Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0143(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0047/2009

Ingediende teksten :

A6-0047/2009

Debatten :

PV 19/02/2009 - 3
CRE 19/02/2009 - 3

Stemmingen :

PV 19/02/2009 - 7.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0072

Debatten
Donderdag 19 februari 2009 - Brussel Uitgave PB

3. Verlaagde BTW-tarieven (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0047/2009) van Ieke van den Burg, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over het het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat verlaagde btw-tarieven betreft (COM(2008)0428 – C6-0299/2008 – 2008/0143(CNS)).

 
  
MPphoto
 

  Ieke van den Burg, rapporteur. − Het is een beetje vreemd gelopen met dit verslag over de verlaagde BTW-tarieven. Eigenlijk is er geen verslag meer, want de twee andere grote fracties, de EVP-Fractie en de ALDE-Fractie, hebben het bij de stemming over mijn verslag in de Commissie economische zaken laten afweten en hebben zonder enige waarschuwing vooraf tegengestemd, omdat het verwerpen dan wel aannemen van het ene of andere amendement hen niet beviel.

Daarmee hebben zij de steun voor dit belangrijke Commissievoorstel ernstig in de waagschaal gesteld. Ik betreur dat zeer, want het heeft een heel verkeerde indruk gewekt over de positie van het Europees Parlement. Gelukkig zijn zij op hun schreden teruggekeerd en hebben zij nu aangegeven wél voluit achter het voorstel van de Commissie te staan. De afspraak was dat wij nu niet meer in de plenaire vergadering over die amendementen zouden stechelen, maar een luid en duidelijk "ja" voor het voorstel van commissaris Kovács zouden laten horen.

Helaas heeft mevrouw Lulling toch gemeend, hoewel dat eigenlijk niet strookt met de tekst van de wetgevingsresolutie en de procedure die wij volgen, haar verworpen amendementen opnieuw te moeten indienen. Hier in het Parlement geldt kennelijk een variant op het Latijnse gezegde "Quod licet Iovi, non licet bovi", dat wat een gewone parlementariër niet mag, wél aan mevrouw Lulling is toegestaan. Zonder af te doen aan haar goddelijke status kan ik alleen maar zeggen: laat u zich alstublieft niet hierdoor afleiden om voluit vóór de wetgevingsresolutie te stemmen bij de hoofdelijke stemming aan het eind. Daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Samen met de commissaris rekening ik op uw steun en ik neem aan dat mevrouw Lulling ook begrijpt dat als zij haar steun aan die resolutie onthoudt omdat zij haar zin niet krijgt, zij veel verder van huis is en de verkeerde suggestie wekt dat zij tegen een laag BTW-tarief is.

Dit Parlement - en daar ben ik heel trots op - heeft een lange traditie in het steunen van de voorstellen om een verlaagd BTW-tarief toe te passen voor arbeidsintensieve diensten. Sterker nog, dit Parlement heeft zelf het voortouw genomen, op initiatief van een van mijn voorgangers, Wim van Velzen, ten tijde van de werkgelegenheidstop in Luxemburg in 1997. Daar heeft het Parlement het voorstel gelanceerd om dat lage BTW-tarief te gebruiken als impuls voor de werkgelegenheid, door die diensten goedkoper te maken, meer afname te laten vinden, maar ook door de kloof tussen zwart en legaal werk te overbruggen. Ik denk dat die werkgelegenheidsdoelstelling juist op dit moment weer heel belangrijk is. Naar mijn vaste overtuiging heeft het experiment absoluut zijn effect bewezen.

De vorige commissaris Bolkestein was daar minder van overtuigd en was net als een aantal lidstaten sceptisch. Hij wilde werkgelegenheid eigenlijk niet gebruiken als doelstelling voor belastingbeleid, zijn opvatting was dat het belastingbeleid daar niet voor bedoeld was. Gelukkig heeft de huidige commissaris wel begrepen dat je dat in een bredere context moet zien en ik ben heel blij dat hij dat experiment nu structureel maakt.

Nog iets over de actualiteit. Eerlijk gezegd kan ik mij niet voorstellen dat de Raad in de huidige situatie niet zijn unanieme steun voor dit voorstel zou uitspreken. Zij willen immers heel graag wat doen aan die dramatische werkgelegenheidssituatie en aan het herstel van de Europese economie. Belastingmaatregelen, zoals het verlagen van de BTW bijvoorbeeld in de woningbouw en de renovatie, in het energiezuiniger en -efficiënter maken van woningen en cultureel erfgoed en allerlei andere zaken, kunnen een impuls geven aan de woningmarkt, die nu heel erg op slot zit.

Voor de duidelijkheid, het is dus niet het EVP-amendement van de Commissie IMCO dat de nadruk legt op het punt van energiebezuiniging. Dat stond immers al in het Commissievoorstel. Het is alleen eerst geschrapt in amendement 6 en dan in amendement 7 weer teruggehaald: dat kan alleen maar verwarring scheppen. Het is evenwel duidelijk dat het Parlement groot voorstander van energiebezuiniging is. Wij hopen dus dat de Raad het voorstel van commissaris Kovács omarmt en dat wij bij deze belangrijke stemming vandaag niet in intern gekissebis stranden.

 
  
MPphoto
 

  László Kovács, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil het Europees Parlement bedanken voor zijn snelle behandeling van dit voorstel, ook gezien het verzoek van de Europese Raad van afgelopen december in verband met het Europees economisch herstelplan om de kwestie van de verlaagde btw-tarieven in bepaalde sectoren uiterlijk in maart 2009 op te lossen.

Ik ben ingenomen met het feit dat de Commissie economische en monetaire zaken (ECON) een ontwerpresolutie heeft aangenomen waarin zij instemt met het initiatief van de Commissie, en ik hoop ook op de steun van de plenaire vergadering.

Ik dank de Commissie ECON en de rapporteur, mevrouw Van den Burg, voor hun steun. De snelle goedkeuring van dit voorstel is ook nodig om zekerheid te bieden over de toepassing van de verlaagde tarieven aan bepaalde lokale, arbeidsintensieve diensten die anders aan het eind van 2010 zouden moeten verdwijnen. Bovendien is het belangrijk dat alle lidstaten gelijke mogelijkheden krijgen in sectoren als de woningbouw en restaurants, omdat de lidstaten in deze sectoren nu niet dezelfde regels kennen.

De huidige economische en financiële crisis vergroot de urgentie om dit voorstel goed te keuren en ten uitvoer te leggen. Het is nu niet het moment om banen verloren te laten gaan, wat het geval zou zijn als de verlaagde tarieven die momenteel in achttien lidstaten voor arbeidsintensieve diensten worden toegepast, niet definitief worden gemaakt. Bovendien is het belangrijk om deze verlaagde tarieven snel beschikbaar te maken voor alle lidstaten. Door verlaagde btw-tarieven in sectoren zoals de woningbouw worden de consumptieve uitgaven gestimuleerd, wat positieve effecten kan hebben op de werkgelegenheid, in het bijzonder in de categorie laaggeschoolde werknemers, waarin zich juist degenen bevinden die in de huidige crisis de kans lopen als eersten te worden ontslagen. In dit verband heb ik de Raad reeds aanbevolen om de voorgestelde datum van inwerkingtreding van de richtlijn te wijzigen, zodat die zo snel mogelijk na een positief besluit van de Raad kan worden toegepast.

In de Raad stelt het Tsjechische voorzitterschap momenteel alles in het werk om een compromis te bereiken, met name in een beperkt aantal sectoren, namelijk de arbeidsintensieve, lokale diensten, waarvoor de verlaagde tarieven mogen worden toegepast, zoals door de Europese Raad is gevraagd.

Ik wil echter een paar opmerkingen maken over de amendementen die zijn ingediend op dit specifieke en beperkte voorstel.

Wat betreft amendement 3 over de uitzondering van alcoholhoudende dranken bij de restaurantdiensten heeft de Commissie de samenhang van het communautaire beleid in acht genomen, in het bijzonder de noodzaak van samenhang tussen de btw en de accijnzen, maar ook de samenhang met het algemene gezondheidsbeleid binnen de EU. In tegenstelling tot wat sommigen vrezen, zal een onderscheid tussen voedsel en niet-alcoholische dranken enerzijds en alcoholische dranken anderzijds, geen ernstige administratieve belasting voor bedrijven opwerpen. Momenteel geldt zelfs in zeven van de elf lidstaten waar verlaagde btw-tarieven voor restaurantdiensten worden toegepast, zonder enig probleem een uitzondering voor alcoholische dranken.

Wat betreft amendement 2 ben ik van mening dat het voorstel om het toepassingsgebied van de verlaagde btw-tarieven uit te breiden tot landbouwmachines, overbodig is. De btw op landbouwwerktuigen die op agrarische bedrijven worden gebruikt, kost de landbouwers immers niets, omdat zij deze btw mogen aftrekken, net als iedere andere belastingbetaler.

Met betrekking tot de amendementen 1 en 4 over de toevoeging van kinderkleding en -schoeisel wil ik u eraan herinneren dat het hier gaat om een beperkt voorstel, dat in principe betrekking heeft op lokale, arbeidsintensieve diensten. Daarom moeten wij in dit verband geen verdere uitbreidingen van het toepassingsgebied van het voorstel overwegen. Bovendien zou deze uitbreiding, gezien de opvattingen en de concrete standpunten van sommige lidstaten, de unanieme steun in de Raad, die wij hard nodig hebben, zeker in gevaar brengen.

Wat amendement 5 betreft merk ik op dat de toevoeging van gedenktekens en grafstenen niet nodig is, omdat volgens de huidige bepalingen een verlaagd tarief voor deze artikelen al is toegestaan wanneer zij worden geleverd door begrafenisondernemingen. Bovendien vallen renovatie, herstel en onderhoud van cultureel erfgoed en historische monumenten ook onder het huidige Commissievoorstel.

Wat amendement 7 betreft kan ik u verzekeren dat de Commissie er juist zeer op gespitst is om de verlaagde tarieven te gebruiken om de energie-efficiëntie te bevorderen. Dit zal gebeuren in het kader van het pakket wetgeving inzake milieubelastingen dat momenteel in voorbereiding is en dat in april aan de Raad en het Parlement zal worden aangeboden.

Tot slot wil ik zeggen dat met dit voorstel de woningbouw zou worden gesteund, de KMO’s zouden worden gesteund en banen zouden worden gered, wat volledig aansluit bij het Europees economisch herstelplan. Het is geen verplichting, maar een mogelijkheid: de lidstaten kunnen zelf besluiten of zij het al dan niet toepassen, dus hun fiscale soevereiniteit wordt er juist door vergroot.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. − (SV) Uit dit verslag blijkt dat belastingkwesties gevoelig liggen, en dat respecteer ik. Tezelfdertijd denk ik echter dat wij deze kwestie in de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken op een betere manier aan hadden kunnen pakken. Nu leggen wij de tekst voor een resolutie voor en dat is goed.

Dat de interne markt niet door onredelijke en oneerlijke concurrentie wordt verstoord, is natuurlijk van het grootste belang. Er is reden om hieraan te herinneren, nu staatssteun schering en inslag lijkt.

De EU heeft hoe dan ook behoefte aan een weloverwogen standpunt over hoe lagere btw-tarieven gebruikt kunnen worden voor het stimuleren van werkgelegenheid en groei, met name op de lokale markt en voor arbeidsintensieve diensten. Dat is waar het voorstel van de Commissie over gaat, over meer banen en over de bestrijding van zwartwerk. Daarom hebben wij lagere btw nodig op, onder andere, restaurantdiensten, zorg voor kinderen, zieken, gehandicapten en ouderen, kappersdiensten en nieuwe waren zoals luisterboeken, wat in mijn eigen land een erg belangrijk punt is, cd’s, kinderzitjes voor motorvoertuigen, kinderluiers, renovatie, herstelling en schoonmaakdiensten.

In de Commissie interne markt en consumentenbescherming stonden wij volledig op het standpunt van de Commissie, dat wij met de amendementen 6 en 7 op naam van de heer Harbour aanvulden. Terloops zou ik willen opmerken dat niet gemakkelijk te begrijpen is hoe in dit Parlement met deze teksten en de stemprocedure wordt omgegaan. In het eerste amendement onderstrepen wij het belang van het terugdringen van de ondergrondse of grijze economie. In het tweede amendement vragen wij de mogelijkheid om verlaagde btw-tarieven toe te passen op energiebesparende renovatie- en herstellingswerken. In deze moeilijke economische tijden moeten verschillende middelen worden toegepast om de economie aan te zwengelen en lagere belastingen kunnen hiervoor een belangrijke methode zijn.

Tot slot steekt de steun van Astrid Lulling voor alcohol ook nu weer de kop op. Zoals steeds wil ik haar lokroep vriendelijk doch resoluut van de hand wijzen.

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling , namens de PPE-DE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, het debat van vandaag – en de voorgaande sprekers hebben dat bevestigd – vindt in uiterst ongebruikelijke omstandigheden plaats, omdat we voor de plenaire zitting niet de beschikking hebben over een verslag, zoals normaal gesproken het geval is. Ik wind er geen doekjes om: binnen de Commissie economische en monetaire zaken heeft een heterogene meerderheid tegen het verslag gestemd.

Omdat al onze amendementen door de sociaaldemocraten en liberalen zijn verworpen, heeft mijn fractie tegen dit verslag gestemd, terwijl we groot voorstander zijn van het principe van een verruiming van het verlaagde btw-tarief en we zelfs nog verder willen gaan dan wat de Europese Commissie voorstelt.

Wij hadden ons best gedaan een compromis te bereiken. We hebben ingestemd met alle voorstellen van de sociaaldemocratische rapporteur. Zij was niet in het minst bereid water bij de wijn te doen, zodat slechts één van onze voorstellen is overgenomen. Het betreurenswaardige maar tegelijkertijd onvermijdelijke resultaat van de stemming kan dan ook niet als een verrassing komen, mevrouw Van den Burg.

Ik zou u overigens het goedbedoelde advies willen geven uw houding in het vervolg te veranderen, want zoals de Romeinen zeiden errare humanum est, perseverare diabolicum [fouten maken is menselijk, maar erin volharden is duivels].

Maar laten we terugkeren naar wat ons hier en nu bezighoudt. Voor de plenaire vergadering heeft mijn fractie besloten een aantal door leden van de ten principale bevoegde commissie ingediende amendementen opnieuw in te dienen. Deze amendementen zijn belangrijk, en het is heel duidelijk gezegd, mevrouw Van den Burg, dat niemand een afgevaardigde kan beletten amendementen in te dienen bij een tekst of bij een resolutie.

Ons voornaamste amendement betreft de toepassing van het verlaagde btw-tarief voor alcoholische dranken in restaurants. Niet, meneer Schmidt, om alcoholisme aan te moedigen. Dat is belachelijk. Als het voorstel van de Commissie aangenomen mocht worden, zouden de restauranthouders twee verschillende btw-tarieven moeten hanteren. Dat is ingewikkeld en niet gerechtvaardigd. Lang leve de bureaucratie! En geloof me, als u amendement nummer 3 niet goedkeurt, zal ik de hele horecasector in Europa – en die is groot – informeren dat uw standpunt de toepassing van een verlaagd btw-tarief op al zijn diensten in de weg heeft gestaan.

Ik heb voorgesteld voedsel en alle dranken te belasten tegen hetzelfde verlaagde tarief, als dit toegepast wordt. Dat lijkt me niet meer dan gezond verstand en ik denk dat we dan allemaal zouden kunnen instemmen met dit voorstel. Waarom dingen ingewikkeld maken? Waarom wijzen op problemen met de volksgezondheid wanneer hiervoor geen aanleiding is?

Mevrouw de Voorzitter, mijn fractie is voorstander van verruiming van het verlaagde btw-tarief en wij sporen onze regeringen aan hier eindelijk werk van te maken. Onze medeburgers hadden op dit punt al hoge verwachtingen door de economische crisis en de dagelijkse waslijst aan slecht nieuws. Deze maatregel ter ondersteuning van de horeca wordt steeds noodzakelijker. Mevrouw de Voorzitter, wij willen dat Europa gewaardeerd wordt om zijn flexibiliteit; dat zou beslist een positief signaal zijn.

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès , namens de PSE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, u weet maar al te goed dat het Europees Parlement beseft hoe moeilijk uw taak is. Hier is het niet eenvoudig, maar binnen de Raad is het nog erger, want daar heeft u te maken met eenparigheid van stemmen. Ik hoop dan ook dat iedereen hier zich verantwoord zal opstellen en op coherente wijze zal stemmen. Als wij denken dat het voorstel van de Commissie goed is, moeten we het steunen.

Door gekissebis binnen de Commissie economische en monetaire zaken zijn een aantal amendementen overbelicht. Nogmaals, de Sociaal-democratische Fractie heeft in de plenaire vergadering geen enkel amendement ingediend, want als we bij dit soort zaken vooruitgang willen boeken hoeven we ons als Europees Parlement alleen maar zo massaal mogelijk achter het voorstel van de Commissie te scharen, mits we het een goed voorstel vinden, hetgeen hier het geval is.

Wij hebben veel debatten gevoerd over btw, over subsidiariteit, over de noodzaak van fiscale harmonisatie. De btw is het klassieke voorbeeld van een domein waar we in hetzelfde schuitje zitten. Laten we daar gebruik van maken! Het tijdelijk verlengen van dit experiment met een verlaagd btw-tarief, wanneer dit tot doel heeft en ertoe bijdraagt arbeidsintensieve diensten een duwtje in de rug te geven – hetgeen niet noodzakelijkerwijs het geval is voor alcoholische dranken in restaurants –, heeft aangetoond dat dit systeem werkt; laten we er dus op voortbouwen! Laten we een einde maken aan de rechtsonzekerheid en de grondslag harmoniseren waarop lidstaten hun beleid baseren. Alleen zo kunnen we komen tot coherente doelstellingen, fiscale harmonisatie waar mogelijk, en het stimuleren van arbeidsintensieve diensten. Wie zou daar tegen kunnen zijn? Wie kan erop tegen zijn dat belastingverlagingen worden gebruikt als stimulans om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren?

Gezien de gebeurtenissen binnen de Commissie economische en monetaire zaken, gezien het debat dat gaande is binnen de Raad, denk ik dat we het voorstel van de Commissie krachtig moeten steunen – ik hoop met de grootst mogelijke meerderheid. In dit stadium van het debat kan te veel ijver namelijk ook averechts uitpakken, en ik denk dat onze medeburgers niet zouden begrijpen dat we opgezadeld blijven zitten met rechtsonzekerheid.

Wij moeten dit systeem voortzetten omdat het zijn waarde bewezen heeft. Dat is wat onze rapporteur mevrouw Van den Burg voorstelt, en dat is wat dit Parlement straks hopelijk met een overweldigende meerderheid zal goedkeuren. De commissaris kan deze krachtige boodschap dan overbrengen aan de Raad en toewerken naar een onherroepelijke beslissing die het mogelijk maakt dit systeem voort te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Alain Lipietz , namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, commissaris, omdat dit een van de laatste kansen is die we zullen krijgen, wilde ik allereerst de heer Kovács bedanken voor de pogingen, vaak teleurstellend, die hij hier gedurende een aantal jaren heeft ondernomen, in de situatie waarin de fiscaliteit onderworpen is aan de regel van eenparigheid van stemmen en dus aan het vetorecht van de verschillende lidstaten. Zijn taak was bijzonder moeilijk en hij heeft wellicht het gevoel niet veel te hebben bereikt. Ik hoop van ganser harte dat deze richtlijn, de kroon op zijn werk, de krachtige steun van het Parlement zal krijgen.

De uitmuntendheid van zijn werk blijkt uit het feit dat, toen we hebben geprobeerd er verbeteringen in aan te brengen binnen de Commissie economische en monetaire zaken, we daar niet in geslaagd zijn. Niet alle neuzen stonden dezelfde kant op. Iedereen was ervan overtuigd dat het beter kon. We dachten betere amendementen aangenomen te krijgen, en toen we over de gehele tekst stemden, realiseerden we dat niets erdoor kwam.

Uiteindelijk zijn de fractiecoördinatoren het erover eens geworden dat de heer Kovács waarschijnlijk de gulden middenweg had gevonden. De Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie, evenmin als de andere twee fracties die zojuist aan het woord gekomen zijn, zal dan ook geen amendementen indienen. U hebt de gulden middenweg gevonden, en dat is een intelligente middenweg.

Een aantal landen die momenteel getroffen worden door de crisis verlagen al hun btw-tarieven. Ik ben ervan overtuigd dat dit een fout is. De lidstaten hebben financiele middelen nodig en dit is niet het moment om ons nog dieper in de schulden te steken, zelfs niet om de economie vlot te trekken door de uitgaven te stimuleren. Een andere reden is dat het willen verlagen van de prijzen door de btw te manipuleren de reële rente fors opdrijft, terwijl de Europese Centrale Bank juist probeert deze rente omlaag te krijgen.

U stelt een andere benadering voor, en u hebt het bij het rechte eind: de btw gebruiken om de relatieve prijzen gericht te verlagen of te wijzigen. Dit zijn de juiste keuzes, gelet op twee criteria.

Ten eerste subsidiariteit. Met andere woorden, u richt zich op producten die niet circuleren: lokale diensten en bouwmaterialen. Uw tweede criteria is het arbeidsintensieve karakter van de diensten. Als milieubeschermers hadden wij graag gezien dat u zich expliciet had gericht op de groene revolutie: de sectoren die noodzakelijk zijn om de huidige crisis het hoofd te bieden, een crisis die voortkomt uit het industriële, liberale en productivistische model dat de wereld al ruim dertig jaar in zijn greep heeft.

Wij hadden graag gezien dat u het verlaagde btw-tarief ook had toegepast op alle producten die onder het protocol van Kyoto vallen. In de praktijk, als we lokale en arbeidsintensieve diensten samenpakken, vallen alle bouwmaterialen, alle isolatie en de hele ontwikkeling van energie-efficiënte gebouwen onder de richtlijn, en voor ons is dat ruimschoots voldoende.

Ik wilde er meteen bij zeggen dat wij uiteraard niet zullen stemmen vóór het argument van mevrouw Lulling. Volharden in fouten is weliswaar duivels, maar ik geloof dat dit gezegde ook voor mevrouw Lulling zelf zou kunnen gelden. We zouden het ook kunnen hebben over Mandeville en zijn ‘Particuliere ondeugden, publieke weldaden’. Wij zullen particuliere ondeugden niet aanmoedigen met publieke ondeugden en wij zullen het opnemen voor landen die proberen het alcoholgebruik te beperken.

 
  
MPphoto
 

  Helmuth Markov, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris Kovács, dames en heren, en in het bijzonder mevrouw Van den Burg, helaas kunnen wij hier in het Parlement alleen over het voorstel van de Commissie stemmen en niet over het feitelijke verslag. We hadden dit verslag in zijn oorspronkelijke versie graag onze steun gegeven en wij feliciteren de rapporteur er dan ook mee. Het is echter verworpen door de meerderheid van de Commissie economische en monetaire zaken. Doorslaggevend daarbij was het ‘nee’ van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten en van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. Na de nederlaag bij de individuele stemming was de commissie helemaal niet meer bereid om welk verslag dan ook aan te nemen en dat vinden wij uitermate betreurenswaardig.

Als het erop aan komt, kunnen wij een heleboel uit het voorstel voor een richtlijn van de Commissie halen. Wij juichen het met name toe dat de Commissie de resultaten positief beoordeelt van de Kopenhagen-studie waartoe zij zelf opdracht had gegeven. In de studie wordt voorgesteld om verlaagde btw-tarieven op diensten en overige activiteiten te behouden en zelfs uit te breiden. Daardoor kunnen met name in kleine en microbedrijven arbeidsplaatsen worden veiliggesteld en kunnen complete bedrijfstakken uit de informele economie worden gehaald en in gereguleerde economische activiteiten worden omgezet. In het licht van de huidige crisis is dit een belangrijke stabilisering. Daarmee worden arbeidsplaatsen veiliggesteld en hopelijk tevens gecreëerd.

Uiteraard juichen wij van links de verlaging van de btw-tarieven uit principe toe. Het is algemeen bekend dat de btw als indirecte belasting met name diegenen belast die afhankelijk zijn van hun loon en die weinig verdienen. Degenen die goed en zeer goed verdienen moeten een hogere belastingdruk dragen. Voor hen is de belastingdruk de afgelopen jaren in alle Europese landen op onverantwoorde wijze verlicht.

Het voorstel van de Commissie is bedoeld als een regeling voor onbepaalde tijd. Ook dat is toe te juichen. Daarmee vermijden wij de allesbehalve ideale situatie dat wij de termijn voor verlaagde btw-tarieven om de paar jaar moeten verlengen. Dat schept rechtszekerheid voor de aanbieders van diensten. Als Duitse afgevaardigde ben ik bijzonder verheugd dat de Duitse Bondsregering nu eindelijk haar verzet tegen een permanente regeling heeft gestaakt. Dat is voor de verandering eens een positief signaal van de grote coalitie in de Bondsrepubliek Duitsland.

Van de amendementen die zijn ingediend, ondersteunen wij die amendementen die voor uitbreiding van de verlaagde btw-tarieven zijn. Wat betreft het leveren van alcoholische dranken moeten de bestaande regelingen echter ongewijzigd blijven. Hoge btw-tarieven zijn op dat gebied zoals bekend voornamelijk bedoeld ter bescherming van de volksgezondheid. Om die reden moeten de lidstaten dienaangaande de vrije hand houden. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 

  John Whittaker, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is nauwelijks te geloven dat wij hier vandaag zitten te discussiëren over kleine wijzigingen in de bepalingen inzake de btw terwijl de EU-landen worden geconfronteerd met de ergste financiële en economische crisis sinds de Grote Depressie. Wij blijven maar doen alsof de economieën in de EU minder ernstig zijn besmet door dubieuze schulden en economische malaise dan elders, maar zelfs in Duitsland daalt de productie momenteel met het dramatische percentage van 8 procent per jaar, en de overheidsfinanciën staan overal zwaar onder druk doordat de belastingopbrengsten dalen en de sociale uitgaven stijgen, terwijl de regeringen particuliere schulden overnemen en tevergeefs proberen de groei te stimuleren.

De situatie is waarschijnlijk het ergst in Griekenland, waar de staatsschuld een lagere rating heeft gekregen en nog steeds 94 procent van het bbp bedraagt, en waar de marge voor het renterisico vandaag tot 3 procent terugzakt. Griekenland moet financieel worden gered - maar door wie? Niet door Duitsland, zeggen zij. Zelfs fervente voorstanders van het grote EU-project moeten nu erkennen dat als niemand zich voor de Griekse schuld garant stelt, Griekenland mogelijk uit de eurozone zal worden gezet. En waarschijnlijk nog veel zorgwekkender zijn de enorme risico’s die verschillende eurozonelanden lopen als gevolg van niet-afgeloste schulden van landen in Oost-Europa.

Ik heb bijna medelijden met de Commissie. Sinds jaar en dag probeert zij te doen wat haar is opgedragen, namelijk de bepalingen op het gebied van staatssteun, mededinging en de gunning van opdrachten handhaven, bepalingen die essentiële elementen van het project vormen, maar die nu alom worden genegeerd. De zieligste vertoning is wel de verklaring van commissaris Almunia deze week dat hij voornemens is een buitensporigtekortprocedure in te leiden tegen Spanje, Frankrijk en Ierland, omdat die landen de begrotingsregels van het Stabiliteitspact hebben geschonden. Mijnheer Almunia, alstublieft, het Stabiliteitspact is ter ziele. Het heeft nooit veel invloed gehad. Het mag dan zo zijn dat verstandige overheidsfinanciën essentieel zijn voor het voortbestaan van de euro, maar deze landen kunnen niets anders doen aan hun begroting.

Ongetwijfeld zal men doorgaan met het maken van gebaren in de richting van de Europese Unie, maar democratisch gekozen regeringen zullen zich in de eerste plaats bekommeren om de belangen van de bevolkingen die hen hebben gekozen. Frankrijk en Duitsland hebben duidelijk gesteld dat hun fiscale stimuleringsmaatregelen bedoeld zijn om hun eigen industrieën en werknemers te helpen. Samenwerking is duidelijk alleen iets voor goede tijden.

De economieën verkeren overal ter wereld in zwaar weer. Sommige ervan zullen er weer bovenop komen. Als sommige economieën in de Europese Unie weer tot welvaart zullen komen, zal dat niet te danken zijn aan de Europese Unie of haar regels op het gebied van de btw.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik geloof niet in het idee dat onze economische redding zal komen van minuscule verlagingen van de btw. Dat hebben wij in het Verenigd Koninkrijk ook geprobeerd, en het heeft eerlijk gezegd slechts een marginaal positief effect opgeleverd. Ik erken echter wel dat een verlaging van de belastingdruk een middel is om de economie te stimuleren. Daarom is dit voorstel – hoe bescheiden ook – dat btw-verlagingen in sommige sectoren mogelijk zou maken, op zichzelf welkom.

Ik had veel liever gezien dat het verder ging, dat het het niveau van de symbolische gebaren zou ontstijgen. Uitbreiding ervan tot woningrenovaties en -reparaties zou de grootste verbetering zijn, omdat stimulering van de onder grote druk staande bouwsector hard nodig is. En om een optimaal effect te sorteren, zou die tegemoetkoming niet moeten worden beperkt tot alleen maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie. De bouw heeft op alle fronten hulp nodig, niet alleen in bepaalde segmenten.

De lidstaten de mogelijkheid bieden om deze marginale btw-verlagingen toe te passen is echter maar de helft van het verhaal, want in veel gevallen - mijn eigen land niet uitgezonderd - staan de ministers van Financiën onder grote druk als gevolg van de teruglopende belastingopbrengsten. Zij staan waarschijnlijk bepaald niet te trappelen om in actie te komen en hebben wellicht enige overreding nodig. Als zij echter met betrekking tot btw-kwesties zoals in dit verslag worden besproken, nalaten te doen wat op grond van deze voorstellen wel is toegestaan, zou zelfs ik moeten toegeven dat zij in elk geval niet het excuus kunnen aanvoeren dat het de schuld is van Brussel.

 
  
MPphoto
 

  John Purvis (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mij aansluiten bij de voorzitter van onze commissie en mijn sympathie betuigen met commissaris Kovács voor de lastige situatie waarin hij zich bevindt bij zijn pogingen fiscale zaken door de machinerie van de Gemeenschap te loodsen. Hij zal maximale politieke tact moeten gebruiken om unanimiteit te bereiken.

Hoewel ik het subsidiariteitsbeginsel en het soevereine recht van lidstaten om hun eigen belastingtarieven te bepalen volledig onderschrijf, wil ik de lidstaten die nog niet hebben geprofiteerd van de mogelijkheid lagere belastingtarieven te hanteren in arbeidsintensieve sectoren van de lokale economie, ernstig in overweging geven dat toch te doen.

In het land dat ik het beste ken, waar we zijn meegevoerd naar een algemene verlaging van de btw met 2,5 procent – met, aldus de heer Allister, economisch gezien weinig of geen duidelijke respons of uitkomst – denk ik dat het veel doeltreffender zou zijn geweest om de maatregel te concentreren op bepaalde delen van arbeidsintensieve lokale sectoren en daar de btw substantieel te verlagen van 17,5 procent naar het lage tarief van 5 procent of nog lager. Dat zou veel doeltreffender zijn geweest om mensen aan het werk en activiteiten weer van de grond te krijgen.

Woningrenovatie en -verbouw, energiebesparende verbeteringen, wellicht tuin- en landschapsonderhoud en, zoals Olle Schmidt zei, ouderenzorg en kinderopvang, dat zijn onder meer de gebieden waarop meer mensen aan de slag kunnen en misschien de belastingopbrengst kan worden verhoogd, omdat deze mensen ook belasting zouden betalen over hun inkomsten.

Concentratie op die gebieden is een win-winsituatie en ik doe een beroep op alle lidstaten die hier nog niet van hebben geprofiteerd, waaronder in het bijzonder mijn eigen land, om dat alsnog te doen.

 
  
MPphoto
 

  Joel Hasse Ferreira (PSE).(PT) Het belang van het aannemen van dit voorstel voor een richtlijn ligt in de manier waarop lokale economieën een impuls kan worden gegeven en sociale diensten kunnen worden ondersteund. De toepassing van een verlaagd btw-tarief zal essentieel zijn voor de woningsector, zowel voor woningbouw als renovatie, omdat lidstaten die het verlaagd tarief invoeren, de kosten voor de eindgebruiker kunnen verlagen.

De verlaging van het btw-tarief kan tevens een gunstige invloed hebben op de lokale dienstensector, met name kleinere bedrijven, waarin meer en betere arbeidsplaatsen worden gecreëerd en gegarandeerd doordat goederenconsumptie en afname van diensten worden gestimuleerd. Zodoende wordt de economie zelf gestimuleerd.

Restaurantdiensten, die fundamenteel zijn voor het goed functioneren van de lokale economie, en meer toerisme kunnen op lokaal niveau aanzienlijk profiteren van de verlaging van het btw-tarief. Deze diensten, dames en heren, zouden niet moeten circuleren binnen de Europese interne markt, wat de bezwaren die sommige lidstaten reeds in de Raad hebben geuit zal verminderen. Daarom ben ik het niet eens met de uitbreiding van het verlaagde tarief tot uitrustingen, om wat voor reden dan ook.

De zorgvuldigheid waarmee we dit voorstel in het Europees Parlement moeten behandelen, mag voor regeringen die bezwaren hebben tegen het voorstel van de Europese Commissie geen aanleiding vormen om in de praktijk hun vetorecht te gebruiken, waar ze op grond van de Europese wetgeving over beschikken wanneer het om belastingzaken gaat. Daarom moet het Parlement zorgvuldig te werk gaan om amendementen die geen concreet doel hebben en de vaststelling van de tekst alleen in de weg zullen staan, te verwerpen. Zoals al gezegd is in dit Parlement, niet alleen is de allerbeste de vijand van de goede, maar wie alles hebben wil, zal uiteindelijk alles verliezen.

Dit voorstel voor een richtlijn is niet alleen van belang voor het versterken van lokale economieën, maar ook voor het waarmaken van de ambities die verschillende lidstaten herhaaldelijk hebben uitgesproken. Laten we het voorstel van de Commissie daarom steunen zoals het is ingediend. Dit was in feite het resultaat van de stemming, met mijn akkoord, in de Commissie interne markt en consumentenbescherming.

Ik ben verheugd over het werk van de rapporteurs en pleit voor goedkeuring van dit voorstel in de exacte bewoordingen waarin het door de Commissie is ingediend en zoals het door de Commissie interne markt en consumentenbescherming is goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). – (LT) Voor de regeling van btw-verlagingen is al lange tijd een systemische aanpak nodig. Als een btw-verlaging wordt toegestaan, moeten alle landen het recht hebben om daarvan te profiteren, niet alleen het land dat dit recht verworven heeft, maar dit is iets voor in de toekomst. Op dit moment moeten we dringend beslissingen nemen om de economische crisis te boven te komen. Het voorstel van de Commissie omvat arbeidsintensieve diensten en lokale diensten voor particuliere eindconsumenten, waaronder restaurantdiensten, die de goede werking van de interne markt niet mogen belemmeren. Een punt van twijfel is echter of deze restaurantdiensten alleen van lokaal belang zijn, of dat hierdoor verschillende concurrentievoorwaarden in grensgebieden in de hand worden gewerkt, met gevolgen voor het toerisme. In mijn land Litouwen zijn in de strijd tegen de economische crisis btw-verlagingen afgeschaft. De regering baseerde deze beslissing op een beoordeling van de nationale rekenkamer, waarin werd gesteld dat producenten het meest profiteren van een btw-verlaging, maar wie profiteert er van een verhoging van de btw? De stijging van de prijzen, die niet in verhouding staat tot een btw-verhoging, laat duidelijk zien wie hiervan profiteert. Ditzelfde idee kwam aan bod in het Europees Parlement tijdens een debat over de verlaging van de accijns op brandstof. Leden van de Europese Commissie hielden vol dat de olieprijzen hier niet door zouden dalen. Het doet mij genoegen te zien dat het nu besproken voorstel van de Commissie uitgaat van een andere evaluatie van Copenhagen Economics. Wellicht kan de Commissie aan allen het begrip btw uitleggen en de invloed daarvan op bedrijven en consumenten toelichten. Voorts wil ik de Commissie verzoeken aan te geven of, en zo ja, welke maatregelen er zijn om de consument te beschermen tegen de producent, aangezien dergelijke gevallen typerend zijn voor veel landen. Ook ik vind dat btw-verlagingen nodig zijn vanuit het economische en sociale oogpunt dat elke burger in staat moet zijn de goederen en diensten die hij het hardst nodig heeft, aan te schaffen, waarbij tevens lokale diensten versterkt en bevorderd zouden moeten worden.

 
  
MPphoto
 

  Dariusz Maciej Grabowski (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de EU staat voor de belangrijkste economische uitdaging sinds haar oprichting. De crisis vraagt allereerst om een diepgaande analyse van de fouten in de tot nu toe toegepaste economische strategie. Daarnaast moeten er doeltreffende oplossingen voor de toekomst uitgewerkt worden. In dit kader moeten de doeltreffendheid en efficiëntie van het belastingsysteem en de belasting over de toegevoegde waarde aan een grondige analyse onderworpen worden. Er bestaat geen twijfel over dat de vrijheid, de onafhankelijkheid en de soevereiniteit van de lidstaten het uitgangspunt moeten vormen bij het vastleggen van een belastingsysteem en van btw-tarieven. We zeggen duidelijk “Nee!” tegen een unificatie van het belastingsysteem.

De nieuwe lidstaten, die vaak een achterstand hebben, kennen een specifieke bevolkingsopbouw met een groot aantal jonge burgers. Dit vereist op het gebied van indirecte belastingen een heel ander beleid dan in de oude lidstaten van de Unie. Daarom moet de btw in de nieuwe lidstaten zo laag mogelijk gehouden worden. Bovendien moet er in de hele EU gestreefd worden naar een verlaging van de btw op culturele producten zoals cd’s. Dit heb ik zelf dan ook voorgesteld. Aan de andere kant dient een belasting op financiële en speculatieve verrichtingen voorgesteld te worden. Wat vandaag gebeurt met kapitaal dat uit de nieuwe lidstaten overgebracht wordt, is onmogelijk onder controle te houden en schendt de basisbeginselen van de Unie.

 
  
MPphoto
 

  Luca Romagnoli (NI).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, mijn gelukwensen aan de rapporteur, mevrouw Van den Burg, en het hele Parlement als het dit voorstel aanneemt, dat erop is gericht de bepalingen van de btw-richtlijn te wijzigen.

Eindelijk een voorstel dat gelijke kansen voor alle lidstaten zal garanderen en de werking van de interne markt zal verbeteren met betrekking tot lagere btw-tarieven. Het voorstel houdt bovendien rekening met het subsidiariteitsbeginsel: de lidstaten kunnen lagere btw-tarieven in rekening brengen voor arbeidsintensieve diensten en lokale diensten alsmede voor diensten van sociaal belang - zoals onder andere diensten met betrekking tot de woningsector en in verband met persoonlijke verzorging - en voor kleine en middelgrote ondernemingen in het algemeen.

Ik hoop derhalve net als de rapporteur dat met dit instrument een belastingstelsel in het leven wordt geroepen dat het scheppen van arbeidsplaatsen stimuleert, de productiviteit verhoogt en het "zwarte" circuit terugdringt.

 
  
MPphoto
 

  Paolo Bartolozzi (PPE-DE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het Europees Parlement heeft altijd veel belang gesteld in wijzigingen betreffende de btw, of deze nu ten doel hadden de tarieven van de lidstaten te harmoniseren, de btw aan te passen aan het economische klimaat of rekening te houden met de tijdelijke vrijstellingen voor nieuwe EU-lidstaten. Hoewel wij een globale aanpak hebben gehanteerd, werd deze tot nu toe onvermijdelijk gekenmerkt door de noodzaak van flexibiliteit bij de toepassing van verlaagde tarieven, hetzij om rekening te houden met de specifieke aard van de be- en verwerkende sector, hetzij om economische en sociale redenen.

Het onderhavige voorstel is er echter op gericht de verlaagde btw-tarieven uit te breiden tot een reeks diensten, waaronder arbeidsintensieve diensten, restaurantdiensten, lokale diensten, diensten met betrekking tot de woningsector en diensten voor minder bevoorrechte sociale categorieën.

De richtlijn in kwestie beoogt zeker niet de btw in alle lidstaten te harmoniseren, maar wel om - in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel - alle lidstaten gelijke kansen te bieden, waarbij zij echter hun eigen verlaagde tarieven kunnen vaststellen. Dit zal consumenten ertoe brengen bepaalde binnen het lokale of "zwarte" circuit ontplooide activiteiten over te hevelen naar de "officiële" economie, waardoor de economische groei wordt bevorderd zonder dat de werking van de interne markt wordt verstoord. We mogen echter niet vergeten dat het merendeel van deze diensten al van een verlaagd tarief kan profiteren, zij het in een beperkt aantal lidstaten en gedurende een bepaalde periode.

Het laatste woord is evenwel nog niet gesproken over de toepassing van verlaagde tarieven met het oog op milieubescherming en energiebesparing - punten waarop de Commissie met specifieke beoordelingen moet komen, gezien het belang van deze sectoren voor de economie van de EU.

 
  
MPphoto
 

  Dariusz Rosati (PSE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, in dit debat over het voorstel van de Commissie om de btw-tarieven te verlagen wil ik de aandacht vestigen op de betekenis van dit voorstel voor de bestrijding van de gevolgen van de huidige crisis. De lidstaten hebben doeltreffende instrumenten nodig om arbeidsplaatsen te beschermen en de recessie tegen te gaan. Dat wordt onder andere bereikt door de btw-tarieven voor arbeidsintensieve diensten te verlagen. Dit vermindert de fiscale druk op kleine en middelgrote ondernemingen, vergemakkelijkt de toegang tot een aantal basisdiensten en beschermt arbeidsplaatsen. Tegelijk verstoort het de concurrentie op de interne markt niet omdat dit neerkomt op steun voor bedrijven die aan lokale dienstverlening doen. En het vormt evenmin een bedreiging voor de begrotingsinkomsten aangezien de invoering van verlaagde tarieven nog altijd een vrijwillige stap is. Het Parlement moet dus het voorstel van de Commissie steunen en ik hoop dat commissaris Kovács erin slaagt de hele Raad van dit voorstel te overtuigen.

 
  
MPphoto
 

  Mariela Velichkova Baeva (ALDE). - (BG) Het voorstel van de Europese Commissie om de btw-tarieven blijvend te verlagen voor lokale diensten, inclusief arbeidsintensieve diensten, komt precies op tijd. Dankzij enkele wijzigingen en verduidelijkingen wil de Europese Commissie het systeem rationaliseren en vereenvoudigen. De Commissie wil verder de tewerkstelling in sectoren met laaggeschoold personeel verhogen, de grijze economie terugdringen, arbeidsplaatsen veiligstellen en de gelijke behandeling van de lidstaten, met inbegrip van hun economische subjecten, waarborgen.

Een van de voornaamste argumenten om de btw-tarieven te verlagen is dat dit zal leiden tot een betere inkomensverdeling na consumptie. Zo moet de consumentenmand minder duur worden voor huishoudens met een laag inkomen, en stijgen voor die met een hoog inkomen. Veranderingen in de consumptiestructuur houden zowel veranderingen in voor het bruto binnenlands product als voor de productiviteit in de officiële sector. Ze zorgen er bovendien ook voor dat de grijze economie wordt teruggedrongen in sectoren als de woningbouw en andere plaatselijk geleverde diensten die het voorwerp uitmaken van dit voorstel van de Europese Commissie. Netto economisch voordeel halen uit een btw-verlaging hangt niet enkel af van de karakteristieken van de betreffende sector, maar wordt ook bepaald door het specifieke economische milieu in de betreffende lidstaten. De uitbreiding van de verlaging van de btw-tarieven naar sectoren waar vooral laaggeschoold personeel werkt, veronderstelt bijvoorbeeld een niet-flexibele arbeidsmarkt. Net zoals de uitbreiding van deze verlaging naar de voedingssector veronderstelt dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen de consumptie van de huishoudens met een hoog inkomen en die met een laag inkomen.

We mogen bovendien niet vergeten dat lagere btw-tarieven leiden tot minder inkomsten voor de staatskas. Het relatieve aandeel hiervan in het bruto binnenlands product varieert in de verschillende lidstaten tussen een half en anderhalf procent van het bruto binnenlands product. De betrokken regeringen hebben stabiele openbare financiën nodig om in deze tijden van economische crisis het hoofd te bieden aan het structurele tekort. Zelfs regeringen met voldoende manoeuvreerruimte zullen gebruik maken van alternatieven als een verlaging van de btw-tarieven voor arbeidsintensieve diensten, om zo andere doelstellingen van hun economisch beleid te bereiken. In het licht van de hierboven uiteengezette feiten en argumenten zal de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa het voorstel van de Europese Commissie steunen zodat er binnen het Europees Parlement voldoende steun is voor deze belangrijke stap in het besluitvormingsproces.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Angelilli (UEN).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het voorstel voor de uitbreiding van de verlaagde btw-tarieven tot bepaalde arbeidsintensieve diensten, restaurantdiensten en diensten met betrekking tot de woningsector is een geweldige kans om de markt en de werkgelegenheid tijdens de huidige ernstige economische crisis een impuls te geven. De mededinging zal hiervan geen gevolgen ondervinden; wel kan de productie zo enigszins worden opgekrikt en de consumptie gestimuleerd, kunnen er nieuwe banen worden gecreëerd en kunnen ondernemingen en gezinnen worden ondersteund.

Het lijkt mij een goede zaak om het toepassingsgebied van de verlaagde btw-tarieven nog verder uit te breiden, bijvoorbeeld tot "groene diensten" om zo het milieubeleid te bevorderen. Wat de in stemming gebrachte tekst betreft, ben ik vooral blij met het voorstel voor de verlaging van de btw op kinderluiers en zorg voor kinderen. Dit Parlement heeft de Commissie en de lidstaten bij meerdere gelegenheden verzocht het macro-economische en het sociale beleid beter te coördineren om zo de opkomst van nieuwe vormen van armoede tegen te gaan. We mogen namelijk niet vergeten dat circa 17 procent van de Europese gezinnen nu onder de armoedegrens leeft en dat een op de vijf kinderen arm is.

Het is nu dus aan de Raad - ik hoop dat deze dit voorstel zo snel mogelijk zal kunnen aannemen en een breder en ambitieuzer debat op gang zal kunnen brengen over een zowel op ondernemingen als op gezinnen gericht belastingbeleid en dat de Raad zelfs de btw op alle goederen voor kinderen zal verlagen.

 
  
MPphoto
 

  Valdis Dombrovskis (PPE-DE). – (LV) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, binnen de context van het Europees economische herstelplan wordt aanbevolen dat de lidstaten de btw tijdelijk verlagen om de consumptie te stimuleren. Bovendien heeft de Europese Commissie een voorstel opgesteld ter uitbreiding van de mogelijkheden van lidstaten om een verlaagd btw-tarief toe te passen. Een bredere toepassing van verlaagde btw-tarieven zal niet alleen bijdragen aan het economisch herstel, maar ook aan het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen en het terugdringen van het ‘zwarte’ circuit. De amendementen op de richtlijn voorzien in een significante uitbreiding van de mogelijkheden voor toepassing van verlaagde btw-tarieven. Het betreft hierbij cateringdiensten, renovatie- en herstellingswerken in de woningsector en gebedshuizen, arbeidsintensieve en lokale diensten, kinderzitjes voor motorvoertuigen, kinderluiers, enzovoort. Vanuit het oogpunt van economisch en milieubeleid zou eveneens een verlaagd btw-tarief moeten worden gehanteerd voor energiebesparende materialen en diensten in het kader van energiebesparing en energie-efficiëntie. Ik roep de Europese Commissie op om de behandeling van dit onderwerp te bespoedigen en zo snel mogelijk met voorstellen voor deze punten te komen. Deze veranderingen zijn welkom en laten zien dat de Europese Unie bereid is snel in actie te komen en al het mogelijke te doen om de economische crisis aan te pakken. Ik hoop dat de Raad deze wijzigingen ook zal steunen. Dan is het zaak de lidstaten op te roepen om gebruik te maken van deze nieuwe mogelijkheden voor toepassing van verlaagde btw-tarieven. Ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Antolín Sánchez Presedo (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik ben er een voorstander van dat de lidstaten blijvend geharmoniseerde, verlaagde btw-tarieven kunnen toepassen voor bepaalde diensten van sociaal belang en arbeidsintensieve, lokale diensten.

Van dergelijke maatregelen is bekend dat ze ervoor zorgen dat de koopkracht van de burger groter wordt, het klimaat voor KMO’s verbetert, de productiviteit omhoog gaat en de formele economie er sterker op wordt. In deze tijden van recessie zou dit het herstel en de groei van de economie en de werkgelegenheid kunnen versterken.

De uitbreiding van verlaagde tarieven zou erg positief zijn voor luiers voor baby’s, hulpmiddelen voor gehandicapten, elektronische boeken, milieumaatregelen als riolering en recycling, de woningsector, gebedshuizen, het cultureel en artistiek erfgoed, restaurantdiensten, tuinonderhoud en persoonlijke verzorging. In afwachting van het volgende pakket van efficiëntiemaatregelen op het gebied van energie steun ik daarom het verslag van mevrouw Van den Burg en vertrouw ik erop dat volgende maand een politiek akkoord wordt bereikt over de zo snel mogelijke invoering ervan.

 
  
MPphoto
 

  Margaritis Schinas (PPE-DE). (EL) Mevrouw de Voorzitter, staat u mij toe om even van dit onderwerp af te wijken en kort commentaar te leveren op de ongehoorde en betreurenswaardige aanval van de hier achter mij zittende eurosceptici op de eurozone en de Griekse economie. Ik hoef enkel te verwijzen naar de verklaringen van de heer Almunia en Trichet die in dit Parlement hebben verzekerd dat er geen enkel gevaar bestaat voor de samenhang van de eurozone en dat onze collectieve verdedigingsmechanismen goed werken. Wat de Griekse economie betreft wil ik de heer Whittaker mededelen dat hij beter kan wennen aan het idee dat wij een van de heel weinige landen zijn waar de economie nog groeit en de werkloosheid laag is, zelfs op deze moeilijke momenten. De eurosceptici zijn anti-Brussel, anti-Frankfurt en nu beginnen ze ‘anti-everything’ te zijn!

Dan nu het onderhavig verslag. Ik wil duidelijk maken dat wij dit thema vanuit twee invalshoeken moeten bekijken. De eerste invalshoek betreft de tijd toen deze hele zaak aan het rollen kwam, toen de crisis nog niet in volle omvang was uitgebroken, en de andere invalshoek betreft de huidige situatie waarin deze gigantische economische crisis diepe sporen trekt in de reële economie van Europa.

In de tijd vóór de crisis was men de mening toegedaan dat in het geringe aantal sectoren met hoge arbeidsintensiteit, zoals catering – want daar werden wij geconfronteerd met de weerslag van de crisis – de aandacht gericht moest zijn op prijsstijgingen en kosten voor levensonderhoud. Nu de crisis echter een groot aantal – zo niet alle – sectoren treft, is men de mening toegedaan dat dit Parlement, als spreekbuis van de maatschappelijke gevoeligheden, een poging moet doen om ook de vraagstukken te behandelen die toen, aan het begin, niet in ogenschouw waren genomen, zoals het vraagstuk van de landbouwmachines, waarvoor mijn fractie een voorstel heeft gedaan met amendement 2.

Wat nu de tegenstrijdigheden betreft die wij in de linkerhelft van dit Parlement aantreffen, wil ik zeggen dat als het bijvoorbeeld gaat om de energieaspecten van gebouwen, hun streven prima is, maar als het om landbouw of om alcohol gaat, hun streven verkeerd is. Ik denk dat de burger en niet de politicus de eerst aangewezene is om een oordeel te vellen.

 
  
MPphoto
 

  Proinsias De Rossa (PSE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het moet vandaag de prioriteit van het Europees Parlement zijn om de grootst mogelijke meerderheid te krijgen voor het Commissievoorstel om de mogelijkheid van verlaging van btw-tarieven op arbeidsintensieve diensten uit te breiden en blijvend te maken. Dit is geen kwestie van goede sier maken voor de publieke tribune of promotie van favoriete projecten. Duizenden laaggeschoolde banen gaan dagelijks in alle lidstaten verloren. Lage btw-tarieven bevorderen aantoonbaar de werkgelegenheid in de dienstensector, zijn goed voor KMO’s en maken bovendien de informele economie minder aantrekkelijk.

Het is hier en nu onze verantwoordelijkheid een krachtige boodschap af te geven aan de regeringen van onze lidstaten om snel aan de slag te gaan. De bouwsector heeft dringend behoefte aan een impuls: renovatie-, reparatie- en installatiewerk helpt energie-efficiëntie te bevorderen en is ook goed voor de werkgelegenheid. Restaurants, kinderopvang en ouderenzorg zouden ook van de maatregel profiteren.

Ik steun de aanpak van de rapporteur en ik hoop dat mijn eigen regering, de Ierse, aan het voorstel gehoor geeft, wat zij tot nu toe helaas niet heeft gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) De Commissie heeft vorig jaar een economisch herstelplan voorgesteld dat zeer moeilijk ten uitvoer te leggen blijkt te zijn. De lidstaten en hun regeringen dienen zich proactief op te stellen, vooral in deze tijden van crisis.

De lidstaten kunnen verlaagde btw-tarieven toepassen op de levering van aardgas en elektriciteit, op verwarmings- en koelingsapparatuur, kinderkleding en -schoeisel, boeken, kranten en tijdschriften, farmaceutische producten en medische apparatuur voor personen met een handicap, alsook op restaurantdiensten. Dat vereist alleen een beetje politieke wil en wat visie.

De bouwsector is de grootste verschaffer van werkgelegenheid. Ik ben er dan ook een groot voorstander van de lidstaten de mogelijkheid te bieden verlaagde btw-tarieven in te voeren voor renovatie- en reparatiewerkzaamheden ter verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen, voor energiebesparing dus.

Als rapporteur voor de richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen heb ik bovendien nog het voorstel gedaan om verlaagde btw-tarieven eveneens in te voeren voor producten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Het voorstel van de rapporteur heeft mijn steun en ik ben van mening dat vooral met het oog op de huidige crisis deze maatregel van buitengewoon belang is.

 
  
MPphoto
 

  David Martin (PSE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ook ik verwelkom het voorstel van de Commissie en ik geloof dat het een intelligent antwoord is op de crisis waarmee wij geconfronteerd worden. Zoals anderen die het woord gevoerd hebben, ook de vorige spreker, ben ik er stellig van overtuigd dat dit voorstel ook moet gelden voor energiebesparing en dat energiebesparende maatregelen voor de lidstaten een hoge prioriteit dienen te hebben.

Met lagere kosten voor huisinstallaties zouden drie van onze gewenste doelen bereikt worden. Door vermindering van de CO2-uitstoot zou de milieuschade worden beperkt, er zou werkgelegenheid worden geschapen omdat energiebesparingsmaatregelen zeer arbeidsintensief zijn en ten derde zouden op den duur de energierekeningen van ouderen en andere kwetsbare groepen in de samenleving natuurlijk omlaag gaan.

Ik hoop dat de Commissie dit voorstel zal doorzetten, dat zij de nog niet overtuigde lidstaten zal weten te overtuigen en dat zij zal benadrukken dat het voorstel kan worden opgevat als een waarin energiebesparingsmaatregelen zijn inbegrepen.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het verschijnsel van het zogenaamde “zwarte” circuit is een van de belangrijkste problemen die in mindere of meerdere mate elke economie raakt. De hoofdoorzaak van dit verschijnsel is de overdreven fiscale druk die door de staat opgelegd wordt. Die zet ondernemers ertoe aan hun economische activiteiten in de schemerzone te verrichten en daarbij de fiscus te omzeilen, met enorme verliezen voor de begroting en een toename van zwartwerk tot gevolg.

In dit kader moet het initiatief voor een blijvende verlaging van de btw-tarieven voor arbeidsintensieve en lokale diensten gesteund worden. Het initiatief houdt immers voor bedrijven een aansporing in om binnen de formele economie te werken. Daarnaast bevordert het de productiviteit en de werkgelegenheid. Tegelijk moeten we echter rekening houden met negatieve gevolgen die de invoering van verlaagde tarieven voor de vrije concurrentie op de gemeenschappelijke Europese markt of voor de begrotingsinkomsten kan hebben. Daarom moeten de genomen maatregelen evenwichtig en doorzichtig zijn. Het project kan immers pas slagen als we het vertrouwen van de ondernemers winnen.

 
  
MPphoto
 

  Margarita Starkevičiūtė (ALDE). – (LT) Ik wil de btw graag vanuit twee oogpunten belichten: sociale gerechtigheid enerzijds en concurrentievermogen anderzijds. In het licht van sociale gerechtigheid is de btw regressief, dat wil zeggen dat mensen met een lager inkomen zwaarder worden belast, waardoor de sociale premies moeten worden verhoogd. Misschien moeten we het tegenovergestelde doen. Met betrekking tot het concurrentievermogen geldt dat Europa een diensteneconomie is. We kunnen wereldwijd concurreren door met diensten toeristen aan te trekken en het is ongetwijfeld belangrijk dat deze diensten goedkoop zijn. Vergeleken met de VS is onze omzetbelasting, of btw, veel hoger. Wellicht moeten we dit in ogenschouw nemen bij de bespreking van een meer gecoördineerd belastingbeleid, hoewel de lidstaten uiteraard over al deze zaken zelf mogen beslissen.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, in Polen zijn de gevolgen van de crisis in de woningbouwsector ondanks de enorme vraag naar woningen al duidelijk voelbaar. Nog altijd heeft Polen zijn woningvoorraad, die tijdens de Tweede Wereldoorlog vernield werd, niet volledig heropgebouwd. Ik sta achter een aanzienlijke verlaging van de btw-tarieven, in het bijzonder voor de woningbouw maar ook voor energiebesparende renovatiewerken. Ik steun deze verlaging hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend, omwille van de bescherming van arbeidsplaatsen en van de zorg voor sociale samenhang. De vergrijzing van Europa vergt bijzondere aandacht op zorggebied en ook in die sector is een verlaging van de btw-tarieven noodzakelijk.

 
  
MPphoto
 

  László Kovács, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben mij ten volle bewust van de tekortkomingen van de Commissievoorstellen: ik weet dat zij bescheiden en beperkt van reikwijdte zijn. Ik ben mij echter ook bewust van de aarzelingen van bepaalde lidstaten over verlaagde btw-tarieven in het algemeen en de uitbreiding van verlaagde btw-tarieven in het bijzonder. Deze aarzelingen leggen beslist beperkingen op aan onze ambities, omdat in de Raad met eenparigheid van stemmen moet worden beslist.

Voor de Commissie waren er twee opties. De eerste was om een – op zich volledig gerechtvaardigd – ambitieus voorstel in te dienen met het risico dat het niet zou worden goedgekeurd door de Raad. In dat geval zouden 18 lidstaten die nu verlaagde btw-tarieven toepassen op lokaal verleende arbeidsintensieve diensten, moeten terugkeren naar het standaardtarief. Een verhoging van het btw-tarief van 5-6 procent naar 20-25 procent zou zeker leiden tot het bankroet van duizenden kleine en middelgrote ondernemingen en het verlies van tienduizenden banen in een tijd van ernstige economische crisis.

Daarom heeft de Commissie voor de andere optie gekozen, die hopelijk unanieme steun zal krijgen in de Raad. Hierdoor blijft werkgelegenheid behouden, worden kleine en middelgrote ondernemingen gesteund en krijgt de bouwsector een stimulans.

Omdat veel sprekers het onderwerp energie-efficiëntie hebben aangeroerd, wil ik herhalen wat ik al in mijn inleidende woorden heb gezegd: in april presenteren we een voorstel dat gericht is op kwesties van klimaatverandering en energie-efficiëntie, een herziening van de energiebelastingrichtlijn en het groene belastingplan met voorstellen voor verlaagde btw-tarieven op groene diensten die de energie-efficiëntie verhogen.

Ik voel mij gesterkt door het begrip en de steun die in dit plenaire debat zijn uitgesproken. Ik dank het Parlement voor zijn steun en begrip en in het bijzonder de Commissie economische en monetaire zaken en mevrouw Van den Burg voor hun werk.

 
  
MPphoto
 

  Ieke van den Burg, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij met dit debat. Er is vrijwel unanieme steun voor het voorstel van de Commissie en ik hoop dat dit een stimulans zal zijn voor de commissaris om over dit onderwerp vervolggesprekken te voeren met de Raad.

Ik heb ook gemerkt dat veel van mijn collega’s aangeven dat zij zouden willen dat hun regering dit instrument in de huidige crisis op nationale schaal zou toepassen. Ik wil graag nogmaals onderstrepen dat dit, vooral ten aanzien van energie-efficiëntie en renovatie van gebouwen, een heel goed instrument is. Ik hoop dat zelfs de Raad zal proberen activiteiten in dezen te coördineren en zal besluiten samen deze maatregelen te gaan nemen, want dat zou een extra oppepper, een extra impuls voor de economie betekenen.

Wij hebben op nationaal niveau de taak onze nationale collega’s en onze nationale regeringen ervan te overtuigen dat zij in de huidige situatie gebruik moeten maken van deze meer gerichte en meer doeltreffende instrumenten teneinde meer werkgelegenheid te scheppen (door niet alleen banen te redden maar ook nieuwe banen te creëren), de schaduweconomie te legaliseren en deze lokale diensten bereikbaar te maken voor de vele consumenten en burgers die de gevolgen van de crisis ondervinden.

Ik denk dat het een uitstekend instrument is en ik hoop ten zeerste dat de Raad dit besluit zal aanvaarden en – misschien nog meer – dat hij het zal coördineren en zal besluiten het instrument toe te passen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 19 februari 2009 plaats.

(In afwachting van de stemmingen wordt de vergadering om 10.10 uur onderbroken en om 10.35 uur hervat)

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Christine de Veyrac (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Geachte collega’s, ik ben blij dat we in dit Parlement eindelijk de verruiming van het toepassingsgebied van verlaagde btw-tarieven voor een hele reeks producten en diensten in de lidstaten bespreken.

De tekst die de Europese Commissie op 28 januari 2009 heeft voorgelegd, stelt voor om een verlaagd btw-tarief toe te passen op een aantal bedrijfstakken, met name de horeca.

Het is een maatregel die ik wenselijk acht en waarvoor ik al jaren pleit. Na jaren van immobilisme hoop ik dat de lidstaten het eindelijk eens kunnen worden over deze maatregel.

Het voorstel van de Europese Commissie volgt op de Duitse verklaring van 20 januari jongstleden, waarin te lezen viel dat Duitsland niet langer tegen de invoering van een verlaagd tarief in deze sector is. Deze samenloop van omstandigheden is wellicht de voorbode van belangrijke veranderingen.

In deze crisistijden denk ik dat met een dergelijke maatregel, mocht deze van kracht worden, de salarissen van het personeel in deze sector kunnen worden verhoogd en restauranthouders meer personeel in dienst kunnen nemen.

De tekst waarover we vandaag stemmen moet een krachtig signaal in deze richting afgeven.

Hartelijk dank voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. – (FR) Fiscale harmonisatie vormt voor onze medeburgers een wezenlijke garantie in de strijd tegen economische verschillen en sociale dumping in Europa. Ik roep de Raad op dit na te streven.

Het lijkt nochtans duidelijk dat uitzonderingen op gangbare btw-tarieven in sommige gevallen, rekening houdende met de specifieke economische en sociale situatie in elke lidstaat, als hefboom kunnen dienen voor lokaal verleende diensten, waaronder arbeidsintensieve diensten. Ook ben ik blij dat dit voorstel voor een richtlijn voorziet in verlaagde btw-tarieven voor bepaalde diensten in de woningsector en voor restaurantdiensten.

Tevens wil ik de Commissie bedanken door de technische aanpassingen te benadrukken die wij en de leden van de interfractiewerkgroep Gezin en kinderbescherming steeds hebben bepleit, betreffende de toepassing van verlaagde btw-tarieven op eerste levensbehoeften voor kinderen, met name babyluiers die een grote uitgavenpost vormen voor jonge gezinnen. Hetzelfde geldt voor bepaalde voorzieningen voor personen met een handicap: deze bepalingen gaan in de goede richting.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. – (PL) Fiscale kwesties behoren tot de bevoegdheden van de lidstaten. In de Unie moeten echter gemeenschappelijke kaders gelden die een doorzichtige en ondubbelzinnige wetgeving en een coherente en vlotte werking van de markt waarborgen. De inwoners van mijn land kunnen maar niet begrijpen waarom Ierland en Groot-Brittannië een btw-nultarief toepassen op kinderkleding en Luxemburg een tarief van 3 procent, terwijl Polen zijn tarief van 7 naar 22 procent gaat optrekken.

Nu we de gevolgen van de economische crisis pijnlijk aanvoelen, moeten we zoeken naar oplossingen die de arbeidsproductiviteit verhogen en de werkgelegenheid doen stijgen. Een harmonisering van btw-vrijstellingen is hierbij hoogstnoodzakelijk om discriminerende gevolgen van deze belastingheffing te vermijden. Een verlaging van de btw-tarieven voor arbeidsintensieve lokale diensten zoals catering moet als een positieve stap beschouwd worden, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen en voor ambachtelijke bedrijven. Natuurlijk houdt dit ook voordelen in voor de consument. Deze maatregelen moeten tevens de “grijze economie” en het zwartwerk beperken. Ik ben dan ook voorstander van de vereenvoudigde en duidelijke voorschriften van de btw-richtlijn 2006/112/EG, aangezien die bedoeld zijn om de stelsels voor alle lidstaten op gelijke voet te stellen. De huidige situatie toont aan dat er een inhoudelijk debat gevoerd moet worden over het principe van een heffing op goederen en diensten in de vorm die tot nu toe wordt gehanteerd. Er zijn landen (bijvoorbeeld de VS) waar andere vormen van indirecte belastingen geheven worden, die over het algemeen leiden tot een economie die dynamischer, flexibeler en productiever is. Daar heb ik enige tijd geleden al op gewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Nu Europa geconfronteerd wordt met een zware economische crisis, zal de goedkeuring van dit verslag de dienstensector nieuw leven inblazen door van de lidstaten te eisen dat ze een verlaagd btw-tarief van 5 procent invoeren voor arbeidsintensieve en lokale diensten. Het zou hierbij gaan om de horeca, de thuiszorg en kapsalons.

Btw-vrijstellingen moeten worden geharmoniseerd, want er zijn momenteel elf lidstaten die in aanmerking komen voor vrijstellingen en verlaagde tarieven hanteren voor onder meer de horecasector.

Een verlaagd btw-tarief zal de werkgelegenheid ten goede komen en helpen de ondergrondse economie de wind uit de zeilen te nemen, terwijl ook de lokale vraag wordt gestimuleerd.

Naar mijn idee moeten we nog verder gaan en ook een verlaagd tarief overwegen voor culturele producten zoals cd’s of videofilms, evenals milieuvriendelijke producten, zoals schone auto’s of energie-efficiënte gebouwen. Door het btw-tarief in bepaalde sectoren te verlagen kunnen we de activiteiten van KMO’s een impuls geven en tegelijkertijd bijdragen aan de totstandkoming van een milieuvriendelijkere economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk.(RO) De Commissie heeft in juli 2008 een voorstel ingediend voor de toepassing van verlaagde btw-tarieven na 2010.

Deze maatregel is met name gericht op arbeidsintensieve en lokaal aan lokale consumenten geleverde diensten op het gebied van bijvoorbeeld de woningsector en de renovatie van verwarmingssystemen in woningen, alsook op diensten op het vlak van de persoonlijke verzorging en op horecadiensten.

Het voorstel maakt tevens onderdeel uit van het Small Business Act-initiatief ter stimulering van de bedrijvigheid in de meer dan 23 miljoen middelgrote en kleine ondernemingen in de EU om aldus de economie als geheel te stimuleren en nieuwe banen te scheppen.

Ik sta achter dit verslag, aangezien zorgvuldige en doelgerichte verlagingen van het btw-tarief specifieke voordelen opleveren waarbij het belastingstelsel helpt de productiviteit te verhogen en de zwarte economie terug te dringen, vooral tegen de achtergrond van de huidige financiële crisis.

Ik wil de Commissie oproepen de verlaging van deze btw-tarieven door de lidstaten op de voet te volgen om aldus toe te zien op het goede functioneren van de interne markt. Mijn complimenten aan de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Het debat en de stemming van vandaag over verlaagde btw-tarieven zullen een duidelijk signaal afgeven aan de Raad, dat de aandacht vestigt op datgene waar de interfractiewerkgroep Gezin en kinderbescherming in de loop der jaren op heeft gewezen. Ten aanzien van de amendementen die ik steun, wil ik in het bijzonder de amendementen noemen die direct van invloed zijn op producten voor kinderen. Dit is een belangrijke maatregel die gezinnen met kinderen steun biedt en waarmee zij de oneerlijke belastingdruk die op hen rust kunnen verminderen. Ik verwelkom het voorstel van de Commissie om voor eens en altijd een einde te maken aan het onzinnige debat over luiers en kinderstoeltjes in auto’s. Het is echter ook belangrijk, zoals de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten heeft aangevoerd, dat het verlaagde btw-tarief wordt toegepast voor kinderschoeisel en kinderkleding binnen de EU en niet alleen in de lidstaten die dit systeem in 1991 hadden. Ik roep de Raad op hierin niet achter te blijven bij het Parlement en zo ver te gaan als nodig is om in te zien wat de legitieme behoeften en wensen van gezinnen zijn. Ik hoop dat we eindelijk zijn aanbeland bij het einde van een langdurige strijd en oproep van de burgermaatschappij en leden van dit Parlement tot bescherming van de belastingrechten van gezinnen, die niet mogen worden benadeeld omdat ze kinderen opvoeden en ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Rogalski (UEN), schriftelijk. – (PL) Gelijke kansen voor alle lidstaten en een grotere doorzichtigheid en cohesie binnen de grenzen van de EU zijn uiterst belangrijk omdat verlaagde btw-tarieven een vlotte werking van de interne markt in de hand zullen werken.

De lidstaten moeten de kans krijgen verlaagde btw-tarieven toe te passen, bijvoorbeeld voor lokale diensten. De toepassing van verlaagde btw-tarieven moet zonder meer een bevoegdheid van de lidstaten blijven, en het belastingsysteem moet werkgelegenheid bevorderen, de arbeidsproductiviteit verhogen en de “grijze economie” inperken. Ook een harmonisering van btw-vrijstellingen is noodzakelijk, want dit leidt tot een evenwichtige en homogene aanpak in alle lidstaten en vermijdt de negatieve gevolgen van deze btw-tarieven.

De verlaging van btw-tarieven voor lokale en arbeidsintensieve diensten zou een positieve invloed moeten hebben, want ze zal leiden tot minder zwartwerk doordat het minder aantrekkelijk wordt. Daardoor neemt de vraag binnen de formele economie toe. De verlaagde btw-tarieven moeten echter voorzichtig ingevoerd worden om de vlotte werking van de interne markt niet te verstoren.

Het politieke doel van de verlaagde btw-tarieven is een vermindering van zwartwerk en van mogelijke administratieve lasten.

 
  
MPphoto
 
 

  Eoin Ryan (UEN), schriftelijk. – (EN) We bevinden ons in een wereldwijde crisis, maar een wereldwijde crisis die lokaal aankomt. Het tumult begon aan de andere kant van de Atlantische Oceaan maar treft onze steden en dorpen. Maatregelen die worden genomen om de crisis te bestrijden en onze getroffen economieën te herstellen, moeten niet alleen gericht zijn op het nationale en internationale, maar ook op het regionale en lokale niveau.

Uitbreiding van de verlaagde btw-tarieven tot lokaal verleende en arbeidsintensieve diensten is een positieve stap in die richting. Het gaat om een pragmatisch besluit dat de lokale economie kan stimuleren en lokale ondernemingen en sectoren aanmoedigt zonder het behoorlijk functioneren van de interne markt te verstoren.

Ik hoop dat deze maatregel onderdeel kan zijn van een bredere aanpak van de EU en de nationale overheden, die het aantrekkelijk maakt om lokaal in te kopen, lokale economieën op te bouwen en het consumentenvertrouwen te versterken.

Zo’n aanpak zou een positieve uitwerking hebben op kleine en middelgrote ondernemingen. Dit is van cruciaal belang omdat KMO’s 99 procent van alle Europese ondernemingen omvatten, terwijl ze lijden onder het huidige klimaat. Ik geloof dat versterking en ondersteuning van KMO’s een sleutelvoorwaarde is om onze economieën weer op de rails te krijgen en te bouwen aan een duurzame economische en sociale toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. Voorzitter, collega's,

Reeds jaren pleit het Europees Parlement voor een uitbreiding van de lijst van goederen en diensten waarop een facultatief verlaagd BTW-tarief kan toegepast worden. De roep naar een verlaagd BTW-tarief in de lidstaten voor ondermeer restaurantdiensten, bouwrenovaties en kleine herstellingen, zoals schoenherstellingen, werd steeds groter.

De beweegredenen zijn drieërlei: het Europees harmoniseren van de regels inzake BTW-tarieven bevordert de transparantie, het werkt de goede werking van de interne markt in de hand en het betekent een stimulans in de strijd tegen zwartwerk. Bovendien hebben we vooruitzicht dat er eindelijk een einde komt aan een tijd van opeenvolgende experimentele periodes en komt er rechtszekerheid voor een reeds lang bestaand probleem. In tijden van crisis kunnen deze maatregelen voor een aantal sectoren een belangrijke stimulans zijn.

Daarom steun ik het rapport van den Burg en kijk uit naar een politiek akkoord op 10 maart in de ECOFIN-Raad.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
Laatst bijgewerkt op: 25 april 2009Juridische mededeling