Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2511(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0097/2009

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/02/2009 - 7.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0073

Debatten
Donderdag 19 februari 2009 - Brussel Uitgave PB

10. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

(Mondelinge stemverklaringen)

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0100/2009): Rol van de Europese Unie in het Midden-Oosten

 
  
MPphoto
 

  David Sumberg (PPE-DE). (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik neem het woord om toe te lichten waarom ik een van de slechts vijf leden van dit Huis was die tegen deze resolutie hebben gestemd. Ik heb dat niet gedaan omdat ik niet wil dat er economische hulp wordt gegeven aan degenen die in deze crisis tragisch hebben geleden – hulpverlening aan hen om die reden is absoluut goed – maar eenvoudigweg omdat deze resolutie, zoals de meeste resoluties over het Midden-Oosten, onvolkomen is. Zij is onvolkomen omdat zij goed en kwaad in de situatie niet benoemt en zonder dat is de resolutie niet acceptabel.

Het is een feit dat we in de huidige situatie in Gaza zijn beland vanwege de acties van de groepering Hamas, die bommen en raketten heeft laten neerdalen op een soevereine staat die – zoals elke soevereine staat – het recht heeft te reageren en zijn eigen bevolking te beschermen. Totdat de verantwoordelijkheid voor deze crisis duidelijk wordt gemaakt in resoluties van dit Parlement, kunnen die resoluties zelf geen doel treffen. Het is tijd dat dit Parlement tegen Hamas zegt: “Erken de staat Israël, ga ermee onderhandelen, schrap de antisemitische visies uit uw handvest en dan kunnen we een begin maken met het vredesproces.”

 
  
  

- Verslag-Kinnock (A6-0039/2009)

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, volwassenen moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor de levensomstandigheden en de kansen van kinderen. Ik denk hier bijvoorbeeld aan gewapende conflicten waarbij kinderen betrokken zijn. Ze worden vaak tegen hun wil ingelijfd in het leger en blootgesteld aan levensgevaarlijke situaties, honger en gebrek aan medische zorg. Ik heb tegen het verslag gestemd omdat het abortus goedkeurt. Dit is bijzonder perfide want er wordt zogezegd in het belang van kinderen opgetreden, terwijl hun in feite het recht op leven ontnomen wordt.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het was de grote filosoof Whitney Houston die ooit zei: “Ik geloof dat kinderen onze toekomst zijn. Onderwijs hen goed en laat hen de weg wijzen. Toon hun alle schoonheid die zij van binnen bezitten.”

Wat interessant is aan dit verslag, is dat we in vele opzichten voor het eerst kijken naar de sleutel tot toekomstige ontwikkeling. We zijn duidelijk op zoek naar ontwikkeling van kinderen en opvoeding van en onderwijs voor kinderen, niet alleen door vrouwen – onderwijs de vrouw en je onderwijst het gezin – maar ook naar primair onderwijs.

Er zit een simpel zwak punt in ons denken over primair onderwijs: we lijken altijd te denken dat de staat de oplossing heeft. Ik dring er bij al mijn collega’s in dit Huis op aan eens te kijken naar de oplossingen die zijn aangedragen door het E.G. West Centre van de universiteit van Newcastle, dat heeft gekeken naar particulier onderwijs voor de armen. Waar de staat arme kinderen geen onderwijs heeft geboden, zijn ouders zelf samengekomen. Zij financieren onderwijs dat niet door de staat wordt verzorgd en zijn daardoor ook in staat de niet-werkende armen te subsidiëren. Ik wil iedereen vragen verder te kijken dan naar de staat bij het zoeken naar oplossingen om de allerarmsten in onze samenleving te helpen.

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb tegen het verslag van mevrouw Kinnock gestemd met een zeer zwaar gemoed, omdat de in het verslag aangeduide problemen heel belangrijk zijn. Er vinden overal ter wereld tragedies plaats, maar de basis voor haar verslag is het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind en al verder gaand op ons pad doen we steeds meer op basis van een erg gebrekkig verdrag.

Dit verdrag is altijd een compromis geweest, een mengelmoes. Het bevat vele goede elementen, maar ook enkele gedeelten die helemaal niet meer passen bij de tijd van nu. Het is geschreven in 1989, in een tijd voordat we weet hadden van kindermisbruikers. Het bevat bijvoorbeeld rechten op onbeperkte toegang tot de massamedia in alle communicatie met kinderen.

We hebben dus dit hele verslag gebaseerd op een heel gebrekkig verdrag, dat bovendien de staat, niet de familie, als enige beoordelaar van het belang van het kind beschouwt, waardoor de ouders in feite worden weggezet als opvoeders en beschermers, maar niet als de bepalers van rechten. Daarom heb ik tegen het verslag gestemd. Het gaat ook over abortus, een onderwerp dat niet thuishoort bij de rechten van kinderen.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat onze kiezers het interessant zullen vinden om te zien hoe ver we op dit gebied zijn gegaan. In de aanloop naar het Ierse referendum, en toen vooral erna, werd ons verteld dat de Europese Unie niet echt op weg was naar een gemeenschappelijk buitenlands beleid en dat zij zich zeker niet bezighield met het terrein van het abortusrecht, en toch vinden we die twee zaken nu samen terug in één verslag. Ondanks alle beloften om te luisteren naar de mensen en ons beleid af te stemmen op hun wensen, zijn we toch gewoon doorgegaan.

Eerder deze ochtend werd dit heel treffend geïllustreerd toen we luisterden naar de Tsjechische president. Hij hield een toespraak die in sommige opzichten bijna nietszeggend was. Hij deed de zeer banale en onweerlegbare uitspraak dat regeringen beter zijn wanneer er een oppositie is en dat we andere meningen moeten verdragen. Wat was de reactie van deze Kamer toen hij zei dat we andere meningen moesten verdragen? Mensen in de PSE- en de PPE-DE-Fractie keerden hem de rug toe en liepen weg. Niet alleen willen zij niet reageren op andere meningen, zij kunnen het niet eens opbrengen ernaar te luisteren. Is er een beter voorbeeld van de houding in dit Huis tegenover het electoraat denkbaar? Als u vindt dat ik ongelijk heb, bewijs het dan. Houd de referenda die u beloofd hebt, leg het Verdrag van Lissabon aan het volk voor. Pactio Olisipiensis censenda est.

 
  
  

- Verslag-Cottigny (A6-0023/2009)

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de omzetting van de Richtlijn 2002/14/EG betreffende ondernemingsraden en de raadpleging van werknemers is uitzonderlijk belangrijk in een periode van crisis. In een dergelijke periode moeten we er immers voor zorgen dat management samengaat met sociale verantwoordelijkheid. Wanneer arbeidsplaatsen niet behouden kunnen worden, moet ervoor gezorgd worden dat de werknemers een opleiding krijgen en vlot kunnen overstappen naar een nieuwe baan. De kaderrichtlijn moet in de lidstaten door beide partijen ten uitvoer gelegd worden. Daarom heb ik voor het verslag van de heer Cottigny gestemd.

 
  
  

- Verslag-Toia (A6-0015/2009)

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de sociale economie vervult een belangrijke rol in de lokale en regionale ontwikkeling. Zoals bepaald in de Lissabonstrategie, maakt ze onlosmakelijk deel uit van een gemeenschappelijk werkgelegenheidsbeleid. Zoals statistische gegevens aantonen, gaat het om een belangrijke sector in Europa die nieuwe arbeidsplaatsen schept. Ze biedt werk aan 11 miljoen mensen, wat goed is voor 7 procent van de beroepsbevolking. Ook de rol die de sociale economie speelt voor de ontwikkeling van plattelandsgebieden, moet benadrukt worden. Ze werkt economische ontwikkeling in de hand door wegkwijnende industriezones nieuw leven in te blazen en nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen en in stand te houden.

We zien dus dat de sociale economie onontbeerlijk wordt voor een stabiele en evenwichtige economische groei, doordat ze een cruciale rol speelt bij het oplossen van nieuwe sociale problemen. Haar positie is ook verstevigd in traditionele economische sectoren zoals handel, landbouw en industrie. Daarom is het van belang de sociale economie op te nemen in alle strategieën die de industriële en sociaaleconomische ontwikkeling moeten bevorderen.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, niet alleen de crisissituatie leidde tot het inzicht dat verenigingen, stichtingen, coöperatieve organisaties en de hele sociale economie naast hun sociale dimensie ook een meetbare economische dimensie en een aandeel in het bbp hebben. Elke nieuwe arbeidsplaats, elke nieuwe kwaliteitsverbetering van sociale diensten heeft momenteel echter specifieke waarde. Ik steun het verslag en verwacht van de Europese Commissie een nieuwe aanpak die de sociale economie zowel organisatorisch als financieel ondersteunt door bijvoorbeeld de administratieve procedures voor het verwerven van Europese steun te vereenvoudigen. Daarom heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, toen ik dit verslag doorlas kwam ik de definitie van sociale economie tegen en ik was benieuwd wat die definitie zou zijn. Zij verwees naar twee zaken die mij opvielen: de eerste was dat sociale doelen boven kapitaal werden gesteld, de andere betrof de beginselen van solidariteit en verantwoordelijkheid. Bovendien was er sprake van democratische controle door leden. Er werd geen melding gemaakt van de bereidwillige en vrije uitwisseling tussen koper en verkoper om de winst te produceren die vervolgens weer kan worden geïnvesteerd in het scheppen van werkgelegenheid. Wat kan er socialer zijn dan winst te maken en die weer te investeren om werkgelegenheid te scheppen voor je bevolking?

Wanneer we ons gaan concentreren op zogenaamde sociale behoeften in plaats van op de behoefte om winst te maken en de behoefte om zeker te stellen dat we werkgelegenheid kunnen scheppen en welvaart kunnen brengen naar alle uithoeken van een economie, trappen we in de val waarvoor de grote Oostenrijkse econoom Hayek – en ook Ayn Rand – aan het begin van de vorige eeuw heeft gewaarschuwd, de val dat we niet meer aan winst denken en het hellende vlak van de onderhorigheid betreden. Daarom ben ik tegen dit verslag.

 
  
  

- Verslag-Tzampazi (A6-0034/2009)

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het verheugt mij dat we de geestelijke-gezondheidszorg in dit Huis met enige ernst en enige prioriteit blijven behandelen. Het onderwerp zal hoog op de agenda van het EU-gezondheidsbeleid moeten blijven, omdat één op de vier mensen ten minste eenmaal in zijn leven een depressieve aandoening heeft en depressie in het jaar 2020 de meest voorkomende ziekte in de ontwikkelde wereld zal zijn.

Ik ben echter bang dat we in de lidstaten, waaronder mijn eigen land, de theorie aanhangen dat praten het belangrijkst is. Ons Ierse geestelijke-gezondheidsbeleid is geformuleerd in een document getiteld A Vision for Change en veel van de oproepen tot actie in het verslag van de rapporteur staan ook in dat beleid of zijn zelfs verankerd in onze wetgeving.

Maar ik ben bang dat de daadwerkelijk verleende geestelijke-gezondheidszorg haar doel nog altijd volkomen voorbijschiet. Er vindt een reusachtige ontkoppeling plaats tussen de theorieën en de verslagen en we zijn altijd – vooral in mijn land – een actieplan verwijderd van actie. Ik ben bang dat de werkelijke geestelijke-gezondheidszorg voor mensen die haar werkelijk nodig hebben nog altijd het stiefkind is van het geestelijke-gezondheidsbeleid in alle lidstaten. Dat moet veranderen.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, één op de vier mensen heeft ten minste eenmaal in zijn leven last van geestelijke gezondheidsproblemen. Acht van de tien belangrijkste oorzaken van invaliditeit zijn psychisch. Bovendien hebben geestelijke gezondheidsproblemen een enorme uitwerking op mensen die er niet direct door getroffen worden. Daarom is er dringend behoefte aan een actualisering van de wetgeving op dit gebied, die het besef van het belang van een goede geestelijke gezondheid op gepaste wijze kan ontwikkelen.

De boodschap die ik in mijn kiesdistrict in de West Midlands probeer uit te dragen is dat de media, het internet, scholen en werkgevers allemaal een belangrijke rol spelen bij de bewustmaking van het publiek.

Er is echter ook behoefte aan meer onderzoek op het gebied van geestelijke gezondheid en de interactie tussen geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen, en aan informatie over de wijze waarop initiatieven in de geestelijke-gezondheidszorg zouden kunnen worden gefinancierd vanuit het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Hiermee moet zo spoedig mogelijk een begin worden gemaakt.

Ook werkgevers moeten een gezond werkklimaat bevorderen, aandacht besteden aan werkgerelateerde stress en de onderliggende oorzaken van psychische stoornissen op het werk, en die oorzaken aanpakken. Ik steun het verslag daarom van harte.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, 90 procent van de zelfmoorden is toe te schrijven aan geestelijke stoornissen. Er is een duidelijke stijging merkbaar van het aantal mensen dat lijdt aan depressie en andere samenlevingsziekten als gevolg van stress en van het tempo waarin we leven. De vergrijzing van de Europese bevolking gaat gepaard met een toenemend aantal gevallen van leeftijdsgebonden aandoeningen. Preventie van geestelijke gezondheidsproblemen, tijdige diagnose, bestrijding van uitsluiting en stigmatisering, steun aan zieken en hun familie zijn belangrijke stappen in de zorg voor de gezondheid van onze samenleving. Daarom sta ik volledig achter het verslag van mevrouw Tzampazi.

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, hoewel ik voor het verslag heb gestemd, heb ik toch het gevoel dat hier – in commissie – de kans gemist is om de elektroshock erin op te nemen en voor eens en altijd een aanbeveling te doen voor een verbod op deze martelende behandeling, die in veel landen van Europa nog steeds wordt toegepast.

Een ander punt waarbij ik grote vraagtekens zet is de groeiende trend om alle kleine kinderen te controleren op psychische gezondheidsproblemen en dienovereenkomstig van medicatie te voorzien. Hoewel dit verslag gelukkig niet zo ver gaat, wordt en passant verwezen naar de controle van kinderen. Veel kinderen die als kind worden gecontroleerd zullen niet normaal lijken en zich toch goed ontwikkelen. De belangrijkste vraag die we ons in het licht van het groeiende aantal geestelijke gezondheidsproblemen moeten stellen, is waarom de situatie slechter wordt, vooral wat betreft zelfmoord. Staan we geen menselijke samenleving meer toe waarin mensen zich kunnen ontwikkelen en een normaal, gezond leven kunnen leiden? Als de geestelijke gezondheid achteruitgaat, moeten we maar eens goed nadenken over de samenleving die we aan het maken zijn.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0097/2009: Verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen

 
  
MPphoto
 

  Leopold Józef Rutowicz (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik ben tegen de resolutie en heb om volgende reden tegen de goedkeuring gestemd:

1) het is crisis en de Unie en andere instellingen hebben belangrijke problemen op te lossen;

2) de Unie gaf miljoenen euro’s uit om de vermeende vluchten te onderzoeken. Daarbij kwamen gevallen aan het licht van mensen die op beestachtige wijze onschuldigen, ook Europese burgers, vermoordden en vermoorden. Het is onze plicht onze burgers te beschermen en slachtoffers van terroristische acties hulp te bieden.

De emotionele reactie tegenover deze vluchten en de klaarblijkelijke wens er een zoveelste duur politiek schandaal van maken, heeft geen enkele meerwaarde gehad en Europese belastingbetaler opgezadeld met de kosten. Naar het schijnt kost leren geld en we hebben voor deze leerschool betaald. Dat mogen we in de toekomst bij gelijkaardige problemen niet vergeten.

 
  
  

- Verslag-Miguélez Ramos (A6-0016/2009)

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verwelkom van harte, en heb dus steun verleend aan, het verslag van mevrouw Miguélez Ramos over het toegepast onderzoek op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Dit roept op tot een beter, meer geavanceerd gebruik van toegepast onderzoek. De kwestie van het behoud en beheer van onze visbestanden is een belangrijk probleem waarin moeilijk het juiste evenwicht is aan te geven. Toepassing van de meest actuele wetenschappelijke inzichten kan de opdracht waarvoor we ons gesteld zien alleen maar ten goede komen.

Hoezeer ik het verslag ook waardeer, toch wil ik waarschuwen dat we in deze behoeftige economische tijden moeten waken voor dubbel werk. We zullen ervoor moeten waken dat we niet op Gemeenschapsniveau doen wat beter kan worden overgelaten aan de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, wanneer we kijken naar toegepast onderzoek vraag ik mij af of we moeten kijken naar de tekortkomingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Laten we niet vergeten dat we meer dan veertig jaar een gemeenschappelijk visserijbeleid hebben gehad dat was opgezet om de Europese commerciële visvangst op duurzame basis te laten werken, maar dat noch duurzaamheid voor het milieu noch ontwikkeling van de visserijsector heeft opgeleverd.

We moeten dit ook afzetten tegen het op eigendomsrechten gebaseerde beleid van landen als Nieuw-Zeeland, waar de regering inzag dat als je mensen een belang gaf in handhaving van een natuurlijke hulpbron, zij zich zouden inzetten om die te behouden. We kunnen ook naar IJsland kijken, dat een succesvolle marktgerichte aanpak hanteert met individuele verhandelbare quota.

Uiteraard kunnen we nieuwe technologie en nieuw onderzoek toepassen zoveel we willen, maar als we een systeem blijven houden waarin regeringen ondanks alle innovaties nog altijd gedetailleerd aan individuele vissers voorschrijven hoeveel zij mogen vissen, zal al het toegepaste onderzoek totale tijdverspilling zijn. Het is tijd om een eind te maken aan het gemeenschappelijk visserijbeleid.

 
  
  

- Verslag- Ieke van den Burg (A6-0047/2009)

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, in het huidige sombere economische klimaat valt dit verslag op door het integrale denken waaraan zo dringend behoefte bestaat. Btw-verlagingen zullen het beste uitpakken voor mensen die die steun het meeste nodig hebben – de mensen die minder geld verdienen dan anderen. Ik geloof dat dit verslag ook over het scheppen van werkgelegenheid gaat en daarom steun ik het. We moeten ervoor zorgen dat banen niet verdwijnen naar de zwarte economie. Ik hoop dat de aanbevelingen in het verslag snel worden uitgevoerd, vooral in mijn regio, de West Midlands.

We moeten ook benadrukken dat we de lidstaten moeten toestaan de btw op bepaalde artikelen te verlagen in de strijd tegen de klimaatverandering. Mensen aanmoedigen ‘groen te kopen’ is precies het type marktgericht instrument dat de grootste voordelen zal opleveren. Btw-verlagingen worden op de hele wereld toegepast om mensen aan te zetten tot het kopen van energie-efficiënte en milieuvriendelijke koelkasten, vriezers en andere goederen die grote hoeveelheden energie verbruiken, en de lagere prijzen voor deze producten helpen de minder gefortuneerden.

Mijn regering in het Verenigd Koninkrijk heeft het voortouw in deze kwestie genomen door de btw tot 2010 met 2,5 procent te verlagen. Ik hoop dat andere lidstaten haar voorbeeld zullen volgen.

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, niet geschoten is altijd mis.

Door onze amendementen voor een rechtvaardigere toepassing van verlaagde btw-tarieven opnieuw in te dienen, met name voor bijvoorbeeld kinderkleding in de nieuwe lidstaten, om ze daarmee op gelijke voet te plaatsen met de oude, wilden wij een krachtig signaal afgeven aan de Commissie en aan de Raad.

Wij zijn daarin op alle fronten geslaagd, op één uitzondering na. Ons amendement dat is bedoeld om de horeca de bureaucratische belasting te besparen op één rekening verschillende btw-tarieven te moeten hanteren, is op het nippertje verworpen.

Onze fractie wil lidstaten die kiezen voor een verlaagd tarief de keus laten één verlaagd tarief voor de horeca toe te passen, hetgeen niet mogelijk is met de tekst van het Commissievoorstel, want deze tekst legt de toepassing van verschillende tarieven op, al naar gelang of de door het restaurant op de hoek geleverde dienst een glas bier of wijn bevat. Wie het begrijpt mag het zeggen!

Ik besef dat sommige collega’s het belang van ons amendement niet goed hadden begrepen, maar dat doet niets af aan het krachtige signaal dat door het Parlement op dit punt wordt afgegeven. Het sop was de kool waard. Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat ik en mijn fractie voet bij stuk hebben gehouden om de onzalige obsessie van links met confiscatoire belastingheffing aan de kaak te stellen. We moeten deze ‘belastingmanie’ een halt toeroepen.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0097/2009: Verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen

 
  
MPphoto
 

  David Sumberg (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit is misschien wel het moeilijkste probleem voor een vrije samenleving. Hoe bestrijdt een vrije samenleving degenen die haar willen vernietigen? Dat is de beslissing die we moeten nemen. Er moet evenwicht zijn. Uiteraard moeten we de mensenrechten beschermen en natuurlijk moet het recht zijn loop hebben, maar soms is het in de wereld waarin wij leven nodig om buitengewone maatregelen te nemen. We kunnen in Europa en in de landen van Europa er niet uitsluitend op vertrouwen dat de Verenigde Staten het wel zullen doen.

We zijn in mijn land momenteel getuige van een proces tegen acht mensen die worden verdacht van voornemens om acht vliegtuigen op te blazen. Daarin zijn zij niet geslaagd. Ik weet niet of zij schuldig zijn, maar dat plan is mislukt. We moeten ervoor zorgen dat een vrije samenleving over de juiste instrumenten en de juiste maatregelen beschikt om degenen te bestrijden en te verslaan die haar willen vernietigen. Als ons dat niet lukt, laten we de mensen in de kou staan die we hier geacht worden te vertegenwoordigen.

 
  
  

- Verslag-Von Wogau (A6-0032/2009) en verslag-Vatanen (A6-0033/2009)

 
  
MPphoto
 

  Colm Burke (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik raad mijn collega-afgevaardigden uit Ierland aan zich te onthouden van stemming over de verslagen van Karl von Wogau en Ari Vatanen, omdat Ierland zijn neutraliteit heeft behouden.

Onze positie met betrekking daartoe en onze betrokkenheid bij de Europese Unie zijn vastgelegd in een protocol. Ierland kent een systeem met drie voorwaarden voor de inzet van troepen in een ander land: die inzet moet gebeuren op grond van een VN-mandaat, moet worden goedgekeurd door de regering en behoeft de goedkeuring van de Oireachtas, het Ierse parlement. Dat systeem blijft onder het Verdrag van Lissabon gehandhaafd.

Dit betekent niet dat Ierland niet bereid is zijn rol te spelen, vooral bij vredeshandhaving. We zijn bijvoorbeeld nadrukkelijk aanwezig in Tsjaad, en met veel succes. Deze missie wordt uitgevoerd onder het mandaat van de VN: de VN kon de troepen niet leveren en de Europese Unie is bijgesprongen. Dat mandaat eindigt op 15 maart 2009. Vanuit het oogpunt van vredeshandhaving zijn het twaalf heel succesvolle maanden geweest en we hopen dat het succes nog lang zal aanhouden. Ierland blijft zijn bijdrage als vredeshandhaver leveren, ofwel via de VN of via de Europese Unie.

 
  
  

- Verslag-Vatanen (A6-0033/2009)

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb alleen voor paragraaf 43 van het verslag van Ari Vatanen gestemd vanwege het mondelinge amendement dat onze collega Vytautas Landsbergis erop heeft ingediend en dat uiteindelijk door dit Huis is aangenomen. Ik heb nog steeds een voorkeur en spreek mijn steun uit voor de oorspronkelijke versie van paragraaf 43, die eindigt met de woorden “veiligheidsafspraken die recentelijk door Rusland zijn voorgesteld, niet alleen de integriteit van de veiligheidsstructuur van de EU ernstig zou verzwakken, maar ook een wig zou drijven in de relatie tussen de EU en de VS”. Nadat ik deze week de vergadering van de samenwerkingscommissie EU-Rusland had bijgewoond, kwam ik tot de conclusie dat we niet kunnen negeren wat collega Vatanen een “brute realiteit” heeft genoemd, namelijk dat de Russische Federatie helaas nog steeds als strategisch doel heeft de NAVO te verzwakken en de EU-partners te splijten in een goed en een slecht kamp.

 
  
MPphoto
 

  David Sumberg (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat ik het hier kort over kan hebben naar aanleiding van de absoluut briljante toespraak van de president van Tsjechië. Hij herinnerde ons aan de geschiedenis van zijn land en vele andere, in het bijzonder in Oost-Europa, die bezet waren door de nazi’s en daarna in feite door de communisten. Dat toont echt het vitale belang van de NAVO en haar voortbestaan aan.

De Europese Unie speelt een rol in de samenleving, maar de belangrijkste verdediging van het westen is nog altijd de NAVO, en wel omdat zij ons bondgenootschap met de Verenigde Staten van Amerika is.

Een van de verontrustende kenmerken van dit Parlement, dat ik bij zoveel onderwerpen tegenkom, is een onderstroom en soms bovenstroom van anti-Amerikaanse gevoelens. Het zijn de Verenigde Staten die ervoor gezorgd hebben dat we hier als volkeren spreken en het is de NAVO die deze vitale alliantie garandeert voor de jaren die komen.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het grootste deel van de vorige eeuw – en het grootste deel van deze eeuw tot nu toe – heeft de NAVO geholpen de vrede te bewaren. Toch zijn er in dit Huis mensen die proberen juist die instelling te ondermijnen die samenwerking met onze Amerikaanse en Canadese collega’s en een aantal EU-landen mogelijk heeft gemaakt.

Hoe proberen we het bondgenootschap te ondermijnen? Niet alleen door de NAVO aan te vallen, maar ook door haar structuren te kopiëren. We komen nu situaties tegen waarin Amerikaanse en Canadese functionarissen in de ene kamer met deskundigen van de EU overleggen onder de paraplu van de NAVO, waarna precies dezelfde bijeenkomst wordt gehouden, zonder de Amerikaanse en Canadese collega’s, in het kader van de EU-defensiestructuur. Wat een nodeloze verspilling van tijd en middelen!

We moeten onthouden welke vitale rol de NAVO speelt, maar we moeten ook niet vergeten dat de NAVO deels draait om lastenverdeling. Als we streven naar een zuiver Europees defensiemechanisme, zullen vooral Groot-Brittannië en Frankrijk de lasten dragen terwijl andere landen zich achter hen verschuilen. Laten we de vitale rol van de NAVO niet vergeten – moge zij die nog lang spelen.

 
  
MPphoto
 

  Colm Burke (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil alleen nog iets toevoegen aan wat ik al gezegd heb. Wij willen dat het Verdrag van Lissabon wordt aangenomen in Ierland. We zullen onder het Verdrag van Lissabon vasthouden aan onze neutraliteit – het Verdrag zal in ons standpunt ter zake geen verandering brengen. We blijven onze rol spelen bij de vredeshandhaving zodra we een mandaat van de VN hebben, en als de Europese Unie in het gat stapt zijn wij klaar voor die vredestaak, net als in het verleden.

 
  
MPphoto
 

  John Attard-Montalto (PSE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag uitleggen dat mijn collega Louis Grech en ik ten aanzien van amendement 17, dat had moeten volgen op amendement 45, vóór demilitarisering van de ruimte wilden stemmen, maar dat wij helaas op dat moment argeloos werden afgeleid door een derde en niet zo hebben gestemd.

 
  
  

- Verslag- Napoletano (A6-0502/2008)

 
  
MPphoto
 

  Sebastiano (Nello) Musumeci (UEN).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, veertien jaar na de Conferentie van Barcelona en de instelling van het Euro-mediterraan partnerschap lijken de resultaten volstrekt onbevredigend.

Zullen we de tot nu toe bereikte resultaten eens afzetten tegen de aangegane financiële verplichtingen, iets wat volgens mij het legitieme recht van het Parlement en de plicht van de Commissie is? Zullen we doen alsof we niet weten dat de burgerrechten in die Euro-afro-aziatische regio volstrekt niet worden beschermd? Dat er nog steeds geen sprake is van gelijke kansen? Dat de eerbiediging van religieuze vrijheid nog steeds een utopie is? Dat economische en sociale groei nog steeds pas op de plaats maken, terwijl de mensenhandel schrikbarende vormen aanneemt en de stroom van illegale immigranten voedt, vooral aan de kust van de streek waar ik vandaan kom, Zuid-Italië, en van Sicilië? In deze omstandigheden zal de totstandbrenging van een vrijhandelszone geen kansen bieden, maar de kloof tussen rijke en arme regio's verdiepen.

Tot slot, mevrouw de Voorzitter: hoewel wij onze twijfels hebben over de paragrafen 29 en 36, heeft mijn fractie voor het verslag over het Proces van Barcelona gestemd om zo een hoopvolle daad te stellen tegenover zoveel scepticisme.

 
  
  

- Verslag-Szymanski (A6-0037/2009)

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het oostelijk partnerschap is een ongewoon belangrijk project en daarom hoop ik dat het een van de prioriteiten in het buitenlands beleid van de Europese Unie zal worden. Ik wil vier aspecten noemen waarop we volgens mij onze activiteit moeten toespitsen.

In de eerste plaats moeten we democratie en de mensenrechten bevorderen. Dit waarborgt immers grotere politieke stabiliteit in deze landen en garandeert de bescherming van fundamentele rechten. Ten tweede is er de economische integratie en het instellen van een vrijhandelszone. Dit geeft alle betrokkenen een ruimere toegang tot nieuwe afzetmarkten en creëert een grotere vraag, die in crisisperiodes zo belangrijk is.

Ten derde is er de veiligheid en stabiliteit in Europa. Ik wil hier enkel wijzen op de energiezekerheid van Europa. Om nieuwe blokkades in de gasleveranties aan Europa te voorkomen en de monopoliepraktijken van exporteurs in te perken is vooral een diversificatie van energiebronnen en doorvoernetwerken noodzakelijk. Ten vierde hebben we meer mobiliteit en uitwisseling op het vlak van cultuur en onderwijs nodig. Deze twee actieterreinen zijn sterk met elkaar verbonden en vullen elkaar aan. Ze hebben een positieve invloed op het imago van de Unie in het Oosten en versterken de wederzijdse tolerantie en samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.

Het oostelijk partnerschap moet het thema worden van een afzonderlijk debat in het Europees Parlement.

 
  
  

- Verslag-Dahl (A6-0426/2008)

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb met veel genoegen voor dit verslag gestemd en ik wens Hanne Dahl het allerbeste tijdens haar moederschapsverlof. Helaas kan zij hier vandaag niet aanwezig zijn.

Het is veelzeggend dat zij als lid van de IND/DEM-Fractie bereid was rapporteur te zijn en een constructieve rol te spelen in de werkzaamheden van ons Parlement, in tegenstelling tot haar collega’s van de zogeheten UK Independence Party, die naar ik meen – als ik het wel heb – nog nooit rapporteur zijn geweest voor enig verslag in dit Parlement tijdens de vierenhalf jaar sinds een bont gezelschap van twaalf van hen werd gekozen bij de laatste Europese verkiezingen. Alles wat zij doen is kritiek leveren vanaf de zijlijn, meestal op basis van onwetendheid, omdat zij niet bereid zijn zich te engageren met het echte werk dat wij in dit Huis over de volle breedte van het politieke spectrum uitvoeren om ervoor te zorgen dat de wetgeving en het beleid dat de Unie produceert goed wordt gecontroleerd en dat een redelijke afweging wordt gemaakt van de belangen van onze verschillende lidstaten en van onze verschillende politieke standpunten. Het enige dat zij willen is negatief zijn en zich overal tegen keren. Wat een contrast tussen hen en hun collega!

 
  
  

(Schriftelijke stemverklaringen)

 
  
  

- Verslag-Onesta (A6-0027/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Een van de belangrijkste wapens in het arsenaal van rechten voor Europese burgers is het verzoekschrift. We hebben daaromtrent nadere maatregelen van procedurele aard goedgekeurd.

- Wanneer een verzoekschrift is ondertekend door meerdere personen, wijzen de ondertekenaars een vertegenwoordiger en plaatsvervangende vertegenwoordigers aan die met het oog op de uitvoering van het Reglement als de indieners worden beschouwd.

- Indieners kunnen voortaan hun steun aan een verzoekschrift intrekken.

- Er kan worden besloten dat verzoekschriften en briefwisselingen met indieners mogen worden opgesteld in andere in een lidstaat gebruikte talen (zoals Baskisch en Galicisch).

- De verantwoordelijke commissie moet de ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift vaststellen. Op verzoek van slechts een kwart van de commissieleden wordt een verzoekschrift ontvankelijk verklaard.

- Eventueel kan op alternatieve rechtsmiddelen worden gewezen.

- Eenmaal geregistreerde verzoekschriften worden in de regel openbare documenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Slavi Binev (NI), schriftelijk. − (BG) Geachte collega’s, ik steun het verslag van de heer Onesta, maar wil u vragen twee kwesties in ogenschouw te nemen wanneer het gaat om verzoekschriften. De eerste betreft de voorstelling van de feiten; de tweede betreft het feit dat enkel de indiener van het verzoekschrift voor de Commissie kan verschijnen en niet de gedaagde partij. In verzoekschrift nr. 0795/2007 worden de feiten eenzijdig en tendentieus voorgesteld. De betrokken partij – de Bulgaarse Orthodoxe Kerk - was niet uitgenodigd om haar standpunt te verduidelijken. Tijdens de onderzoeksmissie van de Commissie in Bulgarije van 27 tot 30 oktober 2008 werd niet geïnformeerd naar het standpunt van de Bulgaarse Orthodoxe Kerk. Pogingen om de Heilige Orthodoxe Kerk van Bulgarije in diskrediet te brengen en haar het recht op zelfbestuur te ontnemen, worden door de incorrecte benadering van de “Alternatieve Synode” – de indiener van het verzoekschrift - nog aangewakkerd en zo ontstaat een situatie waarin de leden van de Commissie worden misleid.

De indieners van het verzoekschrift willen het lot van de Bulgaarse Orthodoxe Kerk bepalen, niet volgens de al eeuwen geleden vastgelegde kerkelijke canon maar door tussenkomst van een wereldse instelling – het Hof van Straatsburg.

Als gevolg van het schisma binnen de kerk, dat door een canoniek proces in 1998 werd opgelost, heeft het Hof van Straatsburg zich uitgesproken over hetzelfde binnenkerkelijke probleem in een zaak waarbij de Bulgaarse Orthodoxe Kerk zelfs geen gedaagde was. Geen enkele wereldlijke rechtbank heeft echter het recht noch de mogelijkheid zich uit te spreken over kerkelijke kwesties.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor gestemd omdat ik voorstander ben van de herziening van het Reglement met betrekking tot de verzoekschriftenprocedure, aangezien er op deze manier de nodige verbeteringen in de procedure kunnen worden aangebracht wat betreft de beoordeling en de classificatie van verzoekschriften. Met de nieuwe regels zal de verwerking van verzoekschriften als geheel beduidend worden vereenvoudigd en kunnen de belangen van de burgers beter worden behartigd.

Een van de belangrijkste wijzigingen in de verzoekschriftenprocedure betreft de nadruk op de privacy en de vertrouwelijkheid van het verzoekschrift. De privacy heeft betrekking op de naam en de persoonsgegevens van de indiener van het verzoekschrift en de vertrouwelijkheid op het onderwerp ervan. Onder de nieuwe regels is het aan de indiener van het verzoekschrift om te bepalen of de privacy- en/of vertrouwelijkheidsregels al dan niet toegepast dienen te worden.

Verder acht ik het van het grootste belang dat het besluit omtrent de ontvankelijkheid van het verzoekschrift genomen wordt bij gekwalificeerde meerderheid, omdat het petitierecht een fundamenteel burgerrecht is, gebaseerd op primaire wetgeving. Ik ben van mening dat dit recht niet mag worden beperkt door een politiek gemotiveerd besluit. Overeenkomstig de herziene regels zal, indien de verantwoordelijke commissie niet tot overeenstemming kan komen over de ontvankelijkheid van het verzoekschrift, het verzoekschrift ontvankelijk worden verklaard indien ten minste een kwart van de leden van de commissie daarom verzoekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik stem voor het verslag van de heer Onesta over de wijziging van het Reglement met betrekking tot de verzoekschriftenprocedure.

Ik ben het met hem eens dat substantiële wijzigingen in de regels voor de verzoekschriftprocedure niet nodig zijn; wel moeten we de transparantie en duidelijkheid ervan verbeteren. Ook moeten we het belang van de technologische factor onderstrepen aangezien er de laatste jaren op dit gebied enorme vooruitgang is geboekt, maar we mogen evenmin het respect voor personen en hun fundamentele recht op privacy uit het oog verliezen.

 
  
  

- Verslag-Riera Madurell (A6-0007/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het communautair rechtskader voor een Europese onderzoeksinfrastructuur heeft tot doel de toepassing van de zogenaamde vijfde vrijheid te bevorderen. Daarbij gaat het om het vrij verkeer van kennis- en wetenschapsonderzoekers in de Unie en is de aandacht toegespitst op concurrentie- en prestatiecriteria en op de aanpassing van het wetenschappelijk onderzoek aan de keuzen en doelstelling van het kapitaal, zoals deze zijn opgenomen in de volks- en werknemersvijandige EU-strategie van Lissabon.

Dankzij de “vrije toegang’ tot de onderzoeksinfrastructuur van de lidstaten kan het kapitaal onmiddellijk gebruik maken van elke door de lidstaten gefinancierde onderzoeksactiviteit, kan de controle op en planning van het onderzoek beperkt blijven tot de EU-mechanismen en de monopolies, kan uitmuntendheid worden gebaseerd op markt- in plaats van op wetenschappelijke criteria en kan het onderzoek worden geconcentreerd in de handen van een steeds kleiner aantal als ondernemingen werkende onderzoekscentra.

De harmonisatie van de criteria inzake intellectuele eigendom, de rechtstreekse koppeling tussen onderzoek en productie door middel van ondernemingsdeskundigen, de exploitatie van de centra volgens in de particuliere sector geldende financiële criteria en de onontbeerlijke financiering ervan door ondernemingen en sponsors, zorgen ervoor dat het onderzoek wordt onderworpen aan het streven naar maximale winst.

Het onderzoek moet uitsluitend met overheidsmiddelen geschieden, gelijkwaardig zijn verdeeld over de diverse wetenschapsgebieden en gericht zijn op de behoeften van het volk en het verbeteren van de levensomstandigheden van de werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In het verslag komen de doelstellingen aan bod van het Groenboek van 2007 over de Europese Onderzoeksruimte: "Onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse ontwikkelen". Onder mandaat van de Raad begon het Europees Strategieforum voor onderzoeksinfrastructuren (ESFRI) in april 2002 met de ontwikkeling van een gecoördineerde aanpak van activiteiten op het gebied van onderzoeksinfrastructuren. Hoewel wordt vermeld dat de doelstelling van het voorgestelde rechtskader het vereenvoudigen van de oprichting van deze structuren is, leert de ervaring dat meer ontwikkelde landen het meest profiteren.

Wat naar onze mening boven elke twijfel verheven is, is het belang van het vergemakkelijken van de oprichting in Europa van onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse en de meerwaarde van dergelijke infrastructuren voor wat betreft verbetering van onderzoek en onderwijs, meer onderlinge uitwisseling tussen overheids- en privé-onderzoekers en hun positieve sociaaleconomisch effect in algemene zin.

Wij zijn het er echter niet mee eens dat de oprichting van grootschalige infrastructuren alleen leidt tot uitgebreidere mogelijkheden voor onderzoek van hoog niveau op bepaalde terreinen, wat zou betekenen dat bepaalde landen hier in het bijzonder van profiteren. Wij willen dat iedereen hiervan kan profiteren, zelfs landen die geen onderzoekscentra kunnen oprichten, zodat de democratisering van onderzoek op de meest uiteenlopende gebieden verzekerd is. Daarom hebben wij besloten ons van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Er zijn veel goede redenen om de mogelijkheden voor grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek in de EU eenvoudiger te maken. Het voorstel betreffende een nieuwe juridische entiteit zou een stap in die richting kunnen zijn en de formuleringen in het voorstel duiden erop dat de Commissie zich terdege bewust is van het belang van en de speciale arbeidsvoorwaarden in de onderzoekssector.

Mijn partij, Junilistan, wil evenwel geen concessies doen wat betreft het belastingbeleid. De controle over de belastinggrondslagen is een fundamenteel nationale bevoegdheid. Daarom heb ik tegen het Commissievoorstel en het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Manole (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Onderzoeksinfrastructuren spelen met hun aanbod van unieke onderzoeksdiensten voor gebruikers in verschillende landen een steeds grotere rol bij de verbetering van de stand der kennis en technologie.

Een uitermate belangrijk aspect hiervan is dat deze diensten, door het vrijmaken van het onderzoekspotentieel van elke Europese regio, jongeren bij de wetenschap zullen weten te betrekken en zo een cruciale rol zullen spelen bij het scheppen van een doeltreffend onderzoeks- en innovatieklimaat.

In minder ontwikkelde landen echter - waarbij ik onder meer aan Roemenië denk - vormen de beperkte financiële middelen en de complexiteit van de technische en organisatorische aspecten van het geheel een groot obstakel bij het opzetten van een Europese onderzoeksinfrastructuur. Daarom zullen we, gezien het feit dat deze structuren alleen tot wasdom zullen kunnen komen in ontwikkelde landen, ervoor moeten zorgen dat er niet een nieuwe braindrain naar deze centra plaatsvindt binnen de Europese Unie zelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik stem voor het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende een communautair rechtskader voor een Europese onderzoeksinfrastructuur (ERI), omdat ik vind dat de lidstaten een gecoördineerde aanpak moeten ontwikkelen om op onderzoeksgebied tot een gezamenlijk beleid te komen, aangezien het bestaande nationale en internationale wettelijk kader op dit gebied ontoereikend is voor de ambitieuze EU-doelstellingen voor deze sector.

Ook lijkt het mij van cruciaal belang dat de wisselwerking tussen industrie en academisch onderzoek wordt verbeterd, die in sommige EU-lidstaten - waaronder Italië - nog onvoldoende is. Tot slot denk ik dat dit onderzoek gekenmerkt zou moeten worden door meer onderlinge uitwisseling tussen overheids- en privé-onderzoekers, daar het alleen echte en uitgebalanceerde technologische vooruitgang kan inluiden als alle betrokkenen samenwerken.

 
  
  

- Verslag-Morillon (A6-0009/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag van Philippe Morillon over wijziging van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan gestemd. Desalniettemin ben ik niet van mening dat de EU partij moet zijn bij dit verdrag; ik vind veeleer dat de afzonderlijke visserijlanden in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan net als Rusland, IJsland en Noorwegen als zelfstandige verdragspartijen moeten optreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk.(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik stem voor het verslag van de heer Morillon over wijzigingen van het Verdrag inzake multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan.

De bij dit verdrag opgerichte Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan speelt een belangrijke rol bij de instandhouding en het optimale gebruik van de visbestanden en streeft er ook naar de samenwerking tussen de verdragspartijen te bevorderen.

Ik verwelkom de wijzigingen van dit verdrag, aangezien hiermee procedures voor de regeling van geschillen worden ingesteld en het beheer van de visbestanden wordt verbeterd. Het betreft hier derhalve een nuttig instrument voor de ontwikkeling van de visserijsector.

 
  
  

- Verslag-Kinnock (A6-0039/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Wat betreft de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU, ben ik vóór het verslag omdat dit verwijst naar de rechten van de zwaksten in de samenleving, namelijk kinderen, al stem ik niet in met bepaalde paragrafen waarin abortus in sommige gevallen wordt goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik stem voor het verslag. De toekomst van kinderen is een thema dat aandacht vereist en verdient. Kinderen vragen ons zelf om geraadpleegd te worden en zij willen dat hun meningen en vergezichten, hun hoop en hun dromen een deel zijn van de pogingen om een wereld te creëren waarin zij zich prettig voelen.

In het streven naar de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling zouden wij, in al onze strategieën, initiatieven en financieringsbesluiten, meer aandacht moeten besteden aan de prioriteiten van kinderen voor kinderen. Als lid van het EP heb ik de mogelijkheid gehad naar ontwikkelingslanden te reizen en samen te werken met grote non-profitorganisaties als Unicef en ik ben me ervan bewust dat er heel wat dringende zaken moeten worden opgelost.

Als wij duurzame verbeteringen willen realiseren voor kinderen, moeten wij ons concentreren op de voornaamste redenen waarom hun rechten worden geschonden, maar vooral samenwerken met alle vrijwilligersorganisaties die al jarenlang diep geworteld zijn in die gebieden die, zowel cultureel als economisch, structureel en politiek gezien zo anders zijn dan Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (PSE), schriftelijk. (EN) Wat betreft de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU, is onze fractie vóór het verslag omdat dit verwijst naar de rechten van de zwaksten in de samenleving, namelijk kinderen. Hoewel in de resolutie niet rechtstreeks wordt verwezen naar de bevordering van abortus, wil ik duidelijk maken dat wij bepaalde paragrafen niet steunen omdat daarin abortus in bepaalde gevallen wordt goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Ik beschouw de EU als een unie van waarden en sta positief ten opzichte van vele bewoordingen in het verslag die onze aandacht vestigen op de kwetsbare situatie van kinderen in de hele wereld. De maatschappij moet vanzelfsprekend de verantwoordelijkheid op zich nemen om de rechten van het kind te beschermen, de kindersterfte in arme landen terug te dringen en alle vormen van uitbuiting van kinderen te bestrijden.

In het verslag staan echter ook bewoordingen die ik moeilijk kan steunen, zoals het voorstel om een speciale EU-vertegenwoordiger te benoemen “die erop toeziet dat het thema van de rechten van het kind de vereiste aandacht krijgt en de EU in dezen een voortrekkersrol vervult”. Beslissingen over de maatregelen die nodig zijn om de rechten van het kind te beschermen worden door de nationale parlementen genomen en dat moet zo blijven. Als internationale samenwerking nodig wordt geacht, dient deze in het kader van de VN en niet binnen de EU plaats te vinden.

Ondanks deze voorbehouden heb ik ervoor gekozen voor het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik heb mij onthouden van deelname aan de eindstemming over dit verslag omdat ik bedenkingen heb tegen de bewoordingen van paragraaf 44. In het algemeen is de strekking van het verslag, met zijn nadruk op de noodzaak speciale aandacht te schenken aan kinderen in het externe optreden van de EU, heel goed. Ik steun daarom het overgrote deel van de paragrafen in dit verslag, maar heb mij vanwege mijn bedenkingen tegen paragraaf 44 onthouden van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s. Ik stem voor het verslag van collega Kinnock over een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU.

De bescherming van kinderen, zowel binnen als buiten de Gemeenschap, is absoluut een zeer belangrijke doelstelling van de Europese Unie. Over de jaren is de bescherming van de rechten van het kind steeds belangrijker geworden voor de communautaire instellingen en bij de besluitvorming moet met deze bescherming rekening worden gehouden. Ik ben er dan ook voor om kinderen meer te betrekken bij besluiten over zaken die hen aangaan, te beginnen op lokaal niveau, waar zij meer mogelijkheden hebben om invloed uit te oefenen op thema’s die hen aangaan.

Bovendien ben ik van mening dat er wereldwijd op de volgende prioritaire gebieden maatregelen moeten worden getroffen, om ervoor te zorgen dat kinderen hun rechten ten volle kunnen uitoefenen: armoedebestrijding, bestrijding van discriminatie en een verhoging van het niveau en de kwaliteit van het onderwijs. Om die ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken, zijn meer intellectuele en financiële middelen nodig.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk.(SK) Ik heb tegen deze ontwerpresolutie gestemd.

Een van de redenen daarvan is dat de Commissie geen algemene bevoegdheid heeft op het gebied van grondrechten, met inbegrip van de rechten van het kind, op grond van internationale overeenkomsten of de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (COM(2006) 367, paragraaf I.3. bladzijde 3). De andere reden is dat de Europese Unie zich door middel van deze resolutie bevoegdheden wil toe-eigenen die zij niet heeft.

In de resolutie wordt de soevereiniteit van ontwikkelingslanden op het gebied van ethiek niet erkend. Dit is in strijd met lid 9 van het actieprogramma van de vierde Wereldvrouwenconferentie, die in 1995 in Peking werd gehouden, dat als volgt luidt: ‘De uitvoering van dit Slotdocument, mede door middel van nationale wetten en de vaststelling van strategieën, beleid, programma's en ontwikkelingsprioriteiten, is de soevereine verantwoordelijkheid van elke staat, in overeenstemming met alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, en het belang en de volledige eerbiediging van verschillende godsdienstige en morele waarden, culturele achtergronden en levensbeschouwingen van mensen en hun samenlevingen moeten ertoe bijdragen dat vrouwen volledig gebruik kunnen maken van hun fundamentele rechten, teneinde te komen tot gelijkheid, ontwikkeling en vrede’.

Tot slot wordt in het verslag steun betuigd aan seksuele en reproductieve gezondheid, een begrip dat nog nooit door de EU is gedefinieerd. Dit begrip wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie en een aantal niet-gouvernementele organisaties gebruikt ten gunste van abortus. In paragraaf 44 van de resolutie wordt openlijk steun betuigd aan seksuele en reproductieve gezondheid, zonder hiervan een definitie te geven of de bevoegdheid van de Europese Unie op dit gebied in acht te nemen. Dit is onacceptabel.

 
  
  

- Verslag-Cottigny (A6-0023/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. – (LT) Het universele karakter van de huidige financiële crisis betekent dat die de lidstaten zal treffen ongeacht hun economische structuur. Om die reden meent de rapporteur dat het recht van werknemers op informatie en raadpleging opnieuw moet worden bezien. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is dit recht geen procedure die bedrijven verhindert om op veranderingen te kunnen reageren. De betrokken partijen, werkgevers, werknemers en overheidsinstellingen moeten begrijpen dat deze procedure hen optimaal in staat stelt om te anticiperen op de economische en sociale gevolgen van veranderingen in de context van een bedrijf.

Om die reden moet dit Europese sociale model door alle Europese werkgevers en werknemers gekend en erkend worden. Elk bedrijf op Europese bodem moet, wanneer het geconfronteerd wordt met een dergelijke verandering van zijn economische context, dezelfde instrumenten voor vroegtijdige waarschuwing en voorbereiding gebruiken als zijn concurrenten in de Europese Unie. Dit bevordert tevens een gezonde concurrentie tussen bedrijven in overeenstemming met de regels van de interne markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE), schriftelijk. (EN) Ik steun dit verslag, dat is geïnitieerd door de socialistische fractie. Het verslag gaat over het recht op informatie en raadpleging voor werknemers. Het roept de lidstaten op de kaderrichtlijn uit 2002 beter ten uitvoer te leggen, met name door:

- doeltreffende, redelijke en afschrikkende sancties in te voeren;

- ervoor te zorgen dat informatie tijdig wordt verstrekt zodat personeelsvertegenwoordigers kunnen reageren voordat de centrale leiding een beslissing heeft genomen;

- de drempels ten aanzien van het personeelsbestand zodanig te verruimen dat het onderhavige recht voor alle medewerkers geldt, ongeacht leeftijd of type arbeidsovereenkomst.

Ook wordt de Commissie verzocht inbreukprocedures in te leiden tegen lidstaten die deze wetgeving niet hebben omgezet, de samenhang te waarborgen van alle richtlijnen inzake informatie en raadpleging, en indien noodzakelijk een herziening voor te stellen.

We moeten werknemers een krachtiger stem geven in het besluitvormingsproces van hun onderneming. Dit is in tijden van crisis des te belangrijker om banenverlies te beperken of te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Tijdens het debat over dit verslag hebben we geprobeerd het aan te scherpen waar het gaat om de bescherming van de rechten van werknemers in alle sectoren. Daarom zijn wij verheugd over de goedkeuring van ons voorstel, dat nu als volgt is opgenomen in de resolutie van het Europees Parlement:

“Waarborgen dat de werknemervertegenwoordigers in overheidsdienst en bedrijven in de publieke sector en financiële sector dezelfde rechten op informatie en raadpleging worden toegekend als aan de overige werknemers”.

Wij hopen dat de lidstaten dit in aanmerking zullen nemen en alle werknemers dus dezelfde rechten op informatie en raadpleging zullen garanderen.

De visie van het verslag is over het algemeen positief, omdat duidelijk naar voren komt dat de rechten op informatie en raadpleging in de verschillende lidstaten moeten worden versterkt. We hopen tevens dat de Europese Commissie een beoordelingsverslag zal opstellen over de resultaten van de toepassing van Richtlijn 2002/14/EG voor wat betreft het versterken van de sociale dialoog.

Wat betreft fusies en overnames had het verslag verder kunnen gaan, in navolging van wat eerder is gedaan, met name toen ons voorstel is goedgekeurd. Het doel van dit voorstel is om gedurende het gehele proces van herstructurering van bedrijven, met name industriële bedrijven, werknemervertegenwoordigers toegang te verschaffen tot informatie en de mogelijkheid te bieden een rol te spelen in het besluitvormingsproces, onder meer in de vorm van het vetorecht in gevallen waarin bedrijven niet voldoen aan hun contractuele verplichtingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Malcolm Harbour (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Conservatieven zijn in beginsel helemaal voor raadpleging en betrokkenheid van werknemers bij het runnen van succesvolle ondernemingen.

Wij geloven echter niet dat dit een geschikt terrein is voor ingrijpen op het niveau van de Europese Unie.

Hoewel wij in het algemeen de consequente en doeltreffende omzetting van het communautair recht toejuichen, achtten wij het niettemin gepast ons in dit geval van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik steun dit verslag, waarin de landen die dit nog niet hebben gedaan, worden opgeroepen een richtlijn van 2002 die het recht op informatie en raadpleging van de werknemers in de EU wil versterken, te handhaven. Met dit verslag wordt de Commissie dringend verzocht onmiddellijke maatregelen te nemen om een doeltreffende omzetting van de richtlijn te garanderen en een inbreukprocedure in te leiden tegen de lidstaten die de richtlijn niet of niet correct hebben omgezet. In het verslag wordt gevraagd de vertegenwoordigers van de werknemers toe te staan om de verstrekte informatie te controleren, de informatie ruimschoots voorafgaand aan de raadpleging te verstrekken en de vakbonden in het proces te betrekken, teneinde de sociale dialoog te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik stem vóór het verslag van de heer Cottigny betreffende de informatie en de raadpleging van werknemers in de Europese Gemeenschap.

Richtlijn 2002/14/EG heeft een grote stap voorwaarts betekend op het gebied van de democratische betrokkenheid van werknemers bij besluiten inzake de bedrijven waar zij werkzaam zijn, met name in tijden als deze, nu veel bedrijven door de economische malaise genoodzaakt zijn kritische beslissingen te nemen, zoals reorganisaties en het verplaatsen van activiteiten.

Terecht is echter opgemerkt dat verschillende landen de richtlijn niet juist hebben omgezet en slechts beperkende bepalingen hebben aangenomen, terwijl het juist belangrijk is de wetgeving van de EU-lidstaten te harmoniseren, zodat Europese bedrijven over dezelfde instrumenten beschikken om te kunnen anticiperen en reageren op de veranderingen in de economische omgeving waarin zij opereren.

Om dezelfde reden zou het bovendien goed zijn de werkingssfeer van de richtlijn uit te breiden tot alle kleine en middelgrote ondernemingen in Europa, inclusief de allerkleinste, in de zin van aantal personeelsleden, zodat niemand nadeeld ondervindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk.(SK) Ik sta achter dit initiatief dat werknemers ondersteunt, aangezien informatie en raadpleging van werknemers centrale elementen zijn van een sociale markteconomie. Dit moet niet worden gezien als belemmering voor de economische ontwikkeling van bedrijven. In de huidige situatie, die verstoord is door de financiële crisis, moeten we het democratische recht op inspraak van werknemers in de beslissingen over hun bedrijf versterken, zeker gezien de verwachte herstructureringen, fusies en productieverplaatsingen.

Naar mijn mening moeten werknemers in het bijzonder ten aanzien van de volgende twee punten worden geraadpleegd: het evenwicht tussen werk en privé en de bescherming van de zondag als rustdag. Beide punten zijn essentiële pijlers van het Europees sociaal model en maken deel uit van het Europees cultureel erfgoed.

Ik heb persoonlijk mijn steun verleend aan de eis dat zondag een arbeidsvrije dag moet zijn zonder verplichting om te werken, zoals ingediend in schriftelijke verklaring 0009/2009, waarvoor momenteel in het Europees Parlement de procedure van ondertekening loopt.

Het evenwicht tussen werk en privé heb ik recentelijk aan de orde gesteld in mijn verslag over intergenerationele solidariteit. Ik citeer: ‘het is noodzakelijk om hoogwaardig werk te kunnen combineren met de gezinsverantwoordelijkheden van vrouwen en mannen, en er kan alleen een juist evenwicht tussen gezinsplanning, privéleven en professionele ambities worden bereikt als de betrokkenen zowel in economisch als in maatschappelijk opzicht daadwerkelijk vrij zijn in hun keuze en door de politieke en economische besluitvorming op Europees en nationaal niveau worden ondersteund, zonder dat daaruit nadelen voortvloeien.’

 
  
  

- Verslag-Toia (A6-0015/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik ben het eens met en geef mijn volledige steun aan mevrouw Toia. Zij legt het accent op de rol van de sociale economie, als schepper van banen op niveau, en tevens op het versterken van de sociale, economische en territoriale cohesie, door het bevorderen van actief burgerschap, solidariteit en een visie op de economie op basis van democratische waarden die personen voorop stellen en duurzame ontwikkeling en technologische ontwikkeling ondersteunen.

In de wetenschap dat de rijkdom en stabiliteit van een samenleving afhankelijk zijn van haar diversiteit en dat de sociale economie hier een belangrijke bijdrage aan levert, die diversiteit en daarmee het sociale model van Europa versterkt, een eigen bedrijfsmodel heeft en daarmee bijdraagt aan een stabiele en duurzame groei van de sociale economie, steun ik de collega in haar mening dat de sociale economie zich slechts volledig kan ontwikkelen als zij kan profiteren van passende politieke, wetgevende en operationele omstandigheden.

Aangezien de Commissie het concept van de sociale economie al meerdere malen heeft erkend, ben ik het eens met het verzoek van mevrouw Toia aan de Commissie om de sociale economie te bevorderen via haar nieuwe beleidsmaatregelen en via het verdedigen van het in de sociale economie diepgewortelde concept van “anders ondernemen”, dat zich niet zozeer richt op economisch, maar juist op sociaal rendement.

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. – (LT) De sociale economie draagt bij tot de verwezenlijking van de vier belangrijkste doelstellingen van het EU-werkgelegenheidsbeleid: verbetering van mogelijkheden voor burgers om werk te vinden; stimuleren van de ondernemersgeest, vooral door het scheppen van werkgelegenheid op lokaal niveau; verbetering van het aanpassingsvermogen van ondernemingen en hun werknemers, met name via modernisering van de organisatie van de arbeid; en versterking van het beleid op het gebied van gelijke kansen, in de eerste plaats door het ontwikkelen van beleidsmaatregelen die gezin en werk beter op elkaar helpen afstemmen. Sociale-economieondernemingen kunnen van essentiële maatschappelijke meerwaarde zijn. Mensen kunnen daardoor een rol spelen in de economische ontwikkeling van de Europese maatschappij, het bedrijfsleven functioneert democratischer door de participatie van leden en werknemers, bovendien is het mogelijk de principes van maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen en dienstverlening in de directe omgeving in de praktijk te brengen.

Het is belangrijk een link te leggen tussen de sociale economie en de doelstellingen in de context van sociale cohesie en actief burgerschap, aangezien de sociale economie plaatselijk gebonden is en actieve participatie aanmoedigt. De genoemde activiteiten dragen in het algemeen bij aan het versterken van sociale netwerken, hetgeen bijzonder belangrijk is in een wereld waarin sociaal isolement en uitsluiting steeds vaker voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik steun dit verslag, waarin de Commissie wordt opgeroepen de sociale economie in haar nieuwe beleidsmaatregelen te stimuleren en het concept van ‘anders ondernemen’ zoals dat binnen de sociale economie wordt gehanteerd, en waarbij niet zozeer de financiële rentabiliteit als wel de maatschappelijke rentabiliteit centraal staat, te verdedigen en ervoor te zorgen dat bij het opstellen van randvoorwaarden voor wetgeving op adequate wijze rekening wordt gehouden met de bijzondere eigenschappen van de sociale economie. Ook worden de Commissie en de lidstaten hierin opgeroepen een wettelijk kader op te stellen waarin de sociale economie als derde sector wordt erkend en tevens om duidelijke regels vast te leggen op basis waarvan kan worden bepaald welke rechtspersonen wettelijk als sociale-economieondernemingen actief kunnen zijn.

Ondernemingen uit deze deelsector – sociale-economieondernemingen – volgen een andere benadering dan kapitaalondernemingen. Het zijn particuliere ondernemingen die zonder enige overheidsinmenging voorzien in de behoeften van hun leden en zo het algemeen belang dienen. De sociale economie bestaat uit coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, verenigingen, stichtingen en andere ondernemingen en organisaties die de onderliggende principes van de sociale economie onderschrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Via onze deelname aan het debat in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken hebben wij diverse bijdragen geleverd en verscheidene voorstellen ingediend ter verbetering van het aanvankelijke uitgangspunt van de rapporteur. Het is ons niet altijd gelukt onze mening ingang te doen vinden, waardoor de uiteindelijke resolutie niet geheel bevredigend is.

We erkennen echter het essentiële belang van verschillende vormen van sociale economie, de rijke diversiteit aan sociaaleconomische instellingen en hun specifieke kenmerken, met uiteenlopende behoeften. Daarom pleiten wij ervoor om ze te ondersteunen. Wij zijn echter van mening dat dit de kwaliteit van de openbare diensten niet mag ondermijnen, met name op gebieden waar de sociale economie ook een wezenlijke rol speelt.

Wij erkennen dat de sociale economie kan bijdragen aan het versterken van economische en sociale ontwikkeling en de deelname aan de democratie kan verhogen, met name wanneer er voorwaarden aan deze steun verbonden zijn en deze steun niet wordt gebruikt voor het ondermijnen van universele openbare diensten die voor de hele bevolking toegankelijk zijn. Wij moeten ons goed realiseren dat de sociale economie de middelen en het beheer van openbare diensten niet kan vervangen, maar wel een belangrijke aanvulling kan vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Malcolm Harbour (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Mijn Britse conservatieve collega’s en ik staan zeer positief tegenover de bijdrage die organisaties en ondernemingen die actief zijn in de ‘non-profitsector’ aan de Europese economie hebben geleverd. De Conservatieven hebben een groot vertrouwen in bijvoorbeeld de voordelen van samenwerking tussen gemeenschappen, het werk van liefdadigheidsinstellingen en het vrijwilligerswerk in het algemeen, en hebben onlangs opdracht gegeven voor uitgebreid onderzoek op dit gebied.

Er staan in dit verslag echter een aantal aanbevelingen voor nieuwe Europese maatregelen die we niet kunnen aanvaarden.

Daarom hebben wij besloten ons van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Wij hebben vandaag tegen het initiatiefverslag (A6-0015/2009) van mevrouw Toia over de sociale economie gestemd. Wij zijn het ermee eens dat de sociale economie een belangrijke rol vervult in de huidige samenleving, maar niet dat zij aan andere regels onderworpen zou zijn dan andere ondernemingen. Het is niet mogelijk een duidelijk onderscheid te maken tussen verschillende types ondernemingen en wij vinden niet dat coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen bevoordeeld moeten worden ten opzichte van bijvoorbeeld kleine ondernemingen wat betreft de toegang tot financiering en andere vormen van steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka (PPE-DE), schriftelijk. (HU) Ik wil mevrouw Toia graag complimenteren met haar verslag over sociale economie. In het verslag wordt de belangrijke rol belicht van sociale-economieondernemingen in de arbeidsmarktintegratie, aangezien deze ondernemingen aanzienlijk kunnen bijdragen tot de ontwikkeling en de totstandbrenging van sociale cohesie door hun nauwe relatie met plaatselijke gemeenschappen. Verder kunnen deelnemers aan de sociale economie productieprocessen ontwikkelen die voldoen aan doelstellingen van maatschappelijk welzijn, en daarnaast zelfstandig beheer bevorderen. Het efficiënt functioneren van de sociale economie, of de ‘derde sector’, is dus van groot belang als het gaat om de minder bevoorrechten. Hieronder begrepen is ook de kwestie van werkgelegenheid voor de Roma-bevolkingsgroep, die overal in Europa geconfronteerd wordt met een onaanvaardbaar niveau van werkloosheid.

Voor een efficiënt functioneren van de sociale economie is een adequaat wettelijk kader nodig, hetgeen neerkomt op de wettelijke erkenning van de samenstellende delen ervan, of het nu gaat om stichtingen, coöperaties of andere verenigingen. Het is belangrijk om de toegang tot krediet te verbeteren, naast belastingverlichting en stimuli voor deze organisaties. Het zou raadzaam zijn te overwegen één communautair financieringsinstrument in te voeren voor bedrijven die het meest effectief zijn op het gebied van sociale cohesie.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik heb vóór het verslag van collega Toia over de sociale economie gestemd.

Ik deel de mening van de rapporteur dat de sociale economie in het huidige economische klimaat steeds belangrijker wordt, aangezien zich vaak situaties voordoen waarin de traditionele economie niet meer voldoet. De sociale economie speelt een belangrijke rol bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de Europese Unie, zoals het verbeteren van de werkgelegenheid, sociale cohesie en het versterken van beleidsmaatregelen gericht op gelijke kansen voor vrouwen en mannen.

Ik ben het er ook mee eens dat de sociale economie wel moet inspelen op de ontwikkelingen van de immer veranderende markt, teneinde met efficiënte strategieën te komen om haar doelstellingen te bereiken. Dit kan worden bewerkstelligd door netwerken op te zetten tussen belanghebbende partijen en door middel van meer samenwerking en het uitwisselen van ervaringen op lokaal, nationaal en transnationaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. − (PL) De sociale economie voldoet aan de basisbeginselen van het Europees sociaal model. Haar basiskenmerken en waarden zijn: mensen en het maatschappelijke doel komen voor het kapitaal, de belangen van de leden en het algemeen belang worden samengebracht en de leden oefenen democratische controle uit. De sociale economie vertegenwoordigt 10 procent van alle Europese ondernemingen en 6 procent van de totale werkgelegenheid.

De sociale economie, ook de solidaire economie of derde sector genoemd, is een sleutelinstrument voor de verwezenlijking van de Lissabondoelstellingen. Ze heeft een aanzienlijk potentieel om arbeidsplaatsen te creëren en kan doeltreffend benut worden om het doel van economische groei te bereiken.

De derde sector speelt een hoofdrol in de Europese economie en combineert rentabiliteit met solidariteit.

In het licht van de financiële crisis die we de laatste tijd met onrust volgen en zonder veel succes proberen te bestrijden, is het uiterst belangrijk financiële stabiliteit te garanderen. De Europese burgers zijn bang om hun baan te verliezen en verwachten een menswaardige behandeling. De Europese Unie en de lidstaten moeten ingaan op reële noden, reële kansen scheppen en nieuwe hoop geven voor alle Europese burgers.

De sociale economie aanmoedigen is een van de manieren om de situatie te verbeteren.

Ik steun de conclusies van de rapporteur. De Europese Commissie moet niet enkel de sociale economie bevorderen, maar ook concrete stappen ondernemen om een wettelijk kader te ontwikkelen waarin coöperaties, onderlinge maatschappijen, verenigingen, stichtingen en dergelijke kunnen functioneren, en om een programma uit te werken voor financiële ondersteuning, advies en opleiding voor bestaande en nog op te richten ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Michel Teychenné (PSE), schriftelijk. – (FR) De sociale economie heeft meer dan ooit behoefte aan een specifiek rechtskader, en het verslag van mevrouw Toia is een stap in de goede richting.

De Europese Commissie heeft twee voorstellen ingetrokken die bedoeld waren om Europese onderlinge waarborgmaatschappijen en verenigingen een statuut te geven. Nu de tekortkomingen van het kapitalistische systeem aan het licht treden, is het niet normaal deze voorstellen in te trekken, die alternatieve en doeltreffende ondernemingsvormen bevorderen.

De sociale economie, gebaseerd op beginselen van onderlinge waarborging en solidariteit, staat voor een nieuwe manier van zakendoen die menselijker is en breekt met de louter op winst gericht kapitalistische benadering. De sociale economie heeft zich de afgelopen jaren succesvol ontwikkeld, en vertegenwoordigt momenteel 10 procentvan de ondernemingen en 6 procent van de werkgelegenheid in Europa.

Ook al is de opstelling van de Commissie te betreuren, we mogen blij zijn met de stemming van het Parlement. Het verzoek om rekening te houden met de eigenschappen van de sociale economie bij de uitwerking van Europese beleidsmaatregelen is positief, evenals het verzoek om de specifieke begrotingslijn nieuw leven in te blazen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk.(SK) In de resolutie van het Europees Parlement over vrouwen en armoede in de Europese Unie (A6-0273/2005) benadruk ik telkens opnieuw dat het absoluut noodzakelijk is om de aanzet te geven tot een nieuw Europa, gebaseerd op de creatieve co-existentie van culturen en denkwijzen en volledig respect voor het anderszijn. Een Europa waar verantwoordelijke vrijheid niet stopt bij het vrije verkeer van kapitaal, waar de burgers ongeacht hun sociale status hun talenten met elkaar delen. Een Europa waar de creativiteit van elke burger wordt ingezet en zijn waardigheid wordt beschermd ten behoeve van het gemeenschappelijke welzijn. In de resolutie noem ik ook de nieuwe vormen van armoede en marginalisering, waartegen creatieve maatregelen moeten worden genomen door degenen die hieraan worden blootgesteld.

Het verslag van mevrouw Toia steunt deze benadering. Ik ben hierover zeer verheugd en heb dan ook voor het verslag gestemd.

Aangezien de waarden van de sociale markteconomie over het algemeen aansluiten bij de algemene EU-doelstellingen inzake sociale integratie, zouden ook fatsoenlijk werk, een goede opleiding en re-integratie op de arbeidsmarkt hiervan deel moeten uitmaken. Sociale economieën hebben aangetoond dat zij de positie van minder bevoorrechten aanzienlijk kunnen verbeteren. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de microkredietcoöperaties, geïntroduceerd door Nobelprijswinnaar Muhammad Junus, waardoor de positie van vrouwen werd verbeterd en vrouwen meer invloed kregen doordat zij in staat werden gesteld hun financiële en gezinssituatie te verbeteren. Sociale innovatie betekent dat mensen met een handicap worden aangemoedigd om zelf oplossingen te zoeken voor hun sociale problemen. Daartoe behoort het evenwicht tussen werk en privé, gelijke kansen voor mannen en vrouwen, de kwaliteit van het gezinsleven en de zorg voor kinderen, ouderen en mensen met een handicap.

 
  
  

- Verslag-Tzampazi (A6-0034/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (UEN), schriftelijk. − (EN) Maar liefst een op de vier mensen heeft geestelijke gezondheidsproblemen. Stigmatisering en discriminatie van mensen die te kampen hebben met geestelijke gezondheidsproblemen komen nog steeds veel voor. Verwacht wordt dat tegen 2020 depressie de belangrijkste ziekteoorzaak in de ontwikkelde wereld zal zijn. Jaarlijks komen in de EU ongeveer 58 000 burgers door zelfmoord om het leven, meer dan het jaarlijks aantal verkeersdoden of slachtoffers van moord of doodslag.

Informatiecampagnes op scholen die van daaruit alle sectoren van het dagelijks leven bereiken, zijn van cruciaal belang. Wij als wetgevers, maatschappelijk werkers en met verantwoordelijkheden binnen onze eigen gemeenschappen moeten ons richten op het stellen van een vroegtijdige diagnose en op vroegtijdig ingrijpen om het stigma te bestrijden.

Onderzoek heeft ons geleerd dat geestelijke gezondheid sterk wordt bepaald door de eerste vijf levensjaren, wat cruciaal is voor onze dienstverlening. Dus is het bevorderen van de geestelijke gezondheid bij kinderen een investering voor de toekomst.

EU-projecten zijn reeds succesvol gebleken in het behandelen van postnatale depressies bij moeders, het verbeteren van opvoedkundige vaardigheden van ouders, het organiseren van huisbezoeken door verpleegkundigen om toekomstige en jonge ouders bij te staan en het verstrekken van middelen aan scholen. Uit onderzoek is gebleken dat het verstrekken van middelen aan scholen ten behoeve van onze studerende jeugd de ontwikkeling van het kind kan bevorderen en kan leiden tot een vermindering van pesten, angstgevoelens en depressieve symptomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse conservatieven, hebben vandaag voor het verslag (A6-0034/2009) over geestelijke gezondheid van mevrouw Evangelia Tzampazi gestemd. Wij respecteren het besluit van de lidstaten om een Europees pact voor geestelijke gezondheid en welzijn, waarnaar in het verslag wordt verwezen, te sluiten. Het lijkt ons vanzelfsprekend dat de lidstaten op dit gebied op hun eigen voorwaarden samenwerken en ervaringen uitwisselen.

Wij zijn daarentegen tegen de formulering in het verslag die aandringt op de uitwerking van Europese richtsnoeren voor verantwoordelijke informatie over geestelijke gezondheid door de media. Wij zijn het niet eens met het standpunt dat dit op Europees niveau moet gebeuren, maar willen vasthouden aan vrije en onafhankelijke massamedia.

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De nagestreefde hervorming van het stelsel van geestelijke gezondheid dient niet de belangen van de patiënten, maar van het kapitaal, van de kapitalistische herstructureringen en de commercialisering van de gezondheid. De meeste geestelijke-gezondheidsdiensten, of tenminste het gedeelte ervan dat winstgevend is voor het kapitaal, worden geprivatiseerd in het kader van de strategie van Lissabon.

De overgrote meerderheid van de patiënten die zich in psychiatrische inrichtingen en andere zorginstellingen bevinden, leeft onder afschuwelijke en uitermate vernederende omstandigheden. Er zijn echter ook grote tekortkomingen in de eerstelijns- en tweedelijnszorg.

In de sector van de geestelijke gezondheid zijn afgezien van het particulier kapitaal ook NGO’s, sponsors en andere “liefdadige” instellingen actief. Hun activiteiten zijn echter een alibi en vormen tegelijkertijd een brug naar volledige privatisering van de dienstverlening.

De slachtoffers hiervan zijn, afgezien van de psychische patiënten, ook de werknemers in de particuliere en zogenaamde “sociale” infrastructuur, wier arbeidsrechten worden geschonden. Zij zijn eeuwig “tijdelijk” en leven met de vrees op elk moment ontslagen te kunnen worden.

Wij steunen de volledige afschaffing van de onmenselijke geïnstitutionaliseerde psychiatrische zorg die wordt toegepast door de regeringen van de bourgeoisie. Wij zijn voor de totstandbrenging van een geïntegreerd netwerk van geestelijke-gezondheidsdiensten in het kader van een enkel gratis, openbaar volksgezondheidsysteem, van een systeem dat korte metten maakt met elke ondernemingsactiviteit en voorziet in de echte behoeften van de patiënten, hun gezinnen en heel het volk.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Met dit verslag wordt de aandacht gevestigd op de geestelijke gezondheid, die, zoals de rapporteur stelt, ons dagelijks leven beïnvloedt en een bijdrage levert aan onze welvaart, solidariteit en maatschappelijke rechtvaardigheid. Een slechte geestelijke gezondheid tast daarentegen de levenskwaliteit aan van de betrokken personen en hun gezinnen en heeft gevolgen voor de gezondheidssector, de economie, het onderwijs, de sociale verzekering en het strafrechtelijk en rechtsstelsel.

Tegenwoordig wordt men zich steeds sterker bewust van het feit dat er geen gezondheid is zonder geestelijke gezondheid. Een aantal cijfers uit het verslag vragen om bijzondere aandacht:

- een op de vier mensen lijdt ten minste één keer tijdens het leven aan een geestelijke stoornis;

- depressies behoren tot de meeste voorkomende stoornissen, die een op de zes vrouwen in Europa treffen en volgens berekeningen in 2020 de meest voorkomende ziekte in de ontwikkelde wereld en de op een na belangrijkste oorzaak van invaliditeit zullen zijn;

- in de EU worden elk jaar 59 000 zelfmoorden gepleegd, waarvan 90 procent is toe te schrijven aan geestelijke stoornissen;

- kwetsbare en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen, zoals werklozen en immigranten, mensen met handicaps, mishandelde mensen en gebruikers van verdovende middelen lopen de meeste risico's op geestelijke gezondheidsproblemen;

Het is essentieel dat we de met de geestelijke gezondheid verband houdende uitdagingen gezamenlijk aanpakken en even serieus behandelen als lichamelijke gezondheidsproblemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE) , schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór dit verslag over geestelijke gezondheid gestemd, dat wil bewerkstelligen dat dit vraagstuk tot de politieke prioriteiten van de Europese Unie op het gebied van volksgezondheid blijft behoren.

Dit verslag dringt aan op de preventie van depressie en zelfmoord, en op het verbeteren van de geestelijke gezondheid onder jongeren en in het onderwijs, op de werkvloer en onder oudere mensen, en wijst op de noodzaak om stigmatisering en sociale uitsluiting te bestrijden. De tekst nodigt de Commissie ook uit om gemeenschappelijke indicatoren voor te stellen om de vergelijkbaarheid van gegevens te verbeteren en de uitwisseling van beste praktijken en de samenwerking tussen lidstaten bij de bevordering van geestelijke gezondheid te vergemakkelijken.

Ik ben tot slot blij dat dit verslag duidelijk onderscheid maakt tussen neurodegeneratieve stoornissen, zoals de ziekte van Alzheimer, en geestesziekten. Alzheimer is namelijk een hele specifieke aandoening, die niet op dezelfde wijze moet worden behandeld als geestesziekten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het verslag-Tzampazi gaat over een belangrijk gezondheidsvraagstuk. Aangezien een op de vier mensen op een bepaald moment in zijn leven met een ernstig psychisch gezondheidsprobleem te maken krijgt, dan zal vrijwel ieder van ons ofwel persoonlijk ofwel via iemand uit onze directe omgeving met een dergelijk probleem te maken krijgen. Er rust helaas nog altijd een stigma op psychische aandoeningen, en het is absoluut noodzakelijk dat de lidstaten er samen aan werken om dat stigma op te heffen en maatregelen ten uitvoer te leggen om een eerlijke en gelijke behandeling te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Manole (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Uit WHO-statistieken komt naar voren dat er in de wereld zo’n 450 miljoen mensen zijn met een geestelijke, psychologische of gedragsstoornis, oftewel 12 procent van de wereldbevolking.

Verder wordt gezegd dat tegen het jaar 2010 depressiviteit de meest voorkomende ziekte van de moderne samenleving zijn zal.

Zo werden er bijvoorbeeld in Roemenië alleen al in het Dr Alexandru Obregia-ziekenhuis voor klinische psychiatrie in 2008 meer dan 22 000 opnames geregistreerd van met name mensen die aan depressiviteit en schizofrenie leden.

In de huidige economische crisis lopen kwetsbare en gemarginaliseerde personen zoals werklozen en immigranten, alsook gehandicapte personen en mensen met een verleden van misbruik grotere kans om depressief te worden.

Alle landen kampen met een tekort aan gespecialiseerd medisch personeel voor de behandeling van mensen met een geestelijke stoornis. In arme landen zijn er gemiddeld 0,05 psychiaters op 100 000 inwoners. In veel landen wordt het probleem nog eens verergerd door de uittocht van gespecialiseerd medisch personeel naar het buitenland. Ik denk dat we ons op de allereerste plaats op een veel minder oppervlakkige wijze bezig zullen moeten houden met het vraagstuk van de psychische gezondheid, alsook dat de lidstaten gemeenschappelijke programma's moeten opstellen om koste wat het kost te voorkomen dat dit probleem zich verder uitbreidt.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik steun dit verslag, waarin de lidstaten worden opgeroepen bewustwordingscampagnes te ontwikkelen, stigmatisering en sociale uitsluiting te bestrijden en de wetgeving op het gebied van psychische gezondheid te verbeteren. Een op de vier mensen heeft ten minste eens in zijn leven met psychische gezondheidsproblemen te maken, maar er rust nog steeds een stigma op psychische aandoeningen. Dit verslag codificeert de fundamentele beginselen, waarden en doelstellingen van het beleid inzake de geestelijke-gezondheidszorg, hetgeen noodzakelijk is om hiervoor een beter begrip te kweken in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór dit verslag gestemd. Ik maak me er vooral zorgen over dat door de huidige economische crisis individuen en gezinnen onder druk komen te staan, wat tot een toename van psychische gezondheidsproblemen zou kunnen leiden.

Een op de vier mensen lijdt ten minste één keer in zijn leven aan een of andere psychische aandoening.

Depressies behoren tot de meest voorkomende stoornissen, die een op de zes vrouwen treffen. Volgens berekeningen zal depressie in 2020 de meest voorkomende ziekte in de ontwikkelde wereld zijn. In de EU worden elk jaar ongeveer 59 000 zelfmoorden gepleegd, waarvan 90 procent is toe te schrijven aan geestelijke stoornissen.

We moeten evenveel aandacht besteden aan kwesties op het gebied van de geestelijke gezondheid als aan de lichamelijke gezondheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik ben verheugd over het verslag van mevrouw Tzampazi inzake geestelijke gezondheid.

Ik ben het met de rapporteur eens dat het belangrijk is te benadrukken dat geestelijke gezondheid net zo belangrijk is voor een goede levenskwaliteit als lichamelijke gezondheid. We moeten streven naar een goede geestelijke gezondheid onder zowel kinderen als volwassenen en ouderen, met bijzondere aandacht voor de laatste groep, omdat zij meer risico lopen op degeneratieve ziekten, en voor vrouwen, omdat zij vatbaarder zijn voor depressies.

Om ervoor te zorgen dat deze doelstellingen worden bereikt, is het belangrijk met name maatregelen te nemen om sociale uitsluiting en marginalisering tegen te gaan, omdat zij kunnen leiden tot geestelijke aandoeningen, evenals maatregelen die de geestelijke gezondheid op het werk kunnen bevorderen, omdat men daar wordt blootgesteld aan verschillende vormen van druk en stresssituaties, die ook weer bijdragen aan de ontwikkeling van geestesstoornissen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk.(SK) Ik sta achter het resultaat van deze resolutie. Binnen de intermediaire groep inzake verzorgers hebben we vaak gesproken over de mogelijkheid van EU-deelname aan dit beleid, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en de voorrang van beslissingen door de lidstaten. Ik steun de oproep tot samenwerking van de Europese instellingen op nationaal, regionaal en lokaal niveau, en de sociale partners op de vijf prioritaire terreinen met betrekking tot de bevordering van geestelijke gezondheid. Mensen moeten worden beschermd tegen stigmatisering en sociale uitsluiting ongeacht leeftijd, geslacht, etnische oorsprong en sociaaleconomische status. Hun menselijke waardigheid staat voorop, daarom moet er meer begeleiding en gerichte therapie komen voor personen met psychische gezondheidsproblemen, hun gezinnen en hun verzorgers.

Geestelijke gezondheid is afhankelijk van diverse factoren. Daarom wordt in mijn verslag over intergenerationele solidariteit de nadruk gelegd op de opvoedkundige rol van ouders ten opzichte van toekomstige generaties. Het verslag beschrijft daarnaast de hulp voor ouderen of gehandicapten en de onvervangbare rol van mannen en vrouwen als verzorgers, die van essentieel belang is voor de bevordering van het algemeen welzijn. Het is belangrijk dat dit onderkend wordt in sectoraal beleid. Vrouwen en mannen die besluiten te gaan zorgen voor zieke familieleden zouden een financiële vergoeding moeten krijgen. Als personen hun loopbaan wensen te onderbreken om een familielid met psychische problemen te verzorgen, zou dat geen negatieve gevolgen mogen hebben voor hun loopbaan of voor het financiële onderhoud van hun gezin.

Ik roep de lidstaten op om systemen te ondersteunen die het voor werknemers mogelijk maken om verlof op te nemen, hetgeen in dit soort situaties ook een oplossing kan zijn.

 
  
  

- Verslag-Gyürk (A6-0030/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. – (LT) Een efficiënt energiegebruik zou een van de belangrijkste pijlers moeten zijn van het EU-energiebeleid dat nu wordt ontwikkeld. Door efficiënter gebruik te maken van energie kunnen we de energievoorziening beter waarborgen. Aangezien er geen substantiële maatregelen worden genomen, kan Europa’s afhankelijkheid van ingevoerde energie, momenteel rond de 50 procent, in de komende 20 tot 30 jaar toenemen tot 70 procent - en sommige lidstaten zouden in nog sterkere mate afhankelijk kunnen worden. Verstandiger energieverbruik zou het milieu kunnen ontlasten. Verbetering van energie-efficiëntie is een van de meest effectieve manieren om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, waardoor de ambitieuze EU-klimaatbeleidsplannen kunnen worden gerealiseerd. Bovendien kunnen de maatregelen op dit gebied van grote invloed zijn op de concurrentiepositie van de Europese industrie, en daarmee ook op de verwezenlijking van de Lissabondoelstellingen. Verbetering van de energie-efficiëntie zou ook de lasten voor de meest kwetsbare gebruikers kunnen verlichten en dus het ontstaan van energiegerelateerde armoede kunnen voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Als de EU haar energierekening wil verlagen, is energie-efficiëntie daarbij van cruciaal belang. Het is een waardevol instrument om onze afhankelijkheid van olie te verkleinen.

Elk land kan op dit terrein veel winst halen uit de uitwisseling van ervaringen met andere lidstaten door het vergelijken van methodes en strategieën, zij het dat deze wel sterk geïntegreerd moeten zijn in het systeem van elke regio.

Voor wat Portugal betreft betreur ik het dat de getroffen maatregelen niet zijn geformuleerd als onderdeel van een coherent en breed actieplan dat aan de Commissie is voorgelegd binnen de zittingsperiode. Dit betekent dat mijn land een van de weinigen is die dit niet heeft gedaan en nu niet de mogelijkheid heeft oplossingen uit te wisselen.

Deze eerste beoordeling van de nationale actieplannen is een uitgangspunt voor dialoogvorming binnen de EU en een nuttig instrument voor de lidstaten om het idee van energie-efficiëntie te vertalen naar pragmatische maatregelen waarmee de beoogde resultaten tegen 2020 kunnen worden gerealiseerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Diverse lidstaten zijn bezig actieplannen te ontwikkelen, maar er zijn problemen bij het formuleren van doelstellingen voor energie-efficiëntie. Het voorstel om de klemtoon te leggen op de daadwerkelijke uitvoering van maatregelen die op energie-efficiëntie gericht zijn, waaronder de ontwikkeling van optimale werkwijzen en gecoördineerde maatregelenpakketten, en betere informatie en advies aan het adres van de eindgebruikers, lijkt dan ook op zijn plaats. We moeten echter niet vergeten dat we ook steun moeten geven aan de landen met grotere financiële problemen.

Bovendien is het tijd dat, als onderdeel van de herziening van de actieplannen in 2009, zorgvuldig wordt bestudeerd in welke mate in de wetgeving en de actieplannen alle besparingsmogelijkheden op het gebied van energie-efficiëntie worden benut, zonder daarbij de soevereiniteit van de lidstaten ter discussie te stellen. Deze analyse moet ertoe bijdragen de problemen onder controle te houden en, indien noodzakelijk, gepaste steunmaatregelen te nemen om de voorgestelde doelstelling voor energie-efficiëntie te bereiken.

Het is ook belangrijk regels die de voorbeeldfunctie van de overheid versterken te steunen en te onderkennen dat betere energie-efficiëntie van gebouwen enorme mogelijkheden biedt voor beperking van de uitstoot van broeikasgassen en de bestrijding van klimaatverandering, zowel in de vorm van aanpassingen als door het tegengaan van de oorzaken van klimaatverandering.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) De Europese Unie verspilt meer dan 20 procent van haar energie door ondoelmatig gebruik. Dit houdt in dat er ongeveer 400 Mtoe (miljoen ton olie-equivalent) zou kunnen worden bespaard, wat een enorme vermindering van emissies zou betekenen. Ik steun dit verslag omdat het op de noodzaak wijst om doelmatiger met energie om te gaan. In het verslag wordt een doelstelling genoemd van 9 procent energiebesparing tegen 2016.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik heb vóór het verslag van collega Gyürk gestemd over de follow-up van de nationale actieplannen voor energie-efficiëntie.

Het probleem van de energievoorzieningszekerheid van Europa is algemeen bekend en nauw verbonden met het probleem van energie-efficiëntie. De verspilling van energie in de landen van de Unie is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. We moeten hier dan ook zo snel mogelijk van af, om te voorkomen dat we er in de toekomst nog zwaardere gevolgen van ondervinden.

Ik deel de mening dat de nationale actieplannen op dit moment slechts gedeeltelijk ten uitvoer zijn gelegd en er dus ook maar gedeeltelijk resultaten zijn geboekt. Ik denk daarom dat grotere inspanningen noodzakelijk zijn, zowel van de publieke als de private sector, evenals van individuele burgers.

Gezien de belangrijke rol van KMO’s in Europa is hun betrokkenheid bij de actieplannen onontbeerlijk. Aangezien deze bedrijven meer worden geraakt door de stijging van de energieprijzen, zouden zij bovendien veel profijt kunnen hebben van meer energie-efficiëntie en in grote mate bijdragen aan de verwezenlijking van de wereldwijde doelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Rationalisering van het energieverbruik is een uiterst belangrijke opdracht. De mensen moeten weten dat dit de meest economische manier is om de klimaatverandering tegen te gaan. Maar niet alleen het milieu zal daar wel bij varen. Hoe beter we de beschikbare energie gebruiken, des te minder we ervan nodig hebben en des te minder we afhankelijk worden van ingevoerde energie. In de huidige situatie waarin energie als een politiek drukmiddel gebruikt wordt, is dit een voordeel dat we niet mogen verwaarlozen.

We gebruiken energie op steeds rationelere wijze. En de effecten van dat beleid zijn meetbaar. Sinds 1990 is de energieproductie in de EU met 40 procent gestegen, het inkomen per inwoner met 1/3 en de vraag naar energie slechts met 11 procent. Rationeler omspringen met energie heeft dus bijgedragen tot economische groei in elke lidstaat.

Efficiënt energiegebruik en energiebesparing moeten een sleutelrol spelen bij het afremmen van de stijgende energievraag en bij het verminderen van de hoeveelheid verbruikte brandstof.

De uitstoot van broeikasgassen verminderen, meer gebruik maken van groene energie en spaarzamer omspringen met energie zijn mogelijkheden om minder afhankelijk te worden van de invoer van aardgas en aardolie. De Europese economie moet minder gevoelig worden voor schommelingen in de energieprijzen en inflatie, maar ook voor de risico’s die verband houden met de geopolitieke locatie van deze grondstoffen.

 
  
  

- Verslag-Miguélez Ramos (A6-0016/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, hebben gekozen om ons van stemming te onthouden. Natuurlijk hebben wij niets tegen onderzoek naar en uitbreiding van kennis van visserij en aanverwante sectoren. Wij vinden echter in de eerste plaats dat de EU wat het visserijbeleid betreft de daad bij het woord moet voegen. De EU moet snel handelen om een einde te maken aan het probleem van overbevissing en bedreigde visbestanden. Dat moet het uitgangs- en kernpunt van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. − (EN) We mogen het belang van bijzondere aandacht voor de specifieke problemen van de visserij en de aquacultuur niet onderschatten. Dat is evident gezien het economische, sociale en politieke belang van deze sector in de EU. In mijn land, Malta, wordt zowel aan de visserij als aan de aquacultuur speciale aandacht geschonken.

Ik ben het volledig eens met de aanbeveling van de Commissie visserij om op het gebied van het mariene wetenschappelijk onderzoek niet alleen prioriteit te verlenen aan het onderzoek dat tot doel heeft kennis te verwerven omtrent de staat van de visbestanden, maar ook aan de commerciële, economische en sociale aspecten die een bepalende rol spelen bij het beheer van de productie van vis omdat die alle van cruciaal belang zijn. We moeten ervoor zorgen dat op het gebied van de visserij en de aquacultuur prioriteit wordt verleend aan het toegepast onderzoek.

Helaas is er voor de korte termijn sprake van een duidelijk belangenconflict tussen vissers en wetenschappers. Op lange termijn zullen hun doelstellingen meer verenigbaar zijn.

Onderzoek is noodzakelijk gezien de teruglopende visbestanden, waardoor soorten volledig zullen verdwijnen. Daarom is volledige samenwerking op dit gebied tussen wetenschappers, vissers en aquacultuurbedrijven absoluut noodzakelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse conservatieven, hebben vandaag voor het initiatiefverslag (A6-0016/2009) over het toegepast onderzoek op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid van mevrouw Rosa Miguélez Ramos gestemd. Wij zijn het eens met het basisprincipe dat het visserijbeleid op wetenschappelijke fundamenten moet berusten en dat een consensus tussen vissers en onderzoekers de basis vormt voor een beleid dat op duurzaamheid is gericht.

Wij zijn echter van mening dat het zevende kaderprogramma, met zijn prioriteiten en beperkingen, toepasselijk zou moeten blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), schriftelijk. − (SV) Ik heb ervoor gekozen om voor het verslag van mevrouw Miguelez Ramos over het toegepaste onderzoek op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid te stemmen.

Het is belangrijk meer steun te verlenen aan onderzoek naar de gevolgen van het visserijbeleid voor visbestanden, ecosystemen en biologische diversiteit. Ik sta daarom erg kritisch ten opzichte van delen van het communautaire visserijbeleid. Mevrouw Miguelez Ramos beklemtoont echter hoe belangrijk het is politieke beslissingen op wetenschap en duurzaamheid op lange termijn te stoelen, en niet in de eerste plaats op de kortzichtige belangen van de visserijsector, wat ik positief vind.

Ik sta echter kritisch ten opzichte van eventuele interpretaties van het verslag die in zouden kunnen houden dat meer geld wordt uitgetrokken voor economische steun voor de Europese visserijsector en voor het verbeteren van status van de sector. Alle onderzoek op visserijgebied zou doordrongen moeten zijn van een duidelijk milieuperspectief.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. (PT) In december 2006 hebben het Europees Parlement en de Raad een belangrijk besluit vastgesteld over het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013). Ik ben uitermate verheugd dat ikzelf er destijds op heb gewezen dat het van essentieel belang is om te zorgen voor meer en betere technologische ontwikkeling op het gebied van visserij en aquacultuur.

Daarom denk ik dat dit initiatiefverslag op het juiste moment komt en uiterst belangrijk is voor het realiseren van de doelstellingen van de nieuwe hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB).

Het GVB is een van de communautaire beleidsterreinen die het sterkst afhankelijk zijn van wetenschappelijk onderzoek, aangezien de uit hoofde van het GVB genomen maatregelen hun geloofwaardigheid moeten ontlenen aan wetenschappelijke adviezen op hoog niveau.

Bovendien kan de technologische ontwikkeling van schepen, vistuig en motoren ervoor zorgen dat de sector zich in de toekomst duurzaam ontwikkelt en zodoende het milieu beter in stand houdt en beter concurrerende schepen produceert.

Ik heb vóór dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wetenschappelijk onderzoek op visserijgebied is van groot belang voor het bewerkstelligen van een geschikt visserijbeleid, dat rekening dient te houden met de ecosysteem-, commerciële, economische en sociale aspecten van de visserij, een essentiële voedselbron.

Dit onderzoek dient niet alleen voor het beoordelen van de visbestanden en het genereren van modellen waarmee de ontwikkeling van visbestanden kan worden voorspeld, maar ook voor het verbeteren van vistuig, schepen, werk- en veiligheidsomstandigheden voor vissers en voor het beoordelen van de uitwerking van diverse visserijbeheerssystemen en -instrumenten op de werkgelegenheid en het inkomen van vissersgemeenschappen.

Het is echter essentieel dat door de EU en door iedere lidstaat de vereiste middelen, waaronder financiële, ter beschikking worden gesteld om ervoor te zorgen dat wetenschappelijk onderzoek op visserijgebied aansluit bij de vastgestelde doelstellingen en behoeften. Om deze reden steunen wij de hierop betrekking hebbende aanbevelingen in het verslag.

Wij zijn echter van mening dat het voor de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek een absoluut vereiste is dat de waarde van het betrokken onderzoekspersoneel wordt erkend. Dit betekent dat de rechten van deze specialisten met betrekking tot arbeidscontracten moeten worden gewaarborgd door het tegengaan van de onzekere arbeidsrelaties waar veel onderzoekers mee worden geconfronteerd. Ook moeten onderzoekers eerlijk worden betaald en toegang krijgen tot de sociale zekerheid, naast de vele andere rechten waar werknemers over beschikken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór het verslag van mevrouw Miguélez over visserijonderzoek gestemd. Ik ben tegen het gemeenschappelijk visserijbeleid en ben van mening dat het beheer van de visserij een bevoegdheid van de maritieme naties van Europa dient te zijn die zij in onderlinge samenwerking dienen uit te oefenen. Die samenwerking vereist gemeenschappelijke acties op het gebied van wetenschap en onderzoek. Dit is een gebied waarop de EU meerwaarde kan leveren.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik stem vóór het verslag van mevrouw Miguélez Ramos over het toegepast onderzoek op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Een verstandig en verantwoordelijk gebruik van natuurlijke hulpbronnen is steeds belangrijker geworden, vanwege het duidelijke en onaanvaardbare feit dat die hulpbronnen in de loop der jaren zowel kwalitatief als kwantitatief te zeer achteruit zijn gegaan.

Ook voor het mariene milieu is het daarom van essentieel belang te denken in termen van bescherming en een aanpak te ontwikkelen op basis van een zorgvuldige beoordeling van de ecosystemen, rekening houdend met alle activiteiten die betrekking hebben op de Europese zeeën. Het is duidelijk dat een dergelijke aanpak een positieve invloed kan hebben op een evenwichtige ontwikkeling van de economie en de maatschappij en tevens, op de middellange termijn, op het internationale concurrentievermogen.

Ik meen dan ook dat het van essentieel belang is dat er meer geld komt voor toegepast onderzoek op het gebied van de visserij, onder meer in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek, zoals ook in het verleden met kaderprogramma’s is gebeurd. Tevens moeten wij de mogelijkheid bieden voor het oprichten van een netwerk van onderzoekscentra, die gezamenlijk van gespecialiseerde infrastructuur gebruik kunnen maken en nuttige informatie en gegevens kunnen uitwisselen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Wij hebben ervoor gekozen om voor het verslag van mevrouw Miguelez Ramos over het toegepast onderzoek op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid te stemmen.

Het is belangrijk meer steun te verlenen aan onderzoek naar de gevolgen van het visserijbeleid voor visbestanden, ecosystemen en biologische diversiteit. Om milieuredenen staan wij erg kritisch ten opzichte van delen van het communautaire visserijbeleid. Mevrouw Miguelez Ramos beklemtoont hoe belangrijk het is politieke beslissingen op wetenschap en duurzaamheid op lange termijn te stoelen, en niet in de eerste plaats op de kortzichtige belangen van de visserijsector, wat wij positief vinden.

Wij staan echter kritisch ten opzichte van eventuele interpretaties van het verslag die in zouden kunnen houden dat meer geld wordt uitgetrokken voor economische steun voor de Europese visserijsector en voor het verbeteren van status van de sector. Alle onderzoek op visserijgebied waarvoor extra middelen worden uitgetrokken, zou doordrongen moeten zijn van een duidelijk milieuperspectief.

 
  
  

- Verslag-Cederschiöld (A6-0029/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór het verslag-Cederschiöld gestemd omdat ik van mening ben dat het voor Europese burgers een belangrijk recht is om te kunnen werken en wonen in een andere lidstaat. Ik steun het doel van het verslag om de mobiliteit van beroepsbeoefenaren te vergemakkelijken en de consumentenveiligheid te garanderen.

Er zijn echter enkele aspecten in het verslag-Cederschiöld die ik niet volledig steun, zoals de formuleringen met betrekking tot de afschaffing van hinderpalen voor het vrije verkeer van personen en diensten, die zouden kunnen worden uitgelegd als een stellingname tegen collectieve overeenkomsten op de arbeidsmarkt. Ten aanzien van het opnemen van gezondheidswerkers in de overeenkomst, vrees ik dat dit zou kunnen leiden tot deregulering van de gezondheidssector.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Een van de basisvrijheden van de interne Europese markt is het vrije verkeer van personen. Hierdoor kunnen we niet alleen vrij rondreizen in de Europese Unie, maar ook in de hele Unie werk aannemen. Steeds meer mensen maken van deze mogelijkheid gebruik. Het beste voorbeeld hiervan is de mobiliteit van werknemers uit de nieuwe lidstaten, onder andere uit Polen, een fenomeen dat we de voorbije jaren hebben kunnen waarnemen. Momenteel woont en werkt ongeveer 2 procent van de Europese burgers in een andere dan hun eigen lidstaat.

Ondanks het opheffen van nog meer belemmeringen voor een gemeenschappelijke interne markt is een van de voornaamste hindernissen voor veel mensen die in een andere lidstaat werk zoeken nog altijd de vrees dat kwalificaties die in andere lidstaten werden behaald, niet erkend zullen worden. Vandaar dit verslag, dat oproept om een Europese beroepskaart voor aanbieders van diensten in het leven te roepen. De invoering van een dergelijke kaart kan de mobiliteit binnen bepaalde beroepen vergemakkelijken en geeft tegelijk zekerheid over de kwalificaties van een werknemer die over een dergelijke kaart beschikt. Ze vergroot ook de transparantie van kwalificaties, de erkenning en de onderlinge vergelijkbaarheid ervan.

Daarom verheugt het mij dat het Europees Parlement het verslag aangenomen heeft. Het zal vast en zeker van invloed zijn op het verdere debat over de invoering van een Europese beroepskaart.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Voor Europese burgers is het een belangrijk recht om te kunnen werken en wonen in een andere lidstaat en ik steun het doel van het verslag om de mobiliteit van beroepsbeoefenaren te vergemakkelijken en de consumentenveiligheid te garanderen. Er zijn echter enkele aspecten in het verslag-Cederschiöld die ik niet volledig steun, zoals de formuleringen met betrekking tot de afschaffing van hinderpalen voor het vrije verkeer van personen en diensten, die zouden kunnen worden uitgelegd als een stellingname tegen collectieve overeenkomsten op de arbeidsmarkt. Ten aanzien van het opnemen van gezondheidswerkers in de overeenkomst, vrees ik dat dit zou kunnen leiden tot deregulering van de gezondheidssector. Daarom heb ik mij bij de eindstemming over dit verslag van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Voor Europese burgers is het een belangrijk recht om te kunnen werken en wonen in een andere lidstaat en ik steun het doel van het verslag om de mobiliteit van beroepsbeoefenaren te vergemakkelijken en de consumentenveiligheid te garanderen. Er zijn echter enkele aspecten in het verslag-Cederschiöld die ik niet volledig steun, zoals de formuleringen met betrekking tot de afschaffing van hinderpalen voor het vrije verkeer van personen en diensten, die zouden kunnen worden uitgelegd als een stellingname tegen collectieve overeenkomsten op de arbeidsmarkt. Ten aanzien van het opnemen van gezondheidswerkers in de overeenkomst, vrees ik dat dit zou kunnen leiden tot deregulering van de gezondheidssector. Daarom heb ik mij bij de eindstemming over dit verslag van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb me met mijn stem vóór achter het initiatief voor een Europese beroepskaart voor aanbieders van diensten geschaard, aangezien het een nieuw instrument is ter ondersteuning van het vrije verkeer van personen en diensten. De migratie van arbeidskrachten en de professionele mobiliteit dienen zoveel mogelijk te worden bevorderd, en wel door middel van een snellere uitwisseling van informatie tussen de lidstaat van herkomst en de lidstaat van bestemming.

Uit de gegevens over het in 2007 door SOLVIT ontvangen aantal klachten blijkt dat 20 procent betrekking had op de voor een gereguleerd beroep benodigde erkenning van professionele kwalificaties. Met behulp van een Europese beroepskaart voor aanbieders van diensten zal een aantal obstakels uit de weg kunnen worden geruimd die de Europese burger nog altijd hinderen bij het uitoefenen van een betaald beroep in een ander land dan hun land van oorsprong.

De in deze beroepskaart vervatte informatie zal bovendien het leven verlichten van zowel werkgevers als consumenten, alsook de niet-gereguleerde en niet-geharmoniseerde beroepen ten voordele strekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik stem vóór het verslag van mevrouw Cederschiöld over het instellen van een Europese beroepskaart voor aanbieders van diensten.

Ik denk dat, ondanks het bestaan van Richtlijn 2005/36/EG, gericht op het stimuleren van de mobiliteit van professionals, deze markt nog steeds voornamelijk nationaal van aard is. De mobiliteit van werknemers in de Europese Unie is in het algemeen nog steeds heel laag en vormt daarmee een belemmering voor het goed functioneren van de interne markt en voor de verwezenlijking van de Lissabonstrategie inzake groei en werkgelegenheid.

Gezien het bovenstaande denk ik dat het van essentieel belang is dat er voor alle beroepen, ook de niet gereglementeerde beroepen, Europese beroepskaarten komen, die in sommige gevallen al bestaan. Dit zal ervoor zorgen dat zij in alle lidstaten worden erkend en consumenten gemakkelijker een beroep kunnen doen op de diensten van een buitenlandse dienstverlener. Hiermee wordt bijgedragen aan een betere integratie van de Europese interne markt.

 
  
  

- Verslag-Attwooll (A6-0025/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. – (LT) De tragische geschiedenis van de commerciële walvisvangst, samen met de gevaren voor de walvispopulaties die de laatste tijd zijn toegenomen (onder andere incidentele bijvangst bij visserij-activiteiten, botsingen met vaartuigen, de mondiale klimaatverandering en vervuiling van de oceanen met lawaai) gebiedt dat de EU zich op de internationale forums op een consistente en samenhangende manier inzet voor de grootst mogelijke bescherming van walvissen wereldwijd. Ik roep u op elk voorstel af te wijzen dat gericht is op legitimering van wetenschappelijke of commerciële walvisvangst in kustwateren of elders, dan wel op het toestaan van de internationale handel in walvisproducten.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Ondanks acties en initiatieven van de IWC (Internationale Walvisvaartcommissie) is de situatie van veel walvissoorten nog steeds verontrustend, aangezien een groot aantal met uitsterven wordt bedreigd. De hele achtergrond van walvisvangst voor wetenschappelijke doeleinden is nog altijd een ‘dekmantel’ voor de jacht op deze zoogdieren, reden waarom de EU moet ingrijpen en dit internationale standpunt moet herzien.

Enkele punten uit het verslag die ik essentieel acht zijn het ondersteunen van de handhaving van het moratorium, het afwijzen van alle voorstellen voor nieuwe vormen van walvisvangst, het accepteren dat alle vangstactiviteiten door IWC-leden onder de controle van de IWC worden gebracht en het steunen van voorstellen voor de beëindiging van de “wetenschappelijke walvisvangst” buiten de controle van de IWC.

Het vormen van een politiek standpunt van de EU over dit onderwerp en het spelen van een leidende rol bij het realiseren van doelstellingen met betrekking tot biodiversiteit en duurzame ontwikkeling van onze planeet zijn fundamentele doelstellingen die de EU moet nastreven.

Daarom heb ik vóór dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Net als de rapporteur steun ik het moratorium voor de commerciële walvisvangst en het verbod op internationale handel in walvisproducten. Er zijn ook goede redenen om te proberen een einde te maken aan wat “wetenschappelijke walvisvangst” wordt genoemd.

Wanneer deze kwesties op internationaal niveau aan de orde komen, zou men moeten proberen samen te werken in het kader van de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC), niet de EU.

Ondanks dat principiële bezwaar het ik ervoor gekozen om voor het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik stem vóór het verslag van collega Attwooll over de maatregelen van de Gemeenschap voor de walvisvangst.

Ik ben het ermee eens dat de jacht op dit zoogdier, dat met uitsterven wordt bedreigd, moet worden verboden en dat scherpe maatregelen nodig zijn om uitsterving te voorkomen. Het bestaande moratorium op de walvisjacht heeft tot op heden goede resultaten opgeleverd voor wat de groei van de walvispopulatie betreft, ook al hebben veel belangrijke landen dit moratorium nog niet geratificeerd, wat inhoudt dat er nog steeds op walvissen wordt gejaagd. In ben het er daarom mee eens dat we de Commissie moeten verzoeken nieuwe voorstellen in te dienen, om betere resultaten te boeken.

Ook vind ik het onderscheid dat altijd is gemaakt tussen jacht voor commerciële doeleinden en jacht voor levensonderhoud belangrijk. Die tweede jachtvorm is terecht uitgesloten van het moratorium, net als het wetenschappelijk onderzoek op walvissen, mits daarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak de soort te beschermen.

 
  
  

- Verslag-Belet (A6-0027/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik heb vóór het verslag gestemd. Een van de belangrijkste redenen voor de deelname van de Gemeenschap deelneemt in het waarnemingscentrum is het feit dat de activiteiten van het centrum bijdragen aan een versterking van het concurrentievermogen van de audiovisuele sector. De distributie van audiovisuele materialen wordt bijvoorbeeld te vaak belemmerd door gebrek aan kennis over de verschillen tussen de nationale wetgevingen. Het waarnemingscentrum helpt dergelijke belemmeringen weg te nemen door alle betrokken media-exploitanten expertise en systematische informatie te bieden.

Vaak wordt in Italië echter onvoldoende bekendheid gegeven aan de wetgeving die door de Europese Gemeenschap wordt goedgekeurd. Daarom is meer juridische transparantie nodig, met name op het gebied van auteursrechten en rechten ter bescherming van consumenten, evenals op het gebied van belasting- en arbeidsrecht. Tenslotte is het van essentieel belang dat het waarnemingscentrum meer capaciteit krijgt om nieuwe ontwikkelingen bij te houden, zoals nieuwe modellen inzake het gebruik van audiovisuele producten, met name internet en videospelletjes.

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. – (LT) Een van de hoofdredenen van de deelname van de Europese Gemeenschap in de activiteiten van het Waarnemingscentrum is de voorwaarde dat de werkzaamheden van dat centrum bijdragen tot de versterking van het concurrentievermogen van de audiovisuele industrie van de Gemeenschap. De verspreiding van audiovisuele goederen wordt vaak belemmerd door een gebrek aan kennis over verschillen in nationale wetgeving. Het waarnemingscentrum draagt bij deze belemmeringen te overwinnen door technische expertise en specialistische informatie te verschaffen aan alle relevante actoren, reden waarom de deelname van de Gemeenschap als positief dient te worden beschouwd. Door de specifieke kennisverwerving en zijn publicaties is het waarnemingscentrum uitgegroeid tot de belangrijkste bron van economische en juridische informatie in de diverse segmenten van de audiovisuele sector, zowel voor private als voor publieke actoren. De Commissie benadrukt verder dat een van de meest waardevolle aspecten van het waarnemingscentrum zijn vermogen is om netwerken op te bouwen en te onderhouden met wetenschappelijke partners. Deze netwerken dragen bij tot de kwaliteit van de economische en juridische analyses door het waarnemingscentrum.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicodim Bulzesc (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector de enige pan-Europese organisatie voor openbare dienstverlening is die gericht is op het verzamelen en verspreiden van informatie over de Europese audiovisuele sector. Het speelt een belangrijke rol door gedetailleerde informatie over de sector te leveren aan zowel openbare als particuliere organen op dit terrein.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Ik heb tegen dit verslag over de deelname van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector gestemd. Het is de taak van de lidstaten om zich in te zetten voor en in te staan voor de financiering van het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het ontwerpverslag over de deelname van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector gestemd, een project dat om meerdere redenen de steun heeft van de PPE-DE-Fractie.

Allereerst ben ik van mening dat het van cruciaal belang is dat er sprake is van een zo groot mogelijke transparantie op de markt van audiovisuele diensten, alsook dat we ervoor moeten zorgen dat zoveel mogelijk instellingen toegang hebben tot relevante informatie op dit vlak. Alleen op deze manier kunnen we voor ware concurrentie zorgen en voldoen aan de economische groeidoelstellingen van de Lissabonstrategie.

Ten tweede acht ik het van belang dat het waarnemingscentrum zowel EU-lidstaten als Europese landen van buiten de Gemeenschap bij elkaar brengt, iets waarmee de cohesie tussen alle landen in Europa aanzienlijk vergroot kan worden. Niet alleen kunnen we zo het hele continent onderling met elkaar verbinden, maar ook het vrije verkeer van goederen en diensten in de audiovisuele sector vergemakkelijken en daarmee deze markt aanzienlijk vergroten.

We dienen er echter op toe te zien dat rekening wordt gehouden met de technologische ontwikkelingen om zo de doeltreffendheid van het waarnemingscentrum te waarborgen.

Persoonlijk ben ik voorstander van de bepalingen waarmee het werkterrein van het waarnemingscentrum wordt uitgebreid om zo nog meer te kunnen doen op dit gebied en om nog waardevollere informatie te kunnen leveren die zowel nuttig is vanuit economisch oogpunt als waardevol voor een goed begrip van de Europese sociale en culturele context.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik heb vóór het verslag van collega Belet over deelname van de Gemeenschap in het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector gestemd.

Ik hecht veel waarde aan het werk van het waarnemingscentrum, aangezien het de enige organisatie is die zich bezighoudt met het verzamelen en verspreiden van informatie over de Europese audiovisuele sector en daarmee een belangrijke rol vervult bij het stimuleren van nieuwe ontwikkelingen op audiovisueel gebied, die de laatste jaren steeds belangrijker zijn geworden, vooral nu steeds meer gebruik wordt gemaakt van digitale technologie. Bovendien levert het centrum, via zijn marktonderzoeken en -analyses, een belangrijke bijdrage aan beleidsmakers en de audiovisuele sector zelf.

Tevens ben ik het ermee eens dat het waarnemingscentrum zijn werkzaamheden zou moeten uitbreiden tot onderzoek naar fiscale en arbeidswetgeving voor de audiovisuele sector, en daarbij de samenwerking met de lidstaten dient te versterken.

 
  
  

- Verslag-Fava (A6-0026/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten in het Europees Parlement, pleiten voor een genereus immigratiebeleid waarin de noden van de mensen centraal staan. Dat betekende dat wij er uiteindelijk voor kozen om het verslag van de heer Fava te steunen, omdat het een duidelijk signaal is dat het onaanvaardbaar is dat werkgevers migranten zonder papieren uitbuiten en rechten aan mensen zonder papieren toekent die zij momenteel in meerdere EU-lidstaten niet hebben. Een voorwaarde voor ons om voor het verslag te kunnen stemmen was de instemming van de Raad met de verklaring van het Parlement dat artikel 9 in geen geval een precedent voor de toekomst mag zijn. Dat zou het namelijk moeilijker kunnen maken om gemeenschappelijke regels vast te stellen voor de aansprakelijkheid van de hoofdaannemers voor hun onderaannemers.

Het is voor ons vanzelfsprekend dat de hoofdaannemer ervoor aansprakelijk moet zijn dat de onderaannemers de gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten naleven. Werkgevers mogen de arbeidswetgeving niet kunnen omzeilen door gebruik te maken van een complexe keten van onderaannemers. In deze richtlijn is de aansprakelijkheid echter begrensd tot de onderaannemer op het eerstvolgende niveau, wat wij onaanvaardbaar vinden. We mogen echter niet vergeten dat niets individuele lidstaten ervan weerhoudt om verregaandere wetgeving in te voeren.

Wij zijn er ook principieel tegen dat particulieren die mensen zonder papieren in hun huis laten werken, worden uitgesloten van sancties. Wij zijn van mening dat mensen zonder papieren even kwetsbaar zijn, ook als zij voor particulieren werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alin Lucian Antochi (PSE), schriftelijk. (RO) De richtlijn waarover zojuist gestemd is, is een volgende stap op weg naar het opstellen en toepassen van gemeenschappelijke regels en maatregelen ter regulering van de status van immigranten in de Europese Unie, en dan met name van illegale uit derde landen afkomstige werknemers.

Een van de belangrijkste drijfveren voor mensen om illegaal naar een ander land te trekken is het vooruitzicht op betere levensomstandigheden dankzij de kans op werk aldaar. Maar het hieruit voortvloeiende voordeel voor de werkgevers, hun winsten, gaat ten koste van de overheidsfinanciën en leidt tot verstoring van de concurrentie, aangezien illegale arbeidskrachten elke sociale verzekering en elk recht op pensioen ontberen.

Dit is dan ook de reden waarom de huidige richtlijn betrekking heeft op het immigratiebeleid en de sancties gericht zijn tegen werkgevers, niet tegen de uit derde landen afkomstige arbeidskrachten zelf. Er dient eveneens specifiek aandacht te worden besteed aan uit nieuwe lidstaten afkomstige onderdanen die ondanks hun status van Europese burger nog altijd onder transnationale arbeidsregelgeving vallen, hetgeen een belemmering vormt voor hun vrije toegang tot de arbeidsmarkt in de oude lidstaten.

Uit maatregelen zoals de verplichting voor werkgevers om de verblijfsvergunning van arbeidskrachten uit derde landen na te trekken, alsook uit de voorgestelde financiële en strafrechtelijke sancties voor werkgevers, blijkt duidelijk dat de Gemeenschap en de lidstaten zich sterk inspannen om hun beleid op het vlak van immigratie en illegale arbeid te coördineren. Want laten we wel zijn, nu de Europese Unie een steeds sterkere bevolkingsdaling tegemoet ziet, is het belangrijk te beseffen dat de oplossing niet ligt in de uitzetting van deze arbeidskrachten, maar in de regulering van hun status. Vanuit deze hoop heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), schriftelijk. − (SV) Ik heb voor het verslag over sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen gestemd.

Het doel van het verslag is de uitbuiting van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen door werkgevers te bestrijden en de rechten van de werknemers te versterken. In het geval van illegale tewerkstelling is het de werkgever die de wet overtreedt, die moet worden gestraft, niet de werknemer.

In bepaalde EU-lidstaten ontbreekt dit soort wetgeving. In andere lidstaten bestaat de wetgeving wel, maar wordt zij niet toegepast of nageleefd. Gemeenschappelijke EU-regels ter bestrijding van de uitbuiting en tewerkstelling van illegaal verblijvende arbeidskrachten zijn derhalve een manier om de lat voor vele EU-lidstaten hoger te leggen.

Het voorstel waar wij vandaag over stemmen heeft vele tekortkomingen. Als het aan mij had gelegen, hadden vele delen er anders uit gezien. Ik had bijvoorbeeld graag een betere bescherming gezien van vrouwen die huishoudelijk werk verrichten. Maar het alternatief is helemaal geen richtlijn – en een slechtere bescherming van de vier tot acht miljoen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen die vandaag illegaal werken in de EU, en vaak in een erg kwetsbare situatie door werkgevers worden uitgebuit.

Hoe belangrijk het ook is illegale immigratie en uitbuiting van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tegen te gaan, er moet tezelfdertijd voor worden gezorgd dat de mogelijkheden om zich legaal in de EU te vestigen en werk te zoeken worden versterkt. Dat wordt via andere richtlijnen geregeld, waar wij in het Europees Parlement in het voorbije jaar aan hebben meegewerkt en over hebben onderhandeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik steun het verslag-Fava over sancties tegen werkgevers van illegaal verblijvende werknemers uit derde landen. Een aantal gewetenloze werkgevers is bereid om deze illegale werknemers uit te buiten met lonen die onder het wettelijk minimum liggen, weerzinwekkende omstandigheden en lange werkdagen. Wanneer ze wel betrapt worden, moeten ze met strenge sancties worden geconfronteerd.

Maar het probleem is dat er een verderfelijke samenzwering bestaat om de uitbuiting verborgen te houden. De werkgevers hebben de winsten gemaakt die ze duidelijk niet willen inleveren, terwijl de werknemers met uitzetting worden geconfronteerd als ze de uitbuiting naar buiten brengen. Als we het ernstig menen, moeten we een beleid hebben dat amnestie verleent aan degenen die de uitbuiters ontmaskeren. Hierdoor zou het machtsevenwicht tussen werknemers en werkgevers zodanig veranderen dat het probleem zo goed als uit de weg zou zijn geruimd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Ik kan alleen maar blij zijn met het algehele verbod op tewerkstelling van illegale werknemers om illegale immigratie te ontmoedigen, zoals ik ook alleen maar blij kan zijn met de sancties tegen werkgevers die – vaak om ze uit te buiten – een beroep doen op deze arbeidskrachten; dergelijke werkgevers zijn niets anders dan moderne slavendrijvers.

Desalniettemin plaats ik enkele kritische kanttekeningen. Eens te meer grijpt de Europese Unie een kwestie die berust op een communautaire rechtsgrondslag (de eerste pijler) aan om haar bevoegdheden inzake de harmonisering van het strafrecht in de lidstaten uit te breiden. Ierland en het Verenigd Koninkrijk, die gebruik hebben gemaakt van hun door de Verdragen erkende uitstapmogelijkheid, vormen hierop een voorname uitzondering.

Onwillekeurig schiet me te binnen wat er in Frankrijk is gebeurd nadat het personeel van een sjiek restaurant in de stad Neuilly, geliefd bij Sarkozy, het werk neerlegde: de directie beweert slachtoffer te zijn van een arbeidsmarkt die te star is en te veel bescherming biedt aan arbeidskrachten die het wettelijk minimumloon betaald krijgen, en vervolgens wordt de deur wagenwijd opengezet om onregelmatige arbeidsrelaties te regulariseren; de richtlijn gaat hier nog een schepje bovenop doen door de mogelijkheid van regularisatie te bieden aan zwartwerkers die in ruil daarvoor alleen hun werkgever hoeven te verklikken.

Ik vrees dat dit alles in de praktijk, in landen die op dit punt zo laks zijn als Frankrijk, de toevloed van illegale immigranten niet zal beperken.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ongeacht de noodzaak om procedures voor het bestrijden van de inzet van illegale werknemers aan te scherpen, is het onaanvaardbaar dat deze richtlijn zowel de wetsovertreder als de slachtoffers bestraft.

Deze richtlijn is bedoeld als aanvulling op de beschamende ‘richtlijn terugkeer’ die de socialistische regering in Portugal heeft aangenomen, aangezien deze richtlijn werkgevers van illegaal verblijvende werknemers sancties oplegt en een algemene en automatische procedure vastlegt voor het uitzetten van deze werknemers, met weinig uitzonderingen.

Uitwijzing mag geen alternatief vormen voor de grove uitbuiting van illegaal verblijvende migrerende werknemers.

Deze richtlijn houdt zich niet aan het principe dat migrerende werknemers die gedwongen worden onder onaanvaardbare omstandigheden werk te verrichten en hiervan melding maken, moeten worden beschermd. Bovendien biedt de richtlijn geen volledige bescherming aan de rechten van werknemers, aangezien hierin het volgende wordt vastgelegd: “indien de achterstallige betalingen niet door de werkgever worden verricht, moeten de lidstaten niet verplicht zijn aan deze verplichting te voldoen”.

Doordat de rechten van illegaal verblijvende migrerende werknemers niet worden beschermd, aangezien er niets wordt gedaan om hen te regulariseren en zij in plaats daarvan worden bedreigd met uitwijzing, zal deze richtlijn werknemers kwetsbaarder maken en leiden tot situaties van illegaal werk die nog moeilijker te traceren zijn.

Dit is dus wederom een richtlijn die aangeeft hoe onmenselijk het immigratiebeleid van de EU is. En daarom kunnen we deze dus enkel verwerpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. – (FR) Dit verslag is weliswaar interessant op een aantal punten en schetst een strategie ter bestrijding van illegale immigratie, maar bevat ook enkele enorme struikelblokken. Zo ontbreken concrete maatregelen om de binnen- en buitengrenzen van de Unie te beschermen, evenals beleidsmaatregelen om de uitzetting van illegalen naar hun land van herkomst in goede banen te leiden. Het merkt een persoon die zich illegaal toegang heeft verschaft tot het grondgebied van de Unie eenvoudigweg aan als een illegale immigrant die rechten bezit.

In werkelijkheid weten de Europese instellingen zich geen raad met deze kwestie. Enerzijds eisen ze, omwille van veiligheid en justitie, een minimum aan Europese regels om illegale immigratie aan banden te leggen en anderzijds willen ze, omwille van hun tot dogma’s verheven regels – die van ultraliberalisme en vrijheid van verkeer – dat het grondgebied van de Unie een gastvrij en aantrekkelijk grondgebied is voor miljoenen potentiële immigranten.

Wij verwerpen deze filosofie, die gevaarlijk is voor de volken en naties van Europa. Wij blijven van mening dat ze het recht hebben zich te verdedigen en zichzelf te blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Manole (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Het is algemeen bekend dat een strikt visumbeleid en strenge immigratieregelgeving slechts een minieme bijdrage leveren aan de bestrijding van illegale immigratie. Als er al een effect van uitgaat, dan is dat eerder de groei van de smokkelnetwerken voor illegale immigranten.

Het voorstel om werkgevers die illegale burgers in dienst nemen te straffen, komt niets te vroeg. We dienen er echter voor te waken dat deze maatregel zijn doeltreffendheid verliest, want welke straffen er ook tegen werkgevers ingevoerd mogen worden, de redenen waarom mensen migreren worden er niet anders om. Als gevolg van de voorgestelde controles zullen immigranten zonder papieren alleen maar nog slechtere baantjes moeten aannemen tegen nog lagere salarissen, zeker gezien de huidige economische crisis.

Het moge duidelijk zijn dat deze maatregelen slechts een onvolledige deeloplossing bieden tegen illegale immigratie en zwartwerken. De EU-lidstaten dienen op het vlak van de illegale immigratie van nu af aan een consistent gemeenschappelijk beleid te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik steun dit verslag, dat ertoe zal leiden dat er hard wordt opgetreden tegen werkgevers van illegale immigranten in Europa. Een van de factoren die illegale immigranten aanmoedigt om de EU binnen te komen, is het vooruitzicht om werk te vinden. Ik steun deze wetgeving omdat zij een eerlijker systeem tot stand zal brengen voor legaal verblijvende Europese werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het vooruitzicht op het vinden van werk in Europa is om zeer begrijpelijke redenen aantrekkelijk voor onderdanen van derde landen. In tijden van crisis is het echter van belang om nauwlettend in de gaten te houden wie de steeds schaarser wordende banen krijgen om te voorkomen dat er niet ook sociale verstoringen ontstaan. Mijns inziens is het daarom belangrijk om sancties op te leggen aan werkgevers die zich niet aan de voorschriften houden. Illegale arbeid is in deze onrustige tijden onacceptabel en we moeten beginnen bij degenen die lokaal kunnen worden aangepakt en waar sancties effect hebben. In dat opzicht vormt het verslag een aanzet om dit probleem intensiever aan te pakken, aangezien de toestroom van werkzoekende immigranten niet kleiner zal worden, zeker niet tijdens de crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Als je met een nuchtere blik naar deze kwestie kijkt, dan zie je twee redenen waarom er illegale immigranten bestaan: slechte levensomstandigheden in het land van oorsprong en vraag naar arbeidskrachten in andere landen.

Terwijl er voor het eerste probleem door de EU ondersteunde ontwikkelingsfondsen en samenwerkingsprogramma’s bestaan die trouwens overduidelijk nog altijd ontoereikend zijn, wordt het tweede probleem tot op heden op uiteenlopende manieren aangepakt op lidstaatniveau. Wat we echter nodig hebben, zijn standaardregels op Gemeenschapsniveau voor de bestraffing van werkgevers, omdat dit veelal een grensoverschrijdende kwestie is waarbij netwerken van mensensmokkelaars betrokken zijn die misbruik maken van de kwetsbaarheid van illegale immigranten.

Het doet mij deugd dat de kwestie van werkgevers die misbruik maken van illegale immigranten hier in het Europees Parlement op de agenda is komen te staan. Ik ben ervan overtuigd dat met de tenuitvoerlegging van deze richtlijn de werkgelegenheidsomstandigheden in de Gemeenschap daadwerkelijk zullen verbeteren.

In plaats van dat we ons, zoals bij het beleid van de individuele lidstaten tot nog toe te doen gebruikelijk, vooral richten op het verhinderen van de toegang van immigranten tot de arbeidsmarkt, wordt het probleem van nu af aan aangepakt bij de wortel.

We mogen dit verslag echter niet opvatten als een signaal dat de grenzen van de EU op slot gaan. Integendeel, we moeten de grenzen van de arbeidsmarkt open houden, echter onder de voorwaarde dat de arbeidsimmigratie legaal is en aansluit op de behoeften van de verschillende nationale arbeidsmarkten.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, naar mijn mening moet de bestrijding van illegale immigratie een van de prioriteiten zijn van de Europese Unie.

Ik ben van mening dat het opnieuw vaststellen van een rechtskader voor de arbeidsmarkt in principe nodig is, zowel uit respect voor Europese burgers als uit respect voor burgers uit derde landen, waar vaak nog niet eens aan de meest basale veiligheidseisen op het werk wordt voldaan.

Daarom heb ik vóór het verslag van de heer Fava gestemd over sancties tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. Ik denk dat dergelijke maatregelen overeenstemmen met de wens één Europese arbeidsmarkt te creëren die opener, gelijkwaardiger en homogener is.

Ik ben het met de rapporteur eens dat werkgevers die misbruik maken van immigranten gestraft moeten worden met geldelijke, administratieve en, in bepaalde gevallen, strafrechtelijke sancties, naargelang de organisatie en de ernst van het misbruik, en dat de lidstaten toezicht moeten uitoefenen op de meest risicovolle werkplekken en moeten zoeken naar manieren om het aangeven van uitbuiting in de illegale sfeer te vergemakkelijken. We mogen niet vergeten dat de doelstellingen op het gebied van werkgelegenheidsgroei en, meer in het algemeen, van economische groei, alleen verwezenlijkt kunnen worden als de arbeidswetgeving onverkort wordt nageleefd.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Wij hebben ervoor gekozen om voor het verslag over sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen te stemmen.

Het doel van het verslag is de uitbuiting van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen door werkgevers te bestrijden en de rechten van de werknemers te versterken. In het geval van illegale tewerkstelling is het de werkgever die de wet overtreedt, die moet worden gestraft, niet de werknemer.

In bepaalde EU-lidstaten ontbreekt dit soort wetgeving. In andere lidstaten bestaat de wetgeving wel, maar wordt zij niet toegepast of nageleefd. Gemeenschappelijke EU-regels ter bestrijding van de uitbuiting en tewerkstelling van illegaal verblijvende arbeidskrachten zijn derhalve een manier om de lat voor vele EU-lidstaten hoger te leggen.

Het voorstel waar wij vandaag over stemmen heeft vele tekortkomingen. Als het aan ons had gelegen, hadden vele delen er anders uit gezien. Wij hadden bijvoorbeeld graag een betere bescherming gezien van vrouwen die huishoudelijk werk verrichten. Maar het alternatief is helemaal geen richtlijn – en een slechtere bescherming van de vier tot acht miljoen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen die vandaag illegaal werken in de EU, en vaak in een erg kwetsbare situatie door werkgevers worden uitgebuit.

Hoe belangrijk het ook is illegale immigratie en uitbuiting van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tegen te gaan, er moet tezelfdertijd voor worden gezorgd dat de mogelijkheden om zich legaal in de EU te vestigen en werk te zoeken worden versterkt. Dat wordt via andere richtlijnen geregeld, waar wij in het Europees Parlement in het voorbije jaar aan hebben meegewerkt en over hebben onderhandeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Anders Wijkman (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Wij hebben ervoor gekozen om voor het verslag over sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen te stemmen.

Het doel van het verslag is de uitbuiting van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen door werkgevers te bestrijden en de rechten van de werknemers te versterken. In het geval van illegale tewerkstelling is het de werkgever die de wet overtreedt, die moet worden gestraft, niet de werknemer.

In bepaalde EU-lidstaten ontbreekt dit soort wetgeving. In andere lidstaten bestaat de wetgeving wel, maar wordt zij niet toegepast of nageleefd. Gemeenschappelijke EU-regels ter bestrijding van de uitbuiting en tewerkstelling van illegaal verblijvende arbeidskrachten zijn derhalve een manier om de lat voor vele EU-lidstaten hoger te leggen.

Het voorstel waar wij vandaag over stemmen heeft vele tekortkomingen. Als het aan ons had gelegen, hadden vele delen er anders uit gezien. Wij hadden bijvoorbeeld graag een betere bescherming gezien van vrouwen die huishoudelijk werk verrichten. Maar het alternatief is helemaal geen richtlijn – en een slechtere bescherming van de vier tot acht miljoen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen die vandaag illegaal werken in de EU, en vaak in een erg kwetsbare situatie door werkgevers worden uitgebuit.

Hoe belangrijk het ook is illegale immigratie en uitbuiting van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tegen te gaan, er moet tezelfdertijd voor worden gezorgd dat de mogelijkheden om zich legaal in de EU te vestigen en werk te zoeken worden versterkt. Dat wordt via andere richtlijnen geregeld, waar het Europees Parlement in het voorbije jaar aan heeft meegewerkt en over heeft onderhandeld.

 
  
  

- Verslag-Jeggle (A6-0472/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Constantin Dumitriu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) In het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende gewasstatistieken wordt een aantal extra elementen geïntroduceerd die nodig zijn voor de verbetering van de tenuitvoerlegging van de nieuwe bepalingen.

De statistiek speelt een cruciale rol bij het opstellen van het EU-beleid; statistische gegevens leveren een nauwkeurig inzicht in de vraag- en aanbodkant van de markt, op basis waarvan er gezorgd kan worden voor een economisch evenwicht. Desalniettemin dienen we er ons voor te hoeden dat standaardregelgeving op Europees niveau een grote bureaucratische last oplevert en moeten we er juist op toezien dat de continue uitwisseling van informatie tussen de lidstaten eenvoudig en doeltreffend blijft.

Om die reden ben ik ingenomen met het Commissievoorstel en de door de rapporteur voorgestelde aanvullingen. Hiermee zijn we aanbeland in een nieuwe fase van het proces waarin we werken aan een eenvoudig en flexibel rechtskader dat trouw is aan de beginselen van de EU. Met deze regelgeving zal de Europese landbouw beter kunnen inspelen op problemen die zoal in de markt kunnen ontstaan, zoals overproductie en navenante prijsdalingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Ik heb voor dit verslag gestemd, deels omdat het Commissievoorstel ten doel heeft de huidige wetgeving te vereenvoudigen, deels omdat landbouwstatistieken toch noodzakelijk zijn in de huidige omstandigheden, met het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Ik wil beklemtonen dat ik door voor te stemmen niet mijn steun betuig aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid op zich.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik ben verheugd over het werk dat collega Jeggle heeft verricht en stem hierbij vóór haar verslag over de noodzaak statistieken te verzamelen over gewassen.

Ik deel de mening van de rapporteur en de Commissie dat gewasstatistieken van essentieel belang zijn voor de beoordeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het beheer van de markten van dergelijke gewassen binnen de Europese Unie.

Ik ben het tevens eens met de nadruk van de rapporteur op het feit dat aanvullende lasten en kosten binnen redelijke grenzen moeten blijven, zodat de voordelen van een vereenvoudiging van bureaucratische procedures en een kwalitatief betere wetgeving niet teniet worden gedaan door te hoge kosten van de voorgestelde maatregelen.

Ik denk dat het verslag perfect past bij het actieprogramma ter beperking van de administratieve lasten binnen de Europese Unie, zoals voorzien in de mededeling van 24 januari 2007. Het verslag krijgt dan ook mijn steun.

 
  
  

- Verslag-Szájer (A6-0216/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Constantin Dumitriu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Zoals ik eerder al zei toen ik mijn steun uitsprak voor het verslag over de bevordering van de afzet van landbouwproducten op de interne markt en in derde landen, is wijn typisch een EU-product met een dominante positie op de wereldmarkten dat om die reden een vooraanstaande positie in de Europese handelstrategie verdient.

Om de verschillende soorten wijnen, niet alleen de traditionele soorten, maar ook de in onderhavig verslag genoemde soorten, beter te kunnen promoten, dienen we echter te beschikken over eenvoudige en flexibele regelgeving overeenkomstig de Europese beginselen voor kwaliteitsbevordering. Ook dienen de Europese lidstaten, de Europese instellingen, de producenten, alsook de producenten- en distributeursorganisaties beter met elkaar samen te werken.

Ik ben ingenomen met het Commissievoorstel en het door onze collega, József Szájer, ingediende verslag. Op basis hiervan krijgen we namelijk de beschikking over gestandaardiseerde en vereenvoudigde regels voor de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten. Deze producten zijn wereldwijd vermaard en dankzij deze nieuwe bepalingen zullen we deze producten nog beter in de markt kunnen zetten en aldus de producenten en distributeurs in de Unie kunnen ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik heb vóór het verslag van collega Szájer gestemd over gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten.

Ik ben van mening dat de wijnbouwsector erg belangrijk is voor de economie van de Europese Unie, aangezien een aantal landen, zoals Italië, Frankrijk en Spanje, tot ’s werelds belangrijkste wijnproducenten horen en hun gewaardeerde producten wereldwijd exporteren. Ik steun dan ook het voorstel om duidelijke regels vast te stellen voor de definitie van bovengenoemde categorieën producten op basis van wijn, zodat de hoge kwaliteit van Europese producten altijd herkenbaar en identificeerbaar is.

 
  
  

- Verslag-Van den Burg (A6-0047/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Wij, sociaaldemocraten in het Europees Parlement, hebben ervoor gekozen om voor het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat verlaagde btw-tarieven betreft, te stemmen. Wij willen echter benadrukken dat verlaagde btw-tarieven volgens ons geen oplossing zijn voor het probleem van een “ondergrondse” economie.

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. − (EN) Vandaag hebben we gestemd over het verslag over verlaagde btw-tarieven. In deze amendementen wordt benadrukt dat verlaagde btw-tarieven vele dienstverlenende sectoren in positieve zin kunnen veranderen omdat daardoor de omvang van het verschijnsel zwartwerk afneemt.

Met betrekking tot de woningsector kunnen verlaagde btw-tarieven worden toegepast voor energiebesparende en energie-efficiënte renovatie- en herstellingswerken.

Het voorstel gaat terug tot de zomer van 2008 en er wordt voorgesteld om bepaalde andere, lokaal geleverde diensten toe te voegen, waaronder restaurantdiensten.

Naast diensten met betrekking tot de woningsector en restaurant- en cateringdiensten, zullen arbeidsintensieve diensten permanent op de lijst van diensten worden opgenomen die in aanmerking komen voor verlaagde tarieven. De categorie wordt uitgebreid tot andere lokaal geleverde diensten van vergelijkbare aard, zoals kleine reparaties van roerende lichamelijke zaken, waaronder fietsen, schoenen, kleren, computers, horloges; schoonmaak- en onderhoudsdiensten voor al deze goederen; thuiszorg; alle diensten op het gebied van persoonlijke verzorging, waaronder kappersdiensten, diensten van schoonheidssalons, hoveniersdiensten; renovatie- en onderhoudsdiensten voor plaatsen waar erediensten worden gehouden en voor cultureel erfgoed en historische monumenten.

Verder is de categorie farmaceutische producten uitgebreid tot alle absorberende hygiëneproducten, in het bijzonder luiers voor kinderen en medische benodigdheden voor gehandicapten.

Op gedrukte boeken, met inbegrip van luisterboeken, kan onder de huidige wetgeving ook een verlaging van de tarieven worden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het bevorderen van kleine en middelgrote ondernemingen, die 99 procent van het Europese bedrijfsleven uitmaken, voor meer dan honderd miljoen arbeidsplaatsen zorgen en alleen al in de laatste acht jaar acht miljoen banen hebben geschapen, staat centraal in de Small Business Act.

Het huidige voorstel is een goed voorbeeld van de getroffen maatregelen. Het geeft niet alleen bepaalde bedrijven de mogelijkheid te profiteren van een verlaagd btw-tarief, maar gaat tegelijkertijd ook de ondergrondse arbeidsmarkt tegen en dwingt tot oprichting van legale bedrijven.

In onze poging om het functioneren van KMO’s te bevorderen, moeten we de grondbeginselen van de EU niet in gevaar brengen. In dit geval wordt de gemeenschappelijke markt beschermd doordat de regels van dit document gelden voor bedrijven die uitsluitend op lokaal niveau opereren, waardoor marktverstoringen worden voorkomen.

Om al deze redenen heb ik vóór dit verslag gestemd, dat ik beschouw als een uitstekend voorbeeld van de door het Europees Parlement te nemen beleidsmaatregelen op economisch gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Dit is echt de eerste keer dat ik blij ben voor een Europese richtlijn inzake belastingen te stemmen. In afwachting van een grondigere herziening die alles op losse schroeven zou kunnen zetten, zullen de meest stuitende dwalingen in deze richtlijn voorlopig verdwijnen. Lokaal verleende diensten zoals restaurants, die sowieso niets te maken hebben met de problemen van de interne markt en concurrentievervalsing, en arbeidsintensieve diensten komen in aanmerking voor het verlaagde tarief.

Nu zijn de regeringen aan zet. In eerste instantie binnen de Raad, die nog geen besluit heeft genomen. Vervolgens op nationaal niveau, waar we nauwlettend zullen toezien op de wijze waarop en de snelheid waarmee onze machthebbers hun verkiezingsbeloften zullen nakomen.

Ik vrees echter dat dit goede nieuws zijn oorsprong vindt in de crisis, de dalende koopkracht van de Europeanen en vooral de Europese verkiezingen die voor de deur staan. De echte oplossing zou zijn geweest om voorgoed een einde te maken aan een fiscale harmonisatie die niet altijd gerechtvaardigd is.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd waardoor Groot-Brittannië de btw-tarieven voor een nieuwe categorie goederen en diensten zal kunnen verlagen, waaronder restaurantdiensten en andere lokale diensten. Ik steun het verslag omdat het kleinere bedrijven de kans biedt om betere klandizie aan te trekken. Het verslag betekent positieve actie bij de bestrijding van de recessie, door kleinere, lokale bedrijven aantrekkelijker te maken voor de klant.

 
  
MPphoto
 
 

  John Purvis (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Conservatieven hebben altijd gesteld dat belastingheffing bij uitstek een soevereiniteitskwestie is en daarom moet elke stap om bevoegdheden op dit gebied over te dragen van de Europese Unie aan de lidstaten worden verwelkomd. Deze maatregel, waardoor de lidstaten een lager btw-tarief mogen toepassen op een aantal lokaal geleverde en arbeidsintensieve diensten, is een positief voorbeeld van de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel en wij moedigen de Commissie aan om verdere stappen in deze richting te ondernemen. Wij hadden vooral graag gezien dat het verlaagde tarief was uitgebreid tot lokaal geproduceerde bieren en ciders, aangezien dit de pubs zou helpen overleven nu ze te lijden hebben van hoge belastingtarieven.

Wij benadrukken dat het aan de lidstaten is om te beslissen wanneer het moment daar is om deze maatregelen toe te passen. De recente verlaging van het algemene btw-tarief in het Verenigd Koninkrijk is een kostbare exercitie geweest die weinig effect heeft gesorteerd, terwijl andere maatregelen zoals veel grotere maar doelgerichte btw-verlagingen, zoals toegestaan op basis van dit voorstel, of een hogere aftrek bij de persoonlijke inkomstenbelasting, gunstiger zouden zijn geweest voor zowel het individu als de economie als geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  Poul Nyrup Rasmussen (PSE), schriftelijk. − (DA) De Deense sociaaldemocratische leden van het Europees Parlement, Poul Nyrup Rasmussen, Britta Thomsen, Christel Schaldemose, Dan Jørgensen en Ole Christensen, hebben zich onthouden van stemming over het verslag-Van den Burg over verlaagde btw-tarieven. Wij zijn van mening dat een verlaagde btw in Denemarken een uiterst nadelig effect op de werkgelegenheid zal hebben, gecombineerd met een problematisch verlies aan inkomsten voor de staat. Echter, in het licht van de huidige economische crisis kan er in andere lidstaten een andere behoefte bestaan om het btw-instrument te gebruiken als onderdeel van diverse nationale crisismaatregelen en zo de werkgelegenheid in zwaar getroffen sectoren te stimuleren. Sowieso hebben we nogal afwijkende btw-tarieven en daarom willen we niet verhinderen dat andere EU-lidstaten deze weg kiezen. Dit kan mogelijk ook een positief effect hebben op de vraag binnen de Deense economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. − (EN) De Labourleden in het Europees Parlement hebben voor dit verslag gestemd. Wij zijn van mening dat btw-verlagingen een bijdrage kunnen leveren aan het behoud van bepaalde banen en het mogelijk maken dat andere banen worden geschapen. Elk land heeft wel melding gemaakt van ervaringen waardoor in enige mate het geloof is gewettigd dat lokale omstandigheden om lokale reacties vragen; dit gaat op voor een belasting als de btw.

In het Verenigd Koninkrijk heeft een algemene verlaging van de btw geleid tot een daling van de inflatie met 1 procent en een injectie in de economie van 12 miljard Britse ponden.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0097/2009: Verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Sinds 11 september 2001 leidt Amerika een wereldwijde oorlog tegen terreur. Helaas hebben de absolutistische cultuur van de mensenrechten in de EU en de politieke lafheid van vele van zijn ervaren politici de Verenigde Staten gedwongen een zwaar disproportionele verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het aanpakken van een bedreiging die geen grenzen kent.

Islamistische jihadextremisten vormen een bedreiging voor niets minder dan onze manier van leven zelf. Politici dragen de verantwoordelijkheid om de bevolking te beschermen tegen dit ongekende gevaar dat ons in ons bestaan bedreigt. Ik ben blij dat enkele landen in de EU het gepast achtten om met de CIA, onze Amerikaanse bondgenoten, samen te werken. Ik kan niet begrijpen waarom sommige landen de mensenrechten van terroristen belangrijker vinden dan de bescherming van hun eigen burgers en geweigerd hebben om met de CIA samen te werken. Nogmaals, het anti-Amerikanisme dat zo wijdverbreid is in de EU, brengt de veiligheid van haar burgers in gevaar.

Deze hele kwestie laat zien hoe belangrijk het is dat elke lidstaat het recht behoudt om onafhankelijk op te treden in aangelegenheden op het gebied van het buitenlands beleid en inlichtingen.

Ik heb tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) In 2007 heeft het Europees Parlement naar aanleiding van het onderzoek van de commissie die verantwoordelijk was voor dit onderwerp, een resolutie aangenomen met tal van aanbevelingen die waren bedoeld om herhaling van deze illegale activiteiten te voorkomen.

Momenteel is het Parlement bezig met een beoordeling van de toepassing van deze aanbevelingen op basis van een door mij voorgestelde methodiek. De Voorzitter van het Europees Parlement heeft een formeel verzoek tot samenwerking ingediend bij de voorzitters van de nationale parlementen en binnenkort zal een hoorzitting worden gehouden.

Het zou overhaast zijn om een nieuwe resolutie aan te nemen voordat dit proces is voltooid en bovendien zullen we hierdoor fouten begaan: de fout om te snel te spreken als er niets nieuws te zeggen valt, de fout om toe te geven aan de wens om een resolutie aan te nemen teneinde mensen te bereiken of binnenlandse politiek te bedrijven en ten slotte de fout om commentaar te geven op president Obama, terwijl we juist de trans-Atlantische samenwerking moeten stimuleren door in te spelen op de koerswijziging van de Amerikaanse regering.

Daarom kan ik niet instemmen met deze ontwerpresolutie. Ik kan ook niet tegen een tekst stemmen waarin nogmaals wordt gewezen op fundamentele waarden zoals de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat en het zoeken naar de waarheid. Daarom zal ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jas Gawronski (PPE-DE), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik stem tegen deze resolutie omdat daarin dezelfde ideeën worden herhaald waar mijn fractie al tegen was bij de eindstemming van de tijdelijke commissie TDIP (verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen). Ik uit dit standpunt als coördinator van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten voor de voormalige tijdelijke commissie TDIP en voor de daaropvolgende werkgroep binnen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

Bovengenoemde commissie besloot iedere lidstaat een vragenlijst te sturen waarop zij konden aangeven welke ontwikkelingen hadden plaatsgevonden na het onderzoek van het Europees Parlement. Tot op heden, zoals u heel goed weet, heeft zij echter nog geen enkele vragenlijst retour gekregen, zelfs niet na het versturen van schriftelijke herinneringen.

Het lijkt me dan ook niet terecht om te stemmen over een nieuwe tekst en zogenaamd nieuwe conclusies te presenteren, terwijl we in werkelijkheid niets nieuws te melden hebben. Ik heb de indruk dat dit weer een verkiezingsstunt is van links in plaats van een poging om recht te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik heb wel gestemd voor het behoud van de verwijzing naar Portugal, met inbegrip van de verwijzing naar de verantwoordelijkheid van de regering-Barroso, ondanks het feit dat ik van mening ben dat de tekst van die alinea nauwkeuriger zou kunnen en melding zou kunnen maken van “nieuwe feitelijke informatie” en niet slechts van “informatie in de pers”.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Zonder dat we belangrijke aspecten waar wij duidelijk tegen gekant zijn, willen verwaarlozen, om niet te spreken van de schrijnende gebreken en tegenstrijdigheden, wijzen wij op het volgende. Deze resolutie:

- “laakt het feit dat (…) tot nu toe geen actie hebben ondernomen, om opheldering over het programma buitengewone overbrengingen te brengen”;

- “verzoekt de lidstaten, de Commissie en de Raad (…) samen te werken om de waarheid te vinden door onderzoeken te starten of samen te werken met de bevoegde autoriteiten (…) en door te zorgen voor effectieve parlementaire controle van de activiteiten van de geheime diensten”;

- “verzoekt de Europese Unie, de lidstaten en de VS-autoriteiten om een onderzoek te voeren naar en volledige opheldering te brengen over de overtredingen en schendingen van het internationale en nationale recht op het gebied van mensenrechten, fundamentele vrijheden, het verbod op foltering en mishandeling, gedwongen verdwijning en het recht op een eerlijk proces die in samenhang met de "oorlog tegen terreur" zijn begaan, om de verantwoordelijkheid (…) vast te stellen, en om ervoor te zorgen dat deze schendingen in de toekomst niet meer voorkomen”.

In de resolutie wordt het essentiële, namelijk de zogenaamde “strijd tegen terreur” echter noch ontraadseld noch aan de kaak gesteld. Bovendien wordt hetgeen wordt omschreven als “beperkte behoud van de overbrengingsregelingen en van geheime detentiefaciliteiten” niet veroordeeld.

Wat we nodig hebben zijn duidelijk veroordelingen en het zoeken naar de waarheid, wat de Portugese communistische partij in het Portugese parlement heeft voorgesteld en de socialistische partij, de sociaaldemocratische partij en de volkspartij van Portugal hebben afgewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ook al zitten er omstreden elementen in de CIA-resolutie, zoals het verwelkomen van de overeenkomsten tussen de EU en de VS inzake justitiële samenwerking en uitlevering, toch heb ik voor de resolutie gestemd om de mensenrechten en de poging om licht te werpen op het programma van buitengewone overbrengingen te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) De resolutie die door dit Huis is aangenomen bevestigt opnieuw dat, volgens artikel 14 van het VN-Verdrag tegen foltering, slachtoffers van foltering een afdwingbaar recht op verhaal hebben en op een eerlijke en passende schadevergoeding. Het is veelzeggend dat de leden van de Britse Conservatieven in dit Huis tegen de resolutie hebben gestemd. Het is net zo veelzeggend dat de Britse Labourleden zich van stemming hebben onthouden. De in moreel opzicht failliete Labourregering heeft het Verenigd Koninkrijk een onwettige oorlog binnengeleid en toegestaan dat zijn luchthavens voor buitengewone overbrengingsvluchten werden gebruikt. De stemmen van de Unionistische leden van het Europees Parlement vandaag maken deze schande alleen nog maar groter.

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ook al zitten er elementen in de CIA-resolutie, zoals het verwelkomen van de overeenkomsten tussen de EU en de VS inzake justitiële samenwerking en uitlevering waar ik zeer kritisch tegenover sta, toch heb ik voor de resolutie gestemd om de mensenrechten en de poging om licht te werpen op het programma van buitengewone overbrengingen te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Ik heb eerder al mijn afschuw geuit over de informatie die bekend is geworden over de behandeling van verdachte, maar niet veroordeelde, personen die zijn uitgeleverd en in bepaalde gevallen door de overheid van diverse staten zijn gekidnapt. Dat is volkomen onaanvaardbaar en in strijd met de principes van de moderne democratie. De kwestie is nog steeds niet opgehelderd en daarom is het positief dat men licht werpt op de gebeurtenissen.


De resolutie van het Parlement bevat meerdere positieve elementen, maar ik vind dat zij te ver gaat in haar ambities op het vlak van het buitenlands beleid door onder andere irrelevante formuleringen op te nemen. Op die manier wordt de aandacht afgeleid van de hoofdzaak, de veronderstelde schendingen van mensenrechten. Dat is erg ongelukkig. Daarom heb ik tegen deze resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb tegen de ontwerpresolutie over het verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen gestemd, aangezien er een ongefundeerd doel mee wordt beoogd.

Allereerst ben ik van mening dat de politieke fracties die deze resolutie hebben ondertekend vanuit een procedureel oogpunt hadden moeten wachten op de antwoorden van de nationale parlementen op de brief van de Voorzitter, de heer Pöttering, van 9 februari 2009, waarin hij vroeg om details over de maatregelen die de lidstaten getroffen hebben na de resolutie over dit onderwerp van februari 2007.

Ten tweede is het volledig contraproductief om naar aanleiding van het bevel van president Obama van januari 2009 om het gevangenenkamp Guantánamo Bay binnen een jaar te sluiten, opnieuw weer met allerlei verdachtmakingen en beschuldigingen aan het adres van bepaalde lidstaten te gaan smijten.

Dan nog wat Roemenië betreft: commissaris Barrot gaf in zijn toespraak tijdens de vorige vergaderperiode aan dat hij nauwlettend in de gaten heeft gehouden welke maatregelen er tijdens dit onderzoek genomen zijn door de Roemeense autoriteiten. Mij dunkt dat Roemenië zijn beste beentje voorgezet heeft en voorbeeldig met de Europese Commissie en het Europees Parlement heeft samengewerkt en deze voorzien heeft van alle benodigde informatie, met inbegrip van alle resultaten van de naar deze kwestie uitgevoerde onderzoekingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Net zoals ik heb gedaan bij de vergaderperiode van 2 tot en met 5 februari in Straatsburg, zou ik nogmaals blijk willen geven van mijn afkeur in verband met de resolutie inzake het verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen.

Elke beschuldiging dat Roemenië betrokken zou zijn geweest bij het programma voor het overbrengen van terrorismeverdachten, is volledig uit de lucht gegrepen. Het is dan ook volstrekt onaanvaardbaar dat in dit hele debat over de veronderstelde CIA-gevangenissen te pas en te onpas de naam van Roemenië over de lippen gaat.

Er zijn allerlei beschuldigingen aan ons adres gedaan zonder enig geloofwaardig bewijs ter ondersteuning. Het meest schrijnende voorbeeld daarvan is wel het verslag van de heer Martin, waarin Roemenië allerlei uiterst laakbare want ongegronde beschuldigingen om de oren krijgt.

Ik denk dat een aantal van deze ernstige aantijgingen ontsproten is uit het respect dat de Europese regeringen willen betonen voor de fundamentele vrijheden, rechten en waarden van de Europese Unie, de basis voor deze ontwerpresolutie.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik ben van plan vóór de ontwerpresolutie te stemmen over het verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen. Ik denk dat het extreem belangrijk is de aanbevelingen die door dit Parlement zijn gedaan in het verslag van de tijdelijke commissie verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen volledig ten uitvoer te leggen, aangezien het bestaan van geheime detentiecentra, gedwongen verdwijningen en de marteling van gevangenen niet alleen een flagrante schending is van de internationale mensenrechtenwetgeving, het VN-Verdrag tegen foltering, het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het Handvest van de grondrechten, maar ook ontoelaatbaar zijn in een internationaal systeem waarvan democratie en de rechtsstaat de fundamenten zijn.

Ik ben dan ook verheugd over bovengenoemde resolutie, die alle lidstaten verzoekt licht te werpen op de misbruiken die in dit verband en uit naam van de oorlog tegen terreur zijn gepleegd, omdat er bij een echte en efficiënte strijd tegen het terrorisme geen sprake mag zijn van schendingen van juist die rechten die men wil beschermen: mensenrechten en fundamentele vrijheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. − (EN) De Labourleden in het Europees Parlement zijn van mening dat deze resolutie een aantal verdienstelijke punten bevat. Wij hebben het opstellen van deze resolutie steeds gesteund en de gezamenlijke resolutie goedgekeurd zoals ze werd ingediend namens vier fracties in het Europees Parlement.

Wij kunnen deze resolutie echter niet steunen als zij onbewezen beschuldigingen bevat waarover geen oordeel is uitgesproken door de ter zake doende autoriteiten. Helaas is deze resolutie in haar geamendeerde vorm niet langer gebaseerd op bewezen feiten en de Labourleden in het Europees Parlement hebben helaas geen andere mogelijkheid dan zich van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Siwiec (PSE), schriftelijk. − (PL) Ik heb mij van stemming onthouden omdat ik de details van de amendementen op de ontwerpresolutie niet ken.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ook al zitten er omstreden elementen in de CIA-resolutie, zoals het verwelkomen van de overeenkomsten tussen de EU en de VS inzake justitiële samenwerking en uitlevering, toch heb ik voor de resolutie gestemd om de mensenrechten en de poging om licht te werpen op het programma van buitengewone overbrengingen te steunen.

 
  
  

- Verslag- Saryusz-Wolski (A6-0019/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het verslag van mijnheer Saryusz-Wolski gesteund. Het verheugt mij dat dit verslag zich voornamelijk concentreert op de gebeurtenissen in 2008. Dit jaar was voor de EU een test voor de doelmatigheid van haar buitenlands beleid. We zijn nogmaals tot de bevinding gekomen dat de kracht van Europa in gezamenlijk optreden ligt. Dit geldt ook voor de Europese instellingen. Ze moeten net als de lidstaten met elkaar samenwerken zodat de Europese Unie met één stem kan spreken op het internationale niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik steun het handhaven van het nationale veto in aangelegenheden op het gebied van buitenlandse zaken en ik maak me steeds meer zorgen over de groeiende rol van de EU op het wereldtoneel ondanks het feit dat het Verdrag van Lissabon niet is geratificeerd.

Desondanks aanvaard ik dat er enkele gebieden zijn waarop de Unie gezamenlijk kan optreden om haar wil kenbaar te maken en één zo’n gebied is Taiwan. De Raad heeft er onlangs zijn steun voor uitgesproken dat Taiwan concreet wordt betrokken bij internationale organisaties. Ik steun dit beleid omdat ik het onaanvaardbaar vind dat de 23 miljoen Taiwanezen een stem wordt onthouden op het internationale toneel.

Taiwan is een welvarende democratie met een kwalitatief zeer hoogwaardige gezondheidszorg. Ik vraag me af of het ethisch verantwoord is om Taiwan uit te sluiten van de voordelen die ongetwijfeld zouden voortvloeien uit de toekenning van de status van waarnemer bij de Wereldgezondheidsvergadering (WHA). Verder hoop ik dat de EU-instellingen samen vooruitgang kunnen boeken in deze kwestie vóór de volgende bijeenkomst van de WHA in mei.

Ik verwelkom de positieve opmerkingen in het verslag over de verbetering van de betrekkingen tussen China en Taiwan.

Ik heb me daarom van stemming onthouden over dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik zou graag de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, de heer Saryusz-Wolski, willen complementeren met zijn excellente verslag. Ik denk dat we ons met name moeten richten op het oostelijk partnerschap. Dit oostelijk partnerschap dient een duidelijke institutionele structuur te krijgen met zowel een parlementaire als een intergouvernementele dimensie en toegerust te worden met adequate technische en financiële organen.

Wat de intergouvernementele dimensie betreft, denk ik dat het nodig is dat er een duidelijke planning wordt opgesteld van de ministeriële ontmoetingen tussen de 27 lidstaten en hun partners van de landen van het oostelijk partnerschap. Ik ben uiteraard een warm voorstander van het Raadsbesluit met betrekking tot Wit-Rusland om de onderhandelingen met zowel de regering in Minsk als de democratische krachten in dit land te hervatten. Dit verdient echt onze volste steun. Het autoritaire regime van Wit-Rusland dient daarbij echter wel te begrijpen dat de naleving van de democratische grondbeginselen en de mensenrechten voor de EU een zwaarwegende voorwaarde is voor elke vorm van samenwerking.

Verder is mijns inziens ook de parlementaire dimensie van het oostelijk partnerschap van belang, omdat het project hiermee de nodige democratische legitimiteit verkrijgt. De ontmoetingen van de toekomstige parlementaire assemblee zullen moeten bijdragen aan de acceptatie van het project, zowel door de regerende partijen als de oppositie die het alternatief van een schaduwregering zou kunnen bieden, gebaseerd op democratische logica.

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De delegatie van de Griekse Communistische Partij in het Europees Parlement heeft tegen het verslag over het Jaarlijks verslag (2007) over de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen van het GBVB gestemd.

Het verslag dringt op provocerende wijze aan op versterking van de internationale, politiek-militaire aanwezigheid van de EU, dat wil zeggen op versterking van haar imperialistische interventies in heel de wereld. Het slaat munt uit de problemen die worden veroorzaakt door de kapitalistische ontwikkeling, zoals de klimaatverandering en het energieprobleem, en grijpt deze aan als een voorwendsel om aan te dringen op versterking van het imperialistisch interventionisme en verbetering van de positie van de EU in het mondiaal imperialistisch antagonisme.

Tegelijkertijd streeft het naar een nauwere en diepere samenwerking met de VS, teneinde gezamenlijk de strijd aan te kunnen binden tegen de reacties van het volk en zijn verzet tegen de imperialistische overheersing.

In het verslag wordt een balans opgemaakt van het imperialistisch optreden van de EU in de diverse gebieden van de wereld, zoals de westelijke Balkan, waar reeds een politiële-justitiële missie (de EULEX-missie in Kosovo) naartoe is gestuurd, het Midden-Oosten, Georgië, Afrika, enzovoort, en wordt zelfs aangedrongen op versterking ervan.

De EU wordt met het jaar agressiever en gevaarlijker voor de volkeren. Daarom moeten de volkeren met meer vastberadenheid en overleg strijden voor de omverwerping van deze politiek en de VS- en NAVO-politiek, dat wil zeggen van heel de imperialistische orde.

 
  
MPphoto
 
 

  Jas Gawronski (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) In dit verslag wordt de mensenrechtensituatie in China bekritiseerd, maar ook de mensenrechtensituatie in Taiwan had genoemd kunnen worden, die voorbeeldig is. De welvarende democratie van Taiwan, versterkt door grondwettelijke waarborgen en de rechtsstaat, staat in schril contrast met de totalitaire communistische dictatuur in China.

Ik herhaal de woorden van het verslag over de verbetering van de betrekkingen tussen China en Taiwan. President Ma Ying-jeou moet gefeliciteerd worden omdat hij dit heeft bewerkstelligd.

Het GBVB heeft onvermijdelijk een beperkte reikwijdte zolang het onderworpen blijft aan een nationaal veto. Desondanks verwelkom ik de recente steunbetuiging van de Raad, die bepleit dat Taiwan concreet wordt betrokken bij internationale organisaties. Ik hoop dat de Raad en de andere instellingen de ambitie van Taiwan zullen steunen om als waarnemer te worden toegelaten bij de Wereldgezondheidsvergadering. Het is ethisch gezien onjuist dat Taiwan eenvoudigweg door druk van China wordt uitgesloten van een forum over de volksgezondheid.

Ik heb daarom voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Evenals twee andere verslagen die tijdens deze vergadering zijn besproken en aangenomen, is ook dit verslag zeer ambitieus.

De retoriek even daar gelaten stelt het verslag dat “de komende maanden de EU een unieke kans bieden om een nieuwe trans-Atlantische agenda uit te werken met de nieuwe regering van de VS, waarin strategische kwesties van gezamenlijk belang aan bod komen, zoals het opzetten van een nieuw (…) mondiaal bestuur”, waarbij we vooral moeten denken aan de komende NAVO-top en de G20-top, die allebei in april op het programma staan.

Het verslag en de resolutie vormen in feite een kader voor de doelstellingen, prioriteiten en belangen van de belangrijkste mogendheden van de EU: in de Balkan (Kosovo, Bosnië-Herzegovina), Oost-Europa (Kaukasus, Zwarte Zee, Wit-Rusland, Georgië, Rusland), het Midden-Oosten (de Gazastrook, Irak), het Middellandse Zeegebied, Centraal-Azië (Afghanistan, Iran), Afrika (Tsjaad, Soedan, Somalië, Congo), Azië (China) of Latijns-Amerika.

De inhoud varieert van de meest flagrante schendingen van het internationaal recht, bemoeienis en interventionisme tot slecht verhulde verlangens naar politieke en economische controle via de grootste mogendheden van de EU.

Dat is de ware inhoud en betekenis van de “rol van de EU in de wereld” die wordt verkondigd: met andere woorden, het verlangen van de EU om met de VS en Japan gezamenlijk de invloedsgebieden, markten en natuurlijke hulpbronnen te controleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. − (PL) Ik sta volledig achter het verslag van Jacek Saryusz-Wolski over de voornaamste aspecten van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Het verslag van de Raad voor het jaar 2007 zet deze kwesties op een passende manier uiteen. Men kan het moeilijk oneens zijn met de stelling dat de financiële middelen voor het GBVB te beperkt zijn, in het bijzonder in het licht van agressieve terroristische acties. Het recht op leven in vrede en veiligheid is een prioriteit van de Unie. Veiligheid heeft vele dimensies: een politieke, een militaire, energiezekerheid, voedselzekerheid enzovoort. Samenwerking met andere landen speelt in deze kwestie een belangrijke rol. De trans-Atlantische betrekkingen met de VS en Canada zijn van cruciaal belang en de samenwerking tussen de EU en de NAVO moet versterkt worden. Het oostelijk partnerschap lijkt veelbelovend. De betrekkingen met Rusland, Oekraïne, Georgië en Wit-Rusland verdienen hier aandacht. De Unie kan ook een verzachtende invloed uitoefenen op de situatie in het Midden-Oosten. Het laatste conflict in de Gazastrook toont de dramatische situatie van de bevolking in deze regio, zowel de Palestijnse als de Joodse.

In veiligheidskwesties zal de EU pas doeltreffend kunnen optreden als ze spreekt en handelt als één geheel. Particularisme kan enkel tijdelijke voordelen opleveren. Onze universele solidariteit vraagt nadrukkelijk om respect voor de basiswaarden en grondrechten van de mens en voor de waardigheid en vrijheid waarop elk individu recht heeft. Adequate diplomatie, met name preventieve, speelt op dit gebied een niet te verwaarlozen rol.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Zoals duidelijk blijkt uit het debat en het verslag over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, heeft de EU grote ambities op het gebied van buitenlands beleid. De feiten wijzen er duidelijk op dat de rol van de EU in de wereld niet in de pas loopt met deze ambitie. Afgezien van het feit dat deze rol desondanks toch groter wordt, zijn de lidstaten het in een ruime meerderheid van de gevallen met elkaar eens en treden ze gezamenlijk op. De gemeenschappelijke waarden, beginselen en prioriteiten van de 27 lidstaten van de Europese Unie zijn verder verspreid dan soms wordt gesuggereerd wanneer geen overeenstemming wordt bereikt. Dit sluit precies aan bij de verwachtingen.

Daarom ben ik er voorstander van om het akkoord waarop de prioriteiten en criteria voor ons optreden zijn gebaseerd, te verstevigen.

Onderkennen dat er meningsverschillen zijn, die hoofdzakelijk het gevolg zijn van uiteenlopende belangen en prioriteiten, leidt in mijn ogen niet tot de conclusie dat de EU er niet toe doet in de wereld of dat aan alle lidstaten een uniek buitenlands beleid moet worden opgelegd, in weerwil van hun eigen belangen of zelfs hun eigen geschiedenis. We zijn bezig met de opbouw van een gemeenschap en dit proces heeft ondanks zijn trage voortgang meer kans van slagen dan de wens om een unieke aanpak op te dringen, die niet essentieel is.

 
  
MPphoto
 
 

  Flaviu Călin Rus (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor de ontwerpresolutie van het Europees Parlement gestemd over het “het jaarlijks verslag (2007) van de Raad aan het Europees Parlement over de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB), aan het Europees Parlement gepresenteerd overeenkomstig punt 43, sub G, van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006” als mijn bijdrage aan de bevordering van de vrede, de menselijke waardigheid, de mensenrechten, de democratie, het multilateralisme en de rechtsstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Het verslag-Saryusz-Wolski bevat enkele welkome verwijzingen naar Taiwan, in het bijzonder de recente dooi in de betrekkingen tussen China en Taiwan. Ik feliciteer de Taiwanese president Ma voor zijn dappere en vastberaden initiatief om de betrekkingen met de Volksrepubliek China te verbeteren.

Toch vrees ik dat de EU niet volledig beseft hoe belangrijk het is dat democratisch Taiwan wordt gesteund en zijn volk van 23 miljoen mensen een stem op het internationale toneel krijgt.

De Raad steunt het streven om Taiwan concreet te betrekken bij internationale organisaties. Het is tijd dat ook het Parlement deze steun uitspreekt, vooral met betrekking tot de ambitie van Taiwan om waarnemer te worden bij de Wereldgezondheidsvergadering.

Dat Taiwan op aandringen van China van dit orgaan wordt uitgesloten is laakbaar. Als arts keur ik de bemoeienis van de politiek met aangelegenheden op het gebied van de volksgezondheid af. We trotseren China inzake Tibet; we trotseren China inzake de mensenrechten; het is tijd dat we China trotseren inzake Taiwan.

Ik heb me van stemming onthouden over dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik en mijn Britse collega’s van de Conservatieve Partij verwelkomen de behoefte aan effectieve samenwerking tussen regeringen binnen het GBVB, mits het Verenigd Koninkrijk zijn veto behoudt en zelfstandig mag handelen in zijn nationale belang wanneer dat nodig is. In het verslag staan goede dingen over de behoefte aan meer internationale samenwerking van de 27 EU-lidstaten op gebieden als de trans-Atlantische betrekkingen, Georgië, het oostelijk partnerschap en het Midden-Oosten in bredere zin.

Wij zijn echter tegen de verwijzingen die hier en daar worden gemaakt naar het Verdrag van Lissabon. Wij geven al lange tijd aan dat wij tegen het Verdrag zijn en niet geloven dat het in het belang van het Verenigd Koninkrijk en de EU is om de nieuwe instrumenten op het gebied van het buitenlands beleid te hebben waar in het Verdrag in wordt voorzien. Om deze redenen hebben wij ons van stemming onthouden over het hele verslag.

 
  
  

- Verslag-Von Wogau (A6-0032/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik sta achter het verslag van mijnheer Von Wogau. Ik ben voorstander van een versterking van het Europees veiligheids- en defensiebeleid. Het verslag benadrukt dat een uitbreiding van de samenwerking tussen de Europese strijdkrachten een noodzakelijke stap is om tot een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid te komen. Ik ben het er ook mee eens dat de Europese Unie niet enkel veiligheid voor zichzelf moet garanderen, maar ook voor haar buurlanden. Ogenschijnlijk billaterale conflicten tussen onze buurlanden hebben een rechtstreekse weerslag op de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het verslag over de modernisering van de Europese veiligheidsstrategie (EVS) geeft openlijk steun aan een nog sterkere militarisering van de EU. Het doel is de EU een nog grotere militaire capaciteit te geven voor haar imperialistische interventies.

Het verslag juicht het doel van de Raad om de EU een permanente militaire macht van 60 000 man te geven toe. De kern daarvan moet gevormd worden door het reeds uit Franse en Duitse troepen bestaande Eurocorps, dat is uitgerust met gewone wapensystemen en paraat is voor gelijktijdige “snelle reacties” in diverse gebieden van de wereld. De voorwendselen voor interventies van de EU, de zogenaamde “dreigingen” voor de veiligheid, reiken steeds verder en omvatten afgezien van terrorisme sectoren als klimaatverandering, energiezekerheid, cyberruimte, regionale conflicten, zeevervoer en ruimtevaart. In werkelijkheid houdt de EU zich het “recht” voor om waar dan ook militair op te treden, zodra ze dat noodzakelijk acht om haar imperialistische belangen te behartigen. Om de macht van de monopolies te beschermen, aarzelt zij niet om zich te keren tegen niet alleen derde landen en hun volkeren, maar ook tegen de volkeren van haar eigen lidstaten.

Daarom heeft de Communistische Partij van Griekenland tegen het verslag gestemd. Alleen ongehoorzaamheid door het volk en een breuk met de imperialistische en volksvijandige politiek van de EU en met heel het door de EU opgetrokken bouwwerk zal de weg openen naar een Europa van vrede en welzijn voor de volkeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. − (EN) De heer Von Wogau wil ik feliciteren met zijn werk, zowel hier als meer in het algemeen met zijn voorzitterschap van de Subcommissie veiligheid en defensie. Ik steun het idee van de oprichting van een operationeel militair EU-hoofdkwartier. Uiteraard dient de NAVO onze eerste aanloophaven te zijn wanneer onze veiligheid wordt bedreigd en is dat ook. Maar George Bush zei tijdens de debatten tussen Bush en Gore van net een decennium geleden dat als hij president was geweest hij niet zou hebben ingegrepen in Kosovo.

Ondanks mijn antipathie tegen het buitenlands beleid van de regering-Bush lijkt het mij een volslagen redelijk standpunt dat Bush inneemt op basis van het eigenbelang van de Verenigde Staten. Maar het is geen standpunt dat Europa had kunnen of moeten volgen. Afgezien van het sterke ethische argument dat wij een verantwoordelijkheid hadden om de mensen te beschermen die geconfronteerd werden met de genocide van de Serviërs, waren er voor ons ook de gevolgen van tienduizenden of honderdduizenden vluchtelingen. Wij moeten in ons eigen en in hun belang de strijd kunnen aangaan zonder de Amerikanen. Hiervoor betalen we de kleine prijs van een permanent operationeel EU-hoofdkwartier, dat paraat is mocht iets dergelijks zich in de toekomst voordoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Net zoals het verslag over “de rol van de NAVO in de veiligheidsstructuur van de EU” bevestigt dit verslag opnieuw de doelstelling om de EU neer te zetten en te verstevigen als een politiek en militair blok met een offensief karakter, in partnerschap met de VS en binnen het kader van de NAVO.

Deze ontwerpresolutie bevestigt het offensieve en mondiale concept van de NAVO. Zo wordt er in opgemerkt dat “de bijgewerkte EVS [Europese veiligheidsstrategie] en het toekomstige strategische concept van de NAVO op elkaar moeten aansluiten en dat dit tot uiting moet komen in de verklaring die op de NAVO-top van Straatsburg en Kehl in april 2009 zal worden aangenomen”. Het verslag gaat zelfs nog verder, aangezien het “vraagt om de oprichting van een (…) EU-hoofdkwartier”.

Het komt erop neer dat in het verslag en de resolutie, zonder dat dit de bedoeling was, wordt aangekondigd dat de EU wordt gemilitariseerd en dat het zogenaamde “Verdrag van Lissabon” deze militarisering institutionaliseert.

De mensen in Ierland die het militaristische karakter van het voorgestelde verdrag afkeurden en daarom hebben tegengestemd, hebben gelijk: de ratificatie van het verdrag zou leiden tot een nog sterkere militarisering van de internationale betrekkingen, een voortdurende wapenwedloop, meer bemoeienis en meer oorlogen.

De mensen in Portugal, zoals de Portugese communistische partij, die door middel van de afwijzing van dit verdrag hebben geëist dat een referendum en een brede nationale discussie worden gehouden over de zeer ernstige gevolgen voor Portugal, Europa en de wereld, en voor de vrede, hebben gelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE), schriftelijk. − (EN) De Britse Labourleden van het Europees Parlement hebben zich bij de Sociaal-democratische Fractie aangesloten door voor dit verslag te stemmen. De Labourleden van het Europees Parlement hebben tegen het gedeelte van de tekst gestemd dat gaat over de oprichting van een permanent operationeel militair EU-hoofdkwartier. Deze Labourleden hebben de noodzaak van een dergelijke nieuwe institutionele structuur steeds in twijfel getrokken. Wij zijn van mening dat Europa vooral moet waarborgen dat het de juiste capaciteiten heeft om op het juiste moment in te zetten en ervoor moet zorgen dat bestaande instellingen effectief functioneren in plaats van nog meer instellingen in het leven te roepen die een dure en overbodige luxe zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) In dit verslag wordt opgeroepen tot de oprichting van een autonoom en permanent operationeel EU-hoofdkwartier voor strategische planning en de uitvoering van operaties en missies in het kader van het EVDB (Europees veiligheids- en defensiebeleid). Het is terecht dat in het verslag de hervorming van de organisatie van de Verenigde Naties wordt aanbevolen, zodat de VN ten volle aan hun verantwoordelijkheden kunnen voldoen, doeltreffend oplossingen kunnen vinden voor mondiale uitdagingen en doeltreffend kunnen reageren op grote bedreigingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik ben ingenomen met het verslag over de Europese veiligheidsstrategie en het Europees veiligheids- en defensiebeleid, waarin een aantal ter zake doende en nuttige aandachtspunten voor de definiëring van het toekomstig beleid van de EU als mondiale speler naar voren worden gebracht.

Ik zou wat dat betreft willen benadrukken dat de veiligheidsdimensie van de Europese Unie gecoördineerd dient te worden met die van de NAVO, om aldus overlappingen en verspilling van middelen te voorkomen. Om die reden ben ik ingenomen met het initiatief van de Raad om een informele groep op hoog niveau in het leven te roepen van EU- en NAVO-vertegenwoordigers.

Verder dienen de betrekkingen met Rusland opnieuw tegen het licht te worden gehouden tegen de achtergrond van de recente ontwikkelingen in dit gebied. Om te kunnen zorgen voor stabiliteit bij haar oostelijke buren en om de impact op de lidstaten te minimaliseren, dient de Europese Unie een strak beleid te voeren jegens Rusland, op te stellen in nauwe samenwerking met de trans-Atlantische partners, de relevante multilaterale organisaties, alsook met de OVSE. Dit heeft alles te maken met de bittere noodzaak de energievoorziening van Europa zeker te stellen, hetgeen enkel en alleen kan worden bereikt indien we onze krachten bundelen middels specifieke projecten, waaronder diversificatie van de energiebronnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Als we om ons heen kijken in Europa, is het duidelijk dat de Europese Unie op veiligheidsgebied haar eigen strategische zorgen en prioriteiten heeft en moet hebben. De geografische omstandigheden en ook de geopolitiek dwingen ons daartoe. Maar dit komt op geen enkele manier neer op het idee van veiligheid of het streven naar defensie als alternatief voor onze allianties, in het bijzonder onze alliantie met de Verenigde Staten. Waar dit wel op neerkomt, is het idee van Europese verantwoordelijkheid. Als we veiligheid willen, moeten we bereid zijn de lasten hiervan te dragen, in fysieke of in menselijke zin. Ook is een akkoord nodig over wat gemeenschappelijk is en wat er in dit streven naar veiligheid en van deze lasten kan worden gedeeld. Veiligheid heeft een prijs en het verzoek aan onze bondgenoten om een groter multilaterisme brengt extra kosten met zich mee. De komende periode zal in dit opzicht veel van ons eisen. De Europeanen kunnen niet meer veiligheid eisen zonder ervoor te betalen.

 
  
MPphoto
 
 

  Flaviu Călin Rus (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over “de Europese veiligheidsstrategie en het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB)” gestemd, omdat ik van mening ben dat de Europese Unie strategisch autonoom dient te worden middels een krachtig en doeltreffend veiligheids- en defensiebeleid. Ook ben ik van mening dat de Europese Unie zelf moet kunnen instaan voor haar eigen veiligheid, alsook voor die van de haar omringende landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De delegatie van de Conservatieven is fundamenteel tegen de betrokkenheid van de EU bij defensie, die men in dit verslag aanzienlijk probeert te vergroten.

Het EVDB is een politiek project zonder extra militaire slagkracht, dat tegelijkertijd de NAVO nog eens “overdoet” en ondermijnt. In het verslag wordt een verdere, onaanvaardbare overdracht voorzien van de nationale bevoegdheid op het gebied van defensie en veiligheid aan de EU. Een “geïntegreerde Europese strijdmacht” en “Synchronised Armed Forces Europe” worden voorgesteld als een EU-leger in wording. Het verslag staat ook bol van de positieve verwijzingen naar het Verdrag van Lissabon, waartegen wij ons fel verzet hebben. Wij hebben daarom tegen het verslag gestemd.

 
  
  

- Verslag-Vatanen (A6-0033/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. –? (SV) Wij hebben ervoor gekozen om tegen dit initiatiefverslag in zijn geheel te stemmen, omdat wij het overbodig vinden. Een aantal delen van het verslag is slecht en het helpt het Europese veiligheidsbeleiddebat niet verder.

 
  
MPphoto
 
 

  Guy Bono (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik heb tegen dit door de Franse christen-democraat Ari Vatanen gepresenteerde verslag gestemd.

De tekst van dit verslag heeft betrekking op de rol van de NAVO in de veiligheidsstructuur van de Europese Unie. Dat is een belangrijke kwestie die aan de orde moet worden gesteld. Mijns inziens waren de in dit verslag aangedragen antwoorden echter niet de juiste, waardoor de kern van het probleem blijft bestaan.

Met mijn stem wil ik beslist niet de rol ontkennen die Europa op het wereldtoneel moet vervullen: als economische en demografische grootmacht wordt Europa geacht zich overeenkomstig zijn waarden in te zetten om de vrede en de interculturele dialoog te handhaven. Het is echter onontbeerlijk de militaire geloofwaardigheid van de Europese Unie te versterken. Daarom hecht ik belang aan de totstandkoming van een Europees veiligheids- en defensiebeleid dat echt autonoom is.

Naar mijn idee is dat niet wat het verslag-Vatanen in het vooruitzicht stelt. Er blijven een aantal struikelblokken, met name als het gaat om het scheppen van kernwapenvrije zones en de betrekkingen met Rusland. Uit het aantal ingediende amendementen (265) blijkt dat de tekst van het verslag allesbehalve op unanieme goedkeuring kon rekenen. Het verslag gaat niet in op het voornaamste punt van zorg: garanderen dat Europa een sterk defensiebeleid heeft en samenwerkt met de NAVO, maar er niet ondergeschikt aan is.

 
  
MPphoto
 
 

  Alin Lucian Antochi (PSE), schriftelijk. (RO) Het wereldwijde EU-optreden op het gebied van veiligheid en defensie wordt gekenmerkt door interventies ter voorkoming van conflicten. Daarmee is de EU dé drijvende kracht achter vrede in de wereld. Na het einde van de Koude Oorlog rezen er weliswaar de nodige twijfels over de rol van de NAVO, maar uit de nieuwe veiligheidsdreigingen alsook uit de vooruitgang die Europa op het gebied van defensie en civiel-militaire operaties her en der in de wereld geboekt heeft, blijkt nu overduidelijk dat er een nieuwe structuur nodig is voor de samenwerking tussen de EU en de NAVO.

Gezien de huidige situatie waarin er de facto geen sprake is van een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid en er grote verschillen bestaan tussen de lidstaten op het gebied van de defensie-uitgaven en hun militair-technologische capaciteiten, is de NAVO een cruciale partner bij het oplossen van militaire crises.

Als er gekozen wordt voor een taakverdeling waarbij het EVDB zorg draagt voor de civiele operaties en de NAVO voor de snelle inzet van talrijke militaire eenheden, dan vullen beide organisaties elkaar perfect aan en concurreren ze niet met elkaar. Het voorstel van de rapporteur om een operationeel EU-hoofdkwartier in het leven te roepen als aanvulling op de huidige commandostructuur van de NAVO op het gebied van gezamenlijke civiele en militaire operaties, sluit naadloos aan bij dit streven.

Verder dienen we, kijkend naar de toekomst van de betrekkingen tussen de EU en de NAVO, rekening te houden met de positie van de landen in Oost-Europa. Dit gezegd hebbende is het belangrijk te zorgen voor een open-deurbeleid en een constructieve dialoog met Rusland gericht op collectieve veiligheid in dit deel van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Een van de meer valse claims van de EU om zichzelf te rechtvaardigen is dat zij sinds 1945 de vrede in Europa heeft weten te handhaven. Om precies te zijn is het de NAVO die grotendeels verantwoordelijk is voor het handhaven van de vrede in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.

Er is een sterke anti-Amerikaanse lobby in het Europees Parlement. Dit is zeer te betreuren, omdat de onbaatzuchtige bijdrage van Amerika aan het redden van Europa in de jaren veertig van de twintigste eeuw en het handhaven van de vrede sindsdien vaak wordt versluierd door anti-Amerikaanse propaganda. De rol van Amerika in onze gemeenschappelijke veiligheid is en zal van levensbelang zijn.

Uiteraard zijn er overlappingen tussen het werk van de NAVO en de EU, maar het zijn twee fundamenteel verschillende organisaties. Er moet flink weerstand worden geboden aan alle pogingen van de EU om zich het primaat en de verantwoordelijkheid van de NAVO voor de trans-Atlantische veiligheid toe te eigenen.

Ik heb er daarom voor gekozen om me van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het verslag maakt letterlijk wit wat zwart is en steekt op provocerende wijze de loftrompet over de zogenaamde “vredelievende” en “democratische” aard en rol van zowel de NAVO als de EU. Ofschoon die talloze misdaden tegen de volkeren op hun geweten hebben, worden ze gepresenteerd als hoeders van vrede en mensenrechten in Europa. Het verslag beweert zelfs op provocerende wijze, zonder blijk te geven van ook maar een greintje ernst, dat de burgers “besluiten” en het NAVO-leger uitvoert. Het vraagt de EU een grotere rol op te eisen in de trans-Atlantische samenwerking met de VS en de NAVO, teneinde de specifieke belangen van het Europees kapitaal beter te kunnen behartigen.

Het verslag spoort dan ook aan tot een grotere samenwerking bij “crisisbeheer”, zoals in Afghanistan en Kosovo, tot meer inlichtingenuitwisseling tussen de twee imperialistische organisaties, enzovoort.

Tevens betuigt het verslag instemming met het initiatief van Frankrijk om terug te keren in de militaire structuur van de NAVO, dringt het aan op uitbreiding van de NAVO en de EU en eist het op onaanvaardbare wijze van Cyprus dat het lid wordt van het NAVO-“Partnerschap voor de Vrede”.

De Communistische Partij van Griekenland heeft tegen het verslag gestemd. Zij stelt de imperialistische, criminele aard van de NAVO en de EU aan de kaak, wijst op de absolute noodzaak de volksstrijd op te voeren om ons land te dwingen uit de imperialistische organisaties en unies te stappen en onderstreept de noodzaak deze organisaties te vernietigen en de barbaarse imperialistische orde omver te werpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik verklaar dat ik voor heb gestemd bij de eindstemming over het verslag-Vatanen over de rol van de NAVO in de veiligheidsstructuur van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Hier hebben we een verslag en een resolutie van het Europees Parlement die ondanks een aantal raadselachtige elementen essentiële lectuur vormen.

Het is een tekst waarin – voor zover hier nog twijfel over bestond – een van de centrale uitgangspunten van de EU en het voorgestelde Verdrag van Lissabon uitdrukkelijk naar voren komt: de militarisering van de EU en de versteviging van de EU als politiek en militair blok dat opereert binnen het kader van de NAVO en in partnerschap (coördinatie en rivaliteit) met de VS.

Aangezien het in deze korte stemverklaring onmogelijk is op de hele inhoud van het verslag en de resolutie in te gaan, wil ik benadrukken dat beide aangeven dat voor de belangrijkste kapitalistische mogendheden van de EU de tijd is gekomen om zich definitief te poneren. Daarom zien ze “uit naar de mogelijkheden die de aanstaande Top ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de NAVO te Straatsburg en Kehl biedt om het bondgenootschap te vernieuwen en zijn betrekkingen met de Europese Unie te versterken”, waar de onlangs gehouden Veiligheidsconferentie in München de inleiding voor was.

In dit opzicht zijn ze “zeer ingenomen met het Franse initiatief voor een formele terugkeer naar de militaire structuren van de NAVO, en met de inspanningen van het Franse voorzitterschap binnen de EU-Raad om de EU en de NAVO ingevolge de nieuwe veiligheidsuitdagingen verder samen te brengen”.

Dit verslag en deze resolutie sluiten dus aan bij de imperialistische ambities van de grootste mogendheden van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE), schriftelijk. − (EN) De Britse Labourleden van het Europees Parlement steunen een constructieve samenwerking tussen de NAVO en de EU en verwelkomen het uitwisselen van ervaringen en deskundigheid als een belangrijke methode om de basiscapaciteit te versterken, de interoperabiliteit te verbeteren en planning, materieel en opleidingen te verbeteren. Wij hebben voor de oorspronkelijke tekst van paragraaf 22 gestemd, omdat wij de Franse deelname verwelkomen als onderdeel van het versterken van de samenwerking tussen de EU en de NAVO.

Bij de eindstemming hebben de Britse Labourleden van het Europees Parlement zich aangesloten bij de Sociaal-democratische Fractie door tegen dit verslag te stemmen, in het bijzonder vanwege de opname van een complete passage die gewijd is aan de oprichting van een permanent operationeel militair EU-hoofdkwartier. Deze Labourleden hebben de noodzaak van een dergelijke nieuwe institutionele structuur steeds in twijfel getrokken. Wij zijn van mening dat Europa vooral moet waarborgen dat het de juiste capaciteiten heeft om op het juiste moment in te zetten en ervoor moet zorgen dat bestaande instellingen effectief functioneren in plaats van nog meer instellingen in het leven te roepen die een dure en overbodige luxe zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik kan het verslag van de heer Vatanen over de rol van de NAVO in de veiligheidsstructuur van de EU niet ondersteunen. Het verslag stelt dat de NAVO de kern van de Europese veiligheid vormt. Ik neem een tegengesteld standpunt in. Ik ben van mening dat de Europese veiligheid wordt versterkt door het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EU. De NAVO blijft echter een bondgenootschap dat gebaseerd is op kernwapens. Ik ben een fervent tegenstander van kernwapens, en mijn partij streeft ernaar kernwapens van Schots grondgebied te verwijderen zodra we de onafhankelijkheid hebben bereikt. Een onafhankelijk Schotland zal geen deel blijven uitmaken van de NAVO zolang die een kernwapenalliantie blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. − De NATO heeft een belangrijke rol gespeeld tijdens de Koude Oorlog tussen 1949 en 1989. Haar officiële taak was verdediging van het gezamenlijke grondgebied van de lidstaten tegen buitenlandse invallen, zonder eigen acties buiten dat grondgebied. De rechtvaardiging was de verdediging van een pluriforme democratie tegen dictatuur, maar in de praktijk ging het vooral om bescherming van een kapitalistische economie tegen een socialistische economie. De rechtse dictaturen in Portugal en Griekenland mochten meedoen, met een soortgelijke dictatuur in Spanje bestonden bilaterale afspraken en de Franse kolonie Algerije behoorde tot 1962 gedwongen tot het NATO-grondgebied. Met het verdwijnen van Sovjet-Unie en Warschaupact heeft die NATO haar bestaansreden verloren. Verder voortbestaan ervan levert voor de EU een probleem op omdat zes lidstaten kiezen voor militaire neutraliteit. De huidige NATO is nog altijd meer een 'coalition of the willing' rondom de USA dan een verlengstuk van de EU. Dit jaar, bij het 60-jarig bestaan van de NATO, zal moeten blijken welke toekomstige rol de NATO claimt. Als het die is van politieagent van de wereld, die los van de Verenigde Naties eigen projecten uitvoert met het doel de economisch machtigste staten te bevoordelen, is deze organisatie schadelijk en overbodig. Daarom stem ik tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik ben ingenomen met het verslag van de heer Vatanen, aangezien het de Europese veiligheid op realistische wijze in kaart brengt. Hoewel we graag een Europese veiligheidsbeleid tot stand zouden willen brengen dat voorziet in de veiligheidsbehoeften van alle EU-lidstaten, dienen we ons erbij neer te leggen dat er reeds een veiligheidsstructuur bestaat die de kern vormt van de defensie van het leeuwendeel van de EU-lidstaten. Ik heb het over de NAVO.

Desalniettemin wil ik ervoor pleiten dat we al vergelijkende de voordelen van beide organisaties benutten en met al deze elementen bij elkaar zorgen voor een solide humanitair interventiebeleid. Welke woorden we ook gebruiken voor de formulering van de Europese veiligheidsstrategie, met de EU-“mozaïek” zijn we in staat te interveniëren in complexe kwesties waar het alleen dankzij het ongeëvenaarde vermogen van de EU tot subtiliteit mogelijk is om diplomatieke oplossingen te bedenken of in beperkte mate te interveniëren. Daarnaast hebben we de NAVO, een solide alliantie die zich ruimschoots bewezen heeft en waar wij Europeanen ons ook in de toekomst op dienen te verlaten voor de verzachting van het lijden dat straffeloos veroorzaakt wordt door strijdende partijen. Een eerste stap op weg naar een dergelijke consolidatie zou genomen kunnen worden in de vorm van de oprichting van een operationeel hoofdkwartier voor de Europese Unie.

Ongeacht de concrete vorm waarin het beleid met betrekking tot ons buitenlands optreden gegoten wordt, zijn wij warm voorstander van nauwere trans-Atlantische samenwerking, eenvoudigweg omdat die de meest praktische oplossing is voor alle uitdagingen en de gemeenschappelijkheid van onze waarden belichaamt.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De ligging van Europa is bepalend voor zijn prioriteiten en zorgen met betrekking tot veiligheid. De integratie van Europa en de 27 lidstaten binnen een samenstel van waarden en een maatschappelijk model dat we in ruime zin de westerse wereld noemen, omkadert ook de dreigingen en onze veiligheidssituatie. De alliantie die de meeste EU-lidstaten met onder andere de Verenigde Staten hebben, vormt daarom een centraal bestanddeel in onze veiligheid en dit moet ook zo blijven.

In het jaar waarin we het 60-jarig bestaan van de Atlantische alliantie vieren, is het tijd om het strategische concept hiervan te herdefiniëren en in lijn te brengen met de nieuwe realiteit. Sinds het einde van de Koude Oorlog is het tijd om het einde van het einde van de Koude Oorlog voorbij te streven en deze concepten in lijn te brengen met de nieuwe realiteit die ontstaat: de opkomst van het Stille Oceaan-gebied, het toenemende belang van Azië, de nieuwe rol die Rusland zichzelf tracht aan te meten en de dreigingen afkomstig van onder andere falende staten en wereldwijde terroristenorganisaties.

Daarom proberen wij als volwaardige bondgenoten in de Atlantische alliantie een actieve rol te spelen in deze strategische herdefiniëring.

 
  
MPphoto
 
 

  Flaviu Călin Rus (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over de “Rol van de NAVO in de veiligheidsstructuur van de EU” gestemd, omdat ik ervan overtuigd ben dat de stabiliteit en veiligheid in Europa in grote mate afhankelijk is van hechte en dynamische trans-Atlantische banden. Met hechte banden tussen de EU en de NAVO wordt de raison d’être van de Europese Unie, gericht op het scheppen van vrede zowel binnen de eigen grenzen als daarbuiten, in aanzienlijke mate versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Toomas Savi (ALDE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór het verslag van Ari Vatanen over de rol van de NAVO in de veiligheidsstructuur van de EU gestemd. De rapporteur heeft de belangrijkste gebreken van de huidige “veiligheidsstructuur” van de EU aan de orde gesteld, en hij reikt heldere en doeltreffende oplossingen aan ter verbetering van de veiligheid van de Europese Unie.

Ik ben het met de rapporteur eens dat het zowel voor de Europese veiligheid als voor de wereld in het algemeen van groot belang is dat de samenwerking tussen de NAVO en de EU behouden blijft en wordt geïntensiveerd. Alhoewel de betrekkingen tussen de NAVO en de EU door het aanbrengen van verschillende verbeteringen doeltreffender zijn geworden, is er in veel opzichten ruimte voor nog meer verbetering.

Alle EU-lidstaten zouden aanwezig moeten zijn bij de gezamenlijke EU-NAVO-bijeenkomsten om te komen tot een efficiëntere samenwerking. De afgelopen jaren is duidelijk gebleken, denkend aan de onopgeloste problemen tussen Cyprus en Turkije, dat de huidige EU-NAVO-bijeenkomsten bij lange na niet zo succesvol en productief zijn geweest als ze zouden kunnen zijn. De Verenigde Staten en de NAVO moeten worden gezien als partners, en niet als rivalen. De EU en de NAVO versterken elkaar, en gezamenlijk kunnen onze gemeenschappelijke doelen het snelst en op de meest doeltreffende wijze bereikt worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb tegen dit verslag gestemd. De kracht en de veiligheid van Europa zijn al jarenlang afhankelijk van de bondgenoten die een actieve rol willen spelen binnen onze defensie.

Het is helder dat de NAVO in de huidige wereld en op de grenzen van Europees grondgebied de schakel blijft vormen voor samenwerking, waardoor onze veiligheid en de veiligheid van anderen gewaarborgd blijft.

Wereldwijd veranderende strategische belangen vereisen vanzelfsprekend dat er van tijd tot tijd prioriteiten worden bijgesteld en zienswijzen worden aangepast. Het is essentieel dat de voortdurende waakzaamheid van en de steun voor de NAVO blijft gehandhaafd, met name in de huidige situatie in Afghanistan. Europese landen dienen derhalve in grotere getale gehoor te geven aan de oproep om meer troepen en logistieke ondersteuning. Daarbij verwelkom ik de onlangs aangekondigde Franse toezegging.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De delegatie van de Conservatieven verwelkomt enkele onderdelen van dit verslag, waaronder de bekrachtiging van de NAVO als de kern van de Europese veiligheid en de oproep aan lidstaten om meer te investeren in defensie. In wezen is het echter een ode aan het Europees veiligheids- en defensiebeleid, waartegen we ons meer dan tien jaar in zowel principieel als praktisch opzicht hebben verzet. Het verwijst naar het Verdrag van Lissabon, waar we fervent tegenstander van zijn, en betuigt tevens steun aan een permanent operationeel hoofdkwartier van de EU en een “witboek” van de EU over Europese defensie, een onmiskenbare lofzang op het Europees Defensieagentschap. Om deze redenen hebben wij ons onthouden van stemming.

 
  
  

- Verslag-Napoletano (A6-0502/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Het Barcelona-proces is door de staatshoofden en regeringsleiders aangenomen op de Euro-mediterrane conferentie die op 13 juli 2008 werd gehouden in Parijs. Het draagt bij aan vrede en welvaart, en het betekent een stap in de richting van economische en regionale integratie en samenwerking op milieu- en klimaatgebied tussen de landen van het Middellandse Zeegebied. Aangezien mijn land deel uitmaakt van het Middellandse Zeegebied, wordt een dergelijk proces door ons met grote aandacht gevolgd. Ik ben het ermee eens dat de openstelling van het proces voor landen die niet zijn betrokken bij het partnerschap, de ontwikkeling van betrekkingen op basis van gelijkheid tussen de EU en de partnerlanden in het Middellandse Zeegebied en het aanpakken van de problemen in de regio op een alomvattende manier waarschijnlijker maakt. Als ingezetene van de archipel van Malta en Gozo in het Middellandse Zeegebied heb ik veel waardering voor de verdiensten die kunnen voortvloeien uit dit proces.

Het is van wezenlijk belang dat de strategische waarde van de Euro-mediterrane betrekkingen en het acquis van het proces van Barcelona andermaal worden bekrachtigd in de vorm van regionale en subregionale programma’s en gemeenschappelijke richtsnoeren voor bilaterale samenwerking. In het licht van de recente problemen in Gaza en de verklaringen over Cyprus wordt het belang hiervan nog verder onderstreept.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, het proces van Barcelona heeft tot doel de landen van het Middellandse Zeegebied te steunen in hun ontwikkeling en streven naar zelfstandigheid. Het is belangrijk dat deze landen in het kader van verschillende programma’s ervaring kunnen uitwisselen met landen van de EU die zelf nog niet zo lang geleden een politieke en economische transformatie hebben ondergaan. Hiertoe moet een geschikt samenwerkingskader uitgewerkt worden.

Ik steun dit verslag ook omdat de steun van de Unie ten behoeve van het Middellandse Zeegebied geen negatieve invloed heeft op andere regionale samenwerkingsinitiatieven, zoals het oostelijk partnerschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ondanks het voorzichtige taalgebruik zit het verslag op het verkeerde spoor als het gaat om datgene wat objectief en bewust is weggelaten of verborgen wordt gehouden: bijvoorbeeld het feit dat de structurele en grove schending van het internationaal recht en de mensenrechten door Israël en Marokko niet aan de kaak wordt gesteld en veroordeeld. Israël koloniseert namelijk de bezette gebieden in Palestina en onderdrukt de Palestijnse bevolking en Marokko koloniseert de Westelijke Sahara en onderdrukt het Sahrawi-volk.

In het verslag wordt het onaanvaardbare immigratiebeleid van de EU en het onmenselijke, criminele, veiligheidsgerichte en uitbuitende karakter hiervan verhuld. Zodoende wordt in het verslag ingestemd met de bepaling in de overeenkomsten tussen de EU en de mediterrane landen dat “financiering van centra voor immigranten” beschikbaar wordt gesteld.

Daarentegen wordt in het verslag niet verzwegen dat het model dat wordt bepleit voor de zogenaamde “Unie voor het Middellandse Zeegebied” uiteindelijk hetzelfde is als het model van de EU zelf, waarin liberalisering van de markten, inclusief de energiemarkt, en kapitalistische concurrentie de leidraad vormen en aldus door de belangrijkste mogendheden een politieke en economische controle wordt nagestreefd. De doelstelling is “de totstandbrenging van een (…) Euromediterrane vrijhandelszone” en niet een Euro-mediterraan partnerschap gebaseerd op gelijke behandeling, solidariteit, dialoog en respect voor de specifieke verschillen en kenmerken van elk land, zoals wij in een amendement hebben voorgesteld.

Daarom hebben wij tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. –? (SV) Wij zijn voorstander van meer samenwerking met de landen in het Middellandse Zeegebied, maar wij kunnen onze steun niet verlenen aan meer macht van de EU op het vlak van het integratiebeleid, zoals geformuleerd in paragraaf 29. Wij vinden het ook jammer dat het verslag geen eisen stelt aan bezettingsmachten zoals Israël en Marokko. In een verslag dat het heeft over het versterken van de mensenrechten zou dat een minimumvereiste zijn. Daarom hebben wij tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. − De Middellandse Zee is de zuidgrens van de EU. Al vele jaren streeft de EU naar nauwe samenwerking met oeverstaten die niet tot de EU behoren en die voor een deel ook nooit tot de EU zullen kunnen toetreden. Die samenwerking wordt in het zuiden van Europa belangrijk gevonden maar heeft voor de rest van Europa veel minder betekenis. Desondanks bestaan er geen diepgaande meningsverschillen over omdat niemand goede verhoudingen aan de buitengrenzen afwijst. De laatste tijd is vooral op initiatief van Frankrijk gestreefd naar verdere intensivering van die samenwerking, met daarbij afzonderlijke vaste structuren. De vraag is wat daarvan de bedoeling is. Is het een toenaderingspoging tot de dictaturen in Syrië en Libië, die voortdurend mensenrechten schenden ? Is het een poging om een alternatief te vinden voor het volledige EU-lidmaatschap dat op termijn is toegezegd aan de oeverstaten Kroatië, Montenegro, Albanië en Turkije ? Is het een middel om de banden met Israël verder aan te halen, ondanks het feit dat als gevolg van de verkiezingsuitslag op 10 februari in de komende vier jaar geen Israëlische medewerking mag worden verwacht voor het tot stand komen van een gelijkberechtigde Palestijnse buurstaat ? Voorlopig kan ik dit voorstel niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De projecten die door de nieuw gevormde Unie voor het Middellandse Zeegebied zijn voorgesteld, klinken zeer goed: het plan voor zonne-energie, samenwerking op het gebied van burgerbescherming, gezamenlijke initiatieven voor de sanering van de Middellandse Zee en nieuwe projecten voor havens en snelwegen. Zoals echter bekend is papier geduldig. Het is nog maar de vraag of er daadwerkelijk iets wordt ondernomen. De voorganger van deze organisatie, Euromed, heeft niet echt iets bereikt. Bovendien zullen de deelnemende landen, zolang zij geen daadwerkelijke mogelijkheden zien om deze projecten te realiseren, beslist geen bestaande goede bilaterale betrekkingen voor een vaag project opofferen.

Aangezien ik er niet van overtuigd ben dat de nieuwe Unie voor het Middellandse Zeegebied succesvoller zal zijn dan haar voorganger, heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik stem vóór dit verslag. Ik ben van mening dat het concept van een Euro-mediterraan partnerschap, dat voor het eerst werd genoemd in de Verklaring van Barcelona van 1995, voldoende gerijpt is om op concretere en efficiëntere wijze te worden uitgevoerd dan tot op heden is gebeurd. Ik ben blij dat de rapporteur het eens is met het besluit om de democratische legitimiteit van de Unie voor het Middellandse Zeegebied te versterken door de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering een grotere rol te laten spelen, want ik ben er sterk van overtuigd dat de oprichting van een serieus en duurzaam partnerschap verder moet gaan dan alleen economische samenwerking en financiële steun, hoewel die op zich belangrijk zijn, teneinde de doelstellingen op het gebied van vrede en institutionele stabiliteit, welvaart en economische ontwikkeling te kunnen verwezenlijken.

Ik deel de hoop van de rapporteur dat de versterking van de Euro-mediterrane betrekkingen een flinke impuls kan geven aan de ontwikkeling van een gebied van collectieve en individuele veiligheid, die zich verder uitstrekt dan het gebied waarop de overeenkomst betrekking heeft, en dat de Europese Unie kan bijdragen aan de bevordering van de rechtsstaat, respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en wederzijds begrip tussen verschillende volkeren en culturen. Deze worden helaas nog steeds ernstig geschonden, ook in de landen waarmee de Unie economische betrekkingen onderhoudt. Ik hoop dan ook dat de instrumenten die ter beschikking komen, toereikend zullen zijn voor de ambitieuze doelstellingen die dit partnerschap zich stelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Van betekenis voor mij is dat het akkoord in het kader van het proces van Barcelona de mogelijkheid biedt om vele regionale strategische kwesties te regelen, onder andere op het gebied van energiezekerheid, milieubescherming en waterhuishouding.

Ik wil ook de aandacht vestigen op de aanzienlijke vooruitgang die werd geboekt inzake de oprichting van een Euro-mediterrane vrijhandelszone, die in 2010 definitief een feit zou moeten zijn. Hierbij wil ik tegelijkertijd wijzen op de noodzaak van bredere samenwerking in de dienstensector (medische diensten en onderwijs), de landbouw als basis van de regionale economie, en in verband met dat laatste ook het toezicht op de voedselveiligheid.

Tot besluit wil ik het hebben over de steun aan democratische hervormingen in het Middellandse Zeegebied. Volgens mij is dit onlosmakelijk verbonden met de noodzaak om maatschappelijke integratie te bevorderen en de activiteiten van de inwoners van de Middellandse Zeelanden te steunen. Dialoog, bevordering van multiculturele en religieuze verdraagzaamheid maar ook onderwijsprojecten kunnen de weg vrijmaken naar een vreedzame oplossing van de conflicten waarin de landen van deze regio momenteel verwikkeld zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Samen met mijn Britse conservatieve collega’s ben ik voorstander van krachtiger multilaterale Euro-mediterrane betrekkingen, zoals door het Barcelona-proces en de opvolger daarvan, de Unie voor het Middellandse Zeegebied, worden gestimuleerd. Dit zal nauwere economische en politieke samenwerking mogelijk maken in de zin van verbeterde hulp- en handelsvoorzieningen en op het vlak van veiligheidskwesties, in ruil voor het bevorderen van universele waarden in de sfeer van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat.

In de lijn van de door ons reeds lang gevolgde beleidslijn willen we helderheid verschaffen omtrent ons verzet tegen het Verdrag van Lissabon. Derhalve kunnen we de verwijzingen hiernaar in paragraaf 10 van dit verslag niet onderschrijven. Globaal gezien ondersteunen we het verslag echter, en op grond daarvan hebben we vóór gestemd.

 
  
  

- Verslag-Szymanski (A6-0037/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Wij hebben onze stem uitgebracht over het verslag betreffende het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument, waarbij de volgende punten naar voren zijn gebracht:

- het mediterraan onderdeel van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument moet een aanvulling zijn op het proces van Barcelona, en de doelstellingen van het ENB moeten duidelijker worden vastgelegd om het Barcelona-proces te versterken via een regionale multilaterale aanpak;

- er moet een sterkere betrokkenheid van de EU zijn bij het gebied van de Zwarte Zee en een ambitieus oostelijk partnerschap. Tevens dient de oprichting van een vrijhandelsgebied te worden bespoedigd, vooral met Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Oekraïne en Moldavië, zodra de partnerlanden er gereed voor zijn;

- naar analogie van de "Euromed"- en "EuroLat"-assemblees moet, met deelname van het Europees Parlement, een assemblee voor het oostelijk nabuurschap worden opgericht ("Euroeast"), om het ENPI in de Oost-Europese landen, met name Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Moldavië, Oekraïne en Wit-Rusland, te kunnen implementeren.

We moeten mijns inziens behoedzaam te werk gaan en rekening houden met de Russische gevoeligheden ten aanzien van de directe buurlanden, zodra we getuige zijn van een andere benadering tussen de Verenigde Staten en Rusland.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik stem vóór het verslag. Op zo’n delicaat moment als nu denk ik dat meer samenwerking met onze buurlanden en partners nodig is, om een gunstige omgeving te creëren in de landen rondom de Europese Unie, zoals ook blijkt uit de hoofddoelstelling van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB).

Ik hoop op meer integratie en, als uitvloeisel daarvan, toenadering op economisch en politiek gebied tussen de Europese Unie en haar buurlanden. Ik ben het volledig eens met het verslag van Konrad Szymański, waarin de Commissie wordt verzocht om, samen met partnerregeringen, meer invulling te geven aan de mechanismen voor het raadplegen van het maatschappelijk middenveld en de lokale autoriteiten, om hen meer te betrekken bij de inrichting van en het toezicht op de tenuitvoerlegging van het ENPI. Het verzoekt tevens de Commissie en de nationale, regionale en lokale autoriteiten samenwerkingsprogramma’s tussen steden en regio’s te bevorderen en de jaarlijkse actieprogramma’s op het gebied van democratie, de rechtsstaat en mensenrechten op ambitieuzere wijze ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de doelstellingen van het ENB. Ook verzoekt het om meer inspanningen om ervoor te zorgen dat de partnerregeringen actie ondernemen op die gebieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (UEN), schriftelijk. − (PL) Ik heb vandaag mijn steun gegeven aan het verslag over het nabuurschaps- en partnerschapsinstrument. Ik ben van mening dat de landen ten oosten van de grenzen van de huidige Unie onze strategische partners zijn. Zelfs als we hun geen vooruitzicht op snel lidmaatschap kunnen bieden, moeten we toch de economische en politieke samenwerking uitbouwen in het gemeenschappelijk belang van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. − (PL) Ik heb mijn steun gegeven aan het verslag van Konrad Szymański over het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument. Dit is een goed initiatief van de Unie dat gericht is op de ontwikkeling van samenwerking tussen de Gemeenschap en haar partnerlanden. Deze samenwerking is onder andere gericht op de bevordering van politieke dialoog en hervormingen, steun voor milieubescherming en energiezekerheid, armoedebestrijding, gendergelijkheid, werkgelegenheid en sociale bescherming, bevordering van grensoverschrijdende samenwerking, bevordering van gezondheid en onderwijs, bescherming van de mensenrechten, steun in de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad, bevordering van samenwerking op het gebied van wetenschap, onderwijs, innovatie en cultuur. Alle operationele programma’s van het ENPI moeten dus aan een inhoudelijke en financiële evaluatie onderworpen worden, waarbij rekening gehouden wordt met de landen, de regio’s en de thema’s. Deze activiteiten moeten de vrijhandelszone uitbreiden.

Het is ook belangrijk op te merken dat het oostelijk partnerschap geen belemmering mag zijn voor buurlanden die lid willen worden van de EU. Het voorstel om in de jaren 2008-2010 een bedrag van 500 miljoen euro uit te trekken voor de heropbouw van Georgië na de verwoestende oorlog en voor hulp aan de vluchtelingen kan alleen maar toegejuicht worden. Ik ben het er ook mee eens dat de samenwerking met en de financiële steun aan Wit-Rusland herzien moeten worden om na te gaan of het in september 2008 aangevatte beleid om de banden met dat land opnieuw aan te knopen, voortgezet moet worden. Ook ben ik het ermee eens dat we de zekerheid moeten hebben dat financiële hulp aan Rusland bijdraagt tot een versteviging van de democratische normen in dat land.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Het Europees nabuurschapsbeleid is een cruciaal instrument ter waarborging van de stabiliteit in het gebied ten oosten van de Europese Unie. Uit de recente gebeurtenissen in de regio, zoals de crisis in Georgië en de gascrisis, is eens te meer gebleken dat de EU een strategie nodig heeft waarmee zij daar een actieve rol kan spelen.

Ik ben ingenomen met dit verslag, omdat daarin het belang van initiatieven zoals de synergie voor het Zwarte Zeegebied en het oostelijke partnerschap benadrukt wordt, twee uitermate waardevolle initiatieven ter consolidering van de samenwerking met de landen in deze regio, met name met Oekraïne en de Republiek Moldavië, maar ook met de landen in de Kaukasus en de Kaspische regio.

Ik zou er tevens op willen wijzen dat zonder verhoging van de financiële steun aan de via het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument gefinancierde programma's en zonder een grotere transparantie bij de toewijzing van de middelen, een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees nabuurschapsbeleid geen haalbare kaart is.

Verder dient het leeuwendeel van deze financiële middelen te worden ingezet ter vergroting van de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld in de partnerlanden bij gemeenschappelijke projecten, alsook voor de ondersteuning van de mobiliteit van de burgers van die landen. De doeltreffendheid van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument kan worden vergroot door middel van een grotere betrokkenheid van de burgers van de partnerlanden en door ondersteuning van het europeaniseringsproces op elk niveau. Om die reden ben ik voorstander van de opheffing van de huidige obstakels voor het vrije verkeer van personen uit deze landen, met name middels een verlichting van de op deze landen van toepassing zijnde visumverplichtingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Grensoverschrijdende samenwerking is een belangrijke stimulans voor een duurzame ontwikkeling van naburige grensregio’s. Intensievere intermenselijke contacten en persoonlijke ervaringen met de democratie en de rechtsstaat zijn belangrijke voorwaarden voor een optimale uitvoering van projecten in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid. Daarom moeten er specifieke instrumenten worden gecreëerd om regelmatig toezicht op de leiding en het uitvoeringsproces van gemeenschappelijke operationele programma’s aan weerszijden van de EU-grenzen te waarborgen.

Ik ben verheugd over het feit dat rapporteur Konrad Szymański in dit verslag inzake de evaluatie van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument, de grensoverschrijdende samenwerking heeft opgenomen in het toepassingsgebied van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI). Ik heb voor het verslag gestemd, dat het onderhandelingsproces zal vergemakkelijken voor landen die tot de EU willen toetreden. Door te profiteren van het Europees nabuurschapsbeleid kunnen landen zoals Oekraïne, Georgië en Moldavië een stap dichter bij de EU komen.

Mijn visie is ten dele gebaseerd op mijn ervaringen tijdens de uitvoering van het communautair initiatief INTERREG IIIA. Dit initiatief behelsde een gezamenlijk Slowaaks-Pools droogleggingsproject voor de Chmeľnica-gemeenschap aan de Slowaakse en de Poolse stad Piwniczna aan weerszijden van onze gemeenschappelijke grens.

Ik ben er stellig van overtuigd dat we elk op gespecialiseerde scholing gericht initiatief moeten steunen, zoals het aanleren van de talen van buurlanden en partnerschapsinitiatieven voor overheidspersoneel. Een adequate analyse van de verbeteringen in capaciteit en institutionele opbouw aan weerzijden van de EU-grenzen, zoals voorgesteld door de rapporteur, zal bijdragen aan de uitvoering van dit instrument.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik stem tegen het verslag van de heer Szymański over de evaluatie van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument. Ik denk dat wij moeten toegeven dat in een aantal van de landen waarop het instrument betrekking heeft, geen enkele vooruitgang is geboekt ten aanzien van de oorspronkelijke doelstellingen: bevordering van democratie, stabiliteit en goed bestuur, integratie en economische convergentie met het beleid van de Europese Unie. Europese bijstand en nabuurschap kan weliswaar als stimulans dienen voor de verspreiding en de toepassing van goede praktijken, maar die bijstand en financiële steun van de Unie moet wel een voorwaardelijk karakter hebben.

In die zin deel ik dan ook de mening van de heer Szymański dat sectorale en algemene begrotingssteun uit hoofde van het ENPI alleen beschikbaar moet worden gesteld aan overheden die in staat zijn deze steun op transparante, efficiënte en verantwoordelijke wijze toe te passen en waar de steun een daadwerkelijke impuls vormt. Dat is echter precies de reden waarom ik het niet eens ben met de evaluatie van het ENPI zoals voorgesteld in zijn verslag. Er moet nog veel gebeuren voordat we kunnen spreken van de ontwikkeling van een echte vrijhandelszone. Anders lopen we het risico dat de toch al zwakke sociaal-institutionele omstandigheden van de betrokken landen nóg zwakker worden en dat enorm veel middelen van de Europese Unie worden verspild.

 
  
  

- Verslag-Berman (A6-0036/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik stem vóór het verslag van de heer Berman over de financiering van andere maatregelen dan de officiële ontwikkelingshulp in landen die onder Verordening (EG) nr. 1905/2006 vallen.

Ik deel de mening van de rapporteur dat het door het Parlement ingediende wetsvoorstel ervoor zou moeten zorgen dat landen die niet aan de criteria voor officiële ontwikkelingshulp voldoen, maar wel open staan voor de bevordering van dezelfde politieke, economische en governance-waarden als die van de Gemeenschap en waarmee de Gemeenschap strategische betrekkingen onderhoudt, steun zouden moeten ontvangen voor projecten die aandacht verdienen. Voorbeelden zijn het aangaan van partnerschappen met economische, academische en wetenschappelijke actoren, met name op belangrijke gebieden als wetenschappelijk en technologisch onderzoek, vervoer, energie en milieu.

Ik denk dat dit niet alleen goed zou zijn voor de betreffende landen en de Europese Unie, maar ook voor de gehele internationale gemeenschap, mits de voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiering en de waarde van een project op welk moment dan ook naar behoren worden beoordeeld.

 
  
  

- Verslag-Dahl (A6-0426/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik steun het verslag van mevrouw Dahl en ben er voorstander van dat het, overeenkomstig artikel 1 van het ontwerpbesluit betreffende het Bureau voor publicaties van de Europese Unie, moet beantwoorden aan de volgende omschrijving: een “interinstitutioneel Bureau dat als doel heeft onder de best mogelijke voorwaarden te zorgen voor het uitgeven van de publicaties van de instellingen van de Europese Gemeenschappen en van de Europese Unie”. Ik ben het eens met het verzoek van mevrouw Dahl aan de Europese instellingen om de rechtsgrondslagen van de interinstitutionele lichamen zodanig te wijzigen dat een duidelijke toewijzing van bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid mogelijk is, aangezien deze op dit moment niet goed duidelijk is.

Ik ben van mening dat het gebruik van informatie de belangrijkste manier is om de Europese Unie dichterbij haar burgers te brengen. In dit verband dient meertaligheid het voornaamste instrument te zijn om de doelstellingen van het Bureau voor publicaties te verwezenlijken, door middel van de gelijktijdige publicatie van het Publicatieblad in alle officiële talen van de Europese Unie, zodat iedereen het kan lezen. Dit beginsel moet op alle activiteiten van het Publicatiebureau worden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicodim Bulzesc (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit ontwerpbesluit gestemd aangezien het, in tegenstelling tot het voorgaande besluit dat dateert van 2000, rekening houdt met de eisen van het Europees Parlement en op heldere wijze bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid toewijst aan het Bureau en de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Zelfs na al die jaren na haar oprichting staat de EU nog steeds niet echt dicht bij de burgers. Ze gaat er eenvoudigweg van uit dat alle burgers gebruikmaken van internet en probleemloos hun weg weten te vinden op de EU-website. Dat is echter niet het geval, aangezien de webpagina’s vaak alleen voor insiders begrijpelijk zijn en ook niet altijd in alle talen beschikbaar zijn. Bovendien kennen vele landen een sterke traditie van gedrukte media, die een belangrijke bron van onpartijdige informatie voor de burgers zijn.

De EU benadrukt steeds weer hoe belangrijk het informatiebeleid is, maar laat in dit geval een informatieve leemte ontstaan. Om te beginnen zullen gerenommeerde dagbladen massale verliezen lijden als de teksten van het Publicatieblad die gepubliceerd moeten worden wegvallen, en verder wordt iedereen benadeeld die niet vertrouwd is met de moderne technologie. Om die reden heb ik tegen het verslag-Dahl gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik stem vóór het verslag van mevrouw Dahl over de organisatie en werking van het Bureau voor publicaties van de Europese Unie.

Ik ben het eens met de rapporteur dat het vorige besluit, van 20 juli 2000, moest worden vervangen, met name om rekening te kunnen houden met de opmerking die het Europees Parlement heeft gemaakt tijdens de kwijtingsprocedure voor het begrotingsjaar 2001. Ik denk bovendien dat het verslag nuttig is voor het verduidelijken van de toewijzing van politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid binnen het Bureau voor publicaties van de Europese Unie en dat die verduidelijking nodig is om ervoor te zorgen dat dit bureau zijn taken op correcte, gestroomlijnde en efficiënte wijze uitvoert.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Hiermee zijn de stemverklaringen beëindigd.

 
Laatst bijgewerkt op: 25 april 2009Juridische mededeling