotere, steeds meer vergaande legale immigratie en voor de voorstellen van de Europese Commissie over de zogenaamde blue card. Welnu, het is juist dit immigratiebeleid dat leidt tot een enorme hersenvlucht vanuit de ontwikkelingslanden naar de westerse landen en het is juist deze politiek die de ontwikkelingslanden berooft van de beste krachten die ze nodig hebben, ook inzake gezondheidszorg, ook inzake artsen en verpleegsters die men daar in Afrika veel meer nodig heeft dan in het westen. Ik weiger eigenlijk aan een dergelijke hypocriete houding mee te werken.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een stemverklaring geven over de resolutie over de gezondheid van moeders. We moeten nog afwachten hoe de vergadering denkt over appeltaart, maar ze heeft zich tenminste duidelijk uitgesproken over het onderwerp moederschap.

Toch is het niet vervelend bedoeld als ik vraag waarom wij ons toch zo nodig over deze kwesties moesten uitspreken. Dit zijn gevoelige, intieme en, voor veel van onze kiezers, ethische vragen. Zij moeten op de juiste manier worden aangepakt via de nationale democratische procedures van de lidstaten. Door ons uit te spreken zoals we vanmiddag hebben gedaan, hebben we ons vooringenomen en arrogant betoond, en een verlangen laten zien om macht naar het centrum te trekken, met voorbijgaan van de nationale tradities van onze lidstaten. Kijk naar die resolutie en u begrijpt wellicht waarom de instellingen van de Europese Unie zo’n hevige afkeer en zo’n sterk wantrouwen bij de kiezers oproepen.

 
  
MPphoto
 

  Linda McAvan (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Ik denk dat Daniel Hannan de essentie niet begrepen heeft. Deze resolutie heeft in feite betrekking op de VN-vergadering over de millenniumdoelstellingen, en wil druk uitoefenen op de wereldleiders om serieus werk te maken van millenniumdoelstelling 5 over de gezondheid van moeders: dat is waar de resolutie over gaat. Ze heeft niets te maken met abortus in Polen of Ierland. Ze gaat over toegang tot moederschapsrechten. Dat was echter niet waar mijn stemverklaring over ging.

Wat ik wilde zeggen was dat een van de meest trieste dingen die ik ooit in mijn leven heb gezien het fistelziekenhuis in Addis Abeba was dat we samen met een aantal vrouwelijke collega’s als onderdeel van de ACS-delegatie hebben bezocht. Daar zagen we rijen jonge vrouwen – in feite waren het nog meisjes, van 13 of 14 jaar – en er liep een stroom urine door de straat waar ze stonden. Ze stonden in de rij en er was een stroom urine omdat ze een vaginale fistel hadden gekregen, als gevolg van het ontbreken van medische zorg tijdens bevallingen in afgelegen gebieden van Ethiopië.

Ik vind het uiterst belangrijk dat de Europese Unie investeert in goede gezondheidszorg voor moeders in een aantal van de armste landen van de wereld. Het is een schande dat er zo weinig vooruitgang ten aanzien van deze millenniumontwikkelingsdoelstelling is geboekt, want het is een van de belangrijkste doelstellingen. Ik hoop dat hierdoor onze onderhandelaars, zoals Glenys Kinnock, die naar New York gaan, een krachtiger stem zullen laten horen.

Ik vind ook dat mensen als Daniel Hannan zich werkelijk eens op de hoogte moeten stellen van wat er in dit Parlement gebeurt.

 
  
  

− Verslag: Syed Kamall (A6-0283/2008)

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, dit is een bijzonder belangrijk verslag. Een grote vraag naar diensten is een typisch kenmerk van ontwikkelde economieën. Diensten bepalen de levensstandaard en het welzijn van de samenleving. Er is een constant groeiende vraag naar nieuwe diensten die samenhangen met de ontwikkeling van de moderne technologie en naar hoogwaardige diensten die aan de normen en verwachtingen van hun gebruikers voldoen.

De groei van het BBP is in toenemende mate afhankelijk van de omvang van de dienstensector. Diensten vertegenwoordigen een aanzienlijk deel van de handel. Dit deel van de markt breidt zich voortdurend uit. Daarom is er zoveel discussie geweest over de voorwaarden en beginselen van de liberalisering van de handel in diensten op mondiaal niveau in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. Er zijn tal van zeer winstgevende vormen van dienstverlening, met name die welke zich op een specifieke sector richten. Dit is een van de redenen waarom de liberalisering van de handel in diensten langzaam vordert en waarom er zulke grote weerstand tegen is. Tot slot zou ik willen zeggen dat we nu leven in een tijd waarin diensten de belangrijkste indicatoren voor ontwikkeling zijn.

 
  
  

− Verslag: Josu Ortuondo Larrea (A6-0308/2008)

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag over het Europese havenbeleid gestemd, omdat het gaat over tal van kwesties die voor die sector van de economie van belang zijn. Deze kwesties zijn ook relevant voor Polen.

Ik vroeg me af wat deze teksten betekenen voor de situatie van Poolse scheepswerven in Gdánsk, Gdynia en Szczeczin. Er zijn nu al geruime tijd in de Europese Commissie besprekingen aan de gang over staatssteun voor Poolse scheepswerven. De Szczeczin-scheepswerf is de op vier na grootste van Europa en kampt met ernstige moeilijkheden, evenals de scheepswerf in Gdynia. Dit alles is te wijten aan een reeks problemen die door de jaren heen zijn ontstaan en het gevolg zijn van de verandering van het economische regime en de internationale situatie, zoals ik al aangaf toen ik gisteren het woord voerde.

Wat betreft de huidige situatie van de Poolse scheepswerven, is de Commissie van mening dat ze geen bron van werkgelegenheid vormen. Ze hebben niet te maken met oneerlijke concurrentie. Dat klinkt wellicht vreemd. Daarnaast wordt voorgesteld om twee dokken te sluiten om het volledige potentieel te kunnen verwezenlijken, en dat is gewoon belachelijk. Het herstructureringsplan voor deze werven is definitief afgewezen, wat zeker tot hun ondergang zal leiden, in plaats dat de Europese scheepsbouwindustrie geholpen wordt haar plaats in de wereld terug te winnen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik wil mijn collega’s die niet het woord hebben kunnen voeren eraan herinneren dat ze een geschreven verklaring kunnen inleveren, waardoor ze hun stemverklaring in de notulen kunnen laten vastleggen.

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

− Verslag: Timothy Kirkhope (A6-0248/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik dank de heer Kirkhope voor zijn verslag, dat zal bijdragen tot een betere dienstverlening voor de consument. Op dit moment is de prijs die consumenten betalen voor een ticket tussen de lidstaten afhankelijk van het land van aankoop. In mijn eigen land, Engeland, betaal ik dezelfde prijs voor een ticket of ik het nu koop in de plaats van vertrek, de plaats van aankomst of een andere plaats. Ik zie geen enkele reden waarom dit niet voor de hele Unie zou moeten gelden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem voor het verslag van Timothy Kirkhope over de gedragscode voor geautomatiseerde boekingssystemen.

De nieuwe gedragscode zal de concurrentie tussen de geautomatiseerde boekingssystemen stimuleren, wat de prijs en de kwaliteit van de dienstverlening ten goede zal komen. De huidige regelingen zijn verouderd, omdat bijna veertig procent van de boekingen nu plaatsvindt via alternatieve websites, waarbij de boekingskosten geheel wegvallen. Consumenten zullen van de nieuwe code profiteren doordat de concurrentie toeneemt en de prijzen dalen omdat goedkope luchtvaartmaatschappijen nu ook in het reserveringssysteem worden opgenomen.

Om klanten de best mogelijke voorlichting en bescherming tegen concurrentieverstorende praktijken te bieden, moet de dienstenverlening worden uitgebreid, en EU-breed gereguleerd en gecontroleerd worden. Het is daarom belangrijk dat de vluchtprijzen op het hoofdscherm de volledige prijs aangeven, inclusief alle belastingen en heffingen, zodat de klant niet wordt misleid door speciale aanbiedingen die in werkelijkheid niet beschikbaar zijn. Hetzelfde geldt voor de vermelding van de CO2-uitstoot en het brandstofverbruik: beide moeten zichtbaar zijn voor de consument. Door een alternatief per spoor aan te bieden voor vluchten van minder dan negentig minuten krijgt de klant een keuzemogelijkheid en kan hij of zij goed geïnformeerd een keuze maken.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Actualisering van de gedragscode voor geautomatiseerde boekingssystemen (CRS) zorgt ervoor dat boekingssystemen voor vliegreizen zich houden aan het beginsel van eerlijke concurrentie. Ik vrees echter dat de vage definiëring van “kapitaaldeelname” van een onderneming voor de vervoerder met “beslissende invloed” op de CRS zal leiden tot verwarring en de concurrentie kan verstoren. Dit verslag moet gaan over hoe de consument beter ten dienste kan worden gestaan en deze standpunten komen tot uiting in mijn stem.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Het geautomatiseerde reserveringssysteem is een gezamenlijk platform voor lucht- en railvervoerders, en wordt gebruikt voor de verkoop van tickets voor hun diensten. Het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad was gericht op wijziging van de bepalingen die momenteel van kracht zijn en versterking van de concurrentie door middel van een geautomatiseerd boekingssysteem.

De gedragscode werd geactualiseerd om de transparantie te verbeteren en ook om marktmisbruik en concurrentievervalsing te voorkomen. Ik stemde tegen het verslag over de gedragscode voor geautomatiseerde reserveringssystemen omdat ik ervoor heb gepleit het te verwijzen naar de Commissie vervoer en toerisme.

Naar mijn mening zijn veel begrippen in het verslag van de Commissie slecht gedefinieerd. Dit geldt met name voor het essentiële begrip moedermaatschappij. Ik ben daarom van mening dat de belangen van consumenten binnen de gemeenschappelijke Europese markt niet ten volle worden beschermd.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE) , schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor terugverwijzing van de verordening betreffende geautomatiseerde boekingssystemen naar de Commissie, omdat ze nog steeds onduidelijke formuleringen bevat, die kunnen leiden tot verschillende interpretaties. Een verordening is bindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten en daarom moet de tekst precies zijn.

Ik ben van mening dat publicatie van een nadere uitleg door de Europese Commissie van bepaalde definities in de verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie vóór de verordening van kracht wordt geen aanvaardbare oplossing is. De Europese instellingen hebben zich verplicht tot een proces van vereenvoudiging van de wetgeving, en vooral tot een stabiele wetgeving.

Uiteraard is actualisering en verbetering van de verordening betreffende het geautomatiseerde reserveringssysteem nodig en ik waardeer het werk van alle collega’s in de commissie. Niettemin ben ik van mening dat voor een stabiel juridisch kader dat noodzakelijk is voor de goede werking van de sector luchtvervoer van passagiers de tekst duidelijker had moeten zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska (UEN), schriftelijk. (PL) Tijdens de mondelinge stemming en in verband met amendement 48 heb ik tegengestemd omdat het hier een inbreuk betreft op het beginsel van gelijke rechten voor concurrerende entiteiten doordat aan drie landen van de Europese Unie een bevoorrechte positie op de markt wordt gegeven. Helaas liet mijn stemapparatuur het afweten, en mijn pogingen om hierop de aandacht te vestigen werden genegeerd. Graag wil ik laten vastleggen dat ik tegen de tweede helft van het betreffende amendement heb gestemd.

 
  
  

− Verslag: Esko Seppänen (A6-0317/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Een van de politieke taken van de Europese Unie in haar hoedanigheid van een unie van waarden is op te komen voor de mensenrechten in de wereld om ons heen. Maar gezien de lijst van juni mag dit niet worden gebruikt voor buitenlands beleid op EU-niveau, waardoor inbreuk wordt gemaakt op de soevereiniteit van de lidstaten wat betreft hun buitenlands beleid.

Wij waarderen daarom de prioriteit die de EIB geeft aan de verlening van krediet die de ontwikkeling van de democratie en stabiliteit in Centraal-Azië bevordert, maar zijn tegen een trend waarbij de EIB een instrument wordt voor het bevorderen van de ambities van het buitenlands beleid van de EU.

Na zorgvuldige overweging hebben wij ervoor gekozen om te stemmen voor de amendementen van het Europees Parlement op het voorstel van de Commissie, ondanks het feit dat enkele wijzigingen in dit opzicht niet helemaal in lijn zijn met onze principes.

 
  
  

− Ontwerpresolutie: Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen (RC-B6-0343/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor dit document, maar ik wil erop wijzen dat het de zoveelste tekst is die door deze vergadering is aangenomen om haar steun uit te spreken voor eerbiediging van de mensenrechten in dit deel van de wereld. Wat is het effect van onze verklaringen? Helaas heel gering, behalve dat ze politieke solidariteit tot uitdrukking brengen.

Als Europa over dit onderwerp geloofwaardig wil zijn, dan moet het met één stem spreken en internationale veiligheid boven individuele nationale belangen stellen. Naar mijn mening is het essentieel een evenwicht te vinden tussen twee vereisten: voor de Palestijnen een vrije en onafhankelijke staat, voor de Israëliërs veilig kunnen wonen op hun eigen grondgebied, zonder aanvallen en bedreigingen. Als deze twee aspecten worden gescheiden, wordt het heel lastig om tot een geloofwaardige houding en een duurzame oplossing te komen. Ik hoop dat in de toekomst onze Europese Unie, die zoveel belang heeft bij vrede in een deel van de wereld dat zo dichtbij ligt, in staat zal zijn een effectievere bemiddelende rol te spelen dan in het verleden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) We hebben voor de compromisresolutie gestemd, niet omdat we het met alle punten of formuleringen eens zijn, maar omdat we geloven dat ze kan helpen de onaanvaardbare situatie van Palestijnse politieke gevangenen in Israëlische gevangenissen aan de kaak te stellen.

Israël, met steun en medeweten van de VS en hun bondgenoten, houdt de Palestijnse gebieden illegaal bezet, heeft nederzettingen en een scheidingsmuur gebouwd, en vermoordt, detineert, bestookt en exploiteert het Palestijnse volk, waarbij het stelselmatig het internationaal recht schendt en het onvervreemdbare recht van dit volk op zijn soevereine, levensvatbare en onafhankelijke staat negeert.

Ongeveer tienduizend Palestijnen, onder wie honderden kinderen, worden momenteel in Israëlische gevangenissen onder onmenselijke omstandigheden vastgehouden en onderworpen aan vernederende en onterende behandelingen en ook mishandelingen, waaronder marteling. De meeste mogen geen bezoek van hun familie ontvangen. Vele worden er “administratief” vastgehouden, zonder aanklacht of proces.

Israël houdt in zijn gevangenissen ongeveer een derde van de gekozen leden van de Palestijnse Wetgevende Raad gevangen, alsmede andere lokale gekozen Palestijnse vertegenwoordigers.

De opsluiting van Palestijnse activisten is een instrument dat wordt gebruikt om het legitieme verzet van het Palestijnse volk te bestrijden en de Israëlische bezetting te bestendigen.

Een eerlijke, levensvatbare en duurzame oplossing om een einde te maken aan de Israëlische bezetting van de bezette gebieden vereist de vrijlating van alle Palestijnse politieke gevangenen door Israël.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Dit is een onaanvaardbare resolutie, die in wezen Israël vrijpleit van de genocide op het Palestijnse volk en de bezetting van zijn grondgebied.

Punt 4, bijvoorbeeld, steunt Israëls strijd tegen het terrorisme. Daarmee wordt een volk gebrandmerkt als terroristen, een volk dat vecht voor zijn vrijheid, zich verzet tegen de bezetting van hun grondgebied door het Israëlische leger en tegen de economische, sociale en politieke blokkade en de represailleaanvallen waaronder ze te lijden hebben. In de Gazastrook bijvoorbeeld, behoren tot de slachtoffers jonge kinderen, omdat er een regering is gekozen die de Israëliërs, de Verenigde Staten en de EU niet aanstaat.

Bovendien worden in punt 7 op provocerende wijze de Palestijnse Autoriteiten opgeroepen om het verzet van het Palestijnse volk te onderdrukken. Voormalige gevangenen, in het bijzonder zelfs kleine kinderen, worden hierin van gewelddadige of terroristische daden beschuldigd.

Het is beschamend om dergelijke beschuldigingen te uiten. In plaats daarvan dient het Europees Parlement de terugtrekking van Israël uit de bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever te eisen. De muur der schande in Jeruzalem moet worden afgebroken, de moordaanvallen op burgers, vrouwen en kinderen moeten ophouden en alle politieke gevangenen moeten worden vrijgelaten. Het Europees Parlement moet eisen dat Israël de beginselen van het internationaal recht en de relevante VN-resoluties naleeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. (SV) De situatie van Israël en Palestina is ingewikkeld. Voor Israël is het een groot probleem om met de enorme, door zijn omgeving gecreëerde onveiligheid om te gaan. Als goede vriend van Israël weet ik dit heel goed. Het is echter altijd belangrijk dat het internationaal recht wordt nageleefd. Daarom heb ik ervoor gekozen om deel te nemen aan de besprekingen over de resolutie van het Europees Parlement over de situatie van Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen.

Door deze besprekingen werd het uiteindelijke resultaat aanzienlijk evenwichtiger, waardoor ik uiteindelijk de resolutie steunde. Naar mijn mening is het belangrijk om Israël niet te veroordelen, zoals het geval was in het verslag van mevrouw Flautre over de evaluatie van de EU-sancties als onderdeel van het EU-optreden en -beleid op het gebied van de mensenrechten, waar de feiten niet waren onderzocht. Daarom heb ik daartegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Siwiec (PSE), schriftelijk. (PL) De resolutie over de situatie van Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen van het Europees Parlement is partijdig en geeft daarom het conflict in het Midden-Oosten niet juist weer. In de resolutie wordt geen enkele rekening gehouden met de politieke context of met het feit dat de Israëlische autoriteiten de veiligheid van hun burgers moeten kunnen garanderen. Israël wordt nog steeds constant bedreigd door terroristische activiteiten vanuit de Palestijnse gebieden, ondanks de lopende vredesonderhandelingen en gebaren van goede wil, zoals het recente besluit om 198 Palestijnse gevangenen vrij te laten. Israël is het enige democratische land in de regio, en stelt zich tegen deze bedreiging met democratische methodes en middelen teweer.

De resolutie veroordeelt de Israëlische autoriteiten voor het gebruik van ontoelaatbare methoden in hun optreden tegen minderjarigen. Ze vermeldt echter niet dat volgens rapporten van Amnesty International terroristische organisaties als de Al-Aqsa Martelarenbrigades, Hamas, Islamitische Jihad en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina minderjarigen werven en ze als koeriers gebruiken. In sommige gevallen worden ook minderjarigen ingezet voor gevechtshandelingen of gebruikt om terreuraanslagen te plegen op Israëlische soldaten en burgers.

Omdat de kwestie van de Palestijnse gevangenen op zo’n partijdige en onvolledige wijze werd behandeld, heb ik tegen deze resolutie gestemd.

 
  
  

- Verslag: Hélène Flautre (A6-0309/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Slavi Binev (NI), schriftelijk.(BG) Mijnheer de Voorzitter, gerespecteerde collega’s, het verslag van mevrouw Hélène Flautre bespreekt de sancties die de Europese Unie dient te nemen ten aanzien van elke schending van de mensenrechten, waar ook ter wereld. Maar wat gebeurt er in onze eigen achtertuin? Alweer wil ik uw aandacht vestigen op de ongehoorde acties van de zittende coalitie in Bulgarije.

Op 30 juli, de dag waarop [in het Bulgaarse parlement] over een motie van wantrouwen zou worden gestemd, werd er politiegeweld gebruikt tegen het parlementslid Dimiter Stoyanov. Ondanks het feit dat de namen van de geüniformeerde “helpers” meteen bekend waren, zijn er tot op heden geen straffen uitgedeeld, geen excuus aangeboden, maar wordt er met volstrekte minachtig gepoogd de zaak in de doofpot te stoppen.

Uit het gedrag van de ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat ze wisten wie ze sloegen, vooral omdat Stoyanov al die tijd zijn legitimatiebewijs van parlementslid in zijn hand had en herhaaldelijk uitlegde wie hij was.

Illegale opsluiting en mishandeling van een lid van het Europees Parlement is iets wat in de vijftigjarige geschiedenis van deze instelling nog nooit heeft plaatsgevonden! De zaak van onze collega is een ernstige klap voor de grondbeginselen van de hedendaagse Europese democratie. Het is een directe en demonstratieve inbreuk op de rechten van het individu.

Als het repressieve apparaat van de huidige regering lak had aan de parlementaire status van Dimiter Stoyanov, wat kan de gewone Bulgaarse burger dan nog verwachten?

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Aangezien het onmogelijk is in een stemverklaring de vele belangrijke kwesties die in het verslag ter sprake komen allemaal te bespreken, in het bijzonder al die kwesties waar we het absoluut niet mee eens zijn, is misschien de beste aanpak de stemming over de amendementen die zijn ingediend in de plenaire vergadering te gebruiken als voorbeeld om duidelijk te laten zien wat het hoofddoel van dit politieke instrument van de EU is.

Ondanks de verwijzing naar diverse landen in het verslag, verwierp een meerderheid van het Parlement twee voorgestelde amendementen, waarin werd gesteld dat:

- “...de sancties van de Europese Unie tegen de Palestijnse regering, die in februari 2006 is gevormd na verkiezingen die de EU als vrij en democratisch heeft erkend, de consistentie van het beleid van de Unie hebben ondermijnd en een aanzienlijk averechts effect bleken te hebben doordat ze de politieke en humanitaire situatie aanzienlijk verslechterden”;

- “... de aanhoudende schendingen van het internationaal recht door Israël vragen dringend om actie van de kant van de Unie”.

Is er een beter voorbeeld om te laten zien dat het doel van de EU-sancties ontoelaatbare inmenging is, waarbij duidelijk met twee maten wordt gemeten. Met andere woorden, de sancties worden gebruikt om druk uit te oefenen en voor politieke inmenging teneinde “vrienden” te beschermen en “anderen”, op wie de EU (en de VS) het hebben gemunt, te kritiseren.

Dat is de reden waarom we tegen het verslag hebben gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė (ALDE), schriftelijk. − (EN) In het kader van het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid past de EU beperkende maatregelen of sancties toe om te zorgen voor naleving van de GBVB-doelstellingen. Het huidige EU-sanctiebeleid heeft te lijden onder te veel ad-hocgevallen, die vaak leiden tot incoherentie en inconsistentie. Ik ben van mening dat de Commissie een meer proactieve rol dient te spelen bij het definiëren van een duidelijk EU-sanctiebeleid.

Ik denk dat het EP heel precies moet zijn wanneer het om sancties gaat, en vooral als het oproept tot EU-actie in reactie op schendingen van het internationaal recht, zoals het Huis heeft gedaan in dit verslag over Israël. Ik ben van mening dat we, voordat we de EU vragen sancties op te leggen, goed geïnformeerd moeten zijn over concrete schendingen van het internationaal recht en we ons dienen te onthouden van algemene uitspraken. Als er feitelijke gevallen zijn, moeten ze in de tekst nader worden vermeld of in een voetnoot bij het desbetreffende document.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb gestemd voor het verslag van Hélène Flautre over de evaluatie van EU-sancties als onderdeel van de acties en het beleid van de EU op het gebied van de mensenrechten Ik ben blij met de evenwichtige benadering van de rapporteur ten aanzien van een belangrijk instrument van het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU. De toepassing van sancties dient per geval te worden bekeken en zodanig te gebeuren dat ze geen onschuldigen treffen. Ik ben tevreden dat daarmee in het verslag van mevrouw Flautre afdoende rekening is gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) De EU beschouwt eerbiediging van de mensenrechten als het belangrijkste beginsel en neemt daarom clausules over mensenrechten en toepassingsmechanismen op in alle nieuwe bilaterale overeenkomsten met derde landen.

De politieke effectiviteit van sancties en hun negatieve gevolgen staan vandaag ter discussie. Wij zijn ons hiervan vooral bewust wanneer de EU een standpunt moet innemen over het conflict in de Kaukasus.

Ik ben daarom blij met het verslag van Hélène Flautre en heb ervoor gestemd. Het draagt een nieuwe filosofie aan voor de toepassing van sancties en een verandering van denken op het gebied van de mensenrechten.

We hebben behoefte aan een effectief sanctiebeleid om te voorkomen dat we met twee maten meten op grond van, bijvoorbeeld, het strategische belang van de partner, zoals in het geval van Rusland en China.

We moeten gebruikmaken van strategiedocumenten voor de verschillende landen en van andere soortgelijke documenten als basis voor de ontwikkeling van een coherente strategie met betrekking tot de mensenrechten in het land en de situatie ten aanzien van de democratie. We moeten gebruikmaken van objectieve en up-to-date informatie van vertegenwoordigers van lokale en niet-gouvernementele organisaties. We moeten het maatschappelijk middenveld ondersteunen en ons richten op hen die schuld dragen voor conflicten, bijvoorbeeld door tegoeden te bevriezen en reisverboden op te leggen. Sancties mogen niet de armste mensen treffen.

Naar mijn stellige overtuiging zal het sanctiebeleid pas effectiever zijn als het deel uitmaakt van een geïntegreerde EU-strategie voor de mensenrechten. Sancties zullen alleen effectief zijn als ze betrekkingen helpen veranderen en daardoor conflicten oplossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pierre Schapira (PSE), schriftelijk.(FR) Na de parlementsverkiezingen in Palestina in februari 2006 was ik een van de eersten die, zowel vanuit Jeruzalem als in het Parlement, zei dat we geen sancties tegen de Palestijnse regering moeten instellen omdat die de gewone mensen zouden treffen. Wel moeten we constateren dat de politieke situatie in de Palestijnse gebieden in alle opzichten is verslechterd, vooral die tussen Fatah en Hamas, maar deze politieke crisis kan niet uitsluitend worden toegeschreven aan de Europese sancties. Daarom heb ik mij onthouden van stemming over amendement 4.

Ook wil ik duidelijk stellen dat ik Israëls voortdurende schending van het internationaal recht veroordeel, maar ik vind het jammer dat de tekst van het verslag niets vermeldt over de schendingen van het internationaal recht door andere landen in het Midden-Oosten. Dit lijkt een geval van meten met twee maten en dat is de reden waarom ik tegen amendement 5 heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. (DA) Hoewel bepaalde aspecten in het verslag van mevrouw Flautre voor kritiek in aanmerking komen, stem ik voor het verslag als steunbetuiging aan de strijd voor de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Door de Europese Unie opgelegde sancties zijn instrumenten die de effectiviteit van het GBVB waarborgen. Het kunnen diplomatieke instrumenten zijn, maar meestal zijn het economische, en ze dienen om naleving van de fundamentele beginselen van het internationaal recht, de democratie en de mensenrechten te waarborgen.

De rapporteur dringt aan op een algehele en grondige herziening van de bestaande beperkende maatregelen, en ik denk dat zij daarin gelijk heeft. Er dienen passende uitgangspunten voor het opleggen van sancties te worden opgesteld, zodat die alleen worden genomen na een diepgaand onderzoek van elk individueel geval.

Bovendien denk ik ook dat prioriteit moet worden gegeven aan de ontwikkeling van economische sancties die geen negatief effect op de samenleving hebben en niet de mensenrechten schenden van de burgers in de bestrafte landen. Dit is vooral noodzakelijk ten aanzien van de gewoonte om zwarte lijsten op te stellen. Daarom heb ik ook gestemd voor het verslag over een herziening van EU-sancties die verband houden met de mensenrechten.

Mocht het noodzakelijk zijn om sancties op te leggen dan denk ik dat het belangrijk is dat er positieve maatregelen worden genomen om de burgers van de landen waaraan beperkende maatregelen zijn opgelegd te helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik en mijn Britse conservatieve collega’s spreken ons onverdeeld uit voor mensenrechten voor iedereen. We steunen het idee van een op het GBVB gebaseerd EU-sanctiebeleid dat op een unanieme basis wordt toegepast om de meest flagrante schenders van de mensenrechten in de wereld aan te pakken, mits het Verenigd Koninkrijk altijd hierover zijn veto kan uitspreken. We betreuren ook de inconsistente manier waarop sancties zijn toegepast en dat ze gemakkelijk kunnen worden ontdoken, zoals in het geval van president Mugabe, die bij diverse gelegenheden de EU in mocht ondanks een reisverbod voor zijn regime.

Helaas gaat het verslag van mevrouw Flautre verder met de erkenning van het recht van het Europees Hof van Justitie om uitspraken te doen over de lijst van verboden terroristische organisaties – wat een politiek besluit moet blijven en geen juridisch besluit – en met te stellen dat het Verdrag van Lissabon nodig is om EU-sancties voor mensenrechtenschendingen effectiever te maken. Het verslag pleit voor toezicht van het Europees Parlement op de veiligheidsdiensten van de lidstaten en het bindend maken van de gedragscode betreffende wapenuitvoer. Om deze redenen zullen we het verslag niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska (UEN), schriftelijk. (PL) Ik stemde tegen paragraaf 57 tijdens de hoofdelijke stemming. Helaas deed mijn stemapparaat het niet. Aan mijn pogingen dit kenbaar te maken werd geen aandacht geschonken, zoals ook tijdens vijf eerdere hoofdelijke stemmingen het geval was. Ik wil graag laten vastleggen dat ik tegen de originele tekst van paragraaf 57 van het document heb gestemd.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling - Doelstelling 5: verbetering van de gezondheid van moeders (RC-B6-0377/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti (PSE), schriftelijk.(FR) Op papier was de vijfde van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen – terugdringing van de moedersterfte met 75 procent tussen nu en 2015 – duidelijk een van de meest haalbare doelen.

Maar het blijkt de doelstelling te zijn die het verst op het schema achter is geraakt. Hier volgt een verschrikkelijk feit: in Afrika bezuiden de Sahara sterft een op de zestien vrouwen tijdens de bevalling. Dit cijfer is in twintig jaar nauwelijks veranderd.

Nergens op de planeet bestaat er een zo dramatische ongelijkheid op het gebied van gezondheid. En wanneer de moeder sterft heeft het kind tien keer meer kans om ook te sterven.

Bij al onze inspanningen om de millenniumontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken moeten we dus bijzondere aandacht besteden aan de vijfde doelstelling.

Ook tot de G8 is dit eindelijk doorgedrongen. Op zijn laatste bijeenkomst in Japan heeft de G8 besloten tot een “gezondheidspakket” dat is gericht op de werving en opleiding van 1 miljoen gezondheidswerkers in Afrika, zodat tachtig procent van de moeders hulp zal krijgen tijdens de bevalling.

De bal ligt nu bij de EU.

De Gemeenschap moet tegelijkertijd krachtige actie ondernemen op verschillende terreinen:

- informatie en voorlichting voor vrouwen,

- versterking van de volksgezondheid in de landen van het Zuiden,

- massaal investeren in mankracht voor de gezondheidszorg.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Elk jaar zijn er ongeveer 536.000 gevallen van moedersterfte (95 procent daarvan vindt plaats in Afrika en Zuid-Azië). Voor elke vrouw die sterft zijn er twintig of meer die te maken krijgen met ernstige complicaties, variërend van chronische infecties tot letsel met blijvende invaliditeit, wat gemakkelijk vermeden zou kunnen worden indien er universele toegang was tot verloskundige basisvoorzieningen en noodhulp en diensten op het gebied van geboorteregeling. Dit vereist meer steun van de ontwikkelde landen.

Deze cijfers zijn zeer verontrustend en geven aan dat de vermindering van de moedersterfte in ontwikkelingslanden (MOD 5) niet alleen niet volgens schema verloopt, maar ook de enige doelstelling is waarbij geen vooruitgang is geboekt. De cijfers van vandaag zijn exact dezelfde als de cijfers van twintig jaar geleden.

Feit is dat moedersterfte kan worden voorkomen door betere gezondheidszorg en door te waarborgen dat alle vrouwen toegang hebben tot veelomvattende seksuele en reproductieve gezondheidsvoorlichting en -diensten.

Daarom steunen wij de aangenomen resolutie en zijn we blij dat ons voorstel om de toegang tot effectieve contraceptie en tot legale en veilige abortus te beschermen eveneens is aangenomen in de plenaire vergadering.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Het is verschrikkelijk dat zo’n groot deel van de wereldbevolking in extreme armoede leeft, dat vrouwen in deze landen en gebieden tijdens de zwangerschap of bevalling sterven en dat zoveel mensen over onvoldoende informatie beschikken en geen toegang hebben tot veilige anticonceptie. Hier is de waarde van het menselijk leven in het geding en worden de universele mensenrechten geschonden, vooral van vrouwen die in armoede leven.

Deze resolutie bevat positieve, en noodzakelijke, voorstellen, maar stelt ook zaken aan de orde die niet binnen de bevoegdheid van de EU vallen. Wij hebben gekozen voor steun aan de voorstellen die pleiten voor betere omstandigheden voor vrouwen, met name wat betreft de seksuele en reproductieve gezondheid. De resolutie gaat echter ook over andere onderwerpen, waarvan sommige betrekking hebben op het buitenlands beleid. Daarom hebben wij ons onthouden bij de eindstemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė (ALDE), schriftelijk. (EN) De resolutie van het EP over moedersterfte is zeer belangrijk in het licht van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen en brengt onze boodschap tot uiting dat we ons bewust zijn van de huidige situatie en dat we pleiten voor actie om miljoenen vrouwen in de ontwikkelingslanden te helpen. Ik ben zeer voor de suggestie om de Commissie en de Raad te vragen programma’s en beleid te ontwikkelen die moedersterfte zouden helpen voorkomen, met bijzondere nadruk op toegang tot informatie over seksuele en reproductieve gezondheid, alfabetisering en voeding.

Binnen de context van deze resolutie ben ik van mening dat het gebruik van contraceptiva zeer belangrijk is voor het voorkomen van ziekten, ongewenste zwangerschappen en het terugdringen van moedersterfte, maar tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat we niet het recht hebben om kerken te veroordelen of te kritiseren, die slechts moreel gezag maar geen wetgevende macht hebben, en die opkomen voor hun geloof maar persoonlijke keuzes niet verbieden. Bovendien zijn er kerken die zich tegenover hun gelovigen niet uitspreken over anticonceptie.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat er sprake is van een hoog moedersterftecijfer, niet alleen in de ontwikkelingslanden maar ook in de nieuwe EU-lidstaten.

Het is zorgwekkend dat ieder jaar in 536 000 gezinnen de steun van de moeder wegvalt, met ontwrichtende gevolgen voor de hoeksteen van de samenleving. We kennen de oorzaken en de methoden om dit verschijnsel te bestrijden; het is aan ons om activiteiten daarvoor te organiseren en te plannen.

Het is mijn vaste overtuiging dat de nadruk vooral moeten worden gelegd op de toegang van vrouwen tot informatie over gezonde voortplanting. We kunnen met onze acties alleen succes hebben als de vrouwen zelf zich bewust worden van de gevaren die ze vóór of tijdens de zwangerschap lopen. Ook moeten we zo veel mogelijk middelen vrijmaken voor hoogwaardige diensten voor iedereen.

 
  
MPphoto
 
 

  Toomas Savi (ALDE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb mijn steun gegeven aan de amendementen over de veroordeling van de Amerikaanse wereldwijde wurggreepregel en van het door sommige kerken bepleite verbod op het gebruik van voorbehoedsmiddelen en ik heb voor de resolutie gestemd. Maar ik was geschokt toen ik vernam dat sommige van mijn collega’s, die meestal serieus genomen kunnen worden, de verklaringen van de paus belangrijker vonden dan de gezondheid en het welzijn van de mensen in ontwikkelingslanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE) , schriftelijk. (RO) De stijging van het kindersterftecijfer en de daling van het geboortecijfer enerzijds en de vergrijzing van de bevolking anderzijds vereisen dringend krachtige actie van de lidstaten en de Europese instellingen.

Ik heb voor de resolutie over moedersterfte gestemd voorafgaand aan de VN-bijeenkomst op hoog niveau van 25 september voor herziening van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen, omdat de tekst ervan de Raad en de Commissie verzoekt de bepalingen over diensten voor de gezondheid van moeders te verruimen en nadruk legt op programma’s voor prenatale zorg, voedingsprogramma’s voor moeders, degelijke bijstand bij de bevalling om te ruime aanwending van de keizersnede te voorkomen, postnatale zorg en gezinsplanning. Met deze resolutie vragen we de Raad en de Commissie te waarborgen dat reproductieve gezondheidsdiensten betaalbaar, toegankelijk en van hoge kwaliteit zijn.

Het is van belang zo veel mogelijk middelen vrij te maken voor programma’s en beleid op het gebied van moedersterftepreventie.

Ik vind het ook belangrijk activiteiten op het gebied van gezinsplanning uit publieke middelen te financieren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska (UEN), schriftelijk. (PL) De resolutie bevat bepalingen die indirect abortus stimuleren en andere die openlijk pleiten voor de legalisatie van abortus. Het opnemen van uitspraken over dit onderwerp komt neer op schending van het subsidiariteitsbeginsel. Het betekent ook dat financiële middelen uit bijdragen aan de Gemeenschap door lidstaten waar abortus niet is toegestaan gebruikt kunnen worden voor de bevordering van abortus in derde landen.

Het is hypocriet om het bevorderen van de gezondheid van moeders te gebruiken als rechtvaardiging voor pro-abortus propaganda, en financiële middelen vrij te maken voor abortus, in plaats van deze aan te wenden voor de verbetering van de gezondheid van moeders. Daarom heb ik tegen deze resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Ik heb tegen deze resolutie gestemd.

De bescherming van de gezondheid van moeders is een onvoorwaardelijke vereiste voor het overleven van de mensheid.

Moeders in ontwikkelingslanden worden op dit moment geconfronteerd met een pandemie zonder dat ze kunnen beschikken over elementaire gezondheidszorg, een aspirine of een kopje drinkwater. De VN-secretaris-generaal heeft duidelijk gesteld dat minder dan tien procent van de begroting wordt gebruikt voor het oplossen van problemen waar negentig procent van de wereldbevolking onder te lijden heeft. Voor longontsteking, besmettelijke diarree, tuberculose en malaria – ziekten die in ontwikkelingslanden enorme gezondheidsproblemen veroorzaken maar behandeld kunnen worden – is minder dan één procent van de begroting uitgetrokken.

De VN hebben een strategie goedgekeurd die gekwalificeerd medisch toezicht bij bevallingen moet ondersteunen. Dit is bedoeld om de risico’s van het moederschap te beperken, de kindersterfte te verminderen en toegang te bieden tot diensten.

Onze resolutie stelt echter onder andere voor “het verlenen van een allesomvattende, veilige zorg inzake abortus” en betreurt het gebrek aan dienstverlening op het gebied van reproductieve gezondheid. Ze doet een beroep op de Raad en de Commissie om “te waarborgen dat reproductieve gezondheidsdiensten beschikbaar, toegankelijk en van een goede kwaliteit zijn, en om de toegang van alle vrouwen tot veelomvattende seksuele en reproductieve gezondheidsvoorlichting en -diensten te bevorderen”. Ze vraagt de Raad en de Commissie om op dit terrein te interveniëren, maar abortus valt onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten en niet onder die van de EU. We kunnen moeders in ontwikkelingslanden geen onduidelijke, versimpelde of, nog erger, ideologisch bevooroordeelde visie op de bescherming van de gezondheid aanbieden.

 
  
  

- Verslag: Syed Kamall (A6-0283/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk.(FR) De Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), die voorziet in de liberalisering van diensten op internationaal niveau, en die de rapporteur zo vurig gesloten wil zien worden, is in werkelijkheid niet meer dan een Bolkestein-richtlijn op wereldschaal. De “Poolse loodgieter” van gisteren is morgen een Chinees of een Pakistaan.

De enige uitzondering geldt voor diensten die “verleend worden op gezag van overheidsinstanties”, die “noch op commerciële basis noch in concurrentie met een of meer dienstverleners worden verleend”. Met andere woorden, de enige die er niet onder vallen zijn de politie, justitie, de diplomatieke dienst en het leger. Anderzijds zal de GATS een volgende stap zijn in de ontmanteling van de openbare diensten, een proces dat door de Commissie zo’n vijftien jaar geleden in gang is gezet in naam van mededinging en de interne markt.

Tegenwoordig meent de Europese Unie dat ze over een concurrentievoordeel beschikt en beweert ze dat haar dienstverleners onvoldoende toegang hebben tot de markten van derde landen. Het zal echter met de dienstensector net zo eindigen als met onze industrie en leiden tot bedrijfsverplaatsingen, inkrimping en, als extraatje, sociale dumping. Het relativeren van de sociale, milieu- en kwaliteitsnormen, die volgens de rapporteur geen handelsbelemmering mogen worden, bevat de kiem van een geleidelijke desintegratie van het Europese sociale en economische model.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Ondanks het feit dat deze resolutie is ontdaan van een aantal van haar negatievere aspecten en sommige bewoordingen zijn afgezwakt in een poging het liberaliseringsproces “humaner” te maken zonder het verder in twijfel te trekken, blijft deze resolutie in feite het schoolvoorbeeld van een tekst die de liberalisering van diensten verdedigt, met inbegrip van openbare diensten (zogenaamd beperkt, zo wordt het voorgesteld, vanwege de noodzaak om liberalisering “gedifferentieerd” te benaderen).

Echter, ondanks de zorgen van een meerderheid in het Parlement is de huidige internationale situatie niet dezelfde als bij het begin van de Doha-ronde in 2001, wat betekent dat de VS en de EU problemen hebben om de WTO de wereld hun agenda van economische dominantie op te laten leggen.

Ondanks achtereenvolgende mislukkingen proberen echter de EU en de “sociaal-democraten” Mandelson en Lamy opnieuw te voorkomen dat de onderhandelingen “ontsporen”, teneinde de resultaten die al in de onderhandelingen zijn behaald veilig te stellen en niet kwijt te raken.

Zoals we al eerder hebben gezegd, is het doel van de belangrijkste economische en financiële groepen de controle over de internationale handel binnen een kader van kapitalistische concurrentie, de controle over de nationale economieën (landbouw, industrie, diensten, arbeid, natuurlijke hulpbronnen) en de controle over de staten zelf.


Liberalisering betekent een aanval op de overwinningen van de arbeiders en de soevereiniteit van de volkeren, alsmede de vernietiging van het milieu.

Daarom hebben wij tegen de resolutie gestemd!

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) De dienstensector is goed voor meer dan driekwart van de Europese economie. De dienstensector is van vitaal belang voor het concurrentievermogen en de innovatie van de Europese economie, die grotendeels op kennis is gebaseerd. Een efficiënte werking van de interne dienstenmarkt van de Europese Unie is zeer belangrijk voor het concurrentievermogen van EU-bedrijven op de wereldmarkt. Een tijdige en correcte omzetting en uitvoering zal cruciaal zijn voor een goede werking van de markt, vooral in het geval van de dienstenrichtlijn.

De handel in diensten omvat grotendeels de overdracht van specialistische kennis tussen landen. Daarom speelt de vrije handel in diensten een belangrijke rol in alle ontwikkelingsstrategieën, want deze vergemakkelijkt een snelle en efficiënte overdracht op grote schaal van knowhow. Bovendien biedt een grotere toegang tot de dienstenmarkt niet alleen kansen voor de ontwikkelde landen maar ook voor de ontwikkelingslanden, die vaak verstoken blijven van toegang tot knowhow.

Toegang tot de markt voor diensten is een moeilijke kwestie binnen de lopende WTO-onderhandelingen. Men dient echter te beseffen dat onderhandelingen over de handel in diensten de belangen van de EU moeten dienen en tegelijkertijd de ontwikkeling van de armste landen moeten bevorderen. Als aanzienlijke buitenlandse investeringen zijn toegestaan, zou juist de liberalisering van de handel in diensten kunnen leiden tot een grotere en duurzamere productie en tot modernisering van de infrastructuur in alle economieën.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Het verslag van de heer Kamall over de handel in diensten beziet de manieren waarop EU-bedrijven toegang kunnen krijgen tot dienstenmarkten in derde landen. Feit is dat diensten een steeds belangrijker rol in de internationale handel spelen. Juist daarom is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen commerciële en essentiële openbare diensten. Ik heb dit duidelijk gemaakt door hoe ik heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) In het kader van de GATS, via bilaterale en multilaterale overeenkomsten en door openlijke of verkapte dwang en dreigementen, bevordert de EU de penetratie van kapitaal in de zich ontwikkelende dienstenmarkten van de minder ontwikkelde landen, teneinde de winsten en haar eigen invloed te vergroten. Het verslag van de Commissie verwelkomt en steunt dit beleid.

Publieke goederen zoals water, gezondheid en welzijn, onderwijs, enz., zijn het doelwit van de monopolies, die erop uit zijn de nationale markten te liberaliseren en open te stellen en diensten te liberaliseren. De kapitalistische herstructurering zal voor de werknemers in de armere landen nog rampzaliger zijn.

De rivaliteit tussen de imperialistische centra in combinatie met de oppositie van de armere landen heeft tot de mislukking geleid van de laatste WTO-onderhandelingen. De machtscentra wedijveren met elkaar om bilaterale en multilaterale overeenkomsten te sluiten in een poging hun positie te versterken.

Men richt zich op de directe en indirecte afschaffing van openbare diensten, met name in sectoren die winstgevend zijn voor het kapitaal, en de afschaffing van alle beschermende barrières. Dit zijn pogingen om diensten gelijk te stellen met goederen en gezamenlijke onderhandelingen te voeren over landbouwproducten. Dit zijn simpelweg allemaal voorbeelden van Europese kapitalistische imperialistische agressie, die niet aarzelt oorlog te voeren om haar keuzes op te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tokia Saïfi (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb voor het verslag over de handel in diensten gestemd teneinde de Commissie aan te sporen om in haar handelsbesprekingen te streven naar zowel de geleidelijke en wederzijdse openstelling van de toegang tot de dienstenmarkt als naar een beleid voor meer transparantie. De Europese Unie, die ’s werelds grootste exporteur en grootste aanbieder van diensten is, moet een grotere toegang tot de dienstenmarkt bevorderen, zowel voor de ontwikkelde landen als de ontwikkelingslanden.

Toch moet deze liberalisering geleidelijk en wederkerig plaatsvinden, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende belangen van de betrokken landen. Daarom ook heb ik gestemd voor amendement 2, waarin nadruk wordt gelegd op de noodzaak een onderscheid te maken tussen commerciële en niet-commerciële diensten en van een gedifferentieerde aanpak bij het openen van markten voor diensten van algemeen belang. Ik heb ook gestemd voor amendement 5, dat in de context van de EPA vraagt om voor iedereen universele, toegankelijke en duurzame openbare diensten te waarborgen.

Tot slot heb ik voor amendement 7 gestemd, waarin wordt erkend dat bepaalde producten, zoals water, als een universeel publiek goed moeten worden beschouwd, en wil ik erop wijzen dat een zekere voorzichtigheid vereist is met voorstellen die markten voor dit soort diensten willen openstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. (SV) De handel in diensten is heden ten dage een noodzaak geworden voor alle economieën. Geen land kan economisch succesvol zijn met een dure en inefficiënte diensteninfrastructuur. Producenten en exporteurs van textiel, tomaten en andere goederen zullen niet concurrerend zijn zonder toegang tot een efficiënt banksysteem, efficiënte verzekeringsmaatschappijen, accountantskantoren en telecommunicatie- en transportsystemen.

Het is echter ook van cruciaal belang dat particuliere ondernemingen publieke diensten kunnen leveren. Concurrentie in de gezondheidszorg, het onderwijs en publieke communicatiemiddelen resulteert in betere dienstverlening. Daarom heb ik ervoor gekozen te steunen dat er geen categorisch verschil wordt gemaakt tussen diensten voor privaat of publiek gebruik, omdat ik denk dat ook in de publieke sfeer concurrentie leidt tot grotere efficiëntie en betere dienstverlening. Dat staat voor mij vast, of het nu gaat om onze interne markt of om de handel in diensten in andere landen, buiten de grenzen van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Het verslag over de handel in diensten wil benadrukken dat de handel in diensten een sector is die zorgt voor nieuwe permanente arbeidsplaatsen en de verbetering van de kwaliteit van leven van de burgers. Deze diensten maken momenteel zo’n 75 procent uit van het BBP van de Europese Unie.

De rapporteur dringt aan op het openstellen en liberaliseren van de markt in de handel in diensten. Het is zeker noodzakelijk om de markt open te stellen en het concurrentievermogen te verbeteren. Naar mijn mening moet opening van de handel in diensten echter niet worden opgevat als privatisering. Er moet duidelijk worden vastgesteld dat commerciële diensten anders van aard zijn dan publieke. Daarom moet er ook voor worden gezorgd dat men de openstelling van de handel in publieke diensten heel anders aanpakt dan de openstelling van de handel in commerciële diensten.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE) , schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag over de handel in diensten gestemd, dat wijst op het belang van de handel in diensten voor het creëren van banen.

Amendement 2, ingediend door de socialistische fractie, wijst op de noodzaak van een gedifferentieerde aanpak bij het openstellen van de markt in diensten van algemeen belang en vooral op de noodzaak om een onderscheid te maken tussen commerciële en niet-commerciële diensten.

Van bijzonder groot belang vind ik amendement 5, waarin ervoor wordt gepleit dat iedereen toegang heeft tot universele, toegankelijke, duurzame en betaalbare openbare diensten, en amendement 10, waarin de Commissie wordt opgeroepen om krachtiger op te treden tegen de verkoop van namaakproducten, met name via het internet, en waarin de Commissie wordt verzocht het Parlement en de Raad een voorstel voor te leggen teneinde de Gemeenschap en haar lidstaten kwalitatieve en statistische gegevens te verschaffen op Europees niveau over de verkoop van namaakproducten, met name via het internet.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM), schriftelijk. (PL) De zogenoemde dienstenrevolutie die al sinds het midden van de twintigste eeuw aan de gang is, heeft ertoe geleid dat voor de meeste landen diensten de belangrijkste sector van de economie zijn geworden. De technologische vooruitgang, met name op het gebied van de telecommunicatie en informatietechnologie, heeft de visie op diensten en de rol die zij in de internationale handel kunnen spelen fundamenteel veranderd. Een enorme expansie van het bovengenoemde systeem in combinatie met de technologische vooruitgang heeft geresulteerd in de uitbreiding van de internationale handel in diensten.

Polen heeft nooit een erg belangrijke rol gespeeld in de internationale handel in diensten. Hetzelfde geldt voor de andere landen van Centraal- en Oost-Europa. Dit was grotendeels te wijten aan de onderontwikkeling van de sector in de centraal geleide economieën. Fundamentele veranderingen in de ontwikkeling van de dienstensector begonnen pas tijdens de overgangsperiode die volgde op het communistische tijdperk, en bleven tijdens het hele proces van toetreding tot de Europese Gemeenschap doorgaan. Radicale veranderingen in de dienstensector zijn reeds zichtbaar. Bovendien zullen de integratie van Polen in de Gemeenschap en het bijbehorende proces van aanpassing van de Poolse economie aan de EG-eisen het tempo van de ontwikkeling van de dienstensector versnellen en Polen meer mogelijkheden bieden om deel te nemen aan de internationale handel in diensten.

Ik denk daarom dat de EU er alles aan moet doen om de kwaliteit van de handel in diensten te verbeteren, omdat deze sector bijdraagt aan de welvaart en de werkgelegenheid in alle economieën van de wereld. Daarnaast helpt dit de ontwikkeling te versnellen.

 
  
  

- Verslag: Josu Ortuondo Larrea (A6-0308/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Hoewel we blij zijn met de bezorgdheid die in het verslag naar voren komt ten aanzien van de noodzaak te investeren in havenregio’s, technologische modernisering en milieubescherming, zijn we van mening dat dit verslag verbergt dat een van de doelstellingen van de Europese Commissie voor een toekomstig havenbeleid de liberalisering is van deze strategische publieke dienst in verschillende lidstaten.

Wij betreuren dan ook dat onze voorstellen zijn verworpen die:

- uitdrukkelijk iedere nieuwe poging afwezen om de havendiensten op EU-niveau te liberaliseren door de toepassing van mededingingsregels voor de interne markt;

- en waarin werd gevraagd om initiatieven te nemen ter bestrijding van de onveiligheid en de ongevallenrisico’s in de sector en om de eerbiediging van de rechten van werknemers in de havens te garanderen en te handhaven, met name op het gebied van werkgelegenheid, eerlijke betaling, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, sociale voorzieningen, collectieve overeenkomsten, vakbondsrechten en beroepsopleiding.

De diversiteit en complementariteit van de Europese havens moeten behouden blijven en het beheer ervan moet gebaseerd zijn op geavanceerde kwaliteits- en veiligheidsnormen, een strategisch element in de economische ontwikkeling. Openstelling van het beheer van de Europese havens voor transnationale ondernemingen, zoals lijkt te gebeuren, zal een negatieve invloed hebben op arbeidsverhoudingen en collectieve onderhandelingen en de risico’s van onveiligheid in het havensysteem vergroten, waardoor de veiligheid op zee gevaar gaat lopen.

Daarom hebben we ons van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė (ALDE), schriftelijk. (EN) Tijdens de stemming heb ik uiting gegeven aan mijn standpunt door tegen de amendementen van de GUE-fractie te stemmen. De havensector is uit economisch, commercieel, sociaal, ecologisch en strategisch oogpunt van cruciaal belang voor de Europese Unie. Maar gezien het belang van de sector kan ik niet instemmen met het uitgangspunt dat havens publiek eigendom dienen te zijn.

Integendeel, ik steun het recht van de lidstaten om zo veel mogelijk rekening te houden met hun eigen belangen bij hun beslissing om al dan niet over te gaan tot liberalisering van de havensector. Beslissingen over het al dan niet privatiseren en/of aangaan van private en publieke partnerschappen in havens vallen onder de bevoegdheid van de lidstaten en dienen niet door Europese instellingen genomen te worden, zolang het maar in overeenstemming is met de Europese wetgeving. In feite worden sommige Europese havens al beheerd door overheden of bedrijven uit derde landen. Naar mijn mening moet de havensector, net als elke andere sector, mogen opereren op basis van eerlijke concurrentie.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) De Communistische Partij van Griekenland stemt tegen het verslag, omdat het de mededeling van de Commissie over havens, met als grondgedachte het vaste streven van de EU om de havens te privatiseren, steunt en volgt. De privatisering van havens is tot nu toe geblokkeerd door de strijd van de havenarbeiders, maar de EU wil ermee doorgaan, want het is een centrale doelstelling van het EU-grootkapitaal.

Dat is de reden waarom de Commissie dit nu probeert te bevorderen door middel van fragmentatie, dat wil zeggen door winstgevende havendiensten over te dragen aan het grootkapitaal. Tegelijkertijd heeft de EU haar ogen gericht op de overheidssubsidies voor havens; ze bereidt de afschaffing of een drastische verlaging ervan voor, om zo de weg te effenen voor privatisering. Havens vormen voor de economie van de lidstaten een strategisch belangrijke sector en zijn direct gekoppeld aan hun defensiecapaciteit en soevereiniteit. Daarom hebben de plannen voor de liberalisering van havendiensten en de privatisering van havens niet alleen gevolgen voor degenen die er werken, maar voor de hele werkende klasse en het volk.

Het is niet genoeg dat de werkende klasse en de werknemers in het algemeen waakzaam zijn en de strijd tegen privatiseringsplannen in hun eentje organiseren; ze moeten ervoor strijden dat havens het eigendom worden van het volk, binnen het kader van een zelfstandige volkseconomie onder volksgezag.

 
  
  

- Verslag: Michael Cramer (A6-0326/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Hoewel we het eens zijn met de zorgen en voorstellen in het verslag, zijn we van mening dat hierin essentiële elementen van nationaal beleid in deze strategische sector niet tot uiting komen – met sociale, economische en ecologische gevolgen – met name het opzetten van dit systeem binnen een sterke publieke sector en de noodzaak om de systematische schending en niet-naleving van de rechten van de werknemers in bepaalde segmenten van deze sector te bestrijden.

Daarom zijn we van mening dat het verslag faalt in zijn opzet doordat het niet ingaat op het centrale aspect van de arbeidsvoorwaarden voor vakmensen in deze sector. De praktijk van tijdelijke contracten, die leidt tot het niet-naleven van werktijden, rusttijden en collectieve arbeidsovereenkomsten en bovendien de rechten van werknemers schendt, doet vragen rijzen omtrent hun eigen veiligheid (en die van derden). Daarom moeten we een einde maken aan de vernietiging van arbeidsplaatsen en aan de toenemende onzekerheid van arbeidsrelaties door integratie binnen het personeelsbestand van bedrijven te bevorderen en het prestige van carrières en lonen te verhogen.

We zijn het ook niet eens met de nadruk op toepassing van de principes “de gebruiker betaalt” en “de vervuiler betaalt”, omdat vooral de uiteindelijke consument wordt getroffen door deze maatregelen, waar alleen mensen van zullen profiteren die de financiële capaciteit hebben om te “gebruiken” of te “vervuilen”, zonder dat ze noodzakelijkerwijs een bijdrage leveren aan een aanzienlijke verbetering van het goederenvervoer.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem voor het verslag van Michael Cramer voor een duurzaam en efficiënt logistiek en goederenvervoerssysteem in Europa.

Dit systeem is essentieel voor de versterking en uitbouw van de internationale concurrentiepositie van Europa, maar zonder dat dit ten koste van het milieu en de burgers gaat. “Groene corridors” zijn een fundamenteel concept om het Europese vervoer te optimaliseren en daarbij zo duurzaam mogelijk te werk te gaan. Terugdringing van alle vormen van vervuiling en tegelijkertijd meer gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen is de juiste aanpak.

In deze context spelen investeringen in nieuwe technologieën, zoals het computergestuurde “stop-and-go” in het goederenvervoer en ondersteuning van andere vervoerswijzen dan het wegvervoer een belangrijke en vernieuwende rol.

Harmonisatie van het beheer en van de administratieve procedures op een EU-brede basis zal het Europese vervoerssysteem eveneens beter en efficiënter te maken. Europa heeft behoefte aan een concurrerende en innovatieve economie om succesvol te zijn. Het voorliggende verslag levert een belangrijke bijdrage aan de verwezenlijking van dat doel.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk.(PL) Ik ben het eens met de opvattingen van de heer Cramer, namelijk dat moet worden gestreefd naar verbetering van de efficiëntie, integratie en duurzaamheid van het goederenvervoer in Europa.

Ik sta ook achter alle maatregelen die zijn bepleit om de gewenste doelstellingen te bereiken. Tot de eerste behoren onder andere nadruk op de vervoerscorridors, ondersteuning van innovatieve technologieën, innovatieve infrastructuur en een efficiënter beheer van het vrachtvervoer. Ook is er gesproken over de noodzaak de administratieve procedures en de goederenvervoerketen te vereenvoudigen en vervoer dat niet over de weg gaat aantrekkelijker te maken. Ik sta achter al deze benaderingen. Naar mijn mening zullen de prioriteiten die door de rapporteur zijn vastgesteld een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van het goederenvervoer in Europa.

 
  
  

- Verslag: Frédérique Ries (A6-0260/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (UEN), schriftelijk. (EN) Mijn collega’s en ik zijn blij met de hernieuwde belangstelling voor onderzoek naar de mogelijke gezondheidsrisico’s van langdurige blootstelling aan elektromagnetische velden. Voorzichtigheid ten aanzien van die effecten op de gezondheid is essentieel. Dit is een onderwerp waar ik me persoonlijk mee bezig heb gehouden en dat ik in januari van dit jaar onder de aandacht heb proberen te brengen. In mijn brief aan voormalig commissaris Kyprianou wees ik hem erop dat dit onderwerp sinds 12 juli 1999 niet meer is geëvalueerd, ondanks dat er vijf jaar na die datum een evaluatie zou plaatsvinden.

Ik heb voor het verslag van mevrouw Ries gestemd, dat erkent dat als gevolg van de toevloed van nieuwe technologie het verslag van 1999 verouderd is. Maar ik heb tegen het amendement gestemd dat geharmoniseerde strengere grenswaarden wil opleggen ten aanzien van de uitstraling van bepaalde elektromagnetische golven. Dit is een gezondheidsprobleem en dus een Iers probleem. De Ierse regering heeft een recent rapport gepubliceerd waarin wordt geconcludeerd dat er tot nu toe geen negatieve kortetermijn- of langetermijneffecten op de gezondheid zijn geconstateerd. Ze heeft reeds de door de Wereldgezondheidsorganisatie goedgekeurde ICNIRP-richtsnoeren overgenomen die publieke en beroepsmatige blootstelling aan elektromagnetische velden beperken. Het is aan Ierland om Ierland te besturen en het laat zich daarbij leiden door de WHO.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) We hebben voor dit verslag gestemd, ondanks een aantal tegenstrijdigheden. Maar het heeft veel positieve aspecten die van belang zijn, in het bijzonder de verdediging van het voorzorgsbeginsel als een van de hoekstenen van het communautaire beleid op het gebied van gezondheid en milieu.

Het verslag levert ook kritiek op het actieplan, met name waar het stelt dat dit “de kiem van een halve mislukking in zich draagt, aangezien het alleen bedoeld is ter begeleiding van de bestaande communautaire beleidsvoering, het niet berust op een preventiebeleid ter vermindering van ziekten die worden veroorzaakt door milieufactoren en het geen welomlijnde en in cijfers uitgedrukte doelstelling nastreeft”.

Het verslag benadrukt ook dat de Europese Commissie rekening moet houden met het economische belang van KMO’s, door ze technische ondersteuning te verstrekken zodat ze kunnen voldoen aan bindende verordeningen ten aanzien van milieugerelateerde gezondheidsrisico’s en om ze te stimuleren andere veranderingen door te voeren die positief zijn vanuit het gezichtspunt van milieu en gezondheid en van invloed zijn op het functioneren van ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag van mevrouw Ries gestemd over de tussentijdse evaluatie van het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010. De oproep om in het actieplan bijzondere aandacht te besteden aan de kwaliteit van de binnen- en buitenlucht en aan chemische stoffen heeft mijn instemming. Alle producenten of importeurs verplichten om de veiligheid van hun product aan te tonen voordat het op de markt kan worden gebracht is ook een positieve stap om ervoor te zorgen dat zowel de consument als het milieu afdoende wordt beschermd.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Onnadenkend gebruik van natuurlijke hulpbronnen uit winstbejag, kapitalistische herstructurering, liberalisering van markten en privatisering van energie, vervoer en telecommunicatie leiden tot vernietiging van het milieu. Hierdoor, in combinatie met de verslechtering van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden en de privatisering van de gezondheidszorg, sociale voorzieningen en verzekeringen, zien we een algemene toename van gezondheidsproblemen, vooral van die welke verband houden met milieurisico’s. De commercialisering van de gezondheidszorg en het EU-milieubeleid, dat door het systeem van handel in vervuilende stoffen en het principe “de vervuiler betaalt” van het milieu koopwaar maakt, kunnen risico’s en ziekten niet voorkomen, en ze zelfs niet beheersen ten behoeve van de werknemers, omdat hun voornaamste doel is het vergroten van de winsten van het kapitaal.

De bevindingen van het verslag zijn juist waar het de toepassing betreft van de beginselen van preventie en bescherming, het ontbreken van wezenlijke, strenge maatregelen, de behoefte aan uitgebreide studies gebaseerd op de meest kwetsbare groepen, geestelijke gezondheid, de effecten van magnetische velden, enz. Het eindigt echter met voorstellen die gebaseerd zijn op het pro-monopolistische beleid van de EU, zoals meer belastingvoordelen en financiële prikkels voor bedrijven. Deze grondgedachte verlegt de verantwoordelijkheid voor bescherming naar het individu.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. (RO) Het enthousiasme van februari 2005, toen het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 werd aangenomen, is weggeëbd zonder dat er van de voorgestelde maatregelen veel terecht is gekomen. Het is uiterst noodzakelijk om aan de gestelde deadlines te voldoen en deze maatregelen te verwezenlijken, met name in dit decennium waarin op milieugebied aanpassing aan de klimaatverandering de grootste uitdaging voor de gezondheid van de mens is.


De minder kapitaalkrachtige segmenten van de samenleving, alsmede de fysiek zwakkere groepen (kinderen, zwangere vrouwen en oude mensen) zullen kwetsbaarder zijn voor deze effecten.

Speciale aandacht moet worden besteed aan de sociale aspecten van aanpassing, waaronder de werkgelegenheidsrisico’s en de gevolgen voor de leef- en woonomstandigheden.

Het voorkomen van negatieve effecten op de volksgezondheid, veroorzaakt door extreme weersomstandigheden, speelt een essentiële rol, en daarom wordt de Commissie verzocht om goede praktische richtsnoeren op te stellen met maatregelen die genomen moeten worden door de regionale en lokale autoriteiten in samenwerking met andere instellingen, alsmede voorlichtings- en bewustmakingsprogramma’s om de bevolking bewuster te maken ten aanzien van aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering.

 
Laatst bijgewerkt op: 11 december 2008Juridische mededeling