Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0434/2008

Debatten :

PV 25/09/2008 - 4
CRE 25/09/2008 - 4

Stemmingen :

PV 25/09/2008 - 7.9
CRE 25/09/2008 - 7.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


Debatten
Waarschuwing
Donderdag 25 september 2008 - Brussel Uitgave PB

4. Sociaal pakket (Tweede deel: grensoverschrijdende gezondheidszorgen) (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie betreffende het sociaal pakket (tweede deel: grensoverschrijdende gezondheidszorgen).

 
  
MPphoto
 

  Roselyne Bachelot-Narquin, fungerend voorzitter van de Raad. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris Vassiliou, mevrouw de rapporteur, mijnheer Bowis, geachte corapporteurs, geachte rapporteurs voor advies, geachte afgevaardigden, ik wil het Europees Parlement bedanken voor het feit dat het heeft ingestemd met het uitstel van dit aanvankelijk voor begin deze maand geplande debat.

Zoals u weet hecht het Frans voorzitterschap groot belang aan overleg en discussie over wetsteksten. Ik wilde dan ook graag eerst van gedachten wisselen met mijn collega’s in de Raad, tijdens de informele bijeenkomst van 8 en 9 september jongstleden in Angers, alvorens hiernaartoe te komen en u het standpunt van de Raad, van de zevenentwintig ministers van Volksgezondheid, - en niet van Frankrijk - uiteen te zetten.

Deze eerste gedachtewisseling en de eerste werkzaamheden die in de werkgroep volksgezondheid van de Raad zijn begonnen, maken het mij niet mogelijk om nu op al uw vragen over dit complexe maar ook veelzijdige thema te antwoorden. Dit debat geeft echter wel de commissaris voor volksgezondheid de mogelijkheid om de grote lijnen van het Commissievoorstel uiteen te zetten, en geeft mij de kans om de eerste indrukken van de Raad met u te delen.

De Raad is voor de aanneming van een richtlijn betreffende grensoverschrijdende gezondheidszorg en patiëntenrechten. De opbouw van het recht op dit gebied kan niet worden overgelaten aan enkel en alleen de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen; dat zou onvoorstelbaar zijn. Evenals mijn collega’s ben ook ik van mening dat een dergelijke overweging niet mag worden uitgelegd als kritiek op het Hof, of op de inhoud van de arresten, die patiënten vaak enorme vooruitgang hebben gebracht. Het is evenmin wenselijk het Europa van de gezondheid op te bouwen buiten de twee medewetgevers om, dat wil zeggen zonder het Parlement en de Raad, en dus zonder een politieke dialoog en een democratisch proces. Ons gemeenschappelijk doel is een wetgevend kader vast te stellen dat kan bijdragen aan rechtszekerheid.

Tweede opmerking. De delegaties van de zevenentwintig landen hebben in Angers unaniem uiting gegeven aan hun lof voor het goede werk van de afgelopen maanden en erkend dat naar hen geluisterd is tijdens de recente raadplegingen. Commissaris Vassiliou heeft tijdens de informele Raadsbijeenkomst haar dank daarvoor uitgesproken. Het Sloveense voorzitterschap heeft u ongetwijfeld op de hoogte gebracht van de enorme terughoudendheid die in de Raad heerste ten aanzien van de eerste tekstversie, waarvan de grote lijnen waren uiteengezet tijdens de EPSCO-Raad van 19 december 2007. Slechts een kleine minderheid van lidstaten kon steun geven aan deze eerste versie. Deze vijandige houding was trouwens ook in belangrijke mate terug te vinden in het Parlement, zoals mij werd bevestigd door de afgevaardigden die ik tijdens de raadpleging ter voorbereiding van het Frans voorzitterschap in Straatsburg, Brussel en Parijs heb ontmoet. De politieke dialoog die commissaris Vassiliou onmiddellijk na haar ambtsaanvaarding op gang heeft gebracht, heeft het ongetwijfeld mogelijk gemaakt een goede basis te leggen voor de onderhandelingen, en de Raad is daar blij mee.

Derde opmerking: het tijdschema. Het voorstel is op 2 juli door het college van commissarissen goedgekeurd, maar het kwam te laat om nog een eerste lezing onder ons voorzitterschap te kunnen plannen. Wij zullen echter de onderhandelingen in de Raad zo ver mogelijk doen vorderen en een politieke dialoog met het Europees Parlement op gang brengen. De werkgroep volksgezondheid heeft zich reeds verscheidene keren over de richtlijn gebogen. Morgen komt deze groep opnieuw bijeen om de artikelgewijze behandeling van de tekst voort te zetten. Net als bij onze andere politieke prioriteiten houdt Frankrijk zich ook bij dit thema aan de spelregels van het Trio-voorzitterschap en werkt het in goede verstandhouding samen met Tsjechië en Zweden. Ik wil u eraan herinneren dat het thema ‘het Europa van de gezondheid in dienst van de patiënt’ een prioriteit is van ons gezamenlijk programma van achttien maanden.

Vierde opmerking: het toepassingsgebied van de ontwerprichtlijn. Ik heb hierover gesproken met de afgevaardigden van de Commissie interne markt die afgelopen mei in Parijs waren. Ik weet dat velen onder u het betreuren dat de tekst is beperkt tot enkel en alleen patiëntenmobiliteit en het vraagstuk van de mobiliteit van gezondheidswerkers buiten beschouwing laat. Ik was zelf lid van het Europees Parlement toen gestemd werd over het verslag van Evelyne Gebhardt en verliet het Parlement enkele dagen voor de stemming over het verslag van Bernadette Vergnaud. Ik begrijp dus heel goed waarom men de opneming van dit vraagstuk had geëist. De uitsluiting van gezondheidsdiensten van de richtlijn betreffende diensten op de interne markt veroorzaakt een grijze zone die niet helemaal door de huidige ontwerprichtlijn, waarin het alleen om patiëntenmobiliteit gaat, wordt gedekt. Men zou zelfs kunnen zeggen dat de ontwerprichtlijn eerder verband houdt met de wil om de jurisprudentie van het Hof van Justitie te integreren en aan te passen dan met de uitsluiting van gezondheidsdiensten van de dienstenrichtlijn en dus met de eis van een aantal afgevaardigden om een specifiek sectoraal instrument voor gezondheiddiensten uit te vaardigen. De ministers van Volksgezondheid hebben over dit onderwerp niet gesproken. Hierbij gaat het echter om het tijdschema, en de keuze van de Commissie kan worden verklaard met de overweging dat zo snel mogelijk moet worden gereageerd op de uitdagingen die zich op het toch al grote gebied van patiëntenmobiliteit stellen. Het lijdt geen twijfel dat een ruimere richtlijn, die ook de mobiliteit van gezondheidswerkers zou omvatten, geen enkele kans zou hebben gehad om aangenomen te worden voor de verkiezingen van juni aanstaande.

Vijfde opmerking: de inhoud van de tekst. Wij hebben nog niet alle bepalingen van het ontwerp behandeld. Het voorzitterschap kan wat de Raad betreft in dit stadium echter wel zeggen dat het vraagstuk van voorafgaande toestemming voor ziekenhuiszorg voor de lidstaten van de Europese Unie van cruciaal belang is. Men zou zelfs kunnen zeggen dat dit voor de ministers van Volksgezondheid een fundamentele zorg is. Tijdens de werklunch over dit onderwerp, die op 9 september in Angers plaatsvond, waren de ministers die het woord namen, van mening dat er een beter evenwicht moest worden gevonden tussen individuele mobiliteitsrechten van patiënten en de handhaving van de nationale regelgevings- en planningsmogelijkheden, wat in eenieders belang is.

Dit beter evenwicht moet onder meer tot uiting komen in de herinvoering van voorafgaande toestemming voor ziekenhuiszorg. Dit betekent niet dat wordt getornd aan de jurisprudentie van het Hof van Justitie, waarin wordt gepreciseerd dat de in het Verdrag verankerde beginselen van vrij verkeer ook van toepassing zijn op gezondheidsgebied. Alleen moet het evenwicht dat het Hof van meet af aan in zijn jurisprudentie heeft vastgesteld tussen het beginsel van vrij verkeer en de planningsmogelijkheden van de lidstaten, worden verankerd in het positief recht. Het Hof heeft namelijk een onderscheid gemaakt tussen ambulante gezondheidszorg, waarvoor het aansluitingsstelsel geen voorafgaande toestemming kan vragen, en ziekenhuiszorg waarvoor voorafgaande toestemming een noodzakelijke en redelijke maatregel lijkt te zijn.

De lidstaten zitten in een budgettaire dwangbuis – vergrijzing, technische vooruitgang – en moeten heer en meester blijven over hun gezondheidszorg en met name over hun ziekenhuisplanning. Zoals ook het Hof heeft erkend, heeft deze planning enerzijds tot doel op nationaal grondgebied voldoende en permanente toegang tot een evenwichtige reeks hoogwaardige ziekenhuiszorgdiensten te waarborgen, en heeft zij anderzijds te maken met kostenbeheersing en de wil om in de mate van het mogelijke verspilling van menselijke, financiële of technische hulpbronnen te voorkomen.

Ik wil er vooral op wijzen dat dankzij de opneming van voorafgaande toestemming verstrekking van grensoverschrijdende ziekenzorg is verzekerd zodra dit medisch gerechtvaardigd is. In de regelgeving met betrekking tot de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels wordt dat namelijk al erkend: toestemming kan niet worden geweigerd indien dezelfde behandeling niet binnen een redelijke tijdsspanne beschikbaar is. Wij mogen ook niet vergeten dat voorafgaande toestemming tevens de patiënt bescherming biedt. Daarmee wordt immers verzekerd dat de uitgaven voor verzorging in een andere lidstaat gedekt zijn.

Ofschoon wij grote waarde hechten aan hetgeen volgens ons de juiste uitlegging is van het arrest van het Hof van Justitie, moet ik tot slot toch zeggen dat de richtlijn voor aanzienlijke meerwaarde zorgt, met dien verstande dat de rechten van patiënten worden verduidelijkt. Patiënten krijgen immers de noodzakelijke inlichtingen en er wordt een uniforme uitlegging, en dus een universele, met de jurisprudentie van het Hof strokende toepassing gegarandeerd in alle lidstaten van de Europese Unie.

Geachte afgevaardigden, ik dank u voor uw aandacht en zal aan het eind van het debat opnieuw het woord nemen om op uw vragen te antwoorden.

 
  
MPphoto
 

  Androula Vassiliou, Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben al in de gelegenheid geweest om dit voorstel uitvoerig te bespreken met verschillende belanghebbenden en deelnemers aan het besluitvormingsproces. U herinnert zich wellicht dat ik het voorstel heb ingediend bij de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid nadat het was aangenomen door het college en dat wij een vruchtbare gedachtewisseling hebben gehad. Ook heb ik de kans gehad om visies uit te wisselen met verschillende nationale parlementen en uiteraard de lidstaten in het kader van de recente informele Gezondheidsraad in Angers. Nu doet het mij genoegen deze discussie hier plenair te voeren en ik verheug mij er met u, geachte leden, zeer op. Ik grijp de gelegenheid aan om mevrouw Bachelot-Narquin te bedanken voor haar steun en voor de kans die zij mij heeft geboden om de kwestie uitvoerig met de ministers te bespreken.

Ik wil het voorstel inzake de rechten van patiënten graag in de juiste context plaatsen. Na de talrijke discussies van het Europese Hof van Justitie over de kwestie van de intrinsieke rechten die Europese burgers krachtens het Verdrag hebben om gezondheidszorg af te nemen in de lidstaat van hun keuze en na het specifieke verzoek van de Europese Raad en het Europees Parlement om een voorstel te doen voor de regulering van het recht nadat de bepalingen met betrekking tot gezondheidszorg – zeer terecht – waren geschrapt uit de voorgestelde dienstenrichtlijn, heeft de Commissie op 2 juli het voorstel inzake de rechten van patiënten in de grensoverschrijdende gezondheidszorg aangenomen.

Het is zonder twijfel het belangrijkste initiatief op het gebied van de gezondheidszorg van de huidige Commissie. Het is bedoeld om patiënten betere kansen op en toegang tot gezondheidszorg te bieden, ongeacht hun verblijfplaats, zonder afbreuk te doen aan de nationale verantwoordelijkheden voor de inrichting van de gezondheidszorg.

Het voorstel heeft drie oogmerken. Allereerst wil het de voorwaarden duidelijk maken waaronder patiënten het recht hebben om gebruik te maken van gezondheidszorg in het buitenland en daar een vergoeding voor te ontvangen, en deze zorg daadwerkelijk te ontvangen als die in een bepaalde situatie de beste oplossing is. Ten tweede wil het hoogwaardige en veilige gezondheidszorg garanderen in heel Europa. Ten slotte wil het de Europese samenwerking tussen stelsels van gezondheidszorg bevorderen.

Zoals gezegd is het voorstel gebaseerd op de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Het is volledig in overeenstemming met enerzijds het Verdrag en anderzijds de bevoegdheden van de lidstaten met betrekking tot de organisatie van de gezondheidszorg en de verlening van medische diensten.

Het voorstel bestrijkt drie hoofdgebieden.

Ten eerste dient het ter verheldering en herbevestiging van de gemeenschappelijke beginselen van alle gezondheidszorgstelsels in de EU: universaliteit, gelijkheid, toegang tot zorg van goede kwaliteit, solidariteit. Het roept het overkoepelende beginsel in herinnering dat in het Verdrag en door het Hof wordt onderstreept, namelijk dat de lidstaat op wiens grondgebied de gezondheidszorg wordt verleend, volledig verantwoordelijk is voor de regelgeving en de overeenstemming daarvan met de gemeenschappelijke beginselen.

Om de lidstaten te helpen dit beginsel in meer transparante termen te vertalen, stellen wij voor de kwaliteits- en veiligheidsdoelstellingen voor de op hun grondgebied aangeboden gezondheidszorg beter duidelijk te maken aan patiënten uit andere lidstaten.

Ook hebben wij een bepaling geïntroduceerd die moet waarborgen dat patiënten uit andere lidstaten op voet van gelijkheid worden behandeld met de burgers van de lidstaat waar de behandeling plaatsvindt.

Ten tweede verduidelijkt de richtlijn de aanspraken van patiënten en de bijbehorende voorwaarden waarop zij gezondheidszorg kunnen ontvangen in een andere lidstaat. Het kan voor mensen in grensstreken bijvoorbeeld gemakkelijker zijn om voor gezondheidszorg de grens over te gaan dan grote afstanden te reizen naar de dichtstbijzijnde binnenlandse medische voorziening.

De toegevoegde waarde van grensoverschrijdende gezondheidszorg is ook evident voor mensen die zeer gespecialiseerde behandeling behoeven, die slechts door een heel beperkt aantal zorgverleners in Europa wordt aangeboden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij zeldzame ziekten.

In werkelijkheid weten de meeste patiënten echter eenvoudigweg niet dat zij het recht hebben zich in een ander EU-land te laten behandelen en dat zij recht hebben op vergoedingen voor zulke behandelingen. En zelfs als zij dat wel weten zijn de regels en procedures vaak verre van duidelijk. Dit is wat we duidelijker willen maken met deze nieuwe richtlijn: patiënten krijgen allemaal dezelfde heldere informatie en garanties inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg.

In de praktijk zullen patiënten, zolang de behandeling wordt gedekt door hun nationale stelsel van gezondheidszorg, die behandeling in het buitenland mogen ondergaan en een vergoeding krijgen ter hoogte van de kosten van dezelfde of soortgelijke behandeling in eigen land.

We maken ook duidelijk dat lidstaten onder bepaalde omstandigheden het recht hebben grenzen te stellen aan de vergoeding of betaling van ziekenhuiszorg in het buitenland door voorafgaande toestemming te eisen als er een duidelijk of zelfs potentieel risico bestaat dat het nationale zorgstelsel wordt ondergraven.

Bovendien verduidelijkt de richtlijn de definities van ziekenhuiszorg en niet-ziekenhuiszorg, waardoor de procedures en voorwaarden voor toegang tot grensoverschrijdende gezondheidszorg worden vereenvoudigd.

In zo’n context wil ik benadrukken dat wij de mogelijkheid openlaten om het begrip ‘ziekenhuiszorg’ uit te breiden tot bepaalde zorg waarvoor niet noodzakelijkerwijs een ziekenhuisopname is vereist maar die per definitie kostbaar is of een zware infrastructuur vereist om goed te kunnen worden verleend.

Ten derde wordt met de richtlijn een nieuw kader ingesteld voor Europese samenwerking op gebieden die wij van groot belang voor de toekomst achten en waarop wij op EU-niveau samen moeten optreden om de voor ons liggende uitdagingen beter het hoofd te kunnen bieden. Dit gebeurt overeenkomstig de voornoemde beginselen door efficiëntere en verbeterde samenwerking, door gemeenschappelijke technische richtsnoeren en door een stelselmatig zoeken naar optimale werkwijzen.

Dit kader voorziet in de ontwikkeling van uitgebreidere toekomstige samenwerking op Europees niveau op terreinen zoals Europese referentienetwerken, teneinde expertise, kennis en medische vaardigheden te bundelen, zowel ten behoeve van toegepast medisch onderzoek als voor diagnose en behandeling. Dit zal met name erg belangrijk zijn op het gebied van zeldzame ziekten, het aanbieden van nieuwe therapieën en de snelle verspreiding van nieuwe gezondheidstechnologie.

Het tweede terrein is dat van het gezondheidstechnologisch aspectenonderzoek, waarbij op EU-niveau de meest doelmatige therapieën zullen worden aangewezen, verspreid en bevorderd door de beste deskundigen uit de lidstaten. Ten aanzien van nieuwe therapieën en de daaraan verbonden hoge kosten moeten we, gezien de beperktheid van de beschikbare middelen, waarborgen dat ze op de allerdoelmatigste wijze worden geselecteerd en toegepast.

Op het derde terrein, e-gezondheid, is het tijd om de technische eisen te bevorderen die interoperabiliteit op alle niveaus garanderen en helpen om e-gezondheid ten minste als een integraal onderdeel van de gezondheidszorg van morgen te vestigen.

Ten vierde is er op EU-niveau behoefte aan een bredere aanpak van de verzameling van gezondheidsgegevens met betrekking tot grensoverschrijdende medische zorg teneinde de gevolgen van de voorgestelde maatregelen beter te kunnen bewaken en ons epidemiologisch toezicht te verbeteren.

Ten slotte is er de vereenvoudiging van de erkenning van medische recepten in alle lidstaten. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat recepten die in een andere lidstaat zijn uitgeschreven, alleen in het land van herkomst van de patiënt worden vergoed als het geneesmiddel is toegelaten en voor vergoeding in aanmerking komt in dat land van herkomst.

Laten we duidelijk zijn: dit initiatief gaat niet over de harmonisatie van gezondheidszorgstelsels. Het gaat niet over veranderende taken in het beheer van de gezondheidszorg. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor beslissingen over de organisatie van hun respectieve stelsels, over de vergoedingen die zij hun burgers bieden en de behandelingen en medicijnen waarvoor zij willen betalen. Dit alles blijft zo.

Wat we voor nu en voor de toekomst met deze ontwerpwetgeving willen bereiken is patiënten de mogelijkheden en de informatie geven om toegang te krijgen tot de veiligste, beste en meest geschikte behandeling, ongeacht waar die behandeling in Europa beschikbaar is. Betere samenwerking tussen zorgstelsels zal bovendien meer solidariteit en meer beschikbare zorg opleveren.

Ja, het doel van de voorgestelde wetgeving is de weg te bereiden voor een betere gezondheidszorg in heel Europa.

Zoals mevrouw Bachelot-Narquin aangaf, wordt de richtlijn al besproken in de Raad. Ik hoop dat de besprekingen in het Parlement ook snel zullen verlopen en uiteindelijk vruchtbaar zullen zijn.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  John Bowis, namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, we kennen allemaal die vraag bij de voordeur: wat doet Europa voor mij? Hier is het antwoord: Europa biedt patiënten een nieuwe kans. Dat is goed nieuws. We moeten er alleen voor zorgen dat het werkt. Daartoe zullen we als drie instellingen moeten samenwerken, en zeker ook binnen dit Parlement. Maar we praten over rechterlijke uitspraken. We hebben het niet over een leeg vel papier, dus we beginnen niet helemaal op nul. We zullen met die uitspraken rekening moeten houden.

Die uitspraken komen er in lekentaal op neer dat je, als je onnodig lang moet wachten op behandeling, het recht hebt om naar een andere lidstaat te gaan, daar je behandeling te ondergaan en de rekening naar huis te laten sturen, zolang de kosten vergelijkbaar zijn en het om een normaal beschikbare behandeling gaat. Dat is helder. Toen ik mijn verslag over patiëntenmobiliteit in dit Parlement presenteerde, werd het met een overweldigende meerderheid aangenomen. Dit moet vooral, zo zeiden we toen, een beslissing van politici en niet van juristen zijn.

(FR) Mevrouw de minister, ik citeer Jean Giraudoux: "Jamais poète n'a interprété la nature aussi librement qu'un juriste la réalité". («Nooit heeft een dichter de natuur zo vrijelijk geïnterpreteerd als een jurist de realiteit»)

(EN) Daarom willen we dat niet juristen maar politici dit interpreteren. Daarom willen we wettelijke zekerheid, zodat allen weten waar ze aan toe zijn: overheden, gezondheidsdiensten, patiënten, dokters. En daarom moeten we maken dat het werkt voor patiënten en gezondheidsdiensten. Het moet een kans zijn, geen nachtmerrie, voor de managers van de gezondheidszorg in het thuisland.

Dus hebben we vragen. We hebben vragen waarop de patiënt terecht antwoorden verwacht. Kom ik in aanmerking? Zo ja, wat moet ik dan doen? Hoe kan ik controleren waar ik naartoe zou mogen gaan en wie de dokter zou kunnen zijn? Welke keuze is er? Welke eisen worden er aan de vertrouwelijkheid gesteld? En wat gebeurt er als er iets fout gaat?

Dat zijn allemaal vragen waarop we het antwoord moeten vinden. En dan zijn er ook nog zaken die we onder elkaar moeten bespreken; enkele daarvan zijn al aan de orde gesteld.

Ten eerste de toestemming vooraf. Mijn instinct zegt me dat het voor klinische ziekenhuiszorg redelijk is om toestemming vooraf te eisen. Het Hof heeft niet uitgesproken dat dit op zichzelf onjuist is; het heeft gezegd dat het onder bepaalde omstandigheden onjuist is om toestemming te weigeren, dus daar zullen we heel zorgvuldig naar moeten kijken.

We moeten ook kijken naar de kwestie van de recepten. Ja, ik begrijp dat de staat van vestiging moet beslissen over wat wordt voorgeschreven, maar als je een geneesmiddelenkuur krijgt voorgeschreven in het kader van je behandeling in een andere lidstaat en vervolgens naar huis gaat en te horen krijgt dat je de rest van die kuur niet kunt krijgen, waar blijft dan het patiëntenrecht? Dat is het soort vragen dat we moeten beantwoorden.

Een andere kwestie is de vergoeding. De patiënt wil niet dat hij met een zak baar geld op reis moet. Er moet een mogelijkheid zijn om de rekening thuisgestuurd te krijgen; volgens mij zou dat via een centraal betaalbureau kunnen.

Maar dit is een maatregel voor de patiënten, niet voor de gezondheidsdiensten – die komen een andere keer aan de beurt. Het zijn de patiënten die hier centraal staan – de patiënten, niet de juristen – en wel alle patiënten, niet slechts een enkeling.

 
  
MPphoto
 

  Dagmar Roth-Behrendt, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we hebben het vandaag over een voorstel waarbij echt mensen in de Europese Unie centraal staan, namelijk patiënten. Ik ben de commissaris zeer erkentelijk voor haar inleiding, maar ik wil ook mijn dankbaarheid betuigen aan de heer Kyprianou voor al het voorwerk dat hij heeft verricht in een moeilijke tijd.

Waarom noem ik het een moeilijke tijd? Omdat de lidstaten vaak nog de laatste fossielen zijn in de Europese Unie, gegoten in steen, niet in staat te begrijpen dat mensen centraal staan en ervan overtuigd dat de wereld rond hen en hun systemen draait. Dat is niet het geval. Centraal staan de patiënten, en zij zijn de zwakste schakels in onze maatschappij, want ze zijn ziek en zwak.

Als we het vandaag hebben over patiëntenmobiliteit, in het besef dat het eigenlijk een recht is in de interne markt, wat inhoudt dat het al meer dan twintig jaar zou moeten bestaan, dienen we onszelf af te vragen of we dit debat tijdig voeren en of de lidstaten op de hoogte zijn van de actualiteit. Ik zeg u, dat zijn ze niet! Als de Eurobarometer ons vandaag laat zien dat 30 procent van alle mensen in de Europese Unie niet weet dat ze recht heeft op behandeling in een ander land, betekent dit dat de lidstaten iets verkeerd hebben gedaan. Ze hebben de burgers niet geïnformeerd over hun rechten; ze hebben hun niet verteld waar ze recht op hebben en welke opties er zijn voor patiënten.

Ja, ik ben het eens met de heer Bowis en anderen hier, en ook met de commissaris, dat de lidstaten natuurlijk hun autonome stelsels voor de gezondheidzorg moeten houden. Wij willen ons hier niet mee bemoeien, maar we willen wel garanderen dat patiënten zich vrij kunnen bewegen.

In verband met de autonomie van de lidstaten zie ik ook in dat er gepland moet kunnen worden, met name als het gaat om stationaire behandelingen. Daarom zal autorisatie een van de hoofdpunten van onze discussie moeten zijn. De heer Bowis heeft hier al op gewezen.

Netwerken en informatiepunten moeten ervoor zorgen dat patiënten weten wat ze mogen doen, maar ze moeten ook weten waar de beste behandeling is – of het nu in Duitsland is of op Cyprus – zodat patiënten de mogelijkheid hebben om genezen te worden.

Als we erin slagen om de kwaliteit van de gezondheidszorg en de toegang van de burger tot de gezondheidszorg dichtbij huis te verbeteren, zou dat toch een fantastisch resultaat zijn, en dan hoeft niemand meer rond te kijken. Dat is wat we echt willen.

 
  
MPphoto
 

  Jules Maaten, namens de ALDE-Fractie. Voorzitter, mevrouw de commissaris, mevrouw de minister, vorige week was ik aanwezig bij een door mijn Deense fractiegenoot Karen Riis-Jørgensen georganiseerde presentatie van een nieuwe website met daarop in alle talen van de Unie "patiëntenrechten".

Daarbij was ook een mevrouw uit Denemarken aanwezig die daar ei zo na niet had gezeten. Zij leed aan borstkanker en kwam niet door het Deense systeem omdat zij de foute hoeveelheid tumoren had. Zij zou behandeld zijn als zij vijf tumoren had gehad, maar zij had er zeven en zij viel niet onder de criteria. Zij moest dus op de een of andere manier eerst twee tumoren laten verdwijnen voordat zij wél geholpen kon worden. Kortom, een eindeloos getouwtrek. Uiteindelijk kon zij in Duitsland geholpen worden. Dat heeft zij gedaan, zij heeft geld geleend van familie, vrienden, en is naar Duitsland gegaan waar zij geholpen werd. Nu zijn de uitzaaiingen weg. Zij is genezen, voor zover je kunt zeggen dat je van kanker genezen bent.

De strijd die zo iemand, die één persoon moet leveren met een systeem op een moment dat je tóch al ziek bent, op een moment dat je zo zwak bent als maar zijn kan, is toch onmenselijk. En dan zeggen wij, wij stellen het systeem boven de patiënt. Ik vind dat volstrekt onacceptabel! Uiteindelijk hebben de Denen overigens een goed deel van de behandeling wél betaald, alles is dus positief afgelopen. Maar wat deze mevrouw is overkomen is geen uitzondering, het gebeurt maar al te vaak.

Het voorstel van de Europese Commissie is daarom echt een enorme stap voorwaarts om deze patiënten te helpen en mijn fractie wil daar ook van harte aan meewerken. Wij moeten er ook voor waken dat deze discussie niet een ideologische discussie wordt. Dit is niet opnieuw een gezondheidsdienstenrichtlijn. Het gaat hier niet om de manier waarop we gezondheid gaan hervormen in de Europese Unie. Dit is niet een kwestie van al dan niet de vrije markt los te laten op gezondheid. Het is voor mij eigenlijk ook geen kwestie van subsidiariteit. Het gaat er niet om of de lidstaten dan wel de Unie winnen. Nee, het gaat erom of de patiënt hier wint of niet. Verder laten wij gewoon alles hetzelfde. Over al die andere dingen moeten wij absoluut ook een keer praten, misschien er bij de verkiezingscampagne fijn ruzie over maken, maar daar gaat het nu niet om, niet voor mij en ook niet voor mijn eigen fractie.

Wij willen gezondheid niet harmoniseren, daar is dit sowieso het moment al niet voor en misschien kan het ook wel helemaal niet. Wij zullen echter wel de mogelijkheden moeten leren benutten die de Europese Unie ons biedt, de schaalvoordelen die wij hebben, zodat er eindelijk echt gespecialiseerde hulp kan zijn bij zeldzame ziektes. Die mogelijkheid hebben wij natuurlijk al jaren, maar wij kunnen die nu ook echt benutten en wij moeten die kans grijpen.

Ter afronding, vorige week was er ook een bijeenkomst in dit Huis waar Dagmar Berend de gastvrouw was en waar het European Patient Forum zijn manifest presenteerde. Ik ben blij dat de patiënten ook met de vuist op de deur roffelen, want we hebben juist de input van de patiënten nodig. Wij gaan nu democratisch beslissen waar de juristen al een voorzet hebben gegeven. Nu echter nemen wij de beslissing waar die echt thuis hoort, namelijk bij de volksvertegenwoordigers.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, toen we tijdens de vorige zitting over de twee eerdere wetsvoorstellen spraken, hebben we helaas niet de gelegenheid gehad om ook over dit specifieke onderwerp te spreken. Maar zoals de titel luidt van een Amerikaanse film: Better late than never. Het Europees Parlement heeft tegenover de Commissie erg op dit thema gehamerd en we zijn dan ook tevreden dat de Commissievoorstellen echt de richting op gaan die door ons is aangegeven.

De gezondheidszorg is bij uitstek een sector waarin absoluut behoefte is aan een Europa zonder grenzen. Als we dat kunnen toezeggen aan de burgers van onze lidstaten, tonen we echte daadkracht ten behoeve van de Europese belastingbetalers en kiezers. De gemiddelde Pool, Hongaar, Cyprioot, Engelsman of Italiaan is namelijk niet zozeer geïnteresseerd in het Verdrag van Lissabon, maar wil vooral weten of hij tijdens een vakantie in het buitenland zorg kan genieten en zelfs of hij speciaal een reis naar het buitenland kan maken om behandeld te worden in een gespecialiseerd ziekenhuis.

Tot slot ben ik van mening dat de vandaag besproken voorstellen de gezondheidszorg voor buitenlanders echt kunnen verbeteren. Ze kunnen echter ook de autoriteit van de Unie vergroten, want die is de afgelopen tijd ondermijnd door ideologische debatten en institutionele oplossingen waar de burger niet om heeft gevraagd.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik juich de verklaring die door de Raad is afgelegd over deze richtlijn en haar beperkingen en context zeker ten zeerste toe. Als rapporteur van het Parlement over de verbetering van de coördinatie van de sociale zekerheid, en ook als rapporteur over de uitvoeringsverordening, heb ik een heel specifieke belangstelling voor deze zaak omdat de kwestie van de vergoeding – hoe deze wordt gegeven, welke informatie wordt gegeven, de snelheid en methode ervan, enzovoort – binnen de werkingssfeer van die speciale verordening valt. Ik denk dat we, als we praten over zaken als gezondheidszorg voor mensen die elders in de Europese Unie op vakantie zijn, moeten onthouden dat die zaken onder het Europees medisch paspoort en onder de coördinatie van de sociale zekerheid vallen. Dat is duidelijk.

Wat met deze richtlijn wordt beoogd is enkele van de zaken op te pakken die niet noodzakelijkerwijs worden geregeld in die bepaalde verordening, en ik vind dat we zorgvuldig moeten zijn bij het vaststellen van de scheidslijn. De kwestie van toestemming vooraf is natuurlijk een uiterst belangrijke zaak. Ik denk dat we duidelijk moeten vaststellen dat we het niet noodzakelijkerwijs hebben over een absoluut recht van patiënten om zich binnen de Europese Unie te verplaatsen en te laten behandelen op grond van hun nationale stelsels, in die zin dat de nationale stelsels de behandelingen vergoeden. Het is een gekwalificeerd recht en ik denk dat we daar duidelijk over moeten zijn.

Ik denk dat we ook duidelijk moeten uitspreken dat deze richtlijn voorstelt, zoals ik het begrijp, om alleen zorg te vergoeden die krachtens het nationale stelsel beschikbaar is, niet nieuwe of andere behandelingen. Dit is dus opnieuw een kwalificatie van het recht waarover we in het kader van deze specifieke richtlijn spreken.

Het lijdt geen twijfel dat de toestemming vooraf beter beheerd moet worden en dat niet alleen de patiënten maar ook de betrokken administraties moeten begrijpen wat dit begrip inhoudt en hoe het snel moet worden verwerkt in het licht van de medische noodzaak. Dat is het criterium dat het Hof heeft voorgeschreven: medische noodzaak. Administraties moeten zich dus daarop baseren en niet noodzakelijkerwijs op hun eigen kostenstructuur.

Er is veel in deze richtlijn dat wij verwelkomen en ook zaken als optimale werkwijzen, kwaliteitsborging, rechtszekerheid en de verdeling van verantwoordelijkheden zijn belangrijk. Zoals John Bowis heeft gezegd, moeten we ook verdere stappen zetten inzake kwesties als bijvoorbeeld voortgezette zorg of recepten die in het stelsel van één lidstaat niet geldig zijn. Maar we moeten ook voorzichtig zijn – en dat geldt voor de uitvoeringsverordening van 883 evenzeer als voor deze – en voorkomen dat we patiënten helpen winst te maken door verschillende stelsels tegen elkaar uit te spelen. Ik denk niet dat stelsels van gezondheidszorg daar enig voordeel van hebben.

Ik wil namens mijn fractie duidelijk stellen dat een toename van de grensoverschrijdende medische zorg geen doel op zich is. Mevrouw Roth-Behrendt heeft gezegd dat de meeste patiënten thuis willen worden behandeld en daar goed en snel geholpen willen worden en dat dus een toename van de zorg, zoals ik zeg, geen doel is. Er worden veel conclusies getrokken over de gevolgen van het streven naar een toename van de grensoverschrijdende zorg, gevolgen waarvoor we mijns inziens beducht moeten zijn. Ik ben blij dat dit debat die beduchtheid heeft weerspiegeld.

Er zijn mensen die aanvoeren dat hiermee concurrentie wordt geïntroduceerd, dat hierdoor de nationale niveaus omhoog zullen gaan en dat we de markt zelfs moeten openstellen met de bedoeling de grensoverschrijdende gezondheidszorg aan te moedigen. Dit Parlement heeft zijn standpunt echter heel duidelijk gemaakt: gezondheidszorg is geen dienst zoals een autoverzekering. Zorg speelt een heel speciale rol en de afnemers zijn niet simpelweg consumenten, maar potentieel kwetsbare mensen die hulp nodig hebben.

Velen van hen die zeggen dat een toename van de grensoverschrijdende gezondheidszorg een goede zaak is, stellen ons tegelijkertijd gerust met de verzekering dat het maar om 2-3 procent gaat. Ik wil wel eens weten wat de schattingen voor de toekomst zijn en wat de gevolgen daarvan zijn voor de 98 procent van de mensen die niet de grens overgaan en dat op dit ogenblik niet willen.

 
  
MPphoto
 

  Roberto Musacchio, namens de GUE/NGL-fractie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het spijt me dat ik niet zo optimistisch kan zijn als mijn collega’s. Ik blijf ervan overtuigd dat deze richtlijn niet ten goede komt van de volksgezondheid maar van de zakenwereld. Voor mij is dit een soort Bolkesteinrichtlijn voor de gezondheidszorg.

De kwestie die centraal moet staan voor Europa, is dat iedere burger het recht wordt gegarandeerd om zo goed mogelijk behandeld te worden in eigen land. Het zou anders wel eens kunnen dat dit onaantastbare recht van mensen om zich waar dan ook te laten behandelen, het feit maskeert dat ze in eigen land niet terecht kunnen - iets wat we niet als een subsidiariteitskwestie kunnen afdoen. Het maskeert tevens de belangen van degenen die graag speculeren op financieel gewin in de gezondheidszorg, waarbij de kassen van de verzekeringsmaatschappijen worden gespekt, terwijl de burgers en de Europese gezondheidszorg met groeiende kosten worden geconfronteerd.

Ik vind deze richtlijn verkeerd, omdat niet gekeken wordt naar harmonisatie, naar het universele karakter van de zorg waar Europa borg voor moet staan. Aan deze richtlijn ligt niet het idee ten grondslag dat gezondheid een recht is waar de overheid voor moet instaan. Zo’n recht mag niet afhangen van de financiële draagkracht om particuliere verzekeringen af te sluiten. De vakbonden houden hier terecht hun hart voor vast en dat geldt ook voor ons.

 
  
MPphoto
 

  Derek Roland Clark, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het centrale punt in dit pakket – op reis gaan voor poliklinische behandeling buiten de staat van herkomst – is de vergoeding door het land van herkomst die beperkt blijft tot het bedrag dat de behandeling daar zou hebben gekost. Er zijn dus voordelen verbonden aan een gang naar een land waar de behandeling goedkoper is, mits die ook beter is. Gezondheidstoeristen zullen het verschil moeten achterhalen tussen de kosten op de plaats van behandeling en de basisvergoeding in het land van herkomst. Inderdaad, de reiskosten worden vergoed, uiteindelijk ook door het land van herkomst, maar op het prijsniveau van het land van herkomst zelf, zodat de gezondheidstoerist op zoek kan naar een extra vergoeding voor zijn behandeling en waarschijnlijk een overschot aan reiskostenvergoeding. De armste patiënten kunnen zich dat niet veroorloven en blijven opgescheept met de slechtste behandeling. De rijken kunnen het wel, maar kiezen waarschijnlijk sowieso voor particuliere zorg. Wat wachtlijsten betreft: als de gezondheidszorg in een land slecht en duur is, zal het geen last hebben van gezondheidstoeristen, maar waar de zorg goedkoop en goed is kan het stelsel al gauw overbelast raken. Zo ontstaat dus een tweedeling in de gezondheidszorg. Is dat wat men noemt een onbedoeld gevolg?

 
  
MPphoto
 

  Luca Romagnoli (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in Europa laten vier op de honderd burgers zich behandelen in buitenlandse ziekenhuizen. Naar mijn gevoel duidt het zorgtoerisme op een plaatselijk slecht functionerende gezondheidszorg, op een tekortschietende dienstverlening. Voor de Italianen die zich in het buitenland laten behandelen geeft het nationale zorgstelsel ongeveer 40 miljoen euro per jaar uit, naast natuurlijk wat door particuliere verzekeringen wordt gedekt.

Wat zijn de redenen daarvoor? Uiteraard de ellenlange wachttijden voordat je in aanmerking komt voor behandeling! In Italië bijvoorbeeld is er een wachttijd van 300 dagen voor een prostaatoperatie, en voor een scan is de wachttijd meer dan een maand. De tweede reden is natuurlijk dat men zorg vraagt die in Italië tegen betaling is en in andere landen niet, zoals tandheelkundige zorg of plastische chirurgie. Een derde reden om naar het buitenland te gaan – en hiervoor vraag ik ieders aandacht – is dat men gebruik maakt van technieken die in eigen land geheel of gedeeltelijk verboden zijn, zoals kunstmatige bevruchting, of technieken die absoluut illegaal zijn, zoals het kopen van organen van levende mensen. India is hiervan een droevig voorbeeld, maar pijnlijke voorbeelden hebben wij wellicht ook gehad in een paar lidstaten toen die nog niet tot de Unie waren toegetreden.

Dus, het zorgtoerisme is in eerste instantie te danken aan de kwaliteit en de lage kosten van de zorg die in een ander land wordt aangeboden. Toch zou de Unie volgens mij in veel gevallen wat meer controle kunnen uitoefenen op de verleende diensten, om de consumenten te beschermen en gelijke mededingingsvoorwaarden te garanderen. Vaak wordt een bepaalde behandeling, ook in pas toegetreden landen, aangeboden in een combinatie van openbare en particuliere zorg. In dit opzicht vraag ik, mevrouw Vassiliou, afgezien van de beginselen die u hebt aangehaald, om toezicht te houden op de naleving van de bestaande voorschriften inzake het gebruik van bepaalde grondstoffen, EG-merken, conformiteitsdocumenten, want het gezondheidsgehalte van medische apparatuur en behandelingen moet worden gewaarborgd. Laten we niet vergeten dat er altijd wel iemand is...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Charlotte Cederschiöld (PPE-DE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijnheer de minister, nu hebben wij als europarlementariërs de kans te laten zien dat wij echte europarlementariërs zijn. Dat wij staan voor het Verdrag en de rechten die het ons verleent. Dat wij wetten maken met het beste voor de patiënten voor ogen en niet om het protectionisme te beschermen en ondersteunen dat soms in het debat doorklinkt. Dat wij overtuigd zijn van de meerwaarde van samenwerking om onze patiënten waar dan ook de best mogelijke zorg te verlenen.

Het voorstel van commissaris Vassiliou is een goed uitgangspunt en verdient lof. Wij moeten haar lijn voortzetten en ervoor zorgen dat er geen onnodige bureaucratische hindernissen worden opgeworpen. Dat betekent dus dat de lidstaten niet het recht hebben het vrij verkeer zonder reden te belemmeren. Alleen in uitzonderingsgevallen mogen er eisen worden gesteld aan toestemming vooraf - als die in de lijst van de Commissie worden gespecificeerd of als het risico bestaat op een massale vlucht van patiënten, wat de gezondheidszorg kan ondermijnen. Met het oog op de weinige patiënten die kiezen voor zorg in het buitenland is het zeer onwaarschijnlijk dat dit zal gebeuren. Het uitgangspunt is dus: geen toestemming vooraf. Al het andere is in strijd met het Verdrag.

De volgende fase in het werk om voorwaarden voor de best mogelijke zorg te scheppen, is de juiste tenuitvoerlegging van de richtlijn. Zieke mensen moeten niet naar de rechter hoeven stappen om hun recht te krijgen en om ongerechtvaardigde eisen aan toestemming vooraf ongedaan te maken. Het Hof van Justitie zal zich voor het vrij verkeer uitspreken, maar wat kost het wel niet aan geld en gezondheid van patiënten die telkens weer hun recht moeten halen! Ik hoop echt dat ons dat bespaard blijft en ik roep mijn collega’s en het voorzitterschap op ons te helpen. Ik ben er heilig van overtuigd dat onze commissaris ons zal helpen.

 
  
MPphoto
 

  Bernadette Vergnaud (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de minister, mevrouw de commissaris, waarde collega’s, inhakend op het initiatiefverslag over gezondheidsdiensten dat het Parlement op 23 mei 2007 heeft aangenomen, legt de Commissie ons vandaag als onderdeel van het sociaal pakket een ontwerprichtlijn voor die uitsluitend is gericht op rechten van patiënten op grensoverschrijdende gezondheidszorg.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik het gebrek aan ambitie van deze tekst uitermate betreur. Hierin wordt geen rekening gehouden met de talrijke interne uitdagingen die moeten worden aangepakt als men de toenemende ongelijkheden op gezondheidsgebied - vergrijzing, sociale ongelijkheden, ruimtelijke segregatie en medische demografieproblemen - wil bestrijden. De Raad en het Parlement mogen bij een voor de Europese burgers zo belangrijk vraagstuk geen genoegen nemen met een eenvoudige codificatie van de arresten van het Hof van Justitie. Wij moeten een evenwicht zien te bewerkstelligen waarmee enerzijds het recht van patiënten - die geen eenvoudige consumenten zijn - op grensoverschrijdende gezondheidszorg wordt gegarandeerd en anderzijds de gelijke toegang tot door de ziekteverzekering gedekte gezondheidszorg van goede kwaliteit wordt beschermd. Daarmee zal dan tegelijkertijd, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, ook de sociale en territoriale samenhang worden gewaarborgd. Er is een onrustbarende grijze zone met betrekking tot een aantal definities, zoals voorafgaande toestemming of het begrip ‘ziekenhuiszorg’. Hier moet een en ander worden verduidelijkt om te voorkomen dat de deur wordt geopend voor discriminatie, waardoor op Europees grondgebied een gezondheidssysteem met twee snelheden zou ontstaan, terwijl juist de meerwaarde van Europa zou moeten worden beklemtoond.

Gezondheid heeft geen prijs maar wel kosten. In de richtlijn wordt - terecht - enerzijds het subsidiariteitsbeginsel bekrachtigd en anderzijds gewezen op de noodzaak van versterkte samenwerking met het oog op de mutualisering van de netwerken van medisch onderzoek of de informatiecentra voor patiënten.

Het debat begint, en het moet een diepgaand en vruchtbaar debat worden, een debat dat niet hals over kop gevoerd mag worden en waarbij alle belanghebbenden moeten worden betrokken. Het doel is immers een echt Europees sociaal model op te bouwen.

 
  
MPphoto
 

  Elizabeth Lynne (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, waarom zou een patiënt zijn gezichtsvermogen moeten verliezen in afwachting van een staaroperatie in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, wanneer die operatie kan worden uitgevoerd in een andere lidstaat? En waarom zou iemand die pijn lijdt en wacht op een heupoperatie niet kunnen profiteren van het ontbreken van wachtlijsten in sommige lidstaten, waar de kosten soms lager zijn dan in het land van herkomst? En waarom moeten sommige hartpatiënten maanden op een dotteroperatie wachten wanneer dat eigenlijk niet nodig is?

Als een klinisch medicus een behandeling adviseert die niet in het eigen land kan worden verzorgd, hebben we een wettelijk kader nodig dat garandeert dat we die behandeling elders kunnen ondergaan. Maar al te vaak zijn het de armste mensen die worden geconfronteerd met discriminatie en ongelijkheid bij de toegang tot de gezondheidszorg. Daarom moeten we ervoor zorgen dat lidstaten toestemming voor behandeling in het buitenland kunnen geven vóór die behandeling. We mogen grensoverschrijdende medische zorg niet beperken tot hen die zich die zorg kunnen veroorloven.

Evenzeer geldt dat deze nieuwe richtlijn niet het zorgniveau mag aantasten voor mensen die ervoor kiezen om in eigen land te blijven. Ook moeten we waarborgen dat de rechten en de veiligheid van patiënten vooropstaan. Daarom is het van vitaal belang dat er een mechanisme wordt ontwikkeld voor de uitwisseling van patiëntendossiers tussen het land van herkomst van patiënten en het land waar zij worden behandeld.

Afgezien daarvan moeten we een stelsel van vergoedingen ontwikkelen voor patiënten die vermijdbare schade lijden tijdens de behandeling in een ander EU-land. En ten aanzien van de uitwisseling van optimale werkmethoden verwelkom ik artikel 15 van de ontwerprichtlijn, waarin wordt gepleit voor een stelsel van Europese referentienetwerken. Deze kenniscentra kunnen een bruikbare vorm bieden om kennis, opleidingen en informatie te delen. Al te vaak zoeken we naar richtlijnen voor ziekenhuisinfecties of kankeronderzoek terwijl de antwoorden voor het oprapen liggen. Het wordt tijd dat we doeltreffender van elkaar beginnen te leren.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, op het vlak van de gezondheidszorg staan we op dit moment voor een aantal belangrijke uitdagingen. Zo moeten we de gezondheid van ouderen verbeteren, ons voorbereiden op de behandeling van geriatrische ziekten in verband met de vergrijzing, algemene toegang tot fatsoenlijke gezondheidszorg garanderen en zorgen voor financieel stabiele nationale zorgstelsels. Speciale aandacht verdient de toegang tot gezondheidszorg voor gehandicapten, kinderen, ouderen en arme gezinnen. Daarnaast moeten ook de patiëntenrechten in de grensoverschrijdende gezondheidszorg worden gegarandeerd en moeten we zorgen voor grensoverschrijdende interoperabiliteit van elektronische medische dossiers, waarbij persoonsgegevens echter moeten worden beschermd. Voorts moeten we goede arbeidsvoorwaarden bieden aan degenen die in de gezondheidssector werkzaam zijn.

In het sociale pakket worden concrete voorstellen gedaan om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Zo wordt voorgesteld om een mededeling op te stellen over de behoeften die de vergrijzing met zich meebrengt, of een groenboek over de werknemers binnen de gezondheidssector. We mogen dus hopen dat de daad bij het woord wordt gevoegd. Ik stel met tevredenheid vast dat er veel aandacht is uitgegaan naar de problemen van de grensoverschrijdende gezondheidszorg, ten tijde van voortdurend toenemende migratie.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, de richtlijn betekent meer macht voor de Europese Unie op het gebied van gezondheidszorg en ik ben er tegen dat deze sector onderworpen wordt aan EU-wetgeving. Gezondheidszorg moet onder de nationale bevoegdheid blijven vallen. Het idee dat patiënten aan een soort gezondheidstoerisme kunnen gaan doen is een onjuiste prioriteitstelling binnen het kader van onze gemeenschappelijke middelen voor gezondheidszorg. Het nieuwe grondbeginsel dat wij zonder toestemming vooraf het recht moeten hebben op zorg in een ander EU-land biedt mogelijkheden voor jonge, relatief gezonde personen met talenkennis en brengt het risico met zich mee dat er minder middelen beschikbaar komen voor degenen met meer behoefte aan zorg, zoals onze ouderen en personen met beperkingen. Natuurlijk moet iedereen het recht op zorg hebben als men ziek wordt in een ander EU-land, maar dat recht hebben wij al en daarvoor is geen nieuwe EU-wetgeving nodig. Gezondheidszorg blijft een terrein voor nationaal beleid.

 
  
MPphoto
 

  Hanne Dahl (IND/DEM). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, wij willen allemaal de snelste en beste behandeling als we ernstig ziek worden, maar ik wil geen Amerikaans model, waar de bemiddelde burgers de beste behandeling krijgen en de zwakken in de samenleving een tweederangsbehandeling – als ze geluk hebben. Als ze geen geluk hebben, krijgen ze helemaal geen hulp. Daarom moeten we enkele fundamentele beginselen vastleggen. Iedereen moet vrije en gelijke toegang tot gezondheidsvoorzieningen hebben, en iedereen moet op zijn of haar beurt en naar zijn of haar behoefte worden behandeld. Dat wil zeggen dat een overheidsinstantie een beoordeling moet uitvoeren om te verzekeren dat een medicus vaststelt wie er aan de beurt is en wat zijn of haar behoeften zijn. De ziekste patiënt moet het eerst worden behandeld, niet de rijkste. In termen van vrije en gelijke toegang tot gezondheidsvoorzieningen zal het een stap vooruit zijn als de overheidssteun voor behandelingen in particuliere ziekenhuizen en de belastingaftrek voor een particuliere ziektekostenverzekering eens goed worden doorgelicht. De wetgeving van de EU moet niet worden ingericht volgens een ideologie die gebaseerd is op de interne markt, maar moet gericht zijn op een flexibel systeem in Europa, waar de minimumrechten op behandeling voor alle burgers worden gegarandeerd.

 
  
MPphoto
 

  Irena Belohorská (NI).(SK) Met de richtlijn over de toepassing van patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg wordt beoogd een acuut probleem op te lossen.

Dit probleem behelst het conflict tussen de subsidiariteit van gezondheidszorgsystemen en de rechten van EU-burgers op vrij verkeer, evenals hun fundamenteel mensenrecht op toegang tot gezondheidsdiensten. Vrij verkeer is het recht van iedere burger die woonachtig is in een lidstaat en wiens gezondheid zich met hem of haar verplaatst. Indien deze burger zich niet kan wenden tot gezondheidsdiensten zou hij of zij ernstig gehinderd worden in het principe van vrij verkeer. Volledige gelijkwaardigheid van diensten is onmogelijk gezien de verschillende belastingen die in ieder afzonderlijk land betaald worden voor gezondheidsdiensten, evenals uiteenlopende bedragen voor behandeling in afzonderlijke landen.

Ondanks dat veel politici zich zorgen maken over de opkomst van het gezondheidstoerisme, met name vanuit het oosten, zijn hun angsten ongegrond. Het is voor een patiënt zeer belangrijk om dicht bij zijn of haar familie te zijn en om niet tegen een taalbarrière aan te lopen. De patiënt-dokterrelatie luistert nauw. Het succes van de behandeling hangt deels af van het vertrouwen dat de patiënt in de dokter of de zorginstantie heeft. De bereidwilligheid van een patiënt om naar het buitenland te reizen voor behandeling, hangt af van de ernst van de ziekte. Wanneer er sprake is van een levensreddende behandeling of de behandeling van een ernstige ziekte, doen verdere belemmeringen er niet toe.

Ik vind dat deze kwesties beter door het Europees Parlement dan door het Europees Hof van Justitie kunnen worden behandeld. Het is een treurig feit dat, ondanks dat wij de vertegenwoordigers zijn van de burgers, wij het moeilijker hebben met het nemen van beslissingen dan het Europees Hof van Justitie dat, in alle gevallen tot dusver, tot de conclusie kwam dat de patiënt gelijk had.

Ten slotte wil ik graag nog één ding zeggen. Veel van mijn collega's spreken over de rijken en de armen. Voor mij, als dokter, bestaat alleen de patiënt. Het maakt mij niet uit of hij of zij een Ford bezit of dakloos is.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE-DE). - Voorzitter, mag ik allereerst zeggen dat het mij enorm deugd doet dat onze oud-collega, mevrouw Roselyn Bachelot, vandaag hier is en eens te meer toont dat de Europese burger centraal staat. Want dat staat hij in deze wetgeving. Hetzelfde zou ik ook als compliment willen zeggen aan mevrouw de commissaris, die ervoor gezorgd heeft dat dit heel moeilijke stuk wetgeving er in elk geval komt.

Wij doen, als Europees Parlement, als Europese Commissie, als Raad, met deze wetgeving echt iets voor mensen. Deze richtlijn biedt namelijk een wettelijke ondersteuning van de mobiliteit en tegelijk biedt zij een wettelijke ondersteuning van de initiatieven die er nu al zijn voor grensoverschrijdende zorg.

Als ik deze richtlijn echter vergelijk met de vorige exemplaren, de tegengehouden versies, dan constateer ik dat de focus nu meer op de patiëntenmobiliteit ligt en minder op de gezondheidsdiensten, en dat is om lidstaten tevreden te stellen. Ik wil daar een kritische opmerking bij maken. Grensregio's die al een aantal goede initiatieven over grensoverschrijdende zorg hebben genomen - ik noem bijvoorbeeld het samenwerkingsverband tussen de Universitätsklinikum Aachen en het Academisch Ziekenhuis Maastricht in mijn eigen regio, de provincie Limburg, die in die Euregio Maas-Rijn ook dolgraag proefregio zou zijn - worden, doordat niet meer op de diensten zelf wordt gefocust, veel te veel afhankelijk van de mobiliteit alleen en dus ook van de willekeur van verzekeraars of de wil of onwil van nationale overheden. Wij moeten nog eens goed naar artikel 13 kijken om te bepalen hoe wij regio's veel meer kunnen laten samenwerken. En bij deze gelegenheid wil ik ook zeggen, mevrouw de commissaris, dat wij in de Euregio Maas-Rijn graag proefregio willen zijn.

Ten tweede, de betrokkenheid van de patiënten bij het opstellen van de nationale coördinatiepunten. Mevrouw Schmidt in Duitsland heeft daar een goed initiatief voor genomen en wij moeten nagaan hoe wij dat meer kunnen integreren.

Een ander punt is de lijst 'intramuraal ambulant', die bedoeld is om bepaalde verrichtingen van deze richtlijn uitgesloten te krijgen. Ook daar moet goed naar gekeken worden, want het kan niet zo zijn dat samenwerkingsverbanden zoals ik die net heb genoemd, straks door het té strikt interpreteren van die lijst nu niet meer mogen meedoen. Het is namelijk van groot belang te weten dat door goede samenwerking topklinische voorzieningen niet duurder, maar gewoon goedkoper worden en beter beschikbaar zijn voor de mensen. Daar doen wij het immers voor.

 
  
MPphoto
 

  Anne Van Lancker (PSE). - Voorzitter, mevrouw de commissaris, mevrouw de minister, Europa heeft als belangrijke taak de lidstaten te helpen om aan alle burgers toegang te verzekeren tot kwaliteitsvolle en betaalbare gezondheidszorg, dichtbij huis waar mogelijk, maar indien nodig ook in het buitenland. Daarom, mevrouw de commissaris, ben ik u ten zeerste dankbaar voor uw initiatief, dat ongetwijfeld heel veel positieve aspecten heeft met name op het gebied van het garanderen van kwaliteit en veiligheid, informatie aan de patiënt, meer Europese samenwerking, e-gezondheid, referentiecentra en dergelijke.

Ik ben het ook eens met u, mevrouw de minister, als u zegt dat het niet goed is patiëntenmobiliteit over te laten aan het Hof van Justitie, maar dat wetgeving hier echt op zijn plaats is. Ik deel ook de bedenking van collega's Bowis en Lambrecht dat wij misschien nog eens goed moeten nadenken over een beter evenwicht op het gebied van voorafgaande toestemming voor patiëntenmobiliteit, want die voorafgaande toestemming is een belangrijk instrument van sturing en planning van de lidstaten.

Er blijven ook nog een aantal vragen openstaan, mevrouw de commissaris, over de tarieven die gehanteerd kunnen worden, over mechanismen die zouden moeten vermijden dat patiëntenmobiliteit leidt tot wachtlijsten in bepaalde landen. Maar ik ben er zeker van, collega's, dat dit bedenkingen en vragen zijn die wij allemaal bij de behandeling van deze richtlijn zullen kunnen oplossen.

Nogmaals, mevrouw de commissaris, dank voor uw initiatief. Mevrouw de minister, wij kijken uit naar de samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, begin dit jaar heb ik een aantal overlegbijeenkomsten in mijn kiesdistrict georganiseerd in het kader van het EU-beleid over sociale zaken en de uitkomsten van deze bijeenkomsten vervolgens ingebracht in het overleg met de Commissie over inventarisatie van de sociale werkelijkheid.

Het werd mij heel duidelijk dat burgers erg geïnteresseerd zijn in een EU die zich meer bezighoudt met sociaal beleid en daartoe behoort zeker ook de mobiliteit van patiënten. De roep om een socialer Europa is zelfs nog versterkt tijdens de campagne voor het Verdrag van Lissabon. Deze reactie van de Commissie gaat weliswaar niet in op alle zorgen van de burgers maar komt op het juiste tijdstip en is een stap in de goede richting.

Ik verwelkom de voorstellen inzake patiëntenmobiliteit zeker, maar ben het met sommige eerdere sprekers eens dat er nog erg veel zaken moeten worden opgehelderd – in het bijzonder de kwestie van de toestemming vooraf.

Toch moet het uiteindelijk zo zijn dat elke beleidsmaatregel draait om de patiënten, die geen zorgen moeten hebben over kosten, veiligheid of kwaliteit.

Intussen dienen patiënten volledig te worden geïnformeerd over hun bestaande rechten, want rechtsonzekerheid werkt altijd in het nadeel van degenen die over weinig persoonlijke middelen beschikken.

Ten slotte heeft het Franse voorzitterschap eerder gewezen op het feit dat sommige mensen teleurgesteld zullen zijn dat de kwestie van de mobiliteit van gezondheidswerkers niet is geregeld. Ik ben een van die mensen. Als we patiënten in het beleid centraal willen stellen, is hun veiligheid de eerste prioriteit en moeten we dus gestandaardiseerde toelatingsstelsels opzetten voor iedereen die in de EU werkzaam is in de gezondheidszorg.

 
  
  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou er in dit debat op willen wijzen dat het voor de nieuwe lidstaten belangrijk is dat de lidstaten de mogelijkheid behouden om gebruik van gezondheidszorg in het buitenland te beperken. Dit is belangrijk omdat in die landen onvoldoende middelen zijn gereserveerd voor de gezondheidszorg. Ook moeten we voorlopig vasthouden aan het principe dat een patiënt slechts recht heeft op vergoeding van de kosten voor zover dit bedrag de kosten van een zelfde behandeling in eigen land niet overschrijdt. We kunnen dit principe pas loslaten wanneer het verschil in ontwikkelingsniveau tussen de oude en de nieuwe lidstaten aanzienlijk is verminderd.

Tot slot wil ik er nog op wijzen dat de voorgestelde oplossingen, met name de oprichting van Europese referentienetwerken en Europese netwerken voor de evaluatie van medische technologie, de kans bieden om binnen de Europese Unie betere medische normen te introduceren en effectiever gebruik te maken van de middelen in de gezondheidszorg.

 
  
MPphoto
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL). - (CS) Waarde collega’s, u zult ongetwijfeld weten dat het aankomende Tsjechische voorzitterschap zal plaatsvinden onder het motto “Europa zonder barrières”. Ik ben dan ook zeer ingenomen met het feit dat de Commissie in samenwerking met het Europese Hof van Justitie een voorstel heeft weten voor te bereiden waarmee een van de barrières wordt geslecht, namelijk de verstrekking van gezondheidszorg. Het doet mij deugd dat dankzij de onderhandelingen de oplossing van de problematiek naderbij is gekomen voor de burger. Ik zou het als arts zeer op prijs stellen indien de nodige stukken snel zouden worden goedgekeurd, maar aan de andere kant vrees ik dat het om een dusdanig ingewikkelde problematiek gaat dat we zullen moeten handelen naar het oude Romeinse adagio “haast u langzaam”. Ik denk dat de volgende punten nu om speciale aandacht vragen: allereerst zijn we het erover eens dat het noodzakelijk is de patiënt die overeenkomstig de uitspraken van het Hof van Justitie recht heeft op gezondheidszorg elders binnen de Europese Unie, de nodige rechtsbescherming te bieden. Ten tweede mag de nieuwe richtlijn de Commissie geen nieuwe bevoegdheden verlenen, aangezien die niet noodzakelijk zijn voor het doel. Ten derde rept de richtlijn onterecht met name over patiëntenverkeer ten behoeve van niet-acute behandelingen. Het ging er juist om te zorgen voor vrij verkeer van gezondheidsdiensten in het algemeen. Verdere discussies over dit onderwerp zijn een kans voor zowel het Tsjechisch voorzitterschap als voor Europa.

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik kijk zowel met instemming als met afgrijzen naar de richtlijn inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg.

Ik stem ermee in, omdat ik zo veel mensen ken die verder invalide zijn geraakt en zo veel mensen die gestorven zijn ten gevolge van het lange wachten op behandeling in Ierse openbare ziekenhuizen. Dus de gedachte dat mijn kiezers in staat zullen zijn om hun medisch dossier op te halen en zonder het huidige obstakel van voorafgaande toestemming in het kader van de E112-regeling naar het buitenland te reizen voor een prompte behandeling is geweldig. Ik zal mijn kiezers die in staat zijn om te reizen dat ook zeker aanraden.

Echter, ik ben me er ook van bewust dat dit de problemen binnen het Ierse zorgstelsel alleen maar zal verergeren en ik voel afgrijzen als ik denk aan diegenen die niet kunnen reizen en op dat zorgstelsel moeten vertrouwen.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, deze kwestie gaat over het recht van het individu om gezondheidszorg te zoeken waar goede zorg beschikbaar is. De afgevaardigde van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, Eva-Britt Svensson, zei hier eerder vandaag dat dit tot gezondheidszorgtoerisme zal leiden. Ik wil haar zeggen dat als zieke mensen zorg zoeken, dat is omdat zij pijn hebben, lijden, gewond zijn en zorg nodig hebben. Er is geen sprake van toerisme.

Uiteindelijk gaat deze kwestie over de macht van bureaucratie versus het recht van het individu. Het gaat erom of oude grenzen moeten worden gebruikt als hindernis voor mensen die gezondheidszorg zoeken of dat de openheid van het Europa van vandaag gebruikt moet worden als mogelijkheid voor mensen in heel Europa om de best mogelijke gezondheidszorg te krijgen. Het was interessant te horen wat de linkse fractie denkt, maar nu de afgevaardigde van de sociaaldemocraten, Jan Andersson, hier voor mij staat en na mij komt op de sprekerslijst, is het interessant van hem te horen of hij het standpunt van Eva-Britt Svensson deelt dat zieke mensen die zorg in het buitenland willen krijgen, aan gezondheidszorgtoerisme doen. Wil hij net als zij verschillende soorten hindernissen opwerpen of wilt u, willen de sociaaldemocraten, waarborgen dat wij de grootst mogelijke openheid hebben, waarbij patiënten niet om toestemming van de autoriteiten hoeven vragen om gezondheidszorg te krijgen? Deze vraag, Jan Andersson, gaat over het sociale Europa. Het gaat niet om hoe individuele besluitvormers moeten bepalen wat anderen kunnen doen, maar hoe het individu de beste gezondheidszorg kan krijgen. Het woord is aan u, Jan Andersson.

 
  
MPphoto
 

  Jan Andersson (PSE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris en vooral een warm welkom voor mevrouw Bachelot-Narquin. Wij hebben in het verleden goed samengewerkt en ik hoop dat wij dit ook in de toekomst zullen doen. Welkom in het Parlement! In het kort wil ik tegen de heer Hökmark zeggen dat dit geen binnenlands debat is. Ik relateer mijn standpunten niet aan die van mevrouw Svensson, maar vorm mijn eigen mening.

Ik verwelkom deze richtlijn om verschillende redenen. Wij hebben duidelijkheid op het gebied van wetgeving nodig. Ik denk dat de richtlijn beter is dan het ontwerp dat wij eerder hadden. Er zijn vooral aanzienlijke voordelen voor mensen die in grensregio’s wonen, zoals ik. Dit gezegd hebbende wil ik er ook op wijzen dat het belangrijk is de bepalingen te verenigen met de verschillende systemen in Europa wat betreft organisatie, financiering en dergelijke aspecten.

Er is één aspect waar wij vooral de aandacht op moeten vestigen en dat is gelijke behandeling. Wij weten dat er prioriteiten zijn in de gezondheidszorg, maar het is van belang dat mensen gelijk worden behandeld en dat er niemand voorrang krijgt vanwege zijn financiële middelen. Het is belangrijk dat wij deze twee zaken bij grensoverschrijdende zorg kunnen combineren. De kwestie van toestemming vooraf is ook belangrijk en daar moeten wij meer over debatteren. De grens die in de richtlijn wordt gesteld is niet goed. Zorg in het ziekenhuis, zorg buiten het ziekenhuis: dit verschilt enorm van land tot land en verandert in de loop van de tijd. Wij moeten andere criteria vinden. Ik kijk uit naar samenwerking. In onze commissie zullen wij ons bezighouden met de financiering van socialezekerheidssystemen, wat een onderdeel is van deze samenwerking. Ik kijk uit naar de samenwerking op dit gebied met de andere commissies.

 
  
MPphoto
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, het belangrijkste voor patiënten is het krijgen van goede, veilige en goedkope zorg, en meestal willen zij hun zorg zo dicht mogelijk bij huis krijgen. Met andere woorden, de nationale gezondheidszorg moet op adequate wijze worden verleend.

Het onderhavige voorstel van de Commissie moet echter worden verwelkomd. Het is belangrijk dat het mogelijk is ook in een ander land zorg te krijgen. Dat waarborgt meer keuzevrijheid, betere richtsnoeren en voorlichting en meer duidelijkheid in kwesties van veiligheid en verantwoordelijkheid. Voor patiënten is dit dus een goede zaak.

Voor de lidstaten is de kwestie iets ingewikkelder, omdat de richtlijn pas goed kan functioneren als de elektronische systemen van sociale zekerheid en gezondheidszorg op elkaar zijn afgestemd. Wij weten dat zij dat vandaag de dag niet zijn en dat de tenuitvoerlegging van deze richtlijn veel van de lidstaten zal eisen. Wij moeten ervoor zorgen dat wanneer de richtlijn is aangenomen, zij ook zodanig functioneert dat patiëntengegevens van het ene systeem op het andere kunnen worden overgedragen en dat gegevensbescherming en de veiligheid van de patiënt worden gewaarborgd. De patiënt is het belangrijkst.

 
  
MPphoto
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, en men hoeft geen professor te zijn om te zien wat het resultaat van dit voorstel in zijn huidige vorm wordt. Aan de ene kant een A-team, bestaande uit de welgestelde en goed opgeleide burgers, met de juiste connecties – in grote lijnen iedereen die in deze zaal zit. Wij kunnen zo nodig de wachtlijst in ons thuisland passeren en de beste experts in de EU zoeken, want wij hebben de middelen voor de behandeling en wij kunnen de reiskosten en andere extra uitgaven betalen. Aan de andere kant zijn er de armen en de achtergestelden. Die moeten achter in de rij gaan staan, en als ze eindelijk aan de beurt zijn, krijgen ze de behandeling die wij rijken niet wilden hebben. Bij officiële gelegenheden presenteert de EU zich als een alternatief voor de Verenigde Staten, maar het punt is dat de EU steeds meer op de Verenigde Staten gaat lijken – ook op gezondheidsgebied. In onze fractie steunen we vrije en gelijke toegang tot noodzakelijke behandelingen. Daarom zeggen wij nee tegen dit voorstel.

 
  
MPphoto
 

  Alojz Peterle (PPE-DE). - (SL) Het sociale klimaat van Europa is veranderd. We staan voor nieuwe uitdagingen die een modernisering van het Europees sociaal model vereisen. De gezondheidszorg binnen Europa verandert ook. Het aantal succesvolle behandelingen van bepaalde ziektes neemt toe, evenals de uitgaven voor de huidige gezondheidszorgsystemen. Burgers lopen echter tegen enorme verschillen aan in de kwaliteit van gezondheidszorg, zowel tussen als binnen de lidstaten. In het aantal mensen dat kanker overleeft, bestaat een verschil van wel 10 procent tussen de lidstaten.

Ik moedig het voornemen van de Europese Commissie aan om het vraagstuk van de gezondheidszorg binnen het kader van een hernieuwde sociale agenda nader te bekijken. Tegelijkertijd betreur ik echter dat de toegenomen aandacht voor de aan gezondheid gerelateerde rechten van de burgers slechts tot stand is gekomen door een uitspraak van het Hof van Justitie. Ik ben zelf een van die mensen die kanker heeft overwonnen en heb gevallen meegemaakt waarin patiënten in het ene land te horen kregen 'we kunnen helaas niets meer voor u doen' en effectieve zorg kregen in een ander land.

Vrij verkeer betekent de mogelijkheid hebben om te kiezen. Keuzemogelijkheid leidt tot grotere concurrentie en derhalve tot hogere kwaliteit en mogelijk ook tot lagere kosten. Ik ben ervan overtuigd dat de richtlijn voor patiëntenmobiliteit Europa goed zal doen en veel positieve gevolgen zal hebben. Ons gezamenlijk doel is gezondheid voor iedereen. De richtlijn voor grensoverschrijdende gezondheidszorg zal ongetwijfeld tot een grotere verbondenheid leiden tussen burgers, die niet zo zeer geïnteresseerd zijn in debatten over bevoegdheden, dan wel in de kortste weg – uiteraard goed aangegeven – naar gezondheid.

Het meest succesvolle Europese beleid is beleid dat burgers in hun portemonnee voelen, zoals bij de roaming-richtlijn. De richtlijn voor grensoverschrijdende gezondheidszorg zal niet direct merkbaar zijn in hun portemonnee, althans niet in eerste instantie, maar ze zullen meer keuze hebben voor hetzelfde geld. En dat is geen slecht gevoel, zeker niet als het om gezondheid gaat.

 
  
MPphoto
 

  Evelyne Gebhardt (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de minister, mevrouw de commissaris, wanneer we het hebben over een sociaal Europa, moeten we altijd de mensen en hun zorgen op de voorgrond plaatsen. Op de voorgrond plaatsen wil zeggen dat we een topprioriteit moeten hebben, namelijk dat het gezondheidssysteem ter plaatse de best mogelijke zorg moet bieden aan de mensen. Dat is prioriteit nummer één. Dat is de maatstaf die aan onze benadering van deze richtlijn ten grondslag moet liggen.

Er zijn echter veel andere overwegingen waarvoor we natuurlijk ook andere oplossingen nodig hebben, bijvoorbeeld omdat mensen reizen of in andere landen werken of omdat ze een zeldzame ziekte hebben of omdat ze in een ander land een betere behandeling zullen krijgen. Dit betekent dat we de mobiliteitsobstakels in deze gevallen uit de weg moeten ruimen en ervoor moeten zorgen dat rechtszekerheid wordt gecreëerd. Dat is de tweede prioriteit.

De derde prioriteit is dat we niet mogen vergeten dat de gezondheidszorg in de lidstaten volgens de Europese verdragen een zaak is van de lidstaten, en dat moeten we respecteren. Met andere woorden, de organisatie en financiering van gezondheidssystemen behoren tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten, en onze wetgeving kan hier niets aan veranderen. Het is geen optie, we kunnen het niet doen, en we zijn het niet van plan, tenzij we ergens in de toekomst met elkaar zouden kunnen afspreken dat we een gemeenschappelijk gezondheidsbeleid gaan opzetten. Dat zou het ideale scenario zijn, maar ik ben bang dat we nog lang niet zo ver zijn om deze stap te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, wij en de burgers van Europa zijn blij dat we eindelijk kunnen beginnen met de parlementaire discussie over dit voorstel.

Ik betreur dat de dreigingen van de PSE-Fractie aan het adres van de Commissie afgelopen december hebben geleid tot een impasse van enkele maanden. Het voorstel is goed en levert een meerwaarde op voor de burgers van Europa. Wij willen dat de politiek grensoverschrijdende rechtszekerheid creëert, zodat burgers niet langer naar het Hof van Justitie hoeven te stappen om op te komen voor hun fundamentele recht op persoonlijke bewegingsvrijheid.

We discussiëren over een richtlijn over patiëntenmobiliteit, niet over gezondheidszorg. De hoofdverantwoordelijkheid voor de gegarandeerde verlening, de kwaliteit en de financiering van de gezondheidszorg blijft bij de lidstaten. We weten echter dat we meer samenwerking tussen de lidstaten nodig hebben op het gebied van de gezondheidszorg en meer grensoverschrijdende Europese inbreng op het gebied van onderzoek, op het belangrijkste terrein – de ziekenhuizen – en aan de verzorgende kant.

Deze kwestie gaat om de bewegingsvrijheid van patiënten. We vragen niet of we de stelsels voor de gezondheidszorg en de hoge kwaliteit van de gezondheidsdiensten kunnen organiseren zonder ongewenste neveneffecten, we vragen op welke manier we dit kunnen doen. We bewegen ons in een gebied tussen vier polen: patiëntenrechten, bescherming van de stelsels voor de gezondheidszorg, bescherming van de ziekteverzekeringen en kwaliteitsbewaking met betrekking tot gezondheidsdiensten, betrouwbaarheid van financiering en rechtszekerheid.

Patiënten hebben een legitiem belang om uit te zoeken wat de beste gezondheidsdienst lijkt te zijn. Om dit voor hen mogelijk te maken, hebben we een rechtskader en rechtszekerheid nodig. Anderzijds wil het merendeel van de bevolking dat gezondheidsdiensten zo dicht mogelijk bij hen in de buurt zijn. We hebben te maken met het probleem van de financiering van de gezondheidszorg in de lidstaten. Meer mobiliteit tegen dezelfde kosten is dan ook de juiste weg. We hebben de kwestie van de kwaliteitsbewaking met betrekking tot de gezondheidsdiensten. Ook op dit punt zouden we het debat moeten aanzwengelen over Europese minimumstandaarden.

 
  
MPphoto
 

  Mia De Vits (PSE). - Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik vind het belangrijk, zoals andere collega's, dat het voorstel er eindelijk is. Het beantwoordt aan een noodzaak, aan een realiteit op het terrein en wij kunnen iets doen voor de mensen.

Sommige collega's stellen hier dat de rijken de enigen zullen zijn die zich zullen kunnen laten verzorgen in het buitenland. Wij moeten vermijden dat het alleen de meest gegoede mensen zijn die toegang hebben tot verzorging in het buitenland, want zij kunnen zich kostbare procedures via de gerechtelijke instanties veroorloven. Patiënten hebben recht op duidelijkheid en op rechtszekerheid en daar kunnen wij nu aan werken, dat is onze taak.

Het voorstel zal een meerwaarde betekenen voor de EU-burgers. Natuurlijk is het niet perfect, wij zullen nog een aantal verbeteringen moeten aanbrengen. Ik denk hierbij aan de definities van 'hospitaal', 'ambulante zorg', e.d. en het vastleggen van de specifieke gevallen waarin nog een voorafgaande toestemming verantwoord kan zijn. Dat zijn punten die wij zeker in het debat zullen opnemen.

Ik hoop echter dat wij een sereen en pragmatisch debat zullen hebben en geen ideologisch debat. Meer zaken zullen door de nationale regelgevingen verantwoord moeten worden, maar ik kan het geenszins eens zijn met degenen die zeggen dat dit voorstel zou raken aan de bevoegdheid van de lidstaten om hun gezondheidszorg te organiseren. Ik vind het heel belangrijk dat dit voorstel nu ter sprake komt.

 
  
MPphoto
 

  Milan Gaľa (PPE-DE).(SK) Verantwoordelijkheid voor de gezondheidssystemen heeft de voornaamste prioriteit binnen de lidstaten. Verantwoordelijkheid voor de organisatie en de voorziening van gezondheidszorg en medische diensten in overeenstemming met artikel 152 van het Verdrag wordt volledig erkend.

Het voorstel is gericht op het invoeren en het veiligstellen van een transparant kader voor de voorziening van veilige, kwalitatief hoge en doelgerichte grensoverschrijdende gezondheidszorg binnen de Unie, waarbij tegelijkertijd een hoog niveau van gezondheidsbescherming wordt verzekerd en het subsidiariteitsbeginsel volledig in acht wordt genomen. Ondanks dat ik volledig achter de intentie en de doelstellingen sta die in de richtlijn uiteen zijn gezet, wil ik graag enkele tekortkomingen van het voorstel aanstippen die opgelost kunnen worden.

Sommigen zijn bang dat deze vorm van zorg de zorgverzekeringssystemen in enkele lidstaten onnodig onder druk zal zetten. We hebben een preciezere omschrijving nodig van de procedures die samenhangen met zorgvoorziening en terugbetaling wanneer er sprake is van herhaalde opnames en schadevergoedingen, evenals de behandeling van complicaties. We moeten een tijdgrens instellen voor de kostenvergoeding en tegelijkertijd duidelijk uitdragen dat de richtlijn de gezondheidszorgvraagstukken op lange termijn niet zal of wil oplossen in die instanties waar de gezondheidsstelsels en sociale systemen normaliter samenkomen.

De term 'in het voordeel van de patiënt' moet nader worden bepaald. Ten eerste moeten de medische aspecten in ogenschouw worden genomen, niet de subjectieve voordelen. Naast de nadere bepaling van de termen 'ziekenhuiszorg' en 'poliklinische zorg', zou het ook verstandig zijn om de term 'gespecialiseerde poliklinische zorg' nader te bepalen. Daarnaast blijft het probleem bestaan over hoe recepten die in andere landen zijn uitgeschreven, vergoed kunnen worden.

Geachte collega's, net als tijdens die andere gelegenheden dat we getuige waren van de invoering van vrij verkeer in het verleden, bestaan er enkele zorgen. Mijns inziens zijn ze echter niet onoverkomelijk.

 
  
MPphoto
 

  Pier Antonio Panzeri (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, er is gezegd dat de gezondheidszorg een belangrijke pijler van het Europees sociaal model is. Daarom zou het van pas komen als wij dit thema aanpakken met de bedoeling een hoog beschermingsniveau van de gezondheid te garanderen en iedereen gelijke toegang tot de zorg te bieden. Helaas ziet het ernaar uit dat de onderhavige tekst niet die kant uit gaat.

Wij moeten het risico vermijden dat het doel van de richtlijn, namelijk in het kader van het vrij verkeer de Europese burgers het recht garanderen op gezondheidszorg binnen de Unie, onderuit wordt gehaald. In feite kan de tekst worden opgevat als een middel om opening van de gezondheidsmarkt op communautair niveau te garanderen, maar dat is dan toch wel wat anders. Op deze manier kan het echt uitdraaien op een recht op gezondheid voor de welgestelden.

De tekst voorziet namelijk uitsluitend in vergoeding van voorgeschoten kosten en die vergoeding blijft beperkt tot de kosten zoals die in het land van herkomst gelden. De kosten van vervoer en verblijf in het gastland worden niet meegerekend. Zo zijn er nog meer kritieke punten waarover gediscussieerd is, variërend van de behoefte om standaardnormen voor dienstverlening op communautair niveau te garanderen tot de belangrijke kwestie van informatieverstrekking.

Om deze redenen denk ik dat er een diepere bezinning moet komen. Wij moeten gezamenlijk proberen de Europese burgers de antwoorden te geven die in deze richtlijn vooralsnog ontbreken.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Alma Anastase (PPE-DE).(RO) Ik wil in de eerste plaats het gehele voorstel van de Commissie voor een nieuw sociaal pakket verwelkomen. De noodzaak tot modernisering van het Europese sociale model is evident binnen de specifieke context van de XXIe eeuw en met het oog op de doelstellingen van de Lissabonstrategie inzake duurzame economische groei en welvaart van de bevolking.

De richtlijn waarover vandaag gedebatteerd wordt, is belangrijk voor het toepassen van de vernieuwde sociale agenda in de praktijk, vooral binnen het kader van de prioriteiten inzake het bevorderen van de geografische en professionele mobiliteit, alsmede bij het waarborgen van een langer en gezonder leven voor de Europese burger. Ik wil mijn hoop uitdrukken dat de bepalingen hiervan zullen leiden tot medische hulp die zo dicht mogelijk bij de woonplaats gegarandeerd wordt. Hierbij nemen we alle lagen van de bevolking in aanmerking, zelfs immigranten, grensarbeiders en jongeren bij studies in het buitenland.

Bovendien is het essentieel dat de gezondheidszorg kwalitatief hoogwaardige en betrouwbare diensten verleent, ongeacht de plaats waar deze in Europa worden verleend. Ik wil bij dezen het belang onderstrepen van onderwijs en opleiding voor de Europese professionals op dit gebied, en van het bevorderen van Europese samenwerking en uitwisseling van goede praktijken. Rekening houdend met de grensoverschrijdende omvang van de richtlijn, dient de professionele opleiding ook taaltraining te bevatten en moeten de professionals vertrouwd worden gemaakt met de grondbeginselen van de interculturele dialoog.

Tot slot is een adequate kennis van informatie- en communicatietechnologieën net zo noodzakelijk voor het succes van de richtlijn, en zelfs cruciaal met het oog op consolidatie van het zogeheten domein van de e-gezondheidszorg.

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE).(RO) De levering van medische diensten vormt een pijler van het Europese sociale model, maar de vorming van een interne markt voor deze diensten moet niet de opkomst van zorgtoerisme stimuleren, waartoe alleen financieel zeer welgestelde patiënten die meerdere vreemde talen spreken en kunnen beschikken over de benodigde informatie, toegang zullen hebben.

Er is een verheldering nodig van de voorwaarden van vergoeding en autorisatie van medische hulp, alsmede van het concept medische zorg. Ik maak me zorgen over de effecten die deze richtlijn zal hebben op de nieuwe lidstaten. De Europese burgers zullen niet reizen naar landen waar de medische diensten heel duur zijn, doch omgekeerd, naar landen zoals Roemenië, Bulgarije, Polen, wat zal leiden tot een exodus van patiënten uit West-Europa naar Oost-Europa.

Ofschoon de levering van medische zorg in de nieuwe lidstaten in overeenstemming met de duidelijke kwaliteits- en veiligheidsstandaarden niet uniform op alle soorten van medische hulp wordt toegepast, wordt er in Oost-Europa steeds meer een beroep op tandartsdiensten gedaan. Dit zal leiden tot een prijsexplosie in de gastlanden, wat de toegang van de burgers van deze landen tot medische zorg moeilijker zal maken, zowel vanwege de hoge prijzen als vanwege het feit dat bepaalde bedrijven op zoek zullen gaan naar klanten die bereid zijn meer te betalen.

Het openstellen van de Europese markt voor medische diensten zal serieuze gevolgen hebben voor het gezondheidszorgsysteem in Oost-Europa, daar er een situatie van ongelijkheid ontstaat. De toekenning van meer keuzevrijheid inzake de wijze waarop en plaats waar patiënten van medische diensten gebruik zullen maken, is een positieve zaak zolang alle burgers toegang hebben tot die diensten, ongeacht de sociale laag waaruit zij afkomstig zijn.

 
  
MPphoto
 

  Dariusz Rosati (PSE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het sociale pakket moet tot doel hebben om alle burgers van de Unie volledige en gelijke toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg te garanderen. Tot op zekere hoogte kunnen we dit doel bereiken met gepaste regelgeving op het niveau van de Europese Unie. Veel problemen zijn echter te wijten aan inadequate en inefficiënte oplossingen in de afzonderlijke lidstaten. De Commissie zou de lidstaten dan ook moeten stimuleren om hun nationale zorgstelsels te hervormen. Dit kan met name door de verspreiding van goede praktijken en doeltreffende financieringsmethoden.

Een voorwaarde voor effectieve gezondheidszorg is vrij verkeer van medisch personeel tussen de lidstaten. Ik moet er in dit verband op wijzen dat Poolse verpleeg- en verloskundigen nog steeds tegen beperkingen aanlopen wanneer zij in het buitenland willen werken. Dit is discriminatie van Poolse werknemers en een flagrante schending van het principe van vrij verkeer van werknemers en gelijke behandeling van burgers. Ik roep de Commissie op een eind te maken aan deze discriminerende praktijk en de Poolse verpleegsters weer het recht te geven hun beroep ongehinderd uit te oefenen in andere lidstaten van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) De Commissie interne markt en consumentenbescherming heeft intensieve debatten gevoerd over de voorziening van grensoverschrijdende gezondheidszorg ten tijde van de bespreking van de dienstenrichtlijn. Het overeengekomen compromis werd alleen bereikt omdat de gezondheidszorgdiensten buiten het toepassingsgebied van de richtlijn werden gehouden vanwege hun specifieke aard. Omdat het hier om een complex probleem gaat, moedig ik dit debat aan.

Duidelijke en begrijpelijke informatie moet toegankelijk zijn voor de patiënt, zelfs voordat hij of zij gezondheidszorg aanvraagt in een andere EU-lidstaat, met name over de hoogte van de behandelingskosten, de mogelijkheid tot vergoeding door zijn of haar zorgverzekeraar en de noodzaak tot goedkeuring vooraf. Geachte collega's, we moeten op Europees niveau regels instellen die het voor de patiënt mogelijk maken om overal binnen de EU gebruik te maken van gezondheidszorgdiensten, in plaats van deze slachtoffer te maken van het systeem.

 
  
MPphoto
 

  Arlene McCarthy (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, veel sprekers benadrukken dat alle patiënten, ongeacht of ze reizen of thuis blijven, recht hebben op hoogwaardige en veilige gezondheidszorg. Laten we niet vergeten dat een van de grootste demografische uitdagingen waar we ons voor gesteld zien de vergrijzende bevolking is, die onvermijdelijk gezondheidszorg in hun eigen woonplaats zullen willen hebben. Daarom is er duidelijkheid nodig om het recht van patiënten op toegang tot de gezondheidszorg te respecteren en tegelijkertijd moeten we de bepaling van het Verdrag respecteren die voorschrijft dat de organisatie van gezondheidszorgdiensten, met name de financiering, een bevoegdheid van de lidstaten is. We moeten erkennen dat de 27 lidstaten verschillende systemen hebben en verschillende financieringsstelsels. Ik betreur het feit dat de richtlijn op dit punt niet helder is, maar ik vertrouw erop dat onze rapporteurs deze kwesties kunnen verduidelijken, want als we de advocaten buiten de deur willen houden, moet er duidelijkheid heersen, niet alleen om te voorkomen dat patiënten naar de rechter stappen, maar juist ook om te voorkomen dat ze rechtszaken aanspannen over medische fouten binnen grensoverschrijdende gezondheidszorg.

Daarom zou onze aanpak innovatiever moeten zijn. De ideale mix is naar mijn mening mobiliteit van patiënten enerzijds en het aanmoedigen van lidstaten om specialistische diensten in te kopen anderzijds, niet slechts om een enkele patiënt te behandelen, maar om groepen van patiënten die aan dezelfde aandoening lijden te behandelen. Dit zou kosteneffectiever kunnen zijn en patiënten in staat stellen dicht bij hun familie en vrienden te blijven.

 
  
MPphoto
 

  Marios Matsakis (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, deze richtlijn is in theorie geweldig, maar zou in de praktijk op een nachtmerrie kunnen uitlopen. Ik zeg dit, omdat het resultaat zou kunnen zijn dat de gezondheidszorg in sommige instellingen beter wordt, maar juist slechter in andere. Ik zal u een voorbeeld geven: als patiënten met een neurochirurgisch probleem uit een klein land als Cyprus allemaal naar Zweden of Groot-Brittannië gaan voor neurochirurgische behandeling, wat gebeurt er dan met de neurochirurgische zorg in Cyprus? De normen zullen onvermijdelijk worden verlaagd en dit geldt ook voor cardiovasculaire zorg, orthopedische zorg, oncologische zorg en nog veel meer. We moeten dus zeer voorzichtig zijn.

Ik steun deze richtlijn volledig, maar we moeten voorkomen dat we goede instellingen beter maken en slechte instellingen slechter. We moeten de normen voor gezondheidszorg in heel Europa verhogen, zowel in de grote als de kleine landen.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de vernieuwde sociale agenda streeft onder meer naar betere mobiliteit in een samenleving die het gelijkheidsprincipe aanhangt en waar niemand tegen hindernissen zou moeten aanlopen. Een heel belangrijk punt hierbij is het voorstel in verband met de richtlijn over patiëntenrechten in grensoverschrijdende gezondheidszorg. Dit is noodzakelijk om te kunnen functioneren in de mobiele wereld van tegenwoordig, waar burgers honderden kilometers afleggen voor een afspraak. Daarom is het van het grootste belang dat elke Europeaan weet dat in geval van nood iemand zijn gezondheid en leven zal redden zonder dat hierbij overbodige regels en andere obstakels om de hoek komen kijken. We moeten ervoor zorgen dat elke Europeaan weet dat hij over een Europese verzekeringskaart moet beschikken om in geval van nood toegang te kunnen krijgen tot gezondheidszorg. Patiënten moeten zich realiseren dat ze in noodgevallen recht hebben op dezelfde zorg als de inwoners van het land waar ze verblijven. Kwalitatieve, efficiënte zorg en met name de veiligheid van patiënten moeten voor ons absoluut prioritair zijn.

 
  
MPphoto
 

  Christel Schaldemose (PSE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de Commissie bedanken voor de presentatie van deze richtlijn. Ik vind het enorm belangrijk dat wij politici de kans krijgen om de rechten van patiënten te behandelen en dat we het niet aan het Hof van Justitie overlaten om beslissingen op zo’n belangrijk gebied te nemen. Naar mijn opvatting zijn de patiënten het allerbelangrijkst. We moeten ons toespitsen op de patiënten, maar daarbij moeten we er ook aan denken hoe we deze richtlijn inrichten, zodat we de kansen van alle patiënten op een goede behandeling in het oog kunnen houden. Ik vind het dan ook belangrijk om ervoor te zorgen dat de richtlijn ook aan patiënten die in hun lidstaat blijven een kans op een fatsoenlijke behandeling biedt. En daarom geloof ik dat deze goedkeuring vooraf de hoofdregel en geen uitzondering moet zijn.

Daar moeten we ons volgens mij op concentreren. Verder sluit ik mij aan bij de opvatting van mijn collega mevrouw Sârbu dat we moeten oppassen dat we met deze richtlijn geen verschil maken tussen oost en west en noord en zuid in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Colm Burke (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben verheugd over het voorstel van de Commissie. De vraag die wordt gesteld luidt ‘Wat kan Europa voor mij betekenen?’. Ik denk dat het belangrijk is om ervoor zorgen dat gezondheidszorg beschikbaar is, als die zorg niet in het thuisland wordt geboden. Als een van diegenen die van grensoverschrijdende zorg hebben geprofiteerd – maar ik kon het me ook veroorloven – meen ik dat het belangrijk is dat deze zorg voor iedereen toegankelijk is in de gehele Gemeenschap. Het probleem dat hier echter mee speelt is dat er geen vertraging mag optreden in het beschikbaar stellen van de nodige gezondheidszorg. Dat is naar mijn mening een van de belangrijke punten bij de ontwikkeling van dit beleid.

 
  
MPphoto
 

  Proinsias De Rossa (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er zijn volgens mij een aantal principes die binnen deze kwestie aan de orde moeten worden gesteld. Het eerste is het feit dat de gezondheid van patiënten uiteraard centraal moet staan.

Verder moeten we de kwestie van deze rechten niet overlaten aan beslissingen door de rechtbanken. Wij als wetgevers bepalen op dit gebied de wet.

Ten derde mag concurrentie tussen nationale gezondheidszorgstelsels niet worden aangemoedigd of het resultaat zijn van deze richtlijn, noch mag concurrentie in het algemeen op dit gebied worden aangemoedigd.

 
  
MPphoto
 

  Petru Filip (PPE-DE).(RO) De nieuwe lidstaten worden geconfronteerd met een grote migratie van hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit het gezondheidszorgsysteem, en dit verschijnsel creëert grote evenwichtsverstoringen, die een aanzienlijke financiële inspanning zullen vergen om de balans weer te herstellen. Het is noodzakelijk dat de nieuwe lidstaten profiteren van de uitgebreide Europese financieringsprogramma’s, die flexibele manieren moeten ontwikkelen om voor alle patiënten op concrete wijze en zonder onderscheid medische diensten te leveren.

 
  
MPphoto
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE).(RO) Het Europese mobiliteitsbeleid is één van de belangrijkste beleidsvormen van de Europese Unie en geeft iedere burger de mogelijkheid zich te vestigen en te werken in het land waarin hij betere levensomstandigheden kan genieten. De bezorgdheid dat de kosten voor in het buitenland ondergane medische behandeling niet terugbetaald kunnen worden, vormt echter een belangrijk obstakel in de verwezenlijking van vrij verkeer.

Daarom pleit ik voor het opzetten van een Europese gezondheidszorgverzekering die op het niveau van alle lidstaten wordt erkend en waardoor ook Europese samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende medische hulp wordt bevorderd. Dit zal leiden tot de ontwikkeling van een moderne maatschappelijke agenda die een impuls zal geven aan mogelijkheden op het gebied van werkgelegenheid en onderwijs.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Morin (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, deze ontwerprichtlijn is gericht op de belangen van de patiënt, en ik wil deze mensgerichte aanpak hier, ten overstaan van mevrouw de commissaris en mevrouw de minister, toejuichen. Ik ben ook blij dat de samenwerking tussen de lidstaten zal worden verbeterd, met inachtneming van de nationale gezondheidsstelsels, en hoop dat de kans die de Europeanen nu krijgen, zal worden onderbouwd door goede informatie. Daar hebben zij namelijk behoefte aan. Efficiëntie en menselijkheid: dat is wat mij in deze ontwerprichtlijn bevalt.

 
  
MPphoto
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik ben er trots op dat de richtlijn het daglicht mocht aanschouwen en is gepromoot door twee Cyprioten, de heer Kyprianou en mevrouw Vassiliou. Dit is een juiste en noodzakelijke richtlijn, die ook tot uitvoering moet worden gebracht.

In het middelpunt van deze richtlijn staat de patiënt. De patiënt heeft recht op optimale gezondheidszorg, met name indien deze gezondheidszorg niet in het eigen land kan worden verstrekt.

Er is gewezen op een aantal praktische moeilijkheden. Deze doen zich inderdaad voor en moeten in de gaten worden gehouden, want slechte praktijken kunnen een overigens goed idee ‘kapot’ maken.

 
  
MPphoto
 

  Roselyne Bachelot-Narquin, fungerend voorzitter van de Raad. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte afgevaardigden, als u het goed vindt wil ik eerst een opmerking maken op persoonlijke titel. Ik ben namelijk heel erg blij dat ik hier vandaag mijn collega’s van de Commissie sociale zaken terugzie: voorzitter Andersson, Anne Van Lancker, Ria Oomen-Ruijten, Jiří Maštálka en vele anderen.

John Bowis heeft namens de PPE-DE-Fractie het probleem goed afgebakend door de vraag te stellen: “Wat doet Europa voor mij?”. Hij heeft het vraagstuk ‘Europa dicht bij de burger’ opnieuw aan de orde gesteld en na hem hebben dat talloze andere sprekers gedaan, zoals Dagmar Roth-Behrendt voor de PSE-Fractie en Jules Maaten voor de ALDE-Fractie.

Voorts hebben, na John Bowis, heel wat sprekers beklemtoond dat patiënten vóór overheden en systemen komen. Dat is natuurlijk waar, maar anderzijds mogen patiënten, overheden en ziekteverzekeringsstelsels niet tegenover elkaar komen te staan, want een destabilisering van de ziekteverzekeringsstelsels zou verschrikkelijke gevolgen hebben voor de organisatie van de gezondheidszorg en vooral voor de zieken die wij juist willen beschermen.

Daarom wil ik Dagmar Roth-Behrendt antwoorden dat het niet gaat om het recht van de patiënt op vrij verkeer in de Europese Unie. Dat recht staat namelijk als een paal boven water en is een grondrecht. Waar het om gaat is wat in de richtlijn aan de orde komt, namelijk terugbetaling en de voorwaarden voor terugbetaling; het gaat om het al dan niet hebben van een recht op terugbetaling. Artikel 152 van het Verdrag is duidelijk: de landen zijn vrij om het aanbod van gezondheidszorg naar eigen inzicht te organiseren en financieren.

Het vraagstuk van de voorafgaande toestemming draait om het vraagstuk van het evenwicht en de financiële duurzaamheid van de solidariteits- en ziekteverzekeringsstelsels van de landen en met name de armere landen. Deze tekst herinnert ons aan die verantwoordelijkheid en de richtlijn mag dan ook in geen geval de landen de mogelijkheid bieden om zich aan hun verantwoordelijkheden te onttrekken.

In feite zei Jean Lambert: “Grensoverschrijdende gezondheidszorg is geen doel op zich”, en Derek Roland Clark zei dat men moet oppassen dat de nieuwe richtlijn niet slechts een gering aantal, rijke, goed opgeleide en goed geïnformeerde patiënten ten goede komt en de armste zieken het nakijken hebben.

Het cruciale vraagstuk, het vraagstuk dat het hele debat doet oplaaien en dat grondig onderzocht moet worden door de Commissie en de Raad, is dat van de voorafgaande toestemming voor ziekenhuiszorg. Daar stellen zich namelijk inderdaad de grootste dereguleringsrisico’s voor de nationale stelsels.

Jean Lambert vroeg zich af of de ontwerprichtlijn verenigbaar is met de verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. De verenigbaarheid van deze twee wegen van terugbetaling is bevestigd door het Hof. Wij moeten dus erop toezien dat die twee wegen goed op elkaar aansluiten. De huidige ontwerprichtlijn stelt als prioriteit de toepassing van de verordening, en dat lijkt mij redelijk. Toch moet de patiënt keuzevrijheid hebben, indien hij of zij om een andere dan financiële redenen de met de jurisprudentie geopende weg wil bewandelen.

Een aantal afgevaardigden heeft in navolging van Bernadette Vergnaud het feit betreurd dat in deze tekst niet alle moeilijkheden worden aangepakt die patiënten ondervinden in de Europese ruimte, of om precies te zijn in hun land van oorsprong. Als men ziet hoeveel moeilijkheden moeten worden opgelost tengevolge van deze eenvoudige tekst, dan moet men zich afvragen of een veel ruimere tekst het beste middel zou zijn geweest om vooruitgang te boeken bij het zoeken naar oplossingen voor een aantal zeer concrete problemen, zoals de terugbetaling van gezondheidszorg bij verplaatsing binnen Europa om redenen van studie, werk of eenvoudigweg voor vakantie.

Bovendien gaat het hier niet om een richtlijn inzake gezondheidsdiensten, of men daar nu blij mee is of niet. Het heeft dan ook geen zin om het schrikbeeld van de Bolkestein-richtlijn van stal te halen. Die heeft niets te maken met deze richtlijn.

Wij moeten ervoor zorgen dat wij met de richtlijn, als deze grondbeginselen eenmaal zijn bekrachtigd - en ik heb er nota van genomen - een zekere reguleringsmogelijkheid behouden, zoals deze ook bestaat tussen de Commissie en de Raad, maar ook met een groot aantal afgevaardigden in alle geledingen van het Parlement wat de eerbiediging van deze mogelijkheden voor de patiënt betreft. Wat voorafgaande toestemming voor grensoverschrijdende gezondheidszorg betreft moeten de lidstaten de mogelijkheid behouden om hun pakket gezondheidsdiensten naar eigen inzicht te bepalen.

Het is eveneens belangrijk dat een land dat om redenen van volksgezondheid voorwaarden oplegt aan toegang tot gezondheidszorg - ik denk bijvoorbeeld aan het systeem van doorverwijzing, wat in het Engels gatekeeping heet - zijn systeem gerespecteerd en toegepast ziet, indien een beroep wordt gedaan op het gezondheidsstelsel van een ander land.

Het is duidelijk niet goed om dit debat over de richtlijn los te koppelen van de komende mededeling van de Commissie en de ontwerpaanbeveling van de Raad betreffende een communautair actieprogramma voor zeldzame ziekten, en ik geloof dat het wel degelijk mogelijk is deze debatten samen te voeren. Een ander onderwerp dat door vele afgevaardigden werd genoemd, betreft de interoperabiliteit van de informatiesystemen op gezondheidsgebied. Deze richtlijn kan daar in juridisch opzicht aan bijdragen.

Natuurlijk zijn wij, mevrouw de commissaris, geachte afgevaardigden, pas begonnen met deze dialoog, met dit debat. Hierbij gaat het om de meest uiteenlopende vraagstukken, zoals gegevensbescherming, transparantie van regelgeving, afbakening. De richtlijn biedt rechtszekerheid maar zij stelt ons ook in staat stappen vooruit te zetten op het gebied van de interoperabiliteit. Interoperabiliteit betekent geen afzondering maar veeleer harmonisatie en compatibiliteit.

Geachte afgevaardigden, ik dank u voor uw bondige en nuttige bijdragen en voor dit zeer verhelderende debat.

 
  
MPphoto
 

  Androula Vassiliou, Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een zeer interessant debat geweest.

Laat ik beginnen met te zeggen dat we vaak de vraag horen: hoe kunnen we de burger dichter bij de Europese Unie brengen?

Dit is een voorbeeld van een manier om de burger het gevoel te geven dat de Europese Unie iets voor hem of haar doet. In het huidige systeem bestaat veel ongelijkheid. Met het duidelijke wettelijke kader dat de ontwerprichtlijn biedt ten aanzien van burgers en de diverse kwesties proberen we burgers duidelijke informatie te geven over hun rechten en hoe ze hun rechten kunnen uitoefenen.

Het is waar dat er bezorgdheid heerst. Ik heb zeer aandachtig naar uw zorgen geluisterd en ik denk dat we gedurende dit debat en de beraadslagingen die we zullen voeren deze zorgen aan de orde moeten stellen, zodat het eindresultaat iets is waar de burger werkelijk van profiteert.

Dit is geen Bolkesteinrichtlijn II, bij lange na niet, en we moeten ook nooit denken dat dat wel het geval is. Deze richtlijn gaat over de rechten van patiënten en de manier waarop die rechten uitgeoefend worden.

We proberen niet gezondheidszorgstelsels te harmoniseren. Lidstaten kunnen verdergaan met de organisatie en regulering van hun gezondheidszorgstelsels en ze kunnen zelf bepalen welke voordelen zij hun burgers willen bieden en in welke mate.

We proberen niet om gezondheidszorgtoerisme aan te moedigen. We proberen patiënten niet de mogelijkheid te bieden hun gezichten en lichamen cosmetisch te laten verbeteren. Wat we wel proberen te doen is burgers het recht te geven op passende gezondheidszorg, wanneer zij ziek zijn en zorg nodig hebben.

Ook verwachten we geen exodus van Europese burgers uit hun thuislanden naar andere lidstaten. Volgens de berekeningen en de effectenbeoordeling waarover we beschikken, wenst slechts een zeer klein percentage van de burgers naar het buitenland te gaan. Waarom? Omdat ze de zorg die ze nodig hebben willen krijgen in de nabijheid van hun families, omdat ze hun eigen taal willen spreken en in een vertrouwde omgeving willen zijn.

Er zijn echter gevallen waarbij patiënten aanvullende gezondheidszorg nodig hebben die hun thuisland niet kan bieden. Dat is een recht dat wij de patiënten geven – het recht om een geïnformeerde keuze te maken en zelf te beslissen waar ze hun medische behandeling ondergaan.

We zijn inderdaad aangemoedigd door het Europees Hof van Justitie om wetgeving te ontwerpen. We kunnen het niet steeds aan het Hof overlaten om van geval tot geval een besluit te nemen over de rechten van patiënten. Dat is niet rechtvaardig. Hoeveel Europese burgers kunnen zich veroorloven een advocaat te nemen en een rechtszaak te beginnen? Slechts een zeer klein aantal. Daarom moeten we oplossingen bieden voor alle patiënten, ze voorzien van juiste informatie en ze zelf laten beslissen wat ze nodig hebben.

In deze tijd moeten we allemaal samenwerken – de Raad, de Commissie en de leden van het Parlement – om de best mogelijke oplossingen voor patiënten te vinden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dank u, commissaris. Volgens mij brengt het Parlement met zijn applaus zijn tevredenheid tot uitdrukking.

Tot besluit van het debat zijn er zes ontwerpresoluties ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.(1)

Ik wil u ervan in kennis stellen dat de PPE-DE-Fractie haar ontwerpresolutie heeft ingetrokken.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt over enkele minuten plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Gezondheidszorg wordt de Roma in heel Europa systematisch onthouden, een probleem dat nauwelijks aandacht krijgt, en dat terwijl toegang tot gezondheidszorg een basisrecht voor Europese burgers is. De herziene sociale agenda voor grensoverschrijdende gezondheidszorg moet ook aandacht schenken aan de problemen die de Roma ondervinden doordat zij geen toegang tot gezondheidszorg op korte afstand van hun gemeenschap hebben. De meeste Roma leven aan de periferie van stedelijke centra en op grote afstand van gezondheidszorgfaciliteiten. Het feit dat zij verstoken zijn van gezondheidszorg leidt ertoe dat de levensverwachting van Roma naar schatting tien jaar lager ligt dan het nationale gemiddelde. De preventie van en inenting tegen ziekten die vaak voorkomen in Roma-gemeenschappen en de kwestie van noodsituaties en regelmatige medische controles dienen nog te worden aangepakt. Een andere factor die de toegang van Roma tot de gezondheidszorg beperkt, wordt gevormd door het feit dat zij geen identiteitspapieren hebben, die hun in staat zouden stellen verzekeringen of sociale steun aan te vragen. Bij de val van de communistische regimes zijn veel Roma niet erkend, of zijn ze vergeten of geschrapt uit de bevolkingsregisters van landen. Ten slotte moet er aandacht worden geschonken aan de gezondheid van Roma-vrouwen, aangezien zij binnen de Roma-gemeenschap voor iedereen zorgen. Als de Commissie Europese burgers wil helpen toegang te krijgen tot gezondheidszorg, moet zij ervoor zorgen dat dit universeel en gelijkelijk wordt toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Lasse Lehtinen (PSE), schriftelijk. - (FI) In een goed functionerend Europa moet de patiënt overal adequate zorg kunnen vragen waar die beschikbaar is. Als er in een land wachtlijsten zijn voor een hart- of heupoperatie, moet de toegang tot een behandeling in een ander land mogelijk zijn zonder een protectionistische wirwar aan regelgeving. Het wegnemen van belemmeringen betekent ook een beter gebruik van de bestaande middelen. De meeste interventies die gericht zijn tegen de mobiliteit van patiënten en diensten beroepen zich op de slechtste kanten van de Europese identiteit, namelijk xenofobie en wantrouwen. Goed functionerende gezondheidsdiensten, zowel publieke als private, maken deel uit van de welvaartsstaat, de Europese welvaartsstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Grensoverschrijdende gezondheidszorg is een basiselement van het sociale pakket. Hoewel de EU de vrijheid van verkeer en het recht om in andere EU-landen te wonen en werken heeft bevorderd, was er dringend behoefte aan verduidelijking ten aanzien van het recht van patiënten op toegang tot gezondheidszorg in andere lidstaten.

Ondanks talrijke arresten van het Europees Hof van Justitie betreffende dit onderwerp zijn burgers zich niet volledig bewust van hun rechten op dit gebied. Bovendien zijn ze niet voldoende geïnformeerd over waar ze precies recht op hebben en over hoe ze behandeling en ook vergoedingen kunnen regelen.

In Noord-Ierland zijn in de graafschappen aan de grens proefprojecten uitgevoerd die ervoor zorgen dat mensen gebruik kunnen maken van de meest gunstig gelegen gezondheidszorgdienst. Deze projecten zijn erg succesvol gebleken en worden zeer gewaardeerd door de mensen die er gebruik van hebben gemaakt. In dat opzicht zou ik de British Medical Association (NI) en de Irish Medical Association willen prijzen voor hun inspanningen om grensoverschrijdende gezondheidszorg tussen Noord-Ierland en de Republiek Ierland te stimuleren.

Hoewel ik verheugd ben over het werk van de Commissie, vind ik wel dat het te lang heeft geduurd. Nu deze kwestie is opgehelderd en een wettelijk kader heeft gekregen, hoop ik oprecht dat de lidstaten hun volledige medewerking zullen verlenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. We zijn nog steeds gelukkig dat het Europees Parlement gezondheidsdiensten uit de algemene dienstenrichtlijn hield. Gezondheidsdiensten zijn immers een specifieke sector waarvoor een specifieke aanpak vereist is.

Dat het voorstel ervan uitgaat dat, overeenkomstig vaste rechtspraak, de organisatie en de financiering van de gezondheidszorg tot de bevoegdheden van de Lidstaten behoort, is essentieel. Dit betekent dat de mobiliteit van de patiënt enerzijds niet tot een absoluut recht kan verheven worden en anderzijds geen excuus mag zijn om niet in het eigen gezondheidsstelsel te investeren. Dit uitgangspunt moet ook voor gevolg hebben dat de Lidstaten de mogelijkheid hebben om de buitenlandse patiënt de werkelijke kost te doen aanrekenen. Solidariteit moet er zijn maar ze kan niet uitsluiten dat er een verschillende behandeling is voor een patiënt die in eigen land al via de sociale zekerheid en de belastingen een bijdrage heeft geleverd en de buitenlandse patiënt die dit niet heeft gedaan.

Dat de richtlijn er is, is positief maar iedereen die de sector volgt, voelt zondermeer aan dat er nog veel bijgeschaafd dient te worden. De kwaliteit, de toegankelijkheid en de financierbaarheid van de gezondheidszorg op solidaire basis blijven voor mij de evaluatiecriteria.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk. – (RO) Ik ben van oordeel dat de toegang tot medische diensten van goede kwaliteit één van de essentiële waarden van een sociaal Europa is. Rechten van patiënten binnen de Unie en grensoverschrijdende samenwerking op dit gebied tussen de lidstaten vormen een belangrijk deel van het nieuwe sociale pakket. Patiënten dienen toegang te hebben tot kwalitatieve medische diensten in iedere lidstaat, en kunnen worden vergoed tot het bedrag dat zij in hun eigen staat vergoed zouden krijgen. Momenteel bestaan er binnen de Europese Unie grote verschillen binnen de medische dienstverlening, zowel wat de kwaliteit betreft als de waarde die vergoed wordt. Ik meen dat een evaluatie van het Europese medische systeem en de gebruikte medische technologie urgent is. Passende uitrusting met de benodigde medische apparatuur voor diagnostiek en behandeling van diverse aandoeningen in alle ziekenhuizen is een onontbeerlijke voorwaarde voor de kwaliteit van de medische dienstverlening. Medici en assistenten verplaatsen hun vestigingsplaats naar een andere lidstaat voor een beter salaris, maar ook voor betere mogelijkheden om patiënten te onderzoeken en te behandelen. Het is belangrijk dat de richtlijn inzake de rechten van patiënten binnen de Europese Unie afhankelijk van de prioriteiten van de Unie een minimumlijst bevat van de medische diensten die in hun geheel vanuit de budgetten van de ziektekostenverzekeringen gedekt moeten worden.

 
  
  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2009Juridische mededeling