11. Voorwaarden voor toegang en verblijf voor onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan – Één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde verblijfs- en werkvergunning
De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de volgende verslagen:
- A6-0432/2008 van Ewa Klamt, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (COM(2007)0637 - C6-0011/2008 - 2007/0228(CNS));
- A6-0431/2008 van Patrick Gaubert, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om op het grondgebied van een lidstaat te verblijven en te werken en betreffende een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (COM(2007)0638 - C6-0470/2007 - 2007/0229(CNS)).
De diensten van het Europees Parlement hebben mij laten weten dat de vader van mevrouw Klamt is overleden en dat zij daarom niet aanwezig kan zijn. Uiteraard willen wij mevrouw Klamt condoleren met dit verlies en de heer Weber bedanken voor het feit dat hij in dit debat als rapporteur wil optreden.
Manfred Weber, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vice-voorzitter, er werd al gezegd waarom ik hier vandaag het woord mag nemen. Mevrouw Klamt heeft namelijk een dierbare in haar familie verloren. We betuigen haar ons diepe medeleven.
Namens de rapporteur wil ik u graag voor de uitstekende samenwerking bedanken. U weet dat het verslag tot stand is gekomen via een nauwe samenwerking tussen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken van het Europees Parlement in het kader van de versterkte samenwerkingsprocedure. Daarom bedank ik de collega's die daarbij betrokken waren, evenals de schaduwrapporteurs van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. De rapporteur bedankt ook uitdrukkelijk het Franse voorzitterschap waarmee ze de voorbije maanden nauw contacten heeft gehad. Als lid van het Europees Parlement zou ik echter nogmaals willen benadrukken dat het beter was geweest indien pas na de besprekingen in het Europees Parlement op ambassadeursniveau overeenstemming was bereikt. Dat zou een mooi teken van nauwe samenwerking geweest zijn.
Nu ter zake. We zijn verwikkeld in een wereldwijde concurrentieslag om hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Met 1,72 procent van het totaal aantal arbeidskrachten ligt de Europese Unie ver achter op al haar concurrenten. Australië, Canada, de Verenigde Staten en zelfs Zwitserland hebben een hoger percentage hooggekwalificeerden onder hun werknemers. In de concurrentie om de beste en slimste koppen hebben we op dit moment als Europese Unie een slechte startpositie. We weten allemaal dat deze zaak van doorslaggevend belang is voor onze toekomst en voor het innovatievermogen van onze nationale economieën.
Dankzij acht compromisamendementen kon Ewa Klamt met de andere fracties van het Parlement tot een akkoord komen over een aantal essentiële criteria. Het verslag van Ewa Klamt, dat in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken werd goedgekeurd, bevat de belangrijkste criteria voor de toelating van hooggekwalificeerde onderdanen uit derde landen. Eerst komt de definitie van hooggekwalificeerde werknemer aan bod, waarbij het gaat om de salarissen die worden uitbetaald. Het toepassingsgebied van de richtlijn omvat enerzijds personen met een getuigschrift van hoger onderwijs en anderzijds personen met een gelijkwaardige beroepservaring van minstens vijf jaar. De Commissie stelde oorspronkelijk drie jaar beroepservaring voor. Ook bij het salariscriterium gaat het Europees Parlement een stap verder. Het minimumsalaris moet 1,7 maal het gemiddelde brutoloon per jaar bedragen. De Raad gaat uit van 1,5 maal het gemiddelde brutoloon. Daarom wil ik beklemtonen dat de definitie van hooggekwalificeerde van het Europees Parlement op dat punt verder gaat.
Het volgende thema is de brain drain, een belangrijke kwestie. Hoe gaan we met die uitdaging om? We mogen hooggekwalificeerde arbeidskrachten niet aanwerven uit derde landen waar zij hard nodig zijn. Een aanvraag voor een blauwe kaart kan worden geweigerd als brain drain een echt probleem vormt. Ook als we brain drain ernstig nemen, moeten we eerlijk erkennen dat we geconfronteerd zijn met wereldwijde concurrentie en dat er daarom een beperking in de tijd noodzakelijk is, waarin met de blauwe kaart ook wordt voorzien.
Om Europa aantrekkelijk te maken als vestigingsplaats voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten zijn natuurlijk niet enkel administratieve kwesties van doorslaggevend belang. Daarbij gaat het ook om culturele kwesties, zoals het open staan voor migratie en het aantrekken van de beste koppen. Toch mogen we de Europese meerwaarde die we door de blauwe kaart verkrijgen, niet verwaarlozen. Voor het eerst slagen we erin één enkel toelatingssysteem voor heel Europa op te bouwen. Dat is echte Europese meerwaarde.
De stemming van morgen is voor ons extra belangrijk omdat we een bijzonder amendement hebben ingediend waarin de communautaire preferentie wordt benadrukt. Dit betekent dat als er Europese gekwalificeerde werknemers voor bepaalde functies zijn, zij voorrang moeten krijgen boven degenen voor wie de blauwe kaart bestemd zou zijn. We moeten ook beklemtonen, en in de landen van herkomst ook zo overbrengen, dat we het er allemaal over eens waren om weliswaar de procedures te harmoniseren, maar geen Europese quota vast te leggen, dat we dus niet willen bepalen hoeveel migratie er moet zijn. Dat zal en moet een nationale bevoegdheid blijven. Namens de rapporteur wil ik alle betrokkenen nogmaals hartelijk danken. Ik hoop dat we morgen een even goed resultaat behalen als in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.
Patrick Gaubert, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, beste collega's, ik ben zeer verheugd dat ons wetgevend debat vandaag aan legale immigratie is gewijd. Zo kunnen we deelnemen aan een debat dat niet, of niet meer, geconcentreerd is op criminalisering van illegale immigratie, maar dat – terecht – de positieve aspecten en de aanzienlijke bijdrage van legale immigratie aan onze Europese bedrijven benadrukt.
In de huidige demografische context is het van belang de Europeanen te wijzen op de substantiële bijdrage die immigratie levert tot de economische welvaart en ontwikkeling van de Europese Unie. De demografische voorspellingen waarover we momenteel beschikken, wijzen op aanzienlijke risico's voor de levensvatbaarheid van onze pensioen-, gezondheids- en sociale zekerheidsstelsels.
In die situatie heeft de Europese Unie een duidelijke keuze gemaakt: ze wil een gemeenschappelijk immigratiebeleid bevorderen dat aanzet tot legale economische immigratie en zorgt voor een doeltreffend beheer ervan in functie van de behoeften van de nationale markten. Daarom bespreken we vandaag twee breed opgezette, pragmatische wetteksten waarmee een antwoord moet worden geboden op de behoefte aan arbeidskrachten in onze lidstaten.
Met de gelijktijdige aanneming van beide teksten geeft het Europees Parlement een duidelijke boodschap af, een boodschap van openheid, die we ten volle moeten benutten om de publieke opinie, onze burgers en derde landen uit te leggen welke positieve maatregelen we voor immigratie nemen. We hoeven ons niet te schamen voor onze keuzes en we hoeven ons evenmin de les te laten lezen door leiders van derde landen die niet in staat zijn een gepast beleid te voeren om te voorkomen dat hun burgers het leven riskeren op zoek naar betere omstandigheden in Europa.
Ik concentreer me op de richtlijn voor de één enkele procedure waarvoor ik rapporteur ben. Ten eerste creëert het voorstel een éénloketsysteem voor onderdanen van derde landen die in een lidstaat willen verblijven om er te werken. Er wordt voorzien in één enkele aanvraagprocedure die eenvoudiger, korter en sneller is, zowel voor de werkgever als voor de immigrant. Het doel hiervan is de bureaucratische procedures te verminderen en de administratieve stappen te vereenvoudigen. Met deze procedure en de gemeenschappelijke aanvraag zal bovendien de geldigheidscontrole van documenten worden vereenvoudigd, zowel voor de administratie als voor de werkgevers.
Ten tweede zal de ontwerprichtlijn alle onderdanen van derde landen gelijke behandeling op een bepaald aantal gebieden garanderen. De erkenning van sociale en economische grondrechten van legaal op het grondgebied van de Europese Unie verblijvende immigranten en van nieuwkomers zal bijdragen tot een betere integratie, en dus tot een betere sociale cohesie.
De gelijke behandeling heeft betrekking op werkomstandigheden, gezondheid, veiligheid op de werkvloer, onderwijs, beroepsopleiding, erkenning van kwalificaties, de sociale zekerheid – inclusief gezondheidszorg –,export van pensioengeld en toegang tot goederen en diensten. Ze brengt tevens fiscale voordelen met zich mee.
Er zijn weliswaar enkele realistische beperkingen opgenomen, maar we zullen erop toezien dat die niet verder gaan dan wat met de 'blauwe kaart' is voorzien. Er moet met de belangen van immigranten rekening worden gehouden en hun rechten moeten worden beschermd. De cijfers tonen namelijk aan dat de werkloosheid onder immigranten hoger ligt dan onder de burgers van de Europese Unie, dat immigranten vaker een onzekere baan hebben en dat de beheersing van de taal van het gastland een belangrijke hindernis blijft.
De twee teksten die de Commissie heeft voorgesteld – en ik bedank hierbij voor het gezonde verstand – zijn in overeenstemming met ons idee van een immigratiebeleid: dit moet een redelijk vastberaden en menselijk beleid zijn. Ik bedank eveneens de Raad en het Franse voorzitterschap voor de uitzonderlijke en prompte inspanningen die zij hebben ondernomen om ons in staat te stellen beide teksten, die elkaar perfect aanvullen, vlug aan te nemen.
Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte rapporteurs, Manfred Weber en Patrick Gaubert, geachte afgevaardigden, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, Jacques Barrot, mijnheer Weber, gelieve mevrouw Klamt – die hier uiteraard niet aanwezig kan zijn – namens ons te condoleren en ons medeleven te betuigen.
Bijna vier jaar geleden, in januari 2005, kondigde de Europese Commissie een belangrijk debat aan over de perspectieven van een proactief Europees beleid inzake economische immigratie. Spoedig moest echter worden vastgesteld dat er heel wat verzet en terughoudendheid heersten, en er nog een lange weg te gaan was voordat consensus zou kunnen worden bereikt. Patrick Gaubert heeft ons daaraan herinnerd. Hij heeft er ook op gewezen dat het opvallend is hoezeer de meningen sindsdien zijn veranderd. Economische immigratie is de eerste pijler geworden van het gemeenschappelijke immigratiebeleid dat de lidstaten hebben vastgesteld door tijdens de Europese Raad van 16 oktober laatstleden het https://iate.cdt.europa.eu/iatenew/manipulation/dataentry/EntryDetailview.jsp?lilId=2249832&srclang=fr&trglang=nl&fromresults=true" Europees pact inzake immigratie en asiel aan te nemen.
Het Europees Parlement gaat vandaag in de plenaire vergadering stemmen over de twee eerste communautaire teksten waarmee gemeenschappelijke instrumenten voor economische immigratie worden ingevoerd. De eerste tekst betreft de blauwe kaart en verschaft hooggekwalificeerde werknemers toegang tot heel het Europese grondgebied en garandeert hun een reeks rechten en administratieve faciliteiten.
De tweede tekst betreffende het één enkel document, waarin verblijfs- en werkvergunning worden samengevoegd, zal zorgen voor een aanzienlijke vermindering van de administratieve moeilijkheden voor al degenen die legaal op het grondgebied van de Europese Unie willen komen werken en zal hun een reeks rechten in de Europese Unie garanderen.
Zoals de rapporteurs al hebben vermeld, bewijzen beide teksten dat de Unie zich werkelijk inzet voor de bevordering van legale immigratie, dat ze het leven van onderdanen uit derde landen die legaal op ons grondgebied verblijven, wil verbeteren en dat ze, kortom, niet het 'Fort Europa' is dat sommigen graag willen zien.
Ook ik waardeer het werk van de rapporteurs ten aanzien van deze twee voorstellen. Dankzij hun werk was een heel actieve samenwerking mogelijk – ik wil dat graag benadrukken – tussen de Raad en het Europese Parlement gedurende alle besprekingen.
In de eerste plaats wil ik ingaan op het vraagstuk van de blauwe kaart. Binnen een jaar na de indiening van het voorstel van de Commissie is de Raad erin geslaagd een algemene oriëntatie vast te stellen. Gezien de unanimiteitsregel was dat geen eenvoudige opgave. Dankzij de uitstekende samenwerking met mevrouw Klamt heeft de Raad rekening kunnen houden met talrijke overwegingen van het Europees Parlement, zowel betreffende de definitie van begunstigden van de kaart, de voorwaarden voor afgifte, de aandacht die geschonken moet worden aan ethische wervingsmethoden en de mogelijkheden van circulaire migratie, als betreffende het afschaffen van discriminatie op grond van leeftijd of de nodige flexibiliteit voor de geldigheidsduur van de kaart.
Op één punt lopen de standpunten van het Europees Parlement en van de Raad echter sterk uiteen, namelijk bij het salariscriterium. De Raad heeft een lagere drempel vastgesteld met de mogelijkheid van aanvullende uitzonderingen voor sectoren met tekorten, waardoor meer personen van de blauwe kaart kunnen profiteren. Ik hoop dat het Europees Parlement, gezien de gedane voorstellen, het standpunt van de Raad kan aanvaarden en kan instemmen met de uitbreiding van het toepassingsgebied van de blauwe kaart.
Dat werk belooft een succes te worden en zal onze Europese burgers een drievoudige boodschap geven. Allereerst dat Europa vastberaden mogelijkheden wil creëren voor legale immigratie, vooral voor beroepsdoeleinden. Dit is eigenlijk de eerste tekst in het kader van die specifieke doelstelling. Ten tweede dat de Europese integratie in staat is te reageren, met het symbool van de Europese blauwe kaart die binnen Europa echte mobiliteit mogelijk zal maken voor hooggekwalificeerde onderdanen van derde landen en hun gezinnen, in overeenstemming met de bevoegdheden van elke lidstaat, die uiteraard de controle over de arbeidsmarkt behoudt. De derde boodschap betreft het belang dat de Unie hecht aan het uitoefenen van een grotere aantrekkingskracht op kennis en talenten in de geglobaliseerde wereld, hetgeen strookt met de inspanningen die worden ondernomen om het concurrentievermogen van Europa in het kader van de Lissabonstrategie te stimuleren.
De Europese Unie verzoent aldus dit verlangen naar een grotere aantrekkingskracht met haar trouwe inzet voor de ontwikkeling van de armste landen. De Raad heeft ervoor gezorgd dat in de richtlijn een hele reeks maatregelen werd opgenomen om braindrain te voorkomen en te beperken. Dat wil ik hier heel formeel verklaren, en ik zal hier natuurlijk op terugkomen in mijn antwoord op de opmerkingen die u ongetwijfeld zult maken, want ik ben mij bewust van uw heel terechte gehechtheid aan een efficiënte en billijke samenwerking met de oorsprongslanden, in het bijzonder in Afrika.
Dan kom ik nu bij de richtlijn waarmee verblijfs- en de werkvergunning in één enkel document worden opgenomen. Ook dat is een belangrijke tekst waarmee economische immigratie beduidend vereenvoudigd wordt in een legale, transparante, reactieve en voorspelbare context en de administratieve beslommeringen worden verminderd waardoor migratie – hoezeer deze ook nodig is voor het economische en demografische evenwicht van de Unie – maar al te vaak wordt afgeremd. Met name wordt met deze tekst echter voor het eerst een gemeenschappelijke reeks rechten vastgesteld voor alle werknemers uit derde landen die in de Unie legaal werken en verblijven.
De aanvankelijke terughoudende reactie op deze richtlijn liet het niet toe om belangrijke vooruitgang in de nabije toekomst te verwachten. De werkzaamheden met betrekking tot de blauwe kaart hebben het evenwel mogelijk gemaakt om het terrein van dit moeilijke dossier geleidelijk te effenen. Het voorzitterschap heeft geen moeite gespaard om zoveel mogelijk vooruitgang te maken bij de behandeling van dit voorstel, waarbij hij natuurlijk zo veel mogelijk met de standpunten van dit Parlement heeft rekening gehouden.
De werkzaamheden met betrekking tot deze tekst zijn nu geïntensiveerd en we hopen de hoofdonderdelen ervan tegen eind december vast te leggen. Tijdens de vergadering van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 27 en 28 november zullen de ministers het voorstel voor het eerst bestuderen. Een positief signaal van het Europees Parlement ten aanzien van de opportuniteit en de meerwaarde van deze tekst zal vanzelfsprekend de beweging versterken die zich begint af te tekenen en die de weg kan openen naar een definitieve aanneming van deze richtlijn, waarmee – dat is wel duidelijk – het leven van migranten wordt vereenvoudigd.
Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil op mijn beurt de rapporteurs, mevrouw Klamt - ik sluit mij aan bij de condoleances van minister Jouyet aan haar adres - en uiteraard de heer Patrick Gaubert, zeer hartelijk bedanken. De verslagen zijn van hoge kwaliteit en ik bedank de twee rapporteurs van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, mevrouw Jeleva en de heer Masiel. Ik bedank ook de heer Manfred Weber, die bereid was mevrouw Klamt te vervangen.
De twee voorstellen voor een richtlijn zijn de eerste van een reeks die in 2005 door de Commissie werd aangekondigd in haar actieplan inzake legale migratie. Zij zijn zowel voor de migranten zelf belangrijk als voor onze lidstaten en hun bedrijven, en – om terug te komen op de woorden van Patrick Gaubert en op wat u, mijnheer Jouyet zojuist heeft betoogd – zij maken het echte belang duidelijk van dit pact inzake immigratie en asiel dat het Franse voorzitterschap tot stand heeft weten te brengen. Ook bewijzen zij dat dit pact werkelijk evenwichtig is en uiting geeft aan de wil van de Europeanen om zich open te stellen voor migratiestromen die van bijzonder nut kunnen zijn en zeer gunstig kunnen uitpakken voor de toekomst van onze Europese samenleving.
Deze twee teksten stellen ons in staat het gezicht te tonen van een Europese Unie die openstaat, die gastvrij is voor onderdanen van derde landen, die er legaal kunnen wonen en op elk kwalificatieniveau kunnen werken, waarbij zij uiteraard – dat hoef ik niet te zeggen – volledige rechten genieten. Zo levert de Europese Unie het bewijs dat ze in staat is het eens te worden over gemeenschappelijke instrumenten op het gebied van economische immigratie en om een goed evenwicht te vinden tussen de verwachtingen van de samenleving, migrantenrechten en de noden van de landen van herkomst.
Ik zal beginnen met het horizontale instrument, de richtlijn voor een gecombineerde vergunning en de rechten van migrerende werknemers. Ik zie met genoegen dat de grote lijnen van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie zijn bekrachtigd, onder meer wat betreft de enkele aanvraagprocedure, de gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen die als werknemers zijn toegelaten, en het gemeenschappelijke pakket van rechten voor allen, voor alle legaal werkende migranten, wat de oorspronkelijke reden voor hun verblijf ook moge zijn geweest.
Het is absoluut essentieel om er voor te zorgen dat elke onderdaan van derde landen dezelfde minimumrechten geniet in elke lidstaat. Het komt mij namelijk voor dat dit in overeenstemming is met alle leidende Europese beginselen inzake de grondrechten.
Daarnaast draagt uw verslag, mijnheer Gaubert, nieuwe of aanvullende elementen aan waar de Commissie steun aan zou kunnen geven. Ik wil met name drie voorgestelde wijzigingen noemen: de wijziging die een tijdelijk recht op verblijf toekent indien het onderzoek van een aanvraag voor verlenging van overheidswege is vertraagd, de wijzigingen die de procedurele rechten versterken, en tenslotte de wijzigingen die voorzien in de mogelijkheid een aanvraag te doen voor een gecombineerde vergunning wanneer men reeds legaal in de lidstaat verblijft.
De Commissie begrijpt en deelt ook de wens van het Europees Parlement om een einde te maken aan elke beperking in het artikel dat voorziet in gelijke behandeling, en ik hoop uiteraard – ik wend me nu tot het voorzitterschap – dat de Raad zich binnen de grenzen van het mogelijke ontvankelijk toont voor al deze wijzigingsvoorstellen.
Ik kom nu op het voorstel voor een richtlijn "Europese blauwe kaart", dat behandeld wordt in het verslag van mevrouw Klamt, waaraan de heer Weber ons heeft herinnerd. Met deze Europese blauwe kaart wordt beoogd de Unie aantrekkelijker te maken, haar vermogen te versterken om hooggekwalificeerde werknemers uit derde landen aan te trekken, opdat legale migratie een bijdrage kan leveren aan het concurrentievermogen van onze economie, in aanvulling op de Lissabonstrategie.
Het aan dit Parlement voorgelegd verslag schaart zich aan de zijde van de Commissie voor wat betreft de noodzaak, de dringende noodzaak, om in Europa een gemeenschappelijk systeem in te stellen. De Commissie is bereid de conclusies van het verslag te onderschrijven, onder enkele voorbehouden. In de eerste plaats staat de Commissie positief tegenover wijzigingen die het systeem aantrekkelijker maken, zoals bijvoorbeeld de wijziging die afschaffing beoogt van elke beperking op gelijke behandeling en op de toegang tot de arbeidsmarkt voor hen die al twee jaar in het bezit zijn van de blauwe kaart. Vervolgens het opnemen van vluchtelingen in de categorie van legale ingezetenen die van deze regeling gebruik kunnen maken; deze bepaling stond niet in het oorspronkelijke voorstel en ze lijkt ons in elk opzicht, politiek, humanitair en economisch, waardevol.
Tot slot, de handhaving van het criterium van professionele ervaring in bepaalde beroepen; in het bijzonder in de sector van nieuwe technologieën tellen ervaring en capaciteiten meer dan eventuele diploma´s.
Anderzijds kan de Commissie niet instemmen met het amendement dat beoogt de afgifte van de blauwe kaart te beperken tot onderdanen van de landen waarmee de Unie een overeenkomst heeft ondertekend. Zeker, deze wijziging heeft tot doel de negatieve effecten voor ontwikkelingslanden terug te dringen, maar de Commissie meent dat de uitvoering van de richtlijn daarmee uiteindelijk te zeer zal worden beperkt. Bovendien bestaat dan het risico van discriminatie van hooggekwalificeerde migranten, die dan gebruik zouden kunnen maken van de nationale stelsels, waarop noch de Commissie, noch dit Parlement enige controle kan uitoefenen.
Evenzo kunt u mijn bedenkingen bevroeden met betrekking tot de mogelijkheid om af te wijken van het recht op circulaire migratie. Eerlijk gezegd is dit niet zozeer een bedenking, maar veeleer een meningsverschil. De mogelijkheid om gedurende twee jaar terug te keren naar het land van herkomst zonder de status van langdurig ingezetene te verliezen, is essentieel als wij bijvoorbeeld uitwisselingen van universiteits- en ziekenhuispersoneel mogelijk willen maken, of de diaspora willen aanmoedigen bij te dragen aan de ontwikkeling van het land van herkomst. Dat zou de circulaire migratie, waarvan wij willen dat zij zich meer en meer ontwikkelt, beperken.
Tenslotte wil ik nog iets zeggen over de evidente noodzaak rekening te houden met de toestand van de arbeidsmarkt. Zoals Manfred Weber in herinnering heeft gebracht, hebben wij een Europese Unie met gescheiden arbeidsmarkten en het is dus ook aan elke staat om te bepalen hoeveel immigranten kunnen worden ontvangen. Uiteraard mag niet worden vergeten dat in dit segment van de arbeidsmarkt de plicht bestaat alle Europese burgers van andere lidstaten te ontvangen.
Ter afsluiting wend ik mij tot het voorzitterschap, waarde minister Jean-Pierre Jouyet, en spreek ik de wens uit dat de ministers die volgende week in de Raad bijeen zullen komen, zoveel mogelijk putten uit de amendementen van het Europees Parlement, die zeker toegevoegde waarde creëren. Ik hoop dat wij aldus, voor het einde van het jaar, kunnen aantonen dat dit Europa zich in het geheel niet achter zijn stellingen terugtrekt, maar zich juist wil openstellen voor deze migratiestromen, in de wetenschap dat wij meer en meer toegroeien naar een gezamenlijke beheersing van de migratiestromen met de migratielanden.
(Applaus)
Danutė Budreikaitė, rapporteur voor advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking. − (LT) Met het voorstel voor een blauwe kaart wordt beoogd hooggekwalificeerde arbeidskrachten aan te trekken naar de EU en deze mensen in staat te stellen weliswaar tijdelijk, maar tegelijkertijd voor een langere periode te komen. In het voorstel staat dat er geen braindrain zal optreden maar eerder een “brainreturn”, een terugkeer, circulatie van talent. Dat lijkt me hoogst onwaarschijnlijk.
Hoe past het voorstel binnen de context van de ontwikkelingssamenwerking?
Met de invoering van de blauwe kaart zullen ontwikkelingslanden specialisten kwijtraken, specialisten waarvan de EU de opleiding mede mogelijk gemaakt heeft, en dat met name in de meest cruciale beroepsgroepen: onderwijs en gezondheidszorg. Het tekort aan dergelijke specialisten zou straks wel eens moeten worden aangevuld met vrijwilligers uit onze eigen streken.
Bovendien doen het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken niet mee aan de blauwe kaart met de ethische verplichting om geen specialisten uit gevoelige sectoren in ontwikkelingslanden uit te nodigen. Tegen deze achtergrond lijken initiatieven ter ondersteuning van ontwikkelingslanden loos. Het blijkt maar weer dat commerciële belangen de overhand hebben.
Het is zeer waarschijnlijk dat de blauwe kaart grote intellectuele schade aanbrengt aan de ontwikkelingslanden.
Jan Tadeusz Masiel, rapporteur voor advies. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, minister, de richtlijn voor de toelating van hooggekwalificeerde onderdanen van derde landen tot de EU is een eerste waardevolle stap in de richting van een gemeenschappelijk immigratiebeleid van de Europese Unie. Dit is de eerste serieuze poging om illegale immigratie naar Europa te beperken en legale immigratie te bevorderen.
Bij het voorbereiden van de regeling voor de blauwe kaart waren wij verscheurd tussen de vrees voor misbruik van deze kaart door onderdanen van derde landen en de hoop dat nieuwkomers voldoen aan de behoeften van onze arbeidsmarkten en bijdragen aan de ontwikkeling van onze economie. Het is de bedoeling dat de blauwe kaart het visitekaartje van Europa wordt, waardoor Europa een aantrekkelijk plaats om te werken en wonen wordt voor de hooggekwalificeerde arbeidskrachten die onze kleine en middelgrote ondernemingen nodig hebben.
Vanuit het standpunt van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, dat ik vandaag naar voren breng, was het belangrijk te garanderen dat arbeidskrachten van buiten de Europese Unie niet slechter worden behandeld dan onze eigen burgers. Daarom moesten we een bepaling over gelijk loon voor gelijk werk opstellen, garanderen dat gezinnen konden worden herenigd en toegang bieden tot fundamentele sociale voorzieningen, zodat de nieuwkomers snel en volledig kunnen integreren. Tot slot wil ik graag de schaduwrapporteurs bedanken voor hun hulp en het Franse voorzitterschap laten weten dat de Commissie voor werkgelegenheid en sociale zaken snel heeft gewerkt om het voorzitterschap te helpen bij het realiseren van zijn doelstellingen voor het einde van zijn semester.
Rumiana Jeleva, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. − (BG) Ik zou graag de heer Gaubert mijn complimenten willen overbrengen voor zijn verslag over de richtlijn van de Raad betreffende één enkele vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van de Europese Unie. Ik was rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken voor deze richtlijn. Als afgevaardigde uit Bulgarije, een van de tien lidstaten die onderworpen zijn (waren) aan overgangsperiodes, ben ik een groot tegenstander van beperkingen op de vrije toegang tot de arbeidsmarkt voor een aanzienlijk deel van de Europese beroepsbevolking. Daarom ben ik ingenomen met de inspanningen van de Europese instellingen om te zorgen voor gelijke behandeling voor iedereen die legaal verblijft en werkt in de Europese Unie.
Deze richtlijn is bedoeld als een horizontaal instrument, overwegende dat er al een aantal specifieke richtlijnen van kracht is of op het punt staat aangenomen te worden. Ik denk daarbij aan de richtlijnen inzake seizoensarbeiders, inzake arbeidskrachten met een langdurige verblijfsvergunning en de richtlijn inzake de blauwe kaart van de EU, waar we vandaag over debatteren. Bij het vaststellen van ons standpunt heb ik steun gekregen van de collega's uit onze parlementaire commissie, en ik ben van mening dat met de door ons voorgestelde teksten de rechten van arbeidskrachten uit derde landen op evenwichtige wijze neergezet worden. Wat dat betreft wil ik graag het recht op onderwijs noemen, de erkenning van diploma's en certificaten, arbeidsomstandigheden, toegang tot de sociale zekerheid, belastingvermindering en nog andere. Deze richtlijn is een minimale, algemene selectie van rechten van arbeidskrachten uit derde landen als het om arbeid gaat. Dientengevolge mogen de aan deze arbeidskrachten verleende rechten niet de met specifieke richtlijnen gewaarborgde rechten te boven te gaan. Om die reden beoogt het Commissievoorstel specifieke voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van deze rechten. In de eindversie van het in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken in stemming gebrachte standpunt ontbreken deze voorwaarden echter. Dat heeft geleid tot een situatie met flagrante discrepanties, bijvoorbeeld in verband met de blauwe kaart, of met al hetgeen uit hoofde van andere richtlijnen gewaarborgd wordt, zoals de richtlijn inzake onderdanen van derde landen met een langdurige verblijfsvergunning in de EU.
Dames en heren, in deze tijd van financiële en economische crisis is het van groot belang dat we ons realistisch opstellen. Als rapporteur van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken wil ik u oproepen een realistische bril op te zetten en voor dit logische en consistente document te stemmen.
Kinga Gál, namens de PPE-DE-Fractie. – (HU) Dank u zeer, mijnheer de Voorzitter, dat ik het woord mag voeren. Commissaris, dames en heren, het Parlement debatteert vandaag, in de context van het huidige pakket migratierichtlijnen, over belangrijke verslagen voor de lange termijn en zal ze morgen aannemen.
Momenteel zijn er 27 verschillende systemen in de Europese Unie om de status van onderdanen van derde landen te regelen. De twee nieuwe richtlijnen garanderen een eenvoudigere procedure voor hooggekwalificeerde werknemers en bevatten tevens de mogelijkheid om een eenvoudiger systeem van toegang en verblijf toe te passen. We beseffen dat met deze twee richtlijnen een effectief compromissysteem wordt ingevoerd dat de huidige gefragmenteerde regelingen zal vervangen.
De rapporteurs van de Europese Volkspartij hebben in dit opzicht serieus en belangrijk werk verricht. Het verslag over banen voor hooggekwalificeerde werknemers, dat bekend is geworden als het “blauwe kaart-verslag” is een goed, evenwichtig verslag. Rapporteur Ewa Klamt verdient een speciaal woord van lof, en ook de heer Gaubert willen we feliciteren met zijn verslag.
Tegelijkertijd maakt de Europese Volkspartij zich sterk om ervoor te zorgen dat de bepaling inzake de voorkeursbehandeling van EU-onderdanen een belangrijk onderdeel van de richtlijn wordt. Ik wil daarom graag mijn medeafgevaardigden die bezwaar maken tegen het beginsel van een voorkeursbehandeling en die amendementen indienen tot schrapping van dit beginsel uit het verslag, erop attenderen dat ik, als Hongaars staatsburger en in naam van de burgers van alle nieuwe lidstaten, het onaanvaardbaar zou vinden als het beginsel dat werknemers uit de lidstaten de voorkeur moeten hebben boven werknemers uit derde landen, niet stevig werd verankerd.
Die benadering is absoluut onaanvaardbaar en een weerspiegeling van hypocrisie, aangezien wij, als onderdanen van de nieuwe lidstaten, nog steeds - tot op de dag van vandaag en wie weet voor hoe lang nog - in talrijke oude lidstaten worden gediscrimineerd als het gaat om de toegang tot de arbeidsmarkt. Het is een schande dat Europa op zo’n manier over onze Unie spreekt dat het de burgers van de nieuwe lidstaten in dit opzicht nog steeds als tweederangsburgers behandelt. Dank u voor uw aandacht.
Javier Moreno Sánchez, namens de PSE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag willen dat mijn eerste woorden niet werden opgenomen in de helse machine van de tijd, omdat ik me wil aansluiten bij de het medeleven dat dit Parlement heeft betuigd met mevrouw Klamt, maar vooral ook omdat ik de rapporteurs wil feliciteren.
Nu begin ik echt. Ik feliciteer de rapporteurs omdat we met deze twee voorstellen een kwalitatieve stap zetten in de richting van een gemeenschappelijk immigratiebeleid en het bevorderen van legale immigratie, een belangrijke pijler van de alomvattende aanpak die wij voorstaan.
Het algemene kader van rechten en de gecombineerde verblijfs- en werkvergunning voor legale immigranten moeten zich uitstrekken tot een zo groot mogelijk aantal werknemers. Daarom vraagt de socialistische fractie dat geen enkele categorie werknemers wordt uitgesloten.
De zogeheten blauwe kaart biedt immigranten de mogelijkheid om zich met hun gezinnen in onze landen te vestigen en hier te werken. Deze kaart opent één enkele deur naar 27 arbeidsmarkten, maar deze deur mag niet alleen openstaan voor hooggekwalificeerde werknemers. Daarom hopen we, mijnheer de commissaris, dat de Commissie op zo kort mogelijk termijn met voorstellen met betrekking tot de andere arbeidscategorieën komt.
Dames en heren, we moeten de strijd met de ‘braindrain’ aangaan. Deze blauwe kaart mag niet verworden tot een paspoort dat ontwikkelingslanden van vitale menselijke hulpbronnen berooft. Daarom wil de socialistische fractie dat we voor elke gekwalificeerde werknemer die naar Europa komt, de opleiding van een nieuwe gekwalificeerde werknemer in het land van herkomst betalen.
Tot slot moet Europa een aantrekkelijke bestemming worden, niet alleen voor talenten van buiten de Unie, maar ook voor onze eigen talenten. In 2007 zijn bijna driehonderdduizend hooggekwalificeerde Europeanen buiten de Unie gaan werken. Laten we er alles aan doen om deze mensen voor Europa te behouden.
Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt erop dat de conservatieven en de socialisten het op het punt van de blauwe kaart roerend met elkaar eens zijn. Onze fractie kan zijn oren dan ook nauwelijks geloven, eerlijk gezegd. De EU probeert al een tijd een uitgebreid migratiepakket samen te stellen, met zowel maatregelen om de illegale migratie aan te pakken als maatregelen om het toekomstige beleid voor legale migratie te ondersteunen.
Wellicht kunt u zich nog het zeer emotionele debat over de terugkeerrichtlijn herinneren. Destijds zei de ALDE-Fractie dat het terugkeerbeleid niet op zich kon worden beschouwd maar als integraal onderdeel – noodzakelijk onderdeel – van een totaal migratiepakket moest worden gezien, en dat is nog altijd zo. Vandaag hebben we eindelijk de kans om een sterk signaal af te geven dat de mogelijkheden voor legale migratie moeten worden verbeterd om te kunnen voorzien in de vraag van bedrijven die dringend behoefte hebben aan hooggekwalificeerd personeel.
Dat we van de PPE-DE niet teveel konden verwachten op het punt van legale migratie is te betreuren maar kon min of meer worden voorzien. Dat de PSE zich in grote lijnen prima kan vinden in het standpunt van de PPE-DE inzake de blauwe kaart, daarvan rijzen me de haren te berge. Na de stemming in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken is de regeling aanzienlijk verwaterd. Er zijn veel te veel beperkingen ingevoerd. Daarmee maken we de EU geenszins aantrekkelijker voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten.
Het moet duidelijk zijn dat de blauwe kaart is bedoeld om het concurrentievermogen van de Europese economie te vergroten. Het voorstel voor een blauwe kaart is niet gedaan om simpelweg de beste krachten aan te trekken en de rest te weren, want dat zou in ontwikkelingslanden leiden tot een intellectuele aderlating.
De huidige trend is dat de overgrote meerderheid van de hooggekwalificeerde arbeidskrachten niet naar de EU maar naar de VS, Canada of Australië emigreren. Als we die trend willen ombuigen, moeten we ambitieus zijn. Het Parlement staat op het punt een verslag aan te nemen dat een toch al zeer bescheiden Commissievoorstel nog verder zou verzwakken. Voor alle duidelijkheid: de ALDE-Fractie staat vierkant achter de blauwe kaart. We zijn echter van mening dat de huidige tekst niet alleen tekortschiet om de broodnodige verandering voor legale migratie teweeg te brengen maar bovendien de protectionistische praktijken van de lidstaten bevestigt.
We weten allemaal dat de Raad zich voortvarend heeft getoond in het doen van verreikende uitspraken maar we weten ook dat te vaak paal en perk wordt gesteld aan doeltreffende besluitvorming doordat de lidstaten niet echt in staat zijn samen te werken in hun wederzijds belang en dat doeltreffende besluitvorming op dit gebied wordt ondermijnd door een zeer emotioneel en warrig debat over legale migratie, als gevolg van een gebrek aan eensgezindheid.
Het programma van Tampere, het Haags programma, het Franse immigratiepact, het programma van Stockholm – uiteindelijk komen deze initiatieven allemaal neer op de omzetting van de basisafspraken in concrete en doeltreffende maatregelen. Als we willen dat de EU profiteert van de voorgestelde regeling, zullen we ambitieus moeten zijn. Ik hoop daarom dat u morgen dienovereenkomstig zult stemmen.
Bogusław Rogalski, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de gegevens die momenteel beschikbaar zijn, waarschuwen ons dat de Europese Unie geen locatie is die regelmatig wordt gekozen door hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen, in tegenstelling tot landen als de Verenigde Staten, Canada of Australië. Slechts 5,5 procent van de hooggekwalificeerde immigranten uit de Maghreblanden komt bijvoorbeeld naar de EU, terwijl circa 54 procent wordt toegelaten tot de Verenigde Staten en Canada. Dit komt door het enorme verschil tussen de toelatingssystemen voor migranten in de EU, waardoor het verkeer tussen landen ernstig wordt gehinderd. Slechts zes lidstaten hebben speciale werkgelegenheidsprogramma's voor hooggekwalificeerde migranten.
Daarom is het van cruciaal belang dat de lidstaten kiezen voor een meer coherente benadering van het Europese migratiebeleid, waarin ook integratie en politieke kwesties worden opgenomen. We moeten onze verordeningen harmoniseren, zodat we de migrantenstromen van en naar Europa kunnen beheersen en hooggekwalificeerde migranten een betere kans kunnen bieden.
Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteurs danken voor hun positieve benadering van deze gedeeltelijke – maar zeer langverbeide –, positievere maatregelen inzake migratie en de positie van onderdanen van derde landen in de Europese Unie. Ik ben ook blij met het positievere oordeel van de Commissie over bepaalde amendementen van het Parlement.
Mijn fractie, de groenen, heeft aldoor gestreefd naar rechten die zo gelijkwaardig mogelijk zijn met die van EU-onderdanen – een reeks gemeenschappelijke rechten – en een regeling die zo open en gastvrij mogelijk is. Ik ben het alleszins eens met de collega’s die zeggen dat het een schande is dat EU-onderdanen op dit moment niet gelijk worden behandeld, maar ik zou er bij u allen op willen aandringen niet te kiezen voor de behoedzame benadering van onze lidstaten die de eigen onderdanen gelijk behandelen door onderdanen uit derde landen te bestraffen.
Het lijdt geen enkele twijfel dat de EU behoefte heeft aan werknemers op uiteenlopend vaardigheidsniveau. We hebben mensen uit allerlei landen – India, Nieuw-Zeeland, Ghana, China, welk land dan ook – nodig die hun vaardigheden willen komen inzetten en ontwikkelen. Daarom verlenen wij geen steun aan amendement 84 en zeker ook niet aan amendement 24, want dat beoogt een blauwe kaart alleen te verstrekken aan hooggekwalificeerde migranten die afkomstig zijn uit landen waarmee we eerder al een partnerschapsovereenkomst zijn aangegaan. Ik weet niet goed wat de Verenigde Staten daarover te zeggen zouden hebben.
Het klopt dat we voorzichtig moeten omgaan met bepaalde sectoren in de armste landen van de wereld maar we moeten ook opletten dat mensen uit die sectoren niet de enige zijn die worden belet hun vaardigheden in de Europese Unie te ontwikkelen. We moeten er ook op toezien dat we dit specifieke voorstel niet aangrijpen om een algemeen ontwikkelingsbeleid op te stellen. Dit is een algemeen voorstel. Het dekt alle potentiële landen wereldwijd. Ja, we moeten eveneens de vaardigheden in onze eigen lidstaten zoveel mogelijk verbeteren en daarom steunen wij het amendement dat bijvoorbeeld de antidiscriminatiewetgeving in herinnering brengt, die naar wij hopen ook ambitieus zal zijn in haar volgende fase.
Al met al steunen we alle amendementen die de rechten van personen waarborgen en stemmen we tegen alle amendementen die beogen die rechten te annuleren. We verwelkomen de inspanningen om de procedures te vereenvoudigen, maar betreuren het dat het Parlement niet ambitieuzer is geweest, met name ten aanzien van de blauwe kaart, en dat het in feite nieuwe hindernissen heeft opgeworpen. Het is dus onwaarschijnlijk dat we dit voorstel in zijn huidige vorm zullen steunen, hoewel we het zeker eens zijn met de achterliggende gedachte.
Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik schaar mij achter condoleances aan het adres van mevrouw Klamt.
Ik wil graag onmiddellijk overgaan tot de kern van het debat van vandaag, aangezien de Europese Unie een schizofreen immigratiebeleid blijft voeren. Dit gebeurt er in het beleid van de lidstaten: zij hebben het pact inzake immigratie en asiel ondertekend, waarin uitdrukkelijk staat vermeld dat nulimmigratie schadelijk en onrealistisch is voor de Europese Unie, maar dan ontdekken wij dat de Minister van Binnenlandse Zaken van mijn land ervoor pleit om de grenzen de komende twee jaar dicht te houden.
Het communautaire immigratiebeleid blijft schizofreen. De heer Gaubert heeft gelijk als hij zegt dat wij een demografische crisis in Europa tegemoet zien en dat wij meer immigratie nodig hebben. De Commissie heeft het ons uitgelegd: wij hebben tot 2060 50 miljoen immigranten nodig, maar wij doen niets om ze binnen te halen. Integendeel, wij hebben bij voorbaat het terugkeerbeleid geharmoniseerd.
Vandaag debatteren wij over een gecombineerde verblijfs- en werkvergunning voor uitsluitend degenen die zich al op Europees grondgebied bevinden, en wij voeren de blauwe kaart in voor hooggekwalificeerde werknemers, die slechts tussen 1,5 à 3 procent van het aantal immigranten in Europa uitmaken, een uiterst klein percentage dus vergeleken met onze werkelijke behoeften aan werknemers in Europa.
Er zijn op dit moment in de Europese Unie ongeveer 6 miljoen illegale werknemers die zich al op de arbeidsmarkt bevinden, en die in deze illegale positie worden gehouden omdat een dergelijke situatie duidelijk handig is om de loonkosten te drukken en om op de sociale uitkeringen te bezuinigen.
Wij vinden dat wij zouden moeten beginnen met een proces van regularisatie van de werknemers die zich al op de arbeidsmarkt bevinden. Wij vinden de blauwe kaart een verkeerd idee, omdat een selectie wordt gemaakt voordat immigratie effectief plaatsvindt; wij vinden dat de definitie van hooggekwalificeerde werknemers te beperkt is, en wij vinden dat de communautaire preferentie een vorm van discriminatie is.
Wij vinden dat men het in het asielbeleid over een andere boeg moet gooien. Wij beseffen heel goed dat de blauwe kaart een eerste signaal is om legale immigratiekanalen te openen, maar dit is niet genoeg om te garanderen dat onze fractie vóór dit verslag zal stemmen.
Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, de lidstaten moeten zelf blijven beslissen over de toelating van migranten op hun grondgebied en zo lang er in onze lidstaten mensen zonder werk zijn, blijf ik twijfels hebben bij de noodzaak om legale immigratie te stimuleren.
Het voorstel van de Commissie brengt een eenvoudige procedure niet dichterbij en die suggestie wordt wel gewekt. Naast het voorstel van de Commissie blijven nationale regelingen voor kennismigranten van kracht en zijn aanvullende eisen mogelijk. Wat is dan de toegevoegde waarde van de Europese regeling? Op deze manier wordt geen antwoord gegeven op de vraag van onderwijsinstellingen en bedrijven. Zij willen een eenduidig systeem voor werknemers en studenten van buiten de Europese Unie en dat gaat straks extra administratieve rompslomp opleveren, terwijl minder was beloofd. Ik zou ervoor willen pleiten het immigratiebeleid bij de lidstaten te laten, dan kan elke lidstaat een eigen heldere procedure hebben. In EU-verband kunnen we dan afspraken maken of mensen vrij mogen reizen en zich elders mogen vestigen.
Carl Lang (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de minister Jouyet, commissaris Barrot, mijn oprechte dank. Uw woorden hebben mij zojuist voorzien van argumenten voor mijn komende verkiezingscampagnes voor zover het de immigratiekwestie betreft. U had het namelijk zelf over – en ik citeer – een open Europese Unie, over het zich openstellen voor migratiestromen, over de voordelen van een blauwe kaart, die zoveel mogelijk mensen moet worden verstrekt, over het aantrekken van vaardigheden en over het niet belemmeren van immigratie.
Ogen dicht, oren dicht, verstand dicht: dat zou het devies van de Europese instellingen kunnen zijn als het om de kwestie van de immigratie gaat, ofschoon onze Europese volkeren al twintig jaar lang dagelijks lijden onder deze kwestie, met alle sociale en economische gevolgen van dien op het gebied van identiteit, veiligheid, onzekerheid op de arbeidsmarkt, armoede, werkloosheid.
Ik hoor hier praten over de rechten van immigranten, maar wie praat er over de sociale rechten van werknemers? Wie praat over de miljoenen, de tientallen miljoenen in Europa die in moeilijke sociale omstandigheden verkeren, die geen toegang hebben tot werk op welk niveau van de hiërarchie of van kwalificaties dan ook?
Overigens is het in Europa gevoerde integratiebeleid een beleid van ware nationale desintegratie, waaraan wij ten prooi zijn gevallen door een te ver doorgevoerde communautaire aanpak. De blauwe kaart die u voorstelt betekent niets anders dan dat er miljoenen nieuwe migranten uit de hele wereld worden aangezogen, terwijl niet dit beleid zou moeten worden gevoerd, maar een beleid van terugkeer, van nationale en communautaire preferentie, een beleid van nationale en communautaire bescherming.
Tot slot nog dit: door de elites van de derde wereld te plunderen, zult u de economische ontwikkeling van deze landen verhinderen. Deze volkeren en landen hebben kapitaal en verstand nodig. U onthoudt hun beide!
Carlos Coelho (PPE-DE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de minister, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, beste collega's, in tegenstelling tot de vorige spreker ben ik een uitgesproken tegenstander van Fort Europa en daarom ben ik voor een actief beleid inzake toelating van economische immigranten.
De enige manier om tot een evenwichtig beleid op het gebied van immigratie te komen is een felle bestrijding van illegale immigratie en een moedige regulering van legale migratie. In dat perspectief hebben we voor de richtlijn over de blauwe kaart gestemd.
We willen migratie echter niet beperken tot hooggekwalificeerde mensen en andere, minder gekwalificeerde, werknemers buitensluiten. In de komende decennia zal de economische en sociale ontwikkeling van Europa afhankelijk zijn van de instroom van beide categorieën immigranten. En dan hebben we het over vele miljoenen mensen.
Daarom steun ik ook het voorstel voor een richtlijn inzake de invoering van één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde verblijfs- en werkvergunning. Naast duidelijke voordelen als vereenvoudiging, beperking van de bureaucratie en het makkelijker maken van de controles op de geldigheid van vergunningen, wordt hierdoor ook een gemeenschappelijke rechtspositie gecreëerd voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven. Met uitzondering van seizoensarbeiders en hooggekwalificeerde werknemers, waar sectorale richtlijnen op van toepassing zullen zijn, komt iedereen in aanmerking voor een pakket gegarandeerde rechten, rechten die gelijk zijn aan die van de onderdanen van de betreffende lidstaat.
Deze gelijke behandeling in de hele Gemeenschap moet bijdragen aan de bestrijding van uitbuiting van werknemers en aan een betere integratie van deze werknemers, wat de sociale cohesie ten goede zal komen.
Ik ben het eens met Ewa Klamt: het is nuttig om één enkel systeem te ontwikkelen voor de toelating van hooggekwalificeerde werknemers, in plaats van 27 verschillende systemen te hebben. Ik ben het eens met de voorstellen van mevrouw Klamt om de toegangsvoorwaarden aan te scherpen en een mogelijke braindrain nog beter te voorkomen.
Voorzitter, ik spreek nogmaals mijn waardering uit voor de inspanningen die mevrouw Klamt en de heer Gaubert hebben geleverd en ik wil afsluitend nogmaals zeggen dat ik het betreur dat de mening van dit Parlement er niet zoveel toe doet. Alles wijst erop dat er in de Raad al een politiek besluit genomen is en dat men de stemming in het Parlement niet heeft afgewacht. Dat betreur ik.
Wolfgang Kreissl-Dörfler (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, eerst wil ik mijn collega Klamt mijn innige deelneming betuigen en haar met dit verslag feliciteren.
Ja, we hebben op onze arbeidsmarkten behoefte aan hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen, ook omdat we hier te weinig in opleiding en bijscholing hebben geïnvesteerd en te veel bekwame werknemers de werkloosheid hebben ingestuurd, die nu op de arbeidsmarkt niet meer beschikbaar zijn. Op lange termijn moeten we daarom zelf meer doen aan opleiding en bijscholing, en moeten we onze arbeidsmarkten meer voor hooggekwalificeerde immigranten openstellen.
De blauwe kaart is een eerste echte stap en houdt zelfs eventueel een triple win situatie in. Ten eerste kunnen bedrijven op middellange termijn hun vacatures met deskundigen invullen en van de nieuwe internationale knowhow profiteren. Ten tweede krijgen hooggekwalificeerde arbeidskrachten en hun gezinsleden een perspectief dat ze in hun land van herkomst waarschijnlijk niet zouden vinden, en ten derde kunnen ze, als ze tijdelijk of definitief naar hun land van herkomst terugkeren, een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling van hun land bieden.
De zorg dat dit tot een braindrain kan leiden, is terecht. Daarom vragen we om in de landen van herkomst, die getroffen zijn door emigratie en een tekort aan arbeidskrachten en vakmensen, vooral in de onderwijs- en gezondheidssector, niet actief aan te werven. Toch blijft dit een kwestie voor het ontwikkelingsbeleid die we in dit kader niet zullen kunnen oplossen. Bovendien moeten we inzien dat niemand het bezit van een land is. Net zoals onze burgers zonder al te grote hindernissen in andere landen werk kunnen zoeken of hun land kunnen verlaten, zo moeten ook mensen uit andere landen in de EU kunnen komen werken.
Bij ons geldt natuurlijk het beginsel van gelijke loon voor gelijk werk. Het klopt dat alles altijd beter kan, verbeteringen zijn ook noodzakelijk, maar voor mij is dit een eerste stap in de juiste richting.
VOORZITTER : EDWARD McMILLAN-SCOTT Ondervoorzitter
Gérard Deprez (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega´s, allereerst wil ik, net als vele anderen, mijn felicitaties overbrengen aan onze twee rapporteurs: mevrouw Klamt, die ik namens mijn fractie condoleer, en Patrick Gaubert.
Mijnheer Jouyet, ik wil evenwel ook het Franse voorzitterschap hierbij betrekken. In ieder geval wat de blauwe kaart betreft, heeft het Franse voorzitterschap blijk gegeven van een hoge mate van betrokkenheid, waardoor er op het niveau van de Raad al een politiek akkoord kon worden bereikt. Het lijkt me echter dat er geen sprake was van een zelfde standvastigheid bij het verslag van de heer Gaubert.
Zoals de collega´s hebben opgemerkt, heeft de Europese Unie met deze twee verslagen een belangrijke stap gezet op het gebied van het immigratiebeleid. Wij weten het allemaal, en wij hebben het in de loop der laatste jaren nogal eens betreurd: dat wij het grootste deel van onze tijd en van onze middelen hebben gewijd aan een - noodzakelijke - bestrijding van illegale immigratie. Maar nu, met deze twee teksten, onderschrijft de Europese Unie de noodzaak en het belang van een actief beleid voor legale immigratie. Wij weten allen dat legale economische immigratie een noodzaak is voor het Europese continent, en het zijn niet de irrationele denkbeelden van een handvol fascisten die ons van mening zullen kunnen doen veranderen.
Door de lidstaten ertoe te verplichten één enkele verblijfs- en arbeidsvergunning toe te kennen, beoogt het verslag van onze collega Patrick Gaubert ook het recht van migrerende werknemers op gelijke behandeling op zoveel mogelijk terreinen zeker te stellen. Ik wil mijn vriend Giusto Catania een boodschap meegeven. Giusto, je hebt een domme opmerking gemaakt. De gecombineerde vergunning is niet alleen van toepassing op werknemers die zich reeds op het grondgebied van de Europese Unie bevinden, maar er zullen ook gelijke rechten zijn voor degenen die nog moeten komen, en niet alleen voor degenen die er al zijn. Dus neem me niet kwalijk, maar als je kritiek hebt op iets om argumenten te verzamelen voor verwerping van een verslag, moet je toch echt proberen om het goed te lezen.
Met het verslag van mevrouw Klamt wordt beoogd te bepalen welke voorwaarden moeten gelden voor binnenkomst in de Europese Unie van hooggekwalificeerde onderdanen, die we absoluut nodig hebben. Nog één ding hierover, want mijn liberale collega´s hebben daaraan enige overwegingen gewijd. Samen met hen betreur ik een aantal zaken. Het systeem – ik heb het niet over principes –, het systeem is iets te terughoudend, op bepaalde punten te protectionistisch, maar het betekent een wezenlijke vooruitgang en om die reden zal ik, op persoonlijke titel en als voorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken voor de twee verslagen stemmen.
Mario Borghezio (UEN). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij hebben jarenlang, wat immigratie betreft, met tabellen vergezeld gaande oproepen gehoord waarmee ons het prachtige sprookje werd opgedist van de – ook met VN-rapporten gestaafde – noodzaak van continue expansie van de westerse economie. Wij hebben vooral Europese landen horen beweren dat er behoefte is aan tientallen of misschien wel honderden miljoenen nieuwe werknemers in Europa.
Nu heeft helaas de financiële crisis op iedereen in ons land een weerslag, zelfs op de grootste Italiaanse vakbond CGL, die ten minste bij monde van enkele van zijn leiders in de regio Veneto verklaart dat: ‘Eerlijk gezegd onze werknemers op het punt staan om hun baan te verliezen, en wij ons serieus moeten gaan bezighouden met het behoud van banen’ . De Commissie doet er daarom goed aan om al deze mooie sprookjes uit het verleden van de hand te wijzen en zich bezig te houden met die 3 procent die nog nuttig kan zijn, en wiens binnenkomst gerechtvaardigd zou kunnen zijn. Europa heeft inderdaad nog steeds behoefte aan gekwalificeerde immigranten, en zij kunnen nuttig zijn voor ons, maar de rechten van de landen die niet beroofd willen worden van hun beste breinen, vormen een groot obstakel.
Het voorstel is op zich goed, maar het eindstuk ervan ontbreekt, namelijk de bevordering en vergemakkelijking van de terugkeer van deze gespecialiseerde werknemers naar hun eigen landen, om deze te behoeden voor de gevolgen van de globalisering.
Hélène Flautre (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, zes maanden na de beschamende stemming over de terugkeerrichtlijn, waarmee wij zo veel internationale hoon en kritiek hebben geoogst, betwijfel ik werkelijk of de Unie, naar aanleiding van de aanneming van deze twee teksten over de blauwe kaart en de gecombineerde vergunning, zich op het internationale toneel zal kunnen rehabiliteren. Waarom? Omdat ons een volwaardig Europees beleid op het gebied van legale migratie in het vooruitzicht was gesteld, en zulks zelfs met enige nadruk, en ons uiteindelijk derderangs werknemersstatussen zijn voorgeschoteld: zonder sociale hulp, met verlies van verblijfsvergunning in geval van verlies van werk, beperkte mogelijkheid tot lidmaatschap van een vakbond en beperking van de bewegingsvrijheid. Hieruit komt geen groots streven naar voren. De Unie zal de Verenigde Staten en Canada nog niet bij benadering kunnen beconcurreren met deze blauwe kaart, als dat trouwens al een lovenswaardig streven zou zijn.
Is het werkelijk te veel gevraagd om echte waarborgen te geven voor sociale bescherming, voor gelijke behandeling ten opzichte van autochtone werknemers? Geven wij er de voorkeur aan deze werknemers te reduceren tot corveekrachten? Zouden zij en hun gezinsleden op teveel rechten aanspraak mogen maken als het VN-Verdrag inzake de bescherming van migrerende werknemers wordt geratificeerd?
Ten slotte vraag ik mij af - vraag ik ù – welke zin het heeft om migrerende werknemers naar de Unie te lokken en tegelijkertijd te weigeren de situatie te reguleren van mensen die al in de EU werken, die legaal werken maar zonder verblijfsvergunning. De Unie zet een beleid van legale migratie op poten, maar met tegenzin, en nu dreigen utilitaire uitgangspunten en uitzonderingen op gelijke rechten, waartoe elke lidstaat heeft besloten, de overhand te krijgen. Wanneer zullen wij begrijpen - en bovenal aanvaarden - dat migratie een kans is, dat ze mogelijkheden verschaft op het gebied van menselijke ontwikkeling, van sociale en economische ontwikkeling, zelfs van de zuidelijke landen en met het oog op de interculturele dialoog, waarover wij dit jaar zoveel ophef maken?
Eva-Britt Svensson (GUE/NGL). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, door onder andere Frontex wordt erg kwetsbare mensen de toegang tot de EU ontzegd, en de EU bouwt muren waar mensen met een grote behoefte aan bescherming moeilijk doorheen kunnen breken. Tezelfdertijd wordt nu voorgesteld om door middel van de “blauwe kaart” een speciale toegang voor bepaalde mensen te creëren, een speciale toegang voor hooggekwalificeerde werknemers met erg hoge eisen wat het opleidingsniveau en de beroepservaring van die mensen betreft en met een minimumsalaris dat bijvoorbeeld in Zweden ten minste 43 000 kroon of 4 300 euro per maand zou moeten bedragen. Gewone werknemers of mensen die nood hebben aan bescherming, hoeven zich niet druk te maken, maar hoogopgeleide mensen – de mensen die de derde wereld zelf nodig heeft om de situatie in die landen te verbeteren – die zijn welkom. Ik ben wat mij betreft ingenomen met openheid en immigratie, maar op voorwaarde dat niemand wordt gediscrimineerd op grond van het land van herkomst of het opleidingsniveau.
Gerard Batten (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie haalt liever nog meer arbeidsmigranten binnen in plaats van te proberen een oplossing te vinden voor het probleem van de reeds werkloze Europeanen in de lidstaten. Degenen die een werkvergunning, de zogenaamde blauwe kaart, krijgen, mogen na anderhalf jaar verhuizen naar een andere lidstaat. Dat geldt tevens voor hun gezinsleden en de personen te hunnen laste. Zo is dat vastgelegd in het op komst zijnd gemeenschappelijke immigratiebeleid van de Europese Unie, dat bepaalt wie wel en wie niet naar lidstaten mag migreren en op welke voorwaarden.
Groot-Brittannië beweert over een “opt-out” van dit beleid te beschikken, maar het Verdrag van Lissabon is koninklijk bekrachtigd en aangenomen mag worden dat het volledig wordt geratificeerd door de andere lidstaten. Indien en wanneer het Verdrag van Lissabon volledig wordt geratificeerd, zal de “opt-out” van Groot-Brittannië van generlei waarde blijken te zijn en zullen wij vrijwel zeker gedwongen worden tot naleving van deze richtlijn.
Roberto Fiore (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mijns inziens is het een strategische fout van Europa om te denken dat wij gekwalificeerd personeel uit andere landen en uit andere continenten moeten binnenhalen. Veeleer zouden het onze instituten, scholen en universiteiten moeten zijn die aan de hand van een nieuwe strategische aanpak mensen hoog opleiden. Wat dus ontbreekt, is een idee over hoe de toekomst van Europa eruit zal zien. Niemand denkt erover na wie wij in de komende tien of vijftien jaar moeten vragen om onze fabrieken of geavanceerde installaties te leiden.
Wij moeten erbij zeggen dat dit zeker gepaard zal gaan met een aantasting van de sociale waarborgen van degenen die in Italië of in andere Europese landen dergelijke werkzaamheden verrichten. Er zal salarisdumping zijn, wat typisch is voor bepaalde immigratiebeleidslijnen. Wij mogen er bovendien niet aan denken dat wij in een dramatische crisis tengevolge van financiële ineenstorting, naast de problemen van onze werklozen er ook nog de problemen van de werklozen van buiten de EU erbij krijgen, die noodgedwongen een probleem gaan vormen voor de openbare orde en de veiligheid van onze volkeren.
Dumitru Oprea (PPE-DE) . – (RO) “Wij zijn geen Fort Europa”, zei de heer Jouyet. Dat is inderdaad waar. De twee verslagen die we vanmiddag gehad hebben, vormen het bewijs van Europa's openheid en van het feit dat Europa het globaliseringsproces accepteert en steunt. Ik verwacht dat met deze Europese werkvergunning een hele reeks problemen met betrekking tot de illegale immigratie waar Europa nu mee te maken heeft, zal worden opgelost. Dat blijkt wel uit de ervaringen van de Verenigde Staten met hun Green Card-regeling.
Europa dient aan te tonen dat het vóór openheid is. Dat is des te meer nodig aangezien volgens het verslag slechts 5,5 procent van de immigranten naar de Europese Unie komt, terwijl 50 procent van de hooggekwalificeerde immigranten naar de VS of Canada trekt. Waarom zijn wij geen aantrekkelijke bestemming? Waarom is er zo’n enorm verschil tussen de salarissen hier en die in de Verenigde Staten en Canada? Is er een pijnlijker blijk van ons gebrek aan aantrekkingskracht?
Tegen de achtergrond van de huidige crisis is dit een gebaar van fair play, een normaal gebaar van Europa's zijde, dat tegenwicht nodig heeft in de vorm van openheid tegenover arbeidskrachten uit derde landen. Dit beleid inzake Europese kaarten dient echter wel op een logische manier te worden uitgevoerd, zodat het niet tot grote onevenwichtigheden leidt of grote problemen veroorzaakt in de landen waar de specialisten oorspronkelijk vandaan komen.
Claudio Fava (PSE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, onze fractie is redelijk tevreden over deze twee voorstellen. Wij zijn hier redelijk maar niet volledig tevreden over, zoals wordt aangetoond door het aantal amendementen waarmee wij hebben geprobeerd bij te dragen aan de verbetering van deze teksten. Wij zijn ook slechts redelijk tevreden omdat er een gebrek is aan ambitie. Wij vinden dat men meer en beter had kunnen doen.
Er zijn tekenen van openstelling en van een civiele houding die echter, soms zelfs in het debat binnen dit Parlement, snel worden opgevolgd door tekenen van een rigide houding, vooral van de kant van de Raad, evenals door een sterk protectionisme. Dit heeft ook betrekking op de blauwe kaart: er is weerstand tegen enkele centrale beginselen, zoals ‘gelijke beloning voor gelijk werk, dat een onaantastbaar en natuurlijk beginsel is. Zelfs daarbij zijn wij een aantal punten van scherpe onenigheid tegengekomen.
Wij vinden het van fundamenteel belang om het beginsel van de communautaire preferentie achter ons te laten. Wij moeten het idee achter ons laten dat er een Europa van twee snelheden is en dat daarom dit beginsel zou moeten worden toegepast. Er zijn andere inclusieve beginselen die uiting geven aan een in politiek en sociaal opzicht civiel gedrag en die deel uit zouden moeten maken van het immigratiebeleid. Legale immigratie betekent gelijkwaardigheid en gelijke kansen, want anders keren wij terug naar een selectieve, gedeeltelijke en discriminerende immigratie. Dat willen wij vermijden.
Namens mijn fractie steun ik daarom ook het voorstel dat de heer Moreno de Commissie heeft gedaan. Laten wij proberen ons een blauwe kaart voor te stellen die niet is gekoppeld aan die 3 procent hooggekwalificeerde immigranten, maar legale en concrete maatregelen probeert te vinden voor openstelling van de markt tot immigratie. Immigratie moet inclusie betekenen; als ze een kwestie van selecteren wordt, is er geen sprake meer van een positief beleid.
Athanasios Pafilis (GUE/NGL). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, met de ontwerprichtlijnen en de twee verslagen wordt uitvoering gegeven aan het meer algemene immigratiebeleid van de Europese Unie, dat als doel heeft goedkope arbeidskrachten te verzekeren waarmee het Europees kapitaal zijn winst kan verhogen.
De richtlijn over het verstrekken van een blauwe kaart voor toegang tot en werk in de Europese Unie aan hooggekwalificeerde immigranten zorgt ervoor dat de knappe koppen uit armere landen worden weggekaapt, en de Europese monopolies aldus een betere concurrentiepositie kunnen verwerven in de wereld, vooral ten opzichte van de Verenigde Staten. Ze geeft de kaarthouders geen substantiële rechten of voordelen, omdat daaraan de voorwaarde is gekoppeld dat er een arbeidscontract is gesloten. Hun salaris zal ook officieel op een lager niveau vastgesteld worden.
De tweede richtlijn en het tweede verslag over één enkele verblijfs- en werkvergunning gaan dezelfde kant op. Alleen degenen die zeker zijn van een baan zullen de Europese Unie binnen kunnen komen en een vergunning kunnen krijgen. De immigranten zijn dus overgeleverd aan de werkgevers. Ontslag staat gelijk aan uitzetting. Voor illegale immigranten is er de bijl van het Europees pact inzake immigratie, met een opsluiting van achttien maanden, uitzetting en een inreisverbod van vijf jaar.
Het algemene beleid van de Europese Unie legaliseert de wrede en barbaarse exploitatie van immigranten en meer in het algemeen van de werknemers van de Europese Unie.
We steunen de strijd van immigranten om gelijke arbeids- en sociale rechten; wij steunen de strijd om de rechten van werknemers in de hele Europese Unie te beschermen en uit te breiden.
Hélène Goudin (IND/DEM). – (SV) Een van de argumenten die worden aangehaald als reden waarom de EU geen aantrekkelijke bestemming is voor immigratie van gekwalificeerde werknemers, is dat er verschillende regelingen zijn voor toegang tot en verblijf in de lidstaten. In de toelichting bij het verslag staat verder te lezen dat de verschillende nationale regelingen leiden tot concurrentie tussen de lidstaten. Dat wordt als iets negatiefs voorgesteld. Ik zou willen zeggen dat het precies dat is – dat de systemen niet uit hetzelfde hout zijn gesneden maar dat verschillende oplossingen met elkaar hebben mogen concurreren – dat Europa succesvol heeft gemaakt.
We kunnen zien dat bepaalde landen, bijvoorbeeld Zweden, succesvoller zijn geweest. Zweden heeft onder andere geïnvesteerd in opleiding en talenonderwijs, waardoor Zweden een van de meest concurrerende landen is geworden met bedrijven als Ericsson, Volvo en Ikea. Het probleem van de gebrekkige concurrentiekracht in veel van de lidstaten, heeft er veeleer mee te maken dat de Unie gekenmerkt wordt door protectionisme en subsidies aan sectoren die verre van concurrerend zijn. Men heeft zich toegespitst op kunstmatige ademhaling in plaats van op structurele veranderingen.
Luca Romagnoli (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ziehier het zoveelste absurde initiatief van de EU: de invoering van een blauwe kaart die het mogelijk maakt migrerende werknemers, die op incorrecte wijze worden omschreven als hooggekwalificeerd, toegang te verlenen tot de EU.
Volgens de rapporteur zal daarmee het hoofd kunnen worden geboden aan de dalende demografische trend. Zij zegt: ’In Duitsland zijn er bijvoorbeeld 95 000 ingenieurs nodig’. Wel, u kunt ervan op aan dat, als zij goed betaald werden, wij enkele duizenden ingenieurs uit Italië zouden kunnen sturen. Dit absurde initiatief onttrekt niet alleen gekwalificeerd personeel aan ontwikkelingslanden, maar houdt evenmin rekening met de werkloosheid onder geschoolden in Europa en met de terechte angsten van onze jonge afgestudeerden. In plaats van deze jongeren een steuntje in de rug te geven bij de aanvang van hun beroepsleven, hun studie- en onderzoekcapaciteiten te versterken en hun een toekomst met werk en scholing te garanderen, introduceren wij de zoveelste factor van twijfelachtige concurrentie en twijfelloze uitbuiting.
Het evenwicht tussen dement en crimineel menselijk handelen is vaak wankel, en het lijkt mij dat de EU ons hier vandaag een voorbeeld van geeft.
Simon Busuttil (PPE-DE). – (MT) Ik ben ingenomen met het verslag van Ewa Klamt en Patrick Gaubert over de blauwe kaart en de één enkele aanvraagprocedure. Dit is de eerste keer dat wij zogezegd een raam openzetten voor beleid inzake legale migratie. Dit zijn buitengewoon belangrijke verslagen, omdat we op basis hiervan ons toekomstig beleid over dit extreem belangrijk onderwerp vormgeven kunnen. Bovendien wordt immigranten hiermee voor het eerst een legale mogelijkheid geboden om het grondgebied van de Europese Unie binnen te komen en bij ons te komen werken.
Dit alles dient echter geplaatst te worden binnen het kader van een duidelijk beleid. Als ik het goed begrepen heb, dient het immigratiebeleid waarvoor we ons nu zouden moeten uitspreken, gebaseerd te zijn op het recht van de EU-lidstaten volledig zelf te bepalen hoeveel arbeidskrachten er recht van binnenkomst verleend wordt. Zoals reeds eerder gezegd werd, dienen we het beginsel van communautaire preferentie, in het kader waarvan burgers van de Europese Unie voorrang krijgen boven burgers van niet-EU-landen, intact te laten.
Ik denk dat we met deze uitgangspunten niet alleen een beleid inzake legale migratie kunnen ontwikkelen, in het kader waarvan hooggekwalificeerde arbeidskrachten een blauwe kaart kunnen krijgen, maar dat we zelfs al kunnen beginnen te werken aan andere voorstellen waarvan ik weet dat die in de komende maanden door de Commissie ingediend zullen worden, om precies te zijn over de mogelijkheid tot het verstrekken van werkvergunningen aan minder hoogopgeleide arbeidskrachten.
Het debat van vandaag dient ook gezien te worden in het licht van ons beleid inzake illegale en niet legale immigratie. Ik zeg dit omdat, indien ons immigratiebeleid niet geloofwaardig overkomt, we ook niet verwachten mogen dat de burgers het ons toevertrouwen onze arbeidsmarkten open te stellen voor legale migratie. Ik denk dat beide zaken hand in hand gaan en parallel dienen te lopen, anders weet ik zeker dat we geen stap vooruit komen. Er is nog een aantal zaken waar we, wat het beleid inzake illegale immigratie betreft, nog eens goed naar kijken moeten. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de wet inzake sancties tegen werknemers die illegaal onderdanen van derde landen, of zelfs illegale immigranten, in dienst hebben. We dienen ruim gebruik te maken van deze wet om dit soort werkgevers naar behoren te straffen. De afschrikwekkende werking die daarvan uitgaat kan namelijk helpen de toevloed van illegale immigranten te dempen.
Er is nog een ander voorstel dat, naar de Europese Commissie heeft aangekondigd, in de komende weken zal worden ingediend, en wel de herziening van de Dublin-wet inzake de verantwoordelijkheid die landen op zich dienen te nemen bij de behandeling van asielaanvragen van zich reeds op hun grondgebied bevindende immigranten. Wij wachten dit voorstel met spanning af.
Tot slot is het goed om op te merken dat, indien het Verdrag van Lissabon reeds in werking was geweest, de rechtsgrondslag van deze voorstellen er geheel anders uitgezien zou hebben. Het Verdrag van Lissabon zou de Europese Unie nieuw elan gegeven hebben bij het aandragen van oplossingen op het gebied van immigratie. Ik denk dat de tegenstanders van het Verdrag van Lissabon geen enkele reden hebben tot zelfgenoegzaamheid over het feit dat het Europees immigratiebeleid nu niet zo krachtig is als het had kunnen zijn.
Martine Roure (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, op het gebied van immigratie moet de Europese Unie zich voorzien van efficiënte hulpmiddelen, en de wereld heeft behoefte aan beschermingsmethoden om hen die lijden in een vroeg stadium hulp te bieden.
De internationale gemeenschap in het algemeen en Europa in het bijzonder zijn er jammer genoeg niet op voorbereid, ofschoon we in een eeuw leven die wegens de globalisering de eeuw zal zijn van de volksverhuizingen. In al onze vooruitblikken moeten wij deze realiteit absoluut in het oog houden.
Ten aanzien van de blauwe kaart moeten we migrerende werknemers gastvrijheid kunnen bieden, zonder evenwel landen te plunderen door het vasthouden van degenen die nodig zijn voor de ontwikkeling ervan. Daarom willen wij hulp bieden om ervoor te zorgen dat hoog gekwalificeerde werknemers voor cruciale sectoren in hun landen van herkomst kunnen worden opgeleid. Ook moeten wij circulaire migratie stimuleren.
Ik wil mijn korte betoog afsluiten door eraan te herinneren dat we een Europese solidariteit nodig hebben die zich tot de ontwikkelingslanden uitstrekt. Als we het dan toch moeten hebben over haalbaarheid: waar een - politieke - wil is, is een weg. Dat is wel gebleken uit het reactievermogen tijdens de huidige financiële crisis.
Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte vertegenwoordigers van de Raad, de debatten onder de collega's zijn duidelijk gepolariseerd. De rechterzijde vreest massale illegale immigratie – de heer Romagnoli is er niet meer om de discussie verder te zetten – en de linkerzijde is bezorgd dat illegalen geen werk zullen vinden. Wij willen geen van beide, noch massale illegale immigratie, noch de tewerkstelling van illegalen en bijgevolg hun legalisatie. Wat we met de blauwe kaart werkelijk willen bereiken, is een stap in de richting van beheerste immigratie van hooggekwalificeerde arbeidskrachten in de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie.
Met deze blauwe kaart en de uniforme regelgeving voor verblijf- en werkvergunningen creëren we precies het instrument dat een lidstaat in staat zal stellen om te reageren en hooggekwalificeerde medewerkers naar zich toe te halen indien hij er werkelijk behoefte aan heeft. Ook zorgen we voor een uniforme regelgeving voor de afgifte en de controle van de blauwe kaart binnen Europa. Ik ben tevreden over het feit dat de Raad mijn voorstel in de uitvoeringsbepalingen heeft overgenomen, namelijk om de blauwe kaart met het symbool te voorzien van het land waardoor de kaart is uitgegeven en waarvoor de werk- en verblijfsvergunning geldt. Dat betekent voor Oostenrijk dat er een rood-wit-rode blauwe kaart komt; de andere lidstaten zullen een gelijkaardige oplossing hebben.
De stimulans dat mensen na drie jaar naar een andere lidstaat kunnen gaan om te werken, wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan en er behoefte aan is, vind ik positief. Een andere belangrijke regel is dat de blauwe kaart vervalt wanneer er blijkbaar geen behoefte meer is. Dat wordt duidelijk als de werknemer meer dan zes maanden onafgebroken werkloos is. Dan blijkt namelijk dat er geen vraag meer naar is en wordt de blauwe kaart ongeldig. Ik wil de Raad voorstellen de werknemer te verplichten bij de nationale autoriteiten te melden wanneer hij of zij werkloos wordt, anders is het onmogelijk te controleren wanneer de periode van zes maanden eindigt.
Ten slotte zou ik willen zeggen dat deze blauwe kaart een instrument voor de lidstaten is om indien nodig flexibel te reageren. Deze blauwe kaart is voor de Europese Unie een kans om een aantrekkelijke economische plaats te zijn en te blijven. Zij is een stimulans voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten om niet naar de VS, Canada of Australië te gaan, maar om ten minste voor een bepaalde tijd de Europese Unie als woon- en werkplaats te kiezen. Ik ben ervan overtuigd dat we met deze blauwe kaart erin geslaagd zijn om een belangrijke stap te zetten in de richting van een beheerste immigratie volgens de vereisten, mogelijkheden en behoeften van de lidstaten.
Stavros Lambrinidis (PSE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, er is nu al meer dan tien jaar geen inhoudelijk debat meer geweest over hoe de lidstaten kunnen samenwerken om Europa niet alleen een aantrekkelijkere bestemming te maken voor de legale immigranten die onze gemeenschappen hard nodig hebben maar ook een menswaardigere plek te maken voor degenen die al onder ons zijn.
De recente “terugkeerrichtlijn” die, zoals we weten, veel arme immigranten als gewone criminelen behandelt, is kenmerkend voor de haast monomane manier waarop Europa zich richt op een politionele benadering van het immigratiebeleid.
De belangrijkste reden hiervoor is dat de meeste lidstaten van de Europese Unie het nog niet is gelukt om, in de eerste plaats, doelmatige integratieprogramma’s voor immigranten in de praktijk te brengen en in de tweede plaats een groot deel van de bevolking ervan te overtuigen dat de onvermijdelijke toename van multiculturele gemeenschappen een wenselijke ontwikkeling is die onze economie en maatschappelijke groei bevordert.
Binnen dit kader kan men alleen maar blij zijn met de wetgevingsinitiatieven die we vandaag bespreken. Dit is misschien wel de eerste serieuze poging om een gemeenschappelijk Europees immigratiebeleid te ontwikkelen, ondanks het feit dat een aantal voorstellen nogal timide is en gepaard gaat met problemen. Aan enkele van die problemen proberen wij het hoofd te bieden door middel van amendementen, zoals het terecht door vele collega´s genoemd risico dat de arme landen van hun hooggekwalificeerde werknemers worden beroofd.
Tegelijkertijd betreffen deze afzonderlijke regelingen echter slechts een klein aantal mensen, namelijk de zogenaamd bevoorrechte legale immigranten. We hebben nu daadkrachtige wetgevingsinitiatieven nodig om Europese regels in te kunnen voeren voor legaal werken en voor de miljoenen andere werknemers die onze economieën en gemeenschappen nodig hebben.
Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, de Europese Unie wordt door hooggekwalificeerde werknemers uit derde landen nog steeds als onaantrekkelijk ervaren, terwijl ongeschoolde immigranten met duizenden tegelijk komen. Het Europese immigratiebeleid vereist daarom een ruime en consequente algemene benadering die betrekking heeft op vrede en veiligheid, het Europese ontwikkelingsbeleid en de beleidsvormen voor integratie en werkgelegenheid.
Met het wetgevingsvoorstel wordt een poging gedaan om gemeenschappelijke criteria vast te leggen voor een snelle procedure voor binnenkomst van hooggekwalificeerde immigranten. We hebben gemeenschappelijke en uniforme definities nodig voor toegang tot 27 verschillende arbeidsmarkten.
Iedereen erkent dat de Europese Unie de mogelijkheid moet hebben om voor langere tijd geschoolde arbeidskrachten uit derde landen te gebruiken. Dat is noodzakelijk om haar concurrentiepositie te verbeteren en de economische groei te stimuleren. We hebben echter eerst een aantal voorwaarden nodig. Als lid van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, ben ik van mening dat de eerste voorwaarde moet zijn een erkend universitair diploma van de hooggekwalificeerde personen of drie jaar beroepservaring.
Het ontwikkelingsbeleid moet de beschikbaarheid van arbeidskrachten uit derde landen waarborgen. De rapporteur – die ik wil condoleren met de treurige gebeurtenis – benadrukt dat immigratie met het oog op een hooggekwalificeerde baan op lange termijn geen oplossing is voor de economische en demografische problemen, aangezien economische immigratie over het algemeen een weerslag heeft op de nationale arbeidsmarkten in de lidstaten.
Het subsidiariteitsbeginsel moet worden toegepast zolang we geen uniforme sociale stelsels en uniforme arbeidswetgeving hebben. Daarom beveelt het Europees Parlement een strikte naleving van het beginsel van de communautaire preferentie aan. De lidstaten mogen zelf bepalen hoeveel immigranten uit derde landen ze binnen het kader van hun nationale soevereiniteit willen toelaten en ze moeten ook het recht hebben om een nulquotum vast te stellen.
Het valt onder de discretionaire bevoegdheid van de desbetreffende lidstaat om te besluiten of al dan niet een blauwe kaart wordt toegekend, zelfs als aan de voorwaarden is voldaan. Er ontstaat Europese meerwaarde door mobiliteit, dat wil zeggen indien een immigrant na twee jaar legaal werken in een bepaalde lidstaat naar een andere lidstaat gaat.
Karin Jöns (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, om de illegale migratie onder controle te krijgen, om de uitdagingen van de demografische verandering het hoofd te bieden, om ons concurrentievermogen te versterken en om tegelijk zoveel mogelijk de sociale vrede te garanderen, hebben we nu meer dan ooit behoefte aan een gemeenschappelijk immigratiebeleid. Daarover zijn we het in dit halfrond eens. Daarom bedank ik alle vier de rapporteurs voor hun goede samenwerking.
Voor mijn fractie moet een gemeenschappelijk immigratiebeleid alle migranten omvatten, anders schiet het tekort. Dat betekent dat het beginsel van gelijke behandeling onbeperkt voor iedereen moet gelden, als het gaat om de rechten van werknemers en om toegang tot onderwijs en sociale zekerheid Daarom vraag ik u morgen voor de amendementen van mijn fractie te stemmen. De kaderrichtlijn moet ook voor seizoenarbeiders, vluchtelingen of tijdelijke asielzoekers gelden.
Wat de blauwe kaart betreft, zou ik graag het resultaat van de stemming in de bevoegde commissie morgen willen veranderen, zodat de Europese arbeidsmarkt niet enkel wordt opengesteld voor immigranten uit landen waarmee we al een partnerschapsovereenkomst hebben. Er mag geen dergelijke beperking zijn. Ik ben blij te horen dat de Commissie dezelfde mening is toegedaan.
Ten slotte nog een woordje aan de Raad. Ik roep u nadrukkelijk op om bij deze gelegenheid beide richtlijnen gelijktijdig aan te nemen. Als we het echt menen met gelijke behandeling, mogen we de beginselen van gelijke behandeling niet eerst voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten en later misschien ook voor alle andere immigranten laten gelden.
Inger Segelström (PSE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen de rapporteur, mevrouw Klamt, en de schaduwrapporteurs bedanken voor hun interessant verslag. Als noordse sociaaldemocraat had ik graag uw steun gehad om ervoor te zorgen dat collectieve overeenkomsten ook voor de blauwe kaart van de EU zouden gelden. Ik denk dat dit noodzakelijk zal zijn, maar ik maak er mij niet al te veel zorgen over dat het niet zal worden uitgevoerd. Het Parlement had op dit punt echter het voortouw moeten nemen.
Wat nu goed is, is dat duidelijk is vastgelegd dat werkgevers die de regels overtreden en niet nagaan of ze illegale werknemers in dienst hebben, strafrechtelijk kunnen worden vervolgd en ook verplicht kunnen worden om wat ze te weinig aan lonen en dergelijke meer hebben betaald, achteraf te betalen. Het is ook goed dat onderdanen van derde landen gedurende de periode in kwestie naar huis kunnen gaan en nadien naar de EU terug kunnen keren. Dat toont aan dat we de ongerustheid van derde landen over braindrain ernstig nemen. Het stemt mij ook tevreden dat de lidstaten rekening moeten houden met nationale en regionale arbeidsmarkten, en ik steun het besluit daarover. Dat toont aan dat degenen die zich al in onze landen bevinden en werkloos zijn, als eerste in aanmerking komen voor een baan. Dat is met name belangrijk nu de werkloosheid stijgt in het zog van de financiële crisis, en specifiek ook wanneer xenofobie in vele van onze lidstaten een bedreiging voor de democratie vormt.
Roselyne Lefrançois (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik hecht er in de eerste plaats aan de rapporteur en de schaduwrapporteurs te bedanken voor hun geest van samenwerking. Deze richtlijn is de eerste tekst van gewicht op het gebied van legale immigratie. Daarmee wordt beoogd de komst van hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen naar de Europese Unie aan te moedigen, van wie de meeste nu liever naar de Verenigde Staten of Canada gaan. Dankzij de blauwe kaart kunnen zij voortaan profiteren van tal van rechten voor henzelf en hun gezin.
Natuurlijk lopen we het gevaar ervan te worden beschuldigd dat we selectieve immigratie ondersteunen, maar ik herinner er graag aan dat de Raad zich stelselmatig heeft verzet tegen een horizontale, op alle immigrerende werknemers van toepassing zijnde richtlijn. De Commissie had dus maar één hoop om vooruitgang te boeken op het gebied van legale immigratie, namelijk beginnen met hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Zij wist dat het dan gemakkelijker zou zijn om de goedkeuring van de lidstaten te verkrijgen. Ik betreur vanzelfsprekend deze sectorale aanpak, maar wij van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement veroordelen al zo lang het uitsluitend repressieve karakter van het Europese immigratiebeleid en wij eisen al zo lang een beleid van legale immigratie dat zijn naam waardig is, dat het me belangrijk lijkt deze eerste stap te bekrachtigen.
Laten we niet vergeten dat andere teksten over, bijvoorbeeld, seizoenswerkers en stagiairs, al in voorbereiding zijn.
Emine Bozkurt (PSE). - Voorzitter, eindelijk is er een belangrijke stap gezet. Europa is het eens over voorwaarden voor één systeem voor het werven van toptalenten. Dat is de meerwaarde van deze kaart. Deze stap is nodig, maar het is wat mij betreft slechts de eerste. Met de ervaringen van de blauwe kaart op stap, moeten we in een volgend mandaat kijken naar de vervolgstappen.
Voorzitter, tegelijkertijd leven we in roerige tijden. Op de korte termijn vallen er misschien wel ontslagen ten gevolge van de financiële crisis. Daarom is het van belang dat het systeem van blauwe kaarten, zoals beschreven in het verslag van mevrouw Klamt, ruimte laat voor het beleid van nationale lidstaten. De lidstaten moeten kunnen beslissen hoeveel kennismigranten er nodig zijn en in hun land aan de slag kunnen zonder daarbij in derde landen een braindrain uit gevoelige sectoren, zoals de gezondheidszorg, te veroorzaken. Maar we moeten ook vooruitkijken. Europa heeft kennismigranten hard nodig. Daarom is een zo eenvoudig mogelijke regeling voor de blauwe kaart waarmee daadwerkelijk talenten worden aangetrokken, de beste oplossing. Ik denk dat we die oplossing in het huidige voorstel terugvinden, mede dankzij de amendementen van de PSE-Fractie. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat mensen die al legaal in de EU verblijven, niet eerst terug naar het land van oorsprong hoeven om een blauwe kaart voor een EU-lidstaat aan te vragen als ze aan de overige voorwaarden voldoen.
Harald Ettl (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, in de komende twintig jaar heeft de Europese Unie meer behoefte aan hooggekwalificeerde werknemers uit derde landen. Andere landen putten al jarenlang onevenredig meer uit dat potentieel. De regelgeving die de Europese Unie hiervoor heeft uitwerkt, is evenwichtig en moet een braindrain vanuit derde landen voorkomen. De lidstaten bepalen op elk moment de behoefte. Dat alles klinkt heel goed doordacht, maar – dat is de keerzijde van de medaille – door de financiële en economische crisis staan we op de rand van een recessie.
De werkloosheid zal in heel Europa toenemen en nu al willen sommige lidstaten zelfs het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Unie verder beperken. Zou het in een dergelijke situatie, waarin we ook omwille van het milieu het industriebeleid moeten veranderen, niet zinvoller zijn om in te investeren in meer en betere opleidingsprogramma's voor hooggekwalificeerden met een hoog innovatiepotentieel? We moeten al onze inspanningen op die kwestie concentreren in plaats van hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen weg te lokken. Dat alleen zal op lange termijn voor onze toekomst niet volstaan.
Genowefa Grabowska (PSE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, we kunnen ons allemaal de arbeidskampen nog herinneren die in het najaar van 2006 in diverse lidstaten van de Europese Unie werden geopend. In die kampen werkten illegale immigranten onder vreselijke omstandigheden zij aan zij met burgers van lidstaten van de Europese Unie.
Deze situatie heeft ervoor gezorgd dat ons werk aan het immigratiepakket werd gestimuleerd, en enkele onderdelen hiervan bespreken we hier vandaag. Het lijkt erop dat we ons in de juiste richting begeven. Dit voorstel draagt bij aan beschaafdere werkomstandigheden en vereenvoudigt de werk- en verblijfsregels voor legale immigranten. Als Poolse wil ik ook graag onze solidariteit benadrukken met burgers uit derde landen die legaal in de Europese Unie verblijven. We mogen hen niet discrimineren.
Ik denk ook niet dat de blauwe kaart een bedreiging zal vormen voor de economische belangen van burgers uit nieuwe lidstaten, of een vorm van concurrentie voor hen zal betekenen. Het is een feit dat de meeste Europese arbeidsmarkten nu al voor ons zijn opengesteld en zoals bekend zullen alle overgangsperioden al verstreken zijn voordat de blauwe kaart van kracht wordt.
Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE). - (LT) Mijnheer de minister, mijnheer de commissaris, dames en heren, de wereld wordt steeds opener, niet alleen Europa. Dit heeft alles te maken met moderne technologieën en mondialisering en het is contraproductief zich tegen deze realiteit te verzetten.
Mijn complimenten aan Frankrijk voor de waardevolle initiatieven die het in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Raad heeft genomen en die we nu vandaag behandelen.
Het belang van de Europese Unie is duidelijk: we hebben een gebrek aan arbeidskrachten en aan hooggekwalificeerde arbeidskrachten. We hebben ze nodig omdat onze burgers gebruikmaken van hun recht om naar elders, naar de plaats van hun voorkeur te trekken om er te wonen en te werken.
Legale immigratie in de EU is een volstrekt aanvaardbare oplossing voor dit probleem. Het is ook onze reactie op de uitdagingen van de mondialisering en op de EU-doelstelling om concurrentiekrachtiger te worden.
Ik ben het ermee eens dat de voorstellen onderling en met andere wetgeving gecoördineerd moeten worden, wat echter niet wegneemt dat deze problemen dringend opgelost moesten worden. Nogmaals mijn complimenten aan beide rapporteurs en het voorzitterschap.
Daciana Octavia Sârbu (PSE). – (RO) De ontwerpresolutie over de invoering van de blauwe kaart voor hooggekwalificeerde immigranten is erop gericht hooggekwalificeerde beroepskrachten aan te trekken van buiten de Europese Unie. Deze immigranten wordt aldus de kans geboden zich legaal in de Europese Unie te vestigen en er te werken. Het is een buitengewoon welkom initiatief gezien de voorspellingen dat we in de komende 20 jaar wel eens met 20 miljoen onvervulde vacatures zouden kunnen komen te zitten.
Ik wil er echter tevens op wijzen dat Roemeense en Bulgaarse burgers nog altijd te maken hebben met beperkingen op de arbeidsmarkt. Bovendien vreest men nu reeds dat een aantal landen hun overgangsperiode met nog eens drie jaar verlengen zal. Het is dus gezien dit alles van cruciaal belang dat we niet ook nog eens een schepje boven op de discriminatie tegen Europese burgers doen.
Marek Aleksander Czarnecki (ALDE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de demografische veranderingen in de Europese Unie en de vergrijzing van de bevolking leiden ertoe dat de vraag naar hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit landen buiten de Europese Unie toeneemt. Economische immigratie is een uitdaging die de Europese Unie in de snel globaliserende wereld het hoofd moet bieden. Ik vind dat de lidstaten een geïntegreerde en coherente benadering van het Europese migratiebeleid moeten ontwikkelen.
Techniek en computertechnologie zijn gebieden die speciale aandacht moeten krijgen binnen de context van ontwikkeling en werkgelegenheid. Als we de illegale immigratie willen beperken is het noodzakelijk communautaire verordeningen aan te nemen. Ik ben het eens met de rapporteur en de rapporteur voor advies, de heer Masiel, en steun de invoering van de Europese blauwe kaart voor hooggekwalificeerde immigranten, die bedoeld is om tewerkstelling van hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen te vergemakkelijken.
Tomáš Zatloukal (PPE-DE). - (CS) De mobiliteit van personen uit derde landen op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie vormt in de huidige geglobaliseerde wereld met haar bikkelharde economische concurrentie een grote uitdaging voor Europa. We brengen gezamenlijke Europese regels tot stand waarmee de migratiestromen naar Europa in goede banen geleid kunnen worden en de illegale migratie kan worden beperkt. Terecht zijn wij verheugd over het voorstel van de Commissie tot versnelling van de procedures voor tewerkstelling van arbeidskrachten en tot verschaffing van gunstigere verblijfsvoorwaarden. Daarmee zal de Europese Unie aantrekkelijker worden voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen. Een beslissende factor bij dit alles is, afgezien van snelle procedures voor de toelating van arbeidskrachten zonder administratieve rompslomp, het bestaan van gemeenschappelijke en met elkaar overeenstemmende voorwaarden voor toegang tot de bij elkaar 27 verschillende arbeidsmarkten. Nu we deze beide verslagen behandelen, dien ik nog op te merken dat er in de Europese Unie nog altijd obstakels bestaan voor de tewerkstelling van arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten.
Toomas Savi (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de blauwe kaart van de Europese Unie wordt als initiatief zeer gewaardeerd door de ontwikkelingslanden. Aangezien de Europese blauwe kaart wordt afgegeven door de lidstaten, is het misschien te verwachten dat een EU-land, na onderzoek van de eigen arbeidsmarkt, vaak tot de conclusie komt dat het niet in staat is buitenlandse arbeidskrachten van werk te voorzien, of dat zijn openbaar beleid de volledige tenuitvoerlegging van het communautaire beleid inzake de blauwe kaart in de weg staat. Ik vrees dat sommige lidstaten aldus het doel van de Europese blauwe kaart zullen ondermijnen.
De Europese blauwe kaart is niet alleen in het leven geroepen om te voorzien in de vraag naar arbeidskrachten in de lidstaten maar ook om de mobiliteit van hooggekwalificeerd personeel op gang te brengen. In zekere zin is de regeling een ondersteunende maatregel voor het Europese beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, aangezien de houders van een blauwe kaart uiteindelijk zullen terugkeren naar hun land van herkomst met de ervaring die belangrijk is voor vooruitgang.
Nicolae Vlad Popa (PPE-DE). – (RO) Het is buitengewoon belangrijk dat de Europese Unie aantrekkelijker wordt voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten, zeker gezien het feit dat het leeuwendeel van de immigranten momenteel ongeschoold is. Hooggekwalificeerde arbeidskrachten moeten in het genot komen van goede voorwaarden en een geharmoniseerd regelgevend systeem voor emigratie, vrij zijn om van het ene land naar het andere te trekken en salarissen ontvangen die aansluiten op hun kwalificaties.
De Europese blauwe kaart dient ook gezien te worden als een middel om illegale immigratie te ontmoedigen. Dit maakt ook deel uit van het pact inzake immigratie en asiel en draagt tevens bij aan de oplossing van het tekort aan arbeidskrachten waar de Europese Unie in de komende decennia mee te maken krijgt.
Ik wil graag speciaal stil staan bij de gedachte dat burgers uit de nieuwe lidstaten niet achtergesteld mogen worden bij burgers uit derde landen. Het is onacceptabel dat sommige lidstaten enerzijds hun arbeidsmarkt gesloten houden voor burgers uit de nieuwe lidstaten, maar anderzijds werk bieden aan hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit landen die geen lid zijn van de EU.
Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Demografische problemen en de vergrijzing van de Europese bevolking zijn niet de enige reden waarom de blauwe kaart moet worden ingevoerd, als zijnde een door de EU beheerd instrument. De uitbreiding van de EU werd gevolgd door een massaal vertrek van specialisten uit de nieuwe lidstaten. Het vertrek van hooggekwalificeerde arbeidskrachten is vandaag de dag het grootste probleem voor werkgevers, met als gevolg dat investeringen worden vertraagd en de economische ontwikkeling wordt beperkt.
Als onze bedrijven geen hooggekwalificeerde arbeidskrachten op de binnenlandse markten kunnen vinden, zullen zij verliezen van de Chinese concurrentie. Poolse werkgevers willen dat de arbeidsmarkt verder worden opengesteld. Zij zijn bereid om arbeidskrachten uit landen zoals Oekraïne en Wit-Rusland in dienst te nemen. Tegelijkertijd mogen we niet vergeten dat alle voordelen consistent moeten zijn binnen de EU. We mogen niet vergeten dat sommige personen die onder gebruikmaking van de regeling voor de blauwe kaart naar de EU komen, ook weer naar huis zullen terugkeren en daarbij de ervaring die zij hier hebben opgedaan, met zich mee zullen nemen. Daarom moeten we tegelijkertijd werken aan de verbetering van de onderwijs- en bijscholingsprogramma's voor de specialisten die nodig zijn op de arbeidsmarkten van onze lidstaten.
Janusz Onyszkiewicz (ALDE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag aandacht vragen voor twee gevaren die tijdens het debat en in de voorgestelde verordeningen naar voren zijn gekomen.
Het eerste gevaar is dat men buitensporige eisen oplegt aan burgers uit derde landen die hier komen werken. De eis dat men minstens twee à vijf jaar beroepservaring heeft in een leidinggevende functie, lijkt mij beslist te hoog. In het geval van een verpleegster of IT-specialist is dit niet nodig om hen een nuttige rol te laten spelen in onze bedrijven.
Het andere gevaar is dat een poging zal worden gedaan om een uniform minimumsalaris te bepalen voor deze arbeidskrachten. Deze verordening maakt beslist een einde aan het basisprincipe dat hier van kracht zou moeten zijn, namelijk gelijk loon voor gelijk werk. Hierdoor zou namelijk een situatie kunnen ontstaan waarin iemand die naar de EU komt om te werken, meer verdient dan iemand die hier al werkzaam is.
Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, dit uitvoerige debat heeft aangetoond hoe goed de verslagen zijn. Nogmaals dank ik de rapporteurs en de rapporteurs voor advies, de heer Masiel, mevrouw Jeleva en mevrouw Panayotopoulos. Ook wil ik zeggen dat, zoals uit onze debatten is gebleken, dit inderdaad een grote stap vooruit is in de richting van een akkoord over legale immigratie. Vier jaar geleden wilde niemand iets weten van Europese instrumenten hiervoor; nu weten we dat we over een paar jaar daar veel verder in kunnen gaan.
Ook feliciteer ik de Commissie, via de heer Barrot, die dit debat op gang heeft weten te brengen en ervoor heeft gezorgd dat we al snel ambitieuzer op dit gebied werden. Ook de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft goed werk verricht. De heer Deprez heeft de juiste woorden en het juiste evenwicht gevonden en de stem van de redelijkheid laten horen. Hij is voor een open Europa, en daar ben ik blij om. Mevrouw Roure had weliswaar enkele kanttekeningen, maar zij wil graag dat Europa goed voorbereid is op de eeuw van volksverhuizingen, en dat is precies wat we proberen te bereiken. Deze twee teksten maken daarmee een begin, zoals mevrouw Lefrançois ook aangaf. Ze zijn niet het eindstation en laten wel degelijk ruimte over voor circulaire migratie.
Met betrekking tot het punt van de communautaire preferentie, waar mevrouw Grabowska en mevrouw Gál, en met name ook de heren Fava en Catania over spraken, zou ik graag willen melden dat de blauwe kaart pas ingevoerd zal worden in 2011 – wanneer de in de toetredingsverdragen opgenomen overgangsperioden zullen zijn verstreken – en dat daarmee een status wordt geboden die niet gelijkstaat aan die van EU-burgers. Bovendien zijn we er klaar voor en is het onze wens het beginsel van de communautaire preferentie, zoals dit is neergelegd in de toetredingsverdragen, in de tekst op te nemen.
Inhakend op de vele opmerkingen over de braindrain, en met name die van de heer Kreissl-Dörfler, de heer Borghezio, mevrouw Budreikaitė, de heer Moreno, mevrouw Lambert en mevrouw Roure, zou ik het volgende willen zeggen. Ik geloof dat het Europees Parlement terecht zijn bezorgdheid heeft geuit en erop heeft aangedrongen dat er beschermende maatregelen in de blauwe kaart worden opgenomen om de braindrain om te zetten in een braingain, en volgens mij zijn er in principe drie manieren om dat te doen.
Ten eerste mag de richtlijn op geen enkele wijze prevaleren boven Europese overeenkomsten of overeenkomsten tussen lidstaten en landen van herkomst waarin lijsten zijn opgenomen met de beroepen die uitgesloten moeten worden, teneinde een ethische aanwerving in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten te verzekeren. Ten tweede moeten de lidstaten de verantwoordelijkheid krijgen om zaken per geval te kunnen bekijken; dat wil zeggen dat ze de aanvraag voor een blauwe kaart moeten kunnen afwijzen om voor ethische aanwerving te zorgen. Ten slotte moet de richtlijn circulaire migratie van hooggekwalificeerde arbeidskrachten kunnen bevorderen en uiteraard, zoals al eerder is gesteld, de opleidingsvereisten in het land van herkomst benadrukken.
Het lijkt mij echter niet nodig om de uitgifte van blauwe kaarten systematisch te verbieden als er geen overeenkomst met het land van herkomst bestaat. Zoals de heer Barrot duidelijk maakte, denk ik dat dit tot discriminatie zou leiden en de aanvragen onder de hoede zouden brengen van nationale systemen. Daarom verdient het de voorkeur hier per geval over te onderhandelen.
Voor wat betreft het onderscheid dat moet worden gemaakt tussen hooggekwalificeerde en ongeschoolde arbeidskrachten, een onderwerp dat werd aangekaart door de heer Busuttil en met name ook door mevrouw Lefrançois en mevrouw Lambert, geloof ik dat we in fasen te werk moeten gaan. Op dit moment bestaat er helaas geen consensus over de vraag of legale migratie op EU-niveau voor alle segmenten van de arbeidsmarkt van toepassing moet zijn. Desondanks gaan we vooruit, want er is een uniform pakket aan rechten voor alle werknemers uit derde landen in de Europese Unie, en we moeten beginnen met hooggekwalificeerde werknemers, seizoensarbeiders, gedetacheerde werknemers en stagiaires. Misschien kunnen we daar met het programma van Stockholm vooruitgang in boeken.
In tegenstelling tot wat mevrouw Flautre en andere sprekers beweerden, is er aan de met de blauwe kaart gegarandeerde rechten geen enkele beperking opgelegd met betrekking tot de vrijheid van vereniging of de aan een tewerkstelling verbonden rechten, integendeel. Bovendien zal deze blauwe kaart het enige middel zijn voor migranten om het recht op mobiliteit uit te oefenen en in de Europese Unie gekwalificeerd werk te verrichten, wat op dit moment niet mogelijk is met de nationale systemen. Dit is het grote voordeel van deze tekst.
Dan het punt van de heer Pirker betreffende de termijn waarna de rechten in geval van werkeloosheid komen te vervallen: er is weliswaar een termijn van drie maanden – en het voorzitterschap van de Europese Unie had deze termijn graag wat langer willen maken dan is voorgesteld – maar er kon over dit punt geen consensus worden bereikt. Sommige lidstaten wilden er zelfs helemaal geen termijn voor hebben, wat duidelijk niet de wens was van het voorzitterschap.
Ten slotte nog het punt van de heer Fava. In overweging 16 van de tekst van de Raad is niet het beginsel opgenomen van gelijk loon voor gelijk werk voor werknemers uit derde landen en EU-burgers. Dit wordt bepaald in artikel 15, lid 1 van dezelfde tekst.
Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal mij beperken tot een aanvulling op de opmerkingen van de heer Jouyet, die mijns inziens duidelijk getuigenis afleggen van de belangstelling die wij samen aan de dag hebben gelegd voor uw werkzaamheden. Ik dank alle sprekers en alle rapporteurs voor hun goede werk.
Ik zou eigenlijk nogmaals willen zeggen dat de ontwerprichtlijn de communautaire preferentie volledig eerbiedigt. Deze communautaire preferentie is bovendien opgenomen in de verdragen inzake toetreding tot de Europese Unie. Daarin staat dat een lidstaat, indien hij tijdelijke beperkingen oplegt aan het vrije verkeer van werknemers die onderdaan zijn van een andere lidstaat, deze werknemers voor wat betreft de toegang tot de arbeidsmarkt voorrang moet geven boven onderdanen uit derde landen. Ik zeg dit vooral aan het adres van de afgevaardigden uit de nieuwe lidstaten, want dit moet duidelijk gesteld worden.
Vervolgens wil ook ik op mijn beurt degenen antwoorden die zich zorgen maken over het risico van een braindrain. Ik herinner eraan dat het voorstel een clausule over ethische aanwerving bevat die tot doel heeft het actief werven door lidstaten in ontwikkelingslanden die al met een ernstig tekort aan hooggekwalificeerde arbeidskrachten geconfronteerd zijn, te beperken of zelfs te verbieden.
Dit voorstel biedt een lidstaat ook de mogelijkheid aanvragen voor blauwe kaarten af te wijzen op grond van overwegingen met betrekking tot ethische aanwerving. We hebben maatregelen om circulaire migratie te vergemakkelijken en we hebben een verplichting voor de lidstaten om de Commissie jaarlijks statistieken over de toepassing van de richtlijn te leveren, zodat de Commissie het effect van deze wetgeving kan nagaan.
We moeten actieve aanwerving echt vermijden in landen die te kampen hebben met schrijnende tekorten, vooral in de gezondheidssector in Afrika. Dit kan nu allemaal worden opgelost als de samenwerking met de landen van herkomst wordt ontwikkeld.
Als derde punt wil ik zeggen dat op deze tekst natuurlijk nog andere voorstellen van de Commissie zullen volgen Volgend jaar maart zal ik een tekst presenteren over legale migratie van seizoensarbeiders, betaalde stagiaires en werknemers in plurinationale of multinationale ondernemingsgroepen die gedetacheerd kunnen worden. Ook bij dit punt staan wij nog maar aan het begin, zoals mevrouw Lefrançois al zei, en moeten wij het werk voortzetten om een compleet kader voor legale immigratie te kunnen creëren.
Ik wil ook graag herhalen wat de heer Jouyet zo goed heeft verwoord, namelijk dat er werkelijk een duidelijke wens is om al deze immigranten en nieuwkomers in de Europese Unie met dezelfde rechten te behandelen en, nogmaals, dat weerspiegelt ook het ideaal van onze Europese Gemeenschap.
In ieder geval heb ik nota genomen van vele opmerkingen. De komende maanden zullen we nog verder discussiëren over deze migratiekwesties. Ik ben van mening dat we er aan moeten wennen om deze kwesties zonder passie maar met een grote dosis objectiviteit en een groot gevoel van rechtvaardigheid te behandelen, wel wetende dat we immigratie nodig hebben, mits deze immigratie is onderworpen aan een voor iedereen betrouwbaar en eerlijk rechtskader.
Manfred Weber, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, beste collega's, eerst zou ik willen zeggen dat ik Ewa Klamt uw goede wensen en uw deelneming zal overbrengen. Ik bedank u voor het debat en wil drie punten onder de aandacht brengen.
Ik wil eerst de nationalistische uitlatingen die we hier vandaag sporadisch hebben gehoord, verwerpen. Die vertegenwoordigen in geen geval de meerderheid van dit Parlement en moeten ten stelligste worden verworpen.
Ten tweede wil ik uiteraard wijzen op de kwestie van de legale immigratie, die we voor het innovatievermogen van onze nationale economieën nodig hebben, maar ook op de strijd tegen illegale immigratie: twee zijden van dezelfde medaille. De Europese burgers verwachten van ons zowel openheid voor zinvolle en legale immigratie als strijd tegen illegale immigratie.
En ten derde: ja, dat was te verwachten bij een kwestie als die van de blauwe kaart. Ik zou echter ook willen zeggen dat het een positieve eerste stap is in de richting van een gemeenschappelijk label waarmee we wereldwijd kunnen optreden. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we die stap samen moeten zetten, want dan zijn we een eind verder op weg. Laten we morgen voor deze wetgeving stemmen.
Patrick Gaubert, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb een aantal dingen gehoord... Ik zal het eerst over het debat hebben, dat eigenlijk heel interessant was. Ik zal niemand citeren maar wil wel zeggen dat het niet nodig is de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en Europese Democraten de les te lezen voor wat betreft de eerbiediging van de mensenrechten. Het verheugt de PPE-DE-Fractie dat Europa tot overeenstemming kan komen over communautaire instrumenten voor het beheer van migratiestromen, en ook dat Europa zich niet in zichzelf terugtrekt.
We hebben een migratiebeleid dat zowel menselijk als standvastig is; menselijk omdat het de schandelijke levensomstandigheden van illegale immigranten in onze landen verwerpt – en we doen er alles aan mensen die in bootjes stappen en hun leven wagen daarvan te weerhouden – en standvastig omdat het handelaren en bendeleiders veroordeelt.
Voor wat betreft de blauwe kaart en de één enkele procedure voor verblijfsvergunningen zou ik tegen onze vriend de heer Catania willen zeggen dat we de elite en de anderen in onze landen nodig hebben. En nu we het er toch over hebben, legale immigranten zullen dezelfde rechten hebben als EU-burgers, niets meer en niets minder.
Europa hoeft tegenover anderen geen boete te doen voor zijn migratiebeleid. In Europa worden immigranten niet als schurken of criminelen of als een bedreiging voor de veiligheid of de beroepsbevolking gezien. Het zijn mannen, vrouwen en kinderen van vlees en bloed die op ons grondgebied een beter leven zoeken, omdat ze in eigen land niets hebben.
Ons gezamenlijke doel is hen te helpen en te steunen, zelfs als dat zou betekenen dat we hen ertoe moeten aansporen in hun eigen land te blijven. Ons migratiebeleid is waardig, open, misschien ook veiligheidsbewust maar voor hen en voor ons kunnen we trots op dit beleid zijn, net zoals we morgen trots kunnen zijn als we over deze twee verslagen over het migratiebeleid van Europa stemmen.
De Voorzitter. − Ik wil mevrouw Klamt graag persoonlijk condoleren met het plotselinge verlies van haar vader vorige week. Ik heb haar kort nadat ze het nieuws had gekregen nog gezien, dus ik voel met haar mee.
De gecombineerde behandeling is gesloten.
De stemming vindt op donderdag 20 november plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Cristian Silviu Buşoi (ALDE), schriftelijk. – (RO) Allereerst wil ik blijk geven van mijn instemming met het Commissie-initiatief en het standpunt van de rapporteur. Er is substantiële vooruitgang geboekt wat betreft de immigratie van hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Dat is van cruciaal belang voor het behalen van de Lissabondoelstellingen.
Ik ben echter van mening dat de Europese Unie niet alleen aantrekkelijk dient te zijn voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen, maar ook voor jonge Europeanen. Aangezien het concurrentievermogen van de EU op het spel staat, willen wij geen braindrain zien naar de Verenigde Staten of Canada vanuit de Europese Unie. Daarom dient het huidige initiatief te worden aangevuld met een beleid ter aanmoediging van jonge Europeanen.
Bovendien dienen we deze maatregel uit te voeren met speciale zorg en het nodige verantwoordelijkheidsgevoel rekening houdend met de situatie van de arbeidskrachten in specifieke beroepen in de landen waar deze immigranten vandaan komen, om te voorkomen dat de ernstige tekorten aldaar, in met name het onderwijs en de gezondheidszorg, nog groter worden.
Dan tot slot sluit ik me aan bij het standpunt van mevrouw Klamt met betrekking tot de toepassing van het beginsel van de communautaire preferentie tijdens de aanwervingsprocedure, alsook met betrekking tot het idee om voorrang te geven aan burgers uit nieuwe lidstaten, die nog altijd een beperkte toegang tot de arbeidsmarkt hebben. Indien dergelijke beperkingen moeten worden gehandhaafd, dan lijkt mij voorrang voor burgers uit nieuwe lidstaten een minimale voorwaarde, want anders zouden de burgers uit deze landen zich makkelijk als tweederangs Europese burgers kunnen gaan voelen.
Corina Creţu (PSE), schriftelijk. – (RO) Ik zou graag uw aandacht willen vestigen op enkele bepalingen die een discriminatoire uitwerking zouden kunnen hebben. Ik zou u dan ook willen vragen om, wat de toegang tot de arbeidsmarkt van de EU betreft, te overwegen burgers uit de nieuwe EU-lidstaten voorrang te verlenen boven immigranten van elders.
Het initiatief om een blauwe kaart in te voeren is een zeer welkom initiatief. Het zal mede helpen het tekort aan hooggekwalificeerde arbeidskrachten weg te werken en het kan wellicht tevens een belangrijke rol spelen bij de terugdringing van illegale immigratie. Dat neemt niet weg dat er ook bepalingen in staan waardoor burgers uit landen die recentelijk toegetreden zijn tot de Europese Unie worden benadeeld. In een situatie waarin de toegang tot de arbeidsmarkt – tot de hele arbeidsmarkt of tot segmenten ervan – van de meeste EU-lidstaten nog altijd beperkt is voor Roemenen, acht ik het noodzakelijk dat lidstaten aanvragen voor een blauwe kaart verwerpen wanneer het om een sector gaat waar de toegang voor arbeidskrachten uit de recentelijk tot de EU toegetreden lidstaten nog altijd beperkt is als gevolg van de huidige overgangsregelingen. Inwoners van al dan niet recentelijk toegetreden EU-lidstaten dienen voorrang te hebben boven arbeidskrachten van buiten de EU.
Tevens wil ik nog waarschuwen voor het risico op braindrain uit onderontwikkelde landen. Dat zou een sterke weerslag kunnen hebben op cruciale sectoren in deze landen, zoals gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek. Dat zou wel eens kunnen leiden tot een boemerangeffect met zeer complexe wereldwijde problemen als gevolg.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Met betrekking tot de 'voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan' in de EU (de zogenaamde 'blauwe kaart') en de invoering van 'één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde verblijfs- en werkvergunning' zijn wij van mening, naast andere punten van zorg, dat deze initiatieven niet los mogen worden gezien van de context van het immigratiebeleid van de EU.
Met andere woorden, deze initiatieven zijn pas logisch en de draagwijdte ervan wordt pas duidelijk als ze worden gezien in samenhang met de overige pijlers van dit beleid, zoals deze werden bekrachtigd in het 'Europees Pact inzake immigratie en asiel', te weten: criminalisering van immigranten, detentiecentra, 'terugkeerrichtlijn'; grenscontroles, oprichting van FRONTEX; 'overnameovereenkomsten' als clausule van de 'samenwerkingsovereenkomsten'.
De zogenaamde 'blauwe kaart', die een discriminerende werking heeft, wil een antwoord bieden op de neoliberale doelstellingen van de 'strategie van Lissabon' en op de behoefte aan arbeidskrachten in de EU (vastgelegd in quota). Immigranten worden hierdoor gereduceerd tot 'arbeidskracht', derde landen worden beroofd van hun menskracht - met name hun hooggekwalificeerde werknemers - en de EU implementeert gevaarlijke, gecentraliseerde systemen voor de opslag en verzameling van gegevens over immigranten.
De 'blauwe kaart' en de 'enkele aanvraagprocedure' vormen zo een pijler van het onmenselijke immigratiebeleid van de EU dat immigranten criminaliseert en uitzet, of hen exploiteert en afdankt.
Magda Kósáné Kovács (PSE), schriftelijk. – (HU) Immigratie is al lange tijd een van de belangrijkste economische en sociale kwesties in de Europese Unie. In het vergrijzend Europa is iedereen het erover eens dat de beroepsbevolking versterkt moet worden om onze concurrentiepositie te behouden en een impuls te geven.
Immigratie promoten als een gezamenlijk antwoord vereist niet alleen regelgeving van de EU, maar tevens een uitgebalanceerde strategie waarin in gelijke mate rekening wordt gehouden met duurzame ontwikkeling en een maatschappelijk evenwicht.
Het verslag van mevrouw Klamt over de Europese blauwe kaart verdient aanbeveling omdat er aanvaardbaardere arbeidsvoorwaarden in worden neergelegd voor hooggekwalificeerde werknemers uit derde landen, waarbij rekening wordt gehouden met familieomstandigheden en ook een eventuele tijdelijke terugkeer naar huis. Ik ben echter vooral blij dat we deze zaak samen behandelen met het verslag-Gaubert over één enkele vergunning voor verblijf en werk, zodat we zelfs maar de schijn kunnen vermijden dat we de deuren van Europa alleen voor hooggekwalificeerde werknemers openen.
Ten behoeve van het interne maatschappelijke evenwicht van de EU moeten we goed doordenken in welke mate een financiële en economische crisis als de huidige van invloed is op de belangen van Europa. Stijgende werkloosheid leidt op zichzelf tot maatschappelijke spanningen en daarom moeten we voorkomen dat de bestaande binnenlandse etnische en rassenspanningen verder toenemen door immigratie. Dat zou niet alleen de groei van extreem rechts kunnen voeden, maar zou op de lange termijn een bron van vijandigheid jegens de EU kunnen zijn, ondanks het feit dat de Europese Unie in de crisis alleen maar een stabiliserende rol heeft gespeeld.
Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) De invoering van de blauwe kaart is broodnodig gezien de tekorten aan hooggekwalificeerd personeel in sommige sectoren, en is een belangrijke stap vooruit in de economische integratie van hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen.
De blauwe kaart kan echter een stap terug betekenen, indien de lidstaten zouden instemmen met verzoeken om uitzonderingen voor die delen van de arbeidsmarkt waartoe arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten, als gevolg van de in de toetredingsverdragen vastgelegde overgangsmaatregelen, slechts beperkt toegang hebben.
Het is denk ik nodig erop te wijzen dat het Verenigd Koninkrijk en Ierland reeds hebben aangegeven te overwegen de arbeidsmarktbeperkingen voor Roemenië en Bulgarije met drie jaar te verlengen.
Ik wil u er met klem op wijzen dat bij de toepassing van het beleid overeenkomstig de richtlijn inzake de blauwe kaart Europese burgers achtergesteld zullen worden ten opzichte van burgers uit derde landen. Er wordt in deze richtlijn weliswaar verwezen naar het beginsel van communautaire preferentie, maar het is nu al duidelijk dat dit niet toegepast kan worden op de Europese burgers die vallen onder beperkingen met betrekking tot toegang tot verschillende delen van de Europese arbeidsmarkt.
Ik zou u met klem willen vragen om voor het amendement betreffende deze verduidelijking te stemmen, zodat we straks niet met de situatie zitten waarin economische immigratie uit derde landen de overhand heeft boven vrij verkeer tussen de lidstaten van de EU. Het is de niet meer dan logische wens van de nieuwe lidstaten om zich niet als tweederangs EU-leden te moeten voelen.
Marianne Mikko (PSE) , schriftelijk. – (ET) Dames en heren, de blauwe kaart zal een aantal problemen rond arbeid en immigratie helpen verlichten. De blauwe kaart is een zogenaamde ´wortel´ in de strijd tegen illegale immigratie. Door legale immigratie te bevorderen en te faciliteren geeft Europa zichzelf een instrument in handen om niet alleen het tekort aan specialisten maar ook mensensmokkel en illegale immigratie te bestrijden.
Ik steun het idee dat de lidstaten het recht moeten hebben om zelf te bepalen hoeveel kaarten zij jaarlijks uitgeven. Aan de andere kant mogen we als reactie op de huidige economische crisis niet vluchten in protectionistische reflexen. We dienen hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit derde landen met open armen te ontvangen. We mogen in geen geval als reactie op de huidige economische recessie de deur sluiten voor getalenteerde mensen uit derde landen.
We hebben een uniforme benadering nodig om internationaal te kunnen blijven concurreren. Het EU-systeem van 27 verschillende vergunningen vormt een belemmering voor de komst van werkwillige "hersenen" naar Europa. Een uniform systeem is een mogelijke oplossing voor het overwinnen van de huidige periode van recessie, om de vergroting van de concurrentiekracht nu en vooral straks maar niet te noemen.
Sirpa Pietikäinen (PPE-DE), schriftelijk. – (FI) Europa heeft nu en in de toekomst zowel hoog als minder hoog opgeleide arbeidskrachten van buiten de Europese Unie nodig. Om in staat te zijn met de Verenigde Staten te wedijveren om hoogopgeleide immigranten moet de Europese Unie haar aantrekkelijkheid vergroten. Het vergemakkelijken van de mobiliteit van werknemers van buiten de Europese Unie is een stap in de goede richting en daarom wil ik mevrouw Klaumt bedanken voor haar verdienstelijke verslag. De “blauwe kaart” zal de mobiliteit binnen de Europese Unie van hooggekwalificeerde werknemers uit derde landen vergemakkelijken.
Het vergroten van de aantrekkelijkheid van de Europese Unie mag echter niet ten koste gaan van de ontwikkelingslanden. Helaas ontneemt braindrain de ontwikkelingslanden vaak de voor ontwikkeling benodigde kennis. Bij het opstellen van nieuwe regels moet de Europese Unie dan ook goed rekening houden met dit probleem. Ook moet het hoger onderwijs in Europa actief verder worden ontwikkeld, ook al is het gemakkelijk hooggekwalificeerde mensen van elders te krijgen.
De nieuwe regels voor immigranten mogen niet leiden tot aanzienlijke ongelijkheid tussen onderdanen van derde landen en die van de Europese Unie. De strikte definities van gekwalificeerde arbeidskrachten, die het Parlement hanteert, scheppen een situatie van ongelijkheid indien er onredelijke eisen worden gesteld aan de opleiding en werkervaring van mensen uit derde landen.
Het gebrek aan arbeidskrachten bedreigt de Europese Unie als geheel en niet alleen in de hooggekwalificeerde sectoren. Daarom moet de Europese Unie de mobiliteit van werknemers uit derde landen vergemakkelijken voor het hele spectrum van werknemers en mag zij niet alleen het neusje van de zalm nemen.
Mihaela Popa (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Door het te lage geboortecijfer en de vergrijzing van de EU-bevolking is er een gerede kans op verstoring van de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg en de pensioenstelsels.
Tegen deze achtergrond biedt de blauwe kaart straks tegenwicht tegen het Amerikaanse Green Card-systeem dat een waar succes is gebleken, getuige het feit dat bijna 50 procent van de hooggekwalificeerde arbeidskrachten voor ofwel de Amerikaanse ofwel de Canadese markt kiezen.
Ik denk dat het van cruciaal belang is over een uniform immigratiesysteem te beschikken voor alle 27 lidstaten, want zo kan elke lidstaat van de Europese Unie profijt trekken van de door hooggekwalificeerde arbeidskrachten geleverde toegevoegde waarde.
Het is in mijn ogen evenzo belangrijk dat de EU deze professionals de hun verschuldigde erkenning geeft door hun eerlijke en niet-discriminatoire salarissen te bieden.
Voordat ik eindig, wil ik graag heel even stil staan bij het feit dat de arbeidsmarkt van de EU nog niet geheel toegankelijk is voor arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten. We dienen er zeer nauwlettend op toe te zien dat de maatregelen geen discriminatie zijn van de facto burgers van de Europese Unie.
Katrin Saks (PSE), schriftelijk. – (ET) Er zijn twee kwesties met betrekking tot de blauwe kaart die mij zorgen baren.
Vanuit Europees oogpunt bekeken is de instroom van intellect uitstekend. Het aantal specialisten dat naar onze streken trekt, is echter beduidend lager dan het aantal dat naar Amerika, Australië en Canada trekt. Een dergelijk “lokmiddel” is echter strijdig met een ander beginsel dat we aanhangen, namelijk dat de hele migratiekwestie op wereldniveau aangepakt dient te worden en dat de economische ontwikkeling van derdewereldlanden ondersteund moet worden om zo de migratie, en dan met name de illegale migratie, in te dammen. Of we het nu willen toegeven of niet, de “hersenen” waarvan we hier dromen, zijn hard nodig in de derdewereldlanden om daar het leven van de mensen te verbeteren.
Vanuit Europees oogpunt bekeken, waarin concurrentie sterk op de voorgrond treedt, zou het natuurlijk gunstig zijn om nieuwe specialisten aan te werven, te meer daar uit onderzoek is gebleken dat deze mensen zich veel gemakkelijker en sneller in een nieuwe samenleving integreren. Dat is ook niet onbelangrijk.
Ik zie echter nog een ander probleem aan de horizon rijzen. Als gevolg van de economische problemen en de stijgende werkloosheid zou de negatieve houding jegens migranten nog erger kunnen worden. Ook kijk ik met bange ogen naar de interne migratie binnen de EU. Ik hoop echter dat de aanhangers van extreemrechtse politieke partijen hier geen slaatje uit zullen proberen te slaan en dat in de nabije toekomst de beperkingen die aan een aantal lidstaten zijn opgelegd, zullen worden afgeschaft. De hele EU zou daarbij winnen.