De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over mondelinge vraag (O-0007/2009) van David Hammerstein, namens de Verts/ALE-Fractie, Alexandra Dobolyi, namens de PSE-Fractie, Willy Meyer Pleite, namens de GUE/NGL-Fractie, en Marian Harkin, namens de ALDE-Fractie, aan de Commissie: Stemrecht van niet-Letse staatsburgers bij lokale verkiezingen (B6-0007/2009).
David Hammerstein, auteur. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, er is een lidstaat van de Europese Unie die het begrip "niet-staatsburger" gebruikt als aanduiding voor honderdduizenden mensen die in dat land wonen. De overgrote meerderheid daarvan is in dat land geboren, is in dat land werkzaam, maar wordt desalniettemin als "niet-staatsburger" gekwalificeerd. Dat is een misstand in de Europese Unie.
Het is een misstand, omdat de Europese Unie gebaseerd is op het idee van non-discriminatie, op het gelijkheidsbeginsel, dat vandaag de dag in dat land met voeten wordt getreden. In dat land worden de rechten van die mensen niet erkend en wordt een groep aan historische discriminatie blootgesteld, uitsluitend vanwege de etnische afkomst. Dat is onaanvaardbaar.
In de Commissie verzoekschriften hebben we enkele concrete zaken onderzocht. De eerste zaak betrof een man die naar ons toe kwam en zei: "De eerste keer dat ik mocht stemmen was toen ik in Duitsland studeerde. Ik mocht tijdens de lokale Duitse verkiezingen stemmen, terwijl ik in mijn eigen land nog nooit heb mogen stemmen, omdat ze me daar niet erkennen. Ik heb geen ander paspoort, ik heb geen ander land behalve dit land en daar mag ik niet stemmen". Dat is een misstand.
Een andere zaak die we in de Commissie verzoekschriften hebben behandeld, ging over een man die voor zijn examens in de Letse taal was geslaagd, die alle wetten kende, maar die toch niet het staatsburgerschap kreeg, omdat de lidstaat – en ik herhaal wat de ambassadeur tegen ons zei – vindt dat "die man niet loyaal aan de staat is". Hoe is dat mogelijk? Hoe is het mogelijk dat deze omstandigheden betrekking hebben op 20 tot 25 procent van de bevolking van een lidstaat van de Europese Unie?
Wij vragen dat de grondrechten van de mens worden gerespecteerd, dat iedereen zich bewust wordt van de situatie, want er zijn landen die zich bij de Europese Unie hebben aangesloten zonder dat zij aan de criteria van Kopenhagen hebben voldaan. We vragen ook dat er druk op de Commissie wordt uitgeoefend, aangezien de Europese Commissie tot op de dag van vandaag alleen nog maar zwakte heeft getoond en een compleet gebrek aan interesse en bezorgdheid heeft laten zien.
Alexandra Dobolyi, auteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is triest om vandaag, bijna vijf jaar na de uitbreiding, te zien dat er weinig erop wijst dat Letland zijn grootste minderheid respecteert. De aanbevelingen van het Europees Parlement en talrijke andere institutionele organisatie zijn volledig genegeerd.
Een groot deel van de bevolking van Letland is vervreemd van de staat en zijn instellingen. Geen wonder dat het naturalisatiepercentage laag is. Wanneer je van mensen vreemdelingen maakt, met een vreemdelingenpaspoort, raken zij niet geïnspireerd om zich verbonden te voelen met de staat. Zij participeren niet. Zij nemen geen besluiten. Zij stemmen niet, zelfs niet in die steden waar ze tot 40 procent van de bevolking vertegenwoordigen en waar politieke besluiten rechtstreeks van invloed zijn op hun leven.
Is deze situatie goed of slecht voor de Europese Unie? Dit is een vraag voor de Commissie en de Raad. Democratie kan niet bloeien zonder maatschappelijk middenveld, en er is geen maatschappelijk middenveld zonder participatie. Participatie begint op lokaal gemeenschapsniveau.
Deze mensen zijn in het land geboren of hebben daar het grootste gedeelte van hun leven gewoond, en we hebben het dan over meer dan 15% van de Letse bevolking, of ongeveer 372 000 mensen. De EU moet voor hen opkomen. Waarom handelt de Commissie niet? Burgers van andere EU-lidstaten die in Letland wonen, mogen stemmen en zich verkiesbaar stellen voor gemeentelijke verkiezingen en verkiezingen voor het Europees Parlement, maar honderdduizenden mensen die in het land zijn geboren of het grootste gedeelte van hun leven daar hebben gewoond, hebben dit recht niet.
Ik zou de Commissie en de Raad willen vragen wat ze hebben gedaan om deze kwestie onder de aandacht te brengen van de Letse autoriteiten, en om zonder verder dralen actie te ondernemen.
Willy Meyer Pleite, auteur. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie, de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, heeft niet geaarzeld om deze mondelinge vraag bij de Commissie in te dienen toen we, gedurende diverse vergaderingen in de Commissie verzoekschriften, hoorden over de omstandigheden waarin veel burgers in Letland zich bevinden.
Geachte Commissieleden, mijnheer de commissaris, het is onaanvaardbaar dat er in de Europese Unie, in de eenentwintigste eeuw, nog gevallen van segregatie van staatsburgers voorkomen. Dit past niet bij de Europese Unie, noch bij haar principes, noch bij haar waarden. In een lidstaat die sinds 2004 van de Europese Unie deel uitmaakt, met een bevolking van nauwelijks tweeënhalf miljoen inwoners, is er momenteel een wet van kracht die een half miljoen mensen simpelweg hun rechten als staatsburger ontzegt.
Die mensen worden "niet-staatsburgers" genoemd. Zij hebben een zwartkleurig paspoort en worden daarom "zwarten" of "aubergines" genoemd. Deze bijnamen worden zelfs door de eigen overheid, de staat, de regering gebruikt. Het gaat om burgers die geen legitiem recht hebben te stemmen of verkozen te worden.
Daarom denken wij dat de Europese Commissie aanzienlijke druk op de regering moet uitoefenen opdat zij de vele aanbevelingen die door de verscheidene instellingen zijn gedaan, opvolgt. Aanbevelingen van instellingen als de VN-Commissie voor de rechten van de mens, de VN-Commissie voor de uitbanning van rassendiscriminatie, de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, het Congres van lokale en regionale besturen van de Raad van Europa, de Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa en de aanbeveling die dit Parlement zelf heeft gedaan in het debat over de toetreding van Letland, de resolutie van 11 maart, waarin duidelijk is gesteld dat een werkelijke oplossing voor het segregatieprobleem moet worden gevonden en voor de kwestie van de burgers die moeten kunnen aantonen dat zij vóór 1940 zijn geboren. Dit is simpelweg onaanvaardbaar.
Ik vind dat we dit niet moeten accepteren. Zolang deze situatie voortduurt, kunnen we niet met elkaar in de Europese Unie samenleven en daarom vinden wij het uiterst belangrijk dat de Commissie, de overheden van de Europese Unie en wij allemaal voorstellen van dezelfde strekking indienen om een eind aan deze situatie te maken.
In dat opzicht verwacht onze fractie van de Commissie dat zij concrete voorstellen doet met betrekking tot de vragen die in dit debat door ons zijn opgeworpen. Voor wat betreft de taal heeft het ons zorgen gebaard dat volgens de nieuwe regelgeving – en daar waren vorig jaar studentenprotesten over – 60 procent van het onderwijsprogramma in het Lets moet worden gegeven, waardoor er overduidelijk wordt gediscrimineerd ten opzichte van de Russische taal.
Ik blijk me nog te kunnen herinneren dat er in Spanje, mijn eigen vaderland, tijdens de dictatuur onder Franco, geen Baskisch, Catalaans of Galicisch mocht worden gesproken. Die talen waren simpelweg verboden. Tegenwoordig is het zo dat deze talen ook officiële talen zijn. Ik vind ook dat er aan deze situatie iets moet worden gedaan zodat aan geen enkele inwoner van de Europese Unie het recht kan worden ontzegd zich in de moedertaal uit te drukken, de eigen taal, die net zo’n officiële status zou moeten hebben als alle andere talen die er in dat land worden gesproken.
Om die reden doe ik een beroep op de Commissie om voor eens en voor altijd doortastend tegen de lidstaat van de Europese Unie op te treden waar deze vorm van segregatie plaatsvindt.
Christopher Beazley (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, een punt van orde. De leden van dit huis zullen verschillende standpunten hebben over de kwestie die we hier bespreken, maar u heeft als voorzitter het recht en zelfs de plicht om collega's te adviseren hoe zij deze standpunten, waarvan ze het recht hebben deze te uiten, kunnen verwoorden.
Ik ben van mening dat de laatste verklaring elementen bevatte die zeer dicht grenzen aan laster ten opzichte van een regering van de Europese Unie. Daar maak ik bezwaar tegen. Ik denk dat als we naar ons Reglement kijken, leden van dit Huis tijdens het voeren van debatten niet zulke taal mogen gebruiken als de taal die we zojuist hebben gehoord.
De Voorzitter. − Aangezien ik de woorden van de geachte collega niet opvatte in de zin die u aangeeft, heb ik geen gebruik gemaakt van de bevoegdheden die ik op grond van het Reglement heb.
Willy Meyer Pleite (GUE/NGL). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, aangezien er op mijn persoon wordt gedoeld: ik neem geen woord terug van wat ik heb gezegd.
Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, daarnet is Spanje als voorbeeld genoemd, maar juist Spanje heeft het probleem opgelost.
De Commissie is zich bewust van de bijzondere situatie van de Russisch sprekende minderheid in Letland. In het kader van de pretoetredingsstrategie zijn belangrijke stappen gezet om de inburgering en integratie van deze mensen te bevorderen, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsmede de aanbevelingen van de Raad van Europa.
De Commissie heeft herhaaldelijk benadrukt dat alle betrokken partijen, met inbegrip van de minderheidsgroep zelf, moeten bijdragen aan dit ingewikkelde proces en aan het bedenken van oplossingen.
Ten aanzien van de specifieke kwestie van de deelname aan de lokale verkiezingen van mensen die niet de Letse nationaliteit bezitten, waarborgt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op het gebied van stemrecht alleen de deelname van EU-burgers aan Europese verkiezingen en gemeentelijke verkiezingen in de lidstaat waar zijn woonachtig zijn, zelfs als zij niet de nationaliteit van dit land bezitten.
De deelname aan verkiezingen van mensen die niet de nationaliteit van een van de EU-lidstaten bezitten en daarmee geen EU-burger zijn, is een vraagstuk dat niet onder het gemeenschapsrecht valt.
De Commissie kan Letland dus niet aanspreken voor wat betreft de deelname aan lokale verkiezingen. Het is aan de lidstaten om op dit terrein te beslissen.
Ik heb begrip voor de situatie die de medeauteurs van de mondelinge vraag uiteen hebben gezet. Ik kan helaas geen ander antwoord geven, en de zorg voor dit probleem, dat de EU uit juridisch oogpunt niet in staat is op te lossen, moet worden overgelaten aan de nationale Letse gemeenschap.
Rihards Pīks, on behalf of the PPE-DE Group. – (LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Ik moet u eraan herinneren dat mijn kleine land, Letland, 2,3 miljoen inwoners telt, van wie er rond 1,6 miljoen van etnisch Letse afkomst zijn. Toch wordt in Letland door de staat en de lokale overheden basisonderwijs aangeboden in acht minderhedentalen, waarvan sommige, zoals het Roemeens en het Ests, slechts door een kleine gemeenschap worden gesproken. Wat de Russische sprekende niet-burgers betreft is er geen sprake van een "van oudsher bestaande minderheid". In West-Europese landen zou men hen nieuwkomers of immigranten noemen, die ten tijde van de Russische bezetting, naar Letland zijn gekomen en talrijke voorrechten genoten. Ten eerste genoten zij het voorrecht dat zij niet de taal hoefden te leren van dit nieuwe land en de plaatselijke bevolking, maar gewoon Russisch konden blijven spreken. Mijn land heeft een van de meest genereuze naturalisatiewetten in Europa ingevoerd, juist om deze mensen tegemoet te komen. Sinds de inwerkingtreding van deze wet tien jaar geleden heeft ongeveer de helft van de niet-burgers burgerrechten verworven. Volgens een eind 2008 gehouden enquête onder personen die niet zijn genaturaliseerd, wil echter 74 procent niet de Letse nationaliteit aannemen. Ten tweede heeft slechts een derde van de niet-burgers gebruik gemaakt van het recht om kinderen die na de onafhankelijkheid van Letland zijn geboren, als Letse burgers te laten registreren – slechts een derde. Ik weet niet waarom dat zo is. Mevrouw Ždanoka, die in Letland is gekozen en Letse burgers van Russische origine vertegenwoordigt, steekt niet onder stoelen of banken dat de eerste stap na het verwerven van het stemrecht voor niet-burgers zou zijn om te eisen dat Russisch als tweede staatstaal of officiële taal zou worden erkend. Wat betekent dat? Het betekent ten eerste dat de bevoorrechte positie van mensen die uit Rusland afkomstig zijn zou worden gehandhaafd, en ten tweede zou dit het doodvonnis zijn voor de Letse taal en cultuur, aangezien de Russischtaligen gesteund worden door een gemeenschap van 140 miljoen mensen in Rusland, die in toenemende mate nationalistische ambities aan de dag legt. De Letse taal maakt dan, gezien onze kleine taalgemeenschap, geen enkele kans. Ten slotte zijn we niet tot de Europese Unie toegetreden om de verdeelde samenleving in stand te houden die door de Sovjetbezetting is ontstaan, maar om deze situatie achter ons te laten en onze eigen identiteit te bewaren. Ik dank u voor uw aandacht.
Proinsias De Rossa, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het antwoord van commissaris Barrot was zeer teleurstellend. Ik had een positiever antwoord van hem verwacht, ondanks de wettelijke beperkingen waarmee hij moet werken. Ik had gedacht dat hij zou zeggen dat hij al het mogelijke zou doen om wijzigingen in Letland te stimuleren, in de geest van het beginsel van verscheidenheid van de Europese Unie.
Ik kom uit Ierland, ik spreek Engels. Engels is mijn moedertaal, maar ik ben niet Engels, ik ben Iers. De realiteit is dat de Europese Unie uit vele staten bestaat. Vrijwel alle staten hebben minderheden en meerderheden die in hun geschiedenis deel uitmaakten van een keizerrijk, of een keizerrijk of kolonie waren. Daar hebben we mee moeten leren omgaan.
Als ik naar Letland zou verhuizen en daar een tijdje zou wonen en werken, zou ik mogen stemmen bij de lokale verkiezingen. Maar er zijn honderdduizenden mensen in Letland die in Letland zijn geboren, maar niet kunnen stemmen bij de lokale verkiezingen. Dat is onrechtvaardig, maar, zo zou ik tegen de heer Pīks willen zeggen, het is ook zelfvernietigend, omdat we al onze mensen moeten verwelkomen in onze staten, willen we onze problemen en angsten kunnen overwinnen. We moeten hen stimuleren om politiek te participeren. Wanneer mensen mogen stemmen bij lokale verkiezingen, voelen ze zich deel van de gemeenschap, en deel van het beheer van hun eigen lokale gemeenschappen, en dit zou helpen, zoals ik al zei, om de barrières te overwinnen.
Een van de grootste migrantengemeenschappen in Ierland wordt gevormd door de Britten. Ze kunnen allemaal stemmen bij de lokale verkiezingen in Ierland. Ze kunnen niet allemaal stemmen bij de nationale verkiezingen omdat ze niet allen houder zijn van het Iers burgerschap, maar ze stemmen allemaal bij de Ierse lokale verkiezingen en dragen in belangrijke mate bij aan het Ierse politieke leven. Ik zou dus een beroep willen doen op degenen in dit Huis die uit Letland komen, en ook uit alle andere lidstaten met problemen met minderheden, of zelfs met meerderheden, om in gedachten te houden dat, willen we deze problemen en angsten overwinnen, we mensen moeten verwelkomen en hen opnemen in ons politiek proces, en hen er niet van moeten uitsluiten.
Georgs Andrejevs, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst moeten we niet vergeten dat na 1945, toen de Britten, Fransen, Belgen en Nederlanders hun koloniën verlieten, de Russen er juist in trokken. En in 1949, toen de Conventie van Genève verbood om nederzettingen voor burgers te stichten in bezette gebieden, werd de russificatie van Letland geïntensiveerd en werd er een stroom van twee miljoen immigranten op gang gebracht door de Russische autoriteiten.
Er kan dan ook worden gezegd dat toen Letland in 1991 weer onafhankelijk werd, de nieuwkomers uit het Sovjettijdperk illegaal in Letland verbleven. De Russen verkrijgen dus tegenwoordig hun burgerschap via naturalisatie als humanitaire daad door de Letse regering, en niet als recht.
Volgens het Handvest van de Verenigde Naties behoort de wetgeving inzake burgerschap gewoonlijk tot de binnenlandse zaken van een land, en kan geen ander land zich hier in mengen, zelfs de VN niet. Daarom is het standpunt van de Letse autoriteiten met betrekking tot het mogelijk verlenen van stemrecht aan niet-burgers standvastig en ongewijzigd: het stemrecht is een integraal deel van het burgerschap.
Een dergelijk standpunt ligt ook in de lijn van het internationaal recht en de praktijk. Tegelijkertijd heeft Letland, met aanzienlijke financiële hulp van andere landen, Rusland uitgezonderd, veel inspanningen gedaan om het naturalisatieproces en de integratie van niet-burgers in Letland te vergemakkelijken, waardoor het percentage niet-burgers aan het eind van 2008 was teruggebracht tot 16 procent.
Ons doel is er voor te zorgen dat alle inwoners van Letland het burgerschap kunnen aanvragen en hun rechten volledig en daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Letland streeft er naar burgers te hebben met volledige rechten, in plaats van niet-burgers met veel rechten.
Ik begrijp dat dit standpunt van Letland tegenstrijdig is met het beleid dat in 1992 door de heer Karaganov werd gepubliceerd in de Russische Diplomatic Herald, en met het standpunt van zijn aanhangers hier in het Europees Parlement, maar we zullen nooit stoppen met het beschermen van ons land tegen deze desinformatiecampagnes.
Ģirts Valdis Kristovskis, namens de UEN-Fractie. – (LV) Commissaris, dames en heren, de liberale wetgeving van Letland biedt iedereen de mogelijkheid om zich loyaal te verklaren aan de Letse staat en de westerse democratische waarden. Dientengevolge is het aantal niet-burgers sinds 1993 met 59 procent gedaald. De meeste bedrijven in Letland zijn in het bezit van Russische ondernemers. Op grond van deze argumenten wijzen wij de klachten tegen de Letse staat van de hand. Bovendien zij erop gewezen dat er in Letland mensen leven die zich als leden van de groepering Interfront tegen de onafhankelijkheid van Letland hebben verzet, die zich voor de handhaving van het schrikbewind van de USSR hebben uitgesproken, die nog steeds de bezetting van Letland loochenen, die de misdaden van het totalitaire Sovjetregime in de Baltische staten nog steeds vergoelijken en die tegen de toetreding van Letland tot de Europese Unie en de NAVO hebben gestemd. Mogelijkerwijs vormen deze overtuigingen een belangrijk obstakel dat hun belet de Letse nationaliteit te ambiëren. Laten we hen er dus niet van weerhouden in hun wereld van achterhaalde waarden te blijven leven!
Tatjana Ždanoka, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, we bespreken de Letlandse zaak nu juist omdat deze uniek is. De Letse niet-burgers zijn geen onderdanen van een staat en hebben niet het recht om deel te nemen aan verkiezingen. Alle volwassen houders van de status van niet-burger van Letland waren in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw permanente inwoners van het land. De laatste keer dat zij gebruik mochten maken van het stemrecht was negentien jaar geleden, in maart 1990, toen de Hoge Raad van Letland werd gekozen. Slechts een half jaar later beroofde diezelfde Hoge Raad een derde van zijn stemmers van hun stemrecht. Dit is een unieke zaak in de parlementaire geschiedenis.
De commissaris sprak alleen over de integratie van niet-burgers in de maatschappij en over hun naturalisatie. Maar met een dergelijke benadering ligt de volgorde verkeerd om: niet-burgers maken al deel uit van de maatschappij, 32 procent is daar geboren, en voor velen is de procedure voor het aanvragen van het burgerschap van hun eigen land vernederend en zij laten zich uit principe niet nationaliseren.
Voor de Letse politieke elite is het onthouden van de grondrechten aan dit belangrijke deel van de minderheidsbevolking een middel om aan de macht te blijven. Ze gebruiken de oude methode van verdeel en heers en daarom moeten acties ten behoeve van de niet-burgers van Letland worden genomen door de Europese Unie.
Ik ben er van overtuigd dat de fundamentele waarden van de EU, zoals non-discriminatie op grond van etnische afkomst en participerende democratie moeten prevaleren boven nationale bevoegdheden.
Christopher Beazley (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, in dit debat hebben we gehoord hoe de democratie, de onafhankelijkheid en alle fatsoenlijke maatschappijwaarden van Letland werden verwoest door de twee misdadige dictators van de afgelopen eeuw. Letland werd binnengevallen door Stalin, toen door Hitler en vervolgens weer door Stalin. De Letse bevolking werd daarna onderworpen aan gevangenneming, deportaties en executies. Stalin importeerde vervolgens niet allen mensen die Russisch spraken, maar ook mensen die Oekraïens en Wit-Russisch spraken.
Wij allen, inclusief mevrouw Ždanoka, zouden Stalin en zijn handelingen vandaag de dag veroordelen, maar wat doen we daaraan, commissaris? Zou u nu publiekelijk bevestigen, niet alleen dat u geen wettelijk recht hebt om te interveniëren, maar ook dat alle lidstaten van de Europese Unie hun volledige juridische vereisten moeten respecteren voor zover het de kieswetgeving betreft? Ik denk dat dit belangrijk is, niet alleen voor Letland, maar voor alle landen.
Natuurlijk is het antwoord dat als je dit echt belangrijk vindt, zoals die vele Russisch sprekende Letten die het burgerschap hebben verkregen, je het burgerschap moet verkrijgen van het land waar je trots op bent, waar je bent geboren en waar je woont. Wijs het niet af. Vraag niet om privileges als je niet je eigen steentje wilt bijdragen. Je kunt het burgerschap verkrijgen.
Er is een Palestijnse banneling geweest die het Letse burgerschap verkreeg. Als hij de taal kan leren, weet ik zeker dat die Russisch sprekende Letten hetzelfde kunnen doen. Natuurlijk worden we er aan herinnerd dat de grote meerderheid het burgerschap heeft verkregen. Als je deel uitmaakt van een land, vind ik dat je rechten en plichten hebt.
Csaba Sándor Tabajdi (PSE). – (HU) Mijn felicitaties voor Alexandra Dobolyi en haar medeauteurs. Dit is momenteel een van de ernstigste mensenrechtenproblemen binnen de Europese Unie. Ik begrijp alle historische grieven van onze Letse vrienden, want tijdens de sovjetperiode onder Stalin werden ze aan vreselijke assimilatiepraktijken blootgesteld. Dat besef ik maar al te goed, maar niets kan historische wraak rechtvaardigen. Ik adviseer onze Letse vrienden dat ze het voorbeeld van Finland volgen, dat eeuwenlang door Zweden werd onderdrukt maar dat desondanks niet botvierde op de Zweedstalige Finnen. Het is ongeoorloofd om honderdduizenden mensen te verdrijven of te assimileren, we moeten hun EU-rechten verschaffen. De woorden van commissaris Barrot doen mij veel verdriet, want in plaats van de Europese Unie een duidelijk signaal te laten afgeven dat deze situatie onhoudbaar is en in strijd met de fundamentele waarden van de Europese Unie, heft de heer Barrot zijn handen ten hemel en zegt dat de Europese Unie niets kan doen. Dat is behoorlijk treurig. Er moet een historisch compromis worden gevonden tussen de Letse meerderheid en de Russische minderheid. Dit is de enige mogelijke oplossing. Bedankt voor uw aandacht.
Inese Vaidere (UEN). – (LV) Dames en heren, afgelopen herfst heb ik commissaris Ferrero-Waldner een schriftelijke vraag gesteld waarin ik de bezorgdheid heb geuit dat het privilege van visavrij reisverkeer dat Rusland heeft verleend aan niet-burgers uit Letland en Estland, een negatief effect heeft gehad op hun wens zich te laten naturaliseren. Mevrouw Ferrero-Waldner was het met me eens, maar vandaag legt hier een aantal leden – vragenstellers – een totaal gebrek aan inzicht in de situatie in Letland aan den dag. Als we de rechten van niet-burgers nog meer zouden uitbreiden en hun stemrecht zouden geven bij gemeenteraadsverkiezingen, zou het aantal niet-burgers, dat sinds 1995 is gehalveerd, niet verder afnemen. De Letse wet op het staatsburgerschap is een van de meest liberale in Europa. Elke niet-burger kan volledige burgerrechten verwerven, met inbegrip van het stemrecht, door Lets staatsburger te worden. De niet-burgers van Letland zijn het directe resultaat van de vijftig jaar durende Sovjetbezetting. Gesteund door het Kremlin en zijn zogenaamde beleid ter bescherming van medeburgers zijn bepaalde politieke krachten er nog steeds opuit om, met behulp van deze mensen, hun politieke kapitaal te vergroten. Dank u wel.
Roberts Zīle (UEN). – (LV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, hoezeer dit debat de vragenstellers interesseert, kan worden afgelezen aan het feit dat geen van hen meer in de zaal is. Daarom hebben ze ook niet kunnen horen wat Inese Vaidere zojuist heeft gezegd – dat het eigenlijke visabeleid van Rusland een wapen was dat het niet heeft gebruikt om het naturalisatieproces in Letland te bevorderen, maar juist om het tegendeel te bereiken. Helaas bevestigen enquêtes dat de meeste van deze mensen nooit vaderlandslievende Letten zullen worden, maar dat de meesten van hen reeds patriotten van een ander land zijn. Indien zij de macht zouden krijgen bij de lokale overheden, zouden zij natuurlijk in een volgende stap autonomie en erkenning van het Russisch als officiële taal eisen. Hun volgende stappen kunnen we nu al aflezen aan de langetermijnontwikkeling van de situatie in gebieden als Abchazië en Zuid-Ossetië – in zulke gebieden die onder zelfbestuur staan, zouden Russische paspoorten worden uitgedeeld. Ik dank u voor uw aandacht.
Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE). - (LT) Onder normale omstandigheden zou kunnen worden voorgesteld om permanente ingezetenen te laten deelnemen aan gemeenteraadsverkiezingen, maar we weten maar al te goed dat van de meeste Letse niet-burgers moeilijk kan worden gezegd dat zij onder normale omstandigheden het land zijn binnengekomen. Hun aanwezigheid is het directe gevolg van de bezetting van Letland door de Sovjetunie en van het vijf decennia durende russificatieproces dat in strijd is met de normen van het internationaal recht. We hebben allemaal de keus – om burger te worden of loyaal te zijn aan onze staat – of niet soms? Iedere keuze heeft echter ook consequenties, en daarom kunnen we alleen onszelf verantwoordelijk stellen, niet de staat die ons deze keuzevrijheid verleent.
Henrik Lax (ALDE). - (SV) Wat zijn de gevolgen van vijftig jaar bezetting door de sovjets voor de bevolking van Letland? Waarom wil een groot deel van de Russischtalige bevolking de Letse nationaliteit niet aanvragen? Wat is de rol van Rusland in dezen? Letland heeft onze steun nodig, niet onze veroordeling, om zijn staatlozen te kunnen aanmoedigen om de Letse nationaliteit aan te vragen. Aan collega Tabajdi wil ik vragen: waarom zou Finland wraak willen nemen op Zweden en wat heeft dat met deze kwestie te maken?
Paul Rübig (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren, het is in Europa eigenlijk gebruikelijk dat iedereen verplicht is onderwijs te volgen. Verplicht onderwijs wil zeggen dat men eenvoudigweg vertrouwd moet raken met de gebruiken en de kennis van het land waarin men leeft, om daar te kunnen leven. De verplichte school geeft les in de taal van het land en eventuele andere talen, legt de basis voor een beroepsopleiding, laat zien wat de oorsprong van de cultuur van het land is en hoe deze zich ontwikkelt. Men leert iets over de geschiedenis. Verplicht onderwijs, zoals wij dat kennen, is in het belang van een goede samenleving. Als men in een land woont, moet men vanzelfsprekend ook de taal goed kunnen begrijpen. Dit is het doel van goed verplicht onderwijs. Daarom wil ik erop wijzen dat veel problemen in Europa opgelost zouden kunnen worden, wanneer we hier alle inwoners van een land op een efficiënte manier verplicht onderwijs zouden bieden.
Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb belangstellend naar beide gedeelten geluisterd.
Het is in deze context voor de Commissie uitermate lastig om in de plaats van de Letse overheid dit probleem op te lossen. Ik kan ook hierbij eenvoudig aandringen op een interne dialoog, die ik zeer wenselijk acht. Dat is helaas alles wat ik kan toezeggen.