Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0240(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0332/2008

Debatten :

PV 23/09/2008 - 9
CRE 23/09/2008 - 9

Stemmingen :

PV 24/09/2008 - 6.5
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0444

Debatten
Woensdag 24 september 2008 - Brussel Uitgave PB

11. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

− Verslagen-Coelho (A6-0351/2008 en A6-0352/2008)

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, uiteindelijk heb ik voor de beide verslagen over de modernisering van het Schengen-informatiesysteem gestemd. Ik wil er echter toch aan toevoegen dat ik van mening blijf dat de toepassing van die Schengen-akkoorden van onze grenzen een soort veredelde zeven heeft gemaakt, dat die veel onveiliger zijn geworden en minder gecontroleerd.

Sinds Schengen zijn wij absoluut allemaal even kwetsbaar als de zwakste schakel in de grenscontroles en dat leidt tot bijzonder grote problemen. Als het systeem dan echter tóch bestaat en toch blijft bestaan, is het natuurlijk mijn plicht op te komen voor een zo efficiënt mogelijke toepassing van alle controles en voor uitwisseling van informatie. Vandaar mijn ja-stem, die echter absoluut niet geïnterpreteerd mag worden als een instemming met de opengrenzenpolitiek van de Europese Unie.

 
  
  

– Verslagen-de Grandes Pascual (A6-0330/2008 en A6-0331/2008)

 
  
MPphoto
 

  Josu Ortuondo Larrea (ALDE). - (ES) Helaas kon ik om buiten mijn macht liggende redenen gisteren niet deelnemen aan het debat over de richtlijn inzake de met inspectie en controle van schepen belaste organisaties. Ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om mijn tevredenheid te uiten over de aanneming van deze richtlijn door het Parlement en over de aanbevelingen van de Commissie vervoer en toerisme.

Er waren enkele vraagstukken in het door de Raad goedgekeurd gemeenschappelijk standpunt die niet geheel duidelijk, of nog onvoldoende behandeld waren. Het eerste was dat classificatieorganisaties, als zij namens de nationale overheden handelen – aangezien het de verantwoordelijkheid van de vlaggenstaten is om de veiligheid van schepen te garanderen – door dezelfde wettelijke rechten beschermd moeten worden als de nationale overheden.

In de tweede plaats hebben wij mijns inziens de financiële aansprakelijkheid in geval van een ramp naar behoren verduidelijkt. Het gemeenschappelijk standpunt van de Raad maakte geen duidelijk onderscheid tussen de drie mogelijke gevallen: rampen waarbij mensen om het leven komen, rampen waarin er gewonden vallen of rampen waarin er alleen materiële schade is. Het Parlement heeft dit uitgezocht en heeft ervoor gezorgd dat dit is opgehelderd.

Ik hoop dat dit door de Raad wordt overgenomen.

 
  
  

– Verslag-Trautmann (A6-0321/2008)

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van mening ben dat het een grote bijdrage zal leveren aan het realiseren van de concurrentie die de Europese bedrijfstak voor elektronische communicatie zo hard nodig heeft. Britse telecommunicatiebedrijven hebben elders in Europa te lang moeten vechten tegen bepaalde ondernemingen, omdat deze in wezen nog steeds worden geleid als monopolies. Spectrumhandel heeft aanzienlijke inkomsten opgeleverd voor de Britse overheid. Dit geld is met succes opnieuw geïnvesteerd, maar het voordeel van dit verslag is dat hiermee service-, technologie- en neutraliteitsprincipes worden geïntroduceerd die er nog meer voor zullen zorgen dat grote bedrijven de markt niet domineren, omdat zowel de praktijk van handhaving van de service waarvoor spectrums worden gebruikt als de gebruikte technologische normen over boord worden gegooid.

In Groot-Brittannië heeft BT het ver geschopt van genationaliseerde telecomaanbieder tot succesvol gereguleerd bedrijf. In mijn eigen kiesdistrict zie ik echter nog steeds problemen tengevolge van de dominantie van grote aanbieders. Vooral landelijke gebieden vormen een probleem en consumenten zijn hier de dupe, omdat zij in commercieel opzicht als niet-levensvatbaar worden beschouwd en daarom niet in aanmerking komen voor degelijke breedbanddekking. Ik hoop dat het voornemen van het verslag om een einde te maken aan deze ongelijkheden in praktijk zal worden gebracht.

 
  
MPphoto
 

  Jan Březina (PPE-DE). - (CS) Het is waar dat door het ontbreken van een goed functionerende concurrentieomgeving in de telecommunicatiesector de aanneming van een nieuw regulerend kader een wenselijke en zelfs noodzakelijke stap was. De gekozen oplossing wat betreft functionele scheiding op basis van het principe van vrijwilligheid is volgens mij een onbetwistbare bijdrage. Op deze manier zal elke lidstaat zelf kunnen beslissen of hij, met het oog op de plaatselijke omstandigheden, de functionele scheiding invoert of de status quo handhaaft. Persoonlijk sta ik terughoudend tegenover functionele scheiding, enerzijds omdat er onvoldoende ervaring mee is en anderzijds omdat ik concurrentie tussen verschillende soorten netwerken, waarop de stimulerende activiteiten van de Unie gericht zouden moeten zijn, belangrijker vind dan concurrentie binnen één netwerk. In sommige gevallen gaat regulering echter te ver. Ik ben het er bijvoorbeeld niet mee eens dat de Europese Commissie vetorecht heeft tegen corrigerende maatregelen die zijn getroffen door nationale regulatoren binnen hun eigen markt. Als de Commissie zich mengt in zaken die een binnenlands, en geen Europees bereik hebben, is dat in strijd met het principe van de scheiding der machten. Mijn voorkeur gaat uit naar een evenwichtige wetgeving die de behoeften van aanbieders en hun klanten weerspiegelt en waarin geen plaats is voor regulering als doel op zich, maar alleen voor regulering die bijdraagt aan een verhoging van de kwaliteit en toegankelijkheid van telecommunicatiediensten.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Ik moet toegeven dat ik verbaasd was over de meningsverschillen bij de behandeling van amendement nummer 138, toen een deel van mijn collega's niet in staat was dit amendement overeenkomstig de tekst ervan uit te leggen. Als medeauteur van dit amendement wil ik benadrukken dat hiermee wordt gegarandeerd dat gebruikers alleen worden afgesloten van het internet als de gerechtelijke instanties toestemming hebben verleend. De rechten van gebruikers mogen echter worden geschonden indien dat noodzakelijk is voor de algemene veiligheid. Het fundamentele recht van gebruikers op privacy wordt niet geschonden als men inhoud zonder toestemming van de relevante overheden blokkeert of filtert. Dit voorstel kwam vandaag bij mij op toen ik voorbeelden zag uit Frankrijk, waar pagina’s van het ministerie van Europese Zaken en pagina’s voor treinreserveringen op het openbare netwerk van het stadhuis van Parijs werden geblokkeerd omdat de inhoud ervan onterecht als pornografisch werd beoordeeld. Ik dank mijn collega's dat ze ons evenwichtige voorstel uiteindelijk hebben ondersteund, en ik dank Frankrijk voor het feit dat het zich ernaar zal voegen.

 
  
  

− Verslag-del Castillo Vera (A6-0316/2008)

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Als schaduwrapporteur ben ik blij dat het orgaan van Europese regelgevingsinstanties voor de telecommunicatiesector (BERT) de Europese belastingbetalers op basis van de door het Europees Parlement aangenomen amendementen jaarlijks tientallen miljoenen euro's bespaart. In vergelijking met het voorstel van de Commissie ontstaat er namelijk een slankere en flexibelere instantie die optimaal profiteert van de voordelen van de interne markt en de onafhankelijkheid van de nationale instanties in de telecommunicatiesector handhaaft. Ik ben blij dat dankzij mijn initiatief de positie van consumentenorganisaties aanzienlijk is versterkt. Ik kon mij ook scharen achter de brede consensus over de financiering van de begroting van het orgaan, maar ik moet ook nogmaals wijzen op de risico's, die uiteenlopend hoge bijdragen van de lidstaten met zich mee kunnen brengen. Dit kan leiden tot een onevenwichtige invloed van de kant van met name de grote lidstaten op de besluitvorming over de grensoverschrijdende regulering van hun telecommunicatie.

 
  
  

− Verslag-Harbour (A6-0318/2008)

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). - (SK) Om te beginnen wil ik de rapporteur bedanken voor de vele jaren werk die hij hierin heeft gestopt en de consequente benadering van het wetgevingspakket inzake elektronische communicatie. Ik heb dit verslag bij de stemming van vandaag gesteund.

Het telecommunicatiepakket vormt een noodzakelijke actualisering van de huidige wetgeving en van met name de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens. Dit aspect was een van de belangrijkste doelstellingen van het voorstel en ik heb mijn steun gegeven aan de visie dat gegevensbescherming en veiligheidsaspecten moeten worden gezien in een bredere context dan alleen een Europese, omdat communicatiediensten en aanbieders van internetsystemen overal ter wereld gevestigd zijn en binnen verschillende rechtsstelsels met persoonsgegevens werken.

Ook heb ik mijn steun gegeven aan het voorstel om de consumentenrechten te verbeteren en te versterken, name door middel van meer voorlichting over en een grotere transparantie van de prijzen en de voorwaarden voor het gebruik van telecommunicatiediensten. En niet op de laatste plaats heb ik mijn steun gegeven aan de pogingen die met het verslag worden gedaan om de toegankelijkheid van elektronische communicatie voor gebruikers met een handicap te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, het zojuist aangenomen verslag houdt verband met mijn eigen verslag van een jaar geleden over consumentenvertrouwen in een digitale omgeving. Ik ben dan ook erkentelijk voor de aanzienlijke versterking van de rechten van eindgebruikers en consumenten. Ik ben vooral blij dat we zaken hebben kunnen bereiken als nummerportabiliteit binnen een dag, hetgeen de starre markt van mobiele aanbieders vlot trekt, en het traceren van bellers van het noodnummer 112, waarmee meer mensenlevens kunnen worden gered. Het Europese nummer 116 wordt uitgebreid tot meer dan alleen vermiste kinderen, er komt een doorbraak in de transparantie van contracten en prijsopgaven, het wordt eenvoudiger om contractuele betrekkingen vroegtijdig te beëindigen, gewone gebruikers krijgen makkelijker toegang tot beveiligingssoftware, voor gehandicapte gebruikers wordt gelijkwaardige toegang gewaarborgd, spam wordt nader gedefinieerd en zo zijn er nog veel meer verbeteringen.

 
  
  

− Verslag-Lucas (A6-0313/2008)

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Waarde collega's, ik wil mijn verontwaardiging uiten over de onenigheid die zelfs gisteren tijdens het debat met de Commissie nog niet was bijgelegd. Het ging over de rechtsgrondslag voor de goedkeuring van deze internationale overeenkomst inzake het duurzaam en legaal beheer van tropisch hout. Ik ben van mening dat sprake zou moeten zijn van instemming door het Parlement en niet alleen van raadpleging. De overeenkomst voldoet niet, maar op dit moment hebben we niets anders. Ik ben dan ook blij dat we vandaag zo eenduidig onze goedkeuring hebben gehecht aan de overeenkomst. Hiermee nemen wij stelling tegen het plunderen van tropische bossen, maar ik ben bang dat nog miljoenen tonnen tropisch hout Europa zullen binnenkomen tegen dumpingprijzen, aangezien het niet mogelijk was milieueisen op te leggen aan het Europese handelsbeleid. Dat is een paradox, want we zijn er trots op dat we een lans breken voor het terugdringen van de wereldwijde CO2-uitstoot. Hier klopt iets niet. Misschien weet de rechterhand niet wat de linkerhand doet, of andersom.

 
  
  

− Resolutie RC-B6-0420/2008 over het wetgevend en werkprogramma van de Commissie voor 2009

 
  
MPphoto
 

  Peter Baco (NI). - (SK) Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement over het wetgevend en werkprogramma voor 2009 gestemd omdat deze door de bank genomen blijk geeft van bekwaamheid.

Naar mijn mening moet fundamentele steun worden gegeven aan de maatregelen van het Parlement om in de huidige financiële crisis de financiële markten te stabiliseren. Ik vind echter dat er in dit programma geen rekening wordt gehouden met voedselveiligheid, waarvoor concrete maatregelen nodig zullen zijn en niet alleen spijtbetuigingen.

Een belangrijk, spoedeisend element is het maximaliseren van het landbouwpotentieel in de nieuwe lidstaten, omdat het huidige, discriminerende gemeenschappelijk landbouwbeleid tot een ernstige achteruitgang van de landbouw in deze nieuwe lidstaten leidt.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, de aanbevelingen die dit Parlement had opgesteld voor het werkprogramma 2009 van de Europese Commissie, waren alles welbeschouwd toch eigenlijk nogal straf. Men had toch mogen verwachten dat dit Parlement in de eerste plaats vanwege die politiek benoemde mandarijnen van de Europese Commissie respect had moeten eisen voor democratische rechtsorde in Europa.

Wat zou dit concreet betekenen? Ik geef maar twee voorbeelden. Ten eerste, respecteer in godsnaam de uitspraak van het Ierse volk, een uitspraak die ongetwijfeld de wil uitdrukt van een grote meerderheid van onze Europese burgers die niet eens de kans krijgen om zich uit te spreken tegen dat Verdrag van Lissabon. Weg dus met die vermomde Europese grondwet.

Tweede voorbeeld, zeer essentieel, stop die toetredingsonderhandelingen met Turkije waarvoor geen enkele democratische basis bestaat. Maar wij weten natuurlijk allang dat de eurocraten zich geen barst aantrekken van de wensen van de burgers, die nochtans hun prinselijke levenswandel met hun belastinggeld betalen.

 
  
  

– Resolutie over de voorbereiding van de topconferentie EU-India in Marseille op 29 september 2008 (RC B6-0426/2008)

 
  
MPphoto
 

  Bogdan Pęk (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de stemming over deze resolutie waren wij getuige van een schandelijk incident waarbij een mondeling amendement werd verworpen. Dat gebeurde op verzoek van de heer Schulz, een man die de mensenrechten met hart en ziel verdedigt en zich heftig verzet tegen discriminatie. Hij werd daarbij gesteund door heer Cohn-Bendit die gekend is voor zijn inzet voor de verdediging van de mensenrechten in een breed spectrum. We zijn ons echter terdege bewust van het bloedvergieten en de gruwelijke gebeurtenissen in India, die duidelijk tegen christenen waren gericht. Ik kan bijgevolg niet vatten waar deze nieuwe vorm van racisme bij vooraanstaande Europese politici vandaan komt. Ik kan niet begrijpen hoe zij in dit Europees Parlement een zo duidelijk amendement op dit verslag durven te verwerpen. Stoelt dit Parlement dan niet op de verdediging van de mensenrechten en het non-discriminatiebeginsel? Naar mijn mening zal deze kwestie zowel de leden van dit Parlement als de bevolking als geheel heel wat stof tot nadenken geven.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen de resolutie over de Top EU-India gestemd, maar niet omdat ik tegen samenwerking ben met India. Integendeel, als covoorzitter van Friends of India hier in het Parlement ben ik voorstander van een intensivering van de samenwerking. Deze resolutie is echter niets anders dan een boodschappenlijstje van alle kwesties die ons ten aanzien van dit enorme land te binnen kunnen schieten.

Paragraaf 29 is daar een treffend voorbeeld van: daarin dringen wij aan op een tussentijds verslag van de Commissie ten aanzien van de mensenrechten in India en de resultaten van de mensenrechtendialoog tussen de EU en India. Toch zijn er talrijke paragrafen die betrekking hebben op bepaalde bevolkingsgroepen, zoals de christenen in Orissa, de moslims in Kasjmir en de dalits in andere delen van het land. Wat dat betreft was de bijdrage van de vorige spreker tamelijk absurd, aangezien deze kwestie zeer vaak in deze resolutie wordt vermeld.

Mijns inziens is er voor alles een juiste tijd en een juiste plaats. Stelt u zich eens voor dat het Indiase parlement een resolutie over de Roma in Tsjechië, de Hongaren in Slowakije en de Russen in Estland en in Letland aanneemt. Wij zijn er nog niet rijp voor om ons op de belangrijkste zaken te richten; in plaats daarvan verdoen wij onze tijd steeds met een lange lijst van alle mogelijke thema’s, en dat beperkt onze invloed aanzienlijk. Ik weet dat we niet serieus worden genomen.

Dat is de reden waarom ik tegen heb gestemd. Het is jammer: deze negende top is belangrijk. Het Parlement heeft gesproken over hervormingen en dat is precies wat we nodig hebben: wij moeten eveneens nadenken over de hervorming van de tekst van dergelijke resoluties.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

− Verslag-Botopoulos (A6-0324/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) In het verslag van Costas Botopoulos, 'Verslag tot wijziging van artikel 121 van het Reglement van het Europees Parlement betreffende het beroep bij het Hof van Justitie' wordt een kleine wijziging van de regels voor de Parlementaire procedure behandeld. Daarom heb ik voor de aanbevelingen in dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. − (PL) Ik heb voor het verslag tot wijziging van artikel 121 van het Reglement van het Europees Parlement betreffende het beroep bij het Hof van Justitie gestemd, aangezien deze kwestie een voorbeeld is van de eerbiediging van de rechtsstaat.

Artikel 121, lid 3 van het Reglement luidt als volgt: "De Voorzitter stelt overeenkomstig de aanbeveling van de bevoegde commissie bij het Hof van Justitie beroep in namens het Parlement." Deze bepaling verwijst uitdrukkelijk en uitsluitend naar beroepen die bij het Hof worden ingesteld. In dit geval is het onmogelijk om een ruimere interpretatie te geven aan deze bepaling waardoor ze ook op andere soorten beroepen bij het Hof kan worden toegepast. De bepaling is alleen van toepassing op het indienen van een klacht (over een verzoek tot nietigverklaring bijvoorbeeld) wanneer de gerechtelijke procedure door het Parlement wordt ingesteld.

Om redenen van rechtszekerheid en volledigheid heeft de rapporteur terecht voorgesteld om een nieuw lid toe te voegen aan artikel 121. Daarin zou de bestaande praktijk worden bevestigd, op grond waarvan de Voorzitter namens het Parlement en op aanbeveling van de Commissie juridische zaken opmerkingen indient bij of intervenieert in het Hof. De voorgestelde wijziging legt de procedure vast die bij verschil van mening tussen de Voorzitter en de bevoegde commissie moet worden gevolgd. Door deze aanpassing krijgt de procedure die nu in de meeste gevallen wordt toegepast een democratische rechtsgrondslag.

 
  
  

− Verslagen-Coelho (A6-0351/2008 en A6-0352/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. − (PL) Ik zou mijn ongenoegen willen uitspreken over het feit dat een kwestie als SIS, die zoveel belang heeft voor de burgers van de Europese Unie, volgens de raadplegingsprocedure wordt behandeld waarbij het Parlement alleen zijn standpunten kenbaar mag maken, standpunten die bovendien niet bindend zijn voor de Raad.

Het Schengeninformatiesysteem (SIS) is het symbool van een Europa zonder grenzen, waarmee in de hele Europese Unie een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid wordt gegarandeerd. Dankzij SIS werd de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken in de oude lidstaten van de Europese Unie een feit. Het systeem maakte tevens de oprichting van een unieke Europese gegevensbank over individuele personen en onderwerpen mogelijk. Dit is van cruciaal belang met het oog op de afgifte van visa en verblijfsvergunningen. Na de toetreding van twaalf nieuwe landen tot de Europese Unie was het noodzakelijk om hen in SIS te integreren. SIS II voldoet als systeem van de tweede generatie aan deze behoefte: het omvat alle EU-lidstaten en zorgt ervoor dat volledige data kunnen worden verzameld, met inbegrip van biometrische gegevens en informatie over Europese aanhoudingsbevelen.

De Unie staat nu voor de moeilijke karwei om alle gegevens naar het nieuwe SIS II-systeem over te dragen. Deze operatie is absoluut noodzakelijk, maar ook erg ingewikkeld. Ik roep daarom op om hierbij de nodige zorg en omzichtigheid aan de dag te leggen. De gegevens die in het 'oude systeem' zijn verzameld, mogen in geen geval uitlekken of in de handen van onbevoegden terechtkomen. Er moet op een veilige manier met deze gegevens omgesprongen worden, aangezien de veiligheid van de burgers en de lidstaten van de Europese Unie hier in grote mate van afhankelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Wij ijveren voor een echt vrij verkeer van personen in Europa. Daarom zijn wij van oordeel dat de "Schengen-ruimte" (die lang niet alle landen van de EU omvat, laat staan alle Europese landen) weliswaar barrières tussen deelnemende landen wegneemt, maar tegelijkertijd de barrières met betrekking tot andere landen evenzoveel versterkt (onder meer ten opzichte van landen waarmee Portugal historische banden heeft).

Dit gezegd zijnde mogen wij niet verhelen dat het "vrije verkeer" wordt gebruikt als excuus om een informatiesysteem en databanken op te zetten die veel verder reiken dan deze doelstelling. Wij hebben hier te maken met een poging om het informatiesysteem te laten uitgroeien tot een van de centrale instrumenten (de “ruggengraat”) ter ondersteuning van het (door de EU aangevoerde) veiligheidsoffensief en de geleidelijke communautarisering op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, terreinen die de essentie van de soevereiniteit van de lidstaten uitmaken.

Anders gezegd, wij kunnen niet akkoord gaan met het voorstel van het voorzitterschap van de Raad van de EU om het systeem eerst te installeren en pas later de doelstellingen ervan te definiëren, temeer daar de doelstellingen reeds lang bekend zijn (invoering van het Europees arrestatiebevel, van biometrische gegevens, toegang voor nieuwe instanties, met inbegrip van gegevensuitwisseling met derde landen, …).

Zoals we al eerder zeiden, houden deze maatregelen risico’s in voor de bescherming van de rechten, vrijheden en waarborgen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang en Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. (FR) Bij het lezen van dit verslag dringt zich de volgende vraag op : was het omdat het Schengeninformatiesysteem van de "eerste generatie" niet werkte of althans ondoeltreffend bleek te zijn om de veiligheid in het kader van de Schengen-ruimte te waarborgen, dat een "tweede generatie" op stapel werd gezet om de gedetecteerde tekortkomingen te verhelpen?

Helaas is het antwoord nee. Deze tweede generatie is niets anders dan een bijgewerkte versie van een systeem dat op zich ondoeltreffend is.

Volgens de cijfers van de Europese Commissie steken jaarlijks 400 000 personen illegaal de grenzen van de Unie over. Zelfs in de veronderstelling dat er weldra biometrische gegevens beschikbaar zullen zijn die kunnen worden gebruikt om een dossier aan te leggen van de illegale immigranten die reeds als zodanig zijn geregistreerd en hen terug naar huis te sturen, zal de Europese Unie, bij gebrek aan controle op haar binnen- en buitengrenzen, niet in staat zijn paal en perk te stellen aan de massale immigratie over zee en over land waarmee zij wordt geconfronteerd.

Het Schengeninformatiesysteem zal een nutteloos gadget blijven zolang de gevaarlijke Schengen-overeenkomsten van kracht zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De invoering van SIS II moest diverse malen worden uitgesteld in verband met technische problemen. Destijds hadden onder andere de nieuwe Oost-Europese lidstaten te kampen met enorme problemen bij hun grenzen, reden waarom zij aandrongen op de invoering van een ‘tijdelijk programma’. Dat was gezien de toenmalige situatie een zinvolle aanpak, maar het heeft ook meerkosten met zich meegebracht.

Inmiddels lijken we met de huidige SIS-variant goede ervaringen te hebben. Op de lange termijn moet het programma uiteraard verder worden ontwikkeld. Geïmproviseerde tijdelijke oplossingen kunnen evenwel leiden tot veiligheidshiaten, en om die reden heb ik de voorziene invoering van de geïmproviseerde variant verworpen, aangezien dit mijns inziens te vroeg is.

 
  
  

− Aanbeveling voor de tweede lezing-Dirk Sterckx (A6-0334/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Higgins (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Tijdens de hoofdelijke stemmingen over de amendementen 1, 3, 4, 5, 6 en 7 van het verslag-Sterckx hebben ik samen met mijn Ierse collega’s van de PPE-ED-Fractie tegen gestemd of mij onthouden van stemming om zodoende blijk te geven van mijn bezorgdheid over kwesties met betrekking tot de macht van de onafhankelijke instantie en het toepassingsgebied van de richtlijn, waarmee de bevoegdheden van lidstaten op een aantal gebieden zouden worden ondermijnd. Wij steunen het algemene streven van de richtlijn volledig en zien ook graag dat er een goed akkoord tussen het Parlement en de Raad wordt bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang en Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. (FR) Europa wenst zich te beschermen tegen maritieme ongevallen en tegen de verontreiniging van haar zeeën en oceanen. Wij juichen dat toe. De recente rampzalige ongevallen met de Prestige en de Erika herinneren ons er niet alleen aan dat het onze plicht is waakzaam te zijn en toezicht te houden op de scheepsveiligheid, maar maken ons tevens attent op onze verantwoordelijkheid bij milieurampen.

Verder verdient de ontwerprichtlijn betreffende onderzoek naar ongevallen op zee een bijzondere vermelding. Voor de eerste maal is overeengekomen om een onderzoeksinstantie op te richten die in alle onafhankelijkheid en onpartijdigheid moet beslissen of er al dan niet een veiligheidsonderzoek dient te worden ingesteld naar de oorzaken en omstandigheden van een ongeval. De intenties zijn goed; laten we hopen dat ze niet moeten wijken voor de enorme financiële belangen die hier op het spel staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Vincent Peillon (PSE), schriftelijk. (FR) Ik heb voor het verslag van mijn Belgische collega Dirk Sterckx over de regeling van de zeescheepvaart gestemd. Sinds de ongevallen met de Erika in 1999 en de Prestige in 2002 hebben wij vergeefs gewacht op Europese oplossingen die herhaling van dergelijke rampen voorkomen. Het risico neemt niet af, maar wordt juist elke dag groter: naar verwachting zal de scheescheepvaart in de komende dertig jaar verdrievoudigen.

Ondanks dit zorgwekkende vooruitzicht heeft het merendeel van de lidstaten niet geaarzeld om de voornaamste voorstellen van de Europese Commissie, die overigens konden rekenen op de steun van de Europese socialisten, te “torpederen”. Een van de verdwenen voorstellen had betrekking op de invoering van een verzekering waarmee via een financiële waarborg moest worden gewaarborgd dat slachtoffers van ongevallen op zee gemakkelijker toegang krijgen tot schadevergoeding.

Door dit verslag aan te nemen tekenen wij protest aan tegen het cynisme en het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel van de lidstaten. Het Parlement mag trots zijn op de bereikte consensus, want in de stemming van vandaag heeft het blijk gegeven van zijn resolute streven naar veiligere en minder verontreinigde Europese wateren.

 
  
  

− Aanbeveling voor de tweede lezing-Kohliček (A6-0332/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Higgins (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Samen met mijn Ierse collega’s van de EPP-ED-Fractie ’s heb ik mij onthouden van stemming over het verslag met de amendementen op het verslag-Kohlicek. Dit heb ik gedaan omdat ik mij zorgen maak over de gevolgen van een splitsing van onderzoeken in een technisch en een de strafrechtelijk deel, en over de problemen die een dergelijke splitsing uit hoofde van de Ierse wet met zich mee zou brengen. Wij ondersteunen het algemene streven van dit verslag en alle maritieme verslagen die vandaag in de voltallige vergadering zijn aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik vertegenwoordig Schotland en onderken het belang van vervoer over zee. Ik ben van mening dat deze sector enorm veel ontwikkelingsmogelijkheden heeft met het oog op de toekomst. Het is van cruciaal belang dat er toereikende maatregelen worden genomen om de veiligheid op zee te maximaliseren en ongevallen te voorkomen. Daarom is dit pakket, dat een herhaling van ongevallen moet voorkomen, iets dat ik zeer verwelkom.

 
  
  

− Aanbeveling voor de tweede lezing-Costa (A6-0333/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het verslag-Costa behandelt enkele belangrijke kwesties voor alle zeegebieden. Het is van cruciaal belang dat de EU de verbetering van de veiligheidsnormen op zee serieus opvat en tegelijkertijd geen onrealistische lasten oplegt aan vervoerders. Ik sta volledig achter het idee dat nationale overheden en havenautoriteiten een cruciale rol spelen bij het onderkennen van de risico's op dit gebied en ben over het geheel genomen tevreden met de maatregelen die vandaag door dit Parlement zijn genomen.

 
  
  

− Aanbeveling voor de tweede lezing-Vlasto (A6-0335/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Higgins (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Samen met mijn Ierse collega’s van de EPP-ED-Fractie heb ik mij onthouden van stemming bij het verslag over de havenstaatcontrole, omdat ik vrees dat de voorgestelde amendementen het MOU van Parijs ondermijnen en compliceren, en omdat ik van mening ben dat de kwestie van de vlaggenstaten beter kan worden behandeld in een afzonderlijke richtlijn en deze richtlijn alleen maar onnodig gecompliceerd wordt door de opname van dergelijke amendementen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Vlasto (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Met de stemming van vandaag hebben wij de Raad eraan herinnerd dat het Erika III-pakket een geheel vormt en als zodanig moet worden behandeld. Daarom heb ik ermee ingestemd dat de amendementen op het verslag-Savary worden overgenomen in mijn verslag over havenstaatcontrole. Door terug te keren naar onze standpunten in eerste lezing geven wij bovendien te verstaan dat wij de Raad weigeren te volgen in het overboord zetten van twee belangrijke voorstellen inzake enerzijds controle door de vlaggenstaat en anderzijds wettelijke aansprakelijkheid van reders, waarvoor wij geen gemeenschappelijke standpunten hebben ontvangen.

Het Franse voorzitterschap, wiens enorme inzet en voortdurende streven naar een oplossing voor dit probleem een bijzondere vermelding verdienen, heeft de Raad overtuigd van de noodzaak om de werkzaamheden met betrekking tot de twee ontbrekende voorstellen te hervatten. Ik ben er zeker van dat het voorzitterschap erin zal slagen de huidige impasse te doorbreken en dat via de bemiddelingsprocedure een alomvattend akkoord over het Erika III-pakket zal worden bereikt. Ik hoop dat deze procedure spoedig op gang kan worden gebracht, zodat we deze nog voor het einde van het jaar kunnen afsluiten. Veiligheid op zee moet hoog op de Europese beleidsagenda blijven staan. Daarom zal ik onze voorstellen blijven verdedigen.

 
  
  

− Aanbeveling voor de tweede lezing-de Grandes Pascual (A6-0331/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. (SV) De Zweedse conservatieven steunen in beginsel de ontwerprichtlijn betreffende gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties, en hebben daar ook in de eerste lezing in april 2007 al voor gestemd.

Met het oog op de tweede lezing heeft de Commissie vervoer en toerisme besloten om als onderdeel van deze richtlijn grote delen van de door de Raad verworpen ontwerprichtlijn betreffende de verplichtingen van vlaggenstaten op te nemen.

De richtlijn betreffende de verplichtingen van vlaggenstaten was een poging de bevoegdheid van de EU uit te breiden tot een gebied waarvoor reeds VN-regels bestaan. Wij hebben al bij de eerste lezing in maart 2007 tegen deze uitbreiding gestemd, en geven daarom ook geen steun aan de poging om via een achterdeur deze regels alsnog op te nemen in de richtlijn betreffende gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties. Daarom hebben wij besloten tegen het verslag-de Grandes Pascual te stemmen.

 
  
  

− Aanbeveling voor de tweede lezing-de Grandes Pascual (A6-0330/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik steun dit verslag van het Parlement over met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en ben voorstander van de andere verslagen van het Parlement die samen met dit verslag het maritieme pakket vormen.

De kwestie van de twee ‘ontbrekende’ dossiers over burgerlijke aansprakelijkheid en vlaggenstaten moet hoe dan ook door de Raad worden opgelost. Het is dus belangrijk dat het Parlement druk blijft uitoefenen door deze dossiers gezamenlijk op te nemen in het verslag-Sterckx inzake monitoring voor de zeescheepvaart, het verslag-Vlasto inzake havenstaatcontrole en dit verslag.

Er is veel werk verricht en ik denk dat we gemakkelijk een akkoord kunnen bereiken over de vijf dossiers waarover we vandaag hebben gestemd. Zonder burgerlijke aansprakelijkheid en zonder vlaggenstaten zullen we echter niet verder komen. De Raad moet een oplossing vinden voor de interne patstelling. Anders kunnen wij de burgers van de EU geen veiligere maritieme sector bieden.

 
  
  

− Aanbevelingen voor de tweede lezing: Sterckx (A6-0334/2008), Kohliček (A6-0332/2008), Costa (A6-0333/2008), Vlasto (A6-0335/2008), De Grandes Pascual (A6-0331/2008 en A6-0330/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti (PSE), schriftelijk. (FR) Na de ongevallen met de olietankers Erika en Prestige hebben de Europese socialisten het voortouw genomen in de strijd voor een "hoogstaande" Europese wetgeving inzake veiligheid op zee.

Met de zeven verslagen van dit "derde pakket maritieme veiligheid" wordt een beslissende stap voorwaarts gezet naar de verwezenlijking van die doelstelling, op voorwaarde dat de inhoud ervan niet wordt afgezwakt door de Raad.

Sinds de eerste lezing in 2007 heeft de Raad het merendeel van de aanbevelingen van het Parlement over de andere vijf verworpen.

In deze tweede lezing herbevestigt het Parlement, na intense amenderingswerkzaamheden, dat het prioritair belang hecht aan de tenuitvoerlegging van een Europees zeescheepvaartbeleid met een zeer hoog beschermingsniveau op het gebied van:

- vlaggenstaatcontrole,

- tenuitvoerlegging van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart,

- aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers,

- scheepsinspectie en toezichthoudende instanties,

- aanwijzing van een onafhankelijke instantie die bevoegd is voor het opvangen van schepen in nood,

- toepassing van het beginsel dat de vervuiler betaalt op de scheepvaartsector.

Deze boodschap aan het adres van de Raad geniet mijn volmondige steun.

Ik roep Nicolas Sarkozy en Dominique Bussereau op te waarborgen dat het Franse voorzitterschap een deugdelijke Europese maritieme ruimte boven de doopvont zal houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Seán Ó Neachtain (UEN), schriftelijk. – (GA) Kort geleden heeft er dertig kilometer buiten de kust van Frankrijk een ongeluk met een zeilboot plaatsgevonden. De bemanning en de passagiers van de Erika hadden veel geluk en kwamen er zonder verwondingen vanaf. Ze hoefden echter niet alleen op het geluk te vertrouwen. Ze hebben het ongeluk overleefd omdat ze te hulp werden geschoten door een Franse reddingsbrigade. Ierse en Franse maritieme onderzoekseenheden hebben nauw samengewerkt bij het onderzoek naar de oorzaak van het ongeluk.

Het geval-Erika laat zien wat er kan gebeuren wanneer de bemanning aarzelt bij het inroepen van hulp. Zoals de rapporteur van het verslag stelt, mogen de levens van de mensen aan boord van een schip en het milieu nooit in gevaar worden gebracht omdat bij een ongeluk geen contact wordt gezocht met de dichtstbijzijnde haven of reddingsbrigade.

Als het om veiligheid op zee gaat, is internationale samenwerking dringend noodzakelijk. Daarom ben ik hoopvol dat er in de tweede lezing een oplossing kan worden gevonden voor het maritieme pakket, en daarom doet het me genoegen om mijn steun aan deze verslagen te geven.

 
  
  

− Verslag-Trautmann (A6-0321/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. – (LT) Het hoofddoel van elke wetgeving over medicinale producten moet zijn de gezondheid van onze samenleving te beschermen. Dit doel moet echter worden bereikt met maatregelen die de ontwikkeling van de sector of de handel in medicinale producten in de Europese Unie niet belemmeren. Ondanks het feit dat eerdere verordeningen een lijst van kleurstoffen bevatten, verschilt de wetgeving over het gebruik ervan per land. Deze verschillen kunnen de handel in geneesmiddelen waarin deze kleurstoffen zijn verwerkt belemmeren, en daarom moet de verordening worden gewijzigd. Dit zal meer helderheid verschaffen en het werk van een groot aantal instellingen vergemakkelijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Dit voorstel heeft ten doel het regelgevingskader voor elektronische communicatie te wijzigen teneinde de doeltreffendheid ervan te vergroten, de toegang tot beschikbare frequenties in het radiospectrum eenvoudiger en efficiënter te maken en de administratieve kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de regelgeving te beperken.

Dit moet ertoe leiden dat Europese burgers, om het even waar in de EU, over efficiëntere en goedkopere communicatiediensten kunnen beschikken, of ze nu gebruik maken van mobiele telefonie, een breedbandaansluiting op internet of kabeltelevisie.

De nieuwe regeling voor het radiospectrum is bedoeld om investeringen in nieuwe infrastructuren te bevorderen en te waarborgen dat alle burgers toegang hebben tot breedband.

Een goed functionerende interne communicatiemarkt en een concurrerende economie die consumenten en bedrijven ten goede komt in het kader van de informatiemaatschappij zijn enkel mogelijk als het regelgevingskader voor telecommunicatie op coherente wijze wordt toegepast. Te dien einde is het noodzakelijk dat de coördinerende rol van de Commissie wordt versterkt; zij moet nauw samenwerken met de NRI’s (nationale regelgevende instanties) en het nieuwe Europees Telecomregelgeversorgaan (ETO) om de consistentie te verbeteren op zowel het niveau van de nationale beslissingen met gevolgen voor de interne markt als bij de tenuitvoerlegging van oplossingen.

Daarom steun ik dit verslag evenals de voornaamste amendementen, aangezien daarin een versterking van de concurrentie wordt nagestreefd om het aanbod voor de consument te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor het verslag van Catherine Trautmann over elektronische-communicatienetwerken en –diensten gestemd omdat het regelgevingskader voor elektronische communicatie mijns inziens dringend aan verbetering toe is en de consument een ruimere keus, meer bescherming en goedkopere diensten van betere kwaliteit moet aanbieden.

Samen met de oprichting van een nieuwe Europese telecomautoriteit zal dit nieuwe regelgevingskader een betere bescherming van de persoonlijke gegevens van consumenten waarborgen, de concurrentie versterken, meer keuzemogelijkheden voor de consument creëren en voorzien in duidelijkere contractuele voorwaarden. Er zij tevens op gewezen dat dit "pakket" de toegang van mensen met een handicap tot telecommunicatiediensten zal vergemakkelijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Net zoals andere natuurlijke hulpbronnen is het spectrum een publiek goed. Het beheer van dit gebied moet derhalve in handen van de overheid blijven, teneinde te waarborgen dat het algemeen belang wordt gediend. Dat is de enige manier om publieke goederen aan te bieden die onontbeerlijk zijn voor de verwezenlijking van een informatiemaatschappij voor iedereen. Daarom zijn wij principieel tegen deze resolutie gekant en hebben wij tegen gestemd.

De ervaring heeft geleerd dat een gecombineerde benadering (markt en beleid) per definitie sterker inspeelt op de belangen van economische groepen dan op de belangen van de bevolking. Hetzelfde geldt voor de toewijzing van het spectrum dat vrijkomt door de digitale omschakeling, waarbij de sociale, culturele en economische waarde (betere openbare dienstverlening, draadloze breedbandverbindingen voor gebieden met een lage dekking, toename van de werkgelegenheid, enzovoorts) moet prevaleren boven de stijging van de overheidsinkomsten.

Spectrumbeheer valt onder de exclusieve bevoegdheid van elke lidstaat. Toch bevat de resolutie elementen waarmee wij akkoord gaan. Het is een feit dat het spectrum geen grenzen kent en dat een efficiënt gebruik van het spectrum in de lidstaten en coördinatie op Europees niveau nuttig zijn, vooral bij de ontwikkeling van pan-Europese diensten en onderhandelingen over internationale overeenkomsten. Wij kunnen echter niet aanvaarden dat in dit verband dezelfde benadering wordt toegepast als in het handelsbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Filip (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Het telecompakket is een van de belangrijkste stukken wetgeving die in de huidige vergaderperiode aan het EP zijn voorgelegd, gelet op het feit dat een van de belangrijkste pijlers van de globalisering wordt gevormd door realtime communicatie in de nationale maar ook mondiale ruimte. Vandaar ook het grote aantal amendementen. Deze zijn het gevolg van de verschillende manier waarop de realiteiten in de nationale ruimten van de 27 worden benaderd. Ondanks alle verschillen in benadering die tijdens de beraadslagingen naar voren kwamen, ben ik van mening dat het verslag-Trautmann een stap voorwaarts is voor de gehele Europese ruimte, ook al hebben bepaalde amendementen, zoals de amendementen 132 of 138, hevige discussies teweeggebracht. Ik ben van mening dat de huidige, door het EP aangenomen versie zorgt voor zowel een gemeenschappelijke benadering van de ontwikkeling van de communicatie in de gemeenschappelijke Europese ruimte als een constructieve controle op hetgeen kan gebeuren in een virtuele communicatieruimte met betrekking tot de bescherming van gegevens of georganiseerde misdaad via het internet. Daarom heb ik in mijn hoedanigheid van lid van dit Parlement gestemd voor het aannemen van dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Ruth Hieronymi (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Mede namens de veertig ondertekenaars heb ik amendement 132 op het verslag-Trautmann ingetrokken, omdat het tijdens de besprekingen in het Europees Parlement over de kaderrichtlijn betreffende het zogenoemde telecompakket niet mogelijk was om een compromis te bereiken over het versterken van het grondrecht op bescherming van intellectuele eigendom.

Doel van amendement 132 was om nieuwe manieren te ontwikkelen om het grondrecht op vrije toegang tot informatie en internet enerzijds en het grondrecht op bescherming van intellectuele eigendom anderzijds beter met elkaar in evenwicht te brengen.

De Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten heeft haar steun voor dit amendement ingetrokken, nadat de linkse fracties (de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie, de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links) hun steun voor het verslag-Del Castillo Vera (Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt) aan deze kwestie hadden gekoppeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. (FR) De telecommunicatiemarkt ontwikkelt zich zo snel dat het nodig werd het regelgevingskader aan te passen. Voor mij was het evenwel duidelijk dat dit kader helder en precies moest zijn en dat het in geen geval de investeringen van de Europese telecommunicatiebedrijven aan banden mocht leggen, aangezien die hevige concurrentie van de Amerikaanse en Aziatische markten ondervinden. Onze ondernemingen moeten onverwijld kunnen plannen en investeren in nieuwe technologieën.

Ofschoon alle partijen baat hebben bij een versterking van de interne markt in de telecommunicatiesector verheugt het mij dat de Commissie er niet is in geslaagd om ons haar gezag op de leggen, maar dat het Europees Parlement het Europees Telecomregelgeversorgaan heeft voorgesteld. Dat is een geloofwaardig alternatief waarmee de samenwerking tussen de nationale regelgevers wordt versterkt en de extra bureaucratische rompslomp verbonden aan de oprichting van de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt wordt voorkomen. De Luxemburgse telecommunicatiemarkt (4,7 procent van de actieve bevolking werkt direct of indirect in deze sector) bijvoorbeeld heeft een sterke nationale regelgever nodig die bekend is met en zich bewust is van de eigen kenmerken van deze markt. Het was derhalve verstandig om in dit geval het susbsidiariteitsbeginsel toe te passen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) De telecombranche ontwikkelt zich snel. Als gevolg daarvan zijn nieuwe maatregelen nodig om de bescherming van consumenten en de rechten van telecomgebruikers te handhaven en te verbeteren. Het verslag van Catherine Trautmann over elektronische-communicatienetwerken en -diensten is erop gericht de ontwikkeling van de volgende generatie telecommunicatienetwerken in Europa te stimuleren. Ik ben van mening dat dit een positieve bijdrage aan de verdere ontwikkeling van de telecomverordening is, die investeringen in een nieuwe communicatie-infrastructuur zal bevorderen en de rechten van consumenten verder zal versterken. Dit standpunt komt tot uitdrukking in mijn stem.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb voor de amendementen van de GUE-NGL-Fractie gestemd. Daarmee wordt een grotere mate van vrijheid op het internet gewaarborgd. Het gaat hierbij immers om een voor de democratie uitermate belangrijke vorm van vrije meningsuiting, namelijk persvrijheid. Het is een goede zaak dat het Parlement ondanks de massale druk van de lobbies, verzet heeft aangetekend tegen deze willekeurige uitsluiting van het internet en heeft geweigerd in te stemmen met uitsluiting van ongeacht welke gebruiker van het internet.

Toch is de uiteindelijke balans van het verslag negatief. De EU moet groot gewicht toekennen aan de openbare dialoog, opdat in samenwerking met het maatschappelijk middenveld zowel de vrijheid van meningsuiting als de bescherming van persoonsgegevens kunnen worden gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. (SV) Ik moet zeggen dat het telecompakket een van de zwaarste wetsvoorstellen is die ik heb meegemaakt sinds mijn komst hier, enerzijds omdat het technisch gecompliceerd is, met overlappende wetsvoorstellen, anderzijds omdat het evenwicht tussen integriteit en veiligheid uit de aard der zaak om een nauwkeurige beschouwing vraagt. Bij het bepalen van mijn standpunt ben ik ervan uitgegaan dat het internet weliswaar niet geheel ongereguleerd kan zijn, maar dat de regels van de rechtsstaat tegelijkertijd onverminderd van kracht moeten blijven. Ik kan niet aanvaarden dat de rechtspraak wordt geprivatiseerd, wat het geval zou zijn als afzonderlijke ondernemingen toestemming krijgen om de inhoud van het internet te censureren voordat de gebruikers zich erover hebben kunnen uitlaten. Als men vindt dat openheid een leidend beginsel moet zijn, is filteren zeer problematisch.

Ofschoon duidelijk moet zijn dat controle op civiele gebruikers van het internet om commerciële redenen nooit mag worden toegestaan, wil ik niet meewerken aan wetgeving die bijvoorbeeld de politie zou verhinderen om kinderpornografie op te sporen, of die op een andere manier de veiligheid van burgers op het spel dreigt te zetten. Het was belangrijk om niet bij te dragen aan een Europees juridisch kader dat technische ontwikkeling verhindert en de democratische, sociale en professionele voorwaarden en mogelijkheden van het internet beperkt.

Ten slotte vond ik dat er voldoende beschermingsmechanismen aanwezig waren om voor de, overigens belangrijke, liberalisering van de telecommarkt te kunnen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Vlasto (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik wilde voor het verslag van Catherine Trautmann stemmen omdat het de sociale, culturele en economische waarde van radiofrequenties tot regel verheft en een beter beheer van het radiospectrum waarborgt, ten bate van alle exploitanten en consumenten.

Deze eerste lezing stelt ons tevens in de gelegenheid om een evenwichtig alternatief aan te dragen voor het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, waarin wij de Commissie met betrekking tot de controle op de mededinging veeleer de rol van scheidsrechter dan van rechter toekennen. Het is immers belangrijk dat de nationale regelgevers op dit vlak al hun bevoegdheden behouden.

Ik betreur evenwel dat het mondelinge amendement van mevrouw Trautmann is aangenomen. Ofschoon het op het eerste gezicht volkomen aanvaardbaar lijkt, wordt hiermee in de praktijk een hiërarchische indeling van de fundamentele rechten van eindgebruikers ingevoerd, aangezien geen enkele preventieve actie mag worden ondernomen zonder voorafgaande rechterlijke beslissing betreffende de bekendmaking en verspreiding van online-inhoud. Het drama dat zich gisteren in een Finse school heeft afgespeeld en de verspreiding van de verschrikkelijke beelden via internet moeten ons vandaag meer dan ooit doen beseffen dat wij weldoordachte en evenredige preventieve mechanismen moeten opzetten. Daar ging het nu net om in het compromisamendement dat ik heb ondertekend, en daarom betreur ik de huidige status-quo in het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Zlotea (PPE-DE), schriftelijk. − (RO) Als rapporteur voor advies namens de commissie IMCO verheugt het mij dat de door alle collega’s ondernomen inspanningen hun beslag hebben gevonden in de vorm van dit evenwichtige verslag, waarmee belangrijke verbeteringen worden aangebracht in de sector van de elektronische telecommunicatie. Ik heb er vertrouwen in dat deze wijzigingen ten goede zullen komen aan de consumenten, omdat hun een grote reeks keuzemogelijkheden wordt geboden, en dat zij tevens zullen bijdragen aan een competitieve markt.

Ik denk dat het behoud van een functionele scheiding, als optie voor de nationale regelgevende autoriteiten, de kans zal geven om het concurrentievermogen op dit gebied te steunen. De Europese economische groei is evenals het welzijn van de consumenten afhankelijk van een dynamische en competitieve sector van de telecommunicatie. Competitieve markten beschikken over breedband en de nieuwkomers op de markt hebben hogere snelheden en innovatieve diensten gebracht.

Zo zijn de doelstellingen bereikt die met de nieuwe richtlijn beoogd werden: hervorming van het spectrumbeheer, verbetering van de coherentie van de regelgevingen inzake de interne markt van elektronische communicatie, en verhoging van het veiligheids- en integriteitsniveau ten gunste van de gebruikers van deze diensten.

 
  
  

− Verslag-del Castillo Vera (A6-0316/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) De in 2001 ingezette liberalisering van de telecommunicatiesector heeft de Europese markten de vrije teugel gelaten en heeft gezorgd voor een toename van de concurrentiekracht, het innovatievermogen en de rentabiliteit. De Europese consumenten hebben ongetwijfeld het meest baat gehad bij deze ontwikkeling, die heeft geleid tot betere diensten, formaten en inhoud en een steeds grotere toegankelijkheid. Wij hebben hier te maken met een technologische, economische en socioculturele (r)evolutie.

Ondanks deze onmiskenbare positieve balans mogen wij niet op onze lauweren rusten.

Er bestaan nog steeds belemmeringen die de totstandkoming van een echte geïntegreerde markt in de weg staan. Deze situatie is hoofdzakelijk te wijten aan de ongelijke toepassing van de Europese regelgeving door de verschillende nationale regelgevende instanties (NRI’s).

Daarom steun ik de oprichting van het ETO, het Europees Telecomregelgeversorgaan. Deze moderne en versterkte versie van de Europese groep van regelgevende instanties voor elektronische-communicatienetwerken en –diensten (ERG) moet zorgen voor een meer coherente toepassing van de regelgeving en kan daarbij rekenen op de actieve medewerking van de NRI’s, die op dit vlak waardevolle praktijkervaring bezitten. De oprichting van het ETO moet waarborgen dat in de gehele EU een coherente regelgevingsaanpak ten uitvoer wordt gelegd met betrekking tot de corrigerende maatregelen van de NRI’s, in volledige onafhankelijkheid van de regeringen en de industrie.

Het ETO zal tevens bijdragen aan de bewustmaking van de consumenten. In dit verband heeft de EU overigens al reden tot voldoening vanwege de rol die het heeft gespeeld in de aanmerkelijke vermindering van de roamingtarieven.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė (ALDE), schriftelijk. – (LT) De liberalisering van de Europese telecommunicatiemarkt is gunstig geweest voor de hele Europese Unie. De sterkere concurrentie in de sector is de belangrijkste motor voor investeringen en innovatie geworden. Ik ben het met de Commissie eens dat er nog steeds toezicht moet worden gehouden op de telecommunicatiesector, totdat deze sector in overeenstemming met de algemene concurrentieregels begint te werken.

Ik kan het echter in principe niet eens zijn met het voorstel van de Commissie om een nieuwe instelling in het leven te roepen om deze markt te reguleren, omdat dit de bureaucratische lasten zou vergroten en deze instelling op een te grote afstand van de gereguleerde markten van de lidstaten zou opereren. Bij de stemming zal ik de amendementen van de Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) steunen, die als doel hebben om de rol van het bestaande Europees Telecomregelgeversorgaan (ETO) uit te breiden en de Europese Commissie aanvullende bevoegdheden te geven.

De nationale toezichthouders voor de telecommunicatiemarkten moeten nauwer met het ETO en de Europese Commissie samenwerken. Naar mijn mening kan de markt door het voorstel van de Commissie industrie effectiever worden gereguleerd en waarborgt het voorstel de daadwerkelijke participatie van nationale toezichthouders en het gebruik van hun expertise op EU-niveau. Dat leidt er dan weer toe dat er geen belastinggeld wordt verspild aan weer een nieuw bureaucratisch apparaat.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij met het verslag van Pilar del Castillo over de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt. De visie in dit verslag - een raad van Europese regelgevers die fungeert als overbrugging tussen de Commissie en de nationale regelgevende instanties - is een visie die op passende wijze rekening houdt met de complexiteit van de markt en de steeds verdere uitbreiding ervan. Dit komt tot uitdrukking in mijn stem.

 
  
  

− Verslag-Toia (A6-0305/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Doel van dit voorstel is te voorzien in gecoördineerde optreden op Europees niveau teneinde een doeltreffend gebruik van het digitale dividend te waarborgen.

De omschakeling van analoge naar digitale terrestrische televisie eind 2012, waarbij een significante hoeveelheid spectrum zal vrijkomen als gevolg van de superieure uitzendefficiëntie van de digitale technologie, zal de EU unieke kansen bieden voor marktgroei en voor uitbreiding van kwalitatief hoogstaande consumentendiensten en keuzes.

Het is dan ook te hopen dat de lidstaten hun digitale dividenden zo spoedig mogelijk vrijgeven, zodat de Europese burgers kunnen profiteren van een geheel nieuwe waaier van innovatieve en concurrerende diensten.

Het is aan de lidstaten om te bepalen hoe het digitale dividend gebruikt zal worden en zij moeten waarborgen dat al deze elektronische-communicatiediensten worden aangeboden in beschikbare frequentiebanden, overeenkomstig de respectieve nationale frequentieplanning en de regelingen van de Internationale Telecommunicatie-Unie.

Het is evenwel van fundamenteel belang dat een gecoördineerde communautaire benadering ten uitvoer wordt gelegd om schadelijke interferenties tussen lidstaten en tussen lidstaten en derde landen te voorkomen. Een dergelijke aanpak zal er bovendien voor zorgen dat de voordelen van het spectrum ten volle worden benut, zodat vanuit zowel economische als sociaal oogpunt een optimaal gebruik gewaarborgd is.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Spectrum is een eindige bron in de telecommunicatiebranche. Wanneer lidstaten tegen 2012 waarschijnlijk volledig zijn overgeschakeld op digitale televisie-uitzendingen, zal er meer spectrum beschikbaar komen. Daarom moet zorgvuldig worden overwogen hoe wij dit spectrum gaan gebruiken. Ik denk dat in het verslag van Patrizia Toia over de gezamenlijke aanpak van het gebruik van spectrum dat vrijkomt als gevolg van de digitale omschakeling, de omstreden spectrumvraagstukken worden onderkend en rekening wordt gehouden met de kwesties van neutraliteit op het gebied van service en technologie bij het toekennen van nieuwe vergunningen. Daarom heb ik voor haar aanbevelingen gestemd.

 
  
  

− Verslag-Harbour (A6-0318/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato (ALDE), schriftelijk. (IT) Als Europese afgevaardigden van de Italiaanse radicalen hebben we ons vandaag onthouden van instemming over het verslag-Harbour. Wij wilden namelijk de aandacht vestigen op de gemiste kansen om onmiddellijk en op een bindende manier iets te doen voor de integratie van gehandicapten. Hoewel er stappen vooruit zijn gezet, zijn er te weinig verplichte maatregelen voor de bevoegde autoriteiten en voor telecommunicatiebedrijven ten gunste van de integratie van gehandicapten. Er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de voorstellen, die samen met de Associazione Luca Coscioni zijn opgesteld, om alle programma’s van de publieke omroep, zoals televisiejournaals en actualiteitenprogramma's, te ondertitelen, en dienstverleners worden niet verplicht gehandicapte gebruikers periodiek op de hoogte te stellen van de voor hen bestemde diensten en de speciale tarieven waarvan zij kunnen profiteren.

Er resten nog tal van vragen over de waarborging van de neutraliteit van internet en de bescherming van de grondrechten van gebruikers. Een steeds verder gemilitariseerde controle van internet breekt baan en onder het voorwendsel van de veiligheid worden opnieuw de vrijheden van de gebruikers geërodeerd. Het staat nog te bezien wat hun garanties en waarborgen tegen de mogelijke systematische filtering van het web waard zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Met het nieuwe pakket voorstellen voor de elektronische-communicatiemarkt promoot de Europese Unie politiemaatregelen. Het doel is om, onder het voorwendsel van de openbare veiligheid en de bescherming van de rechten, de gebruikers van het internet en van alle andere elektronische-communicatiemiddelen te terroriseren, en daarvoor moeten filtersystemen worden aangebracht. Tegelijkertijd maakt de EU van de interne markt voor telecommunicatie, internet, productie en uitzending van beeld en geluid, radio en televisie en satellietverbindingen één grote koek en plaatst die onder de controle van een ‘onafhankelijke’ instantie met versterkte bevoegdheden, waar de monopolistische ondernemingen alleen maar baat bij hebben.

Door middel van het liberaliserings- en eenmakingproces voor de markten op Europees niveau worden de winsten veiliggesteld en de positie van de Europese monopolies in de internationale mededinging versterkt. Dit zal na de volledige liberalisatie en privatisering op nationaal niveau leiden tot nieuwe herstructureringen, tot superconcentratie van de media en cumulatie van het kapitaal, waarvoor de werknemers in deze sector en de gebruikers uiteindelijk het gelag zullen moeten betalen.

De scheiding van infrastructuur enerzijds en dienstverlening en handel anderzijds heeft tot resultaat dat de overheid de infrastructuur blijft financieren - want infrastructuur is niet winstgevend voor het kapitaal - en de dienstverlening uitverkoopt aan particulieren.

De aanneming van de voorstellen door middenrechts en middenlinks toont eens te meer aan dat deze krachten warme voorstanders zijn van de keuzes van het kapitaal en bevestigt dat het noodzakelijk is het machtsevenwicht te veranderen ten gunste van de werknemers, opdat er een radicaal ander beleid kan komen, een beleid dat de werknemers de vruchten doet plukken van het gebruik van de nieuwe technologie.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Het door het Parlement aangenomen verslag over universele dienstverlening en de rechten van gebruikers van elektronische-communicatiediensten heeft tot doel de positie van de consument op de markt van elektronische diensten te verbeteren. Universele dienstverlening moet garanderen dat de consument tegen een betaalbare prijs toegang heeft tot openbare telefoondiensten. Dat geldt zowel voor nationale en internationale verbindingen als voor noodoproepen.

De aanneming van dit verslag zal de rechten van de consumenten versterken. Gebruikers zullen het recht hebben om van aanbieder van telecommunicatiediensten te veranderen met behoud van hun huidige telefoonnummer. Bovendien mag de overdracht van het nummer niet meer dan een dag in beslag nemen. Dit is van fundamenteel belang. De maximale looptijd van de contracten die telecommunicatiebedrijven met hun klanten mogen afsluiten wordt beperkt tot 24 maanden. Desalniettemin moeten aanbieders gebruikers ook de mogelijkheid bieden om voor alle soorten diensten of eindapparatuur een contract met een maximumlooptijd van 12 maanden te ondertekenen.

Voorts moet de beschikbaarheid van het alarmnummer 112 worden vergroot. Dit is bijzonder belangrijk in crisissituaties. De lidstaten zouden de volledige toegang tot openbare telefoondiensten moeten waarborgen wanneer het elektriciteitsnetwerk uitvalt ten gevolge van een ramp of in geval van overmacht. De toegang tot het noodnummer 116 voor vermiste kinderen zou eveneens verbeterd moeten worden. Momenteel wordt dit nummer in slechts zeven EU-lidstaten op vrijwillige basis gebruikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. − (PL) Ik was bijzonder ingenomen met het verslag van de heer Harbour over de wijziging van de richtlijnen inzake de rechten van gebruikers met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Het is een evenwichtig document dat tot doel heeft de situatie op de markt van de elektronische-communicatiediensten aanzienlijk te verbeteren. Het was verstandig om compromisamendementen voor te stellen, aangezien deze door een overweldigende meerderheid van de Parlementsleden zijn aanvaard. Dankzij deze aanpak kon het verslag als geheel worden aangenomen, ondanks het zeer grote aantal amendementen.

De wettelijke bepalingen van de Europese Unie inzake telecommunicatie dateren van de jaren negentig van de vorige eeuw. Naar mijn mening is de herziening van de richtlijnen een uitgelezen kans om deze bepalingen aan te passen aan de ingrijpende technologische veranderingen die zich hebben voltrokken. Dit is van wezenlijk belang, aangezien we van plan zijn om mobiele communicatie en breedbandtoegang onder de universele dienstverplichting te laten vallen. Licentiehouders moeten zeker kunnen zijn van het recht op volledige informatie over alle beperkingen aangaande de toegang tot legale software. De aanbieders van communicatiediensten moeten de veiligheid van het netwerk garanderen, de persoonsgegevens van verbruikers beschermen en de grote hoeveelheden spam tegengaan.

Ik vind het zeer belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de behoeften van ouderen en personen met een handicap, voor wie de toegang tot telecommunicatiediensten moet worden vereenvoudigd. Ik hoop ten zeerste dat er op het gebied van de apparatuur nieuwe passende technische oplossingen zullen worden ontwikkeld. Ik ga ervan uit dat deze ontwikkelingen tot een aanzienlijke daling van de kostprijs van telecommunicatiediensten in de hele Europese Unie zullen leiden. Ondanks het Schengen-systeem betalen we vandaag nog steeds onredelijk hoge prijzen voor dataoverdracht over de interne grenzen van de Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Uit het verslag van Malcolm Harbour blijkt heel duidelijk dat internet- en telefoongebruikers momenteel oneerlijk worden behandeld. In deze zware economische tijden moeten consumenten er op kunnen vertrouwen dat zij waar voor hun geld krijgen. De voorstellen in het verslag zorgen ervoor dat klanten beter worden geïnformeerd en dat hun persoonsgegevens beter worden beschermd, zowel online als offline. De bepaling dat gehandicapte gebruikers gelijkwaardige toegang krijgen tot internet en andere communicatiediensten is ook van essentieel belang om te waarborgen dat iedereen kan profiteren van het hedendaagse digitale tijdperk. Daarom heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Vandaag wordt een poging gedaan om de economische belangen er koste wat kost door te drukken. Ineens moet een stortvloed aan auteursrechtbepalingen worden opgenomen in een kaderwet betreffende het beschikbaar stellen van telecommunicatie. De EU hoeft alleen maar te voorzien in de verplichting om klanten te waarschuwen voor de gevaren ten gevolge van de schending van de ‘intellectuele eigendomsrechten’, en dan kunnen sancties op nationaal niveau worden vastgesteld. Achteraf kan men dan elkaar de schuld in de schoenen schuiven. Bovendien hebben grote softwareontwikkelaars in het kader van het onderhavige verslag getracht hindernissen voor hun kleinere concurrenten op te werpen.

Er mag op internet dan sprake zijn van overtredingen van de wet – zoals kinderporno – waar wij maatregelen tegen moeten treffen, maar we mogen niet toestaan dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt opgeofferd aan de economische belangen van een aantal grote concerns en multinationals. Het oorspronkelijke idee achter het telecompakket was weliswaar zeer zinvol, maar omdat door de onoverzienbare hoeveelheid amendementen er misschien toch nog enkele door de mazen van het net zijn geglipt, in de zin van wat ik zojuist bekritiseerde, heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. − (RO) Het liberaliseringproces op de telecommunicatiemarkt, zoals dat in de afgelopen 10 jaar door de EU is uitgevoerd, is onmiskenbaar een succes geworden.

De hervorming van het regelgevingskader voor elektronische communicatie maakt deel uit van de alomvattende interne marktstrategie van de Commissie en is essentieel voor het bereiken van de doelstellingen van de strategie van Lissabon, aangezien telecommunicatie, bezien vanuit macro-economisch oogpunt, bijdraagt aan efficiëntere activiteiten in talloze andere sectoren.

Ik waardeer het werk dat de rapporteurs hebben verricht tijdens de opstelling van een reeks coherente en efficiënte maatregelen die een weerspiegeling moesten zijn van zowel de EU-doelstellingen alsook de zienswijzen van de meerderheid van de leden van het Europees Parlement met betrekking tot een domein dat van vitaal belang is voor de ontwikkeling en de consolidatie van de banden tussen onderwijs, onderzoek en innovatie en, in het bijzonder, voor het creëren van een, aan de wereldeconomie aangepaste, Europese informatiemaatschappij, die bijdraagt aan economische groei, banen schept en betere diensten biedt, en zo de levenskwaliteit van de burgers van de Unie verbetert.

De positieve stem die is uitgebracht over een aantal essentiële aspecten - zoals het verduidelijken en vergroten van de rechten van de gebruikers, het verstevigen van de bescherming van persoonsgegevens, het creëren van een orgaan van de Europese regulerende instanties (BERT) en een beter beheer van het radiospectrum - geeft uiting aan het streven van de PPE-DE-Fractie een evenwicht te bewerkstelligen tussen de waarborging van het grondrecht van EU-burgers om opgenomen te worden in de informatiemaatschappij en de opstelling van een gunstig kader voor innovatie en economische ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − Mijn nee-stem inzake het zogenaamde telecompakket (verslag Harbour) is ingegeven door de achterpoortjes die in de richtlijn zijn gelaten en die een mogelijke inbreuk van onze vrijheden kunnen betekenen. Zo kunnen de lidstaten providers de toestemming geven het doen en laten van individuen op internet te volgen. Ik hoop dat lidstaten bij het implementeren van deze nieuwe regels niet in de verleiding worden gebracht om de inhoud van het internet te gaan filteren. Deze taak zou enkel voor de politiediensten mogen weggelegd zijn.

Ik begrijp dat inbreuken van eigendomsrechten via internet moeten worden aangepakt, maar dat mag niet betekenen dat de vrijheid van een individuele internetgebruiker wordt aangetast. Het kan toch niet dat we een situatie creëren vergelijkbaar met een postbode die brieven opent om te zien of de inhoud wel legaal is?

De amendementen waarmee de groenen deze tekst wilden verbeteren, werden weggestemd, waardoor ik niet langer achter dit voorstel kon staan.

Ik had graag voor de vele consumentenvoordelen willen stemmen, maar ik vind het onaanvaardbaar om internetproviders verantwoordelijk te maken voor de inhoud van het internet. Daar was deze wetgeving ook niet voor bedoeld.

 
  
  

− Verslag-Lucas (A6-0313/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Illegale bomenkap en ontbossing leiden tot grote schade voor het milieu, en iedereen is het erover eens dat de illegale kap van gevoelig tropisch bos moet worden verminderd. Daarom vindt de Zweedse partij Junilistan het positief dat afzonderlijke landen gedragscodes opstellen voor de invoer van tropisch hout. Bovendien juichen wij etiketteringsinitiatieven toe, bijvoorbeeld via de Forest Stewardship Council, die de consumenten meer mogelijkheden bieden om bewuste en op feiten gebaseerd beslissingen te nemen voordat ze hout of houtproducten besluiten te kopen.

Helaas onderscheidt dit verslag zich voornamelijk door een duidelijke wil om de positie van het Europees Parlement op het gebied van het bosbouwbeleid in het algemeen te versterken.

Junilistan is principieel van mening dat een gemeenschappelijk bosbouwbeleid in het kader van de EU-samenwerking onwenselijk is. In plaats daarvan moet de verantwoordelijkheid voor kwesties rond of in aansluiting op het bosbouwbeleid van de afzonderlijke lidstaten op nationaal niveau blijven. Junilistan heeft om deze redenen besloten om tegen dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het deed mij genoegen om het verslag over de Internationale Overeenkomst inzake tropisch houtsoorten (ITTA) van mijn collega mevrouw Lucas te steunen. Elk jaar gaan er miljoenen hectares tropische bossen verloren en de resulterende koolstofemissie zal beslist een drastisch effect op de planeet hebben. De EU moet er in de toekomst voor zorgen dat zij een vooraanstaande rol speelt in het tot een minimum beperken van vernietigende en onnodige praktijken.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij met het verslag van mevrouw Lucas over de International Tropical Timber Agreement (Internationale Overeenkomst inzake tropisch houtsoorten) 2006. Voor een serieuze aanpak van milieubehoud is een effectief kader voor overleg, internationale samenwerking en beleidsontwikkeling met betrekking tot de mondiale houteconomie vereist. De EU moet het behoud, de herbebossing en het herstel van in kwaliteit achteruitgegane bosgebieden steunen. Ik denk dat dit verslag de EU op de juiste weg helpt naar de verwezenlijking van een duurzame houteconomie, en daarom heb ik ervoor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Het is meer dan twintig jaar geleden dat de eerste overeenkomst inzake tropische houtsoorten werd gesloten, en toch moeten wij vaststellen dat er nog steeds sprake is van overexploitatie en illegale houtkap.

De overeenkomst was derhalve dringend aan herziening toe, aangezien beter rekening moest worden gehouden met de nieuwe doelstellingen.

Dat is inmiddels een voldongen feit: de internationale overeenkomst inzake tropische houtsoorten waarover de Commissie in 2006 in het kader van de UNCTAD (Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling) heeft onderhandeld, komt tegemoet aan het huidige streven naar duurzame en legale exploitatie van bosgebieden. Het verheugt mij ten zeerste dat deze doelstellingen in de overeenkomst zijn opgenomen.

We moeten er evenwel voor zorgen dat de kosten die deze nieuwe bepalingen onvermijdelijk met zich mee zullen brengen, niet ten laste komen van de producenten van de betrokken landen. Daarom moet de internationale gemeenschap een passende financiële compensatieregeling opzetten.

Bovendien wens ik dat de Commissie nog verder gaat en een alomvattende wetgeving vaststelt waarmee wordt gewaarborgd dat alleen hout en houtproducten uit legale bron en uit duurzaam beheerde bossen op de Europese markt worden gebracht.

Dat is immers de enige manier om producenten aan te zetten tot legale productie en eerbiediging van het milieu en zodoende op wereldniveau bij te dragen aan een weldoordachte en duurzame exploitatie van tropische bossen.

 
  
  

− Ontwerpresolutie: Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006 (B6-0422/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (NI), schriftelijk. − (PL) Ik heb vandaag mijn steun gegeven aan de resolutie over de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout (ITTA) 2006, aangezien ik van mening ben dat het bevorderen van maatregelen om op internationaal niveau het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen een van de nuttigste actieterreinen van de Europese Unie is. Ik reken erop dat iedereen zich bewust is van de noodzaak om bescherming en duurzaam beheer van tropische bossen, evenals herstel van aangetaste bosgebieden te waarborgen.

 
  
  

− Ontwerpresolutie: Prioriteiten van het Europees Parlement voor het wetgevend en werkprogramma van de Commissie voor 2009 (RC B6-0420/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bushill-Matthews (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Samen met mijn collega’s van de Britse conservatieven geef ik aan veel zaken in deze resolutie van harte steun. Wij zijn er sterke voorstanders van dat de administratieve rompslomp wordt verminderd, de strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid wordt verwezenlijkt, steun wordt gegeven aan kleine en middelgrote bedrijven, verdere vooruitgang wordt geboekt in de verwezenlijking van de interne markt, maatregelen worden getroffen ter ondersteuning van consumentenrechten, verdere actie wordt ontplooid op het gebied van klimaatverandering, initiatieven worden genomen voor grensoverschrijdende gezondheidszorg en de betrekkingen met de Verenigde Staten worden gestimuleerd.

Wij kunnen echter geen steun geven aan hetgeen in deze tekst staat over de ratificatie van het Verdrag van Lissabon en aan de oproep tot een gemeenschappelijk immigratiebeleid en een gemeenschappelijk asielbeleid en tot de oprichting van een Europese Dienst voor extern optreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (NI), schriftelijk. − (PL) Ik heb vandaag tegen de resolutie van het Europees Parlement gestemd over het wetgevend en werkprogramma van de Commissie voor 2009. Met haar ambitieuze plannen wil de Commissie overgaan tot een verdere overbodige harmonisatie en het uitvaardigen van nieuwe richtlijnen, die volgend jaar aan de lidstaten moeten worden opgelegd. Voorts verzet ik me met klem tegen het in paragraaf 1 van de resolutie geformuleerde idee om druk uit te oefenen op Ierland en een aantal andere lidstaten, opdat zij het ratificatieproces van het Verdrag van Lissabon voortzetten, ofschoon dit verdrag bij referendum door de Ierse bevolking is verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Het is veelbetekenend dat het Europees Parlement er niet in slaagt een resolutie aan te nemen over de prioriteiten van het programma van de Europese Commissie. De verkiezingen voor het Europees Parlement komen naderbij en dat is reeds voelbaar in de besluitvorming, met name in de beslissingen van de leden die zichzelf willen witwassen, in de wetenschap dat zij in woord en daad medeverantwoordelijk zijn voor de beleidsmaatregelen die hebben geleid tot verslechtering van de sociale situatie, tot stijging van de werkloosheid en het aantal precaire en onderbetaalde jobs, tot crises op financieel, voedsel- en energiegebied - waarvan vooral de landen met de zwakste economieën en de meest kwetsbare lagen van de bevolking het slachtoffer zijn - en tot een toenemende militarisering van de internationale betrekkingen, met alle gevaren die een dergelijke ontwikkeling inhoudt voor de wereldvrede.

Toch willen zij niet inzien dat het noodzakelijk is om te breken met de beleidsmaatregelen die aan de huidige situatie ten grondslag liggen. Zij geven er de voorkeur aan dat de Europese Commissie de instrumenten en beleidsmaatregelen blijft toepassen die al deze problemen hebben veroorzaakt, al zij het met wat roze en groene retouches om de schijn op te houden.

Daarom dringen wij aan op de voorstellen die vervat zijn in de resolutie van onze fractie, waaronder de intrekking van het stabiliteitspact, de stopzetting van privatiseringen en liberaliseringen, prioritaire aandacht voor werkgelegenheid met rechten, uitbanning van de armoede en sociale rechtvaardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė (ALDE), schriftelijk.(LT) Ik heb voor de resolutie over het wetgevend en werkprogramma van de Commissie voor 2009 gestemd en betreur het dat deze resolutie niet is aangenomen. Het is van cruciaal belang dat de Commissie een mededeling publiceert waarin de tenuitvoerlegging van de richtlijn en de verordening inzake de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten wordt geanalyseerd.

Als schaduwrapporteur heb ik bij de opstelling van deze resolutie erop gewezen dat deze documenten van groot belang zijn voor elke EU-burger. In deze documenten worden de procedures vastgelegd en worden oplossingen geboden voor de dagelijkse problemen van burgers. De documenten zijn er niet op gericht om de socialezekerheidsstelsels te harmoniseren, maar stelt procedures vast waarmee de lidstaten verschillende socialezekerheidsstelsels kunnen behouden. Tegelijkertijd wordt voorkomen dat mensen door deze verschillen worden benadeeld. Het dagelijkse welzijn van elke EU-burger is afhankelijk van de tenuitvoerlegging van deze documenten.

Helaas zal de Commissie niet de verantwoordelijkheid krijgen om te beoordelen wat er in de lidstaten is bereikt op het gebied van trans-Europese energienetwerken, of hoe lang de totstandbrenging van de gemeenschappelijke energiemarkt of het bereiken van energiezekerheid voor de hele Europese Unie kan gaan duren. Dat is van fundamenteel belang voor Litouwen, Letland en Estland, en daarom moeten de instellingen van de EU en in de eerste plaats de Commissie concrete maatregelen nemen om deze landen uit hun isolement op het gebied van energie te halen en ze uit hun afhankelijkheid van Rusland, hun enige leverancier van gas en elektriciteit, te verlossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. − (SK) Ik heb tegen de resolutie over het wetgevend programma voor 2009 gestemd omdat er amendementen in zijn opgenomen die om nieuwe wetgeving op sociaal gebied vragen.

Aangezien sociale aangelegenheden vrijwel exclusief tot de bevoegdheden van de lidstaten behoren, heeft onze fractie tegen de wijziging van de richtlijnen inzake het Europees Fonds voor de aanpassing aan de globalisering, de minimumnormen met betrekking tot oneerlijk ontslag van individuele werknemers, de bescherming van werknemers met ongebruikelijke arbeidsovereenkomsten en het terugdringen van het aantal ongelukken op het werk gestemd.

De wettelijke bescherming tegen discriminatie verschilt per lidstaat, vooral met betrekking tot reproductieve rechten, het traditionele gezin, onderwijs en religie. Onze fractie is daarom van mening dat we op deze punten moeten vasthouden aan het subsidiariteitsbeginsel, waarbij elke lidstaat het recht heeft om deze beginselen toe te passen in overeenstemming met zijn nationale tradities en gebruiken.

De kwestie van de toetreding van Turkije tot de EU ligt ook gevoelig in onze fractie, waarvan veel leden Duitse en Franse conservatieven zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) In 2009 zullen de activiteiten van de Commissie worden bepaald door het tijdschema van de Europese verkiezingen, wat het optreden, althans van een van de instellingen, aan banden zal leggen. Deze omstandigheid weerhoudt ons er echter niet van om een realistisch actieplan vast te stellen. De wereld schreeuwt om een herziening van de paradigma’s en om inzicht in het feit dat vele van de theoretische debatten over economische en sociale modellen en over multipolariteit in de internationale betrekkingen (op het niveau van zowel hard power als economische macht of betrekkingen tussen handelsmachten) door de realiteit zijn ingehaald. Wij verzoeken de Commissie dan ook om aan deze nieuwe realiteit het hoofd te bieden met behulp van een langetermijnvisie die op flexibele en soepele wijze kan worden toegepast. Tezelfdertijd dringen wij aan op een agenda voor 2009 die duidelijk aan de kiezers van de verschillende lidstaten laat zien dat het communautaire beleid belangrijk en nuttig is voor onze economieën en onze samenlevingen. De verwezenlijking van deze doelstelling, die niet zozeer afhangt van communicatievraagstukken als wel van de kwaliteit van ons beleid, moet ten grondslag liggen aan onze activiteiten en aan die van de Europese Commissie. Helaas kwam deze benadering niet tot uiting in de in stemming gebrachte resolutie, zodat ik heb tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. − (EN) De rechten van kinderen moeten nog altijd worden bevorderd. Momenteel wordt er te weinig gedaan om kinderarmoede in de EU aan te pakken. Eén op de vijf kinderen in de EU leeft op de armoedegrens, en dat is er één te veel. Het verheugt mij dat het Parlement het werkprogramma voor 2009 van de Commissie heeft afgewezen. We moeten meer doen om acceptabel werk te bevorderen zodat armoede in de gehele EU kan worden aangepakt.

 
  
  

− Ontwerpresolutie: Voorbereiding van de Top EU-India (Marseille, 29 september 2008) (RC B6-0426/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor de gezamenlijke resolutie van het Europees Parlement over de voorbereiding van de Top EU-India gestemd omdat ik het van essentieel belang acht dat het strategische partnerschap met India, dat wij in 2004 hebben aangenomen, wordt aangepast aan de nieuwe uitdagingen waarmee de EU en India worden geconfronteerd. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de voedselcrisis, de energiecrisis en de klimaatverandering.

Ik wil hier onderstrepen dat de resolutie India aanspoort zijn inspanningen om de millenniumontwikkelingsdoelstellingen te halen voort te zetten, met name op het gebied van gendergelijkheid. Een ander belangrijk punt is dat de resolutie India herinnert aan de waarden van de Europese Unie en de Indiase regering verzoekt de doodstraf af te schaffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Los van de andere kwesties die in deze resolutie worden aangekaart en die ook onze goedkeuring wegdragen, hecht ik eraan te onderstrepen dat wij onze absolute steun verlenen aan de verdieping van de betrekkingen tussen de landen van de EU en India. Deze moet leiden tot een echte, effectieve samenwerking en vriendschap Te dien einde is het onontbeerlijk dat deze betrekkingen tegemoetkomen aan de behoeften van de verschillende volkeren, voor beide partijen bevorderlijk zijn en bijdragen aan wederzijdse ontwikkeling, met inachtneming van het beginsel van niet-inmenging en eerbiediging van eenieders nationale soevereiniteit.

De resolutie bevat echter een groot aantal voorstellen die wij, gelet op voornoemde beginselen en uitgangspunten, onmogelijk kunnen onderschrijven. Wij hebben vooral moeite met de zogenaamde "vrijhandelsovereenkomst", die onder meer voorziet in een "akkoord over diensten", "mededinging", "openbare aanbestedingen" en de "afschaffing van heersende beperkingen op het vlak van rechtstreekse investeringen" tussen de EU en India.

Dit voorstel (en doel) is een poging om in te spelen op de expansiedrang van de grote economische en financiële groepen – die in de WTO-onderhandelingen over de liberalisering van de wereldhandel geen concrete vorm heeft gekregen –, voor wie het streven naar toenemende concentratie en centralisatie van het kapitaal een dringende noodzaak is. Deze doelstelling is evenwel in strijd met de behoeften van de werknemers en de bevolking van India en van de landen die deel uitmaken van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. (FR) Het lijdt geen twijfel dat wij moeten werken aan onze betrekkingen met India, een land met meer dan een miljard inwoners en een sterk groeiende economie dat een tegengewicht vormt voor de moslimwereld en China. De resolutie, waarin de standpunten van de heer Sarkozy en de Europese Commissie worden verwoord, druist evenwel regelrecht in tegen de belangen van de Europese landen. Zo zal de "omvattende vrijhandelsovereenkomst" waarvoor in de tekst wordt gepleit, bijdragen aan de verdere ontmanteling van onze economieën en sociale stelsels, die worden gedwongen te concurreren met landen die aan sociale dumping doen. Verder maakt het verzoek van India om een zetel in de VN-Veiligheidsraad deel uit van de voorstellen voor hervorming van de Verenigde Naties, die onder meer ten doel hebben Frankrijk en Groot-Brittannië van hun permanente lidmaatschap te beroven ten gunste van Brussel.

Bovendien is de beschrijving van India als "een voorbeeld van religieus pluralisme" een belediging voor de christenen die zijn vermoord in Orissa.

India verdedigt zijn nationale belangen en zijn duizenden jaren oude waarden. Om evenwichtige betrekkingen met India te waarborgen moeten onze landen hetzelfde doen. Dat kunnen zij alleen in een ander Europa, in een Europa van soevereine staten, dat zijn wortels heeft in de christelijke en Grieks-Romeinse waarden van de Europese beschaving.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Als lid van de delegatie EU-India steun ik de gezamenlijke ontwerpresolutie over de voorbereiding van de EU-India Top 2008.

In de ontwerpresolutie wordt gesproken over de mislukte pogingen om een WTO-overeenkomst te bereiken en wordt uiting gegeven aan de wens om nieuwe inspanningen te ondernemen om alsnog tot een overeenkomst te komen.

In de ontwerpresolutie wordt echter niet het belangrijkste struikelblok voor een dergelijke overeenkomst vermeld, namelijk het feit dat de VS en India er niet in zijn geslaagd om tot een akkoord te komen over een speciaal beveiligingsmechanisme dat het dumpen van producten op de Indiase markt moet voorkomen waarvan de grote plattelands-/landbouwbevolking van India schade ondervindt. Zonder een dergelijk mechanisme zullen naar wordt gevreesd de boeren in India die in hun eigen behoefte voorzien, niet kunnen overleven. De belangrijkste kwestie op het gebied van voedselzekerheid komt niet voldoende aan bod in de WTO en mogelijk is dit de reden waarom de gesprekken uiteindelijk niets hebben opgeleverd. Bij elke nieuwe inspanning om de gesprekken te heropenen moet ervoor worden gezorgd dat de bezorgdheden van de leden over de voedselzekerheid in toereikende mate aan bod komen. Importgolven kunnen een zeer negatief en dramatisch effect hebben op de lokale voedselproductie, en in ontwikkelingslanden met een grote landbouwbasis kunnen importgolven zeer schadelijk zijn voor de inspanningen om een lokale grondslag voor landbouw/voedselproductie te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Soms is het nodig om even in herinnering te brengen dat India in demografisch opzicht de grootste democratie ter wereld is. In combinatie met de economische vitaliteit van het land en zijn groeiende rol in de internationale betrekkingen – in de eerste plaats in zijn eigen regio –, moet dit feit ons ertoe aanzetten een nieuwe kijk op onze betrekkingen met deze belangrijke partner te ontwikkelen. Het zou uiteraard fout zijn om daarbij de zwakheden van de Indiase democratie, de economische structuur en de sociale organisatie van het land over het hoofd te zien. Daarom moeten deze elementen in onze betrekkingen met India bovenaan de agenda staan. Onze agenda moet evenwel ruimer zijn en moet vooral beter worden afgestemd op de nieuwe feiten en omstandigheden. Het streven naar versterking van de politieke betrekkingen en de pogingen tot toenadering tot deze reus dienen daarbij als strategische doelstellingen te worden beschouwd. Wij moeten tevens waakzaam zijn en de nodige bereidheid aan de dag leggen om de rol van India in de gemeenschap van naties te versterken, met name voor wat betreft de architectuur en het institutionele kader. Vaak wordt gezegd dat de eenentwintigste eeuw de eeuw van de Stille Oceaan zal zijn – het is overigens belangrijk dat Europa hiervan nota neemt –, maar het is raadzaam om aan deze voorspelling ook de Indische Oceaan toe te voegen en de Europese strategieën aan te passen aan deze nieuwe situatie.

 
Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2009Juridische mededeling