Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 3 februari 2009 - Straatsburg Uitgave PB

13. Vragenuur (vragen aan de Commissie)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het vragenuur (B6-0006/09).

Wij behandelen een reeks vragen aan de Commissie.

 
  
  

Eerste deel

 
  
  

Vraag nr. 33 van Armando França (H-1067/08):

Betreft: Procedures voor de aanbesteding van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, leveranties en dienstverlening op defensie- en veiligheidsgebied

De Europese wapenmarkten worden gekenmerkt door versplintering. Daarom is er sinds de jaren '90 sprake van negatieve economische gevolgen. In de afgelopen 20 jaar zijn de defensie-uitgaven in Europa met de helft verminderd, waardoor er minder is gekocht, er minder arbeidsplaatsen zijn en er sprake is van een daling van de investeringen voor onderzoek en technologie. Toch hebben zelfs de grootste lidstaten moeite om de financiële lasten te dragen die voortvloeien uit de kosten voor de ontwikkeling van nieuwe wapensystemen. De opkomst van nieuwe legerstructuren na het eind van de Koude Oorlog leidde tot een geringer aantal traditionele defensiegoederen, maar wel tot nieuwe eisen aan de kwaliteit daarvan.

Is de Commissie niet van mening dat dit voorstel, als gevolg van het feit dat daarin geen plaats is ingeruimd voor het compensatiesysteem waarmee lidstaten industriële tegenprestaties van civiele of militaire aard bij de aankoop van defensiegoederen krijgen, nadelig is voor landen die vooral als kopers optreden, zoals Portugal? En is de Commissie bereid het compensatiesysteem toe te laten?

 
  
MPphoto
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. (EN) Een maand geleden heeft het Parlement een resolutie aangenomen over het voorstel voor een richtlijn betreffende de inkoop van werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied. Dit betekent dat het voorstel succesvol door de eerste lezing is gekomen en binnenkort door de Raad zal worden aangenomen.

De nieuwe richtlijn is een belangrijke stap naar de oprichting van een gemeenschappelijke Europese defensiemarkt. Met deze richtlijn wordt een eerlijk en transparant regelgevingskader voor aanbestedingen tot stand gebracht dat in de hele Unie van kracht zal zijn. Dit zal de defensiemarkten sterker openstellen voor andere lidstaten, waar iedereen van zal profiteren. Bedrijven in Europa zullen profiteren van een veel bredere thuismarkt en hun competitiviteit vergroten, onze strijdkrachten krijgen meer waar voor hun geld, waardoor het defensievermogen van Europa kan worden verbeterd, en als laatste – ook een belangrijk punt – zal de belastingbetaler profiteren van meer efficiëntie bij overheidsuitgaven.

Een van de omstreden punten die naar voren kwamen tijdens het debat over de richtlijn betrof de ‘offsets’, de economische compensaties voor het inkopen van defensiemateriaal van buitenlandse leveranciers. Een aantal lidstaten stelde voor een compensatiesysteem in de richtlijn op te nemen, waarmee ze dergelijke bedrijfsrendementen uit investeringen in defensiemateriaal zouden kunnen veiligstellen.

Offsets zijn bedoeld als tegemoetkoming van de binnenlandse sector van lidstaten die in het buitenland defensiemateriaal kopen. Ze kunnen als zodanig leiden tot verstoring van de interne markt en discriminatie van bedrijven uit andere lidstaten op grond van de nationaliteit van de leverancier. Het EG-Verdrag verbiedt discriminatie op grond van nationaliteit en een richtlijn moet als secundaire wet voldoen aan de bepalingen van het Verdrag.

De juridische dienst van de Raad heeft in haar advies van 28 oktober 2008 bevestigd dat – ik citeer – “restrictive procurement measures designed to promote domestic industry do not comply with the general principles of the EC Treaty” (“beperkende inkoopmaatregelen met het oog op het stimuleren van de binnenlandse sector niet in overeenstemming zijn met de algemene beginselen van het EG-Verdrag”). Derhalve kunnen offsets bij het inkopen van defensiemateriaal alleen worden toegestaan indien ze noodzakelijk zijn voor het beschermen van essentiële veiligheidsbelangen of indien ze gerechtvaardigd zijn op grond van een cruciale eis die van algemeen belang is. Economische belangen zijn daarentegen niet voldoende. Een ruime meerderheid van de lidstaten en het Parlement was het met deze beoordeling eens.

Er was dus niet alleen een juridische plicht, maar ook politieke overeenstemming om compensaties als tegemoetkoming voor binnenlandse sectoren uit de richtlijn te weren. In overeenstemming hiermee zijn geen specifieke voorschriften over offsets in de tekst van de defensierichtlijn opgenomen, noch door de Commissie in haar voorstel, noch door de medewetgevers, te weten de Raad en het Europees Parlement.

De defensierichtlijn biedt echter wel alternatieven voor offsets. Lidstaten die overwegend defensiemateriaal inkopen proberen hun aanspraak op offsets meestal te rechtvaardigen op grond van hun behoeften inzake bevoorradingszekerheid of op grond van de noodzaak om defensiemarkten voor hun MKB open te stellen. De richtlijn voor de inkoop van werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied zal deze zorgen wegnemen. Aan de ene kant geeft de richtlijn aanbestedende diensten de mogelijkheid specifieke eisen te stellen aan inschrijvers om te voorzien in hun behoeften inzake bevoorradingszekerheid. Aan de andere kant omvat de richtlijn bepalingen over onderaanbesteding waarmee van inschrijvers kan worden geëist dat ze hun productieketen openstellen voor EU-brede concurrentie en toegang voor het MKB bevorderen, aangezien de richtlijn de rechtmatige veiligheidsbelangen en de economische belangen van inkopende lidstaten zal harmoniseren en de behoefte aan de toepassing van vergoedingen of offsets zal wegnemen.

 
  
MPphoto
 

  Armando França (PSE). - (PT) Hartelijk dank, mijnheer de commissaris, voor dit zeer volledige antwoord dat u net heeft gegeven. Ik wil evenwel mijn bezorgdheid benadrukken die aan de ene kant te maken heeft met de ons allen bekende crisis die we nu doormaken en aan de andere kant met het feit dat we niet mogen vergeten dat dit verkiezingsjaar behoorlijk kan bijdragen aan enige afkoeling en ontmoediging op dit vlak.

Mijnheer de commissaris, ik heb evenwel de plicht u te laten weten dat niet uit het oog verloren mag worden wat hier in het geding is, namelijk dat inkopende landen zoals Portugal en andere landen eventueel in het nadeel kunnen zijn.

 
  
MPphoto
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. (EN) Ik ben me zeker bewust van de politieke gevolgen en ik besef dat het een verkiezingsjaar is. Zoals de geachte afgevaardigde echter weet, is in deze richtlijn, die de procedure heeft doorlopen, met deze zaken rekening gehouden en volgens de overeenstemming die is bereikt tussen de lidstaten en in het Europees Parlement, zouden we die route bewust niet volgen.

Er is heftig over gedebatteerd in de verschillende werkgroepen, maar volgens de overeenstemming die is bereikt, om de redenen die ik in mijn formele antwoord heb uiteengezet, gaan we niet de route volgen die de geachte afgevaardigde suggereert. Om de redenen die ik eerder heb aangegeven ben ik zeer gunstig gestemd over wat we met deze compromissen hebben bereikt, en ze zijn in het belang van alle economieën in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Ik maak van deze gelegenheid gebruik om aan te knopen bij het eerste deel van deze vraag en de kwestie van overheidsopdrachten in het algemeen en niet-openbare aanbestedingen in het bijzonder aan de orde te stellen. Laatstgenoemde leiden er volgens veel mensen toe dat je weinig waar voor je geld krijgt. Misschien kan de Commissie daar niet nu maar misschien later eens op ingaan, zeker gezien de benarde economische omstandigheden waarin veel lidstaten momenteel verkeren, en dan opnieuw kijken naar de kwestie van opdrachten en aanbestedingen, meer in het bijzonder de niet-openbare.

 
  
MPphoto
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. − (EN) Zoals mevrouw McGuinness zal weten, zijn de Europese staatshoofden en regeringsleiders het tijdens de Europese Raad van afgelopen december eens geworden over de mogelijkheid van versnelde aanbestedingsprocedures in 2009 and 2010 – wat feitelijk in overeenstemming is met de bestaande richtlijnen, die deze flexibiliteit bieden – omdat zij vonden dat dit vanwege de moeilijke omstandigheden waarin alle Europese economieën verkeren, de juiste handelwijze was en dat de bestaande richtlijnen het ook toestaan.

Ik ben me bewust van de kwesties die de afgevaardigde met betrekking tot niet-openbare aanbestedingen aan de orde heeft gesteld. Maar de richtlijnen voor overheidsopdrachten worden regelmatig herzien en ik zal ervoor zorgen dat de opmerkingen van mevrouw McGuinness in het systeem worden ingebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 34 van David Martin (H-0013/09):

Betreft: Handelsbetrekkingen tussen de EU en Israël

Bij de aanhoudende militaire operatie in Gaza gebruikt Israël buitensporig en onevenredig geweld, vallen duizenden burgerslachtoffers en worden onschuldige Palestijnse burgers gedood. Op welke wijze is de Commissie in dit verband van plan haar handelsbetrekkingen met Israël opnieuw te overwegen?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) De Commissie heeft het geweld in Gaza krachtig veroordeeld. Uit deze crisis blijkt eens te meer dat het Israëlisch-Palestijnse conflict niet met militaire middelen kan worden opgelost. Alleen oprechte onderhandelingen tussen de partijen kunnen leiden tot een permanente oplossing.

De Commissie is verheugd over de recente beëindiging van de vijandelijkheden in de Gazastrook. Het is nu van essentieel belang dat alle partijen het huidige staakt-het-vuren een permanent karakter geven door volledig uitvoering te geven aan resolutie 1860 van de VN-Veiligheidsraad. Een aantal zaken moet onmiddellijk gebeuren. Zo moeten in het bijzonder alle grensovergangen naar en uit de Gazastrook opnieuw worden opengesteld, moeten de raketaanvallen op Israël permanent worden beëindigd en moet naar effectieve middelen worden gezocht om wapensmokkel naar de Gazastrook te voorkomen.

Nu het erop lijkt dat de vijandelijkheden zijn gestopt, is het belangrijk dat de vredesbesprekingen zo snel mogelijk worden hervat. De EU heeft haar partners opgeroepen te helpen het vredesproces vooruit te stuwen. De eerste prioriteit voor de Commissie is om het menselijk leed van de bevolking in de Gazastrook te verlichten. De handelsbetrekkingen tussen de EU en Israël zullen niet worden verbroken. Isolement, sancties of een andere vorm van boycot zouden schadelijk zijn voor besprekingen over een duurzame oplossing van het conflict, nog afgezien van het feit dat een boycot weliswaar tegen de belangen van Israël zou zijn gericht, maar ook de bezette Palestijnse gebieden zou treffen, die voor het grootste deel van hun export en voor de tewerkstelling van hun beroepsbevolking van Israël afhankelijk zijn.

 
  
MPphoto
 

  David Martin (PSE). - (EN) Ik dank de commissaris voor zijn antwoord en ben blij dat hij namens de Commissie opnieuw het Israëlische optreden heeft veroordeeld. Ik wil de commissaris er echter op wijzen dat alle handelsovereenkomsten van de EU een mensenrechtenclausule bevatten. Net zo min als veel van mijn kiezers begrijp ik waarom we niet geloven dat een land die clausule heeft geschonden wanneer het zelf toegeeft buitensporig militair geweld tegen een burgerbevolking te gebruiken – het bombardeert doelbewust scholen en de gebouwen van vreedzame en neutrale internationale organisaties. Wanneer in zulke gevallen geen sprake is van een schending van mensenrechten, wanneer dan wel?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) De aandacht van de Commissie gaat in deze fase van het Israëlisch-Palestijnse conflict volledig uit naar het verlenen van humanitaire hulp in de Gazastrook. Alle andere kwesties komen op een later tijdstip aan de orde. Ons handelsbeleid wordt niet veranderd en de verdere gang van zaken zal afhangen van de omstandigheden.

Ik weet natuurlijk dat gedetailleerde informatie beschikbaar is over onderzoeken die zijn gestart naar mogelijke mensenrechtenschendingen en andere misdrijven die tijdens dit conflict zijn gepleegd. De Commissie volgt deze onderzoeken op de voet en zal na de voltooiing ervan tot een besluit komen en de nodige vervolgstappen nemen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Veel mensen hebben gevraagd om een aanvullende vraag te mogen stellen. Volgens het Reglement mag ik slechts twee aanvullende vragen toelaten en ik zal daarom goed onthouden wie wanneer een vraag heeft gesteld en het politiek evenwicht in de gaten houden. Ik geef nu het woord aan de heren Allister en Rack voor een aanvullende vraag.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Commissaris, ik ben blij met uw verzekering dat de handelsbetrekkingen niet zullen worden verbroken, en laat u zich alsjeblieft niet intimideren door de golf van anti-Israëlpropaganda. De Commissie mag niet vergeten dat Israël een van de heel weinige democratieën in de regio is en dat het daarom belangrijk is het land niet te verstoten of te vervreemden, wat de vrede in het geheel niet zou bevorderen. Iets dergelijks zou bovendien vreemd staan naast de tolerantie die de EU wereldwijd jegens veel zeer despotische regimes heeft getoond.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Ik juich het feit toe dat de Europese Unie humanitaire betrokkenheid toont en noodlijdende mensen in de Gazastrook wil helpen. Ik stem er ook mee in dat we de waarschijnlijk disproportionele reactie van Israël veroordelen en er terecht op wijzen dat de vrede op deze manier niet wordt bevorderd, maar integendeel in gevaar komt. Echter, wij moeten in de Europese Unie ook de tijd nemen om erop te wijzen dat er vanuit de Gazastrook illegaal geweld wordt gepleegd dat een directe en dodelijke invloed op de inwoners van Israël heeft. Het zou me verheugen als wij als Europese Unie wat dit betreft ook een bepaalde evenwichtigheid in onze reactie tentoon zouden kunnen spreiden.

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Ik kan u verzekeren dat de Commissie altijd probeert evenwichtig te zijn. Aangezien mijn collega’s, de commissarissen Michel en Ferrero-Waldner, ook de aanvallen op Israël hebben veroordeeld, hebben ze beide kanten veroordeeld voor het gebruik van gewelddadige middelen en geweld. We proberen evenwichtig te zijn en bij de besluitvorming alle aspecten van dit zeer complexe conflict mee te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 35 van Boguslaw Sonik (H-0029/09):

Betreft: Het programma voor een veiliger internet

Met Besluit nr. 1351/2008/EG(1) van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 is een communautair meerjarenprogramma vastgesteld ter bescherming van kinderen die gebruik maken van het internet en andere communicatietechnologieën. In het kader van het programma voor een veiliger internet moet de Commissie op grond van dit besluit jaarlijkse werkprogramma's opstellen. Doel van dit programma is het bevorderen van een veiliger gebruik van internet en andere nieuwe communicatietechnologieën. Aangezien de onbeperkte toegang tot alle vormen van technologie en informatie met risico's gepaard gaat, moeten kinderen en jongeren in het bijzonder worden beschermd. De middelen die zijn voorzien voor de uitvoering van het programma in de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2013 bedragen 55 miljoen euro.

Het ziet het actieplan er de komende jaren precies uit, met inbegrip van de verdeling van de kosten voor de uitvoering van het programma voor een veiliger internet? Wie kan zich opgeven voor deelname aan het programma? Op welke manier en voor welke activiteiten worden de middelen in het kader van dit programma verstrekt?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Het Programma voor een veiliger internet een voorloper van het programma dat nu wordt gelanceerd wordt gezien als een echt succes. De Commissie is ervan overtuigd dat het volgende programma ook een succes zal worden.

Het Programma voor een veiliger internet is een uniek pan-Europees initiatief waarmee de EU illegale inhoud en schadelijk gedrag op het internet helpt bestrijden en bij het Europese publiek het bewustzijn vergroot over het belang van kindvriendelijk internetten. Via dit programma worden nationale acties en initiatieven op gecoördineerde wijze gefaciliteerd.

Zoals de geachte afgevaardigde in zijn vraag aangeeft, is voor het nieuwe Programma voor een veiliger internet dat een looptijd van vijf jaar heeft, van 2009 tot en met 2013 een totale begroting van 55 miljoen euro voorzien en wordt het uitgevoerd via jaarlijkse werkprogramma’s. Het werkprogramma 2009 is momenteel voorwerp van dienstoverschrijdend overleg. De Commissie zal vervolgens een positief advies proberen te krijgen van het beheerscomité voor het programma. Dit advies wordt dan vermoedelijk tussen eind maart en begin april naar het comitologieregister geüpload, waarna het Europees Parlement dertig dagen de tijd heeft zijn recht op toetsing uit te oefenen. In het werkprogramma zal worden vastgelegd wat de inhoudelijke criteria zijn en welke indicatieve begroting beschikbaar is voor de oproep tot het indienen van voorstellen die in 2009 wordt gedaan.

De oproep tot het indienen van voorstellen zal openstaan voor alle juridische entiteiten die zijn gevestigd in een lidstaat of in een van de EVA-staten die partij zijn bij de EER-overeenkomst: Noorwegen, IJsland of Liechtenstein. De oproep staat ook open voor juridische entiteiten die zijn gevestigd in een ander land, mits met dat land een bilaterale overeenkomst is ondertekend.

Het werkprogramma 2009 is het eerste van vijf en wordt dus een bouwsteen voor alle activiteiten die gedurende de looptijd van het programma worden uitgevoerd. Volgens het huidige ontwerp geldt als prioriteit de empowerment en bescherming van kinderen door het implementeren van nieuwe acties en het voortzetten van bestaande die onder het voorgaande “Safer Internet plus”-programma zijn gestart, waarbij ervoor wordt gezorgd dat bewustmakingscampagnes en telefonische hulp- en informatiediensten zich over alle lidstaten uitstrekken, de coördinatie op Europees niveau wordt versterkt en de acties ‘waar voor hun geld’ opleveren door met de beschikbare financiële middelen elf miljoen euro per jaar een maximaal resultaat te behalen.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Sonik (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik ben bijzonder verheugd over dit belangrijke initiatief. Ik zou enkel een aanvullende vraag willen stellen. In het programma wordt het idee geopperd om in elk land speciale contactpunten op te richten die instaan voor de coördinatie van het programma. Weet de commissaris hier meer over, en zo ja, welke vorm zouden deze contactpunten concreet aannemen?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Helaas heb ik geen gedetailleerde informatie over de contactpunten. Wel weet ik dat dit in het algemeen op het niveau van de lidstaten wordt besloten en heel erg afhangt van de organisatie van de regering en de overheidsstructuren.

Ik weet waar dit contactpunt in mijn eigen land zal zijn gevestigd, maar ik beschik op dit moment niet over een overzicht van de vestigingsplaatsen van de contactpunten in de andere landen.

Als u daar echter belangstelling voor heeft, kan ik u de noodzakelijke gegevens natuurlijk verschaffen.

 
  
MPphoto
 

  Jörg Leichtfried (PSE). - (DE) De gevaren van het internet zijn continu aan verandering onderhevig en wat we hebben gezien is dat het internet zich zogezegd van versie 1.0 naar versie 2.0 heeft ontwikkeld. Dat betekent met name dat alles veel interactiever is geworden. Er zijn gevallen geweest waarbij jonge mensen op dergelijke internetplatforms en in internetgemeenschappen tot zelfmoord werden gedreven.

Nu is de vraag: denkt u dat deze ontwikkeling over het algemeen goed of slecht is? Wordt het gevaarlijker of minder gevaarlijk? En als het gevaarlijker wordt, welke maatregelen is de Commissie voornemens te treffen met betrekking tot deze verandering van het internet?

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Het gaat erom deze 55 miljoen euro ook op gepaste wijze uit te geven. Kunt u zich voorstellen dat de kleine en middelgrote bedrijven kleine bedragen krijgen om eenvoudigweg betere programma's te maken met programmabeoordelingen voor jonge mensen, zodat ze zelf kunnen besluiten of een programma interessant voor hen is of niet? Wat zou u ervan vinden als er, zoals bij films, een leeftijdsgrens werd vermeld die aangeeft of de inhoud wenselijk is, en als er ook hier een specifieke leeftijdsgrens gold? Kunt u zich voorstellen dat men op dezelfde manier als bij Eurostars programmafondsen toekent?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) De gevaren en groei van het internet vormen een enorme uitdaging. We weten allemaal hoe nieuw het internet in onze wereld is en hoe het de laatste paar jaar exponentieel is gegroeid. Daardoor zijn zowel de positieve als de gevaarlijke kanten ervan erg nieuw voor de maatschappij en de overheden.

Natuurlijk moeten overheden, met inbegrip van de Europese instellingen, alle mogelijke dreigingen adequaat beoordelen, en ik ben er zeker van dat ze dat ook doen. Het Programma voor een veiliger internet is één reactie op reeds vastgestelde dreigingen. Een andere reeds vastgestelde dreiging zijn cyberaanvallen en het plegen van aanvallen via het internet of het blokkeren van het internetverkeer. Ook criminelen gebruiken het internet. Rechtshandhavingsinstanties zijn daarom actief op zoek naar manieren om deze mogelijke dreigingen het hoofd te bieden.

Dus ik denk dat een van de hoofdprioriteiten voor overheden – en ook Europese instellingen – is om adequaat op deze dreigingen te reageren. En “adequaat” betekent in dit verband dat het niet ten koste mag gaan van de enorme voordelen die het internet gebruikers biedt.

Hoewel echter de vele aspecten van de dreigingen die de groei van het internet met zich meebrengt (maar ook van de mogelijkheden die daardoor ontstaan) en adequate reacties daarop, zeer zeker meer een kwestie voor de specialisten op dit terrein zijn, raken deze aspecten ook aan alle andere internetgebruikers. Ik kan u verzekeren dat de Commissie en haar relevante diensten de situatie intensief in de gaten houden.

Wat de deelname aan dit programma betreft, is het standpunt van de Commissie dat een grote verscheidenheid van potentiële aanvragers daarvoor in aanmerking komt. Omdat de aanbieders van dit soort diensten meestal kleine en middelgrote ondernemingen zijn, denk ik dat het ook voor die ondernemingen goed zou zijn om aan dit programma deel te nemen.

Als ik de vraag naar de mogelijkheid om jongeren aan dit programma te laten deelnemen goed heb begrepen, dan kan ik u daar op dit moment geen concreet antwoord op geven. Maar de Commissie staat erg open voor het betrekken van zo veel mogelijk deelnemers bij dit programma. Ik kan vandaag echter nog geen concreet antwoord geven op de vraag naar de deelname van jongeren.

 
  
 

Tweede deel

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 36 van Ingeborg Gräßle (H-1043/08):

Betreft: Speciaal adviseur Richard Boomer en de Heysel-locatie

Sinds 1 april 2006 is de Belgische vastgoedondernemer Richard Boomer speciaal adviseur van commissaris Kallas voor onroerendgoedkwesties. Zijn contract is verlengd.

Wat waren voor de commissaris overwegingen om het contract met Richard Boomer te verlengen? Welke beslissingen van de commissaris heeft de heer Boomer beïnvloed? Aan welke interne vergaderingen van de Commissie heeft de heer Boomer sinds de verlenging van zijn contract deelgenomen?

Het lijkt er inmiddels op dat een andere Belgische vastgoedontwikkelaar druk uitoefent op het besluitvormingsproces om bepaalde kantoren van de Commissie op de Heysel-locatie in Brussel te vestigen. Kan de Commissie laten weten wat zij van deze locatie vindt? Wat is het tijdschema voor de te nemen beslissingen? Wanneer worden de resultaten bekendgemaakt van de architectuurwedstrijd voor de Wetstraat?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Ik ben heel goed bekend met deze vraag, die al vele keren is behandeld. Ik moet om te beginnen zeggen dat de heer Richard Boomer niet, zoals in de vraag staat, een vastgoedontwikkelaar is. Alle informatie over hem is beschikbaar op de website. Hij is sinds 1 april 2006 mijn speciaal adviseur en zijn mandaat is op 1 april 2008 verlengd tot 31 maart 2009.

Hij heeft als speciaal adviseur het volgende mandaat: adviseren van de voor administratie, audit en fraudepreventie verantwoordelijke vice-voorzitter over kwesties van vastgoedbeleid; verbeteren van de betrekkingen met de bevoegde instanties in Brussel en Luxemburg; optimaliseren van de effectiviteit van de investeringen van de Commissie.

Ik moet zeggen dat hij ons werkelijk waardevolle expertise heeft verschaft, omdat hij weet wat er met name in Brussel en België op het terrein van vastgoed gebeurt. Zijn expertise over Luxemburg is minder groot. Zijn advies is voor ons van waarde geweest en ik moet zeggen dat ook de bevelslijnen in de Commissie op het terrein van vastgoed erg duidelijk zijn. Het formuleren van het vastgoedbeleid valt onder de bevoegdheid van DG Personeelszaken en administratie, onder het gezag van de vice-voorzitter belast met administratie. Dit beleid wordt vervolgens uitgevoerd door het Bureau voor infrastructuur en logistiek in Brussel (voor Brussel) en het Bureau voor infrastructuur en logistiek in Luxemburg (voor Luxemburg). In zijn capaciteit als speciaal adviseur adviseert de heer Boomer, net als alle speciaal adviseurs bij de Commissie, over het langetermijnbeleid en de langetermijnperspectieven voor kwesties die in zijn mandaat zijn vastgelegd. Hij heeft geen rol in het besluitvormingsproces of de onderliggende beheersprocedures, zoals bijvoorbeeld de aanschaf van gebouwen of de beëindiging van een erfpacht.

Wat de derde vraagt betreft, over een niet bij naam genoemde Belgische vastgoedondernemer, is de Commissie niets bekend van de druk die deze persoon volgens de geachte afgevaardigde zou uitoefenen.

Wat betreft de laatste vraag – de grote vraag – ben ik erg blij de geachte afgevaardigde te kunnen meedelen dat de Europese Commissie publiekelijk bekend heeft gemaakt, in een mededeling van 5 september over haar vastgoedbeleid, dat ze in het centrum van de Europese wijk een krachtige symbolische aanwezigheid wil behouden, terwijl ze tegelijkertijd drie aanvullende locaties buiten deze wijk wil ontwikkelen. Door dit beleid kan overheidsgeld op een wijze worden besteed die de grootste toegevoegde waarde oplevert en wordt een neerwaartse druk uitgeoefend op de hoge prijzen binnen de Europese wijk. Conform dit beleid publiceerde de Commissie in juni 2008 een oproep tot het indienen van informatie die was gericht aan de markt en was bedoeld om beter zicht te krijgen op de bestaande mogelijkheden om vanaf 2014 een locatie buiten de Europese wijk te ontwikkelen. Deze oproep werd in volledige transparantie gedaan, via publicatie in het Publicatieblad. De Commissie ontving negen offertes, die momenteel aan een technisch onderzoek worden onderworpen.

De Commissie verzekert de geachte afgevaardigden dat de keuze van de locatie in 2009 zal gebeuren op basis van een zorgvuldig onderzoek naar de merites van elke offerte, volgens duidelijke procedures en in het beste belang van de Europese Commissie en de belastingbetaler. Totdat dit besluit is genomen zal de Commissie over geen van de onderzochte offertes een mening geven.

Wat betreft de vraag naar het tijdstip waarop de resultaten bekend worden gemaakt van de architectuurwedstrijd voor de Wetstraat, kan de Commissie alleen zeggen dat dit niet onder haar bevoegdheid valt en de vraag moeten worden voorgelegd aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat de stedenbouwwedstrijd heeft uitgeschreven. Volgens de informatie waarover de Commissie beschikt, wordt de definitieve uitslag in het voorjaar van 2009 verwacht.

Mijn excuses voor dit lange antwoord maar het ging om heel specifieke vragen.

 
  
MPphoto
 

  Ingeborg Gräßle (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de commissaris, het is altijd een groot genoegen om naar u te luisteren en met u van gedachten te wisselen. Ik heb een diagram voorbereid dat de loopbaan van uw speciaal adviseur voorstelt. Ik zou u willen vragen hoe u denkt te garanderen dat er geen sprake zal zijn van belangenconflicten. Een van degenen die een rol spelen in uw nieuwe offertes staat er ook in. Dat is iemand die al lang een zakelijke relatie heeft met uw speciaal adviseur. Hoe garandeert u dus dat er geen sprake zal zijn van belangenconflicten?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Zoals gezegd, hij moet een hoop mensen kennen. Ik ben er absoluut zeker van dat er geen sprake is van een belangenconflict. Hij heeft geen enkele aanbeveling gedaan met betrekking tot toekomstige beleidsbesluiten.

Ik ben er absoluut zeker van dat u zult horen wanneer dit besluit wordt genomen. Er zijn negen locaties voorgesteld, maar ik weet niet de plaats van die locaties. Ik heb in de kranten gelezen over voorstellen die zijn gedaan. U kunt dat achteraf controleren en dan heeft u een volledig beeld van de reden waarom het ene of het andere besluit is genomen. Tot dusver is nog niets duidelijk. Ik ben dus heel benieuwd naar al die voorstellen.

Mijn adviseur heeft deze kwestie van alle kanten onderzocht en ik ben er volstrekt zeker van dat hij geen belangenconflict heeft en natuurlijk vooral dat hij geen enkele rol in dit soort besluitvorming speelt.

 
  
MPphoto
 

  Markus Pieper (PPE-DE). - (DE) Ik zou hier toch nog iets over willen vragen. We hebben er natuurlijk begrip voor dat er gezocht wordt naar onroerend goed buiten de Europese wijk, maar ik denk ook dat, omdat het tenslotte gaat om Europees belastinggeld, het Europees Parlement er ook bij betrokken zou moeten worden in het kader van een transparante procedure.

Mijn vraag is de volgende: zoals u zelf hebt gezegd, mijnheer de commissaris, zijn er al negen geïnteresseerde partijen voor deze aanbesteding, die op dit moment worden beoordeeld. Tegelijkertijd is op één locatie, de Heizel-locatie, reeds een begin gemaakt met het doorvoeren van concrete veranderingen in het gebruik. Hoe brengt u de informatie die u zojuist hebt gegeven in overeenstemming met de voorbereidende werkzaamheden die op deze locatie kennelijk al aan de gang zijn? Op dit punt zouden we graag wat concretere informatie hebben, met name over wanneer we geïnformeerd worden over de algemene status en de procedure.

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) U zult duidelijk worden geïnformeerd over de volledige procedure en er kan controle plaatsvinden. Het wordt een zeer helder en transparant besluit. De reden van het hebben van zogenoemde “andere locaties” buiten de Europese wijk is juist omdat we willen dat gelden efficiënter worden besteed.

Wanneer we al onze diensten in de Europese wijk concentreren, hebben vastgoedontwikkelaars enorme mogelijkheden voor het vragen van zeer hoge prijzen, wat al in veel gevallen is gebeurd. Het is dus zaak om ook ander locaties te hebben, met name voor het matigen van de kosten. Dat is het basisidee.

We beschikken al over enkele gebouwen en locaties buiten de Europese wijk. We hebben gebouwen in Beaulieu, aan de Rue de Genève en ook op andere plaatsen. We kijken met belangstelling verder. We hebben om voorstellen voor 70 000 m2 gevraagd en onderzoeken nu alle mogelijkheden die er zijn.

U noemde Heizel. Ik heb erover in de kranten gelezen. Ik weet niets over Heizel. Ja, sinds ik dit gelezen heb, hebben verscheidene Belgische politici me benaderd en zowel voor als tegen die locatie gepleit. Maar ze is nooit gezien als een optie die de voorkeur zou moeten krijgen of zoiets. Er is nog niets besloten. Het is een lopend proces.

De situering van de locaties is voor Belgische en Brusselse politici een zaak van groot gewicht. En het Brussels Gewest heeft ook belangstelling voor onze locatie buiten de Europese wijk. Dus we zullen dit besluit nemen. We hebben een beoordelingscommissie die het voorstel momenteel onderzoekt, waarna het eerst aan de OIB-raad zal worden voorgelegd en later aan de Commissie. Het wordt een transparant proces. Maar ik stel voor dat we ons niet mengen in Belgische interne debatten en belangen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 37 van Liam Aylward (H-1052/08):

Betreft: Vervalsing van eurobankbiljetten en -munten

Kan de Commissie informatie geven over de huidige situatie met betrekking tot de vervalsing van eurobankbiljetten en -munten? Kan ze eveneens een overzicht geven van wat de EU doet om valsmunterij te bestrijden?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) De Europese Gemeenschap heeft een aantal maatregelen ontwikkeld om de euro tegen namaak te beschermen. Meer in het bijzonder kan ik in antwoord op uw vraag naar de stand van zaken met betrekking tot de bestrijding van valsemunterij het volgende zeggen:

Volgens cijfers van de Europese Centrale Bank werden in 2008 in totaal 666 000 valse eurobiljetten uit circulatie gehaald, dus iets meer dan 600 000. Vergeleken met de 20 miljard echte eurobiljetten is dit cijfer niet echt alarmerend. Historisch gezien is het 50-eurobiljet het meest vervalste bankbiljet, maar in de tweede helft van 2008 was voor het eerst het 20-eurobiljet het meest vervalste.

Wat de euromunten betreft, werden in 2008 in totaal 100 095 vervalsingen uit circulatie gehaald, een daling van 7 procent vergeleken met 2007. De 2-euromunt is altijd verreweg de meest vervalste munt geweest.

Het wordt dus nauwlettend in de gaten gehouden. De rollen daarbij zijn verdeeld: de Europese Centrale Bank is verantwoordelijk voor de coördinatie van de bestrijding van de vervalsing van eurobiljetten, de Commissie, in het bijzonder haar dienst OLAF, gaat over de bestrijding van de vervalsing van euromunten.

De werkelijke wetshandhaving gebeurt op het niveau van de lidstaten, maar de coördinatie wordt uitgevoerd door de Europese Centrale Bank. We beschikken over een technisch en wetenschappelijk centrum, dat zich bezighoudt met de analyse en classificatie van nagemaakte munten.

Het is belangrijk te vermelden dat Europol een belangrijke rol speelt bij de bestrijding van valsemunterij. Dit is dus de stand van zaken met betrekking tot de vervalsing van eurobiljetten en -munten.

 
  
MPphoto
 

  Liam Aylward (UEN). - (EN) Commissaris, hoewel u in uw antwoord misschien de suggestie probeert te wekken dat dit naar verhouding een zeer klein probleem is, ontvang ik vrij veel berichten van kleine ondernemingen die zich erover beklagen dat het voor hen steeds moeilijker wordt en ze op meer problemen stuiten.

Om iets te kunnen doen aan valsemunterij is het volgens mij van essentieel belang dat de politie, de reeds door u genoemde Europese Centrale Bank en de Europese Commissie maximaal samenwerken.

Kunt u mij een beeld geven van de stand van zaken van deze samenwerking en bent u tevreden over het niveau van de samenwerking, denkt u dat ze goed en sterk genoeg is?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Ik ben rechtstreeks verantwoordelijk voor OLAF, en OLAF houdt zich zoals gezegd bezig met de bestrijding van de vervalsing van munten. Ik heb geen enkele aanwijzing voor slechte samenwerking tussen lidstaten en Europese instellingen, met inbegrip van Europol, waar ik ben geweest en de technologie heb gezien waarmee vals geld wordt opgespoord.

Daarom denk ik dat de situatie min of meer naar tevredenheid is als je het vergelijkt met verscheidene andere terreinen waarop de samenwerking niet zo goed is. Op het terrein van valsemunterij heeft de Commissie geen enkele aanwijzing dat er een probleem is in de samenwerking tussen Europol en nationale rechtshandhavingsinstanties. Integendeel, Europol werkt met specialisten van nationale rechtshandhavingsinstanties, die met Europol nauw samenwerken in de strijd tegen valsemunterij.

 
  
MPphoto
 

  Manolis Mavrommatis (PPE-DE). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, naar aanleiding van de tiende verjaardag van de euro en met het oog op de mondiale economische crisis wilde ik de Commissie vragen of zij van plan is de Europese Centrale Bank te vragen om haar goedkeuring te hechten aan de emissie van bankbiljetten van 1 euro en 2 euro. Vooral bij die twee munten treedt, zoals wij hebben kunnen vaststellen, vervalsing op. Het laatste voorval was dat van de Turkse lira die, zoals u zult weten, heel sterk lijkt op de 2 euromunt, en steeds weer wordt vervalst.

 
  
MPphoto
 

  Gay Mitchell (PPE-DE). - (EN) Ik dank de commissaris voor zijn antwoorden en zou hem willen vragen of drie denkbeeldige vervalsers die elk actief zijn in een andere lidstaat – laten we zeggen Duitsland, Ierland en Slowakije – elk dezelfde straf zouden krijgen wanneer ze betrapt werden.

Laat ik het anders vragen: wordt je als vervalser door een verschil in strafmaat tussen lidstaten gestimuleerd om je ambacht wel in de ene en niet in de andere lidstaat uit te oefenen? In de Verenigde Staten wordt valsemunterij als een ernstig misdrijf beschouwd. Denken we daar in de Europese Unie net zo over?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Laat ik om te beginnen zeggen dat ik heel goed bekend ben met de Turkse lira. Dit is geen zaak voor de Europese Centrale Bank. Ik heb deze kwestie voor mezelf tijdens een bezoek aan Turkije bij leden van de Turkse regering ter sprake gebracht, en zij beloofden toen deze munt geleidelijk uit circulatie te nemen en zo te veranderen dat ze niet meer lijkt op euromunten. Dat beloofden ze althans. Die belofte is nu al een paar jaar oud en de kwestie is niet meer aan de orde gesteld. Het proces om de munt uit circulatie te nemen, is dus waarschijnlijk aan de gang.

Wat samenwerking betreft, was er begin 2009 in samenwerking met de Italiaanse autoriteiten een grote operatie tegen valsemunters. De samenwerking werkt dus.

Vonnissen tegen valsemunters zijn natuurlijk een zaak van de nationale rechterlijke macht en bovendien meer een kwestie voor collega Barrot, maar ik heb nog nooit gehoord van enig initiatief van de Europese Unie voor het harmoniseren van deze vonnissen. Van het land dat ik het beste ken, en ook van andere landen, weet ik echter dat valsemunterij overal als een ernstig misdrijf wordt beschouwd.

Natuurlijk is er, zoals gezegd, vrij veel samenwerking tussen de rechtshandhavingsinstanties bij het vervolgen van de mensen die bij deze praktijken zijn betrokken. Maar voor zover ik weet is er geen initiatief om bedoelde wetgeving over heel Europa te harmoniseren.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 38 van Gay Mitchell (H-1071/08):

Betreft: Doeltreffende besteding van EU-begrotingsgelden

Hoe denkt de Commissie er, nu de EU-begroting voor 2009 binnenkort van kracht wordt, voor te zorgen dat het geld van de Europese belastingbetaler zo doeltreffend mogelijk wordt gebruikt en er zo weinig mogelijk wordt verspild?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Ik zou zeker een uur over deze kwesties kunnen spreken. Onze activiteiten op dit terrein komen tot uitdrukking in de lopende kwijtingsprocedure en tal van mededelingen van de Commissie, in veel kwijtingsbesluiten en in talrijke toespraken in de Commissie begrotingscontrole. Dus kan ik u om te beginnen verzekeren dat we hier serieus mee bezig zijn en de situatie aan het verbeteren is.

De gang van zaken is als volgt. De begrotingsautoriteit dat wil zeggen het Parlement machtigt de Commissie tot het besteden van geld en stelt vast hoeveel geld voor het uitvoeren van Gemeenschapsbeleid kan worden gebruikt. Er is een speciaal uitgavenprogramma, dat een eigen rechtsgrondslag heeft. Die rechtsgrondslag wordt door het Parlement geformuleerd, zodat de begrotingsregels worden vastgesteld door de begrotingsautoriteit.

Vervolgens komt de uitvoering, waarbij verschillende niveaus worden onderscheiden. Eén daarvan is natuurlijk de Commissie, die de hoofdverantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de begroting draagt. De maatregelen die worden genomen om het financieel beheer te verbeteren, staan in onze jaarlijkse activiteitenverslagen. De Rekenkamer heeft vastgesteld dat die verslagen steeds beter worden en een steeds beter beeld van de stand van zaken geven.

Dit is één intern onderdeel. Een ander onderdeel zijn de controle- en auditsystemen, die eveneens de laatste paar jaar zijn versterkt, bijvoorbeeld op het punt van het intern beleid in de onderzoeksgroep, waar het aantal medewerkers belast met het uitvoeren van controles en audits is vergroot. Wat ook belangrijk is voor dit specifieke onderdeel, is dat er sprake is van gezamenlijk beheer. Er hangt ook veel af van de bijdrage en inspanningen van de lidstaten om minder fouten te maken en het misbruik van gelden te voorkomen. Ook op dit terrein is verbetering geboekt. Er is een compleet nieuw instrument ingevoerd: de jaarlijkse samenvatting van alle verslagen van betaalorganen. Deze zijn verleden jaar voor het eerst zorgvuldig geanalyseerd en dat gebeurt nu opnieuw.

Er is dus sprake van verbetering. Het verslag van de Rekenkamer, dat eveneens grote veranderingen heeft ondergaan sinds de start van onze ambtstermijn, kwantificeert die veranderingen nu. Ook daaruit blijkt dat er sprake is van verbetering. Europees geld wordt dus streng beheerd – op sommige terreinen zelfs te streng. We kunnen laten zien wat er is gebeurd. Maar het is nog verre van perfect. Dit is een enorme machine die soepel moet werken. Volgens schattingen van de Rekenkamer wordt op de meeste terreinen 98 procent van alle transacties foutloos uitgevoerd. Bij de structuurfondsen is dit bijna 90 procent. De overgrote meerderheid van de transacties bevat dus geen fouten en eventuele fouten worden gecorrigeerd. Het aantal correctiebesluiten met betrekking tot de structuurfondsen is in deze periode enorm gestegen. Als u daar behoefte aan hebt, kan ik u natuurlijk een hoop cijfers geven. Dit zijn maar wat indicaties. Het spreekt vanzelf dat dit niet het volledige antwoord is op zo’n schijnbaar eenvoudige vraag als “Hoe beheer je de Europese begroting?”

 
  
MPphoto
 

  Gay Mitchell (PPE-DE). - (EN) Is de commissaris ervan op de hoogte dat de Rekenkamer heeft gezegd dat in twee van de zeven beleidsterreinen die uit de 140 miljard euro tellende begroting worden gefinancierd, onaanvaardbare fouten in de uitgaven zaten? En ja, er is inderdaad sprake van verbeteringen: de auditoren schatten dat vorig jaar ten minste 12 procent van het Cohesiefonds niet had mogen worden uitbetaald en dat percentage was dit jaar 11 – dat is een verbetering. Maar 11 procent nog steeds 462 miljoen euro. Vindt de commissaris dit aanvaardbaar?

Op andere beleidsterreinen – landbouw, milieu, externe hulp, ontwikkeling en uitbreiding, onderzoek, energie en transport, onderwijs en burgerschap – bedroeg het foutenpercentage (ik gebruik het woord “fout”) tussen 2 en 5 procent en de auditoren merkten op dat er sprake was van een “buitensporig” (dat is hun woord) groot foutenpercentage voor plattelandsontwikkeling, dat nu goed is voor 20 procent van de landbouwuitgaven, en dat percentage neemt toe.

Dit is een zootje, commissaris! Mogen wij verwachten dat dit beter wordt?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Natuurlijk moet het worden verbeterd, maar u moet ook begrijpen dat we hier over fouten praten. Bijvoorbeeld het cijfer van 12 procent voor afgelopen jaar is gebaseerd op steekproeven van de Rekenkamer, waarbij een methode is gebruikt die absoluut correct is. Deze steekproeven belopen in totaal 63 miljoen euro. Die steekproeven zijn allemaal gecorrigeerd, de desbetreffende bedragen teruggevorderd en de noodzakelijke documenten verschaft. Het probleem van de 12 procent van 2006 is dus opgelost.

Fouten zijn geen verspilling van geld. De gemaakte fouten zijn immers gecorrigeerd. Alle relevante cijfers en de gegevens van wat er is gebeurd om ten onrechte betaalde gelden terug te vorderen, zijn beschikbaar bij de Commissie begrotingscontrole.

Bijvoorbeeld uit hoofde van het Fonds voor regionale ontwikkeling wordt dit jaar voor bijna 2,3 miljard euro teruggevorderd van de lidstaten – mits er geen andere correcties zijn. Maar dit is een proces waarbij we vorig jaar veel strenger waren dan in de jaren daarvoor. Toch moet u zich steeds voor ogen houden dat het hier om fouten gaat.

In de tussentijd heeft de Rekenkamer deze kwijting ingediend, dit verslag voorgelegd. Volgens dit verslag hebben ze de twee zaken voor nader onderzoek aan OLAF voorgelegd. De ene is afgesloten en andere wordt nog onderzocht. Dit zijn de mogelijke fraudezaken. Ik moet zeggen dat deze situatie niet al te erg is, wat niet wegneemt dat we er natuurlijk voor moeten zorgen dat het geld overal op een correcte manier wordt gebruikt.

 
  
MPphoto
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (EN) Commissaris, als gevolg van de financiële crisis, als teken van solidariteit, zijn de salarissen van ministers, parlementariërs, ook Europarlementariërs, en overheidsambtenaren in sommige EU-landen met 10, 15 of 20 procent verlaagd.

Staat u achter het idee om dit ook in de Europese Commissie te doen? Ik weet dat dat ingewikkeld is, maar staat u er op zijn minst in theorie achter?

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE). - (RO) Aangezien energie-efficiëntie een van de prioriteiten is voor het economisch herstel van de Unie en voor de strijd tegen de klimaatverandering, acht ik het noodzakelijk dat er een Europees Fonds voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie komt, dat openbare en private middelen moet mobiliseren om specifieke projecten op het grondgebied van de Europese Unie te implementeren. Dit zou een efficiënt model zijn voor het gebruik van Europese publieke middelen. Ik wil de Commissie vragen welk standpunt zij daaromtrent inneemt.

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Ik ken het standpunt van het Parlement met betrekking tot salarissen niet. Om dit idee te kunnen uitvoeren moet het personeelsstatuut worden opengebroken, wat een zeer ingewikkelde zaak is. Deze Commissie heeft bij de start van haar ambtstermijn besloten dat niet te doen, maar wel om het ambtenarenapparaat soepeler te laten functioneren. Vanwege de complexiteit van het openbreken van het personeelsstatuut heeft vooralsnog niemand voorgesteld dat opnieuw te doen.

Wanneer we met een dergelijk voorstel instemmen, moeten we natuurlijk met onze sociale partners, de vakbonden, gaan onderhandelen. We kunnen hierover met de vakbonden onderhandelen of ze rechtstreeks vragen hiermee akkoord te gaan, maar de kans dat het personeelsstatuut voor het einde van de zittingstermijn van het Parlement en de Commissie opnieuw wordt opengebroken, is heel klein.

De vraag over de fondsen heb ik niet begrepen. Wilt u dat alle fondsen worden samengevoegd? Kunt u de vraag herhalen?

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE). - (EN) Ik stel de oprichting voor van een speciaal Europees fonds voor energie-efficiëntie, voor projecten binnen de Europese Unie. Ik denk dat zo’n fonds heel nuttig zou zijn voor de duurzame economische ontwikkeling van de Unie.

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Dat is een verreikende vraag die ik moet doorverwijzen naar mijn collega’s.

Samen met het Parlement vragen we de lidstaten of het mogelijk is dit geld – deze vijf miljard euro – uitsluitend beschikbaar te stellen voor energie-efficiëntie. Tot dusver is de discussie hierover in de Raad heel verhit geweest.

Er is een aantal mogelijkheden om energie-efficiëntie via het Cohesiefonds te ondersteunen, maar een voorstel voor de oprichting van een of ander nieuw fonds zal waarschijnlijk tot veel zeer lange debatten leiden. Ik weet niet of dit wel een goed idee is, omdat energie nog steeds niet onder de bevoegdheid van de Gemeenschap valt – het is strikt genomen een nationale kwestie.

Als ik zie wat er met deze vijf miljard gebeurt, ben ik niet zo enthousiast over de samenwerking tussen de lidstaten bij het vaststellen van verschillende financieringsinstrumenten. Het idee op zichzelf steun ik natuurlijk.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 39 van Manuel Medina Ortega (H-1036/08):

Betreft: Overeenkomsten met de landen van de Andesgemeenschap

Acht de Commissie het, gezien de institutionele problemen waarmee de Andesgemeenschap momenteel te kampen heeft, nog mogelijk om een gemeenschappelijke overeenkomst met de Andesgemeenschap te sluiten, of acht zij het haalbaarder om afzonderlijke overeenkomsten te sluiten met een of meer lidstaten van de Andesgemeenschap?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Dank u dat u mij in de gelegenheid stelt om in te gaan op deze zeer interessante kwestie: ons buitenlands beleid ten aanzien van de Andesgemeenschap.

De interregionale onderhandelingen met de Andesgemeenschap kwamen afgelopen zomer in een impasse omdat de Andesgemeenschap het niet eens kon worden over een gemeenschappelijke onderhandelingspositie op bepaalde handelsgerelateerde terreinen. De verschillen vormen in zekere zin een afspiegeling van de verschillende beleidsaanpakken die de landen in de regio op het economische en handelsvlak hanteren.

Ondanks de inspanningen van sommige landen van de Andesgemeenschap om uit deze impasse te geraken, kon de Commissie slechts constateren dat er geen consensus meer bestond over voortzetting van de onderhandelingen. Onder deze omstandigheden, en onverminderd de middellangetermijndoelstelling om tussen de Andesgemeenschap en de Europese Unie een associatie tot stand te brengen, heeft de Commissie de Raad voorgesteld om bij de onderhandelingen een tweesporenbenadering te volgen. Het daartoe strekkende voorstel is op 19 januari door de Raad goedgekeurd.

De Commissie stelt op de eerste plaats voor met als doel de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Andesgemeenschap in stand te houden en te versterken de overeenkomst van 2003 inzake politieke dialoog en samenwerking uit te breiden en te actualiseren.

Ten tweede stelt de Commissie voor om de onderhandelingen over de multilaterale handelsovereenkomst buiten het kader van de Andesgemeenschap te voeren, met die landen die bereid en in staat zijn tot ambitieuze, veelomvattende en WTO-compatibele handelsbesprekingen. Natuurlijk zijn daarvoor alle landen uitgenodigd.

Gezien de meningsverschillen tussen de landen van de Andesgemeenschap over het handelsgedeelte van de associatieovereenkomsten, is de Commissie van mening dat de voorgestelde aanpak ons het beste in staat stelt om op een pragmatische en constructieve wijze verder te gaan, terwijl we de Andesgemeenschap en de integratie van de Andeslanden blijven ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Manuel Medina Ortega (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met uw opmerking dat dit de meest adequate procedure is. De afgelopen dagen ben ik in de Republiek Bolivia geweest en ik heb de gebeurtenissen daar van dag tot dag gevolgd.

De concrete vraag die ik wil stellen is de volgende: toen ik daar was, werd het bezwaar geuit dat deze overeenkomsten mogelijk strijdig zijn met de overeenkomst van Cartagena – de overeenkomst waarop de Andesgemeenschap is gebaseerd – en dat deze overeenkomst misschien moet worden gewijzigd.

Kan de Commissie mij op dit moment meedelen of de overeenkomsten daadwerkelijk kunnen worden gesloten zonder dat de basistekst van de Andesgemeenschap moet worden gewijzigd?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Dit is een moeilijke vraag. Van wat ik in deze briefing heb gelezen, denk ik dat de Overeenkomst van Cartagena dit niet in de weg staat. Maar ik verstrek u graag via onze diensten meer gedetailleerde informatie.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Het Europees Parlement heeft zijn betrekkingen met Latijns-Amerika in de afgelopen jaren tot verdere ontwikkeling gebracht. Nu hebben we dankzij de Parlementaire Vergadering EU-Latijns-Amerika (EuroLat) wederzijdse betrekkingen tussen het Europees Parlement en bijna alle Latijns-Amerikaanse parlementen, waaronder het Andesparlement. Is deze gedwongen pragmatische terugkeer naar bilaterale betrekkingen werkelijk de juiste weg of moeten we niet eerder proberen een intensieve dialoog met Latijns-Amerika in zijn geheel te voeren en alleen bepaalde vereisten te overwegen in het kader van bijzondere regelingen?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Ja, dit is absoluut de aanpak die de Commissie wil volgen. We zijn altijd voorstander geweest van overeenkomsten tussen multilaterale organisaties en ons steeds bewust van de gevaren van bilaterale onderhandelingen, die gemakkelijk in verwarring kunnen eindigen.

Ik was erg blij dat ik naar Barbados moest gaan voor de ondertekening van een vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en veertien Caribische landen. Dit akkoord is werkelijk een grote prestatie. Het heeft de handel tussen deze landen enorm gestimuleerd en is begroet als een zeer positieve stap. Dus we proberen natuurlijk een multilaterale aanpak te volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 40 van Avril Doyle (H-1045/08):

Betreft: Verwijdering van de People's Mojahedin van de EU-lijst van terroristische organisaties

Op 4 december 2008 heeft het Hof van eerste aanleg het besluit van de Raad van 15 juli 2008 om de People’s Mojahedin (PMOI) op de EU-lijst van terroristische organisaties te laten staan, nietig verklaard.

In het arrest wordt benadrukt dat de Raad inbreuk had gemaakt op het recht van de PMOI om zich te verdedigen en rechtsbescherming te genieten en niet had bewezen dat de PMOI zich met terroristische activiteiten inlaat. Het arrest bepaalt ook dat het door de Franse regering voorgelegde dossier niet is gebaseerd op "serieus en geloofwaardig bewijs" en betrekking heeft op individuen die ervan verdacht worden lid te zijn van de PMOI, en niet op de PMOI zelf.

Dit arrest is het laatste in een reeks van zes arresten van de Hoge Raad en het Hof van beroep in Groot-Brittannië en van het Hof van eerste aanleg, die alle beklemtonen dat de PMOI niet betrokken is bij terroristische activiteiten en ook geen plannen in die richting heeft.

Wat is het standpunt van de Commissie, die toch borg moet staan voor de rechtsstaat in dit verband?

Welke stappen zal de Commissie zetten om ervoor te zorgen dat het recht zijn beloop heeft en dat elke organisatie die zich in deze positie bevindt, verzekerd is van een goede rechtspleging?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Zoals u weet veroordeelt de Europese Unie alle vormen van terrorisme en heeft ze de vaste overtuiging dat de strijd tegen het terrorisme alleen effectief en geloofwaardig kan worden gevoerd wanneer daarbij de mensenrechten in acht worden genomen.

Het treffen van sancties tegen terroristen gebeurt in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en de Commissie is gehouden aan besluiten die door de lidstaten met eenparigheid van stemmen in de Raad worden genomen. De Commissie heeft zodoende goed kennis genomen van het feit dat het Gerecht van eerste aanleg in zijn arrest van 4 december 2008 het besluit van de Raad van 15 juli 2008 waarbij de People’s Mojahedin Organisation of Iran (PMOI) op de lijst van terroristische organisaties is geplaatst, nietig heeft verklaard.

Het Gerecht voerde aan dat het recht van verdediging en het recht op een effectieve rechterlijke bescherming waren geschonden. Meer in het bijzonder waren de organisatie de redenen voor plaatsing op de lijst niet van tevoren meegedeeld. De organisatie kon haar mening daarom pas kenbaar maken nadat het besluit tot plaatsing op de lijst al was genomen. Om uitvoering te geven aan dit arrest nam de Raad op 26 januari 2009 een nieuwe lijst van personen en entiteiten aan waartegen met het oog op terrorismebestrijding beperkende maatregelen worden getroffen. De People’s Mojahedin Organisation stond niet op die lijst.

In dit verband is het ook belangrijk om op te merken dat het Europees Hof van Justitie in een bijlage van 23 oktober 2008 bevestigde dat de huidige procedure voor het plaatsen van terroristische organisaties op een lijst, zoals die door de Raad wordt toegepast in het geval van sancties die niet zijn gebaseerd op VN-sancties, niet in strijd is met de mensenrechten van de betrokken personen en organisaties, omdat beide partijen worden gehoord, de persoon of entiteit in kwestie van te voren wordt meegedeeld waarom hij of zij op de lijst is geplaatst, en die persoon of entiteit zijn mening hierover kenbaar kan maken.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Ik wil de commissaris graag bedanken. Toen ik deze vraag op 17 december 2008 indiende, wist ik inderdaad nog niet van het goede nieuws dat van de bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken van 26 december zou komen.

Laat het duidelijk zijn dat ik iedere vorm van terrorisme veroordeel. Maar is het aanvaardbaar, zo vraag ik u, dat een Raad consequent de regels van de rechtsstaat naast zich neerlegt en de arresten van het Gerecht van eerste aanleg negeert?

Tot slot wil ik u vragen of de Commissie na het besluit van 26 januari 2009 van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken een reactie heeft gekregen – al dan niet officieel – van het huidige Iraanse regime?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Zoals gezegd, het was een besluit van de Raad, en nu heeft het Hof van Justitie laten zien wat de gebreken van dat besluit zijn. Ik ga ervan uit dat de Raad en de andere Europese instellingen de arresten van het Hof zullen volgen.

Het Hof van Justitie zei dat het besluit niet voldeed aan materiële en procedurele eisen, en de Raad nam dat over. Dit werd besproken in de RAZEB en die nam het besluit deze organisatie van de nieuwe terroristenlijst te halen die op 26 januari 2009 was aangenomen.

Mij is niets bekend van een reactie van de Iraanse regering. Integendeel, mijn collega’s zeggen dat de Iraanse regering op geen enkele wijze heeft gereageerd.

Ik denk dat deze procedures ons ook zullen helpen om bij het plaatsen van organisaties of personen op een lijst van terroristische organisaties de nuance niet uit het oog te verliezen en het is goed dat ze de mogelijkheid bieden van het geven van tegenargumenten. Dat lijkt me een positieve stap.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Blijkbaar is de lijst van terroristische organisaties tot stand gekomen op basis van informatie die niet altijd volledig steekhoudend is. Bestaat in verband met de verwijdering van de People’s Mojahedin van deze lijst ook het voornemen om de EU-lijst van terroristische organisaties aan een algemene herziening of actualisering te onderwerpen?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Deze lijst wordt natuurlijk constant herzien. Wanneer een lidstaat ten aanzien van een bepaalde entiteit een andere aanpak voorstelt, voorstelt om een entiteit van de lijst te verwijderen of er een aan toe te voegen, dan is dat absoluut een reden om de lijst te herzien. Dit is dus een dynamisch proces. De lijst is niet in steen gehouwen. Er moet wel een reden zijn voor een nieuwe aanpak, maar als die er is, dan kan ze worden herzien.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 41 van Seán Ó Neachtain (H-1049/08):

Betreft: Toekomstige betrekkingen EU-IJsland

IJsland is lid van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), de meeste economische betrekkingen tussen de EU en IJsland vinden plaats binnen het kader van de Europese Economische Ruimte (EER), IJsland is geassocieerd lid van de Schengen-overeenkomst, en heeft in het algemeen nauwe handels-, economische en sociale banden met de Europese Unie. De gevolgen van de financiële crisis hebben hier en daar geleid tot speculaties over de toetreding van IJsland tot de eurozone (zonder toetreding tot de EU zelf). Welke impact zou zo'n stap hebben op de betrekkingen tussen de EU en IJsland - met name op de gebieden milieu en maritieme-/visserijsamenwerking - en beschikt de Commissie over scenario's die voorzien in zo'n ontwikkeling? Is het mogelijk dat zo'n stap - indien hij wordt gezet - wordt gevolgd door vergelijkbare overeenkomsten met andere niet-EU-landen?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Dit is absoluut een kwestie geworden waarover zeer intensief wordt gediscussieerd, wat we ons een jaar geleden niet hadden kunnen voorstellen. We hadden ons niet kunnen voorstellen dat we vandaag zouden praten over eventuele radicale veranderingen in de betrekkingen tussen de EU en IJsland. De vraag is wat voor effect de invoering van de euro door IJsland – zonder dat IJsland tot de Unie toetreedt – op onze betrekkingen met dat land zou hebben.

Laat me eerst benadrukken dat op dit moment, terwijl we spreken, in IJsland zelf een intensief debat wordt gevoerd over de betrekkingen met de EU, waarbij ook het EU-lidmaatschap aan de orde komt. Dit debat wordt door de Commissie op de voet gevolgd.

De vraag of IJsland het EU-lidmaatschap moet aanvragen is helemaal aan het IJslandse volk, en als zo’n aanvraag er komt, zullen de Commissie en de lidstaten daarop reageren volgens de procedures zoals die zijn vastgelegd in het Verdrag. Ik kan u verzekeren dat we een eventuele aanvraag zo snel mogelijk zouden behandelen.

Wat betreft de specifieke vraag naar de invoering van de euro zonder toe te treden tot de EU, kan IJsland daar natuurlijk unilateraal toe besluiten. Maar laat het duidelijk zijn dat de Commissie sterk van mening is, net als de Europese Centrale Bank, dat unilaterale ‘euro-isering’ voor IJsland geen wenselijke politieke optie is. Zo’n stap zou geen positief effect hebben op de betrekkingen met de EU.

Omdat IJsland een potentiële aanvrager van het EU-lidmaatschap is, zou het een monetaire langetermijnintegratie in de eurozone alleen in de context van een toekomstig EU-lidmaatschap moeten nastreven. Dit betekent dat IJsland de euro pas zou moeten invoeren nadat het tot de EU is toegetreden en aan de voorwaarden van het Verdrag voldoet.

 
  
MPphoto
 

  Seán Ó Neachtain (UEN).(GA) Commissaris, ik wil even inhaken op wat u zei over een aanvraag van IJsland tot toetreding tot de Europese Unie. Als zo’n aanvraag zou worden gedaan – gezien de urgente situatie van de economie op dit moment – zou de Europese Unie dan de beschikking hebben over een versneld systeem of een procedure om die aanvraag snel te behandelen? Hoe zou de Unie een dergelijk verzoek snel kunnen afhandelen, als dat al mogelijk is?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Ik geloof niet dat IJsland een of andere speciale behandeling kan krijgen. In het verleden hebben we met landen onderhandeld die nu lidstaat van de Europese Unie zijn, en nu onderhandelen we opnieuw met landen die graag tot de Unie zouden willen toetreden: iedereen moet op volstrekt gelijke wijze worden behandeld. De eventuele onderhandelingen met IJsland zullen niet verschillen van de onderhandelingen met alle andere kandidaat-landen. Ik zie geen enkele mogelijkheid voor versnelde onderhandelingen.

Of IJsland goed is voorbereid op het lidmaatschap is een andere vraag. Ik weet niet in hoeverre het al wetgeving heeft aangenomen die vergelijkbaar is met die van de Europese Unie. Dat is een belangrijke kwestie.

Hoe dan ook, ik ben er zeker van dat de lidstaten van mening zullen zijn dat de onderhandelingspositie vooralle aanvragers volstrekt gelijk moet zijn en ze allemaal even rechtvaardig moeten worden behandeld. Zo denk ik erover. Er is in de Commissie nooit sprake geweest van een of andere speciale behandeling of ‘fast track’.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Hoe denkt de Commissie in geval van toetreding van IJsland tot de EU of tot de eurozone te voorkomen dat de gehavende IJslandse economie of het gehavende financiële systeem van IJsland de stabiliteit van de euro in gevaar of aan het wankelen brengt?

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Als ondervoorzitter van de Commissie visserij wil ik de commissaris vragen ons iets meer te vertellen over wat volgens hem de mogelijke effecten zullen zijn van het EU-lidmaatschap van IJsland op de samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en IJsland op visserijgebied?

 
  
MPphoto
 

  Siim Kallas, vice-voorzitter van de Commissie. − (EN) Dit zijn twee tamelijk specifieke vragen. Nogmaals, benadrukt moet worden dat het uitgangspunt is dat deze onderhandelingen niet mogen afwijken van de onderhandelingen die met andere kandidaat-landen zijn gevoerd.

Maar IJsland heeft natuurlijk maar een bevolking van iets minder dan 300 000. Het is dus klein en zou geen grote last zijn voor de Europese economie. Integendeel, ik denk dat de algemene opvatting juist is dat het land een bijdrage aan de Europese economie zou leveren en de huidige economische moeilijkheden te boven kan komen.

Ik denk dat de lidstaten heel zorgvuldig naar het land zullen kijken en het zullen vragen om eerst zijn huis op orde te brengen. Dat is het eerste vereiste, en dan kan worden gevraagd naar de bijdrage van IJsland aan de economie van de Unie.

Wat het visserijakkoord betreft, dat is, nogmaals, een zeer specifieke kwestie. Maar ik meen me te herinneren dat dit punt bij vorige uitbreidingsonderhandelingen verschillende keren ter sprake is gebracht.

Ik denk dat de visserijkwestie het meest ingewikkelde punt in de onderhandelingen met IJsland zal worden, omdat het land momenteel vrij grote privileges geniet waar enkele lidstaten zeker vraagtekens bij zullen stellen. Ik denk dat dit het centrale punt van toekomstige onderhandelingen zal worden.

Ik weet niet in hoeverre de bestaande overeenkomst toepasselijk of geschikt is voor de toekomstige betrekkingen tussen IJsland en andere EU-lidstaten. Als lid van de Commissie visserij weet u dat dit een fel discussiepunt was in de onderhandelingen tussen Noorwegen en enkele lidstaten. Maar vooralsnog weet volgens mij niemand precies welke toezeggingen er op dit specifieke terrein zullen worden gedaan en welke zorgpunten naar voren zullen worden gebracht.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u, commissaris, en dank u dat u ons vanavond op zoveel vragen antwoord hebt gegeven.

 
  
  

Vraag nr. 50 van Marian Harkin (H-1073/08):

Betreft: Verslag over demografische ontwikkelingen

In november 2008 publiceerde de Commissie haar verslag over demografische ontwikkelingen waarin de uitdagingen worden geschetst waarmee Europa de komende decennia wordt geconfronteerd als gevolg van de vergrijzing van de bevolking. Volgens het verslag vereisen deze uitdagingen een scala aan beleidsreacties zoals de versterking van de solidariteit tussen de generaties wat betreft langdurige zorg, een grotere mate van erkenning van professionele zorgverleners en - wat het belangrijkste is - meer steun voor mantelzorgers.

In december 2008 publiceerde de Commissie haar verslag over herstructurering in Europa waarin dergelijke demografische uitdagingen eveneens aan de orde komen. In dit verslag wordt erop gewezen dat het potentiële groeitempo van Europa kan afnemen op het moment dat aanzienlijke extra middelen nodig zijn om te voorzien in de behoeften van een steeds toenemend aantal ouderen voor wie moet worden gezorgd voor adequate pensioenen, gezondheids - en langdurige zorg.

Mantelzorgers zijn en blijven een fundamenteel en onmisbaar onderdeel van onze maatschappelijke en gezondheidszorg. Kan de Commissie in dit verband meedelen welke specifieke maatregelen zij heeft genomen met het oog op het uitwerken van beleidsreacties op dergelijke uitdagingen, met name wat betreft meer steun voor mantelzorgers?

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. − (CS) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, de Commissie heeft zich met de in juli 2008 goedgekeurde herziene sociale agenda ertoe verbonden zich bezig te houden met de behoeften van de vergrijzende bevolking. De hele problematiek van de vergrijzing van de Europese samenleving vraagt om een breed scala aan conceptuele maatregelen: van de beoordeling van de hervormingen van het volksgezondheids- en pensioenstelsels waarmee voorzien kan worden in de behoeften van de vergrijzende bevolking - en dit in samenhang met de duurzaamheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn - tot aan de ondersteuning van onderzoek naar manieren waarop informatietechnologieën kunnen bijdragen aan de verbetering van de gezondheid en de leefomstandigheden van ouderen.

De Commissie legt op dit moment de laatste hand aan het gezamenlijk ontwerpverslag over de sociale bescherming en sociale cohesie 2009. Er gaat van dit document het duidelijke signaal uit dat het noodzakelijk is te zorgen voor redelijke en financieel duurzame pensioenen, doeltreffendere gezondheidszorg en vermindering van de ongelijkheid op het gebied van de volksgezondheid. Tevens zal dit document zich bezighouden met de uitdagingen waarvoor een aantal lidstaten zich geplaatst ziet wat betreft hun pensioen- en volksgezondheidsstelsel. Zie daarvoor de beschrijvingen in de bijgevoegde overzichten met de individuele lidstaten.

De besluitvorming met betrekking tot het beleid ter ondersteuning van informele zorg aan verwanten valt onder de bevoegdheid van de lidstaten. Dat neemt niet weg dat de Commissie kan fungeren als katalysator voor veranderingen en de lidstaten kan steunen bij hun inspanningen. De Commissie poogt in het kader van de open coördinatiemethode op het gebied van sociale bescherming en sociale cohesie de lidstaten ertoe aan te zetten beleid op te stellen ter ondersteuning van mensen die zich ontfermen over hun verwanten.

In het gezamenlijk verslag 2008 benadrukken zowel de Commissie als de lidstaten het belang van dergelijk beleid ter ondersteuning van de informele zorg. Dergelijk beleid dient onder andere maatregelen te omvatten als het aanbieden van scholing en advies, respijtzorg, zorgverloven en een adequate sociale bescherming voor degenen die informele zorg verlenen. Verdere ondersteuning van de Commissie bij het opstellen van dergelijk beleid op nationaal niveau is er in de vorm van studies naar en conferenties over deze problematiek.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE). - (EN) Dank u voor uw antwoord, commissaris. U praat over de behoeften van een vergrijzende bevolking. Zorgverlening is zeker een van die behoeften. U heeft het over de noodzaak van pensioenhervormingen. Ik ben blij dat te horen, omdat mensen die ophouden met werken – vaak om voor kinderen of ouderen te gaan zorgen – onvoldoende socialezekerheidsbijdragen betalen. Vaak is het ook deze groep, in veel gevallen dus mantelzorgers, die te weinig pensioen krijgt.

U zei dat mantelzorgers tot de bevoegdheid van de lidstaten behoren, en daar ben ik het mee eens. U zei in antwoord op mijn vraag ook dat het Europees Sociaal Fonds voor scholing zou kunnen worden gebruikt. Misschien dat u daar wat meer over zou kunnen vertellen.

Tot slot, mantelzorgers werken: het zijn onbetaalde arbeiders. Ik ben erg benieuwd hoe u vanuit dat oogpunt, vanuit het perspectief van werkgelegenheid en sociale zaken, het werkterrein van uw eigen DG toch, naar mantelzorgers kijkt.

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. − (CS) Om te beginnen werkt de Europese Commissie bij het opstellen van al haar beleidsstukken vanuit de permanente wetenschap dat er in een vergrijzende bevolking steeds meer mensen zullen zijn die zich ontfermen over de zorg voor hun verwanten. Ook houden wij het genderevenwicht nauwlettend in de gaten, want een van de risico's van spontane ontwikkelingen ligt in het feit dat het vooral vrouwen zijn die de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de zorg van op één of andere manier hulpbehoevende verwanten, tegenwoordig veelal hoogbejaarden. De financiële ondersteuning van mensen die voor verwanten zorgen, is een zaak van de lidstaten. Er bestaan velerlei manieren om de steun aan deze mensen vorm te geven en in het leeuwendeel van de lidstaten bestaan er inderdaad programma’s op dit gebied.

Wat het door u genoemd Europees Sociaal Fonds betreft, is het natuurlijk duidelijk dat dit niet kan zorgen voor de financiering van de zorgverlening aan hulpbehoevende personen an sich, maar uiteraard wel dat het kan bijdragen aan de ontwikkeling van uiteenlopende programma's voor deze mensen. Toen ik het over scholing had, wilde ik daar voornamelijk mee zeggen dat wanneer we voor iemand zorgen willen die ons dierbaar is en waarmee we een sterke gevoelsband hebben het in zekere zin - naast al onze inspanningen en goede wil – ook om een zekere deskundigheid gaat en dat het daarom zeer goed zou zijn indien deze mensen een aantal basisvaardigheden, een aantal basistools aangereikt zouden krijgen, omdat ook voor hen de hulpverlening daardoor veel bevredigender wordt en hun taak een stuk lichter. Dus dat is een van de redenen waarom wij in deze richting denken.

Ik zou graag één onvermeld gelaten kwestie nog even apart noemen willen, een onderwerp waarmee we ons eveneens bezighouden, en wel het misbruik of ook wel de mishandeling van oudere mensen. Dergelijke mishandeling blijkt in de overgrote meerderheid van de gevallen niet zozeer het gevolg te zijn van een of andere algemene persoonlijke tekortkoming van de mishandelende individuen, maar veelal een kwestie van onvermogen en falen in de gegeven situatie onder de gegeven omstandigheden. Mensen kunnen de situatie soms gewoon niet meer aan omdat het allemaal veel te zwaar is. Ook op dit vlak willen we graag iets betekenen met het Europees Sociaal Fonds.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Daar de vraagsteller afwezig is, komt vraag 51 te vervallen.

Wij gaan door met de volgende vraag van de heer Crowley, die echter zal worden vervangen door de heer Ryan.

 
  
  

Vraag nr. 52 van Brian Crowley (H-1056/08):

Betreft: Armoede in de Europese Unie

Solidariteit is een van de grondbeginselen van de Europese Unie, en een van onze gemeenschappelijke waarden bestaat erin te investeren in mensen, gelijke kansen te bevorderen en armoede te bestrijden. Kan de Commissie aangeven op welke wijze zij ervoor wil zorgen dat toekomstige armoedebestrijdingsplannen op Europees niveau in nationale beleidsmaatregelen kunnen worden omgezet?

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. − (CS) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, de Europese Unie heeft zich met de invoering van de strategie van Lissabon een ambitieus doel gesteld, namelijk een verregaande vermindering van de armoede tot 2010. De EU heeft vervolgens verschillende instrumenten in het leven geroepen om dat doel te realiseren. De open coördinatiemethode op het gebied van sociale bescherming en sociale cohesie heeft de strijd tegen de armoede en de sociale uitsluiting helpen versterken en de inspanningen van de lidstaten op dit vlak ondersteund.

Deze samenwerking tussen de lidstaten heeft aldus hoge ogen gegooid. Ik geef u drie voorbeelden: op dit moment hebben 22 lidstaten een specifiek, in cijfers uitgedrukt streefdoel op het vlak van de strijd tegen kinderarmoede. Verder is er nu sprake van nauwe betrokkenheid van zowel burgers als bedrijven bij de nationale strategieën voor armoedebestrijding, en ten derde is de strategie inzake sociale cohesie als zodanig onderdeel geworden van talloze beleidsterreinen, zoals werkgelegenheid, onderwijs en scholing, gezondheidszorg en volkshuisvesting. Dat betekent dus dat in de strijd tegen sociale uitsluiting alle relevante beleidsterreinen ingezet worden.

De op 2 juli 2008 door de Commissie goedgekeurde sociale agenda bevat zeven speerpunten, waaronder de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. Tevens wordt er in de herziene sociale agenda voorgesteld om de open coördinatiemethode verder te versterken. En dan is er nog het Europees plan ter hernieuwing van de groei en de werkgelegenheid dat op de Europese top van december 2008 aan de regeringsleiders en staatshoofden werd voorgelegd en dat tot doel heeft de gevolgen van de financiële en economische crisis te verminderen en tegelijkertijd de reeds lopende hervormingen in het kader van de strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid te versterken.

Verder heeft de Commissie toegezegd dat zij op regelmatige basis een analyse zal maken van de sociale gevolgen van de financiële en economische crisis in de lidstaten en de op nationaal niveau getroffen maatregelen. Dit zal op driemaandelijkse basis plaatsvinden, waarbij de focus vanzelfsprekend liggen zal op de meest kwetsbare groeperingen.

Verder zal de Commissie met de lidstaten blijven samenwerken om te zorgen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van haar in oktober 2008 uitgebrachte aanbevelingen met betrekking tot de actieve sociale inclusie van mensen die het verst afstaan van de arbeidsmarkt. Deze aanbevelingen hebben met name tot doel het in vele lidstaten onderontwikkelde minimumloonstelsel te verbeteren. Het is namelijk van cruciaal belang dat elke burger de mogelijkheid geboden krijgt een fatsoenlijke levensstandaard te bereiken, en dat al helemaal in de huidige crisistijd.

Verder zou ik er hier graag aan willen herinneren dat het jaar 2010 het Europees Jaar van de strijd tegen de armoede en sociale uitsluiting zal zijn. Het accent zal daarbij voornamelijk liggen op steun ter versterking van de naleving van rechten alsook op de kansen van mensen aan de rand van de maatschappij om opnieuw actief aansluiting te vinden bij die samenleving, verder op het feit dat elk lid van de samenleving zijn eigen verantwoordelijkheid heeft in de strijd tegen de armoede en tot slot op de verspreiding van goede praktijken met betrekking tot sociale cohesie en op de versterking van de beloftes van de belangrijkste politieke spelers.

Ik denk dat uit de maatregelen die ik zojuist genoemd heb duidelijk blijkt dat Europa voortdurend op tastbare wijze werkt aan het vervullen van de behoeften van de meer kwetsbare groeperingen en dat des te meer tegen de achtergrond van de huidige economische situatie. Ik hoop dat de lidstaten positief zullen reageren op de oproepen van de Commissie om de sociale gevolgen van de huidige crisis op te vangen. Daartoe kunnen zij de verschillende beschikbare communautaire instrumenten inzetten en dan met name het Europees Sociaal Fonds en het Europees fonds voor aanpassing aan de mondialisering.

 
  
MPphoto
 

  Eoin Ryan, auteur. (EN) Ik dank de commissaris voor zijn zeer uitgebreide antwoord. Als we in de context van de huidige economische situatie en de stijgende werkloosheid praten over kwetsbare groepen, dan horen daar natuurlijk ook jongeren bij.

Helaas neemt in moeilijke economische tijden het drugsgebruik onder jongeren vaak toe. Gezien de problemen die dit niet alleen voor henzelf maar ook voor hun familie veroorzaakt, en gezien ook de zeer ernstige gevolgen voor gemeenschappen waar drugsgebruik vaak gepaard gaat met armoede en andere problemen, is het wellicht mogelijk het Europees Sociaal Fonds gericht te gebruiken voor hulpverlening aan deze groep.

Mijn vraag is dus of het mogelijk is om uit hoofde van dit Fonds specifieke acties voor deze kwetsbare groep te ondernemen?

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. − (CS) Ook in deze economisch moeilijke tijden bestaat de strategie van de Commissie eruit te strijden tegen elke vorm van discriminatie en elke inbreuk op het beginsel van gelijke kansen. U bent uiteraard op de hoogte van het feit dat er op basis van de Europese regelgeving de nodige positieve acties kunnen worden ondernomen, oftewel acties die gericht zijn op bevolkingsgroepen die het zeer moeilijk hebben. De Commissie vergemakkelijkt met al haar nu bij het Parlement in behandeling zijnde voorstellen - of beter gezegd: de Commissie wil indien deze voorstellen worden goedgekeurd, zorgen voor een eenvoudigere aanwending van het Europees Sociaal Fonds en het Fonds voor de aanpassing aan de mondialisering. Ik kan dus met recht zeggen dat wat de voorschriften betreft, alsook de structuren, er geen redenen bestaan waarom een groot deel van deze middelen niet naar jonge mensen zouden kunnen vloeien. Dit hangt volledig af van de verschillende projecteigenaren, de lokale gemeenschappen en de nationale overheden. De kwestie ligt helemaal open, maar in principe liggen er dus geen obstakels op de weg waardoor de middelen niet doeltreffend zouden kunnen worden ingezet ten behoeve van jonge mensen en andere groeperingen die in een benarde positie verkeren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het vragenuur is gesloten.

 
  
  

De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord (zie bijlage).

 
  
  

(De vergadering wordt om 19.30 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat.)

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  

(1)PB L 348 van 24 december 2008, blz. 118.

Laatst bijgewerkt op: 28 april 2009Juridische mededeling