Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Donderdag 18 december 2008 - StraatsburgUitgave PB
BIJLAGE (Schriftelijke antwoorden) - VRAGEN AAN DE COMMISSIE

Vraag nr. 80 van Athanasios Pafilis (H-0948/08 ) 
 Betreft: Onmenselijke detentie-omstandigheden in gevangenissen
H-0948/08
 

Gedetineerden in Griekse gevangenissen hebben de afgelopen tijd massaal aan hongerstakingen deelgenomen om te protesteren tegen de onmenselijke omstandigheden waaronder zij worden vastgehouden. De detentie-omstandigheden verslechteren bovendien voortdurend als resultaat van de politieke keuzes van de regeringen van de Nieuwe Democratie en de PASOK, in het kader van richtsnoeren van de EU.

In concreto zien we een enorme toename van het aantal gevangenen, met name van mensen in voorarrest en van allochtonen (die uitsluitend worden vastgehouden omdat ze illegaal het land zijn binnengekomen), een stijging van het aantal zelfmoorden, mishandelingen, schendingen van de fundamentele rechten van gevangen, onvoldoende medisch en verplegend personeel, het ontbreken van afkickprogramma's, het ontbreken van specialistische zorg voor minderjarigen, een verbod op de toegang tot de gevangenissen van wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties, alsook van vertegenwoordigers van bijvoorbeeld de politieke partijen.

Wat vindt de Commissie van deze onaanvaardbare situatie in de gevangenissen en van de schendingen van de fundamentele rechten van de gevangenen?

 
  
 

De Commissie voert geen controles uit op de detentieomstandigheden in de lidstaten. De Europese instantie die verantwoordelijk is voor dit soort inspecties is het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (CPT), een orgaan van de Raad van Europa. Maar de Commissie volgt de verslagen van het CPT nauwgezet, indachtig de tweede paragraaf van artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), waarin is bepaald dat de Unie de fundamentele rechten dient te eerbiedigen zoals zij worden gegarandeerd door het Europees Verdrag tot bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en zoals zij voortkomen uit de constitutionele tradities die de lidstaten als algemene beginselen van het communautair recht gemeen hebben. In dit verband moet worden vermeld dat volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onaanvaardbare detentieomstandigheden ook in strijd kunnen zijn met artikel 3 (verbod van foltering) van het EVRM, zelfs als er geen bewijs is voor de bewuste bedoeling om een gedetineerde te vernederen of te krenken. Hieruit volgt dat Griekenland gedetineerden met waardigheid en in overeenstemming met de geldende internationale normen moet behandelen.

 
Laatst bijgewerkt op: 3 november 2009Juridische mededeling