Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0420/2008

Debatten :

PV 24/09/2008 - 4
CRE 24/09/2008 - 4

Stemmingen :

PV 24/09/2008 - 10.4

Aangenomen teksten :


Debatten
Woensdag 24 september 2008 - Brussel Uitgave PB

4. Prioriteiten van het Europees Parlement voor het wetgevend en werkprogramma van de Commissie voor 2009 (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over Prioriteiten van het Europees Parlement voor het wetgevend en werkprogramma van de Commissie voor 2009.

 
  
MPphoto
 

  Hartmut Nassauer, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij hebben het vanmorgen over het wetgevend en werkprogramma van de Commissie voor het komende jaar, voor 2009, dat een verkiezingsjaar is. Volgend jaar zal er een nieuw Parlement worden gekozen en komt er een nieuwe Commissie. De positie van niemand is zeker: noch die van de commissarissen noch die van de Commissievoorzitter zelf, die hier vanochtend helaas niet aanwezig kan zijn om zijn programma persoonlijk te presenteren.

In een verkiezingsjaar komen we altijd in de verleiding om het alle kiezers naar de zin te maken, vooropgesteld dat we weten wat de kiezers willen, of op zijn minst weten wat ze zouden moeten willen. De vraag is dus: op welke manier moet de Europese Unie zichzelf het komende jaar aan de Europese burgers presenteren? Net als alle politici is het onze taak om antwoorden te vinden op de zorgen van de mensen. De Europese Unie verkeert ook in een uitstekende positie om dit te doen. Wij kunnen op veel manieren reageren op de noden en behoeften van de mensen.

Vrede is een fundamentele zorg geweest in de hele geschiedenis van de mensheid. De Europese Unie heeft decennialang de vrede in Europa gewaarborgd. We zijn in staat te reageren op bedreigingen van buitenaf, zoals het internationale terrorisme of het gedrag van grote buurlanden die de regels van het internationale recht soms met voeten treden. We kunnen bijdragen aan een zekere en duurzame energievoorziening voor Europa, en we doen alles wat in ons vermogen ligt om het klimaat te beschermen. We kunnen zorgen voor sociale zekerheid en rechtvaardigheid in Europa door de groeikrachten in onze succesvolle economie vrij te maken. We kunnen zorgen voor innovatie, het concurrentievermogen van de Europese economie waarborgen en aldus bestaande banen veilig stellen en nieuwe banen creëren. Europa kan een haven worden van veiligheid in een veranderende wereld. Mijn collega’s zullen dadelijk dieper ingaan op de vele details.

Wat zijn de voorwaarden voor succesvol optreden in de Europese Unie? Ik wil er twee uitlichten. Ten eerste hebben we geschikte institutionele grondslagen nodig, en daartoe behoort in ieder geval het Verdrag van Lissabon. Dit Verdrag zorgt voor meer transparantie en democratie, vergroot de slagvaardigheid van de EU en stelt haar aldus in staat om haar taken doeltreffender uit te voeren. We kunnen de burgers van Ierland alleen maar verzoeken om hun standpunt over dit Verdrag nog eens goed te overdenken. Ik deel veel van de kritiek aan het adres van de Europese Unie, maar we mogen niet uit het oog verliezen dat dit Verdrag goede oplossingen biedt voor veel van deze kritiekpunten. Daarom is het Verdrag van Lissabon onmisbaar.

Ten tweede hebben we de instemming van de Europese burgers nodig die alarmerend is afgenomen. Dat is duidelijk geworden met de referenda in Frankrijk, Nederland en niet in de laatste plaats Ierland. De vraag is niet of we meer of minder Europa nodig hebben - zoals ik onlangs tegen de voorzitter van de Commissie heb kunnen zeggen - maar waar we Europa wel en waar wij Europa niet nodig hebben. Daarover moeten we een besluit nemen. Ik zal een voorbeeld noemen, en ik geef toe dat dit mijn stokpaardje is: bodembescherming is niet iets waar we ons op Europees niveau mee moeten bezighouden. Bodembescherming betekent werk maar geen werkgelegenheid. Daarom zal Europa succesvol zijn en op instemming kunnen rekenen als het optreedt op terreinen waar Europees optreden dwingend noodzakelijk is en waar op Europees niveau meer bereikt kan worden dan op nationaal niveau.

De Commissie zou er in mijn ogen dan ook goed aan doen om haar activiteiten het komende jaar meer af te stemmen op subsidiariteit. Dat zal het draagvlak voor Europa versterken en dan zullen wij waarschijnlijk allemaal tijdens deze verkiezingen door meer burgers worden herkozen dan de vorige keer het geval was.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, de Europese Commissie heeft de afgelopen jaren op veel gebieden uitstekend werk verricht, met name op dat van het milieu- en klimaatbeleid. In dit Parlement zijn we nu bezig dat in wetgeving om te zetten. Bij de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt zien we echter grote tekortkomingen, vooral als het gaat om de sociale dimensie ervan.

De huidige financiële crisis is reden genoeg om hierover te discussiëren, en dat hebben we ook gedaan aan de hand van het verslag-Rasmussen. Niet alleen mijn fractie maar ook ikzelf en vele anderen zijn zeer teleurgesteld over de woorden van commissaris McCreevy, of juist over wat hij niet heeft gezegd; dat is het grote probleem.

Als we vandaag de hoofdartikelen van de conservatieve kranten lezen, of dat nu de Financial Times is of de Frankfurter Allgemeine, zouden de koppen geschreven kunnen zijn door sociaaldemocratische fracties in dit Parlement, maar niet door de voorzitter van de Commissie en zeker niet door de heer McCreevy.

De Financial Times heeft bijvoorbeeld de volgende koppen:

(EN) “Grootste nalatigheid op regelgevingsgebied in de moderne geschiedenis” en “Na de krach: waarom het wereldkapitalisme mondiale regels nodig heeft”.

(DE) Terwijl Het gouden kalf van Damien Hirst veilingrecords heeft gebroken, hebben de financiële instellingen recordverliezen geleden, wat tot het volgende commentaar in de Financial Times leidde:

(EN) “Hoe we allemaal verblind waren door het gouden kalf.”

(DE) Helaas geldt dit ook voor de Commissie, of op zijn minst voor de leden van de Commissie die voor deze kwesties verantwoordelijk zouden moeten zijn. Frank Schirrmacher, de hoofdredacteur van de Frankfurter Allgemeine Zeitung en niet echt links te noemen, schrijft: “De neoliberale ideologie heeft tussen individu en globalisering een band van verstand en geluk gecreëerd met uitsluitend economische wortels”, en hij klaagt over “de zelfvernietiging van het sociale welvaartsdiscours”.

Het zou fijn zijn geweest als we ook maar een spoor hiervan hadden kunnen terugvinden in de woorden van de voorzitter van de Commissie of van commissaris McCreevy. Ik vraag immers niet om een berg kritiek of zelfkritiek van links; wat wij steeds weer opnieuw vragen - en wat Martin Schulz onlangs ook heel duidelijk heeft gemaakt - is een versterking van de sociale dimensie en een zorgvuldige sociale impactbeoordeling van alle projecten van de Commissie. Helaas gebeurt dat nog steeds niet. De Commissie reageert hier niet op.

Wij eisen ook een sterker gemeenschappelijk economisch beleid in Europa, een beleid dat zou kunnen helpen om crises, zoals die nu vanuit de VS naar ons is overgeslagen, op te vangen of te voorkomen. Ook hier laat de Commissie het afweten. Een ander terrein waarop de Commissie heeft gefaald – en het spijt me dat ik dit tegen u moet zeggen, want ik weet dat u er niet veel aan kunt doen – is dat van de groeiende ongelijkheid in Europa. Daartegen doet u niets, en u zet evenmin de nationale regeringen aan tot handelen. We zullen deze kwestie vanmiddag bespreken als we het hebben over energiearmoede - nog een onderwerp dat wij herhaaldelijk hebben aangekaart en waarop we geen antwoord van de Commissie hebben gekregen, waarvoor de Commissie nog steeds met echte initiatieven moet komen.

Het is onacceptabel dat de Commissie – die principieel verantwoordelijk is voor inclusie en sociale gerechtigheid – langs de zijlijn toekijkt, terwijl de sociale ongelijkheid in Europa blijft toenemen in deze uitzonderlijke fase van het economische en sociale leven. Dat is onaanvaardbaar en we zouden het niet mogen pikken.

De Europese burgers verwachten van de Commissie dat zij hun noden en behoeften serieus neemt, passende voorstellen doet en als een morele autoriteit optreedt, vooral in de huidige financiële crisis. Men mag het niet aan de Franse president, de heer Sarkozy, overlaten om in zijn hoedanigheid van fungerend voorzitter van de Raad een duidelijk standpunt in te nemen; dit duidelijke standpunt moet ook komen van de Commissie, van de voorzitter van de Commissie en de verantwoordelijke commissaris.

Mevrouw de vice-voorzitter, u doet heel wat moeite om de burgers te informeren over het werk van de Commissie, en wij waarderen en ondersteunen uw inspanningen volledig. Het gaat echter niet alleen om de vorm; het is ook een kwestie van inhoud. De commissarissen moeten u voorzien van de juiste inhoud. Wat betreft de financiële crisis, de regulering en de sociale dimensie krijgt u van de sociale markteconomie te weinig inhoud. Daarom zal het u vaak moeilijk vallen om de burgers een geloofwaardige zaak voor te leggen.

We zeggen ‘ja’ tegen het vergroenen van onze economie en maatschappij. Wij zijn het hierin volledig met u eens en zullen dat in daden omzetten. Mijn dringende boodschap aan u is evenwel: laten we een stap terugzetten – of een stap vooruit, zo u wilt – in de richting van beleidsmaatregelen die zijn gebaseerd op sociale verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor de Commissie, want wat we nu zien is te weinig en komt te laat. Ik zou u willen vragen erop toe te zien dat deze situatie de komende maanden wordt gecorrigeerd.

 
  
MPphoto
 

  Silvana Koch-Mehrin, namens de ALDE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, volgend jaar – 2009 – is inderdaad een heel belangrijk jaar voor de Europese Unie, want in dat jaar vinden de verkiezingen voor het Europees Parlement plaats. Dan zal ook meer algemeen de grote vraag over de toekomstige koers van de Europese Unie moeten worden beantwoord.

De verkiezingen vinden plaats: dat weten we, maar wat we nog niet precies weten is op welke basis wij daarna zullen samenwerken. Op deze vraag verwachten de burgers terecht een antwoord. Hoe stellen wij ons de toekomst van Europa voor vanuit het perspectief van de Europese instellingen?

Het wetgevend en werkprogramma van de Commissie biedt natuurlijk de mogelijkheid om een uitgebreid antwoord op deze vraag te geven. Daarom hebben wij als Parlement besloten om onze eisen betreffende het werkprogramma van de Commissie al te formuleren voordat de Commissie ons dit programma presenteert en we er dan op reageren.

De Europese Unie staat voor deze grote uitdagingen, uitdagingen die een rechtstreekse weerslag hebben op haar toekomst. Wat zal de toekomst brengen? Tegelijkertijd gebeurt er ontzettend veel in de wereld dat het dagelijkse leven van de burgers rechtstreeks beïnvloedt, zoals stijgende energieprijzen en de financiële crisis. Europa moet nu duidelijke taal spreken en uitleggen op welke manier de Europese Unie hierop gaat reageren. Daarvoor hebben we overtuigingskracht en leiderschap nodig.

Daarom is het belangrijk dat de Europese Commissie heel duidelijk uiteenzet hoe zij wil reageren op deze crises, en dat zij in haar werkprogramma exact definieert waar de politieke prioriteiten liggen.

Daarbij vinden wij het belangrijk dat de Commissie vooral let op het concurrentievermogen van de Europese Unie. In een door toenemende globalisering gekenmerkte markt is het voor ons belangrijk dat dit als een van onze blijvende politieke prioriteiten wordt geformuleerd.

Andere, even belangrijke aspecten zijn: versterking en bescherming van de burgerrechten, meer onderzoek en een oplossing voor de klimaatveranderingen. Deze kwesties vindt het Parlement al jarenlang heel belangrijk. De Commissie moet deze terreinen definiëren en er vooral op letten dat Europa eventuele successen dan ook op haar conto kan schrijven. Nu is het vaak zo dat de lidstaten het succes aan zichzelf toeschrijven als er iets geschiedt in het belang en voor het welzijn van de burgers. Ik wil graag dat de Commissie hier in de toekomst meer aandacht aan besteedt.

Daarom ben ik blij u, mevrouw de vice-voorzitter, hier vandaag te mogen zien. Dat de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso – net als misschien deze of gene collega in de Parlement – iets anders gepland had voor vandaag, zullen wij moeten accepteren. Ik ben blij dat u er bent, mevrouw de vice-voorzitter, omdat u verantwoordelijk bent voor de communicatie in de Europese Unie. Misschien zou ook moeten worden nagedacht over de mogelijkheid om het onderhavige onderwerp – namelijk het werkprogramma van de Commissie – in de nationale parlementen volledig te bespreken, zodat er van meet af aan een soort samenspel is. In de Duitse Bondsdag gebeurt dit al in de meeste commissies, maar het is ook zeker iets dat thuishoort op de agenda van de voltallige vergaderingen van de nationale parlementen in heel Europa.

Het uur van Europa is aangebroken; dat spreekt eigenlijk vanzelf. Wij worden geconfronteerd met mondiale uitdagingen en Europa heeft geen andere optie dan gezamenlijk een antwoord te formuleren.

 
  
MPphoto
 

  Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, dames en heren, leden van de Commissie, het debat over het werkprogramma is zoals gewoonlijk het uur van de waarheid. Nu zien we wat de verklaringen waard zijn die in het openbaar bij zoveel verschillende gelegenheden zijn afgegeven. Als we het programma nauwkeuriger bekijken, zien we dat deze verklaringen helaas alweer vergeten zijn, bijvoorbeeld bij de financiële vooruitzichten of de planning van de Commissie.

Ons is een programma voor klimaatbescherming gepresenteerd dat eruit ziet alsof de Conferentie van Bali nooit heeft plaatsgevonden, alsof Europa zichzelf nooit een voortrekkersrol heeft gegeven bij het afwenden van de gevaren van klimaatverandering op mondiaal niveau. De auto-industrie trapt vol op de rem, en de Commissie zit achterovergeleund toe te kijken. De lidstaten krijgen de vrije teugels en mogen elkaar overtroeven met steeds lagere milieunormen voor hun eigen industrieën en met steeds meer concessies aan de eigen auto-industrie.

Helaas zien we in de industriële sector over de hele linie hetzelfde gebeuren. Zoals altijd ligt de focus op kernenergie: een capaciteit, geld en energie vretende industrietak. Europa heeft innovatieve bedrijven op het gebied van hernieuwbare energie, maar heeft als het erop aan komt, niettegenstaande de aangegane verbintenissen, slechts kruimels over voor deze sector en besloten de financiële middelen en plannen voor iets anders te bestemmen. Dat is echt onacceptabel. Als we op dit gebied een voortrekkersrol willen blijven vervullen, zullen we een duidelijke en ondubbelzinnige boodschap moeten uitzenden, en dat betekent dat we de prioriteit moeten leggen waar deze nodig is.

We hebben helaas hetzelfde probleem bij de arbeidsverhoudingen. Ik wil hier graag één vraagstuk heel duidelijk naar voren brengen: de richtlijn betreffende de arbeidstijd, zoals deze er nu uit ziet en waarvoor heel duidelijk aanzienlijke concessies zijn gedaan, is een klap in het gezicht van alle jonge mensen die een toekomst willen opbouwen. Op deze manier mogen we niet met onze werknemers omgaan.

Tot slot het debat over de financiële markten. Ik kan alleen maar bevestigen wat de vorige spreker, de heer Swoboda, heeft gezegd. De laatste aanhangers van zelfregulering van financiële markten zitten hier in dit Parlement. Zelfs in de VS wordt over reguleringen nagedacht, maar aan deze kant van de oceaan doen we net alsof regulering er vanzelf komt. We zouden het signaal moeten afgeven dat we bereid zijn om een gezond raamwerk te creëren, zodat de financiële markten zich niet langer in dezelfde richting kunnen blijven ontwikkelen als tot nu toe en onzinnige financiële producten de voorrang kunnen geven boven een gezond economisch beleid. Ik ben diep teleurgesteld over dit programma.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Mijnheer de Voorzitter, in deze uitermate zorgwekkende omstandigheden, waarin de bevolking van de landen van de Europese Unie en de rest van de wereld voor fundamentele uitdagingen zijn komen te staan, is het onaanvaardbaar dat de Europese Commissie heeft nagelaten voorstellen te presenteren waarmee wordt gebroken met de beleidsmaatregelen die hebben geleid tot verslechtering van de sociale situatie, stijging van de werkloosheid en van het aantal precaire en slecht betaalde banen, crises op financieel, voedsel- en energiegebied - waarvan vooral de landen met de zwakste economieën en de meest kwetsbare bevolkingsgroepen het slachtoffer zijn - en een toenemende militarisering van de internationale betrekkingen, met alle gevaren van dien voor de wereldvrede.

Ofschoon de Europese Commissie zich ervan bewust is dat de werknemers, de consumenten en de gebruikers van openbare diensten onmiskenbaar protesteren en zich verzetten tegen de privatisering en liberalisering van deze diensten, tegen de onrechtvaardige hervormingen van de gezondheidszorg en het socialezekerheidsstelsel en tegen de voortdurend groeiende inkomsten van de economische en financiële groepen, waardoor de sociale ongelijkheden nog toenemen, staat zij erop om de aan de huidige situatie ten grondslag liggende instrumenten en beleidsmaatregelen te handhaven en te blijven toepassen. Ik denk dan vooral aan het Stabiliteitspact en zijn irrationele criteria, de liberale strategie van Lissabon en de vermeende onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank, om nog maar te zwijgen van de voorstellen voor onaanvaardbare richtlijnen zoals de arbeidstijdrichtlijn.

In een situatie als deze moet het onze eerste prioriteit zijn het ratificatieproces van het ontwerpverdrag van Lissabon een halt toe te roepen, de democratie te eerbiedigen en de uitkomst van het Ierse referendum - net als de eerder behaalde, identieke resultaten in Frankrijk en Nederland - te respecteren als een soevereine beslissing van de Ierse bevolking. Het is tijd dat de leiders van de Europese Unie lering trekken uit deze stemresultaten en uit het protest en het verzet van de werknemers en de burgers in het algemeen tegen neoliberale, militaristische en antidemocratische beleidsmaatregelen.

Op dit ogenblik zijn er in de eerste plaats concrete voorstellen nodig, zoals de voorstellen die wij in de ontwerpresolutie van onze fractie formuleren: intrekking van het Stabiliteitspact, stopzetting van privatiseringen en liberaliseringen en een monetair beleid en heroriëntatie van de Europese Centrale Bank waarin bij voorbaat aandacht wordt besteed aan werkgelegenheid met rechten, aan uitbanning van de armoede en aan sociale rechtvaardigheid, onder andere door middel van een pact voor vooruitgang en sociale ontwikkeling. Wij moeten onze minder welgestelde burgers hoop geven, banen met rechten scheppen voor onze jongeren en de gelijkheid van vrouwen en het recht op gelijke kansen voor vrouwen eerbiedigen.

 
  
MPphoto
 

  Graham Booth, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het hele programma inzake klimaatverandering heeft de EU het zoveelste excuus gegeven om haar spieren te laten rollen en de wereld te laten zien hoe belangrijk ze wel niet is, omdat het zogezegd om een probleem zou gaan dat afzonderlijke staten niet alleen aankunnen. De “20-20-20”-kreet is een typisch voorbeeld van een verlokkelijke spreuk waarmee het gemakkelijk werken is: 20 procent van het energieverbruik in de EU uit hernieuwbare bronnen, 20 procent minder koolstofemissies – en dat allemaal vóór het jaar 2020. Maar men gaat voorbij aan de belangrijkste vraag: is dit allemaal werkelijk nodig?

Ons is recentelijk door de IPCC verteld dat 2 500 wetenschappers het met elkaar eens zijn dat CO2 verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde en dat de mens de grote boosdoener is. Al Gore sluit zich daarbij aan in zijn verfoeilijke film. Sindsdien hebben echter meer dan 30 500 wetenschappers en klimatologen de Petitie van Oregon en de Verklaring van Manhattan ondertekend, waarin de conclusies van de IPCC rechtstreeks worden aangevochten met zeer overtuigend bewijs. Het komt er dus op neer dat we met klem worden verzocht de 2 500 wetenschappers van de IPCC te geloven en de 30 500 wetenschappers die een ander beeld schetsen te negeren.

Juist op het moment dat de wereld voor immense financiële problemen staat, probeert de EU landen over de hele wereld ervan te overtuigen miljarden aan belastinggeld uit te geven aan iets dat niet alleen volstrekt onnodig maar zelfs contraproductief zou kunnen zijn, als de laatste aanwijzingen voor mondiale afkoeling juist blijken. We moeten een volledig en open debat voeren over de vraag wie het bij het rechte eind heeft. Waar zijn de aanhangers van het standpunt van de IPPC bang voor?

Het zal u ongetwijfeld deugd doen te horen dat dit mijn allerlaatste toespraak in dit Parlement was, omdat ik na deze vergaderperiode met pensioen ga.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (NI). - (SK) Ik kan het in principe eens zijn met de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over het werkprogramma van de Commissie voor 2009, evenals met het document over het programma.

Ikzelf wil wijzen op de complexiteit van de voorstellen van het Parlement voor het stabiliseren van de financiële markten en het geruststellen van de consumenten in de huidige financiële crisis. Het lijdt geen twijfel dat er regulerende maatregelen nodig zijn om de transparantie voor de belegger te vergroten en de normen voor waardering, het toezicht op bedrijven en het werk van ratingbureaus te verbeteren. De Commissie moet een gedetailleerd plan ontwikkelen voor de verbetering van de wettelijke regels inzake financiële diensten en moet de richtlijnen betreffende de activiteiten van kredietinstellingen en kapitaaltoereikendheid herzien. Daarmee wordt het mogelijk om het regelgevend kader voor de financiële sector te verbeteren en het vertrouwen van de marktdeelnemers te vergroten.

In paragraaf 27 van de resolutie wordt de Commissie terecht verzocht om na te denken over de overgangsregelingen die nodig zijn op het gebied van justitie en binnenlandse zaken in afwachting van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Als echter de situatie ontstaat dat het Verdrag van Lissabon niet in werking treedt voor de verkiezingen van 2009, zal dit verzoek aan de Commissie een veel bredere reikwijdte hebben. Anders zal onze dierbare Europese Commissie voor gek staan.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe een vraag te stellen aan de leden van dit Parlement. Waar gaan de wetgevingswerkzaamheden van het Parlement en de voorstellen van de Commissie eigenlijk om? Het antwoord luidt als volgt: deze moeten ervoor zorgen dat de Europese Unie gezag verwerft bij de Europeanen, bij de burgers van de lidstaten van de Europese Unie. Ik ben er stellig van overtuigd dat het Parlement en de Europese Commissie zich zouden moeten toeleggen op wetgevingswerkzaamheden met betrekking tot het scheppen van banen en het bevorderen van de economische groei. Enkel door aan te tonen dat de Europese Unie en haar structuren dicht bij de mensen staan, kunnen we het gezag van de Europese instellingen versterken. Dat is ook nodig, aangezien dit gezag de afgelopen jaren ietwat aan belang heeft ingeboet.

Naar mijn mening is de ratificatie van het Verdrag van Lissabon momenteel niet onze hoofdprioriteit. Veeleer moeten wij alles in het werk stellen om de burgers van de Unie duidelijk te maken dat we meer werkgelegenheid willen creëren en dat we ons zorgen maken over het behoud van de bestaande arbeidsplaatsen. Daarnaast is er het volledig nieuwe probleem van de cybercriminaliteit waarmee veel mensen in aanraking komen. Er moet dringend werk worden gemaakt van een passende hiërarchie voor onze prioriteiten, want die is wat mij betreft op dit ogenblik volkomen zoek.

 
  
MPphoto
 

  Margot Wallström, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen het Parlement bedanken voor het feit dat het mijn suggestie heeft overgenomen om de interinstitutionele dialoog over het werkprogramma van de Commissie een meer politiek karakter te geven door er de fracties, de voltallige vergadering en de commissies bij te betrekken. Ik denk dat u met uw toespraken tot dusver een goede start hiermee heeft gemaakt.

Het werkprogramma van dit jaar zal het laatste zijn van deze Commissie. Het is opgesteld onder zeer bijzondere en specifieke omstandigheden: de follow-up van de oorlog in Georgië, de situatie in onze buurlanden, de onzekerheden rond het Verdrag van Lissabon na het Ierse “nee”, het omhoog schieten van de brandstof- en grondstofprijzen, de stijging van de voedselprijzen, de inflatie – waardoor de koopkracht wordt bedreigd – en, last but not least – u heeft het allemaal al ter sprake gebracht – de financiële crisis waardoor banken en andere kredietinstellingen worden getroffen.

Ik hoef u er niet aan te herinneren dat wat we in de eerste helft van volgend jaar gaan doen ook de context van de Europese verkiezingen zal bepalen. Vandaar dat we vorig jaar bij de presentatie van de jaarlijkse beleidsstrategie benadrukten dat we zouden vasthouden aan ons voornemen van een “Europa van resultaten” en van het realiseren van concrete voordelen voor de burger.

De hoofdbeleidsprioriteiten die de Commissie-Barroso voor volgend jaar voor ogen staan, zijn nog steeds opgebouwd rond vijf pijlers, maar de omstandigheden zijn veranderd en we staan voor nieuwe en dringende uitdagingen.

De eerste pijler is het bevorderen van duurzame groei en werkgelegenheid. Meer dan ooit moeten we ons richten op de vraagstukken van vandaag. Wat kunnen we doen voor het stimuleren van de economische groei, de werkgelegenheid en de sociale stabiliteit in een periode van stijgende inflatie? Hoe kunnen we door het uitbreiden en versterken van de instrumenten waarover de Unie – en ook de Commissie – beschikt, de financiële stabiliteit vergroten, wat een belangrijk onderwerp van discussie is? Zoals u weet staat de financiële crisis ook bij ons elke week bovenaan de agenda. We hebben een soort stappenplan vastgesteld, maar we hebben ook gesproken over het opstellen van een voorstel inzake kapitaalvereisten voor banken, om de bestaande regels te verscherpen. Ook zijn we bezig met een voorstel voor het reguleren van ratingbureaus, die zoals u weet een zeer belangrijke rol op de financiële markten hebben gespeeld, ook in deze crisis. Natuurlijk geloven we dat goed doordachte voorstellen ook erg belangrijk zijn voor het bestrijden van de gevolgen van de financiële crisis. We zijn dus actief, en dat zal zo blijven. Een ander punt van zorg is de vraag hoe we op de stijgende olie-, voedsel- en grondstoffenprijzen moeten reageren. Het is niet onze taak om de markt elke dag tot op microniveau te beheren, maar bij een gemeenschappelijke markt moet wel zorgvuldig worden gekeken naar de manier waarop kan worden gezorgd voor langetermijnstabiliteit in het financiële systeem. Dat is de eerste pijler.

Onze tweede grote inspanning betreft het bevorderen van de overgang naar een emissiearme en hulpbronnenefficiënte economie. De bijeenkomst van Kopenhagen wordt een groot mondiaal rendez-vous waarop een post-Kyoto/post-2012-overeenkomst inzake klimaatverandering moet worden gesloten. Europa moet zich goed voorbereiden en zijn rol als voorloper in de strijd tegen klimaatverandering handhaven. We moeten ook het nodige werk verrichten om bijstand te verlenen bij de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering, zodat we een leidinggevende rol kunnen vervullen in de ontwikkeling van verstandige groei.

De derde pijler heeft te maken met een gemeenschappelijk immigratiebeleid. We willen dat beleid werkelijkheid laten worden, overeenkomstig onze mededeling van juni, en ook werken aan een immigratieverdrag. Vervolgens zullen we zo’n verdrag in praktijk moeten brengen om werkelijk te kunnen spreken van een gemeenschappelijk beleid op dit terrein.

De vierde pijler heeft betrekking op de vraag hoe we onze intenties kunnen omzetten in beleid waarin onze burgers centraal staan. De herziene sociale agenda en de gezondheidsstrategie van de EU zullen, evenals de vraag hoe we de rechten van consumenten verder kunnen versterken, als leidraad fungeren voor ook onze activiteiten op dit terrein.

Tot slot zullen we blijven streven naar ons doel van consolidatie van de rol van Europa als mondiale partner. Wat het extern beleid betreft, zijn de uitdagingen voor 2009 u goed bekend: het uitbreidingsproces, de nabuurschapsbetrekkingen, de goede afloop van de onderhandelingen in het kader van de Doha-ronde, het verbeteren van onze staat van dienst met betrekking tot ontwikkelingsbijstand en volledige samenwerking met de nieuwe Amerikaanse regering.

Uit het feit dat we dit debat nu voeren, blijkt dat het Parlement al vroeg bij het programma wordt betrokken. Feitelijk bestaat het programma immers nog niet eens. We zullen uw inbreng en suggesties in onze discussie meenemen. Om geloofwaardig en daadwerkelijk effectief te zijn, moeten de verzoeken van het Parlement aan de Commissie echter wel duidelijk zijn. Dat geldt met name voor 2009. In het Parlement zijn er namelijk uiteenlopende meningen over de prioriteiten die voor volgend jaar moeten worden vastgesteld.

Ik hoop dat de meesten hier het met me eens zijn dat we gezamenlijk een positieve agenda voor 2009 moeten opstellen en ons moeten concentreren op de hoofdpunten. Ik geloof dat we alleen initiatieven moeten behandelen die werkelijk verschil kunnen maken. Wij moeten niet alleen onze voorstellen zorgvuldig kiezen, maar ook zorgen voor een goede communicatie erover, zodat de Europese burgers zich een goed oordeel kunnen vormen over wat de EU voor hen doet en kan doen.

Ik ben dus dankbaar dat we dit debat precies op het moment houden waarop we het programma opstellen. We zijn voornemens het programma volgende maand aan te nemen en het vervolgens op 19 november met heel het college aan de voltallige vergadering van het Parlement voor te leggen. Ik heb goed nota genomen van uw opvattingen en kan u verzekeren dat deze ons zullen helpen met het opstellen van een werkprogramma met concrete initiatieven die de Europese burger tastbare, concrete veranderingen zullen brengen.

 
  
MPphoto
 

  Piia-Noora Kauppi (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals de heer Nassauer al heeft gezegd, is de PPE-DE-Fractie erg blij met de inhoud van het jaarlijks wetgevend programma. Dankzij het verbeterde proces is het Parlement nu al betrokken bij het programma, waardoor het voor ons gemakkelijker is om verbeteringen aan te brengen.

Als lid van de Commissie economische en monetaire zaken zou ik me willen concentreren op de eerste pijler: groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen. Ik denk dat de wijze waarop we op de financiële crisis reageren, voor deze pijler een cruciale factor is. In de PPE-DE-Fractie zijn we van mening dat we in Europa al beschikken over vrij goede wetgeving. Alles wat we nu doen, zou gebaseerd moeten zijn op de bestaande wetgeving en de verbetering daarvan. We zien geen noodzaak voor radicale hervormingen in Europa. We geloven dat eerst zachte wetgeving overwogen moet worden. Dat is ook de meest effectieve manier voor het aanpakken van mondiale vraagstukken. De financiële markten strekken zich uit over de hele wereld. We kunnen in Europa niet doen alsof we op een eiland zitten. Ook zijn we van mening dat het huidige regelgevings- en toezichtkader, het zogenoemde “Lamfalussy-kader”, al veel verbeteringen bevat. We staan volledig achter het werk van de Commissie op dit terrein.

Het tweede vraagstuk is klimaatverandering. De klimaatverandering zal de economische groei en werkgelegenheid in Europa beïnvloeden. We moeten niet de fundamentalistische opvatting over de aanpak van klimaatverandering volgen, volgens welke Europa onmiddellijk moet handelen en alles tegelijk moet doen, desnoods zonder de steun van de rest van de wereld. Zelfs als we tot een emissiereductie van dertig procent zouden besluiten, zou dat niet voldoende zijn om de klimaatverandering te stoppen. Wat we nodig hebben, is een wereldwijde, effectieve aanpak, en die komt waarschijnlijk uit Kopenhagen. Tot dan mogen we onszelf niet straffen. Wij mogen vooral het Europees concurrentievermogen niet te zeer straffen. Veeleer hebben wij behoefte aan een realistische benadering inzake klimaatverandering in Europa.

Mijn derde opmerking betreft, tot slot, het MKB. Het MKB is essentieel voor economische groei in Europa. Bij het samenstellen van het sociaal pakket, bijvoorbeeld, zouden we steeds de mening van deze bedrijven in aanmerking moeten nemen, in het bijzonder als het gaat om het sociale kader in Europa. Het sociaal pakket zou geen last voor het MKB mogen zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jan Andersson (PSE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik zal mij concentreren op de sociale EU. Toen de sociale agenda er kwam, zeiden wij dat die te beperkt en te laat was. Als we nu kijken naar het werkprogramma van de Commissie en ook naar de gezamenlijke resolutie, dan zien we dat werkgelegenheidskwesties en sociale vraagstukken geen speciale prioriteit krijgen. Ze hebben prioriteit voor de mensen, maar niet voor de Commissie. Dat komt niet overeen met de eisen van de mensen.

In de resolutie die wij, sociaaldemocraten, hebben opgesteld, brengen wij een aantal punten naar voren. Een van die punten betreft mensen met atypisch werk, een groep die steeds groter wordt. Mensen met atypische banen moeten op fatsoenlijke wijze worden beschermd. Zij zijn degenen die worden blootgesteld aan en getroffen door ongemotiveerd ontslag. Hiervoor moeten minimumnormen op de gemeenschappelijke arbeidsmarkt komen. Ook moeten we het Fonds voor de aanpassing aan de Globalisering opnieuw bekijken en zien of we nog betere voorwaarden kunnen scheppen voor degenen die worden getroffen door werkloosheid ten gevolge van herstructurering, zodat ze een opleiding kunnen volgen en nieuw werk kunnen vinden. We hebben een aantal voorstellen op het gebied van het arbeidsmilieu.

Tot slot zou ik willen wijzen op het vraagstuk dat maandag in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken aan de orde is gekomen. Door de arresten van het Hof van Justitie zijn de mensen ontzettend bang geworden dat er sociale dumping in de EU komt, dat het beleid daarop wordt afgestemd. Wij zijn erin geslaagd de richtlijn over terbeschikkingstelling van werknemers open te breken, om gelijke behandeling te garanderen en om in het primaire recht duidelijk te maken dat grondrechten zoals het recht van staking niet ondergeschikt zijn aan vrij verkeer. Ik hoop dat de Commissie dit nu opneemt. Het is goed dat u een forum organiseert, maar u moet ook concrete voorstellen indienen die sociale dumping tegengaan en die de werknemers een redelijk loon en redelijke arbeidsomstandigheden bieden.

 
  
MPphoto
 

  Diana Wallis (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, toen we de vorige keer met commissaris Barroso over het werkprogramma spraken, zei ik dat de Commissie terecht probeerde om niet te vervallen in wat ik “end of term-itis” (einde-mandaat-ontsteking) noemde. Zo vlak voor de Europese verkiezingen bevindt het Parlement zich echter in een zeer moeilijke situatie. Elke fractie wil een eigen stempel op het programma drukken; dat is niet meer dan normaal. Maar we moeten als Parlement ook proberen om in deze dialoog met de Commissie met één stem te spreken, zodat enige duidelijkheid ontstaat. U zult zien dat de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie zich bij de gezamenlijke resolutie heeft aangesloten, maar wij nemen ook dingen van andere fracties over om te proberen een evenwicht te bewerkstelligen in het Parlement, wat vaak onze rol is.

Dit zijn werkelijk zenuwslopende tijden voor de Europese burgers. Iedereen is onzeker over de toekomst. De financiële opschudding in de wereld wekt ongerustheid over schulden, werkgelegenheid, gezondheidskosten en pensioenen en creëert een klimaat waarin eerlijkheid en gelijkheid gemakkelijk over boord worden gegooid, omdat iedereen voor zijn eigen hachje vecht.

De klimaatverandering brengt haar eigen problemen met zich mee. Wij zullen onze leefstijl moeten aanpassen en geconfronteerd zijn met brandstofkosten in een heel andere wereld.

In deze tijd van mondiale problemen zou de EU natuurlijk de erkenning moeten krijgen die haar toekomt, omdat ze een multinationaal bereik heeft. Maar als liberalen en democraten zouden we willen zeggen: o.k., laten we gebruik maken van dat bereik, maar laten we niet te ver reiken. De EU zou als paraplu moeten fungeren; zij moet controle uitoefenen, maar ze moet haar burgers ook keuzevrijheid laten, zodat de individuele burger in deze onzekere tijden weer het gevoel krijgt dat hij de situatie onder controle heeft.

We zijn dus voor meer toezicht op de financiële markten en spelers, maar ook voor meer keuze en meer redresmogelijkheden voor de consument. We willen in Europa niet nog een crisis meemaken zoals dat van Equitable Life. We zijn vóór meer arbeidsmobiliteit, vóór meer samenwerking bij sociale voorzieningen, maar ook vóór rechtvaardigheid en non-discriminatie, en vóór meer keuze in de gezondheidszorg en meer patiëntenmobiliteit. Laten we onze burgers dus geen levenswijze opdringen maar een keuze laten.

Dé manier om mensen die bezorgd zijn over de toekomst weer een gevoel van zekerheid te geven, is ze het gevoel geven dat ze zelf iets aan die toekomst kunnen doen, dat ze hun toekomst in eigen handen hebben. Dat thema zal als leidraad fungeren bij de keuzes die de liberalen en democraten met betrekking tot deze resolutie zullen maken. Vóór Europa, maar ook vóór keuzevrijheid en ‘empowerment’.

 
  
MPphoto
 

  Seán Ó Neachtain (UEN) - (GA) Mijnheer de Voorzitter, het grootste probleem van de Commissie, de Raad en natuurlijk het Europees Parlement is dat de economie op zeer korte termijn weer vlot moet worden getrokken. Europa zal geen sociaal fonds krijgen om mensen in een achterstandsituatie te helpen als de economie niet beter wordt. We moeten deze uitdaging onmiddellijk het hoofd bieden.

Gelet op wat er in de financiële markten is gebeurd, denk ik niet dat we op dezelfde voet kunnen doorgaan als dit jaar. Het huidige gedoe met de regels voor de financiële markten moet stoppen. Het publiek maakt zich hier grote zorgen over en we moeten de burgers geruststellen. We moeten snel handelen.

In de Europese Unie moeten wij allemaal meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ik ben ingenomen met het feit dat hier in de periode 2007-2013 55 miljard aan zal worden besteed. We moeten op dit gebied bij blijven en concurrerend zijn, om werkgelegenheid te creëren en de wereld waarin we nu leven een sterk economisch fundament te garanderen.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, we worden momenteel geconfronteerd met een explosief mengsel van sociaal verval, culturele conflicten, steeds grotere democratische tekorten, dreigende knelpunten in de bevoorrading, inflatie, geïmporteerde veiligheidsrisico’s en een speculatiebel die elk moment uiteen kan spatten. Al veel te lang zijn de zorgwekkende ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de zorgen van de burgers genegeerd.

Het is de hoogste tijd om juiste prioriteiten te stellen. Wat betreft de voedselcrisis geloof ik dat een renationalisering van het landbouwbeleid onvermijdelijk is, als wij zelfvoorzienend willen blijven. De problemen met de illegale massa-immigratie moeten eindelijk worden opgelost, en er moet een zinvol gezins- en geboortebeleid voor de autochtone bevolking worden ingevoerd. De burgers moeten worden beschermd tegen met EU-geld gesubsidieerde bedrijfsverplaatsing en er moet een halt worden toegeroepen aan belastingfraude en de verspilling van belastinggeld. We moeten ophouden het familiezilver van de EU tegen spotprijsjes te verkopen en het te offeren op het altaar van de privatiseringseuforie, en we moeten eindelijk accepteren dat het Verdrag van Lissabon schipbreuk heeft geleden.

Als de EU verstandig is, kunnen we de huidige crisis overleven. Zo niet, worden we waarschijnlijk geconfronteerd met een gestage ondergang van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Salvador Garriga Polledo (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie wil alleen maar benadrukken dat het met het huidige financieel begrotingskader 2007-2013 zeer moeilijk is om doeltreffend op de nieuwe politieke prioriteiten te reageren. Zowel dit Parlement als mijn fractie heeft gezegd dat het onmogelijk is nieuwe politieke prioriteiten vast te stellen als er niet voldoende geld voor beschikbaar is.

Nu zien we dat er binnen het financieel kader geen ruimte is voor de nieuwe politieke initiatieven die de Raad en de Commissie hebben genomen voor bijvoorbeeld de voedselhulp en de hulpverlening aan Georgië, en daarvoor moeten oplossingen worden gevonden. We moeten er echter voor waken dat de aangedragen oplossingen de bestaande plannen en de beschikbare middelen binnen het Interinstitutioneel Akkoord schade berokkenen. We denken dat we in dat opzicht buitengewoon strikt moeten zijn.

We moeten ervoor zorgen dat de benodigde middelen volledig beschikbaar zijn. In de resterende jaren moeten we alle aspecten van het Interinstitutioneel Akkoord aangrijpen om adequate financiering van onze prioriteiten te verzekeren en we moeten gebruik maken van de huidige begrotingsherziening - die een beetje in vergetelheid is geraakt - om een adequate oplossing te vinden voor de tekorten die zullen ontstaan als de realiteit ons nieuwe politieke noodmaatregelen voorschrijft.

Daarom vragen wij de Commissie zich extra in te spannen en zo spoedig mogelijk met haar voorstel tot herziening van de begroting over de brug te komen.

 
  
MPphoto
 

  Evelyne Gebhardt (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, de scepsis van de burgers over de Europese Unie is tegenwoordig goed te merken, en daar is een reden voor. Zij is te wijten aan de beleidsmaatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen en de manier waarop deze bij de burgers zijn overgekomen.

Daarom is het heel belangrijk dat de Europese Commissie en de andere instellingen van de Europese Unie hun beleid sterker richten op het leven van de burgers en hun de indruk geven en laten zien dat de Europese Unie echt iets voor haar burgers doet.

Hiervoor is het ook belangrijk dat we sterker focussen op wat we zouden moeten doen, bijvoorbeeld als wij onderzoeken wat nodig is. Het consumentenscorebord is bijvoorbeeld een heel belangrijk instrument en moet verder worden uitgebouwd, zodat we beter rekening kunnen houden met de zorgen en belangen van de burgers op dit gebied.

Het tweede belangrijke punt in dit verband is een betere impactanalyse van de EU-wetgeving. Het is niet genoeg alleen de economische effecten te beoordelen. We hebben ook duidelijke effectbeoordelingen in de sociale sfeer nodig, zodat we weten welke gevolgen de door ons aangenomen wetgeving heeft voor de burgers en we de burgers kunnen laten zien dat we weten wat we willen en wat we doen, en dat wat we doen positieve gevolgen kan hebben voor hun levens.

Het is ook belangrijk om de burgers in de hele Europese Unie dezelfde rechten te geven. Ik verzoek u dan ook om te blijven werken aan de verdere ontwikkeling van collectief beroep en gezamenlijke rechten. Dat zou een heel belangrijk signaal zijn voor de burgers.

 
  
MPphoto
 

  Bernard Lehideux (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, de Commissie lijkt zich te gedragen als een niet goed oplettende leerling die zich enorm moet haasten om zijn huiswerk op tijd af te krijgen. Jazeker, het sociaal pakket bestaat, maar het is niet compleet en kan enkel en alleen worden gezien als een stap in de richting van een werkelijk engagement van de Commissie voor sociale kwesties.

De voorzitter van de Commissie heeft de ernst van de waarschuwing die de burgers van Frankrijk, Nederland en Ierland hebben gegeven, niet begrepen. Diezelfde waarschuwing zou elders helaas ook zijn gegeven als er meer referenda waren gehouden. De resultaten van de genoemde referenda zijn een uitnodiging om zich te beraden en opnieuw te beginnen. Als mensen meer Europa willen, dan is dat omdat ze een betere maatschappij willen creëren, en niet om nog meer obscure richtlijnen aan te nemen.

Wetgeving voor de interne markt is beslist noodzakelijk, maar het is zeker niet onze eerste zorg. Het programma voor 2009 slaat trouwens – net als de voorgaande programma’s – de plank mis. De burgers verwachten van de Commissie niet dat ze zich beperkt tot het uitvaardigen of vereenvoudigen van wetgeving. Ze verwachten van de Commissie dat ze zich naar behoren van de haar met de Verdragen toevertrouwde taak kwijt. De Commissie moet de motor, de ideeënbus van de Unie zijn.

Het volstaat dus niet dat de voorzitter van de Commissie zich braaf gedraagt en zich achter de voorzitter van de Raad verschuilt. We willen dat de Commissie zich opstelt als één van de belangrijkste organen voor de vormgeving van de maatschappij die we moeten opbouwen. Wat voor soort maatschappijbeeld komt uit dit programma nu eigenlijk naar voren? Het programma voor 2009 heeft geen ernstige gebreken, maar het is niet het soort programma dat onze burgers nu nodig hebben.

Mijnheer de voorzitter, we moeten het aan de volgende Commissie overlaten om de verantwoordelijkheid te nemen. Ik hoop nu maar dat dát team beter zal luisteren naar de stem van de Europese burgers dan de huidige Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Schwab (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, dames en heren, we kunnen niet ontkennen dat de boodschappen die de plenaire vergadering de Commissie vandaag geeft, zo uiteenlopend zijn dat ze nauwelijks meer te overzien zijn. Ik zal me daarom in de mate van het mogelijke op een paar punten concentreren, in de hoop dat mijn collega’s ermee kunnen instemmen.

Ik geloof dat we het met elkaar eens kunnen zijn – en u hebt het, mevrouw de vice-voorzitter, zelf eerder al gezegd – over het feit dat de Europese Unie zich moet houden aan het basisprincipe van de sociale markteconomie en de belangen van bedrijven en consumenten even goed moet behartigen. In individuele gevallen is dat natuurlijk een moeilijke afweging waarvan de uitkomst varieert naar gelang van het politieke standpunt. Ik geloof evenwel – en hier wil ik me graag aansluiten bij hetgeen de heer Nassauer zei – dat de Commissie de komende maanden een beter gevoel voor subsidiariteit moet ontwikkelen.

Als we kijken naar het soort voorstellen dat u hebt gedaan voor de aanschaf van milieuvriendelijke voertuigen of naar de voorstellen voor milieuvriendelijk kopen die u van plan bent op te nemen in het werkprogramma, dan zien wij dat volgens u onze burgemeesters, als gewone stervelingen, niet in staat zijn om zelf milieuvriendelijke maatregelen te treffen, en u daarom, vanuit uw stoel in het centrum van Europa, hun wilt voorschrijven wat ze moeten doen. We denken dat dit de verkeerde aanpak is. Wij willen dat de mensen zelf begrijpen dat milieuvriendelijk kopen in hun eigen belang is. Daarom hebben we meer subsidiariteit nodig in deze sectoren, meer best practices en minder dirigisme.

Mevrouw de vice-voorzitter, mag ik de Commissie ook vragen in de toekomst meer moed te tonen bij de onderhandelingen met lidstaten, bijvoorbeeld als het gaat om de vraag hoe we de consumentenbescherming in de Europese Unie moeten harmoniseren in het belang van zowel ondernemingen als consumenten? Harmonisering heeft alleen zin als we echt de hele wetgeving inzake consumentenbescherming aanpakken en de lidstaten geen kans meer geven om her en der nog te sleutelen aan het geharmoniseerde acquis. Anders heeft het geen enkele zin.

 
  
MPphoto
 

  Claudio Fava (PSE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, mevrouw de commissaris, 2009 is een jaar waarin we niet alleen mogen stemmen, maar waarin wij ook antwoorden moeten geven op specifieke vragen van onze kiezers. Eén vraag betreft de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Waarom willen we die tot stand brengen? Hoe willen we dat doen en wanneer? We moeten daarop antwoorden met een ambitieus beleids- en wetgevingsprogramma, en daarmee is de Commissie tot nu toe nog niet op de proppen gekomen, mevrouw de commissaris.

We verwachten overtuigende wetgevingsvoorstellen op het terrein van het immigratiebeleid, vooral voor inreis- en asielbeleid. Daarmee kunnen wij dit grondrecht in de gehele Europese Unie zekerstellen en voorkomen dat er een tegenstelling ontstaat tussen beleid voor legale en illegale immigratie, wat ons absoluut ongepast lijkt. Wij geloven dat er een politieke context nodig is, een gemeenschappelijk regelgevingskader. Naast beleid om de immigratie in te perken is er ook behoefte aan integratiebeleid en legale immigratiekanalen.

We verwachten overtuigende voorstellen op het terrein van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, voorstellen die berusten op wederzijdse erkenning van procedurele waarborgen. Die wederzijdse erkenning ontbreekt nog, en zonder dergelijke voorstellen riskeert de bestrijding van de georganiseerde misdaad en terrorisme louter retoriek te blijven.

Tot slot verwachten we meer moed bij de bescherming van de grondrechten, die de kern van het justitiebeleid blijven vormen. Het nieuwe Bureau voor de grondrechten moet, na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, het voornaamste werktuig hiervoor worden.

Mevrouw de commissaris, we verwachten dat het programma dat de Commissie een dezer dagen zal indienen, laat zien dat u zich hiervan bewust bent.

 
  
MPphoto
 

  Jean Marie Beaupuy (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, de commissaris heeft zelf gezegd dat ze een duidelijker zichtbaar Europa wil, een Europa dat voor de burgers iets betekent.

Welnu, de belangrijkste post op de begroting is het cohesiebeleid, dat 36 procent van de begroting van de Unie opslokt. Als er één sgebied is waar de burgers praktische en tastbare resultaten van Europa’s inspanningen en doorzettingsvermogen kunnen zien, dan is het wel het Cohesiefond.

Zoals reeds aangegeven zal 2009 een belangrijk jaar worden. Er zal een nieuw Europees Parlement worden gekozen en er zal een nieuwe Commissie worden samengesteld. Dat betekent dat het voor bepaalde beleidsgebieden een leeg jaar wordt, een pauze. Als het echter om het cohesiebeleid gaat, kunnen we onszelf geen pauze gunnen. We kunnen de programma’s die nu worden geïmplementeerd niet stopzetten, en – belangrijker nog – we kunnen niet verhinderen dat deze programma’s vruchten afwerpen. Iedereen hier weet in welke mate ons cohesiebeleid het dagelijks leven van de mensen in Portugal, Spanje, Ierland en de overige landen van Europa heeft verbeterd.

De Commissie zal ons daarom een gedetailleerd werkprogramma voor de cohesie in het jaar 2009 moeten voorleggen. Ik herhaal: cohesie is en blijft de belangrijkste post op de begroting en voor de burgers de meest tastbare uitdrukking van al hetgeen we hebben bereikt. 2009 mag dus geen “leeg” jaar zijn; het moet een jaar van vooruitgang zijn binnen het kader van de programmeringsperiode 2007-2013.

Ik dank de commissaris en haar collega’s bij voorbaat voor hun voorstellen op dit gebied.

 
  
MPphoto
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter van de Commissie, 2008-2009 vormt een overgangsperiode, aangezien we nu een weergaloze economische crisis doormaken. Het is ook een Europees verkiezingsjaar, wat helaas betekent dat het een verloren jaar kan worden.

We moeten al het mogelijke doen om ervoor te zorgen dat onze ondernemingen concurrerend blijven. Verder moeten we onze medeburgers ervan overtuigen dat Europa het antwoord is. Helaas is dit programma erg vol – te vol. En het komt te laat, terwijl daar de afgelopen jaren vaak genoeg tegen gewaarschuwd is.

Wat klimaatverandering betreft, heeft mevrouw Wallström gezegd dat we pioniers moeten zijn op het gebied van ‘slimme’ groei. Daar zijn we het allemaal mee eens, maar we moeten ofwel allemaal samen een inspanning leveren, of niets doen. Europa kan dit alles namelijk niet alleen aan. Als we dat probeerden, zouden we onszelf de das omdoen. Het heeft geen zin om over een mondiale overeenkomst inzake klimaatverandering te praten, als China, de Verenigde Staten, Brazilië en India niet meedoen. Een overeenkomst zonder de handtekening van China is geen overeenkomst.

Met betrekking tot gezondheidszorg is ons verteld dat er een geneesmiddelenpakket komt. Eindelijk! We hebben al jaren aangedrongen op zo’n pakket. En nu komt het net op het moment waarop we een begin maken met de voorbereidingen op de verkiezingen. Het is echter nog steeds een bron van frustratie. Hoe kunnen we ons dralen bij het bestrijden van namaakmedicijnen goedpraten, als zulke medicijnen een reële bedreiging voor de gezondheid vormen en het namaken van geneesmiddelen een ernstige misdaad is? We hadden veel eerder kunnen beginnen met het werk aan de traceerbaarheid van medicijnen en de invoering van een verbod op herverpakking.

Tot slot is het van fundamenteel belang dat we ons beleid voor consumentenbescherming versterken, zeker in het licht van al de voedselcrises en –schandalen die de wereld doormaakt.

Daarom vraag ik u, mevrouw Wallström, dringend ervoor te zorgen dat 2009 geen verspild jaar wordt.

 
  
  

VOORZITTER: ADAM BIELAN
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, Europa is de afgelopen tijd gewend geraakt aan een relatief sterke economische groei en economische welvaart. Ik ben bang dat aan deze periode nu, in elk geval tijdelijk, een einde komt. De belangrijkste prioriteiten van de Commissie, het Parlement en de Raad zouden in het komende jaar dan ook juist gericht moeten zijn op herstel van de economische groei en versterking van de sociale cohesie. Het systeem voor toezicht op de financiële markten in de Unie moet worden verbeterd, er moet worden gewerkt aan een effectievere economische en fiscale coördinatie, inclusief de coördinatie van het systeem van directe belastingen, en duidelijke maatregelen tegen belastingfraude. Er moet zo snel mogelijk een allesomvattend voorstel worden voorgelegd voor een extern beleid op het gebied van energie, inclusief actieve steun voor het opzetten van energie-infrastructuur. In een tijd van economische onzekerheid is het eveneens noodzakelijk dat de Commissie veel uitdrukkelijker dan voorheen bevestigt dat zij vastbesloten is de sociale rechten te ondersteunen, en ik hoef u er niet aan te herinneren dat de belangrijkste prioriteit in het komende jaar ook de afronding van de ratificatie van het Verdrag van Lissabon en uiteraard de implementatie ervan zou moeten zijn.

 
  
MPphoto
 

  Lambert van Nistelrooij (PPE-DE). - Voorzitter, commissaris Wallström sprak zojuist over het bereiken van de burger. Welnu, het cohesiebeleid met duizenden kleinschalige programma's in regio's en steden vormt het meest zichtbare actieonderdeel van de Europese Gemeenschap. Wij gaan daarmee de komende tijd ook actief naar de burger, ik denk onder andere aan de open dagen van regio's en steden in de komende weken hier in Brussel, maar ook velerlei activiteiten in de lidstaten. So far so good.

Er zijn echter ook aanpassingen nodig en ik noem er twee. Allereerst is er de vurige wens van het Parlement om het Europees solidariteitsfonds te flexibiliseren. Burgers verwachten bij natuurrampen, bij overstromingen, snelle actie. Wij hebben daar een kijk op en de Europese Raad blokkeert al een paar jaar dat debat. Laten wij in ieder geval zorgen dat dat losgetrokken wordt.

Ten tweede moet het groenboek over de territoriale cohesie, dat in oktober wordt verwacht, de basis leggen voor het cohesiebeleid na 2013: geen renationalisatie, maar wel een blijvende Europese inzet, één integraal beleid op Europees niveau. Wij zien een concentratie in een aantal regio's in Europa, dat is een gevolg van de globalisering en dat moet ook. Tegelijkertijd moeten wij echter een visie hebben over de manier waarop een evenwichtige ontwikkeling in Europa mogelijk kan worden gemaakt in alle gebieden, met hun eigen kwaliteiten in het brede scala van landbouwontwikkeling, van R&D, van ecologie, enzovoort.

De interne markt heeft veel goeds gebracht en die is bijna voltooid. Toch komt het cohesiebeleid nu in een nieuwe fase. Het groenboek zal daarvoor de basis leggen, legislatieve stappen volgen daarna in de nieuwe periode.

 
  
MPphoto
 

  Κaterina Batzeli (PSE). (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst commissaris Wallström van harte bedanken. Dankzij haar medewerking zijn wij erin geslaagd een gemeenschappelijke lijn vast te stellen voor het communicatiebeleid en het prioriteitenprogramma van niet alleen de Europese Commissie maar ook het Europees Parlement. Dit alles valt onder het Interinstitutioneel Akkoord dat wij hebben verankerd en dat wij zullen presenteren.

Mevrouw Wallström, wij weten allen - en u zei het zelf ook volkomen terecht - dat het vraagstuk van de eerste pijler, dat wil zeggen het sociaal beleid, een prioriteit moet zijn van het Europees communicatiebeleid, maar ook van het kernbeleid van de Europese Unie, van een beleid dat niet alleen de burgers respecteert maar ook bakens uitzet, structuren ontwikkelt en een eigen gedaante verwerft in het internationale kader van de globaliseringscrisis.

Daar is niemand het mee oneens. Staat u mij echter toe te zeggen dat in uw programma specifieke voorstellen ontbreken, voorstellen voor bepaalde markten maar ook voor het beheer van enkele belangrijke vraagstukken zoals de bescherming van intellectuele eigendomsrechten, waar de Commissie op vastberaden wijze een oplossing voor moet vinden. In haar recente mededeling heeft zij immers vermeden een concreet voorstel te formuleren en zich enkel beperkt tot technocratische vraagstukken, zonder te kijken naar de inhoudelijke vraagstukken.

Wat onderwijs en immigratiebeleid betreft ben ik van mening dat u deze vraagstukken in uw document op de voorgrond moet plaatsen.

 
  
MPphoto
 

  Georg Jarzembowski (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, ik wil de lof van dit Parlement aan uw adres wat afzwakken, al is het maar een beetje, namelijk daar waar het om de passagiersrechten gaat.

Wij vragen de Commissie dringend een voorstel te doen voor een uitgebreid pakket maatregelen inzake passagiersrechten in de hele vervoerssector. Gelukkig hebben we al passagiersrechten in de luchtvaart, hoewel deze nodig moeten worden herzien, omdat een aantal luchtvaartmaatschappijen de verordening niet toepast zoals wij het willen. Dit jaar hebben we ook de passagiersrechten voor treinreizigers geregeld, en die moeten volgend jaar worden geïmplementeerd.

Maar, mevrouw de commissaris, er waren passagiersrechten aangekondigd voor mensen die verre busreizen maken, en er is een debat geweest over passagiersrechten voor veerdiensten. We zien deze twee voorstellen niet terug in het werkprogramma. We hebben deze voorstellen nodig, als we passagiersrechten voor de hele vervoerssector willen, want wij zijn het eens met de Commissie: een van de beste manieren om de burger op de eerste plaats te zetten is het introduceren van passagiersrechten in de hele vervoerssector.

Dan wil ik nog kort een tweede punt noemen. Wij hopen dat de Commissie, zoals voorzien, de geplande verkeersbeheerssystemen zal implementeren. Meer bepaald gaat het om SESAR met betrekking tot het gemeenschappelijk luchtruim en ERTMS met betrekking tot het gemeenschappelijk Europees beheerssysteem voor spoorvervoer. Met deze verkeersbeheerssystemen, mevrouw de vice-voorzitter, maken we niet alleen het vervoer veiliger en goedkoper, maar dragen we ook bij aan de bescherming van het milieu. U hebt daarom ook onze volledige steun voor een snelle ontwikkeling van deze systemen.

 
  
MPphoto
 

  Ingeborg Gräßle (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, dames en heren, er doen zich geen nieuwe vraagstukken voor bij de begrotingscontrole. Wij zijn tevreden met de oude vraagstukken, en zouden ook tevreden zijn met vooruitgang bij deze oude vraagstukken.

Ik heb vijf punten. Ten eerste vragen wij dringend om steun aan Roemenië en Bulgarije bij het opbouwen van de rechtstaat, de rechtspraak en de financiële controle. We willen over twee jaar niet net zover zijn als nu; dus dit punt is heel belangrijk voor ons.

Het tweede punt is de betrouwbaarheidsverklaring voor de hele begroting na de gefaseerde controleprocedure met de betrokkenheid van de nationale rekenkamers. Het zou fijn zijn indien wij hier, in het laatste half jaar dat de Commissie nog rest, flink wat vooruitgang konden boeken, of het tenminste met elkaar eens konden worden over een gezamenlijke weg. Als je begrotingsinspecteur bent, word je vanzelf bescheiden.

Het derde punt is vereenvoudiging. We moeten de lagere bestuurslichamen van de lidstaten meer helpen bij het implementeren van EU-wetgeving. Het is duidelijk dat veel onderdelen van de EU-wetgeving boven hun pet gaan, waardoor het foutpercentage zo hoog is.

Ten vierde de hulp aan het buitenland. Hier wil ik graag met name Kosovo noemen en de samenwerking met de Verenigde Naties. De Commissie begrotingscontrole is in Kosovo geweest, en ik wil graag nu al aankondigen dat Kosovo een rol zal spelen bij de begrotingskwijting. Ik geloof dat wij hier veel minder hebben gedaan dat wij als Europese Unie hadden kunnen doen en hier dringend een en ander moeten inhalen.

Mijn vijfde punt is de verbetering van de samenwerking tussen de lidstaten bij de bestrijding van fraude. We hebben hier vooral huiswerk voor de dames en heren van de Raad. In november zal het Parlement stemmen over de verordening die de rechtsgrondslag zal vormen voor de bestrijding van fraude, en dan zullen we met elkaar moeten overleggen wat we moeten doen om betere resultaten op dit gebied te bereiken. Daar was tot nu toe tenminste onze gezamenlijke wens.

 
  
MPphoto
 

  Genowefa Grabowska (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, er is in dit Parlement al heel wat gezegd over de strategie van de Commissie, die als belangrijkste doel heeft de Unie dichter bij haar burgers te brengen. We herhalen dit jaar na jaar. Toch heeft deze strategie nog geen concreet resultaat opgeleverd, ondanks de vastberaden inspanningen van de commissaris, voor wie ik met zekerheid veel waardering heb, en ondanks de maatregelen waarvoor ik dankbaar ben. De Unie staat nog even ver van de burgers als altijd. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat dit aan het voorlichtingsbeleid te wijten is. Ik heb het punt in verband met de informatie over Europa grondig doorgenomen. Bij de door de Commissie voorgestelde maatregelen is me één belangrijk aspect opgevallen, namelijk het opzetten van een voorlichtingscampagne over de sociale dimensie van het Handvest van de grondrechten. Dit is een goede zaak. De overige aspecten hebben echter te maken met informatie over de werkzaamheden en voornemens van de Europese Unie en niet over de concrete maatregelen die ze neemt. De burgers willen op de hoogte worden gebracht van de resultaten, niet van de plannen of voornemens van de Unie. De gewone man wil weten wat de Europese Unie heeft verwezenlijkt en welke invloed dit op zijn leven heeft.

Tot slot zou ik de Commissie willen vragen waarom de campagne van de heer Ganley in Ierland meer effect heeft gehad dan de campagne van de Ierse regering en de Europese Unie over het Verdrag van Lissabon? Waren er mysterieuze krachten in het spel of hadden de financiële middelen van de heer Ganley iets te maken met het resultaat? Misschien moet de Commissie zich eens over deze kwestie buigen.

 
  
MPphoto
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE). - (ES) De Europese Unie zal in 2009 niet alleen de interne dimensie van het Europese project moeten versterken, maar ook de externe invloed ervan. Daarvoor is een buitenlands beleid nodig dat consequent en doeltreffend reageert op de uitdagingen waar de mondiale agenda ons momenteel voor plaatst.

Daarom moeten na de crisis in de Kaukasus de betrekkingen met Rusland worden bijgesteld en moet het nabuurschapsbeleid op de een of andere manier worden aangepast, eerst op ons eigen continent door middel van associatie- en stabilisatieovereenkomsten en vervolgens door middel van het uitbreidingsbeleid, maar ook buiten ons continent door middel van de Unie voor het Middellandse Zeegebied.

Ik denk ook dat het van belang is onze aanwezigheid bij de conflicten in Centraal-Azië, Irak, Iran, Afghanistan, en nu ook in Pakistan te handhaven, onze aanwezigheid bij het conflict in het Midden-Oosten te versterken en onze betrekkingen met de opkomende machten China en India te handhaven. Vooral echter moeten wij de Associatieovereenkomst met de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan verder ontwikkelen.

Ik denk dat we het resultaat van de verkiezingen in de Verenigde Staten goed in de gaten moeten houden, en tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, moeten we ook prioriteit toekennen aan de sluiting van de associatieovereenkomsten met Mercosur, de Andesgemeenschap en de Centraal-Amerikaanse gemeenschap.

Al met al, mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter, is het een immense taak, die naar mijn mening veel eenvoudiger te realiseren zou zijn als we de instrumenten hadden die het Verdrag van Lissabon ons op het gebied van het buitenlands beleid geeft.

Ter afsluiting moet ik u zeggen, mevrouw de vice-voorzitter, dat u - al weet u dat - op de steun van dit Parlement kunt rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Szabolcs Fazakas (PSE). (HU) Hartelijk dank dat u mij het woord hebt gegeven, mijnheer de Voorzitter. De financiële crisis, die een jaar geleden in Amerika is begonnen, is in tegenstelling tot de verwachtingen niet tot bedaren gekomen, en treft de hele wereld steeds weer opnieuw in alsmaar grotere golven. Ook de Europese geldmarkt, en daarmee tevens de Europese economie, worden getroffen.

De Centrale Bank moet enorme bedragen in de geldmarkten pompen om deze te laten overleven. Om de invloed van de financiële crisis op de economie en de maatschappij te beperken moet de Commissie op twee gebieden vooruitgang maken.

Ten eerste moet zo snel mogelijk een gezamenlijk Europees financieel toezicht worden ontwikkeld, dat als taak meekrijgt dergelijke speculatieve gevaren te voorkomen en er aldus voor te zorgen dat de rol van de wankelende Amerikaanse geld- en kapitaalmarkt geleidelijk wordt overgenomen door Europa. Ten tweede moet de Europese financiële sector zich ook op de financiering van de tot nu toe verwaarloosde reële economie concentreren, in plaats van op speculatieve transacties. Hiervoor is het natuurlijk ook noodzakelijk dat de Europese Centrale Bank niet alleen de inflatie onder controle houdt, maar ook de economische groei en het verschaffen van werkgelegenheid als prioriteit gaat behandelen. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, 2009 wordt, om het zachtjes uit te drukken, een cruciaal jaar voor het bereiken van de doelstellingen van Lissabon. Er zijn vier punten die ik hier vandaag ter sprake zou willen brengen. Het eerste is de noodzaak om echte vooruitgang te maken met het proces van betere regelgeving, waarbij we het er allemaal over eens zijn dat de administratieve lasten vóór 2012 met 25 procent moeten zijn verminderd. Ik geloof dat de Commissie elk jaar hier in het Parlement zou moeten laten zien dat ze werkelijk vooruitgang heeft geboekt met betere regelgeving.

Het tweede punt is onderzoek en innovatie. De begrotingsherziening loopt ten einde en het is van cruciaal en strategisch belang dat we er nu voor zorgen dat wij vooruit kunnen en Europa een voortrekkersrol geven op het terrein van onderzoek en innovatie door de noodzakelijke financiële middelen beschikbaar te stellen.

Het derde punt is de mobiliteit van werknemers. Dit is een van de meer dynamische aspecten van de Europese Unie, waarbij enorm goede resultaten zijn behaald, resultaten die niet alleen de Europese economie maar ook individuele personen, overal in Europa, ten goede komen. Het is belangrijk dat we de arbeidsmobiliteit niet alleen niet moeilijker maken en arbeidskansen verdedigen, maar ook gemakkelijker maken door onder meer in het kader van het proces van Bologna te praten over onderwijs en door onderwijshervormingen door te voeren, waarmee mobiliteit voor nog meer mensen een realiteit kan worden.

Tot slot wordt 2009 een belangrijk jaar voor actie op energiebeleid, waarvoor een aantal wetgevingsmaatregelen in de pijplijn zitten. Er komt wetgeving inzake respectievelijk de energiemarkten (nog niet voltooid), hernieuwbare energiebronnen, verdeling van inspanningen en emissiehandel. Het wordt tijd dat we dit proces afronden en daadwerkelijk gaan implementeren, zodat we een goede basis hebben – niet alleen voor 2010 maar ook daarna – om de beste kenniseconomie van de wereld te worden en te blijven.

 
  
MPphoto
 

  Jan Olbrycht (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, we weten allemaal dat 2009 een verkiezingsjaar is. Dit betekent echter niet dat het Parlement en de Commissie zich enkel en alleen op hun verkiezingsprogramma moeten richten. Naar goede gewoonte wordt in dergelijke programma's heel wat beloofd. Wij hechten grote waarde aan het gezamenlijk optreden tot medio 2009 en in de tweede helft van 2009. Ook de burgers verwachten hierover duidelijke en begrijpelijke informatie.

Ik zou willen verwijzen naar een van de elementen in dat verband, namelijk de fundamentele verandering die de Commissie in oktober moet voorstellen. Deze verandering moet uitmonden in een verbetering van het cohesiebeleid via de invoering van een ruimtelijke dimensie, en van met name de territoriale cohesie. Hoewel de Commissie deze aanpassing had aangekondigd voor oktober, wordt hierover in het programma voor 2009 met geen woord gerept. We weten nu al dat deze kwestie grote belangstelling zal wekken, maar ook veel controverse zal doen rijzen. Met het oog hierop zou ik willen benadrukken dat 2009 voor het cohesiebeleid een bijzonder belangrijk jaar zal zijn, vooral wat betreft de territoriale cohesie en de geïntegreerde aanpak. Ik reken erop dat we spoedig aanvullende informatie zullen ontvangen.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE).(LT) Het is natuurlijk prettig om over een programma te debatteren dat een voortzetting van eerdere programma’s is. In de eerste pijler zien we de strijd tegen de mondiale financiële crisis. Het doet me denken aan het blussen van een brand. De crisis is nu al een jaar aan de gang, maar we hebben niets opgemerkt; er zijn geen maatregelen genomen.

Ik wil uw aandacht vragen voor het energiebeleid. Drie jaar geleden hebben we besloten om een gemeenschappelijk energiebeleid te ontwikkelen. Dat is een langdurig, ingewikkeld proces waar we hard aan moeten werken. Het is essentieel dat onze acties coherent zijn. Voor zover ik weet is er echter niets gezegd is over maatregelen voor energievraagstukken. De door ons aangenomen wetgeving zal op zichzelf geen gemeenschappelijk energiebeleid tot stand brengen, en zal dat beleid evenmin ten uitvoer leggen.

Er zijn geen onderlinge verbindingen; er wordt in het geheel niet gezocht naar alternatieve energiebronnen en er wordt niets gedaan aan de problemen in het Noordpoolgebied, aan de problemen met de potentiële natuurlijke hulpbronnen in het Noordpoolgebied. In feite ontbreekt een langetermijnperspectief op het gebied van energie, en het resultaat daarvan zou wel eens vergelijkbaar kunnen zijn met de financiële crisis van nu. Wanneer er iets gebeurt met de energiesituatie zullen we daar niet op voorbereid zijn, en pas dan zullen we in het geweer komen. Ik stel voor dat we doorgaan met het werk waaraan we zijn begonnen.

 
  
MPphoto
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE).(RO) Ik zou twee prioriteiten willen benadrukken waarop de Europese Commissie volgend jaar bij het sociaal beleid en het werkgelegenheidsbeleid moet letten.

In de eerste plaats dient de Europese Commissie de werkgelegenheid van jongeren te stimuleren. Een recentelijk in Europa uitgevoerde studie toont aan dat steeds minder jongeren de arbeidsmarkt betreden, omdat zij ontmoedigd worden door allerlei obstakels, zoals het gebrek aan banen op het gebied waarvoor zij geleerd hebben, het gebrek aan ervaring of het gebrek aan beroepsvaardigheden. Het is absoluut noodzakelijk dat alle jongeren toegang hebben tot onderwijs van de beste kwaliteit en dat zij beschikken over een kwalificatie die wordt gevraagd op de arbeidsmarkt. Daarom acht ik het noodzakelijk een band te leggen tussen onderwijs en arbeidsmarkt; de overgang van onderwijs naar praktijk dient geleidelijk te plaats te vinden, door middel van diverse opleidingsprogramma’s en praktijkstages binnen de Europese Unie.

In de tweede plaats dient de Europese Unie de maatregelen van de lidstaten op het gebied van sport te steunen, te coördineren en aan te vullen. Aldus kan zij een competitieve geest en lidmaatschap van zoveel mogelijk kinderen en jongeren van sportclubs, maar ook onpartijdigheid en transparantie in sportwedstrijden bevorderen. Sport dient ook financieel te worden gesteund en in deze zin ben ik voorstander van het invoeren van een nieuwe begrotingslijn voor steun aan Europese sportprogramma’s.

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou hier graag enkele opmerkingen over willen maken en ben blij dat ik daartoe de kans krijg. Ik wil het hebben over de situatie met betrekking tot het Solidariteitsfonds. Ik ben voorstander van dit fonds, omdat ik denk dat Europa en Brussel daarmee dichter bij de mensen komen.

Europa bestaat nu uit 27 lidstaten. Dus is het feitelijk om het even of het gaat om overstromingen in mijn land, Noord-Ierland, of om bosbranden in Griekenland, Spanje of Portugal. We hebben verschrikkelijke voorbeelden gezien van rampen waarbij de bevolking van een gebied bijna werd uitgeroeid. We praten niet over het geven van grote sommen geld aan mensen. Met de middelen uit dit fonds geven we mensen vooral wat hoop om opnieuw te beginnen. Ik dring echt aan op de instandhouding en versterking van dit fonds. En maak het alsjeblieft niet te ingewikkeld. Hou het simpel en maak het zowel voor de nationale als regionale regeringen mogelijk hierom te vragen en naar het getroffen gebied terug te gaan om de mensen daar te kunnen vertellen dat het geld afkomstig is uit Europa en dat Europa ze wat steun geeft.

Laten we het dus simpel houden, en laten we dit Solidariteitsfonds vooral niet opheffen.

 
  
MPphoto
 

  Margot Wallström, vice-voorzitter van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik dank u voor dit debat. Ik denk dat het een goede afspiegeling is van het volledige scala van onderwerpen waar de Europese Unie zich over ontfermt: van een speciale begrotingslijn voor sport, via het etiketteren van geneesmiddelen, tot wat we in de Kaukasus doen en hoe we in het Midden-Oosten proberen te helpen. Dat doen we allemaal tegelijk, en het is ook de ultieme uitdaging met het oog op de communicatie.

We hebben vandaag ook enkele zeer gedetailleerde voorstellen gehoord. Ik kan u verzekeren dat het de taak van de Commissie is om al deze belangen met elkaar in evenwicht te brengen. De Commissie kan namelijk niet worden gezien als een instantie die slechts één belang, één belanghebbende of één onderwerp vertegenwoordigt. We moeten het hele scala van politieke uitdagingen aanpakken. Soms kunnen we zelf voor een bepaald onderwerp kiezen en soms worden de onderwerpen voor ons gekozen. Wat het laatste betreft, denk ik dat men wel kan zeggen dat van tevoren is gewaarschuwd voor een financiële crisis, maar niemand wist precies wanneer ze tot uitbarsting zou komen of wat de volledige gevolgen ervan zouden zijn. Dus ook op dat punt moeten we actie ondernemen. We moeten in staat zijn om te reageren.

Hoe we dat doen wordt natuurlijk bepaald door het feit dat de Commissie de hoedster van de Verdragen is. Ook dat staat onze mogelijkheid om op te treden soms in de weg. We kunnen niet plotseling nieuwe bevoegdheden verzinnen of ons op een terrein begeven waarvan we weten dat het feitelijk onder de bevoegdheid van de lidstaten valt. Ook is er soms paal en perk gesteld aan wat we kunnen voorstellen, en soms moeten wij met andere instellingen samenwerken. Dat is het kader voor ongeacht wat we doen.

Toen we laatst in een klein seminar bijeen waren – en dit is een andere boodschap die ik het Parlement wil meegeven – zeiden we om te beginnen dat we niet van onze boodschap moeten afwijken. We zullen vasthouden aan onze algemene doelstellingen van welvaart, solidariteit en veiligheid. Deze doelstellingen blijven de leidraad voor alles wat we doen. En ‘welvaart’ betekent het verdedigen van groei en banen in Europa. Niemand hoeft te twijfelen aan onze vastberadenheid om te blijven vechten voor groei en banen in Europa. Deze vastberadenheid is met de recente gebeurtenissen en de financiële crisis alleen maar groter geworden. Het is nu des te belangrijker dat we beschikken over een krachtig beleid en zorgvuldig te werk gaan. Ik denk dat iedereen weet dat dit al vanaf het prille begin een van onze hoofdprioriteiten was. En dat zal het ook blijven.

Het thema ‘solidariteit’ gaat over energie en klimaatverandering en hoe we het Solidariteitsfonds gebruiken, want met ‘verdediging’ bedoelen we vandaag de dag ook verdediging tegen natuurrampen en andere bedreigingen die we tien, twintig jaar geleden nog niet hadden. Tegenwoordig is ook voor die bedreigingen een goede samenwerking en verdediging nodig.

Ik houd niet van die onheilsboodschappen over energie en klimaatverandering. Ik zie juist een enorme kans voor Europa. We hebben de knowhow, we hebben de technologie, we hebben de hulpbronnen, we hebben de mensen, we hebben hoop voor de toekomst, en ook al zijn er kosten aan dat alles verbonden, dan nog denk ik dat we ertoe in staat zijn en het Europa feitelijk iets zeer positiefs zal opleveren: een betere levenskwaliteit en ook nieuwe kansen voor het creëren van banen.

Ik denk dat we er heel anders tegenaan moeten kijken, en het niet alleen moeten zien als iets dat kosten en lasten met zich meebrengt en grote inspanningen vergt, maar ook als iets dat feitelijk deel uitmaakt van de toekomst. Dit is een oplossing voor de toekomst. Europa kan een voortrekkersrol gaan vervullen en met innovatieve en creatieve oplossingen ook nieuwe banen creëren. Het brengt ons een betere levenskwaliteit. Daarvoor is het vooral nodig de blik op de toekomst te richten, en tevens de blik op de rest van de wereld te richten.

We zullen voor concrete resultaten blijven zorgen. Dat is voor deze Commissie het allerbelangrijkste. We worden geen Commissie die alleen maar ‘op de winkel past’. We zullen tot het einde van onze termijn bij het Parlement en de Raad voorstellen blijven indienen.

Ik dank u voor al uw concrete voorstellen en wil graag op een paar ervan reageren. Het vraagstuk van de consumentenbescherming, bijvoorbeeld, is heel belangrijk. We hebben op dit terrein een zeer ambitieus plan. We gaan voorstellen de bestaande wetgeving inzake consumentenbescherming compleet te herzien. We willen ze vereenvoudigen en voor iedereen toegankelijker maken. We hopen dat het Parlement zich nog voor de verkiezingen over dit belangrijke voorstel kan buigen. Voor het einde van het jaar zullen we ook een voorstel indienen voor uitbreiding van het toepassingsgebied van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering; ook dat is een belangrijk fonds. We willen dit fonds ook kunnen gebruiken in de context van de globalisering en voor het opvangen van de gevolgen van de globalisering.

Aangezien Jan Andersson ook het sociale vraagstuk ter sprake heeft gebracht – nogmaals, het is de taak van de Commissie te zorgen voor een evenwicht tussen alle kwesties waarin de sociale agenda een belangrijke rol speelt – wil ik u verwijzen naar het forum dat de Commissie in november zal organiseren. Dan zal ook kunnen worden gekeken, althans dat hoop ik, naar vragen rond de werking van de richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers. Dat kan ons dan helpen bij de besluitvorming over de weg vooruit. We zullen er niet voor terugschrikken ook naar deze kwesties te kijken. We weten intussen hoe belangrijk ze zijn en dat ze zelfs de uitkomst van het Ierse referendum hebben beïnvloed.

Mevrouw Grabowska, u kent zeker de volgende uitdrukking: “de leugen is al bijna in Damascus terwijl de waarheid nog zijn schoenen moet aantrekken”. Ik weet niet de precieze Engelse uitdrukking voor deze gedachte, maar u begrijpt wat het betekent. Ik denk dat dit er deel van uitmaakt. Wanneer je ruim bij kas zit en daarnaast ook op de angsten van mensen kunt inspelen, dan sorteer je misschien meer effect dan wanneer je een verdragstekst moet uitleggen die niet altijd even duidelijk is of niet altijd dingen helpt te vereenvoudigen. Tegelijkertijd heeft u zelf in dit debat enkele uitstekende voorbeelden gegeven van de redenen waarom we dit nieuwe verdrag nodig hebben en waarom het ons zou helpen om in de wereld met één stem te spreken en gezamenlijk op te treden en ook effectiever te zijn in onze besluitvorming, en waarom de burger daar baat bij zou hebben.

We leveren nog steeds concrete resultaten. Het voorstel van gisteren betreffende het telecompakket zal bijvoorbeeld ervoor zorgen dat alle gebruikers van een mobiele telefoon minder gaan betalen en de roamingtarieven omlaag gaan.

Tot slot – en ook dit heeft betrekking op de begrotingsherziening – wil ik graag zeggen dat deze raadpleging over een eerste zogenoemde “discussienota” ons vanaf eind november zal helpen bij het opstellen van een voorstel voor een nieuwe opzet van de begroting. Ik zie het als een kans om te kijken naar wat Europa nu is en hoe het de komende jaren zou moeten optreden. Dit waren slechts een paar korte opmerkingen over enkele van de meer gedetailleerde punten die u aan de orde heeft gesteld.

Alles wat hier is gezegd neem ik mee naar de Commissie en zal ik inbrengen in onze discussies over het werkprogramma. Ik ben erg dankbaar dat het volledige scala van vraagstukken hier vandaag aan de orde is gekomen. Over een paar weken komen we terug en zullen we de voltallige vergadering een nieuw voorstel aanbieden. Tevens wil ik onderstrepen hoe belangrijk het is dat we een kaderakkoord hebben waar we eveneens gevolg aan geven, en dat we het eens zijn over een efficiënte, effectieve en democratische manier van samenwerken tussen de instellingen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik heb zes ontwerpresoluties ontvangen(1) overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt plaats op woensdag.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Wegens de Europese verkiezingen, de komst van een nieuwe Commissie en – hopelijk – de ratificatie van het Verdrag van Lissabon is 2009 een cruciaal jaar.

De belangrijkste politieke prioriteit van de eerste helft van 2009 blijft het proces voor de ratificatie van het Verdrag van Lissabon. Eenheid en betere werkingsmechanismen zijn cruciaal om op het wereldtoneel een sterke speler te blijven.

Meer dan ooit hebben we behoefte aan meer samenhang in ons energiebeleid om meer energie-onafhankelijkheid te bewerkstelligen. Solidariteit tussen de lidstaten en het zoeken naar alternatieve energiebronnen moeten EU-prioriteiten worden.

Het verwezenlijken van de doelstellingen van het Verdrag van Lissabon moet een nieuwe impuls worden gegeven. Innovatie, ondernemerschap en het bevorderen van een kenniseconomie zijn daarbij de belangrijkste aandachtspunten. De voltooiing van de interne markt moet worden afgerond en er moeten efficiëntere instrumenten worden gegeven aan het MKB om diens rol als belangrijkste banenschepper verder te kunnen ondersteunen.

Er is een nieuwe aanpak nodig om de EU dichter bij de burger te brengen. Het uitgangspunt hiervan moet tweerichtingsverkeer zijn. Als politici zijn we namelijk niet in de eerste plaats leiders maar dienaars en aandachtige toehoorders.

 
  
MPphoto
 
 

  Magda Kósáné Kovács (PSE), schriftelijk. (HU) Van de in 2004 vastgestelde taken heeft de Commissie de belangrijkste nog niet volbracht: het opheffen of wezenlijk verminderen van de onverschilligheid tegenover de Europese gedachte en het gebrek aan vertrouwen daarin.

Het programma voor volgend jaar weerspiegelt evenmin de constatering dat het huidige Europa anders is dan voorheen. Het economische potentieel van de EU-27 is veel groter dan dat van de EU-15, en ook haar positie in de wereldeconomie is invloedrijker. Tegelijkertijd zijn de economische en sociale problemen in de EU-27 anders, evenals de binnenlandse spanningen en angsten anders en sterker zijn.

Het vrij verkeer van werknemers en diensten heeft ernstige conflicten aan de oppervlakte doen komen. Dit blijkt duidelijk uit de Franse nee-stemmen, die de ontwerp-Grondwet hebben doen mislukken, terwijl het lot van het Verdrag van Lissabon bemoeilijkt wordt door de Ierse stemmen vanwege de spanningen rond gedetacheerde werknemers.

Het werkprogramma voor 2009 vermeldt ook niet wat de Commissie, met het oog op het belang van het vrij verkeer van werknemers, na de 5-jarige beperking van plan is te doen om controle uit te oefenen op de lidstaten die een langere beperking willen hanteren.

In dit kader betreur ik het dat de steeds schrikbarender aanwezigheid van racisme en vreemdelingenhaat in Europa de Commissie er niet toe aanspoort iets te ondernemen.

Deze problemen zijn onontkoombaar en keren terug als een boemerang. De vraag is alleen of we ons ermee moeten bezighouden wanneer de spanning nog hanteerbaar is, of pas wanneer neofascistische groeperingen vervuld met haat, rellen veroorzaken in de grote steden van Europa. Ik hoop dat we voor het eerste kiezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) De Unie ziet zich geplaatst voor grote moeilijkheden tengevolge van de onverwachte broosheid van de internationale context.

De instabiliteit van de financiële markten, de fluctuaties van de brandstofprijzen, het terrorisme, het fantoom van de koude oorlog, de acute behoefte aan energiezekerheid en de cumulerende effecten van de klimaatveranderingen vormen bedreigingen die de Europese Unie alleen kan overwinnen als ze eensgezind is en voor consensus zorgt.

De gevolgen van de crisis in Georgië en de financiële crisis in de Verenigde Staten en de escalatie van het terrorisme maken het noodzakelijk dat de Commissie in haar wetgevend en werkprogramma duidelijk aangeeft welke aanpak zij denkt te volgen.

2009 is een cruciaal jaar voor het bewerkstelligen van institutionele stabiliteit middels het Verdrag van Lissabon, waarvan de ratificatie in de komende periode de allerhoogste prioriteit moet vormen. In het programma moeten de vraagstukken zijn opgenomen waarvan de toekomstige ontwikkeling van Unie afhangt: het gemeenschappelijk energiebeleid, het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de hervorming van het nabuurschapsbeleid en de versterking van de toezeggingen aan de landen van de Westelijke Balkan, Moldavië en Oekraïne, staten die de Europese Unie nodig hebben en die de Unie, op haar beurt, ook nodig heeft.

2009 is ook het jaar van de verkiezingen voor het Europees Parlement. De stand van de eurobarometer is allesbehalve bemoedigend. Het wetgevend en werkprogramma van de Commissie moet aantonen dat het in vervulling doen gaan van de wensen van de Europese burgers en de zorg voor hun welstand voor de Europese instellingen het voornaamste doel is.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2009Juridische mededeling