Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2548(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0134/2009

Debatten :

PV 11/03/2009 - 3
CRE 11/03/2009 - 3

Stemmingen :

PV 11/03/2009 - 5.21
CRE 11/03/2009 - 5.21
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0121

Debatten
Woensdag 11 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

3. Voorbereiding van de Europese Raad (19-20 maart 2009) - Europees economisch herstelplan - Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten - Cohesiebeleid: investeren in de reële economie (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereiding van de Europese Raad (19-20 maart 2009),

- het verslag (A6-0063/2009) van Elisa Ferreira, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over een Europees economisch herstelplan (2008/2334(INI)),

- het verslag (A6-0052/2009) van Jan Andersson, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over het voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (COM(2008)0869 – C6-0050/2009 – 2008/0252(CNS)),

- het verslag (A6-0075/2009) van Evgeni Kirilov, namens de Commissie regionale ontwikkeling, over het cohesiebeleid: investeren in de reële economie (2009/2009(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mij aansluiten bij hetgeen u zei in uw huldebetoon aan Jean Monnet. We leven in een tijd van crisis en ik denk dat we juist nu behoefte hebben aan een krachtige instelling, en het is een uitstekende gelegenheid om te wijzen op de betekenis van Jean Monnet als een van de grondleggers van de Europese integratie.

Het doel van de bijeenkomst van vandaag is echter om te praten over de komende Europese Raad. Deze Raad, zoals we allemaal weten, komt op een cruciaal moment voor de Unie. We staan voor zeer grote uitdagingen als gevolg van de ongekende druk op onze financiële stelsels en ook op onze economieën.

Dit vraagstuk zal samen met energiezekerheid, klimaatverandering en de financiering van de verzachting van en aanpassing aan klimaatverandering, een centrale plaats innemen bij de bijeenkomst van volgende week.

Zoals dit Parlement zeker bekend is, is er door de Unie en de lidstaten een breed scala aan maatregelen genomen om de financiële crisis het hoofd te kunnen bieden. We hebben een totale ineenstorting van het financiële systeem weten te voorkomen.

Onze hoogste prioriteit is momenteel het herstel van de kredietstromen naar de economie. We moeten in het bijzonder de zogenaamde giftige activa van de banken aanpakken, aangezien deze hen ervan weerhouden de kredietverstrekking te hervatten. De staatshoofden en regeringsleiders kwamen tijdens hun vergadering van 1 maart overeen dat we dit op een gecoördineerde wijze moeten doen, overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie.

Ook moeten we meer doen om de regelgeving en het toezicht op de financiële instellingen te verbeteren. Dit is een duidelijke les die we uit deze crisis kunnen trekken, en preventie is zeker zo belangrijk. Grensoverschrijdende banken hebben tot 80 procent van de activa van Europese banken in handen. Twee derde van de activa van Europese banken zijn in handen van slechts 44 multinationale groepen. Verbetering van het toezicht is daarom op zich al van belang. Dit zal toekomstige crises helpen voorkomen, maar het zal ook vertrouwen wekken bij de consumenten en de markten.

Er wordt momenteel belangrijk werk verricht in dit verband. Het voorzitterschap zet zich ten volle in om nauw met het Europees Parlement samen te werken voor een snelle aanneming van de Solvabiliteit II-richtlijn (over verzekeringen), de herziene richtlijn kredietvereisten (over banken) en de richtlijn inzake icbe’s (over instellingen voor collectieve belegging in effecten). We streven ook naar een snelle aanneming van de verordeningen inzake de bescherming van bankdeposito’s en inzake ratingbureaus.

Maar waarschijnlijk moet er nog meer gebeuren. De groep op hoog niveau, onder voorzitterschap van de heer de Larosière, heeft zoals u weet zeer interessante aanbevelingen gedaan, en de mededeling van de Commissie van 4 maart biedt ook mogelijkheden voor aanzienlijke hervormingen op dit gebied. De Europese Raad moet dus een duidelijk signaal geven dat dit prioriteit heeft en dat hierover al in juni besluiten moeten worden genomen.

Zoals u weet, nemen de begrotingstekorten van de lidstaten momenteel snel toe. Natuurlijk is het onvermijdelijk dat er in tijden van economische recessie sprake is van oplopende tekorten. De automatische stabilisatoren kunnen, tot op zekere hoogte, een positieve rol spelen. Het Stabiliteits- en groeipact werd in 2005 precies om die reden herzien om voor voldoende flexibiliteit te zorgen in moeilijke tijden. Maar deze flexibiliteit moet wel verstandig worden benut, waarbij met verschillende uitgangspunten rekening wordt gehouden. Werken aan het herstel van vertrouwen houdt ook in dat regeringen zich duidelijk moeten inzetten voor gezonde overheidsfinanciën en daarbij het Stabiliteits- en groeipact volledig respecteren. Sommige lidstaten zijn de weg naar consolidatie al ingeslagen. De meeste beginnen daarmee in 2010. Dit is ook een belangrijke boodschap die bij de vergadering van volgende week zal worden uitgedragen.

Inmiddels is ook de reële economie in de greep van de financiële crisis. De lidstaten hebben het startsein gegeven voor substantiële herstelprogramma’s, die inmiddels goed op gang zijn gekomen. Dit levert, zoals afgesproken, een totale stimulans op van 1,5 procent van het bbp van de EU, maar, als je de automatische stabilisatoren daarbij optelt, komen we uit op 3,3 procent van dat bbp. Natuurlijk reageren de lidstaten niet op dezelfde manier. Voor elke lidstaat is de situatie weer anders, en ook hun manoeuvreerruimte is verschillend. Maar ze houden zich aan gemeenschappelijke regels, gebaseerd op de gemeenschappelijke uitgangspunten die zijn neergelegd in het Europees herstelplan, dat in december overeengekomen is. Dit is belangrijk als we voor synergie willen zorgen en negatieve overloopeffecten willen voorkomen.

De Commissie, de lidstaten en het voorzitterschap hebben in synergie aan specifieke en gerichte maatregelen gewerkt. Hierdoor konden wij gelijke concurrentievoorwaarden garanderen en tegelijkertijd de achteruitgang in enkele van de voornaamste industriële sectoren in Europa, zoals de automobielindustrie, op gecoördineerde en doeltreffende wijze tegemoet treden.

De Europese Raad zal de stand van zaken bij de uitvoering van dit programma beoordelen. Ook wat dit aangaat vinden we in de mededeling van de Commissie van 4 maart een aantal belangrijke beginselen die als richtsnoer moeten dienen voor het optreden van de lidstaten. Daartoe behoren onder meer de noodzaak openheid te behouden binnen de interne markt, het waarborgen van gelijke behandeling en het werken aan beleidsdoelstellingen voor de lange termijn, zoals het mogelijk maken van structurele veranderingen, het bevorderen van het concurrentievermogen en het opbouwen van een koolstofarme economie.

Wat betreft het communautaire gedeelte van het herstelplan, werkt het voorzitterschap er hard aan om in de Europese Raad overeenstemming te bereiken over het voorstel van de Commissie om energie- en plattelandsontwikkelingsprojecten te financieren. Zoals u weet, is binnen de Raad besproken welke projecten precies op de lijst van projecten moeten komen te staan die voor steun van de Gemeenschap in aanmerking komen en hoe deze moeten worden gefinancierd.

Gezien de belangrijke rol van het Parlement, als een van de takken van de begrotingsautoriteit en medewetgever op dit terrein, wil het voorzitterschap de komende weken nauw met u samen te werken teneinde zo spoedig mogelijk tot een akkoord te komen.

Naast de maatregelen op korte termijn zijn er ook inspanningen op lange termijn noodzakelijk, als we het concurrentievermogen van onze economieën veilig willen stellen. Structurele hervormingen zijn belangrijker en noodzakelijker dan ooit als we groei en werkgelegenheid willen bevorderen. Dus blijft de vernieuwde Lissabonstrategie het juiste kader voor de bevordering van duurzame economische groei, wat weer tot nieuwe banen zal leiden.

Momenteel zijn onze burgers met name bezorgd over het effect van de economische situatie op de werkloosheid. De Europese Raad van volgende week zou overeenstemming moeten bereiken over concrete ideeën over hoe de EU kan bijdragen aan het verlichten van de sociale gevolgen van de crisis. Dit thema zal ook centraal staan op de speciale top die begin mei zal plaatsvinden.

Laat één punt duidelijk zijn: we zullen de werkgelegenheid niet beschermen door meer barrières op te werpen voor concurrentie vanuit het buitenland. De staatshoofden en regeringsleiders waren er tijdens hun vergadering van tien dagen geleden duidelijk over dat we optimaal gebruik moeten maken van de gemeenschappelijke markt als motor voor het herstel. Protectionisme is duidelijk niet het juiste antwoord om deze crisis het hoofd te bieden – integendeel zelfs. Meer dan ooit hebben onze bedrijven behoefte aan open markten, zowel intern binnen de Unie, als op mondiaal niveau.

Dit brengt mij bij de G20-top in Londen. De Europese Raad zal het standpunt van de Unie voorafgaand aan de G20-top vaststellen. We willen dat dit een ambitieuze top wordt. Falen is geen optie.

De leiders zullen zich buigen over de vooruitzichten voor groei en werkgelegenheid alsook over de hervorming van het mondiale financiële systeem en van de internationale financiële instellingen. Ze zullen zich ook buigen over de specifieke uitdagingen waar de ontwikkelingslanden mee worden geconfronteerd. De EU is actief op al deze terreinen en zou dus zeer goed in staat moeten zijn om ervoor te zorgen dat de internationale gemeenschap de juiste beslissingen neemt.

Het andere belangrijke punt op de agenda van de Europese Raad van volgende week is de energiezekerheid. De recente energiecrisis heeft, zoals we eerder dit jaar hebben kunnen zien, maar al te duidelijk laten zien dat we ons beter moeten wapenen om toekomstige problemen in de energievoorziening het hoofd te bieden.

De Commissie heeft een aantal zeer nuttige elementen aangedragen in haar tweede strategische toetsing van het energiebeleid. Op basis van deze toetsing wil het voorzitterschap tijdens de Europese Raad overeenstemming bereiken over een reeks concrete beleidsvoornemens die tot doel hebben de communautaire energiezekerheid op de korte, middellange en lange termijn te verbeteren.

Op de korte termijn betekent dit dat er concrete maatregelen voorhanden zijn waar een beroep op kan worden gedaan als we plotseling met een nieuwe verstoring van de gaslevering worden geconfronteerd. Het betekent ook dat er zo snel mogelijk een begin gemaakt moet worden met infrastructurele projecten voor het versterken van koppelingen van energienetwerken – dit is beslist van essentieel belang.

Op de middellange termijn betekent dit dat we onze wetgeving inzake onze olie- en gasvoorraden moeten aanpassen om ervoor te zorgen dat de lidstaten verantwoordelijk en solidair optreden. Het betekent ook dat er passende maatregelen moeten worden genomen om de energie-efficiëntie te verbeteren.

Op de lange termijn betekent het dat we onze energiebronnen, leveranciers en aanvoerroutes moeten diversifiëren. We moeten samenwerken met onze internationale partners om de energiebelangen van de Unie te beschermen. We moeten een volwaardige interne elektriciteits- en gasmarkt tot stand brengen. Zoals u weet, hoopt het voorzitterschap ten zeerste dat deze wetgeving nog voor de Europese verkiezingen kan worden afgerond.

Tijdens de Raad van volgende week wordt ook gesproken over de voorbereidingen voor de conferentie van Kopenhagen over klimaatverandering. We blijven ons inzetten voor een wereldwijde, allesomvattende overeenkomst in Kopenhagen in december. De Commissiemededeling van januari vormt daarvoor een nuttige basis. Het is alleszins duidelijk dat klimaatverandering een uitdaging is die alleen via een gecoördineerde wereldwijde inspanning het hoofd kan worden geboden.

Ten slotte zal de Europese Raad ook het startsein geven voor het oostelijk partnerschap. Dit belangrijke initiatief zal stabiliteit en welvaart op het hele continent helpen bevorderen. Het zal ook bijdragen aan het versnellen van de hervormingen en zorgen voor versterking van ons engagement om met deze landen samen te werken.

Dit partnerschap omvat een bilaterale dimensie, die is afgestemd op elk partnerland. Het voorziet in het onderhandelen over associatieovereenkomsten die verstrekkende en alomvattende vrijhandelszones zouden kunnen omvatten.

Het multilaterale traject zal een nieuw kader bieden om gemeenschappelijke problemen aan te pakken. Er zullen vier beleidsplatforms zijn: democratie, goed bestuur en stabiliteit; economische integratie; energiezekerheid; en ten slotte, maar daarom niet minder belangrijk, interpersoonlijke contacten.

U zult uit deze presentatie begrijpen dat er tijdens de Europese Raad van volgende week vele essentiële zaken aan de orde zullen komen. We staan voor een groot aantal serieuze uitdagingen, niet in de laatste plaats de huidige economische crisis. Het Tsjechische voorzitterschap wil ermiddels het leiderschap van premier Topolánek voor zorgen dat de vergadering van volgende week door praktische maatregelen aantoont dat de Europese Unie blijft hechten aan haar idealen en dat zij deze uitdagingen gezamenlijk op gecoördineerde wijze en in een geest van verantwoordelijkheid en solidariteit zal aangaan.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso , voorzitter van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, Raadsvoorzitter, mijnheer Vondra, geachte afgevaardigden, we maken woelige tijden door.

Een economische crisis van deze omvang heeft overal in Europa voelbare gevolgen voor gezinnen, voor werknemers, voor alle lagen van de bevolking en voor bedrijven. Banen gaan verloren en onze sociale modellen worden op de proef gesteld. Ook zet de crisis alle leiders onder zware politieke druk.

Deze spanningen gaan aan de Europese Unie niet voorbij. Daarom heeft ze besloten alle middelen waarover ze beschikt aan te wenden om de crisis en de gevolgen ervan voortvarend aan te pakken, door gebruik te maken van haar sterke punten: Europese instellingen en lidstaten die in een op de rechtsstaat gebaseerde gemeenschap samenwerken om gezamenlijke oplossingen aan te dragen voor gemeenschappelijke problemen.

Geachte afgevaardigden, wij hebben in de afgelopen zes maanden al een heleboel gedaan om de crisis waarmee we geconfronteerd worden te bestrijden. In het najaar hebben we een ineenstorting van het financiële stelsel af weten te wenden; we hebben bijgedragen aan het opzetten van een internationaal proces met de G20; wij hebben als een van de eerste het accent gelegd op de reële economie door in december overeenstemming te bereiken over een herstelplan; met de tenuitvoerlegging van de voornaamste aanbeveling uit dit plan – een ongekende begrotingsstimulans op Europees niveau – is inmiddels een begin gemaakt. Deze steun aan de reële economie bedraagt in totaal 3,3 procent van het bbp en omvat een wezenlijke bijdrage van de Europese begroting.

Het herstelplan voorziet bijvoorbeeld in versnelde voorschotten uit de structuurfondsen ter waarde van 6,3 miljard euro in 2009, bovenop de reeds vastgelegde 5 miljard euro.

De in de afgelopen zes maanden getroffen maatregelen sluiten naadloos aan op de strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid. De structuurhervormingen, die van groot belang zijn geweest voor het versterken van onze economieën, moeten worden voortgezet omdat ze tevens bijdragen aan het op peil houden van de kortetermijnvraag, maar we moeten nu overgaan naar het volgende stadium met verdergaande maatregelen ter bestrijding van de crisis.

We hebben maatregelen nodig die beter gecoördineerd zijn en op grotere schaal effect sorteren. Het moment is daar om een tandje bij te zetten in onze reactie op de crisis. Ik denk dat we echt moeten inzien dat dit een nieuw type crisis is en dat we een crisis van deze omvang en van deze diepte nooit hadden kunnen voorzien.

Dat zal de missie van de Europese Raad volgende week zijn. Met de nadrukkelijke steun van het Tsjechische voorzitterschap, dat ik wil bedanken voor zijn inzet en perfecte samenwerking met de Commissie, ben ik ervan overtuigd dat we vooruitgang zullen boeken op vier terreinen die de Commissie enkele dagen geleden in haar mededeling heeft genoemd: de financiële markten, de reële economie, werkgelegenheid en de sociale dimensie, en de wereldwijde dimensie via de G20.

De informele top van 1 maart – die voor een heel groot deel te danken is aan het doeltreffende voorzitterschap van premier Mirek Topolánek – heeft reeds de weg geëffend voor een succesvolle Europese Raad. Het doet me deugd dat het voorbereidende werk van de Commissie zo positief is ontvangen. Onze richtsnoeren voor giftige activa, onze mededeling over de automobielsector en het verslag waarmee ik Jacques de Larosière en zijn groep op hoog niveau heb belast hebben de lidstaten in staat gesteld consensus te bereiken, zodat ze zich achter gemeenschappelijke standpunten kunnen scharen.

Ik ben blij met de brede steun die zich binnen het Europees Parlement aftekent voor deze activiteiten, getuige de verslagen waarover we hedenochtend debatteren: het verslag–Ferreira over het economisch herstelplan, het verslag–Andersson over de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid en het verslag–Kirilov over het cohesiebeleid.

Deze verslagen en de resoluties waarover uw Parlement deze week zal stemmen, met name die van de coördinatiegroep Lissabonstrategie, leveren naar mijn idee een cruciale bijdrage aan de Europese Raad. Aan de vooravond van de top van Londen kunnen ze de positie van Europa op het wereldtoneel alleen maar versterken, en dat juich ik toe.

(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag kort ingaan op drie onderwerpen die naar mijn mening als richtsnoer moeten dienen voor het werk van deze Europese Raad: het stabiliseren van de financiële markten, het opnieuw leven inblazen van de reële economie en mensen door de crisis heen helpen.

Laten we eerst eens kijken naar het financiële stelsel. Ja, om acute problemen aan te pakken zijn er onmiddellijke maatregelen nodig. Na onze initiatieven met betrekking tot herkapitalisatie en garanties, zijn onze richtsnoeren over giftige activa specifiek gericht op wat nu als het belangrijkste struikelblok wordt aangemerkt, namelijk het belemmeren van de kredietstroom. Ik ben van mening, zoals het ook in onze mededeling verwoord is, dat zonder het bankstelsel op te schonen de kredietstroom naar de reële economie zich niet zal herstellen.

Maar, zoals al vaak betoogd in dit Parlement, we moeten ook het vertrouwen herstellen via een ingrijpende herziening van onze regelgeving. Om die reden hebben we een gedetailleerd tijdschema opgezet voor nieuwe regelgevingsvoorstellen. Volgende maand komt de Commissie met nieuwe voorstellen met betrekking tot hedgefondsen, private equity en de betaling van bestuurders.

Maar we moeten ook het toezicht herzien. Zoals u zult hebben vernomen uit de mededeling die de Commissie afgelopen woensdag heeft aangenomen en die ik de dag daarna heb kunnen bespreken met uw Conferentie van voorzitters, zou de Commissie graag zien dat het verslag van de Larosière versneld wordt uitgevoerd. We zullen de algehele opzet daarvoor eind mei presenteren met het oog op de goedkeuring door de Europese Raad in juni, en in de herfst zullen we met wetgevingsvoorstellen komen.

Meer in het algemeen kan worden gesteld dat de toepassing van kortetermijnmaatregelen voor doelstellingen op lange termijn, buiten de financiële systemen om, dubbele winst zal opleveren. Het zal ons sterker maken wanneer de economie weer opleeft, gereed om de uitdaging van concurrentiekracht en een koolstofarme economie aan te gaan.

Kijk maar eens naar de energiezekerheid. Het feit dat we ons in een economische crisis bevinden, doet niets af aan onze afhankelijkheidsproblemen. Integendeel, en ik verwelkom het besluit van premier Topolánek om een debat over dit vraagstuk te voeren. Dit is van centraal belang voor waar we mee bezig zijn. Investeren in de infrastructuur zorgt op dit moment voor een stimulans die uiterst noodzakelijk is voor de Europese economie. Maar het maakt ons ook sterker en concurrerender in de toekomst. Daarom is uw steun, de steun van het Europees Parlement voor de stimulans van 5 miljard euro voor energie- en breedbandprojecten zo waardevol – des te meer nog daar ik me eerlijk gezegd nogal zorgen maak over de stand van zaken in de Raad, waar we nog niet de vooruitgang boeken die ik graag zou zien.

Natuurlijk weten we allemaal dat de communautaire begroting met minder dan 1 procent van het bbp slechts een beperkte bijdrage kan leveren aan een stimulans voor de gehele Europese Unie. Het geld moet in principe uit de nationale begrotingen komen. Maar om iets te kunnen bereiken, moeten wij in Europees perspectief alle nationale instrumenten inzetten. De gemeenschappelijke markt is het best denkbare platform voor herstel. In 2006 alleen al was Europa dankzij de gemeenschappelijke markt 240 miljard euro, wat neerkomt op 518 euro per Europese burger, rijker.

De Europese Raad moet zijn centrale plaats in onze herstelstrategie verstevigen door overeenstemming te bereiken over beginselen die aan het Europees herstel vorm moeten geven, waaronder een gezamenlijke verplichting tot openheid en het bieden van gelijke kansen voor iedereen, zowel intern als extern. De Raad moet dus protectionisme afwijzen, maar de gemeenschappelijke markt, de motor van onze welvaart, natuurlijk wel beschermen.

Maar bovenal moeten we erkennen dat het hier niet gaat om economische theorieën of droge statistiek. Deze crisis heeft nu, op dit moment, ingrijpende gevolgen voor de mensen, met name voor de meest kwetsbare in Europa. Daarom zijn de sociale gevolgen van deze crisis, met name het probleem van de toenemende werkloosheid, mijn allergrootste zorg – en verreweg de belangrijkste beproeving waar we mee geconfronteerd worden.

We moeten onze energie richten op de werkgelegenheid en mensen helpen de crisis te doorstaan. Dit vereist vastberadenheid en verbeeldingskracht. We moeten bedrijven helpen om werknemers in dienst te houden, op inventieve wijze gebruik te maken van scholing om tegemoet te komen aan de behoeften op lange en korte termijn, en we moeten degenen die inmiddels geen werk meer hebben, hulp bieden. We moeten ervoor zorgen dat we zo goed mogelijk gebruik maken van de nationale maatregelen om de meest kwetsbaren bij te staan. Maar we moeten ook de beschikbare Europese instrumenten, van het Sociaal Fonds tot het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, optimaal benutten.

Het proces dat we nu op gang brengen met het oog op de werkgelegenheidstop in mei, biedt ons twee maanden waarin we intensief kunnen werken aan het maken van plannen te maken, en zo mogelijk, het ontwikkelen van nieuwe en ambitieuzere strategieën om het werkloosheidsprobleem aan te pakken. We moeten deze tijd goed gebruiken.

Hoewel er weinig tijd is, vind ik dat we moeten proberen een proces op te zetten in de aanloop naar deze top waarbij veel meer partijen betrokken zijn: de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en parlementariërs. Het is bijzonder belangrijk dat we gebruik maken van uw bevoorrecht inzicht in wat er zich werkelijk afspeelt in het veld. Met deze benadering van een gezamenlijke inzet van onze middelen en gecoördineerde maatregelen op alle niveaus – op Europees niveau, op nationaal niveau, op regionaal niveau en op het niveau van de sociale partners – zullen we sneller en, naar mijn mening, sterker uit de crisis komen.

Ook zullen we een grotere rol spelen op het wereldtoneel. Het is geen toeval dat in de voorstellen die we hebben gedaan voor het standpunt van de Europese Unie voor de G20, nog heel veel doorklinkt van onze benadering binnen Europa. Ze zijn gebaseerd op dezelfde principes. Met een eensgezind EU-optreden in de G20 zullen ze een belangrijke rol spelen en zal de Europese Unie – als de lidstaten bereid zijn om echt samen te werken – in een zeer goede positie zijn om het mondiale antwoord op deze crisis vorm te geven.

Op dit moment moet Europa zijn kracht vinden in cohesie, in coördinatie, in echte praktische solidariteit. Daarvoor moeten we allemaal nauw samenwerken tijdens de uitvoering van deze hersteltaak en nauw met elkaar in contact blijven, en dus ook met dit Parlement.

Ik zie ernaar uit om dit alles te realiseren als we ons in de komende weken en maanden allemaal voor het herstel zullen inzetten.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira, rapporteur. (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dames en heren, de huidige crisis is de ergste crisis die de Europese Unie ooit heeft meegemaakt. En het einde is helaas nog lang niet in zicht. Het regent nog steeds faillissementen en de werkloosheid blijft toenemen. Nooit eerder is het Europese project zo zwaar op de proef gesteld. Ons gezamenlijke antwoord is niet alleen beslissend voor de soliditeit van het herstel, maar waarschijnlijk ook voor de voortzetting van het Europees project zelf, of althans voor het tempo waarmee we onze Unie zullen verdiepen en uitbreiden.

Wij hebben de Europese Unie niet tot stand gebracht om haar in tijden van voorspoed te beperken tot één grote markt noch om in tijden van crisis terug te grijpen naar het nationale egoïsme onder de leus “ieder voor zich”. Het Europees project is een politiek project dat garanties biedt voor vrede, vrijheid en democratie. Vanuit economisch oogpunt is het echter gebaseerd op zowel concurrentie als solidariteit en samenhang. Sterker nog, in feite heeft het Europees project zijn bestaan te danken aan het vermogen om kwaliteit en kans op vooruitgang te bieden aan alle burgers, ongeacht hun herkomst.

Op dit moment, in volle crisis, verwachten de burgers dat Europa hen beschermt en maatregelen neemt om hen snel door deze kritieke fase te loodsen en de maatschappelijke gevolgen zoveel mogelijk te verlichten. Zij verwachten dat Europa hen helpt om de weg naar de toekomst terug te vinden en de werkgelegenheid en bedrijvigheid nieuw leven in te blazen op basis van nieuwe en duurzamere ontwikkelingspatronen.

De Lissabonagenda en de milieuverplichtingen zijn inspirerende voornemens, maar het is hoog tijd dat deze intenties concreet worden ingevuld en tot daden leiden. In dit verband spreekt het Parlement met heldere, luide en goed hoorbare stem tot de Raad en de Commissie. Deze gezamenlijke wil is duidelijk tot uiting gekomen in de consensus die wij tijdens de stemming in de Commissie economische en monetaire zaken hebben bereikt. Ik hoop dat dit hier vandaag in de stemming in het Parlement zal worden bevestigd.

De verschillende rapporteurs en de verschillende fracties hebben de handen ineengeslagen, en ik hoop dat onze boodschap overkomt en op correcte wijze door de Commissie wordt geïnterpreteerd.

In deze context wens ik mijn dank te betuigen aan de schaduwrapporteurs, en met name aan de heer Hökmark en aan mevrouw In ’t Veld. Ik hoop dat de stemming van vandaag ons in de gelegenheid zal stellen deze boodschap met dezelfde vastberadenheid te bekrachtigen en uit te dragen.

Op dit moment is het vooral van belang dat wij lering trekken uit de oorzaken van de crisis. Het verslag van de Larosière is in dit opzicht een uitermate belangrijke leidraad die wij voortdurend in het oog moeten houden. Het biedt een uitstekend vertrekpunt voor onze werkzaamheden, vooral ook omdat het vele eerder in dit Parlement geformuleerde voorstellen omvat. De conclusies van het verslag moeten de Commissie echter aanzetten tot onmiddellijke actie volgens een welbepaald tijdschema. Het is tevens essentieel dat de Europese Unie op dit gebied een duidelijk standpunt inneemt tijdens de volgende vergadering van de G20.

In dit verband vestig ik uw aandacht op een reeks elementen die mijns inziens een symbolisch karakter hebben. Zo hoop ik dat het Parlement zich vandaag resoluut zal uitspreken tegen de offshore-systemen en de belastingparadijzen. Het volstaat evenwel niet om fouten uit het verleden te corrigeren, zeker niet waar het gaat om financiële regelgeving en toezicht. Het kwaad is geschied, dus hebben wij een herstelplan nodig dat in overeenstemming is met de verantwoordelijkheden van de Europese Unie. Wij verwelkomen het snelle initiatief van de Commissie, maar wij beseffen − laten we duidelijk zijn − dat de huidige middelen en beleidsinstrumenten volkomen ontoereikend zijn.

Het Parlement verleent de Commissie zijn steun voor de flexibilisering, anticipatie en versoepeling van de beschikbare instrumenten, maar wij mogen niet vergeten dat 85 procent van de thans beschikbare middelen in handen is van landen die deel uitmaken van de Europese Unie. De onderlinge verschillen tussen de landen van de Unie zijn echter groter dan ooit tevoren. Sommige lidstaten beschikken over voldoende macht en instrumenten om de crisis aan te pakken, terwijl andere bijzonder kwetsbaar zijn en het met een lege gereedschapskist moeten doen. Er zijn landen waar geen enkele nationale bewegingsruimte bestaat, landen die niet in staat zijn het hoofd te bieden aan de uiterst hevige krachten van zowel de interne markt en de eenheidsmunt als de mondialisering. De nieuwe landen die zich onlangs bij het Europese project hebben aangesloten, behoren tot deze groep en hebben het het zwaarst te verduren.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik denk dat de boodschap van het Parlement op dit moment uiteenvalt in een reeks zeer duidelijke en zeer concrete boodschappen waaraan evenwel een gemeenschappelijke gedachte ten grondslag ligt. En die gemeenschappelijke gedachte is ons doel: wij hebben mensen, banen en nationale middelen, maar ook Europese middelen, nodig om aan de verwachtingen van de burgers tegemoet te komen en de dynamiek, de groei en de solidariteit in de Europese ruimte te herstellen.

 
  
MPphoto
 

  Jan Andersson, rapporteur. (SV) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte commissaris, er heeft enige discussie plaatsgevonden over de vraag of en in hoeverre de werkgelegenheidsrichtsnoeren moeten worden geamendeerd. Dat is geen bijzonder belangrijke discussie, want binnen de werkgelegenheidsrichtsnoeren zijn er allerlei manieren om op te treden. Het probleem van dit moment is het gebrek aan slagvaardigheid. We hadden – en hebben – een financiële crisis, die is overgegaan in een economische crisis, en nu slaat de werkgelegenheidscrisis toe, en in de toekomst zullen we sociale problemen krijgen.

Het is goed dat er in mei een top over werkgelegenheid wordt georganiseerd, maar we moeten de werkgelegenheidsvraagstukken niet isoleren van de economische vraagstukken. Daarom moeten ze in de discussie worden meegenomen. Ik vind dat er onvoldoende en te laat is gereageerd. 1,5 procent van het bbp van de lidstaten – dat was het correcte percentage op het moment van spreken, maar op dit moment is de crisis erger dan we toen dachten. Er is meer actie nodig, meer gecoördineerde actie – zeker meer dan 2 procent – om die crisis aan te kunnen. Het gevaar dat we niet genoeg doen of dat we het te laat doen is veel en veel groter dan het gevaar dat we te veel doen, want dat zal resulteren in meer werkloosheid en in minder belastinginkomsten, wat de sociale problemen in de lidstaten nog zal verergeren.

Wat moeten we doen? Dat weten we heel goed. We moeten datgene wat op de korte termijn goed is in de strijd tegen de werkloosheid combineren met maatregelen voor de lange termijn. Daarbij gaat het om milieu-investeringen, om nieuwe infrastructurele projecten, om energie-efficiëntie in woningen, en om onderwijs, onderwijs en nog eens onderwijs.

We hebben gesproken over levenslang leren. Daar hebben we nooit voldoende aan gedaan, maar nu hebben we de kans om ons krachtig in te zetten voor onderwijs. We moeten ook de vraag stimuleren en dan moeten we ons wenden tot de groepen die van de fondsen gebruik zullen maken om onderwijs te volgen: werklozen, gezinnen met kinderen, gepensioneerden en anderen die meer geld zullen gebruiken om onderwijs te volgen.

We moeten al het mogelijke op EU-niveau doen en we moeten proberen om het Sociaal Fonds en het Globaliseringsfonds zo te gebruiken dat de middelen in de lidstaten terechtkomen. Maar als we eerlijk zijn, dan weten we dat de bulk van de financiële middelen zich in de lidstaten bevindt, en als de lidstaten niet voldoende en niet voldoende gecoördineerd optreden, zullen we niet slagen. Als we om ons heen kijken en inventariseren wat de lidstaten hebben gedaan, is er maar één land dat op 1,5 procent uitkomt, en dat is Duitsland, dat oorspronkelijk niet het land was dat in de frontlijn stond als het op daden aankwam. Andere landen, bijvoorbeeld de Scandinavische landen, waar ik vandaan kom, leveren heel weinig inspanningen, ook al is hun economische positie goed.

Dan kom ik nu toe aan de sociale gevolgen. Die hebt u genoemd, en ze zijn bijzonder belangrijk. Ze hebben niet alleen invloed op de socialezekerheidsstelsels maar ook de publieke sector. De publieke sector is dubbel belangrijk voor zaken als kinderzorg, ouderenzorg en sociale zekerheid, maar de publieke sector is ook belangrijk voor de werkgelegenheid. Heel veel mensen zijn werkzaam in de publieke sector en we moeten ervoor zorgen dat die sector voldoende financiële middelen heeft.

Ik wil het ook nog even hebben over jongeren. De jongeren komen op dit moment vanuit hun opleiding direct in de werkloosheid terecht. We moeten voor jongeren mogelijkheden scheppen voor werk of vervolgopleidingen en dergelijke. Anders halen we ons problemen voor de toekomst op de hals. Tot slot: we moeten actie ondernemen. We moeten solidaire actie ondernemen, we moeten nú actie ondernemen en we moeten actie ondernemen met voldoende inzet.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Evgeni Kirilov, rapporteur.(BG) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Vondra en mijnheer Barroso, ik dank u. Dit verslag, 'Cohesiebeleid: investeren in de reële economie', heeft niet veel tijd in beslag genomen. Los daarvan hebben we een document opgesteld dat unaniem is goedgekeurd en ondersteund. Dit prachtige resultaat was niet mogelijk geweest zonder de betrokkenheid en de hulp van mijn collega's in de commissie, de schaduwrapporteurs en de samenwerking tussen de fracties, waarvoor ik iedereen wil bedanken.

Ik wil nader ingaan op de belangrijkste punten van dit verslag. Ten eerste worden in dit verslag alle door de Europese Commissie voorgestelde maatregelen ondersteund ter bespoediging en vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging van de structuurfondsen, waaronder het verrichten van meer voorschotbetalingen en het invoeren van flexibeler regelingen voor de terugbetaling van uitgaven en dergelijke. Deze maatregelen zijn noodzaakelijk omdat juist nu adequaat moet worden gereageerd op de economische crisis: investeren in de reële economie, scheppen en behouden van arbeidsplaatsen en stimuleren van ondernemerschap. Deze maatregelen zijn echter niet het enige signaal dat we effectiever en efficiënter moeten optreden. Gebruikers van EU-fondsen dringen al lang aan op voorstellen ter vereenvoudiging van de regelgeving. Zij wachten er al lange tijd op en de voorstellen vloeien voort uit de aanbevelingen die wij en de Europese Rekenkamer hebben gedaan.

Ten tweede is er het cohesiebeleid en het solidariteitsbeleid. Wij willen dat solidariteit niet alleen in woorden wordt beleden, maar ook in daden wordt omgezet. De Europese economieën zijn onderling van elkaar afhankelijk en de negatieve effecten van de crisis raken dan ook iedere economie. We moeten deze effecten een halt zien toe te roepen met positieve resultaten die veel voordeel zullen opleveren en zullen worden benut om de doelstellingen voor groei en ontwikkeling te verwezenlijken die in de strategie van Lissabon zijn vastgelegd. De sociale standaarden voor EU-burgers moeten intact blijven en we moeten de sociaal minder bedeelden beschermen. Er mag geen concurrentievervalsing ontstaan en we moeten ons blijven inzetten voor milieubescherming. In dit verband is maximale solidariteit en cohesie nodig, zodat we samen sneller een weg uit de crisis weten te vinden.

Ten derde moeten we de nodige lessen uit de huidige crisis trekken en de getroffen maatregelen niet als op zichzelf staand beschouwen. We moeten de gemaakte fouten en de opgedane ervaring blijven analyseren. Ook moeten we doorgaan met vereenvoudiging van de procedures. Regelgeving moet duidelijker worden, informatie moet toegankelijker worden, administratieve lasten moeten lichter worden en procedures moeten transparanter worden. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat er minder fouten worden gemaakt en dat er zo min mogelijk ruimte is voor misbruik en corruptie.

Tot slot zou ik de Raad willen vragen de voorgestelde maatregelen ter bespoediging en vereenvoudiging van het gebruik van de structuurfondsen zo snel mogelijk goed te keuren. Ik roep de leden van de Europese Commissie tevens op de gevolgen van de nieuwe maatregelen te volgen en met nieuwe suggesties te komen, en het proces als geheel op de voet te volgen. Als laatste wil ik de centrale rol van de lidstaten benadrukken: zij moeten zorgen dat er actie wordt ondernomen en met de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid echte resultaten worden bereikt. Er zij nogmaals op gewezen dat we solidariteit vertaald moeten zien in daden.

 
  
MPphoto
 

  Salvador Garriga Polledo, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, namens de Begrotingscommissie wil ik sterk benadrukken dat dit economisch herstelplan veel meer een intergouvernementele dan louter een communautaire dimensie heeft, en dat het de financiële grenzen van de Europese Unie duidelijk aangeeft.

Vanuit de Gemeenschap gaan wij 30 000 miljoen euro gebruiken, een bedrag dat in de praktijk ter beschikking wordt gesteld door de Europese Investeringsbank. Wat betreft de 5 000 miljoen euro, die strikt genomen behoren tot de communautaire begroting, stuiten wij op grote problemen.

Er komen geen nieuwe middelen beschikbaar; er vindt slechts een herverdeling van de reeds bestaande middelen plaats. Wij zijn het er volledig mee eens dat we terugvallen op de Europese Investeringsbank, maar wij drukken onze bezorgdheid uit omdat we de Europese Investeringsbank met veel verplichtingen opzadelen, terwijl niet gegarandeerd is of ze uitgevoerd kunnen worden.

Tot slot betreuren wij dat de Raad geen akkoord weet te bereiken over de 5 000 miljoen euro die bestemd zijn voor energie-koppelingsprojecten en breedbandinternet op het platteland.

Wij denken dat de ongebruikte marges niet aangesproken moeten worden, maar dat de Europese Commissie en de Raad hun uiterste best moeten doen om de middelen te gebruiken die hun uit het interinstitutioneel akkoord zelf ter beschikking staan.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Morin , rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, Commissievoorzitter, vanochtend wil ik u graag deelgenoot maken van het unanieme advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, want met dit herstelplan willen wij echt werk maken van sociale cohesie. Sociale cohesie staat of valt met opname in het arbeidsproces; het is dus allereerst zaak de banen van alle werknemers te behouden en werklozen weer aan het werk te krijgen, onder meer door binnen het fonds voor aanpassing aan de globalisering het accent te leggen op nieuwe opleidingen, zodat de beroepsbevolking klaar is voor de periode na de crisis.

Op korte termijn moeten we mensen dan ook aan het werk houden. Op middellange termijn moeten we werknemers beter opleiden voor als de crisis achter de rug is; en op lange termijn moeten we innoveren, onder meer binnen maatschappelijke organisaties via werkgeversgroepen.

Europa kan niet om innovatie heen om de mondialisering het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul , namens de PPE-DE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, de Europese Raad van volgende week moet geen top als alle andere zijn. Het moet geen routinetop worden. De Europese burger verwacht er concrete signalen van, en mijn parlementaire fractie ook.

Bij deze top moet Europa de crisis krachtig en vastberaden tegemoet treden. Deze kracht is in het verleden gebleken toen Europa de regels van de sociale markteconomie invoerde, hetgeen de schade beperkt die wordt aangericht door een ongekende crisis die alle regio’s in de wereld tegelijkertijd treft. En van deze kracht heeft Europa blijk gegeven door tien jaar geleden een munteenheid in te voeren, de euro, die momenteel voor het eerst echt op de proef wordt gesteld, maar overeind blijft.

Maar een krachtig Europa moet geen protectionistisch Europa zijn. Het Europa dat door middel van zijn regels bescherming biedt moet geen vesting zijn, want we geraken niet uit de crisis door ons in onszelf te keren. We moeten juist streven naar openheid en aangeven waar we voor staan. De kracht van Europa in zwaar weer, meer nog dan bij een wolkenloze hemel, is dat het opkomt voor onze medeburgers en voor de meest kansarmen onder hen, en bovenal dat het dit eensgezind doet.

Samen met de Commissie, met José Manuel Barroso, waarvan ik het pakket maatregelen naar aanleiding van het verslag van de Larosière toejuich, spant Europa zich in om het bankwezen te redden.

Europa spant zich in en wij scharen ons achter deze pogingen, niet, zoals sommigen ons willen doen geloven, om de banen van de traders te redden, maar om een algehele ineenstorting van onze hele economie af te wenden en omdat duurzaam herstel alleen mogelijk is met een gezond bankwezen.

De inspanningen van Europa werpen hun vruchten af, en ik ben blij met het gisteravond bereikte akkoord over verlaagde btw-tarieven voor de horeca en de bouwsector, over echt toezicht op de financiële markten, over het behouden van banen, over het handhaven of herstellen van het vertrouwen en over het waarborgen van een toekomst voor Europeanen.

Geachte collega’s, ik heb het gehad over kracht, ik heb het gehad over eensgezindheid en ik heb het gehad over doeltreffendheid, maar de raison d’être, de drijfveer achter dit alles, is wel degelijk solidariteit. Dat is het Europa van Jean Monnet en al zijn grondleggers. Wat zou het voor zin hebben gehad om Europa tot stand te brengen na de laatste oorlog en er zestig jaar later, wanneer de ernstigste economische crisis sinds 1929 zich aandient, de brui aan te geven omwille van de “ieder voor zich”-benadering?

Onze medeburgers vragen zich soms af waar Europa toe dient. Aan ons om te laten zien dat Europa solidair is met zijn 500 miljoen burgers, waarvan velen te lijden hebben onder deze crisis, en solidair met de landen van de Unie – ik denk aan Ierland, Hongarije en andere landen die ernstige moeilijkheden ondervinden.

Ik verzoek namens mijn fractie alle staatshoofden en regeringsleiders van de 27 lidstaten om niet toe te geven aan de verleiding van isolationisme dat – en ik kies mijn woorden met zorg – suïcidaal zou zijn voor al onze lidstaten.

Ik verzoek de heer Vondra, de heer Barroso, en ook u, mijnheer Pöttering, om binnen de Europese Raad de stem van ons Parlement te laten horen, om te kiezen voor solidariteit en innovatie. Ja, innovatie, want ik ben ervan overtuigd dat we deze crisis alleen te boven zullen komen als we nieuwe middelen aanwenden en op grote schaal investeren in de kenniseconomie, in onderzoek en in ontwikkeling.

We moeten zo snel mogelijk profijt trekken van het geweldige potentieel waarover de Europese Unie beschikt op het gebied van nieuwe milieutechnologieën, want voor deze groene innovaties moet een plaats ingeruimd worden in alle Europese beleidslijnen. Dit zou het herstel van de economie een echte industriële impuls geven.

De wettelijke obstakels op de interne markt, die de ontwikkeling van deze technologieën nog altijd in de weg staan, moeten zo snel mogelijk worden weggenomen. Een echte interne markt voor hernieuwbare energiebronnen met duidelijke spelregels moet tot stand worden gebracht, want in een crisis zal niets bij het oude blijven en we moeten ons voorbereiden op deze nieuwe situatie. Dat is het idee van de Lissabonstrategie en, inmiddels, van de post-Lissabon-strategie.

Mijn parlementaire fractie, net als centrumrechts in Europa, is een verantwoorde politieke organisatie. Wij zijn vóór een economie met regels, wij zijn vóór een sociale markteconomie. Daardoor zijn demagogie en populisme voor ons uit den boze, en voelen we ons verplicht tot eerlijkheid jegens de Europese burger. Ik hoop dat de volgende Europese Raad zich zal laten inspireren door deze benadering.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb alle respect voor de heer Vondra, maar in een situatie zoals deze is het onaanvaardbaar dat de fungerend voorzitter van de Raad niet zelf aanwezig is. Daaruit blijkt echter ook wel hoe hij zijn rol in deze situatie ziet.

(Applaus)

We hebben veel oude vertrouwde uitspraken opnieuw beluisterd. Die horen we nu al maanden, en kunnen goed als tekstblokken worden gebruikt. Beste Joseph, ik mag wel zeggen dat je een schitterende toespraak hebt gehouden! Als je zo doorgaat gaan jouw kiezers in Lipsheim en in Pfettisheim nog denken dat je lid van de Franse Communistische Partij bent geworden – dat klonk allemaal prachtig. Maar nu moeten we de daad bij het woord voegen. Nu moeten we de nodige besluiten nemen. Tijdens de Europese Raad moet er meer gebeuren. De crisis wordt al ernstiger. Er gaan banen verloren. In de afgelopen zes maanden hebben we veertig miljard euro vernietigd! Daardoor is velen het brood uit de mond gestoten. Daardoor gaat er werkgelegenheid verloren, en dat is een bedreiging voor het overleven van ondernemingen. Dat betekent dat de economie van hele landen over de kop kan gaan. En dan zijn er nog de fraaie besluiten tijdens uw Raad dat er dit jaar, respectievelijk volgend jaar, 1,5 procent van het bruto binnenlands product beschikbaar moet worden gesteld. Drie landen hebben dat tot nu toe gehaald, maar vierentwintig andere dus nog niet. Groot-Brittannië, Duitsland en Spanje hebben het gehaald - alle drie trouwens onder druk van sociaaldemocraten en socialisten – de anderen niet. U moet meer doen! Vertel dat de afwezige fungerend voorzitter van de Raad!

Mijnheer de voorzitter van de Commissie, u hebt een prachtige toespraak gehouden, dat is fantastisch, en daar staan wij volledig achter. Solidariteit tussen lidstaten is absoluut nodig. Solidariteit is voor ons sociaaldemocraten en socialisten het centrale concept in deze situatie, sociale solidariteit binnen de landen, maar ook solidariteit tussen de landen, solidariteit binnen de eurozone, en solidariteit tussen de landen die deel uitmaken van de eurozone en de landen erbuiten. De Commissie moet erop aandringen dat de lidstaten werkelijk solidariteit betuigen.

De Commissie moet nu ook richtlijnen voorstellen voor het toezicht op private equity en hedgefondsen, voor transparante ratingbureaus, voor grenzen voor de salarissen van managers, voor het sluiten van belastingparadijzen. Deze initiatieven moeten nu worden genomen. We hopen en gaan ervan uit dat u daarin zult slagen. En wanneer dat niet meer tijdens deze zittingsperiode kan, zullen we meteen na de verkiezingen weer met al deze eisen op de proppen komen. Wanneer ik namelijk luister naar de managers van Citigroup, die nu weer winst hebben geboekt, wanneer ik luister naar de heer Ackermann van de Deutsche Bank, die in het eerste kwartaal weer winst heeft gemaakt, krijg ik het gevoel dat deze heren denken dat ze gewoon op de oude leest verder kunnen gaan, nadat de staat ze gered heeft. Zo gaat dat echter niet, we moeten nu transparantie en toezicht eisen, om herhaling door deze heren te voorkomen.

Een derde punt: als ik zo luister naar jullie van de PPE-E ben ik zeer geboeid. Het is werkelijk schitterend – jullie vertellen precies wat wij jarenlang hebben verteld, en waar jullie altijd tegen hebben gestemd. En nu zijn jullie plotseling wakker geworden. Maar dan komt ons amendement 92, waarin wij voorstellen om verder te gaan, en wel om voor te schrijven dat iedereen 1,5 procent van het bruto binnenlands product moet investeren, en dan stemt de PPE-DE daar niet voor! Amendement 92 is dus de lakmoesproef, om twaalf uur tijdens de stemming komt voor jullie het uur van de waarheid. Dan nog iets over de solidariteit: je hebt het zelf net gezegd, Joseph Daul, namens je afwezige fractie, knap hoor. We zullen wel zien of jullie voor amendement 102 stemmen, waarin wij voor die solidariteit pleiten.

Nog een laatste opmerking, die voor onze fractie van cruciaal belang is, en wel over amendement 113. Dat gaat over belastingparadijzen. De mannen en vrouwen die ons hier in de restaurants bedienen, de chauffeurs die ons hier rondrijden, het grondpersoneel op de luchthavens dat onze koffers uit het vliegtuig haalt, dat zijn allemaal belastingbetalers, die met hun belastinggeld de gevolgen van het faillissement van de grote banken moeten dragen, omdat de regeringen en de parlementen het van ze eisen. Zij zijn degenen die moeten betalen voor de vangnetten voor de banken en de ondernemingen. En de managers van die grote banken – zoals bij de ING, die gigantische miljardenverliezen boekt – die zichzelf ook nu nog miljoenenbonussen uitbetalen, die zouden dan het recht krijgen om hun geld in belastingparadijzen te stallen en daar geen belasting te betalen? Dat is de klassenstrijd van boven tegen beneden, en wij doen daar in ieder geval niet aan mee! Daarom is de vraag of wij vandaag beslissen dat het Europees Parlement tegen belastingparadijzen is, een sleutelvraag voor de geloofwaardigheid van de PPE-DE en van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. Jullie praten als socialisten, om twaalf uur zullen we zien of jullie ook stemmen als socialisten.

Dat zijn de drie eisen die hier op tafel liggen, en ik zeg in alle duidelijkheid: wanneer jullie hier niet mee instemmen, dan komt er geen gezamenlijke resolutie over dit onderwerp. Dan is het motto duidelijk: sociale rechtvaardigheid komt van ons - van de PPE-DE komen alleen holle frasen!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de afgelopen maanden heeft onze Unie meer topontmoetingen gehad dan onze voormalige collega Reinhold Messner, en is ons Parlement getuige geweest van een hele reeks verslagen over het stimuleren van de economie. Maar die topontmoetingen en die verslagen hebben de lidstaten wel de stapstenen gegeven in de rivier van de recessie. Nu moet de Raad deze rivier nog onbevreesd en zonder dralen oversteken. Ik feliciteer de auteurs van de verslagen-Andersson, -Ferreira en -Kirolov. Deze bieden ons een consistent en pragmatisch perspectief in het vooruitzicht van een lawine van werkloosheid met als onderliggende boodschap: banen, banen, banen.

De Lissabonstrategie, richtsnoeren voor werkgelegenheid, het cohesiebeleid – altijd werd daarin gepleit voor flexizekerheid in onze economieën, voor overheidsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling, voor een snelle overgang naar de kenniseconomie. Dit zijn de grondslagen voor een gezonde, dynamische en stabiele banenmarkt.

En vanuit de huidige optiek is één ding voor iedereen duidelijk – behalve misschien voor sommigen hier ter linkerzijde. Het kwam niet door de Lissabonstrategie dat we in de problemen zijn geraakt, maar het zijn juist de lidstaten die zich daar niet mee hebben beziggehouden die nu het zwaarst zijn getroffen en die ook het langst onder de gevolgen van de crisis zullen lijden. Daarom is het nu tijd in een hogere versnelling door te werken aan een ‘Lissabon-plus-programma’ en ook aan werkgelegenheidsrichtsnoeren die een afspiegeling vormen van de realiteiten van onze Unie.

Nationale parlementen, regionale overheden, gemeenten, ze moeten allemaal de mogelijkheden krijgen om die uitdaging aan te gaan, en openlijk aan de schandpaal worden genageld als zij dat niet doen. Evenmin mogen we toestaan dat er getalmd wordt wanneer het gaat om de noodzaak onze planeet te beschermen. De Raad zal zich beraden over het onderhandelingsstandpunt van de EU voor de klimaatconferentie van Kopenhagen. Hoeveel geld zullen de 27 landen uittrekken voor aanpassing en verzachting in de ontwikkelingslanden, mijnheer Vondra? De klimaatverandering stopt niet ineens als de economie stagneert, en de armste landen zullen – nog steeds – te lijden hebben onder onze koolstofconsumptie.

De recessie mag dus niet betekenen dat we niets meer doen. De lidstaten moeten geld vrijmaken om klimaatverandering tegen te gaan en onderwijl groeneboordenbanen scheppen, misschien door gebruik te maken van het geld dat we hebben om, zoals Claude Turmes voorstelt, nog meer middelen te mobiliseren via de EIB of het EIF. Maar de Raad weet dat als het financiële stelsel niet grondig wordt herzien, we opnieuw met de vernietigende werking van de recessie te maken zullen krijgen.

De G20-top van volgende maand heeft tot taak het stelsel in een nieuwe vorm te gieten, en ik ben verheugd over de positieve toon van de Europese leiders toen zij in Berlijn bijeenkwamen. Het IMF dient op doeltreffende wijze te worden gefinancierd, belastingparadijzen moeten aan controle worden onderworpen, en financiële instellingen moeten krachtig worden gereguleerd, waarbij een doeltreffende Europese autoriteit voor financiële dienstverlening toezicht houdt op het systeem: niet om onze economieën terug te slepen naar het verleden, maar om een open, eerlijk en transparant handelssysteem tot stand te brengen dat vrij en rechtvaardig is.

Londen, Parijs, Berlijn: elk wil graag benadrukken dat Europa één front vormt. Maar de voorzitter van de Raad vertelt ons dat er toch nog steeds verschillen blijven bestaan. Ik hoop dat de voorzitter van de Raad hier aan ons verslag zal komen uitbrengen van deze top; hij had hier ook vandaag aanwezig moeten zijn. Maar het kan niet zo zijn dat die verschillen blijven bestaan. De komende weken en maanden hebben we een Europa nodig dat sterk is van geest, snel kan handelen en een gezamenlijk doel voor ogen heeft, gereed om zich te ontdoen van de giftige activa en de schadelijke uitwerking daarvan op de bankbalansen, een Europa dat klaar staat om de werkwijze van banken aan te passen om de kredietwaardigheid te herstellen, en bereid is om te accepteren dat het huidige stimuleringspakket misschien niet voldoende zal zijn. Want het heeft geen zin om het IMF aan te vullen als er geen wereldwijd financieel systeem is om te steunen, en hoewel het niet rechtvaardig is dat de verantwoordelijke lidstaten nu voor de fouten van anderen moeten opdraaien, kan dat de prijs zijn die moet worden betaald om besmetting door het virus van economische ineenstorting te voorkomen.

Kort en bondig gezegd is het noodzakelijk dat de Raad, de Commissie en het Parlement samenwerken: koel, kalm, als collectief, waarbij voorkomen wordt dat de procedure belangrijker wordt dan de doelstelling. Europa kan geen branden meer blijven blussen. De tijd is gekomen voor de fundamentele hervorming die op dit moment voor banen en in toekomst voor veiligheid en zekerheid zal zorgen.

 
  
MPphoto
 

  Cristiana Muscardini, namens de UEN-Fractie.(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de heer Vondra sprak over “verbetering van het toezicht”, maar wij willen informatie over hoeveel OTC-derivaten er nog in handen zijn van Europese banken en hoe groot de schadepost wereldwijd zijn zal. Misschien dat de Commissie en de Raad overgaan tot bevriezing van derivaten - of dat zij dit op zijn minst voorstellen op wereldniveau - en tot opschorting van de handel in deze financiële producten. Is het mogelijk dat die derivaten nog altijd als giftige activa op de genationaliseerde banken drukken en dat we er ons zorgen over moeten maken vanuit het oogpunt van economische groei? Verscherping van het toezicht houdt tevens in dat we niet alleen, zoals de Commissie dat uitdrukte, in staat dienen te zijn de bezem door het bankstelsel te halen en het regelgevende kader te herzien, maar betekent tevens dat we nieuwe voorstellen moeten doen.

Met andere woorden, als we ons zorgen maken over de crisis in de automobielindustrie, dan dienen we ons tevens te bekommeren om kleine en middelgrote ondernemingen en de oneerlijke concurrentie van buiten onze grenzen. De Raad heeft nog niet tot ratificatie en bevordering van de oorsprongsetikettering besloten, het enige systeem dat niet protectionistisch is maar wel, zoals de heer Barroso terecht zei, consumenten en producten helpt beschermen. Om het bedrijfsleven de helpende hand te bieden, dienen we, naast het bevorderen van nieuwe kredietfaciliteiten, kleine en middelgrote ondernemingen eveneens sneller en goedkoper mogelijkheden te bieden voor mobiliteit, zodat zij zich kunnen aanpassen in plaats van ten onder te gaan. Veel van deze ondernemingen hebben momenteel te lijden onder een terugval van 50 procent van hun orderportefeuille en zien zich gedwongen om bij de banken aan te kloppen om hulp. Maar de banken willen geen geld lenen en de bankaandelen zijn ingestort als gevolg van de derivaten. Een vicieuze cirkel dus. We zullen uit dit moeras moeten zien te komen en op zoek gaan naar echte oplossingen, en niet slechts wat tandeloze voorstellen doen.

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, naar aanleiding van het vijfde debat in deze zittingsperiode over de successen en de mislukkingen van de Lissabonstrategie zou ik eens willen vragen hoe het mogelijk is dat we ieder jaar plechtig hebben vastgesteld dat deze strategie een succes is, dat die successen ook in de balans zijn opgenomen, en dat we dan plotseling in de ernstigste crisis aller tijden wakker zijn geworden, alsof het een natuurramp is. Dat is volkomen onmogelijk, de balans van deze Lissabonstrategie was op een oneerlijke manier opgesteld, en ik denk dat dit een van de problemen is die we aan moeten pakken.

Als Europees Parlement hebben we de Commissie een jaar geleden tijdens hetzelfde debat gevraagd om meer te doen voor de stabiliteit van de financiële markten, omdat we een crisis zagen aankomen. Op dat verzoek, mijnheer de voorzitter van de Commissie, is geen enkele reactie gekomen. En nu spreken we al maanden over de instorting van het systeem, zoals Martin Schulz al zei, zonder werkelijk nieuwe bindende regels vast te leggen. Mijn inschatting in dit verband is iets anders dan die van de collega’s. Ik geloof dat velen binnen de Commissie en ook binnen de nationale regeringen nog steeds van mening zijn dat een gedereguleerde markt en sterke actoren, sterke players op die markt, zichzelf wel kunnen reguleren. Wanneer we het banksysteem met injecties weer op de been krijgen en staatsgaranties geven, zonder een volledig nieuwe architectuur voor de financiële markten op te zetten, dan zullen we schipbreuk leiden, dan raken we niet uit deze crisis, dan komt er geen echt herstel.

De discussie over de koppeling tussen klimaatbeleid, strategieën voor duurzame ontwikkeling en crisismanagement is al even inconsequent. Ook daarover hebben we ieder jaar veel stichtelijke toespraken beluisterd. Wanneer we echter kijken naar de huidige economische herstelplannen op Europees en nationaal niveau, kunnen we alleen maar zeggen: het ware fraaie woorden, maar de doelstellingen van duurzaamheid, klimaatbescherming en efficiënt gebruik van middelen worden nog steeds niet serieus genomen. Deze plannen zijn niet bedoeld om de Europese economie voor te bereiden op de toekomst, ze zijn eigenlijk gewoon meer van hetzelfde.

 
  
MPphoto
 

  Jiří Maštálka, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Dames en heren, het communautair programma voor groei en werkgelegenheid, oftewel de Lissabonstrategie, zag het levenslicht in het jaar 2005. We schrijven nu het jaar 2009 en desondanks hebben we te maken met groeiende armoede en met een economische en financiële crisis die haar weerga niet kent. Bovendien stijgt volgens de allernieuwste prognoses de werkloosheid in de Europese Unie dit jaar tot bijna 3,5 miljoen mensen. Alle tot op heden getroffen maatregelen ten spijt hebben we dus te kampen met een groeiende werkloosheid. Mijn conclusie is dus dat er iets niet klopt en daarin sta ik niet alleen. De huidige situatie bewijst het failliet van het vigerend beleid, een beleid dat met name gericht is op stimulering van de accumulatie van grote winsten door grote economische en financiële groepen, alsook op de vorming van grote monopolies en een achteruithollende levensstandaard voor de arbeidsbevolking en de bevolking als geheel. Het moet de andere kant op met Europa. Ik vind dat de voorjaarsraad een Europese strategie in het leven moet roepen voor solidariteit en duurzame ontwikkeling, alsook een heel nieuw instrumentarium aan economisch, sociaal en milieubeleid ter stimulering van investeringen in met name arbeidskwaliteit, scholing en opleiding, ondersteunende infrastructurele programma's, cohesiebeleid, milieubescherming en verbetering van de veiligheid op de werkvloer. Verder kampen de lidstaten, met inbegrip van de Tsjechische Republiek, met een groot probleem, namelijk met bedrijfsverplaatsingen. De Europese Unie dient een regelgevend kader op te zetten waarmee dergelijke bedrijfsverplaatsingen kunnen worden gesanctioneerd, bijvoorbeeld door aan de verstrekking van communautaire steun bepaalde voorwaarden te verbinden met betrekking tot werkgelegenheidsbescherming en lokale ontwikkeling. Juist in deze tijden van financiële en economische crisis is solidariteit alleen niet genoeg en zijn er doelgerichte en snel inzetbare regels en instrumenten nodig voor een communautaire aanpak ervan. Op die manier zouden wij op waardige wijze aansluiten bij de erfenis van Jean Monnet, die wij vandaag herdacht hebben.

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de term ‘Europese solidariteit’ wordt vanmorgen voortdurend gebezigd alsof dit een gegeven betreft. Ik zet daar mijn vraagtekens bij.

We kunnen niet zomaar een blanco cheque uitschrijven om de landen van Oost-Europa er financieel bovenop te helpen. We hebben daar het geld niet voor. Economische gezien is het plan slecht onderbouwd, maar het allerbelangrijkste is dat het politiek gezien onacceptabel is voor de belastingbetalers in Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland als we dat zouden doen. Toch lijkt de Britse minister van Financiën, Alistair Darling, nu een voorstander van dit plan te zijn. Hij is niet goed bij zijn hoofd! Hij zegt dat dit het moment is dat Europa moet bouwen op de gemeenschappelijke waarden van samenwerking, alsof we één grote gezellige familie zijn.

Nou, de Hongaarse premier, de heer Ferenc Gyurcsany, weet dat idee van Europese solidariteit aardig te ontzenuwen. Hij verlangt dat de Europese Unie voor landen zoals het zijne met een financieel reddingsplan komt voor een bedrag van 180 miljard euro en hij zegt dat, als we dat niet doen, hij ons belooft dat vijf miljoen werkloze migranten naar het Westen, naar onze landen, zullen komen. Dat is niets anders dan chantage en laat maar weer eens zien dat het dwaasheid is geweest om landen als Hongarije tot deze politieke Unie toe te laten, en zo mogelijk nog duidelijker hoe dwaas het is om open grenzen te hebben.

Het enige antwoord dat ik hier in dit Parlement in feite op hoor, is dat we op de een of andere manier meer Europese Unie moeten hebben – dat meer macht zin heeft! Welnu, kijk maar naar de boodschap die u hebt ontvangen van de kiezers in Frankrijk, van de kiezers in Nederland en van de kiezers in Ierland. U bent niet gerechtigd om meer macht voor de Europese Unie naar u toe te halen. De economische crisis is mijns inziens waar de kiezers over zullen stemmen bij de Europese verkiezingen dit jaar, en ik hoop dat ze u deze keer een boodschap sturen die zo luid en duidelijk is, dat u die voor één keer simpelweg niet kan negeren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Farage, het is in onze Europese familie misschien niet enkel rozengeur en maneschijn, maar u hoort evengoed bij de familie.

 
  
MPphoto
 

  Jana Bobošíková (NI). - (CS) Dames en heren, in tegenstelling tot de voorgaande spreker ben ik van mening dat de aanstaande Europese Raad het motto van het huidige Tsjechische voorzitterschap, namelijk Europa zonder barrières, volledig waar dient te maken. Ik hoop van ganser harte dat de hier afwezige voorzitter van de Raad, Mirek Topolánek, bestand is tegen de druk van de regering-Obama om te zwichten voor de verleiding om nog weer nieuwe regelgeving op te stellen en massa’s door de burger opgehoest belastinggeld in de economie te pompen.

Ook dient de aanstaande Raad zich uit te spreken tegen het groene lobbyistische plan van de Commissie-Barroso, dat beoogt vele miljarden euro's te steken in de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. De economische theorieën en de geschiedenis leren ondubbelzinnig dat dit alles in geen geval leiden zal tot een vermindering van de economische teruggang, noch tot een halt aan de stijging van de werkloosheid. Integendeel, de crisis wordt er alleen maar ernstiger door en het creëert een toekomstig risico, namelijk dat van inflatie, dames en heren. Ik ben er stellig van overtuigd dat geen enkele verstandige politicus wil bijdragen aan massale prijsstijgingen en ontwaarding van spaargelden van gewone burgers. Ik hoop dat het voorzitterschap vastberaden verder zal gaan op de reeds ingeslagen weg van liberalisering en verwijdering van handelsbarrières en protectionisme.

Dames en heren, het is algemeen bekend dat ingrepen in de economie van Amerikaanse overheidswege een cruciale rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de huidige crisis. In plaats van hieruit lering te trekken, hebben de organen van de Europese Unie sinds 1 juli vorig jaar, dus in negen maanden tijd, het ongelofelijke aantal van 519 nieuwe verordeningen en 68 nieuwe richtlijnen aangenomen. Indien het Tsjechische voorzitterschap met zijn motto “Europa zonder barrières” geloofwaardig wil blijven en een nuttige rol wil spelen, kan het in plaats van allerlei topontmoetingen te organiseren maar beter ogenblikkelijk alle communautaire wetgeving tegen het licht houden en daar alle mogelijke beperkingen op milieu-, gender-, sociaal en arbeidswetgevingsgebied uit vissen en afschaffen. Ook dient de Raad zich te buigen over de vraag hoe de alsmaar uitdijende verzorgingsstaat ingedamd kan worden en de hoge belastingen en sociale afdrachten kunnen worden verlaagd. Alleen op die manier kunnen de rationele marktkrachten en het menselijk kapitaal de draad weer snel oppikken, hetgeen onze enige kans is om uit deze crisis te komen.

 
  
MPphoto
 

  Klaus-Heiner Lehne (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, Commissievoorzitter, dames en heren, soms geloof je je oren niet. Beste Martin Schulz, het initiatief voor het toezicht en de regels voor de transparantie voor hedgefondsen en private equity komt van de Commissie juridische zaken.

In 2006 hebben de leden van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten in de Commissie juridische zaken hierover een initiatief genomen, wij wilden regels vastleggen. We hebben indertijd voorgesteld om een wetgevend initiatiefverslag op te stellen. Dat is er niet van gekomen, omdat de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken, die zoals we allemaal weten lid is van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, toen een volledig overbodig conflict over de bevoegdheden heeft uitgevochten, wat ertoe heeft geleid dat we er maanden en zelfs jaren over hebben gedaan om het met elkaar eens te worden. Pas in september vorig jaar konden we eindelijk de wetgevende initiatiefverslagen over dit onderwerp goedkeuren, dat waren de verslagen van de heren Rasmussen en Lehne.

Gordon Brown was degene die zich in de Raad tegen de regulering van deze sector heeft uitgesproken, en we weten allemaal dat hij geen lid is van de PPE-DE, maar deel uitmaakt van jullie familie. Mevrouw Merkel en de heer Rasmussen hebben tijdens alle debatten in de Europese Raad in afgelopen jaren, maar ook in het kader van de G8, telkens weer gepleit voor de regulering van deze sectoren.

Het probleem is dat de socialisten – en dat is een feit – in de Europese Unie telkens weer de grote hinderpaal vormden bij de pogingen om ook deze niet-gereguleerde sectoren aan te pakken. Ze zijn nog maar net van gedachten veranderd, en dat heeft tot de huidige situatie geleid. Ook dat zijn historische feiten. Ik wil alleen maar zeggen dat er een groot verschil bestaat tussen de retoriek van vandaag en de werkelijkheid van de afgelopen maanden en jaren, het is helaas niet anders.

Tot slot wil ik nog ingaan op een paar punten waarover we het wel eens zijn, en die ook onze aandacht verdienen. Vandaag tijdens de voorbereiding van de resolutie inzake het Lissabonproces was de sfeer tussen de fracties in de stuurgroep buitengewoon goed. Daarom zijn we het over vrijwel alle punten eens geworden, en hebben we volgens mij een goede resolutie tot stand gebracht.

Dat mogen we hier niet stukpraten, we moeten duidelijk maken dat we het over veel punten met elkaar eens zijn. Ook onze burgers verwachten van ons dat we in deze crisis de handen ineenslaan, en niet dat we ruzie maken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Poul Nyrup Rasmussen (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is de ernstigste crisis sinds 1929 en zij wordt alsmaar erger: de werkgelegenheid maakt momenteel een vrije val.

Een paar maanden geleden zei ik nog tegen de voorzitter van de Commissie: “Rekent u zich nu niet rijk met wat de Europese Raad in december 2008 besloten heeft. Schets nu niet een te rooskleurig beeld van Europa.” Maar dat is precies wat u doet. U hebt Europa niet met een financiële stimulans van 3,3 procent gesteund – dat hebt u niet! Wanneer u het hebt over automatische stabilisatoren, dan waren die al in de prognose meegerekend. Volgens de Commissie was de prognose in januari nog -2 procent; nu vertelt de Europese Centrale Bank ons dat deze -3 procent is. Wanneer u het hebt over een financiële stimulans van 1,5 procent, is dat geen 1,5 procent, omdat deze, volgens het Bruegel Instituut, 0,9 procent zal zijn, en dat is ook onderbouwd.

Nu hebben we te maken met de volgende situatie: we besteden geen aandacht aan de werkgelegenheid, de werkloosheid neemt een hoge vlucht, en uw stimulans in Europa is geen 3,3 procent maar komt op 0,9 procent. Als u ons nu vertelt dat we op betere tijden moeten wachten en als u de opvatting deelt van Jean-Claude Juncker, die gisteren zei dat we genoeg hebben gedaan, dan zeg ik: u hebt niet genoeg gedaan – de mensen verwachten meer van Europa dan wat u vandaag beweert.

Waar ik op aanstuur is het volgende: over een paar weken zult u de heer Obama ontmoeten, de nieuwe president van de Verenigde Staten. Hij komt met een investeringspakket van 1,8 procent van zijn bruto nationaal product. Wij komen met minder dan de helft daarvan. Wij kunnen ons als Europa toch niet in een positie plaatsen waarin wij minder doen dan onze Amerikaanse vrienden, terwijl wij meer van hen verlangen? Hoe kunt u dan nog respect verwachten voor de Europese Unie?

Wat ik zeg is dat we meer moeten doen en dat we een breed plan moeten opstellen, dat zowel betrekking heeft op de top van 19 maart – dat is over negen dagen – en de top in Londen van 2 april, als op de werkgelegenheidstop in mei in Praag en de top in juni. Ik doe een beroep op u, mijnheer de Commissievoorzitter, om brede, nieuwe inspanningen voor herstel te leveren. Als we dat niet doen, verliezen we de strijd. Het gaat niet om betere tijden volgend jaar: dit is een fundamentele wereldcrisis die we serieus moeten nemen.

Mijn laatste punt betreft solidariteit. De tijd is nu aangebroken dat we geen nieuwe scheidslijnen accepteren tussen degenen die al vele jaren lid zijn van de Europese Unie en degenen die bij de Europese Unie kwamen op basis van de belofte dat dit betere tijden met zich mee zou brengen voor de gewone man. Laten we nu nieuwe economische scheidslijnen tussen de oude en de nieuwe lidstaten voorkomen. Laten we ons nu eens echt solidair tonen. Daarom vraag ik u, mijnheer de Commissievoorzitter, om na te denken over nieuwe financiële mogelijkheden om onze nieuwe vrienden te helpen – euro-obligaties is daarbij één mogelijkheid, de Europese Investeringsbank is een andere. Laten we dit alstublieft serieus nemen, en laat wat we doen niet te weinig en te laat zijn, zoals in Japan, maar laten we tonen dat Europa er voor mensen is, dat Europa gaat over solidariteit betuigen met de zwakste lidstaten van deze Unie.

 
  
MPphoto
 

  Jules Maaten (ALDE). - Voorzitter, nu de oorspronkelijke termijn van de Lissabon-strategie op zijn eind loopt, kan er vastgesteld worden dat de doelen die de regeringsleiders in 2000 gesteld hebben, onvoldoende zijn gerealiseerd. Maar juist met de huidige economische crisis is het van groot belang dat de Lissabon-strategie serieus wordt genomen. Wanneer dat was gebeurd, was Europa waarschijnlijk beter in staat geweest weerbaar te reageren op economische tegenslagen.

Een van de belangrijkste akkoorden uit de Lissabon-strategie is het streven om 3% van het bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling te besteden: twee derde gefinancierd door de privé-sector en een derde door de overheid. Die doelstelling wordt door vrijwel geen enkel land in de Europese Unie gehaald, en dat is een rem op de innovatie in de Europese Unie. In een wereldwijde crisis zal Europa moeten proberen zelf de kracht te vinden om de economie weer op peil te brengen.

Tegelijkertijd is het natuurlijk raar dat een fors deel van de EU-begroting bijvoorbeeld de landbouw en regionale fondsen - dus nog steeds teveel de oude economie - subsidieert, terwijl de doelen voor investeringen in onderzoek niet gehaald worden. Er zijn mogelijkheden genoeg. Denk maar eens aan schone milieu- of medische technologieën of aan de groeiende sector van bijvoorbeeld Europese computerspellen. Hier is gerichte ondersteuning doelmatig.

Voorzitter, door een dynamisch en sterk op innovatie gerichte economie is het mogelijk nieuwe industrieën, technologie en producten te helpen van de grond te komen. Dat is juist wat je nodig hebt om uit het dal te kruipen. De crisis geeft ons de mogelijkheid en zelfs de plicht om broodnodige hervormingen door te voeren.

Ik roep de lidstaten op hun eigen afspraken serieus te nemen, want wanneer er grote doelen worden gesteld, moet de intentie er zijn om deze te halen. Anders verliest de Europese Unie haar geloofwaardigheid. Een gemeenschappelijk beleid vraagt iedereen zijn beste beentje voor te zetten en staat niet toe dat lidstaten de kantjes eraf lopen.

 
  
MPphoto
 

  Mirosław Mariusz Piotrowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, alles wijst erop dat de doelstellingen van de Lissabonstrategie, over een periode van tien jaar, op een fiasco uitlopen. Noch deze strategie, noch het voortdurend besproken Verdrag van Lissabon zal een reëel antwoord zijn op de mondiale economische crisis. Tijdens de komende top van de Raad zal de Ierse premier informatie geven over de stappen die zijn genomen met het oog op het van kracht worden van het Verdrag van Lissabon. Na de Fransen en de Nederlanders hebben ook de Ieren in een referendum de gewijzigde versie van de Europese grondwet verworpen. Het is niet gelukt de burgers van dat land ervan te overtuigen een deel van hun soevereiniteit op te geven ten behoeve van de bureaucratische structuur die de Europese Unie is. In plaats van het oordeel van het Duitse grondwettelijke hof af te wachten, dat het verdrag de genadeslag kan toedienen, probeert men momenteel de Ieren over de streep te trekken met privileges die niet zijn opgenomen in het voorgelegde document.

In het licht van de enorme economische crisis vraag ik om de zinloze discussies binnen de Unie stop te zetten en in een geest van solidariteit concrete maatregelen te treffen op basis van de bestaande verdragen.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, in deze crisistijd hebben we behoefte aan een krachtige impuls op Europees niveau.

Natiestaten alléén zullen niet in staat zijn tot een respons die krachtig en gecoördineerd genoeg is. Het is dan ook hoog tijd dat Europa met deze impuls komt. Maar wat zien we ook nu nog? Een Commissie die, evenals haar voorzitter, vermoeid is, een gebrek aan visie aan de dag legt en politieke moed ontbeert. Een herstelplan van 5 miljard euro dat geen herstelplan is, want 50 procent van de projecten op de lijst leveren in 2009 of 2010 nog geen investeringen op doordat de vergunningen voor koolstofvastlegging er nog niet zijn, om maar wat te noemen!

Mijnheer Daul heeft gelijk. Dit is een moment waarop we blijk moeten geven van solidariteit en innovatie. Als de Commissie zwicht voor Margaret – I want my money back – Merkel en een lijst opstelt op basis waarvan meer geld wordt gegeven aan de sterke economieën dan aan onze collega-lidstaten uit Oost-Europa die onze steun op dit moment hard nodig hebben, dan kunnen we geen vooruitgang boeken.

We moeten dan ook vernieuwen op twee terreinen. Ten eerste, deze 5 miljard euro niet verkwanselen aan staatssteun, maar in plaats daarvan het geld toekennen aan de Europese Investeringsbank. De bank verhoogt zijn kapitaal momenteel met 76 miljard euro, en is met de Europese Centrale Bank in onderhandeling over het verbeteren van de liquiditeit. We moeten het merendeel van die 5 miljard als garantiefondsen dan ook gebruiken om 20, 25 of 30 miljard euro aan publieke en particuliere investeringen te genereren. Daarnaast moeten we in dit herstelplan ook groene technologieën, hernieuwbare energiebronnen en investeringen in gebouwen in Europese steden opnemen.

Obama investeert op dit moment tien keer zoveel venture capital in groene technologieën als Europa. Wij zijn dan ook hard op weg de slag te verliezen als het gaat om de volgende grote innovatie in de economie.

 
  
MPphoto
 

  Sahra Wagenknecht (GUE/NGL). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, bij alle economische herstelplannen die nu in heel Europa worden opgesteld is de grote vraag natuurlijk: wie krijgt dat geld uiteindelijk? Krijgen de banken nog meer blanco cheques, hoewel het voor de belastingbetaler uiteindelijk veel goedkoper zou zijn om de banken snel te nationaliseren? Is het de bedoeling om de concerns en degenen die veel verdienen nog verder te ontlasten, hoewel ze al sinds jaren in heel Europa zijn vetgemest met belastingpresentjes? Hoe meer geld aan dergelijke doeleinden wordt verspild, des te duidelijker wordt het dat deze plannen tot mislukken gedoemd zijn, en des te waarschijnlijker wordt het dat de Europese economie in een buitengewoon gevaarlijke neerwaartse spiraal terecht komt.

Door het beleid dat jarenlang is gevoerd, privatisering, deregulering en liberalisering, is al meer welvaart bij de upper ten terechtgekomen, en dit beleid is verantwoordelijk voor de crisis waarin we ons nu bevinden. Wie gelooft dat hij aan deze crisis het hoofd kan bieden door hetzelfde beleid met kleine wijzigingen voort te zetten, die heeft er helemaal niets van begrepen. We moeten het absolute tegendeel daarvan doen. We moeten het geld niet gebruiken om giftige activa van de banken over te nemen, maar om scholen en ziekenhuizen te renoveren, en om de Europese economie te vergroenen. Als particuliere bedrijven overheidsgeld krijgen moet de regel zijn: geen belastinggeld zonder garanties voor de werkgelegenheid, en vooral: geen belastinggeld zonder dat de overheid eigendom verwerft, zodat de staat en vooral de gemeenschap van burgers later ook een deel van de toekomstige opbrengst kunnen krijgen. Het allerbeste economische herstelplan zou een radicale herverdeling van inkomen en vermogen van boven naar beneden zijn. De sector van de hongerlonen in Europa moet worden teruggedrongen, en niet alsmaar sterker gestimuleerd. We moeten de minimumlonen verhogen, we moeten de sociale zekerheid in Europa verbeteren, we moeten via belastingen garanderen dat de miljonairs en profiteurs van het grote feest dat op de financiële markt in de afgelopen tijd is gevierd nu ook opdraaien voor de gigantische verliezen die zijn ontstaan, en niet de grote meerderheid van burgers die nooit een haar beter zijn geworden van die hele financiële boom. Ik denk dat een verstandig economisch beleid in deze situatie alleen maar mogelijk is met een sociaal rechtvaardige aanpak. Het is de enige mogelijkheid om de rampzalige spiraal van de crisis te doorbreken.

 
  
MPphoto
 

  Nils Lundgren (IND/DEM). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, de strategie van Lissabon behoort tot de beste projecten van de EU. De lidstaten moeten hun economieën vrijwillig hervormen om te zorgen voor welvaart en om zich te kunnen aanpassen aan voorziene wijzigingen zoals vergrijzing, en aan onvoorziene wijzigingen zoals instortende financiële markten. De strategie is gericht op het bevorderen van effectieve markten, ondernemerschap, onderwijs, onderzoek en stabiele overheidsfinanciën, en nu worden we op de proef gesteld.

Als we bij de komst van de financiële crisis een flexibel bedrijfsleven, een juist monetair beleid en gezondere overheidsfinanciën hadden gehad, zou Europa zich veel beter gered hebben. Maar dat alles hadden we niet. De strategie van Lissabon is niet geïmplementeerd, en tegelijkertijd heeft de euro geleid tot een veel te lichtvaardig monetair beleid voor Ierland, Spanje, Italië en Griekenland. Daar komt bij dat diverse landen hun overheidsfinanciën hebben kunnen verwaarlozen onder dekking van de euro. Daarom is de situatie uiterst onevenwichtig. De strategie van Lissabon is een goed idee dat verknoeid is. De euro is een slecht idee dat de problemen heeft verergerd.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, in deze tijden van crisis blijkt de waarde en het nut van structuren, en deze crisis laat zien dat het Europa van Brussel volstrekt nutteloos is. Het herstelplan, pompeus aangeduid als ‘Europees’, is in werkelijkheid de optelsom van de financieringen waartoe de lidstaten hebben besloten. De bijdrage van de Europese begroting vormt slechts een klein deel hiervan.

Terwijl 200 miljard euro steun wordt toegekend aan de reële economie en aan werkgelegenheid, gaat 2 miljard daarvan naar de banken, zonder de garantie dat deze de steun zullen gebruiken om bedrijven en particulieren te financieren. Privatisering van winsten, nationalisering van verliezen, dat is het motto van dit economisch beleid, of het nu liberaal of sociaaldemocratisch is.

Is hier sprake van Europese solidariteit of van steun aan lidstaten? De deelnemers aan de informele top van 1 maart hebben stuk voor stuk geweigerd voorwaarden te stellen aan steun voor de automobielsector, omwille van de markt en van de concurrentie. Geen koerswijziging, geen verandering van logica, geen breuk met het systeem waarmee we rampspoed over onszelf hebben afgeroepen! Wij staan aan de rand van de afgrond en over enkele dagen gaan de staatshoofden en regeringsleiders ons vragen een grote stap voorwaarts te doen.

 
  
MPphoto
 

  Lambert van Nistelrooij (PPE-DE). - Voorzitter, als coördinator van de PPE-DE-Fractie voor het regionaal beleid, stel ik vast dat de gewenste flexibilisering en de duidelijkere gerichtheid op investering en werkgelegenheid werkelijkheid wordt. Juist in deze crisistijd heeft het cohesiebeleid zijn waarde als het gaat om communautaire investeringen. We zetten nu per jaar ongeveer 50 miljard euro in, en 65% daarvan gaat naar de prioritaire gebieden in de Lissabon-afspraken. Daarmee leveren we een actieve bijdrage, kwalificeren we werknemers en nemen we allerlei regionale initiatieven voor de jaren na de crisis.

De PPE-DE wil deze geïntegreerde financiële aanpak handhaven en niet verder versnipperen. De flexibiliteit richt zich op een versnelling van de uitgavenschema's, een vereenvoudiging van de goedkeuring en een gemakkelijke afwerking van de voorbereidingskosten, forse uitbreiding van de EIB-mogelijkheden met concrete programma's, o.a. met de duurzame reconstructie in de stedelijke omgeving en meer mogelijkheden voor energie-efficiëntie, ook in de oude lidstaten. Dames en heren, ik juich deze intensiveringen en flexibiliteit toe.

In maart II zullen we in deze plenaire vergadering een prioritair debat hebben over de aanpassingen van het cohesiebeleid. We zullen dan ook de verordeningen voor de fondsen aanpassen, en de basis leggen voor een nieuwe cohesieformule: de territoriale cohesie, het kader voor de periode na 2013.

We zetten in - ik hoorde dat zojuist ook - op hoogwaardige activiteiten, zoals clusters, O&O, innovatie, plattelandsontwikkeling, en we zorgen ervoor dat de kenniseconomie en de concurrentiekracht in Europa een boost krijgt. Dat geldt, dames en heren, voor alle regio's, voor alle lidstaten. Zo blijft Europa zichtbaar en dragen we bij aan een meer solidair Europa, ook na de crisistijd.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen reageren op de heer Farage. Mocht nog niet duidelijk zijn dat het Parlement verenigd is, dan denk ik dat Nigel Farage ons allen ervan heeft overtuigd dat we als Europese Unie verenigd moeten blijven.

De systeemcrisis heeft de EU getroffen en we moeten ons afvragen waarom tien jaar Lissabonstrategie ons daarvoor niet heeft kunnen behoeden. Had de doelstelling beter kunnen zijn? Had het resultaat beter kunnen zijn? Hadden we het net iets anders kunnen aanpakken, of hebben we gewacht tot een ander dat voor ons zou doen?

Het antwoord van de Sociaal-democratische Fractie is dat het terecht is dat we één alomvattende strategie voor de toekomst hebben om het concurrentievermogen en de sociale en ecologische duurzaamheid te bevorderen. Het sociaaldemocratische antwoord is dat we voortgang moeten maken met de doelstellingen van Lissabon, voor heel Europa en voor alle Europeanen, met inbegrip van de meest kwetsbare onder hen, de armen.

We moeten de financiële markten stabiliseren en het risico van soortgelijke crises in de toekomst verkleinen. Maar wij zullen geen steun geven aan een beleid dat onze financiële middelen laat wegvloeien naar belastingparadijzen en de bankrekeningen van de happy few. We moeten alle sectoren van de reële economieën van Europa stabiliseren, vooral de kleine en middelgrote ondernemingen, maar we moeten daarbij wel de verantwoordelijkheid nemen voor de instandhouding van de werkgelegenheid en de bedrijven niet simpelweg winst laten genereren.

We zullen moeten inzetten op innovatie door onderzoek en ontwikkeling en op digitalisering, alsook op de opbouw van vaardigheden die alle Europese burgers in staat stellen van de nieuwe technologieën gebruik te maken. We zullen in het kader van het beleid inzake intellectuele eigendom fondsen moeten toewijzen om kennis te behouden. We moeten Europa als geheel stabiliseren maar ook verder kijken dan naar Europa alleen, naar nog kwetsbaarder delen van de wereld en we mogen geen nieuwe scheidslijnen trekken binnen de Europese Unie.

De spelers moeten worden gemobiliseerd en in actie komen. Actie, actie, actie en resultaten. Woorden alleen zullen ons geen succes brengen. Het is niet genoeg om veel te doen maar het is wel nodig om genoeg te doen. Wij vragen de Commissie en wij vragen de Raad verder te kijken dan naar de voorjaarstop en onze boodschap over te brengen aan de G20. Dat is wat de mensen op straat van ons verwachten. Laten we samen in actie komen.

 
  
MPphoto
 

  Ona Juknevičienė (ALDE). (LT) Ik wil uw aandacht vragen voor een aantal feiten die mijns inziens van belang zijn voor het behoud en het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen. Ten eerste bevinden wij ons in een economische crisis die ons ertoe dwingt de werkgelegenheidsstrategie nogmaals te overdenken en te evalueren. Ten tweede moeten we onze bestaande aanpak en de effectiviteit van de tenuitvoerlegging van de strategieën die we hebben aangenomen kritisch tegen het licht houden. Daarom verzoek ik de Commissie met een zeer kritisch oog te kijken naar de besteding van middelen voor het bevorderen van de werkgelegenheid door de lidstaten. Naar mijn mening is de huidige praktijk, waarbij middelen vooral worden ingezet voor het kwalificeren, bijscholen en opleiden van mensen, niet effectief. Nieuwe banen kun je het beste scheppen door te investeren in kleine en middelgrote ondernemingen en door microkredieten te verstrekken. Middelen uit het Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering kunnen effectiever voor dit doel worden ingezet. Lidstaten moeten verslagen opstellen over het gebruik van middelen uit het Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, en daarbij vooral vermelden hoeveel banen er zijn geschapen. Inefficiënt gebruik moet worden bestraft. Steeds meer werknemers worden via de zogenaamde vrijwillige afvloeiing op straat gezet. Ze komen zonder werk te zitten en worden niet opgevangen door een sociaal of financieel vangnet. Daarom moeten we samen met de vakbonden de belangen van onze burgers beschermen. Ik roep de Commissie en de lidstaten op de handen ineen te slaan om dit probleem het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 

  Guntars Krasts (UEN).(LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. In de huidige crisis kunnen we ons beter extra inzetten dan afwachten. We moeten de voorgestelde economische stimuleringsinstrumenten dan ook zeker steunen. De internationale kredietmarkten hebben hun deuren voor de nieuwe lidstaten in Oost-Europa gesloten – een paar uitzonderingen daargelaten -, er is sprake van kapitaalvlucht, en West-Europese banken, die het grootste deel van de markt in Oost-Europa in handen hebben, hebben het expansieve kredietbeleid dat zij tot voor kort voerden ingeruild voor een voorzichtiger aanpak. Deze lidstaten kunnen geen of nauwelijks gebruik maken van financiële of fiscale instrumenten. Daarnaast zullen in de meeste landen die toewerken naar toetreding tot de eurozone, de convergentiecriteria op de middellange termijn het scala aan economische stimuleringsmaatregelen inperken. Het enige instrument waarmee de economie kan worden gestimuleerd en de Lissabonstrategie in deze landen ten uitvoer kan worden gelegd, is financiering uit de communautaire fondsen. Als middelen worden toegewezen, kan het voor lidstaten nog een probleem zijn om cofinanciering te vinden, en hierdoor kan het langer duren voordat ze daadwerkelijk de beschikking krijgen over die middelen. Als we de economie in Oost-Europa willen stimuleren, moeten we het snel eens worden over wijziging van de regels voor het verkrijgen van communautaire middelen. De procedures voor het ontvangen van middelen moeten aanzienlijk worden vereenvoudigd, het volume van cofinanciering van overheidswege of van het bedrijfsleven moet worden teruggebracht en de uiterste termijnen voor het verkrijgen van middelen moeten worden verlengd. We moeten reële mogelijkheden vinden om geld van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling te gebruiken voor het binnenhalen van middelen. Deze besluiten zullen een belangrijk signaal afgeven voor het herstel en de stabilisatie van de markt in Oost-Europa. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE). - (DE) Ik dank u van harte, mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, geachte commissarissen. We moeten de kansen benutten die de financiële crisis biedt, we moeten de Europese economie radicaal vergroenen en op die manier de klimaatcrisis aanpakken.

De Commissie laat deze kans echter liggen, en kiest voor een reddingspakket op basis van achterhaalde concepten, zoals wegenbouw en de auto-industrie. Zelfs investeringen in economische structuren die aan lager wal zijn geraakt worden niet uitgesloten. Dat is geen concept voor de toekomst om de existentiële angsten van de burgers weg te nemen, de angst om hun banen en middelen van bestaan te verliezen. Soepelere regels voor de uitvoering van de structuurfondsen moeten volledig gericht zijn op duurzame ecologische investeringen. Zonder een dergelijke klimaatcheck mogen we het percentage voor de cofinanciering niet verhogen.

Geachte commissarissen, ik zou het als cynisch willen bestempelen dat u de financiële crisis benut om te snoeien in de rechten van de werknemers. De detacheringsrichtlijn moet de rechten van de werknemers uitbreiden, en mag er niet toe bijdragen dat ze worden afgezwakt. Het is de hoogste tijd voor een nieuwe koers. Wat u in dit document in dit opzicht te bieden heeft is onaanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) De neoliberale strategie van Lissabon is een van de basisinstrumenten die de Europese Unie heeft gebruikt om de deregulering van de financiële sector te bevorderen, de overheidsdiensten te privatiseren, de markten en de wereldhandel te liberaliseren, de arbeidsverhoudingen te dereguleren en de rechten van werknemers te ontwrichten. De voorstellen betreffende de arbeidstijdenrichtlijn en de flexizekerheid zijn hiervan duidelijke voorbeelden.

Het heeft geen zin om te blijven aandringen op een verdieping van de Lissabonstrategie terwijl de economische en maatschappelijke crisis, die ten dele haar oorsprong heeft in de toepassing van deze strategie, steeds erger wordt. Daarom moeten wij afstappen van de beleidslijnen van het neoliberale kapitalisme, dat verantwoordelijk is voor de toename van de werkloosheid, de precaire arbeidsomstandigheden en de armoede en dat de maatschappelijke, regionale en territoriale ongelijkheden heeft versterkt. Wij hebben een geïntegreerde Europese strategie voor solidariteit en duurzame ontwikkeling nodig die is gebaseerd op de bescherming van de productiesectoren en de overheidsinvesteringen en derhalve op een effectieve verhoging van de communautaire steun aan landen met een zwakkere economie, die de natuur eerbiedigt en banen met rechten schept, die de openbare dienstverlening bevordert, de koopkracht doet toenemen en een rechtvaardige inkomensverdeling in de hand werkt teneinde de armoede terug te dringen. Kortom, precies het tegenovergestelde van wat de Commissie en de Raad voorstellen.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland (IND/DEM). - Voorzitter, de afgelopen jaren drongen we er in het debat over de Voorjaarstop bij de lidstaten op aan om werk te maken van het Lissabon-proces. Immers, economische groei en een lage inflatie boden ruimte voor hervormingen. Hervormingen waren en blijven noodzakelijk in de competitie met opkomende economieën.

De huidige crisis laat zien dat lidstaten die gehoor gaven aan die oproep nu beter presteren dan andere. Die andere lidstaten hebben grote begrotingstekorten, en het afwentelen van die tekorten door de lidstaten die geen gehoor gaven aan onze oproep, bedreigt nu de stabiliteit van onze munt.

Ik wil de Commissie vragen erop toe te zien dat de lidstaten zich houden aan het Stabiliteitspact. Alleen zó wordt voorkomen dat de kosten van deze crisis uit de hand lopen. Tijdelijke stimuleringsmaatregelen die voldoen aan de duurzaamheidstoets kunnen dus op beperkte schaal worden toegepast. Naast alle nieuwe plannen, is het nakomen van oude afspraken evident.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (NI). (SK) In West-Europa praat men graag over de noodzaak landen in Midden- en Oost-Europa te helpen de crisis het hoofd te bieden. Dezelfde mensen, of de heer Sarkozy om precies te zijn, noemen deze landen zwarte gaten die een risico vormen voor de Europese Unie. Ik wijs een dergelijke banale generalisering van een probleem waar westerse landen net zo goed mee kampen van de hand. Dit soort uitspraken leidt ertoe dat men het vertrouwen in de overheidsinstanties van Midden- en Oost-Europese landen verliest, en vormt dan ook eerder een dolkstoot in de rug dan een vorm van steun.

Vorige week hebben Europese leiders protectionisme afgewezen, dat tot een nieuw ijzeren gordijn rond een verenigd Europa zou hebben geleid. Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie echter enorme staatssteun voor Franse autofabrikanten goedgekeurd. Deze ongelijke en discriminatoire behandeling zien we echter ook op andere gebieden, met name in de landbouw. Europa krijgt steeds meer twee gezichten, en de eurosceptici zullen hier de vruchten van plukken.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit debat gaat over werkgelegenheid en nieuwe welvaart. Daarom ben ik een beetje verbaasd over de kritiek van de Sociaal-democratische Fractie op degenen die verantwoordelijk zijn voor een realistisch beleid in Europa, omdat de sociaaldemocraten op het hoogtepunt van de economie meer dan wie ook hebben gepleit voor lagere rentetarieven, net als in het monetaire beleid van de Verenigde Staten is gebeurd. Het lakse monetaire beleid is meer dan enige andere factor verantwoordelijk voor de uitholling van de Amerikaanse economie. De heer Schulz mag dankbaar zijn dat Europa en de Europese Centrale Bank niet naar hem geluisterd hebben, want als dat was gebeurd had de Europese economie er veel slechter voorgestaan. Ik ben blij dat we het daarover eens kunnen zijn.

Dat geldt ook voor het beleid dat u vandaag aanbeveelt, want nu spreekt u over euro-obligaties, die onder meer zouden leiden tot hogere rentetarieven voor de landen van Midden-Europa. Dit getuigt niet van solidariteit in een tijd van financiële crisis en we zouden er daarom goed aan doen ook deze keer niet naar de heer Schultz te luisteren.

We moeten maatregelen nemen, maar we moeten wel de juiste maatregelen nemen om de crisis niet te verergeren en stabiliteit te waarborgen.

(Tegenwerping)

Nee, u bent niet aan de macht geweest, maar u bent ook schuldig aan een heleboel zaken en als we naar u hadden geluisterd zouden we nu slechter af zijn. Daar waren u en ik het over eens, nietwaar? Ik ben blij met de consensus in het Parlement dat uw beleid fout was.

Mijnheer de Voorzitter, wat we nu nodig hebben is stabiliteit. We moeten ons aan de concurrentieregels en regels voor staatssteun houden teneinde de open grenzen en vrije handel veilig te stellen, want voor uitvoer is meer invoer nodig en invoer kan niet zonder uitvoer. Zo kunnen we de werkgelegenheid verruimen.

 
  
MPphoto
 

  Guido Sacconi (PSE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren. Een minuut is net genoeg voor een telegram. De titel van het mijne die ik aan de Europese Commissie sturen wil, is reeds door de heren Schultz en Rasmussen overgebracht. Zij zeiden dat er meer gedaan dient te worden - vooral aan de sociale noodsituatie - middels nieuw stringent financieel en fiscaal beleid. Daar voeg ik van mijn kant nog een boodschap aan toe, en wel dat het inderdaad van cruciaal belang is dat we gedurende deze crisis zorgen voor minimalisering van de sociale gevolgen, maar tevens dat er een duidelijke vaste koers wordt uitgezet, opdat we weten of we hier in termen van mondiale concurrentie als winnaars of als verliezers uit tevoorschijn zullen komen. Want ik verzeker u dat in de zoektocht naar een nieuwe groene en slimme koolstofarme economie die concurrentie steeds heviger zal worden.

Om die reden dienen alle te treffen maatregelen op elk niveau, van lokaal tot Europees, op deze doelstellingen gericht te zijn. De Raad dient een krachtig mandaat te verlenen voor de onderhandelingen in aanloop naar Kopenhagen opdat we deze kans, die ook wel degelijk economische kansen inhoudt, niet zullen missen. Dit mandaat dient gepaard te gaan met de noodzakelijke financiering voor ontwikkelingslanden, zodat zij zich bij ons zullen kunnen aansluiten.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld (ALDE). - Voorzitter, deze crisis is een test voor Europa. Burgers verwachten nu daadkracht van Europa, en daarom is het dan ook onbegrijpelijk dat veel nationale leiders zelfs nú blijven steken in een "ieder voor zich"-politiek. Europa is niet de optelsom van 27 maal het nationale belang. Daarbij zou het ook een kapitale fout zijn om Europa opnieuw te verdelen in oost en west.

Voorzitter, de Liberalen willen geld steken in de toekomst, niet in de fouten van gisteren. De doelstellingen van de Lissabon-strategie moeten niet op ijs worden gezet, we moeten juist zwaarder inzetten op onderwijs en onderzoek, innovatie, duurzaamheid en een sterke Europese markt.

Voorzitter, bankiers die ons geld verbrassen, zijn verachtelijk. Maar, meneer Schulz, politici die nu tekorten en schulden onbekommerd laten oplopen en de rekening doorsturen naar jongere generaties, zijn net zo onverantwoordelijk. De ALDE-Fractie onderschrijft de kernboodschap van het verslag-Ferreira. Alleen met daadwerkelijk Europese en toekomstgerichte oplossingen kunnen we deze crisis het hoofd bieden. Het is nu of nooit voor Europa.

 
  
MPphoto
 

  Dariusz Maciej Grabowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Unie snakt naar een strategie die de economie weer echt op het spoor zet. Die strategie kan alleen succesvol zijn als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste heeft de Unie een hogere begroting nodig en geen begroting die krimpt van 1 tot 0,8 procent van het bbp, zoals door een aantal landen wordt bepleit. Ten tweede moeten begrotings- en belastingsbeleid weer vrij worden. Pogingen deze beleidsvormen voor te schrijven en te harmoniseren moeten worden gestaakt. Ten derde moet men ophouden druk uit te oefenen op de nieuwe lidstaten om toe te treden tot de eurozone. Ten vierde moeten de financiële kapitaalstromen nauwkeurig worden gecontroleerd en moet de kapitaaltransfer van nieuwe naar rijke lidstaten worden stopgezet. Deze roverspraktijk loopt momenteel namelijk in de tientallen miljarden euro’s en ruïneert de nieuwe lidstaten. Ten vijfde moet de steun in eerste instantie worden gericht tot de landen en regio’s die het zwaarst zijn getroffen. Nu zien we namelijk dat de werven in Polen worden gesloten, terwijl in Frankrijk en Duitsland banen worden beschermd. Ten zesde moet het programma voor investeringen in infrastructuur tot doel hebben verschillen en onderontwikkeling weg te werken, met name in de nieuwe lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Őry (PPE-DE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, we beseffen allemaal dat het belang van het werkgelegenheidsbeleid en de strategie van Lissabon alleen maar groter is geworden door de huidige economische crisis, en daarom moeten wij, als Europese wetgevers en beleidsmakers, ernaar streven de werkgelegenheidsrichtsnoeren zo doeltreffend en succesvol mogelijk ten uitvoer te leggen. Zoals het resultaat van de stemming binnen de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken ook heeft aangetoond, zijn de politieke fracties het er volledig over eens dat de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor de periode tussen 2008 en 2010 een geschikt – en toch voldoende flexibel – kader vormen voor het verwezenlijken van de doelstellingen. Binnen deze kaders is het aan de lidstaten om te bepalen welke aspecten vooral van toepassing zijn op hun specifieke situaties, en om de diverse richtsnoeren inhoudelijk invulling te geven. Het kadersysteem is dan ook een goed instrument, waarvan de totstandbrenging een gezamenlijk Europees succes is. De taak van de lidstaten aan de andere kant is om dit uitstekende instrument daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

Er zijn derhalve twee randvoorwaarden voor succes: de juiste doelen stellen en de praktische tenuitvoerlegging van een beleid dat aansluit bij deze doelstellingen. Aan de eerste randvoorwaarde is laten we zeggen reeds voldaan, en daarom moeten we mijns inziens onze aandacht in de periode die voor ons ligt richten op het uitkristalliseren en toepassen van de werkgelegenheidsrichtsnoeren door de lidstaten. We kunnen er niet omheen dat de diverse lidstaten door hun uiteenlopende economische situaties en schuldenniveaus niet allemaal dezelfde speelruimte hebben als het gaat om de omvang van hun investeringen in werkgelegenheid en menselijke hulpbronnen. Aan de andere kant moeten we echter gelijk opgaan: elke lidstaat moet het niveau van de investeringen die rechtstreeks gericht zijn op werkgelegenheid, al naar gelang zijn eigen capaciteit opschroeven. We moeten erkennen dat het succes van de economische stimuleringspakketten waartoe de lidstaten besloten hebben, staat of valt met het verwezenlijken van EU-doelen. Daarom moeten we onze economische beleidslijnen intensiever dan in het verleden harmoniseren; erop vertrouwende dat er overeenstemming bestaat tussen de politieke fracties, vraag ik dan ook het verslag-Andersson te steunen en bij de stemming aan te nemen.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès (PSE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Vondra, geachte commissaris, als Europa wil kan het heel wat, maar dan moet het wel de juiste diagnose stellen: voorlopig onderschat het de crisis echter. Europa moet de passende middelen beschikbaar stellen: voorlopig schiet het herstelplan echter tekort. En Europa moet de vereiste financiële middelen vrijmaken: voorlopig verkeert het debat over de euro-obligaties echter in een impasse; het moet weer op gang gebracht worden. Als het intelligent wil optreden op het wereldtoneel, moet Europa ook voorop lopen als het gaat om de regulering van en het toezicht op de financiële markten.

Mijnheer Barroso, u hebt de werkzaamheden van de groep van Jacques de Larosière geïnitieerd en dat was nuttig, intelligent en uitzonderlijk. Dit werk ligt nu op tafel. Doe als Delors en gebruik dit werk als basis om beleid ten uitvoer te leggen!

Dit verslag is met algemene stemmen aangenomen ofschoon de groep bestond uit culturen en personen met hele verschillende achtergronden. De Europese consensus waarnaar we al jarenlang op zoek zijn, is dan ook een feit.

Als u toestaat dat de lidstaten elkaar na dit resultaat weer in de haren gaan zitten, zal Europees toezicht op de financiële markten achterwege blijven.

 
  
MPphoto
 

  Filiz Hakaeva Hyusmenova (ALDE).(BG) De bijdrage van het cohesiebeleid wordt tegen de achtergrond van een economische crisis nog belangrijker. De banksector, stillegging van productiecapaciteit, gebrek aan aanvullingskrediet en inkrimping van de arbeidsmarkt zijn de kernproblemen waarmee lidstaten te maken hebben. Tot dusver had het cohesiebeleid zijn eigen financiële instrumenten, maar door de crisis moeten adequate en vernieuwende oplossingen worden gevonden.

Steun op basis van EU-fondsen moet nu worden gericht op de bedoelde gebieden. De structuurfondsen moeten actiever worden gebruikt en beter aansluiten op de situatie. Lidstaten moeten erop toezien dat de begunstigden met de fondsen weten om te gaan. Ik hoop eerder dat de Commissie de procedures voor de structuurfondsen zal vereenvoudigen, wat niet ten koste moet gaan van de controle op de verdeling en besteding van de middelen. Ik denk dat in het verslag over het cohesiebeleid en investeren in de reële economie ideeën worden aangedragen voor de manier waarop we de crisis kunnen aanpakken, en dat het van pas kan komen voor toekomstige maatregelen voor het stimuleren van de economische activiteit die wij van de top van de Europese Unie verwachten. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Rolf Berend (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte commissarissen, beste collega’s, het verslag van de heer Kirilov gaat hoofdzakelijk over de wijziging van drie verordeningen inzake de structuurfondsen voor de periode 2007-2013, die erop gericht zijn om de vrijmaking van kredieten en de liquiditeit in de lidstaten te verbeteren. Met het oog op de economische crisis is dat een maatregel waar ik volledig achter sta.

Nu zijn de lidstaten aan zet, zij moeten bijvoorbeeld optimaal gebruik maken van de mogelijkheden om investeringen te ondersteunen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen in de woningbouw, en in algemene zin alle mogelijkheden benutten om in de woningbouw te investeren, aangezien de voorziene maatregelen ertoe bijdragen dat de middelen uit de structuurfondsen en het cohesiefonds sneller, eenvoudiger en flexibeler kunnen worden ingezet. Bovendien, beste collega’s, wil ik erop wijzen dat ze volledig compatibel zijn met de vrije mededinging, de sociale normen en de omzetting van de voorschriften van de Gemeenschap voor milieu- en klimaatbescherming.

Nu is het aan de lidstaten om voor deze middelen in de Europese structuurfondsen de cofinanciering te garanderen, en deze middelen ook optimaal te benutten. Ik sta ook achter de eis in het verslag om het beheer en de uitvoering van de fondsen verder te vereenvoudigen.

Commissarissen, we zijn ook nieuwsgierig wat voor voorstellen de Commissie in 2009 in dit verband nog zal doen. Tot slot wil ik nog wijzen op het belang voor het economisch herstel van maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid en van het bedrijfsleven. Hoe dan ook moet een beroep op de lidstaten worden gedaan om op grote schaal gebruik te maken van de structuurfondsen om in kleine en middelgrote ondernemingen banen te beschermen of te scheppen.

In de commissie zijn vrijwel al onze amendementen goedgekeurd, en dit verdrag verdient alle steun. Hartelijk gefeliciteerd, mijnheer Kirilov.

 
  
MPphoto
 

  Enrique Barón Crespo (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de vicevoorzitter van de Commissie, dames en heren, we bewijzen Jean Monnet de grootste eer door eensgezind, besluitvaardig en doortastend te handelen, zoals hij deed toen hij zich inspande voor de logistieke operatie gedurende beide wereldoorlogen – de inspanning van de geallieerden waardoor zij de oorlog wisten te winnen. Dit betekent dat wij, de 27 lidstaten, gezamenlijk moeten opereren.

Wij socialisten dringen erop aan dat dit gestalte krijgt in de vorm van drie prioriteitsacties. Ten eerste moeten we ons stimulerings- en herstelplan versterken, zowel op begrotingsvlak als op het vlak van het toezicht en de organisatie van Europa.

Op de tweede plaats moet er echte solidariteit komen onder de 27 lidstaten. Ik weet niet of de Tsjechische regering en het Tsjechische parlement, die nu volop in de weer zijn met het Verdrag van Lissabon, ervan op de hoogte zijn dat in het tweede artikel van het Verdrag van Lissabon voor het eerst het woord solidariteit genoemd wordt.

En op de derde plaats moeten we strijden tegen de zwarte gaten van de globalisering; de belastingparadijzen.

 
  
MPphoto
 

  Chris Davies (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verwijs graag naar onze strategie en naar de voorbereidingen op de later dit jaar te houden conferentie van Kopenhagen, waarin we een leidende rol op ons hebben genomen die echter wordt bedreigd door de economische recessie en de roep om versoepeling van onze normen. Laat ik één voorbeeld geven.

Ruim drie jaar geleden zijn we overeengekomen dat er nieuwe voorschriften zouden komen om autofabrikanten te laten overgaan op andere koelmiddelen voor airconditioning, die momenteel een opwarmingspotentieel hebben dat 1 400 maal groter is dan dat van kooldioxide. We hebben toen gezegd dat dit zou gelden voor alle nieuwe automodellen vanaf 2011.

Nu horen we echter dat sommige fabrikanten – naar ik begrijp onder aanvoering van Ford en General Motors – proberen mazen in de regeling te gebruiken om onder die verplichting uit te komen. Later deze maand is er een bijeenkomst van de nationale instanties voor typegoedkeuring. Het is van groot belang dat commissaris Verheugen het initiatief neemt om duidelijk te maken dat we onze voorschriften niet gaan versoepelen en dat de koelmiddelen in 2011 moeten zijn vervangen.

Als we nu verslappen, zetten we de deur wagenwijd open voor lobbyactiviteiten van de industrie op elk gebied en wordt onze toonaangevende rol op het gebied van klimaatverandering ernstig ondermijnd.

 
  
MPphoto
 

  Costas Botopoulos (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, deze drie uiterst belangrijke verslagen zijn opgesteld door Sociaal-democratische rapporteurs. Dit is uiteraard niet toevallig. De strekking van de verslagen, de amendementen die door Sociaal-democratische leden zullen worden ingediend om ze nog beter te maken en volgens mij ook het debat van vandaag tonen heel duidelijk aan dat er verschillen in beleid bestaan: er is een duidelijk rechtse en een Sociaal-democratische aanpak van de crisis. Het rechtse beleid is tamelijk simpel: de crisis is slecht maar we moeten geduld hebben, zij gaat wel over; we moeten een paar technische maatregelen nemen, dan worden de zaken vanzelf genormaliseerd, en we moeten ons medeleven met de getroffenen uiten.

Het Sociaal-democratische standpunt is veel complexer. Wij zeggen dat we het probleem bij de wortels moeten aanpakken, de wortels van de crisis, dat we het economisch paradigma radicaal moeten veranderen, dat we moeten veranderen en dat we een eind moeten maken aan alle speculatie die tot deze financiële crisis heeft geleid. Deze crisis is geen neutrale crisis maar een crisis die het gevolg is van een specifiek beleid, grotendeels uitgevoerd door rechtse regeringen.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, geachte collega’s, in deze tijden van crisis verwachten onze medeburgers veel van Europa. Europa mag hen niet teleurstellen.

Als we realistisch zijn, moeten we uiteraard erkennen dat de financiële middelen van Europa beperkt zijn, en we moeten kijken hoe ze kunnen worden uitgebreid. Europa kan echter beter uit de verf komen en meer succes boeken als het een sterkere politieke wil aan de dag legt.

Allereerst natuurlijk door de acties en de inspanningen van de lidstaten aan te jagen, maar ook door een gecoördineerde aanpak op Europees niveau. Het herstelplan is in essentie een gereedschapskist om herstructurering te bevorderen. De rol van de EIB moet worden versterkt.

Europa moet actief een heldere en vernieuwende economische strategie bepalen. De economische actoren hebben behoefte aan perspectieven en juridische stabiliteit. Het is in eerste instantie zaak orde op zaken te stellen in financiële diensten, zodat bankinstellingen hun voornaamste rol kunnen vervullen, namelijk het financieren van economische ontwikkeling.

De teksten die momenteel in de maak zijn moeten hiertoe bijdragen: richtlijnen inzake het eigen vermogen van banken en verzekeringsmaatschappijen, verordeningen betreffende ratingbureaus. De tekst over ratingbureaus moet lering trekken uit de gebleken tekortkomingen.

Tevens is het hoog tijd om een Europees toezicht in te stellen op gereguleerde financiële activiteiten. Het verslag van de groep van de Larosière formuleert een aantal nuttige en opportune voorstellen die snel ten uitvoer moeten worden gelegd.

Ook moet Europa een volwaardig, efficiënt en modern industriebeleid krijgen. In dit opzicht moeten we de noodzaak van duurzame ontwikkeling zien te rijmen met de eis van een hoogwaardig industrieel apparaat dat welvaart voortbrengt en werkgelegenheid oplevert.

In deze crisistijden is het zaak sectoren die normaal functioneren niet in de wielen te rijden door regels of voorschriften op te stellen waarvan de doeltreffendheid niet afdoende is aangetoond. In de automobielsector bijvoorbeeld, die momenteel grote problemen kent, is het van belang de vrijstellingsverordening voor de distributie van auto’s, die in 2010 afloopt, te verlengen.

Daarnaast moeten we alert zijn bij bijvoorbeeld het overleg over de bilaterale overeenkomst met Korea, die bijzonder gunstig kan uitpakken voor onze industrie.

 
  
MPphoto
 

  Brian Simpson (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, in mijn bijdrage wil ik vandaag de noodzaak belichten van investeringen: investeringen in werkgelegenheid, investeringen in het milieu en investeringen in al onze economieën. In dat verband zijn investeringen in onze vervoersinfrastructuur, met name in die van de spoorwegen, niet alleen cruciaal omdat ze ons een eersteklas spoorwegnet opleveren, maar ook omdat ze de werkgelegenheid en de sociale cohesie beschermen en vergroten.

Laten we voorrang geven aan de elektrificatie van het spoorwegnet, die vervoers- en milieuwinst oplevert. Laten we investeren in het trans-Europese vervoersnetwerk. Laten we een herstelplan maken met inhoud en met daden, niet alleen woorden.

Niets doen en de markt laten beslissen heeft niet gewerkt. Het is nu tijd voor een gecoördineerd Europees optreden met als uitgangspunt dat mensen op de eerste plaats komen en gevestigde belangen op de laatste plaats. Wij aan deze zijde van dit Huis zijn niet bereid voor Pontius Pilatus te spelen en onze handen in onschuld te wassen. Wij willen optreden en wij willen beslissend optreden.

 
  
MPphoto
 

  Péter Olajos (PPE-DE).(HU) Ik ben ervan overtuigd dat de huidige economische crisis haar oorsprong vindt in overconsumptie en in de teloorgang van het milieu, en dat we de oplossing ook op dit gebied moeten zoeken. We naderen een belangrijke periode als het gaat om klimaatbeleid, want aan het einde van dit jaar moeten we in Kopenhagen overeenstemming bereiken over nieuwe gezamenlijke doelstellingen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Er is dan ook een boel werk aan de winkel, en we mogen geen fouten maken of tijd verliezen. De wetsteksten die op tafel liggen leggen weliswaar het kader en de grote lijnen vast, maar de echte, concrete stappen moeten nog genomen worden. Om broeikasgassen met 25 à 40 procent terug te dringen, zoals aanbevolen wordt door de wetenschappers, en om de afname van de biodiversiteit een halt toe te roepen, hebben we substantiële financiële middelen nodig.

In de afgelopen jaren heb ik met parlementaire delegaties bezoeken gebracht aan Bangladesh, China, India en onlangs nog, Guyana, en mijn overtuiging op dit punt is hierdoor nog sterker geworden. Enerzijds moeten we ontwikkelingslanden steunen, maar dit kan alleen door transparante, streng gecontroleerde investeringen; anderzijds moet de opbrengst van emissieveilingen in de Europese Unie ook worden gebruikt om door ontwikkelingslanden genomen aanpassingmaatregelen te ondersteunen. De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid adviseert hiervoor tot aan 2020 in totaal 30 miljard euro uit te trekken. Dat is een enorm bedrag, en het is een hele opgave om dat goed te benutten.

Het tegengaan van klimaatverandering biedt Europa bovendien een uitgelezen kans om nieuwe technologieën te ontwikkelen en nieuwe banen te scheppen teneinde de energiezekerheid te bevorderen. De VN, de nieuwe Amerikaanse regering en verscheidene Europese regeringen hebben daarnaast erkend dat om de wereldwijde crisis het hoofd te bieden we niet alleen een nieuwe, doeltreffende energiebron nodig hebben, maar ook een motor die draait volgens nieuwe organisatieprincipes, want achter de huidige economische recessie gaat het echte probleem schuil waar de mensheid en Europa mee geconfronteerd wordt, namelijk de milieucrisis. De groene ‘New Deal’ is een historische kans om twee vliegen in één klap te slaan.

 
  
MPphoto
 

  Gianni Pittella (PSE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren. Het was een grote vergissing, vooral van de Commissie, om toen de crisis uitbrak deze aanvankelijk te onderschatten. En zo is het ook nu weer een grote vergissing om onszelf, op de ene na de andere topontmoeting waarop allerhande principeverklaringen worden opgesteld zonder dat ze door coherente en concrete besluiten gevolgd worden, telkens maar weer te herhalen. De in onze verslagen aangereikte oplossingen voor de ernstige problemen waarmee het Europese publiek nu te kampen heeft, zijn daarentegen overtuigend en doeltreffend.

Maar er is meer nodig en daarom vragen we het Parlement om invoering van de euro-obligatie, iets waarvoor de heer Mauro, bijna tweehonderd andere Parlementsleden en ikzelf al meermaals gepleit hebben. Dit is een instrument dat misschien wel als enige de financiële middelen bijeen kan brengen die onze futloze begroting zo node mist voor de financiering van crisismaatregelen, trans-Europese netwerken, schone energie, onderzoek en breedband, de strijd tegen armoede en het Erasmusprogramma voor jonge mensen. De grote Jacques Delors - en hiermee sluit ik af - heeft ons de weg gewezen. Laten we die dan nu onversaagd inslaan.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de achtergrond van een mondiale economische en financiële crisis en stimuleringspakketten ter waarde van miljarden euro’s biedt een enorme mogelijkheid om de energie-efficiëntie te verhogen, de zekerheid van de energievoorziening te vergroten op basis van hernieuwbare bronnen en groene technologie te bevorderen in een groene ‘new deal’. Met andere woorden, we kunnen deze crisis benutten als kans op langetermijnvoordeel voor ons allemaal.

Ik verwelkom de twee alternatieven voor innovatieve financiering ter bestrijding van de wereldwijde klimaatverandering die in de recente mededeling van de Commissie worden genoemd. Als oorspronkelijke auteur van de resolutie over het document van vandaag doe ik een beroep op de lidstaten om deze voorstellen uit te voeren en ook om volgende week, tijdens de top van staatshoofden en regeringsleiders, de verklaring van 12 december vorig jaar na te komen, die officieel te boek dient te worden gesteld, bij voorkeur samen met de definitieve tekst van het verslag over de EU-regeling voor de emissiehandel omdat zij anders niet in het Publicatieblad verschijnt.

Hiervoor – en ik doe een dringend beroep op het fungerend voorzitterschap, de commissaris en mevrouw de Voorzitter om dit goed in gedachten te houden – hebben we een tripartiete verklaring van alle drie instellingen nodig. In de verklaring van december wordt op het volgende gewezen: De Europese Raad herinnert eraan dat de lidstaten overeenkomstig hun respectieve grondwettelijke en budgettaire voorschriften de toewijzing bepalen van de inkomsten uit de verkoop van emissierechten in het kader van de EU-regeling voor de emissiehandel. De Raad neemt nota van hun bereidheid om ten minste de helft van dit bedrag te bestemmen voor maatregelen ter vermindering van broeikasgasemissies, tot verzachting van en aanpassing aan de klimaatverandering, voor maatregelen ter vermijding van ontbossing, voor de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en andere technologieën die bijdragen tot de overgang naar een veilige en duurzame koolstofarme economie, onder meer door capaciteitsopbouw, technologieoverdracht, onderzoek en ontwikkeling.

In de verklaring heet het verder: In de context van een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering die in 2009 in Kopenhagen wordt gesloten, en voor degenen die dat willen, zal een deel van dit bedrag worden gebruikt om maatregelen mogelijk te maken en te financieren ter bestrijding van en aanpassing aan de klimaatverandering in de ontwikkelingslanden die deze overeenkomst zullen hebben geratificeerd, met name de minst ontwikkelde landen. Nadere maatregelen ter zake moeten worden genomen tijdens de voorjaarsvergadering van de Europese Raad in 2009.

Ik kijk reikhalzend uit naar een achtenswaardige uitkomst in de slotverklaring van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders die volgende week wordt gehouden.

 
  
MPphoto
 

  Harlem Désir (PSE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, te weinig, te laat, onvoldoende gecoördineerd, onvoldoende solidair, ondermaats; dat zijn de echte reacties waartoe het herstelplan van de Europese Unie en de voorstellen van de Commissie tot nu toe aanleiding geven.

De reden is heel eenvoudig: afgemeten aan de oorspronkelijke prognoses moeten we allemaal constateren dat de ernst van de crisis onderschat is, dat het gaat om een zeer spectaculaire daling van de industriële productie, onder meer in het Verenigd Koninkrijk en in Frankrijk, een daling van de internationale handel en van de Duitse export, of het vooruitzicht van toenemende werkloosheid. Ik denk dus echt dat we op dit moment mijlenver verwijderd zijn van een respons die gelijke tred houdt met wat de regering-Obama in de Verenigde Staten doet.

Eens te meer krijgen we het idee dat het aan solidariteit ontbreekt, maar ook dat Europa zich veel te terughoudend opstelt. In maart zagen we dat de Raad Ecofin weigerde de herstelplannen opwaarts bij te stellen, en nu zien we dat de landen in Oost-Europa niets anders rest dan aan te kloppen bij het IMF. Hier schiet de Europese solidariteit jammerlijk tekort; we laten het ene na het andere nationale reddingsplan voor de industriële sector toe en vragen de lidstaten alleen zich te onthouden van protectionisme. De enige respons die echt hout snijdt, zou echter een Europees reddings- en herstelplan voor de automobielsector zijn.

Ik denk dat het verzoek van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: wij willen grootschalige investeringen. Laten we ter vergelijking, daar we vaak verwijzen naar de crisis van 1929, de New Deal van Roosevelt eens als voorbeeld nemen, waarbij gedurende zeven jaar 3,5 procent van het bbp in de economie werd gepompt. Dat zou, voor het Europa van nu, neerkomen op 400 miljard euro per jaar gedurende meerdere jaren. Wij zijn dan ook van mening dat kredietfaciliteiten en euro-obligaties beschikbaar moeten worden gesteld, en dat we moeten investeren in groene innovaties, in de isolatie van gebouwen, in modern vervoer, in de energiesector, en ook dat er een steunplan moet komen voor mensen die door reorganisaties op straat komen te staan, en een indicatie van hoe we alle mensen die werkloos worden gaan helpen, bijvoorbeeld door een ruimere toepassing van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

 
  
MPphoto
 

  Cornelis Visser (PPE-DE). - Voorzitter, in deze periode van economische crisis moet het Europees Parlement een waakhondfunctie vervullen. Een waakhondfunctie, als het gaat om het voorkomen van protectionisme.

Met elkaar hebben we de interne markt tot stand gebracht. Deze interne markt heeft ons veel welvaart gebracht. Niet alleen in West-Europa, maar ook in Centraal-Europa hebben de landen hier volop van geprofiteerd. We moeten deze verworvenheden niet met de eerste de beste tegenwind uit onze handen laten glippen. Voorstellen, zoals die rond het ondersteunen van de Franse autoindustrie, waarvan andere Europese landen de nadelen zouden ondervinden, moeten we als Europees Parlement bestrijden.

Het Parlement moet ook een waakhondfunctie vervullen, als het gaat om de kracht van de euro. We kunnen niet accepteren dat landen ongelimiteerd hun staatsschuld laten oplopen. We hebben in Europa het zogenaamde Stabiliteits- en groeipact afgesproken. We weten dat we door de financiële crisis tijdelijk meer ruimte moeten laten aan de ondersteuning van de banken. Maar dit moet een uitzondering zijn.

Andere sectoren in de economie dienen niet structureel te worden ondersteund. Daarvoor hebben de lidstaten het geld niet, en wanneer ze daarvoor zouden lenen met Eurobonds, worden toekomstige generaties met de schuldenlast opgezadeld en wordt de euro zwak. Ik ben daartegen.

Kortom, we moeten een waakhond zijn, als het gaat om het bestrijden van protectionisme en het beschermen van de waarde van de euro.

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, in mijn korte bijdrage van vandaag wil ik mij richten op één belangrijk onderwerp, een onderwerp dat naar ik hoop succesvol besproken zal worden en ook tot een oplossing gebracht tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad, namelijk het energiebeleid. We weten allemaal dat de Europese Unie haar energiezekerheid en -onafhankelijkheid dient te vergroten en haar energie-infrastructuur dient te versterken. Dit laatste betekent dat olie- en gasleidingen en elektriciteitsnetwerken op nationaal en regionaal niveau onderling met elkaar verbonden dienen te worden en uitbreiding behoeven, en ook dat we onze olie- en gasvoorraden dienen te vergroten. We willen het aandeel hernieuwbare energie uitbreiden, de energie-efficiëntie van gebouwen en producten verbeteren en de investeringen in onderzoek en maatregelen ter vermindering van de gevolgen van de klimaatverandering verhogen. Dergelijke maatregelen en investeringen op het gebied van het energiebeleid vormen niet alleen een oplossing voor de energie- en klimaatproblemen, maar kunnen in deze tijden van economische crisis tevens zeer positief en krachtig bijdragen aan het opnieuw op gang brengen van de economische groei en de groei van de werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 

  Rumiana Jeleva (PPE-DE).(BG) Dames en heren, ik vind het een goede zaak dat de Europese instellingen maatregelen hebben opgesteld voor gecoördineerde acties door de lidstaten, en dat de Commissie zich inspant om de economische crisis aan te pakken. Zoals bekend levert het cohesiebeleid van de Europese Unie een belangrijke bijdrage aan het Europees economisch herstelplan en is het de grootste investeringsbron in de reële economie van de Gemeenschap. Als blijk van erkenning voor deze inspanningen steunt het Europees Parlement de amendementen op de verordening over het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds om het financieel beheer van Europese fondsen te vereenvoudigen en te bespoedigen. Ik hoop dat de begunstigden, degenen voor wie de fondsen zijn bedoeld, baat zullen hebben bij deze vereenvoudiging. Dit is met name van belang voor de armere lidstaten van de Europese Unie.

Er rest lidstaten nog wel één belangrijke taak. Zij moeten de nodige fondsen garanderen, zodat EU-middelen worden besteed zoals zij zijn bedoeld. Zonder afbreuk te doen aan de regels inzake vrije mededinging en de normen van goed beheer moeten lidstaten projecten volgens de vereenvoudigde procedures financieren. Ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Atanas Paparizov (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is duidelijk dat het Europese aspect van het economisch herstelplan en zijn financiële onderbouwing verwaarloosbaar is in vergelijking met de inspanningen van de lidstaten. Ik hoop echter dat de Raad een plan zal goedkeuren ter ondersteuning van energiekoppelingen tussen landen zodat de gevolgen van een toekomstige gascrisis beperkt zullen blijven.

Toch zou solidariteit ook tot uiting kunnen komen in flexibeler criteria voor ERM2, de eurozone en de overgang naar de euro voor landen die dat willen. Het is duidelijk dat lidstaten die zich nu grote inspanningen moeten getroosten om een stabiele wisselkoers te handhaven, meer steun nodig hebben om alle noodzakelijke stappen te kunnen zetten op weg naar het lidmaatschap van de eurozone en aldus de gevolgen van de economische crisis te voorkomen. Ik hoop dat dit een van de besluiten is die in de nabije toekomst worden genomen, omdat er voor de bestaande leden al flexibiliteit bestaat.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). (LT) Ik ben het in grote lijnen eens met het Europees economisch herstelplan, maar wil de aandacht toch vestigen op twee onderwerpen: de uitgifte van euro-obligaties en de uitbreiding van de eurozone. De uitgifte van euro-obligaties is geen geschikt instrument om de eurozone te versterken, en komt niet op het juiste moment nu Europa getroffen wordt door de financiële, economische en sociale crisis. De eurozone telt 16 leden, waarvan de economieën steun zullen ontvangen, maar wat gebeurt er met de overige 11 landen? Het voorstel is om de euro-obligaties alleen met Zweedse en Deense kronen te laten betalen. Wat moeten de nieuwe lidstaten dan, die om allerlei objectieve redenen geen deel uitmaken van de eurozone? Hoeveel zouden zij moeten betalen om te kunnen lenen? Litouwen mocht de euro niet invoeren omdat de inflatie 0,07 procent hoger was dan de maximumwaarde van de indicator, al heeft geen enkel lid van de eurozone de afgelopen tien jaar aan alle indicatoren voldaan. De Litouwse litas is al vier jaar aan de euro gekoppeld. Wordt het niet tijd dat we met een creatievere blik naar de veranderingen in de wereld kijken en de eurozone uitbreiden, waardoor de EU de crisis gemakkelijker te boven kan komen?

 
  
MPphoto
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik feliciteer de heer Kirilov met zijn verslag. De titel suggereert dat ook sprake kan zijn van een niet-reële economie. Inmiddels kennen we weliswaar een virtuele economie en virtueel geld, maar de handtekeningen van de bankiers en auditors die bevestigen dat alles in orde is, zijn wel degelijk reëel. Nu blijkt echter dat dit niet klopt, dat het gaat om bluf.

We moeten vandaag het hoofd bieden aan een economische en morele crisis. Het is in dit verband verstandig en noodzakelijk om te investeren in regionale ontwikkeling en cohesie. Dit betekent reële kilometers wegdek, evenals gemoderniseerde spoorwegen en luchthavens. Laten we investeren in kennis en onderwijs, in innovatie, met name waar het gaat om kleine en middelgrote ondernemingen. Laten we ook zeker de bureaucratie beperken. Dat zal duizenden banen opleveren waar mensen van kunnen leven. Dat zou een werkelijk solidair beleid zijn en geen protectionisme. Dat zou Lissabon reëel maken.

 
  
MPphoto
 

  Emmanouil Angelakas (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, er moeten concrete maatregelen worden genomen om de diverse bedrijfstakken te mobiliseren en te laten helpen bij de aanpak van de crisis. Dit is zeer belangrijk.

Het gaat hierbij vooral om maatregelen in het kader van het regionaal en cohesiebeleid, die - dat is zeker - de meerderheid van de burgers en de ondernemingen, vooral de kleine en middelgrote ondernemingen, betreffen.

Initiatieven voor de vereenvoudiging van de verordeningen betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en andere structuurfondsen, maatregelen zoals de ondersteuning van investeringen in het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in woningen, vereenvoudiging van de verordeningen, uitbetaling van voorschotten en subsidiabele uitgaven en forfaitaire bedragen zijn allemaal zaken die zonder meer zullen bijdragen aan het behoud van banen en aan de overleving van kleine en middelgrote ondernemingen in dit onzekere economische klimaat.

De inspanningen moeten worden geïntensiveerd en voortgezet met andere initiatieven. Het Europees Parlement wacht daarop en zal actief deelnemen aan de uitwerking ervan. Het blijft noodzakelijk maatregelen te treffen die een rechtstreekse weerslag hebben op en economische steun verlenen aan de burgers.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE).(HU) De Europese Unie heeft nog niet eerder in een zo kritieke situatie verkeerd. Door protectionisme komen twee basisbeginselen op losse schroeven te staan: solidariteit en de eenheid van de interne markt. Martin Schulz heeft helemaal gelijk. De Europese Commissie heeft geen concrete stappen gezet om orde op zaken te stellen in markten of om financiële zaken te reguleren. Als we onze solidariteit laten varen, valt de Europese Unie wellicht uiteen door zelfzucht en protectionisme, want de problemen liggen niet alleen buiten de eurozone maar ook erbinnen. Griekenland, Hongarije en andere landen kampen met soortgelijke problemen. Ik wil de heer Farage eraan herinneren dat West-Europese banken, West-Europese ondernemingen de banken en bedrijven in de nieuwe lidstaten hebben uitgekocht, en nu lappen ze solidariteit aan hun laars en doen ze niets om een solide financiële basis mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik dank u dat ik aan het einde van dit debat een persoonlijke opmerking mag maken als reactie op de woorden van mijn vriend Klaus-Heiner Lehne.

Ik heb begrepen, Klaus-Heiner, dat de crisis in Europa door de socialisten is veroorzaakt. Dat is niets nieuws, in Duitsland kent iedereen de gouden regel: schijnt de zon in alle straten, dank u, christendemocraten; gaat het met het weer verkeerd, dan heeft links het vast versjteerd. Dat is algemeen bekend. Nu kunnen jullie echter laten zien, beste collega’s van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, of jullie waarmaken wat de heer Lehne heeft aangekondigd. U hebt me net aangevallen, mijnheer Lehne, u hebt gezegd dat ik iets verkeerds heb gezegd, en misschien heb ik me inderdaad vergist.

Daarom zou ik u de volgende vraag willen stellen. Amendement 113 op het verslag-Ferreira gaat over de solidariteit tussen de lidstaten, en met name over het sluiten van belastingparadijzen. Wij besluiten hier dat de EU de Top van de G20 moet verzoeken om belastingparadijzen te sluiten. Zult u voor of tegen het verslag-Ferreira stemmen? Zult u stemmen voor de solidariteit binnen de Gemeenschap, tussen de landen die deel uitmaken van de eurozone en de landen die erbuiten vallen, en solidariteit binnen de eurozone? En tot slot wil ik vragen of u zult stemmen voor het voorstel om één of anderhalf procent van het bruto binnenlands product uit te geven om de crisis te bestrijden door samen de investeringen te bevorderen? Dat zijn de amendementen 92, 102 en 113 van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement. Wanneer u bij die amendementen met ons meestemt, mijnheer Lehne, dat bied ik u mijn excuses aan. Zo niet, dan moet ik zeggen dat u degene bent die hier een fraai betoog ophangt, en vervolgens anders stemt.

 
  
MPphoto
 

  Klaus-Heiner Lehne (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik ben u zeer dankbaar. Ik zal het ook echt heel kort houden. Allereerst wil ik zeggen dat de crisis natuurlijk niet de schuld van de socialisten is, maar dat heeft ook niemand in deze zaal beweerd. We weten allemaal wiens schuld het is, dat is ook uitvoerig geanalyseerd. Ik heb er echter terecht op gewezen dat het ook aan de socialisten in Europa te wijten is dat er jarenlang geen heldere regels over de transparantie van hedgefondsen en private equity konden worden vastgelegd, en ik heb daarvan voorbeelden genoemd. Dat is gewoon een feit.

Wat de genoemde amendementen betreft zou ik slechts op één punt willen ingaan, en wel op de belastingparadijzen. Daarover zijn we het volledig eens. De vraag is alleen in welk kader we dat willen regelen. Vandaag moeten we amendement 25 op de resolutie over de Lissabonstrategie behandelen, dat over precies hetzelfde onderwerp gaat. Daar zal onze fractie voor stemmen. Daarom heb ik helemaal geen moeite met de genoemde punten.

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, we hebben een heel lang en nuttig debat gevoerd en het voorzitterschap is dankbaar voor de opmerkingen van de leden van dit Huis.

Zij hebben terecht gewezen op de zeer belangrijke uitdagingen waarvoor wij momenteel gesteld worden, in het bijzonder de gevolgen van de financiële en economische crisis. Zoals ik in mijn inleidende woorden heb aangegeven, zal deze kwestie centraal staan in het debat tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad van volgende week. Ondanks de omvang van de crisis meent het voorzitterschap dat de Europese Unie het eens kan worden over de verschillende onderdelen van een aanpak die ons verder kan brengen.

Er is geen andere mogelijkheid dan samen te werken in het zicht van deze diepe crisis. Ik steun daarom de vele oproepen van vanmorgen tot meer verantwoordelijkheid en intensievere samenwerking. Verder denk ik dat we niet alleen kunnen en moeten samenwerken om de problemen van Europa op te lossen, maar ook dat de Europese Unie zich in een goede positie bevindt om een rol te spelen bij de wereldwijde oplossing. Deze crisis mag dan diep zijn, maar als we samenwerken beschikt Europa over de nodige intellectuele, financiële, menselijke en wetgevende middelen om de geëigende antwoorden te blijven formuleren en uitvoeren.

Joseph Daul heeft gezegd dat de volgende Europese Raad niet zomaar de zoveelste top is en daar heeft hij zeker gelijk in. Voor het realiseren van een mondiale oplossing is allereerst een vooraanstaande rol weggelegd voor de bijeenkomst van de G20, begin volgende maand in Londen. Gisteren hebben de ministers van Economische Zaken en Financiën in de Raad het mandaat voor de deelname van de EU aan die belangrijke bijeenkomst bekrachtigd. Zij waren het met name eens over de noodzaak van nauwere internationale coördinatie van macro-economische beleidsmaatregelen en financiële verordeningen op basis van meer transparantie en verantwoording – en dat brengt ons terug bij het debat over hedgefondsen en andere gevoelige kwesties. Zij waren het allen eens over versterkte samenwerking tussen de financiële autoriteiten op internationaal niveau, over versterking van het IMF en over de noodzaak om in te gaan op de rol van internationale ontwikkelingsbanken bij de bestrijding van de gevolgen van de crisis voor de armste bevolkingsgroepen ter wereld.

Als wij het hebben over de noodzaak van solidariteit, moeten we ons ervan bewust zijn dat deze Europese solidariteit vergezeld moet gaan van verantwoorde nationale maatregelen voor duurzame financiële ontwikkeling in Europa. Het is waar dat de Amerikanen geld uitgeven, maar zij vragen geen steun van het IMF en zij hebben geen stabiliteitspact dat de integriteit van hun muntzone garandeert. Wij moeten investeren in onze toekomst, maar dat moet gebeuren op een manier die de houdbaarheid van onze overheidsfinanciën op lange termijn en de spelregels van de interne markt niet in gevaar brengt.

Velen van u hebben vanochtend gewezen op de zeer reële zorgen van de burgers over stijgende werkloosheid. Martin Schulz zei dat het gaat om “banen, banen en banen” en hij heeft gelijk. We moeten inderdaad de werkgelegenheid op peil houden en hoewel er veel maatregelen zijn die nog tot de bevoegdheden van de lidstaten behoren, kunnen we bepaalde dingen doen. Laat ik één voorbeeld geven. Gisteren heeft de Raad Economische en Financiële Zaken overeenstemming bereikt over verlaging van de btw in arbeidsintensieve sectoren zoals restaurants en dergelijke. Zoals u wellicht weet heeft dit punt vele jaren op de agenda gestaan zonder dat een oplossing werd bereikt, en pas gisteren zijn wij onder het voorzitterschap van mijn land in staat geweest het eens te worden over die gevoelige kwestie.

Werkgelegenheid moet het hoofdthema zijn, en dat is het ook, van de drie verslagen die vanmorgen voorliggen. Wij zijn van plan nader op dat onderwerp in te gaan tijdens de vergadering van volgende week. Het is een belangrijk onderdeel van de Lissabonstrategie. Ik ben het eens met degenen die zeggen dat de huidige crisis geen reden is om de Lissabonstrategie overboord te zetten. De crisis is juist een reden te meer om ervoor te zorgen dat we de hoofddoelen van die strategie waarmaken.

Het voorzitterschap besteedt speciale aandacht aan deze zaak en daarom hebben we begin mei een extra vergadering belegd over het probleem van de toenemende werkloosheid. Volgende week hopen we het eens te worden over enkele concrete richtsnoeren als basis voor onze discussies en mogelijk voor de in mei te nemen besluiten.

Sommigen van u hebben ook de noodzaak genoemd om overeenstemming te bereiken over bestrijding van en aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering, als voorbereiding op de conferentie van Kopenhagen. Graham Watson heeft gevraagd hoeveel we daarvoor moeten betalen. Ik denk dat het te vroeg is om dat te zeggen. Er zijn enkele schattingen – bijvoorbeeld in de mededeling van de Commissie over deze kwestie, die ramingen van de verschillende ngo’s en instellingen bevat – en die zijn nogal hoog. Het zou echter voorbarig zijn om nu een schatting te geven. We moeten wachten totdat de VS en andere belanghebbenden in het proces ons inlichten over hun plannen, en daarover verwachten we meer te weten te komen tijdens de ontmoeting met de regering van president Obama begin april in Praag. Nu de boeken openen zou niet de juiste tactische zet zijn.

Vanzelfsprekend zullen wij u volledig op de hoogte houden van alle aspecten van de volgende bijeenkomst van de Europese Raad en ik kan u verzekeren dat premier Topolánek geheel en al bekend is met de standpunten die hier vanmorgen naar voren zijn gebracht. Hij zal tijdens de volgende plenaire zitting aan het Parlement verslag uitbrengen van de uitkomst van de Europese Raad en ik verheug mij op een constructieve gedachtewisseling bij die gelegenheid.

 
  
MPphoto
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik ben het eens met degenen die hebben gezegd dat deze crisis heel lang onderschat en verkeerd beoordeeld is. Daarom kan het geen kwaad wanneer we het tenminste eens zijn over het uitgangspunt, en wel dat we niet weten hoe ernstig deze crisis nog zal worden. We weten niet hoe lang deze crisis nog zal duren, en daarom weten we ook niet of we wel genoeg hebben gedaan. Het spijt me dat ik in dit verband bij wijze van uitzondering Jean-Claude Juncker moet tegenspreken.

We weten zelfs nog niet of wat we hebben gedaan wel of niet effect zal sorteren, zelfs dat weten we op dit moment niet. Het enige wat we werkelijk weten is dat we deze crisis niet kunnen overwinnen wanneer we er niet heel snel in slagen om de financiële sector weer op gang te brengen.

Daar is het probleem begonnen, en het is intussen tamelijk duidelijk hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren. En we weten ook waarom de maatregelen die we tot nu toe hebben genomen om de financiële sector te stabiliseren nog geen of in ieder geval nog onvoldoende effect hebben gesorteerd, en wel omdat de banken weten dat er nog een golf op ze af komt. Op dit moment doen ze aan risicopreventie, omdat ze weten dat nog niet alle risico’s in hun portefeuille bekend zijn, en ook daarop moeten wij ons politiek voorbereiden.

Iets anders is echter ook wel duidelijk: voor de financiële sector wordt het nooit meer zoals voor de crisis. Wie denkt dat de staat alles wel zal regelen, dat de Europese Unie alles wel zal regelen, en dat daarna alles vrolijk verder gaat zoals vroeger, die vergist zich. Het is glashelder dat we voor de financiële sector, voor de financiële instellingen, op de lange termijn een robuust toezichtstelsel nodig hebben, en niet alleen op Europees niveau. Het is van het grootste belang dat we samen met onze partners een systeem van global governance tot stand brengen, en dat zal ons samen met onze partners alleen maar lukken wanneer we als Europeanen een duidelijke koers volgen. Hoe meer we het hierover met elkaar eens zijn, des te beter zijn onze kansen om werkelijk iets te bereiken. Zolang er in Washington, in Peking of in Tokio verschillende signalen uit de Europese hoofdsteden aankomen, maken we niet veel kans op een bruikbaar systeem van global governance.

We zijn het er ook over eens dat de huidige situatie bijzonder explosief is voor de sociale cohesie, en wel omdat we voor de reële economie, die door de financiële crisis in de problemen is gekomen, niet zoveel kunnen doen als we voor het stabiliseren van de financiële sector kunnen doen, dat weten we allemaal.

Het Europese antwoord op de crisis in de reële economie, in onze ondernemingen, in onze industrie, is primair steun voor de werkgelegenheid. Het gaat waarachtig niet om de dividenden voor aandeelhouders, of om bonussen voor de managers. Het gaat erom dat de werknemers – zij zijn degenen die de minste verantwoordelijkheid voor deze crisis dragen, eigenlijk geen enkele verantwoordelijkheid – hun baan kunnen houden. Deze banen moeten ze behouden, anders kunnen ze geen zelfstandig, vrij en menswaardig leven leiden.

We willen de banen in de Europese economie beschermen. Daarom waren de uitgavenprogramma’s nodig. Er valt heel goed over te twisten of ze wel of niet omvangrijker hadden kunnen of moeten zijn, maar ons probleem is dat de begroting van de Gemeenschap in dit opzicht volkomen onflexibel is. In het Europees Parlement en in de Europese Commissie kunnen we heel makkelijk zeggen dat we een groot economisch herstelpakket nodig hebben, dat we veel geld in de economie moeten pompen, want het is toch niet ons geld, dat hebben we namelijk niet. Het kan niet altijd alleen maar het geld van de lidstaten zijn, en vergeet alstublieft niet dat de nationale parlementen in dit verband natuurlijk ook een rol spelen.

We hebben geprobeerd om ervoor te zorgen dat deze programma’s zo worden georganiseerd dat de prioriteiten op de korte termijn de doelstellingen op de lange termijn niet in gevaar brengen, en dat is precies wat meerdere sprekers uit alle fracties hebben gezegd, en wel dat we ons midden in een economisch omschakelingsproces bevinden, op weg naar een koolstofarme economie, een economie die zuinig omgaat met grondstoffen, een economie die op kennis gebaseerd is. Die omschakeling moet ook in crisistijden verdergaan. Daarom zeggen we tegen de ondernemingen: bezuinig niet op onderzoek, ontwikkeling en innovatie, houd uw kernpersoneel in dienst. Ook onze financiële maatregelen moeten dit tot doel hebben. Ik ben het wel eens met diegenen die zeggen dat het allemaal misschien nog wel een beetje beter had gekund, maar we mogen nooit vergeten dat het geld, dat hier uitgegeven wordt, geen geld van de Europese Unie is. Het is het geld van de lidstaten, en daar spelen nog andere dingen een rol, en niet alleen wat wij hier belangrijk vinden. Het economische model van de Lissabonstrategie, dat vandaag ook is genoemd, is niet dat we het aan de markt overlaten om zichzelf te reguleren. De Lissabonstrategie gaat er niet van uit dat de markteconomie optimaal functioneert wanneer we de krachten van de markt radicaal en volledig vrije baan geven. De Lissabonstrategie is gebaseerd op het principe dat de markt zijn sociale en ecologische taken alleen maar kan waarnemen wanneer er regels gelden. Voor die regels is de politiek verantwoordelijk, en we mogen niet dulden dat daaraan wordt getornd. Daarom geloof ik dan ook dat de doelstellingen van de Lissabonstrategie niet veranderd zijn, en wie wil weten hoe we ondanks Lissabon eigenlijk in deze crisis terecht zijn gekomen, die stelt de verkeerde vraag. Wanneer we in Europa een andere economische strategie hadden gevolgd, hadden we het evenwicht in de macro-economie ook niet kunnen handhaven. De storingen en de schadelijke gedragspatronen op de internationale financiële markten hebben tot deze crisis geleid.

Tot slot zou ik nog het volgende willen zeggen: we willen dat de Europese ondernemingen als het enigszins kan ongeschonden uit deze crisis komen, en wel allemaal, als dat lukt. Daarom moeten we ze helpen om toegang te krijgen tot financiële middelen. Dat lijkt me op dit moment het grootste probleem, zowel de groten als de kleintjes hebben moeite om kredieten te krijgen.

De Europese Investeringsbank doet wat ze kan, ze stelt zich zeer flexibel op, en verdient daarvoor onze dank. Ze is echter nu al aan de grenzen van haar mogelijkheden gekomen. Nu al staat vast dat in de tweede helft van dit jaar niet kan worden voldaan aan de vraag van Europese kleine en middelgrote ondernemingen naar kredieten, omdat de Europese Investeringsbank nu al haar grenzen heeft bereikt. Iedereen moet weten dat de situatie heel ernstig wordt, en daarom is het de moeite waard om eens te overwegen of bijvoorbeeld niet ook het Parlement de situatie van de Europese ondernemingen kan verbeteren door de voorstellen van de Commissie die bedoeld zijn om overbodige kosten voor de Europese ondernemingen te vermijden, sneller te behandelen en goed te keuren.

We hebben intussen voorstellen voorgelegd die de kosten voor de Europese ondernemingen met maximaal dertig miljard euro per jaar kunnen verlagen. Wanneer u die snel goedkeurt zou dat ook een doeltreffende bijdrage aan de crisisbeheersing zijn.

De Commissie is ervan overtuigd dat op dit moment, slechts enkele dagen voor deze top, meer dan ooit zichtbaar wordt wat de kansen van de Europese integratie zijn, en waar de risico’s liggen. De kansen zijn ongetwijfeld dat we misschien zelfs sterker uit deze crisis tevoorschijn kunnen komen wanneer we onze krachten bundelen, wanneer we werkelijk een gecoördineerd en gericht beleid voeren, wanneer we onze creativiteit ten volle benutten. Dan kunnen we het feit compenseren dat we niet zoals de Verenigde Staten van Amerika centraal besluiten kunnen nemen die dan overal moeten worden omgezet, maar dat 27 lidstaten het met elkaar eens moeten worden.

De risico’s worden echter ook zichtbaarder dan ooit. Wanneer één of meerdere landen in deze situatie kiezen voor protectionisme en economisch nationalisme in plaats van solidariteit en samenwerking, dan is dat voor ons allen een risico. We moeten in deze crisis hetzelfde kompas volgen, anders zullen we helaas samen verdwalen in de mist die deze crisis veroorzaakt.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira, rapporteur. (PT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, dames en heren, de crisis is erger dan verwacht en het werkloosheidspercentage zal de geraamde cijfers overtreffen. Er zijn goede redenen om te veronderstellen dat de geplande Europese stimulans ontoereikend is. Bovendien is het nu reeds duidelijk dat het te lang duurt voordat hij de burgers bereikt.

Het standpunt van het Parlement is krachtig en duidelijk. Dat is altijd zo geweest en hopelijk zal dat ook zo blijven. Onze doelstelling is om de werkgelegenheid in stand te houden en nieuwe banen op basis van zowel territoriale als maatschappelijke samenhang en solidariteit te scheppen. In de huidige crisis kunnen de burgers zich niet tevredenstellen met een Europa dat geen oplossingen aandraagt, met een Europa dat machteloos staat ten opzichte van de problemen waarmee zij worden geconfronteerd. Maar wat wil het Parlement nu precies van de Commissie? Via deze verslagen dringt het Parlement uiteraard aan op coördinatie van de nationale acties en verzoekt het de Commissie alle middelen in te zetten die zij op dit moment tot haar beschikking heeft. Bovendien geeft het Parlement de Commissie, als begrotingsautoriteit, alle ruimte om te waarborgen dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Het verzoekt de Commissie een duidelijk Europees initiatief voor de werkgelegenheid te starten en onderstreept dat het belangrijk is een agenda en een tijdschema vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen voor de regulering van de financiële markt en het verstrekken van leningen aan de reële economie. En wat wil het Parlement van de Raad? Het Parlement roept de Raad voornamelijk op om de politieke wil terug te vinden die ten grondslag ligt aan het Europese eenwordingsproces. In de Europese Unie is plaats voor concurrentie, maar ook voor samenhang en solidariteit. Een interne markt die geen garantie voor solidariteit en samenhang biedt, is uit den boze. Daarom juist hebben wij allen de nationale autonomie waarover wij vóór de toetreding tot dit project beschikten, gedelegeerd aan Europa.

 
  
MPphoto
 

  Jan Andersson, rapporteur. (SV) Mevrouw de Voorzitter, de crisis wordt nu voelbaar voor de mensen. De werkloosheid begint nu te groeien, en ze groeit snel. En nu beginnen we de sociale gevolgen van de crisis te zien. De recessie wordt groter dan we in het begin dachten. Er komen meer werklozen, er komen grotere sociale gevolgen.

Ik zou iets willen zeggen tegen de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten hier in het Parlement. De heer Hökmark is niet aanwezig, maar hij geeft het voorstel van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement de schuld van deze crisis. Dat is als schieten op de pianist wanneer het deuntje je niet aanstaat. Het is een feit dat we in Europa centrumrechtse regeringen hebben. Zij zijn het die gebrek aan actie vertonen, zij zijn degenen die gebrek aan coördinatie vertonen, zij zijn degenen die gebrek aan solidariteit vertonen.

Nu gaat het om banen, nu gaat het om socialezekerheidsstelsels en nu gaat het om de publieke sector. Met het oog op de top zeg ik tegen de Commissie en de Raad: het is zaak dat we nu optreden, het is zaak dat we gecoördineerde actie ondernemen, dat we voldoende actie ondernemen en dat we solidair actie ondernemen. Dat moet nú gebeuren. We kunnen niet wachten tot de top in mei; de werkgelegenheidskwesties moeten nu al boven aan de agenda staan.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Evgeni Kirilov, rapporteur.(BG) Dank u, mevrouw de Voorzitter. In het verleden is gebleken dat het cohesiebeleid een bijdrage kan leveren aan de oplossing van sociaaleconomische problemen en de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen in lidstaten en hun regio's. De tot dusver opgedane ervaring en de aanzienlijke middelen die zijn toegekend, want het gaat om meer dan 340 miljard euro gedurende een periode van zeven jaar, zijn in de huidige economische crisis broodnodig. Het is van levensbelang dat dit geld daadwerkelijk en zo goed mogelijk wordt gebruikt, zodat Europese burgers en bedrijven hiervan de vruchten kunnen plukken. Nu iedere euro van belang is voor het herstel van de Europese economie, mogen deze middelen niet verkeerd worden besteed. Daarom juichen wij de vereenvoudiging van de regelgeving toe en roepen wij op tot correcte tenuitvoerlegging.

Mijnheer Verheugen, in uw rede vandaag hebt u terecht gezegd dat we niet weten hoe lang de crisis zal duren. Een ding is wel duidelijk: de besluiten die wij nemen en de besluiten die de Europese Raad volgende week zal nemen, moeten dit jaar tot resultaten leiden. Ik zou zelfs willen zeggen dat deze resultaten deze zomer moeten worden bereikt. Dat verwachten Europese burgers van ons, zodat er licht gloort aan het einde van de tunnel en zij hoop krijgen op een weg uit de crisis, en wel snel.

Ik wil een opmerking maken voor de enkele collega's die vandaag hebben getracht geforceerd een economische scheidslijn aante brengen tussen oude en nieuwe lidstaten. Ik ben van oordeel dat dit cohesiebeleid, waarover wij vandaag een besluit nemen, juist indruist tegen de ideeën die zij voorstellen. Dit alles lijkt me uitermate schadelijk en we moeten onze handen ineenslaan om dit tegen te gaan. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er vijf ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag, woensdag 11 maart, plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) In het kader van de vernieuwde Lissabonstrategie zijn in 2008 richtsnoeren aangenomen die blijven gelden tot 2010. Alle lidstaten, waaronder Malta, moesten strategieën formuleren om banengroei te realiseren. Er zijn werkgelegenheidsrichtsnoeren opgesteld. Financiering daarvan is essentieel en het Europees Sociaal Fonds kan directe maatregelen financieren die door de lidstaten moeten worden genomen ten aanzien van flexizekerheid en vaardigheden.

Flexizekerheid is een geïntegreerde beleidsaanpak ter bevordering van het aanpassingsvermogen van werknemers en ondernemingen. Daarnaast moeten we een enorme inspanning verrichten om de vaardigheden te vergroten op alle kwalificatieniveaus. Daarbij heb ik twee opmerkingen.

Ten eerste is verbetering van vaardigheden zinloos als deze niet aanluit bij de behoeften van de arbeidsmarkt.

Ten tweede moet voorrang worden gegeven aan drie strategieën:

- het aanpassingsvermogen van werknemers en ondernemingen vergroten;

- meer mensen aan een baan helpen en meer mensen hun baan laten behouden, zodat het arbeidsaanbod wordt verruimd en stelsels van sociale zekerheid werkbaar blijven;

- meer investeren in menselijk kapitaal middels verbetering van vaardigheden en onderwijs.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb naar het debat geluisterd en kon me niet aan de indruk onttrekken dat hier een sfeer van touwtrekkerij heerst tussen de oude en de nieuwe lidstaten. We lossen onze problemen echter niet op door elkaar met de vinger te blijven nawijzen in een discussie over wie het lidmaatschap van de EU verdient.

Laten we in de eerste plaats niet vergeten dat de burger naar ons luistert en bescherming van ons verwacht. Juist nu wil de burger zien waar een verenigd Europa goed voor is. We moeten ons in dit debat dan ook de vraag stellen hoe we de sociale gevolgen van de huidige crisis kunnen beperken.

We zeggen 'ja' tegen de Lissabonstrategie omdat zij resultaten oplevert en binnen de EU voor bijna zeven miljoen nieuwe arbeidsplaatsen heeft gezorgd. Maar wat voor arbeidsplaatsen? Heel vaak gaat het om tijdelijke, niet voltijdse betrekkingen en de werkgelegenheidsgraad uitgedrukt in voltijdse banen is dan ook ongewijzigd gebleven.

Dit betekent alleen maar dat Europa moet leren gebruik te maken van zijn mogelijkheden. We moeten investeren in spitstechnologie, waar hoogopgeleide werknemers voor nodig zijn. Dat is onze meerwaarde, dat is de sector waarin we geen concurrentie hebben te duchten. In dit verband is het bijzonder belangrijk dat termijnen voor het gebruik van middelen worden verlengd en procedures voor het aanvragen van middelen worden vereenvoudigd, met name voor de nieuwe lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) De wereldwijde economische crisis heeft ons allemaal verrast: banken, multinationals en zelfs transnationale institutionele structuren. De wereldeconomie is hierdoor ernstig getroffen en het wereldwijde financiële systeem staat op springen. Ik denk niet dat iemand me zal tegenspreken als ik zeg dat de omvang van de huidige problemen vraagt om een gecoördineerde aanpak op Europees niveau. Solidariteit is een absolute must om door deze crisis heen te komen.

Ik vertegenwoordig in het Europees Parlement Roemenië, een land in het zuidoosten van Europa. Ik kan alleen maar zeggen dat wat de economische groei van ruim 7 procent in 2008 heeft opgeleverd, razendsnel aan het verdwijnen is onder deze turbulente economische omstandigheden, die hard aankomen. Het economisch herstelplan van de Europese Commissie moet zijn uitwerking hebben in alle hoeken van het oude continent. Het mag niet zo zijn dat bepaalde delen van Europa zich in de steek gelaten voelen en machteloos staan tegenover een vijandige situatie die zij niet hebben veroorzaakt.

Ik denk dat dit de belangrijkste test is voor de Europese Unie, het meest gedurfde project van de afgelopen eeuwen. De landen van het hele continent moeten laten zien dat ze een eenheid zijn. Volgens José Manuel Durão Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, zal Europa vooral beoordeeld worden op de resultaten. Ik ben het daar volledig mee eens.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE), schriftelijk.(RO) Ik vind het initiatief voor een economisch herstelplan in de huidige crisis meer dan welkom. De EU moet een gezamenlijke, heldere en effectieve aanpak kiezen om de effecten van de crisis, van de intensiteit en de duur ervan, zoveel mogelijk te beperken.

We hebben duidelijkere regelgeving nodig voor de financiële sector, met name voor investeringen met een hoog risico, zoals hedgefondsen.

Solidariteit tussen de lidstaten is momenteel van essentieel belang. Het spreekt voor zich dat de lidstaten maatregelen zullen nemen die toegespitst zijn op de specifieke situatie in hun eigen land, maar deze moeten niet in strijd zijn met de interne markt en de EMU. De prioriteit moet liggen bij kredietverlening, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen, die een stuwende kracht vormen achter economische groei en banen weten te scheppen. Staatsinterventies moeten echter tijdelijk van aard zijn. Daarna moet de mededingingsregelgeving weer onverkort gevolgd worden.

Ook moeten maatregelen ter bestrijding van de crisis een geïntegreerd deel uitmaken van een verantwoord begrotingsbeleid. Ondanks het feit dat we door een crisis gaan vind ik het van groot belang dat het Stabiliteits- en groeipact zoveel mogelijk gerespecteerd wordt, omdat het vergroten van het begrotingstekort op den duur wel eens een rampzalige oplossing zou kunnen blijken te zijn, vooral voor toekomstige generaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Dăianu (ALDE), schriftelijk. (EN) Commissaris Joaquín Almunia heeft onlangs gezegd dat lidstaten in de eurozone die in grote problemen dreigen te komen, hulp zouden kunnen krijgen van andere lidstaten van de EU. Waarom is deze verwijzing naar een collectieve respons niet krachtig overgebracht aan de nieuwe lidstaten buiten de eurozone? Er is aantoonbaar iets mis met de steunpakketten die zijn toegekend aan Letland en Hongarije. Verkleining van zeer grote onevenwichtigheden is in wezen goed, maar de manier waarop dat gebeurt is uiterst belangrijk. Moeten begrotingstekorten drastisch worden verlaagd terwijl de particuliere sector haar activiteiten ingrijpend terugschroeft? Versterking van de cyclische ontwikkeling moet zowel tijdens een opgang als tijdens een neergang worden vermeden. Als overheidsbegrotingen niet de hoofdoorzaak zijn van grote externe tekorten, waarom zouden zij dan slachtoffer moeten zijn van de verkleining van die tekorten? Onthoud de lessen van de Aziatische crisis, tien jaar geleden. De politiek moet ook nadenken over het ontmoedigen van speculatieve aanvallen op de munteenheden van nieuwe lidstaten. Simpelweg het begrotingstekort drastisch verlagen zou ook in dit opzicht niet veel helpen. Hopelijk zullen toekomstige bijeenkomsten van de Raad Economische en Financiële Zaken een betere aanpak van financiële steunverlening opleveren. En wanneer het IMF ooit een rol gaat spelen bij financiële steunmaatregelen, dient het de geschiktheid van zijn traditionele aanpak van macro-economische onevenwichtigheden te heroverwegen in het licht van de huidige buitengewone omstandigheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (PSE), schriftelijk. – (RO) Roemenië moet gebruik maken van de nieuwe kansen die de structuurfondsen bieden.

De centrale en lokale overheden van Roemenië moeten zo snel en effectief mogelijk gebruik maken van de kans die de Europese Commissie biedt door de structuurfondsen van de Gemeenschap toegankelijker te maken. Ze moeten deze fondsen gebruiken om nieuwe banen te scheppen, scholing en training aan te bieden door middel van programma's voor een leven lang leren, gericht op omscholing, en om kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen.

Het versnellen en vereenvoudigen van de toekenning van communautaire middelen kan bijdragen aan het economisch herstel, dankzij de financiële injecties in de beoogde gebieden. Deze betalingen zullen sneller en flexibeler verlopen en ze zullen uit één enkele betaling bestaan, waardoor projecten op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, energie en het milieu in korte tijd geïmplementeerd kunnen worden.

Anderzijds moeten de Roemeense autoriteiten, in overeenstemming met de EU-procedures, het medefinancieringsaandeel ter beschikking stellen, zodat de projecten kunnen worden geïmplementeerd zodra de middelen van de EU binnen zijn.

De voorstellen van het Europees uitvoerend orgaan zijn gericht op een serie maatregelen om in de lidstaten prioritaire investeringen op nationaal en regionaal niveau te versnellen, de toegang tot subsidies te vereenvoudigen en meer financiële middelen beschikbaar te stellen voor kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dragoş Florin David (PPE-DE), schriftelijk.(RO) De belangrijkste kenmerken die de lidstaten van de Europese Unie met elkaar delen zijn democratie, stabiliteit, verantwoordelijkheid en cohesie. Het verslag van Evgeni Kirilov over het cohesiebeleid en investeren in de reële economie benadrukt het belang van die gezamenlijke kenmerken van de lidstaten als een eerste vereiste voor een gezamenlijke strategie inzake het sociaal en economisch beleid. De Europese economie lijdt onder de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis en van de grootste en ernstigste recessie van de afgelopen zestig jaar. We moeten de lidstaten aanmoedigen op zoek te gaan naar mogelijke synergie tussen het cohesiebeleid en andere communautaire financieringsinstrumenten, zoals TEN-T, TEN-E, het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, alsook de financiering door de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Tegelijkertijd moeten de lidstaten zorgen voor een eenvoudigere en betere toegang tot de financiële instrumenten JESSICA, JASMINE en JEREMIE om het gebruik ervan door KMO’s en relevante begunstigden te stimuleren. Ter afronding wil ik graag de rapporteur, de heer Kirilov, complimenteren met de bijdrage die hij in de vorm van zijn verslag geleverd heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL), schriftelijk. (GA) We leven in economisch onzekere tijden. De Europese Unie heeft de verantwoordelijkheid te onderzoeken of nationale en regionale autoriteiten flexibel mogen zijn om EU-middelen beter te kunnen inzetten om deze unieke situatie te lijf te gaan.

De maatregelen in commissaris Huebners plan Cohesiebeleid: investeren in de reële economie zijn praktisch en moeten onverwijld door de nationale autoriteiten worden goedgekeurd.

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) kan nu worden ingezet om ecologische investeringen in goedkope woningen mede te financieren, waardoor banen in de bouw – een sector die zwaar te lijden heeft onder de crisis – geschapen moeten worden en behouden moeten blijven, en we tegelijkertijd een bijdrage leveren om onze klimaatafspraken na te komen.

Financiële compensatie uit het Europees Sociaal Fonds kan de kwakkelende publieke sector daadwerkelijk uit het slop trekken, en kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) zullen er baat bij hebben als zij, zoals wordt voorgesteld, gemakkelijker over cashflow kunnen beschikken.

Dit is een stap in de goede richting. Naar mijn mening is in het verslag-Kirilov in sommige passages over de Lissabonstrategie sprake van een ongelukkige woordkeuze.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (PSE), schriftelijk. (PL) Hoe kunnen we de financiële crisis aanpakken? (Europees economisch herstelplan) We kunnen dit met korte- en langetermijnmaatregelen doen. De kortetermijnmethode houdt in dat we een einde maken aan de kwalen die zich de afgelopen decennia hebben ontwikkeld en die leiden tot minder solvabele banken, circulatie van ‘giftige’ effecten en een gebrek aan samenhang tussen financieel beleid en het beleid in algemene zin.

Landen die financiële steun bieden aan banken lossen daarmee niet de oorzaken van de crisis op. De fundamentele oorzaak van de crisis is volgens mij het neoliberale economische mechanisme. Dit betekent onder meer dat de economie is gericht op snelle winst en voorbij gaat aan belangen op de lange termijn.

Daarom moet de langetermijnmethode dit economische mechanisme corrigeren, zodat wordt gebroken met de dogma's van de zogenaamde 'vrije markt'. De lidstaten en de Europese Commissie moeten niet de rol overnemen van gezonde, concurrerende marktmechanismen, maar hebben wel de plicht om uitwassen te voorkomen. Ten eerste mag de kortetermijnwinst de belangen op lange termijn niet overschaduwen. Dit zijn belangen die voortkomen uit de ontwikkeling van infrastructuur, openbare gebouwen, milieubescherming, het zoeken naar nieuwe, soms minder rendabele energiebronnen enz.

Ten tweede moeten alle vormen van eigendom gelijk worden behandeld en de doeltreffendheid van het beheer moet bepalen of ze al dan niet worden gekozen.

Ten derde moeten de lidstaten en de Europese Commissie de rol van coördinator op zich nemen bij zowel het financiële als het algemene beleid.

Ten vierde zouden de lidstaten en de Europese Commissie methoden moeten uitwerken voor de coördinatie van de internationale financiële en valutamarkt, die vanwege zijn impulsieve karakter gevoelig is voor speculatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. (PL) De economische crisis heeft Europa inmiddels bereikt. Eerst werden de ontwikkelde economieën getroffen en daarna de zich ontwikkelende en opkomende economieën. Volgens de meest recente prognoses bedraagt de economische groei voor 2009 -1 procent of minder. We zitten dus in één van de ernstigste recessies waar de Europese Gemeenschap ooit mee te kampen heeft gehad.

Ik ben het eens met de rapporteur dat afzonderlijke maatregelen van landen inmiddels niet meer volstaan, zelfs niet als deze worden ondersteund met enorme kapitaaltransfers naar de sectoren die het sterkst door de crisis worden bedreigd. Onze economieën zijn met elkaar verbonden en de crisis heeft een mondiaal karakter. De herstelmaatregelen moeten daarom ook een antwoord zijn met een mondiaal karakter en bereik. Ook moeten zij stroken met het basisprincipe van de EU, namelijk het principe van solidariteit. Alleen zo kunnen we de territoriale en sociale cohesie binnen de Unie behouden. Ik ben van mening dat in tijden van crisis het solidariteitsprincipe ook een nieuwe politieke dimensie krijgt.

Daarnaast sluit ik me aan bij het punt van zorg dat in het verslag wordt geuit over de gewone man die door de crisis wordt getroffen. We moeten weer kredietstromen op gang brengen voor gezinnen en bedrijven, met name voor KMO’s, die immers de basis vormen van de Europese economie. Alleen voor dit doel en voor de bescherming van de spaargelden van de burger is het gebruik van publieke middelen voor reddingsplannen gerechtvaardigd. Als we er bovendien in zouden slagen om in het kader van het Europese reddingsplan komaf te maken met de belastingparadijzen, zou de crisis absoluut makkelijker en doeltreffender kunnen worden bestreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (PSE), schriftelijk. – (EN) Naarmate de financiële crisis ernstiger wordt en het einde nog niet in zicht is, denk ik dat er meer middelen nodig zullen zijn om de Europese economie te stabiliseren en de neerwaartse spiraal te stoppen. Andere knelpunten zijn de stijgende werkloosheid en de enorme onzekerheid op de arbeidsmarkt. Het niet beschikbaar zijn van kredieten in combinatie met stijgende overheidstekorten is nog steeds een groot probleem en vormt een cruciale factor als we de economische recessie echt succesvol en effectief willen aanpakken. Het is zeer belangrijk dat de kredietverlening weer in voldoende mate op gang komt en dat geld wordt gebruikt als economische prikkel, of met andere woorden: terechtkomt bij gezinnen en bedrijven. Er moeten stimuleringsmaatregelen worden ontwikkeld om kapitaalinvesteringen aan te trekken. Helaas zijn er momenteel geen Europees instrumenten of instellingen die in staat zijn een geïntegreerd herstel op het continent te coördineren en daarom worden allerlei provisorische oplossingen opnieuw uit de kast gehaald. Deze zullen in hun geheel mogelijk mislukken, aangezien de economieën van de lidstaten sterk onderling van elkaar afhankelijk zijn. De Europese herstelinspanningen moeten hand in hand gaan met veranderingen in de regelgeving om te voorkomen dat de fouten die tot de crisis hebben geleid, worden herhaald. Gebrek aan regulering en slecht toezicht zijn de hoofdoorzaken van het probleem geweest en daarom moeten we opnieuw een effectieve regulering in het leven roepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Om de ernstige sociaaleconomische crisis die de landen van de Europese Unie, en dus ook Portugal, thans doormaken ten volle te kunnen begrijpen, moeten wij ons bewust zijn van de doelstellingen van dit “integratieproces” en van het feit dat de bijbehorende beleidsmaatregelen ten grondslag liggen aan de huidige kapitalistische crisis, waarvan de Europese Unie een van de epicentra is.

In de afgelopen 23 jaar heeft de EEG/EU bijgedragen aan de bevordering van het kapitaalverkeer en de “financialisering” van de economie, aan de liberalisering van de markten en de privatisering, de concentratie van bedrijven en het ontstaan van overproductie, de verplaatsing en vernietiging van productiecapaciteit, de bevordering van de economische dominantie van enkelen ten koste van de afhankelijkheid van anderen, de uitbuiting van werknemers en de toenemende overdracht van winst uit arbeidsproductiviteit naar kapitaal, de centralisatie van de gecreëerde welvaart, de versterking van de maatschappelijke ongelijkheden en de regionale verschillen, dit alles onder leiding van de grootmachten en de grote financiële en economische groepen. Ziehier de oorzaken van de onherstelbare kapitalistische crisis.

Niet de “crisis” maar het kapitalistische beleid is verantwoordelijk voor de werkloosheid, de onzekerheid, de lage lonen, de verslechtering van de levensomstandigheden, de armoede, de ziekten, de honger en de toenemende moeilijkheden waarmee de werknemers en de bevolking in het algemeen worden geconfronteerd.

Daarom verheugt het ons dat de CGTP-IN, de algemene confederatie van Portugese werknemers, voor 13 maart een grote demonstratie heeft gepland in een poging om de huidige koers te wijzigen en aan te dringen op meer banen, hogere lonen en meer rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Gábor Harangozó (PSE), schriftelijk. – (EN) De Europese Unie moet zich tot het uiterste inspannen om een consistent kader te implementeren waarbinnen de wereldwijde financiële crisis kan worden aangepakt. Als we het maatschappelijk vertrouwen en een gezond financieel stelsel willen herstellen, moeten we snel optreden om de werkgelegenheid en economische activiteiten te stimuleren. Om de negatieve effecten van de recessie te verlichten en sociale normen en werkgelegenheidsniveaus te handhaven, moeten er enkele aanpassingen worden gedaan waardoor middelen eenvoudiger toegankelijk worden, terwijl tegelijkertijd meer transparantie en een beter beheer worden gewaarborgd. De laatste conclusies van de EIT-raad riepen op tot "snelle aanvullende actie door het ESF ter ondersteuning van de werkgelegenheid, met name voor de kwetsbaarste bevolkingsgroepen, waarbij specifiek aandacht moet worden besteed aan de kleinste ondernemingen door de indirecte arbeidskosten te verlagen". Daarom wil ik de volgende top van de Raad vragen serieus na te denken over het scheppen en behouden van banen door tijdelijke medefinanciering van maatregelen die betrekking hebben op een verlaging van de indirecte arbeidskosten in landen die ernstig worden getroffen door een financiële of economische neergang. Er moet inderdaad zeer veel aandacht worden besteed aan de kwetsbaarste bevolkingsgroepen, degenen die het meest te lijden hebben onder de gevolgen van de economische en sociale neergang. Dit om verdere asymmetrische gevolgen van de crisis te voorkomen, waardoor een evenwichtige ontwikkeling van alle gebieden in de Unie gevaar zou lopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) Solidariteit is een van de meest kostbare waarden van het hedendaagse Europa. In de huidige economische crisis zijn er echter tekenen zichtbaar dat de Europese solidariteit wordt ondermijnd.

Meer dan ooit moeten we verdeeldheid tussen lidstaten vermijden om zodoende een indeling in oud en nieuw, groot en klein te voorkomen. De verdeeldheid die bestaat tussen lidstaten die wel en lidstaten die niet tot de eurozone behoren mag er niet toe leiden dat de landen uit de eurozone een bevoorrechte positie innemen op basis waarvan zij een gemeenschappelijke toekomst dicteren. Alle lidstaten moeten in gelijke mate betrokken zijn bij de besluitvorming. Alle lidstaten moeten gegarandeerd het recht krijgen om hun problemen en zorgen te communiceren, zodat er kan worden gezocht naar mogelijke Europese oplossingen.

Europa heeft een drijvende kracht nodig om de economische crisis met zo min mogelijk schade te doorstaan. Protectionisme kan geen antwoord op de economische crisis zijn. Integendeel: openheid en een concurrerentiegrichte instelling moeten de basis van onze activiteiten blijven. Om te kunnen profiteren van de huidige depressie moet er daarom meer geld worden geïnvesteerd in innovatie, onderzoek en ontwikkeling.

De crisis moet met andere woorden worden gezien als een stimulans om de strategie van Lissabon te implementeren. Alleen door optimaal gebruik te maken van deze op solidariteit gebaseerde strategie, kunnen we ervoor zorgen dat banen en de duurzaamheid van de Europese economie worden gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 
 

  Magda Kósáné Kovács (PSE), schriftelijk. – (HU) Het heeft geen pas een rangorde te willen aanbrengen in onheil. Hoe het ook zij, de wederzijds gevoelde pijn mobiliseert middelen en intenties. Velen verwijzen naar de crisis van 1929, ofschoon de Tweede Wereldoorlog die erop volgde een tweedeling teweegbracht in Europa. Bovendien ervoeren de voormalige Oostbloklanden de verandering van bewind ook als traumatisch, maar in dit geval worden we allemaal in gelijke mate bedreigd door de wereldwijde financiële en economische crisis die, ondanks enkele voortekenen, toch onverwacht kwam.

Nu de crisis een feit is, is de tweedeling van Europa niet langer houdbaar, ook niet als die wegen parallel zouden lopen – er kan geen sprake zijn van twee snelheden. Bij de ontwaarding van speculatief kapitaal verliest iedereen wat; alleen de omvang van het verlies verschilt. Het paradigma van de gemeenschappelijke markt kan in een dergelijke situatie alleen overleven en competitief blijven als we gezamenlijke en gecoördineerde oplossingen aandragen. De geest van protectionisme is een slechte raadgever!

De taak van de lidstaten is om hun financiële plannen samen met elkaar uit te werken. De Europese Unie kan ze daarbij helpen door na te gaan hoe elk van hen al naar gelang zijn middelen kan bijdragen, zodat de lidstaten en burgers die verder naar achter in de rij staan uiteindelijk ook een positieve balans hebben. De regio Midden- en Oost-Europa staat verder naar achter in deze rij, deels om historische redenen, deels omdat het ontbreken van de euro een gebrek aan vertrouwen heeft veroorzaakt en speculatief kapitaal tegen ons heeft gekeerd. En ofschoon het onmogelijk is om elke lidstaat op gelijke voet te plaatsen, zeg ik met nadruk dat we op Europees niveau een systeem op poten moeten zetten waarmee we, omwille van de solidariteit, waar nodig bijstand kunnen bieden aan elke lidstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Alle uitgangspunten van het Europees economisch herstelplan moeten worden opgenomen in nationale economisch herstelplannen.

De EU-middelen die worden vrijgemaakt, moeten worden ingezet voor projecten met de hoogste prioriteit en eerlijk verdeeld worden over de lidstaten, waarbij echter wel rekening moet worden gehouden met speciale gevallen.

We moeten elke mogelijkheid effectief benutten. Daarom is het naar voren halen van de mogelijkheden om gebruik te maken van EU-middelen van essentieel belang, omdat dit plan daardoor snel en flexibel kan worden geïmplementeerd.

De projecten moeten snel en efficiënt worden uitgevoerd, om het segment van de arbeidsmarkt dat het nu moeilijk heeft te ondersteunen. Daarom moeten de administratieve procedures, en met name de uitvoeringstermijnen daarvan, radicaal worden verkort om te zorgen dat dit proces onmiddellijk effect sorteert.

Van de maatregelen die moeten worden aangenomen, zijn maatregelen die gericht zijn op een wettelijk kader voor de bestrijding van belastingparadijzen absoluut noodzakelijk.

Het moge duidelijk zijn dat overheidssteun voorzichtig moet worden gebruikt om problemen op het gebied van mededinging te voorkomen. Tegelijkertijd moeten we echter nauwkeurig bestuderen welke positieve effecten dergelijke hulp kan hebben op de inzet van arbeid, met het oog op situaties waarin deze hulp meer dan noodzakelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE-DE), schriftelijk.(RO) De Europese Commissie trekt grote bedragen uit voor investeringen in energie-efficiëntie, de productie van duurzame energie en trans-Europese netwerken voor vervoer en energie. De enige manier om de gas- en energiecrisissen die zich in bepaalde delen van de EU hebben voorgedaan, in de toekomst te vermijden, is door een gedegen beleid op dit gebied te voeren.

Door alle gas- en energienetwerken van Europa met elkaar te verbinden geven we inhoud aan het solidariteitsbeginsel: alle lidstaten kunnen dan, ook in tijden van crisis, natuurlijke hulpbronnen onder normale voorwaarden importeren, of zelfs exporteren.

De lidstaten moeten in dit verband de financieringsmogelijkheden benutten die geboden worden door de structuurfondsen, om projecten te ontwikkelen op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, energie en milieu.

Om de kwaliteit van deze projecten en de effectiviteit van de uitvoering ervan te verbeteren, moeten de lidstaten van de EU optimaal gebruik maken van de technische bijstand die de Europese Commissie kan bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Ik ben blij met de snelheid die de EU-instellingen aan de dag hebben gelegd om met oplossingen te komen voor de huidige economische crisis. Ik wil echter een aantal aspecten naar voren brengen die meer aandacht behoeven.

Ten eerste de financiering van infrastructurele projecten op energiegebied. Ik vind het fundamenteel een foute aanpak om het geld over zoveel mogelijk projecten te verdelen, omdat daardoor het risico bestaat dat het budget niet toereikend zal zijn om die projecten af te ronden. Naar aanleiding van de recente discussies over Nabucco krijg ik de indruk dat we met vuur aan het spelen zijn. We kunnen niet bekendmaken dat er 250 miljoen euro beschikbaar is voor Nabucco, vervolgens zeggen dat er 50 miljoen op de financiering bezuinigd wordt en tot slot concluderen dat de financiering eigenlijk helemaal vanuit de particuliere sector dient te komen. De voordelen van het Nabucco-project staan buiten kijf en we kunnen dit project niet om politieke en economische redenen maar blijven uitstellen.

Ten tweede ben ik van mening dat we moeten oppassen dat we niet ten prooi gaan vallen aan protectionistische neigingen, die van invloed zouden zijn op het functioneren van de interne markt. Ook al zijn de gevolgen van deze crisis overal in de EU verschillend, toch moeten we er één gezamenlijk antwoord op vinden, in overeenstemming met de doelstellingen van het cohesiebeleid en de uitgangspunten van de interne markt. Ik vind het absoluut noodzakelijk het effect van deze amendementen te evalueren, zodat de efficiëntie van de maatregelen in het nieuwe financieel kader 2014-2020 verbeterd kan worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Ook zonder dat het een instrument voor crisismanagement is, is het cohesiebeleid, goed voor een derde van de Europese begroting, de belangrijkste bron voor investeringen in de reële economie. Het biedt enorme kansen, vooral ook voor regio's die structureel achterstandsgebieden zijn. Daarom wil ik erop wijzen dat er oplossingen gevonden moeten worden voor een betere verticale betrokkenheid van regio's op Europees niveau.

Gezien de omstandigheden waarin we ons momenteel bevinden ten gevolge van deze uitzonderlijke economische situatie, wil ik het belang benadrukken van grotere flexibiliteit en toegankelijkheid van de structuurfondsen. Ik juich het ook toe dat er meer mogelijkheden komen voor investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen op het gebied van huisvesting en schone technologie.

 
  
MPphoto
 
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE-DE), schriftelijk. (FI) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, vorige week legde de Commissie haar mededeling over de economische crisis voor aan de Raad voor zijn vergadering eind deze maand. De Commissie gaf ook haar eerste beoordeling van de resultaten van het pakket maatregelen om de Europese economie te stimuleren. De Commissie vindt de eerste resultaten goed en schat dat de nationale en Europese herstelmaatregelen gezamenlijk een totale waarde zullen hebben van 3,3 procent van het bbp in de periode 2009-2010.

Ik wil de rapporteur complimenteren met het zeer verdienstelijk verslag. De hierin benadrukte noodzaak om het optreden van de lidstaten te coördineren, is naar mijn mening heel belangrijk. De opkomst van protectionistische tendensen is namelijk zeer zorgelijk. De lidstaten mogen in toespraken dan wel verzekeren dat zij gezamenlijk willen optrekken, uit hun maatregelen blijkt iets heel anders. Het is uitermate belangrijk dat de EU-leiders hun besluiten nemen op basis van wat zij zeggen en niet toegeven aan protectionistische druk, die in een aantal landen beslist groot is.

De Europese Unie moet een nieuwe, ambitieuze stap zetten als voortzetting van de strategie van Lissabon. De Europese Unie heeft een stimuleringspakket nodig dat steun geeft aan nieuwe sectoren als basis voor concurrentiekracht en groei. Met investeringen in onder meer milieutechnische modernisering, hernieuwbare energiebronnen en informatietechnologie kan een positieve verandering in de sectoren worden bewerkstelligd.

De crisis biedt ook kansen, bijvoorbeeld om de hele pan-Europese en mondiale financiële architectuur te reorganiseren. Zij biedt ook de kans om economische groei langs een totaal nieuwe weg te leiden, die gebaseerd is op hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie. De zogeheten New Green Deal moet een basis zijn voor herstel en nieuwe groei. Dus wanneer wij zorgen voor banen en innovatie, dan pakken wij ook de uitdagingen van de klimaatverandering aan.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) De Europese economie lijdt onder de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis, en wordt geconfronteerd met de grootste en ernstigste achteruitgang in de afgelopen zestig jaar. De crisis is een enorme test voor Europa. Zij raakt bedrijven, maar ook de burgers en hun gezinnen. Velen zijn bang, vooral bang om hun baan kwijt te raken, en rekenen erop dat de EU hen zal redden.

Europa is niet slechts een optelsom van 27 nationale belangen. De Unie moet gebaseerd zijn op solidariteit en de bereidheid van lidstaten en gebieden om hun programmadoelstellingen zo snel mogelijk ten uitvoer te leggen.

In tijden van economische crisis moet duidelijk zijn dat we ons op de Lissabondoelstellingen moeten richten, vooral op het gebied van werkgelegenheid. Het cohesiebeleid biedt de financiële instrumenten die tijdens de crisis intensief en flexibel moeten worden ingezet. De financiële middelen uit het communautaire cohesiebeleid voor de periode 2007-2013 kunnen er in belangrijke mate toe bijdragen dat de doelstellingen van de hernieuwde Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid van de Unie, die gewone burgers, bedrijven, infrastructuur, de energiesector en onderzoek en ontwikkeling bij elkaar brengt, worden gehaald. We moeten de coördinatie versterken en protectionisme en alle vormen van volksverlakkerij laten varen. We moeten kapitaalstromen en kapitaaloverdrachten weer op gang brengen.

Ik ben er vast van overtuigd dat investeringen in innovatie, nieuwe technologieën en milieu-innovaties nieuwe kansen zullen scheppen die van essentieel belang zijn voor het formuleren van een effectief antwoord op de huidige financiële crisis. We moeten alle belemmeringen wegnemen en een echte interne markt voor hernieuwbare energie tot stand brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Katrin Saks (PSE), schriftelijk.(ET) Mijn dank aan de rapporteur, mevrouw Ferreira, voor een relevant verslag dat op het juiste moment is gepresenteerd. In de huidige crisis is het van fundamenteel belang dat beschikbare middelen volledig worden benut. Helaas hebben de meeste lidstaten die in het kader van de nieuwe financiële vooruitzichten aanspraak kunnen maken op middelen uit de structuurfondsen en het Cohesiefonds, geen gebruik hiervan kunnen maken. Dit geldt ook voor mijn eigen land, Estland. Hiervoor zijn verschillende redenen aan te wijzen: het eerste grote probleem is de administratieve capaciteit van het land zelf. Op dit vlak zouden lidstaten zelf een hoop kunnen verbeteren, zoals het verbeteren van hun administratie. Een tweede reden ligt bij de Europese Unie. De Unie moet haar voorwaarden flexibeler maken. Er is bijvoorbeeld een probleem bij programma’s waarbij eerst uitgaven moeten worden gedaan die achteraf worden gefinancierd. Op dit moment is het moeilijk om aan kredieten te komen om die uitgaven te doen. De vraag is dus wat de Europese Commissie wil doen met vooruitbetalingen. Een ander belangrijk probleem is het percentage van zelffinanciering onder de huidige omstandigheden. Op dit gebied moet een grotere flexibiliteit worden overwogen. Het derde probleem is het toezichtmechanisme – de huidige bureaucratie is in elk geval te log.

Dank u voor het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Theodor Dumitru Stolojan (PPE-DE), schriftelijk.(RO) In het geval van sommige lidstaten, waaronder de Oostzeestaten, Roemenië en Hongarije, hebben de financiële crisis en de wereldwijde recessie structurele onevenwichtigheden blootgelegd die in de perioden van economische groei in hoog tempo zijn ontstaan, ten gevolge van rechtstreekse buitenlandse investeringen en buitenlandse schulden.

In een economisch herstelplan van de EU moet in ieder geval worden meegenomen dat er in deze landen omvangrijke externe financiering nodig is om de tekorten op de handelsbalans voor goederen en diensten te dekken. Zonder een dergelijke externe financiering zullen de betreffende landen genoodzaakt zijn tot grote en abrupte aanpassingen die de welvaart die de afgelopen jaren verworven is in één klap teniet zullen doen, de cohesie binnen de EU zullen verzwakken en zelfs de stabiliteit in het gebied in gevaar kunnen brengen.

De Raad en de Europese Commissie hebben een grote verantwoordelijkheid om oplossingen te vinden om deze externe financiering mogelijk te maken. De betreffende lidstaten zelf hebben de verantwoordelijkheid om de tijd die zij door deze externe financiering winnen, te gebruiken om de structurele hervormingen door te voeren die nodig zijn ter correctie van de onevenwichtigheden die zich gaandeweg hebben opgestapeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Regionaal beleid is de voornaamste bron van Europese investeringen in de reële economie. De financiering ervan versnellen en vereenvoudigen kan bijdragen aan het economische herstel, doordat er liquide middelen naar de doelsectoren stromen.

Met snellere en flexibelere betalingen, in vaste bedragen ineens, zoals de Commissie voorstelt, kunnen projecten op het gebied van infrastructuur, energie of het milieu onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd.

Nationale en regionale instanties moeten deze kansen benutten en intensief gebruik maken van de structuurfondsen om de werkgelegenheid, KMO’s, ondernemingszin en beroepsopleidingen te bevorderen en tegelijkertijd hun bijdragen te leveren, zoals de regels van de cofinanciering voorschrijven, zodat de toegekende middelen optimaal kunnen worden benut.

Ik verzoek de regionale raden en de prefecturen van de Franse overzeese gebiedsdelen (DOM), als beheerinstanties van de structuurfondsen, te anticiperen op deze veranderingen zodat hun regionale programma’s onmiddellijk kunnen worden gericht op projecten die het grootste groei- en werkgelegenheidspotentieel bezitten.

Gezien de huidige onrust in de Franse overzeese gebiedsdelen, en nu de protestbeweging zich uitstrekt tot La Réunion, moeten we de mogelijkheden van nieuwe interne ontwikkelingsinitiatieven verkennen en alle hefbomen in werking stellen waarover we beschikken, ook die welke de Europese Unie aanreikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk.(RO) De mededeling van de EU over het Europees economisch herstelplan van december 2008 somt de terreinen op waarop de EU de komende jaren gaat investeren om economische groei en behoud van werkgelegenheid te garanderen. Dat zijn: steun voor kleine en middelgrote ondernemingen, met naar schatting 30 miljard euro via de EIB; versnellen van de investeringen in trans-Europese infrastructurele projecten op het gebied van energie en breedbandinternet, met naar schatting 5 miljard euro voor de verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen; onderzoek en innovatie.

Deze maatregelen moeten worden ondersteund door wetsvoorstellen die ook de toekenning van de financiële middelen garanderen. In het voorstel voor een verordening, van januari 2009, voor de financiering van energieprojecten als onderdeel van het Europees economisch herstelplan staat niets over de toekenning van financiële middelen voor de energie-efficiëntie van gebouwen. Ik vind dat de EU een fout maakt als ze, in deze economische crisis, prioritaire projecten niet financieel onderbouwt. Energie-efficiëntie van gebouwen is een terrein dat binnen de EU zo'n 500 000 banen kan opleveren, de kwaliteit van leven van de burgers kan verbeteren en bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling door de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Persoonlijk zou ik het een misser van de Europese Commissie vinden als zij het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen niet ondersteunt met financiële maatregelen en instrumenten en met gepaste fiscale maatregelen, en niet op Europees niveau een sterk politiek signaal afgeeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN), schriftelijk. (PL) Mevrouw de Voorzitter, we bespreken het economische herstelplan vandaag in het kader van de prioriteiten van de strategie van Lissabon. Hoewel deze strategie al een paar jaar geleden is ingezet, zien we dat ze nog geen effect sorteert. We produceren kortom documenten die we vervolgens niet concreet maken. Dit bevestigt maar weer eens de gewoonte die inmiddels norm is geworden in dit Parlement. We maken de burgers op veel vlakken het leven moeilijk door ze met regels te overladen, terwijl hun levensstandaard er niet wezenlijk door verbetert.

Daarnaast laat de huidige financiële crisis zien dat de Europese Commissie en de Raad volledig los zijn komen staan van de dagelijkse maatschappelijke problemen. De Commissie heeft in wezen geen echt actieprogramma als antwoord op de groeiende crisis. Iedereen ziet dat afzonderlijke landen op eigen houtje reddingsmaatregelen treffen, maar de centraal geleide markt van vijfhonderd miljoen is niet in staat werkelijk iets aan de crisis te doen.

De afgelopen jaren is de Oost-Europese landen steeds voorgehouden dat ze hun banken moesten privatiseren, met andere worden ondergeschikt moesten maken aan West-Europese banken. Dit is naïef genoeg ook gebeurd. Nu zien we dat die zelfde banken speculeren en de economieën van de nieuwe lidstaten van de EU de nek omdraaien.

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 12 juni 2009Juridische mededeling